Issuu on Google+

Dramatic

Ning Kam, viool

Bruisende symfonie versus aangrijpend concerto.

Donderdag 17 oktober 2013, 20u15 CC Het Perron, Ieper Vrijdag 18 oktober 2013, 20u AMUZ, Antwerpen Zaterdag 19 oktober 2013, 20u Conservatorium, Gent Zondag 20 oktober 2013, 11u Concertgebouw, Brugge Zaterdag 26 oktober 2013, 20u CC Zwaneberg, Heist-op-den-Berg


Programma Symfonie nr. 7 in re klein voor strijkorkest Felix Mendelssohn (1809-1847) Allegro Andante amorevole Menuetto – Trio Allegro molto Concerto Funèbre voor viool en strijkorkest Karl Hartmann (1905-1963) Introduction (Largo) Adagio Allegro di molto Choral

Pauze Strijkkwartet opus 95 ‘Serioso’ (arr. G. Mahler) Ludwig van Beethoven (1770-1827) Allegro con brio Allegretto ma non troppo Allegro assai vivace ma serioso Larghetto espressivo - Allegretto agitato


Programma Tussen bittere ernst en hartverscheurende angst… Sinds het begin van haar ontstaan heeft de muziek onnoemelijke keren de gedaante aangenomen van een interessante verteller. Een verteller die telkens opnieuw in een andere taal een gevoel of stemming probeert over te brengen naar het publiek. De muziek vormt met andere woorden een perfect medium voor een componist om zijn diepste gedachten te veruitwendigen. Tijdens dit concert baant Het Kamerorkest zich een weg tussen frisse, uitbundige melodieën van de jonge Mendelssohn, ernstige overpeinzingen van Beethoven en pakkende, emotionele uitroepen van Hartmann.

Symfonie nr. 7 in re klein | F. Mendelssohn De prelude op dit dramatische gebeuren valt te beurt aan de 7de Symfonie voor strijkers van Felix Mendelssohn (1809-1847). Met deze vierdelige ‘Sinfonia’ tracht de jonge Mendelssohn zich in te schrijven in de rijke symfonische traditie van Haydn, Mozart en Beethoven. Ondanks de mineurtoonaard en de talrijke grimmige tuttipassages, verraadt deze muziek een opgewekte ingesteldheid en een dosis speelsheid. De vroege muziek van Mendelssohn klinkt op een bepaalde manier erg onbezorgd. Mendelssohn groeide op in een welgesteld, intellectueel joods milieu waar hij in aanraking kwam met een uiterst stimulerende omgeving. Al snel bleek dat de jonge Mendelssohn een ongezien talent had voor muziek. Hij volgde pianolessen sinds zijn zesde en groeide in korte tijd uit tot een echte ‘kindster’; een nieuwe Mozart aan het romantische firmament! Tussen 1822 en 1824 componeerde hij twaalf strijkerssymfonieën. Deze composities illustreren op treffende wijze het stijlidioom dat de jonge Mendelssohn in deze tijd ontwikkelde. Gefascineerd door de affectieve muziek uit de barok en begeesterd door de universele taal van de classici, creëerde hij een persoonlijke taal die de verwezenlijkingen van het verleden combineerde met de esthetische premissen van de hedendaagse romantische tijdsgeest. Het resultaat, met de Symfonie nr. 7 als voorbeeld, is muziek die naast romantische ‘Sturm und Drang’-passages, blijk geeft van een klassieke lichtvoetigheid, gecombineerd met een vooruitsturende, bijna machinale barokke puls.

Concerto Funèbre | K. Hartmann Bij het Concerto Funèbre van Karl Amadeus Hartmann (1905-1963) valt er van deze opgeluchte klassieke klanken weinig terug te vinden. Het werk wordt vaak omschreven als een emotionele aanklacht tegen het opkomende naziregime in Duitsland. Als overtuigd communist stelde Hartmann alles in het werk om zich af


Programma te zetten tegen de regerende klasse. Het mag dan ook echt een wonder zijn dat hij deze verschrikkelijke periode overleefd heeft. Als componist viel Hartmann eigenlijk tussen de mazen van het muziekhistorische net; te jong voor de Tweede Weense School en te oud voor ontwikkelingen van de avant-garde in de tweede helft van de 20ste eeuw. Toch creëerde Hartmann een unieke taal die een combinatie was van een gepersonaliseerde atonaliteit, een typisch Duits expressionisme en een eclectische mengeling van neostijlen en zelfs jazz. Het eerste deel van dit werk kan het best omschreven worden als een zoekende, vertwijfelde introductie. Gebaseerd op het Tsjechische koraal ‘Jullie zijn Gods strijders’ brengt de solist aarzelend een thema op de voorgrond dat om de haverklap onderbroken wordt door tutti-interventies van de strijkers. De grimmige sfeer van dit eerste deel met talloze op hol geslagen dissonanten symboliseert de dramatische setting waarin Hartmann het concerto heeft geschreven. De muziek zet zich zonder onderbreking verder in een lamento-achtig ‘Adagio’. De uitgesponnen chromatiek brengt de dramatische gedachte opnieuw tot leven. De begeleiding neemt in dit ‘Adagio’ via een sterk doordachte, gepunte ritmiek de gedaante aan van een langzame treurmars. Hoe repetitief de begeleiding, des te opvallender is het quasi improvisatorisch spel van de solist. Op een klagende, bijna fatalistische toon tast de viool de grenzen van de tonaliteit af. Het lamento van de viool transformeert in dit tweede deel langzaam maar zeker naar een buitensporige climax die zich vooral in de hoge registers afspeelt. Opvallend is dat de solist zich uiteindelijk aansluit bij de gepunte ritmiek van de begeleiding om op een uniforme wijze een zeer diepe en klankrijke coda op de voorgrond te brengen. Als een lugubere ‘Danse macabre’ met een repetitief openingsmotief vangt het derde deel van dit concerto aan. Hartmann schakelt alle dramatische muzikale middelen in om dit deel kracht bij te zetten. Obsessieve ostinato’s, explosieve akkoorden en een botte afwisseling tussen arco- en pizzicatogedeelten wisselen elkaar snel af. De geagiteerde sfeer neemt nog toe door de gierende viool van de solist die via excessieve chromatische interventies naar een climax toewerkt. De opbouw van deze climax wordt echter tweemaal onderbroken door een mysterieus, uiterst stil rustpunt. Na een heldere slotcadens van de solist dooft de muziek op een berustende wijze uit. In het laatste deel wordt de koraalmelodie opnieuw op de voorgrond gebracht, maar kwijnt langzamerhand weg in een fragmentarisch, etherisch gebrabbel. In een uiterst bruusk, dissonant slotakkoord tracht Hartmann voor een laatste keer alle dramatiek van de compositie te bundelen.


Programma Strijkkwartet opus 95, ‘Serioso’ – L. van Beethoven Een componist die in dit concert zeker en vast niet kon ontbreken is Ludwig van Beethoven. Beschouwd als de eerste echte romanticus kende Beethoven een bewogen levensloop waarin hij als populaire zonderling door het leven ging. Hij doorbrak op eigenzinnige wijze de verwezenlijkingen van het classicisme om op die manier een romantische taal te ontwikkelen. Vormschema’s werden gevarieerd, harmonieën werden complexer en melodieën onvoorspelbaar. Kortom, alle muzikale parameters namen nieuwe gedaantes aan. Ook wat het strijkkwartet betreft borduurde Beethoven verder op de verworvenheden van Haydn en Mozart. Strijkkwartet nr. 11, opus 95 bekleedt in dat opzicht een speciale plaats. Volgens kenners is dit het kwartet waar Beethoven definitief afscheid nam van het verleden en de deur opende voor zijn latere stijl die moeilijk, doordacht en rusteloos zou worden. Gebald, complex en uiterst dramatisch. Zo kan het eerste deel van dit kwartet het best omschreven worden. Sterker nog, dit eerste deel is qua lengte het kortste deel van alle strijkkwartetten van Beethoven. Nadat drie uitgesproken thema’s elkaar trachten de loef af te steken in een openende expositie, versterkt een compacte doorwerkingspassage met rauwe akkoorden de geladen klank. Een gevarieerde herhaling van de thema’s van de expositie vervolledigt de sonatevorm. Dit eerste deel zet op een dramatische wijze de toon voor een kwartet dat het moet hebben van zijn grote gestes en gedrongen harmonieën. Het tweede deel zorgt voor een moment van verpozing na de overweldigende kracht van het eerste. Beginnend als een lyrisch, traag deel tracht Beethoven een rustpunt te zoeken via breed uitgesponnen, diepe strijkersklanken die doen denken aan de rijke doch complexe taal van zijn late strijkkwartetten. Na de intieme openingssectie, verschijnt een vervormd, chromatisch thema op de voorgrond dat fugatisch wordt uitgewerkt. De snel op elkaar volgende voorstellingen van het thema in de verschillende stemmen bewerkstelligen een gezwollen climax met een geïntensifieerd klankbeeld. Gecompliceerde, onopgeloste akkoorden en plotse stiltes duiken naar het einde frequenter op om de overgang naar het derde deel beter te realiseren. Zonder uitgesproken pauze dendert de muziek, die de sfeer van het eerste deel overneemt, in het scherzo verder. De ‘Serioso’-aanduiding van het derde deel, waaraan dit kwartet zijn naam verleent, wordt ingevuld door opspringende intervallen die op een quasi monothematische manier een obsessief thema veruitwendigen. Niet de vijfdelige structuur van dit scherzo vormt het fundament, maar wel de constante dreiging die zich via geagiteerde bokkensprongen opdringt. Beethoven wist dat, wanneer deze dramatiek te lang op de voorgrond bleef, het


Programma klankbeeld te eentonig zou worden. Daarom koos hij ervoor om het vierde deel te beginnen met een plechtstatige inleiding. Toch is dit gewrongen, geforceerde rustpunt eerder van korte duur. Een koortsachtige rondovorm, waar de verschillende thema’s elkaar om de haverklap afwisselen, brengt het compacte, complexe en uiterst geconcentreerde klankbeeld helemaal terug. Dat de muziek hier letterlijk en figuurlijk uit zijn voegen barst, geeft aan dat Beethovens stijlidioom zich werkelijk op een kantelpunt begeeft. De eerder opgewekte klanken op het einde van dit kwartet geven ironisch aan dat er na de regen toch misschien nog zonneschijn zal komen. Tekst. Jasper Gheysen


Het Kamerorkest & Ning Kam Ning Kam werd geboren in Singapore. Vanaf 1987 studeerde ze aan de Menuhin Music Academy in Londen. Ze vervolgde haar studies in de Verenigde Staten aan het Curtis Institute en nadien aan het Cleveland Institute of Music. Ning Kam won onder meer de eerste prijs in het MenuhinConcours voor junioren (1991) en behaalde de Tweede Prijs 'Prix du Gouvernement Fédéral Belge Eugène Ysaÿe' tijdens de Koningin Elisabethwedstrijd voor viool in 2001. Ning Kam koestert een bijzondere interesse voor hedendaagse muziek. Ze speelde reeds diverse wereldpremières van creaties, die al dan niet speciaal voor haar gecomponeerd werden. Sinds 2011-2012 is Ning Kam de artistiek leider van Het Kamerorkest. Samen met intendant Dirk Coutigny stippelt ze de muzikale toekomst van dit orkest uit. Het Kamerorkest is een strijkorkest dat zich voornamelijk toespitst op het repertoire vanaf de romantiek tot en met de 21ste eeuw. Daarbij wordt bijzondere aandacht besteed aan creaties van hedendaagse componisten. Van 2007 tot 2011 was Ivan Meylemans dirigent van Het Kamerorkest. In samenspraak met Dirk Coutigny, intendant van Het Kamerorkest én het Symfonieorkest Vlaanderen, wist Meylemans aan de hand van uitgekiende concertprogramma’s en uitstekende solisten uit binnen- en buitenland nieuwe wegen te bewandelen. Samen met stervioliste Ning Kam, tweede laureate van de Koningin Elisabethwedstrijd 2001, ging Het Kamerorkest vanaf 2011-2012 een nieuwe richting uit waarbij de solist voortaan de rol van dirigent én solist op zich neemt tijdens tuttiwerken en solopassages.


Musici Het Kamerorkest Eerste viool

Tweede viool

Cello

Contrabas

Ning Kam Dirk Lippens Eddy Desnijder Nele Cornillie Anne Pas Stefaan Craeynest Jan Matthé Marijke Gonnissen

Marleen Ydiers Hans Cammaert Dirk Gabriels Tania Mestdagh

Altviool

Liesbeth De Lombaert Kaat De Cock Eva Van De Ven Barbara Smet

Thomas Fiorini

Eerstvolgend concert 'Marimba' KOEN PLAETINCK marimba

D. Wirén Serenade voor strijkorkest E. Séjourné Concerto voor marimba en strijkorkest E. Grieg Strijkkwartet nr. 1 in g, opus 27 (arr. R. Tognetti)

Zondag 1 december 2013, 11u Kamermuziekzaal Concertgebouw, Brugge Vrijdag 6 december 2013, 20u AMUZ, Antwerpen Zaterdag 7 december 2013, 20u Miryzaal Conservatorium, Gent

Info & tickets Het Kamerorkest Westmeers 74 8000 Brugge +32 (0)50 81 66 18 tickets@hetkamerorkest.be www.hetkamerorkest.be


Het Kamerorkest - Toelichting bij concert 'Dramatic'