IMA07-2016

Page 1

www.imaintain.info

07 16 DERTIENDE JAARGANG – LOSSE VERKOOPPRIJS € 17,25

Maint

Het mag

IMA7 MA

azine va n de

NL

NVDO

Veel veran twoordelij kheid na park: de ar de vlo aanhoud er | Maint er wint | op Utrech enance Minder wis Valuet CS | ‘Im sels en sne pact sto llere treine ringen mo n et steed s kleiner worden’

Cover.indd

29

16-08-1

6 08:38

INDUSTRIE LOOPT NIET WARM VOOR THERMISCHE ISOLATIE

IMA7 B Inhoud.indd 4

24-08-16 08:08


Achter elk vat Total smeermiddelen schuilt een team van experts!

Met een landelijk opererend en ervaren team van Sales Engineers, een kundige technische dienst en een servicegerichte binnendienst zijn wij snel en gemakkelijk te bereiken. Dit in combinatie met een compleet assortiment smeermiddelen ĂŠn een zeer goede logistieke ondersteuning zorgt er voor dat u altijd op ons kunt rekenen. Voor uitgebreide informatie over onze mogelijkheden kunt u contact opnemen met: Total Nederland N.V. / IndustriĂŤle smeermiddelen Telefoon: 070 - 3 18 0 40 8 E-mail: smeermiddelen.industrie@total.com www.total.nl

The right choice in lubricants

IMA7 B Inhoud.indd 4

24-08-16 08:08


INHOUD 3

10 ‘Zeventig procent van investeringen gedreven door regelgeving’ De opslagdepots van brandstoffenhandelaar Varo Energy in de Benelux wacht ‘een boeggolf’ aan technische investeringen. Toch is het voldoen aan milieu- en veiligheidsvoorschriften vooral mensenwerk, weet directeur terminals Fritz Ullrich.

14 Industrie loopt niet warm voor thermische isolatie De voordelen van isolatie van procesapparatuur, leidingen en appendages zijn legio. Toch laat de industrie een groot deel van het potentieel liggen. In politiek Den Haag klinken geluiden om isolatie te verplichten, net als het onderhoud en de inspectie ervan.

5 COMMENTAAR 6 ACTUEEL 18 INTEGRALE AANPAK AANDRIJFSYSTEMEN ONTBREEKT 22 WHAT’S NEXT

Maint

NL

Het magazine van de NVDO

29

Cargill maakt voedingsingrediënten en verwerkt, verspreidt en verhandelt landbouwproducten. In Zaandam heeft de multinational twee cacao-verwerkende fabrieken, waar Ron Schraa de technische leiding heeft. Utrecht Centraal wordt flink onder handen genomen. Inmiddels is het project spoorvernieuwing bijna klaar. Bouwmanager Han de Hilster gaat in op de details van het project

Veel verantwoordelijkheid naar de vloer Simpel energie besparen op stoominstallatie Minder wissels en snellere treinen op Utrecht CS ‘Impact storingen moet steeds kleiner worden’ Samen werken voor de samenwerking Effectiever leveringsproces voor pakketdienst Maintenance Valuepark: de aanhouder wint ‘Zet brandveiligheid op de onderhoudsagenda’ Casus: Tandwielkastenrevisie

32 36 38 42 46 48 54 58 61

7

iMaintain 16

IMA7 B Inhoud.indd 3

23-08-16 16:14


100% voorspelbaar onderhoud met IoT & Smart Sensors • Trends en de rol van techniek op onderhoud • Is cyberspionage een reële dreiging? • Leiden slimme sensoren en IoT Smart tot goed preventief onderhoud? Maintenance Congres 6 oktober 2016 SKF, Nieuwegein

ADVERTENTIE-INDEX 2XPO ..............................................................................................bijlage 54events.............................................................................................. 40 Abonnees ............................................................................................ 50 Delta Heat Services ............................................................................... 8 Duport Lubricare .................................................................................... 8 EemsDeltavisie congres........................................................................ 28 FLIR Commercial Systems .................................................................... 16 Hempel ............................................................................................... 50 Hi-Force Nederland ............................................................................... 4 Hogeschool Utrecht Centrum voor Natuur & Techniek ........................... 67 iMaintain platform ......................................................................... 26, 27 iMaintain Prestatiemanagement congres .............................................. 34 Jaarbeurs ................................................................................. 44, bijlage Mainnovation ....................................................................................... 68 Mikrocentrum ....................................................................................... 4 Sitech Services .................................................................................... 16 Stork Technical Services Holding .......................................................... 20 Stratt+ Industrial Management............................................................. 56 Total Nederland...................................................................................... 2 www.hi-force.com

IMA07 Advertenties.indd 4

UE Systems Ultrasoon inspectie .......................................................... 52 Vincotte Nederland .............................................................................. 56

23-08-16 15:57


COMMENTAAR 5

Pound foolish Als het tegenwoordig een uur zo stinkt in de Rotterdamse haven zoals het daar dertig jaar geleden continu stonk, dan regent het telefoontjes en volgt een vloedgolf aan tweets. De benzeenlekkage bij Odfjell een paar jaar geleden, die groot in het nieuws kwam, was tien jaar daarvoor niet meetbaar geweest met de toenmalige stand van de techniek. Technologische ontwikkeling en industrialisatie zorgen voor uitdagingen op het gebied van veiligheid en milieu, die vaak ook juist weer door technologische ontwikkeling zichtbaar en opgelost kunnen worden. Dat is pas echte technologische vooruitgang. Daarom vind ik het goed dat overheden regels en voorschriften opleggen waaraan bedrijven, en zeker BZRO-bedrijven, aan moeten voldoen om hun license to operate te verdienen. Zelfs als het extra kosten oplevert. Voor sommige bedrijven lopen die kosten hoog op. Voor handelaar van olieproducten Varo Energy bijvoorbeeld. Asset manager Fritz Ullrich in deze iMaintain: ‘We hebben een boeggolf aan kapitaalsinvesteringen gepland. Ongeveer zeventig procent van die investeringen wordt gedreven door compliancy, bijvoorbeeld het optimaliseren van brandblusinstallaties. Nodig natuurlijk, maar dergelijke investeringen kosten veel en leveren geen directe extra inkomsten op.’ Hoewel we het gevoel hebben dat onze omgeving steeds onveiliger wordt, lijkt vooral onze verwachting steeds meer hooggespannen. Wat twintig jaar geleden nog werd geaccepteerd, kan nu een onveilige situatie of een milieudelict zijn. En dat is natuurlijk goed! Het enige waar we wel voor moeten uitkijken, is dat we alleen penny wise worden en pound foolish. Doordat we steeds meer op het detail gaan en kunnen letten, moeten we oppassen dat we niet de grote zaken uit het oog verliezen. Dat blijkt ook uit een onderzoek dat dit jaar werd uitgevoerd naar aanleiding van verschillende incidenten in 2015 op het chemieterrein Chemelot. Uiteraard moet worden voorkomen dat iemand zich in zijn vinger snijdt, maar het staat natuurlijk niet in verhouding met de enorme overlast die een brand of een kantelend dak in een naftatank veroorzaakt. Misschien moeten we niet alleen doorgaan met steeds veiliger en schoner produceren, maar ook het perspectief in de gaten blijven houden. Zo kun je zien dat er telkens stappen worden gezet, om op die manier ook de verwachtingen realistisch te houden.

HOOFDREDACTIE

Mark Oosterveer 020 3122 082 mark.oosterveer@industrielinqs.nl NUMMER 07 - 2016

Wim Raaijen 020 3122 081 wim.raaijen@industrielinqs.nl

UITGAVE VAN

EINDREDACTIE

Industrielinqs pers en platform Veembroederhof 7 1019 HD Amsterdam

PARTNERS

Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud (NVDO) Postbus 138, 3990 DC Houten

Miriam Rook 020 3122 086 miriam.rook@industrielinqs.nl Liesbeth Schipper 020 31 22 083 liesbeth.schipper@industrielinqs.nl

MEDEWERKERS

Dagmar Aarts, Elias de Bruijne, David van Baarle, Evi Husson, Ingrid Rompa, Inge Janse, Broer de Boer

LAY-OUT

BureauOMA BV, Wehl

COVERS Rotterdam Ahoy Ahoy-weg 10 3084 BA Rotterdam Postbus 5106 3008 AC Rotterdam Organisator van

UITGEVER

Wim Raaijen 020 3122 081 wim.raaijen@industrielinqs.nl

Tennet en AtlasCopco

ADVERTENTIEVERKOOP

Bureau Van Vliet Frank Oudman T: 023 571 47 45 f.oudman@bureauvanvliet.com www.bureauvanvliet.com

TRAFFIC

Breg Schoen 020 3122 088

Wim Raaijen @wimraaijen wim@industrielinqs.nl

DRUKKERIJ

PreVision Graphic Solutions

ABONNEMENTEN (EXCL. BTW) Nederland/België € 96,50 Introductie NL/B 25% € 72,Overig buitenland € 120,50 Losse verkoopprijs € 17,25 Studenten € 39,50 Proefabonnement 3 mnd € 28,00

OPZEGGEN

Dit magazine hanteert de opzegregels uit het verbintenissenrecht. Wij gaan er van uit dat u het blad ontvangt uit hoofde van uw beroep. Hierdoor wordt uw abonnement steeds stilzwijgend met een jaar verlengd. Proef- en kennismakingsabonnementen worden niet automatisch verlengd en stoppen na het aantal aangegeven nummers. Opzeggen kan via www.aboland.nl, per post of per telefoon. De opzegtermijn is 8 weken voor het einde van uw abonnementsperiode. Als opzegdatum geldt de datum waarop uw opzegging door Abonnementenland is ontvangen. Indien u hierom verzoekt, ontvangt u een bevestiging van uw opzegging met daarin de definitieve einddatum van uw abonnement. Adreswijzigingen kunt u doorgeven via www.aboland.nl, per post of per telefoon.

Overige vragen kunt u stellen op www.aboland.nl of neem telefonisch contact met Abonnementenland op.

ABONNEMENTENLAND

Postbus 20 1910 AA Uitgeest 0900-226 52 63 (€ 0,10 p.m.) Site: www.bladenbox.nl voor abonneren of www.aboland.nl voor adreswijzigingen en opzeggingen. Prijswijzigingen voorbehouden. ISSN: 2211-6826 © Industrielinqs pers en platform BV Niets uit deze uitgave mag worden gereproduceerd zonder toestemming van de uitgever. Papier binnenwerk: PAPER & BOARD MADE OF

AGRI-WASTE WWW.PAPERWISE.EU

Papier omslag:

7

iMaintain 16

IMA7 C Commentaar.indd 5

23-08-16 16:14


6 ACTUEEL

MEEST GELEZEN ONLINE 1. Shell sluit meerjarig contract met Mourik Services Shell en Mourik Services tekenden onlangs een meerjarig piping & mechanical contract voor het uitvoeren van turnarounds en projecten op Shell Pernis en Shell Moerdijk. Lees verder op pagina 7

2. Tata Steel IJmuiden start omvangrijk bouwproject Tata Steel in IJmuiden is begonnen met de bouw van een nieuwe continugietmachine bij de Staalfabriek van het bedrijf. Met deze uitbreiding kan Tata Steel meer soorten hoge­ sterktestaal produceren, waaronder zogenaamde advanced high strength steels en ultra high strength steels. Lees verder op pagina 6

3. Van Oord neemt Bilfinger offshore windactiviteiten over Aannemer Van Oord neemt de offshore windactiviteiten van Bilfinger Marine & Offshore Systems over, een Duitse onderneming actief op het gebied van ontwerp, bouw en installatie van funderingen voor offshore windparken en havenontwikkeling. Lees verder op pagina 6

4. Pioneering Spirit voltooit eerste klus Mammoetschip Pioneering Spirit heeft haar eerste opdracht voltooid. Met succes is het 13.500 ton wegende bovenste deel van het Yme-platform van Repsol verwijderd in de Noordzee, op honderd kilometer van de kust van Noorwegen. Lees verder op pagina 7

5. Zeeuws bedrijf investeert fors in offshore schepen Het Zeeuwse bedrijf OOS International gaat met het Chinese China Merchant Industry Holdings twee nieuwe schepen bouwen voor het slopen en installeren van offshore platforms. De investering bedraagt bijna een miljard euro. Lees verder op pagina 7

7 16 iMaintain

IMA7 D Actueel.indd 6

Compacte robotkraan maakt offshore onderhoud makkelijker Het onderhoudsschip De Kroonborg van de NAM krijgt binnenkort een nieuw ‘bemanningslid’, de RoBorg. Dit is een compacte robotkraan voor werkzaamheden aan productieputten op onbemande platforms in de Noordzee. Het gasbedrijf voerde de afgelopen maanden testen uit met de RoBorg op de NAM-locatie in Zuidbroek. Hiervoor werd de omgeving van een offshore platform nagebootst. Op de Noordzee produceert NAM vanaf 23 platforms aardgas uit 80 productieputten. Het hele jaar door worden er inspecties en onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd. Denk bijvoorbeeld aan het vervangen van kleppen of het verwijderen van zand en zout dat onderin de put ophoopt. Tot voor kort waren hiervoor grote kranen nodig, of werden tijdelijke, kostbare werkplatforms geïnstalleerd. Met de komst van RoBorg is dat grote materieel niet langer nodig. De Kroonborg doet tijdens een tweewekelijkse ronde de platforms aan waar werkzaamheden aan de putten staan gepland. Putspecialisten plaatsen de RoBorg op de platforms en dan kunnen de werkzaamheden beginnen. Voor activiteiten zoals het schoonspoelen van putten worden hierbij ook installaties van de Kroonborg ingezet. De NAM kan met RoBorg vrijwel alle benodigde liftwerkzaamheden aan de putten uitvoeren. De compacte robotkraan werd in eerste instantie ontwikkeld om te ondersteunen bij onderhoudswerkzaamheden op de Shell-raffinaderijen in Pernis en Moerdijk. Het is voor het eerst dat dit type mini-kraan wordt toegepast bij putonderhoud in de offshore industrie.

Tata Steel IJmuiden start omvangrijk bouwproject Tata Steel in IJmuiden is begonnen met de bouw van een nieuwe continugietmachine bij de Staalfabriek van het bedrijf. Met deze uitbreiding kan Tata Steel meer soorten hoge­ sterktestaal produceren, waaronder zogenaamde advanced high strength steels en ultra high strength steels. In een continugietmachine wordt vloeibaar staal uitgegoten tot plakken staal, die vervolgens in de Warmbandwalserij tot rollen staal worden uitgewalst. In 2019 wordt de nieuwe installatie in gebruik genomen. Met deze uitbreiding is een investering van zo’n tweehonderd miljoen euro gemoeid. Momenteel heeft de Staalfabriek in IJmuiden twee continugietmachines. De derde continugietmachine wordt zo’n 35 meter lang. Tussen de plek waar het vloeibaar staal in de installatie wordt gegoten en de plek waar de plak op maat wordt gesneden (een verdieping lager in de fabriek) zit een hoogteverschil van zo’n 12,5 meter. De plakken staal die een continugietmachine produceert zijn 8 tot 12 meter lang en 22,5 cm dik.

Van Oord neemt Bilfinger offshore windactiviteiten over Aannemer Van Oord neemt de offshore windactiviteiten van Bilfinger Marine & Offshore Systems over, een Duitse onderneming actief op het gebied van ontwerp, bouw en installatie van funderingen voor offshore windparken en havenontwikkeling. Naast deze acquisitie investeert Van Oord in een belangrijke aanpassing van zijn installatieschip Aeolus. De huidige kraan, met een hefvermogen van 900 ton, wordt vervangen door een kraan met een hefvermogen van1.600 ton. Tegelijkertijd wordt de transport­ capaciteit vergroot. Hiermee kan Van Oord de steeds zwaardere en grotere fundaties en turbines voor windmolenparken blijven installeren. De kraan is besteld bij het in zwaar installatiematerieel gespecialiseerde Huisman in Schiedam/Rotterdam. De modificatie van de Aeolus zal begin 2018 gereed zijn.

Abonnees lezen meer op www.imaintain.info

23-08-16 16:13


ACTUEEL 7

Innovatieve oplossingen voor maintenance op WCM Summerschool Hoe kan Schiphol de asset life cycle van al haar gebouwen en installaties verlengen en optimaliseren, beginnend bij de ontwerpfase van elk nieuwbouw- of onderhoudsproject? Die vraag stond centraal tijdens de WCM Summer School. In een relatief korte tijd kregen vijftig young maintenance professionals de kans hun kennis en ervaring te vergroten. Het programma bestond uit theoretische lessen, samengesteld door hoogleraren van zeven Nederlandse universiteiten, een leiderschapstraining gegeven door Defensie en een praktijkcase, verzorgd door Schiphol. De groepen presenteerden diverse innovatieve oplossingen, zoals onderhoud op basis van gebruiksintensiteit door het meten van drukte met warmtesensoren, fysieke winkels werden ingeruild voor een windowshopping-systeem met grote schermen en een innovatief logistiek systeem, een persoonlijke looproute kwam tot stand door de gebruikersgegevens uit de Schiphol-app in te zetten voor specifieke vloerverlichting in de terminal en ten slotte werden vloergames ingezet om de tijd interactief te doden in de wachtruimtes, terwijl de vloertegels tegelijkertijd energie opwekken.

Asset Rail doet spooronderhoud Brabant en Limburg Asset Rail heeft het onderhoudscontract voor spooronderhoud en -herstel in het gebied de Peel 2 gekregen. Vanaf 1 januari 2017 is de dochteronderneming van Arcadis en Dura Vermeer tien jaar verantwoordelijk voor het spoor in dit gebied in Brabant en Limburg. Het gaat om ruim 300 kilometer spoor, 330 wissels en twee grote emplacementen, te weten Eindhoven en Venlo. Het onderhoud omvat onder andere werkzaamheden aan de sporen, wissels, treinbeveiliging, bovenleiding, bruggen en groenbeheer. Het contract is opgezet in de vorm van prestatiegericht onderhoud. Asset Rail verzorgt al geruime tijd het spooronderhoud in de regio's Amersfoort, Arnhem/Nijmegen en de Achterhoek. Het nieuwe onderhoudsgebied sluit geografisch goed aan bij die gebieden. De komende maanden worden gebruikt om de organisatie in te richten voor het nieuwe onderhoudscontract. Dit betekent dat het bedrijf een nieuwe vestiging opent en op enkele strategische locaties steunpunten gaat inrichten. Tegelijkertijd wordt het team versterkt.

SPIE wint renovatieproject bruggen Zuid-Holland Technisch dienstverlener SPIE mag het groot onderhoud aan vijf bruggen in het Aarkanaal in Zuid Holland gaan doen. Het gaat om de Kattenbrug, Papenbrug, Vijfgatenbrug en Aardammerbrug (gemeente Nieuwkoop) en de Zegerbrug (gemeente Alphen aan den Rijn). In het multidisciplinaire project is het bedrijf verantwoordelijk voor het uitvoeren van betonreparaties, vervangen van slijtlagen, conserveringswerkzaamheden, renovatie en vervanging van aandrijvingen en het geheel vervangen van de elektrotechnische- en besturingsinstallaties en verkeerssystemen. Bovendien moeten de bruggen geschikt worden gemaakt voor afstandsbediening van de centrale bedienpost in Alphen aan den Rijn. Het werk wordt gefaseerd uitgevoerd in een korte doorlooptijd, medio 2017 moeten de werkzaamheden worden afgerond. Daarna zal SPIE de bruggen nog twee jaar onderhouden.

Dunea leent 100 miljoen voor modernisering drinkwatervoorziening Drinkwaterbedrijf Dunea leent honderd miljoen euro van de Europese Investeringsbank om de drinkwatervoorzieningen en distributienetwerken in de regio Den Haag te verbeteren. De lening is onderdeel van een vijfjarig investeringsprogramma, waarin Dunea pompstations, watermeters, leidingen en infrastructuur die de processen ondersteunt, gaat verbeteren en moderniseren. Dunea levert drinkwater aan ongeveer 1,3 miljoen inwoners van het westelijk deel van Zuid-Holland.

BEDRIJVENNIEUWS Shell sluit meerjarig contract met Mourik Services Shell en Mourik Services tekenden onlangs een meerjarig piping & mechanical contract voor het uitvoeren van turnarounds en projecten op Shell Pernis en Shell Moerdijk. Onder het contract vallen de door Shell aan Mourik toegewezen turnarounds. Ook projecten kunnen onder dit contract worden uitgevoerd.

Zeeuws bedrijf investeert fors in offshore schepen Het Zeeuwse bedrijf OOS International gaat met het Chinese China Merchant Industry Holdings twee nieuwe schepen bouwen voor het slopen en installeren van offshore platforms. De investering bedraagt bijna een miljard euro. De twee semi-submersible crane vessels (SSCV) krijgen de namen Serooskerke en Walcheren en kunnen 4.400 ton tillen. Op elk schip komen twee kranen die worden gemaakt door Huisman. Tegelijkertijd heeft het schip een functie als hotel, waardoor er 750 medewerkers op kunnen verblijven. De schepen moeten in 2019 klaar zijn.

Pioneering Spirit voltooit eerste klus Mammoetschip Pioneering Spirit heeft haar eerste opdracht voltooid. Met succes is het 13.500 ton wegende bovenste deel van het Yme-platform van Repsol verwijderd in de Noordzee, op honderd kilometer van de kust van Noorwegen. Met het verwijderen van dit platform kon het schip van Allseas haar liftmogelijkheden laten zien. In totaal kan het schip met haar hijsinstallaties 44.000 ton optillen. Momenteel is Pioneering Spirit met het Yme-platform op weg naar Lutelandet waar het verder wordt ontmanteld. Daarnaa keert ze terug naar Rotterdam waar de laatste vier hijsbalken worden geĂŻnstalleerd. In de zomer van 2017 is de Pioneering Spirit klaar om het olieplatform Brent Delta van Shell in de Noordzee te demonteren.

7

iMaintain 16

IMA7 D Actueel.indd 7

23-08-16 16:13


• PREHEAT AND STRESS RELIEF • INDUCTION AND RESISTANCE

SPECIALIST IN HEAT TREATMENT

• CERTIFIED OFFSHORE TECHNICIANS • RENTAL AND SALES OF EQUIPMENT • STATIONARY AND MOBILE FURNACES • DRY OUT AND CURING

WWW.DELTA-HEAT-SERVICES.COM

INFO@DELTA-HEAT-SERVICES.COM

+31 (0) 187 - 49 69 40

®

www.panolin.nl • Biologisch • afbreekbare • synthetische • hydrauliek-olie • Zeer lange • levensduur • 10.000 draaiuren • zonder olie • te verversen

Hydrauliekolie met een natuurlijk karakter Duport Lubricare - Archimedesstraat 9 7701 SG Dedemsvaart - 0523-619892 info@panolin.nl

IMA07 Advertenties.indd 8

23-08-16 15:57


ACTUEEL 9

Plannen Unmanned Valley Valkenburg concreet Verschillende partijen hebben samen een bidbook gemaakt met daarin plannen voor de ontwikkeling van een locatie op het voormalig vliegveld Valkenburg om nieuwe drone-technologie te kunnen ontwikkelen en testen. Deze technieken kunnen worden gebruikt in de industrie, de academische wereld en door de overheid. De locatie Valkenburg is om meerdere redenen ideaal voor ‘Unmanned Valley’ volgens de schrijvers van het plan. Valkenburg biedt de unieke mogelijkheid om buiten de visuele waarneming van de piloot te kunnen testen boven de Noordzee. Daarnaast ligt het voormalig vliegveld op dertig minuten afstand van onderzoeksinstituten als TU Delft, Universiteit Leiden, European Space Research and Technology Centre (ESTEC) en veel drone-technologiebedrijven. Valkenburg is daarnaast makkelijk bereikbaar voor internationale partijen door de nabijheid van Schiphol en Rotterdam-The Hague Airport.

Inspectie SZW: ‘Aantal ongevallen in de bouw sterk toegenomen’ Volgens Inspectie SZW is het aantal ongevallen in de bouw in vergelijking met het eerste half jaar in 2015 sterk toegenomen. Het aantal ernstige ongevallen steeg van 1.149 vorig jaar naar 1.310 in 2016 (14 procent), het aantal dodelijke ongevallen ging van 27 naar 42 (56 procent) en het aantal in onderzoek genomen klachten en signalen is 16 procent hoger (van 705 naar 819). In de sectoren waar de crisis de grootste gevolgen had voor de productie, zoals de bouw, is volgens de Inspectie SZW nu bij het stijgen van de productie ook de toename van ongevallen te zien. Zowel de meest ernstige als dodelijke ongevallen in de bouw hebben plaatsgevonden binnen de algemene burgerlijke en utiliteitsbouw. Daarna zijn de subsectoren binnen de bouw met de meeste ongevallen het grondverzet, de elektrotechnische bouwinstallatie, het slopen, de loodgieters en het schilderen. Bij meer dan de helft van de ongevallen is de oorzaak het vallen van hoogte of gelijke hoogte (struikelen), bijna een kwart wordt getroffen door voorwerpen, producten of andere onderdelen en vijftien procent krijgt een ernstig ongeval door contact met machines, gereedschap en voertuigen op de bouwplaats. Van alle ongevallen die de Inspectie onderzoekt, blijkt dat bij een kwart van de ongevallen geen invulling was gegeven aan het direct toezicht op de werkvloer. Het is daarom van belang dat de direct leidinggevende de bouwvakkers aanspreekt op hun gedrag als ze bijvoorbeeld hun helm niet dragen of de beschermingskap van een machine afhalen omdat dat makkelijker werkt. Of dingen laten slingeren of een gat in de vloer niet goed afdichten, waardoor anderen struikelen of vallen.

Nieuwe opleiding voor onderhoud windturbines In de Eemsdelta is een opleiding ontwikkeld voor technici die de nieuwste generatie windmolens moeten kunnen onderhouden. De nieuwe opleiding moet voorzien in een grote behoefte, omdat de nieuwste windturbines qua techniek niet meer te vergelijken zijn met de oude. Zo zijn ze inmiddels voorzien van de jongste sensoren computertechnologie. De opleiding, die start bij het Noorderpoortcollege in Delfzijl, komt tot stand in een samenwerking tussen bedrijfsleven en publieke partijen. Het betreft een opleiding voor jongeren waarvoor een Windcampus is ingericht en waar ook werknemers van bedrijven kunnen worden bij- en omgeschoold.

BEDRIJVENNIEUWS SPIE wordt keurmeester in Nederlandse gevangenissen Technisch dienstverlener SPIE gaat de komende vier jaar de arbeidsmiddelen van alle gevangenissen in Nederland inspecteren. De keurmeesters van SPIE gaan inspecties uitvoeren aan elektrische arbeidsmiddelen, klimmaterialen, valbeveiligingen, hijs- en hefmiddelen en magazijnstellingen. Het gaat om materialen van de technische dienst en in de werkplaatsen, maar ook om de elektrische huishoudelijke apparatuur in de cellen van de bijna veertig gevangenissen.

Dronebedrijven Skycap en Skeye fuseren De dronebedrijven Skycap en Skeye gaan fuseren om marktleider in Europa te worden op het gebied van topografische inspecties vanuit de lucht. Zij gaan samen verder onder de naam Skeye. Daarnaast heeft Rob Thielen, oprichter en voorzitter van Waterland Private Equity Investments, significant groeikapitaal ter beschikking gesteld. Hiermee kan de specialist in diensten met onbemande luchtvaartuigen blijven groeien in Nederland en Engeland en in de toekomst uitbreiden naar andere landen.

Maintenance Manager van het Jaar in België Bert Pieters van PepsiCo Veurne is in België uitgeroepen tot Maintenance Manager van het Jaar 2016. De andere finalisten waren Ward Boereave en Steven Schollaert van Eandis, en Bernard De Tandt van VPK Paper. Pieters won doordat hij volgens de jury een sterke visie op onderhoud als grondslag voor het doorvoeren van verbeteringen heeft, gedragen door een goed ontwikkeld people management en altijd gekoppeld aan een ambitieus veiligheidsbeleid.

uw mailbox? Al het nineuvoworsoninze nieuwsbrief op

iMaintain.info!

Meld u aa

7

iMaintain 16

IMA7 D Actueel.indd 9

23-08-16 16:13


10 INTERVIEW

‘Zeventig procent investeringen gedreven door regelgeving’

Fritz Ullrich: ‘We hebben een boeggolf aan kapitaalsinvesteringen gepland.’

7 16 iMaintain

IMA7 H Hoofdinterview.indd 10

Abonnees lezen meer op www.imaintain.info

23-08-16 16:11


INTERVIEW 11

De opslagdepots van brandstoffenhandelaar Varo Energy in de Benelux wacht ‘een boeggolf’ aan technische investeringen, met name voortkomend uit aangescherpte wetgeving voor de opslag van gevaarlijke stoffen. Toch is het voldoen aan milieu- en veiligheidsvoorschriften vooral mensenwerk, weet directeur terminals Fritz Ullrich inmiddels uit ervaring. ‘Technische systemen goed op orde krijgen is eigenlijk niet zo moeilijk. Om beter te presteren op het gebied van veiligheid en milieu vormen de mensen de grootste uitdaging.’

Wim Raaijen

Varo Energy? Nooit van gehoord, zal een normale burger direct reageren. Maar ook in de Nederlandse en Vlaamse industrie is het nog een redelijk onbekende naam. Dan doet de naam Argos meer belletjes rinkelen. Alleen al omdat het merk een paar jaar geleden als sponsor van een wielerploeg opdook, Argos Shimano. In de tijd dat Tom Dumoulin er tekende en Marcel Kittel zijn eerste sprintsuccessen in de Tour de France vierde. Misschien wordt Argos ook herkend door de verscheidene tankstations in Nederland. ‘Dat we aan onze tankstations worden herkend, doet me toch wel een deugd,’ stelt directeur terminals Fritz Ullrich. Toch is maar een klein deel van de activiteiten gericht op de eigen tankstations. ‘We zijn vooral handelaar en distributeur van brandstoffen. Op veel plaatsen in Europa hebben we depots waar we brandstoffen heen verschepen die we van verschillende raffinaderijen inkopen. Grote oliemaatschappijen en wereldwijde handelaren, we kopen van iedereen. Bij de depots worden de brandstoffen door klanten afgehaald om ze te distribueren naar de tankstations of andere eindverbruikers. Alleen al in de Benelux hebben we acht-

FOTO'S: WIM RAAIJEN

IMA7 H Hoofdinterview.indd 11

tien depots. En we hebben een rol in circa dertig procent van de handel in de Benelux. We zijn de grootste onafhankelijke speler.’ Naast Varo Energy hebben vooral de grote oliemaatschappijen ook eigen transport- en distributienetwerken. Als directeur terminals is Ullrich de beheerder van de achttien opslagdepots van Varo Energy in de Benelux. ‘Andere assets hebben we hier nauwelijks. Geen grote opslag in de havens, daar ligt ook niet onze kerntaak. Nee, we zijn puur logistiek dienstverlener, handelaar.’ Het bedrijf heeft daarnaast verscheidene tankstations, in Zwitserland en Zuid-Duitsland bezit het bedrijf twee raffinaderijen, een netwerk van opslagdepots in Duitsland, Zwitserland en Frankrijk, en het speelt een grote rol in binnenvaart-bunkering in Europa. Echter het overgrote deel van de activiteiten in de Benelux is gericht op de inkoop, verscheping, distributie en verkoop van olieproducten. ‘De eigen tankstations vormen maar een klein deel van de totale business.’

Merknaam Dat de naam Varo Energy nog niet zo bekend is heeft vooral te maken met de

Ullirich: ‘Dat we aan onze tankstations worden herkend, doet me toch wel een deugd.’ 7

iMaintain 16

23-08-16 16:11


12 INTERVIEW

focus op de business-to-business-markt. Bovendien is het bedrijf onder de naam Varo Energy nog maar kort actief in Nederland. Vorig jaar september kwam de fusie rond tussen Argos en het van oorsprong Zwitserse Varo Energy, dat daarmee het grootste, onafhankelijke oliebedrijf van Noordwest-Europa is. De nieuwe combinatie, die 1.100 werknemers telt, is verder gegaan onder de naam Varo Energy. Het fusiebedrijf telt drie aandeelhouders, die elk voor een gelijk deel participeren. Het gaat om investeringsmaatschappij Reggeborgh (van Dik Wessels), Carlyle International Energy Partners (met topman Marcel van Poecke) en de internationale energie- en grondstoffenhandelaar Vitol. Nog steeds een grote Nederlandse inbreng dus. Hoewel het Nederlandse Argos en het Zwitserse Varo Energy zijn opgegaan in een gezamenlijke onderneming, met het hoofdkantoor in Zwitserland, worden de activiteiten in de Benelux voor een belangrijk deel aangestuurd vanuit het kantoor in Rotterdam. Zowel Argos als Varo Energy hadden voor de fusie al een rijke historie van fusies en overnames. En daar lijkt ook na het samengaan geen einde aan te komen. Zo werd onlangs bekend dat de operaties van de brandstofterminal in Amsterdam

van Enviem door Varo Energy worden overgenomen. Varo Energy zal haar logistieke dienstverlening uitbreiden tot het volledige netwerk van Gulf en de TinQ tankstations in België en Nederland, die worden geëxploiteerd door Enviem.

Directief Een bedrijf dat dus volop in beweging is. Uitdagend ook, stelt Ullrich die ruim anderhalf jaar geleden is begonnen bij Varo Energy, toen dus nog Argos. ‘Ik wist dat ik in een dynamische organisatie terechtkwam, met een bewegend speelveld en daarmee samenhangende uitdagingen op het gebied van compliancy, de naleving van wet- en regelgeving op het gebied van veiligheid en milieu. Met mijn technische achtergrond moest ik de structuren verder optimaliseren. Achteraf wel opmerkelijk want uiteindelijk bleek de menselijke factor veel belangrijker te zijn dan de pure techniek bij de nodige veranderingen. Technische systemen goed op orde krijgen, is eigenlijk niet zo moeilijk. Om beter te presteren op het gebied van veiligheid en milieu vormen de mensen de grootste uitdaging en zijn ze ook de oplossing. Zijn ze wel fit for the job, en wat is dat dan? En hoe bereik je de gewenste openheid, want alleen met transparantie kun je je veiligheids- en milieu-

prestaties verbeteren. En daarbij past ook niet een schuldcultuur. Daar moet iedereen van doordrongen zijn. We moeten vooral leren van incidenten of bijna-ongelukken. Dus die moeten zonder angst voor represailles worden gedeeld.’ Eigen verantwoordelijkheid en verantwoordelijkheid zijn daarbij heel belangrijk. Toch heeft Ullrich gemerkt dat bij zijn organisatie nog veel stevig leiderschap nodig is. ‘Zelfsturende teams? Misschien in de toekomst. Nu moet ik op zijn tijd nog directief zijn, met name om de compliancy te verbeteren. Uiteraard wel in alle openheid en met voldoende eigen inbreng en begrip.’

Zware professionals De depots van Varo Energy vallen allen onder het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO). Dat betekent sowieso dat er streng toezicht is en dat een goede relatie met bevoegde overheden van groot belang is. En dat leverde nogal eens uitdagingen op. Het bedrijf stond er niet overal goed op bij bevoegde overheden. En er leek ook wel een voedingsbodem voor wantrouwen te zijn. Ullrich: ‘Door verschillende voorvallen in onze markt worden onze activiteiten regelmatig met wantrouwen bekeken.’ Voor een bedrijf dat continu verandert, is

7 16 iMaintain

IMA7 H Hoofdinterview.indd 12

23-08-16 16:11


INTERVIEW 13

het moeilijk om aan een duidelijke veiligheidscultuur te werken en hierin continu te verbeteren. Het was voor Ullrich daarom de taak om daarmee als hoogste prioriteit aan de slag te gaan en verder te bouwen aan een goede samenwerking met en vertrouwen vanuit bevoegde overheden. Dat begint dan binnen de organisatie zelf. ‘Op de afdeling HSEQ, ons geweten op gebied van compliancy, hebben we nagenoeg allemaal nieuwe medewerkers. Stuk voor stuk zware professionals, die bij hun aantreden al alles wisten van handhaving en de geldende regels door hun achtergrond bij de overheid. Het gaat daar momenteel gelukkig erg goed.’ Het bedrijf begint inmiddels het vertrouwen terug te winnen bij de bevoegde overheden. ‘De samenwerking is structureel verbeterd.’

Eenduidig Goede bemensing en interne transparantie is volgens Ullrich dus een goede basis, maar er is meer. Ook de communicatie met de bevoegde overheden moet open zijn. Niet alleen om vertrouwen te winnen, maar ook om in gesprek te gaan over bijvoorbeeld tegenstrijdigheden. Want bij de overheden kan ook veel beter. Ullrich: ‘We zitten met onze depots in verschillende veiligheidsregio’s. Zo worden er soortgelijke projecten in de ene regio afgekeurd, terwijl ze in een andere regio worden goedgekeurd. Dat is natuurlijk verwarrend. We mogen van de overheden toch wel eenduidigheid verwachten. En er is een woud aan drieletterige afkortingen waar we allemaal aan moeten voldoen. Het levert vaak veel onduidelijkheid en discussie op. En het is echt niet zo dat je honderd procent veilig opereert als je aan alle voorschriften voldoet. Natuurlijk zijn regels en voorschriften goed, zolang ze maar helder en eenduidig zijn.’ Een sprekend voorbeeld bij Varo Energy van hoe het niet moet, vindt Ullrich de recente investering in een nieuwe brandblusinstallatie. ‘De ene overheid verplicht je om de installatie te vernieuwen en keurt de plannen goed, maar bij de andere overheid moeten we op een bouwvergunning wachten, met een half jaar vertraging. Uiteindelijk is dit goedgeko-

Er is een woud aan drieletterige afkortingen waar we allemaal aan moeten voldoen. Het levert vaak onduidelijkheid en discussie op.’

men maar dat kost veel energie van alle betrokkenen.’ Een positieve ontwikkeling is het constructief overleg over centrale afstemming met alle regionale uitvoeringsdiensten voor handhaving op de BRZO.

Portemonnee Voor Ullrich is eenduidigheid des te belangrijker, omdat er veel projecten aankomen voor Varo Energy in de Benelux. ‘We hebben een boeggolf aan kapitaals­ investeringen gepland. Ongeveer zeventig procent van die investeringen wordt gedreven door compliancy, bijvoorbeeld het optimaliseren van brandblusinstallaties. Nodig natuurlijk, maar dergelijke investeringen kosten veel en leveren geen directe extra inkomsten op. De overige

dertig procent heeft een meer commerciële insteek. Aanpassingen om bijvoorbeeld nog flexibeler te kunnen inspelen op de veranderende markten. De wereldeconomie is grillig en die grilligheid heeft zeker invloed op de brandstoffenmarkt. We moeten techniek steeds meer inzetten om daar zo slim mogelijk op in te spelen. Dat blijf ik met mijn technische achtergrond geweldig vinden. Techniek optimaal inzetten om beter je geld te kunnen verdienen.’ Slechts in sommige gevallen vallen compliancy en commercie goed met elkaar te combineren. Dampretoursystemen bijvoorbeeld, of andere manieren om verliezen te beperken. Die investeringen zijn zowel goed voor het milieu als voor de portemonnee. ■

7

iMaintain 16

IMA7 H Hoofdinterview.indd 13

23-08-16 16:11


14 MAINTENANCE, DUURZAAMHEID EN MILIEU

Industrie loopt niet warm voor thermische isolatie Snelle terugverdientijden van soms minder dan een jaar, grote energiebesparingen en ook nog eens een stabieler proces: de voordelen van isolatie van procesapparatuur, leidingen en appendages zijn legio. Toch laat de industrie een groot deel van het potentieel liggen. Zorgen over de bereikbaarheid van kritische apparatuur en corrosie onder isolatie zorgen ervoor dat het laaghangende fruit blijft hangen. In politiek Den Haag klinken echter geluiden om isolatie te verplichten, net als het onderhoud en de inspectie ervan.

David van Baarle

7 16 iMaintain

IMA7 I Isolatie.indd 14

In 2012 onderzocht Ecofys in opdracht van de Europese Commissie hoeveel energie de Europese industrie kon besparen door thermische isolatie toe te passen. Dat potentieel was aanzienlijk. De onderzoekers berekenden dat de totale Europese industrie 480 petajoule kon besparen door de economisch meest voordelige investering te doen in isolatie van machines, leidingen en andere warmte- of koudevoerende assets. Koos men voor de thermisch meest voordelige oplossing, dan lag een besparingspotentieel van zelfs 550 petajoule in het verschiet. Helaas blijkt vier jaar later dat dit potentieel nog nauwelijks is benut. Een combinatie van onbekendheid, strikte veiligheidsstandaarden, onwil om te veranderen en krappe budgetten hebben de afgelopen jaren de noodzakelijke investeringen gestremd. Vanuit politieke hoek klinkt dreigende taal: als bedrijven niet zelf investeren in energiebesparende maatregelen, dan is politieke dwang niet uitgesloten. Tijd dus om de eigen isolatie onder de loep te nemen. Het besparingspotentieel voor de Nederlandse industrie schatten de onderzoekers van Ecofys in op een slordige 31 petajoule. In het Energieakkoord heeft minister Kamp met de bedrijven die emissiehandelplichtig zijn, afgesproken dat ze tot 2020 negen petajoule extra energie zullen besparen. Dat betekent dat de minister al tevreden is als maar een derde van het potentieel wordt benut. Waarom dit dan nog niet gebeurt, is experts ook een raadsel. Diederik Jaspers is senior onderzoeker bij onderzoeksbureau CE Delft, dat onlangs onderzoek deed naar het besparings-potentieel in de Nederlandse industriesector. ‘Doel van dat onderzoek was te kijken naar energiebesparingsmogelijkheden met een korte terugverdientijd. Nummer één op de lijst is isolatie van appendages en nummer twee is periodieke thermografische inspectie van isolatie. De eerste investering is in minder dan

een jaar tijd terug te verdienen, terwijl thermografische inspectie een terugverdientijd van minder dan twee jaar heeft. Als nummer drie in de top tien van energiebesparingsmaatregelen staat tenslotte nog de isolatie van tankdaken. Ook daar zijn terugverdientijden van één tot vijf jaar te realiseren.’

Extra mogelijkheden CE Delft stelde in opdracht van DCMR Milieudienst Rijnmond en RVO factsheets samen rondom de besparingsonderwerpen, waaronder ook die voor appendages. Jaspers: ‘Bij de meeste bedrijven liggen nog kansen voor het thermisch isoleren van leidingen, flenzen, kleppen, kranen enzovoorts. Die laatste groep wordt om verschillende redenen het minst geïsoleerd. Een operator is bijvoorbeeld bang dat hij in het geval van een calamiteit niet snel genoeg een kraan kan dichtdraaien of een klep handmatig kan sluiten. Ook zijn eventuele lekkages zonder de aanwezigheid van isolatie beter te detecteren, zo is de gedachte. Er zijn echter oplossingen genoeg om die kritische onderdelen zo te verpakken dat de isolatie snel kan worden verwijderd. Het excuus dat operators altijd bij een flens moeten kunnen en dat isolatie hen daarbij belemmert, gaat in mijn ogen niet op. En het bezwaar van corrosie onder isolatie kan worden tegengegaan door toepassing van thermospray coatings met aluminium gecombineerd met niet-destructieve-testmethoden zoals radiografie, ultrasoon of thermografie.’ Ook de energiebesparende maatregel van thermografische inspectie is volgens Jaspers heel laagdrempelig geworden. ‘Thermische camera’s worden steeds goedkoper en zelfs bedrijven die al een goede interne kwaliteitscontrole hebben, profiteren van de extra mogelijkheden van thermografisch scannen. Daarmee wordt snel zichtbaar waar thermische verliezen optreden en kan men tijdig ingrijpen als

Abonnees lezen meer op www.imaintain.info

23-08-16 16:10


MAINTENANCE, DUURZAAMHEID EN MILIEU 15

09FOT

er koudebruggen ontstaan door beschadigingen aan de isolatie of lekkages van leidingen of appendages. Het gebruik van zulke camera’s dient wel zorgvuldig te gebeuren en vergt enige opleiding.’

ressante investering. De terugverdientijd is onder meer afhankelijk van de hoogte en diameter van de tank, de vullingsgraad en de opslagtemperatuur, maar de besparingspotentie is dan ook hoog.

Besparingspotentieel

‘Tot nog toe blijkt de hoogte van

Het onderzoeksbureau berekende voor dat een gemiddelde scan, uitgevoerd door een professioneel bedrijf dat hiermee een dag bezig is en hierover uitgebreid rapporteert, zo’n zesduizend euro kost. Het besparingspotentieel van zo’n scan komt neer op een besparing van 200.000 kuub aardgas. Daarmee komt de terugverdientijd van de investering op zo’n twee jaar. Men raadt bedrijven met een goed werkend kwaliteitsborgingsysteem en onderhoudsinspecties dan ook aan een dergelijke inspectie eens in de vijf jaar uit te voeren. Bedrijven die hun kwaliteitsbewaking minder goed op orde hebben, zouden kunnen overwegen om de inspectie eens in de twee jaar te laten uitvoeren. Ook de optie van het aanbrengen van isolatie op tankdaken, is volgens de onderzoekers van CE Delft een zeer inte-

de investeringen de grootste drempel te zijn voor bedrijven om de adviezen uit de energiescans uit te voeren.’ Bovendien is het met nieuwe technieken mogelijk de isolatie tijdens bedrijf aan te brengen, en ook beloopbaar. Daar komt bij dat de nieuwe isolatietechnieken het probleem van corrosie onder isolatie remmen. Daarbij kunnen plaatdiktemetingen worden uitgevoerd zonder de isolatielaag te hoeven verwijderen.

Focus op proces De voordelen van isolatie zijn dus goed te benoemen. Bovendien passen de terug-

verdientijden binnen de voor de meeste commerciële bedrijven gehanteerde marges. Waarom investeren bedrijven dan niet massaal in isolerende maatregelen? Volgens Hans Koole, voorzitter van de Nederlandse vereniging van ondernemers in het thermisch isolatiebedrijf (VIB), sturen veel bedrijven niet zozeer op energieefficiency. ‘De eerste zorg voor een procesoperator is dat zijn proces veilig en geborgd verloopt’, zegt Koole. ‘Delen die kunnen afkoelen door een regenbui en die het proces daarmee verstoren, zullen worden geïsoleerd. Hetzelfde geldt voor procesonderdelen waar personeel zich aan kan branden. De energiecomponent wordt in de overwegingen eigenlijk nauwelijks meegenomen. Die beslissing ligt dan ook niet bij de operator, maar zal vanuit het hoofdkantoor moeten worden gedirigeerd. En daar ligt de focus dikwijls niet zo zeer op energiebesparing.’ Nederland loopt ernstig achter op de bindende energiedoelstellingen van het Energieakkoord. De VIB zou dan ook graag zien dat de overheid verplicht stelt de technische optimalisatie van isolatie

7

iMaintain 16

IMA7 I Isolatie.indd 15

23-08-16 16:10


FLIR CM174 ad 185x128_NL.indd 1

19/08/16 16:06

Sitech Services verbetert uw prestaties Sitech verzorgt het complete onderhoud van fabrieksinstallaties, van management en uitvoering tot verbeterprojecten. We hebben alle expertise in huis om de maximale opbrengst uit uw installaties te halen. U profiteert van synergievoordelen op specialistische terreinen, met de focus op veilig en optimaal produceren.

www.sitech.nl

IMA07 Advertenties.indd 16

23-08-16 15:57


MAINTENANCE, DUURZAAMHEID EN MILIEU 17

daarin mee te nemen. Dat zou kunnen door verplichte energiescans op te nemen in de een-op-een-afspraken met energieintensieve industrieën (MEE-afspraken) en reguliere audits te laten uitvoeren. Ook zou de overheid de industrie moeten verplichten energiebesparende maatregelen die binnen vijf jaar kunnen worden terugverdiend, daadwerkelijk uit te voeren. Die verplichting bestaat al, maar er is nauwelijks toezicht op de naleving ervan. ‘Tot nog toe blijkt de hoogte van de investeringen de grootste drempel te zijn voor bedrijven om de adviezen uit de energiescans uit te voeren’, zegt Koole. ‘De overheid zou die impasse kunnen doorbreken door subsidie op implementatie van de aanbevelingen te verlenen of een revolverend fonds (beschikbaar stellen van tijdelijke middelen, red.) in het leven te roepen waaruit de investeringen kunnen worden bekostigd.’

'Een besparing van tachtig procent is geen uitzondering. Die prestatieverbetering is veel hoger dan te behalen valt met branderof motormanagement.' Corrosie onder isolatie Het grootste bezwaar van isolatie is misschien nog wel het feit dat er corrosie kan ontstaan onder de isolatie. Om dit probleem aan te pakken richtte vertegenwoordigers van de procesindustrie in de jaren tachtig de Commissie Isolatie Nederlandse Industrie (Cini) op. Frans Popma is technisch coördinator van het instituut en ervaringsdeskundige bij Shell, dat medeoprichter is van Cini. ‘De commissie is opgericht om het probleem van corrosie onder isolatie bij de kop te pakken’, zegt Popma. ‘De procesindustrie gebruikt doorgaans dezelfde configuratie: steenwol met daaroverheen aluminium beplating. Het komt nog wel eens voor dat die beplating beschadigd raakt, bijvoorbeeld door werkzaamheden op de fabriek. Zo’n beschadiging kan ervoor zorgen dat regenwater kan binnendringen in de isolatie, met alle gevolgen van dien. Niet alleen neemt de isolatiewaarde van het steenwol af, maar

de leiding kan ook oxideren. Nu kan je maatregelen nemen om oxidatie of roestvorming te voorkomen door voorzieningen te treffen die ervoor zorgen dat water er uit kan lopen. Maar ook door de ondergrond goed te stralen en schilderen. Dit geldt overigens voor zowel koolstofstaal als RVS. RVS is namelijk heel gevoelig voor chloriden en stresscorrosie komt ook nog wel eens voor.’ Als het euvel al is geschied, is het vooral zaak de beschadigingen te ontdekken. Een expert kan vaak op het oog afwijkingen waarnemen, maar een thermografische camera is een waardevol hulpmiddel. Popma: ‘Je kunt met behulp van thermografie de spots vaststellen waar de isolatie te dun is geworden of waar water in de isolatie is binnengedrongen. Maar de aanwezigheid van vocht wil niet altijd zeggen dat er ook roest is ontstaan. Andersom geldt ook dat niet altijd te bewijzen is dat er geen roest is. Er zijn niet-destructieve inspectietechnieken op de markt waarmee corrosie kan worden gedetecteerd, maar helemaal honderd procent zekerheid geven die niet. Putcorrosie is bijvoorbeeld een groot probleem, maar dat kan niet met thermografie of andere inspectiemethoden worden vastgesteld . En dus is het tot nog toe zo dat als een sitemanager of toezichthouder honderd procent zekerheid wil over de integriteit van zijn leidingen, de isolatie er geheel af moet worden gehaald. Bij renovatieprojecten is dat gebruikelijk.’

Kennis Regelmatige inspectie van isolatie heeft volgens Popma dan ook wel degelijk zin. ‘Het theoretische besparingspotentieel van isolatie ligt op zo’n 95 procent. Op het

moment dat isolatie nat wordt, kan die waarde teruglopen naar een kwart daarvan. Nu is er wel een verschil tussen de theoretische waardes en de besparingspercentages die we in de praktijk meten, maar een besparing van tachtig procent is geen uitzondering. Die prestatieverbetering is veel hoger dan te behalen valt met brander- of motormanagement. Het is dan ook vreemd dat isolatie zo’n lage prioriteit krijgt bij de industrie.’ Inmiddels kijkt de toeleverende industrie naar manieren om beschadiging te voorkomen. ‘De markt levert ook geprefabriceerde pijpschalen van steenwol die steviger zijn en meer mechanische belasting kunnen verdragen. Ook isolatiematrassen kunnen op kwetsbare delen van de installatie zorgen voor toegankelijkheid. Het is ook mogelijk dikkere aluminiumbeplating te gebruiken of stainless steel. Uiteindelijk zijn de keuzes afhankelijk van de risicobeoordeling en de kostenbaten-analyse. En dat begint weer bij voldoende kennis bij zowel de plant owner als de aannemer. De life cycle kosten zouden bepalend zijn voor de investeringsbeslissing. Helaas zie je vaak nog dat men voor de goedkoopste investering aan de voorkant gaat. Theoretisch zou isolatie zo’n vijftien jaar moeten kunnen meegaan en bij leidingen die hoog in het rek liggen en weinig stress kennen, kan die levensduur langer zijn. Maar doorgaans komt men niet verder dan vijf à zes jaar. Veel heeft te maken met inspectie en onderhoud. Hoe sneller je immers een beschadiging repareert, hoe langer de levensduur wordt. We constateren echter dat er nog nauwelijks isolatie-experts bij de asset owners zitten en dat ook de contractors niet altijd de kennis in huis hebben.’ ■

7

iMaintain 16

IMA7 I Isolatie.indd 17

23-08-16 16:11


18 ENERGIE-EFFICIËNTIE

Integrale aanpak aandrijfsystemen ontbreekt Elektromotoren zijn grootverbruikers van energie in de industrie. De EU wil dat er een flinke energie-efficiëntieverbetering op deze motoren wordt losgelaten en heeft een richtlijn voor elektromotoren opgesteld. De laatste fase van deze verplichting gaat in januari 2017 in. Producenten kunnen deze motoren nu al leveren, toch doen eindgebruikers nog geen structurele verbeteringen aan hun aandrijfsystemen.

Dagmar Aarts

7 16 iMaintain

IMA7 J Elektrificatie.indd 18

Uit onderzoek van het International Energy Agency uit 2011 blijkt dat aandrijfsystemen toen grofweg zeventig procent van het elektriciteitsverbruik in de Europese industrie bepaalden. Maarten van Werkhoven van het Kennisnetwerk Efficiënte Elektrische Aandrijfsystemen (KEEA) denkt dat dit cijfer nu nog niet veel is veranderd. Het kennisnetwerk wil de kennis die er rondom efficiënte aandrijfsystemen is naar de markt brengen om te stimuleren dat ze worden toegepast in de industrie. Dat is nodig, omdat er om verschillende redenen nog niet structureel wordt verbeterd op aandrijfsystemen. ‘Een van die redenen is de lage elektriciteitsprijs. Daardoor is er weinig motivatie om naar efficiëntere elektromotoren te kijken’, zegt Van Werkhoven. ‘Ook de complexiteit van het geheel maakt verbeteren lastig. Als je het echt serieus wilt aanpakken dan kan je niet met één motor volstaan. Je moet eigenlijk het hele aandrijfpark in kaart

brengen, analyseren en optimaliseren. Dat is best wel een stap voor bedrijven. Daarnaast is er in de industrie ook een gebrek aan capaciteit en tijd om hiermee aan de slag te gaan. Er worden bijvoorbeeld wel individuele aandrijvingen zoals een pompsysteem aangepast, maar de integrale aanpak ontbreekt nog.’

Richtlijn In Europa zijn ambitieuze klimaatdoelstellingen afgesproken en daarom heeft de Europese Commissie uitgebreid beleid ontwikkeld op energieverbruikende producten. Een van die producten is de elektromotor. Nu daar een Europese richtlijn voor is, moeten in ieder geval leveranciers energiezuinige veranderingen doorvoeren op hun elektromotoren. De wetgeving wordt in fases ingevoerd, wat eigenlijk betekent dat elektromotoren stap voor stap efficiënter met energie moeten omgaan. Zo moeten ze sinds juni 2011 minstens aan de IE2-norm voldoen. Vanaf januari 2015 moeten motoren met een nominaal vermogen van 7,5 tot 375 kilowatt voldoen aan de IE3-norm of aan de IE2-norm als ze voorzien zijn van een frequentieomvormer. De laatste fase gaat op 1 januari 2017 in, dan moeten ook motoren met een vermogen vanaf 0,75 kilowatt aan de IE3- of IE2-norm voldoen. Zo’n richtlijn helpt volgens Van Werkhoven om het onderwerp energie-efficiëntie op de kaart te krijgen. ‘Het nadeel is dat het alleen geldt voor nieuwe elektromotoren. Producenten mogen geen inefficiënte elektromotoren meer maken voor de Europese markt, maar bedrijven die elektromotoren gebruiken, hoeven hun installed base nu niet te vervangen. Installeren ze een nieuwe motor dan moet die wel aan de richtlijn voldoen. De producenten zijn er allemaal op ingericht, ook omdat de richtlijn al een tijdje loopt, hoewel ik ook weleens een geluid hoor dat de wet hier en daar niet goed lijkt te worden nage-

Abonnees lezen meer op www.imaintain.info

23-08-16 16:22


FOTO'S: WEG

ENERGIE-EFFICIËNTIE 19

leefd. Dan kun je denken aan motoren waar wel een IE3-label op staat, maar die niet lijkt te voldoen aan de werkelijke efficiency-eisen.’

Controle en handhaving Hoe het met de controle en handhaving van de nieuwe elektromotoren staat, is dan ook een groot vraagstuk. Robin Zander, hoofdredacteur van vakblad Aandrijven en Besturen, merkt dat er veel verwarring is over wie controleert of bedrijven zich aan de richtlijn houden. Na flink wat speurwerk is hij erachter gekomen dat de handhaving ligt bij de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT), een onderdeel van het ministerie van Infrastructuur en Milieu. Zander: ‘Er wordt nu nog niet veel gecontroleerd, omdat de ILT voorrang geeft aan andere activiteiten, maar bedrijven hebben natuurlijk een eigen verantwoordelijkheid om de regels na te leven. Op

ons IE-motoren event op 20 september komt ILT meer uitleg geven over hoe het zit met controle en handhaving.’ Volgens Van Werkoven wordt de ILT actiever in de controle op de naleving van de richtlijn en zou het goed zijn om de resultaten hiervan breder bekend te maken in de markt.

'Grote eindverbruikers zien in dat ze een dief van hun eigen portemonnee zijn als ze geen IE-motoren gebruiken.'

Producent van elektromotoren WEG ziet dat de controle per land verschilt. Business unit manager Martijn Brinks: ‘In Duitsland haalt het ministerie van Economische

Zaken bij producenten weleens één of twee motoren uit de productie om die in een onafhankelijk laboratorium te laten testen. Hier in Nederland gebeurt dat niet. Dat komt ook doordat hier niet zo heel veel motorproducenten zijn en de overheid zou dan ook bij importeurs moeten controleren. Wat wij zien, is dat de Nederlandse overheid uitgaat van marktwerking, puur omdat er in Europa geen vraag meer is naar de oude elektromotoren. De oude die wij nog op voorraad hebben en die we nog maken, worden ingezet in delen van Rusland en Afrika waar de richtlijn niet geldt.’ Die minder efficiënte motoren worden volgens Jolanda de Bie van elektromotorproducent ABI nog vaak genoeg gekocht door machinebouwers die installaties maken voor buiten Europa. ‘Voor hen is het interessant om er de goedkoopste motor in te hebben, want als je installatie

7

iMaintain 16

IMA7 J Elektrificatie.indd 19

23-08-16 16:22


ASSET INTEGRITY PARTNER STORK IS EEN WERELDWIJD OPERERENDE KENNISORGANISATIE OP HET GEBIED VAN ASSET-OPTIMALISATIE EN INTEGRITY MANAGEMENT VOOR DE OLIE & GAS-, CHEMIE- EN ENERGIESECTOR. Stork is al 185 jaar een betrouwbare en toonaangevende leverancier van asset integrity managementdiensten. Wij helpen onze klanten bij het optimaliseren van de productie door het onderhouden, repareren en verbeteren van hun industriële assets. Als één team opereren wij vanuit verschillende technische disciplines waarbij we voortdurend streven naar continuïteit, kwaliteit, innovatie en kostenbesparing. Hiermee leveren we toegevoegde waarde gedurende de gehele levenscyclus van de assets van onze klanten. Veiligheid heeft daarbij altijd onze hoogste prioriteit.

WWW.STORK.COM

20140211_Petrochem-advert.indd 1 IMA07 Advertenties.indd 20

3/06/2014 10:43:32 23-08-16 15:58


ENERGIE-EFFICIËNTIE 21

duurder wordt, moet je dat heel goed aan de klant kunnen uitleggen.’ Brinks herkent het beeld, maar in Nederland ziet hij dat er wel een bewustwording bij met name grote eindgebruikers is dat het ze uiteindelijk geld oplevert als ze een hoger rendement inzetten. ‘Ze zien in dat ze een dief van hun eigen portemonnee zijn als ze geen IE-motoren gebruiken. De echt

grote bedrijven zien het ook als een stukje maatschappelijke verantwoordelijkheid. Ik

‘Er is meer nodig dan zuinige elektromotoren’ Bij drinkwaterbedrijf Dunea volgen ze de richtlijn voor elektromotoren met veel belangstelling en wordt veel aan energie-efficiëntie gedaan. Daarbij wordt niet alleen naar elektromotoren gekeken, maar naar een integrale aanpak van het complete ontwerp van een (deel)systeem wat betreft rendement, energieverbruik en belasting. Dunea heeft ontzettend veel aandrijfsystemen draaien die samen veel elektriciteit verbruiken. Maintenance manager Hans Peters: ‘We hebben zeker vijfhonderd tot zeshonderd machines van boven de tien kilowatt die volcontinu draaien. Het scheelt echt aanzienlijk als je die energie-efficiënter maakt. Heel vaak reviseren we onze elektromotoren niet meer, maar vervangen we ze door een zuiniger exemplaar. De terugverdientijd van bijvoorbeeld kleine pompen van 1,5 tot 5 kilowatt is minder dan zeven jaar en ze gaan wel twintig of dertig jaar lang mee.’ Volgens producent WEG (zie artikel) loopt de watermarkt voorop met energie-efficiëntie en Peters herkent zich in dat beeld. Het is een doel dat we niet alleen hebben gesteld, maar ons ook is opgelegd. Wij hebben een voorbeeldfunctie.’ Het bedrijf gaat dan ook verder dan het vervangen van elektromotoren, want volgens Peters komt er veel meer bij energie-efficiëntie kijken. Ook de procesautomatisering moet volgens hem anders. ‘Programmeurs kijken nu hoeveel capaciteit de pompen hebben en hoeveel er nodig is voor het proces en maken daar een schakelmachine voor. Is er meer capaciteit nodig, dan schakelen ze er een pomp bij, is er minder nodig dan schakelen ze een pomp af, dat noem je een simpele afloophiërarchie. Maar als je ook te maken hebt met rendements­ aspecten dan ga je kijken naar optimale werkpunten van machines. Programmeurs moeten zoeken naar combinaties die ook energetisch gunstig zijn en niet alleen voldoen aan de capaciteitsvraag. Je gaat dan spelen met toerentallen en schakelpunten, dat vergt een heel andere programmering’ Ook de pompenleveranciers hebben daar volgens Peters steeds meer aandacht voor. ‘Ze maken pompen zo slim dat ze zelf hun optimale werkpunt gaan zoeken. Dat is veel slimmer dan pompen aan- en uitzetten. Er valt daarnaast ook winst te behalen als je pieken weet te voorkomen. Pieken zijn net zoals veel gas geven in je auto als je weg wilt rijden, dat kost meer brandstof dan wanneer je rustig optrekt. Het kan efficiënter als de software in een elektromotor of op de centrale procesautomatisering stuurt op rustig optrekken en aftoeren.’

ben redelijk positief over hoe Nederlandse bedrijven ermee omgaan.’

IE5 Hoewel de laatste fase van de richtlijn pas in januari 2017 ingaat, maken producenten nu ook al motoren die eraan voldoen. Zelfs elektromotoren die nog energie-efficiënter zijn, zijn al te koop. Brinks: ‘Wij maken ook IE4- en IE5-motoren, hoewel de norm voor die laatste nog niet officieel is vastgesteld. We zien al heel veel vraag naar de IE4-motoren die dus een hoger rendement hebben dan de wetgeving vraagt. Zeker de Nederlandse watermarkt is daar heel vooruitstrevend in (zie kader, red.) en ook een aantal grote eindgebruikers zijn er erg in geïnteresseerd.’ Als je toch een nieuwe motor gaat plaatsen, zou je zeggen dat het handig is om meteen de meest energiezuinige te nemen, maar volgens Brinks zijn er verschillende redenen waarom bedrijven dat niet doen. ‘Ten eerste zijn de IE4 en IE5 duurder dan andere elektromotoren. Daar komt nog bij dat je IE1- tot en met IE4-motoren direct aan het voedingsnet kan hangen, terwijl er bij IE5-elektromotoren ook nog een frequentieomvormer tussen moet worden gezet om ervoor te zorgen dat de motor goed functioneert. We zien wel dat heel veel eindgebruikers en ook OEM’ers de stap naar de IE3 al hebben genomen, ook voor elektromotoren waarvoor de richtlijn pas vanaf januari ingaat. Voor IE4 is nog wel enige terughoudendheid omdat het iets duurder is. Aan de andere kant zijn er ook OEM’ers die bijvoorbeeld een heel erg energiezuinige pomp of compressor maken om juist klanten te trekken.’ ■

7

iMaintain 16

IMA7 J Elektrificatie.indd 21

23-08-16 16:23


22 WHAT’S NEXT

VDL Groep en Automotive Technology InMotion, een studententeam van vijftig studenten van de TU Eindhoven en Fontys Hogescholen, werken sinds februari 2016 samen aan de ontwikkeling van een elektrische raceauto.

VDL Groep en studenten werken samen aan elektrische raceauto VDL Groep ondersteunt het team om het effect op batterijtechnologie te onderzoeken bij extreme belasting. Deze kennis wordt vervolgens toegepast in de verdere ontwikkeling van de zero emissie voertuigen van VDL.

elektrisch aangedreven voertuigen op de Nürburgring Nordschleife (Duitsland) op hun naam te zetten. Met een topsnelheid van 285 kilometer per uur behoort de wagen van InMotion nu al tot de absolute

wereldtop. De uitstekende wegligging komt vooral door het veelvuldig gebruik van materialen als carbonfiber en titanium om het gewicht van de raceauto extreem laag te houden.

Als technologisch partner zal VDL Groep samen met InMotion de ontwikkeling van het accupakket en de complete aandrijflijn van de elektrische raceauto voortzetten. De raceauto fungeert als ontwikkelplatform voor verschillende systemen en technologieën, zoals actieve aerodynamica en elektrische aandrijving. Na optimalisatie van deze systemen worden ze geïmplementeerd in de langeafstand raceauto van InMotion, de IM01. Het uiteindelijke doel van het studententeam is om met de IM01 mee te doen aan de 24-uurs race van Le Mans in 2020. Voordat het zover is, wordt het voertuig ingezet om het ronde-record voor elektrische wagens te verbreken op het circuit van Zandvoort. Hiervoor is een drietal bekende Nederlandse autocoureurs verbonden met het studententeam, namelijk Jan Lammers, Xavier Maassen en Nick Catsburg. Ook wil het team in 2017 met de raceauto een poging doen om het record voor

7 16 iMaintain

IMA7 G WhatsNext.indd 22

FOTO: INMOTION

Ontwikkelplatform

Abonnees lezen meer op www.imaintain.info

23-08-16 16:12


WHAT’S NEXT 23

Accenture en RoboValley, een innovatiehub voor robotica in Delft hebben een vijfjarige samenwerking aangekondigd, gericht op de ontwikkeling van de nieuwe generatie roboticatechnologie. Accenture investeert 500.000 euro en wordt hiermee kroonpartner van RoboValley. Met de investering worden internationaal onderzoek, internationale kennisontwikkeling en -deling mogelijk gemaakt. Als onderdeel van de samenwerking en ter versterking van de kunstmatige intelligentie-activiteiten van Accenture voeren het bedrijf en de innovatiehub gezamenlijk onderzoek uit op het gebied van robotica. Het doel hiervan is het ontwikkelen van best practices om robotica te implementeren in grote organisaties. Dit omvat tevens het onwikkelen van proof-of-concepts en mogelijke gebruikerscases voor verschillende sectoren. Ook willen beide partijen innovatieworkshops met klanten faciliteren om nieuwe roboticatoepassingen te verkennen, die de arbeidscapaciteit verhogen en nieuwe groeimogelijkheden creëren. Frank Rennings, directeur Technologie van Accenture Nederland: ‘Organisaties zien het belang ervan hoe robotics voor een vierde industriële revolutie gaat zorgen. Ze maken hun bedrijfsvoering met

FOTO: ACCENTURE

ACCENTURE INVESTEERT 500.000 EURO IN ROBOVALLEY

CEO Pierre Nanterme van Accenture met de Robovalley robotics onderzoekers.

robotica-technologie efficiënter en verbeteren hun klantenservice. Wij geloven sterk in de krachtenbundeling van onderzoek, ondernemers en start-ups op één plek. De samenwerking helpt ons innovatie te versnellen en nieuwe toepassingen sneller naar de markt te brengen. Ook kunnen we onze klanten nu meenemen naar RoboValley om de laatste ontwikkelingen zelf te ervaren.’ Arthur de Crook, Business Development Manager van RoboValley: ‘RoboValley in Delft helpt robotica-bedrijven en startups om de nieuwe generatie robots te maken en op de markt te brengen. Door het internationale netwerk van Accenture

heeft RoboValley direct toegang tot een grote groep internationale bedrijven die te maken krijgen met robotisering. Ook vergroten we onze zichtbaarheid verder als internationaal kenniscentrum.’ In RoboValley werken meer dan 170 robotica-onderzoekers vanuit verschillende disciplines samen met experts, ondernemers en beslissers uit zowel de publieke als private sector. In RoboValley zijn nu dertig robotica start-ups gevestigd naast al langer bestaande roboticabedrijven. De verwachting is dat er de komende tien jaar 15.000 tot 25.000 banen worden gecreëerd in deze innovatiehub.

NOORWEGEN WIL DRIJVENDE TUNNELS BOUWEN

De tunnel zal uit verschillende elementen bestaan die pas vlak bij de plek waar de tunnel moet komen aan elkaar worden gemaakt. Daarna wordt de tunnel op zijn plek gesleept.

Noorwegen wil drijvende tunnels in haar fjorden bouwen om het reizen aan de westelijke kant van het land makkelijker te maken. Nu moet er vaak gebruik worden gemaakt van ferry’s en slingerende wegen. Een van de ideeën om het gebied toegankelijker te maken, is de drijvende tunnel waarnaar op dit moment een haalbaarheidsstudie wordt gedaan. De drijvende tunnel bestaat uit twee betonnen buizen die aan drijvende pontons hangen. De tunnel komt zover onder het wateroppervlak te ‘zweven’ dat schepen er gewoon overheen kunnen varen. Elke buis heeft twee rijbanen, waarvan er slechts één gebruikt wordt voor verkeer. De andere baan is er voor noodstops en onderhoudswerk. De tunnel is zo ontworpen dat het eb en vloed, deining, sneeuw, ijs, wind en allerlei soorten golven aan kan.

7

iMaintain 16

IMA7 G WhatsNext.indd 23

23-08-16 16:12


24 WHAT’S NEXT

HYPERLOOP-COMPETITIE UITGESTELD

INSPECTIEROBOT VOOR ONDERGRONDSE TANKS Het inspecteren van ondergrondse tanks was jarenlang een gevaarlijk karwei. Na het leegmaken van de opslagtank, daalde een inspecteur via een nauw mangat af in de ondergrondse opslagruimte. Het is er glad, donker en er kunnen nog gevaarlijke dampen hangen. Nu is er door Tanktechniek en ID-TEC een inspectierobot uitgevonden die dit gevaarlijke werk kan doen: de Tankviewer. Voordat de robot ‘afdaalt’ in de tank zijn er eerst twee andere controles. De eerste is de zogeheten stroomopdrukproef die de beschermende coating aan de buitenkant van de tank meet op bescha-

digingen. Daarna volgt de vacuümtest, waarmee eventuele lekkages zijn op te sporen. Pas als die testen succesvol zijn gebleken, volgt de daadwerkelijke inspectie van de binnenkant van de tank. De tankviewer past door de overvulbeveiliger, die als noodventiel voor de tank fungeert. Hierdoor hoeft er geen mangat gemaakt te worden, wat een tijdrovende klus is. De robot past door buizen van tien centimeter. Eenmaal binnen, meet de Tankviewer wanddiktes, putcorrosie en dikte van de coating via een stikstofgestuurde voeler.

WERELDRECORD ELEKTROMOTOR MAAKT EERSTE VLUCHT Een acrobatisch vliegtuig heeft met een elektromotor van vijftig kilo en een continu vermogen van circa 260 kilowatt een bijna geluidloze eerste vlucht gemaakt. Dat vermogen is vijf keer zoveel als vergelijkbare aandrijfsystemen volgens Siemens, de maker van het nieuwe type elektromotor. Deze ontwikkeling maakt hybride-elektrisch aangedreven vliegtuigen met vier of meer zitplaatsen mogelijk. De onderneming gaat de technologie inbrengen in het samenwerkingsproject waartoe Siemens en Airbus in april 2016 besloten en wat als doel heeft de ontwikkeling van elektrisch aangedreven vliegen te stimuleren. Elektrische aandrijvingen zijn schaalbaar en Siemens en Airbus gaan de record-motor als basis gebrui-

7 16 iMaintain

IMA7 G WhatsNext.indd 24

ken voor de ontwikkeling van regionale lijntoestellen met hybride-elektrische aandrijving. Frank Anton, van de research afdeling van Siemens.:‘Naar verwachting zien we in 2030 de eerste vliegtuigen met een capaciteit tot honderd passagiers en een bereik van circa 1000 kilometer.’

De competitie voor de hyperlooptrein is met een half jaar uitgesteld. Zo hebben de deelnemende teams, waaronder TU Delft, meer tijd om hun ontwerp af te maken voordat ze het tegen elkaar opnemen. Hyperloop Pod Competition is bedacht door Elon Musk, bekend van Tesla Motors en SpaceX, die de ontwikkeling van razendsnel vervoer door buizen wil stimuleren. De competitie wordt nu van 27 tot en met 29 januari in 2017 gehouden. SpaceX maakt een testbaan van een mijl in Californië waar de hyperloops getest kunnen worden. De kennis die hier wordt opgedaan wordt gedeeld.

COMPUTERMODEL MAAKT PRODUCTIEPROCES GOEDKOPER De Universiteit Twente werkt aan computermodellen die industriële productieprocessen nauwkeuriger en dus goedkoper kunnen maken. De modellen helpen om eerder in het metaalomvormproces afwijkingen op te sporen. Uit eerste simulatieproeven is gebleken dat hier relatief veel winst valt te behalen. Bij metaalomvormprocessen (het omvormen van plaatwerk naar een tussen- of eindproduct) is het vaak lastig om producten met een constante kwaliteit te produceren. Een afwijking kan worden veroorzaakt door bijvoorbeeld de wisselende eigenschappen van het gebruikte metaal, slijtage aan de onderdelen van de machine of de veranderende samenstelling van de smering. Zo’n afwijking wordt meestal laat in het productieproces ontdekt. Een deel van de producten voldoet daardoor niet aan de eisen en moet worden nabewerkt. Uit het onderzoek van werktuigbouwkundige Jos Havinga komt naar voren dat er een duidelijke correlatie is tussen de uitgeoefende kracht en de uiteindelijke afwijking van het product. Met die informatie kan de machine van de proefopstelling eerder in het proces worden bijgestuurd. Deze kan daardoor wel tien tot twintig procent nauwkeuriger produceren.

Abonnees lezen meer op www.imaintain.info

23-08-16 16:12


WHAT’S NEXT 25

Eindhovense studenten gaan op zelfgebouwde elektrische motoren in tachtig dagen de wereld rondreizen. De 23 studenten van de TU Eindhoven zijn begin augustus vertrokken op hun Storm World Tour. Ze hebben zich twee jaar lang voorbereid om 26.000 kilometer in tachtig dagen af te leggen. De hele route is tot op de dag precies uitgestippeld en verkend. De reis voert over het noordelijk halfrond, beginnend in Europa en via Centraal-Azië en Noord-Amerika komen ze op 2 november weer in Eindhoven aan. Het team zal rijden op twee elektrische toermotoren die in hun ogen het toonbeeld zijn van hoe elektrisch vervoer zou moeten zijn: stil, efficiënt en met voldoende actieradius. De motoren hebben een topsnelheid van 160 kilometer per uur en kunnen 380 kilometer rijden zonder opladen, dankzij het door de studenten zelf ontworpen batterijpakket. De batterijen, 24 losse cartridges en goed voor maximaal 28,5 kilowatt aan energie, kunnen bovendien binnen zeven minuten worden vervangen door een volgeladen batterijenpakket. Elke dag worden de batterijen van de motoren opgeladen via het lokale elek-

FOTO: TU/E

STUDENTEN MAKEN WERELDREIS OP ELEKTRISCHE MOTOREN

triciteitsnet, bij bedrijven, universiteiten of mensen thuis. Ze vormen met elkaar het zogeheten ‘Storm Grid’. Ook neemt het team deel aan lokale evenementen gedurende de reis. Zo hoopt het team de wereld te overtuigen van de potentie

van elektrische mobiliteit. De reis is live te volgen via een dashboard op de website van het team, www.storm-eindhoven.nl en via social media (#storm80days).

INVESTERING VAN 15 MILJOEN VOOR SLIMME RAMEN

De ramen zijn in staat om naar wens het zonlicht te dimmen met drie standen: donker, licht en diffuus.

De Duitse multinational Merck steekt vijftien miljoen euro in de ontwikkeling van ‘slimme ramen’. Deze ramen kunnen het buitenlicht dimmen en de energiekosten van gebouwen reduceren. De technologie hiervoor komt van de TU/e spin-off Peer+, dat door de chemiereus twee jaar geleden werd overgenomen. De techniek voor de ramen is gebaseerd op zogeheten vloeibare kristallen. Ze zijn in staat om naar wens het zonlicht te dimmen met drie standen: donker, licht en diffuus. Bij de donkere en diffuse stand wordt het licht dat invalt, gebruikt om energie op te wekken. Zo kan er worden bespaard op airco en verlichting. Merck gebruikt de investering om een productiefaciliteit te bouwen voor de slimme ramen. Naar verwachting zal de productie van de slimme ramen begin 2017 kunnen starten.

7

iMaintain 16

IMA7 G WhatsNext.indd 25

23-08-16 16:12


Het iMaintain platform brengt experts, gebruikers en leveranciers van producten en diensten bijeen om bij te dragen aan transparante informatievoorziening rond onderhoud en assetmanagement. Het platform belicht op een journalistieke en onafhankelijke manier innovaties, behandelt actuele onderwerpen en inspireert. Via het vakblad iMaintain, met de website www.imaintain.info, met drie rondetafelmeetings per jaar, diverse bijeenkomsten en met een jaarcongres bereikt het iMaintain platform haar doelgroep.

Partnernieuws Werkzaamheden IJtunnel op schema Het werk in de oostbuis van de IJtunnel is afgerond en de nieuwe installaties zijn getest en goed bevonden. Het werk in de westbuis is bij het ter perse gaan van deze iMaintain nog in volle gang. Als het werk af is, heeft de tunnel nieuwe ventilatiesystemen en zijn er verschillende brandwerende maatregelen genomen. Ook zijn kleinere reparaties uitgevoerd, bijvoorbeeld aan de dienst- en vluchtdeuren en het wegdek.

Partners van het iMaintain platform

Gasunie kent Tebodin FEED-project Zuidbroek toe Gasunie gaat de productiecapaciteit van de stikstoffabriek in Zuidbroek vertienvoudigen. Het bedrijf heeft Tebodin de FEED-werkzaamheden (Front-End Engineering Design) voor de uitbreiding toegekend. De uitbreiding is nodig omdat er minder gas uit het Groningenveld kan worden gehaald, waardoor er meer gas moet worden geïmporteerd. Dit geïmporteerde gas heeft een hogere calorische waarde dan Groningengas en moet worden gemengd met stikstof om het geschikt te maken voor Nederlandse huishoudens en industrie. De bouw van de installatie begint in de tweede helft van 2017.

Ternsund bunkert als eerste zeeschip LNG De Ternsund is het eerste zeeschip dat in Rotterdam LNG (vloeibaar aardgas) bunkert. De gloednieuwe producttanker van de Zweedse rederij Terntank ontvangt daarmee als eerste de Rotterdamse ‘LNG bunkerincentive’; een premie ter waarde van tien procent van het zeehavengeld. De Ternsund kwam bij Vopak in de Botlek nafta en gasolie lossen. Volgend jaar verwelkomt het Havenbedrijf de komst van een nieuw bunkerschip waarmee Shell vanaf het water zeeschepen met LNG gaat bevoorraden. Het Havenbedrijf streeft ernaar om van de haven een belangrijke Europese LNG hub te maken en bevordert de transitie van stookolie naar het veel schonere LNG als brandstof voor de scheepvaart. Binnenschepen, coasters, veerboten en zwaar transport verlagen met LNG de uitstoot van koolstofdioxide tot twintig procent en die van stikstofoxide tot 85 procent. Zwavel- en fijnstofemissies worden tot praktisch nul teruggebracht.

Bekijk alle partnerfilmpjes op www.imaintain.info/platform

Contentpartner Kennis- en innovatiecentrum Maintenance Procesindustrie

Leden van het iMaintain platform

Wilt u meer weten over lidmaatschap of partnering van het iMaintain platform, kijk dan op www.imaintain.info of neem contact op met Mark Oosterveer: Mark@industrielinqs.nl – 020 3122 082

IMA07 Platform.indd 26

23-08-16 16:35


‘Expertquotes’ ‘De procesautomatisering moet anders worden geprogrammeerd als je je rendement wilt verbeteren. Je moet dan spelen met toerentallen en schakelpunten. Dat is heel wat anders dan pompen gewoon aan- en uitzetten.’

‘Wij onderhouden plants op een zodanig hoog niveau dat we niet meer kunnen verbeteren. We moeten nieuwe zaken toevoegen om de laatste procenten binnen te halen.’ Rob de Heus van Sitech Services in een gesprek met iMaintain.

Hans Peters van Dunea over energie-efficiëntie bij het drinkwater­ bedrijf in een artikel in deze iMaintain over energiezuinige elektro­ motoren.

‘We kunnen de plant wellicht ook inzetten om een hercertificering van het VCA te toetsen. Na tien jaar kan je dan in de praktijk kijken of je iemand op een bepaald onderdeel verder kunt helpen, in plaats van hem of haar het praktijkboek weer in de handen te duwen.’ Ruud Schenk van Engie Services West Industrie in een artikel in Petrochem over de trainingsfabriek die in Rotterdam wordt gebouwd en waar geschoold en ongeschoold personeel vanaf volgend jaar veilig kan trainen onder fabrieksomstandigheden.

‘Het is hoopvol om te zien dat de groepen young professionals zich niet laten weerhouden door het oude hokjesdenken.’ Henk Akkermans, directeur WCM, ging in op het multidisciplinaire aspect van maintenance na afloop van de WCM Summerschool. Hier kregen vijftig young maintenance professionals de kans om hun kennis en ervaring te vergroten, onder andere door een praktijkcase.

Het expertpanel van het iMaintain platform bestaat uit: Henk Akkermans

Mark Haarman

Nico van Kessel

Ruud Schenk

Hoogleraar dynamiek van toeleveringsnetwerken, Universiteit Tilburg Wetenschappelijk directeur WCM

Managing Director, Mainnovation

Principal Consultant Asset Management, Tata Steel

Algemeen Directeur, ENGIE West Industrie

Erik Bijlsma Asset Owner, Gemeente Amsterdam

Hans Hennekam

Theo Knijff

Peter Schokker

Manager IA Service Europe, Yokogawa

Operational Manager, Ki<|MPi

Maintenance manager, Koninklijke Vezet Maintenance Manager of the Year 2016

IMA07 Platform.indd 27

Jac de Boer

Rob de Heus

Cor van de Linde

Roelf Venhuizen

Senior Consultant Asset Management & Maintenance, Tebodin

Champion World Class Maintenance, Sitech Services

Directeur innovatieplatform iTanks Maintenance Manager of the Year 2012

Voorzitter Profion, Bestuurslid Veiligheid Voorop, Voormalig CEO NAM

Annemarie Burgemeester

Geert-Jan van Houtum

Henk van der Meer

Ron Wever

Principal Consultant Asset Management, Dimensys

Professor Reliability, Quality en Maintenance, TU Eindhoven

Teamleider Events, BP raffinaderij Rotterdam

Asset manager, Schiphol Group

Leo van Dongen

Ton Huibers

Taco Mets

Johan Wolt

Professor Maintenance Engineering, Universiteit Twente Directeur Fleet Services, NedTrain

Maintenance Manager, Vlisco Maintenance Manager of the Year 2013

Technical Director, Van Meeuwen Industries

Maintenance Manager, AkzoNobel lndustrial Chemicals MCA Delfzijl Maintenance Manager of the Year 2014

Michel Grijpink

Giel Jurgens

Hans Peters

Learning & Development consultant, Hogeschool Utrecht

Asset Owner, Havenbedrijf Rotterdam

Teammanager, Drinkwaterbedrijf Dunea Maintenance Manager of the Year 2015

23-08-16 16:36


EEMSDELTAVISIE2016 2016 [Sch

rijf

NIJLICHT | EEMSHAVEN | 16-09-2016

nu i

n]

ITC Franklin Gothic Std

THEMA: Industriële ketens worden steeds belangrijker in ons streven naar een circulaire economie. Veel kansen voor verduurzaming en efficiëntieslagen liggen in de gezamenlijke aanpak. Vergroenen van grondstoffen en hergebruik kan niet eens zonder samenwerking met partners in de keten. En veel verbeteringen in efficiëntie, hebben meer impact als we de hekken tussen bedrijven wegdenken. Vooral nieuwe ketens dienen zich aan, waarbij ook de grenzen tussen sectoren niet meer heilig zijn. Een veelbelovende keten voor de Eemsdelta is de combinatie tussen de landbouw en de procesindustrie. De mogelijkheden van suikerbieten en aardappelen zijn bij vorige edities van EemsDeltavisie al uitvoerig behandeld. Maar hoe snel gaan de ontwikkelingen op het vlak van de bio- en agrochemie? Initiatiefnemers:

Programma: 10.00 uur 10.30 uur

Ontvangst Aanvang ochtendprogramma met o.a. keynote van prof. Catrinus Jepma (Rijksuniversiteit Groningen) ‘Duurzame stroom uit de Noordzee als grondstof voor de chemie’

12.00 uur 13.00 uur

Lunch Middagprogramma met o.a. keynote van emeritus prof. Johan Sanders (Wageningen University) ‘Bioketens’

14.15 uur 14.45 uur

Pauze Vervolg programma met o.a. pitches finalisten Northern Enlightenmentz Borrel

16.00 uur

Bezoek www.eemsdeltavisie.nl voor meer informatie, het programma en om te registreren. Contentpartners:

Partners:

ENGIE logotype_gradient_BLUE_PANTONE 14/04/2015 24, rue Salomon de Rothschild - 92288 Suresnes - FRANCE Tél. : +33 (0)1 57 32 87 00 / Fax : +33 (0)1 57 32 87 87 Web : www.carrenoir.com

RÉFÉRENCES COULEUR

Zone de protection 1 PANTONE PROCESS CYAN C

Zone de protection 2 Zone de protection 3

www.eemsdeltavisie.nl IMA07 Advertenties.indd 28 Advertentie EDV 12082016.indd 1

23-08-16 12-08-16 15:57 13:42


Maint

NL

Het magazine van de NVDO

Veel verantwoordelijkheid naar de vloer | Maintenance Valuepark: de aanhouder wint | Minder wissels en snellere treinen op Utrecht CS | ‘Impact storingen moet steeds kleiner worden’

IMA7 MA Cover.indd 29

23-08-16 16:22


Conditiebewaking Veiligheid Maintenance Expertise - Techniek Netwerk en?

an! a e j d Mel vdo.nl www.naatschap > lidm

Deel kennis en ervaring >> word lid! Ervaar netwerken in groter verband

De Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud

houdsprofessionals biedt de NVDO een ongeëvenaard

(NVDO) is de toonaangevende branchevereniging op het

netwerk van branchegenoten. De NVDO kent diverse bran-

gebied van onderhoud. Het overdragen van kennis en het

che- en aspectgerichte secties en regionale kringen. De

realiseren en in stand houden van het grootste onder-

vereniging draagt bij aan (wetenschappelijk) on-

houdsnetwerk van Europa, ziet de NVDO als belangrijke

derzoek en brengt trends, ontwikkelingen en visies

doelstelling. Met een groeiend aantal leden van onder-

binnen de branche in kaart.

Lidmaatschap van de NVDO biedt vele voordelen • • • • • • • • • •

Professioneel netwerk op het gebied van onderhoud Kringbijeenkomsten en seminars over specifieke thema’s Cursussen over onderhoudsmanagement Studiedagen met actuele thema’s Secties en werkgroepen gericht op specifieke onderhoudsaspecten Vacaturebank Lidmaatschap van de NVDO Group op LinkedIn (wetenschappelijke) Onderzoeken NVDO Corrosie Helpdesk Jongerenboard

• • • •

NVDO Onderhoudskompas Platform Materiaalkunde (wetenschappelijke) publicaties, waaronder Visiedocumenten Kortingen op ons cursusaanbod van de NVDO Maintenance Academy • Korting op NVDO-studiedagen • (gratis) abonnement op de vakbladen iMaintain/MaintNL en MaintWorld Asset Management, Duurzaamheid en Veiligheid zijn belangrijke thema’s waaraan de NVDO regelmatig en in breder verband aandacht besteedt!

Ga naar www.nvdo.nl en meld je aan... NVDO - Lange Schaft 7G - 3991 AP Houten | Postbus 138 - 3990 DC Houten Telefoon 030 - 634 60 40 | Fax 030 - 634 60 41 | E-mail info@nvdo.nl | www.nvdo.nl

IMA7 MB Voorzitter.indd 30

23-08-16 16:21


Van de voorzitter

Zorgen over Brexit? In totaal hebben Nederlandse bedrijven voor 177 miljard euro aan investeringen in het Verenigd Koninkrijk. Deze investeringen leverden in 2013 negen miljard euro op, goed voor anderhalf procent van het bruto binnenlands product (bbp). Onder andere Unilever, Shell en Phillips hebben sterke banden met de Britse markt. Nederlandse bedrijven exporteren voor een slordige 49 miljard euro naar het Verenigd Koninkrijk, dat een handelsoverschot oplevert van bijna zeven miljard euro. NVDO-leden vragen mij geregeld of er gevolgen zijn voor onze economie wanneer Groot-Brittannië uit de Europese Unie stapt. De precieze economische gevolgen voor Nederland van een Brexit zijn niet te voorspellen. Het CPB heeft becijferd dat het productieverlies voor onze sector kan oplopen tot 1,6 procent. Door het afsluiten van een goed handelsakkoord kan dit met veertig procent worden gedempt. Het antwoord op de vraag wat dat voor ons vakgebied Asset Management betekent, moet ik u nog even schuldig blijven. Ik heb de vraag inmiddels wel voorgelegd aan onze partner Accenture met als doel hierover in het komende NVDO Onderhoudskompas verslag te doen.

Ongenoegen over arbeidsmigranten uit andere EUlanden was een belangrijke reden voor veel Britten om ‘out’ te stemmen bij het Brexit-referendum. De kans dat de Britse regering immigratie verder beperkt, is dan ook groot. Het ongenoegen bevreemdt mij enigszins, omdat we in onze industrie ook Britse werknemers verwelkomen. Mijn persoonlijke ervaringen met deze groep arbeiders is overigens niet altijd positief geweest. Tijdens de campagne werd gesproken over een puntensysteem (volgens Australisch model) om arbeidsmigranten te selecteren. Ik verwacht dat de Britten een vrijhandelsakkoord met de EU willen sluiten dat ze de vrijheid geeft om een dergelijk systeem in te voeren. Dat zou werken in Groot-Brittannië voor Nederlanders dus kunnen bemoeilijken.

‘Nederlandse bedrijven exporteren voor een slordige 49 miljard euro naar het Verenigd Koninkrijk.’

De Britten zijn de derde handelspartner van Nederland. De onzekerheid, waardeverlies van het Britse pond en later wellicht verminderde markttoegang in de EU kunnen ertoe leiden dat het Verenigd Koninkrijk minder Nederlandse producten importeert. Vooral de chemische sector (o.a. kunststof, vezels) en de voedselverwerkende industrie zouden hard worden geraakt.

Laat het duidelijk zijn, ik ben voor vrije handel en standaardisatie. Of het nu gaat om arbeid, veiligheid of anderszins. Zakendoen over de grens gaat natuurlijk niet altijd zonder slag of stoot. Onvoldoende marktkennis, tijd en mankracht, hoge importtarieven, gecompliceerde wet- en regelgeving zijn enkele handelsbarrières en knelpunten die bedrijven uit onze achterban ervaren. Het creëren van barrières tussen de EU-landen en een onafhankelijk Verenigd Koninkrijk is wat mij betreft onwenselijk, ongeacht de mogelijke gevolgen voor ons vakgebied.

Bas P. Kimpel Voorzitter MaintNL 7 - 2016 31

IMA7 MB Voorzitter.indd 31

23-08-16 16:21


Maintenance Manager

Veel verantwoordelijkheid naar de vloer U kent Cargill waarschijnlijk omdat er in ongeveer alle producten in de supermarkt wel iets van het bedrijf zit. Het bedrijf maakt voedingsingrediënten en verwerkt, verspreidt en verhandelt landbouwproducten. In Zaandam heeft de multinational twee cacao-verwerkende fabrieken, waar Ron Schraa de technische leiding heeft.

Dagmar Aarts

Terwijl hij door de fabriek loopt, legt Ron Schraa uit welke weg de cacaobonen afleggen in Zaandam. Het centraal bedieningspaneel in de fabriek is oud, maar leent zich wel heel mooi om aan bezoekers uit te kunnen leggen welke processen er komen kijken bij het verwerken van deze bonen. Het paneel met silo’s, pompen, meters en motoren erop zal overigens niet lang meer te zien zijn, want het wordt vervangen door beeldschermen. Het is de laatste van de drie controlekamers die nog ‘ouderwets’ is. Over vier maanden is de hele fabriek vanaf de computer te bedienen en kan alles met een muisklik worden geregeld in plaats van dat er op een echte knop op het bedieningspaneel moet worden gedrukt. Voor nu gaat er nog een lampje branden als er een schip met bonen vanuit West-Afrika bij de kade van Cargill aanlegt. Vervolgens gaan de bonen door de reiniging, waar alles dat geen boon is uit de lading wordt gehaald. ‘We komen de gekste dingen tegen’, zegt Schraa. ‘IJzer of een kapmes bijvoorbeeld, maar vooral heel veel steentjes. Nadat al het vuil tussen de bonen is uitgehaald, trekken we hun jasje uit. De doppen worden weggezogen en de nib, het binnenste van de cacaoboon, gaat verder de fabriek in.’ Daarna worden de cacaonibs gesteriliseerd, geroosterd (voor een betere smaak) en vermalen. Aan het eind van het proces komt er een warme, vloeibare stroom uit de installaties die er uitziet als gesmolten chocola. Ziet,

32 MaintNL

want het smaakt zeker niet naar chocolade. Vanwege de lage pH-waarde is die lekker uitziende massa vrij zuur. Per schip gaat het bruine goed naar de eigen fabriek in Wormer, waar er vervolgens cacaopoeder en -boter van wordt gemaakt. Deze producten worden daarna geleverd aan fabrikanten die er smakelijke eindproducten van maken, zoals chocola, toetjes, ijs en koekjes.

Feedbackloop Om te zorgen dat er elke dag wordt geproduceerd en om ongeplande stilstanden te voorkomen, worden er veel inspecties gedaan. Schraa: ‘Ook stoppen we iedere week gedurende een aantal uren een productielijn om alles nader te kunnen bekijken. Tijdens deze pitstop kunnen onze technische mensen de installaties beter controleren en, geassisteerd door contractors, het noodzakelijke onderhoud uitvoeren. Daarnaast worden er door contractors

metingen verricht, zoals olie-analyses en trillingsmetingen, om de technische staat van machines te beoordelen en tijdig onderhoud te kunnen plannen. Om deze lijnstops zo efficiënt mogelijk te laten verlopen, worden alle activiteiten van tevoren gepland en doorgesproken en volgt na elke stop een evaluatie.’ Door een feedbackloop wordt iedereen op de hoogte gehouden van de staat van de fabriek. ‘Wij willen dat productie de technische dienst op tijd op de hoogte brengt als er iets niet helemaal gaat zoals het hoort’, zegt Schraa. ‘We zien het productiepark dus ook heel duidelijk als eigendom van de productie en niet van de TD. Vergelijk het met het hebben van een auto. Een lekke band kan je zelf nog wel verwisselen. Pas als het te ingewikkeld wordt, ga je naar de garage en dat is de TD. Het is aan de productie om te bepalen wanneer ze hun ‘auto’ inleveren.’ Een ander onderdeel van de feedbackloop is het ‘achtuurtje’ en ‘negenuurtje’. Schraa: ‘In het achtuurtje loopt de productiesupervisor met minimaal één TD-man ’s ochtends een rondje door de fabriek en gaan ze alle drie de controlekamers af. Met de wachtchef, productiechef en een techneut worden kerngegevens en eventuele probleempjes besproken. Dat uurtje wordt vaak ook besteed aan de technisch inhoudelijke zaken op de korte termijn. Vervolgens komt

PROFIEL Naam: Ron Schraa Leeftijd: 49 Bedrijf: Cargill Cacao en Chocolade Functie: Maintenance & Reliability Manager Achtergrond: Vlisco, Rockwool, Ballast Nedam Baggeren Opleiding: Hogere Zeevaartschool Terschelling Doelstelling: De assets binnen de afgesproken normen laten produceren.

7 - 2016

IMA7 MH Maintenance manager.indd 32

23-08-16 16:18


FOTO'S: WIM RAAIJEN

Ron Schraa verwacht van de technische dienst meer dan alleen inspecteren en repareren.

daar een negenuurtje achteraan, waarin onder meer de plantmanager en ikzelf aanschuiven. De productiesupervisor leidt ons door de bijzonderheden van het achtuurtje en we bespreken relevante data zoals de procescondities en procesvolumes. Aan de hand daarvan stellen we onze prioriteiten bij. Nog belangrijker is dat we hier veiligheid bespreken en overleggen of iets de veiligheid bedreigt. Door deze feedbackloop weet iedereen heel goed hoe de fabriek er op dat moment voor staat en weten ze van elkaar wat ze gaan doen en wat een productiesupervisor mag verwachten van de TD.’

Klantenaudits Productie en de technische dienst zijn niet de enigen die de fabriek controleren. Er moet natuurlijk aan wet- en regelgeving worden voldaan, maar ook klanten komen regelmatig langs voor een audit. Ketenverantwoordelijkheid en betrouwbaarheid over de hele keten worden in het kader van voedselveiligheid immers steeds belangrijker. Schraa: ‘Sommigen komen oriënterend kijken, anderen auditeren diepgaand het hele proces. Ze willen bijvoorbeeld weten wat voor kritische stappen we hebben gedefinieerd, hoe we die vastleggen,

wat we doen als er iets mis is gegaan in de productie en hoe we ervoor zorgen dat we zeker weten dat ons product veilig en geschikt voor consumptie uit de fabriek komt. Het zijn hele serieuze audits.’

Schraa: ‘Ik moet niet uitsluitend sleutelaars hebben, maar vooral kennismonteurs.’ Ook de technische afdeling is sterk verbonden met deze bezoeken, want er worden ook aan hen veel vragen gesteld. ‘Bijvoorbeeld als het om steriliseren gaat’, zegt Schraa. ‘Op een bepaald punt in je proces wil je een zekere temperatuur halen zodat je weet dat het product is gesteriliseerd. Een van de vragen bij zo’n audit is dan: je kan die temperatuur wel meten, maar is die meter wel betrouwbaar? Wij moeten met ons onderhoudsprogramma aantonen dat een aantal van dat soort instrumenten op een zeker interval zijn gecontroleerd. Met een meetrapport kunnen wij laten zien dat ze keurig hun werk doen.’

Meten Door klantenbezoeken wordt de technische dienst ook aan het denken gezet. Kan dat niet slimmer die meting? Dat blijkt dus te kunnen. ‘Door het aanpassen van de installatie en het gebruik van de meest actuele instrumentatie kan nu direct een melding worden gegeven als een instrument een technisch probleem vertoont. Daarmee is de meting ‘failsafe’ en dat komt weer ten goede aan betrouwbaar en voedselveilig produceren.’ De afgelopen jaren zijn meetmethoden sowieso onder de loep genomen. Schraa: ‘We hebben onder andere onderzocht hoe we de analyses van ons product in het proces zo kunnen beschrijven dat ook mensen zonder specifieke labopleiding ze snel uit kunnen voeren. Operators doen nu bij ons tijdens hun dienst analyses van het product op voor hen belangrijke parameters. Dat gaat op het moment zo snel dat ze binnen hun shift resultaat hebben, waarmee ze als het nodig is direct het productieproces kunnen bijsturen.’

Verantwoordelijkheden Schraa verwacht ook van de technische dienst meer dan alleen inspecteren en MaintNL 7 - 2016 33

IMA7 MH Maintenance manager.indd 33

23-08-16 16:18


[Sch

rijf

u nu

in]

ON TARGET In de samenwerking tussen partijen zorgt de juiste verhouding tussen strategie, KPI’s en gedrag voor de beste prestaties. Maar wat is de juiste verhouding? Verschillende sectoren en bedrijven hebben daar een ander antwoord op. Het hangt vooral af van het gezamenlijke doel dat wordt nagestreefd. Wat is het doel en hoe blijf je On Target?

Blijf On Target met bijdragen van onder anderen:

Tijdens iMaintain PrestatieManagement, het congres van NVDO Sectie Suto en het iMaintain platform, wordt onderzocht wat nodig is om verder te komen.

• Wendy van der Valk (Universiteit van Tilburg) Kwaliteit van relaties bij uitbesteed onderhoud: Hoe kun je relatiekwaliteit op peil brengen en houden?

Met best practices uit de praktijk, resultaten van de NVDO Suto Benchmark en onderzoek van de Universiteit Utrecht en de Universiteit Tilburg ontdekt u wat u kunt doen aan uw strategie, KPI’s en gedrag om On Target te komen en te blijven.

• Kars Quist (Volkerrail) On Target met gezamenlijk doel in PGO-contracten • Frank Verbeeten (Universiteit Utrecht) Strategische trends en de impact van strategie en KPI’s op prestatiemanagement

• Tom Meijerink (Schiphol), Geert Fuchs (RHDHV) Videoverslag en discussie over verschillende onderhoudscontracten • Monique Touw (School at Sea) Samenwerken en anderen inspireren vanuit creativiteit en verantwoordelijkheid

Met ruim 100 vakgenoten, stevige inhoud, sterke discussies en een duidelijke koers brengt iMaintain PrestatieManagement u On Target.

• Peter Vader (Eastman Middelburg) Het effect van veranderen op mensen, machines en methoden

Bezoek www.imaintain.info/prestatie voor het hele programma of om direct te registreren.

• Henk Roedelmans (MOT), Olaf Rienks (Verwater) Op weg naar gezamenlijke doelen met MOVE

Initiatiefnemers:

www.imaintain.info/prestatie IMA07 Advertenties.indd 34 Adv IMA PRES 20160805.indd 1

23-08-16 05-08-16 15:58 11:02


repareren. Hij geeft zijn medewerkers graag veel verantwoordelijkheid, zeker nu hij ook de technische leiding in Wormer krijgt en zijn tijd over de twee fabrieken moet gaan verdelen. ‘De afgelopen vijf jaar hebben we de organisatie zodanig klaargestoomd dat ze mij niet iedere dag nodig hebben. Ik moet niet uitsluitend sleutelaars hebben, maar vooral kennismonteurs. Als er tijdens een stop contractors op het terrein zijn, moet niet alleen de supervisor hen kunnen begeleiden. Ik wil dat iedere monteur dat tot op zeker niveau ook kan. We bereiden ze daar goed op voor door bijvoorbeeld zes weken van tevoren al samen te zitten met een monteur en samen na te denken wat hij allemaal nodig heeft en hoe het in zijn werk zal gaan. Ik vind het belangrijk dat ze leiding kunnen geven aan een klein ploegje. Het ontlast de supervisor en geeft ook meerwaarde aan het werk van de monteurs. Daarnaast worden onze monteurs ook gevraagd deel te nemen aan continuous improvement activiteiten.’ Ook als het gaat om veiligheid verwacht hij wat van zijn eigen mensen, hier is feedback eveneens heel belangrijk. ‘Tijdens veiligheidsobservaties kijken medewerkers hoe iemand anders zijn klus doet. Degene die kijkt, kan daarvan leren en degene die wordt bestudeerd ook. Het is de bedoeling om als observator feedback te geven.’ Dat klinkt makkelijk, maar in de praktijk werd de feedback vaak gevoeld als afkatten. Iets dat helemaal niet de bedoeling is, want het gaat erom om samen beter te worden en veiliger te gaan werken. Schraa: ‘Als iemand het lastig vindt om te worden geobserveerd of een observatie te doen, dan kan de leidinggevende inspringen en doen we er samen eentje. Het is ook belangrijk om de positieve dingen te benadrukken als je

elkaar observeert. Langzamerhand beginnen de observaties hun uitwerking te hebben en worden we er beter van.’ Dat geldt ook voor openheid, waar Schraa op heeft zitten hameren. ‘Als er iets mis is gegaan, dan hoor ik dat graag en dan gaan we het repareren. Het is echt niet zo dat er dan

MAINTENANCE MANAGER OF THE YEAR 2017 Wie wordt Maintenance Manager van het Jaar 2017? Wie volgt Peter Schokker van Koninklijke Vezet op in 2017? Wie verdient het om mee te doen aan deze eervolle strijd om de titel Maintenance Manager van het Jaar? Schrijf nu in of draag uw kandidaat voor via de website van de NVDO: www.nvdo.nl.

meteen een aantekening wordt gemaakt.’ Hoewel hij tijdens het interview een net overhemd aan heeft, trekt Schraa net zo gemakkelijk zijn werkkleding aan. Als het nodig is, gaat hij wel eens helpen in de fabriek. ‘Maar als medewerkers het zelf weten dan probeer ik afstand te houden, hoewel ik dat af en toe best moeilijk vind. Ik kom uit een hands-on-omgeving.’ Schraa heeft in zijn loopbaan alle functies in de technische dienst doorlopen. Nadat hij afstudeerde als werktuigkundige aan de Hogere Zeevaartschool op Terschelling voer hij een paar jaar op een baggerschip, werkte hij bij isolatieproducent Rockwool, kwam vervolgens bij textielfabrikant Vlisco terecht en daarna belandde hij als construction manager in Ghana voor Cargill. Vijf jaar geleden verhuisde hij van Afrika naar Zaandam. ■

MaintNL 7 - 2016 35

IMA7 MH Maintenance manager.indd 35

23-08-16 16:18


Maintenance for Energy

Simpel energie besparen op stoominstallatie Bedrijven die een stoominstallatie gebruiken, kunnen relatief eenvoudig energie besparen. Toch worden energiebesparende oplossingen vaak niet toegepast. Het ‘Steam-up’ project wil daar verandering in brengen.

Dagmar Aarts

Michiel Steerneman van adviesbureau Industrial Energy Experts kwam in de jaren tachtig al bij bedrijven om ze advies te geven over hoe er energie en geld kan worden bespaard. ‘Er werd dan gezegd dat ze aan de slag gingen, maar nu kom ik nog steeds dezelfde dingen tegen. We constateren dat we wel allemaal goede adviezen uitbrengen, maar op de een of andere manier raken die niet verankerd in de bedrijfsvoering. Wij wilden gaan onderzoeken hoe dat komt en ervoor zorgen dat er wel iets met de adviezen wordt gedaan.’ Daarvoor is ‘Steam-up’ in het leven geroepen, een project gefinancierd door de Europese Unie, waaraan naast Nederland ook Spanje, Duitsland, Italië, Griekenland, Denemarken en Tsjechië meedoen. Bij stoominstallaties valt veel te winnen met

36 MaintNL

IMA7 MK Energie.indd 36

energiebesparing. De gemiddelde stoominstallatie heeft een rendement van vijftig procent. Dat betekent dat vijftig procent van de energie op de een of andere manier verloren gaat. Steerneman: ‘We zullen nooit op een rendement van 90 of 100 procent terecht komen, maar 75 of 80 moet lukken en dat is een flinke verbetering.’ Verankeren Een veelgehoorde klacht is volgens Steerneman dat een onderhoudsprofessional na een advies vaak wel weet wat hij moet doen, maar dit binnen het bedrijf niet weet te verkopen. Dat kan als hij bijvoorbeeld te veel op de techniek ingaat en het niet heeft over hoeveel kosten er kunnen worden bespaard. Terwijl dat juist voor de directie interessant is. Binnen het project is

een methodiek ontwikkeld om de hele organisatie bij energiebesparingen van een stoominstallatie te betrekken. Het is de bedoeling dat iedereen in het bedrijf, van onderhoudsman tot de directietafel, de informatie krijgt die bij hem thuishoort, zodat het besparen van energie op stoomketels verankerd raakt in de organisatie en iedereen weet wat voor maatregelen hij kan nemen. In de methodiek wordt technisch de diepte ingegaan zodat een uitvoerder precies weet wat hij moet doen. Steerneman: ‘Veiligheid en bedrijfszekerheid staan hoog in het vaandel, maar de laatste jaren hebben we daar efficiency en energiebesparing aan toegevoegd. Dat betekent dat al die mensen die geschoold zijn in onderhoud nu ook naar energie moeten kijken en dat is een andere manier van denken.’ In de methodiek wordt daarnaast een soort managementsysteem gebouwd rondom de stoominstallatie, waarin een manager kan zien hoe het met de stoomketel gaat. Testen De methodiek wordt in alle landen die meedoen aan het project bij minimaal tien energie-intensieve bedrijven getest. Volgens Steerneman kunnen bedrijven op drie gebieden iets doen aan de energieefficiëntie van hun stoominstallatie; ‘good housekeeping’, organisatie en techniek. ‘Bij good housekeeping moet bijvoorbeeld worden gelet op de temperaturen en of de druk van de ketel niet onnodig hoog is. Op technisch gebied praten we vaak over investeringen zoals het terugwinnen van warmte uit rookgassen en een automatische regeling van de brandstof-luchtverhouding. We hebben een hele lijst met technische maatregelen, maar ook een met allerlei organisatorische. Denk daarbij bijvoorbeeld aan het uitzetten van de stoomketel als je in het weekend niet produceert.

7 - 2016

23-08-16 16:29


FOTO: VALMET

De gemiddelde stoominstallatie heeft een rendement van vijftig procent. Dat betekent dat vijftig procent van de energie op de een of andere manier verloren gaat.

Soms wordt er op basis van goede redenen bewust voor gekozen om het niet te doen, maar soms ook niet. Er doen bijvoorbeeld veel indianenverhalen de ronde, zoals dat je de stoomketel niet af mag laten koelen. Het is net als dat ze vroeger zeiden dat je een tl-lamp niet mag uitschakelen, omdat het inschakelen heel veel energie kost. Die verhalen moeten ook uit de wereld worden geholpen.’ In de methodiek is ook de ISO 50001 die over energiemanagement gaat meegenomen. ‘We hebben de ISO 50001 helemaal uitgekleed en passen hem alleen toe op stoominstallaties’, zegt Steerneman. ‘De norm is daardoor heel concreet gemaakt. Zo kan een bedrijf het energiemanagement voor een stoominstallatie helemaal op orde brengen en nemen ze die kennis mee voor de rest van het bedrijf.’ Openbaar Uit de audits die binnen het project bij de bedrijven worden uitgevoerd, moet een

businesscase komen met de nieuwste technologieën, kennis en voordelen bovenop de energiebesparing. Alle gegevens van de audits komen in het digitale systeem ‘Energy Management Centre’ te staan dat de aanbevelingen vertaalt in concrete actieplannen en ook gedetailleerde informatie geeft over de kosteneffectiviteit.

‘De onderhoudsprofessional weet wat hij moet doen, maar weet dit binnen het bedrijf niet te verkopen.’ Steerneman: ‘Voor bedrijven die een stoominstallatie hebben, staat hier een schat aan informatie in. De zaken die we hebben ontwikkeld en de energiemaatregelen die bij de bedrijven zijn genomen, zijn

in het systeem verzameld. Het meeste is voor iedereen te bekijken op de website www.steam-up.eu. Daarnaast hebben we ook een benchmark-applicatie. Hierin kunnen bedrijven een aantal parameters invullen en dan krijgen ze teruggekoppeld hoe ze scoren ten opzichte van een gemiddelde gebruiker.’ Bedrijven kunnen zich nog aanmelden voor een audit van Steam-up. ‘We hebben een database met bedrijven die mee willen doen, maar we zoeken naar verschillende branches. We willen bijvoorbeeld niet alleen testen in de papier- of rubberindustrie, maar ook in de proces- en maakindustrie’, zegt Steerneman. ‘Als we weten of onze aanpak is geslaagd, kan het bij veel bedrijven worden uitgerold.’ De NVDO ondersteunt het Steam Up-project van harte binnen haar driejarig programma Maintenance for Energy (zie hiervoor ook de website www.energieverenigd.nl) ■

MaintNL 7 - 2016 37

IMA7 MK Energie.indd 37

23-08-16 16:30


Infra

inder wissels en snellere M treinen op Utrecht CS Wie wel eens op Utrecht Centraal komt, weet er alles van: het treinstation wordt flink onder handen genomen. Niet alleen krijgt het stationsgebouw een make-over, ook de sporen rondom het station worden vernieuwd. Inmiddels is het project spoorvernieuwing bijna klaar. Bouwmanager Han de Hilster gaat in op de details van het project: ‘Het belangrijkste is dat we in corridors gaan rijden. Dat zorgt voor snellere doorstroming en minder onderhoud.’

Elias de Bruijne

Station Utrecht Centraal werd ooit gebouwd met het oog op 35 miljoen reizigers per jaar. Tegenwoordig passeren jaarlijks zo’n 88 miljoen mensen het spoorknooppunt en naar verwachting loopt dit aantal zelfs op tot 100 miljoen in 2030. Aanpassing van het station was dus noodzakelijk en daarom werd in 2011 begonnen met de verbouwing. De bestaande stationshal is uitgebreid en vernieuwd, er kwamen twee vernieuwde stationspleinen met daaronder fietsenstallingen, alle perrons zijn verbreed en de overkappingen ervan zijn vernieuwd. Op de perrons zijn de trappen, roltrappen en liften op vaste plekken te vinden. Al met al kan de reiziger zijn weg gemakkelijker en sneller vinden.

DoorStroomStation Utrecht Daaraan draagt echter niet alleen de stationsvernieuwing bij, maar zeker ook de vernieuwing van het spoornetwerk rondom Utrecht Centraal. Het zogenoemde project DSSU (DoorStroomStation Utrecht) wordt in opdracht van ProRail uitgevoerd door ingenieursbureau Movares en U-centRaal, een samenwerkingsverband tussen VolkerRail en BAM Rail. Han de Hilster, als bouwmanager van ProRail verantwoordelijk voor de realisatie van de werkzaamheden, vertelt over het voortraject. ‘DSSU is ontstaan uit het project VleuGel (Vleuten-Geldermalsen), een project voor spoorvernieuwing en nieuwbouw.

38 MaintNL

Op een gegeven moment is het laatste deel van VleuGel geïntegreerd in PHS (Programma Hoogfrequent Spoorvervoer), een groot overkoepelend project dat als doel heeft op de drukke trajecten in Nederland meer treinen te laten rijden. Zo is DSSU ontstaan.’ DSSU ging in 2012 van start en heeft als doel uiteindelijk grotere aantallen treinen en daarmee reizigers te kunnen verwerken. De capaciteit op Utrecht Centraal stijgt van 100 naar 150 treinen per uur. Dat betekent overigens niet dat er daadwerkelijk ook altijd 150 treinen zullen rijden, maar dat de mogelijkheid er is om dat te doen.

Van de circa 170 wissels die er aanvankelijk lagen, zijn er nog maar circa 60 over. Corridors Om dat doel te bereiken, is een nieuw perron (spoor 20 en 21) gebouwd en zijn de sporen en bovenleidingen aan de noorden zuidzijde van het station vernieuwd. De belangrijkste verandering, die moet leiden tot meer snelheid en efficiëntie, is dat de sporen nu in rechte banen (zogenaamde corridors) zijn gelegd. Daarbij zijn veel wissels verdwenen: van de circa 170 wis-

sels die er aanvankelijk lagen, zijn er nog maar circa 60 over. De Hilster: ‘Vroeger had je sporen met allerlei kruisverbindingen, zodat je overal kon komen. Nu hebben we veel wissels gesaneerd. Het voordeel van het rijden vanaf vaste vertreksporen is dat we veel minder onderhoud hoeven te plegen, omdat er minder wissels zijn. Daarnaast kunnen de treinen nu sneller rijden. Omdat we bijna alleen nog in rechte banen rijden, kunnen we wissels met minder grote hoekverhoudingen gebruiken. Dat betekent dat de treinen er sneller overheen kunnen rijden. Voorheen hadden we veel wissels waar je niet sneller dan met veertig kilometer per uur doorheen kon, maar de nieuwe wissels staan een snelheid van tachtig kilometer per uur toe. Een ander voordeel is dat als er bij één spoor een storing is, je op de rest van de sporen kunt blijven rijden. Al met al verbetert de doorstroming dus. Het enige nadeel is dat we veel minder kunnen switchen.’

Inschuiven Er zijn twee nieuwe generatie wissels met een hoekverhouding van 1:29 ingebracht. In plaats van het traditioneel inhijsen, zijn de wissels ingeschoven. Dat had aardig wat voeten in de aarde. Normaal gesproken worden de wissels ingehesen met een grote spoorkraan of een aantal kleinere kranen. Een nadeel daarvan is echter dat de wisselonderdelen, die tot veertig meter lang zijn (totale lengte: 120 meter), bij verkeerde handeling kunnen doorbuigen. Bovendien brengt de werkwijze over het spoor een grote transportoperatie met zich mee. Daarom werden de wissels deze keer ingeschoven. De Hilster: ‘We hebben naast het spoor een grote platenbaan gebouwd en de wissels op u-vormige balken op wieltjes geplaatst. Met hydraulisch aangestuurde cilinders hebben we vervolgens de wissels, die al bijna helemaal compleet waren, in het spoor

7 - 2016

IMA7 MQ Utrecht CS.indd 38

23-08-16 16:26


FOTO'S: PRORAIL | GERRIT SERNE

De belangrijkste verandering, die moet leiden tot meer snelheid en efficiëntie, is dat de sporen nu in rechte banen (corridors) zijn gelegd.

gereden.’ Een andere grote operatie was het inhijsen van de bovenleidingsbalken op de noordzijde van het station. Om die op hun plaats te krijgen, waren zeer grote kranen van Mammoet nodig en moest een gedeelte van de binnenstad worden afgesloten om de kranen te kunnen opstellen.

plan B, maar ook een plan C en D. Als je op het moment van een storing nog je plan moet trekken, ben je te laat. Wanneer bij een wissel een storing optreedt, hebben we direct een plan klaarliggen waarin bijvoorbeeld staat welke treinen nog waar kunnen rijden en hoe je bij de wissel kunt komen om onderhoud te plegen.’

Plan C en D Te midden van al die werkzaamheden blijven de reizigers het station natuurlijk gewoon gebruiken. Het is daarbij de kunst de overlast tot een minimum te beperken. Dat streven is terug te zien in de werkwijze van ProRail, dat tot in het oneindige plant om verstoringen zoveel mogelijk te voorkomen of te ondervangen. Zo werden de bestaande perrons pas vernieuwd – één voor één, haasje-over – nadat het nieuwe perron in dienst was genomen, zodat de capaciteit tijdens de verbouwing nooit kleiner werd. In het algemeen zijn er voor allerlei situaties draaiboeken, werkplannen en terugvalscenario’s. De Hilster: ‘De hoofdtaak van ProRail is het voorkomen van verstoringen. We zijn altijd bezig met vragen als: wat kan er gebeuren, wat kunnen we in zo’n geval doen en wat kunnen we doen om het te voorkomen? We hebben niet alleen een

‘Een voordeel is dat als er bij één spoor een storing is, je op de rest van de sporen kunt blijven rijden.’ Buffer Scherpe controle maakt ook deel uit van dat beleid. Bij grote klussen, zoals in het weekend van 27 mei waarin alle sporen zijn rechtgetrokken en de wisselwirwar is ontward, is het verloop van de werkzaamheden continu gemonitord. De Hilster: ‘In zo’n weekend worden er meer dan drieduizend diensten gedraaid. Dan moet alles tot in de puntjes voorbereid zijn. We bellen iedere twee uur alle werkplekken om te vragen of ze nog op planning lopen. Als iemand achterloopt, kijken we naar een alternatief of

stellen we prioriteiten. Iets kleins, zoals de afwerking bijvoorbeeld, kan ook later worden uitgevoerd. Maar als er een seinstoring is, of een stuk spoor dat wordt gebouwd teveel achterloopt in tijd, moeten we het probleem direct oplossen.’ De NS wil zo lang mogelijk blijven rijden. ‘Dat betekent dat de werkzaamheden heel strak worden gepland. Als je dan ook maar een kleine tegenvaller hebt, overschrijd je al snel de deadline. Gelukkig hebben we voor de aankomende periode iets meer ruimte gekregen, waardoor we eventuele tegenslag beter kunnen opvangen. Tijdens de werkzaamheden in mei hadden we op maandag 30 mei aan het einde een beperkte buffer waarin we de tegenvallers helaas niet allemaal tijdig konden oplossen. Nu hebben we een buffer van vijf uur, dus de volgende keer hebben we meer speling.’

Preventief Tijdens de werkzaamheden is het onvermijdelijk dat bepaalde onderdelen van het spoornetwerk, zoals de wissels, tijdelijk uit dienst gaan. In zo’n geval is het van levensbelang dat de wissels die nog wel in dienst zijn scherp worden bewaakt. De Hilster: ‘Er is een moment geweest dat bijna alles over twee wissels liep. Omdat die honderd MaintNL 7 - 2016 39

IMA7 MQ Utrecht CS.indd 39

23-08-16 16:26


4, 5 & 6 oktober 2016

Brabanthallen Den Bosch 4, 5 & 6 oktober 2016

42 miljoen KWh energie per jaar besparen met Isolatie? Alle noviteiten zien en beleven op Energie & Industrie

Registreer direct voor gratis toegang via www.vakbeursenergie.nl. Vakbeurs Energie is uitsluitend toegankelijk voor professionals.

Gespecialiseerde congressen, lezingen en workshops, o.a.: • Industrial Morning • Congres Energie & ICT • Utilities congres: “Nieuwe energie voor de industrie” • Seminar NVDO: ‘Maintenance for Energy’ • Gas in transitie • Financiering van energietransitie

Toegang is gratis bij voorregistratie t/m 3 oktober 2016.

Awards

Registratie en toegang tijdens de

• Energie Professional 2016 • Energie Talent 2016

beursdagen kost € 25,- excl BTW.

Co-locatie • Vakbeurs Energie • Ecomobiel, vakbeurs voor duurzame innovatie in mobiliteit

Ontmoet bijna 400 toonaangevende exposanten en partners! Samenwerkende partners o.a.:

www.vakbeursenergie.nl IMA07 Advertenties.indd 40

23-08-16 15:58


procent moesten functioneren, hebben we extra preventief onderhoud aan die wissels gepleegd. Daarnaast stond er een ploeg klaar die binnen vijf minuten kon ingrijpen wanneer er een storing zou zijn. Een dergelijke aanpak leggen we van tevoren vast in plannen. Hetzelfde geldt voor reservematerialen: het mag niet zo zijn dat je een onderdeel mist wanneer een wissel kapot gaat. In het geval van de wissels waar ik het net over had, hadden we reservematerialen op driehonderd meter van de locatie liggen. Cruciale onderdelen hebben we altijd op locatie klaarliggen.’ Over de materialen wil De Hilster trouwens nog wel wat kwijt: ‘We krijgen steeds meer verschillende leveranciers voor verschillende onderdelen en we moeten dus ook steeds meer op voorraad hebben. Dertig jaar geleden hadden we één of twee leveranciers. Als je om een bepaald onderdeel vroeg, hadden ze het bij wijze van spreken al op de vrachtwagen liggen. Nu duurt dat allemaal veel langer. Dat is voor mij wel een zorg, maar dat is de marktwerking. Het enige wat we kunnen doen, is goede onderhoudscontracten afsluiten, zodat alles zo snel mogelijk wordt geregeld.’

Sensoren Het blijken sleutelwoorden in de werkwijze van ProRail: vooruit kijken, plannen en preventie. Dat geldt ook voor het onderhoud aan de wissels. Zeker nu, met minder wissels, is het belangrijk dat de wissels die er liggen in goede staat verkeren. Sinds kort wordt op een deel van de wissels preventie-

ve monitoring toegepast. Wanneer een wissel zwaarder gaat lopen, gaat het stroomverbruik omhoog en gaat er een signaal uit waardoor de onderhoudsdienst wordt ingeschakeld. Daarnaast rolt ProRail momenteel een nieuw systeem uit met speciale sensoren op hydraulisch aangestuurde wissels. Die meten allerlei aspecten, zoals spoorligging en de doorvering.

‘Het mag niet zo zijn dat je een onderdeel mist wanneer een wissel kapot gaat.’ Verder blijft de manier van onderhoud plegen in grote lijnen hetzelfde. Er werd altijd gewerkt met zogenoemde onderhoudsnachten en dat blijft het geval. De Hilster: ‘In zo’n onderhoudsnacht wordt een corridor een paar uur geclaimd en worden de wissels nagelopen. Zulke onderhoudsbeurten worden een jaar van tevoren gepland volgens het onderhoudsrooster.’ Door de corridors zullen er wel minder onderhoudsnachten nodig zijn. ‘Uiteindelijk heb je veel minder nachten nodig, omdat je minder wissels, minder onderdelen en dus minder onderhoud hebt.’

Verantwoordelijk Binnenkort wordt het project spoorvernieuwing afgerond en gaat al het nieuwe materiaal in dienst. Op dat moment wordt

binnen ProRail de verantwoordelijkheid voor het functioneren ervan overgedragen van Projecten naar AssetManagement en de storingsorganisatie, de zogeheten PCA (proces contract aannemer). Met allerlei formulieren wordt dat strak vastgelegd. De Hilster: ‘We willen niet hebben dat wanneer er een storing is iedereen zegt: dat is niet mijn verantwoordelijkheid. De bewuste PCA – in het geval van de sporen rondom Utrecht is dat VolkerRail – wordt dus verantwoordelijk voor onderhoud. We betrekken de PCA al in een vroeg stadium. We hebben de PCA gevraagd om tijdens de grote buitendienststellingen al mee te kijken en ze te informeren, zodat ze weten waar ze mee te maken krijgen.’ AssetManagement blijft als opdrachtgever van de PCA overigens nauw betrokken bij het onderhoud van de sporen.

Hergebruik Intussen is het moment waarop de werkzaamheden worden afgerond al aardig dichtbij gekomen. Nog even en het is voorlopig weer “rustig” op Utrecht Centraal. De Hilster: ‘In principe zijn we in week 42 functioneel klaar in Utrecht. We komen volgend jaar nog wel terug om de wissels die we er nu uit hebben gehaald, te herleggen. Aan de oude wissels op houten dwarsliggers hebben we niets meer, maar de betonnen wissels kunnen we na een opknapbeurt hergebruiken. In augustus 2017 zullen we die inbrengen in de buurtsporen (spoor 1 t/m 4, red.). Zo zijn we ook nog duurzaam bezig.’ ■ MaintNL 7 - 2016 41

IMA7 MQ Utrecht CS.indd 41

23-08-16 16:27


De Vloer Op

‘ Impact storingen moet steeds kleiner worden’ Unilever in Vlaardingen heeft het onderhoud aan gebouwen en installaties uitbesteed aan Sodexo. De werknemers van deze dienstverlener voeren dagelijks preventief onderhoud uit om storingen te voorkomen. Erik van Prooijen en Vinod Narain vertellen over hun werkzaamheden op de locatie. Ingrid Rompa

Facilitair dienstverlener Sodexo heeft een wereldwijd contract met Unilever. ‘Wij onderhouden de gebouwen en gebouwgebonden installaties op ruim honderd locaties’, zegt General Services manager Erik van Prooijen niet zonder trots. De missie van Sodexo is het verbeteren van de kwaliteit van leven. ‘Dus wij ondersteunen en ontzorgen.’ We zijn op bezoek bij Unilever in Vlaardingen. ‘Deze locatie valt onder de regio Benelux’, licht Erik toe. ‘De regio Benelux telt acht locaties, waarvan twee zijn gevestigd in Brussel.’ In Vlaardingen bevindt zich Research and Development op het gebied van Foods, Refreshments, Home Care en Personal Care. Hier worden nieuwe producten ontwikkeld, maar ook worden bestaande producten verbeterd. Het contract met Unilever gaat om betrouwbaarheid: reliability centered maintenance. ‘Het onderhoud moet er dus op geënt zijn dat de installaties zo betrouwbaar mogelijk draaien’, vertelt Erik. ‘In bepaalde laboratoriumruimtes is het koelsysteem bijvoorbeeld zó belangrijk, dat hij maar een graad naar boven of naar beneden mag afwijken. Het klimaat van de ruimtes moet worden afgestemd op de onderzoeken die er worden gedaan.’ Datzelfde geldt voor over- en onderdruk. ‘Hier wordt ook met een alarmsysteem gewerkt.’ Sodexo heeft eigen mensen in dienst, maar werkt ook nauw samen met leveranciers. ‘We hebben veel expertise in huis, maar echt specialistisch onderhoud huren we in. Wij beheren de installaties. We doen dit

42 MaintNL

IMA7 MH Vloer op.indd 42

planmatig, zodat er zo min mogelijk storingen zijn. Voor ons is het belangrijk dat de impact van storingen voor Unilever steeds kleiner wordt. Dus hoe beter preventief onderhoud wordt gepleegd, hoe minder storingen je hebt in de dagelijkse gang van zaken.’ Het onderhoud is daarom ondergebracht in een cyclus, zodat het zoveel mogelijk periodiek preventief wordt uitgevoerd.

Divers Onderhoudsmonteur Vinod Narain werkt drie jaar bij Sodexo. Het bevalt hem heel goed. ‘Het is vrij divers hier qua techniek. Ik doe het onderhoud en de eerstelijns storingen van de machines en de gebouwgebonden installaties, zoals koelwatersystemen, verwarmingsketels en stoomsystemen. Van de laboratoriumapparatuur doen we alleen de eerstelijns storingen. Daar gebeurt het onderhoud altijd door de leveranciers.’ In een ruimte met ventilatoren voegt hij daaraan toe. ‘We doen wel het onderhoud

van de zuurkasten in laboratoria.’ De ruimte is indrukwekkend met de lange rij ventilatoren. ‘Bijna elke zuurkast of laboratorium heeft zijn eigen afzuiging en eigen ventilator. Zo worden de dampen meteen afgezogen.’

Storingsdienst Tijdens de onderhoudswerkzaamheden wordt er gewerkt aan een mobiele werkbank: een kar met bankschroef. ‘Die neem ik overal mee naartoe zodat ik flexibel kan werken’, licht Vinod toe. ‘De werktuigbouwkundigen hebben in dit gebouw ook drie kleine magazijnen. De loodgieter heeft een eigen ruimte.’

‘We onderkennen de risico’s van onderhoud en handelen daarnaar.’ In het ketelhuis wijst Vinod op de vier verwarmingsketels. ‘Zij zorgen voor de verwarming van de hoofdgebouwen. Kleine bijgebouwen hebben een eigen ketel. Het onderhoud van de ketels doen wij overigens niet, dat wordt uitbesteed. Wij doen hier wel de eerstelijns storingen, dus we zorgen bij een storing dat het technisch

PROFIEL Naam: Erik van Prooijen Leeftijd: 31 jaar Opleiding: HBO Facility Management In dienst sinds: 2015 Functie: General Services manager bij Sodexo Soort werkzaamheden: operationeel verantwoordelijk voor alle diensten die Sodexo levert aan Unilever. Niet alleen het onderhoud van alle installaties van deze locatie, maar ook schoonmaak, catering, beveiliging, receptie, logistiek.

7 - 2016

23-08-16 16:17


FOTO'S: EELKJE COLMJON

De storingsdienst heeft voor- en nadelen, vindt Vinod Narain. ‘Nadeel is dat je ’s nachts uit bed wordt gebeld. Maar het is ook een uitdaging, want je ziet andere locaties op andere tijdstippen en dat is erg leuk.’

veilig is. We hebben binnen Sodexo een gedegen veiligheidsbeleid. Dit betekent dat we het onderhoud goed doen, maar dat we ook de risico’s onderkennen en daarnaar handelen.’ Sinds vorig jaar is de technische dienst 24 uur per dag oproepbaar. ‘Een keer in de acht weken heb ik storingsdienst’, vertelt Vinod.

‘Van vrijdag tot vrijdag werk ik dan op drie locaties in Groot Rotterdam. Ik los de storingen op en zorg dat de gevolgschade tot een minimum wordt beperkt. Vervolgacties worden de volgende werkdag opgepakt of er worden specialisten ingezet.’ De storingsdienst heeft voor- en nadelen, vindt Vinod. ‘Een nadeel is dat je ’s nachts

PROFIEL Naam: Vinod Narain Leeftijd: 34 jaar Opleiding: MBO Elektrotechniek, Autotechniek, Werktuigbouwkunde. Nu bezig met HBO Maintenance & Mechanics In dienst sinds: 2013 Functie: Onderhoudsmonteur bij Sodexo Soort werkzaamheden: onderhoud en de eerstelijns storingen van machines en gebouwgebonden installaties.

uit bed wordt gebeld. Maar het is ook een uitdaging, want je ziet andere locaties op andere tijdstippen en dat is erg leuk.’

Ontwikkelen Het totale Sodexo-team bij Unilever Vlaardingen bestaat uit ruim honderd mensen. ‘Tussen de zeventig en tachtig fte. De grootste teams zijn schoonmaak en catering. De technische afdeling bestaat uit twee projectleiders, twee beheertechnici en zes onderhoudsmonteurs.’ Vinod is een echte allrounder. ‘Ik ben altijd wel met mijn handen bezig geweest, als kind al. Techniek vind ik erg interessant en ik blijf mezelf ook ontwikkelen. Ik ben nu bezig met HBO Maintenance & Mechanics, want ik wil de advieskant op. Dat betekent wel minder sleutelen, maar ik denk nu al aan de toekomst. Op een gegeven moment kun je fysiek niet meer zo goed uit de voeMaintNL 7 - 2016 43

IMA7 MH Vloer op.indd 43

23-08-16 16:17


UNLOCKING FUTURE FACTORIES

4-7 OKTOBER

2016 Meld u gratis aan op:

INDUSTRIALPROCESSING.NL

JAARBEURS UTRECHT HAL 12

PARTNER

adv_IP-2016_185x267.indd 1

IMA07 Advertenties.indd 44

15-08-16 15:43

23-08-16 15:58


ten. Daarom vind ik het belangrijk om vooruit te denken.’ Opleidingen worden enorm gestimuleerd bij Sodexo. ‘Ja, zeker in de techniek is dat heel belangrijk’, vindt Erik. ‘Je moet de ontwikkelingen in je werkveld blijven volgen, want anders ga je achterlopen. We moeten er daarom voor zorgen dat onze mensen op het juiste kennisniveau blijven. En sommige zaken moeten ook worden herhaald, zoals VCA.’

Breder inzetbaar Sodexo heeft niet alleen goede opleidingsbudgetten, maar staat ook open voor carrièremogelijkheden. ‘Als je die ambitie hebt, kun je dat aangeven bij je leidinggevende of de afdeling HR. De procedure bij vacatures is zo dat ze eerst intern twee weken open staan. Op die manier krijgen onze eigen mensen de mogelijkheid er als eerste op te reageren. Interne kandidaten hebben ook voorrang op externe. Dat vind ik fijn aan dit bedrijf. Daarnaast zijn we heel breed, dus het is heel goed mogelijk om een overstap te maken naar een ander werkveld.’

‘Je moet de ontwikkelingen in je werkveld blijven volgen, want anders ga je achterlopen.’ Een goed voorbeeld is een monteur die van oorsprong loodgieter is. ‘Hij wil zich graag ontwikkelen in de werktuigbouwkundige kant. Wij zijn aan het kijken welke opleiding daar bij aansluit. Het is voor hem heel fijn dat hij zich kan ontwikkelen en voor ons is het prettig dat hij nu ook onderhoud kan gaan doen aan andere installaties. Dus dat hij breder inzetbaar wordt.’ Dat moet een werkgever ook doen om de mensen die hij heeft, te houden, vindt Erik. ‘Het is een win/win-situatie. Voor de werknemer, voor ons, maar ook voor de klant is het belangrijk dat we goede mensen hebben, die kunnen ontzorgen. Wij hebben op dit moment nog een aantal vacatures open staan, maar het is niet eenvoudig om gekwalificeerd technisch personeel te krijgen. Het zijn langlopende processen om de juiste mensen te vinden. ■

Erik van Prooijen: ‘We moeten er voor zorgen dat onze mensen op het juiste kennisniveau blijven.’

ASSET MANAGEMENT Sodexo is de eerste facilitaire provider die wereldwijd gecertificeerd is voor de processen voor asset management. ‘Voor iedere activiteit die wij kennen binnen de techniek hebben we processen’, licht Erik toe. Binnenkort wordt dit ook geïmplementeerd bij Unilever in Vlaardingen. ‘Binnen de Benelux zijn wij de eerste locatie waar dit gebeurt. Als we een jaar lang volgens die methodes hebben gewerkt, kunnen we voor ISO 55000 worden gecertificeerd.’ Dit heeft veel voordelen voor de klant, aldus Erik. ‘Naar de klant toe is het een garantie dat wij de processen onder controle hebben. Dat we dat doen volgens de standaardisatie; aantoonbaar en controleerbaar. We meten onze processen continu en brengen verbeteringen aan. Asset management is bedoeld om het optimum te bereiken tussen kosten, performance en risico. Je stelt de klant op deze manier in staat om zijn geld op een goede manier te gebruiken. Ik ben er straks verantwoordelijk voor dat mijn mensen werken conform al die processen en procedures. En ik heb daar een belangrijke rol in als leidinggevende.’

MaintNL 7 - 2016 45

IMA7 MH Vloer op.indd 45

23-08-16 16:17


Prestatiemanagement

Samen werken voor de samenwerking In de samenwerking tussen partijen zorgt de juiste verhouding tussen strategie, KPI’s en gedrag voor de beste prestaties. Maar wat is die juiste verhouding? Uit het NVDO Onderhoudskompas en de Suto Benchmark blijkt dat de meeste partijen nog hard op zoek zijn. Bij iMaintain Prestatiemanagement op 5 oktober zorgen twee wetenschappelijke onderzoeken en een hoop praktijkervaring voor nieuw inzicht en nieuwe coördinaten om on target te blijven in de samenwerking tussen partijen.

Mark Oosterveer

In het NVDO Onderhoudskompas tekenen zich de afgelopen edities een aantal duidelijke trends af voor het uitbesteden en uitvoeren van onderhoud. De behoefte aan totaaloplossingen voor onderhoud en bijbehorende disciplines als veiligheid, duurzaamheid en energiebeheer, groeit van jaar tot jaar. Kort gezegd lijken opdrachtgevers zich meer te willen focussen op hun kerntaken en willen zij worden ontzorgd voor ondersteunende processen. Van de aannemer wordt meer en meer verwacht dat hij dienstverlener wordt. Parallel daaraan blijkt dat bij een deel van de opdrachtgevers onvrede is over het werk dat wordt uitbesteed en over de contracten die daarbij horen. Er is onvrede over de inspanning die nodig is om het werk uitgevoerd te krijgen en om de gestelde targets te halen. Daarbij blijkt ook dat voor een aanzienlijk deel geldt dat de contracten de bedrijfsstrategie niet ondersteunen of dat er zelfs geen KPI’s zijn opgenomen in de contracten. De onvrede over de contracten en uitvoering neemt de laatste jaren toe. Bovendien is er regelmatig een laag vertrouwen tussen opdrachtgevers en aannemers. Bij iMaintain Prestatiemanagement, het congres van NVDO Sectie Suto en het iMaintain platform, worden deze trends dit jaar aangepakt door te onderzoeken hoe de contractpartijen het beste een gezamen-

46 MaintNL

IMA7 MN Congres.indd 46

lijk doel na kunnen streven en on target te blijven.

Mogelijkheden voor innovatie Een belangrijk fundament voor het congresprogramma zijn de twee wetenschappelijke onderzoeken die zijn uitgevoerd aan de hand van de NVDO Suto Benchmark. De resultaten van de jaarlijkse survey onder de ruim 1700 leden van de vereniging zijn gebruikt voor een analyse door professor Frank Verbeeten van de Universiteit Utrecht en dr. ir. Wendy van der Valk van de Universiteit van Tilburg. Frank Verbeeten heeft zich in zijn analyse gericht op de organisatorische aspecten: Hoe vertaal je de bedrijfsstrategie naar benodigde vaardigheden en hoe leg je deze vast in contracten met partners en onderaannemers, zodanig dat ze bijdragen aan een betere samenwerking en betere prestaties? Voor de vertaling van strategie naar vaardigheden en contractvorm is uitgegaan van een iets aangepaste versie van het model van Treacy & Wiersema, waarin drie focusrichtingen voor strategie worden onderkend: Operational Excellence, Customer Intimacy en Product/Cost Leadership. Verbeeten neemt in zijn analyse een voorbeeld aan de High Performing Organisations (HPO’s). Wat kunnen bedrijven leren van de partijen die de zaken het best hebben geregeld? Een van de onderscheidende

factoren lijkt de voorkeur voor Customer Intimacy te zijn. Wendy van der Valk kijkt in haar analyse naar de waarde van een goede relatie. Uit haar analyse van de surveyresultaten valt op dat de kwaliteit van de relatie geen impact lijkt te hebben op de kwaliteit van de dienstverlening, maar wel op de perceptie van de prestatie. Ook hier lijkt de juiste verhouding tussen strategie, KPI’s en gedrag een belangrijke factor, zeker voor de langere termijn. Want als er vertrouwen is tussen opdrachtgever en opdrachtnemer, dan is een lange-termijn samenwerking meer waarschijnlijk. De continuïteit die hieraan ontleend kan worden, kan leiden tot een verbeterd imago naar bijvoorbeeld het buitenland en biedt mogelijkheden voor innovatie.

Verwachting toetsen Het congres over prestatiemanagement biedt naast deze studies ook een aantal cases uit verschillende industrieën. Zowel aanbieders als afnemers van dienstverlening komen op 5 oktober in De Glazen Ruimte (Maarssen) aan het woord tijdens iMaintain Prestatiemanagement. Er is geen universele mal voor een ideale samenwerking. Zo zal de contractvorm en manier van samenwerken sterk afhangen van het soort werk en de duur ervan. Het loont in alle gevallen wel om te werken aan de samenwerking. Een duidelijk beeld van de verwachting van de opdrachtgever en meetbare doelen om die verwachting te toetsen zorgen voor een samenwerking die On Target is. ■

7 - 2016

23-08-16 16:28


HET PROGRAMMA VAN IMAINTAIN PRESTATIEMANAGEMENT Keynote door Frank Verbeeten, Professor of Accounting (Universiteit Utrecht) Strategische trends en de impact van strategie en KPI’s op prestatiemanagement. Praktijkcase: On Target met een gezamenlijk doel in PGOcontracten Kars Quist, Manager Inspectation/Tendermanager bij VolkerRail. VolkerRail gaat in opdracht van ProRail vanaf 1 oktober 2016 het dagelijkse spooronderhoud verzorgen rond Rotterdam en in de kop van Noord-Holland. Het zijn onderhoudscontracten die in concurrentie zijn aanbesteed via de nieuwe Prestatie Gericht Onderhoud methode (PGO). Hoe werken strategie, KPI’s en gedrag door in deze contractvorm? Jouw contract, Mijn contract. Een videoverslag en discussie over verschillende onderhoudscontracten Tom Meijerink (Schiphol) en Geert Fuchs (RHDHV) beheren assets namens hun werkgever en opdrachtgever. De specialisten bezoeken elkaar en de verschillen en overeenkomsten worden vastgelegd in een videorapportage. Keynote Wendy van der Valk, Assistant professor Supply Chain Management, Universiteit Tilburg Kwaliteit van relaties bij uitbesteed onderhoud: Hoe relatiekwaliteit op peil te brengen en te houden? Praktijkcase: Een gezamenlijk doel voor opslagtankonderhoud Met medewerking van Henk Hoedelmans (MOT) en Olaf Rienks (Verwater). Het onderhoud van de opslagtanks van de Maasvlakte Olie Terminal is sinds de oprichting

van MOVE de gezamenlijke effort van de asset owner MOT en de dienstverlener Verwater. Hoe zorgt MOVE voor de beste prestaties en resultaat voor beide partijen? Praktijkcase: Het effect van veranderen op mensen, machines en methoden Peter Vader van Eastman Middelburg. Een nieuwe manager komt steevast met nieuwe ideeën. Maar als de mensen op de werkvloer gelijk blijven en de producten en machines ook, hoe zorg je dan dat nieuwe ideeën het verschil kunnen maken in de balans tussen mensen, middelen en nieuwe methodes? Samenwerken en anderen inspireren vanuit creativiteit en verantwoordelijkheid Monique Touw, managing director School at Sea. Je horizon verbreden. Dat is wat je aan boord van School at Sea letterlijk doet. Je zeilt in zes maanden naar de Caraïben en weer terug. En leert daardoor je talenten en leiderschapskwaliteiten te ontwikkelen, terwijl je je schoolwerk van de bovenbouw havo/vwo gewoon bijhoudt. Avondprogramma met de lezing ‘Prestatiemanagement bij Zomerspelers’ door Carol Velthuis, A.T.Kearney Industrieën worden soms jarenlang gedomineerd door één marktleider, zogenaamde 'zomerspelers'. De vraag is hoe je als bedrijf zo lang mogelijk in de zomer van de seizoenscyclus kunt blijven.

Kijk voor voor meer informatie en aanmelden op: www.imaintain.info/prestatie NVDO-leden krijgen korting op het toegangstarief.

MaintNL 7 - 2016 47

IMA7 MN Congres.indd 47

23-08-16 16:28


Logistiek

Effectiever leveringsproces voor pakketdienst De pakjeswereld is in beweging en DHL Express daardoor ook. Het bedrijf verwerkt nu drie keer zoveel zendingen dan nog geen tien jaar geleden. Om al die pakketjes aan te kunnen, investeert de logistiek dienstverlener 45 miljoen euro in verbouwingen en nieuwbouw van sorteercentra in Nederland. De processen worden efficiënter gemaakt om klanten beter en sneller te helpen.

Dagmar Aarts

Bij DHL staat de klant bovenaan. Al moet een pakket diep in Afrika met een ezel worden bezorgd in een dorpje zonder postcode bij een woning zonder huisnummer, dan draaien ze daar hun hand niet voor om. ‘Het duurt alleen wel iets langer dan bij onze andere verzendingen’, zegt Yvo Adriaansen, service center manager in Utrecht met gevoel voor humor. En stel dat een fabriek in Japan een onderdeel voor een machine heel snel nodig heeft, want elke minuut dat de machine stil staat, kost het geld, dan zet de afdeling Same Day iemand op het eerste het beste vliegtuig met het machineonderdeel. ‘Alles kan’, zegt Kees de Lange, operationeel verantwoordelijke van DHL Express in Nederland.

Same Day, het onderdeel van DHL Express dat zich richt op nationale en internationale persoonlijk af te leveren koeriersdiensten. De nieuwbouw kostte maar liefst negen miljoen euro. Eerder al zijn de vestigingen op Schiphol en in Eindhoven en Apeldoorn grondig verbouwd. In Breda is de bouw van een nieuw service center in volle gang en binnenkort wordt gestart met de nieuwbouw in de regio Rotterdam-Den Haag.

Utrecht Het nieuwe centrum aan de A2 in Utrecht beslaat zo’n drieduizend vierkante meter loods en kantoor. In een enorme hal staat een brede lopende band waarnaast containers staan die, eenmaal beladen, een vliegtuig in kunnen. Aan de andere kant

loopt de band langs verschillende deuren waar auto’s staan die pakketjes in de regio Utrecht vervoeren. Even geleden moesten al die pakketjes nog handmatig worden gesorteerd. Een proces waar veel handelingen bij kwamen kijken en waarbij een pakket vaak werd verplaatst. Door de sorteermachine is het proces veel efficiënter geworden, vertelt service center manager Yvo Adriaansen. ‘Eerst moest er een stuk worden gelopen om de pakketten in de auto’s te laden, dat is opgelost doordat de trucks nu direct naast de lopende band staan. Binnen een paar stappen kunnen de pakketten in de auto’s worden geladen. We ontlasten daarmee onze medewerkers, ze hoeven veel minder te duwen, trekken en lopen. De kans dat pakketten beschadigen is vrijwel nihil geworden, doordat er minder handelingen nodig zijn. Uiteindelijk zorgt dit alles ervoor dat we sneller bij de klant zijn.’

Onderhoud Om die snelheid er altijd in te houden, is iedereen voorbereid op de mogelijkheid dat er iets niet zo loopt als het hoort. Voor elke denkbare situatie zijn procedures bedacht. Als de sorteerband er mee ophoudt, dan

Uitbreidingen en nieuwbouw Alles kan, maar dan moet er wel worden uitgebreid om de groei aan te kunnen. Het aantal zendingen neemt toe door onder andere e-commerce. Binnen een landelijk investeringstraject van 45 miljoen euro, worden in totaal tien vestigingen in Nederland verbouwd of nieuw neergezet. Wereldwijd lopen de investeringen in de honderden miljoenen. In Utrecht is het eerste compleet nieuwe service center, zoals de sorteercentra worden genoemd, geopend. Het centrum bedient een groot deel van de provincie Utrecht als het gaat om internationale expreszendingen. Daarnaast huisvest het de afdeling

48 MaintNL

IMA7 ML DHL.indd 48

WEETJES OVER DHL • I n het service center in Utrecht worden 6.000 expreszendingen per dag verwerkt. In heel Nederland zijn dat er 41.000. • Het sorteercentrum in Utrecht is de uitvalsbasis voor 155 medewerkers die met zo’n 50 bestelwagens, bakwagens en 4 Parcycles en een Cubicycle (speciale bakfietsen voor de binnenstad) klanten in de provincie Utrecht bedienen. • In 2015 zijn er wereldwijd 333 miljoen zendingen gedaan via DHL. • De logistiek dienstverlener heeft 340.000 medewerkers in meer dan 220 landen. • DHL maakt deel uit van Deutsche Post DHL Group. De groep boekte in 2015 een omzet van meer dan 59 miljard euro. • Het bedrijf vestigde zich veertig jaar geleden in Nederland.

7 - 2016

23-08-16 16:28


FOTO’S: DHL

Het nieuwe centrum aan de A2 in Utrecht beslaat zo’n drieduizend vierkante meter loods en kantoor.

wordt alles bijvoorbeeld handmatig georganiseerd zodat de pakketjes toch nog hun weg naar de klant vinden. Voor reparaties en onderhoud van de sorteerband leunt DHL Express op zijn technische partner. Simpele defecten kunnen door een eigen team worden opgelost, maar als het ingewikkelder wordt dan moet de servicepartner zo snel mogelijk van buiten komen. Handig is dat de spare parts in Utrecht zijn opgeslagen vanwege de centrale ligging en omdat het de afdeling Same Day huist. Die kan een spare part eventueel heel snel naar een andere vestiging brengen om de downtijd zo kort mogelijk te houden.

Adriaansen: ‘Uiteindelijk zorgt dit alles ervoor dat we sneller bij de klant zijn.’ De sorteermachine draait overigens niet de hele dag, waardoor er tussendoor ook tijd is om wat werk aan de machine te doen. Op drie momenten gaan er pakketten over de band. ’s Ochtend en in de middag worden alle verzendingen uit de eigen regio

verwerkt. ’s Avonds worden pakketten via Schiphol en Brussel naar de regionale hub in het Duitse Leipzig gestuurd vanwaar ze naar hun eindbestemming ergens in de wereld gaan.

Duurzaamheid Bij de verbouwingen en nieuwbouw houdt DHL Express ook heel erg rekening met duurzaamheid. Bij elk nieuw gebouw gaat het bedrijf daar een stapje verder in. Het nieuwe centrum dat in de regio RotterdamDen Haag wordt gebouwd, moet aan de vereisten van het BREEAM-NL keurmerk gaan voldoen op het niveau ‘excellent’. BREEAM is een internationaal erkende integrale beoordelingsmethode om de duurzaamheidsprestatie van gebouwen te bepalen. ‘Excellent’ is de op een na hoogste duurzaamheidsgraad. Het betekent dat er wordt voldaan aan duurzaamheidseisen op het vlak van onder meer gezondheid, energieen waterverbruik, toegepaste materialen, afvalverwerking, landgebruik en ecologie. Het nieuwe gebouw in Utrecht heeft niet het BREEAM-certificaat, maar wordt wel ISO 50001 gecertificeerd. Adriaansen: ‘Hiervoor is onder andere gekeken naar het energieverbruik van de sorteerinstallatie, de verlichting, hoe we omgaan met milieu en

hoe we onze mensen informeren over onze doelstellingen. We kijken ook continu hoe we ons energieverbruik nog verder kunnen terugdringen. Daarvoor monitoren we bijvoorbeeld het verbruik van de sorteerinstallatie en onze andere installaties. We kijken welke bronnen energie verbruiken als de sorteermachine uit staat, waar de pieken en dalen zitten, of er bijvoorbeeld een snoepautomaat is die onnodig veel energie verbruikt en of de koffieautomaten ’s nachts ook aan moeten blijven staan. Direct nadat we ons sorteerproces hebben afgerond, doen we nu de sorteerinstallatie uit en pas op het allerlaatste moment zetten we hem weer aan.’

Competitie Daarnaast wordt ook geprobeerd om buiten het service center duurzaam bezig te zijn. ‘We hebben een drivers behaviour app waarmee we kunnen zien hoe de koeriers rijden tijdens het bezorgen van pakketten’, zegt Kees de Lange, operationeel verantwoordelijke van DHL Express in Nederland. ‘Het gaat om een pilot waarin de koerier terugkoppeling krijgt over snelheid, optrekken, bochtenwerk en remmen. Daar komt een cijfer uit, waardoor de koeriers onderling kunnen kijken wie er het meest MaintNL 7 - 2016 49

IMA7 ML DHL.indd 49

23-08-16 16:29


BIZZ56'' De nieuwe standaard in webvertising Presenteer uw bedrijf, innovatie of project volgens de nieuwe standaard in webvertising: BIZZ56”. Vertel uw verhaal in uw eigen creatieve film van 56 seconden en de boodschap komt aan! Het doordachte stramien van BIZZ56” zorgt ervoor dat u en de filmers zich kunnen concentreren op het communicatieve en creatieve deel van uw boodschap. Bovenal zorgt BIZZ56” voor een snelle, complete en eigentijdse boodschap die de aandacht van uw doelgroep tot het einde vasthoudt. BIZZ56”-video’s zijn multi-inzetbaar: op uw website, via smartphones en tablets en op social media.

Verrijk uw teksten, advertenties en commerciële boodschappen met een BIZZ56” video en integreer tekst, beeld en online voor een crossmediale boodschap.

Meer weten?

Neem contact op met Gijs Hoekstra

Als dit icoon bij een afbeelding staat, bekijk dan het bijbehorende filmpje door met uw smartphone of tablet de foto te scannen met de iLinqs app. U vindt de gratis iLinqs app in de appstore voor andriod en ® Hempacore vormt de kern van passieve apple. brandbeveiliging. De producten worden gespecificeerd voor 30, 60, 90 en 120 minuten om u een flexibele oplossing voor brandbeveiliging te bieden, zodat uw assets langer beschermd worden tegen brand. Met ons assortiment van opschuimende Hempacore-coatings kunt u rekenen op: BIZZ56”is een product van Movielinqs • Eenvoudige applicatie en een sneldrogende finish video & virals. iLinqs is een app van • Oplossingen op basis van water of oplosmiddel Industrielinqs pers en platform • Compatibiliteit met uiteenlopende primers en protective& decorative-topcoats • Een laag VOS-gehalte • Duurzaamheid • De ETA-/CE-markering Neem voor meer informatie contact op met uw lokale (06 verkoopvertegenwoordiger. 42 24 53 85) of movielinqs@industrielinqs.nl

De kern van brandbeveiliging

hempacore.hempel.com _A5_liggend_bizz56.indd 43

22-10-14 09:25

iMaintain.info

geeft nog meer waarde voor uw geld Meer nieuws dan ooit • • • • • • • •

Actuele berichtgeving over de gehele onderhoudssector Alle productinnovaties overzichtelijk bij elkaar Volledig evenementenoverzicht Online catalogi met producten en diensten Multimediale bedrijfspresentaties Tweewekelijkse Nieuwsbrief Live twitter updates LinkedIn interacted

iMaintain-abonnees krijgen meer • De nieuwste iMaintain staat een week voor verschijnen online • Abonnees krijgen toegang tot alle eerder verschenen artikelen • Volg de status van nieuwe projecten en uitbreidingen in de projectendatabase • Ga naar www.imaintain.info en kies abonneren

Ga direct naar imaintain.info en blijf iedereen voor 56-59_MO_NVDO_ Roosterinterventie.indd 58 _adv_www_iMaintain-A5.indd 43 IMA07advertenties.indd Advertenties.indd 1850 IMA5

26-11-14 20-10-14 10:44 14:33 23-08-16 16:39 15:58 19-05-15


efficiënt en zuinig rijdt. Ze kunnen live zien hoe goed of slecht ze bezig zijn, waardoor er een soort competitie ontstaat. We praten er ook altijd nog samen over na en kijken wie de hoogste score heeft. Het werkt beter en is leuker dan ze op hun rijgedrag aan te spreken. Sommigen zijn ook heel fanatiek en nemen anderen daarin mee, de lat wordt daardoor steeds hoger gelegd.’

‘Direct nadat we ons sorteerproces hebben afgerond, doen we nu de sorteerinstallatie uit.’

Het duurzamer rijden is een reden voor de app, maar ook het imago van het bedrijf. Op de trucks staat namelijk heel groot de bedrijfsnaam vermeld en daarom wil DHL Express dat er netjes wordt gereden. De Lange: ‘We gaan er ook niet minder snel door afleveren. Dat denken mensen wel eens, maar als je gehaast bent, dan sta je vaak bij het stoplicht uiteindelijk toch weer naast de auto die je vlak daarvoor hebt ingehaald.’ Voor nog meer efficiency en duurzaamheid worden pakketten ook al met de fiets bezorgd.

Turkmenistan Al voordat de koeriers onderweg gaan met de pakketjes is alles in het werk gesteld om

het in één keer af te leveren. Moet de bezorger een zending mee terug nemen, dan kost dat tijd, geld en heeft de klant zijn pakket later. Daarom wordt het voor de klant makkelijk gemaakt. Het bezorgadres kan nog tot heel laat worden gewijzigd, het tijdstip van bezorging kan zelf worden gekozen, net als de locatie, en pakketten kunnen ook zelf worden opgehaald door klanten bij een servicepunt. Behalve als je in Turkmenistan woont of iets naar dit Aziatische land wilt versturen. Het is het enige land in de wereld waar DHL niet komt. Turkmenistan heeft een eigen pakketdienst en het is verboden om andere partijen ook pakketten te laten bezorgen. ■

MaintNL 7 - 2016 51

IMA7 ML DHL.indd 51

23-08-16 16:29


IMA07 Advertenties.indd 52

23-08-16 16:00


Agenda September 22 september 2016 Postillion Hotel, Dordrecht www.emersonprocess.nl Next Gen Condition Monitoring - Roadmap to Reliability 2020 Emerson, de NVDO en I-Care organiseren de derde editie van het event Next Gen Condition Monitoring met ditmaal als thema Roadmap to Reliability 2020. Tijdens dit event komen sprekers van SemioticLabs, Mead Johnson Nutrition, SuikerUnie, Schiphol, EcoLab en D-Square. RH/DHV gaat tijdens een workshop in op het inspecteren van civiele constructies met drones. En er staan een aantal interactieve business games op het programma. Het belooft een interessante netwerkdag te worden om kennis te delen en ervaringen uit te wisselen om zo te komen tot de Roadmap to Reliability 2020. Kijk op emersonprocess.nl voor meer informatie of het volledige programma.

22 september 2016 Effenaar, Eindhoven www.mikrocentrum.nl Virtual Reality voor de industrie Het belangrijkste voordeel van trainen in een virtuele omgeving is de mogelijkheid om (bijna) elke gewenste situatie te creëren. Dit bespaart tijd, kosten en bereidt mensen op veilige wijze voor op de echte situatie. Het ontwikkelen van een VR-applicatie, de benodigde hardware en kennis, vragen om een investering, maar die betaalt zich vanzelf terug. De beurs biedt praktijkcases en interactieve workshops.

4-7 oktober 2016 Jaarbeurs, Utrecht www.wots.nl World of Technology & Science 2016 Tijdens de technologiebeurs presenteren exposanten uit de industriële automatisering, laboratoriumtechnologie, aandrijftechniek en industriële elektronica hun innovaties, kennis en productontwikkelingen. Door middel van seminars en beursvloerprojecten worden bezoekers geïnformeerd over nieuwe ontwikkelingen en innovaties.

5 oktober 2016 De Glazen Ruimte, Maarssen www.imaintain.info/prestatie iMaintain Prestatiemanagement: On Target In de samenwerking tussen partijen zorgt de juiste verhouding tussen strategie, KPI’s en gedrag voor de beste prestaties. Maar wat is die juiste verhouding? Tussen sectoren en zelfs tussen bedrijven is daar een ander antwoord voor. Het hangt vooral af van het gezamenlijke doel wat nagestreefd wordt. Wat is het doel en hoe blijf je On Target? Tijdens iMaintain prestatiemanagement, het congres van NVDO Sectie Suto en het iMaintain platform, wordt onderzocht wat nodig is om verder te komen. Met best practices uit de praktijk en met resultaten van de NVDO Suto Benchmark en onderzoek van de Universiteit Utrecht en de Universiteit Tilburg ontdekt u wat u kunt doen aan uw strategie, KPI’s en gedrag om On Target te komen en te blijven.

Oktober 4-6 oktober 2016 Brabanthallen, Den Bosch www.energievakbeurs.nl Vakbeurs Energie

11-12 oktober 2016 Congrescentrum 1931 in Den Bosch www.technologyforhealth.nl Technology for Health

Vakbeurs Energie is gericht op duurzame energieopwekking en energiebesparing in de gebouwde omgeving. Binnen de beurs is een specifiek platform ingericht: Energie & Industrie. Dit platform krijgt een eigen inhoudelijk programma en aparte presentaties.

Deze vakbeurs met congres is het jaarlijkse trefpunt voor professionals die betrokken zijn bij de ontwikkelfase van medical devices. Tijdens Technology for Health gaat het om het beginstadium van producten. Bezoekers kunnen er terecht voor sensoren en elektronica, maar ook voor bedrijven die spuitgieten en 3D-printen.

4-6 oktober 2016 Brabanthallen, Den Bosch www.surfacevakbeurs.nl Surface 2016 Oppervlaktetechniek zorgt ervoor dat een product doet waarvoor het bedoeld is. De ontwikkelingen in het vakgebied gaan snel; 3D (metal)printing, biobased grondstoffen, nanotechnologie, fotokatalyse, lasertechnologie, slimme lagen en robotisering. Op Surface vormt de combinatie oppervlaktetechniek, keuze materialen en hechtingstechniek het totaalaanbod. De beurs richt zich op producenten in tal van branches, op specialisten actief met R&D-ontwerp en uiteraard op vakmensen uit de eigen branche.

November 25 november 2016 Archeon, Alphen aan den Rijn www.nvdo.nl NVDO Jaarbijeenkomst - Save the date! De NVDO Jaarbijeenkomst vindt ook dit jaar op een bijzondere locatie plaats, het Archeon in Alphen aan den Rijn. Met de jaarvergadering, verschillende topsprekers en het jaarlijkse netwerkdiner wordt het jaarthema ‘Operational Excellence in Perspectief’ grandioos afgesloten. Reserveer de datum alvast in uw agenda.

MaintNL 7 - 2016 53

IMA7 ME Agenda.indd 53

23-08-16 16:20


Procesindustrie

Maintenance Valuepark: de aanhouder wint Wat in 2008 ontstond als een goed idee, ziet nu eindelijk het levenslicht: het Maintenance Valuepark Terneuzen, een gemeenschappelijk terrein voor onderhoudsbedrijven in Zeeland. Rob Rutjens, programmadirecteur van het onderhoudspark, kijkt terug én vooruit. 'Dit park maakt de samenwerking tussen alle partijen nog aantrekkelijker.'

Inge Janse

Ein-de-lijk. Menig betrokkene zal dat woord gemompeld hebben toen op maandagochtend 20 juni de schop in de grond ging voor de bouw van het Maintenance Valuepark Terneuzen. Want wat in 2008 als idee werd geopperd en op papier logisch leek, had acht jaar nodig om écht van start te gaan. Maar goed, dan heb je ook wat. Het is namelijk de bedoeling dat de ruim tien hectare grond ten oosten van Dow Terneuzen bevolkt worden door onderhoudsbedrijven uit de procesindustrie, aangevuld met een kennis- en innovatiecentrum, een leer/ werk-omgeving voor studenten en ondersteunende diensten. De projectteams, onder leiding van de door Dow gedetacheerde programmadirecteur Rob Rutjens, doen sinds 2009 alles wat nodig is om deze plannen te realiseren. Hun werk bestaat uit drie taken. Ten eerste: het realiseren van het fysieke park. Ten tweede: de opzet en realisatie van een innovatienetwerk voor onderhoud. En ten derde: ontwikkelen van onderwijs voor verbetering van het vakmanschap in de onderhoudswereld. Nu dit allemaal lijkt te gaan lukken, kijkt Rutjens terug op waar het park begon, staat en naartoe gaat.

2008-2009: een idee ontstaat Net als Dow, dat sinds de jaren zestig aanwezig is in Terneuzen en constant uitbreidde, groeiden ook de onderhoudsbedrijven die van oudsher op het terrein actief zijn.

54 MaintNL

Inmiddels zijn dat er meer dan twintig, werkzaam in onder meer stellingbouw, lassen en reinigen. Deze bedrijven bevinden zich echter op een kleine negen hectare die Dow liever inzette voor zijn eigen bedrijvigheid. Dat stuk industrieterrein is vanwege zijn hoge milieuklasse veel beter bruikbaar voor de eigen procesindustrie. Dow liet daarom een studie uitvoeren of het mogelijk is de onderhoudsbedrijven te verhuizen naar een nabijgelegen stuk landbouwgrond van veertien hectare.

Toen dit op papier mogelijk bleek, was het tijd voor stap twee. Dow deed dit alleen niet onder eigen naam, maar vanuit het Valuepark Terneuzen. Deze joint venture van het chemiebedrijf met Zeeland Seaports is bedoeld om de economische ontwikkeling rondom het Dow-terrein in goede banen te leiden. ‘De ontwikkeling van een onderhoudspark past daarbij, want het stimuleert de economische ontwikkeling’, blikt Rutjens terug. ‘Bovendien creëerden we zo meer neutraliteit. Het moest namelijk een open industrieterrein worden met activiteiten die veel breder zijn dan voor Dow alleen. We hebben daarom al in een heel vroeg stadium andere partijen erbij betrokken.’ Bovendien zorgt deze aanpak ervoor dat niet Dow hoeft te investeren in deze ontwikkeling, maar Valuepark Terneuzen. Stap twee bestond eruit dat alle betrokken partijen gezamenlijk de businesscase onderzochten: kan zo’n onderhoudspark

DE ZEEUWSE PROCESINDUSTRIE IN EEN NOTENDOP Het industriegebied rondom de havens van Terneuzen en Vlissingen bestrijkt een gebied van 4.500 hectare, dat beheerd wordt door Zeeland Seaports. Samen zijn de havens jaarlijks goed voor 30 miljoen ton overslag via zee en 25,5 via binnenvaart. In het havengebied zitten onder meer bedrijven uit de (petro)chemie, industrie, logistiek en distributie. Het Valuepark Terneuzen, de joint venture tussen Zeeland Seaports en Dow Benelux, stelt binnen dit gebied 140 hectare beschikbaar voor bedrijven die zich hier willen vestigen of uitbreiden. Een belangrijke troefkaart hiervoor is het Maintenance Valuepark Terneuzen, bedoeld voor het ontwikkelen, ontsluiten en verspreiden van kennis en services voor onderhoud in de procesindustrie. Het park bestaat uit drie onderdelen: het bedrijventerrein, het Kennis- en Innovatiecentrum en de LeerWerkOmgeving. De betrokken partijen (zowel binnen als buiten de poort) werken samen aan innovatie, businessmodellen en kennis. Hun gemeenschappelijke doelen zijn meer efficiency, hogere veiligheid en meer betrouwbaarheid.

7 - 2016

IMA7 MT Value Park.indd 54

23-08-16 16:25


FOTO’S: VALUEPARK TERNEUZEN

Het omzetten van het bestemmingplan van het terrein van bijna veertien hectare van ‘landbouw’ naar ‘industrie’ had nogal wat voeten in de aarde.

toegevoegde waarde opleveren voor alle partijen, dus industrie én onderhoudspartijen? Al snel bleek ook deze vraag positief te beantwoorden. Onderhoudsbedrijven die vanaf het Dow-terrein werken, zouden op neutrale grond makkelijker andere lokale bedrijven kunnen bedienen. ‘Wij willen niet dat serviceverleners dit vanaf ons terrein voor andere bedrijven doen. Vestigen zij zich buiten ons terrein, dan kunnen ze hun diensten breder aanbieden, zoals bij Rijkswaterstaat of de omliggende industrie, zoals Yara, Cargill, ICL-IP en Zeeland Refinery.’ Bijkomend voordeel van een apart onderhoudspark is dat minderjarige studenten hier stage kunnen lopen, iets dat bij Dow niet is toegestaan vanwege de minimale leeftijdsgrens van achttien jaar. ‘Het was voor onderhoudsbedrijven altijd heel moeilijk om jonge mensen aan te trekken voor een stage op ons terrein. Bij een open industrieterrein valt die barrière weg.’ In 2009 hakte Valuepark Terneuzen daarom de knoop door: we gaan het park bouwen.

2010-2015: de voorbereidingen Maar papier is wel even wat anders dan het echte leven. De bijna veertien hectare had ‘landbouw’ als bestemming. Dat moest

eerst worden omgezet in ‘industrie’ voordat kon worden begonnen met de aanleg van nutsvoorzieningen. Omdat investeerders het niet aandurfden geld te steken in een project zonder een definitief vastgesteld bestemmingsplan, ging Valuepark Terneuzen zelf aan de slag.

Bijkomend voordeel van een apart onderhoudspark is dat minderjarige studenten daar stage kunnen lopen Dat begon met onderhandelingen met Rijkswaterstaat over de aanschaf van de grond. Toen dat was afgerond, begon het werk pas echt: het proces om het bestemmingsplan te wijzigen duurde namelijk bijna vier jaar. Om in de tussentijd niet stil te zitten, knipte het projectteam het hele proces in fases. Rutjens en zijn collega’s gingen daarom in 2010 en 2011 aan de slag met studies naar synergie-effecten van het park voor alle betrokkenen. ‘Dat was echt de ontwerpfase. Hoe gaat het eruit zien, welke bedrijven

kunnen er terecht en hoe werken ze samen met de omgeving? De belangrijkste factor waar we naar zochten was hoe het park de samenwerking tussen alle partijen nog aantrekkelijker maakt.’ Ook zette het projectteam een project op poten om procesindustrie, onderhoudsbedrijven, kennisinstellingen en onderwijsinstituten bij elkaar te brengen. ‘Die samenwerking werd vastgelegd in het Kennis- en Innovatiecentrum Maintenance Procesindustrie. Deze is nu geformaliseerd in een coöperatieve vereniging voor maintenance in de procesindustrie. Partijen werken hierin collectief aan ideeën en concepten om onderhoud veiliger, effectiever en efficiënter te maken.’ Dat klinkt al snel als een papieren exercitie op de keukentafel, maar volgens Rutjens is niets minder waar. ‘Omdat we hier in de directe omgeving zoveel procesindustrie met eigen installaties hebben, is het onderzoek zeer praktijkgericht.’ Het centrum test bijvoorbeeld in reële situaties de mogelijkheden voor tokkelen (in plaats van steigerbouw) en een compleet nieuwe technologie voor industriële reiniging. ‘Dat laatste is na idee, concept en prototype daadwerkelijk gerealiseerd en inmiddels in de praktijk toegepast.’ MaintNL 7 - 2016 55

IMA7 MT Value Park.indd 55

23-08-16 16:26


STRATT+ INDUSTRIAL MANAGEMENT

Divisies:

n Industry n Safety n Technical Documentation n Aerospace Stratt+ voor technische adviezen, projecten en processen in de industrie. Extra kennis en capaciteit met persoonlijke aandacht en kwaliteit.

MAATWERK IN INDUSTRIE! Hoofdkantoor Stationsweg 45 3331 LR Zwijndrecht

Vestiging Zeeland Amundsenweg 29 4462 GP Goes

T. 078 - 6120 320 I. www.stratt.nl E. welkom@stratt.nl

110 BAR GEMOEDSRUST, ALSTUBLIEFT Veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid zijn niet altijd in eenheden te vatten. Als onafhankelijke inspectieen keuringsinstantie leveren wij o.a. diensten op het gebied van NDO, drukapparatuur keuringen, elektrotechnische keuringen en lifting.

U mag gerust zijn. Vinçotte vinkt het voor u af.

Veiligheid, kwaliteit en milieuvriendelijkheid Met onze inspecties, testing, certificatie en opleidingen bieden wij alle oplossingen onder één dak om u en uw omgeving veiligheid, duurzaamheid en kwaliteit te garanderen en te zorgen dat uw investeringen renderen.

vincotte.nl // volg ons

IMA07 Advertenties.indd 56

23-08-16 16:01


Rutjens verwacht dat het Kennis- en Innovatiecentrum nóg beter gaat werken als het onderhoudspark fysiek is gerealiseerd. ‘Alle partijen zitten dan dichter bij elkaar, waardoor de kans op ontmoeting groter is. Dat levert meer ideeën op, net zoals op de campussen van universiteiten.’ Dat neemt niet weg, benadrukt de programmadirecteur, dat ook partijen van buitenaf welkom zijn. ‘Daarom zit het centrum in een aparte structuur met een uitstraling die over de regionale grenzen gaat. We hebben nu al meer dan 45 leden, zoals BASF Antwerpen, AkzoNobel, Engie, Spie en ExxonMobil.’

2016: de bouw start! De aanhouder wint, en dus werd in juni de eerste paal geslagen voor de aanleg van het Maintenance Valuepark Terneuzen. Die aanleg vindt momenteel op twee manieren plaats. Aan de ene kant bouwt chemiebedrijf Trinseo, een afsplitsing van Dow, hier een nieuw gebouw voor kantoren, research en onderhoud. Aan de andere kant wordt het terrein ontsloten via een nieuwe verbindingsweg en leggen monteurs water, elektriciteit en het riool aan. ‘Beide projecten moeten in mei 2017 klaar zijn. Dat is complex, maar het loopt.’ Tegelijkertijd zijn alle huidige onderhoudsbedrijven op het Dow-terrein gevraagd om te verhuizen, met de optie om dit naar het Valuepark te doen. Alle bedrijven hebben daarom een voorstel gekregen van ontwikkelaar APF Cordeel voor een huurcontract op het nieuwe onderhoudspark. ‘In decem-

ber 2017 moet het huidige terrein bij ons zijn vrijgemaakt. We verplichten natuurlijk niemand om op het Maintenance Valuepark te zitten, want zij gaan zelf over de bedrijfsvoering.’

‘Beide projecten moeten in mei 2017 klaar zijn. Dat is complex, maar het loopt.’ Hoewel naast Trinseo nog pas één ander bedrijf getekend heeft, is Rutjens hoopvol. ‘We hebben niet gehoord dat bedrijven voor een andere plek kiezen. Iedereen zit nog aan tafel.’

V.l.n.r. burgemeester Lonink (Terneuzen), Dick Gilhuis (CCO Zeeland Seaports), Jan Lagasse (CEO Zeeland Seaports) en Arnd Thomas (directeur Dow Benelux) onthulden eind juni het bouwbord.

Ondanks de lange periode tussen ontwikkeling van het idee en realisatie van het concept, ziet Rutjens nog steeds dat het concept past bij de markt. Bedrijven willen namelijk nog altijd graag samenwerken aan innovatie. Ook het beeld van een verzamelterrein voor onderhoudsbedrijven staat nog steeds overeind. Wel moesten er in de tussentijd zaken worden aangepast. Zo bleek dat niet elke serviceverlener met andere in één verzamelgebouw wil zitten. Een aantal kiest liever voor een eigen toko met eigen naam op de gevel. ‘Eén grote faciliteit met gedeelde infrastructuur gaat het dus niet worden. Daarin moesten we terug naar de realiteit.’

2017: van oost naar west Mocht de werkelijkheid zich aan Rutjens planning houden, dan gaan mei 2017 de poorten van het Maintenance Valuepark Terneuzen officieel open. Mocht het stormlopen, dan heeft het Valuepark de toezegging gekregen dat het ook ten westen van Dow nog grond mag kopen van Rijkswaterstaat. Wel moeten voor die grond (die mogelijk nog wordt gebruikt als constructieterrein voor de bouw van een nieuwe zeesluis) eerst alle procedures worden doorlopen om zijn bestemmingsplan te wijzigen, wat altijd veel tijd kost. Op dat scenario wil Rutjens nog niet te ver vooruitlopen. Van de huidige 10,5 hectare aan beschikbare grond is namelijk 2 officieel vergeven. De overige 8,5 hectare zijn al wel gereserveerd, maar dat is nog niet definitief. Lachend: ‘Willen we aan uitbreiding denken, dan moeten al die bedrijven eerst tekenen.’ ■ MaintNL 7 - 2016 57

IMA7 MT Value Park.indd 57

23-08-16 16:26


Vastgoedbeheer

‘Zet brandveiligheid op de onderhoudsagenda’ Gebouwen brandveilig maken, is geen eenvoudige opgave. Om de belangrijkste knelpunten rond bouwkundige brandveiligheid het hoofd te bieden, brengt de vereniging Brandveilig Bouwen Nederland (BBN) samen met Brandweer Nederland en Vereniging Bouw en Woningtoezicht Nederland ieder jaar een nieuwe editie uit van De essentiële bouwkundige controlepunten. ‘De controlepunten zijn voor kenners wellicht deels open deuren, maar in de praktijk gaat het nog te vaak mis’, aldus Leo Oosterveen, directeur BBN. Evi Husson Eind juni woedde er een felle brand in een van de opslagloodsen van Goes Handling, een opslagbedrijf in De Meern. Hoewel het bedrijf enorme schade opliep, konden brandscheidingen erger voorkomen. Zo tekende het AD een dag na de brand op. Leo Oosterveen, directeur van de Vereniging Brandveilig Bouwen Nederland (BBN) stelt: ‘Actieve brandpreventie zoals rookmelders, brandblussers en -dekens, het vrijhouden van vluchtwegen en evacuatie-oefeningen

zijn in veel bedrijven goed ingeburgerd. Naast deze actieve brandpreventie zijn er diverse bouwkundige brandpreventiemaatregelen, zoals brand- en rookcompartimentering die het risico op dramatische gevolgen aanzienlijk kunnen verlagen. Het is belangrijk om ook hier voldoende aandacht aan te geven.’ BBN heeft als doel de brandveiligheid van gebouwen te verbeteren door vergroting van kennis over en verantwoordelijkheids-

besef voor bouwkundige brandpreventie en de toepassing van brandveilige bouwmaterialen en -constructies.

Verantwoordelijkheid Een eerste knelpunt dat niet ieder bedrijf helder voor ogen heeft, is wie de verantwoordelijkheid draagt voor de brandveiligheid van een pand. Oosterveen: ‘Dat is de gebouweigenaar. Hier zou eigenlijk geen twijfel over mogen bestaan aangezien dit vrij helder is en ook wettelijk is bepaald. De architect, aannemer en toeleverancier van materialen hebben ook hun eigen verantwoordelijkheid, maar uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid voor de resulterende veiligheid op het bordje van de gebouweigenaar. Hier is blijkbaar nog wel eens onduidelijkheid over.’ Tel daarbij op dat de regels van bouwkundige brandveiligheid niet altijd bekend zijn of verkeerd worden geïnterpreteerd en je komt terecht in een risicovolle situatie. ‘Speciaal voor dit soort situaties heeft BBN de uitgave

BRANDVEILIGHEID IN HET BOUWBESLUIT De NVDO Leergang Conditiemeting/BOEI leert deelnemers een gebouw te beoordelen volgens een brandscan die is ontwikkeld door RGD/TNO. Met deze brandscan wordt de brandveiligheid getoetst aan het niveau zoals in het Bouwbesluit is vermeld. Alle tekorten worden geïnventariseerd en de essentiële tekorten worden vervolgens met maatregelen opgenomen in het onderhoudsplan. De brandveiligheidsvoorschriften in het Bouwbesluit zijn erop gericht om slachtoffers (gewonden en doden) te voorkomen en om te verhinderen dat een brand zich uitbreidt naar een ander perceel. Algemene uitgangspunten zijn: • Binnen vijftien minuten na het ontstaan van een brand moet die brand zijn ontdekt en moeten de door

58 MaintNL

die brand bedreigde personen en de brandweer zijn gealarmeerd. • Binnen vijftien minuten na die alarmering moeten de door de brand bedreigde personen zonder hulp van de brandweer kunnen vluchten. • De brandweer is aanwezig en operationeel binnen vijftien minuten na het melden van de brand. • De brandweer moet de brand binnen zestig minuten na het ontstaan onder controle hebben, hetgeen inhoudt dat voorkomen wordt dat de brand verder uitbreidt. Op dat moment moeten de laatste door de brand bedreigde personen met hulp van de brandweer zijn gered. Meer informatie over de Leergang Conditiemeting/BOEI is te vinden op www.nvdo.nl/maintenance-academy.

7 - 2016

IMA7 MO Vastgoedbeheer.indd 58

23-08-16 16:27


FOTO: KLIMATE HIGH SPEED DOORS

De essentiële bouwkundige controlepunten ontwikkeld. Met behulp van deze uitgave, die jaarlijks een update krijgt door voortschrijdend inzicht en daarnaast inspeelt op veranderingen in wetgeving, kan eenvoudig worden bepaald of een constructie of gebouw op essentiële punten voldoet aan bouwkundige brandveiligheid. Denk aan controlepunten rond brandwerende deuren, glas, plaatmateriaal, brandvertragende verven en coatings. Een brand of risico’s honderd procent uitsluiten doe je nooit, maar ga je de controlepunten na, dan kun je een aantal potentiële risico’s eenvoudig weghalen.’

Zelfsluitend Een van de controlepunten waar vaak verbetering mogelijk is, zijn brandwerende deuren. Zelfsluitende brandwerende deuren kunnen de verspreiding van een brand aanzienlijk vertragen en catastrofale gevolgen voorkomen dan wel verminderen. Oosterveen geeft een voorbeeld. ‘Neem de Schipholbrand, die iedereen zich wellicht nog levendig herinnert. Zelfsluitende celdeuren ontbraken waardoor het vuur zich snel kon verspreiden. Er waren meerdere redenen, maar dit aspect speelde zeker mee.’ Ook in zorginstelling Rivierduinen in Oegstgeest ging het goed mis. Bij een brand in deze psychiatrische instelling lieten drie patiënten het leven. Volgens het onderzoek speelden diverse aspecten een rol. Rivierduinen had aandacht besteed aan verschillende onderdelen van brandveiligheid (zowel bouwkundige, technische als organisatorische maatregelen) en voldeed aan de wet- en regelgeving op het gebied van brandveiligheid. Maar dit bood geen garantie op een goede afloop. De brandveiligheidsmaatregelen waren niet voldoende afgestemd op de mate van zelfredzaamheid van de patiënten (deze hadden hulp nodig bij evacuatie). Daarnaast waren de matrassen waarop de patiënten sliepen niet brandvertragend uitgevoerd en waren de bedrijfshulpverleners slechts beperkt geoefend. Ze hadden de deur van de kamer waar de brand was ontstaan, na tevergeefse pogingen om de brandhaard te blussen, tijdens de evacuatie niet gesloten. Oosterveen: ‘Maar ook in deze zorginstelling ontbraken zelfsluitende deuren. Een gesloten deur zou de brandontwikkeling en rookverspreiding hebben afgeremd waardoor er meer tijd zou zijn geweest om te ontruimen.

Valt de elektriciteit uit, dan moet de noodaccu het sluitmechanisme van een brandwerende deur nog steeds in werking kunnen zetten. Gebouweigenaren, zeker die in industriële omgevingen, zouden moeten zorgen voor zelfsluitende deuren.’

Alert Heb je als gebouweigenaar zelfsluitende deuren aangebracht, dan ben je er nog niet, gaat de directeur verder. ‘Deuren worden gebruikt en moeten met enige regelmaat worden gecontroleerd of ze nog goed functioneren. Als een heftruck langs een deur rijdt, of in een ziekenhuis wordt een karretje met waszakken langs de richels van de deur voortgeduwd, dan kunnen de richels stuk gaan en kunnen de deuren in noodsituaties niet meer naar behoren functioneren. Maar ook, valt de elektriciteit uit, dan moet de noodaccu het sluitmechanisme nog steeds in werking kunnen zetten. Het lijken ‘open’ deuren, maar hier wordt nog te weinig bij stilgestaan.’ Hetzelfde geldt voor brandwerende wanden. ‘In brandwerende wanden zitten vaak leidingen en kabels. Wanneer bij onderhoud een extra kabel moet worden getrokken, gebeurt het regelmatig dat er een gat in de wand wordt geboord, zonder dat men weet dat het een brandwerende wand is. De wand verliest een deel van zijn functie. Het is zelfs eens voorgekomen dat men een gat boorde in een brandwerende wand om een

rookmelder te plaatsen. Je wil de brandveiligheid naar een hoger niveau brengen door een rookmelder, maar tegelijkertijd doe je afbreuk aan diezelfde veiligheid door het gat. Gebouweigenaren moeten alert zijn als er onderhoudswerkzaamheden plaats zullen vinden in de buurt van brandwerende wanden. Tegelijkertijd moet de installateur zich bewust zijn van de plek waar hij gaten maakt en zich goed laten informeren.’ Maar ook hier loopt het nog wel eens mis. Oosterveen: ‘Neem bijvoorbeeld voetgangersdeuren. Deze zijn tegenwoordig vaak voorzien van een label dat je met je mobiele telefoon kunt scannen. Je krijgt zo meteen inzicht in alle eisen waaraan de deur moet voldoen. Uit de praktijk blijkt echter dat er nog te weinig gebruik van wordt gemaakt, terwijl een telefoontje naar de leverancier om zich verder te informeren ook niet vaak wordt gepleegd. Zeker de BBN-leden zijn altijd bereid om een toelichting en eventueel training te geven voor de montage en onderhoud van hun producten.’

Openheid Voorschriften en handleidingen zijn erg belangrijk om de brandveiligheid te kunnen garanderen. De directeur van BBN geeft nog een voorbeeld. ‘Branden ontstaan nu misschien wel vaker dan vroeger in techMaintNL 7 - 2016 59

IMA7 MO Vastgoedbeheer.indd 59

23-08-16 16:27


nische ruimtes door oververhitting. Om de brand snel te kunnen isoleren, is het van belang dat je dat afvangt door extra wanden te plaatsen. Koeling en goede compartimentering zijn daarnaast essentieel. Aangezien bij technische installaties elektriciteits- en andere kabels de afgesloten ruimte verlaten, is het belangrijk te letten op een juiste afdichting of doorvoering. De precieze beschrijving van hoe dit op een veilige manier kan gebeuren, is doorgaans terug te vinden in de gebruiks- of onderhoudshandleiding van de fabrikant. Pleeg je onderhoud, dan moet je je te allen tijde houden aan het voorschrift van de fabrikant. Dat lijkt wederom een open deur, maar in de praktijk wordt hiernaar nog te weinig geïnformeerd.’

Uiteindelijk ligt de verantwoordelijkheid voor de resulterende veiligheid op het bordje van de gebouweigenaar.

Volgens Oosterveen komt dit doordat er over het algemeen nog te weinig wordt gewezen op brandveiligheid. ‘Werkzaamheden worden steeds onder druk uitgevoerd. Het moet altijd goedkoper en sneller, terwijl het voordeel wat het teweegbrengt – een brandveilige situatie – niet meteen zichtbaar is. We blijven daarom constant roepen dat brandveiligheid blijvende aandacht verdient, niet alleen bij de oplevering van een gebouw, maar ook bij de verdere instandhouding en tijdens onderhoudswerkzaamheden. Iedere verantwoordelijke zou het niveau van brandveiligheid moeten inventariseren en er een plan-do-act-check op moeten loslaten. Niet alleen inventariseren en plannen maken, maar ook effectief acties ondernemen en je planning hierop aanpassen. Het zou verstandig zijn om brandveiligheid ook op de onderhoudsagenda te plaatsen. Voer je onderhoudswerkzaamheden uit, neem dan deze controlepunten mee. Zo breng je de brandveiligheid van het gebouw en daarmee het gebouw als geheel op een hoger niveau.’ ■

60 MaintNL

ESSENTIËLE BOUWKUNDIGE CONTROLEPUNTEN In de uitgave De essentiële bouwkundige controlepunten worden de belangrijkste controlepunten aangehaald die kunnen zorgen voor een hogere mate van brandveiligheid van gebouwen. Dit zijn: industriële branddeuren, brandschermen, voetgangersdeuren, glas- en vliesgevels, brandwerend glas, brandwerende constructies, platen, blokken en isolatiemateriaal, doorvoeringen en brandvertraging voor hout- en plaatmateriaal. Per onderwerp geeft de uitgave een aantal controlepunten die kunnen worden getoetst, evenals een checklist die de verantwoordelijke kan nalopen. Hieronder een aantal aspecten die de brandveiligheid helpen verbeteren: • Deuren Een rookmelder signaleert brand, een brandwerende deur beschermt ertegen. De een vervangt de ander niet, maar beiden vullen elkaar aan. Door een brandscheiding te creëren (een muur inclusief deur, kozijn en hang- en sluitwerk), wordt voorkomen dat vuur van de ene naar de andere ruimte kan gaan. • Glas Ramen, deuren, kozijnen, in elk huis is glas aanwezig. Net als een deur en een kozijn houdt brandwerend glas het vuur een bepaalde tijd tegen. • Plaatmateriaal, wanden en isolatie Het grootste gedeelte van een gebouw bestaat uit wanden (zowel binnen als buiten), plaatmateriaal en isolatie. Sommigen van deze materialen zijn altijd zichtbaar, andere materialen worden juist ‘verborgen’. Bij toepassing van bouwmateriaalcombinaties voorzien van isolatie, zoals bijvoorbeeld in spouwmuren, dakconstructies en bij toepassing van sandwichpanelen, zal vooral de beschermende laag bepalend zijn voor het brandgedrag. Als de beschermende laag ergens is doorbroken (denk onder andere aan leidingdoorvoeringen) en niet afdoende brandveilig is afgewerkt, dan bestaat de mogelijkheid dat de isolatie gaat bijdragen aan de brandvoortplanting. Brandbare materialen dienen te worden beschermd door niet of moeilijk brandbare materialen om het risico van brandverspreiding te beperken. Daarnaast is het belangrijk dat er bouwmaterialen worden toegepast die slechts minimale rook veroorzaken in geval van brand. • Brandvertragende verven en coatings Een plafond, een wand, een vloer: nagenoeg ieder product kan voorzien worden van een transparante of gepigmenteerde brandwerende verf of coating. Het grote voordeel van zo’n coating is dat deze coating opschuimt en de ondergrond bij brand beschermt. Voor brandbare materialen (hout) spreken we dan over de brandklasse en voor staal, aluminium en beton wordt de brandwerendheid op bezwijken geborgd. • Doorvoeringen Een gebouw is meestal ingedeeld in brandcompartimenten. De grenzen van dat brandcompartiment zijn brandscheidingsconstructies (bijvoorbeeld wanden en verdiepingsvloeren) die intact moeten blijven. Indien er in de scheidingconstructies openingen en doorvoeringen van technische installaties (zoals stalen leidingen, kunststof buizen, elektra of ventilatiekanalen) gaan, moeten de openingen en doorvoeringen brandwerend worden afgedicht. Bron: Essentiële Bouwkundige Controlepunten, editie 2015/2016, te downloaden via BBN.nu

7 - 2016

IMA7 MO Vastgoedbeheer.indd 60

23-08-16 16:27


Casus

Tandwielkastenrevisie Een revisiebedrijf voor tandwielkasten heeft een grote tandwielkast van een brug te reviseren. Het bedrijf heeft hiervoor van de klant 48 uur revisietijd gekregen. De brug is nu buiten bedrijf en zorgt ervoor dat gedurende bijna vier dagen het scheepvaartverkeer in deze belangrijke waterweg van en naar onze oosterburen is gestremd. De tandwielkast heeft vanaf nieuwbouw (1963) in de brug gezeten en heeft naast het normale onderhoud nooit voor problemen gezorgd. Bij de laatste olieverversing bleken er echter ongewoon veel stalen slijtagedeeltjes in de olie te zitten en na onderzoek werd duidelijk dat door materiaalvermoeiing de tandwielen zijn versleten.

Ongeleide projectielen Bij het demonteren van het hoofdlager (een twee-rijig tonlager met cilindrische boring) gaat het gruwelijk mis. Er wordt met een grote hydraulische lagertrekker op de buitenring van het lager getrokken. Door de hiermee gepaard gaande, zeer hoog opgebouwde en ongecontroleerde, spanningen in het lager explodeert onverwachts de buitenring in vlijmscherpe scherven. Deze scherven en de wentelelementen, de tonnen uit het lager, springen als ongeleide projectielen door de werkplaats (enkele worden later in het plafond op tien meter hoogte teruggevonden!). De hydraulische lagertrekker schiet tweeëneenhalve meter naar achteren tegen de wand aan. Als door een wonder en zeer gelukkig heeft niemand in dit incident persoonlijk letsel opgelopen. De monteur die de pomp bediende, zei later en nog spierwit verbleekt door de schrik: ‘Ik hoorde de scherven en onderdelen langs me heen suizen.’

Cursus Montage en Demontage van Lagers Uit onderzoek is gebleken dat veel lagers vroegtijdig uitvallen door direct beïnvloedbare factoren. Denk hierbij aan onjuiste montage, exclusie (vervuiling van buitenaf), onjuiste lagerkeuze, onjuiste passingen, geen optimale smering, etc. Kennis hebben van deze direct beïnvloedbare factoren kan onmiddellijk resulteren in standtijd verlenging van lagers en een hogere betrouwbaarheid van uw installatie. Deze opleiding bevat naast een theoretisch deel ook een, op deze kennis gebaseerd, praktisch deel. Deelnemers worden in deze tweedaagse training in staat gesteld de problemen, verbonden aan het gebruik van lagers, te begrijpen en de verschillende lagertypen en -aanduidingen te herkennen. Daarnaast raken de deelnemers vertrouwd met de juiste en veilige gereedschappen voor de verschillende montage- en demontagemethoden en het smeren van lagers. Ze zullen ook beter in staat zijn lagerschades te analyseren en te voorkomen. Kijk voor informatie een aanmelden op www.nvdo.nl.

Van dit bedrijf hebben nu alle (vijftig) monteurs, zowel in de fabriek als de monteurs in de buitendienst, een cursus ‘Montage en Demontage van Lagers’ gevolgd om het bewust én veilig werken met lagers te benadrukken.

Dit was te voorkomen geweest! Onderzoek leert dat door onder andere passingsroest de binnenring zeer vast op de as heeft gezeten. Als bij het demonteren de juiste en veilige gereedschappen waren gebruikt, had dit nooit kunnen gebeuren. Hiervoor zijn bij de technische groothandel speciale trekplaten beschikbaar die de demontagekrachten op de binnenring van het lager overbrengen. Hierdoor bouw je in het lager geen grote spanningen op en loop je geen risico op exploderende onderdelen. MaintNL 7 - 2016 61

IMA7 MJ Casus.indd 61

23-08-16 16:30


Cursussen Kennis is onze kracht! Inschrijven kan eenvoudig via de Maintenance Academy op www.nvdo.nl Komende NVDO Cursussen Locatie: NVDO Verenigingsgebouw, tenzij anders vermeld 12 en 13 september Montage en Demontage van Lagers De deelnemers worden in deze tweedaagse training in staat gesteld de problemen, verbonden aan het gebruik van lagers, te begrijpen en de verschillende lagertypen en -aanduidingen te herkennen. Daarnaast raken de deelnemers vertrouwd met de juiste en veilige gereedschappen voor de verschillende montage- en demontagemethoden en het smeren van lagers. Ze zullen ook beter in staat zijn lagerschades te analyseren en te voorkomen. Na de praktische oefeningen zullen de deelnemers de materie echt beheersen!

Onderwerpen • Lagertechnologie, de verschillende materialen, welke loopbaancontacten, draaggetallen en toerentallen. • Wentellager-aanduidingen, wat betekenen alle cijfers en letters? • Lagerkarakteristieken, welk type lager voor welke toepassing en waarom? • Passingen en toleranties, aan welke afmetingen dient het lager te voldoen? • Monteren en demonteren van lagers op een juiste en veilige methode. • Lagersmering en methodes, welk vet, nasmeer-interval en nasmeerhoeveelheid? • Lagerschade-analyse en belangrijk: hoe te voorkomen? 1e dag (12 sept) NVDO Verenigingsgebouw, Houten 2e dag (13 sept) SKF Business & Technology Park, Nieuwegein

15 september ISO 55000 in één dag! In Company mogelijk Onderwerpen • Wat is ISO 55000 en hoe draagt het bij aan goed asset management? • De relatie tussen ISO 55000 en andere managementsystemen (bijvoorbeeld ISO 9001). • Basisvereisten van een asset managementsysteem. • Toepassen van de norm. • Asset management in combinatie met verantwoord ondernemen. • Uitgelicht: Risicoanalyse, het belang van data management en het Strategic Asset Management Plan (SAMP).

Nota bene Bij deelname aan deze eendaagse ISO 55000-cursus is uiteraard de norm, deel I, inbegrepen!

62 MaintNL

Doel Deelnemers hebben na deze eendaagse training inzicht in de toepassingsmogelijkheden van de ISO 55000 en kennen de integrale eenduidige aanpak die de norm voorschrijft.

22 en 23 september Organisatie van Onderhoud In Company mogelijk Tijdens deze intensieve tweedaagse cursus leert u een goed inzicht te krijgen in de belangrijkste aspecten van en de methoden en technieken voor het betrouwbaar organiseren van onderhoud. Gezamenlijk wordt een visie ontwikkeld en u kunt vervolgens in uw bedrijf op een systematische manier aan de slag met uw eigen organisatie en de tijdens de cursus geïdentificeerde verbetermogelijkheden.

Onderwerpen • Visie op onderhoud en High Reliability organisaties. • Overzicht van belangrijke concepten (bijvoorbeeld: RCM, TPM, 6Sigma, ISO 5500x, PAS 55) en hun toepasbaarheid. • Installatiestructuur als ruggengraat voor onderhoudsbeheersing. • Relatie tussen onderhoud en bedrijfsresultaten (ROI, RONA, EBIT, cashflow). • Samenwerking Onderhoud, Productie en Engineering. • Soorten onderhoud en relatie met budget en registratie. • Hoe kunnen kritieke installaties en delen daarvan worden geïdentificeerd? • Onderzoeken van storingen en oorzaken. • Systematieken om betrouwbaar onderhoud te faciliteren. • Opstellen van een onderhoudsplan. • De verschillende functies en functionarissen in onderhoud. • Functietyperingen en functieomschrijvingen. • Onderhoud door Productie.

7 - 2016

IMA7 MF Cursussen.indd 62

23-08-16 16:19


• Ontwerpen van een betrouwbare organisatiestructuur. • Kenmerken van een betrouwbare organisatie en de weg daar naar toe.

27 en 28 september Maintenance Engineering in de Praktijk De maintenance engineer moet snel kunnen schakelen tussen de details van de dagelijkse problemen en beschikt over een helikopterview om een compleet overzicht van die gesignaleerde problemen te krijgen. Tenslotte moet hij zijn voorstellen voor eventuele oplossingen duidelijk en overtuigend kunnen presenteren. De taak van de maintenance engineer is om verstoringen in het productieproces en het onderhoudsproces te herkennen, te elimineren en vooral te voorkomen. Daartoe is er veel samenwerking nodig met andere bedrijfsfuncties.

• Van onderhoudsconcept naar onderhoudsbeheersing. • Praktijkvoorbeelden onderhoudsconcept. • Het invoeren van onderhoudsconcepten in de eigen organisatie. • Het borgen en bijsturen van onderhoudsconcepten in de praktijk. • De invloed van onderhoudsconcepten op het bedrijfsresultaat. • De effectiviteit en de efficiëntie van de maintenance engineer.

6 en 7 oktober Risk Based Maintenance (RBM), onderhoudsconcepten op basis van risico In de cursus ‘Risk Based Maintenance (RBM), onderhoudsconcepten op basis van risico’ leert u hoe u grip krijgt op het onderhoud en een optimum kunt creëren tussen bedrijfsdoelstellingen en onderhoudskosten. U leert een risicomatrix op te stellen op basis van bedrijfsdoelstellingen. U leert (van grof naar fijn) de kritische onderdelen van de installaties op te sporen en de faaloorzaken in kaart te brengen. Risk Based Maintenance (RBM) helpt prioriteiten te stellen in preventief onderhoud. Het maakt inzichtelijk waar de grootste risico’s liggen, zodat u daar op kunt anticiperen en weet welke delen van de installatie wel en welke niet mogen falen. Tot slot faciliteert RBM uw gesprek in de boardroom. Een objectieve onderbouwing, waarbij ook gevolgkosten in beeld zijn van wat-als-scenario’s, is daarbij zeer behulpzaam.

Onderwerpen • Het herkennen en formuleren van bedrijfsdoelstellingen. • Het definiëren van risico’s. • Verschillende methodieken van risicoanalyses (een voorbeeld: FMECA). • Opstellen van een onderhoudsconcept naar aanleiding van de risicoanalyse. • Optimaliseren van onderhoudsconcepten.

Doel Het doel van deze cursus is om de (toekomstige) maintenance engineer in zijn dagelijkse werk een goede ondersteuning te bieden.

Onderwerpen

Bestemd voor Deze cursus is bestemd voor maintenance engineers, projectleiders, maintenance managers, werkvoorbereiders en iedereen die in staat wil zijn om zelfstandig de beste onderhoudsstrategie en onderhoudsfrequentie te bepalen.

Dag 1 • De plaats en functie maintenance engineering in de organisatie. • Het takenpakket van de maintenance engineer. • De relatie tussen de onderhouds- en productiefunctie. • Het afstemmen van productie- en onderhoudsdoelstellingen. • De kern van maintenance engineering: borgen en verbeteren van de prestatie van productiemiddelen. • De gereedschapskist van de maintenance engineer. • Het analyseren en reduceren van storingen. • Het opstellen van verbeterplannen. Dag 2 • Het doel en het ontwerpen van onderhoudsconcepten. MaintNL 7 - 2016 63

IMA7 MF Cursussen.indd 63

23-08-16 16:19


Nieuws Havenbedrijf Rotterdam tekent raamcontract ingenieursdiensten De combinatie RPS-OmniformGroup, Port Infra, Sweco en Witteveen+Bos hebben een raamovereenkomst getekend met het Havenbedrijf Rotterdam voor ingenieursdiensten op het gebied van droge infrastructuur. Namens het Havenbedrijf Rotterdam zette Ronald Paul, directeur Infrastructuur & Maritieme Zaken zijn handtekening onder een driejarig contract, met vijf opties op verlenging van een jaar. Het Havenbedrijf Rotterdam is vorig jaar gestart met een Europese aanbeste-

ding voor het afsluiten van raamovereenkomsten voor infrastructurele projecten, zoals de aanleg van wegen en kabels en leidingen met inpassing van bijkomende advies- en ontwerpdiensten. Deze diensten hebben onder meer betrekking op de openbare verlichting, riolering, milieuadviezen, flora en fauna en niet-gesprongen explosieven. Het Havenbedrijf wil de uitdagingen in de regio collectief te lijf gaan. Het teamgevoel is een belangrijke factor bij de keuze voor een raamovereenkomst.

Eisen De keuze voor grootschalige raamcontracten past binnen de strategie van het Havenbedrijf om langdurig met partners samen te werken. Voorheen voerde het Havenbedrijf projecten uit met ‘losse’ ondernemingen. Een vast team van bedrijven is nu continu betrokken bij de projecten van het Havenbedrijf. Die werkwijze past bij de hoger wordende eisen van opdrachtgevers.

Nieuwe experts in Asset Management Toepassing van Asset Management biedt u de mogelijkheid op risico gebaseerd Beheer en Onderhoud scenario’s te ontwikkelen die bijdragen aan het verkrijgen van het juiste evenwicht tussen uw kapitaalsinvesteringen (kosten) en opbrengsten (baten), zoals bijvoorbeeld hogere beschikbaarheid en betrouwbaarheid, productiviteit en de mate van milieubelasting door de assets. Kortom, hoe kan ervoor worden gezorgd dat uw assets het vereiste kosteneffectieve resultaat behalen tegen de meest gunstige kosten gedurende de gehele technische levensduur van de assets. In dit proces is het van belang dat de diverse stakeholders, die op enigerlei wijze een rol en verantwoordelijkheid in de gehele levenscyclus van uw asset hebben, integraal met elkaar samenwerken. Recent hebben zeven nieuwe experts de Leergang Asset Management met succes afgerond. Na het volgen van de leergang is de cursist in staat om antwoord te geven op de volgende vragen: • Wat is Asset Management? Gedachtengoed, de methodiek en principes. • Welke plaats en positie neemt Asset Management in binnen de organisatie? • Hoe wordt risicomanagement toegepast binnen de methodiek van Asset Management? • Hoe kunnen ontwerpbeslissingen onderbouwd worden op basis van een Life Cycle Cost benadering? • Hoe wordt wet- en regelgeving in het bedrijfsbeleid geborgd? • Hoe kunnen bedrijfsprocessen worden gestroomlijnd, systeemeffectiviteit worden verhoogd en totale kosten over de levensduur worden geoptimaliseerd? • Hoe bereik ik de optimale kosteneffectiviteit van de assets over de levensduur? • Hoe ontwikkel ik de meest doelmatige uitbestedingsstrategie, hoe voer ik regie over de markt? • Hoe worden mijn directie en ik zich bewust van de meerwaarde van Asset Management? • Hoe kan ik de methodiek en principes van Asset

64 MaintNL

IMA7 MG Nieuws.indd 64

Op de foto v.l.n.r. staand: Nico Groen (docent Traduco), Martin Loeve (trainer Delta Change Management), Remco Platerink (Witteveen+Bos), Peter Duijndam (Visser&Smit Bouw bv), Mark Lazonder (BASF), Harold van der Vinne (Abbott Laboratories), Jochem Callenfels (Waterschap Hollandse Delta), Auke de Wit (leidinggevende Remco Platerink). Zittend v.l.n.r.: Fred ter Beek (FIT Sales Consultancy), Yenal Cevik (Forbo Flooring B.V.), Jan Kamphuis (docent Traduco)

Management effectief binnen de keten van mijn organisatie uitdragen en communiceren? Hoe kan ik bijdragen in het realiseren van een optimale samenwerking tussen alle partijen in de keten? Hoe kan ik de normstandaard ISO 55000 als hulpmiddel toepassen in het realiseren van de bedrijfsdoelstellingen?

De leergang is vanuit het ‘action learning’-principe opgezet, de onderwezen theorie wordt met oefeningen en praktijkcases ondersteund. Resultaat van deze opdracht vormt aan het eind van de leergang een leidraad die kan fungeren voor invoering en borging van Asset Management binnen uw eigen bedrijf.

7 - 2016

23-08-16 16:19


Nieuws Eisen energieprestatie nieuwbouw vanaf 2020 Vanaf eind 2020 moeten alle nieuwe gebouwen in Nederland bijna-energieneutrale gebouwen (BENG) zijn. Minister Blok (Wonen en Rijksdienst) presenteerde op 2 juli de eisen aan de energieprestatie van nieuwe gebouwen die vanaf 2020 gelden. Voor overheidsgebouwen geldt deze eis al vanaf eind 2018. In Nederland wordt de energieprestatie voor bijna-energieneutrale gebouwen vastgelegd aan de hand van drie eisen: • De maximale energiebehoefte in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar. • Het maximale primair energiegebruik in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar. • Het minimale aandeel hernieuwbare energie in procenten. Op basis van het DGMR-onderzoek ‘Resultaten verkennende studie voor eisen aan bijna-energieneutrale gebouwen’ is een beeld ontstaan van het niveau van haalbare eisen die gaan gelden. De vastgestelde niveaus zijn voor de verschillende gebouwfuncties weergegeven in de tabel. Gebouw­ functie

Energiebehoefte kWh/m2 jr

Primair energiegebruik kWh/m2 jr

Aandeel hernieuwbare energie %

Woning/ woongebouw

25

25

50

Utiliteit

50

25

50

Onderwijs

50

60

50

Gezondheidszorg

65

120

50

Deze eisen sluiten aan op de definitie van bijna energieneutrale gebouwen zoals beschreven in de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD) en op het uitgangspunt van het Energieakkoord waarin energiebesparing voorop staat. In 2018 wordt getoetst of de eisen op een kostenoptimaal niveau liggen. De verwachting is dat ze voor het grootste deel van de gebouwen goed financieel haalbaar zijn in 2021. Een consequentie van de eisen is dat gebouwen beter geïsoleerd en beter luchtdicht worden gebouwd. Hierdoor wordt het realiseren van een gezond binnenklimaat in hogere mate afhankelijk van de voorzieningen voor luchtverversing in de gebouwen.

Bepalingsmethode De BENG-indicatoren kunnen op dit moment alleen worden bepaald uit tussenresultaten van de berekening van de Energie Prestatie Coëfficiënt (EPC)-berekening (NEN 7120). In een brief aan de Tweede Kamer wordt aangekondigd dat het kabinet wil zorgen voor bepalingsmethoden die transparant en eenvoudig zijn en aansluiten bij de behoefte van de consument. Omdat er nog geen bepalingsmethode voor BENG beschikbaar is, heeft RVO.nl een handreiking opgesteld waarin de bepaling van de drie indicatoren is omschreven. Ook is een rekenblad uitgewerkt om een berekening van de BENG-indicatoren uit te voeren. Op www.rvo.nl is aanvullende informatie beschikbaar.

Bodemenergiesystemen worden steeds efficiënter Uit onderzoek in opdracht van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl) komt naar voren dat bodemenergiesystemen beter dan voorheen presteren. Het lijkt erop dat gebouwbeheerders steeds beter vat hebben op hun systemen. Het rendement van een bodemenergiesysteem blijkt uit diverse factoren: • Het temperatuurverschil tussen de warmte- en koudebron, globaal geldt: hoe groter het verschil, hoe beter de energiebalans. Een goede balans zorgt ervoor dat de brontemperaturen goed blijven. • De verpompte hoeveelheid grondwa-

ter, hoe meer energie per verpompte kuub water eruit wordt gehaald, hoe beter. • Beter beheer en onderhoud. RVO.nl liet 125 open systemen voor warmte- en koudeopslag (WKO) op deze drie factoren analyseren. Het onderzoek is een update van eerdere onderzoeken uit 2006 en 2009. Uit de update blijkt dat de systemen veel minder water verpompen tussen de warmte- en koudebron. Waarschijnlijk komt dit door beter beheer en onderhoud van de systemen. Het gemiddelde temperatuurverschil over de bronnen blijft nagenoeg gelijk:

van 4,4 graden Celsius naar 4,6 graden Celsius. Positief is dat er wel systemen zijn met een temperatuurverschil tussen 7 en 10 graden Celsius. Verder zijn de open WKO-systemen in Nederland over het geheel meer in balans dan in 2006 en 2009. Bodemenergiesystemen dragen bij aan duurzame gebouwen. Ze verlagen de energiekosten en geven comfort. Voorwaarde is wel dat het gebouw en alle systemen goed functioneren en goed op elkaar zijn afgestemd. Ga voor tips over beheer, onderhoud en optimalisatie naar: www.gebruikersplatformbodemenergie.nl.

Belangrijke subsidie voor opleidingen procestechniek Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap heeft een aanzienlijke subsidie toegekend aan de samenwerking tussen ROC De Leijgraaf, het Koning Willem I College en het bedrijfsleven (waaronder NVDO-leden Mars, Friesland Campina, Heineken en MSD). Deze subsidie is nodig om de

samenwerking in Noordoost-Brabant op gebied van opleidingen in de procestechniek verder te intensiveren. Een intensievere samenwerking zorgt voor een betere aansluiting tussen het onderwijs en de vraag naar gericht opgeleid procesoperators vanuit het bedrijfsleven.

MaintNL 7 - 2016 65

IMA7 MG Nieuws.indd 65

23-08-16 16:19


Column

De Pokémon-ellende Voor die enkeling die het nog niet weet; spelers van het spelletje Pokémon Go moeten de beestjes met behulp van hun smartphone vinden. De locaties staan aangegeven op een kaart. De beestjes worden weergegeven met behulp van augmented reality. De app is wereldwijd een hit. Diegenen die mij kennen zal het niets verbazen dat ik met deze rage helemaal niks heb. Apps zijn mijn privéleven nog niet echt binnen gedrongen. Ik ben zo’n beetje de enige nog die sms’t in plaats van te appen. Dat geldt ook voor Pokémon anno 2016. Ik heb er niets mee en niet alleen omdat het een rage is en ook niet alleen omdat het te veel gedoe is met zo’n populaire app. Nee, ik vind het gewoon gevaarlijk! Mijn broer werkt bij de NS en doet dat inmiddels al bijna 25 jaar met groot plezier. Maar soms zijn er incidenten doordat ongewenste zaken of mensen zich op de spoorrails bevinden em dat wordt nu toch echt bizar. Er lopen Pokémons langs het spoor! U snapt het al, die brengen het treinverkeer behoorlijk in gevaar. Bramenzoekers waren er altijd al. Een treinmachinist moet die mensen goed in de gaten houden, want het onderscheid tussen een braamzoeker en een suïcidaal persoon is niet altijd even duidelijk. Die groep onwetenden is nu uitgebreid met Pokémonzoekers. Een uiterst link gebeuren, want wie zoekt wat en wie springt niet? Bij Hattem zijn al mensen van de rails gehaald. Tussen Delft en Schiedam moesten trei-

nen langzamer gaan rijden, omdat er mensen langs het spoor liepen. En op Twitter worden meldingen geplaatst waar de Pokémonbeestjes zich bevinden. In 2016 zijn er tot nu toe al 1602 mensen aangetroffen langs het spoor. Dit zorgt regelmatig voor vertragingen in het treinverkeer. Op spoorlopen staat overigens een boete van 140 euro. Best veel geld als je een Pokémonnetje zoekt. ProRail heeft intens contact gezocht met spellenmaker Nintendo om de Pokémons van het spoor te halen. De spelmakers hebben de beheerder in de reactie verzocht om de gps-coördinaten van het spoor. Bij een gebouw kan dat, maar de coördinaten van zesduizend kilometer spoor en alle stations doorgeven, is niet zo makkelijk. Het kostte ProRail heel erg veel moeite en er moesten juristen aan te pas komen, maar langs het spoor zijn nu een aantal Pokéstops verwijderd. ProRail is er blij mee, want de virtuele plekken uit het spel zorgden voor gevaarlijke situaties. Ik vind, net zoals ProRail, dat de makers van het spel hun spelers niet serieus nemen. Je hebt als bedrijf toch een verantwoordelijkheid dat mensen jouw spelletje veilig kunnen spelen? Dus of je bramen zoekt, je hond uitlaat of Pokémon-beestjes zoekt, breng het treinverkeer en de mensen die er werken niet in gevaar!

‘In 2016 zijn er tot nu toe al 1602 mensen aangetroffen langs het spoor.’

Ellen den Broeder-Ooijevaar Verenigings Manager

colofon MaintNL is het verenigingsmagazine van de Nederlandse Vereniging voor Doelmatig Onderhoud. De naam MaintNL is eigendom van de NVDO. Eindredactie: Ellen den Broeder-Ooijevaar 66 MaintNL

Postbus 138 • www.nvdo.nl 3990 DC Houten • www.nvdovac.nl t +31(0)30 634 60 40 e info@nvdo.nl

7 - 2016

IMA7 MC Vereinigingsmanager.indd 66

23-08-16 16:20


KENNIS MOET JE OOK ONDERHOUDEN. • Hoeveel onderhoud is juist genoeg? • Kunnen we met de onderhoudsfunctie geld verdienen? • Hoeveel kan onderhoud bijdragen aan het bedrijfsresultaat? • Wat is Excellent Onderhoud en hoe geef ik dit vorm?

DEZE OPLEIDIN ZIJN IN TE BRE GEN IN DE NIEUWE NGEN BA WERKTUIGBOU CHELOR WKUNDE DEELTIJD.

INFORMEER!

WAARDECREATIE DOOR GOED ONDERHOUD Een onderhoudsopleiding bij Hogeschool Utrecht helpt u in uw eigen bedrijf de antwoorden te vinden op deze vragen. In de afgelopen jaren zijn vele mooie resultaten en forse besparingen bereikt bij de deelnemende bedrijven. Door de brede scope op zowel Materiaalkunde, Engineering, Inspectie als Onderhoud bieden onze opleidingen op het gebied van Onderhoud precies die (integrale) kennis die nodig is om verder te kunnen kijken dan het eigen vakgebied, en daardoor aantoonbaar betere resultaten te boeken. • Post-MBO Onderhoudstechniek (OTK) • Post-HBO Onderhoudstechnologie (OT) • Post-HBO Onderhoud en Management (OM) • Master of Engineering in Maintenance & Asset Management

Start 5 oktober 2016 Start 6 oktober 2016 Start 6 oktober 2016 Start februari/september

Alle genoemde opleidingen kunnen naar wens in-company (op maat) verzorgd worden. Informeer naar de mogelijkheden. Meer weten? Bel 088 481 88 88, mail naar info@cvnt.nl of kijk op www.cvnt.nl.

ER VALT NOG GENOEG TE LEREN

IMA7 B Inhoud.indd 4 Europoortkringen 2015-10 FC_A4.indd 1

24-08-16 16-02-16 08:09 20:40


Na het wereldwijde succes van VDM:

Tijd voor vernieuwing Wat is de toekomst van onze verouderende industrie, als deze niet vervangen kan worden, maar wel moet concurreren met jonge fabrieken uit opkomende landen? Het antwoord is Value Driven Maintenance & Asset Management, kortweg VDM XL. Wilt u weten wat VDM XL voor u kan betekenen? Bestel het nieuwe boek van Mark Haarman en Guy Delahay.

www.mainnovation.com

adv XL NVDO 185x267.indd 1

IMA7 B Inhoud.indd 4

09-09-15 08:36

24-08-16 08:09


UNLOCKING FUTURE FACTORIES

MEL

DU

GRAT

IS AA

INDU

Het slimste en grootste procesevenement van de Benelux

PROC

UITNODIGING 4 - 7 oktober 2016 | Jaarbeurs Utrecht | volg ons op:

@indusprocessing

Ga naar industrialprocessing.nl en vraag uw gratis toegangsbewijs aan

STRI

N OP

AL NG.N L

ESSI

Tevens gratis toegang tot:


4 - 7 oktober 2016 | Jaarbeurs Utrecht Het slimste en grootste procesevenement van de Benelux

MEL

DU

GRAT

IS AA

Industrial Processing is de grootste vakbeurs voor de totale natte en droge procesindustrie in de Benelux. Hier tonen exposanten u de laatste trends, producten en ontwikkelingen op het gebied van procesapparatuur, -engineering en -automatisering. Wat heeft Industrial Processing u te bieden? • Ruim 180 exposanten die u de nieuwste innovaties presenteren. • De Fabriek van de Toekomst vormt vanaf 4 oktober 2016 letterlijk en figuurlijk het hart van Industrial Processing in de Jaarbeurs. • FedEC Energie Plein met veel kennis en informatie over de ontwikkelingen op het gebied van energieverbruik en -besparing, en vooral ook op het gebied van alternatieve energiebronnen. • PUMP PLAZA is de ontmoetingsplaats voor eenieder die te maken heeft met de inkoop en onderhoud van pompen en pompsystemen. • De Machevo Hotspots. • ProcessingProfs Theater met interessante lezingen en workshops. • De uitreiking van de Proces Innovatie Prijs 2016 (PIP). Kijk voor meer informatie, de deelnemers en het volledige programma op industrialprocessing.nl.

Ga naar industrialprocessing.nl en vraag uw gratis toegangsbewijs aan

Bezoek Industrial Processing 2016 Dinsdag 4 oktober 10.00 – 17.30 uur Woensdag 5 oktober 10.00 – 17.30 uur Donderdag 6 oktober 10.00 – 17.30 uur Vrijdag 7 oktober 10.00 – 16.00 uur

INDU

PROC

STRI

ESSI

NG.N

Locatie Jaarbeurs Utrecht, hal 12 Gelijktijdig met: World of Technology and Science (WOTS), hal 7 t/m 11

Meer informatie T: +31 (0)30 295 2999 E: service@jaarbeurs.nl W: industrialprocessing.nl

Branchepartner

N OP

AL

L


E

UITNODIGING

E RD AA , W 25

PERSOONLIJKE

Met meer oog voor oppervlaktetechniek maakt u het verschil

Juist ook in professioneel onderhoud 1001 oppervlaktebehandelingen, innovaties, 75 kennissessies, meer dan 175 exposanten, expo Surface Solutions, het Surface Lab, slim inkopen, nieuwe onderhoudssystemen‌

4 t/m 6 oktober Brabanthallen ‘s-Hertogenbosch Gratis en gemakkelijke toegang Alleen bij voorregistratie op www.surfacevakbeurs.nl Open: di t/m do 10.00-17.00 uur

Uw persoonlijke registratiecode:

300.008.09


Oppervlaktetechniek verdient alle aandacht Het oppervlak speelt een cruciale rol bij vrijwel elk product en project. Oppervlaktebehandeling maakt materialen geschikt voor hun toepassing en geeft producten op velerlei manieren meerwaarde. Voorbeelden zijn duurzaamheid, uitstraling, een betere verkoopbaarheid, een extra functionaliteit en lagere levenscycluskosten. Er zijn spectaculaire ontwikkelingen op dit veelzijdige vakgebied. Kom naar Surface 2016 en profiteer ook van de nieuwe mogelijkheden.

Voorsprong door innovatieve technieken Surface 2016 toont u nieuwe oplossingen voor o.a. afwerking, onderhoud, geleiding, hygiëne, hittebestendigheid, energiebesparing, corrosiewering, hechting, slijtvastheid, hardheid, hybride materialen en intelligente lagen. Oppervlaktetechniek kun je met name ervaren door te kijken en te voelen, en dat kan bij uitstek op deze beurs. Oppervlaktebehandeling van staal, rvs, aluminium, kunststof, hout, beton, keramiek, glas, composieten…; Surface 2016 biedt u het grootste aanbod oppervlaktetechniek van de Benelux. Gespecialiseerde oppervlaktebehandelaars en toeleveranciers presenteren technieken zoals thermisch spuiten, (poeder)coaten, galvaniseren, anodiseren, opdamptechnieken, (thermisch) verzinken, stralen en (3D)printtechnieken. Mis ’t niet. Laat u inspireren door de exposities zoals ‘Trots op het werk’ en ‘Surface Solutions’ en maak uw keuze uit 75 kennissessies. Het ‘Surface Lab’ geeft inzicht in het meten van kwaliteit. U kunt tevens de naastgelegen beurs Energie bezoeken. Meer info: zie www.surfacevakbeurs.nl

Surface 2016 is alles behalve oppervlakkig. Deze uitnodigingskaart wordt u aangeboden door:

Gratis en gemakkelijke toegang, alleen bij voorregistratie met uw persoonlijke registratiecode (z.o.z.) op www.surfacevakbeurs.nl

4 t/m 6 oktober Brabanthallen ‘s-Hertogenbosch Openingstijden: dinsdag t/m donderdag 10.00-17.00 uur (toegang zalen vanaf 09.30 uur) Organisatie: 2XPO B.V. i.s.m. ION, Vereniging Industrieel Oppervlaktebehandelend Nederland Surface 2016 maakt deel uit van de WOT2016, Week van de Oppervlaktetechnologie. #surface2016