Issuu on Google+

ledenblad van het Humanistisch Verbond

nummer 04 • december 2012

Tussen beeld en werkelijkheid

4 Leden over stigmatisering

8 18 24

Interview met Maria Goos

Tweegesprek Boris van der Ham en Rein Zunderdorp Pia Sprong tekent zich een gelukkiger mens

Maria Goos


Humanist aan het woord

Redactioneel

Ruimte voor twijfel

‘Soms mis ik het mededogen’ Peter de Wit is directeur van een welzijnsorganisatie en heeft een gesprekspraktijk. Daarnaast geeft hij cursussen voor het Humanistisch Verbond. Met vriendin en drie kinderen woont hij in Noord-Holland. - Roeland Ensie -

Goed ouder worden

“Amor fati, liefde voor het lot, is een mooi begrip om mijzelf te verhouden tot de eindigheid van het bestaan. Ik ben nu vijftig en dan word je jezelf daar steeds meer van bewust. Ik ben mede gevormd door anderen. De contacten die ik heb gemaakt en de gesprekken die ik heb gevoerd, gaan ook weer door als een energie in het leven van andere mensen. Dat geeft mij houvast en troost. Boeiend is de balans die ontstaat tussen het omgaan met de toenemende kwetsbaarheid, en de manier waarop je dankzij je levenservaringen voller in het leven kan staan.”

Zelfbeschikking

“Bij deze belangrijke humanistische waarde plaats ik kanttekeningen. Soms ontaardt zelfbeschikking in egocentrisme en egoïsme, dan ga je over de grenzen van anderen heen. Doorgeschoten autonomie noem ik dat. Het kan voor sommigen heel lastig en moeilijk zijn om over hun eigen leven te beschikken. Door karakter, levensloop, afkomst. Of doordat je door ziekte of handicap in zo’n kwetsbare positie bent beland. Dan staat de zelfbeschikking onder druk. Twee jaar geleden overleed mijn broer, die zeer getalenteerd was. Hij schreef, speelde toneel en kon heel goed met mensen omgaan. Hij had een psychische aandoening. Die kwam en ging en nam een steeds grotere plek in zijn leven in. Hij voelde dat hij onvoldoende over zijn leven kon beschikken, dat wat hij altijd wilde bereiken niet meer haalbaar was. Uit pure wanhoop heeft hij toen een einde aan zijn leven gemaakt. Hij had het graag anders gewild. Dat heeft mij erg aan het denken gezet. Zelfbeschikking is een ideaal dat soms niet te bereiken is.”

Vrijheid

“Vrijheid en verbondenheid vormen voor mij een belangrijke koppeling. Je leeft in samenhang met je omgeving. Ik kom uit een klein dorp en ben al jong voor twee jaar naar de VS getrokken om mijzelf te ontdekken. Zo heb ik de kans gekregen te worden wie ik ben en zelf te ervaren wat voor mij zinvol is. Mensen hebben zozeer geëxperimenteerd met vrijheid, de grenzen ervan opgezocht, dat de klok nu weer terug wordt gezet. De verbondenheid wordt opnieuw ontdekt: je gekend voelen en erbij horen. Dat is erg waardevol.”

2

Gelijkwaardigheid

“Voor mij is gelijkwaardigheid een vanzelfsprekendheid. Ondanks alle verschillen die er tussen mensen kunnen zijn. Ik heb er wel moeite mee dat mensen die het goed getroffen hebben wel eens neerbuigend kunnen doen over mensen die het minder goed hebben. Alsof alles maar voortkomt uit keuzes. Dan mis ik het mededogen. Uiteindelijk kunnen we allemaal wel eens ongelukkige dingen meemaken, het lot ligt altijd op de loer.”

Verantwoordelijkheid

“Diep in mijn hart voel ik mij verantwoordelijk om iets van mijn leven te maken, mezelf te ontwikkelen, mijn talenten te benutten en om het leven goed te leven. Maar ik voel ook de verantwoordelijkheid om iets te betekenen voor de wereld om mij heen. Uit tegenslagen wil ik lering trekken om weer goed verder te kunnen gaan. Het goede leven kan niet zonder verbondenheid en verantwoording, dat geeft een gevoel van geluk en rijkdom.”

De inspiratie

“Er is heel veel wat mij inspireert. Elk jaar ga ik tien dagen alleen fietsen door de natuur om mezelf weer op te laden. Kom dan herboren terug. Verder hou ik van muziek. Ik ben gek op Americana, het genre singer-songwriters met zangers als Johnny Cash, en Emmylou Harris. Ook lees ik veel, recentelijk ‘Vrijheid’ van Jonathan Franzen. De worsteling die mensen doormaken met de hiergenoemde thema’s beschrijft Franzen goed. Ik heb echt vriendschap gesloten met dat boek.”

Inhoud 4 ACHTERGROND ‘Stop stigmatisering, begin bij jezelf’

8

11 ACHTERGROND  Ook na het leven bijdragen aan menswaardigheid

Ik kijk naar een nieuwe aflevering van ‘Durf te denken’, de tweede HUMAN-serie over de Humanistische Canon. In beeld is een man gekleed in spijkerbroek en T-shirt, met een lange grijze paardenstaart. Hij praat met harde stem. De tekst onder in beeld zegt dat de man filosoof is en ik denk verbaasd: hè? Kennelijk heb ik een beeld van filosofen waar deze man helemaal niet aan voldoet. En ook al weet ik nu dat hij filosoof is – en zijn verhaal laat weinig ruimte voor andere interpretaties – kost het me tijd om mijn beeld en de werkelijkheid bij elkaar te krijgen. Bewust of onbewust beoordelen we anderen voortdurend op uiterlijke kenmerken. Dat blijkt ook uit een recent ledenpanelonderzoek. Naast etniciteit en geloofsovertuiging wordt uiterlijk het vaakst genoemd als grond voor vooroordelen. Ook als leden wordt gevraagd of ze zelf met stigmatisering te maken hebben gehad. En dat laatste geldt voor zes op de tien van onze leden. Ik vind dat veel, ook al zal niet iedereen er op dezelfde manier of met dezelfde heftigheid mee zijn geconfronteerd. Beeldvorming, vooroordelen en stigmatisering, in het dagelijks leven lopen ze vaak dwars door elkaar heen. Soms onschuldig en soms helemaal niet. Niet gezien worden zoals je bent, doet iets met mensen, hoe je het ook wendt of keert. Het maakt onzeker en tast je aan in je eigenwaarde. In de reacties trof mij de openheid waarmee de panelleden hebben gereageerd en daar wil ik ze op deze plek graag voor bedanken. Ook de suggesties voor hoe vanuit het humanisme tegenwicht kan worden geboden tegen vooroordelen, zijn zeer welkom.   Beelden, oordelen: ze zijn snel gemaakt en vaak heel hardnekkig. Zoals onlangs nog in een gesprek met studenten van de Universiteit voor Humanistiek. Daar kwamen uitgesproken negatieve beelden over het Humanistisch Verbond naar voren: anti-religieus, niet van deze tijd, laat staan van betekenis. En als ik vraag waarop dat beeld is gebaseerd, dan blijft het antwoord meestal vaag. Nee, de website kennen ze niet en nee, de Socrateslezing hebben ze ook nooit bezocht. En toch weten ze heel zeker dat het Verbond niks is en aarzelen studenten die wel lid zijn dit hardop tegen hun medestudenten te zeggen. Maar als ik dan doorvraag en vertel wat we doen, zie ik die gezichten bijtrekken. Er ontstaat ruimte voor twijfel. Het beste bewijs dat kennis dé remedie is tegen vertroebelde beeldvorming. Durf te denken, het kan niet vaak genoeg gezegd worden.  

8 INTERVIEW Maria Goos: ‘Ik heb het leven altijd gruwelijk kort gevonden’ 

12 BEELDREPORTAGE  Op de werkvloer bij Laurens ten Kate  14 ESSAY Afkicken van onze nieuwsverslaving

12

17 De Etalage Historicus wint prestigieuze prijs 18 INTERVIEW  Boris van der Ham en Rein Zunderdorp  20 Jong HV ‘Wij toveren een lach op gezichten’ 22 Humedia  Humanisme en tatoeages

18

- Ineke de Vries -

directeur Humanistisch Verbond

24

23 COLUMN  Joep Schrijvers 23 Colofon 24 Humanisme en Kunst Pa Sprong tekent zich een gelukkiger mens Bericht aan de lezer Humus vernieuwt. In dit nummer zijn de eerste veranderingen zichtbaar: een frisse vormgeving, veel beeld en meer aandacht voor het persoonlijk humanisme, zoals ook beschreven in het Meerjarenbeleidsplan van het Humanistisch Verbond. De redactie wenst u een liefdevol 2013 toe. HUMUS december 2012

3


Achtergrond

Tussen beeld en werkelijkheid

‘Stop stigmatisering, begin bij jezelf’

%

34

Stigmatisering is een thema dat de leden van het Humanistisch Verbond flink bezighoudt. Recentelijk heeft een meerderheid van hen daar mee te maken gehad, zo blijkt uit een enquête. Wie er gestigmatiseerd worden en hoe we daar eens mee op kunnen houden, daar hebben de leden ook ideeën over. - Martijn van der Kooij “Ik had Pownews toen niet zo op het netvlies. Ik liep met een groep bewoners door het park. Rutger Castricum wilde steeds maar een ding horen: dat ik slecht functioneerde als minister en dat daarom communicatieadviseur Dig Ista mij door de partijleiding was toegewezen. Al vier keer had ik gezegd dat het niet aan de orde was. Op een gegeven moment had ik er zo schoon genoeg van. Ging hem schuin aankijken. Een foute inschatting. Het liet het beeld zien van een non-communicabele minister. Zet dat eens af tegen het beeld toen ik aantrad: ik werd geportretteerd als een bewindsvrouw die supergoed met de mensen in de wijken communiceert.” Aan het woord is Ella Vogelaar, oud-PvdA-minister van Wonen, wijken en integratie. De beeldvorming voor de camera van Pownews, waar zij in april 2008 minutenlang zwijgend in beeld is te zien, vormt een keerpunt in haar ministerschap. Het is voor haar niet meer mogelijk ‘gezagsvol en effectief’ op te treden, zegt partijleider Bos namens de partijtop een half jaar later in de media. Vogelaar ziet zich hierop genoodzaakt haar ontslag als minister aan te bieden. Beeldvorming, stigmatisering en de wijze waarop de me-

dia hiermee omgaan. Ze kunnen een veelbelovende ministerscarrière als die van Vogelaar in de knop breken. Of neem de criminoloog Wouter Buikhuisen, die in de jaren tachtig van de vorige eeuw wetenschappelijk onderzoek deed naar de biologische aspecten van crimineel gedrag. De Nederlandse media creëerden een beeld van hem als een soort Josef Mengele die het onderzoeksprogramma van de nazi’s voortzette. Ook de steun onder collega’s brokkelde af. De aanvallen waren zo heftig en persoonlijk dat hij zich in 1988 genoodzaakt zag naar Spanje te vluchten. Pas in 2009 heeft de Leidse rechtenfaculteit de toen 76-jarige Buikhuisen gerehabiliteerd.

Enquête Hoe ervaren humanisten stigmatisering en beeldvorming door de media? En hoe vaak komt dit fenomeen voor in hun eigen leven? Hoe denken zij te ontsnappen aan het bevooroordeeld zijn door meningsvorming op basis van persoonlijke kenmerken, onze definitie van stigmatisering? Het Humanistisch Verbond vroeg het aan het ledenpanel. Bijna vijfhonderd leden werkten mee aan dit door onafhankelijke bureau Newcom Research & Consultancy

Over dit themanummer Hoe komt het dat een beeld niet altijd overeenkomt met de werkelijkheid? En hoe kunnen wij ons daartegen wapenen? Dit themanummer gaat over deze vragen. Framing, stigmatisering en medialogica zijn de drie centrale begrippen. Framing is een uit de Amerikaanse politiek overgewaaid woord. Door eenzijdig de nadruk op bepaalde positieve of negatieve aspecten te leggen, ontstaat een bepaald beeld (frame) van de werkelijkheid. Gevierd scenarioschrijfster Maria Goos vertelt hoe zij omgaat met het framen van mensen, een dagelijks onderdeel van haar werk (zie pagina 8-10). Stigmatisering gaat een stap verder: op basis van kenmerken van

4

individuen en groepen worden mensen in een bepaald hokje geplaatst. In het inleidend artikel ‘Tussen beeld en werkelijkheid’ (pagina 4-7) vindt u de resultaten van een onderzoek onder leden van het Humanistisch Verbond naar stigmatisering, zowel in hun eigen leven als in de media. De logica die bepaalt hoe de media omgaan met beelden wordt medialogica genoemd en wordt in het essay op pagina 14 tot en met 16 beschreven. Meer weten over medialogica? Het tv-programma Argos heeft een zesdelige documentaire over dit onderwerp gemaakt. Kijk voor meer informatie op www.human.nl

Do laat or wie st g estig bent u coll mat het ega isee ’s / rd? klas g

% Binn 28 en w hee elke v ft u % te m an ond e ake 23 n ge rstaand % had e 29 met onder w stig mat erpen % iseri 20 ng? uite

%

20

poli

In w

elke

ndo

mat

e he e invlo ft stigm ed o a % p uw tiseren vee 13 l imp leve ni act n? % et veel 20

50

, nie

%

% 18 0%

nig

t ik

niet

en

eur

Wan n laat eer he st te ef met mak t u voo r e stig mat n geha het laat i s d erin ste g? half ja

31% 6%

stoo

rnis

imp

act

n im

niss

ork

inig

gee

ers

ken

t

t we

wei

wee

g/

and

lach

e vo

enin

and

ten

rlijk

ges

tiek

% ziekte 17 / aa

eno

iem

pac

t

mee

r

In een hoek gezet Stigmatisering, zes op de tien leden van het Humanistisch Verbond treft het, zo blijkt uit de enquête. En wie inzoomt op de cijfers, ziet dat voor de meeste leden het probleem actueel is. Een op de drie respondenten die met stigmatisering te maken heeft gehad, overkwam dat nog het laatste half jaar. Nog eens zes procent van de geënquêteerden is stigmatisering iets langer geleden overkomen, maar nog wel het afgelopen jaar. Slechts een op de vier

3%

wee

2 niet

k

aan

lang

den

er d

wee

In h o uw everre le b som ges ven we ent u in s-r t i g ege mat l eens lma isee tig rd? vaa no oit

ar

2m

43% 19%

t ik

uitgevoerde onderzoek, een respons van 55 procent. Zij schreven ruim 45 pagina’s vol met hun observaties, kritische opmerkingen en oplossingsrichtingen. “Dat zoveel mensen aan het onderzoek meededen, met zoveel toewijding, geeft aan dat dit onderwerp enorm leeft onder humanisten”, reageert Ineke de Vries, directeur van het Humanistisch Verbond.

6-1

62

t ik

an é

niet

gele

den

én j

aar

mee

gele

r

den

%

% 14

respondenten heeft er nooit mee te maken gehad. Uiterlijke kenmerken voeren de lijst aan van de redenen om in een hokje geplaatst te worden. Drie op de tien gevallen van stigmatisering gebeurt om die reden. “Door rode ogen en kromme rug lijk ik niet helder en zie ik er sloom en depri uit”, schrijft een respondent. Een ander: “Ik heb overgewicht en merk dat hier vaak stigmatiserend over wordt gesproken. Dikke mensen zouden lui zijn, de hele dag zitten te (v)reten, worden niet als potentiële partner voor iemand gezien – dit punt zie je nogal in reclames – of worden zelfs vies gevonden. Gelukkig wordt hier niet zo over gesproken door vrienden of familieleden (…). Ik kom dit echter wel regelmatig in de media tegen en merk dat ik het moeilijk naast me neer kan leggen. Ik ben in mijn hoofd vaak bezig met hoe anderen tegen mij aankijken.” Een geënquêteerde met psoriasis “in ernstige vorm” meldt dat hij meerdere keren voor representatieve beroepen

HUMUS december 2012

5


Achtergrond

‘Niet voor iedereen dagelijks probleem’ “Dat het merendeel van de deelnemers wel eens stigmatisering heeft ervaren, vind ik niet verrassend. We maken immers deel uit van verschillende groepen en dan is de kans groot dat je op grond van een van je kenmerken wel eens een stigmatiserende ervaring opdoet” zegt Arjan Bos, universitair hoofddocent klinische psychologie aan de Open Universiteit. “Het gaat meer om de aard, ernst en frequentie van de stigmatisering. Voor de mensen die er regelmatig of vaak mee te maken hebben, kunnen de gevolgen enorm zijn. Uit onderzoek weten we dat zij vaak een

lager zelfbeeld, meer stress of meer angst hebben.” Bos vervolgt “Dat stigmatisering door veel deelnemers wordt gerapporteerd hoeft niet per definitie te betekenen dat zij hier dagelijks last van hebben. Voor 43 procent van de deelnemers was het immers meer dan een jaar geleden dat zij hun stigmatiserende ervaring hadden. Het is vermoedelijk wel een probleem voor de dertien procent van de geënquêteerde leden van het Humanistisch Verbond die er ‘vaak’ en ‘regelmatig’ last van heeft.” Dat mensen het meest op uiterlijke kenmerken in een hoek worden gezet, is volgens Bos verklaarbaar. “Zichtbare stigma’s kun je lastig verbergen. Het is een automatisch proces dat mensen in de eerste vier à vijf seconden op iemand reageren. Pas als de eerste reactie is geweest, start het cognitieve proces.”

werd afgewezen. Na ‘uiterlijk’ is het opvallend genoeg de politieke voorkeur van de leden van het Humanistisch Verbond die het meest aanleiding geeft voor stigmatisering. Dat geldt voor een op de vijf respondenten, waarmee politieke oriëntatie samen met ‘geslacht’ hoger scoort dan ‘ziekte, aandoening, stoornis’, ‘beroep’ of ‘seksuele geaardheid’. Opmerkelijk is, dat geen van de ondervraagde leden een boekje open doet over stigmatisering op basis van politieke voorkeur. Daarmee is deze categorie een buitenbeentje, want over andere stigma’s wordt volop geschreven. “Als docente die in 1972 uit de kast kwam, heb ik zeer veel last gehad van homohaat, vooral van leerlingen die ik zelf geen les gaf.” Of: “Als je een uitkering geniet dan ervaar hoe je kwetsend dom Telegraafgeleuter kan zijn. (...) Ik behoor tot een leeftijdsgroep die volgens de politiek o zo waardevol is voor de maatschappij, maar ze weigeren werkgevers die ouderen massaal aan de dijk zetten keihard aan te pakken.”

Op het werk Van de respondenten die te maken hebben gehad met vooroordelen op basis van persoonlijke kenmerken, geeft een op de drie aan dat dit op de werkvloer of in de klas is gebeurd. “Het maakt mij onzeker en na dit voorval heeft het best een tijd geduurd eer ik weer frank en vrij de draad binnen de normale leef- en werksfeer wist op de pakken.” Ook kennissen (door 23 procent genoemd) of familie (vijftien procent) zijn relatief vaak verantwoordelijk voor stigmatisering. Levenspartners of vrienden maken zich hier weinig schuldig aan. En dat verklaart wellicht dat de impact die het stigma heeft de helft van de gestigmatiseerde

Gerrit* (34) is beeldend kunstenaar en ondernemer. Hij heeft een gezin met twee kinderen. Sinds de Wet werk en inkomen kunstenaars is afgeschaft moet hij volledig in zijn eigen onderhoud voorzien. En dat is ‘lastig’ in deze tijd. Dus wendde Gerrit zich tot zijn gemeente voor een aanvullende uitkering. “Als je in aanraking komt met de sociale dienst, voel je je gelijk gestigmatiseerd als ‘de luie kunstenaar die jarenlang door de

6

respondenten weinig doet. Voor dertien procent ligt dat anders: zij geven aan dat stigmatisering hun leven zeer veel tot veel beïnvloedt. “Ik verloor vrienden.” En: “Het heeft geleid tot een echtscheiding.”

Geen spijt Leden van het Humanistisch Verbond zijn overigens niet heilig: zes op de tien geeft aan wel eens anderen gestigmatiseerd te hebben. Soms ontbreekt spijt. “In sommige gevallen is het nodig om iemand op zijn plaats te zetten.” Of: “Ik stigmatiseer mensen die egocentrisch en conservatief in het leven staan.” Een enkel lid meent dat een vooroordeel hem kan behoeden voor rampspoed. “Het betrof in mijn geval een nieuwe, alleenstaande buurman, die qua uiterlijk een volmaakte inbreker of overvaller zou zijn. Ik vond mijn vooroordeel heel naar, maar realiseerde me dat een mens bepaalde signalen niet moet negeren.” Het zal geen verrassing zijn: de meeste leden zijn ervan overtuigd dat het beter is mensen zonder vooroordelen tegemoet te treden. “Het werkt beperkend. Door iemand te stigmatiseren lijkt er in eerste instantie helderheid te ontstaan (…), maar achteraf blijkt dat altijd de visie te vernauwen.”

dan noemt een op de drie de media. Wie de slachtoffers zijn? Veruit het meest worden Marokkanen, islamieten en niet-westerse allochtonen genoemd, gevolgd door homoseksuelen, ouderen en gehandicapten. Wie de hele lijst tot zich neemt ziet dat er vrijwel geen groep ontbreekt: ambtenaren, bankiers, linkse mensen, PVV-stemmers, Grieken; en zo gaat het nog wel even door. “Als je echt vindt dat we mensen als individu moeten benaderen, dan moet je jezelf beheersen in je reflexen om mensen weg te zetten als groep”, zegt Boris van der Ham, voorzitter van het Humanistisch Verbond en verderop in dit nummer aan het woord.  “Dat geldt dus ook voor moslims. Ook binnen de islamitische gemeenschap is veel diversiteit, van zeer vrijzinnig tot heel intolerant. We moeten dus ook heel kritisch durven zijn naar die laatsten. Want de islam is relatief nieuw in Nederland. Dat heeft tot gevolg dat we ‘m minder doorgronden. Maar de islam moet dezelfde kritiek en maatschappelijke krachten doorstaan als andere religies en vormen van levensbeschouwing. Je moet ook hard durven zijn op het veiligstellen van individuele rechten. Daarin moet het humanisme zich niet laten gijzelen door een verkeerde politieke correctheid of de angst dat je in een bepaalde hoek wordt gedrukt, zolang je maar specifiek bent.” 

linkse kerk is gesteund, maar nu zelf zijn brood moet verdienen’.” Ze zijn niet onbeleefd, vertelt hij. “Maar ze zeggen tegen me: ‘We zullen je snel aan het werk helpen’, alsof ik dat niet al jaren probeer. Het voelt heel vervelend en het versterkt mijn gevoel dat je niet vrijwillig in een uitkering zit. Het heeft invloed op je gemoed en op je gezin.” (SM)

stig

mat iser i de o & ng mge ving

Oplossingen “Heel simpel. Niet oordelen. We moeten leren elkaar te accepteren zoals we als mens zijn. Trachten bruggen te slaan in plaats van te verwijderen”, zegt een lid gevraagd naar oplossingen om stigmatisering tegen te gaan. De meeste respondenten onderschrijven dat: gewoon bij jezelf beginnen, lijkt het devies. Het bespreekbaar maken van het probleem wordt ook vaak genoemd. “Bewustwording (…) met wat het doet met anderen en de maatschappij en hoe het voor jezelf zou zijn gestigmatiseerd te worden. De waarden uitdiepen die stigmatisering verminderen. Dat zijn waarden die elementair zijn voor het humanisme.” “Terugkijkend voelt het niet als de meest vreselijke periode uit mijn leven”, zegt oud-minister Vogelaar. “Ik heb misschien een hoge prijs betaald, maar ik ben wel voor de waarden blijven staan die ik belangrijk vind. Anders had ik mezelf niet meer in de spiegel kunnen aankijken.”

Marokkanen De media komen zo op het eerste gezicht niet als grote boosdoener uit de bus. Van alle ondervraagden die met stigmatisering te maken heeft gehad, stelt dertien procent door kranten, tijdschriften, radio, tv of internet te zijn gestigmatiseerd. Maar wordt de vraag anders gesteld (‘door wie wordt er in uw omgeving gestigmatiseerd’),

Wessel* (59) is door zijn homoseksualiteit eigenlijk zijn hele leven lang gestigmatiseerd. Om de rust te vinden die hij zocht, moest hij een aantal keer verhuizen. “Ik was eigenlijk een meisjesachtige jongen. Een jongen die een meisje had moeten zijn. Ik hechtte aan mooie kleren. Ben esthetisch ingesteld. Had altijd lang blond haar. Mensen stoten elkaar aan als ze me zien. Dat heeft me vaak eenzaam gemaakt, een buitenbeentje. Ik had liefdevolle ouders, maar ze begrepen me niet. Maar ik heb geluk gehad: ik heb voor ontwerper Benno Premsela gewerkt, ben nu gelukkig getrouwd met een man en woon heerlijk rustig in een boerderij in Oost-Groningen.” (SM)

% 59

In h o wel everre h e e omg ens me eft u ze n evin l g ge sen in u f stig mat w isee rd

?

%

26 %

15

Lees het complete onderzoek online: www.humanistischverbond.nl/stigmatisering

Margriet* (63) verhuisde eind jaren zeventig naar een klein katholiek dorp in het oosten van het land. Haar man werd daar kandidaat-notaris. Jarenlang voelde zij zich, als niet-katholiek, een buitenstaander in dat dorp. Ze werd ‘meewarig’ aangekeken. Toen zij bestuurslid werd van de plaatselijke afdeling van het Humanistisch Verbond en een opleiding deed aan het Humanistisch Opleidingscentrum, voelde dat als een ‘coming out’.

Alsof ze in een ‘andere wereld’ stapte. Ze kan er nu om lachen als ze vertelt dat mensen met verbazing constateerden dat zij en haar gezin heel aardig waren en ‘er niet zomaar op los leefden’. (SM) * Op verzoek van geïnterviewden zijn alleen de voornamen gebruikt

HUMUS december 2012

7


INTERVIEW “Ik ben in 1956 geboren. In de jaren zestig werd het ongelooflijk en vogue om antimaterialistisch te zijn. Ik vond het fantastisch dat we weinig hadden. Het was hip om het hele jaar te doen met één spijkerbroek en één T-shirt.” Haar vader is nierpatiënt en overlijdt als zij elf jaar oud is. Het valt Goos op, terugkijkend op haar jeugd, hoe weerbaar kinderen in zulke moeilijke omstandigheden zijn. Weerbaar door de kracht van ontkenning. “Ontkennen kan zuiverend werken en zo een enorme belasting wegnemen.” Ze herinnert het zich nog goed. “Ik sliep op de kamer van mijn ouders en ik weet dat ik een keer zag dat mijn vader ontzettende pijn had en toen deed ik net alsof ik doorsliep. Zo van: ‘Ik mag dit niet zien’.”

Maria Goos

‘Ik heb het leven altijd gruwelijk kort gevonden’

Loyaliteiten

Maria Goos groeide op in een arbeidersgezin waarin het credo gold: ‘bij ons lukt nooit niks’. Woorden die haar klein hielden. Maar vanaf de dag dat zij zich van die boodschap bevrijdde, ging er een wereld voor haar open. “Vanaf toen lukte alles. Ik pakte ruimte, ik pakte een kans.” - Roeland Ensie en Eric de Rooij -

8

Bij Maria Goos is de herfst altijd thuis. Een foto van een bospad, in de najaarskleuren rood, geel en oranje, beslaat een gehele wand. Herfstlicht dringt ook door de ramen van de serre haar achterkamer binnen. Daar staat een lange tafel, leeg op de Volkskrant van vandaag na. Geen tijd gehad om een nieuw kleed neer te leggen, vertelt ze. Samen met haar man Peter Blok schrijft ze aan het script van de tv-serie ‘Volgens Robert’. Gisteren dineerden zij aan dezelf-

de tafel met enkele artsen, die informatie leverden voor de serie. Het rood-wit geruite kleed dat nu op tafel komt, vertoont kreukels. Goos: “Oh jee, ik heb geen tijd gehad te strijken en Loes (Luca, red.) komt straks en zij ziet zulke dingen direct.” Maria Goos brengt haar jeugd door in Breda, als nakomertje in een arm arbeidersgezin, dat leeft van een invalidenuitkering. “We waren echt de armsten van de straat.” Toch heeft zij niet onder deze armoede geleden.

Nadat haar broer en zus het ouderlijk huis hebben verlaten, blijft Goos nog jarenlang thuis wonen. Ze heeft een goede band met haar moeder. Ze delen hetzelfde gevoel voor humor. Van een generatieconflict is nooit sprake geweest. “Ik sleepte haar mee, ook in het antiburgerlijke.” Dan sterft haar moeder plotseling. Een dood die gemis brengt, maar ook een kanteling in haar denken. “Er kwam een moment dat ik het als bevrijdend ging ervaren dat ze er niet meer was. Ik vertel het ook in ‘Smoeder’. Ik hoefde niet meer loyaal aan haar te zijn. Loyaal betekende ‘bij ons lukt nooit niks’. Dat houdt je klein. Ik was gezakt voor de havo, dat vond mijn moeder helemaal niet erg. Als iets wel lukte, voelde dat als verraad. Vanaf het moment dat ik dat niet meer accepteerde, lukte alles. Het is het tegenovergestelde van een oud geld-milieu. Daar krijgen de kinderen vanaf hun geboorte de opdracht mee: je bent belangrijk voor de wereld. Ook daarin herken ik verstikkende loyaliteiten. Je moet het maar zien waar te maken.” Het is bij toeval dat Goos zich na de middelbare school opgeeft voor een cursus theatermaken, lessen waar het vooral draait om improvisatie. Ze voelt zich als een vis in het water. Achteraf bedenkt ze dat improviseren ook een vorm van schrijven is, ‘schilderen met taal’. De cursus vormt de opmaat om naar de toneelacademie in Maastricht te gaan. Veel mensen uit haar studiejaar hebben het niet gered. ”Het is heel moeilijk om afscheid te nemen van het vak, het is niet alleen je beroep, het is je leven, je sociale context.” Ze bewondert de moed van de

mensen die uiteindelijk wat anders zijn gaan doen. “Zij hebben de schaamte overleefd,” zegt ze nadrukkelijk. “Want je schaamt je, omdat je het in het vak niet hebt gered. Het voelt als een gemeenschap die zich sluit en jou eruit duwt. Ze hebben zich allemaal in de steek gelaten gevoeld.” Sinds kort heeft Goos weer contact met een aantal mensen uit haar opleidingstijd, ook met degenen die een andere weg zijn ingegaan. “Ze hebben hun kracht hervonden. De vriendschap is terug. We waren zo’n enclave in Maastricht, dat schept een band voor het leven.” Slagen als theatermaker is niet gemakkelijk. Goos beaamt dat er momenteel een overvloed is aan opleidingen. “En een massa mensen die allemaal willen spelen.” Maar er zijn meer obstakels. Vroeger kon een acteur zich via kleine podia en kleine theaters ontwikkelen. Maar die plekken verdwijnen. Ook framing speelt een rol. “Bij de film en bij de televisie durft niemand bij het casten nog een risico te nemen. Kun je bepaalde dingen goed, dan word je daarvoor gevraagd. Iemand een keer crimineel laten spelen, terwijl hij altijd die suffe huisvader of belegen docent heeft gespeeld? Dat durft niemand meer. Er wordt op efficiëntie gecast, niet op ontplooiing.”

‘Mag een mens alsjeblieft zelf bepalen wanneer hij eruit wil stappen?’ De voordeurbel gaat. Jeppe, de fotograaf, is aan de vroege kant. “Je mag door het hele huis lopen hoor. Mijn werkkamer is boven, twee trappen op, mijn favoriete plek.” Ook de post is binnengekomen, de twee blauwe enveloppen worden door Goos, staand bij onze tafel, meteen opengescheurd. Goed nieuws: “Te betalen nul voor 2010. Hè, hè, toen heb ik me al wezenloos betaald!”

Voelsprieten Haar grootmoeder legde de kaart, maar Goos heeft niets met mystiek, noch met geloof. Zelf verloor ze lang geleden haar vertrouwen in de kerk als organisatie. Haar invalide vader klopte in hoge nood bij de pastoor aan om steun en werd weggestuurd. De ergernis klinkt door in haar stem. “Ik vind het onbegrijpelijk dat veertigduizend jongeren uitzinnig worden als ze de paus zien. Nu nog! Je kunt je informeren, je ontwikkelen. Je hebt internet.

HUMUS december 2012

9


INTERVIEW

Sowieso begrijp ik de behoefte van mensen aan een God niet. God is toch een schijnhouvast? Het is juist fijn dat het leven geen zin heeft. Ik vind het een geschenk dat het nergens naar toe hoeft. Stel je voor dat het leven zin zou hebben en dat je ergens naar toe moet? Vreselijk. Wat is er nou zo moeilijk aan om in het leven verantwoordelijkheid voor je eigen daden te dragen?” Wel vindt zij intuïtie belangrijk. “Ik heb mijn kinderen heel erg hun voelsprieten laten ontwikkelen: soms komt je ratio later dan je gevoel. Vertrouw erop dat dit niet voor niets is.” Ook zonder God kan een mens zich over het leven verwonderen. “Ik vind het te gemakkelijk om het leven als iets vanzelfsprekends te zien. Het leven is iets om heel erg blij en dankbaar voor te zijn. Maar dankbaar ten aanzien van wie? Dat weet ik dan niet. Misschien” – ze lacht – “ten aanzien van jezelf: dat je het leven hebt en dat het wonder zich elke dag voltrekt.” Ze werpt een blik naar buiten. “Als je nu toch kijkt hoe prachtig de tuin verkleurt. Dat is toch iets om ontzettend blij mee te zijn? En het is onverklaarbaar. Met alle wijsheid van alle mensen op elkaar gestapeld weten we nog niet wat er buiten het universum gebeurt. Ik heb totaal niet de behoefte om dat te personifiëren tot een God, maar er is een grotere onbegrijpelijke macht, waardoor het in dit land altijd weer helemaal herfst, lente en zomer wordt, waardoor dit alles beweegt en zich ontwikkelt - en waardoor er leven is.”

Zelfbeschikking Verwondering over het leven voedt haar schrijverschap. Al werpt de eindigheid van het bestaan haar schaduw vooruit. “Stel dat ik nog dertig jaar heb om te schrijven, dan ben ik 86, dan ben ik stokoud. Dan heb ik alleen maar tijd om te schrijven wat ik nu in mijn hoofd heb. Er mag geen enkel idee meer bij komen. Ik vind dat een benauwende gedachte. Het leven heb ik altijd al gruwelijk kort gevonden, ook al toen ik twintig was.” Haar ziekte - zes jaar geleden werd bij Goos borstkanker geconstateerd - heeft haar nog bewuster gemaakt van de vergankelijkheid van het leven. “Ik ben altijd bezig geweest met vergankelijkheid. De vanzelfsprekendheid van gezond zijn is een enorme rijkdom. Voor mij is gezondheid nooit meer vanzelfsprekend.” Zelfbeschikking rondom het levenseinde is belangrijk voor haar. “In Godsnaam zeg, laten we daar niet

10

al te moeilijk over doen. Mag een mens asjeblieft zelf bepalen wanneer hij eruit wil stappen?”

Overprikkeld Ze schrijft zo’n vijf uur per dag, voornamelijk met de pen. Dan vergeet ze alles, de koffie wordt koud, totdat gebrek aan beweging haar hoofdpijn, pijn in haar nek, oren en ogen bezorgt. “De kern van schrijven is dat je mensen in een conflictsituatie laat belanden. Ik probeer een verhaal zo te arrangeren dat mensen nooit bewust die ander benadelen, pijn of verdriet doen. Ze handelen uit eigenbelang, onbewust van de gevolgen voor iemand anders.” Het gaat bij Goos altijd om het mechanisme tussen mensen, of het nu een familie is, een advocatenkantoor of een vriendenclub. Bij de serie ‘Oud geld’ schreef ze voor elk karakter een biografie. Zo werkt zij nu niet meer. Evenmin schrijft ze vooraf plotlijnen uit. “Ik laat het een beetje ter plekke ontstaan, ik meander ernaar toe.” Stellig zegt ze: “Ik weet wel waar ik wil eindigen, maar ik ga niet efficiënt recht op mijn doel af. Als ik op bladzijde twee al weet wat er op bladzijde tien gebeurt dan is dat een alarmbel. Want als ik het al weet, dan weten de mensen het ook. Dan gooi ik het roer om. ‘Throw stones at your character’: maak het je hoofdpersonen moeilijk, help ze in de problemen. En dan moet je het als schrijver zo intelligent mogelijk oplossen.” Soms kan een personage dan met de schrijver op de loop gaan. “Dat vind ik ontzettend leuk, dan ben ik enorm in mijn nopjes.” Inspiratie voor haar verhalen vindt Goos overal, ze heeft een dictafoon op zak waarop ze haar ideeën inspreekt. Maar ook documentaires, tv-series en de wetenschapsbijlage van de krant inspireren haar. Ze verzucht: “Ik moet een beetje oppassen, want anders raak ik echt overprikkeld, dan word ik ontzettend nerveus en gehaast en dat wil ik niet.”

Feeëriek De rust behouden en de schoonheid van dingen zien, horen bij de levenskunst van Goos. Ze wijst naar het herfstlandschap dat een muur beslaat: “Dat vind ik levenskunst, om daarvan te genieten.” Als je er open voor staat is er een overvloed om van te genieten, zoals van Amsterdam, in deze tijd van het jaar waarin de dagen donkerder worden. “Ik rijd wel eens door de stad, dan

tekenen alle kerktorens zich heel scherp af tegen het oranjeroze licht van de ondergaande zon. De stad is mooi als het donker wordt. Nederlanders zijn er heel goed in om hun gordijnen open te laten en het binnen mooi te verlichten. In Frankrijk en Spanje gaan de rolluiken naar beneden en je ziet niks. Wij worden zo feeëriek ’s avonds. Al die lichtjes binnen en dat zachte licht van lantaarns buiten, soms een beetje omfloerst. Dat is toch om te janken zo mooi?”

CV Maria Goos Geboren 25 februari 1956, groeide op in Breda. Volgde de docenten- en regieopleiding aan de toneelacademie in Maastricht. Werd vervolgens Nederlands bekendste scenarioschrijver. Goos werd vooral succesvol door de tv-series ‘Pleidooi’ en ‘Oud geld’. Daarnaast schreef zij diverse stukken voor het theater, waaronder ‘Familie’, ‘Cloaca’, ‘Smoeder’ en ‘De hulp’. Ook leverde zij de scenario’s voor films als ‘Leef’ en ‘Vreemd bloed’. Momenteel schrijft ze met echtgenoot Peter Blok de tv-serie ‘Volgens Robert’, die vanaf 24 februari 2013 op tv te zien is bij de Vara. Maria Goos ontving voor veel werk uit haar oeuvre belangrijke prijzen en onderscheidingen, waaronder de Nipkowschijf en enkele Gouden Kalveren.

ACHTERGROND

Nalatenschappen

Ook na het leven bijdragen aan menswaardigheid Het Humanistisch Verbond is een levendige en ambitieuze vereniging. De komende jaren wil het Verbond meer mensen stimuleren en inspireren een humanistische levensvisie te ontwikkelen. Met de achterliggende gedachte dat je door persoonlijke groei en ontwikkeling niet alleen je leven als zinvol ervaart, maar ook een humane samenleving bevordert. - Saskia Markx Er is behoefte aan een organisatie die houvast biedt voor een moreel en zinvol leven. Dat doet het Humanistisch Verbond door mensen te ondersteunen in moeilijke situaties. Met geestelijke begeleiding, door tal van activiteiten en cursussen en door pal te staan voor de humanistische kernwaarden. Leden en niet-leden vinden dat belangrijk en steunen het Verbond dan ook met vrijwillige inzet en financieel. Zij betalen jaarlijks contributie en geven donaties. Er zijn ook mensen die het Humanistisch Verbond als begunstigde in hun testament opnemen. Veel mensen vinden het lastig daar over na te denken, maar willen toch wel graag hun zaken goed regelen. Jan Willem Steenks, medewerker van het Team Nalatenschappen van het Steunfonds Humanisme, vertelt hoe je kunt nalaten aan het Verbond en wat dat betekent. “Het belang dat leden en niet-leden hechten aan het humaniseren van de samenleving en een helder humanistisch geluid, kun je terugzien in een testament.” Waarom laten mensen geld na aan het Humanistisch Verbond? “Meestal horen wij pas nadat iemand is overleden dat we erfgenaam zijn of een legaat verkrijgen. Tijdens de huisbezoeken die we afleggen aan mensen die meer willen weten over executeurschap, horen we

verschillende redenen om aan het Humanistisch Verbond na te laten. Zij willen dat bijvoorbeeld omdat zij het voortbestaan van het Humanistisch Verbond belangrijk vinden. Omdat zij tijdens hun leven hebben ondervonden dat er behoefte is aan een organisatie die houvast biedt voor een moreel en zinvol leven, en die de humanistische waarden bewaakt. Laatst sprak ik een familielid van een humanistisch geestelijk begeleider, die dat werk zo waardevol vindt dat hij dat wil steunen.” 

Kun je meerdere goede doelen opnemen in je testament? “Jazeker. En hoe je dat wilt inrichten kun je helemaal zelf bepalen. Ook een testament laat zien hoe je in het leven staat en wat je tijdens je leven waardevol vindt. Daarom kun je naast nalaten aan je kinderen ook andere familieleden, vrienden, goede doelen en organisaties die je een warm hart toedraagt erin opnemen.”

Wat moet je doen als je het Humanistisch Verbond ook na je dood wilt steunen? “Je kunt dat op twee manieren doen. Je kunt een legaat opnemen voor het Humanistisch Verbond en je kunt het Verbond als erfgenaam, of één van de erfgenamen benoemen in je testament. Het opmaken van een testament gebeurt bij de notaris.

Degene die het testament uitvoert, zorgt ervoor dat de begunstigde het vastgelegde deel krijgt.”

Is er een ondergrens aan het bedrag dat je kunt nalaten? “Nee hoor, ook bescheiden legaten en erfstellingen zijn van harte welkom. We horen regelmatig dat ouders graag aan hun kinderen willen nalaten en hun kinderen dan ook tot erfgenaam benoemen. Sommigen denken dat er daarnaast te weinig zou overblijven. Maar dat een erfdeel voor een goed doel pas interessant zou zijn als het gaat om tienduizenden euro’s, is een misverstand. Je kunt - en dat gebeurt ook veel - naast nalaten aan je kinderen ook een geldlegaat opnemen voor een goed doel.”

Moet je het aan het Humanistisch Verbond of aan het Steunfonds laten weten dat je een bedrag aan hen wilt nalaten? “Nee dat hoeft niet, maar het kan natuurlijk wel. Wij gaan zeer discreet en zorgvuldig met die informatie om.” Voor meer informatie over nalaten aan het Humanistisch Verbond kunt u contact opnemen met het Team Nalatenschappen van het Steunfonds Humanisme. Telefoonnummer: 020-5219036. E-mail: steunfonds@humanistischverbond.nl.

In een testament legt u vast wat er na uw dood met uw bezittingen, de nalatenschap, moet gebeuren. Het testament wordt door een notaris opgemaakt. De kosten variëren en bedragen minimaal 300 euro. De fiscus heft erfbelasting over wat uit nalatenschappen wordt verkregen. Als goed doel is het Humanistisch Verbond daarvan echter vrijgesteld.

HUMUS december 2012

11


Beeldreportage

‘Op de werkvloer’

Over dit moment: Wie: Laurens ten Kate, universitair docent Filosofie, Theologie en Religiestudies. Wat: Les acht van de module ‘Zingeving 1’, een serie hoorcolleges over humanisme, christendom en islam. Waar: De grote collegezaal van de Universiteit voor Humanistiek (UvH) in Utrecht. Wanneer: Maandag 29 oktober, 9.20 uur. Voor wie: Eerstejaars studenten aan de UvH, die het bachelorprogramma volgen.

12

Waarom: Om de studenten een goede basiskennis mee te geven over de geschiedenis en de actualiteit van het humanisme, de filosofie, en de godsdiensten die hun stempel op onze cultuur gedrukt hebben. Zo krijgen zij een fundament voor de rest van hun studie. Hoe: Op een toegankelijke en enthousiaste manier doceert Ten Kate de stof, hij loopt gebarend rond, verwijzend naar dia’s en teksten op het bord.

Ten Kate vertelt de ongeveer zeventig aanwezige studenten over Augustinus en zijn keuzemoment, waarop hij zich aangetrokken voelde tot het christendom. “Niet omhoog kijken, maar om je heen, naar de ander. Wie de ander liefheeft, heeft de ‘wet’ van God vervuld.” Bijzonderheden: Laurens ten Kate doceert vanaf 2002 aan de Universiteit van Humanistiek. Naast de inleidende colleges in de bacheloropleiding, geeft hij in het masterprogramma verdiepingsmodules over onder andere de Verlichting en globalisering. Ter ondersteuning van de leerstof gebruikt hij dia’s, film, schilderkunst en muziek, van klassiek tot pop. In de module ‘Zingeving 1’ werkt Ten Kate samen met collega Abdelilah Ljamai, die drie weken doceert over de verhouding tussen islam en humanisme.

Foto: Jeppe van Pruissen Tekst: Roeland Ensie

HUMUS december 2012

13


ESSAY

Medialogica

Afkicken van onze nieuwsverslaving - Esther Wit -

erdraaide feiten, sensatiezucht en hypes: welkom in de wereld van de medialogica. Een logica die zelden expliciet wordt gemaakt. Tot Argos er een televisieserie over maakte, vanzelfsprekend getiteld ‘Medialogica’. Over journalisten als dealers, en burgers als verslaafden. U opent de krant en leest: ‘Opvang toenemend aantal dakloze gezinnen schiet tekort’ (NRC Handelsblad , 2009). Dan is het u niet duidelijk dat er een lichte daling van dakloze gezinnen is. Toch is dat zo. Het bericht is onjuist. Maar laat ik bij het begin beginnen. Het radioprogramma De Ochtenden bericht in 2008 over een toename van dakloze gezinnen die zich aanmelden bij de opvang. De bron is ZIENN, een organisatie voor maatschappelijke opvang. Een journaliste belt met deze organisatie. Die meldt dat het om een ‘ruwe schatting’ van ‘aanmeldingen’ van ‘huishoudens en gezinnen’ gaat in de grote steden. De journaliste kopt vervolgens dat er een verontrustende toename is van dakloze gezinnen die op straat zwerven, terwijl er feitelijk alleen indicaties zijn dat het aantal aanmeldingen toeneemt. Er volgen Kamervragen. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) laat, samen met de koepelorganisatie Federatie Opvang, onderzoek doen. Er is geen goede registratie van dakloze gezinnen, maar de informatie die er is, laat een lichte daling zien. Staatssecretaris Bussemaker meldt de Tweede Kamer dan ook dat ze geen aanleiding ziet voor specifiek beleid. Er verschijnt een nogal saai persbericht van VWS: ‘Er is geen toename van dakloze gezinnen in de opvang of op straat’. Een verslaggever van de Geassocieerde Persdienst (GPD) ziet toch nieuws. Het onderzoeksrapport geeft voorzichtige schattingen van dakloze gezinnen in grote steden. De verslaggever extrapoleert gegevens van de grote steden naar alle gemeenten

14

in Nederland, wat een onjuist beeld oplevert omdat andere steden gemiddeld minder daklozen tellen, en komt tot de conclusie: ‘Duizenden dakloze gezinnen’. Ze probeert haar berekeningen te verifiëren bij de onderzoekers maar die zijn die vrijdagmiddag niet bereikbaar. Het bericht gaat uit naar de persdiensten. Maandagochtend staat in de krant: ‘Gemeenten kunnen de toestroom dakloze gezinnen niet aan’ (de Volkskrant, 2009), ‘Opvang toenemend aantal dakloze gezinnen schiet tekort’ (NRC Handelsblad, 2009) en ‘Geen plek voor gezinnen in daklozenopvang’ (Het Parool, 2009). De Federatie Opvang probeert de onjuiste berichtgeving te corrigeren: er is geen sprake van een toename van dakloze gezinnen! Talloze journalisten bellen met de Federatie, die de overdreven aantallen corrigeert. Maar de plotselinge media-aandacht is ook een kans. Al jaren streeft de Federatie naar een toename van gezinscoaches en meldt dat dus. Algemeen Dagblad besluit de correctie te verwijderen en komt met de kop: ‘Meer kinderrijke gezinnen op straat – Opvang is altijd gericht op alleenstaanden, niemand bemoeit zich met grote families’ (2009). Deze nieuwe berichten leiden tot nieuwe Kamervragen. De sociale wetenschappers die het oorspronkelijke onderzoek deden, schrikken zich een ongeluk van de uitwerking in de media. Hoe kan een nogal saai onderzoek waaruit geen probleem blijkt, zoveel commotie teweegbrengen? ‘Ten overvloede: de inhoud van de berichtgeving strookte volstrekt niet met de uitkomsten van ons onderzoek.’ De wetenschappers komen er in hun evaluatie niet goed uit, maar staan niet gek te kijken bij weer alarmerende berichten over zwervende gezinnen…1) e hebben hier te maken met een mediahype, een van de belangrijkste vormen van medialogica. Hoewel er in de rea-

liteit weinig aan de hand is, lijkt ons land vol van zwervende, dakloze, kinderrijke gezinnen. Vaak zijn mediahypes moreel van aard en volgen ze een bepaalde structuur. Ergens in het land gebeurt iets. Die gebeurtenis wordt in de media groter gemaakt. Er ontstaat morele ophef en verontwaardiging. Iemand moet iets doen! Argos laat in een van haar programma’s nog een voorbeeld zien. Voormalig minister Hirsch Ballin besloot tot nieuwe wetgeving omdat het programma Zembla beweerde dat moordenaars een taakstraf zouden krijgen. Het bericht was onjuist. Hirsch Ballin geeft aan dat hij wel ‘iets’ moest doen, omdat je na zoveel berichtgeving niet kunt beweren dat er ‘niets’ aan de hand is. Ook al bleek na uitvoerig onderzoek dat moordenaars geen taakstraf krijgen. Wetgeving dus als gevolg van een mediahype. Marc Josten, eindredacteur van HUMAN en verantwoordelijk voor de serie over mediahypes van Argos, definieert medialogica als volgt: ‘Het ontstaan van publieke opinie omdat beleidsmakers, journalisten en consumenten zich bewust of onbewust aanpassen aan de kaders en regels van de media.’ Kaders en regels van de media dus. De Raad voor Maatschappelijke Ontwikkeling (RMO) maakte er in 2003 op eigen initiatief een rapport over. De conclusie: medialogica heeft een groot effect op onze democratie. Het lijkt erop dat medialogica versterkt wordt door de ontzuiling. Omroepen, kranten en politieke partijen kunnen niet meer op een stabiele achterban rekenen. In een nieuw speelveld van commercie en concurrentie, moeten ze steeds opnieuw de aandacht trekken en mensen verleiden. Dat levert niet automatisch goede, informatieve, kritische en pluriforme media op. En bovendien, het levert niet automatisch ontwikkelde en geïnformeerde burgers op. atuurlijk zijn wij, burgers, ook speler in het spel. Voor ons is het belangrijk de kenmerken van medialogica te herkennen. Daarom hieronder een klein overzicht:

✓ We noemden hem hierboven al: de ‘mediahype’. Zonder dat zich iets belangrijks voordoet, kan een nieuwsbericht zich als een virus verspreiden over de media. Er ontstaat een vliegwieleffect: een incident wordt plotseling een belangrijke ontwikkeling. Lijstjes ‘soortgelijke’ incidenten worden gemaakt (nieuws), een onderzoek wordt ingesteld (nieuws), er worden Kamervragen gesteld (nieuws), mensen op straat herkennen het probleem (bijvoorbeeld uit de media) en maken zich zorgen (nieuws), er is een oproep tot actie (nieuws).

Mediahypes kunnen van een weinig spannende realiteit een groot moreel probleem maken.

✓ Een tweede kenmerk is de nadruk op snelheid en ‘nieuws’. De RMO schrijft: ‘Nieuwswaarde is een min of meer zelfstandige categorie geworden, die in ieder geval niet identiek is aan wat publieke instanties als het belangrijkste nieuws beschouwen.’ En ik zou willen toevoegen: nieuws is niet identiek aan wat de ontvanger belangrijk vindt. De nieuwswaarde overschaduwt criteria als relevantie, zorgvuldigheid, inzicht, belang en verdieping. Journalisten, politici en opiniemakers concentreren zich sterk op de laatste scoop. Voor controle op waarheid, hoor en wederhoor, is niet altijd meer voldoende tijd: het bericht moet nu de deur uit! Nieuws was niet altijd belangrijk. Talloze culturen voor ons hadden geen enkele boodschap aan ‘nieuw’. Sterker nog, nieuw was een beetje verdacht. Juist de ouderdom van een verhaal bepaalde de waarde; hoe ouder, hoe beter. Nieuws geeft het gevoel van inzicht maar biedt dat zelden. Het leidt ook af, doorbreekt de concentratie, vervormt ons wereldbeeld en gaat voorbij aan langetermijn-ontwikkelingen.

✓ Vanwege de kijkcijfers moet een bericht prikkelend zijn. Veel realiteit – onder meer de politieke – is banaal, complex en saai. Voorlichters en organisaties proberen hun boodschap dan ook zo kleurrijk mogelijk te maken. Ze moeten immers de media interesseren. Morele verontwaardiging, een schandaal, conflicten en persoonlijke verhalen geven die kleur. Niet de realiteit of de ontwikkeling van ons inzicht, maar de zucht van de media naar spannend nieuws zijn bepalend. ✓ Burgers worden gelukkig niet vergeten. Wij worden serieus genomen, althans, ons gevoel. Om na te gaan hoe het bijvoorbeeld met de veiligheid gesteld is, gaan journalisten vaker dan voorheen ‘de markt’ op om te vragen hoe veilig de burger zich ‘voelt’. Er wordt verslag gedaan van onze subjectieve ervaring, niet van de realiteit. Wetenschappers die de veiligheid hebben onderzocht, zijn als ‘pratend hoofd’ onaantrekkelijk. Het gevolg is dat de media onze gevoelens in beeld brengen, die ook zelf weer door mediaberichten zijn beïnvloed.

✓ Nieuws wordt ‘gepersonaliseerd’. Personen (het liefst bekende) geven de kijker houvast, herkenning, identificatie of juist verzet. Dit is een emotioneel proces, gericht op onze waardering voor mensen. De consequentie is dat thema’s waar geen

HUMUS december 2012

15


ESSAY

bekende, interessante of ruziënde personen aan de orde zijn - zoals veel buitenlandse ontwikkelingen of ingewikkelde processen - minder aandacht krijgen en worden gereduceerd tot een persoon (de schuldige, de held).

✓Journalisten werken met ‘frames’. Frames zijn kaders waarbinnen een onoverzichtelijke werkelijkheid wordt herschreven om het bericht herkenbaar te maken, het liefst binnen een verhalende en waarderende structuur. Als een verdachte van zinloos geweld van Marokkaanse afkomst is, kan een journalist het frame ‘zinloos geweld’ naar ‘integratie’ veranderen. Voor het publiek wordt dezelfde gebeurtenis verbonden aan een ander thema. Aan frames ontkomen we niet, maar als een specifiek verhaal vaak wordt herhaald, kan de pluriformiteit van invalshoeken verloren gaan. Frames zijn vaak onzichtbaar; we merken niet dat het verhaal door iemand op een bepaalde manier is belicht. En die belichting kan een belang dienen. Bepaalde termen en beelden activeren een ‘verhaal’ met bijbehorende oordelen en visies. Omdat frames op ons gevoel en oordeel inspelen, worden politici en belangenorganisaties erin getraind. Idealiter komt het ‘frame’ over alsof het ‘normaal’ is. Media verschijnen zo als ‘decorbouwers’. Hun decor bepaalt de inhoud van de boodschap en mede ons perspectief op de wereld. Omdat het democratische gesprek vooral verloopt via de media pleit de RMO voor ‘empowerment’ van burgers, bijvoorbeeld door de transparantie van de werking van de media te vergroten. Ook moeten journalisten zich weren tegen de markt en de nadruk op kijkcijfers. Schandalen, sensatie en hypes werken namelijk cynisme en wantrouwen in de hand, zodat burgers afstand nemen van hun eigen democratie. Een onafhankelijke, pluriforme en kritische pers zijn cruciaal. edialogica vindt niet zomaar plaats. Wij burgers zijn geen passieve ontvangers van al dit moois en media zijn geen ‘natuurkrachten’. Nieuws wordt gemaakt en ontvangen door mensen. Als ik naar het rijtje van de RMO kijk, zie ik ook typisch menselijke neigingen: emotionele betrokkenheid, de zoektocht naar een gezamenlijke morele koers, de herkenbaarheid van persoonlijke verhalen en interesse in de wereld. Het spel tussen deze neigingen en concurrerende media zorgt voor een gezamenlijk proces van medialogica. De vraag is of deze logica wel tegemoetkomt aan onze eigen ontwikkeling en interesse. Zijn we niet in een nieuwe zuil beland? Een wankele en verslavende zuil van korte, snelle en emotionele reacties?

16

Gelukkig kunnen wij een zelfstandige koers inslaan. Die begint met een besef van de effecten: onjuiste berichtgeving, overspannen oproepen tot actie, gebrekkige waarheidsvinding en diepgang, vereenvoudiging van complexe thema’s, beïnvloeding door frames, een gebrek aan pluriformiteit. Maar er is meer nodig. Medialogica leeft van onze aandacht en instemming. En de meest fundamentele vraag wordt eigenlijk nooit gesteld: waar willen wij onze aandacht op richten? De media zijn zo dominant dat we ons alleen maar kunnen voorstellen dat ze hun werk beter doen en dat wij transparantie eisen. Maar waarom lezen we eigenlijk de krant, volgen we het nieuws, Pauw & Witteman, Nieuwsuur en wat dies meer zij? Willen we een specifiek thema onderzoeken? Onze opinie over een bepaalde ontwikkeling vormen? Of hebben we eigenlijk geen idee? Deze vraag is zinvol omdat media er vooral gewoon ‘zijn’. Ze bieden zich aan en zitten vanzelfsprekend in onze dag ingebouwd: krantje, tijdschrift, televisie, nieuws. Door de dominante en vanzelfsprekende aanwezigheid van media, wordt onze eigen creatieve nieuwsgierigheid gestuurd en geleid, zo niet overdonderd. Misschien moeten we zelf weer aan het stuur gaan zitten en onze eigen langdurige interesses ontwikkelen. In een pittige tekst over de werking van het nieuws, roept de Zwitserse schrijver en ondernemer Rolf Dobelli dan ook op om helemaal af te kicken van de nieuwsverslaving. ‘Het moderne nieuwsbombardement verwart ons denken, het smoort onze creativiteit en het verpest ons concentratievermogen.’ We ontwikkelen onze geest niet, maar geven hem weg. Dobelli pleit voor een nieuwsdieet en beperkt zich tot langduriger, trage media. Niet omdat het moet, maar omdat het verrijkt. Misschien zijn wij wel een beetje verslaafd aan medialogica en zijn journalisten onze dealers. Wordt het geen tijd dat we afkicken en op een creatievere manier onze eigen vragen onderzoeken? En de geschikte leermeesters vinden die ons kunnen helpen? Leermeesters als de journalisten van Argos. Als ze inmiddels niet zijn wegbezuinigd.

Meer weten? www.human.nl (zoek op medialogica) www.dobelli.com (onder ‘no news’) 1)

J ournal of Social Intervention: Theory and Practice (De Graaf, Van Doorn e.a.) – 2011 – Volume 20, nr 4, pag. 5–20.

De Etalage

Een terug- en vooruitblik op evenementen en activiteiten van humanistische organisaties - Jaan van Aken A posteriori ‘Historicus van de democratie’ wint prestigieuze prijs Wat: uitreiking Spinozalens Waar en wanneer: Amsterdam, 23 november 2012 Meer weten? www.spinozalens.nl De Spinozalens 2012 is uitgereikt aan de Franse filosoof Pierre Rosanvallon. Op 23 november kreeg de ‘historicus van de democratie’ de tweejaarlijkse internationale onderscheiding voor spraakmakende denkers op het terrein van ethiek en samenleving. “Pierre Rosanvallon houdt zich vooral bezig met ons gevoel voor democratie: waarom hebben we eigenlijk een democratie en wat verwachten we ervan?” vertelt Esther Wit van het Humanistisch Verbond, dat de Spinozalens met een financiële bijdrage ondersteunt. “Voor humanisten is het vooral interessant dat hij de rol van burgers wil versterken, en burgers daar ook op aanspreekt. De democratie is niet iets wat politici in Den Haag doen, maar een activiteit van burgers, met altijd onzekere uitkomsten. Wij moeten dus als burgers onze democratie steeds opnieuw vormgeven, met elkaar en met alle mogelijke conflicten van dien. Rosanvallon is in die zin zowel een realist als een idealist.”

Belgische journalist voor de vrede Wat: uitreiking prijs voor vredesjournalistiek Waar en wanneer: Utrecht, 9 november 2012 Meer weten? www.humanistischvredesberaad.nl De Belgische journalist Gie Goris is door het Humanistisch Vredesberaad verkozen tot Journalist voor de Vrede 2012. Goris is hoofdredacteur van MO*, een tijdschrift over mondiale ontwikkelingen. In zijn journalistieke werk ligt de nadruk op cultuur en religie in het kader van conflict

en menselijke ontwikkeling. Andere belangrijke thema’s zijn interculturaliteit en mondialisering, en islamisme sinds 9/11. De journalist kreeg de prijs uitgereikt op 9 november tijdens de bijeenkomst ‘Tegen oorlog en onmenselijkheid’.

Duivelse dilemma’s Wat: korte films over keuzes tussen kwaden Waar en wanneer: in november op tv Meer weten? Terug te zien op www.human.nl/duivelsedilemmas Omroep HUMAN zond drie nieuwe ‘Duivelse dilemma’s’ uit. In de korte films zetten prominente Nederlandse filmmakers hun personages voor een keuze tussen kwaden. Eén juiste oplossing ontbreekt.

Durf te denken Wat: televisiecolleges over filosofen Waar en wanneer: in november en december op tv Meer weten? Terug te zien via www.human.nl/durftedenken Omroep HUMAN zond zes televisiecolleges van vooraanstaande Nederlandse denkers over filosofen uit de Humanistische Canon uit. Achtereenvolgens waren uitzendingen te zien over: Michel Foucault, Friedrich Nietzsche, John Stuart Mill, Aristoteles, David Hume en Seneca. Centrale vraag: wat is vandaag de dag de waarde van deze denkers?

A priori ‘Ervaar daar hier’ theater Wat: vijf voorstellingen van buitenlandse theatermakers. Waar en wanneer: in februari en maart in verschillende Nederlandse theaters. Meer weten? www.ervaardaarhier.nl Theatermaker Rabih Mroué (Beiroet, 1967) was in zijn jeugd getuige van de telkens oplaaiende burgeroorlog in Libanon. Een strijd waarin elke partij

zijn eigen waarheid met propaganda en geweld uitdroeg. In zijn voorstelling ‘Riding on a cloud’ onderzoekt hij de wijze waarop we vandaag de verhalen uit ons (oorlogs)verleden vormgeven. In maart is zijn voorstelling in verschillende Nederlandse theaters te zien dankzij Stichting DOEN, Hivos, het Prins Claus Fonds en het Fonds Podiumkunsten. Onder de noemer ‘Ervaar daar theater hier’ zijn in totaal vijf theater- en dansvoorstellingen te zien uit regio’s met theatertradities waarmee het Nederlandse publiek niet of nauwelijks bekend is.

De 100 van het HVO Wat: honderd mensen die het onderwijs inspireren tot groener denken Waar en wanneer: online bij het HVO Meer weten? www.hvo.nl HVO, het Humanistisch Centrum voor Onderwijs en Opvoeding, heeft een vernieuwde website waarop het de ‘100 van het HVO’ presenteert. Een zoektocht naar een lijst van honderd enthousiaste en creatieve mensen die graag een keer in het onderwijs willen optreden en leerlingen (en hun docenten) inspireren tot groener denken en doen. Marjan Minnesma, directeur van Urgenda zegt op de site: “De scholen op Texel die samen met Ecomare een duurzame leerlijn hebben ontwikkeld, zie ik als een prachtig voorbeeld. De leerlingen gaan naar buiten. Ze vangen kroos, zitten met hun neus in de sloot. Dat is voor mij de manier waarop nieuwe generaties bewust gemaakt kunnen worden van de waarde van natuur en waarom duurzaamheid zo belangrijk is.” Iemand nomineren voor de ‘100 van het HVO’? Stuur uw nominatie naar: de100vanhvo@ hvo.nl

Zie www.human.nl/organisaties voor een overzicht van humanistische organisaties en hun websites.

HUMUS december 2012

17


INTERVIEW

Tweegesprek Rein Zunderdorp en Boris van der Ham

‘Inspiratie kun je niet regelen met een initiatiefwet’

Zunderdorp werd in 2005 voorzitter, in een woelige tijd. “Toen ik aantrad trof ik een gehavende organisatie, veel gedoe en gekissebis en een behoorlijke hoge zuurgraad aan. Dat kwam ook omdat we in een neerwaartse lijn zaten met een ledenverlies van vijf procent per jaar en een verzwakte financiële basis.” Maar hij zag ook kansen het tij te keren. En dat gebeurde, want het Humanistisch Verbond heeft nu bijna dertienduizend leden en er heerst een goede sfeer. Bovendien is de samenwerking in de hele organisatie verbeterd. “Ik ben er best trots op, maar vooral voor ons allemaal, niet zozeer voor mezelf.” Een van de nieuwe leden is Boris van der Ham. Hij was in zijn jeugd al eens lid, maar werd dat ongeveer vijf jaar geleden bewust opnieuw. Nadat zijn beide ouders kort na elkaar stierven werd hij zich bewuster van zijn sterfelijkheid. “Ik was midden dertig, in het spitsuur van mijn leven. ‘Maar ook mijn leven is eindig’, dacht ik. Wat betekent dat? Dit soort levensvragen bracht me terug bij het Humanistisch Verbond. En er was ook een andere gedachte: ‘Wat gek dat ik nog geen lid ben’. Ik denk dat veel leden dat herkennen.”

den. Wat hij mist is een helder beeld van het aanbod van het Humanistisch Verbond. “Tenminste, dat had ik zelf toen ik lid werd: ‘Wat kan ik er halen?’” Van der Ham wil dat het humanisme een belangrijke stem houdt in het maatschappelijk debat. “Daarin mogen we ons minder bescheiden opstellen. Want conservatieve en orthodoxe krachten nemen vaak de leiding en kapen het debat.” Het punt is dat we eigenlijk allang de meerderheid hebben, zegt Van der Ham. Humanisten zullen dat veel meer moeten invullen, meent hij. “Seculiere organisaties, met het Humanistisch Verbond als voorpost, hebben de verantwoordelijkheid te laten zien hoe je een alternatief kunt zijn voor strikte religieuze verbanden. Niet reactief of door je af te zetten – soms zijn vrijzinnige kerken juist een bondgenoot – maar offensief. We zullen moeten laten zien dat we een samenleving kunnen vormen op vrije grondslag, die tegelijkertijd verantwoordelijk en solidair is. Dat wil ik samen met de vereniging vormgeven.”

‘Wij zijn voor zelfbeschikking en zelfontplooiing’

Minder bescheiden

De een is vrijzinnig agnost met een missie, de ander een atheïst die steeds meer op zijn intuïtie vaart. Boris van der Ham (39) is op 24 november onder luid applaus gekozen tot voorzitter van het Humanistisch Verbond. Hij volgt Rein Zunderdorp (66) op. Over wat mensen bindt, en wat zin geeft in een vrije samenleving. - John Min Het leek een goed idee, maar we doen het niet. Geen foto met een voorzittershamer pontificaal in beeld, die dan ‘leuk-voor-defoto’ wordt overgedragen door de meester aan de leerling. “Een beetje oubollig”, vinden ze allebei. “En de hamer is nooit gebruikt”, voegt Zunderdorp, die negen jaar in het bestuur zat en zeven jaar voorzitter is

18

geweest, er droogjes aan toe. Wat nu? Zunderdorp gebruikt voor het fotomoment liever het boek ‘Dat moet ik van mijn geloof’ van theoloog Harry Kuitert, dat vergezeld gaat van een advies. ”Dit boek is nuttig om te bepalen wanneer je je moet ‘afzetten’ tegen christelijke politiek. Een advies uit onverdachte hoek”, fluistert Zunder-

dorp Van der Ham met ironische glimlach toe. Kuitert is een vooruitstrevend en omstreden theoloog die vindt dat religie een menselijke constructie is. Zunderdorp: “Hij vindt net als wij dat de christelijke politiek niet via wetgeving een leefwijze mag opdringen aan anderen. Ik ben in mijn kritiek op orthodoxen altijd zo genuanceerd en zo precies mogelijk geweest, bijna tot vervelens toe.” De beeldvorming in de media daarover was soms anders, in de trant van: ‘daar heb je het Humanistisch Verbond weer dat een religieuze goegemeente beledigt of over één kam scheert’. Daarnaast was de religiekritiek volgens radicalere vrijdenkers nooit stevig genoeg. Zunderdorp had het er wel eens moeilijk mee, geeft hij toe, want het Humanistisch Verbond was altijd of te anti-religieus, of niet anti-religieus genoeg.

Het zoeken naar zin zat er al vroeg in bij Van der Ham, die een remonstrantse achtergrond heeft. Hij deed ooit een beroepskeuzetest: de uitkomst was ‘dominee’. “Maar ik geloofde niet, dus dat kon ik niet worden”, lacht hij. “Ik vind de term vrijzinnig wel mooi om mijn denkbeelden te duiden. Niet vastgeroest, maar nieuwsgierig. Ik noem mezelf liever agnost dan atheïst, want dat laatste klinkt zo negatief.” Van der Ham verliet in 2012 na tien jaar de Tweede Kamer waar hij volksvertegenwoordiger was voor D66. Cynisch is hij niet geworden. “Ik kijk met veel liefde terug, maar wil me nu met meer immateriële zaken bezighouden. Ik vind het belangrijk te werken aan wat vrije mensen kan binden, wat een vrije samenleving is, los van partijpolitieke verschillen. En inspiratie kun je niet met een initiatiefwet regelen.” Zijn ambitie is de ledengroei die is ingezet uit te bouwen. Daarnaast wil hij samen met de vereniging zorgen dat het humanisme nog zichtbaarder wordt, en dat meer jongeren zich ervoor interesseren en lid wor-

Van der Ham merkt dat mensen grote behoefte hebben aan nadenken over normen en waarden. “Hoe voed je een kind op bijvoorbeeld. Hoeveel vrijheid kun je het geven?” Zelf vindt hij het leuk als hij iets aangereikt krijgt. “Als ik een klassiek toneelstuk lees van tweeduizend jaar geleden, dan resoneert er iets in de tijd: universele gevoelens als eenzaamheid, trots, teleurstelling of verdriet. Daarmee spiegel je je aan mensen die hetzelfde hebben ervaren. De Humanistische Canon is daar een mooi voorbeeld van, maar dat moeten we uitbreiden.” Zunderdorp sluit zich daar bij aan. “Onze agenda voor de komende tijd (beschreven in het  meerjarenbeleidsplan ‘Inspireren en Verbinden, red.) is mensen een platform bieden om na te denken over wat keuzevrijheid betekent. Door middel van gesprekken, cursussen en publicaties. Want als we via het maatschappelijk humanisme zelfbeschikking hebben bereikt, wat dan? Hoe kun je als modern mens je keuzes maken? Het is goed als er iemand is met wie je daarover kunt praten, iemand die je helpt daar beter over na te denken.”

Zunderdorp worstelt ook wel eens met levensvragen. “De hersenwetenschap laat steeds meer zien dat, naast je ratio, je intuïtie en onbewuste je gedrag bepalen. Uiteindelijk heb ik het altijd op intuïtie gedaan. Waar voel ik me prettig bij? Voelt het goed of moeizaam? Zelf voelen, is eigenlijk mijn leidraad.”

Persoonlijke opdracht ‘Zelf voelen’, misschien kunnen we het toevoegen aan ‘zelf denken, samen leven’. Hoe kunnen we met dat nog steeds actuele motto als uitgangspunt de samenleving verder humaniseren? Van der Ham: “De strijd voor vrijheid van meningsuiting, tegen onderdrukking door orthodoxie en voor het zelfbeschikkingsrecht gaat door. Maar humanisme is niet alleen politiek. Sommige mensen raken het spoor bijster en zijn niet geholpen met wetten maar gewoon met een concrete helpende hand.” Hij vertelt over een raad die zijn moeder hem ooit gaf. “Mijn moeder was heel actief in de lokale politiek. Op een gegeven moment hoorde ze dat een achterbuurvrouw al lange tijd kanker had. Dat had ze door alle drukte niet opgemerkt. Dat vond ze een verschrikkelijke constatering. Ze drukte me op mijn hart: niet alleen op structuren letten, maar altijd je ogen en oren blijven gebruiken, om te merken wat er concreet om je heen gebeurt.” Rein Zunderdorp: “Wij zijn voor zelfbeschikking en zelfontplooiing. Het probleem is dat sommigen daar nooit aan toekomen, bijvoorbeeld omdat ze fysiek of geestelijk beperkt zijn. Solidariteit in de wetgeving, maar ook in de persoonlijke kring is een absoluut noodzakelijk onderdeel van het levensbeschouwelijke streven naar zelfontplooiing. Anders moeten we zeggen: zelfontplooiing is mooi, behalve voor die twintig procent aan de onderkant, die komt er niet aan toe. Die mensen hebben dan eigenlijk een beetje voor niets geleefd. Dat is voor een deel een politiek onderdeel van het humanisme en het Humanistisch Verbond, maar ook een persoonlijke opdracht. En daar mogen we elkaar natuurlijk best aan blijven herinneren.” Kijk voor het verslag van de ledendag op: www.humanistischverbond.nl/ledendag

HUMUS december 2012

19


Jong HV

Over jongeren en humanisme en de activiteiten van Jong HV - Marc van Dijck ‘Wij toveren een lach op gezichten’ ‘Jouw vaste prik voor betrouwbaar nieuws’. Dat is het motto van De Speld. Not. De populaire internetkrant brengt actualiteiten met een knipoog en neemt een loopje met de werkelijkheid.

bizarre invallen, soms haken we in op de actualiteit. Recent heb ik het artikel ‘Leraar ontslagen bij vrije school wegens sterrenbeeld’ geschreven. Dat was naar aanleiding van het ontslag van een leraar op een christelijke school vanwege zijn homoseksuele geaardheid. Ook heb ik eens een terugblik op de prijzenoorlog geschreven, gepresenteerd als een echte oorlog met een verscheurd dorp tot gevolg.”

Hoe zie je De Speld in het mediaspectrum?

Ze horen bij geen enkele maatschappelijke of politieke groepering, maar met een beetje fantasie zou je de redacteuren van De Speld humanisten kunnen noemen. Net als het humanisme, laat de internetkrant een geluid van nuance en relativering horen. Maar dan op geheel eigen wijze. Het boek dat De Speld ter ere van het lustrum uitbracht is er een voorbeeld van. Het gaat over vijf miljard jaar Nederland: ‘van supermacht tot wereldrijk’. “Vaderlandse geschiedenis, maar dan onze versie”, zegt co-auteur en Speldredacteur Steven van der Jagt veelbetekenend. De Speld mag een succes worden genoemd. De site trekt maandelijks zo’n 700.000 bezoeken. Ruim 29.000 mensen ‘liken’ De Speld op Facebook en het aantal volgers op Twitter nadert de 25.000.

Waarom is De Speld zo succesvol? “Mensen hebben behoefte aan relativering, een basale behoefte aan humor. Er schuilt een soort absurditeit in hoe alles gaat. Als een medium dat presenteert, roept dat herkenning en een lach op. Amerika heeft The Onion en Frankrijk Charly Hebdo; Nederland miste zoiets.”

Waar schrijf je over? “Dat loopt uiteen. Soms zijn het gewoon

20

“Als nieuwsbrenger zou ik De Speld niet te serieus nemen. De website heeft eerder een entertainmentfunctie. Mensen moeten vaak lachen om de artikelen. Dat komt omdat er iets herkenbaars in het ‘nieuws’ kan zitten, ondanks dat het nieuws niet waar is. Zo’n bericht houdt dan een spiegel voor: er worden dingen uitvergroot en omgedraaid en zo zie je hoe je in een patroon vastzit als je nieuws tot je neemt. Het kan je een beetje wakker schudden.”

De vloer op! Ontspanning met een theaterworkshop op de zondagochtend van het Jong HV-najaarsweekend. Van 9 tot en met 11 november discussieerden 27 Jong HV’ers uit Nederland en België in het prachtige Nivonhuis De Kleine Rug in Dordrecht over vragen als: wat betekent het voor je om je humanist te noemen? Is er één humanisme of zijn er meerdere vormen? En hoe verhouden die zich tot elkaar en tot andere levensovertuigingen?

Je speelt met verwachtingen die mediagebruikers hebben. “We gebruiken stijlen uit de reguliere media, vaak in overdreven vorm. Voor geoefende mediagebruikers spat de satire ervan af, een minder geoefende lezer zal het minder snel zien. Maar ik neem geen verantwoordelijkheid voor de goedgelovigheid van een ander als ik schrijf.”

Wat vind je leuk aan het schrijven van satire? “Die neiging tot satire heb ik in me. En ik heb een passie voor schijven. Dat maakt het een vorm van zelfontplooiing, een zoektocht naar mijn talenten. Die zoektocht zie ik als een humanistisch ideaal. Niet je iets laten opleggen, maar zelf zoeken naar wat bij je past. Het geeft een prettige spanning om met een team te werken aan iets wat steeds groter wordt.”

Heeft De Speld maatschappelijke relevantie? “Onze bijdrage aan de samenleving bestaat uit een lach toveren op gezichten. Meer niet. We hebben geen politiek standpunt. In de redactie zit links, rechts, progressief en conservatief. We willen satire maken, niet de wereld veranderen.”

‘Meer jongeren laten horen’ Meer jongeren warm maken voor het humanisme. En via de ‘volwassen’ netwerken hun stem ook elders laten horen. Dat is de missie van Jong HV’er Lennart Kolenberg, de nieuwe voorzitter van de Europawerkgroep van de  International Humanist Ethical Youth Organization (IHEYO). Kolenberg werd gekozen op de IHEYOconferentie in Amsterdam van 12 tot en met 14 oktober. Tegelijk nam Gea Meijers na ruim tien jaar afscheid van het bestuur van het wereldwijde netwerk voor jonge humanisten. Meijers was een van jongeren die de internationale koepel voor humanistische jongeren in 2002 uit de slaapstand haalde. Sindsdien organiseerde en bezocht zij activiteiten door de hele wereld, zoals de jaarlijkse IHEYO-conferentie. Belangrijk item voor het netwerk vindt Meijers het stimuleren van verjonging binnen het humanisme. “In Europa en Noord-Amerika

brengen gevestigde humanistische organisaties voornamelijk ouderen bijeen. Daarnaast bloeien heel actieve, kleinere humanistische jongerenorganisaties op. In Afrika en Azië zie je ook vaak dat nieuwe groepen voortkomen uit jonge idealisten. We proberen deze groepen te ondersteunen.”

Jongerendagen Kolenberg heeft zijn eerste wapenfeit al in de steigers gezet. Hij is in gesprek met de European Humanist Federation (EHF) om voor de jongeren een zetel in het bestuur te verkrijgen. “Als het een beetje meezit kunnen we in mei toetreden”, zegt Kolenberg. De EHF heeft een speciale consultatieve status binnen Europa; net als dat IHEYO’s moederorganisatie International Humanist and Ethical Union (IHEU) dat heeft bij de Verenigde Naties. Kolenberg: “Een van mijn doelen is te zorgen dat jongeren actief kunnen worden in de adviesorganen van de IHEU en EHF, zodat we meer van ons kunnen laten horen.” Humanisme is te onzichtbaar, vindt Kolenberg. In Nederland, maar ook in Europa, zijn werkgebied nu. “De IHEYO is een goed platform om met z’n allen meer te bereiken. Je kunt grotere dingen organiseren. En meer dan als kleine organisatie kun je een stempel drukken op maatschappelijke debatten.” De European Humanist Youth Days zijn zo’n grote activiteit. In augustus volgend jaar moeten deze Europese jongerendagen voor het eerst plaatsvinden, in Brussel. “We richten ons op vierhonderd jongeren, maar liever natuurlijk veel meer.”

Jong HV’er in... de jeugdzorg Wie: Michèle van der Meulen (29) Wat: Gedragstrainer bij Stek Jeugdhulp, Rotterdam “Stek werkt met kinderen, jongeren en hun ouders aan het oplossen van hun problemen bij opgroeien en opvoeden. Sinds drie jaar ben ik gedragstrainer. Ik word ingehuurd door twee Rotterdamse ROC’s en werk daar op locatie. De jongeren zijn tussen de 17 en 23 jaar en heel verschillend. Als gedragstrainer help je jongeren die een bepaald probleem hebben om sociale vaardigheden en zelfstandigheid verder te ontwikkelen, waarmee zij hun kans op slagen in het leven vergroten. We trainen bijvoorbeeld assertiviteit en

grenzen stellen. Met mijn werk lever ik een bijdrage aan de toekomst van jonge mensen en geef ze dat kleine zetje dat ze soms nog nodig hebben. “Verantwoordelijkheid nemen is een humanistische waarde die ik duidelijk zie in mijn werk. Mensen zijn snel geneigd te wijzen naar anderen als iets niet lukt. Ik wijs de jongeren erop dat je je eigen keuzes kan maken en zo zelf je leven kan inrichten. Je kan heel erg blijven hangen in wat anderen vinden en willen, maar je eigen geluk is toch wel heel belangrijk. Besef dat je dat zelf in de hand hebt.”

Van start: basisopleiding humanistische filosofie

Onderzocht

Het humanisme is stevig geworteld in de westerse filosofie. Humanistische filosofie draagt bouwstenen aan voor een authentieke levenshouding die past bij onze tijd. Diverse sprekers nemen u mee langs humanistische thema’s zoals de vrije wil, duurzaamheid, humor, ‘Bildung’, materialisme in de oudheid, gelijkheid voor vrouwen en het verschil tussen redelijkheid en rationaliteit. Maar u leert ook logisch denken, schrijft een essay (Montaigne volgend), bespreekt films en gaat in dialoog.

Scriptie: Expeditie zingeving Afgerond: 12 oktober 2012, Universiteit voor Humanistiek Auteur: Sjoerd Rammelt, bergbeklimmer en buitensportinstructeur “Stel je een alpinist voor, die met zijn partners op een afgelegen plek een uitdagende klimtocht maakt, waarbij alles soepel loopt. Deze alpinist ervaart eenheid en verbondenheid met de natuur, zichzelf en zijn klimpartners. Op dat moment, waarop alles even op zijn plek valt, ervaart hij ook rust en vrijheid. Harmonie. Dat is waarom hij klimt. Alpinisten zijn op zoek naar deze ‘flow- en eenheidservaring’, blijkt uit mijn onderzoek. Sensatie zoeken speelt een rol bij de initiatie in de sport, vooral bij jonge mannen. Maar bij voortdurende participatie gaat het steeds meer om de ‘flow- en eenheidservaring’. Dat zingeving zich niet beperkt tot kerkbank of meditatiekussen, is bekend. Het dient zich op heel verrassende wijzen en op verscheidene, onmogelijke plekken aan. In zijn artikel Zinvol leven en de praktijk van het humanistisch werk (‘Bronnen van Zin’, Alma en Smaling, 2010) beschrijft Jan Hein Mooren een ruime opvatting van wat als bron van zin gekarakteriseerd kan worden. Hieronder vallen ook ervaringsgerichte bronnen van zingeving. Alpinisme, zoals door de respondenten in mijn onderzoek beschreven, blijkt een voorbeeld van zo’n bijzonder soort zingeving. De ervaring reikt verder dan de beleving op zich en levert doelen waarnaar de rest van het leven gestuurd kan worden. Door de tochten en de erkenning voelen de alpinisten zich competent en zelfverzekerd; dit motiveert hen om zich hier verder in te ontwikkelen.”

Verdiep u nader in het humanisme! Samen met de gerenommeerde Internationale School voor Wijsbegeerte (ISVW) organiseert het Humanistisch Verbond een basisopleiding humanistische filosofie. We duiken dieper in belangrijke denkers, verkennen de actualiteit en ontwikkelen ons persoonlijk humanisme. Leidraad zijn de postulaten van Jaap van Praag. De weekends zijn los te bezoeken, maar u kunt de totale opleiding volgen om volledig humanist te worden.

We onderzoeken de humanistische filosofie aan de hand van tien kernbegrippen (de ‘postulaten van Van Praag’). De eerste vijf betreffen het mensbeeld: vrijheid, gelijkheid, natuurlijkheid, verbondenheid en redelijkheid. De overige vijf postulaten gaan over het humanistische wereldbeeld: toevallig, ervaarbaar, bestaand, volledig en dynamisch. Ieder weekend behandelen we twee postulaten. Ze worden verbonden aan belangrijke humanistische denkers uit de geschiedenis – De Humanistische Canon – en vormen met praktische oefeningen de achtergrond voor uw persoonlijk humanisme. Docent is Martijn Rozing.

Data en kosten Vanaf 26 en 27 januari 2013 wordt de cursus elke maand gehouden; vijf weekenden in totaal tot en met juni. Kosten voor de gehele cursus: 1584,50 euro. Losse weekenden: 265 euro. Deze prijzen zijn inclusief reader, lunches en diner. Leden van het Humanistisch Verbond krijgen 15 euro korting per weekend. Zie voor exacte data, informatie over logies en programma: www.isvw.nl/nl/basisopleiding-humanistische-filosofie-201213

HUMUS december 2012

21


Humedia

Over humanisme in het nieuws en het Humanistisch Verbond in de media - Saskia Markx TATOEAGES VERTELLEN LEVENSVERHAAL

zoekers van de bijeenkomst, humanisten van wie je een open houding verwacht, aanvankelijk ook vol vooroordelen zaten. Maar ze gingen er echt anders naar kijken.”

Humanistische Politieke Meetlat haalt voorpagina

‘De waardevolle huid en tatoeages’ is de meest intrigerende kop van alle recente artikelen over humanisme en het Humanistisch Verbond. Hij stond in Dagblad van het Noorden van 3 oktober, boven een aankondiging over een lezing van humanistisch raadsvrouw Wietske Cuperus in Assen. In februari studeerde zij af aan de Universiteit voor Humanistiek op een onderzoek naar tatoeages, verhalen en geestelijke begeleiding. “Ik had de lezing al eens in Groningen gegeven”, vertelt Cuperus. “En dat was zo’n succes dat de afdeling Assen me uitnodigde ook bij hen hierover te spreken.” Zo’n 25 mensen waren aanwezig. Tatoeages worden nog steeds geassocieerd met lagere klassen, zeelui en prostituees. Maar wat betekent het eigenlijk voor mensen om getatoeëerd te zijn, vroeg Cuperus zich af. Ze merkte dat tatoeages een unieke ingang bieden om met cliënten in gesprek te gaan. Wanneer je mensen vraagt naar hun tatoeages, vertellen zij uitgebreid over de wijze waarop zij in het leven staan, over hun zelfbeeld en belangrijke waarden in hun leven. “Tijdens mijn stage in een gevangenis ontmoette ik een man die helemaal onder de tatoeages zat, allemaal doodshoofden en teksten”, vertelt Cuperus. “Dat vond ik eerst afschrikwekkend. Maar toen raakte ik met hem in gesprek en ging er achter die tatoeages een hele wereld voor me open. Elk beeld op zijn huid stond voor een andere fase in zijn leven. Hij ontwierp en zette ze zelf. Het leuke was dat de wat oudere be-

22

GroenLinks en D66 hebben de meest ‘humanistische’ verkiezingsprogramma’s. De VVD scoort op dit punt lager dan verwacht. Dat was het resultaat van een analyse aan de hand van de Humanistische Politieke Meetlat van het Humanistisch Verbond en de Humanistische Alliantie. De meetlat werd speciaal ontwikkeld voor verkiezingen en aangepast voor die van 12 september. Voor het eerst sinds jaren was het Humanistisch Verbond met de meetlat voorpaginanieuws. Dagblad Trouw interviewde directeur Ineke de Vries. ‘Hoewel het Humanistisch Verbond zich onthoudt van stemadvies, kun je wel iets zeggen over het humanistische gehalte van de verkiezingsprogramma’s’, zegt De Vries in het interview. ‘En over de beelden van mens en maatschappij die erachter schuilgaan.’ De Vries meent dat levensbeschouwing ook een maatschappelijke kant heeft, die raakt aan politiek. Op de vraag of humanisten een meetlat nodig hebben om te kunnen kiezen, antwoordde ze dat het een handig middel is, dat recht doet aan de veelzijdigheid van mensen. ‘Mensen zijn niet alleen rationeel, ze zijn niet louter economische wezens. Ze zijn ook emotie, ervaring, beleving en tot veel in staat, als ze daarin worden gevoed door goed onderwijs, kunst en cultuur en goede zorg.’ Die visie vind je bij de ene partij meer dan bij de andere. De meetlat was ook terug te vinden in NRC Handelsblad, Reformatorisch Dagblad, Nederlands Dagblad, enkele regionale dagbladen en de website van Vrij Nederland. Zevenduizend keer werd de Humanistische Politieke Meetlat geraadpleegd.

Column

Goeroedom

Boze reacties na kritiek op media Het is heel hard nodig dat de media meer zelfreinigend vermogen ontwikkelen. Dat liet het tv-programma Argos zien in een serie van zes afleveringen getiteld ‘Medialogica’. We kijken gemiddeld 191 minuten per dag televisie. Media grijpen diep in de werkelijkheid in. Een werkelijkheid die soms door hen gemaakt wordt en niets met de echte werkelijkheid te maken heeft. Marc Josten is eindredacteur van het tv-programma van HUMAN en de VPRO en kreeg in diverse artikelen gelegenheid ‘Medialogica’ uit te leggen. Zij verschenen onder meer in de VPRO-gids, NRC Handelsblad, NRC Next, de KRO-gids en de Volkskrant. ‘Pijnlijk’ en ‘onthullend’, noemt ombudsman Sjoerd de Jong van NRC Handelsblad hetgeen ‘Medialogica’ blootlegt. Rellen in Gouda die nooit hebben plaatsgevonden, zogenaamde en zelfbenoemde zaakwaarnemers van Mauro, die geen idee hadden van het effect van hun woorden en een hoofdredacteur die krampachtig vasthoudt aan zijn eigen gelijk. De Jong: “Als zulke ‘mediakritiek’ inhoudt dat journalisten beter doorvragen, dat ze beeldvorming doorprikken, feiten checken, tunnelvisie vermijden en nog eens op een heet onderwerp terugkomen als het eenmaal is afgekoeld, is dat pure winst.” Dat is wat de programmamakers voor ogen hadden. Al in de researchfase werd hen echter duidelijk dat dit niet altijd op prijs werd gesteld. “We hebben nog nooit zoveel boze reacties gehad”, vertelt Josten. “De media onderzoek je niet, dan ben je een nestbevuiler.”

Waarom hebben we eigenlijk geen humanistische goeroes en goerinnen? Een beetje kekke atheïstische Jomanda had wonderen kunnen doen. Er moet toch een markt voor zijn! Half Nederland is op zoek naar een authentiek en diepzinnig leven en dus ontvankelijk voor blijde boodschappen. Daar zal het niet aan liggen. De Universiteit voor Humanistiek timmert wat aan de weg met levensbeschouwingslessen maar het is minimaal. Het Humanistisch Verbond dan? Nou neuh, als je een beetje rondkijkt, kun je die club geen kweekvijver noemen van demagogisch, eh, charismatisch talent. Terwijl het takenprofiel van de goeroe toch zo simpel is. Je belooft wat en je hebt wat: de weg naar het heerlijke humanistische leven. Je trekt een leuke jurk aan, doet een theemuts op je kop en je verkondigt je leer. Zo zou het toch moeten, mensen. Alle gekheid op een stokje. Ik vind dat we veel te rationeel en te normaal zijn. We leven wel in de mediawereld van Twitter, Facebook en honderdduizenden tv-kanalen in HD. Het is dringen om de aandacht. Het is strijd. Er woedt een oorlog om de ziel, de verlangens, de wanhoop van miljarden wereldburgers. Ze delen maar één vraag: hoe loopt het met mij af? Wie daar een retorisch antwoord op geeft, heeft de wereld. Helaas ben ik zelf niet in de wieg gelegd voor goeroe. Het was me bijna gelukt toen mijn boek ‘Hoe word ik een rat?’ uitkwam. Vele mensen hingen aan mijn lippen om te vernemen welke sluwe streken hun meerderen met hen hadden uitgehaald. Eindelijk bracht iemand hen hoop op gerechtigheid. Nu konden zij de ander een hak zetten. Mijn hoogtepunt beleefde ik toen een vrouw in de pauze van een conferentie op mij afkwam en met glinsterende ogen zei: oh, u bent Joep Schrijvers, mag ik u even aanraken? Maar ik ben te lui en te weinig narcistisch voor dit vak. Bovendien heb ik een vriend, die als ik teveel divaneigingen krijg, direct de tuinslang met koud water op me zet. Doe maar gewoon, dan ben je gek genoeg. Misschien zit het ook gewoon in die oer-Hollandse aard dat we geen humanistisch goeroedom dulden. Lieve mensen, met dit dubbelzinnige pleidooi voor meer humanistisch retorisch spektakel beëindig ik op eigen verzoek mijn column. Ik heb het met veel plezier gedaan. Nu is het tijd voor vernieuwing. En misschien staat er op deze plek wel een humanistische mediaster op.

Stuur uw tips en suggesties voor deze rubriek naar: s.markx@humanistischverbond.nl

Colofon HUMUS is het ledenblad van het Humanistisch Verbond. Het verschijnt vier keer per jaar. Zelf denken samen leven is de lijfspreuk van het Humanistisch Verbond. Het ledenblad informeert over ontwikkelingen binnen het Verbond, de humanistische beweging in het algemeen - op nationaal en internationaal niveau - en de invloed van de humanistische levensbeschouwing op de samenleving. Het lidmaatschap inclusief ledenblad HUMUS (4x per jaar) bedraagt € 60,- per jaar   (mensen met een minimuminkomen en studenten tot 27 jaar betalen € 30,- per jaar). Lidmaatschappen worden automatisch verlengd tenzij voor 1 november schriftelijk wordt opgezegd. Bereikbaarheid landelijk bureau tel: (020) 521 90 00 e-mail: info@humanistischverbond.nl Hoofdredactie Lize Alink EindredactiE Martijn van der Kooij Redactie Paulien Boogaard Roeland Ensie Saskia Markx John Min Esther Wit Aan deze uitgave werkten mee Jaan van Aken Annette Brattinga-Aeneae Veneme Marc van Dijck Eric de Rooij Joep Schrijvers Ineke de Vries

Foto’s Jeppe van Pruissen Vormgeving David van Hoorn Wilbert Ulaen Druk DR & DV Media Services Gesproken HUMUS Felicia Brokerhof Uitgave Humanistisch Verbond (Redactie)adres Postbus 75490, 1070 AL  Amsterdam, tel. (020) 521 90 00 of info@humanistischverbond.nl website www.humanistischverbond.nl

Het Humanistisch Verbond is lid van de Humanistische Alliantie

Volgende HUMUS verschijnt: maart 2013 Kopij inleveren tot: 9 januari 2013

- Joep Schrijvers De redactie bedankt Joep Schrijvers hartelijk voor zijn prikkelende bijdragen van de afgelopen jaren.

HUMUS december 2012

23


Humanisme en kunst

Pia Sprong tekent zich een gelukkiger mens - Annette Brattinga-Aeneae Venema Tekenares Pia Sprong komt mij met een roeiboot uit Woerden halen. Het water van de sloot is leigrijs, het pluimige riet langs de kant buigt diep met de wind mee en wolken stapelen zich steeds opnieuw en onvoorspelbaar grijs, wit en hoog op tegen een soms blauwe lucht. Na een kwartiertje varen komen wij bij een in onbruik geraakt stoomgemaal aan de Grecht, dat al vijfentwintig jaar het atelier van Pia Sprong is, met ernaast de oude machinistenwoning waar zij woont. Sprong werd geboren in Schiedam, groeide op in Breukelen en studeerde omgevingsvormgeving, tekenen en schilderen aan de Koninklijke Academie in Den Haag. Een dag in de week werkt zij op het Koning Willem I College in ‘s-Hertogenbosch, maar vooral is ze vrij kunstenaar. In het huishouden van haar en haar man, hoopt ze nog eens de rol van kostwinner te kunnen overnemen. Aan haar talent en werklust zal het niet liggen, want zij tekent altijd en overal.

glimlach Bij Pia Sprong geen unieke kunstwerken die met handschoentjes aan worden opgehangen. Zij heeft alle drempels gesloopt en haar kleurige tekeningen gaan wekelijks als tweet de wereld over naar ruim driehonderd volgers, of voor een glimlach als beloning per e-mail naar u (piasprong@planet.nl). Het is echt bijzonder om haar te volgen, om getroffen te worden door haar speelse maatschappelijke en menselijke betrokkenheid. Pen en papier heeft zij altijd bij zich en tegenwoordig ook een iPad. Vanaf het moment dat ze in haar computer ‘paint’ ontdekte ging ze daarmee werken. Meer tekenprogramma’s vonden de weg naar haar ‘ tekendoos’ en zij gaat er virtuoos mee om. Een schets wordt gescand om er op het scherm kleur en

24

achtergrond aan toe te voegen. Opvallend genoeg is haar unieke stijl van tekenen er niet wezenlijk door veranderd. Een camera gebruikt ze als hulpje voor details, maar nooit zal Pia een portret naar een foto schilderen. Dat is, zoals ze het noemt, ‘zonder leven’. Zij tekent en treft de werkelijkheid die haar boeit, verwondert of aangrijpt. Haar hand blijft tekenen terwijl zij je aankijkt. Momenten uit haar bestaan legt ze vast, maar vooral uit het leven van anderen en in een grote variëteit: Deelnemers aan een schaak- of golftoernooi, opeens niet meer anonieme wezen in hun weeshuis ergens in de Oekraïne, ingeslapen huisdieren, lokale politici in fraaie raadzalen; Pia Sprong tekent alles en wordt er zelf een gelukkiger mens door.

Dierbaar Een indringende ervaring in haar directe omgeving veroorzaakte een grote betrokkenheid bij kankerpatiënten. Dat groeide uit tot een mooi ‘bruggenproject’ van maandelijkse tekeningen. Een persoon die door kanker getroffen is kiest een brug waar persoonlijke herinneringen aan verbonden zijn, Pia tekent en maakt er een dierbaar beeld van. Voor de patiënt als cadeau, verwanten en belangstellenden kunnen de tekening kopen. Een derde van de opbrengst is voor KWF Kankerbestrijding. Haar doel is om tienduizend euro bij elkaar te brengen, een bedrag dat nog in het verschiet ligt, maar dat iedere maand en met iedere verkochte tekening dichterbij komt. Het is een mooi en warm initiatief. Bekijk het werk van deze kunstenaar op www.piasprong.nl. Onze selectie vindt u op www.humanistischverbond.nl.


HUMUS: Tussen beeld en werkelijkheid