Issuu on Google+

Schoolgids 2013-2014


Inhoudsopgave De schoolgids

4

Hoofdstuk 1: De school 1.1 Een kort historisch overzicht. 1.2 Missie en visie 1.3 De identiteit van de school 1.4 Het schoolbestuur en de richting 1.5 Schoolklimaat

5 5 5 6 6 7

Hoofdstuk 2: Hoe wij werken 2.1 Groepen 2.2 Leerlingvolgsysteem 2.3 Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften 2.4 Werkwijze 2.5 G.I.P.-model

8 8 8 8 9 9

Hoofdstuk 3: De schoolorganisatie 3.1 De directie 3.2 De interne begeleiding 3.3 Groepsindeling

10 10 10 10

Hoofdstuk 4: Het onderwijs in de school 4.1 Activiteiten ter verbetering van het onderwijs 4.2 Het schoolprofiel 4.3 Zorg voor de relatie school en omgeving 4.4 Vakgebieden in de onderbouw (groep 1/2) 4.5 Vakgebieden in de midden- en bovenbouw (groepen 3 t/m 8) 4.6 Methoden 4.7 Computers in het onderwijs 4.8 Buitenschoolse activiteiten en projecten 4.9 Stagiaires 4.10 Scholing van leerkrachten

12 12 12 13 13 14 14 18 18 20 20

Hoofdstuk 5: Inschrijving van leerlingen 5.1 Toelatingsbeleid 5.2 Opvang van nieuwe leerlingen 5.3 Inschrijfformulier 5.4 Plaatsing 5.5 Inschrijving en plaatsing van kinderen afkomstig van andere scholen 5.6 Registratie van leerlinggegevens

21 21 21 21 22 22 22

Hoofdstuk 6: De zorg voor de kinderen 6.1 Leerlingvolgsysteem 6.2 De resultaten van ons onderwijs

23 24 25


6.3 6.4 6.5 6.6 6.7 6.8 6.9 6.10 6.11 6.12 6.13 6.14

De zorg voor kinderen met specifieke behoeften Kindbesprekingen Klassenbezoeken en groepsbesprekingen De verslaggeving over leerlingen Verwijzing onderwijsbegeleidingsdienst Samenhang met het zorgplan Leerlingen met (fysieke) beperkingen De Permanente Commissie Leerlingzorg (PCL) Als een leerling zich niet naar verwachting ontwikkelt Ondersteuningsteam De begeleiding van de overgang van kinderen naar het voortgezet onderwijs Gegevens van kinderen, het advies en de procedure

26 26 26 26 27 27 28 28 29 30 31 32

Hoofdstuk 7: De leerkrachten 7.1 ADV/Compensatieverlof 7.2 Vervanging

33 33 33

Hoofdstuk 8: De Ouders 8.1 Ouderbetrokkenheid 8.2 Informatievoorziening 8.3 De Ouderbijdrage 8.4 Medezeggenschapsraad (MR) 8.5 De Buitenschoolse Activiteiten Commissie (BAC)

34 34 34 34 35 36

Hoofdstuk 9: Wet- en regelgeving 9.1 Klachtenregeling 9.2 Veiligheid in en om de school 9.3 Procedure : “Gronden voor vrijstelling” 9.4 Procedure schorsing en verwijdering

37 37 40 40 40

Hoofdstuk 10: Praktische zaken 10.1 Schoolmelk 10.2 Overblijven en dagarrangementen 10.3 Verzekeringen/aansprakelijkheid 10.4 Verjaardagen 10.5 Eten en drinken 10.6 Sponsoring 10.7 Video-opnames/foto’s 10.8 AMOS Media Protocol 10.9 Regels voor aanvang en einde schooltijd 10.10 Schooltijden onder- en bovenbouw 10.11 Lesuren 10.12 Verzuimbeleid 10.13 Schoolverzuim 10.14 Extra verlof 10.15 Vrijstelling van activiteiten 10.16 Vakantietijden/studiedagen

42 42 42 42 43 43 43 43 43 45 46 46 46 48 48 48 49

Namen en adressen

50


De Schoolgids Scholen verschillen steeds meer van elkaar. De sfeer in de school, de manier van werken, hoe het onderwijs is ingericht en de resultaten die gehaald worden – ze bepalen voor een groot deel het gezicht van de school. Voor u als ouders wordt het kiezen van een school daarmee steeds interessanter. Maar ook moeilijker. In de schoolgids staat daarom duidelijk omschreven waar we als school voor staan. Dat helpt om een goede keuze te maken en dient daarnaast als algemene informatiebron voor alle ouders. Deze schoolgids staat ook op de website van de school: www.proregeschool.nl Behalve informatie over de school en ons onderwijs staan er in deze schoolgids ook bepalingen uit de Wet op het Primair Onderwijs. Elke school is verplicht om deze bepalingen op te nemen in de schoolgids.

4


1. De school 1.1 Een kort historisch overzicht In 1956 werd op het braakliggende terrein aan de Hendrik van Wijnstraat onze school gesticht. In deze nieuwbouwwijk aan de Sloterplas mocht een Christelijke school worden gebouwd, die onder het bevoegd gezag viel van de toenmalige Kerkenraad van de Hervormde Gemeente Amsterdam-Sloten. De noodbehuizing (het waren slechts bouwketen) werd in 1962 verruild voor een school aan de Hendrik van Wijnstraat. Er werd gekozen voor de naam Pro Rege School. Dat betekent “Voor de Heer”, en is een directe verwijzing naar de identiteit van de school. De school werd vooral bezocht door kinderen uit protestants-christelijke gezinnen. In de laatste jaren is daar sterk verandering in gekomen, omdat de samenleving veranderd is. Op dit moment is in de populatie van de school de Amsterdamse samenleving duidelijk te herkennen: een prachtige mix van culturen, levensbeschouwingen en sociaal economische status. Sinds 1 december 2008 heeft de Pro Regeschool onderdak in een modern, nieuw schoolgebouw aan de Hemsterhuisstraat.

1.2 Missie en visie Onze slogan is:

“SAMEN LEREN OM SAMEN TE LEVEN!” Belangrijke uitgangspunten van ons onderwijs zijn sociale redzaamheid en samenwerking. We werken aan een goed klimaat door onderling respect te bevorderen. Het team richt zich op het verduidelijken van grenzen, elkaar goed leren kennen, en het benadrukken van gelijkwaardigheid. Bij ons op school staat de verantwoordelijkheid voor jezelf en voor de ander centraal, en zelfreflectie in relatie tot de regels. Van hieruit leren we de kinderen om verantwoordelijkheid te dragen, samen te werken en te leven. In schooljaar 2013/2014 zullen we deze visie herijken en, daar waar nodig, bijstellen.

5


1.3 De identiteit van de school De Pro Rege School is een oecumenische (van oorsprong protestants-christelijke) school. De school heeft de christelijke godsdienst als grondslag. Van daaruit willen we de brug slaan naar andere geloven. Dat doen we met een open, zoekende houding, en vanuit wederzijds respect en begrip. Kinderen krijgen binnen onze schoolmuren de kans om zich te ontwikkelen tot volwaardige en weerbare mensen in onze multiculturele samenleving. Daarin is een belangrijke rol weggelegd voor respect voor ieders mening, geloofsovertuiging, afkomst, naastenliefde, verdraagzaamheid, en het leren omgaan en accepteren van de zwakkeren in onze samenleving. Als leerkrachten willen wij deze waarden aan onze leerlingen overbrengen, en daarmee een sfeer scheppen waarin alle leerlingen zich veilig, gestimuleerd en aanvaard voelen. Wat hun achtergrond en capaciteiten ook zijn.

1.4 Het schoolbestuur en de richting De school valt onder het bestuur van de stichting AMOS (Amsterdamse Oecumenische Scholengroep). Deze stichting bestuurt 25 reguliere basisscholen, (waaronder drie scholen met een nevenvestiging) en 2 scholen voor speciaal basisonderwijs verspreid over Amsterdam. Daarmee is AMOS een speler van betekenis in het Amsterdamse en landelijke scholenveld. AMOS heeft een bestuursbureau, dat u kunt bereiken op onderstaand adres: • Gebouw Aeckerstijn Baden Powellweg 305J 1069 LH Amsterdam • Tel. 020 4106810 • info@amosonderwijs.nl Op de website van AMOS is veel informatie te vinden over onze stichting: http://www.amosonderwijs.nl Missie van het bestuur Vanuit onze christelijke grondslag willen we bijdragen aan de ontwikkeling van kinderen. Dat streven komt goed tot uitdrukking in onze missie. Die luidt als volgt. AMOS wil leerlingen laten uitgroeien tot geëmancipeerde, verantwoordelijke burgers die volop deelnemen aan de samenleving. Daarom bieden we ze ondersteuning ‘op maat’ om hun talenten en gemeenschapszin te ontplooien. Om onze missie te realiseren, werken we actief samen met alle betrokkenen. Allereerst met leerlingen zelf. Kinderen leren alleen iets als ze dat zelf ook willen. Daarom is een uitnodigend en uitdagend schoolklimaat belangrijk en hebben leerkrachten hoge verwachtingen van

6


kinderen. Verder werken we samen met ouders en verzorgers. Zij zijn de eerstverantwoordelijken voor de opvoeding van leerlingen. Daarom zoeken we actief het gesprek met hen. Tot slot zoeken we de samenwerking met andere professionals. Dat doen we bijvoorbeeld rond de naschoolse opvang of de zorgverlening. Bij de uitvoering van onze missie laten we ons leiden door vijf kernwaarden. • Professionaliteit: we willen de hoogst mogelijke kwaliteit van handelen bieden. • Betrouwbaarheid: we willen dat onze leerlingen, hun ouders en onze partners op ons kunnen bouwen. • Betrokkenheid: we willen onze leerlingen, hun ouders en onze partners bijstaan om samen verder te kunnen. • Belangstellend: we willen openstaan voor nieuwe ideeën en verschillen gebruiken om van te leren. • Ondernemingszin: we willen kansen die zich voordoen, zien en benutten. De taken van het bestuur Als ouder heeft u vooral met de school zelf te maken. Het bestuur speelt een rol die voor ouders doorgaans niet zichtbaar is. Deze rol omvat onder andere: • bewaken van de kwaliteit van het onderwijs op de scholen; • vervullen van de werkgeversrol voor alle personeelsleden op de scholen; • verdelen van middelen over de scholen; • optreden als bevoegd gezag in geschillen tussen bijvoorbeeld ouder en de school (zie ook klachtenprocedure); • toezien op een juiste uitvoering van de toelatingsregeling; • voeren van het overleg met de Gemeenschappelijke Medezeggenschaps Raad (GMR).

1.5 Schoolklimaat Een goede sfeer maken we met elkaar. Dat begint met wederzijds respect en begrip voor de omstandigheden van de ander. Als school willen we elk kind een veilige plek bieden. Het is belangrijk dat er een saamhorigheidsgevoel is. Daarom organiseren we gezamenlijke activiteiten en betrekken we ouders en leerlingen bij de ontwikkeling van de school. Het contact met leerkrachten en de directie proberen wij zo laagdrempelig mogelijk te houden waardoor vragen en eventuele problemen snel worden gesignaleerd en opgelost. We gaan in ons contact uit van de handelingsgerichte visie dat leerkrachten de onderwijsprofessionals zijn, ouders de ervaringsdeskundigen en leerlingen de mederegisseurs van hun eigen leerproces. Constructieve samenwerking in deze ‘driehoek’ leidt, naar ons idee, tot de beste (onderwijs) resultaten.

7


2. Hoe wij werken 2.1 Groepen Op de Pro Rege School hanteren we een jaarklassensysteem vanaf groep 3. Kinderen van dezelfde leeftijd worden bij elkaar in de groep geplaatst. Als er kinderen in de groep zitten die ouder of jonger zijn, komt dat doordat ze bijvoorbeeld een klas over doen of een ontwikkelingsvoorsprong hebben. In de groepen 1 en 2, de kleutergroepen zijn de jongste, middelste en oudste kleuters ondergebracht. Als het aantal leerlingen in een groep te klein wordt om zelfstandig door te gaan maken wij combinatiegroepen. Het kan ook gebeuren dat twee parallelgroepen niet meer evenredig verdeeld zijn qua aantallen of “zwaarte�. In dat geval delen we de groepen opnieuw in.

2.2 Leerlingvolgsysteem We volgen de leervorderingen van de kinderen door op vaste tijdstippen in het schooljaar toetsen af te nemen. De gegevens uit die toetsen verwerken we in een systeem, het zogenaamde leerlingvolgsysteem (LVS). Daarmee kunnen we de vorderingen of het gebrek aan vorderingen aflezen. Deze gegevens uit ons LVS worden vergeleken met landelijke gemiddelden. Zo ontstaat er een duidelijk beeld van waar uw kind zich qua ontwikkeling en kennisniveau bevindt ten opzichte van zijn leeftijdgenootjes. In de school heeft iedere leerling een eigen (digitaal) dossier.

2.3 Leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften Bij sommige leerlingen gaat het leren niet goed, door verschillende oorzaken. De school kan dit niet altijd direct oplossen. In specifieke gevallen wordt met toestemming van de ouders een test afgenomen door iemand van de schoolbegeleidingsdienst, het ABC of het ondersteuningsteam (zie hoofdstuk 6). Aan de hand van de toetsresultaten kunnen deze specialisten de leerkracht handreikingen geven om de leerling te begeleiden. Er kan bijvoorbeeld een eigen programma voor de leerling worden samengesteld op grond van zijn of haar mogelijkheden. In sommige gevallen kunnen we, in overleg met ouders en deskundige, tot de conclusie komen dat een leerling meer van het onderwijs zal kunnen profiteren op een school voor speciaal basisonderwijs. Leerlingen die een ontwikkelingsvoorsprong hebben krijgen extra leerstof aangeboden in de eigen groep, de zgn. verrijkingsstof. Daarnaast is de school voornemens om in januari 2014 een Plusklas te starten voor meer- en hoogbegaafde leerlingen. In de loop van dit schooljaar zal hierover meer bekend worden.

8


2.4 Werkwijze Onze leerkrachten stemmen het lesaanbod af op verschillende niveaus, zodat de leerlingen binnen de groep ook individuele aandacht krijgen. Er worden verschillende werkvormen gebruikt om het leren zo aantrekkelijk mogelijk te maken. We werken met methodes met einddoelen. Deze einddoelen omvatten de wettelijke kerndoelen voor het onderwijs. Op vaste momenten in het jaar worden de leerlingen getest en de resultaten daarvan worden opgenomen in het LVS. We bekijken de resultaten op groepsniveau en liefst ook op schoolniveau, zodat we de kwaliteit goed in de gaten kunnen houden. De toetsen worden vervolgens ook nabesproken met de intern begeleider. Dit is speciale functionaris binnen de school die zich onder meer heeft geprofessionaliseerd in het begeleiden van leraren. De leerkrachten krijgen hulp bij het vaststellen van (specifieke) leerbehoeften bij leerlingen. Waar nodig geeft de intern begeleider aan welke eventuele achterstanden ingelopen kunnen worden. Leerlingen die de leerdoelen niet hebben bereikt worden op deze manier gesignaleerd en krijgen extra hulp. Dit kan zijn in de vorm van een apart programma of individuele hulp. Na een bepaalde periode bekijken we weer of de leerling vorderingen heeft gemaakt en zo ja welke. Is er te weinig voortgang, dan kijken we naar de oorzaak en eventuele andere vormen van hulp. Wij denken dat we de leerlingen binnen ons adaptieve onderwijssysteem goede begeleiding kunnen geven. Ook de leerlingen die moeite hebben met leren, maken binnen deze onderwijsvorm de beste kans om het juiste niveau te bereiken. Soms is het voor een leerling beter om een andere manier te werken dan de rest van de groep, omdat de reguliere leerstof toch te moeilijk blijkt te zijn. Als blijkt dat dit inderdaad de enige oplossing is om binnen onze school te blijven, dan overleggen we daarover uiteraard met de ouders.

2.5 G.I.P.-model De laatste jaren worden er steeds minder leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften naar een school voor speciaal basisonderwijs verwezen. Op 1 augustus 2014 wordt de Wet Passend onderwijs van kracht, waarin staat dat de meeste leerlingen binnen de basisschool tot optimale ontwikkeling moeten kunnen komen. Om alle leerlingen toch goed te kunnen begeleiden werken we volgens het G.I.P.-model. G.I.P. staat voor groeps- en individueel gericht pedagogisch en didactisch handelen. Dit is een vorm van klassenmanagement, waarbij de organisatie binnen de groep anders wordt opgezet om ruimte en tijd vrij te kunnen maken voor de leerlingen die specifieke onderwijsbehoeften hebben. Zo zijn er instructietafels in de groep gekomen. Leerlingen leren zelfstandiger te werken en ook beter samen te werken: belangrijke vaardigheden in de 21e eeuw. Bovendien stelt die zelfstandigheid de leerkracht in de gelegenheid om aan kleine groepjes of individuele leerlingen extra aandacht te besteden.

9


3. De schoolorganisatie 3.1 De directie De directeur vormt de directie van de school en krijgt daarbij ondersteuning van de bouwcoördinatoren en de intern begeleiders. Samen vormen zij het managementteam van de school. De directeur draagt de eindverantwoordelijkheid.

3.2 De interne begeleiding

Onze school heeft drie interne begeleiders, één voor de onderbouw (groepen 1/2), één voor de middenbouw (groepen 3 t/m 5) en één voor de bovenbouw (groepen 5 t/m 8). De intern begeleiders houden zich bezig met de onderwijsinhoudelijke begeleiding van de groepsleerkrachten. Zij bewaken de zorg voor alle leerlingen en hebben op dat gebied een signalerende functie. Ook denken zij mee over en maken zij actief beleid op het gebied van leerlingzorg. In ons zorgplan kunt u uitgebreid lezen welke taken en verantwoordelijkheden de intern begeleiders hebben. Dit zorgplan wordt op dit moment gereviseerd en aangepast aan de eisen van nu. De verwachting is dat wij het plan voor de herfstvakantie 2013 op de website kunnen publiceren. De kinderen komen als vierjarigen bij ons op school en worden geplaatst in de onderbouw. De onderbouw bestaat uit de groepen 1/2 De middenbouw bestaat uit de groepen 3 t/m 5 De bovenbouw bestaat uit de groepen 6 t/m 8

3.3 De groepsindeling voor schooljaar 2013 - 2014 groep

maandag

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

1/2A

Bettina

Bettina

Bettina

Bettina

Bettina

1/2B

Miranda

Anita

Anita

Miranda

Miranda

1/2C

Tineke

Tineke

Tineke

Farah

Tineke

1/2D

Anita

Tamara

Tamara

Tamara

Tamara

1/2E

Carin

Carin

Carin

Carola/Carin

Carola

1/2F

Joke

Roos

Roos

Joke

Joke

10


groep

maandag

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

3A

Brenda K

Brenda K

Brenda K

Arjen

Arjen

3B

Natalie

Natalie

Arjen

Natalie

Natalie

3C

Joyce T

Joyce T.

Joyce T

Joyce T

Joyce T

4A

Marlies

Marlies

Marlies

Marlies

Marlies

4B

Ifna

Ifna

Ifna

Ifna

Ifna

4C

Kim K.

Kim K.

Kim K.

Kim K.

Kim K.

5A

Jolanda

Jolanda

Jolanda

Yvonne de W.

Jolanda

5B

Els

Els

Monique F

Monique F

Monique F

5C

Saskia Z

Saskia Z

Yvonne B

Saskia Z

Saskia Z

6A

Angela

Angela

Farah

Angela

Farah

6B

Mariet

Mariet

Kim V.

Kim V.

Mariet

7A

Brenda G

Brenda G

Yvonne de W

Brenda G

Brenda G

7B

Jane

Jane

Jane

Jane

Jane

8A

Joyce D

Joyce D

Joyce D

Joyce D

Joyce D

8B

Anneke

Anneke

Anneke

Anneke

Kim V

maandag Bapo vervanging Bewe Drama

dinsdag

woensdag

donderdag

vrijdag

Kaz

Kaz

Meta Carola Saskia K/ Yvonne B

Bouwcoördinaat ob

Saskia K/ Yvonne B Miranda

Bouwcoördinaat mb

Natalie

Bouwcoördinaat bb

Brenda G

ICT-coördinaat

Miranda

Plusklas

Monique F

Interne Begeleiding

Jacqueline

Jacqueline

Jacqueline

Jacqueline

Interne Begeleiding

Marjolein

Marjolein

Marjolein

Marjolein

Zorgcoördinaat

Monique S

Monique S

Monique S

Monique S

Administratie

Mathilda

Mathilda

Conciërge

John

John

John

John

John

Directie

Pascal

Pascal

Pascal

Pascal

Pascal

11


4. Het onderwijs in de school 4.1 Activiteiten ter verbetering van het onderwijs We werken altijd aan de kwaliteit van ons onderwijs. Dat doen we in de komende twee jaar bijvoorbeeld met de volgende ontwikkelingen: • • • • • •

Inzet van het leerlingvolgsysteem om de ontwikkeling van de kinderen zo goed mogelijk te kunnen volgen. (Levensbeschouwelijke) visie en missie actueel maken. Scholing van het team om het lesaanbod nog beter af te stemmen op de verschillende leerstijlen en begaafdheden in de groep. De school sterker profileren met “Kunst en Cultuur”. Opbrengst- en handelingsgericht werken. Ontwikkeling van beleid voor onderwijs aan meer- en hoogbegaafde leerlingen.

4.2 Het schoolprofiel Onze school is een school met iets extra’s. Naast alle cognitieve vakken besteden wij in ons onderwijsprogramma veel aandacht aan kunst en cultuur. Kunst en cultuur maken het leven rijker, versterken het emotionele leven, brengen mensen bij elkaar en geven plezier en voldoening. Op onze school leren de kinderen hun talenten ontdekken. Niet alleen de intellectuele talenten, maar ook talenten op het gebied van muziek, dans, drama, tekenen en verhalen vertellen. Onze leerkrachten hebben allemaal affiniteit met kunst en cultuur en willen de ambities van de school door inzet van hun persoonlijke kwaliteiten waarmaken. Wij durven de uitdaging aan te experimenteren en daarvan te leren. In 2013 hebben de interne cultuurcoördinatoren een kunst- en cultuurbeleidsplan geschreven. Hierin wordt een duidelijke keuze gemaakt voor twee disciplines die, naast het voor iedere school verplichte curriculum, ruim extra aandacht binnen ons onderwijs zullen krijgen. Het gaat hier om drama en beeldende vorming. U kunt hier meer over lezen in ons beleidsplan dat op onze vernieuwde website aan het begin van het schooljaar zal worden gepubliceerd. We vinden het belangrijk dat ouders ook een bijdrage leveren aan onze kunst en cultuurprofilering. Eén à twee keer per jaar krijgen onze leerlingen een workshop van ouders die hun passie en talenten willen delen met onze kinderen. We zouden nog veel meer gebruik willen maken van de expertise van ouders. Op dit moment onderzoeken we de mogelijkheden daarvoor.

12


4.3 Zorg voor de relatie school en omgeving Goede contacten met andere scholen, welzijnsinstellingen, opleidingsscholen en de schoolbegeleidingsdienst zijn onmisbaar voor de school. En vanwege de ligging van de school kunnen we regelmatig gebruik maken van het Sloterpark. De contacten met de buurtbewoners zijn uitstekend. Enkele keren per jaar, maar speciaal met Pasen gaan de kleuters naar het naastgelegen bejaarden- en verzorgingshuis om daar wat aan te bieden of te zingen. De buurt kent echter ook het parkeerprobleem dat ontstaat bij het halen en brengen van onze leerlingen. Het grote aantal ouders dat hun kinderen haalt en brengt met de auto zorgt voor zeer druk verkeer. We vragen u dan ook voor de veiligheid van alle kinderen zorg te dragen en heel rustig te rijden in de buurt van de school. Parkeer uw auto desnoods een eindje verderop. De hele buurt is een 30 km zone geworden. Vanaf 09.00 uur is het betaald parkeren.

4.4 Vakgebieden in de onderbouw (groep 1/2) Het onderwijs richt zich op de volgende ontwikkelingsgebieden: • • • • • •

de emotionele ontwikkeling de sociale ontwikkeling de verstandelijke ontwikkeling de creatieve ontwikkeling de lichamelijke ontwikkeling de culturele ontwikkeling

De nadruk ligt vooral op de aandacht voor de sociaal-emotionele ontwikkeling, omdat wij vinden dat jonge kinderen zich het best ontwikkelen wanneer ze: • • •

zich veilig voelen zelfvertrouwen hebben willen ontdekken

Het spel is daarbij een uitstekende gelegenheid voor de kinderen om zich te uiten. Daarnaast besteden we veel tijd aan taal- en rekenactiviteiten, door voorlezen, versjes en liedjes, themagesprekken, en spelletjes met diverse materialen. Veel activiteiten spelen zich af in de “kring”, maar ook in de verschillende hoeken. Daar kunnen kinderen bij hun spel gebruik maken van de door hun gehanteerde taal- en rekenvaardigheden. Zo kennen we bijvoorbeeld de bouwhoek, de huishoek, de lees- en luisterhoek . Dit schooljaar starten wij met een nieuwe methode in de onderbouw; Kleuterplein. Binnen deze methode wordt gewerkt met onderwijsactiviteiten in de kleine groep zodat er gedifferentieerd gewerkt kan worden met leerlingen die iets extra’s nodig hebben. Dit kan zowel extra ondersteuning als juist extra uitdaging inhouden. De Pro Rege school werkt samen met kinderdagverblijf UK Andreas aan de vormgeving van de

13


Voor- en Vroegschoolse educatie (VVE), waarin de doorgaande ontwikkeling van kinderen van 2 tot 6 jaar wordt gewaarborgd.

4.5 Vakgebieden in de midden- en bovenbouw (gr. 3 t/m 8) In het derde leerjaar leren we de basisvaardigheden aan zoals rekenen, taal en schrijven. Het leren is verdeeld in vakgebieden en wordt stapsgewijs aan de kinderen aangeboden. In groep 3 maken we gebruik van de leesmethode “Veilig Leren Lezen”. Nu begint het leren lezen echt. Taalontwikkeling neemt de belangrijkste plaats in, maar ook het rekenen krijgt vorm, net als wereldoriëntatie en verkeer. In de andere leerjaren wordt dit verder uitgebreid. We hechten er veel waarde aan om een paar keer per jaar als school met gezamenlijke activiteiten bezig te zijn. Bijvoorbeeld de Kinderboekenweek. Het hele jaar doen alle leerkrachten veel aan het bevorderen van het lezen met als jaarlijks terugkerend hoogtepunt de Kinderboekenweek. Ook organiseren we eens per jaar een Themaweek. In die week besteden we veel aandacht aan een gemeenschappelijk onderwerp. Bijvoorbeeld: Spel, Andere landen, Muziek, Bewegen, Theater, Kunst. In die week wordt ook de jaarlijkse workshop, verzorgd door ouders, georganiseerd. Als afsluiting van, naar wij hopen, een fantastische basisschoolperiode, is er ieder jaar een feestelijke afscheidsweek en uiteraard een eindmusical voor alle leerlingen van groep 8.

4.6 Methoden Wereldoriënterende vakgebieden In de onderbouw besteden we op thematische wijze aandacht aan de wereld om ons heen en leggen we het fundament voor beginnende geletterd- en gecijferdheid . Hiervoor gebruiken we de methode Kleuterplein. Groep 3 staat in het teken van leren lezen en aanvankelijk rekenonderwijs. Hiervoor gebruiken we de methode Veilig Leren Lezen en de methode Wereld in getallen. Vanaf groep 3 t/m groep 8 maken we gebruik van methoden voor de vakken aardrijkskunde, geschiedenis, natuuronderwijs en verkeer. Binnen de methoden voor aardrijkskunde, natuuronderwijs en geschiedenis wordt aandacht besteed aan de vormingsgebieden geestelijke stromingen, bevordering van gezond gedrag en maatschappelijke verhoudingen. Nederlandse Taal Methode: Taal op maat / Taal op maat Spelling • • •

14

Algemeen doel: de leerlingen leren vaardigheden, waarmee ze de taal doelmatig kunnen gebruiken; plezier hebben in het omgaan met taal; weten wat dingen betekenen en hoe de taal te gebruiken als middel om te communiceren.


• • • • • •

Aan de volgende deelvaardigheden wordt veel aandacht besteed: Taalvaardigheid Leesvaardigheid/Begrijpend lezen Spelling Schrijfvaardigheid Spreken/vertellen Woordenschat

Schrijven

Methode: Pennenstreken • • •

Het ontwikkelen van een goed en regelmatig handschrift. Het ontwikkelen van een vlot schrijftempo. Het ontwikkelen van een goede zit/schrijfhouding en pengreep.

Rekenen/Wiskunde

Methode : Wereld in getallen •

Het aanleren van de basisvaardigheden: optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen. • Daarnaast worden de overige vaardigheden aangeleerd en geoefend zoals: º verhoudingen, procenten, breuken, meten, klokkijken, oppervlakte, º inhoud, het kunnen rekenen met geld enz. Aardrijkskunde

Methode : Land in Zicht, onderdeel van de totaalmethode “Het Ei van Columbus”.

Oriëntatie op mens en wereld, zo zou je het kort uit kunnen drukken. Er komt o.a aan de orde: Kennis van kaart en atlas [w.o. topografie]. Geografisch perspectief leren zien: maatschappelijke verschijnselen hebben invloed op de omgeving Het begrijpen en gebruik kunnen maken van begrippen als legenda, coördinaten, schaal, windrichting, afstand e.d. de ruimtelijke inrichting zoals de aanduiding van verschillende grondsoorten, het verschil tussen landen, klimatologische verschillen e.d.

• • • •

15


Geschiedenis

Methode : Een Zee van Tijd, onderdeel van de totaalmethode “Het Ei van Columbus”.

Aanleren van het historisch besef, wat wil zeggen, dat kinderen gebeurtenissen op een tijdbalk weten te plaatsen en tijdsindelingen (dag, maand, jaar, jaargetijden, eeuwen e.d.) weten te hanteren. Natuuronderwijs

Methode: In Vogelvlucht, onderdeel van de totaalmethode “Het Ei van Columbus”.

Bij het natuuronderwijs gaat het om het verschil tussen de levende en de niet-levende natuur. Kinderen leren over mensen, dieren en planten, maar ook over dode materialen en verschijnselen die in onze samenleving voorkomen. Bovendien leren ze bij dit vak over onderzoekend leren en wordt de nieuwsgierigheid naar ne het respect voor de (natuurlijke) omgeving gestimuleerd. Godsdienstonderwijs/Levensbeschouwing

Methode: “Hemel en Aarde”.

Vanaf groep 1/ 2 wordt er elke week een Bijbelverhaal voorgelezen of verteld en/of een lied gezongen. Alle kinderen, ongeacht religieuze achtergrond, doen mee aan de christelijke vieringen op school. Verhalen uit de Bijbel krijgen aandacht, maar ook verhalen uit andere godsdiensten komen aan bod. De methode geeft de leerkracht handvatten om dieper op Bijbelverhalen in te gaan. Engels Vanaf groep 7 beginnen we met het aanleren van de Engelse taal en wel op het gebied van spreken, lezen en schrijven. Wij maken gebruik van de methode “De Songmachine”. De lessen worden ondersteund met videomateriaal en geluidsopnamen. Muziek

Methode : ”Moet je doen”

Muzikale vorming vindt plaats in de vorm van zingen, luisterlessen, grafische notatie, spelen met staaf- en ritme-instrumenten en bewegen. Daarnaast schrijven wij ons met alle groepen in voor de lessen van het muziekatelier. Deze activiteit wordt door de gemeente georganiseerd. Toewijzing gebeurt na loting en rekening houdend met eventuele deelname in de vorige jaren.

16


Tekenen & Beeldende Vorming

Methode: “Moet je doen”

Hierbij wordt aandacht besteed aan de creatieve ontwikkeling van kinderen. In de onderbouw is de expressieve vorming geïntegreerd in het onderwijsaanbod. Vanaf groep 3 werken wij met de methode ‘Moet je doen’, waarin alle aspecten van beeldende vorming aan bod komen. Ook werken wij met buitenschoolse kunstenaars en projecten. Drama

Methode: “Moet je doen”

Het vak Drama neemt op onze school naast de cognitieve vakken een belangrijke plaats in. Vanaf groep 3 t/m 8 krijgen de kinderen dramalessen van een (vak)leerkracht volgens de methode in combinatie met buitenschoolse projecten. Wij merken dat dit vak een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van de kinderen. Zij krijgen meer zelfvertrouwen, worden verbaal sterker en ontwikkelen hun fantasie. Bewegingsonderwijs De groepen 1/2 maken tenminste twee keer per week gebruik van de speelzaal. Deze lessen worden voorbereid en gegeven door de groepsleerkracht. Afwisselend werken we met toestellen of bewegen op muziek. Daarnaast is er veel aandacht voor het “buitenspel”. De groepen 3 t/m 8 krijgen eens in de week bewegingsonderwijs. Een vakdocent geeft gymnastiek. Groep 5 neemt naast de wekelijkse gymnastiekles ook deel aan het schoolzwemmen. De groepen 3 t/m 8 hebben gymnastiek in de gymzaal. Na de gymles douchen alle kinderen. Jongens en meisjes zijn daarbij gescheiden. Als uw kind niet mag douchen heeft hij of zij daar een medische verklaring voor nodig. Andere sportactiviteiten die op school plaatsvinden zijn: de sportdagen, Olympische dag voor groep 7, de triatlon voor de groepen 7 en 8 en jaarlijks touwtrekken met de hele school.

17


4.7 Computers in het onderwijs De computer heeft een vaste plek gekregen binnen ons onderwijs en wordt gebruikt door de kinderen van groep 1 tot en met groep 8. In ieder lokaal staan meerdere pc’s. De leerlingen vanaf groep 4 maken daarnaast ook gebruik gemaakt van de computerruimte op de eerste etage van de school, waar we met laptops werken. Wat leren de kinderen op het gebied van computergebruik: • • • • • •

ze maken kennis met de computer we bieden hen programma’s met aanvullende leerstof we hebben programma’s voor kinderen met leerproblemen / remediërend kinderen leren tekstverwerken ze zoeken informatie op voor werkstukken ze maken powerpointpresentaties en prezi’s

We streven naar de aanschaf van digitale schoolborden in alle groepen. De school heeft een ICT-beleidsplan.

4.8 Buitenschoolse activiteiten en projecten Naast de lessen die zich op school afspelen zijn er ook buiten de school programma’s voor de kinderen. De gemeente levert een bijdrage aan deze buitenschoolse activiteiten, die toegankelijk zijn voor alle kinderen. Alle kinderen doen hier aan mee. Waar denken we aan bij buitenschoolse activiteiten? Schoolreisje Het jaarlijkse schoolreisje voor alle groepen. Ieder jaar gaan we met de groepen 1 t/m 7 naar wisselende bestemmingen. Artis Het is gewoonte geworden om naast genoemde schoolreizen met de kinderen t/m groep 4 jaarlijks naar Artis te gaan. We gaan dan altijd met een ingehuurde gemeentebus, vanwege de veiligheid van de kinderen. De kosten van het busvervoer komen voor rekening van het ouderfonds. Er wordt wel een kleine bijdrage van de ouders gevraagd voor de toegang op basis van een schoolabonnement. Zowel voor deelname aan Artis als het schoolreisje geldt de regel dat kinderen mee mogen als zij langer dan zes weken op school zijn (in de onderbouw). Kampweek groep 8 De kinderen van groep 8 gaan jaarlijks op kamp. De bestemming is de laatste jaren het eiland “Texel”. Deelname aan deze activiteit is verplicht. Dit wordt bij inschrijving speciaal vermeld, zodat hierover geen onduidelijkheden kunnen ontstaan.

18


Sportdag Ieder jaar organiseren we voor alle kinderen (onderbouw en bovenbouw) een sportdag in het Sloterpark. De sportdag is zo ingericht dat het de samenwerking en omgang tussen de kinderen sterk bevordert. De dag wordt afgesloten met touwtrekken. De nadruk ligt op spel bij de groepen 1 t/m 6. Groep 7 en 8 assisteren hierbij. Triatlon De triatlon voor de groepen 7 en 8 is een wezenlijk sportonderdeel geworden en vindt jaarlijks plaats. De kinderen bereiden zich hier intensief op voor en leveren op de ochtend van de triatlon een individuele prestatie van formaat met fietsen, hardlopen en zwemmen. Schoolzwemmen De leerlingen van groep 5 gaan een half jaar zwemmen. Deze lessen worden gesubsidieerd vanuit de gemeente Amsterdam. Het idee is om kinderen de kans te geven een zwemdiploma te behalen. De zwemlessen zijn eens per week. De leerlingen worden van en naar het zwembad met een bus vervoerd . Deelname is verplicht, ook al zijn de meeste kinderen al in het bezit van een zwemdiploma. Schooltuinen Aan de Jan Tooropstraat liggen naast de ringlijn de schoolwerktuinen. Gedurende ĂŠĂŠn kalenderjaar doen de leerlingen uit groep 6 (na de zomer groep 7) hieraan mee. De schooltuinen bieden een programma van een heel kalenderjaar, waarbij kinderen naast de praktische buitenlessen ook voorbereidende en evaluerende lessen krijgen in het lesgebouwtje, gelegen naast de werktuinen. De leerlingen lopen van en naar de schooltuinen, onder begeleiding van de leerkracht en een of twee ouders. Uitvoeringen Gedurende het schooljaar zijn er diverse uitvoeringen in het kader van lessen Dramatische vorming. Als school mogen we ons inschrijven voor diverse projecten, zoals bijv. het Krakelingproject of het project in het Muziektheater. Omdat hiervoor veel belangstelling bestaat wordt er elk jaar geloot. We weten dus niet elk jaar zeker of we mee mogen doen. Verkeersexamen Na lessen op school en voorbereidingen wordt het praktisch fietsexamen afgenomen op een traject dat bewaakt en geobserveerd wordt door mensen van de Nationale politie-eenheid Amsterdam. Het theoretisch verkeersexamen vindt plaats in groep 7. Het praktisch verkeersexamen vindt plaats in groep 8. Excursies We organiseren verschillende excursies naar aanleiding van een schoolproject of ander onderwerp. Bijvoorbeeld een bezoek aan het Muiderslot door groep 6 of een bezoek aan theater, Nemo of het Koninklijk Paleis. Elk leerjaar heeft zo haar specifieke uitstapjes. Overigens wordt een gedeelte van deze excursies vanuit het Ouderfonds bekostigd.

19


4.9 Stagiaires Van de IPABO in Amsterdam komen studenten die stage lopen op onze school. Wij willen deze stagiaires de kans geven om ervaring op te doen en te leren. Zij geven regelmatig les en dit kan in sommige gevallen een verandering van het lesprogramma tot gevolg hebben. Daarnaast hebben wij verschillende stagiaires die een opleiding sociaal pedagogisch werk volgen (SPW 3 en 4). Zij komen voor een langere periode in de groep en kunnen ingezet worden voor ondersteunende activiteiten. De leerkracht blijft altijd verantwoordelijk voor de groep.

4.10 Scholing van leerkrachten Scholing is verplicht en nodig, wil je als leerkracht goed blijven functioneren. De scholing van leerkrachten is gekoppeld aan de ontwikkeling van de school. Sommige scholing is individueel. Voor teamscholing roosteren we elk jaar een aantal studiedagen in.

20


5. Inschrijving van Leerlingen 5.1 Toelatingsbeleid Om toegelaten te worden tot onze school, verwachten wij van ouders dat zij de oecumenische identiteit van de school respecteren. Dit betekent dat alle kinderen deelnemen aan de godsdienstlessen, weekopeningen, kerst- en paasvieringen etc. Soms gebeurt het dat een groep vol zit en een kind niet geplaatst kan worden. Dan schrijven we uw kind(eren) wel in, maar kunnen we de kinderen nog niet direct plaatsen. Deze kinderen komen op een wachtlijst. Voor jonge kinderen geldt dat u hen pas kunt aanmelden als zij minimaal 2 jaar oud zijn. We plaatsen de leerlingen pas op een wachtlijst als er binnen een jaar plek voor hen is. Het schoolbestuur is verantwoordelijk voor het toelaten of het weigeren van een leerling. Als een leerling niet toegelaten wordt, zal het schoolbestuur dit schriftelijk toelichten aan de ouders. De ouders kunnen tegen deze beslissing schriftelijk bezwaar maken bij het bestuur. Het bestuur zal dan de ouders horen en opnieuw een beslissing nemen. In een aantal delen van Amsterdam is er sprake van een plaatsingsbeleid voor het basisonderwijs op dit moment geldt dat nog niet voor onze school.

5.2 Opvang van nieuwe leerlingen De plaatsing van een kind op school gebeurt in op initiatief van de ouders van het kind. De ouders krijgen een uitnodiging voor een gesprek. Tijdens de inschrijving krijgt u uitgebreid informatie over onze school en ons onderwijs. Ook komt ter sprake waarom u uw keuze op onze school heeft laten vallen. Afsluitend volgt een korte rondleiding met uitleg. Ongeveer 2 maanden voordat uw kind 4 jaar wordt, ontvangt het een berichtje in de vorm van een leuke ansichtkaart. Dit kaartje is tevens een kennisgeving aan de ouders, waarop staat wanneer het kind wordt verwacht en bij welke leerkracht het is geplaatst. Twee keer per jaar is er een kennismaking met de leerkracht voor alle toekomstige leerlingen.

5.3 Inschrijfformulier Na een gesprek met de directie kan een kind worden ingeschreven. Als het formulier getekend en gedateerd is spreken we van een “voorlopige inschrijving”. Het kan echter zijn dat er nog géén plaats is voor het ingeschreven kind, omdat de groep bijvoorbeeld te groot is. In dat geval wordt het kind geplaatst zodra de groepsgrootte dat toelaat, bij voorkeur bij de start van een nieuwe periode. In sommige gevallen is de plaatsingslijst zo lang, dat inschrijving op een andere school aan te raden is. U kunt telefonisch een afspraak voor een inschrijving maken. Inschrijvingsgesprekken vinden plaats op woensdag en vrijdag.

21


5.4 Plaatsing De plaatsing van een kind gebeurt op volgorde van datum van inschrijving. De eerste schooldag voor een vierjarige is meestal de eerste dag volgend op de verjaardag. Wij plaatsen vierjarigen niet korter dan vier weken voor de zomervakantie, vanwege het drukke programma. In de onderbouwgroepen plaatsen we op dit moment tot maximaal 30 leerlingen.

5.5 Inschrijving en plaatsing van kinderen afkomstig van andere scholen Het plaatsen van kinderen afkomstig van andere scholen is gedurende het cursusjaar in principe alleen mogelijk in verband met een verhuizing. Er kunnen natuurlijk ook zwaarwegende argumenten zijn waarom een schoolverandering voor een kind wenselijk is. Als een leerling of ouders van school willen veranderen spreken we hier altijd uitgebreid over met de ouders en de school van herkomst. De leerling wordt getest om zijn of haar niveau te bepalen. Aan de hand van de beschikbare gegevens bepaalt de school de groep waarin het kind geplaatst wordt. Het advies van de school is bindend. Er is grote belangstelling voor onze school en de plaatsingsmogelijkheden worden daardoor steeds kleiner. Daarom hebben we besloten om leerlingen die tussentijds worden aangemeld (de zij-instromers) te plaatsen in volgorde van inschrijving. Daarbij houden we rekening met de grootte en de ‘zwaarte’ van de groep. Een kind kan alleen ingeschreven worden als er binnen de termijn van 1 jaar kans op plaatsing bestaat. De plaatsingsdatum wordt bepaald in overleg met ouders en de school van herkomst. Na ontvangst van een bericht van uitschrijving van de oude school en het verzenden van een bewijs van inschrijving naar deze school is de inschrijving definitief. Het is wettelijk verplicht om deze formulieren te verzenden.

5.6 Registratie van leerlinggegevens In de administratie van de school worden diverse gegevens van de leerlingen opgeslagen, waaronder toetsgegevens. Deze gegevens worden door de school zelf gebruikt om de vorderingen van de leerlingen goed te kunnen volgen. Daarnaast worden ze eenmaal per jaar geanonimiseerd doorgestuurd voor het samenstellen van de Kwaliteitswijzer. Dit is een gezamenlijke uitgave van de gemeente Amsterdam en de schoolbesturen waarmee de resultaten van alle Amsterdamse scholen inzichtelijk gemaakt worden. De gegevens worden bewerkt tot overzichtelijke rapportages op het niveau van de school en het stadsdeel. De individuele leerlinggegevens zijn hierin niet meer terug te vinden. Voor meer informatie over de Kwaliteitswijzer basisonderwijs: http://www.vindeenschool.nl/ves/pages/help_kwaliteitswijzer.jsf

22


6. De zorg voor de kinderen AMOS wil staan voor ‘Bijzonder goed onderwijs met voor elk kind de aanpak die werkt’. Onze scholen werken continu aan het realiseren van onderwijs van hoge kwaliteit. De onderwijs- en ondersteuningsbehoefte van onze leerling, vormt het startpunt voor ons handelen. Ieder kind is welkom op de AMOS-school in de buurt. Wij onderkennen dat er grenzen zijn aan wat wij kunnen bieden. Die grenzen willen we verleggen. Wat we niet kunnen, willen we leren. Wat we niet alleen kunnen, doen we samen met anderen. Passend onderwijs en zorgplicht AMOS staat voor bijzonder goed onderwijs met voor elk kind de aanpak die werkt. Vanaf 1 augustus 2014 is AMOS verplicht een passende onderwijsplek te kunnen bieden aan alle leerlingen die in de wijk wonen waar een AMOS-school staat. Wanneer een school de benodigde ondersteuning niet kan bieden, dan wordt samen met de ouders gezocht om dat zo goed mogelijk, zo snel mogelijk, zo licht mogelijk en zo dichtbij als mogelijk te realiseren AMOS neemt deel aan het samenwerkingsverband Amsterdam. Het bieden van goed onderwijs en aangepaste zorg is geen zaak van de school alleen. Een goede samenwerking tussen de Amsterdamse scholen, ouders, docenten, jeugdzorg en gemeente maakt het mogelijk om kinderen onderwijs en zorg op maat te bieden. Basisscholen werken daarvoor op wijkniveau samen. Binnen de wijk, samen met alle ketenpartners wordt passend onderwijs vormgegeven. Rugzakjes Per 1 augustus 2014 verdwijnt de Leerlinggebonden financiering (lgf ) (ook wel het ‘rugzakje’ genoemd). Het budget blijft wel volledig beschikbaar, maar gaat voortaan rechtstreeks naar de samenwerkende scholen (het samenwerkingsverband). Die bepalen vervolgens hoe het geld zo doeltreffend mogelijk kan worden ingezet in de klas. Het ondersteuningsprofiel Iedere school heeft een ondersteuningsprofiel. Hierin staat onder meer beschreven: • wat de basiskwaliteit is die de school voor iedere leerling biedt en wil gaan bieden; • welke basis en extra ondersteuning er is voor leerlingen die dit nodig hebben; • wat de school zelf kan, samen met anderen kan en wat de school wil ontwikkelen • hoe de samenwerking met ouders en in de wijk wordt vormgegeven om dat alles te realiseren. Behalve een specifiek schoolgedeelte, bevat het ondersteuningsprofiel ook een algemeen AMOS-deel. Daarin beschrijft zij de normen en ambities die zij heeft met betrekking tot Passend Onderwijs.

23


Het ondersteuningsteam AMOS heeft een eigen orthoteam dat werkt voor de AMOS basisscholen. Leden van het orthoteam werken met leerlingen en de school als er sprake is van problemen in het onderwijs en/ of de opvoeding. Sommige leerlingen hebben moeite met gedrag en werkhouding. Daarvoor kunnen verschillende oorzaken zijn. De orthopedagoog onderzoekt die en geeft advies en ondersteuning. Iedere orthopedagoog heeft specifieke kennis en ervaring en is bijvoorbeeld gespecialiseerd in hoogbegaafdheid, dyslexie, autisme of onderwijs aan het jonge kind. Meer informatie kunt u vinden op: http://www.amosonderwijs.nl/orthoteam/orthoteam AMOS unIQ Alle leerlingen vinden bij AMOS een plek. Ook hoogbegaafde kinderen. Onder de naam ‘AMOS unIQ’ biedt AMOS als eerste schoolbestuur in Amsterdam voltijds onderwijs voor hoogbegaafde kinderen. Op de website van AMOS vindt u meer informatie over AMOS unIQ: http://www. amosonderwijs.nl/AMOS%20HB-Onderwijs

6.1 Leerlingvolgsysteem De leerresultaten van onze leerlingen worden vastgelegd in het leerlingvolgsysteem (LVS). Om deze resultaten zo objectief mogelijk vast te stellen toetsen wij de kinderen regelmatig met behulp van landelijk genormeerde toetsen. De resultaten geven aan hoe het kind scoort ten opzichte van een vastgestelde landelijke score op het desbetreffende vakgebied. Op onze school gebruiken we dergelijke toetsen voor technisch lezen, begrijpend lezen, spelling, ordenen en begrippen, taal, technisch rekenen en toepassend rekenen. We bespreken de toetsresultaten met ouders in oudergesprekken. Die vinden twee keer per jaar plaats en duren 10 minuten (onderbouw 20 min.). De resultaten komen ook in het rapport te staan.

24


6.2 De resultaten van ons onderwijs De leerkrachten overleggen na elke toetsingsronde met de interne begeleider over de ontwikkeling van de leerlingen. In deze besprekingen komen de leerresultaten en de sociaal-emotionele ontwikkeling van elk kind aan bod en worden afspraken gemaakt over de aanpak. De wet schrijft daarbij overigens voor dat er naast het advies van de school ook een onafhankelijk gegeven moet zijn. Voor dit onafhankelijk gegeven gebruiken wij de CITO eindtoets. De kwaliteit van ons onderwijs kunt u niet aflezen aan de score op de CITO-eindtoets. Om u daar een oordeel over te kunnen vormen, zult u alle vorderingen van uw kind, de rapporten en de gegevens uit het leerlingvolgsysteem naast elkaar moeten leggen. Voor de volledigheid vermelden we hierbij de cito-scores van de laatste 5 jaar: Schoolscore:

Score vergelijkbare scholengroep [5]

2007

537,1

532,6

2008

541,8

532,6

2009

536,8

532,5

2010

539,6

532,6

2011

540,0

535,1

2012

536,6

535,1

2013

536,5

534,7

De afgelopen jaren gingen gemiddeld 30% van onze leerlingen naar het VWO, 30% naar het HAVO, 30 % naar het VMBO-T en 10 % naar andere vormen van VMBO, bijvoorbeeld VMBO-B. Bij ons doen alle leerlingen mee met de Cito-eindtoets. De onderwijsinspectie De inspectie bewaakt de kwaliteit van het onderwijs op individuele scholen in het primair, voortgezet en speciaal onderwijs. Elke school wordt ten minste eens in de vier jaar door een inspecteur bezocht, ook als er geen aanwijsbare risico’s zijn. Wanneer de inspectie risico’s vaststelt dan wordt het toezicht geïntensiveerd. De verslagen van de inspectiebezoeken zijn openbaar en kunt u inzien op de website van de Onderwijsinspectie: http://www.onderwijsinspectie.nl De Kwaliteitswijzer basisonderwijs De Kwaliteitswijzer brengt de kwaliteit van de Amsterdamse basisscholen in kaart. Het geeft een helder beeld van de resultaten per school. De kwaliteitswijzer wordt sinds 2011 uitgegeven door de gemeente Amsterdam in samenwerking met de Amsterdamse schoolbesturen. Voor eer informatie over de Kwaliteitswijzer basisonderwijs kunt u terecht op: www.kwaliteitswijzer.amsterdam.nl

25


6.3 De zorg voor kinderen met specifieke behoeften De bevindingen van de leerkracht en het leerlingvolgsysteem bepalen of een leerling extra zorg nodig heeft. Leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte worden twee keer per jaar besproken met de leerkracht en de intern begeleider. In dit gesprek bepalen we een strategie om de leerling het beste te kunnen helpen en welke acties we ondernemen.

6.4 Kindbesprekingen Het kan zijn dat kinderen die al extra hulp krijgen en waar de groepsleerkracht en de intern begeleider al verschillende strategieën voor hebben uitgewerkt, hun achterstand niet kunnen inlopen of alleen maar groter zien worden. In samenspraak met ouders wordt dan besloten om de zorg rond het kind binnen de zgn. “Kindbespreking” eens nader te belichten. Hierbij is naast de groepsleerkracht, de intern begeleider ook een orthopedagoog aanwezig. Het kan zijn dat via deze weg andere suggesties en werkwijzen worden aangeboden die wel het gewenste resultaat zouden kunnen opleveren. Met externe partners is er ook een zorgoverleg, waar de leerplichtambtenaar, de schoolarts, de schoolmaatschappelijk werker, de adjunct en de IB-er aan meedoen. Deze vorm van overleg wordt gehanteerd, als er externe hulp noodzakelijk is.

6.5 Klassenbezoeken en groepsbesprekingen Soms heeft een leerkracht ondersteuning nodig bij het vinden van de juiste werkwijze om een leerling die extra hulp nodig heeft te kunnen begeleiden. Dan komt er een interne begeleider in de groep om een aantal lessen te volgen en te observeren hoe de resultaten eventueel wel zouden kunnen worden verbeterd. Hierover spreekt de interne begeleider met de leerkracht, en zij wisselen ideeën uit. Na een toetsperiode vinden er ook groepsgesprekken plaats. Dan bespreekt de interne begeleider de resultaten van de hele groep met de leerkracht. Dat gebeurt aan de hand van een groepstaat, die gemaakt wordt op basis van de gegevens uit het leerlingvolgsysteem. Daarop is direct te zien of er bijvoorbeeld een achterstand is, of leerlingen in hun ontwikkeling stagneren of juist bijvoorbeeld een zeer grote groei laten zien.

6.6 De verslaggeving over leerlingen Ouders hebben er recht op om te horen hoe het met hun kind gaat. Verloopt de ontwikkeling naar verwachting of zijn er aandachtspunten. Wanneer de ontwikkeling lijkt te stagneren bespreken we de mogelijkheden om het kind te helpen en zetten we die in gang. In alle gevallen brengen we ouders op de hoogte en stellen we samen met hen een plan op. De evaluatie hiervan nemen we ook met de ouders door. Mocht het nodig zijn verdere stappen te ondernemen, bijvoorbeeld door externe hulp in te roepen, dan kan dat alleen in samenspraak met en met toestemming van de ouders of verzorgers.

26


Rapportage Kleuters krijgen een eindrapport in groep 2. Alle ontwikkelingen worden gedurende de eerste 2 jaar genoteerd, met ouders besproken en geëvalueerd. Vanaf groep 3 krijgen de kinderen een echt rapport mee naar huis en wel drie keer per jaar. In het rapport geven we bij sommige vakken aan hoe we de prestaties van het kind waarderen ten opzichte van de mogelijkheden. Ook de toetsuitslagen zijn opgenomen. Samen met de gegevens uit het LVS proberen we een zo goed mogelijk beeld van de ontwikkeling van de leerling te schetsen. Uiteindelijk komt op deze manier ook het advies aan het eind van groep 8 tot stand. Tot groep 6 wordt er nog met een woordrapport en met afkortingen gewerkt, terwijl daarna ook de becijfering wordt vermeld. Groep 5 zit eigenlijk in een overgangsfase. We beginnen daar naast de woordrapportage voorzichtig met cijfermatige weergave. Gesprekken na schooltijd Er zijn twee keer per jaar gesprekken met de ouders over de rapporten. Deze gesprekken voeren wij met alle ouders en zijn bedoeld om samen het functioneren van het kind te bespreken. Zijn er privéomstandigheden waardoor er veranderingen thuis of op school waar te nemen zijn bij het kind, dan wachten we niet op de rapportgesprekken. In zulke gevallen nemen de ouders of de leerkracht het initiatief voor een gesprek om zaken op elkaar af te stemmen en afspraken te maken.

6.7 Verwijzing onderwijsbegeleidingsdienst, testen en advies Het kan zijn dat ouders en school besluiten deskundigheid buiten de school in te roepen om een nog beter beeld te verkrijgen van de specifieke aanpak die het kind nodig heeft. Zo’n onderzoek wordt meestal gedaan door de schoolbegeleidingsdienst of een orthopedagoog van AMOS (zie 6.11). Uit het onderzoek kunnen verschillende conclusies naar voren komen. De school krijgt maatwerk toegemeten om het kind verder binnen de school te begeleiden, of het kind is beter af met een verwijzing naar een andere vorm van onderwijs bijvoorbeeld een school voor speciaal onderwijs. Een onafhankelijke commissie bepaalt of de school er alles aan heeft gedaan om het kind passende begeleiding te bieden. Dat gebeurt mede aan de hand van het onderwijskundig rapport dat door de school is ingezonden en door de ouders is onderschreven. Beschikt de commissie over een verwijzing, dan wordt een toelatingsbewijs afgegeven voor een school voor speciaal basisonderwijs. In overleg met en na toestemming van de ouders kan ook besloten worden tot een andere vorm van hulpverlening voor de leerling en/of de ouders, bijvoorbeeld via Bureau Jeugdzorg, de schoolarts, de logopediste en schoolmaatschappelijk werk.

6.8 Samenhang met het zorgplan

Vanaf 1 augustus 2014 wordt de Wet Passend Onderwijs van krijgt. De bedoeling van deze wet is om steeds meer kinderen in het reguliere basisonderwijs te houden, in plaats van door te verwijzen naar speciaal onderwijs.

27


Leerkrachten leren daarom om steeds meer rekening te houden met de verschillen tussen leerlingen, zowel met de verschillen in leermogelijkheden als met verschillen in gedrag. Als school hebben we een zorgplan, waarin een goede zorgstructuur is opgenomen om alle leerlingen goed te kunnen begeleiden. Meestal gebeurt dit in de klas, soms buiten de klas door individuele leerlingbegeleiding. We krijgen van de overheid geld om ons op de veranderingen voor te bereiden. Op school zetten we deze middelen in om: •

• • • •

Alle leerkrachten bij te scholen in klassenorganisatie, zelfstandig werken van kinderen, het pedagogisch klimaat en het omgaan met verschillen. Dit noemen we “teamscholing” en daarvoor hebben we regelmatig een studiedag met het hele team. Een goede interne begeleiding te verzorgen en waar mogelijk voor een aantal kinderen individuele leerlingbegeleiding te realiseren. Een goed leerlingvolgsysteem in te richten en te gebruiken De directie bij te scholen in het maken van een goed beleid voor leerlingen met een specifieke onderwijsbehoefte De ontwikkeling van de leerlingen zorgvuldig te volgen en tijdig met de ouders over verwijzing naar de speciale basisschool of een andere vorm van speciaal onderwijs te spreken.

6.9 Leerlingen met (fysieke) beperkingen De school heeft een plaatsings- en integratiebeleid voor leerlingen met een (fysieke) beperking. In principe worden deze kinderen toegelaten zoals in paragraaf 8 is omschreven, tenzij we als school de complexiteit van de beperking niet kunnen hanteren. De grens van toelating van (meervoudig) gehandicapten tot het reguliere basisonderwijs ligt daar, waar leer- en gedragsproblemen en grote fysieke problemen kunnen leiden tot een verstoring van de voortgang van de onderwijsleerprocessen. Ook hanteren wij in ons toelatingsbeleid een maximum opnamecapaciteit van (fysiek) beperkte leerlingen. In het ondersteuningsprofiel van de school, dat op dit moment nog in ontwikkeling is, komt hierover meer informatie.

6.10 De Permanente Commissie Leerlingzorg (PCL) De Wet passend onderwijs is op 9 oktober 2012 aangenomen door de Eerste Kamer. Als de wet op 1 augustus 2014 ingaat, krijgen scholen een zorgplicht. Dat betekent dat scholen ervoor verantwoordelijk zijn om elk kind een goede onderwijsplek te bieden. Op de eigen school, eventueel met extra ondersteuning in de klas, op een andere reguliere school in de regio of in het (voortgezet) speciaal onderwijs. Ouders worden hierbij nauw betrokken. Om aan alle kinderen daadwerkelijk een goede onderwijsplek te kunnen bieden, vormen reguliere en speciale scholen samen regionale samenwerkingsverbanden. De scholen in het samenwerkingsverband maken afspraken over de ondersteuning aan leerlingen en de bekostiging daarvan. In ons samenwerkingverband is een Permanente Commissie Leerlingzorg (PCL) ingericht, die beslist of een leerling geschikt is voor een speciale basisschool. De PCL geeft hiervoor een

28


beschikking af. De ouders kiezen zelf, vaak met hulp van de basisschool, naar welke speciale basisschool hun dochter of zoon gaat. Voordat de PCL zo’n beschikking afgeeft moet een aantal stappen doorlopen worden. In ons samenwerkingsverband zijn deze stappen beschreven in een stuk: “het zorg- en verwijzingstraject”. Kort samengevat komt het hierop neer: • • •

• •

De school signaleert een mogelijk probleem en zoekt zelf naar oplossingen De school overlegt hierover met de ouders Als de school een aantal mogelijkheden heeft uitgeprobeerd en het resultaat niet bevredigend is, zal zij na overleg met de ouders een onderzoek laten instellen naar de mogelijkheden van het kind. Dit gebeurt meestal door de schoolbegeleidingsdienst ‘het ABC’ of orthoteam van AMOS (zie 6.11) De uitslag van het onderzoek wordt aan de ouders verteld. Door dit onderzoek krijgt de school soms nog een aantal mogelijkheden aangereikt die uitgevoerd kunnen worden Soms heeft de school ook al de hulp van een deskundige van de speciale basisschool ingeroepen. Als dit allemaal niet tot een verbetering leidt, kan de school zich tot het “zorgplatform” wenden. De deskundigen van het Zorgplatform kunnen de basisschool verder adviseren. Het is ook mogelijk dat het Zorgplatform de school adviseert met de ouders over verwijzing te gaan praten. Als verwijzing noodzakelijk is zal de school - na toestemming van de ouders - een onderwijskundig rapport opsturen naar de PCL. Dit rapport bevat alle noodzakelijke onderzoeksgegevens van de leerlingen. De ouders moeten met een handtekening toestemming verlenen dit rapport op te sturen. Het onderwijskundig rapport moet volledig en actueel zijn. Binnen acht weken geeft de PCL op grond van dit onderwijskundig rapport een beschikking af om toegelaten te worden op een speciale basisschool óf geeft de commissie aan dat dit kind binnen de gewone basisschool verder begeleid moet kunnen worden. Wanneer de ouders een speciale basisschool hebben uitgezocht zal daar een aanmeldingsgesprek plaatsvinden. De speciale basisschool beslist zelf of de leerling wordt toegelaten.

6.11 Als een leerling zich niet naar verwachting ontwikkelt Natuurlijk hopen we dat het niet gebeurt, maar soms gaat het niet zo goed met een leerling op school. Dan gaat het leren niet zo goed of je ziet dat een leerling niet lekker in z’n vel zit, of dat het zich anders gedraagt dan je verwacht. De school zal dan zo snel mogelijk bekijken wat de oorzaak hiervan is en met de ouders overleggen wat de beste aanpak is. Soms kan de school een dergelijke situatie zelf aanpakken en oplossen. Dan stelt de intern begeleider, samen met de groepsleerkracht en soms een extra

29


leerkracht die aparte hulp kan bieden hiervoor een plan op. Bij twijfel vraagt de school advies aan bijvoorbeeld het ABC of de schoolarts van de GGD. Wanneer de school vermoedt dat er meer aan de hand is, wordt het zoeken naar een oplossing ingewikkelder. Zit het in kenmerken van de leerling zelf? Ligt de oorzaak buiten de school? Kinderen kunnen gebukt gaan onder problemen in hun directe omgeving, thuis of in de familie. Angst, verdriet of machteloosheid komen vaak tot uiting in hun gedrag. Kinderen kunnen dan ineens heel stil worden of juist heel druk of agressief. Dat zijn de eerste signalen dat er meer aan de hand is. Deze kinderen hebben een ander soort hulp nodig dan de school zelf kan bieden. Daarom kan de school in zo’n situatie het Jeugdzorg Advies Team (JAT) om hulp vragen. Bij het JAT zitten gespecialiseerde mensen die ervaring hebben met ingewikkelder zaken dan een ‘gewoon leerprobleem’. Soms gaat het ook om een combinatie van problemen, die zich vaak ook nog afspelen buiten de school, waardoor de school zelf er weinig invloed op uit kan oefenen. De medewerkers van het JAT kunnen dan wel hulp bieden. Ze kunnen de ouders en de school goed adviseren en indien gewenst ondersteunen. En ze weten de weg naar andere mensen en instellingen die hulp kunnen bieden. Samen met de ouders, de school en het kind wordt gezocht naar oplossingen, zodat het met het kind weer beter kan gaan op school. Om snel te kunnen werken komt een medewerker van het JAT naar de school toe om daar met medewerkers van de school, of met ouders of met een kind te spreken. Als het nodig of gewenst is, kunnen de ouders en het kind ook naar het JAT toe gaan. De school zal de ouders altijd eerst toestemming vragen om het JAT in te schakelen. Informatie over kinderen en ouders is en blijft altijd vertrouwelijk. Mocht u als ouder meer willen weten over het JAT, dan kunt u hiervoor contact opnemen met de intern begeleider van de school.

6.12 Ondersteuningsteam AMOS heeft, voor de praktische ondersteuning van de scholen, een eigen team van orthopedagogen en psychologen. Deze werken zowel op school-, groeps- als op individueel niveau aan een goede begeleiding van alle kinderen en de kwaliteit van het onderwijs op de scholen. Het ondersteuningsteam biedt ondersteuning bij het vormgeven van onderwijs “op maat”. Immers, kinderen zitten samen in een groep, maar zijn stuk voor stuk verschillend en hebben ook verschillende onderwijsvragen. Met behulp van het ondersteuningsteam wil AMOS bereiken dat de kwaliteit van het onderwijs aan en de zorg voor alle kinderen op onze scholen nog beter kan worden uitgevoerd.

30


De werkzaamheden van het team bestaan o.a. uit: • het doen van observaties in de klas van kinderen (groepsniveau en individueel) en / of leerkrachten. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van video-opnames die met de leerkrachten worden besproken. Het spreekt vanzelf dat de beelden alleen voor intern gebruik zijn. Wanneer het gaat om opnamen van uw zoon of dochter zal uiteraard via school uw instemming worden gevraagd; • het doen van individueel onderzoek bij kinderen om de sterke en zwakke kanten van de leerlingen in kaart te brengen zodat leerkrachten de kinderen beter kunnen begeleiden bij het leren en bij de sociaal-emotionele ontwikkeling; • het ondersteunen van leerkrachten bij het opstellen en uitvoeren van (groeps-) handelingsplannen zodat de leerstof en de instructie past bij het ontwikkelingsniveau van uw kind; • het begeleiden / coachen van leerkrachten, waarbij ook gebruik kan worden gemaakt van video – opnamen. Wanneer een kind individueel wordt onderzocht, is de school verplicht daarvoor uw toestemming te vragen. Ouders / verzorgers worden gevraagd een formulier in te vullen waarin zij gesignaleerde problemen kunnen toelichten. Het onderzoek start altijd met een gesprek met de ouders / verzorgers van het kind. Na het onderzoek vindt er altijd een gesprek plaats met de ouders / verzorgers waarin de resultaten van het onderzoek worden toegelicht en afspraken worden gemaakt over de gewenste aanpak. Na het onderzoek wordt het plan van aanpak geëvalueerd met ouders, leerkrachten en indien nodig de orthopedagoog. De school is altijd het eerste aanspreekpunt voor ouders.

6.13 Naar het Voortgezet Onderwijs Aan het begin van het schooljaar is er in elke groep een informatieavond voor ouders. Hierin vertelt de leerkracht over de activiteiten en het programma van het betreffende schooljaar. In groep 8 vertelt de leerkracht tijdens de informatieavond over wat er in het laatste leerjaar op de basisschool aan de orde komt. Ook wordt de zogenoemde Kernprocedure en de procedure rond de Cito eindtoets aan bod. We leggen het accent op de begeleiding van de kinderen naar het voortgezet onderwijs. Amsterdamse afspraken: Kernprocedure PO-VO Een goede overstap van de basisschool naar het voortgezet onderwijs is van groot belang voor een succesvolle schoolcarrière. Daarom hebben de Amsterdamse schoolbesturen afspraken gemaakt over het proces van aanmelding en inschrijving op een school voor voortgezet onderwijs. Deze afspraken zijn vastgelegd in Kernprocedure 1. Alle Amsterdamse scholen volgen deze afspraken. Meer informatie over de kernprocedure kunt u vinden op: http://www.amsterdam.nl/ gemeente/organisatie-diensten/dmo/onderwijs-jeugd/bureau-leerplicht/

31


Cito-eindtoets en het VO-schooladvies In groep 8 nemen bijna alle kinderen deel aan de Cito-eindtoets. Kinderen die naar praktijkonderwijs of vmbo met lwoo (leerwegondersteuning) gaan hoeven de cito-eindtoets niet te maken (het mag wel). Zij hebben dan al andere testen gemaakt. Ouders worden als volgt geïnformeerd over het VO-schooladvies • In groep 7 heeft de school een gesprek met u over het vervolgonderwijs van uw kind. In dit gesprek stelt de school u op de hoogte van het voorlopig VO-schooladvies van uw kind. Bij dit gesprek is in ieder geval de leerkracht van uw kind aanwezig. • In groep 8 vindt vóór de kerstvakantie een vervolggesprek met u plaats. In dit gesprek stelt de school u op de hoogte van het definitieve VO-schooladvies van uw kind. Ook bij dit gesprek is in ieder geval de leerkracht van uw kind aanwezig. • Na de uitslag van de cito-eindtoets vindt eventueel nog een gesprek plaats waarin het basisschooladvies in relatie tot de cito-score wordt besproken.

6.14 Gegevens van leerlingen, het advies en de procedure Het advies van de school en de CITO-eindtoets vormen samen de basis waarop een school voor voortgezet onderwijs een leerling wel of niet aanneemt. De meeste scholen van het voortgezet onderwijs, waar veel van onze leerlingen naar toegaan, onderhouden contacten met onze school. Zo krijgen we de mogelijkheid om de leerlingen individueel te begeleiden en met de coördinator door te spreken. Aan de hand van ons advies bepaalt de school voor voortgezet onderwijs zelf of de leerling geplaatst kan worden. Bij twijfel kan het V.O. zelf nog een toets afnemen bij het kind.

32


7. De leerkrachten 7.1 ADV/Compensatieverlof De arbeidsduurverkorting is formeel afgeschaft. Er wordt nu gesproken over compensatieverlof. Leerkrachten met een fulltime aanstelling hebben per schooljaar recht op 2 compensatiedagen. Op die dagen zal een andere leerkracht de groep waarnemen.

7.2 Vervanging In geval van ziekte of afwezigheid van de leerkracht zoeken wij vervanging. Dat is niet altijd even makkelijk. Vandaar dat er tijdens zo’n periode van afwezigheid van de leerkracht soms verschillende leerkrachten voor de groep staan. Ook kan het zijn dat de kinderen verdeeld worden over verschillende groepen.

33


8. De Ouders 8.1 Ouderbetrokkenheid De actieve rol van ouders is van groot belang van onze school. Leerkrachten kunnen het niet zonder de ouders. We streven ernaar om de ouders zoveel mogelijk binnen de school mee te laten denken en veranderingen te helpen realiseren. In de schoolorganisatie zelf zijn ze onmisbaar geworden, omdat ze een aantal taken op zich hebben genomen, die onmogelijk allemaal door leerkrachten kunnen worden gedaan. Zo denken we aan de ouders die helpen bij het niveau lezen, bij workshops, werken in de schoolbibliotheek, helpen bij de schoolkrant, ICT-lessen verzorgen, de school versieren voor Sinterklaas of Kerstmis of achter de schermen bezig zijn. Ouders vormen een onmisbare schakel binnen onze school.

8.2 Informatievoorziening Aan het begin van het schooljaar is er een klassikale ouderavond voor de ouders van de kinderen van groep 1 t/m 8. Daarnaast zijn er nog twee kijkavonden. Dan kunnen de kinderen aan hun ouders laten zien waar ze in de groep mee bezig zijn. Een gesprek over het functioneren van uw kind kan op de kijkavond niet plaatsvinden. Daar zijn de 10-minuten gesprekken voor, of we maken een tussentijdse afspraak. In groep 8 gaat het op de informatieavond onder andere over het voortgezet onderwijs, waarna in januari/februari de schooladviesgesprekken volgen. Deze gesprekken vinden begin januari plaats, omdat de open dagen van de VO-scholen al in januari beginnen. U ontvangt vijf keer per jaar (of vaker als dat nodig is) een nieuwsbrieven met belangrijke informatie over ontwikkelingen en activiteiten in en rond de school. Verder verschijnt twee keer per jaar de Prokrant die onder redactie staat van twee ouders en 12 kinderen.

8.3 De ouderbijdrage Onze school vraagt van de ouders een financiĂŤle bijdrage. Met dit geld stelt de school in staat om een aantal voorzieningen en activiteiten voor de kinderen te organiseren. Zonder de ouderbijdrage is dit helaas niet mogelijk. De ouderbijdrage is niet verplicht; ouders betalen deze vrijwillig. De medezeggenschapsraad, waarin ook ouders zitten, bepaalt ieder jaar de hoogte van de ouderbijdrage, en aan welke be-

34


stemming het geld besteed wordt. De hoogte van de ouderbijdrage voor schooljaar 2013-2014 is € 75 voor leerlingen in de groepen 1 t/m 7 (inclusief schoolreis). Voor leerlingen van groep 8 is de hoogte van de ouderbijdrage € 40 omdat het schoolreisje (kamp) en andere excursies apart worden berekend. De ouderbijdrage wordt gebruikt voor activiteiten die bovenop het verplichte programma komen. Hierbij kunt u denken aan schoolreisjes, feestjes of projecten. De school heeft het recht om leerlingen van deze activiteiten uit te sluiten, als de bijdrage niet is betaald. In dat geval zorgt de school, voor zover het om activiteiten onder schooltijd gaat, voor een passende vervangende opdracht voor de leerlingen. Toelating tot de school is niet afhankelijk van het betalen van de ouderbijdrage. Ook bestaat de mogelijkheid om iets extra’s te geven. Dat kan op de rekening van de “Stichting Vrienden van de Pro Rege” (notarieel vastgelegd) en komt volledig ten goede aan extra activiteiten. Wij proberen de ouderbijdrage zo laag mogelijk te houden, zodat het voor niemand een probleem hoeft te zijn om deze bijdrage te betalen. Is de hoogte van het bedrag toch te bezwaarlijk dan kunt u altijd een afspraak maken met de directie om tot een oplossing te komen. Voor het schooljaar 2012 - 2013 bedroeg de ouderbijdrage € 75,-- . Dit bedrag was inclusief de bijdrage voor de jaarlijkse schoolreis. Tijdens de jaarvergadering van november 2010 is besloten om, in verband met het tijdig innen van de ouderbijdrage, de ouderbijdrage voor steeds twee jaar vast te stellen, waarbij het bedrag al naar gelang de cijfers uit het voorafgaande schooljaar met 5 euro naar boven of naar beneden bijgesteld mag worden. Uit de ouderbijdrage worden ook nog andere activiteiten gefinancierd zoals Sinterklaascadeautjes, alle activiteiten rondom kerst, paasfeest, sportdagen e.d. De school krijgt uit het ouderfonds jaarlijks een bedrag om te besteden aan nieuwe materialen voor de schoolbibliotheek, audio visuele hulpmiddelen, aanvullend materiaal bij de onder- en bovenbouwgroepen. Ook excursies worden bekostigd door het ouderfonds. De opbrengst van de ouderbijdrage is dus een belangrijke ondersteuning bij al onze onderwijsactiviteiten. De ouderbijdrage wordt geïnd en beheerd door de penningmeester. Eén maal per jaar ontvangt u het financieel verslag dat door de penningmeester is samengesteld en door de kascommissie is geaccordeerd.

8.4 Medezeggenschapsraad (MR) De MR (medezeggenschapsraad) beslist/denkt mee over beleids- en onderwijszaken, vakantierooster, e.d. Het afgelopen jaar bestond de MR uit 8 leden; 4 ouders en 4 leerkrachten. Van de ouders hebben hierin zitting: Henk Maul, Jacqueline Boekhoff, Paul Ruis en Judy op het Veld van de school waren dat Liesbeth van Sterkenburg, Brenda de Grijs, Saskia Zwart en Natalie Admiraal. Op dit moment hebben wij, in verband met het vertrek van Liesbeth van Sterkenburg, 1 vacature in de personeelsgeleding. Daarnaast zijn Henk Maul (penningmeester) en Pascal Riet (directeur), als adviseurs aanwezig.

35


De directeur heeft geen stemrecht. Maikel Alberts, lid van de GMR, is ook aanwezig. De MR vergadert minimaal 6 keer per jaar of vaker als dat nodig is. De schoolgids wordt jaarlijks aan de MR voorgelegd.

8.5 De Buitenschoolse Activiteiten Commissie (BAC) De BAC vormt samen met de MRoudergeleding de Ouderraad. De BAC bestaat uit 10 leden, waarvan 8 ouders en 2 leerkrachten. De BAC heeft een grote inbreng in het bedenken en uitvoeren van diverse activiteiten en is onmisbaar op onze school.

36


9. Wet- en regelgeving 9.1 Klachtenregeling In de kwaliteitswet staat dat elk schoolbestuur in Nederland een klachtenregeling moet hebben. In de klachtenregeling is geregeld waar en hoe ouders een formele klacht kunnen indienen, als zij het niet eens zijn met een beslissing van de school. Wij gaan er vanuit dat klachten en verschillen van inzicht altijd eerst worden besproken met de groepsleerkracht en, indien nodig, de schooldirectie. Zowel de school als het bestuur spannen zich in een veilig schoolklimaat voor alle leerlingen te creĂŤren. Een veilig schoolklimaat is in onze ogen de gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders en school. Een voorwaarde hierin is dat alle betrokkenen met elkaar in gesprek gaan als zaken mis (dreigen) te gaan. Een exemplaar van de klachtenregeling kunt u bij de schooldirectie inzien. Een samenvatting van de klachtenregeling is te vinden op de website van AMOS. In het kort komen de afspraken en de regeling hier op neer: a. Behandeling op schoolniveau Heeft u vragen over bijvoorbeeld een voorval op school, de begeleiding van uw kind(eren) op school of de manier waarop de school hen beoordeelt, dan kunt u een afspraak maken met de leerkracht. Een tweede mogelijkheid is dat u een afspraak maakt met de directie van de school. Vaak worden bovengenoemde zaken tot ieders tevredenheid op schoolniveau afgehandeld. Op iedere school is ook een contactpersoon aangesteld bij wie u terecht kunt met uw vraag c.q. klacht. De contactpersoon kan u de juiste weg wijzen binnen de organisatie om uw klacht aanhangig te maken. Onze contactpersonen zijn op dit moment nog niet bekend; aan het begin van het schooljaar zullen wij u via de nieuwsbrief op de hoogte brengen. b. Behandeling op bestuursniveau Als uw vraag c.q. klacht naar uw mening op schoolniveau niet afdoende beantwoord wordt, dan kunt u zich wenden tot het bestuur. Soms komt het ook voor dat het gesprek op school niet goed meer mogelijk is. De directie heeft de opdracht dit onmiddellijk aan het bestuur te melden.

37


Het bestuur hoort de betrokkenen en zal trachten met alle betrokkenen tot een oplossing te komen. Het bestuur moet in een dergelijk geval een afweging maken tussen de belangen van alle betrokkenen in de school: de kinderen, de leerkrachten, de ouders en de directie. c. Ernstige zaken of vermoedens (behandeling op bestuursniveau) Op school kunnen zich gevoelige zaken voordoen of zaken die te maken hebben met grensoverschrijdend gedrag. Onder grensoverschrijdend gedrag wordt verstaan fysiek geweld, psychisch geweld, seksuele intimidatie, seksueel misbruik, discriminatie of radicalisering. Ouders en kinderen kunnen dan op verschillende personen een beroep doen: op de schooldirectie, de contactpersoon in de school, de (externe) vertrouwenspersonen van AMOS of de landelijke klachtencommissie. De vertrouwenspersoon AMOS heeft twee externe vertrouwenspersonen. Zij gaan met de melder of klager na of een gebeurtenis aanleiding geeft tot het indienen van een klacht bij het bestuur of de landelijke klachtencommissie. Het besluit om een klacht in te dienen ligt in beginsel bij de klager. De externe vertrouwenspersonen zijn onafhankelijk van het bestuur en hebben een geheimhoudingsplicht. Het bestuur wordt wel op de hoogte gebracht van het feit dat de vertrouwenspersonen zijn ingeschakeld. De vertrouwenspersonen van AMOS zijn: Mevr. José Welten Tel. 020-4190240 / 06-47430001 E-mail j.c.welten@gmail.com

Mevr. Gerrie Hooft van Huysduynen Tel. 0294-231324 E-mail hooftvh@kabelfoon.nl

De klachtencommissie AMOS is aangesloten bij de Landelijke Klachtencommissie voor het Christelijk Primair Onderwijs, Voortgezet Onderwijs, Beroepsonderwijs en Volwasseneducatie. De landelijke klachtencommissie onderzoekt de klacht en adviseert het bestuur over eventueel te nemen maatregelen. Het reglement van de landelijke klachtencommissie is in te zien op de website.

GCBO Postbus 82324
 2508 EH Den Haag
 Tel. 070- 386 1697 Fax 070- 302 0836 E-mail info@kringenrechtspraak.org Website www.gcbo.nl

38


Landelijke vertrouwensinspectie Bij de Inspectie van het Onderwijs werkt een klein team van vertrouwensinspecteurs. Ouders, leerlingen, docenten, directies en besturen kunnen de vertrouwensinspecteur raadplegen wanneer zich in of rond de school problemen voordoen op het gebied van: • seksuele intimidatie en seksueel misbruik; • lichamelijk geweld; • grove pesterijen; • discriminatie en radicalisering. • Ernstige klachten die vallen binnen deze categorieën kunnen worden besproken met de vertrouwensinspecteur. Deze zal de klachten niet zelf behandelen maar zal adviseren en informeren. Zo nodig kan de vertrouwensinspecteur ook begeleiden in het traject naar het indienen van een formele klacht of het doen van aangifte. De inspectie heeft geen specifieke taak bij het behandelen van klachten. Zij hebben geen aangifteplicht en zijn gebonden aan geheimhouding.

Meldpunt vertrouwensinspecteurs 0900 - 111 3 111

Meldplicht Bij vermoedens of signalering van strafbare feiten, bijvoorbeeld (kinder-)mishandeling zijn AMOS en haar personeelsleden verplicht deze signalen onder de aandacht van justitie te brengen. Uiteraard zal justitie haar eigen rechtsgang volgen. AMOS heeft hier geen invloed op. Meldplicht seksueel geweld voor alle onderwijsmedewerkers De meldplicht geldt voor alle medewerkers op een school. Ook voor contactpersonen en interne vertrouwenspersonen die binnen hun functie informatie krijgen over mogelijk seksueel misbruik of seksuele intimidatie. Geen enkele medewerker kan zich beroepen op de geheimhoudingsplicht. Bij klachten van ouders en leerlingen over de schoolsituatie, waar mogelijk sprake is van grensoverschrijdend gedrag jegens een minderjarige leerling is het bestuur verplicht om dit te melden aan de vertrouwensinspecteur. Aangifteplicht De wet schrijft voor dat het bestuur verplicht is aangifte te doen bij politie of justitie als het met de vertrouwensinspecteur tot de conclusie is gekomen dat er in geval van grensoverschrijdend gedrag een redelijk vermoeden is van strafbare feiten. Vervolgens moet het bestuur de ouders van de leerling, de mogelijke dader en de vertrouwenspersoon op de hoogte stellen van de aangifte. Meldcode huiselijk geweld In 2013 is het wettelijk verplicht geworden dat alle scholen werken met de Meldcode huiselijk geweld. De meldcode beschrijft in vijf stappen wat de school moet doen bij signalen van huise-

39


lijk geweld. Door te werken met een meldcode blijft de beslissing om vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling wel of niet te melden, berusten bij de professional.

9.2 Veiligheid in en om de school Onze school hecht veel waarde aan een veilige school en schoolomgeving voor uw kind, onze medewerkers en omwonenden. De school hanteert bijvoorbeeld een pestprotocol waarin stap voor stap beschreven staat wat er door wie moet gebeuren wanneer er sprake is van pesten. In hoofdlijnen bestaat onze aanpak uit twee grondgegevens; • •

Pesten moet bespreekbaar zijn of bespreekbaar gemaakt worden Wij accepteren geen pestgedrag

Uiteraard worden alle betrokken ouders op de hoogte gesteld en zoveel mogelijk betrokken bij het werken aan oplossingen. De school werkt nauw samen met de politie in de persoon van de wijkagent. Via hem heeft de school afspraken over de veiligheidssituatie in en rond de school. Verder hanteren wij de volgende algemene gedragsregels; • •

Wij benaderen en behandelen iedereen op een respectvolle manier d.w.z. precies zo als wij zelf door anderen behandeld en benaderd willen worden Wij zorgen goed voor onze omgeving en dragen daarmee ons steentje bij aan een veilig en schoon leef- en leerklimaat.

Deze afspraken gelden voor iedereen die zich in en rond onze school bevindt.

9.3 Procedure : “Gronden voor vrijstelling” Bij het aanmelden van uw kind is u van alles verteld over het onderwijs dat op school gegeven wordt. Soms, bij hoge uitzondering, kunt u de school vragen of het mogelijk is uw kind niet aan een bepaalde onderwijsactiviteit te laten deelnemen. De schooldirecteur beslist dit niet zelf, dat doet het bestuur van de school. De schooldirecteur zal daarom uw verzoek aan het bestuur doorgeven. De directie geeft het bestuur een advies over de aanvraag. Dit advies is van tevoren met u besproken. De directie geeft ook aan wat volgens haar een zinvolle vervangende onderwijsactiviteit voor de leerling is, mocht het bestuur toestemming geven. Het bestuur zal u schriftelijk laten weten of een verzoek ingewilligd wordt en op welke gronden het bestuur dit besluit genomen heeft.

9.4 Procedure schorsing en verwijdering We hopen het niet, maar soms gebeurt het wel: het gaat tussen de school en een leerling niet goed. We spreken dan over een zeer ernstige situatie.

40


Het bestuur kan een leerling schorsen voor een periode van ten hoogste vijf schooldagen of in een ernstige situatie van school verwijderen. Voordat het bestuur overgaat tot deze beslissing, zijn er al een aantal stappen gezet. • Het bestuur hoort de leerkracht en indien gewenst de directie. • Het bestuur hoort de ouders. • Het bestuur neemt formeel het besluit over te gaan tot schorsing of verwijdering. • Bij verlenging van de schorsing neemt het bestuur opnieuw een formeel besluit. Ouders worden hiervan op de hoogte gesteld. • Bij verwijdering moet het bestuur zich gedurende acht weken inspannen om een andere school voor de leerling te vinden. • Lukt dit niet en het bestuur blijft bij het genomen besluit dan kan de leerling definitief verwijderd worden. • De inspectie en de leerplichtambtenaar worden over een besluit tot schorsing of verwijdering ingelicht. • Ouders kunnen schriftelijk bezwaar aantekenen bij het bestuur. • In het uiterste geval kunnen ouders naar de rechter stappen. Zie ook: http://www.amsterdam.nl/gemeente/organisatie-diensten/dmo/onderwijs-jeugd/ bureau-leerplicht/ Een schorsingsperiode wordt in de eerste plaats beschouwd als een afkoelingsperiode voor alle partijen. Doorgaans worden, bij het aflopen van de schorsingsperiode, passende stappen gezet om de leerling een goede herstart te geven. In voorkomende gevallen kan gedrag van ouders ook aanleiding zijn om een leerling te schorsen of te verwijderen. Het bestuur is gerechtigd om wanneer noodzakelijk en met redenen omkleed, een ouder voor een periode de toegang tot de school te ontzeggen.

41


10. Praktische zaken 10.1 Schoolmelk Op school is het mogelijk een abonnement te nemen op volle, halfvolle, chocolademelk of drinkyoghurt. De Melkunie stuurt u een overzicht van de drinkdagen, die zijn afgestemd op de schoolvakanties. Formulieren zijn verkrijgbaar bij de conciërge.

10.2 Overblijven en dagarrangementen Voor de kinderen die tussen de middag niet naar huis kunnen bestaat de mogelijkheid om op school te blijven. De tussenschoolse opvang (TSO) wordt sinds 1 januari 2012 door kinderopvangorganisatie Catalpa georganiseerd en uitgevoerd. Inschrijfformulieren liggen bij de conciërge. Het is de bedoeling dat de TSo en de NSO (naschoolse opvang) worden uitgebreid met dagarrangementen. Dat betekent dat u uw kind ook voor schooltijd kunt laten opvangen op school. Alleen bij voldoende aanmeldingen kunt u uw kind ook ’s ochtends vóór aanvang van de school te brengen. Hiervoor kunt u contact opnemen met Catalpa.

10.3 Verzekeringen/aansprakelijkheid

De school heeft een verzekeringspakket afgesloten, bestaande uit een ongevallenverzekering en een aansprakelijkheidsverzekering. Op grond van de ongevallenverzekering zijn alle betrokkenen bij schoolactiviteiten (leerlingen, personeel en vrijwilligers) verzekerd. De verzekering geeft recht op een (beperkte) uitkering indien een ongeval tot blijvende invaliditeit leidt. Ook zijn de geneeskundige en tandheelkundige kosten gedeeltelijk mee verzekerd, voor zover de eigen verzekering van betrokkene geen dekking biedt (bijvoorbeeld door eigen risico). Materiële schade (bijvoorbeeld een kapotte bril, fiets etc.) valt niet onder de dekking. De aansprakelijkheidsverzekering biedt zowel de school zelf als zij die voor de school actief zijn (bestuursleden, personeel en vrijwilligers) dekking tegen schadeclaims ten gevolge van onrechtmatig handelen. Wij attenderen u in dat verband op twee aspecten, die vaak aanleiding zijn tot misverstand. Ten eerste is de school c.q. het schoolbestuur niet (zonder meer) aansprakelijk voor alles wat tijdens de schooluren en buitenschoolse activiteiten gebeurt. Wanneer dit wel het geval zou zijn, zou alle schade die in schoolverband ontstaat door de school moeten worden vergoed. Deze opvatting leeft wel bij veel mensen, maar is gebaseerd op een misverstand. De school heeft pas een schadevergoedingsplicht wanneer er sprake is van een verwijtbare fout. De school (of

42


zij die voor de school optreden) moeten dus te kort zijn geschoten in hun rechtsplicht. Het is mogelijk dat er schade wordt geleden, zonder dat er sprake is van enige onrechtmatigheid. Bijvoorbeeld tijdens de gymnastiekles een bal tegen een bril. Die schade valt niet onder de aansprakelijkheidsverzekering, en wordt (dan ook) niet door de school vergoed. Ten tweede is de school niet aansprakelijk voor (schade door) onrechtmatig gedrag van leerlingen. Leerlingen (of, als zij jonger zijn dan 14 jaar, hun ouders) zijn primair zelf verantwoordelijk voor hun doen en laten. Een leerling die tijdens de schooluren of tijdens andere door de school georganiseerde activiteiten door onrechtmatig handelen schade veroorzaakt, is daar dus in de eerste plaats zelf (of de ouders) verantwoordelijk voor. Het is dus van belang dat ouders/verzorgers zelf een particuliere aansprakelijkheidsverzekering hebben afgesloten.

10.4 Verjaardagen Als kinderen jarig zijn gaan ze de klassen rond met een vriendje of vriendinnetje. De kinderen van de onderbouw gaan rond in de onderbouw en de overige kinderen gaan rond in de midden- en bovenbouw. Geef uw kind liefst eenvoudige traktaties mee, dus géén grote zakken snoep, lolly’s of cadeautjes. Op school is een traktatieboek met tips en ideeën voor lekkere, leuke en gezonde traktaties.

10.5 Eten en drinken In de korte pauze krijgen de kinderen gelegenheid om wat te drinken en iets kleins te eten (groente of fruit). Dit kan echter wel eens problemen geven, omdat meegebrachte bekers niet altijd goed worden afgesloten. Wij vragen u dan ook om goed sluitende bekers of flesjes drinken mee te geven. Ook kunt u een abonnement overwegen op de schoolmelkvoorziening.

10.6 Sponsoring Onze school heeft géén sponsors die de school financieel ondersteunen.

10.7 Video-opnames/foto’s Op school kunnen er wel eens video-opnames of foto’s gemaakt worden. Dit kan voor intern gebruik zijn of omdat er wel eens momenten zijn waarop het zelfs leuk is om video-opnames/ foto’s te maken. Wanneer het gaat om individuele opnames van leerlingen zal de school toestemming vragen aan de ouders. In de regel geeft u deze toestemming éénmalig en wel op het moment van inschrijving.

10.8 AMOS Media Protocol Sinds de school, televisie, video en internetfaciliteiten heeft, kunnen er beelden en programma’s de school binnenkomen die wij ongeschikt achten voor leerlingen. Te denken valt

43


aan bepaalde uitingen van geweld, seks en racisme. Met name door de gemakkelijke toegang tot internet, is het risico van het binnenhalen van disrespectvol en ongewenst materiaal groot. De school staat op het standpunt dat ongewenste uitingen zoveel mogelijk moeten worden voorkomen, zonder de leerlingen alle verantwoordelijkheid uit handen te nemen. De school ziet een mogelijkheid om leerlingen, onder begeleiding, eigen verantwoordelijkheid bij te brengen. Het omgaan met internet wordt op zich, als leerpunt binnen de school gezien. Wij kiezen voor wat betreft het gebruik van internet dus voor het “pedagogisch” filter. De school confronteert kinderen niet bewust met bovengenoemde uitingen. De leerkrachten zullen leerlingen aanspreken op ongewenst (surf, chat en e-mail) gedrag. Het personeel gebruikt internet vooral voor onderwijsdoeleinden. Op school geldt voor al het personeel, dat het niet is toegestaan, sites op te roepen rond de thema’s geweld, seks en racisme welke niet aansluiten bij de pedagogische opdracht van de school. Schoolafspraken • De leerkracht bevordert het verantwoordelijkheidsgevoel bij leerlingen door de toegang tot internet en videobeelden te begeleiden. • In de school is het gebruik van mobiele telefoons, mp3 spelers en aanverwante apparatuur niet toegestaan. • De leerkracht stelt kinderen niet bewust bloot aan videobeelden van geweld, seks en racisme, die geen opvoedkundige bedoeling hebben (uitzondering is bijvoorbeeld het school tv weekjournaal voor groep 7 en 8, waarin oorlogssituaties worden behandeld). • Bij het vertonen van videofilms en TV programma’s wordt de Kijkwijzer in acht genomen. De school ziet het als opvoedkundige taak om kinderen ervan bewust te maken waarom bepaalde uitingen niet door de beugel kunnen. • De school probeert zo veel mogelijk te voorkomen dat ongewenste uitingen de school binnenkomen. • Leerlingen mogen niet onbeperkt en onbelemmerd internetten; personeel van de school kijkt als het ware ‘over de schouder mee’. • Internetten gebeurt niet zonder een leerkracht in de nabijheid. • De school probeert de leerlingen bij te brengen welke zoekopdrachten wel en welke niet relevant zijn bij het zoeken naar informatie op internet. • Chatten wordt slechts bij uitzondering toegestaan (bijvoorbeeld als onderdeel van een project). • Ook bij het surfen op internet, bij e-mailgebruik en in het geval van chatten door • kinderen is het beleid van kracht. Daarbij geldt dat het bewust zoeken van ongewenste uitingen en het gebruiken van schuttingtaal als storend wordt opgevat en dus consequenties voor de leerling heeft. • Het is medewerkers van school niet toegestaan met leerlingen, buiten schooltijd te chatten. • De ICT coördinator kan accounts van gebruikers inzien in verband met het beheren van het netwerk. Desgewenst kan hij accounts controleren op ongewenst gebruik van de computer. • Bij het publiceren van fotomateriaal van kinderen in schoolsituaties zijn we zorgvuldig.

44


• •

Belangrijk vinden we dat we een representatief beeld geven van de situatie bij ons op school en dat recht wordt gedaan aan de integriteit van elk individu. Op school is een regeling afgesproken hoe ouders bezwaar kunnen maken tegen het plaatsten van foto’s in schoolpublicaties: brochures, schoolgids, schoolwebsite. Als er zich onregelmatigheden voordoen, wordt dit altijd gemeld bij de ICT coördinator. Deze houdt hiervan een logboek bij. Op deze wijze krijgen we inzicht in het verkeerd gebruik van internettoepassingen.

Afspraken met leerlingen • Geef nooit persoonlijke informatie door op internet zoals namen, adressen en • telefoonnummers zonder toestemming van de leerkracht. • Bezoek geen websites die niet aan de fatsoensnorm voldoen. • Vertel het meteen aan de leerkracht als je informatie tegenkomt waardoor je je niet prettig voelt of waarvan je weet dat het niet hoort. Houd je je aan die afspraken dan is het niet jouw schuld dat je zulke informatie tegenkomt. • Leg nooit verdere contacten vanuit school met iemand, zonder toestemming van je leerkracht. • Verstuur bij e-mail berichten nooit foto’s van jezelf of van anderen zonder toestemming van de leerkracht. • Beantwoord nooit e-mail waarbij je je niet prettig voelt of waar dingen in staan waarvan je weet dat het niet hoort, het is niet jouw schuld dat je zulke berichten krijgt. • Verstuur ook zelf dergelijke mail niet. • Spreek van tevoren met je leerkracht af wat je op internet wilt gaan doen. • Je mag geen aankopen doen via internetgebruik op school. • Wanneer je via internet- e-mail of chat gepest wordt moet je dit aan je ouders, leerkracht of de vertrouwenspersoon van de school vertellen, net zoals bij andere problemen.

10.9 Regels voor aanvang en einde schooltijd • • • • • • • •

De school is tien minuten voor aanvang van de lessen geopend. Gedurende de inlooptijd blijven de kinderen in hun klaslokaal en niet op de gangen. U wordt verzocht uw kind op tijd op school te brengen. De ouders wordt verzocht om 8.30 uur de lokalen en de gangen te verlaten; om 8.30 uur beginnen de lessen. Bij het uitgaan van de school wachten de ouders buiten aan de voor- of achterzijde van de school. De kinderen van de groepen 1 tot en met 4 komen als groep naar buiten onder leiding van de leerkracht. De kinderen uit de groepen 1,2 en 3 blijven bij de leerkracht als u om welke reden dan ook nog niet aanwezig bent. Vertel uw kind en de leerkracht door wie het wordt opgehaald. Is dit niet bekend dan

45


• •

bestaat de kans dat we het kind niet meegeven. De kinderen vanaf groep 5 verlaten individueel de school, nadat zij als groep tot de uitgang zijn gebracht. Maak met uw kind afspraken waar u het staat op te wachten, dit voorkomt verwarring.

10.10 Schooltijden onder- en bovenbouw Groep 1 t/m 8:

maandag t/m vrijdag

’s ochtends

08.30 - 11.45 uur

’s middags

13.00 - 15.15 uur

’s woensdags

08.30 - 12.15 uur

woensdagmiddag vrij Elke ochtend is er 15 minuten pauze. Per week is dat 1 uur en 15 minuten.

10.11 Lesuren Als een kind 4 jaar wordt mag het naar school. Wettelijk hoeft dit (nog) niet, maar het is zeker aan te raden. Vanaf 5 jaar bent u verplicht uw kind onderwijs te laten volgen. Wettelijk is het zo, dat kinderen gedurende 8 leerjaren minimaal 7520 uur les moeten krijgen. Om dit te kunnen bereiken hebben we de schooltijden van de onderbouw gelijk getrokken met die van de bovenbouwgroepen. Leerlingen hebben per schooljaar minimaal 940 lesuren.

10.12 Verzuimbeleid Elk kind mag naar school als het 4 jaar wordt, maar moet naar school als het 5 jaar is. Het kind is dan leerplichtig. Sommige 4- en 5-jarigen kunnen een hele schooldag niet aan. Daar heeft de wetgever in voorzien. Geoorloofd verzuim en ongeoorloofd verzuim Wij maken een verschil tussen een geoorloofd verzuim en ongeoorloofd verzuim. Geoorloofd verzuim In de leerplichtwet is geregeld in welke situaties sprake is van geoorloofd verzuim: • • • •

46

wegens ziekte van de leerling; als de leerling bij wijze van tuchtmaatregel tijdelijk de toegang tot de school is ontzegd; wegens vervulling van plichten van de leerling die voortvloeien uit godsdienst of levensovertuiging; als het gezin wegens de specifieke aard van het beroep van een van de ouders slechts buiten de schoolvakanties op vakantie kan. Ouders moeten het besluit van de directeur afwachten voordat zij op vakantie gaan.


• •

De directeur mag maar eenmaal en voor ten hoogste 10 schooldagen per schooljaar vakantieverlof verlenen. Vakantieverlof mag niet worden verleend in de eerste 2 lesweken van het schooljaar.

De directeur mag voor ten hoogste 10 schooldagen per schooljaar verlof verlenen wegens gewichtige omstandigheden. De directeur beoordeelt hierbij dus de aanvraag voor verlof. Als verlof wordt gevraagd wegens gewichtige omstandigheden voor meer dan 10 schooldagen per schooljaar, dan beslist de leerplichtplusambtenaar. (zie ook hoofdstuk 9.14) Ongeoorloofd verzuim Van ongeoorloofd verzuim spreken we wanneer uw kind geen toestemming heeft voor het verzuim. Wij zijn als school verplicht om ongeoorloofd verzuim van 16 uur lestijd binnen 4 opeenvolgende lesweken te melden aan de leerplichtambtenaar. Wij informeren de ouders van de leerling over de melding bij de leerplichtambtenaar. Als school kunnen en mogen wij ook besluiten om verzuim ook eerder aan de leerplichtplusambtenaar melden, dus vóórdat er sprake is van ongeoorloofd verzuim van 5 dagdelen binnen 4 lesweken. Bijvoorbeeld in de volgende gevallen: • • • • • • •

Ongeoorloofd verzuim van minder dan 5 dagdelen in 4 lesweken. Regelmatig te laat komen. Zorgwekkend ziekteverzuim. Twijfel bij ziekmeldingen. Verzuim rondom schoolvakanties. Ongeoorloofd verzuim na afwijzing van een verlofaanvraag. Vertrek naar het buitenland.

Na ontvangst van een melding stelt de leerplichtplusambtenaar een onderzoek in. Dit kan bestaan uit het inwinnen van nadere informatie bij de school en eventueel bij derden, of het oproepen van de ouders voor een gesprek of verhoor. De leerplichtplusambtenaar zal op basis van het onderzoek allereerst proberen afspraken te maken met de ouders om het verzuim te laten stoppen. Heeft dit geen resultaat, dan kan de leerplichtplusambtenaar een officiële waarschuwing geven of een proces-verbaal opmaken. Kinderen jonger dan 6 jaar Uw kind is leerplichtig vanaf de eerste dag van de maand nadat uw kind 5 jaar is geworden. Vanaf dat moment, totdat uw kind 6 jaar oud wordt geldt het volgende: • ouders kunnen een beroep doen op vrijstelling van schoolbezoek voor ten hoogste 5 uren per week; • hiernaast kan de schooldirecteur, op verzoek van de ouders, nogmaals ten hoogste 5 uren per week vrijstelling van schoolbezoek verlenen. Is het kind niet aanwezig wegens ziekte, dan vragen we u om dit voor het begin van de schooldag te melden. Als we niets horen doet de leerkracht, conciërge of administratief medewerker navraag wat de reden van afwezigheid is. Krijgen we geen gehoor op uw adres of een andere door u opgegeven locatie, dan proberen we het op een later tijdstip weer. Hebben we ook de

47


dag daarna geen reactie ontvangen en kunnen we geen contact krijgen dan geven we het door aan de leerplichtambtenaar. Deze neemt verdere initiatieven.

10.13 Schoolverzuim • • • • • •

Elke ochtend en middag worden afwezige leerlingen genoteerd met opgave van reden van afwezigheid in het digitaal leerlingdossier. De leerkracht belt naar het huis van het kind. Bij geen reactie wordt dit gemeld bij de directie. De directie probeert de ouders via andere wegen te bereiken. Bij veel verzuim wordt contact gezocht met de ouders. Ongeoorloofd verzuim wordt gemeld aan de leerplichtambtenaar, waarna een registratie plaatsvindt in het Leerling Administratie Systeem (LAS) van de Gemeente Amsterdam. Bij regelmatige afwezigheid wegens ziekte wordt de GG&GD geconsulteerd.

10.14 Extra verlof Extra verlof is ook geregeld in de leerplichtwet. Het werkt als volgt: •

• • • • • •

Extra verlof wordt schriftelijk minimaal 6 weken vooraf aangevraagd bij de directie; dit geldt voor een maximum van 10 dagen per jaar (alleen bij gewichtige omstandigheden). Overig verlof (dus langer dan 10 dagen) wordt ter beoordeling voorgelegd aan de leerplicht-ambtenaar en dient tenminste 8 weken voor de betreffende periode in haar bezit te zijn. Al het verleende verlof wordt geregistreerd. Extra verlof kan gegeven worden i.v.m. familiezaken zoals huwelijk, begrafenis e.d. We mogen geen extra verlof geven voor een lang weekend in een vakantiehuisje, of iets dergelijks. Extra verlofaanvraag via een werkgeversverklaring aangevraagd, wordt doorgestuurd naar de leerplichtambtenaar. We mogen geen extra verlof geven bij de start van het schooljaar. Verlof aan het eind van het schooljaar kan alleen gegeven worden onder de door de wet gestelde voorwaarden.

10.15 Vrijstelling van activiteiten Bij het aanmelden van uw kind is u van alles verteld over het onderwijs dat op school gegeven wordt. Soms, bij hoge uitzondering, kunt u de school vragen of het mogelijk is uw kind niet aan een bepaalde onderwijsactiviteit te laten deelnemen. De schooldirecteur beslist dit niet zelf, dat doet het bestuur van de school. De schooldirecteur zal daarom uw verzoek aan het bestuur doorgeven. De directie geeft het bestuur een advies over de aanvraag. Dit advies is van tevoren met u besproken. De directie

48


geeft ook aan wat volgens haar een zinvolle vervangende onderwijsactiviteit voor de leerling is, mocht het bestuur toestemming geven. Het bestuur zal u schriftelijk laten weten of een verzoek ingewilligd wordt en op welke gronden het bestuur dit besluit genomen heeft.

10.16 Vakantietijden/studiedagen Herfstvakantie

21 tot en met 25 oktober 2013

Kerstvakantie

23 december 2013 tot en met 3 januari 2014

Voorjaarsvakantie

24 februari tot en met 28 februari 2014

Meivakantie

18 april tot met 5 mei 2014

Hemelvaart

29 en 30 mei 2014

Pinksteren

9 juni 2014

Zomervakantie

7 juli tot en met 15 augustus 2014

Dit schooljaar hebben wij studiedagen op de volgende data: Donderdag 3 oktober 2013 Woensdag 27 november 2013 Dinsdag 28 en woensdag 29 januari 2014

49


Namen en Adressen

De school Hemsterhuisstraat 87A 1065 JX AMSTERDAM Tel. 020-6152736 Fax 020-6152709

College van Bestuur Bureau AMOS: Gebouw Aeckerstijn Baden Powellweg 305j, 1069 LH AMSTERDAM Tel. 020-4106810

Voorzitter MR J. Boekhoff Email MR: mr@proregeschool.nl

De Ouderraad Correspondentieadres: Hemsterhuisstraat 87A 1065 JX AMSTERDAM

Penningmeester Ouderfonds en stichting Vrienden van Pro Rege Dhr H. Maul

Voorzitter BAC Mevr. J. le Comte E-mail bac@proregeschool.nl

Leerplichtambtenaar Mevr N. Adlani Pieter Calandlaan 1 1065 KH AMSTERDAM Tel. 020-7989111

50

Schoolbegeleidingsdienst Stichting A.B.C. Baarsjesweg 224 1058 AA AMSTERDAM Tel. 7990010


Schoolarts Jan Tooropstr.5 1062 BK Amsterdam Tel. 5555783

Naschoolseopvang Stichting Catalpa Vestiging “De Tuuf” Lobo Braakensiekstraat 4 1065 HN Amsterdam Tel. 020-4082979 Vestiging Kings and Queens Hemsterhuisstraat 87b 1065 JX Amsterdam

Schooltandarts N. Naaraat M. Bauerstraat 30 1062 AR Amsterdam Tel. 6166332

TSO Stichting Catalpa TSO coördinator Bernice Ford Tel. 06-11799226

51


Schoolgids 2013-2014

52

Hemsterhuisstraat 87A 1065 JX AMSTERDAM Tel. 020-6152736 Fax 020-6152709


Pro Rege schoolgids 2013 2014