Page 1

VWI Magazine

Eenmalige uitgave, 1 november 2014

Diversiteit volgens: Louise Boelens Rosanne Hertzberger Guity Mohebbi Kristina Raab e.v.a.

vrouwen netwerken

moeten we het daar nog over hebben?


2

editorial •

• advertorial

3

‘Selfie’ kijken naar jezelf H

Breng vrouwelijk talent in beeld

Sluit je aan bij het VWI

Het Vrouwennetwerk Wageningse Ingenieurs daagt Wageningse academici uit om de eigen ambitie te leren kennen en waar te maken.

B

ij het VWI ontmoet je vrouwen met dezelfde achtergrond en inslag als jij, je doet er inspiratie op om nieuwe stappen te zetten in je carrière of op persoonlijk vlak, ervaringen te delen en uiteraard dagen we je uit het netwerk in te zetten voor je eigen doeleinden. Voor nog geen 50 euro per jaar ben je lid, heb je gratis toegang tot activiteiten en ontvang je iedere maand onze nieuwsbrief. Voor studenten hanteren we een speciaal tarief. Sluit je vandaag nog aan!

Breng vrouwelijk talent in beeld Op de Wageningense campus zie je meer vrouwelijke studenten dan mannelijke. Kijk je naar de hoogleraren van Wageningen Universiteit dan is maar 9% vrouw. Dat percentage is het op een na laagste van de Nederlandse Universiteiten. VWI brengt vrouwelijk talent in beeld. Letterlijk.

www.vwi-netwerk.nl

et zelfstandig naamwoord ‘selfie’ dateert uit de jaren ‘10 van de 21e eeuw. Dit Engelstalige begrip is een eigenhandig gemaakte foto van jezelf. Het woord selfie symboliseert het voorliggende magazine. Waarin wij als redactie en vormgevers een geschiedenis schrijven van het 25-jarige vrouwennetwerk. VWI en daarmee van alle vrouwen die zich door de jaren heen daarbij hebben aangesloten, vrouwen die lid zijn en de zij die dat nog zullen worden. Als subtitel kozen we: ‘Vrouwennetwerken, moeten we het daar nog over hebben?’ Want zou het verschijnsel ‘vrouwennetwerk’ na een kwart eeuw tijd niet overbodig moeten zijn? Nog altijd gaat ‘de vlag uit’, zodra een vrouw erin is geslaagd om de top van een organisatie te bereiken. Verleden jaar heeft VWI deze constatering met succes onder de aandacht gebracht van studenten, medewerkers en Universiteitsbestuur. De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek NWO kende een groep jonge vrouwelijke academici de vermaarde Aspasiabeurs toe voor hun emancipatie-inspanningen. Vervolgens zette het WUR-bestuur het licht op groen voor het Gender Balance Plan. Tineke Tromp en projectleider Kristina Raab zijn gestart met de uitvoering daarvan. Namens het VWI volgt bestuurslid Christine Verheijden de project-ontwikkelingen vanuit de monitorgroep. In 2014, een kwart eeuw na oprichting van het VWI, kent Nederland meer vrouwelijke studenten dan mannelijke. In de rechtspraak hebben vrouwen zelfs de meerderheid. De Universiteit Leiden heeft een vrouw als vice-rector. Directeur Research and Development van mondiaal zuivelgigant Friesland-Campina is een

gepromoveerde Wageningse Ingenieur én vrouw. Echte mannenorganisaties zijn niet uit de wereld. Zoals blijkt uit het verhaal van dr. Caroline Katsman, jarenlang werkzaam bij het KNMI in De Bilt waar ze nog recent de arbeidsvoorwaardelijke ‘kastanjes uit het vuur moest halen’, voor een zwangere assistente in opleiding. Of Tiny Rieken, al 26 jaar directeur van het werving -en selectiebureau Rieken en Oomen, die nog steeds twijfel en terughoudendheid constateert, zodra het om benoemingen van vrouwen gaat. Voldoende thema’s voor de toekomst: genderdiversi-

Er is werk aan de winkel teit, leiderschap, ambitie en, niet te vergeten, de praktische invulling ervan. Thema’s die de grenzen van de Wageningen Universiteit overschrijden. Om die reden komen in dit magazine vrouwen aan het woord uit alle geledingen van de samenleving. Zoals publiciste Guity Mohebbi, die kritisch is over het vrouwennetwerk in het algemeen. Het VWI wil verder als ware Kracht Stroom. Ook nieuwste generatie WUR- studenten wil zich vinden in vorm en inhoud van dit vrouwennetwerk. Daarom VWI, kijk naar jezelf en neem jezelf de maat; er is werk aan de winkel.

Veroniek Clerx (links), hoofdredacteur. Agrarisch Journalist, Tekstschrijver. Socratisch Coach in opleiding Karine de Laat, bladmanager. Communicatiedeskundige, Praktijk voor voetreflextherapie


10

36

4

20

12

5

26

8

Colofon Bladmanagement: ir. Karine de Laat Hoofdredactie: drs. Veroniek Clerx Redactie: ir. Gaby Jansen, Ir. Monique JonkerBronkhorst, Angela Rijken Coördinatie: dr. ir. Ansa Baykus Artdirectie en vormgeving: Aithra de Jong Omslagfotografie: ir. Karin Methorst Met medewerking van: ir. Trudi van Ingen Met dank aan alle vrouwen en mannen die hun bijdrage hebben geleverd om van dit magazine een succes te maken.

17

54

inhoud 03 Editorial ‘Selfie’ 06 Voorwoord van voorzitter Ir. Toos van Oers Historie en verder 20 Generatieclash: 4 x VWI 64 Ir. Monique Jonker: ‘Seven Sisters’, moeders van het VWI 70 Speech 17 januari Afsluiting Grab your Chance, start Jubileumjaar Prof. Dr. Simone Buitendijk , vice-rector Universiteit Leiden.

WUR, vrouw en carrière 32 Mr. Tineke Tromp Directeur HR WUR over aannamebeleid. 34 Reactie: Ir. Kristina Raab: Projectleider Gender Balance Plan Presentatie 26 Interview Tiny Rieken directeur Rieken & Oomen, werving en selectie 52 Reportage Mode Jubileumbijeenkomst

60 Netwerken Drs. Anne Brommersma, wethouder Zorg en Duurzaamheid Reportage 12 Ir. Martine Lesterhuis (plantkunde/biologische landbouw) 54 Ir. Harmke van Dam (water en politiek) Special 08 25 jaar VWI verdient een blijvend beeld 10 Interview Dr. Ir. Margrethe Jonk-

man Directeur FrieslandCampina 36 De kritische noot Publiciste Guity Mohebbi : Vrouwennetwerk sluit vrouwen uit. 41 Verhalenwedstrijd The winner is… Wetenschapper langs de emancipatiemeetlat 22 Dr. Caroline Katsman 48 Dr. Rosanne Hertzberger

Columns 18 Mr. drs. Louise Boelens (ambitie na je 50e) 50 Ir. Annemarie Barbier Extra 17 Godinnen Koos Lukkien


6

advertorial •

• voorwoord

A

l vele jaren is ruim de helft van het aantal afgestudeerden aan Wageningen University vrouw. Toch bungelt Wageningen University met slechts 9% vrouwen onderaan het hooglerarenlijstje van Nederlandse universiteiten. Overigens haalt geen enkele Nederlandse universiteit het streef-cijfer van 25%. Want met een magere 14,8% (Monitor Vrouwelijke Hoogleraren 2012) behoort Nederland tot de vijf Europese landen met het laagste percentage vrouwen. De oorzaak voor deze gebrekkige doorstroming naar hogere academische posities moet niet in cijfers worden gezocht; in de wetenschappelijke carrière van veel vrouwen zit een bijzondere kink in de kabel, veroorzaakt door onbewuste processen.

“Mijn eigen ambitie? Jaarlijks VWI-seminar om doorstroom vrouwen onder de loep te nemen” rapport ‘Kansen voor vrouwelijk

Dit blijkt uit het talent – Over carrières en barrières van vrouwen binnen de Wageningen Universiteit’. Het VWI gaf in 2012 opdracht tot dit onderzoek naar de oorzaken van de stagnerende doorstroom. Daaruit bleek dat vrouwen zich op een andere manier positioneren dan mannen. Hierdoor vallen ze minder op, op de plekken waar het ‘erom gaat’.

En nú de resultaten Wageningse vrouwen en studentes zijn stoer en intelligent, ondernemend en creatief. Reizen de wereld over om anderen te helpen. Zijn af komstig uit meer dan tien landen. Blijken experts in duurzaamheid, ontwikkelingssamenwerking en voeding. “Maar dicht bij huis krijgen zij ‘geen poot aan de grond’ “, om mijn voorgangster en voormalig VWI-voorzitter Wytske Dijkstra te citeren. Het bestuur van Wageningen UR heeft dat probleem onderkend. Daarom is, op initiatief van HR-Directeur Tineke Tromp het Gender Balance Plan (GBP) opgesteld, om ook op hooglerarenniveau een passende diversiteit in mannen en vrouwen te bereiken. Dat project is inmiddels gestart. Nu is het wachten op de (cijfermatige) resultaten van het GBP, een pro-

ces dat het VWI met argusogen en van heel nabij zal volgen. Of het VWI na 25 jaar achterover gaat leunen? Ik dacht het niet! Want met een gender actieplan alleen kom je er niet. Wageningen UR wil kansen creëren, maar vrouwen zullen die kansen moeten grijpen. Mijn eigen ambitie? Jaarlijks, samen met Wageningen UR een seminar organiseren waar we de doorstroming van vrouwelijk talent onder de loep nemen; wat is er bereikt, waar liggen nog knelpunten, wat werkt goed, wat moet worden verbeterd. De feiten op een rij, analyses, ervaringen ‘uit het veld’ en een kritische blik van buitenaf. Ruimte voor vrouwelijk talent in het belang van iedereen! Dan blijft het VWI Toos van Oers is sinds voorjaar 2014 voorzitter van het VWI

7

Op de bres voor vrouwen in wetenschap Het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren feliciteert het Vrouwennetwerk Wageningse Ingenieurs met haar 25 jarig bestaan en kijkt uit naar nog 25 jaar samenwerking! In 1990 bedroeg het percentage vrouwelijke hoogleraren 6,5%. Inmiddels zitten we op 15,7% volgens de laatste update van de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren van 2013. Een gestage groei. Zeker. Maar we kunnen nog lang niet spreken van een evenredige vertegenwoordiging. Het Landelijk Netwerk Vrouwelijke Hoogleraren heeft als doel bevordering van de doorstroom van vrouwen naar wetenschappelijke en bestuurlijke topposities om zo tot een evenredige man-vrouwverdeling in de wetenschappelijke gemeenschap te komen. Het LNVH is in de jaren 90 informeel begonnen. In 2001 werd het initiatief een officiële stichting en in de loop der jaren is het LNVH uitgegroeid tot een professionele organisatie met een bestuur bestaande uit 5 vrouwelijke hoogleraren en een bureau met een beleidsprogramma- en bureaumedewerker. Het LNVH richt zich name op de uitvoering van zijn kernprojecten. Enerzijds betreft het projecten die gericht zijn op capaciteitsversterking van vrouwelijke wetenschappers, anderzijds gaat het om projecten die gericht zijn op beleidsbeïnvloeding. Beide beogen een evenredige deelname van vrouwen aan de hogere posities binnen de universitaire gemeenschap te bevorderen. Het LNVH beschikt over een groot – nog altijd groeiend - aantal aangeslote-

I

nen. 850 vrouwelijke hoogleraren en universitair hoofddocenten (mei 2014) afkomstig uit alle wetenschapsgebieden en van alle universiteiten in Nederland vormen een waardevolle achterban. Het LNVH heeft een rol als waakhond en aanjager en onderneemt vanuit die positie gericht acties om de doorstroom van vrouwen naar topposities in de wetenschap te bevorderen. Contacten met de lokale vrouwennetwerken, zo ook met het VWI, spelen hierin een grote rol. Verder maken goede banden en korte lijnen met OCW, NWO, FOM, de koepelorganisatie VSNU, de KNAW, de Colleges van Bestuur van alle Nederlandse universiteiten, het Rectoren College en de Stichting Charter Talent naar de Top het netwerk af. Het (laten) uitvoeren van onderzoeken behoort tot de recentste speerpunten van het LNVH. Voor de verschenen rapporten en voor meer informatie over de activiteiten van het LNVH verwijzen wij met plezier naar de website www.LNVH.nl. U vindt daar tevens de Monitor Vrouwelijke Hoogleraren met recente cijfers over de doorstroom van vrouwen naar de top en een glazen plafond index. Zelf – vrouwelijke - hoogleraar of UHD? En nog niet aangesloten? Dan kunt u zich aanmelden via de website! www.LNVH.nl - info@lnvh.nl


8

• kunst

beeld

Vrouw in Door: Christine Verheijden

In navolging van het project ‘Grab your Chance’, dat begin dit jaar werd afgesloten, wil het VWI de focus blijvend richten op de ontdekking en ontwikkeling van vrouwelijk talent binnen de Wageningen UR. Om de eenvoudige reden, dat diversiteit beter is voor vrouwen én voor mannen. Beter voor de kwaliteit van onderwijs en onderzoek van Wageningen UR en beter voor de quality of life van de Wageningse samenleving. Om deze overtuiging te benadrukken heeft VWI de actie ‘Vrouw in Beeld’ gestart. Met als resultaat een sculptuur van een vrouwelijke figuur. Op 1 november 2014 zullen de leden van het VWI deze keramische sculptuur aanbieden aan de rector magnificus van de Wageningen UR, Prof. Martin Kropff. Het werk is vervaardigd door de Wageningse kunstenares Petra de Vree. Zij staat al jaren garant voor diverse vrouwenbeelden. Het krachtige beeldhouwwerk is niet Europees, Aziatisch of Afrikaans maar heeft een mondiale uit-straling. Evenals de Wageningen Universiteit van vandaag, die over grenzen heen kijkt en van overal ter wereld medewerkers, studenten en studentes aantrekt.

Impuls

Het beeld laat zien dat Wageningen UR het thema Diversiteit hoog op het de agenda heeft gezet en blijft houden. Daarom ook krijgt het een centrale plek in Impuls, de inspirerende en bruisende ontmoetingsplaats voor wetenschappers, beleidsmakers, ondernemers en studenten. Impulse is hét podium voor creatieve en innovatieve ideeën. Niet voor niets dus dat ‘Vrouw in beeld’ vlak boven het spreekgestoelte is geplaatst. Goed zichtbaar voor iedere bezoeker. www.petradevree.nl

9


SPECIAL: De reis van Wageningen naar de Internationale Top • 11

10

Dr. Ir. Margrethe Jonkman

“Maak

keuzes en blijf

jezelf.” Alumnus en promovendus Margrethe Jonkman (45) is per 1 oktober 2014 benoemd tot Corporate Director Research & Development bij internationaal zuivelgigant FrieslandCampina. Werklocatie: FrieslandCampina Innovation Centre in Wageningen. Een goede aanleiding dus om haar te spreken over een ambitieuze carrière na haar afstuderen aan de Wageningen Universiteit. Haar strategie: telkens opnieuw uitdagingen aangaan en daarbij de passende functies zoeken. Al haar hele carrière weet Jonkman precies duidelijk te maken wat ze wil. Toch heeft ook zij ‘het vak’ van carrièrevrouw moeten leren. Aan ‘Kracht Stroom’ wil ze best een paar tips meegeven. Door: Gaby Jansen

Margrethe Jonkman werkt niet volgens een vast omlijnd plan. Tijdens haar studentenleven kwam ze tot de conclusie dat ze liever in een bedrijf wilde werken dan in de wetenschap. Haar bestuurservaring in de roeivereniging Argo en haar universitaire stage in India wakkerden de passie voor leidinggeven aan. Gedurende haar promotieonderzoek mistte ze de praktijk. Die vond ze bij FrieslandCampina, toen nog bekend als Friesland Coberco, waar ze startte als onderzoeker. Tussen 1997 (haar promotiejaar) en nu is ze opgeklommen van Manager Research & Development via Director Innovation International tot Director Innovation Infant & Toddler Nutrition. Als bewindvoerster van het wereldwijde onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma voor kindervoeding van FrieslandCampina gaf ze leiding aan een reeks van voedingsmerken met baby- en kindervoedingsproducten zoals Friso, Frisian Flag en Dutch Lady. Productbestemming: Azië en Afrika.

Kies teamwork Jonkman: “Regel je zaken goed voor jezelf en je omgeving. Je bent zelf de maker van je eigen loopbaan. Schep bewust keuzes. Je kan ervoor kiezen om veel tegelijk te doen, maar dan heb je geen carrière.” Hoog in haar vaandel staat teamwork. Ook in samenwerking met haar man. Beide hebben

een fulltime topfunctie én twee zoons en een dochter. Een crèche bleek door het continue heen en weer reizen voor haar werk, niet effectief. Daarom kozen ze een au pair; uitzonderlijk in Nederland. In haar omgeving waren de meningen daarover verdeeld. In de Aziatische landen waar Jonkman veel komt voor haar werk, is een au pair juist heel normaal. Zij zelf zal geen oordeel over een ander vellen.

Onder: Roeien bij WSR Argo, 1991 Rechtsonder: Penningmeester in bestuursjaar 1990/1991

“Ik geloof niet in een ‘glazen plafond’” Ze respecteert de keuzes van anderen en beschouwt zichzelf niet als voorbeeld.

Diversiteit als bedrijfsdoel Volgens Jonkman wijzen statistieken uit, dat het aantal vrouwen in topfuncties toeneemt. “Ruim een derde van het aantal nieuwe commissarissen is vrouw.” Daarom gelooft ze niet in een ‘glazen plafond’. Zij is binnen FrieslandCampina nooit tegen barrières aangelopen. Wel is ze overtuigd van een ‘gevoelsmatige drempel’, die overschreden moet worden. Ook gelooft ze in het belang van diversiteit waar het gaat om genderverschil-

Margrethe Jonkmans tips len, culturen en persoonlijkheden. Management zou in haar ogen effectiever zijn met meer en uiteenlopende menstypes op de werkvloer. Gebrek aan diversiteit is in haar ogen een ‘bedrijfsprobleem’ en geen vrouwenprobleem.

Actief en flexibel Jonkman gelooft sterk in persoonlijk empowerment, waarbij je je lot in eigen handen neemt. “Iedere man en iedere vrouw beschikt over persoonlijke kwaliteiten. Dus wees vooral jezelf en wees flexibel. Hoe je omgaat met je eigen kwaliteiten hangt af van wat je zelf wilt en hoe je presteert”, vindt ze. Zelf gaat ze voor haar nieuwe baan, is ze

• Doe waar je passie ligt en waar je goed in bent • Weet wat je wilt; geef aan wat je wilt • Ben jezelf en Blijf jezelf • Maak keuzes; you cannot do it all! • Ga ervoor en Lever (meer dan je afspreekt) bezig met het realiseren van haar doelen, en het bespreken van de teamdoelen. Tegelijkertijd stelt ze zich flexibel op. Want er kan altijd weer iets op haar pad komen waar ze zich voor openstelt. Uit ervaring voelt Jonkman het moment aan, dat zich een nieuwe uitdaging voordoet. Of zoals ze zelf zegt: “Als een klus geklaard is, dan leer ik graag nieuwe dingen”.


12

reportage • 13

“Als boermoet je

Martine:

eigenwijs zijn”

Martine Lesterhuis is de opvolgster in een akkerbouw-bedrijf van 100 hectare. Ze wil de productie volledig ‘biologisch’ maken, zodat de opbrengst kan dienen als voeder voor de biologische varkenshouderij. Voor haar zit de uitdaging in het ontwikkelproces van biologische teelt. De toekomstige boerin veroorzaakt nu al ‘reuring’ in haar Groningse omgeving. Martine is nog geen lid van het VWI. Ze noemt de leden van het vrouwennetwerk ‘ondernemend’ en ‘lekker feministisch’. Om de wereld te verbeteren begint ze bij zichzelf. Door: Angela Rijnen


N 14

arcissen bloeien uitbundig in de boerderijtuin van maatschap Lesterhuis-van der Meiden. Een zonovergoten maartse zondagmiddag. Martine Lesterhuis is alleen thuis en zal ’s avonds vanuit Groningen terugkeren naar haar kamer in Wageningen. Nog even en dan zal ze het bachelor-diploma Plantenwetenschappen in ontvangst nemen. Daarna gaat ze drie maanden in haar eentje fietsen door Europa. Haar kamer houdt ze voorlopig aan, de universiteit zegt ze vaarwel. “Wageningen is vrij theoretisch”, vindt Martine, “ik neig meer naar de praktijk. Een universiteit vergt van je, dat je veel literatuur leest, naast je eigen onderzoek. Maar op die manier is kennis opbouwen een langzaam proces. Mij lijkt het veel leuker om zélf, in de praktijk, te zien hoe het gaat. Ik weet nu hoe planten anatomisch in elkaar zitten, ik ken hun stofwisseling, hun hormoonhuishouding en alles wat erbij komt kijken als planten groeien. Ik heb geleerd over hun onderlinge interactie en natuurlijk over de interactie met de bodem. Ik ben blij dat ik ‘Wageningen’ gedaan heb. Ook vanwege de manier waarop je hebt leren nadenken en vragen stellen: ‘Waarom doen we dit, waarom werkt het, of niét, en hoe kan het anders’. In plaats van: ‘we doen het op deze wijze omdat we het altijd zo hebben gedaan’.”

Adrenaline Haar vader runt met een medewerker het gangbare akkerbouwbedrijf, haar moeder zwaait de scepter over het biologische varkensbedrijf. Martine, enig kind,

reportage • 15

zal de vierde opeenvolgende generatie zijn die hier boert. “Dat is echt mijn droom”: ze wijst in de schuur op een rekje. Boven oude nummerplaten hangen hoefijzers van de paarden die hier vroeger de ploegen en eggen voorttrokken. Ze stelt zich voor hoe haar voorouders met hun schop over de akkers liepen. Hun nalatenschap stemt haar nostalgisch, het ondernemerschap trekt haar in het boer-zijn. “Je moet eigenwijs zijn, de touwtjes in handen nemen, er tweehonderd procent voor gaan. Want er zijn genoeg momenten waarop het werk niet leuk is. En er zijn ook jaren waarin je niets verdient”, weet Martine. Ze laat de varkenshouderij zien. Het zogenaamde plein, waar grote zeugen in de zon liggen te luieren, en de weide waar de dieren knorrend in het rond wroeten. Martine: “Elke zeug heeft haar eigen karakter. Deze hier”, wijst ze, “nummer 37, is een schat. Maar als ze biggen heeft wordt ze een heks: boos doen, bijten.” “De varkens waren vroeger meer ‘mijn ding’ dan de akkerbouw”, vertelt ze tijdens een rondgang langs de binnen- en buitenhokken van de zeugen met biggen. “Ik werd als meisje vooral bij de dieren betrokken. Maar tegelijkertijd kon ik als peuter al uren op een krukje

zitten kijken, hoe het stro boven in de schuur werd gebracht. Nu sta ik zelf bovenop de bult, om de stropakken neer te leggen. Ik houd van de adrenaline in de oogsttijd”, benadrukt ze.

Respect “Ik wil helemaal biologisch”, schetst ze haar droom. “Niet alles tegelijk, misschien elk jaar tien hectare erbij. Maar ik wil het voer voor de varkens op dit bedrijf gaan verbouwen, zodat ik precies weet waar het vandaan komt. Wat ik ga verbouwen? Ach, varkens eten alles: tarwe, lupinen, maïs, zelfs capucijners. Voor mij zit de uitdaging in hóe ik het ga verbouwen; het verder ontwikkelen van de biologische teelt. In de bodembewerking, precisie-zaaien en geschikte machines. Ik stel me daarin graag open voor de gangbare akkerbouw. Ik wil de efficiëntie leren die daar is ontwikkeld. Hoe je vooraf op ziek-

“Het ontwikkelen van de biologische teelt is voor mij de uitdaging” ten kunt inspelen en de je de bodem zo goed op orde krijgt, dat de plant zich optimaal kan ontwikkelen.” Daarnaast wil Martine haar omgeving bij de boerderij betrekken. “Jaarlijks houden we op het varkensbedrijf een open dag. Dat is een beetje mijn miniproject aan het worden. Vorig jaar met een boerenmarkt erbij. Ik merkte dat er een fijne sfeer hing. Ik wil graag dat mensen respect hebben voor hun voedsel, dat ze weten hoe het geproduceerd wordt. Ik speel met de gedachte om een stuk grond beschikbaar stellen voor dorpsbewoners om er hun eigen groenten verbouwen. Dat is goed voor mijn

Martine Lesterhuis Leeftijd: 26 jaar Woont in: Wageningen Beroep: op zoek naar een baan als bodemonderzoeker of (biologisch) teeltadviseur Studie: Bachelor Plantenwetenschappen Afstudeerjaar: 2014


16 • reportage

kunst • 17

ceres

godin van de landbouw

sociale contacten en voor mijn betrokkenheid bij de regio. Want eigenlijk zijn we hier heel erg individualistisch”, vindt ze. “Om de wereld te verbeteren begin ik bij mezelf.”

Linkse rakker

Nog geen VWI-lid Vooralsnog voelt Martine Lesterhuis niet de behoefte zich bij de vrouwen van het VWI aan te sluiten. ‘Ondernemende vrouwen’, lijken het haar, ‘lekker feministisch’. “Maar ik zoek het in mijn eigen buurt. Je kunt toch ook van niet-gelijkgestemde mensen veel leren? Voor de ‘gangbare jongens in Wageningen’, sluit ik me evenmin af. Later is het misschien aardig om andere vrouwen met een eigen bedrijf te vragen hoe zijn de zaken aanpakken”, waarmee Martine aangeeft dat het toch goed is dat het vrouwennetwerk bestaat. “In Wageningen heerst een bijzondere sfeer, mensen gaan er op een fijne manier met elkaar om. Het is leuk om dat gevoel na je studie, wat langer vast te houden.”

Met haar ideeën roept de boerin-in-spe wél wat op. “Op mijn proefveld van 1 hectare heb ik vorig jaar voor het eerst biologische haver verbouwd. ‘Dan zul je wel enorm veel schimmels krijgen’, verwachtten boeren in de omgeving. Of: ‘Waar is die dochter van Lesterhuis mee bezig?’ Daar zit ik niet mee, ik houd wel van prikkelen en reuring veroorzaken. Sommigen zeggen: ‘ jij linkse rakker, met je biologisch’.” Ze lacht vrolijk: “Ik had een topopbrengst vorig jaar: acht ton.” Overigens gebiedt de eerlijkheid haar wel te zeggen, dat het ging om het eerste jaar na de gangbare teelt. In de agrarische wereld zal Martine zich moeten bewijzen. Als biologische boer maar ook als vrouw in een mannenwereld. “ ‘Mannen nemen niets van je aan, als je teeltadviseur wordt’, zo wordt beweerd. Nou, zodra er ergens ‘een slechte plek’ is, ga ik gewoon met ze het land in en met de schop in de grond, om de bodemstructuur te beoordelen. Zolang ze geen vertrouwen in me hebben, vind ik het juist een uitdaging om hun vertrouwen te winnen. Ik weet wat ik wil en laat me niet van de wijs brengen.”

Koos Lukkien (1958) Als exponent van het Neo-Expressionisme van de jaren ‘80, verwierf Koos Lukkien bekendheid met schilderijen, waarin de op hol geslagen grootsteedse samenleving het uitgangspunt vormde. Zo ontstonden avontuurlijke werken vol speelse invallen en bizarre associaties. Allengs begon de kunstenaar gestalte te geven aan een meer innerlijke en verstilde wereld, waarin sfinxachtige vrouwen en engelen als hoofdrolspelers figureerden. De zinnebeeldige vrouwenportretten in deze uitgave, sluiten aan op deze periode. Als Romeinse godinnen tonen ze zich ingetogen en raadselachtig. Zo zien we hier Ceres, de Romeinse godin van de landbouw, ontdaan van alle glamour en opsmuk, als personificatie van vrouwelijke kracht en wijsheid. www.kooslukkien.nl

Koos Lukkien

Toch stort Martine zich nog niet volledig op de boerderij. Eerst wil ze bijvoorbeeld als biologisch teeltadviseur aan de slag. “Je bent dan de link tussen de plantkunde en de boer: bezig met planten, met hoe de gewassen groeien. Ik vind het leuk om mensen iets te leren, om te laten zien wat voor effecten het gebruik van zware landbouwmachines heeft op de bodemgesteldheid. Als teeltadviseur heb je overal contacten, bouw je een netwerk, leer je veel. Ik zal die kennis als boerin ook kunnen gebruiken.”


advertorial • 19

Heb jij een aardwetenschappelijke achtergrond, loopbaan of interesse?

Word dan lid van

GAIA!

Inhaalslag

Voor mijn boek Vrouwen van 50 sprak ik met goed opgeleide vrouwen. “Mijn kinderen gingen het huis uit, dat gaf ruimte”, vertelde iemand. “En nu ik’’, dacht een ander en zij is gaan bedenken, “wat ze”, zo zei ze, “wilde gaan ontwikkelen in haar werk”. Niet voor iedere vrouw is 50 een keerpunt, maar ik ontmoette er velen die vertelden over opleidingen die ze begonnen waren, over een nieuwe werkkring, of over hun start als zelfstandige. Van een adviesbureau dat 20.000 mensen interviewde, hoorde ik eenzelfde geluid: veel vrouwen van 50 pakken nieuwe dingen op; ze zijn nog lang niet uitgeleerd. Het lijkt er dus op dat veel van die vrouwen een inhaalslag willen maken.

Op de werkvloer is daar echter weinig erkenning voor. Daar wordt iemand van 50 niet gezien als een aankomende ster. Daarom bepleit ik dat er in deze tijd van innovatie, nieuw werken en duurzame inzetbaarheid, anders gekeken gaat worden naar carrièrepaden. Ook in vergrijzende organisaties kunnen vrouwen van deze leeftijd, mits zij beschikken over dat ‘hernieuwde elan’, zorgen voor verfrissing en nieuw bloed. Van werkgevers verlangt dit dat ze hun nek durven uitsteken en onderscheid durven maken. En het vereist ook wat van vrouwen zelf. Mijn belangrijkste tip: manifesteer je duidelijk in de organisatie. Vrouwen voelen zich vaak in de eerste plaats die pro-

fessional en zien regels en procedures als een last. Organisaties zijn mannendingen, zeg ik wel eens, die zijn ontstaan in de periode dat mannen het voor het zeggen hadden op werkgebied. Mannen kennen het spel ‘van binnenuit’. Vrouwen wenden zich er vaak van af. Maar draai dat eens om en probeer te denken vanuit de organisatie. Bestudeer hoe macht werkt, hoe lopen de hazen bij jullie? Invloed uitoefenen, projecten doen over de grenzen van je eigen team, lastige klussen op je nemen en daarover communiceren, het helpt allemaal. Je krijgt een breder netwerk, het verbreedt je kennis en je vergaart erkenning (en zichtbaarheid). En wie weet, helpt het je de positie te bereiken die je wilt. In de New York Times las ik over huwelijks-problemen bij zestigers. Gepensioneerde mannen verlangden meer tijd samen, maar hun vrouwen (10%) zeiden: “nee laat mij werken. Ik heb nu eindelijk een identiteit van mezelf ”.

Louise Boelens is organisatie-psycholoog en jurist. Zij heeft een bureau voor coaching en organisatiebegeleiding (www.bureauboelens.nl) en schreef onder andere Vrouwen van 50 . Lef, lust en ambitie (2007 uitgeverij Balans).

GAIA is een netwerk voor vrouwen in de aardwetenschappen. Wij organiseren lezingen, workshops, excursies en netwerkevenementen, en ondersteunen leden in hun (loopbaan)ontwikkeling.

G

AIA is opgericht op 9 december 1998 als netwerk voor vrouwen in de aardwetenschappen, met richtingen zoals geologie, fysische geografie, hydrologie, geochemie, geofysica, technische aardwetenschappen, bodem water en atmosfeer, bodemkunde en milieuwetenschappen. Het netwerk valt als kring onder het Koninklijk Nederlands Geologisch en Mijnbouwkundig Genootschap (KNGMG) en is een werkgroep onder het Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap (KNAG). GAIA is een lidorganisatie van de Nationale Vrouwen Raad en het European Platform of Women Scientists. Op dit moment heeft GAIA 156 leden, die werkzaam zijn voor onder andere universiteiten, onderzoeks- of groot technologische instituten, adviesbureaus, bij regionale en landelijke overheden, of zijn student. www.gaia-netwerk.nl

Foto: Annemieke van Roekel, Vuurberg Geo-educatie

Louise 18 • column

Geologische rondwandeling Amsterdam, maart 2013


20

generaties

4

VWI-vrouwen

Naam: Gaby Jansen Leeftijd: 24 jaar Studie: Management, Economics and Consumerstudies. Woont in: Wageningen

“Vrouwen voelen druk om zich rationeel te gedragen” Wat zie jij als de uitdaging voor vrouwen in deze tijd? “Als vrouw wil ik presteren en mezelf bewijzen. Studiegenoten om mij heen vinden dat mannen en vrouwen al gelijk zijn. Ik zie dat anders. Op vrouwen ligt veel druk om zich mannelijk te gedragen. Dat wil zeggen beheerst, niet te begripvol of te enthousiast. De uitdaging voor vrouwen is om enerzijds rationeel en verantwoordelijk te zijn en anderzijds de zachte kant te laten zien. Ik vind het jammer dat weinig hoogopgeleide vrouwen een hoge functie bereiken.” Wat kan het VWI of een ander vrouwennetwerk daarin betekenen? “Er zijn weinig rolmodellen voor vrouwen. VWI zie ik als een bron van kennis en informatie. Bij het VWI kan je van elkaar leren en elkaar verder helpen. Ik merk dat jonge vrouwen behoefte hebben aan support. In april van dit jaar ben ik toegetreden tot het bestuur en daar fijn onthaald.” Wie is jouw rolmodel? “Mijn rolmodel is Hillary Clinton of Kim Kyosaki. Het zijn vrouwen die niet bang zijn om ervoor te gaan. Ze geloven in zichzelf en zijn daardoor inspirerend. Ik vind respect voor mezelf en anderen belangrijk. Dat is mijn drijfveer om andere vrouwen te helpen.”

interview • 21

Door: Karine de Laat

Naam: Ansa Baykuz-Fiaz Leeftijd: 33 jaar Baan: consultant bij P&O consultancy Woont in: Wageningen

Wat is de uitdaging voor hoogopgeleide vrouwen in deze tijd? Om zich heen ziet Ansa vriendinnen die zichzelf voorbij lopen en op hun 30e in een burnout terecht komen: de zogenoemde ‘quarterlife’ burn-out. “De uitdaging van mijn generatie”, zegt ze, “is trots te voelen op wat je bereikt hebt. Dat het oké is om even niets te doen en je niet te laten leiden door prestatiedruk. Zelf maak ik mee dat mensen me raar aankijken als ik vertel dat ik na mijn promotie niet verder ben gegaan in het onderzoek. Alsof ik daardoor geen goede onderzoeker zou zijn!” Wat kan het VWI of een ander vrouwennetwerk betekenen? “Het contact met vrouwen met andere levenservaring geeft inspiratie en energie. Het VWI gaf me tips over hoe ik over mijn salaris kon onderhandelen.” Over vijf jaar? Ansa hoopt over vijf jaar een leuke internationale positie te hebben bereikt. Een positie die is gerelateerd aan de wetenschap. Misschien een leidinggevende baan. Ze woont in Wageningen, want ze heeft het hier naar haar zin. Of er tegen die tijd kinderen zijn laat ze in het midden. “Misschien wel, misschien niet.”

“Wees trots op wat je al bereikt hebt en voel dat het oké is om even niets te doen”

Naam: Thera Pepping-de Roos Leeftijd: 49 jaar Baan: kwaliteitscoördinator provincie Drenthe Woont in: Vries

“Geef elkaar support” Wat zie jij als de uitdaging voor vrouwen in deze tijd? “De beloning is nog altijd niet gelijkwaardig en er zijn onvoldoende vrouwen op hogere functies. Vrouwen die aspiraties hebben om hogerop te komen zou ik willen adviseren: ‘kijk vooral naar je eigen competenties’. Een aantal jaren geleden stapte ik over van bedrijfsleven naar overheid. Spannend, maar ik dacht “och, ik kan het vást wel”. Het gaat niet om de opleiding die je hebt gevolgd, maar om je competenties. Zo ben ik het gesprek ingegaan en heb ik de baan gekregen. “ Wat kan het VWI of een ander vrouwennetwerk daarin betekenen? “Vrouwen zijn van nature netwerkers. Toch is het soms lastig om je plek te vinden in een zakelijk netwerk. Vrouwennetwerken zijn nodig om elkaar te versterken, of herkenning te bieden in de balans tussen gezin en werk. Toch vind ik het ook belangrijk om netwerkverbinding te zoeken met mannen. Vrouwen zouden elkaar meer mogen aanbevelen. Deze vorm van support geven vrouwen nog niet vaak genoeg, in ieder geval niet zoals in mannennetwerken. “ Waar zie je jezelf over vijf jaar? “Netwerken vind ik erg leuk. Ik zie dat ik daar een meerwaarde in heb. Bijvoorbeeld in het organiseren van evenementen. Of ik dan nog bij de overheid werk? In ieder geval niet full-time. Waar ik echt voldoening uit zou halen is een adviesfunctie in combinatie met netwerken.”

Naam: Marian Bos-Boers Leeftijd: 68 jaar Baan: oprichter en coördinator VWI, gepensioneerd Woont in: Wageningen

“Zoek de ambitie die bij je past” Wat zie jij als de uitdaging voor vrouwen in deze tijd? “Toen we het VWI oprichtten, was een vrouw die een carrière ambieerde een uitzondering. Je moest je altijd verdedigen. Wageningse vrouwen waren soms de enige vrouw op de afdeling. Dan was het prettig om je ervaringen te delen en in het juiste perspectief te zetten. De jongere generatie ervaart meer druk om te presteren. Ambitie is goed, maar moet wel van binnenuit komen. Zoek daarom de ambitie die bij je past, want het geeft energie om aan een droom te werken!” Wat kan het VWI of een ander vrouwennetwerk daarin betekenen? “Mannen en vrouwen nemen nog steeds verschillende posities in. Al zijn vrouwen in 25 jaar massaal toegestroomd tot de arbeidsmarkt. Het is jammer dat mannen af haken zodra beroepsgroepen een evenwichtiger samenstelling krijgen. Dat zie je in het onderwijs en de rechterlijke macht. Vrouwennetwerken kunnen dat soort ontwikkelingen in hun eigen omgeving aan de kaak stellen. Zoals VWI heeft gedaan met ‘Grab Your Chance’ in 2013.” Wat is je volgende ambitie? “Na mijn pensioen wilde ik wat meer vrijheid en minder vergaderen. Dus heb ik mijn clubjes afgebouwd. Ben nog wel actief binnen de VVAO (Vereniging van Vrouwen met een Hogere Opleiding). Ik ben jaren druk geweest met onze woning in de steenfabriek. Nu wil ik de tuin op orde krijgen; ik pluk hier héél wat onkruid. Er komt vast wel weer wat nieuws. Want als je altijd actief hebt geleefd, dan zul je actief blijven.”


22 • Wetenschapper langs de emancipatiemeetlat: Dr. Caroline Katsman

een eventuele zwangerschap te moeten incalculeren. Omdat ik één van hen begeleidde heb ik me er hard voor gemaakt dat deze kwestie werd opgelost. Maar het toont aan dat dergelijke zaken nog steeds tot problemen leiden.”

‘Nou verlies ik een vrouw!’

“Laat zién hoe graag je die baan wilt …en bewaar de ‘beren op de weg’ voor later” Caroline Katsman promoveerde in 2001 op een onderzoek naar zeestromingen die door de wind worden aangedreven. Katsman is gefascineerd door de natuurkunde van de zee. Een ‘mannelijker’ onderwerp is bijna niet te verzinnen. Ook zij had haar ambassadeur in carrièreland: “op de middelbare school in Groningen liep tussen de prototypes van wiskundeleraren één vrouw rond die mij als voorbeeld diende. Zoals zij was, wilde ik ook worden. Het stromen van water fascineerde mij ook al op jonge leeftijd.

Genderonderscheid Katsman: “Drie van de aio’s in onze onderzoeksgroep bij het KNMI waren tegelijk zwanger. Twee hadden een promotiecontract bij het KNMI en de andere bij de Universiteit Utrecht. Op dat moment bleek dat het KNMI geen mogelijkheden bood om het contract te verlengen ter compensatie van het zwangerschapsverlof. In tegenstelling tot de UU waar zwangerschapsverlof in de CAO is opgenomen. Toen kregen de vrouwen opmerkingen als: ‘Had dat dan eerder gemeld, dan hadden we het kunnen regelen’. Maar het gaat natuurlijk wat ver, om voorafgaand aan je promotieonderzoek

Door: Veroniek Clerx

A

fgelopen zomer stapte Fysisch Oceanog raaf Caroline Katsman (Universiteit Utrecht) over van het KNMI in De Bilt naar de faculteit Civiele Techniek van de Technische Universiteit Delft. En heeft met die overgang een hele serie barrières genomen waar vrouwen in de wetenschap nogal eens over struikelen. Op haar kamer hangt een grote foto van een Russisch vrachtschip met duidelijk leesbaar de naam ‘Professor Katsman. Op de vraag of ze Professor is, antwoordt ze: “Nog niet, maar ik wil het wel worden.”

Het KNMI blijkt als Rijksinstituut nog bij uitstek een mannenorganisatie. “Gelukkig is met de nieuwe directie 2014, Myriam van Rooij aangesteld op HRM. Zij maakt werk van diversiteit. Het aanstellen van een minimaal aantal vrouwen is trouwens wel overheidsbeleid.” En dat betekent voorlopig balanceren met van bovenaf opgelegde richtlijnen? “Toen ik mijn vertrek naar Delft aankondigde bij de algemeen directeur van het KNMI, was zijn reactie: ‘Nou verlies ik een vrouw!’ Nee, het moet niet schever worden”, bedenkt Katsman hardop. “Toch kun je in zo’n mannenclub ook je voordeeltjes meepikken. Toen staatssecretaris Mansveld vorig jaar kwam kennismaken zat ik als voorbeeldvrouw vooraan”, grapt ze. Overigens is Katsman één van de dragers van het acht-jaarlijkse meteorologische rapport Klimaatscenario’s 2014. Het werd afgelopen voorjaar aangeboden, in bijzijn van de landelijke pers, aan diezelfde staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu. Het KNMI beschouwt de Meteorologie als één van de innovatiethema’s en banenmotor van de toekomst.

Salaris-onderhandelen TU-Delft is geen mannenbolwerk meer. Toch bleek dat Katsman de salarisonderhandelingen ongebruikelijk voerde. “Ik ging het voorstel van de personeelsmanager thuis overdenken. Mijn toekomstige collega’s vonden het bod te laag.” En dat meldde ze op maandag bij HR. Verbazing was haar deel. Want haar aanvankelijke zwijgen had doen veronderstellen dat ze akkoord was met het voorstel. Katsman: ‘Mannen nemen kennelijk een eigen salarisvoorstel mee naar het gesprek. Maar ik ging na een weekendje puzzelen de onderhandelingen pas aan. Ik had trouwens wel de luxepositie dat ook Utrecht me wilde hebben in het kader van een zogeheten VIDI –beurs ter waarde van acht ton. Uiteindelijk zijn we erop uitgekomen dat ik zowel in Utrecht als in Delft kantoor houdt. Mijn man staat om half 6 op om de kinderen ’s middags van school te kunnen halen. Dát trekt mijn biologische klok echt niet. Toch wordt ik als enige van ons twee gevraagd, ‘hoe ik dat combineren toch allemaal voor elkaar krijg’.”

www.klimaatscenarios.nl

10

23

9 8

7 6 5 4 3 2 1

Emancipatiescore: 9 “Ik vind mezelf wel een 9 waard. Ook al omdat ik gezin en werk organiseer zónder dat het mijn baan in de weg staat. Veel vrouwen zien wat dat betreft zoveel beren op de weg. En dat laten ze vaak al laten zien tijdens het sollicitatiegesprek. Dat is niet handig. Wat ik mijn aio’s meegeef is: ‘laat eerst zien hoe graag je de baan wilt en bespreek de eventuele ‘beren’ pas veel later. Want daar kom je samen ook wel uit.’“


kunst • 25

24 • advertorial

LUNA

Blankestijn & Partners, opleidingen in coachen, trainen en leiderschap

Word een inspirerend en geaccrediteerd trainer of coach!

godin van de maan

Opleidingen voor bezielde coaches, trainers en managers In de opleidingen van Blankestijn & Partners leer je veranderings-processen begeleiden bij individuen, teams en in de organisatiecultuur. Je vergroot je impact als coach, trainer of manager door • gedegen competentieontwikkeling volgens NOBTRA en EMCC normen, en gebaseerd op het Stermodel van de zes ontwikkelings-niveaus van Blankestijn & Partners; • persoonlijke ontwikkeling als trainer, coach of manager om je authenticiteit en persoonlijke kracht te versterken.

Kom naar onze gratis introductieworkshops of nodig ons uit in je organisatie. • Coachen met ziel en zakelijkheid (EMCC-practitionerniveau) • Trainen met ziel en zakelijkheid (NOBTRA-erkend) • Bezielend leiderschap voor managementteams • Coachingsvaardigheden (EMCC-foundationniveau) • Professioneel en inspirerend trainen (NOBTRA-erkend) • Coachend leidinggeven • Bouwen aan zelfsturende teams van professionals

Volg ons op twitter of facebook: /BPopleidingen Blankestijn & Partners, Churchillweg 5, Wageningen. www.BPopleidingen.nl

Aanbieding: boek van Silvia Blankestijn kado In het jubileumjaar van het VWI (2014) krijgen VWI-leden bij aanmelding voor een van onze opleidingen een boek van Silvia Blankestijn kado: Impact als trainer, Communiceren met ziel en zakelijkheid, Trainen met hart en ziel of Coachen in 90 minuten.

Koos Lukkien

Open opleidingen en in-company trajecten


26

interview • 27

Tiny Rieken:

Pionieren, dat vind ik

leuk Door: Veroniek Clerx

“Ken je het boek ‘Lean In’ van Sheryl Sandberg?”, vraagt Tiny Rieken tijdens het gesprek over de specifieke werving en selectie van hoger opgeleide vrouwen. “Fantastisch boek, geschreven door de Chief Organization Officer van Facebook. Het gaat erover op welke manier vrouwen hun talenten en vakpotentieel optimaal kunnen gebruiken. Kandidaten die wij plaatsen in een functie, krijgen dit boek van ons cadeau.”


interview • 29

28

‘O ‘Ons’ is ‘Rieken en Oomen’, in 1988 opgezet door Tiny Rieken zelf in haar eigen woonkamer. Na 26 jaar uitgegroeid tot een landelijk bekende onderneming voor Werving, Selectie en Advies. Voormalig zakenpartner Marian Oomen is opgevolgd door Ellen Bruin. Maar de oorspronkelijke bedrijfsnaam is gebleven. Het team van elf vrouwen is werkzaam op twee locaties: Maastricht en Utrecht. Waarom geen mannen in de zaak? “Vrouwen zijn simpelweg betere dienstverleners. We hebben wel mannen in huis gehad, maar dat bleken al snel ‘beterweters’. Daar zit de klant echt niet op te wachten”, weet Rieken. Haar carrière is een voorbeeld van gerealiseerde vrouwelijke ambitie. Niet alleen wat haar eigen loopbaan betreft, maar ook omdat ze zich opwerpt als adviseur van andere vrouwen. Vijf jaar lang was ze leidinggevende van een provinciaal steunpunt voor herintredende vrouwen, die via dit project, ‘in echte, goede banen terechtkwamen’. Op een gegeven

moment bedacht Rieken, dat ze de energie voor het steeds opnieuw verkrijgen van subsidie, beter direct in de vrouwen zelf kon steken.

Volledig zelfstandig “Ik startte mijn bedrijf in mijn eigen verbouwde huiskamer en kon daardoor beter op mijn toen eenjarige dochter passen. Gewoon vanaf de grond opgebouwd: folder gemaakt, persbericht uitgedaan. Zo haalde ik de krant en vervolgens mijn eerste opdracht binnen. Ik weet het nog goed. Het ging om een filiaalmanager bij een drogisterijketen. Ik heb in drogisterijwinkels rondgelopen om een idee te krijgen wat er werd verwacht van zo iemand”. Pionieren dus, dat vind ze leuk.

‘Vrouwen op hogere functies? De samenleving vráágt erom’ “Na geruime tijd stopte ik bij het provinciaal steunpunt en zette welbewust de stap naar volledige zelfstandigheid.” Ze koos nadrukkelijk voor de werving en selectie van hoger opgeleide vrouwen in de non-profit. “Dat ging toen nog vooral

Old boys “25 jaar geleden was een wervingsbureau voor vrouwen een onvermijdelijkheid. Inmiddels geldt voor ons de stelregel, dat in iedere voordracht minstens één vrouw aanwezig moet zijn. Na al die jaren weet ik dat als je een geschikte vrouw wílt vinden voor een functie, je haar zúlt vinden. Dat gaat op in 98 procent van de gevallen. ‘Old boys’ zijn echt uit de tijd. Inmiddels is het aantal hoger opgeleide vrouwen zodanig toegenomen, dat de samenleving niet meer om ze heen kan. En mannen krijgen de ruimte voor zorgtaken thuis.”

om overheidsbanen. Daar was sprake van voorkeursbeleid”. Aanvankelijk werkte Rieken uitsluitend voor vrouwen want ze vond het tijd dat hún talenten werden benadrukt. Zodat vrouwen terechtkwamen op functies waarvan Rieken vond dat ze er thuishoorden. Tegelijkertijd hoopte ze erop, dat deze vrouwen een ambassadeursfunctie zouden gaan bekleden. Haar wervingsopdrachten werden allengs interessanter. “Zo ging het op een gegeven moment om een provinciaal manager Sociaal Domein en om de bestuurssecretaris van de Universiteit Maastricht. Veelbelovende opdrachten. Toch kreeg ik nog te vaak naar mijn smaak van de opdrachtgever te horen: dat ik het ‘mocht proberen’. Zou een man ook met zo’n weifelachtige boodschap op pad zijn gestuurd”, vraagt ze zich af.

Stevig presenteren Rieken vindt dat in de afgelopen kwart eeuw belangrijke maatschappelijke stappen zijn gezet . “Denk bijvoorbeeld aan DSM, een groot internationaal bedrijf in Limburg. Daar geldt de actieve beleidsregel dat meer vrouwen op hogere posten komen. Daarmee ben ik het ten volle eens. Voor vrouwen is dat net het zetje dat ze nodig hebben. “ Rieken weet dat veel bedrijven oog hebben voor de kracht en talenten van vrouwen en van de toegevoegde waarde van een goede mix van vrouwen en mannen. “Maar ik zie nog te vaak dat opdrachtgevers aarzelen als het specifiek om de benoeming van vrouwen gaat. Daar komt bij, dat ook vrouwen zelf nog te terughoudend zijn.” Rieken haalt

Diversiteit “Na zeven jaar zijn we gestopt met exclusief bemiddelen van vrouwen. Niet in de laatste plaats omdat de betreffende vrouwen dat zelf niet meer wilden. Zelf ben ik ook voorstander van diversiteit, zeg maar het mixen van talenten. En dan gaat het niet alleen om het verschil van mannen en vrouwen, maar ook om achtergrond, leeftijd en kleur. Wij adviseren onder meer Raden van Bestuur en Raden van Toezicht. Drie jaar geleden is de Vereniging van Toezichthouders van Woningcorporaties gestart met een leergang voor potentiële commissarissen. Een aantal wervingsbureaus wordt gevraagd om een 50-tal heel diverse kandidaten voor te dragen. Een heel vanzelfsprekende ontwikkeling, de samenleving vraagt er om.”

een interview aan van ‘De Volkskrant’ met sportpresentator Dione de Graaff, die vertelde over haar opstelling tijdens salarisonderhandelingen. Toen De Graaff onder ogen kreeg wat ze zou gaan verdienen, was haar eerste reactie: ‘zó veel? Rieken: “Haar manager regeerde hier bijzonder adequaat op: ‘Kom opnieuw binnen en dan stel je de vraag eens zo: ‘Zullen we het eens over hebben over dat bedrag’. Gelukkig bestaan die managers ook. En als nog meer vrouwen leren zich stevig te presenteren, dan kan de ontwikkeling wel eens heel snel gaan”, voorspelt de senior adviseur.

Verder lezen: Lean in, Vrouwen werk en de weg naar succes : Sheryl Sandberg

Netwerken “Maak je netwerk divers en vergeet niet je eigen ambities te melden. Als je iets krijgt, geef dan ook iets terug. Het hoeft geen eenrichtingsverkeer te zijn. Mijn eigen netwerk begon na een aantal jaren te knellen. Toen werd ik gevraagd voor de Rotary en kwam ik daar tot mijn grote genoegen een heel diverse groep mensen tegen. Wat ik zo prettig vind van mannen? Ook als er met stevige toon is gepraat dan krijg je na afloop van een man een por: ‘kom op we gaan een borrel drinken. ‘ En dan is de kwestie afgedaan. “


30 • quote

kunst • 31

OPIS

godin van de vruchtbaarheid

Prof. Esther-Mirjam Sent, hoogleraar Economie en lid Eerste Kamer

Koos Lukkien

Waarom stromen de vrouwen zo moeilijk door? Omdat hun kwaliteiten door een sexebril worden bekeken. Het is niet in de eerste plaats een vrouwenprobleem, het is een probleem van de organisatie


interview • 33

32

Mr. Tineke Tromp, trekker van het Gender Balance Plan

“Maak je

ambities kenbaar” Door: Monique Bronkhorst

Precies een jaar geleden, in november 2013, presenteerde Tineke Tromp, directeur Human Resources van de Wageningen Universiteit, het Gender Balance Plan aan de concernraad. Doel van dat plan is de diversiteitsbalans te verbeteren. “Wageningen UR streeft naar even-redige vertegenwoordiging van de verschillende maatschappelijke groepen, niet alleen mannen en vrouwen. Het Gender Balance Plan zet specifiek in op een evenwichtige manvrouw verhouding. Ik ben erg blij dat er breed draagvlak is om daarin echt stappen te gaan zetten. Mijn motto is ‘Zorg dat je zichtbaar bent bij de mensen die de beslissingen nemen.’”

Als Directeur HR selecteert Tineke Tromp binnen de WUR de geschikte personen voor ontwikkelprogramma’s. Zoals de Young Management Group voor young potentials, de MD-Group voor het middenmanagement en het Executive Program ten behoeve van het hogere management. Tineke: “Deze programma’s bieden mensen met ambitie een steun in de rug. Wie in aanmerking komt en wie niet is vooral een kwestie van selectie op kwaliteit. Bij het samenstellen van groepen kijken we ook naar diversiteit.”

Zichtbaarheid De verschillende directeuren doen de voorselectie voor de ontwikkelingsprogramma’s . Wie in aanmerking daarvoor wil komen, doet er goed aan ook zelf initiatieven te nemen. Tineke: “Leidinggevenden zijn doorgaans zeer bereid tot ondersteuning, maar dan moeten de ambities wel bekend zijn. En het helpt om ook eens te praten met een andere manager dan alleen die van jezelf, over je loopbaanwensen. De vraag: ‘Wie zullen we dát project, of die klus eens laten doen?’, wordt vaak gesteld tijdens managementvergaderingen. Dan is het belangrijk dat de mensen die daar aan tafel zitten je naam al kennen. Door af en toe even op te vallen, maak je jezelf zichtbaarder. We zoeken mensen met lef en met vertrouwen in eigen kunnen. Vrouwen hebben dat vertrouwen over het algemeen wat minder. Dat is nergens voor nodig, want ze doen het juist heel goed. Je moet natuurlijk ook een beetje geluk hebben en heel belangrijk: kansen pakken wanneer ze zich voordoen.”

niet uitkomt, weet Tineke Tromp uit ervaring. “Ik werkte als bedrijfsjurist bij Wageningen UR en hield me bezig met eigendomsrechten, auteursrechten en zogenaamde Derde-geldstroom contracten. Het was leuk werk, het bood stabiliteit en goede secundaire arbeidsvoorwaarden. En dat was prettig, omdat ik in die periode twee kinderen kreeg. Na negen jaar was ik toe aan iets nieuws en ik vond een nieuwe baan. Maar net toen ik het arbeidscontract getekend had, werd ik gevraagd voor een heel andere functie. Cees Veerman, de toenmalige voorzitter van het bestuur

Tenure-track: in tien jaar naar hoogleraarschap

Een pijnlijke beslissing En die kansen dienen zich vaak aan wanneer het juist

van Wageningen UR, bood mij de kans om directeur Corporate Governance te worden en secretaris van de Raad van Bestuur. Ik zou deel gaan uitmaken van een groots veranderingsproces bij de organisatie, een cruciaal kruispunt in mijn loopbaan. Geheel tegen mijn principes in verbrak ik het contract met de nieuwe werkgever nog voor ik er had gewerkt. Een pijnlijke beslissing, maar ik heb er geen spijt van gehad.”


34 • interview

quote • 35

Pak de kansen Ook voor haar huidige functie is ze gevraagd, nadat ze haar ambities kenbaar had gemaakt. Tineke: “Opnieuw een prachtige kans. Ik realiseerde me dat de mensen die samen de organisatie vormen cruciaal zijn voor het succes ervan. Het was echt een nieuwe uitdaging. Ik volgde verschillende trainingen en cursussen op het gebied van HR, want daarover had ik als jurist maar weinig kennis.” Inmiddels heeft Tineke met haar team al heel wat gerealiseerd. Een Shared Services Centre op poten gezet en een ‘Tenure-track’ systeem ingevoerd; een loopbaantraject of carrièrelijn voor wetenschappelijk medewerkers van ongeveer tien jaar. Als het loopbaantraject succesvol wordt doorlopen leidt dit tot het hoogleraarschap. “Het vergroten van het aandeel vrouwen in hogere posities kan niet alleen bereikt worden door kansen te creëren. Vrouwen moeten die kansen ook pakken” , benadrukt ze. “Ik vind het heel goed dat het VWI daar aandacht aan besteedt. Nee, er is niets mis mee te kiezen voor een deeltijdfunctie en meer tijd voor het gezin. Maar realiseer je dat een functie in de top van een universiteit of ander groot bedrijf veel tijd en inzet kost. Veel meer dan veertig uur per week. Daar staat weer tegenover dat het samen bereiken van resultaten heel plezierig, bevredigend en stimulerend is.”

Het Gender Balanceplan faciliteert, gefinancierd uit de NWO- Aspasiasubsidies: • mentorprogramma voor vrouwelijke mentees, gericht op het realiseren van hun eigen carrière-doelen • gender-awareness trainingen voor (mannelijke en vrouwelijke) managers en senior academici • informatie uitwisseling binnen Wageningen UR (via Intranet) • fonds bestemd voor (loon)subsidie om vrouwelijke wetenschappers vanaf schaal 10 verder te stimuleren in hun loopbaan

Dr. Kristina Raab is Implementatiemanager van het Genderbalanceplan. “Het Gender Balanceplan wil doorstroming van vrouwen naar de top van de organisatie verbeteren. Want meer diversiteit, inclusief genderdiversiteit leidt aantoonbaar tot meer succes voor de organisatie. Voor mijzelf is groeiende bewustwording binnen de WUR de belangrijkste ontwikkeling. Bewustwording van de belemmeringen die vrouwelijke wetenschappers kunnen ervaren. Er is voor gekozen om geen harde cijfermatige doelstellingen op te nemen. Want de structurele verandering van de organisatie, directie en medewerkers is een langzaam proces. Desondanks verwachten we binnen een paar jaar een groeiend aantal geïntegreerde actieve vrouwen op hoge posities.”

VWI-bestuurslid Christine Verheijden: “Om de realisatie van het viertal componenten te bewaken, bij te sturen en te stimuleren is een monitoringgroep ingesteld op advies van de Raad van Bestuur van de Wageningen UR. Deze groep volgt de gang van zaken, heeft toegang tot relevante rapportages en brengt verslag uit aan de Raad van Bestuur. Publiceert over de voortgang en adviseert over eventuele bijstelling van de aanpak. De monitoringgroep is samengesteld uit vertegenwoordigers van het lijn- en stafmanagement, hoogleraren, algemeen directeuren, ondersteuners en andere belanghebbenden. Waarmee de organisatie Wageningen UR in zijn geheel is vertegenwoordigd. Ikzelf ben namens het VWI als extern lid toegevoegd.”

Ik ben ervan overtuigd dat als Lehman Brothers Lehman Sisters had geheten, we niet een crisis hadden gehad zoals we die nu doormaken Minister en Europees Commissaris: Neelie Kroes


opinie • 37

36

‘Vrouwen, creëer je Guity Mohebbi:

eigen

wereld’

Publiciste Guity Mohebbi is actief in een diversiteit van vrouwennetwerken. Ze is van mening dat zo’n netwerk ‘eigen’ vrouwen insluit en andere vrouwen uit. Versnippering is het gevolg en er wordt geen eenheid gesmeed tussen vrouwen onderling. “Zijn we zo lang bezig geweest om het spel van mannen te leren, en ons daaraan aan te passen dat we vergeten zijn om onze eigen wereld te creëren?”


“T 38 • opinie

ijdens een boekpresentatie van een vriendin raakte ik in gesprek met een aantal vrouwelijke ondernemers. Een vrouw vertelde, terecht trots, dat ze leiderschapstrainingen gaf aan ambitieuze vrouwen, die binnen hun organisatie carrière wilden maken. Ik was direct enthousiast en vroeg haar hoe ze aan die opdracht was gekomen. Ze vertelde dat de Raad van Toezicht van deze organisatie voor deze trainingen geld had gereserveerd. Wederom verrast vroeg ik haar naar de samenstelling van deze raad. Antwoord: allemaal witte mannen. De verhouding man/vrouw in het middenmanagement van het bedrijf was 80/20. Ik kon mijn verbazing niet verbergen. Temeer omdat, na afronding van de training, er geen concrete vervolgafspraken waren gemaakt.

Vrouwen vergeten vrouwenbelangen Bij mij kwamen direct vragen op: ‘Welke resultaten konden de vrouwen na de training tegemoet zien; welke carrièrepogingen hadden ze zelf al gedaan; waarom waren die pogingen niet gelukt? Hadden de vrouwen de organisatiecultuur rijp willen maken voor diversiteit? En had de Raad van Bestuur zijn intenties in concrete targets uitgesproken?’ Helaas. De trainster, die als extern deskundige was aangetrokken, vond

Wie is Guity Mohebbi Ze is politicoloog, publicist en public speaker. Mohebbi (van Iraanse afkomst), is tevens goodwill ambassadeur van Inclusief leiderschap en diversiteit. Ze zet zich vol overgave in om deze onderwerpen, met name onder jongeren, op de kaart te zetten. In 2013 ontving ze de Zami-award voor ‘Vrouwelijk leiderschap” en hield ze tijdens TED x AmsterdamWomen de indrukwekkende monoloog: ‘Niets is wat het lijkt’. Hiermee vestigde ze aandacht op de positie van alleenstaande minderjarige asielzoekers. www.guitymohebbi.nl

39

het niet haar taak om dergelijke afspraken vooraf te maken. In dezelfde week nam ik deel aan een bijeenkomst over lokale politiek. Dagvoorzitter was een vrouw maar op het podium zaten uitsluitend witte mannen. Daarop heb ik de dagvoorzitter geattendeerd. Want ik kon me niet voorstellen dat in zo’n grote gemeente geen vrouwelijke functionarissen waren om deel te nemen. Maar zij vond het niet haar taak om de diversiteit van de deelnemers aan de orde te stellen. Omdat ze niet de organisator was. Overigens heeft ze het thema evenmin bij de mannelijke deelnemers bespreekbaar gemaakt.

Mannen vergeten vrouwenbelangen In diezelfde week kwamen er krantenkoppen voorbij over opvolging van de Rabobankvoorzitter, voorzitter VNONCW, ANWBdirecteur en Ombudsman. Het bleken allemaal witte mannen. Ronduit opzienbarend was het bericht dat de ‘Raad voor de Rechtspraak’ vragen stelde bij het grote aantal vrouwelijke rechters: ‘ze werken in deeltijd en ze straffen te mild’, luidde de opinie. ‘Ze’ zijn trouwens van het hetzelfde geslacht dat inhoudelijk een stempel drukt op de zorg, het onderwijs, de kinderopvang en de concrete uitvoer-

Guity Mohebbi: “ik ben gevraagd om in het kader van het 25-jarig bestaan van het Vrouwennetwerk Wageningse Ingenieurs mijn visie te geven op het vrouwennetwerk. Ik ben zeer vereerd. Van harte gefeliciteerd met het bereiken van deze unieke mijlpaal. Op naar de volgende 25 jaar en wellicht tijd voor een reflectie. Een reflectie op een andere strategie en visie om met intrinsieke waarden en diversiteit te werken aan vooruitgang. Ik ben een trotse feminist en mijn hele leven staat in het teken van mensenrechten. Ik wil graag samen kijken hoe we dit kunnen gaan bereiken. We hebben niet alleen mannen op onze weg maar ook vrouwen. “

ing van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO).

Ambassadeur? Ik zal niet ontkennen dat door de jaren heen wel degelijk veranderingen hebben plaatsgevonden. Nederland heeft een minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, die tevens het nationale Emancipatiebeleid in haar portefeuille heeft. Een tevens een aantal andere vrouwelijke ministers, staatssecretarissen, Kamerleden, wethouders en raadsleden. Grote bestuursorganisaties kennen hun eigen vrouwennetwerken. Een groot aantal bestuursorganisaties en commerciële ondernemingen heeft wel degelijk machtige

vrouwen in huis. Maar juist die vrouwen geven maar al te vaak toe, dat ze liever met mannen samenwerken dan met andere vrouwen. Vrouwen die moeite hebben hun macht te delen met een ander. Die het persoonlijk

“Machtige vrouwen geven toe liever met mannen te werken.” hebben ‘gemaakt’ en daarmee veronderstellen dat ze als ambassadeur zullen dienen voor andere vrouwen: ‘Zolang ik het goed doe, komen andere vrouwen er ook wel’.

Netwerk veroorzaakt versnippering Omdat ik actief ben in een diversiteit van vrouwennetwerken heb ik geleerd dat zo’n netwerk per definitie ‘eigen’ mensen insluit en anderen uitsluit. Is dat soms de reden dat we zo versnipperd zijn geraakt, geen eenheid vormen, niet luidruchtig zijn of een vuist kunnen maken? Als de ‘deelverzameling vrouwen’ niet bestaat als een sterke tegenhanger van de ‘deelverzameling mannen’, wie of wat zijn we dan wel? Zijn we zo lang bezig geweest om het spel van mannen te leren, ons daaraan aan te passen en eigen te maken, dat we vergeten zijn om onze eigen wereld te creëren? Kortom, zijn we zozeer onderdeel geworden van het systeem dat we zo graag willen veranderen, dat we onze eigen rol en verantwoordelijkheid niet meer kunnen zien? Een kant en klaar antwoord op al deze vragen heb ik zelf ook niet. Maar wat ik wel weet is dat ieder van ons, met al onze vrouwelijke diversiteiten en identiteiten, verantwoordelijk is voor vooruitgang van alle vrouwen. In Nederland maar ook daarbuiten.”


schrijfwedstrijd • 41

40 • kunst

TELLUS

godin van de aarde

Schrijven over

Ambitie

De uitslag van de schrijfwedstrijd

Koos Lukkien

Begin dit jaar schreef de Lustrumcommissie ‘25 jaar VWI’ een schrijfwedstrijd uit, met als thema Vrouwelijke Ambitie. Een verhaal zou kunnen gaan over opleiding, carrière, salaris of hervonden gezondheid, maar ook over gemiste kansen en verloren ambities. De beste inzending is beloond met een schrijfworkshop, ter beschikking gesteld door de bekende Wageningse thrillerauteur Marelle Boersma. Bovendien krijgt iedere inzender een uur coaching aangeboden van de jurylid Marion Geisler. In de maanden juli en augustus heeft een deskundige vierkoppige jury zich gebogen over de ingezonden verhalen en kwam tot het bijgaande resultaat. Jury: Catholijn Jonker (Voorzitter Landelijk Netwerk voor Vrouwelijke Hoogleraren) • Monique Bronkhorst (VWI-tekstschrijver interviews) • Marion Geisler, (coach/trainer IBM) • Cynthia Stijger (auteur)

Eerste plaats en winnares van de schrijfworkshop: Sasja Kamil, Weerbaar Tweede plaats: Vivian Siebering, Bomen groeien niet tot in de hemel Derde plaats: Iris Hertog, Ambitie tussen hoop en idealisme


42

schrijfwedstrijd • 43

1

e

Weerbaar plaats

Sasja Kamil (59), Expert “disaster risk reduction”, Cordaid Den Haag

Door Sasja Kamil

T

elefoon van de dokter: “De foto’s van uw borst zien er alarmerend uit”. “Borstkanker” vraag ik. “Grote kans”, zeg ze. “U moet direct naar het ziekenhuis”. “Maar ik kan niet. Ik vertrek overmorgen naar Cuba. Met mijn nieuwe liefde. En hoe moet het met mijn werk dan?” “Ik verbied u op vakantie te gaan”. De wereld staat stil.

In mijn werk in Afrika en Azie, maken duizenden mensen dit mee: plotseling worden ze getroffen door een aardbeving, een tsunami, een storm, een overstroming. Ze verliezen hun kinderen, hun man, hun huis, hun oogst. Hen help ik weerbaar te zijn tegen de gevolgen van rampen. en reis daarvoor de hele wereld over. Ik ben enorm gemotiveerd. Hoe weerbaar ben ik zelf eigenlijk? Na het telefoontje heb ik van het ene moment op het andere al mijn werkzaamheden uit mijn handen laten vallen en heb de trein naar mijn geliefde genomen. Na een operatie, bestraling, 6 maanden chemokuren en een herstel periode ben ik nu weer grotendeels aan het werk. Mijn haar is weer terug, met krullen. Mijn energie deels. Uiterlijk ziet niemand iets aan me. En toch: ik ben veranderd. De weg terug naar het werk was en is zwaar. Ik kan het wel weer, maar wil ik alles nog? Ik wil niet meer terug naar eindeloos veel uren maken om het werk maar af te krijgen, ook al is mijn werk nog zo relevant. Ik wil niet meer doorpezen om deadlines te halen om voorstellen gefinancierd te krijgen. Ik heb het geduld niet meer voor eindeloze vergaderingen. Ik word gek van de mailbox die maar niet leeg raakt. Ik kan en wil niet meer steeds op reis zijn, uren in vliegtuigen zitten, door het stof van Afrika rijden, alleen op hotelkamers zitten. Ik was enorm gemotiveerd iets te doen voor mensen die het slechter hebben in de wereld. Ik reisde graag en vond het fantastisch veel van de wereld te zien. Maar er is een nieuw perspectief in mijn leven gekomen.

Ik heb het afgelopen jaar echt geleerd voor mezelf te zorgen. En nog belangrijker: voor mezelf te laten zorgen en daarvan te genieten. Ik had eindelijk tijd om uren rustig in de tuin te zitten en te genieten van libellen en vlinders die op de bloemen af kwamen. Om een groentetuintje te starten. Om te lachen om zeehondjes die hun kopjes boven de golven uit staken aan het strand. Blij te zijn met de steun van velen, ook uit onverwachte hoek. Cursusgenoten van chi gong, die met me kwamen wandelen. Vriendinnen van dansen die me wilden masseren. Een buurvrouw die me naar de bestraling bracht. Een dochter die terug kwam uit Nieuw Zeeland om voor me te zorgen tijdens de chemo. Mijn man, die altijd mee ging naar de artsen, thee op bed bracht en er was als ik hem nodig had. Ik heb geleerd die steun te aanvaarden en daar enorm blij mee te zijn; iets dat ik daarvoor moeilijk kon. Ik kon immers altijd alles zelf . Natuurlijk was het zwaar een deel van mijn borst en mijn haar te verliezen. Ik was bang voor wat de kanker zou aanrichten. Bang voor wat de chemo zou aanrichten. Maar het heeft me veel gebracht. Het is een mooi jaar geweest.

Ik heb geleerd steun te aanvaarden en daar enorm blij mee te zijn

Ik zie mijn kanker als een boodschap aan mezelf: ik moet dingen veranderen in mijn leven. Ik mag best werken, maar moet beter voor mezelf zorgen. Ik realiseer me nog veel meer hoe belangrijk mijn man en twee dochters voor me zijn. Maar ook hoe goed het is een netwerk om je heen te hebben, van vriendinnen, collega’s, buren. Ook voor hen wil ik meer tijd hebben. En ik wil tijd voor mezelf hebben. Ja, ik ben weerbaar. Ik ben terug. Ik voel me geestelijk beter dan ooit. Ik straal. Ik heb de eerste stappen op die nieuwe weg gezet. Een andere toekomst, nieuwe ambities.


schrijfwedstrijd • 45

44

2

e

Bomen groeien plaats

hemel niet tot in de

Door Vivian Siebering

A

ls bioloog begreep ik nooit waarom in de economie alles altijd alleen maar moet groeien. Bomen groeien toch ook niet eindeloos door? Alles in de natuur is cyclisch, bomen gaan een keer dood en vormen dan weer voedsel voor andere levensvormen. Afgelopen jaar ontdekte ik ineens: het klopt ook gewoon niet! Een gezonde economie hoort er heel anders uit te zien. He he. Daarmee viel een hoop op zijn plek. In een gezonde economie is alles in balans. Daar staat geen schuld tegenover elke euro, zoals nu wel het geval is. In een gezonde economie putten we de grondstoffen van onze aarde niet uit. In een gezonde economie produceren we geen afval, maar zorgen dat alles weer een nieuwe waarde krijgt. En in een gezonde economie krijgt iedereen een eerlijke kans en worden verschillen tussen rijk en arm niet groter, maar juist steeds kleiner. Ik zet mijn talenten in voor een groene wereld, waar mensen harmonieus met elkaar omgaan. Heel concreet: ik help natuurprofessionals bij het realiseren van hun ambities. En wat heb je

nodig als je iets wilt realiseren in de wereld van nu? Juist: geld. Dus raakte ik aardig gespecialiseerd in het formuleren van mooie projectplannen, precies afgestemd op de doelstellingen die een fonds of subsidiegever had opgesteld. En zo creëerde ik vele euro’s voor natuur. Dat werk was ik helemaal zat. Het is gewoon een kunstje, waar ik weinig uitdaging meer in zag. Maar toen begon de wereld te veranderen. En razendsnel ook. Een beweging van ‘oud’ naar ‘nieuw’. Oud: dat zijn de oude organisaties, strakke regels, wetten en procedures. En een baas die zegt wat je moet doen. Nieuw is: ontzettend veel lokale initiatieven, veel zelfstandig professionals die maken dat er buiten de bestaande ‘instituties’ om, ontzettend veel gebeurd. Nieuwe verbindingen maken staat centraal. En ook: een tijd van economische crisis. Dus minder geld beschikbaar. Inmiddels zijn er aardig wat subsidieregelingen en fondsen voor natuurprojecten volledig opgedroogd. Maar: ik ontdekte dat ikzelf vanaf dat moment steeds meer in mijn element kom! Ik ontdekte ook: het gaat niet zozeer om geld, maar over de vraag: wat wil je precies realiseren? En wat heb je daarvoor nodig? Welke mensen, materialen, etc. Ook zonder geld of met alternatieve currency’s kun je veel voor elkaar krijgen: de deel- en de ruileconomie is geboren. Of eigenlijk: herboren, want we voor we geld hadden uitgevonden, deden we niet anders dan ruilen en delen. Ik werk in een sector met allemaal mensen die eenzelfde doel voor ogen hebben: een groene wereld, waar mensen zorgvuldig met hun omgeving omgaan. De NME sector: natuur- en milieueducatie. Ik houd ontzettend van deze mensen, ze werken allemaal vanuit dezelfde passie voor natuur als ik. Ik zie op dit moment veel mensen worstelen. Niet iedereen vindt de transitie die nu gaande is, leuk. Ik wil de sector graag helpen zich zó te ontwikkelen dat ze in staat is een nieuwe positie in het veranderende speelveld in te nemen. Want wat ze doen, is zó ontzettend waardevol! De NME sector leert mensen zorgvuldig om te gaan met hun omgeving. In mijn ogen is dat dé basis voor een gezonde economie in de toekomst. Mijn droom is om de NME sector te leren werken als een social enterprise. Een bedrijfsmatige manier van werken, die financieel gezond is. Niet af hankelijk van subsidie, maar gewoon diensten en producten leveren die waardevol zijn voor een klant. Die daar vervolgens dus voor betaalt. Of natuurlijk: iets van waarde teruggeeft. Het sociale zit hem erin dat de social enterprise altijd een doelstelling heeft die waarde oplevert voor de maatschappij. En dat ook de winst daarvoor beschikbaar komt. Ik weet zeker dat het mogelijk is. En ik weet ook zeker dat ik al mijn talenten hard nodig zal hebben om jarenlang gesubsidieerde organisaties om te toveren tot social enterprises…


schrijfwedstrijd • 47

46

3

e

Ambitie tussen plaats

& idealisme hoop

Door Iris Hertog

B

innenkort gaat er weer een nieuw avontuur beginnen, en ik heb er zin in om uitgedaagd en geïnspireerd te worden. Wat er te gebeuren staat? Ik ben, samen met 30 andere eerstejaars bachelorstudenten, aangenomen voor het eerste honours programma van de Wageningen Universiteit. De komende twee jaar gaan we in groepjes aan een project werken, masterclasses en lezingen organiseren, ons binnen onze eigen opleiding verdiepen met extra opdrachten – kortom: zoeken naar antwoorden op onze kritische vragen. Maar hoe ben ik hier in hemelsnaam beland? Wat heeft mij hier gebracht, bij een programma dat bedoeld is voor, ik citeer, ‘gemotiveerde en ambitieuze studenten op zoek naar een uitdaging’? Ambitieus... een woord waarbij mijn eerste associatie het beeld van een harde concurrentiestrijd is. Iemand die ambitieus is, zet genadeloos alles op alles om de top te bereiken en promotie te maken. Ben ik zo iemand? Die zonder enig mededogen wil excelleren? Ik hoop het eigenlijk van niet. Akkoord, ik haal graag het beste uit mezelf, maar ik probeer daarnaast toch ook een luisterend oor te zijn voor de mensen om me heen. Maar wat moet ik dan met dat

woord ‘ambitie’? Want ergens past het ook wél bij mij, en bij mijn 30 gedreven, nieuwsgierige en gepassioneerde mede-avonturiers. Misschien moeten we op zoek naar een positievere invulling van dat controversiële begrip. En moeten we ambitie niet associëren met de gejaagde koppigheid om door onbarmhartige strijd promotie te maken, maar kunnen we het beter zien als iets dat te maken heeft met passie en dromen, en de drang om die te verwezenlijken. Eigenlijk een soort idealisme, maar dan zonder de naïviteit daarvan en mét een portie daadkracht om je idealen te bereiken. Een idealist zal de wereld niet verbeteren, een naïeveling nog minder, maar iemand die ambitieus is.... Geef toe, dat klinkt toch al een stuk hoopvoller. Want hoop is nog zo’n woord dat samenhangt met ambitie – het is het vermogen om ergens voor te werken omdat het goed is, niet omdat het kans van slagen heeft, aldus Vàclav Havel1. Voor hem is het hoop die ons de kracht geeft om te leven en voortdurend nieuwe dingen uit te proberen, zelfs in omstandigheden die hopeloos lijken. Zou het dan kunnen dat hoop de motor is achter ambitie? De brandstof voor de rustige vastberadenheid om, hoe nietig ook, een steentje bij te dragen aan de wereld? Het kleine maar vasthoudende stemmetje dat me telkens met een kwinkslag aanmoedigt om het beste uit mezelf te halen? Misschien is ambitie ook wel een overlevingsstrategie van jonge mensen. Een docent liet zich laatst ontvallen dat hij blij is dat hij nu leeft, en niet over 50 jaar. Dat had te maken met grondstoffen die opraken, vervuiling en klimaatverandering, en daaruit voortvloeiend oorlogen en honger. “Tja,” dacht ik, “ík leef ook nu, maar hopelijk leef ik óók nog over vijftig jaar”. Dus dat soort pessimisme kan en wil ik me niet veroorloven – al ben ik het er rationeel mee eens dat een dergelijk toekomstscenario niet geheel onwaarschijnlijk is. Als ik me er nu al bij neerleg dat het onherroepelijk de verkeerde kant op gaat, wat moet ik dan nog met mijn leven aanvangen? “Ervan genieten” zou een mogelijk antwoord zijn, maar of ik uit een luilekkerland-achtig leven voldoening zou halen? Ik betwijfel het ten zeerste, al is het maar omdat zelfs een midweek in een luxe hotel niets voor mij is. De meeste dingen, zoals bijvoorbeeld nu het honours programma, doe ik niet omdat het moet, maar eerder vanuit een zekere drang om mijn leven zinvol te besteden. Om iets te bereiken met mijn leven – ambitie dus, ondanks of juist dankzij de eindigheid van het bestaan. Op deze manier geïnterpreteerd is ambitie een prachtige menselijke karkaktertrek. Eentje die bovendien thuishoort tussen hoop, dromen en daadkracht en niet tussen concurrentie, strijd en egoïsme. Als iemand me nog eens verwijt dat ik idealistisch ben, heb ik mijn antwoord alvast klaar: “U zou uw zoon of dochter toch ook aanmoedigen om ambitieus te zijn?”

1

In Disturbing the peace, 1986


48 • Wetenschapper langs de emancipatiemeetlat: Dr. Rosanne Hertzberger

“Netwerken? Alleen als het over de inhoud gaat” Veelen werkt in Amerika aan een roman. “Vrouwenemancipatie?” Voor Hertzberger is dat een synoniem voor Paralympics. “Iets van góh, we mogen ook meedoen! Ik ga er vanuit dat vrouwen precies dezelfde mogelijkheden hebben als mannen. In mijn beleving wordt nog steeds teveel nadruk gelegd op de bestrijding van onrecht en overwinnen van ongelijkheid.” Vrouwenquota? “Geen idee of dat effect heeft. In Noorwegen werken ze er mee. De wetenschapper in mij zegt: ‘Schaf dat quotum af en als alle mannen vervolgens weer even snel terugkeren op hun oude posten, dan is het bewijs geleverd dat het mysterieuze mannennetwerk niet

bestaat en ook vrouwen liever mannen benoemen. Een quotum betekent bovendien dat je de geïnstitutionaliseerde discriminatie jarenlang moet volhouden, om de huidige situatie te corrigeren. “

rière om zo’n stap te zetten. Mannen hebben dan probleem niet, als gevolg van een simpel biologisch onderscheid. Ikzelf zou veel liever een man zijn.”

Netwerken

Kwestie van durven “Voor mijzelf is mijn carrière leidend, gaat vóór alles. Ik ben 29 jaar, heb een Amerikaans onderzoekscontract op zak en mijn man is met mij in Amerika, in plaats van andersom. Maar als vrouw in de leeftijd 25-35 jaar moet je wel dúrven om een dergelijk kortdurend contract aan te gaan. Want stel dat je kinderen wilt, hoe moet je dat dan allemaal regelen? En krijg je nog wel werk als je terugkomt? Voor veel vrouwen vormt dat een reële bar-

Door: Veroniek Clerx

A

fgelopen zomer promoveerde Rosanne Hertzberger op een m icrobiolo gisch onderzoek naar de invloed van waterstofperoxide op melkzuurbacteriën. Twee dagen daarna vertrok ze samen met haar man, die net als zij columnist was bij NRC-Handelsblad naar St. Louis in de Verenigde Staten. Inmiddels staat ze alweer een half jaar onder leiding van ‘powervrouw’ dr. Amanda Lewis. In een post- doctoraal onderzoekt Hertzberger of waterstofperoxidebacteriën effect hebben op de vaginale gezondheid van vrouwen. Ze wil publiceren over voedselmicrobiologie. Echt-genoot Arjen van

‘Prima, maar alleen als het over de inhoud gaat. Op die manier ben ik aan deze postdoc gekomen. Ik wist wat ik wilde onderzoeken. Vervolgens heb ik informatie ingewonnen over de groep van Amanda Lewis. Daarna heb ik haar zelf benaderd, met dit goede resultaat. Wat ik hierna ga doen? Arjan en ik gaan oefenen met onze carrière. Het zou best eens kunnen dat we om en om onze kansen gaan bekijken. En we gaan ervan uit dat je ook wat geluk moet hebben in het leven.”

Emancipatiescore: 8

10 9 87 6 5 4 3 2 1

49

“Laat ik zeggen dat ik mezelf een 8 geef op de emancipatiemeetlat. Waarom geen tien? Omdat ik van huis uit toch die vrouwelijke reflexen meegekregen heb die meebepalend zijn in het leven. Mijn moeder, zelf hoog opgeleid heeft haar werk opgezegd voor het gezin. Daar komt nog bij dat er plaatsen in de wereld zijn waar je je als vrouw beter niet kunt leven. Arjen was afgelopen voorjaar in zijn eentje in Egypte. Voor mijzelf zou zoiets tien keer lastiger zijn. En verder zijn Arjen en ik volstrekt gelijkwaardig. Wat dat betreft kies ik wel voor de tien.”


Anne marie 50 • column

Telefoon

“Ik kom thuis vandaag” …..“Voor of na het eten moet ik nog even kijken.” Met een paar whats-appjes op vrijdagochtend laat onze jongste zoon weten dat we hem die dag kunnen verwachten. Sinds hij in een studentenhuis in Wageningen woont is het elke keer weer een verrassing wanneer hij thuiskomt. Tussendoor houden we contact via de smartphone. Ik krijg een bericht als zijn treinreis een uur langer heeft geduurd dan gepland en een foto als hij een bijzonder gerecht heeft gekookt. “Kom na het eten, aju paraplu”, informeert hij ons een paar uur later. Ik vraag me af hoe ik in mijn studententijd met mijn ouders communiceerde. De eerste paar maanden, toen ik bij een hospita woonde, zag ik ze elk weekend. Hun huis voelde voor mij nog als ‘thuis’. Aan tafel vertelde ik dan altijd over mijn belevenissen van de week ervoor. Dat ik om vier uur ’s nachts naar huis was gefietst na een gezellige kroegavond, dat ik plantkundepracticum echt stom vond omdat ik geen dunne coupes kon snijden, of dat ik een jongen had ontmoet die wel erg leuk was. Bellen deden we niet, tenzij iemand jarig was of ziek. We zagen elkaar toch elke week. Toen ik op een studentenflat ging wonen, bleef ik de weekenden steeds vaker in Wageningen en had ik

minder vaak contact met mijn ouders. Alleen voor dringende mededelingen gebruikte ik de telefoon, want die hing op de gang boven een koelkast. Die combinatie was onhandig en ongezellig, en nodigde niet uit tot lange gesprekken. Bovendien waren de telefoonprijzen toen een stuk hoger dan nu en kon ik mijn geld wel beter besteden. Dankzij de moderne technologie ben ik beter op de hoogte van het wel en wee van mijn studerende kinderen dan mijn ouders vroeger van mij, en ik vind het heerlijk om af en toe een glimp mee te krijgen van hun leven elders. Mijn telefoon piept opnieuw: “Kom toch eerder en eet wel mee” Gezellig, denk ik. Want samen eten, luisteren naar elkaars verhalen, daar kan geen moderne technologie tegenop.

advertorial • 51

Vonk maakt van collega’s een team Jouw teamleden werken enthousiast in verbondenheid met elkaar, intrinsiek gemotiveerd aan het creëren van toe-gevoegde waarde voor de klant terwijl het ideaal van de organisatie voor ogen blijft. V.L.N.R: Jettie, Carla en Pauline

Klinkt dat als verre toekomstmuziek in je oren? Neem dan contact op met VONK! VONK zorgt dat mensen enthousiast en geïnspireerd worden en dat ook blijven. VONK gebruikt daarvoor creatieve methoden veelal in én ontleend aan de natuur.

Het resultaat van werken met VONK • een sterkere band tussen de teamleden onderling en van de teamleden met de organisatie. Ze kennen elkaars talenten, elkaars kennis, waarden en idealen. Jij stimuleert ze en zet ze optimaal in. • binnen je team en binnen je bedrijf streef je met elkaar naar hetzelfde ideaal en zie je hoe dit bijdraagt aan de ideale organisatie.

Voor wie werkt VONK? Annemarie Barbier is tekstschrijver en schrijftrainer bij Bergamot tekst & training. Columnist van VWI en www.bergamot.nl

Leidinggevenden en teamleiders met de vrijheid, de wil en de middelen om de toekomst te bepalen, zonder én met hun team.

Wie zit er achter VONK? Pauline Schakenbos, Carla van den Bos en Jettie van den Houdt zijn de trainers van VONK. Ze hebben ieder voor zich een eigen expertise in trainen, coachen en opleiden. Hun afzonderlijke kwaliteiten vullen elkaar aan in het realiseren van bovenstaand resultaat. • Pauline Schakenbos: info@boogconsult.nl • Carla van den Bos: info@vergaderendoejezo.nl • Jettie van den Houdt: info@ vandenhoudt-communicatie.nl


52

VWI Workshop: Mode, trends en persoonlijke stijl • 53

Kledingadviseur Trudy Buurs begeleidt leden van het vrouwennetwerk VWI bij het zoeken naar hun eigen stijl.

“Kledingstijl is jouw manier van presenteren” Je bent vakvrouw en welke mode hoort daarbij? Moet je kiezen voor veiligheid en gehoorzamen aan de heersende trends? Of blijf je hardnekkig trouw aan jezelf en je eigen look, ‘die tenminste lekker zit en niet knelt tijdens het werk.’ Door: Karine de Laat

D

e meeste van ons zouden het liefst aan de opgelegde modetrends of dresscode ontsnappen. Trouw zijn aan onze eigen stijl. Daar is in beginsel niks mis mee, want die laat wel zien wie je bent. Maar past die stijl en uitstraling, waarmee je je op het werk presenteert, ook bij je ambitie. Gaat een ‘casual’ vrijetijdslook samen met een carrière? Moet een vrouw met ambitie zich juist persen in een strak gesneden mantelpak? Of is er

misschien een tussenweg? Wat is toch het geheim van een kledingstijl waarmee je zonder zorgen en met zelfvertrouwen op je werk kunt verschijnen terwijl je trouw blijft aan jezelf ? Kledingadviseur Trudy Buurs van X Styling Image- kledingadvies liet het zien op zaterdag 12 april, tijdens de tweede jubileumspecial van het VWI. Ze liet zien hoe je met kleine aanpassingen in kleding, kleur of accessoires je stijl en uitstraling kunt versterken. Zowel op het werk als daarbuiten.

Kracht Stroom-redacteur Karine de Laat liet zich informeren en vroeg aanwezigen welke gevolgen de workshop zou hebben voor hun persoonlijke garderobe.

Ewa Wietsma

Iris van ‘t Leven

Werkt als: internationaal projectmanager WUR Inzicht: het zijn niet alleen de kleuren die het ‘m doen. Maar ook de lijnen en vormen die accentueren. Ik heb veel internationale contacten en ga het zeker toepassen in mijn werk.

Werkt als: consultant arbeidsomstandigheden in laboratoria Inzicht: ik draag veel donkere kleding. Door wat kleur aan te brengen, bijvoorbeeld groen en andere stoffen te gebruiken, kan ik zorgen dat ik wat toegankelijker overkom. En de lengte van mijn mouwen is belangrijk om mijn taille te accentueren.

Marian Mouris Werkt als: uitzendkracht plantveredelingsbedrijf Inzicht: een broek in een lichtere kleur maakt mijn benen minder dun. En een schuine pony zorgt ervoor dat mijn gezicht minder ‘vierkant’ wordt.

Modepolitie Het RTL-XL-programma De Modepolitie 2.0 plukt willekeurige mensen van straat en slingert ze op de bon, als straf voor hun ‘foute’ kledingkeus. De beloning is een totale make over, die niet zelden tot grote tevredenheid van de persoon in kwestie, is toegesneden op een aanstaand sollicitatiegesprek.

Sara Domogala is regisseur en raakte geïntrigeerd door de vraag hoe vrouwen kleding kiezen en modetrends ontstaan. Ze kwam tot de ontdekking dat modeverschijnselen geen toevalligheden zijn, maar dat ze diep verbonden zijn met idealen. De film It’s in the Sky geeft een prachtig tijdsbeeld van moderne jonge vrouwen.

Met een vleugje humor Vrouwenkleding en carrière, je kunt er alle kanten mee uit. Zowel de hilarische als de serieuze. In de komische serie Toren C, uitgezonden door de VPRO, steken twee comédiennes de draak met het kantoorbestaan, waarin ze vooral de extreme manier van kleding benadrukken. Van stoffige grijze vesten, bloempothaar en slecht passende bh’s tot kokerrokken, trendy kapsels en stilettohakken.


reportage • 55

54

Ir. Harmke van Dam

“Ik wilde

Indiaan worden.”

Geboren in 1958 in Doetinchem, opgegroeid in Bilthoven en Eemnes. Ze ging naar de middelbare school in Baarn. Ir. Harmke van Dam woont nu in Utrecht maar heeft een belangrijk deel van haar leven doorgebracht in Wageningen en omstreken. Als kind al was ze meer van het slootje springen en het bomen klimmen dan van de poppen. “Ik wilde Indiaan worden. Die verbinding met de aarde en de natuur vond ik heel bijzonder.” Door: Veroniek Clerx fotografie Norbert Stap

Vader Van Dam was biologieleraar aan het Goois Nieuwe Lyceum in Bussum. Zelf ging ze naar het Baarnsch Lyceum. Want bij haar eigen vader op school, dat leek haar maar niks. Toen ze in Wageningen aankwam en daar, op advies van diezelfde vader, Biologie ging studeren, viel alles op zijn plaats. Want hij had heel goed gezien dat het veelzijdige programma dat daar werd geboden, haar beter zou passen dan een reguliere studie Biologie zoals die in Utrecht. Harmke: “In Wageningen kon iedereen zijn eigen interessegebieden volgen. Want er waren geen vaste vak-profielen. Ik koos wat ik interessant vond. En toevallig of niet, het onderwerp water en het belang daarvan in het dagelijkse leven, vormde van meet af aan mijn rode draad.”

Ierse regen Harmke koos voor een project over de Waddenzee en stond wekenlang in de Ierse regen in de buurt van Dublin. “Ken je die omgeving? Nou daar valt helemaal niets te beleven. En in dat gebied stroomt het Grand Canal, een transportkanaal. Ik ging er naartoe om de vegetatie en landschappelijke kwaliteiten te bestuderen en een voorstel te doen om zowel de streek als het kanaal recreatief wat meerwaarde te geven. Begeleiding hoorde er niet bij, want dat stond niet in de taakomschrijving van het landbouwproefstation waar ik verbleef. Mijn rapport is waarschijnlijk in een la of misschien wel een papiercontainer

Waterkwaliteit eist meer dan technische voorschriften verdwenen, want na mij was er niemand meer die zich nog bemoeide met de regionale ontwikkeling te plaatse.” Haar afstudeerproject op het landgoed Hackfort bij Wageningen had meer succes. Centraal stond het effect van beschaduwing van landbouwgrond door houtwal


reportage • 57

56

normaal gesproken vrijwel niks is toegestaan”, zegt ze geagiteerd en vervolgt: “Deze betonconstructie zal gedurende de komende zestig jaar natuurontwikkeling in de weg zitten. En daarmee de natuurvriendelijke oevers die de waterkwaliteit in de stad helpen verbeteren.”

Hittestress

len en bosranden. “Boeren interviewen over de voor en nadelen van schaduw en houtwallen. Daarmee had ik natuur, landbouw en milieu geïntegreerd, en had ik gevonden wat ik wilde.”

Win-win effecten Water is volgens Van Dam ‘de rode lijn van alles’. Omdat water in het maatschappelijke leven een rol speelt die veel breder is dan cultuurtechniek en grootscheepse waterbouwprojecten. “Wat mij boeit is het zinvolle en verantwoorde gebruik van water door bewo ners en bedrijven van een stad als Utrecht, mijn woonplaats . Ik zou

“En niet te vergeten de ruimtelijke mogelijkheden om verantwoord met dat water om te gaan”, benadrukt ze. “ Zeespiegelstijging, bodemdaling en klimaatverandering zijn geen nieuws meer. Dus als een gemeentelijke overheid watermaatregelen op het juiste moment in de inrichtingsplannen meeneemt, behaalt ze met dezelfde moeite veel meer resultaat. En onze leefomgeving wordt er zoveel mooier van. Ik streef altijd naar winwin-effecten.” “Maar ja”, verzucht ze. “Zo ver zijn we nog lang niet. Ik kan me zo verbazen over bepaalde beslissingen van de gemeente. Wil je een voorbeeld? In Utrecht is een schitterend 19e eeuws landschapspark, het Zocherplantsoen. Dat ligt uitgestrekt langs de Singels, waar ook de rivier de Kromme Rijn op aansluit, de rivier die zowel door de provincie Utrecht als door de stad stroomt. Onlangs zijn de oorspronkelijke singelkeitjes vervangen door betonnen randen. Na de baggerwerkzaamheden vond men het te kostbaar en arbeidsintensief om de keitjes weer op hun plek terug te leggen. Het gaat hier wel over een Rijksmonument waar

Watercafés: vragen uitwisselen en inzicht bieden graag zien dat overheden en bedrijven hierbij de randvoorwaarden bieden en prikkels geven. Om slim en verantwoord met je omgeving om te gaan heb je schoon, gezond aantrekkelijk water nodig.”

Afstemming en samenwerking; Harmke van Dam blijft ernaar streven. Ze bracht het in praktijk bij de opzet van het project Stedelijke Hittestress bij de Utrechtse Natuur en Milieufederatie Utrecht (NMU). Ze zocht en vond samenwerkingspartners in de Wageningen Universiteit, het KNMI, het Utrechtse Milieucentrum en het IVN. Waar het ging om Duurzaam Bouwen en Duurzame Bouwmaterialen zocht ze de samenwerking met de provincie Utrecht, Waterschappen en verschillende bouwpartijen. Eén ding weet ze zeker: “Wetten en richtlijnen zullen op weinig draagvlak kunnen rekenen wanneer ze abstract en onbegrijpelijk zijn voor het grote publiek. Dat geldt in Nederland zelf maar zeker op grootschalig Europees niveau. De Europese Kaderrichtlijnwater, KRW in ambtelijk jargon, is bedoeld om de waterkwaliteit in alle EU-landen te verbeteren. De kaderrichtlijn wordt nationaal en regionaal ingevuld. Ook in Nederland.” “Voor de concrete uitvoering heb je juist de inbreng nodig van de gebruikers en de vervuilers. Het lijkt mij daarom vanzelfsprekend dat je de mensen in de straat en op het platteland actief betrekt, medeverantwoordelijk maakt en inspraak geeft. Om het belang daarvan te onderstrepen heb ik, met groot succes overigens, een aantal ‘Watercafés’ georganiseerd. Daarin bracht ik natuur- en milieuorganisaties, actieve bewoners en vertegenwoordigers van gemeente, provincie en waterschap samen, om elkaars vragen te beantwoorden en inzicht te geven in wederzijdse problemen en oplossingen.”

Waterschap op de schop In 2008 ontstond een bestuursstructuur voor het nationale stelsel van de Waterschappen en werd

Verdienmodel ontwikkelen Nog maar kort geleden is Harmke van Dam opnieuw lid geworden van het VWI. ‘Grab your Chance’ en de discussies over vrouwelijke ambities trokken haar belangstelling. “Vroeger had ik niet zoveel met vrouwengroepen”, meldt Harmke, die aangeeft dat ze als kind al geen ‘meisje meisje’ was. “Mijn ambities liggen op het vlak van een schone, eerlijke en aantrekkelijke wereld. Ik wil toegevoegde waarde creëren en mensen laten denken buiten de normale kaders om. Onlangs ben ik freelancer geworden. Mijn vraag is hoe ik mijn kracht en creativiteit kan omzetten in een verdienmodel. Om werkgevers een duurzame meerwaarde te laten zien, die boven de kosten uitstijgt. Echt iets voor het VWI lijkt me. “ www.vwi-netwerk.nl/grabyourchance

het bestuur partij-democratisch ingericht. Dat was aanleiding voor de oprichting van de groen-blauwe Waterschapspartij Water Natuurlijk. Harmke stond aan de wieg daarvan. Een brede belangenpartij die opkomt voor de van natuur, milieu, landschap en de aan water gerelateerde recreatie. Water Natuurlijk werd de grootste speler bij de verkiezingen in 2008. Nu is Harmke deeltijd- bestuurssecretaris van WN, ter ondersteuning van het Landelijk Bestuur, de regio’s en de leden. De komende tijd staat het werk in het teken van de werving van kandidaten en de campagne voor de verkiezingen van 2015.

Verder lezen: www.duurzaamwageningen.nl/wp-content/uploads/2014/02/ Bericht-uit-het-verleden.pdf, lezing door Prof.dr . Louise Vet (bron: Platform Duurzaam Wageningen)


58 • quote

kunst • 59

DIANA

Voor een evenwichtige samenleving moeten vrouwen meer vooraan lopen, meedoen, inbreng hebben, het ook voor het zeggen hebben, op alle terreinen van de maatschappij. En dat op hun eigen manier Koos Lukkien

Ir. Bernardijn ten Zeldam-Hartelust (eerste vrouw in ministeriele top en eerste vrouwelijke voorzitter van HogeschoolRaad)

Romeinse godin van de jacht


netwerken • 61

60

Anne:

“Netwerken kan heel goed via de

app”

Landelijk valt het nog steeds tegen, het aantal vrouwen in het gemeentebestuur. De Utrechtse gemeente De Bilt is een heel positieve uitzondering, met maar liefst drie van de vier wethouderszetels. Wethouder Anne Brommersma, netwerker pur sang, zette bij Gemeente Amersfoort een vrouwennetwerk op. Ze weet dat vrouwen en mannen zich verschillend presenteren. Door: Veroniek Clerx Fotografie: Echt Mooij fotografie.


N

netwerken • 63

62

etwerken, wat heb je eraan? “Aanvankelijk was het doel van het netwerk om elkaar te ondersteunen vanuit de subtop naar de top van de gemeentelijke organisatie. Want de echte top is nog altijd een mannenbolwerk. De crisis had helaas tot gevolg dat ook het aantal topvacatures terugliep. Toen hebben we het over een andere boeg gegooid en zijn we gaan werken aan het onderhouden van nuttige zakelijke contacten. Interessante vrouwen uitgenodigd, zoals een voormalig lid van de Raad van Bestuur van Meander Medisch Centrum, het ziekenhuis van Amersfoort.”

Hoe moet je je presenteren? “Haar lezing ging over ‘Persoonlijke presentatie bij een sollicitatie’ en het verschil tussen de mannelijke en vrouwelijke aanpak. Over het algemeen zal een man uitsluitend zijn positieve kwali-teiten benadrukken. Terwijl vrouwen, meestal heel eerlijk, ook hun zwakkere kanten melden. Maar wat doen die er op dat moment toe? Je entree is álles bepalend; binnen een paar seconden valt een beslissing uit in je voordeel of je nadeel. Straal zelfvertrouwen uit, ook in je handdruk. Van voormalig wethouder Albertine van Vliet in Amersfoort leerde ik: een netwerk is geen gezelligheidsclub. Houd het zakelijk. Alleen dan kun je elkaar helder ondersteunen én op fouten wijzen. Netwerken iets van de oudere generatie? Welnee! Het kan heel goed via de app of telefoon.”

Vrouwen de voorkeur? “Zelf ben ik voorstander van diversiteit. Bij Gemeente De Bilt doen we het dus goed. Ieder van ons vieren heeft de portefeuille die het beste bij haar en hem past, qua belangstelling en persoonlijke kwaliteit. En ja voor mij is dat jeugdzorg, WMO, welzijn, milieu en duurzaamheid. Inderdaad, een zware portefeuille. Zeker in deze tijd van bezuinigen. Kop van jut? Nee hoor! Al draag ik de eindverantwoordelijkheid, het werk doe ik samen met mijn ambtenaren. Gemeenten krijgen meer verantwoordelijkheden als het gaat om jeugdzorg en WMO. En we moeten het doen voor veel minder geld. Het is heel spannend of we in staat zijn om een structuur op te bouwen die aan iedereen die dat nodig heeft de goede zorg biedt. Er mogen geen kinderen, ouderen en gehandicapten tussen wal en schip vallen. Maar tegelijkertijd moet het goedkoper dan we gewend zijn. Daarvoor doen we een beroep op de eigen netwerken van mensen. En we zetten in op

thuisbegeleiding in plaats van opname in een zorginstelling. Beter voor mens en portemonnee. Ja, ik heb de ambitie om dat

People Planet en Profit dan speelt het behoud van de planeet bij mij een centrale rol. Ik zal mensen proberen te motiveren om hun eigen stukje planeet te verzorgen. En de gemeente zal daarbij faciliteren.

“Een netwerk is geen gezelligheidsclub” in 2018, als deze bestuurstermijn eindigt, gerealiseerd te hebben. Groot afbreukrisico? Ik heb er vertrouwen in dat het lukt om die omslag in De Bilt te realiseren, samen met de gemeenteraad en de partners in onze gemeente.” Dubbele portefeuille. Extra zwaar? “Ach het valt wel mee. Ik houd ervan om hard te werken. De agenda van mijn voorganger was nog groter. Hij deed Onderwijs er ook nog bij. Weet je wel dat ik net als mijn collega’s een deeltijdwethouder ben? Daardoor heb ik ook nog tijd om zelf mantelzorger te zijn voor mijn ouders van 83 en 88 jaar.” “Als je gaat over de drie P’s

De raad wil dat De Bilt in 2030 energieneutraal is. We zullen de komende vier jaar dus grote stappen moeten zetten. Ja, daar ben ik heel ambitieus in. Investeringen in duurzaam zullen zichzelf binnen een paar jaar terugverdienen. De kennis, ervaring en belangstelling hebben we trouwens al in huis. In de vorm van de plaatselijke energiecoöperatie BENG!, waar bewoners en ondernemers zich verenigen om De Bilt duurzaam te maken. De toekomst? Ik streef naar een gemeente waarin de bewoners meepraten en initiatieven en besluiten nemen, binnen kaders die de gemeenteraad stelt. De gemeente moet leren om ‘los te laten’ en te zien wat allemaal wél mogelijk is. In plaats van te focussen op wat de regeltjes ónmogelijk maken.”

www.beng2030.nl


Vijfentwintig jaar VWI • 65

64

1991

5 4

De van het eerste

2

3 1

7uur Door: Monique Bronkhorst

6

1M  arian Bos – Boers agrarische sociologie, 1972 2C  lara van den Ban – Willinge Prins landbouwhuishoudwetenschappen (soc. ec.), 1957 3 Yvonne Beerepoot – Sangen landbouwhuishoudwetenschappen (techn.), 1965 4J  osien Stevels tuinbouwplantenteelt, 1966 5J  os Lampert landschapsarchitectuur, 1976 6 Erica Groenendijk tropische landbouwplantenteelt, 1970 7A  nne de Fraiture bosbouw, 1985

7

2014

6 2

3 4

7 5 1

“Het Vrouwennetwerk Wageningese Ingenieurs’, heeft nog steeds een belangrijke taak”. Dat vinden zeven vrouwen die mee aan de wieg stonden van het netwerk. In het onderstaande verhaal representeren zij een veel grotere groep ‘vrouwen van het eerste uur’.


Vijfentwintig jaar VWI • 67

66

Succesfactoren e tijd wijst uit dat de doelstelling van het VWI vrijwel gelijk is gebleven aan wat de oprichtsters een kwarteeuw terug voor ogen hadden. Want nog steeds groeien vrouwen niet gemakkelijk door naar hogere functies en zijn er nog maar weinig vrouwelijke hoogleraren. Daarom is het VWI in haar jubileumjaar nog altijd die ‘vrijplaats’ voor vrouwen die werken in een mannenwereld, en biedt ze steun aan vrouwen met ambities. Een plek om stoom af te blazen, typische vrouwenonderwerpen te bespreken en ervaringen uit te wisselen. Toch zijn er nieuwe accenten te bespeuren. In de beginperiode maakte het VWI zich sterk voor starters op de arbeidsmarkt. Vrouwen moesten de mogelijkheid hebben om de loopbaan te kiezen die ze zelf voor ogen hadden. In 1989 waren er maar heel weinig vrouwe-

Een divers leeftijdsbestand is cruciaal voor het voortbestaan van het VWI. lijke aio’s. Vijfentwintig jaar later voelen vrouwelijke starters zich niet langer beperkt in hun loopbaankeuze en is meer dan de helft van de aio’s vrouw. Maar er blijven voldoende issues over, die de aandacht vragen.

Leeftijd-gerelateerd programma De zeven vrouwen rekenen erop, dat het VWI waakzaam blijft en aandacht houdt voor loopbaanontwikkeling. Samenwerking met andere vrouwennetwerken, zoals de VVAO is een optie, maar samenvoegen zien ze niet zitten. Het is immers het ‘Wageningse’ wat het VWI zo eigen en zo bijzonder maakt. Bovendien heeft het VWI veel meer jongere leden dan de VVAO. Die diversiteit in leeftijd

maakt het VWI zo speciaal. “Als een leeftijdsgroep verdwijnt, is het vrijwel onmogelijk die generatie weer terug te krijgen; vrouwen worden geen lid van een netwerk zonder leeftijdsgenoten.”

Actueel en aantrekkelijk “Wil je jonge vrouwen aantrekken? Organiseer dan bijeenkomsten voor pas-afgestudeerden en peil hun behoefte. Wat verwacht hun leeftijdsgroep van het VWI? Organiseer bijeenkomsten voor jonge (aanstaande) moeders. Wissel loopbaan-gerelateerde onderwerpen af met onderwerpen op het gebied van persoonlijke ontwikkeling, zodat het VWI ook aantrekkelijk wordt voor gepensioneerden. Blijf energie steken in regionale deelnetwerken, zodat reistijd geen belemmering vormt. En maak maximaal gebruik van de digitale mogelijkheden om in contact te blijven met vrouwen buiten Wageningen.”

Recept voor een succesvol deelnetwerk

• één of twee enthousiaste en actieve trekkers; • VWI-leden uit verschillende leeftijdsgroepen; • Leuke excursies bij bijvoorbeeld leden die bij interessante organisaties werken; • Huiskamerbijeenkomsten met vooraf een gezamenlijke maaltijd, waarbij bijvoorbeeld ieder iets meeneemt of hoofdelijk wordt omgeslagen; • Een goede verdeling van de werkzaamheden, zodat de belasting wordt verdeeld; • Betrokkenheid van de leden door verschillende mensen in te schakelen bij de organisatie van de bijeenkomsten; • Vertrouwen in betere tijden bij een slappe opkomst.

Na vijfentwintig jaar VWI maken de zeven vrouwen van het eerste uur de balans op en komen tot vijf gouden succesfactoren. Vijf ingrediënten die het VWI een kwart eeuw betekenis hebben gegeven en die het netwerk duurzaam maken.

1

Het symposium Het jaarlijkse symposium is de ruggengraat van het VWI, de spil van alle activiteiten. Het is een prachtige gelegenheid elkaar te ontmoeten en het moment van ‘geven en ontvangen’ van doelgerichte informatie. Het symposium is bovendien een fantastisch evenement voor ZZP- ers die hun bedrijf willen promoten. Voor het VWI is het symposium bovendien het moment een visitekaartje af te geven aan de buitenwereld en nieuwe leden te werven.

2

Regionale deelnetwerken Een ander sterk punt zijn de regionale deelnetwerken. Vanaf de start had het VWI verschillende regionale deelnetwerken, zoals Deelnetwerk Den Haag. De buitenlandgroep, die iedere zomer een evenement organiseerde voor de vrouwen die met verlof naar Nederland kwamen. Waardevol contact voor wie in het buitenland werkte en een warme start bij terugkomst. “Het aantal deelnetwerken mag gerust weer toenemen”, vinden de zeven vrouwen, die graag hun succeservaringen delen.

3

Adressenbestand anno 2014 Het VWI symboliseert het zogenaamde

Wageningengevoel. Met andere VWI-vrouwen heb je iets gemeenschappelijks. Het VWI-adressenbestand garandeert dat je elkaar altijd kunt vinden. Al zien de vrouwen van het eerste uur wel een verbeterpuntje. Want de laatste VWIalmanak dateert alweer uit 2004. Ondanks Facebook, Twitter en LinkedIn, missen zij een overzicht van alle VWI-leden. Dat mag een digitale database zijn of een E-book. Voorwaarde is een toegankelijk adressenbestand, liefst met foto’s.

4

Mentorschap en intervisie Mentorschap is een geweldig middel voor net-afgestudeerden. Ook vrouwen die hun carrière een nieuwe wending willen geven kunnen er veel aan hebben. Intervisie is in alle leeftijdsfasen interessant. Iedere levensperiode vraagt zijn eigen vaardigheden. Als je bijvoorbeeld kinderen krijgt, wil je misschien ervaringen uitwisselen over hoe je werk en privéleven combineert. Binnen het VWI zijn nog verschillende intervisiegroepen actief.

5

Rolmodellen Heel inspirerend zijn vrouwen die hun persoonlijke verhaal vertellen. Dat kunnen vrouwen op een hoge positie zijn; zij die hun loopbaan een nieuwe wending hebben gegeven of vrouwen die met iets totaal nieuws bezig zijn. Bekende ‘Wageningse vrouwen’ kunnen bovendien optreden als ambassadeurs van het vrouwennetwerk.


68 • quote

kunst • 69

MINERVA

godin van de wijsheid

A woman is like a tea baG, you never know how strong she is until she gets in hot water Eleonor Roosevelt, presidentsweduwe


speech • 71

70

“We will start lagging behind” The female Alumni Network VWI invited professor Simone E. Buitendijk (vicerector magnificus of Leiden University) to speech at the ‘Grab Your Chance’ symposium on January 17, 2014. ‘The ultimate challenge in the field of science is not to solve the problems in foodproduction or fuelcrisis, but to fix the cultural bias against women.’

I

feel inspired by the title of your symposium to grab my chance, too. My chance to give you my views about gender balance in science and research. I will not use this opportunity to tell you that Leiden University is doing so much better than Wageningen University, I will not use it to tell you that the male professors at this university should feel guilty about the fact that they make up 91.2 percent of the group of Wageningen professors and I will not use it to tell you that the only way forward is the implementation of top down measures that will alienate the university’s leadership from the entire organization. I will not do that because none of these statements hold true. I will instead grab my chance to tell you that I am

very worried that the Netherlands may soon lose its competitive edge in Europe and in the world because of the pervasive Dutch gender imbalance in research and innovation and to tell you how we can avoid losing that edge if we get our act together really, really soon. And I will grab my chance to ask you to work with me in a new collaborative movement that we need to start, because I cannot do it alone. My hope is that today I can instill a collective sense of urgency, because we literally have no time to lose. Why am I worried about our Dutch competitive edge and how does that apply to you? Before coming here I studied your website and found a very compelling vision for your research focus. Wageningen University focuses in its research on food production, bio-based

economy, nature and landscape, climate and water, healthy lifestyles and ‘the continued pressures on our natural environment’. “The university is strongly focused on application of its research results and on present day societal challenges.” I am sure your executive board and all your excellent researchers are keeping a keen eye on the possibilities that the calls for proposals in the new 80 billion European flagship programme Horizon 2020 will provide. H2020 has a strong focus on societal challenges and application of results: “Climate action, environment, resource efficiency and raw materials, is one of the six great societal challenges of Horizon 2020. It has the objective of achieving a resource efficient and climate change resilient economy and society, protecting and sustainably managing natural resources and ecosystems and ensuring a sustainable supply and use of raw materials, in order to meet the needs of a growing global population within the sustainable limits of the planet’s natural resources and eco-systems”. It is almost as if they first read the Wageningen University website before drawing up the H2020 program. “As a result it is expected that at least 60% of the overall Horizon 2020 budget should be related to sustainable development and that climate-related expenditure should exceed 35% of the budget”. You would think this is only great news for innovation in Dutch academia and at Wageningen University. But it may not be because of article 15 of the proposed structure of Horizon 2020. Although most researchers in the Netherlands are totally aware of H2020s grand societal challenges and the budget attached to it, and will no doubt put in fine proposals to try and replicate that fact that we get 1.5 times the money back from Europe that the Dutch government invests in the EU research budget, I suspect very few are aware of article 15. This lack of awareness may lower the chances of being truly innovative and, hence, of getting funded.

It reads as follows: Article 15. Gender equality ‘Horizon 2020 shall ensure the effective promotion of gender equality and the gender dimension in research and innovation content.’

Innovative gendered research And I suspect that too few Dutch researchers are aware of a recent call from Brussels: “The European Commission has launched a call for gender experts for Horizon 2020, its next funding framework. Experts are needed to “evaluate proposals for EU funding and for other activities such as monitoring, programme evaluation, and policy development.”. I have picked out a few topics from the long list, those that I thought would be of most interest for Wageningen University: Gender in ecology, Gender in biodiversity conservation, Gender in biology, Gender in natural sciences and so on. You may wonder what gender has to do with these fields and what on earth the EU is doing. It is very simple: they have understood that if they do not push scientists to think about whom their research results apply to, scientists are likely to have a blind spot for half the global population, namely the women. How innovative and applied can research be, especially when it concerns the global challenges, when it mainly deals with the issues of half of the global population? Policy makers and decision makers and people who will have a say in the division of the vast funds are reading texts such as these: There is an abundance of examples in the fields of engineering and medicine, too. We need much more gendered research to be truly innovative, to be truly inclusive.

Fixing the persavive bias You may wonder what this has to do with gender balance in research teams? You may wonder if I am


speech • 73

72

Did you know.. That contributions to greenhouse gases, are directly linked to wealth. Women feature disproportionately amongst the poor in all countries, so, by virtue of income alone, they consume less energy, and contribute less to climate change. There is also evidence that women have different consumption habits. It has been demonstrated in Europe that direct and indirect energy consumption is higher amongst men than women independent of income and age (39% higher in Germany and 22% higher in Sweden). Gendered social and economic roles lead to women and men experiencing the effects of climate change in different ways, which relate to the gendering of everyday lives. In the Global North, women are more likely to experience fuel poverty due to gendered income differentials throughout the life course. Investing in clean energy alternatives to burning biomass is likely to have a positive impact on female mortality in the developing world. There is evidence that women are more likely to consider climate a problem and that greater presence of women in decision making structures correlates with increased adoption of mitigation measures. However, the numbers of women in high level positions related to climate change and in the energy sector is low. Extreme weather conditions have gendered impacts. In terms of mortality, flooding in Bangladesh in 1991 killed 71 per thousand women compared to 15 per thousand men, while the heat wave in France in 2003 killed many more women. The total excess mortality for women was 75%. Even accounting for age distribution, the excess mortality for women remains 15% higher. The failure to invest in clean energy alternatives to burning biomass has a gendered impact on mortality. In Pakistan, indoor air pollution accounts for 28,000 deaths and 40 million cases of acute respiratory illness, annually, the majority of which are women, the elderly and children. ( www.genderste.eu, http://genderedinnovations.stanford.edu)

Extreme weather conditions have gendered impacts trying to say that we that we by definition need more women researchers if we want to become aware of the importance of gendered innovations in science and technology? No, not at all, male scientists can and have been proven to be able of being gender aware in their approaches to science and research. At the moment, though, while we are still in the starting phase, most researchers who can provide gender training and expertise in research in general and in the STEM fields in particular, are women. But that may soon change. Perhaps I should say it is the other way round: there is more and more evidence that gendered innovations in the STEM fields attract young female students and scientists, just as we know transdisciplinary and multidisciplinary approaches in education and research do. In that sense there is a relationship between gendered innovations and gender balance in teams. Not just the EU is catching on. There is a growing number of peer reviewed journals that have editorial policies requiring sex or gender specific reporting of scientific results in animal models, cell line research, human randomized controlled trials and many other types of studies. Journals such as Nature, the Lancet and PLOS Biology, just to name a few. There are three ways to fix the problem of the pervasive bias against women in research and academia, as professor Londa Schiebinger, the PI of the EU/ Stanford Gendered Innovations project always says: first, fix the numbers of women, second fix the system and third fix the knowledge. I believe most of the explained variance will come from measures two and

three, in conjunction. Fixing the knowledge will work so much better with diverse research teams and fixing the system will work so much better with gendered innovation that will attract more female students and will require more female academic leadership. And trust me: once we start seeing how gender unaware science and innovation is nowadays, we will see the bias against women as decision makers and science leaders, too. We are all biased against women being leaders in research and academia. If I don’t correct myself, I am too. How do I know I feel this way? Because, much though I hate to admit it, I am only human. And all humans have prejudices. They stem from experiences in our early lives, from parental and societal messages and images that have become so deeply embedded that we are often no longer aware of them. I have no reason to believe that I am different than other academics in this respect. And most academics, male and female, are biased against women if they do not retrain themselves. I want to briefly tell you about an article that was published in 2012 in the Proceedings of the National Academy of Sciences*. It describes a study that was carried out among leading researchers of eight top US universities. The researchers were presented with an application of a person for a PhD level job as head of a research lab that they had to judge. The candidates were not perfect, but also not bad. One half of the candidates were women and the other half were men. What the leading scientists did not know is that what they read was a fake application and that the CVs they judged as a group were all the same. The only difference was that one half of the applications had a male name on it and the other half a female name. The results of the study were that the applicants named John were offered the job significantly more often than the applicants called Jennifer, received a salary of 30,00 dollars while the Jennifers received 26,000 on average, and were more

likely to be offered mentoring by the scientists than the Jennifers were. The female scientists were just as likely as the male scientists to favor the Johns over the Jennifers. I find the results pretty depressing. The only good thing ‘Jennifer’ had going for her is that she was liked more than ‘John’.

Solving global challenges Quote from authors: “If faculty express gender biases, we are not suggesting that these biases are intentional or stem from a conscious desire to impede the progress of women in science. Past studies indicate that people’s behavior is shaped by implicit or unintended biases, stemming from repeated exposure to pervasive cultural stereotypes that portray women as less competent”. And there is so much more evidence from studies such as this one: bias against female first authors, bias against female applicants for professor positions, bias against women applicants for research grants and bias against women as academic leaders in general. It starts early in women’s careers and it does not stop. Many mole hills become a big mountain. What does this mean for all of us academics? It means that if we don’t challenge our own biases, if we don’t believe we are influenced by stereotypes, if we insist that we are just and righteous in our promotion, publication and funding systems, that we are not biased and that we make those choices based purely on merit and quality, we are fooling ourselves and much worse: we are shortchanging the academic women that we are biased against because we do nothing do rectify the situation. And in case of the knowledge we are producing: we are shortchanging half the world. Academic leaders, funding agencies and the government in the Netherlands have an extra hard job because of the pervasive Dutch motherhood ideology which locally compounds the global problem of gender imbalance in teams and thereby in the choice of topics


74 • speech

advertorial • 75

Het zogenoemde Gendered Innovations Onderzoek dat wordt gestimuleerd door de Europese Commissie, the National Science Foundation en Stanford University, biedt ongetwijfeld inspiratie aan onderzoekers om hun eigen begroting uit te breiden. (zie http://genderedinnovations.stanford.edu/ ) *Moss-Racusin Ca, Dovidio JF, Brescoll VL, Graham MJ, Handelsman J: Science faculty’s subtle gender bias favor male students. Proc Natl Acad Sci USA 2012 Oct 9;109(41);16474-9

Reactie Kristina Raab, Implementatiemanager van het Gender Balanceplan. “Interessant perspectief van Professor Buitendijk. Relevant en toegepast op het niveau waarop Wageningen UR ook over dit thema zou moeten denken; voorbij de eigen grenzen. Het wordt tijd dat de Nederlandse academici, inclusief die in Wageningen erachter komen dat ze achterlopen bij andere EU-landen. Dit vraagt een inhaalslag. Zelf verwelkom ik de maatregelen van Horizon 2020, het EU subsidie-instrument voor gender balance gedurende het gehele onderzoeksproces. Dus vanaf planning, via implementeren en monitoren tot en met evaluatie. Hiermee is tevens een financiële aanleiding geschapen om de ethische problematiek van gender bias serieus te nemen.”

“Most academics, male and female, are biased against women if they do not retrain themselves.”

Atria feliciteert het Vrouwennetwerk

Wageningse Ingenieurs met haar 25ste jubileum en wenst haar een mooie en succesvolle toekomst toe!

H

et belang van vrouwennetwerken en de ambitie van vrouwen liggen Atria na aan het hart. Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis, beheert en ontsluit het erfgoed van de vrouwenbewegingen, en onderzoekt en bediscussieert de positie van vrouwen in de huidige samenleving. Dit alles gericht op de emancipatie van vrouwen, in al hun diversiteit en in hun maatschappelijke context. Onderwerpen zoals arbeidsparticipatie en economische zelfstandigheid van vrouwen, vrouwen aan de top en meisjes en vrouwen in technische beroepen brengt Atria onder de aandacht door middel van onderzoek, publicaties en lezingen. U bent van harte welkom bij Atria voor een rondleiding of bij één van onze activiteiten. Houdt daarvoor www.atria.nl in de gaten. Graag tot ziens!

Collectie IAV- Atria, kennisinstituut voor emancipatie en vrouwengeschiedenis.

for innovation. The Dutch culture pushes even more men than women into the STEM areas, in more than full time, very competitive mono-cultures that seem to favour the male model of thinking. That modus operandi disproportionately keeps out and scares off young women. Six multimillion euro’s recent NWO subsidized ‘Zwaartekracht’ proposals with only male PI’s and, apart from one woman, all male teams of in total forty people cannot be a statistical fluke. The consequences are huge. We will start lagging behind and we will not be able to keep our status as globally competitive universities, at least not in the area of global challenges. My conviction is that within the next ten years globally competitive and focusing on solving global challenges will be the same thing. NWO will have to change too and they will, if only under pressure of the EU and the ERC. But when will Dutch academia catch on and start moving? Soon enough? I am an optimist, but I do have my moments of doubt and despair. Today you have made great progress at your University in moving further. Fixing the women is already in progress and you have with great vision added fixing the system. I hope you will swiftly move on to fixing the knowledge. And I hope for a partnership between Leiden University and Wageningen University in trying to fix the situation in the Netherlands because we need all the help we can get.

Overheidscampagne om meisjes te stimuleren langer door te leren en een zo hoog mogelijke opleiding te kiezen, 1980.


VWI Magazine

VWI lustrum magazine  

Het Vrouwennetwerk Wageningse Ingenieurs bestaat 25 jaar. We vonden het de juiste gelegenheid om eens dieper in te gaan op de betekenis van...

VWI lustrum magazine  

Het Vrouwennetwerk Wageningse Ingenieurs bestaat 25 jaar. We vonden het de juiste gelegenheid om eens dieper in te gaan op de betekenis van...

Advertisement