Page 1

.coververhaal

Spoorwijk

nrc.next

4

DINSDAG 19 AUGUSTUS 2014

5

DEN HAAG

NRC 190814 / RJ

traat Beetss 100 m

FEITEN EN CIJFERS Aantal inwoners Spoorwijk is een kleine wijk in stadsdeel Laak, Den Haag met 4.157 inwoners. De gemiddelde leeftijd ligt met 32,7 jaar onder het landelijk gemiddelde. Samenstelling Nog geen kwart van de wijk is autochtoon. In heel Nederland is dat gemiddeld 80 procent. Meer dan 25 procent in Spoorwijk is van Surinaamse afkomst, bijna 15 procent van Turkse afkomst, ruim 10 procent van Marokkaanse afkomst. Besteedbaar inkomen Het gemiddelde besteedbare inkomen in Spoorwijk is hier 1.500 euro per maand, 433 euro lager dan het Nederlandse gemiddelde. De gemiddelde woningwaarde is 130.000 euro. Bijna 400 mensen in de wijk maken gebruik van de voedselbank. Opleiding De helft van de bewoners heeft een laag opleidingsniveau, 38 procent middelbaar. 10 procent is hoog opgeleid.

WAAROM SPOORWIJK? De onderkant van Nederland zie je alleen als het misgaat. Zoals bij de uit de hand gelopen demonstraties in Schilderswijk in Den Haag, of bij politierellen in Ondiep, Utrecht. Wat je ziet zijn woedende buurtbewoners voor de camera en zwaailichten, verder niks. Wat je weet zijn de overbekende statistieken: veel allochtonen, geen opleiding, weinig inkomen, veel strafblad. Maar hoe ziet de onderkant eruit als de camera’s en zwaailichten weer weg zijn? nrc.next bezocht zo’n wijk een paar maanden lang, op zoek naar het leven achter de cijfers. Spoorwijk, Den Haag, een arme probleemwijk, waar de bewoners regelmatig lijnrecht tegenover het gezag staan. In tien afleveringen een schets van de wijk. Aflevering 1: De jongens van de Beetsstraat.

In Spoorwijk is niks georganiseerd. Ook de misdaad niet De Spoorwijk in Den Haag. FOTO’S PETER DE KROM

Spoorwijk: de Quotebende Landelijk werden ze bekend als de Quotebende. Maar de buurt kent ze als de jongens van de Beetsstraat. Ze stalen alleen van de rijken. „En die hebben hun geld vaak ook niet eerlijk verdiend.” CAROLA HOUTEKAMER en FREEK SCHRAVESANDE

O

p vrijdagavond 28 september 2012 rijden drie mannen met een gehuurde Renault Mégane weg uit Den Haag. Om 19.41 uur stoppen ze voor het hek van een villa in Bergen, Noord-Holland. Een peilbaken onder de auto registreert wat ze zeggen. „Dat is hem, hè?” „Die heb een mooi stekje, die pik hoor.” „Is kijken hoe dat ook alweer zat rondom.” Een uur later stappen de mannen uit. „Koevoet pakken?” „Achterin.” „Schroevendraaiers ook hier jongens.” Om 21.18 uur stappen ze onverrichter zake weer de auto in. Geschrokken van gestommel in de villa zijn ze terug door de tuin over een slootje gesprongen. Een ladder, gevonden op het terrein, staat nog tegen het raam. „Kom rijden.” „Het stinkt als de kanker hierzo. Sloot of iets.” Een van hen heeft een pijnlijk oog. „Ik denk dat ik tegen een tak aan ben gelopen”. „Dan moet je gewoon effe niet wrijven enzo.” „Nee, maar een tak heb me geprikt weet je. Zo’n harde, waar je kerststukjes mee maakt.”

Vijf dagen na de mislukte inbraak in Bergen omsingelen driehonderd agenten midden in de nacht de Haagse volksbuurt Spoorwijk. Een helikopter cirkelt boven de wijk, ME-busjes staan klaar, vrouwen in dusters steken nieuwsgierig hun hoofd uit de deurpost. Ze worden naar boven gejaagd door politie te paard. Die nacht, 2 oktober 2012, vallen arrestatieteams achttien huizen in de wijk binnen. Er worden negentien buurtgenoten tussen de 20 en 42 jaar opgepakt en één oma, moeder van drie opgepakte jongens, die nog net haar pantoffels kan meegrissen. De buurtgenoten, van autochtone, Marokkaanse en Surinaamse afkomst, worden verdacht van inbraken in huizen van de allerrijksten. Hun slachtoffers vonden ze in de Quote 500, de adressen kregen ze van een gemeenteambtenaar.

Een geraffineerde bende, zeggen ze De ‘Quotebende’ ging de groep verdachten in de media heten. Leden van deze ‘geraffineerde bende’ braken in de vooravond in, als bewoners thuis waren en het alarm niet aanstond. De verdachten kregen celstraffen tot zes jaar, hoog voor inbraak. In een vonnis van 46 kantjes staan de getapte gesprekken uitgewerkt tot in detail. De meesten zijn in hoger beroep. De oma kreeg een jaar cel waarvan tien maanden voorwaardelijk wegens medeplichtigheid. Ze had haar huis, ‘het rovershol’, beschikbaar gesteld voor criminele activiteiten. Politie en Openbaar Ministerie zijn tevreden. Buurt schoongeveegd, georga-

Het is altijd gezellig, een zoete inval. Ook als de activiteiten minder onschuldig worden

niseerde misdaad bestreden. Nederland is verlost van een maffiose, ‘in hoge mate georganiseerde’ bende. ‘Bestemming bereikt’, zegt de TomTom. Een woensdag, eerder in 2012, 20.06 uur. De Renault Mégane staat voor een villa in Renkum. „Een dikke kanker Porsche Panamera.” „Ja, dat is het denk ik. Een grote witte.” Er is verwarring over het adres. „Ik had net goed moeten kijken op die kanker, hoe heet dat, Google Maps.” „Rij eens rustig bij deze weg.” „Laat mij die TomTom proberen te doen, kankerding.” Iets later: „Motor uit, gereedschap mee. Anders staan we veel te veel te draaien en te kutten bij die auto.” „Dikke, doe dat buiten dan.” Ook deze inbraak mislukt. De honden beginnen te blaffen en het lukt de mannen niet om langs het dubbeldraadse hek van twee meter hoog te komen.

Maar ze zijn niet eens georganiseerd Een georganiseerde bende? Jongens uit Spoorwijk die weleens zijn opgepakt, lachen. Enkelen van hen staan midden op de dag te wachten op de stoep tot het koffiehuis open gaat. „Waar blijft Rachid nou”, zegt Jerry, turend naar het einde van de straat. Jerry is een van de ‘Quotebendeleden’, veroordeeld voor witwassen van 16.000 euro en heling van een laptop. Van de inbraken is hij niet verdacht geweest, „daar weet ik niks van”. Niets in Spoor-

wijk, zeggen de jongens hier, is georganiseerd. Relaties niet, kinderen niet, misdaad niet. „Het komt op je pad.” En zo komt de Quote 500 op het pad van de drie gebroeders L. en hun vrienden, als de Intertoys-catalogus voor Sinterklaas. Leden van de Quotebende kennen elkaar al lang, vanaf hun vroegste jeugd. De buurt heeft ze samen zien opgroeien en kent ze als de jongens van de Beetsstraat. Ze voetballen bij de kooi, zitten bij elkaar in de klas, gaan samen baseballen en schaatsen, en verzamelen kerstbomen voor het veel te hoge vreugdevuur met Oud en Nieuw. Kleur en afkomst lopen uiteen, maar één ding hebben veel van de jongens al vroeg gemeen: vader is er niet. Vader is vertrokken, heeft moeder ingeruild, of is aan de drank geraakt. Bij een paar jongens runde vader een illegaal gokhuis en vond een ander, moeder met zes zoons achterlatend in de bijstand. De jongens spelen buiten op straat, tussen de eengezinswoningen. Op tienjarige leeftijd zijn er bij die sigaretten pikken bij de Albert Heijn – „toen die nog niet bij de kassa lagen”. Later hangen ze – zoals iedereen in Spoorwijk wegens gebrek aan cafés in de buurt – bij hun moeders thuis in de voorkamer. „Jongens aan tafel, moeder met een breiwerkje op de bank.” Van studeren komt het bij de meesten niet. Een ‘stuudje’ hoef je in Spoorwijk niet te zijn, de middelbare school is genoeg. Eerder, bij een villa in Teteringen. „Die trap, heb je die wel goed afgeveegd?”

„Ja, ik ga hem morgen wel halen.” „Ja, maar ja, alles legt hier, in de auto. Dan moet ik daar gaan staan kutten, dat kankerding gaat dan maar niet dicht.”

De hangplek? Een eettafel thuis Een populaire hangplek wordt de eettafel voor het raam aan de Hildebrandstraat, in het ouderlijk huis van drie van de leden. De jongens spelen er Scrabble en Stratego of zitten achter de computer. De deur staat altijd open, vrienden lopen in en uit. „De zoete inval”, zegt de buurt. Ze kijken samen voetbal en het is altijd gezellig. Ook als de activiteiten minder onschuldig worden. Op de laptop – die ze dichtklappen als de politie langsloopt – googlen ze naar de waarde van horloges als ‘Rolex GMT Master II’, ‘Cartier Santos 100’ en ‘Jorg Hysek’. En naar dure villa’s op Google Maps. Schroevendraaiers bij de Hornbach, trappetje in de achterbak. Alleen wijkagent Dick verpest weleens het feestje, „een echte nazi”. Dick schrijft voor niks bonnen uit, begrijpt de humor van de straat niet. Als de jongens tegen ’m zeggen: ‘we weten waar je woont’, zou hij toch moeten snappen dat dat een grapje is. Dick vertrekt. Was dat het incident dat alles op scherp zette? Sommigen denken van wel. Vanaf juni 2012 zien ze met regelmaat iemand met een koffertje het pand aan de overkant binnengaan. Achter het raam verschijnt een grote lens. Ze worden geobserveerd, weten ze van een overbuurjongen die door de politie is benaderd. Maar operatie Batman is dan al een tijd

in volle gang. Die begon de recherche toen op de diamantbeurs in Amsterdam een gouden horloge werd aangeboden. De Rolex, opbrengst 8.500 euro, bleek gestolen van oud-LPF-minister Herman Heinsbroek. Nadat de jongste van de broers, die een uitkering heeft, voor duizenden euro’s sieraden bij een gewone juwelier in de buurt inruilt, is het oog op de Hildebrandstraat gericht. In de gehuurde Mégane plaatst de politie een peilzender en een afluisterapparaat. In Teteringen, in de auto met de buit. De bewoner rook onraad. „Hij liep de trap op, ja, wat moet ik dan doen, dan moet ik jullie toch roepen?” „Dat kistje gaan ze pas jaren later vinden. Dat geldkistje heb ik in de heg gestopt.” Ze bekijken een horloge met glimmende steentjes. „Zijn toch baguetjes?” „Kost 120 ruggen, gek.” „Het is wel een GMT Master, he.” „Ja, een GMT Master met baguetjes ja, die kost een partij geld.” Stelen mag niet, dat weten de bewoners van Spoorwijk ook wel. Maar als je nou niemand pijn doet? En als je nou alleen steelt van de rijken? „Die hebben hun geld vaak ook niet eerlijk verdiend”, zeggen Spoorwijkers die je ernaar vraagt. „En van wie heeft die Erik Staal van Vestia eigenlijk zijn geld?” Hij zit op Bonaire, zij in de tochtige woningbouwhuisjes die hij heeft achtergelaten en die maar niet worden opgeknapt. Voor de buurt, grinniken sommi-

Op de laptop googlen ze naar de waarde van horloges als ‘Rolex GMT Master II’ en ‘Cartier Santos 100’

gen, was de Quotebende een soort Robin Hood. „Al gaf die het daarna wel weg.”

En het koffiehuis, de pokertafel Als Rachid van het koffiehuis is gearriveerd met de sleutel, zitten de stoelen rond de pokertafel achterin snel vol. Jerry speelt samen met Turkse en Marokkaanse jongens een potje Partshi, „een soort MensErger-Je-Niet”. Ze drinken muntthee. „Toen ik vastzat, moest mijn auto in de opslag”, moppert Jerry. „Wist jij dat je dan de autoverzekering gewoon moet doorbetalen?” Het openstaande bedrag is inmiddels opgelopen tot 2.400 euro. „Hoe moet ik dat nu weer betalen dan? Moet ik iemand overvallen dan?” „Je kunt het tegen de overheid opnemen, maar het heeft toch geen zin”, zegt Boa (32), van Marokkaanse komaf. Toen zijn jeugdvriend Jan, ook lid van de Quotebende, van witwassen werd verdacht, heeft Boa nog geprobeerd de rechter van zijn onschuld te overtuigen – hij had het bedrag eerlijk gewonnen bij het Holland Casino. „Maar ik werd niet geloofd.” Dat de jongens een „geraffineerde” bende zijn gaan heten, met een hoge organisatiegraad, vinden ze onzin. „Je bent allemaal vrienden, je rolt er onbewust in, van jongs af aan.” Veel jongens in Spoorwijk doen wel eens een handeltje, zeggen ze, wie niet? Eén: „Maar ik ben alleen parttime-crimineel.” Lachend: „Ik heb een nul-urencontract.”

Dit is het eerste deel van een serie door nrc.next over de Haagse Spoorwijk.


.weten

nrc.next

8

WOENSDAG 20 AUGUSTUS 2014

9

WAAROM SPOORWIJK? De onderkant van Nederland zie je alleen als het misgaat. Zoals bij de uit de hand gelopen demonstraties in Schilderswijk in Den Haag, of bij politierellen in Ondiep, Utrecht. Wat je ziet zijn woedende buurtbewoners voor de camera en zwaailichten, verder niks. Wat je weet zijn de overbekende statistieken: veel allochtonen, geen opleiding, weinig inkomen, veel strafblad. Maar hoe ziet de onderkant eruit als de camera’s en zwaailichten weer weg zijn? nrc.next bezocht zo’n wijk een paar maanden lang, op zoek naar het leven achter de cijfers. Spoorwijk, Den Haag, een arme probleemwijk, waar de bewoners regelmatig lijnrecht tegenover het gezag staan. In tien afleveringen een schets van de wijk. Aflevering 2: De wetten van de wijk.

Po tg ier str aa t

Cicero voor zijn huis in de Oltmanstraat, bij de duiven die hij regelmatig voert. Rechts twee woningen in dezelfde straat. FOTO’S PETER DE KROM

DEN HAAG

NRC 190814 / RJ

Spoorwijk: de regels Hoe ziet het leven in Spoorwijk eruit? En wat is dit voor wijk? Vandaag gastcollege van buurtbewoner Cicero, die de mores van de buurt uitlegt.

Oltmanstraat traat Beetss

Een Spoorwijker schijt niet in zijn eigen nest

Spoorwijk

100 m

FEITEN EN CIJFERS Aantal inwoners Spoorwijk is een kleine wijk in stadsdeel Laak, Den Haag met 4.157 inwoners. De gemiddelde leeftijd ligt met 32,7 jaar onder het landelijk gemiddelde. Samenstelling Nog geen kwart van de wijk is autochtoon. In heel Nederland is dat gemiddeld 80 procent. Meer dan 25 procent in Spoorwijk is van Surinaamse afkomst, bijna 15 procent van Turkse afkomst, ruim 10 procent van Marokkaanse afkomst. Besteedbaar inkomen Het gemiddelde besteedbare inkomen in Spoorwijk is hier 1.500 euro per maand, 433 euro lager dan het Nederlandse gemiddelde. De gemiddelde woningwaarde is 130.000 euro. Bijna 400 mensen in de wijk maken gebruik van de voedselbank. Opleiding De helft van de bewoners heeft een laag opleidingsniveau, 38 procent middelbaar. 10 procent is hoogopgeleid.

CAROLA HOUTEKAMER en FREEK SCHRAVESANDE

L

aat niet over je heenlopen. Verraad nooit iemand aan de politie. „Dan word je er in een week uitgeslagen.” Maak geen racistische grappen. „Dat doe je maar in Wassenaar.” Cicero staat op het plein voor zijn huis in Spoorwijk, Den Haag. Stevig gebouwd, flinke mat in zijn nek, armen over elkaar. Hij staat hier vaak te filosoferen, wat heeft hij anders te doen? Hij zal ons vandaag onderrichten in de wetten van deze kleine republiek.

Je moeder is belangrijker dan je vader. „Moeders zullen altijd achter je staan.” Nood breekt wet. Als de uitkering op is, moeten de kinderen toch eten. Als je dan steelt, doe het dan van de rijken. Neem de Quote-500 bende die hier vandaan komt, de jongens die met de Quote in de hand kapitale villa’s binnenslopen. Dat vinden buurtbewoners geen enkel probleem, „Robin Hoods, respect”,

zeggen ze. Nou ja, Robin Hoods, „zij staken de buit natuurlijk wel onder hun eigen armen”. Cicero – een naam van het kamp – is opgegroeid in Spoorwijk, hij begrijpt het leven hier. Hij wel. Want maak de legpuzzel van Nederland. Begin bij de hoekjes, die zijn het makkelijkst. Rechtsboven leg je de brave burger. HBO+, vast contract, wintersport. Betaalt belasting en staat in de kantine van de tennisclub. Linksboven de jonge creatieveling. Café latte, zzp, iPad. Doet iets met media, wil nog geen kinderen. Leeft vooral voor zichzelf. Het hoekje rechtsonder: de volksbuurtbewoner. PVV, RTL4. Laagopgeleid en latent xenofoob. Roy Donders, Yorkshireterriërs en Sinterklaas mét Zwarte Piet. En linksonder de allochtoon. Toko, theehuis, uitkering. Spreekt de taal slecht, heeft zijn hele leven eigenlijk al heimwee. Zo, dat ligt. Nu leg je de randen, de grove contouren van de Nederlandse samenleving. De opwaarts mobielen, de idealisten. De hedonisten, de conservatieven, de boze buitencategorie. Amsterdamse grachten-

Spoorwijk was in de jaren 60 een nette wijk in Berlagestijl. Er woonden gezinnen, advocaten, ambtenaren

gordel. Landgraaf. Kanaleneiland, de Bijlmer, het Gooi.

Spoorwijk is een puzzelstukje dat niet past, hoe je het ook draait Onvermijdelijk kom je puzzelstukjes tegen die niet passen, hoe je ze ook draait: Spoorwijk, Den Haag is er zo één. Een klein stukje Laak met een paar duizend inwoners, weggedrukt tegen Rijswijk, afgesneden van de moederstad door het spoor. Spoorwijk spreekt zichzelf voortdurend tegen. Een Hollandse volksbuurt, maar geslaagd multicultureel. Arm, maar kieskeurig. Crimineel, maar veilig. Hier noemen welzijnswerkers de leden van de Quote-bende „goeie jongens” met wie je je dochters graag op pad stuurt. Hier verruil je je brandstofslurpende Tomos nooit voor een fiets, al staat de deurwaarder op de stoep. Hier eet je liever droog brood dan bloemkool van de Voedselbank. Witbrood. Cicero groeide op in Spoorwijk. Toen hij zeven was, zei zijn moeder: niet uit het raam kijken! Hij deed het toch en zag hoe iemand met een hamer werd doodgeslagen. Toen hij acht was, verduisterde hij voor het eerst kinderpostzegels. Puber

Cicero trok waterputten open, gooide eieren naar de politie – „uit de vriezer, die kwamen lekker hard aan” – en stookte het kerstboomvuur onverantwoord hoog op. Op z’n 17de ging zijn vader dood, startsein voor een roekeloos leven. Gokken, drugs, misdaad. Hij was als jongen agressief, „slecht voor de medemens”, al sloeg hij nooit onschuldigen. Nu staat er een lange lijst delicten op z’n naam.

Cicero groet elke voorbijganger, dit zijn straatjes waar je iedereen kent „Hey abi!” Cicero groet elke voorbijganger: de Marokkaan, de Turk, de Surinamer, de Soedanees, de autochtone buurvrouw. „Het is hier net moksi meti.” Hij is al twintig jaar met z’n vrouw, een Hindoestaanse met wie hij drie kinderen kreeg. Hij vond een baan in de gehandicaptenzorg. Heel soms overweegt hij de wijk uit te trekken, voor zijn familie. Maar hij twijfelt. Zomers barbecuet hij met zijn vrienden in het park. Halal, en zonder drank, want hij heeft bij zijn vader wel gezien wat dat aanricht. Spoorwijk scoort notoir hoog op alle risico-indicatoren. Niet dat de buurt was bedacht als multiculturele probleemwijk.

In de jaren 60 was het nog een nette wijk

in Berlagestijl. Er woonden gezinnen, Nu is advocaten, ambtenaren in bescheiden Spoorwijk, eengezinswoningen. Wilde je er komen dan kwam iemand een vinger grotendeels wonen, over je meubels halen om te kijken of er stof op zat. van Nu is Spoorwijk, grotendeels in handen Vestia, van woningcorporatie Vestia, het verdomhoekje van Den Haag. Het is een het ‘instapbuurt’ voor immigranten die in het verdomhoekje westen hun leven opnieuw beginnen. Hier staat de winkelstraat zes uur ’s ochvan Den tends vol Polen, wachtend op busjes naar de kassen. Etalages van de Poolse superHaag

markten staan vol bier, halve liters waarvan de inhoud, volgens de verbitterde eigenaresse van de trouwboetiek, later via haar brievenbus de winkel in vloeit. En zodra het even kan ga je door, naar een betere plek. Nederlanders wijken uit naar Ypenburg, Somaliërs naar Londen.

En ook: kleine huisjes, kale deurposten, vergeeld reliëfbehang Maar het hart van Spoorwijk, gebaart Cicero, is onveranderd. Kleine arbeidershuisjes met kale deurposten, vergeeld reliëfbehang en figuratief porselein in de vensterbank. Het is de kluwen nauwe

straatjes in het midden: de Beetsstraat, de Oltmanstraat, de Potgieterstraat, waar hij ook woont. Hier gaan de bankstellen ’s zomers naar buiten, de kliko’s met Oud en Nieuw op het vuur. Een bewoner met een restpartij sloophout haalt de halve straat over tot de aanschaf van schuttinkjes in de voortuin – of ze af komen is de vraag. Dit zijn straatjes waar buren elkaar ‘echt kennen’. Waar de touwtjes steevast door de brievenbus bungelen, waar rekeningen soms gezamenlijk worden afgelost, „anders waren we allemaal al op straat gezet”. Het zijn de straatjes die de deelnemers van de uit de hand gelopen Zwarte Pieten-demonstratie op het Malieveld leveren, maar waar ook de blanke buurvrouw een kerstkaart van haar Marokkaanse overburen krijgt en waar jongens met Turkse, Surinaamse en Nederlandse roots in één koffiehuis Eredivisievoetbal kijken. Inwoners van Spoorwijk komen voor elkaar op. Een fietsendief krijgt de hele straat op z’n dak. Wie racistische taal uitslaat, kan rekenen op „een paar luppen om het af te leren”. Maar ook ex-buurtagent Dick las zijn doodvonnis vorig jaar op muren in de wijk. Want als Spoorwij-

kers ergens een hekel aan hebben, is het aan gezag. Met oplopende aversie: de gemeente, het Binnenhof, de EU, Vestia, de politie. Op deze straatjes heeft de politie nauwelijks grip, al dertig jaar niet. „Een mens moet z’n kinderen toch te eten geven”, zegt Cicero, „er is hier altijd geld tekort”. Dus vullen sommige bewoners hun uitkering aan met „klusjes”, „handeltjes”, „hand- en spandiensten”. Eigenrichting is hier de norm, zegt ook justitie. Bij een arrestatie komen bewoners met tientallen in verzet. Politie in burger wordt herkend aan nummerborden met ‘HKZ’. En als een jongen op de vlucht via de kruipruimtes verdwijnt, zal geen buurtbewoner hem verlinken. Want, doceert Cicero: „Een Spoorwijker schijt niet in z’n eigen nest.” Politie en justitie openden de jacht op criminele organisaties in de wijk. De Quote-jongens, de drugsdealers op het plein. Daar moet Cicero om lachen. Crimineel, oké. Maar organisatie? Niets is hier georganiseerd. Misdaad niet, relaties niet, kinderen niet. „Het komt op je pad.”

Dit is het tweede deel van een serie in nrc.next over de Haagse Spoorwijk.


.weten

nrc.next

8

DONDERDAG 21 AUGUSTUS 2014

9

De buurtkamer op de hoek, waar Rinus (foto midden) voor 50 cent een kopje koffie schenkt. FOTO’S PETER DE KROM Po tg ier str aa t

Spoorwijk

DEN HAAG

FEITEN EN CIJFERS

NRC 210814 / RJ

De onderkant van Nederland zie je alleen als het misgaat. Zoals bij de uit de hand gelopen demonstraties in Schilderswijk in Den Haag, of bij politierellen in Ondiep, Utrecht. Wat je ziet, zijn woedende buurtbewoners voor de camera en zwaailichten, verder niks. Wat je weet zijn de overbekende statistieken: veel allochtonen, geen opleiding, weinig inkomen, veel strafblad. Maar hoe ziet de onderkant eruit als de camera’s en zwaailichten weer weg zijn? nrc.next bezocht zo’n wijk een paar maanden lang, op zoek naar het leven achter de cijfers. Spoorwijk, Den Haag, een arme probleemwijk, waar de bewoners regelmatig lijnrecht tegenover het gezag staan. In tien afleveringen een schets van de wijk. Aflevering 3: Armoede in de wijk.

traat Beetss

WAAROM SPOORWIJK?

Sommigen kopen geen verse spullen omdat ze toch geen koelkast hebben

Oltmanstraat van Meursstraat

Aantal inwoners Spoorwijk is een kleine wijk in stadsdeel Laak, Den Haag met 4.157 inwoners. De gemiddelde leeftijd ligt met 32,7 jaar onder het landelijk gemiddelde.

100 m

Spoorwijk: armoede De Voedselbank in Spoorwijk wordt druk bezocht. En kritisch: niemand wil bruinbrood, alleen gesneden wit. De mensen zijn arm, maar hoe arm is arm?

D

CAROLA HOUTEKAMER en FREEK SCHRAVESANDE

e welstand van een wijk lees je af aan het assortiment van de Albert Heijn. In die van Spoorwijk hebben displays vol witbrood en kadetjes het bruinbrood verdrongen. In de bonus zijn chips en bier, nauwelijks groente. AH Basic staat op ooghoogte, A-merken vind je onderin. ’s Ochtends bij de ingang staan in het krantenrekje alleen De Telegraaf en het AD. Spoorwijk is een arme wijk, een huishouden heeft hier 433 euro in de maand minder te besteden dan het Nederlands gemiddelde. Dat zie je, ook aan de passanten overdag met hun bigshopper op weg naar de Albert Heijn. Bij sommigen herken je armoede aan hun kledingkeuze. Een panty onder een niet-bijpassende rok. Je ziet het aan vrouwen achter kinderwagens, tieners soms nog – ‘Je hebt niks, alleen elkaar, dus ja…’, zo is het gekomen. Je ziet het in de buurtkamer op de hoek, waar bewoners even langswippen voor een koffie van 50 cent, ‘toevallig’ zonder kleingeld, wetende dat Rinus toch wel inschenkt.

Ga dan toch niet naar Albert Heijn, kun je denken. Pak een fiets en rij naar de Aldi in de Herenstraat, of de Lidl in de Wesselsstraat, twee kilometer verderop. Maar in Spoorwijk heeft niemand een fiets. Hier wachten mensen liever twintig minuten op de bus, dan dat ze twee minuten rijden op een fiets. Het leger aan welzijnswerkers in de buurt, net zo verbaasd, hoor je er al niet meer over. Zij weten inmiddels: armoede in Nederland heeft zo zijn eigen mores.

De Voedselbank gaat om twee uur open, er staat al een rij Donderdag, 14.15 uur. Voor het buurthuis staat een bont gezelschap met lege boodschappentrolleys te wachten op de stoep. Jong, oud, kort, lang, blank, Surinaams, Pools, Turks, Marokkaans. De meesten zijn komen lopen. Een handvol is met de auto. De Voedselbank zou om twee uur opengaan maar de deur is nog dicht. De vrijwilligers kregen op het laatste moment van een sponsor nog een partij fruit. Die moesten ze snel sorteren op versheid, anders wil niemand het straks meenemen. Op de stoep grijpt een reusachtige man in wit ondershirt zijn kans en trakteert het

Probeer het toch eens, zeg ik, maak het eens zo of zo klaar

zwijgende gezelschap op een monoloog over ADO. Achter de deur klinkt gestommel, het clubje mensen vormt automatisch een rij. Dan gaat de deur open en wordt de scootmobielster vooraan plots gepasseerd door een donkere man. „Hé hallo!” roept ze, „hij dringt altijd voor!” Binnen houdt vrijwilligster Renée, een kleine potige dame, de man tegen. Hij mag pas als vijfde ja, want hij dringt inderdaad altijd voor. Ze heeft geen idee waarom, want iedereen krijgt hetzelfde. Net zo’n raadsel is waarom iedereen altijd om klokslag twee uur staat te dringen, terwijl het de rest van de middag zo rustig is. De Voedselbank in Spoorwijk zit er nu bijna tien jaar. Eerst werd de uitgifte gerund door een groep Afrikanen. Toen bleek dat die veel te veel prima groente weggooiden, namen vrijwilligers van de kerk het over. Ruim 120 gezinnen, 400 mensen, bedienen ze nu. Tien procent van de wijk. Of een gezin in aanmerking komt, wordt elk half jaar gecontroleerd. Langzaam schuifelt het gezelschap, nu geformeerd in u-vorm, langs de tafels met voedselpakketten. Die zijn al een tijdje aan de karige kant – supermarkten kopen slimmer in en houden minder over – maar vandaag is een goeie dag. Er zijn aardap-

pelen, tomaten, sla en avocado, sinaasappels, pruimen, mandarijnen, meloenen, ananas en bosbessen. De liefhebber kan nog een tennisbal meenemen en voor iedereen is er een fruitijsje.

Vooral de Afrikanen laten nog weleens wat liggen Met kritische blik hevelen sommigen de goederen over in hun trolley, hun pupillen glijdend langs elk product. Vooral de Afrikanen laten nog weleens wat liggen, weten de vrijwilligers. „Witlof, rode bieten, dat kennen ze niet”, zegt vrijwilliger Bert. „Probeer het nou toch eens, zeg ik tegen ze, maak het eens zo of zo klaar. Maar ja.” De rij stroomt geroutineerd door. Alleen bij de broodafdeling stokt het af en toe. „Suiker”, zegt een Turkse man voor het schap met brood. „Suiker”, herhaalt hij. Bert, die het uitgebreide broodassortiment beheert, kijkt vertwijfeld. „Suiker?” Ook hij werpt nu een blik op het schap. „Ah, bedoelt u suikerbrood?” De man knikt, zoekt en vindt een suikerbrood en loopt door. Einde van de middag blijft altijd een berg bruin volkoren over. „Dat willen de

Als het brood niet gesneden is, zijn ze echt teleurgesteld

mensen niet”, zegt Renée. „De mensen willen wit, en geen zaadjes”, zegt Bert. „‘Dat lusten de kinderen niet’, zeggen ze dan. Ze verschuilen zich altijd achter hun kinderen.” „En het moet gesneden”, zegt Renée. „Als het niet gesneden is, zijn ze echt teleurgesteld,” zegt Bert. „Mensen kunnen niet snijden, of ze hebben er gewoon geen zin in”, zegt Renée. Om de mensen toch aan het ongesneden brood te helpen, hebben de vrijwilligers laatst dertig broodmessen bij de Action gekocht. Bert: „Nou, er zijn er drie afgenomen.”

Ze heeft nog 5 euro: 4 voor voer voor de katten, 1 voor witte broodjes Hoe arm is arm? Een oma in Spoorwijk vertelt dat ze op dinsdag nog 5 euro heeft voor de rest van de week. Vier euro gaat op aan voer voor haar katten, één euro aan witte broodjes van de Turk. Een handelaar vertelt dat iemand hem weleens zijn fotoalbum heeft aangeboden om van de opbrengst een brood te kunnen kopen. De basisschooldirecteur vertelt dat leraren met de armste leerlingen soms gaan win-

kelen voor nieuwe kleren. Gezinnen in sommige straten delen naast de avondmaaltijd ook de rekeningen. In de wijk zijn mensen die geen verse producten kopen, omdat ze toch geen koelkast hebben. Maar een deel van de armen rookt wél sigaretten en koopt óók mengsmering voor de Tomos-brommer. Kinderen van de allerarmsten krijgen soms drie croissantjes mee naar school, sommigen hoeven hun broodkorstjes niet op te eten. Als bijstandsmoeders met elkaar koffie drinken, doen ze dat uit plastic bekertjes. Zijn mensen in Nederland wel écht arm? De vrijwilligers bij de Voedselbank in Spoorwijk vragen het zich soms af. „De mensen zijn wel arm, maar niet arm genoeg om inventief te hoeven zijn”, zegt Bert. „Sommigen gaan voor gemak.” Natuurlijk, zeggen de vrijwilligers, de meeste mensen die hier komen zijn blij en dankbaar. Renée: „Maar soms vraag je je wel af: waarom zo kritisch? Heeft diegene het wel echt nodig?”

Dit is het derde deel van een serie in nrc.next over de Haagse Spoorwijk. Morgen gaan we het park in. Eerder afleveringen van deze reeks staan op nrc.nl.

Samenstelling Nog geen kwart van de wijk is autochtoon. In heel Nederland is dat gemiddeld 80 procent. Meer dan 25 procent in Spoorwijk is van Surinaamse afkomst, bijna 15 procent van Turkse afkomst, ruim 10 procent van Marokkaanse afkomst. Besteedbaar inkomen Het gemiddelde besteedbare inkomen in Spoorwijk is hier 1.500 euro per maand, 433 euro lager dan het Nederlandse gemiddelde. De gemiddelde woningwaarde is 130.000 euro. Bijna 400 mensen in de wijk maken gebruik van de voedselbank. Opleiding De helft van de bewoners heeft een laag opleidingsniveau, 38 procent middelbaar. 10 procent is hoogopgeleid.


.weten

nrc.next

8

VRIJDAG 22 AUGUSTUS 2014

9

Po tg iet ers tra at

Spoorwijk Parkwachter Ab Beker in zijn observatietoren en (rechts) aan het werk in het park. FOTO’S: PETER DE KROM

Oltmansstraat Van Meursstraat

traat Beetss

WAAROM SPOORWIJK De onderkant van Nederland zie je alleen als het misgaat. Zoals bij de uit de hand gelopen demonstraties in Schilderswijk in Den Haag, of bij politierellen in Ondiep, Utrecht. Wat je ziet, zijn woedende buurtbewoners voor de camera en zwaailichten, verder niks. Wat je weet zijn de overbekende statistieken: veel allochtonen, geen opleiding, weinig inkomen, veel strafblad. Maar hoe ziet de onderkant eruit als de camera’s en zwaailichten weer weg zijn? nrc.next bezocht zo’n wijk een paar maanden lang, op zoek naar het leven achter de cijfers. Spoorwijk, Den Haag, een arme probleemwijk, waar de bewoners regelmatig lijnrecht tegenover het gezag staan. In tien afleveringen een schets van de wijk. Aflevering 4: Het park van Ab Beker

NRC 210814 / RJ

De zon schijnt, maar er is niemand in het park

DEN HAAG

100 m

Spoorwijk: het park Het Hof van Heden ligt midden in Spoorwijk: een stadsparkje met een fonteintje, rozenstruiken en bankjes. Ab Beker zwaait er de scepter. De bezoekers zijn net kinderen, vindt hij. „Luisteren doen ze lang niet altijd. Het is psychologische oorlogsvoering.”

M

CAROLA HOUTEKAMER en FREEK SCHRAVESANDE

idden in de Haagse woonwijk Spoorwijk ligt een lieflijk stadsparkje. Waterpartijtje met lelies, rozenstruikjes in strakke rijen, keurig afgewerkte bankjes, geen vuiltje op de grond. Het Hof van Heden een bescheiden 60 bij 100 meter – is het keurigste parkje van Nederland. In dat parkje staat een wachttoren. Een rond bakstenen bouwwerk van vijf meter hoog met geblindeerde ramen. Van achter zijn bril met gele glazen houdt Ab Beker (59) bovenin als een havik zijn territorium in de gaten. Aan de muur zijn Navy Sealspet, op tafel twee boterhammen met bal, de EHBO-trommel binnen handbereik. De zon schijnt, maar er is niemand in het park. Dat is niet erg. „Het moet hier rustgévend zijn”, zegt Beker met zijn armen over elkaar. „Dat is de klemtoon van het park.”

Hij tuurt naar buiten, naar de rij lege bankjes. De mensheid, vervolgt hij, leidt een hectisch leven. „Hier in het Hof van Hé-den” – hij spreekt het vol eerbied uit „komt de mens tot rust. Even ontláden van de stress.” In de verte klinkt het gekletter van de fontein. Dan veert Beker op van zijn stoel en stuift over de wenteltrap naar beneden. Er is een bezoeker in het park.

Beker is onverbiddelijk „Hallo hallo! Kom jij eens effe hierheen!” Beker wijst met zijn vinger strak naar de grond. Een jongen met korte broek loopt bedremmeld naar Beker. Hij wilde alleen maar even liggen op het gras, zegt hij. Maar Beker is onverbiddelijk. „Liggen doe je thuis maar in je bed.” Beker neemt, nadat de jongen is afgedropen, het park uit, geroutineerd weer plaats achter het glas. „Er zijn er bij die hondsbrutaal zijn”, zegt hij. „Maar dat winnen ze niet van mij.” Zo’n twintig jaar ligt het stadsparkje er

Het park was zo’n goed idee dat Den Haag zichzelf er de Nieuwe Stadprijs voor gaf

nu. Het Hof van Heden kwam er tegelijk met de nieuwbouw rondom. Verse bakstenen, die in één klap de oude huizen met probleemgezinnen verdreven. Het was zo’n goed idee dat de gemeente Den Haag er in 1997 aan zichzelf de Nieuwe Stadprijs voor uitreikte. Kosten: 1,2 miljoen euro voor de aanleg, plus een kwart miljoen per jaar voor toezicht en onderhoud. „Het duurste park van Europa”, mopperen lokale welzijnswerkers. Maar dan krijg je ook wat. Midden in de armoedige volksbuurt vol grootstedelijke problematiek ligt nu een park waar zelfs in de vuilnisbakken geen afval zit. Elk dood blad wordt vakkundig door Beker van de grond geprikt. Er liggen geen lege blikjes, geen sigarettenpeuken. De duivenpoep wordt van de bankjes gepoetst. „Dit is een oase van rust.” Dat gaat niet vanzelf. Zijn eerste daad toen Beker aantrad was de verplaatsing van het bord ‘verboden te’. Dat staat nu prominent in het zicht, midden in het park. Verboden te barbecuen.

FEITEN EN CIJFERS

Verboden te picknicken. Verboden te badmintonnen – „daar krijg je kale plekken van”. Voetballen? „Helemaal niet.” Geen drugs, geen zwervers. Daar levert enkel rotzooi op. Een kinderfeestje in het gras? „Ik haal ze er van af.” Een stelletje? „Ik haal ze er vanaf ”. Bruiloftsfoto’s? Vooruit, dat wel. Niet vissen in de vijver. Een kat mag, maar een hond niet, omwille van „een stukje veiligheidsaspect”. Fietsen? Alleen op een driewieler. „Maar niet in de aarde.” Niet liggen op het gras. En ook niet op de bankjes. Beker: „Dit park is aan regels gebonden.”

Een Spoorwijker kiest zijn eigen pad, ook als er 'niet op lopen a.u.b.’ staat Zoveel regels, dat er geen Spoorwijker meer komt. De Spoorwijker heeft liever een trapveldje dan dure rijtjes aangeplante wildbloei. Die wil geen pagodes met hangend groen, maar een stuk gras

Nu ligt midden in de armoedige volksbuurt het duurste parkje van Europa. En het keurigste, dat ook

om met een biertje op te barbecuen. Je kunt wel om de vijf meter een bordje ‘niet op lopen a.u.b.’ plaatsen, een Spoorwijker kiest zijn eigen pad. En dat is meestal het kortste. Maar Beker, die zelf opgroeide aan de beruchte Beetsstraat tegenover het park, heeft daar geen boodschap aan. „Dit is een rust-park. Het Hof van Hé-den.” En als een engel met een vlammend zwaard zal hij die rust bewaken. „Niks is eigenwijzer dan de mensheid”, doceert hij. „Regeltjes overtreden en kijken wie er wint, dat is het spel van het leven.” De bezoekers zijn net kinderen, vindt hij. „Luisteren doen ze lang niet altijd. Het is psychologische oorlogsvoering.” Neem die wildplasser. „Die is voor mij”, wist Beker. „Die verzet geen stap meer”. Hij haalde gelijk de politie erbij. Of die jongen op de brommer die de ballesjans kwam uithangen. Beker spurtte naar buiten, wees dreigend op het bord. „Dit is een voetpad, beste man. Toen bond die jongen wel in. Ik zal me maar gedragen als ik jou zo zie, zei hij.” Soms krijgt hij het hele Dijk-

zigtziekenhuis naar z’n hoofd. „Maar ik heb een dikke huid.” Nu is het wel erg stil. In de zomer komen er een stuk of dertig bezoekers over de hele dag, meestal dezelfde. In de winter hooguit twee. En als het regent niemand. „Daar moet je wel tegen kunnen.” Zou hij dan niet wat meer bezoekers willen? „Ik hou ze niet tegen. Maar hoe meer mensen”, hij schuurt zijn handen tegen elkaar, „hoe meer wrijving.” Het zou mooi zijn als mensen elkaar ontmoeten, maar het hoeft niet. „Soms loop je langs elkaar heen. Maar ach, dat is het hele leven.” Dan veert hij weer op. Tik, tik, tik tegen het raam. Hij rent weer naar beneden. In de verte slalommen twee jongens op een fiets door het park. „Heuj!”

Dit is het vierde deel van een serie in nrc.next over de Haagse Spoorwijk. Maandag bezoeken we Tante Cor, moeder van de drie hoofdverdachten van de Quote-bende. Eerder afleveringen van deze reeks staan op nrc.nl/spoorwijk

Aantal inwoners Spoorwijk is een kleine wijk in stadsdeel Laak, Den Haag met 4.157 inwoners. De gemiddelde leeftijd ligt met 32,7 jaar onder het landelijk gemiddelde. Samenstelling Nog geen kwart van de wijk is autochtoon. In heel Nederland is dat gemiddeld 80 procent. Meer dan 25 procent in Spoorwijk is van Surinaamse afkomst, bijna 15 procent van Turkse afkomst, ruim 10 procent van Marokkaanse afkomst. Besteedbaar inkomen Het gemiddelde besteedbare inkomen in Spoorwijk is hier 1.500 euro per maand, 433 euro lager dan het Nederlandse gemiddelde. De gemiddelde woningwaarde is 130.000 euro. Bijna 400 mensen in de wijk maken gebruik van de voedselbank. Opleiding De helft van de bewoners heeft een laag opleidingsniveau, 38 procent middelbaar. 10 procent is hoogopgeleid.


.weten

nrc.next

10

Hildebra ndstraat

MAANDAG 25 AUGUSTUS 2014

Wie in de wijk vraagt waar het misgaat – waarom ga je het verkeerde pad op? – krijgt stelselmatig te horen dat vader er niet was

11

Spoorwijk FOTO’S PETER DE KROM

DEN HAAG

NRC 210814 / RJ

De moeders houden Spoorwijk bij elkaar

100 m

Spoorwijk: de moeders In de Haagse Spoorwijk komt het op de vrouwen aan. Het percentage alleenstaande moeders is er hoog. Vandaag op bezoek bij tante Cor, moeder van de Quote 500-bende. WAAROM SPOORWIJK De onderkant van Nederland zie je alleen als het misgaat. Zoals bij de uit de hand gelopen demonstraties in de Haagse Schilderswijk of bij politierellen in Ondiep, Utrecht. Wat je ziet, zijn woedende buurtbewoners voor de camera en zwaailichten. Wat je weet zijn de overbekende statistieken: veel allochtonen, geen opleiding, weinig inkomen, veel strafblad. Maar hoe ziet de onderkant eruit als de camera’s en zwaailichten weg zijn? nrc.next bezocht zo’n wijk een paar maanden lang, op zoek naar het leven achter de cijfers. Spoorwijk, Den Haag, een arme probleemwijk, waar bewoners regelmatig lijnrecht tegenover het gezag staan. In tien afleveringen een schets van de wijk. Aflevering 5: de moeders. Morgen een aflevering over werken in Spoorwijk. Zie voor eerdere afleveringen nrc.nl/spoorwijk

CAROLA HOUTEKAMER en FREEK SCHRAVESANDE

M

a Baker She taught her four sons Ma Baker To handle their guns

Nederland had eindelijk ook zijn eigen Ma Baker, het legendarische criminele gezinshoofd uit de jaren 30 in de VS. Corrie uit Den Haag, 62 jaar, moeder van de drie hoofdverdachten van de Quote-500 bende. Ze zou haar huis, ‘een rovershol’, beschikbaar hebben gesteld voor de misdadige activiteiten van haar zoons en hun vrienden. Op 2 oktober, de nacht van de grote politieoperatie, wordt Corrie ’s nachts wakker van lawaai. Een arrestatieteam heeft de voordeur van haar huurhuisje in Spoorwijk, Den Haag, opengebroken en is de gammele trap richting slaapkamer opgestormd. „Politie! Politie!” Corrie moet mee en weet nog net haar pantoffels en suikermedicatie te pakken. Ze moet negen weken de cel in. Later vindt de politie een Rolex in huis, gewikkeld in een wc-papiertje. Onder het

tapijt liggen contanten. Dozen vol sieraden neemt de politie in beslag –maar dat blijken later waardeloze bijouterietjes. Ondanks dat Corrie zegt dat ze „écht niet heeft meegedaan”, geeft de rechter haar een jaar cel, waarvan tien maanden voorwaardelijk voor medeplichtigheid.

‘Tante Cor’ is nog steeds van slag Voor het huisje aan de Hildebrandstraat staat een zwarte Tomos-brommer met rieten mand, standaard vervoermiddel voor elke moeder in Spoorwijk. Corrie, – tante Cor, uit de tijd dat iedereen elkaar nog kende – doet open. Haar hoofd schudt een beetje als ze praat, ze is nog steeds van slag van alles. En ze moet misschien ook van Vestia haar huis uit. Haar woonkamer is een typische Spoorwijkse woonkamer: klein en vol. Bruine banken, type doorzak, op de muur vergeeld reliëfbehang. Boven de eettafel hangt een oude lamp met matglazen kelken, figuratief porselein siert de vensterbank. Tante Cor serveert koffie in plastic bekertjes, naar goed lokaal gebruik. Twee kleinkinderen zitten op de bank, ze kijken Nickelodeon. Ze zijn van haar jongste

Tante Cor serveert koffie in plastic bekertjes, naar goed lokaal gebruik

zoon, die ook de bak indraaide. De muren hangen vol met familiefoto’s. Zes lichtgekleurde jongens en hun blanke vrouwen, kleinkinderen in alle tinten bruin en wit. In deze huiskamer is de multiculturele droom springlevend. De Zeeuwse Corrie, danseres met een veelbelovende toekomst in de revue – ze had er een beurs voor gekregen –, werd zwanger van een Surinamer, de eerste die in de wijk kwam. Daar keek de buurt wel van op, maar de baby, „aardig bruin”, werd alom bewonderd. De Surinamers die daarna kwamen, waren erg in trek bij de Nederlandse vrouwen. Inmiddels zijn gemengde stellen en kinderen in Spoorwijk heel gewoon. „Suiker in de koffie?” Het klontje komt uit een grote doos AH Basic. Corrie was enig kind, vertelt ze, ze hield van reuring. Na de eerste baby kwamen er nog vijf. Dat ging goed, tot haar man vertrok. Corrie, met zes jongens in de groei, kwam in de bijstand en verloor de grip op haar gezin.

De vaders zijn weg of zitten vast Het zijn de moeders die Spoorwijk bij elkaar houden. De Surinaamse moeder die

voor het inkomen, de kinderen en de kleinkinderen zorgt. De Poolse moeder die in de nachtploeg zit. De Antilliaanse moeder die haar prinsesjes te veel verwent. De Nederlandse moeder in de bijstand met kinderen die niet van de bank zijn af te slaan. De moeder uit de woonwagen die de hoge levensstandaard op het kamp – kinderen uit laten gaan met 300 euro op zak – niet kon opbrengen en naar Spoorwijk vluchtte. De moeder die haar kinderen wekelijks naar haar ex op het familie-uurtje op zaterdag rijdt. Ze doen het noodgedwongen, want de vaders doen het niet. Het percentage alleenstaanden met kinderen in de wijk ligt procentpunten boven het gemiddelde, en dat zijn geen mannen. Die zijn vertrokken of zitten vast. Dus moeten de moeders hun zoons voor een criminele carrière behoeden en hun dochters voor een dikke buik. Wie in de wijk vraagt waar het misgaat – waarom ga je het verkeerde pad op? – krijgt stelselmatig te horen dat vader er niet was. Jerry, veroordeeld in de Quotezaak, zag de zijne ook vertrekken in z’n tienertijd. „Dan ga je de straat op. En dan is er niemand die je klappen geeft.”

Ja, ze vindt ’t echt vreselijk wat haar zoons hebben gedaan

Moeders zijn soms nog de enigen van wie de jongens zich nog wat aantrekken. Boa (32), getuige in één van de Quotezaken: „Je wil je moeder geen verdriet doen.” Maar het is niet genoeg, het lukt veel vrouwen niet om hun jongens in het gareel houden, zeker niet als ze ouder worden. Corrie: „Zonen van 29 luisteren niet meer naar hun moeder.”

Ze zag ook wel dat het niet lekker liep Corries zoons bleken „geen stuudjes”. Geen van hen haalde meer dan een diploma van de middelbare school. En wat zijn dan je kansen op een goede baan? Om zich heen zagen ze anderen met mooie spulletjes. Ze had moeten ingrijpen. Drie van haar zoons werkten hard, vonden een prima baan. Maar bij de andere drie zag ze ook wel dat het niet lekker liep. Geen werk, gokken. Maar wat had ze moeten doen? Dat ze hun vrienden – van Nederlandse, Marokkaanse, Turkse en Surinaamse afkomst – bij haar thuis uitnodigden, ze vond het prettig. Ze houdt van een open huis. „Met de rolluiken dicht, dat is toch niks?” Het touwtje door de brievenbus

heette verdacht, „maar dat doet iedereen hier.” Ze zucht. Ja, ze vindt ’t echt vreselijk wat ze hebben gedaan. De rechter was van mening dat Corrie van de misdrijven afwist en dat ze de jongens uit huis had moeten gooien. Maar pas van de weerbaarheidstraining achteraf leerde ze dat dat ook kan: nee zeggen tegen je eigen kinderen. Nu zijn ze wel welkom – ze houdt van alle zes even veel – maar niet allemaal tegelijk. Voor Vestia is het niet genoeg, die wil haar uit huis. De buurtbewoners begonnen prompt een handtekeningactie. Op de lijst staan namen van alle nationaliteiten. Er is niemand die haar iets verwijt. „Het is een heel lieve vrouw.” Corrie wacht al maanden op de uitspraak, met trillende handen en temazepam. Haar kinderen vonden haar laatst tussen de dozen, ze had de hele inboedel al ingepakt. Om zich te wapenen tegen het ergste. En toen toch maar weer uitgepakt. En weer in. Ze wil niet weg, ze wil echt niet weg, dan heeft ze niks meer. „Als ik me ’s nachts niet goed voel, klop ik op de muur naar de buren. Ik voel me veilig in Spoorwijk.”

HOE ZAT HET MET DE QUOTE-500 BENDE? ● In oktober 2012 deed de politie

een grote inval in Spoorwijk. Negentien mensen werden opgepakt op verdenking van inbraken in kapitale villa’s en witwassen. ● De groep ging in de media de

‘Quote 500-bende’ heten, omdat ze hun slachtoffers in de rijkenlijst in de Quote 500 vonden. Bij een paar verdachten thuis werd een Quote gevonden met een brief met aantekeningen erin. De adressen kregen ze van een gemeenteambtenaar. ● De verdachten kregen celstraf-

fen tot zes jaar voor inbraak en betrokkenheid bij een criminele organisatie. De meesten zijn in hoger beroep. Ook Corrie, moeder van drie hoofdverdachten, werd veroordeeld wegens medeplichtigheid. De inbraken werden vanuit haar huis beraamd. Zij gaat niet in hoger beroep.


.weten

nrc.next

8

DINSDAG 26 AUGUSTUS 2014

9

Gouverneurlaan

Het strakke ritme van het arbeidscontract knelt hier niet

Spoorwijk

DEN HAAG

Aantal inwoners Spoorwijk is een kleine wijk in stadsdeel Laak, Den Haag met 4.157 inwoners. De gemiddelde leeftijd van de inwoners ligt met 32,7 jaar onder het landelijk gemiddelde. Samenstelling Nog geen kwart van de wijk is autochtoon. In heel Nederland is dat gemiddeld 80 procent. Meer dan 25 procent in Spoorwijk is van Surinaamse afkomst, bijna 15 procent van Turkse afkomst, ruim 10 procent van Marokkaanse afkomst. Besteedbaar inkomen Het gemiddelde besteedbare inkomen in Spoorwijk is 1.500 euro per maand, 433 euro lager dan het Nederlandse gemiddelde. De gemiddelde woningwaarde is 130.000 euro. Bijna 400 mensen in de wijk maken gebruik van de voedselbank. Opleiding De helft van de bewoners heeft een laag opleidingsniveau, 38 procent middelbaar. 10 procent is hoogopgeleid.

Spoorwijk: werk Vanaf 05.00 uur ‘s morgens halen busjes werknemers op. Eerst de mannen uit Bulgarije of Oezbekistan. Dan de Polen. De Poolse supermarkt opent om 06.15 uur. Om 07.00 uur verschijnen de eerste autochtonen op straat. CAROLA HOUTEKAMER en FREEK SCHRAVESANDE

O

m 09.00 uur zak je in je verende bureaustoel. Om 09.01 uur kleurt je beeldscherm blauw. 09.10: automatencappuccino. 09.15: vergadering. 15.30 wandelingetje door de kantoortuin. 17.10: hollen naar de trein. Dit is het strakke bioritme van de gemiddelde Nederlander op een gemiddelde werkdag. Aangedreven door het arbeidscontract, gelijk gezet op de lunchpauze. De middenklasser die werkt als de zon ruim op is en rust ruim voor deze weer ondergaat. Niet in Spoorwijk, de wijk die alle arbeidsgemiddelden tart. Hier is het bioritme uren verschoven of in de war gegooid, een permanente jetlag.

Een lege straat, de tramhalte is verlaten, dan komt het busje aanscheuren 05.00. Een tanige man met een verweerd gezicht staat te wachten aan de Goeverneurlaan, de brede straat met middenstand langs Spoorwijk. De straat is leeg, de tramhalte verlaten. De zon raakt de grond nog niet. De man spreekt geen woord Nederlands, Engels of Duits. Een zwart busje zonder opdruk komt aangescheurd. Hij komt uit Oezbekistan, zegt de net zo verweerde bijrijder door het raampje, hij gaat beton storten. En weg zoeven ze.

Hier geldt de wet: hoe later op straat, hoe beter af je bent

05.15. IJzervlechten, zegt de jongen voor de Albert Heijn. Bulgaria. En weg. 05.30. Op de stoep staan Hanna en Stella, allebei 28, uit Polen. Op hun tweede dag in Nederland zijn ze gaan zwemmen in de zee bij Scheveningen. Vandaag bloemen sorteren, gisteren paprika’s. Ze kennen veel jonge mensen uit Polen die hier in de zomer willen werken. In Nederland ver-

dien je 7,50 euro per uur, thuis 1,50. Stella is secretaresse in Polen, haar vader woont in Scheveningen en regelde een huisje voor haar in Spoorwijk. Hanna zoekt werk op een school in Polen. Tot dat lukt wil ze geld verdienen in het Westland. De Goeverneurlaan ontwaakt. De 9-persoonsbusjes zoemen door de straat, als bijen over een veld bloemen. Nu wel met opdruk: Selecta, Agroflex, UZB Konak, PLVerpakkingen, Jobcenter Haaglanden, Flexibel. Als stuifmeel verzamelen ze plukjes mensen, die zich op sportschoenen en in joggingpak bij de tientallen anderen op de stoep voegen. Er zit geen Nederlander tussen, geen Surinamer, geen Marokkaan. 05.45. Een Bulgaarse jongen wacht op zijn rit naar de pakketfabriek. Een Pools meisje gaat naar een paprikafabriek. Fabriek Snaaipoent, zegt ze, Snijpunt. Voor ze haar verhaal kan doen, is ze al meegegrist door PLVerpakkingen.

ADVERTENTIE

Foto: Andreas Terlaak

FEITEN EN CIJFERS

NRC 260814 / RJ

Spoorwijk, even voor 06.00 uur in de ochtend. FOTO’S PETER DE KROM

Rokin 65 Amsterdam (vlakbij de Dam) T 020 755 35 53

Zaterdag 15 november

NRC WORKSHOP: FAMILIEVERHAAL SCHRIJVEN

Familie … je zou er een boek over kunnen schrijven. Volg de workshop Familieverhaal schrijven van journalist en schrijver Yaël Vinckx en leer waar je je informatie vandaan haalt, hoe je familieleden interviewt en hoe je hun verhalen ordent. Aanvang 11.00 uur | Entree €65,- (inclusief lunch) Meer informatie en kaartverkoop op nrcrestaurantcafe.nl

100 m

06.00. De schaduwen worden korter, de busjes frequenter. Eurostart, Detaconcept, Flamingo, Duijndam, Easy-Job. De Oezbeken en Bulgaren en Oekraïeners en Litouwers zijn al meegenomen. Alleen de Polen die zich hebben opgewerkt in de productieketen, van fruitinpakker tot heftruckchauffeur, wachten nog. Aan de Goeverneurlaan geldt de wet: hoe later op straat, hoe beter af je bent.

De gemiddelde Nederlander verdient meer dan de gemiddelde Spoorwijker Zelfs al knelt het wat, de gemiddelde Nederlander laat zich graag voortdrijven door het strakke ritme van het arbeidscontract. Hij verdient er zijn geld mee, gemiddeld 1.933 euro per maand per huishouden. De gemiddelde Spoorwijker heeft zo’n inkomen niet. Hier verdient een huishouden 1.500 euro, 433 euro per maand minder. Het aantal uitkeringen is hardnekkig hoog. Hier wonen de contractlozen. Flexwerkers, zwartwerkers, nietwerkers, gelukszoekers. 06.15. De Poolse supermarkt aan de Goeverneurlaan is al open. Voor de deur staat Maziek, 25 jaar. Hij woont al drie jaar in Spoorwijk met zijn vriendin. Hij spreekt goed Nederlands en heeft geen plannen om terug naar Polen te gaan. Maziek heeft een prima baan als orderpicker in Waddinxveen, een huisje, vrienden met wie hij in café New Eldorado hangt aan het einde van de straat. Poolse vrienden. En Nederlandse en Surinaamse. Geen Bulgaren of Roemenen, hoewel er daar wel heel veel van zijn bijgekomen de laatste tijd. Zijn leven had er heel anders uitgezien als zijn moeder geen kanker had gekregen.

Hier wonen de mensen zonder contract: flexwerkers, zwartwerkers, niet-werkers, gelukszoekers

Dan was hij naar de hotelschool gegaan. Maar hij vluchtte naar Nederland toen ze doodging. En nu blijft hij hier, ook als hij straks kinderen krijgt. 06.45. Lege stoepen. Bij de tramhalte staan wat mensen. Hindoestanen van middelbare leeftijd die gaan schoonmaken bij de hoge gebouwen verderop. Jiawan kijkt ongeduldig in de richting van lijn 17. Hij doet Pathé en daarna het ministerie van EZ. Wijzend naar een man verderop: „Die daar doet Sociale Zaken.” Jiawan begint een klaagzang over de Polen, „pikken onze banen in”. Hij stopt direct bij het horen van hun uurloon. Jiawan verdient het dubbele, 14,50 euro per uur. 07.00. Een busje van een Nederlandse aannemer zoeft langs. De eerste autochtonen vertonen zich op straat. Mannen van de bouw met verfspatten op hun spijkerbroek. Dan vrouwen met kinderen op de fiets, mannen in gezinsauto’s. 08.30. Veronica brengt haar zoontje naar de Jeroenschool. Op het plein voor de basisschool staan meer Poolse moeders. Ze trokken naar Spoorwijk vanwege de betaalbare huren en het aanbod van werk in het Westland. De Poolse gezinnen die het zich kunnen veroorloven, trekken later weer weg. Die kopen een huis met tuin in Naaldwijk, weg van de criminaliteit, drank en drugs in de stad. Veronica heeft geen werk, vertelt ze in het Engels. Toen het Poolse oppasmeisje met 1.500 euro uit haar spaarpot verdween, is ze weer zelf voor haar kinderen gaan zorgen. Ze wil weer gaan werken als de tweede naar school is. Maar de Poolse

vakantiewerker die ’s ochtends aan de Goeverneurlaan staat, is concurrerend. Van de gevestigde Polen zit een deel weer thuis. Te duur, te oud voor het zware, slecht betaalde pluk- en sorteerwerk.

Dan gaat de bakkerij open. Bakker De Groot, overgenomen door een Turk 09.00. De middenstand open zijn deuren. Bakkerij Aad de Groot, overgenomen door een Turk. Een Nederlandse bedankjeswinkel voor trouwerijen in vele culturen. Een Pools-Bulgaarse supermarkt met een etalage vol blikken bier. De jonge Polen aan de Goeverneurlaan beginnen vroeg en drinken tot laat. Ze zijn ook op vakantie. 11.00. De Schaepmanstraat vol Nederlandse gezinnen wordt wakker. Moeders zetten hun tuinstoel met voetenbankje op de stoep. Ze strekken hun benen, de hielen van hun blote voeten rustend op een kussentje. Aan de overkant opent Ties, een Nederlander met lange grijze staart, zijn garagebox met tweedehands spullen. Hij gaat zitten en kijkt uit over de straat, omgekeerd op zijn stoel. „Hey”, zegt een jonge vrouw die haar glimmende autootje parkeert. Ze slaat het portier dicht. „Mooie auto!” zegt Ties. „Hard werken, hè”, zegt ze, op het punt van doorlopen. „Ja, nu effe niet hoor.” Ze houdt stil en wappert met haar hand in het gips. „Effe een ziektewetje.” 12.00. In het theehuis mopperen Marokkaanse jongens dat ze geen stage kunnen krijgen, geen werkcontract. „Die daar heeft een contract. Met z’n bed”, grapt er een. Ze worden er depressief van, lusteloos. Een oudere Marokkaanse man moppert terug. „De Polen staan wél vroeg op.”

WAAROM SPOORWIJK De onderkant van Nederland zie je alleen als het misgaat. Zoals bij de uit de hand gelopen demonstraties in de Haagse Schilderswijk of bij politierellen in Ondiep, Utrecht. Wat je ziet, zijn woedende buurtbewoners voor de camera en zwaailichten. Wat je weet zijn de overbekende statistieken: veel allochtonen, geen opleiding, weinig inkomen, veel strafblad. Maar hoe ziet de onderkant eruit als de camera’s en zwaailichten weg zijn? nrc.next bezocht zo’n wijk een paar maanden lang. Spoorwijk, Den Haag, een arme probleemwijk, waar bewoners regelmatig lijnrecht tegenover het gezag staan. In tien afleveringen een schets van de wijk. Vandaag aflevering 6 over werk. Morgen een aflevering over de middenstand in Spoorwijk. Zie voor eerdere afleveringen nrc.nl/spoorwijk


.weten

nrc.next

8

WOENSDAG 27 AUGUSTUS 2014

9

Goeverneurlaan

De onderkant van Nederland zie je alleen als het misgaat. Zoals bij de uit de hand gelopen demonstraties in de Haagse Schilderswijk of bij politierellen in Ondiep, Utrecht. Wat je ziet zijn woedende buurtbewoners voor de camera en zwaailichten. Wat je weet zijn de overbekende statistieken: veel allochtonen, geen opleiding, weinig inkomen, veel strafblad. Maar hoe ziet de onderkant eruit als de camera’s en zwaailichten weg zijn? nrc.next bezocht zo’n wijk een paar maanden lang. Spoorwijk, Den Haag, een arme probleemwijk, waar bewoners regelmatig lijnrecht tegenover het gezag staan. In tien afleveringen een schets van de wijk. Vandaag aflevering 7: de middenstand. Morgen een aflevering over woningcorporatie Vestia in Spoorwijk. Zie voor eerdere afleveringen nrc.nl/spoorwijk

Spoorwijk

Spoorwijk: de middenstand Een Spoorwijker heeft niet veel te besteden en dat zie je aan de winkelstraat. Maar met de dierenwinkel gaat het goed. Spoorwijkers met katten, vogels, vissen en honden zijn er genoeg. En Polen zijn een nieuwe doelgroep.

G

CAROLA HOUTEKAMER en FREEK SCHRAVESANDE

een betere plek voor een dierenwinkel dan een achterstandsbuurt. In die van Spoorwijk, op een van de beste ‘zichtlocaties’ aan de winkelstraat rinkelt de bel onder de deurmat haast onophoudelijk. Buurtbewoners komen er langs voor een kopje koffie tijdens hun ronde langs de AH, de Zeeman en Primera, hun Stafford of chihuahua snuffelend langs het schap. „Effe een snackie halen voor de hond.” Eigenaar Marcel, 42 jaar, is er best een beetje trots op. Nog nooit heeft zijn etalage er zo goed bij gestaan. Achter de ene ruit rust een pluche octopus op een strand met schelpjes, verderop sieren vlinders van kunststof de allernieuwste producten. Hoe anders was het vorig jaar, toen hij de dierenwinkel nog samen met zijn toenmalige vrouw runde. Dierenspeciaalzaak Jamanaro heette de winkel, naar de beginletters van de kinderen en henzelf. In de etalage stonden kattenbakken en verder niets. „Maar waarom zou je kattenbakken in de etalage zetten”, zegt Marcel, een aardige, tikje ingetogen vent. „De mensen

weten toch wel hoe een kattenbak eruitziet.” De kattenbakken naar achteren, dat is het eerste wat hij na de breuk met zijn vrouw heeft veranderd. Daarna heeft hij de etalage opgetuigd met vrolijkheid en heeft hij de naam van de dierenwinkel veranderd in de ‘De Vrije Vogel’.

Verandering zie je het beste aan winkelstraat de Goeverneurlaan Spoorwijk verandert sneller dan de statistiek kan bijhouden. Als instapbuurt voor migranten verwelkomde de wijk de eerste Litouwer in Nederland en zwaaide hem ook weer uit. De bevolking wisselt hier zo snel dat de adjunct van de basisschool jaarlijks eenderde van haar leerlingen in- of uitschrijft. Somaliërs vertrekken, Polen blijven – het schoolplein was in jaren niet zo wit. Verandering kun je het beste zien aan winkelstraat de Goeverneurlaan. Etalages vol Polskie produkty bepalen sinds kort het beeld. Je vindt er stapels goedkope halve liters naast brood en kwaliteitsvlees. Bakkerij Aad de Groot is overgenomen door een Turk en heeft nu koffiebroodjes én kebab. De Nederlandse eigenaresse van Petit Merci, al 22 jaar in de straat, verkoopt naast trouwpoppetjes voor op de taart sinds kort ook glazen korans met een strikje eromheen.

In een uitkeringswijk gaan mensen niet vaak op vakantie Maar ze hebben wel huisdieren

Gevels veranderen net zo snel. Op die tegenover de dierenwinkel stond eerst ‘Toko Jaya’, toen ‘Jong Java’, toen ‘Slijterij ADO’, in de clubkleuren groen en geel, en nu, omdat de voetbalclub niet zo gecharmeerd bleek, ‘Slijterij ADA’, in rood. Maar te midden van alle verandering is de heropening van de dierenwinkel aan de Goeverneurlaan op 22 februari toch het opmerkelijkst. Marcel staat in de ruimte achterin, omgeven door wanden vol kattenbakken, hondenmanden en aquariums. De dierenwinkel, vertelt hij, runt hij nu zes jaar. Daarvoor was Marcel nog hoofdboekhouder bij een groot autobedrijf, een goeie functie. „Die heb ik opgegeven”, zegt hij onbewogen, kijkend om zich heen. „Voor dit.”

FOTO’S PETER DE KROM

FEITEN EN CIJFERS

100 m

hij het vorig jaar november aan. Marcel maakte het uit, na 23 jaar. Eerst had hij er een hard hoofd in, maar de heropening – met de nieuwe winkelnaam als „stille” boodschap – is hem alles meegevallen. Samen met stagiairs en hulp uit de buurt maakte hij er iets moois van. En nu de spanning weg is, zijn de vaste klanten ook weer terug. „Ik heb het verleden achter me gelaten en ben met frisse moed opnieuw begonnen. Dat geeft vrijheid, rust, een stukje opluchting.” Klanten zien een nieuwe, energieke Marcel, „een mooie etalage en een enthousiast team”. Met gepaste trots: „Daar krijg ik ook complimenten over.”

De dierenwinkel is er voor iedereen, dus ook voor de kleine beurs Een Spoorwijker heeft niet veel te besteden. Maar de dierenwinkel is er ook voor de kleine beurs, zegt Marcel, die zelf in de buurt is opgegroeid. „Betaalbaarheid is echt de kracht van de winkel.” Zo giet hij een grote zak voer, 35 euro voor 10 kilo, zelf over in tien kleintjes die hij verkoopt à 3,50 euro. Klein voorverpakt is per kilo toch zo’n 60 cent duurder. Zo’n 70 procent van zijn klanten, weet Marcel, maakt er gebruik van. En zes keer per jaar houdt hij inentingsacties. Dan komt Dr. Woof langs uit Rotterdam, de budgetdierenarts. De mensen betalen dan alleen de vaccinatie

Het eerste briefje in de buurt met ‘poes kwijt, beloning’ in het Pools is gesignaleerd

en geen consultkosten. „Scheelt zo 30 euro”, rekent Marcel voor. Voor de deur staat dan al gauw een rij met tien honden. „Dat kan weleens tekeergaan ja.” Over klandizie heeft Marcel niets te klagen. Spoorwijkers met katten, vogels, vissen en honden zijn er genoeg. En ook Polen zijn een nieuwe doelgroep. Het eerste briefje in de buurt met ‘poes kwijt, beloning’ in het Pools is inmiddels gesignaleerd. „In een uitkeringswijk gaan de mensen niet vaak op vakantie”, zegt Marcel. „Maar ze hebben wel allemaal huisdieren.”

ADVERTENTIE

Als je samen een winkel begint, moet je wel een team zijn Marcel en zijn toenmalige vrouw hielden altijd al van dieren. Ze hadden katten, fretten, konijnen, vogels en honden. Maar als je samen een winkel begint, moet je wel een team zijn, en dat waren ze niet meer. Er hing altijd spanning in de winkel, zegt hij, en dat zagen de klanten ook. Het werd steeds rustiger. Achteraf, na de heropening, begreep Marcel pas waarom. „Op het moment zelf zie je zulke dingen niet. Je bent druk met je werk en met privé.” Na twee jaar moed verzamelen durfde

DEN HAAG

NRC 270814 / RJ

WAAROM SPOORWIJK?

Etalages met Polskie produkty, dat zie je er nu

Veranderingen in Spoorwijk kun je het beste zien aan winkelstraat de Goeverneurlaan. Poolse winkels bepalen er tegenwoordig het beeld.

Zondag 14 september

BAD KARMA FOR GOOD KARMA

Rokin 65 Amsterdam (vlakbij de Dam) T 020 755 35 53

Aan de hand van een vertoning van zijn werk, vertelt voormalig oorlogsfotograaf Jeroen Robert Kramer over situaties die een blijvende indruk op hem hebben gemaakt en hoe zijn haarscherpe observaties tot stand zijn gekomen. Aansluitend krijgt het publiek de mogelijkheid zelf vragen te stellen aan de fotograaf. In samenwerking met fotomuseum Huis Marseille. Aanvang 15.00 uur | Entree €5,Meer informatie en kaartverkoop via nrcrestaurantcafe.nl

Aantal inwoners Spoorwijk is een kleine wijk in stadsdeel Laak, Den Haag met 4.157 inwoners. De gemiddelde leeftijd van de inwoners ligt met 32,7 jaar onder het landelijk gemiddelde. Samenstelling Nog geen kwart van de wijk is autochtoon. In heel Nederland is dat gemiddeld 80 procent. Meer dan 25 procent in Spoorwijk is van Surinaamse afkomst, bijna 15 procent van Turkse afkomst, ruim 10 procent van Marokkaanse afkomst. Besteedbaar inkomen Het gemiddelde besteedbare inkomen in Spoorwijk is 1.500 euro per maand, 433 euro lager dan het Nederlandse gemiddelde. De gemiddelde woningwaarde is 130.000 euro. Bijna 400 mensen in de wijk maken gebruik van de voedselbank. Opleiding De helft van de bewoners heeft een laag opleidingsniveau, 38 procent middelbaar. 10 procent is hoogopgeleid.


.weten

nrc.next

8

DONDERDAG 28 AUGUSTUS 2014

9

FEITEN EN CIJFERS Aantal inwoners Spoorwijk is een kleine wijk in stadsdeel Laak, Den Haag met 4.157 inwoners. De gemiddelde leeftijd van de inwoners ligt met 32,7 jaar onder het landelijk gemiddelde. Samenstelling Nog geen kwart van de wijk is autochtoon. In heel Nederland is dat gemiddeld 80 procent. Meer dan 25 procent in Spoorwijk is van Surinaamse afkomst, bijna 15 procent van Turkse afkomst, ruim 10 procent van Marokkaanse afkomst.

Opleiding De helft van de bewoners heeft een laag opleidingsniveau, 38 procent middelbaar. 10 procent is hoogopgeleid.

Rudolf van Brammenstraat

Spoorwijk geeft Vestia een trap onder de bips

Vosmaerstraat

Morgen een aflevering over de politie en het koffiehuis. Zie voor eerdere afleveringen nrc.nl/spoorwijk

100 m

Spoorwijk: woningcorporatie Vestia Vestia is eigenaar van 975 van de 1.600 huizen in de wijk. En over die huizen zijn veel Spoorwijkers ontevreden. Dus klagen ze. Over tocht, verfschilfers en krakende traptreden. Maar ook over de nieuw geverfde voordeur.

D

CAROLA HOUTEKAMER en FREEK SCHRAVESANDE

oor elke wijk lopen wel een paar gevoelige zenuwen. Hondenpoep. Kapotte fietsen. Verslaafdenhostel. Grofvuil. Spoorwijk heeft ze ook. Begin over betaald parkeren, dan is de onvermijdelijke reflex: „1,70! NSB’ers! Ze zouden hun ouwe moer nog een bekeuring geven!” Begin over de Polen en je hoort dat die nu, eigenhandig, voor alle problemen in de wijk zorgen. Een Spoorwijkse vuist in een Pools gezicht is allang geen noviteit meer. Maar de zenuw in Spoorwijk die open en bloot ligt is Vestia – eigenaar van 975 van de 1.600 huizen in de wijk. Geef er een tikje op, en de spieren verharden zich onmiddellijk.

B517, welkom bij Vestia, staat er op het bonnetje In de wachtruimte van het Vestiakantoor aan de Dr. Lelykade in Scheveningen staat een plukje buurtbewoners. Drie autochtonen, drie van Turkse afkomst, twee van Javaans-Surinaamse. B517, welkom bij Ves-

tia staat op het bonnetje. Het is vijf over drie. De sfeer is gemoedelijk, maar de groep is vastberaden. „We gaan niet weg voor we een afspraak hebben”, zegt een bewoner tegen een baliemedewerker. Om half vier komt een meisje de trap af uit het kantoor boven. „Jullie moeten eerst het klachtenformulier invullen en een reactie afwachten per brief. Als het klachtenformulier in het systeem staat, kunnen jullie een afspraak maken.” De bewoner die het woord voert: „We zijn niet op oorlogspad.” Meisje: „Het wordt wel een individuele afspraak.” Bewoner: „We komen met z’n allen. Sommigen van ons spreken slecht Nederlands.” Meisje: „Dit is wat ik te horen kreeg.” Bewoner: „We willen een gesprek. We hebben het niet breed.” Het meisje steekt haar handen in de lucht: „Ik ben maar het boodschappenmeisje.” Eén van de bewoners in de wachtruimte is Marie, moeder en oma en uitbaatster van een Javaans eethuisje in Rotterdam. Zij moet, net als acht andere huishoudens uit de Rudolf van Brammenstraat en Vosmaerstraat in Spoorwijk, onterecht ont-

Jullie moeten eerst het formulier invullen en een reactie afwachten

vangen huurkorting terugbetalen aan Vestia. Die was door de huurcommissie toegewezen wegens gedoe met het ventilatiesysteem en de warmtepomp, waardoor er schimmel was en hitte en ze allemaal niet lang genoeg konden douchen. Duizenden euro’s kregen ze, ze waren er samen van uit eten geweest bij restaurant Centraal, wel vijftig euro de man. Maar de maandag erop stonden twee mannen in Marie’s tuin, met tien kilo papierwerk op de tuintafel. Ja, Vestia had hen gewaarschuwd. Leg die korting apart, die moet je straks terugbetalen. Maar ze hadden, zeggen ze, het geld nodig om de huizen op te knappen, zo vochtig als die waren, overal zilvervisjes, zelfs in het glas water naast het bed, bah. En toen oordeelde de rechter dat de korting echt terug moest. 7.200 euro, in één klap. Dat heeft Marie niet liggen, dat heeft niemand liggen. Daarom willen ze nu een afspraak om een regeling te treffen. Het meisje gaat het boven nog even vragen. Ze komt neeschuddend terug. „Eerst het klachtenformulier, dan een reactie, dan, eventueel, een gesprek.” Bewoner: „Ik heb donderdag negen klachtenformulieren op de bus gedaan.” Meisje: „Die zijn wel binnen, maar staan nog niet in het systeem.”

DEN HAAG

Spoorwijk

WAAROM SPOORWIJK De onderkant van Nederland zie je alleen als het misgaat. Zoals bij de uit de hand gelopen demonstraties in de Haagse Schilderswijk of bij politierellen in Ondiep, Utrecht. Wat je ziet zijn woedende buurtbewoners voor de camera en zwaailichten. Wat je weet zijn de overbekende statistieken: veel allochtonen, geen opleiding, weinig inkomen, veel strafblad. Maar hoe ziet de onderkant eruit als de camera’s en zwaailichten weg zijn? nrc.next bezocht zo’n wijk een paar maanden lang. Spoorwijk, Den Haag, een arme probleemwijk, waar bewoners regelmatig lijnrecht tegenover het gezag staan. In tien afleveringen een schets van de wijk. Vandaag aflevering 8: Vestia.

In de Vosmaerstraat en de Van Brammenstraat heeft elk adres wel een medisch probleem: vermoeidheid, migraine, astma, depressie. FOTO’S PETER DE KROM

NRC 210814 / RJ

Besteedbaar inkomen Het gemiddelde besteedbare inkomen in Spoorwijk is 1.500 euro per maand, 433 euro lager dan het Nederlandse gemiddelde. De gemiddelde woningwaarde is 130.000 euro. Bijna 400 mensen in de wijk maken gebruik van de voedselbank.

Bewoner: „We hebben drie keer een brief geschreven. We willen een gesprek.” Ze gaat het nog een keer vragen.

De verhouding met Vestia is slecht, soms moet de politie mee Wat is de relatie tussen een woningbouwvereniging en haar huurder? Je denkt: die van een commercieel bedrijf en een mondige klant. Bevalt je huis niet, dan zoek je toch een andere aanbieder? Maar zo is het niet. Ontevreden Spoorwijkers verkassen niet snel – waar kunnen ze heen? Dus klagen ze. Wie in de oudbouw woont over tocht, verfschilfers en krakende traptreden. Zet Vestia de voordeur een keer strak in de lak, dan zien de kritische bewoners altijd wel „putjes” en „waterpokjes.” De verhouding met Vestia is soms zo slecht dat er politie mee moet. Een bewoner: „Vestia komt er bij mij niet in. Die krijgen een trap onder hun bips.” Het gedrag van ex-topman Erik Staal zit veel Spoorwijkers ook niet lekker. Hij met z’n miljoenen in een villa op Bonaire, zij in deze tochtige huisjes – en dan huursverhoging durven vragen? Zijn vertrekpremie is niet de reden dat sommigen hun huis uitwonen of illegaal onderverhuren, maar het geeft hen wel een excuus. Feit is dat de

DE SPOORWIJKSE HUURDERSZAAK De Huurcommissie is een onafhankelijke, landelijke organisatie die zich bezighoudt met geschillen tussen huurder en verhuurder over huurprijs, onderhoud en servicekosten. De minister van Binnenlandse Zaken houdt er toezicht op. Een uitspraak van de Huurcommissie is bindend, maar de partijen kunnen wel in hoger beroep bij de rechter. Deze zaak is aangespannen door Vestia. Vestia vond dat de problemen verholpen waren, de Huurcommissie niet. De rechter gaf Vestia gelijk, de huurkorting moest worden terugbetaald.

renovatie van de 117 oude arbeidershuisjes in het hart van Spoorwijk was uitgesteld door de financiële malaise bij Vestia. In de nieuwbouw klagen ze ook. Marie’s huis is het resultaat van een grootscheepse opknapbeurt van Spoorwijk: 1.300 kleine arbeidershuisjes vol probleemgezinnen maakten plaats voor 750 stuks frisse nieuwbouw, plus stadspark. Het aanzicht van de wijk knapte op, notoire broeinesten verdwenen. Een deel werd omgebouwd tot een strook onspoorwijkse hoogbouw bij het spoor, maar in de laagbouw, waar Marie woont, vinden bewoners het gezelliger.

Schimmel op de plafonds, en een onverklaarbaar hoge energierekening Maar er is van alles mis. De ventilatie maakt een takkeherrie, er staat schimmel op de plafonds en de energierekening is onverklaarbaar hoog. Er komt een bewonersgroep, Effe Puffe? Liever Niet! die de media zoekt met een waslijst aan technische mankementen en bijbehorende gezondheidsklachten. Uit een inventarisatie blijkt op elk adres in de Vosmaerstraat en de Van Brammenstraat wel een medisch probleem: vermoeidheid, migraine, neusbloedingen, astma, cholesterol, depressie, zelfs een

Maar ik heb donderdag al negen formulieren op de bus gedaan

kind dat aan de puffer moet. Vestia pakt - na jaren inertie, de woordvoerder geeft het zelf toe - de problemen aan. Maar Marie is niet tevreden. Het vocht en de beestjes zijn niet weg. „En we kunnen maar dertig minuten douchen. We wonen hier met z’n zessen!” Zij weet niet hoe die Hollanders over hygiëne denken, maar zij douchen gewoon twee keer per dag. Haar man: „Zeven minuten was het advies. Maar wat als ik net m’n kind heb ingeshampood?” Tegen de glazenwasser die bij de buren aan het werk is: „Hey, gebruik jij niet ook te veel water?” Ze lachen. Marie begrijpt dat ze verloren heeft, al snapt ze niet waarom de huurcommissie haar wél en de rechter haar géén gelijk gaf. Kan iemand haar dat nou eens uitleggen? Want ze heeft net duizenden euro’s in haar eethuisje geïnvesteerd, en nu dreigt Vestia met deurwaarders en huisuitzetting. „Negen gezinnen, dat kunnen ze toch niet doen? We zijn één schip, we moeten door.” In het Vestiakantoor, kwart voor vier. Het meisje daalt de trap weer af. „We wachten toch het klachtenformulier af.” De bewoners: „Wij blijven hier.” En dat doen ze, tot vijf politieagenten hen er om half zes uitzetten.


.weten

nrc.next

8

VRIJDAG 29 AUGUSTUS 2014

9

FOTO

k ing erd plein b l A ijm Th

In het Marokkaanse koffiehuis blijven de jongens uit de buurt graag hangen. En laatst kwam er voor het eerst een Pool binnen, voor een glaasje muntthee.

Spoorwijk

Regel één: niemand verraadt zijn buren

Alex heeft zijn huis extra beveiligd, nog uit de tijd dat junks zijn deur openbraken – alweer twintig jaar geleden. FOTO’S PETER DE KROM

Oltmansstraat DEN HAAG

t straa Beets

g lwe me im h Sc

Spoorwijk: de wijkagenten De jongens in Spoorwijk haten de politie. Maar voor de wijkagenten hebben ze best respect. Agenten Eric en Marc proberen criminaliteit in de kiem te smoren. „Jongeren van twaalf doen hier al aan afpersing en dealen. Als ze achttien zijn, ben je te laat.” WAAROM SPOORWIJK? De onderkant van Nederland zie je alleen als het misgaat. Zoals bij de uit de hand gelopen demonstraties in de Haagse Schilderswijk of bij politierellen in Ondiep, Utrecht. Wat je ziet zijn woedende buurtbewoners voor de camera en zwaailichten. Wat je weet zijn de overbekende statistieken: veel allochtonen, geen opleiding, weinig inkomen, veel strafblad. Maar hoe ziet de onderkant eruit als de camera’s en zwaailichten weg zijn? nrc.next bezocht zo’n wijk een paar maanden lang. Spoorwijk, Den Haag, een arme probleemwijk, waar bewoners regelmatig lijnrecht tegenover het gezag staan. In negen afleveringen een schets van de wijk. Vandaag aflevering 9: de politie en het koffiehuis. Dit was de laatste aflevering. Lees de eerdere afleveringen via nrc.nl/spoorwijk

CAROLA HOUTEKAMER en FREEK SCHRAVESANDE

In het politiebusje De beruchte Oltmanstraat. „Hier wordt niet ingebroken.” Gegrinnik vanaf de voorbank. „Dat durf je niet.” Het politiebusje zwiept het volgende nauwe straatje in. Hop, langs een snackbar met afgeplakte ramen, „Erics projectje”. Hop, langs het altijd leegstaande Cruyffcourt. En door, langs de Thaise salon met een vergunning voor iets meer dan een massage. Weer gegrinnik. „Daar hoef je niet op je buik te liggen.” Wijkagenten Eric Borst en Marc Quadflieg kennen Spoorwijk door en door, dit is hun wijk. Ze weten wiens broertje dealt, op wiens naam die dure Lexus staat, wie net uit de bak is gekomen. Zie je die camera’s daar op het plein? Die mogen van hen nog wel even blijven hangen, er was altijd gedoe daar. „Intimidatie, drugs, heling.” Vandaag rijden Eric, twee meter vijf, en Marc, twee koppen kleiner, met de verslaggevers een rondje door hun wijk. Bij uitzondering in het politiebusje, want meestal lopen of fietsen ze. „Dan kunnen de mensen naar ons toe komen.” Hun doel: criminaliteit in de kiem smoren, zo vroeg mogelijk. „Jongeren van twaalf doen hier al aan afpersing, slopen,

dealen. Als ze achttien zijn, ben je te laat.” Het politiebusje rijdt langs de imposante hindoetempel op het Alberdingk Thijmplein. „De straat erachter vond dat het naar wierook stonk en begon flesjes bier op de gelovigen te gooien.” En langs het koffiehuis. Hier zitten de jongens van de wijk, ook die waar de politie het druk mee heeft. Vijf meter is de afstand tussen hen: de jongens met „handeltjes”, leden van de Quote-groep en agenten met hun bonnenboek. Vijf meter tussen overtreders en de handhavers, tussen onder- en bovenkant. Is dat veel of weinig?

In het koffiehuis In het Marokkaanse koffiehuis aan de Guido Gezellestraat – pal naast de Turkse snackbar die geen Turkse pizza’s meer verkoopt, de mensen willen toch alleen patat – is het om 1 uur al druk. Voetbal op tv, partshibord, Red Bull en blauwe Fernandez op tafel, wolkjes zoete rook uit de shisha, geen muziek. De bezoekers zijn de grens van achttien gepasseerd, uitbater Rachid wil geen kinderen in z’n tent. Laatst kwam hier voor het eerst een Pool binnen, voor een glaasje muntthee. Normaal zit hier de gebruikelijke mix van autochtone, Hindoestaanse, Marokkaanse, Surinaamse en Turkse afkomst. Ze hebben eindelijk weer een honk in hun wijk.

Het koffiehuis is nu een jaar open, hiervoor was er niks in Spoorwijk

Het koffiehuis is nu een jaar open, hiervoor was er niks in Spoorwijk. De keet bij sporthal ’t Zandje is dicht, café’s voor jongeren zijn er niet. Een welzijnswerker zag de jongens op straat hangen, of ze zaten bij moeder thuis aan de eettafel. Hij opende het koffiehuis zonder naam. Aan de pokertafel („niet voor geld, dat mag niet”) doen ze een spelletje. Veel dialoog is er niet.

In het politiebusje De tocht gaat langs het gebarricadeerde huis aan de Schimmelweg van de afgetrainde Alex, 72 jaar, uit Curaçao. Tralies voor de ramen, rollen prikkeldraad op de schutting. Dat was nog uit de tijd dat junks z’n voordeur openbraken en tegen z’n gevel pisten, inmiddels alweer twintig jaar geleden. Je kunt beter verhuizen, had een agent tegen ’m gezegd. Nou, mooi niet! Alex, die bij de mariniers werkte, timmerde zijn voordeur dicht en hield stand. Door naar de beruchte Beetsstraat, jarenlang een vrijstaat, een no-go zone voor de politie. In de straat, gedomineerd door een paar families, hing voor de renovatie „een dreigende sfeer”. Drugs, drank, vechtpartijen. De onoverzichtelijke tuintjes tussen de straten helpen de politie niet. En regel één, niemand verraadt een buurtbewoner. Hoe dat gaat? Een bewoonster, die pas nog een jongetje plat op z’n buik voor het raam zag liggen: „Ik dacht: wat ligt er nou in mijn tuin? En daarna de

politie die langsreed. Ik hield me stil. ‘Dank u wel, mevrouw’, fluisterde hij.” Spoorwijk is een wijk waar de bewoners lijnrecht tegenover het gezag staan. Altijd zo geweest. Wie buurtbewoners over vroeger hoort, hoort verhalen over KPS, Knokploeg Spoorwijk, die erop los sloeg, over eieren gooien naar de politie. Het kerstbomen rauschen zorgde ieder jaar voor gedonder, het vechten met boksbeugels en fietskettingen tegen andere wijken ook. Een paar jaar geleden was de afstand tussen politie en wijk misschien wel het grootst. Toen een arrestatieteam een man met een wapen uit een huis wilde halen, keerden zo’n vijftig bewoners zich met vuurwerk tegen de politie. De ME moest eraan te pas komen. Dat was de druppel. Burgemeester Van Aartsen kwam langs en overal werden camera’s opgehangen.

In het koffiehuis Wat is je toekomst als je in Spoorwijk opgroeit? De jongens in het koffiehuis rond de pokertafel zijn pessimistisch. Met 1.800 euro in de maand zouden ze dik tevreden zijn. Maar een verklaring omtrent het gedrag is net zo lastig te halen als een diploma. Eén, spijtig: „Ik had ’m bijna!” Hij ging toch weer de fout in. Een ander kon filiaalmanager worden bij het Kruidvat, „1.700 euro!” Maar ja, het strafblad. Je moet eerlijk zijn als je solliciteert,

weten ze. „Als ze vragen wat je de afgelopen tien jaar hebt gedaan. Tja, jeugdtbs....” Voor sommigen blijft alleen de sociale werkplaats over, „maar dat ga ik niet doen”. De criminaliteit is een logische stap. Het is je hele wereld, zeggen ze. „Je praat over handeltjes, je ziet het, je hoort erover. De ene keer lukt het, de andere keer word je betrapt.” De jongens groeiden erin, van jongs af aan. Eén: „Op m’n tiende pikte ik al sigaretten bij de Albert Heijn, die lagen toen nog niet bij de kassa.” Criminaliteit is een verslaving, zegt één van de jongens. Want geld is leuk. Van een handeltje koop je geen auto, maar wel mooie kleren, of je gaat er een keer flink van stappen voor een paar honderd euro. Maar je wordt er ook moe van. Schuldbesef is niet een reden om je leven te beteren, spijt hebben ze niet. „Je weet wat je doet. Het is je eigen beslissing.” Is er dwang? Moeten ze meedoen van de groep? Nee, beweren ze. „Iedereen kiest z’n eigen weg en dat is oké.” Het is de onzekerheid, de onrust die op den duur te zwaar gaat drukken. Vastzitten, dan weer terug, dan weer vastzitten. Sommigen stoppen of doen nog enkel handeltjes „met minder risico”. En als je je een keer schuldig voelt, dan is het alleen naar je moeder toe. Die wil je geen verdriet doen. Eén: „Mijn moeder is ook niet meer de jongste.”

Als wijkagent kun je niet altijd maar een bon uitschrijven

In het politiebusje Het politiebusje rijdt door de Van Zeggelenlaan. Hier trof Eric in november nog een man in z’n onderbroek aan in z’n huis, uitgemergeld in z’n hondenmand. De eigenaar van de Turkse supermarkt had bij hem aangedrongen om een keer te gaan kijken. Marc: „In Schilderswijk trekken mensen hun voordeur dicht, al brandt de hele stad af. Hier is saamhorigheid.” In drie grote acties veegde de politie de wijk afgelopen jaren schoon. Eerst de dealers op het Jopplein voor de basisschool, toen de groep jonge jongens die inbraken in hun eigen buurt, daarna de bende van de Quote. De misdaadcijfers zijn volgens de politie omlaag gegaan en Eric en Marc hebben het „mede dankzij het werk van de vorige wijkagent” inmiddels een stuk makkelijker. Nu komt het aan op tact. Eric en Marc rijden met opzet niet in burgerauto’s, die kent de wijk toch wel. Zij zitten op de fiets, of op de bankjes, midden tussen de jongeren die hen liever ontwijken. „Je moet laveren”, weten ze. „Als wijkagent kun je niet altijd maar een bon uitschrijven.” Dus waarschuwen ze eerst als iemand dubbel parkeert. „Anders heb je het voor een half jaar verpest.”

In het koffiehuis Op de stoep voor het koffiehuis staan de jongens te grappen.

„Hoe noemen we Eric nou altijd?” „Lange!” Een ander: „Lange paling, zei ik een keer. Vond-ie niet leuk. Hij zei: als je het nog één keer zegt, krijg je een bekeuring.” „Lange paling, hahaha, lange paling.” „Toen kreeg ik een bekeuring thuis gestuurd.” Weer een ander: „Dat snap ik wel. Dat kan hij zich niet laten zeggen.”

In het politiebusje Goodwill kweken, prima, maar over je heen laten lopen, dat kan niet. Eric: „Het Haagse alfabet begint met een K. Kankerdit, kankerdat. Als iemand ‘kankerjood’ zegt, dan pak ik dat aan. Dat moet je niet laten schieten.” Haten de jongens in Spoorwijk de politie nou? Ja, zeggen ze. Maar voor de wijkagenten hebben ze „best respect”. Eén: „Toen ik uit de bak kwam, kreeg ik een boete waar ik niks aan kon doen. Toen heeft Marc me geholpen er vanaf te komen.” En andersom? Eric, tegen de verslaggevers: „Schrijf je nou eens een keer wat leuks over deze wijk?”

In het koffiehuis, een tijd later Wijkagent Eric komt binnen en bestelt een kop koffie. De jongens kijken even op, daarna gaat het spel aan de pokertafel zwijgend verder.

Profile for Laaktheater

Artikelen Spoorwijk - NRC Next  

In augustus 2014 is er een negendelige serie verschenen over de wijk Spoorwijk in de NRC Next

Artikelen Spoorwijk - NRC Next  

In augustus 2014 is er een negendelige serie verschenen over de wijk Spoorwijk in de NRC Next

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded