Page 1

Nummer 8, jaargang 102, april 2018

w ww.jsw -o n lin e .n l Jeugd in School en Wereld Vakblad voor het basisonderwijs, speciaal onderwijs en opleiding

Literaire gesprekken voeren over boeken Het nut van aantekeningen maken Eerste hulp bij nieuwkomers Leren experimenteren en redeneren


Taal

Tekstwerelden vormen en delen

Literaire gesprekken voeren over boeken Nederlandse kinderen vinden het steeds minder leuk om thuis boeken te lezen (Gubbels, Netten, & Verhoeven, 2016). Het gevaar van een neerwaartse leesspiraal, minder leesmotivatie, minder lezen en minder prestatie ligt op de loer. Literaire gesprekken kunnen zorgen voor een positieve leesspiraal, meer motivatie en meer lezen, met als gevolg hogere leesprestaties. Gertrud Cornelissen (gertrudcornelissen@gmail.com) is in 2016 gepromoveerd op literaire gesprekken in het basisonderwijs aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. Ze was docent aan de Nieuwste Pabo te Sittard

Literaire gesprekken zijn gesprekken waarbij lezers hun persoonlijke tekstwerelden met elkaar delen 6

JSW 8 april 2018

U

it een promotieonderzoek naar literaire gesprekken (Cornelissen, 2016) blijkt dat leerlingen die met elkaar praten over hun persoonlijke leeservaringen zich ontwikkelen in het beargumenteren van hun belevingen, interpretaties, beoordelingen en narratief begrip. Het gesprekspatroon van ‘leerkracht stelt vraag, leerling geeft antwoord, leerkracht geeft feedback’ verandert naar een gesprek waarin leerlingen met elkaar discussiëren over hun eigen leeservaringen. In de loop van het jaar gingen de leerlingen die deelnamen aan het onderwijsleertraject ‘Literaire gesprekken in de bovenbouw van de basisschool’ steeds meer en ook veel meer verschillende soorten vragen stellen. Zo vroegen ze naar beleving (‘Was je nieuwsgierig hoe het verder zou gaan?’), naar inleving (‘Hoe zou jij het vinden als je zulke stomme schoenen aan moest trekken?’) en naar interpretatie (‘Waarom wou hij nou dat beeldje stelen?’). Ook stelden ze vragen naar verdieping (‘Ik weet niet wat je bedoelt, kun je er wat meer over vertellen?’) en naar verantwoording (‘Waar heb je dat gevonden?’). Bovendien gaven de leerlingen aan dat ze het leuk vonden om allemaal samen hetzelfde boek te lezen en dat ze plezier beleefden aan de literaire gesprekken hierover. Deze uitkomsten zijn het resultaat van een jaar lang literaire gesprekken voeren, waarin de leerlingen vier boeken lezen en met elkaar bespreken. Over ieder boek voeren ze vijf tot zes gesprekken. Om literaire gesprekken goed te kunnen begeleiden, is het belangrijk dat leerkrachten achter de lezersgerichte visie op het vormen van betekenissen staan. Beschikbaarheid van boeken Bibliotheken kunnen boekenkisten samenstellen met het aantal benodigde exemplaren van een

boek. Leerkrachten moeten hiervoor wel tijdig contact opnemen met de bibliotheek, of met de aan de school verbonden leesconsulent. Een andere mogelijkheid is dat de school de boeken aanschaft. De Stichting Geef mij maar een boek geeft ieder jaar een boek uit dat voor enkele euro’s te koop is. De leescampagne ‘Nederland leest’ brengt ieder jaar een boek uit dat bij bibliotheken gratis is af te halen. Lezersgerichte visie Lezers vormen in interactie met de tekst hun eigen betekenissen. Persoonlijke belevenissen maken deel uit van de interpretatie. Dit betekent dat er verschillende interpretaties mogelijk zijn. Er kan dus nooit sprake zijn van, zoals bij een tekstgerichte visie, één enige juiste interpretatie. Lezers vormen mogelijke scenario’s over de betekenis en deze veranderen en nemen in betekenis toe naarmate ze verder komen in het boek. Deze scenario’s noem ik tekstwerelden: samenhangende beelden van gedachtes, emoties, verwachtingen en vragen. Vormen van tekstwerelden Op basis van hardopdenkonderzoeken heeft Langer (2011) vijf tekstwerelden onderscheiden: 1. Buiten een tekstwereld zijn en in een tekstwereld stappen. Lezers proberen zich een voorstelling te maken van het verhaal waarin ze terechtkomen. Er is nog weinig tekstwereld gebouwd, dus rijzen er veel vragen, zoals over wie gaat het, wat is dit voor een verhaal, wat zegt de titel? 2. Binnen een tekstwereld zijn en door een tekstwereld heen bewegen. Lezers raken vertrouwd met de inhoud, de setting en de personages. Als ze gaan meeleven met de


Professionalisering

Doen jouw leerlingen dat nog al?

Aantekeningen maken Leerlingen maken nu minder aantekeningen dan de leerlingen van twintig jaar geleden. Ze krijgen kant-en-klare samenvattingen of maken invuloefeningen om de leerstof te verwerken. De vraag is hoeveel ze hiervan leren en of ze de leerstof ook duurzaam onthouden. Marcel Schmeier (marcel.schmeier@expertis.nl) is onderwijsadviseur bij Expertis

Bordwerk op ehof Vrijeschool Vred

D

igitale middelen, zoals tablets en digiborden, verdringen pen en papier en het bordwerk van de leerkracht. Zijn deze vernieuwingen ook verbeteringen? In dit artikel pleit de auteur op basis van recente wetenschappelijke inzichten voor behoud van beproefde traditionele aanpakken en geeft hij enkele handreikingen voor de praktijk. Bordwerk Het belangrijkste didactische hulpmiddel dat we als leerkracht tot onze beschikking hebben, is het schoolbord. Het ondersteunt onze uitleg met woorden en beelden en brengt voor de leerlingen ordening aan in de grote hoeveelheid informatie die de leerstof bevat. Om deze reden is een schoolbord lange tijd wettelijk verplicht geweest (Standart & Troch, 1982).

Vroeger was het schoolbord een krijtbord, waarop de leerkracht gedurende de les aantekeningen maakte om de leerstof te verduidelijken en visueel te ondersteunen. Doordat er langzaam steeds meer informatie en verbanden zichtbaar werden, konden de leerlingen de leerstof goed opnemen. Schema’s, tekeningen en samenvattingen ‘groeiden’ naarmate de les vorderde. Leren kost tijd en leerlingen kunnen een beperkte hoeveelheid nieuwe dingen tegelijk opnemen. Onderzoek van Fiorella en Mayer (2016) laat zien dat het langzaam opbouwen van bordwerk bijdraagt aan beter onthouden. Wanneer de leerkracht zelf op het bord schrijft, onthouden leerlingen de leerstof beter dan wanneer het bordwerk kant-en-klaar in beeld verschijnt. De beperkte ruimte op het bord zorgde er daarnaast voor dat alleen belangrijke zaken werden genoteerd. Tegenwoordig zijn krijtborden vervangen door digiborden. Hoewel deze veel voordelen bieden, is het goed om de principes van geleidelijkheid en beknoptheid van het oude krijtbord niet te vergeten, maar bewust in te zetten op het digibord. Werk daarom regelmatig in ‘slow-modus’ op je digibord of whiteboard: teken en schrijf en geef leerlingen de tijd om de leerstof op te nemen en te verwerken. Bordschema Leerlingen onthouden meer van een uitleg die wordt ondersteund met beelden, dan van een uitleg in alleen woorden (De Bruyckere, 2017). Dit wordt de ‘dubbele coderingstheorie’ genoemd. Als je alleen woorden gebruikt, dan coderen de leerlingen slechts eenmaal. Wanneer je beelden toevoegt, moet hun brein tweemaal coderen (woorden én beelden), waardoor er sterkere sporen worden aangelegd en ze de uitleg beter onthouden (De Bruyckere, 2017) (zie figuur 1 op de volgende pagina). Bij procedurele kennis is het maken van bordwerk betrekkelijk eenvoudig, want een stappenplan of een formule is niet moeilijk te noteren. Declaratieve kennis vormt een grotere uitdaging, omdat hierbij een veelheid aan informatie moet worden onderwezen. Een les over cijferend

Eveline Reedeker

12

JSW 8 april 2018


OriĂŤntatie op mens en wereld

Bevorderen van historisch tijdsbesef

Geschiedenis met TIJDWIJS Bij geschiedenisonderwijs is het plaatsen van gebeurtenissen in de tijd een belangrijk doel. Tegelijkertijd blijkt dat leerlingen dit vaak lastig vinden. Anderzijds tonen leerlingen al vanaf een jonge leeftijd interesse in historische films en verhalen, vaak al eerder dan in groep 5 of 6, waar het geschiedenisonderwijs meestal begint. Hoe kunnen we het onderwijs in historisch tijdsbesef verbeteren en daarmee wellicht al eerder starten? Marjan de Groot-Reuvekamp (m.degrootreuvekamp@fontys.nl) werkt als docent geschiedenis bij Fontys in ’s-Hertogenbosch

Leerlingen rake n vertrouwd met de namen en icone n van verschillende pe riodes in de geschiede nis

18

JSW 8 april 2018

P

eilingen van Cito in groep 8 tonen aan dat te weinig leerlingen aan het einde van de basisschool een voldoende niveau bereiken voor historisch tijdsbesef (Wagenaar, Van der Schoot, & Hemker, 2010). Daarbij moeten we bijvoorbeeld denken aan het plaatsen van gebeurtenissen op een tijdbalk en het hanteren van de daarbij passende aanduidingen van tijd en tijdsindeling, zoals namen van tijdvakken, eeuwen en jaartallen. Om leerlingen hierin beter te begeleiden, is het belangrijk om inzicht te hebben in de ontwikkeling en het leren van tijdsbesef. Hoe ontwikkelen leerlingen historisch tijdsbesef, wat vinden ze lastig en wat is een effectieve aanpak om het leren van historisch

tijdsbesef te bevorderen? De resultaten uit het promotieonderzoek van De Groot-Reuvekamp (2017) kunnen vertaald worden naar praktische aanbevelingen voor het onderwijs in historisch tijdsbesef aan leerlingen van 6 tot 12 jaar. Ontwikkeling historisch tijdsbesef Tot ver in de twintigste eeuw gingen onderzoekers ervan uit dat het leren van historisch tijdsbesef pas mogelijk is als kinderen de begrippen van klok- en kalendertijd beheersen. Zo zouden ze bijvoorbeeld pas kunnen leren over geschiedenis als ze de dagen van de week en de maanden van het jaar kennen. Zij sloten hiermee aan bij de theorie van Piaget, die


Taal

Betekenisvol taal- en leesonderwijs

Eerste hulp bij nieuwkomers Daar zit ze dan, voor het eerst in je groep. Een leerlinge afkomstig uit SyriĂŤ. Ze spreekt Arabisch en beschikt slechts over een beperkte woordenschat Nederlands. Net genoeg om in een reguliere groep mee te kunnen draaien. Een klein gesprek met haar voeren lukt nog wel. Een creatieve opdracht of gymmen is ook niet echt een probleem. Toch kom je er als leerkracht al snel achter dat deze nieuwkomer zorgt voor een uitdaging, omdat zelfs rekenen inmiddels behoorlijk talig is, om over de taal- en zaakvakken maar te zwijgen. Yvonne Koene is onder andere werkzaam als taalspecialist voor nieuwkomers in het basisonderwijs en heeft de Master Educational Needs afgerond

Voor de taalontwikkeling is het belangrijk dat nieuwkomers interactie hebben met volwassenen 32

JSW 8 april 2018

D

informatie te begrijpen en een brug te slaan naar het Nederlands.

Het belang van de moedertaal Smits, Van Koeven en Kootstra (2016) concluderen in recent onderzoek dat er geen verschil is in hoe eerste taalleerders en tweede taalleerders een taal leren. Wel is het van belang om te erkennen dat de moedertaal een belangrijke rol blijft spelen. Dit sluit ook aan bij de handreiking Ruimte voor nieuwe talenten, geschreven door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de PO-Raad (2017), met als doel om scholen te adviseren hoe om te gaan met vluchtelingenkinderen op school. Hierin benadrukken zij dat het belangrijk is dat vluchtelingenkinderen de mogelijkheid krijgen om hun eigen taal te spreken. Leerlingen denken in hun eigen moedertaal en het gebruik hiervan zorgt ervoor dat kinderen zich minder verloren voelen en het geeft hen de gelegenheid om vanuit hun eigen taal en identiteit vakkennis te kunnen opdoen. Hierdoor voorkom je dat leerlingen stilstaan in hun ontwikkeling doordat ze eerst Nederlands moeten leren (Vasterman, 2017). Het is daarom voor leerkrachten van belang om de moedertaal van het kind te erkennen en vervolgens te gebruiken als bron om nieuwe

Taalvaardigheden Bij het instromen van een nieuwkomer in de groep valt vaak op dat er een verschil zit tussen de Dagelijkse Algemene Taalvaardigheid (DAT) in de vorm van gesprekken met klasgenoten en de Cognitieve Academische Taalvaardigheid (CAT). Hierbij wordt de schooltaal bedoeld. De DAT kan vaak snel worden geleerd door nieuwkomers zodra deze leerlingen in contact komen met Nederlandstalige leeftijdsgenoten. Door ze te koppelen aan een maatje in de klas krijgen leerlingen de mogelijkheid om samen dingen te doen en daarover te praten in de groep. De CAT komt vooral op school aan bod en is abstracter en complexer voor nieuwkomers. Denk hierbij aan het verwoorden van denkactiviteiten bij de zaakvakken of het beargumenteren van een mening. In Ruimte voor nieuwe talenten wordt benadrukt dat het voor de schoolontwikkeling van nieuwkomers van essentieel belang is dat leerlingen de CAT leren beheersen (ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en PO-Raad, 2017). Waar Nederlandse leerlingen geleidelijk de mogelijkheid krijgen om gedurende hun basisschoolperiode van DAT naar CAT over te stappen, kan dit bij nieuwkomers soms voor problemen zorgen. Het is hierbij van belang om te onderzoeken of het kind in het land van herkomst al naar school is geweest. Indien dit het geval is, dan is het vaak al bekend met de schooltaal en dient vooral te worden ingezet op het labelen van de Nederlandse schoolwoorden aan de woorden in de moedertaal. In de groep kan mondelinge

e laatste jaren is er een toename te zien van de instroom van vluchtelingenkinderen in het onderwijs. Als leerkracht kun je je behoorlijk handelingsonbekwaam voelen als blijkt dat, ondanks je motivatie en inzet, het kind niet mee kan komen met het reguliere aanbod van lessen, waardoor het afhaakt. Soms is het mogelijk om externe hulp in te schakelen, maar wat als dat niet kan? Dan rijst de vraag: hoe kun je het taalaanbod in je groep zo aanpassen dat alle leerlingen kunnen aansluiten?


Oriëntatie op mens en wereld

Onderzoekend leren

Leren experimenteren en redeneren In wetenschap- en technologieonderwijs (W&T-onderwijs) doen kinderen kennis en vaardigheden op die ze nodig hebben op school en in de maatschappij. Maar hoe creëer je een rijke W&T-leeromgeving waarin kinderen een onderzoekende houding ontwikkelen, bètakennis opdoen en onderzoeks- en ontwerpvaardigheden ontwikkelen? In een onderzoeksproject werd nagegaan hoe leerkrachten deze kennis en vaardigheden bij leerlingen kunnen versterken, terwijl ze ook werken aan hun taalvaardigheid. Met de resultaten en praktische handvatten kun je direct aan de slag in je W&T-onderwijs.

Over het project Het project ‘Onderzoekend leren over constructies: het effect van een interventie op leerling- en leerkrachtniveau op de redeneervaardigheid van leerlingen’ is een samenwerking van Saxion, Radboud Universiteit Nijmegen en Quo Vadis. Dit project is gesubsidieerd door NRO.

lector taaldidactiek bij Saxion Joep van der Graaf is onderzoeker op de afdeling instructietechnologie van de Universiteit Twente Eva van de Sande is docent en onderzoeker bij de Radboud Universiteit en onderwijsadviseur bij Edux Onderwijspartners

I

n groep 6 van basisschool De Springplank in Heino staat vanmorgen een bijzondere les op het programma: onderzoekers Joep van der Graaf en Eva van de Sande leren de leerlingen met behulp van knikkerbanen hoe ze een goed experiment kunnen opzetten. De les wordt gegeven in het kader van het project ‘Onderzoekend leren over constructies: het effect van een interventie op leerling- en leerkrachtniveau op de redeneervaardigheid van leerlingen’. Na deze les werken de leerlingen gedurende drie weken samen met hun leerkracht aan een lessenserie over stevige constructies. De opgedane inzichten over het opzetten van experimenten komen tijdens deze lessen goed van pas. Effectieve instructie bij W&T In W&T-onderwijs leren kinderen experimenten voorbereiden en uitvoeren en de uitkomsten ervan evalueren om zo hun kennis over wetenschappelijke fenomenen uit te breiden. De didactiek van onderzoekend en ontwerpend leren (Kemmers & Van Graft, 2007) is een effectieve manier om kinderen deze benodigde W&T-kennis en

40

JSW 8 april 2018

-vaardigheden te stimuleren (zie figuur 1 hieronder). Maar dat experimenteren moeten kinderen leren. Uit onderzoek blijkt dat een bepaalde mate van instructie in experimenteren effectiever is dan een volledig vrije setting waarin kinderen exploratief bezig zijn. Leren experimenteren met behulp van knikkerbanen In de les ‘eerlijk experimenteren’ van Van der Graaf en Van de Sande leren de leerlingen wat een experiment is en hoe ze een goed experiment kunnen opzetten. Kinderen leren deze inzichten met behulp van knikkerbanen waarbij vier verschillende dingen, oftewel variabelen,

© Lidy de Koning

Martine Gijsel is associate

Figuur 1 – De cyclus van onderzoekend en ontwerpend leren


Verwacht in JSW Begrijpend lezen zonder methode te gebruiken

Expliciete Directe Inst

Expliciete Directe Instructie (ED ­leseffectiviteit­te­verhogen­en­t betere leerprestaties bij alle leer klas is daarbij de sleutel tot succ

Er wordt veel gezegd en geschreven over begrijpend lezen. Het geluid dat de methodes voor begrijpend lezen er onvoldoende voor zorgen dat basisschoolleerlingen goede begrijpend lezers worden groeit. Kun je effectief begrijpend leesonderwijs geven zonder een methode te gebruiken?

Marcel Schmeier is onderwijs­ adviseur taal en rekenen en heeft ruime ervaring als leerkracht en intern begeleider in het speciaal en regulier basisonderwijs. Hij weet als geen ander de theorie op een inspirerende wijze te vertalen naar de dagelijkse praktijk in de klas: ‘Werken aan onderwijs­ kwaliteit doe je door het primaire proces te verbeteren: het lesgeven, en dan met name de instructie.’

Marcel is bekend van zijn website www.onderwijsgek.nl, zijn Twitter­account @Onderwijsgek en zijn praktische publicaties in diverse onderwijsvakbladen. Voor­meer­informatie­over directe instructie, zie www.directeinstructie.nl

Om beter tegemoet te komen aan de interessegebieden en talenten van de leerlingen, kun je de meervoudige intelligenties van Gardner inzetten. Ontdek hoe je binnen het leergebied oriëntatie op mens en wereld schoolbrede thema’s – zoals ‘Planten en dieren’ en ‘De Middeleeuwen’ – kunt aanbieden in een tweejarig roulatiesysteem.

Neem dan nu een combi-abonnement op JSW én HJK (het vakblad voor de onderbouw) en betaal slechts € 119,50 per jaar! Meer informatie: www.jsw-online.nl/abonneren.

Jij en de kinderen in je groep zijn creatieve geesten en hebben prachtige ideeën om te maken, maar het maken kost veel tijd of moeite. In de rubriek wwwJSW vind je een oplossing voor dit probleem. In de TedTalk ‘Sams Labs’ wordt uitgelegd hoe je je ideeën binnen vijf minuten kunt uitwerken.

Los nummer

Voor jezelf of als cadeau! Nummer Nummer

1, jaargan

10, jaa

rgang 101

, juni 201

g 102, sept

7

ember 201

7

Nummer 2, jaargan

g 102, oktober 2017

www .j sw -o n li n e Jeu .n l Schoo w w w.jVakblagdd in Werel sw voo het basl en d speciaal -or nl isonder onderw in e. nl wijs, Jeugd in ijs en opl Sch eid

Vakblad

ool en We reld

voor het basisond ww w.j swspeciaal erwijs, onderwine onl ijs en ople .nl iding

ing

Jeugd in Schoo l en Wereld Vakblad voor het basisonderwijs, speciaal onderwijs en opleiding

JSW 8 april 2018

Specia l

O barr p de icad e

n

Startg espre Bete vor eorn ed enrawijds: kken n Aan ma e zome leare kn Effectie het ver schil! r rekenv f begri rd jp ig he Pleaa e id n d leeso zier in Kind

erboeken leren nderw P ssen week: gri aanwa ijs D kria e p rs ezelenkkiserg eno tischedle Piek een ond ectieve ed erwijsere krapch Po n sit t ie re ve ke De thuistaalkiin nen jk de op klas combin atieklass Verbeteren van en uit verbinding

Ga naar www.jsw-online.nl/abonneren of bel 088-2266692 50

EDI houdt in dat de leerlingen mee toepassing met feedback wordt g voorkomen wordt. EDI biedt nieu leerlingen in voldoende mate oefe Het zal duidelijk zijn dat in het kad eigenlijk een must is.

Niets missen?

TedTalk ‘Sams Labs’

Bestel een los nummer voor € 10,-

In dit boek vertalen de auteurs b naar een concreet en helder sta in de dagelijkse onderwijspraktij perfect­te­laten­aansluiten­op­de onderwijssituatie, is het boek gr adviseur Marcel Schmeier en vo

Dr.­Kees­Vernooy Lector emeritus Effectief taal- en

Praktijk: OJW-wijs

• Ontbreekt er een nummer van JSW in je collectie? • Een interessant artikel gezien dat je wilt lezen, maar heb je geen abonnement? • Op zoek naar een cadeautje voor je collega?

EDI brengt leerlingen stapsgewi en geeft hun daarmee succeser instructie en controleert door he of alle leerlingen het begrijpen. E mogen overleggen en er worden Alle leerlingen worden betrokke

JSW informeert je over de laatste ontwik­kelingen in het basisonderwijs met een focus op de midden- en bovenbouw, en vertaalt deze naar de praktijk. Met iedere maand interessante vakinformatie, praktische tips, prikkelende columns, recensies en kant-en-klare lessen.

Petra Pezi

© YouTube

EDI geeft de leerkracht het gere het primair onderwijs de leerdoe goede instructie en leerlingen ac de lessen, wordt er een grote m nemen gedragsproblemen af en Een­effectieve­­leerkracht­wacht extra hulp buiten de klas moeten leerprogramma worden gezet. E dan een kilo zorg!


Let’s go!

Volledig digibordgestuurde methode voor verkeer

Let’s go! is de nieuwste verkeersmethode voor groep 1 tot en met 8. De methode is innovatief, interactief, praktijkgericht en vooral: heel veilig. Let’s go! speelt zich namelijk volledig op het digibord af. Met levensechte verkeersbeelden, video’s, app, interactieve animaties, Google Streetview, een heuse Situatiebouwer bereidt u de kinderen optimaal voor op het verkeer. Door de samenwerking met de ANWB is Let’s go! misschien wel de beste verkeersmethode ooit. En weet u? Misschien ook de allerleukste!

Probeer gratis uit: www.letsgo-malmberg.nl

JSW april 2018  
JSW april 2018  
Advertisement