Page 1

Het maakbare ik en het IKEA-syndroom Individualiteit in de huidige neo-liberale maatschappij, op de arbeidsmarkt en in de media.

Onze huidige maatschappij stelt tegenwoordig hoge eisen aan haar burgers. De mondiale Westerse samenleving richt zich steeds meer op het ik, is veeleisend en prestatiegericht. Op het werk, privé en in de media klinken deze ego-cultuur en het zelf-bewustzijn door. Tegelijkertijd betalen wij met onze geestelijke gezondheid de prijs voor deze samenleving. Na het wegvallen van de verzuiling in de tweede helft van de vorige eeuw, heeft de maakbare samenleving plaatsgemaakt voor het maakbare ik. Voorheen dienden het geloof, de familie en de gemeenschap als zekere havens en hoekstenen van de samenleving. Vele emancipatiegolven later is de burger zelfstandig geworden en de samenleving individueler. Het vangnet en de hoekstenen van weleer zijn minder vanzelfsprekend geworden. De burger is zelf verantwoordelijk voor eigen succes en geluk, zowel op persoonlijk als op professioneel vlak. Ik op de arbeidsmarkt “In een commerciële wereld als de onze gaat het om winnen en dollartekens,” aldus vicepresident HR Antoon Vugt van printbedrijf Océ aan VK Banen in het artikel Harder lopen is meer verdienen. Over het interne overzicht dat iedere maand wordt verspreid, waarin te zien is welke accountmanager of verkoper wat heeft gepresteerd, zegt Vugt: “[…] je bereikt ermee dat mensen én willen scoren én zichtbaar erkenning krijgen.” i Het individu staat centraal en scoren is het belangrijkste. Werkgever en werknemer vinden deze trend niets minder dan reëel. Het boek De depressie-epidemie van hoogleraar Trudy Dehue neemt het hedendaagse individualisme en bijbehorende prestatiegerichtheid onder de loep. ii Dehue analyseert onder andere de Randstad werkmonitor. Het rapport uit januari 2008 laat zien dat Nederlanders het belangrijk vinden om te groeien en te werken aan persoonlijke ontwikkeling. Dit zonder te mopperen of negatief te zijn ten opzichte van hun baan en collega’s. Voor deze groei ligt de verantwoordelijkheid bij de persoon zelf. Deze waarde, die van huis uit is meegekregen en zodanig belangrijk dat ze wordt doorgegeven aan de volgende generatie. iii “Mijn stelling is dat mensen niet massaal zielig zijn geworden (…) maar juist harder met zichzelf aan het werk zijn gegaan,” aldus Dehue. iv Dat individualisme en de prestatiegerichtheid op sterk op de arbeidsmarkt vertegenwoordigd zijn, blijkt niet alleen uit het onderzoek van Randstad. Het aantal freelancers is in 2010 gestegen tot ruim 700.000. Volgens het CBS is er met 27.000 nieuwe ZZP’ers een stijging van 4% ten op zichte van de 694.000 van vorig jaar. v Freelancers zetten hun persoonlijke kwaliteiten in op de professionele markt. De opdrachtgevers huren de ZZP’ers in voor competenties, kennis en ervaring, die persoonsgebonden zijn. Ik in de media In vele media is te zien dat het maakbare individu op zijn wenken wordt bediend. Vermoedelijk is dit een kwestie van vraag en aanbod. Anderzijds voeren de media de druk om jezelf te verbeteren op.


Ook Dehue beschrijft hoe media inspringen op zelf-ontwikkeling en het ik. Dit illustreert ze onder andere met Psychologie Magazine. Het populair-wetenschappelijk tijdschrift strooit met artikelen die titels dragen zoals: “Durf te leven” en “Ontdekt wat ú belangrijk vindt.” Daarnaast hekelt Dehue damesbladen als Cosmopolitan en Viva met zelftests zoals “Waar ligt uw kracht?”vi Maar niet alleen de damesbladen pleiten voor een verbetering. Kijk maar eens naar de cover van een willekeurige Men´s Health. Een magazine voor de man dat adviseert in een fit en gespierd lichaam, tips geeft voor een succesvolle carrière en weet hoe je tijger in bed wordt. De cover van Men´s Health roept: “Carrière of liefde? Zo slagen ze allebei optimaal.” vii Behalve de bladen richt ook televisie zich op de (verborgen) talenten van het individu. Talentenshows zijn er altijd al geweest maar sinds het succes van Idols, is er een sterke toename geweest van programma’s die zich richten op het maximaal ontwikkelen en het succesvol maken van het individu. De hausse is ondertussen voorbij het stadium van alleen zangtalenten. Een greep uit het programma-aanbod: X-factor, Popstars, So You think you can dance, Hollands Next Topmodel, Holland got Talent, Op zoek naar…, Who’s the chef, Project Catwalk en The Voice of Holland. De meeste van deze programma’s koketteren met het idee dat het worden van een ster en bekende Nederlander het grootste goed is. Deze programma’s trekken hoge kijkcijfers. Ze creëren het beeld dat in iedereen een (unieke) ster schuilt. Ook in de kijkers thuis. De paradox is echter dat dit unieke individu met bijzondere talenten, met de X-factor, wordt geacht te voldoen aan de verwachtingen van meerdere doelgroepen. Maar kan uniciteit en individualiteit worden uitgesmeerd over diverse doelgroepen? Dit is de paradox van het collectieve individualisme. Andere voorbeelden van het collectieve indivualisme zijn interviews van Oprah Winfrey en de (geënsceneerde) MTV-reallife serie The Real World. Belevenissen van het individu moeten als kenmerkend voor de grote massa gelden. Niet vreemd dat MTV zich een globale jongerencultuur ten doel stelt en in iedere huiskamer ter wereld aanwezig wil zijn. viii Deze ik-journalistiek loopt parallel aan het maakbare ik. Ik-journalistiek is gekleurd door emotie, sensatie en vermaak. Er is een groot bewustzijn van ‘het zelf’ en weinig besef de sociale omgeving. Met name is deze ontwikkeling sterk aanwezig in de middenklasse van de samenleving. Deze bevolkingsgroep is het grootste in aantal en tastbaar aanwezig. Zij kent een sterke behoefte om gehoord en erkend te worden. ix Eén van de grootste veranderingen volgens Graham Murdock, onderzoeker op het gebied van sociale cultuur aan de Loughborough University van Leicester, is dat media steeds een meer centrale positie innemen in het leven van consumenten én in de wijzen waarop zij hun identiteit vormen en weergeven. x Landsgrenzen en geografische afstanden zijn nauwelijks een belemmering in communicatie, wat globalisering ondersteunt. Zo zijn door het internet nieuwe sociale groepen gevormd en georganiseerd. xi Met komst van sociale media en het internet is het makkelijker geworden om invulling te geven aan collectieve individualisme. Social communities als Hyves, MySpace, Facebook en LinkedIn geven op een ultieme wijze beeld aan het individu. Je kunt je persoonlijkheid op


deze digitale gemeenschappen optimaliseren. Dit geldt voor zowel je persoonlijke als professionele netwerk. Een kleine steekproef toont beelden geladen met positiviteit: gezellige onderonsjes met je vrienden, feestjes, verjaardagen en vakantiefoto’s. Nauwelijks tot niet worden er beelden getoond van negatieve momenten in het leven. De keerzijde van ik De neo-liberale prestatiemaatschappij stelt zodanig eisen aan het individu dat, wil het ʻdeugdelijkʼ presteren, het eigen grenzen overschrijdt. We streven naar innerlijke en uiterlijke perfectie; een naar onmenselijk streven op persoonlijk én professioneel vlak. “Zoals een scheve tand niet meer mag, zo geldt dat voor een scheve karaktertrek.”zegt Dehue in De Volkskrant over haar boek. xii De keerzijde van het maakbare ik is dat het gebruik van anti-depressiva en kalmeringsmedicijnen zeer groot is. Vaak worden deze medicijnen gebruikt als prestatiepillen om werkstress aan te kunnen of om faalangst tegen te gaan. Tegelijkertijd is het slikken van anti-depressiva een taboe. We zien het als een zwakte omdat we de druk niet aankunnen. xiii Volgens René Kahn, hoogleraar psychiatrie aan het Universitair Medisch Centrum Utrecht, ontstaat er zonder anti-depressiva en kalmeringsmedicijnen een wereld vol zenuwachtige mensen. “Veel meer mensen dan nu kunnen niet meekomen of knappen eerder af, gaan dood of doen zichzelf iets aan. Er zal veel onnodig lijden zijn.” Aldus Kahn in een interview voor de website Hart en Ziel van De Volkskrant: “Ik verwacht meer ongelukken, want mensen zijn niet uitgeslapen en ze letten minder goed op omdat ze meer met zichzelf bezig zijn. Leuker wordt er niet op, want er gaat veel talent verloren. Die 10 à 20 procent zenuwlijders' zijn vaak de creatieve en empatische mensen. Het wordt saai.” xiv Willem van der Does verklaart in hetzelfde artikel nuchter: “Mét pillen kan de 24-uurs economie harder draaien.” xv Het individu voelt zich in het nauw gedreven. Prestatiegerichtheid is het devies en kan leiden tot angstige gevoelens van verstikking en falen. In de documentaire Alles wat we wilden kaart Sarah Mathilde Domogala eveneens deze keerzijde aan. xvi Het is een treffend verhaal van deze tijdsgeest. De film, uitgezonden door de VPRO, vertelt over vier jonge ambitieuze mensen met een voor de buitenwereld perfect en geslaagd leven terwijl ze hun pijn, verdriet en angsten voor iedereen verborgen houden. Immers dien je het hoogste uit alle facetten van het leven te halen en iedere vorm van falen en negatieve gevoelens horen daar niet bij. Op haar weblog schrijft de VPRO over de documentaire: “De film biedt een verontrustende blik achter de schermen; hoe groter de illusie van uiterlijk succes, hoe wranger de eenzame uren thuis blijken.” xvii Dat de huidige generatie tussen 20 en 35 jaar veel moet, met name succesvol zijn, blijkt ook uit het nummer De confettigeneratie van HP/De Tijd. De jeugd kent geen grenzen, vertelt het bijbehorende pamflet de lezer: “Wij, De Confettigeneratie, bestaan juist bij de gratie van veelheid. […] Alles moet worden geprobeerd […]. We scheiden ons afval en vliegen vervolgens een weekendje naar Londen. We voelen ons geen geitenwollen sok meer als we de drempel van de natuurwinkel over stappen en staan diezelfde avond nog in de hipste club van de stad.” xviii Ondere andere Valerio Zeno, Raymond Spanjar, Christina Curry en


Doutzen Kroes dienen hier als rolmodellen voor het maakbare individu, dat geen grenzen kent en van ongelimiteerde mogelijkheden geniet. Het Ikea-syndroom De internationale woonartikelen- en meubelgigant Ikea speelt binnen de grenzen van globalisering in op de wensen van het individu. Op laagdrempelige wijzen, onder andere door lage prijzen, worden eigentijdse meubelen aangeboden. Dit maakt het interieur niet alleen toegankelijk en voor iedereen betaalbaar maar ook makkelijk inwisselbaar en aan te passen aan nieuwe trends. Consumenten kunnen vaak kiezen uit diverse onderdelen, modellen en kleuren zodat het artikel naar eigen smaak en inzicht wordt geconstrueerd. De consument blijft in de waan vertegenwoordiger te zijn van eigen identiteit. Een bezoek aan een filiaal van de Zweedse meubelmaker is als een bezoek aan het collectieve individualisme. Eenmaal met een nieuw interieur thuisgekomen, worden de aankopen eigenhandig in elkaar gezet. Hier komt geen timmerman of meubelmaker aan te pas. De constructies zijn zo ontworpen dat, met behulp van een handleiding en bijgeleverde spijkers en schroeven, de consument zíjn nieuwe bed zélf in elkaar kan zetten. En evenzo als bij Ikea is het ik aanwezig in onze neo-liberale en individualistische maatschappij. Het ik gaat mee met trends en ontwikkelingen, wil zichzelf verbeteren en overtreffen en ziet er zowel innerlijk als uiterlijk verzorgd uit. De media laten consumenten zien hoe zij hun persoonlijkheid en individualiteit kunnen aanpassen en verbeteren. Digitale gemeenschappen als Facebook geven de consumenten ruimte om invulling te geven aan hun individualiteit. Het leven van het individu wordt onderworpen aan hoge eisen. Zowel op sociaal, persoonlijk en professioneel vlak ligt de maatschappelijke druk zo hoog dat falen geen optie is. Het gebruik van kalmeringsmiddelen en anti-depressiva is schrikbarend hoog. De individuele maatschappij en en globale economie kan nauwelijks bestaan zonder deze ontstressende medicijnen. De neo-liberale samenleving is gestoeld op het ik. Het individu is de hoeksteen van de mondiale samenleving geworden. Maar is het individu sterk genoeg om deze samenleving te dragen? Kan de koper van zijn mooie nieuwe meubelen, deze zodanig in elkaar zetten dat de constructie langdurig houdt? Het maakbare individu kan hier letterlijk én figuurlijk worden genomen. En om ook af te sluiten met de metafoor van Ikea: het is ook een hele prestatie om je nieuwe kast of bed goed in elkaar te zetten.

Petovic, 2010. Harder lopen is meer verdienen. VK Banen, winter 2010. p.18, 19. Dehue, 2008. p.237 – 262. iii Randstad Werkmonitor zoals weergegeven in Dehue, 2008. p. 251-252. iv Dehue, 2009. v Groei bij zzp'ers weer volop hervat. vi Dehue, 2008. p. 238-239. vii Men´s Health, nr 10, December 2010. viiiBanks, 1997. ix Berger, 2000. p.89. x Murdock, 1994. i

ii


Berger, 2000. p.89. Dehue, 2009. xiiiDehue, 2008. p.251, 252. xivDe Schipper, 2007. xv De Schipper, 2007. xviDomogala, 2010. Alles wat we wilden. xviihttp://weblogs.vpro.nl/nieuws/2010/08/03/3doc-alles-wat-we-wilden/ xviiManifest van de confettigeneratie, HP/De Tijd, 18 juni 2010. p.8-9. xi

xii

Verantwoording Alles wat we wilden: http://weblogs.vpro.nl/nieuws/2010/08/03/3doc-alles-wat-we-wilden/ Banks, J. (1997) “MTV and the globalization of popular culture”, Gazette 59, pp. 43–60. Berger, G.(2000) “Grave New World? Democratic journalism enters the global twenty-first century”, Journalism Studies, 1:1, pp. 81-99 Dehue, T. (2008) De depressi-epidemie. Uitgeverij Augustus, Amsterdam Dehue, T. “Depressies in soorten en maten” in: Volkskrant, 28 augustus 2009 Domogala, S.M. Alles wat we wilden. 3Doc. VRPO. Uitgezonden op 11 augustus 2010 Groei ZZP’ers weer volop hervat: http://www.fd.nl/artikel/20890962/groei-zzp-ers-weer-volop-hervat HP/De Tijd; 18 juni 2010 week 24 Men´s Health; 12de jaargang nummer 10, december 2010 Murdock, G. (1994) “Communication and the constitution of modernity”, Media, Culture and Society 15, pp. 521–39 Schipper, S. de. De dag dat de angst terugkeert. 29 augustus 2007 http://www.hartenziel.nl/artikel/de_dag_dat_de_angst_terug Petovis, J. “Harder lopen is meer verdienen” in: VK Banen Winter 2010 Weet wat je waard bent- special, VK Banen, Winter 2010

Het maakbare ik en het IKEA syndroom  

Een essay over de prestatiegerichtheid en het individualisme in de hedendaagse maatschappij.