Issuu on Google+

Welke mogelijkheden ziet het MKB uit de AgriFood sector in Noord-Nederland om deel te nemen aan clusters en aan te sluiten op pps-en?

Resultaten kwalitatief marktonderzoek voor de topsector AgriFood ten behoeve van het programma MKB en regionale dynamiek


resultaten marktonderzoek

Welke mogelijkheden ziet het MKB uit de AgriFood sector in Noord-Nederland om deel te nemen aan clusters en aan te sluiten op pps-en?

Resultaten kwalitatief marktonderzoek voor de topsector AgriFood ten behoeve van het programma MKB en regionale dynamiek mei 2013

TCNN MKB AgriFood onderzoek Auteur ir. SV van Gend TechnologieCentrum Noord-Nederland Paterswoldseweg 810 9728 BM Groningen KvK 02062823 T 050 - 575 28 26 E saskiavangend@tcnn.nl I www.tcnn.nl


inhoudsopgave

Samenvatting 04 1. Inleiding 06 Aanleiding 06 Doel & Doelgroep 06 Methode 07

2. Onderzoeksresultaten 08

Meerderheid doet zelf aan R&D

08

Deelname aan clusters en netwerkorganisaties

08

Aansluiting op Publiek-Private Samenwerking

11

Meerderheid bekend met topsectoren 16 Aandachtspunten 18

3. Conclusies en Aanbevelingen 20 Deelname aan netwerkorganisaties 20

Aansluiting op publiek-private samenwerkingsverbanden

22


samenvatting

&

Ter ondersteuning van het topsectorenbeleid wordt in elke regio clustervorming gestimuleerd op het gebied van AgriFood. Het MKB wordt de mogelijkheid geboden om aan te sluiten op publiek-private samenwerking (pps), maar het lijkt er echter op dat het MKB hieraan (bijna) niet deelneemt. In het kader van het MKB pro-

foodsector zijn er al veel en

gramma en regionale dynamiek

ondernemers raken het over-

van de topsector AgriFood heeft

zicht kwijt. De meningen van de

TechnologieCentrum Noord Ne-

ondervraagden over de opzet

derland (TCNN) een kwalitatief

van nieuwe clusters in de Agri-

marktonderzoek uitgevoerd, ge-

Foodsector zijn verdeeld. Voor

financierd door het ministerie

de food-ondernemers lijkt het

van EZ. Het doel was om inzicht

niet nodig om nog meer clus-

te krijgen in welke mogelijkhe-

ters in deze sector op te zet-

den het MKB uit AgriFood in

ten, op een enkeling na. Voor

Noord-Nederland ziet om deel

de Agri-ondernemers daaren-

te nemen aan clusters en aan te

tegen is geen eenduidige con-

sluiten op pps-en. In de periode

clusie te trekken. Sommigen

december 2012 – mei 2013 zijn

staan er open voor en ande-

22 interviews afgenomen bij

ren niet. Wel werkt een aantal

ondernemers en ervaringsdes-

ondernemers uit de AgriFood-

kundigen.

sector al samen met andere bedrijven, al dan niet in de keten.

Dit onderzoek laat zien dat

Deze samenwerking heeft ech-

er een grote variatie bestaat

ter geen specifieke naam.

in bekende clusters en netwerkorganisaties. Vooral in de

MKB verdeeld over deel- 04 -

name aan clusters


Om het MKB te laten aansluiten op pu-

Te denken valt aan:

bliek-private samenwerkingsverbanden, zal

Bedrijfsvraag centraal stellen.

eerst duidelijk gecommuniceerd moeten wor-

Lagere financiële drempels hanteren.

den wat het is en wat het voor het MKB kan

Betere toegang tot kennis verlenen idea-

betekenen. Dit onderzoek laat zien dat er een grote verdeeldheid bestaat in kennis over en

liter inclusief economische haalbaarheid. •

Goede organisatie van het project in-

verwachtingen van pps-en. De belemmering-

clusief het van te voren benoemen wat

en die gezien worden komen overeen met de

de output is en wat het waard is, zodat

verwachtingen die men heeft. De fundamen-

de opbrengst van het onderzoek goed

tele en langdurige opzet met zowel financiële

wordt verdeeld tussen partijen onderling.

als procedurele drempels, waarbij het onderzoek niet specifiek genoeg is en men twijfelt of

In aangepaste vorm zou een aantal onderne-

het resultaat wel toepasbaar is in het bedrijf,

mers wel willen meewerken aan een pps. Er

vormen een deel van de geziene belemmerin-

moet dan wel een marktpotentie zijn.

gen. Daarnaast heeft een aantal ondernemers het gevoel dat er al heel veel kennis is die niet altijd publiek toegankelijk is, waardoor het MKB opnieuw het wiel moet uitvinden. Dé oplossing om MKB-ers meer te laten aansluiten op pps-en bestaat niet. Zelf geven ondernemers diverse mogelijkheden om de genoemde belemmeringen weg te nemen. De vorm van het pps zou dan in elk geval aangepast moeten worden en meer moeten aansluiten op het MKB.

MKB ziet veel belemmeringen om aan te sluiten op pps, maar komt ook met oplos-

- 05 -

singen


inleiding

1.

Aanleiding Ter ondersteuning van het

Om meer inzicht te krijgen

topsectorenbeleid

in

in de belemmeringen die het

elke regio clustervorming ge-

MKB in Noord Nederland er-

stimuleerd op het gebied van

vaart, heeft de topsector Agri-

AgriFood. Het MKB wordt de

Food ten behoeve van het

mogelijkheid

om

programma MKB en regionale

aan te sluiten op publiek-pri-

dynamiek deze onderzoeksvra-

vate samenwerking (pps), de

gen neergelegd bij Technolo-

zogenaamde langdurige on-

gieCentrum Noord Nederland

derzoekstrajecten. Het lijkt er

(TCNN). Het ministerie van EZ

echter op dat het MKB hieraan

heeft dit onderzoek gefinan-

(bijna) niet deelneemt. Onder-

cierd. Met deze resultaten kan

zoeksvragen die dan opkomen

worden nagegaan welke stap-

zijn: wat zouden mogelijke re-

pen het Rijk cq. de regio moet

denen kunnen zijn voor het

nemen om het MKB beter te

MKB om hieraan niet deel te

laten aansluiten op het beleid

nemen, wat verwacht het MKB

van de Topsector AgriFood.

wordt

geboden

eigenlijk van dit soort projecten en wil het MKB 端berhaupt wel aansluiten op clusters/netwerken.

- 06 -


Doel & doelgroep

Het kwalitatief onderzoek vond plaats in de periode van december 2012 tot en met mei 2013.

Het doel van het onderzoek is om inzicht te krijgen in welke mogelijkheden het MKB uit de AgriFoodsector in Noord-Nederland ziet om deel te nemen aan clusters en aan te sluiten op pps-en.

In totaal zijn er tweeĂŤntwintig interviews afgenomen bij negen ondernemers uit de Agri-sector, tien ondernemers uit de foodsector en drie ervaringsdeskundigen. Tussentijds is er nog overleg geweest met de opdrachtgever.

Tot de doelgroep behoren ondernemers van MKB-bedrijven uit de AgriFoodsector in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe. Dit zijn zowel bedrijven met een grote R&D-afdeling als bedrijven met een kleine of geen R&D-afdeling. Ook ervaringsdeskundigen behoren tot de doelgroep.

Methode TCNN heeft samen met hogeschool Van Hall Larenstein het kwalitatief onderzoek uitgevoerd. Interviews zijn zoveel mogelijk face-to-face en telefonisch afgenomen en enkele zijn schriftelijk afgenomen. Beide organisaties hebben hun eigen contacten gebruikt voor het vinden van ondernemers en ervaringsdeskundigen.

- 07 -


onderzoeksresultaten

2.

Meerderheid doet zelf aan R&D Meer dan de helft van de on-

derzoek of alleen in opdracht.

dervraagden doet grotendeels

In dit onderzoek komt niet naar

zelf aan R&D en dan vooral toe-

voren dat bepaalde type orga-

gepast onderzoek. Soms beste-

nisaties sneller uitbesteden dan

den ze het uit. Daarnaast is er

andere. Wel zijn het met name

een groep die het onderzoek

de wat grotere MKB-bedrijven

zowel uitbesteedt als zelf doet.

die zelf aan R&D doen.

Een enkeling doet niet aan on-

Deelname netwerkorganisaties Bijna alle ondervraagden ken-

hetgeen deels te verklaren is

nen ĂŠĂŠn of meerdere clusters

door de benaderde doelgroep.

of

Een

Ook worden IFFI, HANNN en

enkeling weet het niet en geeft

Food Connection Point door

aan dat het helemaal niet trans-

meerdere partijen genoemd.

parant is welke er allemaal zijn.

Bij de Agri-ondernemers is het

Een aantal ondernemers werkt

meer diffuus, wat logisch is

wel samen met andere bedrij-

gezien de achtergrond van de

ven, maar geeft aan dat dit

bedrijven. Geen enkele organi-

geen specifieke naam heeft.

satie wordt meerdere keren ge-

Er is een duidelijk verschil te zien

noemd. Het gaat bijvoorbeeld

in bekendheid van clusters en

om LTO, Groen Gas, commissie

netwerkorganisaties tussen de

Vlas & Hennep en Sensor Uni-

food- en de Agri-bedrijven. Bij

verse.

netwerkorganisaties.

de food-ondernemers scoren Innexus en Food Circle hoog,

Variatie in bekende clusters/ - 08 -

netwerkorganisaties


De ondervraagden denken verschillend over

Een aantal van hen is van mening dat er al vol-

het opzetten van nieuwe clusters in de Agri-

doende zijn en dat je als ondernemer al snel

Foodsector. Hierbij lijkt er een duidelijk ver-

het overzicht kwijt bent. Een enkeling komt

schil te zijn tussen degenen uit de Agri-sector

wel met een idee voor een nieuw cluster. De

die wat meer verdeeld zijn, en uit de foodsec-

mening van Agri-ondernemers is meer ver-

tor die meer naar eensgezindheid neigen. De

deeld. Van degenen die vinden dat er nieuwe

meeste food-ondernemers vinden dat er geen

clusters bij moeten komen, komt ook een en-

nieuwe clusters bij moeten komen.

keling met een idee.

Enkele ideeën voor nieuwe clusters •

Op Europees en zelfs internationaal niveau over zetmeel en kleurstoffen, op te zetten door bedrijven die bovenin de voedselketen staan.

Over algemene trends en ontwikkelingen op het gebied van innovatie, op te zetten door of het bedrijf zelf samen met kleinere MKB-bedrijven of door Healthy Ageing waar ook al veel bedrijven aan verbonden zijn.

In de keten zodat er onderling meer contact komt, op te zetten door bijvoorbeeld de Dairy Campus, door afnemers en/of zuivelbedrijven.

Over ‘cradle to cradle’ en een over gezonde voeding, beide op te zetten door de overheid en een aantal ondernemers en scholen.

Rond nieuwe technologieën zoals alternatieve energie in de glastuinbouw, op te zetten door MKB-ers, maar die hebben er eigenlijk geen tijd voor.

Van streekproducenten die hun producten gezamenlijk bij een schilbedrijf brengen zodat producten kant-en klaar aangeleverd kunnen worden bij de klanten, te initiëren door semi-overheid en ondernemers.

Over bodemkwaliteit voor met name de veehouderijsector, op te zetten door het LTO of accountantskantoren uit de Agri-sector.

Over valorisatie en over durfprojecten, bijvoorbeeld met genetica, valt nog veel door te ontwikkelen.

- 09 -

Meningen

verdeeld

over

opzet van nieuwe clusters


Een aantal ondervraagden geeft tips voor het opzetten van clusters •

Voor het MKB moet zichtbaar worden gemaakt hoe hun innovatieproces versneld kan worden via matchmaking, financiën.

Het is van belang om vooraf goede afspraken te maken over inbreng en individuele opbrengst. Juist bij zaken die nooit opgepakt hadden kunnen worden door een individueel bedrijf.

Marktpartijen moeten zelf de clusters vormen, waarbij de overheid een belangrijke taak heeft in het ondersteunen, faciliteren en weghalen van belemmeringen in wet- en regelgeving.

Door samenwerking kunnen administratieve lasten worden gedeeld of kan hierin worden voorzien.

Neem als voorbeeld de tuinbouwsector en uitgangsmaterialen. Hier zit een aardig potentieel specifieke kennis en het collectief als sector is erg belangrijk. Daarmee heb je kracht om iets te bewerkstelligen.

Een cluster moet zichzelf terugverdienen en moet ondernemers stimuleren om anders te denken. Het zou opgezet moeten worden door instanties als NOM of KvK (geen adviesbureaus) en getrokken door een enthousiast persoon met passie. Er zouden dan ook matchmakers moeten zijn die in de huid van de ondernemer kruipen. Het MKB wil aan de slag, niet te veel procedures, strategiesessies en oeverloze overleggen vooraf.

Een financiële bijdrage van de bedrijven vooraf helpt ook. Gratis heeft immers geen waarde en het risico op vrijblijvendheid is dan levensgroot.

- 10 -


Aansluiting op Publiek-Private Samenwerking Ongeveer de helft van de ondervraagden

mers dat er al heel veel kennis is die niet altijd

geeft aan bekend te zijn met publiek-private

openlijk toegankelijk is, waardoor een MKB-er

samenwerking (pps). Echter een klein deel

opnieuw het wiel moet uitvinden.

van deze groep kan niet zeggen wat het precies is. Net als de andere helft van de onder-

Daarnaast is er echter ook een groep, die nau-

vraagden, kan deze kleine groep pas haar ver-

welijks bezig is met pps, omdat ze meer ap-

wachtingen uitspreken nadat de interviewer

plicatiegericht en toegepast onderzoek doet.

een uitleg over pps heeft gegeven. Opvallend

Deze ondernemers verwachten meer van

is wel dat het vooral de ondervraagden uit de

onderzoek dat aangestuurd wordt door het

foodsector zijn die niet bekend zijn met pps.

bedrijfsleven zelf en niet door de overheid en kennisinstellingen. Zij willen namelijk zelf de

In het algemeen verwacht men dat het bij een

regie houden bij hun productontwikkeling.

pps meer om fundamenteel onderzoek gaat waar met name grote bedrijven aan deelne-

Een enkeling geeft wel aan in de praktijk te

men, dat het een langdurig traject is waar wel-

merken dat bedrijven niet altijd hun kennis

iswaar meerdere partijen aan deel kunnen ne-

met elkaar willen delen en als ze dat dan toch

men maar wat daardoor bureaucratisch wordt

doen de trajecten alleen maar langer duren,

omdat je ook rekening moet houden met de

zodat je het eigenlijk beter zelf had kunnen

doelen van anderen. Dit maakt het allemaal

oppakken. Een ander is van mening dat het

nogal ingewikkeld. Daarnaast leidt dit niet altijd

businessmodel van kennisopbouw door sub-

meteen tot toepassingen op productniveau.

sidie niet werkt. Als subsidies ophouden, hoor je er vaak niets meer van terwijl je er als be-

Een aantal ondernemers ziet dat het MKB wel

drijf wel veel tijd in hebt gestoken.

zou kunnen meeliften op een pps, waardoor kennis wordt verkregen over fundamenteel onderzoek dat al is gedaan. Dit zou een MKBer in specifieke gevallen kunnen toepassen. Het gevoel is echter bij een aantal onderne-

- 11 -

Grote verdeeldheid in kennis over en verwachtingen van pps


Weer een ander geeft aan dat een pps alleen

combinaties kan ontwikkelen, dan zal hij zeker

een meerwaarde kan hebben als bedrijven

deelnemen aan een pps.

een doel of businesscase hebben die verder rijkt dan het samenwerkingsproject. Hierbij

Meerderheid geen ervaring met pps

spelen vertrouwen, elkaar iets gunnen en

Aangezien ongeveer de helft van de onder-

commitment voor vervolg een grote rol. Een

vraagden niet weet wat een pps is, is het te

andere ondernemer geeft aan dat een pps een

verwachten dat de meeste ondernemers nog

realistische samenwerkingsvorm kan zijn om

nooit hebben deelgenomen aan een pps. Een

op een duurzame wijze ketens en toegevoeg-

aantal is net gestart met een pps, waardoor

de waarde te realiseren. Als hij zijn contac-

nog niet goed kan worden aangegeven wat er

ten kan verbreden en nieuwe product-markt

goed of minder goed loopt.

Ervaringen met pps •

Twee hebben er goede ervaringen mee.

Een vindt dat het voortraject erg lang duurt.

Een vond dat er niet veel was uitgekomen.

Twee besloten voortijdig af te haken door onder andere financiering. Een gaf aan dat de vooraf gestelde ambitieuze doelen later in het project zijn verzwakt en dat er ook partijen aan meewerkten zonder businesscase, die alleen kennis kwamen halen en het financiële belang voorop zetten.

Een ervaringsdeskundie gaf aan dat in sommige gevallen bedrijven afhaken door wantrouwen of de te lange duur van het onderzoek.

Meerderheid heeft geen ervaring met pps. Van degenen die wel hebben deelgenomen aan een pps, deelt een aantal hun ervaringen

- 12 -


Een aantal bedrijven ziet geen belemmerin-

Dan gaat het soms over projecten voor de

gen om deel te nemen aan een pps. Een be-

langere termijn, die een grote impact kunnen

drijf vindt dat samenwerken in innovatie (in

hebben voor de sector zelf en de sector dan

de keten) efficiënter is en relatief goedkoper.

ook belangrijk vindt.

Een ander geeft aan dat de sectoren zelf soms de volledige financiering op zich nemen van

De meeste ondernemers zien echter wel be-

samenwerkingsprojecten, doordat politieke

lemmeringen om deel te nemen aan een pps.

standpunten nogal eens in de weg staan om het deels ook met hulp van overheidssubsidie op te pakken.

Belemmeringen om aan pps deel te nemen •

Langdurige opzet en past daardoor niet bij het bedrijf.

Twijfel over resultaat, toepasbaar in bedrijf?

Kost tijd van schaarse medewerkers.

Behoudend als concurrent mee doet.

Hoge financiële drempel, kan er geen cash in te steken alleen uren.

Ondernemer voldoet niet aan voorwaarden om mee te doen.

Procedurele drempel, veel administratieve handelingen.

Onderzoek niet specifiek genoeg.

Partijen zonder businesscase, die alleen maar kennis komen halen en die financieel belang voorop zetten.

Geen aanpak sfeer en een hoog lab gehalte.

Opzet onderzoek niet ‘to the point’.

Subsidieverstrekking is erg ondoorzichtig.

Meerderheid ziet belemmeringen om aan pps deel te nemen

- 13 -


Degenen die belemmeringen zien geven ook duidelijk aan wat ervoor nodig is om de belemmeringen weg te nemen. Hier is echter geen eenduidig antwoord op en er wordt een veelheid aan mogelijkheden geschetst.

Veelheid aan oplossingen om belemmeringen weg te nemen •

Ondernemers moeten de vragen stellen zodat het onderzoek specifieker wordt, en zij zouden ook mede de regels moeten bepalen voor deelname aan projecten.

Meer nadruk op het MKB: snelle beslissers, onderdeel maken van bestaande faciliteiten waardoor selectie kan plaatsvinden, tijd korter maken om eigen producten te ontwikkelen.

MKB slagvaardig maken door microcredieten, (arbeids)regelvrije zones voor kleine innovatieve bedrijven in ontwikkelingsfase.

In akkerbouw net als in visserij subsidie krijgen voor verwerkingslijn naar consument

Lagere financiële drempel, ofwel alleen met urenbijdrage.

Administratieve lasten verminderen; terugkeer van innovatievouchers.

Betere toegankelijkheid van kennis die er al is, idealiter inclusief economische haalbaarheid.

Goede organisatie van het project: uitgangspunten en deadlines moeten duidelijk zijn.

Meer geïntegreerde aanpak vanuit Europa, de goede intenties moeten we gezamenlijk verzilveren.

Alleen partijen met passende intenties & businesscase laten aansluiten.

Kort en bondig formuleren van het onderzoek (doel, KPI et cetera).

Van te voren goed benoemen wat de output is en wat het waard is, zodat de opbrengst van het onderzoek goed verdeeld wordt tussen bedrijven of partijen onderling.

- 14 -


Twee ‘ondernemende’ voorbeelden

Een ander idee is om de loonkosten te halve-

In aangepaste vorm zouden een aantal onder-

zou je dan overheidsgeld bij kunnen halen en

nemers wel willen meewerken aan een pps. Er

wanneer de doelen, middels controle door ac-

moet dan wel een marktpotentie zijn. Een on-

countants, worden gehaald betalen onderne-

dernemer schetst dit in twee voorbeelden:

mers een bepaald percentage terug. Stel ik leg

ren. Hiermee heb je een ambitieus doel. Hier

€ 50.000 in en de overheid twee ton om topKunnen we met z’n allen onze cash cows niet

specialisten binnen het bedrijf te halen die het

beter gaan vermarkten in het buitenland? Den

bedrijf onder de loep nemen. Als dit besparing

Haag houdt zich hier niet mee bezig en kijkt

oplevert, ben ik bereid de overheid terug te be-

alleen maar naar innovaties. Als bijvoorbeeld

talen.

Turkije als booming markt wordt gezien, waarom gaan we dan niet collectief naar een beurs aldaar. We delen de kosten van marktverkenning, marktonderzoek, hotels en ondersteuning. Op deze manier kunnen ondernemers de kosten delen, en kan subsidie voor een eerste draagvlak zorgen. Als dat gebeurt, dan doen we natuurlijk mee. Als je alles op eigen kosten moet ondernemen is de drempel vaak te hoog.

Een aantal ondernemers geeft aan wel mee te willen werken aan een pps. Er moet dan wel een markt- 15 -

potentie zijn...


Meerderheid bekend met topsectoren De meerderheid van de ondervraagden geeft

Wanneer de ondervraagden aangeven wat ze

aan bekend te zijn met topsectoren. Een paar

weten over topsectoren, zijn de antwoorden

kunnen echter niet aangegeven wat ze hier-

erg divers. Sommigen weten alleen de grote lij-

over weten. Opvallend is dat een paar kleine

nen en anderen vertellen in detail wie bijvoor-

MKB-ers niet bekend zijn met topsectoren.

beeld het hoofd van het AgriFoodcluster is.

Wat ondernemers weten over topsectoren: •

Er zijn zeven topsectoren.

Er zijn negen sectoren en voor agro twee: Agri&Food en Tuinbouw en Uitgangsmaterialen.

Er zijn contacten vanuit het topsectorenbeleid in de regio om een impuls te geven aan het MKB om betere verbindingen te leggen.

Er zijn ambtenaren gedelegeerd naar de topsectoren en zelf hebben ze geen geld. Cees ’t Hart is voorzitter en Jan van Rijsingen hoofd van het AgriFoodcluster. Topsectoren hebben drie speerpunten: Human Capital, Innovatie en Internationalisatie.

Zijn verschillende sectoren in de industrie die bij elkaar gebracht zijn om kennis uit te wisselen.

Het zijn geselecteerde branches waar de overheid zich op focust als de industrie van de toekomst.

Topsectoren worden aangemerkt als sector van de toekomst. Het is een inzet tot de weg van de biobased economy.

Hier valt onder energie, landbouw, internationale structuur en kenniseconomie.

Het ministerie van Economische Zaken richt zich met topsectoren op de conventionele industrie, het Nederlandse innovatiebeleid is sterk gecentreerd rond de grote ondernemingen.

Topsectoren zijn de speerpunten in het economisch beleid.

- 16 -


Meningen over topsectoren Daarnaast is er ook een aantal ondervraagden die graag hun mening deelt over de topsectoren: •

Goed initiatief, maar weet niet of een kleine MKB-er hier iets aan heeft.

Heb er geen verwachtingen van, hoor er bijna niets over. Misschien zijn ze wel goed bezig.

We moeten keuzes maken, maar het zijn juist de dwarsverbindingen die belangrijk zijn. Krijg je dit ook zo voor elkaar als je de negen topsectoren zo organiseert?

De focus juich ik toe, maar de manier waarop het tot stand is gekomen wat minder. Er zijn veel lobbyclubs, de vraag is wie nu de topsectoren heeft bepaald. Onduidelijk is of bepaalde sectoren er nu wel of niet gebruik van kunnen maken, er wordt namelijk gezegd dat men in de periferie ook wel aan potjes geld kan komen.

Innovatie vindt niet langer plaats binnen traditionele grote bedrijven, maar op de grensvlakken tussen sectoren en kleine bedrijven. Door op de topsectoren te richten, wordt het innovatiebeleid in Nederland sterk geconcentreerd rond de grote bedrijven. Het zou nuttiger zijn om geld te investeren in het MKB en om innovatie start-ups bij te staan, want innovaties vinden vooral plaats in kleine, nieuwe bedrijven. Daarom twijfels over topsectoren. Wellicht kunnen topsectoren worden afgeschaft en kan dit geld worden gebruikt voor innovatiestimulatie bij het MKB.

Enkele MKB-ers juichen de focus op topsectoren toe, anderen vinden het Nederlandse innovatiebeleid hierdoor te sterk geconcentreerd op grote bedrijven - 17 -


Aandachtspunten •

Onderzoekscapaciteit in Nederland moet meer tot waarde worden gebruikt, zodat het ook iets oplevert voor het MKB.

Eigenlijk zou er een doorgeefluik moeten zijn waar kennis wordt verspreid en waar de toepasbaarheid van het onderzoek wordt getoetst.

Kennisinstellingen zijn bezig hun budget met subsidiegeld aan te vullen en kijken vooral naar studentenaantallen en hoe ze lectoren aan het werk kunnen houden. Het daadwerkelijk resultaat uit een project is voor hen minder van belang, want het moet een leerervaring zijn, terwijl dit voor het MKB wel belangrijk is.

Meer aandacht voor het MKB vanuit de overheid: duidelijkheid in subsidieland, meer verbanden leggen.

Bedrijven zelf moeten meer aansluiten bij netwerkclubjes inclusief de overheid en bepaalde gemeenten.

Uitdaging blijft in de effectiviteit.

De norm is producten te ontwikkelen zonder de hogescholen, want MKB-ers willen dit graag in eigen regie doen. Als er iets nieuws komt, moet het beter zijn dan wat er nu is. Hierbij is goed beschikbaar maken van bestaande kennis belangrijk. Een model zou een pool van vijftigplussers, gepensioneerde productontwikkelaars en pas afgestudeerden, aangestuurd door een centrale ‘kennismakelaar’. Dit zou kleinschalig moeten beginnen door individuele klussen op te lossen. Klussen met betrekking tot productontwikkeling betaalt het bedrijfsleven zelf en de toegang tot de kennis zou door de overheid gefinancierd moeten worden.

Het zou duidelijker moeten worden aan welke projecten ondernemers mee kunnen doen, zonder dat je zelf hier naar hoeft te zoeken.

Heel belangrijk is dat duidelijk gemaakt moet worden voor het MKB dat er voor hen ontwikkelgeld beschikbaar is. Op centraal niveau moeten zaken mogelijk gemaakt worden, wat op regionaal of lokaal niveau uitgevoerd kan worden. Food en de medische wereld kunnen niet zonder elkaar. Een onafhankelijke sector zou aanwezige kennis moeten delen.

- 18 -


Eigenlijk zou iedereen wat meer realistisch moeten zijn en na moeten denken hoe we beter kunnen bezuinigen. Vaak wordt de weg van de minste weerstand gekozen, maar soms is het beter iets totaal anders te doen. Bijvoorbeeld boeren zouden meer met elkaar moeten samenwerken door personeel en apparatuur te delen.

Gaan we voor de laagste inkoopprijs of voor kwaliteit? Supermarkten zouden producten niet meer onder de kostprijs moeten inkopen, in Frankrijk hebben ze dit afgesproken en hierdoor wordt de sector vitaal gehouden. Boeren zouden zich moeten verenigen en zelf met een minimum prijs aan de onderhandelingstafel moeten komen. Velen durven dit toch niet.

Eigenlijk zou er een soort bureau moeten zijn die dit alles bij elkaar brengt, zodat ondernemers weten waar ze terecht kunnen. Als je door een quick scan weet wat er bij ondernemers speelt, dan kun je stappen maken en kom je verder. Dit zou gefaciliteerd moeten worden vanuit semi-overheid of publieke instituten.

Over valorisatie kennis, focus MKB, transparantie in mogelijkheden - 19 -


Conclusies en Aanbevelingen

3.

Deelname aan netwerkorganisaties Het eerste doel van dit onderzoek was om inzicht te krijgen in welke mogelijkheden het MKB uit de AgriFoodsector in Noord-Nederland ziet om deel te nemen aan clusters.

MKB verdeeld over deelname aan clusters Dit onderzoek laat zien dat er

Voor

een grote variatie bestaat in

daarentegen is geen eenduidi-

bekende clusters en netwerk-

ge conclusie te trekken. Som-

organisaties. Vooral in de food-

migen staan er open voor en

sector zijn er al veel en onder-

anderen niet. Wel werkt een

nemers raken het overzicht

aantal

kwijt. De mening van de on-

AgriFood-sector al samen met

dervraagden is verdeeld over

andere bedrijven al dan niet in

de opzet van nieuwe clusters

de keten. Deze samenwerking

in de AgriFood-sector. Voor de

heeft echter geen specifieke

food-ondernemers lijkt het niet

naam.

de

Agri-ondernemers

ondernemers

uit

de

nodig om nog meer clusters in deze sector op te zetten, op een enkeling na.

De meningen van ondernemers lopen sterk uiteen, een eenduidige conclusie is daarom - 20 -

niet te trekken


Suggesties voor verbetering Allereerst zou er een duidelijk overzicht moe-

Dit kan regionaal worden opgepakt, en idea-

ten komen van welke clusters / netwerkorga-

liter horen de ‘matchmakers’ bij het platform

nisaties er zijn voor zowel Food als Agri, hoe

dat het overzicht heeft van alle mogelijkheden.

deze al dan niet met elkaar samenhangen en

Op deze manier zou de slagvaardigheid kun-

wat je als bedrijf waar zou kunnen vinden.

nen toenemen door betere toegang tot kennis

Wellicht bestaat er namelijk al een aantal,

van kennisinstellingen én bedrijven onderling

waar anderen dan weer op zouden kunnen

(ketensamenwerking), waardoor het innova-

aanhaken. Dit zou centraal met hulp vanuit

tieproces bij het MKB versneld kan worden.

de regio opgepakt moeten worden en moe-

Daarnaast kunnen op deze manier ook de ad-

ten worden gefaciliteerd door semi-overheid

ministratieve lasten worden gedeeld.

of publieke instituten. In Noord-Nederland zou de NOM via het AgriFood BBE cluster en/

Een cluster moet zichzelf terugverdienen en

of het ondernemersplein waar ook TCNN bij

moet ondernemers stimuleren om anders te

betrokken is hierbij kunnen helpen.

denken. Een financiële bijdrage van de bedrijven vooraf helpt. Gratis heeft immers geen

Een doel van een cluster zou kunnen zijn om

waarde en het risico op vrijblijvendheid is dan

tot gezamenlijke projecten te komen. Hier-

groot.

voor zouden er ‘matchmakers’ moeten komen die zowel weten wat er speelt bij het MKB als weten wat er voor mogelijkheden zijn en in staat zijn dit ook op papier te zetten.

Aanbevolen wordt: transparantie bieden van clusters, regionale ‘matchmakers’, - 21 -

ketensamenwerking.


Aansluiting op publiek-private samenwerkingsverbanden Het tweede doel van dit onderzoek was om inzicht te krijgen in welke mogelijkheden het MKB uit de AgriFood sector ziet om aan te sluiten op pps-en.

Het MKB ziet veel belemmeringen om aan te sluiten op pps maar komt ook met oplossingen

sluiten op pps-en bestaat niet. Zelf geven on-

Om het MKB aan te kunnen laten aansluiten

komen op het MKB: bedrijfsvraag centraal

op publiek-private samenwerkingsverbanden,

stellen, lagere financiële drempels hanteren,

zal eerst duidelijk gecommuniceerd moeten

betere toegang tot kennis – idealiter inclusief

worden wat het is en wat het voor het MKB

economische haalbaarheid, goede organisatie

kan betekenen. Dit onderzoek laat zien dat er

van het project inclusief het van te voren be-

een grote verdeeldheid bestaat in kennis over

noemen wat de output is en wat het waard is,

en verwachtingen van pps-en.

zodat de opbrengst van het onderzoek goed

dernemers diverse mogelijkheden aan om de genoemde belemmeringen weg te nemen. Er zou in elk geval meer aansluiting moeten

wordt verdeeld tussen partijen onderling. De fundamentele en langdurige opzet met

Voor de ondernemer zou productontwikke-

zowel financiële als procedurele drempels,

ling in dit geval sneller moeten verlopen dan

waarbij het onderzoek niet specifiek genoeg

wanneer hij het zelf zou oppakken. In aange-

is en men twijfelt of het resultaat wel toepas-

paste vorm zou een aantal ondernemers wel

baar is in het bedrijf, vormen een deel van de

willen meewerken aan een pps. Er moet dan

geziene belemmeringen. Daarnaast heeft een

wel een marktpotentieel zijn.

aantal ondernemers het gevoel dat er al heel veel kennis is dat niet altijd openlijk toegankelijk is, waardoor het MKB opnieuw het wiel moet uitvinden. Dé oplossing om MKB-ers meer te laten aan-

- 22 -

In aangepaste vorm wil een aantal ondernemers wel meewerken aan een pps, marktpotentie is hierbij belangrijk


Wat is er nodig De onderzoekscapaciteit in Nederland moet

Het beeld bestaat dat er heel veel kennis is,

meer tot waarde worden gebracht, zodat

die niet openlijk beschikbaar is. Nu blijkt dat

het ook iets oplevert voor het MKB. De ho-

op de website van het TKI Agri&Food (Top-

gescholen zouden een rol kunnen spelen in

consortium voor Kennis en Innovatie) een

het toetsen van de toepasbaarheid van het

publieke lijst staat van pps-en. Deze website

fundamentele onderzoek en in het goed be-

zou meer onder het MKB gepromoot moeten

schikbaar maken van bestaande kennis. Hier-

worden, zodat ook deze bedrijven weten wel-

bij zou gedacht kunnen worden aan een pool

ke onderzoeken er allemaal lopen.

van vijftig plussers, gepensioneerde productontwikkelaars en pas afgestudeerden, aange-

Daarnaast zou het goed zijn als er meer ‘best

stuurd door een centrale ‘kennismakelaar’. Dit

practice’ wordt gedeeld met elkaar, uitgaande

zou kleinschalig moeten beginnen door indi-

van ervaringen van ondernemers. De midde-

viduele klussen op te lossen. Klussen met be-

len zouden centraal geregeld moeten worden

trekking tot productontwikkeling betaalt het

en daarna zou het op een eenduidige manier

bedrijfsleven zelf en de toegang tot de kennis

regionaal opgepakt kunnen worden. Hierbij

zou door de overheid gefinancierd moeten

is het van belang om ook de ondernemer het

worden.

woord te geven als lid van het team van ‘onderzoekers’, zodat anderen hierdoor worden

Heel belangrijk is dat het MKB weet dat er voor

geïnspireerd.

hen ontwikkelgeld beschikbaar is. Op centraal niveau moeten zaken mogelijk gemaakt worden, wat op regionaal en/of lokaal niveau uitgevoerd kan worden.

Aanbevolen wordt: betere

beschikbaarheid

van bestaande kennis & best practice, transparantie in onder- 23 -

zoeksmogelijkheden


Welke mogelijkheden ziet het MKB uit de AgriFood sector ...