Issuu on Google+

Déjà Vu

nummer 1 | jaargang 2 | december 2010

Thema nu

mmer Wordt Vervol gd

“Wij zijn makers en maaksels van geschiedenis!” | Interview Jan Marijnissen |

.

.

Nacht van de Geschiedenis Primeur! Bestemming Grote Reis Politici op de pijnbank, astronomen in het nauw, journalistiekstudentes in lingerie, illegale Beatles in Rusland en nog veel meer...


t/m 27 februari 2011

18 december 2010 t/m 15 maart 2011

Schilders van het Westland

Proef de sfeer van Indonesië

Van 1500 tot heden Het Westland verbeeld in schilderijen van de Haagse School en zijn navolgers

Delftse Smaakmakers! Jubileumtentoonstelling Delfia Batavorum over de Delftse industrie

14 december (ingang Oude Delft 185)

LICHTJESAVOND met Floral Art van Pim van de Akker

Sint Agathaplein 4 di t/m zo 11.00-17.00 uur www.nusantara-delft.nl

Sint Agathaplein 1 di t/m zo 11.00-17.00 uur www.prinsenhof-delft.nl

Oude Delft 199 di t/m zo 11.00-17.00 uur www.lambertvanmeerten-delft.nl

Museum Het Prinsenhof, Museum Nusantara en Museum Lamber t van Meer ten maken deel uit van Er fgoed Delf t e.o. evenals Archeologie, het Archief en Winkeltje Kouwenhoven

Déjà Vu lezersaanbieding Gratis nummer bij een abonnement op Leidschrift. Als lezer van Déj à Vu krij g j e nu Leid schrift een tij d schrift g ratis.

b ij

een

abonnement

op

Leid schrift p ub liceert al 25 j aar wetenschap p elij ke artikelen over alle g eb ied en van d e g eschied wetenschap. Er verschij nen d rie nummers p er j aar; elk over een eig en, steed s wisselend , thema. Een ab onnement op Leid schrift kost slechts € 18 p er j a a r. D e l o p e n d e j a a r g a n g b e s t a a t u i t ‘ E e n g o e d e h i s t o r i c u s ’, ‘Eendracht maakt macht’ en ‘Priesters, Prostituees en P r o c r e a t i e ’. V o o r h e t g r a t i s n u m m e r k a n j e k i e z e n u i t d e z e eerd er verschenen uitg aven:

Me l d j e voor e ind j anuari aan op

w w w. l e i d s c h r i f t . n l / d e j a v u

Exclusief in Déjà Vu! De bestemming voor de Grote Reis 2010-2011! Blader snel naar pagina 7...


Voorwoord ‘Alles stroomt’, of panta rei, voor degenen die een klassieke scholing hebben genoten. Dit zijn de woorden van de presocratische filosoof Heraclitus (535-475 v.Chr.). Zijn leven lang poogde hij een metafysisch mysterie te ontrafelen: hoe verklaar je de overgang tussen ‘zijn’ en ‘worden’? Hoe benader je in logische termen wat ‘is’ en wat ‘zal zijn’? Bovenstaand citaat was zijn feitelijke synthese van de kwestie: alles stroomt, alles is in beweging. Zijn en worden zijn dus geen verschillende fasen van existentie met een transitie, ze zijn één geheel. Zijn ís worden.Heraclitus’ these is verrassend goed toepasbaar op geschiedenis. Onze discipline bestaat feitelijk uit beschrijvingen van gebeurtenissen in het verleden. Of het nu om grote historische patronen gaat of levensverhalen van voorbije tijden, ze bevestigen de constante ontwikkeling en continuïteit van het menselijk bestaan en daarmee een van de eerste filosofische theorieën: ‘alles stroomt’. Het thema van de gloednieuwe Déjà Vu in jouw handen omhelst hetzelfde concept: ‘Wordt Vervolgd’. In eerste instantie doelen we daar natuurlijk mee op het vervolg van ons blad nadat de allereerste editie vorig jaar mei buitengewoon enthousiast is ontvangen, maar het thema is velen malen breder dan dat. Blader eens rustig door de pagina’s en je ziet artikelen over de vervolging van verscheidene groepen in de maatschappij, in het verleden én heden. Of wat dacht je van stageverslagen en interviews met oud-studenten, het vervolg van je opleiding? Last but not least onze afbeelding op de voorpagina, waarbij het maar net de vraag is of de afgebeelde personen vervolgd worden of zelf vervolgen. Na Heraclitus’ dood werd zijn these uitgebreid met de frase kai ouden menei, ‘en niets is blijvend’. Dit is helaas ook een maar al te waar gegeven. Zelfs in mijn optimistische visie is Déjà Vu helaas geen duizendjarig bestaan beschoren. De toekomst wordt immer gesluierd door onzekerheid. Maar onze redactie heeft met bloed, zweet en tranen –of beter gezegd met inkt, bier en vergaderingen- hard gewerkt om weer een goed blad neer te zetten en dit zullen ze gegarandeerd blijven doen. Er zijn drie zekerheden in dit leven: de dood, belastingen en het vervolg van Déjà Vu. Veel leesplezier!

Inhoudsopgave Nacht van de Geschiedenis |4| Congo. Een geschiedenis |4| Vragenvuur met Jan Marijnissen |5| Newsflash: Nationaal Historisch Museum |5| Heksenjacht of heksenmacht? |6| “Schrijf je verhaal maar op zoals je het in de kroeg zou vertellen” |7| De Grote Reis 2010-2011 |7| Politici op de pijnbank |8| Geschiedenis buiten de singels: Utrecht |9| Het blijven buitenbeentjes |10| Wat als? |11| Uitgelicht: de feestcommissie |12| De commissies van de HSVL |13| Recht of onrecht? |14| Back in the U.S.S.R. |16| Oud-geschiedenisstudent aan het woord |17| Astronomen in het nauw |18| Museumrecensie Joods Historisch Museum |19| Vervolging en continuïteit |20| Hot or not |21| Literatuurtips |21| Bjørns Crapcorner: Wolf |22| Prijsvraag |23| Colofon |23|

Namens de redactie, Arnout le Clercq V.l.n .r meer .: Ronja Sliere , Me re n Dalli nga, l van Tol drecht, J urrië , Bjø Esth n er Vi r ergev n Gallée Cremer , Vee s, Fe er, A m rl rnou t le C e Beurze ke Ver, We lercq ndy


Nacht van de Geschiedenis Door: Arnout le Clercq & Bjørn Gallée Op zaterdag 23 oktober vertrok zo rond de klok van vijf een HSVL-delegatie naar onze pittoreske hoofdstad Amsterdam voor een jaarlijks terugkerend historisch spektakel: de Nacht van de Geschiedenis. Deze nacht sluit de ‘week van de geschiedenis’ af en kent verschillende stedelijke varianten: Tilburg, Groningen, Den Bosch en als koploper Amsterdam. Rond achten liep de Amsterdamse stadsschouwburg vol met gepassioneerde historici en andere liefhebbers van het verleden. De aftrap werd gegeven door Jan Marijnissen, onder andere voormalig fractievoorzitter van de SP en initiator van het Nationaal Historisch Museum. In een korte speech werd duidelijk dat er volgend jaar een ‘maand van geschiedenis’ komt. Dat klinkt ons historici natuurlijk als muziek in de oren. Marijnissen interviewde vervolgens Herman Pleij over een essay dat hij speciaal voor de week van de geschiedenis heeft geschreven: ‘Moet kunnen. Hoe de Nederlandse identiteit is ontstaan uit de strijd tegen het water.’ Pleij toonde zich een door zijn onderwerp gepassioneerde praatwaterval en wist het publiek uitstekend te vermaken met zijn scherpe statements over het al dan niet bestaan van onze nationale identiteit. Vervolgens maakte de Amerikaanse publicist, journalist en schrijver Russell Shorto zijn entree en verhaalde over het belang van historie en zowel het leed als de uiteindelijke genoegdoening van het schrijven. Na de uitreiking van de Libris geschiedenisprijs aan David van Reybrouck voor zijn boek ‘Congo. Een geschiedenis’, ging de menigte uiteen in het gebouw waar in de verschillende zalen van alles te beleven viel. Het tv-programma Andere Tijden en het Nederlands Instituut voor Beeld en Geluid deden een greep uit de schatkist met historische filmbeelden van het 10 uur journaal. Een panel onder leiding van Hans Goedkoop (verder waren

Congo. Een geschiedenis De Vlaamse cultuurhistoricus, archeoloog en schrijver David van Reybrouck (1971) ontving de Libris Geschiedenis Prijs en de AKO literatuurprijs 2010 voor zijn boek Congo. Een geschiedenis. Juryvoorzitter Paul Schnabel reikte Van Reybrouck de Libris Geschiedenis Prijs 2010 uit op de Nacht van de Geschiedenis in de uitverkochte Amsterdamse Stadsschouwburg. Op 6 november ontving de overdonderde Vlaamse schrijver ook de AKO literatuurprijs 2010 voor zijn

Huub Wijfjes, Ad van Liempt en Hans Aarsman ook van de partij) boog zich over beelden van tussen 1955 en 1965 en wist het publiek te verrassen met hilarische maar soms ook schokkende fragmenten. Elders kon men het interview met David van Reybrouck bijwonen. Een persoonlijke voordracht van slechts twee pagina’s uit zijn boek maakte geheel duidelijk waarom Van Reybrouck de Libris geschiedenisprijs in de wacht heeft gesleept. Na het interview kwam Pieter Broertjens, oud-hoofdredacteur van de Volkskrant, aan het woord. Hij vertelde het verhaal achter een aantal historische krantenkoppen. Waar kwamen de foto’s vandaan, hoe is het verhaal tot stand gekomen? Hij toonde ook de nuchterheid van de journalistiek met een anekdote over het overlijden van iemand van het koninklijk huis. ‘Die foto hadden we al klaar liggen, we zagen het natuurlijk al weken aankomen.’ Onze eigen Henk te Velde deed mee in een interviewestafette van het Historisch Nieuwsblad, waar hij sprak over het populisme. Verder was niet alleen Maarten van Rossem aanwezig, maar ook zus Sis en broer Vincent. Gezamenlijk spuwden zij hun gal op alles wat in Nederland lelijk is qua ruimtelijke inrichting. Soms scherp, soms amusant: het werd wederom duidelijk dat cynisme bij de Van Rossems in de genen zit. Desalniettemin lijkt het soms dat Maarten van Rossem afbreuk doet aan zijn historische autoriteit op het moment dat hij vervalt in retorische afkraakpatronen. En niet alles was serieuze geschiedenis: bij wijze van ontspanning kon er geparticipeerd worden aan de popquiz, waar uw Déjà Vu-redacteur genadeloos in de pan is gehakt, maar uiteindelijk andere HSVL’ers wel prijzen wisten te pakken. De Nacht van de Geschiedenis was met een divers en interessant programma wederom een groot succes en zeker een aanrader. Volgend jaar zal dus de hele maand oktober in het thema staan van de geschiedenis en wordt dan wederom afgesloten door –alweer de negende- Nacht van de Geschiedenis. Wees erbij!

alom geprezen werk. Een geschiedenis is ‘briljant, adembenemend en meeslepend’. Van Reybrouck brengt een zeer breed opgezette en allesomvattende geschiedenis van de voormalige Belgische kolonie. Het boek is een originele combinatie van persoonlijke betrokkenheid en journalistieke distantie, die archiefmateriaal, interviews en persoonlijke observaties vermengt. Een absolute aanrader voor elke geschiedenisgeïnteresseerde. De helft van zijn prijzengeld voor de Libris Geschiedenis Prijs doneert hij aan het opzetten van kunstprojecten in Congo. “Want zakken meel en dozen condooms zijn niet genoeg.”

Foto David van Reybrouck is gemaakt door: Stephan Vanfleteren

4


Vragenvuur met Jan Marijnissen Déjà Vu zou Déjà Vu niet zijn als we een interview met Jan Marijnissen zouden laten schieten. Uw redacteuren trokken de voormalig fractievoorzitter van de SP en initiator van het Nationaal Historisch Museum even aan zijn spreekwoordelijke jasje. Waar komt uw fascinatie voor geschiedenis van vandaan?

“Tja…je weet iets van geschiedenis en daarom wil je er meer van weten. De Martelaren van Gorkum, de Acte van Verlatinghe, dat is echt razend interessant. Je zou kunnen stellen dat geschiedenis voor mij een bron van inspiratie en fascinatie is.”

Waarom een gloednieuw Nationaal Historisch Museum?

“Geschiedenis als onderdeel van het onderwijs is essentieel. Er wordt te weinig aan gedaan en daarom kan een NHM een startpunt zijn. Bovendien vind ik het idee ‘het museum als werkplaats voor historici’ buitengewoon aantrekkelijk.”

U pleitte altijd voor een NHM in Amsterdam of Den Haag. Toch besloot de Tweede Kamer in juni 2009 tot de bouw in Arnhem.

“Laat er geen misverstand over bestaan. Ik gun Arnhem alles, maar dit gaat tegen elke logica in. Het nationaal museum van Engeland staat ook in Londen en van België ook in Brussel. Het NHM van Nederland(!) in Arnhem? Ongelooflijk.”

Bent u niet bang dat de bouw van het NHM in een tijd van polarisatie en oplevend nationalisme van de samenleving verkeerd uitgelegd kan worden?

“Dat is kwaadaardig denken. Er is geprobeerd om mij weg te zetten als een enge nationalist. Belachelijk. Al die zelfoverschatting, al die ijdelheid, al die verachting van het verleden is misselijkmakend. Wij zijn makers en maaksels van geschiedenis! Het tonen van respect voor onze geschiedenis in de zin van proberen te begrijpen wie we nou eigenlijk zijn en welke marges ons leven ons bied vind ik een vorm van het verkrijgen van wijsheid en daar vind ik niets engs aan.”

Gelooft u in een nationale identiteit?

“Het woord nationaal wringt. Mensen die op deze aarde wonen hebben een aantal kenmerken met elkaar gemeen zoals bijvoorbeeld gemeenschappelijk kijk op hun verleden. Dat is niet uniform, maar daar zit wel een bepaalde constante in. Het is geen absoluut geen vrijbrief voor het denken in suprematie of wat dan ook. Dat is vaak een verwarring die gesticht wordt, maar dat wij een land zijn van vrijhandelsgeest en dat iets heeft achterlaten zoals pragmatische tolerantie. Ja, dat klopt wel. Eigenlijk is wel wat voor te zeggen, die nationale identiteit.”

Newsflash: Nationaal Historisch Museum Op de Nacht van de Geschiedenis werd het Nationaal Historisch Museum, die de nacht voor de eerste keer organiseerde, ook veelvuldig genoemd en geprezen. Op vrijdag 29 oktober bleek echter dat staatssecretaris van cultuur Halbe Zijlstra had besloten dat het museum er niet komt. Naar eigen zeggen moet hij zoveel bezuinigen dat het niet reëel is om aan het project te beginnen. Directeur Erik Schilp reageerde teleurgesteld. “Na twee jaar hard werken raken we de overheidsbijdrage kwijt. We gaan kijken of de private sector kan helpen een fysieke invulling te geven aan onze plannen”, aldus Schilp. Wel blijft er een geldstroom open voor reizende exposities en om de website in de lucht te houden. Wat is het standpunt van het ministerie Onderwijs, Cultuur en Wetenschap? Déjà Vu nam contact op met de persvoorlichter.

Is het niet dubbel om de geldstroom gedeeltelijk open te houden en de realisatie van het gebouw tegen te houden? “Zoals hij in zijn brief aan de Tweede

Kamer meldde heeft de Staatssecretaris besloten om het NHM niet langer te subsidiëren voor het realiseren van een gebouw. Hij wil het NHM in staat stellen om in 2011 activiteiten te ontwikkelen om de Nederlandse geschiedenis toegankelijk te maken. Benadrukt wordt dat alleen de inhoudelijke activiteiten van het NHM worden gesubsidieerd en niet de voorbereiding van een nieuw museum. De aanleiding daarvoor is het financiële kader van het regeerakkoord en de daarin aangekondigde bezuinigingen, waaraan ook de cultuursector een bijdrage zal moeten leveren.”

Als geschiedenisstudenten kunnen wij vaststellen dat het historisch besef in Nederland een dieptepunt nadert. Is dit juist niet de tijd om het canon van de Vaderlandse Geschiedenis interactief uit te breiden? En is het ‘Nationaal’ Historisch Museum juist niet iets dat bij het huidige politieke geluid hoort dat onze nationale identiteit en historie in een hoog vaandel moeten staan?

“Het NHM was opgericht met als doel het bevorderen van het historisch besef en de kennis van de geschiedenis van Nederland. Dat doel staat nog steeds overeind. Daarom krijgt het NHM in 2011 ook subsidie: om activiteiten te ontwikkelen die dat doel dienen.” Na het kamerdebat over de kwestie zijn de media stil geworden wat betreft het NHM. Op dit moment betrekt het museum voor de komende vijf jaar de Zuiderkerk te Amsterdam en zullen ze pogen met private investeerders zoveel mogelijk van hun oorspronkelijke plannen te realiseren.

5


Heksenjacht of heksenmacht? Door: Esther Viergever Het woord ‘heksenjacht’ is een gecompliceerd en vooral ook ambigu begrip. Het refereert in de meest letterlijke zin naar één van de dieptepunten van de West-Europese geschiedenis; de vervolging van heksen in de 16e en 17e eeuw. Daarnaast is hetzelfde woord uitgegroeid tot een figuurlijke, tijdloze en universele term die gebruikt wordt wanneer we spreken van intolerantie ten op zichte ván, of het ‘opjagen’ of vervolgen van, individuen of groepen die men beschouwd als bedreiging voor de status quo . Dit kan bijvoorbeeld gaan om beschuldigingen tegen een medicijnvrouw in een tribale Afrikaanse gemeenschap tot de jacht op politieke dissidenten, zoals de heksenjacht op communistische sympathisanten door McCarthy tijdens de Koude Oorlog. Hoe verschillend de diverse voorbeelden van heksenjacht ook kunnen zijn, er ligt in principe eenzelfde mechanisme aan ten grondslag dat gevoed wordt door maatschappelijke, sociaaleconomische en politieke ontwikkelingen . Eén theorie die je hier kunt toepassen is de ‘scapegoat’-theorie van socioloog René Girard. In zijn ruwste vorm houdt deze in dat wanneer een gemeenschap of maatschappij zich in een crisis bevindt, of als men een machtspositie wil behouden, leiders op zoek gaan naar éen of meerdere schuldigen die zij vervolgens verantwoordelijk stellen voor deze tegenspoed om zo hun eigen machtspositie veilig te stellen en te legitimeren.

Maar deze macht creëerde een voedingsbodem voor angst en macht gebaseerd op magische krachten veroorzaakte regelrechte paniek. De ‘klassieke’ heksenjacht, die ontstond aan het begin van de Renaissance en eindigde aan het einde van de 17e eeuw, is hier goed als voorbeeld te gebruiken. In 1484 verzochten twee Dominicaanse monniken, Heinrich Kramer en Johann Sprenger, paus Innocentius VIII een bul uit te vaardigen die het uitvoeren van heksenprocessen mogelijk maakte . Dit resulteerde in de publicatie van de beruchte Malleus Maleficarum, of Heksenhamer en groeide uit tot hét standaardwerk in de bestrijding van demonologie, destijds beschouwd als de grootste vijand van het christendom. In deze ‘encyclopedie’ suggereerden de schrijvers een samenwerkingsverband tussen heksen en de duivel en beschreven zij op uitvoerige wijze hoe je potentiële heksen kon identificeren, berechten, martelen en executeren. Binnen de feministische geschiedschrijving is de algemene consensus dat dit voornamelijk het gevolg is van een, door gefrustreerde celibataire monniken, gecultiveerde misogynie. Maar dat is waarschijnlijk erg kort door de bocht. Het is vooral ook belangrijk om te kijken naar de machtspositie van zowel kerk als staat in deze roerige periode. Oorlog, hongersnood en ziekte waren eerder regel

6

dan uitzondering en mensen waren wanhopig op zoek naar ‘verlossing’. Het enige wat hen troost kon bieden was religie, wat zorgde voor een monopoliepositie voor de Katholieke Kerk . Parallel hieraan liepen de politieke ontwikkelingen van natievorming en kolonialisering. Nationalisering en het ontstaan van centraal bestuurde staten zorgde voor een machtige positie en een grotere controle over het leven van mensen. Maar deze macht creëerde een voedingsbodem voor angst en macht gebaseerd op magische krachten veroorzaakte regelrechte paniek. Vrouwen zouden in het bezit zijn van manipulatieve magische krachten en hadden zo niet alleen een machtspositie in de wereld van vrouwen, maar ook indirect in de wereld van mannen. In kleine kring boden zij raad en daad in specifiek vrouwelijke aangelegenheden als geboorte en de opvoeding van kinderen. Tegelijkertijd bemiddelden zij bijvoorbeeld ook bij onrust of kon men bij hen terecht voor mentale steun. Zo ontstond er in feite een eigen afgebakend informatie- en kennisnetwerk wat losgekoppeld was van het centrale, mannelijke, gezag. Een onbekende vrouwenwereld dus, waar zij geen vat op konden krijgen en zodoende beschouwd als potentieel gevaar voor het autoritaire paternalistische gezag. Een geschikt platform voor samenzweringstheorieën die uiteindelijk konden leiden tot het demoniseren en straffen van hen die zich niet conformeerden aan dit gezag. Een hele effectieve manier van sociale controle dus, met uiteindelijk helaas desastreuze gevolgen. Door het ontstaan van democratieën en nieuwe rechtsvormen werden veel tirannieke aspecten van de Westerse macht in de kiem gesmoord en betekende, in dit geval, het einde van de ergste heksenvervolgingen in de Europese geschiedenis. Het heeft er alleen helaas niet voor kunnen zorgen dat de ‘scapegoat’-theorie nog steeds een relevant begrip is en dat de praktische uitvoering hiervan, de figuurlijke ‘heksenjacht’, nog steeds een bedreiging vormt en kan vormen voor, vaak al in een marginale positie verkerende, personen of groepen in diverse landen en culturen. Verschillende vormen van racisme, neokolonialisme en misogynie zijn helaas, ook vandaag de dag, nog op verschillende plekken in de wereld aan te treffen.


“Schrijf je verhaal maar op zoals je het in de kroeg zou vertellen” Door: Anika van de Wijngaard Het is kwart over acht ’s avonds en ik sluit mijn computer af. Mijn interview, dat ik die middag heb gehad, is opgeschreven. Eindelijk naar huis. Ik ben de enige op de redactie van het Leidsch Dagblad, de krant waar ik sinds september stage loop. Ik doe de lichten uit, zet het alarm aan en sluit de deur. Morgen zie ik het stuk wel in de krant verschijnen. Hoe het er echt aan toegaat in de journalistiek, dat leer je alleen in de praktijk. Een les die me is bijgebleven toen ik vorig jaar de minor Journalistiek en Nieuwe Media (JNM) volgde. In de zomer ben ik op zoek gegaan naar een stage en bij het Leidsch Dagblad kon ik meteen in september beginnen. Ik werk nu vier dagen per week op de redactie. Iedere dag moet een krant vol komen dus moet je zelf op zoek naar nieuws en aan het einde van de avond moeten de artikelen bij de eindredactie liggen. Ik heb laatst mijn eerste artikel voor de krant weer eens teruggelezen. Het ging over een advertentie in een studententijdschrift waarin studentes werden geworven als erotisch telefonisten. Dat tijdschrift werd uitgedeeld tijdens de EL CID. Gelijk mijn eerste dag heb ik met ijzige persvoorlichters aan de telefoon gezeten die niets wilden zeggen, terwijl aan het einde van de dag het stuk af moest zijn. Ik schreef mijn artikel braaf zoals ik had geleerd bij

JNM, maar toch werd het lacherig ontvangen. “Dit is veel te formeel,” zeiden ze op de redactie. “Je bent hier niet bezig met een scriptie.” Ja, daar sta je dan met je handboek ‘journalistiek schrijven’ en drie jaar van werkcolleges volgen. “Schrijf je verhaal maar op zoals je het in de kroeg zou vertellen.” Achteraf zou ik het artikel nu heel anders opschrijven. Doordat je iedere dag aan het werk bent, verbeter je snel. Schrijven voor de krant is wel heel anders dan dat ik gewend ben bij geschiedenis. Geen moeilijke woorden of lange zinnen, maar kort en bondig. “Je verhaal simpel opschrijven,” zo vertelde een docente van JNM laatst tegen mij, “dat vinden historici vaak maar niets”. Dat herken ik wel een beetje bij mezelf. Toch zeggen veel journalisten die ik heb gesproken dat geschiedenis een goede vooropleiding is voor een baan in de journalistiek. Je moet altijd kritisch zijn ten opzichte van je bronnen als journalist maar ook als historicus. Ik heb ook wel eens iemand horen vertellen dat er bij geschiedenis twee soorten studenten zijn. Allereerst zijn er de historici die alle feiten kennen, oude schriften kunnen ontcijferen en vol overgave de archieven induiken, daarnaast heb je de journalisten die de bronnen citeren en er een goed verhaal van kunnen maken. Ik ben duidelijk meer van het tweede soort. Ik zie mezelf nog niet zo snel in een archief zitten en schriften ontcijferen. Een avondje schrijven terwijl de deadline nadert, dat vind ik toch veel spannender.

De Grote Reis 2010-2011 Het is mij een eer en een waar genoeg om in de tweede uitgave van Déjà Vu de bestemming van de Grote Reis bekend te maken. Wij gaan twee landen bezoeken die in een niet al te recent verleden op gespannen voet met elkaar stonden. Toch zijn deze twee landen lange tijd één land geweest. Ook op het gebied van religie en volkeren is er een grote verscheidenheid. Dit gebied was de vonk die het kruitvat deed ontploffen aan het begin van de twintigste eeuw. Het zal inmiddels duidelijk zijn: onze reis gaat naar de Balkan. Wij zullen hier o.a. Belgrado en Sarajevo gaan bezoeken. Belgrado staat bij velen natuurlijk bekend van de bombardementen van de NAVO in 1999.Uiteraard zullen wij hier uitgebreid aandacht aan besteden. Maar Belgrado is meer. In Belgrado komen allerlei verschillende culturen samen en dat is te zien. Er is een grote verscheidenheid aan kerken, moskeeën en synagogen. Maar Belgrado is ook uitermate geschikt om leuk uit te gaan. Sarajevo is de hoofdstad van Bosnië. Hier werd natuurlijk de Eerste Wereld Oorlog ingeluid met de moord op aartshertog Frans Ferdinand. Tussen 1992 en 1995 was deze stad het toneel van zware bombardementen door Bosnisch-Servische troepen, die tot op de dag van vandaag zichtbare littekens op stad en haar bewoners achter heeft achtergelaten. Maar het is niet alleen ellende wat deze stad herbergt. Deze stad kenmerkt zich door de vele bruggetjes en steegjes en het is er goed vertoeven. Genoeg redenen dus om je op te geven om met de Grote Reis van dit jaar mee te gaan. Namens de Grote Reiscommissie 2010-2011, Casper Rozenboom

7


Politici op de pijnbank Door: Jurriën Cremers Het juridisch vervolgen van politici en staatshoofden is een tamelijk modern verschijnsel. Het begon bij de processen van Neurenberg, waarbij oorlogsmisdadigers van het Derde Rijk werden vervolgd en is uitgegroeid tot een wereldwijd fenomeen. Niet langer zijn de aanklachten beperkt tot oorlogscriminelen, maar ook andere vormen van mensenrechtenschending en haatzaaiing worden gezien als redenen om politici te veroordelen. Ook in Nederland treedt dit fenomeen op. Je denkt waarschijnlijk meteen aan Geert Wilders, maar hij is niet de eerste Nederlandse politicus die is vervolgd voor zijn uitspraken of daden. Denk bijvoorbeeld aan Hendrik ‘Boer’ Koekoek die beweerde dat een collegaKamerlid bij een nationaalsocialistische organisatie zat of Leendert van Dijke van de ChristenUnie en Delano Felter van de Republikeinse Moderne Partij in Amsterdam die beiden homoseksuelen beledigden en daarvoor zijn aangeklaagd. Maar waarschijnlijk zijn de twee bekendste voorbeelden van veroordeelde politici Willem Aantjes en Hans Janmaat. Willem Aantjes begon in 1959 zijn publieke politieke carrière als lid van de Tweede Kamer namens de AntiRevolutionaire Partij (ARP) en werd in 1967 fractievoorzitter. Daarnaast was hij een medeoprichter van het CDA en werd hij na de verkiezingen van 1977 de fractievoorzitter van het CDA. Dat werk zou hij blijven doen tot 7 november 1978. Op 6 november 1978 stond op de voorpagina van het Nieuwsblad van het Noorden: “Aantjes meldde zich in 1944 bij de SS”. Diezelfde avond rond half tien wordt tijdens een persconferentie het bericht bevestigd door Lou de Jong, directeur van het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie (RIOD). Het bewijs dat Aantjes in de Germaanse SS heeft gediend was onweerlegbaar. De volgende ochtend, onder druk van zijn collega-politici, stapte Aantjes op als fractievoorzitter en Tweede Kamerlid van het CDA. De ‘affaire-Aantjes’ was een feit. Hoewel Aantjes niet strafrechtelijk is vervolgd, werd hij wel door de RIOD en de Nederlandse maatschappij veroordeelt. Ook binnen het CDA was een hoge functie geen mogelijkheid meer.

‘Het is maar de vraag of dergelijke situaties als die van Aantjes en Janmaat tegenwoordig op dezelfde wijze zouden worden behandeld en beoordeeld.’ Het tweede voorbeeld van een veroordeelde Nederlandse politicus is Hans Janmaat. Hij nam van 1972 tot 1980 deel aan verscheidene commissies binnen de christendemocratische Katholieke Volkspartij (KVP) en de sociaaldemocratische DS’70.

8

In 1980 sloot hij zich aan bij de meer nationalistische Centrumpartij, wat later de Centrum Democraten zou heten, en was vanaf 1981 partij-voorzitter. Een jaar later werd Janmaat gekozen tot lid van de Tweede Kamer, en zou dat blijven tot 1998. De komst van Janmaat en zijn partij in de Tweede Kamer heeft veel stof doen opwaaien. Door zijn standpunten over massa-immigratie kreeg hij veel tegenstand van zijn collega-Kamerleden en de kiezers. Janmaats opmerkingen over allochtonen, die hij vergeleek met de veertig rovers uit het sprookje van Ali Baba, en verkiezingsleuzen als ‘Vol = Vol’ en ‘Eigen Volk Eerst’ leidden tot aanklachten op grond van discriminatie en het aanzetten tot etnische zuiveringen. Hij kreeg ongeveer € 5.600 aan boetes opgelegd en twee weken voorwaardelijke celstraf. In hun tijd werden de veroordelingen van Willem Aantjes en Hans Janmaat door de meerderheid van het volk goedgekeurd. Daarbij moet echter wel met de context van die tijd rekening worden gehouden. De vergelijking tussen Janmaat en Wilders is al snel gemaakt. Terwijl Janmaat’s collegaKamerleden hem veel weerstand boden en de aanklachten tegen hem alom geaccepteerd waren, heeft Wilders met minder weerstand van zijn collega’s en de maatschappij te maken en heeft zelfs vele medestanders. In het geval van Aantjes is een vergelijking moeilijker te maken. Hoewel ook heden ten dagen een beladen onderwerp als lidmaatschap van de Germaanse SS waarschijnlijk streng veroordeeld zou worden, beginnen historici sinds de jaren ’80, waarbij dr. Hans Blom het voortouw neemt, in toenemende mate afstand te nemen van het moreel ethisch waardeoordeel van ‘goed of fout’ in de oorlog. Sympathieën voor de nationaalsocialistische ideologie en collaboratie worden steeds meer op objectieve wijze onderzocht. Het is maar de vraag of dergelijke situaties als die van Aantjes en Janmaat tegenwoordig op dezelfde wijze zouden worden behandeld en beoordeeld.


Geschiedenis buiten de singels: Utrecht Door: Renée Konings Ze krijgen les van grootheden als Jan Luiten van Zanden, Maarten van Rossem, Arend Jan Boekestijn en Bas van Bavel (vice-voorzitter van voetbalclub NAC), in het verenigingstijdschrift Argus wordt er openlijk gefantaseerd over seks met Napoleon Bonaparte en ze staan bekend om hun drukbezochte feesten. Wie zijn deze wonderlijke geschiedenisstudenten uit Utrecht? Met deze vraag in het achterhoofd pakte Déjà Vu de sneltrein vanaf Spoor 1 richting Utrecht Centraal. Hier de onderzoeksresultaten.

Binnen de singels

Net als in Leiden bivakkeren de geschiedenisstudenten in Utrecht niet in ongezellige universiteitscomplexen buiten het centrum maar in de historische binnenstad, zoals het hoort. De schilderachtige universiteitspanden aan de Drift zijn omringd door kroegen, lunchrooms én een luxe Douwe Egberts-koffiehuisje. De directe buren zijn niemand minder dan de leden van het Utrechtste Studentencorps (USC), waar traditiegetrouw alleen mannen lid mogen worden. Als Utrechtse geschiedenisstudent kun je dus ’s morgens vroeg in drie stappen van je uit de hand gelopen feestavond naar je college rollen en onderweg nog even koffie halen ook. Ideaal.

Vakgebieden

In deze verleidelijke omgeving beginnen er elk jaar ruim tweehonderd eerstejaars aan de studie geschiedenis. Net als in Leiden trapt de studie af met een soort ‘van-nul-tot-nu’-programma. Klein verschil: de werkgroepen bestaan uit 25 tot 30 eerstejaars, tegenover niet meer dan 20 studenten aan onze eigen universiteit. Na dit eerste jaar kan de Universiteit van Utrecht je het beste opleiden in vaderlandse geschiedenis, sociaal-economische geschiedenis, politieke geschiedenis, conflict studies en de geschiedenis van de internationale betrekkingen. Lijkt het je interessant om aan deze universiteit eens een bijvak in te volgen, let dan wel goed op de jaarindeling. In plaats van semesters werken onze buren met vier ‘blokken’.

‘Niet hip, niet nerderig, maar vooral bekend om de goede feesten’ Studievereniging staat klaar na de tentamenperiode

Om het drukke studieleven enigszins draaglijk te maken, hebben de studenten in 1926 de Utrechtse Historische Studentenkring (UHSK) in het leven geroepen. In eerste instantie was dit een soort boekenclubje van het USC, waar alleen leden van het nabijgelegen corps lid van konden worden. Na een corporale periode werd het in de jaren zeventig echter een marxistisch/leninistisch/stalinistische toestand, waarin de UHSK volgens de overlevering zelfs door de Binnenlandse Veiligheidsdienst (voorloper AIVD)

in de gaten werd gehouden. Cool. Nu wordt er gelachen om deze fascinerende geschiedenis. “Er zijn nu leden van alle soorten en maten. We zijn niet overdreven hip, niet nerderig, maar staan nu vooral bekend om onze goede feesten”, aldus de bestuursleden Rik (25) en Remco (22). De vele activiteitenposters aan de muren en de rondhangende studenten op de banken in het enorme ‘hok’ duiden op een actief verenigingsleven. De zeventien commissies die de vereniging kent (“kijk maar op internet”), organiseren gala’s, lezingen, reizen, feesten en nog veel meer. Als Remco de kast opentrekt, tovert hij er bovendien UHSK-trui, -das, -sjaal, -koeltasje, -champagneglas en –zonneklep uit. De goedgevulde prijzenkast toont aan dat de UHSK, net als de HSVL, bij facultaire sporttoernooien er altijd met de eerste prijs vandoor gaat -waarvoor hulde-. Als Remco tot slot wijst op een boekenkast waarvan de inhoud een geschenk blijkt te zijn van Maarten van Rossem, is uw Déjà Vu-redacteur toch wel even onder de indruk. Of ook de HSVL gebaat zou zijn bij een Maatschappelijke Relevantie Commissie, Sportcommissie en Dramacommissie wordt hier maar even in het midden gelaten. Wel lijkt een ‘uitwaai’-weekend op Ameland na een tentamenweek een prima idee. Ook het advies om een biercantus te houden, zou de HSVL serieus moeten overwegen. Rik (vol ongeloof ): “Hebben jullie dat niet? We nodigen altijd alle werkgroepen uit en houden met ruim honderd man een cantus. Het is toch een ongelooflijk lompe uitlaatklep na de tentamenperiode. Als er íets studentikoos is, is dat het wel!”

Leiden?

”Leiden heeft natuurlijk de naam om ‘ballerig’ te zijn, maar in Utrecht hebben we ook een corps dus…”, oordeelt Remco. Het grote verschil is dat leden van studentenverenigingen in Utrecht hun dassen niet in het openbaar dragen. In Leiden profileert men zich hier juist mee. Vervolgens vallen de UHSK-leden in wat algemeenheden. Besloten wordt dat onze stad ‘leuk’ is en dat het bestuur van de HSVL ‘heel mooi!’ is. Rik en Remco hebben zowel het oude en het nieuwe bestuur ontmoet. “Tenminste… van het oude bestuur alleen Casper. Hij is overal bij hè?”

Benieuwd naar de Utrechtse geschiedenisstudenten? Pak zelf die trein vanaf Spoor 1! De HSVL is welkom op de volgende activiteiten: - 16 december: Christmas Celebration! Kerstachtig UHSK-spektakel, interessant concept met kerstmarkt en drankjes. - Begin maart: lustrumweek met groot symposium en gala

9


Het blijven buitenbeentjes Door: Wendy Dallinga & Merel van Tol Vervolging is een terugkerend begrip in de geschiedenis. Vandaag de dag staan nog steeds verschillende groeperingen onvrijwillig buiten de samenleving. Een belangrijke taak van historici is maatschappelijke verschijnselen proberen te begrijpen door de geschiedenis hiervan te bestuderen. Immers, zonder geschiedenis geen begrip van het heden en minder invloed op de toekomst. De geschiedwetenschap houdt zich niet alleen bezig met bestudering van het verleden en het kan geen kwaad om af en toe aan de hand van de geschiedenis een kritische blik op de samenleving te werpen. Ook maatschappelijke, politieke en godsdienstige vervolging en buitensluiting is zo’n onderwerp bij uitstek dat niet alleen bestudeerd moet worden als een in de geschiedenis geïsoleerd fenomeen. Wellicht kan het geen kwaad ook actuele problemen in het beeld op te nemen.

‘Het derde geslacht bezit goddelijke status’ Gecastreerde mannen in India

India kent een grote groep eunuchen, oftewel gecastreerde mannen. Ze hebben een semi-goddelijke status gekregen, omdat ‘het derde geslacht’ hun zaad nooit lozen en daardoor al hun energie opslaan. Onder de eunuchen vallen ook homoseksuelen die een hang naar travestie hebben, omdat homoseksualiteit in 2009 nog uit den boze was. Velen laten zich vrijwillig castreren, maar er zijn veel homoseksuelen die gedwongen worden om onder de eunuchenleider te leven. De bevolking is bang voor de eunuchen, omdat ze een goddelijke status hebben met bijbehorende rituelen. Die rituelen zorgen nog wel eens voor overlast. De eunuchen zijn een verachte sociale klasse in India. De gecastreerden kunnen geen normale baan krijgen en gebruiken hun ‘goddelijke macht’ om geld te verdienen. Zo vallen ze bruiloften en geboortefeestjes binnen met uitbundig gezang, geklap en gedans om het paar of kind te zegenen. De groep vertrekt niet vrijwillig en er moet een groot bedrag worden neergelegd willen de mensen de eunuchen kwijt raken. Daarnaast zoeken ze een toevlucht tot de illegale prostitutie. Tegenwoordig zetten incassobureaus eunuchen in om wanbetalers hun schuld te laten betalen. De ‘vrouwen’ worden als deurwaarders op pad gestuurd. De Indiase bevolking is vaak bang dat ze vervloekt worden als de eunuchen langskomen. De wanbetaler betaalt daarom snel en zonder tegenstand. Degenen die niet geloven in de vloek van de eunuch zijn wel gevoelig voor wat de buren denken. De eunuchen zijn zo luidruchtig dat ze uiteindelijk toch wel betalen. Ondanks dat homoseksualiteit sinds vorige jaar geaccepteerd wordt, blijven homoseksuelen neigen naar travestie en besluiten zich te castreren om eunuch te worden. Discriminatie van homoseksuelen is nog niet

10

volledig verdwenen. Door zich te verkleden al vrouw kunnen ze iets van hun geaardheid naar voren brengen, want de mensen in het land zijn toch bang voor hun ‘goddelijke macht’.

Homoseksuelen

Ook in andere landen en zelfs in eigen land bestaan tal van vooroordelen over homoseksuelen. De kranten staan bol van gewelddadige incidenten tegen homoseksuelen. In Servië zou al sinds 2002 een Gay Parade moeten plaatsvinden, maar vond pas op 11 oktober 2010 voor het eerst plaats. De zeer omstreden Gay Parade liep uit op een bloedbad tussen rechtsextremisten en de autoriteiten, die homoseksuelen wilden beschermen. Zo ook in Jeruzalem: daar ontstond in juli dit jaar grote woede en tegendemonstratie na een bescheiden Gay Pride ter herdenking van de moord op twee homoseksuelen. In Amerika is nog steeds het zogenoemde ‘don’t ask, don’t tell’ beleid van kracht, wat inhoudt dat homoseksuelen wel in het leger mogen dienen, maar daar niet openlijk voor hun geaardheid mogen uitkomen. Opmerkingen zoals van Carl Paladino, een Republikeinse kandidaat in de verkiezingen van 2010 voor het gouverneurschap van New York, dat homoseksualiteit weerzinwekkend zou zijn, zijn bijzonder pijnlijk. Daarnaast zouden er in Nederlandse asielzoekerscentra jaarlijks tientallen homoseksuelen worden mishandeld (ANP, 25 oktober 2010). Een opvallend feit is dat cijfers erop wijzen dat discriminatie tegen homoseksuelen in Nederland misschien wel toe zou nemen. Zo zou het aantal geregistreerde incidenten van 2008 tot 2009 in Zuid-Limburg zijn toegenomen van 54 naar 62 (Dagblad de Limburger, 27 oktober 2010). Nu zullen sceptici wellicht stellen dat dit geen schokkende groeicijfers zijn, maar misschien kunnen bestaande vooroordelen dan ook moeilijk in cijfers worden uitgedrukt.


Journalisten in Rusland

Op 7 oktober 2010 werd Vladimir Poetin, oud-president van Rusland, 58 jaar. Poetin, die Stalins traditie dat Ruslands leider op zijn verjaardag in het openbaar werd verheerlijkt opnieuw invoerde, kreeg op deze dag twee kalenders aangeboden. Het ene was van een groep journalistiekstudentes die in lingerie op de kalender poseren; het andere was een kalender waarin hem werd gevraagd wie journaliste Anna Politkovskaya heeft vermoord. Op deze laatste kalender gaf een andere groep journalistiekstudentes aan dat zij zich niet zo vrij en ongeremd voelen als moreel gezien zou moeten. Anna Politkovskaya was een Russische journaliste en mensenrechtenactiviste die zich vaak negatief uitte over het beleid van Poetin. Op 7 oktober 2006 werd zij dood gevonden in een lift in het appartementencomplex waar ze woonde: ze bleek te zijn doodgeschoten. De mysterieuze moordenaar is tot de dag van vandaag niet bekend. Een Russisch legerofficier werd enige tijd tevoren al aangeklaagd wegens bedreiging van de journaliste, maar werd hiervoor vrijgesproken. Anna Politkovskaya is weliswaar een individueel geval, maar haar situatie heeft wel gezorgd voor toenemende kritiek op de mate van persvrijheid in Rusland.In mei van dit jaar stelde Freedom House, een onafhankelijke mensenrechtenorganisatie, dat in landen als Rusland en China nog steeds sprake is van grootschalige censuur en het blokkeren van de toegang tot bepaalde informatie. In hun jaarrapport van 2010, stelde de organisatie bovendien dat in 2009 voor het achtste jaar op rij de persvrijheid in de wereld is afgenomen.

‘Russische studentes poseren in lingerie voor ongeremdheid’ Roma’s in Europa

De Roma’s zijn een eeuwig zwervend volk dat nergens plek vindt. De Roma’s kwamen in opspraak toen de Franse presi-

Wat als? Door: Jurriën Cremers Het eerste artikel van de Nederlandse grondwet luidt: ‘Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht of op welke grond dan ook, is niet toegestaan.’ Dit artikel kwam ter sprake tijdens een interview in de Volkskrant met Pim Fortuyn in februari 2002. Over Artikel 1 stelde Fortuyn: “Ik ben ook voor het afschaffen van dat rare Grondwetsartikel: gij zult niet discrimineren.” Wel moet daaraan worden toegevoegd dat Fortuyn uitsluitend doelde op discriminerende opmerkingen. Hij stelde dat een rechtsstaat het aanzetten tot fysiek geweld zich niet kan permitteren. Wat als Pim Fortuyn zijn zin had gekregen en discriminerende opmerkingen niet meer worden vervolgd vanaf februari 2002? Stel je eens voor dat je vanaf vandaag zoveel mogelijk discriminerende opmerkingen mag maken als je wilt zonder

dent Sarkozy Roma ging uitzetten naar Roemenië. Dit was niet mogelijk, omdat Roma’s inwoners zijn van de Europese Unie.Roma’s worden al eeuwen onderdrukt, gestigmatiseerd en vervolgd. In de veertiende eeuw werden Roma’s gebruikt als veldslaven door de aristocratie in het Servische en Habsburgse rijk. Heerser Vlad de Spietser (Vlad III Tepes), prins van Transsylvanië tussen 1454 en 1462, verbrandde de slaven levend, spietste ze of ze lieten de slaven elkaar opeten. De Hongaren in de zeventiende eeuw martelden de Roma’s. Al voor de Tweede Oorlog werden de Roma’s vervolgd en als melaatsen behandeld. Tijdens de oorlog werden ze vervolgd en massaal afgevoerd naar concentratiekampen. In 2007 treden Roemenië en Bulgarije toe tot de Europese Unie en sindsdien wonen er ongeveer zes miljoen Roma in de EU. Ze wonen vooral in Centraal- en Midden-Europa, maar in West-Europa zijn ook relatief grote minderheden. De Raad van Europa heeft de ‘Straatsburgverklaring’ aangenomen waarin staat dat ‘eerste verantwoordelijkheid voor het bevorderen van sociale insluiting ligt bij de lidstaten waarvan de Roma paspoorthouders zijn ofwel langdurig wonen’. Oftewel, Frankrijk is zelf verantwoordelijk voor de Roma die daar aanwezig zijn. Andere Europese landen leggen de nadruk op de goede integratie van Roma. Daarnaast zijn er nu 450 bemiddelaars die de Roma moeten helpen aan een huis en een goede school. Eind goed, al goed? Niet alleen speelt vervolging en buitensluiting van maatschappelijke groepen zich af op nationaal en internationaal niveau, maar het is ook iets dat we allemaal wel eens in onze eigen omgeving zien. Intolerantie is nog lang niet verdwenen en vooroordelen schuilen nog van allerlei kanten door, ook in democratische landen. Vervolging is dan ook een thema bij uitstek om de geschiedenis te zien als een belangrijke les en als een middel om eens kritisch naar de samenleving te kijken alvorens een waardeoordeel te vellen over andere samenlevingen in andere tijden. dat het gevolgen heeft. Dat je een student of docent mag discrimineren. Elke Nederlander heeft sinds februari 2002 de vrijheid om discriminerende opmerkingen te maken zonder vervolgd te worden en maakt daar uitvoerig gebruik van. De maatschappij verhardt en raakt tegelijk aan dergelijke opmerkingen gewend. De woorden van uitgesproken antiislamitische mensen als Fortuyn, Van Gogh en Wilders zijn minder beladen en vallen minder op aangezien vele anderen soortgelijke opmerkingen maken. Omdat de media, en ook Volkert van der Graaf en Mohammed Bouyeri, geen speciale aandacht aan Fortuyn en Van Gogh besteden, worden ze niet vermoord. Ook Wilders krijgt minder aandacht en wordt niet vervolgd. Niet alleen ‘rechtse’ denkers maken dan discriminerende opmerkingen. Ook ‘centrum’ en ‘linkse’ denkers nemen geen blad meer voor de mond. Zonder remming kunnen ze zeggen wat ze willen over andersdenkenden. Discriminerende opmerkingen worden onderdeel van het dagelijkse leven. Je kunt zoveel discriminerende opmerkingen maken zoals je wil zonder teveel mediaaandacht te trekken, bedreigd of vervolgd te worden. Maar voel je je dan daadwerkelijk vrijer en veiliger?

11


Uitgelicht: de feestcommissie

HSVL Agenda

Door: Veerle Beurze Déjà Vu sprak met Martine van Zelst, praeses van de nieuwe feestcommissie. Wat zijn de plannen en wie zitten er in de commissie? Wat gaan jullie anders doen?

‘De nieuwe feestcommissie wil het groots gaan aanpakken. Waar er vorig jaar nog drie grote feesten werden gegeven, willen wij er vijf gaan geven. We zien het als onze verantwoordelijkheid om leden bij de vereniging te houden en willen dan ook meer zichtbaar zijn. Zo willen we een aanspreekpunt van de vereniging zijn. Daarnaast gaat er dit jaar meer feestpromotie komen. Door pakkende thema’s, de feestfoto’s en ludieke acties. Er zal dit jaar bijvoorbeeld een katerontbijt in de koffiekamer zijn. Ook komen er meer informele activiteiten, die soms gerelateerd zullen zijn aan een feest, zoals een filmavond die aansluit bij een themafeest. En die thema’s zullen natuurlijk historisch zijn.´

9 december: Algemene Leden Vergadering 10, 11, 12 december: Kleine reis 16 december: HSVL-feest

Wat staat er zoal op de agenda?

‘Op de agenda staat een kerstborrel, een groots gala in februari en helemaal nieuw: het slotfeest. Het slotfeest zal na het laatste eerstejaarstentamen zijn. Het is de ideale gelegenheid om met zijn allen te vieren dat het studiejaar voorbij is en de lange zomer eindelijk is begonnen. Naast de eigen leden zullen ook externen mee mogen komen naar de feesten, dus breng alle huisgenoten en vrienden mee. Want: hoe meer zielen hoe meer vreugd! Kaarten zijn in de week voorafgaand aan het feest te koop in de hal van het Lipsius. De feesten zullen vooral op donderdagavond worden gegeven. Naast deze feesten zullen we ook de maandelijkse HSVL-borrel in De Kroeg wat meer promoten.’

‘Er zal dit jaar ook een katerontbijt zijn’ Wie zijn de nieuwe leden van deze commissie?

‘Als eerste is dat Scott Kannekens, de abactis. Deze eerstejaars uit Brabant is het groentje van de commissie. Hij heeft droge humor en houdt natuurlijk van bier. Hij is de connectie met de nieuwe eerstejaars en gaat hen warm maken voor de feesten. Stefan Kock is assessor, ook bekend als de ‘koffiedame’ van de commissie. De creatieve tweedejaars heeft niet al te veel verantwoordelijkheid, maar kent veel mensen en kan goed netwerken. Anne Jansen is de quaestor en is vierdejaars. Deze drukke dame wordt ook wel ‘Anne Hertog Jan-sen’ genoemd, wat slaat op haar voorliefde voor feestjes.’En als laatste natuurlijk Martine van Zelst zelf, de praeses van de commissie. Zij is ingehamerd als heuse ‘feest-lady’ en staat ook wel bekend als Martine Rutte. Ze heeft net als vriendin Anne veel feestervaring en is vaak in de kroeg te vinden.

Voor meer informatie: neem een kijkje op de Facebookpagina van de HSVL.


De commissies van de HSVL Het Bestuur v.l.n.r. Derk Jan Verdel (Quaestor), Wietse Stam (Praeses), Ronja Slierendrecht (Ab-actis/ Extern) en Daan van Bloois (Assessor Intern) Hoewel het Bestuur Stam zeer klein is, zijn de ambities niet minder. Onder de bezielende leiding van onze Fransoos proberen wij er voor de HSVL weer een mooi jaar van te maken. Zo hopen wij dat dit vervolg net zo succesvol wordt als het voorgaande nummer. Geniet van dit blad en laat je erdoor inspireren: kom naar activiteiten, feesten en borrels!

Feestcie Linkerfoto v.l.n.r. Stefan Kock, Anne Jansen (quaestor), Scott Kannekens (ab-actis), Martine van Zelst (praeses) Deze commissie zorgt voor wat ontspanning naast het studeren. Naast de feesten organiseren ze ook informele activiteiten zoals borrels. Voor de in’s en out’s van de commissie verwijzen we je door naar het artikel hiernaast in Déjà Vu.

Kleine Reiscommissie ‘Jawohl’ v.l.n.r. Nina Jolink (vice-praeses), Mark Dekker (quaestor), Lauri van Oosterom (praeses), Ordwin van Erf, Tulasi Das (ab-actis) De kleine reiscommissie organiseert twee reizen per jaar. Op vrijdag 10 december zullen we vertrekken naar Keulen om deze Duitse kerststad onveilig te maken. De kleine reizen duren meestel drie à vijf dagen en zijn een mix van cultuur, geschiedenis en fun. Eerdere bestemmingen van de kleine reiscommissie waren: Dublin, Barcelona en Neurenberg. Deze kleine reizen zijn de ultieme manier om een stad eens op een andere (historische) manier te leren kennen en zorgen beslist voor een onvergetelijke HSVL ervaring.

ACCIE v.l.n.r. Ellen Langeveld, Joep Knoppers, Rianne van Weperen (ab-actis), Hans Nielsen (viezepraeses, quaestor), Chris Rikkers, Manon Heine (praeses) De activiteitencommissie van de HSVL is misschien wel de meest zichtbare commissie van allemaal. Ongeveer een keer in de twee weken organiseert de ACCIE een activiteit voor onze leden. Filmavonden, excursies, stadswandelingen en uitstapjes naar bijvoorbeeld de ‘Nacht van de Geschiedenis’ zijn voorbeelden van de activiteiten. Een veelzijdige commissie met een traditie: na elke activiteit een borrel in de kroeg.

COACH Casper Rozenboom (praeses), Femke Vermeer (quaestor), Hermien Buis (ab-actis), Merel Slijp (vice-praeses), Gijs Dreijer, Olga v/d Veen, Bart Aalders, Eline Rademakers De COACH is de commissie voor de eerstejaars. Met veel enthousiasme en plezier organiseren zij de ouderdag, de eerstejaarsdag en het eerstejaarsweekeinde. Op de ouderdag kunnen de ouders van de studenten een kijkje nemen in het leven van hun kroost. De eerstejaarsdag en het eerstejaarsweekeinde zijn speciaal voor de eerstejaars. Ze krijgen de gelegenheid om elkaar, de stad, de studie en de HSVL te leren kennen.

Grote Reiscommissie Casper Rozenboom (praeses), Sophie Kruijer (ab-actis/vice-praeses), Claudia Kerkvliet (quaestor). Wendy Dallinga, Stijn Lybheert Naast twee kleine reizen wordt vanuit vanuit de HSVL ook een Grote Reis georganiseerd: de Grote Reisco zorgt dat dit altijd een denderend succes is! Dit jaar leidt deze commissie de HSVL naar de Balkan; Sarajevo en Belgrado staan op het programma. De Grote Reis zal in mei plaatsvinden en zoals altijd een onvergetelijke ervaring zijn. Zorg dat je erbij bent!

13


Recht of onrecht? Lynchings in de V.S. Door: Dr. Chris Quispel In februari 1893 werd in Paris, Texas het driejarige meisje Myrtle Vance op gruwelijke wijze verkracht. Meer dan tweeduizend mensen zochten vier dagen lang naar een zwarte man, Henry Smith, die ervan verdacht werd de dader te zijn. Nadat men hem had gevonden werd Smith vastgebonden, op een wagen door het plaatsje gereden en naar een veld even buiten Paris gebracht. Hier had zich inmiddels een menigte van duizenden mensen verzameld, die in de loop van de dag nog zou aangroeien omdat er extra treinen waren ingezet om belangstellenden naar Paris te brengen. Smith werd urenlang gemarteld door de vader van het meisje, af en toe geholpen door zijn zwager en zijn zoon. Tenslotte werd Smith overgoten met olie en in brand gestoken. Een fotograaf maakte de hele dag foto’s, die later grif verkocht werden. De volgende dag zochten souvenirjagers in de as naar resten van het slachtoffer. Het is niet bekend of Henry Smith werkelijk schuldig was. De gebeurtenissen in Paris waren extreem, maar niet uitzonderlijk. Tussen 1890 en 1950 werden in de zuidelijke staten van de Verenigde Staten 4730 mensen gelyncht, het waren bijna allemaal zwarte mannen. In de negentiende eeuw kwamen lynchings voor in een groot deel van de Verenigde Staten. Ze waren zeker geen exclusief zuidelijk fenomeen en ook niet speciaal gericht tegen de zwarte bevolking. Lynchings waren een middel om orde en gezag te handhaven in streken waar nog geen georganiseerd rechtssysteem aanwezig was. In de loop van de negentiende eeuw werd het aantal lynchings in de Verenigde Staten duidelijk minder, maar niet in het Zuiden. Vooral na 1890 is daar een snelle toename waar te nemen. Ook het karakter veranderde: in plaats van snelle executies werden lynchings nu vaak massabijeenkomsten waarbij slachtoffers werden gemarteld. Lynchings lijken voor blanken bijna een vorm van ontspanning te zijn geweest. Een blanke bewoner van Mississippi schreef in het begin van de twintigste eeuw in zijn dagboek over een lynchpartij waarbij hij aanwezig was geweest. Het slachtoffer, door de dagboekschrijver een ‘miserable negro beast’ genoemd, zou een blanke vrouw lastig hebben gevallen. Het moet voor de aanwezigen een mooie bijeenkomst zijn geweest: ‘There was not a shot, but much laughing and hilarious excitement… it was quite a gala occasion, and as soon as the corpse was cut down, all the crowd betook themselves to the park, to see a game of baseball’. Het volkomen gebrek aan schaamte en mededogen dat uit deze passage spreekt is niet uitzonderlijk. Het was heel gebruikelijk tijdens lynchings foto’s te nemen, op het internet zijn ze niet moeilijk te vinden. Nergens op deze gruwelijke afbeeldingen is bij de blanke

14

daders en aanwezigen iets te zien van afschuw of spijt. Onbeschaamd kijken ze in de camera, niemand heeft iets te verbergen, meer toeschouwers bij een sportwedstrijd dan deelnemers aan een gruwelijke misdaad. Angst voor bestraffing hoefden ze niet te hebben. Er is in de eerste helft van de twintigste eeuw nooit een blanke veroordeeld voor het lynchen of vermoorden van een zwarte man. Dat zou pas aan het einde van de twintigste eeuw gebeuren. In 1994 werd Byron de la Beckwith veroordeeld voor de moord op burgerrechtenactivist Medgar Evers in 1963, waarvoor hij dertig jaar eerder was vrijgesproken. Toen in 1998 drie blanke mannen in Jasper, in Texas een zwarte man James Byrd, met een ketting aan hun auto bonden en hem meesleepten door de straten van Jasper tot hij was overleden, werden de daders wel veroordeeld. Twee van hen kregen de doodstraf.

“Why forever apologizing for something that is necessary and proper?” Dergelijke veroordelingen waren vroeger onmogelijk. Lynchings van zwarte mannen en moorden werden openlijk of stilzwijgend goedgekeurd door de hele blanke gemeenschap. Het ging niet om daden van een klein aantal extremisten, zoals wel het geval was in Jasper in 1998. Ook toen lynchings vanaf de jaren twintig een minder massaal karakter kregen, bleef de hele blanke gemeenschap de daders verdedigen. De reactie van een journalist van de Crawfordville Advocate Herald is kenmerkend. In 1903 schreef hij verontwaardigd: ‘What’s the use of forever apologizing for doing something that is necessary and proper’. Tot in de Senaat in Washington bleven zuidelijke politici lynchings rechtvaardigen. Alle pogingen om een federale antilynchwet in te voeren, liepen stuk op filibusters (parlementaire vertragingstechnieken, red.) van zuidelijke senatoren. Meestal was de dreiging van een filibuster al genoeg, regeringen hadden er weinig belang bij het Zuiden tegen zich in het harnas te jagen met bij voorbaat al tot mislukking gedoemde anti-lynch wetten.


Talloos zijn de uitspraken van zuidelijke politici waarin het lynchen wordt verdedigd. Rebecca Lane Felton, die in 1922 het eerste vrouwelijke lid zou worden van de Amerikaanse Senaat, verklaarde in 1897: ‘….if it takes lynching to protect women’s dearest possessions from drunken ravening human beasts, then I say lynch a thousand week if it becomes necessary’. Cole Blease, senator voor Noord Carolina, verklaarde in 1930: ‘Whenever the Constitution comes between me and the virtue of the white women of South Carolina, I say to hell with the Constitution’. Zijn collega Theodore Bilbo, uit Mississippi, beet de indieners van een anti lynch wet uit 1938 toe: ‘…upon your garments…will be the blood of the outraged and raped daughters of Dixie’.

Jim Crow

Lynchings stonden niet op zichzelf. Ze waren onderdeel van een systeem dat bedoeld was om zwarte bewoners van de zuidelijke staten onder de duim te houden en dat in de Amerikaanse geschiedschrijving bekend staat als Jim Crow. Jim Crow heeft een formele juridische kant, die bestond uit een groot aantal regionale, stedelijke en lokale wetten waarin segregatie tussen blanke en zwart tot in soms absurde details werd opgelegd. Het gaat hier om wetgeving over raciale scheiding van spoorwegwagons, wachtkamers, restaurants en hotels. In Atlanta waren de depots voor schoolboeken gescheiden om te voorkomen dat een blank kind ooit een boek in handen zou krijgen dat was gebruikt door een zwart kind. Op veel plaatsen waren er in rechtszalen twee Bijbels aanwezig om de eed af te leggen, een voor blanken en een voor zwarten. In Birmingham in Alabama, was het verboden voor blank verplegend personeel om zwarten te verzorgen. De Burgerrechtenbeweging keerde zich vooral tegen dit soort wetgeving. Maar er was ook een informele en voor de zwarte bevolking nog veel ingrijpendere kant aan Jim Crow, een stelsel van gedragsregels waar zowel blanken als zwarten zich in hun onderlinge contacten moesten houden. Zwarten moesten in hun contacten met blanken altijd in woord en gebaar duidelijk maken dat zij zich ondergeschikt voelden. Zij moesten met twee woorden spreken, blanken nooit recht in het gezicht aankijken en altijd pet of hoed afnemen in de buurt van een blanke. ‘I want to deal with the nigger this way; he must come to my door, take of his hat, and say yes sir’, aldus de latere gouverneur van Georgia Eugene Talmadge. Zwarten moesten altijd op hun hoede zijn wanneer blanken in de buurt waren, vooral in aanwezigheid van blanke vrouwen moesten zij uiterste voorzichtigheid betrachten. Wie zich niet aan de regels hield was een ‘bad nigger’ of was ‘uppity’. Dat leidde als snel tot bedreigingen, vernederingen, mishandelingen en het kon ook aanleiding zijn voor een lynching.

“Lynchings worden ook wel rituelen van blanke suprematie genoemd”

Blanke suprematie

Lynchings zijn ook wel rituelen van blanke suprematie genoemd. Blanke zuiderlingen zagen lynchings dan ook niet als een inbreuk op de rechtsorde, maar juist als een noodzakelijke aanvulling. Ze waren bedoeld om de zwarte gemeenschap angst in te boezemen. Zwarten moesten hun plaats kennen en het niet in hun hoofd halen zich te keren tegen de heersende, blanke, maatschappelijke orde. De directe aanleiding kon bestaan uit (vermeende) seksuele vergrijpen, andere misdaden, maar ook kleinigheden, zoals een brutale opmerking of een vorm van onbetamelijk gedrag. Onder het laatste kon van alles worden verstaan, een verzoek om loonsverhoging, gebrek aan nederigheid, maar ook al te opzichtig vertoon van rijkdom in de vorm van een nieuwe auto of te nette kleren. Soms ook was er helemaal geen directe reden. Een journalist die in 1947 een man aansprak die aanwezig was geweest bij een lynching, kreeg op de vraag of het slachtoffer schuldig was, te horen: ‘No, that was really irrelevant. No particular crime was avenged. The negro population was being warned never to forget that the colored man in the South is still a slave, that between him and the white man is no law, no claim to justice’. Het Zuiden zou maar langzaam veranderen. In 1955 kwam Emmet Till, een zwarte jongen uit Chicago, op bezoek bij zijn familie in Hamlet, Mississippi. Om indruk te maken op zijn vrienden floot hij naar een blanke vrouw. Drie dagen later werd hij opgepakt door Roy Bryant, de echtgenoot, zijn vrouw en diens neef, J.W.Millam. Een paar dagen later werd het lichaam van Emmet Till gevonden. Voor zijn dood was hij nog zwaar mishandeld. Een blanke jury had 75 minuten nodig om Bryant en Millam vrij te spreken. Later zou Millam zijn daad rechtvaardigen tegenover de journalist William Bradford Huie: ‘Well what else could we do? He (Till) was hopeless. I’m no bully; I never hurt a nigger in my life. I like niggers- in their place. I know how to work’ em. But I decided a few people got up on notice. As long as I live and I can do anything about it, niggers are gonna stay in their place. I said I’m gonna make an example of you, just so everybody can know how me and my folks stand’. Het was niet meer zo massaal als de lynching in Paris, Texas in 1893: nette blanken bleven nu thuis. Maar de onderliggende mentaliteit was nog weinig veranderd. Dr. Chris Quispel is gespecialiseerd in de geschiedenis van racisme en antisemitisme, met name in de Verenigde Staten. In zijn boek Hardnekkig wantrouwen. De relatie tussen blank en zwart in de VS (2002) onderbouwt hij racistische verhoudingen met statistische gegevens en beschrijft hij de vaak moeizame relatie tussen twee bevolkingsgroepen vanaf de slavenemancipatie.

15


Back In The U.S.S.R.

Door: Arnout le Clercq

Zijn Beatles fans gevaarlijk? Dat zou je in eerste instantie niet zeggen. Wat heb je te vrezen van langharige, LSDslikkende pacifisten die vermoedelijk zoiets als culturele antropologie studeren? Of misschien dat je in het begin van de jaren ’60 enig gevaar liep als je ongelukkig gepositioneerd was tijdens een optreden en vervolgens werd doodgedrukt door een wilde menigte rondborstige hysterische vrouwen –vanuit mijn mannelijke optiek geen onaardige dood-, maar daar is ook alles mee gezegd. Het Sovjetregime dacht daar klaarblijkelijk anders over. Tijdens het communistisch bewind in Rusland zijn, vooral in de jaren ’60 en ’70, Beatles fans systematisch vervolgd. De Fab Four waren ‘westerse vervuiling’. De platen werden verboden en rockfans werden door burgerwachten op straat opgepakt, geïnterneerd, hun muziek in beslag genomen en hun lange haar afgeschoren. Zoals wel vaker met dingen die verboden worden, ontstond er een levendige zwarte handel in platen en kregen de Beatles misschien nog wel meer aandacht dan voor hun muziek een verboden vrucht werd in het onderdrukte Rusland. Zoals de Beatles creatief waren met muziek, zo waren hun Russische fans creatief met het illegaal verspreiden ervan. Op goed geluk stemden ze transistorradiootjes af op Radio Luxemburg, dat ze met een zwak signaal net konden ontvangen. Vervolgens moesten de opnames geperst worden, maar omdat er geen vinyl voor handen was, gebruikte men röntgenfoto’s. Vervolgens werden deze ‘LP’s’ op straat verhandeld door durfals die de platen oprolden in de mouw van hun jas en zo verkochten.

“De Beatles hebben het communisme vernietigd: meer dan Gorbatsjov” De Beatles werden na verloop van tijd hét symbool van vrijheid voor de Russische bevolking, terwijl ze door het regime steeds meer als ‘kapitalistisch gevaar’ en ‘Belch of the West’ (boer van het westen) werden bestempeld. Hoe kreeg deze actieve subcultuur gestalte in de wereld van Lenin en Marx, militaire demonstraties en heropvoedingskampen? Naast de krakerige opnames van Radio Luxemburg smokkelden ook diplomaten en atleten platen het land in. Soms werden ze gepakt: de douane zou dan de op de plaat krassen, zodat deze ondraaibaar werd en het juweeltje vervolgens weer teruggeven als souvenir. Toch boekten de smokkelaars op de lange termijn succes, ook met cassettebandjes. Maar hoe kon het dat het Beatles-virus zich in de SovjetUnie even snel verspreidde als in de V.S. en Europa? “Ik heb geen idee hoe het zich verspreidde”, zegt Yuri Pelyushonok, dokter in Minsk en fan van het eerste uur.

16

“Het stond niet in krant, het was nergens. Maar het is net als corruptie: je kan het voelen.” Wat hij wel weet is wat de Beatles hebben betekend voor zijn generatie in Rusland. “Voor ons was het een religie. Een helder licht in een saai leven.” Uiteindelijk is er wel een Russische Beatlesplaat verschenen in 1992, een dubbelaar. Op de ene LP staat Sgt. Pepper’s Lonely Hearts Club Band, op de andere Revolver. Er zijn echter wat –socialistische- wijzigingen. Op de voorkant van Revolver zijn bijvoorbeeld talloze foto’s vervangen. Bij Sgt. Pepper’s is men wat subtieler te werk gegaan: Marx is daar vervangen voor Raspoetin en de producent van de plaat heeft zichzelf er ook ergens tussen weten te proppen. In 2003 was Paul McCartney de eerste Beatle die voet zette op Russische bodem en maakte met zijn concert in Moskou veel emoties los. Wordt de invloed van de ondergrondse Sovjet-Beatlemania niet een beetje overschat? Hoeveel mensen van Rusland’s ‘verloren generatie’ waren verslingerd aan de Beatles? Hebben de liederen van deze muzikanten uit Liverpool aangezet tot de val van de Sovjet-Unie? Er zijn geen precieze cijfers, maar volgens Russisch cultuurcriticus Artemy Troitsky waren er “miljoenen” die luisterden en zo “zich vervreemdden van hun communistische vaderland”. Vova Katzman uit Kiev zegt: “De Beatles hebben het communisme vernietigd; meer dan Gorbatsjov.” Vladimir Pozner, journalist in Moskou, sluit zich daarbij aan. “De Beatles hebben meer bijgedragen aan het ondermijnen van het regime dan antiSovjet literatuur waarvoor mensen de gevangenis in gingen.” Eind goed, al goed: vandaag de dag zijn de Beatles gewoon op de radio Moskou en liggen hun platen in Russische winkels. En of ze echt hebben bijgedragen aan de val van het IJzeren Gordijn? Misschien dat daar eens onderzoek naar gedaan moet worden. Of de Beatles zelf de intentie daartoe hadden, laten ze een beetje in het midden hangen. ‘You say you want a revolution, well you know; We all want to change the world; But when you talk about destruction; Don’t you know that you can count me out?’


Oud-geschiedenisstudent aan het woord Door: Wendy Dallinga Twee jaar studeerde Gijsbert van Es (50) geschiedenis in Leiden, maar dat was niet zo’n succes. Nu geeft hij leiding aan vernieuwingsprojecten bij NRC Media, was hij chef van NRC Weekblad, oprichter van nrc. next. Ook nam hij het initiatief voor een Canon van de Nederlandse geschiedenis en heeft hij dit jaar Max Havelaar van Multatuli hertaald in modern Nederlands.

Studie

Hij wist op de middelbare school al dat hij journalist wilde worden, maar op aanraden van de decaan ging hij geschiedenis studeren. Het was de bekende historicus J.G. Kikkert (schreef veel boeken over de Oranjes) die bij hem de liefde voor geschiedenis aanwakkerde. “Onder echte historici wordt hij niet serieus genomen, daar is een reden voor, want hij houdt nogal van sappige verhalen. Maar als leraar was hij onverslaanbaar.” Maar de geschiedenisstudie was niets voor Gijsbert van Es, vooral vakken als geschiedfilosofie en historiografie inspireerden niet. “En ik was de allereerste uit mijn familie die ging studeren. Dus dat hele systeem, het hele leven als student was me totaal vreemd.” “Na twee jaar studeren in Leiden ben ik naar Utrecht gegaan en deed daar de opleiding journalistiek. Weer twee jaar later ben ik naar Leiden teruggekeerd, voor een stage lopen bij Mare. Na de stage kreeg ik er direct een baan en heb er alles bij elkaar drie jaar gewerkt. Het is de beste leerschool voor journalistiek en algemene ontwikkeling. Je leert je te verdiepen in alle wetenschappelijke disciplines. De universiteit is een uitdagende en rijke omgeving.” “Mijn leukste herinnering is een jubileum van de Sterrenwacht, waarover ik toen schreef. Tweemaal heb ik vervolgens prof. Jan Hendrik Oort, een van de allergrootste sterrenkundigen van de 20ste eeuw, mogen interviewen. Dat vind ik nog steeds bijzonder.

Een van de collega’s van Gijsbert van Es bij NRC was Geert Mak “Hij was redacteur Amsterdam en ik was chef van de redactie binnenland. Dus ik was een paar jaar zo’n beetje z’n baas bij de krant.”Ze raakten bevriend en in 2004 vatten zij het plan op een serie tv-documentaires te maken over de geschiedenis van Nederland, met de BBC-serie A History of Brittain uit 2000 als inspiratiebron. Twee hoogleraren in de vaderlandse geschiedenis werden bij hun plan betrokken: Jan Bank (Leiden) en Piet de Rooy (Amsterdam). Op weg naar een tv-scenario publiceerden zijn een Canon van de Nederlandse geschiedenis in NRC Handelsblad, met daarbij een oproep aan lezers om te reageren met kritiek en/of aanvullingen. “Op basis van die reacties heb ik een tweede versie gemaakt die we als boekje hebben uitgebracht. Vervolgens is de bal van gaan rollen. Er ontstond een ware hype.”

“Ik was de baas van Geert Mak” Projecten

“Ik ben een journalist die ook over historische onderwerpen publiceert. Hooguit zou je kunnen zeggen dat ik als journalist een populariserend historicus ben: ik breng historische kennis naar de breed publiek. Daaraan beleef ik veel plezier en dat is in de loop der jaren ook wel aardig gelukt.” Dit jaar kwam zijn hertaling uit van het boek Max Havelaar van Multatuli, dat 150 jaar geleden verscheen. Zijn volgende geschiedenisproject is een boek dat omstreeks 3 oktober 2011 uitkomt, ter gelegenheid van 125 jaar Drie Octoober Vereniging in Leiden. “Prof. Hans Blom en ik hebben circa vijftien historici, de meesten uit Leiden, bijeengebracht om een bundel te maken over beroemde belegeringen van steden. De titel wordt: Belaagd en belegerd. Het begint bij Troje, gevolgd door Carthago, Jeruzalem, het Beleg van Leiden natuurlijk, Wenen, Leninggrad, enz., en eindigt met het beleg van Sarajevo begin jaren ’90.”

“Ik ben een populariserend journalisthistoricus” NRC Handelsblad Van Es werkt al bijna 25 jaar bij NRC Handelsblad. Hij begon er als redacteur binnenland. “Daarna ben ik naar de buitenland redactie overgestapt en ben ik veel op reis geweest in Oost- Europa in de periode kort na de val van de Berlijnse Muur.” “In 2001 ben ik lid geworden van de hoofdredactie, waar ik onder andere verantwoordelijk werd voor vernieuwingsprojecten. Ik heb toen bedacht dat we NRC niet gingen verjongen of opleuken. Mijn redenering was: als we een jongere lezersgroep willen trekken, moeten we hiervoor een aparte krant oprichten. Ik heb toen nrc.next opgezet.”

17


Astronomen in het nauw Door: Veerle Beurze

In een recent artikel uit het oktobernummer van Nature schrijft de Italiaan Michele Trenti over een sterrenstelsel dat is gevonden. Het is zo’n 500 miljoen jaar na de oerknal ontstaan. Dit object is het meest ver van ons verwijderd en is nu voor het eerst geobserveerd. Hoewel deze nieuwe ontdekking niet strookt met de Bijbel, zullen weinig mensen hier van opkijken: er zijn zo veel wetenschappers dagelijks met dit soort onderzoeken bezig en we worden vaak geconfronteerd met nieuwe feiten over astronomie. Ten tijde van de Romeinse Inquisitie was dit heel anders. Een voorloper werd al in de 13e eeuw opgericht, in eerste instantie om ketters te bekeren en terug te brengen naar ‘het ware geloof ’. Vanaf de 16e eeuw werd de Inquisitie centraal vanuit Rome bestuurd. In 1559 wordt daarvandaan ook de Index beheerd; de lijst met verboden boeken. Deze gingen over ketterij, nieuwe wetenschappen of magie. Maar ook literatuur over humor of liefde werd verboden. Bekende schrijvers, zoals Dante, Machiavelli en Petrarchus kwamen op de lijst terecht. Hun publicaties en boeken werden tegengehouden en geconfisqueerd.

‘De doodstraf werd weinig gebruikt, meestal alleen voor ‘draaideurdelinquenten’ De werkwijze van de Inquisitie was eenvoudig. Mensen werden aangegeven bij de Inquisitie of inquisiteurs gingen achter verdachten aan. Iedereen kon iemand bij de Inquisitie aangeven: zo kon je iemand uit de weg ruimen of de schuld in de schoenen schuiven. Dit was dan ook de reden dat een verdachte tijdens een proces eerst zijn vijanden moest noemen. Als de tipgever een vijand van de verdachte was, mocht de verdachte vaak vrijuit gaan. De inquisiteurs kenden deze vieze spelletjes namelijk. Wanneer een verdachte werd opgeroepen, kreeg hij zijn beschuldiging te horen en kon hij zich verdedigen. Dit kon bijvoorbeeld door een getuige op te roepen die zijn onschuld kon bewijzen. Soms kwam er een confrontatie tussen de tipgever en verdachte. Mocht een verdachte niet bekennen dan kon er gebruik worden gemaakt van marteling, of die persoon werd tijdelijk gevangen gezet. Men kon veroordeeld worden tot gevangenschap, verbanning, boetes of religieuze boetedoening. De doodstraf werd weinig gebruikt, meestal alleen voor ‘draaideurdelinquenten’.

18

Een bekend geval van vervolging door de Romeinse Inquisitie is zonder twijfel Galileo Galilei (15641642). Hij staat symbool voor vele natuurwetenschappers die werden vervolgd vanwege hun ideeën. Hij leek er goed voor te staan: hij was bevriend met paus Urbanus VIII en had zelfs binnen de Inquisitie medestanders. Van hen moest hij zijn boek wat aanpassen, maar kreeg hij wel toestemming om ‘Dialogo’ (tweegesprek van Galileo Galilei over de twee belangrijkste wereldsystemen, het Ptolemeïsche en Copernicaanse) te publiceren. Helaas was zijn conclusie niet naar de zin van de paus. Hij werd woest omdat zijn vriend Galilei in zijn boek de Copernicaanse theorie (over het heliocentrisch model van het zonnestelsel) als het meest logisch bracht. Hierdoor moest Galilei afstand doen van zijn werk en kreeg in 1633 huisarrest voor de rest van zijn leven. Deze milde straf had hij te danken aan zijn connecties. Tijdens zijn huisarrest begon hij aan zijn nieuwe boek dat in 1638 veilig in Leiden werd uitgebracht. In de protestantse Republiek vol met ´ketters´ zou dit voor minder ophef zorgen. Uiteindelijk heeft de veroordeling van Galilei er juist toe geleid dat zijn werk populairder en nog meer gelezen werd. Terug naar 2010. Werk van de huidige astronomen zal niet ineens populairder worden doordat het is verboden. Het zal niet eerst worden aangepast door een inquisitie en het zal ook niet in het geheim naar een ander land gesmokkeld worden om daar veilig uitgegeven te worden. Nu wachten we gewoon op de volgende uitgave van een wetenschappelijk blad en hebben daar geen schietgebedje bij nodig.


Museumrecensie Joods Historisch Museum Door: Bjørn Gallée Vrijdag 29 oktober, met de sneltrein richting Amsterdam. Vandaag staat het Joods Historisch Museum in de Plantagebuurt op het programma. Het JHM heeft een opvallend moderne entree. Eenmaal binnen volgt –na een controle op massavernietingswapens– de kassa, gratis kluisjes en een informatiebalie waar je een gratis audiotour kan krijgen. Een sterk begin voor de arme student. Eén etage lager begint het museum. Althans, de bezoeker start bij een tijdelijke expositie van overwegend expressionistische werken. Na deze expositie komt men terecht in de Grote Synagoge uit 1671. Op de begane grond van de synagoge bevinden zich voornamelijk traditioneel religieuze Joodse voorwerpen en een marmeren Ark met daarin de voor joden onmisbare Thorarollen. Op tweede etage in de synagoge vindt men een chronologisch ingedeelde collectie met als titel De geschiedenis van de Joden in Nederland (16001800). Een werkelijk prachtige collectie waarin o.a. Spinoza en Sjabtaj Tzwi –de valse joodse Messias die zich in 1666 bekeerde tot de Islam– niet ontbreken. Via een ‘luchtbrug’ kom je in de ‘Nieuwe Synagoge’ waar de vaste tentoonstelling over de geschiedenis van joden in Nederland te zien is (1800 tot nu). Bij de tentoongestelde stukken valt op het eerste gezicht geen informatie te ontdekken, maar al snel wordt duidelijk dat het JHM gebruik maakt van interactieve infobordjes. Op

Algemene informatie Adres

Nieuwe Amstelstraat 1 1011 PL Amsterdam Tel: +31 (0)20 5 310 310 www.jhm.nl

Openbaar vervoer

Uitstappen voor de metro of tram op de halte Waterlooplein.

Openingstijden

Elke dag van 11.00 tot 17.00 uur. Let op: de kassa sluit om 16.30 uur. Gesloten op Joods Nieuwjaar (9 en 10 september 2010) en op Grote Verzoendag (18 september 2010).

Tips

Combineer een bezoek aan het JHM met een bezoek aan de Portugese Synagoge en/of de Hollandse Schouwburg.

verschillende schermen gaat de gehele collectie aan je voorbij en d.m.v. een touchscreen kun je alle informatie over een object opvragen. Opvallend en tevens een groot pluspunt is de niet ‘overdreven’ aanwezigheid van de Jodenvervolging in Nederland tijdens de WO II. Men heeft zeer nauwkeurig een beperkt aantal stukken geselecteerd die deze aangrijpende periode weerspiegelen. Deze gebalanceerde collectie komt geheel tot zijn recht in de prachtige Nieuwe Synagoge. Wat je absoluut niet mag missen in het JHM is het huis van ‘Max de Matze’. Dit kindermuseum is echt fantastisch. Grote speelkamers, knutsel- en muziekruimtes en last but not least een Hebreeuwse ‘aap-noot-mies-muur’. Zelfs voor volwassenen de moeite waard om even rond te neuzen. Het laatste onderdeel van het JHM is de ‘nieuwe aanbouw’ waar men de tentoonstelling ‘Mayer July. Kleurrijke herinneringen aan een Poolse jeugd’ kan bewonderen. De in 2009 overleden kunstenaar Mayer Kirschenblatt (Mayer July) heeft zijn indrukwekkende herinneringen verwerkt in mooie verhalende schilderijen. Vooral het schilderij Executie van grootmoeder langs de weg naar Sandomierz, 1942 is zeer aangrijpend. Kirschenblatt gebruikt in dit schilderij prachtige kleuren om zo een verschrikkelijke gebeurtenis aan de wereld te tonen. Een indrukwekkende afsluiter van een minstens net zo indrukwekkend museum. Daarmee kunnen we concluderen dat het Joods Historisch Museum het toonbeeld is van de indrukwekkende, rijke en aangrijpende Joodse geschiedenis.

Actuele tentoonstellingen

Van 29 november 2010 t/m 8 mei 2011 ‘Wie niet weg is, is gezien. Joods Nederland na 1945.’ Het JHM organiseert een grote multimediale expositie over joods Nederland na de Tweede Wereldoorlog. Met o.a. persoonlijke objecten, interviews, filmmateriaal, schilderijen, en foto’s.

Toegangsprijzen

Student Volwassene Museumjaarkaart

€6,€9, Gratis

Algemene indruk Tijdelijke tentoonstelling Studiezaal

**** **** ***

Personeel Restaurant Museumshop

*** *** ****

Eindoordeel

****

19


Vervolging en continuïteit Verzetskranten in de Tweede Wereldoorlog Door: Kim van Goethem Bij het NIOD ben ik sinds twee weken begonnen met een BAscriptie over ondergrondse verzetsbladen. Ik onderzoek hierbij wat drie kranten wisten en vertelden over het gevangeniswezen in Nederland ten tijde van de Tweede Wereldoorlog.

Vervolgd worden om wat je schrijft is iets onbekends in het huidige Nederland. Nu is er meer dan ooit eerder te veel informatie die zich aan je opdringt dan te weinig. Vervolgd worden voor het verstrekken van verboden informatie is niet meer in te denken. En juist daarom is het onderzoek naar de illegale pers in de Tweede Wereldoorlog zo fascinerend. Wat bezielde mensen om hun leven te wagen voor het verspreiden van nieuws? Hoe begon dit fenomeen? En waarom zoveel verschillende kranten?

Het eerste uur

Al vanaf het begin van de Bezetting ontstaan er verzetskranten, zelfs toen de censuur nog niet was opgelegd aan de normale kranten. De naam ‘krant’ verdienen ze eigenlijk niet: De eerste ‘rebellen’ schrijven simpelweg twaalf keer op wat ze te zeggen hebben en geven deze twaalf kopieën door aan vrienden met de vraag of zij het ook een aantal keer willen overschrijven. Deze eerste vorm van publiceren is onder andere terug te vinden bij De Geuzenactie, die in Rotterdam werd opgezet door Bernard IJzerdraat. Op 18 mei 1940 schrijft hij dat de actie zelf is ingezet op 15 mei 1940 en dat het exemplaar dat men nu in handen heeft de tweede is. De eerste daarvan is echter nooit gevonden en vragen rijzen zelfs op of Bernard het eerste exemplaar niet heeft verzonnen, om zo zijn krant iets van continuïteit mee te geven. IJzerdraat roept onderaan zijn bericht op om mee te doen aan de Geuzenactie: “Schrijf elk bericht twee of meer keer volledig over met verdraaide hand. Doe ongemerkt elk papiertje (ook dit exemplaar) toekomen aan betrouwbaar Nederlander, die weer hetzelfde doet als gij. Onderbreek deze actie nooit, ook al krijgt ge soms een bericht voor de tweede maal. Overal stellen wij geheim agenten aan. Spoedig hoort ge meer. Laat ieder deze Geuzenplicht doen! Één voor allen, allen één!”

Ander verzetswerk

Naar mate de oorlog vorderde nam de professionaliteit van de kranten toe, maar ook de jacht op de illegale netwerken werd sterker. Vanaf 1941 hadden de Nazi’s verschillende gespecialiseerde groepen bij de Sicherheitsdienst die zich

20

alleen richtten op het oprollen van de illegale kranten. Dat de Duitsers de kranten zo driftig vervolgden had twee redenen. Allereerst was IJzerdraats voorspelling over een netwerk van geheim agenten toch gedeeltelijk uitgekomen. Het ondervragen van krantenmedewerkers leidde vaak tot het oprollen van meerdere illegale bezigheden, zoals sabotage, spionage, roofovervallen, en vervalsing van persoonsbewijzen en bonnen. Het uitbrengen van nieuws was voor vele verzetslieden niet genoeg, ze wilden meer doen. Soms moest het krantenwerk daar zelfs even voor wijken en werd de krant tijdelijk op pauze gezet om het andere verzetswerk niet in gevaar te brengen. De andere reden voor de verbetenheid waarmee de Nazi’s jacht maakten op de kranten, lag aan hun eigen geloof in propaganda. Niet voor niets was Goebbels waarschijnlijk de meest invloedrijke man na Hitler in Nazi-Duitsland. Men geloofde heilig in propaganda en het psychologische effect daarvan. Door dit bij de vijand te breken, zou men uiteindelijk het volk onder de duim krijgen. Zo werden gevangengenomen drukkers en schrijvers in kamp Vught gedwongen nep-verzetskranten te drukken, met vals nieuws om zo de geloofwaardigheid van de verzetskrant te ondermijnen. Veel effect hadden deze acties niet: juist door de goede kwaliteit van het papier en de inkt kon men wel heel gauw een ‘neppe’ van een ‘echte’ verzetskrant onderscheiden.

Solidariteit of verzuiling?

Deze bizarre positie van de media is eigenlijk alleen in oorlogstijden te vinden, zoals bijvoorbeeld nu ook nog te zien is bij bloggers die blijven typen tijdens onderdrukkende regimes. Wat opvalt bij deze gevaarlijke vorm van boodschappen verspreiden, is de eenheid die de verzetskranten samen hebben. Na de Tweede Wereldoorlog, toen zowel het Parool als Vrij Nederland doorgingen als legale kranten, was men weer gewoon elkaars concurrent, maar onderdrukking schept een band. Meerdere manifesten werden door Vrij Nederland in samenwerking met het Parool gedrukt. Ook kwam er een gezamelijk Oranje-bulletin uit in verschillende steden tegen het einde van de oorlog, gedrukt op verschillende persen van zowel regionale als nationale verzetskranten. Helemaal een eenheid vormden de kranten echter niet. Zo wilde de Waarheid (een communistische krant) niet meedoen aan het Oranje-bulletin vanwege het ‘oranje’ in de titel. De meningen over wat er na de oorlog met Nederland moest gebeuren waren te sterk verdeeld en de verzuiling van voor de oorlog was nog zichtbaar. Men las, zelfs in oorlogstijd, liever alleen Trouw als zij protestants waren en liever Het Parool als zij socialist waren.


Slachtoffers

Hoeveel mensen uiteindelijk hun leven hebben gegeven voor het vrije woord is moeilijk te zeggen, omdat het andere verzetswerk vaak samenviel met het drukken van kranten. Bij Vrij Nederland vonden waarschijnlijk vierenzeventig mensen de dood omdat zij hadden geholpen bij de krant. Trouw heeft de meeste doden in één keer op haar naam: de Duitsers eisten het opdoeken van de krant voor de vrijlating van drieëntwintig gevangen medewerkers. Toen de redactie weigerde werden de medewerkers gefusilleerd. Duidelijk is dat officiële drukkers die na sluitingstijd

Hot or Not? De HSVL-trui, ‘too hot voor de UB’ Door: Renée Konings De HSVL wordt door haar leden wel eens een ‘warme deken’ genoemd. Dit gevoel is anno 2010 eindelijk gematerialiseerd in de vorm van de HSVL-trui, die je ook in deze barre herfst- en wintertijd het warme HSVL-gevoel kan geven. Bovendien is het kledingstuk Exclusief, Langverwacht en zelfs een beetje Studentikoos…

Uniek ontwerp

Met de komst van deze trendy trui gaat de HSVL een belangrijke nieuwe fase in. “Anno 2009 was het klimaat nog niet rijp voor een dergelijk verenigingskledingstuk,” vertelt HSVL-lid Bjørn – die de trui op het moment van spreken ook aan heeft. “Bestuur Westervelt voorspelde dat dit niks zou worden, maar in de zomer ging ik met Wietse

illegale kranten hielpen de meeste risico’s liepen, omdat zij officieel geregistreerd stonden en de drukpersen zeer veel lawaai maakten. Veel verzetslieden hadden in het begin van de oorlog ook geen weet van de risico’s: ze verwachtten een aantal maanden of hooguit een jaar cel als zij gepakt werden. Dat betrapt worden vaak de dood of deportatie tot gevolg had, konden ze niet voorzien. Maar zelfs toen dit duidelijk was doorgedrongen, bleven de verzetskranten groeien. De oorlog was inmiddels zo verhard dat men voelde dat ze ‘iets’ moesten doen. Vervolgd worden voor een vervolg van de krant werd de norm. (praeses HSVL) toch wat research doen. We kwamen uit op de kleur navyblauw (= marineblauw). Dat leek ons zowel hip als unisex. Grijs vond ik persoonlijk helemaal niks en lichtblauw is te vrouwelijk.” Dat het logo gejat is van de Accie zetten we er maar even niet bij, maar het bleek al met al een succesformule. Inmiddels lopen er al 55 studenten met dit collectors item rond en in het voorjaar komt er een tweede bestelronde. Met de HSVL-trui steel je dit jaar dus absoluut de show in de UB. En mocht de warme trui vanwege het subtropische klimaat in deze leerfabriek een beetje too hot zijn, dan kan je ‘m nog altijd sexy en langzaam uittrekken, wat ook hot is.

Op weg naar een HSVL-kledinglijn?

Of er nog andere HSVL-gadgets op de markt komen? “Ik heb er over nagedacht”, zei Bjørn. “Maar ik moet het nog met het bestuur bespreken… ik dacht aan een chique HSVL-pinnetje voor op de revers van je jasje, maar dan in een hele kleine oplage.” Uw Déjà Vu-redacteur adviseert daarentegen om de HSVL-kledingcollectie uit te breiden met iets dat roze is. Wat het is maakt niet uit!

Literatuurtips Voor passende literatuurtips over vervolgingen deze keer de tips van Mw.prof.dr. Judith Pollmann, hoogleraar Geschiedenis en Cultuur van de Nederlandse Republiek: - Brad Gregory, Salvation at Stake. Christian martyrdom in early modern Europe (Cambridge Mass 1999) In de zestiende eeuw raakten Europese Christenen diep verdeeld over de hervorming van de kerk; niemand kon zich voorstellen dat een religieus verdeelde samenleving goed zou kunnen functioneren. Brad Gregorys, Salvation at Stake. Christian martyrdom in early modern Europe (Cambridge Mass 1999) laat niet alleen zien goed zien waarom vervolging aanvankelijk het enige juiste antwoord leek op de opkomst van dissidenten, maar legt ook uit hoeveel invloed martelaarschap had op de religieuze culturen van Europa na de hervorming. - Benjamin Kaplans, Divided by Faith. Religious conflict and the practice of toleration in early modern Europe (Cambridge Mass, 2007), legt uit waarom vervolging van individuen geleidelijk aan minder gebruikelijk werd en kijkt naar de alternatieven voor de brandstapel die zich geleidelijk aan ontwikkelden – deportatie, segregatie, maar ook experimenten met religieuze tolerantie en, zoals in Nederland, het ontstaan van gedoogculturen. Literatuurtips van de redactie: - Anne Llewellyn Barstow, Witchcraze: ‘A new History of The European Witch Hunt’ - René Girard, ‘The Scapegoat’ Baltimore - Christopher F. Black, The Italian Inquisition - Ernan McMullin, The church and Galileo Meer zien over de Beatles in de Sovjet-Unie? De documentaire How The Beatles Rocked The Kremlin staat in haar geheel op Youtube.

21


Bjørns Crapcorner: Wolf Het Nationaal Historisch Museum had de poort naar de Vaderlandse geschiedenis moeten worden. Totdat op vrijdag 29 oktober Arend Langenberg – Neerlands beste radionieuwslezer – mij op zijn vertrouwde toon wist te choqueren. Het Nationaal Historisch Museum is van de baan. Halbe Zijlstra, de VVD-staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap moet €200 miljoen bezuinigen. Het schrappen van het Nationaal Historisch Museum (NHM) scheelt €50 miljoen. Snoeien om te groeien. En zo werd het NHM op verbazingwekkend snelle wijze zelf geschiedenis Verbijsterend. Tijdens de verkiezingscampagne werd het NHM in de verkiezingsprogramma’s van de coalitiepartijen –die van Ome Geert meegerekend– niet overgeslagen. Zo stelt de VVD: “Cultuureducatie en behoud van cultureel erfgoed zijn nadrukkelijk wel overheidstaken.” Ook het CDA: “Cultuur(geschiedenis) verdient een vanzelfsprekende plaats in het onderwijs. Het nieuwe Nationaal Historisch Museum zal hieraan een belangrijke bijdrage kunnen leveren.” En last but not least het verkiezingsprogramma van de partij die ons behoedt voor een diepe val in de multiculturele afgrond, de PVV: “Onze heroïsche vaderlandse geschiedenis mag meer in het zonnetje worden geplaatst. Het Nationaal Historisch Museum wordt geen weg-met-ons-museum”. Zie hier de voorvechters van het behoud van onze vaderlandse geschiedenis. Nog geen vijftien dagen nadat Mark Rutte premier is, is ons Nationaal Historisch Museum in de Haagse prullenbak verdwenen. De SP en de PvdA zijn de enige partijen die een spoeddebat

22

hebben aangevraagd om de degens te kruisen met Vak K. Wie had dat ooit gedacht. Niet de PVV, maar de SP en PVDA trachten onze nationale geschiedenis fier overeind te houden terwijl we verdrinken in een poel van Islamisering, cultuurrelativisme en haat tegen patriottisme. Godzijdank. Maar Zijlstra sluit opzettelijk zijn ogen voor vanuit de staat georganiseerde alternatieven omdat meneer niet meer zo’n zin heeft in een Historisch museum. Hij ziet liever een website waar je lekker kan surfen. Het blijft een uiterst dubieus figuur. Op de Nacht van de Geschiedenis was meneer Zijlstra niet aanwezig vanwege ‘andere prioriteiten’, aldus de persvoorlichter. Nee, Zijlstra zat thuis op de bank. Hij wist al lang dat het NHM zes dagen later publiekelijk geëxecuteerd zou worden, maar durfde niet zijn gezicht te vertonen op een avond die in het teken stond van dit tot in detail uitgewerkte culturele hoogstandje. Angst, angst voor een met gepassioneerde historici gevulde Amsterdamse Stadsschouwburg, die hem op historisch verantwoorde wijze ter plekke tot verantwoording hadden geroepen. En dat mensen, is dé Staatssecretaris van Cultuur. De beschermer van het Nederlandse culturele erfgoed. Een wolf in schaapskleren. Later is bekend geworden dat het NHM haar onderkomen zal vinden in de Amsterdamse Zuiderkerk. Laten we hopen dat het op korte termijn geopend zal worden. Vergeet dan niet uw radio af te stemmen op Radio 1. Dan horen we de vertrouwde stem van Arend Langenberg met het ANP-nieuws van vijf uur: “…Zojuist heeft staatsecretaris Halbe Zijlstra van OCW het Nationaal Historisch Museum feestelijk geopend.” Want dan komt onze heldhaftige staatssecretaris wel. Wedden?


Prijsvraag: Etty

Colofon Déjà Vu Periodiek van de studievereniging HSVL

“We zijn weg”

Op 17 maart 1943 vond in opdracht van de Duitse bezetter en onder leiding van het Leidse politiecorps de laatste Leidse razzia plaats. Het ging om de ontruiming van het joodse weeshuis aan de Roodenburgstraat waar 51 kinderen en negen personeelsleden woonden. Een van de oudste kinderen was de elfjarige Etty Heerma van Voss. Zij werd als Etty Noach in Duitsland geboren en na het overlijden van haar ouders in 1932 door het niet-joodse echtpaar Heerma van Voss geadopteerd. Ondanks haar naamswijziging werd ze, naar aanleiding van de eerste deportaties in 1942, naar het joodse weeshuis in Leiden gebracht in de veronderstelling dat ze daar enigszins veilig zou zijn. Niets bleek minder waar. In de nacht van 17 op 18 maart werd zij samen met de andere kinderen op de trein gezet naar kamp Westerbork. Op dinsdag 13 april werd ze in haar eentje naar Sobibor gedeporteerd waar ze drie dagen later stierf in de gaskamers. Onderstaand kaartje komt uit het familiearchief van de familie en is het laatste bericht van Etty aan haar adoptiefouders- en zus in Haarlem. De vraag is nu hóe deze kaart in het bezit is gekomen van de familie.

A. Zij gooide de kaart uit de trein en deze werd gevonden. B. Zij heeft deze aan een van de begeleidende agenten gegeven en gevraagd om het te laten posten. C. Ze heeft deze kaart gestuurd vanuit Westerbork. D. Ze had de kaart achtergelaten in het weeshuis.

Stuur je antwoord vóór 31 december met een korte onderbouwing op naar dejavuhsvl@gmail.com of lever deze in bij het HSVL-hok in het Huizinga. De prijs is een boekenbon van € 10,-.

Hoofd- en eindredactie Arnout le Clercq

Redactie

Veerle Beurze Jurriën Cremers Wendy Dallinga Bjørn Gallée Merel van Tol Esther Viergever

Acquisitie

Bjørn Gallée Femke Vermeer

Vormgeving

Merel van Tol Jurriën Cremers

Met speciale dank aan

Renée Konings Kim van Goethem Anika van de Wijngaard Martine van Zelst Thomas Kerstens Manon Heine Chris Quispel Judith Pollman Ronja Slierendrecht Casper Rozenboom Bestuur Stam Alle HSVL commissies Nacht van de Geschiedenis Nationaal Historisch Museum Pieternel Suërs-Onderwater Chantal Tutein Nolthenius Eefje Valkema

Drukkerij

Grafico Delft

Oplage 800

Website

www.hsvl.nl

23



Déjà Vu december 2010