Infobas 52 juli - augustus - september 2022

Page 1

INHOUDSTAFEL

VIRBO – Bestuursleden en contactpersonen

Editoriaal: woord vooraf voorzitter

VIRBO nodigt uit

Lerarentekort: NODB doet 10 concrete voorstellen

Les op woensdagnamiddag

Inspiratiegids aankoop mobiele toestellen

VIRBO -seminarie Fletcher-Hotel Sittard

VLOR: reorganisatie van het schooljaar

Ooit gepest

Constant met je kind onderhandelen…

Vlaanderen koploper

INFORMATIEBLAD VOOR DIRECTIES BASISSCHOLEN VAN HET GO! ONDERWIJS VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP uitgave juli l augustus l september 20 22 DRIEMAANDELIJKSE UITGAVE verantwoordelijk uitgever: Didier Van de Gucht, Warmoeshof 6, 1853 Strombeek-Bever afzendadres + maatschappelijke zetel: GO! Basisschool De Uitvlinder, Noordervest 33, 3990 Peer ondernemersnummer: 0 441 646 146 – Vrij van BTW afgiftekantoor: 3990 Peer erkenningsnummer: p309839 Info-Bas
x
x
x
x
x
x
x
x
x
x
voor buitengewoon onderwijs x Het probleem in het onderwijs, de vele experten… x Project Brooddoos x Net zoals oorlogsnieuws wennen onderwijsdrama’s… x Politici steken alles op het M-Decreet x De oplossingen die nu op tafel liggen… x Ouders hebben nog altijd het recht om… x Wat het VIRB O-Bestuur zo uniek maakt x Geef verdorie het woord aan de leerkrachten x De wijsheid van het onderwijs x Het kost geld om te leren lezen x EU Learning Corner – Happening Mechelen x Informatie is niet hetzelfde als kennis x Verslag seniorenuitstap Thuin x Lerarentekort, als het dat maar was x Tips voor slabakkend onderwijs x Senioren september 2022 x Seniorenwerking (formulier) x Wat verwacht VIRB O van een bestuurslid x Vertegenwoordiging VIRB O x Wat doet VIRB O voor u x Planning schooljaar 2022 – 2023 x Colofon x

Virbo: Bestuursleden en contactpersonen

Sgr 1: GO! Antwerpen

Francine NOOYENS 0494/21 77 93 francine.nooyens@go-antwerpen.be

Bart ANDRIES 0475/98 60 37 bart.andries@go-antwerpen.be

Sgr 3: Invento

Sgr 5: De Maneblussers

Frank THIENPONT 015/20 38 96 debaan@telenet.be

Sgr 6: Rivierenland

Tom CORNU 0477/40 66 21 tom.cornu@kasteeltje-puurs.be

Sgr 7: Fluxus

Daisy COONEN 0472/60 74 30 daisycoonen@scholengroepfluxus.be

Sgr 8: Brussel

Barbara DANIS 0477/54 69 50 barbara.virbo@gmail.com

Didier VAN DE GUCHT 0486/91 68 81 didier.van.de.gucht@gmail.com Geert WILLAERT 0476/43 50 72 geert.virbo@gmail.com

Lisa JANSSENS 02/241 58 09 directie@de-wegwijzer.be

Sgr 9: Ringscholen

Sgr 10: Scoop

Nancy PEETERS 0496/08 88 68 nancy.peeters@scoop.be

Sgr 11: Huis 11

Dimitri LAMBRECHTS 011/67 25 55 dimitri.lambrechts@debloesem.be

Sgr 12: Adite

Sgr 13: Zuid-Limburg

René NASSEN 0473/32 14 73 rene.nassen@szl13.be

Sgr 14: Maasland

Pietro FALCONE 0471/45 31 52 pietro.virbo@gmail.com

Sgr 15: Xpert

Sarah CANDREVA 011/61 12 37 sarah.candreva@gmail.com

Sgr 16: GO! Next Stephan JANS 012/67 24 40 stephan.jans@bsdeeikwellen.be

Sgr 17: Waasland Patrick WITTOCK 0476/84 51 33 baocodi@sgr17.net

Sgr 18: Het leercollectief Kathy VAN LANDENHOVE 0479/57 75 43 directie.bs@kad.be

Sgr 19: Dender Lieve WELLEMAN 0498/90 18 00 directie@bsmolenveld.be

Sgr 20: Zuidoost-Vlaanderen Sabine EEMAN 0474/33 61 12 eemansabine@gmail.com

Sgr 21: Vlaamse Ardennen Katty VANHOECKE 0497/68 94 16 decroly.kleuter@sgr21be

Sgr 22: GO! Gent Ivan LEROY 0476/24 37 87 ivan.leroy@scholengroep.gent

Sgr 23: Dynamiek

Brigitte VAN ASSEL 0476/46 38 85 brigitte.van.assel@sgr23.be

Sgr 24: Deinze – Tielt Ann STUR 09/282 46 02 annstur@schooldekleineprins.be

Sgr 25: Impact Mike GOUDESEUNE 0486/90 38 09 mike.virbo@gmail.com

Sgr 26: Mandel en Leie

Conny WALLYN 0479/64 00 02 conny.virbo@gmail.com Stefaan CARPENTIER 0473/54 41 56 stefaan.carpentier@basisschoolkuurne.be Klaas BRUNEEL 0499/21 37 70 klaas.bruneel@detaalkoffer.be

Sgr 27: Stroom

Cynthia CALLEBOUT 0468/27 47 20 cynthia.callebout@demorootjes.be

Sgr 28: Westhoek

Senioren: Ludo DAELEMANS 0473/86 36 28 lode.daelemans@skynet.be Noël DEVOLDER 0486/41 71 34 noel.virbo@gmail.com Erik VAN LAERE 0475/38 20 06 erik.virbo@gmail.com

Rudy STERCK 0477/35 50 58 rudy.virbo@gmail.com Karien ALLEMAN 0485/06 43 25 karien.alleman@proximus.be Gerda CALDERS 0495/63 11 98 gerda.virbo@gmail.com

Wil jij jouw vertegenwoordigen?scholengroep➝ didier.van.de.gucht@gmail.com 2

Editoriaal

De mooie, (soms te) warme zomer ligt al ergens wat verder in het geheugen – wat vliegt de tijd toch! De schoolstart is intussen ook al achter de rug; hopelijk is deze voor iedereen vlot verlopen. Tijd dus om even kort terug te blikken en vooral vooruit te kijken naar het VIRBO-aanbod

De warmte (op sommige momenten zelfs hitte) had zowel positieve als negatieve gevolgen; maar uit beide hebben we (ook voor onze VIRBO-werking) lessen kunnen trekken.

Positief is dat we extra vitamines hebben kunnen opnemen voor de herstart en bijkomende kracht om er het hele schooljaar opnieuw voor te gaan. De outdoor-samenkomsten leverden ook de broodno dige (nieuwe (?) sociale) contacten op; wat hebben we dat door de pandemiemaatregelen gemist. En de zonne-energie bracht meer op dan ooit (moeten we hier nog meer in investeren om onze planeet te beschermen?).

Ook uit de negatieve gevolgen trekken we positieve lessen; de natuurrampen werden bedwongen door nauwe en intense samen werking tussen verschillende mensen, mensen boden elkaar spon taan hulp en ondersteuning en we werden aangezet om extra beredeneerd en met nieuwe inzichten met noodzakelijke (grond)stof fen om te springen.

Samen met jullie wil het VIRBO-bestuur de opgenoemde effecten omzetten naar een sterke VIRBO-werking :

De hitte vormen we om naar aangename (menselijke) warmte voor elkaar

De samenkomsten organiseren we via sterke netwerkmomenten met en voor elkaar

De energie gebruiken we om samen onze “schoolschepen” steeds naar een veilige haven te loodsen.

Er zijn voor elkaar realiseren we op verschillende ééndaagse en 1 meerdaags VIRBO-evenement (met als doel dit tussen deze tijd stippen verder te zetten), vooral tijdens rijke informele momenten. Sterke formele sessies met bevlogen sprekers en een rijke inhoud staan op de agenda, omdat we nu eenmaal willen blijven leren.

Dit alles zijn de mooie vooruitzichten waar we een lans voor breken. We hopen jullie dan ook in grote getale te mogen ontmoeten op deze rijke sessies. (zie verder in dit tijdschrift voor meer informatie).

Zowel voor dit jaar als voor de toekomst is het makkelijk om deze dagen vrij te houden; we organiseren ze immers steeds op dezelfde tijdstippen, nl. :

Netwerkdag 1 : de 2de maandag van oktober (10 oktober dit schooljaar)

Netwerkdag 2 : de dinsdag van de 1ste volledige week in februari (dit schooljaar 8 februari)

Ons “ meerdaags seminarie”: de 3de week van maart (dit jaar van 15 maart t.e.m. 17 maart (de zetduivel had in de vorige Info-Bas een verkeerde datum meegegeven, waarvoor onze excuses)

Onze beurs/happening (op een nieuwe prachtige locatie): de 2de vrijdag na de paasvakantie (dit schooljaar dus 28 april)

Zoals reeds gezegd hopen we (al weten we dat dit in de huidige “rea liteit” niet voor iedereen het geval zal zijn…) dat jullie schoolstart prima is verlopen. De grote schaarste aan (gekwalificeerd) onderwij zend personeel hangt immers als het zwaard van Damocles boven het hoofd van kwalitatief onderwijs. Kwaliteit moet het uitgangspunt blijven, maar daar is voldoende mankracht voor nodig. Graag reikt VIRBO de hand aan de verschillende “onderwijspartners” door mee te denken en te ijveren om de, tot hiertoe ontoereikende maatregelen om dit personeelstekort weg te werken, op te lossen. (Graag licht ik al de vraag er uit waarom enkel vacante betrekkingen in aanmerking komen om uren om te zetten naar punten, wat doen we dan met nietingevulde vervangingen ten gevolge van verlofstelsels ???).

Het is dus duidelijk: met VIRBO blijven we verder de handschoen opnemen voor de vele uitdagingen. Dit kan enkel als we dit samen doen !

Graag roep ik dus alle collega’s op om ook op moeilijke momenten, met personeelstekort, er alles aan te doen tijd te maken om deel te nemen aan onze netwerkmomenten. De schat aan informatie die sprekers en collega’s je bezorgen op dat moment, de warme steun van iedereen, de bevestiging dat we er niet alleen voor staan (en dat het niet alleen bij jou moeilijk is) geven je gegarandeerd een boost (en bijkomende inzichten) om de periode erna je schip (in de juiste koers) varende te houden. Wij, directeurs hebben, net als leerkrach ten, ook recht op en nood aan professionalisering, vermenigvuldiging van kennis, sterke helpende handen en schouders !

O ja, we werken vanaf dit jaar thematisch. De ééndaagse sessies zullen vooral rond kindgedrag en de gerichte aanpak ervan gaan; het meerdaags seminarie zal handelen over sterk leiderschap en digitale vaardigheden.

Als jullie voor de toekomst een thema willen behandeld zien, aarzel dan zeker niet om dat aan iemand van ons bestuur of de contact persoon door te geven (adressen in deze editie). Of sluit aan in ons bestuur (6 samenkomsten op jaarbasis); we ontvangen je hartelijk met open armen.

Didier Van de Gucht

Een fiere voorzitter van een gedreven bestuursteam

3

HET KIND CENTRAAL !

HET KIND CENTRAAL !

HET KIND CENTRAAL !

MET MUZIKALE TUSSENDOORTJES VERZORGD DOOR MUZIEKACADEMIE J.H. FIOCCO SCHAARBEEK

HET KIND CENTRAAL !

Albert Janssens

Albert Janssens

MET MUZIKALE TUSSENDOORTJES VERZORGD DOOR MUZIEKACADEMIE J.H. FIOCCO SCHAARBEEK

"Zo lukt het" (n.a.v. zijn nieuwste boek)

"Zo lukt het" (n.a.v. zijn nieuwste boek)

Zeb Jacobs

Zeb Jacobs

Albert Janssens

kinderen weerbaar maken om zich comfortabel te voelen in oncomfortabele situaties hoe sport en onderwijs hand in hand gaan

kinderen weerbaar maken om zich comfortabel te voelen in oncomfortabele situaties hoe sport en onderwijs hand in hand gaan

"Zo lukt het" (n.a.v. zijn nieuwste boek)

Zeb Jacobs

Ludo Heylen

Ludo Heylen

"De school van je leven" (n.a.v. zijn nieuwste boek)

"De school van je leven" (n.a.v. zijn nieuwste boek)

kinderen weerbaar maken om zich comfortabel te voelen in oncomfortabele situaties hoe sport en onderwijs hand in hand gaan

Verloting boekexemplaren van de sprekers van de dag

Verloting boekexemplaren van de sprekers van de dag

Ludo Heylen

"De school van je leven" (n.a.v. zijn nieuwste boek)

Walking dinner

Walking dinner

Verloting boekexemplaren van de sprekers van de dag

Walking dinner

Inschrijven op www.virbo.be

Inschrijven op www.virbo.be

MET MUZIKALE TUSSENDOORTJES VERZORGD DOOR MUZIEKACADEMIE J.H. FIOCCO SCHAARBEEK
SAMEN STERK IN KWALITEIT 10-10-2022 9:30 - 13:30 UUR FELIX VANDE SANDESTRAAT 11 1081 KOEKELBERG VIRBO NETWERKDAG CAMPUS COMENIUS - BRUSSEL
Bomal-sur-Ourthe, Durbuy +32 86 21 21 36 +32 58 23 40 52 Oostduinkerke Kamers tot 7 pers. Kamers tot 8 pers. Capaciteit tot 274 pers.Capaciteit tot 304 pers. Tramhalte op 800 m Op 500 m van het strand Sport- & speelterreinen, aanpalende duinen Treinstation op 1 km www.hogeduin.bewww.dennenheuvel.be Kom met je klas ravotten in de bossen of duinen! Droom jij van een fantastisch groepsverblijf? VAKANTIEDOMEIN HOGE DUINVAKANTIEDOMEIN DENNENHEUVEL Activiteiten op maat Sport- & speelterreinen, aanpalend bos Dé locatie bij uitstek voor zeeklassen en groepen! Educatieve bosklassen te midden van een natuurgebied!

Als het lerarentekort blijft stijgen, zullen wij in de toekomst noodgedwongen klassen of scholen moeten sluiten

Netoverschrijdend Overlegplatform Directeurenorganisaties Basisonderwijs

De directies wijzen er op dat er steeds minder scholieren kiezen voor het ambt van onderwijzer of kleuterleider en dat zij die de uitdaging wel aan gaan er soms na vrij korte tijd de brui aan geven. Daarnaast stellen ze ook vast dat heel wat actieve leerkrachten in het basisonderwijs slechts deel tijds aan de slag zijn en vaak ook ouder dan 50 zijn. Ze maken zich dan ook zorgen dat de verwachte pensioneringsgolf die daarmee gepaard gaat, het lerarentekort enkel nog zal doen toenemen.

"Wij hebben niet de intentie om u als minister verantwoordelijk te stellen voor het probleem, maar vragen wel dringend oplossingen", schrijven de directies in het plan getiteld "Tien punten op het bord voor het lerarente kort" dat gisteren al werd voorgesteld aan Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA).

De directies doen 10 concrete voorstellen om het lerarentekort aan te pakken:

1. Extra beloning of vergoeding voor leraren die fulltime werken

Op dit moment worden jonge, pas afge studeerde leerkrachten vaak ingezet via interim-contracten om de gaatjes op te vul len die ervaren collega's open laten. Want steeds meer leraren werken deeltijds om de combinatie tussen privé en werk haalbaar te maken. "We stellen vast dat het aantal aanvragen om deeltijds te werken blijft stij gen, in bepaalde schoolgemeenschappen werken tot twee op de drie leraars parttime", zegt Lieven Verkest, woordvoerder van het NOBD, maar ook coördinerend directeur van scholengemeenschap Driespan.

Die vervangingscontracten zijn echter niet evident, zeker niet voor beginnende leer krachten: "Ze moeten vaak verschillende klassen overnemen, en dat ook nog eens in verschillende scholen. Dat zorgt voor een hoge werkdruk en daardoor haken jonge leerkrachten al na enkele jaren af", verdui delijkt Verkest.

Om dat probleem aan te pakken, willen de directeurs het aantrekkelijker maken om voor een fulltime job in het onderwijs te kiezen. Dat willen ze doen door leraren die fulltime werken extra te belonen met bijvoorbeeld een hoger loon, een premie of extralegale voordelen.

"Op dit moment slagen heel wat mensen er niet in om werk en privé te combineren en daarom blijven ze graag een dag per week thuis om de gezinstaken uit te voeren", ver klaart Verkest. "Wij stellen het omgekeerde voor: als je mensen extra beloont, kunnen zij die verloning gebruiken om die gezinsta ken uit te besteden."

De directies stellen ook het moederschaps beschermingsverlof binnen het kleuter onderwijs in vraag. Op dit moment krijgen leraren vanaf het 1e leerjaar geen moe derschapsbeschermingsverlof, maar kleu terleidsters wel. "Ook hierdoor hebben we heel wat vervangers nodig voor een vrij lange periode, terwijl de leraar in kwestie perfect kan functioneren", luidt het in de brief aan Weyts.

2. Een jaar extra (betaalde) stage in de lerarenopleiding

het laatste jaar een echt praktijkjaar wordt", aldus Verkest. "Op die manier kunnen ze al ingezet worden als leraar, maar krijgen ze wel nog de nodige ondersteuning van de hogeschool."

3. Verschillende lerarendiploma’s: leraarassistent, leraar-bachelor en leraar-master

Niet alleen de uitstroom van jonge leer krachten is een probleem, ook de instroom in de lerarenopleiding stokt al jaren. De directies stellen daarom voor om te wer ken met drie soorten diploma’s: de leraarassistent (graduaat), de leraar-bachelor en de leraar-master. Op die manier willen ze de markt te verbreden.

Uiteraard verwachten we dat elk diploma eerlijk wordt betaald volgens eigen niveau en verantwoordelijkheid

"Scholieren die het niet zien zitten om le raar-bachelor te worden hebben dan nog twee kansen om toch in het basisonderwijs terecht te komen: scholieren die het niveau bachelor te moeilijk vinden, kunnen her oriënteren tot het niveau leraar-assistent, scholieren die willen gaan voor een master, krijgen de kans om dat ook te behalen voor het basisonderwijs", luidt de verklaring.

4. Een leraar én een leraarassistent in elke klas

— Lieven Verkest, woordvoerder Netoverschrijdend Overlegplatform Directeurenorganisaties Basisonderwijs

Een ander middel waarmee de directies ervoor willen zorgen dat beginnende leer krachten minder snel uitdoven is een extra jaar betaalde stage in de lerarenopleiding: "Op dit moment is het aantal stagedagen beperkt en merken we dat pas afgestu deerde leerkrachten weinig praktijkerva ring hebben. Om dat op te lossen pleiten wij voor een opleiding van vier jaar, waarin

De directies pleiten er ook voor om altijd twee mensen voor de klas te zetten: een leraar én een leraar-assistent: "We kijken daarvoor naar de Scandinavische landen waar nu al twee personen verantwoordelijk zijn voor één klas: een titularis en een assis tent", aldus Verkest. In dat Scandinavische systeem starten beide leraars ’s morgens het klasleven op en gaan ze samen door tot net na de middag. Nadien neemt de leraarassistent de klas alleen over.

"Daardoor wordt de titularis vrijgemaakt om vergaderingen bij te wonen, zorgkinderen

"Als je mensen extra beloont, kunnen zij die verloning gebruiken om die gezinstaken uit te besteden"
6

te bespreken, lessen voor te bereiden of ex tra opleidingen te volgen. Dat zijn zaken die nu vaak 's midddags of na de schooluren moeten gebeuren en wij denken dat het be ter zou zijn als dat tijdens de werkuren zou kunnen gebeuren."

5. Tot 20 jaar anciënniteit voor zij-instromers

De vertegenwoordigers van het Overleg platform willen ook de loonkloof tussen an dere sectoren en het onderwijs zoveel mo gelijk verkleinen. Dat willen ze doen door het mogelijk te maken om 20 jaar anciën niteit mee te nemen uit andere sectoren. Op dit moment is dat 10 jaar. "Op die manier zullen ook 40+'ers nog kiezen voor het on derwijs, terwijl we die anders verliezen", le zen we in het voorstel.

6. Beschouw diploma externe hulpverleners, die werken met kinderen (bv. logopedisten), als voldoende voor het basisonderwijs

"Er zijn heel wat externe hulpverleners die op een pedagogisch verantwoorde wijze kinderen van de basisschool ondersteunen bij het leren", luidt het in het plan. "De logo pedisten zijn hiervan een mooi voorbeeld. Deze mensen hebben dikwijls de ambitie om les te geven in de basisschool, maar hun diploma wordt niet als voldoende ge acht."

"Wij stellen voor om dit diploma op te waar deren en hen te laten lesgeven in het basis onderwijs, mits de passende opleiding via educatief verlof, naar analogie van de zorg

sector met het project ‘kies voor de zorg’ van minister Hilde Crevits."

7. Laat leraren die ter beschikking gesteld zijn, voorafgaand aan het rustpensioen, onbeperkt bijverdienen

Leraren die 65 zijn en dus ten volle genie ten van hun rustpensioen, mogen vandaag zoveel bijverdienen als zij maar willen. Le raren die ter beschikking gesteld zijn, voor afgaand aan het rustpensioen (dus jonger dan 65) mogen maximum 8.634 euro bij verdienen per jaar. Dat betekent meestal dat zij amper 4/24 kunnen meewerken in een basisschool. Het NOBD stelt voor om die mensen op TBS ook de kans te geven om onbeperkt te mogen bijverdienen in de basisschool.

en niet aan mag besteden. "Met een onge kleurde puntenenveloppe (op niveau van het schoolbestuur) kan de werkgever veel flexibeler en naar eigen keuze personeel aanstellen en betalen", schrijven ze.

"Hiermee kan je leraar-assistenten aanstel len, leraar-bachelors, leraar-masters, maar evenzeer hulpopvoedend personeel, be leidsondersteuners, kinderverzorgsters en zelfs arbeiders of bedienden. Dit systeem zal sowieso kansen bieden om meer volk naar onderwijs te krijgen en vergroot het beleidsvoerend vermogen van scholen. Mocht het hierbij niet lukken om alle punten in één schooljaar in te zetten, dan vragen wij om de niet-opgebruikte punten over te dragen naar de volgende schooljaren."

10. Ondersteuning voor de directeur basisonderwijs

Als leraren vandaag niet kunnen vervangen worden, dan komen die middelen niet bij de scholen terecht. De directies vragen om die middelen te kunnen ontvangen in punten of werkingstoelagen, zodat ze toch personeel kunnen aanstellen - ook al hebben ze niet het vereiste of voldoende geacht diploma.

Tot slot wijst het NOBD er op dat er even zeer een tekort dreigt aan directeuren in het basisonderwijs. Ze blijven daarom ook voor een grotere, ongekleurde punten enveloppe. "Voor het basisonderwijs wordt er door de Vlaamse Regering voorzien in 1,2 à 1,3 punt per kind, voor het secundair onderwijs 3 à 4 punten. Wij pleiten ervoor om dit grote verschil in de kortste keren weg te werken, zodat de job een boeiende en haalbare opdracht blijft." Ze vragen ook om het meelooptraject voor de kandidaatof startende directeur te verlengen vanaf 1 januari 2023.

Op dit moment bepalen gekleurde punten enveloppes volgens de directies zeer sterk waar de school specifieke middelen wel

8. Zet alle niet-ingevulde vervangingen om in punten of werkingstoelagen
9. Ken de personeelsenveloppe basisonderwijs toe via een ongekleurde puntenenveloppe
7

Les op woensdagnamiddag?

“Tijd om heilige huisjes te slopen tegen lerarentekort”

Geef scholen alle ruimte en middelen om hun beleid te voeren en hun school te organiseren op basis van hun noden en die van de leerlingen. Daarvoor pleit Walentina Cools, algemeen directeur van de Onderwijsvereniging van Steden en Gemeenten (OVSG). “Waarom vasthouden aan lesdagen van maandag tot vrijdag van 8.30 uur tot 16 uur? Laat scholen beslissen om bijvoorbeeld tieners ook les te laten volgen op woensdagnamiddag en hen op andere dagen later te laten starten”, klinkt het.

De manier waarop scholen zich organiseren, moet flexibeler kun nen, op basis van de specifieke noden van die school, vindt Cools, zeker in tijden van lerarentekorten.

Zaken als co-teaching, waarbij twee leerkrachten samen voor de klas staan, raken steeds meer ingeburgerd, maar het mag voor OVSG nog wat verder gaan. “In een basisschool met bijvoorbeeld drie klassen van het vijfde leerjaar geeft nu telkens de leerkracht Frans aan zijn of haar klas”, verklaart ze. “Waarom verdelen we de leerlingen uit die klassen niet in drie niveaugroepen en zetten we niet de leerkracht die wat minder zelfvertrouwen heeft bij het geven van Frans bij de groep met het laagste niveau en de leraar die net heel graag Frans geeft bij de hoogste niveaugroep?”

De OVSG-topvrouw merkt op dat scholen creatieve oplossingen zoeken voor het lerarentekort, bijvoorbeeld door lesgeven in de klas te combineren met afstandsonderwijs of de dagen anders in te delen. “We werken nu met standaarddagen, maandag tot en met vrijdag van 8.30 uur tot 16 uur, met woensdagnamiddag vrij. Scholen zouden ook kunnen beslissen om bijvoorbeeld woens dagnamiddag les te geven om toch alle vakken te kunnen geven”, verklaart ze. “Laat scholen beslissen om bijvoorbeeld

tieners ook les te laten volgen op woensdagnamiddag en hen op andere dagen later te laten starten of vroeger te stoppen.”

“Directies krijgen veel regels opgelegd. Zo krijgen ze verschillende gekleurde middelen, waarbij duidelijk vermeld wordt waarvoor ze die mogen inzetten. Scholen moeten de vrijheid krijgen om die middelen gericht te gebruiken. Geef hen de ruimte en het vertrou wen om zelf te beslissen wat ze ermee doen, afhankelijk van hun noden”, stelt Cools nog.

Om dat te kunnen doen, moeten er natuurlijk heel wat heilige huisjes in het onderwijs gesloopt worden, erkent ze. De OVSGtopvrouw pleit opnieuw voor een schoolopdracht, waarin zaken als opleidingsdagen, voorbereidingen en overlegmomenten structu reel zijn ingebouwd. “Leerkrachten vinden dat meestal fijn, omdat ze dan meer ruimte krijgen om samen te werken met collega’s en het gevoel hebben er niet alleen voor te staan”, verzekert Cools.

Dit schooljaar start een proefproject waarin scholen de mogelijk heid krijgen om de bestaande regelgeving even te negeren om andere concepten in de praktijk uit te testen in de strijd tegen het lerarentekort. Cools wil echter niet wachten tot de resultaten van dat project bekend zijn om het verder uit te rollen. Het is volgens haar nu de tijd om te handelen om het lerarentekort op lange ter mijn aan te pakken. “Het brandt nu dus we proberen de brand te blussen met crisismanagement, maar we moeten dringend oplossingen vinden voor op de lange termijn. Daarvoor missen we een engagement, niet alleen van de politiek maar van alle betrokken partijen.”

“Ik ben een believer van inclusief onderwijs. Maar nu ben ik mijn moed aan het verliezen, omdat ik zie dat het echt niet werkt. Wij zijn geen bijlesjuffen, maar ondersteuners die kennis bin nenbrengen zodat leerkrachten zélf met de problematieken in hun klas aan de slag kunnen. Het probleem is dat leerkrach ten ondanks al hun inspanningen onvoldoende tijd hebben om daarover na te denken. Ze moeten lessen voorbereiden, toetsen verbeteren, administratie doen, …”

“Politici en de media leggen de oorzaak vaak bij het M-decreet, maar volgens mij is dat slechts een zondebok. Het systeem werkt niet. In een klas van 25 zit zo veel diversiteit. Eén leer kracht kan dat niet bolwerken. Scholen hebben meer tijd en handen nodig om daarmee om te gaan, en leerkrachten moeten daar beter voor opgeleid worden. Het is die investering waard, want een kind in het buitengewoon onderwijs kost de samen leving veel meer. We moeten het huidig onderwijssysteem gron dig analyseren in functie van de huidige diversiteit. En daarvoor moet meer naar het werkveld geluisterd worden.”

Katrijn Jansegers (47), coördinator - ondersteunings - netwerk WAN-team (Wetteren, Aalst, -Ninove en Denderleeuw).
“Politici steken alles op het M-decreet, maar dat is maar een zondebok” 8

Inspiratiegids aankoop mobiele toestellen

1. PRINCIPES ZORGVULDIG BESTUUR

We moedigen schoolbesturen aan om een uiterste inspan ning te leveren om zo weinig mogelijk aan de ouders door te rekenen. Vanuit de principes van zorgvuldig bestuur kunnen kosten ook niet zomaar doorgerekend worden aan de ouders. https://overheid.vlaanderen.be/draaiboek

In het basisonderwijs maken ICT-materiaal, multimedia en toe stellen deel uit van de lijst met materiaal dat een school gratis ter beschikking moet stellen. Kosten doorrekenen kan hier dus niet, ook niet onder de maximumfactuur. Bekijk welk materiaal gratis is voor leerlingen in het basisonderwijs.

Het Kenniscentrum Digisprong raadt alle scholen aan om mo biele toestellen in eigen beheer aan te kopen, al dan niet in samenwerking met een partner die instaat voor ondersteuning bij technische schade of andere problemen. Deze manier van werken heeft verschillende voordelen voor de school en de leer lingen. Zowel het beheer als het (klassikaal) monitoren van de toestellen is gemakkelijker voor de school.

2. AANBEVELING VOOR DUURZAAM AANKOPEN

We bevelen aan dat de aangeschafte mobiele toestellen ge fabriceerd worden met respect voor het milieu-, arbeids- en sociaal recht.

Bij aankoop zijn ethische overwegingen dus zeker aan de orde. Je kan een duurzaam mobiel toestel ook zien als onderdeel van educatie voor duurzame ontwikkeling. Onderwijs heeft niet alleen met het curriculum te maken, maar met een geïntegreerde visie op onderwijsverstrekking, interne en externe relaties, schoolbe leid én infrastructuur (‘whole school approach’). Laat je school het goede voorbeeld geven door duurzaamheid op te nemen in de pedagogische visie, partnerschappen en duurzame aanko pen. Zo leren leerlingen niet alleen over duurzaamheid, maar zien ze het ook in de praktijk gebeuren. Schoolbesturen kunnen dus bijdragen aan duurzame ontwikkeling door ICT-producten aan te kopen die ecologisch en ethisch duurzaam zijn. De Vlaamse over heid reikt scholen richtlijnen en praktische informatie aan die zij als aankopers kunnen gebruiken in hun bestekken en bij overleg met leveranciers. Op de website van Onderwijs en Vorming kan je meer lezen over de richtlijnen en praktische informatie die je als koper kan gebruiken in het bestek en bij overleg met leveranciers. Meer informatie over aankoop en circulair gebruik van mobiele toestellen vind je op de website van Onderwijs en Vorming.

3. GELIJKE ONDERWIJSKANSEN

Koppel het ICT-beleid niet los van het “gelijke onderwijskansen” (GOK)-beleid. Het kan waardevol zijn om bij het opstellen van een ICT-beleidsplan en het aankopen van mobiele toestellen de GOK-werkgroep te betrekken. Laat je als school leiden door de minimale eigenschappen waaraan een toestel moet voldoen en beperk op deze manier de totaalkost. Als leerlingen het toestel mee naar huis mogen nemen, kan je als school best nagaan of je leerlingen thuis ook een internetaansluiting hebben. Indien dit niet het geval is, voorzien Proximus en Telenet internetaansluitin gen voor kansarmen. Scholen kunnen deze gezinnen hiervoor aanmelden of hen doorverwijzen naar het OCMW of een andere sociale organisatie. Meer info over digitale inclusie vind je op Mediawijs (dossier digitale inclusie). Mobiele toestellen bieden ook kansen aan ouders. Deze kunnen via het mobiele toestel van hun kind onder meer digitaal communiceren met je school. Informeer en praat met ouders over het gebruik van mobiele toe stellen.

4. LEZEN VAN EEN SCHERM

In het digitale tijdperk heeft schermlezen een vanzelfsprekende plaats gekregen in de leef- en leeswereld van leerlingen. Dat gebeurt echter voornamelijk buiten de schoolse context. In die zin is er een groeiende behoefte om de kloof tussen de be schikbaarheid van digitale (lees)technologie thuis en op school te overbruggen en ook in de klas meer digitale teksten aan te bieden.

Wat weten we op basis van bestaand onderzoek naar scherm lezen dat relevant is in de aankoop van een specifiek mobiel toestel? Verschillende toestellen hebben typische kenmerken die een invloed kunnen uitoefenen op leesbegrip en aangena me leeservaringen bij leerlingen. Wat informatieve teksten be treft, weten we uit onderzoek dat scrollen een negatieve invloed heeft op leesbegrip. Dit maakt dat het lezen van tekstbestanden op laptops het leesbegrip kan ondermijnen in vergelijking met leesapps op tablets of e-readers waarin je de pagina’s digitaal ‘omslaat’. Die laatste twee toestellen hebben bovendien ook het voordeel dat de lezer ze kan vasthouden zoals een boek. Dankzij innovaties als e-inkt en speciale leesapps bieden ze ook zintuiglijke ervaringen die dichter aansluiten bij het lezen van teksten op papier dan op traditionele laptops. Al deze aspecten komen het leesbegrip ten goede. Een belangrijke kanttekening hierbij is echter dat grote overzichtsstudies erop wijzen dat bij het lezen van informatieve teksten, zeker onder tijdsdruk, het algeheel tekstbegrip hoger ligt op papier. Digitale teksten kun nen voor dat type leesopdrachten in de klas dus niet zomaar onder alle omstandigheden teksten op papier vervangen. Wat het lezen van digitale verhalende teksten betreft, bieden tablets dan weer interessante mogelijkheden voor leesbevordering bij leerlingen. In recent onderzoek bij leerlingen secundair onder wijs werden verschillende toestellen met elkaar vergeleken op vlak van leeservaring, leesmotivatie en mogelijkheden voor lees bevordering. Hieruit bleek dat tablets, na e-readers, de meest aangename leeservaringen boden, gevolgd door smartphones en ten slotte laptops. Bij leerlingen secundair onderwijs bleken bovendien tablets bij het vrij lezen van verhalende teksten even sterk te stimuleren als gedrukte boeken. Bijkomend groot voor deel van schermlezen zijn de extra mogelijkheden voor leerlin gen met beperkingen of leerstoornissen, zoals slechtziendheid en dyslexie.

Dank hierbij onder meer aan:

• Aanpassing van de schermresolutie

• Wijziging van achtergrond, kleuren en lettertypes

• Toepassing van voorleesfuncties In dit kader verwijzen we graag naar Eureka ADIBib. Zij stellen gratis digitale, voorlees bare versies van gedrukte schoolboeken ter beschikking van leerlingen met ernstige lees- en/of schrijfbeperkingen.

5. EFFECTIEVE DIDACTIEK EN LEERSTRATEGIEËN

Welk toestel is het meest geschikt in functie van effectief leren en instructie? Een recente overzichtsstudie geeft aan dat ICT een meerwaarde kan betekenen op het vlak van leeruitkomsten indien deze ICT-inzet een hefboom is voor effectieve leerstrate gieën. Meer in het bijzonder indien de ICT herhaling, spreiden van leermomenten en het zichzelf testen (om te leren) faciliteert. Zowel een laptop, Chromebook als tablet hebben mogelijk heden aan boord om gebruik te maken van toepassingen die inzetten op deze effectieve leerstrategieën. Tools als Quizlet, Kahoot!, Quizziz of Bookwidgets kunnen zowel met als zonder de installatie van een app gebruikt worden en/of zijn mobile friendly. Uiteraard speelt de mate waarin van leerlingen verwacht

9

wordt uitgebreide werkstukken of opdrachten ‘uit te typen’, ook een rol (bijvoorbeeld op ergonomisch vlak) in de aanschaf van een specifiek toestel of het voorzien van een fysiek toetsenbord bij een tablet.

6. SAMENGEVAT

• Het is aangewezen een zo concreet mogelijke koppeling tus sen visie op onderwijs en een ICT-beleidsplan te maken. Op deze manier kunnen de mogelijkheden van mobiele toestellen zo goed mogelijk afgestemd worden op de ondersteuning van de onderwijsvisie.

• Overweeg de nood aan meerdere toesteltypes reeds op het feit dat een leerlingenpopulatie geen homogeen gegeven is. Een laptop kan een aangewezen medium zijn om notities op te nemen voor een leerling uit de derde graad secundair onder wijs, maar niet voor leerlingen uit het vijfde leerjaar. De eerste groep bezit mogelijk al de nodige notitie- en zelfregulerende vaardigheden, terwijl voor de jongere leerlingen de motori sche schrijfbeweging nog een doorslaggevende factor is.

• Notities nemen op papier lijkt zeker voor jongere leerlingen het leren (en wellicht ook schrijven) te bevorderen. De schrijfbe weging zelf en de zintuiglijke ervaring van schrijven op papier, zouden volgens huidig onderzoek een belangrijke rol spelen. Voor oudere leerlingen kan het aangewezen zijn de digitale opties die noteren met een mobiel toestel biedt, te benutten. Belangrijk hierbij zijn hun notitie- en zelfregulerende vaardig heden (weerstaan aan afleiding). Om de schrijfbeweging te stimuleren en bijvoorbeeld tekeningen in de notities op te ne men, kan een pentoestel een alternatief zijn. In de keuze van de tools dient steeds de AVG-regelgeving in acht genomen te worden.

• De interactiviteit van (met internet verbonden) toestellen biedt mogelijke voordelen maar ook valkuilen. In een notitie-app zoals bijvoorbeeld GoodNotes (voor iPad) of OneNote (voor Windows), kunnen leerlingen makkelijk een Cornell-sjabloon invoegen om effectief notities te nemen. Door de verbinding met het wereldwijde web zijn leerlingen echter ook maar één swipe of klik verwijderd van meerdere bronnen van afleiding.

• Lezen van een scherm is deels mediumgebonden. Zo bieden tablets meer mogelijkheden dan laptops voor leeservaringen die nauwer aansluiten bij lezen op papier, wat het leesbegrip ten goede komt. Voor het lezen van informatieve teksten on der tijdsdruk kunnen ze echter niet zomaar onder alle omstan digheden teksten op papier vervangen. Ook wat het lezen van verhalende teksten betreft, tonen opnieuw tablets het meeste potentieel voor het bevorderen van aangename leeservarin gen en leesmotivatie.

• Mobiele toestellen bieden algemeen de mogelijkheid om leerlingen te laten deelnemen aan ICT-ondersteunde leerac tiviteiten die effectieve leerstrategieën (zoals het afnemen van formatieve quizzen) ondersteunen. Er zijn niet meteen sterke argumenten om op basis hiervan te kiezen voor het één of ander type toestel.

WELKE VRAGEN KAN JE STELLEN?

In dit hoofdstuk trachten we door het stellen van relevante vra gen een aantal handvatten voor aankoop van mobiele toestellen aan te reiken.

HOEVEEL BEDRAAGT HET BUDGET?

Het budget gaat een van de grote beslissingsfactoren zijn in het keuzeproces. Scholen mogen zich hierop echter niet blindsta ren en moeten zich niet beperken tot het gekregen Digisprong

budget per leerling. Indien de middelen voor de passende toe stellen ontoereikend zijn, kunnen deze aangevuld worden met de middelen uit de generieke ICT-impuls van schooljaar 20202021, de middelen uit Digisprong voor de ICT-infrastructuur in ruime zin of vanuit de reguliere werkingsmiddelen. We moedi gen, zoals eerder gezegd in deze gids, schoolbesturen aan om uiterste inspanningen te leveren om zo weinig mogelijk aan de ouders door te rekenen. Met het beschikbare budget in het ach terhoofd, houd je best niet alleen rekening met de initiële kost prijs, maar probeer je ook een kostenraming te maken van wat het toestel op termijn aan kosten kan meebrengen.

• Hoeveel garantie krijg je bij het toestel?

• Is het een onderhoudsgevoelig toestel of net helemaal niet?

• Wat is de levensduur (van de batterij) van het toestel? Hoelang een toestel meegaat, is afhankelijk van verschillende factoren zoals:

Prijs-kwaliteit: een goedkoper toestel is op korte termijn de goedkoopste optie, maar op lange termijn niet altijd de meest duurzame keuze. Een toestel met betere speci ficaties gaat in principe het langste mee, maar is meestal wel duurder. De kwaliteit van de constructie en afwerking is beter en daarom duurzamer. Daarnaast zijn er ook militarygrade devices, hoezen of cases beschikbaar die de toestel len beschermen tegen val- en waterschade.

Omgevingsfactoren: jonge kinderen zullen apparaten snel ler laten vallen; een goede hoes is dus een nuttige investe ring. Daarnaast blijkt dat mensen minder voorzichtig om springen met apparaten waarvan ze geen eigenaar zijn.

Updates: hoelang blijven er updates uitkomen voor het besturingssysteem dat op het toestel staat? Wanneer dit ophoudt, ontstaan er veiligheidsrisico’s en kunnen nieuwe applicaties niet meer geïnstalleerd worden. Sommige leve ranciers garanderen updates van de software op hun toe stellen. Dit is van belang voor veilig en duurzaam gebruik van de toestellen.

Ondersteuning: goede nazorg en support door de ICT-coör dinator en/of het bedrijf waar de toestellen werden aange kocht. Leveranciers van mobiele toestellen of de aankoop centrales van koepels en scholengroepen kunnen je met deze vragen vast verder helpen.

WAT ZIJN IEDERS COMPETENTIES? De competenties van de ICT-coördinatoren, leraren en leerlin gen moeten ook in rekening gebracht worden. Het inschalen van de technische competentieniveaus van de ICT-coördinato ren is uiteraard een belangrijke factor in het verhaal. Sommige omgevingen (ecosystemen) vereisen meer technische kennis dan andere. Denk ook na over welke opleidingen er via de leve ranciers, koepels, e.a. beschikbaar zijn. Ook de ICT-vaardigheid van de leraren moet in rekening gebracht worden. Los van de technische kennis van de ICT-coördinator, is het de leraar die met zijn leerlingen aan de slag moet en die eerstelijnshulp biedt. Indien er voor de leraren wordt omgeschakeld naar een ander besturingssysteem of softwarepakket moeten er mogelijks ook opleidingen voorzien worden om hen hiermee eigen te maken. Om een algemeen zicht te krijgen op de ICT-vaardigheden van leraren verwijzen we graag naar de tool Digisnap, die ontwikkeld wordt door het Kenniscentrum Digisprong.

10

Tot slot moeten we uiteraard ook rekening houden met de leer lingen. Hierbij een aantal richtvragen die hiervoor gebruikt kun nen worden:

• Wat zijn de (motorische) capaciteiten van de leerlingen?

• Wordt het toestel slechts af en toe of net veel gebruikt?

• Moeten de leerlingen kunnen inloggen met een gebruikers naam en wachtwoord?

• Kunnen leerlingen een muis of touchpad gebruiken?

HOE WORDEN TOESTELLEN IN DE KLAS GEBRUIKT?

Het is belangrijk dat naargelang de lessituatie een relevant toe stel wordt ingezet. Bij de keuze van een type mobiel toestel overweeg je best goed welke factoren doorslaggevend zijn. Plaats deze factoren in het juiste perspectief. Wanneer leerlin gen bijvoorbeeld slechts sporadisch sensoren (barometer, kom pas, navigatie, gyroscoop, …) gebruiken, kunnen zij voor deze uitzonderlijke lessituaties misschien ook éénmalig hun smartp hone gebruiken. Het is dan geen vereiste dat deze sensoren beschikbaar zijn op het gekozen mobiele toestel. Hierbij enkele richtvragen:

• Worden toestellen gedeeld onder de leerlingen?

• Typen de leerlingen veel tekst?

• Moeten de leerlingen foto’s en video’s kunnen maken met het toestel?

• Printen de leerlingen regelmatig?

• Moeten leraren kunnen zien wat leerlingen op hun scherm doen?

• Werken de digitale leermiddelen in de cloud?

• Werken de digitale leermiddelen op tablets (“there’s an app for that”)?

• Gebruiken de leermiddelen sensoren?

Bij het leergebied overschrijdende eindtermen van het basison derwijs vind je 8 formuleringen. Een school heeft dus best ook oog voor de mate waarin een toestel zich eveneens leent voor het creatieve luik en het computationeel denken. Het in kaart brengen van wat met een bepaald toestel wel of niet kan door het besturingssysteem, de hardware, de draagbaarheid, de bat terijcapaciteit, … kunnen zeker invloed hebben op de keuze van het juiste toestel. https://onderwijsdoelen.be

HOE GEBEURT HET BEHEER VAN DE TOESTELLEN?

WIE IS EIGENAAR VAN HET MOBIELE TOESTEL?

Zoals we reeds aanhaalden in punt 2.2.2 Principes zorgvuldig bestuur raadt het Kenniscentrum Digisprong alle scholen aan om mobiele toestellen in eigen beheer aan te kopen. Dit kan al dan niet in samenwerking met een partner die instaat voor support bij technische schade of andere problemen. Deze ma nier van werken heeft verschillende voordelen voor de school en leerlingen. Zowel het beheer als het (klassikaal) monitoren van de toestellen is gemakkelijker voor de school.

WAT BIJ PROBLEMEN?

Zorg ook dat er een duidelijk aanspreekpunt is voor leerlin gen en leraren bij defecten of problemen. Denk hierbij o.a. aan brandveiligheid, diefstal, vandalisme, accidentele schade en automatische laadonderbreking. Na het advies van de preven tieadviseur kunnen de specificaties op het vlak van veiligheid, gezondheid en milieu in de offerteaanvraag verwerkt worden.

DIEFSTALPREVENTIE EN ALGEMENE FYSIEKE BESCHERMING

Mobiele toestellen worden frequent gestolen. Studies melden dat 1 op 10 mobiele toestellen gestolen wordt en in bijna de helft van de gevallen gebeuren deze diefstallen in scholen of kantoren. Het gros van deze toestellen wordt niet meer terug gevonden. Maar hoe kan je deze toestellen dan wel beveiligen tegen diefstal? In het verlengde van diefstalpreventie is het ook aan te raden om te kijken naar een veilige oplossing om acci dentele schade te voorkomen of op zijn minst de kans hiertoe te beperken. De ICT-coördinator houdt best een gedetailleerde inventaris bij van al je computermateriaal met de serienummers van de fabrikant en je eigen inventarisnummers, zoals we ook eerder als tip gaven in het stappenplan (zie punt. Bepaal een aankoopvisie voor de mobiele toestellen. Breng de eigen num mering samen met naam en/of logo van de school aan op elk toestel. Doe dat met een methode die moeilijk te verwijderen is. Ook het graveren van toestellen is hier een mogelijkheid.

Indien je kiest voor een laptop (Windows, Chrome OS, Linux, …) kan je een laptopslot gebruiken. Zoals de naam doet ver moeden, is een laptopslot een fysiek slot dat helpt je toestel te beveiligen tegen diefstal. Laptopsloten zijn relatief goedkoop in aankoop. De werking is vergelijkbaar met deze van een fietsslot. Bij de keuze van een laptop controleer je best even of het toe stel ook een universeel slot (USS) heeft voor het aansluiten van een laptopslot. Het slot wordt hierop aangesloten en, door de flexibele staalkabel aan een zwaar object te hangen, beveiligd.

Wanneer je leerlingen hun digitale toestellen niet mee naar huis nemen op het einde van de dag, kan je school overwegen om te investeren in een kar of kast om de mobiele toestellen in op te laden. Op die manier kunnen je leerlingen elke dag aan de slag gaan met een opgeladen toestel. Naast het opladen van de toestellen bieden deze karren of kasten volgende voordelen:

• Mobiliteit: karren hebben het voordeel dat deze eenvoudig verplaatst kunnen worden omdat zij op wielen staan. Zo kun nen leerlingen de kar meenemen wanneer ze van lesruimte veranderen. Wanneer de kar niet verplaatst moet worden, is een kast uiteraard een goed alternatief. Bepaalde fabrikanten bieden ook speciaal aangepaste draagmanden aan, zodat leerlingen meerdere toestellen naar de desbetreffende klas kunnen dragen.

• Veiligheid: bij het opbergen van de mobiele toestellen is het belangrijk dat deze niet beschadigd geraken. Door ze netjes in de kar of kast op te bergen, is de kans op schade veel klei ner. Sommige karren of kasten zijn ook brandwerend, waar door de toestellen bij een mogelijk brand in je school langer en beter beschermd blijven.

• Afsluitbaar met een slot om diefstal tegen te gaan: vaak is er de mogelijkheid om de kar of kast op slot te doen. Naargelang de kast kan je kiezen voor een sleutelslot, combinatieslot of RFID (Radio Frequency Identification) slot. Een slot zorgt voor bescherming tegen diefstal en vandalisme.

• Efficiënt opladen: de meeste karren en kasten beschikken over slimme technologie die de kar (of kast) en de mobiele toestellen beschermt tegen overbelasting en piekspanning.

11

WELKE VRAGEN KAN JE STELLEN?

Naast de voordelen zijn er ook enkele zaken waaraan je aan dacht moet geven:

• De oplaadkarren zijn vaak gemaakt voor een bepaald aantal en een bepaalde grootte van toestellen. Let daarom goed op dat je de juiste kar of kast kiest voor je toestellen.

• Er zijn meerdere mogelijkheden om je toestellen op te laden. Zo kan dit via stopcontacten, USB-A en USB-C. Sommige kar ren of kasten voorzien echter maar één soort oplaadmogelijk heid waardoor dit ook goed overwogen moet worden bij de aankoop.

• Er zijn kasten en karren op de markt waarbij je als leraar de laadstatus aan de buitenkant van de kar of kast kan aflezen. Op deze manier neem je direct het goede toestel en kan je ook in één oogopslag controleren of de laders ingestoken zijn. Dit bespaart tijd en frustratie.

GEGEVENSBESCHERMING

TWO -FACTOR AUTHENTICATIE (2FA) 2FA voorkomt geen dief stal, maar dit principe verkleint de kans dat hackers toegang krij gen tot je accounts of gegevens. Om online toegang te krijgen tot een applicatie moet je als gebruiker twee stappen succesvol doorlopen.

TOESTELKEUZE

MICROSOFT WINDOWS

Voordelen:

• Compatibel met de meeste softwaresuites

• Werkt offline en online

• Uitgebreidste aanbod aan toestellen

• Integratie met (desktop) Office, ’s werelds populairste kantoorsuite

• Licenties via MS-KIS -raamcontract

• Mobile Device Management Intune inbegrepen in MS-KIS (A3 & A5)

• Vertrouwde omgeving voor oudere leerlingen, leraren en administratief personeel Nadelen:

• Vereist iets zwaardere (en dus meestal duurdere) hardware

• Goed beheer en tijdige updates zijn heel belangrijk voor cyberveiligheid

• Iets complexer omwille van de vele mogelijkheden in hardware

CHROME OS

Voordelen:

• Eenvoudig in gebruik voor jong en oud

• Integratie met Google Workspace for Education

• Snel samenwerken

• Minder vatbaar voor cyberrisico’s

• Goedkope instapmodellen

• Divers aanbod

• Batterij voor een hele schooldag Nadelen:

• Gericht op online werken

• Gesloten ecosysteem met minder applicaties

• Sterke afhankelijkheid van Google

• Niet geschikt voor gespecialiseerde softwaresuites (Adobe, AutoCAD…)

• Gevoelig voor privacyproblemen volgens de Vlaamse Toezichtcommissie (VTC)

iPAD Voordelen:

• Specifieke tablet-apps (t.o.v. Android)

• Intuïtieve aanraakschermervaring

• Werkt offline en online

• Cyberveilig besturingssysteem

• Privacy tot op appniveau in te stellen

• Lange update-ondersteuning

• Batterij voor een hele schooldag

• Draagbaarder dan een laptop

Nadelen:

• App-aanbod beperkt tot App Store

• Instapprijs duurder dan gemiddelde tablet

• Kantoorpakket minder populair en minder algemeen gekend

• Combinatie van Apple School Manager en een extra MDMoplossing noodzakelijk

ANDROID

Voordelen:

• Eenvoudig in gebruik

• Beschikbaar op budgetvriendelijke tablets

• Integratie met het Google-ecosysteem

• Draagbaarder dan een laptop

Nadelen:

• Beperkte compatibiliteit met geavanceerdere toepassingen

• Weinig meerwaarde tegenover Chrome OS

• Sterke afhankelijkheid van Google

• Mogelijke problemen met privacy

• Minder lange ondersteuning qua beveiligingsupdates

LINUX

Voordelen:

• Gratis software dus geen licentiebeheer

• Geen krachtige toestellen nodig, oude toestellen kunnen hergebruikt worden

• Ook beschikbaar op nieuwe, budgetvriendelijke toestellen

• Privacyveilig

• Performant

• Eens opgezet, eenvoudig onderhoud

• Weinig malware en virussen, updates gebeuren automatisch

Nadelen:

• Grotere leercurve voor de ICT-coördinator

• Opzetten van een Linux-omgeving is minder eenvoudig dan andere oplossingen

• Niet alle software is beschikbaar voor Linux

• Niet alle hardware is compatibel met Linux

• Aanbod van nieuwe toestellen met Linux-distributie is beperkt

• Lerarenteam moet overtuigd worden van de meerwaarde van vrije software

• Minder bestaand cursusmateriaal rond vrije software

Samenvatting: Noël Devolder

De volledige en meest recente versie van deze gids vind je op de website van Kenniscentrum Digisprong en KlasCement.

12

Houthakkershutje

sprokkel jouw fantasie bij elkaar!

Het splinternieuwe speelhuisje uit ons Eco-Play gamma wordt volledig vervaardigd uit natuurlijke, duurzame houtsoorten zoals lariks en robinia.

Volledig voorgemonteerd met bankjes en tafeltje is het zowel geschikt om te plaatsen op een losse als op een verharde ondergrond.

Ons houthakkershutje is bedoeld voor kleuters van 2 tot 6 jaar. Door de zeer lage valhoogte is er geen valdempende ondergrond nodig. Dit ruime speelhuisje zorgt gegarandeerd voor urenlang speelplezier.

Eco-play is een gamma gemaakt door:

13

VIRBO-SEMINARIE

woensdag 15 maart tot en met vrijdag

Fletcher-Hotel Sittard**** Milaanstraat 115 6135 Sittard Nederland

Tel: +31 468 700 090

Hotelfaciliteiten: restaurant, bar, comfortabele rookvrije kamers, Blue Wellnessresort (toegang tegen betaling en zonder badkleding)

Activiteiten en diensten: verschillende vergaderzalen, gratis WIFI, bowling, fitness, klimhal, parkeren tegen betaling € 5/dag)

ACCOMMODATIE & MOGELIJKHEDEN

• Vegetarische maaltijden mogelijk (vermelden op inschrijvingsformulier)

• Verblijf in single of dubbele kamer

• Gratis WIFI

• Dranken bij de lunch, het diner zijn inbegrepen in inschrijvingsprijs (volgens beschrijving)

• Dranken bij avondactiviteit op woensdag en donderdag inbegrepen (frisdranken, wijn en bier, geen cocktails of sterke dranken)

Ontvangst deelnemers: dinsdagavond (optie) of woensdagmorgen.

DAGINDELING

• Ontbijtbuffet: 07.00 tot 09.00

• Woensdagvoormiddag, donderdagvoormiddag en vrijdagvoormiddag: diverse sessies van 09.00 tot 13.00 (zie programma), koffiepauze ± 11.00

• Woensdag- en donderdagmiddag: lunch in buffetvorm om ± 13.15, vrijdag om ± 12.15 (bij de lunch zijn niet-alcoholische dranken inbegrepen)

• Woensdagavond: 3-gangenmenu (frisdranken, wijn en bier inbegrepen)

• Donderdagavond: 4-gangenmenu (frisdranken, wijn en bier inbegrepen)

• Vrijdagmiddag: buffetlunch Wie vegetarische maaltijden wenst vermeldt dit bij de inschrijving

KOSTPRIJS

Het seminarie is alleen toegankelijk voor leden VIRBO. De basisprijs omvat het verblijf van woensdag 08.00 tot en met vrijdag 15.00

Inbegrepen:

• Het gebruik van de zalen en de kosten van de lesgevers, WIFI, de koffiepauzes en de maaltijden zoals beschreven, de overnachtingen, de toeristische excursie en het gebruik van de hotelaccommodaties (uitgezonderd Wellness). Bij elke maaltijd en ’s avonds zijn de dranken inbegrepen.

• Basisprijs dubbele kamer € 570,- VIRBO-prijs € 450,-

• Basisprijs single kamer € 670,- VIRBO-prijs € 550,-

OPTIE

Overnachting in single of dubbele kamer op dinsdagavond 14 maart 2023 met ontbijt woensdagmorgen.

Single kamer: + € 90,-

Dubbele kamer: + € 50,-

• Er wordt een korting van € 90 toegekend voor: Een inschrijver die niet deelneemt aan de sessies -De vergezellende partner van een deelnemer

ANNULATIEKOSTEN

• Vóór 1 maart 2023: 10% te betalen

• Vóór 5 maart 2023: 50% te betalen

• Vanaf 5 maart 2023: 100% te betalen

INSCHRIJVING

Belangrijk!

• Er zijn 60 kamers beschikbaar. Graag zoveel mogelijk een kamer delen (2 personen).

• Een kamer voor 2 wordt slechts geboekt als beide inschrijvingen binnen zijn.

• Snel reageren is aangeraden !

• Enkel inschrijven via onze website vanaf 1 oktober 2022: www.virbo.be

• Indien meer inschrijvingen dan er plaats is, komt men op een wachtlijst terecht.

De geldige inschrijvingen worden chronologisch genoteerd en geplaatst. De deelnemers ontvangen per kerende een factuur. De betaling moet gebeuren vóór 31 december 2022 op VIRBO-rekening: BE40 2930 0648 0463 – GEBABEBB. Bij niet-betaling binnen de termijn vervalt de inschrijving.

14
THEMA : LEIDERSCHAP !
17 maart 2023

PROGRAMMA

Woensdag 15 maart 2023

08u00 – 09u00 Aankomst deelnemers in Fletcher-Hotel Sittard 09u30 – 12u30 Eerste vergadersessie met koffiepauze rond 11.00 keynote 1: Transitie en leiderschap, door Hummus*

13.00 lichte lunch in buffetvorm (niet-alcoholische dranken inbegrepen)

14.00 ➡ Teambuildingsactiviteit: 19.30 3-Gangenmenu (frisdranken, wijn en bier inbegrepen) Gezellig samenzijn (muziek tot max. 02.00) Overnachting

Donderdag 16 maart 2023

07.00 – 09.00 Ontbijtbuffet

09.00 – 13.00 Keuze uit 3 workshops 09.00 – 10u45 - workshop in company, door Hummus

- digitalisering - nog te bepalen 11.00 – 13.00 zelfde items worden opnieuw aangeboden

13.15 Lichte lunch in buffetvorm (niet alcoholische dranken inbegrepen)

Vanaf 14.00 Vrije namiddag 19.30 4-Gangenmenu (frisdranken, wijn en bier inbegrepen) Gezellig samenzijn (muziek tot max. 02.00) Overnachting

Vrijdag 17 maart 2023

07.00 – 10.00 Ontbijtbuffet 09.00 – 12.00 Keynote 2: Deep Democracy en educatie, door Hummus

12.15 Lunchbuffet (niet-alcoholische dranken inbegrepen)

14.30 Einde seminarie

* HUMMUS wil mensen en / in organisaties gidsen in de transitie naar een meerstemmige ecorechtvaardige samenleving. Door de wijsheid van de minderheidsstem in te brengen in besluitvormingsprocessen, door de interculturele dialoog te faciliteren en door compassievol conflicten met elkaar aan te gaan, ontstaat creatie en verbinding in groepsprocessen.

MEER INFORMATIE

• Over de onderwerpen: Didier Van de Gucht

• Over het verblijf: Erik Van Laere

• Website VIRBO www.virbo.be

• Info over Fletcher-Hotel Sittard www.wellnesshotelsittard.nl

WAT MAAKT HET VIRBO-BESTUUR ZO UNIEK?

1.

2.

Sommige bestuursleden zijn langer bij VIRBO actief (als lid en/of in het bestuur) dan ze als directeur hebben gewerkt.

In het bestuur zetelen alle leeftijden van actieve directeurs en zelfs senioren (niet meer actieve directeurs) maken deel uit van het zelfde bestuur. Dat is op zich al uniek.

3.

Het bestuur verenigt directeurs over alle scholengemeenschappen en over alle scholengroepen heen. Dit maakt het zo boeiend en zo leerrijk voor ons allen.

4.

Elke stem komt aan bod en waar mogelijk zoeken we steeds naar een consensus.

5. We organiseren als VIRBO activiteiten waar we elkaar als directeur ook gewoon kunnen ontmoeten, wat anders zelden mogelijk wordt gemaakt binnen onderwijs.

6. Het VIRBO-bestuur beschikt over medewerkers waarop je altijd weer kan rekenen.

7. Alle items die leven binnen het onderwijsveld zijn bespreekbaar binnen het bestuur.

8. Nieuwe bestuursleden zijn altijd welkom.

9. VIRBO is de enige vereniging die alle directeurs van Het GO! basisonderwijs verenigt. We zijn nooit onderworpen aan een partij, noch aan een belang, noch aan een vooringenomen idee.

10. Wat we samen doen en beslissen delen we met elkaar vanuit onze passie voor het onderwijs.

11. Tja ….. en eigenlijk kunnen we zo nog heel lang doorgaan.

15

VLOR

Reorganisatie van het schooljaar

1 Situering

Op vraag van minister Weyts heeft de Vlor het draagvlak bij de onderwijspartners onderzocht voor een eventuele reorganisatie van het schooljaar en de kritische voorwaarden daarvoor. De minister verwijst in zijn adviesvraag naar het maatschappelijk debat over het inkorten van de zomervakantie. Dat is op scherp gesteld door de aanpak van de leervertraging, door de covid-19 pandemie, en de beslissing van de Franse Gemeenschap om vanaf schooljaar 2022-2023 de zomervakantie in het Franstalig onderwijs in Wallonië en Brussel daadwerkelijk in te korten en de herfst- en krokusvakantie langer te laten duren. De motivering voor die beslissing is dat de nieuwe ritmering van het schooljaar, met een afwisseling van periodes van zeven à acht weken les met telkens twee weken vakantie, en zeven weken zomervakantie, beter is voor de leerlingen. Omdat de minister geen heldere doelstelling koppelt aan een eventuele reorganisatie van het schooljaar, ging de Vlor na wat de voor- en nadelen zouden zijn van een reorganisatie, in de eerste plaats voor de leerlingen, maar ook voor leraren, directies, schoolbesturen en ouders. We deden dat vanuit de vragen naar wenselijkheid, haalbaarheid en aanvaardbaarheid, die ons toetsingskader vormen. Het onderwijskundig en pedagogisch perspectief stonden voorop, maar we keken ook naar de bredere maatschappij, met name andere sectoren op wie een reorganisatie impact zou hebben.

2 Vaststellingen: grote betrokkenheid, genuanceerd beeld, geen breed draagvlak

Doordat elke organisatie die een bevraging uitvoerde zelf de methodiek, vraagstelling en timing van haar enquête of traject bepaalde, is een systematische meta-analyse van de resultaten niet mogelijk. Ondanks die verschillen in aanpak leveren de bevragingen wel een gelijkaardig beeld op en zien we vaak dezelfde tendensen en argumenten pro en contra. Die beschrijven we in de bijlage bij dit advies.

Een eerste algemene vaststelling betreft de grote betrokkenheid van alle actoren op het thema. Alle bevragingen kenden een zeer grote respons. De respondenten waren zeer talrijk en engageerden zich om hun standpunt in te brengen, te motiveren met rijke argumenten en desgevallend deel te nemen aan focusgroepen. Zij hebben daarbij ook niet enkel hun eigen perspectief in aanmerking genomen: zo denkt het personeel ook aan impact op leerlingen en ouders, denken ouders ook aan schoolorganisatie en personeel, en denkt iedereen aan de gevolgen voor de bredere maatschappij.

Ten tweede zien we in de uitkomsten van het kwantitatieve luik van de bevragingen een genuanceerd beeld over een reorganisatie die een inkorting van de zomervakantie inhoudt. Dat is het geval bij alle types actoren. In geen enkele organisatie was er een afgetekende meerderheid voor een reorganisatie, bij enkele organisaties is een duidelijke meerderheid tegen een inkorting van de zomervakantie en bij de andere organisaties zien we een meer gemengd beeld. De rijkdom van de argumenten die respondenten geven om hun standpunt te onderbouwen, illustreren dat. De Vlor stelt dan ook vast dat er over de onderwijspartners heen geen breed draagvlak is voor een reorganisatie van het schooljaar, in welke vorm dan ook. Dat heeft te maken met vele factoren: het feit dat het om een zeer ingrijpende maatregel zou gaan met grote impact op onderwijs en de hele maatschappij, de vaagheid van de doelstelling, het gebrek aan wetenschappelijke evidentie voor het

effect van de maatregel, de huidige onderwijscontext met gevolgen van crises (coronapandemie, vluchtelingen, lerarentekort, …) en andere ingrijpende hervormingen. Daarom vraagt de Vlor om het schooljaar nu niet te reorganiseren. Wel doet de raad vanuit de bevragingen van het onderwijsveld en de gesprekken met experts een aantal aanbevelingen over thema’s die daaruit sterk naar voren kwamen en die ook inhaken op de aanleidingen van de minister voor de adviesvraag. We vragen om het perspectief te verbreden: niet die ene maatregel, maar wel een globale aanpak van kansarmoede, binnen en buiten de schoolvakanties. Binnen zo’n globaal plan moet de maatregel in overweging genomen worden, maar dan wel op basis van wetenschappelijke evidentie en monitoring van wat de hervorming in Franstalig België teweegbrengt. Ook aandacht voor mentaal welzijn is een prioriteit.

3 Aanbevelingen

Niet overhaast beslissen onder druk van regeling Franse Gemeenschap, wel goed monitoren In de bevragingen door de ledenorganisaties van de Vlor gingen stemmen op voor een uniforme vakantieregeling voor heel het land. Met andere woorden, het Nederlandstalig onderwijs zou best de regeling voor het Franstalig onderwijs volgen, o.a. om problemen te vermijden in regio’s waar verschillende systemen naast elkaar voorkomen of aan elkaar grenzen. Tegelijk gingen ook stemmen op die de mogelijke problemen van naast elkaar voorkomende en aangrenzende systemen relativeren. Andere, ons omringende, landen hanteren ook verschillende vakantieregelingen per regio. Misschien mogen we ook de voordelen daarvan niet onderschatten, o.a. voor de toeristische sector en beschikbaarheid van vakantie-accommodatie. De Duitstalige Gemeenschap van België heeft naar aanleiding van de beslissing van de Franse Gemeenschap overigens al beslist om haar vakantieregeling voor het onderwijs niet aan te passen. De Vlor begrijpt dat de verschillende systemen voor onrust kunnen zorgen bij gezinnen, onderwijspersoneel, de opvangsector enzovoort. Toch bevelen we aan om niet om die reden overhaast mee te stappen in de regeling voor het Franstalig onderwijs. Wel om van nabij te monitoren wat de impact is van naast elkaar voorkomende en aangrenzende systemen met een verschillende vakantieregeling. Welke problemen doen zich effectief voor?

De realiteit zal de impact duidelijker maken. De Vlor volgt ook het pleidooi van verschillende experten om de gevolgen van de nieuwe regeling in het Franstalig onderwijs op de voet op te volgen en daarover in dialoog te gaan. Tegelijkertijd beseft de Vlor dat het effect van die maatregel moeilijk te isoleren zal zijn binnen de globale onderwijshervorming die momenteel wordt doorgevoerd in het Franstalig onderwijs (Pacte pour un Enseignement d'excellence), die vele maatregelen inhoudt.

Samenvatting

Noël Devolder, bestuurslid Virbo

16

Ooit gepest

Zodra het pesten stopt, eindigt ook het lij den, wordt weleens geredeneerd. Maar tal loze onderzoeken toonden aan dat de ge volgen van pesterijen in je jeugd soms nog jaren kunnen blijven nazinderen. “Ik wilde excelleren, als wraakoefening.”

Eigenlijk had ik het bij de droge feiten willen houden. Dat ik gepest werd van het eerste jaar in de lagere school tot het laatste jaar van het middelbaar. Dat die pesterijen zich bij momenten op de voorgrond afspeelden, en dat er daardoor twee jaar zijn waarvan ik me nauwelijks iets kan herinneren. Maar dat er ook momenten waren waarop het ge treiter gereduceerd werd tot een vervelend maar draaglijk achtergrondmuziekje.

Wie twaalf jaar aan pesterijen probeert sa men te ballen in één alinea, herleidt zijn ge schiedenis onvermijdelijk tot een sobstory En eigenlijk zou ik het ook liever helemaal niet hebben over die keer dat een klasge noot in grote letters ‘homo’ op het bord schreef om daarmee naar mij te verwijzen, en heel de klas (en zelfs de leerkracht) daar smakelijk om moest lachen. Over de kinderen uit mijn sportclub die tijdens een weekend in de Ardennen mijn bed uit elkaar haalden, zodat ik de nacht op de grond moest doorbrengen. Hoe diezelfde kinde ren ’s nachts een volledige pot gel door mijn haren wreven. Over alle bijnamen die ik tijdens die jaren heb gehad, en de voort durende minachting, die misschien nog het pijnlijkst van al was.

Eigenlijk zou ik al die sadistische uitschie ters het liefst van al vergeten. En om eerlijk te zijn: doorgaans lukt dat me best goed. Ik word niet geplaagd door flashbacks uit die donkere jaren en kijk enkel nog sporadisch op Facebook hoe het met mijn pesters van weleer gesteld is. De zwaarste beelden zijn mettertijd vervaagd. Maar wat ik niet van me heb afgeschud, is het gevóél uit die tijd. De grote waakzaamheid wanneer ik een nieuw iemand ontmoet, de onverbiddelijke focus

op prestatie, het onvermogen om te ont spannen, zelfs in het bijzijn van mijn beste vrienden.

Ik heb mijn pestverleden, met andere woor den, nog niet volledig van me afgeschud. Zelfs al is er ondertussen een decennium verstreken.

Mentale problemen

Soms voelt het kinderachtig om iets dat on dertussen al zoveel jaar achter me ligt nog steeds met me mee te slepen. Ik zou me hier allang overheen gezet moeten hebben. Maar dat de impact van pesterijen tijdens je jeugd soms nog vele jaren kan nasmeulen, toonde een onderzoek van de UAntwerpen, Universiteit van Tilburg en Open Universiteit Heerlen onlangs nog aan. Uit die studie, die naar de gevolgen van pesten peilde bij meer dan duizend jongvolwassenen tussen 18 en 25 jaar, bleek dat voormalige slachtof fers van pesterijen in hun volwassen leven vaak een minder positief zelfbeeld hadden. Dat ze bovendien minder tevreden waren over hun leven en doorgaans angstiger wa ren tijdens het leggen van nieuwe sociale contacten. Die gevolgen waren er al bij wie ‘klassiek’ gepest werd, maar werden nog uitvergroot bij wie daarbovenop ook erva ringen met cyberpesten had. “De redene ring daarvoor is dat slachtoffers van cyber pesten nooit een rustmoment hebben: de pesterijen kunnen het slachtoffer de hele dag door bereiken.”

“Men heeft duidelijk verhoogde fysiologi sche stressreacties gemeten bij kinderen die het slachtoffer zijn van pestgedrag, die even hoog liggen als bij mensen die lijden aan posttraumatische stress”, vertelt ook Hilde Colpin, hoogleraar schoolpsycholo gie en ontwikkelingspsychologie aan de KU Leuven. “De hypothese die er nu ligt, en die ook bevestigd lijkt te worden, is dat die stress zich verankert in het lichaam, waardoor hij kan leiden tot depressieve ge voelens en suïcidale gedachten op latere

leeftijd. Maar ook tot lichamelijke gevolgen, zoals een verhoogde kans op ontstekingen en obesitas.” Bovendien kunnen pesterijen het idee creëren dat de sociale wereld een vijandige plek is, legt Colpin uit, waardoor slachtoffers van pestgedrag neutrale signa len sneller als bedreigend kunnen interpre teren. “Daardoor ga je misschien denken dat je iemand bent met wie mensen niet graag tijd doorbrengen, waardoor je be paalde sociale situaties gaat vermijden.”

Opveren

Dat is een hele brok. Toch hoor je voor malige slachtoffers van pesterijen weleens beweren dat ze sterker uit die jaren zijn op geveerd. Wanneer ik twee van mijn beste vrienden, beiden met een pestverleden, vertel over het stuk dat ik te tikken heb, lij ken ze inderdaad op een compleet andere manier met hun pestverleden afgerekend te hebben. Zij heeft, net als ik, het gevoel dat de pesterijen haar vooral angstiger en onzekerder hebben gemaakt. Terwijl hij net merkt dat de vernederingen uit zijn jeugd ervoor gezorgd hebben dat hij vandaag sneller voor zichzelf zal opkomen.

Ook schrijfster en columniste Heleen De bruyne (33) werd in het middelbaar gepest en heeft het gevoel dat de pestervaringen haar zowel in positieve als in negatieve zin hebben gevormd. “Eigenlijk gingen de opmerkingen destijds vooral over mijn uiterlijk”, zegt ze. “Ik was lelijk, zeiden de pestkoppen. Een ‘ manwijf’ . Terwijl, als ik nu foto’s uit die tijd onder ogen krijg, ik zie dat ik er eigenlijk heel normaal uitzag.

Door die ervaringen heb ik me vrij snel ge realiseerd dat het tóch niet zou lukken om leuk gevonden te worden, en dat het dus geen zin had om me aan te passen. Ik dacht: dan hoor ik er maar niet bij, dan bén ik maar raar. Dat heeft tot een levenslange fascinatie voor sociale normen geleid, die ook steeds weer in mijn werk opduikt. Voor mijn schrijverschap hebben die jaren dus

17

zeker voor een interessante voedingsbo dem gezorgd.”

Sara Pabian, professor communicatiewe tenschappen die onderzoek verricht naar o.a. online pesten, erkent dat sommige volwassenen later kracht kunnen putten uit hun moeilijke jeugdjaren, al zijn de uitkom sten volgens haar enorm persoonsgebon den. Voor haar onderzoek voerde ze ver schillende gesprekken met slachtoffers van pesterijen. “Sommigen van hen zeiden dat ze het gevoel hadden weerbaarder te zijn voor andere tegenslagen of negatieve erva ringen in hun leven. Of dat ze sneller ge neigd waren in te grijpen wanneer ze zagen dat iemand anders het slachtoffer was van vernederingen en pesterijen. Dat zijn dus enkele goede uitkomsten van het pesten.”

In welke mate iemand weer opveert na pes terijen te hebben meegemaakt, hangt af van heel wat factoren. “Een bepaalde gene tische aanleg kan je kwetsbaarder maken voor mentale problemen op latere leeftijd”, weet Colpin. “Maar ook de gezinsomgeving waarin iemand opgroeit, kan een rol spelen. Jongeren die een goede relatie hebben met hun ouders, of met hun broers en zussen, lopen minder risico op mentale problemen als gevolg van hun slachtofferschap. En ook de duur en de frequentie waarin de pesterijen hebben plaatsgevonden is erg bepalend”, zegt Colpin. Iemand die zowel op school gepest werd als op de muziek school, zal met andere woorden een gro tere kans lopen om later gehavend uit die ervaring te komen.

Verzet tegen het verleden

In zijn recentste boek Veranderen: methode brengt de Franse schrijver Édouard Louis het verhaal van zijn getroebleerde jeugd. Hoe de vernederingen uit die jaren, en de armoede waarin hij opgroeide, hem op een levenslange vlucht hebben gestuurd. De constante opmerkingen over zijn uiterlijk en zijn geaardheid zadelden hem op met een verlangen om zowat alles aan zichzelf te veranderen: hoe hij eruitzag, hoe hij sprak, tot zelfs zijn doelen in het leven. De aan pak werkte: Louis kwam terecht in de beau monde en werd een succesvol schrijver. Om dan op de laatste pagina’s van zijn boek het volgende te concluderen: ‘Ik schrijf omdat ik denk dat ik soms spijt heb, dat ik soms spijt heb afstand te hebben genomen van het verleden, soms weet ik niet zeker of mijn inspanningen iets hebben opgeleverd. Soms denk ik dat al dat vechten tevergeefs is geweest en dat ik door te vluchten heb gevochten voor een geluk dat ik nooit heb gekregen.’

Wie zich zo hard verzet tegen zijn verleden, loopt het risico om niet veel meer te worden dan een negatiefje van die vormende jaren.

Al vindt Colpin dat we ambitie ook niet no deloos moeten problematiseren: “In een gezonde mate kan je focussen op werk of het vinden van een nieuwe uitlaatklep net

goed zijn voor je zelfbeeld, omdat je je ei genwaarde dan ergens anders uit kunt put ten. Maar het mag geen obsessie of een verslaving worden, want dan werkt het je weer tegen.” Sara Pabian sluit zich daarbij aan: “Ik denk dat het goed is dat sommige volwassenen kracht kunnen putten uit hun verleden om het goed te doen op andere vlakken. Maar niet iedereen slaagt daarin. Het idee dat slachtoffers van pesten die er varingen nadien allemaal als brandstof kun nen gebruiken, is absoluut onwaar. Voor sommige mensen blijft het ook later enkel een negatieve ervaring.”

Ook zanger en presentator Bent Van Looy (46) werd gepest tijdens de eerste jaren aan de middelbare school en ervaart daar nog steeds de gevolgen van. “Het pesten was destijds redelijk fysiek. Ik werd van de trap gegooid, ben met fietskettingen vast gebonden aan palen terwijl ik schoppen incasseerde, en ben met naaldjes in de rug beschoten. Ik leefde in die tijd met een soort fundamentele angst, die ik vandaag nog steeds met me meedraag. Als ik in een grote groep ben, ben ik automatisch op mijn hoede, en ik vind het nog steeds lastig om gewoon los en vrolijk te zijn.”

Tekenen en muziek maken, en ontdekken dat hij daar góéd in was, waren zijn manier om wraak te nemen op die pesters. “Ik heb die capaciteiten echt ingezet als wapens om een soort speelveld voor mezelf uit te kerven waarin ik kon excelleren. In het be gin was dat een pure wraakoefening en dat is het ook heel lang gebleven. Zelfs in de beginjaren van Das Pop was muziek maken een manier om de bully’s te tonen dat er wel iets van mij was geworden. Gelukkig heb ik dat wat kunnen loslaten en maak ik kunst vandaag ook écht gewoon voor de kunst.”

Jeugdzonde

De langdurige gevolgen van pestgedrag zouden ons moeten motiveren om het pro bleem nog strenger aan te pakken. Om het niet te zien als een simpele jeugdzonde die zich in het slechtste geval na onze school jaren vanzelf wel van de baan ruimt. Zowel Pabian als Colpin juichen de vele initiatie ven toe die pesten vandaag willen bestrij den. Maar pesten blijft, ook vandaag, een groot probleem. Ongeveer een op de zes Vlaamse kinderen wordt gepest tijdens zijn jeugd, al blijkt uit cijfers van 2018 wel dat er een daling van drie à vier procent is ten op zichte van 2016. Dat stemt dus zeker hoop vol, al is het pestlandschap er de voorbije jaren tegelijkertijd een pak complexer op geworden. Cyberpesten ligt immers op de loer (een op de veertien Vlaamse jongeren wordt daar slachtoffer van), waardoor het publiek waarvoor het pesten zich afspeelt vele malen groter is dan in het verleden. Bovendien zijn de video’s of foto’s van het pestgedrag niet zomaar van het internet te wissen.

De manier waarop je op het moment zelf

met de pesterijen omgaat, is daarom heel bepalend voor de impact die je er later nog van kunt ondervinden, menen Colpin en Pa bian. “Als je gepest wordt, is het belangrijk om daar met iemand over te praten”, zegt Colpin. “Dat kan een vriend of vriendin zijn, of je ouders, of iemand anders die je ver trouwt en die je kan helpen om het pesten te stoppen.” Dat klinkt aannemelijk, maar laat dat nu vaak net de moeilijkste stap zijn. Veel slachtoffers ervaren een verpletterende schaamte, of zijn bang dat de pesterijen zul len verergeren wanneer ze aan de alarmbel trekken. Iemand onder de arm nemen is wellicht het laatste wat ikzelf in die jaren ge daan zou hebben. Daar ligt volgens Pabian een grote verantwoordelijkheid bij scholen. “We moeten echt proberen om de barrières om pestgedrag te melden zo laag mogelijk te maken.”

Pabian en Colpin zijn daarom allebei voor stander van een whole school approach , waarbij er op scholen op verschillende ni veaus gewaakt wordt over mogelijke peste rijen. Zowel door klasleerkrachten, als door een sterk antipestbeleid. “Maar ook jonge ren die toeschouwer zijn van pestgedrag zouden gemobiliseerd moeten worden om te leren hoe ze in zulke gevallen moeten tussenkomen. Dan wordt de pestkop toch al minder aangemoedigd in zijn gedrag.”

Dat wil dan weer niet zeggen dat iemand die vroeger pesterijen meemaakte, gedoemd is tot een levenslang slachtofferschap. “Het is niet omdat je getekend bent door het ge pest uit je jeugd, dat je niet kunt leren om op een betere manier met die ervaringen om te gaan”, zegt Colpin. “Psychologische begeleiding kan in dat opzicht een enorme hulp zijn.” Pabian merkt op dat veel volwas senen met een pestverleden de schuld voor die feiten ook later nog steeds bij zichzelf leggen. Ze vragen zich af wat ze zélf ver keerd hebben gedaan, of hoe ze destijds anders met de situatie hadden kunnen om gaan. “Maar eigenlijk moet je stoppen met naar jezelf te kijken, en de situatie met een bredere blik benaderen, iets wat reattribu tion training heet. Dan zie je dat de pestkop misschien wel iemand was die thuis zelf veel problemen had. Dat kan soms helpen om een andere verklaring te zoeken voor die pesterijen en de druk wat van je eigen schouders nemen.”

Zelf heb ik in de pen mijn verweer gezocht. En al is dat bij momenten een dankbaar afweermechanisme gebleken, toch kan ik alleen maar hopen dat pesterijen in de toe komst sneller in de kiem worden gesmoord. Dat al die bewustwordingsacties hun effect niet missen. Want de beste wraak, is geen wraak. En wie de bokshandschoenen een maal heeft aangetrokken, riskeert niet meer aan te voelen wanneer het hoog tijd is om de gebalde vuisten weer te laten zakken.

18
Pakket verf + sjablonen 40x40 cm 4 potten echte wegenverf van 5 kg (blauw, geel, rood, wit) + 24 sjabloon-platen van 40 x 40 cmActies geldig t.e.m. 15 oktober 2022 VERF + SJABLONEN 40 X 40 CM 333€ incl. verzending en BTW TANKSTATION OXY 3D +GRATIS 5 KG VERF kleur naar keuze Schilder zelf een parcours! Maak gebruik van onze ACTIES! verkeersparcours beweegparcours

Het probleem in het onderwijs, de vele experten op Twitter

In De Morgen van 17 juni verscheen een interview met pedagogisch expert Tim Surma over de dalende onderwijskwaliteit. Surma benadrukt dat het om een meerlagig probleem gaat maar viseert het constructivisme. Te kort door de bocht.

Het sociaal constructivisme (theorie over de manier waarop we leren en kennis verwerven, met nadruk op zelfsturing en zelfontplooiing, red.) zou wijdverspreid zijn en moet op de schop omdat het gelijk staat met leerlingen alles zelf laten doen. Een karikatuur: ik ken geen studies waaruit blijkt dat dit vandaag de gangbare praktijk is en het constructivisme heeft altijd benadrukt dat ondersteuning nodig is voor leerlingen om te leren in en uit ervaringen.

Surma schuift de leerkracht als expert naar voren maar vergeet te vermelden dat steun ook uit andere hoeken kan komen: medeleerlingen, automatische feedback in een digitaal rekenspel, kijkwijzers, stappenplannen, verbetersleutels... Die bouw je vervolgens stelselmatig af. Over het koningshuis kan je vertellen aan de hand van foto's, zoals Surma voorstelt, maar ik wens je veel succes met dat opzet in sommige klassen. Je kan leerlingen ook de politieke systemen uit hun landen van origine laten bestuderen om ze daarna aan elkaar uit te leggen en te vergelijken. Mits de juiste structuur en ondersteuning zullen ze niet alleen leren over de staatsstructuren maar ook hun interesse in politieke besluitvorming vergroten.

Ons onderwijs draait immers niet alleen om kennis. Dat we ook motorische, sociale of morele doelen tot de 'basis' rekenen is geen nieuwe gril. De verzuiling toont hoe onderwijs altijd al een levensbeschouwelijk project is geweest. Met de 21st century skills,

Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG) of burgerschap staken we die doelen in een nieuw jasje maar ze zijn zo oud als de straat.

Hoe zit het op dat vlak met de kwaliteit van onderwijs? Uit de International Civic and Citizenship Survey blijkt dat we in de middenmoot zitten op vlak van democratische attitudes en dus slechter scoren dan voor wiskunde en lezen. Een lichtpunt: onze positie verbetert. Het vertrouwen in regeringen, parlementen en rechtbanken stijgt en ook de tolerantie ten opzichte van migranten en gendergelijkheid groeit terwijl die in Europa daalt.

Wat we helaas niet gekeerd krijgen, is de groeiende kloof tussen leerlingen, zowel voor democratische attitudes als voor wiskunde en lezen. In 1786 schreef Thomas Reid dat een samenleving maar zo sterk is als haar zwakste schakel. Ook een manier om kwaliteit te benaderen.

Niet het coronavirus of het "virus van het constructivisme" zijn het probleem maar de vele experten die vanuit hun twittertoren claimen te weten welke ene benadering in alle klassen zal werken. De meeste leerwinsten worden geboekt door leerkrachten die verschillende onderwijsbenaderingen slim combineren in functie van de leerlingen, vooropgestelde doelen en beschikbare tijd en middelen.

Ik weet het niet, zei Nobelprijswinnares Wislawa Szymborska. Het zou het motto van elke onderwijsexpert moeten zijn. Maar samen weten we het wel.

De oplossingen die nu op tafel liggen, dreigen het onderwijs alleen zieker te maken

Meer masters in het onderwijs, bindende instaptoet sen of betere lerarenopleidingen: het zijn allemaal maar manieren om de symptomen van ons ziek onder wijs te bestrijden. Zouden we het probleem niet beter bij de kern aanpakken?

Het is goed dat fundamentele problemen zoals de kwaliteit van het onderwijs en het lerarentekort zo frequent aangekaart worden. Maar het merendeel van de meningen of reacties bevatten geen funda mentele oplossingen. Naar aanleiding van de recente wiskundepei lingen in het basisonderwijs spreken beleidsmakers nu weer over meer masters in het onderwijs, over bindende instaptoetsen of een te lage lat in de lerarenopleidingen - een opinie die overigens niet op feiten gebaseerd is.

Het zijn stuk voor stuk behandelingen en medicijnen die worden voorgeschreven om symptomen aan te pakken. Maar het onder wijs dreigt hierdoor nog zieker te worden. Een goede arts zal niet de symptomen bestrijden, maar gaat op zoek naar de kernoorzaak, zodat de symptomen verdwijnen.

Waar zit een cruciale kernoorzaak van het lerarentekort en het dalen de onderwijsniveau? Bij welzijn en werktevredenheid op school. Wan neer leraren met goesting en passie kunnen onderwijzen, dan stijgt de leerwinst fenomenaal. Een op de drie startende leraren stapt ech ter binnen vijf jaar uit het onderwijs. Het is van het hoogste belang dat leraren gemotiveerd en gepassioneerd in het onderwijs blijven door prioritair werk te maken van een hedendaags HR-beleid op school.

Welzijn op het werk is afhankelijk van beslissingsruimte, steun van collega's en leidinggevenden, zelfstandigheid, waardering en ver trouwen… Wij dromen van directies die zelf kunnen kiezen welke vakinhoudelijke en vakdidactische experten of ondersteuners ze no dig hebben voor hun leerlingen, los van verworven rechten, reaffec taties of een vastgelegd aantal lesuren. Wij dromen van startende leraren die verregaande en jarenlange ondersteuning en kansen krijgen om te roderen en te floreren. Wij dromen van tijd en ruim te voor alle leraren om met hun kerntaak (lesgeven) bezig te zijn, maar ook om te professionaliseren met mogelijkheden tot werk- en loondifferentiatie. Wij dromen van tijd en ruimte zodat leraren zelf een onderwijsaanpak kunnen ontwikkelen, afgestemd op hun leer lingen. We weten immers uit onderzoek dat de onderwijskwaliteit achteruitgaat in klassen waar leraren slaafs handboeken volgen.

Ons onderwijs wordt gemaakt door zeer bekwame leraren met sterke vakinhoudelijke en vakdidactische competenties om hoog kwalitatief onderwijs aan te bieden. Leerlingen, leraren, directies noch lerarenopleiders zijn de kern van het probleem. Waar het aan ontbreekt in het onderwijs is een echt HR-beleid, dat onze leraren toelaat hun virtuositeit te tonen.

20

'Constant met je kind onderhandelen is geen goed idee'

'Je gaat naar bed omdat ik het zeg.' Het klinkt wat ouderwets, maar het kan volgens gedragspsycholoog Serge Dupont net duide lijkheid scheppen. Want kinderen als prinsjes behandelen, kan tot mentale problemen leiden, blijkt uit onderzoek van UC Louvain.

Een recente studie door Dupont en zijn col lega's Isabelle Roskam en Moïra Mikolajcak waarschuwt voor 'de cultus van het kind'. Ouders zouden hun kinderen te veel op een voetstuk plaatsen, waardoor ze in hun latere leven vatbaarder zijn voor mentale proble men en het gevoel hebben dat alles rond hen draait. Maar ook ouders en leerkrachten raken uitgeblust over het voortdurend onderhandelen over waarom iets niet mag.

Wat bedoelt u exact met 'de cultus van het kind'?

Dupont: "Het kind als het centrum van alle aandacht. Dat is het gevolg van een eeuwenlange evolutie. Filosofen zagen kinderen lang als kleine bruten die je moest temmen. Dit veranderde met pedagoog Jean-Jacques Rousseau in de 18de eeuw.

"Opeens waren kinderen het summum van onschuld die bescherming nodig hebben. Die slinger is de laatste decennia doorge slagen. Vandaag dien je als ouders veel meer naar je kind te luisteren. Dat zie je ook in internationale verdragen en wetten die bijvoorbeeld een corrigerende tik of een col lectieve straf op school verbieden."

Hoezo?

"De overbescherming van kinderen gaat ver. Er gaan steeds minder kinderen te voet of met de fiets naar school. Kinderen spelen veel minder buiten en bewegen ook minder dan vroeger. Dat is niet gezond, zowel fysiek als mentaal niet.

"Als je vroeger als kind naar je ouders liep terwijl ze in gesprek waren, was de kans groot dat ze je gewoon negeerden. Vandaag stoppen we met praten en richten we onze aandacht meteen op het kind.

"Uit onze data blijkt dat de laatste 20 à 30 jaar deze betutteling in een stroomversnel ling kwam. Dit leidt tot minder discipline op school, uitgebluste ouders en bovenal mentale problemen bij jongeren."

U zegt dat ouders overbeschermend zijn, hebben ze daar ook geen redenen voor? Recent nog werd er een 9-jarig jongetje, Gino, ontvoerd en vermoord in Nederland.

"Je mag een geïsoleerd geval niet veralge menen. Het onveiligheidsgevoel van mensen

staat los van de werkelijke dreiging. Onze straten waren nog nooit zo veilig. Gewelddaden nemen af en auto's remmen vandaag automatisch voor obstakels. De redelijkheid is zoek, we laten onze kinderen geen enkel berekend risico meer nemen."

Is er een link tussen een gebrek aan discipline en mentale problemen?

"Bij kinderen waar ouders continu ingaan op hun wensen, stellen we vaker angststoornissen en depressieve gevoelens vast. Op latere leeftijd ontwikkelen ze zich vaker tot narcisten en ze worden individualistischer. Ze zullen vaker problemen toeschrijven aan hun leer krachten dan aan zichzelf

"Kinderen zijn vandaag zo beschermd dat ze de uitdagingen van het leven niet langer aankunnen. Je kan je afvragen of dit wel in het belang van de samenleving is. Willen we een wereld geregeerd door narcisten nalaten?"

Vandaag lopen zelfs jonge kinderen met een smartphone rond.

"Er is een link tussen toegenomen individualisme en gevoelens van isolement met sociale media en smartphones. Uit data uit de VS blijkt dat depressies en zelfmoordgedachten sterk toenamen bij tienermeisjes vanaf 2007. Dat is net het moment waarop de populariteit van smartphones explodeerde.

"Maar wie controleert de schermtijd van kin deren en jongeren? Hun ouders. En net die controle is zoek. Het kan geen kwaad om je kind te verbieden zijn smartphone mee naar bed te nemen, integendeel. Psychologen zijn het daarover eens."

Het constante onderhandelen met kinde ren over wat wel en niet mag weegt ook op ouders en leerkrachten, stelt uw on derzoek.

"Men verwacht dat je vandaag altijd de behoeften van je kind beantwoordt. Maar dit leidt tot uitputting bij ouders, in die mate dat we zelfs over een 'ouderlijke burn-out' kunnen spreken. België hoort bij de top van landen met het hoogste aantal 'ouderlijke burn-outs'.

"Hetzelfde geldt voor leerkrachten. Die hebben meer last van burn-outs dan brand weermannen of politieagenten. De kans is groot dat er een verband is met het gebrek aan discipline. Vier op de tien leerkrachten spenderen een aanzienlijk deel van hun tijd aan het onder controle krijgen van de klas. Ik ben zelf ook een tijd leerkracht geweest en ik verzeker je, zoiets kan je breken."

Duidelijke afspraken zijn beter voor zowel het kind als de opvoeders?

"Natuurlijk moeten we niet terug naar harde straffen. Maar tegelijkertijd hoef je je als ouder niet altijd te verantwoorden. Je wil opleggen omdat je gelooft dat dit beter is voor je kind, kan net goed zijn. Zolang je rechtvaardig blijft.

"Uiteraard is het belangrijk om naar je kind te luisteren, maar uiteindelijk weet je als ouder wat het beste is voor je kind. Door continu te onderhandelen over schermtijd, bedtijd of wanneer je naar de speeltuin gaat, verlies je geloofwaardigheid."

21

Project Brood(doos)nodig:

Volgens een schatting van het project Brood(doos)nodig zit een op de vier kinderen met honger in de klas. Reden genoeg om in actie te schieten, vond initiatiefneemster Katrien Verbeke, die samen met Enchanté vzw het project eind vorig jaar opstartte. Via giften trakteren ouders of buurtbewoners een school op een gezonde maaltijd. “We konden niet aan de zijlijn blijven toekijken”, zegt Verbeke.

Het project Brood(doos)nodig is een initiatief van sociaal onderneemster Katrien Verbeke en Enchanté vzw en startte in september 2021 in negen Gentse scholen. Het werkt volgens een solidariteitsprincipe waarbij ouders, familieleden en buurtbewoners solidaire bijdragen doen om leerlingen van hun lokale deelnemende school te trakteren op een gezonde en lekkere maaltijd, warm of koud.

Amper een jaar na de opstart breidt het project al uit naar vijf nieuwe steden (Vilvoorde, Leuven, Sint Truiden, Roeselare en Brugge), waar de strijd wordt aangegaan met de lege brooddozen op school. “En begin 2023 starten we in Brussel”, zegt Katrien Verbeke. “Er zijn ook al gesprekken geweest met de stad Antwerpen. We staan klaar om ook daar ons project uit te rollen. Er lijkt mij een mooie synergie mogelijk met het project Smakelijke School van de stad Antwerpen, maar op dit moment moeten we keuzes maken. Vijf nieuwe steden is al een stevige opschaling en onze middelen zijn beperkt.”

1 op de 4 kinderen

De problematiek is dat evenwel niet. Verbeke schat dat een op de vier kinderen met honger in de klas zit. “Het is afhankelijk van school tot school natuurlijk en in steden waar er meer armoede is, komt het vaker voor”, zegt Verbeke. “Maar er is nog maar heel weinig onder zoek naar gedaan. Samen met de UGent proberen we dat nu ook meer in kaart te brengen.”

“De problematiek is in ieder geval té groot om er niets aan te doen”, zegt ze. “Daarom zijn we dit project gestart. We konden niet blijven toekijken aan de zijlijn. We proberen op het terrein zelf het verschil te maken, maar tegelijkertijd ook meer zichtbaarheid te geven aan de problematiek.”

Heel wat scholen trekken vandaag hun plan. Verbeke hoopt de Vlaamse regering te kunnen overtuigen om hier meer in te investe ren. “Scholen zoeken noodoplossingen, zoals broden in de diepvries steken, zodat ze toch iets kunnen voorzien als er een leerling met een lege brooddoos naar school komt. Met Brood(doos)nodig proberen we de scholen meer slagkracht te geven, maar het is gewoon schandalig dat nog zo veel kinderen met honger naar school gaan. En als de overheid zou investeren in gratis maaltijden op school, zoals in het buitenland, gaat dat op lange termijn besparingen mee brengen. Er wordt nu veel geld gestoken om de neveneffecten van te weinig of te ongezonde voeding te counteren, denk bijvoorbeeld aan obesitas. Maar te weinig gezond eten heeft een impact op de concentratie, waardoor de kans groter wordt dat ze zonder diploma de schoolbanken verlaten.”

Lege of ongezonde brooddozen is niet uitsluitend een probleem in het basisonderwijs. “De meest schrijnende verhalen die ik al heb gehoord, komen uit het secundair”, zegt Verbeke. “Terwijl kinderen in de basisschool nog goed worden opgevolgd door de leerkrachten, is het in het secundair veel minder zichtbaar.”

Gazet van Antwerpen

“Te weinig gezond eten heeft impact op concentratie”
22

Net zoals oorlogsnieuws wennen onderwijsdrama's te snel

Wouter Duyck is professor cognitieve psychologie en vicevoorzitter van de Nederlands-Vlaamse Accreditatie organisatie (NVAO).

Afgelopen week weerklonk het zoveelste luchtalarm in het oor logsgebied van het onderwijs. Geen gebouw blijft overeind staan. Dit keer wiskunde in het lager onderwijs. Voor heel wat domeinen halen minder dan de helft van de leerlingen nog de eindtermen. De eindtermen, dat zijn de wettelijk bepaalde minima die onderwijsverstrekkers moeten realiseren bij alle leerlingen. Eindtermen in ruil voor een derde van de Vlaamse begroting en quasi absolute pedagogische vrijheid.

Nog de helft van de kinderen haalt die wettelijke minima dus. De andere helft moet nog naar het secundair, en misschien naar het hoger onderwijs, maar die zijn we al kwijt. Net zoals oorlogs nieuws wennen dit soort drama's te snel. We zijn al vergeten dat we hetzelfde zagen in peilingen voor Frans. Dat in het bso amper een maand geleden twee derde van alle leerlingen laag geletterd bleek. Niet voldoende geschoold om een factuur te begrijpen of een contract te sluiten. Dat de laatste twintig jaar geen enkel ander land sterker dan Vlaanderen achteruitging voor lezen. Dat in dezelfde periode enkel Finland, het grote pedagogisch walhalla, nog sterker zakte voor wiskunde in het secundair.

Onderwijsverstrekkers zochten zoals bij elk alarm de schuilkel ders op. Vrijheid van onderwijs, tot in het grondwettelijk hof. Bevoegd en autonoom maar niet verantwoordelijk. De grootste speler vroeg voorspelbaar om alweer meer middelen, en een andere gaf aan te zullen inzetten op minder abstract wiskunde onderwijs en meer ruimte voor toepassingen. Terwijl de kern van wiskunde precies de abstractie is.

De voorgestelde oplossing was eigenlijk precies het probleem. En dat gebeurt telkens weer in onderwijs. Uit een goedbedoelde maar blinde angst om ouderwets te zijn, is men nu al 40 jaar op dezelfde ouderwetse manier modern. Men doet het anders, en als men ziet dat dat niet werkt, kondigt men aan nog méér van datzelfde anders te zullen doen omdat het dan wél zal wer ken. De peiling toonde aan dat leraars die zich pedagogisch bijschoolden sléchtere prestaties neerzetten dan wie dat niet deed. Onvoorstelbaar. Einstein zei het al: steeds hetzelfde blij ven doen en een andere uitkomst verwachten, dat is waanzin.

De écht progressieve aanpak is om opnieuw te doen wat wé rkt. De hersenen van onze kinderen zijn de laatste vijftig jaar niet veranderd. De recepten liggen op tafel. Het rapport van de commissie-Brinckman bevat 58 concrete adviezen, gedragen door praktijkmensen én academici. Leraren verklaarden in Tea cherTapp massaal zich te kunnen vinden in de richting van die adviezen. Onderwijsbeleidsmakers bleven voornamelijk stil.

Zoals in elke oorlog zijn er ook negationisten. Dat wiskunde of Nederlands niet zo belangrijk is. Dat kinderen ándere dingen (moeten) kunnen. "Onze kinderen moeten toch geen rekenma chientjes worden", zo pleitte een volksvertegenwoordiger in het parlement. Men doet dan alsof minder goede wiskundepresta ties automatisch impliceren dat leerlingen beter creatief kunnen nadenken en samenwerken. Eenentwintigste-eeuwse vaardig heden! Dat goede wiskunde een bedreiging is voor welzijn. Het is precies omgekeerd. Wie de abstractie van een redenering niet begrijpt (wiskunde!), die kan niet kritisch denken. Wie het woord democratie niet begrijpt, zál geen burgerschap ontwikke len. Wie niet weet dat de Holocaust plaatsvond, kán geen debat voeren over racisme. Wie niet kan nadenken voelt zich minder goed, niet beter.

Vaccins of kernfusie

Dat vaccins of kernfusie niet ontwikkeld zullen worden in een land waar nog een minderheid de eindtermen haalt, lijken niet alle parlementsleden zich nog te realiseren. Wie de sociale ze kerheid en duurzame energie zal betalen zonder rekenmachien tjes is blijkbaar een probleem voor later. Maar men bouwt geen economisch en sociaal paradijs, geen kenniseconomie, op een cognitief kerkhof. En gelijke kansen om niet te kunnen tellen zijn geen kansen.

En ICT? Wel, ook die peiling was mager. Onze kinderen zijn ver groeid met een smartphone, maar ook de eindtermen informa tieverwerking worden niet gehaald. Men kan een correct zoek woord hanteren voor het internet, maar vervolgens kan men niet het juiste zoekresultaat selecteren. Hoe zou dat ook kunnen, zonder achtergrond en kennis? Inhoudsvrije vaardigheden zijn een illusie.

Dit is geen geïsoleerd probleem. Met een vak, met een hand boek. Met één set eindtermen. Grote systemen zijn typisch nogal stabiel. Niet zo in onderwijs. Een immense tanker. Maar elke herhaalde meting is altijd een achteruitgang. Het is een sy steemfalen. En dat hoeft niet te verwonderen. Wie een probleem wil oplossen moet het ten eerste (willen) aanpakken. En zelfs die eerste stap ontbreekt. Onderwijs is gestolde progressiviteit. Er is geen actieplan begrijpend lezen, geen actieplan wiskunde. We blijven doen wat we doen. Het onmogelijke verwachten van leraren. Die psycholoog, ouder, logopedist, welzijnswerker en politieagent in één supervrouw moeten zijn (de klemtoon op zorg heeft ook alle mannen weggejaagd). Als iedereen die ei genlijk les wil geven vertrokken is, zal alleen dat overschieten. Hoe zal de uitkomst dan ooit veranderen? Onderwijsverstrek kers, plus est en vous.

WOUTER DUYCK

23

Op zoek naar inspiratie voor je les? inspiratie

Leuke acties, evenementen, downloads en nog veel
Schrijf je in voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief: www.nieuwsbrief.diekeure.be Volg ons op Facebook: www.facebook.com/DieKeureEducatief Volg ons op Instagram: www.instagram.com/DieKeureEducatief Volg ons op Pinterest: www.pinterest.com/diekeure Kleine Pathoekeweg 3, 8000 Brugge, T 050 47 12 88, besteldienst@diekeure.be,www.diekeure.be veel meer inspiratie vind je op www.educatief.diekeure.be

Ouders hebben nog altijd het recht om hun kind geweld aan te doen

Kinderrechten zijn sinds het ontstaan van het kinderrechtencommissariaat uit de marge gehaald, maar de uitdagingen blijven groot. Sommige problemen sle pen al 25 jaar aan. De drie Vlaamse com missarissen maken een analyse.

'Het valt toch wel te betreuren dat we het nog steeds moeten hebben over sommige dossiers', zegt Ankie Vande kerckhove midden in het gesprek. Naar aanleiding van het 25-jarige bestaan van het Kinderrechtencommissariaat blikt de eerste commissaris, samen met haar twee opvolgers terug en vooruit. Het KRC heeft sinds zijn bestaan op heel veel dossiers gewogen en op sommige thema's ook het verschil gemaakt. 'De grootste verdienste is dat kinderrechten mainstream zijn geworden', zegt Van dekerckhove. We zijn erin geslaagd om kinderrechten in veel beleidsdomeinen binnen te brengen.'

De grote kracht van het KRC ligt bij zijn onafhankelijke positie van het parlement en bij de klachtenlijn, benadrukt Caroline Vrijens, de huidige commissaris. 'Daar door ziet men ons in het buitenland als het grote voorbeeld.' Het kreeg daarbij steun van een breed netwerk. 'Altijd was er hulp van administraties, ngo's of het veld: van organisaties voor kinderen en jongeren tot de balies en het onderwijs', zegt Bruno Vanobbergen. Toch blijft de weg lang. Vier thema's uitgelicht.

1. De pedagogische tik

Wat? Een van de langstlopende en meest symbolische dossiers is het ver bieden van de pedagogische tik. Tot op vandaag is dat niet verboden in ons land. Politiek blijft het zeer moeilijk lig gen. Ter vergelijking: Zweden ging ons al voor in 1978.

Vanobbergen: 'Ik vind het ongelofelijk dat het hier nog over moet gaan. Dit kan toch niet?'

Vandekerckhove: 'De dooddoeners zijn gekend: “Ik ben er ook niet aan doodge gaan”. Daar gaat het niet om.'

Vanobbergen: 'Sommige mensen besef fen nog altijd niet hoeveel kinderen ge confronteerd worden met systematisch en intentioneel geweld.'

Vrijens: 'Als samenleving blijven we zo aan jonge kinderen zeggen dat geweld een oplossing kan zijn. Dat het normaal is dat we zware straffen geven. Onlangs

moest ik - opnieuw - naar de commissie om ons verhaal te doen. Telkens dezelf de discussie, al blijf ik hoopvol.'

Vandekerckhove: 'Zelfs als er een wet komt, is dat nog maar de eerste stap. Dan moet het nog gestopt worden.'

2. De stem van kinderen bij echtschei dingen en elders Wat? Kinderen hebben stapsgewijs meer rechten gekregen als ze in aanra king komen met justitie. Onder meer bij echtscheidingen - vroeger kwamen daar heel veel klachten over binnen - hebben ze recht op spreken.

Vrijens: 'Kinderen komen in een schei ding terecht tussen twee strijdende par tijen. Hoewel ze recht op spreken heb ben, zien we dat dit er toch nog te vaak niet van komt.'

Vandekerckhove: 'Dat juristen soms wei nig aandacht geven aan spreekrecht: ik word daar triestig van. Het grootste drama blijft natuurlijk wel het gedrag van ouders. Zeker bij een echtscheiding ge loven beiden dat ze het beste met hun kind voorhebben.'

Vanobbergen: 'Voor mij is de grootste uitdaging: kinderen jonger dan twaalf horen. Zij zijn nog te afhankelijk van de goodwill van rechters of advocaten.'

Vandekerckhove: 'Het blijft spijtig dat er met spreekrecht vaak gewacht wordt tot het zwaar misgaat. Iemand zei onlangs dat ouders vandaag nog altijd het recht hebben om hun kind geweld aan te doen. Dat is helaas al te waar. Ondanks alarmbellen en rechten blijft het gezin heilig en geniet het bescherming.'

3. Weg met de wachtlijsten Wat? De wachtlijsten in de zorg - van een psychiater en assistentiebudget tot de jeugdhulp - zijn te lang voor jongeren, een oud zeer. Tijdens de coronacrisis ontplofte de situatie en dikten de wacht lijsten verder aan.

Vrijens: 'We hebben nood aan meer am bulante zorg, aandacht voor preventie en vroegdetectie. Jongeren die van het kastje naar de muur gestuurd worden en zelfdoding overwegen of plegen om dat ze naar huis worden gestuurd op de spoed: dat mogen we niet laten ge beuren. Wachtlijsten gaan over leven en dood.'

Vanobbergen: 'Er zijn nog steeds te veel kinderen en jongeren die niet de hulp en ondersteuning krijgen waarop ze recht hebben. We zullen hieraan maar tege moetkomen door doelgericht bijkomend te investeren en door ons anders te or ganiseren. Alleen is de situatie complex: waaraan is er meer nood? Veel jonge ren staan op verschillende wachtlijsten. Die zijn we bij Opgroeien aan het ana lyseren. Dit probleem gaat niet alleen over jeugdhulp of onderwijs. Dit is een maatschappelijk probleem en dus een gedeelde verantwoordelijkheid. Via het project Vroeg en Nabij ( een samenwer king om ondersteuning voor kinderen, jongeren en gezinnen te hertekenen, red.) doen we daar een appel op.'

Vandekerckhove: 'Het blijft toch ook een kwestie van geld, hoor. En op vroeger inzetten. We zouden al verder komen als men even ongerust zou zijn over het welbevinden van leerlingen als over hun punten Nederlands en wiskunde. '

4. Uitsluiting en inclusie op school Wat? Kinderen hebben door hulp van het KRC meer inspraak gekregen op school. Zo is onder meer een leerlingenraad ver plicht in het secundair. Ook het recht op onderwijs kreeg al veel aandacht. Toch zijn er signalen dat het nog beter kan en moet. Zowel klachten over het uitslui ten van kinderen op een school, als het recht op inclusie keren telkens terug.

Vandekerckhove: 'Scholen beseffen dat inzetten op kinderrechten de kwaliteit van het school-leven verbetert.'

Vanobbergen: 'Het verschil tussen scholen blijft enorm. Zeker in het basisonderwijs.'

Vrijens: 'We blijven ook benadrukken dat sommige leerlingen niet tot leren kunnen komen als bepaalde zaken niet waarge maakt zijn. Denk aan pesten, psychi sche problemen of zorg op maat. Als het gaat over inclusief onderwijs, blijven we benadrukken dat er complementaire we gen zijn. Vandaag wordt het voorgesteld als of of.'

26

Geef verdorie het woord aan de leerkrachten zelf

Wat voorafging In een panelgesprek bij 'De zevende dag' over de toekomst van het onderwijs leren Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA) en Brenda Froyen — docent aan de lerarenopleiding en zelf leerkracht die vele waters heeft doorzwommen — elkaar kennen. De minister nodigt Brenda uit voor een onderhoud op zijn kabinet en zij stemt toe. Na de zomer gaat Brenda naar 'Brussel', maar niet zonder eerst naar de visie van haar collega's te vragen. Blijven neuten over wat er misgaat, zal ons onderwijs niet uit de put helpen. Dus peilt juf Brenda Froyen (43) deze zomer bij collega's naar oplossingen waarmee minister Ben Weyts het tij kan keren. ''Ik hoor alleen onder wijsexperts die zelf nooit voor de klas staan. Geef verdorie eens het woord aan de leerkrachten zelf."

Ze had haar nek uitgestoken door op tv in debat te gaan met de onderwijsminister en die nodigde haar prompt uit voor een onderhoud. Zo'n kans kan Brenda Froyen — docente in de lerarenopleiding — niet laten schieten, natuurlijk. ''Ik wil me zo goed mogelijk voorberei den op dat gesprek in september en dus ga ik aan alle leerkrachten vragen om op een A4'tje te schrijven wat ze nodig hebben om in het onderwijs te blijven of om opnieuw voor het vak te kiezen. Eén op de drie leerkrachten verlaat binnen vijf jaar het onderwijs en da's dramatisch. Mijn beste studenten die in de opleiding tot leerkracht de beste cijfers scoren: stuk voor stuk houden ze het snel voor bekeken. Er moet dringend iets veranderen."

Niet zwart-wit

Het tekort aan leerkrachten, het tekort aan kennis bij onze kinderen volgens internationale rankings, de vaste benoemingen ter discussie, de verloning: de pijnpunten hebben we nu al genoeg besproken. ''Al die zaken worden telkens zwart-wit gesteld — wat ze zelden zijn — en dat straalt af op het onderwijs. Probleem is dat je overal on derwijsexperts hoort over de problemen en hun visie daarop, terwijl dat mensen zijn die niet eens voor de klas staan. Deze week heb ik nog gelezen dat het onderwijs de creativiteit doodt, omdat we ons te veel op kennis richten. Enkele dagen later hoor ik een expert zeggen dat we ons te weinig bezighouden met kennis en onder de lat gaan. Zo draaien we in cirkels en daar schiet je niets mee op."

De verandering moet volgens Brenda vanuit de hoofden van de leerkrachten zelf komen. ''Naast die experts heeft ook elke ouder met een schoolkind op sociale media een mening klaar over het onderwijs. Ten eerste, hét onderwijs bestaat niet en ten tweede: de leerkrachten zelf — die mij toch de belangrijkste stemmen lijken in het onderwijs — zijn monddood gemaakt. Dat wil ik veranderen."

Bedoeling is wel om de vinger op de wonde te leggen, maar dan met een positieve boodschap en liefst met een oplossing erbij. ''Ik ken veel zij-instromers en ken er helaas ook veel die er snel de brui aan geven. Een vriendin van mij is advocate en was een zeer sterke stu dente in de lerarenopleiding. Ze stopt omdat ze zich een slaafje voelt dat overal wordt ingezet om vervangingen te doen en tegelijk aan het einde van het schooljaar nog niet weet of ze volgend jaar kan blijven. Terwijl een collega die het hele jaar geen klop doet haar bedje ge spreid weet. Dat systeem klopt niet, maar daar kan je wat aan doen met evaluaties waarbij leerkrachten die zich goed inzetten positieve feedback krijgen. Over de bureaucratie zijn de meningen volgens mij ook verdeeld en genuanceerd. Ja, het is soms veel, maar leerkrach ten snappen wel dat het nuttig is om een dossier aan te leggen over zorgkinderen. Alleen kan het dan niet dat je een half jaar moet wachten op een CLB-medewerker die komt ondersteunen."

'Ouders van tegenwoordig'

Ook Brenda kent de verzuchtingen van de leraarskamer wel, die vaak niet over 'de jeugd van tegenwoordig', maar over 'de ouders van tegenwoordig' gaan. ''Veel collega's voelen niet meteen de waar dering bij ouders, maar krijgen het gevoel dat ze heel snel in vraag worden gesteld. 'Gij kent mijn kind niet', hoor je dan. Terwijl een kind in een klasgroep heel anders kan zijn dan thuis. Anders dan vroeger krijg je als leerkracht veel minder een mandaat om een kind mee op te voeden. Terwijl je als kind pas goed leert als je in een uitdagende zone zit — wanneer het soms wat schuurt — tegenover wanneer je altijd in een comfortabele zone zit."

Op ikkiesvooronderwijs.als@gmail.com verzamelt Brenda deze zomer alle voorstellen tot verbetering, waarmee ze dan op 15 september naar Ben Weyts trekt. Het loopt storm, maar ook Brenda heeft al na enkele dagen bij al die juffen en meesters de puntjes nog eens op de i gezet. Een A4 telt maar één bladzijde, een zin begint met een hoofdletter en eindigt met een leesteken en een pdf is niets anders dan een pdf. '''t Was grappig bedoeld hoor, om even te onderstrepen dat ook leerkrachten het soms lastig hebben om instructies te volgen. We moeten gewoon deze kans om ons gedacht te zeggen zo goed mogelijk grijpen. Ik merk vooral veel drive en veel goesting om oplossingen voor te dragen en dat doet me plezier. Het is absoluut niet zo dat al die leerkrachten gelaten hun lot ondergaan. Ik ben hoopvol."

27

De wijsheid van het onderwijs

Daarom is het recht op onderwijs zo fun damenteel. We hebben soms heldhaftige voorvechters nodig om ons daaraan te her inneren, zoals de kinderrechtenactiviste Ma lala Yousafzai, die haar strijd voor het recht op onderwijs voor meisjes in talibangebied bijna met haar leven heeft bekocht. ‘Let us pick up our books and our pens, they are our most powerful weapons’, zei ze in haar toespraak voor de Verenigde Naties op de dag dat ze 16 werd.

Onderwijs als hefboom voor een meer rechtvaardige wereld, met bevlogen leer krachten die je letterlijk de kracht geven om jezelf te overstijgen en te emanciperen. Maar staat die bevlogen missie niet haaks op het al te strakke keurslijf waarin de on derwijssector is terechtgekomen?

Woorden hebben hun betekenis. Ik hou van woorden als ‘wetenschap’ (het vak manschap om kennis te verwerven), ‘heu ristiek’ (de leer of de kunst van het vinden) of ‘historische kritiek’ (het redeneren met en over bronnen, om zo je eigen oordelen door voortschrijdend inzicht bij te stellen). Daarom ben ik wat huiverachtig bij die na druk op ‘eindtermen’. Voor mij gaat het eer der om ‘doorstarttermen’, die aanmoedigen om levenslang te blijven leren en waarbij we vooral mogen hopen dat de school ons ver slingerd heeft gemaakt aan kennis en ken nisverwerving, van welke aard ook. Leren vraagt immers tijd, een leven lang.

‘Education is the most powerful weapon which you can use to change the world.’ Het is een bekend citaat van Nelson Man dela, die in de jaren 90 nog op de campus van mijn universiteit was om er een ere doctoraat in ontvangst te nemen. Ik moest eraan denken toen ik vorige zondag naar ‘De zevende dag’ keek, naar het grote on derwijsdebat waar leerkrachten, directies, lerarenopleiders en ouders hun vragen mochten afvuren op Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts (N-VA).

Ondanks de donkere wolken van het schrij nende lerarentekort, de dalende kwaliteit en de vernietigde eindtermen die boven het onderwijsveld hangen, bleef de sfeer opval lend sereen. Mandela’s uitspraak zou er op algemene instemming hebben kunnen re kenen. Leerkracht worden is een roeping, luidde het.

Zelf heb ik bijzonder mooie herinneringen aan mijn schooltijd en aan de vaak gepassi oneerde leerkrachten die werkelijk alles de den om ons naar een hoger niveau te tillen. Ja, ze waren veeleisend, maar dat ervaarde ik net als een teken van liefde. Liefde voor hun vak, voor jonge mensen en voor hetletterlijk - ‘weg-wijs’ maken van die jonge ren. Het is liefde die niet slijt, vandaar dat sommigen vandaag als gepensioneerde opnieuw voor de klas gaan staan om het lerarentekort te helpen lenigen.

Als academica heb ik lesgeven altijd als een van de mooiste aspecten van mijn job be schouwd. In een aula voel je die diepe ver bondenheid met de samenleving, die won derlijke verbinding ook tussen wat mensen van vorige generaties aan kennis en inzich ten hebben voortgebracht en de nieuwe be tekenissen die de huidige generatie aan die kennis geeft.

Even ongemakkelijk voel ik me bij de steeds luidere roep naar selectieproeven om de kwaliteit te garanderen. Het legt de druk bij ouders, kinderen en jongeren. Maar moet goed onderwijs niet net het niveau van stu denten omhoog krikken in plaats van het omgekeerde, de betere studenten die het niveau van het onderwijs omhoog moeten krikken? Dat betekent niet dat er geen kwa liteitsvereisten mogen zijn. Het gaat zoals altijd om de balans. Een balans die we sa men kunnen en moeten bewaken.

Laat ons in het onderwijs vooral de liefde voor het leren doorgeven. Laat ons erop toezien dat leerkrachten het engagement en de passie voor dat leren kunnen blijven bewaren. Sla die passie niet dood met ad ministratieve ballast, met opdrachten die niet aan de kern raken. Laat leerkrachten vooral de ruimte om te groeien in de job.

Caroline Pauwels – Oud-rector VUB

28
29

Informatie is niet hetzelfde als kennis

Leerlingen leren info niet meer omzetten in kennis, schrijft Philip Brinckman. Dat is de weeffout van het onderwijs.

Alweer onweerswolken boven het onderwijs: de dalende peilingsproeven meetkunde in het zesde leerjaar van het basisonderwijs. Vergis u niet: het einde van de teloorgang van het ooit zo prestigieus Vlaamse onderwijs is nog niet in zicht. Waarom niet? De proble men zijn uiteraard complex, maar voorlopig weigeren sommige politici en onderwijsver strekkers nog altijd de handen aan de ploeg te slaan om het tij te keren. Ze blijven bakke leien en hun ideologische stokpaardjes van stal halen. Onderwijsgoeroes die amper of nog nooit voor een klas stonden, doen aar dig hun duit in het zakje. De weeffout in het onderwijs weigeren ze onder ogen te zien. Leraars en (vooral de meest kwetsbare) leer lingen zijn de dupe van dat pokerspel.

Veel leerkrachten zien de fout wel. De jongste twintig jaar worden we bedolven onder een bommentapijt van informatie. Daardoor wer den kennis en 'met kennis van zaken spreken en handelen' van de troon gestoten. We leven echt niet in een kennismaatschappij, we ver zuipen in een informatiekolk. Die sleurt ons allemaal mee, maar in het bijzonder kwets bare kinderen, met splinters weetjes, losse eindjes en allerlei zogezegd vernieuwende, 'coole' projecten.

Ook de schoolmuren lijken daartegen niet langer als dam te fungeren. Dat is jammer. De school zou heilige grond moeten zijn

waar jongeren in alle rust leren informatie om te zetten in zinvolle kennis. Dat gebeurt te weinig, waardoor het leerpotentieel van leerlingen verwaarloosd wordt en onderbe nut blijft.

Cardijn wist het al

Dat aspect is maar een van de vier grote werven die door de commissie Beter On derwijs naar voren worden geschoven om het Vlaamse onderwijs weer in polepositie te brengen. Haar rapport wil de kern van het on derwijs weer in het centrum plaatsen: de leer lingen en hun 'leer-kracht'. Het rapport geeft zowel wetenschappelijk onderbouwde als praktisch gestuurde adviezen, gebaseerd op de wetenschap van het leren en op de prak tijkervaring van excellente professionals. De jongste 20 jaar is er veel onderzoek gedaan naar de effectiviteit van les-geven. Wat blijkt?

De wereld mag dan de voorbije 50.000 jaar enorm veranderd zijn, ons homo-sapiens brein werkt nog altijd op dezelfde manier. Als we informatie willen verwerken tot kennis, logisch inzicht, praktische vaardigheden of moreel handelen, moeten we nog altijd de zelfde paden volgen. Je hebt een leerkracht nodig die voordoet, leerlingen die meedoen en vervolgens nadoen om ten slotte zelf tot creativiteit te komen. Niet omgekeerd. Dat wist Cardijn al toen hij de arbeidersjongeren opriep om zich te ontwikkelen en te vormen.

Basisgeletterdheid

De jongste decennia wordt de school bo vendien ingezet als een tovermiddel om alle maatschappelijke problemen op te lossen.

Het kost tijd en geld om te leren lezen

De leesvaardigheid bij jongeren daalt jaarlijks. Zowel Vlaamse peilingen als internationale onderzoeken tonen aan dat het hoog tijd is om tot actie over te gaan. Maar tijd, dat is in het onderwijs nu al zo'n manco.

Terwijl maar liefst 15 procent van de volwassenen in Vlaanderen laag geletterd is, stijgt ook het aantal laaggeletterde schoolverlaters elk jaar opnieuw. Onderzoek toont aan dat 19,3 procent van de 15-jari gen het referentieniveau voor leesvaardigheid niet haalt. Ook op het vlak van leesmotivatie en -plezier scoren Vlaamse jongeren laag. Bo vendien zorgen onvoldoende afgestemde methodes ervoor dat de onderzoeksgeïnformeerde leesdidactiek de klaspraktijk nog te weinig bereikt. Niet alleen in de taallessen, maar ook in de andere vakken treden er problemen op doordat leerlingen de leerkrachten niet altijd begrijpen wanneer ze vaktaal gebruiken. Instructies worden daardoor bijvoorbeeld foutief uitgevoerd. Begrijpend lezen is van cruciaal belang om kennis en informatie te verwerken. In onze digitale samenleving waarin kennis voortdurend binnen handbereik is, is leesbegrip en de kritische verwerking van informatie nochtans onontbeerlijk.

De Vlaamse overheid komt met een groot leesoffensief waarin zeer mooie acties voorgesteld worden om lezen zichtbaarder te maken in onze samenleving. Professionalisering van leraren is daarin een be langrijke factor, alleen geven leraren aan dat er tijd nodig is om te pro fessionaliseren, en die tijd is er vaak niet. Zowel in basisscholen als in secundaire scholen voelen de leraren de urgentie.

Ze moet werk maken van verkeersveiligheid, burgerschap, gezonde voeding, veilig vrijen, ecologisch bewustzijn, mentale weerbaar heid, verdraagzaamheid, kansengelijkheid

Het zijn uiteraard belangrijke thema's, maar leerlingen en hun leerkrachten krijgen alle bijbehorende informatie niet behoorlijk verwerkt. Aan de slag gaan met die topics vraagt bovendien veel tijd, tijd die eigenlijk nodig is om, aangestuurd door bekwame leerkrachten, een stevig pakket basisgelet terdheid op te bouwen. Informatie omzetten in echte kennis vraagt nu eenmaal oefening, genoeg kansen om fouten te maken en via gerichte feedback te automatiseren. Daarom moet het onderwijs vertragen, afslanken en verdiepen. Vergis u niet: ook praktische ken nis, bijvoorbeeld weten hoe je een spijker in een plank slaat, is gebaseerd op 'weten'.

Als we er niet in slagen de weeffout - infor matie verwarren met kennis - te verwijderen, blijft het onderwijs op los zand gebouwd, alle nodige bijkomende initiatieven ten spijt. Het Vlaamse onderwijs zal als een dolgedraaide centrifuge leerlingen én leerkrachten blijven verliezen. Daarom is het de hoogste tijd de ideologische en politieke spelletjes te stop pen. Beste onderwijsverstrekkers en politici: jullie speeltijd is voorbij. Gun de leerlingen weer meer echte leer- en oefentijd. In 1954 vroeg de filosofe Hannah Arendt het zich al af in haar Crisis of education: 'Houden we ge noeg van onze kinderen.'

Ze zien de dalende resultaten op het vlak van leesplezier en vaardig heid in begrijpend lezen. Als we er echt prioriteit aan willen geven, moet de overheid er iets tegenover stellen. De afgelopen twee jaar werkte PXL-Education samen met twintig Limburgse scholen, vier Limburgse bibliotheken en het Educatief centrum Willewete in het kader van het onderzoeksproject 'Liever lezen!'. De partnerscholen waren heel en thousiast over het traject, maar ze gaven aan dat zonder de begelei ding van de lerarenopleiding het leesbeleid nooit zo snel van de grond was geraakt. Het opstellen van een taal- en leesbeleid vergt namelijk inspanningen. Op dit moment gebeuren die inspanningen meestal vol ledig vrijwillig, met kostbare tijd die leraren nu al zo broodnodig hebben om hun reguliere takenpakket op een kwalitatieve manier te kunnen uitvoeren. In een ideale wereld zou elke school de kans moeten krijgen om samen te werken met een lerarenopleiding en zou elk lerarenteam een leescoach moeten kunnen inschakelen. Maar geld is er daar niet altijd voor. Leraren beseffen hoe belangrijk lezen is om eerlijke kansen te krijgen in onze maatschappij en scholen willen heel graag mee hun schouders zetten onder het leesoffensief. Maar om dat mogelijk te ma ken moeten scholen meer tijd én dus ook meer middelen krijgen om dat effectief te doen.

Michelle Dewulf - onderzoeker en lector aan PXL Het Belang van Limburg

30
Speelplaatsoverdekkingen en Fietsenstallingen 016 60 22 41 - INFO@HELICO-LICHT.BE kruineikestraat 113, 3150 Haacht WWW.HELICO-LICHT.BE 31

Onze collega Yvonne Sergeant bezorgde mij tijdens een vorige bij eenkomst een brochure over de stad THUIN en omgeving. In Wal lonië doe je soms ontdekkingen die zo kleurrijk zijn dat je ze eerder in één van onze buurlanden dan in je eigen land verwacht.

Het verhaal van Thuin begint al 400 jaar voor Christus. De naam zou Keltisch zijn voor bewoonde, versterkte stad. Vondsten wijzen erop dat hier Kelten, Romeinen en Germanen voorbijkwamen. In de achtste eeuw wordt Thuin een vestingstad met een burcht, die nu verdwenen is. De uitstekende rots was de beste beveiliging voor de bovenstad. Daar vestigden zich de adel, de rijke burgerij en de cle rus. Nu nog bevinden zich daar kerken, kloosters, scholen en een bibliotheek. Aan de oever van de Samber ontstond dan de bene denstad. Lange tijd was het grootste deel van de bevolking betrok ken bij scheepswerven en de binnenscheepvaart.

Het Waalse Thuin, met zeven dorpen onder zijn hoede, huisvest ook prestigieuze sites zoals de abdijen van Aulne en Lobbes, de distil leerderij van Biercée of het kasteel van Fosteau. De middeleeuwse stad kreeg de naam “Petite Provence” opgespeld omwille van zijn ommuring en zijn met kinderkopjes geplaveide steegjes. Hangende tuinen en de bosrijke stad vrolijken de stad op.

Afspraak van samenkomst was het “ECOMUSEUM VAN DE BINNENVAART EN WATERWEGEN” in de BENEDENSTAD, gelegen in de Rue T’serstevens, vlak bij de Samber. In groep wandelden we naar het prachtig etablisse ment waar twee vriende lijke dames voor koffie en een smakelijke croissant zorgden.

Stipt op het afgesproken uur nam de gids ons mee voor een be zoek aan het ECOMUSEUM. Bij het begin van de vorige eeuw telde Thuin, op een totale bevolking van 5.000 inwoners, goed 1.100 binnenvaarders, vijf scheepswerven, sleepvaartdiensten en verze keringsbedrijven. Ondanks de achteruitgang van de binnenvaart heeft Thuin zijn wortels niet verloochend en het betrokken erfgoed in stand gehouden. Sinds 2002 herbergt de “THUDO”, een aak die in de jaren 1950 werd gebouwd op de scheepswerf van Thuin en daar ook werd gerestaureerd, het Ecomusum voor de Binnenvaart. Er kwamen in het museum veel thema’s aan bod : het leven van de schippers, maquettes, voorwerpen die nauw verbonden zijn met het leven op de binnenwateren. De engte van de cabine geeft een

idee van voorwaarden waarin binnenvaartkoppels moesten leven en werken. Vooral de kleine slaapgelegenheid en de toiletten trokken ieders aandacht en verschillende collega’s gingen het eens uitpro beren.

Na ons bezoek aan het museum wandelden we naar “De Rivagewijk”. In Thuin en omgeving noemen ze deze wijk ook het “schip perskwartier”.Gelet op de smalle straatjes die in een dambord patroon verlopen en afdalen naar de Samber, vindt deze wijk haar oorsprong vermoedelijk in de Romeinse tijd. De onder de versterkte stad gelegen “onderstad” wint al snel aan belang door alle activitei ten die met de binnenscheepvaart samenhangen. De wijk heeft in de veertiende eeuw al één van de meest bloeiende binnenschippers gilden. In de vijftiende eeuw wordt Thuin opgesplitst en gespreid over zeven gemeentehuizen : vier liggen binnen de muren van de “bovenstad” en drie liggen buiten de stadsmuren in een lager gele gen gebied langs de oevers van de Samber. Eén van de drie is de “Solval-wijk” , nu het monument van binnenscheepvaart. Dat is een volkse wijk met een haven, werven, opslagplaatsen en andere han delszaken. Hier leven de binnenschippers als ze niet aan het varen zijn. Naar Luiks voorbeeld wordt in 1963 een folkloristisch gemeen tehuis in het leven geroepen : “de vrije gemeente Rivage”. Om de zes jaar, in het jaar dat volgt op de gemeenteraadsverkiezingen, kie zen de bewoners van de wijk hun “mayeurs” en hun “champette”. Nu de moderne binnenschepen door hun capaciteit van 1.500 ton niet meer op de Samber kunnen varen, neemt de pleziervaart een hoge vlucht, maar de wijk is en blijft toch hoofdzakelijk een wijk waar schippers thuis zijn.

Deze pittoreske wijk telt meer dan 200 bewoners, verdeeld over 114 woningen. De huisjes zijn opgetrokken met de breuksteen uit de steengroeven uit het land van Thuin en met bakstenen uit de plaat selijke steenbakkerijen. Sommige huisjes zijn witgekalkt en heb ben een heel speciale charme, ze zijn versierd met ankers, masten, insignes van lang verdwenen boten. Al die elementen dragen bij tot de door nostalgie gekenmerkte atmosfeer. Je proeft er een bij

Onze senioren bezochten Thuin, een juweeltje aan de Samber.
32

zondere vorm van dynamiek, de fiere houding van de gilde en het respect voor de tradities van de binnenschippers. Op dit ogenblik wordt het leven van de wijk bepaald door de feesten die gekoppeld zijn aan de jumelage, aan het passeren van de militaire en religieuze optocht die aan Sint- Rochus gewijd is en aan de jaarlijkse rommel markt. Aan het begin van de wijk bevindt zich het monument voor de binnenscheepvaart, het stelt een windas voor en een instrument waarmee alle houten schepen vroeger uitgerust waren.

Langs de smalle maar zeer verzorgde straatjes wandelden we naar de Samber.

De eerste schepen die op de Samber voeren, waren nog niet be woonbaar. In 1690 voeren de “sambresses” al tot in Landrecies (Frankrijk) als het waterpeil en de passages van de verschillende afdammingen het toelieten. De echte kanalisering van de Samber begon in 1825 onder het Nederlands bewind (1815 – 1830). In 1828 was die kanalisering een feit tussen Namen en Charleroi en stroom opwaarts ging de kanalisering voort. Op 15 juni 1829 bezocht Koning Willem van Oranje de werken en hij opende feestelijk de sluizen. De uitzonderlijke realisatie boeide de vorst en hij ging aan boord van een schip om de werken te kunnen bekijken.

Pas na de kanalisering kwamen er schepen die uitgerust waren met een cabine, die zich in het midden van het schip bevond. De bewoonbare oppervlakte was echter erg beperkt, ongeveer vier bij vijf meter. De bedden bijvoorbeeld waren veel smaller dan een bed aan land. De beperkte ruimte vereiste een strikte organisatie, temeer omdat de schepen in de jaren vijftig nog gespeend waren van elk comfort op sanitair vlak. Zieken werden verzorgd in de eerstvol gende aanlegplaats en tal van personen zijn aan boord geboren of overleden. De binnenscheepvaart was een vak voor koppels waar bij man en vrouw voortdurend samenwerkten. Het bevoorraden van het schip moest gebeuren op een ogenblik dat ze noodgedwongen voor een sluis of een laadplaats lagen te wachten.

Vanaf 1835 zijn Charleroi en Parijs met elkaar verbonden door een waterweg. De binnenschippers waren bijna allemaal afkomstig uit Thuin en omgeving. Het steenko lenbekken van Charleroi bevoor raadde de regio Parijs en de Sam ber was de enige mogelijke weg. De binnenscheepvaart zorgde voor werk en welvaart. Over een afstand van slechts 40 km tus sen de Franse grens en Charleroi ontstonden 15 scheepswerven, waarvan vijf alleen al in Thuin. Er

werden ook grotere schepen gebouwd en het verkeer op de Sam ber werd daardoor steeds drukker. Omstreeks 1925 begon de werf Michot in Thuin boten uit ijzer te produceren. In 1936 telde Thuin op een bevolking van 5000 inwoners 1.104 gezinshoofden die binnen schipper waren. Hiermee was Thuin na Antwerpen qua bevolking de op één na belangrijkste stad betreffende scheepvaart. Door de Tweede Wereldoorlog wordt de welvaart afgeremd, maar rond 1950 kan bij de de heropbouw van de vloot overgestapt worden op nieu we moderne boten uit ijzer. Er zijn zoveel bestellingen dat de wacht tijd kon oplopen tot drie jaar. Een groot aantal van deze boten vaart nog steeds op de Europese waterwegen. De economische crisis in de tweede helft van de jaren zeventig en de aanleg van snelwegen zorgden dat de belangstelling voor waterwegen stapsgewijs daalt. Er wordt gekozen voor een andere vorm, met aken met een capa citeit van 600 tot 1500 ton. Die moderne schepen kunnen wel varen op de Beneden-Samber maar niet op de Boven-Samber waar de tonnenmaat beperkt is tot 350 ton. Heden ten dage profiteert Thuin nog van die transporten tussen Frankrijk en Nederland of Duitsland.

Het werd stilaan tijd om afscheid te nemen van deze uitzonderlijk mooie “schipperswijk” en ons restaurant op te zoeken. Via het jaag pad zagen we ons restaurant al liggen. We aten die middag op de boot “P’tit Batia”, een binnenschip op de Samber, dat als restau rant was ingericht. Alle plaatsen waren vlug ingenomen want er was maar plaats voor maximum 25 personen. Er moest ook niet gewacht worden want de echtgenote van de “chef-kok” was daar al met de aperitief en de hapjes. Ook het op voorhand gekozen menu met de aangepaste wijnen viel bij iedereen in de smaak. We mogen zelfs spreken van een “culinair hoogstandje”.

Met een klein kwartiertje achterstand op ons schema reden we naar de bovenstad. Het ideale vertrekpunt voor een verkenning van Thuin is het prachtig gerenoveerde belfort op de Place du Chapitre,

33

erkend als Unesco-werelderfgoed. Daar is ook het “Office de Tou risme en heb je een kijk op de de omgeving en de benedenstad aan de Samber. De gebruikte bouwsteen wijst op een samenwerking tussen de rijke burgerij en de clerus. Het onderste deel van het belfort werd immers opgetrokken in natuursteen door de burgerij en later verhoogd in baksteen door de clerus. De torenspits draagt dan ook zowel een kruis als een windhaan. Vlakbij het belfort ligt de Chaussée Notre-Dame, een stevige kuitenbijter die bij de wieler fanaten als tegenhanger van de Muur van Geraardsbergen wordt beschouwd en daarom “Le Mur de Thuin” werd gedoopt : 0,5 km lang met een gemiddelde stijging van bijna 9,5%.

We verlieten de bovenstad via de Impasse Prince de Liège en kwa men in een wirwar van steegjes terecht waar huizen deels in natuur steen en deels in baksteen zijn. Baksteen was oorspronkelijk een teken van rijkdom, maar eenmaal de steengroeven uitgeput waren, werden bakstenen gebruikt uit noodzaak. Langzaam daalden we langs “kasseistraatjes” af naar het zuidelijke deel van de rotspartij waarop Thuin is gebouwd met zicht op de vallei van de Biesmelle. We volgden de ommuring en stootten hier en daar op een “POSTY”. Posty is een oud Luiks woord voor zijdeur en verwijst hier naar een smalle doorgang in de de ommuring, met een wachtpost, om te kunnen controleren wie de stad in of uit ging. Verder wandelend door straatjes en steegjes van de bovenstad komen we aan de ver rassende “HANGENDE TUINEN” van de stad. Het zijn terrasvormige tuintjes aangelegd op de helling van de heuvelrots. De tuinen van Thuin dateren uit de middeleeuwen. Vandaag zijn die ongeveer 210 tuintjes nog altijd grotendeels privébezit. Via een georganiseerde rondleiding kan men ze toch bezoeken, benadrukte onze gids. De inwoners hebben vaak een eigen toegang tot hun hangende tuin via een ondergrondse gang die vertrekt van hun kelder en onder de straat doorloopt. De rijke bevolking die binnen de stadsomwalling woonde, vooral monniken en de adel, maakte dankbaar gebruik van het grillige reliëf. Net buiten de omwalling legden ze moestuintjes aan, zodat ze groenten en fruit konden telen om in hun onderhoud te voorzien. Toen de bevolking almaar toenam, strekten de tuinen zich zelfs tot diep in de vallei uit. De perfecte ligging zuidwaarts zorgde voor veel zon en warmte, de muurtjes rond de tuinen waren gemaakt van zandsteen en ijzerhoudende breuksteen. Die steen soort hield de warmte goed vast en reflecteerde de zon. Daardoor

ontstond er op deze plek een soort microklimaat. Dat inspireerde de monniken om ook druiven te gaan telen en om hun eigen wijn te maken. Ongeveer twintig jaar geleden werd een deel van de afgeta kelde muurtjes gerenoveerd. Meteen werden er op negen percelen ook nieuwe wijnstokken aangeplant. Op dit moment telt de tuin een duizendtal wijnstokken, verdeeld over de verschillende terrassen. Door de uiterst zuidelijke ligging en die zandsteen houdende muur tjes kunnen ze hier echt een kwaliteitsdruif telen : “de Regent”. Die brengt de zoete biowijn “Clos des Zouaves” voort. De wijn wordt gemaakt in de “Distilleerderij van Biercée” en rijpt zes maanden op eiken vaten. Het is een zoete rode aperitiefwijn, maar men kan hem ook serveren bij foie gras, kaas of dessert. Spijtig genoeg had het enkele dagen voor ons bezoek hevig gevroren en vertoonden het merendeel van de reeds jonge druifjes sporen van het vriesweer.

Na ons bezoek aan “de Hangende Tuinen” wandelden we via hoge houten trappen en kwamen we op een open vlakte met prachtig zicht op de stad Thuin en zijn belfort. We zien ook dat langs deze kant van de stad aan nieuwbouw wordt gedaan en dat vele gebouwtjes rijp zijn voor de sloop. Men heeft daar al een groot appartementsge bouw neergepoot waarvan al de appartementen verkocht zijn.

We zien ook het bovenste deel van de watertoren en de kapel van de zusters uit de 19de eeuw. Voor de bouw van de klokkentoren moest het grote casino afgebroken worden. Langs nieuw aangelegde voet paden, brede wegen en verschillende huizen in opbouw kwamen we terug in het oude centrum van de stad. Collega’s die de wandeling te moeilijk vonden, zaten rustig aan een tafeltje te genieten van hun drankje dat aangeboden werd door het bestuur van Virbo. Ook de andere collega’s, die de wandeling volledig hadden beëindigd, ge noten daarna op de Place du Chapitre van een fris drankje.

We hebben het al vermeld aan het begin van dit artikel : “THUIN bezoeken is een atypische ervaring, die niet hoeft onder te doen voor het buitenland.” Hou er wel rekening mee dat de stad en haar omgeving allesbehalve plat is. Je mag je dus verwachten aan trap pen en steile klimmetjes.

34

Lerarentekort?

Als het dat maar was.

Erger is het gebrek aan ondersteuning

Freya Piryns is leerkracht voor anderstalige nieuwkomers in een basisschool in Antwerpen Noord.

De afgelopen weken is er veel te doen geweest over het lerarente kort dat als een steeds strakker aangehaalde strop ons onderwijs dreigt te verstikken. Terecht natuurlijk, in de school waar ik lesgeef in hartje Antwerpen ervaren we dat tekort iedere dag. Maar dat is niet het enige. Er zijn ook nog de ellenlange wachtlijsten voor alles en nog wat, en daar zijn onze leerlingen evenzeer de dupe van.

Het lerarentekort laat zich nu al voelen op de klasvloer. Aan het aantal leerlingen per klas dat almaar groter wordt, aan het aantal vervangingen dat we moeten voorzien, aan de flexibiliteit die van ons verwacht wordt, aan het aantal collega's dat er ook zonder pedagogische achtergrond toch iedere dag het beste moet van zien te maken. Het klopt dat de kwaliteit van het lesgeven onder dit alles lijdt. Al is het maar omdat er gewoon minder expertise en tijd per kind, per les, per onderwerp overblijft.

Maar als het nu enkel dat maar was. Dan zouden we nog kunnen hopen dat het een tijdelijk, voorbijgaand fenomeen was. Of dan zouden we een tandje kunnen bijsteken. Er is helaas meer aan de hand. Elke dag lopen wij tegen onze grenzen aan, elke dag op nieuw botsen wij op ambtelijke muren en worden wij teleurgesteld over het gebrek aan ondersteuning of gespecialiseerde hulp.

ondersteuning gezocht

Bijvoorbeeld voor Eze*. Eze is zeven jaar en heeft in de eerste jaren van zijn jonge leventje enkel verwaarlozing en fysiek ge weld gekend. Tot hij door de jeugdrechtbank in een veiliger gezin werd geplaatst. Maar ook daar is het leven niet makkelijk. Het gezin heeft financiële problemen, beide ouders zijn erg jong en vinden moeilijk werk. Ze wonen met zijn zevenen in een klein appartementje.

Eze heeft veel last van de trauma's die hij heeft opgelopen. Dat uit zich in storend gedrag en regelmatig ook in woede-uitbarstin gen in de klas waarbij hij andere leerlingen en leerkrachten fysiek aanvalt. Daar heeft hij telkens en oprecht spijt van, maar het is sterker dan hemzelf. Zijn ouders werken samen met de school, maar zijn net als wij ten einde raad.

In de zoektocht naar ondersteuning werd Eze begin 2021 aange meld voor diagnostisch onderzoek, maar de wachttijd bedraagt daar ongeveer twee jaar. Omdat we daar niet konden op blijven wachten, werd hij aangemeld voor psychologische ondersteu ning in oktober 2021. Ook daar staat hij sindsdien op de wacht lijst. Hij werd aangemeld voor het buitengewoon onderwijs type 3 en staat daar nu als vierde op de wachtlijst. Een lichtpuntje is de contextbegeleiding die nu net is opgestart. Daar waren we ook al op aan het wachten sinds januari vorig jaar.

Eze zat dit schooljaar in het eerste leerjaar samen met 24 andere leerlingen. De ene dag had hij drie woedeaanvallen, de dag erna

was het er 'maar' een. De kracht van deze jongen is angstaanja gend, maar wat pas écht pijn doet, zijn de tranen en de wanhoop achteraf. Het feit dat hij telkens 'sorry' wil gaan zeggen aan de kinderen die hij heeft aangevallen en hoe we dan moeten uitleg gen dat je dit soort zaken niet zomaar met een 'sorry' kan uitwis sen. Wat ons zorgen baart, is ook de leertijd die verloren gaat voor zijn klasgenootjes die met grote ogen toekijken en daar door niet aan leren toekomen.

Naast Eze zitten er in zijn klas alleen al nog twee kinderen met een gemotiveerd verslag die wachten op een plaatsje in het bui tengewoon onderwijs. Noor en Eliza hebben dan weer dringend logopedie nodig, maar u raadt het al... Jammer maar helaas, op de wachtlijst staat nog een veertigtal kinderen vóór hen. Dahl, Sam en Fawzi hebben een aparte leerlijn en worden sinds kort opgevolgd door het Centrum Voor Leerlingbegeleiding. Ze wer den daarvoor in oktober aangemeld, maar door de hoge werk druk kon dat bij het CLB pas worden opgepakt eind april. De juf van de klas had vanaf dan nog twee maanden om samen te zoe ken naar de beste oplossing voor deze kinderen. Vijf kostbare maanden gingen verloren.

Deze week zijn het klassenraden, waarin wordt bekeken welke kinderen de leerplandoelstellingen hebben behaald en over gaan. Het waren er in de klas van Eze en co. schrikbarend wei nig. Meer dan een derde van de kinderen moet aan zijn school carrière beginnen met een jaar zittenblijven.

En dat kan ons helaas niet meer verbazen. Want om deze kind jes te leren lezen en schrijven en tot twintig te leren rekenen, had de juf dit jaar slechts enkele uren per week ondersteuning van een zorgjuf, een paar uurtjes AN (Anderstalige Nieuwkomers) en welgeteld één uur NOA (Netwerk Ondersteuning Antwerpen) in het kader van het M-decreet. Door het lerarentekort moesten die helaas vaak verstek geven om elders een zieke collega te ver vangen.

Mijn collega van het eerste leerjaar, is een heldin. Bij uitbreiding zijn alle leerkrachten in Vlaanderen helden. Het wordt hoog tijd dat we dat zelf durven zeggen en trots zijn op onszelf én op ons beroep. Wij hebben gekozen voor het onderwijs omdat we 'im pact' willen hebben op kinderlevens en indirect dus op de maat schappij. Vandaag ben ik er honderd procent zeker van dat ik hiervoor op de juiste plek sta. Maar we zijn moe. En zo boos. Want het is niet genoeg. De overheid geeft ons niet de moge lijkheid om onze job goed te doen. Wij zijn helden zonder su perkrachten en toveren kunnen we ook al niet. We zouden het nochtans goed kunnen gebruiken.

* De namen werden veranderd om de privacy te beschermen.

35

Tip voor slabakkend onderwijs: vertaal cijfers naar dagelijkse leven

Bibliofiel Marcel Grauls tipt elke week een boek waar u slimmer van wordt. Deze aflevering: Alle getallen tellen van Chip Heath en Karla Starr. Hoe je cijfers effectief communiceert.

Een wiskundeboek?

Dit boek verschijnt uitgerekend in de week dat een nieuw rap port in Vlaanderen zegt dat leerlingen in het zesde leerjaar voor wiskunde lager scoren dan vijf jaar geleden. “Corona mag geen excuus zijn. Deze peiling is nog slechter dan die van 2016 en die was ook al slecht”, zegt het verslag.

De auteurs van 'Alle getallen tellen' stellen daar tegenover: “Wat wij hier schrijven berust op een simpele constatering: er gaat in formatie verloren wanneer cijfers niet worden vertaald naar een ervaring die mensen navoelen.” 'Vertalen' en 'omzetten' zijn hier sleutelwoorden. Ter verduidelijking volgen dan nog beklijvende zinnetjes als 'Rekenkunde is niemands moedertaal' of: 'Gebruik cijfers zo min mogelijk'.

Coauteur Karla Starr, een journalist, herinnert zich nog een voor beeld uit haar schooltijd: 97,5% van het water op aarde is zout. Van de 2,5% zoet water zit ruim 99% vast in gletsjers en sneeuw velden. In totaal is slechts 0,025% van het water op de wereld drinkbaar voor mens en dier.

Twintig jaar later wist ze nog perfect hoe dat in de klas was ver taald: Stel je een bak met 4 liter water voor, met drie ijsklontjes ernaast. De bak is gevuld met zout water. De klontjes staan voor zoet water. En de smeltdruppels aan de blokjes zijn het drink water. Bak, ijsklontjes, druppels water: fluitje van een cent.

Werkt het altijd?

Altijd. In 2018 publiceerde The New York Times een lang artikel met gegevens om te tonen hoe ver de man-vrouwgelijkheid te zoeken is in de politiek, de journalistiek, etc. En het vertaalde het resultaat 'Een klein percentage Fortune 500-leiders is vrouw' met de krachtige vertaling: “Er zitten in de lijst van 'Fortune 500'-CEO's meer mannen die James heten dan vrouwen.” De auteurs: “Je moet daarbij niet nog zitten vertellen dat 50,8% van de bevolking vrouw is en 1,682% James heet.”

Gaat dit zo het hele boek door?

200 bladzijden lang. De hoofdstukken heten 'Vertaal alles, pre senteer gebruiksvriendelijke cijfers', of 'Maak cijfers begrijpelijk in vertrouwde, concrete termen, op menselijke schaal' of 'Pre senteer cijfers met emotie - verrassend en veelzeggend - om aan te zetten tot verandering in denken en handelen'.

Met de registers achteraan kun je actuele onderwerpen er zo uitplukken: vuurwapens (VS), racisme, Jeff Bezos van Amazon, president Eisenhower, atleet Usain Bolt (de snelste mens geme ten aan de snelheid van dieren), noem maar op.

Is er ook een pionier?

Florence Nightingale (1820-1910), de Engelse vrouw die van verpleegkunde een vak maakte en daarvoor op haar geboorte dag 12 mei in de hele wereld wordt herdacht.

De vader van Nightingale gaf zijn dochter zelf een grondige klassieke opleiding in Italiaans, Latijn, Grieks, filosofie, geschie denis en - zeer ongewoon voor vrouwen in die tijd - schrijven en wiskunde.

Beslissend in haar leven was de Krimoorlog, die in maart 1854 uitbrak: een smerige oorlog waarin Turkije met de steun van En geland en Frankrijk tegen de Russen vocht.

Op 21 oktober vertrok Nightingale samen met 38 verpleegsters naar de Krim. De legerleiding zag haar niet graag komen, de medici al evenmin: ze werd als een indringster, een spionne behandeld. Het belang van hygiëne was op dat ogenblik on bekend. Het bestaan van de bacterie evenmin. De afvoer liep in de barakken onder de bedden door. Aan tyfus, cholera en dysenterie stierven tien keer meer soldaten dan aan klassieke verwondingen. Ook militaire artsen en verpleegsters lieten al in de eerste weken het leven.

Nightingale was zeer sterk in statistiek, maar tegelijk ook een fenomeen in de vertaling van die cijfers. In legerhospitalen bij voorbeeld lag het sterftecijfer ook in vredestijd voor 25-35-jarige Britse soldaten op 19 per 1.000. Nightingale: dat is net zo cri mineel als elk jaar 1.000 mannen opstellen op een oefenterrein en er 19 meteen laten doodschieten. Dat was de vertaling van de statistiek.

36 bladzijden noten helpen de lezer verder op weg. Vele verha len uit het dagelijkse leven worden omgevormd tot 'tips en tricks' die er met 'vertaling' en 'omzetting' toe leiden dat die rare cijfers bij alle leerlingen 'binnenkomen'. Het betere werk.

Chip Heath & Karla Starr, 'Alle getallen tellen. Wat getallen en data werkelijk betekenen en hoe je ervoor zorgt dat anderen dat ook begrijpen', uitg. Lev./Bruna, vertaling: Tijmen Roozenboom, 2022, noten, persoonsregister en trefwoordenregister, 206 blz., 21,90 euro, e-boek: 12,99 euro

Chip Heath heeft samen met zijn broer Dan vier bestsellers ge publiceerd, vertaald in 33 talen, verschenen in miljoenenoplagen.

36
• Keuze uit 18 jeugdherbergen • Activiteiten op maat van de groep, het budget en het project • Alle maaltijden inbegrepen DE WULLOK De Roerdomp Antwerpen Blankenberge Bokrijk Brugge Brussel Gent Hasselt Kortrijk Leuven Lier Maldegem Oostduinkerke Oostende Sankt-Vith Voeren Zoersel Westerlo Geraardsbergen ZEEKLASSEN | NATUURKLASSEN | STADSKLASSEN | HERINNERINGSKLASSEN MET DE SCHOOL NAAR DE JEUGDHERBERG! ALL IN! Bekijk al onze programma’s op onze scholenwebsite www.schoolklassen.be | schoolklassen@vjh.be | +32 (0)3 232 72 18 37

EU LEARNING CORNER

HAPPENING MECHELEN

38

VIRBO-HAPPENING

MECHELEN 22 april 2022

To know you (EU) better, is to love you (EU) more

TEASERMOMENT EU LEARNING CORNER

Met expliciete dank aan Huis van het GO! HoWest Lerarenopleiding Brugge EU DG Communication Team TTP & EU Learning Corner Europe Direct Provincie Antwerpen

voor de fijne samenwerking.

Dankzij het VIRBO bestuur mochten wij op vrijdag 22 april, op hun 1ste post covid LIVE didactische beurs, ons zitje invullen.

We zetten er, samen met onze bovengenoemde partners, de EU LEARNING CORNER stand op. Onze bedoeling was om de bezoekers interactief te laten kennismaken met de EU LC website via hun gsm of onze laptops en om inzicht te krijgen op een mogelijke meer gestructureerde-geïntegreerde focus en aanpak om samen met onze leerlingen-studenten én hun leerkrachten én ouders, waar Europa voor staat, wat Europa is en voor je doet… te laten ontdekken:

What if…..to know EU better, is to love EU more?

Learning corner: play, teach, have fun with the EU - Bing video

Learning Corner | Learning Corner (europa.eu) in 24 talen voor leerkrachten, studenten vanaf

5j tot 18+j, en voor groot-ouders en alle burgers tot 118j.

Learning corner: play, teach, have fun with the EU - Bing video

Elke leerkracht van de EU kan zich gratis inschrijven op de online newsletter in de eigen landstaal https://europa.eu/!cD97Fm

waar telkens de updates of nieuwkomers van de EU LEERHOEK worden meegedeeld.

Waar we net als de inrichters op een grotere opkomst hadden gerekend, nodigen we jullie uit om mee te genieten via enkele sfeerfoto’s.

Artikel
39
KOPPEN.BE Ontwerp, fabricage en montage sinds 1946 OVERKAPPINGEN speelplaatsluifels bergingen FIETSPARKEREN open & gesloten stallingen fietsenrekken kinderfietsenrekken e-bike laadpalen fietsboxen INDOOR & OUTDOOR vestiaires lockers boekentassenrekken kindveilige jashaken op rail recyclage afvalbakken asbakken picknicktafels zitbanken geleidehekken afbakeningspaaltjes bloembakken KOPPEN.BEbv Industriepark Brechtsebaan 22 | B-2900 Schoten e-mail: info@koppen.be | telefoon: 03 680 12 34

Onze senioren bezoeken op donderdag 29 september 2022 de Druivenstreek in hoeilaart

Na ons bezoek aan THUIN op donder dag 28 april 2022 zouden we normaal op donderdag 29 SEPTEMBER 2O22 de bad steden OOSTDUINKERKE en KOKSIJDE bezoeken. Spijtig genoeg zijn de deuren van het NATIONAAL VIS SERIJMUSEUM “NAVIGO” nog tot eind 2022 gesloten. Een potvis komt immers in het museum “wonen”. Men vond hem in 2019 op het strand waar hij werd uitgegraven. Om het 17 meter lange skelet te tonen is er meer ruimte nodig en diende men het museum te verbouwen en te vergroten.

We moesten bijgevolg op zoek naar een andere stad of dorp, maar gezien eind september “de druif” in de belangstelling staat in de streek rond Overijse, was de keuze vlug gemaakt. In de voormiddag doen we een wandeling in het Jan Van Ruusbroeckpark met zijn neogotische kasteel-gemeentehuis, de gerestaureerde kasteelhoeve en langs enkele serristenvil la’s. Na het middagmaal, in een plaatselijk restaurant, brengen we een bezoek aan DRUIVENSERRES.

Hier is ook de mogelijkheid tot aankoop van de gerenommeerde druiven Royal, Muscat, Ribier en Leopold III.

De samenstelling van het programma ge beurt in samenwerking met de Toeristische Dienst van Hoeilaart en zal eind augustus verstuurd worden naar al de leden.

Onze

Seniorenwerking

School:

Naam en voornaam:

Persoonlijk adres en telefoonnummer: E-mail:

Collega’s die binnenkort stoppen of al gestopt zijn: gelieve onderstaande strook in te vullen en op te sturen naar: Ludo Daelemans Kloosterbunder 17 • 2870 PUURS • Tel. 03 889 20 28 e-mail: lode.daelemans@skynet.be - ludo.virbo@gmail.com Met hartelijke dank voor uw medewerking

Twee maal per jaar (laatste donderdag van september en april) organiseren we voor onze senioren een aangename, culturele daguitstap. Alle leden (€ 20 lidgeld per schooljaar) worden hierop uitgenodigd.

Aarzel niet om lid te worden en deel te nemen aan de verschillende culturele activiteiten! Het zijn ideale gelegenheden om oud-collega’s terug te zien!

U zult het zich niet beklagen.

42
©David Legrève
Projecten als Helm Op Fluo Top, Het Grote Fietsexamen of De Grote Verkeerstoets Een volledige leerlijn verkeer Gratis pakketten met actiemateriaal Nieuws en praktijkvoorbeelden Gratis voetgangers- en fietsbrevetten Uitgewerkte lesfiches voor alle leerjaren www.verkeeropschool.be
Ontdek onze praktijkgerichte verkeerseducatie 43

vertegenwoordiging VIRBO

De verschillende organen

PTC BAO

Katty VANHOECKE: KS Ronse

Tel. 055/21.49.56

Decroly.kleuter@sgr21.be

PTC FINANCIEN

PTC PERSONEEL

GEZONDHEIDSBELEID

Katty VANHOECKE: KS Ronse Tel. 055/21.49.56

Decroly.kleuter@sgr21.be

Barbara DANIS: Halderbosstraat 76, 1653 Dworp GSM 0477/54.69.50 barbara.danis@sgrbrussel.be

GO! (REFLECTIEGROEPEN)

Kinderopvang

OVERLEG VAKBONDEN

Didier VAN DE GUCHT: Tel. 02/733.10.97 didier.vandegucht@gmail.com

NODB

Katty VANHOECKE: 055/21.49.56

Decroly.kleuter@sgr21.be

Mike GOUDESEUNE: 0486/90.38.09 mike.goudeseune@detandem.be

VLOR

Algemene Raad van de VLOR

BREDE SCHOOL

Mike GOUDESEUNE: BS De Tandem (Freinet)

GSM 0486/90.38.09

mike.goudeseune@detandem.be mike.virbo@gmail.com

Wat verwacht VIRBO van een bestuurslid?

■ De rol spelen van verbindingspersoon tussen de directeurs van de SGE BaO en VIRBO, en dit in beide richtingen

■ Een bijdrage leveren aan de vlotte werking van VIRBO door het organiseren of meewerken aan de organisatie, zowel van de interne werking als van de evenementen

■ De initiatieven van VIRBO steunen door regelmatige deelname hieraan

■ Deze initiatieven promoten bij de collega’s in de scholengroep en hen aanmoedigen hieraan deel te nemen

■ Zoveel mogelijk aanwezig zijn op de bestuursvergaderingen (max. 9 per jaar)

■ Minstens 1 artikel per jaar bezorgen voor Info-Bas

Wat verwachten we van een contactpersoon?

■ De rol spelen van verbindingspersoon tussen de directeurs van de scholengemeenschap BaO en VIRBO en dit in beide richtingen

■ De initiatieven van VIRBO steunen door regelmatige deelname hieraan

■ Deze initiatieven promoten bij de collega’s in de scholengroep

■ Bijdragen tot de verspreiding van documenten door VIRBO opgesteld in de eigen scholengroep

■ Verslagen van evenementen uit de eigen scholengemeen schap, die interessant kunnen zijn voor andere directies, doorsturen voor Info-Bas

■ Uiteraard in orde zijn met het lidgeld

De lijst ‘bestuursleden en contactpersonen’ wordt regelmatig ge actualiseerd (blz. 2)

Kijk na op blz. 2 van deze Info-Bas hoe uw scholengroep reeds vertegenwoordigd is.

VIRBO streeft ernaar om over minimum 1 persoon uit elke scho lengroep als bestuurslid of contactpersoon te kunnen beschikken, maar meer mag ook.

Voelt u zich aangesproken? Neem dan contact op met onze voor zitter, didier.van.de.gucht@gmail.com en vermeld tot welke groep u wilt behoren.

Samen zijn we sterker!

Didier Van de Gucht, voorzitter

44
➤ Wat doet VIRBO ? VIRBO wil opkomen voor de belangen van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap in het algemeen en de directies van het basisonderwijs GO! in het bijzonder 1 Regelmatig overleg met de minister, GO!, andere directieverenigingen, ... 2 Info- netwerkdag: leerrijk, gezellig, ... 3 Driedaagse navorming: jaarlijks 4 Tijdschrift INFO-BAS: 4 x per jaar : Kritisch, informatief, praktijkgericht 5 VIRBO-Happening: jaarlijkse didactische beurs, gekoppeld aan een praktijkgerichte vorming of interessante sprekers 6 Informele hulp via netwerking 7 Seniorenwerking Lidgeld? Directies: 30 euro Ere-directies (senioren): 20 euro Te storten op BE40 2930 0648 0463 van VIRBO vzw BIC: GEBABEBB Hoe meer directies zich aansluiten, hoe groter de geloofwaardigheid, de invloed en daadkracht van onze directievereniging ! o mdat leren plezant is Innerlinken GO! al 9 jaar geprefereerde partner s navorming talentenwerf ondersteuningsteams aanvangsbegeleiding teamcoaching Kan jij ook extra steun gebruiken? Wij luisteren naar jouw noden. Met plezier en goesting om jouw team maximaal te ondersteunen. Wij staan klaar voor jou! Wim, Karen, Marc, Nele, Sonja en Wouter WWW.INNERLINK.BE| WIM@INNERLINK.BE 45
Alles voor klas, leerling én leerkracht! Kies uit meer dan 19000 producten ruim 1000 milieubetere alternatieven Eenvoudig online bestelplatform vraag uw school-profiel aan Overzichtelijke schoolcatalogus digitaal of op papier verkrijgbaar Meteen leverbaar uit voorraad een minimum aan naleveringen Geleverd in 24u of op datum op adres naar keuze Gratis levering vanaf € 39,in België, niet geldig op diensten De laagste prijzen voor onderwijsinstellingen PANDAVA.COMINFO@PANDAVA.COM 03/660.05.10 46

Planning Virbo

2021 - 2022

Beste collega’s, Uw aanwezigheid op de diverse activiteiten van VIRBO is zeer belangrijk! Daarom:

• Noteer deze data nu al in uw agenda;

• Geef deze data door aan uw AD en Coördinerende directies BaO;

• Geef ons interessante ideeën om te behandelen, of sprekers om uit te nodigen; Het bestuur staat open voor ieders inbreng.

Activiteiten VIRBO 2022 - 2023

3. VIRBO – netwerkdagen:

Maandag 10 oktober 2022

Plaats: Atheneum Comenius – Felix Vande Sandestraat 11, 1081 Koekelberg Sprekers: Albert Janssens, Zeb Jacobs, Ludo Heylen Thema: Het kind centraal !

Dinsdag 7 februari 2023

Plaats: Aula VUB Brussel – Pleinlaan 2, 1050 Elsene Lezing door Peter Adriaenssens

Thema: Benaderen en gericht aanpakken van (moeilijk) kindgedrag. Er worden tools aangereikt om zowel leerKRACHTen, kinderen en andere partners weerbaarder te maken.

2. VIRBO-Seminarie: woensdag 15 t.e.m. vrijdag 17 maart 2023

Thema: Leiderschap !

3. VIRBO Happening met didactische beurs: vrijdag 28 april 2023

Programma: Nieuwe en verbeterde leermiddelen, boeiende workshops, nieuws vanuit het Departement Onderwijs.

INFO-BAS

INFO-BAS is het informatieblad voor directies basisscholen van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap.

Verantwoordelijke uitgever > Didier Van de Gucht, Warmoeshof 6, 1853 Strombeek-Bever Lay-out & vormgeving > drukkerij DIE KEURE Druk > drukkerij DIE KEURE

Verspreiding druk > scholen Bao gratis (oplage ongeveer 630)

Elektronische versie > scholen SO, CLB, AD (oplage ongeveer 420)

Uitgiftekantoor > Peer

Info-Bas verschijnt

➜ VOOR ONZE SENIOREN:

Senioren daguitstap: Donderdag 29 september 2022: OVERIJSE / HOEILAART

Alle leden senioren ontvangen de uitnodiging + inschrijvingsformulier ook via de post.

Verdere info kan je terugvinden in deze Info-Bas.

!!Alle informatie is ook te vinden op de VIRBO-website!! www.virbo.be

driemaandelijks (maart, juni, september, december) Elke medewerker is verantwoordelijk voor zijn/haar bijdrage Bijdrage op te sturen naar VIRBO, Noël Devolder, Blekerijstraat 93 app.0401 8310 Assebroek e-mail: noel.virbo@gmail.com > vóór 15 februari, 15 mei, 15 augustus en 15 november 2022. VIRBO vzw is de Vereniging van directies van de basisscholen en de scholen voor buitengewoon onderwijs van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Voorzitter VIRBO > Didier VAN DE GUCHT Ondervoorzitter VIRBO > Katty VANHOECKE Secretaris VIRBO > Geert WILLAERT Penningmeester VIRBO > Barbara DANIS en Erik VAN LAERE Lidgeld: Directies 30 euro per schooljaar Ere-directies (senioren): 20 euro Te storten op BE40 2930 0648 0463 van VIRBO vzw BIC: GEBABEBB colofon 47

Beleef een schooluitstap die je nergens anders beleeft!

Op zoek naar een speelse én educatieve activiteit? Ga met Melk4Kids op bezoek bij een melkveebedrijf en proef van het leven op de boerderij. De koeien en kalfjes bezoeken, de stallen en het melkhuis zien, ontdekken wat er met de melk gebeurt, zelf de handen uit de mouwen steken,... een boeiende uitstap verzekerd!

Klassen uit het basisonderwijs krijgen via Melk4Kids een tegemoetkoming van € 50 per rondleiding. Maak een afspraak bij een Melk4Kids-ambassadeur en registreer je bezoek op melk4kids.be.

Ontdek alle info op: WWW.MELK4KIDS.BE VLAM vzw • Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing vzw Koning Albert II-laan 35 bus 50, 1030 Brussel • melk4kids@vlam.be