Page 1

Nummer 7, jaargang 101, maart 2017

w ww.jsw -o n lin e .n l Jeugd in School en Wereld Vakblad voor het basisonderwijs, speciaal onderwijs en opleiding

Waarom sta jij voor de klas?

Special

Werk plezie r

Minder werkstress, meer plezier Professionele schoolcultuur en welbevinden Een eigen schrijfleerlijn ontwikkelen


Special

Werk plezie r

Werkdruk in het onderwijs

Verminder werkstress Hoe komt het toch dat zoveel leerkrachten stress ervaren in hun werk? In Nederland heeft ruim 14 procent van de werknemers te maken met burnoutklachten. In het onderwijs is dit zelfs 17 procent, wat wordt geweten aan de hoge werklast en de hoge mate van betrokkenheid (CBS & TNO, 2015). Leerkrachten zijn inderdaad heel druk. De werkdruk is heel hoog, ze hebben te veel te doen, men vraagt te veel van ze. Hoe verminder je werkstress, zodat je minder druk bent?

Annemieke Schoemaker is werkzaam als trainer bij CNV Connectief Onderwijs en heeft haar eigen coachingspraktijk Schoemaker Coaching & Consultancy

In het onderwijs zijn er maar weinig mensen die niet uitgedaagd worden

6

JSW 7 maart 2017

D

e werkdruk in het onderwijs is hoog, maar waarom krijgen we dan stress van te druk zijn? Dat hoeft toch niet? Zou je ook druk kunnen zijn en geen stress ervaren? Druk is het nu eenmaal, en gaat dat ooit afnemen? Krijg je ook stress van iets anders dan te veel werk of te veel drukte? En hoe verminder je stress? In dit artikel ga ik in op de relatie tussen druk zijn en stress ervaren, en geef ik een aantal tips om stress te verminderen en minder druk te zijn.

Relatie stress en druk zijn De relatie tussen stress en presteren, is beschreven in de wet van Yerkes-Dodson. Deze onderscheidt drie toestanden: onverschilligheid, flow en uitputting. Elke van deze toestanden heeft een ander effect op onze stresshormonen en prestaties (Goleman, 2013). In het onderwijs zijn er maar weinig mensen die niet uitgedaagd worden en die last hebben van onverschilligheid. De meesten hebben juist te veel werk, de eisen gaan hun vermogen te boven en de druk wordt hen te machtig. En dan gaat het al snel naar uitputting. Maar als we naar de stressmodellen kijken, dan zijn er meer factoren die bepalen of je nu wel of geen stress ervaart. Dat is meer dan alleen de hoeveelheid werk. Daar spelen persoonlijke hulpbronnen, de organisatie en je eigen energiebronnen een rol bij (Bakker & Demerouti, 2006). Ook je eigen persoonlijkheid bepaalt voor een belangrijk deel waar je stress van krijgt. In de mentaliteitentheorie van Van de Griend wordt dit duidelijk uitgelegd (Beijer & Snels, 2014). Er zijn dan vier patronen te zien: afhankelijk, onderwerpend, isolerend en conformerend. Ieder mens heeft zo zijn eigen voorkeurspatroon. Dat zijn psychologische profielen die iedereen gebruikt om zich in de basis prettig te

voelen en angsten weg te nemen. Het punt is dat als de druk toeneemt, je meer gaat doen van hetzelfde gedrag. Maar dat gedrag is soms helemaal niet effectief en leidt tot meer stress en uitputting. • Neem bijvoorbeeld het afhankelijke patroon: deze mensen voelen zich verbonden met hun omgeving en streven naar een goede verstandhouding. Ze drukken niet makkelijk hun eigen behoeften uit en hopen dat anderen rekening houden met hun belangen. Maar in de praktijk gebeurt dat lang niet altijd, en dus lopen anderen over hun heen of blijven hun werk toeschuiven, terwijl deze mensen al lang over hun grens zitten. Het antwoord van deze mensen is dan om al die klussen te blijven doen, ondertussen inwendig klagend. Ze gaan meer doen van hetzelfde: hard werken en de relatie goed houden. ‘Nee’ zeggen, zou goed voor ze zijn. In de trainingen die ik over werkdruk geef, zitten veel mensen van dit type. We gaan dan vaak oefenen met ‘Nee’ zeggen. En vooral met het woorden geven aan hun eigen behoeften. • Mensen met het onderwerpende patroon hebben de bevestiging van anderen nodig om negatieve gevoelens om te zetten in positieve gevoelens. Als ze deze bevestiging te weinig ontvangen, gaan ze zich duidelijker profileren, voorstellen doen, problemen uit de organisatie benoemen en plannen maken. Als de omgeving daar niet genoeg op reageert, gaan ze daar een schepje bovenop doen en worden ze boos, omdat men niet naar hen luistert of hen niet serieus neemt. Deze mensen zouden er baat bij hebben om zichzelf te accepteren in plaats van afhankelijk te zijn van de goedkeuring van anderen. Ook


Vincent van den Hoogen

hun tekortkomingen mogen ze accepteren en ze hoeven er niet steeds een schepje bovenop te doen. • Bij het isolerende patroon zie je dat mensen zich terugtrekken, ze houden anderen op een veilige afstand. Ze maken zich nuttig voor anderen in de hoop dat zij hen met rust laten. Ze willen geen gedoe. Als ze zich irriteren aan anderen, trekken ze zich terug en schikken ze zich snel naar anderen. Als de druk toeneemt, kan het gebeuren dat ze zich nog meer terugtrekken en helemaal niet meer letten op hun eigen behoeften in het geheel. Dan krijgen ze daar veel stress van. Deze persoon zou juist minder stress kunnen ervaren als hij zijn behoeften laat zien, hierover praat en zich niet meteen schikt of terugtrekt. • Bij het conformerende patroon voelen mensen zich verantwoordelijk voor het geheel en groepen in hun omgeving. Ze hebben een rationele kijk en zorgen dat de boel bij elkaar blijft en emotioneel niet uit de hand loopt. Als de omgeving snel verandert of chaotisch is, kunnen deze mensen niet meer voldoen aan

hun wens om de boel bij elkaar te houden. Ze gaan dan extra hard sturen, bijvoorbeeld op een goed besluit tijdens een vergadering, en worden heel moe en gefrustreerd als dat niet lukt. Collega’s ervaren dit soms als lastig gedrag. Ze gaan met zorgen naar huis en kunnen het werk niet loslaten. Voor hun is het de uitdaging om eens los te laten en te aanvaarden dat er botsingen zijn in het team. Soorten angst Er zijn meer mechanismes van meer. Mensen die hun werk niet afkrijgen, gaan soms juist harder werken, meer werken. Ze worden dan juist meer vermoeid en raken steeds meer uitgeput. Hun antwoord is: meer werken. Ze zouden juist minder moeten werken en dingen moeten laten liggen, omdat ze al een tijdje op de rand van uitputting werken. Anderen hebben weer meer last van perfectionisme, en dat heeft vaak te maken met de bovenstaande patronen, bijvoorbeeld elementen van het type afhankelijk. Perfectionisten maken het zichzelf ook lastig natuurlijk, en ervaren stress als ze niet aan hun eigen norm kunnen voldoen.

imte Creëer rust en ru at je in je hoofd, zod er echt je leerlingen we weer kunt zien en je n je kunt genieten va werk

JSW 7 maart 2017

7


Heldere missie voor alle betrokkenen

Professionele cultuur Special en welbevinden In een professionele schoolcultuur leidt het gedrag van alle betrokkenen naar de doelen van de school en naar een toename van het welbevinden van iedereen. Dit komt leerkrachten, directie, leerlingen en ouders ten goede. Hoe zorg je voor een professionele schoolcultuur?

Henk Galenkamp is trainer en coach bij Bureau Galenkamp&Schut en werkt momenteel aan een boek over een professionele schoolcultuur

In een professionele schoolcultuur wordt iedere vorm van gedrag afgemeten aan de koers van de school 12

JSW 7 maart 2017

B

ij professionalisering in het onderwijs denken we vaak in termen van het primaire proces: het verbeteren van de pedagogische en didactische vaardigheden van leerkrachten. De omgangscultuur, dat wil zeggen de interactie tussen leerkrachten onderling, tussen leerkrachten en directie en alle andere betrokkenen, heeft echter een meer diepgaande werking op het primaire proces. De vraag is: ‘Hoe gaan wij hier met elkaar om?’ We spreken dus over de kwaliteit van de directe interactie tussen mensen in en om de school. Eenvoudige definitie De cultuur van de school komt tot uiting in het gedrag dat leerkrachten, hun directie, de leerlingen en ouders naar elkaar toe vertonen. Schoolcultuur is het (merendeels onbewuste) gedrag dat alle betrokkenen in de school met elkaar delen. We noemen de cultuur van de school uit ervaring professioneel wanneer aan vier criteria is voldaan: 1. Het gedrag van alle betrokkenen leidt tot de doelen van de school; 2. Het gedrag leidt tot een toename van het welbevinden van de persoon zelf; 3. Het gedrag leidt ook tot een toename van het welbevinden van anderen; 4. Bovendien wordt gedrag dat afbreuk doet aan deze drie regels, op vriendelijke wijze doch zeer duidelijk, begrensd. Gedrag dat voldoet aan deze regels dient meerdere belangen: van de leerlingen en hun ouders en óók van de medewerkers. Het leidt tot een duurzame verbetering van de kwaliteit van de onderlinge relaties en dáármee tot een duurzame verandering in de school. Een

Werk plezie r

toename van welbevinden, werkplezier, passie en motivatie is een belangrijk effect van dit gedrag. Het helpt leerkrachten om elke dag weer het beste uit leerlingen te halen. In dit artikel komen deze vier criteria aan bod, waarbij de nadruk ligt op het tweede en derde criterium: een toename van het welbevinden. Doelen van de school Een professionele schoolcultuur begint bij een heldere formulering van de missie en de visie van de school. Dat is meer dan een mooie zin in de jaargids of het meerjarenbeleidsplan van de school. Een missie/visie wordt pas krachtig wanneer deze in de hoofden, harten én handen van alle betrokkenen zit. De koers van de school dient zichtbaar te zijn in het alledaagse handelen van leerkrachten, leerlingen en de directie (Schut, 2011). Ook aan de inrichting van de school, de hoogtepunten in het schooljaar, de beleidsplannen voor de komende jaren en de keuze voor professionalisering is deze koers af te lezen. De koers wordt dus zichtbaar in het gedrag. Hoort dit bij de koers? In een professionele schoolcultuur wordt iedere vorm van gedrag, van alle betrokkenen, dus afgemeten aan de koers van de school. Draagt dit gedrag bij aan deze koers? Worden met dit gedrag onze doelen bereikt? Zo ja: prima! Zo nee: stop ermee! Ook het tweede en derde criterium van de professionele schoolcultuur komt hier in beeld. Draagt dit gedrag óók bij aan een toename van het welbevinden van jezelf en anderen? Zo ja, ga hiermee door! Zo nee: stop hiermee! Gedrag in de cultuur van schoolorganisaties komt vaak voort uit het verleden: we


Wilbert van Woensel

doen het hier zo, omdat we het gister zo deden. Ook disfunctionele patronen in het gedrag, zoals mopperen en emotionele uitbarstingen tijdens vergaderingen, worden hiermee voortgezet. Dit is niet professioneel. Bovendien wordt op iedere nieuwe medewerker van de school een onbewust appél gedaan: ‘Je hoort er pas bij als je doet zoals wij’. De cultuur van scholen is dan ook uitermate persistent. Soms krijgt de cultuur een specifieke benaming: angstcultuur, familiecultuur, eilandjescultuur. Steeds zijn er disfunctionele patronen in het gedrag van mensen op deze scholen aan te wijzen. Welbevinden Welbevinden is op het eerste gezicht een wat vaag begrip. Het verwijst naar een innerlijk gevoel. Toch weet vrijwel iedereen in de school welk gedrag (van zichzelf en anderen) dat welbevinden doet toe- of afnemen. Een duidelijk voorbeeld is roddelen. Wanneer dit zich in de cultuur van een school genesteld heeft, heeft iedereen er last van en (bijna) iedereen doet er tegelijkertijd aan mee. Resultaat: een afname van het welbevinden. De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft in 2004 de volgende definitie geformuleerd: ‘Welbevinden is een toestand waarin iemand zijn of haar eigen vaardigheden kan ontplooien en realiseren, kan omgaan met dagelijkse stressoren, productief en vruchtbaar kan werken en in staat is om bij te dragen aan de maatschappij’. Om meer zicht te krijgen op het

thema ‘welbevinden’ en handvatten om dat in de school te doen toenemen, gaan we te rade bij de stroming positieve psychologie. Deze stroming is eind negentiger jaren ontstaan (Seligman, 2002; Bohlmeijer, 2013; Ruit, 2013) als reactie op de traditionele klinische psychologie. Kort gezegd: om als mens te groeien in welbevinden is het goed om voldoende aandacht te besteden aan positieve ervaringen en persoonlijke kwaliteiten. Men onderscheidt drie gebieden: emotioneel welbevinden, psychologisch welbevinden en sociaal welbevinden. Welbevinden doet de veerkracht van mensen toenemen, waardoor ze zich beschermen tegen psychische klachten. Zie ook het artikel ‘Vergroot je werkplezier’ van Rinka van Zundert op pagina 18, dat is geschreven vanuit de benadering positieve psychologie.

laten Om kinderen te groeien in lp je welbevinden, he tieve ze door hen posi laten ervaringen op te doen

Stop, hou op! Op veel scholen is er een ‘formule’ die aan kinderen geleerd wordt om storend of pesterig gedrag van medeleerlingen te stoppen: stop, hou op! In feite hanteren wij dezelfde regel (het vierde criterium van de definitie van een professionele schoolcultuur), maar nu geldt deze ook voor het gedrag van collega’s, ouders, directieleden of bestuurders dat niet bijdraagt aan de doelen van de school en/of een toename van welbevinden: stop met dit gedrag; het is niet acceptabel en hoort op onze school niet thuis. Het is een hele kunst om een ander zodanig op

JSW 7 maart 2017

13


Positieve psychologie

Vergroot je werkplezier

Special

Werk plezie r

‘Zouden ze nog iemand nodig hebben om worsten te verkopen bij de Hema? Dat vraag ik mijzelf af als ik op mijn tandvlees loop en de wallen onder mijn ogen tot onder mijn knieën zakken. Begrijp mij niet verkeerd, ik ben gek op mijn werk. Ik bloei op van gesprekken met kinderen en geniet ervan als een leerling iets niet snapt en na mijn uitleg het licht ziet. De extra’s maken het zo zwaar. Groepsplannen, rapporten, vergaderingen, nakijken, gegevens verwerken en analyseren’, zegt een leerkracht. Vergroot je werkplezier door middel van de schoolaanpak positieve psychologie.

Rinka van Zundert is oprichter van Leer- & Veerkracht en begeleidt scholen bij het implementeren van een schoolbrede aanpak voor het bevorderen van veerkracht en welbevinden

W

e kunnen er niet omheen: leerkrachten ervaren steeds meer stress. De hoge werkdruk, steeds weer nieuwe eisen en leermethodes, de toegenomen toetsingsdruk, steeds meer leerlingen met speciale behoeften, het contact met ouders dat soms moeilijk verloopt. De energie en werklust sijpelen weg. Je vraagt je af waarom je dit vak ook alweer hebt gekozen. Tegelijkertijd kom je toch met een reden naar je werk: om te zien dat kinderen groeien van datgene wat jij ze aanbiedt en om te genieten van hun ontwapenende reacties. Je wordt blij van leuke en actieve collega’s en het gevoel dat je als team samen aan hetzelfde doel werkt. Hoe kun je nu te midden van alle hectiek je rust en humor en vooral je werkplezier behouden?

Cirkel van invloed

Cirkel van betrokkenheid Figuur 1 – Cirkel van invloed en betrokkenheid van Stephen Covey

18

JSW 7 maart 2017

Stephen Covey De cirkel van invloed en betrokkenheid van Stephen Covey is relevant voor je beleving op je werk (zie figuur 1 onder aan deze pagina). In de buitenste cirkel (de cirkel van betrokkenheid) bevinden zich dingen die we niet of nauwelijks kunnen beïnvloeden (zoals de wereld, de economie, het weer, onze afkomst, het verleden, et cetera), maar die wel invloed op ons uitoefenen, vandaar de term ‘betrokkenheid’. Het omvat ook de keuzes die anderen om ons heen maken. Er gaat veel energie verloren wanneer we ons richten op de dingen die we niet kunnen veranderen. Verloren energie die niet meer beschikbaar is om ons te richten op datgene wat we wél kunnen veranderen. Binnen de cirkel van invloed vallen je gedachten en gevoelens, hoe jij je gedraagt en de keuzes die jij maakt. Alleen al het onderscheid kunnen maken tussen waar je wel en geen invloed op hebt, zorgt ervoor dat je meer rust en ruimte – en dus meer werkplezier – kunt ervaren. De zaken die ik aanstip in dit artikel liggen binnen de cirkel van invloed, de zaken waar jij wel degelijk invloed op hebt. Optimisme versterken Veel mensen denken dat hun probleem en de oorzaak van de dingen waar ze last van hebben buiten henzelf ligt. Dat een situatie nu eenmaal negatief of moeilijk is, of dat die andere persoon nou eenmaal vervelend, kwetsend of irritant is. Dat het die situatie of persoon is die jouw werkplezier bederft. Dat is menselijk om te denken, maar ontneemt je je eigen kracht. Je plaatst jezelf daarmee buiten je cirkel van invloed, want hoe


Foto’s: Wilbert van Woensel

we het ook proberen, een ander kun je niet veranderen. Ook zijn er veel situaties die je niet kunt veranderen, zoals de huidige toetsingsdruk in het onderwijs. Het goede nieuws is dat hoe we ons voelen vooral wordt bepaald door de gedachten die we geloven en vasthouden. Dat betekent niet dat onze problemen, angst en verdriet onze eigen schuld zijn. Het is juist goed nieuws: het geeft je je kracht terug, want op je eigen denken heb je wél invloed. Dit gaat niet goed aflopen, ik krijg dit nooit klaar, hij zal vast wel weer de les gaan verstoren vandaag, ze zou haar kind beter moeten behandelen, hij waardeert me niet, ik wil dat ze me serieus neemt. We hebben deze gedachten niet nodig om goed te kunnen functioneren, ook al denken we onbewust van wel. Sterker nog, ze belemmeren ons juist in het helder, effectief en compassievol handelen. Maar als je je gedachten eenmaal gelooft, kun je ze niet zomaar overboord gooien. Wat dan helpt, is je gedachten onderzoeken, zodat ze jou gaan loslaten. Dit begint met het jezelf afvragen of het écht klopt, of het écht waar is wat je denkt. Om vervolgens op te merken hoe je je voelt en reageert wanneer je vasthoudt aan die gedachte versus hoe je je zou voelen en reageren wanneer je vrij zou zijn van die gedachte. Probeer het eens uit (bijvoorbeeld met het boek Vier vragen die je leven veranderen van de auteur Byron Katie (2009), zie ‘Mediatips’ in de kantlijn op p. 21).

Creëer ruimte om te genieten Herken je dat wanneer je moe en gestrest bent, je eigenlijk nergens van kunt genieten, laat staan van je werk? En dat je gedurende de dag overschakelt op de automatische piloot, terwijl je ’s avonds je hoofd niet meer goed rustig en leeg krijgt? Dat je hoofd vol zit met nadenken over wat er allemaal nog moet gebeuren, dat je piekert over het gesprek met een ouder: gaat het gesprek goed lopen?, dat je

einde Schrijf aan het g drie van een werkda jn dingen op die fi ek die waren en bespre met je collega’s

In de praktijk: Het trainen van veerkracht mag geen lapmiddel zijn voor zaken die systemisch niet goed lopen in de school. Hoe komt het dat leerkrachten op de ene school bij bosjes omvallen en bij de andere school niet? Deels komt dat weliswaar door de mate van persoonlijke veerkracht en vaardigheden als prioriteiten kunnen stellen, timemanagement en perfectionisme kunnen loslaten. Kader xxxxx Maar dit heeft ook te maken met de onuitgesproken normen die de schoolcultuur vormen en de leiderschapsstijl van de directie. Normen als ‘Wij moeten altijd voor de leerlingen en elkaar klaarstaan’, ‘Hier moet je sterk zijn en dóórgaan, anders val je er buiten’ of ‘Ik doe gewoon lekker wat ik zelf wil’ kunnen indirect funest zijn voor de teamsfeer én de te ervaren werkdruk. Dit kan ook gelden wanneer de verwachtingen vanuit de directie niet helder zijn en afspraken niet consequent gehandhaafd worden, waardoor er verdeeldheid en onveiligheid ontstaat in het team. Dit soort zaken zijn fundamenteel en los je niet zomaar op. Als je dit bespeurt in je team, geef dan bij je leidinggevende aan dat hier mogelijk een probleem ligt, zodat die de hulp kan inschakelen van een expert in groepsdynamiek en teambuilding.

JSW 7 maart 2017

19


Taal

Denken over W&T vraagt om een talige aanpak

Taal in de W&T-les Er komt steeds meer aandacht voor de mogelijkheden om taal met wetenschap en technologie (W&T) te combineren. Door tijdens de voorbereiding van W&T-lessen expliciet aandacht te besteden aan de beoogde W&T-inzichten en de taal die daarvoor nodig is, kunnen leerkrachten zowel het denken van leerlingen als hun taalontwikkeling bevorderen (Gijsel & Smit, 2015). De beoogde taalontwikkeling wordt ondersteund door het gebruik van interactievaardigheden, denk- en redeneervragen en scaffoldingstrategieën. Zo is er veel gelegenheid om de leerlingen te laten denken en praten. Dat vraagt dus om een talige aanpak. Edith Louman en Anna Hotze zijn docentonderzoeker en lector aan de Hogeschool iPabo Martine Gijsel en Jantien Smit zijn associate lector bij

B

ij W&T staat het doen van een onderzoeks- of ontwerpactiviteit centraal. Uit eigen ervaring als opleiders weten we dat leerkrachten het lastig vinden om bij W&T-lessen voldoende aandacht aan het denken en redeneren te besteden. Er gaat veel tijd en energie naar het uitvoerende deel van de lessen, en er blijft weinig tijd en rust over voor de lesfases waarin leerlingen kunnen denken over de onderzochte verschijnselen. Ook hebben leerkrachten vaak moeite met de vakin-

houd van W&T-onderwerpen. Kortom, de nadruk ligt vaak meer op ‘hands-on’ dan op ‘minds-on’. De uitdaging van W&T-onderwijs is om leerlingen te laten redeneren met bewijsmateriaal (hands-on én minds-on). Pas dan vindt inhoudelijk leren plaats (Van den Berg, 2014). Goede talige begeleiding is hierbij essentieel. Hoe geef je als leerkracht die goede begeleiding? In dit artikel beschrijven we de resultaten van het Taal en Techniek-project (TET-project), dat we met twee profes-

Saxion Meie van Laar is

Leerdoel ->

Denkstappen->

Activiteit ->

Denk- en redeneervragen

Eigen zwaartepunt opzoeken (liggend op een krukje); staand met een ei; een emmer water op het hoofd.

-H  oe moet je gaan liggen om je lichaam in evenwicht te krijgen? - Waardoor valt het ei om, denk je? - Waardoor zorgt het zout ervoor dat het ei wel blijft staan? - Hoe kun je de emmer stabieler laten staan?

werkzaam bij ScienceCenter NEMO

De leerlingen begrij- - Elk voorwerp heeft een zwaartepunt. pen dat een voorwerp in evenwicht is - Als het zwaartepunt niet boven het steunpunt ligt, als het zwaartepunt zorgt de zwaartekracht boven de plek zit ervoor dat het voorwerp waarop het vooromvalt. werp steunt. - Een voorwerp blijft beter staan als het steunpunt groter is. De leerlingen begrijpen dat niet alleen het gewicht van voorwerpen invloed heeft op het evenwicht, maar ook de afstand tussen de voorwerpen en het steunpunt.

ordenken De activiteit do

-A  ls voorwerpen even zwaar Wip gemaakt van - Hoe kun je de wip in een liniaal; een evenwicht brengen als zijn, moeten zij op gelijke kleerhanger. het aantal paperclips afstand van het steunpunt aan beide zijden van liggen. de liniaal ongelijk is? - Voorwerpen die verschillen - Waar moet je de van gewicht kunnen in evenwasknijpers hangen wicht zijn. om de kleerhanger in - Het zwaarste voorwerp balans te brengen, moet dichter bij het steundenk je? punt liggen dan het lichtste voorwerp. Figuur 1 – Deel van lesvoorbereiding balans voor groep 6/8 (twee lessen)

32

JSW 7 maart 2017


Foto’s: Silvie Boekhorst

sionele leergemeenschappen van leerkrachten hebben uitgevoerd. In het TET-project hebben leerkrachten en docentonderzoekers gezamenlijk taalgerichte lessen ontworpen over ‘drijven & zinken’, ‘geluid’ en ‘balans’, op basis van de methode Maakkunde van NEMO. We gaan in dit artikel in op de stappen die je als leerkracht kunt zetten om taalgerichte W&T-lessen voor te bereiden. Ook laten we een voorbeeld zien aan de hand van het onderwerp ‘balans’. Balans in de bovenbouw Hoe gaat zo’n taalgerichte W&T les in de praktijk? In de bovenbouwgroep van jenaplanschool De Keerkring in Schagen vinden de lessen over balans plaats binnen het thema ‘Afrika/Azië’. In veel landen in deze werelddelen dragen mensen hun waren en voedsel via manden op hun schouders of hun hoofd. Dat is een prikkelend startpunt voor een serie lessen rondom evenwicht en krachten. Een goede voorbereiding Om deze taalgerichte W&T-lessen te geven, is een goede voorbereiding nodig. In het kort: start met het stellen van een W&T-leerdoel, formuleer denkstappen en specificeer de benodigde taal in termen van taaldoelen, kies vervolgens W&Tactiviteiten en denk na over de interactie tijdens de les. De lesvoorbereiding begint met het nadenken over het onderwerp en de vakinhoudelijke W&Tdoelen. De leerdoelen werk je uit in zogenaamde denkstappen. Dit zijn opeenvolgende inzichten

die nodig zijn om een leerdoel te bereiken. De leerkrachten die meewerkten aan het TET-project hebben op grond van de Maakkundelessen over balans de beoogde denkstappen en benodigde taal doordacht en gespecificeerd. Dit heeft geresulteerd in een lesvoorbereiding (zie figuur 1 op de vorige pagina voor een deel hiervan voor twee lessen) en taaldoelen (zie figuur 2 boven aan de volgende pagina voor de beschreven taaldoelen). Na het vaststellen van de denkstappen kies je lesactiviteiten uit, waarmee de leerlingen ervaringen kunnen opdoen met deze denkstappen. Taaldoelen vaststellen In deze taalgerichte W&T-lessen komen allerlei talige doelen aan bod: deelname aan gesprekken, interactief leren, taalgebruik en woordenschat. Als leerkracht besteed je expliciet aandacht aan woordenschat en formuleringen. Je vraagt je af welke taal de leerlingen nodig hebben om over de W&T-leerdoelen te kunnen denken en praten. Het gaat om verschillende typen woorden, namelijk schooltaal, vaktaal en onderzoekstaal, en om zinnen die nodig zijn om over een onderwerp te kunnen redeneren, bijvoorbeeld over oorzaak en gevolg (zie figuur 2 op p. 34). Je formuleert taaldoelen op basis van de denkstappen. De beoogde taal (doeltaal) zit eigenlijk al ‘in de denkstappen’, omdat denken en taal zo nauw verweven zijn in deze aanpak. De foto hiernaast geeft de resultaten weer van een taalbrainstorm rondom het onderwerp balans. De taal-brainstorm vond plaats tijdens een professionaliseringbijeenkomst.

Leerlingen met het experimenteren lans met zoeken naar ba m door hun eigen lichaa epunt hun eigen zwaart op te zoeken

Resultaten taal-brainstorm

JSW 7 maart 2017

33


Taal

Schrijfonderwijs vernieuwen

Een eigen schrijfleerlijn Om een impuls te geven aan het schrijfonderwijs is basisschool De Buitenburcht in Almere samen met de Marnix Academie te Utrecht een onderzoek gestart. In dit gezamenlijke onderzoekstraject geven leerkrachten zelf invulling aan hun schrijflessen en vinden hiervoor inspiratie en ondersteuning in een zelf ontwikkelde schrijfleerlijn. Ontdek hoe je een schrijfleerlijn kunt ontwikkelen aan de hand van genregroepen en genres. Marjolijn Peltenburg en Suzanne van Norden werken bij de Marnix Academie en hielpen basisschool De Buitenburcht om het schrijfonderwijs te vernieuwen Jenneke Kester, Marleen Laan, Nathalie Veldwijk, Dorenda de Boer en Mariska van Elst werken op basisschool De Buitenburcht en ontwikkelden een eigen

D

e ambitie van basisschool De Buitenburcht is om het schrijven van teksten (in de context van de basisschool ook wel ‘stellen’ genoemd) de kern te laten zijn van het taalonderwijs. Communiceren, waaronder het schrijven van teksten, wordt op De Buitenburcht als de belangrijkste functie van taal beschouwd. Het uitgangspunt is dat het schrijfonderwijs betekenisvol moet zijn voor leerlingen. Daarom wordt het schrijven van teksten gekoppeld aan de thema’s waarmee schoolbreed wordt gewerkt, zoals bijvoorbeeld ‘Verkeer’. In de zoektocht naar het vernieuwen van het schrijfonderwijs, waarbij het gebruik van de taalmethode werd losgelaten, zijn vijf leerkrachten en de schoolleider met onderzoekers van de Marnix Academie als onderzoekspartner een Research & Design-groep (R&D-groep) gestart om samen onderzoek te doen naar de vraag: hoe kan worden vormgegeven aan betekenisvol schrijfonderwijs?

Behoefte aan eigen schrijfleerlijn Op basis van een diepte-interview met leerkrachten van De Buitenburcht werd duidelijk dat zij behoefte voelden aan houvast bij het ontwerpen en plannen van hun schrijflessen. Zo waren de leerkrachten zich ervan bewust dat ze meer variatie in typen schrijfopdrachten zouden kunnen bieden. Ze constateerden dat ze hun leerlingen vaak verhalen lieten schrijven en dat ze niet altijd scherp hadden aan welke vormeisen die verhalen moesten voldoen in de verschillende bouwen. Bovendien waren de leerlingen zichtbaar weinig betrokken bij het uitvoeren van schrijfopdrachten en weinig gemotiveerd om het beste uit zichzelf te halen. De leerkrachten hadden sterk de behoefte om zelf op basis van bestaande (theoretische) inzichten en leerlijnen een eigen leerlijnoverzicht te maken vanuit een gevoel van eigenaarschap. Het antwoord op de vraag naar houvast bij het vormgeven van betekenisvol schrijfonderwijs werd daarom

schrijfleerlijn

Genregroep

Genre

Kenmerkend aspect

Verhalende genres

- Ervaring/vertelling - Verhaal

- Ervaring - Complicatie

Feitelijke genres

-

-

Evaluerende genres

- Beschouwing - Betoog - Respons

Historie Verslag Beschrijving Procedure Verklaring

Historisch tijdsperspectief Chronologie Classificatie Instructie Causaliteit

- Perspectieven - Argumenten - Reactie

Figuur 1 – Genregroepen, genres en kenmerkende aspecten (Van der Leeuw & Meestringa, 2014)

40

JSW 7 maart 2017


Doel en opbouw van het genre beschouwing

Taalkenmerken van het genre beschouwing

Voorbeelden van tekstsoorten binnen het genre beschouwing

-E  en kwestie vanuit één of meer gezichtspunten onderzoeken - Context > analyse van gezichtspunten > oordeel

-D  uidelijk onderscheid tussen verschillende meningen/gezichtspunten en argumenten - Verschillen en overeenkomsten benoemen - Eigen positie in discussie duidelijk maken

-

Discussiestuk Weergave van een reële discussie Stellingen voor een debat Literatuuronderzoek

Figuur 2 – Doel, opbouw, taalkenmerken en voorbeelden bij het genre beschouwing (Van Norden, 2014)

gezocht in het in de R&D-groep gezamenlijk zelf ontwikkelen van een praktische schrijfleerlijn. Er werd voor gekozen om deze leerlijn te baseren op tekstgenres. Schrijven in genres Er kan een indeling worden gemaakt in drie ‘groepen’ van tekstgenres: verhalende, feitelijke en evaluerende genres (Van Norden, 2014). Binnen deze genregroepen worden enkele basisgenres van elkaar onderscheiden, met elk hun eigen kenmerkende aspecten, zoals in figuur 1 onder aan de vorige pagina is te zien. Teksten kunnen dus ingedeeld worden naar genre, met elk hun eigen schrijfdoelen,

kenmerkende aspecten en daarbij passende tekststructuren (Rose & Martin, 2012). Zo staan in het genre vertelling beeldend, persoonlijk taalgebruik en chronologie centraal, in een beschouwing gaat het om de analyse van standpunten en in een beschrijving om een overzichtelijke groepering van objectieve feiten. Figuur 2 boven aan deze pagina geeft een korte beschrijving van het genre beschouwing, de bijbehorende taalkenmerken en enkele voorbeelden. Een dergelijke beschrijving kan van elk genre gemaakt worden. Het denken in genres, bijbehorende taalkenmerken en tekstsoorten gaf de leerkrachten van De Buitenburcht een model in handen om te bepalen aan welke

Dat de n schrijfopdrachte n, blijkt betekenisvol zij e ui het feit dat d leerlingen raken gemotiveerder om te schrijven

Foto’s: De Buitenburcht

JSW 7 maart 2017

41


Wil jij op de hoogte blijven van de ontwikkelingen in het basisonderwijs? Neem nu een abonnement op JSW

Wil je niets missen, neem dan een abonnement op HJK én JSW en betaal slechts €119,50 per jaar

Ontvang 10 x JSW

JSW lezen op tablet en pc via Schooltas

Krijg toegang tot het digitaal archief

Studenten ontvangen

40% korting

Samen voor €78,- per jaar Meer weten? Ga naar www.jsw-online.nl of bel 088-2266692


Verwacht in JSW Is onderwijs meetbaar?

‘Het niveau in Nederland daalt nu gestaag’. Politici en onderwijsbestuurders hechten grote waarde aan onderwijsranglijsten, zoals PISA en TIMMS. Die ranglijsten zijn gebaseerd op gestandaardiseerde toetsen. Wat zeggen deze toetsen over de kwaliteit van ons onderwijs? JSW informeert je over de laatste ontwik­ kelingen in het basisonderwijs met een focus op de midden- en bovenbouw, en vertaalt deze naar de praktijk. Met iedere maand interessante vakinformatie, praktische tips, prikkelende columns, recensies en kant-enklare lessen.

Gereedschap: robotica © Evollve

Er is tegenwoordig veel aandacht voor programmeren in het onderwijs; veel programma’s blijven beperkt tot het programmeren van de computer. Met robots, zoals Ozobot, kunnen leerlingen dat wat ze programmeren in de werkelijkheid uitproberen. Hoe werk je ermee?

Niets missen?

Open boek: beeldverhaal

Beeldverhalen bevorderen de woordenschat, het gericht waarnemen en het logisch denken. Deze beeldverhalen stimuleren bovendien het vertellen en navertellen evenals het nadenken, en geven de leerlingen inzicht in de Nederlandse taal. Laat je leerlingen een beeldverhaal bedenken.

Neem dan nu een combi-abonnement op JSW én HJK (het vakblad voor de onderbouw) en betaal slechts € 119,50 per jaar! Meer informatie: www.jsw-online.nl/ abonneren.

Marieke Baselmans

Los nummer

Voor jezelf of als cadeau! Nummer Nummer

• Ontbreekt er een nummer van JSW in je collectie? • Een interessant artikel gezien dat je wilt lezen, maar heb je geen abonnement? • Op zoek naar een cadeautje voor je collega?

8, jaargan

7, jaarga

ng 99,

maart 201

5

g 99, apri

l 2015

www .j sw -o n li n e Jeu .n l Schoo w w w.jVakblagdd in Werel sw voo het basl en d speciaal -or nl inisondernl ond wijs, erwijs en e. Jeugd in opleid Sch

ool en We Vakblad reld voor het basisond speciaal erwijs, onderwijs en opleidin g

Bestel een los nummer voor € 10,-

ing

Special

De cre atieve Lee Duu srzm le ameo(te t aiv m)oa ie sti eurlekracht C ntwtik re Zo vergroatief den ot je betken: ess keling dom or crearen Z ro o e k zo tiviteit kenh nei Voorlichtin rg je d tiedel vo Creatief denken

binnoen at feed g geven: r jejeleteer hoe prbaa am ack Daag ex lingen t jewov erer cellente kt sek s? leerling en uit JSW1502

2602_TDS

JSW_HR15

040306_TDS

_nr7_201

5.indd

1

_NR8 2015.i

ndd 1

19-03-15 16-04-15

Ga naar www.jsw-online.nl/abonneren of bel 088-2266692 50

JSW 7 maart 2017

08:32

15:02


actief Engels

Kom uit je stoel en doe mee! Dit is een belangrijk kenmerk van Join in, de methode Engels voor groep 1 tot en met 8. Met Join in komen de kinderen letterlijk in beweging en doen spelenderwijs allerlei activiteiten met elkaar. In een realistische en betekenisvolle context werken ze naar concrete eindopdrachten toe, zodat ze echt iets doen met wat ze hebben geleerd. Join in biedt kant-en-klare CLIL-lessen. Zo besteed je meer tijd aan Engels op een nuttige manier. Bovendien biedt de methode een goede basis om vvto-school te worden. Met Join in geef je kinderen Engels op een actieve manier! Kijk op www.joinin-malmberg.nl en vraag het gratis beoordelingspakket en proeflicentie aan.

JSW maart 2017  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you