Issuu on Google+

SLO – Didactische Competentie – hoofdstuk 14 : Stage ______________________________________________________________________________

1

SLO Specifieke Lerarenopleiding

CVO Panta Rhei de Avondschool – Schoonmeersstraat 26 – 9000 GENT T 09 335 22 22 – www.avondschool.be – info@avondschool.be Redactie cursus Didactische Competentie Stage: Inge Vaernewyck – 20 september 2012


SLO – Didactische Competentie – hoofdstuk 14 : Stage ______________________________________________________________________________

INHOUDSTAFEL 14.1

Handleiding DC stage

Inleiding 1

Beoogde competenties voor DC stage

3

2

Onderdelen van het vak DC stage

5

3 A B

Omschrijving van de werkwijze voor DC stage Voor je met de stage start De eigenlijke stage

6

1. De stageschool 1.1 De keuze van de stageschool 1.2 De ligging van de stageschool t.o.v. CVO Panta Rhei de Avondschool 2. De mentoren 3. De stageactiviteiten 3.1 De lesopdracht 3.1.1 Observatiestage 3.1.2 Oefenlessen 3.2 De overige activiteiten 3.3 Eindassessment 3.4 Slotreflectie

8

4. De puntenverdeling 4.1 Beoordeling van de oefenlessen 4.2 Beoordeling van het stageportfolio en het evaluatiegesprek 4.3 Beoordeling van de leerkrachthouding

11

5. De leerkrachthouding 5.1 Attitude t.o.v. de 5.2 Attitude t.o.v. de 5.3 Attitude t.o.v. de 5.4 Attitude t.o.v. de

13

stagebegeleider CVO Panta Rhei de Avondschool stageschool mentor stagecoördinator CVO Panta Rhei de Avondschool

6

Het stageportfolio

14

C

Achteraf

15

14.2

Formulieren voor de stage

16

2


SLO – Didactische Competentie – hoofdstuk 14 : Stage ______________________________________________________________________________

14.1

3

Handleiding DC stage

Inleiding Het vak Didactische Competentie stage kadert in de leerlijn Didactiek. DC stage is het sluitstuk van deze leerlijn. De reeds verworven competenties in DC algemeen, DC praktijkinitiatie en DC oefenlessen worden in deze leereenheid getoetst in een reële klas- en schoolcontext.

1

Beoogde competenties voor DC stage

In DC stage zijn de beoogde eindcompetenties de basiscompetenties voor leerkracht secundair onderwijs. Functioneel geheel 1 - De leraar als begeleider van leer- en ontwikkelingsprocessen 1 de beginsituatie van de leerlingen en de leergroep achterhalen 2 kan doelstellingen kiezen en formuleren in functie van de beginsituatie en de leerplandoelstellingen/eindtermen 3 kan leerinhouden en leerervaringen selecteren, structureren en vertalen tot een samenhangend geheel 4 in functie van de beginsituatie en de doelstellingen gepaste werkvormen en groeperingsvormen kiezen 5 kan individueel en in team leermiddelen/media kiezen en aanpassen 6 kan omgaan met de diversiteit van de groep door te differentiëren in doelen en aanpak 7 kan aangepaste werkvormen en groeperingsvormen toepassen 7.1 kan aangepaste werkvormen bepalen en toepassen (onderwijsleergesprek, kringgesprek, demonstratie, contractwerk, individueel en zelfstandig werk,..) 7.2 kan afwisseling brengen in groeperingsvormen (klassikaal, groepswerk en individueel werk) binnen een les en over de lessen heen 7.3 kan goed gebruik maken van (multi)media 8 kan een krachtige leeromgeving creëren 8.1 de les logisch en doelgericht realiseren (samenhang tussen lesfasen, logische volgorde,…) 8.2 opdrachten helder, duidelijk en volledig formuleren 8.3 gerichte vragen stellen en doorvragen 8.4 leerlingen aanzetten tot reflecteren en zoeken naar eigen oplossingsmethodes 8.5 aansluiten bij de leefwereld van de leerlingen 8.6 van concreet over aanschouwelijk naar abstract werken 8.7 leerlingen uitdagen en motiveren 8.8 met leerlingen terugblikken op het leerproces en dit evalueren 9 kan adequate en correcte taal hanteren in het leerproces en in de omgang met de leerlingen 9.1 zelf een correct AN gebruiken en rekening houden met het taalbeheersingsniveau van de leerlingen 9.2 een heldere uiteenzetting geven, met integratie van schriftelijke of andere ondersteuning 9.3 vragen, opdrachten, evaluatie en feedback mondeling en schriftelijk helder formuleren 9.4 bronteksten toegankelijk maken voor de leerlingen door ze te bewerken op vlak van taal (leerlingencursus) 9.5 constructief reageren op het taalgebruik van leerlingen, ook in de niet-taalvakken


SLO – Didactische Competentie – hoofdstuk 14 : Stage ______________________________________________________________________________

4

Functioneel geheel 2 - De leraar als opvoeder 1 kan een positief klimaat creëren 1.1 kan de eigen onderwijsstijl omschrijven (vriendelijk, gejaagd, rustig, tactvol, zelfzeker, vlot, verlegen, humor, boeiend, gedreven, saai, enthousiast, spontaan, speels, afstandelijk, leerlingnabij,…) 1.2 treedt vlot in interactie met leerlingen 1.3 toont echtheid, empathie en respect 1.4 bevestigt leerlingen 2 kan leerlingen stimuleren tot mondigheid, zelfstandigheid, eigen initiatief en verantwoordelijkheid 3 kan attitudevorming bij de leerlingen stimuleren door voorbeeldgedrag te stellen 4 kan de actualiteit binnenbrengen en ernaar handelen 4.1 betrekt de actualiteit vanuit een kritische ingesteldheid 4.2 toont interesse voor wat bij de leerlingen leeft 5 kan adequaat omgaan met probleemsituaties 6 kan adequaat omgaan met leerlingen met gedragsmoeilijkheden 7 kan het fysiek welzijn van de leerlingen bevorderen (zithouding, algemene hygiëne, klas verluchten,…) Functioneel geheel 3 - De leraar als inhoudelijk expert 1 beheerst vakkennis en -vaardigheden 2 is bereid de eigen deskundigheid en vakkennis te actualiseren en verdiepen 3 kan een geïntegreerd aanbod bieden (link met andere vakgebieden en eindtermen) Functioneel geheel 4 - De leraar als organisator 1 kan een gestructureerd werkklimaat bevorderen. 1.1 maakt afspraken, stelt grenzen, neemt een consequente houding aan 1.2 houdt overzicht op de klasgroep 2 kan een doelgericht en efficiënt dagverloop creëren, dat past in een korte- en langetermijnplanning 2.1 laat gelijktijdige en opeenvolgende activiteiten vlot en soepel verlopen 2.2 bouwt een leerlinggericht les- en dagverloop op 2.3 respecteert een timing en past deze indien nodig aan 3 kan op correcte wijze administratieve taken uitvoeren 4 richt de klasruimte aangenaam en functioneel in Functioneel geheel 5 - De leraar als innovator - de leraar als onderzoeker 1 kan het eigen functioneren bevragen en bijsturen 2 kan op basis van feedback het eigen handelen bijsturen 3 blijft op de hoogte van vakliteratuur en resultaten van onderwijsonderzoek die relevant zijn voor de eigen praktijk 4 kan vernieuwende elementen integreren in de eigen onderwijspraktijk Functioneel geheel 6 - De leraar als partner van de ouders of verzorgers 1 kan zich informeren over en discreet omgaan met gegevens over de leerling 2 kan informatie en advies geven aan ouders/voogd over de jongeren 3 kan de ouders betrekken als partner bij het klas- en schoolgebeuren, rekening houdend met de diversiteit van de ouders Functioneel geheel 7 - De leraar als lid van een schoolteam 1 kan overleggen en samenwerken (met de mentor, met medestudenten en binnen het schoolteam) 2 kan binnen het team overleg plegen over de taakverdeling en deze naleven 3 kan de eigen pedagogische en didactische opdracht en aanpak bespreekbaar maken (met mentor, met medestudenten en binnen het team)


SLO – Didactische Competentie – hoofdstuk 14 : Stage ______________________________________________________________________________

5

Functioneel geheel 8 - De leraar als partner van externen Kan contacten leggen, communiceren en samenwerken met externe instanties, die onderwijsbetrokken initiatieven aanbieden (CLB, bibliotheek,…) Functioneel geheel 9 - De leraar als lid van de onderwijsgemeenschap 1 kan recente ontwikkelingen binnen het onderwijs volgen en deelnemen aan het maatschappelijke debat over onderwijskundige thema's. 2 kan over het beroep als leraar en de plaats ervan in de samenleving reflecteren Functioneel geheel 10 - De leraar als cultuurparticipant kan actuele thema's en ontwikkelingen onderscheiden en kritisch benaderen Attitudes A1 beslissingsvermogen: durven een standpunt in te nemen of tot een handeling over te gaan, en er ook de verantwoordelijkheid voor dragen. A2 relationele gerichtheid: in contacten met anderen kenmerken van echtheid, aanvaarding, empathie en respect tonen. A3 kritische ingesteldheid: bereid zijn zichzelf en zijn omgeving ter discussie te stellen, de waarde van een bewering of een feit, de wenselijkheid en haalbaarheid van een vooropgesteld doel te verifiëren, alvorens een stelling in te nemen. A4 leergierigheid: actief zoeken naar situaties om zijn competentie te verbreden en te verdiepen. A5 organisatievermogen: erop gericht zijn de taken zo te plannen, te coördineren en te delegeren, dat het beoogde doel op een efficiënte manier bereikt kan worden. A6 zin voor samenwerking: bereid zijn om gemeenschappelijk aan eenzelfde taak te werken. A7 verantwoordelijkheidszin: zich verantwoordelijk voelen voor de school als geheel en het engagement aangaan om een positieve ontwikkeling van het kind te bevorderen. A8 flexibiliteit: bereid zijn zich aan te passen aan wijzigende omstandigheden, zoals middelen, doelen, mensen en procedures.

2

Onderdelen van het vak DC stage

Het vak DCs bestaat volledig uit preservicepraktijk (PP) en bevat volgende onderdelen: 1. het observeren van acht lesuren ( en drie observatiereflecties) 2. het geven van twintig lesuren oefenlessen (en lesvoorbereidingen/ reflecties) 3. het bijwonen/uitvoeren van minstens drie overige activiteiten (vijf lesuren) met verslag 4. een begin- en eindassesment 5. het opmaken van het stageportfolio 6. het evaluatiegesprek met de stagebegeleider. Een stagebegeleider vanuit het CVO Panta Rhei de Avondschool zal je begeleiden. Je krijgt een stagebegeleider toegewezen op de eerste stagebijeenkomst bij het begin van het semester (de datum van de eerste bijeenkomst wordt steeds tijdig aangegeven op chamilo.) Tijdens deze eerste bijeenkomst wordt de inhoud en werkwijze van de stage grondig uitgelegd. Gedurende de stageperiode belegt de stagebegeleider een aantal reflectiebijeenkomsten voor de stagiair(s). Deze bijeenkomsten kunnen individueel of klassikaal verlopen. Tijdens deze bijeenkomsten zal de stagebegeleider je vragen naar je vorderingen i.v.m. de stage en kan jij eventuele problemen bespreken i.v.m. de planning van de oefenlessen, de lesvoorbereidingen en het stageportfolio.


SLO – Didactische Competentie – hoofdstuk 14 : Stage ______________________________________________________________________________

6

Aarzel niet om regelmatig de stagebegeleider te raadplegen. De dagen en uren waarop de stagebegeleider ter beschikking is, kunnen variëren van begeleider tot begeleider. Elke begeleider zal daarom aan het begin van de stage een kalender meedelen waarop hij/zij voor reflectiebijeenkomsten beschikbaar is.

3

Omschrijving van de werkwijze voor DC stage

A

Voor je met de stage start

Voor je aan de stage kan beginnen, moet je:   

geslaagd zijn voor dc praktijkinitiatie en dc oefenlessen (DC oefenlessen in CVO Panta Rhei de Avondschool gevolgd); ingeschreven zijn voor de module dc stage 1; de eerste stagebijeenkomst bijwonen.

Schrijf tijdig in: voor DC stage kan slechts ingeschreven worden tot en met de derde lesweek van het semester!

B

De eigenlijke stage

1 De stageschool 1.1 De keuze van de stageschool De stage vindt plaats in het secundair onderwijs, waarvan minstens tien uur in het secundair dagonderwijs. De stage vindt plaats in een onderwijsinstelling naar eigen keuze. Je gaat hiertoe zelf op zoek naar een geschikte stageplaats, behalve voor sommige scholengemeenschappen. Daarvoor moet je eerst contact opnemen met de stagecoördinator (zie chamilo). CVO Panta Rhei de Avondschool hanteert duidelijk omschreven richtlijnen voor wat betreft de afstand van de stageschool ten opzichte van het CVO (zie verder). Je kan kiezen voor één stageschool of voor meerdere stagescholen. Je deelt je keuze van de stageschool mee aan de stagecoördinator van de SLO. Dit doe je aan het begin van de stageperiode minstens één week voor je met de luisterstage start . Je gebruikt hiervoor het formulier A “ Informatieformulier Stageaanvraag”, samen met het formulier B of C ( de stageovereenkomst met de risicoanalyse). Je gebruikt het formulier B “stageovereenkomst AV” als je algemene vakken geeft; als je technische vakken of praktijkvakken geeft, gebruik je het formulier C. Je vindt op het leerplan of je

1

Bij eventuele spreiding van stage moet voor beide semesters ingeschreven worden. De stage moet afgewerkt worden in max. twee semesters. Als de stage niet volledig is afgewerkt binnen de termijn van twee aaneensluitende semesters moet de stage volledig opnieuw gegeven worden.


SLO – Didactische Competentie – hoofdstuk 14 : Stage ______________________________________________________________________________

7

vak een AV, TV of PV is. Heeft de stageschool een eigen risicoanalyse, dan voeg je dit toe bij formulier B of C. De formulieren A, B, C worden steeds SAMEN en IN DRIEVOUD afgegeven aan de stagecoördinator. Ze zijn volledig en leesbaar ingevuld en ondertekend waar nodig. Uiterlijk de laatste zaterdag voorafgaand aan het herfstverlof (eerste semester) of eind maart (tweede semester) moet het CVO je stagescho(o)l(en) kennen. De stagecoördinator keurt de stagescho(o)l(en) definitief goed. Zij stuurt een officiële aanvraag aan de directie van de stageschool, op basis van het A-formulier en de stageovereenkomst. Daarom moeten beide formulieren minstens één week voor de stage begint ingediend zijn. Dit betekent dat geen enkele cursist aan zijn stage (zowel luisterlessen, oefenlessen als overige activiteiten) mag beginnen vooraleer de aanvraag en de stageovereenkomst zijn ingediend en de stageschool goedgekeurd is. Stageactiviteiten uitgevoerd voor de goedkeuring van de stagecoördinator en de stagebegeleider worden nietig verklaard. Cursisten die tijdens de SLO als personeelslid aan een school verbonden zijn, kunnen aan bepaalde voorwaarden een gedeelte of de volledige stage (zie 3.1.2) in de eigen schoolinstelling doorlopen. Cursisten kunnen een deel van de stage, maximum tien lesuren, geven buiten het secundair onderwijs (basiseducatie, Syntra, hoger onderwijs,…) Dit bespreek je met je stagebegeleider. Ook daar moet een competente vakmentor aanwezig zijn. 1.2 De ligging van de stageschool t.o.v. CVO Panta Rhei de Avondschool De stageschool moet in Vlaanderen liggen, op maximum vijftig km van het CVO Panta Rhei de Avondschool. Via routeplanner www.mappy.be (kortste route) wordt het aantal kilometer van het CVO tot de stageschool berekend. Startpunt is hierbij altijd Schoonmeersstraat 26 te 9000 Gent. Als de stageschool op meer dan vijftig km van CVO Panta Rhei de Avondschool gelegen is, betaalt de cursist voor de extra kilometers de verplaatsingsvergoeding van de stagebegeleider. Momenteel bedraagt die € 0,32 per km. Na een stagebezoek wordt dit bedrag aan de stagebegeleider overhandigd.

2 De mentoren De directie/coördinerende mentor van elke stageschool zal één of meerdere vakmentor(en) aanduiden. De vakmentor staat in voor het geven van een aantal demonstratielessen, de begeleiding en evaluatie van de stageperiode. Het is aan te raden om minstens twee vakmentoren te hebben. Op deze manier kom je tijdens je stage in contact met verschillende les- & begeleidingsstijlen. De vakmentor moet aan een aantal voorwaarden voldoen:  de vakmentor is als personeelslid verbonden aan de stageschool  de vakmentor beschikt over een attest van pedagogische bekwaamheid  de vakmentor beschikt over de nodige bekwaamheidsbewijzen wat betreft de door de stagiair gegeven lessen


SLO – Didactische Competentie – hoofdstuk 14 : Stage ______________________________________________________________________________

8

de vakmentor heeft geen familiale of relationele banden met de stagiair.

Vraag dus steeds bij het aanvragen van de stage naar vakmentoren die aan deze voorwaarden voldoen! 3 De stageactiviteiten De stage omvat een reeks activiteiten ter waarde van zeven studiepunten. We bespreken hieronder de lesopdracht (observatie- en oefenlessen), de overige activiteiten, het begin- & eindassessment en de slotreflectie. 3.1 Lesopdracht In DC stage moet je minstens acht lesuren observeren en twintig lesuren oefenles geven in een concrete en reële klassituatie. 3.1.1 Observatiestage (acht lesuren)      

Je meldt je observatiestage aan je stagebegeleider, voor je start met observeren (formulier D1). Observaties die niet vooraf gemeld zijn, worden niet goedgekeurd. De observatiestage gaat door in dezelfde klas(sen) waar je later oefenlessen zal geven, bij de eigen mentoren. Je observeert gedurende acht lesuren. Op basis van deze acht uur schrijf je drie verschillende observatieverslagen. Je kan zelf kiezen welke observatielessen je beschrijft, maar het moeten wel lessen zijn in klassen waar je nadien oefenlessen zal geven. Schrijf kort na het observeren je reflectie aan de hand van formulier D2. Je moet minstens vier lesuren geobserveerd hebben, vooraleer je je eerste oefenles mag geven.

3.1.2 Oefenlessen (twintig lesuren) Je meldt je oefenlessen, minstens één week voor de start van je oefenlessen, aan je stagebegeleider (formulier E1). Oefenlessen die niet vooraf werden gemeld, worden niet goedgekeurd. Soort lessen  Minstens tien lesuren van de oefenlessen moeten gegeven worden in het secundair dagonderwijs. 

Minstens vier lesuren theorielessen (dit mag als afzonderlijk theorievak of als onderdeel van een praktijkvak).

Eén oefenles duurt maximaal vier opeenvolgende lesuren. Dit betekent dat je minstens vijf verschillende lessen zal geven.

Tijdens je stage zorg je voor een variatie aan werkvormen en media, met aandacht voor de activerende werkvormen.

Parallellessen (=zelfde les in verschillende klassen) zijn toegelaten, onder volgende voorwaarden: -je mag dezelfde les slechts twee keer geven, niet drie keer -het aantal lessen is beperkt tot drie ( 3 lesuren twee keer geven)


SLO – Didactische Competentie – hoofdstuk 14 : Stage ______________________________________________________________________________

9

-enkel theorielessen -enkel in secundair dagonderwijs. 

Minimum één evaluatiemoment verplicht in de stage (met maximum één lesuur spenderen aan het afnemen van de evaluatie). In je portfolio steek je bij de betreffende lesvoorbereiding een blanco toets/taak, je verbetersleutel, twee ingevulde toetsen/taken door leerlingen en een puntenlijst van de hele klas. In minstens één les moet je, naast de leerplandoelstellingen, ook werken aan één of meerdere vakoverschrijdende eindtermen (VOET). Je noteert die VOET(‘en) bij je leerplandoelstellingen. Bij je lesdoelstellingen vermeld je welke te maken hebben met die VOET (‘en). Bij alle oefenlessen (dus ook het pakket van tien lesuren in de eigen school) dient een vakmentor aanwezig te zijn. Lessen die niet bijgewoond worden door een competente vakmentor worden niet als oefenles erkend.

Timing Je geeft de oefenlessen gespreid in de tijd; je kan je stage niet in één week afwerken. Er moeten minstens vijf verschillende lesdagen oefenlessen zijn. Tussen de verschillende lessen laat je voldoende tijd, zodat reflectie mogelijk is en je je toekomstig onderwijsgedrag kan aanpassen aan de opmerkingen en suggesties van de vakmentor en de stagebegeleider. Alleen op die manier kan sprake zijn van een evolutie in je didactisch en pedagogisch handelen. Je overlegt je planning steeds met je stagebegeleider. Tip: beperk je eerste lesdag oefenstage tot twee uur oefenlessen. Beginassessment  Voor je aan de oefenlessen begint, vul je het beginassessment in (zie formulier H). Dit bezorg je aan je stagebegeleider. Lesvoorbereidingen  Voor elke oefenles maak je een degelijke lesvoorbereiding, aan de hand van het officiële lesvoorbereidingsformulier (formulier E2) van CVO Panta Rhei de Avondschool.  Eén week voor het geven van je eerste les geef je de lesvoorbereiding af aan de stagebegeleider.  Het is aan te bevelen de lesvoorbereidingen op voorhand af te geven aan de vakmentor en aan de stagebegeleider. Zo kan je voorafgaand aan de eigenlijke les nuttige feedback krijgen. Wanneer je lesvoorbereidingen moet afgeven aan je vakmentor bepaalt de vakmentor zelf. Reeds actief in het onderwijs?  Stagiairs die gedurende de SLO al in het onderwijs werken, rechtsreeks of onrechtsreeks, geven ook twintig lesuren oefenlessen. 

Stagiairs die minstens een halftijdse lesopdracht in het secundair onderwijs (dag- of avondonderwijs) hebben, kunnen de volledige stage in de eigen onderwijsinstelling uitvoeren. Daarbij moeten ze rekening houden met volgende zaken: – minstens tien lesuren in eigen klassen geven


SLO – Didactische Competentie – hoofdstuk 14 : Stage ______________________________________________________________________________

10

minstens tien lesuren worden bijgewoond door een bekwame vakmentor (collega-leerkracht die voldoet aan de eisen van een vakmentor). (Zij kunnen ook de reguliere regeling van DC stage volgen.) 

Stagiairs die minder dan een halftijdse lesopdracht hebben in het secundair onderwijs (dag- of avondonderwijs) kunnen maximaal tien lesuren in de eigen onderwijsinstelling als stagelessen laten meetellen. Bij deze tien lesuren is steeds een bekwame vakmentor (collega-leerkracht die voldoet aan de eisen van een vakmentor) aanwezig. De overige tien lesuren geven ze in een onderwijsinstelling waaraan ze niet als personeelslid verbonden zijn. Ook bij deze lesuren is een bekwame vakmentor aanwezig. Om je stage in je eigen onderwijsinstellingen te plannen, zijn er twee mogelijkheden: -je geeft oefenlessen in je eigen klassen, terwijl een vakcollega als vakmentor optreedt en deze lessen dus bijwoont; -je geeft oefenlessen in de klassen van je collega, terwijl deze vakcollega als vakmentor optreedt en deze lessen bijwoont.

Stagiairs die een lesopdracht in het hoger onderwijs, basiseducatie,… hebben, kunnen maximaal tien lesuren in de eigen instelling als stagelessen laten meetellen. De overige tien lesuren geven ze in het secundair dagonderwijs. Bij àlle oefenlessen is een bekwame vakmentor (collega-leerkracht die voldoet aan de eisen van een vakmentor) aanwezig. Noot: je hoeft geen stage in je eigen onderwijsinstellingen te doen. Je kan opteren om je volledige stage in een andere school te geven.

Reflectie  Je schrijft minstens 6 verschillende reflecties, steeds a.d.h.v. de reflectieleidraad (formulier E3):  na de eerste oefenles is de schriftelijke reflectie verplicht  de overige 5 reflecties kan je kiezen: je kiest zelf na welke lessen je een reflectie schrijft Feedback van de vakmentor  De vakmentor vult na elke les het formulier F1a ‘Lesbeoordeling vakmentor’ in. De feedback wordt samen met jou besproken, kort na het geven van de oefenles. Het is belangrijk dat dit gebeurt vóór het geven van je volgende oefenles. Enkel op deze manier kan jouw didactisch en pedagogisch handelen groeien.  Aan het eind van de stageperiode bij een vakmentor, vult de vakmentor het formulier ‘Eindbeoordeling (formulier F2) en de attitudeschaal (formulier F3) in. De eindbeoordeling bevat de synthese van je evolutie tijdens de stage.

3.2 De overige activiteiten Naast de observatiestage (acht lesuren) en oefenstage (twintig lesuren) besteed je ook minstens vijf uur aan ‘overige activiteiten’. Het is immers de bedoeling dat je kennismaakt met alle aspecten van het schoolleven om zo inzicht te verwerven in de complexe taakuitoefening van de leerkracht (zie basiscompetenties).


SLO – Didactische Competentie – hoofdstuk 14 : Stage ______________________________________________________________________________

11

Deze activiteiten houden rechtsreeks verband met de voorbereiding, de realisatie en de bespreking van concrete onderwijssituaties waarmee je in je toekomstige onderwijsloopbaan geconfronteerd zal worden. Je moet tijdens deze vijf uur minstens drie verschillende activiteiten uitoefenen. Mogelijke activiteiten zijn:  Begeleiden van een deelgroep, zoals het controleren of remediëren tijdens een toepassingsfase.  Begeleiden van huiswerkbegeleiding op de stageschool.  Mee organiseren en/of begeleiden van binnenschoolse en buitenschoolse activiteiten zoals excursies, vieringen, schoolsportdag, schoolfeest,…  Helpen bij toezichten tijdens speeltijden, pauzes, studie-uren,…  Ontwerpen van een uitgebreid oefeningenpakket (dat verder reikt dan je eigen lessen).  Construeren van didactisch materiaal (dat verder reikt dan je eigen lesvoorbereiding).  Uitschrijven van een degelijke syllabus voor de leerlingen.  Bijwonen van een klassenraad, deliberatieraad, oudervergadering, vakvergadering,…  Deelname aan vernieuwingsproject.  Bijwonen van een vorming.  Bijwonen van een pedagogische studiedag.  Stagebegeleiding. Je stagebegeleider zal je gekozen activiteiten goedkeuren. Na elke activiteit maak je een verslag (formulier G2), aangevuld met toelichtend materiaal (vergaderagenda, notulen, gemaakte syllabus, toets met verbetersleutel en resultaten,…). Elk verslag wordt bovendien ondertekend door de vakmentor/de directie en gestempeld. In het verslag vermeld je volgende zaken:  de datum waarop de activiteit werd uitgevoerd  het tijdstip waarop de activiteit aangevat en beëindigd werd  de plaats waar de activiteit plaatsgevonden heeft  een bondig maar volledig verslag van de activiteit  een persoonlijke evaluatie van de activiteit (wat vond je ervan, wat was leerrijk, hoe verliep het contact met de lln of met de collega’s,…)  een bewijsstuk vanwege directie of mentor dat de activiteit uitgevoerd of bijgewoond werd. Alle bewijsstukken dragen de stempel van de stageschool.

3.3. Eindassessment Na je oefenlessen vul je je eindassessment in (formulier H, deel 2). In het eindassessment staat ook een opdracht voor je stagebegeleider. Dit zal ingevuld worden bij het nakijken van je portfolio en wordt besproken tijdens het eindevaluatiegesprek.


SLO – Didactische Competentie – hoofdstuk 14 : Stage ______________________________________________________________________________

12

3.4 Slotreflectie In je slotreflectie maak je de balans op van je ervaring in de SLO (leerrijke momenten, moeilijke momenten, interessante inhouden, suggesties,…)

4 De puntenverdeling DC stage bevat drie evaluatieonderdelen: – – –

oefenlessen (lesuitvoeringen) stageportfolio en evaluatiegesprek attitudes

160 punten 140 punten zie attitudeschaal

Om voor het vak DCs te slagen moet aan volgende voorwaarden voldaan zijn: – geslaagd zijn voor elk van de drie bovenstaande onderdelen afzonderlijk – alle opdrachten uitgevoerd hebben – het volledige stageportfolio DCs tijdig ingediend hebben op het einde van het semester (een voorwaarde om punten toegekend te krijgen voor het vak DCs). 4.1 Beoordeling van de oefenlessen (160 punten) gebaseerd op: – de lesbeoordelingen (formulier F1a) ingevuld door de vakmentor – de eindbeoordeling (formulier F2) ingevuld door de vakmentor – de lesbeoordelingen (formulier F1b) ingevuld door de stagebegeleider De beoordeling van de lesuitvoering is onderverdeeld in 5 onderdelen: 1. lesopbouw 2. didactische werkvormen 3. media 4. leerkrachthouding 5. taalgebruik Bij de quotering wordt volgende beoordelingsschaal gehanteerd: Onvoldoende

+/-

Ruim onvoldoende Onvoldoende met duidelijke tekorten waaraan gewerkt moet worden

Voldoende

+ ++

Voldoende (goed) met concrete werkpunten Ruim voldoende (heel goed)

De vakmentor quoteert de vijf onderdelen. De stagebegeleider quoteert de vijf onderdelen en geeft een globale beoordeling (per les) Deze quotering voor de totale lesuitvoering (per les) is een som van de vijf onderdelen. De lesuitvoering is onvoldoende als: – er minstens één onderdeel ruim onvoldoende wordt gequoteerd; – er minstens twee onderdelen onvoldoende met duidelijke tekorten worden gequoteerd. Bij twee onvoldoendes – voor een totale lesuitvoering- door de stagebegeleider, wordt een stagebezoek gepland waarbij de stagebegeleider vergezeld wordt door de stagecoördinator of een mede-stagebegeleider. Wordt dit stagebezoek als voldoende gequoteerd, kan de cursist slagen. Is dit stagebezoek onvoldoende, dan worden de oefenlessen als onvoldoende beoordeeld.


SLO – Didactische Competentie – hoofdstuk 14 : Stage ______________________________________________________________________________

13

4.2 Beoordeling van het stageportfolio en het evaluatiegesprek (140 punten) Bij de beoordeling van het stageportfolio zal bijzondere aandacht worden besteed aan de degelijkheid van de reflectieverslagen en de lesvoorbereidingen van de oefenlessen. Verder dient uit de persoonlijke verslagen en het assessment duidelijk te blijken dat jij (rekening houdend met de mogelijkheden op de stageschool) hebt deelgenomen aan een zo ruim mogelijk aantal activiteiten van het lerarenberoep. Er wordt immers nagegaan of je de nodige basiscompetenties bereikt hebt. De puntenverdeling is: 1. observatieverslagen 2. schriftelijke lesvoorbereidingen 3. reflecties van de oefenlessen 4. reflecties van de activiteiten 5. begin- en eindassessment 6. volledigheid & lay-out van het portfolio

20 40 30 20 20 10

4.3 Beoordeling van de leerkrachthouding (zie attitudeschaal) Hierbij wordt nagekeken of jij gedurende de stageperiode bewezen hebt dat je als toekomstig leerkracht kan functioneren in een schoolgemeenschap. Verder zal worden nagegaan of jij, als toekomstige leerkracht, stipt bent in het nakomen van afspraken en correct bent in de omgang met de leerlingen, leerkrachten en directie van de stageschool alsook met de stagebegeleider van het CVO. Het stageportfolio wordt steeds afgegeven op de laatste lesdag van het semester waarin de stage afgewerkt wordt. Er is dus geen tweede examentijd mogelijk voor het stageportfolio.

5 De leerkrachthouding 5.1 Attitude t.o.v. de stagebegeleider CVO Panta Rhei de Avondschool      

Je houdt je stagebegeleider regelmatig op de hoogte van de evoluties m.b.t. je stage. Je kondigt je observatiestage vooraf aan aan de stagebegeleider. Je meldt je oefenlessen steeds 7 dagen voor aanvang schriftelijk aan de stagebegeleider van CVO, door middel van formulier E1. Je geeft je eerste lesvoorbereiding één week voor het geven van die les af aan je stagebegeleider. Je dient je beginassessment in voor je start met de oefenlessen. Je meldt elke verhindering ten laatste voor de aanvang van het eerste lesuur aan de stagebegeleider van het CVO Panta Rhei de Avondschool. Ongewettigde afwezigheid zal gesanctioneerd worden met het afbreken van de stage.

5.2 Attitude t.o.v. de stageschool   

Je meldt je bij het aanvragen van de stage zeker bij de directie/coördinerende mentor. Je eerbiedigt het schoolreglement van de stageschool. Je gedraagt je als een gast. Dit impliceert een onberispelijk gedrag, fatsoenlijke kledij en taalgebruik en een aangepaste omgang met alle personeelsleden en leerlingen van de stageschool.


SLO – Didactische Competentie – hoofdstuk 14 : Stage ______________________________________________________________________________

  

14

Je dient steeds tijdig aanwezig te zijn, zodat de lessen (of overige stageactiviteiten) op de vastgestelde tijd kunnen beginnen. Elke verhindering moet ten laatste voor de aanvang van het eerste lesuur meegedeeld worden aan de school waar men stage loopt. Aan het einde van de stage neem je afscheid en dank je de directie en de mentoren.

5.3 Attitude t.o.v. de mentoren Zodra de toestemming voor de stage werd verleend, worden met de mentor afspraken gemaakt i.v.m.:  de stageopdracht in het algemeen  de beginsituatie van de klassen (omvang, aantal jongens en meisjes, niveau, algemene sfeer, bijzonderheden, …)  het lessenrooster  de gebruikte hand- en leerboeken  de aanwezige media  inzage in de agenda en schriften van de leerlingen  mogelijkheid tot kopiëren van oefenblaadjes ed.  het vooraf afgeven van de lesvoorbereidingen. Je mentor(en) en jij stellen in samenspraak een programma met stageopdrachten vast, waaronder het bijwonen van ten minste acht lesuur observatielessen, het geven van minimum twintig lesuren en het bijwonen/uitvoeren van drie verschillende activiteiten. Tijdens je stage bezorg je de vakmentor(en) voldoende blancoformulieren F1a, F2 en F3. De hoofding vul je telkens zelf in.

5.4 Attitude t.o.v. de stagecoördinator CVO Panta Rhei de Avondschool     

6

Je geeft de formulieren A, de stageovereenkomst B of C, in drievoud en volledig ingevuld af, aan de stagecoördinator, minstens 1 week voor het starten van de stage (tijdens het spreekuur). Het A-formulier moet ondertekend zijn door de stagiair. De stageovereenkomst moet ondertekend zijn door de stagiair en de stageschool (=stagegever). De risicoanalyse moet ondertekend zijn door de stageschool. Als deze formulieren in orde zijn, stuurt de stagecoördinator een aanvraag naar de stageschool via mail. Bij een positief antwoord van de stageschool, wordt de stageaanvraag goedgekeurd. Jij en je stagebegeleider krijgen daarvan bevestiging via mail. Dan pas kan de stage gestart worden.

Het stageportfolio

Je houdt gedurende je stage een persoonlijk stageportfolio bij. Aan het eind van de stage (de laatste lesdag van het semester) overhandig je één exemplaar aan je stagebegeleider. Het portfolio wordt pas ingediend als de stage volledig is afgerond. Dit portfolio bevat minstens volgende delen (gescheiden door tussenbladen):


SLO – Didactische Competentie – hoofdstuk 14 : Stage ______________________________________________________________________________

15

INLEIDING  Voorblad met als titel: Stageportfolio Specifieke LerarenOpleiding; schooljaar en semester, jouw naam, de naam van de stageschool, de namen van de stagebegeleider CVO en van de mentor(en).  Inhoudsopgave met paginering: elke bladzijde dient genummerd te worden, onafhankelijk van het feit of het stageportfolio bestaat uit losse bladen dan wel een ingebonden schrift is. Dit mag door middel van een balpen.  Voorwoord Deel 1  Je curriculum vitae  Formulier A (stageaanvraag)  Formulier B of C (stageovereenkomst met risicoanalyse) Deel 2  Overzichtslijst (formulier D1) van de observatie-uren, afgetekend door de resp. mentor en afgestempeld door de stageschool  Observatieverslagen (formulier D2) aan de hand van de reflectieleidraad van de luisterstage. Deel 3  Overzichtslijst (formulier E1) van de oefenstage-uren  Gerangschikt per oefenles: °lesvoorbereiding via de officiële lay-out van onze school °lesbeoordeling (formulier F1a) ingevuld en ondertekend door de mentor °reflectieverslag (formulier E3) aan de hand van de reflectieleidraad van de oefenstage (indien van toepassing) °lesbeoordeling (formulier F1b) ingevuld en ondertekend door de stagebegeleider van CVO (enkel voor de lessen die bijgewoond werden door een stagebegeleider van het CVO)  Eindbeoordeling (formulier F2) ingevuld + ondertekend door de mentor(en) van de stageschool

Deel 4  Overzichtslijst (formulier G1) van de overige activiteiten, getekend door de mentor/de directie en afgestempeld door de stageschool  Verslagen (formulier G2) van de overige activiteiten, aangevuld met toelichtend materiaal bv. vergaderuitnodigingen, vergaderverslagen, gemaakte syllabus, …

Deel 5  Attitudeschaal (formulier F3) ingevuld door de resp. mentoren  Attitudeschaal (formulier F3) ingevuld door de stagiair  Attitudeschaal (formulier F3) ingevuld door de stagebegeleider van het CVO SLOT  Begin- en eindassessment (formulier H)  Slotreflectie


SLO – Didactische Competentie – hoofdstuk 14 : Stage ______________________________________________________________________________

C

16

Achteraf

  

14.2

Je geeft het stageportfolio af aan je stagebegeleider, ten laatste op de laatste lesdag van het semester. Deze datum wordt bij de eerste reflectiebijeenkomst meegedeeld. Bij de laatste reflectiebijeenkomst of bij het afgeven van het stageportfolio wordt een datum afgesproken voor het evaluatiegesprek tussen de stagiair en de stagebegeleider. Dit gesprek is een verplicht onderdeel van de stage. Het stageportfolio wordt bewaard in het archief van het CVO of je bewaart het minstens 3 jaar zelf. Je stagebegeleider brengt je daarvan op de hoogte.

FORMULIEREN VOOR DE STAGE

Formulier A

Informatieformulier stageaanvraag  in te vullen door de stagiair en de stageschool  te ondertekenen door de stagiair  af te geven, minstens 1 week voor de stage start, aan de stagecoördinator, in drievoud

Formulier B

Stageovereenkomst Algemene Vakken  in te vullen door de stageschool  te ondertekenen door de stagiair en de stageschool  af te geven, minstens 1 week voor de stage start, aan de stagecoördinator, in drievoud

Formulier C

Stageovereenkomst Technische Vakken of Praktijkvakken  in te vullen door de stageschool  te ondertekenen door de stageschool  af te geven, minstens 1 week voor de stage start, aan de stagecoördinator, in drievoud

Formulier D1

Aanmelding luisterlessen stage  in te vullen door de stagiair  te melden, minstens 1 dag voor de luisterstage start, aan de stagebegeleider  te ondertekenen door de mentor (voor het stageportfolio)

Formulier D2

Reflectie - Leidraad bij de observatielessen  in te vullen door de stagiair bij het observeren (3 keer)

Formulier E1

Aanmelding oefenlessen stage  in te vullen door de stagiair  af te geven, minstens 1 week voor het geven van de oefenles(sen), aan de stagebegeleider

Formulier E2

Lesvoorbereidingsformulier

Formulier E3

Reflectie - Leidraad bij de stagelessen  in te vullen door de stagiair na de stageles (6 keer)

Formulier F1a

Lesbeoordelingsformulier voor de vakmentor


SLO – Didactische Competentie – hoofdstuk 14 : Stage ______________________________________________________________________________

  

17

in te vullen door de vakmentor te bezorgen door de stagiair aan de vakmentor bij aanvang van elke oefenles vooraf de hoofding in te vullen door de stagiair

Formulier F1b

Lesbeoordelingsformulier voor de stagebegeleider  in te vullen door de stagebegeleider  te bezorgen door de stagiair aan de stagebegeleider bij aanvang van de bijgewoonde oefenles  vooraf de hoofding in te vullen door de stagiair

Formulier F2

Leidraad bij de eindbeoordeling  in te vullen door de mentor aan het eind van de stageperiode  te bezorgen door de stagiair aan de mentor bij het begin van de stage

Formulier F3

Attitudeschaal  1 exemplaar in te vullen door de stagiair  1 exemplaar in te vullen door de mentor  1 exemplaar in te vullen door de stagebegeleider

Formulier G1

Overzicht overige activiteiten stage  in te vullen door de stagiair  te ondertekenen door de mentor(en)

Formulier G2

Verslag overige activiteiten  op te maken door de stagiair  te ondertekenen door de mentor

Formulier H

Begin- en eindassessment  in te vullen door de stagiair (voor en na de oefenlessen  in te vullen door de stagebegeleider (na het indienen van het portfolio)

We wensen je een leerrijke stage toe! De stagebegeleiders Bruno Mulier, Hilde De Paepe, Inge Vaernewyck, Kim Rau, Jan Vanwetteren De stagecoördinator Inge Vaernewyck (inge.vaernewyck@avondschool.be) Het departementshoofd Pascale Vanwijnsberghe


stagehandleiding