Issuu on Google+

Perspectief Tweemaandelijks magazine van de Centrale voor Middelbare en Hogere Functionarissen (CMHF)

89e jaargang

21 december 2007

www.cmhf.nl

Nummer 6

Nieuwe wegen Het kabinet Balkenende IV is het commissiekabinet. Sinds het aantreden, nu ruim een jaar geleden zijn er al twintig commissies ingesteld. De commissie die het ontslagrecht gaat onderzoeken is de laatste in de rij. Nooit eerder schoof een kabinet zo vaak beslissingen voor zich uit. “Dynamiek combineren met zekerheid�, zo omschreef Balkenende de ambitie van dit kabinet. De dynamiek lijkt op dit moment wat minder prioriteit te krijgen. Voorlopig mag het kabinet van het CPB rekenen op een aanhoudende groei. Met een groei van 2,75 procent dit jaar en 2,5 procent in 2008 presteert

de Nederlandse economie al drie jaar achter elkaar bovengemiddeld. Economische groei is noodzakelijk, zeker met het oog op de komende vergrijzing. Maar groei kan op verschillende manieren plaatsvinden, en de vraag die steeds vaker wordt gesteld is of groei in zijn huidige vorm nog wel wenselijk is, gezien de prijs die we ervoor betalen. Jaap van Duijn, columnist en voormalig

topman bij Robeco heeft hier een geheel eigen visie op. Zo is de verkeersintensiteit ruim vier keer zo hoog als veertig jaar geleden. Met de gevolgen hebben we allemaal dagelijks te maken: ellenlange files, uitstoot van broeikasgassen, geluidshinder en een overvol landschap. In 2008 moet het kabinet haar verantwoordelijkheid gaan nemen: niet langer beslissingen uitstellen, maar durven kiezen. Nieuwe wegen inslaan, en kiezen voor een duurzame, innovatieve economie. Dat vereist investeringen, maar bovenal lef.

pagina 1


visser

perspectief

december 2007

Jaap van Duijn pleit voor een verandering in het economisch denken

“Groeidenken is oud erwets en achterhaald” Jaap van Duijn is topeconoom en auteur van het boek ‘De groei voorbij’. We moeten los van de associatie van economische dynamiek met zoevende auto’s, rokende fabrieken en vliegtuigen. “Groei betekent niet automatisch vooruitgang.”

De komende vier jaar moeten er zo’n dertienduizend rijksambtenaren verdwijnen. Roel Bekker is de secretaris-generaal die aan deze operatie gestalte gaat geven. De CMHF volgt samen met de andere centrales en met onze vertegenwoordigers in de ondernemingsraden dit proces kritisch, en laat waar nodig een krachtig (tegen)geluid horen. Belangenbehartiging blijft de eerste zorg van de CMHF. Daarom zijn er in 2007 belangrijke stappen gezet in de (interne) organisatie, om dit in de toekomst nog effectiever en efficiënter te kunnen doen. Deze maand informeren wij hierover de ledenraad, om in de eerste helft van 2008 tot besluitvorming te komen. Ik wens u allen een vredig jaareinde en een goede start voor 2008 toe. Reginald Visser is voorzitter van de CMHF

pagina 2

Nederland wil met behulp van Schiphol en de Rotterdamse haven een distributieland zijn. Dat kan nooit de bedoeling zijn geweest, denkt Jaap van Duijn. “Waarom zouden wij als klein en overvol land ons juist richten op distributie? Veel van Schiphols groei is geen vooruitgang. De toegevoegde waarde is gering; de negatieve effecten hebben de overhand gekregen. Denken in termen van

“De prioriteit ligt bij het onderwijs” economische groei is volkomen achterhaald. We hebben te weinig oog gehad voor de negatieve effecten die dat met zich meebrengt.” Materiële groei was lang het Nederlandse ideaalbeeld, maar zo langzamerhand dringt het besef door dat we letterlijk en figuurlijk dichtslibben. Nederland is het volste land van Europa, en kent een gigantisch fileprobleem.

Stop met koopkrachtplaatjes

Welzijn is ondergeschikt geraakt aan bezit, en de dupe geworden van economische groei. Klimaat, natuur, ruimte, milieu zijn ingeruild voor materie. Groei zou gericht moeten zijn op kwaliteitsverbetering, en niet op nog meer euro’s. Van Duijn vraagt zich af

of mensen nou wel echt behoefte hebben aan steeds meer spullen. “Wat mij opvalt in enquêtes is dat mensen vaak aangeven dat zij zich druk maken over veiligheid, klimaat en verloedering van de openbare ruimte. Allemaal zaken die te maken hebben met welzijn. Niemand die aangeeft dat hij zich druk maakt om werkloosheid of inkomen.” Laat het kabinet dus stoppen met het presenteren van koopkrachtplaatjes, want die zitten wel goed, volgens Van Duijn, en zich in plaats daarvan richten op natuur en milieu.

grote behoefte aan mensen die kiezen voor bètavakken, en niet langer voor de ‘praatvakken’, zoals Van Duijn studies als rechten en bedrijfskunde noemt. Nederland heeft ongelooflijk veel praters in de vorm van managers, die een structureel hogere beloning krijgen dan de ondernemers. Veel praters zorgen voor minder groei. De groei lijkt er ook uit te zijn in het

ruimte om ‘normaal’ te groeien. Dat wil zeggen door middel van organische groei, waarbij bedrijven meer proberen af te zetten in hun afzetmarkt. De enige manier die organisaties nog rest is, groei door overname. Dit patroon zal zich de komende jaren nog doorzetten. Ook Stork zal uiteindelijk verdwijnen, denkt Van Duijn. “Stork zal zwichten. Nederland is relatief

Praters

Nederlandse bedrijfsleven, dat in 2007 met de ondergang van ABN AMRO definitief in de uitverkoop leek te zijn gegaan. De overname van ABN AMRO is volgens Jaap van Duijn onderdeel van een groter patroon. “Voor een West-Europese onderneming is er nauwelijks meer

klein. Alleen als een onderneming beschikt over superieur management, zal zij de overnamedruk kunnen weerstaan.”

Beschamend

Van distributieland naar innovatie- en technologieland. Daar ligt volgens Van Duijn de toekomst van de Nederlandse economie. “Daarnaast biedt natuurlijk de zorgsector perspectief. Deze zal de komende jaren alleen maar verder stijgen, met dank aan de vergrijzing.” De vergrijzing is een demografische factor van belang, die nu al zijn sporen nalaat. Van Duijn: “Dankzij de vergrijzing is er een hele generatie die gericht is op behoud. Alles moet blijven zoals het is. Dat zien we ook terug in het huidige kabinet. Het CDA wil niets doen aan de hypotheekrente, de PvdA wil niets doen aan het ontslagrecht. Het kabinet wil vooral niets doen, en hoopt dat de problemen vanzelf verdwijnen.” Het in stand

Cartoon: Tom Janssen

Het afgelopen jaar stond in het teken van ontslagrecht en de afslanking van de rijksoverheid. Versoepeling van het ontslagrecht was volgens het kabinet nodig om met name oudere werklozen aan een baan te helpen. De vakcentrales sloegen de handen ineen en besloten tot landelijke acties. Het thema leidde echter tot een politieke impasse, waar een typisch Haagse oplossing voor werd gevonden. Voorlopig zijn aanpassingen van het ontslagrecht van tafel, en politiek Den Haag stelt een commissie in. Deze moet zich buigen over de vraag hoe meer mensen aan het werk kunnen komen. Of de aanpassingen in het ontslagrecht echt van tafel zijn, is nog maar de vraag. Eerst zien, dan geloven, is het commentaar van de CMHF.

houden van de hypotheekrenteaftrek kost het kabinet jaarlijks tien miljard. Tegelijkertijd moet minister Plasterk van Onderwijs in zijn eigen begroting op zoek naar de benodigde een miljard voor de lerarensalarissen. Ook heeft het kabinet geen drie miljard over voor de Zuiderzeelijn, terwijl dat een ontlasting van het wegverkeer zou betekenen.

Wat moet het kabinet dan wél doen? “De prioriteit ligt bij het onderwijs”, zegt Van Duijn. “Daar zou de regering veel in moeten investeren. Het is beschamend te zien hoe weinig Nederland over heeft voor het onderwijs.” Er is

Een week na dit interview bleek de overname van Stork een feit.(red)

pagina 3


sta n d p u n t

pagina 4

perspectief

Piet Helmholt, voorzitter van de Vereniging voor de Rijksinspectie van het Onderwijs:

Kars Veling, algemeen directeur Johan de Wit Scholengroep Den Haag:

“Scholen zijn klaar voor minder toezicht”

“Onderwijsinspectie moet meer oog hebben voor omstandigheden”

“In het vernieuwde toezicht krijgen scholen die een goed kwaliteitsbeleid voeren, minder toezicht dan de scholen die zover nog niet zijn. Dat mensen hun bedenkingen hierbij hebben, is begrijpelijk. Vrijwel iedereen is via kinderen of kleinkinderen betrokken bij het onderwijs, en kwaliteit van onderwijs is belangrijk: van een goede basis hebben kinderen de rest van hun leven voordeel. Toch vind ik risicogestuurde Inspectie gerechtvaardigd, want veel scholen zijn er klaar voor. Mede dankzij de schaalvergroting zijn schoolbesturen sterk geprofessionaliseerd in de loop der jaren. Daarnaast zijn er allerlei instanties die scholen kunnen ondersteunen bij hun kwaliteitsbeleid. Bovendien blijft de verantwoordingsplicht, ook voor goed draaiende scholen. We baseren ons daarbij vooral op feitelijke gegevens die de school aanlevert. Besturen mogen zelf bepalen hoe zij resultaten inzichtelijk willen maken, maar wij pleiten wel voor landelijk genomineerde standaarden, zoals bijvoorbeeld de Cito-toetsen. Alleen dan kun je gegevens goed vergelijken. Sommige scholen, bijvoorbeeld de Jenaplanscholen, werken niet met landelijke standaarden. Met hen zoeken we naar andere manieren om de resultaten in kaart te brengen. Onderwijsinspecteurs hebben de afgelopen jaren meer ruimte ge-

“Ruimte voor de professionals in het onderwijs betekent dat de school medewerkers de ruimte geeft en ze ondersteunt met bijvoorbeeld materiaal en apparatuur. Zo besteden wij extra aandacht aan de taalachterstand van (allochtone) leerlingen. Alle docenten hebben dit een plaats gegeven in hun onderwijsprogramma. Omdat het belangrijk is de resultaten van je beleid te meten, laten we stagiaires van Universiteit Leiden jaarlijks de

kregen bij de ‘weging’ van feitelijke gegevens. Ze kunnen daardoor in hun beoordeling rekening houden met bijzondere omstandigheden en de omgeving waarin de school functioneert. Als scholen het niet eens zijn met onze beoordeling, is er altijd ruimte voor overleg. Ook krijgen ze de mogelijkheid om hun eigen visie te vermelden in onze rapporten. Onze vereniging is blij met de toenemende ruimte voor de inspecteur en de intentie van de

Geef ons de ruimte overheid om die ruimte de komende jaren nog verder uit te breiden. Zo’n twintig jaar geleden had de inspecteur ook veel ruimte, maar toen ontaardde dat nogal eens in hobbyisme, waardoor scholen afhankelijk werden van de persoon van de inspecteur. Daarop volgde een periode waarin duidelijkheid en eenduidigheid voorop stonden. Om het risico van hobbyisme uit te sluiten, zetten we sterk in op scholing, overleg en intervisie. Een prima ontwikkeling!”

niveauverbeteringen onderzoeken. Als beleid niet het beoogde effect heeft, kun je het geld beter anders inzetten. Ruimte voor de professional is wat mij betreft dus duidelijk niét: zoek het maar uit. Zo sta ik niet achter het nieuwe risicogestuurde toezicht waarin scholen die goed presteren, slechts eenmaal in de vier jaar worden bezocht. Efficiënter werken is natuurlijk altijd goed, maar bezuinigen op de Inspectie vind ik geen goed plan. Het is de waarborg voor kwaliteit. Bovendien wil ik graag verantwoording afleggen en laten zien wat onze school doet. Dat hoort

december 2007

bij de ruimte voor eigen beleid. Toezicht mag van mij scherp en eenduidig zijn, maar moet wel oog hebben voor de omgeving waarin de school werkt. Daar schiet de huidige Inspectie wel eens tekort. De beoordelingscriteria zijn te star en houden geen rekening met bijzondere omstandigheden. Neem bijvoorbeeld het kengetal van het aantal leerlingen dat ‘onvertraagd’ – zonder zittenblijven – het diploma haalt. Onze cijfers worden sterk vertekend door de leerlingen die wij inschrijven voor het volwassenenonderwijs. Wij fungeren voor hen als poortschool en maken hun deelname aan dat onderwijs mogelijk. In het algemeen zijn dit niet de meest succesvolle leerlingen. Daarmee beïnvloeden ze onze kwaliteitskaart negatief, en daar heb ik een probleem mee. Ander voorbeeld: de Inspectie kijkt of een leerling na enkele jaren in het voortgezet onderwijs nog steeds op het niveau zit van het advies van de basisschool. Veel basisscholen brengen een optimistisch advies uit als ze weten dat leerlingen naar onze school gaan. ‘Johan de Wit krijgt dat niveau wel voor elkaar’ denken ze. Wij worden vervolgens afgerekend op een hoog niveau, en ook daarvoor is geen oog bij de kwaliteitskaart. Kortom, ik zou graag zien dat de Inspectie meer openstaat voor bijzonderheden.”

pagina 5


professionals

beleid

perspectief

december 2007

Uruzgan: blijven of stoppen?

Wie betaalt de rekening?

De missie voortzetten, taken geleidelijk overdragen of direct de aftocht blazen? De Nederlandse regering wikt en

Het advies van de Commissie Leraren onder voorzitterschap van Rinnooy Kan luidde de noodklok

weegt over verlenging van de Task Force Uruzganmissie in Afghanistan. Helemaal stoppen ligt volgens Peter van

over de positie van de leraren. Eindelijk, was de verzuchting in onderwijsland. Maar wie krijgt de

Maurik, voorzitter van de Koninklijke Vereniging van Marineofficieren (KVMO), het minst voor de hand.

rekening gepresenteerd?

“De wederopbouw van Uruzgan is in volle gang en de veiligheid van burgers is nog niet gegarandeerd.” De NAVO-bondgenoten en de Afghaanse regering zijn voorstander van een langer Nederlands verblijf in de Afghaanse provincie Uruzgan. Ook het onlangs uitgelekte advies van Nederlands’ hoogste militair, generaal Dick Berlijn, lijkt hierop te wijzen. Berlijn gaf in dit advies de randvoorwaarden aan voor een tweejarige verlenging van de missie vanaf augustus 2008. KVMO-voorzitter Van Maurik neemt namens zijn organisatie in beginsel geen standpunt in over een langer militair verblijf. “Zo’n keuze hoort bij de politiek, wij laten onze stem pas horen als een politiek besluit over deze missie onvoldoende onderbouwd of incompleet is. Bijvoorbeeld als de regering de missie verlengt, maar daarvoor geen extra geld of capa-

citeit uittrekt. Ik kan mij trouwens niet voorstellen dat dit het geval zal zijn. Diezelfde regering draagt immers politieke verantwoordelijkheid en is daarom ook degene die zowel een weloverwogen als een complete beslissing kan en moet nemen.”

In de steek

Van Maurik vindt het lastig om in te schatten hoe individuele militairen tegenover missieverlenging staat. “Deze heeft namelijk een vrij gemêleerde politieke achtergrond. De meerderheid zal langer willen blijven als er in augustus 2008 nog geen stabiliteit en rust is in de provincie. Onze mensen willen in ieder geval niet het gevoel hebben dat zij de bevolking daar in de steek laten. Zij hebben een bloedhekel aan unfinished jobs.”

Missie Uruzgan De Amerikanen vechten al sinds 2001 tegen de Taliban en de trainingskampen

van Al-Qa’ida in Afghanistan. Vanaf 1 augustus 2006 zijn gedurende twee jaar

Nederlandse militairen ingezet om de provincie Uruzgan te helpen bij de weder-

opbouw. Aan de missie gingen lange politieke discussies vooraf. De wederopbouw verloopt tot nu toe in kleine stapjes en het lijkt moeilijk om de Taliban helemaal

de kop in te drukken. Sinds het begin van de oorlog in Afghanistan (2001) kwamen twaalf Nederlandse militairen om het leven. De Task Force Uruzgan missie wordt

beschouwd als een van de meest gevaarlijke Nederlandse militaire operaties ooit. Eind november besloot de regering tot verlenging van de Uruzgan-missie tot

2010. In het besluit lijken veel vragen die de voorzitter van de KVMO had beantwoord te worden. Kijk voor een uitgebreide reactie op www.fvno.nl

pagina 6

Toch is missieverlenging voor de KVMO-voorzitter geen vanzelfsprekendheid. “Net als defensieminister Van Middelkoop vind ik dat er in zijn algemeenheid meer geld naar vredesmissies moet. Het lijkt wel of de Nederlandse overheid defensie-uitgaven begroot alsof het binnenlandse bouwprojecten zijn waarbij geen tegenvallers mogen optreden. Helaas zitten deze missies niet zo simpel in elkaar. In een oorlogssituatie heb je namelijk per definitie te maken met tegenvallers. Het is aan ons als beroepsvereniging om dat besef bij politiek Den Haag te laten doordringen. Bij de verlenging van deze missie spelen twee vragen een rol. Is er kans op succes en is het voor onze mensen daar vol te houden? Pas als beide vragen redelijkerwijze met ‘ja’ te beantwoorden zijn, is langer blijven zinvol.”

Sinds Rinnooy Kan zijn rapport presenteerde, is minister Ronald Plasterk van Onderwijs naarstig op zoek naar geld. De commissie luidde de noodklok, en waarschuwde voor een groot lerarentekort in de komende jaren. Om dat tekort tegen te gaan moet de aantrekkelijkheid van het lerarenvak worden vergroot, oordeelde de commissie. En dat zou het beste gebeuren door de salarissen te verhogen. Plasterk heeft ruim een miljard euro nodig om het salaris van docenten te verhogen. Geld dat hij uit zijn eigen begroting moet zien te halen.

is voor het onderwijsveld en de samenleving. De minister lost het ene probleem op door een ander probleem te creëren. Kortom, een sigaar uit eigen doos. “Zijn idee om hogere lerarensalarissen te financieren door verhoging van het collegegeld en afschaffing van de basisbeurs zal leiden tot drastisch lagere studentenaantallen”, aldus Haket. In plaats daarvan zou het kabinet juist moeten investeren in het onderwijs, zowel in de beloning van leraren als in een laagdrempelige toegang tot goede opleidingen.

Zo lanceerde Plasterk het plan om de studiebeurs die studenten krijgen om te zetten in een lening die de studenten na de studie moeten terugbetalen. Het plan stuitte op forse kritiek in de Tweede Kamer. Tijdens een spoeddebat toonde een ruime meerderheid in het parlement zich een tegenstander van het voornemen en haalde Plasterk bakzeil.

Door studeren (nog) duurder te maken, kan het kabinet niet volhouden dat het werkelijk wil dat de Nederlandse kenniseconomie zich verder moet ontwikkelen. De voorspelde tekorten aan vaklui en hoger opgeleiden worden door de voorstellen van minister Plasterk

Ongeloofwaardig

Plasterk speelt partijen in het onderwijs tegen elkaar uit, vindt de vakcentrale MHP. Eddy Haket, bestuurder bij de MHP, vraagt zich af of Plasterk het opleidingsniveau van de Nederlandse beroepsbevolking wil verlagen. De MHP meent dat dit idee van minister Plasterk volstrekt ongeloofwaardig

Gat

alleen maar groter. De minister bekijkt nu andere mogelijkheden. Zo zou hij bijvoorbeeld kunnen besluiten tot verhoging van het collegegeld. Maar ook het schrappen van de studiebeurs voor masteropleidingen wordt overwogen om geld vrij te maken. Verder zouden wat Plasterk betreft het basisonderwijs, het voortgezet onderwijs en het mbo moeten bijdragen om het gat te dichten. De verhoging van de lerarensalarissen, zoals de commissie Rinnooy Kan voorstelt, is dringend en noodzakelijk. Internationaal vergeleken geeft Nederland erg weinig geld uit aan onderwijs. De verhoging moet dan ook niet komen uit de onderwijsbegroting, maar uit andere bronnen, vindt de MHP.

Inmiddels heeft het kabinet gereageerd op het rapport Leerkracht! van de

Commissie Leraren (Rinnooy Kan). Het kabinet koos niet voor een algemene salarisverhoging, maar wil de extra middelen doelgericht en op basis van

functioneren inzetten. Zo komen er onder meer een bindingstoeslag voor goed

presterende leraren die op het maximum van hun schaal zitten en een tijdelijke

toeslag voor leraren in specifieke regio’s. De MHP betreurt het dat de financiering van de kabinetsplannen vooral binnen de onderwijsbegroting wordt gezocht. Zo

is de MHP minder gelukkig met de verhoging van de collegegelden. Verder vreest de MHP dat het langer doorwerken van leraren kan leiden tot meer uitval. Meer lezen? Kijk op www.cmhf.nl/nieuws.

pagina 7


perspectief

december 2007

o p lo c at i e per se hoogopgeleide leraren nodig, wel mensen die multi-inzetbaar zijn en moeilijke klussen willen aanpakken. Daar tellen dus andere vaardigheden.” Evers: “En iemand die goed geschoold is, is niet per definitie een goede leraar. Ik hoop dat de minister straks beslist dat een passende mix van competenties én kwalificatie de hoogte van het salaris bepaalt.”

“Geen sigaar uit eigen doos” Onderwijs mag een stuk duurder worden. Zeker in vergelijking met landen om ons heen, is het tijd voor investeren. Dat is de conclusie van een gesprek over het rapport van de Commissie Leraren onder leiding van Rinnooy Kan. “De maatschappelijke status van het beroep moet omhoog.” In ‘ovaal twee’, een chic zaaltje in het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, praten CMHF-leden Harry Evers, Wilfred Muis en Bep Waayenberg over de aanbevelingen die Rinnooy Kan doet. Harry Evers, lid van de Koninklijke Vereniging van Leraren Lichamelijke Opvoeding (KVLO), is cao-onderhandelaar voor het voortgezet onderwijs. Wilfred Muis onderhandelt voor de sector Beroeps- en Volwasseneneducatie (BVE) en Bep Waayenberg is caoonderhandelaar voor de universiteiten. Het sombere toekomstbeeld dat het rapport schetst– Nederland staat aan de vooravond van een dramatische kwantitatief tekort aan kwalitatief goede leraren –verbaast hen niet. “We weten al jaren

pagina 8

dat er een dreigend lerarentekort is”, aldus Evers. Ze vinden unaniem dat de tijd rijp is voor een impuls aan onderwijs.

Rinnooy Kan stelt een betere beloning van leraren voor. Is dat de impuls die onderwijs nodig heeft?

Evers: “Voor mij zijn die salarissen niet de crux. De essentie is dat het beroep leraar aantrekkelijker kan. En dat behoeft inderdaad geld. Ik wil dat geld bij voorkeur niet uit de onderwijsbegroting halen, maar elders zoeken. Geen sigaar uit eigen doos! Je mag het niet aan de ene kant bij de docent weghalen om het er aan de andere kant weer bij te stoppen.” Waayenberg: “In Nijmegen loopt

een experiment met wiskundepromovendi die voor de klas staan om ze te enthousiasmeren voor het leraarschap. Niet elke promovendus kan immers carrière in de wetenschap maken. Dan moet wel de maatschappelijke status van het beroep omhoog en daar hoort salaris bij. Ik vraag me wel af of het fair is het geld uit onze sector te halen. Neem het voorstel om de basisbeurs af te schaffen. Daar ben ik het echt niet mee eens. Dan ga je het studeren lastig maken voor een grote groep middelbare scholieren.” Muis: “Een hoger salaris is slechts één methode om het beroep docent aantrekkelijker te maken, er zijn ook andere. Rinnooy Kan koppelt salaris aan opleidingsniveau. In het beroepsonderwijs heb je niet

Eerdere kabinetten staken al veel geld in het onderwijs.

Evers: “Die gelden waren bedoeld voor het personeel, maar zijn daar niet geland. Alle instellingen moesten groter, er ontstond topzwaar management en veel overhead. Rinnooy Kan legt voor het eerst het belang primair bij het salaris en koppelt dat tegelijkertijd aan kwaliteit. Dat is de kracht van dit rapport. Van de overheid vraagt dat terugkomen op de vrijheid blijheid van de laatste jaren. Bijvoorbeeld door prestatieafspraken of bestedingsvoorwaarden op te stellen.” Waayenberg: “Dus ook het personeelsbeleid en andere bestuurlijke zaken evalueren en niet alleen, zoals dat in de wo-sector gebeurt, onderwijs en onderzoek.”

Je moet het leraarschap structureel versterken, vindt Rinnooy Kan. Daarom doet zijn Commissie drie aanbevelingen: • Een betere beloning

Maak een einde aan de beloningsverschillen tussen leraren en hoogopgeleide werknemers in andere sectoren. Schaal leraren op grond van hun opleidingsniveau in en beloon naar functioneren. • Een sterker beroep

Een nieuwe ‘Beroepsgroep Leraren’ (BL) behartigt de belangen van leraren op

landelijk niveau en houdt een publiekrechtelijk basisregister bij, met daarin per lid werkervaring en scholing. De kwaliteit van de lerarenopleiding gaat omhoog. • Een professionelere school

Leg meetbare resultaatverplichtingen vast rond personeelsbeleid, betrokkenheid van leraren en afstemming met de omgeving. Geef de leraar zelf verantwoordelijkheid voor de inrichting van zijn taken en de bijbehorende werkdruk.

Hoe staan jullie tegenover de andere aanbevelingen van Rinnooy Kan: een professionelere school en een sterker beroep? Evers: “De huidige grootschaligheid heeft de eigen verantwoordelijkheid van de leraar ondergesneeuwd. Een leraar moet weer zeggenschap over zijn eigen professie krijgen en ruimte voor scholing en ontwikkeling. Dat ben ik met Rinnooy Kan eens. Het past in de manier van belonen die hij voorstelt: een goed geschoolde leraar krijgt meer geld. Over de beroepsvereniging die Rinnooy Kan in het leven wil roepen, heb ik mijn twijfels. Die hebben we namelijk al. Juist bij de CMHF is er een reeks organisaties, die per sector opereren. Om die plaats te laten maken voor één overkoepelende vereniging lijkt mij onverstandig. Laten we liever investeren in datgene wat er al is.” Muis: “Maak leraren verantwoordelijk en bundel hun krachten in onderscheidende beroepsverenigingen. Het contact met mededocenten is essentieel voor een goede invulling van het beroep.”

Wat zou het slechtste resultaat van het rapport van de Commissie Leraren zijn?

Evers: “Nuchter beschouwd kun je het kwantiteitsprobleem ook deels oplossen door de zittende mensen meer te laten doen.” Muis: “Met andere woorden: onder het mom van een ‘efficiencyslag’ een werkdrukverhoging invoeren.” Waayenberg: “Dat zou het beroep niet aantrekkelijker maken.” Evers: “En er is een praktisch probleem. Rinnooy Kan stelt een open functiebouwwerk voor, waarin meer scholing recht geeft op meer salaris. Onderwijsinstellingen werken echter met een gesloten bekostigingssysteem. Dat botst.”

Want belonen naar opleidingsniveau zou het onderwijs steeds duurder maken. Zeker als je leraren stimuleert om scholing te volgen.

Evers: “Inderdaad, maar er mag ook wel wat meer geld naar onderwijs. Internationaal gezien loopt Nederland achter wat het onderwijsbudget betreft.”

pagina 9


ledenservice

advertentie

OR Helpdesk

perspectief

december 2007

Juridische dienstverlening

ABP indexeert weer volledig

CMHF/ABP

Per 1 januari 2008 gaat het pensioenfonds ABP weer volledig indexeren. Ook de kortingen van afgelopen jaren worden gecompenseerd.

Jij werkt aan de toekomst van anderen. Wie werkt er aan die

van jou? Je werkt in het onderwijs. Je deelt je kennis en inspireert

anderen. Je bereidt leerlingen voor op de wereld van morgen. Een wereld die voortdurend in beweging is.

Voor het eerst sinds jaren is volledige indexatie weer mogelijk. ABP verhoogt de ingegane pensioenen evenals de opgebouwde rechten van actieven en slapers met 2,05 procent. Dit is conform de gemiddelde loonontwikkeling. Daarnaast krijgen de deelnemers een eenmalige uitkering van 1,24 procent, omdat de loonstijgingen deels al afgelopen jaar zijn ingegaan. Gelet op de financiële positie van het ABP was er bovendien ruimte om de opgelopen kortingen van 1,96% volledig ongedaan te maken. Door

deze besluiten lopen de pensioenen weer volledig in de pas met de loonontwikkeling bij overheid en onderwijs. De enige groep voor wie nog enige schade resteert, is de groep gepensioneerden. Zij hebben immers als enigen echt gekorte uitkeringen gehad. Nu is compensatie voor deze groep vooral vanwege wet en regelgeving alles behalve eenvoudig.. De financiële positie van het fonds laat een extra uitkering zondermeer toe. De kosten leveren slechts een zeer geringe verlaging van de dekkingsgraad op. Besloten is om aan allen die op 31 december 2007 een pensioenuitkering van het ABP ontvingen een eenmalige bonus uit te keren van € 300. Daarmee ligt er

geen directe relatie met de gemiste indexering in de afgelopen jaren, maar wordt binnen de gegeven mogelijkheden een optimaal resultaat bereikt. De CMHF is verheugd, evenals de Deelnemersraad van het ABP, dat dit resultaat gerealiseerd kon worden. Veel werk is daartoe in de afgelopen jaren verzet. Niet vergeten mag worden dat ook de actieven en de werkgevers in de afgelopen periode via een tijdelijke opslag op de premies, die al eerder is komen te vervallen, hebben bijgedragen. Mede in dat licht bezien is de thans overeengekomen bonus voor de pensioengerechtigden acceptabel.

Loyalis is de inkomens- en arbeidsspecialist die zijn kennis graag deelt met jou. Neem nu de Loyalis Inkomensvooruitblik. Die brengt

Boekenactie

jouw financiële situatie helder in beeld. Wat er ook verandert in je leven. Ga je trouwen, bouw je aan een gezin, wil je er een tijdje tussenuit of straks minder werken? De Inkomensvooruitblik laat zien wat dit voor je betekent. Loyalis gaat niet voor de grote winsten, maar kiest voor jou. Alles wat we meer verdienen dan we nodig hebben voor een gezond Loyalis, gaat naar jou. Kijk voor meer informatie op www.loyalis.nl. Of bel naar 045 579 61 11 voor een afspraak met een van onze specialisten. Je leeft, je verandert. Loyalis verandert met je mee.

De groei voorbij

Gratis exemplaar

Jaap van Duijn

Nederland kan de komende twintig jaar weinig economische groei meer verwachten, stelt Jaap van Duijn. Na de ongekende welvaartsstijging sinds de Tweede Wereldoorlog hebben we nu te kampen met verzadiging, vergrijzing en de concurrentie

van nieuwe landen. Op termijn zal de bevolking gaan dalen. Voor onze rijkdom hebben we een hoge prijs betaald: een aanslag op het milieu, een overvol land, een verlies aan rust en ruimte. Aan meer materiële welvaart is nauwelijks behoefte - wel aan meer welzijn. Maar zijn we bereid de inspanningen te verrichten om terug te winnen wat verloren is gegaan? Bestaat er een Nederland na de groei?

Uitgeverij De Bezige Bij stelt voor de lezers van Perspectief tien gratis exemplaren beschikbaar van het boek De groei voorbij. Belangstelling? Mail (centrale@ cmhf.nl) of stuur (zie colofon) uw naam en adres voor 15 januari 2008 naar de CMHF en vermeld ‘boekenactie Ton van Haperen’. Uit de reacties worden tien namen geloot. Zij krijgen het boek toegestuurd. De uitslag van de loting staat vanaf 16 januari op de website www.cmhf.nl

Inkomenszekerheid • Mens en Werk • Administraties

pagina 10

pagina 11


perspectief

december 2007

Even bellen met...

Peter Borgdorff is benoemd tot directeur van het bestuursbureau van het pensioenfonds voor de sector Zorg en Welzijn. Borgdorff was sinds 2002 directeur van de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen. Gefeliciteerd. Wat gaat u precies doen? “Op 1 januari 2008 wordt PGGM gesplitst in een pensioenfonds en een uitvoeringsorganisatie. Dit bestuursbureau ondersteunt het pensioenfondsbestuur. Het pensioenfonds is eigenaar van de pensioenregeling en van het pensioenvermogen van de sector zorg en welzijn. Het pensioenfonds geeft straks opdracht aan de uitvoeringsorganisatie om de collectieve pensioenregeling uit te voeren. Het spannende is dat het pensioenfonds niet de eigenaar is van de uitvoeringsorganisatie. Dit betekent dat er een onafhankelijke relatie ontstaat.” Waarom deze splitsing? “De scheiding biedt de mogelijkheid aan de uitvoeringsorganisatie om zich te gedragen als een normale marktpartij. Het pensioenfonds moet wettelijk gezien binnen haar eigen domein blijven, namelijk de pensioenregeling. De uitvoeringsorganisatie mag straks arrangementen zoals een levensloopregeling gaan aanbieden. Een scheiding is ook zuiverder omdat dan niet één partij maker én uitvoerder is van een regeling.” Merken de deelnemers in de regeling er nog iets van? “Niet veel. Het pensioenfonds krijgt een andere naam, de uitvoeringsorganisatie gaat de naam PGGM krijgen. De splitsing moet leiden tot een efficiëntere en daarmee betere organisatie. We beoordelen

colofon Perspectief is de officiële uitgave van de Centrale van Middelbare en Hogere Functionarissen bij Overheid, Onderwijs, Bedrijven en Instellingen. De CMHF is aangesloten bij de MHP, Vakcentrale voor middengroepen en hoger personeel. Redactie Perspectief Anja van Kleffens (secretariaat), e-mail: centrale@cmhf.nl Tekst Lansu+Paulis Communicatiepartners, Leiden Vormgeving Mediatix - grafische vormgeving, Leiderdorp Bureau CMHF Ametisthorst 20 Postbus 91460 2509 EB Den Haag Tel. (070) 419 19 19 Fax (070) 419 19 40 e-mail: centrale@cmhf.nl internet: www.cmhf.nl Advertenties Tarieven op aanvraag Druk Alfabase ISSN 1571-4349

pagina 12

scherper de resultaten van de uitvoering. Ook kunnen op den duur de kosten omlaag, omdat de uitvoerder immers meer klanten kan gaan bedienen. Als de splitsing tussen beleid en uitvoering geen meerwaarde biedt, moeten we ons serieus afvragen wat we aan het doen zijn. Overigens is PGGM recent door een Engels pensioenblad uitgeroepen tot het beste bedrijfstakpensioenfonds in Europa: en we zullen ons uiterste best doen dit zo te houden.”

Copypaste Dit kabinet trapt geen deuk in een pakj e boter” Alexander Pechtold over het kabinetsbesluit om een commissie aan te wijzen die advies moet uitbrengen over het ontslagrecht

Is dit besluit onderdeel van een megadeal?” Mark Rutte ruikt een complot, waarbij ook besluiten zijn genomen over verlenging van de missie naar Uruzgan, de aanpak van de topinkomens en verhoging van de lerarensalarissen

Kantoorkunst Florien Vos is werkzaam bij Heden (voorheen Artbank), kunstuitleen voor particulieren en bedrijven:

“Heden heeft een uitgebreide collectie hedendaagse kunst, bestaande uit schilderijen, foto’s, sculpturen, zeefdrukken en litho’s. De kunstenaars zijn in Nederland wonende en werkende kunstenaars. De werken zelf moeten vooruitstrevend, vernieuwend en verjongend zijn. Heden kent een aparte kunstuitleen voor bedrijven, omdat zij een andere benadering vragen. Wij gaan naar het bedrijf, bekijken het pand, spreken de wensen van de organisatie door en maken een eerste selectie. Vervolgens betrekken we de medewerkers erbij. Zo krijgen mensen gelijk een inleiding in de hedendaagse kunst, en ontstaat er vaak al een dialoog. Dat is een van de functies van kunst: het moet iets losmaken, en wellicht tot discussie leiden. Werknemers maken op de werkvloer andere keuzes dan thuis. De een kiest behoudender omdat zijn collega er ook naar moet kijken, de ander kiest iets meer spraakmakends, juist omdat hij er thuis niet naar hoeft te kijken. Een ander verschil ligt in de collectie. Zo willen bedrijven soms een serie, of kunstwerken rond een bepaald thema. Ook een praktisch aspect als de afmetingen van een pand heeft invloed op de kunstwerken. Een grote ontvangsthal vraagt nu eenmaal om een andere aanpak dan de huiskamer. Praktisch gezien bestaat kantoorkunst dus, maar inhoudelijk niet. Het is een uiting van hoe het bedrijf over zichzelf denkt. De kunst fungeert als blikvanger voor relaties en voor werknemers helpt het mee aan een goed werkklimaat. Tenslotte is kantoorkunst van belang voor het Nederlandse kunstklimaat. Ik ben er trots op dat wij daar met onze collectie aan bijdragen.” Kijk ook eens op www.heden.nl.

Elsa Hartjesveld, Barbie nr. 3, 2003, Collectie Heden

Holger Niehaus, zonder titel, 2005, Collectie Heden


Perspectief 6-2007