Page 1

INTERCONNECT N° 17 - viermaandelijks / september 2004

>> NANO, part III lees meer op pagina 3

>> In de wolken met IMEC’s elektronica IMEC’s geassocieerd labo van de Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende (KHBO) ontwikkelde de elektronica voor één van ESA’s nieuwe instrumenten dat zal gebruikt worden aan boord van het Internationaal Ruimtestation ISS. lees meer op pagina 6

>> Rolt er binnenkort plastic elektronica van de drukpers? lees meer op pagina 8

>> Flanders’ DRIVE, IMEC en Agoria Vlaanderen brengen de Vlaamse voertuigelektronica in kaart lees meer op pagina 10

>> Reinigingstechnieken en contaminatiecontrole uit de micro-elektronica ten dienste van uw bedrijf lees meer op pagina 11

>> Ultra-breed communiceren lees meer op pagina 14


Woord vooraf Colofon Verantwoordelijke uitgever: Prof. Gilbert Declerck Redactie: Katrien Marent Els Parton Werkten mee aan dit nummer: Bart De Mey Dorine Gevaert Jeroen Lambert Olfa Marzouk Marc Meuris Peter Raeymaekers Paul Six Stephanie Teughels Jan Wauters

Voor meer informatie: Katrien Marent Corporate Communications IMEC vzw Kapeldreef 75 B-3001 Leuven Tel: 016/28 18 80 Fax: 016/28 16 37 E-mail: Katrien.Marent@imec.be

www.imec.be

Eind augustus en de regen klettert alweer tegen de ramen. Is het al herfst of nog volop zomer? Zouden de knappe koppen die allerlei uitvindingen doen in nanotechnologie hiervoor nog geen oplossing hebben? Jammer genoeg niet. Maar nanotechnologie kan wel het zonnetje in ons leven brengen. Zoals je in dit nummer kan lezen, is dit geen toekomstmuziek maar heeft nanotechnologie nu reeds zijn weg gevonden naar de markt.Wat zou je denken van zelfreinigend glas waardoor enkel zonlicht en regen nodig zijn om je ramen te poetsen, of een zonnecrème die een optimale bescherming geeft tegen huidkanker, of misschien kan je binnenkort geneesmiddelen inademen i.p.v. pillen te slikken.We kunnen reeds van talloze toepassingen genieten en er liggen er nog veel in het verschiet.Verwacht wordt dat binnen 10 tot 15 jaar de markt voor producten die gebruikmaken van nanotechnologie meer dan een triljoen euro’s bedraagt. De investeringen in nanotechnologie nemen immers wereldwijd toe. De Verenigde Staten en Japan zijn de koplopers met fondsen voor nanotechnologie die oplopen tot meer dan 600 en 800 miljoen euro in 2003. Maar Europa doet het ook alles behalve slecht met een budget van 450 tot 500 miljoen euro in 2003. Heel veel technologische ontwikkelingen richten zich vandaag de dag op het welzijn, de gezondheid en het comfort van de mensen. Met de vergrijzing van de bevolking (volgens de Europese Commissie zullen er tegen 2020 40% meer mensen ouder zijn dan 75 in Europa dan het geval was in 1990) is dit zeker noodzakelijk om de stijgende kost aan gezondheidszorg binnen de perken te houden. Maar mensen willen ook optimaal genieten van hun beperkte vrije tijd en zijn ook meer en meer begaan met hun gezondheid. Het is echter gemakkelijk om de voordelen van nanotechnologie voor de medische en gezondheidsmarkt te voorspellen: enorme vooruitgang kan geboekt worden in diagnostiek, in de ontdekking en toediening van geneesmiddelen, in de chirurgie, enz. Maar men mag niet uit het oog verliezen dat er nog enorme barrières te overwinnen zijn vooraleer deze nieuwe uitvindingen echt zullen doorbreken in de gezondheidssector: kost, productiecapaciteit en vooral publieke aanvaarding! Maar intussen kan je in dit nummer (hopelijk nog op een zonnig terras) al lezen over talrijke bestaande nanotechnologieproducten en gefascineerd geraken door al het onderzoek dat op één of andere manier ons welzijn hoopt te kunnen verbeteren. Veel leesplezier! Katrien Marent Corporate Communication Manager

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevenbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen of enig andere manier, zonder schriftelijke toestemming van de uitgever. Contactpersoon: Katrien Marent (tel: 016/ 28 18 80).

2.


TECHNOLOGIEFOCUS 2004

NANO, part III In het derde en laatste artikel van onze nanotechnologiereeks gaan we dieper in op de economische relevantie van nanotechnologie. Eigenlijk kan je nanotechnologie het best vergelijken met elektriciteit: het leidt niet tot één bepaald product, maar zal zijn stempel drukken op zeer veel uiteenlopende sectoren (materiaalkunde, geneeskunde, ruimtevaart, elektronica).Vandaag al heeft nanotechnologie zijn weg gevonden naar de markt, meestal onder de vorm van sterkere, lichtere, betere versies van bestaande producten. Op middellange termijn zal nanotechnologie zeker revoluties teweeg brengen in de geneeskunde, en welke nieuwe producten op lange termijn aan de horizon lonken kunnen we nu onmogelijk voorspellen.

We maakten voor u een selectie van nanoproducten die u nu al kan kopen, aangevuld met enkele onderzoeksprojecten van IMEC die alvast een voorsmaakje geven van wat zal komen. Hopelijk kunnen we u zo overtuigen dat nano ‘echt’ is en misschien ook

NANOMATERIALEN

voor uw bedrijf het verschil kan maken...

> > > > > > >

Zelfreinigend glas Krasresistente autoverf en ijzersterke bumpers Nanokristallijne zonnebrandcrème Kleding zonder een vlekje Lichte en ultrasterke tennisracket Nano-additieven voor dieselbrandstof Nano’spaghetti’elektroden in plastiek zonnecellen

Zelfreinigend glas

Krasresistente autoverf en ijzersterke bumpers

Het Engelse bedrijf Pilkington ontwikkelde zelfreinigend glas. Hun geheim is een 15 nm - dun laagje titaandioxide (TiO2) dat het glas bedekt. De unieke eigenschappen van dit materiaal zorgen ervoor dat alleen zonlicht en regen nodig zijn om de ramen proper te houden. TiO2 is fotokatalytisch (fotochemisch proces waarbij een foton de reactie op gang brengt) waardoor geactiveerd zuurstof gevormd wordt onder invloed van de UV-stralen van het zonlicht. Dit geactiveerde zuurstof oxideert het vuil en stof dat zo wordt afgebroken tot kleine organische componenten. De waterabsorberende eigenschappen van TiO2 komen van pas bij de daaropvolgende regenbui die het raam gelijkmatig bevochtigt en alle organische componenten wegspoelt. Doordat er geen druppels worden gevormd op het raamoppervlak zijn er nadien ook geen droogvlekken zichtbaar.

Mercedes gebruikt voor bepaalde modellen nanoverf die microscopisch kleine keramische deeltjes bevat. Tijdens het droogproces vormen deze deeltjes een zeer dicht en egaal netwerk aan het verfoppervlak waardoor een beschermende laag gevormd wordt die driemaal meer krasbestendig is dan gewone autoverf.

Wanneer titaandioxide zou toegepast worden op zeer grote schaal (ramen, bouwmaterialen, wegdek enz.) kan het zelfs de luchtverontreiniging in een stad sterk verminderen. Op dezelfde manier als hierboven beschreven, worden met deze techniek organische en anorganische luchtverontreinigers afgebroken en weggespoeld. Zo werd in Milaan 7000 m2 wegoppervlak behandeld met een fotokatalytisch cementachtig materiaal waardoor de concentratie aan stikstofoxiden (veroorzaken ademhalingsproblemen en smogvorming) daalde met 60%, op straatniveau.

Toyota produceert nieuwe bumpers waarbij polypropyleen en rubber gecombineerd worden op nanoschaal. De ‘nano’bumpers zijn 60% dunner dan de gewone bumpers, maar even sterk.

Nanokristallijne zonnebrandcrème Zonnebrandcrème die zinkoxide bevat, biedt de beste bescherming tegen huidkanker omdat het zowel de UVB-stralen (veroorzaken zonnebrand) als de UVA-stralen (dringen dieper in de huid) tegenhoudt. Een nadeel is echter wel dat dit soort zonnecrème wit en kleverig is. Of beter, was, want BASF ontwikkelde zeer zuiver nanokristallijn zinkoxide (Z-COTE® zinkoxide) waardoor de zonnecrème kleurloos en zijdezacht is. Het wordt gebruikt in de SunSense SPF 30 zonnecrème van NuCelle. Nu alleen nog een verlaten strand en wat palmbomen... >> 3.


vervolg NANOMATERIALEN

Kleding zonder een vlekje Het Californische bedrijf Nano-Tex (een dochter van de textielfabrikant Burlington) ontwikkelde moleculaire structuren die, wanneer ze zich binden met katoenvezels, het textiel water- en vuilafstotend maken. Het wordt reeds toegepast in kleding, matrasbeschermers en meubelstoffen.

Lichte en ultrasterke tennisracket De Franse tennisracketfabrikant Babolat ging te rade bij het Franse technologiebedrijf Nanoledge om een reeks nanorackets te ontwikkelen. De koolstofnanobuisjes (buisvormige moleculen bestaande uit koolstofatomen gerangschikt in zeshoekige structuren, vandaar de vergelijking met opgerold kippengaas) die Nanoledge maakt, werden ingebouwd in het frame van de tennisracket waardoor deze 50% meer weerstand biedt bij de inslag van een bal dan een gewone koolstofracket. Koolstofnanobuisjes zijn 100 maal sterker dan staal, maar 6 maal lichter.

Nano-additieven voor dieselbrandstof

NANO-ELEKTRONICA

Ceriumoxide wordt reeds langer bestudeerd als mogelijk brandstofadditief, maar loste nooit de hoge verwachtingen in. Het gebruik van nanopartikels blijkt ook hier de oplossing te zijn. Oxonica, een spin-off van de universiteit van Oxford, ontwikkelde ceriumoxidepartikels van 10 nm

4.

> > > >

Ultragevoelige leeskop voor harde schijf Intelligente koelkast en auto Camera voor patiëntvriendelijk darmonderzoek Klein draadloos EEG

Ultragevoelige leeskop voor harde schijf Tegenwoordig bezitten de meeste computers een harde schijf met een GMR(giant magnetoresistance)-leeskop. Door het gebruik van een ultradunne niet-magnetische laag tussen twee magnetische lagen werd de gevoeligheid van de leeskoppen sterk verhoogd. Hierdoor kon ook de hoeveelheid data op de harde schijven toenemen.

groot. Wanneer ze worden toegevoegd aan dieselbrandstof verhoogt de verbrandingsefficiëntie waardoor het brandstofverbruik daalt met 12%. En dit komt natuurlijk ook ten goede van het milieu doordat er minder vervuilende uitlaatgassen geproduceerd worden. Het geheim van de nanopartikels schuilt in het groter reactieoppervlak en de betere oplosbaarheid in vergelijking met hun grotere broertjes.

Nano’spaghetti’elektroden in plastiek zonnecellen Vandaag de dag bestaan de meeste zonnecellen uit silicium. Ondanks een goede omzettingsefficiëntie worden deze zonnecellen maar beperkt toegepast omwille van hun hoge kostprijs. IMEC onderzoekt de mogelijkheden van plastic zonnecellen, die veel goed-koper zijn en bovendien plooibaar waardoor ze voor een brede waaier van toepassingen kunnen gebruikt worden (bv. kleding). Eén van de meest belovende structuren voor plastic zonnecellen zijn dunne organische films, opgebouwd uit nano-elektroden die als een soort spaghetti op nanometerafstand van elkaar liggen. Dit heeft het grote voordeel dat de ladingsdragers die in de zonnecel gecreëerd worden door het invallend licht, meteen, op de plaats van hun ontstaan, kunnen gecollecteerd worden waardoor ze niet verdwijnen.

Camera voor patiëntvriendelijk darmonderzoek Het Israëlische bedrijf Given Imaging ontwikkelde een ultrakleine camera in een capsule die je kan inslikken met wat water zoals een doorsnee pilletje. Gedurende de volgende 8 uur, terwijl je bv. een wandelingetje maakt of thuis een boek leest, onderga je een uitgebreid endoscopisch onderzoek. Beelden en data worden doorgestuurd naar de datarecorder die je aan een riem draagt. Deze datarecorder geef je nadien aan je arts die alle beelden rustig kan bekijken op zijn computer op zoek naar tumoren, aanwijzingen voor de ziekte van Crohn enz. En de camera? Die eindigt in de WC.

Intelligente koelkast en auto

Klein draadloos EEG

De chipindustrie trakteert ons op steeds kleinere elektronische toestelletjes (gsm’s, digitale camera’s enz.), maar geeft ons ook de mogelijkheid om elektronica in te bouwen in allerhande apparaten: in Japan rapporteren frisdrankautomaten over hun inhoud en defecten, de intelligente koelkast van Electrolux stelt zelf een boodschappenlijstje samen op basis van de verbruikte producten en in auto’s zorgen wel 100 microprocessoren voor functies als ABS, automatische lichtcontrole bij duisternis, airbag en automatische ruitenwissers.

IMEC en het Universitair Ziekenhuis van Leuven werken samen aan een draadloos en draagbaar EEG-systeem (elektro-encefalogram). Zo’n systeem staat in verbinding met elektroden die op welbepaalde plaatsen op het hoofd van de patiënt worden aangebracht. Het registreert de hersenactiviteit en stuurt de gegevens (draadloos!) door naar een pc, waar een dokter het geheel tracht te interpreteren. EEG’s worden onder andere ingezet voor het opsporen van epilepsie. Door de sterke miniaturisatie van dit elektronisch systeem – de grootte van een dobbelsteen - wordt het mogelijk om de elektroden en het EEG te integreren in een pet. Zo kan de scan op een haast onzichtbare en discrete manier gebeuren, een groot contrast met de huidige manier van werken.


NANOGENEESKUNDE

> Nanoraketten vernietigen kankercellen > Insuline snuiven > Nanolagen verzoenen chips en hersencellen

Nanoraketten vernietigen kankercellen Nanopartikels kunnen worden ingezet om geneesmiddelen doelgericht aan te brengen in het lichaam, op de plaats van het onheil. Hierdoor zijn kleinere dosissen nodig en zal de patiënt minder neveneffecten ondervinden. Omwille van de nanometerafmetingen van de partikels kunnen ze gemakkelijk membranen doordringen en opgenomen worden in de bloedstroom. De Franse firma Nanobiotix ontwikkelt bv. nanopartikels die kankercellen kunnen herkennen, binnendringen en vernietigen. Deze ‘nanobiodrugs’ bestaan uit een kern van ijzeroxide en een antilichaam. Wanneer het antilichaam de kankercel herkent, dringt het nanopartikel de cel binnen en de ijzeroxidekern – geactiveerd door een extern signaal vernietigt de cel. Klinische testen starten over 2 jaar.

Insuline snuiven Het Australische bedrijf Eiffel Technologies produceert farmaceutische componenten en proteïnen als nanopartikels. Enerzijds verbetert dit de opname van het geneesmiddel,

waardoor nu ook moeilijk oplosbare bestanddelen zullen kunnen gebruikt worden als geneesmiddel (men verwacht een verdubbeling van het aantal chemische substanties die beschikbaar worden voor farmaceutische doeleinden). Anderzijds kunnen geneesmiddelen als een mist worden ingeademd in plaats van geïnjecteerd te worden. Zo werd recent een overeenkomst gesloten met een farmaceutisch bedrijf dat inhaleerbaar insuline op de markt wil brengen.

Nanolagen verzoenen chips en hersencellen IMEC, de Hebreeuwse Universiteit van Jeruzalem en het Universitair Ziekenhuis van Leuven onderzoeken de mogelijkheid om neuronen of hersencellen te groeien op chips en een communicatie tot stand te brengen tussen deze twee verschillende werelden. Cruciaal hierbij zijn nanometerdunne biologische lagen die op het chipoppervlak worden aangebracht. Ze zorgen er bv. voor dat de hersencellen zich in hun natuurlijke omgeving wanen en dus overleven, dat hun groei zo gestuurd wordt dat de cellen zich boven de actieve plaatsen van de chip bevinden (de transistoren), dat het neuronmembraan voldoende verankerd is op het chipoppervlak. De bedoeling van dit onderzoek is een beter inzicht te krijgen in de oorzaken en werkingsmechanismen van diverse neurologische ziekten zoals epilepsie, Alzheimer, Parkinson. Ooit zouden de neuron-chip hybriden zelfs kunnen ingezet worden als therapie voor deze ziekten.

5.


TECHNOLOGIE IN DE KIJKER

In de wolken met IMEC’s elektronica IMEC’s geassocieerd labo van de Katholieke Hogeschool Brugge-Oostende (KHBO) ontwikkelde de elektronica voor één van ESA’s nieuwe instrumenten dat zal gebruikt worden aan boord van het Internationaal Ruimtestation ISS. Hiermee kan de kristalgroei van macromoleculen bij gewichtloze toestand bestudeerd worden. Als voorbereiding op deze ruimtereis mocht een prototype van de elektronica mee op een parabolische vlucht om al eens te proeven van de gewichtloze toestand.

België draagt zijn (PCDF-)steentje bij Bij de volgende lancering van de Europese Columbusmodule zal ESA een instrument meesturen, de protein crystallization diagnostics facility (PCDF), waarmee de nucleatie- en kristallisatieprocessen van biologische macromoleculen kunnen bestudeerd worden. Eenmaal aangekomen in het internationaal ruimtestation ISS, zullen experimenten worden opgezet waarbij verschillende soorten macromoleculen, bv. proteïnen, in gewichtloze toestand kristallen gaan vormen. Op basis van de geregistreerde data en microscopische beelden kunnen wetenschappers nagaan welke invloed onze aardse zwaartekracht heeft op kristalgroei. De resultaten van dit onderzoek zijn belangrijk voor o.a. de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen. Het PCDF-instrument bestaat uit een proceseenheid en een elektronische eenheid. De proceseenheid bevat individuele reactorkamers die elk een testoplossing bevatten en de reactorcontrole-elektronica. De elektronische eenheid staat in voor het opnemen en opslaan van beelden en data, het aansturen van lasers en positioneringmotoren en de interface met de computer. Het Europees concern EADS (European aeronoutic, defense and space company) staat in voor de realisatie van de PCDF-module en doet hiervoor een beroep op verschillende Europese subcontractors. In België werd zo IMEC’s geassocieerd labo van het KHBO gecontacteerd voor de ontwikkeling van de PCDF-elektronica. Er werden 3 borden uitgewerkt: 2 VME (versa module eurocard)-borden voor aanstuur- en controlefuncties en een PCB die de chip van een CCD (charge coupled device)-camera bevat en zijn aanstuurelektronica. Alle borden voldoen aan de strengste eisen en doorstonden alle testen zoals opgelegd door ESA, bestaande uit burn-in, thermische, EMC-, vacuümen vibratietesten. Zoals typisch is voor ruimtevaarttoepassingen werden achtereenvolgens een prototype, een engineeringmodel en een flightmodel ontwikkeld van de elektronica. Momenteel bevindt het onderzoek zich in het laatste stadium en werd het flightmodel opgestuurd naar

6.

het EADS waar de PCDF-bouwblokken van de verschillende subcontractors worden samengebracht. 0G airbus A300 = 20 sec ISS Sinds het tragische ongeluk met de Columbia Shuttle in februari 2003 werden geen vluchten meer gemaakt met de Shuttle naar het ISS. Als gevolg van dit ongeluk is het nog onzeker wanneer de lancering en koppeling van de Europese Columbus-module aan het ISS zal plaatsvinden. ESA’s parabolische vluchten zijn een mogelijkheid voor wetenschappers om toch al eerder testen in gewichtloze toestand uit te voeren zoals die heerst in het ISS. Op deze manier zijn de ontwikkelde instrumenten perfect in orde wanneer ze de langverwachte vlucht naar het ISS maken. Naast parabolische vluchten voor ‘professionals’ organiseert ESA ook vluchten voor studenten. Studenten kunnen voorstellen indienen van experimenten die ze graag in gewichtloze toestand willen uitvoeren. IMEC’s geassocieerd labo van het KHBO diende een voorstel in om een vereenvoudigde versie van de PCDF-module te laten meevliegen: een camera, een stereomicroscoop en proefbuisjes met natriumsilicaat en mangaansulfaatmonohydraat. Het project werd geselecteerd en 4 studenten vlogen begin juli als eerste Vlaamse studenten mee met ESA’s 7de parabolische vluchtcampagne voor studenten. De airbus maakte 30 parabolische vluchten in een speciaal toegekende luchtbaan tussen Frankrijk en Groot-Brittanië. Bij elke parabolische vlucht gaat het vliegtuig gedurende 20 seconden in vrije val, wat een totaal oplevert van 10 minuten gewichtloosheid. Deze parabolische vluchten zijn zeker geen lachertje, niet voor de piloten en niet voor de wetenschappers aan boord. Een team van 5 hooggekwalificeerde piloten is nodig om de juiste condities te verzekeren voor een parabolische vlucht: de airbus stijgt in een hoek van 45° (zelfs 47°) tot 7.500 meter hoogte in 20 seconden, vervolgens worden de motoren afgezet en gaat het vliegtuig 20 seconden in vrije val, tenslotte daalt het vliegtuig


Deelnemers van ESA's 7de parabolische vluchtcampagne voor studenten.

De Columbus-module zal gekoppeld worden aan het ISS. Het bevat onder andere het PCDF-instrument, helemaal rechts op de tekening.

Het KHBO-team in gewichtloze toestand.

20 seconden in een hoek van 45° naar de oorspronkelijke hoogte. De wetenschappers aan boord ervaren hierdoor 20 seconden een dubbele zwaartekracht, 20 seconden geen zwaartekracht en opnieuw 20 seconden een dubbele zwaartekracht. Of met andere woorden: iemand van 65 kg zal achtereenvolgens 130 kg wegen, 0 kg en 130 kg. Je zou van minder misselijk worden. De selectie en deelname aan deze parabolische vlucht bewijst dat IMEC’s geassocieerd labo van het KHBO niet alleen veel expertise, maar ook gemotiveerde (en moedige) medewerkers aan boord heeft!

Principe van een parabolische vlucht.

Gewichtloze toestand voor betere medicijnen? Veel geneesmiddelen bestaan uit kristalstructuren (zelfs een eenvoudig aspirientje). Stoffen die opgebouwd zijn uit kristallen worden ‘kwaliteitsvoller’ naargelang de perfectie van de kristalvorm. Maar op aarde speelt de zwaartekracht ons parten om een perfecte kristalvorm te maken. Kristallen worden veelal gevormd in vaten met een bepaald solvent. Eens het kristal begint te groeien, krijgt het meer gewicht en zakt het naar de bodem van het vat waar het met wanden in aanraking komt en zo een vaak sterk verstoorde vorm krijgt. Laat je hetzelfde kristal echter groeien in gewichtsloze toestand dan blijft het (door afwezigheid van de zwaartekracht) hangen op dezelfde plaats in het vat en wordt het dus niet verstoord door eventueel wandcontact. De volmaaktheid van de kristalvorm heeft een (grote) invloed op het uiteindelijke product. Men denkt dan ook dat geneesmiddelen gemaakt op basis van kristallen die gegroeid worden in gewichtloze toestand, efficiënter zullen zijn waardoor kleinere dosissen nodig zijn en er ook minder nevenwerkingen optreden.

7.


BLIK OP DE TOEKOMST

Rolt er binnenkort plastic elektronica van de drukpers? Eddy Hagen van het Vlaams Innovatiecentrum voor Grafische Communicatie over het huwelijk tussen de elektronica- en drukkerijsector: drukkers zullen spotgoedkope elektronica mogelijk maken.

Vooraleer we onze blik werpen op de toekomst, starten we met een vleugje geschiedenis. Wat is het VIGC? Eddy Hagen: Het Vlaams Innovatiecentrum voor Grafische Communicatie of kortweg VIGC werd een zestal jaar geleden opgericht om de competitiviteit van ondernemingen in de grafische en communicatiesector te versterken. We staan drukkerijen, afwerkingsbedrijven en iedereen die te maken heeft met grafische communicatie bij met advies in innovatie. De grafische sector heeft een heel lange traditie in Vlaanderen, wat jammer genoeg niet echt gekend is. Zo richtte Christoffel Plantin reeds in 1555 in Antwerpen een eigen drukkerij op. Het was de eerste in Vlaanderen. Ook langs de ontwikkelingszijde zitten we met een heel grote concentratie in Vlaanderen. Agfa, Xeikon, Esco Graphics, Artwork Systems, … met hun expertise staan we aan de wereldtop. Op dit vlak is het dus eigenlijk wat gek dat het VIGC nog maar zes jaar bestaat. Het VIGC is gegroeid vanuit de drukkerijsector en werd opgericht met Europese en Vlaamse middelen. De regio Turnhout werd een achttal jaar geleden erkend als EFRO (Europees fonds voor regionale ontwikkeling)-zone. Dit is een economisch zwakker gebied waarvan de ontwikkeling gesteund wordt door innovatieprojecten. De grafische sector is in de regio Turnhout de belangrijkste werkgever en het was dan ook vrij logisch dat men ging denken aan initiatieven in de grafische sector. Dit kwam ook op een heel goed moment want eind jaren 90 zagen we al een volledige digitalisering van de pre-press. De eerste digitale persen waren ook al vier à vijf jaar oud. Heel veel grafische bedrijven zagen dat we in een verandering zaten die in een stroomversnelling kwam. Vakmanschap, wat sinds het ontstaan van de drukkunst het belangrijkste was, zou niet langer meer voldoende zijn. Intussen zijn we een hoogtechnologische en kapitaalsintensieve sector geworden. Zoekt de drukkerijsector naar een nieuwe markt omdat ze het zwaar te verduren hebben door de opkomst van de elektronische communicatie? Eddy Hagen: Dit is een verkeerd beeld dat onder heel veel mensen heerst. Uit studies blijkt dat het aandeel van papier in het globale pakket van communicatie inderdaad altijd maar kleiner wordt. Maar we zitten wel nog altijd met een lichte toename van papieren communicatie. De hoeveelheid drukwerk stijgt nog altijd. Drukwerk is immers veel meer dan boeken, kranten, tijdschriften en reclamefoldertjes. Denk maar aan parketlaminaten, behangpapier, motiefjes op kleren, ver-

8.

pakkingen… We zien nog altijd een stijging in alles wat niet direct concurrentie ziet van de elektronische media zoals websites. Waaruit vloeit de interesse van de drukkerijsector voort om in te stappen in de elektronicamarkt? Eddy Hagen: We zitten in een wereld die altijd maar meer elektronica gebruikt. In alles en overal wil men elektronica steken. Denk bijvoorbeeld maar aan RFID-tags, een soort elektronische etiketten die op goederen kunnen worden aangebracht en die het mogelijk maken om de goederen van op afstand op te volgen door middel van radiofrequentie. Ze zouden bijvoorbeeld de barcodes op de producten in de supermarkt kunnen vervangen. Iedereen kent wel het probleem van het lang aanschuiven aan de kassa in de supermarkt omdat de barcode niet altijd goed te scannen is. Met RFID-tags zou de automatische kassa realiteit worden. Zo zou ook de inventaris in een opslagruimte heel gemakkelijk kunnen worden bijgehouden doordat alle palletten gescand kunnen worden zonder dat de code direct zichtbaar moet zijn. Maar vooraleer dit in productie zal genomen worden, moet de prijs van de RFIDtags nog enorm dalen. Nu bedraagt de kostprijs voor de eenvoudigste tag nog 25 tot 45 eurocent. Je kan je voorstellen dat dit veel te hoog is om bv. op een klein pakje snoep aan te brengen. Daarom wordt er gezocht naar methodes om elektronica op een goedkopere manier te gaan produceren. RFID-tags moeten eigenlijk bijna gratis zijn. Met de traditionele siliciumtechnologie (standaard chiptechnologie) zal dit echter nooit mogelijk worden. Nieuwe technieken zoals de plastic elektronica lijken echter soelaas te brengen. En hier zouden de drukkers een rol kunnen spelen. Drukkerijen en elektronica lijken totaal verschillende werelden. Hoe zal er elektronica van de drukpersen kunnen rollen? Eddy Hagen: De elektronicasector en de grafische sector zijn eigenlijk met hetzelfde bezig. We reproduceren nl. patronen op een gestandaardiseerde manier. Toevallig zijn in onze sector de patronen visueel waarneembaar, leesbaar. In de elektronicasector zijn ze gewoon veel kleiner. Er zijn ook kwaliteitsverschillen die meespelen maar nu al kunnen we een kwaliteit garanderen die grenst aan het visueel waarneembare. We kunnen reproduceren op een heel goedkope manier en zijn ook heel flexibel want de patronen worden iedere keer op maat gemaakt. Nu gaan we zien of de twee sectoren rijp zijn voor een huwelijk. We zullen onderzoeken of er van de


Drukken van een vaste stof met inkjet printing.

Eddy Hagen, Manager Training & Trendwatch VIGC.

geleidende polymeren een drukinkt kan gemaakt worden die via één of ander proces op een kwaliteitsvolle manier kan overgebracht worden op een substraat. Als we dat kunnen realiseren, dan opent er zich een heel nieuwe wereld van spotgoedkope elektronica. Zullen de traditionele druktechnieken dan kunnen gebruikt worden? Eddy Hagen: Verschillende bedrijven en onderzoeksinstellingen hebben reeds heel wat onderzoek en haalbaarheidstesten verricht. De meeste onderzoeken waren op dit moment gericht op inkjet, zeefdruk en flexo. Ze gebruiken een druktechnologie zoals inkjet om daarmee één stap in het volledige productieproces te doen. Het zou veel zinvoller zijn, moest de ganse productie in slechts één proces kunnen gebeuren. De reden voor inkjet is de beschikbaarheid van de technologie. Een inkjetprinter kost amper 100 euro dus de investeringskost is miniem. Een offsetdrukpers kost natuurlijk wel veel meer maar met offset kan wel de beste kwaliteit gerealiseerd worden. Bij inkjet moet men ook nog de afweging maken tussen hoge kwaliteit aan lage druksnelheid of lage kwaliteit aan hoge snelheid. Maar kwaliteit is nu eenmaal een absolute must bij elektronica dus zal de snelheid altijd relatief laag blijven wanneer men inkjet gebruikt. Maar die snelheid moeten we wel met een korreltje zout nemen. De elektronicasector en de grafische sector hebben een ietwat ander besef van snelheid. Wanneer een drukker denkt aan hoge snelheid, dan ziet hij een aantal lopende meters papier per seconde door zijn drukpers vliegen. In de elektronicasector zijn het aantal vierkante meters per uur zeer laag in drukkersnormen. Een leuke uitdaging wordt dus drukkers en elektronici dezelfde taal laten spreken (glimlach). Zeefdruk is interessant aangezien het een heel goedkope techniek is maar in de elektronica moet men zeer fijne rechte lijnen kunnen drukken waarvoor er dus een zeer fijne zeef nodig is. Dit lijkt me moeilijk te realiseren. Flexo is een hoogdrukprincipe vergelijkbaar met een stempel. Het laat toe om op alle mogelijke substraten te drukken, wat de techniek interessant maakt. Flexo wordt nu bvb. gebruikt voor het drukken van voedingszakken zoals chipverpakkingen. Het heeft een heel hoge flexibiliteit. Hebben jullie al een idee welke druktechniek het zal winnen? Eddy Hagen: We hebben een aanvraag ingediend bij het IWT voor een SBO- (strategisch basisonderzoek) project om aan te tonen dat we net zoals we een brochure drukken, we in één proces de volledige elektronica kunnen drukken. Wij zullen ons focussen op offset omdat de andere allemaal druktechnische problemen hebben naar de elektronica toe. Ze hebben allemaal problemen om fijne rechte lijnen te drukken en elektronica is nu eenmaal een combinatie van rechte lijnen. Bij zeefdruk blijft de structuur van de zeef achter, bij inkjet bestaat de begrenzing van de lijn uit bolletjes en bij flexo krijg je een slechte inktverdeling. Betekent dit dat de elektronica van een standaard offsetdrukpers zal rollen in een gewone drukkerij? Eddy Hagen: We gaan vertrekken van bestaande apparatuur omdat we in een eerste fase moeten aantonen dat het gaat lukken. Alles in de grafische sector is afgestemd op het visueel

waarneembare. Nu moeten we een stap verder zetten nl. een bruikbare structuurgrootte voor de elektronica. Zo zullen de drukplaten patronen met een breedte van amper vijf micrometer moeten aankunnen. We moeten ook zien of alle materialen die we willen gaan drukken wel effectief gedrukt kunnen worden. Als deze uitdagingen opgelost zijn, dan moeten we onderzoeken of de bestaande drukapparatuur moet aangepast worden. Zo voorzien we al dat de controlemechanismen uitgebreider gaan moeten zijn. Een visuele controletechniek om te zien of de verschillende lagen perfect op mekaar liggen zal niet meer voldoende zijn. Een hoge resolutiecamera zal waarschijnlijk nodig zijn. In een laatste fase gaan we moeten onderzoeken wat dit in het dagdagelijkse productieproces gaat betekenen. We verwachten aanpassingen in kwaliteitsbeheersing, trillingen van de drukpersen, … maar de drukkerij zal ook properder moeten worden. Een stofvrije ruimte of cleanroom waarin traditioneel chips geproduceerd worden, zal niet nodig zijn voor deze toepassingen omdat de afmetingen niet zo klein zijn als bij geavanceerde chips en het zijn ook heel eenvoudige patronen die zullen gedrukt worden. Het voorbeeld van RFID-tags werd al aangehaald. Zijn er nog andere toepassingen? Eddy Hagen: RFID-tags zullen in ons project gebruikt worden om de haalbaarheid aan te tonen. Ze hebben een enorm potentieel in de logistieke sector, zoals in de distributiesector, supermarkten … Een mooi voorbeeld is ook de luchtvaart. Zo deed KLM deze zomer reeds een test met RFID-tags om bagage beter te tracen. Maar RFID is slechts één voorbeeld van de spotgoedkope elektronica die mogelijk zal worden. Zo zullen er sensoren kunnen gemaakt worden voor voedselveiligheid, beveiligd drukwerk zoals bankbriefjes, aandelen, waardepapieren, medische dossiers. Ook wegwerpbare elektronica wordt realiteit. In plaats van een nieuwe gsm-kaart te kopen, zal je misschien een wegwerp-gsm kopen. Ook grote displays met lage kwaliteit om bv. aankondigingen in supermarkten te doen, zullen met deze techniek gerealiseerd kunnen worden. Zal de elektronische krant dan toch doorbreken? Eddy Hagen: Ik zie dit de eerste 15 à 20 jaar nog niet gebeuren. Leesbaarheid is nog altijd een probleem alhoewel we al een grote stap vooruit zijn met de reflectieve displays. Maar we mogen het emotionele aspect van papier niet uit het oog verliezen. Wat is er nu plezanter dan een boek of krant in bad te lezen? Ik zie me dit nog niet direct doen met een elektronische krant (elektriciteit en water, daar stel ik me toch wel vragen bij). Misschien zal de jonge generatie die van jongs af aan opgegroeid is met beeldschermen hier sneller open voor staan. Zijn de drukkers vragende partij om elektronica te drukken? Eddy Hagen: Vanuit technologisch aspect is het een interessante marktniche maar de vraag is nog of de elektronica effectief in een drukkerij zal gemaakt worden. De leverancier van de rest van de RFID-tags zou kunnen drukken of ook de verpakkingsbedrijven. Het zal een ver van mijn bedshow blijven voor het merendeel van drukkerijen. Maar we zijn ervan overtuigd dat het drukken van plastic elektronica zal lukken en een heel grote markt zal openen.

9.


NETWERKEN IN VLAANDEREN

Gyroscoop: sensor om hoeksnelheid te meten.

Flanders’ DRIVE, IMEC en Agoria Vlaanderen brengen de Vlaamse voertuigelektronica in kaart Heel wat elektronica- en voertuigexpertise is versnipperd over het kleine Vlaamse landschap. De uitdagingen voor de toeleveranciers van de voertuigindustrie worden echter alsmaar groter. Tijd om de koppen bij mekaar te steken en expertise te bundelen in de voertuigelektronica. Flanders’ DRIVE, IMEC en Agoria Vlaanderen zetten de eerste stappen met een studie over de noden en competenties in de Vlaamse voertuigelektronica.

Voertuigelektronica: een opportuniteit en uitdaging Op ontelbare plaatsen in je comfortabele vierwieler zorgt elektronica ongemerkt voor veiligheid, comfort en rijplezier. De aandrijving, schokdempers, remmen, airbags tot zelfs autozetels … worden elektronisch geregeld. Maar ook navigatie- en communicatiesystemen, dvd-spelers en videospelletjes zijn binnenkort niet meer weg te denken uit de wagen. Voor de toeleveranciers van de voertuigindustrie is deze snelle evolutie een grote opportuniteit maar tegelijk ook een enorme uitdaging. De sector heeft reeds te kampen met hoge concurrentie, lage winstmarges en hoge kwaliteitseisen, waarbij bovendien de time-to-market blijft afnemen. De toeleveranciers krijgen daarnaast meer en meer verantwoordelijkheid voor hun productontwikkelingen, die door de hoge verwachtingen van de man in de straat en de mogelijkheden van de elektronica, alsmaar complexer worden. Een echte uitdaging waar Flanders’ DRIVE, IMEC en Agoria Vlaanderen een handje willen aan toesteken. Mechanica en elektronica hand in hand Flanders’ DRIVE is sedert zijn oprichting actief in het ondersteunen van de Vlaamse voertuigindustrie bij de technologische uitdagingen om nieuwe producten te ontwikkelen. De nadruk ligt bij het mechanisch ontwerp van het product. Met de huidige evolutie van de voertuigen moeten leveranciers van mechanische producten echter ook elektronica integreren. Doen ze dit niet, dan zullen ze hun concurrentiepositie verliezen aan bedrijven die wel complete systemen kunnen leveren. Het combineren van kennis en technologie dringt zich dus op. De leden van Flanders’ DRIVE hebben dan ook nood aan ondersteuning in de voertuigelektronica. Een brainstorming met een aantal representatieve spelers uit de voertuig- en elektronicaindustrie, bracht ook heel wat raakpunten en opportuniteiten aan het licht. Verschillende bedrijven zijn actief in dezelfde domeinen 10.

van elektronica, maar op een ander niveau in de waardeketen of op een ander integratieniveau. Samenwerking, gezamenlijke technologische ontwikkelingen of het louter delen van intellectuele eigendommen zullen bedrijven in staat stellen om externe technologie te gebruiken en zo hun technologische positie te verstevigen. Het project: stap naar een nieuw samenwerkingsverband in Vlaanderen Via een thematisch innovatiestimulerings(TIS)-project, gesubsidieerd door het IWT (Instituut voor de aanmoediging van Innovatie door Wetenschap en Technologie in Vlaanderen), onderzoeken Flanders’DRIVE en IMEC de nood van de toeleveranciers aan elektronica-expertise om hun innovaties te kunnen realiseren. Hiertoe brengen ze de technologische trends in de voertuigelektronica, de kennis in Vlaanderen, en de noden en competenties van de Vlaamse productontwikkelaars in de voertuigindustrie in kaart. Bedrijven uit de sector sturen de studie. Om interactiviteit te verzekeren en netwerking op gang te zetten, worden de resultaten tijdens de loop van de studie regelmatig meegedeeld via workshops en seminaries. Een 80-tal bedrijven (waarvan de helft KMO’s zijn) en een 10-tal kenniscentra, onderzoeksinstellingen en samenwerkingsverbanden zullen ondervraagd worden. Inzicht in de technologische trends zal verworven worden door o.a. enquêtes bij internationale spelers zoals Delphi, Visteon, Siemens VDO, Bosch enz. alsook OEM’s. Beter inzicht in de noden en competenties kan de onderlinge samenwerking tussen toeleveranciers bevorderen. Op basis van de resultaten zal onderzocht worden of het opzetten van een structureel samenwerkingsverband bv. via een uitbreiding van Flanders’ DRIVE een aantal van de gezamenlijke noden kan afdekken.

Voor meer informatie kunt u terecht bij: Peter.Raeymaekers@imec.be, Renilde.Craps@flandersdrive.bem


EEN GREEP UIT IMEC’S DIENSTENPAKKET

Reinigingstechnieken en contaminatiecontrole uit de micro-elektronica ten dienste van uw bedrijf Het verwijderen en vermijden van onzuiverheden is cruciaal in een brede waaier productieprocessen. IMEC stelt daarom zijn kennis in reinigingstechnieken en contaminatiecontrole ter beschikking van andere sectoren dan de micro-elektronica. Een groot aantal sectoren wordt in toenemende mate geconfronteerd met strengere zuiverheidseisen voor producten en processen. Denk maar aan de farma- en de voedingssector waarin zuiverheid van primordiaal belang is. Maar ook de chemische industrie, optica, … hebben meer en meer te kampen met moeilijkheden voor het verwijderen en vermijden van onzuiverheden. Sedert de geboorte van de chip eind jaren 50 is de microelektronica industrie op zoek gegaan naar reinigings- en contaminatiecontroletechnieken. De chipproductieprocessen zijn immers uiterst gevoelig aan bepaalde contaminaties. Vooral de concentratie aan deeltjes en metalen kunnen het resultaat van het productieproces danig verstoren. Het reinigen en controleren van deeltjesverontreinigingen tot op sub-micrometerniveau (zelfs deeltjes met afmetingen van amper 30 nanometer), alsook metaalverontreinigingen tot op ppt(parts per trillion of nanogram per liter)-niveau zijn noodzakelijk om voldoende opbrengst voor de chipproductieprocessen te waarborgen. Als micro-elektronicaonderzoekscentrum heeft IMEC een jarenlange ervaring op het gebied van reiniging en contaminatiecontrole opgebouwd. Deze expertise stelt IMEC nu ter beschikking van andere sectoren naast de micro-elektronicaindustrie. Dit opent de mogelijkheid voor bedrijven die met strenge eisen voor contaminatiecontrole geconfronteerd worden, om gebruik te maken van IMEC’s expertise en technologie. Zo heeft IMEC reeds testen gedaan voor bedrijven in o.a. de kunststofverwerkende industrie die geconfronteerd werden met strengere specificaties van klanten voor hun product. Het ging hierbij over de verpakkings- en distributiesystemen van ultra-zuivere chemicaliën voor de chemische nijverheid. De ervaring en de toestellen die op IMEC aanwezig waren, werden gebruikt zodat de bedrijven in kwestie op korte termijn de specificaties konden halen en waarborgen voor hun klanten, zonder dat er hierbij dure investeringen nodig waren. Afhankelijk van de vraag van bedrijven, tracht IMEC een oplossing te zoeken in functie van de specifieke noden van het bedrijf.

Monitoring van chemicaliën distributiesystemen met de TXRF (total reflection X-ray fluorescent).

Monitoring van chemicaliën distributiesystemen met de AAS (atomic absorption spectroscops).

Voor meer informatie kunt u terecht bij: Marc.Meuris@imec.be

11.


EEN GREEP UIT IMEC-NIEUWS

Drie medewerkers van IMEC’s geassocieerd lab INTEC winnen zilver in de Bizidee ondernemingswedstrijd 19 april 2004 - Aspo-link, het ondernemingsintitatief van IMEC’s geassocieerd lab INTEC aan de Universiteit van Gent, eindigt op de tweede plaats in de algemene categorie van de Bizidee ondernemingswedstrijd. Ronny Bockstaele, Kris Naessens en Bert Luyssaert hebben een systeem ontwikkeld dat datatrasport toelaat via optische verbindingen in computersystemen. Uit verschillende studies blijkt dat Vlaanderen slecht scoort op het vlak van ondernemen. Dit is niet alleen te wijten aan het ongunstige economische klimaat, maar ook aan de negatieve perceptie van ondernemerschap bij het grote publiek. Daarom heeft de Vlaamse overheid sinds vorig jaar haar schouders gezet onder een ondernemingsplanwedstrijd, Bizidee. Aspo-link (application-specific parallel optical links) ontwikkelt en levert systemen voor datatransport over parallelle optische verbindingen in computersystemen. Momenteel worden in computerchips nog steeds elektrische verbindingen gebruikt, maar deze botsen nu reeds aan tegen de grenzen van wat fysisch mogelijk is. Parallelle optische interconnecties, waarbij informatie door middel van licht getransporteerd wordt tussen twee chips, biedt hier de oplossing. Dergelijke optische verbindingen zijn nodig in systemen waarin terra-bit-per-seconde data verwerkt wordt, zoals supercomputers, real-time medische beeldverwerking en machines voor internet data-routing.

IMEC coördineert project voor het opbouwen van een virtueel loket rond karakterisering en structuuranalyse van coatings April 2004 - Met de steun van de Vlaamse regering, via het IWT, start IMEC, samen met Centexbel, Centrum voor Materiaalstudie en Engineering van de Universiteit Gent, Coating Research Institute, Katholieke Universiteit Leuven, Limburgs Universitair Centrum, Universiteit Antwerpen,VITO, Vrije Universiteit Brussel en WTCM, met de opbouw van een virtueel loket om bedrijven een efficiënte toegang te bieden tot expertise, analyseapparatuur en diensten voor karakterisering van coatings. In Vlaanderen is er heel wat expertise en technologie aanwezig voor functionele karakterisering en structuuranalyse van coatings. Toch is het voor bedrijven dikwijls een tijdrovende zoektocht om een geschikte partner te vinden die hun analyseprobleem kan oplossen. Het loket zal een gestructureerde inventaris bevatten van technieken, toestellen en expertise van de verschillende onderzoekslabo’s aan de universiteiten, onderzoekscentra en collectieve centra in Vlaanderen, die ter beschikking staan van bedrijven. Zo zullen bedrijven op een eenvoudige en snelle manier een oplossing kunnen vinden voor hun karakteriserings- of materiaalanalyseprobleem voor coatings of een geschiktere techniek als alternatief voor hun huidige oplossing.

IMEC coördineert project voor het opbouwen van een virtueel loket rond karakterisering en structuuranalyse van coatings Met dit initiatief wonnen de ondernemers een geldprijs van 10.000 euro en behoort hun werk tot de beste ondernemingsplannen van Vlaanderen.

Voor meer informatie kunt u terecht bij: Paul.Six@imec.be

Zeven wereldleiders in chipproductie werken samen met IMEC op toekomstige chipprocestechnologieën 7 mei 2004 - Tijdens de opening van zijn nieuwe stofvrije ruimte of cleanroom kondigt IMEC aan dat zeven van de wereldleiders in chipproductie, Intel, Infineon, Matsushita, Philips, Samsung Electronics, STMicroelectronics en Texas Instruments, een lange termijn samenwerkingsakkoord afgesloten hebben met IMEC. Zij zullen actief samenwerken in IMEC’s onderzoeksprogramma’s voor procestechnologieën voor generaties van chips die vier tot zes jaar vooruit zijn op de huidige geavanceerde technologieën. IMEC’s meest vooruitstrevende onderzoeksprogramma’s voor chipprocestechnologieën zullen gradueel opschuiven van siliciumschijven met een diameter van 200 mm naar 300 mm schijven in IMEC’s nieuwe cleanroom. Diverse akkoorden met toestelbouwers werden reeds afgesloten om de meest recente apparatuur te installeren. IMEC's nieuw nano-elektronicaonderzoekslaboratorium werd plechtig geopend in aanwezigheid van Vlaams minister van wetenschap en technologische innovatie Dirk Van Mechelen, de Belgische minister van economie Fientje Moerman, de Vlaamse minister van economie, buitenlands beleid en e-government Patricia Ceysens, Europees commissaris voor onderzoek Philippe Busquin en ongeveer 160 nationale en internationale partners. Het nieuwe nano-elektronicaonderzoekslaboratorium stelt IMEC in staat zijn positie als topspeler in het nano-onderzoek te handhaven. IMEC’s nieuwe infrastructuur zal de concurrentiepositie van Vlaanderen, België en Europa versterken door de verdere uitbreiding van onze knowhow. Het zal ook een unieke ontmoetingsplaats zijn voor experten van onderzoeksinstellingen, halfgeleiderbedrijven, materiaal- en toestelleveranciers die de handen in elkaar slaan om de toenemende technologische uitdagingen van het nano-elektronicatijdperk aan te gaan. 12.


Chipfabrikant Cypress neemt IMEC spin-off FillFactory over 4 augustus 2004 - De Amerikaanse chipfabrikant Cypress heeft de IMEC spin-off FillFactory, die gespecialiseerde beeldsensoren op de markt brengt, overgenomen Fillfactory zag eind 1999 het levenslicht met elf werknemers en een kapitaal van 4,6 miljoen euro. Het bedrijf focuste vanaf het begin op beeldchips in CMOS-technologie, het chipproductieproces waarbij elektronische functies en optische sensoren op één chip kunnen geïntegreerd worden. Met de technologie van FillFactory kunnen digitale beeldopnames en –verwerking bij hoge snelheid worden gecombineerd met andere toepassingen, zoals datacommunicatie. Voor auto’s maakte FillFactory bv. een sensor waarmee airbags beter reageren op een botsing. Cypress verwacht dat de overname van FillFactory hun verkoop in de markt van mobiele telefoons zal verdubbelen en hun positie in o.a. de digitale camera en automotive markt zal versterken. Het CMOS-productieproces voor beeldsensoren lijkt heel goed op dat van geheugens waardoor FillFactory perfect past bij de fabricageprocessen van Cypress. De Amerikaanse chipfabrikant betaalde 83 miljoen euro voor de beeldsensorspecialist.

Vlaams Instituut voor de Logistiek (VIL) en IMEC sluiten samenwerkingsakkoord voor technologische projecten 26 augustus 2004 - Twee actoren uit het Vlaams innovatienetwerk, het Vlaams Instituut voor de Logistiek en IMEC gaan op permanente basis samenwerken. De samenwerking heeft voornamelijk betrekking op logistieke innovatieprojecten van het VIL met een belangrijk technologisch aspect dat tot het competentiedomein van IMEC behoort. Aan het partnership tussen VIL en IMEC wordt concreet gestalte gegeven in het VIL-project RF-tags. VIL werd ongeveer een jaar geleden opgericht om de competitiviteit van de logistieke sector in Vlaanderen te versterken. Informatie- en communicatietechnologie is dikwijls een belangrijk bestanddeel van veel vernieuwende logistieke concepten. Via deze samenwerking kan het VIL beroep doen op IMEC-kennis en knowhow voor de technologische componenten in hun logistieke projecten. Voor IMEC biedt dit de mogelijkheid om zijn kennis binnen het specifieke marktsegment van de logistiek te transfereren naar de Vlaamse markt. In een eerste gezamenlijk project zal het concept en de toepassingsmogelijkheden van RF-tags geoptimaliseerd worden voor de logistieke sector. RF-tags zijn een soort elektronische etiketten waardoor goederen van op afstand kunnen gevolgd worden. IMEC wordt lid van de stuurgroep van RF-tags die de innovatiestrategie rond RF-tags zal bepalen en zal actief meewerken in onderzoeks- en prototypeprojecten.

VOOR MEER IMEC-NIEUWS: WWW.IMEC.BE/KIOSK/WELKOM.HTML Kodak Pro SLR/n en Pro SLR/c digitale still camera gebaseerd op de X14 CMOS beeldsensorchip van FillFactory.

IMEC en Stichting Roger Van Overstraeten ondersteunen opleiding elektronica 1 september 2004 - IMEC’s micro-elektronicatrainingscentrum MTC en Stichting Roger Van Overstraeten (SRVO) zullen via verschillende initiatieven in het lager en middelbaar onderwijs en in het hoger onderwijs (de lerarenopleiding en de opleidingen voor graduaat elektronica en industrieel ingenieur) de opleiding elektronica boeiender, uitdagender en aantrekkelijker maken. Het project wordt gesteund door het Europees Sociaal Fonds (ESF) dat de optimale benutting van het menselijk potentieel beoogt. Begin 2004 lanceerde het ESF een oproep naar “voortrekkersbedrijven” die zich engageren om in nauwe samenwerking met technische scholen te bouwen aan de herwaardering van technische en technologische beroepen met een tekort aan beroepsbeoefenaars. IMEC’s micro-elektronica trainingscentrum, MTC, te samen met Stichting Roger Van Overstraeten, starten op 1 september met steun van het ESF een project om jongeren te motiveren om voor technologie te kiezen als studierichting. Adviserende partners in het project zijn Barco en Alcatel. Het project loopt over 2 jaar en omvat verschillende initiatieven: • Leerkrachten basisonderwijs binnen het vak wereldoriëntatie introduceren in de micro-elektronica en haar toepassingen. Dit zal op een motiverende manier gebeuren zodat ze bereid zijn om na een periode van intense begeleiding zelf verder aan het traject te werken. • Een proefproject met studenten in de lerarenopleiding om hen materiaal en kennis aan te reiken waarmee ze na hun studie op een enthousiaste manier les kunnen geven over micro-elektronica en haar toepassingen. • Leerkrachten TSO verder ondersteunen bij het introduceren van moderne ontwerptechnieken van digitale schakelingen zoals die momenteel in bedrijven worden gebruikt. • Praktische ondersteuning van labo’s aan de hogescholen voor de graduVoor meer informatie kunt u terecht bij: aats- én ingenieursopleidingen richting elektronica Bart.DeMey@imec.be

13.


INDUSTRIE DOORGELICHT

Ultra-breed communiceren Kabels zijn voorgoed verleden tijd. Weg met het snoer dat telefoon verbindt met modem, weg met de draden die allerlei randapparatuur connecteren met je multimediacomputer. De magische remedie heet ‘draadloze communicatie’. In de intelligente omgeving die we allemaal beginnen te ondergaan, is ‘draadloos’ de boodschap. Het is begonnen met satellietcommunicatie, daarna kwamen de mobiele telefoons in auto’s, gevolgd door het megasucces van de gsm en ietwat minder bekend, de DECT draadloze huistelefoon. Intussen staat 3G mobiele telefonie voor de deur, met ongekende mogelijkheden op het vlak van multimediacommunicatie. De volgende stap is nu aan de beurt: dingen die onderling communiceren, ook draadloos. Begonnen met infraroodsignalen, wordt korte-afstands draadloze communicatie nu overgenomen door hoog-frequente microgolven, zoals Bluetooth (2.4 GHz). De hoeveelheid data die per seconde overgestuurd wordt, is relatief beperkt. Maar dat is niet erg, want voor tal van toepassingen is slechts een beperkte gegevensstroom nodig, denken we maar aan monitoring, sensornetwerken, lokalisatie, sturing van apparaten, enz. Een veelbelovende technologie op het vlak van draadloze communicatie die uitermate geschikt is voor beperkte gegevensstromen is ultra-breedband technologie, ultra wide band, of UWB. Bij UWB wordt het communicatiesignaal gespreid over een brede band in het frequentiespectrum, tussen 3 en 10 GHz. Hierdoor kunnen hoge datasnelheden gehaald worden zonder al te veel vermogen te verbruiken, of omgekeerd uitgedrukt, ze kunnen onder ultra-laag vermogen opereren bij lage datasnelheden. En nu wordt het echt interessant. Laag vermogenverbruik is een absolute must voor mobiele toepassingen waar batterijen onontbeerlijk zijn, en zeker waar ze moeilijk kunnen vervangen worden. Zoals bij toestelletjes die in of aan het lichaam gebruikt worden, in een body-area netwerk. In de militaire wereld denkt men aan draadloze sensornetwerken voor op het slagveld, intelligente slagvelden waarin de sensoren via UWB allerlei informatie doorsturen. Militairen zijn erg geïnteresseerd in UWB vanwege de inherente robuustheid, de moeilijk te verstoren signalen (dankzij de spreidingstechniek over een grote bandbreedte), en de lokalisatiemogelijkheden van de technologie, tot 1 cm nauwkeurig over honderden meters! Ondanks al deze toepassingen is de UWB-markt vandaag nog quasi onbestaande in de totale markt voor draadloze communicatie. Analisten schatten dat in 2007 een 100 miljoen UWB-chipsets zullen verkocht worden, goed voor 1 miljard dollar omzet (Ter vergelijking: de wereldwijde chipmarkt voor draadloze communicatie bedroeg vorig jaar meer dan 14 miljard dollar!). Het aandeel voor lage datasnelheden wordt hierin geschat op een paar procent, m.a.w. een 2-tal miljoen chipsets in 2007. Hierin werd uitgegaan van de verwachting dat body-area netwerken in 2007 nog niet in grote volumes op de markt gekomen zijn. De markt is nochtans potentieel enorm: 6 miljard mensen en een tiental sensoren per persoon. Natuurlijk zal slechts een fractie van de wereldbevolking de komende jaren een body-area netwerk krijgen/aanschaffen. Maar die fractie zal snel toenemen door de snelle stijging van de belangrijke primaire doelgroepen, nl. bejaarden en sporters, door de algemene evolutie naar toenemende – vaak persoonlijke - monitoring van de gezondheid, door het toenemend belang aan het comfort van patiënten (mobiel en zelfstandig), enz. Bovendien zal een maatschappelijke adoptie van dergelijke netwerken ook een doorslaggevende rol spelen voor een al dan niet massale aanwending. De industrie heeft ondertussen niet stilgezeten. UWB heeft vandaag al tal van toepassingen in nichemarkten. Een markant voorbeeld is Time Domain, dat met zijn product RadarVision beeldvorming kan doen doorheen een muur! Toepassingen zijn terug te vinden in brandbestrijding (lokalisatie van mensen in een brandend gebouw) en misdaadbestrijding. Is de technologie klaar voor gebruik? Ja, maar… Eerste “maar” is de standaard. Zolang de standaardisatieaspecten (de IEEE 802.15.4a om precies te zijn) niet uitgeklaard en afgesproken zijn, kan massale aanwending van lage-snelheids UWB niet echt doorbreken. Bovendien stelt UWB ook technische eisen op het vlak van RF-systemen, laag-vermogen frontends, antenne-integratie, enz., die vandaag nog niet optimaal kunnen geïmplementeerd worden. Voor body-area netwerken zijn de eisen nog wat strenger: ultra-laag vermogen draadloze communicatie moet goedkoop zijn, klein, weinig vermogen verbruiken, veilig zijn, enz. Eén ding staat vast, UWB komt er, en zeker voor lage vermogens. Omdat de potentiële markten zo massaal groot zijn. En omdat de toepassingsmogelijkheden virtueel oneindig zijn. Immers, we leven allemaal in de connected world. Mis de kans niet.

Jan Wauters, corporate marketing

14.


AGENDA

Agenda MTC-trainingsprogramma • Hoe code schrijven voor zeer performante multimediatoepassingen die weinig vermogen verbruiken 20-24 september 2004.

• De integratie van embedded systemen 19 oktober 2004

• Adhesie: wetenschap en technologie

• Inleidende cursus: bescherming van intellectuele eigendom 15 november 2004

• Laagvermogen draadloze communicatie, vanuit een technologisch perspectief 7 december 2004

4-5 november 2004

Cursus RF-MEMS De toepassing van micro-elektromechanische systemen (MEMS) in RF en microgolfelektronica zal binnenkort een revolutie veroorzaken in de wereld van draadloze communicatie. Vooral door het gebruik van RF-MEMS zullen draadloze handsets, basisstations en satellieten minder vermogen verbruiken en herconfigureerbaar worden waardoor hun functionaliteit en performantie verbetert. Deze cursus zal een uitgebreid overzicht geven van de meest recente toepassingen van MEMS-technologie in RF-systemen en circuits. Doel van de cursus:

Doelpubliek :

Wanneer:

• Informeren over RF-MEMS-productieprocessen, systemen, circuits, verpakking, betrouwbaarheid en CAD (computer aided design); • Toepassen van RF-MEMS-technologie om betere draadloze systemen te maken; • Evaluatie van RF-MEMS-systemen en technologieën naargelang de toepassing, specificaties en kost; • Identificeren van opportuniteiten voor het implementeren van RF-MEMS in draadloze toepassingen. Studenten, chip- en MEMS-procesingenieurs, circuit- en systeemontwerpers, fabrikanten, wetenschappers, marketing en business development managers, en leidinggevende personen geïnteresseerd in de studie, onderzoek en ontwikkeling of fabricatie van draadloze componenten en systemen, waaronder RF geïntegreerde circuits, microgolf en instrumentatiesystemen voor zowel de commerciële als defensiemarkt. 24 – 26 november 2004

Voor meer informatie over het volledige MTC-trainingsprogramma en de vrijdagseminaries (11u. en 14u.): www.imec.be/mtc.

IMEC op TV – Stem af op Innoveer IMEC werkt mee aan Innoveer! op Kanaal Z, een initiatief van de Vlaamse Overheid (Innovatiebeleid) en Agoria Vlaanderen. In deze reeks van 10 tv-programma’s wordt de kijker geïnformeerd over innovatie en ondernemen in Vlaanderen. Op 11 september 2004 is de reeks al aan zijn zesde aflevering toe met als thema “slim én schoon – Vlaamse milieu- en energietechnologie”. IMEC belicht in deze aflevering zijn productietechniek voor zonnecellen met contacten achteraan. Dit is een verbetering ten opzichte van conventionele zonnecellen vanuit esthetisch standpunt, maar tegelijk laat de technologie ook toe om zonnecellen met een hoger rendement te maken en dit tegen een lagere productiekost. Heb je deze aflevering gemist? De uitzending wordt herhaald op 26 september 2004 en op www.innoveer.tv kan je alles nog eens rustig bekijken.

Voor meer informatie: www.innoveer.tv

vervolg AGENDA >>

15.


AGENDA (vervolg)

Annual Research Review Meeting 12 – 14 oktober 2004 – Tijdens IMEC’s internationaal netwerking evenement ARRM wordt elk jaar een overzicht gegeven van de belangrijkste onderzoeksresultaten van het voorbije jaar en de strategieën voor de toekomst. Nieuw ARRM-editie 2004: • Ter ere van IMEC’s 20ste verjaardag wordt ARRM dit jaar in een feestelijk kleedje gestoken met een ‘plechtige’

opening in IMEC, op 12 oktober. • Topspelers uit de micro-elektronicaindustrie geven hun visie op de toekomst van de halfgeleiderindustrie en de uitdagingen om de groei van deze sector te garanderen (13 oktober) • Business IP Forum: forum over het omgaan met intellectuele eigendom (IP) in een industrie waar het delen van IP noodzakelijk wordt om te overleven (14 oktober)

Uiteenzettingen en demonstraties zullen traditioneel doorgaan in de Brabanthal in Haasrode (Leuven) op 13 en 14 oktober. Het programma kan je raadplegen op www.arrm.be.

Visionair Seminarie ‘Smart Aging’ De cyclus visionaire seminaries, een organisatie van IMEC in samenwerking met Leuven.Inc, sensibiliseert een breed publiek over nieuwe technologieën die onze leefwereld de komende jaren meer en meer zullen bepalen. U bent van harte welkom op het volgende visionair seminarie: 14 oktober 2004 – Smart aging: uitdaging en opportuniteit voor nieuwe technologieën De laatste tien jaar is het aantal studies waarin de effecten van vergrijzing worden bekeken nauwelijks te tellen. De vergrijzing van de bevolking stelt de samenleving voor belangrijke uitdagingen op sociaal, economisch, technolo-

gisch en medisch vlak. De belangrijkste sector die hierbij onder druk zal komen te staan, is de zorgsector. Naast een tekort aan zorgpersoneel, zal tevens door de integratie van technologie en nieuwe medische toepassingen de kostprijs van de zorgsector omhoog gaan. Hierdoor dient er een kostenbesparing en tegelijkertijd productieverhoging te worden gerealiseerd. Dit kan door machines, sensoren en monitoringsystemen te gebruiken in de gezondheidszorg, zodat patiënten langer thuis kunnen blijven. De opkomst van nieuwe technologieën zal hierbij een grote rol spelen. Sprekers uit verschillende invalshoeken gaan tijdens het seminarie in op de uitdagingen en opportuniteiten.

Bezoek www.imec.be/kiosk/Welkom.html of www.leuveninc.com voor meer inlichtingen

IMEC’s Vlaamse Bedrijvendag 7 december 2004 – IMEC organiseert voor de 8ste maal zijn Vlaamse Bedrijvendag waarop bedrijven kennis kunnen maken met IMEC en zijn onderzoek. Dit keer staat de IVB in het teken van technologie en welzijn, met de nadruk op micro-elektromechanische systemen (MEMS), verpakkingstechnologie en draadloze communicatie voor

medische toepassingen. Op het programma staan lezingen en een paneldiscussie. Maar ook tijdens het wandelbuffet kan verder gebrainstormd en gediscussieerd worden of gewoon gezellig gegeten met IMEC-onderzoekers en collega’s uit andere bedrijven. Het ideale recept om nieuwe ideeën op te doen.

Surf naar www.imec.be/ivb voor meer informatie.

TechWatch Seminarie ‘Telemetrie’ Als aanvulling op de Visionaire Seminaries, die de technologische trends op lange termijn behandelen, organiseert IMEC sinds begin 2004 ook TechWatch Seminaries, met de nadruk op technologieën die zeer dicht staan bij markttoepassingen. Januari 2005 –Telemetrie Draadloze compacte modules waarmee de omgeving van op afstand kan gecontroleerd worden, kennen zeer diverse toepassingen gaande van thuiszorg tot het bestuderen van het milieu via satelliet. De monitoringsystemen leveren een beter inzicht in de industriële processen en laten een 16.

doorgedreven automatisering toe. Tijdens dit derde TechWatch Seminarie zullen de evoluties op het vlak van remote monitoring en telemetrie besproken worden en zal de stap worden gezet naar toepassingsdomeinen zoals de telematica, domotica en immotica, beveiliging, automotive en logistiek. IMEC zal met zijn expertise op het gebied van draadloze communicatie, de evoluties in laag-vermogen datatransmissie, breedbandcommunicatie en sensornetwerken belichten. In combinatie met de ervaringen van gastsprekers zal dit seminarie een aantal concrete toepassingen voorstellen.

Meer info over de TechWatch seminaries op www.imec.be/TechWatch

imec InterConnect 17 (september 2004)  

'InterConnect' is de communicatielink tussen imec en Vlaamse bedrijven. Het viermaandelijkse (gratis) magazine laat bedrijven en imec-onder...

Advertisement