Page 1

Vakblad voor ontwikkeling, opvoeding en onderwijs aan jonge kinderen

45 jaar!

Hoe lees je een prentenboek voor? Klanken en letters alzijdig verkennen EYE: tovertafel en wondertrommel

Nr. 3 – Jaargang 45 – nov. 2017

www.hjk-online.nl


taal

Drie voorleesmanieren onder de loep

Hoe lees je een prentenboek voor? Op een ochtend werd Konijn wakker. Hij stapte uit zijn hol het stralende zonlicht in. Het was een prachtige dag. Maar er was iets mis… Hij was niet alleen. Konijn werd bang. ‘Scheer je weg, Zwart Konijn!’, riep hij. Maar het Zwarte Konijn verroerde zich niet.

Femke van der Wilt (f.m.vander.wilt@vu.nl) is promovenda aan de Vrije Universiteit Amsterdam en doet onderzoek naar de relatie tussen communicatieve taalvaardigheid en sociale relaties in de kleuterklas Hieke van Til is codirecteur van Stichting Taalvorming Rianne Hofma is leerkracht op De Vensterschool in Noordwolde en geeft workshops ‘Mindmappen met kleuters’ voor de Kleuteruniversiteit Claudia van Kruistum is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Haar onderzoek is gericht op veranderingen in geletterdheid van jonge en oude kinderen Chiel van der Veen is universitair docent aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hij doet onderzoek naar gespreksactiviteiten met kleuters

Z

o begint het prentenboek Het Zwarte Konijn (Leathers, 2015), een boek over een konijn dat wordt achtervolgd door zijn eigen schaduw. In het kleuteronderwijs is het voorlezen van prentenboeken een dagelijks terugkerende activiteit. Tijdens een schooljaar worden er dan ook heel wat prentenboeken versleten. Maar hoe kun je een prentenboek nu het best voorlezen? Stel je wel of geen vragen tijdens het lezen? En wat doe je als het boek uit is? In dit artikel lees je hoe je één prentenboek op drie verschillende manieren kunt voorlezen en wat het effect daarvan is op de taalvaardigheid van kleuters.

Werken aan taalvaardigheid De taalvaardigheid van kinderen ontwikkelt razendsnel tijdens de kleuterperiode en is een belangrijke voorspeller voor nu en later. Zo blijkt uit ons eigen onderzoek dat kleuters die communicatief taalvaardiger zijn, beter worden geaccepteerd door hun klasgenootjes (Van der Wilt, Van der Veen, & Van Kruistum, 2016). Bovendien blijkt de vroege taalvaardigheid van kinderen invloed te hebben op hun latere leesvaardigheid (Stoep, 2008). Het voorlezen van prentenboeken is een goede manier om de taalvaardigheid te stimuleren (Koerhuis & Op den Kamp, 2015). Maar op welke manier kun je het best voorlezen? Deze vraag stond centraal in een kleinschalig onderzoek waarin we drie verschillende manieren van voorlezen met elkaar hebben vergeleken: ‘interactief’,

‘luistervraag’ en ‘mindmap’ (het kader 'Het onderzoeksproject' hieronder gaat over de voorleesmanieren en het effect van mindmappen).

1. Interactief Interactief voorlezen is misschien wel de bekendste manier van voorlezen in het kleuteronderwijs. Tijdens het interactief voorlezen hebben de kinderen een actieve rol: ze stellen veel vragen en reageren op het boek en op elkaar. De ruimte voor eigen inbreng geeft kinderen de gelegenheid om het verhaal te koppelen aan hun eigen ervaringen (Gosen, 2016). Op die manier wordt het verhaal meer betekenisvol. En dat lijkt te werken: uit onderzoek blijkt bijvoorbeeld dat deze methode onder andere bijdraagt aan het vergroten van de woordenschat van kinderen (Jansman, 2015). Interactief - in praktijk Voordat je het boek voor de eerste keer voorleest, bekijk je samen met de kinderen de kaft en lees je de titel voor: ‘Dit boek heet Het Zwarte Konijn.’ Blader door het boek en moedig de kinderen aan te reageren op de prenten: ‘Wat zie je allemaal?’ Naar aanleiding daarvan laat je de kinderen voorspellen waar het boek over gaat: ‘Over wie gaat het boek? Wat zou er gebeuren?’ Ga in op de reacties van de kinderen: ‘Hoe komt het dat je dat denkt?’ En laat de kinderen op elkaar reageren: ‘Wie denkt dat ook?’ Lees dan het boek voor en leg moeilijke woorden uit: ‘Wie weet wat een

Het onderzoeksproject Ons onderzoek is onderdeel van het grootschalige project ‘Mindmappen met kleuters’. Daarin willen we de effectiviteit onderzoeken van een door Rianne Hofma ontwikkelde mindmap-methodiek. Die vindt plaats in de context van voorleesactiviteiten en bestaat uit luistervragen en mindmaps. Om te onderzoeken wat de meerwaarde is van mindmaps, is de methodiek vergeleken met het traditionele interactief voorlezen en met een luistervraagmethode waarbij alleen luistervragen worden gesteld. Deze verschillende manieren van voorlezen zijn gebaseerd op bestaande methodieken, maar de precieze invulling ervan is specifiek voor dit onderzoek rondom het prentenboek Het Zwarte Konijn.

4

HJK november 2017


spelen

Sensopathisch spel stimuleert totale ontwikkeling

Zandbak in zomer én winter openen De zandbak blijft op school en in de opvang vaak in de winter gesloten, terwijl het voor de ontwikkeling van jonge kinderen belangrijk is dat er het hele jaar door met zand (of andere ongevormde materialen) gespeeld kan worden. Hoe kun je dit in de zomer én de winter doen?

Lisanne Quinten is redactielid van HJK, student master EN aan Fontys (specialisatie jonge kind) en leerkracht groep 1/2 bij basisschool de Oversteek in Liempde

A

ls de zon schijnt en de temperatuur aangenaam is, dan leidt dat in Nederland vaak tot drukte op het strand. Wanneer je over het zand loopt, is iedereen actief. Zandkastelen die gebouwd worden, kinderen die elkaar begraven, grachten graven en die vol water laten lopen, schelpen verzamelen, rennen over het zand en door het water, voetafdrukken in de branding maken, zand door hun vingers laten ‘zeven’, schrijven met stokjes en racen met auto’s en het bandenspoor van de auto’s waarin schelpen gelegd worden. Hoe divers de activiteiten ook zijn, de gemeenschappelijke deler van deze activiteiten is het plezier en de ontspanning bij zowel jong als oud. De effecten van sensopathisch spel zijn duidelijk zichtbaar. Hoe zinvol is het dan, vraag ik mijzelf als leerkracht van groep 1/2 af, om deze vormen van spel te gebruiken in het dagelijks leven en het leren van jonge kinderen? Nat zand Zodra groep 1 en 2 buitenkomen, wordt er gevraagd of er in de zandbak gespeeld mag worden. Ondanks de matige temperatuur op dat moment, kiest juf Caroline ervoor om de zandbak te openen. De kinderen duiken er letterlijk in en onmiddellijk komen ze tot de ontdekking dat het zand vandaag goed aan elkaar plakt. De zeefjes en scheppen blijven liggen, de meeste kinderen gaan met hun handen op ontdekkingstocht. Juf Caroline vraagt aan de kinderen of ze weten hoe het komt dat het zand zo goed plakt vandaag. ‘Het voelt nat’, zegt Pim. De juf stelt vervolgens de vraag hoe het komt dat het zand nog zo nat voelt, het heeft immers niet geregend. Uiteindelijk komen de kinderen tot de conclusie dat het komt door de mist en dat het bovenste laagje zand van de zandbak het best gebruikt kan worden.

Sensopathisch spel Binnen het sensopathisch spel staat het ervaren van zintuigelijke indrukken centraal 10

HJK november 2017

(Vleugel-Ruijssen, 2012). Vermeer (Van der Aalsvoort (Red.), 2017) gaf als eerste de naam ‘sensopathisch spel’ aan deze spelvorm. Tevens benaderde zij deze spelvorm vanuit het spelende kind: wat doet het kind precies als hij speelt? Hierin verschilt ze met bijvoorbeeld Piaget (18961980) en Vygotsky (1896-1934), die vooral keken naar de invloed van spel op de ontwikkeling van het kind. Vanuit de wisselwerking tussen kind en spelmateriaal, stelde Vermeer (1972) een indeling in speelwerelden samen (Van den Heuvel, 2017). Deze speelwerelden zijn niet verbonden aan leeftijd. Hoewel er wel een opbouw (van

Sensopathisch spel in de speelwerelden van Vermeer (1972) • De Speelwereld als Lichamelijke Wereld (SLW). Ongevormde materialen worden door verschillende zintuigen verkend. Hierbij valt te denken aan het voelen van scheerschuim en het ruiken van de pepernotenklei. Het materiaal wordt nog niet gevormd, het verkennen van materiaal staat in deze speelwereld centraal. • De Speelwereld als Hanteerbare Wereld (SHW). De mogelijkheden van het materiaal worden door het kind verkend door te experimenteren. Ook kunnen er combinaties van materiaal uitgeprobeerd worden, zoals het gelijktijdig gebruik van zand en water. • De Speelwereld als Esthetische Wereld (SEW). In deze speelwereld gaat het om het bouwen, vormen en construeren. Al handelend komt er iets tot stand, zonder dat er vooraf een plan gemaakt wordt. Achteraf verleent het kind betekenis aan bijvoorbeeld de berg zand. • De Speelwereld als Illusieve Wereld (SIW). Ervaringen en belevingen van het kind staan centraal en worden symbolisch weergegeven. In de watertafel wordt bijvoorbeeld met een bootje de storm op zee nagespeeld.


kunst & cultuur

Kleuterprogramma van EYE Filmmuseum

Tovertafel en wondertrommel ‘Een oog met een ster!’, roept een overenthousiast meisje terwijl ze op het grote witte doek wijst. De film die ze samen met haar klasgenootjes gaat bekijken, is nog niet eens begonnen, maar ze is nu al opgewonden. Groep 1/2 van de Amsterdamse Dongeschool kijkt naar het logo van EYE Filmmuseum met een ster. De kinderen en hun begeleiders zijn gekomen voor het nieuwe educatieve programma ‘Toveren met film’, dat sinds kort voor kleutergroepen beschikbaar is. Het speciale logo verwijst naar de juweeltjes van films uit de rijke collectie van het museum die zij te zien krijgen. Hoe leerzaam is dit kleuterprogramma?

Melissa de Vreede is senior cultuureducatie bij het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA)

‘W

e hebben de pilotfase nog maar net achter de rug’, zegt Brit Thomassen, die medewerker educatie is bij EYE. ‘Dus is het project sinds kort voor alle scholen beschikbaar. Nog zonder dat we reclame hebben hoeven maken, is er al belangstelling voor.’ Een van de redenen waarom dit project is ontwikkeld, lijkt dus te kloppen. Thomassen heeft bij scholen navraag gedaan naar hun behoeften op het gebied van cultuuronderwijs. Daaruit kwam naar voren dat er weinig goede culturele activiteiten voor peuters en kleuters zijn. Toen was de beslissing gauw genomen: het filmmuseum ging dus een programma maken voor groep 1 en 2. Daarmee was dan meteen het aanbod van EYE voor het primair onderwijs compleet. Want voor de andere groepen (groep 3 tot en met 8) zijn er al geschikte educatieve programma’s.

Samenwerking EYE Filmmuseum had reeds lange tijd contact met Taartrovers, een instelling die is gespecialiseerd in het bedenken en maken van interactieve culturele projecten voor kinderen. Zo wordt door hen al tien jaar lang het Fantastisch

16

HJK november 2017

Kinderfilmfestival georganiseerd voor iedereen van 2 tot 9 jaar, en iedere zondagochtend verzorgen EYE en Taartrovers gezamenlijk Cinemini, een filmvoorstelling voor peuters, kleuters en hun ouders. Naar een geschikte samenwerkingspartner met expertise in de leeftijdsgroep 4- tot 6-jarigen hoefde dus niet lang te worden gezocht.

Bijstellen Zo ontstond het programma dat de kleuters van de Dongeschool gaan volgen. EYE had nog weinig ervaring met kleutergroepen en wilde ondervinden welke consequenties het ontvangen van deze doelgroep zou hebben. De proefperiode duurde deze keer dus extra lang. Met scholen uit de directe omgeving is het project op allerlei aspecten getest. ‘Je moet voor kleuters bijvoorbeeld tijd inruimen zodat ze niet alleen even kunnen eten, maar ook kunnen spelen’, zegt Thomassen. ‘Dat zijn we met andere schoolgroepen niet gewend.’ Gaandeweg zijn er diverse aanpassingen gedaan in de anderhalf uur bezoektijd, zowel op inhoudelijk als praktisch gebied. De ambities moesten op een aantal punten bijgesteld worden. Het oorspronkelijk


spelen

Spelbegeleiding bij kinderen in de niet-speelwereld

Het kind speelt niet écht of écht niet! ‘Mijn spelen is leeren, mijn leren is spelen’, Heeft eens een mijnheer met een staartpruik gezegd, Maar ik zit me hier dan bedroefd te vervelen, Dat léérende spelen bevalt me maar slecht (Van der Pol, 2005).

Wilna van den Heuvel is programmaleider van de post-bacheloropleiding Speltherapie en Spelagogiek aan Hogeschool Utrecht

E

en citaat van Lev Vygotsky (1896-1934) over spel dat bekend is, is: ‘Spel creëert een zone van naaste ontwikkeling, in het spel is het kind als het ware een hoofd groter dan in de werkelijkheid.’ Het is van belang dat een kind speelt en zich daardoor onbewust ontwikkelt. Hoe kun je als leerkracht een kind begeleiden dat niet tot spel komt of dat spel laat zien dat ‘anders’ is, dat je niet begrijpt of dat over grenzen gaat? Als een kind niet weet hoe het om moet gaan met spelmateriaal, als een kind niet durft te spelen, als het kind geen onderscheid weet te maken tussen fantasie en werkelijkheid, spreekt Vermeer (1972) van een ‘niet-speelwereld’. ‘Gezamenlijk spelgedrag vormt een context waarin het kind kan leren en zichzelf kan ontwikkelen. Het is een gezamenlijke communicatie waarbij een speelse

begeleider onmisbaar is’ (Groothoff, Jamin, & Beer-Hoefnagels, 2009). Dat betekent dat je als leerkracht invloed hebt op en betekenis kunt geven aan het spel van het kind. Vanuit deze overtuiging is spelbegeleiding een positieve interventie die het kind verder kan helpen in de ontwikkeling.

Spelanalyseschema In het kader ‘Spelanalyseschema’ hieronder is te zien dat wanneer een kind ‘echt’ speelt het zich bewust is van de werkelijkheid en de fantasie (middelste kolom). Het kan in het spel schakelen van fantasie naar werkelijkheid en andersom, het kind kan uit het spel stappen en er ook weer in. Wanneer een kind links in de niet-speelwereld speelt, dan wordt het bijvoorbeeld overweldigd door fantasie (Van der Graaff, 1993). Het kind

Spelanalyseschema Niet-speelwereld

Het spel

Niet-speelwereld

De Speelwereld als Illusieve Wereld (SIW) Dynamisch 

Statisch Groep Scène  Compositie

Werkelijke wereld 

Verbeelde wereld Fantasiewereld

Thema Verhaal

De Speelwereld als Esthetische Wereld (SEW) Spelend vormen Spelend bouwen Spelend ordenen 

Imitatiespel (Scholten, 1985)

Normatieve wereld

De Speelwereld als Hanteerbare Wereld (SHW) Ontaarding van het spel

Spelend groeperen

Wereld van de gebruiksvoorwerpelijkheid

Onspecifieke omgang

Spelend omgaan

De Speelwereld als Lichamelijke Wereld (SLW) 

Sensopathisch spel Spelend bewegen

Driftmatig gedrag

Wereld van de normatieve gestalte

Uit: Vermeer, E. (1972). Spel en spelpedagogische problemen. Utrecht: Bijleveld. 22

HJK november 2017


taal

Klankbewust bezig zijn

Klanken en letters alzijdig verkennen Jarenlang onderzoek toont aan hoe belangrijk het is om kleuters nieuwsgierig te maken naar de wereld van taal en letters, zodat zij in hun ontdektocht een goede basis voor het aanvankelijk lezen meekrijgen. Het verkennen van letters maakt hier deel van uit. Ontdek hoe je als leerkracht kleuters kunt prikkelen om klanken en letters met hun lijf te beleven en zo sterke klanktekenkoppelingen te ontwikkelen op een manier die volledig bij hen past.

Astrid Geudens is onderzoeker taal- en leesdidactiek bij Thomas More in Mechelen-Antwerpen. Daarnaast is ze adviseur en hoofdauteur van methodes voor kleuteronderwijs en aanvankelijk lezen Dorien Stolwijk is zelfstandig adviseur jonge kind en taal- en leesontwikkeling. Daarnaast is ze adviseur en auteur van methodes voor kleuteronderwijs Eline Van Kerckhove is logopedist, docent en onderzoeker taal- en leesdidactiek bij Thomas More in Mechelen-Antwerpen Marjolein Noé is taalkundige, logopedist en onderzoeker taal- en leesdidactiek bij Thomas More in Mechelen-Antwerpen

I

n de praktijk zien we dat het speels vertrouwd maken met letters in kleutergroepen zich veelal vertaalt in aandacht voor de vorm van letters. De leerkracht toont of schrijft de letter op en de kinderen bedenken er vervolgens woorden of concrete voorwerpen bij. Deze woorden of voorwerpen worden gebundeld in een woordweb rondom de letter of uitgestald op een lettertafel. De kinderen worden vaak ook gestimuleerd om thuis verder op zoek te gaan naar woorden die beginnen met de aangeboden letter. Het zijn voorbeelden van mooie initiatieven in kleutergroepen. Zeker wanneer ze ingebed zijn in taalroutines voor beginnende geletterdheid. Zo zien we leerkrachten in de praktijk bijvoorbeeld werken met klankkastjes en werkmappen fonemisch bewustzijn, zoals die van CPS. Letteractiviteiten in taalroutines zouden echter meer kunnen betekenen als leerkrachten niet enkel de lettervorm als uitgangspunt nemen. Bij een letter hoort ook een klank, daar komen kleuters natuurlijk in de eerste plaats mee in contact. En er valt voor jonge kinderen van alles te beleven aan een klank. Je kunt ernaar luisteren, maar je kunt ook onderzoeken, voelen en kijken wat er met

je mond, lippen, keel en neus gebeurt als je de klank van de letter uitspreekt.

Speelse context Dankzij ervaringen in een speelse context raken kinderen van groep 1 en 2 nog meer gericht op klanken die zij om zich heen horen. Zo worden juist ook die kinderen nieuwsgierig en enthousiast die misschien niet spontaan op verkenning zouden gaan naar klanken en letters (Van Severen, 2017). Inspelend op hun nieuwsgierigheid, raken kinderen vertrouwd met alle facetten van een letter. De klank wordt hiermee onbewust stevig gekoppeld aan het geschreven symbool. Hiermee wordt de basis voor het aanvankelijk lezen in groep 3 aanzienlijk versterkt, zeker ook voor kinderen die een vertraagde taalontwikkeling doormaken (Snowling & Melby-Lervåg, 2016; Van Druenen, Scheltinga, Wentink, & Verhoeven, 2017). Klanktekenkoppelingen Het is belangrijk voor kleuters om klanken en letters niet zomaar zonder context aan te bieden. Losstaande klank- en letteractiviteiten zijn zeker zinvol, maar de meerwaarde ligt in het inbedden 3. Zelf zoeken in nieuwe woorden

2. Klank uitluisteren in aangeboden woorden 1. Alzijdig verkennen van klank en letter • Luisteren naar de klank • Spraakmotorisch voelen van de klank • Kijken naar de letter • (Schrijven van de letter) • Ordenen van de letter in klankfamilies

De klank ontdekken en horen in woorden, zowel in het begin als in het midden en aan het einde van een woord en dit in combinatie met zoveel mogelijk verschillende klinkers en medeklinkers

Op zoek gaan naar de klank en letter in voorwerpen, materialen, tijdschriften, et cetera waarin kinderen de klank horen of de letter zien

Figuur 1 – Trapschema klanktekenkoppelingen (Bos et al., 2016)

28

HJK november 2017


Verwacht in HJK Bewegingsonderwijs

Cognitieve ontwikkeling

Bewegen en leren zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden in de ontwikkeling van jonge kinderen. Bewegen is hun eerste taal. Het is niet verwonderlijk dat jonge kinderen de wereld bewegend verkennen. Bewegen levert een erg grote bijdrage aan de cognitieve ontwikkeling van jonge kinderen.

HJK (De wereld van het jonge kind) bestaat al 45 jaar en is het bekendste vakblad voor ontwikkeling, opvoeding en onderwijs aan jonge kinderen. HJK biedt actuele en betrouwbare vakinformatie en maakt daarbij een koppeling tussen theorie en praktijk.

Klimmen tot je erbij neervalt

Ravotten, klimmen, stoeien, duikelen, springen, struikelen en weer opstaan. Waardevol voor de ontwikkeling van kinderen, maar ook spannend. Zeker buiten. Waarom en hoe kun je met buitenonderwijs de motorische ontwikkeling en het bewegingsonderwijs goed ondersteunen?

• Wilbert van Woensel

Niets missen? Neem dan een combi-abonnement op HJK én JSW (het vakblad voor de midden- en bovenbouw) en betaal slechts € 119,50. www.hjk-online.nl/abonneren

Aan de slag: sta eens stil!

Wie van de kleuters in je groep is weleens in een beeldentuin geweest? Staan er beelden in de wijk, dorp of stad waar de kinderen wonen? Gebruik die beelden om met de kinderen te gaan spelen. In de rubriek 'Aan de slag!' staat een lessuggestie over standbeelden: kijk ernaar, praat erover of breng deze tot leven!

• Harry Fabel

Los nummer

Voor jezelf of als cadeau! Vakblad voo en onde r ontwikkeli ng rwijs aa n jonge , opvoeding kinderen Vakblad voor ontwik en onderw kel ijs aan jon ing, opvoeding ge kinder en

• Ontbreekt er een nummer van HJK in je collectie? • Een interessant artikel gezien dat je wilt lezen, maar heb je geen abonnement? • Op zoek naar een cadeautje voor je collega?

Spe óók len: groe in p 3!

Samen ve

rhalen veLrt eln ledn ere spelen

De inze groep 3

in

prenStenb t van oepe oe leke spelcont o n in exten vergang van gr

Bestel een los nummer voor € 10,-

oep 2 na

ar

3 WetSp ensc p en enha is ta technoello a l le re gie n in de

terklas Nrkl . 8eu - Ja argang 42 – ap ril 2015 www.h Nr. 9 - Ja jk argang 42 -online.nl – mei 20 15 www.hj HJK15_HR

XXXXXX

HJK15_HR1

5042101_TD

k-online.

XX_TDS_N

nl

R8_2015.i

ndd 1

S_NR9 2015.i

ndd 1

01-04-15 30-04-15

Ga naar www.hjk-online.nl/abonneren of bel 088-2266691 34

HJK november 2017

15:44

14:48


DĂŠ digitale

oep 1-4

voor gr ls e g n E e d o h t lesme

g Native speakin co-teachers via het digibord 6 5 1

2

3

4

Vraag een gratis n op a a ie t n e ic  e o r p sy.nu www.takeitea

7

8

7

HJK november 2017  
Advertisement