__MAIN_TEXT__

Page 1


Hollands Maandblad 2020 – 10

elsa may averill (1981) – Schrijft in het Nederlands en in het Engels, maakt theater, dicht, leest voor, kookt soep, woont op de buiten. Momenteel schrijft ze ‘Whale Song’, een episch vers, een toneelstuk getiteld Indigo en een jeugdroman. Dit verhaal is haar literaire debuut. frank dam (1952) – Illustrator, ontwerper en journalist. Publiceerde verscheidene artikelen en boeken o.a. over Nederlandse beatmuziek. Onlangs verscheen Duitse moeders. Docent Illustratieve Vormgeving aan de akv St. Joost te Den Bosch. Gastdocent aan de Falmouth School of Art – www.frankdam.nl sarah andrea desplenter (1961) – Studeerde Romaanse filologie aan de Universiteit Gent. Momenteel is ze lector aan de Arteveldehogeschool Gent. Werkt aan een verhalenbundel en een eerste roman. paul gellings (1953) – Publiceerde acht romans, vijf dichtbundels, twee verhalenbundels en een monografie over het werk van Patrick Modiano. Voor 2021 staat een grote familieroman op stapel. arnon grunberg (1971) – Schrijver en columnist. Ontving o.m. de Anton Wachterprijs, de F. Bordewijkprijs, tweemaal de Gouden Uil, tweemaal de ako Literatuurprijs, de Libris Literatuur Prijs, de Constantijn Huygens-prijs en de Frans Kellendonk-prijs. In 2017 werd hem de Gouden Ganzenveer uitgereikt. thomas heerma van voss (1990) – Publiceerde romans, een verhalenbundel en een essaybundel. Behalve Verdwenen Boeken bracht hij dit jaar ook de roman Condities uit. margriet de koning gans (1942) – Studeerde Nederlands en algemene literatuurwetenschap te Leiden. Onder meer werkzaam als redactrice. Ontving de Hollands Maandblad Schrijversbeurs 2006 (essayistiek) essayistiek) voor haar eerdere publicaties in Hollands Maandblad. essayistiek Maandblad Revisor Het Liej.v. neylen (1989) – Dichter en schrijver. Gedichten van haar verschenen o.a. in De Revisor, Maandblad Ze was actief als redacteur bij Kluger Hans. In gend Konijn, Deus ex Machina en Hollands Maandblad. 2017 werd haar een vocatio-beurs voor jong talent toegekend. Haar debuutbundel En niet bij machte is in juni 2020 verschenen (Uitgeverij Atlas Contact) – www.jvneylen.com alexander rinnooy kan (1949) – Emeritus hoogleraar uva v . Was onder meer rector magnificus van va uva. de Erasmus Universiteit, voorzitter van vno-ncw en ser, lid van de Raad van Bestuur van ing en Eerste Kamerlid voor D66. In 2018 verscheen Bordjes duiken, in 2020 verschijnt Na de quarantaine – www.alexanderrinnooykan.nl jabik veenbaas (1959) – Dichter, filosoof en vertaler. Publiceerde tot nog toe acht dichtbundels, met als recentste Soms kijkt de aarde me aan (2020). In 2013 verscheen De Verlichting als kraamkamer kraamkamer, een studie over het tijdperk van de Verlichting, die werd genomineerd voor de Socrates Wisselbeker 2014. 

Redactie: David Garvelink Redactieraad Redactieraad: Gerard van Emmerik, Beatrijs Ritsema, Mark Boog en Merijn de Boer Vormgeving: Steven Boland Correctie: Stefanie Liebreks Copyright: Auteursrecht voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt, door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Deze uitgave werd mede mogelijk gemaakt door subsidie van het Nederlands Letterenfonds.


HOLLANDS

Ma and b lad inhoud no. 10 – 2020

Thomas Heerma van Voss

* Deze maand – 2

Sarah Andrea Desplenter * De vierde man – 4 Jabik Veenbaas

* Gedichten – 13

Margriet de Koning Gans * In quarantaine – 17 Paul Gellings Elsa May Averill Arnon Grunberg

* Gedichten – 23

* Lola, Loretta, Lo – 27

* De verlorenen en de geredden – 39

J.V. Neylen * Gedichten – 44 Alexander Rinnooy Kan * Innovatie – 48

De tekeningen werden gemaakt door Frank Dam


Deze maand Thomas Heerma van Voss ‘Dit is de leukste begrafenis ooit,’ fluisterde Reinjan Mulder me toe. Het was 27 augustus en hij had huize Frankendael in Amsterdam afgehuurd om de opheffing van zijn uitgeverij Babel & Voss te vieren. Telkens wanneer een spreker een halve en hele mislukking van de uitgeverij in herinnering bracht, schoot Reinjan als eerste in de lach – en hij glunderde bij elk gestrand plan dat werd besproken. Hoe mensen omgaan met succes, daar krijgen we vaak een voorspelbare glimp van mee: mensen die al dan niet gespeeld nederig een prijs in ontvangst nemen, publieke figuren die trots op televisie hun eigen succes duiden. Een grotere prestatie schuilt in het onverstoord of zelfs fier omgaan met tegenslagen – het is een kunst die Reinjan Mulder in de loop der jaren heeft geperfectioneerd. Dit werd me duidelijk toen ik tien jaar geleden als onbekwame parttimeredacteur voor zijn kleine, onafhankelijke uitgeverij kwam werken. Er werd structureel verlies gemaakt, geen Babel & Voss-boek werd werkelijk gelezen en toch had Reinjan elke vergadering weer volop nieuwe plannen. Of en hoe die plannen vervolgens werden uitgevoerd, leek meestal bijzaak. Toen de uitgeverij geleidelijk afstierf en ik de vele tegenslagen van 2014 in een artikel opsomde, vreesde ik dat Reinjan daar bezwaar tegen zou maken, zoals elke andere uitgever zou doen, zoals ikzelf in zijn positie zou hebben gedaan. Maar Reinjan moedigde me aan het stuk uit te breiden en nog iets treuriger te toonzetten. Van het resultaat maakte hij een ‘afscheidsboekje’, waarmee hij zelfstandig langs boekhandels trok. ‘Nu moeten we wel doorgaan,’ e-mailde hij me daarna. Plots werd het bestaan van Babel & Voss met jaren verlengd. Nu stopt de uitgeverij definitief. Het boekje dat met dit Hollands Maandblad wordt meegestuurd, kunt u zien als een persoonlijk afscheid van de uitgeverij die u waarschijnlijk nauwelijks heeft gekend. Daarnaast kunt u het beschouwen als het afscheid van het soort uitgever dat steeds zeldzamer is: eigenzinnig, met een duidelijk eigen smaak, niet van de wijs te brengen door tegenslagen en niet happig op commercieel succes. Een uitgever, kortom, met een hart voor de literaire zaak, voor bibliofiele uitgaves, voor plannen die helemaal geen geld hoeven op te leveren. Zelf ben ik sinds 2015 redacteur van De Revisor, Revisor maar de tijden dat de ideologieën van verschillende literaire bladen volstrekt verschilden of elkaar zelfs bestreden, is zoals bekend voorbij – en mijn redacteurschap doet niets af aan het plezier waarmee ik Hollands Maandblad lees. Bovendien is Reinjan al jaren, al langer dan ikzelf leef, zijdelings betrokken bij dit maandblad. In zijn onuitroeibare optimisme kwam hij dan ook op het idee het boekje mee te laten sturen met Hollands Maandblad Maandblad, een tijdschrift dat qua eigengereide zelfstandigheid veel deelt met Reinjan Mulder. ‘Dat past perfect,’ zei hij zonder verdere toelichting. Verdwenen boeken zie ik als een definitief afscheid en eigenlijk ook als verkapte rouwtekst over Babel & Voss, maar Reinjan vertrouwde me onlangs toe: ‘Eigenlijk is het een veredelde liefdesverklaring. Aan de literatuur, aan de uitgeverij, aan mij. Zolang over ons wordt gelezen, leeft Babel & Voss.’ 2


Ma and b lad

60

Ma and b lad HOLLANDS

Maartje Wortel

zestigste jaargang • nummer 852 november 2018 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

Philip Huff

F. Starik

eva maria staal

Emma Burns

Mauk Westerma

in kje Tu Vrouw

Gerry van der Linden

HOLLANDS

Philip Huff

Delphine Lecompte

eek

Enne Koens Martin Aart de Jong Willem Wansink De erfen is van Ra lf Dahre 2019 – 11 ndorf

Bert Boelaars

HOLLANDS

Ma and b lad

* * *

HOLLANDS

eenenzestigste jaargang • nummer 864 november 2019 Opgericht in 1959 door K.L. Poll www.hollandsmaandblad.nl

NDS

bb l la da d

854 Hnummer 19 O L L A N D S

-en-vijftigste jaargang • nummer 829 december 2016 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

Thomas Heerma Voss Froukje van der van Ploeg Kees Verheul Jabik Veenbaas Frederik Philip Kuethe Hedwig Selles Gr unbe nonTritsmans rg ArMarc Iris Le Rütte Florus WijsenbeekMark Boog Ivo Bonthuis met het lichaam van zijn moeder elt Beckmans Fredie speMieke Jos de Versteegen Maaike Wolf de Vos Mark Boog Nikki Dekker redie Beckmans F der Tritsmans Linden Dorien de Wit Gerryavan Marc h Sc r e i j d v e r r i jschool a n t a Edwin de Groot gaBaren Tina van oorman Krijn Peter Hess elink rten D M aa van Voss Delphine eerma Leco H s mp ma te To

Hollands Maandblad Beurs – Categorie essayistiek HOLLANDS kim schoof Ma and b lad

2019 – 2

HOLLANDS

eld

c Tritsmans

Ma and b lad

*

2016 – 6/7

ers bij BVD, Stasi & FBI

HOLLANDS

2015 – 12

B.S. Veldkamp – K arel

HOLLANDS

r eve

van het

en de computer

2015 – 10

Ma and b lad HOLLANDS

Ma and b lad

2020Marie – 5 | Marieke Rijneveld Sylvie

*

Willem Wansink | Hans Schoots

M. De Koning Gans – J onge

s chriJ vers en hun onbehagen

Ma and b lad

Marc H OTritsmans LLANDS

eenenzestigste jaargang • nummer 859/860 juni/juli 2019 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

J.M.A. Bie she

uvel

Marc Tritsm Thomas Ber ans see Ü

Lo t te

Do n

p dor

n Holstijn sterma k We

Philip H

Joost Zwa

german

2019 – 3

uff

2015 – 5

rK

Mau

n Ar

Ma and b l Pieter Kranenborg 2019 – 6/7

Ma and b lad

al

ranenborg

An

pte

on

m

v a n Vo ss

Grunberg

to

compte

HOLLANDS

HOLLAND

WietM se a a n d b l a d De Hollands Maandblad Beurzen worden jaarlijks uitgereikt aan jonge c.q. REriI EkKim TKERK Schoof debuterende auteurs die in de voorafgaande jaargang in Hollands MaandbladIRISLEIlse R TT Starkenburg F.Starik ov E er hebben gepubliceerd. De beurzen zijn beschikbaar voor de drie terreinen Jan de Bas HOLLANDS waarop Hollands Maandblad zich sedert de oprichting door Poll in L.H. Wiener HOLLANDS M a a n d bK.L. lad H O L L A N D Hagar S Peeters, Tjeerd Po Ma and b lad Bregje Hofstede, J.V. N 1959 (toen nog Hollands Weekblad) Weekblad een vooraanstaande plek in het Neder- M aAat a n d b lCeelen aH.L.dWesseling, J.M.A. B Ingmar Heytze, Kira W HOLLANDS landse literaire landschap heeft verworven: proza, poëzie enMessayistiek. De Kees Verheu a and b lad HOLLANDS Aanmoedigingsbeurzen en Schrijversbeurzen van Hollands Maandblad zijn Bregje Hofstede M a a n d b l aHollak d Rosan Maarten ’t Hart behalve als bewijs van waardering ook bedoeld om in materiële zin het schrijFrederik Philip Kuethe HOLLANDS van Dijk MariekeR.M. Rijneveld M a a n d b l a dverschap van de bekroonde auteurs te stimuleren en tevens bij te dragen aan Emma Crebolder Pouwels de bestendiging van de band tussen de laureaten en Hollands Maandblad. KittyThomas Wim Brands Bersee

Eva Mom a de K ria Sta

in e

e Delphine L

Delphine Leco

Tho Tje erd P

F re

d

d Papenhove

S

Johannes va n iche l R a ma ke r

as Heerm a

M

ma

an o ss a van V is Sl u de r Thom

Doorm

erm He

2017 – 10

Ma and b lad negen-en-vijftigste jaargang • nummer 839 oktober 2017 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

Arnon Grunberg | Delphine Lecompte

f S chooD H O L L KAim SN

ma thu os

Ma and b lad

florus wijsenbeek – Hoe ik de Mondriaans voor Nederl leo vroman – h.l. wesseling – philip huff – jack d ronald spoor – Een onbekend gedicht van Leo Vrom marieke lucas rijneveld – f. starik – vrouwkje t peter verstegen – Goethes erotische poëzie

HOLLANDS

zeven-en-vijftigste jaargang • nummer 815 oktober 2015 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

Hollands Maandblad Beurs – Categorie poëzie johannes van der sluis

Peter Verstegen Een probleem in ‘Othello’

Ma and b lad

s

2017 – 8/9

HOLLANDS

pe t e r v e r s t e g e n * ph i l i p h u f f d or i e n de w i t * de l ph i n e l e c om p t e * s a n de r m e i j r e nsk e va n de n broe k h.l . w e s se l i ng Over Nederlandse oorlogsmisdaden

*

heid van André Brink

ten Maar

2017 – 3

2016 – 12

oor K.L. Poll. andblad.nl

TH

acht-en-vijftigste jaargang • nummer 832 maart 2017 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

2019 – 1

Ma and b lad

A

D

Ma and b lad

negen-en-vijftigste jaargang • nummer 837/838 augustus/september 2017 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

ANDS

I

G

Arnon Grunberg

OLLANDS Redactie, redactieraad en uitgever van Hollands Maandblad, MHtezamen a a n d b l a d met het Ma and b lad bestuur van de Stichting Hollands Maandblad, hebben het genoegen mede HOLLANDS te delen dat tijdens een feestelijke bijeenkomst te Amsterdam Mopa a n d b l a d 2 oktober 2020 de Hollands Maandblad Beurzen 2019-2020 werden uitgereikt aan de laureaten. HOLLANDS Op voordracht van redactieraad & redactie werden de volgende medewerkers M a aHnOdLbLlAa N d DS van Hollands Maandblad aangewezen als winnaars: Ma and b lad

L. Poll d.nl

MA

OR

BER

Willem Thies

nb Florus Wijse

HOLLANDS

mer 871/872

ud sm ra e i je M

Ma and b lad

n ma

over de Geheime Zoon van Gerard Reve

DOOR

IVO VIC T

AR N O N G R U N

Philip Huff

Pieter Boeles * Over Dries van Agt en de ontreddering

Frans Pointl

Maarten ’t Hart Eva Gerlach Pim te Bokkel Enne Koens Maarten Asscher 2020 – 6/7 Renske van den Broek Louis Lehmann Hollandse galeien

Jo r i S tam

#

zestigste jaargang • nummer 847/848 juni/juli 2018 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

hollands maandblad beurzen 2019-2020

Ma and b lad

DS

2018 – 6/7

Florus Wijsenbeek Op bezoek in Iran

il W

Wytske Versteeg

HOLLANDS

Anne van Amstel

20

A.L. Snijders

Eva Mar M ia Sta a ri al ek lem eL uca Ti s Ri es jneveld

H.L. Wesseling

Margriet de Koning Gans

2018 – 12

ia Mar Eva

negen-en-vijftigste jaargang • nummer 835/836 juni/juli 2017 in 1959 door K.L. Poll. Staal Opgericht www.hollandsmaandblad.nl

HOLLANDS

ijn

Van Branko

nn

A.H.J. Dautzenberg

lad

lst n Ho

Froukje van der Ploeg Jabik Veenbaas Sarah Andrea Desplenter Jochem van den Dijssel Carina van der Walt Johannes van der Sluis Joris van der Geest Hedwig Selles Anton Korteweg Philip HuffMAA R T E N

Ma and b lad

Ma and b lad

er g

a rtm t Ko cen Vin

vrouwkje iris o tuinman iv Aat is le rütte hu Ceelen nt bo marieke rijneveld

Ma and b lad HOLLANDS

A.L. Sn ijders

en er Lind an d ry v

Frank den Butter pim te bokkel Arnon Grunberg

2019 – 10

HOLLANDS

Tuinman Vrouwkje

Ger

Delphine Lecompte Vincent Kortmann

ton rozeman

b run on G A rn

Ma and b lad

rp

o Willem Thies f Wim Brands Anne van Amstel f

n arno berg grun

HOLLANDS

Ma and b lad eenenzestigste jaargang • nummer 863 oktober 2019 Opgericht in 1959 door K.L. Poll www.hollandsmaandblad.nl

H.L. Wesseling f J.M.A. Biesheuvel

Vrouwkje Tuinman f Pieter Kranenborg

HOLLANDS

Anne van Winkelhof * Guus Luijters * Krijn Peter Hesselink Margriet de Koning Gans  Nijhoff in het twittertijdperk

Peter He sselink

ijters s Lu Guu

2018 – 11

Ma and b lad

2015 – 2

Marieke Lucas Rijneveld * Maarten Asscher * Theun de Winter

ing ine de Kom arco Kamphuis van Voss Wit

zeven-en-vijftigste jaargang • nummer 816 november 2015 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. eenenzestigste jaargang nummer 861/862 www.hollandsmaandblad.nl• augustus/september 2019 Opgericht in 1959 door K.L. Poll www.hollandsmaandblad.nl

te D on d

Ivo Victoria

zes-en-vijftigste jaargang • nummer 807 februari 2015 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

Krijn

2019 – 8/9

a a nD d bSl a d H O L L AMN

Merijn de Boer HOLLANDS

2018 – 10

M a aMna adn dbb ll aad d

2015 – 11

MaH a nOdLbLlAa N d DS

HOLLANDS M a a n d bM l a da a n d b l a d MH a aOnLdLbAlNa dD S H O L L A N D SM a a n d b l a d

acht-en-vijftigste jaargang • nummer 833 april 2017 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

H O LHLO LAL ANN DDS S

zestigste jaargang • nummer 851 oktober 2018 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

2017O – 4L L A N D S H

Olga Kortz

Ma and b lad

Thomas Heerma van Voss De hardnekkige aantrekkingskracht van complottheorieën

H O L L A NHollands D S Maandblad 60, in woord en beeld

Ma and b lad

Ma and b lad

Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

HOLLANDS

zestigste jaargang • nummer 849/850 augustus/september 2018 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

Lot

NDS

blad

e te

Pi

zeven-en-vijftigste jaargang • nummer 810 mei 2015 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

A.L. Snijders – Zeven Zeer Korte Verhalen Antoine de Kom Ivo Bonthuis Philip Huff Maarten Doorman Marieke Rijneveld Eva Gerlach

2017 – 11

negen-en-vijftigste jaargang • nummer 840 november 2017 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

2020 – 8/9

Arnon Grunberg | Kira Wuck | Philip Huff | Thomas Heerma van Voss

*

H O L L A N2018 D–S4

a n d Mb alaan ddb l a d

Jan-Willem Dijk

HOLLANDS

HOLLANDS

Ma and b lad

Abraham B. Yehoshua

k r i j n pe t e r Hesselink

Thomas Heerma van Voss Delphine Lecompte Beatrijs Ritsema Pieter Kranenborg Jos Versteegen Philip Huff 2020 – 4

HOLLANDS

Ma and b lad

HOLLANDS

Ma and b lad negen-en-vijftigste jaargang • nummer 844 maart 2018 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

l ode w i j k Verduin m a arten ’t Hart v ic k y Francken

erik Bindervoet

Ma and b

s

er

k

arie schippers

carina Van der Walt

h a r m h e n dr i k Arnon Grunberg

m a rc Tritsmans

guus luijters

2018 – 3

MARK BOOG

PHILIP HUFF

Ir is

j a c k d r u p p e rs jasper mikkers

a nd d bb l a dl a d M aMaa n

Le R üt

eenenzestigste jaargang • nummer 867 februari 2020 Poll Ja biOpgericht in 1959 door K.L. M aa r kwww.hollandsmaandblad.nl te n Vee

nb aa

Ev a te

Ov e

r

M ar

s

M ar ia St aa

M ar

ie ke

l

B augr ie t dee

To n

Doo

ezra burns

em an

Het u s K o ni ng en B u cG an s he n wa ld

Ma and b lad augustus/september 2015 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

alida beekhuis

Enne Koens

Zo vo o r d eli g ko m t d e d o o d u i t C h i n a

Philip Huff Ivo Bonthuis Merijn de Boer

* Vrouwkje Tuinman * Maaike de Wolf * Moniek Tinnemans * Emma Crebolder

Herman Leenders ger Frans Stü

zér Lieke Ké Johannes van der Sluis . Aart de

Jong

l

aa

g

t

CON STAN T

AAN H.L. Wesseling Ivo Victoria Daniëlle van Versendaal Dorien de Wit Frans Pointl Jabik Veenbaas Maarten ’t Hart

RONALD TOLMAN GEDACH TEN

I v o B o n t h u i s | Fr ed er i k P h i li p Ku et h e

tsen

Marianne Aar

ar

Aat Ceelen

Jan de Bas

Eva G er lac h | F. Sta r i k | M a r k B o o g | M a r i ek e R ij n ev eld

surrealistische einde van Louis Lehmann P i et er K r a n en b o rg

Guus Luijters

Iris Le Rütte

Ma and b lad

H .L. W ess eli n g ov er c u lt u u r & b es c h av i n g

el d

Eva Maria Staal

Edwin de Groot Hans Steketee Michael March

HOLLANDS

–l 2 les h e dzeven-en-vijftigste w i2020 g se jaargang • nummer 813/814

HOLLANDS

Ma and b lad

rm an

Lu ca cas R ijijn ev R oz

GEN ROBBERT WELA MAN MAARTEN DOOR NBEEK 2015 – 8/9 FLORUS WIJSE LINK HESSE KRIJN PETER ORD INGE SCHILPERO

HOLLANDS

philip huff

H OHLO LLL A NDS ANDS

ha

Margriet de Koning Gans * Philip Huff

HOLLANDS

Ma and b lad

mark boog

Fredie Beckmans Ten Napel A rn A.L. SNIJDERS - VIER ZEER KORTE on m a VERHALEN rc o G ru nb er Kamphuis Delphine Lecompte g e r i k w i e t se Roman Helinski Rietkerk

–1 H O L L2017 AN DS

eenenzestigste jaargang • nummer 866 januari 2019 Opgericht in 1959 door K.L. Poll www.hollandsmaandblad.nl

s y lv i e m a r i e

f rou k j e Van der Ploeg

HOLLANDS

Ma and b lad

Ma and b lad

Ma and b lad M a a n d b l a dH O LLANDS Ma and b lad

Ma and b lad

acht-en-vijftigste jaargang • nummer 830 januari 2017 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

robbe r t Welagen

Literatuur als moreel laboratorium

HOLLAN

HOLLANDS

HOLLANDS

negen-en-vijftigste jaargang • nummer 843 februari 2018 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

A Na D M a a n d b l aHd O L LM a nS d b l a d Ma and b lad

Havenaar * Du Perron, Camus en wij

et Zes Zeer Korte Verhalen 2017 – 5

2018 – 2

Ma and b lad

2015 – 6/7

HOLLANDS

negen-en-vijftigste jaargang • nummer 842 januari 2018 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

2020 H –O3 L L A N D S

Ma and b lad

HOLLANDS

Jabik Veenbaas negen-en-vijftigste jaargang • nummer 845 eenenzestigste jaargang • nummer 868 * Jack Druppers Gerry van der Linden Froukje van der Ploeg april 2018 maart 2020 * Opgericht in 1959 door K.L. Poll.Luijters Renske van den Broek Opgericht in 1959 door K.L. Poll Guus * www.hollandsmaandblad.nl www.hollandsmaandblad.nl Willem Wansink * Hedwig Selles zeven-en-vijftigste jaargang • nummer 811/812 Erik Bindervoet * Frans Stügerjuni/juli 2015 Opgericht in 1959 door K.L. Poll. www.hollandsmaandblad.nl

en

OLLAN H OD LLS ANDS

HOLLA

Ma and

t

Verdere informatie over de Hollands Maandblad Beurzen HOLLANDS is te vinden op www.hollandsmaandblad.nl. Ma and b lad

2015 – 3

*bIris l aLed Rütte * Fleur Bourgonje A.L. Snijders

D

* * *

Biesheuvel • Max Niematz • F. Starik e Versteeg • Mark Boog • Philip Huff

• nummer 869 0 oor K.L. Poll andblad.nl

M

J

Ma and b lad

ATuinman N D S * Delphine Lecompte

HOLLAND

Ma and b la

J

De Hollands Maandblad Beurzen worden mogelijk gemaakt door de Stichting Hollands Maandblad.

Ev

– 4Walt Carina2019 van der

HOLLANDS HOLLANM D Sa a n d b l a d

& het drama van 40 jaar tee 2015 – 4 gen alfabetiseringsbeleid xxx M a a n d b l Waedssel xxx a G• nummer 809 ing xxx zes-en-vijftigste jaargang x april 2015 er x x xxx x Opgericht in 1959 door K.L.la Poll. c xxx www.hollandsmaandblad.nl h xxx aa g rte xxx eeen n’ xxx resteg Jac F. tH xxx o sSta kD J o s eVrest art Verrs ru xxx ik J o s V 2019 – 12 pp teeH O L L A xN e gen xxxD S ac ers s . We F. S x Jo x xxxn H. k D xxd H . L. W xxb l ax d L . Wrup M axa ta r Ma xxxx865 s VersDte esspee eenenzestigstexxjaargang xx •xx ik art H.L nummer anegen lirsng december en iël xxxxxx 2019 E va G xOpgericht E xxxxxxx xx’xx le v in 1959 door K.L. Poll t Hxx a n va G E va H . L. Jack xxx xxx an www.hollandsmaandblad.nl art erla iël W D V ch x p es r JaJck seling p eru le x Veu rspep e r s o s Dr xxxx H. ru xxxxxx xxxx L M van V i xnd a xxxx E va a art er k D. We F.tar al Gerlach en ’tsen Jac .sSse Star i k F. S Hadrt M xx Fxx li n H aaxx aM H.L. xx arataxx xxgt l xxxx F. S enrten ’ten ’ xx x xxx tarik MD M aa rten ’t a ar ’ rt H a r t d ante iënll E Hartx ataH Joe’ts va a r t sen xxxx x Ja c Ven VeMxxxxxx xxx Daniëll xx er k Dru rst rsen n Vxx e van Ve xx ee vda a2017 rsen xx F. StarikH g elen a l – 12seli n rsxx H O L L A pNpeD S xx xx .L . Wxxxxxx Ar 2018 – 1 lx s xxxx xxx ë e e i ss neli W x Eva M a a n d b l a d en x t H H.L. Wesseli xxJ a ck Dr Da Da n g .L . G n up n’ xx H negen-en-vijftigste arlaars n iëll jaargang • nummer 841teeg x Mepe g rt rte xx chexx december xx e va 2017 s nxx xx eeaa aa ’t xx g Opgericht in 1959ndoor Poll. stM er H a rxt xx rten ’t Pie VeK.L. M er www.hollandsmaandblad.nl xx lin Ha J orsseVnd Frouk xsx xx sV aal esse Jo x x o J V x x D x erste x a n iël xx C os Jo ege .W le x Ve WJoo h nne g h rs ha txx van Versenda n H . L2020 – 1 rlac ese dsm lac ute eld ar a er F.xxStarik al x A.L.GSnij Rijnev Ge tH ders a Lucas xx E va n’ Ev Gerry van der Lin Exva xx G x arieke Theun de Win xM rte e x ter a rl Eva Maaxria x Eva Gerla Ma e van Anne x ch Staal a pt m m x hu co c x h Post ine Le sx rik Tjeerdx er Delph Sta pp H.L.. Wesseling F. l ru aa Een Franse Revolutie? kD nd ac se Sarah Andrea JDesplenter er V Frederik Philip Kuethe n va Delphine Lecompte le iël Florus Wijsenbeek EZRA BURNS Dan

HOLLAN . L .D S H

Iris Brunia Merijn de Boer 2016 – 5

Iris Le Rütte | Ton Rozeman

Ve rs

s

Arnon Grunberg L.H. Wiener Lotte Dondorp

Johannes van der Sluis

Renske van den Broek Geert Corstens Rosan Hollak Alexander Rinnooy Kan Mohana van den Kroonenberg Renske Marike van Dijk Jori Stam Kitty Pouwels Philip Huff Maarten Doorman Co Woudsma Jasper Mikkers

Jo

Lodewijk Verduin

ar

HOLLANDS

Ma and b lad tweeënzestigste jaargang • nummer 873/874 augustus/september 2020 Opgericht in 1959 door K.L. Poll www.hollandsmaandblad.nl


Lola, Loretta, Lo Elsa May Averill De voordeur valt in het slot, een zachte klik, ik haal adem. Mijn ouders liggen in hun slaapkamer op de tweede verdieping in een nevel van pillen, maar met mijn moeder weet je het maar nooit – die heeft ingebouwde radar. Die voelt mij al van de trap vallen voordat het gebeurt. We stonden bij elkaar, nog geen uur geleden, mijn moeder, mijn vader en ik. Ieder een glas water in de ene hand en een wit pilletje in de andere. De mijne had ik, met een geoefende beweging van mijn duim, tussen mijn vingers geduwd op het moment dat ik mijn hand naar mijn mond bracht. Slok. Slik. Vollopende ogen. Nog even ben ik tussen ze in blijven liggen, het witte pilletje poeder in mijn vuist. Hun slapende gezichten, jonger dan gewoon – zorgeloos bijna, en zacht. Toen ben ik opgestaan, ik heb hun handen ineengevlochten en aan het voeteneind een denkbeeldige foto gemaakt; één oog dichtgeknepen, mijn vinger op het onzichtbare knopje. Klik. Dit waren mijn ouders.

De lege straten ruiken naar regen. Ik fiets langs de verwaarloosde voortuinen, een volledig gestripte auto, een glijbaan van geel en rood plastic – de meeste mensen met kinderen vertrokken al maanden geleden – en wilde bloemen, overal wilde bloemen. Wie had dat gedacht? Dat het zo mooi zou zijn. Ik hoor gefluit, één keer lang, twee keer kort, helder en scherp. Ik kijk niet om. Het geratel van zijn losse kettingkast vlak achter me. ‘Hé Thomas,’ zeg ik. Met een brede glimlach, staand op zijn trappers, fietst hij een rondje om me heen, arm uitgestrekt als een circusartiest die een paard dresseert. ‘Good morning Loretta,’ zingt hij met Texaanse tongval. Dan komt hij naast me fietsen en haalt vervaarlijk slingerend een hand door mijn haar, knijpt net iets te hard in mijn bovenarm (ik slaak een zeer gênant kreetje) en probeert met een wijsvinger in mijn oksel te prikken, maar ik klem met mijn bovenarm zijn hand tegen mijn lijf – bijna verliest hij zijn evenwicht. ‘You got me lady!’ roept hij lachend, met overslaande stem. Ik glimlach koeltjes 27 op de grens

e l s a m ay av e r i l l – l o l a , l o r e t ta , l o

Ik kijk weg van het openstaande raam en draai me om naar de straat. De lucht boven de huizen is hallucinant; grove streken roze en paars, afgewisseld door fijngetekende langwerpige wolken, een diep donkergrijs. Alsof ze vol zitten met loodzware regen, dikkere druppels dan normaal, kogels die alles nat kunnen schieten. ‘Antraciet…’ fluister ik. Ik wou dat ik dit kon schilderen. Uit het gras pak ik mijn fiets, alles is vochtig. Ik ging niet omkijken. Ik ging gewoon op mijn fiets stappen en wegrijden. Heel even knijp ik mijn ogen stijf dicht – het huis brandt in mijn rug. Een golf verdriet trekt door me heen, mijn benen voelen slap. ‘Supercalifragilisticexpialidocious…’ fluister ik snel. Met een ruk draai ik het stuur naar de straat, trek mijn capuchon over mijn hoofd en begin te fietsen. Weg van het blauwe huis met de openstaande ramen. Weg van de overgroeide zandbak en het kippenhok met de konijnen. Weg van de zelfgebouwde windorgels met schelpen, stokjes en bierflessendopjes.


e l s a m ay av e r i l l – l o l a , l o r e t ta , l o

Hollands Maandblad 2020 – 10

en fiets onverstoord door en laat hem pas na een halve minuut weer los. Hij zucht overdreven maar richt meteen zijn volle aandacht op fietsen tussen de witte middenstrepen. Soms lijkt hij nog even zorgeloos als het zevenjarige jongetje dat nieuw in de klas kwam. Zijn grote hazel hazel-bruine ogen, warrige blonde krullen, spleetje tussen de voortanden. We passeren de huizen en fietsen verder richting de flats. ‘Hoe was het?’ vraag ik na een tijdje. ‘Ja… gewoon…’ zegt Thomas. Hij gaat weer op de trappers staan en fietst telkens met een kleine ruk aan het stuur de stoeprand op en af. ‘Strontlazarus en scheldend voor het testbeeld.’ Hij kijkt me aan met een scheve grijns, maar zijn ogen lachen niet. ‘Heb je… is… kon je wel iets…’ ‘Ik heb ’m gewoon vastgehouden.’ Hij lacht hardop. ‘Zeker tien seconden! Die ouwe wist niet wat ’m overkwam. Ik voelde ’m denken: ga ik nu janken of verkoop ik ’m een mep? Toen ik ’m losliet is-ie maar op de tv gaan slaan.’ We fietsen langs weilanden, een enkel gevlekt paard in de verte, verwilderd tussen het hoge gras. Langs reclameborden met blije witte mensen op een bowlingbaan. ‘Dus dat was dat,’ zegt hij na een tijdje. Ik wil mijn hand op zijn wang leggen, bij hem op schoot kruipen, mezelf opkrullen als een bolletje met hem om me heen gewikkeld en dat we zo, als een warme kluwen, wegrollen, voortgestuwd door de wind. ‘Komt-ie…’ zegt Thomas. Boven de helling komt het viaduct in zicht, we moeten door het tunneltje. Ik haat het tunneltje, we haten allemaal het tunneltje – De Opslokdarm heeft Manuel hem gedoopt (‘Het gaat erin als kaviaar, maar komt eruit als stront’). Alle nare verhalen komen uit De Opslokdarm. Een meisje uit de brugklas is daar vorig jaar aangerand. Als er gedeald of geknokt moet worden gebeurt het daar. Zelfs mijn opa kan zich verhalen herinneren over mensen die ooit het tunneltje in liepen en die er nooit meer uit kwamen. (Hoewel die herinneringen misschien worden gekleurd door opa’s laatste obsessie: theorieën over buitenaards leven.) Sinds een halfjaar wonen mensen in het tunneltje. Ik zou niet weten waarom. Een stil protest? Met z’n allen gebroederlijk naar de ondergang? Er staan anders genoeg huizen leeg waar je zo in kunt trekken. Plots zie ik mijn opa voor me in zijn schommelstoel, alleen op de veranda met een ‘goeie whisky’, en ik voel mijn buik samentrekken. Twee dagen geleden hebben we afscheid genomen. Hij was zo kalm en vrolijk – maakte grapjes over dat-ie gewoon in zijn stoel ging zitten, op de veranda, wachtend op een lift. Misschien ís-ie ook echt al opgehaald door een ufo! bedenk ik ineens en ik voel een giechel in mij opborrelen. Thomas pakt mijn hand. ‘Neusjes dicht en doortrappen,’ zegt hij. Ik adem diep in. We stuiven de helling af en het tunneltje in. De blauwe muurtegels zijn bedekt met graffiti en afgebladderde posters van housefeesten. Aan weerszijden is de stoep bezaaid met lichamen – vormloze, met dekens en karton bedekte, ademende, stinkende, levende organismen. Een paar stoffen bulten roeren zich. In de schaduwen zie ik overal gezichten opduiken met boze donkere ogen, glimlachend met verrotte tanden en droge raspende tongen die als slangen naar me uitslaan. Ik verstevig mijn grip op Thomas’ hand en we fixeren onze blik op het eind van de tunnel terwijl we proberen alleen door onze mond te ademen. Het licht is verblindend als we uit het tunneltje komen. Dan doemen de flats 28 op de grens


Hollands Maandblad 2020 – 10

Een paar honderd meter verderop fietst traag een silhouet, er klinkt babygehuil, iemand zingt. Ik voel Thomas’ vingers bewegen. Ik was vergeten dat ik zijn hand nog steeds vastklem. ‘Ik laat je niet meer los hoor,’ zeg ik. ‘Goed zo,’ lacht hij, ‘maar…’ Hij wrikt zich uit mijn houdgreep en verstrengelt onze vingers. Ik voel me licht in mijn hersenen, alsof daar plots allemaal ruimte is ontstaan, alsof meer zuurstof binnenkomt. Verliefd bijna, niet op Thomas – of ook wel, ik weet het niet precies –, maar het maakt niet uit. Ik voel me licht, omdat we samen fietsen, omdat we handen vasthouden, omdat we het tunneltje voorbij zijn en omdat we straks de anderen zien. Het silhouet wordt scherper. Lang steil pikzwart haar waaiert uit over de tas op haar rug, het babygehuil is opgehouden. ‘Hé Shirin,’ roep ik, maar ze hoort me niet. Ze zingt, haar stem helder en hoog, een vreemde glijdende melodie in een onbekende taal. We halen haar aan weerszijden in. Ze schrikt. Haar ogen schieten van mij naar Thomas en weer terug – haar blik lijkt van ver te komen. ‘Hey, ik had jullie niet gehoord.’ Ze is een beetje buiten adem. Haar ogen zijn gezwollen en rood. In een draagzak op haar buik slaapt een baby. Het bolle gezichtje hangt zijdelings over de rand, zwarte haartjes plakken op het voorhoofd. De mollige beentjes bungelen op het ritme van de fiets. ‘Gaat-ie?’ vraag ik. Ze knikt terwijl ze haar lippen op elkaar perst. ‘Heb je je zusje meegenomen?’ Ze kijkt even naar de slapende baby en sjort de draagzak met één hand wat omhoog zodat het babyhoofdje veilig tussen haar borst en de stof wordt geklemd. ‘Mijn familie is helemaal aan het flippen.’ ‘O yes…’ zegt Thomas laconiek. Ik knik. Ze kan beter bij ons zijn, de kleine. ‘Ik ben gewoon weggegaan.’ Haar ogen lopen vol – de tranen druppen op de zwarte haren van haar zusje. Zwijgend fietsen we verder. Ik stel me voor hoe Shirin de flat uit loopt, weg van de paniek van haar luidruchtige familie. Het lukt me maar niet om diep adem te halen, alsof mijn ribben naar elkaar toe worden getrokken door elastiek – zwart rubber. Het groeit zo, als weefsel, aan het bot. Ik denk aan mijn eigen ouders – hoe ik tussen ze in lag. Ze moesten lachen om het dronken gevoel van de slaappillen. Mijn moeder kuste me vlak bij mijn oor, zoals ze altijd deed, piepende zuigkusjes, zeker tien achter elkaar. Even strijk ik over mijn linkerwang, waar haar tranen mijn huid in zijn getrokken. Shirin en haar zusje lijken op elkaar. Dezelfde grote amandelvormige ogen, de lange zwarte wimpers, een rond kuiltje in de kin. ‘Wat is ze mooi… Chaja.’ zeg ik. Shirin glimlacht en kijkt door haar tranen naar beneden. ‘Lief hè?’ We fietsen de duinen in en laten alles achter ons. Nu is het alleen nog wij, de oneindige lucht, de heide en zo meteen de zee. Wanneer het pad te zanderig wordt, gooien we onze fietsen neer en gaan te voet verder. Thomas pakt weer mijn hand. Ik voel mijn buik samentrekken en kijk hem niet aan. Ik doe alsof het gewoon is, alsof we altijd hand in hand lopen. 29 op de grens

e l s a m ay av e r i l l – l o l a , l o r e t ta , l o

op en daarachter in de verte een onscherpe glooiing waar de duinen beginnen. We halen tegelijkertijd diep adem, kijken elkaar aan en schieten even in de lach.


e l s a m ay av e r i l l – l o l a , l o r e t ta , l o

Hollands Maandblad 2020 – 10

Wanneer het pad te smal wordt, laten we los. De laatste beklimming is steil en bovenaan staan we stil om op adem te komen. De lucht is veranderd. De kleuren lichter en minder grijs, de zon scherp afgetekend tegen de witte mist die haar omhult. De zee is helemaal vlak en hoewel het nu vloed hoort te zijn, is ze ver teruggetrokken. Midden op het lege strand zitten Camille en Youssef, zo dicht bij elkaar dat hun donkere krullen ineen lijken te groeien. Youssef heeft zijn blauwe Sun Ratrui aan, ik herken ’m meteen aan de wilde print op zijn rug. Ze drinken wijn uit een fles – een dure waarschijnlijk, uit het restaurant van hun ouders. Thomas fluit. De tweeling kijkt om. Youssef springt op, brult iets onverstaanbaars en begint dan uitbundig te zwaaien met beide armen in de lucht, alsof wij boven op het dek van een cruiseschip staan en hij aan de kade. Fanatiek beginnen Thomas en ik terug te zwaaien. We rennen de heuvel af, het strand op, recht in Youssefs armen, die achterovervalt en ons met zich meetrekt. ‘O, O, mes amis! Mes amis! Eindelijk zijn jullie er!’ roept Youssef terwijl hij onze hoofden vastklemt en kust. Ik probeer me lachend los te wurmen. Youssef was mijn eerste echte vriend. Dat werd beklonken in de kleuterklas nadat we op een middag de geest kregen om van kleren te wisselen. Hij liep in mijn rood-wit geblokte jurkje en rode maillot en ik droeg zijn giraffenbroekpak. 30 op de grens


Het beviel zo dat we het de volgende ochtend meteen weer deden, die ochtend erna ook weer en vanaf toen eigenlijk bijna elke dag dat schooljaar. Dit tot grote wanhoop van juf Brigitte, die wekenlang probeerde ons in eigen kleren te houden, maar het na een onvruchtbaar gesprek met onze ouders maar opgaf. Youssef laat ons los en scant voor hij opstaat de omgeving, zoekend naar Camille. Ze staat bij Shirin onder aan de heuvel het baby’tje te bewonderen. De tweeling zijn een soort jonge wolven – altijd bewust van waar de ander is. Camille is niet mijn vriendin. Ze is ook niet niet mijn vriendin. We leven gewoon al dertien jaar naast elkaar, in wederzijdse vriendschappelijke desinteresse. Hoewel ik de afgelopen twee jaar een beetje uit haar buurt probeer te blijven. Ik blink uit in middelmatigheid met mijn steile bruine haar en blauwe ogen. Daarbij heb ik korte benen, brede heupen en een te rond gezicht. Ik heb meer iets weg van een vrouwtjeshobbit, Camille van een Haïtiaanse krijgersprinses. Dus ik zorg dat we nooit naast elkaar komen te zitten en dat er altijd mensen tussen ons in lopen. ‘Wat de fak?’ Thomas kijkt over de twee meisjes heen, ik volg zijn blik. Verderop, zo’n honderd meter van het doorgaande pad, boven aan een duinhelling, dragen Steef en Manuel een gigantische donkergroene sofa. Ze lijken te discussiëren over de beste manier om het ding over de omheining te tillen. Thomas begint naar ze toe te rennen. Ze hebben schijnbaar een knoop doorgehakt en gooien met al hun kracht de sofa over het prikkeldraad – het zware geval schuift ondersteboven tot halverwege de helling. ‘Wohooow! Gast! Hoe hebben jullie dat geflikt?’ roept Thomas lachend. ‘Busje van m’n vader!’ roept Steef en lacht triomfantelijk zijn beugel bloot. ‘What!? What!? Hè? Heeft jouw vader jullie hier…’ ‘Nee man, tuurlijk niet…’ Manuel en hij pakken de sofa weer op. ‘… mijn vader ligt op dit moment coïtus cunnilingus met Manuels moeder te beoefenen,’ zegt hij met een grijns, kuiltjes in zijn wangen. ‘Hey!’ Roept Manuel en geeft een ruk aan de sofa, waardoor Steef bijna voorovervalt. ‘Respect aan me moeder ja!’ Geamuseerd kijken we hoe het duo schuivend en scheldend de duinpan af komt. Thomas heeft een paar grote kussens van de bank gehaald en draagt ze boven op zijn hoofd. ‘Steef!’ roept Camille. ‘Sinds wanneer kan jij autorijden!?’ ‘Sinds vandaag!’ roept hij terug. Manuel die achteruitloopt, lijkt zich plots iets te herinneren en roept vol enthousiasme over zijn schouder: ‘O ja! Jongens, Steef is homo!’ Ik lach een kort moment om de flauwe grap, maar ik stok wanneer ik Steefs gezicht zie betrekken. Hij laat de sofa vallen, loopt op Manuel af en geeft hem een klap in zijn gezicht, een ouderwetse vlakke-hand-op-de-wangpets. Dan stuift hij met kwade passen richting de zee – zijn handen diep in zijn zakken, zijn gezicht felrood. Manuel slaakt een verbijsterde kreet. ‘Wat de hel!?’ Hij wrijft over zijn wang. ‘We gingen toch alles zeggen vandaag man? Radicale waarheid! Je zei het zelf…’ ‘Deel jij maar je eigen shit!’ roept hij zonder om te kijken. Thomas heeft de kussens teruggelegd, de sofa opgepakt en wenkt Manuel verder te lopen. Met z’n tweeën dragen ze hem naar het midden van het lege strand. Manuels t-shirt is nat van het zweet. Hij kijkt een beetje onthutst. Ik houd Camille in de gaten. Ze staat nog steeds met Shirin onder aan de heuvel. Ze ziet bleek en staart Steef met grote ogen na. Tot een halfjaar geleden hadden ze twee jaar verkering. Op datzelfde moment lijkt Steef dat ook te 31 op de grens

e l s a m ay av e r i l l – l o l a , l o r e t ta , l o

Hollands Maandblad 2020 – 10


e l s a m ay av e r i l l – l o l a , l o r e t ta , l o

Hollands Maandblad 2020 – 10

beseffen. Hij stopt en kijkt om. Zijn ogen blijven rusten op Camille, die zich omdraait en resoluut de andere kant op loopt. ‘Kut…’ zegt hij zachtjes en rent haar achterna. ‘Oké… Oké!’ roept Manuel uit. ‘Steef… iedereen! Ik ben nog maagd!’ ‘Weten we allang gast,’ zegt Youssef terwijl hij zijn zus nakijkt. Manuel lijkt oprecht verbaasd. Ik glimlach. Hij draagt altijd zijn hart op de tong maar is soms zo naïef. De meeste mensen op school vinden hem maar een irritant, druk ventje met een grote mond. Maar voor ons is hij een soort röntgenapparaat. Hij haalt de binnenkant naar buiten en dat is het enige wat we echt nodig hebben. Anders verzuipen we in ons eigen spiegelbeeld. ‘Hoe kan jij dat weten gast!?’ roept Manuel. ‘Ten eerste, ik zie jou veertien uur per dag,’ antwoordt Youssef rustig, ‘ten tweede ben jij, als je niet aan het eten bent, gedurende die veertien uur alleen maar aan ’t obsessen over “de rijpere vrouw”… I rest my case,’ en hij neemt een flinke teug wijn. 32 op de grens


Manuel laat de bank vallen en gooit zijn armen in de lucht. ‘Nooit, nooit, nooit! Zal ik weten hoe het is om Mevrouw Marsiglia te bevredigen!’ Hij produceert een pijnlijke kreun en zijgt neer op het zand. Ik bijt op mijn lip om niet te lachen, kniel naast hem neer, sla mijn armen om hem heen en kus zijn klamme, rode wang. ‘Wij houden van je Manu – waar zouden we zijn zonder jou?’ Zijlings kijkt hij me aan. ‘Zonder jou dan…’ zegt hij zacht en trekt aan mijn haar. Hij is even stil. ‘Ik ben blij dat mijn moeder Harry heeft gevonden. Anders zat ík nu met haar in de kelder. Wist je dat ze een voorraad hebben aangelegd voor twee jaar?’ Hij schudt zijn hoofd en kijkt uit over de zee. Ik leg mijn hoofd op zijn schouder en zo blijven we een tijdje zitten. Hij ruikt naar de wind en naar tosti’s. In de verte wandelen Steef en Camille langs het water. Youssef komt voor ons staan, kijkt me aan en trekt resoluut zijn trui uit. Verwonderd kijk ik naar hem op, mijn ene oog dichtgeknepen tegen het licht. ‘Laatste keer, Lo?’ vraagt hij en gooit de trui voor mijn voeten. ‘Echt?’ antwoord ik verrast. ‘Geen beter moment,’ antwoordt hij. Grijzend bewonderen we het eindresultaat. Ik moet de bovenrand van zijn spijkerbroek een paar keer omslaan, zodat hij niet van mijn heupen zakt en Youssef wurmt met moeite zijn lange harige benen in mijn zwarte legging. We hebben allebei een capuchontrui aan. Die van hem valt over mijn billen, die van mij bedekt nauwelijks zijn navel. We lachen maar weten niets te zeggen. Het is belachelijk en tegelijkertijd voel ik achter mijn ogen tranen prikken. Youssef pakt mijn gezicht tussen zijn handen en drukt een kus op mijn mond. Dan loopt hij naar Manuel en trekt hem overeind. ‘Kom gast, we gaan hout zoeken.’ Terwijl ze wegslenteren tikt Manuel hem op zijn strakke leggingbillen en rent weg, meteen op de hielen gezeten door Youssef. Thomas loopt over het natte zand, zijn rug gekromd op zoek naar schelpen. Shirin staat eenzaam uit te kijken over zee met haar zusje op haar buik. De armpjes en beentjes maaien door de lucht, ze is weer wakker. Samen maken ze een verloren indruk, als een tienermoeder met een baby bij een bushalte, op weg naar een volgende stad, op zoek naar een beter leven. Het begint zachtjes te waaien. Ik besef nu pas dat het de hele dag windstil is geweest, terwijl het juist zo heeft gestormd de afgelopen weken. Precies een week geleden besloten we hier naartoe te komen op deze dag. We zaten we met z’n allen in de garage bij Youssef en Camille, terwijl buiten de wind om het huis gierde en de dakpannen klepperden. Steef had een zooitje brillen en een vuurkorf meegenomen en die binnen aangestoken. ‘Ziehier, de échte open haard,’ verkondigde hij. Dus toen zaten we alle zeven om het vuur, een oma- of zonnebril op de neus in de superrokerige kamer. De ouders van de tweeling hadden even zwijgend om de hoek gekeken, maar ze hadden er niets van gezegd. Sinds de scholen dicht zijn laten ze ons maar onze gang gaan. ‘Lo?’ Ik knipper met mijn ogen en kijk op. Shirin staat voor me en bungelt de baby in haar uitgestrekte armen voor mijn gezicht. ‘Ik moet plassen.’ ‘O, ja…’ een beetje versuft sta ik op en neem Chaja over. Hoe houd je ook alweer een baby vast? Met grote verwonderde ogen kijkt ze me aan. Ik glimlach. Het ene moment zit je op de fiets, het volgende moment word je wakker aan zee en in de armen van een wildvreemde gedrukt. Raar en toch: ik kan me op dit moment niets beters voorstellen. Ik ga op de bank zitten en zet haar op mijn schoot, haar gezicht naar me toe. Ze wiebelt een beetje dus ik houd mijn armen om haar heen geslagen. Ik voel 33 op de grens

e l s a m ay av e r i l l – l o l a , l o r e t ta , l o

Hollands Maandblad 2020 – 10


e l s a m ay av e r i l l – l o l a , l o r e t ta , l o

Hollands Maandblad 2020 – 10

de warme zachte rolletjes vet door haar kleren en de dikke luier op mijn schoot. Ze lacht een wijde tandeloze glimlach als ze naar me opkijkt. Thomas komt naast me zitten op de bank. Samen kijken we naar het kleine meisje. Ze probeert de koordjes van mijn capuchontrui in haar mond te steken. Elke keer als het is gelukt en ze tevreden achteroverleunt, schieten ze er weer uit. We lachen om haar volharding. ‘Mooi kindje hoor,’ zegt Thomas na een poos. ‘Bedankt,’ zeg ik. Hij bekijkt me van opzij, onderzoekend, met zijn donkere ogen. ‘Vijfentwintig,’ zegt hij. ‘O?’ zeg ik. ‘Ja, en je werkt ’s nachts, als zij ligt te slapen…’ ‘Oei… nachtdienst… In een parkeergarage of zo?’ ‘Nee, in je eigen atelier. Zij ligt dan in de hoek in een wieg.’ ‘Die verflucht is niet goed voor d’r hoor.’ ‘We houden de ramen wel open.’ Chaja heeft het touwtje aan één kant helemaal uit de trui getrokken en sabbelt tevreden aan het plastic dopje. 34 op de grens


Hollands Maandblad 2020 – 10

Camille en Steef komen onze kant weer op gelopen, dicht naast elkaar, ze praten en glimlachen. Ik voel iets in me ontspannen. Alsof een aangedraaid wieltje in mijn borstkas plots afwindt. We zijn samen. Youssef en Manuel hebben een vuurtje aangekregen – het natte hout rookt enorm maar het vuur voelt als thuis. Shirin is terug, ik maak aanstalten om op te staan en haar zusje terug te geven, maar ze gaat voor het vuur staan. Manuel is met een stuk plastic het vuur aan het aanwakkeren en waait daarmee de rook in het gezicht van Youssef, die hem vervolgens halfblind en hoestend omver probeert te schoppen met een aanstellerige capoeirabeweging. Manuel ontwijkt hem lachend. ‘Lekker broekie, Yous!’ roept Camille. Chaja slaakt verrukte kreetjes terwijl Thomas goochelachtige bewegingen met zijn handen maakt, ze kan haar ogen er niet van afhouden. ‘Hoe laat is het?’ vraagt Shirin ineens. We vallen stil. Het is of Shirin ons met die vraag terug de realiteit inzuigt. Thomas kijkt op zijn horloge. ‘Zes uur achtendertig.’ Ik kijk naar de lucht en over het water. In het laatste halfuur is iets veranderd zonder dat we het doorhadden. ‘Kijk’, zeg ik. De lucht, eerst mistig, is nu helemaal helder en begint diepblauw te kleuren. Het wordt een vreemd soort donker, haast kunstmatig. De zon is bijna volledig verdwenen achter een enkele donkergrijze wolk en de zee, nu al een stuk genaderd, is in beweging. ‘Bizar…’ fluistert Thomas. In het water beginnen een soort kolken te ontstaan, net of op verschillende plekken onderstromingen in tegengestelde richting het water naar beneden trekken. De zee lijkt alle kanten op te bewegen, totaal in de war, tegelijkertijd lijkt het of elke meter water haar eigen stroming heeft, alsof duizenden zeeën bestaan binnen deze ene zee. Op dat moment horen we gebrom in de verte. We kijken om. Het geluid wordt sterker. ‘Daar,’ zegt Steef en wijst. En dan zien we het, wit met zilver; in 35 op de grens

e l s a m ay av e r i l l – l o l a , l o r e t ta , l o

‘En overdag ben je met haar. Spelen en slapen wanneer zij slaapt, samen in één bed.’ ‘En de vader dan?’ vraag ik. ‘Ik werk als jullie overdag slapen,’ zegt hij. Ik kijk verrast opzij. Hij grijnst weer. Ik glimlach terug en voel iets samentrekken in mijn borstkas. ‘Oké… en waar werk jij dan?’ ‘In de surfschool.’ ‘Geef je les?’ ‘Soms, als ik tijd heb, maar ik ben vooral bezig met de administratieve rompslomp. Het is veel werk hoor, een surfschool runnen.’ ‘Heb je je eigen surfschool?’ ‘Zeker weten. En onze kleine wordt later een echte surfchick.’ ‘Met jouw ogen.’ ‘Nee hoor, zo blauw als de lucht.’ Ik voel mijn gezicht warm worden. ‘Is mijn atelier dan ook aan het strand?’ ‘Ja, we wonen hier,’ zegt hij beslist. ‘Hoe heet je surfschool eigenlijk?’ Hij is even stil. Dan zegt hij: ‘Het Einde van de Wereld.’ Ik knik. ‘Het einde van de wereld…’ en ik kijk naar het blozende meisje op mijn schoot. ‘Hoor je dat Chaja? Daar gaan wij wonen.’


e l s a m ay av e r i l l – l o l a , l o r e t ta , l o

Hollands Maandblad 2020 – 10

de verte vliegt een klein vliegtuig vanaf het land richting de zee. Het is maanden geleden dat we voor het laatst een vliegtuig zagen. ‘Hoe is die aan brandstof gekomen?’ mompelt Youssef. Als het toestel een heel eind boven zee vliegt, duikt het ineens met de neus naar beneden. Ik adem scherp in, Camille en Manuel slaken een kreet en Thomas rent instinctief een stukje die kant op. Geluidloos zien we het vliegtuigje zo in het water storten. ‘Holy fak!’ roept Steef. ‘Holy, holy!’ en hij buigt voorover met zijn handen op zijn knieën alsof hij een stomp in zijn maag heeft gekregen. Camille staat ernaast en barst in tranen uit. Ik staar naar de plek waar het toestel in het water verdween. Dan roept Manuel: ‘Oké! Oké! Rustig iedereen. Rustig nu!’ We kijken hem aan met grote ogen. Hij heeft zijn armen wijd gespreid, alsof hij ons allemaal wil omsluiten. ‘Dit was de laatste, ja? De laatste die we gingen zien, blijkbaar, en deze wilde zo gaan, maar wij zijn hier, oké? Wij zijn hier, bij elkaar en… shit, Shirin?’ 36 op de grens


Ze staat zich bij de branding uit te kleden. Naast haar op de grond ligt al een hoopje kleren en ze is bezig haar maillot uit te trekken. Ik roep haar naam en wil naar haar toe snellen, maar Youssef staat al naast haar. ‘Hé, wat eh… wat doe je?’ Vraagt hij quasiluchtig. Ongestoord gaat ze verder. ‘Ik kleed me uit.’ ‘Yes… dat zien we. En waaraan danken we dat genoegen?’ ‘Ik ga zwemmen.’ ‘Shirin, de zee is totaal onvoorspelbaar. Ik heb nog nooit zoiets gezien,’ zegt Thomas. Ze haalt haar schouders op. ‘Maakt het nu nog uit?’ Haar stem klinkt verontrustend kalm. Ik loop een paar stappen haar kant op, de kleine Chaja rustig in mijn armen. ‘Shirin, doe maar niet, oké? Laten we gewoon effe allemaal bij elkaar blijven. Het is nog maar even en dan…’ Ik wil het niet uitspreken. Zolang het niet wordt uitgesproken, lijkt het niet zo banaal. Dan is het alsof we hier zelf voor kiezen, allemaal samen. ‘Gewoon eventjes… ik ga niet verder dan mijn buik,’ zegt ze traag. ‘Ik ga met je mee,’ zegt Thomas en trekt zijn trui over zijn hoofd terwijl hij naar haar toe loopt. Mijn adem stokt. Ik wil zijn hand vastgrijpen en hem tegenhouden. Ik wil hem van achter omhelzen, op de grond gooien en er bovenop gaan liggen. Maar ik blijf staan en druk het kleine meisje tegen mijn borst. We kijken toe hoe ze zich, allebei in hun ondergoed, in het kolkende water begeven. Als ze voorbij hun knieën zijn, wordt Shirin ineens opzijgetrokken en ze verliest haar evenwicht, maar Thomas grijpt haar bovenarm en houdt haar overeind. Algauw staat het water tot aan zijn borstkas, tot aan haar schouders. Thomas blijft alert om zich heen kijken. Shirin lijkt van de wereld. Hij zegt iets tegen haar. Ze kijkt naar hem op, knikt en barst in huilen uit. Dan draaien ze zich om en bewegen langzaam terug naar de kust. Het kost moeite door het ondiepe water te bewegen, de onderstroming rukt gewelddadig aan hun benen. Wanneer ze tot hun heupen eruit zijn, zien we ineens het water op verschillende plekken oplichten. Ze stoppen even en kijken om zich heen. De lichten komen en gaan. Shirin stopt met huilen. Dan lijkt Thomas iets te beseffen. ‘Shit,’ roept hij, ‘rennen!’ Vallend en springend waden ze door het water terwijl ze de bewegende lichten ontwijken. ‘Gooi spullen in het water!’ roept Thomas naar ons, ‘Zo dichtbij als je kan!’ Als bezetenen gooien we drijfhout en stenen, oude bierflesjes, plastic touwen en alle andere rommel voorhanden, in het water. De lichten bewegen ervan weg. De twee ontwijken het rakelings langs vliegende materiaal en strompelen ongedeerd het strand op. Buiten adem en rillend trekken ze hun kleren aan over hun koude natte lijven. ‘Kwallen,’ hijgt Thomas. Hij springt op en neer en schokt met zijn schouders, alsof hij de angst probeert af te schudden. ‘Maar grote motherfuckers jongen, die horen hier niet. Eén schok van zo’n beest en je bent half verlamd!’ En dan beginnen ze aan te spoelen. Grote, lichtgevende, dooraderde, transparante, wonderschone beesten. Het soort kwallen dat je in natuurfilms ziet, die alleen in de donkere krochten van de zee thuishoren. Ze spoelen aan met duizenden tegelijk langs de hele kustlijn. Zover het oog kan zien liggen ze pulserend en samentrekkend op het natte zand. Zonder ogen, volledig reddeloos en niet in staat zich voort te bewegen. 37 op de grens

e l s a m ay av e r i l l – l o l a , l o r e t ta , l o

Hollands Maandblad 2020 – 10


Hollands Maandblad 2020 – 10

e l s a m ay av e r i l l – l o l a , l o r e t ta , l o

In de verte klinkt diep gerommel, als onweer, maar zonder tussenpozen. Shirin pakt de kleine Chaja van me over. Het meisje, volledig tevreden en nietsvermoedend, kijkt verrukt op naar haar grote zus. Shirin lacht en kust haar bolle wangetjes. Thomas loopt naar me toe en trekt me tegen zich aan, ik voel zijn hart kloppen tegen mijn wang. Hij kust mijn haren, hij kust mijn voorhoofd, mijn ogen, mijn neus, mijn mond. ‘Lieve Lo…’ zegt hij zachtjes, ‘lieve, mooie Lola, Loretta, Lo…’ En ik weet niks terug te zeggen. Ik kijk alleen in die grote bruine ogen en voel de tranen in mijn nek glijden. We laten elkaar los. Iedereen staat een beetje bedremmeld op het strand, alsof we wachten op een teken, op iemand die zegt wat we nu moeten doen. Dus ik pak Thomas’ hand en ga naast hem staan, rechts van me staat Manuel. Ik strek mijn hand naar hem uit en hij pakt hem. En zo vormen we met z’n allen een rij, hand in hand, uitkijkend over het water. Het vuur is gedoofd, alleen nog de geur van rokend hout en zeewier. Het diepe geluid zwelt aan, als een lawine of een naderende goederentrein. Wonderlijk genoeg een bijna geruststellend geluid maar niet te duiden van waar het komt – van overal misschien. De wal van kwallen licht fluorescerend op; paars, oranje, roze, kilometers ver de schemer in. En de lucht, nu zo diep-, diepblauw met in het midden een grijze zon waaromheen wit licht ontsnapt; het schittert door de wolken in lange lijnen op het kolkende water. Ik kijk opzij naar mijn zes vrienden op een rij en glimlach. De ernstige geconcentreerde blikken van Steef en Camille. Thomas met gesloten ogen en Youssef die uitdagend in het niets kijkt. Shirins blik zacht en gelaten, haar wang tegen de wang van haar zusje. Dan gooit Manuel zijn hoofd in zijn nek en huilt als een wolf. En we beginnen allemaal te lachen en mee te huilen, onze hoofden in onze nekken, de ogen wijd opengesperd. Ik zie een flits en dan niets meer.

38 op de grens


J.V. Neylen En laat voor wat is. Laat de moeder die haar stem al zingend heeft gekraakt, laat de vader die op zolder zijn bestaan heeft geschreven. Het is bij kraken en zolders gebleven. Laat de tweelingzus die je met stalen glimlach deed twijfelen of ze er was uit vriendschap of verraad: het is geen van beide geworden. Trek dan alle graten uit je lijf tot er niets dan jezelf overblijft. Het is aan jou nu. Dus laat de kinderen met hun knuffels vol lijken en met messen in de tong – die poppen waar je zo op lijken wou, laat ze als de wassen beelden van hun ouders, in hun veel te grote rol. Kijk naar wat je achterlaat,

j.v. neylen – gedichten

de koektrommelhuizen, en laat de zon op straat. Laat achter de slijkgang van de regelmaat. Doe net als de mens die koppig naar zijn werk vertrekt en zijn dag verlaat. Maar doe het omgedraaid.

44


Niet dit – niet dit blanco leven. Ik was niet van plan om hier zo lang te blijven. Ik krijg ballonnen in babykleuren de gangen hangen vol. Een man loopt erdoor, zegt dat hij mijn dokter is. De hele dag loopt hij mee. Als ik weg wil trekt zijn adem langs mijn armen, ga ik liggen valt hij in mij neer. Niet dit – niet dit horizontale leven. Het vleugelende ritme: zijn handen pompen mijn longen tot lucht, zijn mond op mijn klapperende lippen – hardnekkig blaast hij leven in, zegt dat het zo voorbij is, dat de slaap weldra – ze zijn er nog voor hij klaar is: nachtzusters als heldere lampen, ze brengen valeriaanwortelthee leggen geometrische knopen in mijn denken waar ik geen woord van begrijp. Verlaten dan het bed, de gang en doven uit. En alleen in al mijn stilte en ik kan het echt niet helpen, valt uit mijn hoofd de afstand die mij al jaren voor een leegte heeft behoed.

j.v. neylen – gedichten

En ik zeg tegen de babyzachte gangen dat ik heus geen redden hoef. De knoop komt los. Ik hoor het stappen van de dokter, zijn vervloekte geometrie. Trek mijn mond weer toe.

45


Ik stift een mond. In het karmijn zoek ik een identiteit, dit wordt pas echt als ik doe alsof, me ophang aan een verzonnen wereld – het verhaal zegt dat ik eenduidig ben. En ik begrijp waar het om draait: ook ik moet in de cirkel staan. De jager, geblinddoekt, trekt zijn zwarte laarzen aan en de jager zegt tik. Ik sta in mijn eigen toneel in vaste vorm, in vast kostuum. Natuurlijk had ik nooit gedacht dat het mij zou overkomen. Dat plots het dagboek stopt, dat de vrienden met hun boeken en hun idealen, dat de toekomst in de zwarte vlek

j.v. neylen – gedichten

waarop niemand van ons gokt. En dat ik met allongepruik, in kegelrok mijn ware aard niet nodig heb. Alsmaar vlugger stik ik in de kostumering die ik word: koud leer rond de trom – een daverend barok.

46


Dit meisje hier, fijn als een narcis, ze benadert de perfectie, haar huid dom stralend in de zon. Ze staat ongevraagd en smetteloos als een offer. Ik woeker breed en ongetemd, met doornen door mijn denken en de herfst onder mijn kleren. Onder mijn kleurenstress van lippen, nagels en pupillen onder mijn vollemaanspaniek sta ik naakt en geestelijk, of geestig, het is me eender. Maar zij slaat haar donzen armen uit en poedert mijn dorre wangen. Bijna levensgroot is ze. Mijn god, ik zou van haar van haar willen zijn. En als altijd het net-niet, het bijna – betrapt is ze:

j.v. neylen – gedichten

haar hand is een gewei dat houterig een wijnglas naar haar lippen tilt. En in het draaien van haar ogen, het flikkeren van haar tanden spiegelt nergens dat ene echte dat wijst op innerlijk gevaar. Van haar kan ik niet kan ik niet zijn. Ze wil een poeder op mijn wangen, gooit nog een blik om mij te vangen: dit meisje hier als een wolk en zonder stem. 47


o oi t g e l e e r d – i i

Innovatie Alexander Rinnooy Kan Innovatie is nuttig en nodig. Het is ook lastig. Lastig om te bedenken, lastig om uit te voeren – en al helemaal lastig om te organiseren dat anderen dat doen. In dat laatste schuilt het dilemma van innovatiebeleid. Wie ervoor verantwoordelijk is weet één ding zeker: hij kan het zelf niet. Ambtenaar noch politicus verzint ooit zelf a better mousetrap. Maar voor het land dat ze dienen is het van levensbelang dat anderen dat wel doen. Over hoe dat te organiseren bestaan twee opvattingen. De eerste bepleit om ruimschoots overheidsmiddelen beschikbaar te stellen zonder veel voorwaarden vooraf: aan universiteiten en hogescholen, aan laboratoria, aan bedrijven, aan allerlei stichtingen. Aldaar aanwezige vernieuwers worden slim genoeg geacht om dat geld vervolgens in te zetten voor projecten die wetenschappelijk, maatschappelijk en het liefst ook financieel wat opleveren. Althans, dat is de hoop. Afwachten dus maar. De tweede opvatting luidt dat overheidsmeedenken over de besteding van de innovatiemiddelen juist wel valt te rechtvaardigden. Sterker, het is ronduit verstandig. Immers, wie betaalt bepaalt: veel geld voor zonne-energie, bijvoorbeeld, minder geld voor kernenergie, en geen geld voor onverstandige zaken als homeopathie. Of andersom. De meeste landen houden het veiligheidshalve op een combinatie van deze twee opvattingen. Maar het is niet overdreven om te stellen dat in de samenstelling van die mix een slingerbeweging is waar te nemen. Dat komt doordat vroeger of later altijd wel iets helemaal misgaat met een door de overheid geselecteerde besteding. Daar wordt dan door de aanhangers van de laissez-faire-opvatting graag en vaak naar verwezen, met teksten 48

waar het woord ‘markt’ veelvuldig in voorkomt. Voor Nederland is het canonieke voorbeeld van zo’n mislukking de vergeefse poging van de overheid om het rsv-concern, een fusie van de Rijn-Schelde-combinatie en de Verolme Verenigde Scheepswerven, in leven te houden. Ontstaan tijdens de economische crisis van 1971 kon het concern de als altijd ‘moordende’ kostenconcurrentie met Japan en Zuid-Korea algauw niet meer volhouden en vluchtte het in rampzalige vernieuwingen, zoals Algerijnse energiecentrales en Amerikaanse kolengraafmachines. De geringe sympathie voor Verolme (waar mijn vader zich als betrokken ambtenaar op het ministerie van Financiën al eerder over had verbaasd) leidde tot een roemloos faillissement in 1983, waar de Nederlandse overheid ruim 2 miljard gulden bij zou inschieten – dat was toen een heel bedrag. Nog vele jaren daarna was alleen al het noemen van de afkorting rsv voldoende om elke gerichte betrokkenheid van de overheid bij economische innovatie in de kiem te smoren. Fiscale regelingen bevorderden elke private vorm van innovatie volstrekt gelijkelijk, en echte overheidsbemoeienis beperkte zich tot het ondersteunen van enkele wetenschappelijke projecten. Zo zwaaide de slinger verder en verder weg van overheidsbemoeienis met innovatie. Dat zou duren tot 2003. Toen kwam het Innovatieplatform. Vooraf daaraan ging een voor Nederland pijnlijk Deens succesverhaal. Aanvankelijk leek de wereldwijde opkomst van de windmolen als bron van alternatieve energie een kans op te leveren voor wat sinds mensenheugenis een Nederlands specialisme was. Maar een diepte-investering van de Deense overheid bezorgde dat land op de wereldmarkt voor


Hollands Maandblad 2020 – 10

windmolens een blijvende voorsprong. In Nederland werd dat ervaren als een nederlaag die vermeden had moeten worden. Minister-president Balkenende had zich toen al langer met vele anderen verbaasd over wat wel de ‘Europese innovatieparadox’ werd genoemd: veel slimme ideeën, weinig patenten, nog minder commerciële successen. En net als vele andere Europese leiders dacht hij met een breed samengesteld adviesplatform wel iets voor de natie te kunnen bereiken. Als ser-voorzitter maakte ik deel uit van dat Innovatieplatform, tezamen met een rijke variatie aan deskundigen, van Robbert Dijkgraaf tot en met Feike Sijbesma. Het kreeg een ruime opdracht en een secretaris, Frans Nauta, die na diens vertrek nog goede sier zou maken met een in azijn geschreven verslag van zijn werkzaamheden. Al vrij vroeg besloot het Innovatieplatform de slinger van het innovatiebeleid een duw terug te geven in de richting van meer overheidsbemoeienis. De tijd was rijp. Maar dat kan nog op twee manieren: backing the winners (overheidssteun voor wat goed is en goed moet blijven) of backing the losers (overheidssteun voor wat slecht is en goed moet worden). Het rsv rsv-fiasco was een goed voorbeeld van dat laatste. Het Platform koos dan ook voor het eerste en kwam na een – letterlijk en figuurlijk – uitputtende sollicitatieronde tot acht sleutelgebieden, van voor de hand liggende reuzen als water, bloemen en voedsel tot aan een relatieve nieuwkomer als de creatieve industrie. Ten tijde van een volgend kabinet zou een iets uitgebreidere lijst van topsectoren worden opgesteld, die van honderden miljoenen gerichte staatssteun werden voorzien, deels afgepakt van de tevergeefs tegenstribbelende wetenschap. De slinger was weer geheel terug aan de overheidskant. Het Platform was toen overigens alweer opgedoekt, na een slotbezoek aan Singapore waar de slinger die kant nooit bleek te hebben verlaten. En dat met spectaculair succes. Voor het Innovatieplatform bleef de waardering zeer beperkt. De media leken de altijd goed gemutste minister-president niet echt een succesje te gunnen, en de politiek sloot zich daar graag bij aan. Vele malen heb ik aan

critici gevraagd wat zij meenden dat het platform dan wél zou moeten doen. Van de na enige aarzeling geproduceerde lijstjes bleek het platform dan zonder enige uitzondering alle onderdelen allang te hebben afgehandeld. Veel verschil maakte dat niet voor de uiteindelijke appreciatie. In alle objectiviteit: wat heeft het Innovatieplatform nu echt bereikt? Vreemd genoeg is daar niet veel over te zeggen. Overheden als de Nederlandse, die zich graag beroepen op evaluaties in alle maten en soorten, blijken opvallend terughoudend in het ophalen van een oordeel over hun inspanningen op terreinen als wetenschap, kennis en innovatie. Slecht doet Nederland het zeker niet, al loopt bijvoorbeeld de onderwijskwaliteit de laatste jaren behoorlijk terug. Wel wordt sinds jaar en dag vastgesteld dat de Nederlandse publieke en private uitgaven op de drie voornoemde terreinen al heel lang achterlopen op die in veel omringende Europese landen, met Scandinavië (waaronder de Denen met hun windmolens) voorop. In 2005 nam de Tweede Kamer desondanks unaniem een motie aan, ingediend door de huidige ser-voorzitter Mariëtte Hamer, dat Nederland een topkenniseconomie zou moeten worden. Daar bleef het bij. Niettegenstaande deze povere financiering is Nederland toch al vele jaren niet weg te slaan uit de top-tien van de Global Competitiveness Index, de ultieme toets voor economisch succes. Daar kunnen de Verenigde Staten een puntje aan zuigen, en China al helemaal. Misschien is wat deze kwestie betreft het traditionele zuinige koopmanschap dan toch geen slechte raadgever, en had de motieHamer de goede toonzetting te pakken. Eén ding is echter zeker: een echt verspeelde nationale positie in de wereld van de kennis laat zich maar heel langzaam weer herstellen – de doorlooptijd is minstens tien jaar. Riskant is de Nederlandse aanpak dus zeker. En verder is het wachten nu weer op een flinke mislukking, die de rsv van een waardige opvolger zal voorzien – wellicht binnen het Wopke-Wiebes fonds – en de slinger van het innovatiebeleid opnieuw de andere kant zal opjagen. 49


HOLLANDS

Ma and b lad tweeënzestigste jaargang • nummer 875 oktober 2020 Opgericht in 1959 door K.L. Poll www.hollandsmaandblad.nl

2020 – 10 Thomas Heerma van Voss – Deze maand Sarah Andrea Desplenter – De vierde man Jabik Veenbaas – Gedichten Margriet de Koning Gans – In quarantaine Paul Gellings – Gedichten Elsa May Averill – Lola, Loretta, Lo Arnon Grunberg – De verlorenen en de geredden J.V. Neylen – Gedichten Alexander Rinnooy Kan – Innovatie Tekeningen Frank Dam

Redactiesecretariaat: Hollands Maandblad • Postbus 59.752 • 1040 lg Amsterdam • Tel. 020-6175955 info@hollandsmaandblad.nl (niet voor kopij) Uitgever: Stichting Hollands Maandblad • p/a Bilderdijkkade 63-b • 1053 vj Amsterdam Abonnementen: 12 nummers per kalenderjaar, prijs per jaargang € 89,50 Proefabonnement (3 nummers): € 24,50 Abonnementen die niet één maand voor afloop van de abonnementsperiode zijn opgezegd, worden automatisch verlengd Opgave: www.hollandsmaandblad.nl/abonnementen dan wel SP Abonneeservice • Postbus 105 • 2400 ac Alphen aan den Rijn Telefoon tijdens werkdagen van 9.00-17.00 uur: 0172-476085. Een acceptgiro voor betaling volgt Losse nummers: Prijs gewone nummers € 7,50 dubbelnummers € 9,90. Verkrijgbaar bij de boekhandel of door bestelling via www.hollandsmaandblad.nl dan wel per e-mail: HollandsMaandblad@spabonneeservice.nl

Profile for Hollands Maandblad

HM2020110  

Voorpublicatie HM #10

HM2020110  

Voorpublicatie HM #10

Advertisement