Issuu on Google+

vergeet niet een viering van de witte donderdag


OP DE DREMPEL

Als je kind je vraagt waarom deze avond anders dan alle ander avonden is‌ de paaskaars wordt ontstoken

de vrouwen zingen

Geprezen zijt Gij, Heer onze God, koning van de wereld die ons opdroeg het feestlicht te ontsteken. Amen de kaarsen op tafel worden aangestoken en vullen de glazen met wijn of druivensap

Met elke kaars die licht geeft, brengen we tot uitdrukking dat de duisternis het licht niet heeft overmeesterd, dat het leven sterker is dan de dood

VERGEET NIET

een viering van de witte donderdag

pagina 1


VERGEET NIET De bijbel is een boek vol verhalen waarin mensen met elkaar maaltijd houden. Een zo'n verhaal en wat daar allemaal uit voortkomt - willen wij elkaar vanavond vertellen.

Twee mannen woonden in dezelfde stad De een was rijk, de ander arm De rijke had grote kudden schapen en runderen. De arme had niets. Alleen maar een klein ooilam dat hij gekocht had en dat hij in leven had weten te houden. Het was bij hem opgegroeid, samen met zijn kinderen. Het at van zijn bord, het dronk uit zijn beker, het sliep in zijn schoot, het was voor hem zoveel als een dochtertje geworden. Op een dag kwam er iemand bij de rijke op bezoek. En nu kon de rijke het niet over zijn hart verkrijgen om een van zijn eigen schapen of runderen te slachten, en daarvan een maaltijd te bereiden voor de vreemdeling die bij hem op bezoek was gekomen. Dus besloot hij het ooilam van de arme weg te halen en dat te laten slachten.

M arc Chagall - Rode Piëta

Sag mir wo die Blumen sind Wo sind sie geblieben? Sag mir, wo die Blumen sind, Was ist gescheh'n?

Sag mir, wo die Männer sind Wo sind sie geblieben? Sag mir, wo die Männer sind, Was ist gescheh'n?

Sag mir, wo die Gräber sind Wo sind sie geblieben? Sag mir ,wo die Gräber sind, Was ist gescheh'n?

Sag mir, wo die Blumen sind, Mädchen pflückten sie geschwind. Wann wird man je versteh'n, Wann wird man je versteh'n?

Sag mir, wo die Männer sind Zogen fort, der Krieg beginnt. Wann wird man je versteh'n, Wann wird man je versteh'n?

Sag mir, wo die Gräber sind Blumen weh'n im Sommerwind. Wann wird man je versteh'n, Wann wird man je versteh'n?

Sag mir, wo die Mädchen sind Wo sind sie geblieben? Sag mir, wo die Mädchen sind, Was ist gescheh'n?

Sag, wo die Soldaten sind Wo sind sie geblieben? Sag, wo die Soldaten sind, Was ist gescheh'n?

Sag mir wo die Blumen sind Wo sind sie geblieben? Sag mir, wo die Blumen sind, Was ist gescheh'n?

Sag mir, wo die Mädchen sind Männer nahmen sie geschwind. Wann wird man je versteh'n, Wann wird man je versteh'n?

Sag, wo die Soldaten sind Über Gräbern weht der Wind. Wann wird man je versteh'n, Wann wird man je versteh'n?

Sag mir, wo die Blumen sind, Mädchen pflückten sie geschwind. Wann wird man je versteh'n, Wann wird man je versteh'n? zang: Marlène Dietrich

VERGEET NIET

een viering van de witte donderdag

pagina 2


Velen waren ook in die stad. Toen het gebeurde wisten zij het niet. Toen het gebeurde was de avond al gevallen. Een wijsje werd gefloten hier en daar. En de sterren gaven hun weinige licht. En niemand hoorde of zag de slaaf van de rijke die met het ooilam in een zak op zijn rug de deur van de arme uitsloop. De rijke had wel duizenden schapen en runderen. Maar hij had niet een ooilam dat at van zijn bord en dronk uit zijn beker en sliep in zijn schoot. Hij wist niet dat hij dat onverdraaglijk vond en dat hij de arme haatte en vreesde. Hij dacht nooit aan de arme. Maar toen hij die avond een vreemdeling op bezoek kreeg, plotseling wel. Zij zaten aan tafel, de rijke, zijn zonen en de onverwachte gast.

“Eert de vreemdeling die in uw midden is”, lachte hij en reikte hem de schotel. Zij aten en dronken maar het smaakte hen niet en op de schotel, tussen de groene kruiden, bleven de mooiste stukken onaangeroerd. Tot diep in de nacht hoorde de rijke zijn zonen praten, de oudste sussend, de jongste verontwaardigd. Toen het daagde zei de jongste tot zijn vader: vader, geef me mijn erfdeel. En hij ging. Het daagde - in het huis van de arme was nog de geur van het ooilam. En nog zweeg de arme. “We hadden het kunnen weten,” zei de vrouw. Toen vroeg de jongste zoon: “Vader, hebt gij geen woord?" De vader zei: “Vergeet niet.” Hij was de jongste, nog klein toen het gebeurde, en allen hadden het gehoord: Vergeet niet.

wij zingen allen:

Vergeet niet dat woord van oudsher: dat leeggeschud zullen worden de plunderaars, uitgedreven de stichters van tyrannie. koor:

Maar de doodgetrapte zal leven de arme zal opstaan en nemen het land dat hem toebehoort allen:

Vergeet niet, dat woord van oudsher: dat uitgeroeid zullen worden de moordenaars, uitgedreven de stichters van tyrannie. koor:

Maar de doodgetrapte zal leven kinderen zullen opstaan en grijpen het recht dat hen toebehoort wij nemen de beker op en verkondigen hoe bevrijdend het is dat wij geroepen zijn om niet te vergeten

Geprezen zijt Gij, Heer onze God, koning van de wereld, die schiep de vrucht van de wijnstok. Amen allen drinken van de vrucht van de wijnstok

VERGEET NIET

een viering van de witte donderdag

pagina 3


Als de oudste zoon van de arme man in de ingang van zijn tent zat, dacht hij nog vaak terug aan dat ogenblik, aan die woorden van zijn vader tot zijn jongste broer. Hij vergat niet. Ook niet die ene keer daar bij de terebinten van Mamre. Op het heetst van de dag, juist zou hij voor een ogenblik zijn ogen sluiten zie, drie mannen kwamen naderbij. Hij sloeg zijn ogen op, liep op hen toe en zei: “Laat me water halen en voor wat koeken zorgen.” Snel ging hij naar zijn runderen, nam een kalf, mals en goed en gaf het zijn knecht om het te bereiden. Toen, op dat moment, hoorde hij de woorden van zijn vader: Vergeet niet: jullie zelf waren vreemdelingen in Egypte, gedenk daarom de vreemdeling in jullie midden. wij zingen het lied ‘Klankresten’ 1e en 2e maal koor, 3e maal allen de mandjes voor de collecte, bestemd voor de vastenactie, gaan rond, want de tafel van de Heer is een tafel waar gedeeld wordt

Geprezen zijt Gij, Heer onze God, koning van de wereld, die brood uit de aarde laat komen. Amen. de schaal voor de gaven, bestemd voor de vastenactie, gaat rond

"Vergeet niet.” Hij was de tweede zoon van de arme man, klein van stuk voor zijn leeftijd en niet mooi om te zien. Altijd wat eenzaam in het midden van zijn broeders, had hij met het lammetje als met zijn kleine zusje gespeeld. Toen het gebeurde verdoofde het hem, maar korte tijd later, toen de anderen nog in rouw gedompeld waren, was in hem een besluit ontwaakt dat hem met nieuwe levenslust en met een bijna grimmig plezier vervulde: hij zou rijk worden. Want wie arm was, werd nog armer dat wist hij nu wel, zo jong als hij was. " Vergeet niet," hoorde hij zijn vader zeggen. Van dat ogenblik af was hij ijverig en sluw in de weer, en hij had geluk,

VERGEET NIET

want wat hij aanpakte werd in goud veranderd. Al spoedig verhuisde hij naar een ander land waar niemand hem kende. Eerst dacht hij nog: dan kom ik over jaren terug met veel geld om mijn broeders te helpen. Maar later was hij die gedachte vergeten, en ook zijn broeders, zijn schepen zeilden af en aan over alle zeeën, en in alle grote delen van de wereld was het landschap van hem en rusteloos vermenigvuldigde zich zijn begeerte. "Eerlijk gekocht en betaald,” sprak hij soms in zichzelf, of, nederig verbaasd: "ik, uit het slijk omhoog gekropen man." Eens ontmoette hij een andere rijke ach, woonden wij niet vroeger in dezelfde stad? Heeft toen uw vader niet een keer een lammetje van ons geleend?"

een viering van de witte donderdag

pagina 4


Fragile Tekst en muziek: Sting (1987) If blood will flow when flesh and steel are one Drying in the colour of the evening sun Tomorrow’s rain will wash the stains away But something in our minds will always stay Perhaps this final act was meant To clinch a lifetime ‘s argument That nothing comes from violence And nothing ever could For all those born beneath an angry star Lest we forget how fragile we are On and on the rain will fall Like tears from a star - like tears form a star On and on the rain will say How fragile we are - how fragile we are

Marc Chagall, Het offer van Isaak

Kwetsbaar Als er bloed vloeit – wanneer vlees en staal één zijnen het opdroogt in de avondzon wast morgen de regen alle sporen uit. Maar toch blijft er altijd iets achter in onze geest Misschien was deze laatste daad wel bedoeld om eens en voor altijd duidelijk te maken dat geweld niets oplevert

Aan één van Babels stromen zat de oudste zoon van de rijke man terneer en weende als hij aan Sion dacht. Zijn lier had hij sinds lang niet meer bespeeld. "Is dan alles verloren?" "Is de hemel van koper?" "Is de toekomst dicht?"

en dat ook nooit zal doen aan allen die geboren worden onder een boos gesternte opdat we niet vergeten hoe kwetsbaar wij zijn de regen valt als tranen van een ster de regen vertelt ons hoe kwetsbaar wij zijn

Er voert een stenen trap omlaag, omlaag tussen stenen en doden De ‘Wiener Graben’ wordt het graf van partizanen en Joden. Ze dragen de stenen op hun rug, de stenen waaraan ze bezwijken. Uit deze hel keert niemand terug, de levenden zijn hier al lijken, Hier hoorde Antonis toen een stem waarop niemand antwoord kon geven. O kameraad, o kameraad, Help mij hieruit, ik wil leven. Maar hier in de diepte van de mijn, mag niemand om menselijkheid vragen. Want medelijden wordt hier pijn, zwaarder dan steen om te dragen. De jood is gevallen in de mijn, En lag waar zo velen reeds lagen. Antonis heeft zijn stem toen gehoord En het dubbel gewicht toen gedragen, Antonis is mijn naam, ik draag de last van degenen die vallen, Als je een man bent, kom omlaag, en draag deze last met ons allen. Zang: Liesbeth List uit de Mauthausencyclus van Mikis Theodorakis

Marc Chagall, De witte kruisiging

VERGEET NIET

een viering van de witte donderdag

pagina 5


Maar ineens was er iemand die hem influisterde: "Vergeet niet, wij waren slaven, slaven waren wij, wij leefden in het duister, angst was om ons heen. Totdat de Heer bevrijding gaf, Hij gaf ons de vrijheid weer, zijn hand heeft ons bevrijd." Iemand van de andere ballingen nodigde hem aan tafel, en zette daarop een soort bitter kruid neer. Een van de kinderen vroeg: "Wat is de betekenis van deze maror, dit bittere kruid?" En weer werd het verhaal verteld over Egypte, over slavernij en mishandeling, over alle bitterheid en ellende. En hij hoorde het als was het voor de eerste keer. Ook waren er matses op tafel, en weer was er een kind dat vroeg: "waarom deze matses, deze platte broden?" "Deze broden zijn zo plat omdat het deeg geen tijd had om te rijzen," vertelde de oudste, "want in die nacht bracht de Heer bevrijding aan onze voorouders , en daarom moeten wij haastig uit Egypte weg trekken. Het meegenomen deeg bakten we tot platte koeken, want tijd om brood te bakken, hadden we niet." Zo was er nog veel meer op die tafel: een soort moes om te denken aan de klei waarvan tichelstenen gebakken werden, een lam, - en wijn, veel wijn. En de zoon van de rijke man at en dronk, en of je het gelooft of niet, juist daar, in Babel, kreeg hij weer hoop. daarom heffen wij de beker, en wij verkondigen hoe hoopvol deze dagen voor ons zijn.

Geprezen zijt Gij, Heer onze God, koning van de wereld, die schiep de vrucht van de wijnstok. Amen allen drinken van de vrucht van de wijnstok

Pascha - Marc Chagall

VERGEET NIET

een viering van de witte donderdag

pagina 6


“Mijn vader zou met mij hebben meegelopen”, sprak de dochter van de arme bij zichzelf. “Hij zou met mij en met al die mensen hier meelopen met een hoofd vol dromen.

La quête (De onmogelijke droom) Rêver un impossible rêve Porter le chagrin des départs Brûler, d’une possible fièvre Partir, où personne ne part Aimer jusqu’à la déchirure Aimer, même trop, même mal Tenter, sans force et sans armure D’atteindre l’inaccessible étoile Telle est ma quête Suivre l’étoile Peu m’importent mes chances Peu m’importe le temps Ou ma désespérance Et puis lutter toujours Sans questions ni repos Se damner Pour l’or d’un mot d’amour Je ne sais si je serai ce héros Mais mon coeur serait tranquille Et les villes s’éclabousseraient de bleu Parce qu’un malheureux Brûle encore, bien qu’ayant tout brûlé Brûle encore, même trop, même mal Pour atteindre à s’en écarteler Pour atteindre l’inaccesible étoile Jacques Brel, 1968 / Zang: Wende Snijders Marc Chagall – de schepping van de mens

Een vrije vertaling: Droom een onmogelijke droom Vertrek, al reist verdriet met je mee. brandend van koorts Ga waar niemand nog ging. Heb lief, tot verscheuren toe, heb lief, veel te veel of verkeerd, met dat ene doel, zwak, ongeharnast de onbereikbare ster te bereiken.

Dat is mijn queeste die ster te volgen hoe klein de kansen ook, hoe kort de tijd die mij rest, hoe vervult van wanhoop, zonder te vragen en zonder rust ten onder gaande voor een gouden woord van liefde Ik weet niet of ik die held kan zijn maar het zou mijn hart bedaren de muren van de steden zouden baden in azuurblauw, omdat een ongelukkige… Brandt in mij, brandt in mij tot ik, gebroken, die onbereikbare ster zal bereiken

VERGEET NIET

een viering van de witte donderdag

pagina 7


daarom heffen wij onze beker en drinken op de wereld van de naar ons toe komende eeuw

en zingen:

Geprezen zijt Gij, Heer onze God, Koning van de wereld, Hij schenkt ons een toekomst van vrede. Amen. allen drinken van de vrucht van de wijnstok

Dit is onze hoop, dit is ons geloof, waardoor wij willen blijven werken aan wat nu nog onmogelijk schijnt: een nieuw Jeruzalem een thuis voor alle volken.

e

1 maal koor, daarna allen:

Hoever te gaan? En of er wegen zijn? Nooit meer gebaande. Hoeveel paar voeten zijn zij? Twee, drieduizend. koor:

Nog bijna slaven, vreemden voor elkaar. Kreupelen, blinden. Maar met iets in hun hoofd dat stroomt en licht geeft.

Marc Chagall, Mozes en zijn volk

allen:

De zon zal hen niet steken overdag. Bij nacht de maan niet. Zij stoten zich aan stenen. Niemand draagt hen. koor:

koor:

Omdat zij willen leven als nog nooit angstig te moede zijn zij gegaan met grote hinkstapsprongen.

Vrijheid ontkiemt in hen, gloeit aan, dooft uit, zal weer ontvlammen. Zij blijven kinderen, zij worden groter.

allen:

allen:

Niet hier hun vaderland, en schaamteloos wagen zij alles. Soms wordt woestijn oase waar zij komen.

Hun stoet is zonder einde en getal. Tel maar de sterren. Zij weten van de Stad met fundamenten.

De jongste zoon was het nu van de arme of van de rijke man ? Ik zou het niet meer weten de jongste zoon was een zonderling. Hij verkeerde ook altijd in vreemde kringen, "Hij eet met zondaars en tollenaars", zo werd er over hem gezegd. Hij sprak van een rijk voor de armen, voor de verschoppelingen, voor hen die wenen. "Zalig zijn zij," heeft hij gezegd.

VERGEET NIET

een viering van de witte donderdag

pagina 8


Hij was een vreemde man. Ze zeggen dat hij een stem heeft gehoord, van veraf en in hemzelf, een stem die hem zei lief te hebben. Dat deed hij als een echte zoon van zijn Vader, hij had lief en deelde heel zijn bestaan. Hij at met zijn geliefden, met zijn leerlingen, met heel het volk. En hoeveel mensen er ook waren, brood was er altijd genoeg. Hij deelde en deelde: zonder einde. En de mensen die samen met hem maaltijd houden zien een groot licht, en in dat licht zien zij wat nog geschieden zal: hoe het avond wordt en morgen, hoe het land omhoog komt uit de zee, ook zien zij de groene planten ontstaan en bomen die vruchten dragen, de vogels en de vissen. En de mensen. Zij zien dat het goed is. En toen, toen hemel en aarde waren voltooid, met alles en alles zie daar daalt uit het licht een stad als een tuin een plein tussen bomen daar staat een tafel. Iemand komt aanlopen, hij draagt in zijn armen een ooilam en zet het aan tafel, en het eet mee van zijn bord het drinkt uit zijn beker.

allen:

Stad van mijn hart, Jiroesjalajiem, met uw huizen, schouder aan schouder Stad van vrede, in uw midden mag een mens gelukkig zijn solo

Ik was verheugd toen ik het hoorde: Wij gaan op weg naar het huis van de Heer. En nu staan wij voor uw poorten, op uw grond, Jeruzalem. Stad van mijn hart …. solo

Alle stammen van Israël trekken er heen in karavanen om uit te roepen de Naam van de Heer , dat is onze heilige plicht. Stad van mijn hart …. solo

Daar staan de zetels van het gerecht, daar staat de koningstroon van David. Bid om vrede voor deze stad, wens haar kinderen alle zegen. Stad van mijn hart ….

Allen die daar gezeten zijn zien er goed uit. En allen hebben een stem en zij zingen:

solo

Alle voorspoed wens ik jou, lieve woning van mijn vrienden, stad van God, ik wens je vrede, vrede, vrede voor altijd. Stad van mijn hart ….

DE VIERING VAN DE MAALTIJD vg.:

Voordat wij eten van deze tafel, nemen we een van de matses, en leggen deze in een servet apart. (de gastvrouw/-heer pakt een matse en legt deze in een servet apart)

allen: Geprezen zijt Gij , Heer onze God, koning van de wereld,

die brood uit de aarde laat komen. Amen. vg.:

laten we eten naar hartelust. (laten we eten en het ons goed doen smaken)

VERGEET NIET

een viering van de witte donderdag

pagina 9


vg:

Wij nemen de matse die we apart hebben gelegd en vullen de beker voor de gedachtenis aan Jezus, die ons bijeenriep en uitzond om het koninkrijk van God bekend te maken en om zieken te genezen.

koor

allen

VERGEET NIET

een viering van de witte donderdag

pagina 10


wij wensen elkaar vrede en alle goeds

vg:

Wij breken dit brood en gedenken Jezus die in dit uur, aan deze maaltijd, dit brood gebroken heeft en aan zijn leerlingen heeft gegeven.

(wij nemen en breken de apart gehouden matse en delen deze met elkaar)

vg.:

Wij heffen de beker en gedenken Jezus, die in dit uur, na de maaltijd, deze beker heeft genomen en gezegd: Dit is de beker van het nieuwe verbond wij zingen ons danklied na de maaltijd drinkt allen hieruit nieuw begin van leven e 1 maal koor, daarna allen en denk zo aan mij.

(wij nemen de beker en reiken die aan elkaar)

Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap – dat zal een droom zijn. Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap – dat zal een droom zijn. koor

THUIS Als God mij thuisbrengt uit mijn ballingschap, dat zal een droom zijn. Als, bij het ontwaken tussen de zwijnen met een lege nap,

Wij zullen zingen lachen, gelukkig zijn. Dan zegt de wereld: 'Hun God doet wonderen' . Ja, Gij doet wonderen, God in ons midden, Gij onze vreugde.

ik hongerig naar mijn vaders huis zal haken. allen

En opstaan, gaan. En als hij, al van ver mij ziende, dan naar mij komt toegevlogen en, vader van een mensenleven her , hij mij omhelst met tranen in zijn ogen.

Zijn kind. Gestorven en teruggekomen. Verloren en ik leef. Woestijnrivier die, als de regen valt, opnieuw gaat stromen, tot in de zee van thuis, van altijd hier .

Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap – dat zal een droom zijn. Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap – dat zal een droom zijn. koor

Breng ons dan thuis, keer ons tot leven zoals rivieren in de woestijn die, als de regen valt, opnieuw gaan stromen.

Ik zal gelukkig zijn en zingend bidden: ja, gij doet wonderen, God in ons midden.

allen

Wie zaait in droefheid zal oogsten in vreugde. Een mens gaat zijn weg en zaait onder tranenZingende keert hij terug met zijn schoven. Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap – dat zal een droom zijn. Als God ons thuisbrengt uit onze ballingschap – dat zal een droom zijn. VERGEET NIET

een viering van de witte donderdag

pagina 11


Twee mannen woonden in dezelfde stad de een was rijk, maar had geen kinderen, de ander had zeven zonen maar was arm. Die nacht kon de rijke man niet slapen: Ik ben rijk, maar die naast mij is, is arm en heeft geen land voor zoveel zonen. En hij stond op en ging op weg om nog voor de dageraad de grenspalen te verzetten. Ook de arme man lag wakker die nacht. Ik heb zeven zonen maar degene die naast mij is, is eenzaam en hij stond op en ging op weg, om nog voor de dageraad de grenspalen te verzetten. Toen de dag aanbrak ontmoetten zij elkaar. Ik zeg je, op die plaats is het brood voor morgen gewaarborgd en de Messias niet ver.

VERGEET NIET

een viering van de witte donderdag

pagina 12


Liturgie Witte Donderdag 2012