Page 1

Opstaan in licht een viering van de paasnacht 2011 in de Johanneskerk te Utrecht Overvecht


het wonder van het Pasen – een woord van welkom

wij zingen het lied ‘Wek mijn zachtheid weer’ e

1 keer koor, daarna allen

EEN MEREL Er is iets in de zang van een merel het is voorjaar, je wordt wakker je ligt te denken in de nacht het raam staat open – er is iets waarvan die vogel zingt en je denkt aan wat je moet opgeven er is iets in je dat leeg is en het stroomt vol met het zingen van die merel Rutger Kopland

wij zingen nog een keer het lied ‘ Wek mijn zachtheid weer’ Wek mijn zachtheid weer. Geef mij terug de ogen van een kind Dat ik zie wat is. En mij toevertrouw En het licht niet haat.

opstaan in licht

de viering van de paasnacht in de Johanneskerk – Utrecht Overvecht

1


Opstaan in licht wij lezen uit het boek van de Handelingen van de apostelen Handelingen 2:22 Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht. Deze Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten kruisigen en doden. God heeft hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over hem niet behouden. David zegt immers over hem: “Steeds houd ik de Heer voor ogen, hij is aan mijn zijde, ik wankel niet. Daarom verheugt zich mijn hart en jubelt mijn tong van blijdschap. Ja, mijn lichaam zal behouden blijven, want u zult mij niet overleveren aan het dodenrijk en het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan. U hebt mij de weg naar het leven getoond, uw nabijheid zal mij vervullen met vreugde.”

wij zingen psalm 16: God bewaar mij als ik mijn toevlucht bij jou zoek …

Ik zeg tot de Heer: Gij zijt mijn Heer. Gij gaat mij te boven, ik kan er niet bij maar kies voor degenen die hier op aarde zijn zoals Gij.

U zal ik loven, Gij die mij raad schaft, Stem in mijn binnenste, licht in mijn nacht. Ik kom tot mijzelf en zonder angst leg ik mij neer: Gij laat niet toe dat ik val in het niets.

Die ik mijn Heer noem staat mij voor ogen, ik wankel niet, zijn hand houdt mij vast.

Die ik mijn Heer noem staat mij voor ogen, ik wankel niet, zijn hand houdt mij vast.

Niets wil ik weten van hen die betalen met bloed en offer aan hun idool. U zal ik erven, U mag ik drinken, Gij zijt mijn lot, vruchtbare grond.

Gij zult mij leren te overleven. Onder uw ogen leef ik op. Koesteren zult Gij mij in uw hand.

God bewaar mij als ik mijn toevlucht bij U zoek

God bewaar mij als ik mijn toevlucht bij U zoek

Die ik mijn Heer noem staat mij voor ogen, ik wankel niet, zijn hand houdt mij vast.

Die ik mijn Heer noem staat mij voor ogen, ik wankel niet, zijn hand houdt mij vast.

opstaan in licht

de viering van de paasnacht in de Johanneskerk – Utrecht Overvecht

2


‘Jezus de Nazoreeër, aan het kruis genageld en gedood - de Eeuwige heeft hem doen opstaan, hem verlost uit de weeën van de dood, omdat het niet mogelijk was dat hij daardoor zou worden vastgehouden’. wij lezen uit het opstandingsevangelie van Marcus Marcus 16: 1 Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus, en Salome geurige olie om hem te balsemen. 2 Op de eerste dag van de week gingen ze heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang, naar het graf. 3 Ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie zal voor ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen?’ 4 Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold; het was een heel grote steen. 5 Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk. 6 Maar hij zei tegen hen: ‘Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazaret die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. 7 Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.”’ 8 Ze gingen naar buiten en vluchtten bij het graf vandaan, want ze waren bevangen door angst en schrik. Ze waren zo erg geschrokken dat ze tegen niemand iets zeiden.

en dan: een stem

Licht van Christus – Heer wij danken U Licht van Christus – Heer wij danken U Licht van Christus – Heer wij danken U

wij delen in het licht en zingen: als alles duister is ontsteek dan een lichtend vuur ….

opstaan in licht

de viering van de paasnacht in de Johanneskerk – Utrecht Overvecht

3


We zien ze als een lichtend pad voor ons: Abram en Sara – op weg met als enig bezit een belofte, Izaäk – het mes op zijn keel, Jakob – mank geslagen, Mozes – met zijn groepje ongeregeld in de woestijn, Gideon en zijn bevrijdende daden. David – dansend voor de ark, - Samuël en met hem alle profeten, getuigen van tegenspraak en hoop, - Maria en haar prachtige lied, - Petrus en zijn eerste gemeente, Paulus op zijn gevaarlijke reizen, Marcus, Matteus, Lucas, Johannes die spraken over het koninkrijk van God, over Jezus als leidsman en lotgenoot. wij zingen over hen die zijn gegaan met alleen maar een belofte: Hoe ver te gaan …. 1e maal koor, daarna allen:

Hoever te gaan? En of er wegen zijn? Nooit meer gebaande. Hoeveel paar voeten zijn zij? Twee, drieduizend. koor:

Nog bijna slaven, vreemden voor elkaar. Kreupelen, blinden. Maar met iets in hun hoofd dat stroomt en licht geeft. allen:

De zon zal hen niet steken overdag. Bij nacht de maan niet. Zij stoten zich aan stenen. Niemand draagt hen. koor:

koor::

Omdat zij willen leven als nog nooit angstig te moede zijn zij gegaan met grote hinkstapsprongen.

Vrijheid ontkiemt in hen, gloeit aan, dooft uit, zal weer ontvlammen. Zij blijven kinderen, zij worden groter.

allen:

allen:

Niet hier hun vaderland, en schaamteloos wagen zij alles. Soms wordt woestijn oase waar zij komen.

Hun stoet is zonder einde en getal. Tel maar de sterren. Zij weten van de Stad met fundamenten.

Prachtig. Maar we voegen er namen aan toe: Rosa Parks, Etty Hillesum, Oscar Romero en Dorothee Sölle…. Voor mijn drie dochters Laat asjeblieft je kamer niet verslonzen Als je kamer lelijk is zul je jezelf niet lief en kostbaar vinden als je geen respect hebt voor jezelf gaan je gedachten spankracht missen als je gedachten geen richting hebben worden je bewegingen ongecontroleerd als je bewegingen slordig zijn zal je huid niets leren van de bloemen Als je huid niets van de bloemen leert zal je hart woest en ledig zijn als je hart onverschillig is raak je niet vertrouwd met het schone als je zonder vertrouwen leeft kun je de helft van de hemel niet dragen als je de helft van de hemel niet draagt kun je niet lachen om je oude moeder Laat alsjeblieft je kamer niet verslonzen. Opstanding

Carin Anderson

Dorothee Sölle

opstaan in licht

de viering van de paasnacht in de Johanneskerk – Utrecht Overvecht

4


wij zingen het lied ‘Dat een nieuwe wereld komen zal …. ‘

Daar bouwen wij veilige buurten wonen doornen m wijken van vrede in schaduw van bomen. Geen kinderen zullen daar sterven oude mensen maken hun dagen vol en jonge mensen zullen daar pas op hun honderdste sterven.

Opstanding Anneke Kaai- van Wijngaarden

opstaan in licht

de viering van de paasnacht in de Johanneskerk – Utrecht Overvecht

5


de viering rond de tafel gebeden wij bidden ons tafelgebed: Gij die weet wat in mensen omgaat

allen:

allen:

Gij die weet wat in mensen omgaat aan hoop en twijfel, domheid, drift, plezier, onzekerheid.

In hem zou uw genade zijn verschenen, uw mildheid en uw trouw. In hem zou, voorgoed, aan het licht gekomen zijn hoe Gij bestaat: weerloos en zelveloos, dienaar van mensen.

voorganger:

Gij die ons denken peilt en ieder woord naar waarheid schat en wat onzegbaar is onmiddellijk verstaat. koor:

Gij toetst ons hart en Gij zijt groter dan ons hart. Op elk van ons houdt Gij uw oog gericht. En niemand, of hij heeft een naam bij U.

voorganger:

Hij was zoals wij zouden willen zijn: een mens van God, een vriend, een licht, een herder, die niet ten eigen bate heeft geleefd, en niet vergeefs, onvruchtbaar, is gestorven. koor:

voorganger:

En niemand valt of hij valt in uw handen en niemand leeft of hij leeft naar U toe. allen:

Maar nooit heeft iemand U gezien. In dit heelalzijt Gij onhoorbaar. En diep in de aarde klinkt uw stem niet. En ook uit de hoogte niet. voorganger:

En niemand die de dood is ingegaan keerde ooit terug, om ons van U te groeten. allen:

Aan U zijn wij gehecht. Naar U genoemd. Gij alleen weet wat dat betekent. Wij niet. Wij gaan de wereld door met dichte ogen.

Die in de laatste nacht dat hij nog leefde het brood gebroken heeft en uitgedeeld, en heeft gezegd: Neemt, eet, dit is mijn lichaam — zo zult gij doen, tot mijn gedachtenis. allen:

Toen nam hij ook de beker, en hij zei: Dit is het nieuw verbond, dit is mijn bloed, dat wordt vergoten tot vergeving van uw zonden. Als je uit deze beker drinkt, denk dan aan mij. voorganger:

Tot zijn gedachtenis nemen wij daarom dit brood en breken het voor elkaar, om goed te weten wat ons te wachten staat als wij leven hem achterna. allen:

koor:

Maar soms herinneren wij ons een naam, een oud verhaal, dat ons is doorverteld, over een mens die vol was van uw kracht, Jezus van Nazaret, zoon van Abraham.

Als Gij hem hebt gered van de dood, God, als hij, dood en begraven, toch leeft bij U, redt dan ook ons en houdt ons in leven, haal ook ons door de dood heen, nu. En maak ons nieuw, want waarom hij wel, en wij niet — wij zijn toch ook mensen.

wij wensen elkaar vrede en alle goeds woorden bij breken en delen breken en delen mededelingen en collecte

opstaan in licht

de viering van de paasnacht in de Johanneskerk – Utrecht Overvecht

6


wij zingen het lied: Licht dat ons aanstoot in de morgen

1. Licht dat ons aanstoot in de morgen, voortijdig licht waarin wij staan koud, één voor één, en ongeborgen, licht overdek mij, vuur mij aan. Dat ik niet uitval, dat wij allen zo zwaar en droevig als wij zijn niet uit elkaars genade vallen en doelloos en onvindbaar zijn.

2. Licht, van mijn stad de stedehouder, aanhoudend licht dat overwint. Vaderlijk licht, steevaste schouder, draag mij, ik ben jouw kijkend kind. Licht, kind in mij, kijk uit mijn ogen of ergens al de wereld daagt waar mensen waardig leven mogen en elk zijn naam in vrede draag

3. Alles zal zwichten en verwaaien wat op het licht niet is geijkt. Taal zal alleen verwoesting zaaien en van ons doen geen daad beklijft. Veelstemmig licht, om aan te horen zolang ons hart nog slagen geeft. Liefste der mensen, eerstgeboren, licht, laatste woord van Hem die leeft

wij gaan van hier met de zegen van de Eeuwige God.

Deze viering is voorbereid door Kees Wijnen, Bettina van Santen en ds Harry Wim Wierda. Ambtsdragers van dienst waren Nieske Terweij en Bettina van Santen. Het koor stond onder leiding van Ad Oomen. Orgel en piano werden bespeeld door Kees Wijnen De afbeelding op de voorzijde is van Aad de Haas, gemaakt in 1947

opstaan in licht

de viering van de paasnacht in de Johanneskerk – Utrecht Overvecht

7

Liturgie Paasnacht 2011  

Liturgie van de paasnacht 2011 in de Johanneskerk