Page 1

Nr. 3 / 2016 / Jaargang 5 – Een uitgave van MedWay

ACHTERGROND E-nose ‘ruikt’ longziekten

INTERVIEW

Westerse leefstijl van invloed op allergisch astma

FOCUS

Therapietrouw longpatiënt blijft cruciaal


INHOUD

VOORWOORD

FOCUS

4

Astma en COPD MEDISCH NIEUWS

8

INTERVIEW DR. GERT JAN BRAUNSTAHL

10

Longarts St Franciscus Ziekenhuis Rotterdam

Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

SELECTIE

13

Tips & trucs INTERVIEW STEFFEN KNOT,

14

LONGVERPLEEGKUNDIGE Goede inhalatietechniek levert zorgwinst op VOEDINGSWAARDE

16

COLUMN

18

Frans-Joseph Sinjorgo SELECTIE

19

Tips & trucs INTERVIEW DR. RANNY VAN WEISSENBRUCH 20 KNO-arts Wilhelmina Ziekenhuis Assen OPINIE HANZEHOGESCHOOL GRONINGEN 22 Dr. Wolter Paans COLUMN

24

Lucht! Als huisarts blijft het een grote uitdaging om de praktijk dusdanig te stroomlijnen dat patiënten snel geholpen zijn, de bereikbaarheid hoog is en dat de druk op de praktijk te overzien blijft. Zodat u probleemgevallen ook adequaat de tijd en ruimte kunt geven als daarom wordt gevraagd. Hoewel natuurlijk erg generaliserend, is het een feit dat astma- en met name COPD-patiënten een groep chronische patiënten is die niet alleen te kampen heeft met kortademigheid, maar ook met tal van andere ziekten. Eerder dit jaar nog meldde het Centraal Bureau voor de Statistiek dat mensen met chronische longziekten astma en COPD zich minder gezond voelen dan mensen zonder een longaandoening en vaker psychische klachten hebben. Daarnaast geldt voor COPD-patiënten dat zij vaker dan gemiddeld één of meer andere chronische aandoeningen zeggen te hebben.

Apotheker Herman Bruins ACHTERGROND

25

Salford Lung Study CULTUREEL

28

COPD en anderstalige patiënten ACHTERGROND

30

Het longfonds over de E-Nose

COLOFON

Uw personeel onze zorg

MedWay B.V. Westkadijk 10, 3861 MB Nijkerk 033 - 247 11 71

HuisartsenService is een kwartaalmagazine en wordt gratis verspreid onder huisartsen. Wilt u HuisartsenService ook ontvangen of wilt u een adreswijziging doorgeven mail dan naar info@huisartsenservice.nl UITGEVER: MedWay BV, Postbus 1199, 3860 BD Nijkerk, 033-2471171 info@medwaybv.nl / www.huisartsenservice.nl / info@huisartsenservice.nl COÖRDINATIE MAGAZINE EN ADVERTENTIE EXPLOITATIE: Claudine van Peperstraten, peperstraten@huisartsenservice.nl 06-12971011 REDACTIE: buro33, Edgar Kruize / Esther Schulting, www.buro33.nl ONTWERP EN DTP: PHprojecten DRUK: Platform P COPYRIGHT: Op alle artikelen en fotografie in dit magazine rust auteursrecht. Prijswijzigingen en drukfouten voorbehouden. Gebruik of verspreiding zonder toestemming van de uitgever is verboden. DISCLAIMER: MedWay BV en bij deze uitgave betrokken medewerkers aanvaarden geen enkele aansprakelijkheid voor mogelijke gevolgen die zouden kunnen voortvloeien uit het gebruik van de in deze uitgave opgenomen informatie. Uitspraken die worden gedaan in de gepubliceerde interviews zijn van de geïnterviewde en hoeven niet overeen te komen met de mening van de redactie.

3

Astma en COPD hebben dus een behoorlijke invloed op de gezondheid en de kwaliteit van leven. Bijna zes procent van de bevolking rapporteert aan astma te leiden en bijna vijf procent aan COPD. Zoals u in deze editie van HuisartsenService kunt lezen uit monde van diverse huisartsen en longspecialisten, zijn al die mensen het best gebaat bij een persoonlijk, op maat gemaakt behandelplan. Daarin ligt voor de komende jaren een uitdaging, want hoe los je dit op zonder dat u en uw medewerkers het benauwd krijgen van de groeiende druk op de praktijk? Goede voorlichting en begeleiding is essentieel, zodat de patiënt het ziektebeeld zelf goed kan managen. Het tussentijds controleren of het medicijngebruik wel naar behoren is, is daarbij onontbeerlijk. Ook hiervoor zijn oplossingen, waarover u in dit magazine meer leest. Het vraagt wat investering in met name tijd. Maar wat u én uw patiënten er voor terug krijgen is meer lucht. Meer informatie? Schroom dan niet contact met ons op te nemen. En deel uw ideeën vooral met elkaar, bijvoorbeeld via twitter @Huisartsenserv Voor nu wensen wij u in ieder geval veel leesplezier! Dirk-Jan Kruithof Uitgever

huisartsenservice


FOCUSX

DOOR HuisartsenService

Astma en COPD benauwen eerstelijnszorg

De chronische zorg is in de meeste eerstelijnscentra goed geregeld, met focus op onder meer diabetes, cardiovasculair-risicomanagement of ouderenzorg. In hetzelfde rijtje staat astma/COPD als verzamelnaam voor chronische longziekten. Hoewel het in één categorie geschoven is, zijn het twee uiterst verschillende aandoeningen, die elk zo hun eigen problematiek hebben die het lastig maken om de kwaliteit van zorg en uiteindelijke kwaliteit van leven van de groep patiënten efficiënt te optimaliseren.

V

olgens het Longfonds zijn er op dit moment in Nederland ruim een miljoen mensen die te kampen hebben met een longziekte. Hiervan hebben ongeveer 565.000 mensen astma en bijna 600.000 mensen COPD. In de meeste gevallen is het de huisarts die voor de chronische zorg van deze patiënten verantwoordelijk is, de aandoeningen zijn onomkeerbaar. Focus ligt dus op het management van de ziekte en op een verhoging van de kwaliteit van leven. Waar de huisarts in veel gevallen mee te kampen heeft, is ‘therapieontrouw’ in de breedst mogelijke zin van het woord. Het is namelijk niet altijd een bewuste keus om een behandeltraject niet optimaal te volgen. De oorzaken liggen bij elke patiëntengroep echter anders. VERANTWOORDE KEUZE Astma komt als aandoening bij vrijwel alle leeftijden voor. Gemiddeld zijn er meer vrouwen dan mannen met de aandoening en onder de ongeveer 565.000 patiënten bevinden zich zo’n 103.000 kinderen. Hoewel de grootste groei in prevalentie er inmiddels uit lijkt te zijn, wordt verwacht dat het aantal mensen met astma de komende jaren toe zal blijven nemen. Het behandeltraject is helder vastgelegd in de NHG-richtlijnen, toch gebeurt het nog regelmatig dat patiënten hun medicijngebruik niet op orde krijgen. Dat heeft meerdere oorzaken. Een probleem is dat er op dit vlak (te) veel medicatie op de markt is. Huisartsen zien door de bomen het bos niet meer, terwijl niet elk medicijn of elke

4

huisartsenservice

puffer geschikt is voor iedere patiënt. Recent is er door een groep verzamelde huisartsen in Zuid-Limburg, met behulp van de afdeling longziekten van het academisch ziekenhuis Maastricht UMC+, een selectie gemaakt voor longmedicijnen. Dit in een poging tot het minder, beter en goedkoper voorschrijven ervan. De Zuid-Limburgse artsen noemen het een ‘opschoonactie’, die navolging moet krijgen in de rest van het land. “De huisartsen zeiden tegen ons, medisch specialisten: jongens, help eens even. Met het maken van een verantwoorde keuze dus”, zo onderbouwde hoogleraar Geertjan Wesseling van het MUMC+ in het NRC de gemaakte selectielijst, die van de 130 tot 140 opties die er op medicijnengebied zijn zo’n 100 heeft laten sneuvelen. Hoewel deze elkaar in kwaliteit amper ontlopen, was de schifting volgens de artsen noodzakelijk, omdat de voorschrijvende huisartsen door het grote aanbod het kaf van het koren niet meer konden scheiden. Wesseling geeft in het NRC aan dat er ook nog iets bijkwam. “Steeds vaker werd in de apotheek iets anders geleverd dan wat in de spreekkamer was gedemonstreerd. Voor al die puffertjes gelden heel verschillende gebruiksaanwijzingen en als je het ene apparaatje demonstreert, maar het andere meegeeft, dan staat de arts voor joker. Dat schaadt het vertrouwen in de arts en dat heeft, zo leert onderzoek, een negatief effect op de ‘therapietrouw’. Bij inhalatie is de therapietrouw toch al minder dan bij het slikken van pillen, doordat puffertjes bewerkelijker zijn – en vaak minder snel werken.” 5

huisartsenservice

VERDAMPENDE KOSTEN Dat laatste is een signaal dat HuisartsenService ook is opgevallen. Juist het niet optimaal gebruiken van inhalatiemiddelen, zorgt voor veel frustratie. Bij de patiënt, omdat het voorgeschreven middel ogenschijnlijk niet (genoeg) helpt, bij de behandelaar, omdat de patiënt zich niet aan de therapie houdt (of dat wel doet, maar deze niet het beoogde effect heeft) en uiteraard op macro-economische schaal bij de financierende partijen die hier veel zorggeld letterlijk en figuurlijk zien verdampen. Vandaar dat HuisartsenService een van de partners is in het project Inhalatie Management Service, dat zorgverleners ondersteunt bij het evalueren en optimaliseren van de inhalatietechniek bij hun patiëntenpopulatie. Meer over dit project leest u vanaf pagina 14 in dit magazine en het is net als de actie van de Zuid-Limburgse huisartsen een zeer actuele ontwikkeling, die inspeelt op de problematiek die is geconstateerd over de volledige zorglinie en waar een keur aan direct betrokken partijen in de eerste- en tweedelijnszorg nu de schouders onder zet om hier verbeterslagen te maken. GROEIENDE DOODSOORZAAK COPD is een ander te tackelen beest met zo zijn eigen problemen. Hier is therapieontrouw vaak niet het resultaat van een niet goed werkend (of niet goed gebruikt) medicijn, maar ligt het grote probleem in heel veel gevallen bij onwil van de patiënt, waarvan wordt gevraagd een jarenlang in stand gehouden en


“Bij inhalatie is de therapietrouw al minder dan bij het slikken van pillen, doordat puffertjes bewerkelijker zijn – en vaak minder snel werken” ongezonde levensstijl op te geven. Dat vraagt voor de eerstelijnszorg een volledig andere benadering van dergelijke patiënten met een longaandoening. COPD staat in Nederland op de zesde plaats van ziektes die de hoogste sterfte veroorzaken en ons land telt ruwweg 600.000 COPD-patiënten. Waar astma over de volledige populatie voorkomt, openbaart COPD zich meestal pas op latere leeftijd nadat het zich jarenlang heeft kunnen ontwikkelen, al is het in sommige gevallen ook een gevolg van een eerdere erfelijke aandoening. Hoewel er zeker bij jongeren steeds meer besef ontstaat wat roken kan doen, voorspelt de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) dat het aantal COPD-gevallen vooralsnog zal blijven groeien. Cijfers tonen dit ook nu al aan; in Nederland is het aantal sterfgevallen door COPD het afgelopen jaar met 20 procent gestegen ten opzichte van het jaar ervoor, aldus recente cijfers van het Centraal Bureau voor Statistiek. Verwacht wordt dat het rond 2020 de derde doodsoorzaak in Europa en dus ook Nederland is. KLACHTENPAKKET Een groot probleem daarbij is dat COPD – omdat het doorgaans op latere leeftijd gediagnosticeerd wordt – vaak onderdeel is van een veel groter klachtenpalet. Deze klachten worden nog te vaak door de eerstelijnszorg niet optimaal gecombineerd. In de laatste herziening van de NHG-standaard is de focus gelegd op de ziektelast voor een patiënt die de ernst van COPD bepaalt, en daarnaast is er meer

aandacht voor de behoeften van de patiënt en diens zelfmanagement. Uitgangspunt is dat de huisarts het gros van de COPD-patiënten met een lichte of matige ziektelast zelf kan volgen en behandelen, waarbij het in samenspraak met de patiënt opstellen van persoonlijke behandeldoelen centraal staat en waarbinnen een deel van de zorg (voorlichting, hulp bij stoppen met roken, spirometrie, inhalatie-instructie en monitoring) bij de praktijkondersteuner kan worden ondergebracht. Dat laatste is goed geregeld, maar gaat voorbij aan de bredere problematiek die er in veel gevallen bij de patiënt bestaat. Als een praktijkondersteuner een patiënt behandelt vanuit één ziektebeeld, is de patiënt daar zeker niet altijd bij geholpen. Begin dit jaar trokken bezorgde longartsen en huisartsen hierover aan de noodklok. Zij stelden dat COPD-patiënten vaak overbehandeld worden en dat die medicatie, zeker door het gebruik van inhalatiecorticosteroïden, niet altijd goed samengaat met andere aandoeningen. “Mensen met COPD zijn vaak wat ouder en slikken soms ook bloedverdunners, die hetzelfde effect op de huid en bloedvaten hebben. Door inhalatiecorticosteroïden wordt dat nog eens versterkt”, zo stelde longarts Frits Franssen van de beroepsvereniging voor longartsen NVALT in De Volkskrant. Strekking van dat verhaal was dat juist die inhalatiecorticosteroïden die door veel (huis)artsen worden voorgeschreven niet altijd bijdragen tot een betere gezondheid. ‘Inhalatiecorticosteroïden zijn volgens de artsen bij een grote groep COPD6

huisartsenservice

patiënten niet alleen nutteloos en duur, de kans op longontsteking wordt ook hoger’, zo valt te lezen in het artikel dat een normale kans van 13 procent meldt en deze kans in het geval van het gebruik van inhalatiecorticosteroïden op 18 procent zet, aangevuld met mogelijke bijwerkingen als botontkalking, heesheid en schimmelinfecties in de mond en keel. VROEGER OPSPOREN Juist omdat COPD vaak pas op latere leeftijd wordt gediagnosticeerd, is de schade die is berokkend door de aandoening regelmatig al aanzienlijk. Er gaan steeds meer geluiden op om door alertheid van de huisarts de longziekte eerder op te sporen. Vroege opsporing kan leiden tot een betere behandeling. Deze trend wordt gesterkt door onderbouwing vanuit het proefschrift dat huisarts Jos Dirven eerder dit jaar publiceerde. Dirven heeft in zijn onderzoek ongeveer tienduizend mensen tussen de veertig en zeventig jaar een lijst met acht vragen laten beantwoorden. Hieruit bleek dat ruwweg twee van de drie ‘gezonde’ proefpersonen aan COPD-gerelateerde klachten had, terwijl ze hiervoor nooit naar de huisarts zijn geweest. Na een spirometrie bleek een groot deel daarvan COPD te hebben. Het is dus evident dat patiënten veel eerder geholpen kunnen worden en hoewel het effect daarvan op de zorgkosten nog duidelijk moet worden, is dit een taak die de komende jaren veel prominenter op het bord van de huisarts zal komen te liggen. 7

huisartsenservice


DOOR Edgar Kruize

‘Vaste huisarts zorgt voor langer leven’

Oudere patiënten die niet of amper van huisarts wisselen, hebben over een periode van 14 jaar zo’n 20 procent minder kans te overlijden dan patiënten die vaak wisselen. Dat blijkt uit onderzoek van onderzoeker/huisarts Otto Maarsingh in samenwerking met de universitaire praktijk van het VUmc. “Ook in de Toekomstvisie Huisartsen 2022 staat het prominent genoemd: huisartsgeneeskunde is generalistisch, persoonsgericht en continu”, aldus de onderzoeker. “Maar opvallend genoeg is zelden getoetst of continuïteit ook daadwerkelijk gezondheidswinst oplevert.” Maarsingh en het team van VUmc hebben deze hypothese getoetst voor de oudere populatie en zijn jaren met dit onderzoek bezig geweest op basis van een maat voor continuïteit van zorg. Binnen deze zogenaamde Continuity Of Care-score werd de mortaliteit afgezet tegen het aantal huisartswissels. De patiënten die niet of amper zijn gewisseld, bleken doorgaans het langst te leven. Maarsingh zegt dat

één onderzoek niet zaligmakend is en de uitkomst niet te verklaren is door potentiële confounders: “Daar moet je natuurlijk rekening mee houden. Wisselen mensen met een ongezonde leefstijl bijvoorbeeld vaker van huisarts, omdat ze moe worden van het gezeur over roken? We halen het niet uit deze data. We hebben naar heel veel factoren gekeken, sociaaleconomische, demografische, comorbiditeit, roken, drinken, depressie, persoonlijkheid: ze waren gelijk verdeeld over de vier groepen.”

‘Fysiotherapie bij moeilijk behandelbare astma in basisverzekering’

Het Longfonds heeft eerder dit jaar gepleit voor een vergoeding van fysiotherapie bij patiënten die hun astma moeilijk onder controle krijgen maar wel gebaat zijn bij fysiotherapie. Reden om hier aandacht voor te vragen, is dat COPD-patiënten vanaf een bepaalde fase in het ziekteproces de fysiotherapiebehandeling wel vergoed krijgen. “Mensen met moeilijk behandelbaar astma kampen met dezelfde klachten, maar krijgen niet dezelfde behandeling. Dat voelt onrechtvaardig”, aldus Hendrien Witte, directeur van de Longfonds 8

huisartsenservice

patiëntenvereniging. Alex van ‘t Hul van het Radboud UMC in Nijmegen deelt in de oproep vanuit het longfonds deze mening. “‘Fysiotherapie en begeleid bewegen helpen hen om grip te krijgen op hun astma en hun leven. Het kan een positieve invloed hebben op de kwaliteit van leven, die niet kan worden bereikt met het louter voorschrijven van medicijnen.” Het Longfonds roept mensen op om hun ervaring met dit probleem te melden via het meldpunt longzorg en gaat reacties bundelen ter ondersteuning van hun pleidooi.

op de niet-spoedeisende telefoonlijn, namen slechts twee de telefoon binnen de wettelijk gestelde norm van twee minuten op. Op basis van deze cijfers hebben de diverse betrokken partijen aangegeven snel in gesprek met elkaar te willen.

Miljoenen voor studies naar longziekten

Huisartsenposten slecht bereikbaar

Huisartsenposten kunnen de stijgende zorgvraag heel slecht aan, zo blijkt uit de jaarlijkse inventarisatie van de huisartsenposten zelf. Met name in de avond-, nacht- en weekenduren staat de bereikbaarheid steeds verder onder druk en gelijktijdig hebben steeds meer zorgvragen een ‘dwingend karakter’. De vergrijzing wordt als een belangrijke factor aangewezen in de groeiende zorgvraag. Kwetsbare patiëntengroepen zoals ouderen en mensen met psychische klachten blijven langer thuis wonen en zorgen daardoor voor een grotere zorgvraag, ook buiten de reguliere kantooruren. De huisartsenposten in Nederland deden in 2015 ruim 4,1 miljoen verrichtingen, een duidelijke stijging ten opzichte van voorgaande jaren. De Consumentenbond heeft eveneens onderzoek gedaan en noemt de telefonische wachttijden ‘ontmoedigend lang’. Van de 40 huisartsenposten die elk twintig maal gebeld zijn

Met de steun van donateurs wil het Longfonds (voorheen Astma Fonds) 2,1 miljoen euro gaan uittrekken voor drie grote studies naar longziekten. Het expertisecentrum CIRO in Horn ontvangt een beurs voor een studie naar ernstige moeheid bij COPD. Het Maastricht UMC+ onderzoekt met de financiële steun de inzet van stamcellen, om longproblemen bij te vroeg geboren baby’s aan te pakken. Vanuit het AMC Amsterdam richt een team onderzoekers zich op medicijngebruik bij kinderen die hun astma niet onder controle krijgen. Voorwaarde voor de steun is dat de kennisinstellingen nauw samenwerken. “Met slagkracht en focus komt wetenschappelijk onderzoek sneller tot resultaten, waar mensen met een longziekte bij gebaat zijn”, aldus Longfondsdirecteur Michael Rutgers. “Deze drie onderzoeken zijn geselecteerd door de Wetenschappelijke Advies Commissie, waarin wetenschappers, zorgverleners én mensen met een longziekte zijn vertegenwoordigd.”

Vrouwen met hartklachten pas Roken steeds laat naar huisarts minder sociaal reguliere cardiologen het probleem toch vaak niet tijdig signaleren.

Vrouwen met hartklachten, gaan gemiddeld pas na twee jaar naar de huisarts. Ongeveer vijf jaar na de eerste klachten belanden ze voor de eerste maal bij een cardioloog, zo blijkt uit een enquête van vrouwenblad Libelle in samenwerking met onderzoeksbureau Terraknowledge, cardioloog Janneke Wittekoek en de Hartstichting. Uit het onderzoek blijkt dat zowel Nederlandse vrouwen, veel huisartsen als cardiologen de vrouwspecifieke risicofactoren voor hart- en vaatziekten niet herkennen. Zowel uit de enquête als de bevindingen van cardiologen, blijken een vervroegde overgang, een verhoogde bloeddruk tijdens de zwangerschap en migraine onvoldoende als risicofactor gesignaleerd te

worden. Een derde van de vrouwen wijst haar gezondheidsklachten toe aan stress. “Een jaar na een hartinfarct is het sterftecijfer bij vrouwen hoger dan bij mannen. Dit komt onder andere doordat het infarct bij vrouwen vaak groter is, juist vanwege die vertraging”, aldus cardioloog Wittekoek. Uit een rondgang langs veertien vrouwencardiologen in Nederland blijkt dat vrouwen minder vaak dan tien jaar geleden als ‘een zeur’ worden weggezet bij hartklachten, maar dat zowel huisartsen als 9

huisartsenservice

acceptabel

Roken in het openbaar wordt in Nederland steeds minder sociaal acceptabel gevonden. Dit blijkt uit een tien jaar durend onderzoek van de Universiteit van Maastricht, waarbinnen in totaal 180.000 Nederlanders zijn ondervraagd. Uit de resultaten blijkt dat in jonge leeftijdsgroepen de acceptatie sneller is gedaald dan in hogere leeftijdscategorieën. Vooral jongeren hebben in toenemende mate moeite met rookgedrag in het openbaar, zoals bij het openbaar vervoer en rond scholen; plekken waarbinnen roken al verboden is. Roken in de auto bij niet-rokers vinden relatief veel ondervraagden eveneens onacceptabel. Alleen roken in cafés blijft vrij acceptabel, ook al geldt hier een rookverbod. “De mening van Nederlanders over roken op straat is redelijk stabiel gebleven. Op terrassen is de acceptatie licht gedaald”, aldus onderzoeksleider Karin Hummel. Opvallend is ook de verminderde acceptatie van thuisroken, zeker als er kinderen zijn. Waar in 2005 nog 62 procent niet rookte in een huis met kinderen, is dit percentage inmiddels gestegen naar 77 procent.


INTERVIEW X

DOOR Edgar Kruize

Gert-Jan Braunstahl “Er is een duidelijk verband tussen de ‘westerse levensstijl’ en het aantal gevallen van allergisch astma” Allergisch astma kan een grote impact op de kwaliteit van leven hebben. Toch wordt bij deze vorm van astma niet altijd optimaal vastgesteld welk allergeen de voornaamste oorzaak is van de allergie en hoe de patiënt optimaal behandeld kan worden. Een goede en vroegtijdige diagnostiek kan helpen om een patiënt adequaat te helpen, zo stelt longarts Gert-Jan Braunstahl, werkzaam in het Sint Franciscus Gasthuis te Rotterdam. Door mensen die er niet dagelijks mee te maken hebben, wordt elke vorm van astma op de grote hoop gegooid. Toch is het overgrote deel van de gevallen van astma aan een allergie gerelateerd. Allergisch astma wordt gekenmerkt door een specifieke hyperreactiviteit van de luchtwegen op de inhalatie van bepaalde allergenen, waar ‘niet-allergisch’ astma vaak een niet-aantoonbare oorzaak heeft. “Of tenminste, dat hoeft niet altijd zo te zijn”, vertelt longarts Braunstahl. “Het is heel goed mogelijk dat een patiënt die niet de diagnose allergisch astma heeft, alsnog astmaklachten heeft ontwikkeld door overgevoeligheid voor een bepaald allergeen dat niet aantoonbaar is. Het is voor een juiste behandeling heel belangrijk om dit altijd in het achterhoofd te houden. Standaard wordt getest op de zeven meest voorkomende allergenen. Als een patiënt hierop een negatieve screening heeft, maar er een sterk vermoeden bestaat op een allergische trigger, dan heeft het zeker nut om verder te blijven zoeken.”

GOEDE ANAMNESE Mensen met astma hoeven niet altijd een allergie te hebben en andersom hoeven mensen met allergieën niet altijd astma te hebben. Toch is allergisch astma een veel voorkomende aandoening in combinatie met allergie. Braunstahl heeft zich in zijn werkzaamheden gespecialiseerd in astma. In 2001 is hij gepromoveerd op de relatie tussen allergische rhinitis en astma en in 2007 heeft hij binnen het Sint Franciscus Gasthuis een speciaal spreekuur voor patiënten met luchtwegallergie en astma opgezet. De afdeling Expertisecentrum Astma & COPD SFG Rotterdam is erkend door Samenwerkende Topklinische opleidingsZiekenhuizen (STZ) als expertisecentrum voor astma en respiratoire allergie. Vanuit die positie ziet Braunstahl dat de eerstelijnszorg de NHG-richtlijn astma doorgaans goed wordt nageleefd. “Vanuit het uitgangspunt dat – al dan niet allergisch – astma als diagnose zeker wordt overwogen als een patiënt binnenkomt met aanhoudende hoestklachten, kortade-

10

huisartsenservice

migheid of benauwdheid of een piepende ademhaling. Een goede anamnese is onontbeerlijk en indien de klachten wijzen op astma, kan verder worden gekeken of het al dan niet allergisch is en kan er spirometrisch onderzoek worden gedaan, et cetera. Wat wij echter vaak zien, is dat bij klachten die in eerste instantie minder specifiek met de longen te maken hebben, astma ook minder snel wordt overwogen. Denk hierbij aan bijvoorbeeld vermoeidheidsklachten en/of conditievermindering. Er kunnen meerdere consulten nodig zijn om in dergelijke gevallen tot de juiste diagnose te komen.” Het lastige met het stellen van de diagnose allergisch astma, is dat de luchtwegen meestal wel, maar niet altijd direct op een prikkel reageren. “Het loont dus om in de anamnese goed door te vragen naar niet alleen leefpatroon en eventueel reeds bekende allergieën, maar ook naar werk en hobby’s, of andere plekken waar de patiënt mogelijk in aanraking kan komen met allergenen.” WESTERSE LEVENSSTIJL Allergisch astma is een aandoening die voor een groot deel wordt veroorzaakt door een ‘westerse’ levensstijl, zo geeft Braunstahl aan. De groei in prevalentie is met name in de periode 1970-2000 goed zichtbaar geweest en sindsdien is het percentage patiënten in Nederland in ieder geval relatief stabiel gebleven. “Ik kan natuurlijk niet in de toekomst kijken, maar ik ga er vanuit dat het percentage de komende tijd in ieder geval stabiel zal blijven. De grootste


e i t c e l Se DOOR Esther Schulting

stijging hebben we gehad, al moet je daarbinnen ook zeker rekening houden met het feit dat in die periode de alertheid op allergisch astma is toegenomen. Dit onder meer ook door de betere diagnostische mogelijkheden die in die jaren zijn ontstaan. In die periode is echter ook de manier van leven enorm veranderd en je ziet dat de westerse mens min of meer parallel daaraan meer allergieën heeft ontwikkeld. In industrieel opkomende landen waar normaliter dergelijke allergieën minder voorkwamen, bijvoorbeeld China, zie je nu ook een snelle stijging van dit soort klachten. Er is dus een duidelijk verband tussen de veranderende omgevingsfactoren en het aantal gevallen van allergisch astma. Dat zie je zelfs op kleinere schaal al, er is in ons land een significant verschil in het aantal patiënten die in een stedelijk gebied wonen, in vergelijking met mensen die in een meer groene omgeving wonen en waar allergisch astma minder voorkomt. Vandaar dat een huisarts bij de anamnese goed door moet vragen naar dergelijke omgevingsfactoren.” COACHENDE ROL Als longarts constateert Braunstahl ook de elders in dit magazine uitgebreid aan bod komende problemen die patiënten kunnen hebben met hun medicatie. “In theorie is een patiënt heel goed in staat om zelf om te gaan met zijn of haar ziektebeeld. Daar wordt in de NGH-richtlijn astma ook de focus op gehouden. De huisarts heeft een coachende rol, waarbij de patiënt zelfstandig keuzes maakt bij het leven met de aandoening. Wij zien de patiënt doorgaans maar heel kort in de tweedelijn en zien vooral de patiënten met echt grote problemen. Het is echter wel zo dat er zorgwinst te behalen valt bij beter en meer efficiënt medicijngebruik. Want wij zien in de tweedelijn ook mensen die door een slechte inhalatietechniek of verminderde therapietrouw in

“Toch is allergisch astma een veel voorkomende aandoening in combinatie met allergie” de problemen komen. Therapieontrouw komt helaas vaak voor omdat een ziekte als astma door de patiënt toch wat minder levensbedreigend wordt ervaren, dan pijn op de borst waarmee ze bij de cardioloog belanden. Medicatiegebruik dient echt op maat te worden voorgeschreven, wil het goed in het leefpatroon van een patiënt passen. Als longarts zie ik regelmatig mensen die veel baat hebben bij een ander soort inhalator of een andere innamefrequentie. In de NHG-richtlijn astma staat de aanbeveling dat de huisarts ervaring opdoet met een beperkt aantal inhalatoren en dat is goed begrijpbaar. Het aantal verschillende producten dat op de markt komt, is bijna niet bij te houden. Maar het is zeker goed om dat beperkte aantal niet terug te brengen tot slechts één type, ook al is dat wel makkelijk. Want daarmee is zeker niet iedere patiënt goed geholpen en wordt therapieontrouw in de hand gewerkt.” ADEQUAAT LONGFUNCTIEONDERZOEK De huisarts – of door hem aangewezen behandelaar zoals een praktijkondersteuner, longconsulent of longverpleegkundige – als ‘coach’ heeft tevens de taak om patiënten in een nieuwe levensstijl te begeleiden. Dat kan op het gebied van het aanmoedigen om te stoppen met roken, voldoende te bewegen, een even-

12

huisartsenservice

wichtiger voedingspatroon na te streven, het vermijden van prikkels die de klachten veroorzaken of verergeren, et cetera. Braunstahl maakt zich vanuit zijn eigen expertise tevens hard voor gewichtsreductie en noemt obesitas tevens een klacht die de eventuele aanwezigheid van (allergisch) astma camoufleert, maar ook een klacht die een heel eigen vorm van astma met zich meebrengt. “Ook hier weer zie je de effecten van de veranderde levenswijze van de ‘westerse mens’, obesitas komt veel meer voor dan 20 à 30 jaar geleden. Mensen met overgewicht hebben vaker last van benauwdheid of kortademigheid dan niet-obese mensen. Het resultaat wat betreft gestelde diagnoses is tweeledig, zo blijkt uit onderzoek dat vanuit onze afdeling van het Sint Franciscus Gasthuis is gedaan. Bij sommige patiënten met obesitas wordt ten onrechte de diagnose astma gesteld. Hun kortademigheid is rechtstreeks toe te schrijven aan hun lichaamsgewicht. Andere patiënten blijken de diagnose astma onterecht niet te hebben gekregen. Het is dus van heel groot belang dat zeker in gevallen van overgewicht een adequaat longfunctieonderzoek wordt verricht. Temeer daar er in dit geval permanent iets aan de astmatische klachten gedaan kan worden. Ons onderzoek heeft uitgewezen dat dikkere mensen doorgaans een ander type astma ontwikkelen dan nietobese patiënten. Uit ons onderzoek blijkt tevens dat in deze gevallen gewichtsverlies leidt tot het beter onder controle krijgen van de astmaklachten, gekoppeld aan minder medicijngebruik én een verbetering van de longfunctie. Waar astma bij niet-obese patiënten een chronische ziekte is, kan het in deze gevallen volledig verdwijnen en dat is een heel belangrijk verschil. Ons advies aan huisartsen is dan ook om ook hier bij het stellen van een diagnose goed naar te kijken.”

TIPS & TRUCS

SPANNEND LEESVOER De Scandinavische schrijver Samuel Bjørk (pseudoniem voor Frode Sander Oien) debuteerde in 2015 met het succesvolle ‘Ik reis alleen’. Een intrigerende thriller die zich afspeelt op het Noorse platteland en vele wendingen en verhaallijnen kende. Met De Doodsvogel leverde hij zijn tweede boek af. Met wederom in de hoofdrol speurneuzen Holger Munch; de norse maar doortastende kettingrokende inspecteur en de emotioneel instabiele rechercheur Mia Krüger. Ook nu een pageturner die tot de laatste bladzijde boeit. Niet geschikt voor mensen met een zwak hart. Ik reis alleen | De doodsvogel – o.a. via Bol.com en Bruna.nl

KUNSTGEBIT IN JE DRANKJE Net als vroeger op het nachtkastje van oma; een kunstgebit in je drankje! De siliconenvorm voorzie je van water, in de vrieskist en hopla, ijsblokjes in de vorm van kunstgebitjes. Leuk tijdens een feestje of een bedrijfsborrel. Zo brengt de ‘Frozen Smile’ een grote glimlach op ieders gezicht; succes verzekerd! O.a. via Megagadgets.nl en catootje.nl

WEEKENDJE MAASTRICHT In Maastricht heb je al snel het gevoel dat je in het buitenland vertoeft. Die Bourgondische gezellige sfeer, de vele leuke boetiekjes en restaurantjes en het – vaak – mooie weer, maken de stad aantrekkelijk. Nu nog een reden om een weekendje die kant op te gaan, want in Hotel Dis is het helemaal aangenaam verblijven. Er zijn zeven kamers en een loft, allemaal met een eigen karakter sfeervol ingericht. Daarnaast is er de galerie met wisselende kunst en een binnentuin op de begane grond. En dan hebben we het heerlijke verse ontbijt in de voormalige bierbrouwerij nog niet eens genoemd. Kortom, een aanrader! www.hoteldis.nl

2016-09alk-02

13

huisartsenservice


INTERVIEW X

DOOR Edgar Kruize

Steffen Knot

“Goede inhalatietechniek levert zorgwinst op” Het verkeerd gebruik van astmaen COPD-medicatie, is al jaren een belangrijk aandachtspunt in de zorg. Niet alleen in Nederland leidt verkeerd gebruik tot onnodig hoge zorgkosten en soms zelfs tot een verslechtering van de gezondheidssituatie van de patiënt. Om zorgverleners te ondersteunen bij het evalueren en optimaliseren van inhalatietechniek bij hun patiëntenpopulatie, is de Inhalatie Management Service ontwikkeld. Longverpleegkundige Steffen Knot is vanuit HuisartsenService/ MedWay bij dit project betrokken en ziet de impact die deze dienst kan hebben. “Iedereen die binnen de longzorg werkzaam is, weet dat het verkeerd gebruik van geneesmiddelen een behoorlijk probleem is”, aldus Knot. “Een probleem dat verschillende oorzaken heeft. In de loop der jaren zijn er veel meer verschillende inhalatoren beschikbaar gekomen, elk met hun eigen specifieke gebruiksinstructie. Ook al zijn er in Nederland eenduidige gedetailleerde inhalatieprotocollen die door de Long Alliantie Nederland zijn opgesteld, maken patiënten toch nog veel fouten bij het dagelijks gebruik van hun inhalatoren. De Inhalatie Management Service is een dienst die kan bijdragen om het inhalatieproces onder de loep te nemen en die zorgverleners kan ondersteunen bij het verbeteren van de kwaliteit van zorg voor hun astma/COPD-patiënten.”

de juiste inhalatietechniek, blijkt gewoon een heel lastige. Dat leidt over de hele linie doorgaans vaak tot meer medicatiegebruik, een hoger aantal ziekenhuisopnamen en het slechter onder controle hebben van de aandoening. Daar moet dus iets gebeuren.”

THERAPIEONTROUW Het door Knot aangehaalde probleem is in verschillende studies aangetoond. Zowel internationaal, als nationaal. In Nederland luidde de Long Alliantie Nederland enkele jaren terug al de noodklok middels het rapport ‘Goed Gebruik Inhalatiemedicatie astma en COPD’, dat is uitgebracht naar aanleiding van de introductie van preferentiebeleid bij inhalatiemedicatie en het daaraan gekoppelde streven naar het versterken van kwaliteit en doelmatigheid in het gebruik van inhalatiemedicatie. Het rapport stelt dat het merendeel van de longpatiënten fouten maakt bij inhaleren van de medicatie. “Wat wij nu in de praktijk zien, is dat het verkeerd gebruik bij vrijwel iedere arts over de volledige populatie voorkomt, waardoor de medicatie niet het gewenste of optimale effect heeft. Veel te vaak en te snel wordt er in dit kader meteen gesproken over ‘therapieontrouw’, dat vind ik te kort door de bocht. De weg naar 14

huisartsenservice

BETER BEHANDELRESULTAAT Met behulp van de Inhalatie Management Service, een kosteloze service, kunnen zorgverleners de inhalatiemanoeuvre van hun patiënten controleren en waar nodig kan deze geoptimaliseerd worden. Zij krijgen hiervoor over een periode van maximaal vijf werkdagen de beschikking over de Inhalatie Manager, een softwarepakket geïnstalleerd op een laptop met daaraan gekoppeld een digitaal handvat met pneumotachograaf. Hieraan is een placebo-inhalator bevestigd, overeenkomstig met de inhalator die de patiënt normaliter gebruikt. Hiermee wordt de inhalatiemanoeuvre van patiënten gevisualiseerd door middel van een inhalatiecurve die de flow in L/ min in de tijd weergeeft. Knot: “Per patiënt wordt ruim de tijd genomen, zo’n 20 à 30 minuten. Aan de hand van de resultaten die hieruit komen tezamen met de observaties van de hulpverlener, kan een objectief beeld worden geschetst van de inhalatiemanoeuvre van de patiënt. We zien inmiddels dat, afhankelijk van waar we met de Inhalatie Management Service aanwezig zijn, bij zo’n 75 procent van de patiënten de inha-

latietechniek niet optimaal is, wat ten koste kan gaan van de effectiviteit van de therapie. We raden dan ook aan om vooral aandacht te besteden aan patiënten waarbij er twijfel is over de effectiviteit van de medicatie, doordat zij bijvoorbeeld veel medicatie gebruiken of omdat het ziektebeeld niet onder controle komt. Juist als in zulke gevallen met behulp van de Inhalatie Manager inzichtelijk kan worden waar het misgaat, kan de zorgverlener de patiënt gerichte instructies en training geven om de individuele inhalatietechniek te verbeteren.” ZORGWINST Indien gewenst, kan de Inhalatie Management Service na een jaar herhaald worden. Volgens Knot is herhaling hoe dan ook een ondergeschoven kindje in de eerstelijnslongzorg. “Wat je nu ziet is dat er een keur aan partijen in de eerstelijnszorg uitleg geeft aan de patiënt over het medicijngebruik. Dat kan een apotheker of apothekersassistent zijn, de huisarts, een longverpleegkundige, een praktijkondersteuner, et cetera. Waardoor je op het vlak van uitleg vrij snel (kwaliteits)verschil kunt krijgen. Vervolgens wordt er echter in veel gevallen te weinig energie gestoken in een optimale begeleiding van die patiënt. Hierdoor worden eventuele problemen die iemand heeft met de inhalator en het gebruik daarvan, soms pas relatief laat opgemerkt. Wat wij als longverpleegkundigen, die bij de Inhalatie Management Service betrokken zijn, in ieder geval proberen te bereiken, is dat ook voor de ‘follow up’ meer aandacht komt bij de zorgverleners. Dat zij het belang zien van het herhalen van de inhalatie-instructie en met name bewust zijn van de zorgwinst die dat oplevert.” DEZELFDE TAAL Een ander doel is dat iedere partij binnen de longzorg ‘dezelfde taal’ spreekt, zo geeft Knot aan. Eind

2014 heeft de Long Alliantie Nederland het Rapport Goed Gebruik Inhalatiemedicatie gepubliceerd, dat focust op het met alle betrokken partijen gezamenlijk werken aan doelmatigheid van de zorg voor longpatiënten, in het bijzonder inhalatiemedicatie. Het is een oproep aan zorgverzekeraars, farmaceuten, apothekers, huisartsen, longartsen, kinderartsen, longverpleegkundigen en andere zorgverleners om aan de hand van de opgestelde protocol-

len gezamenlijk voor verbetering te zorgen. “Scholing is van groot belang om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Waarbij het de discussie blijft wie nu precies de uitgelezen partij is om de instructie van een inhalator te geven. Persoonlijk vind ik het vooral belangrijk dat het goed gebeurt, zodat de patiënt dezelfde instructie krijgt ongeacht door welke zorgverlener de instructie gegeven wordt. Daar is over de hele linie nog een flinke slag te slaan. Het is tevens van groot belang dat er follow-up plaatsvindt om te controleren of een patiënt na verloop van tijd nog steeds de juiste inhalatievaardigheden beheerst.” GEOPTIMALISEERDE TECHNIEK De Inhalatie Manager kan kosteloos in bruikleen worden gegeven voor een maximale duur van een werkweek. Volgens Knot kunnen in die relatief korte periode al goede resultaten worden behaald. “We zijn nu bijna een jaar bezig met deze service. 15

huisartsenservice

We hebben al op zo’n 100 locaties gewerkt, waarvan ik zelf bij ongeveer de helft aanwezig ben geweest om de inhalatieservice te begeleiden. Op basis van wat wij hier hebben gezien, kun je concluderen dat bij meer dan de helft van de patiënten met behulp van de Inhalatie Management service de inhalatietechniek verbeterd kan worden. Dat is echt heel aanzienlijk.”

Aanmelden voor de Inhalatie Management Service kan via de website www.care4lungs.nl. De criteria voor deelname zijn: • De instelling houdt zich dagelijks bezig met longzorg. Concrete voorbeelden hiervan zijn een specifiek longspreekuur, verzorgen van inhalatie-instructies, en/of de aanwezigheid van een medewerker met als specifiek aandachtsgebied longen. • De instelling maakt een medewer- ker verantwoordelijk die de Inhalatie Management Service coördineert en leidt. Deze persoon is tevens verantwoordelijk voor het gebruik en de inzet van de Inhalatie Manager. • Geografische ligging van de instelling om een gelijkmatige spreiding in Nederland te waar- borgen. • Het aantal astma- en COPD patiënten dat in aanmerking komt voor de Inhalatie Management Service dient toereikend te zijn. Na beoordeling van de aanvraag zal er contact worden opgenomen met uw zorginstelling door een gespecialiseerde verpleegkundige. Deze zal de verdere gang van zaken doorspreken en een datum plannen waarop de apparatuur geïnstalleerd en uitgelegd wordt.


VOEDINGSWAARDE X

DOOR Ellen Maarssen / Mieke van Maren

Supermarktketen mindert suiker in huismerkproducten De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) deed vorig jaar een oproep om minder suiker te consumeren. Het eten van te veel suiker kan leiden tot overgewicht en tandbederf. Als richtlijn wordt 25 gram suiker per dag gegeven met een maximum van 50 gram suiker per dag. Uit de voedselconsumptiepeiling uitgevoerd door de overheid blijkt dat de gemiddelde Nederlander 122 gram suiker per dag binnen krijgt. Deze hoeveelheid suiker komt voor een deel uit natuurlijke producten zoals fruit en aardappelen maar het overgrote deel krijgen we binnen via toegevoegde suikers. Deze suikers zitten voornamelijk in producten zoals koekjes, frisdrank en vruchtensappen. Albert Heijn heeft als eerste supermarktketen in Nederland initiatief genomen om de hoeveelheid suiker in 100 van zijn huismerkproducten 10 tot 40% terug te dringen. Daarnaast plaatst de supermarktketen een informatiewijzer bij het frisdrankschap, waarop consumenten kunnen zien hoeveel calorieën en suikers de frisdranken bevatten en hoe ze zijn gezoet. Het doel hiervan is om de consument een bewustere keuze te kunnen laten maken en een bijdrage te leveren aan het terugdringen van overgewicht. Het initiatief is een stap in de goede richting, hoewel de bijdrage van minder suiker in de ketchup niet zal leiden tot een grote vermindering in de dagelijkse suikerinname. Het vervangen van frisdranken en sappen door water en het mijden van koek en snoep levert pas echt resultaat op. Kindermarketing aan banden leggen, het goedkoper maken van gezond eten ten opzichte van ongezond eten zijn maatregelen die meer effect zullen hebben, maar het eerste stapje naar minder suiker en meer bewustwording is gezet.

Eten uit het seizoen Om voedselverspilling en de impact op het milieu te beperken zou je beter kunnen kiezen voor lokale groente en fruit uit het seizoen. De productie van groente en fruit is zeer belastend voor het klimaat. Het verbouwen, verpakken en transporteren verbruikt veel energie en genereert de uitstoot van CO2. Bovendien is er veel landbouwgrond en water nodig. In de supermarkt is niet meer duidelijk te zien welke producten seizoensgebonden zijn. Gelukkig zijn er verschillende kalenders waarop je kunt zien van welke groenten en wat voor fruit je kunt genieten in welk seizoen. 24Kitchen heeft bijvoorbeeld de Seizoenskalender en Milieucentraal heeft een groente- en fruitkalender die per product de mate van milieubelasting aangeeft. Deze laatste kalender is ook te downloaden als app. https://groentefruit.milieucentraal.nl/

16

huisartsenservice

Boekentips

x

Is het gezond om vlees te eten? Zijn superfoods gezonder dan andere voedingsmiddelen? Worden we dik van frisdrank? Op deze en nog veel meer voedingsvragen geeft Stephan Peters, voormalig kennismanager bij het Voedingscentrum, antwoord in zijn boek Gezond eten met gezond verstand. Het boek geeft een wetenschappelijk onderbouwd inzicht in een gezond eetpatroon.

Diabetes type 2? Maak jezelf beter van Karine Hoenderdos en Hanno Pijl. Een boek om zelf mee aan de slag te gaan om je bloedglucosewaarden onder controle te krijgen. Het geeft veel informatie over de nieuwste inzichten van de ziekte, voedingsadviezen en veel smakelijke recepten.

Eet als een expert is een no-nonsense boek over alle zin en onzin over voedingshypes, geschreven door vier mensen achter de voedingsblog ‘I’m a foodie’. Als lezer krijg je een kijkje in de keuken van de wetenschap waardoor je antwoord krijgt op de vragen wat is gezond, waarom en hoe doe je dat?

17

huisartsenservice


X COLUMN

TEKST Frans-Joseph Sinjorgo

e i t c e l Se DOOR Esther Schulting

De Gouldberg-variaties van Geert-Jan Wesseling Terwijl ik mij op deze column stort, luister ik naar het levensdoel van de pianist Jan-Willem Rozenboom. Als pianist van Guus Meeuwis heeft hij het aangedurfd om zijn vingers aan de Goldberg-variaties van Bach te branden. Na talloze malen de voor mij persoonlijk twee meest indrukwekkende versies, (Glenn Gould, en de mijns inziens grootste virtuoos ter wereld Keith Jarreth) tot het diepste van mijn ziel te hebben laten doordringen, begon ik nieuwsgierig maar gereserveerd naar de Goldberg-variaties van ene Jan-Willem te luisteren. Nu wil ik mijzelf zeker niet als een muziekkenner profileren, dus berust ik met het grootste gemak dat er over smaak altijd te twisten valt, en dat, wat door mij als mooi, door een ander als gruwelijk kan worden ervaren.

vatieve doorbraken laat echter zeker nog een aantal jaren op zich wachten, waardoor we voorlopig moeten roeien met de riemen die we hebben. Maar volgens een aantal coryfeeën en verzekeraars is er momenteel teveel van hetzelfde, wat de effectiviteit aantast en bezuiniging in de weg staat. Tijd voor actie! In het diepe zuiden streeft men blauwe zorg na. Vanuit de blauwe zorg (een variatie op het thema transmurale zorg) gedachte, horen wij longarts Geert-Jan Wesseling uitleggen dat blauwe zorg de schotten tussen eerste- en tweedelijn wegneemt, waardoor de samenwerking verbetert! Dankzij blauwe zorg kan men in samenwerking met de verzekeraar gezamenlijk de zorginkopen doen. In goed overleg zullen alle partijen inkoopafspraken kunnen maken, waardoor er miljoenen op producten die niets toevoegen en slecht werkende devices kunnen worden bespaard. De VGZ wrijft zich inmiddels in zijn handen en ziet met genoegen, hoe een thema wordt uitgekleed en de mogelijkheden tot variaties worden geminimaliseerd. Mijn vraag is echter of de muziek van de zorg hierdoor uiteindelijk wel mooier wordt. Er mogen dan misschien gouden bergen in het vooruitzicht worden gesteld, ik geloof binnen de zorg niet in eenheidsworsten. Persoonlijk geloof ik in de individuele persoonlijke creativiteit om zorg op maat mogelijk te maken. Ik benader goede zorg als een kunst. Een schilder heeft meer kleuren nodig om tot die ene juiste te komen. Een musicus of componist kan alleen creëren zonder opgelegde beperkingen. Ik ben er zeker van dat de Goudberg-variaties van Geert Jan Wesseling ons op termijn gaan beperken en de muziek er niet mooier op zal worden.

SMARTPHONE BEAMER Met deze ‘Luckies Smartphone Projector Beamer’ kun je de filmpjes die je met je telefoon hebt gemaakt op je muur of projectiescherm bekijken. Hoe handig! De projector zet je makkelijk zelf in elkaar en de bijgeleverde glazen lens vergroot tot acht keer. Dus ga er lekker voor zitten en kijk hoe leuk je vakantie was bijvoorbeeld, samen of met je vrienden. O.a. via fonq.nl c 21,95

“Creatief vermogen wordt bepaald door de mogelijkheid om vrij te kunnen en mogen variëren.”

Het is prachtig om te horen en te zien, hoe de nieuw uitgebrachte variaties op één thema eindeloos kunnen inspireren en voor constante vernieuwing, lees innovatie, kunnen zorgdragen. Hoe klein de aanpassingen en variaties soms ook zijn, de impact kan immens zijn en een compleet ander beeld, geluid of visie inluiden. Mijn hoed af voor deze dappere pianist, die vanuit een populair Nederlands popbandje een groot risico nam, door zich op vreemd terrein met de groten der aarde te meten en het meesterwerk van Goldberg-variaties van nieuwe schoonheid en elan te voorzien. Creatief vermogen wordt bepaald door de mogelijkheid om vrij te kunnen en mogen variëren. Binnen de Astma/COPD-wereld wordt behandeltechnisch al jaren op een paar thema’s eindeloos gevarieerd. Men raakt op al die variaties nooit echt uitgeleerd. Hoe minimalistisch de variaties binnen Astma/COPD misschien ook zijn, er is sprake van een continue proces, dat de behandelingsmogelijkheden verder optimaliseert. Helaas verandert er onder aan de streep voor de patiënt echter weinig tot niets. Nog steeds bestrijden we symptomen en zijn we de ziekte niet echt de baas. Het wachten op de grote inno-

18

Frans-Joseph Sinjorgo (24-01-‘59) treedt regelmatig op als dagvoorzitter tijdens diverse eerstelijnszorgbijeenkomsten en congressen. Momenteel is hij ook actief op het terrein van drug rediscovery.

huisartsenservice

TIPS & TRUCS

ZEEHELD VOOR ÉÉN DAG Een dagje op pad, maar waarheen? Naar het Zeeheldenkwartier in Den Haag bijvoorbeeld! Een gezellige, opkomende, buurt met restaurantjes (De Sushimeisjes, Ich bin ein Hamburger), boetiekjes (The Fine Store, Wauw), brocante- en antiekwinkeltjes (Serendipity,) en diverse plekken waar je stijlvol kunt genieten van een goede koffie (Bij Clarence). Parkeren doe je (betaalbaar) in de straten rondom. Natuurlijk kun je ook nog even een bezoekje brengen aan de Paleistuinen en Panorama Mesdag. www.zeeheldenkwartier.com

o-go Concert-t voorbehoud) r

(selectie, onde

The Dubliners – Tivoli Vredenburg, Utrecht – 5 oktober Birdy – Tivoli Vredenburg, Utrecht – 7 oktober Sabrina Starke – Tivoli Vredenburg, Utrecht – 8 oktober PJ Harvey – HMH, Amsterdam – 16 oktober Kim Wilde – Tivoli Vredenburg, Utrecht – 16 oktober Zucchero – Ziggodome, Amsterdam – 17 oktober Kaiser Chiefs – Oosterpoort, Groningen – 24 oktober Jamie Lidell – Paradiso, Amsterdam – 25 oktober Nynke Laverman – Tivoli Vredenburg, Utrecht – 26 oktober Paul Simon – Ziggodome, Amsterdam – 31 oktober Level 42 – Oosterpoort, Groningen – 1 november

19

Katie Melua – Tivoli Vredenburg, Utrecht – 1 november Walter Trout – Oosterpoort, Groningen – 2 november Kenny Rogers – HMH, Amsterdam – 3 november Paul Young – Tivoli Vredenburg, Utrecht – 5 november Gregory Porter – HMH, Amsterdam – 11 november Dotan – Oosterpoort, Groningen – 19 november Elton John – Ziggodome, Amsterdam – 22 november Jean Michel Jarre – HMH, Amsterdam – 22 november Beth Hart – HMH, Amsterdam – 27 november Status Quo – HMH, Amsterdam – 2 december Gare Du Nord – Paard Van Troje, Den Haag – 2 december

huisartsenservice


INTERVIEW X

DOOR Edgar Kruize

Ranny van Weissenbruch “Het is zaak dat we elkaars taal blijven spreken” Voor een huisarts is het stellen van de juiste diagnose voor het vervolgtraject van groot belang. Dat is evident natuurlijk, maar toch is dat nog wel eens lastig wanneer aandoeningen dicht bij elkaar liggen of soms zelfs overlap hebben. Op het gebied van allergisch astma bijvoorbeeld, wordt ook regelmatig gekeken naar, of gedacht aan, een reguliere luchtwegallergie of allergische rhinitis. KNO-arts Ranny van Weissenbruch pleit voor nog meer maatwerk om voor patiënten een optimaal behandelplan op te stellen. Het op de juiste wijze diagnosticeren door de huisarts van genoemde luchtwegaandoeningen die dicht bij elkaar liggen en/of overlappen en het als huisarts zorgen voor een optimaal behandelplan is 3 oktober het onderwerp van een interactieve, online bijscholing op Mednet. nl. Huisarts Alfred Sachs (Julius Centrum, Utrecht), longarts GertJan Braunstahl (Sint Franciscus Gasthuis, Rotterdam) en KNO-arts Ranny van Weissenbruch (Wilhelmina Ziekenhuis, Assen) zullen uitleggen wat een huisarts zelf kan doen, op welke manier opvolging plaats kan vinden en wanneer het echt beter is om door te verwijzen naar de tweedelijn. “We zien dat er behoefte is aan die kennis”, zo vertelt van Weissenbruch. “De taak van de huisarts wordt steeds uitgebreider en de functie van generalistische poortwachter dient steeds verder

gespecialiseerd te worden op velerlei gebied. Zeker met aandoeningen die op elkaar lijken, kan het gebeuren dat een huisarts niet zozeer door de bomen het bos niet meer ziet, maar exact andersom. Men ziet door het bos de individuele boomsoorten niet meer. Wij hopen op deze manier een steentje bij te kunnen dragen in dat herkenningsproces.” DOORTASTEND ONDERZOEK Volgens Van Weissenbruch begint het voor een huisarts met het vaststellen van de fase waarin hij of zij de patiënt voor het eerst ziet. “Allergisch astma is iets wat vaak wordt gemaskeerd door andere klachten waarmee een patiënt zich bij de huisarts meldt. Vaak krijgt zo’n patiënt voor de vage klachten die hij of zij heeft wat medicatie – of erger, antibiotica – voorgeschreven en wordt het weer even aangekeken. Goed luisteren naar de patiënt loont de moeite, want deze kan in veel gevallen zelf niet goed onder woorden brengen wat er nu precies aan de hand is. Ze voelen zich ‘niet fit’, of hebben het over een gevoel dat ze niet ‘open’ zijn. Het kunnen allemaal signalen zijn dat er iets met de luchtwegen aan de hand is en het is dus van belang exact te achterhalen wat iemand nu bedoelt met ‘niet open’ of soortgelijke bewoordingen.” Iets wat Van Weissenbruch daarbij als KNO-arts ook regelmatig ziet, is dat patiënten worden doorverwezen ‘met neusklachten’, die een veel breder probleem hebben. “Ook als 20

huisartsenservice

bij een allergische aandoening aan de neus de longen ogenschijnlijk geen onderdeel van het probleem zijn, loont het altijd de moeite om als huisarts toch ook naar die longen te kijken. Hoewel de longfunctie uiteraard niet bij alle aandoeningen is aangetast, kan het benauwde gevoel dat een patiënt heeft ook een oorzaak hebben die niet alleen aan de eventuele – al dan niet allergische – neusklachten toegeschreven kan worden. Andersom geldt uiteraard hetzelfde; wij zien in de tweedelijn patiënten waarbij alle aandacht naar de longen is gegaan en de neus is genegeerd. Doortastend en compleet onderzoek, daar kunnen meerdere consults overheen gaan, maakt dat huisarts de patiënt veel langer en beter kan helpen in de eerstelijn.” GOED VOORBEREIDEN De veranderingen in de zorg maken het logisch dat een huisarts niet alles meer direct kan diagnosticeren, zo meent de KNO-arts. “Het is – op alle vlakken overigens - dan ook uitermate complex. Er is een veelheid aan pathologie en waar zorg in feite alleen maar meer gespecialiseerd zou moeten worden, moet zo veel mogelijk terug naar de eerstelijn om het betaalbaar te houden. Het is dus logisch dat iedereen roeit met de riemen die ze hebben. Toch kan het bij de herkenning van allergisch astma, luchtwegallergieën of allergische rhinitis beter als er voor een patiënt de tijd wordt genomen. De tijd voor meerdere consults, maar ook de tijd

om op hetzelfde communicatieniveau te komen en kennis over de aandoeningen over te dragen. Dat kan onder meer door de patiënt zichzelf ook goed te laten voorbereiden op het gesprek dat wordt aangegaan en die patiënt ook bewust te maken van zijn eigen rol in het proces. Die eigen rol omhelst onder meer het zo goed mogelijk onder woorden brengen wat de problemen zijn, maar ook om zelf specifieker te zijn over de klachten. Een reden dat een huisarts soms niet verder kijkt dan alleen een neus, is omdat een patiënt ook niet altijd vertelt dat deze ook andere klachten heeft. Terwijl er een verband kan zijn.” MODERNE TECHNIEK Het ‘spreken van dezelfde taal’ verlaagt drempels en zorgt tevens voor een hogere compliance van de patiënt. Maar begeleiding gaat verder dan alleen het opstellen van een

“Allergisch astma is iets wat vaak wordt gemaskeerd door andere klachten waarmee een patiënt zich bij de huisarts meldt” behandelplan. “Chronische ziekten zijn nu eenmaal niet self-limiting. Het verder volgen van de patiënt is van belang en zeker bij allergisch astma is een optimale behandeling eigenlijk maatwerk. Ook hier kan de patiënt zelf een grote rol spelen en vanuit onze afdeling in het Wilhelmina Ziekenhuis pleiten we voor een bredere inzet van moderne middelen, 21

huisartsenservice

zoals smartphones en apps. Deze maken het mogelijk dat een patiënt, door op laagdrempelige manier een dagboek bij te houden, meer inzicht en daardoor grip krijgt, maar ook door bijvoorbeeld externe en actuele omstandigheden in de gaten te houden die impact kunnen hebben op het welzijn van de patiënt, zoals een verwachte pollenconcentratie of iets dergelijks. Tegelijk is die techniek ook in staat om met de verzamelde data, indien noodzakelijk, de vertaalslag te maken richting de zorgverleners in eerste- of desnoods tweedelijn, die aan de hand van die data wellicht beter kunnen inschatten hoe de patiënt er voor staat. Moderne techniek als dit zie ik in de toekomst zeker vaker toegepast worden. Het maakt dat enerzijds topzorg op maat geleverd kan worden, anderzijds dat het betaalbaar blijft.” 2016-09alk-04


OPINIE X

DOOR Wolter Paans

‘GIMME MY DAMN DATA!’ De toenemende invloed van de ‘e-patient movement’ op de medische besluitvorming ‘Stop the patient! Are We Overdoing Patient Engagement?’ Dit was de covertitel van het blad Insights, dat door HIMSS (Health care Information and Management Systems Society) uitgegeven wordt. Bij lezing van de desbetreffende editie (volume 2, 2013) leren we al snel dat het controversieel bedoeld is en dat er weinig redenen zijn de patiënt in zijn betrokkenheid bij keuzen voor gedrag(verandering) of het (medische) behandelplan te beperken. ‘Shared decision making’ en ‘Health Literacy’ zijn termen die steeds vaker centraal staan als het gaat om de keuze voor een behandeling. (e.g. ‘Shared decision making’: meer dan 238.000 PubMed hits, sept. 2016). De meeste behandelaars zijn waarschijnlijk van mening dat ze hun uiterste best doen om de wens van de patiënt en zijn directe naasten centraal te stellen bij de besluitvorming. Echter, er is een probleem: de factor tijd. BESCHIKBARE TIJD EN PATIËNTBETROKKENHEID Het vergroten van de betrokkenheid van de patiënt bij de besluitvorming

kost tijd. Het gaat om tijd voor uitleg en tijd om het juiste begrip te helpen ontwikkelen. Het begrip van de anatomie, fysiologie, pathologie, de farmacie en van de beschikbare medische technologie van een patiënt is over het algemeen begrenst en het kost tijd om hem voldoende hierover te informeren. Het overdragen van de meest recente kennis van relevante diagnose- en behandelings mogelijkheden lijkt niet altijd haalbaar. 22

huisartsenservice

DE PATIËNT EN ZIJN DATA Het is bekend dat het internet door veel patiënten als een belangrijke kennisbron gezien wordt en dat: ‘’Als je geconfronteerd wordt met een vader die een ongeneeslijke vorm van longkanker heeft, je onmiddellijk Google raadpleegt om te kijken of dat er niet een geneesmiddel in ontwikkeling is dat mogelijk bruikbaar is” (Brus, R., MyTomorrows, HIMSS, volume 2, 2016). Daarbij heeft een patiënt, begrijpelijkerwijs, in een dergelijke situatie, veelal haast in zijn zoektocht naar de allernieuwste, soms nog experimentele behandelingsmogelijkheden. Dat een patiënt niet altijd meer op de dokter wacht, maar dat hij zijn dossier met al zijn ruwe data opeist om hiermee het internet te verkennen; om zelf actief op zoek naar informatie te gaan, is een steeds vaker voorkomend verschijnsel. Op zoek naar informatie van klinische centra, internationale kennisnetwerken, wetenschappelijke databases, commerciële fora, ondersteunende lotgenotengemeenschappen, et cetera. De ‘e-patient movement’ lijkt niet te stoppen…

ZELFMANAGEMENT EN INTERNETINFORMATIE Een bekend voorbeeld is Richard Davies deBronkart. Hij werd in 2007, als 56-jarige man, gediagnosticeerd met een gemetastaseerde nierceltumor (stage 4). Hij werd door zijn specialisten gezien als curatief uitbehandeld en met een levensperspectief van gemiddeld 24 weken huiswaarts gezonden. Hij vond ook op het internet dat zijn ziekte ongeneeslijk was (Web-MD). Hij bezocht tevens allerlei fora (waaronder acor. org) waar hij informatie aantrof van patiënten met een vergelijkbare tumor die inmiddels overleden waren en van patiënten die nog leefden. En, die hem op het spoor brachten van een middel dat mogelijk hoop kon bieden (Interleukin 2, HDIL-2), met daarbij de schaarse centra en specialisten die het hem misschien zouden kunnen bieden, inclusief hun telefoonnummers. Op dit moment (september, 2016) heeft Richard Davies een tweede identiteit: ‘e-patientdave’ en heeft hij bij meer dan 500 conferenties zijn verhaal gedeeld met medici, verpleegkundigen en patiëntenfederaties. Hij roept van-

Wie is straks de primaire ‘data-driven decision maker’? daag de dag patiënten op vrijwillig hun ruwe data (bijvoorbeeld MRIdata, bloedwaarden, röntgenfoto’s, medicatie, dagboeken, ervaringen, et cetera.) digitaal ter beschikking te stellen, zodat het voor iedereen als oriëntatie-, onderzoeks- en vergelijkingsmateriaal kan dienen. Hij stelt onder het wat fors klinkende adagium: ‘Gimme My Damn Data’, dat ‘de patiënt de meest onbenutte databron is’ en dat dit snel moet veranderen... 23

huisartsenservice

DILEMMA’S De gevaren van de lekengeneeskunde, schending van de privacy en informatieonbetrouwbaarheid zijn veel genoemde belemmeringen bij het gebruik van openbare digitale data. Maar wat zal in de toekomst het effect zijn van de ‘e-patient movement’? Verwijst u er naar om uw patiënt op weg te helpen? Waarom wel, of juist niet? Waar hangt uw oordeel vanaf? Accepteren professionele behandelaars dat bepaalde patiënten, die in principe als medische leek gezien kunnen worden, straks toch bijzonder snel de dokter kunnen informeren over wat hun reële wensen en mogelijkheden zijn? Wie is straks de primaire ‘data-driven decision maker’? Wolter Paans Lector Verpleegkundige Diagnostiek Hanzehogeschool, Groningen. Ter informatie: http://www.epatientdave.com http://www.himss.org


COLUMN

TEKST Herman Bruins

DOOR Edgar Kruize

Astma/COPD samenwerking

ACHTERGROND

Onderzoeksgegevens Salford Lung Study zeer relevant voor de huisarts Baanbrekend onderzoek toont meerwaarde van Fluticasonfuroaat / Vilanterol (FF/VI) in het verminderen van exacerbaties bij COPD ten opzichte van gebruikelijke zorg1

Nederlandse apothekers verstrekten in 2015 7,2 miljoen keer een astma/ COPD-middel. Dat is een stijging van 0,8% ten opzichte van 2014. De apothekersassistentes geven bij een eerste uitgifte een uitgebreide inhalatie-instructie en verwijzen na deze instructie naar een website zoals apotheek.nl of inhalatorgebruik.nl om het thuis nogmaals te herhalen.

“Ook hebben wij meegemaakt dat patiënten de inhalator op zo’n 10 cm afstand van de mond indrukken en dan de wolk gretig proberen in te ademen.”

Met betrekking tot het inhaleren merken wij dat niet alleen de nieuwe gebruiker de instructie hard nodig heeft. Ook de reeds bestaande gebruiker is gebaat bij een herhaling van deze instructie en dit minstens eenmaal per jaar. De fouten die er worden gemaakt bij het inhaleren variëren enorm. Er zijn patiënten die met de tanden stijf op elkaar enthousiast starten met inhaleren. Ook hebben wij meegemaakt dat patiënten de inhalator op zo’n 10 cm afstand van de mond indrukken en dan de wolk gretig proberen in te ademen. Dat een instructie bij deze groep enorme voordelen in de behandeling oplevert moge duidelijk zijn. Maar ook de gebruiker van een inhalator die op het eerste gezicht goed inhaleert, heeft veel baat bij herhalen van de juiste inhalatiehande-

24

lingen. Het is de stand van het hoofd of de tijd van adem inhouden die verbeterd kan worden. Dit zorgt vaak voor een verbetering van de behandeling en dus meer kwaliteit van leven voor de longpatiënt. Tijdens de instructie worden de wensen van de patiënt meegenomen bij de keuze van inhalator. Patiëntkenmerken zoals de mate van hand-mondcoördinatie en sterkte van inhalatiestroom, bepalen de keuze voor de meest geschikte inhalator. Het is maatwerk.

Bij astma zal een minderheid van de patiënten bronchusverwijders alleen - zonodig - ter behandeling van een aanval gebruiken en verder klachtenvrij zijn. Als zij echter deze bronchusverwijders dagelijks gebruiken of onvoldoende klachtenvrij zijn, bestaat er mogelijk een indicatie voor inhalatiecorticosteroïden en vallen zij in de groep ‘patiënten met chronische medicatie’. In de apotheek wordt deze groep ‘overgebruik bronchusverwijders’ opgezocht en besproken met de voorschrijver. De heer Herman Bruins is apotheker in Hillegersberg te Rotterdam

huisartsenservice

Tot op heden zijn er veel artsen die zich afvragen wat het verschil is tussen de verschillende combinatiepreparaten van inhalatiecorticosteroïden en langwerkende beta2-agonisten (ICS/LABA) voor de behandeling van COPD. Daarnaast blijkt de effectiviteit en veiligheid gebaseerd te zijn op sterk gecontroleerde onderzoeken in de vorm van ‘randomized controlled trials’. De meerderheid van de geïncludeerde patiënten weerspiegelt hierin niet de klinische praktijk. De baanbrekende Salford Lung Study (SLS) heeft de effectiviteit en veiligheid van geneesmiddelen voor COPD in een dagelijkse praktijksetting onderzocht1. Hierdoor zijn ook patiënten met o.a. comorbiditeit en lagere therapietrouw geïncludeerd, en dit maakt de resultaten beter toepasbaar op de eigen patiënten van de individuele huisarts.

met een andere tweemaal daagse ICS/LABA2. Door zeven COPD patiënten te behandelen met FF/VI voorkomt u één matige tot ernstige exacerbatie2. Het risico op pneumonie en andere ernstige bijwerkingen was niet verschillend ten opzichte van gebruikelijke zorg, waaronder de andere ICS/LABAs2.

Uit de SLS blijkt dat de eerstelijnszorg en vooral de COPD-patiënt met frequente exacerbaties baat heeft bij Fluticasonfuroaat /Vilanterol (FF/ VI) ten opzichte van de gebruikelijke therapie waaronder de behandeling

ZORG OM COPD In Nederland verblijven COPD-patiënten jaarlijks meer dan 200.000 dagen in het ziekenhuis als gevolg van exacerbaties (longaanvallen). Voor veel huisartsen is dit een reden

“Deze studie zal ons nog veel meer inzichten geven over optimale behandeling bij COPD in de eerste lijn”

25

huisartsenservice

om juist op dit vlak extra inspanningen te leveren en te onderzoeken waarmee hun patiënten het beste geholpen zijn. De behandeling van een groot deel van de exacerbaties die COPD-patiënten doormaken, komt op het bord van de huisarts te liggen. Doel is om ziekenhuisopnames, waar longartsen voor de zorg verantwoordelijk zijn, zoveel mogelijk te voorkomen. Ongeveer de helft van de patiënten die door een exacerbatie in het ziekenhuis wordt opgenomen, keert daar binnen een jaar terug met dezelfde klachten. Daarnaast is de psychische impact die een exacerbatie heeft op een patiënt en diens kwaliteit van leven buiten de aanvallen om substantieel. Een aantal huisartsen in Nederland heeft zich reeds verenigd om de behandeling van de longaanvallen door de huisarts te optimaliseren en die trend breidt zich uit. Binnen die trend is veel discussie gaande over het gebruik en de keuze van middelen, therapietrouw en innamefrequentie van de medicatie. Inhalatiemedicatie voor de behandeling van COPD (en astma) wordt beoordeeld op het effect op de longfunctie, exacerbatiefrequentie en ervaren klachten. Het is


“Dit zijn belangrijke onderzoeksgegevens om met artsen te delen” dan ook voorstelbaar dat een studie als de SLS waarin deze parameters in een alledaagse praktijksetting zijn onderzocht substantieel bijdraagt aan een nieuw beleid om COPD optimaal te behandelen in de eerste lijn. DAGELIJKSE PRAKTIJK: SLS De Salford Lung Study is een uniek onderzoek dat is opgezet om de effectiviteit en veiligheid van Relvar® Ellipta® te evalueren bij COPD-patiënten die in de afgelopen jaar een of meer exacerbaties doormaakten en te vergelijken met de gebruikelijke medicatie die ze kregen in de normale klinische praktijksituatie. Nadat de hoofdlijnen van de resultaten in mei 2016 bekend zijn gemaakt, hebben GlaxoSmithKline (GSK) en Innoviva op 4 september jongstleden op het internationale congres van de European Respiratory Society aangekondigd, dat de resultaten zijn gepubliceerd in het New England Journal of Medicine. De study is een fase-IIIb, multi-centre, open-label, gerandomiseerd onderzoek met controlegroep (RCT), met als doel het effectiviteits- en veiligheidsprofiel van FF/ VI 92/22mcg te vergelijken met dat van bestaande gebruikelijke medicatie voor de behandeling van COPD. Het onderzoek vond plaats in het Verenigd Koninkrijk waar binnen 80 huisartsenpraktijken in en rondom Salford en het zuiden van Manchester alle geschikte patiënten met COPD geïdentificeerd zijn met behulp van de databases van de praktijken. Deze patiënten werden door hun eigen huisarts uitgenodigd om deel te nemen aan het onderzoek. In totaal werden 2.802 patiën-

ten met COPD gerandomiseerd in een verhouding van 1:1. De helft van de patiënten kreeg FF/VI 92/22mcg, met of zonder een lang werkende muscarine-antagonist (LAMA); de andere helft ontving zijn of haar gebruikelijke medicatie. De FF/VI werd eenmaal per dag toegediend via de Ellipta. Patiënten die een LAMA en ook een ICS/LABA (triple therapie) gebruikten en die in de FF/VI-groep waren gerandomiseerd, mochten behalve de FF/VI ook hun LAMA-therapie blijven gebruiken. De patiënten die hun gebruikelijke medicatie vervolgden, gebruikten hun medicatie en de dosering zoals die waren voorgeschreven door hun arts. De gebruikelijk medicatie kon zijn: een enkelvoudige of duale langwerkende luchtwegverwijder, een inhalatiecorticosteroïd (op zichzelf staand of in combinatie met een lang werkende luchtwegverwijder) of een drievoudige therapie met een LAMA, een LABA en een inhalatiecorticosteroïd). De Salford Lung Study had minimale exclusiecriteria voor deelname aan het onderzoek, en had een gevarieerde groep patiënten. Patiënten werden gedurende een periode van twaalf maanden gevolgd in een normale klinische praktijksituatie, waarbij een enkelvoudig elektronisch patiëntendossier werd bijgehouden waarin gegevens uit de eerstelijns zorg, de tweedelijns zorg en apotheken aan elkaar gekoppeld waren. Tijdens het onderzoek mochten artsen op elk willekeurig moment de dosis aanpassen of een ander middel voorschrijven, zoals ook in de normale klinische praktijk gebeurt. De enige uitzondering was dat ze niet in plaats van de gebruikelijke medicatie mochten overgaan op FF/VI. Via 26

huisartsenservice

elektronische patiëntendossiers had het onderzoeksteam inzage in alle ziekenhuisopnames en bezoeken aan poliklinieken en eerstehulp en verder ook in gegevens uit de eerstelijn. Primair eindpunt was het jaarlijkse aantal (matige en ernstige) exacerbaties. SLS: SIGNIFICANTE VERMINDERING EXACERBATIES MET FF/VI Het gebruik van Relvar Ellipta liet op dit primaire eindpunt bij patiënten die in het jaar voorafgaand aan het onderzoek een exacerbatie hadden gehad, een statistisch significante vermindering van 8,4 procent zien in het aantal matige en ernstige exacerbaties, in vergelijking met patiënten die hun normale onderhoudsmedicatie toegediend kregen. Het merendeel van de patiënten in de groep met gebruikelijke medicatie (88 procent) werd behandeld met een inhalatiecorticosteroïd-houdende behandeling. FF/VI gaf een vergelijkbare vermindering in het aantal exacerbaties bij patiënten die bij aanvang van het onderzoek behandeld werden met een combinatie van een inhalatiecorticosteroïd en langwerkende beta2-agonist (LABA). Bij de intent-to-treat patiëntenpopulatie als geheel werden er geen verschillen gevonden tussen FF/VI en de gebruikelijke medicatie voor wat betreft de secundaire eindpunten die gemeten werden, waaronder de tijd tot de eerste matige of ernstige exacerbatie en de mate waarin ernstige exacerbaties optraden, het aantal contacten met artsen in de tweedelijn en het aantal aan COPD gerelateerde contacten met de huisarts. De groep patiënten die FF/

VI toegediend kreeg, had gemiddeld meer contact met hun huisarts (niet gekoppeld aan COPD). Daarnaast bleek uit de COPD Assessment Test, waarmee de impact van de ziekte op de gezondheidsstatus van de patiënt is gemeten, dat 45 procent van de patiënten die met FF/VI behandeld werden een klinisch relevante verbetering van twee of meer punten in hun score lieten zien. Bij de groep patiënten die hun normale medicatie toegediend kregen, was dit percentage 36 procent (niet significant). SLS: GEEN VERSCHIL IN VEILIGHEID TUSSEN FF/VI EN GEBRUIKELIJKE ZORG Het aantal ernstige bijwerkingen was vergelijkbaar tussen de twee groepen (in de FF/VI-groep 29 procent, tegenover 27 procent in de andere groep). Ook bleek FF/VI niet inferieur (7 procent tegenover 6 procent) wat betreft pneumonie, een ernstige bijwerking die bijzondere aandacht verdiende. Dit eindpunt was onderdeel van een post-authorisatiemaat-

regel waarom de European Medicines Agency had verzocht. VERDER ANALYSEREN Michael W. Aguiar, President en CEO van Innoviva, stelt over het onderzoek: “De gegevens die nu op de European Respiratory Society zijn gepresenteerd en in het New England Journal of Medicine gepubliceerd, bevestigen dat eenmaal daags Relvar Ellipta effectief is, niet alleen in vergelijking met de gebruikelijke medicatie, maar ook als patiënten een andere tweemaal daagse ICS/LABA gebruiken. Dit zijn belangrijke onderzoeksgegevens om met artsen te delen, zeker omdat het een uniek onderzoek betreft dat is uitgevoerd onder omstandigheden die erg lijken op de dagelijkse klinische praktijk.” “In de SLS Study hebben we een breed scala aan patiënten met minimale interventies meegenomen om te kijken of we zo een verschil tussen de behandelmethoden konden zien”, voegt Neil Barnes, Global Medical Head, 27

huisartsenservice

Respiratoir binnen GSK daar aan toe. “De resultaten van het SLS-onderzoek verschaffen ons duidelijk bewijs, waarmee zorgverleners geholpen worden om te begrijpen dat de keuze van een COPD-behandelmethode een aanzienlijk effect kan hebben voor de patiënt wat betreft de resultaten. We gaan verder met het analyseren van de gegevens uit dit onderzoek, omdat we weten dat deze studie ons nog veel meer inzichten zal geven, en we kijken ernaar uit onze bevindingen in toekomstige publicaties te delen.” Op dit moment wordt een tweede Salford Lung Study uitgevoerd bij astmapatiënten. De uitkomsten van de tweede study worden in 2017 verwacht. Referenties: 1) Bakerly N et al. Respiratory Research

2015; 16: 101

2) Vestbo, J et al. NEJM 2016; Sep (4). Epub

ahead of print

Prod Sep 2016. NL/FFT/0029/16 Bron: persbericht GSK september 2016


CULTUREEL

DOOR Variis

DOOR x

COPD en anderstalige patiĂŤnten Laaggeschoolden en laaggeletterden hebben niet alleen moeite met lezen, maar ook met abstract denken, inschattingen maken en verbanden leggen. Dit is wat het onderstaande verhaal van Hulya laat zien, waarbij de niet-westerse achtergrond een extra complicerende factor is. HET DAGELIJKS LEVEN Hulya zorgt voor haar vader, die als gastarbeider altijd zwaar en ongezond werk heeft gedaan. Al jaren hoest hij veel en heeft hij moeite met ademhalen. Op doktersadvies is hij een paar jaar geleden gestopt met roken. Maar het heeft niet geholpen, hij hoest nog steeds. Zelf rookt Hulya ook. Roken betekent even tijd om te ontspannen, even een moment voor haar zelf. Ze heeft geen tijd voor sporten of wandelen. Ze is altijd druk met zorgen voor anderen, het eten met de familie en de boodschappen die daar voor nodig zijn. Ze werkt elke dag een aantal uren als schoonmaakster. Ze zorgt voor haar man en kinderen. Dat rookmoment is echt een belangrijk rustpunt . GEEN ONWIL MAAR ONVERMOGEN Hulya gaat altijd met haar vader mee naar de huisarts. Na een aantal onderzoeken zei de huisarts dat hij

Het zelfoplossend vermogen is gering, daar tegenover is de verwachting dat de dokter de juiste medicijnen geeft groot. COPD heeft. Een ziekte waar zij en haar ouders nog nooit van hadden gehoord en waar zij zich niets bij voor kon stellen. Haar vader hoest erg veel en ademt moeilijk, maar COPD? Wat heeft COPD nu met roken te maken? De huisarts heeft het uitgelegd, maar Hulya vond het moeilijk te begrijpen en kon het niet vertalen voor haar vader. Ze kent hiervoor geen woord in de taal van haar ouders. Aan de folders over COPD die ze aan de balie kregen hebben ze niets. Haar vader kan niet lezen en zij is was begonnen de folder te lezen, maar na een klein stukje lezen is ze gestopt. Ze vond het moeilijk te begrijpen en het lezen kost veel tijd. Een folder, in de taal van haar ouders, had ook niet gehol-

28

huisartsenservice

pen. Haar vader is nooit naar school geweest en zelf kan ze de taal niet lezen, alleen spreken. CONSEQUENTIE VOOR DE HUISARTSENPRAKTIJK Huisartsenpraktijken in wijken met veel mensen met een lage opleiding en een niet-westerse achtergrond hebben verhoudingsgewijs vaker met longziekten te maken. Laaggeschoolde patiĂŤnten met een nietwesterse achtergrond zijn minder in staat om verbanden te zien en inschattingen te maken waardoor men minder in staat is om lichamelijke signalen te herkennen. COPD ontstaat door een langzaam en sluipend proces. Hierdoor is men minder in staat om signalen te zien, klachten te formuleren en vandaar uit een hulpvraag te stellen. Het zelfoplossend vermogen is gering, daar tegenover is de verwachting dat de dokter de juiste medicijnen geeft groot. Culturele sensitiviteit en inlevingsvermogen bij het herhaaldelijk uitleg geven over het langzame, maar niet terug te draaien proces dat leidt tot COPD, vraagt veel van de huisarts en de huisarts ondersteunende diensten. Het spreken in beelden in plaats van abstracte formuleringen draagt bij aan een beter begrip.

29

huisartsenservice

X


ACHTERGROND X

DOOR Longfonds

E-nose ‘ruikt’ longziekten

Stelt u zich eens voor; even blazen bij de huisarts en direct weten of je een longziekte hebt. Die mogelijkheid is dichterbij dan je denkt door het gebruik van de e-nose, een slim apparaatje dat longziekten ruikt. Technisch Geneeskundige Rianne de Vries van het Academisch Medisch Centrum (AMC) in Amsterdam doet al twee en een half jaar onderzoek naar de e-nose. “Met de komst van de elektronische neus wordt het steeds beter mogelijk om snel vast te stellen of iemand een longziekte heeft. Want op tijd de juiste diagnose stellen is bij veel mensen met longklachten een probleem. Hierdoor wordt de behan-

deling (te) laat gestart, of slaat deze niet aan omdat er een verkeerde diagnose is gesteld. Hoe eerder er echter met de juiste behandeling wordt gestart, hoe beter dat is. De conditie van mensen loopt dan nog niet fors terug, maar blijft op peil dankzij medicijnen.“ HOE HET WERKT “De e-nose is een slim, handzaam en draagbaar apparaatje dat aan de hand van uitademingslucht longziekten ruikt. Naast een snelle diagnose en dus tijdwinst, is het blazen in de e-nose ook nog eens eenvoudig. De huidig gebruikte longfunctiemeting is veel inspannender voor patiënten en de histamineprovocatietest zorgt 30

huisartsenservice

dat mensen heel benauwd worden. Dit is allemaal niet meer nodig met de e-nose; je hoeft alleen maar uit te ademen.” TESTEN “Het is gelukt om de e-nose te ontwikkelen en te testen bij een groep geselecteerde patiënten in het AMC. We zijn nu bezig met het testen van de e-nose op grotere schaal in onderzoekscentra buiten het AMC. Zo verzamelen we ademgegevens van maar liefst drieduizend patiënten met (verdenking op) astma, COPD, longkanker en andere longaandoeningen. We hebben als doel dat de e-nose over een aantal jaar bij huisartsen in de spreekkamer staat.”

“We hebben als doel dat de e-nose over een aantal jaar bij huisartsen in de spreekkamer staat”

GEZONDHEIDSWINST DANKZIJ DE E-NOSE • COPD wordt momenteel bij slechts 50% van de patiënten herkend; de helft van de mensen met COPD wordt dus niet of te laat behandeld. • Astma is weliswaar niet te genezen, maar als het aantal aanvallen afneemt dankzij een goede behan- deling, hebben mensen langer een betere kwaliteit van leven. • Nu krijgt slechts 15% van de patiënten in een vroeg stadium de diagnose longkanker. Als de e-nose het aantal mensen die een vroege diagnose krijgt verdubbelt, dan

worden er elk jaar 1.500 levens gespaard. • Bij kinderen jonger dan zes jaar is het nu moeilijk om een diagnose te stellen omdat zij geen longfunctie kunnen blazen. Maar voor een e-nose-meting hoeft het kind alleen maar uit te ademen. Dit kan het verschil maken in het dagelijkse leven van zo’n 9.000 kinderen per jaar! • Op dit moment stelt het systeem bij 8 op de 10 mensen een juiste diagnose. Dat is een goed resultaat, maar het moet nog beter. Vandaar dat de e-nose nu breed getest wordt.

31

huisartsenservice

Dankzij de financiële steun van de Vriendenloterij kan de e-nose het verschil maken.

OVER DE NAAM De naam ‘e-nose’ is een afkorting van electronic nose, oftewel elektronische neus. Dit is de verzamelnaam voor deze uitvinding, want er zijn inmiddels vele verschillende typen ontwikkeld. De elektronische neus die in het AMC is ontwikkeld heet SpiroNose.


Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

Uw personeel onze zorg

Uw personeel onze zorg

MedWay B.V.

MedWay B.V.

Westkadijk 10, 3861 MB Nijkerk

Westkadijk 10, 3861 MB Nijkerk

033 - 247 11 71

033 - 247 11 71

33

huisartsenservice


TEKST Naam FOTOGRAFIE Naam

HuisartsenService Volgende editie: thema

CVRM

Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

Heeft u ideeĂŤn voor de inhoud of wilt u iets plaatsen? Neem contact met ons op via info@huisartsenservice.nl

Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

Deze advertentie is alleen leesbaar in de printversie

Uw personeel onze zorg

Uw personeel onze zorg

MedWay B.V.

MedWay B.V.

Westkadijk 10,

Westkadijk 10,

3861 MB Nijkerk

3861 MB Nijkerk

033 - 247 11 71

033 - 247 11 71

34

huisartsenservice

Uw personeel onze zorg

MedWay B.V. Westkadijk 10, 3861 MB Nijkerk 033 - 247 11 71

35

huisartsenservice

X


Huisartsenservice 2016 3 astma copd online versie  
Huisartsenservice 2016 3 astma copd online versie  
Advertisement