Page 1

Over samen leven in een Rotterdamse volkswijk December 2012

Reportage

Shoppen bij de kledingbank

‘Ik wil graag iets betekenen voor de samenleving’

Interview

Bep van Beek initiatiefnemer Van Swietenhof

Portretten

Ontmoetingen bij House of Hope Bezoekers doen hun verhaal

1


Voor elkaar opkomen De Tarwewijk in Rotterdam-Charlois heeft over het algemeen geen beste naam. Als de buurt al eens in de media genoemd wordt, is dat meestal niet in positieve zin. Drugsoverlast, criminaliteit, werkloosheid… erg vrolijk stemt het allemaal niet. Maar dat de wijk ook een andere kant heeft, bewijzen de medewerkers en vrijwilligers van House of Hope. Een ‘huis’ dat open staat voor alle volken, culturen en leeftijden. En waar mensen elkaar op allerlei manieren ontmoeten. House of Hope wil dichtbij mensen komen. Door hun contacten in de wijk proeven de medewerkers vaak een stuk nood, pijn, zorg en eenzaamheid. Ze proberen dan praktisch te helpen, een luisterend oor te bieden en mensen weer op weg te helpen. House of Hope wil de open, respectvolle ontmoeting tussen mensen stimuleren en volwassenen en kinderen die in knelsituaties verkeren ondersteunen. Daarbij streven ze ernaar om buurtbewoners een actieve rol te laten spelen in de projecten. Op die manier willen ze de leefbaarheid in de wijk vergroten en het persoonlijk welzijn van mensen bevorderen. Dit magazine sluit perfect aan bij die visie. Tijdens zes bijeenkomsten zijn leden van de mannengroep van House of Hope aan de slag gegaan om hun wijk in woord en beeld te vangen. Over het thema hoefden ze niet lang na te denken. Na alle negatieve berichtgeving over hun wijk wilden zij zich juist focussen

Met gepaste trots presenteren we de resultaten van dit magazine, dat door de inzet van velen, maar vooral door de mannengroep van House of Hope, tot stand is gekomen. We hopen dat alle deelnemers van de workshop journalistiek het leuk en leerzaam hebben gevonden. Stichting Hoedje van Papier gaat uit van kennis, talenten, creativiteit en verantwoordelijkheidsgevoel van deelnemers en probeert deze eigenschappen samen met hen verder te ontwikkelen. Op deze manier proberen we een steentje bij te dragen aan de ontwikkeling van verschillende deelnemers en te werken aan hun zelfbeeld en zelfvertrouwen. 2

op wat allemaal wél goed gaat. Want de Tarwewijk mag dan een ‘aandachtswijk’ zijn, het is ook een wijk waar mensen voor elkaar opkomen. Niet voor niets werken veel mannen van de mannengroep vrijwillig bij allerlei sociale projecten. Zo werken Peter van der Vlag en Patrick Kidimbu bij de kledingbank, waar ze mensen met een krappe beurs van gratis kleding voorzien. En is Aad Buyk al jaren betrokken bij het Van Swietenhof, een door bewoners opgezette en onderhouden groene oase op een steenworp van winkelcentrum Zuidplein. Stuk voor stuk projecten die het leven van buurtbewoners verlichten. Initiatieven die versterken, bemoedigen, hoop geven en uitzicht bieden. De titel van het magazine was dan ook snel gekozen, Wijk van Hoop. Een magazine vol bijzondere levensverhalen en interessante interviews. Wijk van Hoop is een blad dat omhoog kijkt. Dat kijkt naar mogelijkheden in plaats van beperkingen. Namens de redactie van Wijk van Hoop,

Ilja Post

Met medewerking van enthousiaste en goede workshopleiders is het gelukt dit project tot een succes te maken en hebben we de mogelijkheden gekregen met de deelnemers reportages te maken van interessante plekken in en buiten de wijk en interviews te houden met belangrijke mensen uit de buurt en de stad. Kortom, er is voor veel deelnemers een nieuwe wereld opengegaan. We wensen je heel veel leesplezier! Het team van Hoedje van Papier


In dit magazine

reportage

reportage

de kledingbank

4

zestig jaar terug in de tijd

reportage

verborgen tuin gevonden

8 11

Colofon wijk van hoop is een samenwerking van Stichting Hoedje van Papier en House of Hope.

portretten

ontmoetingen in house of hope

6

Redactie: Henk Roos, Gazalie Mohammed, Peter van der Vlag, Patrick Kidimbu, Jabbie Salim, Aad Buyk, Abdellah Batuta, Seck Amin, Ali Rahli, Kalil Kabah, Diallo Mohammed, Keita S.R, Achmed Jaddi Eindredactie: Ilja Post, Eveline de Vries Workshopleider: Ilja Post Vormgeving: Marcel van den Assem – Kadanz Met dank aan: Louis van Os en Alle geïnterviewden die meewerkten aan dit magazine. Ondersteuning House of Hope: Achmed Jaddi Ondersteuning Hoedje van Papier: Amy Jans, Ilja Post, Eveline de Vries

3


Reportage

Gratis een mooie outfit bij elkaar shoppen De Kerk van de Nazarener aan de Carnissesingel wil een échte kerk voor de wijk en de stad zijn. Een plek waar mensen niet alleen komen om te bidden. Maar bijvoorbeeld ook om elkaar te ontmoeten of samen te eten. Zo wordt er een vrouwenochtend georganiseerd en een Bijbelgroep voor Bulgaren. Ook de voedselbank, opgezet door House of Hope, heeft een plekje in de kerk. En helemaal bovenin, bij de Lieve Heer op zolder, huist de kledingbank - waar broeken, rokken en jassen worden uitgedeeld aan buurtbewoners met een krappe beurs.

warme winterjas

Willy (“mijn achternaam hoeft er niet bij hoor, écht”) werkt als vrijwilliger bij de kledingbank. Eind 2006 is de kledingbank opgericht. Het initiatief komt voort uit de voedselbank. Mensen die financieel in de knel zitten, kunnen daar terecht voor gratis voedsel. Maar naast eten en drinken behoort ook kleding tot de primaire levensbehoeften. “En wie al moeite heeft om zijn dagelijkse boodschappen te doen, kan een warme winterjas al helemaal niet betalen”, aldus Willy. “Vandaar dat we de hulp aan armen hebben uitgebreid met een kledingbank.”

4

Die kleding komt intussen overal vandaan. In het begin haalden vrijwilligers de kleren vooral uit hun eigen garderobe. Of vroegen ze familie of vrienden of ze nog wat over hadden. Een broek waar ze waren uitgegroeid. Een uit de mode geraakt colbertje. Of een jurk die al jaren ongedragen in de kast hing. Al gauw breidde het inzamelnetwerk zich uit naar de hele kerkgemeenschap. En naar winkeliers uit de wijk. Want naast de vele tweedehandsjes ontvangt de kledingbank tegenwoordig ook onverkochte partijen van verschillende boetiekjes. “Mooie kleren, waar de prijskaartjes vaak nog aanhangen”, zegt Willy trots.

alle soorten en maten

Willy kan het weten. Want zij is degene die wekelijks alle binnengekomen kleding sorteert. “Sportbroeken voor heren, ondergoed voor meisjes. Je kunt het zo gek niet bedenken of we hebben het. Kleding in alle soorten en maten. Maar ook handdoeken, schoenen en linnengoed. En allerlei accessoires, zoals riemen en mutsen. Het aanbod is inmiddels zo groot dat we alleen de beste kledingstukken ophangen. Wat we over houden, gaat naar Roemenië. Klanten sprokkelen met gemak een mooie outfit bij elkaar. Al komen de mensen hier natuurlijk niet voor hun lol. Als je geld hebt, haal je je kleren wel ergens anders vandaan.”


Wist u dat… De Kerk van de Nazarener een internationaal christelijk kerkgenootschap is dat is voortgekomen uit het methodisme? Een aantal keren per seizoen kunnen mensen die een pakket krijgen van de voedselbank in onze kerk gratis kleding uitkiezen. Er is een zomer- en een wintercollectie. De meeste klanten worden doorverwezen door hulpverleners, waaronder House of Hope. Willy: “Mensen zijn verder vrij om zelf hun kleding uit te zoeken. Al zorgen we natuurlijk wel voor een goede verdeling.”

heerlijk werk

Willy vindt het heerlijk om als vrijwilliger bij de kledingbank te werken. “Het voelt goed om iets goeds voor de mensen te doen. Zowel klanten als vrijwilligers worden uiteindelijk één grote familie. Je praat met elkaar, let op elkaar en helpt elkaar waar je kunt. Je naastenliefde tonen, daar gaat het ons om.”

De Kerk van de Nazarener is officieel opgericht op 8 oktober 1908 te Pilot Point, Texas, USA. Sinds 1919 heeft de Kerk van de Nazarener haar hoofdgebouwen in Kansas City, USA. In 1967 startte de Kerk van de Nazarener in Nederland. Aan het einde van 2010 had de Kerk van de Nazarener 2.059.261 leden in 26.353 kerken in 159 verschillende landen. In Nederland heeft de Kerk van de Nazarener twaalf kerken, verspreid door het hele land.

Meneer Ayuba (niet zijn echte naam) is klant van de kledingbank. Al twee jaar lang komt hij eens in de drie maanden langs om kleren voor zichzelf uit te zoeken. Hij is door House of Hope doorverwezen naar de kledingbank. Hij heeft geen inkomen, geen familie in Nederland, leeft in armoede en is afhankelijk van liefdadigheid. “Het is een schrijnende situatie”, zegt hij stilletjes. Zich schamen om bij de kledingbank langs te komen, doet hij niet. “Het voelt juist goed om door anderen geholpen te worden. Het is fijn om hier te komen en met mensen te praten. Zelf zou ik ook wel als vrijwilliger bij de kledingbank willen werken. Ik wil graag iets betekenen voor de samenleving. Als ik de hele dag thuis ga zitten, word ik alleen maar depressief. Dan denk ik na over mijn toekomst in Nederland, en aan de familie die ik heb achtergelaten in Afrika.” 5


portretten

ontmoetingen in House of Hope

Bezoekers doen hun verhaal

House of Hope wil graag een ontmoetingspunt zijn voor alle wijkbewoners. Sinds 2010 heeft de Tarwewijk een eigen inloophuis met gespreksruimten. Sindsdien functioneert dit pand als een gezellige woonkamer voor de wijk. Een tweetal portretten van bezoekers.

‘Geef nooit op!’ Patrick Kidimbu (57) ziet eruit om door een ringetje te halen. Jasje dasje, altijd strak in het pak. Uiterlijk is er niets aan hem veranderd sinds hij twee jaar geleden zijn baan verloor. Patrick ziet er nog net zo netjes uit als toen hij senior huismeester was bij het Ministerie van Onderwijs. Dertien jaar heeft hij daar gewerkt. Tot zijn functie werd wegbezuinigd. Sindsdien zit hij thuis, waar hij de ene na de andere sollicitatiebrief de deur uitstuurt. Zijn archief is intussen twee vuisten dik. Een treurigstemmende verzameling sollicitaties en afwijzingen. Want of te oud of niet de juiste diploma’s. Maar Patrick geeft niet op. Hij heeft in zijn leven wel voor hetere vuren gestaan.

Al die verschillende culturen die in het asielzoekerscentrum met elkaar samen leefden. Maar vooral de taal. Die ben ik dan ook zo snel mogelijk gaan leren.”

kind uit een gezellig druk gezin

toekomst in nederland

Patrick is geboren en getogen in Kinshasa, de hoofdstad van de Democratische Republiek Congo. Als tiende kind in een gezellig druk gezin van twaalf kinderen. Ze hadden het goed thuis. Zijn vader was rechter en ook moeder had een goede baan. Zelf koos Patrick na zijn middelbare school voor een studie pedagogie. Lang heeft hij echter niet les gegeven. Na een korte periode als onderwijzer kwam hij te werken in het presidentiële paleis. Politiek gekonkel en een dreigende burgeroorlog gooiden echter roet in het eten. Patrick belandde in de gevangenis. Toen hij daar weer uit kwam, was hij zijn leven niet zeker. Met behulp van het Rode Kruis moest hij zijn land, gezin en kersverse echtgenote ontvluchten. Via buurland Angola kwam hij in België terecht, en via België in een Nederlands asielzoekerscentrum. Er brak een vreemde tijd voor hem aan. “Het was nooit mijn plan om naar Nederland te komen”, zegt hij. “Ik had dus geen idee wat ik hier zou aantreffen. Wat me al gauw opviel, is dat Nederlanders dol zijn op regeltjes. Alles is enorm gestructureerd. Wanneer een Nederlander een afspraak maakt om acht uur ’s ochtends, is hij daar ook om acht uur stipt. Afrikanen zijn niet zo precies. Ik moest aan veel dingen wennen.

6

Patrick Kidimbu

Patrick probeerde zich zo goed en zo kwaad als het ging te concentreren op een toekomst in Nederland. Ook hoopte hij weer met zijn vrouw herenigd te worden, die in Congo was achtergebleven. Tot hij op een dag, nog altijd in het asielzoekerscentrum, een brief kreeg, waarin werd medegedeeld dat zijn vrouw overleden was. Patrick brak, huilde, maar pakte zich weer op. Hij moest wel. Solliciteren bijvoorbeeld. Want nadat hij zijn verblijfsvergunning op zak had, was het vinden van een baan zijn nummer 1 prioriteit. En die vond hij. Bij het Ministerie van Onderwijs. Niet als leraar of beleidsmaker, maar als assistent-huismeester. Langzaam hervond Patrick zijn geluk. Een baan, een huis, een nieuwe vrouw, waar hij acht jaar mee getrouwd zou blijven. Tot zijn leven twee jaar geleden opnieuw in zwaar weer kwam. Hij verloor zijn baan. “Ik mis het enorm”, zucht hij. “Vooral de omgang met collega’s. Maar financieel is het er natuurlijk ook niet beter op geworden. Het spaargeld dat ik had, is grotendeels verdampt. Maar bovenal mis ik een doel in het leven. In afwachting op een nieuwe baan werk ik nu als vrijwilliger bij de voedsel- en kledingbank van House of Hope.”


‘Hard voor weinig, nooit chagrijnig’

peter van der vlag

Peter van der Vlag (51) noemt zichzelf ‘het

goudhaantje’ van House of Hope. En dat doet hij niet zomaar. Peter is voor de stichting namelijk vliegende keep en manusje van alles in één. Of hij nu voedselpakketten moet vullen bij de voedselbank, kleren sorteren bij de kledingbank of mensen of goederen van A naar B moet rijden; Peter doet het. Zonder klagen, zonder morren. Hard voor weinig, nooit chagrijnig. Als Peter een motto zou hebben, was dat ‘m geweest.

een echte rotterdammer

Peter is een echte Rotterdammer. Hij is geboren en opgegroeid op het Noordereiland. Broers en zussen had hij niet. Peter is enig kind en werd, zoals wel meer enig kinderen, flink verwend. “Een fiets, een brommer; ik hoefde het maar te vragen of ik kreeg het. Nog steeds zijn mijn ouders enorm gulle mensen.” Al kan een ongeluk dat hij als klein ventje meemaakte daar nog eens extra aan hebben bijgedragen. “Als kind van anderhalf jaar oud heb ik mijn oog verwond met een aardappelschilmesje. Ik voelde niets. Althans, ik kan me geen pijn herinneren”, vertelt hij. “Maar mijn oog is nooit meer hetzelfde geworden. Tijdens mijn jeugd moest ik verschillende operaties ondergaan. De ene nog ingrijpender dan de ander. Maar het eindresultaat is wat je nu ziet: een oog dat op het littekenweefsel van mijn oogbal is getatoeëerd. Zien kan ik er niet meer mee, maar van buiten lijkt er niets aan de hand.” Dat oog heeft Peter ook veel ellende opgeleverd op school. Wanneer hij te lang met zijn neus in de boeken zit, begint het oog te tranen. Een studiebol is hij dan ook nooit geweest. Niet dat hij daar erg rouwig om is.

“Ik heb school nooit zo leuk gevonden. Ik spijbelde meer dan dat ik in de schoolbanken zat. Dan ging ik naar winkelcentrum Zuidplein. Of gokken in het casino in Scheveningen. Op mijn zestiende begon ik met werken, bij de emballage in een supermarkt. Daar waar mensen hun lege flessen en kratten inleveren. Rekenen kan ik dus als de beste, want destijds moest je het wisselgeld nog met de hand uittellen.”

zware tijden

Dat baantje in de supermarkt was voor Peter de eerste van vele. Daarnaast heeft hij ook nog een jaar of vijf in de bloemenzaak van zijn vader gestaan. Een mooie periode, zegt hij. “Ik vond het heerlijk om ’s ochtends vroeg naar de bloemenveiling te gaan. Maar omdat ik er werkte op de vergunning van mijn vader, en zelf niet de benodigde diploma’s had om de zaak van hem over te nemen, hield ook dat avontuur op. Na wat andere baantjes ben ik vrij snel daarna als dakdekker in de bouw terechtgekomen. Zwaar werk, waar ik uiteindelijk een chronische hernia aan heb overgehouden. Zo ernstig dat ik werd afgekeurd.” Daarna braken ook voor Peter financieel zware tijden aan. “Ik zat al drie jaar in de schuldhulpverlening toen ik mijn baan verloor. Vanaf dat moment werd het allemaal nog armoediger. Uiteindelijk moest ik bij de voedselbank aankloppen. Zodoende kwam ik in aanraking met House of Hope, waar ik al gauw als vrijwilliger aan de slag ging. Dat bevalt me prima. Al neem ik af en toe wel iets te veel hooi op mijn vork. Ik ben sommige avonden nog meer moe dan toen ik als dakdekker werkte.”

7


Stichting Historisch Charlois

Reportage

Oudheidkamer Charlois

slingert je 60 jaar terug in de tijd 8


Jan en Jannie Blok hebben elkaar niet alleen in naam gevonden. Het echtpaar deelt ook de liefde voor Charlois. Ze wonen en werken er niet alleen, maar zijn ook al jaren betrokken bij de Stichting Historisch Charlois. De vrijwilligers verzorgen rondleidingen door de Oudheidkamer aan de Wolphaertsbocht 105. Een plek waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan. Keuken, woon- en eetkamer zijn er precies zo ingericht als in de jaren ’50.

Wat de charme van Charlois is?

De vraag lijkt Jan Blok nogal te verrassen. Duidelijk afkomstig van iemand die niet in de wijk woont. Misschien wel van een ‘noordeling’. Iemand van de overzijde van de Maas. Daar waar Lijnbaan, Coolsingel en stadhuis liggen. En waar bewoners nog altijd weinig voeling met ‘Zuid’ hebben. “Toen de Oudheidkamer vorig jaar geopend werd, schitterde het college van burgemeester en wethouders in ieder geval door afwezigheid”, bromt Jan. “Niemand kwam, behalve de Charloisers zelf. Zelfs bewoners die al jaren geleden uit de wijk vertrokken zijn. Omdat zij weten wat Charlois zo bijzonder maakt: het dorpse, dat fijne ‘ons-kent-ons’-gevoel.” “Elders weten mensen amper hoe ze Charlois moeten uitspreken”, smaalt zijn vrouw Jannie verder. “We moeten altijd erg lachen als we met de TomTom naar huis rijden. Op de Vaanweg, net voor de afslag, beginnen we vaak al te grinniken. Want de stem uit dat elektronische apparaat maakt er altijd weer een potje van. Afslag Charlois, probeert ze dan in haar beste Frans. Terwijl iedere Rotterdammer weet dat het ‘SJAARloos’ is, met de klemtoon op de eerste lettergreep.” Wie zich in ieder geval nooit in de uitspraak zullen vergissen, zijn de 1850 leden van de Stichting Historisch Charlois. Evenals de ruim 50 vrijwilligers die

de stichting draaiende houden. Vaak mensen die zijn opgegroeid in de wijk. Of op latere leeftijd aan de buurt verknocht zijn geraakt. Velen weten alles van de historie van Charlois. Bijvoorbeeld dat in het pand waar de stichting nu huist vroeger de Charloische Apotheek zat. Een mooi en karakteristiek pand gebouwd in 1924. Een pand waarin ook de stichting een prachtig onderkomen heeft gevonden voor al haar historische memorabilia.

terug in de tijd

Wie er de trap omhoog neemt, slingert zich na de laatste tree ineens een slordige zestig jaar terug in de tijd. Want op de eerste verdieping ademt alles de sfeer van de jaren ’50. Een tijd waarin koelkasten en vaatwassers nog toekomstmuziek waren. Waar het vanwege het ontbreken van centrale verwarming vaak bitter koud was. En waar kinderen nog gewoon één voor één in de tobbe gewassen werden. Achmed Jaddi van House of Hope, vandaag op bezoek met een aantal leden van de mannengroep, kijkt zijn ogen uit. De luxe die anno 2013 voor velen zo gewoon lijkt te zijn, is hier ver te zoeken. Geen flatscreen, stereo-installatie of spelcomputer. Wel aanwezig: een als uit The Flintstones ontvreemde kast van een tv en platenspeler en een spelletje Mens Erger Je Niet. “Grappig”, zegt hij wanneer hij in de keuken een verzameling weckpotten ontdekt. “Zo conserveren ze in Marokko nog steeds groenten, fruit en vlees.” En ook de tobbe, waarin kinderen vroeger badderden, roept herinneringen op. “Ook dat gebeurt zo nog steeds op het Marokkaanse platteland.” “Gek, hoor. Ik zie hier een Nederland dat ik zelf nooit gekend heb. Een veel armer Nederland”, aldus Ali Rahli, eveneens van Marokkaanse origine. “Wat dat betreft, hebben de mensen het de laatste 50 jaar veel beter gekregen. Zelfs de armen van nu hoeven niet langer zo te zwoegen als de mensen van toen.” 9


Charlois

in het heden…

Charlois

in het verleden... De geschiedenis van Charlois is al zeer oud. Zij gaat terug tot vóór het jaar 1200. Het gebied werd in 1458 door Filips van Bourgondië cadeau gedaan aan zijn zoon en opvolger Karel de Stoute. Er golden echter wel een paar voorwaarden. Karel moest beloven het land droog te maken, dijken aan te leggen en een kerk te bouwen. Dat deed hij onder andere met hulp van dijkgraven zoals Bas Jungerius en Frans Bekker. Mannen waarnaar intussen straten vernoemd zijn. De naam Charlois is waarschijnlijk afkomstig van het graafschap Charolais in Frankrijk dat ook in bezit was van Karel de Stoute.

Charlois is een deelgemeente en wijk gelegen op de zuidelijke Maasoever in de gemeente Rotterdam. De deelgemeente telt (op 1 januari 2003) 66.000 inwoners en heeft een oppervlakte van 10 vierkante kilometer. De deelgemeente strekt zich uit tot de A15 in het zuiden, de Eemshaven in het westen, de Nieuwe Maas en de Maashaven in het noorden. In het oosten vormen de Dordtselaan, Strevelsweg en Vaanweg de grens met de deelgemeente Feijenoord en de Vaanweg / A29 de grens met de deelgemeente IJsselmonde. In Charlois liggen de metrostations Slinge, Zuidplein en Maashaven, het eindpunt (Kromme Zandweg) van tramlijn 2 en over de Slinge gaat tramlijn 25 naar de Barendrechtse Vinex-wijk Carnisselande. In het oosten van Charlois ligt winkelcentrum Zuidplein en evenementenhal Ahoy. Charlois kan worden opgedeeld in de volgende wijken: Oud-Charlois, Carnisse, de Tarwewijk, Heijplaat, Wielewaal, Pendrecht en Zuidwijk.

In 1895 werd Charlois, tot dan toe een op zichzelf staand dorp, geannexeerd door de stad Rotterdam. Daarna werd onmiddellijk op grote schaal havengebied aangelegd in het voorheen agrarische gebied. Denk bijvoorbeeld aan de ooit met de hand gegraven Maasen Waalhaven. Onlangs vierde Charlois het 550-jarig bestaan.

De bokken

van Bonn & Mees Bij de Stichting Historisch Charlois is vier maal per jaar een andere foto-expositie te zien. Meestal loopt deze synchroon met de verschijning van het nieuwe kwartaalblad Ons Charlois. Thema van de nieuwe tentoonstelling, over het aankomende 125-jarig jubileum Bonn & Mees, is getiteld ‘Van scheepswerf tot hijsspecialist’ en is nog tot en met zondag 24 februari 2013 te zien. Een ieder die in de buurt van de haven komt, heeft ze wel eens gezien: die machtig grote en sterke bokken de Matador 1, 2 of 3. Deze hijsspecialisten opereren vaak in de buurt van Rotterdam. Ze lossen lading, bergen gezonken schepen of plaatsen brugonderdelen en sluisdeuren. Deze firma die in 1888 begon op Katendrecht en na het graven van de Maashaven naar Charlois verhuisde, bestaat volgend jaar 125 jaar. 10

De tentoonstelling geeft een mooi overzicht van de geschiedenis van dit bedrijf. Ook hun betrokkenheid bij het Charloisse verenigingsleven en de mensen die er werkten komen aan bod. Verder zijn er miniatuur-bokken te zien en zijn weer een aantal vitrines gevuld met andere, speciale voorwerpen. Stichting Historisch Charlois zit aan de Wolphaertsbocht 105. De foto’s zijn te bewonderen op zaterdagen en zondagen van 13.00 tot 17.00 uur, met uitzondering van feestdagen. Meer info op www.historisch-charlois.nl.


Interview

‘Een verborgen tuin die gevonden mag worden’ Bep van Beek (71) is één van de bewoners die zo’n tien jaar geleden het initiatief nam om een stuk braakliggend terrein aan de Van Swietenlaan om te toveren tot een waar paradijsje. Aan het eind van de doodlopende weg is sindsdien het Van Swietenhof te vinden. Volgens sommigen het mooiste verborgen stukje groen van Carnisse.

Wanneer is het Van Swietenhof ontstaan?

“Tien jaar geleden was deze plek een speelplaats voor kinderen. Maar omdat de buurt er omheen vergrijsde, speelden er weinig kinderen meer. Bovendien waren de meeste speeltoestellen hopeloos verouderd en verroest. Uiteindelijk heeft de deelgemeente ze weggehaald. Wat overbleef, was een omheind betegeld terrein. Niet echt fraai om tegenaan te kijken. Daarom bedachten een aantal bewoners dat het wel leuk zou zijn om er een tuin aan te leggen. Een bevriende architect maakte een aantal ontwerpen, waarmee we richting deelgemeente trokken. Dat plan leverde ons uiteindelijk een subsidie van 70.000 gulden op. Maar daar moesten we dan wel alles van zien te bekostigen: het opzetten van een stichting, het aanleggen van de tuin én het onderhoud.”

70.000 gulden voor de aanleg en onderhoud van een stadstuin. Dat is niet veel.

helpen mee wanneer er evenementen worden georganiseerd, zoals de pompoenmarkt of de kerstborrel. Het is een leuke club mensen waar de buurt veel aan heeft.”

Wat is eigenlijk de bedoeling van de tuin? Is hij alleen voor de buurt of mag iedereen er komen?

“De tuin is er voor iedereen. En dat gebeurt ook. In de zomer zie je hier allerlei mensen lunchen. Ook hebben we goede contacten met instellingen uit de buurt, zoals het Leger des Heils, de vmbo-school en verschillende verzorgingshuizen. Onze tuin mag dan een beetje verborgen liggen, we willen juist door zoveel mogelijk mensen gevonden worden.”

“Dat klopt. We moesten dan ook creatief zijn. Zo zijn we naar het Wellant College gestapt, de vroegere hoveniersschool, met de vraag of hun studenten het niet leuk zouden vinden om onze tuin aan te leggen. Die uitdaging hebben ze aangenomen. Aanvankelijk zou de tuin april 2002 open gaan. Maar vanwege vertragingen werd het november. Toen begon de grootste uitdaging. Want een tuin openen is gemakkelijker dan hem behouden. Daar heb je een flink aantal vrijwilligers voor nodig. Want als je die niet hebt, vergeet het dan maar.”

En die vrijwilligers hebben jullie intussen?

“Gelukkig wel ja. Momenteel zijn het er zo’n 25. Zij zorgen ervoor dat de tuin wordt onderhouden. En ze Bep (midden met rode sjaal): “De tuin is er voor iedereen.” 11


Dit magazine is mogelijk gemaakt door:

12

2012 House of Hope Wijk van Hoop  
2012 House of Hope Wijk van Hoop  
Advertisement