__MAIN_TEXT__
feature-image

Page 1

herfst 15

4de wereldfietser tijdschrift voor fietsreizigers

Thema: kou • Leven als popsterren in Ethiopië • Interview verslaggever Jan Eikelboom • Tassentest Thule • Mysterieuze Amerikaanse logeerpartij • Uitgeteld in Frankrijk

losse verkoop € 4, 95


inhoud 6 Als een popster door Ethiopië

Als je door Ethiopië fietst kan de massale aandacht van de plattelandsbevolking nogal overweldigend zijn. Voorstellen dat je als een stel popsterren door het land reist, kan dan therapeutisch werken. In dit virtuele luxeleventje kan de roem echter zijn tol eisen.

10 ‘Ik trap de oorlog uit mijn kop’

Zonder fiets kan verslaggever Jan Eikelboom niet werken. Als hij uit een oorlogsgebied terugkomt, stapt hij eerst op de fiets om zijn hoofd leeg te fietsen. Voor het avontuur gaat hij dan ook niet meer op fietsvakantie met zijn vrouw Cobie. “Het avontuur zoeken, daar heb ik naast mijn werk echt geen behoefte meer aan.”

14 Thema: kou

Als er één ding opvalt in het thema kou, is het wel de veelzijdigheid van het onderwerp. Je moet om te beginnen maatregelen treffen om op de fiets te kunnen blijven rijden, moet zorgen dat je warm blijft, maar mag niet zweten. Maar dan kan het genieten ook beginnen.

Over de voorpagina Mirjam Wouters fietst al meer dan tien jaar de wereld rond. De coverfoto maakte ze op de ijsweg naar Tuktoyaktuk, in de Northwest Territories in Canada. Mirjam Wouters www.cyclingdutchgirl.com

2 tijdschrift voor fietsreizigers


Een afgelegen landhuis met geheime kamers en een vriendelijke eenzaat die als gastheer optreedt voor een vrouw die alleen onderweg is? Het lijkt op het clichĂŠmatige scenario van een B-film, maar was voor de vrouw onderweg de curieuze realiteit.

34 Tassentest Thule

Thule heeft zijn serie Pack ‘n Pedal-fietstassen uitgebreid met een lichtere variant, de Shield. Wiesje nam de proef op de som en gebruikte de tassen op haar vakantie in de Verenigde Staten. Helemaal ongeschonden haalden de tassen de eindstreep niet.

38 Franse pedalenstamppot

Soms loont het om je tent op de camping te laten staan en onbepakt de omgeving te verkennen. Het kan zelfs een slimme zet zijn als je wilt klimmen. Maar ook dan kan die ene berg, de Montagne de Lure in dit geval, er te veel aan zijn. Gelukkig zijn er de herinneringen nog.

en verder 2 Inhoud 4 Van de redactie en colofon 5 Op kleine schaal en themaoproep 13 Column Bianca Foets 27 Uitgelezen 29 Met mes en spork 35 Het moment 37 Dit zag ik 41 Tip 43 Agenda 44 Verenigingsnieuws De Wereldfietser 46 Verenigingsnieuws De Vakantiefietser 48 Fietsers onderweg 51 De terugkomst en De volgende keer

tijdschrift voor fietsreizigers 3

PAGINA 3 HENK BROIDIOI, ZIE PAGINA 24

BEELD PAGINA 2 ANETTE BOERLAGE, ZIE PAGINA 16

31 Een kwestie van vertrouwen


TEKST EN BEELD FROUKE VAN OMMEREN

van de redactie

Frouke van Ommeren

gev

er

bewerking

uit

eld

be

eving

rmg vo

ei

ho

nd

ofd

redactie

redactie

De spectaculaire coverfoto is van Mirjam Wouters. Ze maakte die op de ijsweg naar Tuktoyaktuk in het verre noorden van Canada. Ik vraag me af wat de ice road truckers hoog in hun warme cabine denken als ze een dik ingepakte vrouw over het ijs zien fietsen! Het ijs is drie meter dik en de temperatuur zakt tot dertig graden onder nul. Toch is kou relatief, zegt Mirjam. Ook Henk zoekt extremen op, hij fietst midden in de winter door Fins en Noors Lapland. De vrieskou voelt aangenaam, maar laat zwarte sporen achter op zijn huid. Ook de minder extreme winterverhalen in het thema prikkelen mijn voorstellingsvermogen, zoals de fietstocht van Kees door de Ardennen en van Yvonne en Peter richting de Waddenzee tijdens kerst! Toch zijn er maar weinig fietsers die er tijdens de wintermaanden voor een meerdaagse tocht op uit trekken. En dat terwijl half Nederland de schaatsen onder bindt als het maar even vriest. Hoewel ik ook niet terugdeins voor temperaturen onder het vriespunt, zijn het de veronderstelde ongemakken van het winterkamperen die mij ervan weerhouden een winterfietstocht te ondernemen. Natte spullen, koude ledematen en velgremmen die door de sneeuw niet functioneren, wekken mijn weerzin. Maar al deze euvels zijn eenvoudig te verhelpen. Zo lees je in het thema hoe je je voorbereidt op de kou, welke materialen de kou doorstaan en hoe je droog en warm blijft. En dan nog, voor een winterse fietservaring hoef je niet onmiddellijk de extremen op te zoeken. Je kunt beginnen met een huttentocht. ’s Avonds een droge stek en lekker het kacheltje aan! Een alternatief zijn de wintercampings met een binnenruimte of een vuurplaats. In Scandinavië zijn er veel picknickplaatsen met een vuurplaats en een schuilhut waar je droog in kunt slapen. Want wat is er nou mooier dan fietsen in een landschap dat is verstopt onder een deken van sneeuw, met erboven een kraakheldere blauwe hemel en de laaghangende zon? Wie de verlatenheid van een in zichzelf gekeerd winterlandschap niet schuwt, fietst dit jaar de winter door – het liefst met een paar schaatsen onder de snelbinders natuurlijk! Laat de echte kou maar komen.

Bert Platzer

Wiesje Korf

Erik van den Boom

Theo Jorna

Inge Jongerman

Harry Wagenaar

Jan Postema

André Ramault

Robert van Weperen

Bianca Foets

Stefan Gradisen

Inge Claessens

n Dit is het gezamenlijke verenigingsblad van De Wereldfietser in Nederland en De Vakantiefietser in Vlaanderen n Leden krijgen dit blad vier keer per jaar toegestuurd n

Een lidmaatschap kost 17 euro per jaar voor Vlaamse en 22 euro voor Nederlandse leden n In Nederland loopt het lidmaatschap per kalenderjaar. Word je in de loop

van het jaar lid, dan worden de eerder dat jaar verschenen nummers van het tijdschrift nagezonden. Vul het aanmeldings­formulier op www.wereldfietser.nl in of stuur een mailtje naar: leden@wereldfietser.nl (ook voor adreswijzigingen) n In België word je lid na storting van 17 euro op rekeningnummer 230-0175902-61 van De Vakantiefietser, Broekstraat 66, 2480 Dessel. Je lidmaatschap loopt per jaar vanaf het moment van aanmelding. Adreswijzigingen meld je via: secretariaat@vakantiefietser.be n STUUR JE MOOISTE REISVERHALEN met foto’s, tips en routekaartje naar de redactie via een mailtje aan De Wereldfietser, redactie@tijdschriftwereldfietser.nl, of naar de redactie van De Vakantie­fietser, redactie@vakantiefietser.be n Kijk op www.tijdschriftwereldfietser.nl voor handige schrijfinstructies n ADVERTENTIES Theo Jorna en Harry Wagenaar, +31 (0)20 368 15 46, ­tijdschrift@wereldfietser.nl n DRUKWERK Joh. Enschedé Amsterdam.

4 tijdschrift voor fietsreizigers


op kleine schaal

TEKST FROUKE VAN OMMEREN

Bike. Camp. Cook. De Amerikaanse Tara Alan kookte zich twee jaar lang een slag in de rondte. Tussen de maaltijden door fietsten zij en haar partner Tyler door 25 landen. Eenmaal uitgefietst heeft ze haar ervaringen verwerkt in een kookboek vol eenpansrecepten en praktische tips voor de aanschaf en bereiding van voedsel. Het resultaat – Bike. Camp. Cook. – werd via een crowd funding-campagne gerealiseerd; de 452 financiers kregen hun exemplaar begin 2014 opgestuurd. Het kookboek is in boekvorm (34,95 dollar) of als pdf (14,95 dollar) te bestellen via de website van de auteur. http://bikecampcook.com

Online magazines Afgelopen zomer zijn twee mooie online magazines over fietsreizen verschenen. ViaVelo is een particulier initiatief van Stephan van Raay, fotograaf en redacteur van beroep, om zijn eigen foto’s en verhalen en die van andere fietsreizigers een platform te bieden. In nummer 2 onder andere verhalen over Turkije, Noorwegen, de Transcontinental Race en bikepacken langs de Westwall. Aan kopij geen gebrek, het magazine telt 86 pagina’s. Er is veel ruimte voor beeld en ook inhoudelijk komt de lezer aan zijn trekken! Nummer 3 verschijnt in oktober.

Fietsen in Spanje Hans Resing en Liesbeth Muurling hebben ambitieuze plannen met de website fietseninspanje.nl. De website bestaat al langer, maar sinds april heeft hij een bredere opzet gekregen. Naast de routes van oprichter Raul Gonzalez vind je er nu ook de routes van andere fietsers en van reisorganisaties die door Hans en Liesbeth worden geselecteerd. Met de website willen zij andere fietsers relevante fietsinformatie over Spanje bieden. De informatie op de website moet nog verder worden uitgebreid. Daartoe zijn de beheerders in september zelf een maandje aan het fietsen door de Rioja. Binnenkort verwachten we dus een update. www.fietseninspanje.nl

In Bicycle Traveler van juli 2015 delen Paul Jeurissen en Grace Johnson foto’s en verhalen van zichzelf en andere langeafstandsfietsers. In deze editie onder andere een interview over fietsen in de bergen met Harriet en Neil, vijf jaar onderweg, en stove talk, waarin Paul en Grace hun materiaalkennis over branders delen. De focus ligt meer op beeld dan tekst, wat logisch is gezien Pauls achtergrond als fotograaf. Het magazine telt 37 pagina’s. www.viavelo.nl www.bicycletraveler.bicyclingaroundtheworld.nl

Oproep thema

BEELD WIESJE KORF

Eilanden

Of het nou Terschelling, Gotland of Cuba is, er zijn mensen die graag op een eiland fietsen, dichtbij of ver van huis. Omringd door de zee is het licht op een eiland prachtig. De geografie van een eiland is door water begrensd en daardoor overzichtelijk – een kaart zit snel in je hoofd. Maar wat is het ‘eilandgevoel’? Waarom zou je graag op een eiland fietsen als de grenzen van het land je beperken in je beweging? Vormen de veerboten tijdens het island hopping juist een welkome afwisseling met de vaste grond onder de wielen? We willen het graag weten en daarom vragen we je om jouw verhaal en foto’s vóór 20 december te sturen naar redactie@tijdschriftwereldfietser.nl of redactie@vakantiefietser.be.

tijdschrift voor fietsreizigers 5


TEKST EN BEELD MARC DIRKX KAARTJE PAUL KLOEG

Leven als een popster De Faranji’s in Ethiopië Berichten over stenengooiers met katapulten kunnen een fietser al gauw de lust doen vergaan om naar Ethiopië te gaan. Waarom wij dan toch de uitdaging aangingen om daar te fietsen? Omdat je in Ethiopië kunt leven als een popster in Utopia! “Als we nu gewoon doen alsof we een popgroep zijn, dan kunnen we al deze aandacht vast wat beter plaatsen”, stel ik Willem voor. “Dus we zijn hier om onze mini-cd te promoten”, vult hij meteen aan. “Laten we ‘m Where Are You Go noemen, naar de titelsong”, fantaseer ik verder. “Dat is echt een geweldige hit hier, iedereen kent in ieder geval het refrein. Maar ook You en How Are You zijn redelijk bekend”, vindt Willem. “Onder de kinderen is vooral Money erg populair en in het noorden was China nog redelijk bekend”, ben ik van mening. “Welcome is het minst bekende nummer. Dat horen we helaas niet zo vaak.”

Boneshaker Al op de eerste fietsdag werden we geconfronteerd met grote aantallen kinderen. Regelmatig zagen we in de verte groepjes kinderen over de velden komen aanrennen om ons gedag te zeggen of te zwaaien. Soms was er zelfs een uitnodiging voor een high five en als we die dan al

6 tijdschrift voor fietsreizigers

fietsend beantwoordden steeg er gejuich op. De meesten waren gewoon enthousiast, slechts af en toe was er eentje irritant enthousiast. Bergop liep of rende – afhankelijk van onze snelheid – de jeugd met ons mee en joelde “faranji”, “money” of gewoon “you”. Zelfs de ukkies die pas konden lopen en praten, deden aardig mee. “Faranji’s, faranji’s”, roept de jongen in geelgroen Ethiopië-tenue vanaf zijn brommer.


“Money, money”, schreeuwt het blauwe Samsung-shirt dat achterop zit. “Ik word helemaal gek van die brommers”, moppert Willem. “En die weg loopt ook al niet lekker. Ik moet iets te vaak uit het zadel. Ik kan niet meer fietsen geloof ik.” “Kom op!”, moedig ik hem aan. “Denk nog even aan het feit dat we popsterren zijn. Probeer er nog even van te genieten, want over een week zijn we weer thuis.” “Heerlijk lijkt me dat. Ik kan niet wachten. Lekker anoniem fietsen”, mokt Willem verder. “Ik begrijp nu wel waarom Michael Jackson er geen zin meer in had. Ik ben er inmiddels van overtuigd dat het niet leuk is om populair te zijn.” “Okay!”, zeg ik. “Ik begrijp dat ik vandaag de psycholoog moet spelen.” Wellicht heeft de vermoeidheid er mede voor gezorgd dat onze verbazing over de enthousiaste, maar ook erg aanwezige kinderen na enkele weken is overgegaan in irritatie. Op weg naar de rotskerken van Lalibela – dé toeristische highlight van Ethiopië – zijn we vier keer door een kloof van meer dan duizend meter diep gefietst. De verbindingsetappes waren afwisselend heuvelachtig of bergachtig, maar vlak was het eigenlijk nergens. Het hoogteprofiel van het eerste deel van de reis zag eruit als het hartfilmpje van een ernstig zieke patiënt. Doordat de route een aaneenschakeling was van pistes en andere onverharde wegen, hebben lijf en leden extra op hun

“We zijn De Faranji’s!”, schreeuw ik tegen iedereen die het horen wil donder gehad. De brede mountainbikebanden konden niet voorkomen dat ik af en toe het gevoel had op een boneshaker van honderd jaar oud te rijden. Gruis dat door passerende vrachtwagens en bussen opwaaide, zorgde er daarnaast voor dat de capaciteit van de motor flink afnam als gevolg van stoflongen. Na een dag bikkelen had het lichaam eigenlijk veel rust nodig, maar zelfs de lange nachten bleken uiteindelijk niet lang genoeg om goed te herstellen. Tijdens het kamperen lag er altijd weer een steen of tak onder mijn lekke slaapmat, waardoor ik midden in de nacht wakker werd. Hotelovernachtingen waren niet veel beter, omdat er overal herrie uit een tv of stereo knalde – en soms beide. Het maakte de avonden aanzienlijk langer en de nachten flink korter. Het was dan hopen op een stroomstoring, zodat zangeres Aster Aweke me niet langer uit de slaap hield. Al na enkele weken fietsen hadden we onszelf flink uitgewoond.

Escorte Wanneer we in een Morka stoppen voor een traditionele koffie, worden we zoals gewoonlijk meteen omsingeld. Zo’n meute ziet er eigenlijk altijd hetzelfde uit, waarbij de jonge jongens, meestal in een voetbal-

shirt van het nationale team of Manchester United, vooraan staan en “where are you go” roepen. De oudere jongens en mannen staan daarachter, waarbij een enkeling een gesprekje in het Engels probeert aan te knopen. De meisjes en vrouwen staan op gepaste afstand te giechelen of stiekem naar ons te gluren. Glazig kijkende kleine kinderen vullen de overgebleven gaten op. Terwijl we binnen genieten van koffie met een vleugje gember is het buiten nog steeds onrustig. Het publiek scandeert om een toegift, maar we zijn er nog niet klaar voor. Na een tweede kopje koffie komt er een bord mango’s op tafel. “Dat zijn mooie ronde mango’s die ze hier serveren”, merkt Willem op. “Tja, da’s weer eens wat anders dan dat rauwe vlees van twee weken geleden”, breng ik in. “Rauw vlees?”, roept Willem verontwaardigd. “Dat was verse ossenhaas. Ben je soms al vergeten dat het een one of a kind kerstmaaltijd was?” Buiten zorgt een voorbijrazende bromfiets voor de nodige rookeffecten, waardoor de fans nog onrustiger worden. Ik probeer met het lepeltje van de koffie de eerste mango te schillen en dat zorgt binnen voor de nodige hilariteit. Al snel wordt er een mes aangereikt waarmee het stukken eenvoudiger gaat. “Hoe gaat het met je darmen?”, vraagt Willem al schillend. “Vanochtend was het nog niet zo best, maar tijdens het fietsen heb ik nergens last van”, antwoord ik. “Is die mango wel verantwoord dan?” “Ik denk dat vooral de fruitshakes het probleem zijn geweest, dus die mango moet kunnen.” “Hoezo die fruitshakes?” “Nou ik heb een causaal verband ontdekt tussen de fruitshakes en mijn darmproblemen.” “En was er ook een verband tussen die biefstuk en je darmflora?” “Nee, die biefstuk die geen braadpan heeft gezien was geen enkel probleem.” “Prima mango’s hè”, merkt Willem op terwijl hij weer gulzig in een sappig stuk bijt. “Het leven van een artiest kent ook z’n n tijdschrift voor fietsreizigers 7


voor de bus kiezen als die veel sneller dan nu op de plaats van bestemming is. Ook wij maken een economische afweging, want met de weg-in-aanleg kunnen we flink wat steile klimmetjes omzeilen. Niet zonder reden overigens, er klopt weer een lichamelijk gebrek aan de deur. Ik heb uitdrogingsverschijnselen en voel me leeg en lusteloos. Ik heb geen power meer en heb de grootste moeite om de hoogtemeters weg te trappen. Het einde van een loodzware klim over een hardcore parcours moet in zicht zijn, maar het gaat niet meer. Op een vreselijk steil stuk met kuilen en stenen stap ik af en duw mijn fiets omhoog. Niet veel verder leg ik mijn fiets en mezelf in het gras. Ik voel me duizelig en zie sterretjes. Minutenlang lig ik daar uitgeteld als een bokser op het canvas, niet wetende dat ik ben omringd door nieuwsgierige locals die komen kijken wat er gaande is. Gelukkig is het niet heel warm en staat er een verkoelend briesje. Als ik weer enigszins bij zinnen ben, doe ik mijn best om een bidon met ORS leeg te drinken. Na een lange pauze en een tweede bidon met pepmiddel lukt het om de laatste heuveltjes te bedwingen.

mooie momenten, zeker als je backstage wordt vertroeteld”, concludeer ik. Wanneer er geen enkel excuus meer is, wordt het tijd voor de toegift. Het publiek is inmiddels in groten getale aanwezig en drie politieagenten houden de uitzinnige meute met bamboestokken op afstand. En alsof dat niet genoeg is, komen er een aantal jongemannen op brommers aanrijden die de weg voor ons vrijmaken. We kijken elkaar verbouwereerd aan en springen op de fiets om met een escorte onze route te vervolgen.

Sterretjes De weg die we al enkele dagen volgen, slingert door een veelkleurige omgeving met kleinschalige akkerbouw. Kleine nederzettingen of negorijen, zoals Frank van Rijn dat ietwat denigrerend noemt, liggen verspreid in een landschap van heuvels en rivieren. Waar in het noorden de zeer kleurrijke bevolking het dorre landschap moest opvrolijken, is dat in het zuiden niet nodig. De gele graanvelden en groene bladeren van loofbo8 tijdschrift voor fietsreizigers

men en palmen wedijveren met de blauwe luchten en witte schapenwolkjes. Daartussen zien we vele gradaties bruin: van roodbruine wegen tot donkerbruine rieten daken. Kortom, het ideale decor voor een fietsvakantie. Helaas wordt dit plaatje af en toe ruw verstoord door wegenbouwers met machines en kranen. De upgrade van de idyllische oude weg naar een tweebaans asfaltweg scheurt het landschap in tweeën. De nieuwe

Echte helden “Money, money!” “One birr! One dollar!” Terwijl ik stapvoets bergop fiets, word ik gevolgd door een jongen van hooguit veertien jaar oud. We hebben niet ontbeten en we hebben onze watervoorraad niet kunnen aanvullen omdat er in het dorp geen winkeltje of café was. En hoewel ik me stukken beter voel dan gisteren, heb ik helemaal geen zin in dit gedoe. “One hundred birr, one hundred dollar!” Het ontbreekt me aan de humor die in dit soort situaties onontbeerlijk is en mijn boze blik heeft een averechts effect. Een slinger-

We kijken elkaar verbouwereerd aan en springen op de fiets om met een escorte onze route te vervolgen weg zal de bewoners meer kansen geven om hun gewassen naar de markt te brengen en hun kinderen naar school te laten gaan. Zullen de boeren over enkele jaren nog steeds tien kilometer naar de stad lopen? Staan er dan nog ezeltjes bij de markt te wachten tot hun baasjes alle inkopen hebben gedaan? Wellicht zullen mensen vaker

beweging om hem af te schrikken werkt tijdelijk, maar zorgt ervoor dat hij daarna nog luider om geld smeekt. Het gaat eigenlijk niet eens meer om geld, maar om het treiteren. Een paar volwassenen doen hun best om de jongen wat fatsoen bij te brengen, maar zijn opvoeding heeft blijkbaar tekortgeschoten. Zelfs als ik afstap en met een steen


dreig, houdt hij niet op. Pas als ik drie stenen in mijn hand heb besef ik dat er iemand aan het ontsporen is en dat het niet de tiener is. Ons Ethiopië-avontuur wankelt en zittend aan de kant van de weg voel ik tranen achter mijn ogen: ik heb me flink laten intimideren en het plezier is ver te zoeken. Nu is het Willems beurt om psycholoog te spelen. Het

is niet mijn lichaam dat protesteert en het is evenmin die jongen die om geld bedelt. Het is niet die fiets met al zijn lekke banden, maar het is de som van alles. Zo mag een geweldige reis niet eindigen. Na wat rust en bezinning spring ik vastberaden – zonder stenen – op mijn fiets. “Faranji, Faranji”, roepen een paar meisjes.

“Money, money”, klinkt het daarna. Willem kijkt me vragend aan en ik knik terug dat het goed zit. “We zijn echte helden”, constateert Willem. “We zijn De Faranji’s!”, schreeuw ik tegen iedereen die het horen wil. Als je als popster wilt leven is Ethiopië een waar Utopia! b

tijdschrift voor fietsreizigers 9


TEKST HARRY WAGENAAR BEELD ERIK VAN DEN BOOM EN JAN EIKELBOOM

Zonder fiets kan Jan Eikelboom niet werken

‘Ik trap de oorlog uit mijn kop’ Jan Eikelboom is al meer dan 25 jaar verslaggever, de laatste jaren voor het NOS Journaal en Nieuwsuur. Zijn specialisatie is oorlog, of beter gezegd conflictgebieden, met name in het MiddenOosten. Om verhalen te vertellen, zodat niemand in Nederland ooit kan zeggen dat hij niet wist wat er zich tijdens een conflict afspeelde. Fietsen dient als zijn belangrijkste uitlaatklep.

Mediastad Hilversum, je zou het een wonderlijke stad kunnen noemen. Aan de ene kant is er wereldnieuws dat dag na dag in de kookpotten op het Mediapark wordt gaargestoofd, de kabelnetten opgeslingerd, de glasvezelkabels doorgejaagd. Radio, televisie, internet, dat iedereen er maar kennis van neemt! De man die soms met gevaar voor eigen leven dat nieuws vergaart in een werkelijkheid die rauw, hard en meedogenloos is, en nog vele malen hectischer dan die van het Mediapark, woont aan de andere kant van het Hilversumse spectrum, tussen het lommerrijke groen in een klassiek rijtjeshuis. In een achterka-

10 tijdschrift voor fietsreizigers

mer vertellen Jan Eikelboom en zijn vrouw wat hen drijft en waarom de fiets zo’n belangrijke rol speelt, gescheiden van de voorkamer door een glas in lood schuifdeur uit grootmoeders tijd – het contrast met oorlog en hectiek kan nauwelijks groter. Hier heerst rust in een veelvoud. De noodzaak zal duidelijk zijn. “Je kan niet continue langs de afgrond scheren”, zoals hij ooit in een interview zei.

Werk, fiets, gezin Maar de rust van thuis is niet voldoende. “Het eerste wat ik doe als ik terugkom uit een oorlogsgebied is de fiets pakken. Een dag lang trap ik dan de kilometers onder


mij weg. Op de fiets denk ik helemaal aan niets en zo trap ik de oorlog uit mijn kop. Dat is heel belangrijk voor me. Vaak een rondje richting Marken of zo. Zonder fiets zou ik mijn werk niet kunnen doen. Er zijn drie dingen belangrijk in mijn leven. Als eerste mijn werk, ten tweede mijn fiets en daarna mijn gezin.” Zijn vrouw Cobie de Vos heeft met die volgorde leren leven. “Nee, daar maken wij geen ruzie over.” Maar waarom nou juist fietsen? Er zijn toch meerdere manieren om je hoofd leeg te maken? Zoals wel vaker ligt de basis ervan in de vroegste jeugd. “In mijn eerste fietservaring ging het om wielrennen”, vertelt Jan. “Ik weet nog dat ik op een gegeven moment te horen kreeg dat Sinterklaas niet bestond. Mijn antwoord daarop was: Eddy Merckx, bestaat die wel? De fiets heeft mij nadien nooit meer losgelaten.” “Ik was vijftien toen ik voor het eerst alleen op fietsvakantie ging. Spullen achterop en gaan. We woonden in Vlaardingen en samen met mijn broertje van dertien fietste ik naar Luxemburg. Acht dagen later waren we weer thuis. Wat was dat jong eigenlijk. Achteraf bezien was het wel bijzonder dat mijn ouders het goed vonden.”

Snickers in de fietstas “Het was Jop, onze oudste zoon, die ons samen aan het fietsen heeft gekregen”, vertelt Cobie. “Op zijn derde was hij al gefascineerd door alles wat met de Tour de France te maken had. Op zijn kinderfiets reed hij dan met een helmpje op door de straat en speelde hij wielrenner. Ikzelf gebruikte de fiets voor die tijd enkel als dagelijks vervoermiddel. Daar kwamen toen de vakanties bij. We fietsten voornamelijk binnen Nederland. Door Twente vooral en over de Veluwe. Tot het moment dat Jan vond dat we maar eens een ‘serieuze’ bestemming moesten kiezen. In 2005 was het dat we van Vancouver naar Portland fietsten, langs de westkust van de Verenigde Staten.” Over deze tocht schreef Jan Eikelboom het verhaal Niet goed bij hun hoofd dat in nummer 2 van 2006 in dit tijdschrift verscheen. Zoon Pepijn was zeven jaar oud, zat op de aanhangfiets, en Jop, dertien, fietste zelfstandig. Maar vijf weken was eigenlijk te veel voor ze. De afstanden in de VS waren zo groot, de kampeerterreinen lagen zo ver uit elkaar. “We moesten afstanden van ruim honderd kilometer per dag afleggen. Jop kon dat wel aan, maar voor Pepijn op zijn aanhangfiets was het te ver. Het duurde vaak wel tientallen kilometers voordat je een winkel tegenkwam.” Cobie vertelt: “We hadden daarom een groot pak Snickers in de fietstas. Daar kwamen we vaak de eerste uren van de dag wel mee door voordat je de rest van de boodschappen kon doen.” Waarop Jan vervolgt: ”in die tijd rookte ik nog. Ik fietste dan soms zomaar dertig kilometer extra om een pakje sigaretten te kunnen kopen. Belachelijk eigenlijk als je eraan terugdenkt, maar het was wel goed voor de conditie.” Nooit aangekomen Deze vakantie was de eerste ver weg en daarmee de laatste met de kinderen. Ze wilden het niet meer. Nadien deden ze vakanties met de auto en namen dan de fietsen mee. De kinderen fietsen nu helemaal niet meer. Nou ja de oudste soms nog wel eens op de racefiets. Maar fietsvakanties, nee dat nooit meer. “Vorig jaar zijn wij wel weer begonnen”, vertelt Cobie. “De kinderen zijn nu zelfstandig en dan kan het weer. We hebben nieuwe kam-

Vorig jaar gingen Cobie en Jan op weg naar Praag... ...maar ze kwamen er nooit aan

‘Het avontuur zoeken, daar heb ik naast mijn werk echt geen behoefte meer aan’ peerspullen aangeschaft. De fietstassen hadden we nog. We hebben altijd wel een plan maar kunnen daar zomaar van afwijken. Praag was het idee, we zijn er alleen nooit aangekomen. We kwamen steeds op plekken waar wat te zien was, daar bleven we dan hangen. Voordat we de Tsjechische grens bereikten, was de tijd om. Dit jaar twijfelden we tussen routes van Reitsma en Benjaminse. Het is Reitsma geworden, we zijn deze zomer naar Rome gefietst. Een routeboekje doet alleen dienst als houvast. Het kan zomaar zijn dat we linksaf slaan als we een weggetje zien dat ons op dat moment beter bevalt.” Nu moet er weer gewerkt worden. Cobie is directeur, ‘huisbaas’, van Het Huis Utrecht, een culturele instelling voor podiumkunsten. Jan gaat verder met zijn passie, de journalistiek. Zijn staat van dienst is ronduit indrukwekkend te noemen. Hij deed onder meer verslag van de oorlogen in Kosovo, Oost-Timor, Libanon, Libië en Irak, maar ook van natuurrampen, vluchtelingencrises, terreuraanslagen, politieke omwentelingen en de verkiezingen in Israël, de Verenigde Staten, Rusland, Pakistan, Georgië, Chili, Iran en ga zo maar door. Als het haalbaar is, komt Jemen daar binnenkort nog bij.

Onwerkelijke taferelen Soms denk je wel eens dat reizen en journalistiek elkaar raken. Veel fietsers willen de wereld ontdekken, zien en ervaren wat zich in het n tijdschrift voor fietsreizigers 11


dagelijks leven van ‘vreemde’ landen afspeelt, net als journalisten. Toch is oorlog iets waar vrijwel niemand ook maar een moment over peinst om fysiek kennis mee te maken. De vraag hoe het dagelijks leven daar functioneert blijft echter fascinerend. “In een oorlog gaat het alledaagse leven vaak gewoon door”, vertelt Jan. “Mensen worden verliefd, krijgen kinderen, doen boodschappen, komen met ziektes die je overal elders ook hebt in het ziekenhuis terecht, noem maar op. In de ene straat zijn de winkels geopend en gaat het gewone leven zijn gang, terwijl in de andere op leven en dood wordt gevochten. Dat klinkt misschien onwerkelijk maar het kan nog gekker. In Damascus kwam ik een groepje fietsers tegen die voor hun plezier aan het wielrennen waren terwijl even verderop de bommen ontploften. Of die keer in Libië, daar zag ik opeens een racefiets netjes tegen een laatste restant muur geparkeerd staan, midden tussen de puinhopen. Over

dat soort dingen blijf je je verbazen. Nee, als toerist moet je niet naar dit soort gebieden reizen. Je kunt er echt niet zomaar even gaan fietsen, ook al denk je dat het veilig is. Een front is iets dat verschuift, het gebied dat vandaag nog rustig is, kan morgen middenin de vuurlinie liggen. Toch is me wel eens gebeurd dat ik toeristen trof. In Syrië, tot mijn stomme verbazing. Zomaar opeens uit het niets stapte een groepje Japanners uit de auto, met hun fototoestellen in de

‘Er zijn drie dingen belangrijk in mijn leven. Als eerste mijn werk, ten tweede mijn fiets en daarna mijn gezin’

12 tijdschrift voor fietsreizigers

aanslag. Je kent het wel, even rondstappen, fotograferen en dan hup weer verder. Volslagen idioot! En nee, zelf een fiets meenemen, ook dat niet. Het avontuur zoeken, daar heb ik naast mijn werk echt geen behoefte meer aan. “Ik hoef ook niet in een land als Iran te fietsen. Aan de aandacht die de mensen daar van je vragen heb ik geen behoefte, daar heb ik mijn werk voor. Fietsen doe ik thuis, alleen of met mijn fietsclubje. En wat vakanties betreft, voor mijn part fietsen we nu ieder jaar een rondje Veluwe.” “Dat vind ik niet goed”, werpt Cobie resoluut tegen. “Ik zorg er wel voor dat we altijd ergens naartoe gaan. Dat is mijn inbreng! Al is het niet meer dan dat. De reisgidsen lees ik onderweg pas, voorpret is aan mij niet besteed. Kamperen ja, dat doen we altijd, inclusief koken voor de tent. Van camping naar camping, die zijn er hier in Europa volop. ‘s Morgens nog niet weten waar je ‘s avonds zal overnachten, ook dat is geen enkel probleem, je vindt altijd wel wat. Het gaat om de vrijheid onderweg! Dat is voor ons het belangrijkste. Niets moet, dat is wat fietsen en fietsvakanties zo mooi maakt.” b


COLUMN

TEKST BIANCA FOETS BEELD WIESJE KORF

In haar column beschrijft Bianca stereotypen die ze als fietser ontmoet. Ze vergelijkt hun levenshouding met die van zichzelf en denkt na over het soort reiziger dat zij is.

Backpacker Ik beken. Ik heb er lang over nagedacht of ik het wel zou durven zeggen, maar eerlijk is eerlijk en eerlijk duurt het langst. Maar je voelt mijn aarzeling. In fietserskringen loop je er dan ook niet mee te koop dat je stalen ros in de garage blijft staan wanneer je op vakantie vertrekt. Het hoort gewoon niet, die fiets moet mee. Je hebt misschien een geldig excuus wanneer je met stevige stappers en een rugzak met proviand voor een week of twee de wildernis intrekt. Maar dat was bij mij niet het geval. Ik ben gewoon lekker wat gaan backpacken. “Mag je nu nog wel schrijven voor het ledenblad?”, vraagt Frank. Hmm, zo had ik het nog niet bekeken. Nu heet die Frank toevallig Van Rijn met zijn achternaam en heb ik dus te maken met de oervader der fietsers, ons aller inspiratiebron, volksmenner in fietsersland. Backpacken komt in zijn bruingebrande kop niet op. Maar op zijn tochten heeft hij hen vast en zeker ontmoet, het volkje op teenslippers dat lange uren in bus of bar slijt. Het heeft hem ongetwijfeld binnenpretjes of gefronste wenkbrauwen bezorgd. Ook ik heb van op mijn fiets meer dan eens de stroom backpackers aanschouwd. Verbaasd, geërgerd of geamuseerd zag ik overjarige hippies met zelfgerolde sigaretjes en jonge fuifbeesten met dreadlocks en beduimelde Lonely Planets. Ik had er geen veldgids voor nodig om ze als rugzakkers op naam te brengen, al bestaan er duidelijk verschillende ondersoorten. Want de een draagt de klassieke afritsbroek en Teva’s, de ander hult zich in ongemakkelijke, bewierookte kleding, gekocht op een zweverig festivalmarktje. En was hun overbeladen rugzak – herkenningspunt nummer één! – toevallig in een muffe slaapzaal achtergebleven, dan herkende ik de soort wel aan zijn gedrag. Ik wist vrijwel zeker dat ik een groepje had gespot wanneer

ik een internationaal gezelschap van schaars geklede meisjes en jongens in bermuda achter een gids aan een tempel had zien binnen donderen. Ook het geschreeuw dat gepaard gaat met allerhande adrenalinekicks wijst op hun aanwezigheid, zo heb ik geleerd. Om van het scala geconsumeerde activiteiten te bekomen, bemant het volkje daarna de beste chill out-plekjes van hostel of camping. Mijn vermoeide fietsersbenen hadden zich daar ook wel thuis gevoeld, maar geen backpacker die plaats voor me maakt. Mijn aanwezigheid wordt zelfs niet eens opgemerkt. Eerst moeten de likes op de zoveelste selfie worden nageteld, first things first. Maar wanneer ik daarna mijn potje sta te koken, dan zijn ze er. Hun gretige backpackersvingers scharrelen in de richting van mijn kookspullen, want daar was in hun rugzak geen plaats meer voor. Dat ik het zakmes waarmee ze hun blikje tonijn willen openen al duizenden kilometers meetrap, maakt weinig indruk. Maar met rugzakkers heb ik me ook al kostelijk geamuseerd. Enige mildheid voor mijn reizende medemens is misschien wel op zijn plaats. Wanneer ik straks dit stukje herschrijf, vijl ik er toch maar de scherpe randjes af. En vergeet niet dat ik me ook zelf aan het backpacken heb bezondigd. Maar nu ik erover nadenk, bedenk ik plots dat ik ondanks rugzak en Lonely Planet gewoon de eigenwijze fietser ben gebleven die ik voorheen al was en dat het enkel toeval was dat ik mijn spullen niet in een Ortlieb heb gepropt. Want ik doe gewoon lekker mijn eigen ding, loop niet met de kudde mee en het aantal selfies op mijn facebookpagina is op één hand te tellen. Alleen kom ik nu vast en zeker niet in Franks nieuwste boek terecht wanneer ik hem onderweg tegenkom. b tijdschrift voor fietsreizigers 13


thema TEKST BIANCA FOETS BEELD MIRJAM WOUTERS ILLUSTRATIES WIESJE KORF

KOU! Fietsen in winters België of Nederland is best stoer. Maar

in het hoge noorden is dat nog andere koek. Weten waar je mee bezig bent, is erg belangrijk. Alleen dan geniet je van de magie van sneeuw en ijs.

ETEN EN DRINKEN Drink voldoende, ook al heb je geen dorst. Energierijk voedsel houdt je langer warm dan hete dranken. Eet voordat je honger krijgt en zorg voor een grote voorraad. Bij kou verbrand je meer calorieën. Normaal voedsel, zoals brood of koekjes, kan bevriezen. Gevriesdroogde kant-en-klaarmaaltijden zijn een goed alternatief.

Bewaar je thermosfles in een isolerende hoes of in je slaapzak, ook overdag, zodat de inhoud niet te veel afkoelt. In vrieskou werken benzinebranders het best. Denk aan een ruime voorraad brandstof; koken in winterse omstandigheden kost veel energie. Met een onderzetter voorkom je dat de brander wegzakt in de sneeuw.

Koken in de tent biedt extra warmte, maar de vochtigheid die erbij ontstaat, zorgt uiteindelijk voor afkoeling. Bovendien brengt koken in de tent brandrisico’s met zich mee.

FIETS Op sneeuw rijden bredere banden het prettigst. Spijkerbanden zorgen ook op ijs voor meer grip. Bij velgremmen zorgt ophopende sneeuw voor een ijslaag op de velgen, waardoor remmen moeilijk gaat. Ook kan de sneeuw het wiel blokkeren. Schijfremmen hebben dit probleem niet.

14 tijdschrift voor fietsreizigers

Plastic onderdelen, zoals remhendels, fietsbel en -pomp, breken bij vriestemperaturen sneller af. Een bevroren gelzadel wordt hard en oncomfortabel. Het vet in kogellagers is onvoldoende bestand tegen de kou. Het Zweedse SKF verkoopt smeervet dat tot vijftig graden onder nul probleemloos werkt.

Fietscomputers en andere elektronica werken bij lage temperaturen moeizamer of niet en batterijen trekken sneller leeg. Met je lichaamswarmte of in je slaapzak hou je ze warm. In plaats van een fietscomputer met draad, stop je beter een draadloze in je zak. Fietsen in koud weer gaat langzamer. Hou dagafstanden kort.


Met een reddingsdeken eronder zorg je voor meer isolatie. Ook matjes met een (ingebouwde) handpomp zijn bruikbaar.

KAMPEREN Een sterke, windvaste vierseizoenstent is onontbeerlijk. Let erop dat het elastiek in de tentstokken tegen de kou bestand is, anders wordt het hard en moeilijk bruikbaar.

Kies voor een plek waar een zuchtje wind je tent goed ventileert en je spullen droog houdt.

Maak het ijs waarop je je tent zet met een sneeuwschep sneeuwvrij. Met behulp van ijsboren veranker je je tent. Wanneer je niet weet waaruit de ondergrond bestaat, is het raadzaam de sneeuw aan te stampen en met de sneeuwschep te egaliseren. In dat geval komen sneeuwharingen goed van pas. Neem verschillende soorten haringen mee, zodat ook een bevroren bosgrond geen probleem hoeft te zijn.

Een slaapmatje dat met de mond wordt opgeblazen, wordt onbruikbaar wanneer het vocht in je adem bevriest en het ventiel blokkeert. Een eenvoudige schuimrubbermat is handiger.

Als een donzen slaapzak door transpiratie of condens nat wordt, verliest hij zijn isolerende werking. Gebruik een kunststof slaapzak als binnenste en buitenste laag, of kies voor een waterdichte overzak bij matige vriestemperaturen. Kruip warm in je slaapzak en eet iets als je ’s nachts wakker wordt en het koud hebt. Breng mensen op de hoogte van je plannen en verwittig ze bij aankomst. Neem bij tochten door afgelegen gebieden een satelliettelefoon mee.

KLEDING Draag laagjes. Begin met thermisch ondergoed van goede kwaliteit en eindig met een wind- en waterdichte buitenste laag. Draag meerdere handschoenen over elkaar. Een muts is een must. Veel lichaamswarmte gaat anders nodeloos verloren, waardoor je sneller last krijgt van koude handen en voeten. Omdat je op fiets je voeten niet beweegt, is het raadzaam om af en toe een stukje te stappen om de bloeddoorstroming te stimuleren.

Denk vooral bij harde wind aan gezichtsbedekking of een vette crème om vrieswonden te voorkomen. Een beschermende (ski)bril is handig bij sneeuwval of hagel en voorkomt dat je ogen ongemerkt bevriezen, wat onder de min tien graden kan gebeuren.

Zorg dat je warm blijft, maar doe een laag uit voordat je begint te zweten. Natte kleding wordt snel koud. Houd ’s nachts kleding en schoenen warm door alles mee de slaapzak in te nemen. tijdschrift voor fietsreizigers

15


thema

TEKST EN BEELD ANNETTE BOERLAGE

OP EEN MAANLANDER DE WINTER DOOR Ik hou van de dagelijkse fietsrit van en naar het werk. ’s Morgens wakker worden en aan het eind van de dag mijn hoofd leegblazen. Geen probleem in Nederland, maar in de Canadese winter gaat dat niet zonder slag of stoot. Ik moest er een speciale fiets voor kopen. Toen ik naar Canada verhuisde, nam ik mijn trekkingfiets mee. Ik ging wonen in de stad waar ik werkte en toen het winter werd kocht ik banden met spikes. Daar kon ik prima mee uit de voeten, maar de daaropvolgende zomer verhuisde ik naar een dorpje buiten de stad en had nu een aangename rit van een half uurtje om op mijn werk te komen. Canadezen zijn niet gewend aan fietsers op de weg, maar ik had het geluk via een fietspad en een onverhard pad naar mijn werk te kunnen fietsen. Veilig genieten noem ik dat. Maar langzaam werd het herfst en toen winter.

Ontdekking Mijn huisgenoten zeiden dat ik toch maar op zoek moest naar een auto. De eerste maand ging nog wel. Met mijn spikes fietste ik over bevroren plassen en door een beetje sneeuw. Maar zodra de eerste sneeuwstormen langskwamen, hield het op. Mijn fiets kwam niet meer vooruit in de sneeuw. Het fietspad

16 tijdschrift voor fietsreizigers

was geen optie meer, want de sneeuwruimers ploegden alle sneeuw van de weg op het fietspad. Op de weg fietsen was te gevaarlijk, want de auto’s die toch al niet gewend zijn aan fietsers glibberden alle kanten op. Het leek erop dat ik door de Canadese winter was verslagen. Wat nu? Ik ging maar naar de fitness – baal, baal, baal. Toen ik weer eens tegen mijn huisgenoten klaagde over mijn niet-fietssituatie, vroeg een van hen: “Waarom koop je geen fatbike?” Ik had geen idee wat dat is, maar na een beetje googlen deed ik een fantastische ontdekking. Een fatbike is een fiets waarmee je dankzij de superbrede banden over sneeuw kunt fietsen. Wat? Dat is precies wat ik nodig had! Ik vond iemand in de buurt die zijn fatbike, een Surly Moonlander met maar liefst 4,7 inch (11,9 centimeter) brede banden, in de verkoop had. Ik ging meteen een proefritje maken. Die eerste tocht was verschrikkelijk; de temperaturen lagen net boven nul. Erger kan niet, weet ik nu. We gingen naar een sneeuwschoenpad dat ook veel door fatbikers wordt gebruikt. Waar mensen met sneeuwschoenen hadden gelopen was er een veertig centimeter breed aangestampt pad. Daarbuiten was de sneeuw los en door de hoge temperaturen boterzacht. Als ik naast het pad raakte, zakte mijn voorwiel een halve meter naar beneden en lag ik plat op mijn snufferd in de drek. Of ik haalde een bocht net niet en zette mijn voet neer naast het pad, die dan

meteen in de diepte verdween totdat ik tot mijn heup in de sneeuw stond met mijn fiets plat op de sneeuw en mijn andere voet nog op de trapper. Maar ik liet me niet ontmoedigen en besloot de fiets te kopen. De maten van de fiets klopten en het klonk gewoon als de perfecte oplossing voor mijn probleem. Doorverkopen kon altijd nog.

Vastgevroren wimpers Momenteel ben ik bezig aan mijn tweede winter met Fatty en we zijn dikke maatjes geworden. Zodra er een beetje sneeuw ligt, maak ik met mijn sneeuwschoenen langs het bos achter ons huis een pad naar de velden verderop. Daar ligt een sneeuwmobielroute die me vlak bij mijn werk brengt. Het is niet helemaal de bedoeling om erop te fietsen, maar op werkdagen vroeg in de morgen en ‘s avonds rond etenstijd kom ik zelden een sneeuwmobiel tegen. De tocht naar mijn werk is prachtig. Golvende heuvels met bevroren bomen, overal sneeuw en een bevroren riviertje dat ik moet oversteken. Ik zie eigenlijk altijd wel een arend, het barst van de konijnen en vossen, en ik heb zelfs een keer een coyote gezien. Het pad voert deels door het bos, waar de bomen door de sneeuw soms zo doorbuigen dat het lijkt alsof ik in een tunnel fiets.


Elke dag weer is het een uitdaging om de omstandigheden goed aan te voelen. Bij temperaturen boven min vijftien graden Celsius draag ik alleen een dun shirtje met lange mouwen onder mijn jas. Een trui is dan te warm. Het is belangrijk om niet te veel te zweten, want zweten betekent dat je het later koud krijgt, waardoor ik langzamer beweeg en de tocht onaangenaam wordt. Een gezichtsmasker heb ik eigenlijk nooit nodig; alleen als het kouder dan min 25 is en hard waait. Bij minder dan twintig graden onder nul zijn de eerste tien minuten koud aan mijn gezicht, daarna gaat het prima. Als het erg koud is of hard waait, kan mijn gezicht de lucht om zich heen niet opwarmen, waardoor de condens uit mijn adem of een zweetdruppel in mijn wimpers kan bevriezen. Als ik net knipper wanneer er een zweetdruppel in mijn wimpers valt, kunnen mijn ogen niet meer open. Dikke handschoenen zijn belangrijk, evenals warme schoenen en gamaschen, voor het geval ik naast mijn fiets moet lopen om bijvoorbeeld een sneeuwduin te passeren. Klikschoenen gebruik ik niet; stel je voor dat ze vastvriezen terwijl ik ben ingeklikt. Bovendien zijn mijn klikschoenen niet warm genoeg.

Optimale bandendruk De juiste bandendruk is ook heel belangrijk. Ik heb altijd een fietspomp bij me, want ik verander mijn bandendruk bijna elke rit wel een keer. De temperatuur verandert gedurende de dag en dat beïnvloedt de bandendruk behoorlijk. Verder bepaalt de sneeuwconditie hoeveel lucht ik in mijn banden wil. Ik fiets het snelst als mijn banden stevig zijn opgepompt, maar dat gaat niet altijd goed. Als de bovenste laag sneeuw is bevroren ben ik soms te zwaar en zakt mijn achterwiel door de ijslaag. Ik kan dan op de pedalen staan om mijn gewicht beter over de wielen te spreiden, of wat lucht uit mijn banden laten om een groter contactoppervlak – en dus minder

gewicht per vierkante centimeter – tussen de band en de sneeuw te creëren. Ook wanneer de sneeuw ietsje poederig is, grijpen hard opgepompte banden niet meer. Ook dan is het zaak wat lucht uit de banden te laten om wegzakken tegen te gaan. Het grotere contactoppervlak zorgt dan voor meer grip. Maar hoe minder lucht in de banden, hoe langzamer ik ga en hoe meer energie het me kost om vooruit te komen. Het is een heel gedoe om de bandendruk te optimaliseren, maar ik word er steeds handiger in. Het forensen – over het sneeuwschoenpad, dat meestal vrij poederig is, vervolgens de sneeuwmobielroute waar de sneeuw beter is aangestampt, en een stukje geruimd pad, waar ik met hard opgepompte banden kan rijden – is een goede leerschool. De tijd die het kost om even af te stappen en de bandendruk aan te passen, weegt vaak op tegen de frustratie en energie die ermee gepaard gaat. Het fatbiken klinkt misschien als een hele onderneming, maar is erg leuk. Elke dag is een avontuur. Bovendien biedt een fatbike ook veel mogelijkheden. Er zijn langeafstandstochten voor fatbikers door de prachtige winterse natuur, bijvoorbeeld in Alaska en Finland. Ook kun je in afgelegen winterse gebieden waar voornamelijk met sneeuwmobielen wordt gereden tochten en expedities maken, bijvoorbeeld in Noord-Canada. Naast sneeuw doet mijn fiets het erg goed in los zand, dus worden bestemmingen als woestijnen, maar ook IJsland interessant. ’s Zomers gebruik ik Fatty om te mountainbiken. Hij heeft geen vering, maar met de juiste bandendruk fiets ik als door de sneeuw. Fatty en ik zijn wel iets langzamer dan de mountainbikers met dunnere banden, maar goed, als ik ze het hele zomerseizoen probeer bij te houden ga ik goed getraind het winterseizoen in. Toen ik Fatty kocht, dacht ik hem weer te verkopen als ik verhuis, maar ik betwijfel of dat gaat gebeuren. b tijdschrift voor fietsreizigers 17


TEKST EN BEELD MIRJAM WOUTERS

OP MAGISCH BLAUW IJS Ik word wakker van een schijnsel door het kapotte raam. Zelfs in het donker kan ik mijn adem zien. Het is dertig graden onder nul. Verdorie, de kachel is uitgegaan. Met tegenzin klim ik uit mijn slaapzak om vervolgens in trance naar buiten te staren. Het noorderlicht. Ik heb het al vaak gezien. Vorig jaar, op fiets in IJsland, nu hier in Canada. Het is een spectaculair verschijnsel. Het enige nadeel is dat je op een behoorlijk koude plek moet zijn om het te kunnen waarnemen. Bibberend sta ik een tijdje buiten en zie in het vage schijnsel mijn fiets op het ijs staan. Gisteravond heb ik deze hut gevonden. Een voordeel van fietsen op deze breedtegraad is dat het lekker lang licht blijft. Als het eind

18 tijdschrift voor fietsreizigers


thema

maart is tenminste. In februari op IJsland was het knap donker. Maar de plekken die je onderweg tegenkomt, het blauwe ijs en het witte sneeuwlandschap zijn dusdanig spectaculair dat ik er wel een paar koude handen voor overheb. Waar kun je nu middenin een gletsjer, op, onder en in het ijs slapen? Of kom je onderweg een groep Inuit met een kudde rendieren tegen? Of kun je in een zelfgebouwde iglo onder het noorderlicht slapen? Ook vandaag heb ik een prachtige dag gehad op het magisch blauwe ijs. Hier in het verre noorden van Canada zijn sommige dorpen alleen ‘s winters te bereiken, over deze ijswegen. Tenzij je vliegt natuurlijk. Maar dat is lang zo leuk niet. n tijdschrift voor fietsreizigers 19


thema

Het is het niet mijn eerste keer op het ijs, ik ben tenslotte Nederlandse en al schaatsend opgegroeid. Maar het is toch heel wat anders om op ijs te fietsen met een volgepakte fiets en spijkerbanden tegen het wegglijden – vooral als er grote vrachtwagens langskomen en het ijs beweegt en kraakt. Ik weet dat het meer dan drie meter dik is, dus veel kan er niet misgaan, maar toch ben ik steeds een klein beetje nerveus als er zo’n monster voorbijkomt. Het ijs hier is lang niet zo mooi glad als op onze ijsbanen. Overal zitten grote scheuren in het ijs. Het is dus oppassen, want als zo’n scheur toevallig onder een laagje sneeuw verstopt zit, lig je al snel op je gat. Kou is relatief. Ik kan me nog goed herinneren dat ik het wat koud had, ik deed een trui aan en keek op de thermometer. Dertig graden, in de schaduw. Dat was op Cape York, in het verre noorden van Australië. En ik had net een lange hete rit achter de rug. Nu zweet ik en trek ik mijn jas uit als de thermometer die aan mijn stuurtas bungelt min tien aangeeft. Helaas vinden de batterijen de kou niet al te geslaagd en nog voor ik Tuktoyaktuk bereik, zijn beide camera’s bevroren. Ook ander materiaal kan niet zo goed tegen de vrieskou. De fietsketting knapt, maar het lukt om toch nog zestig kilo-

20 tijdschrift voor fietsreizigers


meter op een halve schakel door te fietsen. Ik heb geen reserveketting bij me, zo georganiseerd ben ik nu ook weer niet. Ook de houder van de thermosfles breekt in tweeën. Maar die past nog wel onder de spin. Het fietsen gaat best. Het mooie van een ijsweg is dat er geen bergen te beklimmen zijn. Ik hoef dus niet al te hard te trappen en dat wil ik ook vermijden, want zodra je zweet bevries je. En dan krijg je het snel flink koud! Hoe dat is, staat me nog vers in het geheugen gegrift, al is het ondertussen alweer acht jaar geleden dat ik ‘s winters Tibet doorkruiste. Nu ben ik een paar jaar wijzer en heb ik wat meer ervaring. Ik hou mezelf warm met vele lagen kleding

en een hoeveelheid heat pads die mensen me onderweg hebben gegeven en die enkele uren een aangename warmte afgeven. Ook heb ik een fijn stel dikke winterschoenen die hun werk goed lijken te doen. Maar de beste tip die ik kan geven, is om aan een van de meest gênante momenten in je leven te denken. Dan heb je binnen notime een knalrode kop en die gloed verspreid zich over je hele lichaam. Huplakee! Warm. Ik ben zo gelukkig dat ik uit een hele lading gênante momenten kan kiezen. Ik heb het voorlopig dus niet meer koud. Maar ik doe toch maar wat extra hout in het kacheltje en kruip mijn slaapzak weer in. b www.cyclingdutchgirl.com tijdschrift voor fietsreizigers 21


thema

TEKST EN BEELD KEES ZEELENBERG

SLAPEN ONDER EEN WITTE DEKEN In het centrum van Hoegaarden staan twee oude mannen met een rode neus weggedoken in het bushokje. Het begint al te schemeren en het is guur. Er zit sneeuw in de lucht. Ik fiets naar de mannen en groet. Ze doen een stap naar voren en wijzen naar het oosten: “Verderop na de beek rechts.” Dan duiken ze weer in hun kragen en in de luwte van de noordoostenwind. Hoegaarden lijkt verder uitgestorven. Het is rond half vijf ’s middags als ik op de rand van het Vlaams gewest de Ravel 2 oprijd. Ik maak vaart op de hooggelegen spoordijk en glimlach om de vele kramsvogels en grote lijsters die voor mijn fiets langs schieten. Dit is hun wereld. Voor hen zijn er nog bessen genoeg in de dichte begroeiing langs het pad. Het is tot nu toe nog geen winter geweest, maar blijkbaar komt daar vanavond een einde aan. Ik wilde een winterfietstocht en die krijg ik ook. IJskoud, nat en smerig Na een tiental kilometers begin ik uit te kijken naar een plek waar ik mijn bivaktentje kan opzetten. Omdat de oude spoordijk meestal veel hoger ligt dan het land aan weerszijden, valt dat niet mee. Dan passeer

22 tijdschrift voor fietsreizigers

ik een modderige inrit naar een net geploegd veld. Er direct naast ligt een weiland met lang gras. Omdat het land vanaf de voet van de spoordijk heuvelop loopt, vormt het een soort kom. Ik ploeter met mijn 23 jaar oude en steeds geüpgrade Koga Miyata Terraliner door de klei. Grote klompen bagger blijven aan mijn fietsschoenen hangen. Op het natte gras direct achter de struiken van de spoordijk plaats ik mijn onderkomen. Even voel ik mij zielig. Ik heb nog niet gegeten, het is donker, ijskoud, nat en smerig. Een half uur later lig ik echter bij te komen in mijn mummieslaapzak, met mijn muts op en een extra, dunne deken over me heen. Mijn fietskleding heb ik in de slaapzak tegen mijn lijf gepropt. De eerste trek heb ik gestild met opgewarmd water waarin ik twee brokken

Weetabix, melkpoeder en heel veel suiker heb gedaan. Het is nu aardedonker. Plotseling hoor ik een heel zacht geruis om mij heen. Een wonderlijk zacht tikken in de stilte. Het duurt even voor ik doorheb dat sneeuw op het tentdoek zoveel anders klinkt dan regen. Ik luister een tijd naar het fluisterende geluid en bedenk me hoe mooi het er morgen zal uitzien. Dan sukkel ik in slaap. Kostbare warmte De volgende morgen kost het me een half uur om in mijn nauwe slaapzak mijn fietskleding aan te trekken. Ik wil geen spoortje kostbare warmte verliezen. Ik heb toch alle tijd en het is mijn streven om niet al te afgekoeld op de fiets te stappen. Als ik de rits van mijn bivak open doe, zie ik de witte wereld en een laag sneeuw over mijn tent. Geweldig! Ik blaas een poos in mijn handschoenen om mijn handen een beetje warm te krijgen. Het duurt even voordat de klam geworden handwarmers een enigszins dragelijke temperatuur vasthouden, maar dan is het ook genieten. De volgende vier dagen gaat het dwars door de Ardennen. Naast de fraaie uitzichten en het besneeuwde landschap verrast deze reis mij ook door de afwisseling van weldadige stilte, murmelende beekjes en het ‘grus-grus’ van kraanvogels die over mij heen zuidwaarts trekken. Alles is zo anders dan tijdens de tandemtocht met mijn vrouw van afgelopen zomer door het Afrikaanse Malawi en juist daarom is het niet minder bijzonder. Toen was er de warmte en eenvoud, nu de kou, terwijl ik toch alle voorzieningen binnen handbereik heb. Toen overal mensen en ons tentje tussen hun hutten, nu een leeg landschap en een bivak in het veld. Toen helemaal op elkaar aangewezen, nu alleen. Het leven op een fiets is altijd goed. b


TEKST EN BEELD PETER EEKELDER EN YVONNE BLOEMENA

DE ANDERE WERELD

Op een verlaten weg op het Groningse platteland, tussen de dorpjes Stitswerd en Doodstil, houdt een man ons met wijd gespreide armen staande. “Hier wil ik het fijne van weten!” Normaal oogst je in Nederland niet zoveel bewondering met een volbehangen vakantiefiets. Maar op een koude decembermiddag tussen kerst en oud en nieuw is dat een ander verhaal. “Toch niet kamperen? Nou, succes en een fijne fietsreis. De Waddenzee is niet ver meer.” Vanuit Nijmegen fietsen we een rondje Waddenzee. Vijf dagen eerder zijn we vertrokken. De weersvooruitzichten maakten dat de twijfel toesloeg. Regen, harde wind, kou, gladheid en een sneeuwfront. Waar begonnen we aan? Verre oorden Met het regenpak aan en windkracht vijf in de rug sjezen we door het rivierenlandschap van Waal en Rijn naar de Achterhoek. Overwinterende ganzen gakken in de lucht. Op eerste kerstdag gaat het door Salland, onder fraaie wolkenluchten, door de zon voorzien van een glinsterrand. Over verlaten wegen, want iedereen zit binnen. Voor ons geen gevulde kalkoen, maar een pastamaaltijd in een trekkershut. We hangen de kerstverlichting op en steken waxinelichtjes aan voor wat kerstsfeer. Het gevreesde sneeuwfront zal Noord-Nederland niet bereiken. De temperatuur zakt in de nacht en de och-

tend tot ruim onder het vriespunt. We doen onze mutsen op en trekken thermisch ondergoed en handschoenen aan. De regenbroek dient als windstopper. Schapen staan in een oranje ochtendnevel. We fietsen langs De Krim, Nieuw Moscou en Elim, on-Nederlandse namen die refereren aan verre oorden en verlatenheid. Zo voelt het ook in het voormalige veengebied op de grens van Overijssel en Drenthe. Waait hier altijd zo’n snijdende tegenwind? We krijgen steeds meer het gevoel weg van de bewoonde wereld te fietsen. Een witte muur doemt op uit de verte. Plotsklaps rijden we in een dikke, koude mistbank met slechts een flauw zonnetje. Ka-bboemm De volgende dagen rijden we door het Fochteloërveen en de moerassen van De Onlanden de eindeloze Groningse polders binnen. De hei is berijpt en op de sloten ligt

ijs. Een groepje reeën loopt over de velden. We fietsen De Andere Wereld binnen. Het staat zelfs op een plaatsnaambord! Groningen verrast ons met mooie oude dorpjes, slingerende wegen en statige boerderijen. Uiteindelijk rijden we de dijk langs de Waddenzee op. Uit de wind en in de zon voelt het bijna voorjaarsachtig aan. We picknicken in het gras. Die avond slapen we in de consistoriekamer van een in onbruik geraakt kerkje in het Groningse Houwerzijl. Op de laatste dag van het jaar fietsen we weer Drenthe binnen, in een landschap met elzensingels, uitgestrekte bossen en kletsnatte hei met vennen. En carbidschieten. In rijen opgestelde melkbussen voorzien van een voetbal en carbid vuren al in de ochtend donderende salvo’s af. Het ‘ka-bboemm’ zal die dag niet meer stoppen. De vorige avond overnachtten we weer in een trekkershut. Bij aankomst was het zowel buiten als binnen vier graden boven nul. De kachel, formaat fors tosti-ijzer, deed zijn best, maar pas na het avondeten konden de jassen uit en de mutsen af. Stilaan wordt het drukker. Onze gedachten dwalen af naar die andere wereld. Van bijzondere plaatsnamen, stilte, vrieskou en lege landschappen. Geen wonder dat we bij het dorp Doodstil staande werden gehouden. Vakantiefietsers in de winter doen iets bijzonders. b tijdschrift voor fietsreizigers 23


thema

TEKST EN BEELD HENK BROIDIOI

MET EEN IJSBAARD ONDER HET NOORDERLICHT Een van mijn collega’s twijfelt ernstig aan mijn geestelijke gezondheid nadat ik hem mijn plan heb ontvouwd. In het putje van de winter met bepakking gaan fietsen in het Fins-Noorse deel van Lapland? “Wacht eventjes, ik zoek snel het adres op van een gerenommeerd psychiatrisch centrum.”

Een paar weken later, rond de middag, landt mijn vliegtuig wel degelijk op het kleine vliegveld van het Finse Kittilä. Ik bevind me nu al ruim één graad ten noorden van de parallel op 66° 30’ noorderbreedte die de noordpoolcirkel aangeeft. Onmiddellijk krijg ik af te rekenen met pech, want mijn fiets blijkt de overstap in Helsinki niet te hebben gehaald. Pas de volgende dag wordt mijn aluminium strijdmakker netjes afgeleverd in het kleine stadje Muonio waar ik onderdak vond bij een Warmshowers-contact. Onmisbare spijkertjes Op 4 februari begin ik dan eindelijk aan mijn fietstocht naar Noorwegen. Ik vind haast automatisch een ritme en het klimaat doet wat het verwacht wordt te doen. Het is een knisperige min veertien en daar valt aangenaam in te fietsen, al moet ik niet veel stil staan want ik merk dat ik in recordtijd afkoel. Mijn handen zijn comfortabel warm in de lichte handschoenen. Daaroverheen heb ik nog een paar warme wanten met Windstopper. Alleen mijn voeten, gestoken in mijn bergschoenen, krijgen het koud. In een grote winkel sta ik een kwartier te overwegen en te kwijlen bij een paar warme laarzen die beloven mijn voeten tot ver onder nul warm te houden. In ruil voor een aantal blauwe euroflappen ben ik even later de trotse bezitter van een paar gevoerde, Finse Talvikas Parkano-laarzen. Wanneer ik de volgende dag vertrek zie ik op mijn traditionele thermometer die ik heb vastgemaakt aan een remkabel dat het min 21 is. Later zou ik thuis bij een ijking merken dat de thermometer drie graden te weinig aanduidt. Min 24, dat begint er al een beetje meer op te lijken! In het donker, want het is al vijf uur ‘s middags, bereik ik bij Muotkatakka met 565 meter Finlands hoogstgelegen weg. Net

24 tijdschrift voor fietsreizigers

daarvoor kreeg ik een hongerklop van formaat. Een kwart van mijn chocoladevoorraad later en acht kilometer na de ‘pas’ strijk ik moe en voldaan neer in mijn logies in Kilpisjärvi. Fietsend langs de heilige berg Saana rij ik de volgende morgen over de Fins-Noorse grens. Het landschap verandert drastisch. De glooiende landschappen met afgeronde bergen maken plaats voor een kloof, met daaromheen spitse bergen. Er volgt een gladde afdaling naar het fjordengebied. Mijn Nokian Hakkapeliitta W106 spijkerbanden wil ik ondertussen voor geen chocolade ter wereld nog mis-


sen. Die 212 ‘spijkertjes’ – 106 per band – zorgen ervoor dat ik recht overeind op mijn fiets blijf zitten. In deze regionen wordt geen zout gestrooid, dat zou volkomen nutteloos zijn. Als het ijs en de sneeuw al zouden ontdooien, dan zouden ze ongetwijfeld later weer bevriezen. Er wordt wel sneeuw geruimd, maar er blijft altijd een centimetertje achter dat door het verkeer en de temperatuur vlug in ijs wordt getransformeerd. Hier fietsen zonder spijkerbanden is hetzelfde als met honing ingesmeerd een mierennest omspitten: animatie gegarandeerd! Kapitein Iglo Na een warme nacht in een hut in het Noorse Skibotn rij ik langs de Lyngenfjord naar Olderdalen, maar zoals op zoveel plaatsen in Noorwegen zorgt de Kåfjord ervoor dat ik weliswaar de eindmeet in zicht hebt, maar wel nog eventjes de hele fjord rond moet! Met de ferry vaar ik over een dampende Lyngenfjord van Olderdalen naar Lyngseidet. De opstijgende damp zorgt voor een surreëel effect. Wat deze damp veroorzaakt is mij niet geheel duidelijk. Het relatief warme water ten opzichte van de zeer koude lucht? Feit is dat het kwik terug een flinke duik neemt wanneer ik door de Lyngense Alpen fiets, een zeer imponerend stukje Noorwegen. Ook de route verder naar Fagernes en uiteindelijk Tromsø is landschappelijk duizelingwekkend mooi. Het weer is mij op deze trip gunstig gezind. Niet alleen is het meestal zonnig, het vriest ook dat het kraakt. Telkens als ik door mijn neus inadem, vriezen mijn neushaartjes een fractie van een seconde aan elkaar, een gevoel dat ik helemaal niet onprettig vind. In het Parijs van het Noorden, zoals Tromsø ook te boek staat en waar ik een dagje halt hou, hoor ik echter voor het eerst deze reis het geluid van gedrup; gedrup van daken en goten. Het is hier nu rond het vriespunt en voorzichtig smelt de sneeuw een beetje. De hoogste tijd om deze tropische toestanden te ontvluchten! Om zes uur ‘s avonds rij ik mijn fiets op de MS Nordstjernen, een van de elf legendarische Hurtigruten-boten, die de volledige Noorse kust afvaren. Tijdens de vier uur durende tocht naar Skjervøy komt de kapitein, een echte Kapitein Iglo lookalike, op het dek uitleg geven over het prepareren van de befaamde Noorse stokvis. Een uurtje later wordt via de intercom

omgeroepen dat het nordlys (noorderlicht) te zien is. En zo is het ook. Groene slierten dansen tussen de sterren terwijl de MS Nordstjernen tussen de eilanden door laveert. Een magisch moment! Vanuit Skjervøy fiets ik voor het eerst onder een fjord door. De weg duikt in een tunnel en daalt steil, tot meer dan honderd meter onder de fjord. Eenmaal voorbij de fjord klimt de tunnel terug naar zeeniveau. Noorse tunnels kunnen best vervelend zijn, omdat je er als fietser niet door mag. In de zomer kun je dan meestal de oude weg volgen die er al lag voordat de nieuwe tunnel er was, maar in de winter heb je die optie niet. Pakken sneeuw maken het gewoon onmogelijk, dus fiets ik simpelweg de tunnels in en hou me van den domme. Daarop krijg ik overigens nooit een negatieve reactie. Vrieswonden Een eindje voor Alta bereik ik mijn meest noordelijke positie ooit op het noordelijk halfrond: 70° 13’ noorderbreedte. Ter hoogte van Alta verdwijnt de spectaculaire fjordenkust en maakt plaats voor een iets tammere kustlijn. Die laat ik sowieso achter mij want via Alta stoom ik door naar Kautokeino en dat dorp ligt diep in de Noorse provincie Finnmark en is een van de

koudste streken van Noorwegen. Dat ondervind ik aan den lijve wanneer ik op drie dagen van het einde vanuit Kautokeino naar het Finse Hetta rij. De zon schijnt en ik rij door een majestueus winterlandschap, maar ik voel dat de koude harder bijt dan de afgelopen dagen. De thermometer bevestigt mijn vermoedens: min 32! Woehaa, een nieuw record! Op de grens vlucht ik snel de grenspost binnen. Niet dat men geïnteresseerd is in mijn paspoort, maar gewoon om even op mijn gemak een kopje thee uit mijn thermos te drinken zonder ogenblikkelijk aan de grond vast te vriezen. Wanneer ik ’s avonds in mijn hut arriveer, zie ik dat er een halve kilo ijs aan mijn baard, snor en wangen hangt. Waar het ijs direct op mijn vel vastzat, zitten nu zwarte sporen; vrieswonden! Licht gealarmeerd stop ik de volgende morgen bij een apotheek en krijg een zalfje toegeschoven. Hopelijk helen die vlekken mooi of ik kan mijn op stapel staande internationale modellencarrière wel vergeten. Tijdens mijn laatste twee nachten geniet ik nog volop van het hemelse noorderlicht. Met een voldaan gevoel stap ik terug in Kittilä op het vliegtuig en blik terug op een geslaagde winterexpeditie. De vrieswonden zijn een maand later volledig verdwenen. b

tijdschrift voor fietsreizigers 25


foto’s: omer pittomvils, pablo mandado, dirk HUYGHe, paUl jeUrissen, n. a. naseer, maarten visser, b. Hinnersmann, WajaHatmr, m. karataY


uitgelezen Auf einem blauen Elefanten

8353 Kilometer mit dem Fahrrad von Berlin an die Wolga und zurück Christoph D. Brumme Dittrich Verlag http://www.dittrich-verlag.de 250 pagina’s In 2007 maakte Christoph Brumme de fietstocht naar Saratov aan de Wolga, een tocht die hij blijkens internet daarna nog vaker heeft gemaakt. Wie wel eens boeken over fietsreizen leest, gaat al gauw op zoek naar tekenen die erop kunnen wijzen dat het boek boven het gemiddelde wordt uitgetild. Het eerste teken is het motto van Kafka: ‘Wie kann man sich auf die Welt freuen, außer wenn man zu ihr flüchtet’. Brummes fietsreis is ook een vlucht uit de dagelijkse werkelijkheid waarin het bewustzijn wordt geïndustrialiseerd. Internet, integratie, timemanagement, enzovoort – hij kan die woorden niet meer horen. ‘Am Schreibtisch lebe ich warscheinlich gefährlicher als auf dem Fahrrad’. Er gaat behalve een materiële ook een flinke geestelijke bagage mee. De 45-jarige Schrifsteller und Essayist is filosofisch geschoold en heeft meer publicaties op zijn naam staan. Voor de wereldfietsers is zijn boek 111 Gründe, das Radfahren zu lieben van belang. Eén reden zou kunnen zijn ‘Das Radfahren ist die erste Tätigkeit in meinem Leben, die ich ohne Zweifel als sinnvoll empfinde’. Brumme filosofeert over de zin van het leven en over fietsen. Wie van de lezers zal niet instemmen met de conclusie ‘Die Vielseitigkeit des Lebens wird auf dem Fahrrad deutlicher als im Auto’? Brummes zelfspot werkt aanstekelijk en er valt vaak te grinniken. Wie beweert dat Duitsers geen gevoel voor humor hebben, leert met dit boek beter. Opgegroeid in de DDR heeft Brumme op school Russisch geleerd en dat maakt zijn contacten met de mensen onderweg inhoudelijk interessant. Hij blijft soms ergens hangen en helpt mee met het werk op het land. Is het werk af dan moet dat met wodka worden bezegeld. Er vloeit nogal wat alco-

hol in dit boek. Eveneens Oost-Europees zijn de soms slechte wegen waarop hij moet schieben, het gebrek aan wegwijzers – met de nodige extra kilometers als gevolg – en de walmende uitlaatgassen. De verbazing die hij als Turist Berlina bij Oekraïners en Russen wekt, is zo groot dat ze lijken te denken dat hij op een blauwe olifant in plaats van een fiets rijdt, merkt de schrijver op. Hij wordt nogal eens gewaarschuwd voor gevaren in andere gebieden, wat leidt tot de opmerking ‘Das Böse wohnt immer weit weg’. Hij trekt de aandacht van krant, radio en tv en wordt een beetje een BD’er – een bekende Duitser. De hartelijkheid van de mensen onderweg is groot en ze overladen hem letterlijk met lekkernijen voor onderweg. Van rancune tegen Duitsers vanwege de Tweede Wereldoorlog is geen sprake en als er iemand “Geil Gitler” roept,

is dat niet kwaad bedoeld. De spreker kende misschien alleen deze twee Duitse woorden. Naast een routekaart bevat het boek 73 foto’s. De vele kleurenfoto’s laten alle bushokjes onderweg zien. Ze zijn voorzien van artistieke mozaïeken en de enthousiaste beschrijving doet je kijk erop veranderen. De heenreis strekt zich uit over 173 bladzijden. Bij aankomst in Saratov heeft Brumme 5585 kilometer afgelegd, met een daggemiddelde van 126. Aan de hoofdroute zitten twee lussen. Eentje naar het geboortedorp van schrijver Nikolaj Gogol, de ander naar Berdjansk aan de Zee van Azov. Dan staat de fiets zo’n veertig bladzijden stil in Saratov, waar Brumme vele contacten heeft, terwijl de terugweg in 45 bladzijden wordt afgelegd. Psychologisch gezien niet vreemd, de bulk van de ervaringen ligt meestal op de heenweg. Het daggemiddelde wordt nog hoger. Het lijkt erop dat zowel de lezer als de schrijver het wel zo’n beetje heeft gehad. Zo noteert Brumme na een dag van tweehonderd kilometer fietsen in Polen: ‘Keine Aufzeichnungen, nur gekämpft. Fahrzeit 12 h 09.’ Dat neemt niet weg dat zijn stijl telkens origineel en fris blijft. De grootste verdienste van dit fietsboek is dat alles wat zich in Brummes rijk belezen hoofd afspeelt, leidt tot ideeën over wat de mens beweegt en vooral hoe fietsen mede zin geeft aan het bestaan. JAN POSTEMA

tijdschrift voor fietsreizigers 27


n de wereld aa je wielen...

Ontwikkeld door The Boeing Company Aerospace technologie voor je fiets!

Watervaste smering + corrosiebescherming in één product geschikt voor o.a.

- fietsketting - kabels - pedalen - schroefkoppen - frame (ook binnenzijde) - lagers Dorpsstraat 67, 7948 BM Nijeveen (Drenthe) 0522 49 02 66 | www.nazca-ligfietsen.nl

28 tijdschrift voor fietsreizigers

O.a. te koop bij De

Vakantiefietser en Rob’s Bikecenter

Meer informatie en verkooppunten via www.boeshield.nl


Met mes & spork

TEKST EN BEELD DION STRIEKWOLD

Waar: Akasha, Soedan Wat: geitenpoot met brood, falafel, ui en kippenpoot Hoeveel kilometer wil ik hiervoor omfietsen? 0 km 0

25

50

75

100 km

Geitenpoot Met het in Den Haag geregelde visum verloopt de entree in Soedan vlot en zonder problemen. Na een boottocht over het Nassermeer onder de prachtige sterrenhemel begint mijn fietstocht in Wadi Halfa. Voorzien van water, proviand, een Soedanese simkaart en genoeg contant geld zal de tocht van Wadi Halfa, via Khartoem naar de Ethiopische grensplaats Metema gaan. Wanneer de temperatuur oploopt tot vijftig graden en de fiets dag na dag vooruit getrapt moet worden, is voldoende eten en drinken noodzakelijk. Het islamitische Soedan heeft de reiziger in dit opzicht iets unieks te bieden. Vijf keer op een dag in reine toestand bidden, zorgt ervoor dat er langs de weg bij elke kleine nederzetting onder een afdakje vazen staan. Eén vaas is gevuld met water om jezelf te wassen en de andere vaas is gevuld met fris drinkwater. Een dergelijke schaduwrijke drink- en bidplaats, de dribi, is dé plek om te rusten, het gezicht te wassen en voldoende te drinken. Bovendien liggen de dribi’s direct aan de weg, waardoor er geen onnodige kilometers door mul zand gemaakt hoeven worden om de bewoonde wereld te bereiken. Het eerste gedeelte van de tocht gaat door de Nubische Woestijn naar Dongola. Omdat begroeiing grotendeels ontbreekt, is er geen voer voor vee en dus geen mogelijkheid om in het levensonderhoud te voorzien. Daardoor telt het woeste maar prachtige landschap met lichtgekleurd zand en pikzwarte rotsformaties slechts een enkele nederzetting. In zo’n nederzetting bestel ik mijn eerste Soedanese ontbijt. De communicatie verloopt handmatig. De kok roept “kilo kilo” en steekt daarbij enkele vingers in de lucht. Ik interpreteer dat als veel

van iets en geef hem een half vingertje. Dat is het teken voor de man om ergens een geitenpoot vandaan te halen en te gaan hakken. Met zoveel bot is een halve kilo weinig vlees, bovendien zit het vol botsplinters. Gelukkig is het niet nodig dit splinterbot af te kluiven aangezien het ontbijt, dat verder bestaat uit brood, falafel, ui en kippenpoot in vocht, mijn honger voldoende stilt. Na een fors betaalde en leerzame ontbijtervaring laat ik de zeer goed gehumeurde kok achter en vervolg mijn weg naar de volgende dribi. Om dit soort splintervlees in de toekomst te ontlopen, wordt mijn brandstof in Soedan verder vegetarisch, bestaande uit brood en ei, aangevuld met het culinaire hoogstandje fuul (bonen in olie), dit alles geserveerd door de altijd vriendelijke Soedanees. b

tijdschrift voor fietsreizigers 29


Nieuw gratis e-zine voor tablet en desktop Ga naar hicle.com

30 tijdschrift voor fietsreizigers

foto DaviD Stella

Verken de planeet met


TEKST EN BEELD FIEN HIEL

Zin en waanzin Mijn god, dat huis. Het is prachtig. Misschien was het die houten trap die uit het niets leek neer te dalen, of de wollige dierenhuiden die in nonchalante elegantie her en der verspreid lagen. Hij bouwde het zelf, zei hij. Met hulp van de Amish. “Goede mensen.” Ik zie tederheid en bewondering in zijn ogen wanneer hij het zegt.

“De garage.” Mijn stem weergalmt zelfzeker in mijn achterhoofd. Hardnekkig probeer ik de flitsen die door mijn hersenen gaan, te maskeren met de plooien in mijn gezicht. Ik kan toch onmogelijk bij die man in huis slapen, op deze vergeten heuvel in een bos, ergens in Missouri?

Geheim Twintig minuten geleden stak ik op een ferry de rivier Ohio over. Ik hou van ferry’s. Het liefst hou ik de rand van de boot stevig vast, leun ik licht voorover en laat mijn blik rollen over de golven die wild tegen de zijkant van de romp beuken, mijn haar in de wind. Dan voel ik mij avontuurlijk. Wat ik ook een beetje ben. Of dat is toch wat ze zeggen. Omdat ik met mijn fiets een continent doorkruis, van Miami naar Vancouver. “Jij bent een moedige vrouw”, zeggen ze ook soms. Dat is wanneer ik mensen passeer en ik de bagage op mijn fiets toelicht. Ik begin bij de fiets, uiteraard. In de Verenigde Staten wordt niet veel gefietst, niet zoals in Europa. Maar dat is niet erg. Terug naar het huis en de garage. Hij toont mij de garage eerst. Het is een groot gebouw, een dertigtal meter van het huis verwijderd. De garage is enorm, voor zover ik hem kan zien van hieruit in de schemering. Hij haalt de deur van het slot en ik stap naar binnen. Het eerste dat me opvalt, is de collectie geweien aan de achterwand. Eentje is enorm, die moet wel van een eland zijn. Hij fietst, zei hij. Ik voel opluchting wanneer ik een paar snelle fietsen zie blin- n tijdschrift voor fietsreizigers 31


plekken ter wereld. Ik informeer naar de camping aan de overkant van de rivier. “Die is er wel degelijk”, zegt hij, “maar niemand gebruikt hem en hij is ook niet bewaakt. In het eerstvolgende dorp is wel een hotel.” Ik voel er niet veel voor. Nog eens zestien kilometer fietsen, in het donker. Daarbij ben ik uitgeput. Hij leest mijn expressie en begint voorzichtig: “Weet je, dit klinkt misschien raar en voel je alsjeblieft niet verplicht, maar ik woon niet ver hiervandaan en je bent welkom om de nacht in mijn huis door te brengen.” Na een goede 1600 kilometers fietsen op Amerikaanse bodem en ongeveer even veel bezorgde commentaren van voorbijgangers later, ben ik uitgewaarschuwd. Negen op tien passanten die ik spreek, vinden het complete waanzin dat ik deze gevaarlijke wereld als vrouw, in mijn eentje, op een fiets, doorkruis. Maar hoe meer mensen mij proberen te ontmoedigen met goedbedoelde bezorgdheid, hoe meer ik mijzelf stort op de opportuniteiten die zich voordoen. Opportuniteiten als deze. Het lijkt wel alsof ik de angst van anderen compenseer met moed, met vertrouwen. Of met blinde waanzin, wie weet? Ik raadpleeg mijn buikgevoel en ga in op Bens aanbod.

De geheime deur ken tussen de geweien. Dan pas valt mijn oog op de zwarte Corvette. “Mooie auto.” Dat meen ik. Hij leidt me rond in de enorme ruimte en houdt halt bij de met geweien behangen achterwand. Zijn blik glijdt van de grote metalen vissersboot die rechtopstaand tegen de muur leunt naar mij en weer terug. “Ik sta op het punt je iets te tonen wat niet veel mensen weten.” Hij pauzeert even en kijkt me dan indringend aan. “Ik vertel je dit omdat ik weet dat je hier morgen weer weg bent en dat je het niet zult rondstrooien.” Ik ben niet zeker of de plooien in mijn gezicht dit nog trekken. Waar heeft hij het over? Waar gaat dit heen? Heb ik de juiste keuze gemaakt om het aanbod van deze man te aanvaarden en de nacht in zijn huis door te brengen? Ik knik – wat kan ik anders? – en probeer een flauwe glimlach, niet helemaal zeker van hoe een gepaste houding in een situatie als deze er zou uitzien. Het lijkt voor hem genoeg om verder te gaan met de onthulling van zijn geheim. Hij grijpt de zijkant van de metalen boot vast en trekt die naar zich toe. De boot glijdt op scharnieren open en ik kijk verbluft toe hoe het gevaarte een deur onthult. Code rood zou nu de overhand moeten nemen. Merkwaardig genoeg is dat niet het geval.

Aanbod De situatie is ver van alledaags. Ik ontmoette Ben op de ferry. Toen hij uit zijn zwarte pick-up truck stapte, stond hij erop een foto van mij en mijn fiets te maken. Met mijn eigen camera. “Solofietsers leggen zichzelf veel te weinig vast”, zegt hij. We raken aan de praat. Inmiddels ben ik het gewoon dat mensen spontaan een gesprek starten. Ik reis met de fiets. Ik ben traag. Ik ben toegankelijk. Ik ga op geen enkele manier op in mijn omgeving. Mensen zien een goed verhaal in dit meisje op haar fiets. Hij is een toegewijd fietser, maakte lange tochten op verschillende 32 tijdschrift voor fietsreizigers

Studio Aan de andere kant van de rivier tuig ik mijn fiets af en plaats alles in Bens pick-up. Hoewel het niet ver is, verdwijnt de landweg die we inslaan diep in het donker van het bos. Bij een metalen hek houdt Ben halt en stapt uit om de poort te openen. Een ruwe gravelweg doet ons traag de heuvel op klimmen. Het eerste bord verrast me: ‘Gevaar. Laatste kans om terug te keren. Ga niet verder.’ Voor het tweede word ik gelukkig gewaarschuwd. “Er komt nog een bord dat misschien een beetje raar is. Niet op letten, het is om vreemden af te schrikken.” ‘Je mag hier uit je voertuig stappen en al je kleren uitdoen voor je verder gaat.’ Als er al een uitweg was, zou ik die waarschijnlijk nú moeten nemen. Maar ik blijf stil zitten, afwachtend in de passagiersstoel. Verwarring vertroebelt ondertussen mijn rationeel denkvermogen. In de lichtbundels van de autolampen licht de open plek in het bos op. Bovenop de heuvel staat, bemind door een ring dennen, een groot houten huis.

Als er al een uitweg was, zou ik die waarschijnlijk nú moeten nemen Maar hij toont me eerst de garage. Ik loop door de deur die na het openslaan van de boot nu zichtbaar is. Een beer staat links in de hoek in volle lengte op zijn achterpoten. Met zijn voorpoten reikt hij naar voren, ogen op oneindig. We slaan onmiddellijk rechtsaf waar Ben mij een badkamer toont, met zeep en handdoeken in de kast en een wasmachine en droger. Een ladder naar boven brengt ons naar een open ruimte met twee opgemaakte bedden en twee nachtkastjes met elk een nachtlampje. De hele studio is met oog voor detail gemaakt. De natuurlijke materialen en aandachtige afwerking verraden vakmanschap. Ondertussen blijft Ben praten over ‘de eerste optie’ om te slapen. Hij bedoelt de volledig uitgeruste studio waar hij me door leidt. Deze plek is perfect. Er is geen netwerkverbinding. Mijn telefoon verloor alle bereik sinds ik een half uur eerder van de ferry stapte. We zijn kilometers verwijderd van andere levende zielen. Niemand weet waar ik ben. Als hij me


hier vasthoudt, duurt het een eeuwigheid voor iemand me vindt. Maar er zijn mensen die mij op de ferry hebben gezien, die me met hem hebben zien praten en mij in zijn pick-up hebben zien stappen. Het zou even duren maar uiteindelijk zal het spoor naar Ben en zijn verborgen studio leiden. Daarbij voel ik het niet. Ik voel de dreiging niet. Dus geef ik me over, laat me meevoeren met de gebeurtenis die zich voordoet, met Ben die vandaag toevallig mijn pad kruiste.

Curiositeiten We lopen richting het houten huis in de open cirkel. Ben vertelt over zijn plannen om zijn eigendom open te stellen voor reizende fietsers. Het idee staat me wel aan. Zijn huis ligt praktisch óp de TransAmerica Trail, de epische fietsroute die de oost- en westkust met elkaar verbindt. Hij wijst me de plek aan waar hij aan een buitendouche bouwt en waar fietsers hun tent kunnen opzetten. Een houten trap wentelt aan de buitenkant naar de eerste verdieping. Boven opent Ben een houten deur en gebaart me naar binnen te gaan. Ik wandel een luxueuze blokhut binnen die de allure van een boomhut heeft. Mijn blik glijdt over de ornamenten in de open ruimte. Een varia aan opgezette dieren, dierenhuiden en andere rariteiten vechten om mijn aandacht. Wanneer ik me omdraai, heeft Ben uit het niets een ladder neergelaten. Ik klim naar de bovenste verdieping. Hier staat een aantal zetels die een leefruimte vormt. Verder zie ik een bureau en een opgemaakt bed, nog meer opgezette dieren, waarvan ik sommige herken en andere niet. Een slangenhuid, de volle tweeënhalve meter, hangt ingekaderd achter glas. Ik kan mezelf niet toestaan uit het plaatje te stappen, het groter geheel te zien van de plaats en de situatie waarin ik mij bevind. De link met Martins kelderkamertje uit Stieg Larssons boek Mannen die vrouwen haten zou te snel gemaakt zijn. Dus verplicht ik mijzelf in het moment te blijven en de schoonheid van dit ongewone huis met zijn curiositeiten te bewonderen. Ben draait zich om en kijkt me aan. Voor hij kan beginnen over ‘optie 2’ druk ik mijn bewondering voor zijn vakwerk en verzameling uit. “De garage”, voeg ik er snel aan toe, “is perfect voor de nacht.” Ik graai gretig naar wat er nog valt te redden aan con-

Ik graai gretig naar wat er nog valt te redden aan controle over deze situatie trole over deze situatie. Ben vindt het prima. Samen wandelen we terug, van de wenteltrap naar de garage. In het donker op de heuvel realiseer ik me in een flits van sluimerende gedachten dat ik geen kans maak, moest ik beslissen het op een lopen te zetten. Ik zou mijn gevoel voor richting verliezen nog voor ik de bosrand bereikt heb. Een gedachte later bedenk ik dat mijn keuze hoe dan ook al gemaakt is. “Ik laat de deuren van het slot, je kan ze van binnenuit vast doen.” Kan best zijn, maar als Ben besluit om de boot weer te sluiten, zit ik zonder meer als een rat in de val. Maar ik sluit de deur en neem een beetje

onwennig een douche. Mijn vuile kleren laat ik voor wat ze zijn. Ik kies een van de twee bedden uit, leg het busje pepperspray dat met me meereist op het nachtkastje, kribbel nog een paar woorden in mijn dagboek en val in slaap. Ik heb heerlijk geslapen wanneer ik ’s ochtends bij Ben aan de ontbijttafel zit. Hij maakt een stevige havermoutpap met vruchtjes. Nadat ik mijn spullen heb ingepakt, nemen we afscheid. Ik laat Ben en zijn droomhuis op de heuvel achter. In een vreemde roes fiets ik het gravelpad van de heuvel af, langs de borden, door het metalen hek. b

tijdschrift voor fietsreizigers 33


op proef

TEKST EN BEELD WIESJE KORF

Thule Pack ’n Pedal Shield Stond Thule jaren geleden nog voor ‘het uiterste noorden’, tegenwoordig kom je het Zweedse merk op steeds meer plaatsen tegen. Thule produceert ook fietstassen en dit jaar werd een lichtere variant aan de serie Pack ‘n Pedal-fietstassen toegevoegd: de Shield. In Nederland zijn er twee grote merken die zeer vergelijkbare waterdichte tassen op de markt brengen: Ortlieb en Vaude, maar op papier lijkt de Shield een serieuze concurrent van beide merken. Een set van vier Thules biedt net zoveel pakvolume als vier Vaude Aqua’s, maar tegen net iets minder gewicht dan een set lichtere Ortlieb Classic Rollers. Tijd voor een test dus. Thule stelde een set Shield achter- en voortassen beschikbaar. We testten ze op een fietsweekend in Nederland en gedurende enkele weken fietsen in de Verenigde Staten. We fietsten in totaal (slechts) zo’n twaalfhonderd kilometer met deze tassen, over verharde en onverharde wegen, in de hitte en in een hagelbui. Eerste indruk De rolsluiting van Thule verschilt van die van eerdergenoemde merken: de tas is voorzien van een driehoeksconstructie van de sluitband bovenop (zie foto). Hierdoor blijft de gesp beter op zijn plek en wordt de tas iets steviger en netter gesloten. De sluitingen aan de zijkant van de tas zijn achterwege gelaten. In plaats daarvan zit er aan weerszijden een klein vouwtje waardoor de tas netjes is dicht te rollen. Reisgenoot Robert is hier niet enthousiast

2 achtertassen + 2 voortassen Thule Shield Gewicht 3,40 kg Inhoud 76 l Prijs € 219,90

Ortlieb

Vaude

Roller Classic Aqua

3,49 kg 65 l € 220,00

34 tijdschrift voor fietsreizigers

4,04 kg 76 l € 219,00

over en vindt het dichtvouwen maar gedoe. Maar ik ben hier, na even oefenen, (iets) sneller mee dan met het dichtklikken van de twee extra gespen aan de zijkant van zijn Ortlieb-voortassen. De reflectiestrepen zijn overigens mooi en opvallend – esthetisch gezien en wat veiligheid betreft ons inziens een goede keuze. Magneten Wat echt anders is, is de bevestiging aan de bagagedrager. De haken zijn bijzonder (zie foto). Trekken aan een dun kabeltje laat de ronde haken draaien en als de openingen op één lijn zijn, kun je de tas op de bagagedrager hangen. Laat je de kabel vervolgens los, dan draaien de haken vanzelf terug en fixeren zo de tas op je bagagedrager. Ook de secundaire bevestiging, bij andere merken een haak die je achter je bagagedrager klemt, is anders: in de tas bevindt zich een metalen plaatje, op je bagagedrager monteer je een magneet. De magneet en tas zoeken elkaar zelf op en zo zit je tas netjes tegen je bagagedrager aan. Toch rijzen er twijfels over het ingenieuze systeempje. Het dunne kabeltje baart eigenlijk meteen zorgen en dat blijkt niet onterecht. Die paar testweken hebben ze wel overleefd, maar er is toch al duidelijk zichtbare slijtage te zien. Kwalijker is dat één van de ronde haken al tijdens het eerste testweekend loskomt. Ik zet hem met een beetje gepriegel zelf weer vast – maar echt soepel draait hij niet meer. Ook op het einde van onze vakantie in Amerika komt er eentje los, met hetzelfde

resultaat. Een mederedactielid meldt overigens exact hetzelfde euvel en ook op internet vind ik vergelijkbare ervaringen. Hobbel De magneten zijn redelijk krachtig, maar als ik te snel over een hobbel fiets zijn ze toch niet in staat de tassen op hun plek te houden. De haken van andere merken houden dat beter vol. Maar als díe eenmaal achter je bagagedrager vandaan springen, moet je afstappen om de tas weer te fixeren; dit systeem van Thule lost het helemaal zelf op, magneet en tas vinden elkaar onmiddellijk weer, zonder hulp. De magneetconstructie is wel redelijk volumineus. Achter is dat geen probleem, maar mijn voortassen worden hierdoor vrij ver opzij geduwd. En dat houden de magneten niet vol: hoe vast ik ze ook draai, na een aantal dagen, of sneller als we onverhard rijden, vinden ze het welletjes, draaien ze een kwartslag en fixeren ze de tassen niet meer. Conclusie Wellicht kan de Shield uitgroeien tot een geduchte concurrent voor de bekendere alternatieven. Daarvoor moet Thule echter nog wel wat kinderziektes verhelpen aan de toch wat gecompliceerde oplossingen waarvoor bij deze tassen is gekozen. Jazeker, ik zou het best aandurven om met de Shields een langere reis te maken, maar alleen als ik flink wat reservemateriaal meeneem. b

Het kabeltje waarmee de haken worden ontgrendeld, is te iel

De sluitband vormt een driehoeksconstructie


het moment

TEKST EN BEELD JAN POSTEMA

Gedichtje In januari 2006 had ik een gedichtje geknipt uit mijn tv-gids. Het maakte deel uit van een tekst ter introductie van een aflevering van ZDF-History en luidde als volgt: ‘Vandaag in bloei, daarna verwaaid; Het leven is als een tere bloem. Hoe kan men verwachten dat haar geur eeuwig duurt?’ Het gedichtje op zich is niet opmerkelijk. Het gaat immers over het meest beschreven thema uit de poëzie, onze vergankelijkheid. De context ervan is het wél. Het is een vertaling van een gekalligrafeerd Japans gedicht dat generaal Takijiro Onishi, die het kamikazekorps had samengesteld, aan de generale staf had overhandigd. Toen de Amerikanen in het voorjaar van 1945 Okinawa trachtten te veroveren, maakten ze kennis met de nieuwe Japanse gevechtstactiek: kamikaze. In 2008 fietste ik van Buenos Aires naar Vuurland. Op de vlakte tussen Tres Cerros en Puerto San Juan kwam mij een stipje tegemoet dat uitgroeide tot een collega-vakantiefietser. We gingen elkaar niet voorbij als twee heren met een beleefde groet bij de winkel van Hinderickx en Winderickx in Paul van Ostaijens gedicht ‘Alpenjagerslied’, maar we stopten. Hij bleek een Japanner uit Yokohama te zijn. Doordat hij geen Engels sprak, voerden we een absurdistische conversatie. We gebaarden een en ander en noemden de namen van plaatsen waar we waren geweest en waar we nog naartoe gingen. Om de conversatie nog wat op te vullen had ik ook

nog wat Japanse woorden kunnen noemen: samurai, sushi, geisha, harakiri en andere gezellige woorden. Die Japanner had het telkens over kaze. ‘Kaze’ dit en ‘kaze’ dat. Het duurde even voor het tot me doordrong wat hij daarmee bedoelde. Hij had het over de wind waartegen hij blijkbaar uren had moeten opboksen. Het Japanse kwartje begon verder te vallen. Kamikaze betekent ‘goddelijke wind’. Het goddelijke was dat een piloot zich met zijn jachtvliegtuig op bijvoorbeeld een Amerikaans vliegdekschip liet neerstorten tot glorie en heil van keizer Hirohito in Tokio. We waren helaas niet in de gelegenheid samen wat te filosoferen over de poëtische wijze waarop Japanse bevelhebbers in de Tweede Wereldoorlog een dodelijke opdracht verwoordden. Maar ook al zouden we ons wel met redelijk Engels kunnen verstaan, dan nog waren de verschillen van onze cultuurhistorische achtergronden te groot. Ik zag generaal Eisenhower op de avond van de vijfde juni 1944 nog geen gedichtje schrijven voor de oversteek naar Normandië. We legden onze fietsen neer om te fotograferen. Ik maakte van ons beiden een joined selfie. Daarmee waren onze ontmoetingsrituelen wel zo’n beetje voltooid. Met een ‘bye bye’ en ‘zwaai zwaai’ gingen we uit elkaar. Hij tegen de wind en ik voor. Ik vraag me af of dit moment ook bij hem anders dan met een foto is beklijfd. Dat weet ik niet. In het leven van een vakantiefietser zijn veel momenten gone with the wind... b tijdschrift voor fietsreizigers 35


Fiets jij voor mijn toekomst?

Niketan helpt kansarme complex gehandicapte kinderen in Bangladesh, met aandacht, zorg en onderwijs.

Fietst u dit jaar voor de kinderen in Bangladesh? Niketan • info@niketan.nl • www.niketan.nl bank: NL30ABNA0519927877

€ 12,95

www.tijdschriftwereldfietser.nl/jubileumboek 36 tijdschrift voor fietsreizigers


TEKST EN BEELD CINDERELLA SERVRANCKX

Ik kan het geen fietsen meer noemen, de manier waarop ik me beweeg naar de top van Kunzum La, 4550 meter hoog tussen de dalen van Spiti en Lahaul in de Himalaya in India. Het is een dramatisch mooie ervaring om te ‘fietsen’ tussen op de weg gevallen rotsblokken zo groot als halve balen hooi. Het is spannend om op een haar na te worden geplet door vrachtwagenchauffeurs die me niet zien in hun concentratie om de modderige bergweg zonder ongelukken te nemen. Zo is het ook een enorme uitdaging om met amoebendysenterie koude, overstroomde rivieren over te steken, die ervoor zorgen dat bussen dagenlang vastzitten. En dan mijn fietspartner, waarmee ik niet zo goed kan opschieten als ik had gehoopt, zo voor me te zien, is onbetaalbaar mooi. www.cyclingcindy.wordpress.com DIT ZAG IK is een buitengewone foto van een fietsreiservaring. Wil je jouw ultieme reisfoto delen? Stuur dan je foto met een begeleidende tekst van maximaal 150 woorden naar: redactie@tijdschriftwereldfietser.nl of redactie@vakantiefietser.be. tijdschrift voor fietsreizigers 37


TEKST EN BEELD PIERRE ROELANDT

Pedalenstamppot Tureluurs op de Montagne de Lure “Est-ce que les vélos sont crevés?” Een jonge knaap op een racefiets komt polshoogte nemen, wanneer ik gehurkt aan de fiets van Rita sleutel. Ik schat hem op twaalf à dertien jaar. Hij rijdt op een spiksplinternieuwe racefiets in de Franse kleuren. Zijn outfit toont dat hij al Frans kampioen is. Ik antwoord dat onze fietsen niet kapot zijn. Zo snel de jongen kwam aangezoefd, zo snel is hij ook weer weg. We zijn net aangekomen in SaintÉtienne-les-Orgues en staan op een schaduwrijk plekje onder de bomen op het dorpsplein, naast het bijna vierkante, goed onderhouden oorlogsmonument met op elke hoek een natuurstenen paaltje. Aan de andere zijde van het dorpsplein speelt men petanque. We horen aan de luidruchtige aanmoedigingen van de toeschouwers dat de deelnemers in het spel opgaan. Regelmatig klinkt gejoel, geroep en gejuich.

Metamorfose We hebben dit jaar de Provence opgezocht, voor een veel te korte veertiendaagse fietsvakantie. Zoals altijd trekken we van de ene plaats naar de andere, onderweg genietend van wat we zien en beleven. Hier kiezen we toch voor een andere strategie. Er 38 tijdschrift voor fietsreizigers

zijn te veel mooie Provençaalse dorpjes in de buurt die we willen bezoeken en met volgeladen trekkingfietsen lijkt het ons niet aangewezen om er ten volle van te genieten. Daarom kiezen we ervoor om vanaf een rustige camping toertjes in de streek te maken. Zo ook vandaag. Vol goede voornemens vertrekken we deze ochtend vanaf de camping in Forcalquier richting Fontienne, veel te laat naar later zal blijken. Ik ben een introvert type, maar op fietsvakantie onderga ik een metamorfose. Op een camping zijn het vooral fietsers die mijn aandacht trekken. Als ze niet zelf tot bij ons komen, ga ik naar ze toe en ben ik juist van het extroverte, sociale type. Ik kan het dan niet laten een babbel te maken. Deze onweerstaanbare drang wekt soms de ergernis van mijn vrouw, als ik te laat ben voor het eten of om in te pakken. Bijna altijd zijn we de laatsten op de camping die vertrekken. Zo ook vandaag, terwijl we vroeg genoeg op waren om te genieten van het ochtendgloren. Maar ja, fietsvakantie! Het belooft een zonnige, zomerse dag te worden. Slechts enkele kleine spierwitte schapenvachtjes lijken verloren te vliegen in de


reeds azuurblauwe lucht. Onmiddellijk bij het verlaten van de stadskern is het flink klimmen geblazen. En het houdt niet op, de weg blijft klimmen. Na enkele kilometers rijden we langs Les Mourres, een gebied vol rotsen die door erosie de meest vreemde vormen hebben gekregen. We stappen af, nemen foto’s, filmen en genieten van dit mooie natuurverschijnsel. Even vragen we ons af – heel even maar – of dit te vergelijken is met de Pancake Rocks in Nieuw-Zeeland. Maar neen, dit is iets heel anders, maar ook zeker de moeite waard.

Gekkebekkentrekkerij In de diepte ligt Forcalquier. In de verte lijken de groene heuvelruggen zich op te richten om in de zon nog wat groter lijken. We genieten van onze fietstocht en het is al ver in de middag bij onze aankomst in SaintÉtienne-les-Orgues, waar de marktkramers hun laatste koopwaar proberen te slijten. Het is er nog een drukte van jewelste, ondanks dat er slechts een vijftiental kraampjes opgesteld staan. We kopen in de apotheek lippenbalsem, smeren onze pijnlijk verbrande lippen veel te dik in en beseffen pas in de weerspiegeling van het venster dat onze mond helemaal wit ziet, alleen een rode feestneus ontbreekt. We gieren het uit, tot groot jolijt van de apothekersassistente die door het venster meegeniet met onze gekkebekkentrekkerij. De beentjes hebben zin in fietsen en willen eens een echte col. Dat moet lukken met onze beste vrienden; ze hebben ons reeds over veel bergen getrapt. We verlaten SaintÉtienne-les-Orgues en zijn markt, en draaien rechts de weg op. Tot onze grote verbazing wordt er een verse teerlaag op ons parcours gegoten. Een wegenwerker gewapend met een rode vlag loopt ons tegemoet, heftig zwaaiend, duidelijk van plan ons niet te laten passeren. In zijn beste Provençaal-

se dialect legt hij uit dat we even moeten wachten omdat van boven twee asfaltwagens naast elkaar naar beneden komen om de tweede definitieve deklaag op de weg te gieten. Na een minuut of tien passeren al stomend en sissend langzaam beide vrachtwagens. Ik voel de warme gloed van de verse teer. De geur herinnert mij aan mijn prilste schooljaren, waarin men sprak over de hemel en

cent is wel wat op veel te zachte banden. Had ik ze vanochtend maar wat harder opgepompt. In de verte horen we regelmatig gejoel en geroep. Het geluid komt dichterbij we zien een half peloton uitgelaten fietsers, met volle teugen genietend van de zwaartekracht. We genieten bijna mee en kijken verlangend uit naar de top, om straks ook zo snel mogelijk naar beneden te scheuren. Maar dalen gaat sneller dan klimmen en

We kijken verlangend uit naar de top, om straks ook zo snel mogelijk naar beneden te scheuren de hel. De hemel kon ik mij wel inbeelden, maar de hel met de duivel die altijd een vuurtje stookte en kwistig met hete pek en teer morste, dat was moeilijker. Zie mij hier nu staan mijmeren over de godsdienstles van vroeger, aan de denkbeeldige startlijn van onze zelfbedachte klimwedstrijd, terwijl ik met een groot verlangen kijk hoe de weg reeds vanaf het begin klimt. Opeens laat de wegenwerker zijn rode vlag zakken, alsof dat het sein is om de beklimming aan te vangen. Maar o wee, de verse teer zuigt aan onze Marathon XR-banden alsof het een component A en B is die elkaar nodig hebben om een taaie substantie te vormen. Onze banden kleven letterlijk aan het vers gegoten wegdek. “Dit is toch niet te doen voor het ganse traject tot boven”, roepen we tegen elkaar, alsof het de schuld van een van ons is. Elke centimeter klinkt alsof we een reuzenkleefband afrollen. Maar na een viertal kilometers, vele bochten, maar nog meer gezucht, gekreun, verwensingen en een rustpauze van een minuutje is het verse asfalt genoeg afgekoeld om van de stroperigheid af te zijn.

Herinneringen Maar klimmen blijft klimmen – pedalenstamppot noem ik dat – zeven à negen pro-

eigenlijk vinden we dat geen faire wedstrijd. De strijd is ongelijk; zij fietsen op snelle 23 millimeter bandjes, wij met zware trekkingfietsen. We hebben in het verleden al veel geklommen, zelfs dagen aan een stuk fjorden in en uit, bepakt en bezakt, maar vandaag lukt het niet. Naarmate we hoger geraken moeten we vaker stoppen. We hebben geluk; alleen het wegdek, de struiken en de bomen zijn stille getuigen van deze twee fietsers zonder conditie die zich krampachtig van de zwaartekracht proberen te ontdoen. Aangekomen bij de Refuge de Lure, nog steeds een kilometer of vier onder de top, is het reeds twee uur. We hebben honger en leggen ons in het gras. De lunch smaakt, de zon schijnt, het uitzicht is mooi. Het zicht over het dal roept herinneringen op. Dat gaat zo als je ouder wordt. De herinneringen stapelen zich op zoals boeken in een bibliotheek. Of neen, in een bieb is het te geordend. Bij mij stapelt dat zich op elkaar als boeken met steeds meer stof erop. Maar één zo’n aanblik van dit mooie landschap en ik denk terug aan een vakantie tijdens onze eerste huwelijksjaren in Zwitserland, bovenop een van de toppen rond het Fieschertal. Uren tuurde ik daar naar de vertrekkende deltavliegers. Met tientallen sprongen ze, zo vrij als vogels. Een uurtje later is het onze beurt om in een rotvaart terug naar beneden te zoeven. Ook wij juichen en zien 68 kilometer per uur op de teller. We keren op onze bijna grootste versnelling terug naar de camping in Forcalquier via de D951, wederom met een tussenstop in Saint-Étienne-les-Orgues. ‘s Avonds tijdens het tandenpoetsen kijk ik in de spiegel: Est-ce que les vélos sont crevés? Mais non, nous sommes crevés! b tijdschrift voor fietsreizigers 39


Marathon Plus. De nieuwe Onplatbare.

Met een ongelooflijk lange levensduur. Rolt zeer licht. Uitstekend geschikt voor de E-bike. Ontziet het milieu. Nu verkrijgbaar bij uw fietsvakhandel. Marathon Plus. Het origineel. Schwalbe.com/onplatbaar

GEEFT NIKS!

Volledig uitsluiten kan men een lekke band nooit. Maar tegen veroorzakers van een lekke band zoals scherven of scherpe steentjes bent u met de Marathon Plus het best beschermd.


Meewerken aan dit tijdschrift? De redactie is op zoek naar fietsreizigers met schrijfervaring die aan dit tijdschrift willen meewerken. Als redactielid denk je mee over de invulling van het blad en lever je daar een bijdrage aan. Je helpt met het coördineren van rubrieken zoals Op kleine schaal (p. 5), Dit zag ik (p. 37), Fietsers onderweg (p. 48-49) of De terugkomst (p. 51). De gezochte redacteur schrijft met enige regelmaat grotere bijdragen zoals een interview, een verhaal over techniek of test een product. In het thema komen al naar gelang het onderwerp ook persoonlijke fietservaringen aan bod.

Heb je een reisverhaal? Reisverhalen en foto’s insturen kan altijd! De reisverhalen in dit tijdschrift zijn allemaal afkomstig van lezers. De redactie selecteert ingezonden verhalen op basis van de doorgereisde landen of gebieden en de kwaliteit van tekst en beeldmateriaal. Omwille van de variëteit proberen we verhalen over eenzelfde land of gebied zoveel mogelijk te spreiden. Daardoor kan het even duren voor een verhaal in ons tijdschrift wordt opgenomen. Indien aanvullingen of verbeteringen zijn gewenst, dan neemt de redactie voorafgaand aan publicatie contact met de inzender op. Verhalen kun je voorzien van beeldmateriaal mailen naar: redactie@tijdschriftwereldfietser.nl of redactie@ vakantiefietser.be

OPROEP

Redactievergadering De redactie vergadert vier keer per jaar op vrijdagavond. De vergaderingen vinden meestal plaats in Amsterdam of Rotterdam. Er is altijd een mogelijkheid om te blijven overnachten. De redactie bestaat momenteel uit drie Vlaamse en zeven Nederlandse fietsreizigers. Het werk van de redactie is onbezoldigd. Heb je interesse? Stuur dan een mail met een korte motivatie naar: redactie@tijdschriftwereldfietser.nl (ook voor Vlaamse abonnees!)

TEKST PAUL PORCELIJN BEELD BERT PLATZER

Band omleggen Rij je lek, dan plak je dat gaatje natuurlijk zelf. Anders ben je geen echte fietser, toch? Het is ook niet moeilijk, maar hoe krijg je die stugge, weerspannige buitenband zonder vloeken terug op de velg? Nee, niet met een bandenlichter! Dan beschadig je de binnenband en kun je weer opnieuw beginnen. De truc is het ventiel buitenspel te zetten. De diameter van de band is kleiner dan die van de velg, maar omdat de hieldraad tot een ovaal kan worden vervormd, kun je hem toch over de velgrand krijgen. Maar die speelruimte krijg je niet cadeau: je moet de hieldraad diep in de holte van de velg duwen, daar waar de spaaknippels zitten. Door het deel van de band die op de velg ligt, diep in die holte te drukken, ontstaat aan de andere kant van de band de ruimte om hem over de velgrand te drukken. Maar precies in de holte van de velg zit ook het ventiel, met op de plek waar hij aan de binnenband zit een dikke prop. Wat nu? Verwijder het ringetje waarmee het ventiel op de velg wordt vastgezet.

tip

Pomp een beetje lucht in de band en sluit het ventiel. Nu druk je het ventiel zover mogelijk de velg uit en duw je de beide hielen van de buitenband over de ‘ventielprop’ in de velgholte. Vanaf dit punt werk je langs de velg steeds verder

de hieldraad in de velgholte. Het laatste stukje van de band wip je nu bijna moeiteloos over de velgrand. Omdat er al wat lucht in de band zit, veert het ventiel vanzelf op zijn plek. Stroeve buitenband? Gebruik dan wat siliconenspray of talkpoeder.

tijdschrift voor fietsreizigers 41


42 tijdschrift voor fietsreizigers


VERENIGINGSNIEUWS Agenda oktober 10 Fietsherstelcursus van De Vakantiefietser in het VTI in Deinze 24 Fietsreparatiecursus voor gevorderden van De Wereldfietser bij Marten Gerritsen in Kiel-Windeweer 24-25 Huttentrektocht van De Wereldfietser door de Weerribben, het Friese merengebied en Gaasterland 24-25 Retro-Retie ter ere van het twintigjarig bestaan van De Vakantiefietser

december 5 4-6

Fietsherstelcursus van De Vakantiefietser in het VTI in Deinze Sinterklaasweekend van De Wereldfietser van Arnhem naar Den Bosch

januari 10 30

Nieuwjaarsbijeenkomst van De Wereldfietser in De Kargadoor in Utrecht Fietsherstelcursus van De Vakantiefietser bij het VTI in Deinze

Kijk voor meer informatie op www.wereldfietser.nl, www.vakantiefietser.be of bij het verenigingsnieuws op de volgende pagina’s

Theo Van Der Burght

Martine Clauwaert

tivi

Grégory Lewyllie

om

otie

Andy Lambrechts

ac

fie

nn

tsbe

urs

ingmeester

ervoorzit

ac

tiv

iteiten

nning eester m pe

pe

Frans Heylen

rz

Bestuur Wereldfietser

Dirk Huyghe

pr

vo

s

Helmut Riemenschneider

se cret aris itt er ad interim

Marc Knapen

ond

ec

orz

reta

ris

itter

Bestuur Vakantiefietser

teiten

Rondje Amsterdam van De Wereldfietser voor een ieder die wil aansluiten Fietsherstelcursus van De Vakantiefietser in het KISP in Gent

fietsb urs e

november 4 7

ter

Vakantie- en wereldfietsers willen hun grenzen verleggen. Ze willen nieuwe gebieden verkennen, genieten van rust en ruimte, en in contact komen met de plaatselijke bevolking. En of je nu een lange of korte tocht maakt, ver of dichtbij, reizen op de fiets is een prettige manier om dit te doen. De verenigingen De Wereldfietser in Nederland en De Vakantiefietser in België ondersteunen hun leden bij hun fietsreizen. Het doel is fietsers met elkaar in contact te brengen en informatie uit te wisselen. Naast het ge­zamenlijk uitgegeven tijdschrift met voor elke vereniging een cover met de eigen naam en verder dezelfde inhoud, organiseren de verenigingen k ­ampeerweekends, trektochten, informatiebijeenkomsten over speciale onderwerpen en fietsreparatiecursussen voor hun leden. Op de websites van beide verenigingen vind je databanken met veel informatie en forums waar levendige ­discussies plaatsvinden. www.wereldfietser.nl www.vakantiefietser.be

voo

Edwin van Ooijen

Fred Kok

Jaap van Dijk

Paul Langenburg

Robertjan Kuijten

Paul Porcelijn

tijdschrift voor fietsreizigers 43


VERENIGINGSNIEUWS WERELDFIETSER.NL TEKST PAUL PORCELIJN

nieuwtjes Website De website van De Wereldfietser is verouderd, heeft technische mankementen, is redactioneel lastig te beheren, is niet goed toegankelijk voor leden en kan qua uitstraling ook wel een opfrisser gebruiken. Begin 2015 heeft het bestuur daarom een Programma van Eisen opgesteld voor de ontwikkeling van een nieuwe website. Uit tientallen aanbieders selecteerde het bestuur er drie om een offerte in te dienen. Na een aanvullende informatieronde koos het bestuur in juni Frismedia uit Utrecht om de nieuwe website te gaan bouwen. De ontwikkeling daarvan is intussen in volle gang. De website wordt naar verwachting begin 2016 opgeleverd. Het bestuur heeft de leden hierover geïnformeerd tijdens de ledenvergaderingen in mei en augustus. Extra vergaderingen Op de ledenvergadering van 28 augustus in Zeewolde heeft een groepje aanwezige leden twee extra agendapunten ingebracht aangaande de versterking van het bestuur

44 tijdschrift voor fietsreizigers

en de ontwikkeling van de website. Bij sommige leden leven zorgen over de gevolgde procedure met betrekking tot de aanbesteding en de bouw van de nieuwe website. Daarbij is er volgens de leden onvoldoende over de voortgang gecommuniceerd. Op de ledenvergadering is besloten dat aan de nieuwe website een extra bijeenkomst zal worden gewijd. Die wordt niet geleid door een bestuurslid en vindt plaats op zaterdagmorgen 31 oktober in De Kargadoor, Oudegracht 36 in Utrecht, aanvang 11.00 uur. Alle leden die zijn geïnteresseerd in de ontwikkeling van de website zijn welkom.

Versterking bestuur Omdat tijdens de ledenvergadering eind augustus niet alle agendapunten zijn behandeld (onder andere de begroting 2016), komt er deze herfst een extra ledenvergadering. Daar wordt ook een selectiecommissie gekozen die ter versterking van het verenigingsbestuur tenminste twee extra bestuursleden zal gaan werven: een procesbegeleider en een communicatiespecialist. Deze algemene ledenvergadering vindt plaats op zaterdagmiddag 31 oktober in De Kargadoor, Utrecht, aanvang

13.15 uur. Kijk op www.wereldfietser.nl voor de agenda.

Bestuurswisseling Aan het einde van de zomer is het bestuur van samenstelling veranderd. Jim van den Berg is als bestuurslid afgetreden, Jaap van Dijk heeft zijn functie als coördinator Activiteiten overgenomen. Secretaris Edwin van Ooijen neemt het voorzitterschap over van Robertjan Kuijten, die als bestuurslid aanblijft. Nieuwjaarsbijeenkomst Wereldfietsers kun je overal tegenkomen, maar zelden in grote aantallen. De nieuwjaarsbijeenkomst is daarop een uitzondering! Die vindt plaats op zondagmiddag 10 januari 2016, zoals altijd in De Kargadoor, Oudegracht 36 in Utrecht, niet ver van het station. Alle leden van onze vereniging zijn daar van harte welkom. Je ontmoet er cracks die al tig keer rond de wereld zijn gefietst, nijvere redactieleden, eigenwijze bestuursleden, vrolijke vrijwilligers, maar ook timide starters die op zoek zijn naar een fietsmaatje. De sfeer is informeel en de toespraken zijn kort. Dus: komt allen! b


TEKST PAUL PORCELIJN BEELD CHARLOTTE SONDAG

Nazomerweekend (28-30 augustus)

Felle discussies en fraaie fietstochten Augustus eindigde dit jaar met daverende zonneschijn. Ruim vijftig wereldfietsers spoedden zich naar Camping Erkemederstrand in Flevoland om daar hun tentje te planten. Benieuwd naar elkaars fietsavonturen en bereid van eigen ongerief verslag te doen. Want groeien uit de grootste ellende niet steevast de sappigste verhalen? Het lijkt eng om voor het eerst naar zo’n weekend te komen. Echte wereldfietsers? Dat zijn toch van die stoere deernes en ruige bonken, vers bezweet en net terug uit exotische oorden? Daar sta jij dan naast in je burgerkloffie. Hoe spreek je die halfgoden aan, kan dat zomaar? Dat blijkt best mee te vallen. Wereldfietsers praten graag, maar zijn zelden macho’s. En goh, ze houden evenmin als jij van banden plakken. Al moet het soms wel, want die ‘onplatbare fietsband’ bestaat alleen in de reclame. Een doorntje dat doorzet dringt er, al duurt het dagen, toch echt doorheen.

Verbroederen Vrijdagmiddag kookt ieder zijn eigen potje. Daarna vinden tijdens de Algemene Ledenvergadering in de grote tent felle discussies plaats – de notulen deugen niet, het bestuur is doof, geeft zonder de leden te raadplegen veel geld uit, de voorzitter bakt er niks van, de website moet anders, het forum moet beter, de nieuwsbrief moet vaker. Het is helder, dit is een echte vereniging met een heus bestuur en de leden zijn duidelijk niet voor de poes. Tegen middernacht krijgt iedereen het koud. De vergadering wordt geschorst en allen scharen zich verkleumd rond het kampvuur om te verbroederen. Wereldfietsers zijn best tof. Een felle discussie is prima, maar we blijven vrienden. Zaterdagmorgen verzamelen allen zich met fiets en knapzak op het middenveld. Daar vormen zich met enig geharrewar drie groepen, die in uiteenlopende richting op weg gaan voor een stevig fietsrondje van tachtig tot honderd kilometer. Het weer is prima, het is vandaag nog even volop zomer. Botsing Zoals altijd doet de appeltaartgroep wat kalmer aan, met van meet af de blik panoramisch gericht op koffie-met-appelpunt-terrasjes. Maar het gaat mis. Nog voor het eerste terrasje komt de fietsende groep bij Nijkerk op een smalle zeedijk in botsing met een tegenligger. De klap komt hard aan. Ineke loopt een paar fikse blauwe plekken op, maar José, de tegenligger, wordt helaas per ambulance afgevoerd. Met een uur vertraging bereiken we in Spakenburg de eerste en naar later blijkt enige appelpunt. Dan gaat de tocht verder: Baarn, Hilversum, Blaricum. Onderweg raken we Floris kwijt, die even was afge-

stapt en daarna verkeerd reed. Vindt hij zonder kaart en kompas zijn weg? Gelukkig wel; hij is zelfs eerder thuis dan de groep. Maar elkaar kwijtraken is niet netjes: minpunt voor de appeltaartgroep. Na vruchteloos wachten fietst de groep intussen door, de Stichtse Brug over, langs de zuidkust van Flevoland terug naar het Erkemederstrand.

Gedachtenwisseling Terug op de camping storten we ons op een gezamenlijk avondmaal. Dit jaar geen superkok die ons verfijnde liflafjes voorzet, maar een vierkante stapel Nijkerkse pizza’s, door Marjan omlijst met een inspirerende couscoussalade. Als toetje is er een vitaminerijke cocktail van zacht fruit. Sluitstuk van de dag is weer een groot kampvuur. Tegen middernacht dooft een stevige stortbui de vlammen, maar dan liggen de meeste wereldfietsers al lang in hun tentjes. Wie vrijdagavond niet kon meevergaderen, krijgt zondagmorgen een herkansing. Dit is geen echte ledenvergadering; bestuur en leden zitten door elkaar. Er blijkt vooral zorg over de sfeer op het forum, waar de gedachtewisseling soms deerlijk uit de hand loopt. Een ‘reset’ is gewenst en er worden afspraken gemaakt om dit snel op te pakken. Daarna haast ieder zich zijn tentje op te breken en afscheid te nemen. De meeste wereldfietsers gaan op fiets naar huis, nog een mooie nazomerse middag tegemoet. Tegen twaalven ligt het tentenveld weer sereen leeg te wachten op nieuw bezoek. b

tijdschrift voor fietsreizigers 45


VERENIGINGSNIEUWS VAKANTIEFIETSER.BE TEKST ANDRÉ RAMAULT

nieuwtjes

Fietsherstelcursussen Jarenlang leidde Mario De Vellis onze cursussen, achtereenvolgens in Antwerpen en Schilde. Mario bouwt deze activiteit nu af. De vroegere cursisten blijven evenwel welkom (tel. 03 237 82 54). De Vakantiefietser is hem erkentelijk voor de onnavolgbare manier waarop hij honderden vakantiefietsers inspireerde. De vereniging zal Mario te gepasten tijde in de bloemetjes zetten. De komende fietsherstelcursussen gaan door in Gent of in Deinze. Adressen: KISP (centrum Volwassenenonderwijs), Holstraat 62, Gent; Vrij Technisch Instituut, Leon Declercqlaan 1, Deinze. Beide locaties zijn bereikbaar met de trein en een fietsritje. Parking op de schoolterreinen. Cursusdata: 7 november, 5 december. In 2016: 30 januari, 13 februari, 12 maart en 30 april. Aanvang: 10.00 uur, einde 17.00 uur. Deelname: 35 euro, voor abonnees 25 euro. Het aantal cursisten is beperkt. Meer informatie over locatie, programma en inschrijvingen op www.vakantiefietser.be. Contactpersoon: Grégory Lewyllie: mailadres fietsherstelcursussen@vakantiefietser.be.

Hernieuwen abonnement Voorliggend tijdschrift is het laatste van jaargang 2015. Jarenlang bedroeg het lidgeld 17 euro. Vanaf 2016 kost een abonnement 20 euro, nog steeds een gering bedrag. Abonnees kunnen een attest van lidmaatschap opvragen bij het secretariaat (secretariaat@vakantiefietzser.be) of kunnen het formulier ‘terugbetaling sport’ van hun mutualiteit overmaken aan ons secretariaat per brief of mail. Met het afgestempeld formulier als bewijs van lidmaatschap, eventueel op naam van een familielid, kan de mutualiteitbijdrage van 15 euro geïnd worden. Op die manier ben je voor 5 euro abonnee! Retro-Retie, 24-25 oktober Eind 2015 wordt De Vakantiefietser twintig jaar jong! Dat vieren we samen met de leden op 24 en 25 oktober 2015 in Vakantiecentrum De Linde in Retie. Op deze locatie organiseerde De Vakantiefietser tussen 1997 en 2011 haar vijftien edities van de succesvolle fietsreisbeurs. Vorig nummer bevatte het volledige feestprogramma en de inschrijvingsmodaliteiten. Alle gegevens staan ook op: www.vakantiefietser.be. Je wilt dit uniek evenement toch niet missen? We organiseren het tenslotte maar eens in de twintig jaar!

The Sun Trip 2015 Drie vakantiefietsers, Raf Van Hulle, Jan Goedertier en Dirk Huyghe namen in juni deel aan The Sun Trip 2015, een internationale wedstrijd voor fietsen aangedreven door zonne-energie. Traject: van Milaan naar Antalya (Turkije) en terug. Informatie op: http://bikeandtrek.com en www.thesuntrip.com. In volgend nummer een verslag.

Verenigingsactiviteiten in 2015 Grégory Lewyllie organiseerde een fietstocht met veertien vakantiefietsers in Slovenië van 1 tot 15 augustus. Het was de zwaarste tocht die Grégory organiseerde, met dagelijks klimmen tot achttien procent. Murphy sloeg voortdurend toe, maar de samenhorigheid was onverwoestbaar. Een verslag volgt in het volgende nummer. De twintig deelnemers aan het Fietskampeerweekend Kessel (26-28 juni) voelden zich de koning te rijk in de wondertuin van Door, Rit en Tijs. Het werd voor de derde keer een hartverwarmend weekend. Roland en Danny stippelden de mooie fietsroutes uit.

TEKST WALTER BOGAERT BEELD GRÉGORY LEWYLLIE

Glaasje meer Hemelvaartweekend Achterhoek, 13-16 mei Wie Frans Hondeman kent, weet dat een door hem georganiseerd kampeerweekend perfect zal zijn. Zo ook nu: boerderijcamping De Boomgaard in Vorden was een en al gezelligheid en typisch Nederlands: kraaknet en met een vriendelijke ontvangst. En Frans had het goed getimed; hij verjaarde tijdens dit weekend. Wij kenden de Achterhoek niet en wisten niet welke natuurpracht ons te wachten stond. Drie volle dagen fietsten we door een streek vol variatie: bossen, rustige dorpjes, riviertjes en historisch interessante plekjes. Geen wonder dat het Landelijk Fietsplatform de Achterhoek uitriep tot Nederlands beste fietsgebied.

46 tijdschrift voor fietsreizigers

Elke dag kwamen we onder de indruk van de veilige Nederlandse fietspaden. Ook werden we middenin een bos opgeschrikt door een motorcrosswedstrijd voor kinderen. Wat een lawaai en wat een acrobatische sprongen van die jonge waaghalzen. Streekkenner Rinus leidde ons naar het indrukwekkende Canadese oorlogskerkhof in Holten. We werden er stil van te bedenken dat deze soldaten sneuvelden tijdens de laatste oorlogsweken en zelfs de laatste dagen van de oorlog. Het weekend werd de laatste avond afgesloten in een buurtrestaurant. Wij en veel deelnemers trokken er op apostelpaarden naartoe en dat gaf ons de vrijgeleide om een glaasje meer te drinken. Ook dat kwam de gezelligheid ten goede. Uiteindelijk beviel de Achterhoek ons zo goed dat we enkele dagen langer bleven. b


TEKST EN BEELD CYRILLA DE BAERE

Fietskampeerweekend Cerfontaine, 29-31 mei

Socializen in de douche

Al vanaf mijn jeugd associeer ik Spa en Chaudfontaine met water. Eind mei voegde ik daar Cerfontaine aan toe. Dat weekend ontdekte ik deze regio als een prachtig bosrijk merengebied. Lac de l’Eau d’Heure, Lac de Plate Taille, Lac de Falemprise – water in overvloed in Cerfontaine, maar bronnen van drinkbaar vocht vonden we niet. Gelukkig is Chimay niet veraf. Bij momenten zagen we in Cerfontaine ook een ‘lac’ – lees ‘lek’ – in de lucht. Onheilspellende wolken lieten er geen twijfel over wat daarop volgde. De twaalf aanwezige vakantiefietsers volgden Ravel-routes, verharde boswegen en jaagpaden rond meren. Herbert, onze gewaardeerde gids, hield de teugels strak om de groep bijeen te houden. Geregeld viel er flink te klimmen, Cerfontaine ligt immers in de Ardennen! Fietsen in een omgeving met nauwelijks motorverkeer vind ik gewoon heerlijk.

Bij het kruisen van een schaarse hoofdweg misten we ei zo na de aansluiting met de staart van het wielerpeloton in de Ronde van België – we overschreden de eindmeet net buiten de tijdslimiet. ’s Anderendaags fietsten we dan maar onze eigen rit in de buitencategorie. Onze camping Les Roches was niet veel zaaks, de chef du camping, een man met een einde-van-de-dag-humeur, nog minder. Zoiets bevordert wel creatieve oplossingen. Socializen in de doucheruimte bleek vrijdagavond een alles verwarmende

charme te hebben en zaterdagavond vonden we ook nog een gezellig buurtcafé! Hoe goed het daar was zullen Roland, Door, Kurt en hun Engelbewaarder je graag uitleggen. Deze late ontdekking kan een goede reden zijn om nog eens terug te keren naar Cerfontaine. b

TEKST ELISABETH VAN BLOKLAND BEELD DANNY CORTIER

UNESCO Wereldferfgoedroute in Wallonië, 5-13 juni

Gezelligheid en groepsverbondenheid Kortrijk, vrijdagavond. De Vakantiefietser verwelkomt de deelnemers aan de zestiende editie van zijn groepstocht. Het lijkt wel een vriendenreünie! Voor slechts drie deelnemers, mezelf inbegrepen, is dit de eerste kennismaking. Acht dagritten, waarvan enkele pittige van ruim honderd kilometer, is voor vijftig- en zestigplussers geen sinecure; enkelen opteren voor de e-bike. Over jaagpaden gaat het richting Mons. Tournai, een stad op de UNESCO Werelderfgoedroute, is onze eerste halteplaats. Mons is in 2015 de Culturele hoofdstad van Europa en stofte zijn vele kunstschatten af. De Borinage stond in de negentiende eeuw model voor industriële innovatie. Door de economische crisis werden veel sites industrieel erfgoed. Wij bezoeken de mijnmusea Le Grand-Hornu en Bois-du-Luc, en de hydraulische scheepsliften op het Canal du Centre. Voorbij de troosteloze fabriekspuinhopen rond Charleroi fietsen we naar Namur. De Citadel biedt een uniek uitzicht op de Waalse hoofdstad en de samenvloeiing van Samber en Maas. Via de jaagpaden langs de Ourthe vallen we het grootstedelijke Luik binnen.

Blikvanger is het futuristisch treinstation Guillemins, ontworpen door de Spaanse architect Santiago Calatrava. Met 26 deelnemers samen in een groep fietsen? Ik hield dit niet voor mogelijk, maar de ervaren groepsleiders kregen het voor elkaar. Na een klim en bij toeristische merkwaardigheden werd steeds halt gehouden. Tweemaal daags zorgde een terras voor gezelligheid. Gelukkig waren er geen lekke banden, helaas wel een valpartij. Beterschap Monika! De vele helpende handen toen Annie’s derailleur afbrak, illustreerden de groepsverbondenheid. Op de slotavond in Echternach leidde oud-studentenpreses Luk de cantus op onnavolgbare wijze. De tocht en de deelnemers werden de hemel in geprezen en op de begeleiders werd ad fundum gedronken. b tijdschrift voor fietsreizigers 47


FIETSERS ONDERWEG TEKST INGE CLAESSENS EN FROUKE VAN OMMEREN

1 Nu het einde nadert, blikken de Limburgers Wim en Els terug op hun wereldreis. Ze categoriseren de reacties op hun Cosmogolem Cycling Project in vier soorten: de enthousiastelingen, de nuchteren, de jaloersen en de ongelovigen. Een Kaapse wijsheid leerde hun dat zo een levenservaring ‘sprokkelhout voor de oude dag’ is. Els en Wim zijn op vele vlakken dankbaar en ook blij terug naar België te komen na dit fantastisch avontuur. www.cosmogolemcyclingproject.com 2 Frederik en Jana Sanders uit Kortrijk zijn terug van 3700 kilometer in vijftien weken over de North Sea Cycle Route door Duitsland, Denemarken en Noorwegen. Ze zijn terecht fier op zichzelf en hun drie kinderen, Juliette (5), Rosalie (4) en Feline (3). Op de terugweg rijden ze deels langs dezelfde plekken als op de heenreis, maar wel met een ander gevoel en in een ander seizoen. Af en toe hebben ze goed gevloekt, maar ze vonden het een superervaring. http://sandersgoingnorth.blogspot.be

net zien dat een fikse regenbui roet in het eten gooit. Met de veerboot steken ze de Botnische Golf over naar Finland. De dagen worden korter en in het donker rollen ze van de boot af, dit nieuwe land in. http://blijventrappen.weebly.com Blijven trappen

4 Hans, An en zoon Warre van 2,5 fietsen van juni tot eind sep- 10 tember van Denver naar Calgary. Ondertussen staan ze bekend als the Belgians with the kid en voor Warre is het één groot avontuur. Nood aan structuur blijkt er eveneens op vakantie te bestaan, met potjespauzes, tanden poetsen, flesjes en Jip en Janneke. Steamboat Springs blijkt Mustang City te zijn en ze genieten er van een spectaculaire avond. De natuur is prachtig, met afwisselende landschappen, maar van de bergen van de Bob Marshall Wilderness Area zien ze slechts een vaag silhouet; de rook van de vele bosbranden belemmert het uitzicht. Op een ochtend vinden ze zelfs kleine asdeeltjes op hun zadel. www.waariswarre.blogspot.be

7 Wouter Cocquyt is vanaf half mei 2014 op weg naar Zuid-Afrika. Hij is gefrustreerd door de verkeerde info die hij krijgt van de Afrikanen – ze zeggen zomaar iets – maar 2 6 4 9 3

1

7

5 Guido en Agnes fietsen sinds april

3 Marc Riemis en Helena fietsen door Sicilië, Sardinië en Corsica. De levensgenieters beleven mooie momenten en genieten volop van de caffè, vino – onder andere de nero d’avola, syrah en merlot zijn favoriet – en andere lekkernijen. De zware fietsroutes voelen soms als echt werken en worden afgewisseld met prachtige routes waar hun enige metgezel een adder is. Hun plezier straalt af van de blog. https://bellabici1.wordpress.com 48 tijdschrift voor fietsreizigers

vanuit België naar India. Momenteel zijn ze in Iran, waar de temperatuur tot 42 graden oploopt. In Teheran is hun belangrijkste en meest zenuwslopende bezigheid de tocht langs ambassades om alle visa voor de volgende landen in orde te krijgen. Alles was op voorhand perfect geregeld en het dossier was in orde. De realiteit blijkt anders en ze vullen hun tijd met lezen, rusten en het bijwerken van hun blog met prachtige foto’s. www.guido-en-agnes-op-weg.be

6 De pasgetrouwde lovebirds Wouter en Katrien fietsen anderhalf jaar Europa rond.

Ze verkennen Zweden en de tussenstand in platte banden is 3-1, met Wouter als koploper. Terwijl beiden juist tevreden zijn over de Scandinavische zomertemperaturen, zul je

ondertussen kan hij bijna niet geloven dat hij Zuid-Afrika binnen rijdt. De fietsdagen vallen hem soms zwaar, maar de ZuidAfrikaanse gastvrijheid maakt veel goed. Hij


heeft een kleine dip nu hij een jaar onderweg is, maar met het einde in zicht vindt hij de schoonheid van het reizen terug en beseft wat een weg hij van België naar Zuid-Afrika heeft afgelegd. Zijn avontuur gaat nog even door en de emoties laaien op. http://cyclographer.weebly.com Wouter Cocquyt

8 Harry Wagenaar voelt zich in aanwezigheid van de grootwildjagers nét iets veiliger in de Zimbabwaanse bush, waar leeuwen en jachtluipaarden op de loer liggen om hun klauwen in zijn pezige kuiten te slaan. Hij schuwt er niet voor om de Amerikaanse tandarts ter sprake te brengen die de volkswoede over zich afriep na het doden van

5

12

11

13

8

Cecil, de beroemdste leeuw in Zimbabwe. Volgens de jagers was hier een stroper bij betrokken. Harry onthoudt zich van een oordeel en laat mensen die hij onderweg ontmoet de situatie in het land schetsen. Een Zimbabwaan vertelt wat hem in Zuid-Afrika te wachten staat: ‘Voor twintig rand schieten ze al een kogel door je kop.’ Eenmaal over de grens wordt Harry door een taxichauffeur opgepikt en bij zijn guesthouse afgezet, net voordat een groepje jongens uit de township echt vervelend wordt. ‘Op zijn gezicht valt te lezen: het is hier niet veilig.’ Inmiddels is Harry weer heelhuids thuisgekomen. www.fietsenaar.reismee.nl

9 De 22-jarige Rick Cremers, alias The Cycling Dutchman, is op 1 september met een hoop bombarie vertrokken. Zijn doel: in twee jaar tijd als jongste en eerste Nederlander solo en aan één stuk de wereld rondfietsen. Grote inspirator is zijn opa, die ook de wereld per fiets bereisde. Rick trok met zijn voornemen veel mediabelangstelling. Nu maar hopen dat het hem goed gaat! www.thecyclingdutchman.com The Cycling Dutchman

10 Joubert De Bruyn doet het iets rustiger aan, hij probeert in vijf jaar tijd 85.000 kilometer te fietsten over zeven continenten en door zeventig landen. De ZuidAfrikaan startte zijn tour in augustus 2013. Hij fietste al coast-to-coast door Australië, Europa en Azië. Na het kruisen van de noordpoolcirkel in Alaska zakt hij vanaf Fairbanks af in zuidelijke richting om ook het vierde continent op zijn lijst weg te strepen. Hij stelt zichzelf geen bescheiden doelen: ‘I have bigger ambitions for the Arctic Circle in the future, but this is definitely one small step towards future expeditions.’ Op het kaartje op zijn blog kan je zijn route volgen. Naast verhalen over zijn reis geeft hij ook adviezen over materiaal, waaronder tips om warm te blijven tijdens extreme winters! http://debruynjoubert.com Around 7 Continents

11 Na hereniging met zijn vriendin, in China, zit Henk weer op de fiets. In een dorp in de Taklamakan woestijn wordt hij na het maken van een foto opgepakt door de politie. De vakantiekiekjes zijn echter voldoende bewijs dat hij geen spion is. Met donaties van vrienden kan Henk na diefstal van zijn telefoon een nieuwe aanschaffen. Daarmee is hij weer volop aan het bloggen,

fotograferen en filmen. Wat hij trouwens erg leuk doet. http://henkvandillen.net henkslifeandadventurejournal

12 Nog steeds onderweg is Matthew Harris, de Australische Eindhovenaar die

na 21 jaar fietsen terugkeert naar zijn geboortegrond. In Iran ontmoet hij Michael, een Engelse fietser. In het droge landschap richting de Turkmeense grens, worden ze voor de thee uitgenodigd door nomaden en kamelendrijvers. Bij de zoveelste ontmoeting met nomaden fietst Michael door. Wie weet of ze elkaar later nog zien. De reis van Matthew kabbelt voort, zijn verslagen zijn beknopt, maar geven een mooi algeheel beeld van de al twee jaar durende reis. Zoals hij zelf schrijft: ‘Not every day is a scenery highlight.’ http://arctic-cycler.com

13 Na een drie uur durend verhoor door de Iraanse immigratiepolitie is Tim Cruijssen vanwege het verlopen van zijn visum Iran uitgezet. Zijn opties: terugvliegen naar Turkije (teveel CO2-emissies), naar China vliegen (nog geen visum en al die mooie fietskilometers missen), of door naar Turkmenistan (visumaanvraag in Teheran onmogelijk). Blijft over: terugvliegen naar Schiphol. Gedesillusioneerd en triest breekt Tim zijn reis voorlopig af om over een jaar een nieuwe aanvraag voor een Iraans visum in te dienen en de reis op te pikken waar hij is gebleven. www.cycle-zero.com Cycle-Zero

Jouw blog ook hier? Stuur een mailtje naar redactie@tijdschriftwereldfietser.nl of redactie@vakantiefietser.be. tijdschrift voor fietsreizigers 49


Lieve Sint. Ik woon in Bang ben Rhana en la vriendinnetje desh. Ik heb een in Nederland mij over u, d e Pieten en u die w Amerigo verte lde. Zij zet ie paard jaar haar sc der h graag eens d oentje. Ik zou dat ook oen grote wensen. . Ik heb kleine en Dit is mijn li jstj

fietsvakanties

e.

Komt u dit jaar ook bij mij langs? Niketan helpt gehandicapte kinderen op het platteland van Bangladesh. Geeft ze aandacht, warmte en zorg. Maakt hen weerbaar en meer zelfstandig. Zodat ook hun leven toekomst krijgt. Stopt u iets in Rhana haar schoentje? Bankrekening 51.99.27.877. www.ikzetmijnschoen.nl www.niketan.nl

EEN ONVERGETELIJKE VAKANTIE OP EEN FIETS VAN JAN BRINKMAN • ADVIES DOOR EIGEN ERVARING • Ook verhuur v vakantie an fietsen • Alle topmerken, toer- en vakantiefietsen • Ruim assortiment kleding, onderdelen en accessoires • Fiets op uw maat afgesteld • Professionele service afdeling

DE DOMMEL 46 • DRONTEN • 0321-317001 • WWW.JANBRINKMAN.NL

50 tijdschrift voor fietsreizigers

W W W. G L O B A L C Y C L I S T. N L info@globalcyclist.nl 026-3391720 / 06-44102718


Verwondering De grote reis zit erop. Mijn vrouw en ik hebben samen met de kinderen een aantal maanden kunnen en mogen genieten van Azië. Meteen na aankomst in Schiphol krijgen we te maken met een gure oostenwind bij temperaturen van zeven graden. Mijn perfecte espresso beeft uit mijn handen, op mijn gele fleece. We worden opgehaald door onze goede huisvriend Tom, die gelukkig met de wagen rijdt. Voorafgaand aan de reis waren we bezorgd over het drukke verkeer in Azië, nu echter zijn we overtuigd dat het verkeer in Nederland en België veel hectischer en agressiever is dan het Aziatische verkeer. Merel (10), Hanne (7) en Noor (3) zijn dolblij dat ze de guesthouses kunnen omruilen voor hun eigen vaste stek, een overdaad aan speelgoed incluis. Ons huis lijkt gegroeid, decadent groot eigenlijk. Voordat we vertrokken, vonden

we het nochtans te klein... Het eerste wat ik na thuiskomst doe, is een hete douche nemen. Bijna spring ik van schrik terug. Wat een straal, wat een hitte, wat een luxeleven! De volgende dag dienen er boodschappen gedaan te worden. In de slagerij gaan de deuren als van een steriel vacuüm open. De keuze aan vleessoorten en kazen is duizelingwekkend, eventjes sta ik geschokt te kijken naar al deze overdaad en weet niet wat ik eigenlijk wil en nodig heb. Bij de bakker hetzelfde scenario. De materiële keuzemogelijkheden in het rijke Westen zijn enorm. De keerzijde van de medaille is de regelneverij die je voor lief moet nemen, van verkeersborden tot aanwijzingen en verplichtingen. Echt alles is hier geregeld, op het belachelijke af – de doodsteek van het individuele morele kompas.

de volgende keer • Thema feest! • Wouter Cocquyt kan de roep van de weg niet weerstaan

BEELD FRANCINE WERTZ

TEKST EN BEELD HANS STEENBEEKE

• Door de koude Canadese Rockies • Marokko: tizi’s en tajines Het volgende nummer verschijnt op 22 januari 2016

tijdschrift voor fietsreizigers 51

ONDERWERPEN ONDER VOORBEHOUD

de terugkomst

In Azië zijn er bijna geen aanwijzingen, minder keuzemogelijkheden, maar des te meer menselijkheid en warmte, waardoor je op een informele manier zonder rompslomp veel meer gedaan krijgt. Twee tandems op de bus? Geen probleem. Motorfiets huren? No worries. Drie kinderen op één kamer met de twee ouders omdat het budget laag is? Ook geen gezeur. Als we langs de kant van de weg stilstaan, komen mensen kijken of je geen pech hebt of slaan gewoon een praatje uit nieuwsgierigheid. De eerste dagen op het werk zijn dagen van verwondering. Alles gaat zijn gangetje, het lesgeven blijft een leuke job, maar ook de vele regels en ‘moetens’ vallen hier op, net zoals problemen groter worden gemaakt dan ze zijn en mensen zich eerder lijken te focussen op negatieve aspecten dan positieve. Door onze reis kijken we nu anders naar de samenleving waar we slechts toevallig in geboren zijn. Onze maatschappij is zeker en vast niet de standaard voor de rest van de wereld, eerder een bizarre uitzondering. Nu we weten dat het reizen in andere werelddelen gemakkelijker is dan we dachten, worden de eerste zaden voor een volgende reis geplant. Wordt het ZuidAmerika, of misschien Indonesië, of toch terug naar het vasteland van Azië? De planning is om binnen drie jaar opnieuw voor een aantal maanden op de tandem te stappen, samen met de drie kinderen ons te laten verwonderen door andere samenlevingen, andere landschappen en ook een beetje terug te keren naar de kern van ons zijn – doen wat we willen doen en niet doen wat we niet willen of moeten doen. b


LOVE NATURE

Photo: Lars Schneider

love performance

Yaras Rain Pants

Aqua back

Yaras Rain Pants Jouw reispartner bij slecht weer. Deze lichte 2,5-laags regenbroek van milieuvriendelijk geproduceerd materiaal hoort in elke fietsreisuitrusting thuis! Aqua back De grote, wijde wereld in! Deze waterdichte „Made in Germany“ achterfietstas laat zich dankzij de rolsluiting in grootte verstellen en absoluut waterdicht afsluiten. Kan zowel links als rechts gemonteerd worden. vaude.com

Profile for Holcus

De Wereldfietser 4 - 2015  

met onder andere: Thema Kou, Als een popster door Ethiopië en Jan Eikelboom trapt de oorlog uit zijn kop.

De Wereldfietser 4 - 2015  

met onder andere: Thema Kou, Als een popster door Ethiopië en Jan Eikelboom trapt de oorlog uit zijn kop.

Profile for holcus-wf
Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded