Issuu on Google+

THE PEOPLE HAVE THE RIGHT TO KNOW EVERYTHING 2-6 november 2011 utrecht festival focus:

Diggin’ Data

Right to Copy

Topographies of Exclusion

Privacy

De impact van de digitale gemeenschap door Mercedes Bunz

Sociale netwerken zijn niet alleen maar virtueel; zij hebben ook invloed op het echte leven. een verkenning van de politieke impact van deze netwerken.

Keer op keer hebben sociologen en maatschappijcritici als Richard Barbrook , Urs Staeheli, Joseph Vogl of David Harvey ons voorgehouden dat het politieke idee van democratie vervangen is door een flinterdunne interpretatie van economie, waarbij de vrije markt fungeert als het neoliberale gedachtegoed voor een vrije samenleving waar vrije individuen handel drijven. Het debat over economie

“Wat is de meest hardnekkige parasiet die er bestaat? Dat is een idee. Een enkel idee ontsproten aan

als een complex en interessant onderwerp dat voor meerdere interpretaties vatbaar is, is verstomd.

een menselijke geest kan steden bouwen”, zo vertelt Leonardo DiCaprio aan Ellen Page in de film

In plaats daarvan is de economie opgetuigd met semi-ethische franje. Toen ten tijde van de beurs

Inception als hij haar inhuurt als steler van dromen. En hoewel in deze tekst van DiCaprio het idee

boom kleine particuliere investeerders de beurs opgingen, had dat nog maar weinig te maken met

van het communisme weerklinkt zoals dat inderdaad aan de basis stond van de bouw van diverse

het toevoegen van kapitaal aan de markt. Het idee hierachter was er veel meer op gericht het pu-

steden – Moskou, Brasilia, en Halle-Neustadt zijn slechts een paar voorbeelden – is de setting van

bliek het gevoel te geven dat de financiële markt van een plaats voor de rijke elite veranderde in een

het idee waar dit personage het over heeft in de science-fiction noir film van Christopher Nolan heel

democratische markt. Er werd echter niet bij verteld dat op deze markt de kansen niet gelijk zijn en

anders. Het gaat hier niet langer meer over mensenmassa’s die de macht overnemen met als doel

dat sommige mensen meer vrijheid hebben dan anderen. Het politieke idee van gelijkheid werd

een betere wereld te scheppen. Nee, in dit geval plaatsen DiCaprio en zijn handlangers met behulp

onderdeel van de imagecampagne van beursgenoteerde bedrijven en rechtvaardigde bovendien

van dromen een idee in het onderbewustzijn van de baas voor bedrijfsmatig gewin.

verdere privatisering. Daar waar democratie geannexeerd is door deze stoffige interpretatie van markteconomie, kan het

In het verleden werd de loop van de geschiedenis veranderd door een beroep te doen op mensen-

politieke idee echter niet op dezelfde manier misbruikt worden. De reden hiervoor is dat het politieke

menigtes. In het hedendaags discours lijkt het meer voor de hand te liggen ideeën bij één per-

veld fundamenteel verschilt van het economische veld, en dat zal altijd zo blijven. Het doel van het

soon onder te brengen ten behoeve van economisch succes. Het is duidelijk dat onze samenleving

politieke veld is namelijk niet het maken van winst maar het leven van de mensheid als collectief

veranderd is; economische motieven hebben onze dromen weggenomen en het politiek ideaal

beter te maken. Economie speelt hierin zonder twijfel een essentiële rol, aangezien de verdeling van

gekidnapt. Is de technologie in staat het politieke ideaal te bevrijden? Verandert de digitalisatie de

goederen het collectief voedt. Het is dan ook zaak politiek en economie met elkaar in evenwicht te

manier waarop onze samenleving georganiseerd is? Kunnen we ons op een andere wijze organi-

brengen. De consument heeft dan misschien wel een keuze maar consumeren is iets anders dan

seren met behulp van algoritmes? En zullen deze nieuwe manieren de weg vrijmaken voor nieuwe

stemmen, en democratie is niet op eigenbelang gebouwd. Eigenbelang is geen politiek idee; het is

en afwijkende ideeën?

het ethos van de gewone man. Lees verder op pagina 2


De impact van de digitale gemeenschap 2

door mercedes bunz

Vervolg van pagina 1

de gemeenschap of bevordering van de kunsten, cultuur, erfgoed of wetenschap. Het verschil is wel dat het nu ook de bevordering van bijvoorbeeld een fenomeen als lolcats omvat, en dat dit soort

De film Inception maakt duidelijk dat er een aardverschuiving binnen deze velden heeft plaatsge-

bijdragen ook aangemoedigd dienen te worden met behulp van wetten die in wezen niet anders zijn

vonden. Voorheen was het doen van een beroep op mensenmassa’s een politieke handeling; tegen-

dan de wetten die publieke kapitaalinvesteringen voorstaan.

woordig is het een economische handeling. We zien ons geconfronteerd met een chaotische janboel waarin we nieuwe ruimte voor het politieke ideaal moeten scheppen omdat in het begin van de 21ste

Juist op dit vlak krijgen we te maken met de wirwar van particulier en publiek die zo kenmerkend

eeuw alles in economische termen wordt beleefd. Efficiëntie, voorheen van vooral toepassing op

is voor de digitale gemeenschap, want het platform van de digitale gemeenschap is eigendom van

arbeid, heeft haar oude plaats verlaten om zich te verspreiden naar andere gebieden. Het leven

Google, wordt beheerst door Apple, en geprogrammeerd door Facebook. In het verleden hebben

wordt nu volledig op basis van efficiëntie beoordeeld, nu economie meer dan ooit zijn weerslag

we overwegend positieve ervaringen gehad met het vinden van een evenwicht tussen kranten

heeft op gebieden als onderwijs, gezondheidszorg en politiek. Dit gegeven heeft uiteraard ook het

en omroepen die particulier eigendom waren maar bedoeld om het publiek te dienen; bovendien

internet bereikt – alles lijkt om economie te draaien, zonder alternatief of tegenwicht. Kan de digitale

werd daar een en ander in toom gehouden door regelgeving van bovenaf. Nu bevinden we ons in

gemeenschap misschien uitkomst bieden? Kan digitale technologie voorkomen dat onze samen-

een situatie waarin digitale platforms in particuliere handen de digitale publieke gemeenschap een

leving wordt overgenomen door de god van de efficiëntie en haar lege waarden, met winst als enig

plaats bieden zich te manifesteren, en is het tijd voor een nieuwe media-ethiek. De ethische in-

oogmerk? Of draagt de digitale technologie bij aan de ondergang van het politiek idee, juist omdat

zichten lopen momenteel nogal uiteen: zo deed het feit dat bij de zoekresultaten voor de zoekterm

algoritmes onze wereld efficiënter organiseren? De beslissing is aan ons.

‘Jood’ ook een anti-Joodse site opdook, Google besluiten zich hiervoor te verontschuldigen zonder de zoekresultaten daarbij verder aan te passen. Apple daarentegen past expliciete censuur toe op

De macht van de digitale gemeenschap

de toepassingen in haar apps en verbiedt religieuze afkeuring, seks, of het tonen van kindermis-

Op het eerste gezicht ziet het er niet naar uit dat het internet ons kan helpen. De kijk van westerse

bruik. Paradoxaal genoeg liet Apple ook de speltoepassing ‘Phone Story’ van het Italiaanse bedrijf

overheden op digitale technologie is bijvoorbeeld altijd expliciet op zakelijke motieven georiënteerd.

Molleindustra verwijderen, waarmee door middel van serieuze mini-games kinderarbeid ter discus-

Digitale technologie werd beschouwd als een exponent van de nieuwe economie en slechts spora-

sie wordt gesteld en kritiek wordt geleverd op ‘de schaduwzijde bij de productie van smart phones’.

disch als een instrument dat het onderwijs of de burger in zijn algemeen naar een hoger plan kan tillen. Het wekt daarom ook geen verbazing dat grote delen van het digitale domein gebouwd zijn

Als het om media-ethiek gaat fungeert de journalistieke gemeenschap als waakhond – want naast

door private spelers, en dit brengt natuurlijk de nodige problemen met zich mee.

dat ze concurrenten van elkaar zijn vullen de digitale en journalistieke gemeenschap elkaar ook aan.

Daar waar de journalistieke gemeenschap een evenwichtige combinatie is van publiek gefinancier-

Soms verheft de digitale gemeenschap zelf haar stem: toen Facebook in oktober 2010 de layout van

de en particuliere organisaties die elkaar wederzijds controleren, zijn alle relevante platforms van de

de newsfeeds veranderde en de homepages van haar gebruikers volstouwde met misplaatste posts

digitale gemeenschap – Google, Facebook, Twitter – in particuliere handen. Maar daarbij kunnen we

en onnodige items, vonden honderdduizenden gebruikers elkaar in protestgroepen. Zij weigerden te

niet zomaar voorbijgaan aan de miljoenen mensen die met hun vrijwillige bijdragen deze platforms

accepteren dat iemand hun digitale huiskamer anders had ingericht. Na deze klachtenregen en ne-

waarde geven. Scherper gesteld kunnen we zeggen dat het evenwicht tussen particulier en publiek

gatieve PR ondernam Facebook pogingen om toekomstige veranderingen in nauwer contact met de

in het geval van de journalistieke gemeenschap horizontaal georganiseerd is, en het evenwicht in het

gebruikers af te stemmen – zo dwongen de gebruikers een vorm van media-ethiek op aan Facebook.

geval van de digitale gemeenschap verticaal georganiseerd is. Dagelijks maken miljoenen vrijwil-

En hoewel de mogelijkheid om te stemmen over de gebruikersbepalingen en de rechten en plichten

ligers via blogs, Twitter en Wikipedia deel uit van het publicatieproces door online en gratis kennis

van Facebook niet mag verhullen dat Facebook een particulier bedrijf is, en geen transparant orgaan

te programmeren, te posten of te redigeren. Al deze miljoenen mensen zorgen ervoor dat de publi-

zoals de BBC, helpt het absoluut om tot een meer democratisch getinte bedrijfscultuur te komen.

cerende samenleving een feit is.

Effect op het echte leven Deze projecten en het werk van miljoenen actieve digitale burgers zijn geruime tijd aan de publie-

Het wezen van het platform waarop de digitale gemeenschap zich uitdrukt is een van onze zorgen;

ke aandacht voorbijgegaan, maar in werkelijkheid vormen zij een belangrijke macht. Het zijn deze

misschien is dat wel gezond, want zo blijft iedereen op zijn hoede. Een ander probleem is de virtuele

gebruikers die ervoor zorgen dat het internet meer is dan een nieuwe economische markt. Terwijl

status van de uitdrukking. Zo heeft het vaak weinig of geen effect om “I like” aan te klikken op een

de overheden internet in de eerste plaats beschouwden als een gebied van industriële activiteit,

Facebook pagina gewijd aan een protest of sociaal doel, een email met een petitie door te sturen of

waren het de digitale burgers die het tot een publiek forum maakten waar de samenleving baat bij

te linken van een blog, of om een bericht op Twitter te retweeten. In het ergste geval is het niets meer

heeft. Hulp hierbij kwam van programmeurs die open source projecten als het bloggersplatform

of minder dan de simulatie van een politieke activiteit, en net zo zinloos als de mogelijkheid ergens

Wordpress of de Apache webserver van de grond tilden, waarbij niet de winst maar het onderhoud

op te stemmen zonder reële kans op echte verandering. Om politieke impact te hebben moet dit

het oogmerk is. Al deze mensen delen hun expertise online, raadplegen en entertainen elkaar. Men

zogenaamde clicktivism gebruikers meer geven dan alleen het goede gevoel zich bij de goede zaak

kan zelfs stellen dat sommige van deze bijdragen nauwelijks verschillen van het werk van stichtingen

aan te sluiten. Het moet daadwerkelijk iets teweegbrengen; verschil maken. Het is bijvoorbeeld een

of non-profit organisaties die zich bezighouden met de promotie van burgerschap, ontwikkeling van

feit dat verschillende opstanden in het Midden-Oosten met behulp van instrumenten van de digitale


Mercedes Bunz Journalist en onderzoeker Mercedes Bunz woont en werkt in Londen. Zij is Festival Fellow van Impakt en zal presentaties en een seminar verzorgen over digitale waarheden, de aard van het digitale publiek op Twitter, Google en WikiLeaks en de sociaal-politieke gevolgen van digitalisering, waarbij ze kritisch ingaat op datavisualisatie. www.mercedes-bunz.de

Data I Dig door Miriam van Ommeren

gemeenschap georganiseerd zijn. Met name bij de opstand in Egypte, die op 25 januari 2011 begon,

3

Data I Dig – Face to Facebook

hebben digitale platforms een belangrijke rol gespeeld bij het op de been krijgen van de demonstranten. Zij hadden duidelijke politieke impact, want het blijkt dat als de digitale gemeenschap zich achter een politiek idee schaart de tandenloze tijger haar klauwen laat zien. Maar als er geen sprake is van een politiek belang is het internet niet meer dan een speeltuin - technologie kan een rol spelen maar het achterliggende politieke idee niet vervangen. Nog niet zo lang geleden werden ideeën uitgedragen in toespraken, boeken en kranten, waarbij de krant lange tijd als het snelste medium met het grootste bereik gold. Mensen debatteerden in cafés en koffiehuizen waar meningen onder gelijkgestemden gedeeld werden, totdat de tijd daar was de wereld niet langer van een afstand te interpreteren maar om op zoek te gaan naar een nieuwe politieke waarheid, door de koffietafel achter te laten en verandering teweeg te brengen. Deze ideeën hebben nu een nieuwe plaats gevonden binnen de sociale netwerken. We organiseren ons online op forums, fanpagina’s of rond een hashtag (‘#’) op Twitter, en meestal kennen we elkaar niet eens maar delen we wel een opvatting of een interesse. De open brief van Emile Zola die op 13 januari 1898 in de Franse krant L’ Aurore werd gepubliceerd, en waarin hij de Franse overheid beschuldigt van antisemitisme en onrechtmatige veroordeling van Alfred Dreyfus, is een generiek symbool geworden van opstand tegen de macht. De Egyptische revolutie die met behulp van Facebook en Twitter op #Jan25th vorm kreeg, kan gezien worden als de moderne tegenhanger van Zola’s brief. Het revolutionaire hieraan is echter niet dat we ons huis niet meer uit hoeven om elkaar te vinden. Het hele punt van digitalisatie is juist dat het veel gemakkelijker is geworden mensen zo te coördineren dat we allemaal tegelijk ons huis uitgaan. Dit essay is onderdeel van het nieuwste boek van Mercedes Bunz, dat in januari 2012 zal verschijnen bij Suhrkamp Verlag. Bezoek: ‘The Trouble Ahead’, vrijdag 4 november, U-Theater Studio T (zie p. 2 programma)

advertentie

Geroutineerde Facebook-gebruikers weten dat ze elke paar maanden hun privacy settings moeten aanpassen, omdat Mark Zuckerberg en de zijnen weer iets nieuws verzonnen hebben waardoor privégegevens en foto’s bijna letterlijk op straat liggen. De schijnprivacy van het populairste social network ter wereld wordt aan de kaak gesteld door de mannen achter Face to Facebook; mediakunstenaar Paolo Cirio en criticus en journalist Alessandro Ludovico. Zij hackten de profielen van meer dan een miljoen Facebook-gebruikers en verzamelden de ‘publieke gegevens’ ervan: naam, woonplaats en profielfoto en een aantal persoonlijke voorkeuren. Na een analyse van de gegevens

4 + 5 NOVEMBER 2011 ROND DE ENERGIECENTRALE, DEN HAAG

en foto’s kwamen zij tot de conclusie dat de meeste gebruikers hun best doen zo leuk, spontaan en aantrekkelijk mogelijk over te komen, en er tevens op gericht lijken te zijn zoveel mogelijk nieuwe ‘relaties’ aan te gaan; alsof het eigenlijk een datingsite betrof. De foto’s en gegevens werden in een database gestopt, en speciaal geschreven algoritmes scanden en groepeerden de foto’s in ver-

WASHED OUT [US] | PLAID LIVE [UK] MARTYN LIVE [NL] | DORIAN CONCEPT [AT] HYPE WILLIAMS [UK] | RUSTIE LIVE [UK] VONDELPARK {UK} | DIRTY BEACHES {CA} | oOoOO {US} | EKLIN {NL} NILS FRAHM & ANNE MÜLLER {DE} | SYLVAIN CHAUVEAU {FR} ANDY STOTT LIVE {UK} | I AM OAK {NL} | TROPICS {UK} | WALLS LIVE {UK} PETER BRODERICK & MACHINEFABRIEK {US/NL} | KUEDO {UK}

+ MANY MORE

schillende categorieën: van ‘arrogant’ tot ‘easy going’. De gegevens werden uiteindelijk verwerkt in de nep-datingsite lovely-faces.com, waarbij de profielen gebaseerd waren op gezichtsuitdrukking, woonplaats en persoonlijke voorkeuren. Door persoonlijke gegevens te hergebruiken en in een andere context te plaatsen veranderde de aard van de profielen en zodoende ook de aard van de personen erachter. Veel gebruikers van social network platforms onderschatten de risico’s die zij lopen bij het plaatsen van persoonlijke informatie, en gebruiken websites als Facebook als een virtuele biechtstoel zonder erbij stil te staan wat er met al die informatie kan gebeuren. Face to Facebook plaatst enerzijds vraagtekens bij de wijze waarop mensen zich gedragen als het gaat om persoonlijke interactie en (internet)daten, en de waarde die zij daarbij hechten aan uiterlijke presentatie en foto’s. Anderzijds plaatst het project kritische kanttekeningen bij Facebook, dat zich presenteert als een toegankelijk en betrouwbaar sociaal platform zonder bijbedoelingen, maar

INFO & TICKETS = WWW.REWIREFESTIVAL.NL =

tegelijkertijd aan de haal gaat met de persoonlijke gegevens van miljoenen gebruikers zonder dat de consequenties daarvan in ‘het echte leven’ helder zijn. www.face-to-facebook.net Bezoek: ‘Face to Facebook’, donderdag 3 t/m zondag 6 november, Academiegalerie (zie p. 5 programma). Opening: woensdag 2 november, 17:00 uur


De revolutie wordt wel/niet geretweet 4

door miriam van ommeren

straten en geplunderde winkels sprak de Tunesische president Zine el Abidine Ben Ali zich uit. Hij beloofde meer banen en betere perspectieven voor jongeren, maar dreigde gelijktijdig de opstandelingen hard aan te pakken als de onrust aan zou houden. Het welbekende hek was echter al van de dam. Wat aanvankelijk het karakter van een geïsoleerd evenement leek te hebben, verspreidde zich al snel als een olievlek over het Midden Oosten. De eerder genoemde 25e januari, de eerste dag van massa-protest op het inmiddels beroemde Tahrir-plein in Caïro, werd een van de symbolen van wat al snel bestempeld werd als de Arabische lente, die tot op heden aanhoudt. De omvang van deze revolutie overtrof die van Moldavië en Iran; hier was niet één land, maar een hele regio in beweging, en dictators als Ben Ali en Hosni Mubarak hadden zich na decennia nu eindelijk wèl van hun troon laten stoten. Ook ditmaal raakte men niet uitgepraat over de rol van social media. Men leek het roerend met elkaar eens te zijn: zonder mobiele telefoon, digitale camera, Facebook-status update en hashtag was het nooit zover gekomen. De invloedrijke Amerikaanse schrijver en columnist James Caroll schreef op zijn blog dat social media “meer zijn dan een vooruitgang op het informatietechnologiegebied. Het sociale netwerk overstijgt de macht van regeringen volledig en is op zichzelf revolutionair.” Toegegeven; het was indrukwekkend om op Twitter tientallen berichten per minuut voorbij te zien komen die verstuurd werden door demonstranten, journalisten en andere ooggetuigen vanuit het hol van de leeuw. De revolutie werd volop geretweet en de rest van de wereld waande zich front row.

Cyberpessimisme Van Evgeny Morozov verscheen echter geen vervolg op zijn jubelkreet uit 2009. In plaats daarvan publiceerde hij in januari zijn eerste boek The Net Delusion: the dark side of internet freedom, met

Sinds kort lijkt de roze wolk van ‘internet-revoluties’ definitief te zijn verjaagd door de aanhoudende politieke brandhaarden op verschillende continenten. Waren we er een paar jaar geleden nog van overtuigd dat social media kanalen als Twitter en Facebook het gezicht van de revolutie voorgoed hadden veranderd, inmiddels winnen de ‘cyberpessimisten’ aan terrein. Internet verandert vrijwel niets, beweren zij. Sterker nog: het maakt de situatie soms juist erger.

onheilspellende zwarte kaft. Morozov was van zijn oude geloof afgestapt en een ‘cyberpessimist’ geworden, al spreekt hij zelf van ‘cyber-realisme’. Na de mislukte revolutie in Moldavië had Morozovs vertrouwen in de politieke kracht van internet toch een paar flinke deuken opgelopen. Na Transitions Online te hebben verlaten ging hij als onderzoeker aan de slag bij de Georgetown Universiteit in Washington D.C., waar hij zich wijdde aan de vraag of het mogelijk is dat internet democratisering juist belemmert. Morozov zei zich nu bewust te zijn van de werkelijke mythe van internet-revolutie. Het is volgens hem naïef om te denken dat technologische vernieuwing en de toegang ertoe automatisch zal leiden tot meer vrijheid en democratie. De keerzijde van het verhaal is namelijk dat repressieve regimes het internet inmiddels ook al lang en breed ontdekt hebben, en het op hun beurt gebruiken om burgers

Ruim zes jaar geleden ging een jonge Wit-Rus, na een studie bedrijfskunde en marketing aan de

te controleren en beheersen, en dissidenten te onderdrukken. Al tijdens zijn werk bij Transitions

American University in Bulgarije, vol idealisme aan de slag bij de in Praag gevestigde non-profit

Online bemerkte Morozov dat sommige dictaturen juist alleen maar repressiever van aard werden

nieuwsorganisatie Transitions Online, die zich sterk maakt voor democratie in post-communistische

door pogingen tot hervorming.

landen door het gebruik van nieuwe media. Evgeny Morozov, bovengenoemde idealist, was

Kijkend naar de Arabische lente concludeerde Morozov dat social media tools niet meer zijn dan

namelijk overtuigd van de ondersteunende rol van social media bij politieke omwentelingen in landen

de naam behelst: tools. De daadwerkelijke verandering komt, ook anno nu, tot stand dankzij lang-

waar die het meest nodig zijn. Op 7 april 2009 verscheen op http://neteffect.foreignpolicy.com

durige en vaak zware inspanningen van burgers en hervormingsbewegingen, en de revolutie zoals

een artikel van zijn hand getiteld Moldova’s Twitter Revolution, waarin hij de social media tool, toen

die plaatsvond en -vindt op vele plekken in het Midden Oosten kent nog steeds leiders en strate-

net drie jaar oud, roemde als drijvende kracht achter de opstand die op dat moment plaatsvond

gieën. Natuurlijk is het handig als men zich in luttele minuten online – en vervolgens dus ook offline-

in de Moldavische hoofdstad Chisinau, waar jongeren de straat op waren gegaan om te protesteren

kan verzamelen rondom een hashtag, maar maak die kanalen niet groter en belangrijker dan ze zijn.

tegen de verkiezingswinst van de communistische partij. Met behulp van Facebook en met name

Want uiteindelijk, zoals hij in maart van dit jaar in The Guardian concludeerde: “Facebook and Twitter

Twitter – door gebruik van de hashtag ‘#pman’ – groeide de demonstrerende menigte op dag twee

are just places revolutionaries go.”

namelijk al in rap tempo uit tot meer dan 10.000 mensen en vond er een hevige opstand plaats van, voor Moldavische begrippen, ongekende proporties. Helaas was het snel voorbij. De ‘Twitter-

Weinig moeite

revolutie’ werd al na een paar dagen neergeslagen, met drie doden en honderden arrestanten op

Morozov stond zeker niet alleen in zijn opvattingen. De Britse schrijver en journalist Malcolm

het scorebord. De wapenstokken van de oproerpolitie wonnen het in Moldavië van de digitale

Gladwell schreef een jaar geleden in The New Yorker over de zwakke funderingen waarop social

technologie, maar de opwinding was daarmee niet verdwenen. Journalisten, schrijvers en opinie-

media-platforms gebouwd zijn. Immers: op Twitter kun je mensen volgen die je helemaal niet kent,

makers buitelden over elkaar heen om te benadrukken hoe modern en bijzonder deze opstand was

en vice versa, en op Facebook kun je duizend ‘vriendschappen’ onderhouden; iets wat in het echte

geweest, met Evgeny Morozov voorop. De rol van moderne technologie bij dit soort protesten mocht

leven onmogelijk zou zijn. Daar is allemaal niets mis mee, maar zodra je dit soort platforms gaat

niet onderschat worden, aldus Morozov, die al snel een tweede artikel had gepubliceerd waarin

gebruiken om sociaal activisme op te baseren heb je een probleem volgens Gladwell. De kracht van

hij benadrukte dat de Twitter-revolutie van Moldavië géén mythe was geweest.

social media is namelijk dat je er relatief weinig moeite in hoeft te steken. Een interessante tweet

Een paar maanden later dook de volgende breed uitgemeten Twitter-revolutie op de wereldkaart

is zo doorgestuurd, en andermans Facebook posts liken kost letterlijk maar één druk op de knop.

op, ditmaal in Iran. Nadat het regime alle reguliere kanalen voor communicatie met het buitenland

Social media strategieën werken omdat je weinig van mensen vraagt, maar effectief activisme kost

geblokkeerd had, bleek het alsnog mogelijk om via Twitter informatie het land uit te krijgen.

nu eenmaal bloed, zweet en tranen; ook sinds de opkomst van de smartphone. In een vervolgartikel

Iedereen leek het erover eens: revolutie zou nooit meer hetzelfde zijn.

getiteld Does Egypt need Twitter? schreef hij, terecht, dat de redenen die duizenden Egyptenaren ertoe bewogen het Tahrir-plein te bestormen meer aandacht verdienden dan de mobieltjes waar-

#Jan25

mee ze er vervolgens verslag van deden; het ‘why’ moet niet verdrongen worden door het ‘how’.

Fast forward naar januari dit jaar; 25 januari om precies te zijn, beter bekend als #Jan25. In Egypte

Gladwells kritiek werd hem niet door iedereen in dank afgenomen.

brak die dag een grote volksopstand uit, en ditmaal keek en las de hele wereld mee. Via het beeld-

In Nederland kreeg Evgeny Morozov onlangs bijval van schrijver en journalist Chris van der Heijden,

scherm van computer en smartphone.

die eind augustus en begin september in De Groene Amsterdammer o.a. schreef over ‘het digitale

De oorzaak van ‘#jan25’ vonden we een maand eerder, toen een jonge Tunesiër uit de provinciestad

Arabische bedrog’. Van der Heijden plaatste vraagtekens bij de betrouwbaarheid en het waarheids-

Sidi Bouzid zichzelf in brand stak nadat politieagenten zijn groente- en fruitkar in beslag namen

gehalte van de vele filmpjes, nieuwstweets en blogposts die beschikbaar waren (en nog steeds zijn)

wegens een ontbrekende vergunning. Hij overleed aan zijn verwondingen; honderden jongeren

bij de opkomst van de Arabische lente. Media spelen volgens Van der Heijden, ongeacht hun aard,

kwamen vervolgens in opstand en reageerden hun jarenlang opgekropte frustraties over werke-

nimmer een volledig zuivere rol bij oorlogen en revoluties, en in een oorlog “zijn de gevaren van

loosheid en gebrek aan perspectieven af op hun omgeving en de politie. Na tien dagen van bezette

social media nog groter dan die van de gewone media.” Hij concludeerde dat scepsis op zijn plaats


Miriam van Ommeren Kunsthistoricus en freelance schrijver/ redacteur Miriam van Ommeren is tevens hoofdredacteur van digitaal cultureel magazine De Optimist en cultureel programmamaker. www.mirificare.com

Data I Dig door Miriam van Ommeren

is en vroeg zich terecht af of de ophef over de huidige digitale revoluties “niet meer zegt over

5

Data I Dig – Bonuskaart-friends

westerse beeldvorming dan over de […] Arabische werkelijkheid.”

Clicktivism Hoewel niet alle cyber-pessimisten annex – realisten het volledig met elkaar eens zijn is het duidelijk dat de mythe rond de revolutionaire kracht van social media zijn langste tijd gehad heeft. De opkomst van clicktivism, waarbij een druk op een knop genoeg lijkt te zijn om verandering teweeg te brengen, waardoor de indruk ontstaat dat de strijd even goed vanaf virtuele barricades kan worden uitgevochten, is daar mede debet aan. Maar nog belangrijker is het veranderende speelveld op internet zelf. De mythe van social media-revoluties was een pendant van het geloof in cyberspace als een vrijplaats waarop machtsfactoren geen greep zouden kunnen krijgen. Tot op zekere hoogte was dat ook zo; het heeft overheden jaren gekost om positie te nemen tegenover de vrijheden van internet. Maar diezelfde overheden hebben inmiddels allang dezelfde virtuele ruimte betreden als revolutionairen, om deze te reguleren – en als het zo uitkomt ook tegen de revolutionaire krachten in te zetten. Internet is een onderdeel van de openbare ruimte geworden, waarin de overheid zich officieel beperkt tot het bewaken van de orde, maar voor dat doel ook alle mogelijkheden van surveillance inzet. Zelfs de wettelijke bevoegdheden daarvoor in het post-9/11-tijdperk zijn gigantisch. Om nog maar te zwijgen over internet als propagandakanaal. De revolutie zal ongetwijfeld geretweet worden, maar de vijand lurkt mee; online activiteiten zijn wat ze zijn: online activiteiten, en deze kunnen als een boemerang terugkomen in het gezicht van vreedzame protesten. Zoals het Tahrir-plein zich alleen door vereende krachten, vasthoudendheid en organisatie liet bezetten, zo valt of staat het revolutionair potentieel van social media met de veel bredere strijd voor vrijheid op internet. De activistische agenda is daarmee duidelijk: reclaiming the tweets. Een prachtige interactieve time-line van de Arabische lente is te vinden op de site van The Guardian: www.guardian.co.uk/world/interactive/2011/mar/22/middle-east-protest-interactive-timeline Bezoek: ‘Getting Rough With Media’, zaterdag 5 november, Theater Kikker (zie p. 2 De Oostenrijkse kunstenaar Birgit Bachler creëerde met het project Bonuskaart-friends een (fictief)

programma)

social network dat mensen indeelt aan de hand van hun winkelgedrag bij supermarktgigant Albert Heijn. Elke keer wanneer de streepjescode op je Bonuskaart gescand wordt door de kassière bouwt advertentie

het systeem verder aan jouw ideale sociale omgeving, gebaseerd op de aanschaf van melk, brood en koffiefilters. Het nummer van je Bonuskaart is het enige wat je nodig hebt om je aan te melden; naamsvermelding is niet verplicht. De functionaliteit van het systeem is gebaseerd op Facebook, de populairste social network site die er is; photo-galeries van je favoriete boodschappen en communicatie met je nieuwe ‘Bonuskaart-vrienden’ behoren dan ook tot de opties. Gelijktijdig met de ontwikkeling van het concept Bonuskaart-friends schreef Bachler het essay Your personality in a shopping cart: why did people stop caring about their private data? (te lezen op www.birgitbachler.com/bbachler_privacy.pdf), waarin zij dieper ingaat op het gegeven van ‘consumer privacy’ en zich hardop afvraagt waarom niemand zich druk lijkt te maken over de openlijke beschikbaarheid van data die inzicht geven in ons gedrag als consument. Wie zich evenals Bachler zorgen maakt over de openbaarheid van zijn of haar winkelgedrag maar toch geen aanbieding wil missen, kan gebruik maken van stickers met kaartnummer 2620496071032; dit nummer biedt toegang tot een gedeelde, neutrale consumentenidentiteit. www.birgitbachler.com Bezoek: ‘The Right To Database’ ism SKOR, zondag 6 november, Theater Kikker (zie p. 3 programma)

Puur inhoud

we have nothing to fear but fear itself

www.groene.nl

Franklin D. Roosevelt

Lees De Groene Amsterdammer 13 weken voor 18 euro Bel 020-5245555 of ga naar onze website


WIKILEAKS: ETHIEK EN ERFENIS VAN DE TRANSPARANTIE door Nicola Bozzi

6

Post-Assange Leaks Theme-specific Leaks Geographically-specific Leaks Embedded Leaks

OpenLeaks

GlobaLeaks

(openleaks.org) In januari 2011 lanceerden Daniel Domscheit-Berg en Herbert Snorrason van WikiLeaks het platform OpenLeaks. Dit platform – dat tot op de dag van vandaag nog niet volledig operationeel is – wil opereren als een community die klokkenluiders en pers op een veilige en afgemeten manier met elkaar in contact brengt. Daar waar de openheid van WikiLeaks plaatsmaakte voor een centrale en meer redactioneel gestuurde manier van publiceren, probeert OpenLeaks transparantie te bereiken door optimalisatie van het gebruikersbeheer met betrekking tot de gemelde lekken, en door gebruikers direct anoniem in contact te brengen met de gewenste ontvangers van de gelekte informatie.

CrowdLeaks

(hackerleaks.tk) Deze website is veel basaler, vager en lijkt een meer ondoorzichtige en centrale benadering te volgen meer Assange-stijl zogezegd.

WikiLeaks

(wsjsafehouse.com) Vermeldenswaardig is ook de eigen klokkenluiderssite van The Wall Street Journal. Ondanks de naam SafeHouse garandeert deze site gebruikers geen volledige anonimiteit – wat wil zeggen dat men desgevraagd de overheid informeert over de identiteit van de klokkenluiders – en zijn er naar het schijnt in de gedragscode een aantal privacyschendingen aan het licht gekomen.

(corporateleaks.org) Deze zeer basale site stelt mensen in staat vertrouwelijke bedrijfsinformatie in verschillende formats te uploaden zonder daarbij al te zeer aan anonimiteit te hechten. De site verklaart zelfs dat “Corporateleaks.org en haar werknemers niet aansprakelijk zijn voor informatie geüpload naar of gepubliceerd op deze site.”

NarcoLeaks

(narcoleaks.wordpress.com) Deze website nodigt mensen niet uit materiaal aan te leveren maar probeert een alternatief gezichtspunt te bieden voor de belangrijkste gegevensverzamelende organisatie, en is zo meer een onderzoeksproject dan een platform voor klokkenluiders. In de aanhef staat de aanpak duidelijk vermeld: “Wij publiceren geen geheimen. Wij verzamelen bewijsmateriaal.”

UniLeaks

WikiLeaks bestaat al sinds 2006, maar pas in 2010 is het synoniem geworden met de plotsklaps wereldberoemde Julian Assange. Als oprichter en voornaamste woordvoerder van de organisatie werd deze Australische internetactivist van de oude stempel een dermate publiek figuur dat hij door de lezers van TIME Magazine tot Person of the Year werd verkozen – een titel die de redacteuren van het blad overigens uiteindelijk deden toekomen aan Facebook oprichter Mark Zuckerberg, om controverse te vermijden. Ondanks beschuldigingen van terrorisme en seksueel geweld heeft Assanges charisma als respectabel hacker en mensenrechtenactivist hem veel sympathie opgeleverd. Maar uiteindelijk botste het tussen deze sterke persoonlijkheid en zijn eigen medewerkers. Teleurgesteld door de haastige wijze waarop Assange de publicaties over Afghanistan en Irak onthulde en zijn ondoorzichtige en solitaire manier van handelen, keerde een aantal van zijn meest gewaardeerde medewerkers in september 2010 WikiLeaks de rug toe om later zelf een gelijksoortig platform op te richten. Sindsdien hebben velen dit voorbeeld gevolgd. Impakt presenteert: de Ultieme The Leaks gids.

SafeHouse

(unileaks.org) Een nieuwsorganisatie gewijd aan “de publicatie van zaken van algemeen belang over het wereldwijde hoger onderwijs.” Veiligheid en anonimiteit lijken bij deze organisatie tot de topprioriteiten te horen, compleet met links naar de Tor browser en meer.

MurdochLeaks

(murdochleaks.org) De naam spreekt voor zichzelf. Naar aanleiding van de News of the World schandalen moedigt dit platform gebruikers aan tot het delen van “tips of bewijs met betrekking tot misstanden bij aan Rupert Murdoch gelieerde bedrijven zoals News International en News Corporation.” De site heeft weinig franje maar wordt speciaal beveiligd met een link naar een Tor browser voor optimale anonimiteit.

EnviroLeaks

IrishLeaks

(irishleaks.ie) Deze website noemt zichzelf “een platform voor het Ierse volk, bedoeld om het makkelijker te maken informatie over gevallen van machtsmisbruik in de Republiek Ierland te delen en te onthullen.” De interface ziet er eenvoudig uit en bevat alle noodzakelijke beschrijvingen over het aanmelden en de verificatie van gelekte informatie.

(israelileaks.org) Naast een lijst met documenten over het Midden-Oosten lijkt deze nogal rommelige webpagina vooral veel informatie te bevatten over WikiLeaks en andere gelijksoortige websites, waarbij de integriteit van deze sites soms ter discussie wordt gesteld (zoals in het geval van OpenLeaks). Het platform accepteert geen donaties en beschouwt alle gepubliceerde informatie als publiek domein.

LulzSec

(en.wikipedia.org/wiki/LulzSec) Assanges nalatenschap vinden we ook terug in andere ontwikkelingen op het internet die technisch gezien niets met klokkenluiders van doen hebben. In het geval van LulzSec, een spinoff van Anonymous, lijkt de groep hackers eenzelfde nietsontziende benadering te hanteren als het gaat om het verspreiden van de waarheid. Hun internetaanvallen op beveiligingssystemen en de genadeloze manier waarop ze persoonlijke informatie op het web verspreiden, zijn inmiddels berucht. Sommige tongen beweren echter dat zij met hun schijnbaar zinloze aanvallen ons een belangrijke les willen leren, namelijk dat een veilig internet een utopie is en dat bedrijven die het tegenovergestelde beweren hypocriet zijn.

HackerLeaks

(crowdleaks.org) Net als OpenLeaks is ook deze website geïnspireerd op het werk van Assange als klokkenluider. Maar in tegenstelling tot het opstandige neefje van WikiLeaks lijkt bij CrowdLeaks de nadruk veel meer te liggen op het concept ‘crowd journalism’, waarbij in de eerste plaats het idee van collectief geschreven nieuwsartikelen wordt gepromoot en de focus niet uitsluitend ligt op het in contact brengen van klokkenluiders met professionele journalisten.

IsraeliLeaks

CorporateLeaks

(globaleaks.org) Deze site heeft veel overeenkomsten met OpenLeaks: ook hier wil men de tekortkomingen van WikiLeaks verbeteren door een veilig en meer op samenwerking gericht platform te creëren waar gebruikers hun onthullingen kwijt kunnen en de gepleegde redactie niet de overhand heeft.

BalkanLeaks

(balkanleaks.eu) Zoals de naam al zegt heeft deze website als doel “het bevorderen van transparantie en de strijd tegen georganiseerde misdaad en corruptie in de Balkanstaten.” De interface bevat ook Tor browser links en een gebruiksaanwijzing.

(enviroleaks.org) “Een vergaarplaats van gelekte informatie als aanvulling op wat de mainstream media ons vertellen over het milieudestructieve gedrag van de industrie.” De site accepteert zeer strikt vertrouwelijke informatie maar trekt de streep bij illegale onthullingen over overheidspraktijken. De informatie wordt direct gedeeld op de website en niet doorgestuurd naar media.

ArtLeaks

SaudiLeaks

(saudi-leaks.org) Met een sterke nadruk op de publieke infrastructuur lijkt het deze site meer te gaan om openheid van data dan het bieden van een platform aan klokkenluiders. De hoofdstukken zijn thematisch geordend (Water, Elektriciteit, Vervoer, etc) en het is niet mogelijk direct via de site bestanden te uploaden.

GreenLeaks

(greenleaks.org) Deze organisatie lijkt uit weinig meer te bestaan dan een e-mailadres en een mission statement, maar belooft grote toewijding aan haar doel op een transparante manier.

(art-leaks.org) Deze site werd gelanceerd door professionals uit de kunst met als doel het onthullen van misstanden bij culturele instellingen. De site roept benadeelde werknemers uit de culturele sector op onrecht te delen en aan de kaak te stellen. Net als bij de andere sites heeft de site een aanmeldingsformulier en een ‘archief’, maar tot op heden heeft de gelekte informatie vooral de vorm van open brieven en artikelen en niet van originele documenten. Veiligheid lijkt minder hoog in het vaandel te staan dan bij andere, bekendere klokkenluiderssites.


Martijn van Exel Martijn van Exel opereert als onafhankelijke consultant voor alle opdrachten met het woord ‘waar’ erin. Hij is een pleitbezorger van OpenStreetMap en Open Data en heeft een achtergrond als programmeur. www.oegeo.wordpress.com

persoonlijke geografie in het virtuele domein door Martijn van Exel

7

O Wonder! How many goodly creatures are there here! How beauteous mankind is! O brave new world! That has such people in it! − Shakespeare, The Tempest, Act V, Scene I Ons voortbewegend door stad of land; te voet, op de fiets of hoe dan ook, kruisen onze wegen die van talloze vreemdelingen. Anonieme mede- of tegenreizigers, met wie wij gedurende vaak niet meer dan een moment onze plek in de ruimte-tijd delen. Zij slaan linksaf en wij reizen rechtdoor; hun bestemming blijft voor ons een raadsel. De anonimiteit waarin wij ons door de ruimte-tijd kunnen bewegen is een gegeven. Een vraag die die anonimiteit doorbreekt wekt meteen wrevel op – ‘Waar was jij gisteren om kwart over vijf?’. Die wrevel stamt uit een basale idee van ons private domein, waarin zich ook de kleur van ons ondergoed en het merendeel van onze gedachten nestelen. Onze plaats en verplaatsingen, daarin hoeven wij niemand te kennen.

Wat Spitz in handen kreeg bleek een uiterst gedetailleerd ruimte-tijdpad dat hij gedurende de herfst en winter van 2009-2010 aflegde. Een Duits team van data-onderzoekers en visualisatie-specialisten ontfermde zich over de ruwe gegevens en koppelde deze aan andere sporen die Spitz in het publieke domein had achtergelaten, zoals zijn blog-artikelen, zijn Twitter-meldingen en informatie van de webpagina’s van de Groenen over zijn publieke optredens. De resultaten visualiseerden zij op een interactieve kaart, die de beschouwer met een verbluffende nauwkeurigheid toont waar Spitz zich van dag tot dag – van uur tot uur zelfs – bevond, wat hij daar deed en wanneer hij telefoontjes pleegde en tekstberichten verstuurde en ontving. De kaart werd gepubliceerd door Die Zeit en was kort daarop wereldwijd aangever voor een discussie over nut en noodzaak van het bewaren van dergelijke gegevens, de rechten en plichten van de intermediairs van de informatiemaatschappij, en niet in de laatste plaats onze eigen verantwoordelijkheid als hoeders over de informatie die wij daarin consumeren èn produceren.

Meta-informatie De discussie over privacy op het internet werd al in de jaren ’90 gevoerd, maar waar het toen ging

De terreinafscheiding tussen privaat en publiek is echter niet in cement gegoten. In een tijd die nog

over het accepteren van cookies, anoniem browsen en het versleutelen van e-mailberichten, brengt

niet eens zo ver achter ons ligt keken wij bijvoorbeeld niet op van een in het openbaar gevoerd

de zaak-Spitz een geheel nieuw thema voor het voetlicht, waarmee deze discussie weer bijzonder

telefoongesprek, genuttigde snack of gedragen korte broek. Toegegeven; hier raken wij aan een

actueel wordt. Het nieuwe privacythema is meta-informatie – de gegevens die we onwillekeurig

bredere discussie over ethiek en moraliteit, maar aan de vaststelling dat het publieke domein een

delen, vaak zelfs zonder ons daarvan bewust te zijn; noem het de lichaamstaal van de online com-

verloren strijd lijkt te voeren tegen de voortdurende en voortschrijdende invasies vanuit het private

municatie. Achter de schermen wordt die lichaamstaal eindeloos geaggregeerd, geanalyseerd,

doet dit niets af.

geïnterpreteerd, geboetseerd tot een schaduwpersoonlijkheid die wij zelf nooit zullen kennen.

We kunnen onze vinger op een parallelle ontwikkeling in de nog jonge virtuele, online dimensie van

Spitz liet zien dat onze persoonlijke geografie, onze verplaatsing door de ruimte-tijd, een voorname

de samenleving leggen. De oorspronkelijke visie die Sir Tim Berners-Lee eind jaren ’80 had toen hij

dimensie is van de meta-informatie die wij prijsgeven. Onze activiteiten online zijn steeds consisten-

en zijn onderzoeksgroep de eerste incarnatie van het wereldwijde web tot leven wekten, was er één

ter en nauwkeuriger te koppelen aan onze persoonlijke geografie, waarmee de relatie tussen ons

van een totale informatiedemocratie. Iedereen met toegang tot een computer zou in staat zijn om

fysieke en ons virtuele bestaan verder vervaagt. Het virtuele domein is niet meer die plaatsloze

zijn ideeën, onderzoek, meningen en creatieve uitingingen te delen met de rest van de (verbonden)

ruimte waar het juist allemaal om begonnen leek: mensen, ideeën, kennis bundelen zonder de

wereld. In de beginjaren kwam hier nog niet veel van terecht; afgezien van een – relatieve – handvol

ruimtelijke barrières die ons gewoonlijk in de weg staan.

ambachtelijk homepages met guitige ‘under construction’-cartoons, bleef de traditionele rolverde-

Geografie evolueert van achtergrondruis tot een wezenlijk onderdeel van onze gepersonaliseerde

ling tussen producenten en consumenten van informatie in het virtuele domein feitelijk intact – en

virtuele wereld, en wordt daarmee ironisch genoeg opnieuw een instrument voor uitsluiting – fysieke

daarmee namen de nieuwe ‘netizens’ een plek een betrekkelijk anonieme rol aan.

nabijheid als graadmeter voor vertrouwen. Daar begint het nog maar mee; de silhouetten van komende ontwikkelingen in het belang van virtuele persoonlijke geografie tekenen zich ook al af:

Privacy-bewustzijn

de geofence als virtueel schrikdraad dat je naar believen kunt optrekken en weer afbreken; een

Hierin komt razendsnel verandering als die belofte van een volledig democratisch web ingelost begint

internet of things waarin niet alleen mensen, maar ook dingen virtueel met elkaar verbonden zijn.

te worden. De drempel voor het creëren en verspreiden van informatie is, een handje geholpen door

Dit zijn geen dystopische fantasieën maar reële uitdagingen, die ons dwingen om na te denken over

technologisch vernuft in broekzakformaat, nauwelijks meer voelbaar. We zijn tegelijkertijd producen-

de openbaarheid van onze bewegingen in de fysieke ruimte-tijd. Als we dat nalaten komen we stap

ten en consumenten van het rap uitdijende virtuele informatiedomein, en in ons enthousiasme om een

voor stap dichter bij een virtueel domein waarin de geografische anonimiteit waarmee ik dit betoog

exhibitionistische glansrol te kunnen spelen bij het plaveien van de weg naar ons digitale soma-

begon niet langer houdbaar is maar begroet wordt met argwaan en aanleiding zal zijn voor uitsluiting.

paradijs – of misschien uit angst om achter te blijven als verschoppelingen van de verbonden wereld – gaan we maar al te gemakkelijk voorbij aan de implicaties die ons groeiende digitale persona heeft

Bezoek: ‘The Trouble Ahead’, vrijdag 4 november, U-Theater Studio T (zie p. 2 programma)

op onze privacy en uiteindelijk ook onze vrijheid en zelfbeschikking. Langzaamaan tekent zich echter een groeiend online privacy-bewustzijn af, gestimuleerd door een aantal spraakmakende zaken. Eén van de interessantere is aangezwengeld door de Duitse politicus

colofon

Malte Spitz, vooraanstaand lid van de Duitse Groenen en kritisch volger van de online informatiemaatschappij. Verleden jaar richtte hij zijn pijlen op T-Mobile, de Duitse telecom-grootmacht bij wie hij, net als vijfendertig miljoen andere Duitsers, een mobiel abonnement heeft. Met de opkomst van mobiel internet zijn de telecombedrijven een belangrijke schakel geworden als intermediairs in de nieuwe informatiemaatschappij, en groeit hun verantwoordelijkheid uit tot die van een transparante drager. Die verantwoordelijkheid wordt echter nog niet genomen, zo stelt Spitz: de telecombedrijven fungeren niet als transparant doorgeefluik, maar bouwen kennis op over hun gebruikers zonder hen daarin te kennen. Met een lange adem en de nodige vastberadenheid lukte het hem om van de Duitse telefoonmaatschappij T-Mobile alle gegevens los te krijgen die aan zijn toestel waren gekoppeld. Spitz was in het bijzonder geïnteresseerd in – en dat brengt mij nader tot de kern van mijn betoog – de gegevens die de informatie herleiden tot een fysieke plaats.

Verschijnt als uitgave bij het Impakt Festival, Utrecht 2011

Redactie Arjon Dunnewind Klazien Schaap Pim Verlaek

Beeld (In volgorde) Flickr.com/rayand; via http://awakeningofegypt.wordpress.com; www.face-to-facebook.net; via http://communicationgurlz.wordpress.com; Birgit Bachler; www.paulstamatiou.com; Christin Lahr; Leslie Scheelings; Annelies Kamen; Linda Hilfling; Damien Coens

Beeldredactie Annelies Kamen

Vertaling Jeroen Boekhorst

Tekst Zoals vermeld

Vormgeving Lava.nl (Man Kit Lam & Iris van der Meulen)

Hoofdredactie Miriam van Ommeren


Gezondheid 2.0 stijl 8

door Nicola Bozzi

Als het gaat om het delen van persoonlijke informatie op internet is privacy vaak het eerste waar we aan denken. Wij hebben allemaal onze wenkbrauwen gefronst over het aanvankelijke opt-out beleid van Facebook, en velen van ons tonen zich maar matig bezorgd als we Googles ziedende verlangen naar onze persoonlijke gegevens met onze mediavrienden bespreken. Maar naast (groeiende) bezorgdheid over de monopolisering van dergelijke informatie, zijn we op het zogenaamde web 2.0 ook getuige van een toenemende digitalisering van hoogst persoonlijke gegevens op vrijwillige basis. En dan heb ik het niet over onze muzieksmaak, favoriete films of drijfveren maar over informatie over onze gezondheid en ons genoom; ons eigen vlees en bloed. Genoom gegevens online: een kijkje in de internationale keuken.

middelpunt van belangrijke en spannende ontwikkelingen, zowel binnen de zelfgerichte wereld van sociale netwerken als de wetenschappelijke gemeenschap. Hierdoor zijn er onlangs twee verwante maar concurrerende takken van ‘sport’ bijgekomen: burgerbiowetenschap (citizen bioscience) en consumentengenomics (consumer genomics). Beide disciplines hebben gemeen dat ze gebruikmaken van door gebruikers gegenereerde gegevens – een les die de dynamiek van het web 2.0 ons geleerd heeft – en gewoonlijk de neiging hebben wetenschappelijk onderzoek te deïnstitutionaliseren. Burgerbiowetenschap wordt gekenmerkt door non-profit, op basis van crowd-sourcing opgezette projecten als DIYGenomics (diygenomics.org) en het Personal Genome Project (personalgenomes. org) die een brug willen slaan tussen online communities van enthousiastelingen en wetenschappers en studenten. Naast het plegen van meer ‘Wikipedia-achtig’ onderzoek tracht de burgerbiowetenschap bij het grote publiek bewustzijn en verantwoordelijkheid voor ieders genoom en genetische code te kweken, zodat men bereid is deze gegevens voor de wetenschap te delen. Consumentengenomics beslaat de zakelijke kant van het veld en is daarom het meest controversieel. Het bedrijf met de naam 23andMe (23andme.com), mede opgericht door Anne Wojcicki (de echtgenote van Googles Sergey Brin) is beroemd vanwege de mogelijkheid menselijk genoom op basis van een speekselmonster te decoderen. Dit tegen snel dalende prijzen; immers, toen deze dienst in 2006

Er zijn een aantal redenen waarom steeds meer mensen hun genoom gegevens online zetten.

werd gelanceerd kostte dat $ 1000, terwijl je er nu nog maar $ 99 voor hoeft neer te tellen en in

Om te beginnen willen sommige mensen zelf hun eigen gezondheidsgegevens bijhouden om

de komende jaren waarschijnlijk nog minder. Met behulp van een strakke website en dito product-

zo hier baas over te blijven en makkelijker van zorgaanbieder te kunnen wisselen. Het bekend-

strategie– waaronder bijvoorbeeld ‘I spat!’ buttons – is het bedrijf erin geslaagd munt te slaan uit de

ste platform hiervoor was Google Health, dat in 2008 werd gelanceerd nadat andere websites –

groeiende belangstelling voor genoom-specifieke informatie en daarbij geloofwaardigheid te ont-

zoals Microsoft Health-Vault en Revolution Health van AOL-medeoprichter Steve Case – deze

lenen aan haar betrokkenheid bij de publicatie van wetenschappelijke artikelen.

dienst al eerder aanboden. Uiteraard deed dit nogal wat stof opwaaien, gezien Googles reputatie van naar gegevens hunkerend bedrijf en het feit dat het was vrijgesteld van de verplichtingen

Geneeskunde van de toekomst

onder de HIPPA (een Amerikaanse wet uit 1996 die “medische informatie classificeert als per-

Uiteraard zijn deze fenomenen niet aan de aandacht van de wetenschappers zelf ontsnapt. In de

soonlijke en onschendbare communicatie tussen arts en patiënt”). Maar privacykwesties zijn niet

lente van 2011 interviewde ik Kate O’Riordan, onderzoeker bij CESAGen (Center for Economic and

de ware reden geweest om de dienst op te offeren en in 2012 volledig af te schaffen. Want on-

Social Aspects of Genomics) en auteur van het boek The Genome Incorporated; een verzameling

danks redelijke bijval voor de dienst was de toepassing hoogstwaarschijnlijk gewoon niet winst-

praktijkstudies over de impact van genomics op hedendaagse mediaculturen). Volgens O’Riordan,

gevend genoeg.

die 23andMe heeft geanalyseerd, zijn er voor- en nadelen aan consumentengenomics. Aan de ene kant maken de enorme omzetten en de oproep tot het online delen van gegevens de betrokken

I spat!

bedrijven (die meestal in de Verenigde Staten zijn gevestigd) behoorlijk controversieel. “Er zijn

Naast het feit dat ze onderdeel vormen van patiëntendossiers staan genoom-specifieke data in het

vraagtekens over de legitimiteit ervan, en of de informatie al dan niet compleet is. Ook zijn er zorgen


Nicola Bozzi Schrijver en redacteur Nicola Bozzi heeft een MA Arts and Multimedia. Hij werkt voor tijdschriften als Zero en Exhibart en schrijft recensies over kunst en cinema. Hij blogt voor Impakt. www.almostnothing.org

Data I Dig door Miriam van Ommeren

ontstaan over de manier waarop de gegevens gebruikt kunnen worden om te definiëren welke

9

Data I Dig – Macht Geschenke: das kapital

mensen uit welke genetische informatie bestaan”, licht O’Riordan toe. Bovendien hebben de gegevens meer nut voor het bedrijf dan voor haar klanten, aangezien klanten maar zeer beperkte informatie uit de gegevens kunnen afleiden. “Het scannen van genoom heeft vanuit diagnostisch oogpunt geen enkele zin. Als je wilt weten hoe je gezondheid ervoor staat kan je beter naar de dokter gaan”, aldus O’Riordan. Zij voegt daar echter wel aan toe dat verdere groei van deze discipline zou kunnen leiden tot echte medische ontdekkingen, hoewel ze tegelijkertijd sceptisch is over de mate waarin deze ontdekkingen voor iedereen (zonder valse 2.0 retoriek) van nut kunnen zijn. “Dit proces kan zijn waarde hebben bij de ontwikkeling van medicijnen. We hebben het hier wellicht over de geneesmiddelen van de toekomst, of andere biomedische doorbraken die dan waarschijnlijk weer doorverkocht zullen worden door dezelfde elite die nu deze gegevens genereert.”

Biomedisch onderzoek 2.0 stijl Ondanks de ogenschijnlijk afwijkende einddoelen hebben de wetenschappelijke gemeenschap en de bedrijven die zich met consumentengenomics bezighouden, een zeer sterke onderlinge band. De bedrijven maken gebruik van wetenschappelijke laboratoria en publiceren wetenschappelijke artikelen, maar er gaapt nog steeds een enorme kloof tussen de gedereguleerde mediacultuur van Silicon Valley en het aan strakke regels gebonden biomedische onderzoek. Op bepaalde manieren kan het samengaan van de twee ook het biomedische onderzoek tot nut zijn, als de taal van 2.0 gebruikt wordt “als stimulans voor de wetenschappelijke gemeenschap zich toegankelijker op te stellen, bijvoorbeeld door het gebruik van open-source formats zoals wiki’s, en het zoekproces te versnellen”, aldus O’Riordan. Aan de andere kant merkt ze op dat “indien het veld verdere opgang kent en aan legitimiteit wint, genomics zich verder zal ontwikkelen tot de primaire kennis-

Macht geschenke: das kapital van de Duitse kunstenaar, curator en hoogleraar Christin Lahr

bron van de biologie, waardoor de macht van de technologische elite alleen nog maar zal groeien.”

onderzoekt de rol en functie van de gift in een samenleving die gericht is op winstmaximalisatie. Zij brengt op bijzondere wijze communicatie met bureaucratische instellingen op gang door geld

Bioburgerschap

naar hun over te maken en de ruimte voor betalingsgegevens te gebruiken om haar boodschap te

Naast O’Riordan, die gemengde gevoelens heeft over deze fenomenen, is er ook de kijk van Marina

plaatsen; deze ruimte is bij alle transacties even groot. Door telkens het minimumbedrag van een

Levina van de Universiteit van Memphis die zij presenteerde tijdens een recente MIT conferentie.

eurocent over te maken kan zij tegen lage kosten haar boodschap overbrengen; dit kan een poli-

Na een korte uiteenzetting over de positieve kanten van burgerbiowetenschap aan de hand van een

tieke slogan zijn, een filosofische uitspraak of zelfs een hoofdstuk uit Karl Marx’ Das Kapital. In het

analyse van bijvoorbeeld DIYGenomics, legt zij uit hoe dergelijke initiatieven zullen bijdragen aan de

laatste geval komt dit al gauw neer op een paar honderd euro. De circulatie van geld en energie en

geboorte van een Bioburgerschap 2.0, waarin bedrijven als 23andMe uiteraard een grote rol zullen

het leveren van materiële en immateriële goederen zijn hoofdthema’s in het werk. Lahr focust zich

blijven spelen. Deze nieuwe conditie zal volgens Levina “ingebed zijn in de ‘free-labor’ economie

op het gebaar van de gift, en de communicatieve en creatieve potentie van een gebureaucratiseerde

van de genetwerkte samenleving” waar mensen meer invloed en macht hebben door zowel betere

handeling. Geld kan zo gebruikt worden om een mening te uiten, en dat hoeft maar een paar cent te

toegankelijkheid van wetenschappelijke informatie als nieuwe economische zeggenschap over hun

kosten. Geven is zaliger dan ontvangen. www.christin-lahr.de

eigen genoom-specifieke gegevens. Als consumentengenomics al de belofte inhoudt van “door het bedrijfsleven gefaciliteerde vrijheid van geïnstitutionaliseerde macht door middel van controle over je eigen genetische informatie”, zal het om mensen geld te laten verdienen aan hun eigen DNA

Data I Dig – #Democracy

noodzakelijk zijn om het paradigma van betaal-per-speekselmonster radicaal om te keren. Gezien de groeiende belangstelling voor de bovengenoemde velden en de snelle digitalisering van alles dat menselijk is, hoeven we waarschijnlijk niet lang te wachten om te zien wat de toekomst op dit gebied gaat brengen.

advertentie

Twitter wordt nog wel eens grootse politieke kwaliteiten toegedicht; volgens velen speelde de populaire sociale media tool een cruciale rol bij de revolutie in Iran in 2009 (in de volksmond zelfs ‘de Twitter-revolutie’ genoemd), en recentelijk ook bij de Arabische lente. Hoewel critici de euforie over de politieke rol van social media maar al te graag de nek omdraaien valt niet te ontkennen dat Twitter en Facebook het gezicht van politieke en maatschappelijke revolutie aanzienlijk veranderd hebben. Leslie Scheelings speelt hierop in met zijn internet mashup object #Democracy. De zuil die #Democracy vormgeeft doet denken aan een katheder of informatiezuil. Het scherm vertoont een verzameling van real time tweets die de hashtag ‘#democracy’ in zich dragen. De tweets, inclusief naam en profielfoto’s van de afzenders en grotendeels in het Engels geschreven, volgen elkaar in

Het draait met FedEx!

rap tempo op op het scherm. Op de achtergrond klinkt een audio fragment uit Democracy

Een goed scenario, fantastische acteurs: een expreslevering in handen van een erkend internationaal transportbedrijf. In de hoofdrol: u. Succes verzekerd: uw dringende zendingen komen op tijd aan in meer dan 220 landen en regio’s wereldwijd. U kunt uw zendingen online traceren. Eén oog op de klok, het andere op de zending: niets ontsnapt aan uw controle, ongeacht het tijdstip of de plaats waar uw pakket zich bevindt. Op de voorgrond: de snelheid en de betrouwbaarheid van de internationale expresverzending. Is deze rol u op het lijf geschreven? Neem dan snel contact op via het nummer 0800 0222 333 of ga naar fedex.com/nl

(1945), een encyclopedisch filmpje geproduceerd door Encyclopaedia Brittannica Films Inc.

Partner van Impakt

(www.archive.org/details/democracy_1945). Dit statige, ouderwets klinkende audio fragment vormt een contrast met de eindeloze opvolging van tweets. Wie de tijd neemt om de tweets te lezen valt op dat de verschillende denkwijzen over democratie tegenwoordig allesbehalve eenduidig zijn.


Nederland populatielaboratorium: who’s in? 10

Martin Boeckhout Wetenschapsonderzoeker Martin Boeckhout is werkzaam bij de afdeling Wijsbegeerte van de Universiteit van Amsterdam en verbonden aan het Nijmeegse Centre for Society and Genomics. Hij werkt aan een proefschrift over biobanken en de politiek van biomedisch onderzoek. http://home.medewerker.uva.nl/m.boeckhout

door Martin Boeckhout

zou dat ook kunnen, bijvoorbeeld met behulp van bloedmonsters van pasgeborenen die overblijven na de screening op een aantal ernstige ziektes, de zogeheten hielprikkaartjes. Sinds daarover na de vuurwerkramp in Enschede een relletje ontstond, worden zulke monsters elke vijf jaar vernietigd. Volgens sommige onderzoekers is dat een waanzinnige verspilling van onderzoekskapitaal. In de praktijk zijn ethici, juristen en onderzoekers het in grote lijnen met elkaar eens over de voorwaarden voor gebruik. De bescherming van de individuele deelnemer aan biobanken staat voorop. De onenigheid gaat voornamelijk nog over de vraag of mensen toestemming mogen geven voor onderzoek in zijn algemeenheid, en aan welke medische en technische privacy-vereisten biobanken moeten voldoen. Globaal is men het er echter over eens dat privacy een belangrijk goed is dat aandacht vergt. Een paar schandalen kunnen tot een bevoorradingsprobleem leiden. Niemand zit daarop te wachten.

The right to not know De Wet Zeggenschap Lichaamsmateriaal stelt hopelijk paal en perk aan wat nu deels een schaduweconomie van lichaamsmateriaal en data is. Er is nu bijna geen toezicht op het al dan niet onnodig hamsteren van data en weefsel, en het is dus ook niet altijd duidelijk of die data ooit gebruikt gaat worden. Bovendien brengt het verzamelen van materiaal mogelijk medische plichten met zich mee. Ethici benadrukken traditioneel vaak the right not to know, het recht om van bepaalde uitkomsten van onderzoek niet op de hoogte gebracht te worden, maar het omgekeerde geldt

De farmaceutische industrie staat wereldwijd onder druk. De zorgkosten in vergrijzende samenlevingen rijzen de pan uit, maar nieuwe producten dienen zich maar mondjesmaat aan. Veel nieuwe medicijnen blijken niet veilig of niet goed genoeg om op de markt te brengen, en het onderzoek ernaar is vaak geen fraaie aangelegenheid. Met name in ontwikkelingslanden stellen hele volksstammen zonder toegang tot zorg, bij gebrek aan beter, hun lichaam en gezondheid in de waagschaal in clinical trials. De sisyfusarbeid van het geneesmiddelenonderzoek wordt voor ons opgeknapt door de armen en onverzekerden in Amerika, Azië en Afrika. Voor een betere oplossing van het probleem dienen de biobanken zich aan. Wat zijn de gevaren van de opslag van genetisch materiaal in dit systeem?

net zo goed. Als onderzoekers toch ons DNA analyseren, waarom zouden ze die data voor zichzelf mogen houden? Discussies over dergelijke rechten en plichten vernauwen vaak al gauw tot individuele ethische dilemma’s. Maar of het zin heeft om Nederland in snel tempo om te vormen tot een internationaal vooraanstaand populatie-laboratorium, en tegen welke prijs, daarover laat de nieuwe wet zich waarschijnlijk minder uit. Die prijs is waarschijnlijk beperkt, zolang de Nederlandse gezondheidszorg goed is en algemeen toegankelijk blijft.

Een soort burgerplicht Privacy bewaking is natuurlijk zo sterk als de zwakste schakel in medische informatiestromen – en de zwakste schakel, zo lijkt het, zit op dit moment eerder in de gezondheidszorg dan in het onderzoek zelf. Biobanken kosten verder maar een schijntje van de bedragen die er in de zorg omgaan. Maar individuele toestemming vragen aan deelnemers is een nogal botte manier voor het afwegen van de politieke vraag over de toekomst en het belang van medisch onderzoek voor Nederland. De betrokken burger die biobanken nuttig acht, maar soms vraagtekens stelt bij de focus van medisch onderzoek, kan alleen nog stemmen met zijn voeten: doe je mee of niet?

De biomedische wereld heeft haar hoop gevestigd op genetische technieken. Niet zozeer om men-

Eigenlijk heeft het niet veel zin om jezelf die vraag te stellen. Onderzoekers en beleidsmakers

sen op grote schaal te kunnen manipuleren, maar om te kijken welke genetische patronen verband

hebben haar namelijk al in zijn algemeenheid voor ons beantwoord: een kleine bijdrage aan onder-

houden met welke ziektes of met het aanslaan van bepaalde geneesmiddelen, en door heel speci-

zoek is eigenlijk een soort burgerplicht die nodig is om de kwaliteit van zorg op peil te houden. Overal

fieke biologische mechanismen die een rol spelen bij ziektes te ontrafelen. Veel van die genetische

ter wereld worden vergelijkbare redeneringen opgehangen. Geen enkel land kan het zich permit-

patronen hebben slechts een kleine voorspellende waarde, maar iets is beter dan niets – en een

teren uit de rat race te stappen. De overheid kan niet veel anders dan erin meegaan in de hoop

kleine extra hint van wat iemand mankeert kan voor een arts soms bijzonder nuttig zijn. Omdat de

ooit gezondheidswinst te realiseren. Maar medisch onderzoek is ook een door commerciële mo-

voorspellende waarde van genetische patronen vaak klein is maakt het medische onderzoek een

tieven getekende aangelegenheid. Via onze gezondheidszorg voeden we internationale medische

periode van schaalvergroting door. Het vereist steeds meer data en lichaamsmateriaal van allerlei

markten die ook nog eens deels op instorten staan. Ondertussen moeten we er maar op vertrou-

groepen mensen dat langdurig verzameld wordt in biobanken. Zulke banken kunnen juist veel beter

wen dat onze privacy niet in het geding komt. De belangen zijn groot, de verwachte opbrengsten

worden opgezet in landen met goede basisvoorzieningen in de gezondheidszorg. Nederland is één

onzeker. Nederland is nu nog sterk op het gebied van genetisch onderzoek, en dus kunnen we er

van de voorlopers in Europa op dit gebied.

nu misschien maar beter het beste van maken – met hulp en steun van zoveel mogelijk patiënten.

Populatielaboratorium

We zijn allemaal deelnemers

Biobanken slaan gevoelig spul op; het gaat immers om medische data, DNA en ander lichaams-

‘Het beste ervan maken’? Zoveel berusting over de voortgang van onderzoek kunnen patiënten niet

materiaal. Dat daar door onderzoekers gebruik van wordt gemaakt is niet nieuw – verre van dat.

altijd opbrengen. En waarom zouden ze, in een omgeving waarin hun zelfredzaamheid als patiënt

Hoe komen we anders te weten of behandelingen werken, of medicijnen aanslaan, wat bepaalde

continu op de proef wordt gesteld? Patiëntenverenigingen proberen daarom het heft in eigen hand

ziektes veroorzaakt? Het zou pas gek zijn als dat allemaal niet zou gebeuren. En het bewaken van de

te nemen. Ze vragen aandacht voor onderzoek naar hun specifieke noden, met wisselend succes.

volksgezondheid is één van de kerntaken van de overheid, zo stelt onze Grondwet. Het stimuleren van

Ze zijn daarbij verre van eenkennig. ‘Patiënten aller landen, verenigt u!’, dat is de boodschap. Maar

medisch onderzoek voor algemeen nut valt daar ook onder, zo menen onderzoekers. Toch is er iets

wat patiënten eerst en vooral natuurlijk willen is méér onderzoek op allerlei deelterreinen, die van

nieuws onder de zon. Lichaamsmateriaal en data worden nu veel intensiever gebruikt, en vrijwel al

hun ziekte. De politieke besluiten over het algemeen belang van gezondheid worden ons vervol-

het medische onderzoek wordt tegenwoordig van belang geacht voor ‘de volksgezondheid’. Het

gens opgedrongen door de noden van het onderzoek zelf – noden die worden beïnvloed door de

soort onderzoek dat wordt gedaan met onze gegevens en ons weefsel – en dus indirect met ons

marktwaarde van toekomstige bevindingen. De tragiek van het medisch onderzoek: een markt die

lichaam – levert in potentie meer en meer persoonlijke informatie op. Data- en materiaalverza-

overeind wordt gehouden door overheden, zonder veel mogelijkheid tot politieke sturing. Ook deze

meling voor onderzoek wordt bovendien meer en meer een integraal onderdeel van de gezond-

markt is, net als de Europese financiële sector, too big to fail. We zijn allemaal deelnemers aan het

heidszorg. De Nederlandse gezondheidszorg verandert zo in één groot populatielaboratorium.

medisch onderzoeksbedrijf, maar de aandeelhoudersvergadering laat op zich wachten. Het wordt tijd dat de bevolking weer eens uitgenodigd wordt – maar wie verstuurt de uitnodigingen?

Zeggenschap over lichaamsmateriaal Wie bestuurt Populatielab Nederland? De overheid doet in elk geval een poging. Een nieuwe wet die al decennia in voorbereiding is, de Wet Zeggenschap Lichaamsmateriaal, moet de ontwikkelingen in goede banen leiden. Al jaren spelen vragen over ethisch en juridisch verantwoord gebruik van ons lichaamsmateriaal in medisch onderzoek: over wat diegenen van wie dat lichaamsmateriaal afkomstig is daarover te zeggen hebben, en over de eventuele beperkingen aan zulk gebruik. Dat kan gaan over commercieel gebruik, maar ook over toegang voor opsporingsdoeleinden. In Nederland


Een publiek domein

Melvin Wevers / Pim Verlaek Melvin Wevers heeft een MA in Psychologie, Amerikanistiek en Cultural Analysis. Zijn interesse gaat uit naar de relaties tussen technologie, Amerikaanse indie muziek en afro-futurisme. Pim Verlaek is programmeur van het Impakt Festival.

door Linda Hilfling

De Deense kunstenaar Linda Hilfling richt zich in haar werk op de publieke ruimte binnen mediastructuren en de verschillende wijzen waarop hierin controle wordt uitgeoefend, en welke culturele impact die controle heeft. Een publiek domein is een interventie op taal als gemeenschappelijk goed, dat drastisch verandert wanneer woorden en zinnen geclaimd worden als handelsmerken. Het project wordt op 3 november gelanceerd en vormt onderdeel van de stadstour ‘Public Domains’, een rondleiding langs taal, bezit en code in genetwerkte omgevingen. http://apd.lnd4.net

Riddim is a nomad door Pim Verlaek & Melvin Wevers 11

De muziekavond van het Impakt festival draagt de naam Hidden Riddims. Op deze avond worden muziekstijlen gepresenteerd die op het idee van Riddim, eigenaarschap, rituelen en geschiedenis reflecteren. Riddim is een verbastering van het Engelse ‘rhythm’. De term staat synoniem voor een basis backingtrack die gebruikt wordt bij reggae en dancehall. Deze tracks werden door dub producers bewerkt of als basis (her)gebruikt door vocalisten, om zo de rudimentaire track te personaliseren. Het idee van ritme als een redelijk statische fundering heeft zijn uitwerking gevonden in alle vormen van populaire muziek. Stijlen als calypso of drum ’n bass kenmerken zich door duidelijk aanwezige en herkenbare ritmes en communiceren op deze manier een genreconventie naar de luisteraar. Het is niet ongebruikelijk dat een combinatie van melodie en ritme als entiteit doorgegeven wordt, zowel door de tijd als tussen culturen. Toch is het gebruik van een vaste begeleiding in de vorm van een riddim een variant die ontstaan is in de reggae cultuur van de jaren ’50. Zodra riddims opnieuw gebruikt worden in muziek rijst de vraag wie precies de producent is. Dit proces is te vergelijken met de mashup, al wordt daarbij vaak uitgeweken naar een ietwat simplistische combinatie van twee muziekstukken. Het gebruik van een riddim heeft een sterk referentieel karakter; het leunt op een muziekcultuur die gebaseerd is op het doorgeven van muzikale karakteristieken. Zo worden de tracks van dublegende King Tubby ook nu nog hergebruikt door bijvoorbeeld Panda Bear om de specifieke dub sound te genereren. Daarnaast kan het zo zijn dat er een meer symbolische lijn besloten ligt in de muziek: de hidden riddims. Het gebruik van ritme in muziek vervult binnen de bredere cultuur regelmatig een haast sacrale of ceremoniële rol. Denk hierbij aan de rol van percussie bij het Braziliaanse Candomblé, voodoo in Haïti, of de invloed van Native Americans binnen Amerikaanse muziek. De hidden riddims uit deze muziekvormen hebben als doel de luisteraar te begeleiden naar het hogere, het goddelijke. Bij voodoo ritmes worden breaks herhaald tot een punt waarop dansers volledig bezeten raken. Tijdens de Candomblé ceremonies wordt middels drumritmes een proces in gang gezet waarbij dansers zich fysiek openstellen voor het belichamen van goden. Ritmes in de vorm van trillingen fungeren hierbij als geleiders tussen het bovennatuurlijke en het menselijke. De hoeveelheid informatie die het internet via obscure blogs en gespecialiseerde platenlabels toegankelijk heeft gemaakt, heeft ervoor gezorgd dat zich kruisbestuivingen voordoen tussen riddims. Zo reizen riddims als ware nomaden door tijd en ruimte en vinden zij steeds nieuwe muzikale dragers. Europese en Amerikaanse artiesten beroepen zich op elementen uit ceremoniële muziek uit een andere tijd of continent, waardoor de geografische en temporale afstand verkleind wordt. Tijdens het Impakt Festival worden twee kanten van de hidden riddims belicht. Allereerst de occulte en bezwerende kant, die centraal staat in de muziek van onder andere Demdike Stare. Dit Britse

Bezoek: rondleiding, donderdag 3 november, Utrecht CS (zie p. 4 programma)

duo ontleent haar naam aan de blik van de heks Demdike, uit een verhaal uit de zeventiende eeuwse Engelse geschiedenis. In hun muziek combineren Miles Whittaker en Sean Canty drones met dub

nothing will be the same if you decide to hide the truth from me Anoniem

en wereldmuziek. Regelmatig grijpen ze ook terug op stockmuziek uit India of Irak en destilleren ze de verborgen riddims uit deze muziek. Op deze manier creëren ze een stijl waarbinnen het ritme een bezwerende kracht uitstraalt. Daartegenover staat Footwork Freak Out. Footwork is een genre met een duidelijk inbedding in de Chicago house riddims. De afgelopen jaren heeft zich uit de Chicago house een variant ontwikkeld die de naam GhettoHouse of GhettoTech draagt. Deze minimalistische en opgefokte vorm van house biedt de blauwdruk voor Footwork of Juke zoals het soms genoemd wordt. Het BPM ligt hierbij gemiddeld rond de 160, waarbij complexe drumpatronen worden ondersteund door tragere bassen en melodieën. Ook dit riddim heeft een sterk nomadisch karakter, daar elementen zich als een olievlek hebben verspreid over het elektronische muzieklandschap. Via de blogosphere en MP3s zijn deze riddims ontzettend snel verspreid en zijn er nog relatief weinig releases op vinyl. Planet Mu Records heeft met haar verzamelaar Bangs & Works Vol.1 een mooie dwarsdoorsnede gemaakt van de beweging. DJ Rashad is een van grondleggers van deze stroming en zal op Impakt samen met DJ Spinn Footwork presenteren.

Bezoek: ‘Hidden Riddims Part 1 & 2’, donderdag 3 en vrijdag 4 november, Theater Kikker (zie p. 5 programma)


zappen door de realiteit 12

Basje Boer Basje Boer is schrijver en beeldend kunstenaar. Zij publiceerde in Lava en De Revisor en schrijft regelmatig over film, muziek en beeldende kunst voor o.a. De Groene Amsterdammer, Skrien en Opzij. www.basjeboer.nl

door Basje Boer

‘Ik zocht de kamer af op zoek naar een prop, een wapen.’ Een man heeft een merkwaardige ontmoeting op een filmset, een ontmoeting die één van hen niet zal overleven. Die man is Alfred Hitchcock. De man die tegenover hem zit ook. Dit korte verhaal van Tom McCarthy vormt het hart van Double Take (2009), de tweede lange film van de Vlaamse kunstenaar en filmmaker Johan Grimonprez. Zijn hoofdpersoon is Hitchcock, Master of Suspense. Diens tegenspeler, zijn dubbelganger, is de angstcultuur die ontstond met de komst van de televisie, precies in het tijdperk van de Koude Oorlog. De twee dealers van angst komen samen in beeldmateriaal van de tv-serie Alfred Hitchcock Presents. Grimonprez put rijkelijk uit deze bron van droogkomische filmpjes waarin Hitchcock een fijn gevoel voor zelfspot en zwarte humor aan de dag legt.

2001, is de film urgenter dan ooit. Met de aanslagen op de Verenigde Staten wordt de film de proloog van het ultieme icoon van onze beeldcultuur: twee vliegtuigen, twee brandende torens. Beide films van Grimonprez maakten een statement over de huidige samenleving. Nu onze beeldcultuur met YouTube en andere internetsites een absoluut hoogtepunt bereikt heeft, kun je moeilijk om hedendaags beeldmateriaal heen. Grimonprez reageerde op het nu met een zogeheten ‘YouTube-o-theek’, Maybe the Sky Is Really Green, and We’re Just Colorblind. Het doorlopende project schudt en deelt beelden gevonden op het web, al dan niet gemanipuleerd middels montage. Een vervolg op dit project, de WE-tube-o-theek, wordt op Impakt gepresenteerd. De WE-tubeo-theek laat het internet zien als platform voor tegengeluiden, als de plek waar wij aan het woord komen. Het project is een verzameling van video’s die een reactie zijn op repressie, op de digitale betovering van de overvloed en op de angst-cultuur van klimaatverandering, oorlogen en crises waarmee bestaande machtsstructuren in stand gehouden worden. Met zijn WE-tube-o-theek creëert Grimonprez een platform voor ongehoorzaamheid. Het programma presenteert dissidente meningen en subversieve beelden uit het westen, het nabije en verre oosten en de Arabische wereld. De WE-tube-o-theek is ook onderdeel van Grimonprez’ overzichtstentoonstelling, die deze

Voor Johan Grimonprez is onze beeldcultuur één groot Memory-spel, waarbij alle beelden een her-

winter te zien is in het S.M.A.K. in Gent.

haling van elkaar zijn. Je hoeft de beelden alleen maar bij elkaar te zoeken en opnieuw te ordenen. Zoals de tv-kijker langs de kanalen zapt en, als de beelden maar snel genoeg gaan, ineens de over-

Grimonprez roept in zijn werk een universum van dubbelgangers op; een universum waarin elk mens,

eenkomst ziet tussen een voetballer rennend over het veld en een zebra op de vlucht voor een leeuw,

elk beeld, elke gebeurtenis een spiegel is van een ander. Een universum ook waarin je net zo goed

zo legt ook Grimonprez de structuren bloot die schuilgaan onder die enorme beeldenstroom die we

met een prop als met een wapen kunt doden. Op je televisiescherm heeft echt of nep geen betekenis.

iedere dag, jaar na jaar, te verstouwen krijgen. Zijn zapper is de montagetafel, waar hij realiteit, fictie, commercials, found footage en zelf geschoten materiaal herordent, totdat de beelden laten zien wat hij ziet. In 2001 bracht de realiteit een wrange sequel op Grimonprez’ eerste lange film, Dial H-I-S-T-O-R-Y (2003), voort. Ook dat werk bood een eindeloze beeldenstroom, heel precies in elkaar gemonteerd door de maker. Hier was het onderwerp de rol die de media speelden in de plotselinge toename van vliegtuigkapingen in de jaren ’60 en ’70. In de hoofdrol van het tv-journaal gecast, kreeg de kaper een ongekende macht toegekend. De beelden die Grimonprez bij elkaar zocht - ironische, deprimerende, inzichtelijke en ronduit absurde beelden - werden afgewisseld met fragmenten uit het werk van schrijver Don DeLillo. De daad van de terrorist, klinkt uit een van die teksten, maakt de rol van de schrijver overbodig. Dial H-I-S-T-O-R-Y werd uitgebracht in 1997; vier jaar later, op 11 september

Bezoek: ‘We-Tube-o-theek’, vrijdag 4 november, Theater Kikker (zie p. 7 programma)


Impakt Festival 2011 newspaper, part 1