Het verhaal centraal

Page 1

HET VERHAAL CENTRAAL

Ervaringen met een herstelondersteunende intake voor mensen met psychische problemen in drie huisartsenpraktijken in Utrecht Oost

Voorwoord

Bijna vijf jaar geleden deed een ervaringsdeskundige uit onze instelling voor specialistische geestelijke gezondheidszorg (ggz) het voorstel om erva ringsdeskundigheid meteen in te zetten bij cliënten die bij ons aangemeld werden, in plaats van pas na een behandeling. Daar is de bodem gelegd voor de herstelondersteunende intake (HOI), waarbij niet alleen de aanwezigheid van een ervaringsdeskundige een voorwaarde is, maar ook het verhaal van de cliënt weer centraal staat. We kijken niet alleen naar klachten, maar ook naar krachten en gebruiken de vier vragen van hoogleraar psychiatrie Jim van Os als leidraad daarbij.

Van meet af aan was duidelijk dat dit gesprek bij voorkeur zo vroeg mogelijk bij een verwijzing naar de specialistische ggz zou moeten plaatsvinden, liefst al in de huisartsenpraktijk. We waren dus ontzettend blij met de vraag van Ariane Hamming en Bernadette Lovendaal of wij samen met hen een pilot in de huisartsenpraktijk zouden willen doen. Tegelijk realiseerden we ons dat het veel vraagt om dat te realiseren. Waar komen de ervaringsdeskundigen vandaan? Kunnen de praktijkondersteuners in korte tijd van het medische model naar het herstelmodel switchen? Is er na de herstelondersteunende intake de mogelijkheid voor cliënten om aan het eigen herstelproces te wer ken zonder specialistische hulp, maar met ervaringsdeskundigen? Waar kan zo’n gesprek het beste plaatsvinden? Wat als het een succes is?

Alle organisatorische hobbels zijn dankzij het enthousiasme en de volhar ding van Ariane en Bernadette genomen, ondanks het feit dat ook corona ons hierbij nog fors parten heeft gespeeld. De training heeft in april 2021 kunnen plaatsvinden en de duo’s, praktijkondersteuner en ervaringsdes kundige, zijn zeer enthousiast van start gegaan met de pilot. Als supervisor heb ik hen geprobeerd aan te moedigen om van alles uit te proberen, zodat we er zoveel mogelijk van zouden kunnen leren. Dat is hen heel goed gelukt. Zoals u kunt lezen in dit document is er ontzettend veel geleerd van en over elkaar. Het is gelukt om waardevolle herstelondersteunende intakes te doen met verrassende uitkomsten.

Ik vind het ontzettend moedig van alle deelnemers dat ze zich hebben dur ven openstellen voor iets nieuws, dat behoorlijk buiten hun comfortzone lag en daarmee een nieuwe weg hebben geopend voor hun beroepsgenoten en de HOI een plek hebben gegeven in de huisartsenpraktijk. Er is meer dan voldoende reden om deze pilot uit te breiden naar meer praktijken, rekening houdend met de ervaringen en adviezen die in dit stuk zijn opgenomen.

Marijke van Putten psychiater bij GGZ Noord-Holland-Noord

4 Aanleiding: ‘Een mens is meer dan zijn probleem’

8 Verwachtingen: ‘Kijken naar wat er wél lukt’

10 Patiënten: ‘Teleurgesteld in de hulpverlening’

12 Gesprekken: ‘Lichter de deur uit’

14 Vervolg op intake: ‘Meer tijd nemen om naar patiënten te luisteren’

16 Ervaringen van patiënten: ‘Ruimte voor mijn eigen zoektocht’

18 Ervaringen van de hulpverleners: ‘We vulden elkaar goed aan’

22 Conclusies:

Persoonlijke diagnose in plaats van de DSM

24 Aanbevelingen:

‘Herstelacademie op de Uithof’

26 Deelnemers aan de pilot

Tekst: Frieda Pruim | www.friedapruim.nl Eindredactie: Ariane Hamming en Bernadette Lovendaal Vormgeving: Ronald Smaal | Reis met goudvis

3

HET VERHAAL CENTRAAL

Drie huisartsenpraktijken in Utrecht Oost experimenteerden in 2021-2022 met een nieuwe benadering van mentale gezondheid. Praktijkondersteuners boden samen met professionele ervaringsdeskundigen patiënten met – vaak complexe – psychische problemen een ‘herstelondersteunende intake’ aan. In deze gesprekken konden ze in een gelijkwaardige sfeer hun verhaal vertellen, zonder dat er meteen een diagnose werd gesteld. De resultaten zijn veelbelovend. ‘Patiënten voelden zich geregeld voor het eerst écht gehoord.’

4

Bernadette Lovendaal

Ruim vier op de tien mensen wordt in zijn leven met psychische klachten geconfronteerd, blijkt uit cijfers van het Trimbos-instituut. Zij kloppen meestal aan bij de huisartsenpraktijk, en voeren daar vaak één of meerdere gesprekken met de praktijkondersteu ner geestelijke gezondheidszorg (POH-GGZ). Die verwijst hen zo nodig door naar een psycholoog of naar specialistische, psychiatrische hulp. Daardoor moeten ze vaak meerdere keren hun verhaal doen en ontstaan er lange wachtlijsten, van vaak meer dan een half jaar.

Hulpverleners in de geestelijke gezondheids zorg in Utrecht Oost, verenigd in het samenwer kingsverband Utrecht Oost Gezond, vroegen zich in 2019 af wat ze hieraan zouden kunnen doen. Daarbij raakten ze geïnspireerd door het gedachtegoed van Jim van Os, hoogleraar psychiatrie aan het Universi tair Medisch Centrum Utrecht. Ze nodigden hem uit om hierover een presentatie te geven.

‘In de geestelijke gezondheidszorg zijn we gewend om een diagnose te stellen, oftewel een eti ketje op iemand te plakken, bijvoorbeeld depressief’,

Aanleiding: ‘Een mens is meer dan zijn probleem’
5
‘Niet alles wat lastig is, kan of hoeft te worden opgelost’
6
‘Ervaringsdeskundigen hebben oog voor de hele mens’ Marlies van Reenen

legt psycholoog Bernadette Lovendaal van Utrecht Oost Gezond de visie van Jim van Os uit. ‘Daar hoort een bepaalde vergoeding van een zorgverzekeraar bij. Maar een mens is veel meer dan zijn probleem. Hij of zij kan ook heel veel wél dat het leven de moei te waard maakt. Bovendien kan niet alles wat lastig is, worden opgelost, en dat hoeft ook niet: je kunt er ook mee leren leven.’

Van Os gaat ervan uit dat niet de therapeut, maar de patiënt de deskundige is. Hij pleit er daarom voor om in een intake vier open vragen te stellen: wat is er met je gebeurd, waar wil je naartoe, wat is je kwetsbaarheid én je kracht, en wat heb je nodig om je leven waardevol te maken? ‘Daarbij benadrukt hij dat de relatie tussen hulpverlener en patiënt nog belangrijker is dan de gevolgde techniek. En hij vindt dat hulpverleners ook hun eigen kwetsbaarheid mogen laten zien. Elementen van zijn visie komen ook terug in andere stromingen die op dit moment populair zijn: de oplossingsgerichte therapie, waar ik zelf mee werk, de positieve gezondheid en in de Acceptance and Commitment Therapy (ACT).’

Bernadette Lovendaal kende psychiater Marijke van Putten, die bij GGZ Noord-Holland-Noord sinds 2018 met succes met de herstelondersteunende intake (HOI) werkt. Bij deze intakes zijn professionele ervaringsdeskundigen aanwezig wat bijdraagt aan herkenning en gelijkwaardigheid. Dat bracht Berna dette Lovendaal en Ariane Hamming, coördinator van de eerstelijns zorgprofessionals in Utrecht Oost, op het idee om met deze vorm van intake te gaan experimenteren in de huisartsenpraktijk. Ze hoopten zo patiënten meer recht te doen én de specialisti sche zorg te ontlasten.

Na Jim van Os gaven ook andere pleitbezorgers van de herstelondersteunende visie presentaties

aan de hulpverleners in Utrecht Oost: psychiater Marijke van Putten en ervaringsdeskundige Nanette Waterhout van GGZ Noord-Holland-Noord, Floortje Scheepers, hoogleraar innovatie bij UMC Utrecht en auteur van Mensen zijn ingewikkeld, en Martijn Kole, medeoprichter van Enik Recovery College, dat wordt gerund door professionele ervaringsdeskundigen.

Van zorgverzekeraar Zilveren Kruis kreeg het samenwerkingsverband Utrecht Oost Gezond subsidie voor deze HOI-pilot in de huisartsenpraktijk, de eerste in z’n soort in Nederland.

Lister, een instelling in Utrecht die mensen met ernstige psychische aandoeningen ondersteunt, werkt al jaren met ervaringsdeskundigen, die zijn opgeleid om hun ervaringskennis als professional in te zetten. Deze instelling leende vier van haar mede werkers uit voor de gesprekken. ‘Heel mooi dat zij zo ook in de huisartsenpraktijk van betekenis konden zijn’, zegt hun leidinggevende Marlies van Reenen. ‘Daar krijg je nu meestal al snel een diagnose en als je pech hebt pillen, maar voor de vraag hoe je aan je klachten komt is vaak geen ruimte. Ervarings deskundigen hebben oog voor de hele de mens. Daarmee kun je voorkomen dat patiënten in de geestelijke gezondheidszorg terechtkomen en daar misschien wel voorgoed blijven.’

Praktijkondersteuners uit drie huisartsenpraktijken in Utrecht Oost, op de Biltstraat, de Koningslaan en de Bloemstraat, vormden elk een duo met een ervaringsdeskundige; een van de ervarings deskundigen, Isabelle Barten, ging halverwege de gesprekken met zwangerschapsverlof en werd vervangen door Marleen Sluijs. Psychiater Marijke van Putten en ervaringsdeskundige Miriam Leunig gaven de duo’s een tweedaagse training en Marijke deed vervolgens de supervisie.

7

Verwachtingen:

‘We geloven tegenwoordig in de maakbaarheid van het leven’

‘We wilden minder vanuit psychische stoornissen gaan denken en ons meer afvragen: waarom is deze persoon hier op dit moment, wat wil hij of zij en hoe kunnen we daarop aansluiten’, verwoordt praktijkondersteuner Melie Pijpers haar verwach tingen voordat de pilot begon. ‘Sommigen van ons werkten al voor een deel op die manier, al is dat niet eenvoudig door de beperkte tijd die we voor gesprekken hebben. Het samenwerken met erva ringsdeskundigen was voor ons alle drie nieuw. We waren benieuwd wat zij voor de patiënten zouden kunnen betekenen. Hopelijk zouden zij nieuwe ideeën hebben om patiënten verder te helpen, buiten de gezondheidszorg, om de wachtlijsten daar niet nog langer te maken. In elk geval wilden we graag meer gaan doorverwijzen naar Enik, een herstelacademie op verschillende plekken in Utrecht die wordt gerund door professionele ervaringsdeskundigen.’

Ervaringsdeskundige Yvonne Beerenfenger vond het spannend of ze de verwachtingen van anderen kon waarmaken. ‘De inbreng van een erva ringsdeskundige kan ook schadelijk zijn, als die niet “boven de stof” staat. De huisartsenpraktijk was voor mij een nieuwe tak van sport; ik heb altijd in de psychiatrie gewerkt.’

Praktijkondersteuner Carianne Pranger had van tevoren enige terughoudendheid over het samenwerken met een ervaringsdeskundige. ‘Ik had weleens een workshop met ervaringsdeskundigen bijgewoond die zelf nog niet ver genoeg waren in hun proces om een ander te kunnen ondersteunen, dus ik was bang dat dit ten koste zou gaan van de relatie met de patiënt.’ Ervaringsdeskundige Miriam Timmerarends plaatste juist vraagtekens bij het nut van gesprekken met een praktijkondersteuner. ‘Ik dacht dat dat het net niet was: wat kun je nu berei ken in een paar gesprekken?’

Praktijkondersteuner Mariëlle Stroes hoopte met deze benadering terug te gaan naar de basis van haar vak. ‘De geestelijke gezondheidszorg is de afgelopen decennia enorm gemedicaliseerd. Dat past bij de maakbaarheid van het leven waar we tegenwoordig zo in geloven: alles waar we last van hebben moet geëlimineerd worden, ook op mentaal gebied. Maar dat hoort gewoon bij het leven! Toen ik als gestalttherapeut begon, was dat nog een heel normale visie.’

Ervaringsdeskundige Marleen Sluijs wilde graag het accent leggen op iemands kracht: ‘Wat lukt er wel, wat zijn iemands kwaliteiten, in plaats van alleen maar te kijken naar wat er misgaat.’

8
‘Kijken naar wat er wél lukt’
9

De patiënten werden naar de herstelondersteunen de intake doorverwezen door de huisarts. Helaas ging dat niet altijd vanzelf, omdat de huisartsen zoveel aan hun hoofd hadden dat ze daar niet altijd aan dachten. Dat gold nog extra in de coronatijd, waarin de pilot plaatsvond. De praktijkondersteuners moesten hen hier geregeld aan helpen herinneren. De mensen die naar hen werden doorverwezen kampten vaak met zware problemen. ‘De huisarts dacht: een gesprek met twee mensen met veel tijd, dan moet iemand wel een flinke vraag hebben’, aldus Melie Pijpers.

In Utrecht Oost wonen relatief veel jonge en hoogopgeleide mensen. Dat gold ook voor een groot deel van de patiënten die door de huisarts werd doorverwezen. Het waren merendeels vrou wen, net als bij de gesprekken die praktijkonder steuners normaal gesproken voeren. ‘Bij een aantal stond het water tot aan de lippen’, zegt Yvonne Beerenfenger. ‘Zij hadden al veel hulpverlenerstrajecten gedaan en de huisarts dacht: wat moeten we nu nog?’ ‘Ze hadden daar teleurstellingen opgedaan, waren beschaamd in hun vertrouwen’, vult Carianne Pranger aan.

10
Patiënten:
‘Teleurgesteld in de hulpverlening’
‘Patiënten hadden al veel trajecten gedaan en de huisarts dacht: wat moeten we nu nog?’
Melie Pijpers

De duo’s zagen onder meer een buitenlandse studente met weinig contacten en twijfels over haar studie en toekomst, een man die mogelijk autisme had, een jonge vrouw met weinig contacten die al lange tijd last heeft van depressieve klachten, een vrouw met waandenkbeelden, een man met moge lijk autisme, een vrouw gediagnosticeerd met ADHD en ernstige burn-out klachten, een hoogbegaafde transgender met stemmingsklachten, meerdere vrouwen met eetproblemen, een vrouw met terug val bij wie eerder de diagnose posttraumatische stressstoornis was gesteld, een student die worstel-

de met een onveilige jeugd en een vrouw met relatieproblemen.

De meeste cliënten hadden depressieve klachten, angstklachten of persoonlijkheidspro blematiek: een star patroon van denken, voelen en handelen. ‘Eigenlijk ging het steeds om mensen die heel sensitief zijn en op verschillende ter reinen overprikkeld of uit balans waren geraakt’, aldus Mariëlle Stroes. ‘Daardoor zaten ze veel thuis en werden ze eenzaam. De lockdowns tijdens de corona-epidemie, waarin onze gesprekken plaats vonden, versterkten dat nog.’

11

Elk duo hield circa vijftien herstelondersteunende intakes, plus nog een aantal intakes waarbij de praktijkondersteuner en de ervaringsdeskundige de cliënt kort na elkaar spraken. Deze vonden plaats in drie verschillende huisartsenpraktijken in Utrecht Oost. Voor elk gesprek met nabespreking was anderhalf uur tijd, het dubbele van een normale intake bij de praktijkondersteuner.

Van Marijke van Putten en Miriam Leunig leerden de duo’s over de ‘warme ontvangst’: de ervaringsdeskundige haalt een patiënt uit de wachtkamer en voert een informeel gesprekje om meteen het gevoel van gelijkwaardigheid te benadrukken, terwijl de praktijkondersteuner iets te drinken haalt. Yvonne Beerenfenger en Carianne Pranger volgden deze instructie; in de andere

12
Gesprekken: ‘Lichter de deur uit’
‘Worstelingen dragen bij aan je ontwikkeling’

twee praktijken bleek dat gezien de beperkte ruimte niet te werken.

De praktijkondersteuner hield wat meer de gro te lijn van het gesprek en de tijd in de gaten, terwijl de ervaringsdeskundige vooral de diepte in ging over wat iemand had meegemaakt en eigen ervarin gen inbracht als dat behulpzaam was. Carianne Pranger: ‘Het was mooi om te zien hoeveel begrip Yvonne toonde omdat ze iets herkende of kon aan sluiten op iemands lijden. Daar zag je mensen heel erg op reageren. Dan kon ik daarna weer uitzoomen: het verhaal samenvatten, vragen wat iemand zou willen, soms iets uitleggen over hoe de psyche werkt en mogelijkheden schetsen voor een vervolg.’

De vier vragen van Jim van Os (wat is er met je gebeurd, waar wil je naartoe, wat is je kwetsbaar heid én kracht, en wat heb je nodig) vormden de leidraad van het gesprek, maar zo nodig lieten de hulpverleners die ook los. ‘Bij een man die mogelijk met autisme worstelt werkten deze open vragen niet’, legt Mariëlle Stroes uit. ‘Hij gaf kort en bondig antwoord. De HOI-benadering gaat over aansluiten bij de persoon die je voor je hebt, dus in zijn geval borduurden we voort op wat hij vertelde.’

Het viel Miriam Timmerarends op dat veel van de hoogopgeleiden die ze spraken vinden dat alles goed moet gaan in het leven. ‘Als er iets niet lukt, denken ze dat er iets mis met ze is en raken ze in paniek, terwijl worstelingen bij het leven horen en juist bijdragen aan je ontwikkeling. Het is prima om daar tijd voor uit te trekken en niet altijd meteen te weten wat je nodig hebt. Dat heb ik ingebracht.’

Soms konden de hulpverleners iemands pro bleem ook relativeren. ‘Bijvoorbeeld van die man die zichzelf een goede baan en een leuke relatie had

bezorgd en nu twijfelde of hij niet te veel hing aan zijn vriendin om zichzelf staande te houden’, aldus Melie Pijpers. ‘Toen hebben wij ter ondersteuning gezegd: we hebben allemaal andere mensen nodig. Dat is heel normaal, al vind je het misschien een beetje eng. Daardoor ging hij “lichter” de deur uit.’

In de meeste gesprekken benoemden de hulp verleners ook wat de patiënten wél konden, aan gezien er altijd kanten van iemand zijn die onge schonden zijn gebleven. Marleen Sluijs: ‘We spraken bijvoorbeeld een man die heel somber en terugge trokken was, maar hij had wel zelf vrijwilligerswerk geregeld. Dat was voor hem vanzelfsprekend, maar wij zeiden dat we dat heel knap vonden.’ Mariëlle Stroes: ‘Een andere man had ik al vaak gezien, maar ik kwam maar niet verder met hem. Toen heb ik voorgesteld om een HOI-intake met hem te doen. We kwamen er op uit dat hij graag wilde gaan wan delen met een groepje bij Enik, maar hij durfde er niet heen. Marleen heeft hem toen thuis opgehaald en ze zijn samen naar Enik gefietst. Fantastisch, dat had ik alleen nooit kunnen bereiken!’ ‘Vaak hebben mensen net zo’n steuntje in de rug nodig om een volgende stap te zetten’, reageert coördinator Ariane Hamming. ‘Begeleiding naar het verwijsadres is net dat extraatje waardoor iemand wél aankomt.’ Een vrouw die een moeilijke relatie had met haar zoon, was geholpen met de ervaringen van Yvonne Beerenfenger. ‘Ik herkende me in het gedrag van die zoon en de relatie met zijn moeder, en kon van daaruit vertellen hoe hij haar opstelling waarschijnlijk beleefde. Ze heeft mijn adviezen ter harte genomen. Dat heeft de relatie met haar zoon goed gedaan, bleek uit latere gesprekken die ze met Carianne heeft gevoerd.’

13

Vervolg op intake: ‘Meer tijd nemen om naar patiënten te luisteren’

Voor enkele patiënten was dit ene gesprek al ge noeg om weer op eigen kracht verder te kunnen. Marleen Sluijs: ‘Een mevrouw die vastzat in haar denken over de voor- en nadelen van haar relatie zagen we bijvoorbeeld opbloeien door in het gesprek de aandacht te verleggen naar waar ze energie van kreeg. Ze besefte dat ze zich meer op zichzelf moest richten.’

Een groot aantal patiënten vroeg na de her stelondersteunende intake nog om één of meer vervolggesprekken met de praktijkondersteuner. Mariëlle Stroes: ‘We zijn erg geneigd om meteen aan doorverwijzing te denken, terwijl veel patiënten nog helemaal niet zover zijn, leerde ik van ervarings deskundige Isabelle Barten Het zou beter zou zijn als we langer de tijd zouden kunnen nemen om naar patiënten te luisteren.’

Ze verwezen ook veel patiënten door naar herstelacademie Enik. Zo nodig namen de erva ringsdeskundigen ze daar de eerste keer mee naartoe. Er wordt onder meer een achtweekse cursus aangeboden waarin wordt gewerkt met een Wellness Recovery Action Plan (WRAP), dat je helpt om weer grip te krijgen op je leven. ‘Helaas kun je niet iedereen naar Enik doorverwij zen’, zegt Marleen Sluijs. Er komen vooral mensen met zo’n grote psychische kwetsbaarheid dat ze niet in de maatschappij kunnen functioneren. Dat kan anderen afschrikken. Bovendien zijn alle activiteiten overdag, dus niet geschikt voor de meeste mensen met een baan.

Daarnaast opperden de duo’s alternatieve vor men van hulp, buiten de reguliere hulpverlening om.

Zo noemde Miriam Timmerarends het Instagramaccount van een Amerikaanse vrouw die helder schrijft over haar hechtingstrauma. Aan een patiënt die erg cognitief is ingesteld en veel op wilskracht doet, vertelde ze over een cursus op het gebied van intuïtieve ontwikkeling waaraan ze zelf veel heeft gehad om uit haar hoofd en meer bij haar gevoel te komen.

Andere plekken die de duo’s suggereerden waren onder meer lichaamsgericht werken, paarden coaching, zelfhulpboeken, online psychische hulp en buurtactiviteiten. Een jonge vrouw had behoefte aan een lotgenotengroep met medestudenten, maar die kon Marleen Sluijs tot haar spijt niet vinden. ‘Veel studenten denken dat ze de enige zijn met psychi sche problemen, terwijl er zoveel zijn die daarmee kampen. Maar er is helaas geen plek waar ze elkaar kunnen ontmoeten.’

Een aantal patiënten had naast de hulp in de huisartsenpraktijk ook specialistische geestelijke gezondheidszorg nodig. ‘We hebben ze meerdere mo gelijkheden aangeboden, zodat ze beter een eigen keuze konden maken’, aldus Miriam Timmerarends. ‘Vaak hebben we ze kunnen uitleggen waar hun probleem vandaan komt en wat er nodig is om dat aan te pakken, zodat ze zelf gerichter kunnen zoeken naar een oplossing. Zo spraken we een jonge vrouw die klassiek reageerde op een trauma, met hoofd pijn, verstijving en vergeetachtigheid. We konden uitleggen dat dat een normale reactie van haar lijf was op bepaalde triggers. Daardoor snapte ze dat ze niet gek aan het worden was, en kon ze rustig op zoek naar wat ze hieraan kon doen.’

14
15
‘ Veel patiënten zijn nog niet aan een doorverwijzing toe’ Isabelle Barten

Patiënten kwamen vaak hulpeloos binnen: ik weet het niet meer, zeggen jullie het maar. Meestal gingen ze steviger de deur weer uit, ‘met hoop en ademruimte’, aldus Yvonne Beerenfenger. Na afloop vroegen de hulpverleners hoe de patiënten het gesprek hadden ervaren. Voor bijna iedereen was het een positieve ervaring. Vaak noemden ze dat ze zich ‘voor het eerst echt gehoord’ hadden gevoeld, met name door de inbreng van de ervaringsdeskundige. Ze hadden het gevoel dat er echt met ze werd meegedacht. Een aantal patiënten waardeerde de sfeer van gelijkwaardigheid waarin het gesprek werd gevoerd. Ze vonden het ook hoopvol om te

zien dat de ervaringsdeskundige was hersteld: wat zij kan, kan ik misschien ook.

Een aantal letterlijke reacties van patiënten: ‘Ik voelde me gehoord en begrepen’, ‘Het was fijn om ook buiten het aanbod van de geestelijke gezondheidszorg te kijken’, ‘Fijn dat er ruimte was voor mijn eigen zoektocht’, ‘Ik realiseerde me dat mijn worsteling gewoon oké is’, ‘Ik heb weer stof tot nadenken en weet dat er mogelijkheden zijn’, ‘Fijn dat de ervaringsdeskundige met haar eigen verhaal zo aansloot’.

Een fragment uit de uitgebreide feedback van een andere patiënt: ‘Ik vond het prettig dat het

16
Ervaringen van patiënten: ‘Ruimte voor mijn eigen zoektocht’

‘Patiënten kwamen vaak hulpeloos binnen: zeggen jullie het maar’

aanvoelde als een gesprek tussen drie mensen, met twee mensen die met mij meedachten, meevoelden, maar niet per se met een intentie om een oplos sing te vinden. De erkenning en herkenning van de ervaringsdeskundige hielp om me meer begrepen te voelen en om te voelen dat ik niet kapot ben, maar oké zoals ik ben. Het gesprek heeft me hoop gegeven. Dat komt door de manier waarop jullie mijn worsteling zagen en ook mijn sterke punten.’

Enkele patiënten uitten kritiek. Zo vond één vrouw – zelf hulpverlener − het bedreigend om twee mensen tegenover zich te hebben. Een andere vrouw vond het lastig dat de hulpverlener en de ervarings

deskundige ‘verschillende talen spraken’. Een derde zei wantrouwig toen ze vertrok: ‘En nu gaan jullie dus met z’n tweeën over mij verder praten?’ ‘Ik snapte wel dat ze dat vervelend vond’, reageert Carianne Pranger. ‘Dat is de keerzijde van vier ogen die er voor jou zijn.’ Sommigen vroegen: komt er geen vervolgge sprek met jullie samen? ‘Dat vond ik zelf ook wel lastig’, zegt Marleen Sluijs. ‘Iemand gooit z’n hele leven op tafel, en na één gesprek is het klaar. Met de prak tijkondersteuner konden ze wel een vervolggesprek afspreken, maar met mij officieel niet. Daarom hebben we als ervaringsdeskundigen tegen sommigen ge zegd dat ze ons nog een keer mochten bellen of zien.’

17
Yvonne Beerenfenger
18

‘Dit is pas échte gelijkwaardigheid’

Carianne Pranger

Alle zes de hulpverleners vonden het heel fijn dat ze uitgebreid de tijd hadden voor de gesprekken. ‘Daardoor stonden we minder onder druk en konden we dieper op iemands verhaal ingaan’, zegt Miriam Timmerarends. Ze vonden het ook heel prettig en leerzaam om de intakes met z’n tweeën te doen. ‘Het gaf lucht om af en toe in het gesprek even te observeren als de ander aan het woord was en na het gesprek samen terug te kunnen blikken’, aldus Melie Pijpers.

Ze hadden het gevoel dat ze elkaar goed aan vulden: de praktijkondersteuner had het overzicht, de ervaringsdeskundige zorgde voor herkenning. ‘Bij Carianne voelden ze vertrouwen dat zij het wel wist,

bij mij veiligheid’, constateert Yvonne Beerenfenger. Zij zou bij haar werkgever Lister ook graag op deze manier gaan samenwerken.

Vooroordelen over elkaars werk sneuvelden: Carianne Pranger ontdekte dat een ervarings deskundige die zelf voldoende is hersteld en als hulpverlener is opgeleid veel voor een patiënt kan betekenen; Miriam Timmerarends kwam erach ter hoe laagdrempelig en waardevol een of meer gesprekken bij een praktijkondersteuner voor een patiënt kunnen zijn.

De praktijkondersteuners waren erg onder de indruk van de invloed van de ervaringsdeskundige op het gesprek. Melie Pijpers: ‘Als Miriam iets uit haar

19
Ervaringen van de hulpverleners: ‘We vulden elkaar goed aan’

‘Voor jonge mensen is het belangrijk om te horen hoe iemand anders er bovenop gekomen is’

Marleen Sluijs

eigen leven inbracht, riep dat vaak emoties op bij de patiënt. Dan viel het verhaal stil en zei hij of zij ineens: ik voel me eenzaam, of ik ben heel bang. Dat is waar het echt om gaat.’

Het leidde ook tot een gevoel van gelijkwaar digheid. ‘Ik dacht altijd dat ik dat in mijn een-opeen-gesprekken ook aardig wist te bereiken’, zegt Carianne Pranger, ‘maar nu kon ik ervaren: dit is pas échte gelijkwaardigheid.’ ‘Vaak ging het gesprek een tijdje alleen maar tussen de ervaringsdeskundige en de patiënt’, vult Mariëlle Stroes aan. ‘Een compleet nieuwe ervaring.’

Marleen Sluijs had patiënten met minder zware problemen verwacht. ‘Het verbaasde me dat zij op eigen kracht verder konden komen, terwijl ze net zo goed in de psychiatrie hadden kunnen belanden. Dat vind ik bemoedigend, en neem ik mee naar Lister: dat we sommige cliënten misschien wel onderschatten.’

De duo’s denken dat de herstelondersteunen de intake vooral geschikt is voor patiënten met een complexe problematiek, die in het verleden al veel

hulpverleners hebben gezien. Maar ook jonge men sen zonder therapie-ervaring zijn bij deze aanpak gebaat, benadrukt Marleen Sluijs: ‘Het is belangrijk voor ze om te horen hoe iemand anders in een soortgelijke situatie, zoals ik, er bovenop gekomen is. Zij worden nu al snel naar de specialistische zorg doorverwezen, waar je moeilijk weer uit komt en waar te weinig wordt gekeken naar je krachten en mogelijkheden.’

‘Het zou mooi zijn als veel meer hulpverleners op deze manier gaan werken’, vindt Melie Pijpers. ‘Nu is binnen no-time een verwijzing geschreven naar een specialistisch traject. Dat kan goed zijn, maar er zijn ook mensen die onderweg afhaken, of er niet veel uithalen, omdat niet duidelijk is wat hun hulpvraag precies is. We zouden moeten durven vertragen: eerst eens echt naar iemands verhaal luisteren en onderzoeken wat iemand zélf zou willen. Daarmee is een aantal mensen al zodanig geholpen dat je ze niet meer hoeft door te verwijzen, zodat de wachtlijsten ook nog eens korter worden. Dan is ver traging dus in feite een versnelling van het proces.’

20
21

In veel opzichten heeft de pilot opgeleverd wat de initiatiefnemers ervan hoopten: Patiënten voelden zich – vaak voor het eerst – echt gehoord, vooral dankzij de aanwezigheid van een ervaringsdes kundige, kregen ook inzicht in wat wel goed ging in hun leven en gingen vaak opgelucht naar huis. De praktijkondersteuners vonden het leerzaam om samen te werken met ervaringsdeskundigen, en de ervaringsdeskundigen vonden het fijn om met hun ervaring ook patiënten in de huisartspraktijk te kunnen ondersteunen.

Soms had een patiënt voldoende aan een of enkele vervolggesprekken met de praktijkon dersteuner of kon zelfs worden volstaan met het intakegesprek. Daarnaast opperden de hulpverle

ners een aantal plekken buiten de reguliere ge zondheidszorg voor vervolghulp, waar de praktijk ondersteuners voorheen geen weet van hadden of minder naar verwezen, zoals herstelacademie Enik. In een aantal gevallen werd nog steeds doorver wezen naar de specialistische geestelijke gezond heidszorg, maar dit was dan één van de geboden opties, en de hulpverleners legden goed uit wat ze daar te wachten zou staan.

Aan de hand van deze kleine pilot is niet hard te maken of na een herstelondersteunende intake bij de huisarts minder wordt doorverwezen naar specialistische hulp dan na een regulier intakege sprek. Bij GGZ Noord-Holland-Noord, dat als inspi ratiebron diende voor deze pilot, daalde het aantal

22
Conclusies: Persoonlijke diagnose in plaats van de DSM; het verhaal centraal

specialistische behandelingen na invoering van de HOI-intake met een kwart.

‘We hebben een aanzet gedaan de herstelon dersteunende werkwijze in Utrecht Oost te introdu ceren’, concludeert coördinator Ariane Hamming, ‘maar ik ben pas tevreden als de zorgverzekeraar ondersteuning of behandeling ook gaat vergoeden zonder DSM-classificatie als criterium.’ Projectleider Bernadette Lovendaal vult aan: ‘Het zou mooi zijn als deze pilot een steentje kan bijdragen aan het verder op de kaart zetten van de herstelondersteunende visie binnen de eerstelijnszorg, zodat we niet langer geacht worden volgens het medische model “wat is er mis?” te denken. Evident is dat ervaringsdeskun digen daarbij een belangrijke rol kunnen spelen.’

‘Ik ben pas tevreden als ondersteuning en behandeling ook zonder DSM-classificatie wordt vergoed’

Een aantal betrokkenen bij de pilot werkt inmiddels elders of vertrekt binnenkort: twee van de drie praktijkondersteuners, de coördi nator en de projectleider. Zij hopen van harte dat ze hun enthousiasme voor de herstelonder steunende intake op anderen hebben kunnen overbrengen, of dat nog kunnen doen met een symposium dat ze hierover in het najaar van 2022 organiseren.

In elk geval is er al een psychiater in Utrecht (Wouter de Meij) die ervaringsdeskundigen bij zijn werk wil gaan betrekken, geïnspireerd door deze pilot. Lister overweegt ook met de herstelondersteunende intake te gaan werken, laat locatiehoofd Marlies van Reenen weten.

23
24

Aanbevelingen: ‘Herstelacademie op de Uithof’

Op basis van de pilot hebben de geïnterviewden de volgende aanbevelingen:

Een nieuwe locatie van Enik openen op de Uithof, speciaal voor studenten, waar ze meer gelijkgestemden vinden dan op de huidige locaties: een plek waar je kunt binnenlopen, een gesprek met een medestudent kunt voeren die soortgelijke psychische proble men heeft, of een workshop of training kunt volgen.

Een bijeenkomst organiseren waar alle prak tijkondersteuners geestelijke gezondheids zorg van de stad Utrecht meer horen over de voordelen van werken met een herstelonder steunende intake en met ervaringsdeskundi gen.

Iedere praktijkondersteuner zou de kans moeten krijgen om twee gesprekken te voe ren met een goed opgeleide ervaringsdes kundige erbij, om te ervaren hoe verrijkend dat is.

4 5 6 7

Aan elke huisartsenpraktijk zou je een erva ringsdeskundige kunnen koppelen, die op verzoek bij gesprekken kan aanschuiven, of je zou bijvoorbeeld om de week een dag deel gesprekken kunnen aanbieden met een ervaringsdeskundige erbij. De huisarts zou daar patiënten voor kunnen verzame len.

Het zou goed zijn als patiënten na de her stelondersteunende intake op verzoek nog een vervolggesprek kunnen voeren met de praktijkondersteuner en ervaringsdeskun dige samen.

De meerwaarde van de herstelondersteu nende visie en van samenwerking met ervaringsdeskundigen zou in de opleiding voor huisartsen, psychologen en praktijk ondersteuners aan de orde moeten komen.

Lister en andere organisaties zouden met de herstelondersteunende intake kunnen gaan werken.

25
1 2 3

Deelnemers aan de pilot

Projectleiding

• Ariane Hamming (1967), van 2011 tot 1 oktober 2021 coördinator van de stichting Utrecht Oost Gezond. Zij maakte deel uit van de werk groep generalistische basis-ggz in deze wijk, die het initiatief nam tot het experiment met de herstelondersteunende intake (HOI) in de huisartsenpraktijk. Ariane coördineerde deze HOI-pilot. Ze volgde opleidingen tot verpleegkundige en gezondheidswetenschapper.

• Bernadette Lovendaal (1956), sinds 1998 werkzaam als gezondheids zorgpsycholoog. Ze is opgeleid in de oplossingsgerichte therapie door de Amerikaanse grondleggers ervan. Sindsdien is ze groten deels volgens deze methode blijven werken. Daarnaast behandelt ze als EMDR-practitioner mensen die last blijven houden van de gevolgen van een schokkende ervaring. Bernadette is lid van de werkgroep generalistische basis-ggz en projectleider van de HOI-pilot. Zij gaat in januari 2023 met pensioen.

• Marlies van Reenen (1983), sinds 2016 locatiehoofd bij Lister, een instelling voor ambulante begeleiding en beschermd wonen voor mensen met ernstige psychische aandoeningen. Lister heeft veel ervaringsdeskundigen in dienst en zette in 2015 Enik op, een her stelacademie voor en door mensen met psychische problemen. Enik heeft locaties op diverse plekken in de stad en provincie Utrecht. Drie ervaringsdeskundigen van Lister deden mee aan de HOI-pilot. Marlies studeerde klinische en organisatiepsychologie.

Duo’s

Mariëlle Stroes (1963) & Marleen Sluijs (1994)/Isabelle Barten (1986)

• Mariëlle was van 2014 tot voorjaar 2022 praktijkondersteuner gees telijke gezondheidszorg bij de huisartsenpraktijk aan de Biltstraat 102 in Utrecht. Zij is opgeleid tot psychiatrisch verpleegkundige en gestalttherapeut. Sinds voorjaar 2022 werkt ze als behandelaar bij BuurtzorgT. Dat biedt vanuit de herstelondersteunende visie ambulante zorg aan mensen met complexe psychische problemen.

• Marleen werkt sinds 2018 als ervaringsdeskundige bij Lister. Zij volgde hbo-opleidingen tot maatschappelijk werker en ervarings deskundige. Haar ervaringskennis ligt op het gebied van persoonlijk heidsproblematiek en trauma.

26

• Isabelle werkt sinds 2016 bij Lister als ervaringsdeskundige. Zij volgde een mbo-opleiding maatschappelijk werk met ervaringsdeskundig heid en een opleiding open dialogue in Engeland. Haar ervarings kennis ligt op het gebied van ontwrichting vanaf jonge leeftijd en depressiegevoeligheid. Ze ging eind 2021 met zwangerschapsverlof en werd toen vervangen door Marleen Sluijs.

Melie Pijpers (1965) & Miriam Timmerarends (1977)

• Melie werkt sinds 2014 als praktijkondersteuner geestelijke gezond heidszorg bij de huisartsenpraktijk aan de Koningslaan 61. Zij is opge leid tot psycholoog aan de Universiteit Utrecht en volgde daarnaast opleidingen oefentherapie Cesar, hypnotherapie, neuro-linguïstisch programmeren en bekkenbodemtherapie.

• Miriam werkt sinds 2011 als ervaringsdeskundige bij Lister. Daarvoor was ze beleidsmedewerker verslavingszorg en prostitutie bij de GGD Utrecht. Ze gaf ook jarenlang gastlessen en organiseerde zelfhulp groepen op het gebied van eetstoornissen, waarmee ze zelf ook ervaring heeft. Ze volgde een opleiding tot professioneel ervarings deskundige.

Carianne Pranger (1983) & Yvonne Beerenfenger (1984)

• Carianne was van 2017 tot het voorjaar van 2022 praktijkondersteu ner geestelijke gezondheidszorg bij huisartsenpraktijk De Reiger aan de Bloemstraat 65. Daarvoor werkte ze zeven jaar in Almere in dezelfde functie. Ze studeerde psychologie aan de Universiteit Utrecht en deed de opleiding tot cognitief gedragstherapeut. Sinds mei 2022 werkt ze in de specialistische geestelijke gezondheidszorg als psychodiagnostisch medewerker.

• Yvonne werkt sinds 2012 bij Lister als ervaringsdeskundige, kwartiermaker en trainer, onder meer een enkele keer bij Enik, een herstelacademie voor en door mensen met psychische problemen. Ze volgde een hbo-opleiding tot sociaal-pedagogisch hulpverlener, een opleiding neurolinguïstisch programmeren en de interne op leiding van Lister tot ervaringsdeskundige, en doet momenteel een post-hbo-opleiding tot coach van hoog-sensitieve personen. Van jongs af aan ervoer ze strijd met het leven.

27

‘Aanvankelijk was ik sceptisch over de herstelondersteunende intake, omdat ik dacht dat onze vaak hoogopgeleide patiënten liever met een psycholoog zouden praten dan met een ervaringsdeskundige. De uitkomst van de pilot heeft me daarom aangenaam verrast.’

Huisarts Sanneke Molthof, Huisartsenpraktijk Koningslaan

‘De herstelondersteunende intake helpt met name patiënten die niet binnen welomschreven hokjes in de psychische zorg passen een stapje verder op weg naar waar zij naartoe willen met zichzelf in hun leven.’

Huisarts Femke Wouters, Huisartsenpraktijk Wittevrouwen

‘Uit de pilot blijkt dat patiënten zich met een ervaringsdeskundige erbij beter begrepen voelen en dat er meer boven water komt dan als ze alleen met een praktijkondersteuner spreken. Zij ervaren dat ze minder in hokjes worden geduwd en dat er beter wordt geluisterd naar hun wensen.’

Huisarts Marieke van Rijsoever, Huisartsenpraktijk De Reiger

‘Mooi om van de praktijkondersteuner geestelijke gezondheidszorg te horen wat een ervaringsdeskundige kan bieden waardoor mensen zich meer gezien en gehoord voelen en verwijzing naar therapie vaak van tafel kan.’

Huisarts Rikste Hinloopen, werkgroep GGZ in Utrecht Oost

‘Een herstelacademie voor jonge mensen is precies wat er nodig is, een zeer interessante gedachte!’

Hoogleraar psychiatrie Jim van Os, voorzitter Divisie Hersenen, Chairman Division Neuroscience, UMC Utrecht