Page 1

Uitgave van de Stichting Vrienden van Bronbeek November/ December 2016

Winst van een convenant: Museale collectie inspiratiebron voor kunst


AANGESTIPT •B  ij dit nummer van het Bronbeekbulletin is de brief gevoegd met de acceptgiro van de penningmeester voor de betaling van de jaarlijkse donatie. Het bestuur hoopt ook in 2017 op uw steun te mogen rekenen. • Voorzitter luitenant-generaal b.d. Jan de Kleyn heeft na het overlijden van erevoorzitter mr. J. Drijber en bestuurslid mevr. Y. Beer (donateursadministratie) twee bijdragen gepubliceerd op de website, waarin de grote betekenis van hun werk voor onze stichting is beschreven. Het bestuur beveelt u aan daarvan kennis te nemen, zie: www.vriendenvanbronbeek.nl. • Let voor meer nieuws altijd op deze website. • Doorlopend verzoek: donateurs die hun e-mailadres nog niet hebben doorgegeven aan de ledenadministratie, worden vriendelijk verzocht dit alsnog te doen. E-mailadres: SVVB@kpnmail.nl • Dit is het laatste nummer van het Bronbeekbulletin in 2016. Het bestuur en de redactie wensen u alvast prettige feestdagen toe, een goede jaarwisseling en een voorspoedig 2017.

Deze dames van de Balinese dans herinneren aan de zonnige en vrolijke Vriendendendag 2016.

Bij de voorpagina Mevrouw Marjolijn Brussaard van ArtEZ (voortgekomen uit de kunstopleidingen van Arnhem, Enschede en Zwolle) en Bronbeek-commandant Michiel Dulfer hebben in een convenant de intentie tot langdurige samenwerking vastgelegd en ondertekend. Studenten en kunstenaars zijn daarmee meteen aan de slag gegaan. Zie ook: pagina 10


INHOUD 2016 NOVEMBER/DECEMBER

Van het bestuur Terugblik op Vriendendag Droefenis

4 5

Agenda Activiteiten op Bronbeek Verschijnt 3x per jaar - no. 116

In en om Bronbeek

Informatieblad van de ‘Stichting Vrienden van Bronbeek’.

In Memoriam Nieuwe bewoners Koloniale architectuur Convenant met ArtEZ Monumentale boom erbij Frits Drijsen over zijn leven, deel II Fotomiddag Over de waarde van herdenken Drie themazondagen

Redactieleden: mevr. G.G. Besselink-Boermann dhr. A.P. Bakker mr. H.J.A. Grootveld, eindredacteur Druk: HPC Drukkerij, Arnhem Doelstelling van de Stichting: Het wekken van belangstelling voor, alsmede het levend houden en zo mogelijk versterken van de historisch bepaalde verbondenheid tussen Nederland en landen overzee, in het bijzonder Indonesië, door voortzetting, aanpassing en uitbouwing van de tradities van het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum ‘BRONBEEK’.

6

8 8 8 10 10 11 16 17 20

Museumcollectie Correctie Schenkingen

21 21

Donatie: Natuurlijke personen minimaal € 15,00 per jaar. Rechtspersonen minimaal € 50,- per jaar. IBAN rekeningnummer: NL89 INGB 0000 0009 40 van de ‘Stichting Vrienden van Bronbeek’. Adres Stichting: Velperweg 147, 6824 MB Arnhem. website: www.vriendenvanbronbeek.nl Vriendenadministratie SVVB Velperweg 147 6824 MB Arnhem Tel. 06 40 40 46 98 E-mailadres: SVVB@kpnmail.nl ISSN: 1386 - 0372

KTOMM BRONBEEK Tel: 026-376 35 55 3


Van het bestuur TERUGBLIK OP GESLAAGD EVENEMENT

Vriendendag 2016 heeft alle belangstellenden een leuk en interessant programma geboden. Mede dankzij het prachtige weer op 27 augustus jl. kon er bijvoorbeeld tot laat in de middag enthousiast in de buitenlucht worden gedanst. Verder kwamen binnen in de Indische zaal de liefhebbers van boeiende lezingen volop aan hun trekken en waren de maaltijden in de Kumpulan natuurlijk een vertrouwde smaakmaker. Onze jaarlijkse ontmoeting op het landgoed scoort telkens weer uitstekend in populariteit. Het bestuur dankt iedereen die zich daarvoor heeft ingezet. Ook de donateursvergadering in de Poorterszaal verliep naar wens. Alle voorstellen werden aangenomen. Voorzitter Jan de Kleyn bracht vrijwilligers hulde, onder wie ons redactielid Paul Bakker die dit bulletin al jarenlang een warm hart toedraagt en onze lezers dient. Vrijwilligerswerk voor Bronbeek, dat deed Cor Vos als lid van de SVVB-Tehuiscommissie op een andere manier. Hij draaide onder andere 10 jaar mee bij de organisatie van de maandagse bingo en heeft intussen afscheid genomen van deze activiteit. De voorzitter bracht ook hem tijdens de Vriendendag lof. Voorts zijn de donateurs punctueel ingelicht over een beleidsdiscussie die het bestuur heeft gevoerd over de wenselijke koers van de stichting. Deze is onveranderd bepaald overeenkomstig de huidige, statutaire lijn en hecht verbonden met het instituut Bronbeek te Arnhem. In de samenstelling van het bestuur zijn 4

Paul Bakker met in zijn handen een affiche van de Vriendendag.

Present met informatie voor belangstellenden.


Eerbetoon van de voorzitter voor Paul Bakker (r).

enkele wijzigingen gekomen. Het secretariaat is overgegaan naar Roy Swens en Gerard Luttik is toegetreden als algemeen bestuurslid. Oud-secretaris Ralph Kneefel ontving tijdens een informeel samenzijn hulde voor zijn actieve inzet gedurende vele jaren.

Droefenis Twee droevige berichten zijn eerder op onze website gepubliceerd. Het betreft het overlijden van onze erevoorzitter mr. J. Drijber (92) op 22 juni jl. en van be-

stuurslid mevr. Y. Beer (74) op 15 oktober jl. Aan beiden zijn wij veel dank verschuldigd voor de inzet en betrokkenheid, waarmee zij tijdens hun leven onze stichting hebben omringd. Op ‘www.vriendenvanbronbeek. nl’ is dit, direct nadat zij ons waren ontvallen, met ere tot uitdrukking gebracht. Mr. Drijber is een drijvende kracht voor de ontwikkeling en werkzaamheden van de SVVB geweest, mevr. Beer vervulde jaren achtereen met groot doorzettingsvermogen het vriendensecretariaat en verzorgde vele contacten met donateurs. 5


Agenda

ACTIVITEITEN OP BRONBEEK t/m 12 maart 2017

|

EXPOSITIE

‘Van KNILmilitair tot meester-architect´ Over leven en werk van de architecten Charles en Richard Schoemaker. Toegang met museum-entreebewijs. Di t/m zo 10.00-17.00 uur

11 december 2016

|

COLLEGE MUSEUMJEUGDUNIVERSITEIT

Waarom zou je opgezette dieren verzamelen? Leeftijd 8 t/m 12 jaar 11.15-12.45 uur. Aanmelden voor collegereeks: www.museumjeugduniversiteit.nl

18 december 2016

|

LEZING

De tabakscultuur op de oostkust van Sumatra Spreker: Louis Bracco Gartner 14.00 – 16.00 uur. Toegang: € 15,00 incl. museumentree. I.s.m. Volksuniversiteit Arnhem. Inschrijven via www.volksuniversiteitarnhem.nl

15 januari 2017

|

LEZING

De koloniale archtectuur van de gebroeders Schoemaker Spreker: Jan van Dullemen 14.00 – 16.00 uur. Toegang: € 15,00 incl. museumentree. I.s.m. Volksuniversiteit Arnhem Inschrijven via www.volksuniversiteitarnhem.nl

22 januari 2017

| THEMAZONDAG

Indië, in en om het huis - 1 11.00 - 15.00 uur I.s.m. Stichting Indisch Erfgoed & Stichting Klein Bronbeek

5 februari 2017

|

LEZING

Het Nederlandse kina- en kininemonopolie (1900-1940) Spreker: Arjo Roersch van der Hoogte 14.00 – 16.00 uur. Toegang: € 15,00 incl. museumentree. I.s.m. Volksuniversiteit Arnhem Inschrijven via www.volksuniversiteitarnhem.nl

19 februari 2017

| THEMAZONDAG

Indië, in en om het huis - 2 11.00 - 15.00 uur I.s.m. Stichting Indisch Erfgoed & Stichting Klein Bronbeek 6


11 maart 2017

|

FOTO-DETERMINATIE

Mijn Opa was een… Stel al uw vragen over uw eigen familiefoto’s uit Nederlands-Indië aan het expertpanel 12.00-17.00 uur. Reserveren gewenst: nb.ravensbergen@mindef.nl Toegang met museum-entreebewijs

31 maart t/m 10 september 2017

|

EXPOSITIE

Schilderijen van Otto Bleckmann Toegang met museum-entreebewijs. Di t/m zo 10.00-17.00 uur

23 april 2017

| THEMAZONDAG

Nederlands-Indië in beeld en geluid 11.00 - 15.00 uur. I.s.m. Stichting Indisch Erfgoed & Stichting Klein Bronbeek

10 augustus 2017

|

DIALEZING & RONDLEIDING

Landgoed Bronbeek: koninklijk geschenk voor veteranen Spreker: Niek Ravensbergen. 14.00-16.30 uur. Toegang met museum-entreebewijs. Reserveren: nb.ravensbergen@mindef.nl

Dinsdag t/m zondag

|

JEUGDACTIVITEITEN

Landgoedspeurtocht In je eigen tempo zwerf je over het landgoed Bronbeek en onderzoek je onbekende plekken en dingen. Leeftijd: 8 t/m 12 jaar Haal een gratis routekaart bij de receptie tussen 10.00 en 17.00 uur. Museumspeurtocht Weet jij hoeveel kanonnen er in het museum staan? En weet je waarom uniformen er zo indrukwekkend uitzien? Er is een speurtocht voor 6 t/m 9 jaar en een voor 10 t/m 12 jaar. Haal er een gratis af bij de receptie tussen 10.00 en 17.00 uur.

Zondagen

|

OPENBARE REPETITIES

Gamelan Tweemaal per maand bespeelt de groep Kusumo Budoyo de gamelan. U kunt deze openbare repetities in de Indische Zaal bijwonen op zondagen in de maanden september tot en met juni. Informeer altijd vooraf naar de actuele datum en het tijdstip via (026) 376 35 55. Wijzigingen voorbehouden. Voor nadere gegevens en de laatste stand van zaken: kijk op www.bronbeek.nl onder ‘Activiteiten Bronbeek’. 7


In en om Bronbeek IN MEMORIAM Op 5 juli jl. is Bronbeekbewoner S.J. Kamp overleden. Hij diende als adjudant bij de Koninklijke Marine. Hij bereikte de leeftijd van 80 jaar. Op 9 juli overleed de heer C. Burger, adjudant b.d. Koninklijke Landmacht. Hij werd 86 jaar. De heer L. Bernet is op 23 juli overleden op 96-jarige leeftijd. In zijn actieve loopbaan was hij sergeant bij de Marine Luchtvaartdienst. Op 2 augustus overleed de heer A. Lankheet op 87-jarige leeftijd. Hij diende als matroos bij de Koninklijke Marine. Op 27 oktober is de heer A.F. Matthijs overleden. Hij was 88 jaar. In zijn actieve loopbaan was hij adjudant bij de Koninklijke Landmacht. Op 3 november is de heer C.W. Ottevanger overleden, adjudant b.d. Koninklijke Landmacht. Hij was 101 jaar.

NIEUWE BEWONERS De heer H.J. De Roo deed op 2 juli jl. zijn intrede in Bronbeek. Zijn laatst beklede rang was sergeant I bij de Koninklijke Luchtmacht. Eveneens op 2 juli kwam de heer C.A.F. Van Eijmeren in Bronbeek wonen. Hij is matroos geweest bij de Koninklijke Marine. Op 24 oktober werd de heer W.L. Heijmans welkom geheten als Bronbeekbewoner. Hij was soldaat bij de Koninklijke Landmacht. De heer R. van de Poll is op 1 november als bewoner begroet in Bronbeek. Hij was sergeant bij de Koninklijke Marine. Op 28 november werd de heer J.N.J. De Jong 8

bewoner van Bronbeek. Hij was korporaal bij de Koninklijke Landmacht. Per 1 december is mevr. N.M.H.N. Singerling Bronbeekbewoner, die matroos bij de Koninklijke Marine is geweest. Zij is de eerste vrouw in Bronbeekgelederen. Per 12 december is de heer L. Kool bewoner van Bronbeek, die korporaal is geweest bij het Korps Mariniers. Per 19 december is de heer H. Timmerman Bronbeeekbewoner, die adjudant was bij de Koninklijke Landmacht. Wij wensen allen een fijn tijd op het landgoed toe.

KOLONIALE ARCHITECTUUR Tot en met 12 maart is in Museum Bronbeek een bijzondere tentoonstelling te zien: ‘Van KNIL-militair tot meester-architect. De koloniale architectuur van Charles & Richard Schoemaker’. De expositie geeft een beeld van het leven en werk van Charles (1882-1949) en Richard (1886-1942) Schoemaker. Tot op de dag van vandaag bepalen tientallen gebouwen van hun hand het stedelijk landschap van onder andere Bandung en Semarang in Indonesië. Ook in Curaçao en Nederland staan gebouwen naar hun ontwerp. Onder andere in Arnhem op het huidige bedrijvenpark ‘Arnhems Buiten’, voorheen KEMA-terrein. Professoren Als de broers Schoemaker hun carrière in 1902-1906 beginnen aan de Koninklijke Militaire Academie (KMA) in Breda hebben zij al een sterke band met de kolonie


Nederlands-Indië: hun vader, majoor Jan Prosper, was betrokken bij krijgshandelin-

gen van het Koninklijk Nederlands Indische Leger (KNIL) en schreef boeken over de oorlogen in Nederlands-Indië. Eerste zoon Charles werd in Nederlands-Indië geboren in de legerplaats Banjoe Biroe op Midden-Java. De broers worden aan de KMA opgeleid bij de Genie van het KNIL. Ze ontwikkelen zich tot vooraanstaande meester-architecten in het koloniale of Nederlands-Indische bouwen. Beide mannen worden professor: zij hebben zowel gedoceerd bij de Technische Hogeschool Bandoeng als aan de Technische Universiteit in Delft. Richard bouwt het prestigieuze ‘Paleis van den Legercommandant’, dat in 1918 werd

geopend, en daarna diverse gebouwen in Nederland en Curaçao. Charles bouwde

voor particulieren, kerken en bedrijven in Nederlands-Indië; hij zet uiteindelijk als geen ander het hele stadsbeeld van Bandung naar zijn hand. Hun verdere levenswandel loopt sterk uiteen. Charles leeft als excentrieke kunstenaar, wordt moslim en is bevriend met zijn vroegere student Soekarno. Richard is in Delft in verzet gekomen tegen de Duitse bezetter en wordt in 1942 gefusilleerd in concentratiekamp Sachsenhausen. Gastcuratoren van de expositie zijn Jan en Maria van Dullemen. Dr. Jan van Dullemen publiceerde ‘Tropical Modernity’ (2010) over Charles Wolff Schoemaker.

Charles (r) en Richard (l) Schoemaker in officiersuniform KNIL, Batavia, 27 juli 1913.

Villa Isola te Bandung.

9


SAMENWERKING ARTEZ-BRONBEEK Marjolijn Brussaard, voorzitter van het College van Bestuur van ArtEZ hogeschool voor de kunsten, en kolonel Michiel Dulfer, commandant van Bronbeek, hebben op 27 augustus jl.een gezamenlijke intentieverklaring ondertekend voor langdurige samenwerking tussen beide instellingen.

ArtEZ en Museum Bronbeek willen het rijke koloniale verleden in Bronbeek en de kunstzinnige en culturele expertise van ­ArtEZ met elkaar verbinden. Zij verwachten een meerwaarde van samenwerking, waarin het koloniale erfgoed op artistieke wijze naderbij gebracht kan worden. Een eerste uiting van de gebundelde krachten was de performance ‘Inside In’ van Rob Sweere op het landgoed Bronbeek, direct na de ondertekening. Sweere liet daaraan iedere aanwezige deelnemen langs een vooraf uitgetekende vorm. Hij filmde hun bewegingen van bovenaf en fotografeerde om later te publiceren. Dezelfde dag is in Museum Bronbeek ook een expositie onthuld met werk van eindexamenstudenten van de studie Graphic Design en Interaction Design van ArtEZ. Zij lieten zich inspireren door de museale collectie van Bronbeek. Een aantal vergeleek spullen van Indische repatrianten met die van hedendaagse vluchtelingen. Anderen 10

bewerkten een collectie luchtfoto’s uit de jaren 1940-’50 uit Indië in een nieuwe presentatievorm. Een derde tweetal interviewde in Bronbeek wonende Indië-veteranen. Meer informatie: www.artezbronbeek.nl

MONUMENTALE BOOM ERBIJ Recent is een fraaie boom op het landgoed Bronbeek opgenomen in het landelijke Register van Monumentale Bomen (www.monumentalebomen.nl). Dat brengt het aantal als ‘monumentaal’ geregistreerde bomen op Bronbeek op vijf. Het gaat om de grote winterlinde (tilia cordata) op het gras voor de commandantswoning, die dateert uit omstreeks 1900. Mogelijk is deze aangeplant om de koeien van de tehuisbewoners ‘s zomers een schaduwplek te geven. Dit herinnert ons dus aan de tijd, waarin de Bronbekers het landgoed agrarisch exploiteerden. Daaraan kwam in 1959 een eind. De andere bomen voor de villa zijn van na 1959. De overige vier monumentale bomen op het landgoed zijn: de tulpenboom bij het hoofdgebouw, de tamme kastanje naast de commandantswoning, de Wilhelminalinde voor de serre van de Kumpulan, de gewone esdoorn aan de rand van de sprengbron aan de oostelijke zijde van het landgoed.


FRITS DRIJSEN VERTELT OVER ZIJN LEVEN, DEEL II In het vorige nummer stond deel I van het levensverhaal van Bronbeekbewoner Frits Drijsen. Dit eindigde bij het moment, waarop hij in de oorlogsjaren als krijgsgevangene van de Japanners de haven van Saigon had bereikt. Nu publiceren wij deel II over zijn lotgevallen en die van zijn kameraad Bennie daarna, vanaf februari 1945. ‘We moesten direct van boord en werden in een zeer vochtige barak vlak bij de haven gelegerd. Het werk bestond uit het laden van allerlei toestanden in de haven en een gedeelte werd naar het vliegveld gedirigeerd. Na een week in Saigon werd een zwaar bombardement uitgevoerd zowel op het havencomplex als ook op het vliegveld. Tijdens dat bombardement zat ik op het vliegveld, maar Bennie zat ergens anders. Van de Japanse luchtmacht bleef nagenoeg niets meer over. Toen de Amerikanen aankwamen, durfden ze niet eens de lucht in te gaan. Die smerige lafaards waren zo bang geworden dat ze in de lucht vernietigd zouden worden. En al spoedig begrepen wij dat deze Japanse overheersing niet lang meer zou duren, hooguit nog een maand of zes. We wisten en begrepen maar al te goed dat we niet in Saigon zouden blijven. En ja hoor, op een dag moesten we wederom op mars. We werden gedirigeerd naar een kleine haven aan de rivier bij het dorpje Fumai, een paar kilometer buiten Saigon. Met verschillende rivierboten werden we erheen getransporteerd. Na twee of drie dagen varen tussen de moeraspalmen en de mangrovebossen kwamen we op 28 februari 1945 in een rubberplantage terecht, genaamd “Plan-

Frits Drijsen anno nu in KNIL-uniform.

tation de Long Than”.Wij dachten dat we hier als rubbertappers te werk gesteld zouden worden, maar helemaal niets daarvan. Wij sliepen gewoon onder de rubberbomen en de volgende morgen vroeg werden we opgejaagd, naar een oud verlaten vliegveldje. Zoals gewoonlijk moesten we weer stenen bikken om de startbaan gebruiksklaar te maken, maar waarvoor? De laatste gevechtsvliegtuigjes waren immers reeds in Saigon vernietigd. Hun doelstellingen hadden we allang begrepen. Zij wilden ons zo diep en zo ver mogelijk de bossen en de jungle injagen om bevrijdingsacties door onze bondgenoten te voorkomen. Vroeg of laat zouden we wel weer verplaatst worden. En jawel hoor, na drie maanden moesten we ons marsgereed maken, naar het dorp Bièn Hoa zo’n 30 km verderop. We waren echt kapot toen we aankwamen, want we werden gedwongen om steeds sneller te lopen. Zelfs koeien en schapen worden niet zo behandeld. 11


Er waren natuurlijk medegevangenen die niet meer zo snel konden. Nu, die werden

met bamboestokken geslagen en al strompelend en met bebloede hoofden kwamen we eindelijk aan. Moed houden De haat bij het zien van dergelijke toestanden werd steeds groter en groter. Maar ik heb steeds tegen Bennie gezegd om moed te houden, want deze spleetogige criminelen zullen hun straf niet ontlopen. En ik heb tot de Almachtige God gebeden om ons te beschermen en te vragen dat zij hun

Drijsen: gevonden voor een interview.

12

straf niet zouden ontlopen. Opgejaagd als wilde dieren moesten we de

trein in, die uit zo’n 15 wagons bestond, in de voorste wagons zaten die smerige gedrongen apen met spleetogen, in de middelste zaten wij en in de achterste wagons zaten weer die barbaarse spleetogen. Toen de trein net in beweging was, vloog tot drie keer toe laag boven ons een verkenningsvliegtuig, Gelukkig deed hij niets. Ik vermoed dat hij slechts foto’s heeft gemaakt om precies te weten te komen waar wij en die smerige spleetogen zaten. De Amerikanen wisten allang dat Bièn


Hoa een doorvoerstation was. De volgende dag tegen een uur of negen kwam een B25

bommenwerper laag overvliegen, hij cirkelde eenmaal en bombardeerde eerst de achterste wagons inclusief de locomotief. Hij draaide daarna bij en bombardeerde vervolgens de voorste wagons inclusief de voorste locomotief. Vele spleetogige barbaren waren geraakt en er vielen flink wat doden en gewonden. Dat was de straf die ze van de Almachtige God hadden gekregen. Bij ons, gevangenen, waren slechts lichtgewonden. Wij moesten blijven wachten tot er van de andere kant weer treinen zouden komen. Na veel geharrewar en paniek kwam er na twee dagen zonder eten (maar wel veel water drinken) inderdaad weer een trein van de andere kant opdagen. We reisden verder het gebergte in, bij Krongh Pah begon een tandradbaan. Aan het eindpunt lag het dorpje Dran waar we tenslotte aankwamen. Hier moesten we uitstappen. We werden toen in oude pakhuizen gelegerd in afwachting van verder transport. Na 28 dagen daar gelegen te hebben werden we gedirigeerd naar vermoedelijk onze eindbestemming hoog in de bergen. Daar lag aan een rivier het gehucht “Chute de Lièng, Kang”. Bij de rivier was ook een kleine waterval. ‘s Nachts was het vrij koud. Er stonden slechts kolossale grote dennenbomen en dat vond ik wel mooi. Hier moesten we wederom een oude startbaan verlengen, terwijl er sinds ons vertrek uit Saigon geen enkel Japans gevechtsvliegtuig meer te zien was. In Lièng Kang kregen we een barbaar van de ergste soort als kampcommandant. namelijk de kapitein Susuki. In Saigon hadden we intussen ook nog zo’n tweehonderd Australiërs toege-

voegd gekregen, die in Thailand onder die gele baviaan in het dorpje ‘Keing Siauw’

zaten. Ze kenden hem en hadden hem zelfs een bijnaam gegeven: “Keng Siauw Killer’. Dus die gore crimineel had heel wat op zijn kerfstok en zijn geweten. Zelfs hier in de bergen wisten de Amerikanen ons te vinden. Zeker twee maal per week bracht zo’n B25 bommenwerper ons een bezoek en deze vloog dan heel laag over ons, wanneer we op het vliegveld bezig waren. Op het laatst kenden wij het geluid van die bommenwerper. Als die naderde, doken we meteen de greppel in, terwijl die smerige krompoten nog bij de stoomwals stonden. En wat denk je, we hoorden op een keer één zware salvo uit de snelvuurkanonnen. Wat bleek? Die stoomwals was vernietigd, inclusief spleetogen. Onze bevrijding zal toch echt niet lang meer duren, dachten we. Einde Pacific-oorlog En inderdaad, in de eerste week van augustus ‘45 moesten we weer inpakken om verder getransporteerd te worden. Maar het eigenaardige was dat er vrachtauto’s kwamen aanrijden om ons op te halen. We werden niet meer opgejaagd, ze waren heel anders geworden, die Japanners. Het moet 13 of 14 augustus zijn geweest toen we uit Lièng Kang waren vertrokken, op weg naar het vernielde station van “Tourcham”. Hier moesten we een halve dag wachten. Ik zei tegen Bennie: “Volgens mij is het afgelopen, die spleetogen uit het land van de rijzende zon hebben geen zon meer, er is alleen maar duisternis”. De lange trein stond eindelijk klaar en we konden rustig instappen. Je hoorde ook helemaal geen brullende gorillakreten meer en langzaam maar ze13


ker gingen we op weg naar Saigon. Daar hoorden we pas bij aankomst dat Japan on-

voorwaardelijk had gecapituleerd, nadat er twee atoombommen waren gevallen. Mijn gevoelens waren toch wel juist geweest. Wat ik nog vergeet te vertellen is een tragisch verhaal. Op weg van Tourcham naar Saigon is een kameraad in de trein gestorven. Op last van die gele honden moest hij gewoon onderweg begraven worden. ln Saigon aangekomen werden we in barakken gelegerd. Intussen was er in Saigon een complete, gewelddadige communistische opstand uitgebroken die geleid werd door de stalinistische aanhanger Ho Chin Minh. Als ik vertel dat deze barbaren nog wreder waren dan de toenmalige japanners, dan wil je dat niet geloven. Ik zal de details ervan niet noemen, want zoiets had ik in die drie-en-half jaar krijgsgevangenschap nog niet gezien, onbeschrijflijk. Die opstand was zo grimmig en zo wreed, dat er voor onze veiligheid werd gevreesd. Daarom werden we onder de bezielende leiding van Gurka-militairen (de beroemde staatstroepen van het Britse leger) overgeplaatst. In het nieuwe kamp was de legering uitstekend. Het was een groot kampement, dat van het Franse leger was geweest. Zo’n abnormale legerplaats had ik nog nooit gezien, het lag iets buiten de stad. Daarin was een spoorlijn aangelegd (goederenvervoer) en zelfs ook nog een startbaan voor gevechtsvliegtuigen. Dit kamp heette “Cinq Campenent”. Het werd heel goed beveiligd. Hier kwamen we langzaam bij, konden we eindelijk tot rust komen. Maar ook dat duurde niet zo lang, want die barbaarse Vietnamezen begonnen op ons te schieten. Het gevolg was dat we ons moesten bewapenen. Om de wapenopslagplaats te 14

bereiken om een groot aantal wapens te kunnen bemachtigen, kregen wij een aan-

tal vrachtwagens o.l.v. een Japanse commandant die in het begin weigerde zijn medewerking te verlenen. Maar met een geneesmiddel in de vorm van een pistool tegen zijn hoofd ging hij toch mee. De opslagplaats bevond zich in het dorpje Fumai, zo’n 15 km buiten Saigon. Op de weg terug werden we beschoten en vanzelfsprekend leidde dat tot een klein oorlogje. Wij waren het schieten nog niet verleerd, want er vielen heel wat slachtoffers onder die rode barbaren Toen het schieten afgelopen was, zijn we weer in de vrachtauto’s gestapt en richting Saigon gereden. Bij aankomst in het kamp bleken we één zeer licht gewonde te hebben, onze chauffeur Jan Banze. Hij was door een kleine scherf geraakt. Na drie dagen kon hij weer gewoon lopen. Witte vlag Twee dagen later kwam een groep onderhandelaars aan de poort van de legerplaats met een grote witte vlag. Zij vroegen of zij onze commandant luitenant-kolonel Van Lent, de ijzervreter, mochten spreken. Al deze gasten moesten zich helemaal uitkleden en hun sieraden, horloges, potloden, pennen, riemen en hun schoenen bij de wacht achterlaten. Daarna konden ze zich weer aankleden. Onder bewaking van tien man mochten ze twee aan twee naar binnen. Zelf waren zij met zes man gekomen, maar twee hielden we achter bij de wacht om zogenaamd hun eigendommen te bewaken, in werkelijkheid waren dat gewoon onze gijzelaars. Mochten die andere vier rare capriolen maken, dan waren deze twee toch wel de eersten die om zeep gebracht zouden worden,


want dit waren eigenlijk geen mensen meer. Zelfs dieren richten niet zulke wrede en afgrijselijke slachtingen aan, zoals in Saigon gepleegd zijn. Het gesprek met de commandant bleek kort, bondig, stellig en overduidelijk te zijn. Hun gezichten zagen er niet best uit en de volgende morgen moesten zij met het antwoord komen op de eisen die onze commandant gesteld had. Het tijdstip was klokslag 12.00 uur. Het eigenaardige was dat er op onze legerplaats niet meer werd geschoten. De volgende morgen stonden ze om vijf minuten voor twaalf voor de poort met de witte vlag. De delegatie bestond nu uit drie man, de vlaggendrager en twee delegatieleden. Ze werden natuurlijk weer helemaal gefouilleerd. Twee van hen gingen onder begeleiding naar binnen, terwijl de vlaggendrager als gijzelaar bij de wacht mocht blijven. De onderhandelingen duurden slechts kort.

Later hoorden we wat de eisen van de commandant waren geweest:

- er mocht niet op ons geschoten worden - en wij moesten op de mouw een klein Nederlands vlaggetje kunnen spelden dat zij voor ons moesten maken. Zodoende konden wij vrij in Saigon rondlopen, geen haar werd ons gekrenkt. lk heb nog niet verteld dat een groot deel van de Franse stadsbevolking in het kamp werd ondergebracht. In oktober ‘45 kregen wij bericht dat we ons gereed moesten houden om naar Singapore te gaan. We scheepten ons in en na een week bereikten we Singapore en werden we gelegerd in het tentenkamp Changi aan zee. Daar kregen we een militaire training om IndonesiĂŤ van de extremisten te bevrijden. Vervolgens moesten wij de Japanse oorlogsmisdadigers in de Changi Jail bewaken. Wij bewoonden nu de huizen van het vroe-

In gesprek met visite.

15


gere personeel. Bennie kreeg een kamer naast mij.

Vanuit Java waren intussen vele kennissen, vrienden en familieleden in Singapore aangekomen, omdat het daar door de revolutie erg onveilig was geworden. Wij trokken natuurlijk de lijsten na van hen die in de verschillende kampen waren ondergebracht, En ja hoor, ik zag één keer de naam C.CH. Drijsen staan. Toen kon ik niet eens wachten op militair transport, ik nam meteen een klein busje naar het kamp ‘Nee Soon’ dat ongeveer 30 km verder aan de andere kant van het eiland lag. De ontmoeting die volgde, was vreugdevol. Verliefd Er werden in die kampen dansavonden gehouden. Bennie ging er bijna nooit heen. Totdat ik hem vertelde dat ik er een zuster had zonder danspartner. Zodoende heb ik hem mee kunnen krijgen. Zelf vond ik dansen in die tijd maar niks. En zo gebeurde het dat zij vaak samen gingen dansen. Op een dag vertelde Bennie mij dat hij verliefd was geworden op Corrie Drijsen, na een danspartij in de kantine in Changi aan het strand. En daar in februari 1946 begon de romance tussen Bennie en Corrie. Toen het weer veiliger was geworden in Indonesië, gingen velen terug naar verschillende steden daar. Ook ik had intussen in Singapore een meisje ontmoet, met lang haar. En dat was Jeanette. Toen iedereen weer vertrokken was, werden ook wij overgeplaatst naar eilanden en plaatsen in de Riouw Archipel. Bennie en ik kwamen weer samen op “Tandjung Batoe” terecht, Bennie werd in 1947/1948 gedemobiliseerd. En hier eindigen de lotgevallen van Bennie en mij, waarover ik heb willen vertellen.’ 16

DETERMINATIEMIDDAG FOTO’S UIT NEDERLANDS-INDIË Op zaterdag 11 maart 2017 kan iedereen na vooraanmelding in Museum Bronbeek terecht bij een expertteam op de foto-determinatiemiddag ‘Mijn opa was een…’. Tussen 12.00 en 17.00 uur gaan de teamleden in op vragen van bezoekers over eigen (familie)foto’s, die betrekking hebben op Nederlands-Indië en het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Veel Nederlanders hebben familieleden die destijds in het voormalige Nederlands-Indië woonden, werkten of er als militair gediend hebben. In een nalatenschap of bij het opruimen vinden zij soms foto’s en documenten waarop hun familieleden in Indië staan afgebeeld. Het belang en de betekenis van die spullen is vaak niet duidelijk. Maar met hulp van specialisten kan dit materiaal veel vertellen over het leven van deze familieleden. Museum Bronbeek organiseert deze middag om mensen gelegenheid te geven een antwoord op hun vragen te vinden. De experts analyseren de foto’s aan de hand van kleding en uniformen, wapens, voer- en vaartuigen en gebouwen. Behalve foto’s zijn ook documenten, onderscheidingen en (delen van) uniformen welkom om te laten bekijken. Indien gewenst kan men advies en informatie krijgen over nader (genealogisch) onderzoek. Voor deelname geldt het toegangstarief van Museum Bronbeek (www.bronbeek.nl). Vooraanmelding is noodzakelijk via nb.ravensbergen@mindef.nl.


OVER DE WAARDE VAN HERDENKEN Op verzoek ruimen wij plaats in voor de toespraak van oud-Tweede Kamervoorzitter mw. Gerdi Verbeet, tegenwoordig voorzitter van het Nationaal Comité 4&5 mei, uitgesproken tijdens de herdenking 2016 van de Stichting Slachtoffers van de Japanse Zeetransporten op het landgoed Bronbeek (10 september jl.) ‘Terugkijken en vooruitkijken; dat is de waarde van herdenken. Herdenken gaat over stilstaan bij pijn, gemis en verlies. Herdenken gaat over de herinnering aan mensen die er niet meer zijn. Herdenken gaat over het terugdenken aan de oorlog die voorbij is, maar niet als voorbij voelt. Én herdenken gaat over leren van het verleden. Herinneringen levend houden aan onze verloren geliefden, samen met onze kinderen en kindskinderen. Herinneringen doorgeven aan toekomstige generaties, zodat zij ervan leren. Dat is waar wij samen voor staan. Vandaag zijn we bijeen om de meer dan 100.000 slachtoffers van de Japanse zeetransporten te herdenken. Tijdens deze transporten kwamen ruim 22.000 van hen om het leven.

Gerti Verbeek tijdens haar toespraak bij de herdenking van de slachtoffers van de Japanse zeetransporten op landgoed Bronbeek.

17


De meeste slachtoffers die omkwamen tijdens deze zeetransporten waren Romoesja’s: Indonesische dwangarbeiders. Vaak wordt deze groep mensen vergeten. In het koloniale denken waren zij de moeite van het vermelden niet waard.

De slachtoffers die omkwamen tijdens de ruim 350 Japanse zeetransporten, zijn veel mensen in Nederland niet bekend. Ook over de dwangarbeid toen weten we maar zo heel erg weinig. Deze slachtoffers moeten elk jaar herdacht worden. Hier bij dit monument op deze dag. Op 15 augustus bij het Indiëmonument in Den Haag. En natuurlijk op 4 mei in heel het land. Vandaag sta ik hier als voorzitter van het Nationaal Comité en als dochter van een oud-Indiëganger die na de oorlog ging naar het land waarmee u zo verbonden bent. Voor u vormen de zeetransporten een belangrijk onderdeel van uw familiegeschiedenis. Uw vader, grootvader, man, broer, vriend of collega kwam om en u staat daar vandaag samen bij stil, en waarschijnlijk is het verdriet altijd op de achtergrond aanwezig. Maar praat u er ook over? Vertelt u uw verhaal aan uw kinderen en kleinkinderen? Uit het Generatieonderzoek van het comité blijkt dat verhalen over oorlog en vrijheid niet vanzelfsprekend van generatie op generatie overgedragen worden. Ouders kunnen soms moeilijk met hun kinderen praten over dat wat hen zo veel pijn doet. Woorden schieten te kort. Uit zorg over hun emoties vermijden kinderen het gesprek met hun ouders. Het verstrijken van de jaren zorgt niet voor minder pijn, maar vaak wel dat deze beter benaderbaar wordt. Veel jaren zijn voorbijgegaan. Uiteindelijk weten grootouders en kleinkinderen onderling vaak wel de woorden te vinden om het onbespreekbare bespreekbaar te maken. Kleinkinderen durven spontaan vragen te stellen en leren zo over het onbekende verleden van hun familie. Zo worden familieverhalen weer compleet gemaakt. En zo worden de verhalen langzaam ook bekender buiten de eigen kring. Persoonlijke gesprekken en steeds weer nieuwe historische inzichten scherpen ons beeld over de oorlog, over de Japanse zeetransporten. Ook over de rol die de geallieerden hadden in het zinken van de schepen. Hoe onrechtvaardig kan oorlog zijn als je weet dat je geliefde is omgekomen door handelen van je bondgenoten? 18


Deze verhalen over uw dierbaren, over de Tweede Wereldoorlog in Zuidoost-Azië, over dwangarbeid, over slachtoffers van Nederlandse, Australische, Britse en Indonesische afkomst, zijn het vertellen meer dan waard. Kennis over dit verleden ontbreekt bij veel Nederlanders. Het Nationaal Comité 4 en 5 mei wil zijn uiterste best doen de oorlog in Indië dichterbij te brengen. Omdat deze oorlog ook onze oorlog is. Kennis van de gebeurtenissen uit de Tweede Wereldoorlog is belangrijk voor nieuwe generaties. Wie kan jongeren beter vertellen hoe verschrikkelijk het is om je vrijheid te verliezen, dan de mensen die het zelf hebben meegemaakt …. om rechteloos, bang en op de vlucht te zijn.

Toen ik de eerste keer als voorzitter van de Tweede Kamer tijdens de Nationale Herdenking op de Dam stond, realiseerde ik me dat al die mensen die daar hun respect aan de doden betuigen ook de bondgenoten zijn van de democratie, de rechtstaat en de vrijheid. En bij iedere herdenking - ook vandaag - ben ik me daarvan opnieuw bewust. Sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog is er geen dag zonder oorlog. En ook nu is oorlog dagelijkse realiteit. Aan de randen van het veilige en democratische Europa wordt gevochten. Opgejaagde mensen zoeken hun toevlucht tot deze veilige haven. Zij moeten hun verhaal kunnen vertellen. U weet als geen ander hoe weinig ruimte er in de jaren vijftig was om de oorlog te verwerken. De blik was op de toekomst gericht. Er was niet voldoende aandacht voor het verwerken van de psychische schade die oorlog veroorzaakt. Nu wel. Dat is wat wij hebben geleerd van het verleden. Praten helpt. Verhalen delen helpt. Om de oorlog bespreekbaar te maken. Om te leren van de geschiedenis. Binnen en buiten uw eigen kring. Omdat uw verhaal doorgegeven moet worden aan de volgende generatie. Dat zijn we aan de slachtoffers verplicht. Ieder jaar opnieuw.

Dat is de waarde van herdenken.’ ... 19


DRIE THEMAZONDAGEN SEIZOEN 2016-2017 Normaliter is men gewend aan vier themazondagen in de Kumpulan over Nederlands-IndiĂŤ per seizoen, te weten in november, januari, februari en maart. Het nieuwe seizoen 2016-2017 wijkt daarvan af. Het is noodzakelijk het gehele aanmeldingstraject daarvoor anders in te richten dan voorheen.

Eindexamenwerk van studenten ArtEZ. Zie ook pagina 10.

20

Aangezien dit voorbereidingstijd vergt, zullen er in het seizoen 2016-2017 drie themazondagen worden gehouden, namelijk op 22 januari, op 19 februari en op 23 april 2017. Informatie omtrent de onderwerpen en sprekers op die zondagen volgt zo spoedig mogelijk, zo heeft J.C.L. Bolderman, bestuursvoorzitter Stichting Kumpulan Bronbeek, onlangs namens de organisatie laten weten.


Museumcollectie Correctie In het vorige nummer van het Bronbeekbulletin is abusievelijk voor de schenkingen een verkeerde periode (september tot en met december 2015) vermeld. Dit moet zijn: januari tot en met april 2016. De daarop aansluitende lijst schenkingen aan het museum leest u hierna.

Overzicht aanwinsten mei t/m juni 2016 Schenkingen Mw. E.A. Reijnierse-Nauta, Voorschoten

Boekwerkje

Mw. M. Spangenberger, Oosterbeek

Twee ingelijste foto’s

Mw. M. van Hest, Eindhoven

Een kris in schede

Mw. N.J.A. Garvelink-Bos, Den Haag

Vaas met deksel

Dhr. P. van Loon

Kleurenprent van schilderij Kon.Wilhelmina

Mw. L.Y. Verweij, Arnhem

Manuscript Lombok-expeditie

Mw. M. Campioni-v.Schaardenburg,Wassenaar Pistool, documenten, foto’s en knopen G.S. Huijboom

Revolver

C. Arnoldussen, Driel

Portret in lijst

N. Wildervanck, Zoutkamp

Paspoort

Dhr. J. Boeles, Berlijn

Twee achterglasschilderijen

Mw. C.S. van den berg-Muller, Voorschoten Herinneringsdoek, emblemen, luciferhouder, koppel, koord, fotoalbum, zes dagboeken, documenten, scheepskranten, bataljonskrant en pijlen in koker F.H.D. Schagen, Son en Breugel

Zeven 8 mm familiefilms

Mw. C.H. van Kuijk-Hanssens, Leidschendam

Portret en uniform

R.B. de Haas, Nijmegen

Kris, degen en bajonet

Dhr. J. Otten, Amsterdam

Katoenen zakje uit kamp Lampersari

J.Y. Stuitje, Driebergen

Japans zwaard

Mw. M. Bredenoort-Rorije, Wapenveld

Fotoalbum en ‘Dagboek van G.J. Rorije’

L.J.M. Mulder, Apeldoorn

Fotoalbum en documenten diensttijd

Dhr. D. Timmer, Nieuw Zeeland

Memorabilia uit kamp Pulu Brayan

R.J. Renkema, Appingedam

Fotoalbum, documenten en een groepsfoto

Mw. P. de Fremery

Medaille EBK en Atjeh-medaille

Dhr. H. Sesink Clee, Bilthoven

Twee kampnummers, bronzen penning,

embleem, foto’s en een telegram

St. Veteranen 5-5 R.I., Zutphen

Pamflet ‘Kita kepeksategel njiksa’

Mw. J. Bos, Oss

Twee foto’s

Dhr. F. Smulders, Tilburg

Twee singles in hoesjes en een portretfoto

J.H.W. Harm, Zoetermeer

Documenten

Dhr. D. Bloemers, Heemstede

Correspondentie

21


Mw. M. Koerselman, Almere Documenten, krantenknipsels, fotoalbum, pamfletten, foto’s, geogr. Kaarten, tijdschrift en publicaties M. Lohnstein, Velp

Ontwerpschets monument

Dhr. Bruggink, Amersfoort

Fotoalbum, 2 kleurenfoto’s en documenten

Mw. Nijmeijer-Russchen, Zuidlaren

Lans

H.A. Veentjer, Roden

Gesp Atjeh, medaille TD en documenten

Mw. E.v.Wamel-v.Haastrecht, Den Bosch

Kampnummer, zakje en Japan-China-war Medal

J. Bosman, Eindhoven

18 Stereofoto’s, 2 Travel Guides en tekening

R.H.M. Soer

Fotoalbum, 16 foto’s en beeldje van soldaat Overzee

Mw. J.M.F.C. Bosman, Nijmegen

Documenten, foto’s en negatief

Dhr. A. Tappenden, Arnhem

Waterverfschildering

G. van Esterik, Arnhem

Documenten, fotoalbums en foto’s

Mw. H. Geesthuizen, Nijmegen

Typoscript en knipsel met foto’s van kamp 2

Pakan Baru

J.H. Teunisse, Vlaardingen

Typoscript ‘Tactiek Deel VI’

Dhr. K. Sietsma, Vleuten

Ereteken voor Orde & Vrede met jaargespen

E. de Wolf, Leeuwarden

Documenten

Mw. A. Arts-Verbraak, Hazerwoudedorp Uittreksel geboorte dochter, pamflet, 3 foto’s en 2 cartes de visite

Aankoop Mw. D.van der Klei, Amsterdam 60 foto’s 100-jarig bestaan Bronbeek en 4 vintageprints

22


STICHTING VRIENDEN VAN BRONBEEK We zoeken méér vrienden Onze Stichting Vrienden van Bronbeek spant zich in voor activiteiten en versterking van haar organisatie. Zij doet ook een beroep op alle lezers. Ons verzoek: meld u aan als Vriend, als u dat nog niet bent. En zoek met ons mee naar nieuwe Vrienden, die misschien al in uw directe omgeving te vinden zijn. Voor een minimale bijdrage van 15,00 euro per jaar per persoon steunt u een bijzondere instelling. Vriend worden is mogelijk door de bijdrage over te maken op rekeningnummer: NL89 INGB 0000 0009 40 t.n.v. de penningmeester van de Stichting Vrienden van ­Bronbeek te Arnhem. Geïnteresseerden kunnen ook de onderstaande bon invullen en opsturen naar de Vriendenadministratie van de Stichting Vrienden van Bronbeek: Velperweg 147; 6824 MB Arnhem. Vervolgens ontvangt u een acceptgirokaart.

Bon voor aanmelding nieuwe Vrienden Naam: Adres: Postcode en woonplaats: E-mailadres: IBAN rekeningnummer:

Vrienden van de Stichting Vrienden van Bronbeek ontvangen onder meer het Bronbeekbulletin, ­genieten gratis entree tot Museum Bronbeek, en hebben toegang tot de Kumpulan.


Bronbeek bulletin nov 2016  

Bronbeek Bulletin november 2016