Infobas april - mei - juni 2021

Page 1

Info-Bas INFORMATIEBLAD VOOR DIRECTIES BASISSCHOLEN VAN HET GO! ONDERWIJS VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP

uitgave april l mei l juni 2021

INHOUDSTAFEL Bestuursleden VIRBO per provincie

2

Editoriaal: woord vooraf Voorzitter

3

Koen Pelleriaux, nieuwe afgevaardigd bestuurder GO!

5

Impact van corona op studieresultaten

5

Lessen uit coronatijd: een pedagogische analyse

6

Leerachterstand niet meer in te halen

8

Schooldirecteurs pleiten voor overkoepelend interlevensbeschouwelijk vak 8 Uitpakken met je aanpak

9

Kwart Vlaamse kleuters spreekt thuis geen Nederlands

10

Weyts gaat duizend scholen (ver)bouwen

10

De eerste Info-Bas: september 1990

12

Vanuit de tijd van toen…

12

Investeren in beter en efficiënter beleid

14

Nederlands in het Franstalig onderwijs

16

Sociaal akkoord over de vaste benoeming

16

GO! bundelt gegevens over patrimonium in databank

18

De nieuwe schoolstrijd

19

GO! plant extra investeringen in schoolinfrastructuur

21

Buitengewoon onderwijs voor iedereen?

22

De kloof dichten met moedig en genereus onderwijs

23

Robinpas om kwetsbare leerlingen te helpen met schoolfacturen

26

Leesniveau van lagere school daalt

26

Scholen krijgen tot 510 euro per leerling voor digitale sprong

29

Scholen zijn geen broeihaard voor corona

29

Vijf Brugse scholen krijgen 10.000 euro

31

Go! basisschool ’t Vlasbloempje uit Dendermonde is Sterrenklas

31

Gok-middelen verplicht naar kwetsbare leerlingen

31

Pedagoog Dirk Van Damme pleit voor inkorting zomervakantie

32

Moet de zomervakantie echt korter?

32

VIRBO bevraging zijn leden ivm grote vakantie

33

Cao’s onderwijs: werkbaar werk in kwaliteitsvol onderwijs

34

Lezen in de lagere school

36

Werkbaar werk nog lang niet gerealiseerd

38

Huiswerk in de lagere school

40

Concentratieproblemen 40 De moestuin van GO! basisschool Papageno in Evere

43

Seniorenwerking 43 Vertegenwoordiging VIRBO in verschillende organen

44

Wat verwacht VIRBO van bestuurslid / contactpersoon?

44

Wat doet VIRBO voor u?

45

Planning VIRBO: 2021 - 2022

46

Colofon 46

DRIEMAANDELIJKSE UITGAVE verantwoordelijk uitgever: Didier Van de Gucht, Warmoeshof 6, 1853 Strombeek-Bever afzendadres + maatschappelijke zetel: GO! Basisschool De Uitvlinder, Noordervest 33, 3990 Peer ondernemersnummer: 0 441 646 146 – Vrij van BTW afgiftekantoor: 3990 Peer erkenningsnummer: p309839


Virbo: Bestuursleden en contactpersonen

Sgr 1: GO! Antwerpen

Sgr 13: Zuid-Limburg

Sgr 24: Deinze – Tielt

- Francine NOOYENS 0494/21 77 93 francine.nooyens@go-antwerpen.be - Bart ANDRIES 0475/98 60 37 bart.andries@go-antwerpen.be

- René NASSEN 0473/32 14 73 rene.nassen@szl13.be

- Ann STUR 09/282 46 02 annstur@schooldekleineprins.be

Sgr 14: Maasland

Sgr 25: Impact

Sgr 3: Invento

- Pietro FALCONE 0471/45 31 52 pietro.virbo@gmail.com

- Mike GOUDESEUNE 0486/90 38 09 mike.virbo@gmail.com

Sgr 5: De Maneblussers

Sgr 15: Xpert

Sgr 26: Mandel en Leie

- Wendy HEREMANS 0496/73 61 39 wendyheremans2@gmail.com

- Sarah CANDREVA 011/61 12 37 sarah.candreva@gmail.com

- Conny WALLYN 0479/64 00 02 conny.virbo@gmail.com

Sgr 6: Rivierenland

Sgr 16: GO! Next

Sgr 27: Stroom

- Tom CORNU 0477/40 66 21 tom.cornu@kasteeltje-puurs.be

- Stephan JANS 012/67 24 40 stephan.jans@bsdeeikwellen.be

- Cynthia CALLEBOUT 0468/27 47 20 cynthia.callebout@demorootjes.be

Sgr 7: Fluxus

Sgr 17: Waasland

Sgr 28: Westhoek

- Daisy COONEN 0472/60 74 30 daisycoonen@scholengroepfluxus.be

- Patrick WITTOCK 0476/84 51 33 baocodi@sgr17.net

Senioren:

Sgr 8: Brussel

Sgr 18: Het leercollectief

- Barbara DANIS 0477/54 69 50 barbara.virbo@gmail.com - Didier VAN DE GUCHT 0486/91 68 81 didier.van.de.gucht@gmail.com - Geert WILLAERT 0476/43 50 72 geert.virbo@gmail.com - Lisa JANSSENS 02/241 58 09 directie@de-wegwijzer.be

- Kathy VAN LANDENHOVE 0479/57 75 43 directie.bs@kad.be

Sgr 19: Dender - Lieve WELLEMAN 0498/90 18 00 directie@bsmolenveld.be

Sgr 20: Zuidoost-Vlaanderen - Sabine EEMAN 0474/33 61 12 eemansabine@gmail.com

Sgr 9: Ringscholen Sgr 21: Vlaamse Ardennen Sgr 10: Scoop - Nancy PEETERS 0496/08 88 68 nancy.peeters@scoop.be

- Katty VANHOECKE 0497/68 94 16 decroly.kleuter@sgr21be

- Ferdinand BOSTYN 0487/07 82 98 ferdinand.virbo@gmail.com - Ludo DAELEMANS 0473/86 36 28 lode.daelemans@skynet.be - Noël DEVOLDER 0486/41 71 34 noel.virbo@gmail.com - Erik VAN LAERE 0475/38 20 06 erik.virbo@gmail.com - Rudy STERCK 0477/35 50 58 rudy.virbo@gmail.com - Karien ALLEMAN 0485/06 43 25 karien.alleman@proximus.be - Gerda CALDERS 0495/63 11 96 gerda.virbo@gmail.com

Sgr 22: GO! Gent Sgr 11: Huis 11 - Delila DENIVELLE 016/31 45 70 delila.denivelle@huis11.be

- Ivan LEROY 0476/24 37 87 ivan.leroy@scholengroep.gent

Sgr 23: Meetjesland Sgr 12: Adite

- Brigitte VAN ASSEL 0476/46 38 85 brigitte.van.assel@sgr23.be

Wil jij jouw sch vertegenw olengroep oordigen? ➝ didier.v an.de.guc

ht@gmail

2

.com


Editoriaal Zijn er – in deze onstandvastige tijden – nog zekerheden in het leven? Wel ja, zeker, want … En net als deze openingszin op papier staat, moet die alweer in twijfel getrokken worden omdat de Franstalige onderwijsgemeenschap de vakantieregeling aanpast vanaf 2022… Momenteel stapt Vlaanderen (nog?) niet mee in dit verhaal, dus verder hierover niets in het voorwoord (wel een bevraging verder in dit blad, zodat VIRBO een vinger aan de pols kan houden door de mening van alle collega’s te verzamelen en te delen). Geef dus zeker jullie mening in de korte online enquête... Welke zekerheden zijn er dan? Allereerst, als jullie deze Info-Bas in handen krijgen, kunnen de schooldeuren stilaan dicht om dit uiterst bizarre jaar achter ons te laten; ik kom hierop terug op het einde van dit voorwoord. Daarnaast zullen we het nieuwe schooljaar opstarten met een nieuwe Afgevaardigd Bestuurder van het GO! – Raymonda Verdyck gaat immers op 31 augustus op (rust)pensioen en wordt opgevolgd door Koen Pelleriaux vanaf 1 september. We heten onze nieuwe topman alvast hartelijk welkom (meer info in de Info-Bas van september 2021). Maar vooral … de vaccinatiestrategie lijkt eindelijk op toerental te komen. In combinatie met betere “cijfers” schept dit mogelijkheden voor een terugkeer naar een “(op)nieuw” normaal leven. Hoe dat eruit zal zien is nog onzeker, maar weer sociale contacten hebben op allerlei verschillende manieren, plaatsen en evenementen zal ons zuurstof geven op alle vlakken – ook hier is sharing caring! Net dat laatste maakt ons VIRBO-bestuur zo blij, eindelijk zullen we het achter de schermen geleverde werk voor jullie kunnen uitrollen. Na lang wikken en wegen hebben we voor een formule gekozen waardoor het bijna niet anders kan dan dat je naar onze netwerkmomenten komt; elkaar terug “echt zien”, leed & vreugde delen, bijpraten, met telkens (een) leerrijke, enthousiasmerende spreker(s)

met “hot topics” voor “deze tijden” op al onze evenementen! Noteer dus al zeker deze data in jullie nascholingskalender voor volgend schooljaar! Op onze 1ste netwerkdag verwelkomen we Frederic Imbo met een herwerkte versie van “Rond punt”; of hoe kan je in deze zware tijden verbindend commUNIceren, veerkracht krijgen, tonen & geven … nog steeds wervelend en sfeervol gebracht. We verwachten jullie hiervoor talrijk op maandag 11 oktober in het VAC-gebouw te Gent (inschrijven mogelijk vanaf de 2de week van september). Voor de ene (deels) een herhaling (basis van goed onderwijs), voor de andere een bijna broodnodige nieuwe kijk en aanpak, zo mee te nemen naar de eigen school. Extra reden om zeker aanwezig te zijn: Raymonda komt er haar afscheidswoord rechtstreeks tot ons richten. Een extra dimensie, om gepast afscheid te nemen en haar te bedanken voor de manier waarop zij jarenlang ons net heeft geleid – tussen “de mensen” met warme woorden recht uit het hart. De 2de netwerkdag – dinsdag 8 februari 2021 – verwelkomen we Professor Peter Adriaenssens die ons in zijn lezing meeneemt in het benaderen en gericht aanpakken van (moeilijk) kindgedrag en tools aanreikt om zowel leerKRACHTen, kinderen en andere partners weerbaarder te maken – ja, elk individu is uniek en belangrijk binnen een groep/ team. Hiervoor verwelkomen we jullie in de aula van VUB te Elsene (Brussel). Tevens vragen we ook Koen Pelleriaux om kennis met hem te maken en te luisteren naar zijn beleidsintenties en krachtlijnen voor de volgende jaren – is al bevestigd op 8 februari in Brussel! De 3de week van maart vindt dan traditiegetrouw – kun je dat nog wel zeggen na 2 afgelastingen??? – ons seminarie plaats. Een sterk programma (digitale geletterdheid in georganiseerde structuren, nieuwe werkvor-

men van de 20ste eeuw, en nog veel meer), cultureel entertainment, formele en informele netwerkmomenten, gehuld in een mysterieus verbindend speels jasje, zullen garant staan voor een gepaste jubileumeditie – onder het motto 3de keer goede keer! Barvaux-surOurthe, here we come. Tot slot zullen we ook van onze happening – 1ste vrijdag na de paasvakantie in de gebouwen van Technopolis te Mechelen – een interessant netwerkmoment maken met een mix van handelaars met nieuwe & verbeterde leermiddelen (waar je beslist ter plaatse een “koopje” kan doen) en boeiende workshops, met als afsluiter nieuws vanuit het departement Onderwijs (nieuwe regelgeving, nieuwe mogelijkheden, items “in the picture” voor de nabije toekomst, …). Als afsluiter nog een zekerheid: VIRBO blijft inzetten op kwaliteit en “samen sterk zijn”. Ik ben ervan overtuigd dat het “harde werk op afstand” van ons bestuur jullie zeker zal begeesteren en aanzetten om deel te nemen aan onze contactmomenten. Even bevlogen werken we de komende maanden dit programma tot in de puntjes verder af tot onmisbare TOPmomenten. Maar nu eerst een meer dan welverdiende vakantie. Geniet van de rust, van elkaar (nu het al met wat meer samen mag) en een lekker hapje & tapje, op een leuk terras, in een aangenaam restaurant of “gewoon gezellig” in de eigen tuin … (leg voor deze momenten alleen de Info-Bas niet te ver uit de buurt). Hou het veilig, nog even een beetje “geremd”… zodat we elkaar snel kunnen terugzien op onze evenementen & we nadien zonder beperkingen kunnen doorgaan! In naam van het VIRBO-bestuur wens ik jullie een prachtige (nog steeds 2 maanden durende) zomervakantie toe! Tot in september. Didier Van de Gucht Voorzitter VIRBO

3


Jouw voordelen als Alternate Business-klant? Als je nieuwe IT-producten zoals computers of tablets nodig hebt voor jouw school is Alternate jouw ideale partner. Bij Alternate krijgt iedere business-klant namelijk een persoonlijke accountmanager toegewezen die je met veel plezier advies op maat geeft. Je kiest uit een ruim assortiment van producten op voorraad zonder minimale bestelwaarde. Hierdoor garanderen we dat wanneer je op een werkdag bestelt, jouw bestelling de volgende werkdag wordt geleverd. Daarnaast krijg je bij ons ook nog eens technische ondersteuning, zowel vanop afstand als ter plaatse. We bieden verschillende financieringsmogelijkheden aan waarbij achteraf betalen ook een mogelijkheid is. Ben je geïnteresseerd? Bekijk ons aanbod van meer dan 30.000 producten via business.alternate.be!

4

Persoonlijke accountmanager

Ruim assortiment op voorraad

Op werkdagen besteld, volgende werkdag geleverd

Technische ondersteuning vanop afstand en ter plaatse

Advies op maat van jouw project

Mogelijkheid tot financiering of betalen achteraf en geen minimale bestelwaarde


Hoe groot is impact van coronamaatregelen echt? Is het de sluiting van de cafés en restaurants die de coronacurve het hardst deed zakken? Of lag het aan de avondklok? En waar kunnen we versoepelen zonder al te veel risico? Het zijn vragen die onze maatschappij verdelen. Onderzoekers hielden voor het eerst alle studies over de impact van het coronabeleid tegen het licht en kwamen tot een opzienbarende conclusie. Eentje die het debat over zin en onzin van bepaalde maatregelen nog lastiger maakt. Het is meer dan één jaar geleden dat overheden wereldwijd draconische maatregelen namen om de verspreiding van Covid-19 af te remmen. Van het sluiten van scholen en bedrijven, van het verbieden van contact tussen burgers tot het verplichten van mondmaskers. Zowat iedere beslissing ging gepaard met discussie. Ook in België is de voorbije maanden veel inkt gevloeid over de zin en onzin van bepaalde coronamaat­ regelen. Politici en experts verdedigen hun beslissingen vaak met (internationale) studies en projecties die aantonen welk effect een bepaalde maatregel heeft op de stijging of daling van het aantal besmettingen. En ze gebruiken allerlei schattingen en tabellen om aan te geven waar we kunnen versoepelen en waar niet. Met die coronastudies blijkt nu echter heel wat mis. Veel van die studies blijken namelijk te rammelen.

Broze fundamenten

Noah Haber, een 34-jarige onderzoeker aan de universiteit van Stanford, heeft zich sinds de voorbije zomer vastgebeten in alle studies over de impact van coronamaatregelen. Haber is een zogenaamde ‘methode-expert’. Hij heeft zich de voorbije vijftien jaar bekwaamd in het uitpluizen van de methodes die wetenschappers gebruiken om hun onderzoek uit te voeren. De laatste vijf jaar heeft hij zich toegespitst op epidemiologische studies. U kan Haber best vergelijken met een bouwingenieur die gespecialiseerd is in het controleren van de fundamenten van een huis. Als het fundament niet stevig is, dan wankelt het huis en stort het in. Voor wetenschappelijk onderzoek geldt hetzelfde: als de gehanteerde methode zwak is, dan kan de conclusie van het onderzoek nooit overeind blijven. Mensen als Haber helpen ons eigenlijk om het wetenschappelijke kaf van het koren te scheiden. Samen met 25 collega’s uit de Verenigde Staten, Canada en Australië stortte hij zich de voorbije maanden op alle onderzoeken die wereldwijd gevoerd zijn naar de impact van coronamaatregelen en lockdowns. Ze ontwikkelden de zogenaamde ‘snuffeltest’ waarmee ze iedere studie op vier kritieke punten kunnen checken. Wat ze ontdekten, is opzienbarend: nagenoeg alle studies zijn op drijfzand gebouwd! Van de 27 studies die de impact van lockdowns en andere maatregelen op de verspreiding van corona meten, blijkt er maar één die de snuffeltest doorstaat. Enkel die ene is dus op een voldoende sterke fundering gebouwd. De andere 26 faalden op één of meerdere van de vier punten. Zij gebruikten zeer wankele methodes.

Haber en zijn collega’s benadrukken dat hun onderzoek niet bewijst dat de coronamaatregelen volledig nutteloos zijn. Zij tonen enkel aan dat je onmogelijk kunt bewijzen hoe groot het effect van bepaalde maatregelen zijn geweest of nog zullen zijn. Wat opvalt, is dat alle onderzochte studies, ondanks hun gebreken toch gepubliceerd werden in gerenommeerde wetenschappelijke tijdschriften. “Er schort echter heel wat aan hoe dat proces verloopt,” zegt Haber. “Een publicatie in een tijdschrift wil nog niet zeggen dat de conclusies van een onderzoek juist zijn. Ons onderzoek toont aan dat het zelfs niet wil zeggen dat de gebruikte methodes juist zijn.” Zijn al die studies dan waardeloos? “Dat is te streng”, vindt Haber. “Maar het klopt dat we de conclusies eigenlijk niet kunnen gebruiken om het beleid te toetsen. Er kan in zo’n studie nuttige informatie zitten, maar als de methode gebrekkig is, dan is het bewijs zeer twijfelachtig en eigenlijk onbruikbaar.” Eén studie doorstond wel de test en beschikt dus over een stevige fundering. In dat onderzoek wordt gesteld dat een ‘blijf in uw kot-maatregel’ het aantal besmettingen op drie weken tijd met 44 procent kan doen dalen. Dat die studie de test doorstaat, wil niet zeggen dat de conclusie volledig juist is. Het wil enkel zeggen dat de basis goed zit. Er zijn echter nog veel schakels in het onderzoek die zwak kunnen zijn.

Onmogelijk

Met hun studie willen Haber en zijn collega’s vooral aantonen dat het bijzonder moeilijk is voor wetenschappers om bepaalde zaken exact te meten. Zeker in deze coronacrisis. En dat is logisch. In de lente van 2020 – toen de meeste van de onderzoeken zijn uitgevoerd – gebeurden er zoveel zaken tegelijk dat je die onmogelijk uit elkaar kan rafelen. Er werden tal van maatregelen genomen, mensen pasten ook spontaan hun gedrag aan en over het virus was nog zeer weinig geweten. De mix van factoren maakt het quasi onmogelijk om vandaag in te schatten wat bijvoorbeeld de impact was van het openhouden van de scholen of het sluiten van de horeca. Haber gaat ervan uit dat wetenschappers die impact zelfs nooit met zekerheid zullen kunnen berekenen. Het maakt dat onze experts en politici al altijd voor een lastige opdracht stonden en nog staan. Want als je niet exact weet wat het effect is van een bepaalde maatregel, dan is het ook bijzonder moeilijk om te weten of het veilig is om die maatregel weer te versoepelen. Als wetenschappers zouden ze moeten durven toegeven dat ze sommige zaken niet kunnen berekenen of in correcte modellen gieten. Die onzekerheid is vervelend, maar daar moeten we mee leren leven Uit VTM nieuws

REDACTIE Zo hoort u ook eens de conclusies van een aantal gerenommeerde wetenschappers over de wetenschappelijk correctheid van onderzoeken en conclusies rond de coronamaatregelen.

Koen Pelleriaux wordt de nieuwe afgevaardigd bestuurder van het GO! De Raad van het GO! duidde Koen Pelleriaux aan als nieuwe afgevaardigd bestuurder voor het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Huidig afgevaardigd bestuurder Raymonda Verdyck gaat eind dit schooljaar met pensioen. Vanaf 1 september 2021 neemt Koen Pelleriaux de fakkel over. Na een uitgebreide selectie­ procedure werd Koen Pelleriaux als meest geschikte kandidaat verkozen om ons onderwijs­net, het GO! te leiden. Pelleriaux kan terugblikken op een ruime ervaring als leidinggevende binnen het onderwijslandschap. Na zijn doctoraat in de sociologie aan de Vrije Universiteit Brussel, ging Pelleriaux aan de slag als docent, later als kabinetschef Onderwijs en vervolgens als Algemeen Directeur binnen het departement Onderwijs & Vorming. In 2020 maakte hij de overstap naar het GO! en ging er aan de slag als afdelingshoofd Beleid & Belangenbehartiging. Als afgevaardigd bestuurder wil Pelleriaux het veranderings­proces waarin het onderwijs zich bevindt aanwenden om de kwaliteit te verbeteren. “We zijn er als GO! niet alleen voor iedereen, wars van overtuiging of afkomst, we willen ook alle lerenden maximaal ontwikkelen en zoveel mogelijk leerwinst boeken. Door ons kernproces, leerlingen onder­ wijzen, efficiënter te maken, kunnen we ons onderwijs beter maken.” Tot eind augustus blijft Raymonda Verdyck op post. Raymonda Verdyck blikt terug op een rijkgevulde carrière die startte en eindigde in het GO! Daarvan stond ze 12 jaar aan het hoofd van het GO! als afgevaardigd bestuurder Mededeling vanuit het GO!

5


Lessen uit coronatijd: een pedagogische analyse De coronatijd met de sluiting van de scholen en de onzekere toestanden gedurende vele maanden van lockdown hebben de scholen geconfronteerd met de kwetsbaarheid van het gewone leven en de dagdagelijkse onderwijspraktijk. Waar het gebruik van het internet en de diverse elektronische media aarzelend zijn intrede deed in het schoolleven, werd de drempel voor dat gebruik plots abrupt verlaagd en vrijwel als een noodzaak aangevoeld. Een tsunami van initiatieven om leerlingen thuis te bereiken, kwam tot stand. Midden een grote variëteit van initiatieven waren er twee constanten aanwezig. De ervaring dat het onderwijsproces op afstand vorm moest krijgen en een vernieuwd inzicht in de thuissituatie voornamelijk van de leerlingen in moeilijke thuissituaties. De normale werking van scholen en klassen werd fundamenteel doorbroken. Daarover werd breed gereflecteerd, niet alleen over de nog te verwerken leerstof, maar zijdelings ook over wat prioriteit moest krijgen. Welke leerlingen moeten prioriteit krijgen? Welke leerinhouden moeten per se aan bod komen? Wat doen we met leerlingen die we niet of moeilijk kunnen bereiken via afstandsonderwijs? Vanop afstand bekeken, kan je een dergelijke crisis ook volgens het oeroude cliché, als een uitdaging beschouwen. Leraren en scholen werden uitgedaagd om oplossingen te zoeken voor de situatie van hun concrete school in hun concrete omgeving, met concrete leerlingenpopulaties en hun ouders. Vaste recepten konden die variëteit niet dekken en terecht heeft de overheid sterk geluisterd naar wat er in de scholen leefde. Ze heeft zich onthouden van strikte regels die als een passe-partout voor iedere school moesten gelden. Scholen en leraren ontplooiden een enorme creativiteit voor een aanpak op maat. Die diversiteit zal ook blijken tijdens het verdere verloop van de coronacrisis. Dat is wellicht het belangrijkste effect van deze crisis. Je kan zien waartoe scholen en leraren in staat zijn, wanneer je ze de kans geeft om creatief te zijn. Tegelijkertijd bleek ook een grote verantwoordelijkheid om geen leerschade voor een aantal leerlingen te creëren. De overheid heeft zich terecht flankerend en helpend opgesteld, inbegrepen de inschakeling van onderzoekers, inspectieleden en middelen voor organisatie, opvang van leerlingen en niet in het minst voor de zomerscholen. Het grondwettelijk principe van vrijheid van onderwijs bleek hier, niet in abstractie termen, maar concreet vorm te krijgen. 6

Wanneer spreken we van leerachterstand? Het is vrij logisch dat leraren en directies gevoelig zijn voor het behalen van de doelstellingen die opgesteld werden tegen het einde van het schooljaar. Zelfs met de best mogelijke interventies via afstandsonderwijs kan je de leercontext van de klas, de school en het persoonlijk contact niet vervangen. De optie van het onderhouden van wat geleerd was, klonk logisch. Het aanleren van nieuwe leerstof waarvoor het jargon dan maar ‘pré-teaching’ lanceerde, kon gelden als lofwaardige pogingen, maar die misten de vaste hand en de open blik van de leraren en medeleerlingen. Zonder een ervaren aanpak van afstandsleren werd dit ‘aanloopleren’ ongelijkheid bevorderend. Een gekende waarheid werd bevestigd, maar nu zeer concreet: leerlingen met goede thuisondersteuning gaan vooruit; de anderen kunnen onvoldoende mee. Laat staan dat een aantal leerlingen nauwelijks wordt bereikt op hun thuissituatie (volgens de schepen van onderwijs in Antwerpen gaat het om twintig tot dertig procent jongeren). Daar moeten we niet flauw over doen. Er gaat sowieso een deel leerstof verloren door deze lockdown, wanneer je de gestelde einddoelen van een schooljaar is totaliteit beschouwt. Anderzijds zijn er zeker heel wat kennisinhouden die een voorlopig en vervangbaar karakter hebben in een levensloop van vele jaren levenslang leren of zelfs van een effectieve schoolloopbaan. Er kan best wat weggelaten worden. Daarom is het essentieel om binnen de geplande leerstof die doelen af te bakenen, die vooruitgang in het volgende leerjaar mogelijk maken. In plaats van retrospectief te kijken naar wat ontbreekt, kijk je prospectief naar wat nodig is voor overgang naar het volgende leerjaar. Alles inhalen wordt onmogelijk en dus moeten er keuzes worden gemaakt. Voor het eerste en tweede leerjaar lagere school is het bijvoorbeeld mogelijk om aspecten van aanvankelijk lezen en rekenen prioritair te stellen en daaraan intensief te werken bij het begin van het schooljaar of eventueel tijdens zomerscholen. Het is belangrijk die keuzes duidelijk te maken door ze als concrete doelen te formuleren of onder de vorm van concrete oefeningen. Dat biedt houvast, zowel voor de leerlingen, de ouders als de collega’s. Ons onderwijs is gelukkig in staat om dit te doen omdat, niet zoals in vele landen, het onderwijs in functie staat van algemeen geldende verplichte toetsen, waar-

van de resultaten nadien gretig worden gepubliceerd om ze in rangschikkingen van scholen om te zetten. Leraren zijn in die landen gewoon om leerlingen lang op voorhand voor te bereiden op die toetsen. Als daar drie maanden van voorbereiding uitvallen, komen de scholen en leraren terecht in een vorm van ‘aangeleerde hulpeloosheid’. Het keurslijf van de toetsen, laat geen differentiatie of keuze toe op maat van scholen en contexten. De centrale verplichte toetsen vormen een hard scherm tussen de interactie tussen leraar en de leerlingen. Onze leraren en scholen kunnen het aan om die keuzes te maken. Leerplannen en eindtermen laten toe te bepalen wat voor leerlingen noodzakelijk is om de schoolloopbaan voort te zetten. Niet de toetsen staan centraal, maar wel de voorgang van de leerling.

De voedingsbodem voor een ICT-beleid Met veel respect voor de inzet van directies en leraren kunnen we toch niet ontkennen dat in de veelheid van initiatieven voor afstandsleren een zekere coherentie ontbreekt. We hebben tijdens de coronaperiode leergeld betaald. Het didactisch gebruik van elektronische media is aan een revisie toe, rekening houdend met de mogelijkheden en moeilijkheden die de thuissituatie van de leerlingen biedt. Het is ook – maar niet in de eerste plaats – een kwestie van de nodige infrastructuur en middelen. De 34 miljoen extra middelen zijn welkom maar moeten passen in een leerlijn van het zelfstandig leren. Door iedere leerling een laptop te bezorgen, heb je niet noodzakelijk ook een goed gebruik daarvan. Een coherent beleid voor ICT-gebruik op schoolniveau is belangrijk zodat transparantie voor leerlingen, ouders en collega’s ontstaat. Het vormt ook een tegengewicht tegen de massale lokroep van de ICT-commercie, die dankbaar van de coronacrisis gebruik maakt. Meteen openen zich wegen voor doelgerichte nascholing en begeleiding op teamniveau. Het zou jammer zijn de bedding die nu gelegd is voor het gebruik van ICT niet op te vullen.

Lessen uit de thuissituatie Een belangrijk neveneffect van de corona­ crisis is het besef van de grote impact van het thuismilieu op de prestaties van de leerlingen. Ook hier kan je stellen dat die ongelijke thuissituaties wel ergens in ons achterhoofd zaten, maar dat ze nu erg concreet werden bij het benaderen van de leerlingen en hun ouders thuis. Deze


ervaringen hebben wellicht meer impact gehad dan de best mogelijk cursus over onderwijssociologie of over kansarmoede. De verschillen in achtergrond zijn aanzienlijk en dus laat het zich raden dat de impact ervan op de leerresultaten ook grote verschillen zal tonen. Ook hier zie je dat een oplossing ‘fit-for all’ een illusie is. Kinderen en jongeren brengen een goede twintig procent van hun tijd op school door (in waaktoestand, dus met 9 uur slaap afgetrokken). Het is wellicht niet mogelijk met die twintig procent de kansarmoede-achterstand volledig weg te werken. Je kan de kloof wel verkleinen door extra middelen en meer tijd aan instructie te besteden, maar de grote les is wel dat de initiële scholing tijdens de leerplichttijd tekortschiet om die gelijke kansen volledig waar te maken. Initiële scholing zal daarom moeten gerelativeerd worden. Inclusief geldt dat voor de diplomacultus, rekening houdend met nog vijftig jaar of meer tijd om levenslang te leren. Hoe dan ook, de coronacrisis geeft een verfrissend inzicht in de problematiek van de thuissituatie van de leerlingen en de mogelijke middelen om daar iets aan te doen.

Zelfstandigheidsdidactiek Het coachen van leerlingen op afstand heeft duidelijk gemaakt dat er een grotere inspanning van de leerling zelf wordt verwacht. De leraar is er niet voortdurend en ook niet de medeleerlingen. In feite is dat het ideaal van elk leren. Niemand kan in je plaats leren en wanneer je er zelf niets voor voelt of eraan werkt, komt er ook geen nieuw leergedrag bij. Uiteindelijk is dat zo met elke vorming: de opvoeder maakt zich stilaan meer en meer overbodig. Leren is dus een erg persoonlijk gedrag. Zonder motivatie of voldoende oefening die je moet doormaken, kom je er niet. Het is daarom belangrijk dat we de kinderen en jongeren stap voor stap leren hoe ze zelf iets van de doelstellingen moeten verwerven en verwerken. Een didactiek van het zelfstandig leren met een leerlijn van kleuteronderwijs tot het einde van de leerplicht, moet daarom prioriteit krijgen. Dat kan al met kleine zelfstandige opdrachten in de basisschool. Geleidelijk kan de omvang en duur van de zelfinstructie toenemen in de loop van het secundair onderwijs. Allerlei methodieken van bepaalde zelfinstructie moeten bijzondere nadruk krijgen. Het gaat om takensystemen, (bijvoorbeeld zeer systematisch bij Daltonscholen), zelfstudiepakketten of werkfiches. Ook begrijpend lezen moet daaraan een bijdrage leveren.

Die beoogde zelfstandigheid moet echter op de eerste plaats op school worden aangeleerd. Pas als leerlingen binnen de school die zelfstandigheid hebben geoefend, kunnen ze zelfstandig aan het werk op de thuisbasis. Digitale didactiek, met vrijwel onbeperkte mogelijkheden van elektronische media, is daarom secundair ten opzichte van de primaire vorming tot zelfstandigheid. Didactiek van het zelfstandig leren gaat vooraf aan het gebruik van digitale middelen. Die prioriteit maakt het ook mogelijk enige orde te scheppen in de overvloed van het digitale aanbod. Want het toepassen van een veelheid van digitaal activisme leidt niet per se tot effi­ ciënte leereffecten. En pas als de jongeren dat op school hebben geleerd, zal duidelijk worden wat er, naast op school, ook thuis zelfstandig kan gebeuren. Zelfstandig handelen op maat van een leerlingengroep geeft ook bijkomende kansen voor leerlingen uit kansarme mi­lieus. Zonder een beroep te doen op hun thuismilieu kunnen die leerlingen met de op school aangeleerde zelfstandigheid, zelf de thuiskloof mee overbruggen.

Onderwijs na corona: minder uniformering De inschatting van de impact van de coronaperiode op het onderwijs is voorwerp van diverse opinies. Sommigen spreken van een revolutie. Anderen stellen dat het om een serieuze vingerwijzing naar het onderwijs gaat. Nog anderen stellen dat de storm wel zal gaan liggen en dat het onderwijs wel vrij vlug opnieuw zijn oude plooi zal aannemen. Deze coronaperiode kan doorgaan als een grondige check-up van wat we dagdagelijks doen op school. Dat onderwijs kent in feite al een eeuw een grote continuïteit. De historische pedagogie leert dat het onderwijs een zware tanker is, die niet zomaar van koers verandert. Maar toch geeft de coronaperiode te denken over een langere termijn. We leerden de voorbije maanden dat de samenleving fragiel kan worden door onverwachte gebeurtenissen of disrupties. Onze samenleving is niet meer zo stabiel als we altijd hebben gedacht. De evolutie van de werkgelegenheid alleen al, zal van iedere burger gedurende zijn levensloop bijscholing vergen. De diversiteit in samenlevingen zal toenemen. De impact van het klimaat, de globalisering, de mensenrechten, de groeiende kloof tussen arm en rijk zullen per definitie tot een dynamisch en altijd verder zoekende samenleving leiden. Het onderwijs zal meer dan ooit zich moeten beperken tot een initiële basis voor levenslang leren.

Het initiële leren is niet meer de sleutel die je volledige toekomst zal bepalen. Daarentegen zal het de afgestudeerden een sleutelbos meegeven, die het mogelijk maakt diverse deuren te openen. Diploma’s op jonge leeftijd zullen relatief worden en uniformiteit zal op een verstandige wijze moeten doorbroken worden met diversiteit en diverse leerwegen.

En nu: het begin van het nieuwe schooljaar Je kan bij het ‘nieuwe’ begin van het schooljaar niet doen of er geen corona­ periode is geweest. Vooreerst hebben leerlingen een heleboel ervaringen opgedaan, die ze zeker kwijt willen. Een veelheid aan prikkels, niet alleen familiaal binnen de besloten ‘kot’levenswijze, maar ook in de door corona bedreigde samenleving, zullen wellicht grote indruk hebben gemaakt. Zij hebben vele dingen (onder meer solidariteit, burgerschap) geleerd, die niet onder de noemer van schools leren vallen en die ook ontsnappen aan populaire meetbaarheid. Zeker willen ze die ervaringen controleren met de ervaringen van de leraar en de medeleerlingen. Laten we daarvoor de nodige tijd nemen, omdat het erkennen en inbrengen van die ervaringen een gunstige invloed zal hebben op de klassfeer, het schoolklimaat en onrechtstreeks op de leermotivatie. Dan is het moment om met belangrijke doelen die we gekozen hebben en die nodig zijn om verder te kunnen, op tafel te leggen. Leerlingen kunnen zelf proberen zich te situeren in die doelen of oefeningen en zo meteen ook een meer op maat gekozen inhaalprogramma opmaken. De regie van de leraar stimuleert daardoor de eigen motivering bij de leerling om in te halen. En dan is het verder de kwestie hoe je met de school en de klas de benodigde tijd indeelt en verdeelt, rekening houdend met de diverse inhaaltaken. Vast staat dat in september al zeker één dag per week geleide zelfstandigheid zal vereisen voor middelbare scholieren. Zelfstandig werken zal meer en meer een pedagogisch-didactische norm worden. Daaraan werken wordt dus prioriteit. Het moet initieel op school worden aangeleerd. Pas dan kan afstandsonderwijs op maat, indien dit nog nodig zou zijn, een succes worden, en blijven. Digitale middelen en de zogenaamde digitale didactiek zijn dan ondergeschikt aan de doelen van zelfstandig leren. Roger Standaert 7


Leerachterstand niet meer in te halen! Het onderwijs maakt zich alsmaar meer zorgen over de leer­ achterstand die kinderen oplopen door de coronacrisis. Experts stellen voor om te snoeien in de leerstof. Vlaams minister van Onderwijs, Ben Weyts noemt het schrappen van leerstof echter de ‘laatste optie’. Het is nu al duidelijk dat die achterstand op het einde van het school­ jaar niet werd weggewerkt. Om die achterstand weg te werken moeten we volgend schooljaar in één jaar doen waar we normaal anderhalf jaar voor nodig hebben. Experts, onder wie OESOonderwijstopman Dirk Van Damme, gooien daarom de optie op tafel om te snoeien in de leerstof. Net zoals dit het voorbije schooljaar na de lockdows werd afgesproken dat scholen enkel nog moesten focussen op de ‘essentiële’ leerdoelen. Vlaams minister Ben Weyts, wil zelf niet meteen schrappen in de leerstof. Dat is zoals vroegtijdig de handdoek werpen. Voor de minister is leerstof selecteren de laatste optie. De onderwijsnetten noemen het schrappen van leerstof een mogelijke oplossing op de korte termijn. Maar het is niet omdat je bepaalde leerstof niet strikt nodig hebt om in het nieuwe schooljaar te kunnen volgen, dat die niet belangrijk is. Als er toch leerstof geschrapt wordt moet er nagegaan worden of we dat later kunnen of moeten inhalen.

Extra middelen Scholen hebben kosten noch moeite gespaard om de coronaeffecten op hun leerlingen zo veel mogelijk weg te werken, klinkt het bij het GO! “We hebben vastgesteld dat we de leervertraging die we opliepen vorig en dit schooljaar gedeeltelijk hebben kunnen wegwerken door sterk te remediëren. Onze scholen hebben daartoe werkelijk alles uit de kast gehaald. Maar we stellen tegelijkertijd toch vast dat er nog veel werk aan de winkel is”, verklaart Raymonda Verdyck, afgevaardigd bestuurder GO! Ook voor het komende schooljaar vraagt ze om extra middelen vrij te maken om leerkrachten te ondersteunen bij het wegwerken van de leervertraging. Ook oppositiepartij Groen dringt aan op een bijkomende injectie in het onderwijs om op die manier de achterstand op een efficiënte manier aan te pakken. Ze stellen voor om ook volgend schooljaar oud-leerkrachten en anderen met pedagogische vaardigheden te mobiliseren om gericht en in kleine groepen leerlingen die het nodig hebben te ondersteunen. Er moet extra hulp komen om het werk van de leerkrachten te verlichten. Zeker nu is het tijd om geld te investeren in onze leerlingen en in meer handen in de klas om zo de opgelopen schade aan te pakken. Onze buurlanden leggen ambitieuze plannen op tafel om de leerachterstand aan te pakken. In Groot-Brittannië wordt extra geld vrijgemaakt voor een ‘national educational catch-up plan’, een plan waarmee scholen extra personeel kunnen inzetten en dat ook voorziet in één-op-één -bijlessen voor kwetsbare leerlingen. Nederland maakt dan weer een half miljard euro vrij om extra inhaallessen te geven en extra mensen aan te nemen om leerkrachten te ontlasten. Als we zien welke initiatieven er in onze buurlanden op stapel staan, lijkt het alsof Vlaanderen wat achterop hinkt. Afwachten dus, welke bijkomende initiatieven Vlaanderen voor de start van het nieuwe schooljaar zal ontwikkelen om in het komende, hopelijk dan coronaveilige, schooljaar op een efficiënte wijze de leerachterstand weg te werken om zo terug op een normale wijze de einddoelstellingen te kunnen verwezenlijken. Uit ‘Het Nieuwsblad’ 8

Schooldirecteurs pleiten voor overkoepelend ‘interlevensbeschouwelijk’ vak Het organiseren van levensbeschouwelijke vakken stelt schooldirecteurs voor heel wat praktische problemen. Een grote meerderheid vindt daarom dat die vakken beter zouden worden vervangen door één overkoepelend ‘interlevensbeschouwelijk’ vak met informatie over de verschillende godsdiensten, maar ook over ethiek, burgerschap en omgaan met diversiteit. Dat blijkt uit een bevraging door de Vereniging Leidinggevenden Vlaams onderwijs. Aan de bevraging namen 184 directeurs van basis- of secundaire scholen deel. 146 onder hen pleiten voor het afschaffen – of veeleer vervangen – van de huidige levensbeschouwelijke vakken. Meer dan 60 procent van de directeurs stelt verplicht te zijn om meer dan vier verschillende levensbeschouwelijke vakken te organiseren. Om ervoor te zorgen dat leerlingen niet alleen of in groepjes uit andere lessen moeten worden gehaald, proberen de directeurs de vakken allemaal tegelijkertijd te laten doorgaan, maar dit blijkt in de praktijk niet echt evident. Vooral in het basisonderwijs zijn er praktische problemen. Meer dan de helft van de directeurs klaagt ook over een onaanvaardbaar aantal leerlingen per levensbeschouwelijk vak, zowel te veel als te weinig leerlingen. De cijfers gaan van één leerling voor een bepaald levensbeschouwelijk vak tot wel 40 stuks voor een meer gevolgd vak. De coronamaatregelen bemoeilijken dit nog meer omdat er minder leerlingen mogen samen zitten in één lokaal. Vaak wordt er ook geen gekwalificeerde leerkracht gevonden en moeten andere leerkrachten delen van klasgroepen opvangen in plaats dat ze les krijgen over hun gekozen levensbeschouwelijk vak. Als mogelijke oplossing geeft een groot deel van de directeurs dus aan dat er een ‘interlevensbeschouwelijk’ vak zou moeten komen zodat alle leerlingen van één klas toch samen les zouden kunnen krijgen. De eigenlijke levensbeschouwelijke keuzes zouden dan buiten de school moeten worden georganiseerd. Het Nieuwsblad

REACTIE VAN DE REDACTIE: Het gaat hier hoogstwaarschijnlijk over een bevraging van directeurs uit het officieel onderwijs: Onderwijs van Steden en Gemeenten, het Provinciaal onderwijs en het Gemeenschapsonderwijs. Het is zeer onwaarschijnlijk dat directeurs van een katholieke school, een Joodse of Islamitische school vrij zouden mogen pleiten voor een ‘interlevensbeschouwelijk’ vak en zomaar hun eigen godsdienst, dat onderdeel is van hun pedagogisch project, zouden mogen inruilen voor een nieuw ‘interlevensbeschouwelijk’ vak, zoals in het artikel hierboven staat omschreven. Ferdinand Bostyn Bestuurslid VIRBO – Redactie Info-Bas


Uitpakken met je aanpak Op school kan je intern nog zo goed bezig zijn als je wilt, je mag nooit vergeten ook de buitenwereld daarvan te overtuigen. En daar komen communicatie en pr bij kijken. Een vak apart waar een schoolteam niet per se expert in is. GO! communicatie kan je school daarbij helpen. Charlot Van D’huynslager, directeur van GO! basisschool W’ijzer in Diksmuide nam contact op en is heel tevreden met het resultaat. Diksmuide ligt midden in de weidse West-Vlaamse polders op een goede 15 km van de Noordzee. Groen en open ruimte dus alom tegenwoordig? De gemeente prijst zichzelf aan als een plek die je ademruimte geeft. Dat zijn troeven waar ook GO! Basisschool W’ijzer in Diksmuide mee kan uitpakken. Dat deed de school ook. Een aanstekelijk filmpje (https://vimeo.com/342708857) laat je kennismaken met een leuke school waar veel groen de kinderen ruim de kans geeft zich uit te leven en zich goed te voelen. Maar de school biedt meer dan dat. En daarom kwam er een belangrijk accent bij. De school hecht veel belang aan kwaliteitszorg. Vandaar dat er in het team een sterke drang leeft om op tijd en stond hun eigen werking te evalueren om, waar nodig, nieuwe stappen vooruit te kunnen zetten. Er heerst een gezonde cultuur van reflectie en van meten waar men staat. Zo kwam zo’n 8 jaar geleden vanuit de school de vraag aan de pedagogische begeleidingsdienst hoe ze op een wetenschappelijk onderbouwde manier haar leesonderwijs beter kon maken. Op voorstel van de PBD-GO! ging de school daarop van start met LIST, dat staat voor LeesInterventie voor Scholen met een Totaalbenadering, en ook Lezen IS Top. Gedurende drie jaar werd het team door de PBD begeleid in het project en inmiddels voert de school al 5 jaar volledig haar eigen LIST-koers. Met succes. De school heeft de methodiek helemaal in de vingers en dat loont. Kinderen lezen er elke dag zelfstandig minstens dertig minuten en over een week gespreid is dat 180 minuten. Er is een ruim aanbod kwaliteitsboeken op school aanwezig. Een aanpak die de school eigenlijk wel uniek maakt in de omgeving.

Bewezen wetenschappelijke aanpak In veel scholen is het lezen van een boek eerder een extraatje en niet de kern van het onderwijs. GO! basisschool W’ijzer kiest voor intensief leesonderwijs met LIST. LIST staat voor Lees Interventieproject voor Scholen met een Totaalaanpak of voor Lezen IS Top. Uniek in de regio. Het LIST-project staat o.l.v. taalprofessionals van de Universiteit van Utrecht. Alle leesgegevens van de kinderen worden aan hen overgemaakt (testen, observaties, aantal gelezen boeken, vorderingen op verschillende leerdomeinen enz.) De experts geven hierop hun feedback en sturen bij waar nodig. GO! basisschool W’ijzer werkt nu vijf jaar met LIST. De vooruitgang bij de leerlingen is fenomenaal. Leerlingen lezen niet alleen beter maar ook liever. Ze ontwikkelen een honger naar lezen die niet meer te stillen is

Kom naar buiten met je kwaliteit Die nieuwe dynamiek vroeg om een nieuwe vertaling in promotiemateriaal voor de school. De kinderen en hun ouders zijn immers tevreden over het onderwijs in GO! basisschool W’ijzer. Een kwestie dus om een groter deel van de buitenwereld daarvan te overtuigen. “Op advies van Véronique De Merlier, de vorige directeur van de school en intussen de huidige algemeen directeur van GO!

scholengroep Westhoek, nam ik contact op met de GO! communicatiedienst en meer bepaald met GO! huisstijlbegeleider Sandra Van Maurik”, zegt Charlot Van D’huynslager. “Sandra begeleid scholen bij strategische communicatie-uitdagingen, heel concreet van begin tot einde. Ze staat je bij met communicatieadvies en begeleidt de praktische uitwerking. Bij communicatie rond leerlingenwerving bijvoorbeeld. Of voor een herprofileringsoefening naar aanleiding van een fusie van scholen, een nieuwe school of als reactie op een nieuwe of versterkte concurrent in de regio.” “Wij wilden een opfrissing van ons promotiemateriaal maar ook een heel duidelijk teken geven dat we er zijn. Want wij maken deel uit van een grotere campus samen met het GO! atheneum van Diksmuide. Zo nu en dan hoor ik nog altijd mensen die weten dat er een atheneum is maar geen basisschool. Wel, achter onze school loopt een wandelpad dat nu in coronatijden veel volk trekt. Daar wilden we een heel groot spandoek zodat mensen nooit meer vergeten dat er ook een basisschool zit op de campus in de Grauwe Broederstraat,” vertelt een tevreden Charlot. Charlot Van D’huynslager, aan het woord: “Sandra Van Maurik vroeg ons naar een sterkte binnen de school, één die er is en zal blijven. Dit was niet moeilijk te kiezen omdat we al enkele jaren een LIST-school zijn en we hierin ook heel wat investeren. Wij zijn ook de enige school in de regio die op die manier het lezen aanpakt. Voor ons is LIST eigenlijk vanzelfsprekend maar Sandra liet ons voelen dat dit niet zo ‘gewoon’ is en we hiermee zeker naar buiten moesten komen”. “Sandra stond ons bij in alles. Ik leerde de service kennen via collega’s die ook met haar hadden samengewerkt. Zelf had ik dit nog niet ontdekt. De samenwerking verliep heel vlot. Het eerste gesprek verliep via videocontact en daarna hebben we vooral telefonisch en per mail contact gehouden. Per kerende ontvingen we uitgewerkte producten zoals een opgefrist logo, folder en spandoek. De tekst was meteen raak. Het gekozen campagnebeeld ook. Ik ben niet altijd even gemakkelijk. Een streepje verkeerd kan al storend werken. Ook in kleuren ben ik heel kritisch. Sandra heeft het ontwerp echt heel vaak moeten aanpassen omdat ik graag andere kleurencombinaties wilde uittesten. Ik voelde me er soms zelf ongemakkelijk bij, maar dat was voor Sandra nooit een probleem. Zij wilde vooral dat wij tevreden waren over het eindresultaat. Ook wat betreft kleurkeuzes heeft ze ons heel goed bijgestaan”. “We zijn heel tevreden. We hebben al veel positieve reacties gekregen op onze campagne. Tijdens, de paasvakantie organiseerden we een superheldenwandeling rond de school waarbij de mensen ook langs onze 3 banners voorbijkwamen waardoor ze onze school beter leerden kennen. De school telt 290 leerlingen, die verdien je niet zomaar. Met haar team van 21 leerkrachten wil Charlot de school voortdurend verbeteren, en onderscheiden van de rest. Zelf vindt ze het contact met ouders en leerlingen zowat het mooiste wat er is in haar job. “Ik sta nog elke dag op de speelplaats om die band te kunnen onderhouden. Dit maakt het voor de kinderen en de ouders ook heel gemakkelijk om met mij contact te leggen. De dag dat de ouders zeggen dat ze mij niet kennen of mij nooit kunnen bereiken, stop ik ermee.” Wil je ook je school beter in de kijker zetten, maar zoek je nog naar een betaalbare en heel toegankelijke partner? Een adres: GO! pro – huisstijlproducten op maat van je school. Charlot Van D’huynslager, Directeur GO! basisschool W’ijzer Diksmuide

9


Weyts gaat 1000 scholen (ver)bouwen

Kwart Vlaamse kleuters spreekt thuis geen Nederlands

Onderwijsminister Ben Weyts investeert de komende jaren 3 miljard euro in scholen­ infrastructuur. Een half miljard meer dan in de vorige legislatuur en juist genoeg om duizend scholen bij te zetten of te renoveren. Toch heeft het onderwijs minstens het dubbele nodig om de achterstand uit het verleden weg te werken. Ouders die in de grote steden moeten knokken naar een plekje in hun school van voorkeur, want de stoeltjes zijn schaars. Een gebouwenpark dat voor ongeveer een tiende uit containerklassen bestaat. Oude scholen die staan te verloederen omdat er te weinig geld is voor dringende renovaties. Het is echt pover gesteld met de schoolgebouwen in Vlaanderen. Om daar iets aan te doen heeft de Vlaamse regering een plan van onderwijsminister Weyts goedgekeurd. Liefst 3 miljard euro gaat deze legislatuur naar scholenbouw. In totaal is dit goed voor duizend renovaties of nieuwbouwprojecten, zo berekende het kabinet Weyts. Daarmee doet hij nog een schepje van 500 miljoen euro bovenop de extra investeringen van zijn voorganger Hilde Crevits. Ongeveer de helft – 1,4 miljard euro – gaat naar de vervanging of vernieuwing van bestaande gebouwen. Nog eens 360 miljoen euro gaat naar extra scholen op plaatsen waar een plaatstekort is of dreigt. Vooral voor Antwerpen, Brussel en de Vlaamse rand, omdat daar het aantal middelbare schollieren de komende jaren fors toeneemt. Een derde schijf van 318 miljoen euro kunnen scholen inzetten om gebouwen tijdelijk te huren wanneer ze dringend extra plaats nodig hebben of tijdens een verbouwing.

Het aantal leerlingen van het basis­ onderwijs dat thuis een vreemde taal spreekt, blijft toenemen. In Vlaanderen gaat het om 25% van de kleuters. Vanaf september worden kleuters getest op het begrijpen van Nederlands. Vlaams minister van Onderwijs, Ben Weyts, wijst erop dat die cijfers al jaren stijgen. Tien jaar geleden sprak 17% van de kleuters en 13% van de leerlingen van de lagere school, thuis geen Nederlands. Voor het schooljaar 2019-2020 gaat het intussen om 25% van de kleuters en om 22% van de kinderen in de lagere school. Ook in Limburg nemen de cijfers toe: 16% in het basisonderwijs (kleuter en lagere samen), tien jaar geleden was dat 12%. Limburg is daarmee – op WestVlaanderen met zijn 13% na – de provincie waar thuis nog het meeste Nederlands wordt gesproken. Het is pas als je de cijfers per gemeente bekijkt dat de verschillen duidelijk worden. In Genk spreekt 1 op 3 kinderen uit het basisonderwijs thuis geen Nederlands, tien jaar geleden was dat bijna 27%. In Heusden-Zolder gaat het om 31%, Maasmechelen 29% en HouthalenHelchteren 25%. In die gemeenten zijn die cijfers ook toegenomen.

Spaargeld nodig

Tenslotte gaat nog eens 1 miljard naar een nieuwe publiek-private samenwerking om scholen bij te zetten. In zo’n zogenaamd DBFM-programma (Design, Build, Finance en Maintenance) staat de Vlaamse overheid in samenwerking met private partners in voor het ontwerp, de bouw, financiering en dertigjarig onderhoud van de gebouwen. De voorbije jaren zijn dankzij een gelijkaardig project 182 nieuwe scholen gebouwd. Opvallend is dat Weyts deze keer uw spaargeld wil gebruiken om het nieuwe DBFM-project te financieren in ruil voor een ‘marktconform rendement’. Het gaat hier om een voornemen, maar de details daarvan moeten nog verder uitgewerkt worden. De al bij al forse investeringen betekenen voor alle duidelijkheid niet dat alle noden nu gelenigd worden. Om de bestaande scholen op orde te krijgen is volgens de verschillende onderwijsnetten alleen al 6 miljard euro nodig. De wachtlijsten voor renovaties en nieuwbouw blijven al jaren oplopen door een gebrek aan investeringen na de jaren zeventig, ons verouderde patrimonium en het nog steeds groeiende aantal leerlingen. Er is dus nog heel wat werk aan de winkel om onze scholen om te vormen tot digitale, efficiënte, veilige en energiezuinige leergemeenschappen. Het Nieuwsblad, Jens Vancaeneghem 10

Dat de politiek zo sterk focust op thuis­ taal zorgt wel voor kritiek van onder meer professor pedagogische wetenschappen Orhan Agirdag (KU Leuven). Die vindt dat dit al te vaak wordt afgedaan als een ‘spijtige realiteit’ waarmee ‘kansen afnemen’, terwijl kennis van het Nederlands gezien wordt als ‘een toegangsticket’ tot succesvol onderwijs. Hij benadrukt dat meertaligheid net een pluspunt is. Andere pedagogen gaan met die stelling akkoord voor zover het gaat om een goede kennis van meerdere talen, wat binnen het onderzoek van kleuters en leerlingen lagere niet zo blijkt te zijn. Thuistaal bepaalt samen met drie andere kenmerken – het opleidingsniveau van de moeder, de schooltoelage en de schoolse achterstand in de buurt – het sociaal profiel van een school waaraan ook extra financiering is gekoppeld. Wat de opleiding van de moeders betreft: dat is in 10 jaar tijd lichtjes verbeterd, maar in de vroeger mijngemeenten zijn die cijfers nog altijd hoog. In Genk en in Maasmechelen heeft de moeder van 1 op 3 leerlingen niet meer dan lager secundair afgewerkt. In Genk woont nog altijd 1 op 2 leerlingen in een buurt met schoolse vertraging.

Screening Minister Weyts wil via taalscreening in de 3de kleuterklas en aangescherpte eind­ termen, meer inzetten op het Nederlands. De taalscreening wordt momenteel uitgewerkt door het Centrum Taal en Onderwijs van de KU Leuven. “We zijn in oktober-november gestart met het uittesten van onze taalscreening in scholen”, zegt onderzoeker Sofie Vandoninck. “Intussen hebben we 1.500 vijfjarigen getest. Ook in scholen in Beringen en in Genk. We testen niet hun spreekvaardigheid, want dat is zeer complex. Wel of ze kunnen luisteren en begrijpen. Bijvoorbeeld of ze plaats­ bepalingen verstaan. We vragen hen om in een hoepel te gaan zitten of om de hoepel omhoog en omlaag te bewegen. Of om het juiste prentje aan een verhaal te koppelen. We merken dat het niveau enorm verschilt van school tot school en ook onderling in de klas. Maar welke factoren er precies meespelen, kunnen we nu nog niet zeggen. Het beleid van de school, de sociale context, de wijk, alles kan een rol spelen. Het is in elk geval niet zo dat een kind dat thuis geen Nederlands spreekt daarom minder taalvaardig zou zijn. Een kind kan thuis bijvoorbeeld ook naar Nederlandstalige filmpjes kijken of boekjes lezen.” De kinderen worden ingedeeld in drie groepen: degenen met geen problemen, degenen waarbij de oranje knipperlichten aangaan en degenen waarbij het licht op rood staat. Vanaf oranje moeten kinderen extra gestimuleerd worden. Maar de screening mag niet gezien worden als een manier om je toegang tot het eerste leerjaar te beletten. De test is maar een momentopname waar je geen drastische beslissingen aan kan koppelen, geen toegangsticket.

Taalbad “De taalscreening wordt in de derde kleuterklas al omstreeks de herfst­ vakantie afgenomen, zodat kindjes in de rest van het schooljaar nog bijgespijkerd kunnen worden”, legt de woordvoerder van Ben Weyts uit. Over het al of niet doorstromen naar het lager onderwijs, is het de klassenraad die een advies geeft. “Ouders kunnen dit advies negeren, maar dan moet hun kind verplicht ook in het eerste leerjaar een taaltraject op maat volgen. Dat kan, indien noodzakelijk, ook een volledig taalbad zijn. Uit ‘Het Nieuwsblad’ (13-01-2021)


EXPLORING THE WORLD OF PLAY

NIEUW KLEUTERAVONTURENPAD IN HARDHOUT duurzaam - sterk - natuurlijk

Meer info en speelplezier op www.europlay.eu Europlay nv | Eegene 9 - 9200 Dendermonde | 052 22 66 22 | info@europlay.eu


DE EerSte InfoBas: SEPTEMBER 1990 Vanuit de tijd van toen … De allereerste Info-Bas verscheen op 15 september 1990. De teksten werden toen in BS Kouterbos te Waasmunster getypt op stencils. De verbetering gebeurde met corrector, dat meer geleek op een rode nagellak. Afdrukken was toen een vuile en intensieve bedoening. Er werden toen ongeveer 400 exemplaren verstuurd per post naar alle basisscholen van het toenmalige Rijksonderwijs. Dertig jaar later zou de situatie van de directie op school toch heel wat verbeterd moeten zijn en dat is zo, maar er zijn ook andere noden bijgekomen. Ter illustratie vindt u hieronder het allereerste editoriaal, geschreven door de toenmalige voorzitter S. Frans Van Hout, directeur BS Beerse. Tot volgende Info-Bas. Erik Van Laere Penningmeester VIRBO

Editoriaal DE START Gaat het bij jullie ook zo ….. ? Fit en gezond uit vakantie en na één weekje school, bedolven onder de stapels paperassen, bekruipt je het stresserend gevoel alsof er helemaal geen vakantie geweest was … ! Overdonderend … Zo lukraak even op een rijtje … • Was er niet (ooit eens in een vroeger leven waarschijnlijk) iemand die de stellig beloofde géén vakantiecirculaires meer te sturen …? Dit jaar zou het eens op wieltjes lopen bij de start. • Formuliertjes allerlei (en van diverse instanties) worden de eerste dagen doorgeschoven naar de klastitularis, die je bedenkelijk bezorgd aankijkt en je met gefronst voorhoofd vraagt of hij “….tussendoor ook nog eens even les moet geven ?” • Heb jij ook zo’n school waar al-dan-niet ‘burn-out”-slovers alle fantasietjes vragen (en ook verkrijgen) i.v.m. ingroei-, uitgroeiduo-, onderbrekings- of een “weet ik veel welke” baan ? Euh… u zegt “de school …?”, “het kind ….?” • Tracht jij het ook weer nog maar eens “uit te leggen” aan de ouders dat die ambetante ambulante niet voldoende uren meer heeft om een klas te splitsen … Of dat er nu voor een hele trimester vooraf moet betaald worden zélfs als de leerling maar eens af en toe “bust” ? (vertaling: met de bus meerijdt)

VERGETEN ….. ? • De zovele contracten, regelingen, bijsturingen, enz…. Eigen aan het nieuwe schooljaar en al zo “gewoon” geworden, vullen ruimschoots een F.T. opdracht. Hoe jullie dat nog kunnen runnen na de nieuwe vloedgolf van onderrichtingen als je 12 of 18 uur in de klas doorbrengt en met een minimum aan administratieve hulp; dààr kan ik gewoon niet bij !

12

• En dan denk ik even aan de leerkracht (hierboven geciteerd) en vraag ik me even – bezorgd en met ’t zelfde gefronste voorhoofd – af tot wie WIJ ons moeten wenden met de even prangende vraag of er voor de directie tussendoor ook nog even tijd is voor zijn prioritaire opdracht: het “begeleidingswerk” …??

TOCH WAT MEER WAARD …..? • Op 13/9/90 werden vakbonden en Vlaamse regering het eens over een herwaardering. De kleuteronderwijzer(es) kreeg uiteindelijk waar hij/zij (minstens) recht op heeft. Dat juichen we absoluut toe. Alle onderwijsmensen krijgen ook wat meer 1% + 2 % + 2% (november 90 – 91 – 92): goed zo ! • Maar wie heeft één van de onderhandelaars horen pleiten om de job van Directie Basisonderwijs MENSWAARDIG te maken: d.i. in de eerste plaats de collega’s met lesopdracht uiteindelijk te ontlasten van de uren klas !

“EN DE BOER …” • “Hij ploegde voort”; zegswijze die geactualiseerd en aangepast dient te worden … maar zoals steeds wordt ons gevraagd: “kop op en met fiere borst vooruit, jongens (°1) !”. We gaan immers “geherwaardeerd” worden … Misschien heerste er in het onderhandelingspaleis een sfeer van onwetendheid … “maaltijdchecks…..?” Mijne Heren: wij zijn OVERBELAST …. Niet “UITGEHONGERD” …. EN TOCH: EEN “GOEDE” START GEWENST, De voorzitter, S. Frans VAN HOUT (°1) GEEN DISCRIMINATIE: de “meisjes” ook, natuurlijk.


Speelplaatsoverdekkingen en Fietsenstallingen

016 60 22 41 - INFO@HELICO-LICHT.BE kruineikestraat 113, 3150 Haacht

WWW.HELICO-LICHT.BE 13


Investeren in beter en efficiënter onderwijsbeleid het onderwijsveld, maar ook erbuiten, na te denken over beter en efficiënter beleid. Zodat we elke leerling de beste onderwijskansen kunnen bieden, in alle omstandigheden. De prioriteit ligt bij de scholen waar veel leerlingen kampen met grote leerachterstand en de scholen met een hoge kansarmoede-indicator. De kloof moet onherroepelijk dicht

Onze spiegel

Onze jongeren mogen geen hoge prijs betalen voor deze coronacrisis. Er moet absoluut extra in hen geïnvesteerd worden. De leerachterstand die blijkt uit een bevraging van de scholen is meer dan een coronaprobleem. Het virus heeft bestaande ongelijkheden weliswaar uitvergroot maar de mechanismen achter die ongelijkheid zijn niet nieuw en sluitende antwoorden moeten we nog vinden. Daarom deze oproep van Raymonda Verdyck van het GO! : “Grijp deze crisis aan om binnen het onderwijsbeleid, maar ook erbuiten, na te denken over beter en efficiënter beleid.” Een kwart van onze leerlingen had door de lockdown en de daarop aansluitende zomervakantie een aanzienlijke tot zeer grote leerachterstand opgelopen. Dit signaleren onze schooldirecteurs, en we zien dat de achterstand groter is in scholen met veel kansarmoede dan in scholen met een lagere kansarmoedescore. De bevraging maakt ook duidelijk dat onze lerarenteams een heel spectrum aan initiatieven nemen om die achterstand in te halen. Er wordt met man en macht gewerkt, en terecht. Want onderzoek wijst uit dat een achterstand op het einde van het lager onderwijs, zonder remediëring steeds verder oploopt in de latere schoolcarrière. Inmiddels is het schooljaar al 7 maanden ver en hebben de leerlingen toch een groot gedeelte daarvan op school les gekregen. Dit kon voor alle leerlingen in relatief normale omstandigheden tot er in november verstrengde maatregelen werden ingevoerd. Gelukkig kunnen de leerlingen uit het basisonderwijs, de eerste graad secundair onderwijs en kwetsbare leerlingen nu ook nog voltijds naar school. Onze collega’s brachten leerachterstand bij elk van hun leerlingen in kaart, gingen met de opgedane inzichten aan de slag om die achterstand aan te pakken en de brug te slaan naar nieuwe leerstof. Ze doen dit zowel klassikaal als met individuele leerlingen, zowel tijdens de lesuren als tijdens de pauzes en ook dikwijls na de schooluren. De evaluatie door de klassenraden in december en januari toonden aan dat er vooruitgang werd geboekt. Maar daarmee is zeker alle leerachterstand niet weggewerkt.

Meer dan een coronaprobleem In het debat lijkt de leerachterstand enkel het gevolg van het coronaprobleem. We moeten er ons goed bewust van zijn dat corona bestaande ongelijkheden heeft uitvergroot. De mechanismen achter die ongelijkheid zijn niet nieuw en sluitende antwoorden moeten we nog vinden. Mijn oproep is dan ook: grijp deze crisis aan om, zeker binnen 14

Hoe gaan we tewerk? Het begint met onszelf een spiegel voor te houden en te bekijken wat werkt om de beschikbare onderwijstijd beter te laten renderen. Vast staat dat het een aanpak moet zijn met veel tentakels, er is niet één wondermiddel. Het gaat over pedagogiek én organisatie én beleid. Op dit moment ontwikkelen we een wijzer die toont welke extra inspanningen scholen kunnen doen om van gelijke onderwijskansen een realiteit te maken. Binnen ons programma ‘Gepersonaliseerd samen leren’ onderzoeken we hoe blended learning (een mix van leren met en zonder technologie) voor alle leerlingen kan werken. Via dit ‘gepersonaliseerd samen leren’ versterken we ook het welbevinden van onze leerlingen: ze moeten zoveel mogelijk leren hun leerproces zelf in handen te nemen waardoor in elk geval, hun zelfvertrouwen groeit.

Appel aan het beleid We horen en we zien dat onze onderwijsprofessionals zich te pletter werken. Maar behalve ons respect en onze bewondering verdienen ze ook gewoon meer ruimte om zich te professio­ naliseren, ruimte om zorg en remediëring te kunnen organiseren. Corona is tijdelijk en we hopen allemaal samen dat we er binnenkort wel door geraken. De impact ervan overwinnen zal langer duren. Een rampenplan moet er niet op gericht zijn om ‘terug naar het oude’ te gaan maar moet ons in staat stellen ons naar een betere toekomst te katapulteren. Dat het onderwijs wendbaar is én ontzettend gedreven, hebben we al bewezen. Laat ons dit momentum grijpen om de thema’s die corona nu scherpstelt, maar die ons al jaren bezig houden, bij de horens te vatten. Maak een speerpunt van innovatie en digitalisering, ook in het onderwijs. Een laptop is al lang geen luxeproduct meer, noch voor een leerling, noch voor een leerkracht. Schep ruimte om onderwijs beter te organiseren zodat leraren écht als team kunnen functioneren en zodat ze verschillende opdrachten of projecten kunnen invullen. Dat zou heel wat winst kunnen opleveren bij het ontwikkelen van lesmaterialen of didactische video’s bijvoorbeeld. Dit kan zorgen voor winst op het vlak van efficiëntie en van kwaliteit. En tenslotte vraagt het GO! een consistent gelijkeonderwijskansenbeleid, structureel ingebed in onze scholen zelf en niet (alleen) via zomer- en herfstscholen. We rekenen op onze minister van onderwijs om nu een echte verandering in gang te zetten Onze jongeren mogen geen hoge prijs betalen voor deze corona­crisis. Laat ons efficiënt in hen investeren. Raymonda Verdyck Afgevaardigd bestuurder GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap


OPEN- EN GESLOTEN FIETSENBERGINGEN

ZIT- EN PICKNICKBANKEN

FIETSENREKKEN

LOCKERS EN VESTIAIRES

KOPPEN.BE

Industriepark Brechtsebaan 22 IZ4 § B-2900 Schoten www.koppen.be § info@koppen.be § 03/680.12.34

AFVALBAKKEN

EXTRA INKOMSTEN VOOR JE SCHOOL?

TAKE-AWAY formule van Agape is de oplossing!  Koel-verse maaltijden die de ouders kunnen afhalen  Porties van één persoon tot een gezin  Ruime keuze aan gerechten of thema’s  Kant en klaar geleverd aan school met ondersteuning van onze koks en materiaal  Gemiddelde winst bij 200 personen van 1000 euro  Voor meer informatie 02/264.98.80 of helpdesk@agapebrussel.be Agape - Maaltijden voor en door het onderwijs – een lekkere gezonde gevarieerde maaltijd voor elk kind

bv


Nederlands in het Franstalig onderwijs Het debat over de vraag of Nederlands dan wel Duits verplicht moet worden als tweede taal in het Franstalig onderwijs, loopt vertraging op. En de tijd tikt weg in het nadeel van het Nederlands. In het Franstalig onderwijs is met het ‘Pacte d’exellence’ een ingrijpende hervorming bezig. Eén van de vele wijzigingen is dat het tweedetaalonderwijs binnenkort vanaf het derde leerjaar start, nu is dat nog in het vijfde leerjaar. Maar corona zet ook hier een rem op de plannen. Er wordt nu gemikt op het schooljaar 2023-2024. Bij de regeringsonderhandelingen in 2019 werd afgesproken dat er een groot publiek debat zou komen over de vraag of Nederlands dan wel Duits mogelijk verplicht moet worden als tweede taal. Dat er al vanaf het derde leerjaar een tweede taal zal worden onderwezen, leek toenmalig PS-voorzitter Elio Di Rupo een opportuniteit om te maken dat de eerste vreemde taal die kleine Walen leren ofwel het Nederlands is, ofwel het Duits. Maar ook die plannen schuiven op. Normaal moest het debat plaatsvinden in het eerste jaar van de legislatuur. In een nota die minister Caroline Désir, bevoegd voor onderwijs in de Franse Gemeenschap, onlangs op de regeringstafel legde, wordt nu een timing uitgezet voor 2021. De tijd tikt echter weg in het nadeel van het Nederlands. Want jaar na jaar wint Engels terrein. De situatie is nu zo dat alleen in Brussel Nederlands de verplichte tweede taal is. In Wallonië kunnen leerlingen in het secundair kiezen tussen Engels, Nederlands of Duits. En dat doen ze ook in die volgorde, met een zeer grote voorsprong voor het Engels. Vijftien jaar geleden ging het nog gelijk op, met 49 procent voor Engels en 48 procent voor Nederlands. Maar sindsdien is dat procentje verschil gegroeid tot een kloof. Tussen 2015 en 2018 steeg het aantal leerlingen dat Engels kiest zelfs van 54 naar 61 procent. Het Nederlands zakte van 39 naar 35 procent. Er is ook een lichte daling van het aantal scholen dat Engels én Nederlands aanbiedt. Het is telkens het Nederlands dat wegvalt. In een vijfde van de Franstalige scholen kunnen leerlingen niet kiezen voor Nederlands, blijkt uit de nota van minister Désir. Het ‘grand débat public’ zal plaatsvinden via een online bevraging, geflankeerd door verschillende ‘focusgroepen’. De bevraging moet er zijn in april. Tegen eind augustus wil Désir een beslissing. Detail: het gaat er (nog) niet om Duits of Nederlands aan te wijzen als taal die voortaan verplicht onderwezen zal worden. Het gaat voorlopig alleen over de vraag of één van die beide landstalen überhaupt verplicht moet worden. Is het antwoord negatief, dan wordt het bestaande systeem behouden. MR-voorzitter Georges-Louis Boucher, gaf onlangs in een interview nog toe dat hij afstudeerde zonder ooit Nederlands gehad te hebben en dat hij die schade nu moet inhalen. Ook staatssecretarissen Sarah Schiltz en Mathieu Michel oogsten geen applaus met hun povere kennis van het Nederlands.

MR staat op de rem Toch was het uitgerekend de MR die bij de regeringsonderhandelingen in 2019 niet wou doorduwen met een verplichting om Nederlands te leren. Volgens Ecolo-covoorzitter Nollet zaten PS, Ecolo en MR op een zucht van een akkoord toen MR zijn staart introk. Ecolo blijft voluit achter het Nederlands staan en hoopt dat de MR zich daarbij toch zal aansluiten. Bouchez was in 2019 nog geen voorzitter. “Maar als we die beslissing opnieuw zouden moeten nemen, zouden we het waarschijnlijk anders doen” zegt hij nu. “Het is belangrijk dat we tot een veralgemening van het Nederlands als tweede taal komen, voor alle kinderen in het Franstalig onderwijs. Als het moet ook via een wettelijke verplichting.” De MR-voorzitter wijst er wel op dat zo’n verplichting niet zaligmakend is. “Een probleem is dat sommige jongeren nu wel zes jaar Nederlandse les volgen, maar dat ze daarna nog altijd geen gesprek kunnen voeren. De kwaliteit van het taalonderwijs moet absoluut beter. Maar dat hangt dan weer samen met budgetten voor voldoende gekwalificeerde leerkrachten.” Désir zei begin december nog dat er per leerjaar zo’n 220 leerkrachten nodig zijn, terwijl de tekorten nu al erg groot zijn. Dat de kloof groeit, baart Bouchez, als belgicist, zorgen. “Maar niets is onomkeerbaar. Al moeten we vóór 2024 wel duidelijkheid hebben, want dan komt er een groot debat aan, over de toekomst van het land. Als we mekaar willen blijven begrijpen en een land willen dat werkt, is de keuze van Nederlands of Duits als tweede taal in ons onderwijs, een belangrijk element.” Uit ‘De Standaard (26-12-2020) Voor u genoteerd, Ferdinand Bostyn Bestuurslid VIRBO – Redactie Info-Bas 16

Sociaal akkoord over de vaste benoeming Leerkrachten kunnen binnenkort sneller benoemd worden, maar ook sneller ontslagen worden. Dat zijn Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts en de sociale partners uit het onderwijsveld overeengekomen. Wanneer vaste benoeming? Leerkrachten kunnen binnenkort al na 290 dagen (1 schooljaar) zicht krijgen op een vaste benoeming. Na een positieve evaluatie én als er een vacature is, kunnen ze in een tijdelijke aanstelling van doorlopende duur (TADD) stappen en na 360 dagen (in het tweede schooljaar) effectief vast benoemd worden. Vroeger kon dat pas na 690 dagen. Gemotiveerde starters zullen ook meer kansen krijgen om vast benoemd te worden, omdat scholen veel sneller vacatures zullen uitschrijven. “De vaste benoeming wordt dus gespreid over twee schooljaren, maar de procedure is aanzienlijk ingekort”, legt Weyts uit. Voor alle duidelijkheid: interim-leerkrachten hebben wel geen uitzicht op een vaste benoeming zolang er geen uren vacant worden verklaard. Evaluatie Ook de evaluatie wordt aangepast. Zo krijgen beginnende leerkrachten aan het einde van elk schooljaar een beoordeling, zodat ze weten wat hun werkpunten zijn. Is die beoordeling na het eerste jaar negatief, dan krijgen ze nog een nieuwe kans in het tweede jaar. Daarin zullen ze worden begeleid om de werkpunten aan te pakken. Zo weten ze na maximaal 3 jaar of ze echt een toekomst hebben in het onderwijs. De evaluaties gebeuren op schoolniveau. Wie een negatieve beoordeling krijgt in één school zal toch nog aan de slag kunnen in een andere school. Probleemgevallen De evaluatieprocedure voor vast benoemde leerkrachten wordt ook aangescherpt. Scholen zullen de evaluaties kunnen toespitsen op de personeelsleden die niet meer goed functioneren. Op basis van die evaluatie kan de directie veel sneller overgaan tot een persoonlijk coachingstraject van 120 dagen. Als zo’n coachingstraject twee keer zonder gevolg blijft en als de tekortkomingen blijven bestaan, dan kan een personeelslid ontslagen worden. “De minimale termijn voor ontslag reduceren we zo van drie à vier jaar tot één jaar, weliswaar over twee schooljaren gespreid”, aldus Weyts. Planning Het Vlaams parlement zal het akkoord van de onderwijspartners nu omzetten in decreetteksten. In de loop van de komende maanden komen er omzendbrieven met meer informatie over de hervormde regelgeving en overgangsmaatregelen. Het is de bedoeling dat de meeste ingrepen al ingaan bij het begin van komend schooljaar. De nieuwe regeling rond de vaste benoeming gaat van kracht in september 2022. Uitganspunt Scholen hebben op dit moment nog niet de juiste instrumenten om een modern personeelsbeleid te voeren. Zo kunnen ze getalenteerde en gemotiveerde starters niet aan zich binden omdat beginnende leerkrachten veel dienstanciënniteit moeten opbouwen vooraleer ze vast benoemd kunnen worden. Beginners belanden soms in een carrousel waarin ze wel tien jaar kunnen meedraaien. Nu haakt 37 procent van de beginners af binnen de eerste vijf jaar. Er is bovendien geen goed systeem van beoordeling, zodat beginnende leerkrachten niet te horen krijgen welke werkpunten ze nog hebben. Scholen zijn in het huidige systeem verplicht om elk personeelslid om de vier jaar te beoordelen, maar dat is vooral een papieren verplichting. Het is in de praktijk haast onmogelijk om een vast benoemde leerkracht te ontslaan. Vandaag is de procedure zo log en moeilijk dat slechte leerkrachten te lang in functie blijven, waardoor die kleine groep het imago van alle leerkrachten besmeurt. Sommige slecht presterende leerkrachten wanen zich onaantastbaar. Moeilijk dossier De dossiers van de hervormingen om leerkrachten sneller te ontslaan en de vaste benoeming lagen al langer op tafel. Ook de vorige minister van onderwijs, Hilde Crevits, beet haar tanden erop stuk. Door die twee dossiers nu aan elkaar te koppelen, was het wel mogelijk om tot een akkoord te komen. Besparing van 60 miljoen Met het akkoord bespaart de Vlaamse regering ook 60 miljoen euro op jaarbasis, omdat er minder sociale lasten op vastbenoemden dan op tijdelijken rusten. Het vrijgekomen geld moet wel in eerste instantie terugvloeien naar het onderwijs en met voorrang naar het basisonderwijs. Voor u genoteerd, Ferdinand Bostyn – Bestuurslid VIRBO – Redactie Info-Bas


made in Belgium

Zit- en speelmeubilair Innovatief, speels en veilig afgerond buitenmeubilair. Uit kleurvast kunststof, een materiaal met bewezen kwaliteit dat weer en wind doorstaat. Onderhoudsvrij en goed voor jaren leer- en speelplezier!

Ontdek onze volledige collectie op www.speelplaatsmeubel.be!

17


GO! bundelt gegevens over eigen patrimonium in een databank Het GO! brengt zoveel mogelijk gegevens van zijn eigen school­ gebouweninfrastructuur in kaart om die beter te kunnen beheren. Door de jarenlange onderfinanciering is een deel van het patrimonium sterk verouderd en is er nog een hele kluif aan de transformatie naar inspirerende scholen.

dak. Nog 15 procent van de oppervlakte bestaat uit paviljoenen, vaak (voorlopige?) noodpaviljoenen uit de jaren 1950 tot 1970 van de vorige eeuw, in hout, staal, beton en metselwerk. Dan is er nog een kleinere groep structuralistische gebouwen uit de jaren 1970 en 1980 van de vorige eeuw”, licht Wina Roelens toe.

“Wij zijn het enige onderwijsnet met één inrichtende macht, met centrale diensten en scholengroepen. Het GO! bestaat onder die naam sinds 2007 en telt 26 scholengroepen in gans Vlaanderen. We organiseren onderwijs op duizend locaties met meer dan 39.000 medewerkers voor 340.000 leerlingen en cursisten. Op 1 september 2020 telden we meer dan 215.000 leerlingen in het leerplicht­onderwijs. Daarnaast bieden we volwassenenonderwijs en deeltijds kunst­ onderwijs aan. Onze democratisch verkozen raad van het GO! bestaat uit 15 leden die verkozen zijn voor vier jaar en geen politieke band hebben”, aldus Wina Roelens, afdelingshoofd Infrastructuur van het GO!

Veilig, droog, warm en proper

Het GO! is eigenaar van meer dan 3.000 gebouwen gelegen op zowat 800 sites, goed voor 4 miljoen m² gebouwoppervlakte. Het beheer ervan gebeurt in samenwerking met de 26 scholengroepen die geografisch clusteringen van scholen en een tussenniveau vormen. De scholengroepen staan in voor het dagelijks beheer van hun infrastructuur en kleine werken.

“We zetten verder in op een systemische aanpak. Zo werken we voor onze vijftig beschermde monumenten een programma uit waarbij we structureel samenwerken met Monumentenwacht. De kennis over ons patrimonium bouwen we verder op door op te lijsten welke nutsmeter in welk gebouw staat en welke teller welk gebouw belevert Daarvoor bezoeken we onze 3.000 gebouwen en voeren we alle gegevens in ons datasysteem in, zodat we verbanden kunnen leggen tussen de staat van een gebouw en zijn energieverbruik” legt Wina Roelens uit.

De centrale diensten zijn bevoegd voor grote werken zoals nieuwbouw, uitbreidingen en capaciteitsprojecten en regelen aan­ kopen op voorstel van de raad van bestuur van een scholengroep. Alleen het GO! gebruikt integraalplannen. Dat zijn multidisciplinaire beleidsplannen per scholengroep, een combinatie van de pedagogische visie voor het onderwijs van de toekomst en de vereiste projecten en middelen om die visie te kunnen waarmaken. Het GO! heeft de maatschappelijke opdracht om kwaliteitsvol onderwijs te bieden aan elke leerling en hem te vormen tot een actieve burger, wat is samengevat in de baseline ‘Samen leren samenleven’. “Met het strategisch plan GO! 2030 stellen we innovatieve pedagogisch-didactische concepten voorop. We werken met een beleidsplan voor drie jaar en willen op termijn naar ‘de school als concept’. Scholen ontwikkelen zicht tot digitale leer­ gemeen­schappen en zijn breder dan fysieke gebouwen. We zitten echter met een tweespalt: de meeste van onze gebouwen zijn daarvoor niet geschikt. We stellen daarom in het infrastructuurbeleid drie pijlers voorop: ons pedagogisch project uitdragen en realiseren; elke leerling huisvesten in een gebouw met een minimale basis­ kwaliteit (veilig, droog, warm en proper) met oog voor energie en duurzaamheid; en ons patrimonium afstemmen op de behoeften”, signaleert het afdelingshoofd Infrastructuur. Het GO! streeft naar inspirerende innovatieve leeromgevingen in veilige, gezonde en comfortabele gebouwen. In september vonden 6.000 leerlingen geen plaats in een GO!-school. “We hebben het er heel moeilijk mee dat we onze grondwettelijke opdracht voor hen niet kunnen invullen”, erkent Wina Roelens, wiens afdeling Infrastructuur werkt op drie niveaus: strategisch (strategische visie/kaders), tactisch (het vertalen van de visie naar beleidskeuzes/ effectief uitvoerbare projecten) en operationeel (uitvoering van projecten). “De vertaalslag tussen het strategische doel en de operationele projecten zullen we uitwerken in 26 huisvestingsplannen voor de scholengroepen, die een stuk concreter zijn dan de integraalplannen. Om het beleid vorm te geven en keuzes te faciliteren hebben we data over ons patrimonium (bv. typologie en grootte van de gebouwen) verzameld in de databank FMIS (Facilitair Management Informatie Systeem). Zo weten we dat twee derde van ons patrimonium ouder is dan veertig jaar, één derde is ouder dan 55 jaar. Slechts 11 procent van onze gebouwen is jonger dan dertig jaar. Woningen hebben een vervangingsgraad tussen de dertig en vijftig jaar, onze vervangings­ ratio bedraagt zowat 200 jaar! We kennen ook de typologie van de gebouwen: een kwart van onze gebouwen zijn prefab en bijna een kwart zijn gemetselde schoolgebouwen, meestal met een hellend 18

In 2018 bracht het GO! voor het eerst de staat van zijn 3.000 gebouwen (dak, buitenschrijnwerk, gevel, sanitair, verwarming: vijf componenten die samenhangen met het streven naar ‘veilig, droog, warm en proper’) in kaart en verzamelde deze gegeven in de data­ bank. In bijna 30 procent van de daken en bijna 40 procent van het buitenschrijnwerk moet dringend worden geïnvesteerd. In 20 procent van de gevallen is het droef gesteld met het sanitair. De paviljoenen scoren het slechtst, maar elke typologie noteert barslechte resultaten.

Het GO! kreeg vorig jaar vanuit de Vlaamse begroting en het Vlaams Klimaatfonds 68 miljoen euro. Naast de reguliere middelen voor onderhoud en vervanging van het patrimonium bedroegen de middelen voor capaciteit de voorbije jaren 15 tot 20 miljoen euro. “De Vlaamse overheid beslist voor welk bouwproject je die mag gebruiken om extra plaatsen te creëren. We ontvangen ook voor ongeveer 30 miljoen euro beschikbaarheidsvergoedingen in het kader van de DBFM Scholen van Morgen (Design, Build, Finance en Maintenance) voor een oppervlakte van zowat 3 procent van ons patrimonium, een relatief dure oplossing waarbij we die middelen niet elders kunnen gebruiken. Tot slot zijn er onze eigen middelen, bv. door een gebouw te verkopen en die opbrengst opnieuw te investeren in infrastructuur. We kunnen een gebouw echter maar eenmaal verkopen en lesgebouwen moeten we behouden. Intussen beschouwt de Vlaamse overheid de infrastructuur van haar eigen onderwijs niet als een eigen patrimonium waarvoor ze zorg moeten dragen. Beleidmakers denken vaak in legislaturen, terwijl je voor zo’n groot patrimonium op lange termijn en over alle beleidsdomeinen heen moet nadenken”, aldus Wina Roelens. Uit eigen simulatie blijkt dat het GO! 413 miljoen per jaar nodig heeft om zijn achterstand naar vervangingsinvesteringen weg te werken en klimaatneutraal te worden tegen 2050. “Voor elke euro die we momenteel krijgen, hebben we er dus eigenlijk 6 nodig. Gelukkig worden de reguliere infrastructuurmiddelen na ruim dertig jaar eindelijk aangepast aan het gestegen aantal leerlingen van het GO!. Ook een nieuw DBFM-programma zal de nood deels kunnen lenigen. Toch blijft het nodig om na te gaan of we wel elk gebouw nodig hebben, op lange termijn te denken en op basis van data zowel onderwijskundig, pedagogisch als infrastructureel de juiste investeringsbeslissingen te nemen om te toekomstgericht te bouwen” beseft Wina Roelens. Recent werden GO! Freinet basisschool Het Avontuur in Berchem, de innovatieve GO! basisschool De Baanbreker en GO! basisschool Blik in Edegem, een sporthal in PPS met de stad Ieper en een lasatelier met internaat van GO! buitengewoon secundair onderwijs De Varens -internaat De Hazelaar in Brugge, in gebruik genomen. “Momenteel lopen zowat 35 bouwwerver en we hebben zonder de DBFM’s meer dan 170 bouwprojecten in potfolio. Een deel van de grote projecten besteden we aan in Design & Build; vandaag lopen 48 dergelijke projecten. We hebben zes DBFM-projecten in uitvoering, 14 projectspecifieke DBFN 2-projecten en 93 projecten die we klassiek aanbesteden. In Overijse komt volgend jaar een project


op de markt waarbij we samenwerken met PMV (Participatie­ maatschappij Vlaanderen) In Dendermonde investeren we meer dan 11 miljoen euro in het technisch atheneum, onze grootste bouwwerf in uitvoering” verklaart Wina Roelens. Volgens Roelens moet het GO! het midden vinden tussen nieuwbouw waar nodig en onderhoud van het bestaande patrimonium. In nieuwbouw is het GO! trendsetter met innovatieve scholen en schoolomgevingen. Het GO! vertrekt van een sterke projectdefinitie en eigen prestatiebestekken en werken in bouwteam, wat prima functioneert als we in D&B kunnen aanbesteden. Zo wordt in Zottegem het grootste project voor innovatief onderwijs uitgevoerd en zijn projecten in Tervuren,

Etterbeek en Deurne in aanbesteding die op dezelfde manier in D&B zijn uitgewerkt. “Met deze nieuwe, innovatieve leeromgevingen vertalen we het strategisch plan 2030 van het GO!. naar infrastructuur: de school als concept in een hybride toekomst, een zowel fysieke als digitale school met het gebouw als een uitnodigende leer- en leefomgeving waarin verschillende leervormen in elkaar kunnen overgaan. Daarnaast houdt onze toekomstvisie rekening met de energie- en klimaatuitdagingen en zetten we mee onze schouders onder een asbestvrij Vlaanderen”, besluit Wina Roelens. Johan Lambrechts

De nieuwe schoolstrijd Vlaanderen staat aan de vooravond van een nieuwe schoolstrijd. Dit keer staan progressieve en conservatieve krachten tegenover elkaar, met N-VA als grootse uitdager. Het Vlaams onderwijs verdient beter dat nog maar eens een schoolstrijd. Er is geen instelling waarin we meer vertrouwen hebben dan in het onderwijs. Zeven op de tien Vlamingen geloven in de school waar hun kinderen les volgen. Dit blijkt, jaar na jaar, uit de statistieken van de Vlaamse overheid. Toch schort er wat in het onderwijs. Het M-decreet, waarbij meer leerlingen met een beperking les volgen in gewone klassen, verhoogde de druk op de leerkrachten. Daarnaast komen er steeds meer leerlingen in de klas die thuis geen Nederlands spreken. Directeurs moeten tot de dag voor het begin van een schooljaar op zoek naar leraars. En onder­tussen daalt de kwaliteit van het onderwijs, gemiddeld én aan de top. Als er niets verandert, zou het vertrouwen van de Vlaming in onderwijs weleens een flinke deuk kunnen krijgen. En zeker dat vergroot de druk op politici om het heft in handen te nemen. Jarenlang hadden de onderwijsnetten een sterk argument om in grote vrijheid met overheidsgeld onderwijs te organiseren. “Vrijheid leidt tot kwaliteit”, klonk het. En dat bleek ook uit allerlei lijstjes. Maar nu dat argument aan kracht inboet, komt die vrijheid onder druk. Als de Vlaamse overheid jaarlijks meer dan 14 miljard euro aan onderwijs uitgeeft, mag ze ook controleren of dat budget goed wordt besteed. De dalende kwaliteit van het onderwijs is de aanleiding om op te roepen tot gestandaardiseerde toetsen of zelfs om een centraal examen te organiseren voor heel Vlaanderen. Zelfs gevalideerde netoverschrijdende proeven worden naar voor geschoven. Dit zijn toetsen die alle leerlingen afleggen, of ze nu les volgen in een GO!-school, een gemeenteschool of een katholieke school. Volgens vooral het katholieke net, gaat de overheid met zo’n vorm van centraal examen haar boekje te buiten. De vrijheid van onderwijs indachtig moet de overheid de scholen vertrouwen dat ze zelf de lat hoog genoeg leggen. Het is aan de leerkracht en de klassenraad om leerlingen te evalueren. De overheid hoeft daar eigenlijk geen rol in te spelen. Zonder zuil De schoolstrijd die de voorbije jaren is beginnen te sluimeren, verschilt van de schoolstrijd die ons land eerder heeft gekend. Het gaat niet langer (alleen) om een strijd tussen vrijzinnigen en katholieken, waarbij de eersten steun krijgen van socialisten en liberalen en hun vakbonden, en de tweede van christendemocraten en de rest van de katholieke zuil. De onderwijsnetten mogen dan nog altijd concurrenten zijn als het over het aantrekken van leerlingen gaat, in het politieke onderwijsdebat zitten ze vaak in hetzelfde, progressieve kamp. De nieuwe schoolstrijd is vooral een strijd tussen conservatieve en progressieve krachten. De grootste uitdager is de partij zonder echte zuil: de N-VA. De Vlaams nationalisten zijn de voorvechters geworden van de Vlaamse traditie van de katholieke colleges, die onder het jezuïtenmotto ‘plus est en vous’ de lat zo hoog mogelijk willen leggen. Dit was duidelijk te merken in de discussie over de hervorming van het middelbaar onderwijs. De veranderingen zijn relatief beperkt. Van de oorspronkelijke plannen om de schotten tussen het algemeen, het technisch en het beroepsonderwijs af te schaffen, is niets overgebleven. Dat komt vooral door de N-VA. De partij voert voluit een behoudsgezinde koers, met de CD&V grotendeels op dezelfde lijn. Door de ministerpost voor Onderwijs met Ben Weyts, komen veel doelstellingen van de N-VA samen. Het behoud van de sociaal-economische welvaartstaat staat voor de partij centraal. En daarin speelt onderwijs natuurlijk een belangrijke rol. Als ons onderwijs achteruitgaat, is de toekomst van Vlaanderen in gevaar, claimt het N-VA. Met onderwijs moeten we het verschil maken, of niet maken. Daarom moet de nivellering worden tegengegaan.

Verder is het onderwijs ook belangrijk voor de kennis van het Nederlands als basis voor de integratie. Moeilijke discussies over identiteit ontstaan vaak in het onderwijs. Halalmaaltijden, gemengd zwemmen, de hoofddoek, het zijn allemaal kwesties die raken aan de kern van de vraag welke samenleving Vlaanderen wil. Welke waarden vinden we belangrijk? Waarover moet de discussie gaan? De kwesties die in het onderwijs opduiken, zijn vaak ook toepasbaar op de hele samenleving. Zo sluit de onderwijsdiscussie naadloos aan bij het rechten- en plichtendiscours tegenover nieuwe Belgen dat de politiek op federaal niveau gebruikt rond veiligheid, migratie en identiteit. Een derde reden waarom de politiek zich op onderwijs richt, is het feit dat de politiek zich stilaan keert tegen de verzuiling van heel wat structuren, waaronder ook het onderwijs. Men wil op Vlaams niveau zeker snoeien in de macht van het middelveld, in onderwijs en in welzijn. Vanuit het departement onderwijs vindt men dat te veel geld, onderwijspersoneel en macht in de tussenstructuren zit, waardoor er te weinig overblijft waarvoor het geld echt bedoeld is. Het klopt dat België internationaal gezien veel geld besteedt aan een leerling. Terwijl ons land aan het einde van het middelbaar onderwijs bijna 12.000 euro per leerling heeft uitgegeven, bedraagt het OESO-gemiddelde 9.000 euro. Op dit moment gaat 5,4 procent van het bruto binnenlands product (BBP) naar onderwijs. Dat is heel wat meer dan het OESO-gemiddelde van 4,5 procent. Daardoor zijn er relatief gezien veel leerkrachten in verhouding tot het aantal leerlingen. In het middelbaar is er gemiddeld één leerkracht per negen leerlingen. Maar het vele geld dat besteed wordt vertaalt zich niet altijd op de werkvloer. Zeker gezien het lerarentekort moet daar volgens de regering iets aan veranderen. De Vlaamse regering wil dan ook het geld dat rechtstreeks en onrecht­streeks naar de onderwijsnetten vloeit kritisch onder de loep nemen. Daardoor komt de vrijheid van onderwijs steeds meer onder druk, klinkt het bij bisschop Johan Bonny, die voorzitter is van de raad van bestuur van het katholiek onderwijs. “Als katholieke koepel vinden wij de vrijheid van onderwijs cruciaal. Denk maar aan de discussies over de eindtermen, de pedagogische begeleiding, het inschrijvingsdecreet, de grootte van de school. Dat zijn essentiële domeinen. Als de overheid die allemaal invult, wordt de manoeuvreerruimte van een school voor een eigen aanpak erg beperkt”. In het katholieke onderwijs is er veel interne discussie over hoe de Guimarstraat met het nieuwe onderwijsbeleid moet omgaan. Ondertussen heeft het katholiek onderwijs al de nieuwe eindtermen voor het secundair onderwijs afgekeurd en heeft een opschorting ervan neergelegd bij de Raad van State. Dit alles kan escaleren tot een nieuwe schoolstrijd, die veel breder gaat dan de strijd tussen het onderwijsbeleid en het katholiek onderwijs. In die strijd zullen onvermijdelijk de andere schoolnetten, waaronder het Onderwijs van Steden en Gemeenten en het GO! betrokken worden. Het officieel onderwijs telt drie organisaties. Het GO! vertegenwoordigt de scholen van het gemeenschapsonderwijs (± 213.500 leerlingen), en de onderwijsverenigingen van Steden en Gemeenten en het Provinciaal Onderwijs Vlaanderen (± 201.500 leerlingen) Het vrij onderwijs; goed voor ± 770.000 leerlingen telt meer koepels. De grootste groep is het Katholiek Onderwijs Vlaanderen. Daarnaast zijn er kleinere organisaties zoals protestantse scholen; Joodse scholen, Steinerscholen enzovoort, die zich hebben verenigd in het Overleg Kleine Onderwijsverstrekkers. Vlaanderen telt zo’n 165.000 leerkrachten. Het onderwijsbudget bedraagt 14,5 miljard euro, goed voor 30 procent van de Vlaamse begroting. Daarvan gaat bijna 12 miljard rechtstreeks naar het onderwijs. De iets meer dan 2 miljard van de hogescholen en universiteiten wordt in de onderwijsbegroting meegenomen, maar dat budget behoort niet toe aan de minister van Onderwijs. Barbara Moens Knack 19


www.verkeeropschool.be

Sensibiliserende flyers voor ouders

De leerlijn verkeer Zowel basis- als secundair onderwijs

Verkeersweken

Lesfiches voor alle leerjaren Veilige schoolomgeving

Begeleiding op maat

Gratis pakketten GRATIS voetgangersen fietsbrevetten


GO! plant extra investeringen in schoolinfrastructuur In de komende vijf jaren zal het GO! 139,5 miljoen extra investeren in zijn schoolgebouwen. De Raad van het GO! maakte een selectie van grote infrastructuurwerken die prioritair aangepakt worden. Het GO! maakte een prognose van de beschikbare budgetten voor grote infrastructuurwerken tot en met 2025. Daarbij gaf minister van Onderwijs Ben Weyts aan dat het GO! rekening mag houden met verhoogde investeringsbudgetten, onder meer omdat de basisdotatie voor infrastructuur wordt aangepast aan de leerlingencijfers. Alles samen plant het GO! de komende vijf jaar 139,5 miljoen euro aan extra investeringen in schoolgebouwen/

Selectie op basis van data en visie De afgelopen jaren maakte het GO! werk van een grondige studie waarmee ze de omvang en staat van het hele patrimonium, zo’n 4.000.000 m³ aan schoolgebouwen, in kaart bracht. Daarnaast werd er samen met elk van de 26 scholen­ groepen een integraalplan gemaakt met een strategische toekomstvisie op het vlak van infrastructuur. Tegelijkertijd werd er een systeem opgezet waarmee men op een objectieve manier keuzes kan maken om de beschikbare budgetten efficiënt en toekomstgericht te besteden. Aan de hand van deze methode besliste de Raad van het GO! welke infrastructuurprojecten met de voorziene middelen prioritair zullen worden aangepakt. “Ondanks het feit dat we hyperefficiënt en toekomstgericht met onze infrastructuurdotatie omspringen heeft de jarenlange onderfinanciering zijn tol geëist op ons patrimonium”, besluit Raymonda Verdyck. “De noden blijven zeer groot, maar met deze extra middelen zullen we samen met onze scholengroepen, alvast een deel van de pijnpunten kunnen oplossen.”

Renovatie, groei, optimalisatie en innovatie De Raad van het GO! wijst de beschikbare middelen grotendeels toe aan de grondige renovatie van schoolgebouwen en vervanging van gebouwen waar de basiskwaliteit (warm, droog, proper) in het gedrang komt. Dit zijn 15 projecten voor samen 82,5 miljoen euro. Zes (ver)bouwprojecten zijn gericht op uitbreiding omwille van de consistente groei van het GO!. Hier gaat het om 24,3 miljoen euro. Op drie andere schoolterreinen wordt een bouwproject gekoppeld aan een optimalisatie omdat ze verhoudingsgewijs te groot zijn. Hiervoor is 20 miljoen euro voorzien. Nog eens vier infrastructuurprojecten zijn er hoofdzakelijk op gericht pedagogische innovatie te realiseren en dit voor 12,5 miljoen euro. De totale investering is dus goed voor 139,5 miljoen euro. Vlaams minister van Onderwijs Ben Weyts: “We investeren deze regeerperiode meer dan 3 miljard in schoolgebouwen – nog eens 500 miljoen meer dan in de vorige regeerperiode. Wie inzet op onderwijskwaliteit moet ook inzetten op de kwaliteit van onderwijsgebouwen. Deze inhaalbeweging op infrastructuurgebied komt natuurlijk ook het GO’ ten goede. De grote infrastructuurwerken die nu op stapel staan zijn goed nieuws voor veel directeurs, leerkrachten en leerlingen.

Overzicht projecten Provincie West-Vlaanderen GO! methodeschool Bloei! Ledegem GO! basisschool De Glimlach Zedelgem GO! basisschool De Driesprong Deerlijk GO! basisschool Drie Hofsteden Kortrijk GO! basisschool Permeke Jabbeke GO! basisschool De Zandlopertjes Bredene GO! basisschool Paalbos De Verwondering Brugge GO! basisschool De Polyglot Spier-Helkijn GO! basisschool De Vierboete Nieuwpoort

2.500.000 4.000.000 4.200.000 4.500.000 3.500.000 5.100.000 4.300.000 1.800.000 8.000.000

Basiskwaliteit Basiskwaliteit Basiskwaliteit Basiskwaliteit Basiskwaliteit Basiskwaliteit Groei Groei Optimalisatie

Provincie Oost-Vlaanderen GO! campus Casinoplein Gent 20.500.000 Basiskwaliteit GO! leefschool Eureka Wetteren 3.700.000 Basiskwaliteit GO! basisschool De Nieuwe Arend Aalst 3.100.000 Basiskwaliteit GO! middenschool Geraardsbergen 7.300.000 Groei GO! atheneum en leefschool De Tandem Eeklo 1.800.000 Pedagogische innovatie Provincie Antwerpen GO! Koninklijk Atheneum Antwerpen 2.900.000 Basiskwaliteit GO! basisschool Klim-op Zoersel 4.200.000 Basiskwaliteit GO! basisschool De Linde Bornem 2.700.000 Groei GO! basisschool Ten Dorpe Mortsel 3.500.000 Groei GO! basisschool Irishof Kapellen 7.500.000 Optimalisatie GO! Koninklijk Atheneum Hoboken 7.600.000 Pedagogische innovatie GO! Talentenschool Turnhout Campus Zenit 2.600.000 Pedagogische innovatie Provincie Vlaams-Brabant en Brussel GO! Technisch Atheneum campus De Brug Vilvoorde 5.500.000 GO! freinetschool Tinteltuin Zoutleeuw 3.600.000 GO! campus Anderlecht 10.700.000 GO! basisschool De Glinster Asse 4.900.000

Basiskwaliteit Basiskwaliteit Basiskwaliteit Groei

Provincie Limburg GO! atheneum Bree 4.500.000 Basiskwaliteit GO! campus Zonhoven 4.500.000 Optimalisatie GO! atheneum Leopoldsburg 500.000 Pedagogische innovatie

Infrastructuurbeleid • Het GO! bouwt aan de scholen van de toekomst. Via een globaal infrastructuurbeleid wil het GO! dat de schoolgebouwen het PPGO! mee helpen uitdragen, de lerenden en medewerkers voldoende basiskwaliteit waarborgen in de schoolgebouwen en het patrimonium op de reële behoeften afstemmen. • Het GO! legt in de vertaling van het infrastructuurbeleid de nadruk op twee ruimtelijke principes: de versterking van de ruimtelijke campussen en het gebruik van slimme gebouwtypologieën. • Hiervoor werkt het GO! samen met externe partners, beheert ze het patrimonium kritisch en bouwt en verbouwt het toekomstgericht en innovatief. Nathalie Jennes Persverantwoordelijke GO!

De uitvoering van de planning van de 28 bouw- en renovatieprojecten van het GO! start in het voorjaar van 2021.

21


Buitengewoon onderwijs voor iedereen?! Kinderen mogen niet opgroeien in 2 aparte werelden, vindt Liselotte Botterman, directeur van GO! basisschool buitengewoon onderwijs KlimOp in Lokeren. En dus zet ze de poort breed open voor alle leerlingen. Ze leren van én met elkaar. Wat werkt in de autiklas, helpt leerlingen uit het gewone onderwijs ook. “Dit schooljaar startten we met 131 kinderen in het buitengewoon onderwijs en 35 leerlingen in het gewoon onderwijs. Midden in het groen van de Daknamse bossen – vorig jaar sloop een klas door het gras omdat de leraar een hert spotte – biedt onze kleine, warme school al jaren onderdak aan leerlingen van het basisonderwijs en type 9, de autiwerking. Vorig schooljaar opende onze ‘beleefschool’, 2 klassen voor kinderen uit het gewone basisonderwijs op ons terrein. Het tussentijdse resultaat van sterk teamwerk waarbij we inclusief onderwijs uniek inkleuren, tot in de klas. Zo groeien kinderen uit het buitengewoon en gewoon onderwijs niet in 2 aparte werelden op.”

Dubbele uitdaging

“Drie jaar geleden start ik als directeur in de KlimOp. Zonder veel kennis over de school, maar met veel ervaring in het buitengewoon onderwijs. In die periode trekken veel kinderen, door het M-decreet, uit het buitengewoon naar het gewone onderwijs. Onze school kent een grotere uitstroom én iets minder instroom. En dus daalt het leerlingenaantal.” “Een dubbele uitdaging wacht ons. Ik erf een school met een mooie werking, maar hoe bouwen we die verder uit? En hoe krikken we het leerlingenaantal op, want dat blijft een belangrijke factor om je schoolorganisatie vorm te geven? Een stapel denkwerk. Niet alleen voor mij, zoiets doe je altijd samen met het team.” “We zoeken samen antwoorden op vragen als: waarvoor staan we, wat is onze identiteit, waar willen we het verschil maken voor de kinderen, waar ligt de toekomst van het buitengewoon onderwijs? We kijken breder dan onze school. Onderzoeken ook hoe buitengewoon zich verhoudt tot het gewoon onderwijs.” “Al snel denken we aan uitbreiden: een extra type van buitengewoon onderwijs op school halen. Maar onze leerlingen basisaanbod en type 9 samenzetten met nog een extra type voelt als te ingrijpend en kunstmatig. De knowhow voor een leerling van type 2 of type 4 hebben we niet in huis. Daarop besluiten we te vertrekken van wat we goed deden en daarop door te denken.”

Droomoefening

“Als startende directeur ben ik ontzettend benieuwd naar de dromen van mijn team. Waar staat onze school over 20 jaar? Welke elementen behouden we, wat pakken we aan? Die droomoefening past perfect in het traject rond visieontwikkeling. Bovendien leer ik zo ook alle collega’s beter kennen.” “Over de sterktes van onze school zijn we het vaak eens. Hier kijken we naar de individuele leerling: staan we met een hart voor de leerlingen in de klas, werken we aan een sterke band tussen leerling en leraar? Ook de natuur op ons domein en de warmte van een kleine school zien we als sterktes. Fijn om zo’n lange, gedeelde lijst te zien. De werkvorm geeft mij inzicht over hoe mijn leraren naar hun school kijken. Tegelijkertijd bevestigt het hoe ik als nieuwkomer de school ervaar.” “Daarna analyseren we de instroom van de leerlingen binnen ons type 9, kinderen die uitvallen in het gewoon onderwijs en dan bij ons aankloppen. Getekend. Toch krijgen we de meeste leerlingen snel weer op de rails. Wat maakt nu dat we daarin slagen? Hoe ondersteunen we succesvol hun cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling? Ook die antwoorden sporen met de resultaten van de droomoefening.”

School zonder barrières

“Alle resultaten puren we uit tot een visie, waarbij we vaststellen dat onze aanpak ook voor veel leerlingen uit het gewoon onderwijs kan 22

werken. Ons motto wordt: ‘Van goed buitengewoon onderwijs voor enkelen naar buitengewoon goed onderwijs voor iedereen’. “Een gedurfd plan. Sommige teamleden ontpoppen zich meteen tot ‘believers’. Die heb je nodig om te starten. Samen met de team­ coördinator en enkele leraren vormen we een beleidsteam en vertalen we het concept in een scherp plan: een volledig inclusieve school met een brede schoolpoort waar leerlingen ongeacht hun onderwijsbehoeften of zorgnoden een plekje vinden. Een school waar de barrières tussen buitengewoon en gewoon onderwijs weg­ vallen. Dat lijkt misschien een utopie, maar wij geloven dat het kan.”

Van boek tot beleefschool

“In diezelfde weken krijgen we het boek ‘De natuurwetten van het kind’ van de Franse Céline Alvarez, in handen. Centraal daarin staan een aantal Montessori-principes die we verbonden met het DNA van onze school en onze nieuwe ambities. Werken met niveaugroepen, niet met jaarklassen en kijken naar de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind.” “Zo ontstaat naast onze buitengewone werking een beleefschool, voor leerlingen van 2,5 tot 12 jaar uit het gewoon onderwijs. In september 2019 zijn we gestart we met 1 klas voor kleuters en 1 voor leerlingen basisonderwijs, in totaal 35 leerlingen. Vooral ouders met een kind in onze buitengewone werking tekenden in. Dat broers en zussen eindelijk samen school kunnen lopen, vinden ze een mooi signaal. En het heeft ook prachtige voordelen: geen rush naar 2 of meer schoolpoorten voor half negen.” “In dat eerste schooljaar bestaat de lagereschoolgroep uit leerlingen van het eerste tot het vijfde leerjaar. Dat gaat met vallen en opstaan. Lesgeven aan al die leeftijden en niveaus, dwingt de leraar tot een gigantische spreidstand. Door de uitstroom kiezen we het tweede jaar alleen voor leerlingen van het eerste tot het derde leerjaar. Eerst een goede basis bouwen bij die jongste groep om dan door te groeien naar de hogere jaren.” “We vormen subgroepjes in een doorschuifsysteem van kwartiertjes, geïnspireerd op de autiwerking. De leraar geeft het ene groepje directe instructie terwijl de anderen zelfstandig werken aan een taak. Dan zie je als leraar meteen wie mee is en kan je snel bijsturen. Als je klassikaal lesgeeft aan 20 leerlingen, glippen sommige kinderen door de mazen van het net. Dan bots je pas achteraf op leerachterstand.” “Door het principe van ‘geborgen vrijheid’, geven we verschillende graden van vrijheid aan onze leerlingen. ‘Geborgen’ betekent dat we leerlingen eerst structuur aanbieden: in tijd, ruimte én begeleiding. Daarvoor werken we met een daglijn die toont wat leerlingen wanneer kunnen verwachten. En delen we het lokaal helder in: een klas, een atelier en een buitenruimte. Onderling verbonden én evenwaardig als leerplek. Met een leraar die naast de kinderen staat, die zijn leerlingen door en door kent. Pas daarna volgt de vrijheid, in stukjes. Dat hebben kinderen nodig om stappen vooruit te blijven zetten.”

Nog niet klaar met inclusie

Dat we op onze buitengewone campus nu ook een beleefschool organiseren, betekent niet dat we er al zijn. Echt inclusief werken we nog niet. Om het project van de grond te krijgen, kozen we in het eerste schooljaar voor een gescheiden werking. Toch ontstonden er spontaan al verbindingen. Zo geeft onze leraar muzische vorming haar lessen in een samengestelde groep van kleuters uit type 9 en de gewone kleuterklas. Ontzettend schoon hoe ze samen knutselen.” “We voelen dat de tijd rijp is om een stap verder te gaan met inclusie. In tweerichtingsverkeer. Terwijl de beleefschool oorspronkelijk vooral principes uit het buitengewoon onderwijs overnam, zien we nu ook de omgekeerde beweging. De leraar van de autiklassen stapt af van de ik-hoekjes en gaat werken met thematische hoeken rond rekenen of taal.” Ook de coronacrisis zorgt onverwacht voor nieuwe samenwerking.


We organiseren de opvang tijdens de lockdown niet gescheiden en deelden de speelplaats in zones in. Het bracht rust bij alle leerlingen. Dit trekken we dit schooljaar door. We zoeken uit hoe we leerkansen bieden tijdens de speeltijd én daarbij optimaal gebruik maken van de groene omgeving. Elke speelzone moet uitdagend zijn. Maar evengoed komen er rustige plekken waar kinderen ontsnappen aan de drukte.”

Een rijke directeur

“Op drie jaar tijd maakte onze school een transformatie door. Dankzij mijn leraren. Ik ben een rijke directeur, lach ik altijd. Niet dat ik op zakken geld zit, maar omdat mijn team zoveel capabele mensen telt. Zij maken inclusief onderwijs dag na dag waar met de kinderen én de ouders.”

“Alleen: door die grootse plannen, mis ik soms tijd om te coachen. Dat steekt, want de switch naar verregaande inclusie vraagt veel van mijn leraren. Zij hebben recht op eerlijke, frequente feedback en ondersteuning. Onderwijs maken vanuit een maatschappijvisie waarin kinderen, los van leer- of zorgnood, samen op school zitten, geeft gelukkig veel energie. Mensen zien inclusie te vaak als eenrichtingsverkeer van buitengewoon naar gewoon, maar het kan ook omgekeerd. Dat was ooit mijn kleine kinderdroom. Nu een groot en uniek teamproject.” Liselotte Botterman Directeur GO! basisschool buitengewoon onderwijs KlimOp in Lokeren.

Leerachterstand dichten met moedig en genereus onderwijs Dat de coronacrisis voor leerachterstand heeft gezorgd en de kloof tussen kansrijke leerlingen en kwetsbare werd bevestigd door een bevraging onder onze GO!-directeurs. Reden te meer om voluit in te zetten op differentiatie, remediëring op maat en zorg.

37% van de scholen gaf ook aan bijkomende ondersteuning nodig te hebben om de leerachterstand tegen te gaan.

Toen in het voorjaar de deuren van de scholen dicht of deels dicht gingen moest het onderwijs op een andere manier georganiseerd worden. Preteaching, geen nieuwe leerstof, veel stressfactoren. Een impact was te verwachten. Het GO! organiseerde daarom een bevraging naar het leerniveau en het welbevinden van leerlingen bij de start van het schooljaar. Het ging om een bevraging van de schooldirecteurs. Wat zij inschatten. De antwoorden zijn dus niet rechtstreeks gebaseerd op toetsen of resultaten van individuele leerlingen of specifieke vakken, al waren er uiteraard wel overal diagnostische toetsen in scholen.

De resultaten uit die bevraging maakten duidelijk en bevestigden dat de eerste lockdown en de daaropvolgende vakantie de kloof tussen kansrijke en kwetsbare leerlingen heeft vergroot. Naast algemene remediëring moet de focus dus ook duidelijk gelegd worden op het versterken van gelijke onderwijskansen en het ondersteunen van kwetsbare leerlingen.

Resultaten

Globaal schatten de 348 scholen die aan de enquête deelnamen dat de helft van de leerlingen het schooljaar 2020-2021 aanving met een zekere leerachterstand. Die leerachterstand werd groot tot zeer groot geschat bij 23% van de leerlingen in het gewoon basisonderwijs en bij één op de vijf leerlingen in het gewoon secundair onderwijs. De toen geschatte leerachterstand was groter in het buitengewoon onderwijs dan in het gewoon onderwijs. In het buitengewoon basisonderwijs rapporteerden de scholen voor twee op de drie leerlingen grote tot zeer grote leerachterstand. In het buitengewoon secundair onderwijs was dit één op de vier. Controle op de onderwijskansarmoede bevestigde de hypothese dat het aantal leerlingen met leerachterstand groter is in scholen met meer onderwijskansarmoede. De bevraging gaf aan dat er op het vlak van welbevinden onder leerlingen voornamelijk werk is aan het vertrouwen in hun leer­ proces. Doen we het goed (genoeg)? De bevraging toonde ook aan dat scholen hierrond hard werkten, een heel gevarieerd palet aan meetinstrumenten gebruikten en diverse remediëringsinitiatieven namen, zowel klassikaal als individueel en zowel binnen het klasgebeuren als buiten de klas of na de schooluren. • Ruim 80% van de scholen zette in op individuele remediëring in de klas (heeft dit ingebed in de didactische aanpak) • Twee op drie scholen zetten in op individuele remediëring buiten de klas (bv. door de inzet van een extra leerkracht) • 76% van de scholen zette in op klassieke remediëring • Eén op vier scholen zette ook in op specifieke remediërings­ initiatieven buiten de lestijd. Het ging dan vooral over verlengde instructie of extra lestijd (tijdens de pauze of na de schooluren, al dan niet via afstandsonderwijs) Scholen besteedden ook veel zorg aan welbevinden. Dit werd vaak al goed opgenomen binnen de leerlingenbegeleiding en het ondersteuningsteam, maar er werd daarnaast ook nog eens extra ingezet op thuisbegeleiding via huisbezoek, telefonisch contact of online.

Conclusies

Inmiddels is het huidige schooljaar geëindigd en hebben de leerlingen afwisselend les gekregen in de klas en/of afstands­ onderwijs online gekregen. Tot aan de herfstvakantie kon dat conform de draaiboeken onder relatief normale omstandigheden en voor de leerlingen basisonderwijs, eerste graad secundair onderwijs en kwetsbare groepen kon dat ook erna nog. Er werd zowel achterstand weggewerkt via verschillende vormen van remediëring als nieuwe leerstof aangereikt. Scholen konden nu het effect van deze onderwijs- en remediëringsaanpak evalueren in de klassenraden van eind juni.

Het GO! biedt ondersteuning op maat

Het GO! maakte voorts binnen zijn programma ‘Gepersonaliseerd samen leren’ (GSL) werk van het verder uitbouwen van doelgerichte differentiatie en onderzocht ook de mogelijkheden die blended learning bood. Daarbij ging speciale aandacht naar kwetsbare groepen. Maar GSL biedt ook kansen om het welbevinden van leerlingen te versterken, meer bepaald via de bouwstenen rond zelfregulerende vaardigheden. Om die GOK-reflex nog meer te stimuleren werkte het GO! aan ondersteuning en concrete handvaten voor scholen die de effectiviteit van het onderwijs verhogen. Het GO! wil met het onderwijsveld nadenken over hoe het beleid rond gelijke onderwijskansen – speerpunt van ons pedagogisch project – nog effectiever en doelmatiger kan gemaakt worden. Het GOK-wijs is daar een eerste stap in, net zoals een analyse die we maakten van de aanwending van de GOK-middelen door onze scholen.

Beleidsaanbevelingen

Een en ander vraagt nu, meer dan ooit, om een structureel en consistent beleid van de overheid rond gelijke onderwijskansen. De scholen zelf gaven in elk geval aan meer uren nodig te hebben voor zorg en remediëring. Het aankomende leersteundecreet biedt hiertoe mogelijkheden. Voor het GO! is het belangrijk dat enerzijds ook de SES-leerlingenkenmerken meegenomen worden in de financiering ervan en dat anderzijds de rol die de PBD’s opnemen in ondersteuning van differentiatie en remediëring wordt verankerd. Raymonda Verdyck Afgevaardigd bestuurder GO! 23


L

De ERAARSK@MER

Onze huidige, gekende digitale producten migreren we naar Kabas, jullie digitale toolbox waarmee je vanaf volgend schooljaar met je leerlingen op avontuur gaat. Kabas maakt blended learning mogelijk. Het heeft al het nodige methodemateriaal om: - als leerkracht de leerstof te onderwijzen en de voortgang van je leerlingen te monitoren. - als leerling de leerstof te ontdekken, in te oefenen en toe te passen in een nieuwe context.

Leren werken met Kabas? Schrijf je in voor

Kleine Pathoekeweg 3, 8000 B


r de Kabasklas via www.kabas.diekeure.be

Brugge, T 050 47 12 88, E besteldienst@diekeure.be, www.diekeure.be

NIEUW vanaf september 2021

1

2

3

4


Robinpas om kwetsbare leerlingen te helpen met schoolfacturen De Vlaamse regering gaat 100.000 euro investeren in het project van Stichting Robin om volgend schooljaar 20.000 kwetsbare leerlingen te helpen met het betalen van de schoolfacturen. Met de zogenaamde Robinpas kunnen financieel kwetsbare gezinnen schoolmateriaal aankopen met korting, een gespreide betaling of een andere oplossing op maat. Toegang tot het onderwijs is gratis in Vlaanderen, maar ouders betalen wel voor schoolmateriaal. Zeker in het secundair onderwijs kan de rekening hoog oplopen. Het gaat dan vooral over leermiddelen zoals studieboeken, schoolmaaltijden, tekengerief, speciaal materiaal voor technische opleidingen, occasionele schooluitstappen enz. Aan dit alles hangt een extra prijskaartje. Voor mensen in armoede zijn die kosten vaak te hoog. In ons land groeit ongeveer 1 op de 5 kinderen op in armoede. Daardoor hebben die kinderen vaak niet de verplichte leermiddelen en studie­ boeken, waardoor ze sneller leerachterstand oplopen. Daarnaast kunnen ze dikwijls ook niet genieten van schooluitstappen of warme maaltijden op school.

Robin-pas De Vlaamse regering investeert in dit project van Stichting Robin om volgend schooljaar 20.000 kwetsbare leerlingen te helpen met schoolfacturen. Dat kan door middel van de zogenoemde Robinpas. De stichting werkt daarvoor samen met een aantal partners, zoals uitgeverijen en distributeurs. Het is een uniek samenwerkings­ verbond, dat alle spelers in de schoolkosten wil samenbrengen. Met Vlaamse steun kan Stichting Robin digitaliseren en bekend worden in alle Vlaamse scholen. Om te bepalen welke kinderen in aanmerking komen voor de Robinpas baseert de stichting zich op indicatoren van de overheid. Ouders die recht hebben op een verhoogde studietoelage hebben ook recht op een Robinpas. De organisatie werkt vervolgens samen met de scholen – de zogenaamde Robinscholen – om ouders in alle discretie een Robinpas toe te kennen. “Samen met de educatieve distributeurs, die leermiddelen verkopen aan scholen, hebben we een aantal Robinscholen uitgekozen aan de hand van het aantal passen dat we hebben”, legt Wouter Cauwenbergh, medeoprichter van Stichting Robin uit. “Maar we kijken bijvoorbeeld ook naar de geografische spreiding van de scholen en de verdeling tussen stad en platteland.”

Proefproject Stichting Robin heeft vorig schooljaar (2020-2021) al een proef­ project gedaan waarbij het 500 Vlaamse gezinnen heeft geholpen met de aankoop van leermiddelen. Vanaf het komende schooljaar wordt dat aantal dus uitgebreid tot 20.000. Tegen 2030 wil de stichting alle schoolgaande kinderen in armoede helpen.

“Op dit moment kunnen we nog niet alle kinderen in armoede helpen. Het probleem is gigantisch en onze stichting is nog maar net opgestart. Dus we willen het geleidelijk aanpakken. De subsidie van de Vlaamse overheid zorgt voor een enorme hefboom waardoor we die sprong kunnen maken. Het is geen luxe, maar een noodzaak. Armoede neemt niet af in ons land, wel integendeel: de coronacrisis leidt tot een fikse aangroei van (onzichtbare) armoede,” aldus Cauwenbergh. Een structureel armoedebeleid ontbreekt in veel scholen, terwijl de problematiek van onbetaalde rekeningen erg aanwezig is. Met Stichting Robin willen alle partners een onderdeel zijn van de oplossing”, vult Bert Smits, medeoprichter van de Stichting, aan.

Enkele reacties: Voer de maximumfactuur in

Het Netwerk tegen armoede noemt Stichting Robin een lovens­ waardig initiatief, maar vraagt dringend structurele oplossingen aan de Vlaamse regering. “Armoedebeleid kan niet enkel een kwestie zijn van solidariteit”, zegt Nicolas van Praet van Het Netwerk tegen armoede. “Om schoolkosten betaalbaar te houden moeten ze in de eerste plaats beheersbaar gemaakt worden. Daarom blijven wij bijvoorbeeld streven naar beleidsmaatregelen als een verhoging van de schooltoelage en een maximumfactuur in het secundair onderwijs”. Er bestaan nog andere systemen van kansenpassen. Deze werken pas goed als ze een combinatie vormen van structurele maatregelen én tegelijk een kortingssysteem dat preventief werkt. Het is daarbij een grote uitdaging dat deze niet stigmatiserend werken. Een mooi voorbeeld daarvan is de UiTPAS, die ontwikkeld is samen met mensen in armoede. Door met hen in dialoog te gaan, kom je immers te weten wat voor hen het beste werkt. Bij oppositiepartijen Groen en Vooruit horen we een gelijkaardige boodschap. “Waarom maar 20.000 gezinnen helpen als je voor elk gezin in armoede het verschil kan maken. We hebben geen nieuw project nodig om dure schoolkosten te drukken. Wat we nodig hebben is een maximumfactuur nu”, zegt Vlaams parlementslid Hannelore Goeman Ook Jeremie Vaneeckhout, Vlaams parlementslid voor Groen, denkt er het zijne van. “84 miljoen voor een congrescentrum in Antwerpen, 5 euro per kwetsbaar kind. Ik heb daar een ongemakkelijk gevoel bij Vlaamse regering”, klinkt het bij Vaneeckhout Voor u genoteerd, Ferdinand Bostyn Bestuurslid VIRBO – Redactie Info-Bas

Leesniveau van de lagere school daalt Het niveau voor lezen in het basisonderwijs is gedaald, terwijl leerlingen even goed scoren voor getallenleer en wereldoriëntatie. Wat is de invloed van corona op de leerprestaties van leerlingen? Net zoals het Gemeenschapsonderwijs (GO!) en het Katholiek onderwijs Vlaanderen deed nu ook het OVSG daar onderzoek naar. Het OVSG liet testen die de leerlingen tussen 2012 en 2016 aflegden voor de vakken lezen, wereldoriëntatie en getallenleer in februari 2021 nogmaals afnemen. Met dat verschil dat, door de coronacrisis, de toetsen nu zes schoolmaanden later werden afgenomen. De toets lezen die leerlingen van het eerste leerjaar invulden in juni van 2012, werd nu afgenomen van het tweede leerjaar in februari ’21. De verwachting was dat die tweede toets minstens even goed tot beter zou zijn.

Voor wereldoriëntatie en getallenleer bleken de testresultaten niet ­significant te verschillen met die van de vorige testing. Maar voor lezen namen de scores een zorgwekkende duik naar beneden. Ook al ligt de opgemerkte leerachterstand in lijn met eerder (inter) nationaal onderzoek naar de invloed van corona op schoolprestaties, kunnen de onderzoekers op basis van dit nieuwe onderzoek niet zeggen of de lagere resultaten uitsluitend aan corona te wijten zijn. Immers, in 2016 bleek uit het internationale PIRLS-onderzoek al dat het niveau voor lezen in het basisonderwijs fel gedaald was de voorbije jaren. Men zal nu de resultaten uit 2012 en 2021 vergelijken om te zien of er werkelijk een constante neerwaartse tendens voor lezen is. Verder onderzoek is nodig, maar er is absoluut geen tijd te verliezen om de opgelopen leerachterstand, zeker voor lezen, weg te werken. Uit ‘De Morgen

26


27


derwijs? n o t e h in Sta je l in één van a ia r te a m Koop je korting % 6 t e m ls e onze wink ssortiment. a f e ti a re c op ons n om creatief le e k ti r a 0 0 .0 0 1 g te gaan: mee aan de sla Banier! n bij De moeilijk kieze

ee? Speel je m en buitenspell n e n e n in B n klein, e t o ro g r o vo cusgerief, degelijk cir hapspellen c ls e z e g le origine speelgoed. s it te li a w k en s vol creatief r e ff o k e z n o k Ontde al, n spelmateria e tr o p s f, ie r ge nze circus-, o t e M r. e tt o z of nog oikoffers. lo p n o ll a b n e schmink-

debanier.be

e Ken je onz et ten? Creapakk nutselidee k r a la k n e Een kantn. Inclusief re e d in k 0 2 voor dleiding. n a h n e l a materia sortiment s a s n o k e td n O schikt voor pakketten, ge leeftijden verschillende

Schrijf je in op onze nieuwsbrief & volg ons op sociale media: DeBanierCreatief

de.banier

baniercreatief


Scholen krijgen tot 510 euro per leerling voor digitale sprong De Vlaamse regering heeft in maart beslist hoeveel geld scholen de komende jaren kunnen investeren in digitaal onderwijs. In het totaal voorziet Vlaams minister van Onderwijs Weyts daarvoor 375 miljoen euro. Voor het kleuteronderwijs tot en met het vierde leerjaar gaat het om 25 euro per leerling, voor het vijfde en zesde leerjaar stijgt de bijdrage tot 290 euro per leerling en voor het secundair onderwijs gaat het om 510 euro per leerling. De coronacrisis heeft duidelijk gemaakt dat er nog grote gaten zitten in de digitalisering van het Vlaamse onderwijs. Onderzoek toont ook aan dat Vlaanderen op dat vlak achterloopt ten opzichte van andere Europese landen. Scholen hebben onvoldoende of sterk verouderd ICTmateriaal en ook de leerkrachten scoren niet goed op ICT-vaardigheden. Vlaams minister van Onderwijs, Ben Weyts, kondigde eerder al aan dat hij die digitale achterstand wil ombuigen naar een voorsprong. Het budget voor ICT voor het Vlaamse onderwijs gaat in één klap van 32 miljoen euro in 2019 naar 375 miljoen euro. Nu heeft de Vlaamse regering ook beslist hoeveel budget elke school precies krijgt om de komende jaren te investeren in digitaal onderwijs. Zo kunnen scholen, volgen de onderwijsminister beginnen aan de voorbereiding van de ‘Digisprong’ en bijvoorbeeld gaan nadenken over welke laptops of ander gelijkwaardige ICT-toestellen ze willen aankopen of leasen voor hun leerlingen. Concreet zullen basisscholen voor alle klassen van het eerste kleuter­ klasje tot en met het vierde leerjaar toestellen voor gedeeld gebruik kunnen aanschaffen en krijgen ze daarvoor 25 euro per leerling. Zo kunnen ook de jongste kinderen al proeven van digitaal onderwijs. Voor het vijfde en zesde leerjaar is er heel wat meer voorzien, namelijk 290 euro per leerling, zodat elke leerling vanaf het vijfde leerjaar toegang kan krijgen tot een eigen ICT-toestel. Het is daarmee de bedoeling dat het vijfde leerjaar op die manier een soort ICT-mijlpaal wordt voor elke leerling. In het secundair onderwijs kunnen scholen dan beschikken over 510 euro per leerling, omdat hier meer geavanceerde toestellen nodig zijn. De secundaire scholen krijgen de betrokken middelen gespreid over twee jaar. Er gaat daarbovenop ruim 50 miljoen euro naar ICT-infrastructuur, zoals internetverbinding, softwarepakketten, netwerkbeveiliging en eventuele randapparatuur. Op die manier krijgt elke school een bijkomend bedrag van 42 euro per betrokken leerling. Volgens minister Weyts wordt ‘Digisprong’ uitgerold vanaf het schooljaar 2021-2022 en hebben de scholen twee volledige schooljaren de tijd om de digitale sprong te maken. Dat geeft scholen niet alleen de tijd om alles voor te bereiden, maar het moet helpen voorkomen dat iedereen bijna op hetzelfde moment toestellen aankoopt waardoor de markt oververhit kan geraken. REACTIE VAN ENKELE PEDAGOGEN Oppassen voor een ‘Digisprong’ in het ijle, want als er een visie ontbreekt kan dit weggesmeten geld worden. Dus eerst een duidelijke visie met stappenplan ontwikkelen en pas dan gericht aankopen van het nodige ICT-materiaal, software enz. Voor u genoteerd, Ferdinand Bostyn Bestuurslid VIRBO – Redactie Info-Bas

Scholen zijn geen broeihaard voor corona Scholen zijn vooral een spiegel van de virusverspreiding in de samenleving, geen broeihaard. Dat bevestigde een studie die viroloog Steven Van Gucht heeft voorgesteld. Een steekproef van 1.285 leerlingen en 818 schoolmede­ werkers in 44 lagere scholen en 40 middelbare scholen (de eerste graad) werd op antistoffen getest tussen 2 december en 28 januari, na de tweede golf dus. Uit de studie blijkt dat 12,4 procent van de leerlingen en 14,8 procent van het schoolpersoneel antistoffen tegen het coronavirus had. De antistoffen wijzen op een eerdere besmetting. De verschillen tussen leerlingen van de lagere en de middelbare school en het schoolpersoneel zijn klein en niet statistisch significant, klinkt het. Bij kinderen werd de besmetting wel minder vaak vast­ gesteld dan bij het personeel. “Slechts twee procent van de leerlingen had in de periode voordien een bewezen coronabesmetting met een positieve test”, zei Steven Van Gucht tijdens de persconferentie van het Crisiscentrum. Bij de meeste kinderen werd de besmetting dus niet vastgesteld. Bij het personeel was dit een stuk hoger, namelijk tien procent testte voor de studie positief.

Regionale verschillen Er zijn opvallende regionale verschillen. In Vlaanderen lagen de percentages lager dan in Brussel en Wallonië. In Vlaanderen had 8,7 procent van de leerlingen antistoffen en 13,2 procent van het schoolpersoneel. In Wallonië was dat 15,4 procent en 17,7 procent en in Brussel 24 procent en 10,5 procent Tijdens de tweede golf werden vooral Brussel en Wallonië zwaar getroffen. Dit vertaalt zich ook in de resultaten van de studie. Omdat de cijfers voor Brussel op een klein aantal leerlingen en personeelsleden betrekking hebben, vertonen ze een grotere statistische onzekerheid.

Spiegel De percentages zijn vergelijkbaar met de percentages die in dezelfde periode gevonden zijn bij de algemene bevolking, zo concludeert Sciensano. In Vlaanderen bedroeg bij bloedgevers in die periode het percentage van mensen met antistoffen zo’n 16 procent, in Brussel was dat 26 procent. De studie vindt dus geen aanwijzingen dat het virus zich in scholen meer verspreidt dan elders in de gemeenschap. Het bevestigt dat scholen vooral een spiegel zijn van virusverspreiding in de samen­ leving en zeker geen broeihaard. De studie van Sciensano gebeurde in samenwerking met de KU Leuven en was niet eenmalig. Dezelfde groep leerlingen en personeelsleden werd in maart een tweede keer getest, en van half mei tot half juni volgt een derde testmoment. De resultaten van die testen waren bij het opmaken van deze Info-Bas nog niet gekend. Verslag van de persconferentie van het Crisiscentrum Voor u genoteerd, Ferdinand Bostyn Bestuurslid VIRBO – Redactie Info-Bas 29


Beleef een schooluitstap die je nergens anders beleeft! Op zoek naar een speelse én educatieve activiteit? Ga met Melk4Kids op bezoek bij een melkveebedrijf en proef van het leven op de boerderij. De koeien en kalfjes bezoeken, de stallen en het melkhuis zien, ontdekken wat er met de melk gebeurt, zelf de handen uit de mouwen steken,... een boeiende uitstap verzekerd!

Klassen uit het basisonderwijs krijgen via Melk4Kids een tegemoetkoming van € 50 per rondleiding. Maak een afspraak bij een Melk4Kids-ambassadeur en registreer je bezoek op melk4kids.be.

Ontdek alle info op: WWW.MELK4KIDS.BE VLAM vzw • Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing vzw Koning Albert II-laan 35 bus 50, 1030 Brussel • melk4kids@vlam.be 30


Vijf Brugse scholen krijgen 10.000 euro Het stadbestuur van Brugge stelt 50.000 euro ter beschikking om de speelplaatsen van scholen te vergroenen. “De stad wil beton, tegels of verharding inruilen voor een meer natuurlijke en avontuurlijke speelruimte om zo meer groene, bio-diverse en avontuurlijke speel­ ruimte te geven aan de kinderen,” zegt schepen voor Jeugd Mathijs Goderis De stad stuurde een oproep naar de scholen en in totaal dienden achttien scholen een project in maar er is echter maar geld voor vijf projecten van 10.000 euro. Er moest dus een keuze gemaakt worden. Uiteindelijk maakte de sterke visie van de school, hun kijk op een groene speelruimte en de participatie van de kinderen en jongeren het verschil. Dankzij hun uitstekende projecten zijn er 4 GO!-scholen die in de prijzen vallen. Volgende vijf scholen mogen hun speelplaats omtoveren tot een groen paradijs: 1. GO! basisschool Manitoba, Sint-Andries – Brugge 2. GO! KTA Brugge 3. GO! KA Jan Fevijn met basisschool, Assebroek – Brugge 4. GO! buitengewoon onderwijs Element type 3, OV4, Sint-Andries – Brugge 5. Vrij kleuterschool Heilig Hart, Brugge Centrum De scholen krijgen hulp bij het participatietraject met de leerlingen, de opmaak van een definitief ontwerp en de zoektocht naar een geschikte aannemer. Het stadsbestuur van Brugge voorziet voor het project ‘vergroening van speelplaatsen’, ook voor volgend jaar een bedrag van 50.000 euro. Nieuwe kandidaturen zijn welkom vanaf half november 2021.

GO! basisschool ’t Vlasbloempje uit Dendermonde is Sterrenklas 450 klassen uit de 3de graad basisonderwijs in Vlaanderen namen deel aan de Europawedstrijd Sterrenklas. Leerlingen ontdekten via online en offline oefeningen meer over de Europese Unie. Klas L5A van juf Steffi van de GO! basisschool ’t Vlasbloempje uit Dendermonde, kwam als overwinnaar uit de bus. “Met de wedstrijd Sterrenklas komen leerlingen meer te weten over de samenwerking tussen Europese landen en wat de Europese Unie allemaal doet in het dagelijkse leven. Het is dus klas L5A uit Dendermonde die tot Sterrenklas werd verkozen en hierdoor een leuk prijzenpakket wint”, vertelt gedeputeerde Riet Gillis, bevoegd voor Europese samenwerking.. Het online lespakket ‘Sterrenklas’ richt zich tot klassen in de laatste graad van het basisonderwijs. Leerkrachten en leerlingen gingen samen met het kant-en-klare materiaal aan de slag en ontdekten spelenderwijs hoe de Europese Unie werkt en aanwezig is in het leven van elke dag. Sterrenklas is een jaarlijks initiatief van de infocentra Europe Direct van Vlaanderen, en van de Dienst Europa van de provincie VlaamsBrabant. Sterrenklas is een creatie van het Europahuis Ryckevelde te Sijsele – Damme.

Ferdinand Bostyn Bestuurslid VIRBO – Redactie Info-Bas

Voor u genoteerd, Ferdinand Bostyn Bestuurslid VIRBO – Redactie Info-Bas

GOK-middelen verplicht naar kwetsbare leerlingen Via een onderwijsdecreet wordt het GOK-beleid aangepast. Dat beleid biedt scholen extra middelen voor kwetsbare leerlingen om gelijke onderwijskansen mogelijk te maken. Concreet komen er twee wijzigingen. Basisscholen kunnen niet langer zelf beslissen wat ze met de GOK-middelen doen. Die moeten vanaf volgend schooljaar gebruikt worden voor kinderen die extra aandacht nodig hebben. Dat zal voor heel wat scholen geen sinecure zijn. De GOK-middelen worden vandaag soms ingezet omdat er te weinig geld is voor de basiszorg voor elke leerling. Sommige maatregelen zijn ook niet één op één af te meten. Voor leerlingen met zorgnoden en kwetsbare jongeren is er vooral nood aan een geïntegreerd zorg- en gelijkekansenbeleid. Dit moet zeker verder mogelijk blijven natuurlijk.

Daarnaast zullen voor het buitengewoon en secundair onderwijs de middelen jaarlijks toegekend worden. Nu wordt driejaarlijks een foto van het schoolprofiel genomen. Op basis daarvan kreeg de school dan middelen voor drie jaar. Dat wordt nu veranderd naar een jaarlijkse foto. Volgens de minister kan er zo vlugger op de bal gespeeld worden. Scholen moesten vroeger soms jaren wachten op extra middelen, terwijl ze wel al extra noden hadden. Voor scholen die flirten met de drempel van kwetsbare leerlingen, is dit slecht nieuws: zij kunnen met deze nieuwe regeling het ene jaar wel middelen krijgen, en het jaar nadien niet. Zo wordt het moeilijker tot bijna onmogelijk om een langdurig beleid uit te bouwen. De Standaard 31


Pedagoog Dirk Van Damme pleit voor inkorting zomervakantie

MOET DE ZOMERVAKANTIE ‘ECHT’ KORTER? Onderstaande kaart van Europa geeft enige duiding en maakt dat we de stelling van ‘bepaalde pedagogen’ als zou een vakantie van 8 weken te lang duren voor een kind en daardoor het leren niet ten goede komen, best op een objectieve en kritische manier benaderen, vooraleer er overhaaste beslissingen worden genomen. De meeste Europese landen hebben een langere zomervakantie.

Zomervakanties Pedagoog Dirk Van Damme (OESO) vindt het probleem van de leerachter­ stand door de coronacrisis het ideale moment om de discussie over een inkorting van de zomervakantie nu eens echt ten gronde te voeren. Daarbij aansluitend heeft volgens professor cognitieve psychologie Wouter Duyck, de ‘coronashock’ het probleem van de leerachterstand alleen maar groter gemaakt en zijn er extra maatregelen nodig. Ons onderwijs is dit schooljaar 42 dagen gesloten geweest door de coronacrisis. Dat valt eigenlijk wel mee geeft professor cognitieve psychologie Wouter Duyck (UGent) toe. “Maar we waren al de sterkste daler qua kwaliteit in Europa, en daarbij komt nu ook nog eens de coronashock’, voegt hij er meteen aan toe. “Ik maak mij grote zorgen”, zegt Duyck. Hij denkt dat maatregelen absoluut nodig zijn. Net zoals vorig jaar pleit Dirk Van Damme daarom voor een inkorting van de zomervakantie. “In Noord Europa zijn wij de uit­ zondering met 2 maanden zomer­ vakantie”, zegt pedagoog Van Damme. Hij wijst erop dat internationaal onder­ zoek aantoont dat een lange break in de zomer zware gevolgen heeft voor kwetsbare leerlingen. Hij vindt dus dat we van deze situatie gebruik moeten maken om die discussie echt ten gronde te voeren. Voor alle duidelijkheid: Van Damme pleit niet voor minder schoolvakantie, maar voor een betere spreiding van de vakanties. Volgens Van Damme neemt leerachterstand niet lineair toe, maar versterkt naarmate de duurtijd langer wordt. Een korte break van 2 à 6 weken is volgens hem niet dramatisch, maar een onderbreking van twee maanden is wel nefast. Al weet de pedagoog dat onderwijstijd alleen niet de enig zaligmakende factor is, hoewel die wel degelijk een rol speelt. Uit ‘De Afspraak’ op Eén

32

Uit gegevens van de Europese commissie blijkt dat Nederland hoort bij de Europese landen met de kortste zomervakantie voor het basis- en voortgezet onderwijs, namelijk 7 weken of minder. Nederland valt dus, samen met Denemarken, Duitsland, Oostenrijk en het Verenigd Koninkrijk, in de laagste categorie, met een officiële zomervakantie van 7 weken of minder. In Finland, waar zo vaak naar wordt gekeken als het over onderwijskwaliteit gaat, duurt de zomervakantie 10 - 11 weken. Beter is het al in landen als bijvoorbeeld België, Frankrijk, Noorwegen en Tsjechië. Daar heeft men een zomervakantie van 8 - 9 weken. Zo zijn in België de scholen standaard gesloten in de maanden juli en augustus. Ook geen moeilijk geschuif met vakantieregio’s dus. De langste zomervakanties hebben ze in Italië, Portugal, Roemenië en Turkije, minimum 11 weken. Begin juni begint in de meeste regio’s de lange Italiaanse kinderzomer die pas half september weer ophoudt (meer dan 3 maanden). In Bulgarije is de zomervakantie 11 - 15 weken. Voor nog meer duiding kunt u nog eens de rangschikking van die landen met hun resultaten voor wiskunde en wetenschappen bij het internationale TIMMS-onderzoek, bekijken in Info-Bas, editie maart 2021! De landen met een langere zomervakantie dan Vlaanderen doen het daar zeker niet slechter! Opgezocht door Geert Willaert, Bestuurslid VIRBO Directeur GO! basisschool ’t Plantzoentje te Laken.


VIRBO bevraagt zijn leden Vanaf 2022 wijzigt de Franstalige gemeenschap de vakantieregeling in het Franstalig onderwijs. Minister Weyts gaf aan momenteel niet te volgen, gezien de huidige situatie niet ideaal is om deze dialoog op te starten. VIRBO wil via het GO! graag het standpunt van alle directeurs beschikbaar stellen als de discussies worden geopend.

Help ons de mening van alle GO!directeurs op voorhand kenbaar te maken aan het beleid door de korte bevraging in te vullen. POLL: Wat met de grote vakantie voor het Nederlandstalig onderwijs in België? Surf naar www.virbo.be en klik op de link OF Geef volgende URL in in je browser: https://forms.office.com/r/GhVbJefS2i Didier Van de Gucht Voorzitter VIRBO vzw.

Bezoek onze webshop: www.delsport.com Vre d e s t ra a t 72 , 8 79 0 Wa re g e m TEL: 056/60 30 29 info@delsport.com

33


Cao’s onderwijs: vooral werkbaar werk in ­kwaliteitsvol onderwijs Coronamaatregelen, dat is wat we al meer dan een schooljaar meemaken. De hele samenleving moet er zich naar gedragen. En wanneer we dat niet doen, worden we nog nerveuzer omdat de besmettingscijfers niet daalden. Maar dat neemt niet weg dat de onderwijsvakbonden ook volop nadenken over de werkomstandigheden in de postcoronaperiode. Want ook die baren ons zorgen. Daarom dienen we een eisenpakket in voor een nieuwe collectieve arbeidsovereenkomst. Meer dan ooit is duidelijk hoe cruciaal de rol van onderwijs is in de maat­ schappij. Daarom zijn bijkomende investeringen nodig. De insteek van deze cao-voorstellen is duidelijk. De onderwijsbonden vragen geen hoger loon voor het personeel, wel meer middelen om echt te kunnen inzetten op een hogere onderwijskwaliteit in combinatie met werkbaar werk. Want die kwaliteit kan alleen omhoog als de werkomgeving zich daartoe leent en als er wordt ingezet op het welzijn van de personeelsleden. Concreet willen de vakbonden een volwaardige basisomkadering met bijkomende middelen voor de taken of opdrachten die er de afgelopen jaren bijkwamen. Op die manier kan het personeel zich op zijn kerntaak richten. En onderdelen van die kerntaak, zoals klassenraden, vergaderingen en titularisuren, moeten opnieuw verrekend worden in de opdracht. Omkaderingsmiddelen voor die kerntaak mogen bovendien niet te pas en te onpas gebruikt worden voor andere doeleinden, want zo vergroot de werkdruk en daalt de aantrekkelijkheid van onderwijs als werkplek.

In alle fasen van de loopbaan En die aantrekkelijkheid moet echt omhoog. Daarom doen de vakbonden voorstellen voor een gefaseerde loopbaanontwikkeling die inspeelt op de ervaring, competenties, leeftijd en gezinssituatie van de personeelsleden. Heel concreet vragen ze om daarbij de werkbaarheid en de draagkracht van het personeel in onderwijs als uitgangspunt te nemen. De vakbonden eisen dat er een duidelijk onderscheid komt tussen primaire en secundaire omkaderingsmiddelen en dat alle middelen worden aangewend waarvoor ze bedoeld zijn. De primaire

34

middelen dienen om lestijden, lesuren, leraarsuren en uren-leraar mee te financieren, of kortweg: de kerntaak van de leraar. De secundaire middelen dienen om alle overige taken uit te voeren. Personeelsleden moeten passend vergoed worden vanuit de secundaire omkaderingsmiddelen als ze taken krijgen die niet tot hun kerntaak behoren. Het gaat dan bijvoorbeeld over toezichten of vervangingen voor afwezige collega’s. Maar ook beleidsen organisatie-ondersteunende taken moeten ingericht worden met die middelen. Een gevolg van die eis is een noodzakelijke verhoging van de secundaire-omkaderingsmiddelen en een correcte afbakening van de kerntaken van de verschillende onderwijsambten. Ook andere eisen staan in het teken van een verbeterde professionele werkomgeving. Het voorzien van kwaliteitsvolle digitale middelen, het recht op deconnectie het invoeren van een herbronningsperiode, het creëren van organieke ambten voor ICT-coördinator en beleidsondersteuner waar die nog niet bestaan, het oprichten van een mandaat preventieadviseur, het voorzien van omkaderingsmiddelen voor bijkomend ondersteunend personeel in deeltijds kunstonderwijs en basisonderwijs, meer bepaalde vervangingen kunnen doorvoeren… Voor elke bijkomende opdracht moeten nu en in de toekomst ook middelen voorzien worden.

Sociaal overleg De schaalvergroting in het onderwijsveld vraagt meer overleg tussen de syndicaal afgevaardigden van de verschillende onderwijsinstellingen. Er is daardoor een bijkomend niveau ontstaan waarin afgevaardigden aan de slag moeten. Ook dat overleg moet gecoördineerd worden. Beslissingen met grote personeels- en andere gevolgen, zoals schaalvergroting, fusies van instellingen, bijkomende vestigingsplaatsen… kunnen niet langer zonder degelijk overleg worden genomen. Er moet niet alleen in theorie, maar ook in de feiten een gelijkwaardige positie tussen alle partijen zijn om dergelijke gesprekken te kunnen voeren. Nochtans groeit het onevenwicht in de positie aan de onderhandelingstafels op elk niveau. Door de toenemende verschuiving qua beslissingsbevoegdheden van het centrale naar het lokale niveau, eisen we (gedeeltelijke) vrijstelling

voor syndicaal werk, zoals de Vlaamse regering die al terecht heeft toegekend in de basiseducatie en zoals die al langer bestaat in een aantal instellingen van het hoger onderwijs. Werkgevers in onderwijs hebben baat bij een structureel overleg met een goed georganiseerde en geïnformeerde gesprekspartner? We moeten voorkomen dat het draagvlak voor een onderwijsbeleid en de reglementering bij de werknemers in onderwijs wegvalt door ontoereikende, onvolledige of zelfs foutieve informatie. En last but not least: ook de kwaliteit van het Vlaamse onderwijs zal baat hebben bij een goed georganiseerd en degelijk lokaal overleg. Lokaal gebeurt immers de implementatie van bijvoorbeeld eindtermen of andere maatregelen om de onderwijskwaliteit opnieuw te versterken. Lokaal moet gewerkt worden aan een draagvlak bij het onderwijspersoneel voor bepaalde maatregelen. De werknemersvertegenwoordiging speelt daarbij een cruciale rol.

Drie eisencahiers Naast het eisenpakket voor een nieuwe cao voor de sectoren die onder de decreten rechtspositie vallen (cao XII), dienen de vakbonden ook een eisenpakket in voor de basiseducatie (cao V) en het hoger onderwijs (cao VI). De drie eisencahiers bevatten gemeenschappelijke punten. Zo vragen wij bijvoorbeeld naar een fietsvergoeding die gelijkgesteld is met die van de ambtenaren en ook naar een vergoeding voor het internetgebruik thuis. Ook willen we de drempel van de geldelijke anciënniteit afschaffen: de minimumleeftijd moet omlaag. Vandaag ligt die bijvoorbeeld voor een leraar met een bachelordiploma op 22 jaar en voor een met een masterdiploma op 24 jaar. De cao-voorstellen zijn een evenwichtige bundeling van kwantitatieve en kwalitatieve eisen die vaak heel vanzelfsprekend lijken, maar het nog steeds niet zijn, in onderwijs. Het is op die manier dat de onderwijsvakbonden de werkdruk en arbeidsomstandigheden van de personeelsleden willen aanpakken, zodat onderwijsinstellingen in Vlaanderen voor iedereen aantrekkelijke werkplekken kunnen zijn, waar mensen volop kunnen inzetten op kwaliteitsvol onderwijs voor elke lerende. De vakbonden


Smartschool Planner voor basisonderwijs

Klaar voor de klas van morgen ... samen met Smartschool

Meer info: www.smartschool.be/planner

Kies uit meer dan 16000 producten

ruim 1000 milieubetere alternatieven

Eenvoudig online bestelplatform vraag uw school-profiel aan

Alles voor klas, leerling én leerkracht!

Overzichtelijke schoolcatalogus digitaal of op papier verkrijgbaar

Meteen leverbaar uit voorraad een minimum aan naleveringen

Geleverd in 24u of op datum op adres naar keuze

Gratis levering vanaf € 39,-

in België, niet geldig op diensten

De laagste prijzen

voor onderwijsinstellingen

PANDAVA.COM

INFO@PANDAVA.COM

03/660.05.10 35


Lezen in de lagere school Het niveau voor lezen in de lagere school is gedaald. Daarom hier, ter opfrissing, enkele belangrijke principes, methodes en tips voor een betere leesvaardigheid. In tegenstelling tot de mondelinge taalvaardigheden zoals luisteren en spreken, ontwikkelt het lezen zich niet op een natuurlijke wijze, maar gebeurt dat op een mindere vanzelfsprekende manier. Een kind dat leert lezen kan dat in principe niet zonder daarvoor systematische begeleiding en onderwijs te krijgen. Het belangrijkste accent bij Nederlands ligt op communicatie. Het is belangrijker dat kinderen weten wat ze in natuurlijke situaties met taal moeten kunnen doen dan wat ze er theoretisch moeten over weten. Het leergebied Nederlands wordt doorheen uiteenlopende activiteiten geïntegreerd binnen de andere leergebieden Nederlands is een belangrijk leergebied in de basisschool. Een kwart van de onderwijstijd wordt gemiddeld gespendeerd aan het taal­ onderwijs. Daarenboven zijn er ook veel inhouden van het taal­ onderwijs aan de orde die eigenlijk buiten het zuivere taalonderwijs vallen. Bij elke andere activiteit wordt er immers gesproken en vaak gelezen en geschreven.

Leesvoorwaarden Vooraleer een kind tot lezen kan komen dienen een aantal leesvoor­ waarden vervuld te zijn: • Kennis specifiek taalgebruik: plaatsbepalende begrippen zoals vooraan, bovenaan, ertussen, onder, ver, dichtbij …. • Begrippen over volgorde zoals: eerst, dan, daarna, volgende, laatste.. • Taalkundige begrippen zoals: letter, klank, woord, zin, tekst.. • Zingeving en symboolbewustzijn: een kind moet er zich bewust van zijn dat de geschreven taal verwijst naar de gesproken taal. • Kunnen afstand nemen van de betekenis van het woord: objectief met taal kunnen omgaan. Het is duidelijk dat voor deze aspecten het kleuteronderwijs van ontzettend groot belang is. En daarbij is ook een vroege en maximale deelname van de kleuter aan het kleuteronderwijs uiterst belangrijk.

Leesmethodes 1. De globaalmethode Met ‘globaalwoorden’ begint hier het leesonderricht. Kinderen leren woordjes in hun geheel, en leren die aanvankelijk gewoon uit het hoofd. Het komt er verder op neer dat de kinderen geleidelijk aan de letters leren herkennen en daaraan de correcte klanken gaan koppelen. Kinderen met een sterk geheugen kunnen dus soms aanvankelijk verrassend goed lezen, maar dan wat later door de mand vallen wanneer de letters worden losgekoppeld.

2. De systeemmethode: Hier stapt men af van het inprenten van een aantal globaalwoorden. De kinderen leren hier de regels van het leessysteem kennen. De aangeleerde woorden worden direct geanalyseerd. Het woord wordt dus onmiddellijk in stukjes verdeeld in afzonderlijk letters. Met die aangeleerde letters worden dan weer nieuwe woorden opgebouwd.

36

Tips ter ondersteuning van beginnende lezertjes ➞ Kinderen hebben vaak in het begin nogal heel uitgesproken verwachtingen over wat ze allemaal al gaan kunnen lezen eens ze in het eerste leerjaar zitten. Het gebeurt vaak dat een kind nogal teleurgesteld is wanneer het merkt dat het leren lezen een proces is dat toch vrij langzaam en eerder moeizaam verloopt. Het is daarom belangrijk dat de leerkracht en ook de ouders daar op een rustige, relaxte manier mee omgaan wanneer het kind thuis gaat lezen. Het is belangrijk dat de leerkracht en de ouders samen met het kind kunnen genieten van het leren lezen. Het mag dus zeker geen karwei worden, noch voor het kind noch voor de ouders. ➞ Neem niet zomaar het eerste het beste boekje, want dat leidt niet tot echt leesplezier. ➞ Praat samen met het kind over het leesboekje. Geef het kind inspraak, overleg en onderhandel samen. Het kind heeft misschien wel bepaalde verwachtingen bij de keuze van een boek ➞ Misschien vindt het kind een boek thuis. Het kan een boek uit de klas zijn of misschien kan de klas samen een boek gaan kiezen in de bibliotheek. Of misschien kopen de kinderen wel een nieuw boek in de boekhandel. ➞ Natuurlijk speelt de belangstelling van het kind een grote rol bij het op zoek gaan naar een geschikt boek. De keuze kan vallen op een boek met een verhaal, een informatief boek een boek met veel prenten of zelfs een stripverhaal. Het is belangrijk na te gaan op welk leesniveau een boek is geschreven. De tekst op de achterflap is vaak in dezelfde moeilijkheidsgraad geschreven als het boek zelf. Bij heel wat kinderboeken wordt dikwijls het AVIleesniveau vermeld. ➞ Wanneer de leerkracht samen met het kind een boek gaat lezen, is het best nuttig het zelf vooraf eens door te nemen. Zo is de leerkracht of de ouder goed voorbereid op wat men kan verwachten qua inhoud. Om wat afwisseling in het hardop lezen te brengen kan men een aantal variaties toepassen: –  elk om de beurt lezen: elk om de beurt een zin of een stukje tekst lezen. –  het is natuurlijk wel de bedoeling dat het kind meevolgt terwijl de leerkracht of de ouder hardop leest. –  in duo lezen: leerkracht of ouder lezen samen met het kind hardop. Zo kan men het tempo wat optrekken. –  fluisterend meelezen: dit ondersteunt het lezen van het kind. ➞ Tussendoor kan het verhaal ook af en toe onderbroken worden om vraagjes te stellen over het verhaal of om het verhaal na te vertellen met eigen woorden. ➞ Verbeter fouten van het kind niet systematisch, want het leestempo is belangrijk voor het leesplezier en het leesbegrip. ➞ Verbeter enkel fouten waardoor het leesbegrip in het gedrang komt. ➞ Geef tussendoor regelmatig opmerkingen over de dingen die in het verhaal gebeuren zoals ‘spannend, grappig zeg, oei…’ ➞ Geef het kind positieve aanmoedigingen in plaats van negatieve opmerkingen. ➞ Voor sommige kinderen kan bij het lezen een liniaal een handig hulpmiddel zijn. ➞ Een ander hulpmiddel tijdens het lezen is het leesvenster. Dit is een kaart waarin een venster werd uitgeknipt. Deze kaart wordt dan op de tekstregel gelegd en zo dat enkel de tekst in het venster zichtbaar is. Tijdens het lezen schuift het kind dan gewoon het leesvenster mee. ➞ Het is steeds de bedoeling dat het kind plezier beleeft aan het lezen. Oefening baart kunst, maar dit betekent niet dat men hele dagen met kinderen moet gaan oefenen.


Leesbevordering

Niveaulezen

Doorheen gans het basisonderwijs is er vrij veel aandacht voor leesbevordering. Hiermee wil men vooral de bereidheid ontwikkelen en stimuleren bij de kinderen tot lezen, voorlezen en/of vertellen.

AVI betekent analyse van individualiseringsvormen. Heel wat leesboeken voor kinderen van de lagere school, zijn gemarkeerd met een AVI-niveau. Op die manier kan men gemakkelijker een keuze maken voor het juiste leesniveau. Het AVI-niveau wordt in de meeste scholen op regelmatige basis afgenomen.

Leesbevordering kan op verschillende manieren gebeuren. ➞ Vrije leesmomenten organiseren: samen naar de bibliotheek, in de leeshoek, in de klas. ➞ De leeskring: hier wordt in een kring gepraat over lectuur. De leerlingen mogen een fragment of een hoofdstuk van een boek naar keuze naar voor brengen. De bedoeling is hier om andere leerlingen nieuwsgierig te maken over het verdere verloop van het boek zodat zij ook het boek graag willen lezen. In het kader van de jeugdboekenweek wordt vrijwel in alle scholen rond boekpromotie gewerkt. ➞ Voorleesmomenten: oudere kinderen kunnen een vertelnamiddag organiseren voor kleuters. Voorlezen heeft hier dan zowel met lezen als met duidelijk spreken te maken. ➞ In de meeste klassen van de lagere school is er tegenwoordig wel een boekenhoek. Kinderen kunnen soms zelf al een leesfiche ontwerpen. Op zo’n fiche wordt de korte inhoud weergegeven. Dit kan nuttig zijn om andere leerlingen warm te maken voor een boek. ➞ Tekenen of knutselen in verband met het verhaal dat gelezen werd. Dat is en leuke opdracht voor kinderen. Zij kunnen op deze manier hun leeservaring omzetten in een beeld.

Een nieuw AVI-systeem gaat het oude vervangen. Om het AVIleesniveau van bestaande boeken te vergelijken met het nieuwe AVI-leesniveau van de nieuwe uitgaven kan je onderstaande conversietabel gebruiken. AVI nieuw

AVI oud

Leerjaar

AVI-Start (S3) AVI - M3 AVI - E3 AVI - M4 AVI - E4 AVI - M5 AVI - E5 AVI - M6 AVI - E6 AVI - M7 AVI - E7 AVI - Plus

AVI 1 AVI 1-2 AVI 2-3 AVI 3-4-5 AVI 4-5-6 AVI 5-6 AVI 6-7-8 AVI 7-8-9 AVI 8-9 AVI 8-9-9+ AVI 9+ AVI 9+

1 1 1 2 2 2-3 3 4 4 4 4-5 5-6

Even ter opfrissing Ferdinand Bostyn Bestuurslid VIRBO – Redactie Info-Bas

DE WULLOK

Blankenberge Oostende Oostduinkerke

ALL IN!

Maldegem Brugge

Kortrijk

Gent

Antwerpen Lier Mechelen BRUEGEL

Ronse

Brussel

Westerlo Zoersel

Leuven

De Roerdomp

Hasselt

MET DE SCHOOL NAAR DE JEUGDHERBERG!

Bokrijk

Voeren

ZEEKLASSEN | NATUURKLASSEN | STADSKLASSEN | HERINNERINGSKLASSEN

Sankt-Vith

• Keuze uit 19 jeugdherbergen • Activiteiten op maat van de groep, budget en project • Alle maaltijden inbegrepen Bekijk al onze programma’s op onze scholenwebsite

www.schoolklassen.be | schoolklassen@vjh.be | +32 (0)3 232 72 18 37


Werkbaar werk nog lang niet gerealiseerd leden problemen, dan gaat het nu over 23,7 procent, bijna een kwart van de werknemers. Voor de Vlaamse arbeidsmarkt zijn de cijfers respectievelijk 12,2 en 12,8 procent. Voor problematische emotionele belasting moet het onderwijs enkel de gezondheids- en welzijnssector laten voorgaan (zeker ook het gevolg van de coronacrisis!). Toch stellen we ook hier een negatieve tendens vast: van 35 procent in 2016 naar 40,8 dit jaar. Wat leermogelijkheden aangaat, voert het onderwijs nu wel het lijstje aan, maar dan wel in positieve zin.

Verklaringen Er zijn verschillende verklaringen voor deze aanslepende problematiek Twee jaar geleden werd er uitgebreid aandacht besteed aan de studie van SERV-Stichting Arbeid en Innovatie over ‘werkbaar werk’. De sector ‘onderwijs’ deed het inzake psychische vermoeidheid en evenwicht werk-privé zelfs bijzonder slecht. De resultaten van de werkbaarheidsmeting dateren van 2019. Is het al verbeterd? Even opfrissen. De sociale partners en de regering hebben in Pact 2020 afspraken gemaakt over werkbaar werk. Zo moesten tegen eind 2020 zestig procent van de jobs werkbaar zijn. Om de werkbaarheid van een job te beoordelen, kijkt men naar vier indicatoren: psychische vermoeidheid, welbevinden, leermogelijkheden en het evenwicht werk-privé. Die bepalen de werkbaarheid van een job. Men gaat ook na of deze indicatoren problematisch of acuut-problematisch zijn. Als dat zo is spreekt men van werkbaarheidsknelpunten.

Negatieve trend In het vorige rapport van 2016 scoorde onderwijs voor psychische vermoeidheid en evenwicht werk-privé beduidend slechter dan de rest van de arbeidsmarkt, die het globaal gezien al niet zo schitterend deed. De indicator werk-privé werd zelfs als problematisch bestempeld. Op de indicator ‘leermogelijkheden’ deed het onderwijs het wel goed. Tot 2007 ging de Vlaamse arbeidsmarkt er merkbaar op vooruit, maar juist vanaf dat jaar evolueerden de werkbaarheidsindicatoren eerder in neerwaartse zin. De sector onderwijs verbeterde enkel voor leermogelijkheden. In 2016 had nog 51 procent van de werknemers werkbaar werk. Nu is dat cijfer gezakt tot net onder de helft. Het streefdoel van sociale partners en regering, namelijk 60 procent lijkt verder af dan ooit. Voor het onderwijs is er zelfs een daling van 52,5 naar 45,7 procent.

Stress piekt in onderwijs In 2016 had slechts 41,1 procent van de werknemers in het onderwijs last van problematische psychische vermoeidheid of stress. In 2019 is dit cijfer gestegen tot 46,3 procent en daarmee is de sector onderwijs de trieste kampioen van de Vlaamse arbeidsmarkt (daar ging het van 34,2 procent in 2016 naar 38,8 procent gemiddeld in haar geheel) Op het vlak van evenwicht werk-privé voert het onderwijs de lijst aan: had in 2016 slechts 18,4 procent van de personeels-

38

• De toenemende assertiviteit of soms zelfs agressiviteit van ouders en leerlingen/studenten/cursisten. • De aanhoudende veranderingen in het beleid met daaraan gekoppeld de eis tot grotere flexibiliteit. • Het toenemende gebruik van elektronische communicatie die niet alleen in de werksfeer voor meer prikkels zorgt, maar ook binnendringt in de privésfeer. We mogen aannemen dat ook het afstandsonderwijs tijdens deze coronacrisis een belangrijke rol speelt en zorgt voor extra frustraties en stress. • Het personeelstekort en de daaruit voortvloeiende bijkomende belasting van de overige personeelsleden.

Lessen voor 2021 – 2022 We moeten helaas vaststellen dat het streefdoel van 60 procent werkbare jobs op verre na nog niet bereikt werd. Het lijkt er eerder op dat we er ons steeds verder van verwijderen. Het is niet te begrijpen dat men het zo ver heeft laten komen, terwijl de vorige rapporten zeer duidelijke taal spreken. Het is des te moeilijker te begrijpen als we voor ogen houden dat de politici verwachten dat we in deze omstandigheden langer moeten werken, bij voorkeur tot 67 jaar. Het is zelfs wraakroepend dat professor Stijn Baert van de UGent, ongetwijfeld een verstandig man, voorstelt de instroom in de ziekteverzekering beter te bewaken en de reactivering ernstig te verbeteren en daar enkel repressieve maatregelen aan koppelt, maar met geen woord rept over het onwerkbare werk dat vele mensen de ziekteverzekering injaagt. Er is slechts één oplossing om deze tendens te keren: een loopbaanpact voor het onderwijs. We moeten zorgen dat jongeren weer voor het onderwijs kiezen, dat starters in het onderwijs blijven en dat iedereen het zonder al te veel moeite kan volhouden tot zijn/haar pensioen. Wie de resultaten van de opeenvolgende onderzoeken van de Stichting Innovatie & Arbeid blijft negeren, pleegt schuldig verzuim. Het is hoogtijd dat de afspraken die in 2019 zo mooi op papier werden gezet nu eens echt verwezenlijkt worden. Geen woorden dus, maar daden! Reactie op de studie van de SERV-stichting Arbeid en Innovatie. Voor u genoteerd, Ferdinand Bostyn Bestuurslid VIRBO – Redactie Info-Bas



Concentratieproblemen Sommige leerlingen vinden het lastig om zich te kunnen concentreren. Zo’n heel lokaal vol klasgenoten helpt daar ook niet aan mee, al zijn er gelukkig heel wat kleine dingen die je kunt doen om de concentratie van leerlingen te verbeteren.

Kenmerken van concentratieproblemen • Snel afgeleid zijn • Moeite met het doorwerken en afmaken van dingen • Slechts kort kunnen lezen • Chaotisch zijn • Alleen concentratie kunnen opbrengen als het onderwerp erg interessant is • Moeite met luisteren, met het tot zich door laten dringen van informatie • Moeite met instructies begrijpen én onthouden • Vergeetachtig zijn • Vaak dingen kwijt zijn • Overgaan van de ene op de andere activiteit

Enkele tips 1. In de buurt van de leerkracht Leerlingen met concentratieproblemen gedijen goed bij veel contact met de leraar. Zet deze leerling(en) dan liefst een beetje in de buurt van de leraar zodat die hem of haar gemakkelijk (extra) tips en instructies kan geven.

2. Een rustige werkplek in de klas Is het tafeltje dicht bij de leerkracht ook te rumoerig omdat er voortdurend leerlingen langs lopen om werk af te leveren of om iets te vragen? Kijk dan welke andere plek in het lokaal wel geschikt is en plaats de leerling naast iemand die rustig is.

3. Afwisseling Bij concentratieproblemen kan het helpen te variëren in taken. Heeft de leerling zojuist een bladzijde sommen gemaakt? Dan is het verstandig hem/haar een ander soort taak te laten doen, bijvoorbeeld lezen of een opdracht waarbij de leerling moet bewegen, moet luisteren of moet samenwerken. Afwisseling in taken kan ervoor zorgen dat leerlingen met concentratieproblemen zich langer kunnen focussen. En vooral maak elke les boeiend en uitdagend voor alle leerlingen. Als er belangstelling, interesse is bij de leerlingen zorgt dit voor aandacht en dus minder concentratieverlies.

40

4. Rust in de tent Het creëren en bewaken van de rust in de klas is in veel gevallen een vereiste om goed te kunnen leren, en al helemaal voor leerlingen met concentratieproblemen. In een rumoerige, lawaaierige klas is het voor alle leerlingen moeilijk om geconcentreerd te werken.

5. Ontspanning Ontspanning is essentieel, zowel voor de leerlingen als voor de leraar. Na een korte ontspannende tussenactie kunnen de leerlingen terug met een frisse dosis energie en concentratie weer aan de volgende les of taak beginnen.

6. Ontspanningsoefening Buiten spelen en turnen is voor veel leerlingen een fijne uitlaatklep én een oplaadmoment voor de rest van de ochtend of middag. Alleen: na zo’n druk moment komen de leerlingen vaak iets te opgewonden de klas binnen. De rust kun je gemakkelijk terugbrengen door een ontspanningsoefening te doen.

7. Spreek je verwachtingen uit Regels, structuur en een duidelijke planning bieden een leerling met concentratieproblemen een goed houvast. Door hierin je verwachting uit te spreken is het voor de leerling duidelijk wat je van hem of haar verlangt. Je kunt bijvoorbeeld een afsprakenkaart opstellen over de gewenste werkhouding.

8. De instructie herhalen Een instructie beklijft het best bij een leerling met concentratieproblemen door de instructie zowel mondeling als schriftelijk te geven. Maak de instructie daarbij niet te lang en controleer altijd of de leerling het begrepen heeft. Dit kun je bijvoorbeeld doen door de leerling te vragen de instructie te herhalen. Tussentijdse feedback van de leerkracht is ook nuttig en belangrijk.

9. Werktijd afbakenen Zorg voor een klokje met ingestelde werktijd. Zo leer je hem of haar om door te werken aan een taak. Voor u genoteerd, Ferdinand Bostyn Bestuurslid VIRBO – Redactie Info-Bas

Huiswerk in de lagere school Bij huiswerk is het de bedoeling dat kinderen er alleen mee aan de slag kunnen. Dus geen nieuwe leerstof maar enkel taken en opdrachten die al uitgebreid in de klas werden behandeld. Het huiswerk wordt de volgende dag door de leerkracht of door de kinderen zelf gecorrigeerd en besproken. Via huiswerk kan de leerkracht vlug merken dat een kind nog iets niet onder knie heeft.

Waarom is er huiswerk? De eindtermen van de lagere school vragen dat de leerkracht de kinderen leert om zelfstandig te werken. Het huiswerk is daar dan ook een ideaal oefenmoment voor.

Hoeveel huiswerk? Niet alle leerkrachten geven elke dag huiswerk. Elke school heeft rond huis­ werk wel zijn eigen afspraken, zijn eigen huiswerkbeleid. Het kan zijn dat er in het eerste en tweede leerjaar niet dagelijks huiswerk gegeven wordt en dat het in het vijfde en zesde leerjaar daarentegen – als voorbereiding op het secundair onder­ wijs – wel het geval is. Sommige scholen voorzien een ‘studie­ klas’ waar kinderen hun huiswerk of een (groot) deel van hun huiswerk kunnen maken, zodat hun taak al (grotendeels) af is als ze thuis komen.

Welk huiswerk moet een kind maken in de lagere school? Huiswerkopdrachten hoeven zeker niet altijd hetzelfde te zijn, maar kunnen zeker erg variërend zijn. In hogere klassen kan er al eens iets opgezocht worden of kunnen de kinderen een samenvatting moeten maken. Soms kunnen de kinderen eens met andere klasgenoten afspreken om samen te komen en verder te werken aan een groepsopdracht. Huiswerk gaat dus niet altijd over individueel presteren, maar er kan ook aandacht gegeven worden aan leren samenwerken met klasgenoten. De kinderen krijgen niet enkel de klassieke rekensommen als huistaak, maar ook creatieve taken kunnen in het huiswerk­ pakket zitten. Een interview afnemen, een televisieprogramma beoordelen, schrijfpatronen inoefenen, in de natuur iets observeren, een tekst illustreren,


informatie gaan opzoeken in de bibliotheek. Een grote variatie is dus mogelijk.

Mogen de ouders helpen bij het huiswerk In een eerste leerjaar wordt er vaak wel gevraagd om kinderen te begeleiden bij het leesproces. Hier is het zeker wenselijk dat een ouder een minimale onder­ steuning geeft. Van de ouders wordt wel verwacht dat ze de leerkracht informeren of ze hun kind ondersteund hebben door bijvoorbeeld de fouten aan te duiden. Ouders mogen hun kind beperkt ondersteunen en controleren. Dat betekent dat de ouder dan gerichte aanwijzingen geeft en daarna het kind zelf de fouten laat opzoeken en verbeteren. Dat ouders de oefeningen zelf oplossen is zeker niet de bedoeling. Ouders kunnen ook aanvullende commentaar en toelichting geven voor de leerkracht. Ze kunnen bijvoorbeeld melden dat hun kind de opgegeven huistaak niet aankan, of er veel te veel tijd over doet om de taak af te werken. Dergelijke meldingen kan een waardevolle feedback betekenen voor de leerkracht.

De klasagenda In de school- of klasagenda worden de taken en lessen genoteerd door de leerlingen. In het eerste leerjaar zal dat in het begin nog gebeuren door de leerkracht. Een school- of klasagenda is een communicatiemiddel tussen de school en het gezin waardoor de ouders informatie krijgen over de taken en lessen die het kind moet verwerken. Verder vind je er ook mededelingen, soms ook klas- en schoolafspraken. Natuurlijk is een school- of klasagenda ook een instrument dat kinderen kan helpen bij het organiseren van hun studiewerk. Vrijwel alle scholen vragen daarom aan de ouders om de klasagenda na te kijken en te ondertekenen.

Goed plannen is belangrijk Erg belangrijk bij het huiswerk is het maken van een planning. Zeker voor de leerlingen van het vierde, vijfde en zesde leerjaar moet daar door de leerkracht aan­ dacht aan besteed worden. Leerlingen van die 3 leerjaren moeten geleidelijk aan zelf taken en lessen leren plannen.

voor alle vervoersopdrachten in binnen -& buitenland van 8 tot 88 plaatsen

www.busenco.be Kasteleinsstraat 4 – 9150 Kruibeke 03/778.24.40 – fax 03/778.24.41 info@busenco.be

Gelezen en genoteerd, Ferdinand Bostyn Bestuurslid VIRBO – Redactie Info-Bas 41


Verveelde studenten? Niet met onze touchscreens! Onze touchscreens zijn de alles-in-één oplossing voor de digitale klas. Laat leraren zich focussen op wat ze het beste doen... Lesgeven! Met onze touchscreens wordt leren (en lesgeven!) nog leuker!

DEMONSTRATIE? MEER INFO? PRIJSVOORSTEL? .....

NEEM CONTACT OP Marcelis.be/aanvraag

a Super gebruiksvriendelijk a Deel content draadloos met elk apparaat a Android technologie - gratis educatieve apps a Uitstekend 4k beeld met ingebouwde luidsprekers a Natuurlijke handschriftervaring a Veilig en duurzaam - tot 7 Jaar garantie a Milieuvriendelijk - laag stroomverbruik A+ a Voordelige aankoopprijs - renting mogelijk a Geen licenties - geen extra kosten a Plaatsing - Opleiding - Service op maat .Be L. Theunckensstraat 8 - 1500 Halle - 02/361.08.88


De moestuin van GO!-basisschool Papageno – Evere

GOI-basisschool Papageno Evere heeft sinds vorig schooljaar een eigen moestuin. Alle klassen van, kleuter tot lager onderwijs ontdekken elke keer hoe mooi en stapsgewijs de natuur te werk gaat. Je plant een zaadje en enkele maanden later maken de kinderen kennis met een plant die ze tot dan niet kenden. Die verwondering

Onze Seniorenwerking

die we dan bij onze Brusselse kinderen zien, zorgt steeds weer voor zoveel positiviteit bij de kinderen en het hele team. Bénédicte Stenier Directeur GO!-basisschool Papageno – Evere

Collega’s die binnenkort stoppen of al gestopt zijn: gelieve onderstaande strook in te vullen en op te sturen naar: Ludo Daelemans Kloosterbunder 17 • 2870 PUURS • Tel. 03 889 20 28 e-mail: lode.daelemans@skynet.be - ludo.virbo@gmail.com Met hartelijke dank voor uw medewerking

School: Naam en voornaam: Persoonlijk adres en telefoonnummer:

E-mail:

Twee maal per jaar (laatste donderdag van september en april) organiseren we voor onze senioren een aangename, culturele daguitstap. Alle leden (� 15 lidgeld per schooljaar) worden hierop uitgenodigd. Aarzel niet om lid te worden en deel te nemen aan de verschillende culturele activiteiten! Het zijn ideale gelegenheden om oud-collega’s terug te zien! U zult het zich niet beklagen. 43


vertegenwoordiging VIRBO De verschillende organen

PTC BAO Katty VANHOECKE: KS Ronse Tel. 055/21.49.56 ks.ronse@g-o.be - katty.virbo@gmail.com

PTC FINANCIEN PTC PERSONEEL GEZONDHEIDSBELEID Katty VANHOECKE: KS Ronse Tel. 055/21.49.56 ks.ronse@g-o.be - katty.virbo@gmail.com Barbara DANIS: Halderbosstraat 76, 1653 Dworp GSM 0477/54.69.50 barbara.danis@g-o.be - barbara.virbo@gmail.com

ASP – GO! (REFLECTIEGROEPEN) Kinderopvang

OVERLEG VAKBONDEN Didier VAN DE GUCHT: Tel. 02/733.10.97 didier.vandegucht@g-o.be

NODB Katty VANHOECKE: 055/21.49.56 ks.ronse@g-o.be - katty.virbo@gmail.com Mike GOUDESEUNE: 0486/90.38.09 mike.goudeseune@detandem.be

VLVO Ludo DAELEMANS: Kloosterbunder 17, 2870 Puurs - Tel. 03/889.20.28 lode.daelemans@skynet.be ludo.virbo@gmail.com

VLOR Algemene Raad van de VLOR

BREDE SCHOOL Mike GOUDESEUNE: BS De Tandem (Freinet) GSM 0486/90.38.09 mike.goudeseune@detandem.be mike.virbo@gmail.com

Wat verwacht VIRBO van een

bestuurslid? ■

De rol spelen van verbindingspersoon tussen de directeurs van de SGE BaO en VIRBO, en dit in beide richtingen ■ Een bijdrage leveren aan de vlotte werking van VIRBO door het organiseren of meewerken aan de organisatie, zowel van de interne werking als van de evenementen ■ De initiatieven van VIRBO steunen door regelmatige deelname hieraan ■ Deze initiatieven promoten bij de collega’s in de scholengroep en hen aanmoedigen hieraan deel te nemen ■ Zoveel mogelijk aanwezig zijn op de bestuursvergaderingen (max. 9 per jaar) ■ Minstens 1 artikel per jaar bezorgen voor Info-Bas

Wat verwachten we van een

contactpersoon? ■

De rol spelen van verbindingspersoon tussen de directeurs van de scholengemeenschap BaO en VIRBO en dit in beide richtingen ■ De initiatieven van VIRBO steunen door regelmatige deelname hieraan ■ Deze initiatieven promoten bij de collega’s in de scholengroep ■ Bijdragen tot de verspreiding van documenten door VIRBO opgesteld in de eigen scholengroep ■ Verslagen van evenementen uit de eigen scholengemeenschap, die interessant kunnen zijn voor andere directies, doorsturen voor Info-Bas ■ Uiteraard in orde zijn met het lidgeld De lijst ‘bestuursleden en contactpersonen’ wordt regelmatig geactualiseerd (blz. 2) Kijk na op blz. 2 van deze Info-Bas hoe uw scholengroep reeds vertegenwoordigd is. VIRBO streeft ernaar om over minimum 1 persoon uit elke scholengroep als bestuurslid of contactpersoon te kunnen beschikken, maar meer mag ook. Voelt u zich aangesproken? Neem dan contact op met onze voorzitter, didier.van.de.gucht@gmail.com en vermeld tot welke groep u wilt behoren. Samen zijn we sterker! Didier Van de Gucht, voorzitter

44


➤ Wat doet VIRBO ? VIRBO wil opkomen voor de belangen van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap in het algemeen en de directies van het basisonderwijs GO! in het bijzonder 1 Regelmatig overleg met de minister, GO!, andere directieverenigingen, ... 2 Netwerkdagen: leerlijk, gezellig, ... 3 Driedaagse navorming: jaarlijks 4 Tijdschrift INFOBAS: 4 x per jaar > Kritisch, informatief, praktijkgericht 5 VIRBO-Happening: jaarlijkse didactische beurs, gekoppeld aan een praktijkgerichte vorming of interessante sprekers 6 Informele hulp via netwerking 7 Seniorenwerking

Lidgeld? Directies: 25 euro Ere-directies (senioren): 15 euro Te storten op BE40 2930 0648 0463 van VIRBO vzw BIC: GEBABEBB Hoe meer directies zich aansluiten, hoe groter de geloofwaardigheid, de invloed en daadkracht van onze directievereniging !

45


Planning Virbo 2020 - 2021 Beste collega’s, Uw aanwezigheid op de diverse activiteiten van VIRBO is zeer belangrijk! Daarom: • Noteer deze data nu al in uw agenda; • Geef deze data door aan uw AD en Coördinerende directies BaO; • Geef ons interessante ideeën om te behandelen, of sprekers om uit te ­nodigen; • Ook voor de beurs zijn wij voortdurend op zoek naar interessante projecten uit het veld om voor te stellen op onze workshops. Hebt u deelgenomen aan een interessante activiteit die ook actueel is, aarzel niet om ons dit te laten weten. Het bestuur staat open voor ieders inbreng.

Activiteiten VIRBO 2021 - 2022 (zie ook website VIRBO) 1. VIRBO – netwerkdagen: • Maandag 11 oktober 2021

Plaats: VAC-gebouw Gent – Koningin Fabiolalaan, 9000 Gent Programma: Frederic Imbo bengt een herwerkte versie van “Rond punt; of hoe kun je in zware tijden verbindend commUNIceren, veerkracht krijgen, tonen en geven. Frederic brengt dit op een wervelende en sfeervolle manier.

• Dinsdag 8 februari 2022

Plaats: Aula VUB Brussel – Pleinlaan 2, 1050 Elsene Lezing door Peter Adriaenssens Thema: Benaderen en gericht aanpakken van (moeilijk) kindgedrag. Er worden tools aangereikt om zowel leerKRACHTen, kinderen en andere partners weerbaarder te maken.

2. VIRBO-Seminarie: (dinsdag 15) woensdag 16 t.e.m. vrijdag 18 maart 2022 Plaats: Hotel Azur en Ardenne **** Rue de la Jastrée 31 – 6940 Barvaux-sur-Ourthe www.azurenardenne.be Voorstelling hotel + programma en overzicht sessies: vanaf september 2021

3. VIRBO Happening met didactische beurs: vrijdag 22 april 2022

Locatie: Technopolis – Technologielaan 1, 2800 Mechelen Programma: Nieuwe en verbeterde leermiddelen, boeiende workshops, nieuws vanuit het Departement Onderwijs.

➜ VOOR ONZE SENIOREN: Senioren twee daguitstappen:

De twee daguitstappen die in 2020 en 2021 niet konden plaatsvinden worden opnieuw georganiseerd op onderstaande data. (onder voorbehoud dat tegen dan de coronacrisis volledig onder controle is.) 1. VIRBO: seniorenreis Normandië september 2021 (indien geen beperkende coronamaatregels en vrijheid van reizen) Van zaterdag 4 t.e.m. zaterdag 11 september 2021 (programma in vorige Info-Bas) 2. Donderdag 30 september 2021: Henegouwse stadje LESSINES (Lessen) Programma’s worden aangepast en tijdig medegedeeld. Alle leden senioren ontvangen de uitnodiging + inschrijvingsformulier ook via de post. !!Alle informatie is ook te vinden op de VIRBO-website!!

www.virbo.be 46

colofon INFO-BAS

INFO-BAS is het informatieblad voor directies basisscholen van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Verantwoordelijke uitgever > Didier Van de Gucht, Warmoeshof 6, 1853 Strombeek-Bever Lay-out & vormgeving > drukkerij DIE KEURE Druk > drukkerij DIE KEURE Verspreiding druk > scholen Bao gratis (oplage ongeveer 630) Elektronische versie > scholen SO, CLB, AD (oplage ongeveer 420) Uitgiftekantoor > Peer Info-Bas verschijnt driemaandelijks (maart, juni, september, december) Elke medewerker is verantwoordelijk voor zijn/haar bijdrage Bijdrage op te sturen naar VIRBO, Ferdinand Bostyn, Eikenlaan 39, 8200 Brugge e-mail: f erdinand.bostyn@scarlet.be of ferdinand.virbo@gmail.com > vóór 20 februari, 20 mei, 20 augustus en 20 november

VIRBO vzw is de Vereniging van directies van de basisscholen en de scholen voor buitengewoon onderwijs van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Voorzitter VIRBO > Didier VAN DE GUCHT Ondervoorzitter VIRBO > Katty VANHOECKE Secretaris VIRBO > Geert WILLAERT Penningmeester VIRBO > Barbara DANIS en Erik VAN LAERE Lidgeld: Directies 25 euro per schooljaar Ere-directies (senioren): 15 euro Te storten op BE40 2930 0648 0463 van VIRBO vzw BIC: GEBABEBB


DUURZAME & TIJDLOZE SPEELPLAATSLUIFELS

MADE IN BELGIUM

10 JAAR

GARANTIE

EIGEN FABRICAGE & MONTAGE

KOPPEN.BE

Industriepark Brechtsebaan 22 IZ4 § B-2900 Schoten www.koppen.be § info@koppen.be § 03/680.12.34

bv


r e e m n e r e d n i k Gun ! t r o f m o c n e e ruimt BOzARC ontwerpt en produceert reeds 21 jaar unieke overkappingen en carports en is hiermee dé referentie geworden in de markt. Een gepatenteerd ontwerp, geproduceerd in de eigen werkhuizen én CE-gekeurd: 100% Belgische kwaliteit. Met BOzARC kies je voor een overkapping die bij je school of instelling past: in een RAL-kleur naar keuze en met een transparante of opalen dakbedekking. Een BOzARC wordt op maat gemaakt, dus ook de vorm kan je zelf bepalen: vrijstaand, evenwijdig aansluitend aan de gevel, aflopend, met meerdere bogen voor grote oppervlakken, al dan niet met extra wanden om te beletten dat wind en slagregen vrij spel krijgen. De kwaliteit is voor iedere BOzARC even hoogstaand. Gemaakt in een lichte aluminium structuur en een dakbedekking van massief polycarbonaat, bestand tegen de meest extreme weersomstandigheden. En dankzij de gebogen vorm is het geluid van regen of hagel slechts een fractie van wat men bij een plat dak hoort.

• • • • •

Uniek, luchtig & ruimtelijk design Maximale lichtinval voor ramen en deuren Onbreekbare dakbedekking CE-gecertificeerd Standaard of op maat

MAAT / ADVIES OP IJVEND L B IJ R V N E E / INFO K E O Z E B S T PLAA

03 455 90 67 C.BE R INFO@BOZA

www.bozarc.be