Issuu on Google+

Magazine voor partners van Instituut Archimedes, Hogeschool Utrecht februari 2014

PROFESSIONALISEREN | GAMEN MET KAREL ENDE ELEGAST | E-COACH | EUROPE MEETS INDIA | LIMBURGS LEREN | INDUCTIE | BURGERSCHAP | GOOGLEGLASS | WERKPLEKLEREN GESCHIEDENISSTUDENTEN

05


VOORAF

Het nieuwe jaar is begonnen. Natuurlijk leven we in het onderwijs volgens het ritme van de school- en studiejaren. Toch is ook een nieuw kalenderjaar een mooie gelegenheid om even stil te staan bij de ontwikkelingen in onze sector. Vernieuwing Ons instituut bewandelt nieuwe wegen. Daarbij hebben we een helder doel: we leiden onze studenten zo goed mogelijk op voor het beroepenveld, en proberen tegelijkertijd een bijdrage te leveren aan de onderwijspraktijk door met onderzoek antwoorden te vinden op praktijkvragen. Tot zover niets nieuws. Maar de wereld om ons heen verandert snel, en daarom slaan we nieuwe wegen in om dat doel te bereiken. Technologie De techniek ontwikkelt zich razendsnel. Wij vinden het belangrijk om samen na te denken over wat dat betekent voor de manier waarop leerlingen en studenten omgaan met informatie. En dus ook: wat die technologie betekent voor hun leraren, hogeschooldocenten en werkplekbegeleiders. Daarover filosoferen we vanaf deze SamenScholing in een nieuwe rubriek: Vooruitzien. We starten met een eerste verkenning van de Googlebril. Leven Lang Leren Een andere vernieuwing in ons onderwijs volgt uit het besef dat het concept Leven Lang Leren niet alleen voor medici, advocaten en andere professionals geldt, maar zeker ook voor leraren. Het bijhouden van kennis en vaardigheden is niet alleen een recht, maar ook een plicht geworden. Daarover gaan we in deze SamenScholing in gesprek met Joost Kentson, voorzitter van de Onderwijscoöperatie. Blended learning Dat Leven Lang Leren willen wij als instituut goed faciliteren, op een manier die past bij de leer- en levensstijl van onze studenten. We bouwen daarom aan een flexibel ‘blended’ curriculum, met verschillende werkvormen. Op pagina 8 leest u over de eerste ervaringen met onze blended masteropleidingen in Limburg. Dit was een greep uit alle ontwikkelingen. Graag blijven wij hierover ook in 2014 met u in gesprek. Jaap van Voorst en Monique Speyer directie Instituut Archimedes jaap.vanvoorst@hu.nl / monique.speyer@hu.nl

2

KORT KORT KORT KORT K O R T KORT KORT KORT KORT

Nieuwe keurmerkscholen In december hebben alle colleges van ROC Midden Nederland het Keurmerk opleidingsschool behaald. Dit betrof een verlengingsaudit. In totaal zijn momenteel 119 schoollocaties (vo en mbo) in het bezit van het keurmerk. Meer informatie: Dienstencentrum.educatie.archimedes@hu.nl

Drie HU-opleidingen aan top in Elsevier Ranking In september verscheen de Elsevier Ranking 2013. Deze ranglijst is gebaseerd op de Nationale Studenten Enquête (NSE). De HU-lerarenopleidingen Scheikunde, Aardrijkskunde en Omgangskunde eindigden in deze ranking op de eerste plaats. Om te bepalen wat de ‘Beste studies 2013’ waren, keek Elsevier naar het oordeel van de studenten over zaken als: onderwijs, inrichting van de opleiding, faciliteiten, docenten, toetsing, organisatie en communicatie. Daarnaast wegen factoren mee die van belang zijn voor de studiekeuze: toelatingsbeleid, bindend studieadvies, studierendement, switchers, kenmerken van het onderwijs en de studentenpopulatie. Dit jaar was er in de Elsevier Ranking voor het eerst aandacht voor de contacttijd. Hierop scoort een aantal lerarenopleidingen laag (studenten ervaren dan minder dan 12 contacturen per week). Dit komt doordat studenten het werkplekleren vaak niet als contacttijd markeren.

Leraren leren van elkaar tijdens EdCamp Drieëndertig conferentiedeelnemers die op de dag zelf beslissen wat ze willen vertellen, waarover ze meer willen weten en wat ze bijwonen. Dat was de opzet van de tweede editie van EdCamp ‘Onderwijs’ bij de Faculteit Educatie. Deelnemers aan een EdCamp zorgen namelijk zelf voor de invulling van het programma. Een EdCamp is daarmee een zogenaamde ‘unconference’ zonder uitgenodigde sprekers en commerciële activiteiten. Leraren nemen zo hun eigen professionalisering ter hand. Tijdens de EdCamp op vrijdag 24 januari kon ter plekke worden ingeschreven op sessies van 30 minuten met onderwerpen als De iPad in de klas, The Big History project, Flipping the classroom en Gamification. De sessies werden bijgewoond én verzorgd door een gevarieerde groep enthousiaste leraren en onderzoekers uit het po, vo, mbo en hbo. Die diversiteit zorgde voor de unieke mogelijkheid om onderwerpen vanuit verschillende invalshoeken te belichten. Mede-organisator Martijn Koops (lerarenopleider Natuurkunde bij Instituut Archimedes) kijkt terug op een zeer geslaagde dag: “Ik heb op deze dag meer inspiratie opgedaan dan op veel andere seminars. De energie die loskomt in een EdCamp is opvallend. Het is echt zo dat deelnemers zelf een EdCamp maken. Wij (initiator en organisator Don Zuiderman, Gerard Dummer en ik) hebben alleen de lokalen en WiFi geregeld. In totaal waren we slechts zes uur aan de organisatie kwijt. Geen programma, geen doelstellingen, enkel samen de passie voor onderwijs delen: dat is toch eigenlijk het hoogste doel?”

Meer informatie: judith.pijnenburg@hu.nl

HU professionaliseert Haagse docenten Zo’n 15 tweedegraadsleraren uit de regio Den Haag volgen de module Toetsen en Beoordelen, een verdiepende korte opleiding. Zij doen dit in het kader van het project Tweedegraads PLUS. Dit is een initiatief van De Rode Loper (een samenwerkingsverband van 41 vo-scholen in Den Haag, Rijswijk en Leidschendam-Voorburg) gesteund door de gemeente Den Haag. Tweedegraads PLUS biedt een professionaliseringsaanbod op masterniveau voor tweedegraads docenten, gebaseerd op onderdelen uit de eerstegraadsopleiding. Hogeschool Utrecht verzorgt het onderwijs binnen dit project. De komende tijd worden op deze manier meerdere modules aangeboden. Meer informatie: karin.vogelaar@hu.nl

Meer informatie: http://edcamputrecht.pbworks.com of martijn.koops@hu.nl.

Landelijke kennistoets (10voordeLeraar) In januari legden studenten van de bacheloropleidingen Natuurkunde, Wiskunde, Engels, Nederlands, Aardrijkskunde en Geschiedenis de tweede landelijke kennistoets af. De eerste was in september. Meer informatie: Marco.Nomes@hu.nl of http://10voordeleraar.nl

INHOUD Hoofdzaak Professional

4

Het meesterstuk Esther van der Helm 6 Hoogvlieger Ingrid Bews

7

Blend it Limburgs leren

8

Het moment 9 december 2013

10

Vooruitzien Googleglass

12

Beroepsproduct tvo op De Brink

14

#durftevragen Gewilde opleidingen 15 Onderzoekend Inductie

16

Bijblijven Hans Barnhoorn

18

Utrecht Burgerschap

18

Column Gerrit Huisman

19

To do

20

Colofon SamenScholing is het magazine voor relaties van Instituut Archimedes, Hogeschool Utrecht Redactieraad Michel van Schaik, Jaap van Voorst Hoofd- en eindredactie Hogeschool Utrecht, Faculteit Educatie/Regi Acton, Chantal Martini Lisette Blankestijn Fotografie Femke van den Heuvel (cover, p.5), Ed van Rijswijk (p. 6-10, 14), Bart van der Vaart (p.12), CORBIS/Hollandse Hoogte (p.16), Wim Oskam/HH (p.18).

Illustratie Pieter van Cleef (p.15) Vormgeving Troost communicatie Druk Grafisch Bedrijf Tuijtel B.V. Oplage 2600 Redactiesecretariaat Voor vragen, opmerkingen, adreswijzigingen of aanvragen voor meer exemplaren kunt u terecht bij Dienstencentrum.educatie.archimedes@hu.nl.

3


HOOFDZAAK

PROFESSIONAL NASCHOLING IS VOOR LERAREN VOORTAAN EEN RECHT ÉN PLICHT. IN HET LERARENREGISTER WORDT DE PROFESSIONELE ONTWIKKELING VASTGELEGD. Bekwaamheidsonderhoud. Sleutelbegrip in het Onderwijsakkoord van afgelopen najaar. “Zoals bij alle ambachten moeten onderwijsgevenden voortdurend op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen, zowel in de onderwijsinhoud zelf als in de onderwijskunde. Dit bekwaamheidsonderhoud is des te belangrijker nu de complexiteit van het beroep toeneemt en de diversiteit binnen de populatie van leerlingen, scholieren en studenten steeds groter wordt.” Maar wie bepaalt eigenlijk wanneer je als leraar bekwaam bent? En hoe geef je dat ‘bekwaamheidsonderhoud’ vorm? Daarover gaan Joost Kentson en Jaap van Voorst met elkaar in gesprek. Joost Kentson (rechts op de foto) was in ’99 de allereerste Leraar van het jaar. Hij is nu rector van het Oosterlicht College in Nieuwegein en voorzitter van de Onderwijscoöperatie. Ook Jaap van Voorst (directeur van Instituut Archimedes van Hogeschool Utrecht) weet wat het is om voor de klas te staan: hij werkte als docent Nederlands en Geschiedenis in het voortgezet onderwijs en mbo. Later werd hij docent, teamleider en instituutsdirecteur binnen Hogeschool Utrecht.

4

Sector in beweging “Professionalisering is het allerbelangrijkste wat er is in het uitoefenen van je beroep als leraar.” Aan het woord is Joost Kentson. “Na het halen van hun bevoegdheid moeten leraren zo’n tienduizend vlieguren maken om een zekere mate van professionaliteit te bereiken. Daarin verschilt onze beroepsgroep niet van advocaten of huisartsen. Die bekwaamheid moet je onderhouden. De onderwijssector is zo sterk in beweging, je zal als leraar wel móeten professionaliseren. Denk aan de rol van ICT in het onderwijs en de omloopsnelheid van informatie.” Leraren hebben een voorbeeldfunctie, voegt Jaap van Voorst toe. “’Leren en in ontwikkeling blijven’ is onze expertise. Je zou daarom misschien verwachten dat onze sector vooroploopt als het gaat om professionalisering, maar in de praktijk zien we dat er in andere sectoren over het algemeen meer professionalisering plaatsvindt. Dat komt deels doordat leraren vaak ontzettend druk zijn, het ontbreekt hun aan de tijd en middelen om zich blijvend na te scholen. Maar de professionalisering blijft óók achter doordat aanbieders van nascholing vaak te weinig vraaggericht werken en er onvoldoende rekening mee houden dat leraren naast hun studie nog een drukke baan en vaak een gezin hebben. Wij proberen daar nu aan tegemoet te komen door ons onderwijs steeds meer tijd- en plaatsonafhankelijk aan te bieden. De eerste resultaten van onze blended masteropleidingen zijn veelbelovend: de rendementen zijn hoog en de studenten zijn enthousiast. Ook kun je opleidingen

in delen van vijf studiepunten volgen en in je eigen tempo stapelen tot een volledig diploma. Door leerwegonafhankelijk te toetsen doen we meer recht aan wat leraren elders al geleerd hebben. Al met al een omslag in ons denken.” Glossy’s Joost Kentson herkent het beeld van de aanbodgestoelde professionalisering. “Ieder voorjaar zitten er weer allerlei glossy’s bij de post: het nascholingsaanbod voor het komend studiejaar. Dan denk ik: wie heeft daarom gevraagd? Ik zie nog steeds veel bevoogding en hiërarchie, terwijl de verantwoordelijkheid voor de professionalisering van leraren thuishoort bij de beroepsgroep zelf. De minister gaat over de bevoegdheid van de docent, het schoolbestuur over de benoembaarheid en de docent zelf gaat over zijn bekwaamheid. Die rollen en verantwoordelijkheden moeten we uit elkaar houden.” Nascholingsrecht en -plicht Nog even terug naar het Onderwijsakkoord. Daarin is afgesproken dat vanaf 2015 alle docenten geld, tijd en ruimte hebben om te voldoen aan de verplichting tot onderhoud van hun bekwaamheid. Nascholing is dan dus een recht en een plicht. Het door de Onderwijscoöperatie opgerichte lerarenregister wordt in het Onderwijsakkoord ‘het sluitstuk van het proces van deskundigheidsbevordering’ genoemd. Kentson: “De leraar heeft zelf het beste beeld bij zijn professionalisering. Zijn professionele ruimte is niet afgepaald, hij maakt deel uit van een professionele leergemeenschap. Heeft de school een bepaalde

visie op bijvoorbeeld leren met ICT? Dan bekijkt de leraar met zijn team en leidinggevende welke activiteiten hij moet ondernemen om daaraan bij te dragen. Dat kunnen formele activiteiten aan een opleidingsinstituut zijn, maar het kan ook informeel, bijvoorbeeld via peer review. Vervolgens meldt hij die professionaliseringsactiviteit aan bij het lerarenregister ter validering door een commissie. Die commissie bestaat uit leraren. Het is dus de beroepsgroep zélf die over de nascholing gaat. De aanbieders moeten dit goed in de gaten houden.” Samenwerking “Wij zoeken als docentenopleiding de samenwerking met het werkveld om ons curriculum daarop af te stemmen”, vertelt Jaap van Voorst. Onze afstudeerders gaan voor onze beroepenveldmonitor in kaart brengen welke ontwikkelingen ze zien, en wat die zouden moeten betekenen voor ons onderzoek en onderwijs. Ook werken we samen in allerlei platforms en met gemeenten, zoals in Den Haag waar we tweedegraadsdocenten bijscholen op masterniveau. Zo willen we bijdragen aan de ontwikkeling van het leraarsvak. Die ontwikkeling is noodzakelijk, want door de technologische ontwikkelingen verandert de manier waarop we kennis tot ons nemen snel.” “Zonder relatie geen prestatie”, voegt Kentson toe. “Professionaliseren rond ICT is een noodzaak, dat faciliteer ik als rector ook. Maar goed onderwijs vraagt altijd om een leraar van vlees en bloed.”

OVER REGISTERLERAAR.NL Registerleraar.nl is een register voor leraren in het primair, voortgezet, speciaal en middelbaar beroepsonderwijs. Leraren kunnen er hun professionele ontwikkeling vastleggen en laten valideren. Het register is opgezet door de Onderwijscoöperatie en daardoor is het van, voor en door de leraar. Leraren die zich registeren geven daarmee aan dat ze blijvend werken aan hun bekwaamheid, want om geregistreerd te blijven moeten leraren werken aan hun professionele ontwikkeling en daar per vier jaar minimaal honderdzestig uur in investeren. Daarvan moet minimaal honderd uur worden besteed aan vakinhoudelijke en pedagogisch-didactische bekwaamheid. Eens in de vier jaar onderzoekt een registercommissie steekproefsgewijs of de leraar dat ook echt heeft gedaan en of die professionaliseringsuren wel voldoen aan de kwalitatieve criteria. Zo gelden er kwaliteitseisen voor de aanbieders van scholing én voor het scholingsaanbod zelf. Aanbieders van professionaliseringsactiviteiten (zoals Hogeschool Utrecht) kunnen hun nascholingsaanbod door registerleraar.nl laten valideren en recenseren. Leraren die nascholingsaanbod bij zo’n aanbieder hebben gevolgd kunnen dat vervolgens toevoegen aan hun persoonlijke dossier.

5


H E T M E E S T E R S T U K

HOOGVLIEGER > INGRID BEWS

In deze rubriek vertellen (afgestudeerde) masterstudenten over hun onderzoek. Ook in deze rubriek? Mail naar Dienstencentrum.educatie.archimedes@hu.nl.

Wie? Opleiding? Onderzoek? Werk? En nu?

Esther van der Helm Master of Education leraar Nederlands Ganzenbord 2.0 Docent Nederlands Stanislascollege Pijnacker Leerlingen zijn meer gemotiveerd om over Middelnederlandse literatuur te leren.

Ingrid Bews won dit voorjaar de Archimedes Onderwijs Talentprijs 2013 (2e plaats). Als deeltijdstudent Engels ontwierp ze een internationaal dramaproject binnen het EUMIND-netwerk (Europe meets India). Dit succesvolle schoolproject voor RSG Broklede zette zij na haar afstuderen voort. Het project draait om uitwisseling, drama en cultuur (en Engels natuurlijk). De Indiase en Nederlandse scholen houden co ntact via videoconferences en e-journals waarin ze filmpjes en artikelen uploaden.

Ingrid: “De Indiase en Nederlandse leerlingen hebben eerst de fabels uit hun eigen cultuur onderzocht, aan de hand van thema’s als ‘vriendschap’ en ‘sterktes en zwaktes’. Nu schrijven ze hun eigen, moderne fabels, die de leerlingen uit het andere land tot script gaan bewerken en spelen. Die opvoeringen filmen ze. Binnenkort bespreken we elkaars werk. Volgend jaar komen leerlingen van onze partnerschool (een privéschool uit Mumbai) naar Breukelen!”

GANZENBORD 2.0 “HET MYSTERIE: WAAROM MOEST KAREL UIT STELEN GAAN?” “Tijdens mijn lessen literatuurgeschiedenis merkte ik dat leerlingen vaak niet actief deelnamen. Vooral over de Middelnederlandse literatuur waren ze niet enthousiast. Met mijn masterthesis zocht ik een oplossing. Ik begon met een literatuuronderzoek en een praktisch vooronderzoek, waarbij ik gesprekken met collega’s voerde over dit onderwerp. Een gastcollege van Martijn Koops over serious gaming inspireerde me vervolgens om een spel te maken. Het werd een soort ganzenbordspel voor havo-4 naar het verhaal van Karel ende Elegast.” Tegenstanders volgen “Bij elk nummer staat een vraag, waarvoor ze informatie moeten opzoeken, iets nalezen, of een filmpje over bekijken. Wie de meeste punten haalt, heeft gewonnen. Het doel van het spel is het oplossen van het mysterie: waarom moest Karel uit stelen gaan? De leerlingen spelen het spel in twee teams van twee personen en moeten met een aantekenboekje ook de tegenstanders goed volgen, omdat ze anders informatie missen. Voor de laatste vraag moeten ze namelijk de hele verhaallijn begrepen hebben.” Scheidsrechter “Ik heb het spel getest in een klas met N&T- en N&G-profielen: de exacte leerlingen die normaal niet zo geïnteresseerd zijn in literatuur. Maar met dit spel waren ze bloedfanatiek, ik moest er

6

regelmatig als scheidsrechter tussen komen. Ik had vooraf vier pijlers bepaald waaraan het spel moest voldoen. Het moest uitdagend zijn, aansluiten bij de belevingswereld van de leerlingen, het mocht niet te moeilijk zijn en de leerlingen moesten een zekere mate van vrijheid ervaren bij het spelen. Nadat de leerlingen het spel gespeeld hadden, heb ik gemeten of het een succes was. Daaruit bleek dat de leerlingen meer plezier hadden gehad en beter hun best hadden gedaan dan bij het leren uit een reader. Uit de toets bleek bovendien dat ze hartstikke veel geleerd hadden. Ik vond het een mooi onderzoek omdat het zo praktijkgericht was. Het maken en gebruiken van het spel was innovatief. Het spel geeft me als leraar ruimte om te differentiëren en spreekt verschillende vormen van intelligentie aan.”

“DE INDIASE EN NEDERLANDSE SCHOLEN HOUDEN CONTACT VIA VIDEOCONFERENCES EN E-JOURNALS”

Topsport “Het ontwikkelproces was leuk, maar wel veel werk omdat ik het bijna alleen heb gemaakt. Voordat ik het onderwijs in ging was ik wielrenner. De doorzettersmentaliteit die je als topsporter nodig hebt, kon ik goed gebruiken bij mijn masteronderzoek. Maar als je zo’n spel met de hele bovenbouwsectie maakt is het goed te doen. Veel docenten zijn bang voor dit soort werkvormen, het vraagt wat van je organisatorisch vermogen. Maar het levert gemotiveerde leerlingen op, dus ik blijf het spel gebruiken.”

7


LIMBURGS LEREN

BLEND IT

TIENTALLEN LIMBURGSE LERAREN NEDERLANDS, ENGELS EN WISKUNDE VOLGEN SINDS SEPTEMBER EEN MASTEROPLEIDING AAN HOGESCHOOL UTRECHT. ZIJ BESPAREN FLINK OP REISTIJD DOOR DE ‘BLENDED’ VORM WAARIN HET ONDERWIJS IS GEGOTEN: VERSCHILLENDE WERKVORMEN WISSELEN ELKAAR AF. Rinkelende koffiekopjes en een hoop gelach. “We werken vandaag met ons leerteam maar hebben net heel even pauze.” Manuela Bertrand belt vanuit haar huis in Weert. Ze is één van de masterstudenten die de blended masteropleiding aan Hogeschool Utrecht volgen. Engels, doet ze. Iedere vrijdag kruipt haar leerteam bij elkaar aan de keukentafel, en om de maand komen alle studenten voor een lesdag naar Utrecht. “We werken in ons team heel prettig samen”, vertelt Manuela. “We ondersteunen elkaar, maken opdrachten en we plannen samen. Dat doen we strak, want we combineren de studie allemaal met een baan en gezin. We hebben veel contact via Whatsapp en e-mail. We kenden elkaar vooraf al. Twee studiegenoten zijn collega’s van mij op Het College in Weert, en een ander leerteamlid kende ik nog uit de tijd dat ik mijn tweedegraadsopleiding deed, drie jaar geleden.” Aanvankelijk bestond het leerteam uit vijf studenten. “Eén teamlid viel al na een week af, het is namelijk echt hard werken. Daar komt bij dat de facilitering (in tijd en studiekosten) van school tot school flink verschilt.”

Momenteel volgen zo’n vijftig leraren Nederlands, Engels en wiskunde uit Limburg een blended masteropleiding. Daarmee geven ze het onderwijs in Limburg in één klap een flinke kwaliteitsboost, want daar is een groot tekort aan leraren met een eerstegraadsbevoegdheid.

Vanaf komend studiejaar staan deze drie blended masteropleidingen open voor de rest van Nederland (als er in de betreffende regio voldoende belangstelling is). De omvang van deze opleiding is 90 EC. De nominale studieduur is twee jaar, maar het is ook mogelijk om de studielast te spreiden over drie jaar.

HUBL Het onderwijsconcept van de blended masters is gebaseerd op verschillende leeromgevingen. “Bij de traditionele masteropleidingen komen studenten zo’n acht keer per periode naar Utrecht, gedurende vier periodes per jaar”, vertelt Theo van den Bogaart. Hij doceert wis-

kunde aan de blended master. “Dat is te vaak als je uit Limburg moet komen. Door de blended werkvorm beperken we het klassikale onderwijs tot een of twee bijeenkomsten per periode. Dan komt de hele groep bij elkaar in Utrecht. Verder werken de studenten in regionale leerteams, en voeren ze opdrachten uit op hun eigen werkplek. Elke opleiding heeft een eigen webportal in onze HUBLomgeving. Daar plaats ik lesmateriaal, opdrachten, achtergrondinformatie en video’s met instructie. Ik heb het studiemateriaal per lesweek geordend. Voor meetkunde geldt dat ze iedere week iets moeten inleveren, en ik hou precies bij of ze dat doen. Ik merk dat de studenten door de sociale druk van de leerteams goed op tempo blijven. ” Klassikale les Wat gebeurt er tijdens de klassikale bijeenkomsten in Utrecht? “Daar komen ze goed voorbereid naartoe”, vertelt Theo. “Ik geef opdrachten die eigenlijk te moeilijk zijn om zonder begeleiding te doen. De probleemaanpak is namelijk heel belangrijk bij wiskunde. Ook kunnen we dan goed met 3D-objecten werken. Verder kijk ik dan hoe het sociaal met de groep gaat. ”

kelijk hard gewerkt aan een opdracht die later optioneel bleek te zijn. Daar moet natuurlijk wel duidelijkheid over zijn.” Theo: “De kwaliteit van de samenwerking binnen de leerteams is bij dit didactisch concept heel belangrijk voor het studiesucces. Als je toevallig een klein leerteam hebt van twee of drie personen, dan ben je sterk van elkaar afhankelijk. Maar in de praktijk lost het zich prima op.” Verdieping Het zal nog even duren voordat Manuela haar masterdiploma in haar handen heeft. Maar haar persoonlijke doel bereikt ze nu al, stapsgewijs. “Ik ben aan deze opleiding begonnen omdat ik inhoudelijke verdieping zocht. Nu heb ik alleen al in de eerste periode bij het vak Writing heel veel geleerd, en ik heb dit meteen kunnen doorvertalen naar opdrachten voor mijn leerlingen. Dat maakt de studie echt leuk.”

Communicatie Het aantal kinderziektes blijkt gelukkig beperkt. Manuela: “Die portal is fijn, maar de ene docent is er handiger mee dan de ander. Verder is de communicatie erg belangrijk. Zo hadden we verschrik-

9


HET MOMENT 9 DECEMBER 2013

Dennis Karpes sparde tijdens een gastcollege in het Auditorium van de Faculteit Educatie met HU-studenten over zijn project JustDiggIt. Met deze campagne (bekend van Desmond Tutu met het groene schepje) strijdt hij tegen de ‘verwoestijning’ van de aarde. Karpes bedacht eerder Dance4Life, de internationale organisatie die samenwerkt met jongeren aan een wereld zonder aids. Veel voscholen doen mee aan zijn Dance4Life-schoolprojecten.


GOOGLEGLASS

VOORUITZIEN

DE TECHNOLOGISCHE ONTWIKKELINGEN GAAN SNEL. WE LEIDEN LEERLINGEN EN LERAREN OP VOOR EEN TOEKOMST DIE WE ZELF NOG NIET KENNEN. TOCH EEN POGING TOT EEN BLIK VOORUIT. DOOR EEN GOOGLEBRIL, DIT KEER.

In 1999 zei een overgrote meerderheid voor de camera van Frans Bromet geen mobiele telefoon te willen hebben. We weten nu hoe dit heeft uitgepakt. En zo verwacht in 2013 de meerderheid van onze studenten én docenten dat zij de Googleglass niet in hun lessen zullen gaan gebruiken. Leerlingen die met de bril op de klas binnenkomen, hebben daarmee niet alleen de complete kennisbasis op hun neus (zoekmachine Google, vertaalapps) maar kunnen ook nog eens ongemerkt foto’s en filmpjes maken en zich laten afleiden door social media. ‘Glassholes’, zo noemen sceptici de toekomstige gebruikers van Googleglasses en andere wearables daarom soms al, nog voordat die devices op de markt zijn. Maar welke kansen biedt een Googlebril voor het onderwijs?

Herman Stiekema, manager bedrijfsvoering bij de Faculteit Educatie, nodigde uit persoonlijke interesse de Amerikaanse Chara Kelley uit. Die had namelijk dankzij een winnende slagzin een Googleglass tot haar beschikking gekregen. “Door haar komst naar de HU kregen tientallen studenten en docenten de kans om de wereld eens door zo’n bril te bekijken. Het is een groot voordeel van de b ril dat je met je stem allerlei opdrachten

kunt geven. Als je een foto wilt maken zeg je bijvoorbeeld: ‘OK glass, take a picture’. Of als je een historisch feit wilt opzoeken: ‘OK glass, google How old was Hitler when he died?’. Het resultaat zie je links bovenin je scherm. Er zijn daarnaast vier commando’s die je door tikken op de zijkant van de bril moet geven. Ik zie allerlei kansen voor onze opleidingen. Denk aan een student die vanuit zijn stage live streamt met zijn HU-docent!”

Informatie toevoegen Michel van Ast adviseert voor YoungWorks scholen over didactiek en ICT en is daarnaast docent Wiskunde bij Instituut Archimedes. “Toen ik voor het eerst een Googleglass zag dacht ik: wat is het verschil met een smartphone? Daarmee kun je ook communiceren, dingen opzoeken en opnemen. Het belangrijkste verschil vind ik nu dat je met een Googleglass je handen vrijhoudt, en dat je met zo’n bril informatie kunt toevoegen aan wat je ziet (augmented reality). Denk aan een leerling monteur die precies geprojecteerd krijgt wat hij moet doen. Voor de wiskundeles

zie ik mogelijkheden voor het meetkundeonderwijs. Daarbij moet je schakelen van concreet (bijv. een kubus die je vasthoudt) naar abstract, en van een tweedimensionaal plaatje naar een driedimensionaal beeld. Googleglass kan daarbij helpen, doordat je ermee om een object heen kunt kijken en informatie kunt toevoegen, zoals afmetingen. Die projecteer je dan op die werkelijkheid.” Parate kennis Met een Googleglass kun je ook makkelijk iets opzoeken op internet, of even een woordje vertalen met Google Translate. Van Ast: “Soms hoor ik: ‘Parate kennis is niet meer zo belangrijk’, maar daar ben ik het niet mee eens. Zonder woordenschat en grammaticakennis kun je geen gesprek voeren. Ook bij creativiteit is parate kennis nodig als het gaat om dingen combineren en verbanden leggen.” Onderwijs anders ontwerpen Frank Thüss is specialist Leren met ICT en trendwatcher bij iXPERIUM, het Centre of Expertise Leren met ict van Hogeschool Arnhem en Nijmegen. Hij pleit ervoor dat leraren technologie op een betekenisvolle manier inzetten. “Computers worden kleiner en ICT wordt steeds minder zichtbaar. Behalve brillen zijn er bijvoorbeeld ook ‘slimme horloges’. Als leerlingen dat soort slimme devices hebben en ze gaan tijdens de les op Facebook, komt dat dan door dat device

of is je les niet interessant genoeg? Als je je leerling een Googlebril opzet en vervolgens een halfuur klassikaal een verhaal vertelt, dan luistert die leerling niet. Ik verwacht te zijner tijd apps waarmee de leraar bijvoorbeeld informatie kan weergeven op de Googlebrillen van zijn leerlingen, net zoals bij tablets. Met dat soort toepassingen kun je je onderwijs anders inrichten, en bijvoorbeeld leerlingen voorafgaand aan een les al een instructiefilmpje laten bekijken (flipping the classroom). Of denk aan apps voor mobile learning (zoals 7scenes voor smartphones) om educatieve inhoud toe te voegen aan de echte wereld. Je laat de leerlingen bij wijze van speurtocht buiten het klaslokaal praktijkopdrachten doen. De bril stelt de vraag op het moment dat de leerlingen op een bepaald punt zijn aangekomen, en zij spreken de antwoorden in als videoboodschap. Zo zijn er allerlei mogelijkheden.” Thüss ziet hier een taak voor lerarenopleidingen. “Zij moeten ICT implementeren in de opleiding, en studenten leren om ICT ook als ontwerpinstrument in te zetten.”

13


BEROEPSPRODUCT

#DURFTEVRAGEN

In deze rubriek reageert Instituut Archimedes op vragen vanuit het werkveld. Hebt u ook een vraag? Stuur deze aan Dienstencentrum.educatie.archimedes@hu.nl.

Op College De Brink doen HU-studenten samen met docenten onderzoek om de taalvaardigheid van de leerlingen te verbeteren. Het docententeam van het Vakcollege heeft gekozen om taalgericht vakonderwijs (tvo) te geven. Daarbij is elke les een taalles; context, interactie en taalsteun staan centraal. HU-studenten doen gerichte lesobservaties en nemen enquêtes af. Zo brengen ze in kaart welke ondersteuningsbehoeften docenten hebben bij tvo. Streven is alle lessen taalgerichter te maken en zo leerlingen beter voor te bereiden op vervolgonderwijs en maatschappij.

VRAAG: Waarom krijgt onze school een verzoek om extra studenten van de tweedegraads lerarenopleiding Geschiedenis te plaatsen? Laat de HU niet gewoon veel teveel studenten toe voor deze opleiding? Deze studenten kunnen immers niet rekenen op een volwaardige stageplek, een betaalde LIO of – later – een volledige baan. Joël Ulfman en Marleen Bronsema Schoolopleiders van het Altena College te Sleeuwijk ANTWOORD: Inderdaad kent ons instituut een grote toestroom van bachelorstudenten Geschiedenis. Wij zoeken de oplossing voor de problematiek op de stage- en arbeidsmarkt echter niet in een numerus fixus of andere beperkende maatregelen. Ten eerste betekent een grote toestroom in dit geval niet per definitie een grote

uitstroom. Een deel van onze geschiedenisstudenten komt naar de lerarenopleiding om een propedeuse te halen, en stapt daarmee vervolgens over naar de universitaire studie Geschiedenis. Ten tweede (voor de toekomst): we werken aan een constructie waarmee onze geschiedenisstudenten zich juist heel goed kunnen kwalificeren voor de arbeidsmarkt. Dat kan door hun de mogelijkheid te geven om de hogeschool na vier of vijf jaar met een dubbele bevoegdheid te verlaten. Daarbij denken we zo flexibel en breed mogelijk. Al onze studenten hebben een aantal generieke competenties nodig die iedere leraar, ongeacht zijn specifieke vakgebied moet beheersen. Denk aan kennis van pedagogiek en ontwikkelingspsychologie, vaardigheden zoals het toepassen van ICT in de klas, kundig klassenmanagement. Die competenties hoef je maar één keer te verwerven, ook als je in

verschillende vakken wilt kunnen lesgeven. Hetzelfde geldt voor een aantal didactische kwaliteiten: de benodigde kennis van vakdidactiek ligt voor verwante opleidingen vaak dicht bij elkaar. Wij ontwikkelen momenteel een aanbod voor onze studenten dat het mogelijk maakt om dit overstijgende deel, dus de generieke kennis en vaardigheden, te benutten voor meer dan één ‘vak’. Studenten die daarvoor kiezen worden dus niet opgeleid voor werkeloosheid, maar zijn vanwege hun multi-inzetbaarheid juist van grote waarde voor het werkveld. Bovendien kan de student het onderdeel stage dan over twee vakken verdelen. Daardoor zal voor onze opleidingsscholen de druk afnemen voor waar het (bijvoorbeeld) geschiedenisstudenten betreft. Jaap van Voorst directeur Instituut Archimedes

15


INDUCTIE

ONDERZOEKEND

TWINTIG PROCENT VAN DE BEGINNENDE DOCENTEN VALT IN DE EERSTE VIJF JAAR VAN ZIJN LOOPBAAN UIT. LECTOR THONI HOUTVEEN WERKT SAMEN MET EEN AANTAL SCHOLEN OM DE INDUCTIEFASE TE VERBETEREN.

“Internationaal onderzoek heeft in kaart gebracht wat de randvoorwaarden zijn voor een effectieve inductiefase”, vertelt Thoni Houtveen. “We weten bijvoorbeeld dat beginnende docenten gebaat zijn bij een lagere werkdruk, een professioneel ontwikkelingsplan en een coach. Vrijwel alle scholen zorgen hiervoor. Uit het onderzoek dat in het vorige schooljaar is uitgevoerd op de scholen die meedoen aan het inductieproject in de regio Utrecht, blijkt dat er toch het een en ander ontbreekt. Ten eerste bestaat er op schoolniveau niet genoeg verbinding tussen de inductie en het hrm-beleid. Ten tweede worden de beginnende leraren onvoldoende begeleid waar het gaat om hun pedagogisch-didactisch handelen.”

AANTREKKELIJKER SCHOLEN Verbetering van de inductiefase is één van de vier deelprojecten van het project Aantrekkelijker Scholen. Projectleider Jan Koot: “Het doel van dit deelproject is om de uitval van beginnende docenten terug te brengen van 20% nu, naar 15% in 2014 en 10% in 2015. Net afgestudeerde leraren ervaren een cultuurshock als ze op een school aan de slag gaan. Ze hebben meer systematische begeleiding nodig. Niet alleen het eerste jaar, maar ook daarna.”

“Met dit samenwerkingsproject willen we de inductietrajecten samen met de scholen verbeteren”, vertelt Jan Koot. “Het doel is om uitstroom van docenten te voorkomen, onder andere door ze zo te begeleiden dat zij sneller een hoog niveau van vakmanschap bereiken. Een niet-begeleide leraar zit pas na 15 jaar op de top van zijn kunnen. Afstemmen op verschillen, interactief lesgeven, leren leren: dat zijn de moeilijkste dingen van het leraarsvak. Omdat groepen leerlingen steeds heterogener worden moeten leraren dit dus sneller in de vingers krijgen.”

Pedagogisch-didactische vaardigheden Door onderzoek van de Groningse hoogleraar Wim van de Grift weten we dat beginnende leraren die stoppen met het beroep, veel lager scoren op deze pedagogisch-didactische beroepsvaardigheden dan hun collega’s die niet uitvallen, vertelt Houtveen. “Het is dus belangrijk dat de ervaren leraren hun startende collega’s meer gericht observeren en feedback geven.” Schoolbesturen willen graag dat de inductieprogramma’s verbeteren, om daarmee te voorkomen dat startende leraren uitvallen. Het Kenniscentrum Educatie, de scholen van het inductieproject van Aantrekkelijker

scholen en Instituut Archimedes trekken daarom samen op. Initiatiefnemer van het project is het Regionaal Platform Onderwijsarbeidsmarkt Utrecht vo/mbo. Observatie-instrument Houtveen: “Iedere deelnemende school heeft een regiegroepje, met een docentcoach, iemand uit het managementteam (vanwege de broodnodige borging van inductie in het hrm-beleid) en een begeleider vanuit de lerarenopleiding. Op een aantal scholen observeert de docentcoach zijn beginnende collega’s met behulp van een observatie-instrument van de Rijksuniversiteit Groningen. Hij stuurt de gegevens naar ons kenniscentrum en krijgt meteen een e-mail met de resultaten. Dit observatie-instrument zal bij veel van onze opleidingsscholen bekend zijn, want we gebruiken het al bij het werkplekleren van onze eigen studenten. Door het instrument ook bij startende docenten in te zetten ontstaat een mooie doorgaande lijn.”

in gedrag en taalgebruik respect voor de leerlingen’) via bijvoorbeeld ‘duidelijke voorbeelden gebruiken’ en ‘duidelijke regels hanteren’ naar ‘motiveren’ en ‘weten wat leerlingen moeilijk vinden’. Houtveen: “We weten hoe een beginnende leraar zou moeten scoren. Is hij bijvoorbeeld niet in staat om duidelijke voorbeelden te bedenken en krijgt hij geen begeleiding, dan is de kans groot dat hij stopt. Terwijl: als we zo’n leraar al vanaf de opleiding observeren, gericht feedback geven, zelf zijn verbeterpunten laten formuleren, en ook ná het behalen van zijn diploma op deze manier zouden begeleiden, dan is hij sneller ‘op niveau’ en is de kans veel groter dat hij behouden blijft voor het vak. ”

Voor het vak behouden “Uit de scores op het observatie-instrument wordt duidelijk welk niveau van didactisch handelen de leraar heeft bereikt en op welke punten hij gerichte begeleiding nodig heeft”, vertelt Thoni Houtveen. Basis van het instrument is een scorelijst: leraren ontwikkelen hun vaardigheden van niveau 1 (‘leraar toont

17


BIJBLIJVEN

Wie

Wat Waarom Resultaat

Hans Barnhoorn Leraar Nederlands Pentacollege CSG Scala Molenwatering in Spijkenisse Incompanytraining e-Coach Invoering nieuwe digitale leeromgeving itslearning op school. Mediawijzere leerlingen, en implementatie van digitaal toetsen en nieuwe manier van adaptief leren.

“We kregen een nieuwe digitale leeromgeving, en daar waren e-coaches bij nodig. Ik meldde me aan bij de conrector Onderwijs. De e-coachtraining is gericht op het meenemen van je collega’s in de digitale leeromgeving. Ik vind het gewoon leuk om op te pakken. De training is blended, dus we krijgen les op locatie, op de eigen werkplek én online.” Modules “In de eerste module Mediawijs leer je te onderzoeken hoe bewust leerlingen met internet omgaan en hoe bekend zijn ze met het gebruik (en misbruik) van betrouwbare bronnen. Ik heb met het leerteam uitgedacht hoe een leerling kan onderzoeken of de informatie die op een site staat betrouwbaar is. Daarvoor heb ik een lijst met negen verschillende criteria opgesteld die nu op posters hangen in de computerlokalen.” De school wil haar leerlingen met itslearning een adaptieve leeromgeving bieden. “De leerling studeert zelf op het onderwerp, zoals grammatica of spelling. Pas nadat hij een bepaald aantal punten heeft behaald, gaat het volgende onderwerp open. Ik implementeer dat nu als praktijkopdracht voor de module Digitale Toetsing in onze nieuwe leeromgeving.” Modules die nog op het programma staan zijn o.a. Flipping the Classroom en Serious Gaming. “Het bijzondere is dat we eigen inbreng hebben in hoe we de laatste modules van de training inrichten. De implementatie van de leeromgeving gaat op zich goed, maar we doen het eigenlijk achterstevoren. We hebben eerst de leeromgeving gekregen en de trainingen volgen daarna. Zo is het een beetje trial and error, maar dat is wel de leukste manier. Je ziet precies waar de zwakke punten zitten.” Meer informatie over deze maatwerktraining: centrumarchimedes@hu.nl

18

UTRECHT

VISIE OP BURGERSCHAP Of het nou om sociale, religieuze of etnische verschillen gaat: Utrechtse kinderen en jongeren groeien op in een samenleving die meer kleuren kent dan die van hun eigen thuissituatie. Dat aanvaarden en die diversiteit ontspannen tegemoet treden, gaat niet altijd vanzelf. Om segregatie te voorkomen is een effectief programma voor democratische burgerschapsvorming nodig. De werkgroep ‘Burgerschap & sociale integratie in het Utrechtse onderwijs po/vo’ van de Utrechtse Onderwijs Agenda (UOA) heeft zich hierover gebogen.

COLUMN Kompas De overheid heeft bepaald dat scholen zelf mogen bepalen hoe ze inhoud geven aan het burgerschapsonderwijs. In de praktijk blijkt het lastig voor scholen om tot een heldere visie en een planmatige, opbrengstgerichte aanpak van het burgerschapsonderwijs te komen. Er is behoefte aan een kompas, dat tegelijkertijd recht doet aan de vrijheid van scholen om hun onderwijs vanuit hun eigen levensbeschouwelijke grondslag in te vullen. Wat vraagt onze democratische samenleving aan burgerschap? Die vraag moet leidend zijn bij dat kompas. Het is immers de democratie die de voorwaarden biedt waaronder burgers met uiteenlopende normen- en waardenpatronen met elkaar van mening kunnen (blijven) verschillen en vreedzaam kunnen samenleven. Aan het onderwijs de taak om elke nieuwe generatie die democratische waarden bij te brengen. Bijdragen aan democratische samenleving Hoe moet dat gebeuren? We moeten onze leerlingen leren om adequaat te handelen in sociale situaties die zich voordoen in het dagelijks leven in de democratische samenleving. Dat betekent dat leerlingen die democratie aanvaarden en eraan leren bijdragen, dat ze medeverantwoordelijkheid nemen voor de leefgemeenschappen waartoe ze behoren, en dat ze adequaat leren omgaan met verschillen en conflicten. Pas als een programma of activiteit aan al deze aspecten aandacht schenkt, kunnen we spreken van ‘een bijdrage aan burgerschapsvorming’.

“Het Kenniscentrum Gemengde Scholen (KCGS) adviseerde ons als UOA-werkgroep om een visie op (democratisch) burgerschap en sociale integratie te ontwikkelen die gedeeld wordt in het hele Utrechtse onderwijsveld”, vertelt Harun Güven. Hij is docent bij Archimedes en voorzitter van de werkgroep. “Die visie staat nu op papier. De afgelopen maanden is deze uitgebreid bediscussieerd. Is het wel wenselijk om de school een rol te laten spelen ten aanzien van burgerschapsvorming? Zijn scholen wel in staat om (samen met andere partners in de opvoeding) gedrag en houdingen van jongeren op dit terrein te beïnvloeden? Gaat een gezamenlijke visie op burgerschapsvorming eigenlijk wel samen met de vrijheid van onderwijs? Het antwoord op deze vragen bleek: ja. Alle Utrechtse scholen kunnen zich inmiddels vinden in deze visie. Deze visie is ons startpunt van waaruit scholen het begrip burgerschap en sociale integratie zelf nadere invulling kunnen geven.”

De schoolleiding heeft in dit alles uiteraard een belangrijke rol. Er is een schoolbrede en meerjarige implementatiestrategie nodig, die aansluit bij de specifieke situatie van de school en haar omgeving, én er is aandacht nodig voor leraarscompetenties.

De visie Kern van de visie is dat de school een belangrijke en onvermijdelijke plek is voor burgerschapsvorming, maar dat een burgerschapsprogramma op school gekoppeld moet zijn aan andere pedagogische contexten. Denk aan de ouders en de educatieve instellingen om de school heen in de wijk.

Conferentie De betrokken scholen en maatschappelijke partners gaan hierover in februari verder met elkaar in gesprek tijdens een werkconferentie op Hogeschool Utrecht. Harun Güven: “We hopen op nieuwe samenwerkingsvormen zodat we in de stad Utrecht bewust bekwaam met burgerschap aan de slag kunnen gaan.”

Utrechtse Onderwijs Agenda (UOA) Meer kansen voor Utrechts talent. Dat is het motto van de Utrechtse Onderwijs Agenda (UOA). Schoolbesturen, welzijnsinstellingen, onderwijsondersteuners, de gemeente Utrecht en de Faculteit Educatie van Hogeschool Utrecht werken samen, om alle Utrechtse kinderen en jongeren de kans te kunnen geven om talenten te ontwikkelen. De doelen van de Utrechtse Onderwijs Agenda: • een goede beheersing van de Nederlandse taal;

School als oefenplaats Daarbij is het belangrijk dat burgerschapsvorming niet als een apart, extra vak wordt gezien. Alleen een lesprogramma volstaat niet. Burgerschapsvorming hoort bij de pedagogische kerntaak, en de klas en de school zijn oefenplaats voor democratisch burgerschap. Daar hoort voor elke jaargroep een curriculum bij dat voorziet in instructie in de klas, en specifieke leerdoelen. Bij goed burgerschapsonderwijs horen leerlingparticipatie, een positief sociaal en moreel klimaat.

• • •

meer kinderen naar hoger vervolgonderwijs; kansrijke en kansarme kinderen gaan samen naar kleurrijke, gemengde scholen; de Utrechtse leraar, een stevige professional.

Binnen de UOA is een aantal werkgroepen actief om deze doelen te bereiken. De werkgroep ‘Burgerschap & sociale integratie in het Utrechtse onderwijs po/vo’ is een van de werkgroepen.

RED BEGINNEND TALENT! Het zijn interessante plekken, lerarenkamers tijdens de pauze. Luidruchtige lach-of-ik-schietclubjes, dominante alfamannetjes, dameskransjes, vaste groepen met vaste plekken en in een hoekje stille theenippers met angstige blik. Echt gebeurd: de net aangenomen leraar die het lef had op de plek van een oudgediende docent te gaan zitten en letterlijk op zijn plaats werd gezet. Het valt niet mee om je als nieuwe collega een plek te verwerven tussen de ouwe hap; zij die het altijd zo doen. Luister nou maar naar ons, dan komt het wel goed. Lastig dus. Vooral als er nog maar weinig jonge collega’s zijn aangenomen, of (erger nog) zijn overgebleven. De eenzaamheid in de klas lijkt dan plots minder erg dan het gevoel van totale verlatenheid in zo’n drukke docentenkamer. Af en toe een meewarige blik: arme knul of meid. De ouwe garde had natuurlijk het eerste recht op de rustige klassen in de bovenbouw en dan blijven de drukke tweedejaars voor de nieuwelingen. Logisch toch? Beter voor de eindexamencijfers. Ooit zijn we allemaal een keer begonnen. Nieuwe school, met een nieuwe mores (die verrassend vaak afweek van de docentenhandleiding) en we hebben het gered. Dat geluk heeft niet iedereen meer. In onze regio is een groot deel van de aangestelde jonge leraren binnen vijf jaar weer weg. Veel van hen verdwijnen zelfs al tijdens of meteen na het eerste jaar uit het onderwijs. Waarom en waarheen is vaak niet duidelijk, scholen houden dat soms niet eens bij. Het stemt weemoedig als je denkt aan al die persoonlijke drama’s, dat stille verdriet. Eerst: Ja! Ik ben geslaagd! Heb een baan! En dan: de afgang. Ik kan ‘t niet, slechte beoordeling. Weg… Waar ligt schuld? De lerarenopleiding die niet goed voorbereidt op de harde werkelijkheid ? De gebrekkige ad-hocbegeleiding van de scholen? De kleffe clubs van niet-flexibele, niet-frisse ‘ouwe happers’? Het maakt mij niet uit. Zaak is dat we de handen ineenslaan om onderwijstalent te redden. Wij zijn toch ook ooit begonnen en we snappen donders goed wat starters nodig hebben. Doe er wat aan! Gerrit Huisman Gerrit Huisman werkte 43 jaar als vo-leraar, schoolleider en lerarenopleider. g.huisman@pro-talent.nl

19


TO DO

• 6 maart 2014 Uitwisselingsbijeenkomst opleidingsscholen Instituut Archimedes Tijd: 16:00 – 20:00 uur Plaats: Faculteit Educatie Hogeschool Utrecht, Padualaan 97, Utrecht Meer informatie: werkplekleren.archimedes@hu.nl • 6 maart, 1 april, 8 mei en 3 juni 2014 Broodje onderzoek (over onderzoek van Kenniscentrum Educatie) Tijd: 12:15 – 13:15 uur Plaats: Faculteit Educatie Hogeschool Utrecht, Padualaan 97, Utrecht Meer informatie: jolanda.stoltenkamp@hu.nl • 8 maart 2014 Open dag (voor scholieren/studenten én professionals) Tijd: 10:00 – 15:00 uur Plaats: Faculteit Educatie Hogeschool Utrecht, Padualaan 97, Utrecht www.onderwijsweb.hu.nl > Agenda • 21 maart 2014 De grote professionaliseringsdag Tijd: 9:00 – 15:30 uur Plaats: Pakhuis Willem de Zwijger, Piet Heinkade 179, Amsterdam www.degroteprofessionaliseringsdag.nl • 24 – 28 maart 2014 Week van passend onderwijs www.passendonderwijs.nl • 1 april – 15 mei 2014 Aanvragen lerarenbeurs www.duo.nl • Uiterlijk 1 mei 2014 Nominaties Archimedes Onderwijs Talentprijs Meer informatie: werkplekleren.archimedes@hu.nl • 14 mei 2014 Stagemarkt voor opleidingsscholen en studenten van HU, UU en HKU Tijd: 15:00 – 18:00 uur Plaats: Faculteit Educatie Hogeschool Utrecht, Padualaan 97, Utrecht Meer informatie: werkplekleren.archimedes@hu.nl


Samenscholing 05 - februari 2014