Page 1

HET ORANJE KRUIS WERKBOEK • VERLEEN VERANTWOORDE EERSTE HULP

3.2 HEVIG BLOEDVERLIES 5.

Welke drie handelingen zijn nodig bij hevig bloedverlies? 1. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ................................................................................................................

2. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ................................................................................................................

3. . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . ................................................................................................................

6.

Welke stelling is juist? I Als je druk op een hevig bloedende wond wilt geven, mag je alleen een steriel kompres of verband op de wond leggen. II Als je druk op een wond wilt geven en geen handschoenen of verbandmateriaal hebt, is elk hulpmiddel geoorloofd. A. Alleen stelling I is juist B. Alleen stelling II is juist C. Beide stellingen zijn juist D. Beide stellingen zijn onjuist

3.3 BEOORDELEN VAN HET BEWUSTZIJN 7.

Wanneer is iemand alert, ofwel goed bij bewustzijn? .................................................................. .................................................................. .................................................................. ..................................................................

20


HET ORANJE KRUIS WERKBOEK • VERLEEN VERANTWOORDE EERSTE HULP

8.

Wanneer is iemand bij bewustzijn, maar niet alert? ................................................................................................................ ................................................................................................................ ................................................................................................................

9.

Wanneer is iemand bewusteloos? ................................................................................................................ ................................................................................................................

10. Welke volgorde van handelen is de juiste als het slachtoffer bewusteloos is? a. Draai het slachtoffer op de rug. b. Beoordeel de ademhaling. c. Benader het slachtoffer zo dat je hem in het gezicht kijkt en vraag op luide toon hoe het gaat. d. Laat een omstander 112 bellen en een AED halen, of bel zelf als je alleen bent. A. a-b-c-d B. b-d-a-c C. c-d-b-a D. c-d-a-b

3.4 BEOORDELEN VAN DE ADEMHALING 11. Hoe noem je de methode waarmee je de ademhaling bij een bewusteloos slachtoffer beoordeelt? A. De kantelmethode B. De luchtwegliftmethode C. De hoofdkantel-kinliftmethode (kinlift) D. De voorhoofdsliftmethode

21


HET ORANJE KRUIS WERKBOEK • ANTWOORDEN

3

VERLEEN VERANTWOORDE EERSTE HULP ALGEMEEN

1.

In een situatie met meer slachtoffers dan hulpverleners heb je alleen tijd voor korte levensreddende handelingen zoals: A. snel op de zij draaien B. ervoor zorgen dat druk op een hevig bloedende wond gegeven wordt

2.

Nee, want als je reanimeert ben je namelijk niet meer beschikbaar voor hulp aan de andere slachtoffers.

3.1 BRAKEN BIJ RUGLIGGING 3.

Je moet het slachtoffer snel op de zij draaien.

4.

1. Ga op je knieën zitten naast het slachtoffer. 2. Draai het slachtoffer op zijn zij door heup en schouder naar je toe te trekken. Hierdoor komt het slachtoffer tegen je bovenbenen te liggen.

3.2 HEVIG BLOEDVERLIES

72

5.

1. Bel 112. 2. Druk de wond zo goed mogelijk dicht. 3. Vraag een omstander om druk op de wond te geven, als het slachtoffer dat niet zelf kan.

6.

B


HET ORANJE KRUIS WERKBOEK • ANTWOORDEN

3.3 BEOORDELEN VAN HET BEWUSTZIJN 7.

Iemand is alert wanneer hij goed wakker is, op zijn omgeving reageert en antwoord geeft op vragen.

8.

Iemand is niet alert wanneer hij verward, sloom of suf is, nauwelijks of anders reageert, agressief is, en onduidelijke geluiden maakt of ongerichte bewegingen maakt.

9.

Iemand is bewusteloos, wanneer hij niet reageert op schudden aan de schouders, aanspreken en onderuit gezakt of scheef ligt of zit.

10. D 3.4 BEOORDELEN VAN DE ADEMHALING 11. C 12. B: Beoordeel de ademhaling door maximaal tien seconden te kijken, te luisteren en te voelen. 13. 1. Je kijkt of de borstkas omhoog komt. 2. Je luistert bij de mond en de neus of je ademhaling hoort. 3. Je voelt met je wang of het slachtoffer er lucht tegen uitademt. Je kunt ook met je hand de (vaak) warme uitademing voelen. 14. De ademhaling van het slachtoffer is normaal wanneer: 1. je ademlucht voelt bij de mond van het slachtoffer 2. bij de mond en neus van het slachtoffer de ademhaling rustig en zacht klinkt 3. je geen rochelende of gierende geluiden hoort 4. de borst en/of buik regelmatig op en neer gaan 5. het slachtoffer geen benauwde indruk maakt 15. C 16. Om de ademhaling van het slachtoffer te kunnen beoordelen, draai je een bewusteloos slachtoffer op zijn rug. 17. B 18. d. Een blauwe kleur heeft 3.5 BEWUSTELOOS EN GEEN (NORMALE) ADEMHALING 19. Deze happende adembewegingen zijn onregelmatig, traag en vaak luidruchtig.

73

Inkijkexemplaar het Oranje Kruis werkboek