Page 1

Lifestylemagazine

over ouder worden in Rotterdam Centrum september 2012

rubriek

DOE HET LEKKER ZELF

Bewoners knappen hun eigen buurt op

interview

reportage

ZORGGOEROE HANS BECKER

DE WIJKAGENTEN

‘Deze generatie verdient een goede oude dag’

‘Geld is nooit een probleem voor een goed idee’


Voorwoord

Ouder worden moet leuk zijn

Het is eind augustus. Op de radio klinkt het nieuws dat demissionair minister Edith Schippers de ouderenzorg flink op de schop wil nemen…

Rotterdammers die de kansen van de stad benutten en zelf zorgen dat onze stad een prettige plek is om ouder te worden. Zoals de mensen op pagina 17.

Ondertussen legt een groep van dertien Rotterdamse ouderen de laatste hand aan het magazine dat u nu in handen heeft. Een magazine over ouder worden in het centrum van Rotterdam. De centrale vraag in het magazine: hoe word ik prettig oud in mijn eigen buurt?

De iconen zijn ook de markante gebouwen van de stad. Die harde stad vol beton, waartussen ouderen de zachte kant opzoeken. Onder andere door samen dit magazine te maken.

Het antwoord: veiligheid is belangrijk, een leuke buurt, een goed gevulde agenda (lees: leuke activiteiten) én een goed gevulde maag (lees: lekker eten). Ouder worden moet leuk zijn. Als de basis goed is (goed bereikbare zorg en veiligheid) dan is het tijd om te genieten. “De laatste jaren van je leven moeten gewoon leuk zijn”, zoals zorggoeroe Hans Becker het in de reportage op pagina 13 van dit magazine zegt. Hij is een van de ‘iconen’ in deze uitgave. Net als de drie wijkagenten die we spraken over het onderwerp ‘veiligheid voor ouderen’. Maar het zijn niet alleen de bekende Rotterdammers die onder de noemer ‘icoon’ vallen. Iconen zijn wij zelf. Wij

02

Dertien ouderen, met een gemiddelde leeftijd van 75 jaar, de leergierigheid van een leerling op zijn eerste schooldag en de werklust van een ambitieuze starter op de arbeidsmarkt, boksten het in acht weken voor elkaar om dit magazine te maken. Een magazine vol tips, informatie, stof tot nadenken en gezonde frustraties. Ouder worden moet in hun ogen leuk zijn en dat hoeft niet eens zo duur te zijn, als we het maar samen doen. Namens de redactie van Wonen Tussen Iconen, Ellen Mannens


In dit magazine PORTRET

Wonen in het hart van de stad

kortjes

om u aan het denken te zetten

4 5

rubriek

we doen het lekker zelf

cultuur interview

drieluik wijkagenten

6

kunst in rotterdam centrum

culinair

portretten

ouder worden in je eigen cultuur

10

het rotterdams kookboek

kort

kletsen met kleinkinderen reportage

zorggoeroe hans becker column

ton peters

reportage

de rollator

12 15 16

17 18 20 23

Colofon Wonen Tussen Iconen is een uitgave van SONOR in samenwerking met Stichting Hoedje van Papier Redactie: Bob van der Laan, Aartje Meddeler, Ton Peters, Irene Martinus, Egberdien van Rossum, Germien Roszbach, Theo van Sprundel, Coby Warmer, Joop Warmer, Mary van Wijk, Anne Wouden, Piet van Zijp, Thea van Zijp Eindredactie: Bob van der Laan, Ellen Mannens, Anneke Vereijken, Eveline de Vries workshopleider: Ellen Mannens Vormgeving: Marcel van den Assem - Kadanz Met dank aan: Nadezda Blokhia, Maartje van den Broek, Fred van der Meij, Jos Pols en alle ge誰nterviewden die meewerkten aan dit magazine. Ondersteuning SONOR: Serrie Kamerling, Anneke Vereijken, Sjannie Zwiers Ondersteuning Hoedje van Papier: Amy Jans, Ellen Mannens (El Tekst), Eveline de Vries

03


Wonen in het hart van de stad Alles van waarde is weerloos

Wonen in Rotterdam Centrum, in het nieuwe hart van de stad dat sinds het bombardement steeds meer vorm heeft gekregen. Wonen in het hart waar het leven hard gaat en het nooit rustig is. Hoe is dat? Tekst en beeld: Ton Peters

Al 42 jaar woont Mia van Velsen op het zelfde adres aan de Schiedamsedijk. Vanuit haar woonkamer op de eerste etage is het uitzicht op het met bezuinigingen geplaagde Havenmuseum overweldigend, met rechts de skyline van het Wijnhavengebied en links het centrum. Mia, geboren in 1924 en opgegroeid in het sjieke Kralingen, is nog aan het bekomen van de ongekende, tomeloze decibellenoverlast, veroorzaakt door het Zomercarnaval. Zeven uur lang carnaval voor de deur, waarna tot de vroege ochtend de feestvierders en schoonmakende Roteb het slapen onmogelijk maakten. Ondanks alle overlast en de stroom van urine, die tot in de kelders naar beneden droop en waar nog niets van is schoongemaakt, staat de thee met cake klaar. Mia vertelt dat zij haar hele werkzame leven als maatschappelijk werkster voor alles en iedereen heeft klaargestaan. Vanuit haar woning had zij korte lijnen met het stadsbestuur, de sociale dienst, kerkelijke instanties, de wijkverpleging en artsen. Ze wist altijd snel de juiste mensen te vinden om schrijnende zaken aan te kaarten en vooral op te lossen. Ze zag altijd weer kans om mensen bij elkaar te brengen en hen te bewegen voor anderen op te komen die zich op de rand van de samenleving met moeite konden handhaven. De bode van het gerechtsgebouw aan de Noordsingel noemde haar ‘die terriër’ als ze weer eens langskwam, op zoek naar een advocaat voor een lastige zaak. Zaken die ze meestal met succes afsloot.

04

Altijd gingen de mensen voor. Op de klok werd niet gekeken. Mia is nu 27 jaar met pensioen. Haar betrokkenheid met de mens in de stad is gebleven. Ondanks enige valpartijen, blijft ze bezig. In de city kerk bijvoorbeeld, waar ze al dertig jaar koffie zet. Voor ieder nieuw gezicht in de kerk heeft ze een warm welkom en goed woord. Mia houdt van het centrum. Alles is in de buurt. De markt, de Laurenskerk, het park, het mooie Schoonoord aan de Kievitslaan, het Oogziekenhuis, Havenziekenhuis, de singels en het openbaar vervoer om overal te komen. En dan zijn er de mensen die zij tegenkomt. Mensen die haar helpen met oversteken. Want de oversteeklichten staan zo weer op rood, als je slecht ter been bent. Zo was er een man, die wilde haar wel even overbrengen… als zij maar niet voor Ajax was! Mevrouw Mia van Velzen kijkt naar het Havenmuseum, kwetsbare mensen, kwetsbare dingen. De rode letters van Lucebert boven de Blaak gaan aan: alles van waarde is weerloos. Wij gaan naar huis, het trappenhuis is nog niet gedaan.

Mia van Velzen, al 42 jaar wonend in Rotterdam Centrum.


KORTJES

om u aan het denken te zetten Tekst: Piet van der Zijp, Thea van der Zijp

spreuk

‘Soms geeft men voor goede doelen ver weg, terwijl hulp dichtbij nodig is.’

Het einde

Denken wij hierover na en durven wij hierover te praten? Als je jong bent is ‘het einde’ helemaal geen punt, maar als je wat ouder wordt komt het steeds dichterbij en durven wij er dan over te praten? Het is belangrijk dat een aantal zaken bekend is en vooraf geregeld. Een paar voorbeelden: • Wie moet er gewaarschuwd worden bij ongevallen of overlijden? • Weet de directe omgeving de nodige documenten te vinden? • Waar is het trouwboekje bijvoorbeeld? • Is er een actuele adressenlijst? • Wie verzorgt de uitvaart? • Zijn hierbij wensen, wil men begraven worden of gecremeerd? • Welke muziek vindt men mooi? • Is geestelijke verzorging gewenst en wie moet er dan gewaarschuwd worden? • In er een testament of codicil en wie is dan de notaris? • Zijn er verzekeringspolissen? • Staan de giro- of bankrekeningen op één naam of kan ook een derde hierover beschikken? • Waar zijn sleutels te vinden en waar dienen deze voor? • Is het bekend of de persoon in kwestie een onderscheiding (koninklijk of kerkelijk) heeft ontvangen?

Dit zijn zomaar een paar vragen die belangrijk kunnen zijn. Durven wij erover te praten?

TIP 1

Vele uitvaartverzorgers geven een wensenboekje uit met praktische tips en ruimte om uw eigen informatie voor nabestaanden op te schrijven.

TIP 2

De New Yorkse rabbi Harold S. Kusher schreef het boek ‘Als ’t kwaad goede mensen treft’. Een mooi boek voor iedereen die verdriet te verwerken heeft – zoals dat in elk mensenleven voorkomt. Door de ongeneeslijke ziekte van zijn jonge zoon werd hij persoonlijk geconfronteerd met de nauwelijks te beantwoorden, bittere vraag: waarom worden onschuldige mensen door het kwaad getroffen?

Ga naar de speeltuin

Rotterdam kent steeds meer speeltuinen met speeltoestellen voor ouderen. Bijvoorbeeld bij het Achterklooster (bij Wijkgebouw Kipstraat). Hier geen schommels of glijbanen voor ouderen, maar een ‘hindernisbaan’ om de balans te trainen en stramme spieren tegen te gaan. ‘Buitenspelen’ wordt door steeds meer fysiotherapeuten gepromoot. Het zorgt voor een betere conditie, minder valincidenten en meer zelfredzaamheid. Daarbij geeft buiten zijn in het daglicht energie en doet u als leuke bijkomstigheid misschien ook leuke nieuwe contacten op.

Leuk om te weten:

Achterklooster dankt zijn naam aan het klooster van de Predikheren of Dominicanen aan de Hoogstraat. Het klooster is in 1444 gebouwd en in 1563 grotendeels door brand verwoest.

05


Veiligheid in het Centrum

‘Deze generatie verdient een goede oude dag’ 06


interview

Wijkagenten in de binnenstad

Saloua, Marc en Kita zijn wijkagent in Rotterdam Centrum. Alle drie werken ze hard aan dat punt dat ouderen zo belangrijk vinden: veiligheid. Maar weten we eigenlijk wel wát zij precies doen? Een drieluik van Rotterdamse wijkagenten. Tekst: Theo van Sprundel

Voor mij zit Saloua Ben Larbi, wijkagent Zijdewindebuurt. Een stevige Marokkaanse dame met een gulle lach, een man en twee kinderen en in Rotterdam (Delfshaven) opgegroeid. Zij voelt zich heel erg betrokken en doet haar werk, vooral in het Oude Westen, al zes jaar met heel veel plezier. We praten met haar over veiligheid voor ouderen. Een doelgroep waarvoor zij warm loopt. “Vooral in het Oude Westen zijn veel oudere mensen nog zelfredzaam. Ze wonen nog zelfstandig. Het is voor ons belangrijk om in de gaten te houden of mensen eventueel extra zorg nodig hebben. Dat valt niet mee, want ouderen kunnen nog wel eens een beetje eigenwijs zijn.”

De zorgmakelaars van de GGD proberen in contact te komen met mensen van wie we denken dat zij hulp nodig hebben. Zij koppelen hun bevindingen terug naar het zorgnetwerk en samen zorgen wij ervoor dat hulp op tijd tot stand komt.”

Het Oude Westen kent veel culturen. Hoe wordt er binnen de verschillende culturen omgegaan met ouder worden? “Allochtone ouderen denken vaak dat ze, als ze naar een verzorgingshuis moeten, in de steek worden gelaten door hun kinderen. Zij laten zich dus niet zo eenvoudig opnemen. Veel van hen verlangen dat hun kinderen voor hen zorgen, maar dat is voor die kinderen, door de Nederlandse levenswijze, bijna niet te doen. In Rotterdam zijn diverse gespecialiseerde huizen voor verschillende religies en culturen, zoals een Turks,een Surinaams en een Hindoestaans tehuis en Leeuwenhoek in het Oude Westen is Surinaams georiënteerd. In de wijk Cool wordt een Chinees tehuis gestart, maar we zouden er meer kunnen gebruiken.”

Wat moeten we ons daarbij voorstellen? “Buren van een bewoner in het Oude Westen schakelden de politie in, omdat ze hun buurman niet meer zijn dagelijkse dingen zagen doen. De politie heeft de deur opengebroken en is met de GGD binnengegaan. Daar vonden ze de bewoner. Hij had een ongeluk gehad, waardoor hij medische hulp nodig had. Die konden we hem dus geven, dankzij de oplettende buren.”

Wat doen jullie als wijkagenten voor het welzijn en de veiligheid van ouderen? “Er is een lokaal zorgnetwerk. Dit netwerk bestaat uit Politie, Woonstad en de GGD. Eenmaal per maand hebben zij overleg en vormen daarin dossiers over ‘klanten’, mensen die gesignaleerd worden als hulpbehoevend of die zich bijvoorbeeld verwaarlozen.

Hoe weet je of ouderen hulp nodig hebben? “Ik probeer in portieken waar oude mensen wonen de buren in te schakelen om hun ogen en oren open te houden. Zo kunnen we in een vroeg stadium constateren of ouderen zichzelf nog wel goed verzorgen of niet. Bij verwaarlozing of problemen wordt dan ook zo snel mogelijk ingegrepen.”

Beter een goeie buur, dan een verre vriend? “Zeker nu. De bezuinigingen zorgen ervoor dat de GGD niet toekomt aan de zo broodnodige bezoeken aan mensen die misschien hulp nodig hebben. Hierdoor is het risico groot dat mensen buiten de boot vallen en in een isolement raken. Juist als buren kun je daar een goede bijdrage aan leveren. Wij, als wijkagenten, zullen in deze een belangrijke rol blijven spelen. Ik ben er trots op dat ik dit werk mag doen. Tenslotte zijn het deze mensen, zowel autochtonen als allochtonen, die na de oorlog Nederland hebben helpen opbouwen. Zij zijn nu oud geworden, zij verdienen het dan ook een goede oude dag te hebben.”

07


Saloua Ben Larbi

wijkagent Zijdewindebuurt (Oude Westen)

‘Juist als buren kun je een goede bijdrage leveren aan welzijn en veiligheid’

Tekst: Aartje Meddeler foto: Peter Willeboordse Hij noemt zichzelf boven alles een agent van de straat. Een agent die vooral zichtbaar en optimaal bereikbaar wil zijn. Marc van Duin, wijkagent Boompjes, Boompjeskade, Kadebuurt en Wijnhavengebied. Hij geeft sturing aan een wijkteam, waarin het liefst wordt gewerkt met korte lijnen. “Mijn uitgangspunt is en blijft te streven naar korte lijnen, zonder te worden gehinderd door allerlei vertragende tussenschakels. Net als vele anderen in mijn vakgebied zit ik in een soort wurggreep, omdat ik doelgericht aan de basis werkzaam wil zijn, maar soms is het onontkoombaar om naar pepperspray, handboeien en dienstwapen te moeten grijpen.” Iemand uit mijn omgeving omschreef je als ‘een toffe peer’. Zie je jezelf zo? “Ik ben weliswaar een mensenmens, die zeer betrokken is bij iedereen in mijn wijk, maar treed wel degelijk op als handhaver van de wet.” Welke opleidingen heb je gevolgd? Allereerst een tweejarige opleiding tot agent aan de politieacademie. Daarna een eveneens tweejarige vervolgopleiding tot wijkagent. Ik ben sinds

Marc van Duin

wijkagent boompjeskade / wijnhavengebied (centrum)

‘Als oudere ben je kwetsbaarder dan de rappere medestadsgenoten’ 08

2005 in deze functie werkzaam op bureau Rijstuin bij metrostation Blaak. Ondertussen heb ik cursussen afgerond in de aspecten van het psychosociale, de stadsontwikkeling en geweldbeheersing. Maar ik ben niet iemand die voldoening vindt in het doornemen van boekwerken. Ze waren als studiemateriaal onvermijdelijk, maar ik heb meer de Rotterdamse mentaliteit: niet lullen maar poetsen. Hoe kunnen ouderen zelf aan hun veiligheid werken? “Allereerst zijn er de algemeen bekende, maar vaak nog veronachtzaamde feiten: neem altijd de mobiele telefoon mee. Het alarmnummer 112 is namelijk onder alle omstandigheden bereikbaar. Wees voorzichtig bij het pinnen van geld bij een automaat of in winkels. Zorg bijvoorbeeld dat je niet alleen gaat pinnen, maar altijd een bekende bij je hebt. Open niet zomaar de toegangsdeur van de woning zonder dat u weet wie er voor de deur staat. Zorg voor goede woningbeveiliging. Ga ’s avonds laat niet alleen de straat op. En ga zeker niet naar de markt of winkels met open tassen met een duidelijk zichtbare portemonnee. Als oudere ben je nu eenmaal veel kwetsbaarder dan de rapper ter been zijnde medestadsgenoten.”


Kita Badloe is al meer dan 25 jaar werkzaam bij de politie en heeft haar werkgebied midden in het centrum van Rotterdam, met al zijn levendigheid, maar ook problematiek. “Ik ben bij de politie gegaan omdat ik graag werk met verschillende culturen en niet een baan wilde met geregelde tijden. In 1987 startte ik met mijn algemene politieopleiding, daarna heb ik gekozen voor wijkagent. Zo groeide ik van aspirant, naar hoofdagente en nu ben ik brigadier.” Tekst: Joop Warmer en Coby Warmer Wat vindt u tegenwoordig van de Kruiskade? “Wij vinden dat het wat rustiger is geworden. Er zijn camera’s geplaatst en ’s avonds zijn de straten beter verlicht. Ik heb daar ook wel eens dienst en voel me dan redelijk veilig.” Hoe denkt u over de nieuwe Pauluskerk? “Ik heb regelmatig contact met de dominee en de koster. Ik denk dat zij de organisatie goed in de hand kunnen houden. We gaan er natuurlijk wel steeds kijken of alles verloopt zoals afgesproken. Er komen vier slaapplaatsen. Niet voor drugsgebruikers, maar voor uitgeprocedeerde asielzoekers.

Tijdens voetbalwedstrijden is het vaak druk in de stad. Welke rol heeft de politie dan? “We gaan meestal de cafés in op het Stadhuisplein en proberen supporters zo rustig mogelijk te houden. Ruim voor aanvang van de wedstrijd begeleiden we ze richting de Kuip.” Wat doen jullie voor ouderen? “We doen verschillende dingen voor ouderen, maar het grappigste voorbeeld is misschien wel dat we naar de dancing Hollywood Music Hall aan de Delftsestraat zijn geweest. Op die manier proberen we meer begrip te kweken voor de leefwereld van jongeren.” Wildplassen is een grote ergernis in het centrum. Wat kunnen jullie doen om dit tegen te gaan? “Als er evenementen zijn, worden er plaszuilen en Dixies (mobiele toiletten) geplaatst bij deze evenementen. Op het Stadhuisplein zijn plaszuilen die alleen ’s avonds naar boven komen. Dat is wel zo prettig voor de winkeliers. Die hebben dan overdag geen plaszuil voor hun etalage. Helaas zijn er echter nog steeds plekken waar die dingen niet zijn en dan is het voor mannen nu eenmaal gemakkelijk om even om de hoek hun behoefte te doen. Onze leus is: waar je drinkt, moet je het ook weer achterlaten. Een heleboel cafés hebben echter geen klantvriendelijk beleid wat de wc betreft. We houden uitgaansgebieden dus zoveel mogelijk in de gaten en delen bekeuringen uit als we iemand op heterdaad betrappen.”

Kita Badloe

wijkagent Kruisplein / Karel Doormanstraat / Van Oldenbarneveltstraat / Mauritsweg (Cool)

‘Het wordt rustiger en veiliger op straat’

09


In Rotterdam leven zo’n 173 nationaliteiten samen. Wat kunnen we leren van elkaar als het gaat om ouder worden?

We leggen de Russische, Chinese en Surinaamse cultuur onder de loep.

CULTUREN

3x Ouder worden in een andere cultuur Ouder worden op z’n Russisch

een rollator, als ze die al kennen, ook geen optie. Ook in grote steden zitten ouderen aan huis vast omdat het bijna onmogelijk is je te verplaatsen met een rolstoel, rollator of scootmobiel. Gebouwen zijn totaal niet aangepast voor dit soort vervoer. Ook openbare gebouwen niet.

Tekst: Theo van Sprundel

Heel veel ouderen gaan daarom permanent wonen op de Datcha en kunnen zo het hoofd boven water houden en een redelijk goede oude dag hebben.

Haar naam is Nadezda. Zij is 64 jaar en geboren in Vladimir, een dorpje bij Moskou, in de toenmalige Sovjet-Unie. Nu woont zij sinds een jaar in Rotterdam. Nadezda dacht er eigenlijk nooit zo over na hoe het leven zou zijn in Rusland als je ouder wordt en niet meer goed ter been bent. Nu echter kan haar zus (inmiddels 72 jaar) niet meer zo goed lopen. Daardoor komt zij niet meer zo veel op de Datcha (een zomerhuisje met gemiddeld 600 m² grond). Dat brengt haar aan het denken over ouder worden in Rusland.

In Rusland gaan vrouwen met 55 jaar met pensioen en mannen met 60 jaar. Het pensioen dat zij van de staat krijgen is echter zo laag, dat men daarvan alleen niet kan leven. Vele Russen werken daarom gewoon door na hun pensioen. Als dit niet meer lukt, komt de Datcha in beeld.

Vele ouderen in Rusland hebben weinig inkomen maar wel een Datcha, een huisje, en een Banja (onze sauna maar op hout gestookt, want dat is er genoeg). Hierop verbouwen zij zoveel mogelijk groente, fruit, kruiden en aardappelen om de winter door te komen. Veel van de groenten worden ingelegd in zout water en in grote glazen potten luchtdicht afgesloten om ze nog langer te kunnen bewaren. Zo sparen zij veel geld uit. Vooral als ze meer produceren dan nodig is, kunnen ze dit verkopen op kleine marktjes in het dorp en verdienen daarmee het geld voor de oogst van het volgende jaar of andere noodzakelijke dingen. De zus van Nadezda kan nu niet meer naar de Datcha lopen, hoewel deze slechts een kilometer van haar huis verwijderd is. Ze is daarvoor afhankelijk van haar man of kinderen, die haar met de auto moeten brengen. Aangezien zij allemaal werken, is dit niet vaak mogelijk. In Rusland is het gebruik van een scootmobiel niet zoals in Nederland. Wij hebben mooie stoepen met op de hoeken een verlaagd gedeelte, zodat je kunt oversteken. In de Russische dorpjes zijn amper stoepen en loop je meestal in het gras langs de weg. Daarom is

10

Nadezda: Eten uit de eigen moestuin


Ouder worden op z’n Chinees Tekst: Germien Roszbach Willy Tang, hij is pas 21 jaar, groeide op in Nederland maar kent de Chinese cultuur op zijn duimpje. Met zijn ene been staat hij middenin de Rotterdamse jongerencultuur, met zijn andere in de Chinese gemeenschap en waar hij kan brengt hij de twee samen. Hij is dan ook de aangewezen persoon om ons te vertellen over de manier waarop Chinezen omgaan met ouderen in hun gemeenschap. “Mijn vader en ooms richtten ruim 25 jaar geleden Dappo op, een ontwerp/ reclamestudio annex drukkerij. Hier werk ik ook regelmatig mee. Veel restauranthouders en eigenaren van massagesalons laten hier hun drukwerk doen. Vaak zijn het al oudere mensen. Het is leuk om met hen te werken, omdat ze vaak over hun verleden praten. Bijvoorbeeld hoe ze als asielzoeker naar Nederland zijn gekomen en hoe ze van een gouden ring met diamanten een restaurant hebben kunnen maken. Dit zijn echte levensverhalen waar je als jonge gozer van opkijkt. Ze zorgen ervoor dat je heel veel respect krijgt voor deze mensen. In mijn cultuur is er groot respect voor ouderen. We zorgen goed voor onze ouderen, omdat zij in het verleden altijd hard hebben gewerkt om voor ons te zorgen. Ik vind dat een goede instelling. Als je jong bent, moet je hard werken en zoveel mogelijk sparen voor later.” “Ik heb nog drie grootouders. Eén oma in Den Haag die nog zelfstandig woont en die Hakka spreekt (een Kantonees dialect). Ik ben dat nu aan het leren om beter met haar te kunnen praten. Er valt veel van haar te leren over het leven van de vorige generaties. Haar man, mijn opa, is overleden.

Willy: Oma zorgt voor de kleinkinderen, mama werkt Mijn andere grootouders wonen in Hongkong. Ze zijn rond de 70. Ze zijn nu vooral lekker aan het ‘chillen’. Lekker een beetje de stad in, koffie drinken en uit eten gaan met hun vrienden. Vroeger werden ouderen door hun kinderen verzorgd. Ze woonden bij hen in huis. Ze zorgden dan ook meestal voor de kleinkinderen, zodat hun ouders beide konden werken. Maar er moet wel veel respect voor elkaar zijn om het vol te kunnen houden met drie generaties in één huis. Ik zou zelf niet bij mijn toekomstige kinderen in huis willen wonen. Het lijkt me beter om naar het bejaardenhuis te gaan als je niet meer voor jezelf kunt zorgen. Je hebt toch een ander levenstempo dan de jongeren en als je alleen achtergebleven bent, maak je er nieuwe vrienden en misschien vind je een nieuwe partner. Een bejaardenhuis is oké, als je kinderen en kleinkinderen maar vaak op bezoek komen.”

anne lee: De ochtendzon is het beste medicijn

Ouder worden op z’n Surinaams Tekst: Anne Wouden / Ellen Mannens Anne Wouden groeide op in Suriname en kwam in de jaren zeventig naar Nederland. Nu ze bijna de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt, denkt ze er serieus over om terug te keren naar haar geboorteland. “Steeds meer Surinamers die in Nederland wonen kiezen ervoor om oud te worden in Suriname. Zeker de generatie die nu met pensioen gaat. Ze zijn hier op latere leeftijd gekomen en hebben dus niet hun hele leven een pensioen kunnen opbouwen. Daar komt nog eens bij dat in tijden als deze de kans bestaat dat je wordt ontslagen en de laatste jaren van je werkzame leven ook geen pensioen opbouwt. Dus denken velen: als ik dan toch armoe moet lijden, dan liever armoede lijden in Suriname.

In Suriname zorgt niet alleen de familie voor je, maar de hele gemeenschap. Heb je een oude buurvrouw, dan loop je regelmatig even langs om te kijken of alles nog goed gaat en of je nog boodschappen moet meenemen. Een beetje zoals je hier in Nederland in de kleinere dorpen ook nog ziet gebeuren. In Suriname ga je dan ook niet naar het bejaardentehuis en als je al naar het ziekenhuis gaat, dan is dat een slecht teken. Meestal is het einde dan nabij. Surinamers geloven in de ochtendzon. Laat die je goed beschijnen en het heelt je wonden. Natuurlijk komt ouderdom met gebreken, maar Surinamers proberen altijd te blijven lopen. Een rollator of scootmobiel zal je niet snel zien. Leunend op een stok proberen ouderen gewoon door te gaan. Pas als je hart het begeeft is het echt over.”

11


REPORTAGE

De ja-cu van zorgg Hans Be

‘Geld is nooit een probleem voor een goed idee’ 12


ultuur goeroe ecker Hij zette de wereld van de ouderenzorg op zijn kop met zijn onconventionele aanpak. Hans Becker, inmiddels Humanitas-directeur in ruste, veranderde de Rotterdamse verzorgingshuizen rigoureus met zijn eenvoudige, maar doeltreffende visie. ‘De laatste jaren van je leven moeten gewoon leuk zijn.’ Tekst: Irene Martinus foto: Anneke Vereijken Een open, vriendelijke, kleine grijze man met pretoogjes stapt op me af en stelt zich voor als Hans Becker. “Binnen of buiten?” vraagt hij, doelend op de plek van het interview. Ik kies buiten. Het is mooi weer. Hoewel het barpersoneel aanwezig is hier in Akropolis, de verpleeghuisvoorziening van Humanitas in Schiebroek, haalt Hans zelf koffie met wat lekkers. Ondertussen bereid ik me voor op het ‘interview’. Het ‘wie, wat, waar, waarom, hoe en wanneer’ spookt door mijn kop, maar vervaagt al na enkele ogenblikken met Hans Becker. Ik voel me op mijn gemak bij deze man. Wat volgt is een openhartig gesprek van drie uur, waarin hij vertelt over zijn privéleven en hoe hij is gevraagd om directeur te worden van Humanitas. Per ongeluk kwam hij terecht in de zorgsector. Een vak waar hij van huis uit niet veel mee had. Zijn vader noemde verzorgingshuizen al misèrehuizen en hoopte er nooit in te belanden. Hans Becker was econoom. Een vak waar hij in 1992 uitstapte. Een headhunter vroeg hem orde op zaken te stellen in de verpleeghuizen van Humanitas in Rotterdam. Op dat moment een ‘hiërarchische tent’, zoals Hans het omschrijft. Een dure organisatie die jaarlijks drie miljoen gulden verlies draaide. “Pas toen ik helemaal ‘ja’ had gezegd tegen de baan, drong tot me door waarvoor ik getekend had. Ik had wel die mooie directiekamer gezien bij het sollicitatiegesprek, maar niet de rest. Ik dacht: het is een mooi salaris en het maakt me niet uit of ik nu een ziekenhuis of een fabriek moet runnen.”

Veredelde huiskamers

Het werd dus een verzorgingshuis. Het was 1992 en het eerste wat Hans Becker liet doen was het schilderen van de witte muren. Zo veranderde hij de huizen van Humanitas in veredelde huiskamers. Geen witte jassen meer of uniformen (Becker: “een bloemetjesjurk is immers net zo hygiënisch als een uniform, als je hem maar op tijd wast.”). Muren vol vrolijke kleurrijke schilderingen, beelden, muziekinstrumenten. “Ik zorgde voor van alles wat het menselijk geluk kan bevorderen. Dus ook diversiteit in de huizen: rijk/arm, hetero/homo, jong/ oud, allochtoon/autochtoon, huur/koop.” De huizen van Humanias zijn inmiddels uitgegroeid tot verpleeghuizen waar volop wordt geleefd. Waar het leven centraal staat, chaotisch, leuk en avontuurlijk, want plezier en feesten horen bij het leven. Of zoals Hans zegt in zijn boek ‘Lekker leven!’: “Het moet de laatste jaren leuk worden, dat is een eerste vereiste. Helaas ontbreekt dit inzicht in de vele zorginstellingen en richt men zich puur op medische en hygiënische zaken. Wat duur en onaangenaam is.”

Ja-cultuur

Hans introduceerde de ja-cultuur. Goede ideeën en plannen van cliënten en medewerkers werden bijna zonder uitzondering uitgevoerd onder het mom ‘geld is nooit een probleem voor een goed idee’. De ja-cultuur staat voor positief kijken naar wat nog wel kan in plaats van wat niet kan. “Vroeger moest je als je naar een zorginstelling ging alles achterlaten. Bij ons niet. Er was eens een vrouw die vijf katten wilde meenemen. We zeiden ja. Daarna gingen we onderhandelen. Twee katten waren al oud en je weet dat je oude bomen niet moet verplanten. Dus vonden we voor die katten een huisje in hun oude buurt. Een nichtje wilde ook wel een kat hebben. Zo bleven er in samenspraak met de bewoonster twee katten over die meeverhuisden. Daar hebben we geen probleem mee. Dieren in de buurt is juist heel goed, want het knuffelgehalte van die dieren helpt mee aan de gezondheid van mensen.” Daarom vind je bij Humanitas vogels in kooien, kippen en geiten in de tuin. Maar er zijn meer extra’s. Er is een schoonheidssalon, de restaurants zijn zo goed en gezellig dat ze een trekpleister zijn voor de hele buurt en als het aan Hans ligt, komt er binnenkort ook nog een sauna en zwembad in een van de huizen.

13


vervolg

Improviseren

Een vooropgezet plan had Hans Becker niet toen hij in 1992 begon met zijn nieuwe uitdaging. “Ik improviseerde de eerste jaren. Pas na een jaar of zeven ben ik echt goed gaan kijken wat ik had gedaan. Welke lijn daar in zat. Toen ben ik ideeën gaan formuleren die achter mijn intuïtie staan en ben deze gaan checken met wetenschappelijke modellen. Daar is uit voortgevloeid dat ik ben gaan promoveren op de verandering die ik hier heb bewerkstelligd. Nu ben ik hoogleraar Humanisering van de Zorg aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Dat bereikte ik pas in 2005.” Een van de theoriën die Hans Becker vastlegde, is dat bewoners de eigen regie houden. “Het gaat om BaasZijn over het eigen leven, de eigen woning en het eigen geld. Eigen regie is ook tot het einde toe bespreekbaar. Euthanasie is hier geen zwaar issue.” “Je moet ook niet voor mensen zorgen”, vervolgt Hans Becker. “Je moet zorgen dat ze voor zichzelf en elkaar kunnen zorgen. Voor het personeel geldt dus: handen op de rug in plaats van handen uit de mouwen. Als je mensen te vlug in de watten legt, kunnen ze niet meer voor zichzelf zorgen. Een dame die bij ons woonde kon bijvoorbeeld na een half jaar oefenen zelf haar steunkousen weer aantrekken.” ‘Use it or loose it’ is dan ook een belangrijke slogan in de verpleeghuizen. Bewoners worden aangespoord zo lang mogelijk de eigen functies te blijven gebruiken, anders gaan ze verloren. Het is beter om ervoor te zorgen dat mensen voor zichzelf kunnen blijven zorgen. “Wat dit doet met je eigenwaarde en zelfrespect laat zich raden.”

Australië

Halverwege het gesprek neemt Hans ons mee naar boven, naar zijn kamer. Het is er gezellig rommelig, net als Hans zelf. Hij haalt een paar films tevoorschijn van feesten bij Humanitas. De opening van Akropolis bijvoorbeeld. Het leek hem wel leuk om op een kameel binnen te komen rijden. Het gevolg: veertig liter kamelen-urine op de mooie nieuwe vloer. Het is Hans ten voeten uit. Een beetje chaos laat hij graag toe. Ondertussen luistert ook een Hollands echtpaar uit Australië geïnteresseerd naar de verhalen van de oud-directeur. Ze kwamen speciaal naar Akropolis toe om meer over de formule te weten te komen. Ze zijn niet de enige. Door de jaren heen vertelde Hans zijn verhaal over de hele wereld. En ook nu hij met pensioen is, blijft hij zijn verhaal vertellen. Nu ook. Hans moet zich na een gesprek van drie uur excuseren. Hij heeft een afspraak. Maar hij verlaat ons niet voor hij iemand heeft gevonden die ons kan rondleiden in het Herinneringsmuseum beneden. Oud gereedschap, het washek dat vroeger om de kachel stond, de snijbonenmolen, de koffiemolen. Ze staan er allemaal. Het museum is ingericht door zijn zus en anders dan in een museum, mag je overal aankomen. “Mensen namen zo veel mee, dat de vraag kwam wat we ermee moesten? Weggooien was geen optie, dus heeft mijn zus er een museum mee ingericht. Mijn ouders waren als vrijwilliger restaurateur van het museum. Door die hulp kunnen bewoners nu aan hun kleinkinderen laten zien wat zij vroeger in huis hadden.” Na de rondleiding nemen we met een gerust hart afscheid. Als meer mensen een voorbeeld nemen aan de ja-cultuur, is het niet erg om oud te worden.

14


COLUMN Ton Peters

AH opent fiets-inn De emancipatie van onze gehandicapte medeburgers eind vorige eeuw werd vooral zichtbaar in de openbare ruimte, door het massaal aanbrengen van op- en afritten op de hoeken van trottoirs. Handig voor mensen die van een rollator of rolstoel gebruik moeten maken. Deze doeltreffende voorzieningen gaven tevens de gezonde fietsers de mogelijkheid om op alle trottoirs eenvoudig bij bedrijven en winkels voor de deur te komen. Na veel onderzoeken metingen en vraaggesprekken blijkt dat veel van deze wielrijders het afstappen en het tijdrovende op slot zetten van hun fiets als een hinderlijk bezwaar ervaren. Om aan de bezwaren van deze wildfietsende consumenten tegemoet te komen, is na veel overleg besloten en bij wijze van proef, een filiaal van AH in Rotterdam Centrum in te richten volgens het ‘bike en shop’ principe. Door het ontbreken van wagens, mandjes en het gehele kassasysteem, is een enorme voetgangersvrije ruimte ontstaan waar u naar hartenlust kunt rondfietsen zoals u dat op de Rotterdamse trottoirs gewend bent. Het geheel is helder verlicht voor goed zicht en op de hoeken van de schappen zijn zogenaamde stootwillen aangebracht. Onder de schappen is een ruimte gecreëerd zodat u met het voorwiel onder de artikelen uw fietskrat kunt vullen, terwijl aan het plafond lussen hangen voor het geval u wat uit balans zou raken. Het personeel, opgeleid door Circus Rotjeknor, rijdt rond op eenwielers, geeft adviezen en vult de vakken terwijl de manager op zijn snelle mountainbike het geheel in de gaten houdt. Fietsend gaat u afrekenen bij de kassière die op haar eenwielertje om u heen rijdt en de boodschappen scant die in uw fietskrat liggen, zodat zij van uw rekening worden afgeschreven. U belt, het slagboompje herkent het geluid en gaat omhoog. U kunt meteen het trottoir, oftewel het voetgangersdomein, oprijden.

15


REPORTAGE

onze rollator tekst: joop en coby warmer & Mary van Wijk

Rotterdam is een leuke stad om te wonen. Oók voor oudere mensen. Er is voor iedereen wel wat te beleven. Maar hoe is het als je niet meer zo goed ter been bent en een loophulpstuk nodig hebt? Daarvoor ging ik met mevrouw en de heer Warmer praten, beiden maken gebruik van een rollator. “Wij, Joop (76) en Coby (74) Warmer, zijn allebei slecht ter been. Via onze huisarts kregen wij een rollator, die wij gekscherend onze ‘trottoir Porsche’ noemen. Wij wonen twaalf hoog op het Vasteland in een flat met een prachtig uitzicht. Er zijn twee liften in het gebouw die op iedere verdieping gebruikt kunnen worden. Voor de buitendeur van onze woning hebben wij een mooie op- en afrit, zodat we met de rollator gemakkelijk naar binnen en naar buiten kunnen. De rollator is voor ons onmisbaar. We zouden anders aan huis gekluisterd zijn. Nu doen wij onder andere vrijwilligerswerk in het Atrium aan de Karel Doormanstraat. Meestal gaan we daar met de tram naartoe, omdat het openbaar vervoer gelukkig steeds toegankelijker wordt voor invalidenwagens en rollators. Uiteraard is de rollator voor de boodschappen helemaal onmisbaar. Alleen is het met zo’n volle kar bijna onmogelijk om obstakels te nemen. Helaas is dat in onze wijk nog op veel plekken het geval. Dat begint al bij het oversteken op de Schiedamsedijk, waar verhogingen in de weg het lastig maken om met je rollator te rijden. Jammer is ook dat we moeilijk in deelgemeenten als Schiebroek en Hillegersberg kunnen komen. Hier kunnen we wel heen met de tram, maar uitstappen wordt lastiger, omdat de perrons nog niet zijn aangepast. Maar ondanks de obstakels en met behulp van onze ‘Trottoir Porsche’ wonen wij erg prettig in onze eigen buurt en willen dat ook erg graag nog heel lang doen.”

Tips van... rollatordokter Frank de Boer De Rotterdamse fysiotherapeut Frank de Boer noemt zichzelf de rollatordokter. Dagelijks helpt hij ouderen bij het veilig gebruiken van hun rollator. Zijn tips: •

16

Zorg dat u fit achter de rollator staat. Soms gaan mensen als zij moe worden, krom lopen. Zo verliest u grip en kunt u vallen. Beter is het om bij vermoeidheid even uit te rusten. Laat uw rollator bij de minste hapering nakijken door de fietsenmaker. Gebruik de rollator niet als pakezel. De rollator staat minder stevig als zware tassen aan het stuur hangen. In geval van obstakels zit er niets anders op dan vriendelijk vragen om hulp. Kapot wegdek kan een lastig obstakel zijn met de rollator. Meldt een kapot wegdek dus bij gemeente via telefoonnummer 14010.


rubriek

We doen het lekker zelf Eendrachtskunst Tekst: Mary van Wijk en Anne Wouden Redacteuren Mary en Anne wonen in de Eendrachtsstraat. Een straat waar veel bewoners al jaren wonen. Over één ding zijn ze het eens: het is een heerlijk straatje om te wonen, maar het mocht wel wat opgeknapt worden. De Eendrachtsstraat is volgens zijn bewoners ideaal. Midden in het centrum met winkels, bioscoop, schouwburg en niet te vergeten de festivals allemaal in de buurt. De straat heeft zelfs een heel leuk theater, Bonheur. Om de hoek, op de Witte de Withstraat, is het goed toeven dankzij de vele eettentjes en de altijd volle terrassen. Je waant je soms op vakantie in het buitenland. Ongeveer drie jaar geleden heeft een aantal actieve bewoners zich ingezet om de straat een wat fleuriger aanzien te geven. Samen met opbouwwerkers van Sonor werd een plan opgesteld en een subsidieaanvraag ingediend. Het resultaat is prachtige graffiti op lelijke garagedeuren. Onder leiding van graffitikunstenaar Onno van Leeuwen konden bewoners, na een korte workshop, meehelpen de tekeningen te spuiten.

Ontsierende graffiti op de muur, wildplassers, lawaaiige buren, een sfeerloze straat. Het zijn ingrediënten voor een flinke ergernis. Deze bewoners besloten hun energie niet te steken in ergeren, maar in oplossen.

Het volgende onderdeel dat werd aangepakt waren de geveltuinen. Via Sonor volgden buurtbewoners een workshop over groen, waarna het planten kon beginnen. Over niet al te lange tijd zullen onder andere de mooie klimmers de straat opfleuren. En dan was er nog de Eendrachtstuin. Lange tijd werd de binnentuin niet gebruikt, doordat er geen vrijwilliger was om de tuin ‘s morgens te openen en ‘s avonds weer te sluiten. Daarop werd door een aantal bewoners een tuincommissie ingesteld. De tuin is opgeknapt en een buurtbewoner is voortaan weer verantwoordelijk voor het openen en sluiten van de tuin. Zo kan de Eendrachtsstraat weer genieten van een prachtige ‘verborgen’ tuin met heel oude bomen, veel vogels en kunstfoto’s om een kale muur op te fleuren. Een fijn plekje om even tot rust te komen zo midden in de stad.

De plasdoos Tekst: Theo van Sprundel Annelies de Weerd is inmiddels zestig jaar maar nog steeds even fanatiek als ik met haar praat over de plasdoos, de uitvinding die zij met haar buren deed om het wildplassen in haar straat tegen te gaan. “Mijn uitvinding is geboren uit een enorme ergernis over het wildplassen tijdens het Zomercarnaval en de Danceparade. Deze trokken bij ons bijna voor de deur, in de Hobokenstraat, langs. In 2002 plaatsen we daarom een stuk karton over een opengetrokken putdeksel. Mannen konden hier tijdens het Zomercarnaval plassen, bij gebrek aan genoeg openbare toiletten. Zo voorkwamen we dat iedereen een eigen hoekje zocht om te plassen. De volgende versie, datzelfde jaar tijdens de Danceparade, was al een doos. Die was aan de voorkant open zodat de mannen meer privacy hadden bij het plassen. Mijn buurman, Ruud van Daele, maakte samen met mij de dozen. Er stond ook altijd iemand van ons bij de doos. We plaatsten hem immers

over een open put en wilden voorkomen dat daar per ongeluk iemand in zou vallen. Na deze dozen bedachten we steeds betere versies van een openbaar toilet dat we konden maken met de middelen die we hadden. Zo legden we zelfs een echte toiletzitting op een open vuilnisbak. Voor de dames timmerde Ruud een houten kast met deur. Na de festivals in 2006 zijn de dozen verboden door de toenmalig wethouder Joep Jansen. Jammer, maar hij beloofde ervoor te zorgen dat er voldoende alternatieven kwamen. Samen met bewoners hebben daarna nog twee jaar hevig moeten protesteren, omdat die beloofde toiletten er niet kwamen terwijl ons initiatief de kop was ingedrukt. De media pakte ons verhaal gelukkig op. mede door ons originele idee. We kregen aandacht tot in de Amersfoortse Courant. De gemeente bleef daardoor ook de druk voelen om voor toiletten te zorgen. Inmiddels zijn toiletvoorzieningen elk jaar goed geregeld. Ik kan tevreden terugkijken op een actie die dan misschien niet werd gewaardeerd door de Gemeente, hij werd des te meer door de bezoekers van de festivals gewaardeerd.”

17


“Elke vorm van kunst kan in ons leven veel bijdragen aan een beter begrip van de spirituele zijde van ons zijn en kan ons verwijzen naar universele waarden. De betekenis van een kunstwerk is niet altijd gemakkelijk te doorgronden, echter het is ook de bedoeling van de kunstenaar dat we zelf trachten een bepaalde betekenis aan zijn kunstwerk te beleven. De kunstenaar houdt ons een spiegel voor. Door de vele publicaties over de kunst in het algemeen is het voor een ieder mogelijk dieper door te dringen tot het hogere in het leven en ons tot een hoger bewustzijnsniveau te tillen.” Egberdien van Rossum

‘La Grande Musicienne’ Henri Laurent (1938) Westersingel La Grande Musicienne is een van de beelden langs het water van de Westersingel. Het is het op een na oudste beeld op het zogenoemde beeldenterras. In de jaren zestig al in het bezit van museum Boijmans Van Beuningen. Sinds 2001 te bewonderen aan de Westersingel. De kunstenaar maakte een dame van brons met een lier in haar handen.


Kunst in de openbare ruimte Onder redactie van Egberdien van Rossum en Bob van der Laan

In de openbare ruimte staat, verspreid over de stad, een groot aantal beelden dat de moeite van het bekijken waard is. Een greep uit deze opmerkelijke sculpturen.

‘Zonder titel’ - Margot Zanstra (1971) Heer Bokelweg, vlakbij het spoorwegviaduct Margot Zanstra had in haar werken een voorkeur voor wiskundige vormen en wist altijd een bepaald ritme in haar werken te krijgen. Zo ook in dit kunstwerk dat ze in 1971 maakte. Het heeft geen titel, waardoor het werk nog meer tot de verbeelding spreekt. Wie wil, ziet er een abstracte versie van Ossip Zadkines ‘Verwoeste Stad’ in.

Witte de With Het culturele winterseizoen in Rotterdam barst in september los met festival De Wereld van Witte de With op 14, 15 en 16 september in de Witte de Withstraat met het gehele kunstspectrum. De ‘kunststraat’ wordt dan getransformeerd tot één groot feest van verrassingen. Zie voor meer informatie www.festivalwww.nl

‘Lost luggage depot’ – Jeff Wall (2001) Wilhelminapier Op de plek waar passagiersschepen van de Holland Amerika Lijn vertrokken staat nu het kunstwerk ‘Lost luggage depot’. Het verbeeldt een bewaarplaats voor gevonden voorwerpen. De sculptuur is bijzonder om te bewonderen voor oudere mensen, maar doet ook dienst als speeltoestel voor kinderen.

Benieuwd naar het verhaal achter een kunstwerk bij u in de buurt? Het Centrum voor Beeldende Kunst heeft bijna alle kunst in de openbare ruimte in Rotterdam omschreven. Kijk hiervoor op www.openbarekunst.nl. De internetsite www.sculptureinternationalrotterdam.nl geeft ook informatie over beelden in Rotterdam.

galerieën De Rotterdamse musea hebben bekendheid in Rotterdam en ver daarbuiten, maar wist u dat Rotterdam ook veel galerieën rijk is waar veel mooie kunst hangt en die ook nog eens gratis en vrijblijvend te bezoeken zijn? Twee galerieën springen eruit vanwege hun mooie verhaal. Galerie De Herenplaats Schiedamse Vest 56 Een galerie voor outsider art, ofwel: kunst van kunstenaars met een lichamelijke of geestelijke beperking. Galerie VIA kunst Karel Doormanstraat 335 Via Kunst geeft dak- en thuislozen de kans zich creatief te uiten.

19


CULINAIR

Ontdekkingsreis door de wereldkeuken Schrijfster Linda Roodenburg

Linda Roodenburg werd in 1954 in Haarlem geboren, woont nu in Rotterdam en is de schrijver van het Rotterdams Kookboek. Ze was voor veel mensen de persoon die hen bekend maakte met de onbekende levensmiddelen die de laatste jaren op de markt en in de ‘etnische’ winkels te vinden zijn. Tekst: Germien Roszbach Linda Roodenburg is heel veelzijdig. Ze is schrijver, onderzoeker, antropoloog, reiziger, fotograaf, voormalig galeriehouder, gastconservator van het Rijksmuseum voor Volkenkunde, oprichter van de uitgeverij/stichting Madame Jeanette en heel recent van het virtuele FoodMuseum. Met haar Rotterdams Kookboek heeft ze een bijdrage geleverd aan beter begrip van de cultuur van de nieuwe Rotterdammers. We spreken Linda via Skype, vanaf haar vakantieadres. Ze ziet er vertrouwenwekkend uit, een gezicht dat leeft en lacht, omkranst door een wat warrige krullenbol. Het Rotterdams Kookboek kwam in 2004 tot stand door haar belangstelling voor culturele antropologie. Fotografie speelt een grote rol in het kookboek. Alle onbekende levensmiddelen werden gekocht en gefotografeerd. Linda woonde in de buurt van de Middellandstraat, waar steeds meer winkeltjes de deuren openden met producten die haar nieuwsgierig maakten. Exotische producten, geliefd bij de nieuwe Rotterdammers. Zo ontstond het idee om het gebruik van de producten én de levensstijl van de mensen die er boodschappen doen te onderzoeken en vast te leggen. Ze vond dertien goede koks uit verschillende bevolkingsgroepen die haar en Carel van Hees (fotografie) gastvrij in hun families ontvingen en hen het verhaal achter de ingrediënten vertelden. Alles is in het kookboek terug te vinden. Eindelijk een blik in het leven van mede-Rotterdammers én zicht op hoe je de vele nieuwe levensmiddelen gebruikt die steeds meer te verkrijgen zijn in Rotterdam. Het boek vervult een rol in het tot elkaar brengen van bevolkingsgroepen via kennis van elkaars eetcultuur. Linda is de mening toegedaan dat in Nederland koken altijd zo’n eenzame zaak is. De gasten zitten in de kamer en de vrouw des huizes staat in de keuken te zwoegen. Bij veel andere culturen gaan de bezoekende vrouwen bij binnenkomst de keuken in en gaan direct helpen. Ze zien de ingrediënten liggen en weten dan wat er moet gebeuren. Iedereen die langskomt rond etenstijd wordt met open armen ontvangen.

20

Op de vraag wat het laatste werk is dat ze heeft geschreven, vertelt ze dat ze vorig jaar ‘De schaap ligt op de keukentafel’ heeft uitgebracht. Een boek met beeldverhalen, gemaakt door kinderentussen de 6 en 12 jaar met verschillende culturele achtergronden en wonend op verschillende plaatsen in Nederland. Een ander boeiend project dat Linda vorig jaar startte is het virtuele FoodMuseum. Op het internet vind je via www.foodmuseum.nl het online museum met wisselende exposities over eetcultuur. Al Linda’s interesses van de laatste jaren, de cultuur rond voedsel en de uitwisselingen die erin plaatsvinden, komen hier bij elkaar. INFO:

Rotterdams Kookboek, ingrediënten, recepten en achtergronden van 13 culturen – Linda Roodenburg ISBN 90 215 4196 3


om thuis te proberen

Drie recepten uit het Rotterdams Kookboek Bacalhau kroketjes Ingrediënten ½ 1 1 1 4 2 2 3

kg bacalhau (gezouten/gedroogde kabeljauw) kg kruimige aardappels bos peterselie grote ui tenen knoflook stengels prei stengels bosui Milde olijfolie eieren, losgeklopt

Djaaj m’hamar

(gebraden kip in olijvensaus) Ingrediënten 1½ 2 ½ 2 ½ 1 1 1 1 1 2 2 200 2

liter water uien citroen in 4 stukjes gesneden met schil laurierbladeren bosje korianderblad tl. sambal oelek tl. gemberpoeder tl. paprikapoeder tl. kerriepoeder tl. gedroogde tijm kaneelstokjes hele panklare kippen Olie gram ontpitte olijven uit blik (merk Zenhoun} suikerklontjes

Ingrediënten vindt u op de markt of in de toko’s op bijvoorbeeld de Kruiskade.

Bereiding Week de bacalhau een half uur in water. Kook hem dan 30 minuten in vers water. Wrijf hem daarna fijn tussen de vingers. Kook de aardappels in de schil, verwijder de schil en stamp ze fijn. Hak de peterselie, ui, knoflook, prei en bosui zeer fijn. Fruit ui, knoflook, prei en bosui in wat olijfolie. Haal van het vuur en voeg peterselie, losgeklopte eieren, fijngewreven vis en gestampte aardappelen toe. Verhit in wok of diepe koekenpan een laag olie. Vet je handen in met olijfolie en vorm kroketjes. Laat de kroketjes direct in de olie glijden en bak een aantal tegelijk op matig vuur mooi bruin. Haal ze uit de olie en laat uitlekken. De kroketjes kunnen warm of op kamertemperatuur gegeten worden, als snack of als voorgerecht

Bereiding Breng het water aan de kook in een grote pan met uien, citroen en kruiden en specerijen. Doe de kippen erbij en kook deze in ongeveer 45 minuten gaar, ze moeten nog heel blijven. Haal de kippen uit het vocht en kook dit in tot ca. 5 dl. Snijd vette en loshangende delen van de kip weg. Droog de kip, smeer het vel in met wat olie. Grilleer de kippen tot het vel knapperig is in ca. 10 minuten. Verwarm de olijven in de ingekookte bouillon met de suikerklontjes en laat ca. 15 minuten zachtjes koken. Leg de kippen op een schaal en zet de saus er in een apart schaaltje bij. Het is de bedoeling dat de gasten met de handen stukken van de kippen afplukken en er op hun bord saus overheen gieten.

Linzensoep Ingrediënten 3 2 2 ½ 2 1 1 2 400 3 2

el. olie (druivenpitolie of milde olijfolie) middelgrote uien, in stukken gehakt tenen knoflook, fijngehakt bosje peterselie stengels bleekselderij, in stukken gesneden winterwortel, in stukken gesneden venkelknol, in stukken gesneden courgettes, in stukken gesneden gram gedroogde groene linzen (nakijken op steentjes) blokjes groentebouillon laurierbladen zout, peper

Bereiding Doe de olie in een grote soeppan en fruit daarin ca. 5 minuten op zacht vuur de uien, knoflook, peterselie, bleekselderij, winterwortel, venkel en courgettes. Voeg ruim water toe (kok Carla gebruikt gefilterd water) en doe de gewassen en nagekeken linzen erbij. Breng aan de kook en voeg de bouillonblokjes en laurierbladen toe. Zet het vuur lager en laat ca. ½ uur sudderen tot de linzen en groenten gaar zijn. Haal de laurierblaadjes eruit en pureer de soep met een staafmixer. Voeg eventueel wat water toe als de soep te dik is. Breng indien nodig verder op smaak met zout en peper.

21


CULINAIR

COLUMN Germien Roszbach

De markt is vakantie Vroeger, zo’n 50 à 60 jaar geleden, bestond er geen saaiere keuken dan de Nederlandse. Alleen familie van ‘Indiëgangers’ had het geluk om ergens in Den Haag gefêteerd te worden op een rijsttafel. Dat soort eetgelegenheid was er niet in Rotterdam. Zo eind jaren vijftig gingen we als gezin op hoogtijdagen wel eens Chinees eten. Pas rond 1960 leerde ik ‘Tante Sjaan’ (zo geheten in de volksmond) kennen, een echt Chinees restaurant op de Kaap waar ook Chinezen zelf gingen eten. Vooral spannend waren de dim sums, kleine stoommandjes met spannende hapjes. Je had geen idee wat het was, maar liet het je goed smaken.Ook rond die tijd verscheen er op de markt een Indonesische man met loempia’s. Als ik geld had, ging ik er een kopen. Later kwamen de eerste Italianen en Spanjaarden in Rotterdam en gingen Nederlandse gezinnen op zaterdag (waarom op zaterdag?) macaroni eten. Vaak met saus gemaakt van een blikje tomatenpuree, maar dat was voor die tijd al redelijk exotisch. Ik weet nog dat mijn schoonmoeder om ons te verrassen een rijsttafel kookte; een pan witte rijst, in stukjes gesneden draadjesvlees met ui en peper, geschaafde komkommer en een juskom met bouillon. Pas in 1973 verscheen het Groot Indonesisch Kookboek. In de jaren zeventig kwamen er Turken en Marokkanen en begon de markt spannend te worden. Eindelijk kwamen de producten die ik op mijn reizen had gezien en leren gebruiken. Je moest in die (toen) verre landen immers de keuken inlopen om een keuze te maken (wegens gebrek aan kennis van de taal) en er waren altijd mensen die je welwillend in de praktijk uitlegden hoe iets bereid kon worden. En nu…… Als ik over de markt ga, is me dat een grote vreugde. Jammer dat ik soms over moet slaan vanwege gebrek aan gehandicaptenparkeerplaatsen. Maar als ik er een heb, dan geniet ik! Het is alsof ik op de soek in Marokko loop en op de markt in het voormalig Oostblok of Turkije. En dit allemaal tegelijkertijd. Iedere keer vind ik toch weer iets dat ik nog niet ken, een groente of een visje, en kan ik een van onze nieuwe Rotterdammers vragen naar de bereiding ervan. Net zo’n soort avontuur als op reis gaan. Leve de markt.

Meer weten over eten? Door de snelle veranderingen in de voedselindustrie, verandert ook de samenstelling van ons eten. In het boekje ‘Wat zit er in uw eten’ (van Corinne Gouget en Will Jansen) leest u precies wat de zogenoemde E-nummers, die u tegenkomt op de etiketten van verschillende levensmiddelen, betekenen.

22

culinaire TIPs Robs Budgetmenu’s

Lekker eten hoeft niet duur te zijn. Op de website www.robsbudgetmenus.nl geeft kok Rob dagelijks tips om goedkoop en lekker te koken. Hij houdt de aanbiedingen bij in de verschillende supermarkten en stelt aan de hand daarvan menu’s samen. De website heeft meerdere voordelen. Aan de ene kant bespaart u veel geld, doordat de meeste gerechten slechts 1,50 euro per persoon kosten, aan de andere kant heeft u heel gevarieerde maaltijden en altijd een leuk nieuw recept om uit te proberen. Inschrijven voor de budgetmenu’s is gratis en kan op de website.

Vlees noch vis

Met een beetje creativiteit kan men in ieder willekeurig restaurant vegetarisch eten. Maaltijden zonder vlees of vis worden steeds normaler. Er zijn echter nog maar weinig restaurants die helemaal gespecialiseerd zijn in vegetarische maaltijden. Op dat gebied kunnen we twee goede tips geven.

Restaurant Spirit

Groene Passage, Mariniersweg 9 Spirit is niet alleen geheel vegetarisch, ze werken ook nog eens met alleen maar biologische producten. En dat tegen een zeer redelijke prijs. Spirit breidt momenteel uit, wat betekent dat binnenkort veel meer mensen de weg naar onbespoten en ‘levende’ gewassen kunnen vinden.

Restaurant Bla Bla

Piet Heynsplein 35 (Delfshaven) Het is vlees noch vis, zeggen ze zelf bij Bla Bla. En dat moet heel letterlijk worden genomen, want Bla Bla heeft enkel vegetarische gerechten op de kaart en weet daarmee de meest verrassende creaties op het bord te toveren.


uit het leven gegrepen

Kleinkinderen, buurkinderen, neefjes, nichtjes.... Kinderen hebben een verrassende blik op de wereld, wat de mooiste verhalen oplevert.

Kletsen met kleinkinderen Oma waar zijn die ribbels voor?

Sixpack

Toen ik met mijn kleinzoon (5 jaar) laatst op het metrostation liep, vroeg hij “Oma, waar zijn die ribbels voor?”. Ik heb hem verteld dat die zijn aangebracht voor slechtziende en blinde mensen die met een stok lopen. Op de terugweg waren we weer op het perron. Ineens riep hij: “Mevrouw, u mag daar niet lopen, dat is alleen voor blinde mensen!”

Mijn kleinkinderen vinden het super als we allemaal tegelijk in bad gaan. Ik ben dan hobbelpaard, glijbaan en tegelijkertijd slachtoffer voor sproeipartijen. Er zit een groot verticaal litteken dat loopt van mijn borstbeen naar beneden. Aan weerszijden ervan vetrolletjes. De jongste was 4 toen hij dat constateerde. Hij had een geheel eigen interpretatie: “Oh oma, jij hebt een super sixpack.”

Mandarijnen

Erfenis

Noten

Pinkeltje

Kleinkind mag na het eten een navelsinaasappel schillen en openmaken. Hij trekt de partjes uiteen en ziet een heel klein sinaasappeltje bovenin. Vrolijk roept hij: “Die moet nog mandarijnen!”

Ik stond net voor de klas in Den Haag. Net als in Rotterdam heeft men daar geheel eigen uitdrukkingen. Een van m’n boys was erg boos: “Juf, laat hem ‘s ophouwe hij sit steets a me note.” Waarop ik zei: “Ja, welke sukkel neemt er nou ook noten mee naar school?” Helemaal fout! De klas rolde over de vloer van het lachen.

Mijn kleinzoon vindt een parelmoerglanzende schaal in de vitrine kast erg mooi. “Oma, jij bent erg oud hè.” Ik kon hem niet teleurstellen: “Ja schat.” “Als jij dan dood gaat, wil jij dan tegen pappa zeggen dat ik graag die schaal wil hebben.”

We waren toevallig eens met de familie bij elkaar met Pinksteren. Mijn zus vroeg haar kleinzoon van zeven of hij wist wat voor feest dat was. “Ja oma”, was zijn antwoord. “Toen is Pinkeltje geboren.”

23


Dit magazine is mogelijk gemaakt door een subsidie van de Deelgemeente Rotterdam Centrum, in het kader van participatietrajecten van bewoners in Woonservicegebied Rotterdam Centrum.

2012 Sonor Wonen tussen Iconen  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you