Page 1

Info-Bas INFORMATIEBLAD VOOR DIRECTIES BASISSCHOLEN VAN HET GO! ONDERWIJS VAN DE VLAAMSE GEMEENSCHAP uitgave januari l februari l maart 2019 Bestuursleden VIRBO per provincie

2

Editoriaal: woord vooraf Voorzitter

3

VIRBO-seniorenreis september ’19: Moezelstreek

5

Vijf dingen die je elke dag in de klas moet doen

6

Vliegen spreeuwen naar Afrika? Hun geld wel!

7

Leerkrachten zijn geen wasproducten

8

Onderwijsassistenten: een goed idee?

9

Problemen met leerlingen en ouders doen jonge leerkrachten afhaken 11 Gevalideerde toetsen einde basisonderwijs

12

Nieuwsbrief: Infodagen Preventie en Bescherming 2019

15

Vijf fouten die je niet moet maken als (beginnend) leerkracht

17

Een school vinden in Brussel voor Nederlandstalige gezinnen

18

Owen (11j): de jongste programmeercoach van Vlaanderen

19

ICT-integratie in de Vlaamse scholen

21

Welzijn op het werk

22

Bijna 1500 vacatures voor leerkrachten

23

Contactpersonen per scholengroep

27

Vertegenwoordiging VIRBO

27

Leerkrachten komen te weinig toe aan lesgeven

28

Nieuw internaat en lasateliers voor buitengewoon onderwijs Brugge

29

Problemen rond het M-decreet raken maar niet opgelost

30

Europese onderwijsdoelstellingen

31

Hoe pakken scholen klimaatspijbelen aan?

33

Kan speeltoestel kinderen stimuleren om gezonder te eten?

34

Open brief tot Crevits

34

Senioren bezochten Willebroek en fort van Breendonk

36

VIRBO-senioren bezoeken Tervuren

39

VIRBO-senioren: reisverslag Champagnestreek (deel 2)

40

Seniorenwerking (formulier)

42

Iets meer leerlingen moeten jaartje overdoen

43

VIRBO zoekt bestuursleden, contactpersonen

44

Wat verwacht VIRBO van bestuurslid / contactpersoon?

44

Wat doet VIRBO voor u?

45

Planning VIRBO: 2018 - 2019

46

Colofon

46

DRIEMAANDELIJKSE UITGAVE verantwoordelijk uitgever: Willem Mestdagh, Louizalaan 3, 2800 Mechelen afzendadres: BS De Uitvlinder - Noordervest 33 - 3990 Peer afgiftekantoor: 3990 Peer erkenningsnummer: p309839


Virbo: Bestuursleden per provincie

TELEFOON

E-MAIL

> WEST-VLAANDEREN Conny WALLYN Mike GOUDESEUNE Bernard BERTELOOT Wesley VANBAVINCKHOVE Cynthia CALLEBOUT

051/27.27.72 050/37.76.78 058/51.17.44 050/33.36.82 059/32.27.45

bs.roeselare.ring@g-o.be / conny.virbo@gmail.com de.tandem@g-o.be / mike.virbo@gmail.com bs.deletterzee@g-o.be wesley.vanbavinckhove@brugge-despringplank.be cynthiacallebout@gmail.com

09/218.78.52 054/41.07.24 055/21.49.56 09/282.46.02 053/73.26.21

jenny.de.potter@scholengroep-23.be / jenny.virbo@gmail.com eemansabine@gmail.com / sabine.virbo@gmail.com ks.ronse@g-o.be / katty.virbo@gmail.com annstur@schooldekleineprins.be directie@bslpboon.be / directie.bs@kad.be

0473/97.66.91 03/360.82.93 015/20.28.96

willem.virbo@gmail.com dirco.bao@antigon.be / jee.virbo@gmail.com frank.thienpont@g-o.be

089/86.43.25

bs.neeroeteren@g-o.be / pietro.virbo@gmail.com

02/569.39.47 02/769.73.73

directie.de.vlinder@ringscholen.be / hilde.virbo@gmail.com nancy.peeters@scoop.be

0477/54.69.50 02/733.10.97 0476/43.50.72

barbara.danis@g-o.be / barbara.virbo@gmail.com didier.vandegucht@g-o.be geert.willaert@g-o.be / geert.virbo@gmail.com

> OOST-VLAANDEREN Jenny DE POTTER Sabine EEMAN Katty VANHOECKE Ann STUR Kathy VAN LANGENHOVE

> ANTWERPEN Willem MESTDAGH Jee WUYTS Frank THIENPONT

> LIMBURG Pietro FALCONE

> VLAAMS-BRABANT Hilde VANDERSTEEN Nancy PEETERS

> BRUSSEL HOOFDSTEDELIJK GEWEST Barbara DANIS Didier VAN DE GUCHT Geert WILLAERT

TELEFOON

GSM

E-MAIL

> SENIOREN Ferdinand BOSTYN Ludo DAELEMANS Noël DEVOLDER Erik VAN LAERE Rudy STERCK Karien ALLEMAN

2

050/32.08.00 03/889.20.28 050/38.29.16 09/348.43.93 053/68.41.75

0486/38.13.75 0473/86.36.28 0486/41.71.34 0475/38 20 06 0477/35.50.58 0485/06.43.25

ferdinand.bostyn@scarlet.be / ferdinand.virbo@gmail.com lode.daelemans@skynet.be / ludo.virbo@gmail.com noel.devolder@skynet.be / noel.virbo@gmail.com erik.van.laere@skynet.be / erik.virbo@gmail.com r.sterck@skynet.be / rudy.virbo@gmail.com karien.alleman@proximus.be / karien.virbo@gmail.com


Editoriaal

Met het einde van een schooljaar dat stilaan in zicht komt plannen we, vooruitziend als we zijn, volop het volgende. De wetenschap dat dit zo goed als helemaal in de steigers staat, geeft rust in het hoofd. Zo houden we immers de handen vrij om de onvermijdelijke verrassingen op het einde van het schooljaar ook nog energiek en op creatieve wijze het hoofd te bieden. Directies basisonderwijs zijn pragmatici. Zij weten als geen andere de klus te klaren, met beperkte middelen en beperkte ondersteuning, maar geflankeerd door fantastische teams en hartveroverende kindersnoetjes die het steeds weer de moeite waard maken. Wat we doen is uiterst zinvol, eigenlijk de mooiste stiel ter wereld. Misschien is het daarom dat In vergelijking met de februaritelling van vorig jaar het aantal leerlingen in het basisonderwijs opnieuw stijgt. VIRBO blijft mee bouwen aan dit positieve verhaal, ondersteunt waar kan, brengt samen waar nodig. Omwille van de bijzondere kalender dit schooljaar kreeg u van ons geen tweede netwerkdag voorgeschoteld in februari. Daarom ondersteunden wij graag de netwerkdag van de netoverschrijdende facebookgroep

“directies basisonderwijs” die op 15 maart 2019 in Freinetschool De Tandem in Brugge plaatsvond. Eén van onze bestuursleden is daar de drijvende kracht. Zullen we afspreken om massaal aanwezig te zijn op dinsdag 26 maart op de VIRBOhappening in Technopolis Mechelen? Niet alleen de talrijk ingeschreven handelaars rekenen op u. Het zou me enorm plezieren u persoonlijk de hand te kunnen drukken om ervan verzekerd te zijn dat VIRBO nog steeds dé vereniging is van en voor directies basisonderwijs van het GO!. Ontmoeting is de kern van onze vereniging. Even afstand nemen wakkert het relativeringsvermogen aan en leidt vaak tot creatieve oplossingen. Inschrijven kan op www.virbo.be . Bij het schrijven van dit editoriaal is het driedaags VIRBO-seminarie voorbij. 60 deelnemers hebben kunnen genieten van twee fantastische keynote speakers, een interessante sessie rond leiderschap en een onvergetelijk teambuildingmoment. Het kader, Venray in Nederlands Limburg, werkte absoluut inspirerend.

com/GOVIRBO . Daar brengen we voor u de onderwijsactualiteit samen en hopen we u kostbare opzoektijd te besparen. Dank aan alle bestuursleden en contactpersonen om dit VIRBO-werkjaar, met de 4 grote activiteiten, het vaktijdschrift Info-Bas, de website, de facebookpagina, het beheer van de vereniging, … opnieuw mogelijk te maken. De meesten doen dit in combinatie met het leiden van een succesvolle basisschool. We zijn ook blij om te zien dat de seniorenwerking groeit en bloeit en dat we nog steeds kunnen rekenen op de rijke expertise en de tomeloze inzet voor de vereniging. Laten we het goede werk verderzetten, pragmatisch en volhardend, met een hart voor VIRBO, onze teams, de kinderen en hun ouders. Willem Mestdagh, Voorzitter VIRBO

We hopen u van dienst te zijn geweest met onze nieuwsbrief, onze website www.virbo. be en onze facebookpagina www.facebook.

3


VIRTUAL REALITY

Hille-Zuid 1A 8750 Zwevezele +32 (0)51 74 51 43 info@didakta.be

FLEXIBEL KLASMEUBILAIR

www.didakta.be

LOCKERS

TOUCHSCREENS & DIGITALE OPLOSSINGEN

4


Virbo-seniorenreis 2019:

De Moezel van vrijdag 6 tot vrijdag 13 september 2019 Indien mogelijk brengen we een geleid bezoek aan de historische wijnkelders met een proeverij, zoniet wordt het een rondleiding door de dubbelstad met zijn gebouwen uit de barok- en jugendstiltijd. Indien we de kelders kunnen bezoeken ontdekken we de stad op eigen kracht. Avondmaal in hotel.

Verblijf: Hotel Springiersbacher Hof Robert-Schuman-Strasse 44 54536 Kröv / Mosel Duitsland Tel. 00 49 6541 1451 www.springiersbacher-hof.de Het wijndorpje Kröv ligt aan de Moezel, zowat in het midden tussen Trier en Cochem zodat beide stadjes vlot bereikbaar zijn. Bernkastel-Kues is slechts 15 km verwijderd, Traben Trarbach minder dan 10 km. Ons hotel bevindt zich een 200 m van de Moezeloever. Het familiehotel verwent je graag op het tuinterras met zicht op de omliggende wijnhellingen. We verblijven er op basis van half pension. Verplaatsingen gebeuren met eigen vervoer of in afspraak met medereizigers.

Programma: Het opgegeven programma is onder voorbehoud van bevestiging van de voorziene bezoeken. Kleinere wijzigingen in de volgorde van de activiteiten zijn nog mogelijk. Vrijdag 6 september 2019 Aankomst in hotel vanaf 15 uur – innemen van de kamers – avondmaal Zaterdag 7 september 2019 Na het ontbijt verkenning van ons vakantiedorpje. Wij bezoeken eens de plaatselijke vlooienmarkt. Tegen 14 uur rijden we door naar Zell (20-tal km) waar we een bezoek brengen aan het wijn- en

heimatmuseum. Nadien gaan we op zoek naar een wijnhuis waar we eens kunnen proeven van onder andere de wereldbekende “Zeller Schwarze Katz” of de Zwarte Katwijn. Avondmaal in hotel. Zondag 8 september 2019 Ontbijt en aansluitend (rond 9u30) vertrekken we naar Cochem (+/- 40km). Aan de poort van de stad nemen we een shuttle-bus naar de burcht waar we kunnen genieten van het prachtig uitzicht dat er is en een bezoek brengen aan de burcht zelf. Nadat de shuttlebus ons terug naar het centrum gebracht heeft is er gelegenheid om door het historisch stadscentrum te kuieren. Tegen 16 uur verzamelen we weer om een bezoek te brengen aan de mosterdmolen waar op ambachtelijke wijze de lekkerste mosterds bereid worden. Avondmaal in hotel. Maandag 9 september 2019 Na het ontbijt begeven we ons tegen 10 uur naar de aanlegsteiger bij de Moezel om een boottocht naar Bernkastel-Kues mee te maken. We verblijven ongeveer een uur op het water om nadien tegen 14u30 een rondleiding van zowat een uur te krijgen in het stadje. Nadien is er nog tijd om even terrasje of de winkels aan te doen op eigen kracht. Tegen 17 uur zoeken we terug het schip op voor de terugvaart naar ons hotel waar we het avondmaal nemen. Dinsdag 10 september 2019 Na het ontbijt vertrekken we met de auto in de richting van Traben-Trarbach.

Woensdag 11 september 2019 Vrije dag in te vullen door de deelnemers zelf. Enkele mogelijkheden zijn alvast een rit langsheen de Moezel tot de samenvloeiing met de Rijn in Koblenz (90 km), een bezoekje aan het wijndorpje Brauneberg (25 km) met de overhellende toren en de “Juffer”wijn of het schilderachtige Burgen (60 km) met zijn fraaie vakwerkhuizen met houtsnijwerk. Nog andere wijndorpjes die het bezoeken waard zijn: Piesport (30 km) of Ürzig (10 km). In een zijdal van de Moezel vind je Veldenz (25 km) met een te bezichtigen burcht en overblijfselen van de Romeinse nederzetting. Verder kan je ook richten naar het kuuroord Bad Bertrich (25 km), het romantische filmdecor van het kleine Beilstein (40 km), het officieel Duits luchtkuuroord Brodenbacch (70 km), Enkirch (15 km) met zijn vakwerkhuizen, de oudste wijnstad van Duitsland Neumagen Dhron (35 km), Saarburg (75 km), het kasteel in Eltz (ongeveer 70 km), Winnigen (95 km) waar de wijnheks soms uit de fontein geen water maar wijn laat lopen bezoek of een van de vele kleine dorpjes langs de Moezel… Avondmaal in hotel. Donderdag 12 september 2019 Deze laatste volle vakantiedag gaat door in Trier. Even voor 9.00 uur komen we samen aan de bushalte. Met een reisbus worden we naar Trier gevoerd. We krijgen er een rondrit langsheen de voornaamste bezienswaardigheden waaronder het Amphitheater, de Kaiserthermen, de Barbarathermen, de basiliek en de Porta Nigra met informatie over de monumenten. We bezoeken ook de Benediktinerabdij St. Matthias. Nadien kan men flaneren in het oude stadscentrum vooraleer de bus ons terugbrengt naar onze verblijfplaats. Avondmaal en gezellige afsluiter van de reis in het hotel. Vrijdag 13 september 2018 Ontbijt, inpakken en terugreis naar huis. Kamers te verlaten voor 11 uur.

5


Prijzen: De prijs omvat: • de entreegelden en/of gidsen van de bezoeken in de beschreven uitstappen van zaterdag tot en met donderdag inbegrepen met uitzondering van de eigen keuze op woensdag. • het dagelijks ontbijt • elke avond een driegangenmaaltijd in het hotel • de verblijftaksen • de 7 overnachtingen Niet inbegrepen zijn de dranken bij de maaltijden, eventuele middagsnacks en vrije museumbezoeken die ter plaatse moeten betaald worden.

Virbo geeft voor zijn leden een tussenkomst van 30 euro per lid. Op basis van dubbelkamer en half pension: per persoon 450 euro / lid Virbo 420 euro. Op basis van single-kamer en half pension: per persoon respectievelijk 530 euro / lid Virbo 500 euro.

Inschrijvingen: Inschrijvingen via rudy.virbo@gmail. com. Daar kan u eventueel ook meer informatie bekomen. We beschikken over een optie van een 10-tal kamers in het hotel tot eind april 2019. Inschrijvingen moeten zo spoedig mogelijk gebeuren en uiterlijk voor 26 april 2019. Kamerkeuze melden bij inschrijving. Kamers

worden toegewezen op basis van inschrijvingsdatum. Inschrijvingen worden pas geldig na storting van een voorschot van 200 euro per persoon op rekeningnummer BE10 4219 1829 1104 van Rudy Sterck met vermelding van naam deelnemer(s) en de mededeling “Virboreis Moezel 2019”. Het saldobedrag dient gestort te worden voor 22 augustus 2019. Annulaties kunnen gratis gebeuren tot 15 augustus, nadien volgens de bepalingen van het hotel.

Meer info? Bel of mail naar Rudy Sterck, de Virboverantwoordelijke voor deze reis. E-mail: rudy.virbo@gmail.com Tel. 053/68 41 75 of GSM 0477 35 50 58

Vijf dingen die je elke dag in de klas moet doen! Als leerkracht lijkt onze tijd zo beperkt. Er is nooit tijd genoeg om alles te doen wat gedaan moet worden. Je maakt elke dag keuzes over wat er gebeurt, en wat uitgesteld moet worden. Maar er zijn vijf dingen die je elke dag moet doen.

Start de dag goed

Take a break

Een goed begin van de dag is het halve werk. Probeer ieder kind te zien. Zorg dat je op tijd in de klas bent als de kinderen binnen komen, zodat je met elk kind even contact kunt maken. Even een vraag, een compliment of een glimlach geeft het kind het gevoel dat het welkom is.

Even pauze. Na een periode van hard en geconcentreerd werken geef ik vaak even de ruimte voor ontspanning. Even kletsen met elkaar, even een dansje of een grappig filmpje, een momentje om wat voor jezelf te doen. Al is het maar tien minuten, daarna kunnen de kinderen weer veel beter aan de slag en zullen ze dit ook sneller gaan doen.

Kring

Reflecteren

Na deze start van de dag ga ik altijd in de kring. In de kring ga ik met de kinderen de dag doorspreken. Wat zijn de lessen voor vandaag. Probeer de leerlingen daar altijd een beetje enthousiast voor te maken. Bijvoorbeeld: “Bij rekenen ga ik een hele speciale som uitleggen en bij natuur gaan we leren over iets wat ik ook nog niet wist.” Kinderen worden daardoor nieuwsgierig en de kans is dan groter dat ze uitkijken naar die les.

Neem op het einde van de dag 5 minuten om te reflecteren op de dag. Je kunt alles met de leerlingen bespreken. Niet alleen wat jij van de dag vond en wat je meeneemt naar de volgende dag. Maar ook zeker wat de kinderen vinden. Dit kan gaan over wat er geleerd is, welke leerdoelen waren er, en hoe is het gegaan. Maar ook over hoe de sfeer in de klas was. Hoe we dat vast kunnen houden als het goed was en hoe we het anders kunnen doen als het wat minder was. Kinderen kunnen dit heel goed.

Voorlezen Voorlezen, het maakt niet uit in welke groep je lesgeeft…. Het is altijd de moeite waard. De voordelen van voorlezen zijn onder meer: kinderen leren welke boeken en schrijvers ze het liefst lezen, voorlezen werkt ook ontspannend en is goed voor de samenhorigheid in de groep, kinderen verschillende schrijfstijlen en genres leren kennen, het is van belang voor de taalontwikkeling en de woordenschat, het kan een aanleiding zijn om met de kinderen te praten over allerlei onderwerpen en het is goed voor de algemene ontwikkeling. Er is niets beter dan die zucht die je hoort als je dat boek voor vandaag sluit… omdat ze willen dat je blijft lezen! Of wanneer

6

ik ze naar elkaar hoor fluisteren, voorspellen ze wat ze denken dat er gaat gebeuren. Ze hebben een leesstrategie beoefend zonder dat jij het vroeg en zonder werkblad.

Dit zijn de vijf dingen die je elke dag kunt doen. Je moet er tijd voor maken soms, maar uiteindelijk levert het je ook wat op. Opmerking: Goed om mee te geven aan onze beginnende leerkrachten maar ook interessant voor meer ervaren leerkrachten die het nut ervan nog niet hebben ontdekt.

Voor u genoteerd, Ferdinand Bostyn Bestuurslid VIRBO


Vliegen spreeuwen naar Afrika? Hun geld wel! Leerlingen van de basisschool De Spreeuwen (Mechelen) zamelden ruim 13.500 euro in. Ze schonken dit woensdag 27 februari 2019 om 9u15 aan weeshuis M’Lisada voor de verdere uitbouw van hun nieuwe basisschool Het zijn volhoudertjes, de kinderen van GO! basisschool De Spreeuwen. Voor het zoveelste jaar op rij schonken ze een groot bedrag, bijeen gesprokkeld tijdens de 38ste editie van hun solidariteitsweek, aan hun kameraadjes in Oeganda. “Tijdens de herfstvakantie hebben we de nieuwe basisschool van weeshuis M’Lisada ingehuldigd. Maar er ontbreken nog zaken. Dus kwamen we opnieuw in actie” zei Tom Resseler, directeur van GO! basisschool De Spreeuwen.

die we helpen, geen volledig onbekenden. We weten ook dat het geld goed terecht komt. We zien het resultaat met eigen ogen”, verklaarde directeur Tom Resseler. Woensdag 27 februari om 9u15 overhandigden de leerlingen het bedrag aan Yves Baes, die het weeshuis M’Lisada in Oeganda vertegenwoordigde. Tom Resseler Directeur GO! Basisschool De Spreeuwen - Mechelen

Het geld gaat naar Afrika. Naar het weeshuis M’Lisada in Oeganda. “Met dit geld kunnen ze hun nieuwe basisschool, die afgelopen herfstvakantie werd ingehuldigd, verder afwerken. Er moeten nog grote regentonnen voorzien worden, zonnepanelen, verdere aankoop van banken en stoelen,… “Onze leerlingen vernemen regelmatig iets van hun leeftijdsgenoten in Oeganda. Dat maakt het enthousiasme voor allerhande klussen om geld mee in te zamelen natuurlijk steeds groter. Het verklaart het succes. Het zijn verre vrienden

7


“Leerkrachten zijn geen wasproducten, mevrouw Crevits” “De kwaliteit van ons onderwijs gaat erop achteruit, en dat is de verantwoordelijkheid van de overheid”, schrijft Peter Van Hove. Hij pleit voor meer ondersteuning en meer professionalisering. “De situatie is niet langer houdbaar, hoeveel alarmbellen moeten er nog afgaan?” Een zoveelste promotiecampagne zal het lerarentekort niet oplossen. Laat ons een kat een kat noemen, mevrouw Crevits. Waarom kiezen jonge mensen vandaag niet meer om leerkracht te worden? Dat is heel eenvoudig. De status van leerkrachten is fors gedaald en wat de overheid hen vraagt, is niet haalbaar en bijgevolg niet houdbaar. En dat laatste doet die status nog meer dalen. We zitten in het spreekwoordelijke straatje zonder einde. We worden sinds geruime tijd geconfronteerd met superdiverse klasgroepen, in de ene school zijn die al wat diverser dan in de andere. Schoolteams hebben er de laatste jaren sterk op ingezet om alle leerlingen goed onderwijs te geven, maar tegelijk zijn heel wat kinderen en jongeren, van zwakkere tot sterke presteerders, te veel op hun honger blijven zitten. Bovendien kiezen de sterkste studenten al lang niet meer om leraar te worden. Dat is en blijft een groot probleem. Bijna iedereen heeft een mening over onderwijs. Dat is niet verwonderlijk, want bijna iedereen is er op een of andere manier bij betrokken; of het nu als lid van een schoolteam, als ouder of grootouder, of als bedrijfsleider is. Enerzijds is het goed dat een thema als onderwijs leeft en dat velen zich betrokken voelen, maar anderzijds worden er ook veel gratuite uitspraken gedaan, waaruit vaak de nuance ontbreekt. Onderwijs zou geen thema mogen zijn waarrond permanent wordt gepolariseerd. Alle kinderen en jongeren hebben recht op het beste onderwijs. En als de kwaliteit van ons onderwijs erop achteruit gaat, dan is dat allerminst de collectieve schuld van alle Vlaamse schoolteams. Het is de verantwoordelijkheid van de overheid om die onderwijskwaliteit Vlaanderenbreed te garanderen. Er is een brede consensus dat er vandaag te veel afkomt op schoolteams. Het water staat leerkrachten aan de lippen. Intussen zetten veel te weinig jongeren de stap om leerkracht te worden. Tijdens deze

8

legislatuur is het aantal inschrijvingen aan lerarenopleidingen fors gedaald. Het aantal ziektedagen stijgt en ook het aantal burn-outs was nog nooit zo hoog. Vervangen van zieke leerkrachten eindigt daarom te vaak in het samenzetten van klassen. Deze situatie is niet langer houdbaar, en knaagt inderdaad aan de kwaliteit van ons onderwijs. Het is zo. Het Vlaamse onderwijs heeft nood aan zuurstof. Het is vijf voor twaalf. Hoeveel alarmbellen moeten er nog afgaan? Is het dan verwonderlijk dat jonge mensen niet kiezen voor onderwijs? Directies moeten kunnen focussen op hun hoofdtaken, en leerkrachten moeten ruimte krijgen om hun passie en energie aan te scherpen. Dat kan alleen met haalbare uitdagingen en extra ondersteuning. Zo zullen niet alleen de kinderen boven zichzelf uitstijgen, maar ook de leerkrachten. Ik zie drie mogelijkheden om het Vlaamse onderwijs extra zuurstof te geven: meer ruimte inbouwen om te professionaliseren, onderwijsassistenten inzetten voor specifieke taken en versterking via de inzet van onder andere psychologen, (ortho)pedagogen, logopedisten en brugfiguren.

Meer professionalisering Uit onderzoek blijkt dat het leereffect bij kinderen en jongeren exponentieel groter is wanneer hun leraren zelf structureel leren. Nochtans hebben scholen – de onderwijsinstelling bij uitstek – doorgaans weinig ruimte om hun teams te professionaliseren. Basisscholen mogen bijvoorbeeld slechts anderhalve dag per schooljaar de school sluiten omwille van een pedagogische studiedag. Waarom krijgen scholen niet de kans om dat aantal op te trekken maar wel te voorzien in opvang voor gezinnen die daar nood aan hebben? Scholen moeten creatiever kunnen omspringen met de organisatie van die studiedagen. Daarenboven moet er meer ruimte zijn om leerkrachten binnen hun opdracht vrij te maken voor nascholing en structureel overleg. Overleg tussen collega’s blijkt overigens een heel positief effect te hebben op de leerprestaties van hun leerlingen. Schoolteams snakken bovendien terecht naar meer ondersteuning. De uitdagingen waarmee ze vandaag worden geconfronteerd zijn torenhoog. Superdiverse klassen maken het noodzakelijk dat schoolteams zowel

kwantitatief als kwalitatief worden versterkt. Ik pleit er daarom voor dat we binnen onderwijs dringend werk maken van ‘onderwijsassistenten’. Dat kunnen mensen zijn die minstens beschikken over een diploma hoger secundair onderwijs, met een grote ‘goesting’ om in onderwijs actief te zijn. Wanneer ze aan een CVO (Centrum voor Volwassenenonderwijs) of lerarenopleiding slagen voor de algemene module ‘onderwijsassistent’ en minstens één specialisatiemodule (zoals bijvoorbeeld begrijpend lezen, spelling, sociale vaardigheden of hoofdrekenen), ontvangen ze een attest waarmee ze aan de slag kunnen. Zo’n onderwijsassistent kan beschikken over verschillende attesten en op die manier zijn kansen op de arbeidsmarkt aanzienlijk vergroten. De modules kunnen worden gefinancierd via opleidingscheques of via het nascholingsbudget van de school. Het volgen van meerdere modules zorgt aan het eind van de maand voor meer loon. Een gelijkaardig systeem kan ook uitgedacht worden voor het secundair onderwijs.

Ondersteuning uit andere disciplines Daarnaast pleit ik ervoor dat schoolteams – veel meer dan dat nu het geval is – worden versterkt door andere disciplines. Het M-decreet haalt kinderen en jongeren weg uit het buitengewoon onderwijs, maar voorziet niet de noodzakelijke ondersteuning in de gewone basisscholen. Ondersteuningsteams – zoals ze vandaag worden ingezet – kunnen niet tegemoetkomen aan alle noodzakelijke onderwijsbehoeften. Leerkrachtenteams verrichten schitterend werk en zijn in de meeste gevallen ontzettend gemotiveerd om kinderen te laten excelleren, maar je kan niet tegelijk de taken uitvoeren van klasleerkracht, opvoeder, logopedist, orthopedagoog, psycholoog en brugfiguur. Uiteraard moeten deze andere disciplines worden gehonoreerd met een aangepaste verloning en moet de wetgever zorgen voor een interessant statuut. Scholen moeten extra ‘lestijden’ ontvangen die enkel kunnen worden aangewend om andere disciplines in te zetten. Ik geloof er sterk in dat deze drie maatregelen oplossingen aanreiken


Onderwijsassistenten invoeren is niet de passende oplossing om schoolteams op korte termijn te versterken. Leerkrachten zullen dan opnieuw positief getuigen over hun beroep. Dat zal er wellicht voor zorgen dat meer ASO-studenten de stap zetten naar onderwijs. Ook het beter betalen van leerkrachten kan bijdragen tot het verhogen van de status van hert beroep. We moeten in ieder geval rekening houden met de economische realiteit dat onderwijs ook op dat vlak een interessante werkgever moet zijn. Ik ben er me ten volle van bewust dat dit een aanzienlijke hap in de onderwijsbegroting betekent, maar het is aan onze volgende regering om prioriteiten te stellen. Willen we het lerarentekort en de kwaliteit van ons onderwijs aanpakken en tegelijk bouwen aan een sterkere samenleving waar alle kinderen en jongeren maximaal presteren? Dan heeft dat financiële consequenties. In het andere geval blijven we schoolteams uitpersen als citroenen en moeten we ons niet langer de vraag stellen waarom jongeren niet meer kiezen voor het mooie beroep van leraar en waarom leerkrachten uitvallen of het voor bekeken houden. Leerkrachten zijn geen wasproducten, mevrouw Crevits. Een promotiecampagne is niet de oplossing. Peter Van Hove Directeur GO! Basisschool Atheneum Denderleeuw

Een assistent die materiaal klaarzet in de klas, helpt met administratie en meegaat op schoolreis. Zo’n extra hulp kan de werkdruk van leerkrachten fors verlichten, pleit het katholieke onderwijsnet. Reactie: “Onderwijsassistenten invoeren is als een slecht doekje voor het bloeden. Het pakt de planlast en de werkdruk niet ten gronde aan”, zegt een vakbond. Hiermee reageert de vakbond op het voorstel van het Katholiek Onderwijs Vlaanderen om via het inschakelen van onderwijsassistenten in de klas de werkdruk voor leraren te verlagen. “Het invoeren van onderwijsassistenten zal aan de immens hoge werkdruk weinig veranderen”, stelt de vakbond. “De taken van een leraar kunnen niet in stukjes worden gehakt. Het verbeteren van taken en toetsen bijvoorbeeld geeft een leraar inzicht in het leerproces dat een leerling doorloopt. Zulke opdrachten kunnen moeilijk uit handen genomen worden. Pedagogische taken horen bij uitstek tot het takenpakket van een leraar. Laat ons daar a.u.b. niet aan raken. Andere administratieve taken kunnen beter opgevangen worden door een uitbreiding van de gehele administratieve omkadering van de school. Afwezigheden noteren, het uurrooster van oudercontacten regelen, bewakingen verdelen… Daar hebben we geen onderwijsassistenten voor nodig.” De vakbond verwijst ook naar voorbeelden in het buitenland, zoals in Nederland, waar schoolbesturen en overheden kiezen voor onderwijsassistenten, omdat ze minder duur zijn dan een goed opgeleide leraar. Het is in de praktijk een goedkope oplossing voor het lerarentekort dat in Nederland erg nijpend is. Ook al beweert Katholiek Onderwijs Vlaanderen ten stelligste dat het niet de bedoeling is om leraren te vervangen, toch zet je met dit voorstel de deur open voor een onderwijs dat niet langer vormgegeven wordt door lerarenteams die autonoom en vrij onderwijzen.

Kinderverzorgers Waar de vakbond wel een kans ziet, is in het uitbreiden van de uren voor kinderverzorgers. In de kleuterklas zijn ze ondertussen een onmisbare, maar nog steeds te weinig aanwezige hulp. Ook in het lager onderwijs kunnen zij een rol opnemen. Bijvoorbeeld voor het doen van speelplaats- en reftertoezicht, verzorging van een leerling die dat nodig heeft. Op die manier kan er ook een einde komen aan de nu al te versnipperde opdrachten van de kinderverzorgers in het onderwijs. SP.A betreurt het opbod van ‘losse voorstellen’. “Iedereen komt nu met zijn of haar los voorstel. Dat heeft weinig zin, want er is een globale aanpak nodig”, zegt onderwijsspecialist Steve Vandenberghe. “Het is alsof je bij een heidebrand beslist om vier extra brandweerlui in te zetten, maar daarmee is de oorzaak van de brand niet aangepakt”, klinkt het. “Wij hebben al langer een plan basisonderwijs klaar met een globale aanpak”, aldus Vandenberghe. Dat er nu verschillende spelers komen met eigen voorstellen is volgen Vandenberghe het bewijs dat er de voorbije vier jaar onvoldoende is gebeurd om de problemen aan te pakken. Uit diverse dagbladen en tijdschriften

Reacties van twee leerkrachten over het invoeren van onderwijsassistenten 1. Ik hoef geen slaafje Juf Barbara geeft les in een Freinetschool in de Gentse multiculturele wijk Rabot. Ze heeft 18 dienstjaren op de teller. Ze is geen voorstander van onderwijsassistenten en ziet meer heil in kleinere klassen of klassen met twee leerkrachten. “Het is onze hoofdtaak er te zijn voor de kinderen, en daarom moet je ze in alle contexten zien. Ook naast de les dus. Onze school is multicultureel, er zijn veel kinderen die in armoede leven, kinderen die een oorlog hebben meegemaakt. Over de middag wordt hier toezicht gedaan door externe toezichters, en dat is een fijne ondersteuning. Maar dat alleen gaat de druk die op de leerkrachten rust niet oplossen. De grote diversiteit in te grote groepen, plus de druk van bovenaf, dat zijn de

9


Wilt u graag de schoolbibliotheek uitbreiden?

Organiseer dan een

HET en BETERE verdien eenKINDERBOEK mooie cent* voor uw school.

*U kunt tot 20% van de opbrengst verdienen!

“De schoolboekenbeurs van Pardoes was een schot in de roos. De leerlingen, ouders en leerkrachten waren erg enthousiast én het bedrag dat we verdienden was veel meer dan we durfden hopen.” De Krinkel - Ruisbroek

Boekhandel Pardoes, IJzerenleen 31 2800 Mechelen T +32 15 71 56 50 koen@boekhandelpardoes.be

www.boekhandelpardoes.be


problemen. Zorg voor kleinere klassen en een gespecialiseerd paramedisch team binnen de school, en laat de overheid wat meer vertrouwen in de leerkrachten tonen. Als ik het cru mag stellen: ik wil geen slaafje. Als het leerlingenaantal per klas niet naar beneden kan, ben ik gewonnen voor de inzet van leerkrachten voor evenwaardige voltijdse co-teaching. Met twee leerkrachten voor een grotere klas. Uit die samenwerking kunnen de leerlingen ook veel leren.”

2. Alle hulp is welkom Petra staat al 25 jaar voor de eerste klas in een basisschool van het OostVlaamse Eke. Dat bijna 40% van de ziektedagen in het onderwijs het gevolg is van stress, depressie of burn-out, verrast haar niet. Ze was vorig jaar zelf enkele maanden ‘out’. “Eén kind dat voortdurend storend gedrag vertoont, was de spreekwoordelijke druppel. Zo’n onderwijsassistent vind ik een goed idee, want nu zitten we met de handen in het haar. We hebben kinderen met leerstoornissen, emotionele problemen, gedragsstoornissen, ADHD. Vroeger had je gewone en moeilijke kinderen. Nu heeft bijna elk kind een zorgprofiel dat we moeten opvolgen. Daarnaast wil het M-decreet alle kinderen in het gewoon onderwijs, wat het nog moeilijker maakt. De draagkracht van onderwijzers wordt zwaar op de proef gesteld. Ik zou het toejuichen om de klassen open te trekken en met twee volwaardige leerkrachten voor de klas te staan. Kan dit niet, dan is de hulp van een onderwijsassistent ook welkom. Kleinere klassen lijkt me geen oplossing. Zit er één moeilijk kind in een kleine klas, dan kom je ook handen te kort. Ook een mening over de invoering van onderwijsassistenten? Bezorg het aan de redactie en jouw bijdrage komt in onze volgende Info-Bas. Redactie Info-Bas: Ferdinand Bostyn – mail naar: ferdinand.virbo@gmail.com

Problemen met leerlingen en ouders doen jonge leerkrachten afhaken Een Amerikaanse lerares werd door een ouder van één van haar leerlingen publiekelijk geschoffeerd. Het was zo erg dat ze die dag onmiddellijk naar huis is gegaan. Ze had al beslist om op het einde van het schooljaar te stoppen met lesgeven, maar na wat ze meemaakte weet ze niet meer of ze het einde wel zal halen. Ouders hebben nog maar weinig respect en hun kinderen zijn dikwijls nog erger. De grootste zorg van de directie is om de ouders tevreden te houden om zo de leerlingen te behouden. Maar op die manier kan ik mijn werk niet correct doen. “Ik heb het echt gehad met het gedrag van sommigen. Een tijd geleden kwam er een ouder bij me die vond dat ik haar zoon niet terecht mocht wijzen voor iets wat hij gedaan had. En die moeder deed dat op een heel onbeleefde manier, voor de ogen van haar zoon.” Een week later zouden de leerlingen hun rapport mee naar huis krijgen en dat beloofde voor de lerares weer een hoop miserie. Bijna de helft van mijn leerlingen had lage cijfers doordat ze een hele reeks taken niet gemaakt hadden. De jongste drie maanden leken de meeste leerlingen en hun ouders er niet veel om te geven, hoewel er wekelijks een verslag was, er e-mails verstuurd werden en er ook geprobeerd is om hen op te bellen. Maar na het meegeven van het rapport komen er waarschijnlijk een hoop telefoontjes en e-mails van woedende ouders, die willen weten waarom hun kind zo laag scoorde. Ook zal mijn directie een verklaring eisen waarom ik zo veel leerlingen lage punten heb gegeven, hoewel ik alles heb gedaan wat ik kon. Ik heb alleen niet zelf hun taken en opdrachten afgewerkt. “Ik ken geen enkel beroep waar mensen zo veel van hun hart inleggen, extra tijd en eigen middelen in investeren en daarvoor een relatief laag loon krijgen. Leerkrachten zijn van de liefste en meest gevende mensen die er bestaan, maar ze worden langs alle kanten respectloos behandeld. De meeste ouders kunnen niet meer dan een paar uur per dag aan met hun kind(eren), terwijl een leerkracht er minimum 8 uur mee doorbrengt en nog vele uren extra werk heeft na de schooluren. Is een beetje beleefdheid en respect dan echt zo veel gevraagd?” Deze lerares vertelt ook hoe het altijd haar droom is geweest om een eigen klas te hebben. “Het breekt mijn hart dat ik in amper twee jaar tijd zo gedesillusioneerd ben geraakt. Maar het is iets dat ik hoor bij veel leerkrachten en heel wat van ons geven er vroegtijdig de brui aan. Als het slecht behandelen van leerkrachten niet stopt, zit er een crisis aan te komen in het onderwijs.” “Mensen moeten ook stoppen met het verwennen van hun kinderen en mogen hen niet overal mee weg laten komen. Het is een probleem dat al bezig is zich door de hele maatschappij te verspreiden. Het is niet eerlijk naar de maatschappij toe, en ook niet voor de kinderen zelf, dat hun ouders ze niet duidelijk maken wat kan en wat niet. Aan kinderen alles toegeven en ze verwennen zal er niet voor zorgen dat ze een gelukkig en succesvol leven zullen hebben.” “Door alles wat ik in die twee jaar heb meegemaakt is alle passie die ik ooit voor mijn werk had, er vakkundig uitgewrongen.” Ik kijk nu uit naar werk waar ik mezelf goed bij voel en waar ik ook voor gewaardeerd wordt.

Reactie van de redactie Amerikaanse toestanden waarvan sommige aspecten, in mindere mate, ook bij ons herkenbaar zijn. Ferdinand Bostyn Bestuurslid VIRBO

11


Gevalideerde toetsen einde basisonderwijs: hefboom voor kwaliteit? Advies van de VLOR over de randvoorwaarden voor gevalideerde toetsen als instrument voor interne kwaliteitszorg op schoolniveau.

zijn wat de toets inhoudt, wat de bedoeling ervan is en hoe achteraf met de ouders gecommuniceerd zal worden over de resultaten.

Sinds vorig schooljaar zijn basisscholen verplicht om op het einde van het zesde leerjaar bij hun leerlingen een gevalideerde toets af te nemen. Ze kiezen hiervoor een toets uit de ‘toolkit gevalideerde toetsen’, die bestaat uit drie sets van toetsen: OVSG-toetsen, proeven (IDP), paralleltoetsen en interdiocesane toetsen.

School als centrale actor

Schoolontwikkeling als doel Scholen gebruiken gevalideerde toetsen, samen met andere instrumenten, voor hun interne kwaliteitszorg. Ze halen er kwantitatieve informatie uit die ze duiden en interpreteren binnen de eigen context. Ze plaatsen deze informatie naast andere informatiebronnen om zo eruit te leren en de informatie te gebruiken in de beleidsvoering en onderwijspraktijk.

Geen ‘centraal examen’ De resultaten van de gevalideerde toetsen mogen niet rechtstreeks leiden tot bepaalde gevolgen voor de leerling, de leraar of de school. Onderzoek heeft de onwenselijke neveneffecten hiervan al veelvuldig aangetoond. De toetsen kunnen dan ook nooit de functie krijgen van een ‘eindtoets’ op basis waarvan leerlingen een bepaald getuigschrift krijgen. Wel kan de toets gebruikt worden als een van de informatiebronnen voor de klassenraad om te beslissen over het getuigschrift basisonderwijs. De Vlor pleit hierbij tot voorzichtigheid omdat het totaalbeeld van het kind centraal moet blijven staan.

Voor alle leerlingen

Voorwaarden om hefboom voor kwaliteit te kunnen zijn Acties onderwijsverstrekkers De toetsontwikkelaars van OVSG en IDP-toets bekijken welke methodieken gebruikt kunnen worden om de resultaten op de toetsen over de jaren heen te vergelijken. Ze werken ook verder aan zinvolle feedback. De onderwijsverstrekkers overleggen over de resultaten van de toetsen. Ze zijn bereid om over hun gezamenlijke bevindingen verder in overleg te gaan met de overheid om zo impact te kunnen hebben op het beleid.

Overheid De overheid op haar beurt moet maatregelen nemen om het beleidsvoerend vermogen van scholen en de deskundigheid van het schoolteams te versterken. Schoolteams moeten goed met de toetsen kunnen werken. Enkel zo zullen de toetsen het interne kwaliteitsbeleid effectief versterken.

Het uitgangspunt is dat alle leerlingen van het zesde leerjaar aan de toets deelnemen. Zo krijgen de scholen een reële spiegel voorgehouden die ook rekening houdt met de evolutie naar een inclusiever en meer divers onderwijs. Dit is het meest leerrijk in functie van de interne kwaliteitszorg. De Vlor wijst er wel op dat het gebruik van gevalideerde toetsen niet op gespannen voet mag staan met redelijke aanpassingen die scholen doen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften in het kader van hun zorgbeleid.

De Vlor vindt het goed dat scholen keuzes hebben in de schoolkit. De regelgeving rond de toetsen moet ook beperkt blijven. Het is de inspectie die controleert of de scholen de toetsen afnemen en hoe ze deze inzetten in hun interne kwaliteitsbeleid.

Communicatie naar de ouders vooraf

De VLOR

Ouders moeten op voorhand goed geïnformeerd worden over de deelname van hun kind aan zo’n toets. Het moet duidelijk

12

De school is eigenaar van de resultaten van de gevalideerde toetsen. De pedagogische begeleiding heeft hierbij een ondersteunende rol. De onderwijsinspectie kan enkel over de gegevens van de toetsen beschikken als de school die zelf ter beschikking stelt.

Digitaal evalueren biedt nieuwe kansen, maar basisscholen zijn hiervoor beperkt uitgerust. De Vlor vraagt extra middelen voor de scholen om de ICT-infrastructuur verder te versterken


U komt toch ook naar VIRBO’S

30ste VIRBO-HAPPENING MET DIDACTISCHE BEURS dinsdag 26 maart 2019

WIJ VERWACHTEN • Alle directeurs basisonderwijs, beleidsmedewerkers, zorgcoördinatoren, ICT-medewerkers en geïnteresseerde leerkrachten. • Alle directeurs buitengewoon onderwijs, beleidsmedewerkers, zorgcoördinatoren, ICT-medewerkers en geïnteresseerde leerkrachten. • Alle directeurs secundair onderwijs. • Alle codi’s en dico’s. • Alle Algemeen directeurs. WAAR TECHNOPOLIS Technologielaan 1, 2800 Mechelen DEELNAMEPRIJS TOTAALPAKKET: Niet leden: 25 euro, VIRBO-leden: 15 euro

(Inkom - koffie - beurs - workshops - tombola + tapasmaaltijd en dranken)

INSCHRIJVEN tot en met 19 maart 2019 via de website www.virbo.be Vermelden: naam en postcode van de school

NOTEER NU AL DE DATUM MET STIP IN UW AGENDA!

KOPPEN.BE

A PROGRAMM HE BEURS D DIDACTISC DOORLOPEN Vanaf 09u00: hrijving onthaal + insc

09u30: Willem de voorzitter Welkom door Mestdagh 0: 09u40 - 12u0 hops en a STEM, works em th al ra cent echelen spreker uit M

12u10 - 12u20: biljet enen tombola afsluiten indi 0: 12u30 - 13u3 dranken + aangepaste jd lti tapasmaa 0: 13u30 - 15u0 administratie de n va Nieuws ijs basisonderw 15u00: laprijzen Afhalen tombo

Industriepark Brechtsebaan 22, IZ4 2900 Schoten Tel: 03/680.12.34 E-mail: info@koppen.be www.koppen.be

Zitbanken

Kapstokken Afval sorteren

Kinderfietsenrekken

Koppen.be biedt wat uw school nodig heeft!

Neem zeker eens een kijkje op onze webshop voor promo’s en nog meer artikelen!

www.koppen.be/webshop

13


SIZE DOES MATTER: het

135” i3BOARD

135”

LASER projector zonder lamp!

heldere beelden droogwisser

E NIEUWDCLOU ARE SOFTW

i3LEARNHUB

>> Nieuwe generatie cloudsoftware voor digibordlessen en samen-werkend spelen

Anytime. Anywhere. Any device!  Samenwerking tussen bord en tablet

 Gepersonaliseerde instellingen

 Samenwerkend lesgeven en leren

 Groot aanbod kant- en klare inhoud

 Eenvoudig en gebruiksvriendelijk

NOOIT MEER EN TT STILZI

iMO-LEARN

>> Maak kennis met bewegend leren

iMO-LEARN hertekent de manier waarop wij leren en zorgt voor een revolutionair nieuwe leerervaring. Vanaf nu leren we niet meer door stil te zitten maar wel door te bewegen. “We’re moved by learning!”

vraag vrijblijvend een demo van een van onze vertegenwoordigers! SCHOOLMEUBILAIR, AUDIOVISUELE OPLOSSINGEN, ADVIES, TRAINING, INTERACTIEVE PROJECTOREN, HUURKOOP, SMART, LED LCD I3TOUCH,...

Surf naar www.vanerum.be voor meer informatie T +32 (0)70 222 600 -

INFO@VANERUM.BE -

WWW.VANERUM.BE


Infodagen Preventie en Bescherming 2019 Elk jaar organiseren de Gemeenschappelijke preventiedienst en de Pedagogische begeleidingsdienst 3 netwerkdagen. Deze infodagen zijn ook een terugkomdag voor de cursisten van de basisopleiding veiligheid, HL en EPOS. Experten delen hun kennis en ervaring over thema’s waarmee onderwijsmedewerkers begaan zijn. Men kan na het plenair deel deelnemen aan 2 infosessies, te kiezen uit 6 thema's. De vertrouwenspersonen kunnen de (jaarlijks verplichte) intervisie volgen (voormiddag én namiddag). Doelgroep: contactpersonen, vertrouwenspersonen, internaatbeheerders, directeurs, algemeen directeurs, TA(C)’ers, infrastructuurmedewerkers Datums en locaties 19/03/2019: in het VAC te Gent (nabij het station, bus- en tramhalte) 29/03/2019: in het voetbalstadion van KRC Genk (nabij bushalte) 25/04/2019: in het Huis van het GO! te Brussel (nabij het station en bushalte) Meer info en inschrijven via: http://pro.g-o.be/kalender/ detail/4361/7756 Het programma: Vanaf 9.20 u tot 10 u: onthaal met koffie/thee. Van 10 u tot 10u05: welkomstwoord door Guy Linten, preventieadviseur-coördinator Van 10u05 - 10u50: plenair gedeelte Stemergonomie in het onderwijs door Prof. Dr. Timmermans Bernadette, logopediste, docent Radio, IDLO/stempreventie en stemcoach bij de VRT 11 u tot 12.30 u: Infosessie naar keuze:

• Werken met ladders en stellingen Werken op hoogte blijft een belangrijke risico waarbij regelmatig ernstige arbeidsongevallen voorkomen. Op de juiste manier de werkzaamheden voorbereiden en uitvoeren is cruciaal om de kans op ongevallen te beperken. Hoe moeten ladders en rolstellingen juist worden opgesteld en wat zijn de aandachtspunten bij het gebruik van deze middelen. Tijdens deze workshop wordt aangegeven welke items moeten opgevolgd worden om ladders en stellingen op een veilige manier te gebruiken. Niet enkel theoretische elementen worden besproken, maar vooral de praktische aspecten worden toegelicht, zodat deelnemers een beter inzicht krijgen bij het hanteren van verschillende typen ladders en stellingen.

• Wegwijs GO! PRO Preventie De professionele website van de preventiedienst wordt steeds vaker gebruikt door zowel internen als externen en is volledig afgestemd op de werking van de gemeenschappelijke preventiedienst van het GO!. Op de website vindt u heel veel informatie, sjablonen, documenten, procedures, formulieren die de dagelijkse werking van de contactpersonen, directies,… kan vergemakkelijken. Deze sessie biedt u de mogelijkheid om de website te ontdekken zodat u er optimaal gebruik van kan maken.

• Van aankoop tot indienststelling Rond “aankoopprocedure” komen er geregeld vragen binnen over de inhoud en hoe we omgaan met deze procedure. Binnen deze sessie zullen we op een praktische manier de procedure vormgeven i.f.v. 6 onderstaande aankopen waarvoor deze procedure werd opgenomen. • arbeidsmiddelen • collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen • beschermingsmiddelen tegen brand • werkkledij • gevaarlijke producten • speeltoestellen

• Periodieke controle en keuringen Keuringen en periodieke controles voeren we uit om risico’s te vermijden of om schade aan personen en/of machines te vermijden of te beperken. In sommige gevallen kunnen ze door eigen personeel uitgevoerd worden, in andere complexere contexten is een expert(en) nodig. De externe controleorganismen leveren na het onderzoek officiële documenten af waarin hun analyse en/of advies staat. In deze module krijg je een overzicht van de interne en externe opvolging die voor de onderwijssector van toepassing zijn. Tevens overlopen we waar en hoe je de documenten (verslagen, adviezen, controlelijsten, attesten,…) kan bijhouden en tonen wanneer bijvoorbeeld de Onderwijsinspectie, FOD WASO of FOD Economie dit opvraagt. Voorbereiding: kies een keuringsdocument of controledocument van je onderwijsinstelling en breng een kopie mee naar de infodag.

• Voedselveiligheid in het onderwijs U stelt vast dat in uw school dranken ter beschikking zijn, snoep, fruit, soep of zelfs maaltijden al dan niet ter plaatse bereid en u vraagt zich af wat uw school dan te maken heeft met het Federaal Voedselagentschap? Hoe zorg ik er voor dat de voeding steeds veilig is? Mogen we in onze refter eten - klaargemaakt door ouders - opwarmen? Welke wettelijke verplichtingen zijn er? Welke hulpmiddelen en informatiekanalen zijn er en wat is HACCP? En hoe zit het met allergenen in onze onderwijsinstellingen? Dit zijn enkele vragen die tijdens de infosessie worden beantwoord door een expert van het FAVV. Hebt u nog andere vragen? Breng deze dan zeker mee of stuur ze ons vooraf (preventie@g-o.be). Voor de geattesteerde vertrouwenspersonen wordt een intervisie georganiseerd:

• Intervisie voor nieuwe vertrouwenspersonen – deel 1 Heb je al eens gesprekken gehad als vertrouwenspersoon, waarbij je twijfelde over je advies? Zit je soms met vragen over je rol als vertrouwenspersoon? Ben je voldoende vertrouwd met de interne procedures in het kader van psychosociale risico’s op de werkvloer? … Het supervisiemoment georganiseerd tijdens de preventiedagen is de uitstekende gelegenheid om al je vragen te stellen, maar ook bij te leren van andere collega-vertrouwenspersonen binnen de Scholengroepen. Samen met de preventieadviseur psychsociale aspecten van spmt arista gaan jullie als groep op pad!

15


by IDEMAX, made in Belgium


12u30 tot 13u30: middaglunch 13.30 tot 15 u: namiddagsessie • Werken met ladders en stellingen • Wegwijs GO! PRO Preventie • Periodieke controle en keuringen • Van aankoop tot indienststelling • Voedselveiligheid in het onderwijs • Intervisie voor Vertrouwenspersonen (met ervaring/ voorkennis) - deel II • Intervisie voor Vertrouwenspersonen (zonder ervaring of voorkennis) - deel II Gemeenschappelijke preventiedienst en de Pedagogische begeleidingsdienst GO!

Fouten die je niet moet maken als (beginnend) leerkracht Elk schooljaar gaan er weer veel net afgestudeerde leerkrachten aan de slag. Gelukkig maar, want er is een groot tekort aan leerkrachten. In dit artikel gaan we in op fouten die je kunt maken als (beginnend) leerkracht. Ze zijn zo snel gemaakt, fouten die je niet meer terug kunt draaien.

Telefoonnummer, gsm-nummer Geef nooit je telefoon- of gsm-nummer aan een ouder. Ouders kunnen je bereiken op het e-mailadres of op Smartschool van de school. Ze kunnen de school ook bellen en vragen om ze terug te bellen. Je bent een professional en moet je werk en privé gescheiden houden.

Stemgebruik Tenzij de klas in brand staat moet je zeker niet tegen je leerlingen gaan schreeuwen. Probeer andere manieren om de aandacht van de kinderen te krijgen. Als je even naar diegene die je wilt aanspreken toe stapt en rustig toespreekt is dit veel effectiever.

Ziek zijn Een veel voorkomende misvatting bij leerkrachten is dat de klas niet verder kan als jij er niet bent. Ikzelf maak ook nog steeds deze fout, en ga toch naar school ook al zou ik mij eigenlijk ziek moeten melden. En toch gaat de school wel verder zonder jou. Ook dat heb ik al wel meerdere keren meegemaakt. Dus… ben je ziek? Meld je dan gewoon ziek. De kinderen hebben er niets aan als jij niet fit voor de klas staat.

Plannen Plannen is in het begin altijd lastig en zal ook echt niet altijd goed gaan. Het is in het begin altijd lastig om in te schatten hoe lang bepaalde activiteiten in beslag zullen nemen. Het komt dan vaak voor dat je tijd ‘over’ of ‘tekort’ hebt. Heb je tijd over, zorg er dus altijd voor dat je extra activiteiten achter de hand hebt. Een klas die niets te doen heeft kan behoorlijk lastig worden. En heb je iets gepland dat wat te lang duurt? Geen probleem, gewoon de volgende dag verder afwerken als dit mogelijk is.

Sociale Media Tegenwoordig zijn sociale media, zoals Facebook, Instagram enz. de normaalste zaak van de wereld. Bedenk als leerkracht heel goed hoe je hiermee omgaat. Ouders, maar ook kinderen kunnen alles zien wat jij plaatst. Zorg er dus voor dat je accounts privé zijn. En ook hier geldt weer, net als met je telefoon- gsm-nummer, bedenk goed welke vriendschapsverzoeken je bevestigt. Leerkracht zijn is een ontzettend leuk, maar ook een lastig beroep. Je kunt niet even een handleiding erbij halen hoe met elk kind om te gaan. Vraag raad of hulp aan je collega’s, en leer door te doen. Positieve maar ook negatieve ervaringen opdoen is een zeer belangrijke leerschool. Marjan Dewaal Onderwijzer

17


Een school vinden is lijdensweg voor Nederlandstalige gezinnen in Brussel

Vlaanderen voorziet meer dan twintig procent van het Brusselse onderwijsaanbod, maar bij minder dan tien procent van de Brusselse kinderen wordt thuis Nederlands gesproken. Het is echt onbegrijpelijk dat de zoektocht naar een school een lijdensweg is voor Nederlandstalige gezinnen. Vlaanderen investeert miljoenen in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Toch is er een chronisch capaciteitstekort door het succes van dit onderwijs bij Frans- en anderstalige Brusselaars. Alhoewel de kinderen van Vlaamse gezinnen stilaan een bedreigde minderheid zijn, vinden zij soms geen plaats in een Nederlandstalige school. En elke poging om deze kinderen een plaats in het Nederlandstalig onderwijs te garanderen, wordt geboycot door de Franstaligen. En dat met steun van de Brusselse Open VLD, SP.A en Groen. Zullen in Vlaanderen weer gezinnen moeten kamperen om hun kinderen in te schrijven in de school van hun keuze? Daar ziet het er naar uit nu in Brussel een belangenconflict is ingeroepen tegen het nieuwe Vlaamse inschrijvingsdecreet. Wat bezielt de Franstalige Brusselaars om dit decreet in de koelkast te zetten. Jaarlijks investeren Vlaanderen en de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC) miljoenen in de bouw van Nederlandstalige scholen in Brussel.

18

Ondertussen voorziet Vlaanderen zelfs meer dan twintig procent van het Brusselse onderwijsaanbod. Nochtans zijn de kinderen van de Vlaamse gezinnen in het Brusselse Nederlandstalig onderwijs een bedreigde minderheid geworden: in 2013-2014 werd er maar bij 8,8 procent van de kleuters thuis Nederlands gesproken. Voor de leerlingen in het lager onderwijs was dat 9 procent. Het is dan ook totaal onbegrijpelijk dat de zoektocht naar een goede Nederlandstalige school voor gezinnen, die als moedertaal het Nederlands hebben, in Brussel een lijdensweg is door ‘een gebrek aan capaciteit’. Maar het Nederlandstalig onderwijs heeft een gigantische aantrekkingskracht bij Frans- en anderstalige Brusselaars. Hierdoor ontstaat er inderdaad een capaciteitsgebrek dat zelfs ‘chronisch’ kan genoemd worden, want ondanks massale investeringen, blijft het gebrek nijpend door een steeds stijgende vraag. Om ervoor te zorgen dat Nederlandstalige gezinnen toch een plek krijgen in het Nederlandstalig onderwijs, werd enige jaren geleden een voorrangsregel voor ‘Nederlandskundigen’ ingevoerd. Het gaat niet enkel om moedertaalsprekers, maar ook om gezinnen waarvan één ouder kan aantonen een bepaald niveau van het Nederlands te beheersen. Ondanks deze voorrangsregel bleven er Vlaamse gezinnen uit de boot vallen. Vandaar

dat de Vlaamse regering besloot om het voorrangspercentage te verhogen via het nieuwe inschrijvingsdecreet van 55% naar 65%. Met een mooi cadeautje voor de Franstaligen, namelijk een voorrang van vijftien procent in het secundair onderwijs voor leerlingen die hun basisonderwijs in het Nederlandstalige onderwijs volgden. Maar de verhoging van het voorrangspercentage van Nederlandskundigen was buiten de waard gerekend, namelijk de Franse Gemeenschapscommissie (FGC), die tegen dit decreet een belangenconflict heeft ingediend. De Franstaligen worden in Brussel verwend door de Vlaams-Brusselse meerderheid, die al lang als prioriteit heeft om de Vlaamse instellingen in Brussel zoveel mogelijk ten dienste te stellen van de Frans- en anderstalige Brusselaars, zelfs als dit ten koste gaat van de weinige Nederlandstaligen. Ook op het vlak van de voorrangsregel worden de anti-Vlaamse démarches van de FGC consequent geruggesteund door de Vlaams-Brusselse Open VLD, SP.A en Groen. Deze gingen zelfs zover om vanuit Brussel resoluties ten aanzien van Vlaanderen te stemmen die tot gevolg hebben dat de voorrangsregel afgeschaft zou worden. Op populistische wijze wordt de voorrangsregel onjuist gekwalificeerd als ‘discriminatie’ en Groen slaagde er zelfs in om de verdedigers van de


voorrangsregel uit te schelden voor ‘racisten’. Van enige empathie voor de lijdensweg van de weinige Vlaamse gezinnen in Brussel die een goede school willen voor hun kinderen in hun moedertaal, is geen sprake. Zelfs geruggesteund door de VlaamsBrusselse meerderheidspartijen geeft deze démarche opnieuw blijk van een voortdurende tegenwerking vanwege de Franstaligen. Dat het Nederlandstalig onderwijs zoveel succes heeft bij Frans- en anderstalige Brusselaars heeft immers vooral te maken met het falen van het Franstalig onderwijs. Nog geen tien procent van de leerlingen die naar een Franstalige school gingen, beweren goed tot uitstekend Nederlands te kennen. En er is niet echt beterschap in het vooruitzicht. En dit terwijl je in Brussel Nederlands moet kennen om meer kans te maken op een job. Het capaciteitsgebrek in het Nederlandstalig Brussels onderwijs is dus een rechtstreeks gevolg van het feit dat de Franse Gemeenschap onvoldoende inspanningen levert om haar leerlingen de tweede landstaal aan te leren. De gedachte dat het Nederlandstalig onderwijs ervoor zorgt dat Brussel Nederlandser wordt is relatief: de achteruitgang van het Nederlands in het Franstalig onderwijs is vele malen hoger dan de vooruitgang van het Nederlands die het Nederlandstalig onderwijs realiseert in Brussel. Maar wat nu? Feit is dat deze situatie onhoudbaar is. Met alle goede wil van de wereld kan je niet blijven verdedigen dat Vlaanderen miljoenen blijft investeren in Nederlandstalig onderwijs in Brussel als enerzijds de minder dan tien procent Vlamingen in Brussel geen plaats vinden in dit onderwijs en anderzijds de meerwaarde op vlak van kennis van het Nederlands bij de Brusselaars een druppel in de oceaan blijft door uitblijvende Franstalige inspanningen. In het belang van Brussel is het hoog tijd dat die situatie grondig aangepakt wordt. Liesbeth Dhaene Brussels Volksvertegenwoordiger

Owen (11j) is jongste programmeercoach van Vlaanderen “Owen leerde zelf lezen op pc” GO! Basisschool De Pannebeke kreeg een provinciale subsidie om samen met buurthuis Sint-Jozef en CoderDojo Belgium workshops rond digitale vaardigheden te organiseren. De school mikt hiermee ook op kinderen uit kansarme gezinnen, die zo een beentje voor krijgen in een digitale wereld. Owen Hillewaert is met zijn 11 jaar bovendien de jongste CoderDojo-coach van Vlaanderen. Digitale vaardigheden worden tegenwoordig almaar belangrijker, en dus wil de school uit Sint-Jozef kinderen al op piepjonge leeftijd de eerste stapjes in het programmeren bijbrengen. Via het computerprogramma Scratch leren ze alles over websites, stap voor stap apps en spelletjes ontwikkelen en aan de slag gaan met robots. CoderDojo heet dat. “Onze school is altijd al een beetje een voorloper geweest. Eerst in het STEMonderwijs, nu ook in het digitale. En in een buurt met relatief veel kansarmoede, willen we die expertise graag delen met de buitenwereld” zegt directeur Cindy Cottenjé. Eén keer per maand, telkens op zaterdagvoormiddag, organiseert de school in samenwerking met het buurthuis Sint-Jozef een gratis CoderDojo-sessie – in clubverband of ‘dojo’s. Iedereen is welkom. Ook kinderen die hier niet op school zitten kunnen die sessies komen volgen. In een maatschappij die in sneltempo verandert, is het belangrijk dat ook kinderen die van thuis uit minder kansen krijgen, de boot van de digitale vooruitgang niet missen. De sterkte van ons project is de diversiteit en de interactie die vanuit een gemeenschappelijke interesse ontstaan. Tijdens die sessies leert iedereen van elkaar. De school heeft een geheim wapen: Cindy’s 11-jarige zoon, Owen, is een krak in CoderDojo. “Owen is eigenlijk al een computernerd van in de wieg. Hij heeft zichzelf leren lezen op pc” glimlacht ze. Hoewel de instapleeftijd om CoderDojo-coach te worden 18 jaar is, geeft de jongeman iedereen het nakijken. “Het is zelf zover gekomen dat we soms bij hem te rade moeten gaan.” CoderDojo prikkelt de creativiteit van de kinderen en dat, volgens Cindy, op een grenzeloze manier. “Dat is er eigen aan, want wat de kinderen vandaag leren in de klas, is morgen alweer voorbijgestreefd. Met CoderDojo worden ze daarom van jongs af aan getraind en continu geprikkeld om nieuwe dingen te leren ontdekken.” Tijdens de workshops gaan ze aan de slag met het programma Scratch. “Je kunt er zelf games en apps mee ontwikkelen, filmpjes en GIF’s, een digitale strip of quiz... Hier op school maakten we er ook al wenskaartjes mee voor de ouders. Je kunt eindeloos creatief zijn?” Owen maakt deel uit van een community waarin hij samen met z’n vrienden aan projecten werkt. Een van zijn GIF’s, de ‘smiley duck’, is nog altijd razend populair en president Trump is de kop van jut. Ondertussen werd die GIF al meer dan 1.000 keer bekeken en 45 keer geremixt. “Veel van die remixes worden vervolgens ook weer geremixt, het geheel vormt dan een boom waarvan het origineel de stam vormt”, legt Owen zelf uit. CoderDojo is volgens Cindy een beetje wiskunde. “Voor kinderen is dit veel leuker leren dan leren via de traditionele schoolse manier. Niet volgens het boekje maar spelenderwijs. Dingen gewoon onder de knie krijgen door het te doen.” Cindy Cottenjé Directeur GO! Basisschool De Pannebeke (Brugge) 050/33 75 30 - 0473/84 69 58

19


www.helico-licht.be

Speelplaatsoverkapping / PrĂŠaux T 016/60 22 41 - Kruineikestraat 113, 3150 Haacht

20

Helico.indd 1

2/02/12 10:09


ICT-integratie in Vlaamse scholen groeit Gemiddeld is er één pc, laptop of tablet beschikbaar per 4,1 leerlingen in het lager onderwijs. In het middelbaar is dat 1 toestel per twee leerlingen. Dit blijkt uit de Monitor voor ICT-integratie van het Vlaams onderwijs. Gemiddeld staan er in het gewoon lager onderwijs nu 21 laptops, 29 desktops, 12 tablets en 3,5 chromebooks, of één toestel per 4,1 leerlingen. In het buitengewoon lager onderwijs is er 1 laptop en desktop beschikbaar per 2 leerlingen. Ook het gewoon secundair onderwijs beschikt over een groot computerpark. Gemiddeld zijn er 212 desktops, 55 laptops, 27 tablets en meer dan 10 chromebooks beschikbaar. Daarmee is in het middelbaar gemiddeld één device per 2 leerlingen beschikbaar. Het onderzoek stelt vast dat scholen er qua ICTintegratie op vooruit gaan, zij het iets te traag.

Infrastructuur Aan computerparken en infrastructuur ligt dat alvast niet. De meeste scholen hebben genoeg toestellen, en die zijn meestal ook al op het (draadloze) internet aangesloten. Wel is een groot deel van het computerpark verouderd, vooral in het lager onderwijs en het buitengewoon secundair onderwijs. Het onderzoek stelt vast dat het vooral desktops zijn, die vier jaar of ouder blijken te zijn, en dat die steeds vaker vervangen worden door mobiele toestellen. De desktops in de typische computerklassen gaan ook naar beneden, hun aandeel bedraagt nog 44% van het computerpark. Daarnaast hebben scholen ook duidelijk geïnvesteerd in randapparatuur. Zo beschikken bijna 92% van de lager scholen over projectoren (gemiddeld bijna 6 per school). 89% van de scholen heeft meerdere digitale fototoestellen ter beschikking en 93,3% beschikt over digitale borden. In het gewoon secundair onderwijs zijn digitale borden ook aan een stevige opmars bezig. Van 29,6% in 2007 naar 78,9% in 2018.

Software Vooral in het secundair onderwijs en in het buitengewoon onderwijs wordt ICT nu vaker ingezet, bij lesvoorbereiding of communiceren met leerlingen en collega’s bijvoorbeeld. In de klas zelf worden de toestellen voornamelijk gebruikt voor presentaties, remediëring en differentiatie, waarbij leerlingen dus een persoonlijker pakket krijgen.

Policy 99,6% van de lagere scholen en 98,6% van de secundaire scholen hebben een website. Een kleine meerderheid van de scholen heeft ook een social media policy. Daarbij is vooral aandacht voor cyberpesten, gedrag online, communicatie met derden. Omgaan met sexting komt dan weer veel minder aan bod. Scholen zeker in het secundair – hebben ook actieve accounts op sociale media – 97,6% in het secundair. Al die integratie zet wel meer druk op de ICT-coördinator. Die krijgt meer technische taken omdat er nu eenmaal meer software, hardware en randapparatuur te beheren valt. Daardoor is er helaas nu minder tijd voor pedagogische ICTondersteuning. Reactie van de redactie: Goed nieuws! Er is heel wat ICT-materiaal aanwezig in onze scholen: desktops, laptops, digitale borden, software enz. En dit materiaal wordt ook in voldoende mate gebruikt door leerkrachten en leerlingen. Minder goed nieuws is dan weer dat, vooral in het basisonderwijs, heel wat van het ICT-materiaal verouderd is. Hoe zou dat komen? De snelle ontwikkelingen binnen ICT zorgen ervoor dat nieuw materiaal en software al na twee jaar verouderd zijn. En scholen hebben niet de financiële mogelijkheden om na twee drie jaar hun computerpark en/of aangepaste software te vernieuwen. Inderdaad ICT kost handenvol geld en dat is er, zeker voor de basisscholen, niet. Het is dus roeien met de riemen die we hebben wat betekent dat er heel wat tweedehands en referbished toestellen aangekocht worden. Op die manier lopen onze scholen voortdurend achter op de laatste ICT-ontwikkelingen. Werk aan de winkel dus voor het onderwijsbeleid! We hopen allemaal dat, als het plan basisonderwijs ooit uitgevoerd wordt, er eindelijk meer financiële armslag komt voor het basisonderwijs. Pas dan kan men streven naar een actueel en performant ICT-beleid. Ferdinand Bostyn Bestuurslid VIRBO

21


Welzijn op het werk: wat en wie? 1. Welzijn en preventie In elke werkomgeving, dus ook in jouw onderwijsinstelling, moeten werkgever, leidinggevenden en personeel aandacht hebben voor welzijn, veiligheid en gezondheid. Centraal staat de risicopreventie: via collectieve en individuele maatregelen risico’s vermijden, uitschakelen of de impact ervan inperken. Opleiding en sensibilisering zijn daarbij heel belangrijk.

Wetgeving over welzijn op het werk Zowel Europese als federale en Vlaamse regelgeving vormen de wettelijke basis. Richtinggevend is de federale wet over welzijn op het werk. Die zogenaamde welzijnswet en de bijhorende uitvoeringsbesluiten zijn ook van toepassing op alle schoolbesturen, de leden van de schoolteams en zelfs een groot deel van de leerlingen, cursisten en studenten. Meer informatie vind je op Federale overheid – Reglementering van het welzijn op het werk.

2. Wie is wie in de zorg voor je welzijn? Heel wat mensen in je onderwijsinstelling zorgen op een of andere manier voor je welzijn op het werk.

Het school- of centrale bestuur Op de eerste plaats staat het school- en centraal bestuur, dat het welzijnsbeleid in je onderwijsinstelling moet uitwerken en (laten) uitvoeren. Het is de hoofdverantwoordelijke voor een doeltreffende preventie Om de veiligheid, gezondheid en welzijn in je onderwijsinstelling te waarborgen, moet het bestuur: • Een dynamisch risicobeheersingssysteem opstellen • Informatie en opleiding geven • Een interne dienst voor preventie en bescherming (IDPB) oprichten

22

• Een externe dienst voor preventie en bescherming (EDPB) aanstellen • Het onderwijspersoneel raadplegen Om die doelen te realiseren moet het bestuur een beroep doen op:

De hiërarchische lijn De hiërarchische lijn moet in je onderwijsinstelling het uitgestippelde welzijnsbeleid uitvoeren. Ze houdt ook toezicht. Het begrip hiërarchische lijn slaat op alle niveaus binnen de hiërarchie van je onderwijsinstelling: schoolbestuur, directeur, technisch adviseur (TA), technisch adviseur-coördinatie (TAC), praktijkleerkracht… behoren allemaal tot de hiërarchische lijn zoals bepaald in de welzijnswet.

De dienst voor interne preventie en bescherming op het werk (IDPB) De interne dienst voor preventie en bescherming op het werk helpt het bestuur, de leden van de hiërarchische lijn, de directies en de collega’s bij de toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen. Meer informatie vind je op Federale overheid – Diensten voor preventie en bescherming op het werk.

De preventieadviseur De preventieadviseur helpt het bestuur van je onderwijsinstelling bij het uitvoeren van het welzijnsbeleid. Hij adviseert, controleert, coördineert, analyseert… De preventieadviseur moet voldoende kennis bezitten over: • De welzijnswetgeving van toepassing in de eigen organisatie • De technische en wetenschappelijke aspecten van zijn opdracht Een specifieke aanvullende vorming is vereist.


Vertrouwenspersoon De vertrouwenspersoon werkt samen met de preventieadviseur rond psychosociale aspecten in de bestrijding van geweld, pesterijen en ongewenst seksueel gedrag op het werk. De vertrouwenspersoon zorgt voor de opvang van personeelsleden die menen daarvan slachtoffer te zijn, en helpt hen met het zoeken naar oplossingen. De aanwezigheid van een vertrouwenspersoon in een onderwijsinstelling is niet wettelijk verplicht. De wetgever beveelt het wel sterk aan, vooral in onderwijsinstellingen waar de preventieadviseur behoort tot de externe dienst voor preventie en bescherming op het werk.

Het basiscomité Scholen van het GO! Hebben een basiscomité, dat de taken van preventie en bescherming op zich neemt.

De externe dienst voor preventie en bescherming op het werk (EDPB) Het school- of het bestuur van de scholengroep kan een beroep doen op een externe dienst voor preventie en bescherming op het werk als aanvulling op de eigen interne dienst. De externe dienst bestaat uit deskundigen in arbeidsveiligheid, arbeidsgeneeskunde (de preventieadviseur-arbeidsgeneesheer), ergonomie, bedrijfshygiëne, psychosociale aspecten van het werk. Er zijn verschillende externe diensten waarbij een schoolbestuur kan aansluiten. Je kan de namen adressen en bevoegdheden van de erkende diensten vinden op Federale overheid – Erkenning: Externe Diensten voor Preventie en Bescherming op het werk.

3. Hoe meld je een probleem Problemen met welzijn en bescherming op het werk (de verwarming die niet werkt, een losgekomen stopcontact, ongewenst gedrag, lekkende kraan …) aan: • Je directeur • De preventieadviseur • Een vakbondsafgevaardigde • De vertrouwenspersoon Meer informatie: - de algemeen directeur van de scholengroep - de preventieadviseur - de vertrouwenspersoon - de website van de Federale overheid – welzijn op het werk Voor u samengevat, Ferdinand Bostyn Bestuurslid VIRBO

Bijna 1.500 vacatures voor leerkrachten in Vlaanderen Er is een groot tekort aan leerkrachten in Vlaanderen. Begin januari ‘19 waren er maar liefst 1.500 openstaande vacatures in het onderwijs. Dat zijn er dubbel zoveel als tijdens dezelfde periode vorig jaar. Het lerarentekort in Vlaanderen is niet nieuw en dreigt de komende jaren nog nijpender te worden. Zo moet Vlaanderen tegen 2024 jaarlijks op zoek naar zo’n 5.000 tot 7.000 leerkrachten. Het aantal openstaande vacatures loopt op tot 453 in het basisonderwijs en 971 in het secundair onderwijs. Het beleid ziet verschillende mogelijke oorzaken van het hoge aantal openstaande vacatures. Er zijn meer leerlingen, dus zijn er ook meer leraren nodig. Ook zien we het aantal studenten in de lerarenopleidingen verder dalen. Er komen dus niet meer nieuwe leerkrachten bij. Nog een reden is dat de economie het beter doet, waardoor er naast het onderwijs nog veel interessante werkkansen zijn. Minister van Onderwijs, Hilde Crevits, plant in 2019 een campagne om de positieve kanten van het onderwijs in de kijker te zetten. Zo hoopt ze meer studenten te stimuleren om leerkracht te worden. We hebben inderdaad voldoende gemotiveerde leerkrachten nodig die bereid zijn om les te geven en die dit ook graag doen. Gelukkig studeren er elk jaar toch nog een aantal leerkrachten af, maar zeker in de STEMrichtingen is er een ernstig tekort. Via de vernieuwde lerarenopleiding is het mogelijk om vanaf het eerste jaar aan de universiteit te kiezen om leraar te worden. Hopelijk zal dit jongeren stimuleren om ook voor het beroep van leerkracht te kiezen. Reactie van de redactie: Ik vrees dat een ‘promotiecampagne’ niet zal volstaan om het lerarentekort op te lossen. Het beroep moet in de eerste plaats aantrekkelijker gemaakt worden. Hoe dat zou moeten gebeuren? Daarover wordt al jaren gepalaverd. Over vermindering van de werkdruk en de planlast is al oeverloos gedebatteerd, er werd een grootschalig onderzoek naar de tijdsbesteding van leerkrachten gehouden en afgerond, voorstellen werden gelanceerd maar echt concrete en echt werkende maatregelen zijn er nog bijlange niet. Alle hoop is nu gericht op het fameuze toekomstplan voor het basisonderwijs. Daar is echter een bedrag van om en bij de 1,8 miljard euro aan verbonden of zoals het wordt voorgesteld, 180 miljoen extra per jaar en dit gedurende de tien volgende jaren, en dat is dan nog maar voor het basisonderwijs alleen. Het zal voor de volgende minister van onderwijs een hele heksentoer zijn om dat door de Vlaamse regering goedgekeurd te krijgen. En zelfs als dit lukt, dan nog zal daarmee het lerarentekort niet zo gemakkelijk op te lossen zijn. Met een combinatie van betere werkomstandigheden, een aantrekkelijke verloning, een snelle vastheid van betrekking en een aantal extralegale voordelen zoals een gratis hospitalisatieverzekering, een kilometervergoeding voor de woon/werk verplaatsing…kan misschien meer studenten lokken om te kiezen voor een baan in het onderwijs. Ferdinand Bostyn - Bestuurslid VIRBO

23


Al meer dan 25 jaar levert TORB een vitale bijdrage voor kennis en ontwikkeling van onderwijsrecht en onderwijsbeleid. Waarom is TORB onmisbaar voor u? 1. Het is het enige Vlaams wetenschappelijk tijdschrift over onderwijsrecht en -beleid (peer reviewed). Het is interdisciplinair, beleidsvoorbereidend en beleidskritisch maar ook praktijkgebonden. Dit tijdschrift is relevant voor bestuur en beleid. 2. Naast informatie, achtergrond, duiding en scherpe analyses bij het onderwijsgebeuren, zoomt het tijdschrift in op de verschillende onderwijsniveaus. 3. TORB heeft een unieke brugfunctie: het maakt wetenschappelijk onderzoek over onderwijsbeleid bekend bij de onderwijsinstellingen en de overheid. Het tijdschrift bundelt alle relevante juridische informatie en zorgt voor de nodige becommentariering.

5 maal per jaar heldere bijdragen, aansluitend bij de dagelijkse onderwijspraktijk!


Meer info? www.torb.be

Kleine Pathoekeweg 3, B - 8000 Brugge, T +32 (0)50 47 12 89 pp@diekeure.be, www.diekeure.be/professional


Beleef een schooluitstap die je nergens anders beleeft! Op zoek naar een speelse én educatieve activiteit? Ga met Melk4Kids op bezoek bij een melkveebedrijf en proef van het leven op de boerderij. De koeien en kalfjes bezoeken, de stallen en het melkhuis zien, ontdekken wat er met de melk gebeurt, zelf de handen uit de mouwen steken,... een boeiende uitstap verzekerd!

Klassen uit het basisonderwijs krijgen via Melk4Kids een tegemoetkoming van € 30 per rondleiding. Maak een afspraak bij een Melk4Kids-ambassadeur en registreer je bezoek op melk4kids.be.

Ontdek alle info op: WWW.MELK4KIDS.BE VLAM vzw • Vlaams Centrum voor Agro- en Visserijmarketing vzw Koning Albert II-laan 35 bus 50, 1030 Brussel • melk4kids@vlam.be 26


Contactpersonen VIRBO per scholengroep 1. Antwerpen > Jee WUYTS 0498/16.83.33 jee.virbo@gmail.com

12. Aarschot – Diest – Tessenderlo > Sven BREUGELMANS 0498/45.03.21 dico@adite.be

3. Brasschaat – Malle – Schoten > Helga VAN UFFEL 03/651.96.56 bs.brasschaat@sgr3.be

13. Zuid-Limburg > Rudi WOUTERS 0473/52.41.37 rudi.wouters5@telenet.be

5. Mechelen – Keerbergen – Heist-op-den-Berg > Willem MESTDAGH 0473/97.66.91 willem.virbo@gmail.com > Frank THIENPONT 0495/79.07.55 debaan@pandora.be

> Carmen CARDILLO DALLI 0497/54.52.71 carmen.dalli@telenet.be

6. Boom – Niel – Willebroek > Tom CORNU 0477/40.66.21 tom.cornu@kateeltje-puurs.be 7. Kempen > Daisy COONEN 0472/60.74.30 codi.bao@sgrkempen.be > Hans VERDONCK 03/480.78.80 hans.verdonck@gmail.com 8. Brussel > Didier VAN DE GUCHT 02/733.10.97 didier.vandegucht@g-o.be 9. Asse – Wemmel – Halle > Hilde VANDERSTEEN 0473/23.15.45 hilde.virbo@gmail.com 10. Midden Brabant > Nancy PEETERS 0496/08.88.68 nancy.peeters@sgr10.be

14. Maasland > Pietro FALCONE 0474/28.55.71 pietro.virbo@gmail.com 15. Limburg Noord > Sarah CANDREVA 011/61.12.37 bs.peer@g-o.be - sarah.candreva@gmail.com

20. Geraardsbergen – Zottegem > Sabine EEMAN 0474/33.61.12 eemansabine@gmail.com sabine.virbo@gmail.com 21. Vlaamse Ardennen > Katty VANHOECKE 0497/68.94.16 ks.ronse@g-o.be – katty.virbo@gmail.com 22. Gent > Ivan LEROY 0476/24.37.87 ivan.leroy@scholengroep.gent 23. Meetjesland > Jenny DE POTTER 0473/47.13.80 jenny.virbo@gmail.com 24. Deinze – Tielt – Waregem

16. Hasselt – Midden Limburg > Paul MARCHAL 0477/73.22.43 bs.hasselt.runkst@g-o.be

25. Brugge Oostkust > Mike GOUDESEUNE 0486/90.38.09 de.tandem@g-o.be - mike.virbo@gmail.com

17. Waasland >Patrick WITTOCK 0476/84.51.33 baocodi@sgr17.be - patrick.wittock@aaisietie.be

26. Mandel en Leie > Conny WALLYN 0479/64.00.02 bs.roeselare.ring@g-o.be conny.virbo@gmail.com

18. Schelde – Dender – Durme > Kathy VAN LANGENHOVEN 0479/57.75.43 directie.bs@kad.be 19. Aalst – Denderleeuw – Ninove > Lieve WELLEMAN 0498/90.18.00 directie@bsmolenveld.be

27. Oostende > Cynthia CALLEBOUT 0468/27.47.20 cynthia.virbo@gmail.com 28. Westhoek > Bernard BERTELOOT 0498/71.69.76 bs.deletterzee@g-o.be

11. Leuven – Tienen – Landen

vertegenwoordiging VIRBO De verschillende organen

PTC BAO

ASP – GO! (REFLECTIEGROEPEN)

ODVB

Katty VANHOECKE: KS Ronse Tel. 055/21.49.56 ks.ronse@g-o.be - katty.virbo@gmail.com

Kinderopvang: Willem MESTDAGH: BS 2 Mechelen Tel. 015/20.43.09 - bs2.mechelen@g-o.be willem.virbo@gmail.com

Ludo DAELEMANS: Kloosterbunder 17, 2870 Puurs - Tel. 03/889.20.28 lode.daelemans@skynet.be ludo.virbo@gmail.com

OVERLEG VAKBONDEN

VLOR

Didier VAN DE GUCHT: Tel. 02/733.10.97 didier.vandegucht@g-o.be

Algemene Raad van de VLOR: Willem MESTDAGH: BS 2 Mechelen Tel. 0473/97.66.91 willem.virbo@gmail.com Gerda CALDERS: GSM: 0495/63.11.98 gerda.virbo@gmail.com

PTC FINANCIEN PTC PERSONEEL Jenny DE POTTER: Scholengroep 23 Tel. 09/218.78.52 Jenny.de.potter@scholengroep-23.be – jenny.virbo@gmail.com

GEZONDHEIDSBELEID Katty VANHOECKE: KS Ronse Tel. 055/21.49.56 ks.ronse@g-o.be - katty.virbo@gmail.com Barbara DANIS: Halderbosstraat 76, 1653 Dworp GSM 0477/54.69.50 barbara.danis@g-o.be - barbara.virbo@gmail.com

NODB Hilde VANDERSTEEN: Tel. 02/569.39.47 hilde.vandersteen@ringscholen.be hilde.virbo@gmail.com Katty VANHOECKE: 055/21.49.56 ks.ronse@g-o.be - katty.virbo@gmail.com

BREDE SCHOOL Mike GOUDESEUNE: BS De Tandem (Freinet) Tel. 050/37.76.78 - De.tandem@g-o.be mike.virbo@gmail.com

27


Leerkrachten komen veel te weinig toe aan lesgeven Een vaststelling: “Bijna alles waar de maatschappij problemen mee heeft, wordt doorgeschoven naar de scholen, en komt zo bijkomend op het bord van de leerkrachten terecht.” De studie van de werklast bij leerkrachten is al een tijdje geleden verschenen. Hieruit blijkt dat leerkrachten gemiddeld 46 uur werken per lesweek en nog steeds 17u en 23 minuten tijdens de vakantie. Vooral het woord ‘gemiddeld’ roept al vragen op. Volgens de gemiddelden behoort ons onderwijs immers nog steeds tot de wereldtop. Iedereen met een portie gezond verstand en zonder oogkleppen weet echter al dat het niveau van ons onderwijs dalend is. Wat is de reële waarde van een gemiddelde. Het onderwerp over de inzet (of gebrek ervan) van leerkrachten is namelijk te zeer gepolariseerd: criticasters blijven leerkrachten toch beschouwen als gepatenteerde nietsnutten terwijl de leerkrachten zelf hun tomeloze inzet blijven benadrukken. Deze discussie is een non-debat. Er kan immers op geen enkele volkomen objectieve wijze aangetoond worden dat iedere individuele leerkracht effectief 46 uur per lesweek werkt. Net zomin kan men objectief aantonen dat iedere individuele leerkracht slechts een beperkt aantal uren per week werkt. Al kent iedereen uiteraard wel voorbeelden van ijverige leerkrachten die steeds weer nieuwe elementen aanbrengen in hun lespraktijk en zelfs hun weekend of vakantie opofferen om studieuitstappen voor te bereiden of van vegeterende leerkrachten die op de klok de seconden aftellen en bij het belsignaal naar huis spurten. Beide categorieën zijn aanwezig in het onderwijs, net zoals zij aanwezig zijn in tal van werksituaties. De essentie van het onderzoek is echter de vaststelling dat leerkrachten slechts een beperkt aandeel van hun tijd bezig zijn met de essentie van hun taak: lesgeven (32 procent van de tijd in het secundair tot 38 procent van de tijd in het basisonderwijs). Daar ligt het grote pijnpunt van ons onderwijs. Onze leerkrachten komen onvoldoende toe aan datgene waarvoor ze zijn opgeleid (ook al valt er over de kwaliteit van de lerarenopleidingen een hartig woordje te zeggen): het overbrengen van kennis en vaardigheden. Quasi alles waar de maatschappij problemen mee heeft wordt immers doorgeschoven naar de scholen en komt bijkomend op het bord van de leerkrachten terecht. De grote administratieve planlast blijft een van de grootste problemen in het onderwijs. Leerkrachten moeten tegenwoordig, bij wijze van spreken, al een verslag in drievoud opmaken wanneer zij een nieuw krijtje willen gebruiken. Ons onderwijs gaat eenvoudigweg ten onder aan een educatief wantrouwen: bij iedere beslissing die leerkrachten nemen, moeten zij zich tegenwoordig verantwoorden. Een leerling de klas uitsturen? Men mag zich uitgebreid gaan verantwoorden bij de directie. Denken bepaalde directeurs misschien dat leerkrachten voor hun plezier leerlingen de klas uitsturen? Balorig gedrag bestraffen? Men mag de leerlingenbegeleiding uitvoerig briefen waarom dergelijke beslissing genomen werd en men moet reflecteren over de gemoedstoestand van de bestrafte leerling. Denkt men daarbij ook eens aan de gemoedstoestand van de betrokken leerkracht? Lesgeven met een persoonlijke toets los van de richtlijnen in het leerplan? De pedagogische begeleiding ligt al op de loer om met priemende blik en een vermanend vingertje tevoorschijn te springen. Hebben de pedagogische begeleiders misschien de educatieve waarheid in pacht? Geen papieren bewijs op welke wijze aan de eindtermen ge-

28

werkt wordt? De doorlichting haalt net niet het grof geschut boven. Is een waslijst aan afgevinkte eindtermen dan synoniem voor kwaliteit, degelijk onderwijs? Dan zwijgen we nog over de dictatuur van de elektronische leeromgevingen zoals Smartschool… Er mag hier ook eens gewezen worden op het beleid van onze onderwijsminister. Zij lanceerde immers in 2016 haar befaamde ‘Operatie Tarra’ om de planlast in het onderwijs terug te dringen. Ruim twee jaar later moeten we helaas vaststellen dat deze operatie een volledige slag in het water geworden is en geen enkele concrete en vooral positieve impact heeft opgeleverd op de werksituatie van onze leerkrachten. Ook de onderwijsnetten reageren eerder afstandelijk op het probleem van de plan- en werklast van de leerkrachten. Naar aanleiding van de resultaten van de peiling stellen zij namelijk dat er ‘een onderzoek moet komen naar wat echt tot de kerntaken van een leerkracht behoort’. Ondanks ronkende en hoogdravende verklaringen vanuit onderwijsnetten en beleid blijven de verantwoordelijken het professionalisme van leerkrachten onderschatten. De algemene betutteling heeft ons onderwijs in een wurggreep en draagt bij tot de ontegensprekelijke kwaliteitsdaling van ons educatief systeem. Zolang beleid, onderwijsnetten en schoolbesturen onze leerkrachten niet als echte onderwijsprofessionals beschouwen, is een echte oplossing voor het probleem onmogelijk. De fout van ons educatief systeem ligt niet enkel bij het geïnstitutionaliseerde wantrouwen tegenover onze leerkrachten, maar evenzeer bij de opdrachtbreuk die in lesuren uitgedrukt wordt. Leerkrachten moeten we daarom opnieuw echt centraal plaatsen in het pedagogisch proces, zodat zij samen met de leerlingen opnieuw de centrale as vormen in het onderwijs. Daarnaast kan er ook werk gemaakt worden van een ‘omvattende jaaropdracht’ naar analogie met het Nederlandse systeem van de ‘Normjaartaak’. De taakbelasting voor iedere leerkracht met een fulltime aanstelling bedraagt 1600 uur op jaarbasis of een werktijd van 42 uur verdeeld over 38 wekweken. Dit takenpakket is opgebouwd uit volgende delen: 900 uur lesgeven (57% van de totaalopdracht), 300 uur lesgebonden taken zoals voorbereiding, verbeterwerk (18%), 160 uur persoonlijke bijscholing (10%) en 240 uur schoolgerelateerde taken zoals klassenraden, personeelsvergaderingen, toezichten enz…(15%) Zo lang we deze educatieve omslag niet maken, zal de non-discussie over taakbelasting en het afschuiven van niet-gerelateerde taken op het onderwijs blijven doorgaan. Dit zal de daling van de onderwijskwaliteit verder in stand houden en nog versterken. Tot slot: Onderwijsministers, beleidsverantwoordelijken van de onderwijsnetten, pedagogisch begeleiders, doorlichters en schoolbesturen: stop met het - bewust of onbewust – in vraag stellen van de professionaliteit van onze leerkrachten. Wanneer er een einde komt aan de overdreven betutteling en het misschien ongewild wantrouwen, dan zullen onze leerkrachten opnieuw kunnen schitteren als echt gewaardeerde, educatieve professionals die zij zijn. De leerkrachten zijn ons vertrouwen meer dan waard. Uit Knack Stijn Van Hamme, Licentiaat Romaanse Talen Praktijkassistent aan de U Gent.


Nieuw internaat, lasateliers en groene speelplaats voor buitengewoon onderwijs Brugge SBSO De Varen, een school voor buitengewoon secundair onderwijs Brugge, van scholengroep Impact (GO!), opende op 25 januari het nieuwe internaat (onderdeel van BSBO De Kaproenen), nieuwe lasateliers en een groene speelplaats. De inhuldiging gebeurde in aanwezigheid van mevrouw Hilde Crevits, minister van onderwijs, mevrouw Raymonda Verdyck, afgevaardigd bestuurder GO!, de algemeen directeur van de schoolgroep Impact Wim Van Kerckvoorde, collega’s directeurs en personeel. Het internaat De Hazelaar - eigenlijk onderdeel van het MPI De Kaproenen Brugge – is het meest indrukwekkende project van de drie. Er is zo’n, zes miljoen euro mee gemoeid. Het gebouw telt 105 individuele kamers die eigentijds en comfortabel zijn ingericht. De mooie eet- en ontspanningsruimten zorgen voor een aangenaam en rustgevende sfeer. “Alles is erop voorzien opdat de interne leerlingen er zich toch zoveel mogelijk thuis kunnen voelen,” aldus de zeer tevreden en fiere Nancy Craeye, directeur BSBO De Kaproenen en Chris De Ruyck, internaatbeheerder. Ook de nieuwe lasateliers waren dringen nodig, stipt Hans Verstraete, directeur van de Varens aan. “De lasinstallaties waren verouderd en moesten aangepast worden aan nieuwe inzichten, moderne lastechnieken en aan de strenge regels voor veiligheid. De vroegere lasateliers bevonden zich in de Brugse binnenstad, maar het mobiliteitsplan bemoeilijkte steeds meer de levering van materialen tijdens de schooluren. Daarom kozen we voor een nieuw gebouw op de campus van De Varens in de Nieuwe Sint-Annadreef, gelegen in de deelgemeente Sint-Andries. Het 500 m² tellende atelier kan vier pedagogische eenheden onderdak bieden. Voor elke klas zijn acht lasunits voorzien. “Met de metaalverwerkende industrie in onze provincie en de haven van Zeebrugge in onze achtertuin, zal de mogelijkheid er zijn om prima geschoolde arbeidskrachten op te leiden”, verwacht algemeen directeur Wim Van Kerckvoorde. Tot slot is er ook de fel groener geworden speelplaats. “We zijn gewapend voor de toekomst.” Vermeldt in ‘Het Laatste Nieuws’ van 25 januari 2019

Tot 15% KORTING bij grote aankopen. Zowel in onze winkels als online op onze vernieuwde webshop.

debanier.be* * GRATIS VERZENDING bij aankopen vanaf € 50.

SCHOOLLEVERANCIER en SPECIALIST IN CREATIVITEIT Leerkrachten die hun leerlingen graag een creatieve uitdaging bezorgen vinden in onze speciaalzaak - naast 10 000 creatieve producten frisse ideeën, deskundig advies en creapakketten. Bekijk ook de uitgebreide collectie gezelschapspellen, leuk speelgoed en origineel spelmateriaal!

• FLUOJASJES • SPORTZAKJES • SCHRIJFWAREN • USB-sticks • FIETS-gadgets • ANTI-PEST-BANDJES

en nog veel meer...

RELATIEGESCHENKEN & TEXTIEL

TIS GRTA ALOOG CA

vraag onze GRATIS GIFTS-cataloog aan +EXTRA GESCHENKJE (ref VIRBO)

29


Problemen rond het M-decreet raken maar niet opgelost Het M-decreet moest ons onderwijs inclusief maken voor kinderen met een beperking of handicap. Het doel was deze kinderen zoveel mogelijk les te laten volgen in het gewoon onderwijs mét de nodige ondersteuning. Een prachtig idee. Maar de middelen die nodig zijn om zoiets te realiseren, volgden niet. Niet de nodige extra opleidingen. Geen budget voor aangepaste leermaterialen. Slechts een handvol extra leerkrachten. De CLB’s moeten beslissen over kinderen die ze nauwelijks kennen, kennen niet ieders beperking, praten vaak niet met de ouders. Het water staat iedereen nog meer en meer aan de lippen. Minister Crevits, luister u even mee? Minister, het loopt mis met het M-decreet. U vroeg ons vorig schooljaar om het decreet een eerlijke kans te geven. Vandaag is de paasvakantie in zicht, en de verhalen van kinderen die vechten om mee te kunnen stromen non-stop binnen. Hoe veel langer moeten we die kinderen laten verdrinken voor we uw systeem een ‘eerlijke kans’ hebben gegeven. U krijgt ze toch ook, per mail, per brief, per telefoon? De verhalen over kinderen die zo hard strijden om op de ‘gewone school’ te overleven dat ze elke avond stikkapot zijn, maar toch geen attest krijgen om naar het buitengewoon onderwijs te kunnen. Over het wegvallen van broodnodige begeleiding en zorg. Over ouders die niet meer weten waar ze nog hulp kunnen vragen. Over leerkrachten die dit niet kunnen bolwerken omdat er steeds meer op hun schouders wordt getild. Alle ouders die mij aanschrijven, hebben zich ook tot u gericht. Dus, als u de moeite heeft genomen om ze te lezen, dan kent u de verhalen. U weet hoe het misloopt. Er is een meisje met ASS met normale begaafdheid, waaraan op het eerste gezicht ‘weinig speciaals’ te merken is. Op school gedraagt ze zich als elke andere leerling. Terug thuis is alles op en is ze vaak zelfs niet meer in staat verbaal te communiceren. Zo veel moeite kost het haar om zonder goede begeleiding verder te ploeteren. Vroeger hielpen de wekelijkse twee lesuren GON-begeleiding om de spanning even los te laten, om te gaan met foutjes of zich te uiten, en om de leerkracht te helpen deze leerling begeleiden. Met het M-decreet werd GON afgeschaft.

Zoals het nu is, kunnen de ondersteuningsteams van het M-decreet de hoeveelheid werk niet aan. Er is geen tijd om de kinderen te observeren in de klas en dus wordt er bijna met de natte vinger bepaald welk kind wel en welk kind geen ondersteuning nodig heeft. Leerkrachten die daar niet toe zijn opgeleid moeten aangeven of een kind wel of niet meekan. Ouders krijgen van de CLB’s letterlijk te horen dat de situatie van hun kind niet erg genoeg is om ondersteuning te krijgen. Hoe erg moet een kind dag in dag uit vechten voor het ‘erg genoeg’ wordt om te helpen, mevrouw de minister? Sommige van de kinderen krijgen, na maandenlang voorbij hun grenzen gepusht te zijn, een attest om naar het buitengewoon onderwijs over te stappen. De meeste kinderen met een beperking krijgen dat attest echter niet. Zij ploeteren elke dag voort in het gewone onderwijs. Maar zonder de juiste ondersteuning lukt dat niet. Ze ontladen thuis, vallen terug in hun ontwikkeling. Pas als ze uiteindelijk crashen of erge agressie vertonen verandert er wat. In een echt inclusieve samenleving krijgt iedereen een eigen en gewaardeerde plaats. Geef het buitengewoon onderwijs, met al haar expertise, die plaats in de maatschappij. Bijvoorbeeld door kinderen uit buitengewone en andere scholen samen een speelplaats te laten delen. Of doe een enorme investering die nodig is om elke school ‘buitengewoon’ te maken. Met snoezelruimtes, rolstoelschommels, toegankelijke lokalen, liften en brede deuren, met medisch opgeleid personeel, met aangepast lesmateriaal voor slechtzienden, doven, kinderen met leerstoornissen, aandachtstoornissen, met agressie… Maar niet dit vis-noch-vleesverhaal, waarin het welzijn van het kind weg bespaard wordt om toch maar inclusie te kunnen claimen. Inclusie is niet in het wilde weg alles bijeenduwen en hopen dat het lukt. Inclusie is hard werk, het is het onderwijs van a tot z herdenken. Leerkrachten opleiden, materialen aankopen, scholen verbouwen, therapeuten aanstellen enz.

Er is een jongen die door dit ‘inclusief’ systeem zodanig teruggezet wordt in zijn ontwikkeling dat zijn ouders geen andere uitweg meer zien dan met spoed de psychologische begeleiding, die hij al twee jaar niet meer nodig had, terug op te starten. In de hoop opnieuw recht te trekken wat op school door dit gebrekkige plan spaak loopt. Weer een uur therapie erbij. Weer een uur minder om na school te ontspannen, gewoon kind te zijn.

Zoals het nu is, laten we deze kinderen als maatschappij achter. U wilde inclusie, mevrouw de minister, maar eerlijk, u heeft door een onaangepaste aanpak, een ongezien sociaal isolement voor heel wat kinderen met een beperking, gecreëerd.

Er is een zoontje dat eerst in de kinderpsychiatrie moest belanden om uiteindelijk, enkel dankzij de grote druk vanuit het ziekenhuis, toch terug naar het buitengewoon onderwijs is kunnen gaan, waar hij wel voldoende gesteund werd om zich op een gezonde, haalbare manier te ontwikkelen.

Mevrouw Bieke Verlinden Schepen van sociale zaken, Werk en Studentenzaken in Leuven.

Er is nog een meisje met ASS dat overdag op de basisschool zo hard probeert om mee te kunnen, om niets te laten merken, dat ze thuis teruggevallen is naar haar niveau van drie jaar terug. Haar lijfje stijf van de stress. Op school is er echter ‘niets

30

aan haar te merken’ en dus krijgt ze geen ondersteuning meer. Er werd beslist, zonder de ouders te spreken, dat de juf het zelf wel aankan. Maar de juf heeft nog twintig andere kinderen en dus eigenlijk geen tijd. Zo blijft ook dit kind achter zonder hulp.

Het is nu maart en al deze kinderen en hun ouders zijn op. Was dit een voldoende eerlijke kans?


Vlaanderen scoort goed op Europese onderwijsdoelstellingen In oktober ’18 publiceerde de Europese Commissie de jaarlijkse vooruitgang van de lidstaten op een aantal onderwijsdoelstellingen die in de EU2020-strategie zijn afgesproken. België en Vlaanderen scoren goed. De voornaamste doelstellingen werden gehaald. Vroegtijdig schoolverlaten en het aandeel hoger opgeleiden staan centraal in het rapport. Voor Vlaanderen zien we met respectievelijk 7,2% vroegtijdige schoolverlaters en 46,5% hoger opgeleiden bij de 30 tot 34-jarigen, goede resultaten.

7,2% vroegtijdige schoolverlaters in 2017 De centrale indicatoren zijn vroegtijdige schoolverlaters en het aantal hoger opgeleiden. Vroegtijdige schoolverlaters zijn jongeren tussen de 18 en 24 jaar die geen kwalificatie secundair onderwijs hebben en geen onderwijs of opleiding meer volgen. Voor vroegtijdige schoolverlaters haalt België al 5 jaar de Europese doelstelling van 10%. Vlaanderen haalt die doelstelling zelfs al 10 jaar. In Vlaanderen zijn we met 7,2% de beste leerling van de klas binnen België. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest zijn er 12,9 vroegtijdige schoolverlaters en in het Waals Gewest ligt dat op 10,5%. Door de aantrekking van de arbeidsmarkt en de arbeidskrapte is het aantal vroegtijdige schoolverlaters heel licht gestegen in 2017 (7,2%) ten opzichte van 2016 (6,8%). Daarmee zitten we Europees in het gezelschap van Nederland (7,1%), Oostenrijk (7,4%) en Zweden (7,7%). Het Europees gemiddelde is 10,6%.

Door de aantrekkingskracht van de arbeidsmarkt, waar veel vacatures oningevuld blijven, zien we in 2017 een lichte stijging van het aantal vroegtijdige schoolverlaters. De modernisering van het secundair onderwijs en het duaal leren zal er hopelijk voor zorgen dat jongeren meer bewust een studiekeuze zullen maken, waardoor dan weer meer jongeren een diploma secundair onderwijs kunnen halen en waardoor de schooluitval beperkt kan worden. Met ook nog de hervorming van de lerarenopleiding, de historische inhaalbeweging in scholenbouw, het STEMactieplan, de nieuwe eindtermen, de graduaatsopleidingen en de aanstelling van een kleutercoördinator komt er in Vlaanderen een duidelijk antwoord op de aandachtspunten die Europa naar voor schuift. Met de invoering van de lerarenplatformen en meer kansen tot coaching komt er een antwoord op de nood aan de versterking van de leerkrachten. Door de huidige en komende hervormingen wordt de toekomst van het Vlaams onderwijs grondig voorbereid om ervoor te zorgen dat elke leerling voldoende uitdagingen krijgt om zijn of haar talent ten volle te ontplooien. Uit het rapport van de Europese Commissie: ‘Jaarlijkse vooruitgang lidstaten op onderwijsdoelstellingen EU2020strategie’. Voor u genoteerd, Ferdinand Bostyn - Bestuurslid VIRBO

Vlaanderen is hoogopgeleid Het aantal hoger opgeleiden in België in 2017, met andere woorden het aandeel 30 tot 34-jarigen met een diploma hoger onderwijs, ligt op 45,9%. In Vlaanderen scoren we met 46,5% beter dan het Belgisch gemiddelde en ook hier bereikt Vlaanderen al 10 jaar de Europese doelstelling van 40%. Het Europees gemiddelde is 39,9%. In Nederland is het aandeel hoger opgeleiden in die categorie 47,9%, in Duistland is dat 34% en in Frankrijk 44,3%. Met de graduaatsopleidingen, een derde toegangspoort tot het hoger onderwijs, die vanaf het academiejaar 2019-2020 nog meer jongeren naar een diploma hoger onderwijs moeten leiden, zal Vlaanderen hierin nog beter scoren. Voor de andere doelstellingen zoals kinderopvang en kleuterparticipatie samen, scoort België goed en behoren we tot de top 3 van Europa. Bij de recent afgestudeerden is België een van de lidstaten waar jongeren met een diploma hoger onderwijs een hogere tewerkstelling hebben dan gemiddeld in de totale bevolking. Vlaanderen en België zitten duidelijk boven het Europees gemiddelde voor investeringen in onderwijs.

!%.$4$-"-$44$)&%%-('.$ $ 555603('.+"60'$ 7%(-'&'/.((-#%%-$8$9$:;<=$7#3/0'>'$$

Vlaanderen anticipeert op de aandachtspunten In de landennota voor België wordt nog aandacht besteed aan een aantal aandachtspunten zoals de onderwijshervorming, de noodzaak aan ondersteuning voor leerkrachten om met diversiteit om te gaan, investeringen in infrastructuur, STEM, burgerschap en kleuterparticipatie.

!""#$%&&'$!'#!"'#(")*#%+,-'.$/.$0/..'.$12$03/-'.&%.*$

=?@AA46B868=$9$C%D$=?@AA46B868;$$ /.C"E03('.+"60'$ !

!

31


Elk kind verdient om te glimlachen Leren

Joy for Kids zorgt ervoor dat kinderen naar school kunnen gaan en nieuwe dingen leren. Op die manier doorbreken we de armoedecirkel en geven we de kinderen een kans op een betere toekomst.

Spelen

Door kinderen naar school te laten gaan, worden ze niet gedwongen om te werken. Zo krijgen ze de ruimte om te groeien, te ervaren en vooral te spelen.

Breng met je klas of school meer vreugde in het leven van een kind. Word steunouder!

Veiligheid

De school vormt een veilige omgeving. Er wordt voor de kinderen gezorgd zowel fysiek als mentaal. Wanneer ze rondzwerven in sloppenwijken lopen ze continu gevaar.

Meer info op: www.joyforkids.be - 09/236.43.98


Hoe pakken scholen klimaatbrossers aan? Burgerlijke ongehoorzaamheid, hoofdstuk 3. Schooldirecteurs hebben stille bewondering voor hun begeesterde leerlingen, maar spijbelen blijft spijbelen. En wat als ze effectief nog tot eind mei elke donderdag hun kat sturen naar de les? “We gaan niet milder verbeteren voor klimaatspijbelaars.” Er kwamen en komen geen maatregelen van de minister van onderwijs en de schoolnetten zelfs nadat de klimaatspijbelaars week na week bleven groeien. “De jongeren geven een belangrijk signaal. Klimaat leeft, al zie ik hen liever actievoeren op lesvrije momenten”, was een eerste reactie van minister Crevits. De regels in verband met spijbelen zijn voor iedereen duidelijk. Maar hoe de scholen daarmee omgaan behoort, volgens de minister, tot hun autonomie. Ook Raymonda Verdyck (GO!) en Lieven Boeve (Katholiek onderwijs) lieten verstaan dat er geen specifieke richtlijnen zouden komen. Scholen beslisten dus zelf en daardoor ontstond er willekeur. In BimSem in Mechelen mogen de leerlingen één keer klimaatspijbelen zonder sanctie. Op 24 januari telde de directeur 67 brossers. “Tijdens een klimaatraad heb ik de leerlingen gezegd dat ik achter hun doelstelling sta, maar dat we klimaatspijbelen niet kunnen goedkeuren. Wij geven dat in als code B (een problematische afwezigheid)” Wie twee keer spijbelt voor het klimaat krijgt een alternatieve sanctie zoals een verhandeling over het klimaat” aldus de directeur. Geen sanctie voor de leeftijdsgenoten op Busleyden Atheneum in Mechelen. Betogen kan, maar enkel met een gehandtekend briefje van een van de ouders én een selfie uit Brussel. De directeur Van der Auwera merkte wel dat het engagement van de klimaatspijbelaars echt is. “En ze maken ook afspraken met het oog op de lessen door onderling af te wisselen. Ze mogen nu wel zorgen dat de speelplaats proper blijft,” aldus de directeur. Ook in RHIZO in Kortrijk wacht wie opstapt voor het klimaat nog een ‘tegensprestatie’ in de vorm van een zwerfvuilactie. In het Koninklijk Atheneum in Etterbeek zijn er wel strikte afspraken: brossen is strafstudie en na 24 januari mochten 200 leerlingen vaststellen dat dit geen loos dreigement was. Al stond ‘strafstudie’ toen wel gelijk met het kijken naar een klimaatfilm. Spijbelaars die dachten toetsen te kunnen overslaan, kregen die wel in de eerstvolgende les voor hun neus. “Het wordt misschien wel een probleem, als ze op het einde van het jaar de leerstof niet beheersen”, vreest de directeur. En, vijf dagen afwezig? Dan wordt het CLB ingeschakeld.

In het college in Sint-Pieters-Woluwe was het dan weer geen enkel probleem. “De afspraak is wel dat de leerlingen het eerste lesuur komen volgen en daarna mogen ze gaan betogen. We zien dat als een opportuniteit om leerlingen aan te sporen om zich dagelijks in te zetten voor het klimaat,” aldus de directeur. Wie aan klimaatspijbelen doet, kan het niet beter treffen in het Stedelijk Lyceum in Berchem. Daar trekken ze gewoon de parallel met wie ziek is. “Wij zijn geen school die sanctioneert”, zei coördinator Caris. “Deze acties zijn ook een manier van leren. Zich organiseren, zich verenigen, afspraken maken enzovoort. Dat staat allemaal in de eindtermen. Als school houden we er rekening mee dat leerlingen afwezig zijn en dat ze lessen inhalen, net zoals bij een zieke leerling of leerkracht.” Nog origineler waren ze in het Atheneum in de Voskenslaan in Gent, waar ze strafstudie uitdeelden in het belang van de klimaatspijbelaars. “Deze actie steunt op ‘burgerlijke ongehoorzaamheid’ en als we niet straffen, dan zijn ze niet burgerlijk ongehoorzaam”, verklaarde men daar. “We steunen het idee wel, maar wie meedoet, moet beseffen dat er ook consequenties zijn. Een nul op gemiste testen krijgen ze niet omdat dat wettelijk gezien eigenlijk niet mag. Maar ze krijgen die dag dan ‘geen evaluatie’ en wie onvoldoende geëvalueerd kan worden, kan ook niet bewijzen dat hij/zij de leerplandoelstellingen gehaald heeft. Dat kan dan resulteren in herexamens of erger, maar wij hopen natuurlijk dat het niet zo ver komt.” In het Sint-Bavo humaniora in Gent hadden ze er geen last van. Klimaatspijbelen betekende een nul op de testen van die dag, onwettig afwezig en dus strafwerk. Het gevolg? De eerste keer trokken er 8 leerlingen naar Brussel, maar sindsdien liet niemand zich nog vangen.” Reactie van de redactie: Interessant om vast te stellen hoe verschillend scholen reageren op het fenomeen van de klimaatspijbelaars. Het stond in de sterren geschreven dat door die zogenaamde autonomie van de scholen, een eensgezinde gemeenschappelijk houding onmogelijk was. De onderwijsnetten GO! en Katholiek onderwijs verschuilen zich achter de autonomie van de schoolbesturen om geen standpunt in te nemen waardoor ze zelfs geen voorstel van richtlijn hoefden te adviseren. Ferdinand Bostyn Bestuurslid VIRBO

33


Kan een speeltoestel kinderen stimuleren om gezonder te eten? Uit onderzoek blijkt dat de meeste jongeren wel weten dat gezond eten belangrijk is, maar toch vinden we dit niet altijd terug in wat ze consumeren. 15% van de jeugd onder de 10 jaar kampt met overgewicht en slechts 40% eet voldoende groente en fruit. Kinderen stimuleren om gezonder te eten, kan door het toepassen van nudging. Nudging is de wijze waarop je het gedrag en de beslissingen van mensen onbewust kan beïnvloeden. Wanneer je bij kinderen fruit wil promoten, lukt dit beter als ze dit koppelen aan spelen. Een aantrekkelijk speeltoestel maakt deze boodschap dus nog ingrijpender. Kinderen zijn een

groot deel van hun tijd aanwezig op school, hen hier omringen met de juiste boodschap is van groot belang. Daarom lanceert Europlay, als Belgisch fabrikant van speeltoestellen, een reeks thematoestellen met een boodschap. Deze speeltoestellen nodigen niet enkel uit tot het eten van gezonde voeding, maar stimuleren tegelijkertijd de beweging van de kinderen. Het promoten van een gezonde levensstijl is het doel van deze nieuwe reeks. Bestellingen van deze reeks speeltoestellen geplaatst voor 1 mei 2019 ontvangen een directe korting van 10% op de speeltoestellen en 5% op de bijhorende rubbertegels.

Voor meer info: neem gerust een kijkje op www.europlay.eu of mail naar info@europlay.eu.

Open brief tot Crevits: “Mijn lijf is kapot, wanneer zorgt u voor mij?” “Wij hebben al zo hard gevochten, mevrouw de minister. Mijn lijf kapot, wanneer zorgt u voor mij? Wanneer zorgt u voor ons?” Met die wanhoopskreet richt een ‘ploeterende’ lerares zich rechtstreeks tot Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits om de nood aan te klagen van alle onderwijsmensen. De minister zegt in een reactie dat ze de klachten begrijpt en wijst op de maatregelen die tegemoet komen aan de verzuchting. In haar open brief schets Caroline haar loopbaan in het onderwijs. Ze begon als lerares basisonderwijs en werd daarna zorgcoördinator, pedagogisch stafmedewerker en directeur van een basisschool. Als klasleerkracht werd Caroline geconfronteerd met ‘de hele opvolgingsplicht en administratieve gekte, al dan niet netjes geordend in het zorgcontinuüm”. In de scholengemeenschap basisonderwijs was Caroline getuige van de onvoorwaardelijke overgave en inzet van zoveel kompanen. Maar dan zorgde de vluchtelingencrisis voor bijkomende nieuwe uitdagingen. En alsof dat nog niet genoeg was kwam men ook nog eens met nieuwe eindtermen en aangepast leerplan aandraven.

34

Vervolgens werd Caroline directeur in een stadskernschool in Sint-Niklaas. “Het beroep van directeur basisonderwijs is – met respect – een hondenjob”, stelt Caroline vast. “En neen, stroop aan de baard met een loonsverhoging en luttele uurtjes ondersteuning veranderen daar niets aan. Maar het staat goed, zo vlak voor de verkiezingen.” “De klaspraktijk staat bol van de druk, de regeltjes, de verwachtingspatronen. Die klaspraktijk is meer dan ooit onderhevig aan steeds sneller op elkaar volgende onderwijsvernieuwingen”, diagnosticeert Caroline het Vlaamse onderwijs vandaag. “Uw directeurs hebben amper de tijd om even op adem te komen, om ‘mens’ te zijn” luidt de conclusie. “En de zorgcoördinator krijgt er al te vaak de opvolging bij die de directeur niet meer gedaan krijgt. Zegt u me eens, mevrouw de minister: wie blijft er dan nog over om ons te ondersteunen?”

Reactie van minister Crevits: “Ik begrijp de verzuchtingen, en het verhaal laat me niet onberoerd,’ zegt Crevits. En dan wijst de minister vervolgens op maatregelen die al genomen werden, zoals “een sterke cao, die naast loon-

maatregelen ook voor meer werkzekerheid en aanvangsbegeleiding zorgt” en de beperkte inzet van ondersteuners en meer administratieve ondersteuning voor de directeurs. Crevits geeft toe dat niet alles opgelost is. “Daarom ligt er een meerjarenplan voor het basisonderwijs op de tafel in het Vlaams Parlement en wordt het tijdsbestedingsonderzoek nu als basis gebruikt voor verdere loopbaanmaatregelen.

Reactie van de redactie: Het blijft afwachten wat de politieke verantwoordelijken van plan zijn met het fameuze meerjarenplan voor het basisonderwijs. Een plan dat 1,8 miljard kost zal zo maar niet in één twee drie goedgekeurd worden. Om het plan uit te werken is er gedurende 10 jaar, 180 miljoen euro extra per jaar nodig. De Vlaamse regering heeft zich (noodgedwongen) positief uitgelaten over het voorgelegde toekomstplan, maar zorgt in elk geval voor een valse start. In de begroting van 2019 is er geen 180 maar slechts 40 miljoen extra voorzien voor het basisonderwijs. En dat is zeker onvoldoende om met goede vooruitzichten de huidige malaise aan te pakken. Ferdinand Bostyn Bestuurslid VIRBO


INFO@EUROPLAY.EU

WWW.EUROPLAY.EU EXPLORING THE WORLD OF PLAY

Europlay maakt kinderen blij door fantasierijke speeltoestellen - voor openbaar gebruik - te ontwerpen en te produceren

Europlay nv | Eegene 9 | 9200 Dendermonde +32 (0)52 22 66 22 | info@europlay.eu www.europlay.eu

BELGISCH FABRIKANT 35


Onze senioren bezochten Willebroek Naar aanleiding van de 100ste verjaardag van het einde van de eerste wereldoorlog in 1918 kozen we deze maal voor een bezoek aan Willebroek. Jonge mensen zullen bij de naam Willebroek denken aan “discotheek Carré”, automobilisten aan het kanaal Rupel – Brussel en “de Brug der Zuchten”. Slechts een steeds kleiner wordende groep mensen associeert de naam onmiddellijk met “het Fort van Breendonk”. Afspraak van samenkomst was het “Eetkaffee Sacchetti’s” in KleinWillebroek. Dit pittoreske schippersdorpje, met een rijke geschiedenis, paalt langs de westzijde aan een oude arm van de Willebroekse Vaart, het kanaal dat Brussel met de Schelde verbindt. Door het zonnige weer en het mooie uitzicht op de sluis, het fraai gerestaureerde “Sashuis” en de langgerekte jachthaven bleven de 36 ingeschreven collega’s liever op het terras zitten voor het drinken van hun koffie en het eten van een vers gebakken chocoladen koek. Door herstellingswerken aan de brug over de Rupel moest men een omleiding volgen om Klein-Willebroek te bereiken. Niet iedereen had het ontvangen formulier goed gelezen en rekende op de GPS waardoor zij iets later toe kwamen. Met enige vertraging vertrokken onze twee gidsen met elk 18 collega’s voor een rondgang door het mooie Klein-Willebroek. Onze eerste halte was de plaats waar burgemeester Jean de Locquenghien van Brussel op 16 juni 1550 de eerste “spadesteek” in de grond stak. Hiermee was het startschot gegeven voor het graven van de Vaart van Brussel naar de Rupel en daardoor kon de Brusselse handel de tol ontwijken op de Zenne te Mechelen. De werken duurden tot 1561 met de aansluiting op de ondiepe Rupel. De Mechelaars van toen hebben zich nooit bij de beslissing van Maria van Bourgondië uit 1477, om een kanaal te laten graven van Brussel naar Klein-Willebroek kunnen neerleggen. Zij bleven verwoed aan hun toegekende stapelrechten voor vis, zout en haver vasthouden. Vooraleer we verder wandelden kregen we nog wat geschiedenis over Klein-Willebroek. Alexander Farnese, hertog van Parma, onderstreepte in een brief uit 1579 het groot belang dat de landvoogd hechtte aan het in het bezit blijven van de schans van Klein-Willebroek als sluitstuk in het algemeen strategisch plan dat tot de verovering van Antwerpen moest leiden. Farnese stelde de Mechelse burgerij een vredesverdrag voor, dat ook aanvaard werd. Hij gaf aan de heer van Recourt de opdracht de schans te gaan heroveren. Op 28 juli 1579 vertrokken 25 compagnieën ruiters naar Klein-Willebroek onder leiding van de Italiaanse kapitein Gatta. De

36


bezetters van de schans kozen het hazenpad en bij hun aankomst begonnen de Mechelaars de sluizen te vernietigen om de scheepvaart onmogelijk te maken. Toen werd waarschijnlijk het eerste “Sashuis” platgebrand. Daarna hadden nog verschillende opstanden plaats en tijdens één van die belegeringen verschanste de bevelhebber van het kasteel in Antwerpen zich met een bende muitende Spaanse soldaten, wier soldij niet op tijd betaald werd, in de schans van Klein-Willebroek en controleerde er de scheepvaart op de Rupel en de Vaart. Hij werd de algemene leider van de opstandelingen en plunderde hele gewesten. De sluis tussen de Vaart en de Rupel was van essentieel belang om Antwerpen te bereiken. Zo reisde keizer Napoleon Bonaparte in 1810 door Klein-Willebroek. De laatste dag van de maand april kwam de keizer langs de Vaart van Brussel naar Boom, waar hij een boot nam om de oorlogsschepen die in de Rupel geankerd lagen, in ogenschouw te nemen. Zijn bezoek werd opgeluisterd met kanonschoten want de inwoners van Boom hadden van een koopvaardijschip vier kanonnen in bruikleen gekregen. Die stonden rechtover de Vaart geplaatst en werden bediend door een kanonier. Tijdens het schieten werd de man voor zijn leven verminkt. Terwijl hij de wisser behandelde ging het schot af en de wisser, door de geweldige kracht teruggedreven, verbrijzelde zijn voorarm. Koning Willem I maakte begin van de 19de eeuw gebruik van zijn recht op privé-initiatief en dit zonder afbreuk te doen aan zijn plichten als souverein. Hij gaf toen aan ingenieur Teichman de opdracht een project voor grootse aanpassingen en uitbouwwerken aan het kanaal uit te werken. Dat project omvatte ook de verlegging van het sas. Ten gevolge van de gebeurtenissen van 1830 zou een snelle uitvoering echter verhinderd worden. Onmiddellijk na de onafhankelijkheid van België werden de door Willem I opgestarte verbredings- en verdiepingswerken onder Belgisch bestuur verder uitgevoerd om in 1831 voltooid te worden. In 1919 deed er zich een kleine grondverschuiving voor waardoor een sasmuur gedeeltelijk instortte wat het sas lange tijd onbruikbaar maakte. Voor de mensen van Klein-Willebroek betekende dit een zware slag. De mensen die grotendeels hun broodwinning aan de scheepvaart dankten, waren verplicht heel andere bezigheden te zoeken. Het natuurlijke leven van heel het gehucht was verdwenen. Er werd gedurende vele maanden met man en macht aan de sluis gewerkt, zodat de heropening op zondag 24 juli 1921 met vreugde tegemoet werd gezien. Het feestcomité besloot deze heropening van het sas te vieren door het geven van een groot “Venetiaans” feest. Niet alleen binnenschepen maakten nu gebruik van het vernieuwde sas maar ook heuse zeeschepen konden passeren. Jaren later beantwoordde de sluis niet meer aan de noden van de steeds groter wordende schepen van de binnenvaartvloot. In 1983 besloot men dan ook de sluis te sluiten en het zag er naar uit dat dit het definitieve einde zou zijn. Om het overstromingsgevaar tegen te gaan werd de sasuitgang aan de Rupel dicht gebetonneerd. In 1989

staken de burgemeesters van Willebroek en Boom, samen met de administrateur-generaal van het toenmalige Zeekanaal, de koppen bij elkaar en werd besloten in het kader van de bevordering van het watertoerisme in de provincie Antwerpen, met ook Europese financiele steun, het oude sas opnieuw open te stellen voor de pleziervaart. Het sas werd op 29 mei 2004 opnieuw, maar dan wel uitsluitend voor de waterrecreatie, in gebruik genomen. Als eerste voer “de Blauwe Reiger” het vlaggenschip van Waterwegen en Zeekanaal, met al de genodigden van op de Rupel het kanaal binnen en dan verder in de richting Willebroek en Brussel. Onmiddellijk daarop volgden tientallen kleurrijk versierde pleziervaartuigen, dat alles op de tonen van een jazzband. Na het officiële gedeelte, met toespraken en lintjesknippen, trok men in stoet naar het centrum van Willebroek waar de genodigden een receptie werd aangeboden. Vanaf half juni 2004 werd het sas voor het regelmatige watersportverkeer vrijgegeven. Van de plaats waar wij stonden zagen wij ook het 19de -eeuwse ijzeren portaal van de verdwenen “Van Enschodtbrug” over de Rupel. Daar reden de geallieerden op 4 september 1944 over om Antwerpen te gaan bevrijden waaraan de “Shermantank” als monument herinnert. Naast de saskom staat het nationaal monument “Schippersgezin”, dat in 1979 vervaardigd werd door kunstenaar Gilbert De Nil. We zetten onze wandeling verder en kwamen voorbij “Het Veerhuis”, waar jazzclub “Foudy Riverside Bullet Band” gevestigd is. Via het kanaal, waar tientallen grote en kleine jachten lagen en niet ver van de jachthaven, sloegen we rechtsaf en kwamen we aan de kerk van Onze-Lieve-Vrouw Onbevlekte Ontvangenis. Deze kerk in neogotische stijl werd in 1899 gebouwd maar de parochiekerk sloot in 2008 wegens gebrek aan een pastoor. De kerk is nu omgevormd tot museum waar uit diverse landen harmoniums uit de tweede helft van de 19de en begin 20ste eeuw te bezichtigen zijn. Spijtig genoeg konden wij ze niet gaan bekijken omdat het museum alleen maar in de namiddag is geopend. Op onze weg naar “het Sashuis” wandelden we voorbij de plaats waar in 1928 de schippersschool werd gebouwd. Op 1 september 1928 werd de lagere school geopend en op 7 oktober kwamen de eerste drie inwonende leerlingen binnen. In de beste dagen zaten meer dan 200 leerlingen op internaat. In september 1988 sloot de school bij gebrek aan leerlingen en kort daarna werden de gebouwen verkocht en daarna afgebroken. Het oorspronkelijke “Sashuis” uit 1573 werd in 1608 vervangen door het huidige tamelijk monumentale gebouw. In dit ook wel “Spaans Huis” genoemde gebouw werd, na de sluiting van het oude sas in 1980 en na grondige restauratie, in 1987 het “Heemkundig Museum” gevestigd. Men ziet er onder meer een maquette met het vroegere sas nog aan de westelijke zijde van het “Spaans Huis”, terwijl het huidige oude sas aan de andere kant ligt. De muren hangen vol wandplaten die de geschiedenis van Klein-Willebroek illustreren met honderden foto’s van vroeger en nu. Voor we het restaurant opzochten

37


Onze senioren bezochten Willebroek werden we nog vergast op een “proevertje” van echt “Willebroeks Vaartwater”. Op het etiket van het flesje van 35 cl lazen wij: “Met puur menselijke kracht werd ten tijde van Keizer Karel de Willebroekse Vaart, het huidige Zeekanaal Brussel-Schelde, gegraven. Na 450 jaar vieren wij dit met een puur product van bij ons, een fijne aromatische brandewijn van granen. Met mate geproefd en genoten geeft deze drank ons een warm respect voor onze geschiedenis en herinnert hij aan de liefde van de Willebroekenaren voor hun vaart. SCHOL!!” Zonder het graven van het kanaal naar de Rupel en de bouw van een sas aan de in-, respectievelijk uitgang van dat kanaal was er geen dorp Klein-Willebroek. Zonder dorp geen kapelletje. Zonder kapelletje geen zelfstandige parochie, zonder zelfstandige parochie geen parochiekerk en zonder een pastoor, die zich voor het schippersvolk en zijn kinderen inzette, geen Schippersschool. Dit staat te lezen in het boek van Yvan Verbraeck “Schippersschool Klein-Willebroek 1927 – 1988”. Na ons “proevertje” in het “Sashuis” volgde ’s middags een “echte” aperitief in het restaurant “Sacchetti’s”. Als voorgerecht kregen we een kaas- en garnaalkroket met slaatje voorgeschoteld. Het hoofdgerecht bestond uit “Duvelfricassee” met frieten of kroketten of puree. Tijdens de maaltijden genoot iedereen van zijn wijntje, pintje of watertje. Om stipt half drie verlieten we het restaurant en reden naar het “Fort van Breendonk”. In de ontvangsthal stonden de twee gidsen ons op te wachten en stipt om 15.00 uur begonnen wij aan ons bezoek. Eerst kregen we nog wat geschiedenis over het fort. Rond Antwerpen zijn ooit drie grote verdedigingslinies gebouwd. Waarom drie? Omdat het bereik van de kanonnen in de 19de eeuw alsmaar groter werd en de vijand dus steeds verder van de stad diende gestopt te worden. Het “Fort van Breendonk”, waarvan de bouw aanving in 1906, maakte deel uit van de buitenste verdedigingsgordel. De bouw was vanaf het begin al verouderd. De ingenieurs werkten met beton van mindere kwaliteit en het leger kocht bij Krupp pantserplaten van 300 mm terwijl datzelfde bedrijf reeds kanonnen maakte die platen konden doorboren van tweemaal die dikte. Toch hield de versterking in oktober 1914 negen dagen stand alvorens te capituleren. Het fort kreeg immers een zware ”treffer” op 8 oktober waarbij de commandant zo zwaar werd gekwetst dat hij diezelfde avond nog stierf. De overlevenden gaven zich over. Niets weerstond aan de 42 cm projectielen. Die braken door de gewelven en ontploften op 80 cm diepte. Een dubbele krater deed de gangen instorten zodat het puin de doorgang versperde. De kleinere projectielen waren niet krachtig genoeg om de gewelven te doen springen maar brachten wel aanzienlijke schade aan de binnenzijde van de gewelven. De hoogste Belgische militaire autoriteiten beseften wel dat de eigen forten niet opgewassen waren tegen de moderne zware artillerie. Ten einde de Duitse opmars af te remmen had het Belgische leger een resem vernielingen van tunnels en bruggen gepland maar uit het rapport van Leman, blijkt dat de vernielingen die in de nacht van 3 op 4 augustus werden uitgevoerd, slechts zelden effectief waren. In de periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog diende het fort af en toe als kazerne en doordat het besef groeide dat het niet meer beantwoordde aan de vereisten van de moderne oorlogsvoering, nam de legerleiding zich voor het te gebruiken als hoofdkwartier, in geval van een nieuwe oorlog. Op 10 mei 1940 nam Koning Leopold III er zijn intrek, samen met de generale staf. Door de snelheid van het Duitse offensief werd Breendonk reeds zeven dagen later verlaten. Al op 29 augustus 1940 gaf de “Kommandantur” van Mechelen opdracht het fort in te richten als “Auffangslager”. Het moest een inrichting worden die “voorlopige” gedetineerden kon huisvesten, een soort doorgangskamp. Op 20 september arriveerde SS Sturmbahnführer Schmitt er met de eerste vijftien gevangenen. 38

Zelden verbleven er meer dan een paar honderd mensen. Qua regime moest het echter niet onderdoen voor de grote concentratiekampen. Het ganse complex lag bedolven onder een dikke laag aarde, wat het tegelijk beschermde en minder zichtbaar maakte. Het volledig afgraven van de aarde, het ophogen van de wallen om het kamp te isoleren van de buitenwereld en de aanleg van grote binnenplaatsen waren de voornaamste taken die men de gevangenen oplegde. In Breendonk kwamen mensen terecht om de meest diverse redenen. Het waren joden, echte en vermeende weerstanders, misdadigers die door het Belgische gerecht waren veroordeeld, landgenoten die op één of andere manier hun afkeer voor de bezetter hadden getoond. De rondgang voerde ons langs kille gangen, lugubere cellen en kamers waar de gevangenen soms met 48 samenhokten. Het regime waaraan ze werden onderworpen, had vooral tot doel de menselijke waardigheid naar beneden te halen. Kwellingen, slagen, straffen en vernederingen waren dagelijkse kost. Door systematische ondervoeding en zware dwangarbeid trachtten de SS-ers het lichaam van hun slachtoffers te verzwakken wat uiteindelijk ook resulteerde in een geestelijke aftakeling. De meest tot de verbeelding sprekende cel was wel de folterkamer die in 1942 werd ingericht. Dagelijks, vooral ’s nachts, werden hier mannen en vrouwen gefolterd. De gevangenen, met zwarte kap over het hoofd, bracht men naar binnen. Men liet hen daar dikwijls meer dan een half uur wachten. Dan begon het slaan op gevoelige plaatsen. Als de gevangene nog niet wilde spreken, kreeg hij of zij de boeien rond de polsen en trok hen met een haak naar omhoog. Het slaan begon dan opnieuw. Echt barbaarse toestanden waren het! Ook over de slaap- en wasplaatsen vertelde onze gids mensonterende verhalen. De muren van de slaapvertrekken vertoonden nog veel barsten van de bombardementen uit de Eerste Wereldoorlog. In de kamer stond wel een kachel maar die mocht maar even branden. De klederen hadden bijgevolg niet de tijd om te drogen en begonnen na een tijd te ruiken mede door de vochtigheid in de kamers. Daar kwam nog bij dat de gevangenen hun behoeften moesten doen in emmers zonder deksel en ook dat gaf een onaangename geur. De graffiti in de cellen werden gerestaureerd. In de zogenaamde “Ochszaal” zijn tekeningen samengebracht die de Luikse kunstenaar Jacques Ochs in 1941 en 1942 in Breendonk maakte en die een impressie geven van het kampleven. Na anderhalf uur verlieten we het gebouwencomplex en via het grote plein, waar de executies plaatsvonden, en het bruggetje over het water, kwamen we terug in de ontvangstzaal. Iedereen was wel onder de indruk van wat men gezien en gehoord had. Op het zonnige terras van brasserie “De Schalk” werd nog lang nagekaart over de twee wereldoorlogen, het nazisme en de folteringen in het concentratiekamp van Breendonk. Ludo Daelemans Bestuurslid VIRBO - Organisator daguitstappen senioren


VIRBO-senioren daguitstap naar Tervuren Onze volgende samenkomst heeft plaats op DONDERDAG 25 APRIL 2019 in TERVUREN met in de namiddag een bezoek aan het vernieuwde AFRICAMUSEUM. Onderstaand programma werd samengesteld: 09.45 u. - 10.20 u: Ontvangst in de FOYER van het TOERISTISCHE BEZOEKERSCENTRUM “DE WARANDEPOORT” – Markt 7B in 3080 TERVUREN. - ONDERGRONDSE PARKING juist NAAST “De Warandepoort” (zeer goedkoop). - MET DE TREIN: Vanuit Brussel Centraal de METRO nemen tot MONTGOMMERY en daar TRAM 44 nemen richting TERVUREN tot TERMINUS. Nog 5 min. te voet. 10.20 u. - 11.45 u.: Wandeling met gids door TERVUREN en het PRACHTIGE PARK. 11.45 u. - 13.10 u.: APERITIEF en LUNCH in de FOYER van de “WARANDEPOORT”. 13.10 u. - 13.25 u.: Wij wandelen naar het “AFRICAMUSEUM”. 13.30 u. - 15.00 u.: Begeleid bezoek van 1ste groep aan AFRICAMUSEUM. De andere groep kan bezoek brengen aan de prachtige SHOP of BISTRO TEMBA. 14.00 u. - 15.30 u.: Begeleid bezoek van de 2de groep aan AFRICAMUSEUM. P.S.: De eerste groep kan NA bezoek aan het museum een kijkje nemen in de SHOP of in BISTRO TEMBA in afwachting van de terugkomst van de tweede groep. 16.00 u. - ????? u.: Terug door het park naar de FOYER van “WARANDEPOORT en daar nog nagenieten met een verfrissing. De prijs voor het middagmaal en dranken, gidsen, inkomgelden en de koffie + koek bedraagt 60,00 euro. Indien U geïnteresseerd bent, gelieve dan onderstaand strookje terug te sturen naar Ludo Daelemans – Kloosterbunder 17 te 2870 Puurs ofwel te telefoneren naar nummer 03/889.20.28 – GSM 0473/86.36.28 ofwel via mail naar Lode.daelemans@skynet. En dit tegen UITERLIJK MAANDAG 8 APRIL 2019. Het inschrijvingsgeld kan overgeschreven worden op rekeningnummer BE97 0010 0924 1449 van Ludo Daelemans – Kloosterbunder 17 te 2870 Puurs-SintAmands. GELIEVE WEL TIJDIG IN TE SCHRIJVEN GEZIEN HET BEPERKT AANTAL PERSONEN PER GIDS. Ook verwittigen indien foto’s gewenst. Met collegiale groeten en tot donderdag 25 APRIL 2019. LUDO DAELEMENS.

Ondergetekende

(naam+voornaam) schrijft in voor

onze samenkomst van DONDERDAG 25 APRIL 2019 met ❏ JA

❏ NEEN

pers(o)on(en) en wenst foto’s te ontvangen:

(schrappen wat niet past).

39


De Virbo-Champagnereis: senioren wagen zich aan de bubbels … (Deel 2) Woensdag, 12 september 2018 Epernay, la capitale du Champagne … Je kan niet in de champagnestreek verblijven zonder Epernay te bezoeken, dus staat deze stad ook op ons programma. We starten er met een bezoek aan de kelders van Champagne Mercier. Een hypermodern centrum ontvangt er ons. Audiogidsen staan ter onzer beschikking. Onze rondleiding start met het bezichtigen van het vat dat in de hal van het bezoekerscentrum tentoongesteld staat. Het werd ooit gebouwd als blikvanger om de Mercierchampagne meer bekendheid te geven en heeft een inhoud van 200 000 flessen. De ton werd destijds vervaardigd door een meester-kuiper die het nodige hout zelf ging selecteren in het buitenland. Het vat werd ter gelegenheid van een tentoonstelling door de straten gevoerd op een onderstel getrokken door 24 ossen… Het kon tellen als promotiestunt! Een gids leidt ons verder naar de lift die ons naar de kelders zal brengen. Eens in de lift krijgen we op de wand een projectie te zien met beelden uit de Mercier-geschiedenis. Het is een technisch hoogstandje dat je de indruk geeft dat je intussen tientallen meters naar beneden zakt terwijl de lift zich nog niet eens in beweging heeft gezet. Als zich dan uiteindelijk de liftdeuren weer openen, staan we in het 30 kilometer lang gangenstelsel waar de grootste geheimen van de champagne zich bevinden, massa’s flessen opgeslagen liggen van de meest exclusieve jaren, muurfresco’s de geschiedenis van de kelder illustreren en naambordjes je wegwijs moeten maken om niet te verdwalen in de wirwar van gangen. Wij doorkruisen een deel van de kelders met een treintje dat ons volledig autonoom en zonder chauffeur doorheen de

40

kelders voert. De begeleider vraagt ons om zeker geen foto’s te maken met flits in de rijrichting. Blijkbaar kan dat leiden tot verkeerde signalen waardoor het treintje zijn geprogrammeerd spoor zou kunnen verlaten. Wij willen het liever niet testen op waarheid, wij hebben geen zin om dan te voet te moeten terugkeren doorheen dit web van gangen, zelfs al zouden we dan kunnen rekenen op de wegwijzers en onze gids… Miljoenen flessen liggen hier opgeslagen, netjes voorzien van labels boven of op de rekken die het jaartal en soort champagne aangeven. Het oude liedje met de tekst “daar mag je alleen maar naar kijken, maar aankomen niet” is hier ook van toepassing… Soms kruisen we al eens een ander treintje, wel met bestuurder en met karretjes erachteraan gevuld met kratten en flessen. Die krijgen een nieuwe plek in de kelder of zullen de kelders verlaten om geledigd te worden ergens in de wereld… Een uurtje later staan wij weer bovengronds waar ons bezoek afgerond wordt met een uitleg over de verschillende soorten champagne die hier ter beschikking zijn en een glaasje bubbels dat ons aangeboden wordt vooraleer we via het winkeltje de bezoekersruimte kunnen verlaten. Heel wat vrienden of familieleden van onze senioren zullen zo te zien wel een klein aandenken aan deze reis en dit bezoek kunnen verwachten aan de verkoop te zien! Blijkbaar heeft het glaasje champagne ook gezorgd voor een hongergevoel want de meeste deelnemers gaan in de stad op zoek naar een kleinigheid om te eten. Sommigen vinden hun gading in een van de vele champagnebars die er zijn. Je moet die champagnes toch kunnen vergelijken immers? Normaal was er voorzien dat we in de namiddag

zouden rondkuieren in de stad, maar al vlug blijkt dat eens je de “Avenue de Champagne” gedaan hebt, je de meeste bezienswaardigheden van Epernay zag en iemand uit het reisgezelschap is toevallig op een foldertje over boottochten op de Marne gestoten. Het grootste deel van de groep opteert dan ook om naar de aanlegplaats in een naburig dorpje te rijden en te genieten van een boottocht. Als we er aankomen en de auto’s geparkeerd hebben zien op de wandelweg langsheen de rivier tal van kustwerken in metaal staan. Telkens wordt er een aspect van de wijnmakerij uitgebeeld: het aanplanten en verzorgen van de wijnranken, het knippen, opbinden en het oogsten van de druiven, het persen… In feite vormen de kunstwerken een leerpad over de druiventeelt en wijnmakerij langsheen de rivier. Even later hebben we de aanlegplaats bereikt en schepen we in voor een tocht van zowat twee uur op de Marne onder een stralende zon. Het wordt weer genieten en we zien de streek vanuit weer een andere ooghoek. Na onze rondvaart wordt het tijd om ons terug naar ons hotel te begeven.

Donderdag, 13 september 2018 De zon laat ons vandaag in de steek, het is een grijze ochtendlucht aan het ontbijt. De weersvoorspelling die elke dag op het informatiepaneel aan de receptie geprojecteerd wordt, geeft aan dat we vandaag wat regen kunnen verwachten. Hopelijk niet te veel want we hebben voorzien dat we het stadje Châlons-en-Champagne zullen bezoeken. Dit klein pittoresk stadje heeft een rijk erfgoed waarvan sommige gebouwen opgenomen werden in de Unesco-werelderfgoedlijst. Aan de hand van verschillende plannetjes en


infogidsen, elk met hun eigen invalshoek kunnen we het stadje doorkruisen telkens met een andere leidraad: een tocht langs de “Jards” of tuinen en parken van de stad, de historische wandeling langsheen de vele gebouwen uit de vorige eeuwen, een religieuze wandeling met als hoogtepunt de kathedraal Saint-Etienne en de kerk Notre-Dame-en-Vaux. Ondanks dat we af en toe eens de paraplu moeten openen, trekt ieder er op uit om de stad te verkennen vanuit zijn eigen interessesfeer. Spijtig is één manier niet meer ter beschikking. Door de warme, droge zomer is de waterstand in grachten en riviertje die het stadje doorkruisen te laag om de bootjes te laten varen en zo een beeld van de stad te krijgen vanop het water. Het beetje regen dat nu valt brengt daar geen verandering in… Op onze wandeling zien we zelfs iemand aan een touw aan de kerk bengelen. Hij controleert of er geen losse stukken steen kunnen vallen en zwiert daarbij aan het touw van de ene zijde van de muur naar de andere op een tiental meter hoogte en beklimt vensterbanken en uitsteeksels in de muur. Men heeft hier duidelijk oog voor de toestand van hun historische gebouwen. Na de verkenning van het stadje rest er nog voldoende tijd om in de omgeving wat bezienswaardigheden aan te doen. Een deel van ons gezelschap kiest voor het oorlogsmuseum, anderen rijden naar Valmy waar in 1792 tijdens een belangrijke veldslag de Fransen de Pruisische en Oostenrijkse legers wisten tegen te houden. Een herdenkingsmonument en een oude molen moeten er de geschiedenis levend houden. Even verder kom je in Sainte-Menehould waar ooit Dom Perignon geboren werd. Je weet wel, die van de champagne…

Vrijdag, 14 september 2018 Oorspronkelijk was deze dag in het programma voorzien als ‘vrije dag’ waarbij ieder zijn eigen invulling kon geven. Het uithangbord van het hotel vermeldt niet alleen de naam “Auberge des Moissons” maar tevens zie je ook de naam “La cav’o truffes” staan en dat verwijst naar het feit dat men er ook naast het hotelbedrijf er nog een andere bezigheid op nahoudt: namelijk het kweken en verwerken van truffels. In hun eigen aanplantingen zorgen ze ervoor dat de truffelzwam kan leven. Ze hebben dan ook een hond opgeleid om de truffels te zoeken in hun terrein. We vernamen ter plaatse dat de mogelijkheid bestond om met de eigenaar en de hond op truffeljacht te gaan en dat leek ons wel de moeite waard. Dus startte deze ‘vrije dag’ alvast met een gezamenlijke activiteit: het truffelverhaal. Eerst kwamen we wat meer te weten over de groei van de truffelzwam en de verschillende kwaliteiten die erin terug te vinden zijn. In feite kan men moeilijk spreken van een truffelteelt. Je kan alleen maar de bomen en heesters waar truffels kunnen bij voorkomen aanplanten. Eens de zwam zich op de wortels gevestigd heeft kan deze zich verder ondergronds ontwikkelen. Meteen ontstaat dan het tweede probleem: hoe vind je die ondergrondse truffels? Daartoe werden in het verleden varkens gebruikt die blijkbaar die ondergrondse truffels toch konden ruiken. Momenteel werkt men meer met honden. Hier ter plaatse heeft men zelf een hond – een bruine labrador – opgeleid om de truffels te zoeken. We krijgen een demonstratie van zijn kunnen. Onze groep trekt erop uit in het terrein tegenover het hotel samen met hond en eigenaar. Eens het “werkterrein” binnen gelopen krijgt het dier opdracht te zoeken. Al snuffelend loopt Honey (zo noemt de hond) tussen de aanplantingen. Plots begint hij op een plekje met de voorpoten te krabben. Zijn baasje neemt het dan over om te controleren of het dier inderdaad een

truffel gevonden heeft. Dat blijkt te kloppen: hij haalt een knolletje wat zowat 2 cm doormeter boven. Nu gebeurt er een kwaliteitscontrole. Er wordt een heel klein schijfje afgesneden. Aan de kleur en uitzicht (een rijke dooraderd vlak of niet) kan hij bepalen of de kwaliteit voldoende is. In dit geval voldoet de truffel niet aan de gestelde eisen. Het baasje geeft de hond zijn beloning en moedigt hem aan verder te zoeken, wat het dier dan ook doet. We lopen zowat een goed kwartiertje met hond en baasje rond. In die tijd heeft Honey een viertal maal een plek aangeduid waar inderdaad een truffel(tje) aanwezig was. Helaas geen enkele met voldoende kwaliteit. Onze truffelspecialist geeft ons de uitleg daarvoor. Het blijkt dat het droge weer dat we de laatste maanden hadden een nefaste invloed heeft op de ontwikkeling van de truffels. Voor de truffels is er een grote nood aan watertoevoer… We keren terug naar ons uitgangspunt, het winkeltje waar de truffelspecialiteiten verkocht worden. Een paar van onze deelnemers die tevens voldoende keukenkennis hebben maken van de gelegenheid gebruik om zich te voorzien van truffelpasta en truffelolie. Hier krijgen ze de zekerheid dat ze goed en degelijk materiaal krijgen voor hun geld. Na onze truffelzoektocht vertrekt ieder om de rest van de dag een invulling te geven. Als ik even luister naar de verschillende bestemmingen krijg ik een waaier van mogelijkheden te horen. Voor de ene wordt het Sainte-Ménehould, de andere verkiest het oorlogsmuseum van Suippes. Ook het stadje Vitry-leFrançois wordt de eindbestemming voor enkele van onze deelnemers. Zelf kies ik voor het kasteel van Montmort-Lucy. Het blijkt een tegenvaller te worden want het kasteel is niet toegankelijk. Je kan enkel door het hek een glimp opvangen van het gebouw. Het ziet er wel heel mooi uit en vooral goed bewaard. Het is momenteel nog steeds bewoond en dat verklaart dan ook waarom je

41


er zo maar geen bezoek kan doen en tevens het feit dat het zo goed uitziet. Het onderhoud is hier duidelijk een belangrijke factor voor de bewoners. Ik zal dan nog maar een andere eindbestemming in de regio opzoeken. De keuze valt op het “Memorial des batailles de la Marne” (foto hierbij). Ook hier een verrassing, maar dan in de positieve zin. In plaats van een eenvoudig herdenkingsmonument blijkt het een uitgebreide site te zijn in een prachtig park. Het herdenkingsmemorial is een gebouw met binnenplaats en gaanderijen. Daar staan de verschillende legereenheden vermeld die aan de slag deelnamen. Het is indrukwekkend en maakt ons even heel stil, vooral als je leest dat hier in een 30-tal kisten de restanten van honderden overleden soldaten bewaard worden. Je raakt onder de indruk van het leed dat hier ooit geleden werd. In het omringend park staat ook nog een historisch gebouw, een groot herenhuis waar nu de toeristische dienst gehuisvest is en krijg je op bepaalde plaatsen gelegenheid om vrij wat fruit te plukken. Enkele perenbomen staan ter beschikking van de wandelaars. Het zijn eerder kleine, maar zeer smakelijke peertjes. Bij onze rondgang in het park zien we nog de overblijfselen va een oude watermolen en prachtige fonteinen.

Seniorenwerking

We stoten nog op een ‘weerkundige steen’ en de verklaringen voor de waarnemingen. Het brengt meteen een glimlach op ons gezicht en ik laat jullie graag meegenieten van de mogelijke waarnemingen op de bijgaande foto. Het wordt stilaan tijd om deze plek te verlaten want we hebben nog een taak te volbrengen: champagne ophalen. We hadden immers bij onze champagneboer van ons zondagsbezoek de bevestiging gekregen dat vandaag de bestelling kon afgehaald worden. Ik heb dus mijn wagen vol geladen. Nee, niet met jonge meisjes maar met dozen champagne voor ons reisgezelschap. In ons hotel wordt het laatste avondmaal voorafgegaan door een champagneaperitiefje. Er wordt ook nog een magnumfles met dankkaartje voor de ganse groep bij mij afgeleverd. We hebben dus al een reden om nog eens samen te komen met onze reisgroep. Die fles moeten we nog ledigen, maar ook dat zal nog wel lukken. Er komt immers nog een terugkomdag waar we meteen ook de volgende reis zullen voorstellen. Wellicht wordt dat een andere wijnstreek: het moezelgebied in Duitsland. Je hoort er wel meer over … We beginnen nu al om weer een fijn programma samen te stellen. Rudy Sterck - Virbo-senior

Collega’s die binnenkort stoppen of al gestopt zijn: gelieve onderstaande strook in te vullen en op te sturen naar: Ludo Daelemans Kloosterbunder 17 • 2870 PUURS • Tel. 03 889 20 28 e-mail: lode.daelemans@skynet.be - ludo.virbo@gmail.com Met hartelijke dank voor uw medewerking

School: Naam en voornaam: Persoonlijk adres en telefoonnummer:

E-mail:

Twee maal per jaar (laatste donderdag van september en april) organiseren we voor onze senioren een aangename, culturele daguitstap. Alle leden (€ 15 lidgeld per schooljaar) worden hierop uitgenodigd. Aarzel niet om lid te worden en deel te nemen aan de verschillende culturele activiteiten! Het zijn ideale gelegenheden om oud-collega’s terug te zien! U zult het zich niet beklagen.

42


Iets meer leerlingen moeten jaartje overdoen Voor het eerst in tien jaar daalt het aantal leerlingen dat een jaartje moet overdoen in het secundair niet meer. En ook in het lager onderwijs stopt de daling voor het eerst in jaren. Vorig schooljaar waren er in totaal 961 extra zittenblijvers Sinds het schooljaar 2008-2009 daalde het aantal zittenblijvers in het secundair onderwijs stelselmatig. Tien jaar geleden bleef 5,8% van de leerlingen in het secundair onderwijs nog zitten. In het schooljaar 2016-2017 ging het om 4,1%. Die daling wordt volgens de meest recente cijfers doorbroken. Vorig schooljaar bleef 4,2% van de leerlingen in het secundair overzitten. Concreet gaat het om een stijging van 684 leerlingen ten opzichte van het schooljaar ervoor. Belangrijk om te noteren is dat het aantal leerlingen het laatste jaar ook steeg met 3.586. Om van een trendbreuk te spreken is het nog te vroeg. “Het kan dat het een fluctuatie is, maar om dat uit te klaren wachten we de cijfers van dit schooljaar af”, klinkt het op het kabinet van Onderwijs. Volgens pedagoog Pedro De Bruykere is het inderdaad te vroeg om conclusies te trekken. Toch blijft het opvallend dat de jarenlange daling zich niet doorzet. Ook in het lager onderwijs stopt de daling voor het eerst in jaren. In 2010-2011 bleef nog 3% van de leerlingen overzitten. In 2016-2017 ging het om 1,9%. Ook daar viel er vorig schooljaar een stijging met 0,1 % te noteren of 277 extra

zittenblijvers. Al bij al kunnen we hier eerder spreken over een zekere stabiliteit voor de laatste 2 à 3 jaar. In absolute cijfers moesten er in het schooljaar 2017-2018 dus 961 extra leerlingen een jaartje overdoen, weliswaar op een totaal van 813.078 ingeschreven kinderen in de Vlaamse basis- en middelbare scholen. Zittenblijven is al langer een speerpunt van minister Crevits. Zij beschouwt het als een ultieme remedie, als alle andere alternatieven uitgeput zijn. Ze nam in het verleden dan ook een batterij maatregelen om minder leerlingen een jaartje te laten overdoen. Zo moest er eerst gekeken worden naar een andere studierichting of een verplichte remediëring voor een bepaald vak. Bovendien komen er nog enkele extra maatregelen aan met de modernisering van het secundair onderwijs, die in september 2019 ingaat. “We willen dat een school, ouder of leerling weloverwogen kiest voor zittenblijven. We willen niet dat het een evidentie is of wordt.” Zo wordt het moeilijker om na het eerste middelbaar een C-attest, dat voorschrijft om een jaartje over te doen, te geven. De impact van alle maatregelen zal, volgens Crevits, waarschijnlijk pas in de loop van de komende jaren zichtbaar zijn. Uit Het Laatste Nieuws (21-01-’19)

MET DE SCHOOL NAAR DE JEUGDHERBERG!

ZEEKLASSEN | NATUURKLASSEN | STADSKLASSEN | HERINNERINGSKLASSEN

All-in schoolreizen in 20 jeugdherbergen • Overnachtingen • Activiteiten • Maaltijden

Meer info over de programma’s en jeugdherbergen:

WWW.SCHOOLKLASSEN.BE

43


Niet alleen uw school maar het ganse GO! heeft voorvechters nodig! Solidariteit en samenwerking: een noodzaak voor ons GO!!

op zoek

naar Virbo blijft bestuursleden en contactpersonen. !!Nu nog maar 2 scholengroepen zonder VIRBO-contactpersoon!! Wij streven naar minimaal 1 vertegenwoordiger per scholen­ gemeenschap a) VIRBO-bestuursleden: 1 tot 2 leden uit Limburg en Vlaams Brabant b) 1 Contactpersoon: S  GR 11. Leuven - Tienen - Landen SGR 24. Deinze - Tielt - Waregem Onze hoofdopdracht ligt in onze eigen school maar…. het GO! is meer dan onze school alleen! Willen we ons marktaandeel behouden of beter nog, vergroten dan is samenwerking over de schoolgrenzen heen meer dan noodzakelijk! Wij moeten samen opkomen voor onze scholen en voor het GO! in overtuigde collegialiteit. Dit is trouwens één van de doelstellingen van VIRBO, een vereniging van en voor alle directies basisonderwijs van het GO! Onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Dus: ■ Om onze werking nog beter te kunnen uitvoeren. ■ Om een nog bredere basis te hebben om informatie te verzamelen. ■ Om nog meer inspraak te verzekeren. ■ Om de leden (jullie) nog sneller en beter te kunnen informeren. ■ Om de directies nog beter te kunnen vertegenwoordigen. ■ Om het werk wat lichter te maken (vele handen ….). ■ Om op nog meer ideeën en creativiteit te kunnen terugvallen. ■ Om iedere scholengroep en provincie te kunnen vertegen­ woordigen Ben je bereid om: Regelmatig een bestuursvergadering bij te wonen (om de 6 weken); ■ Je in te werken in een adviescommissie of werkgroep; ■ VIRBO te vertegenwoordigen in jouw scholengroep; ■ Informatie te zoeken of samen te vatten voor Info-bas; ■ … ■

Je kunt je kandidatuur stellen via een email of een briefje bij onze voorzitter Willem Mestdagh. Wil je wat meer informatie dan kan je hem ook bellen op het nummer 0473/976691 of eens met andere bestuursleden praten (zie contactinformatie in deze Info-Bas). Tot binnenkort? Voorzitter, Willem Mestdagh

44

Wat verwacht VIRBO van een

bestuurslid? ■

De rol spelen van verbindingspersoon tussen de directeurs van de SGE BaO en VIRBO ■ Het verdedigen van de belangen van de directies van de SGE BaO in VIRBO en zijn overlegorganen ■ De initiatieven van VIRBO naar de SGE BaO toe behartigen. ■ Informatie vanuit het werkveld bezorgen aan het bestuur van VIRBO ■ Mee initiatieven voor de directies BaO uitwerken en helpen zoeken naar interessante onderwerpen en sprekers. ■ Er wordt verwacht om zoveel mogelijk aanwezig te zijn op de bestuursvergaderingen. De lijst ‘bestuursleden’ wordt regelmatig geactualiseerd. Zoals je kunt merken zijn er nog enige provincies die niet sterk vertegenwoordigd zijn o.a. Limburg, Vlaams Brabant en Brussel hoofd­ stedelijk gewest. Kandidaten uit die zones zijn steeds welkom. Wie zich kan vinden in bovenstaande verwachtingen en denkt een bijdrage te kunnen leveren, kan contact opnemen met de voorzitter (willem.virbo@gmail.com).

Wat verwachten we van een

contactpersoon? ■

De rol spelen van verbindingspersoon tussen de SGE en VIRBO ■ De initiatieven van VIRBO naar de SGE BaO toe behartigen. ■ Informatie vanuit het werkveld bezorgen aan het bestuur van VIRBO ■ De contactpersonen zijn steeds welkom op de bestuurs­ vergaderingen. De lijst ‘contactpersonen’ wordt regelmatig geactualiseerd. Bijna voor elke SGR is er nu een VIRBO contactpersoon. Wel zijn vervangende contactpersonen steeds welkom. Wie zich kan vinden in bovenstaande verwachtingen en denkt een bijdrage te kunnen leveren, kan contact opnemen met de voorzitter (willem.virbo@gmail.com)


â&#x17E;¤ Wat doet VIRBO ? VIRBO wil opkomen voor de belangen van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap in het algemeen en de directies van het basisonderwijs GO! in het bijzonder 1 Regelmatig overleg met de minister, GO!, andere directieverenigingen, ... 2 Netwerkdagen: leerlijk, gezellig, ... 3 Driedaagse navorming: jaarlijks 4 Tijdschrift INFOBAS: 4 x per jaar > Kritisch, informatief, praktijkgericht 5 VIRBO-Happening: jaarlijkse didactische beurs, gekoppeld aan een praktijkgerichte vorming of interessante sprekers 6 Hulp aan individuele directies 7 Seniorenwerking

Lidgeld? Directies: 25 euro Ere-directies (senioren): 15 euro Te storten op BE40 2930 0648 0463 van VIRBO vzw BIC: GEBABEBB Hoe meer directies zich aansluiten, hoe groter de geloofwaardigheid, de invloed en daadkracht van onze directievereniging !

45


Planning Virbo 2018 - 2019 Beste collega’s, Uw aanwezigheid op de diverse activiteiten van VIRBO is zeer belangrijk! Daarom: • Noteer deze data nu al in uw agenda; • Geef deze data door aan uw AD en Coördinerende directies BaO; • Geef ons interessante ideeën om te behandelen, of sprekers om uit te nodigen; • Ook voor de beurs zijn wij voortdurend op zoek naar interessante projecten uit het veld om voor te stellen op onze workshops. Hebt u deelgenomen aan een interessante activiteit die ook actueel is, aarzel niet om ons dit te laten weten. Het bestuur staat open voor ieders inbreng.

Activiteiten VIRBO 2018 – 2019 (zie ook website VIRBO) Omdat VIRBO jouw aanwezigheid zeer waardeert, vind je hieronder al onze activiteiten voor het schooljaar. Je kunt dan nu al rekening houden met onze data bij het opstellen van je eigen programma. Hopelijk kunnen we elkaar telkens weer ontmoeten.

colofon INFO-BAS

INFO-BAS is het informatieblad voor directies basisscholen van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Verantwoordelijke uitgever > Willem MESTDAGH, Louizalaan 3, 2800 Mechelen Lay-out & vormgeving > drukkerij DIE KEURE Druk > drukkerij DIE KEURE Verspreiding druk > scholen Bao gratis (oplage ongeveer 630) Elektronische versie > scholen SO, CLB, ALDI (oplage ongeveer 420) Uitgiftekantoor > Peer Info-Bas verschijnt driemaandelijks (maart, juni, september, december) Elke medewerker is verantwoordelijk voor zijn/haar bijdrage Bijdrage op te sturen naar VIRBO, Ferdinand Bostyn, Eikenlaan 39, 8200 Brugge e-mail: ferdinand.bostyn@scarlet.be of ferdinand.virbo@gmail.com > vóór 20 februari, 20 mei, 20 augustus en 20 november

1. VIRBO-happening met didactische beurs Voor basis- en secundair onderwijs Dinsdag 26 maart 2019 Locatie: Technopolis – Technologielaan 1, 2800 Mechelen. Programma: Vanaf 9u00 onthaal + start didactische beurs 09u30: Welkom door voorzitter Willem Mestdagh 09u40 – 12u00: Centraal thema STEM: workshops en spreker uit Mechelen 12u10 – 12u20: indienen tombolabiljet 12u30 – 13u30: tapasmaaltijd + aangepaste dranken 13u30 – 15u00: Nieuws van de administratie basisonderwijs 15u00: Afhalen tombolaprijzen Deelnameprijs: Totaalpakket: beurs – workshops – tapasmaaltijd + aangepaste dranken: Niet leden: 25 euro, VIRBO-leden: 15 euro Planning voor schooljaar 2019 – 2020: in voorbereiding

 Voor onze senioren: Senioren daguitstap: 2 - donderdag 27 april 2019: Tervuren – met o.a. Koninklijk Museum voor Midden-Afrika Programma in deze Info-Bas

Alle leden senioren ontvangen de uitnodiging + inschrijvingsformulier via de post. !!Alle informatie is ook te vinden op de VIRBO-website!!

www.virbo.be 46

VIRBO vzw is de Vereniging van directies van de basisscholen en de scholen voor buitengewoon onderwijs van het GO! onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Voorzitter VIRBO > Willem MESTDAGH Ondervoorzitter VIRBO > Gerda CALDERS Secretaris VIRBO > Geert WILLAERT Penningmeester VIRBO > Barbara DANIS en Erik VAN LAERE Lidgeld: Directies 25 euro per schooljaar Ere-directies (senioren): 15 euro Te storten op BE40 2930 0648 0463 van VIRBO vzw BIC: GEBABEBB


Industriepark Brechtsebaan 22, IZ4 2900 Schoten Tel: 03/680.12.34 E-mail: info@koppen.be KOPPEN.BE www.koppen.be

Wij laten uw school stralen.

Speelplaatsluifels

Open en gesloten fietsenstallingen


Gun uzelf en uw kinderen meer comfort op school

Aluminium overkappingen

Maximale lichtinval voor ramen en deuren CE-gekeurd, de veiligste bescherming Uniek & hedendaags design Onbreekbare dakbedekking

Voor een oplossing op uw maat komen we graag ter plaatse!

Voor meer info omtrent uw project: 03 455 90 67 â&#x20AC;˘ info@bozarc.be â&#x20AC;˘ 

Profile for Rudy Sterck

Infobas januari - februari - maart 2019  

Infobas januari - februari - maart 2019  

Profile for infobas
Advertisement