Page 1

Uitgave van de Stichting Vrienden van Bronbeek November/足 December 2015

Adjudant b.d. C.W. Ottevanger 100 jaar


AANGESTIPT •H  et bestuur wenst u alvast prettige feestdagen en al het goede voor 2016. • Om te noteren: Vriendendag 2016 is vastgesteld op zaterdag 27 augustus. • Onze website ‘www.vriendenvanbronbeek.nl’ is altijd even actueel: raadpleging aanbevolen. • Het bedrag van de jaarlijkse donatie is gewijzigd en bedraagt minimaal 15 euro. • Donateurs die hun e-mailadres nog niet hebben doorgegeven aan de leden­ administratie, worden vriendelijk verzocht dit alsnog te doen. E-mailadres leden­administratie: SVVB@kpnmail.nl

GOUVERNEUR MIDDEN-JAVA IN BRONBEEK Op zondag 4 oktober 2015 heeft de heer Ganjar Pranowo, gouverneur van de Indonesische provincie Jawa Tengah (Midden-Java of Centraal-Java), met een delegatie van 20 personen een bezoek aan Bronbeek gebracht met als doel: het uitbouwen van de wederzijdse relatie op museaal gebied. Deze samenwerking is vastgelegd in een intentieverklaring. In Indonesië bestaat een groeiende belangstelling voor de koloniale geschiedenis in het algemeen, en in het bijzonder de periode van de onafhankelijkheidsoorlog 1945-‘49. Men is zich er recent meer van bewust geworden dat in Nederland, met name in Museum Bronbeek, veel informatie en objecten over deze periode aanwezig zijn.

Bij de voorpagina De Bronbeek-gemeenschap heeft dit jaar veelvuldig feest gevierd met zijn 100-jarige bewoner adjudant b.d. C.W. Ottevanger. Arnhems burgemeester H.J. Kaiser kwam hem op 13 augustus feliciteren en mocht mee op de foto. Ook koning Willem-Alexander zocht hem op, kort voor zijn verjaardag.


INHOUD 2015 november/december

Van het bestuur Samenvatting besluiten

4

Agenda Activiteiten op Bronbeek

5

In en om Bronbeek Verschijnt 3x per jaar - no. 113 Informatieblad van de ‘Stichting Vrienden van Bronbeek’. Redactieleden: mevr. G.G. Besselink-Boermann dhr. A.P. Bakker mr. H.J.A. Grootveld, eindredacteur Doelstelling van de Stichting: Het wekken van belangstelling voor, alsmede het levend houden en zo mogelijk versterken van de historisch bepaalde verbondenheid tussen Nederland en landen overzee, in het bijzonder Indonesië, door voortzetting, aanpassing en uitbouwing van de tradities van het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum ‘BRONBEEK’.

In Memoriam Nieuwe bewoners Trouw en waardig Ottevanger: 100 Bamboespeer Record museum Namen bij monument Uitbreiding monument

7 7 7 7 15 16 18 18

Kris…Kras Boottocht Databank registratiekaarten

22 23

Donatie: Natuurlijke personen minimaal € 15,00 per jaar. Rechtspersonen minimaal € 50,- per jaar. IBAN rekeningnummer: NL89 INGB 0000 0009 40 van de ‘Stichting Vrienden van Bronbeek’. Adres Stichting: Velperweg 147, 6824 MB Arnhem. website: www.vriendenvanbronbeek.nl Vriendenadministratie SVVB Rauwland 68 7491 KL Delden Tel. 074 - 376 30 50 E-mailadres: SVVB@kpnmail.nl ISSN: 1386 - 0372

KTOMM BRONBEEK Tel: 026-376 35 55 3


Van het bestuur Samenvatting besluiten van het bestuur, bekendgemaakt op de Vergadering van Vrienden op zondag 6 september 2015. Donateurs (vrienden) van de Stichting Vrienden van Bronbeek. • Invoeren donateurschap voor een jaar met ingangsdatum 1 januari 2016. • Donateur voor het leven per 1 januari 2016 beëindigen. De bestaande donateurs voor het leven handhaven. • Per 1 januari 2016 is de minimale jaarlijkse bijdrage € 15 per jaar. • Geen automatische incasso invoeren. Bezuinigingsonderwerp 2: Vriendenwerving • Akkoord met vorming van Commissie Vriendenwerving, bestaande uit G ­ eertje Besselink, Gonda van Binsbergen en ­Ralph Kneefel. • Bestaande plan-vriendenwerving van de voorzitter zal worden opgepakt en waar nodig en gewenst geactualiseerd. • Plan ter goedkeuring aanbieden in najaarsvergadering van bestuur. Bezuinigingsonderwerp: Portokosten. • Vrienden aansporen hun mailadres aan secretariaat SVVB te zenden. Daarna kan de digitale versie van het Bronbeekbulletin via de mail worden verzonden aan de vrienden. • Na schriftelijke goedkeuring door de vormgever en drukker het Bronbeekbulletin op website SVVB plaatsen. • Contact opnemen met Sandd m.b.t. verzending Bronbeekbulletins. • Vrienden met e-mailadres informeren wanneer het Bronbeekbulletin op de 4

SVVB-website staat en de digitale versie als bijlage per mail verzenden aan de vrienden. • Invoering digitale nieuwsbrief SVVB. • Invoering 1 januari 2016. Bezuinigingsonderwerp: giften en legaten. • Giften en legaten niet koppelen aan donateurschap voor het leven. • Vrienden dienen te worden gewezen op de belastingvoordelen bij giften en legaten. Deze promotie opnemen in Bronbeekbulletin, website en facebookpagina. • Invoering 1 januari 2016. Bezuinigingsonderwerp: wijziging stichtingsjaar in kalenderjaar. • Akkoord met wijzigen stichtingsjaar in kalenderjaar. • Wel hanteren van verkort boekingsjaar. • Wijzigen van de statuten doorvoeren per 1 januari 2016. • Invoering: 1 januari 2016. Bezuinigingsonderwerp: Bronbeekbulletin. • Onderzoeken of in het Bronbeekbulletin advertenties kunnen worden opgenomen. • Handhaven van drie uitgaves per jaar. • Bronbeekbulletin opnemen op de website SVVB en digitaal verzenden aan de vrienden met e-mailadres. • Introduceren facebookpagina Stichting Vrienden van Bronbeek. • Bestuderen of Nieuwsbrief Bronbeekbulletin kan worden ingevoerd, die dan per mail aan de vrienden kan worden verzonden en opgenomen op website en facebookpagina. • Invoering 1 januari 2016. Ralph Kneefel, secretaris


Agenda

ACTIVITEITEN OP BRONBEEK t/m 31 december 2015

| FOTO-EXPOSITIE

‘Oorlog in beeld’ Foto’s uit heden en verleden uit de collecties van Galeri Museum Antara, Museum Bronbeek en Mariëlle van Uitert.

t/m 3 januari 2016

| EXPOSITIE

‘Oorlog! Van Indië tot Indonesië 1945/1950’ Een overzicht van de periode, waarin op gewelddadige wijze een eind kwam aan de Nederlandse koloniale overheersing van Nederlands-Indië.

13 december 2015

| LEZING

‘C.P. Wolff Schoemaker’ door C.J. van Dullemen | 14.00 – 16.00 uur | Toegang: € 15,00 (incl. museumentree) I.s.m. Volksuniversiteit Arnhem Inschrijven via (026) 3543111 of www.volksuniversiteitarnhem.nl

17 januari 2016

| THEMAZONDAG

‘Sumatra’ 11.00 - 15.00 uur | Toegang: € 27,- (incl. o.a. Indisch buffet) I.s.m. Stichting Indisch Erfgoed & Stichting Klein Bronbeek Inschrijven: Loket.KTOMM.Bronbeek@mindef.nl

21 februari 2016

| THEMAZONDAG

‘Reizen door Indië’ 11.00 - 15.00 uur | Toegang: € 27,- (incl. o.a. Indisch buffet) I.s.m. Stichting Indisch Erfgoed & Stichting Klein Bronbeek Inschrijven: Loket.KTOMM.Bronbeek@mindef.nl

12 maart 2016

| FOTODETERMINATIE

‘Mijn Opa was een…’ Laat uw meegebrachte foto’s m.b.t. Nederlands-Indië en het KNIL determineren door een expertpanel. 12.00-17.00 uur | Toegang met museumentreebewijs. Reserveren noodzakelijk: nb.ravensbergen@mindef.nl

20 maart 2016

| THEMAZONDAG

‘Vrouwen in Nederlands-Indië’ 11.00 - 15.00 uur | Toegang: € 27,- (incl. o.a. Indisch buffet) I.s.m. Stichting Indisch Erfgoed & Stichting Klein Bronbeek Inschrijven: Loket.KTOMM.Bronbeek@mindef.nl

5


Dinsdag t/m zondag

| JEUGDACTIVITEITEN

Landgoedspeurtocht In je eigen tempo zwerf je over het landgoed Bronbeek en onderzoek je onbekende plekken en dingen. Leeftijd: 8 t/m 12 jaar. Haal een gratis routekaart bij de receptie tussen 10.00 en 17.00 uur. Museumspeurtocht Weet jij hoeveel kanonnen er in het museum staan? En weet je waarom uniformen er zo indrukwekkend uitzien? Er is een speurtocht voor 6 t/m 9 jaar en een voor 10 t/m 12 jaar. Haal er een gratis af bij de receptie tussen 10.00 en 17.00 uur.

Zondagen

| OPENBARE REPETITIES

Gamelan In verband met herinrichting van de Indische Zaal zijn er tijdelijk geen openbare ­repetities door de groep Kusumo Budoyo. Informeer naar de actuele stand van zaken via (026) 3763578. Wijzigingen voorbehouden. Voor nadere gegevens en de laatste stand van zaken: kijk op www.bronbeek.nl onder ‘Activiteiten Bronbeek’.

‘KOLONIALE COLLECTIES ALS VENSTERS OP DE SAMENLEVING’ Op zondagmiddag 31 januari 2016 geeft dr. Caroline Drieënhuizen in Museum Bronbeek om 14.00 uur de lezing ‘Koloniale collecties als vensters op de samenleving’. Talloze mensen verzamelden onder dubieuze en minder dubieuze omstandigheden voorwerpen uit de voormalige kolonie Nederlands-Indië. Enkele van die objecten vonden hun weg weer terug naar het huidige Indonesië. Andere bleven in Nederland, bij mensen thuis op zolder of in de depots van musea als het Amsterdamse 6

Tropenmuseum. De betekenis die mensen aan dergelijke voorwerpen toeschreven, veranderde door de tijd heen. Ze kan ons veel vertellen over de heersende tijdgeest en mentaliteit. In deze lezing staat Caroline Drieënhuizen stil bij de betekenis van verschillende objecten en wat die vertellen over Indië, Nederland en de omgang met het (koloniaal) verleden. De lezing wordt georganiseerd i.s.m. de Volksuniversiteit Arnhem. De toegangsprijs (incl. museumentree) bedraagt € 15,- . Inschrijving is noodzakelijk via www.volksuniversiteitarnhem.nl.


In en om Bronbeek IN MEMORIAM

Op 16 mei jl. is de heer H. Bijl overleden, sergeant-majoor b.d. van de Koninklijke Marine. Hij bereikte de leeftijd van 94 jaar. De heer A. Afman (86) is op 17 mei jl. overleden. Hij was sergeant b.d. van de Koninklijke Marine. Op 10 juni jl. overleed de heer S. Vermeer op 80-jarige leeftijd. Hij was sergeant-majoor b.d. van de Koninklijke Marine, Op 16 augustus jl. overleed de heer M. Lubberts (76). Hij was matroos bij de Koninklijke Marine. De heer A.G. Cramer Bornemann (84) is op 4 september jl. overleden. Hij was 足sergeant-majoor b.d. van de Koninklijke Luchtmacht.

NIEUWE BEWONERS Per 1 mei is de heer J. Oostervink in Bronbeek komen wonen. Hij was matroos bij de Koninklijke Marine. De heer G. Hensbergen volgde hem op 21 juli jl. Hij diende als grenadier 1e klasse bij de Koninklijke Landmacht. De heer J. van Heijst kwam op 22 augustus jl. naar Bronbeek. Hij diende als adjudant bij de Koninklijke Landmacht.

herdenkingen die op Bronbeek waren. Op onze Vriendendag (6 september) werd hij ook in het zonnetje gezet. Een aquarel, speciaal voor deze gelegenheid gemaakt door onze voorzitter Jan de Kleyn, werd in zijn bijzijn voor de collectie van Bronbeek overgedragen aan commandant Michiel Dulfer. Ottevanger kan terugzien op een hoofdrol als: de meest gefotografeerde man van Bronbeek. Hoe vaak hij er het KNIL-uniform ook voor moest aantrekken, hij presteerde dit alle keren even trouw als waardig. Redactielid Geertje Besselink-Boermann, Hella Dulfer en Gonda van Binsbergen hebben het leven van de 100-jarige en zijn tijd als militair in het volgende artikel beschreven.

MEER OVER OTTEVANGER: 100 ...Tot 2 jaar terug heeft hij de computer nog gebruikt. Hij mailde mensen als ze hem geen mailtje terug stuurden... Cornelis Willem Ottevanger is geboren op 13 augustus 1915 op Java, Tjimahi, een

Wij wensen hen een fijn verblijf toe op het landgoed

TROUW EN WAARDIG IN HET KNIL-UNIFORM Voor adjudant C.W. Ottevanger gaat 2015 de geschiedenis in als een bijzonder jaar. Hij werd op 13 augustus 100 jaar. Op 17 juni zocht koning Willem-Alexander hem al op, toen hij als eregast aanwezig was bij

Adjudant Ottevanger buiten op Bronbeek

7


Feestcollage.

stad nabij de Javaanse hoofdstad Bandung. Zijn vader is 81 jaar geworden. Zijn broer werd 72 en zijn zus 96 jaar. Zijn moeder heeft hij nooit gekend. “Ik ben grotendeels opgevoed door het Leger des Heils.’’ Hij vertelt over zijn kinderjaren: “We liepen altijd op blote voeten door de sawa’s. Zelfs voetballen werd gedaan op blote voeten Alleen als we naar school gingen, hadden we schoenen aan. Vervoer naar school: op de rug van een karbouw.” Ottevanger behoort tot de laatste generatie oud-militairen van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger (KNIL). Hij tekende in 1934 voor het KNIL. Zijn vader raadde hem af naar Nederland te gaan: ... Koud kikkerland ...Toch ging hij. Na zijn dienstplicht betekende de beroepsdienst zes jaar brood op de plank. In 1938 werd hij sergeant in Manado, de hoofdstad van Noord-Celebes. “Ik leidde inheemse milities in hun eigen taal op. Maar toen de Jappen aanvielen, trokken zij allemaal hun groene kleren uit. Weg waren ze. Ineens 8

was ons leger van 600 man gehalveerd, tegenover 38.000 Japanners. We verwachtten ze vanuit zee, recht voor ons, maar ze kwamen van links en rechts. Een verbinding met Java was er niet, we hadden bamboehelmen op, er was geen proviand of munitieaanvoer. We kenden geen angst, maar we wisten dat we kansloos waren. We trokken ons terug in de bergen.”

In het riet Uit het boek van Michiel Hegener – Guerrilla in Mori: blz 66 en 67 eind febr. 1942: De Japanners wisten de groep waarin Ottevanger zat, in tenminste twee delen uiteen te slaan. ”De hoofdmoot bestond uit alle miliciens (dienstplichtigen), op-twee-na en de sergeanten Ottevanger, Hollenberg en Grönloh. Laatstgenoemde herinnert zich: “Het was daar nogal begroeid, en we zaten met de hele hap in het riet. Er waren geen gewonden, maar sergeant-majoor Eerkens en luitenant Van Daalen waren we kwijt. Na de beschieting was de leiding ineens


weg! Niet dat wij zulke helden waren, maar we zaten tenminste nog op onze

plek. We zijn toen door de begroeiing naar de kust gekropen. Waar we naartoe moesten, wisten we niet, we waren aan ons lot overgelaten. We zeiden toen: jongens, wat doen we? Die miliciens (dienstplichtigen) wonen hier eigenlijk allemaal in de buurt, dus we zeiden tegen ze: lever je wapens maar in en ga maar naar huis. Dat de Togian (boot) nog terug zou komen, wisten we niet, maar Hollenberg, Ottevanger en ik wilden wel oversteken naar Poso, naar onbezet gebied. Wij hebben toen eerst al die ingeleverde karabijnen en klewangs in een bootje gedaan en dat laten verzuipen. Daarna zijn we met z’n drieën op een prauw — met een zeiltje en peddels — naar Poso vertrokken. Maar dat lukte niet, we zijn omgeslagen. Hebben we eerst op die

omgekeerde boot gezeten, later hebben we hem kunnen omdraaien. Na drie dagen

zagen we land. Ik zei: ik spring overboord en ik zwem naar de kust. Hollenberg heeft toen een klap op mijn kop gegeven, zodat ik verder bleef liggen. Haha! Daar ben ik hem nog dankbaar voor, want het was veel te ver om te zwemmen. Kort daarna zijn we aan land gespoeld, en gaan lopen naar kampong Taloetoe. Daar zijn we door inheemsen ingerekend, aan de palen onder een huis vastgebonden, en daarna gebonden in een prauwtje achter een motor naar Gorontalo gebracht. In Gorontalo zijn we in de gevangenis gestopt, en later aan de Japanners uitgeleverd.” Ottevanger: “Ik kwam in krijgsgevangenschap terecht. Drieënhalf jaar veel slaag en weinig eten. Later ben ik via Biak, Makassar, Soerabaja en Batavia naar Nederland

Met ballonnen in de Poorterszaal.

9


Aquarel van de 100-jarige voor de museumcollectie, gecreëerd door SVVB-voorzitter Jan de Kleyn.

gegaan. Ik heb me gevestigd in Veghel, waar mijn kinderen zijn opgegroeid en mijn vrouw is overleden. (Kinderen: 6 – 1 dochter, 5 zoons. 12 kleinkinderen 24 achterkleinkinderen).”

Naar Spanje Zijn vrouw overleed in 1983, toen 71 jaar oud. Het echtpaar Ottevanger ging na zijn pensionering elk jaar in de koudste drie maanden van Nederland, naar Spanje. Zijn vrouw wilde niet terug naar Indonesië. Hij wel, hij heeft zelfs gedacht aan emigreren. Na het overlijden van zijn vrouw ging hij niet meer naar Spanje, maar vaak langere tijd gedurende de wintermaanden naar Indonesië. De eerste jaren alleen, later met een vriendin. Hij zegt: ‘‘Indisch ben ik me altijd blijven voelen. Ook nu nog, hier in Bronbeek.’’ We vroegen hem of hij het bijzonder vond om 100 jaar te zijn. Hij antwoordde, dat hij niet snapt, waar al die jaren gebleven zijn. 10

En laat een foto zien uit zijn diensttijd in Indië .. iedereen overleden, alleen hij niet. Nadat Indonesië in 1950 onafhankelijk werd, vervolgde Ottevanger zijn militaire loopbaan bij de landmacht tot zijn eervol ontslag in 1957. De tradities van het Koninklijk Nederlands-Indisch Leger zijn voor een deel overgenomen door 12 infanteriebataljon (Air Assault) Regiment van Heutsz van 11 Luchtmobiele Brigade.

Onderscheidingen Ottevanger woont sinds 2002, met een onderbreking van drie jaar, in Bronbeek. Hij draagt vijf onderscheidingen, deels uit zijn diensttijd in Indië: het Ereteken voor Orde en Vrede voor zijn naoorlogse inzet (1945-’48), een zilveren medaille voor 24 jaar Langdurige Trouwe Dienst, de Vaardigheidsmedaille van het Nederlandsch Indische Leger, de Schietprijs van het KNIL (model na 1936) en het Kruis van de Koninklijke Nederlandse Bond voor Lichame-


lijke Opvoeding voor betoonde marsvaardigheid (het Vierdaagsekruis).

Bij zijn tweede opname in Bronbeek in 2005 schreef hij in het bewonersblad van het tehuis: “Ik zit inmiddels alweer een lange tijd in Bronbeek, alhoewel hardhorig, toch redelijk gezond en hoop zodoende en met Gods hulp en de liefdevolle zorg van het verplegend personeel het nog even vol te houden.” We vragen hem hoe zijn dag eruitziet. Hij antwoordt: “Eten, slapen en naar bed gaan.” Hij staat om 6.30 op en gaat om 20.00 uur naar bed. Hij leest graag een boek. De tv slaat hij liever over. We vragen hem of hij er spijt van heeft, dat hij naar Nederland is gekomen. Dan is het een tijdje stil. ”Aan de ene kant wel”, zo peinst hij. ‘‘Indonesië is zoooo’n mooi land. Het regent hier ook, maar anders.”

Hij heeft zelfs serieus overwogen zich daar te vestigen. Door het overlijden van zijn

vriendin en de goede gezondheidszorg in Nederland, zijn kinderen en kleinkinderen, heeft hij ervan afgezien. Maar zijn hart ligt heel duidelijk in “Indië” zoals hij het land nog steeds noemt. We vragen hem ook naar welke foto’s hij het liefst kijkt. Vol overtuiging zegt hij “naar de Indische foto’s van Gorontalo boven Menado.”

Verzet Ottevanger zat op Midden-Celebes tot eind februari 1942. Daarna kwam hij in krijgsgevangenschap. De strijd tegen de Japanners gaat dan verder. Zie daarvoor op internet: Indisch Historisch - Bron: Michiel Hegener, Guerrilla in Mori. Het verzet tegen de Japanners op Midden-Celebes in de Tweede Wereldoorlog.

Statiefoto met ­familie.

11


De eerste Japanse landingen waren aan de oostkust van het olierijke Borneo (Ka-

limantan) en aan de noordkust van de Minahasa op Noord-Celebes. En het is snel gegaan: half februari 1942 was een groot deel van Celebes in Japanse handen gevallen. Het midden van het eiland bleef na de capitulatie korte tijd nog onder Nederlandse controle doordat een groep Nederlanders er nog wilde doorvechten. Journalist en schrijver Michel Hegener wijdde er eind jaren tachtig een aantal artikelen aan in NRC Handelsblad en bracht in 1990 een monografie uit, Guerrilla in Mori. Het verzet tegen de Japanners op Midden-Celebes in de Tweede Wereldoorlog. Wat meteen opvalt aan de vorm van het eiland Celebes, is de zeer lange kust, die het gebied extra kwetsbaar en moeilijk verdedigbaar maakte tegen de Japanse invasie. De vijand had de kusten en landingsplaatsen als het ware voor het kiezen. Met de dreiging van een nederlaag in het vooruitzicht had de legerleiding in januari 1942 luitenant-kolonel A.L. Gortmans naar het eiland gezonden om Nederlandse militairen, maar vooral inheemse soldaten, te helpen voorbereiden op het voeren van een guerrilla-oorlog. Maar het verliep totaal anders omdat het hem niet lukte een guerrilla te organiseren. Nogal wat gerekruteerde Indonesiërs deserteerden voordat er strijd was geleverd. Gortmans redde het niet en gaf zich eind maart 1942 over en werd naar Makassar op Zuid-Celebes afgevoerd. Die regio was namelijk al in vijandelijke handen gevallen. Gortmans werd op 6 april 1944 gefusilleerd door de Japanners omdat hij in de bres sprong voor van spionage en verzet beschuldigde Nederlanders en Indonesiërs. Terug naar januari 1942 zien we dat de commandant van Midden-Cele12

bes, majoor B.F.A. Schilmöller de geregelde strijd in de Minahasa aan het verliezen

was. Hij riep de resten van zijn eenheden (ongeveer 1500 man) op een guerrillastrijd te voeren. Maar deze troepen versnipperden al gauw en konden geen effectieve guerrilla beginnen. Schilmöller zelf had ook geen succes en arriveerde rond 21 februari in de streek ten oosten van Gorontalo, ten zuidenwesten van de Minahasa. Hij wilde verder gaan naar Midden-Celebes, de streek rond Poso. De situatie in en rond Gorontalo veranderde namelijk in hoog tempo dramatisch in het nadeel van de Nederlanders. De Nederlands-Indische troepen vielen rap uit elkaar. Zo had de lokale stadswacht besloten met de Japanners mee te doen en slaagde deze erin 33 man van de Menadonese Militie Compagnie gevangen te nemen. Eerder waren tientallen manschappen gedeserteerd. Een van de personen die met de vijand meedeed, was de ex-foerier van de compagnie Ratambanua. Deze zou nog een opmerkelijke rol spelen later in de strijd. Het midden van Celebes was nog niet aangevallen maar had in januari al een bombardement meegemaakt. Een deel van de stad Kolonedale stond toen in brand. De verwachting was dat een aanval van de vijand vanuit zee zou volgen. Maar na de algehele capitulatie op 8 maart 1942 was er in de verste verten nog geen Japanner te bekennen in of rond Kolonedale. Na het bombardement in januari volgde evacuatie van de burgerbevolking naar de kampongs in het achterland en bleef een verdediging van ongeveer 60 (!) man achter. Op dat moment had niemand enig idee van de omvang van de Japanse invasiemacht. In Kolonadele waren de luitenants J.A. de


Jong en W.H.J.E. van Daalen de hoogste bevelvoerenden. Zij hadden op 6 maart de

inheemse militiesoldaten al naar huis gestuurd en oriënteerden zich op een nieuwe strategie. Majoor Schilmöller was op 24 februari in Poso aangekomen en hoopte de verdediging te reorganiseren en de Japanse opmars te stuiten of te vertragen. Echter de realiteit deed hem beseffen dat de strijd in het voordeel van de Japanners ging uitvallen. Hij was er bang voor dat de Japanners zich zouden afreageren op de Europese inheemse burgerbevolking. Om dat te voorkomen vertrok hij rond 23 maart 1942 naar Menado om zich bij de Japanners te melden en hun instructies af te wachten. Hij seinde naar Poso en Kolonodale dat hij bezig was de voorwaarden rond de overgave te bespreken en riep De Jong en Van Daalen op nadere instructies af te wachten. Zij wachtten intussen met hun groep van ongeveer 125 man. Echter luitenant De Jong besloot in actie te komen nadat hij had vernomen dat Van Daalen zijn wapens had ingeleverd bij de deserteur Ratambanua. Deze laatste zou als een soort ‘gezant’ van de Japanners de taak hebben de capitulatie op Midden-Celebes af te handelen in afwachting van de hoofdmacht. Het zenden van een deserteur was niet direct een uiting van Japans respect voor hun militaire tegenstanders. De Jong slaagde erin de afgegeven wapens weer in bezit te krijgen en nog enkele Nederlandse soldaten uit internering te bevrijden. Het markeerde het begin van een guerrilla op Midden-Celebes.

Gebied Mori De 22-jarige sergeant J. Klinkhamer had direct na de capitulatie al de drang door te gaan met de strijd. Het gebied dat ongeveer

samenviel met het voormalige koninkrijk Mori, tussen Poso en Kolonedale, was zeer

geschikt vanwege zijn dichte begroeiing. Er was voedsel genoeg en de lokale bevolking was op Nederlandse hand. De groep van De Jong en Van Daalen trok zich terug op Tentena in een leeg huis van een zendeling. Klinkhamer zag de strijd eenvoudig als een afwisseling van korte aanvallen en zich snel terugtrekken in de heuvels totdat de geallieerden waren teruggekeerd. De eerste confrontatie was in de eerste helft van april met een groep van 50 Japanse soldaten die er op uit waren gestuurd om De Jong en Van Daalen op te pakken. Dat eerste gevecht eindigde in het voordeel van de KNIL’ers en de vijand trok zich terug, maar kwam daarna met ongeveer 100 man. Weer lukte het de Japanners niet om de groep te overmeesteren. De Jong en Van Daalen splitsten zich in twee groepen en waren actief in respectievelijk het gebied ten oosten van Poso en rond Kolonedale. De twee hoofdgroepen splitsten zich vervolgens op in weer kleinere groepjes, die zelfstandig opereerden. In de eerste helft van mei boden de Japanners onderhandelingen aan. Daarbij hadden ze een brief van majoor Schilmöller bij zich die hen opriep zich over te geven. De Jong wilde echter niet dit bevel van een krijgsgevangene opvolgen. Het verzet slaagde erin een brug te vernielen op de route van Poso naar Kolonedale en een paar keer werden Japanse kolonnes beschoten. Gezien de lichte bewapening in de vorm van pistolen en geweren waren grotere acties dan dit soort speldenprikken niet mogelijk. De Jong lukte het om met een radiozender de geallieerden in Australië te bereiken. Dat leidde inderdaad tot dropping van goederen op 15 juli, maar deze zijn waarschijnlijk in vijandige han13


den gekomen. Eerder was vanuit Australië eind juni een party (Lion) gezonden en

geland, maar deze werd overmeesterd door de Japanners. Daarbij werd ook de Nederlandse luitenant R.T. van Hees gevangen genomen. Alle leden van de groep zijn terechtgesteld. Later bleek deze hulp niet te passen in een strategie om Celebes te heroveren, maar was er eerder sprake van een humanitair motief en morele ondersteuning. Intussen voerden de Japanners steeds meer versterkingen aan richting Midden- en Zuid-Celebes. De groepen van De Jong en Van Daalen werden gestaag gereduceerd na confrontaties met de vijand. Deserties en overmeestering kwamen daar nog eens bij. De Jong en Van Daalen werden teruggedreven naar Kolonedale. Toch heeft de guerrilla in Mori veel succes gehad tegen de vijand. Het meest memorabel hier te vermelden is het gevecht in Salenda op 7 juli 1942. Het was een gebied met ladang (landbouwvelden) en wat kamponghuisjes. De groep was ongeveer 25 man groot en kon het voordeel van de verrassing hebben. Echter, eerder op 4 juli had luitenant De Jonge besloten zich koest te houden, toen hij vernam dat een groep (Japanners naar hij dacht) naderde; dit tot ergernis van sergeant Klinkhamer die een directe aanval succesvol achtte. Het blijft volgens Michiel Hegener speculeren waarom de officier niet tot actie overging. Kort daarna op 7 juli volgde een confrontatie met de vijand in Salenda. De bevolking was inmiddels geneigd de Japanners te helpen en briefden de aanwezigheid van de Nederlanders door. De vijand besloot drie voertuigen te sturen met 35 man voorzien van geweren, automatische wapens en mortieren. Het gevecht brak los 14

tussen de groep van 45 Nederlanders en de al aanwezige Japanners. Het konvooi van

drie voertuigen was al bijna in de buurt, maar deze groep aarzelde het bos in te trekken uit angst voor verrassingsaanvallen. De Japanners leden met tientallen doden flinke verliezen; volgens getuigen waren de drie voertuigen geheel gevuld met lijken. Deze werden vervolgens verbrand met benzine. Het gevecht had de eerste dag geduurd tot negen uur ‘s avonds en de volgende ochtend van zes tot negen uur. De KNIL’ers hadden het zelf ook moeilijk gehad; ze hadden tegen een overmacht gevochten en moesten zich snel terugtrekken omdat ze nu omsingeld raakten. Niet alle leden van de groep lukte het te ontsnappen; sommigen gaven zich over. Een man had zichzelf door het hoofd geschoten.

Moegestreden Maar de Japanse opmars en overmacht waren onvermijdelijk, zodat zich begin augustus het einde van de guerrilla begon af te tekenen. De vijand had ook nog eens honderden bewoners ingezet in hun zoekacties naar de rebellen. Moegestreden vielen De Jong en Van Daalen op 9 augustus 1942 in handen van de Japanners. De gevangenen werden in Kolonedale gevangen gezet in de kazerne. Verhoren en mishandelingen volgden. Sergeant Klinkhamer wist als enige uit handen van de vijand te blijven. De luitenants De Jong en Van Daalen zijn naar Menado overgebracht en geëxecuteerd op 25 augustus 1942. De leden van de party-Lion werden op 14 en 15 september 1942 onthoofd. Sergeant Klinkhamer hield zich verborgen in het bos gelegen rond en op de berg Goenoeng Madjelentje; daar waren veel grotten en begroeiing, ideaal om zich te verbergen. De onderofficier heeft zich


daar bijna drie jaar kunnen handhaven. Voedsel kreeg hij soms van de lokale bevol-

king, maar het merendeel moest hij zelf in de bossen vinden. Van zijn wapens had hij alleen een klewang (sabel) overgehouden; zijn uniform had hij ingewisseld voor normale kleren. De Japanners bleven moeite doen hem te vinden en hun wantrouwen tegenover de bevolking nam alleen maar toe. De kampongbewoners werden gedwongen mee te zoeken en ook werden ze gestraft op verdenking van het verbergen van Klinkhamer. Het nieuws van de Japanse capitulatie bereikte de omgeving van Goenoeng Madjelentje vrij snel, maar Klinkhamer besloot veiligheidshalve zich nog niet te laten zien. Pas na eind oktober besloot hij tevoorschijn te komen en liep hij op 1 november 1945 Kolonedale binnen. En die dag vierde hij de vrijheid met de radja (koning) van Mori en ontmoette er Japanse officieren, kort tevoren zijn vijanden die hem koste wat kost wilden vinden. De rust was betrekkelijk en van korte duur, omdat zich al gauw de Indonesisch vrijheidsstrijd ontketende. Een nieuwe oorlog was begonnen.

Conclusie Michiel Hegener concludeert dat het verzet van de luitenants De Jong en Van Daalen een van de meest effectiefste en grootschalige is geweest. De natuurlijke omgeving was zeer geschikt en de Japanners waren erg bevreesd voor het aangaan van een guerrillastrijd. De verzetsgroep had aanvankelijk veel succes met ‘hit and run’-acties, maar moest het uiteindelijk afleggen tegen de sterker wordende Japanners en de groeiende steun van de lokale bevolking aan de nieuwe machtshebbers.

Uit de collectie van Museum Bronbeek

BAMBOESPEER

De bamboespeer of bambu runcing (bamboe roenting) is een Indonesisch wapen, maar het is meer. Het wapen is door de revolutionairen (Soekarno c.s.) gekozen als symbool van verzet tegen de koloniale overheersing. Letterlijk vertaald betekent het: ‘scherp gepunte bamboe’. Het is in feite het meest eenvoudige wapen dat in Indonesië te vinden is. Een speer van bamboe, scherp gemaakt en aangepunt soms in vuur zwartgeblakerd. Soms is er een metalen punt aan de speer bevestigd. Bamboe is in Indonesië in ruime mate voor handen en altijd beschikbaar. Dat wapen ging na 17 augustus 1945 symbool staan voor een volksleger van revolutionaire guerrilla’s, boeren en burgers uit Indonesië. Maar waar komt die bamboespeer eigenlijk vandaan? Er zou door het KNIL, vlak voor de landing van de Japanse troepen op Java in 1942, een groot veld op de hoogvlakte bij Kalijati zijn aangelegd met duizenden bamboe runcing die de Japanse luchtlandingstroepen uit de lucht als saté-prikkers moesten opvangen. Maar de Japanners landden aan de kust bij Eratan Wetan en kwamen per schip en te voet. Het is waarschijnlijker dat het grootschalig gebruik van de bamboespeer als wapen door het Japanse imperiale leger is geïntroduceerd in Indonesië sinds 1942. In Japan is het gebruik van een zogenaamde

15


takeyari (een bamboespeer) gemeengoed. Om de jonge Indonesiërs in para-militaire

eenheden te trainen, onder Japanse supervisie, zijn op grote schaal de bamboestokken/bamboezwaarden en bamboesperen ingezet. Zowel bij de PETA, de Heiho, de Keibodan en Seinendan. In de periode na de revolutie speelt de bamboespeer een rol spelen bij de vorming van diverse guerrilla-eenheden in Jakarta en Midden-Java. Deze guerrilla’s noemen zich Divisi Bambu Runcing en zijn ook als zodanig te herkennen.

Schenker P.J. (Piet) van de Pol, de schenker van dit collectiestuk, werd geboren in 1921 in het Brabantse Riel. Hij was altijd erg onder de indruk van de verhalen van een ‘koloniaal’ in zijn dorp. Dat bracht hem ertoe om in 1934 op de fiets naar Arnhem te gaan om er zich te verdiepen in de koloniale geschiedenis. Hij was dusdanig onder de indruk van Bronbeek: de kanonnen, de krissen, de mannen met baarden en de koloniale sfeer dat hij vanaf dat moment zeker wist dat hij naar Nederlands-Indië zou vertrekken. In 1939 was het zover en na een opleiding bij de koloniale reserve ging hij. In Oost-Java kreeg hij zijn verdere opleiding en vervolgens werd hij daar gedetacheerd. Na de capitulatie van het KNIL in 1942 werd hij als krijgsgevangene afgevoerd naar Birma-Siam om er te werken aan de spoorweg. Toen die eind 1943 klaar was, werd hij op transport gesteld naar Japan, maar na torpedering van de scheepscolonne werden de plannen gewijzigd en gingen de krijgsgevangenen aan wal in het toenmalige Indochina. Bij Saigon en Fume moesten de mannen werken aan 16

de militaire airstrips/vliegvelden. Na de capitulatie werden deze krijgsgevangenen verzameld in Singapore in het zogenaamde Bernhardkamp. Hier maakte Piet de tribunalen tegen de Japanse oorlogsmisdadigers mee als cipier/bewaker. De meesten van de veroordeelde Japanse oorlogsmisdadigers kregen de strop. Voor hem als KNIL-militair was het snel duidelijk dat hij terug zou keren naar Indië. Ditmaal om ingezet te worden tegen de opstand van de TNI en aanverwante revolutionairen. Hij stak met een detachement Ambonezen over van Singapore naar de Riouw Archipel Sumatra, en werd hier tijdens die jaren pelotonscommandant. Zijn gebied werden de eilanden rond de Straits (Straat van Malakka). Bij een actie in Selatpandjang, na de 2e politionele actie (begonnen 18 dec. 1948) werd zijn eenheid bij een zuivering rond nieuwjaar 1948-’49 aangevallen door een opstandeling met een samoerai-zwaard. Zijn korporaal raakte gewond en werd afgevoerd naar Singapore met het zwaard als ‘aandenken’. De aanvaller werd doodgeschoten en het dorp werd gezuiverd waarbij 12 slag- en steekwapens, een bamboespeer en een amulet werden buitgemaakt. De bamboespeer is nu een collectiestuk van Museum Bronbeek. Het wapen werd door Piet van de Pol doormidden gezaagd, want anders kon het niet in zijn plunjebaal mee naar Nederland.

RECORD COLLECTIE MUSEUM BRONBEEK ‘Onze collectie blijft groeien, dankzij de schenkingen die wij ontvangen. We hebben intussen al meer dan 62.000 objecten. Het oude cijfer van 55.000 is dus alweer geschiedenis.’ Hoofd museum Pauljac Verhoeven van Bronbeek maakte dit record


bekend op zondag 6 september tijdens een lezing, die hij hield op de Vriendendag van de Stichting Vrienden van Bronbeek. Zijn bijdrage aan dit evenement droeg als titel ‘Rariteiten uit de collectie’ en groeide uit tot een publiekstrekker van formaat. Twee keer achtereen was de Indische Zaal tot en met de laatste stoel bezet met aandachtige toehoorders. Verhoeven etaleerde een selectie uit de collectie op een tafel naast hem. Het begon met een houtgesneden vogeltje, dat ooit door een van de bewoners is gemaakt. ‘Huisvlijt waarmee toen een zakcentje werd verdiend.’ Vervolgens kwamen er bijzondere boeken bij, wat vruchten uit Indië, een stengel van suikerriet, een schedeltje van een aap, een hagedisje. Ook

een lendendoek kreeg een plaats en eveneens plukjes haar van een moeder en drie

kinderen die destijds zijn verdronken bij Kaap de Goede Hoop, waar hun schip in de golven verdween. Een oude toeristenkris completeerde de uitstalling: ‘namaak voor de handel’.

Catalogus Hij legde uit dat de collectie van Bronbeek een gevarieerde opbouw kent om zoveel mogelijk te kunnen voldoen aan de belangstelling van nu en later. Veel ervan is inmiddels gedigitaliseerd en te raadplegen op de website van Museum Bronbeek. Er is kortgeleden ook een catalogus uitgebracht, die te koop is in Café Batavia, het nieuwe, fraaie trefpunt voor de bezoekers.

Curiosa uit het depot verzameld door Pauljac Verhoeven.

17


Pauljac Verhoeven had een passend slot voor zijn toplezing: een uitnodiging aan

zijn gehoor om een kijkje te nemen bij zijn tafel. Dat was niet tegen dovemans oren gezegd. De curiosia trokken flink bekijks en de ‘tafelheer’ kon volop meegenieten.

ONTHULLING NAMENMONUMENT PAKAN BAROE SPOORWEG Op zaterdag 22 augustus jl. is op landgoed Bronbeek een namenmonument onthuld voor de slachtoffers van de Pakan Baroe Spoorweg op Sumatra. Dat gebeurde tijdens de jaarlijkse herdenking van de Birma-Siam Spoorweg en de Pakan Baroe Spoorweg. Het namenmonument is een uitbreiding van het Drie-Pagodenmonument en bestaat uit twee stukken spoorrails die de Pakan Baroe Spoorweg symboliseren. Op de dwarsliggers staan de namen van 519

18

Nederlandse slachtoffers van deze Dodenspoorweg gegraveerd. Kleinkinderen en achterkleinkinderen van slachtoffers verzorgden de onthulling.

UITBREIDING MONUMENT ZEETRANSPORTEN: TOESPRAAK Op 12 september hield Heiko Roelfsema, voorzitter van de Stichting Herdenking Slachtoffers Japanse Zeetransporten (SHSJZ), bij de onthulling van de uitbreiding van haar monument op landgoed Bronbeek de volgende toespraak. ‘Drie jaar geleden erfde de SHSJZ van de BEGO (Bond van Ex-geïnterneerden en Gerepatrieerden van Overzee) een bedrag van € 4000,- opgebracht door hun leden om daarmee een antwoord te vinden op de zeer lang bestaande en vurige wens bij overlevenden en nabestaanden van slacht-


offers van de Japanse Zeetransporten om onze slachtoffers een naam te geven bij ons

monument. Op het monument staat dat we 68.000 slachtoffers herdenken waarvan 22.000 krijgsgevangen ABDA-militairen. Zij allen werden door zgn. Hell Ships verplaatst vanuit de kampen naar de beruchte spoorlijnen van Birma, Pakan Baroe, maar ook naar Japan zelf om in de mijnen te werk gesteld te worden of ergens anders in de archipel vliegvelden aan te leggen. Gezien de enorme aantallen slachtoffers en het ontbreken van heel veel namen was het voor de BEGO en later voor ons onmogelijk om deze wens in vervulling te laten gaan. Vorig jaar kwam het bestuur op het idee om niet de namen van de slachtoffers, maar die van de Hell Ships zelf rond ons monument te plaatsen. Door het grote aantal schepen, zo was het idee, zou de

omvang van de tragedie van de transporten ook zichtbaar kunnen worden. Oude bronnen beschreven ca. 150 scheepsnamen. Maar hierover bestond grote twijfel. Afgelopen winter heb ik daarom zelf, ook om hoge onderzoekskosten te besparen, maandenlang, voor het eerst nauwgezet historisch onderzoek gedaan naar deze scheepsnamen. Tot mijn verbijstering bleek toen dat niet alleen het aantal slachtoffers (incl. overlevenden) veel groter was dan voorheen bekend was, maar ook het aantal Hell Ships en het aantal vaarten per schip. En hoewel de omstandigheden vrijwel altijd onbeschrijfelijk slecht en onmenselijk waren, zijn lang niet alle schepen getorpedeerd of gebombardeerd. Zodoende konden veel schepen meermalen heen en weer varen, soms ook nog onder een andere naam.

Plaatsing van de namen.

19


Uit mijn onderzoek bleek verder dat er meer dan 350 vaarten op zeker 182 Hell

Ships moeten zijn gemaakt. Veel meer dan we ooit dachten. Complicerend daarbij was wel dat de Japanse scheepsnamen telkens anders gespeld werden. Ik kwam soms per schip meer dan vier alias-namen en spellingen tegen. Voor het monument is er uit deze alias-namen telkens één gekozen en hier in het monument geplaatst. Indrukwekkend door de getalsmatige logica was natuurlijk dat ook bleek dat er veel meer dan de gedachte 68.000, namelijk meer dan 100.000 krijgsgevangenen en romusha’s een of meerdere malen verplaatst waren. En naar alle waarschijnlijkheid is het aantal opvarenden dat deze tochten niet heeft overleefd ook veel groter dan 22.000. We zullen dit nooit exact weten, vrees ik. Deze omvang van onmenselijk leed en ellende symboliseren in een ‘Zee van Scheepsnamen’ rond ons monument leek ons daarom een gepast alternatief voor het plaatsen van een niet exact vast te stellen aantal persoonsnamen. Een tweetal ontwerpers is daarop gevraagd om een ontwerp te maken. Het bestuur heeft gekozen voor het ontwerp van de jonge Arnhemse ontwerpster Saakje Visser. Zij is in 2008

Monument Zeetransporten.

20

(cum laude) afgestudeerd op Product Design, ArtEZ te Arnhem, werkt graag in op-

dracht en zoekt in haar werk naar een logisch verband tussen verhaal, materiaal en beeld. Een passend cv voor ons monument. Het ontwerp zit dan ook vol symboliek. In een groot vlak van 36 m2 is de zee gesymboliseerd waarin de 182 scheepsnamen op verschillende hoogte, in golven, zijn geplaatst. Aangezien bijna alle Japanse transportschepen twee namen voeren, Suez Maru, Junyo Maru, Nichimei Maru, staan er ruim 350 bordjes. Maru is de Japanse standaardterm voor ‘schip’. De scheepsnamen zijn geheel zonder rangorde of bekendheid door elkaar heen geplaatst, zodat er geen onderscheid tussen de hel van het ene schip en dat van het andere gemaakt kan worden. Er kan namelijk geen onderscheid zijn in hel en onmenselijkheid. Meer hel dan hel bestaat niet. De willekeurige plaatsing van de namen symboliseert ook de lange zoektocht die de nabestaanden moesten doen naar het verhaal over deze schepen met hun geliefden. U zult u best moeten doen om uw schip te vinden, maar u zal een groot gevoel van opluchting ervaren bij het vinden! Niet de namen zelf staan dus centraal, vallen min of meer weg in de achtergrond van de onmetelijke zee, maar het grote aantal. Golven van namen in een zee vol schepen. Aangezien de scheepsnamen in schrijfletters zijn afgebeeld, zullen zij glanzend in de zon op enige afstand lijken als kuiven op de golven, die met elkaar verbonden zijn. En kijkt u straks ook vooral gehurkt vanaf de zijkant naar deze namenzee en zie de golvende beweging in het monument. En bij een lagere zonnestand zullen de scheepsnamen wit oplichten, waardoor ze


toch prachtig leesbaar worden. Dus kijkt u vooral ook een keer in de ochtendzon. Het bestáánde monument, ontworpen door een van onze nabestaanden, Anneriet de Pijper, staat midden in deze zee en lijkt er als een machtige golf uit te ontstijgen. Wij hopen dat vanuit deze symboliek de werkelijke omvang van de tragedie die wij hier herdenken tot verbeelding komt. Het is met grote voldoening daarom dat ik nu over mag gaan tot de onthullingsceremonie van de nieuwe uitbreiding van ons monument.’

Na de toespraak werden de laatste twee naambordjes geplaatst: namens de overlevenden door Willem Punt, namens de eerste generatie nabestaanden door Aernout Loudon, en namens de jongste generatie nabestaanden door Marijn Nusteling, kleindochter van Bertie van Vekdhuijzen van Zanten. Omdat nimmer zeker zal zijn of echt alle scheepsnamen bij het monument een plek hebben gekregen, zijn er ook twee bordjes bijgekomen met de tekst: ‘Onbekende Scheepsnamen’.

Zeereizen naar Indië

grote en luxe zeekastelen om de Indië-gangers zo comfortabel mogelijk te vervoeren naar de tropen. Tijdens de heen- of terugreis was er volop vermaak en verwennerij op culinair en artistiek gebied. De scheepsinterieurs waren een lust voor het oog. Beroemd zijn de Indrapoera, de Sibajak en de Willem Ruys van de Rotterdamsche Lloyd, de Marnix van Sint Aldegonde, de Johan van Oldenbarnevelt en de Oranje van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’. De glorietijd van de luxe zeereizen tussen Nederland en haar oosterse koloniale rijk kwam na de Tweede Wereldoorlog snel ten einde. De Indonesische onafhankelijkheid betekende de nekslag voor de zogenoemde Indische Lijnen. Ook het opkomende vliegverkeer was een geduchte concurrent.

Op zondagmiddag 3 april 2016 om 14.00 uur zal dr. Nico Guns in een lezing in Museum Bronbeek het reizen over zee naar Indië met tal van illustraties tot werkelijkheid wekken. Vanaf 1595 ontstonden diverse compagnieën voor de handel op Oost-Indië. Geleidelijk aan groeide ook de behoefte aan regelmatige passageverbindingen tussen Nederland en de Oost voor het overbrengen van de diverse ambtsdienaren, planters en geestelijken. Het gebruik van zeilschepen garandeerde geenszins regelmaat in vertrek- en aankomsttijd. Met alle ongemakken die eraan waren verbonden. Pas vanaf omstreeks 1870 kwamen de eerste geregelde lijnverbindingen met Nederlands-Indië tot stand, dankzij de stoomschepen van de Stoomvaart Maatschappij ‘Nederland’ uit Amsterdam en de Rotterdamsche Lloyd uit de Maasstad.

Luxe schepen Deze rederijen bouwden - voor die tijd -

De lezing Zeereizen naar Indië wordt georganiseerd i.s.m. de Volksuniversiteit Arnhem. De toegangsprijs (incl. museumentree) bedraagt € 15,- . Inschrijving is noodzakelijk via www.volksuniversiteitarnhem.nl. 21


Kris…Kras

BOOTTOCHT NAAR EMMERICH Het jaarlijkse boottochtje van de bewoners van Bronbeek, aangeboden door onze Stichting Vrienden van Bronbeek, ging op 23 juni jl. naar Emmerich. Bewoner Jaap Brink schreef ons erover: ‘We voeren via Lobith over de druk bevaren Rijn naar Emmerich. Daar werd het Rijnmuseum bezocht en ook de oude katholieke kerk ernaast. Het weer liet ons wat in de steek. Op het dek zitten, deden alleen de diehards. Binnen was er een band en uiteraard een bingo, een hapje en een drankje en een prachtig wegglijdend uitzicht.’

Het weer zat niet mee ...

Brink rapporteert enthousiast: ‘23 juni. Leve de ‘VRIENDEN VAN BRONBEEK’! Dank zij die vriendelijke vrienden was er weer de jaarlijkse boottocht. Om 9.30 vertrokken de bussen naar de Rijnkade. Daar lag ze, zij van rederij Eureka. Wat een prachtschuit. Het inschepen verliep vlot en al gauw gingen de trossen los en zat iedereen aan de koffie met gebak. De weergoden waren ons dit keer niet gunstig gestemd, maar dat deed niets af aan de vrolijke stemming. Al ging het stroomopwaarts, toch gleed de 22

mooie provincie Gelderland aan stuur- en bakboord in vlot tempo voorbij. Bij het passeren van iets bijzonders werd uitleg gegeven. De muzikanten waren zeer actief, ongelooflijk wat een repertoire! De heer Esmeijer wist nog een partijtje bingo aan de man te brengen, er werd gedanst en gezongen en genoten van een voortreffelijke lunch. Doch hoe dichter Emmerich werd genaderd, hoe onvriendelijker de weergoden werden. En toen we vastlagen, kwam het letterlijk met bakken uit de lucht. De boeren hebben vast gelachen, want het was lange tijd te droog geweest. De passagiers lachten ook en toch niet als een boer die kiespijn heeft. Nee, men had er lol in en een grote groep trotseerde wind en regen en beklom de steile gangway. Ze hebben zelfs nog het Rijn- en scheepvaartmuseum bezocht. Emmerich is een leuke stad, vooral die Rijnpromenade, echt om ouderwets te flaneren. Het eten in de vele restaurants is heerlijk en de bediening vriendelijk en correct. Zij die aan boord bleven, hoefden zich niet te vervelen, de bar was open en de muzikanten waren onuitputtelijk wat entertainment betreft. Om half vier was iedereen weer aan boord en gingen voor de tweede keer de trossen los. De Rijn is een drukke scheepvaartroute en er viel veel te zien. Wat een verscheidenheid aan schepen. Opvallend waren de vele tankers. Spectaculair hoe diep sommige schepen lagen, het water liep soms over het gangboord. Maar aller aandacht werd getrokken door het eveneens spectaculaire diner dat werd opgediend. Het koude voorgerecht was overheerlijke Ardennerham met twee soorten meloen, daarna soep en


Prachtboot.

het hoofdgerecht en dessert het was allemaal uit de kunst. Hoe verder we in Nederland kwamen, hoe minder hard het ging regenen. Voor de gezelligheid werd Arnhem voorbijgevaren, onder de spoorbrug bij Oosterbeek door tot bijna aan de stuwen bij Driel. Men kon er maar niet genoeg van krijgen, maar we moesten uiteindelijk wel naar de thuishaven. Toen daar afgemeerd werd, regende het niet meer. Het was een hele mooie vrolijke dag geweest. Iedereen was voldaan. De heer Esmeijer kan tevreden zijn, alles liep op rolletjes. Wat een organisatie. Dik het was geweldig! Chapeau bas! Dit geldt ook voor de hulpvaardige vrijwilligers en verplegend personeel. Op ‘de kade’ stonden de bussen al te wachten. Omstreeks half acht reed men weer het vertrouwde landgoed op.’

DATABANK REGISTRATIEKAARTEN KRIJGSGEVANGENEN IN AZIË ONLINE Op 14 augustus presenteerde de Stichting Oorlogsgetroffenen in de Oost (S.O.O.) in het Marinemuseum te Den Helder de web-

site http://pow.s-o-o.nl met 1803 vertaalde registratiekaarten van marinemannen en andere zeevarenden, die de Japanse bezetting van Nederlands-Indië van 1942 tot 1945 in Japanse krijgsgevangenschap doorbrachten. Veel oud-krijgsgevangenen wilden er na het einde van de Tweede Wereldoorlog niet over praten of vonden geen luisterend oor. De vertalingen geven de nabestaanden de mogelijkheid uit deze nieuwe bron meer inzicht te krijgen in die verschrikkelijke periode in het leven van hun dierbaren. De in totaal circa 4000 ‘marinekaarten’ zijn in 2011 overgedragen aan het Nationaal Archief en bevatten naast de registratiekaarten van personeel van de Koninklijke Marine ook die van het (gemilitariseerde) personeel van de Koopvaardij, de Gouvernementsmarine, de Koninklijke Paketvaart Maatschappij (K.P.M.) en diverse andere rederijen. De Stichting Oorlogsgetroffenen in de Oost heeft nu 1803 kaarten van het Japans naar het Engels vertaald en stelt de vertalingen via http://pow.s-o-o.nl beschikbaar voor de nabestaanden. 23


Schat aan informatie In tegenstelling tot de algemene verwach-

ting werden niet alle Japanse documenten aan het einde van de oorlog vernietigd. Door de Japanse taal zijn deze documenten niet zonder meer toegankelijk. De kaarten bieden een schat aan informatie met betrekking tot een van de meest trieste periodes van de Japanse bezetting. Door belangrijke financiële ondersteuning van de Toyota Foundation is met behulp van Japanse specialisten van S.O.O. en POW Research Network Japan de barrière nu verdwenen en kunnen nabestaanden en onderzoekers kennis nemen van deze belangrijke bron. Het Japanse militaire bestuur heeft van alle krijgsgevangenen registratiekaarten bijgehouden. Het Japanse Informatiebureau voor krijgsgevangenen werd opgericht in 1941 als onderdeel van het Ministerie van het Leger. Na de Japanse capitula-

tie van augustus 1945 werd het bureau voortgezet als het ‘1st & 2nd Repatriation Bureau’ en uiteindelijk verplaatst naar het Japanse Ministerie van Welzijn. De kaarten, die tot 1955 werden bijgewerkt, zijn op 1 maart 1955 officieel overgedragen aan de Nederlandse overheid. In totaal zijn 47.818 kaarten beschikbaar gesteld. De Stichting Oorlogsgetroffenen in de Oost werd in 2012 opgericht en is een non-profit ANBI-organisatie, die zich tot doel stelt Japans archiefmateriaal beschikbaar te stellen voor slachtoffers van de Japanse bezetting in Nederland. S.O.O. ondersteunt Japans-Indische nakomelingen met hun zoektocht naar hun biologische vader. De stichting beijvert zich tevens voor intensievere samenwerking op het gebied van onderzoek met betrekking tot de Tweede Wereldoorlog op academisch/wetenschappelijk niveau tussen Nederland en Japan.

Museumcollectie

Overzicht aanwinsten mei t/m augustus 2015 Schenkingen G.J. Hillen, Voorhout

Twee dolken, speerpunt en foto

AVOM, Den Haag

Fotoalbum, foto’s en twee menukaarten

Dhr. L. Daaleman, Arnhem Documenten, prentbriefkaarten, landkaart, krantenknipsel, boek en embleem Mw. R. Verheijen-Tienstra, Oosterhout

Vlag, documenten en langspeelplaten,

H.J. Lamers, Oosterbeek

Asbak

Mw. I.M. Faulhaber-Scheltens, Apeldoorn Kris in schede B. de Vos, Rotterdam Documenten, medaille, uitrustingstukken, regimentkranten, boekje en foto’s J.D. Verveen, Arnhem

Schrift ‘Bommen op Java’

J.A. Brandsen, Harderwijk

Onderscheiding, documenten en foto’s

Dhr. van de Vliet, Woerden

Foto

24


Mw. L. Wenning, Arnhem

Kamptekeningen, memorabilia en document

Mw. E. Vuulink, Westervoort

Documenten en foto’s

Dhr. G.A. Geerts, Gouda

Groepsfoto Korps Marechaussee

J.H.W. Post, Arnhem

36 Prentbriefkaarten

Mw. A. Hofstra-van der Beek, Bolsward

Indonesische vlag

Mw. E.E.I. Creutzberg & Mw. v.Genderen

29 Schetsen kamptaferelen

Bennekom Alg.Federatie Militair Personeel, Woerden

‘Veldvlag’ van Gen. Spoor

Dhr. T. Verschuur, Velp

Oorkonde betr. 25 jaar Trouwe Dienst

Mw. A. den Haak-de Bruijn, Streefkerk

10 Prentbriefkaarten Bronbeek

Dhr. G. Zeegers

Bidprentje J.J.T. van Vlerken

J.W. Lucassen, Bosschenhoofd

Bidprentje G. L’Amie

C. Brozius, Ede

Automatic pistol Webley&Scott

K.A. van der Hucht, Rijsenburg

Foto’s en documenten

P. Dekker, Deventer

65 Foto’s

A. Wijgerse, Nijmegen

Fotoalbum

Fam. Pfister, Elst

Foto’s Nederlands-Indië

Dhr. R. Arends, Hellevoetsluis

Kris in schede

Mw. F.W. Doup-Wolff, Rijswijk

Documenten en foto’s

Mw. R.A.J. Kruitwagen, Weert

Zwaard in schede

H.J. Huisman, Kaatsheuvel

Documenten en foto’s

Mw. Y. de Bie, Vleuten Plunjebaal, batikdoek, doosje, knopen, routekaart, kranten, foto’s en documenten Mw. A. Bijl-Walraven, Elburg

Documenten

Mw. R. Brinkhoff, Doetinchem Onderscheidingen, documenten, krant en foto’s H.J. Wessels, Hengelo Kampkleding, kampmemorabilia en documenten Mw. L.M. van Duin, Almere

Onderscheidingen

W.J.H.M. Toussaint, Westervoort Onderscheidingen, emblemen, dienstbril, foto’s en documenten Mw. R. Wolff-Vliervoet, Arnhem

Zilveren theeservies

R.P.G. van Schaik, Amsterdam

Veldzak KNIL

T.W. van Loo (jr.), Zoetermeer

Veldzak KNIL, kist en foto’s

W. Nijlunsing, Zuidwolde

Bankbiljetten en munten

W.R. Brus, Enschede

Kleding en stuk geperst zout

M.C. Huijdink, Eindhoven

Herinneringsdoek Regiment Stoottroepen

Dhr. P. Smit, Großefehn-Holtrop (DL)

Schilderij zonder lijst

Mw. M.A. Duisterwinkel, Arnhem

Schilderij in lijst en twee tekeningen

Mw. S.J. Seljee, Hoogezand

Twee kokosnoten en documenten

Vondst Foto met groep MWO-dragers

25


Overdracht Stadsarchief Deventer Album met kleinbeeldnegatieven, periode 1945-1949, Nederlands-IndiĂŤ

Aankoop Krul Antiquarian Books, Hoofddorp

Landkaart, lithografie uit 1886

Schenkingen aan de bibliotheek van mei t/m augustus 2015 Mw. H. Lensink-Couwenhoven

29 boeken

Fam. Swinkels

boek

Mw. E. van Loo

boek

Dhr. E. van Duren

boek

Onbekend

boek

Dhr. B. de Vos

boek

Onbekend

15 boeken

Dhr. Angelo

krant

Dhr. P. van der Heide

twee tijdschriften

Onbekend

boek

Mw. C. Zijlstra

boek

Dhr. M. Igel

memoires

Dhr. K.A. van der Hucht

negen boeken en overdrukken

Onbekend

voorschrift

Dhr. G.A. Geerts

twee boeken en een dvd

Mw. S.P. Hoornstra

twee boeken en twee kaarten

Onbekend

boek

Mw. Y. de Bie Dhr. Tj.M. Hoek

drie boeken, een voorschrift en enkele tijdschriften

boek

Mw. J. Heuving-Widjaja

Dhr. R. Soer

23 boeken

zeven boeken

Onbekend

drie boeken

Dhr. H. Beekhuis

vijf boeken

Asia Minor

vier boeken

Dhr. J. Oostdam

boek

Dhr. L. van der Leeuw

boek, bestaande uit drie delen

Mw. M. Bueno

twee boeken

Stichting Veteranen 5-54 RI

tijdschrift

Mw. A. Oldeman

twee boeken

Mw. J.M. Dalmeier

kopieĂŤn naamlijsten, telefoongids en adresboek

Anoniem

Aankoop 20 boektitels

26

boek


STICHTING VRIENDEN VAN BRONBEEK We zoeken méér vrienden Onze Stichting Vrienden van Bronbeek spant zich in voor activiteiten en versterking van haar organisatie. Zij doet ook een beroep op alle lezers. Ons verzoek: meld u aan als Vriend, als u dat nog niet bent. En zoek met ons mee naar nieuwe Vrienden, die misschien al in uw directe omgeving te vinden zijn. Voor een minimale bijdrage van 15,00 euro per jaar per persoon steunt u een bijzondere instelling. Vriend worden is mogelijk door de bijdrage over te maken op rekeningnummer: NL89 INGB 0000 0009 40 t.n.v. de penningmeester van de Stichting Vrienden van ­Bronbeek te Arnhem. Geïnteresseerden kunnen ook de onderstaande bon invullen en opsturen naar de Vriendenadministratie van de Stichting Vrienden van Bronbeek: ­Rauwland 68; 7491 KL Delden. Vervolgens ontvangt u een acceptgirokaart.

Bon voor aanmelding nieuwe Vrienden Naam: Adres: Postcode en woonplaats: E-mailadres: IBAN rekeningnummer:

Vrienden van de Stichting Vrienden van Bronbeek ontvangen onder meer het Bronbeekbulletin, ­genieten gratis entree tot Museum Bronbeek, en hebben toegang tot de Kumpulan.


Bronbeek Bulletin november 2015  

Bronbeek Bulletin november 2015 - uitgave van Vrienden van Bronbeek