Page 1

Prijs: â‚Ź 5,00

Jaargang 42 nr.1

maart 2016 Historische Vereniging Schiedam


In memoriam Truus Verwey bekleed. In die periode trad ze ook op als locoburgemeester. Ze was als wethouder verantwoordelijk voor de portefeuille Onderwijs, Cultuur en Sport. Onderwerpen die voor haar heel belangrijk waren. Ze schilderde zelf, was zeer belezen en had grote belangstelling voor moderne kunst. Het blijkt ook uit de initiatieven die ze als wethouder op dit beleidsterrein heeft ondernomen. Zij was onder andere verantwoordelijk voor de allereerste nota Cultuur van Schiedam, waarmee ze het cultuurbeleid van de gemeente voor jaren een gezicht heeft gegeven. Voor haar verdiensten voor de stad kreeg zij op 18 januari 2008 de Aleidapenning van de stad Schiedam. Truus stond voor haar mening en idealen en liet zich niet snel van de wijs brengen, eigenschappen die in de politiek onontbeerlijk zijn. Het Stedelijk Museum Schiedam lag haar na aan het hart. Ze heeft zich op alle mogelijke manieren ingezet voor het museum. Samen met haar man Goos Verwey heeft ze belangrijke kunstwerken aan het museum geschonken. Kunstwerken die een verrijking zijn van de huidige collectie van het museum. Verder heeft ze jarenlang zitting gehad in het bestuur van de Vrienden van het Museum en bleef ze lang als vrijwilliger bij het museum betrokken. Op 6 januari is Mevrouw G.D. Verwey - de Graaff (voor

Truus was iemand met een grote interesse in maatschap-

veel schiedammers Truus) overleden. Op haar overlijdens-

pelijke ontwikkelingen. Het bleef niet bij belangstelling

bericht stond een couplet van een lied van Joke Smit uit

alleen. Zij was ervan overtuigd dat je je op allerlei manieren

1981, dat begint met: “Er is een land waar vrouwen willen

voor de gemeenschap moest inzetten, in de politiek of daar-

wonen, waar vrouw-zijn niet betekent: tweederangs en bang

buiten. Op hoge leeftijd was ze nog voorzitter van de cliën-

en klein”. Actueler kan bijna niet. Het gehele lied is tijdens

tenraad van het St. Jacobs Gasthuis waar ze de laatste jaren

de begrafenisplechtigheid voorgedragen. Truus heeft het

woonde. Ze was de zelfstandige en geëmancipeerde vrouw

zelf uitgekozen. Dit karakteriseert deze bijzondere vrouw.

pur sang, die zelf bepaalde hoe ze haar leven inrichtte en die

Maatschappelijke betrokkenheid, emancipatie en vooral

maatschappelijk zeer betrokken was. Iemand waar we een

ook zelf de regie in handen houden.

voorbeeld aan kunnen nemen.

Truus is op 19 april 1926 in Den Haag geboren. Na haar

Haar familie, vrienden en Schiedam zullen Truus missen.

opleiding werd ze onderwijzeres in Zevenhuizen en daarna directeur van achtereenvolgens twee scholen in Schiedam. Ze was getrouwd met Goos Verwey, een bekende drukker in

Nico van der Windt

Schiedam, met wie zij de liefde voor kunst deelde.

Julia Snikkers

Truus heeft veel voor onze stad betekend. Al vroeg was ze als lid van de Partij van de Arbeid actief in de gemeentelijke

De foto is afkomstig uit het boekje ‘Sieraden de keuze van

politiek. Ze werd in 1966 gekozen voor de gemeenteraad en

Schiedam’ uit 2005. Uitgegeven door Galerie Marzee,

meteen benoemd als wethouder. Die post heeft ze tot 1974

Nijmegen.De fotograaf is Pieter Huybrechts.


Scyedam maart 2016 Jaargang 42 nummer 1 Losse nummers € 5,00 ISSN: 0166.5472 Scyedam is een kwartaaluitgave van de Historische Vereniging Schiedam. Het blad wordt toegezonden aan leden en begunstigers. Redactie: Antoine Lagrouw, Wim Snikkers, Dirk-Jan List, Jef Jansen. | Tekst-redactie: Lidwien Meijer | Lay-out: Marco Spruit Bleeker Hoofdredactie: Marianne Ames Redactieadres: De Vlinderhoven 26, 3124BT Schiedam

E-mail: redactie.scyedam@gmail.com Adverteren in Scyedam? Stuur ons een e-mail ! Niets uit deze uitgave mag zonder schriftelijke toestemming van de redactie worden overgenomen. De redactie aanvaardt op geen enkele wijze aansprakelijkheid voor feitelijke mededelingen van auteurs. Waar sprake is van historische beeld- of meningvorming, is dit altijd de mening van de auteur en niet de mening van de redactie. Kopij en beeldmateriaal: de redactie behoudt zich het recht voor, foto’s en artikel(gedeelt)en voor hergebruik te bewaren. De redactie is niet aansprakelijk voor eventuele rechten die derden kunnen ontlenen aan door auteurs aangeleverd beeldmateriaal. De auteur verklaart door het aanleveren van beeldmateriaal ter publicatie impliciet dat dit beeldmateriaal vrij is van rechten, danwel dat de auteur daarover met rechthebbenden afspraken heeft gemaakt die publicatie niet in de weg staan. De redactie doet in overige gevallen haar best om rechthebbenden te achterhalen.

Historische Vereniging Schiedam

Secretariaat: C.I. Nieuwendijk, Thomas à Kempisstraat 10 , 3117 CB Schiedam E-mail: secretaris@HistorischeVerenigingSchiedam.nl Website: www.scyedam.nl Ledenadministratie: J.H.C. Huiskens ledenadministratie@historischeverenigingschiedam.nl Hooiland 10, 3121 XD Schiedam Telefoon 010-4706401 Opzeggingen dienen vóór 1 december gedaan te worden. Het lidmaatschap eindigt dan met ingang van 1 januari. Individueel lidmaatschap € 20,50 Lidmaatschap per echtpaar € 23,50 Lidmaatschap 65+ € 18,50 De Historische Vereniging is een culturele ANBI Druk: Stichting Meo Volg Scyedam ook op Facebook en Twitter!

Van de hoofdredacteur Schiedammers maken De Historische Vereniging Schiedam is anno 2016 springlevend. Als er iets is dat voldoet aan de Schiedamse promotiecampagne met haar omschrijvingen zoals authentiek, vernieuwend en levendig, dan is het deze organisatie wel. Veertig jaar na oprichting vinden lezingen plaats, worden exposities voorbereid en komt elk kwartaal een fraai blad uit. Blader deze ‘Scyedam’ maar eens door. Historisch gedegen en authentieke verhalen van Herman Noordegraaf, Wim Snikkers en Antoine Lagrouw. Lidwien Meijer brengt een onderwerp uit ‘Toen’ voor onze ogen tot leven. Vernieuwend is de redactie ook: in deze ‘Scyedam’ introduceren we twee rubrieken. Onze onvolprezen stadschroniqueur Han van der Horst mijmert wat in zijn Stadskroniek en we gaan samenwerken met de ‘Facebook-community’ Je Bent Een Schiedammer Als. Het tijdschrift zou nu niet full colour in deze vorm voor u liggen wanneer hardwerkende Schiedammers geen lans zouden hebben gebroken voor ‘Scyedam’. Verschillende hoofdredacteuren en redacteuren hebben zich de afgelopen jaren ingezet. Tot eind 2015 heeft Wim Schelberg ziel en zaligheid in het blad gelegd, maar het is voor hem tijd om nu andere verhalen te gaan maken. Voor de redactie is het een uitdaging om ervoor te zorgen dat u de vertrouwde ‘Scyedam’ in de brievenbus krijgt, die tegelijk ook levendig en vernieuwend is. Wij horen graag uw mening over ‘Scyedam’ via e-mail redactie.scyedam@gmail.com. Marianne Ames

INHOUD 2. In memoriam Truus Verweij 4. Hofleverancier C. Verkade 6. Verkade, juwelier in hart en nieren 14. Je Bent Een Schiedammer Als 16. Tussen Schie en Noordvest 22. Toen 24. Beuling bij de bushalte 27. SVV-expositie groot succes 28. Dominicanen 400 jaar in Schiedam 34. Boekennieuws

Voorpagina: De Schie richting Noordvest. Verderop in dit blad een verhaal over de historie van twee families die hier ooit woonden. (foto: Marco Spruit Bleeker). Achterkant: foto’s van Schiedammers in de Brandersbuurt (met dank aan Beeldbank Gemeentearchief Schiedam).

35. Stadskroniek


Schiedam telt een aantal hofleveranciers. Antoine Lagrouw verdiepte zich voor deze ‘Scyedam’ in de historie van Juwelier Verkade en Marianne Ames nam poolshoogte in de winkel.

Hofleverancier Juwelier C. Verkade

‘Hofleverancier klinkt mooi, maar we moeten het wel waarmaken’ Marianne Ames

In de winkel van Juwelier C. Verkade valt direct de foto op van de toenmalige koningin Beatrix. Als één van de laatste ondernemers heeft Verkade in 2013 van haar het predicaat Hofleverancier gekregen, voordat zij afstand deed van de troon. Op de gevel buiten prijkt het bijbehorende wapenschild. Eigenaar Olivier Bode: “Dat klinkt wel heel mooi, maar we moeten het binnen wel waar maken.”

hebben met vroeger. Soms denk ik er aan dat hier tachtig jaar geleden ook klanten zo voor de toonbank stonden. Een mooie gedachte. Zelf ben ik erg van rituelen en traditie. In het atelier staan nog steeds opa’s sigarendoosjes.” Rond 1993 kwam Olivier in de zaak. “Mijn vader had tegen mijn opa gezegd dat hij als adviseur in dienst zou blijven maar dat ik kwam ‘helpen’. Hij had ook niet eerder nagedacht over hoe het met de

Voor Olivier Bode is de toekenning van de titel

zaak verder moest gaan. Het was heel bijzonder om

hofleverancier een erkenning voor de manier waarop

samen met mijn opa te werken. Op veel punten was

Juwelier Verkade met het vak omgaat. “Wij lijken

hij vreselijk eigenwijs; achteraf moest ik hem vaak

zo’n gemakkelijk vak te hebben, maar niets is minder

gelijk geven. We hebben samen met plezier gewerkt.

waar. Je moet weten hoe een edelmetaal reageert op

Het woord Nee bestond sowieso niet bij Verkade.

een huid, of een bepaalde vorm van een ring prettig

Ik heb een opname van Radio Rijnmond; mijn

zit. Eén van onze krachten is dat we klanten prettig

opa is aan het woord, met bonbonmaker Gerard

behandelen, waar ze ook vandaan komen. Ik geniet

Verhulsdonk. Dat bandje koester ik. Je hoort daarop

er echt van als klanten tevreden naar buiten gaan.”

zo duidelijk hoe hij probeerde het de mensen naar

De overgrootvader van Olivier Bode startte in 1912

de zin te maken, door keer op keer te streven naar

met een winkel aan de Hoogstraat, aan de overkant

het hoogst haalbare. Of ik dat met de paplepel inge-

van de huidige zaak. Hij was een rustige en solide,

goten heb gekregen? Zeker weten!”

lieve man, die eigenlijk van zijn hobby zijn werk maakte. Overgrootmoeder was de spil in de zaak, zakelijk en ondernemend. Hun zoon, Oliviers opa, werkte daarna van 1926 tot zijn overlijden in 1997 in de juwelierszaak.

Rituelen en tradities De basis van de zaak is in wezen hetzelfde gebleven, denkt Bode. “We hebben weinig extreme veranderingen doorgevoerd. Als mijn overgrootvader nu binnen zou komen, zou hij veel herkenningspunten 4

Olivier Bode, de vierde generatie achter de toonbank. (Foto: Marco Spruit Bleeker).

Scyedam jaargang 42 nr. 1


Scyedam jaargang 42 nr. 1

5


Al meer dan honderd jaar op de Hoogstraat

Verkade, juwelier in hart en nieren Antoine Lagrouw

Hoogstraat in 1925. Vierde pand van links: Juwelier C. Verkade. (Foto: J.H. Schaefer. Gas, beeldnummer 388)

Verkade is één van de Nederlandse juweliers met een lange historie en heeft daarvan de goede eigenschappen bewaard: vakmanschap en klantgericht optreden.

buren van juwelier en tevens naaimachinehandel C.

Hoe verging het dit bedrijf in al die jaren op de Hoogstraat?

edele vak van juwelier. Wellicht ook aangespoord

Kok op de Broersvest 93. De firma Kok bestond al sinds 1895. Het is dan ook niet zo verwonderlijk dat Kees als jonge jongen geïnspireerd raakte door het door zijn zwager Cees Kok die in 1898 met zijn zus Johanna Verkade trouwde, besloot hij in 1906 een

Schiedam kent anno 2015 twee gerenommeerde

opleiding tot goudsmid te volgen in Antwerpen, het

juwelierswinkels, die zich in het centrum al meer

walhalla van alles wat met juwelen te maken had.

dan honderd jaar hebben weten te handhaven. Twee

Na zijn opleiding deed hij praktijkervaring op in de

firma’s die van oorsprong ook nog familie van elkaar

winkel van zijn zwager. Kees trouwde in 1909 met

zijn: juwelier C. Kok op de Broersvest en juwelier C.

Johanna Bitter (1882-1968), een dochter van de niet

Verkade op de Hoogstraat.

onbemiddelde havenmeester J. Bitter. Deze familie was ondernemend en zakelijk ingesteld. In familie-

Cornelis (Kees) Verkade

beraad werd besloten Kees en Anna te steunen om

De ouders van Kees Verkade (1886-1963) dreven

een eigen juwelierswinkel te beginnen. Dit bete-

een winkel in manufacturen en naaimachines op

kende geldelijke steun van haar vader en haar broer,

de Broersvest C402, later nummer 101. Zij waren

die zelf in 1921 de bekende distilleerderij Arie Bitter

6

Scyedam jaargang 42 nr. 1


zou oprichten. Ook Anna leverde haar aandeel. Zij stak van de tien gouden tientjes, die zij meekreeg als huwelijksgeschenk, er negen in de zaak. Eén gouden tientje zou zij altijd bewaren voor als het minder zou gaan.

Geluksjaar 1912 Een winkel was snel gevonden. Het werd Hoogstraat 81. Een winkel die toebehoorde aan de fotograaf Jan van Diggelen. Van Diggelen had zijn fotogra-

Eerste advertentie uit 1912. (Archief O. Bode)

fiezaak eind 1909 overgedaan aan J.W.H. Stokvis. Deze hield het niet lang vol. Nadat het pand voor

al in november 1912 open. Een heuglijk feit in hun

korte tijd nog aan C.H. van Kevel van ‘Fotografie

geluksjaar 1912: opening van een eigen winkel en de

Moderne’ was verhuurd, kwam in 1912 Hoogstraat

geboorte van hun zoon Cornelis Verkade, roepnaam

81 weer vrij.

Cor. De winkel opende de deuren onder de naam ‘

De winkel was snel gevonden, omdat de moeder van

Schiedamsche Uurwerk, Goud- en zilversmid’. Pas op

Kees Verkade, Catharina van Diggelen familie van Jan

28 december 1912 werd de juwelierswinkel officieel

was. De winkel van Kees Verkade en zijn vrouw ging

als Naamloze Vennootschap bij notaris Croin te Delft notarieel vastgelegd. Statutair gezien betekende dit dat de firma in handen was van de familie Bitter. Het ingelegde kapitaal bedroeg Fl. 2000, =. Voor die tijd een behoorlijk startkapitaal. Vanaf nu kon Kees zijn bekwaamheid en talenten echt etaleren. Het eerste wat Kees deed, was de naam op de deur van zijn winkel veranderen in: C. Verkade, horlogemaker, goudsmid en opticien. Opticien? Ja, het was in de negentiende en begin twintigste eeuw heel gebruikelijk dat een juwelier ook het vak van opticien uitoefende. Schiedam was in die jaren aan het opkrabbelen uit een diep dal. De welvaart nam toe. Alleen al op de Hoogstraat waren tussen 1911 en 1917 zeven winkels van horlogemakers, goud- en zilversmeden gevestigd. De concurrentie was dan ook groot. Toch wist Kees Verkade zich zonder al te veel moeite te handhaven, niet alleen door zijn vakmanschap, maar vooral ook door het zakelijk instinct van zijn vrouw Anna. Zij wist als geen ander om te gaan met klanten en leveranciers. Klanten aan de winkel binden door kwaliteit

Oprichtingsdatum 1912 in het bijvoegsel tot de Nederlandsche Staatscourant van Dinsdag 11 februari 1913, No. 35. (Archief O. Bode)

Scyedam jaargang 42 nr. 1

en op maat gesneden dienstverlening te leveren, was iets waar het echtpaar zich vanaf het begin terdege van bewust was. Een filosofie die leidde tot een florerend bedrijf. 7


Een nieuw pand Was het jaar 1912 voor Kees en Anna al de start van een nieuw en beroepsmatig leven, het jaar 1918 was opnieuw zo’n ijkpunt. De zaken gingen zo voorspoedig dat gezocht moest worden naar een grotere winkel. Hoogstraat 90, waarin een winkel in kruidenierswaren van Oosthof had gezeten, stond al enige tijd leeg en zij besloten dit pand te kopen. Het pand voldeed niet aan de moderne eisen van die tijd. Om het grondig te laten renoveren vroeg Kees in februari

Fam. C. Verkade, december 1918. (Archief O. Bode)

1918 een bouwvergunning aan. Deze werd vrij spoedig afgegeven en architect N. Krabbendam, die zijn werkplaats

Het valt op dat Verkade in het begin regelmatig in

had aan de Korte Haven 38, brak het pand, op twee

de Schiedamsche Courant adverteert. Het valt nog

buitenmuren na, geheel af en bouwde het opnieuw op

meer op dat, juist wanneer in 1929 de Beurskrach

in een neo-classistische stijl. Het verbouwen duurde

ook Schiedam in haar greep kreeg, Kees sporadisch

negen maanden. Op 26 oktober 1918 werd de winkel

en zo minimalistisch mogelijk adverteerde. Het was

feestelijk geopend met uitnodigingen aan de vaste

niet nodig. Verkade kreeg meer klanten dan hij aan

relaties. Het nieuwe pand straalde allure uit, passend

kon. Ook in deze crisisjaren gold dat vakmanschap

bij het vakmanschap van Kees Verkade, en werd

en kwaliteit loonde. De persoonlijke benadering - het

daardoor een juweel in de kroon van de Hoogstraat.

zich verplaatsen in de klant en zien wat er mogelijk

Hiermee gaf hij ook als het ware zijn visitekaartje af:

was - werd zeer gewaardeerd. De zaak trok klanten uit

C. Verkade dé juwelier van de Hoogstraat.

alle geledingen van de samenleving aan. Katholieken, hervormden of socialisten wisten de weg naar Verkade te vinden. En dat in een tijd van verzuiling! Uiteindelijk bleven er van de zeven horlogemakers op de Hoogstraat in 1934 nog vijf over. Dat valt nog mee, gezien het hoge aantal werklozen dat Schiedam in die jaren telde. Immers, geld had men niet. In 1937 wordt de eerste mijlpaal gehaald: Juwelier C. Verkade bestaat 25 jaar. De Verkades waren geen echte feestvierders. Maar toch konden zij er niet helemaal omheen; de gevel werd versierd met bloemen en de vlaggen werden feestelijk uitgehangen. De Schiedamsche courant van 26 oktober 1937 meldde dat: ‘ ….en binnen staan 10-tallen bloemstukken, alles ter ere van het zilveren zakenjubileum van deze goudsmederij, uurwerk- en opticienszaak’. Verkade ontving

Aanvraag bouwvergunning door C. Verkade in 1918. (Archief O. Bode)

8

van zakenrelaties onder meer een artistieke plaquette met inscriptie, een model van een zeventiende eeuws Scyedam jaargang 42 nr. 1


schip, een metalen asbak en diverse fruitmanden. Zelf

Hij was leergierig en volgde allerlei cursussen en

liet Verkade zich ook niet onbetuigd: elke koper kreeg

opleidingen. Zo doorliep hij ook de Handelsavond-

in de feestweek een zilveren aandenken. Tijdens het

school, waar hij Engelse handelscorrespondentie

jubileum vonden Cees en Anna de tijd rijp publieke-

volgde. Daarnaast behaalde hij in 1925 in Utrecht

lijk kenbaar te maken, dat hun zoon Cor de opvolger

zijn vakdiploma horlogemaker. Engels was zijn

zou worden.

passie, iets wat hem later goed te pas zou komen, toen hij op de boot naar Engeland kennis maakte

Cor Verkade in de zaak

met Ella Gallagher. Cor en Ella gingen in Engeland,

Al op 15-jarige leeftijd werkte Cor bij zijn vader in

South Shields, een plaatsje aan de monding van de

de zaak en zo leerde hij haast spelenderwijs het vak:

Tyne op 24 maart 1938 in ondertrouw. De huwe-

een horloge uit elkaar halen, schroefje voor schroefje,

lijksvoltrekking vond al op 7 april van hetzelfde

radertje voor radertje en veertje voor veertje en dan

jaar in de English St. Mary’s Church aan de Pieter

weer in elkaar zetten, alles handwerk. Hij had gevoel

de Hoochweg te Rotterdam plaats. Het echtpaar

en liefde voor het ambachtelijke werk. Dat weerhield

betrok op een steenworp afstand van de winkel een

hem er niet van de Hogere Burger School (HBS) te

woning op Hoogstraat 86b. Deze woning was boven

volgen en te voltooien. En daar bleef het niet bij.

de kledingwinkel van Klumpers. In 1946 werd hun enige kind, Astrid Johanna geboren. Omdat op papier de juwelierszaak op naam stond van de familie Bitter vond Kees het tijd worden dat de firma in handen kwam van de familie Verkade. Dit had natuurlijk alles te maken met het feit dat Cor de zaak in de toekomst zou overnemen. In 1941 ging de familie Bitter hiermee akkoord en werd de firma officieel geregistreerd als Juwelier C. Verkade.

De oorlogsjaren Ook voor de juwelierszaken waren 1940-1945 moeilijke tijden. Verkade maakte daar geen uitzondering op. Sieraden, etc. werden bijna niet meer verkocht. Iedereen nam een afwachtende houding aan. Het enige wat nog goed liep waren de reparaties. Net als zovele Nederlanders had de familie Verkade niet veel op met de bezetters. Zeker Anna niet. Zij stak dat niet onder stoelen of banken. Zoals, toen er op een dag een Duitse militair de winkel binnenkwam, Anna duidelijk liet blijken geen prijs te stellen op zijn klandizie. Gelukkig had dit voor haar geen consequenties. Een gemis voor de winkel was wel dat Cor, evenals zo vele jonge mannen in Rotterdam en Schiedam, in Duitsland te werk werd gesteld. Gelukkig niet in De familie Verkade in 1937 voor het pand bij het 25-jarig jubileum: links zoon Cor Verkade, rechts Anna Bitter en Kees Verkade. (Archief O. Bode)

Scyedam jaargang 42 nr. 1

de wapenindustrie maar als opticien. Kees en Anna waren nu weer volledig op elkaar aangewezen om de winkel door de oorlog te loodsen. 9


Op eigen benen Hoewel het overlijden van Kees een aderlating genoemd kon worden en Cor nu de dagelijkse leiding overnam, veranderde er, doordat dat de eigendomsrechten gewijzigd waren, niet zo gek veel. Anna bleef een grote rol in de bedrijfsvoering spelen. Een rol die door haar zakelijk inzicht al die jaren vrij dominant was. Hierdoor kreeg de vrouw van Cor, Ella, niet zo veel kans zich in het bedrijf te ontplooien. Ella was evenals haar echtgenoot bescheiden en bleef net als Cor liever op de achtergrond. Cor huurde na het Cor Verkade, als trotse eigenaar van een auto. (Foto: Archief O. Bode)

overlijden van zijn vader het winkelgedeelte van het pand dat eigendom was van zijn moeder voor Fl.40, = per week. Anna bleef zelf boven de winkel wonen.

De wederopbouw

Na het overlijden van Anna op 86-jarige leeftijd in

Schiedam ging na de Tweede Wereldoorlog mee in

1968, stond Cor Verkade, pas echt op eigen benen.

de vaart der volkeren. Er heerste een nieuw elan.

Hij was toen al 56 jaar. Het was voor hem ongetwij-

Het waren jaren van hard werken, volop werk in de

feld even wennen dat de zakelijke leiding nu geheel

scheeps- en woningbouw. Maar voor Verkade bete-

bij hem, Ella en zijn dochter Astrid kwam te liggen.

kende dit niet dat de verkoop in juwelen toenam.

Toch behoefde Cor zich niet al te zeer te bekom-

Wat dat betreft was er met de oorlogsjaren weinig

meren om de zakelijke aspecten van het bedrijf. Hij

veranderd. Het verschil was dat de klanten nu hun

kon zich blijven concentreren op zaken waar hij goed

sierraden meebrachten om er iets mee te kunnen

in was: het vak van horlogemaker, juwelier en opti-

kopen of om eventueel te verkopen wanneer de

cien. Hij bleef trouw aan de traditie van de winkel

prijs goed genoeg was. Cor, zonder kleerscheuren

en liet de winkel zoals die was.

uit Duitsland thuisgekomen, kreeg stapje voor stapje een meer prominente rol in de winkel. Aan zijn vakmanschap werd door de Schiedammers niet getwijfeld. Integendeel, zij waren maar wat blij dat Cor dezelfde eigenschappen bezat als zijn vader: bescheidenheid, dienstbaarheid en kennis van zaken. Kortom: vaklieden pur sang, waarop men als klant kon vertrouwen. Het ging pas echt goed met Juwelier C. Verkade toen de magere jaren in de jaren zestig voorbij waren. Hogere lonen zorgden voor meer welvaart en het bestedingspatroon nam toe. Juwelen werden weer betaalbaar. Helaas overleed de grondlegger, Kees Verkade, in 1963 op 77-jarige leeftijd. Hij had nog net het vijftigjarig jubileum van zijn juwelierszaak op bescheiden wijze kunnen vieren. Het Rotterdamsch Nieuwsblad van 7 januari 1963 beschreef in een uitgebreid memoriam wat Kees Verkade voor Schiedam had betekend. 10

Astrid Verkade, rechtsonder, als kind in de winkel. Met links haar vader en rechts haar grootouders - bij het 40-jarig jubileum in 1952. (Foto: Archief O. Bode)

Scyedam jaargang 42 nr. 1


Ondanks zijn bescheidenheid was hij een opvallende verschijning. Altijd strikt gekleed in pak met vlinderdas, wellicht de invloed van zijn Engelse vrouw Ella. Hij zag er dan ook op en top uit als een English Gentleman. Hij stond bekend om zijn humor, zijn gewillig oor en zijn stiptheid. Zelf zei hij hierover: “Ik houd van punctualiteit. Dat zal ongetwijfeld te maken hebben met mijn vak als horlogemaker. Je bent toch altijd met de tijd bezig.”

Astrid Verkade Zoals het vaak gaat wordt je als kind al vroeg betrokken met het bedrijf van je ouders en er mee geïnfecteerd. Voor Astrid betekende dit het juwelenvirus. Het devies van haar ouders en van haar grootmoeder dat als je iets wilde bereiken je dat alleen kon realiseren door hard te werken, sprak haar wel aan. Astrid verrichtte van jongs af aan hand en spandiensten in het bedrijf. Geleidelijk aan leerde zij van haar

Cor Verkade in de rol die hem het beste paste: als gepassioneerd vakman. (Foto: Archief O. Bode)

oma Anna hoe zij met juwelen om moest gaan en op welke manier de sierraden en horloges op een aantrek-

door bijvoorbeeld te proberen een ieder in zijn of

kelijke manier uitgestald moesten worden. Het mag

haar eigen taal aan te spreken. Dat was haar kracht.

dan ook geen wonder heten dat zij de opleiding van

Op die manier vormde zij samen met haar vader ‘een

juwelier afrondde. Hoewel zij, zoals zij dat zelf zei:

gouden koppel’: ouderwets degelijke vakmanschap

“haar hart meer lag bij het creatieve van het etaleren.”

vermengd met het aanpassen aan een moderne tijd.

Astrid had er geen enkele moeite mee om met klanten

Deze combinatie maakte het mogelijk om aan de

van verschillende pluimage om te gaan. Opgegroeid

sterk veranderende traditionele juweliersbranche, die

in een stad die meer en meer veranderde in een

zich meer en meer ging kenmerken door opvallende

culturele smeltkroes, voelde zij zich wat dat betreft

reclame en klantgerichte acties, het hoofd te kunnen

als een vis in het water. Zij deed aan klantenbinding

bieden.

Foto: www.horlogeforum.nl

Scyedam jaargang 42 nr. 1

11


Toch kon ook Cor Verkade, hoewel de zaken nog

hij niet zo van feestvieren: “Ik hoef niet zo nodig

steeds goed gingen, zich niet helemaal onttrekken

op de voorgrond te treden. Laat mij maar mijn

aan de tijdgeest: een nieuwe generatie klanten

werk doen.” 75 jaar en dan nog werken in je eigen

vereiste een moderne collectie sierraden. Gelukkig

zaak! Ja, het was immers zijn lust en zijn leven.

had hij Astrid om dit in goede banen te leiden. Een

Maar toch moest over opvolging nagedacht worden.

tijdgeest die helaas ook negatieve kanten met zich

Astrid was inmiddels getrouwd met, hoe kan het bijna

meebracht. Inbraken werden Verkade niet bespaard

anders, een ‘juwelen’ man, Leo Bode. Leo had een

wat hem de uitspraak ontlokte: “Hebben ze alle

groothandel in juwelierszaken. En, net zoals in 1912

gouden horloges meegenomen? Dan neem ik die

vond er familieberaad plaats. Niet, om zoals toen,

niet meer in de collectie”. Ondanks die inbraken en

een juwelierszaak te beginnen, maar nu of Juwelier

onveiligheid bleef Cor met hart en ziel doorwerken

C. Verkade nog voortgezet kon worden. Maar ook nu

aan wat hij altijd het liefste had gedaan: horloges

bleek de beslissing niet al te moeilijk te zijn. De zaak

maken.

werd door Leo overgenomen en de zoon van Astrid en Leo, Olivier, zou in de zaak bij zijn opa aan de slag

Opvolging

gaan. Olivier, geboren in 1972, had het juweliersvak

In 1987 werd Cor 75 jaar, het jaar ook waarin

met de paplepel ingegoten gekregen. Ervaring had

de winkel 75 jaar bestond. Het werd ingetogen

hij al vanaf zijn zestiende jaar opgedaan bij juwelier

gevierd. Ondanks het feit dat hij een opvallende

Roon in Krimpen aan den IJssel. In Schoonhoven,

gezichtsbepalende man op de Hoogstraat was, hield

de zilverstad bij uitstek, slaagde hij voor de opleiding

Wegens zijn verdiensten ontvangt Cor Verkade op zijn 80e verjaardag een Koninklijke onderscheiding, die dag is de zaak voor het eerst ‘gesloten’. (Foto: Archief O. Bode)

12

Scyedam jaargang 42 nr. 1


als juwelier. Jong, met moderne inzichten ging hij in 1993 bij zijn opa werken die toen al 81 jaar was en een jaar daarvoor nog onderscheiden was in de Orde van Oranje Nassau. Hadden Astrid en haar vader een gouden koppel gevormd, dit bleek ook het geval te zijn met Olivier en zijn opa. Natuurlijk was het even wennen aan elkaar en moest Olivier ook wennen aan de Schiedamse mentaliteit. Maar uiteindelijk kon Olivier de Schiedamse humor en de recht door zee mentaliteit wel waarderen. Je wist in elk geval waar je aan toe was. Cor Verkade werkte tot zijn vijfentachtigste jaar. Niet veel mensen zullen hem dat nadoen. Het bewijst wel dat wanneer je plezier in je werk hebt, leeftijd geen

Olivier Bode aan de toonbank, met achter hem steun en toeverlaat opa Cor Verkade, zoals altijd in pak met vlinderdas (1993). (Foto: Archief O. Bode)

enkele rol speelt. Hij stierf kort na zijn vijfentachtigste. Zijn dood bekende definitief het einde van

Een juwelierswinkel die zich er van bewust is dat

de traditionele juwelierswinkel van C. Verkade als

sierraden onverbrekelijk behoren bij belevenissen en

horlogemaker, juwelier en opticien.

emoties in het leven van ieder mens.

Een nieuwe tijd

Ten slotte

Olivier Bode ging van nu af aan zijn eigen weg.

Op 13 december 2012 bestond Juwelier C. Verkade

In 2003 werd hij eigenaar van de winkel en was

100 jaar en heeft H.M. koningin Beatrix het bedrijf

hij vrij om zijn eigentijdse ideeën in Juwelier C.

de titel ‘Bij Koninklijke Beschikking Hofleverancier’

Verkade door te voeren. Dat deed hij dan ook.

verleend. Dit vanwege de rijke geschiedenis en het

Hij maakte van Verkade een modern bedrijf.

bijzondere ambacht.

Nieuwe collecties, innoverend en meegaand met de tijd. Verpakt in een mooi gerenoveerd pand.

En zo blijft de diamant die Verkade heet op de

Maar anno 2015 bewaakt hij ook de aloude filo-

Hoogstraat schitteren. Al meer dan honderd jaar.

sofie van vakmanschap en dienstbaarheid van de familie Verkade en brengt dit dagelijks in praktijk.

Dit artikel is een bewerking van het boekje dat

Op de eerste etage van het pand wordt Olivier

Olivier Bode in eigen beheer heeft uitgegeven

Bode elke dag weer aan die filosofie van zijn over-

naar aanleiding van het 100-jarig bestaan van

grootvader en zijn opa herinnerd: de werkbank en

Juwelier C. Verkade in 2012.

hun gereedschap. Gereedschappen die Juwelier

Titel boekje: 100 jaar vertrouwen in vakmanschap,

C. Verkade gemaakt hebben tot wat het nu is.

Juwelier C. Verkade Schiedam 1912-2012

Scyedam jaargang 42 nr. 1

13


In de ‘Scyedam’ wordt in samenwerking met ‘Je bent een Schiedammer als’ een nieuwe rubriek gepresenteerd. De groep Schiedammers die het initiatief heeft genomen voor deze Facebook-pagina’s, kiest een foto uit en plaatst deze op Facebook in de week vóór publicatie van de ‘Scyedam’. In de eerstvolgende uitgave van ‘Scyedam’ verschijnt dan een verhaal met een historische duiding van de foto. ‘Je bent een Schiedammer als’ is begin 2013 opgericht als een ‘commu-

nity’ op Facebook. “Het is een leuke plek waar mensen met interesse voor en over Schiedam terecht kunnen met als doel een catalogus op te bouwen met allerlei Schiedams gerelateerde issues en meningen zonder enig commercieel belang”, vermeldt de omschrijving op Facebook. Meer informatie is te vinden op: www.facebook.com/JeBentEenSchiedammerAls In deze eerste rubriek aandacht voor Piet van Stuivenberg.

De beeldhouwer Piet van Stuivenberg

Een teken van verzwegenheid Jef Jansen

Een bijzondere persoonlijkheid in het naoorlogse Schiedamse kunstleven was de beeldhouwer Piet van Stuivenberg.

Hij kreeg er les van de internationaal bekende beeld-

Hij werd geboren in Schiedam op 10 januari 1901.

opdrachten die Van Stuivenberg na zijn opleiding

Zijn ouders waren de van Geldermalsen afkomstige

kreeg was het houwen van gemeentewapens voor het in

molenaarsknecht Cornelis van Stuivenberg en Maria

1924 vernieuwde Gelderse Provinciehuis in Arnhem.

houwer Constantin Brancusi, en van de destijds bekende portretschilder Herman Mees. Eén van de

Tollenaar. Als elfjarige jongen stond hij als inzeper op een stoof in een kapperszaak. Later werkte hij in

Abstracte werken

een pottenbakkerij. Daarna volgde hij een opleiding

Werkte hij oorspronkelijk figuratief, in de jaren dertig

als steenhouwer, eerst bij de firma Groeneweg en

was zijn stijl expressionistisch en na de Tweede Wereld-

later bij Van der Most in de Lange Nieuwstraat. Hij

oorlog ging hij abstracte werken maken. Nederland was

leerde er het ambachtelijke steenhouwerwerk, zoals

daar nog niet rijp voor. De kunstkritiek maakte korte

het maken van consoles, lofwerk en voluten. Ook

metten met deze stijl en omschreef die als “de neiging

tekenen behoorde tot zijn talenten, zodat zijn collega’s

om zijn stoepsteenformaties in de grond te stampen, of

hem aanraadden zich hierin verder te bekwamen aan

zijn deerniswekkende geesteloze bol-en-blokcomposities

de Academie voor Beeldende Kunst te Rotterdam.

tussen de eenden en meeuwen in de Vijver te werpen.”

Hij kwam er in aanraking met collega-kunstenaars,

De befaamde directeur van het Stedelijk Museum

die hem vervolgens weer aanraadden de opleiding

Amsterdam Jonkheer Sandberg had wel oog voor

tot beeldhouwer te volgen. Van 1922 tot 1927

zijn kwaliteit en nodigde Piet uit deel te nemen aan

volgde hij deze opleiding, aan dezelfde academie.

de tentoonstelling

14

van de kunstenaarsgroep ‘Vrij Scyedam jaargang 42 nr. 1


Piet van Stuivenberg. (Foto: dhr. Collette uit Beeldbank Gemeentearchief Schiedam)

Beelden’, in hetzelfde museum. Sandberg kocht voor

ligt, vrij maakt, naar buiten haalt, buitenkant maakt,

zijn museum een beeld van Van Stuivenberg.

maar of hij een mantel van jaloerse liefde hangt om

In zijn eigen stad werd hij echter niet geëerd.

een geheim dat hij in de steen vermoedt; of misschien

Toen er ter herdenking aan de slachtoffers van

ook wel juist alsof hij iets, iets innigs, iets van zichzelf,

de Tweede Wereldoorlog een monument moest

in zijn eigen verbeelding in de steen wil opsluiten. En

komen, werd Van Stuivenberg, op dat moment

de buitenkant, het beeld, dat is een teken van verzwe-

Schiedams enige beeldhouwer, niet eens uitgenodigd.

genheid, een mysterieuze mantel, een voorhang die

De gemeente Schiedam maakte zich vervolgens

voor een levensgeheim gevallen is.”

onsterfelijk, door het beeld van de beeldhouwer Pieter

Eén van de geliefde thema’s van Van Stuivenberg

Starreveld te verwerpen als officieel oorlogsmonu-

was dat van moeder en kind. Ter gelegenheid van

ment, omdat het ‘te bloot’ werd gevonden. Pas na

het zevenhonderdjarig bestaan van Schiedam schonk

aandringen van de ‘Vereniging voor Irrealisme en

nota bene de gemeente Rotterdam aan Schiedam een

Abstractie in de Beeldende Kunst’ werd alsnog een

beeld van haar eigen zoon met dit thema. Het heeft

ontwerp van Van Stuivenberg ingezonden, dat echter

slechts korte tijd op de Grote Markt gestaan, omdat

eveneens werd verworpen.

het herhaaldelijk slachtoffer was van vandalisme.

Buiten Schiedam kreeg Van Stuivenberg wel de

In december 1988 overleed Piet van Stuivenberg,

waardering die hem toekwam. In 1968 organi-

waarna het Stedelijk Museum Schiedam een kleine

seerde Museum Boymans van Beuningen een

herdenkingstentoonstelling aan hem wijdde.

solo-expositie van zijn werk. Hij werkte ook mee aan groepsexposities in Parijs, Den Haag,

Literatuur

Amsterdam, Delft, Sonsbeek, Utrecht en Enschede.

C. van der Geer, ‘Al die dingen moeten in stilte

Pas in 1979 kreeg hij een eigen tentoonstelling in het

geboren worden’, De Schiedamse Gemeenschap 18

Stedelijk Museum van Schiedam.

(1966) nr. 9, pp. 230-233. P.A. Scheen, Lexicon Nederlandse Beeldende Kunste-

Iets innigs

naars 1750-1950, dl. II, ’s-Gravenhage 1970, p. 412.

Zelf vond Van Stuivenberg dat hij het beste werd

Zaalpapier Piet van Stuivenberg, 1989, Stedelijk

gekarakteriseerd door de kunstcriticus die stelde: “…

Museum Schiedam.

het is of hij zijn verbeelding in de steen insluit, alsof

P.M.J. Jacobs, Beelden van Nederland, Bibliografisch

hij, hakkend, niet iets wat al in de steen verborgen

handboek, dl. II, Tilburg 1993, p. 446.

Scyedam jaargang 42 nr. 1

15


Twee Schiedamse families

Tussen Schie en Noordvest Wim Snikkers

Een oude kaart van de Brandersbuurt bracht Wim Snikkers ertoe om de historie van twee families die daar ooit woonden, te onderzoeken. Hun verhalen vertellen ons veel over armoede en welvaart in het Schiedam van de laatste twee eeuwen. Bij het opruimen van de zolder van het zakkendragershuisje kwam een bijzondere kaart tevoorschijn die u hier vindt afgebeeld. Het gebied op de kaart stond en staat nog steeds bekend als de Brandersbuurt. Zoals de naam al aangeeft waren er veel branderijen, mouterijen en distilleerderijen gevestigd, maar ook toeleveringsbedrijven en woningen. De kaart geeft een gedetailleerde indeling weer van de percelen. Het lijkt dan ook op een kadastrale kaart. Tevens geeft de kaart de vele grachtjes weer die het gebied doorkruisten. Deze zijn Kaart van de ‘Brandersbuurt’ , waarschijnlijk van vóór 1930. Het gebied telt relatief weinig straten, de percelen zijn soms heel diep. Helemaal bovenaan de oude locatie van de Spoelingbrug. De vervangende Proveniersbrug is georiënteerd op de ’s-Gravelandseweg, rechts van de Noordvestgracht. Daarmee kwam de Brandersbuurt in een nog groter isolement.

16

Scyedam jaargang 42 nr. 1


Bewoners en bedrijven van de Schie (even zijde) Wanneer deze lijst is samengesteld, is niet bekend. Het laatste jaartal wat wordt genoemd is 1947 (nr. 100), maar veel bedrijven die toen al lang gevestigd waren op de Schie, worden helemaal niet genoemd. Van 1915-1928 was op nr. 108 kurkenfabriek L. v.d. Toorn gevestigd (pand ‘Londen’). Daarna kwam in dit pand, en ook de aangrenzende panden, nrs. 104-106, de Hollandsche Wijnhandel Mij. De Wijnhandel liet op deze plaats een grote opslagplaats bouwen met de bekende reclame van ‘Sherry de Terry’. Dit complex, gesloopt in 1987 en sterk beeldbepalend, wordt helemaal niet genoemd. Op deze locatie staan nu woningen (hernummerd tot 96-168). Kurkenfabriek L. v.d. Toorn had in 1904 haar vestiging op het Raam verplaatst naar Schie 86. Daarnaast, op 84, ging ook de familie wonen. De kurken- en capsulefabriek had later op meer locaties op de Schie en in de Brandersbuurt vestigingen maar het bedrijf werd op den duur steeds meer ingekrompen en is na 1987 helemaal verdwenen. Negen panden worden omschreven als ‘branderij’, maar er waren toen al tientallen jaren geen branderijen meer op de Schie. Vanaf nr. 86 zijn de panden hernummerd. Het hoogste nummer nu is 178, dit was 116. 2.

Steenhouwerij, houtzagerij, bromfietsfabriek

74.

Voorheen pakhuis, na brand scheidingsmuur

4.

Meubelfabrikant, woonhuis o.a. M.Smit

76.

Pakhuis Rusland

6.

Kolenhandel

78.

Pakhuis Klaverblad, drogerij Kersen-

8.

Branderij C. Kleipool

10+12. In 1929 verbouwd tot bakkerij en woningen

boom, J. Heilker 80.

Woonhuis o.a. J.C.M. Kramers, Dr. J. Endtz, notaris P. Lau

14.

Zaaltje, stucadoorswerkplaats

16.

Pakhuis in 1935 verbouwd tot garage

82.

Branderij, kantoor en bovenwoning

en woningen

84.

Woonhuis o.a. H.G.A. v.d. Berg,

18.

W.H. v.d. Toorn

Woonhuis schilders en glazenmakers

20+22. Vuurvaste materialenhandel, in 1934 verbouwd

86.

Smederij Vredebrecht , lokaal kolenmeterwegers

24.

Branderij, in 1908 gesloopt; muur geplaatst

88.

Uitgebroken branderij

26.

Pakhuis verbouwd tot beneden en

90.

Winkel Jac. Mak

bovenwoning

92.

Woonhuiso.a.H.Steenhuizen,T.Rudgers,

28.

Doorrit

30.

Timmerfabriek De Schie

W.J.C. Willemse 94.

W.J. van Wagtendonk

32+34. Woonhuizen; in 1906 36.

Woonhuis o.a. F. v.d. Touw,

gebouwd voor Ingelse & Co.

96.

Woonhuis en schildersbedrijf v.d. Hammen

Pakhuis, mouterij, drogerij, vellen bereiderij

98.

Branderij Wenneker & Co., gevelsteen nog aanwezig

38-44. Branderij Schieveen; 1915 Boll & Dunlop, Bols 48.

Gang naar woningen : 48/2, 48/4, 48/6

100.

Mouterij/branderij in 1947 nieuwe gevel

50.

Woonhuis o.a. F. Buyteweg

102.

Branderij, kantoor Wenneker & Co.

52.

Pakhuis De Vringer

104.

Fabriekspand, scheidingsmuur

54.

Stadsgang

56.

Branderij Demmin, pakhuis Reval,

106.

Branderij R.J. Kleipool

conservenfabriek

108.

Branderij C. Kramers Wzn., kurken-

Joseph van Gelderen

fabriek, garage

58.

Branderij A. van Buysen, gang met pakhuis

60.

Likeurstokerij A. Kramers

62.

Woonhuis, o.a. F.J. de Roo, M.G. v.d. Burg

64.

J.S.M. de Groot, theehandel

66.

Branderij, korenwijnstokerij S. v.d. Schouw jr.

68.

Pakhuis Joseph Zoetmulder, gisthandel

114.

Woonhuis o.a. P. Vermeulen

70.

Woonhuis o.a. A. Mak

116.

Logement, café, biljardzaal, toffeefabriek,

72.

Woonhuis o.a. A. Mak

Scyedam jaargang 42 nr. 1

110.

Bergplaats o.a. Hulskamp & Zn en Molijn, woonhuis

112.

Woonhuis o.a. H. de Ronde, A. Noordijk, graanmeterwegers

slijperij 17


De foto van een onbekende maker van omstreeks 1895 toont het Raam met een scheepje en met een drijvende stoomheistelling. De huizen links op de achtergrond staan op de Noordmolenstraat. Foto: J.F.H. Roovers. (Gemeentearchief Schiedam, beeldnummer 08319).

al eeuwenoud; oorspronkelijk waren ze vooral bedoeld

straatnamen die herinneren aan het brandersverleden,

voor de afwatering, maar verwerden steeds meer tot

maar wel aan de tijd daarvóór. ‘Achter de Teerstoof’

open riolen. Af en toe kon bij eb dit stelsel (op Schieni-

slaat op de visserijschepen die geteerd werden. ‘Raam’

veau) gedeeltelijk doorgespoeld worden. Deze watertjes

op de linnenfabricage, waarbij de tussenproducten op

zijn pas in de jaren na de oorlog gedempt. De datering

ramen te drogen hingen.

van de kaart is onbekend, maar gezien het feit dat de

In deze buurt woonden zowel de familie Radema-

Kinderbuurt nog staat aangegeven, moet dit eind jaren

cher als de familie Kleipool. Beide families worden

twintig of eerder zijn geweest.

hieronder beknopt beschreven. Het zijn een (voor het grote publiek onbekende) bekende familie en een onbe-

Krakersactie

kende familie. Hun namen komen niet meer voor in

De Brandersbuurt wordt tegenwoordig in ambtelijke

Schiedam.

kring aangeduid met de vreselijke naam SchieNoKo. (Schie, Noordvest, Korte Haven). De buurt is rond

De familie Kleipool

1970 gesaneerd en dit is toen gepaard gegaan met hevig

Op 30 juni 1743 trouwde in Schiedam Maria Büscher

verzet van groepen mensen, die de soms pittoreske

met Rein Kleipool. Opmerkelijk is dat zij beiden uit

delen wilden behouden. Het zakkendragershuisje werd

het Duitse dorp Beckum in Münsterland kwamen. Zij

behouden door een krakersactie. Men maakte ruimte

gingen wonen in de Klootjessteeg, vlak bij het Raam

voor brede wegen die, volgens de toen heersende

en Achter de Teerstoof. Van 1707 tot 1767 waren er

opvatting, de auto een goede toegang tot het centrum

al verschillende opvolgende Kleipools als brander in

moesten geven. In dat kader werd de smalle Ooievaars-

Schiedam ingeschreven. In Weesp (de andere bran-

brug door een brede brug vervangen.

dersstad) kwam de naam ook voor. Of dat allemaal

De inzichten zijn inmiddels veranderd. De beschikbare

familie was, is niet bekend. Wij beperken ons tot Rein

verkeersruimte is nu kunstmatig weer versmald en dat

en zijn nazaten. Wat Rein deed voor de kost weten we

geldt ook voor de brug. In de Brandersbuurt zijn geen

niet, maar in 1755 kreeg hij het ‘klein burgerrecht’, wat

18

Scyedam jaargang 42 nr. 1


Welstand We maken een sprong naar hun achterkleinzoon Coen. Ook hij is Achter de Teerstoof geboren, maar toen hij overleed woonde hij in het nu nog bestaande huis Schie 84. De familie was tot welstand gekomen. Vanaf 1875 werden leden van de familie Kleipool genoemd als brander. En het ging nog verder, want omstreeks 1900 kocht een Kleipool de distilleerderij van Daalmeijer aan het Raam. In 1913 volgde het Amsterdamse bedrijf ‘Levert & Co.’ en in 1927 ‘Daniel Visser en Zoonen’. Een bijzondere aankoop was de distilleerderij ‘De Zwarte Ruiter’ in Rotterdam. Deze had een connectie met de Op het etiket van het Daalmeijer merk ‘Oude Schiedamsche Roem’ staat een afbeelding van de panden aan het Raam. Op 6 februari 1970 heeft een brand het complex verwoest, behalve het nog bestaande pand rechts, Raam 13, waar het kantoor was. Maar er was ook iets afgebeeld wat er in werkelijkheid niet daar was: de molen. Deze bevond zich achter het standpunt vanwaar de tekening is gemaakt! De panden liepen door tot aan ‘Achter de Teerstoof’; molen de Vrijheid staat op de Noordvest. Het complex is ook afgebeeld in een reclamefolder uit 1936 voor het Amerikaanse merk ‘Black Prince’. Maar dan zonder molen, en is dus realistischer.

Maastrichtse bierbrouwer met dezelfde naam. Het Rotterdamse bedrijf, stammend uit circa 1893, exporteerde jenever onder de naam ‘Black Prince’ en toen omstreeks 1922 Kleipool deze overnam, werd dit bedrijf onder de naam Black Prince voortgezet aan het Raam. De Zwarte Ruiter ging verder als een lunchroomketen (Heck’s, Rutten’s en Ruteck’s), waar Kleipool ook financieel bij betrokken was. Het bedrijf expandeerde nog verder. Coen Kleipool stichtte in 1936 in Nutley (New Jersey) een distilleerderij onder de naam ‘Black Prince’. In een Ameri-

inhield dat hij via het gildesysteem een beroep mocht

kaans reclameboekje uit die tijd wordt niet alleen

uitoefenen of een zaak mocht hebben.

de relatie met Schiedam beschreven, maar staat ook een tekening van de distilleerderij in afgebeeld.

Er zijn een paar bijzondere dingen te melden over deze Rein. Zo kreeg zijn vrouw Maria tien kinderen,

Dit Amerikaanse bedrijf is verkocht maar is nu gevestigd in een andere plaats.

waarvan er zeker acht niet op jonge leeftijd overleden, wat toch veel voorkwam in die tijd. Maar het jongste

Coen Kleipool verkocht al zijn Nederlandse

kind kwam pas toen de moeder al 55 jaar oud was!

bedrijven in 1972 aan Henkes. De afzonderlijke

En Maria overleed ‘In den Ouderdom van Honderd

distilleerderijen hadden soms een vrij zelfstandige

en bijna Acht Jaren’, zoals op het bidprentje stond, op

positie, met een familielid als directeur. Andere

5 januari 1819! Dit bijzondere gegeven is in het vergeet-

familileden hadden alleen nog financiële belangen.

boek geraakt. In een artikel in de NRC (06-01-1944)

De meisjes, van wie er zeker drie met andere distil-

over vroegere ‘meer dan honderdjarigen’ wordt wel

lateurs trouwden, werden uitgekocht. Op de Schie

een dame vermeld, overleden in1933, die 106 was

was ook de ‘NV Hollandsche Wijnhandel Mij.

geworden er die in Nederland als oudste ooit gold.

(de afgebroken panden met de ‘Sherry de Terry’

Ook Rein (1716-1791) werd voor die tijd tamelijk

reclame) gevestigd. Deze stond onder leiding van

oud: 75 jaar. Zijn weduwe Maria is toen bij haar

een schoonzoon. Uiteindelijk verdween de naam

dochter in Achter de Teerstoof gaan wonen, en leefde

Kleipool uit Schiedam. Coen Kleipool zelf vertrok

daar nog 28 jaar.

naar Frankrijk en verhuisde later naar Zwitserland.

Scyedam jaargang 42 nr. 1

19


Deze foto van de Schie uit 1953 geeft een verwarrend beeld. Op de achtergrond zijn de slagbomen van de nieuwe Ooievaarsbrug te zien. Links enkele panden van Wenneker. Deze zijn alle afgebroken. Daarnaast stond nog een pand van Wenneker, op de hoek van het Raam. Maar omdat de rooilijn van dit pand met de al genoemde panden een knik maakt, staat deze niet op de foto. Dit pand bestaat nog, maar is nu een woning. De panden voorbij het Raam zijn ook gesloopt. Foto: J.F.H. Roovers. (Gemeentearchief Schiedam, beeldnummer 08575).

De familie Rademacher

land, vlak bij Rhede). Op de familiekaart staat de

In 1930 wendden bewoners van de armoedige en slecht

aantekening ‘In Duitschen krijgsdienst’. Hij werd later

bekend staande Kinderbuurt zich tot de gemeente. Hun

ook niet meer in Schiedam ingeschreven. Er is nog

verzoek om de straat de naam van het aansluitende, al

een zoon: Petrus Theodorus, geboren op 20 november

bestaande Groenweegje te geven werd ingewilligd. Zo

1882. Ook hij gaat naar Bocholt, in 1902. In 1905 is

werd Kinderbuurt 32 Groenweegje 78. Daar woonde

hij een paar maanden in Schiedam, maar hij vertrekt

de familie Rademacher. Zij had er een klein kruide-

opnieuw naar Duitsland. Op 5 juli 1917 komt hij weer

niersbedrijfje en woonde achter de winkel. Het was er

naar Schiedam en nu definitief.

sober en somber.

Kruidenier Johan Bernard Rademacher, geboren op 7 juni 1844 in

J.B. Rademacher vestigde zich in Schiedam op het

Rhede (een grensplaatje in Duitsland) vestigde zich op 7

hoogtepunt van de brandersindustrie. Zijn beroep was

november 1877 in Schiedam. Twee dagen later trouwde

brandersknecht. Kort daarna kwam echter de grote

hij met de Schiedamse Petronella Jacoba Gunnewegh.

ommekeer en werden veel branderijen gesloten. Hij

Hij zal al veel langer hier hebben gewoond, zonder

raakt werkloos, maar wordt later distillateursknecht.

ingeschreven te staan. Er komen kinderen: Theodorus

In 1897 woont de familie op het Willemshofje en twee

in 1880. Deze vertrekt in 1899 naar Bocholt (Duits-

jaar later is het adres Kinderbuurt 32. Er woonde daar

20

Scyedam jaargang 42 nr. 1


nierswaren geregistreerd. Daarnaast waren er tientallen bakkers, slagers en zuivelhandelaren. De panden Groenweegje/Kinderbuurt zijn al lang geleden gesloopt. De naam Rademacher is uit Schiedam verdwenen.

Minder werk In de loop der eeuwen kwamen uit Duitsland en soms nog van verder, mensen naar Nederland op zoek naar werk. Soms voor seizoenarbeid als boerenknecht (de hannekemaaiers), maar dikwijls gingen ze in de branderijen werken. In de negentiende eeuw komt daar nog bij dat jongemannen naar ons land trokken om de dienstplicht te ontlopen. Het is daarom vreemd dat de hier geboren zoon van zo’n landverhuizer, Theodorus Rademacher, naar Duitsland vertrok om daar in dienst te gaan. De andere zoon woonde ook vijftien jaar in de streek waar zijn vader vandaan kwam, maar keerde (tijdens de Eerste Wereldoorlog!) terug naar Schiedam. Het zou kunnen dat de zonen vertrokken, omdat hier plotseling veel minder werk was. In die tijd kwam er een einde aan de eeuwenoude toestroom van werkers in de brandersindustrie. Rademacher was waarschijnlijk Het nog bestaande vroegere pand van Wenneker op de Schie, hoek Raam. Foto: F.J.H. Roovers. (Gemeentearchief Schiedam, beeldnummer 08579)

een van de laatste. De familie Rademacher woonde in die tijd in dezelfde buurt waar anderhalve eeuw eerder de familie Kleipool zich vestigde, ook een landverhuizersfamilie. Na een

nog meer leden van de familie: de vader van Petronella,

betrekkelijke anonimiteit van een eeuw steeg Kleipool

die kuiper was, en haar broer en zus.

op de maatschappelijke ladder. En daarom verliet deze familie de brandersbuurt en trok naar meer welvarende

Nadat J.B. Rademacher op 20 januari 1919 was over-

wijken.

leden, werd Petronella ingeschreven als winkelierster.

De buurt is nu helemaal veranderd. Maar er is vanaf

Op de Kinderbuurt waren toen nog meer winkels: op

1988 wel weer een Kinderbuurt, ongeveer op de oude

nr. 28 bakkerij A. van der Vlies en op nr. 36 slagerij

locatie, maar naast het Groenweegje. Dit nieuwbouw-

T. Keuzenkamp. Het zou best kunnen dat Petronella

wijkje past ook meer in de nieuwe SchieNoKo buurt.

al eerder een kruideniersbedrijfje had op nr. 32, maar alleen het beroep van de hoofdbewoner (en dat was

Literatuur

haar man) werd aangetekend op de familiekaart. In de

W.P. Rook, Het Nieuwe Straatnamenboek, Schiedam

adresboeken van 1924 tot 1950 wordt ook haar zoon

2009.

Petrus genoemd als kruidenier. Deze Petrus is op 30

Wim Snikkers, ‘Van ruiter tot Prins: Een Schiedams

september 1920 getrouwd met Catharina Maria Meijer.

familie-imperium’, Scyedam (2008) nr.3 (augustus),

Zij krijgen een dochter: Petronella Maria, geboren op

pp. 87-94.

13 juli 1922.

Wim Snikkers, ‘Een krasse oude dame’, Scyedam

In 1924 waren in Schiedam 48 winkeliers in kruide-

(2008) nr. 3 (augustus), p. 95.

Scyedam jaargang 42 nr. 1

21


Toen

verhuisde de vleugel van kroeg naar kerk Lidwien Meijer

hout weer zichtbaar werd. Een vuil werkje, hij deed het in de ruimte achter het café. Op den duur kwam de vleugel bij ons thuis te staan in onze eigenlijk te krappe woning. In 1966 kreeg de Opstandingskerk het instrument in bruikleen. Je had daar toen een combogroep en ds. Le Coq had in de kerkbode gevraagd om een piano. Na de sluiting van de Opstandingskerk in 1997, werd de vleugel in onvervreemdbare bruikleen, zo heet dat officieel, geschonken aan de Grote kerk. Het instrument kreeg een vaste plaats in het koorHoe komt de Grote kerk aan zo’n mooie, oude vleugel? Mevrouw Catharina van Ravens-Mak (97 jaar) weet het precies te vertellen

gedeelte. Ik weet nog dat hij daarheen vervoerd werd. Een ouderling, de heer Den Ouden, fietste mee met de vervoerder, en hij belde me meteen, toen de vleugel veilig was aangekomen. In de loop der jaren is er nog een en ander aan verbeterd. Zo is de

“Eind jaren vijftig werd mijn man benaderd door

zangbodem hersteld, dat was in de jaren vijftig nog

de Nederlands Hervormde kerk hier in Schiedam,

niet mogelijk.

om een vleugel te taxeren. Het instrument stond in

Op zaterdagmiddag is er altijd een inloopconcert in

de opslagruimte achter café De Karseboom aan het

de kerk en dan wordt de vleugel veel gebruikt. Gast-

Broersvest. Ooit werd er in de danszaal van het café

pianisten prijzen vaak de uitzonderlijke kwaliteit. Ik

op gespeeld, maar het instrument was al jaren niet

hoorde dat een Franse pianiste gezegd heeft: ‘Het is

meer in gebruik en verkeerde in een verwaarloosde

een instrument met een eigen ziel.’

toestand.

De koperen schroeven rondom in de kast wijzen

Mijn man was geen beroepsmusicus, maar zeer

erop, dat de vleugel ‘tropenvast’ is en waarschijnlijk

muzikaal. Op zijn achttiende speelde hij al orgel in

afkomstig van één der grote passagiersschepen die

de kerk aan de Warande. Later gaf hij pianoles en in

op voormalig Nederlands-Indië voeren. Hij is zeker

zijn vrije tijd speelde hij in een orkest, dus hij had er

meer dan honderd jaar oud.”

wel kijk op. Men vroeg vijfhonderd gulden voor die vleugel, en restauratie zou nog heel wat meer gaan kosten, dus de kerk zag van de koop af. Maar mijn man was verslingerd geraakt aan het instrument en op aanraden van onze pianostemmer hebben we het toen zelf maar gekocht. Wat is mijn man druk bezig geweest met het opknappen! Zo sleep hij met stukjes glas de oude, zwarte bovenlaag weg, waardoor het bruine 22

Scyedam jaargang 42 nr. 1


Scyedam jaargang 42 nr. 1

23


Slagerij Van der Geer op de Broersvest

Beuling bij de bushalte… Herman Noordegraaf

Zestig jaar lang, van 1928 tot 1988, was slagerij Van der Geer op de Broersvest 1) gevestigd. Eerst dreef Pieter van der Geer de zaak en daarna zijn zoon Cornelis (Kees).

ogenschouw neemt dat het in 1928–1929 een heel

Een tijd dat een Schiedamse slager koeien kocht op de veemarkt in Rotterdam en deze dan zelf slachtte.

De slagerij zat in wat ‘de put’ genoemd werd:

strenge winter was. Uit dit huwelijk werden zes kinderen geboren, van wie het eerste, een jongen, al na enige maanden overleed en het jongste kind, een meisje van vier jaar oud, aan roodvonk stierf. panden die een stuk lager lagen dan de rest van de Broersvest. De put lag ter rechterzijde van waar nu de Passage staat. Via een houten trap of een stenen

Piet van der Geer werd op 8 februari 1896 in

afrol kon men naar beneden.

Schiedam geboren. Zijn vader Kornelis was groen-

Het rijtje bevatte de volgende panden: bode Stokhof

tekoopman. Hij bezat enige panden aan de Kreupel-

(nummer 37), het café van Wuisman (nummer 39),

straat, waaronder het woonhuis en enige pakhuizen.

dat vooral door buurtbewoners werd bezocht, en dan

Met paard en wagen verkocht hij groenten. Na de

slagerij Van der Geer. Verder café De Seinpost van

lagere school ging Piet als slagersknecht werken.

de familie Speksnijder, dat ook een zaal had, waar

Hij was onder meer slagersjongen in Delft. De

muziekrepetities van O.B.K. (Oefening Baart Kunst)

werktijden waren lang; op zaterdagavond kon hij

plaatsvonden en feesten en danspartijen (nummer 43).

pas de laatste trein naar Schiedam nemen. Daarna

Dan de firma Ham (nummer 45) met een winkel voor

werkte hij bij slagerij Baartmans in Rotterdam. In

toilet-, was- en poetsartikelen; men kon er ook terecht

1928 nam hij de ‘vleeschhouwerij en spekslagerij’ op

voor het inzetten van ruiten en glas. Daarnaast waren

Broersvest 41 over van Dirk de Kok.

de winkels van J.B. Haring (nummer 47), grossierderij in ansichtkaarten, platen, etsen en schrijfbehoeften

De put

en van M. Ruigrok waar men terecht kon voor melk,

Nog in hetzelfde jaar trouwde hij met Johanna (Jo)

fijne vleeswaren, chocolaterie, bier en wijnen (nummer

Rodenburg. Jo werkte bij haar zus en zwager, die in

49). Dan was daarnaast een poortje dat leidde naar

Bergschenhoek een bakkerszaak hadden. Geertje, de

de loods van het venduhuis van de firma Kruyne &

zus van Piet, was getrouwd met gemeenteambtenaar

Jonker, dat in de panden 53 en 55 gevestigd was (later

Gerrit Barmentlo in Bergschenhoek. In de bakkers-

ging de veiling naar Plein Eendragt). Voor de put was

winkel zag zij de winkeljuffrouw (Jo) en deze leek

op straathoogte een bushalte waar onder meer bus 48

haar een goede partner voor haar broer Piet. Na deze

naar Vlaardingen stopte. Het was een drukke halte.

koppeling zijn ze binnen drie maanden getrouwd.

Het café van Wuisman kreeg later de naam van Café

Voor Jo was het een hele overgang van de warme

Billard ‘De Bushalte’.

bakkerij naar de koude slagerij! Vooral als men in

Handje klap 1)  Ik dank W,H. Sabel-van der Geer (dochter van P. van der Geer), A.M. van der Geer (zoon van P. van der Geer) en A.R. Van der Geer-van der Eijk (echtegenote van C. van der Geer) voor de gegevens die zij mij verstrekten.

24

Van der Geer had op de begane grond de winkel, daarachter was de huiskamer en dan volgden de plaats met aangebouwde keuken en een aanbouw Scyedam jaargang 42 nr. 1


Met koe voor de winkel. Eerste van rechts (kleine jongen) Kees van der Geer, daarnaast vader Piet van der Geer en daarnaast knecht Cor Bergkotte. Uiterst links knecht Leen de Boer (1934). (Foto: auteur)

voor de worstmakerij. Op de eerste verdieping waren

Beuling

een voorkamer en een slaapkamer en op de zolder

In de worstmakerij werden verschillende soorten

bevonden zich de slaapkamers voor de kinderen.

worst, zult, rolpens en hammen gemaakt en zo nodig in de rookkast met eikenmot gerookt. Een

Van der Geer had geen eigen ruimte om te slachten.

specialiteit van Van der Geer was beuling (smalle

Hij deed dat in de werkplaats van collega C. van

leverworst).

der Most. Deze had een slagerij op de hoek van het

een stuk beuling meenamen. Dat gold bijvoorbeeld

Broersveld en het Herenpad en op het Herenpad een

voor mensen die bij de bushalte stonden te wachten.

werkplaats. Toen in 1942 het openbaar slachthuis

Dikwijls waren dit zeeloodsen die teruggingen naar

(abattoir) aan de Vlaardingerdijk geopend werd,

hun basis.

slachtte Van der Geer daar zijn koeien, totdat het

Er waren zo’n twee à drie knechten, die meehielpen

zelf slachten niet meer toegestaan was.

in de winkel en ook de uitbrengwijk verzorgden. Cor

Hij kocht zijn vee meestal op de veemarkt in

Bergkotte was vele jaren bij Van der Geer in dienst,

Rotterdam bij de Goudse Rijweg. Dat was nog een

tot zijn vijfenzestigste jaar. Cor slachtte samen met

zaak van onderhandelen met de veehandelaar, met

zoon Kees de koeien. Er was ook een dienstbode.

handje klap, om tot een overeenstemming over de

Van der Geer wilde niet dat zijn vrouw meehielp in

prijs te komen. Het was zaak om het gewicht van de

de winkel. Zij deed het huishouden, verzorgde de

koe goed in te schatten!

koffie en de thee, verrichtte hand- en spandiensten

‘Rooie Jaap’ regelde dat de gekochte koe via één van de

in de worstrokerij en ving de mensen op die wat

veevervoerders naar Schiedam kwam. Deze bekende

langer een praatje wilden maken. Haar man stuurde

figuur op de veemarkt was een tussenpersoon voor

ze dan door naar achteren, naar zijn vrouw.

de kopers van koeien en de veetransporteurs.

Piet stopte met werken na de overdracht aan zijn

Scyedam jaargang 42 nr. 1

Er kwamen nogal eens klanten die

25


zoon Kees in 1963. In 1962 was hij verhuisd naar een woning aan de overkant, Broersvest 14b. Van 1962 tot 1964 heeft op Broersvest 41 zoon Ton nog gewoond, na zijn huwelijk. Toen kregen hij en zijn vrouw een woning in Groenoord aangeboden, omdat de huizen gesloopt moesten worden met het oog op nieuwbouw. In 1966 werd het pand met de naastgelegen panden verkocht aan N.V. Van Dalen Schoenen, waarna ze gesloopt werden. Daarmee kwam er een einde aan de put aan de Broersvest, omdat deze gedempt werd en de nieuwbouw op

Braderie op de Broersvest (september 1984). Achter de kraam zoon Jacco en ervoor Peter. (Foto: auteur)

straathoogte kwam. Piet van der Geer overleed op 31 juli 1968.

slagerij werd overgenomen door zoon Kees (geboren 17 januari 1931). Deze had na de lagere school de mulo en de slagersvakschool doorlopen. Zijn vader vond het verstandig dat hij elders ervaring opdeed. Hij werkte bij een slager in Den Briel en na zijn militaire diensttijd in Abbenbroek. Daarna ging hij meewerken in de slagerij van zijn vader. Ook hij kocht zijn koeien op de veemarkt, eerst nog in Rotterdam, maar na sluiting van deze veemarkt, per 1 januari 1974, op de veemarkt in Leiden. In 1961 trouwde hij met de Kethelse boerendochter A.R. (Marijke) van der Eijk. Net als bij de andere kinderen van Piet en Jo vond het huwelijk op maandagmiddag plaats. Dan hadden de slagers namelijk hun vrije middag en was de winkel gesloten. Uit hun huwelijk werden drie zonen geboren. Omdat het woonhuis boven de winkel erg klein was, verhuisde het gezin in 1975 naar Vlaardingen.

Kees van der Geer met slagersfiets brengt bestellingen weg. Ongeveer 1950. Burgemeester Knappertlaan. (Foto: auteur)

In 1988 nam Ger Hoorman de zaak over. Diens zaak op de hoek van de Fabristraat en de Vlaardingerdijk moest plaatsmaken voor nieuwbouw. Van der Geer heeft nog enige jaren bij Hoorman gewerkt en bleef het

Maandagmiddag

kopen op de markt doen. Maar aan slagerij Van der

In 1963 was de slagerij verplaatst naar Broersvest

Geer als zodanig was na zestig jaar een einde gekomen!

95. Daar was een kantoor van het Gemeentelijk

Kees van der Geer overleed op 5 oktober 2008.

Electriciteits Bedrijf (GEB) gevestigd, waar mensen hun betalingen konden doen. Het pand van het

Rectificatie

GEB werd gesplitst. Nummer 95 werd slagerij en

Op pagina 141 van ‘Scyedam’ nr. 4 staat ‘mede-

het andere deel bleef in gebruik bij het GEB. De

werker Piet Waarting’. Dit moet zijn Piet Vaarting.

26

Scyedam jaargang 42 nr. 1


SVV-expositie groot succes

De negenjarige David staat bijna met zijn neus tegen

deze zaterdagmiddag in het bezoekerscentrum het

de vitrine gedrukt. “Kijk ma, wat zien die voetbal-

publiek ontvangt.

kaartjes er raar uit.” Hij wijst naar een serie kaarten

Ed van Duuren komt het jubileumboekje ophalen

waarop SVV-spelers van weleer als een karikatuur

maar neemt ook de tijd om de expositie te bekijken.

zijn getekend. Zijn vader laat een voetbalkaartje zien

“SVV is een begrip in Schiedam. Het is leuk om

zoals dat heden ten dage wordt verzameld: een glan-

die volle tribunes te zien op oude foto’s. Eigenlijk

zende foto van David als speler bij F6 van Hermes

is het onbegrijpelijk dat een club als SVV zo laag is

DVS.

gezakt.”

De voetbalkaartjes zijn onderdeel van de expositie die tot eind februari te zien was bij de Historische Vereniging Schiedam. Vanwege het succes is de tentoonstelling met een maand verlengd. Nog niet eerder trok een expositie zoveel belangstellenden naar het bezoekerscentrum. De expositie belichtte de rijke historie van de roodgroenen met foto’s en kleurrijke attributen. “Het leuke is dat mensen hier toevallig oude bekenden ontmoeten die ook naar de expositie komen of op foto’s familieleden herkennen. De bezoekers zijn zeer enthousiast”, aldus Trudy van den Akker die op Scyedam jaargang 42 nr. 1

De 9-jarige David bezoekt de tentoonstelling.

27


Dominicanen vierhonderd jaar aanwezig in Schiedam

Een geschiedenis van bouwen en breken Lidwien Meijer

Dit jaar is het vierhonderd jaar geleden dat de eerste pater dominicaan in Schiedam met zijn dienstwerk begon. Hoe verging het hem, en zijn vele opvolgers, in de periode van schuilkerken, en tijdens het rijke Roomse leven tot in de jaren zestig? In Schiedamse kerken hebben de paters volop hun sporen nagelaten.

We lezen 1616. In Schiedam hadden de protestanten het voor het zeggen. Priesters waren gevlucht, kloosters verlaten. De kleine groep rooms-katholieken kreeg nu en dan hulp van een priester uit Delft, die de kinderen doopte en de Heilige Mis las. Wilde deze groep kunnen overleven, dan moest er echt een eigen priester naar de stad komen.

Wat zijn dominicanen? De orde van de dominicanen werd in 1316 gesticht door Dominicus Guzman, dus dit jaar achthonderd jaar geleden! Deze Spaanse priester schrok steeds opnieuw van de gebrekkige kennis van het christelijk geloof in zijn omgeving, en richtte de orde op, waarvan de leden zich speciaal gingen toeleggen op het preken (Orde der Predikheren, O.P.). Ook het rozenkransgebed werd sterk bevorderd door de dominicanen. Het is niet toevallig dat hun Singelkerk in Schiedam de naam kreeg van Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans. De dominicanen zijn van meet af aan, net als de franciscanen vooral actief in de steden. Andere ordes, zoals de benedictijnen en de trappisten, leiden een meer besloten leven in kloostergemeenschappen op het platteland. Priesters die behoren tot een orde worden paters genoemd. Zij zijn in de eerste plaats verantwoording schuldig aan hun overste of abt (en niet aan de bisschop). Daardoor hebben ze meer vrijheid.

Wat zijn wereldheren? Wereldheren (ook wel ‘seculiere geestelijken’ genoemd) zijn de priesters die direct vallen

onder verantwoordelijkheid van een bisdom. Een bisdom is een bepaald gebied waar een bisschop zetelt. Schiedam valt onder het bisdom Rotterdam, de provincie Zuid-Holland. De kathedraal (katheder, zetel van de bisschop) is op de Mathenesserlaan

The Perugia Altarpiece, Side Panel Depicting St. Dominic. (Bron Wikipedia)

28

Scyedam jaargang 42 nr. 1


Dit was het uitgangspunt van de weduwe van de

Toen dit niet gebeurde, koos hij ervoor om de Noor-

burgemeester. Burgemeester Pieter Pietersz. van

delijke Nederlanden te beschouwen als een onaf-

der Burch was in 1610 overleden. Hij had zich

hankelijk missiegebied. In zo’n missiegebied konden

(uit tactische overwegingen?) nooit uitgelaten over

paters vrij hun gang gaan; zij waren alleen verant-

kerkelijke kwesties. Zijn weduwe echter, Annetgen

woording schuldig aan hun overste en niet aan de

Ariensdr. van der Burch – van Smalevelt ging zich

apostolische vicaris. Zo ontstond in 1616 de eerste

na zijn dood volop inzetten voor de wederopbouw

dominicaanse missiestatie en wel in Schiedam.

van de katholieke kerk in Schiedam. In 1611 vroeg

De pater had het niet makkelijk; hij werd behoorlijk

zij herhaaldelijk aan de Delftse priester Bernardus

dwars gezeten door de seculiere geestelijken. Ook gaf

van Steenwijck, om een eigen priester ‘voor haar en

de Tachtigerjarige Oorlog veel spanningen en daardoor

voor de stad Schiedam’.

was Gaspar Luypaert in 1629 gedwongen zich terug

Bernardus vond uiteindelijk een priester bereid om

te trekken naar ’s-Hertogenbosch. Bij terugkomst

de zielzorg op zich te nemen. Govert van Vliet kwam

in Schiedam, had zich hier definitief een wereldheer

in 1611 naar Schiedam en betrok een kamer in het

gevestigd, zodat de stad nu twee priesters telde.

‘t Huis te Poort op de Dam: de patriciërswoning van

Na het overlijden van de weduwe, vestigde deze

Annetgen van der Burch – van Smalevelt.

wereldheer zich in het ‘t Huis te Poort en dwong de

Deze priester was echter te weinig beschikbaar naar

pater om een bovenkamertje te betrekken aan de

haar zin, omdat hij ook de katholieken in Vlaar-

andere kant van de Dam. Zo ontstonden er twee

dingen, Kethel, Zouteveen en Maasland bediende.

schuilkerken, pal tegenover elkaar. De samenwerking

Ze liet de seculiere priester ‘vallen’ en vroeg om een

tussen de paters en de wereldheren heeft dit zeker niet

pater dominicaan uit het klooster van Antwerpen.

bevorderd. Integendeel: men kan rustig aannemen

Dit grote en actieve klooster kende ze waarschijnlijk

dat al deze strubbelingen mede de oorzaak zijn van

via haar dochter Agatha, die na haar huwelijk in

het ontstaan van de oud-katholieke parochie in deze

Antwerpen was gaan wonen.

stad. Op de plek van het ‘t Huis te Poort kwam een

In 1616 was het zo ver. De dominicaan Gaspar

oud-katholieke kerk, maar de naam ‘t Huis te Poort

Luypaert kwam uit Antwerpen naar Schiedam en

bleef voortbestaan, tot op de dag van vandaag.

ging wonen in het ‘t Huis te Poort. Govert van Vliet verhuisde noodgedwongen naar Delft, vanwaar hij

Gedoogbeleid

nog enige zielzorg in Schiedam bleef uitoefenen.

Hoe konden de dominicanen zich handhaven in dit door protestanten overheerste gebied?

Missiestatie

Er werden akkoordjes gesloten. Zo sloot de baljuw,

De eerste pater dominicaan werd door velen gezien

het hoofd van de politie, een overeenkomst met de

als een indringer. Maar ontwikkelingen in kerk en

twee Schiedamse parochies. Rond 1670 betaalde de

politiek maakten dat hij zich stevig kon vestigen in

dominicaanse statie 100 gulden per jaar en de secu-

de stad. Wat was er namelijk aan de hand?

liere pastoor 63 gulden. Voor dit bedrag waren de

De bisdommen bestonden niet meer. De bisschoppen

katholieken gevrijwaard van overlast door de politie.

waren gevlucht of verdreven. Het gezag van Rome

In die tijd was het vragen en geven van steekpen-

benoemde daarom een ‘apostolisch vicaris’ over onze

ningen vrij gewoon.

streken. De paus meende dat dit slechts een tussen-

De schuilkerken werden in bezit gesteld van katho-

oplossing was, dat de Spaanse troepen de protes-

lieke particulieren. De rooms-katholieke kerk had

tantse opstandelingen in de Noordelijke Neder-

immers geen wettelijk recht van bestaan. Daardoor

landen spoedig zouden verdrijven en de bisdommen

was de invloed van leken groot in het bestuur van de

dan weer konden worden hersteld.

missiestaties.

Scyedam jaargang 42 nr. 1

29


De toestemming om te werken onder de katholieken

arbeiders, vooral uit Duitsland, naar Schiedam.

in Schiedam werd zonder moeilijkheden gegeven aan

Velen van hen waren katholiek, zodat de katholieke

de verschillende priesters, behalve in 1680 aan And.

bevolkingsgroep uitgroeide tot 3600 gelovigen: 35

Melijn. Waarschijnlijk had deze zich met bekerings-

procent van de stadsbevolking!

werk beziggehouden – denk hier bijvoorbeeld aan

Het werd steeds moeilijker hen als tweederangs

gemengde verkeringen – en dat kon de stadsregering

burgers te blijven behandelen. Daarbij kwamen op

toch niet toestaan. Hij moest plechtig beloven hier

het eind van de achttiende eeuw de moderne opvat-

voortaan van af te zien.

tingen over ‘Vrijheid, gelijkheid en broederschap’ overwaaien uit Frankrijk, naar onze streken. In 1795

Geen scholen

gaf de onder Franse invloed ontstane Bataafse Repu-

In 1726 werden enige katholieken bij de burgemees-

bliek vrijheid van godsdienst aan de katholieken

ters ontboden, omdat de gereformeerde kerkenraad

in de steden van Holland. Er konden weer kerken

een klacht tegen hen had ingediend. Hun werd

worden gebouwd.

aangezegd, dat zij zich in alle ordentelykheijd

De schuilkerk aan de Korte Haven was al in 1816 veel

hadden te gedragen. Er werd stoutheijt en onge-

te klein, dus men begon plannen te maken om een

bondentheijt gesignaleerd. Wanneer ’s zondags de gereformeerde kerkdienst begon of eindigde, waren de katholieken zo brutaal om openlijk en met grote groepen naar hun eigen kerk te gaan, met hun boeken zichtbaar onder de arm. Dit werd hen allemaal niet zwaar aangerekend, maar op één punt wilde de stadsregering niet van

Over de dominicanen en hun aanwezigheid in Schiedam is in de St. Jan-Visitatiekerk op het Lieftinckplein een tentoonstelling te zien. Herinneringen aan de paters die in Schiedam hebben gewerkt zijn hier bijeengebracht. Ook de zusters dominicanessen van Voorschoten, die vanaf 1846 werkzaam waren hier in de stad (op scholen, bij ouderen en wezen) hebben een plek op de tentoonstelling. Openingstijden: zondagen, van 12 uur tot 13 uur. Door de week, van half 10 tot half 12 (op dinsdag, donderdag, vrijdag).

grootse kerk te bouwen, een

rooms-katholieke

St. Jan de Doperkerk. Dat had heel wat voeten in aarde. Voor de parochianen was het onmogelijk het volledige bedrag bijeen te brengen voor een kerkgebouw, dus er werd subsidie gevraagd aan koning Willem I. De kerkmeesters Jan Nolet jr., J. Beukers en P.A.J. d’Aquin deden hem een

tolerantie weten. In 1649 kwam aan het licht, dat Lucretia de Graeff school

verzoek, maar de regering vond de subsidieaanvrage

hield. Ze leerde de kinderen lezen en handwerken,

van 60 duizend gulden op een totaalbedrag van 103

maar bracht hen tevens katholieke godsdienstkennis

duizend gulden, veel te hoog. Vijf jaar lang werd er

bij. Men nam de kwestie hoog op. Lucretia de Graeff

onderhandeld. Na veel getouwtrek kwam op 8 april

werd ontboden op het stadhuis en kreeg te horen,

1821 het lang verwachte koninklijk besluit af. De

dat zij geen les meer mocht geven, tenzij zij de

subsidie werd verleend en de bouw kon beginnen.

katholieke kerk verliet. Overtrad zij dit gebod, dan zou zij worden verbannen uit de stad.

Negen koetsen Het is te begrijpen dat de rooms-katholieke gemeen-

Jeneverindustrie

schap van Schiedam de eerstesteenlegging wilde

Zo kon zich een kleine minderheid van rooms-

aangrijpen om groots feest te vieren. Als datum

katholieken in Schiedam handhaven, totdat de

stelde men 7 maart 1822 vast en er werden plannen

situatie in de achttiende eeuw grondig veranderde.

gemaakt voor een optocht naar het terrein van de

De jeneverindustrie kwam op en trok grote groepen

nieuw te bouwen kerk aan de Lange Haven, waarbij

30

Scyedam jaargang 42 nr. 1


De Heer Jan van der Burg afgebeeld op de veertiende kruiswegstatie in de Liduinabasiliek. (Foto: auteur)

de geestelijkheid in plechtig kerkelijk gewaad zou

Bijkerk

meetrekken, onder bescherming van de stedelijke

In de Havenkerk zijn duidelijk de sporen te vinden

schutterij. Maar hier stak koning Willem I een stokje

van de dominicaanse geest (zie hiervoor ook Scyedam

voor; het zou de aanhangers van andere religies te

2015, nr. 1 en 3). De preekstoel is een belang-

zeer prikkelen. Uiteindelijk werd de tocht niet te

rijk element voor de predikheren, dus van grootse

voet afgelegd, maar in negen koetsen, die door de

allure. Dominicaanse heiligen zijn afgebeeld in de

aanzienlijke families beschikbaar waren gesteld.

kerk, zoals Raymundus van Pennafort, Vincentius

Op 14 november 1824 was het kerkgebouw voltooid

Ferrerius, Catharina van Sienna en uiteraard

en vond de inzegening plaats. De gouverneur van

Dominicus zelf.

Zuid-Holland en de burgemeester van de stad

De parochie breidde zich spoedig uit. In 1867

woonden de plechtigheid bij, die verricht werd door

werden Oud- en Nieuw-Mathenesse bij de gemeente

de provinciaal van de dominicanen: pater Pruijm-

Schiedam gevoegd. Het Singelkwartier ontstond, de

boom o.p. Een dag later, 15 november, werd in het

Havenkerk werd te klein, maar hoe kwam men aan

nieuwe kerkgebouw de eerste plechtige heilige Mis

de benodigde gelden voor een nieuwe kerk?

opgedragen. Die dag was niet zonder reden gekozen.

Veel hebben de katholieke Schiedammers in deze

Het was de verjaardag van Jan Nolet, die – ook

periode te danken aan de familie Van der Burg. Het

financieel – veel tot de bouw van de kerk, die wij nog

kinderloze echtpaar Joannes en Columba van der

steeds kennen als de Havenkerk, had bijgedragen.

Burg-Straathof (bijgenaamd: de doffer en de duif)

De oude schuilkerk tussen Dam en Korte Haven

kunnen beschouwd worden als de stichters van de

werd verkocht en afgebroken. De heer Jan David

kerk, die nu de Liduinabasiliek heet. Zij schonken een

Meijer bouwde op die plek een branderij: toepasse-

groot stuk land voor kerk en pastorie, het rijk gebeeld-

lijk heette deze ‘de Kerk’.

houwd hoofdaltaar, de kruiswegstaties (waarin zij in

Later vestigde zich hier de firma Kappelhof en Hovingh.

de veertiende statie samen werden afgebeeld) en een

In 1968 brandde het pand tot de grond toe af.

stel misgewaden.

Scyedam jaargang 42 nr. 1

31


vertrokken in 1967 uit de Havenkerk en Singelkerk en concentreerden zich volledig op de zielzorg in de wijk Nieuwland waar in 1965 een nieuwe St. Jan de Doperkerk verrees, aan de Mgr. Nolenslaan. In 1999 is deze kerk gesloopt en vervangen door een kleinere behuizing, de St. Jan de Doper-Visitatiekerk, waar pater Leo de Jong o.p. nog geregeld voorgaat in de eredienst. Dus er is nog steeds een dominicaan in Schiedam; dit jaar kan met recht gevierd worden, dat deze predikheren vierhonderd jaar in deze stad aanwezig zijn. Literatuur Mr. Vincent A.M. van der Burg, De Katholiek gebleven tak van het middeleeuwse geslacht Van der Burch, Zeist 1979. Leon. Ralph. De Jong o.p., … en sindsdien woont God in Nieuwland… verhalen over katholieke Schiedammers en hun geloof, Schiedam 1999. Huwelijk in de Havenkerk. Echtpaar Snel-Van der Meer, 1960. (Foto: Fam. Snel)

‘Anoniem’, Terugblik en herinneringen van oudpastores van de St. Jan de Doperkerk aan de Mgr. Nolenslaan, Schiedam 1999.

In 1878 werd met de bouw begonnen. De architect was E. Margry, leerling van de bekende bouwmeester Cuypers. In 1881 werd de kerk geconsacreerd en bleef tot 1896 bijkerk van de de St. Jan de Doperkerk. Toen werd het een zelfstandige parochie onder de naam Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans. Het waren de jaren van het Rijke Roomse leven. De rooms-katholieke zuil had veel invloed, op allerlei terreinen van het leven. Iedere zondag waren er vijf Heilige Missen, er zaten lange rijen mensen voor de biechtstoelen, de geloofsgemeenschappen groeiden en bloeiden.

Grote veranderingen Maar de tijden veranderden vanaf midden jaren zestig. Ontkerkelijking en leegloop van de binnenstad maakte dat er in korte tijd twee rooms katholieke kerken moesten verdwijnen uit het centrum van Schiedam. De Liduinakerk werd gesloopt, en de Havenkerk ging in 1974 over naar de wereldzen-

Pater Bert Robben o.p. (geboren Schiedammer en ooit pastoor in Nieuwland) schetst in 1999 de veranderingen die hij in korte tijd meemaakte in kerkelijk Schiedam: ‘Nu de kerk aan de Nolenslaan binnenkort wordt afgebroken, raakt me dat meer dan ik het beschrijven kan. Zo zal het de meeste parochianen vergaan. Van nabij heb ik meegemaakt dat de Havenkerk gesloten werd en aan Maasbach verkocht. Eind 1967 ging ik daar voor in de laatste Eucharistieviering. De Liduinakerk, waar ik gedoopt ben, is al geruime tijd geleden afgebroken. Nu gaat de kerk aan de Nolenslaan tegen de grond. Eén Schiedams kerkgebouw strekt mij tot troost en bemoediging. De Singelkerk, waar ik eens misdienaar was en in 1957 mijn eerste heilige Mis opdroeg, is inmiddels tot basiliek verheven!

ding van Johan Maasbach. De paters dominicanen 32

Scyedam jaargang 42 nr. 1


Pater Van Deventer werkte in de Singelkerk, rond 1950. Wie herkent zijn/haar moeder hierop? De auteur van dit artikel ziet haar tante zitten, Ger Rechters (tweede van rechts, eerste rij). Wie weet welke taak deze groep had? Is het een groep zelatrices (vrouwen die collecteren voor goede doelen) of misschien leden van de Derde Orde van St. Dominicus? (Foto: auteur)

Pater Van Kalmthout werkte in de Singelkerk, rond 1960. Hij verlaat hier de pastorie van deze kerk. (Foto: auteur)

Scyedam jaargang 42 nr. 1

Pater Gerard Meijer (1857-1925) historicus, met zijn drie zussen die zuster dominicanes werden (congregatie van de dominicanessen van Voorschoten). (Foto: auteur)

33


boekennieuws

boekennieuws Boekennieuws

Herinneringen aan Schiedam toen en nu

boekennieuws De Historische Vereniging Schiedam heeft ter ere van haar veertig jarig bestaan een boekje uitgegeven dat geheel in het teken staat van Schiedam toen en nu. In een reis door de tijd zijn veertig foto’s, oud en nieuw, op nagenoeg dezelfde locaties afgebeeld. Soms verrassend hoe weinig er veranderd is. De samenstellers van het boekwerkje hebben op fraaie wijze de nostalgie van weleer en het hedendaagse tijdsbeeld met korte verklarende onderschriften aaneengesmeed. De Historische Vereniging heeft Schiedam door deze uitgave een dienst bewezen, niet alleen door het Toen te laten herbeleven, maar ook het Nu vast te leggen voor het toekomstig verleden. ‘Herinneringen aan Schiedam toen en nu’, 50 pagina’s, illustraties, is voor leden van de Historische Vereniging Schiedam gratis af te halen bij inlevering bon van het mededelingenblad in het verenigingsgebouw, Hoogstraat 74a in Schiedam. Voor nietleden is het boekje op dezelfde locatie voor €10,= te verkrijgen.

34

Scyedam jaargang 42 nr. 1


sstadskroniek historie actueel Stadskroniek

bijzondere dingen

Bijzondere dingen

Ruud Poels

Was dit een website en geen papieren magazine, ik kon nog een tijdje doorgaan. Nu moet ik het bij

´Schiedammers maken´ is vaag en een onafgemaakte

deze drie voorbeelden laten. Op zich vormen zij al

zin. Wat mij betreft had de gemeente die uitgebreid

voldoende bewijs dat Schiedammers al eeuwenlang

tot ´Schiedammers maken bijzondere dingen´, want

bijzondere dingen maken. Moderne bedrijven als

dat zal de bedoeling wel zijn geweest van de creatieve

Huisman of Hatenboer staan dan ook in een oude

geesten die er mee op de proppen kwamen.

traditie.

De geschiedenis biedt voldoende bewijsmateriaal

De binnenstad legt getuigenis af van dit verleden.

voor deze stelling. Schiedam is nooit een koopstad

Daarom blijven de monumenten en de geschiedenis

geweest. Evenmin heeft het universiteiten of illus-

van Schiedam belangrijke bouwstenen voor een

tere scholen

geherbergd. Grote geleerden kozen

welvarende toekomst. Want dit staat als een paal

hier in het verleden nooit domicilie. Integendeel,

boven water: als je bijzondere dingen wilt maken,

zij verhuisden om elders carrière te maken zoals de

ben je met je zaak in Schiedam wellicht beter op zijn

grote sinoloog J.J.M. de Groot, broer van M.C.M.

plaats dan elders in Nederland.

Nee, Schiedam moest het altijd hebben van haar ambachtelijke kennis; we waren geen wetenschappers maar we hadden wel know how. Schiedam is altijd een stad geweest waar ze bijzondere dingen maakten. Moutwijn stoken betekent het beheersen van

gecompliceerde

biochemische

processen.

Voordat de chemische wetenschap en de biologie in de negentiende eeuw onthulden wat zich in een beslagbak en een geladen (niet gevulde) distilleerketel daadwerkelijk afspeelde, was de kwaliteit een kwestie van aanvoelen, van aanleg en van talent. Deze stad heeft tot haar eeuwigdurende schande nog nooit een straat genoemd naar Oetger Nachtegael die al vóór 1500 in Schiedam een drukkerij annex uitgeverij exploiteerde. Ook de typografie is in staat tot het leveren van bijzondere dingen. Nachtegael was maar een voorloper. De Schiedamse drukkers leerden toveren met kleuren toen de distillateurs prachtig vormgegeven etiketten van hen verlangden, vaak met goud en al. Glas blazen is au fond net zo´n wonderlijk vak als

Han van der Horst

moutwijn stoken. Alleen zijn het hier niet de wetten

Historicus

van chemie en biologie die aan de dag treden, maar

Voorzitter comité Open Monumentendag Schiedam

die van de natuurkunde.

Mede-organisator Nacht van de Geschiedenis

Scyedam jaargang 42 nr. 1

35


Scyedam jaargang 42 nr 1 maart 2016  

Scyedam is een kwartaaluitgave van de Historische Vereniging Schiedam. Het blad wordt toegezonden aan leden en begunstigers.

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you