Page 1

Vakblad voor ontwikkeling, opvoeding en onderwijs aan jonge kinderen

45 jaar!

Spelend vechten: ingrijpen of niet? ADHD in de klas Programmeren met kleuters

Nr. 5 – Jaargang 45 – jan. 2018

www.hjk-online.nl

45 jaar!


spelen

Grijp je als leerkracht in of niet?

Spelend vechten Op het schoolplein pakken Jo en Sam dikke takken van de grond. Ze houden die voor zich en richten de geïmproviseerde wapens op elkaar. ‘PAF! Jij bent dood!’, roept Jo naar Sam. Juf Larissa ziet het gebeuren en twijfelt. Moet ze ingrijpen of niet?

Astrid Koelman en Eva Dierickx zijn beiden lector pedagogiek aan de Artesis-Plantynhogeschool te Antwerpen. Zij bloggen geregeld op www.kleutergewijs.be

Z

oals de meeste kleuterleerkrachten al in de praktijk ervaren hebben, is agressief spel of gedrag in de kleuterklas geen uitzondering. Agressief gedrag en rollenspel komen sowieso veel voor bij twee- tot zesjarigen. Peuters en kleuters worstelen op deze leeftijd met enerzijds zelfstandig willen zijn, terwijl ze ook tegemoet willen komen aan de verlangens en de opgelegde regels en afspraken op school en thuis. Dit veroorzaakt een vorm van stress, die zich kan uiten in agressief gedrag (Fehr & Russ, 2013). Maar terwijl dit soort agressief gedrag in kinderen wordt ontmoedigd, bestaat er controverse over het effect van ‘speelse’ agressie binnen rollenspel, iets wat zich onder andere uit als spelend vechten (Fehr & Russ, 2013).

Schieten met geweren Wanneer kleuters spelend vechten of ‘schieten met geweren’ beschouwen volwassenen dit doorgaans ook als agressief en problematisch gedrag, eerder dan als ontwikkelingsspel. Maar waar ligt het verschil tussen beide? Is spelend vechten problematisch? Is het een voorspeller van agressief gedrag? Spelen jongens en meisjes even vaak stoeispel of vechtend rollenspel? En zo niet, hoe kunnen we dit verschil verklaren? Om voorgaande vragen te kunnen beantwoorden, moeten we als auteurs, voordat we bruikbare handvatten geven voor in je eigen praktijk, eerst verduidelijken wat we bedoelen met spelend vechten onder jonge kinderen. Voor ons is dit veelzijdig. Het gaat van spelgedrag waarbij kleuters zowel verbaal als fysiek samenspelen, van stoeien tot oorlogsspel, van superhelden- tot boevenspel. Een terugkomend element is het vrijwillige en plezierige karakter, met tegelijkertijd het gebruik van geweld of agressie in één of andere vorm. De kleuters spelen hierbij echt samen, ze overleggen dus over het spelverloop tijdens het spelend vechten (Hart & Tannock, 2013).

Kinderen die meer spelend vechten zijn doorgaans minder fysiek of verbaal agressief in de klas

4

HJK januari 2018

Boef Lola en Mick (allebei 5 jaar) spelen ‘boef’ in de klas. Lola rent achter Mick aan, met haar wapen in de aanslag. ‘Mick, wacht nu even. Toen moest jij voor mij wegrennen, omdat ik van de politie was.’ Mick antwoordt: ‘Ja, maar ik ging dan proberen om jou te laten struikelen, maar dat lukte niet. En ik verstopte me achter het muurtje.’ Lola reageert: ‘Ja, dat is goed. En dan doen we dat ik daarna jou neerschoot en jij viel dan neer, maar je was niet echt dood. Oké?’

Spelend vechten en plezier Het onderscheid tussen spelend vechten en echte agressie blijkt voor volwassenen moeilijker te maken dan voor kinderen (Hellendoorn & Harinck, 2000). Hierdoor geven ouders en leerkrachten soms tegenstrijdige boodschappen aan kinderen over spelend vechten. Het ene moment laat men het toe, op andere momenten wordt het streng verboden, evenals alle varianten hiertussen. Dit zorgt natuurlijk voor verwarring bij kinderen. Is het slecht om te spelen dat je een ander kind neerschiet? Als je speelstoeit met je vriendje? Door het onderscheid en de noodzaak van dit spel in te zien, kun je er als leerkracht beter op inspelen (Hart & Tannock, 2013). Ook voor kleuters is het belangrijk om het verschil te leren zien en ervaren tussen échte agressie en fantasie-/spelend geweld. Het verschil tussen beide moet ervaren worden om herkend te worden, in de klas en daarbuiten (Hart & Tannock, 2013). Het belangrijkste verschil is het doel van het gedrag: bij echte agressie hebben kinderen de intentie om een ander pijn te doen of om iets kapot te maken. Ze zijn daarbij eerder gespannen en ze zijn zich doorgaans bewust van het feit dat ze iets doen wat eigenlijk niet mag. Bij spelend vechten hebben kleuters niet de intentie om elkaar opzettelijk pijn te doen. Ze zijn eerder ontspannen, ze gaan op in het spel. Ze lachen veel en het spel is onschuldig, ondanks het vechtelement dat ze uitvoeren. Het spel is coöperatief en vrijwillig. Ze zullen weleens een blauwe plek of bult oplopen, maar die ‘wonden’ ontstaan door de aard van het spel, niet opzettelijk. Kinderen blijken overigens goed in staat dit


Op de schouders van…

…Pestalozzi ‘If I have seen further, it is by standing on the shoulders of giants’ (Isaac Newton, 1676). Wanneer je de traditie kent waarin je staat, zie je meer. Dit geldt ook voor professionals die met het jonge kind werken. Op welke onderwijstheorieën berust jouw werk? Aan welke pedagogen ben jij schatplichtig? Op wiens schouders sta jij? In deze serie geven we je de woorden om je werk van vandaag te kunnen beargumenteren. Deze keer: Johann Heinrich Pestalozzi.

P

estalozzi werd in 1746 in Zürich (Zwitserland) geboren. Zijn vader was arts en stierf toen Pestalozzi 5 jaar was. Hij bezocht de Latijnse school en studeerde daarna filosofie en theologie. Die studie maakte hij niet af. Hij kocht een stuk land in Birrfeld, hij wilde boer worden. Inmiddels was hij met Anna Schultthess getrouwd, de dochter van een welgestelde koopman. Op het land liet hij een huis bouwen: Neuhof. Daar ving hij kinderen uit arme gezinnen op. Hij verschafte hun werk en tegelijkertijd gaf hij onderwijs. Armen moest je, zo vond hij, voor de armoede opvoeden en dat betekent: leren jezelf te redden door arbeidzaam te zijn (Pestalozzi, 1996). De onderneming ging failliet.

• Wilbert van Woensel

Wouter Pols is werkzaam bij het Kenniscentrum Talentontwikkeling van Hogeschool Rotterdam en is betrokken bij het project ‘Pedagogische empowerment’

Om een vertrouwensband met kinderen op te bouwen, zal een leerkracht veel met haar leerlingen moeten praten

10

HJK januari 2018

Natuurlijke opvoeding Uit het huwelijk met Anna was een zoon geboren: Jakob (roepnaam: ‘Jacqueli’). Pestalozzi had veel bewondering voor Jean-Jacques Rousseau – hij had zijn zoon naar hem vernoemd – en probeerde hem volgens Rousseaus principe (‘terug naar de natuur’) op te voeden. Hij wilde geen dwang uitoefenen, hem een natuurlijke opvoeding geven. Maar dat mislukte. Jakob was een moeilijke leerling, hij had leerproblemen, later openbaarde zich epilepsie bij hem. Pestalozzi bleef in Neuhof wonen en begon te schrijven: Avondoverdenkingen van een kluizenaar. En een roman die hem beroemd zou maken: Lienhard en Gertrud. In beide geschriften pleitte hij niet voor ‘terug naar de natuur’, maar voor een rechtvaardige standenmaatschappij, een maatschappij waar elke stand rechten heeft, maar ook plichten, waar de regerende stand voor rechtvaardige verhoudingen zorgt en waar dominee en onderwijzer het volk tot broederschap opvoeden. ‘Vaderlijke gezindheid vormt regeerders, broederlijke gezindheid burgers; beide stichten orde in het huis en in de staat’ (Pestalozzi 1927a). Ondertussen was in


Zó doe

Ik dat

In deze rubriek wordt een activiteit beschreven

Spelenderwijs leren programmeren

Op ontdekkingsreis met de Bee-Bot De Bee-Bot is een lief, vrolijk robotbijtje op wieltjes. De Bee-Bot heeft een grote aantrekkingskracht op kinderen. Dit ervaarden wij als auteurs van dit artikel bij het introduceren van de Bee-Bot in een kleuterklas. Wat een enthousiasme: de kinderen enthousiast, wij enthousiast! We raakten geïnspireerd en zagen legio mogelijkheden om kleuters spelenderwijs te leren programmeren. Hoe kun je dat als leerkracht van groep 1/2 doen?

Ine van Bakel is Master SEN Specialist Jonge Kind, oprichter van het Prodas Netwerk Jonge Kind ‘Boeiende Breintjes’ en werkzaam bij Expertise Netwerk Prodas

e Bee-Bot is eenvoudig te bedienen met de pijltjestoetsen bovenop zijn rug, waardoor commando’s kunnen worden ingevoerd: naar voren, naar achteren, draai naar rechts en draai naar links. Wij ervaren dat het spelen met de Bee-Bot het probleemoplossend vermogen, kritisch denken, communiceren en het ruimtelijk inzicht bevordert en dat het samenwerkend leren wordt gestimuleerd. Alle 21e eeuwse vaardigheden komen tijdens de ontdekkingsreis met de Bee-Bot aan bod (zie figuur 1 ‘Model 21e eeuwse vaardigheden’ hiernaast voor het hele model).

• Foto's: Ine van Bakel

Mieke van den Boogaart is Master SEN Specialist Jonge Kind, oprichter van het Prodas Netwerk Jonge Kind ‘Boeiende Breintjes’ en leerkracht van groep 1/2 op basisschool LeerRijk in Someren

D

De kinderen willen de Bee-Bot naar een piraat of zeemeermin laten rijden

16

HJK januari 2018

Figuur 1 – Model 21e eeuwse vaardigheden

Experimenteren en ontdekken We zetten de Bee-Bot midden in de kring en kijken wat er gebeurt. De kinderen drukken willekeurig op de toetsen en genieten van de actie die dit teweegbrengt. De Bee-Bot rijdt alle kanten op en draait volop rondjes. Hilariteit alom! Dit proces herhaalt zich enkele keren. De kinderen ontdekken gaandeweg dat het indrukken van de toetsen verband houdt met de bewegingen van de Bee-Bot. Het is belangrijk dat de kinderen tijd en ruimte krijgen om te ontdekken. Trial and error. De wereld al onderzoekend ontdekken, is een natuurlijke houding bij kleuters. Daarom mag experimenteren niet ontbreken. Maar hoe kom je tot een rijke leeractiviteit voor jonge kinderen?


ge ondheid

Kinderen met ADHD begeleiden

ADHD in de klas Steeds vaker valt de term ADHD bij levendige of drukke jonge kinderen. Maar wanneer heeft een kind ADHD en wat is dat eigenlijk? Wie kan die diagnose stellen en wanneer? Hoe ziet een behandeling eruit en wat kun je hier als leerkracht aan bijdragen?

Elizabeth Reichert-Pont is kinderarts bij CWZ Nijmegen

A

ls kinderarts heb ik ervaring met jonge kinderen met ADHD. In dit artikel geef ik vanuit mijn achtergrond en ervaring als kinderarts antwoord op een aantal vragen over ADHD. ADHD staat voor Attention-Deficit Hyperactivity Disorder. Attention-Deficit, aandachttekortstoornis, staat voor concentratieproblemen. De Hyperactivity, hyperactiviteit, staat voor bovenmatig druk zijn en/ of impulsief handelen. Op het moment dat een kind door dergelijk gedrag disfunctioneert, is het belangrijk om onderzoek naar ADHD in te stellen. De diagnose wordt na grondig onderzoek gesteld aan de hand van DSM-criteria. De criteria die vastgesteld zijn in de definitie zijn onderhevig aan leeftijd, maatschappelijke en culturele ontwikkelingen. Het disfunctioneren staat in de diagnose centraal (Verkuijl, Perkins, & Fazel, 2015).

Concentratieproblemen ADHD is de meest voorkomende neuro-psychiatrische ontwikkelingsstoornis bij kinderen: het komt voor bij 3 tot 5 procent van de kinderen in de basisschoolleeftijd. Er is geen oorzaak van ADHD bekend, wel is duidelijk dat erfelijkheid een rol speelt (Verkuijl, Perkins, & Fazel, 2015). Er zijn meerdere aanwijzingen gevonden voor het anders functioneren van het brein. Er zijn onder andere functionele MRI-afwijkingen en stoornissen in de activiteit van dopamine en noradrenaline activiteit gevonden, en er zijn minder goede verbindingen tot stand gekomen om impulsen te kunnen beheersen (Purper-Ouakil et al., 2011). Dit leidt tot selectieve en verdeelde aandacht, en dat kan zich uiten in concentratieproblemen. Als het om selectieve en verdeelde aandacht gaat, leg ik als kinderarts tijdens een gesprek altijd aan het kind (en de ouders) uit dat we onze aandacht er tijdens het gesprek bij moeten houden. Maar er is ook van alles te zien en te horen in de kamer, bijvoorbeeld kleurige posters, mensen buiten op straat of geluiden op de gang. Toch lukt het ons om daar tijdens het gesprek niet op te letten, dit is selectieve aandacht. Hiervoor moet je de signalen uit de

Het levendige gedrag van peuters met ADHD wordt als gezellig en spontaan ervaren

22

HJK januari 2018

omgeving dempen. Voor dit kind is het heel moeilijk om het gesprek te volgen. Alles in de kamer is interessant en spannend; de dempende rem om al die leuke dingen niet te horen en te zien werkt niet goed. Dan lukt het niet om je te concentreren, en houd je verdeelde aandacht.

Druk in het hoofd Kinderen met ADHD kunnen ook op school last hebben van concentratieproblemen. Veel kinderen met ADHD vinden het heel druk in hun hoofd. Niet alleen de signalen uit de omgeving zijn een constante bron van onrust en afleiding, maar ook van binnenuit is er een constante stroom van gedachten en ideeĂŤn. Het lukt niet goed om dit te dempen. Als gevolg hiervan ontstaat impulsief gedrag, bijvoorbeeld druk gedrag of voor hun beurt praten. Andere voorbeelden zijn: het niet stil kunnen zitten, friemelen, tikken, ongelukjes en andere lichamelijke onrust. En ook het vergeten of kwijtraken van spullen en uitdagend of opdringerig gedrag komen veel voor. Als het zo druk is in het hoofd van het kind, dan lukt het niet om gestructureerd te werken of te luisteren. ADHD bij jonge kinderen Hoe ziet ADHD eruit in de jonge levensfasen van kinderen? Het levendige gedrag van peuters met ADHD wordt als gezellig en spontaan ervaren. Het kind wordt ongemerkt gestimuleerd in zijn gedrag. Het is enthousiast, ondernemend en het gebrek aan concentratie is passend bij de leeftijd. De emotieregulatie is vaak slecht (Van Stralen, 2016), vooral de boosheid bij tegenslag valt op. In de volgende kleuterfase worden al meer eisen gesteld. Het lukt het kind niet om op te letten, en het mist delen van de uitleg. Er ontstaan ruzies en kleine ongelukken. In deze fase wordt het kind soms niet geaccepteerd in de groep en kunnen pesterijen beginnen. Het wordt moeilijker om het kind te corrigeren en te sturen. Kinderen in de schoolleeftijd met ADHD kunnen in de klas hun aandacht er soms moeilijk bijhouden, maar wel uren achter de computer of televisie zitten. Dat heet een hyperfocus. Achter de televisie of computer ontvangt het kind een overmaat aan prikkels waardoor andere externe en interne prikkels uitdoven; dit


motoriek

Groeien door stoeien

Stoeien met kleuters De woorden stoeien, vechten en kleuters worden vaak in één zin genoemd. Ondanks dat stoeien en vechten twee heel verschillende dingen zijn, worden beide vaak negatief benaderd. Terwijl stoeien een belangrijke functie heeft in de ontwikkeling van het kind. Hoe moeten kleuters dan het verschil weten tussen stoeien en vechten? Tijdens de les bewegingsonderwijs heb je veel mogelijkheden om met stoeien aan de slag te gaan. Zet dit in als leermiddel voor kleuters en kom zo tegemoet aan verschillende ontwikkelbehoeften.

Renske Pals is redactielid van HJK en docent aan de pabo van Avans Hogeschool in Breda. Ze schreef mee aan het boek Bewegingsonderwijs met kleuters Mariska Beenhakker is vakleerkracht bewegingsonderwijs op basisschool De Provenier in Rotterdam. Ze schreef mee aan het boek Beter spelen en bewegen met kleuters

‘J

ongens, niet duwen!’ ‘Houd nu eens op met dat trekken aan elkaar!’ ‘Blijf van elkaar af in de rij, daar komt alleen maar gedoe van!’ Veel jongens, en een gedeelte van de meiden, worden regelmatig door de leerkracht op deze manier aangesproken. Het onderlinge getrek en geduw is dagelijkse kost in de klas, de rij of buiten op het speelplein. Uit de literatuur blijkt dat stoeigedrag, lichamelijk contact, een behoefte is van het jonge kind (Grisel, 2016). De leerlijn stoeispelen is niet voor niks onderdeel van het bewegingsonderwijs. Blijkbaar valt er iets te halen waar kinderen in hun ontwikkeling baat bij hebben. Als we snappen waarom het jonge kind dit gedrag veelvuldig laat zien, kunnen we hier binnen het onderwijs ook zinvolle tijd en ruimte voor vrijmaken om in deze behoefte te voorzien en ook het gedrag te begrijpen.

Verschil tussen stoeien en vechten Wat verstaan we onder stoeispelen en wat onder vechten? Vechten en stoeien worden vaak door elkaar gehaald. Bij vechten is het agressieve gedrag bedoeld om een ander kwaad te doen. Het slachtoffer beseft dat hem of haar pijn is aangedaan. Bij stoeien heeft niemand de intentie om de ander pijn te doen. Wanneer het stoeien afgelopen is, blijven de kinderen vaak bij elkaar en gaan ze samen iets anders doen. In het geval van agressie worden de kinderen over het algemeen gescheiden en wordt daarna niet meer samen gespeeld (Smith & Hart, 2002). Als leerkracht speel je een grote rol tijdens deze bewustwording van kleuters. Door het stoeien op de juiste manier aan te bieden, kun je veilig tegemoetkomen aan de stoeibehoeften.

Bij stoeien heeft niemand de intentie om de ander pijn te doen

Stoeien met jongens en meisjes Het verschil tussen jongens en meisjes speelt een rol bij stoeien, maar dat is niet het enige. Hierbij is van belang te zeggen dat niet alle 28

HJK januari 2018

jongens ‘typische’ jongens zijn en niet alle meiden zijn ‘typische’ meiden. Wordt in dit artikel gesproken over jongens, dan wordt bedoeld de ‘meeste jongens’ en hetzelfde geldt voor de meisjes. Eén van de oorzaken waarom stoeigedrag gemiddeld vaker voorkomt bij jongens, is omdat jongens over het algemeen van nature meer testosteron hebben dan meisjes. Testosteron zet aan tot actie en bewegen, de behoefte hebben aan stoeien en rennen, en de natuurlijke behoefte om grenzen te verkennen en hiermee te experimenteren (Grisel, 2016). Omdat de linkerhersenhelft zich langzamer ontwikkelt bij een jongen (omdat testosteron in het bloed van jongens vertragend werkt), komen veel verbindingen niet tot stand. Dit is de reden dat jongens vooral verbindingen leggen binnen de rechterhersenhelft (abstract denken, creativiteit, ruimtelijke vaardigheden). De linkerhersenhelft is doorgaans minder sterk ontwikkeld, praten, luisteren en lezen zijn minder sterke vaardigheden. Dat kan een oorzaak zijn waardoor jongens over het algemeen op een fysieke manier contact met elkaar zoeken, en meisjes voornamelijk verbaal (Woltring, 2012; Brizendine, 2007; Brizendine, 2010; Delfos, 2010). Een jongen ziet stoeien ook eerder als een krachtmeting om zijn positie ten opzichte van anderen te bepalen (Van der Grift, 2011). Jongens doen aan fysieke competitie: ze stoeien met elkaar of overtroeven elkaar in stoer en riskant gedrag. Dergelijk gedrag is belangrijk voor het bepalen van de ‘pikorde’ in de groep. Iedere nieuwkomer moet eraan geloven en zich bewijzen. Als de pikorde is vastgesteld en de rust in de groep is hersteld, kunnen ze zich – voorlopig – weer veilig voelen. De hersenen van (veel) jongens hebben een duidelijk ‘doe-programma’. Het lijkt nu alsof jongens alleen maar deze stoeibehoeften hebben en de oorzaken alleen intern bij de jongens liggen. Dit hoeft niet zo te zijn. Meisjes kunnen dezelfde stoeibehoeften als jongens hebben. Het is daarom belangrijk om naar de kleuter zelf te kijken en wat er in zijn of haar gedrag te zien is.


Verwacht in HJK Genderbewuste bril opzetten

Jezelf bewust zijn van het aspect ‘gender’ biedt kansen om kinderen te laten groeien in alle facetten en interesses. Kinderen krijgen zelfvertrouwen als ze mogen zijn wie ze zijn, mogen spelen met materialen waar ze mee willen spelen en hun persoonlijke expressiviteit mogen ontwikkelen.

HJK (De wereld van het jonge kind) bestaat al 45 jaar en is het bekendste vakblad voor ontwikkeling, opvoeding en onderwijs aan jonge kinderen. HJK biedt actuele en betrouwbare vakinformatie en maakt daarbij een koppeling tussen theorie en praktijk.

Maak gesprekken taalrijk

• Lenka Fortelna

Taal is de basis om te communiceren en te leren. Onderwijsprofessionals gebruiken dan ook veel taal als zij in allerlei situaties in gesprek zijn met jonge kinderen. Deze gesprekken zijn echter lang niet altijd taalrijk genoeg. Hoe maak je gesprekssituaties met kleuters en peuters taalrijker?

Niets missen? Neem dan een combi-abonnement op HJK én JSW (het vakblad voor de midden- en bovenbouw) en betaal slechts € 119,50. www.hjk-online.nl/abonneren

Rekensterke kleuters uitdagen

Hoe daag je rekensterke kleuters uit tijdens rekenactiviteiten? Dit is een complexe vraag die veel leerkrachten aan zichzelf stellen. Ontdek hoe juf Lisa, leerkracht van een groep 1/2, een beredeneerd aanbod creëert voor haar rekensterke kleuters en welke onderbouwing ze benut.

• Gerd Altmann

Los nummer

Voor jezelf of als cadeau! Vakblad voo en onde r ontwikkeli ng rwijs aa n jonge , opvoeding kinderen Vakblad voor ontwik en onderw kel ijs aan jon ing, opvoeding ge kinder en

• Ontbreekt er een nummer van HJK in je collectie? • Een interessant artikel gezien dat je wilt lezen, maar heb je geen abonnement? • Op zoek naar een cadeautje voor je collega?

Spe óók len: groe in p 3!

Samen ve

rhalen veLrt eln ledn ere spelen

De inze groep 3

in

prenStenb t van oepe oe leke spelcont o n in exten vergang van gr

Bestel een los nummer voor € 10,-

oep 2 na

ar

3 WetSp ensc p en enha is ta technoello a l le re gie n in de

terklas Nrkl . 8eu - Ja argang 42 – ap ril 2015 www.h Nr. 9 - Ja jk argang 42 -online.nl – mei 20 15 www.hj HJK15_HR

XXXXXX

HJK15_HR1

5042101_TD

k-online.

XX_TDS_N

nl

R8_2015.i

ndd 1

S_NR9 2015.i

ndd 1

01-04-15 30-04-15

Ga naar www.hjk-online.nl/abonneren of bel 088-2266691 34

HJK januari 2018

15:44

14:48


roep 1-4

ls voor g e g n E e d o h t e ale lesm

DĂŠ digit

g Native speakin co-teachers via het digibord 6 5 1

2

3

4

Vraag een gratis n op proeicentie aa .nu y s a e t i e k a .t w ww

7

8

7

HJK januari 2018  
HJK januari 2018  
Advertisement