Page 1

Nummer 7, jaargang 102, maart 2018

w ww.jsw -o n lin e .n l Jeugd in School en Wereld Vakblad voor het basisonderwijs, speciaal onderwijs en opleiding

Special D

enk je imaaan go!

Wat wil je uitstralen? Digitale geletterdheid in praktijk CreĂŤer een zelfbewuste houding Handvatten voor opstellen schooladvies


Special D

In gesprek met je leerlingen

enk je imaaan go!

Digitale geletterdheid in praktijk Wil je aan je online imago kunnen werken, dan moet je digitaal geletterd zijn. Wat is digitale geletterdheid en hoe kun je er in de klas mee aan de slag gaan? Remco Pijpers is strategisch adviseur digitale geletterdheid van Kennisnet. Hij adviseert schoolbesturen in het primair onderwijs, voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs en is auteur van het Handboek Digitale Geletterdheid

L

eerlingen zijn minder digitaal vaardig dan ze zelf denken. Ze beoordelen hun eigen vaardigheden meestal met ‘goed’, maar in de praktijk blijkt hun niveau een stuk lager te liggen. Zo hebben de meeste leerlingen moeite met het inschatten van de betrouwbaarheid van bronnen op internet. Die competentie is onder andere van belang voor het herkennen van nepnieuws. Dat blijkt uit de Monitor Jeugd en Media 2017 van Kennisnet (2017). De mate waarin je digitaal geletterd bent, hangt grotendeels af van de thuissituatie en het opleidingsniveau van de ouders. Hoe hoger opgeleid je ouders en hoe meer je in je vrije tijd wordt begeleid, hoe vaardiger leerlingen zijn. School draagt nauwelijks bij. Des te belangrijker dat alle leerlingen les

Figuur 1 – Model digitale geletterdheid

6

JSW 7 maart 2018

krijgen in digitale geletterdheid. En niet eenmalig – bijvoorbeeld in de Week van de Mediawijsheid –, maar structureel. Het zou de gewoonste zaak van de wereld moeten zijn. Gewoon moet het ook worden, zo is het plan. Onder de vlag van Curriculum.nu wordt gewerkt aan een nieuw curriculum voor het primair en voortgezet onderwijs. Diverse ontwikkelteams, bestaande uit schoolleiders en leerkrachten, werken voorstellen uit. Er is ook een ontwikkelteam digitale geletterdheid. Naar verwachting wordt in 2021 een nieuw curriculum ingevoerd, met een vaste plek voor digitale geletterdheid. Het betekent dat basisscholen verplicht aan de slag moeten met een aantal nieuwe kerndoelen (die dus nog niet vaststaan). Wacht je tot nieuwe kerndoelen helder zijn en zet je dan pas stappen als school? Of kun je al eerder aan het werk? Wat is wijsheid? Ga nu al aan de slag. Wat is digitale geletterdheid? Het kan nog drie jaar duren voordat vastligt wat precies in het onderwijs moet worden opgenomen, maar met wat er nu onder digitale geletterdheid wordt verstaan, kun je nu al een start maken. Digitale geletterdheid wordt door SLO uitgelegd als een combinatie van vier digitale vaardigheden: basisvaardigheden ict, informatievaardigheden, mediawijsheid en computational thinking (zie figuur 1 ‘Model digitale geletterdheid’ hiernaast). • De basisvaardigheden ict omvatten onder meer: om kunnen gaan met standaardtoepassingen, weten en begrijpen wat internet is, maar ook dat je begrijpt wat veilig internet is. Bijvoorbeeld: weten hoe je een veilig wachtwoord maakt. • Bij informatievaardigheden gaat het om: het kunnen signaleren en analyseren van een informatiebehoefte, en op basis hiervan relevante


Special D

Eigenwijs

enk a je ima an go!

Creëer een zelfbewuste houding

De eerste keer dat ik mij hevig verbaasde over het imago van dit beroep was veertig jaar geleden. Het kostte moeite om te accepteren dat mijn vader, zakenman en trotse VVD-er, zijn neus ophaalde voor het vak dat ik met zoveel plezier uitoefende. Niet dat hij mijn keuze afwees, het waren mijn collega’s, of eigenlijk alle onderwijzers – behalve zijn dochter dan –, waar hij met gefronste wenkbrauwen naar keek. Hoewel hij het dialect van zijn geboortedorp nooit meer sprak, gebruikte hij altijd de term ‘eigenwieze onderwiezers’ om de beroepsgroep te duiden en als ik mijn verjaardag vierde, keek hij met enig dedain naar de andere genodigden. Inge Braam is ruim veertig jaar werkzaam als leerkracht in het basisonderwijs en blogt onder het pseudoniem Lachesis (http://lachesisblogt. blogspot.nl)

Eigenlijk herinner ik me de jaren negentig voornamelijk als gezellig

L

ater, veel later herken ik de houding van mijn vader in het gedrag van Ton Elias, voormalig tweede kamerlid van de VVD. Het dedain voor dit beroep aan de rechterkant van het politieke spectrum is zo groot dat het moeilijk is de positie van leerkrachten te verbeteren zolang de VVD de toon aangeeft. Leerkrachten zijn in hun visie te links, te eigengereid, te veel gehecht aan klaagzangen en hebben steevast te korte werkdagen en te lange vakanties. Al is er ondertussen nog zoveel veranderd ten aanzien van die werkdagen en vakanties, dit imago staat al decennia als een huis. Maar afgezien van het beeld van de luie en klagerige onderwijzer was er op basisscholen in de jaren tachtig en negentig niet zo heel veel aan de hand. Er waarden natuurlijk toen ook tijdgeesten rond, maar dat waren aandoenlijke lieverds vergeleken met de tijdgeesten die vanaf het begin van deze eeuw op scholen hun intrede deden. Eigenlijk herinner ik me de jaren negentig voornamelijk als gezellig. De school waaraan ik verbonden was, was erg groot, kende geen enkel probleem met het leerlingenaantal, scoorde goed bij de Citotoets, werd naar behoren geleid en kende een actieve oudergeleding. Terwijl ik dit opschrijf, bedenk ik mij dat ik deze jaren alleen in retrospectief als buitengewoon aangenaam ervaar, in die tijd had ik geen idee hoe gelukkig ik mijzelf kon prijzen. Op andere scholen ging het vaak niet anders. En als dat niet zo was, dan wisten we dat niet van elkaar. Na de eeuwwisseling Waren het in de eerste jaren van mijn loopbaan alleen nog de mensen ter rechterzijde van het

12

JSW 7 maart 2018

politieke spectrum die de neus voor de uitvoerders van dit beroep ophaalden, rond de eeuwwisseling kwam de kritiek van alle kanten. Niet alleen de vermeend klagerige en eigengereide aard van onderwijsgevenden stond ter discussie, al hun intenties en inspanningen werden regelmatig door allerhande onderzoekers, bestuurders en journalisten gewogen en te licht bevonden. Het een na het andere onderzoek zag het licht: leerlingen konden niet (voldoende) rekenen, lezen, spellen, spelen, gymmen, zingen. Leerkrachten werden niet goed opgeleid, ze waren niet veranderingsgezind genoeg. Plotseling bleek iedereen verstand van onderwijs te hebben, behalve zij die het uitvoerden dan. Daarnaast werd de brievenbus van scholen overladen met lespakketten over maatschappelijke problemen. Zo groot als men het aandeel van scholen achtte in het rechttrekken van maatschappelijk onrecht: doe dit, doe dat, zo klein waardeerde men de opbrengsten van wat scholen wel deden, doe dit niet, doe dat niet. De Inspectie van het Onderwijs publiceerde haar bevindingen in kranten en op het internet. Bolderkarren denderden door kolommen van de kranten en nieuwssites: hear, hear … deze school scoort voldoende, deze school scoort zwak en die school scoort zelfs zeer zwak. De onrust werd groter naarmate het aantal spelers op de onderwijsmarkt groter werd. Bestuurders, consultants, onderzoekers, coaches, kwaliteitsmedewerkers, auditeurs … ze wezen allemaal vastbesloten naar rechts, of naar links, of zomaar wat ins blaue hinein. Soms terecht, soms onterecht, en altijd volgens de inzichten van de laatste op het schild gehesen tijdgeest.


Consistent schoolontwerp

Tussen imago en identiteit

Special D

enk a je ima an go!

In veel media staan negatieve berichten over het onderwijs. De hele sector heeft er last van. Het imago van het onderwijs en je school doet ertoe. En zelfs het imago van je klas, zoals schrijver Jacques Vriens al beschreef in zijn boektitel Die rotschool met die fijne klas . Sta daarom stil bij het belang van het imago. Wat zijn oplossingen voor de lange termijn?

Mark van der Pol is onderwijsadviseur en schoolbestuurder (http://remarkablelearning.com)

Het gaat erom dat je als school helder hebt wat jullie goed onderwijs vinden in relatie met wat de buitenwereld goed vindt 18

JSW 7 maart 2018

I

mago is het beeld dat van een persoon of instelling bestaat. Met de nadruk op dat laatste woord: het imago bestaat, je hebt er zelfs pas in tweede instantie invloed op. Het is een beeld dat anderen van jou en van je school hebben. Voor een goed imago moet je hard werken. Je bent het zo kwijt en het kost veel tijd, zweet en tranen voordat je het herwonnen hebt. Je kunt in de klas nog zulke mooie dingen doen, als anderen het niet zien of andere verwachtingen hebben, is het voor alle partijen niet goed. Jij werkt hard en niemand ziet het: ouders zijn ontevreden en de kinderen zitten ertussenin, loyaal aan hun ouders en aan de leerkracht. Op korte termijn kun je van alles doen, maar voor de lange termijn is het zaak om een duidelijke identiteit te hebben. Een sterke ruggengraad, een goed verhaal en daaraan vast blijven houden. Vanuit je waarde, met zicht op je publiek. Wat is goed? Wat is goed onderwijs? Ouders hebben wensen en eisen, het bestuur heeft haar kader, de Inspectie van het Onderwijs heeft indicatoren. Het gaat erom dat je als school helder hebt wat jullie goed onderwijs vinden in relatie met wat de buitenwereld goed vindt. Q*Primair beschreef in 2005 al vijf vragen van kwaliteitszorg: (1) doen we de goede dingen?, (2) doen we die dingen goed?, (3) hoe weten we dat?, (4) vinden anderen dat ook? en (5) wat doen we met die wetenschap. Vooral vraag 4 is nu van belang: vinden anderen ook dat we het goed doen (Polderman & Sirre, 2005)? Onlangs was ik op het bestuurskantoor van een middelgrote stichting voor primair onderwijs. Het gesprek ging over kwaliteitszorg in relatie tot het nieuwe inspectiekader. De bestuurder pakte er

twee tabellen bij: de bovenschoolse samenvatting van de ouder- en de personeelstevredenheidspeiling. Het verschil was meteen duidelijk: het personeel was over een aantal zaken – zoals leerlingenzorg – erg tevreden, maar de ouders niet. Tja, dan gaat er iets niet goed. Wat er dan niet goed gaat, moet onderzocht worden. Het kan gaan over de zorg, maar ook over de communicatie van die zorg. Maar moeten we dan alles doen voor een goed imago? Nee! Ik was ooit directeur van een school waar de leerkracht van groep 8 in september alle methodes naar het magazijn aan het slepen was. ‘Wat doe jij nu?’, vroeg ik. Zijn antwoord: ‘Dit is groep 8, vanaf nu gaan we Citotoetsen oefenen.’ In zijn klas stonden stapels oude eindtoetsen. Een hoge score op de eindtoets was waar hij voor ging. En de ouders ook. Hij, en de school, hadden een geweldig imago. Maar goed onderwijs? In ieder geval niet in mijn ogen. Een sterk imago In JSW van september 2017 schreef ik al: ‘Kwaliteit is ervaring min verwachting’ (Van der Pol, 2017). Is de ervaring hoger dan de verwachting, dan is er kwaliteit. Is de verwachting hoog en kunnen we het niet waarmaken, dan is de kwaliteit laag. Kwaliteit is dus wat de ander verwacht. Dan kun je maar beter niet al te hoge verwachtingen wekken, maar wees reëel. Dat leidt tot de vraag of je je eigen verhaal – gebaseerd op heldere normen en standaarden voor goed onderwijs – scherp hebt en hoe je dit verhaal communiceert. Een sterke identiteit De identiteit is het unieke karakter van je school: waar de school voor staat, wat en wie je wilt


Professionalisering

Onderzoek naar leerkrachtervaringen

Opstellen van een schooladvies Eén van de belangrijkste taken die een leerkracht in groep 8 heeft, is het geven van een passend schooladvies aan leerlingen. Sinds 2014 is niet meer de eindtoets leidend bij de plaatsing van leerlingen in het voortgezet onderwijs, maar het advies van de leerkracht. Maar wat nemen leerkrachten mee in het opstellen van het schooladvies? En hoe ervaren zijzelf het opstellen van het schooladvies? Rosa Rodrigues is werkzaam bij Hogeschool Rotterdam als onderzoeker bij Kenniscentrum Talentontwikkeling en docent op de pabo

Het zou goed zijn als iedere school een werkgroep schooladvies heeft die met ideeën en vragen aan de slag gaat

32

JSW 7 maart 2018

R

otterdam is in Nederland de stad met de grootste onderwijsachterstanden (laagopgeleide ouders, hoog schooluitval en laagste Citoeindscores) (De Boom, Van Wensveen, Roode, & De Graaf, 2016). Vanwege die grote diversiteit is Rotterdam een interessante context om onderzoek te doen naar het werk van leerkrachten in deze stad. Twee jaar lang deed het lectoraat Ouders in Rotterdam van het Kenniscentrum Talentontwikkeling van Hogeschool Rotterdam onderzoek naar de ervaringen van leerkrachten in Rotterdam in het opstellen van het schooladvies. Het is bekend dat de meeste scholen geen richtlijnen hebben voor het opstellen van het schooladvies en het afwegen van factoren die hierbij van belang zijn (Inspectie van het Onderwijs, 2014). Verder weten we dat sommige groepen leerlingen benadeeld worden in het schooladvies, zoals leerlingen met laagopgeleide ouders (Inspectie van het Onderwijs, 2016). Onderzoek Voor het onderzoek zijn tien leerkrachten in schooljaar 2012/2013 en tien leerkrachten in schooljaar 2014/2015 geïnterviewd. De leerkrachten uit schooljaar 2012/2013 hadden tijdens het interview te maken met de ‘oude’ situatie. De eindtoets was in dat schooljaar vaak bepalend bij de plaatsing van de leerlingen in het voortgezet onderwijs. Leerkrachten uit schooljaar 2014/2015 hadden in dat schooljaar te maken met een ‘nieuwe’ situatie door de Wet Eindtoetsing Primair Onderwijs. Zij moesten hun schooladvies opstellen aan de hand van de Rotterdamse Plaatsingswijzer (Fokor, 2014). Verder was de eindtoets verplaatst naar een later moment in het schooljaar. Alle leerkrachten

in dit onderzoek werken op scholen die gesitueerd zijn in relatief arme wijken in Rotterdam (in Rotterdam-Zuid en Rotterdam-West) en waar meer dan 50 procent van de leerlingen en ouders een migratieachtergrond heeft. Vier van de twintig leerkrachten hebben zelf een migratieachtergrond. Aan leerkrachten is gevraagd welke hulpbronnen zij inzetten bij het opstellen van het schooladvies en hoe zij deze hulpbronnen waarderen. Hulpbronnen (‘resources’) zijn alle materiële en immateriële elementen die mensen met elkaar kunnen uitwisselen, zoals goederen (bijvoorbeeld geld), symbolen (bijvoorbeeld taal), kennis, sociaal-emotionele steun en ervaringen (Foa, Converse, Tornblom, & Foa, 1993; Terwel, Rodrigues, & Van de Koot-Dees, 2011). Oordeel leerkracht belangrijk Hulpbronnen die leerkrachten inzetten bij het opstellen van het schooladvies zijn: toetsresultaten van het leerlingvolgsysteem, het voorlopig schooladvies in groep 7, steun en kennis van anderen (bijvoorbeeld de intern begeleider, de leerkracht van groep 7 en informatie van ouders) en hun eigen intuïtie (‘onderbuikgevoelens’). Hun intuïtie is deels gebaseerd op hun ervaringen in groep 8 met het opstellen van het schooladvies, deels op hun eigen schoolervaringen in groep 8 en schoolloopbaan, en ook deels op de momenten dat ze met de specifieke leerling hebben gewerkt. ‘Wat mensen vergeten, is dat data maar een derde van het advies is. Met data bedoel ik dan de toetsen van het leerlingvolgsysteem. Dat is alleen in mijn optiek maar een derde van het advies. Het advies stel ik dan op


Professionalisering

ResearchEd Amsterdam 2018

Het belang van onderzoek Op 20 januari 2018 vond de derde editie van ‘ResearchEd Amsterdam’ plaats op het Herman Wesselink College in Amstelveen. ResearchEd is een congres voor iedereen die meer informatie zoekt over onderzoek op onderwijsgebied. Het is bedoeld voor leerkrachten die zichzelf willen verbeteren door zich te verdiepen in onderzoek en dit in de praktijk willen verwerken. En zich op deze manier onafhankelijk kunnen opstellen. Eva Kock-de Beijer is leerkracht op de Alan Turingschool in Amsterdam

l Uitleg van Marce e Schmeier over d en verhaaltjessomm een door de jaren h

40

JSW 7 maart 2018

I

n de aula van het college opende founder Tom Bennett de dag. Met zijn openingswoorden benadrukte hij het belang van onderzoek naar goed onderwijs. Hij deed dit op humoristische wijze door zich eerst eens te verbazen over hoeveel mensen er aanwezig zijn. Hij ging er maar van uit dat we niet aan onze haren naar de conferentie zijn gesleept en dat iedereen geheel vanuit eigen interesse is gekomen om zich te laten inspireren, te leren en met elkaar in gesprek te gaan over onderwijs. En onszelf er maar weer eens van te overtuigen dat onderzoek echt heel belangrijk is. Wat werkt in de klas? Hoe bereikt het onderzoek de school? En dat je echt niet alleen op je ‘guts, head and heart’ kunt afgaan. Zo zullen onderzoekers ons eveneens gedurende de dag steeds op het hart drukken dat teruggrijpen op onderzoek noodza-

kelijk is. Al was het alleen maar omdat er elke zoveel jaar een nieuwe minister wordt aangesteld die het roer omgooit en nieuwe lijnen met nieuw bijhorend onderzoek uitzet waardoor oud onderzoek in een la belandt. Mensen die op de werkvloer staan en werken met leerlingen zullen de onderzoeken moeten blijven volgen, er steeds de kern uit moeten blijven halen en er hun voordeel mee moeten doen. Schoolculturen Geïnteresseerd in het verhaal van Bennett besloot ik na de opening al af te wijken van mijn geplande ronde langs de workshops en naar zijn verhaal te luisteren. Bennett sprak over culturen op school en over hoe je als school gedrag kunt optimaliseren. De kern van het verhaal was dat wanneer je als team hierover afspraken maakt, je je hier consequent aan moet houden. Welke afspraken dit zijn, is voor elke school weer anders, doe voor je eigen school wat jij denkt dat het beste werkt. Want, zoals Dylan Wiliam zegt: ‘Nothing works everywhere, everything works somewhere.’ Deze quote kwam vaker terug gedurende de dag. Er zal alleen verbetering optreden binnen je schoolcultuur wanneer alle leerkrachten de afspraken omarmen en de bedachte interventies altijd toepassen. Spreek met elkaar af hoe je dit terugziet in de klas, op het plein of zelf tijdens een schooluitje. Samen consistent zijn en hoge verwachtingen hebben. Samen ontwerp je een stevige cultuur, bouw je deze op en houd je je hieraan. En van grote invloed is hierbij hoe een team wordt meegenomen door de schoolleider. Hoe de school geleid wordt, is minstens zo belangrijk. Schoolleiders moeten ervoor zorgen dat nieuwe routines worden gebouwd, succesvol zijn en geborgd worden.


Verwacht in JSW Denken en spreken over boeken Nederlandse kinderen vinden het steeds minder leuk om thuis boeken te lezen. Het gevaar van een neerwaartse leesspiraal, minder leesmotivatie, minder lezen en minder prestatie ligt op de loer. Literaire gesprekken kunnen leiden tot een positieve leesspiraal en hogere leesprestaties.

JSW informeert je over de laatste ontwik­kelingen in het basisonderwijs met een focus op de midden- en bovenbouw, en vertaalt deze naar de praktijk. Met iedere maand interessante vakinformatie, praktische tips, prikkelende columns, recensies en kant-en-klare lessen.

Leesplezier voor zwakke lezers Ben Kercks

Je kiest er niet vaak voor om dingen te doen waar je niet goed in bent. Zo zal een kind met leesproblemen niet snel voor het plezier een boek gaan lezen. De pilot ‘Aangepast lezen en Makkelijk Lezen Plein in de Bibliotheek op school’ heeft aangetoond dat de materialen die bij dit project zijn ingezet, voor zwakke lezers en dyslectici, wel degelijk leiden tot leesplezier.

Niets missen?

Geschiedenis met TIJDWIJS

Marjan de Groot

Neem dan nu een combi-abonnement op JSW én HJK (het vakblad voor de onderbouw) en betaal slechts € 119,50 per jaar! Meer informatie: www.jsw-online.nl/abonneren.

Bij geschiedenisonderwijs is het plaatsen van gebeurtenissen in de tijd een belangrijk doel. Tegelijkertijd blijkt dat leerlingen dit vaak lastig vinden. Hoe kunnen we het onderwijs in historisch tijdsbesef voor deze leerlingen verbeteren? Ontdek praktische adviezen uit een promotieonderzoek naar onderwijs in historisch tijdsbesef voor kinderen van 6 tot 12 jaar.

Los nummer

Voor jezelf of als cadeau! Nummer Nummer

1, jaargan

10, jaa

rgang 101

, juni 201

g 102, sept

7

ember 201

7

Nummer 2, jaargan

g 102, oktober 2017

• Ontbreekt er een nummer van JSW in je collectie? • Een interessant artikel gezien dat je wilt lezen, maar heb je geen abonnement? • Op zoek naar een cadeautje voor je collega?

Bestel een los nummer voor € 10,-

www .j sw -o n li n e Jeu .n l Schoo w w w.jVakblagdd in Werel sw voo het basl en d speciaal -or nl isonder onderw in e. nl wijs, Jeugd in ijs en opl Sch eid

Vakblad

ool en We reld

voor het basisond ww w.j swspeciaal erwijs, onderwine onl ijs en ople .nl iding

ing

Jeugd in Schoo l en Wereld Vakblad voor het basisonderwijs, speciaal onderwijs en opleiding

n

Startg espre Bete vor eorn ed enrawijds: kken n Aan ma e zome leare kn Effectie het ver schil! r rekenv f begri rd jp ig he Pleaa e id n d leeso zier in Kind

erboeken leren nderw P ssen week: gri aanwa ijs D kria e p rs ezelenkkiserg eno tischedle Piek een ond ectieve ed erwijsere krapch Po n sit t ie re ve ke De thuistaalkiin nen jk de op klas combin atieklass Verbeteren van en uit verbinding

Ga naar www.jsw-online.nl/abonneren of bel 088-2266692 50

JSW 7 maart 2018

Specia l

O barr p de icad e


Taal- en spellingmethode van hoge kwaliteit, gedegen ĂŠn innovatief!

Held lesopb ere ouw e n struct uur

Digitale mogelijkheden optimaal en eenvoudig benut

Probeer

Leuk en enthousiasmerend

uit!

www.taalverhaal.nu

Enige methode die alle kerndoelen dekt

JSW maart 2018  
JSW maart 2018  
Advertisement