Page 1

ROB DE LANGE

INSIDE ASML

Zoektocht naar de succesfactoren achter ‘s werelds grootste chipmachinebouwer

Speciale bijlage Zaterdag 15 oktober 2016


Inhoud INLEIDING3 HOOFDSTUK 1

DE TOVERLANTAARN

7

HOOFDSTUK 2

‘A BIGGER BANG FOR THE BUCK’

23

HOOFDSTUK 3

ARMPJE DRUKKEN MET ASML

41

HOOFDSTUK 4

DE TECH-TOVENAARS

59

HOOFDSTUK 5

‘ASML NAAR DE RANDSTAD? UITGESLOTEN’

81

EPILOOG87

Colofon: Uitgever Eugénie van Wiechen Hoofdredacteur Jan Bonjer Redactie Rob de Lange Eindredactie Robert Slagt Beeld ASML, Jasper Juinen, Hollandse Hoogte Infographics Ramses Reijerman Ontwerp Titus Knegtel Druk Habo DaCosta bv, Vianen. De gegevens in deze publicatie zijn ontleend aan betrouwbaar geachte bronnen. Voor eventuele onjuistheden kan Het Financieele Dagblad geen aansprakelijkheid aanvaarden. Alle auteursrechten en databankrechten ten aanzien van (de inhoud van) deze uitgave worden uitdrukkelijk voorbehouden. Deze rechten berusten bij Het Financieele Dagblad BV c.q. de betreffende auteur. Foto’s omslag: Joyce van Belkom, ANP (boven), Joost van den Broek, HH (onder)


Inleiding

S

chakelingen van een miljardste meter, lichtbundels die 50.000 keer per seconde op microscopische druppeltjes tin schieten in een volledig vacuüm getrokken omgeving, lenzen die een half jaar moeten afkoelen voor ze bruikbaar zijn, ultravlakke spiegels van een miljoen euro per stuk, chipmachines net zo duur als een Boeing en zo groot zijn dat ze daar nauwelijks in passen. Bijna alles wat zich bij ASML in het Brabantse Veldhoven afspeelt gaat het voorstellingsvermogen van de menselijk geest te boven. ‘Wij maken dingen die zo complex zijn dat ze het bijna niet doen’, zei een van de eerste ceo’s van ASML ooit cryptisch. Nog moeilijker voor te stellen is hoe al deze tovenarij op nanoniveau voor een belangrijk deel het ritme van onze vooruitgang bepaalt: niet alleen in Nederland, maar voor de hele wereld. Slaagt ASML er niet in een nieuwe generatie machines te bedenken waarmee nog sneller, nauwkeuriger én betaalbaarder chips gemaakt kunnen worden, dan stokt de verdere digitalisering van de samenleving en kunnen er even geen nieuwe iPhones worden afgeleverd. Is hier sprake van enige journalistieke overdrijving? Nauwelijks. De mondiale techwereld stort acuut in een diepe crisis als ASML morgen om wat voor reden dan ook besluit om de productie stil te leggen. Misschien is dat voor een enkele zonderling een wenkend perspectief, maar bij de gemiddelde wereldburger zou het een ongemak teweeg brengen waarbij menig ander dagelijkse ergernis verbleekt. In iedere smartphone of tablet die u waar dan ook ter wereld koopt, kunnen chips zitten van Intel, Samsung of een andere fabrikant. Maar het is vrijwel zeker dat diezelfde chips zijn geproduceerd door een machine die door ASML in elkaar is gezet.

3


Maak nu in gedachten de volgende duizelingwekkende stap: het aansluiten van al onze technische apparatuur op het internet - van de complete luchtbeveiligingssystemen van de NAVO tot en met de haardroger bij u thuis - vergt de komende jaren honderden miljarden chips, ofwel integrated circuits (ic’s). De chips die voor deze digitale big bang nodig zijn, worden voor 85 procent gemaakt op machines van ASML uit Veldhoven. Het is een bizar groot marktaandeel in een sleutelsector van de wereldeconomie, met twee belangrijke gevolgen. Enerzijds is het financieel de droom van iedere ceo, anderzijds doet deze marktpositie een enorm zwaar beroep op de vindingrijkheid van de engineers uit Brabant. ASML beklimt iedere dag de overtreffende trap - en de hoogste tree is nog lang niet in zicht. Het bedrijf realiseerde in 2015 een omzet van ruim 6 miljard euro en heeft de verwachting uitgesproken dat dit bedrag in 2020 zal zijn gegroeid tot 10 miljard euro. Het belang van ASML voor de Nederlandse economie is dus groot. De machines uit Brabant dragen langzamerhand meer bij aan het landelijke bnp dan al het geschuif met containers in de Rotterdamse haven. Bovendien geeft het bedrijf uit Veldhoven een stevige impuls aan allerlei wetenschappelijk onderzoek en is er rondom het voormalige Philips-onderdeel een uniek ecosysteem gecreëerd waaraan honderden Nederlandse toeleveranciers zijn verbonden, die op hun beurt mee worden getrokken in het succes. Desondanks is buiten beursanalisten en beleggers - die al jaren een mooi dividend krijgen bijgeschreven - het beursgenoteerde bedrijf uit Veldhoven bij het grote publiek relatief onbekend, en misschien wel het best bewaarde geheim van ons land. Wij Nederlanders tanken Shell en kopen een lamp van Philips. ASML-producten liggen niet in de schappen van de supermarkt, en ook al puilen onze telefoons en tablets uit van de chips, het logo van ASML staat nergens vermeld. Het FD kreeg de unieke gelegenheid om enkele weken in de haarvaten van het wonderbedrijf uit Veldhoven te kruipen en van nabij de koortsachtige strijd te volgen waarin de chipmachinebouwer is verwikkeld: om steeds sneller, nauwkeuriger én goedkoper te produceren. We maken kennis met de bevlogenheid en het perfectionisme van de doorsnee ASML-er. Hoe slagen de bijna

4

INSIDE ASML


15.000 werknemers erin iedere keer weer toepassingen te ontdekken die zich voorbij de grenzen van de natuurwetten en onze verbeelding bevinden? En zijn ze in staat om hun voorsprong vast te houden, zodat chips betaalbaar blijven voor klanten - en dus uiteindelijk ook voor de consument? Kortom: wat is het geheim van het miljardenbedrijf uit Veldhoven? Mijn verhaal begint in december 1983, toen bij 45 werknemers van Philips een brief op de mat belandde waarin zij te horen kregen dat op hun diensten niet langer prijs werd gesteld. We kregen ze de mogelijkheid over te stappen naar een nieuw joint venture waarvan niemand kon uitleggen wat ze precies gingen doen. Zo’n veertig van hen - mannen die werden gedreven door een idee van een ongekend hoog abstractieniveau en met een flinke dosis durf - waagden de overstap en betrokken een oud gebouwtje op een verlaten terrein van Philips.

Rob de Lange

5

INLEIDING


Boven: Het eerste onderkomen van ASML op een terrein van Philips. Onder: Groepsportret van de eerste ASML-ers begin jaren tachtig

FOTO’S: ASML

6

INSIDE ASML


HOOFDSTUK 1

De toverlantaarn

‘O

f ik wel eens heimwee heb naar ASML?’ Steef Wittekoek zwijgt en bestudeert langdurig de neus van zijn linkerschoen. 78 jaar is de oudcto (chief technology officer) van ASML, hoewel die aanduiding nog niet op zijn kaartje stond toen hij begin jaren tachtig het wetenschappelijk brein vormde van het groepje ASML-pioniers. Wittekoek is een gepromoveerd fysicus. Zijn industriële interesse bracht hem, zoals veel andere techneuten in die tijd, binnen de muren van het Natlab, het gerenommeerde onderzoeksinstituut van Philips. Daar groeide hij uit tot een begrip in de wereld van halfgeleiders en lithografie. Veel ASML-ers, onder wie de huidige cto en sterke man van het bedrijf, Martin van den Brink, zijn schatplichtig aan ‘Mr Lithography’, zoals zijn bijnaam in de loop der jaren ging luiden. Zelfs op hoge leeftijd wordt zijn kennis en ervaring nog een paar keer per jaar ingeroepen, onder andere als lid van de wetenschappelijke adviesraad van Cymer, een hoogwaardig techbedrijf uit Silicon Valley, dat enkele jaren geleden werd ingelijfd door ASML. ‘Hier kan iets groots verricht worden’, schreef Jan Pieterszoon Coen aan de Heren XVII toen hij in 1619 Batavia had gesticht. Het valt te betwijfelen of de veertig Philips-engineers een soortgelijke gedachte hadden toen ze in het voorjaar van 1984 hun nieuwe onderkomen betraden. Hun eerste daad in het tijdelijke gebouw, ergens in een hoek van een Philips-terrein, had weinig met techniek te maken, maar bestond uit het neerzetten van een paar emmers om het druppelende regenwater op te vangen dat hier en daar door het dak naar beneden sijpelde. Van hieruit moesten ze bewijzen dat het kostenefficiënt produceren van machines voor geheugenchips niet alleen op de

7

HOOFDSTUK 1: DE TOVERLANTAARN


tekentafel een goed idee leek, maar in de praktijk ook daadwerkelijk mogelijk was. En – niet onbelangrijk – dat er geld mee viel te verdienen. De leiding van Philips was daar in ieder geval niet van overtuigd en had besloten van verdere pogingen af te zien. De betrokken medewerkers kregen de keuze: vertrekken met een mooie regeling, of een ongewis avontuur aangaan. Een aantal van hen legde het hoofd in de schoot en tekende bij het kruisje. Zo’n veertig van hen behielden het heilig geloof in een stralende toekomst voor de lithografie. Een van hen was Steef Wittekoek. Voor hem persoonlijk was het besluit van Philips om met lithografie te stoppen extra teleurstellend. Met zijn Natlab-team had hij de zogeheten waferstepper ontwikkeld, waarmee hij een nieuwe fase in de chipindustrie dacht in te luiden. Anders dan bestaande lithografiesystemen was de stepper van Wittekoek sneller en nauwkeuriger, en voorzien van een lens die het beeld kon verkleinen: ‘Eigenlijk hadden we een soort omgekeerde diaprojector bedacht. We gebruikten lenzen die de patroontjes van de chips verkleinden waardoor de resolutie scherper werd. Met de nieuwe lens konden fijnere lijntjes afgebeeld worden. Bovendien kon ieder stapje in het proces worden aangepast - step and repeat - hetgeen de nauwkeurigheid ten goede kwam.’ Potentiële klanten zagen wel brood in de nieuwe ‘tech-toverlantaarn’ van de Natlab-boys. Ze stelden één voorwaarde: Philips moest een speciale fabriek bouwen, een investering die miljoenen vergde. En dat durfde de directie in Eindhoven niet aan, zo herinnert Wittekoek zich: ‘Het was een typisch kip-ei-probleem dat het hele concept vertraagde. Een ander probleem vormde de relatieve onbekendheid. Een nieuwe televisie of gloeilamp vond zijn weg wel in de organisatie. Van ons product wist niemand precies bij welke marketingafdeling het thuishoorde.’ Het lukte Philips niet om de lithografieafdeling onder dak te brengen. Pas na een lange en moeizame zoektocht kwam men uit bij

8

INSIDE ASML


een Nederlandse visionair uit die tijd, Arthur del Prado. Met zijn bedrijf ASMI, een fabrikant van ondersteunende apparaten voor de chipsindustrie uit Baarn, timmerde Del Prado flink aan de weg: en al lang voordat de personal computer overal zijn intrede had gedaan. Bij gebrek aan belangstelling vanuit eigen land had Del Prado in 1981 gekozen voor een beursnotering aan de Nasdaq. Hij koesterde een droom: hij wilde laten zien dat het ontwikkelen van machines en het produceren van chips onder één dak te verwezenlijken was. Del Prado was bereid samen met Philips medeaandeelhouder te worden van de nieuwe joint venture met de naam ASML (Advanced Semiconductor Materials Lithography), vertelt Wittekoek: ‘Ik vond het wel geestig. We reizen als veelbelovend vrijgezel de hele wereld over op zoek naar een mooie bruid, en trouwen met het buurmeisje.’

STRIJD MET PHILIPS Op het moment dat ASML van start ging waren de Amerikaanse bedrijven de absolutie wereldleiders op het gebied van chipfabricatie. De Japanse bedrijven Nikon en Canon waren in opkomst. Europa speelde nauwelijks een rol. Om het avontuur überhaupt enige kans van slagen te geven, zo besefte de Philips-top als geen ander, moest er naast de ingenieurs in ieder geval iemand komen met verstand van geld. Ze kwamen uit bij de afgestudeerde bedrijfseconoom Gerard Verdonschot. De niet-Brabander met een flinke dosis grootstedelijke bravoure kon worden weggeplukt bij de maker van luxaflex Hunter Douglas. Van die keuze zouden ze bij Philips later af en toe nog spijt krijgen. ‘Man, we hebben een strijd gehad met Philips, vreselijk’, vertelt de inmiddels 69-jarige Verdonschot in licht Amsterdamse tongval - er staat een grote grijns op zijn gezicht. De relatie tussen ASML en Philips bleef jaren ingewikkeld door de wederzijdse afhankelijkheid. Veel ASML-ers maakten gretig gebruik van de kennis en faciliteiten van hun oud-collega’s in Eindhoven om bepaalde technische noviteiten in de avond-

9

HOOFDSTUK 1: DE TOVERLANTAARN


uren te testen. Tegelijkertijd voelden de ASML-ers hun nieuwe werkomgeving als bevrijdend: geen eindeloze procedures, aanvraagformulieren en vergaderingen meer. In het bijzijn van hun oud-collega’s mochten ze graag luidkeels afgeven op de stroperigheid en besluiteloosheid van Philips. Hoeveel beter ze het nu niet hadden bij ASML! En er was natuurlijk de financiële band tussen beide bedrijven vanwege het aandeelhouderschap. Aan Verdonschot de taak het dunne draadje tussen Philips en ASML niet te laten knappen: ‘Het waren zulke zenuwslopende tijden: altijd onzekerheid. Hoe vaak ze niet hebben gedreigd de stekker eruit te trekken. Ik zie me weer naar Philips gaan om de financieel directeur uit te leggen waarom ik de komende week de salarissen niet kon betalen. “Nou, doe dan de deur maar dicht”, zei ie dan. Jij wil de deur dichtdoen? Ok, ik roep het personeel bij elkaar, zet een kistje neer waarop jij mag gaan staan om het ze te vertellen. Wat een onzin: ik ben geen aandeelhouder, zei hij dan. Gelukkig vroeg hij dan meestal aan het eind van het gesprek hoeveel ik nou weer nodig had.’ De geldzorgen van Verdonschot begonnen in feite al op dag één. Tot zijn ontsteltenis moest hij al bij aanvang vaststellen dat de erfenis van Philips te wensen overliet. ‘De in het Natlab gemaakte chipmachine was al weer verouderd. Het was een hydraulisch gestuurd tafelsysteem. Je moest oliewerende kleding aan om ermee te mogen werken. Vergelijk dat eens met de latere cleanrooms waar één molecuul vervuiling al desastreus kan zijn. Met dat ding hadden we dus geen schijn van kans tegenover concurrenten als Nikon. Er zat niets anders op dan een nieuwe machine te bouwen, want ik geloofde heilig in de ideeën van Steef Wittekoek en de anderen. Maar ja, zo’n operatie kostte al snel 100 miljoen. “Die heb ik niet”, zei Del Prado meteen. En Philips peinsde er ook niet over om zomaar 100 miljoen beschikbaar te stellen.’ De tijd begon steeds meer te dringen. Zonder geld geen fabriek, zonder fabriek geen nieuwe machine, zonder nieuwe machine

10

INSIDE ASML


geen klanten. Verdonschot liep stad en land af op zoek naar andere geldbronnen en kwam uit bij de overheid. Vanuit Den Haag arriveerde een flink schip met geld in de vorm van een Technisch Ontwikkelings Krediet’, een lening die in delen terugbetaald mocht worden op het moment dat het product daadwerkelijk geld opleverde. Onder andere met hulp van de internationale connecties van Steef Wittekoek wist Verdonschot ook in Brussel geld los te peuteren: ‘In Brussel vonden ze het toentertijd heel belangrijk de semiconductortechniek voor Europa te behouden. Anders werden we allemaal afhankelijk van Japan, en dat wilde niemand. De Amerikanen trouwens ook niet. Iedereen vond het dus wel een prettige gedachte dat wij doorgingen.’ Met het overheidsgeld kon de productie beginnen. Maar al snel bleek dat de ontwikkeling een langere adem en diepere zakken vergde. De aandeelhouders moesten wederom een paar keer bijspringen. Del Prado haakte af, zegt Verdonschot: ‘Arthur kon op een gegeven moment niet meer bijstorten. Een persoonlijk drama voor die man. Hij moest eruit stappen.’

ALLES DICHTKNIJPEN Een andere terugkerende discussie met Philips waren de investeringen voor research en development. De mannen van het eerste uur, inclusief Verdonschot, waren ervan overtuigd dat veel geld beschikbaar moest komen voor ontwikkeling. Deze filosofie zou later een van de succesfactoren van ASML blijken te zijn. Tot aan de dag van vandaag wordt van de ruim 6 miljard euro aan omzet jaarlijks bijna één miljard uitgegeven aan de technieken van de toekomst. Ook in economisch slechte tijden blijven de ontwikkelbudgetten fier overeind. Volgens velen slaagt ASML om die reden er steeds in om na een crisis in de markt sterker terug te komen dan de concurrentie, voor zover nog aanwezig. Wittekoek was een van de warme pleitbezorgers van deze aanpak:

11

HOOFDSTUK 1: DE TOVERLANTAARN


‘We waren avonturiers. We werden de “cowboys van Veldhoven” genoemd en waren doordrongen van het feit dat als we de wet van Moore wilden volhouden - dus ieder jaar een verdubbeling van het aantal transistoren op een chip - we moesten blijven investeren. Het was een beetje alles of niets.’ Bij Philips keken ze daar, zeker in de steeds nijpende omstandigheden waar het bedrijf zich in de jaren tachtig begon te bevinden, een slagje anders tegenaan, herinnert Verdonschot zich: ‘In de slechte periodes was het bezuinigen, bezuinigen en alles dichtknijpen. R&D moest eraf, alles eraf. Ik zei: ho, ho, dat gaan we niet doen, want het is het begin van het einde. Als we in de downperiode niet doorgaan met de ontwikkeling van nieuwe machines zijn we weg als de markt weer aantrekt. Dat vonden ze bij Philips maar idioot. En toch doe ik het, zei ik dan tegen ze. Zo’n opstelling kon ik me alleen maar veroorloven omdat ik een buitenstaander was en we gewoon hartstikke eigenwijs waren.’ De (voorlopig) laatste existentiële crisis deed zich voor in 1992. De kas was leeg. Als er niet opnieuw geld werd bijgestort, zou het doek voor ASML vallen. Met lood in de schoenen toog Verdonschot opnieuw richting Eindhoven. Dit keer op bezoek bij mannetjesputter Jan Timmer. De Philips-ceo was net begonnen met zijn ingrijpende Operatie Centurion, waarmee hij uiteindelijk een faillissement van het concern wist af te wenden. Om het hoofd boven water te houden had Timmer bovendien net bij een consortium van twintig banken een lening van 2 miljard gulden moeten afsluiten. Geen fijn uitgangspunt voor een verzoek om meer geld. ‘Ik kwam binnen. Daar zat ie: bretels aan. Ik wist het direct: foute boel. “Nu is het afgelopen”, zei hij, “de stekker gaat er uit”. Ik begreep het wel een beetje. Hij moest diep ingrijpen in de organisatie en dan is het moeilijk te verkopen als je elders miljoenen in een bedrijf stopt waar nog steeds geen gulden is verdiend.’ Volgens Verdonschot is het louter aan een ander lid van de raad van bestuur (en later commissaris bij ASML), Henk Bodt, te dan-

12

INSIDE ASML


ken dat op die dag geen vroegtijdig einde aan het avontuur is gekomen. ‘Henk begreep heel goed waar we mee bezig waren. Hij zei tegen Timmer: “Jan, nu is het verkeerde moment. Die jongens hebben een nieuwe machine ontwikkeld die beter en sneller is dan de concurrentie, en de markt komt eraan”. Kregen we toch weer 30 miljoen, binnen een jaar terug te betalen. Kun je nagaan hoeveel geluk je soms moet hebben. Zonder Henk Bodt was het werkelijk over en uit geweest en had niemand ooit nog van ASML gehoord.’

PURE ARMOEDE Terwijl Gerard Verdonschot voor iedere gulden door lange rijen brandende hoepels moest springen, kwam de verkoop nauwelijks op gang. De allereerste machine die ASML verkocht was in 1985 en ging naar Elcoma/Philips Nijmegen voor 1 miljoen euro. Intussen werkten Wittekoek en zijn team gestaag door aan de ontwikkeling van de PAS, de machine waar ASML voor het eerst geld mee zou gaan verdienen. De eerste apparaten hadden toen nog de omvang van een grote cv-ketel en kostte zo’n 10 miljoen euro. Onvergelijkbaar met de nieuwste generatie machines van nu. In 2016 zijn voor het vervoer van de machines meerdere Boeings nodig en de kosten voor aanschaf overstijgen de 100 miljoen euro. Een van de doorbraken vormde een speciale lens die Carl Zeiss – na de nodige druk – had toegezegd voor ASML te ontwikkelen. Daarmee konden met een hogere frequentie chips sneller en nauwkeuriger worden gemaakt. Ook andere bedrijven in de regio werden ingeschakeld om tempo te maken en mee te gaan in de technologische vergezichten van Wittekoek cum suis, vertelt Verdonschot: ‘Tegenwoordig wordt het als een slim businessmodel gepresenteerd om je te concentreren op waar je goed in bent en de rest in nauwe samenwerking met je omgeving te doen: het is de gedachte achter Brainport Eindhoven. Het is ook een hartstikke goed model, maar bij ons geboren uit pure armoede. We hadden niks.

13

HOOFDSTUK 1: DE TOVERLANTAARN


We hebben moeten praten als Brugman bij Zeiss: “Toe nou, als het lukt zijn we beter dan Nikon!” Ze durfden eerst niet, want ze moesten een hele nieuwe fabriek bouwen. Achteraf kun je stellen dat ze zichzelf hebben gered door wel mee te doen.’ Als bezetenen werkten de ASML-medewerkers dag en nacht aan perfectionering van hun machines. Hele weekenden brachten ze door in hun eerste provisorische onderkomen. De bakjes van de plaatselijke Chinees en de pizzadozen stonden hoog opgestapeld in de gang. Tussendoor reisde Wittekoek, vaak in gezelschap van de huidige cto Martin van den Brink, de wereld rond om potentiële klanten te overtuigen van de ASML-techniek. ‘We hebben allemaal meer dan eens gedacht het niet te zullen redden. Gelukkig was er af en toe een lichtpuntje. Tijdens presentaties bij klanten bijvoorbeeld merkte ik hoe groot de interesse was, en we haalden echt wel een paar mooie orders binnen. Maar het was te weinig om financieel onze eigen broek op te houden. De eerste goed concurrerende machine stamt eigenlijk uit 1990. Die hebben we toen aan IBM verkocht.’ Behoudens de spaarzame lichtpuntjes bleef het tot begin jaren negentig hangen en wurgen voor ASML. De verkopen waren domweg te laag om de ontwikkelkosten te dekken. In 1984 werd één machine naar een klant verscheept, een jaar later vier, wat verder opliep tot het voorlopige record van 74 stuks in 1989. Een nieuwe tegenslag kwam in 1992. Voor de eerste keer zag ASML zich geconfronteerd met een stevige crisis in de elektronicamarkt. De verkoop viel dat jaar terug naar 36 machines. Niet lang daarna had Verdonschot zijn erop-of-eronder-gesprek bij Jan Timmer.

HOLLANDSE BLUF ‘Buy an ASML stepper and get a Nikon free’. Op de paginagrote advertentie begin jaren negentig ziet de lezer een groot fototoestel van Nikon. In een inzetje de Pas 500/50, de nieuwste versie van

14

INSIDE ASML


de lithografiemachine die in elkaar is gesleuteld door ASML-engineers uit Veldhoven. De goede verstaander begreep de knipoog indertijd meteen: met de snelle machines uit Veldhoven spaarde je een hele chipmachine van Nikon uit. Het aardige staaltje Hollandse bluf liet zien hoe het zelfvertrouwen aan het groeien was. Na het annus horribilis 1991 trok de markt weer enigszins aan. Toeval of niet, vlak daarna, eind 1992, sleepte ASML zijn eerste omvangrijke opdracht binnen, waarmee definitief de weg omhoog werd ingeslagen. TSMC, de grote chipmaker uit Taiwan, plaatste een order voor de bouw van een fabriek waarin ASML-machines kwamen te staan. Het betekende ook het echte begin van een langdurige samenwerking met de Taiwanese reus, die tot aan vandaag de dag voortduurt. Nog immer draait de fabriek in Taipei op volle kracht. Een van de hoofdrolspelers bij de deal met TSMC heet Sunny Stalnaker. Tegenwoordig is zij vice-president Sales bij ASML, toen was zij een net afgestudeerd technisch natuurkundige van de Texas A&M University. Geboren in Korea verhuisde ze als 13-jarig meisje naar de Verenigde Staten. De fascinatie voor natuurkunde zat er bij haar al vroeg in: ‘Ik kon het als klein kind tijdens het schaatsen op het ijs al niet uitstaan niet te begrijpen waarom water zowel vloeibaar als vast kon zijn’. Namens ASML voert Stalnaker tegenwoordig op het hoogste niveau onderhandelingen met grote klanten als Samsung en Intel. In 1991 stapte ze bij ASML aan boord en werd ze verantwoordelijk voor de demonstraties bij klanten in Azië. ‘Mijn opdracht was simpel: zorgen dat de machine het doet. Eerlijk gezegd voelde ik me in die tijd voelde meer loodgieter dan engineer.’ De opdracht bij TSMC zal ze zich altijd blijven herinneren. Het goed werkende prototype werd in Veldhoven gedemonteerd, vervoerd naar Taiwan en ter plekke onder leiding van Stalnaker weer in elkaar gezet. Er volgden een paar zenuwslopende dagen. ‘De presentatie voor de directie en ook mensen uit de regering stond gepland op maandag tussen de middag. We hadden het

15

HOOFDSTUK 1: DE TOVERLANTAARN


hele weekend dag en nacht doorgewerkt: maandagochtend deed ie het. Ik ging naar huis, nam een douche een ging meteen weer terug. Toen ik de ruimte binnenliep, rook ik het al: brand. Iets in de machine had vlam gevat. Razendsnel hebben we toen de bijeenkomst een paar uur kunnen uitstellen om de zaak weer aan de praat te krijgen. We hebben ze pas een paar jaar later over dat brandje verteld. TSMC heeft de machine gekocht, voor ASML was die deal echt een doorbraak en een omslag.’ In een markt waar Intel, Samsung en TSMC de dienst uitmaken is het nu bijna niet meer voor te stellen dat begin jaren negentig meer dan honderd bedrijven chips maakten, terwijl de internetexplosie, die een zwaar beroep doet op de fabrikanten van chips, toen nog moest beginnen. Iedereen raakte er steeds meer van doordrongen dat door de voortschrijdende techniek het ondoenlijk werd om onder één dak zowel de chips als de machines te maken waarmee de chips werden gefabriceerd. Beide activiteiten vragen om volledige afzonderlijke aandacht. Ook kregen klanten langzamerhand door dat er met de PAS 5500 van ASML een waferstepper op de markt was gekomen waarmee werkelijk geld viel te verdienen, omdat hij beter was dan de concurrent, of de machines die ze zelf konden maken. Toch wees volgens Stalnaker toen nog niets erop dat de eigenzinnige techneuten uit Veldoven op het punt stonden de mondiale chipmarkt naar hun hand te zetten. ‘Ook al hing ons bestaan aan een zijden draadje, twijfel kende we niet. Die luxe konden we ons niet permitteren. We moesten de regels van de markt veranderen om mee te kunnen doen. En omdat we zagen dat productiviteit steeds belangrijker werd in de cleanrooms van onze klanten, stelden we ons ten doel om meer wafers uit dezelfde machine te halen. De concurrentie haalde in eerste instantie haar schouders op. Het “geheim” achter ons groeiende marktaandeel was dat we de klant met onze machines meer waar voor zijn geld konden bieden. Klantgericht zijn is niet voldoende. Klanten moeten je niet aardig vinden, nee: ze moeten van je houden. Hoeveel dagen per jaar denk je dat er geen ASML-er ergens bij een klant zit? Zero!’

16

INSIDE ASML


De ASML-aanpak deed het goed bij klanten, waarbij voor ieder uur dat een machine stilstaat de kosten kunnen oplopen tot vele tienduizenden euro’s. Het voordeel van een kleine organisatie werd maximaal uitgebuit. De snelheid en flexibiliteit zou in de ogen van Verdonschot onder de vleugels van Philips nimmer mogelijk zijn geweest. ‘Als wij bijvoorbeeld naar Korea moesten omdat bij Samsung een machine stilstond, zat dezelfde middag al iemand in het vliegtuig. Bij Philips een internationale reis aanvragen duurde geloof ik drie weken. Nou, dan hoef je niet meer te gaan hoor.’ Maar de gedachte over de omgang met klanten ging nog dieper. Al vroeg had ASML door dat het zelfs niet voldoende was als ze van je hielden. De vraag naar chips steeg explosief en de snelheid waarmee technische doorbraken zich aandienden vroegen om een totaal andere omgang met klanten en bedrijven die als toeleverancier fungeerden. Alleen een vergaand commitment met de klant had kans van slagen. ASML verscheept bijvoorbeeld nooit een eerste versie van een machine die het al helemaal doet. Daar zijn ze te complex voor, en tientallen ASML-experts werken voor langere tijd bij klanten in huis. ‘Als de dokters de zaal zouden verlaten, sterft de patiënt’, zegt een van de engineers. Gezamenlijk wordt beoordeeld wat nodig is om de machine optimaal aan de praat te krijgen, en dat wordt gevolgd door een proces van voortdurende aanpassingen en verbeteringen. En bij majeure calamiteiten geldt de kracht van de mierenhoop: zonder lange procedures weet iedereen op het hoofdkantoor in Veldhoven meteen wat hem of haar te doen staat. Op dezelfde dag nog wordt een multidisciplinair team samengesteld, waarvan de leden alles waar ze op dat moment mee bezig zijn uit handen laten vallen, klaar om direct af te reizen. Volgens Stalnaker is door deze werkwijze de concurrentie in de loop der jaren steeds verder buitenspel gezet en dit is bepalend geweest voor het succes van ASML - in het verleden én de toekomst: ‘Niet om arrogant te zijn, maar als wij zouden verdwijnen wordt het voor de industrie lastig om de Wet van Moore vol te houden.

17

HOOFDSTUK 1: DE TOVERLANTAARN


De sleutel ligt bij EUV: het is onze missie om deze technologie beschikbaar te maken.’ Heimwee naar die beginjaren heeft Stalnaker trouwens niet: ‘Voor mij is er niet veel veranderd. We hebben nog steeds dagelijks een crisis.’ Om haar laatste uitspraak kracht bij te zetten beëindigt ze stipt op tijd het gesprek. ‘Ik moet nu weer verder onderhandelen met Intel. Goedemiddag.’

BEURSGANG In 1994 brak een periode van stormachtige groei aan voor ASML. In dat jaar schoten de verkopen omhoog. Maar liefst 105 machines werden verscheept en in 1997 was dat aantal opgelopen tot 211. In Eindhoven bleef het succes natuurlijk niet onopgemerkt en de Philips-leiding wilde daar volgens Verdonschot een eigen invulling aan geven: ‘Toen wij eenmaal een beetje op weg waren, probeerde Philips allerlei andere onderdelen bij ons eronder te douwen. Elektronenmicroscopen en e-beams, machines die met elektronengolven werkten, dat soort dingen. Dan zijn wij er vanaf, dachten ze. Ze wilden gewoon hun vuilnis bij ons kwijt. Ik wilde al die shit niet. Het kost veel te veel geld en tijd, want de focus verdwijnt. We hadden al lang door hoe de toekomst van de elektronica eruit zag: dat ene ding doen waar je goed in bent en niet tien dingen half. Dat levert niks op. Als wij twee machientjes extra per jaar verkochten, verdienden we meer dan met al die onderdelen van Philips.’ Het werd met de dag duidelijker dat de banden met Philips te veel begonnen te knellen. Met de oplopende resultaten kwam de discussie op tafel of het bedrijf niet op eigen benen moest komen te staan. De behoefte naar meer eigen vermogen en zelfstandigheid nam in hoog tempo toe. Niet alleen eiste de hardnekkig gemaakte

18

INSIDE ASML


keuze om grote bedragen voor R&D te bestemmen veel cash, ook de verdere uitbreiding liep in de papieren. In de jaren 1993-95 verdrievoudigde de productiecapaciteit in Veldhoven. Daarnaast lukte het om stevige voet op Koreaanse bodem te krijgen met het binnenhalen van Samsung als klant. Zelfstandigheid was onvermijdelijk. En Philips wilde nu eindelijk ook definitief van ASML af. Na indringende gesprekken met alle betrokkenen viel het beluit een beursgang in gang te zetten. Verdonschot begon aan een reeks lange ontmoetingen met beleggers om hun interesse te peilen. Het bleek geen gelopen race. ‘Al die grote Nederlandse fondsen wilden er niet aan. Ze begrepen totaal niet waar ASML mee bezig was. Een Nederlands technologiebedrijf dat zegt de wereld te gaan veroveren? Dat kan niet waar zijn. Bovendien zagen ze ons als een one-product company. Dat vonden ze eng. Ik zei: nou, wij vinden het helemaal niet eng. Wij vinden het geweldig.’ Nederlandse institutionele beleggers hielden voet bij stuk en de ASML-karavaan zag zich genoodzaakt uit te wijken naar Amerika, waar ze op aantoonbaar meer begrip stuitten. De verklaring is volgens Verdonschot dat in de VS toen al toegewijde analisten werkzaam waren die zich hadden verdiept in de chipmarkt en begrepen hoe die markt in elkaar zat. ‘In Nederland deden ze het er maar een beetje bij’. Het proces verliep daarna vlotjes. De beursnotering aan de Nasdaq vond plaats in maart 1995. Philips kreeg in een eerste tranche van veertig procent 200 miljoen gulden bijgeschreven en werd vriendelijk bedankt voor de bewezen diensten. De overige 60 procent volgde in de jaren daarop. ‘De beste investering van Philips ooit’, schijnt Jan Hommen, de latere cfo van Philips, binnenskamers meerdere malen te hebben uitgeroepen. Pas jaren na de beursgang begonnen Nederlandse beleggers zich op het achterhoofd te krabben en stapten ze alsnog haastig in toen ze dagelijks de stijgende lijn van het aandeel ASML op de borden voorbij zagen komen. Uiteraard tegen veel hogere kosten. De gewonnen zelfstandigheid kreeg nog een profijtelijk staartje voor de founding fathers van ASML. Amerikaanse beleggers had-

19

HOOFDSTUK 1: DE TOVERLANTAARN


den als eis gesteld dat de meest bepalende engineers van ASML zich voor langere tijd aan het bedrijf zouden committeren. In de woorden van Verdonschot: ‘ze moesten voor vier jaar aan de ketting’. De CFO bedacht speciaal voor deze groep – en zichzelf – een regeling. Vijf procent van de aandelen belandden in een kluis en vier jaar na de eerste notering haalde Verdonschot ze er hoogstpersoonlijk uit om ze uit te delen. Het leverde hem een bijzonder telefoontje op. ‘Toen de kluis open ging was het natuurlijk feest. De dag erna werd ik gebeld door de belastinginspecteur. Ik lees in de krant dat er in Eindhoven in één klap veertig miljonairs bij zijn gekomen, zegt ie. Kan ik even afrekenen? Gelukkig hadden we dat van te voren netjes afgehandeld met het ministerie. Maar het was wel waar: opeens waren we miljonair. Ik zat ermee in mijn maag, want intussen werkten er zo’n 3000 mensen bij ASML en ik wilde geen scheve gezichten en verhoudingen in het bedrijf. Als eerste in Nederland hebben we toen een optieplan gemaakt voor het personeel. Uniek voor Nederland en een groot succes voor alle medewerkers.’ Met het openen van de kluis kwam er een einde aan het eerste stormachtige ASML-tijdperk. Een bedrijf dat van niets was uitgegroeid tot een gerespecteerde partij, met fabrieken in de VS en verschillende landen in Azië, en dat eind jaren negentig een wereldwijd marktaandeel had van bijna 40 procent. En met zo’n veertig medewerkers die iedere avond met stijgende verbazing naar het saldo op hun bankrekening keken. Sommigen vonden de sfeer in het snel uitgedijde bedrijf veranderd en voelden zich er eigenlijk niet meer thuis. Anderen wilden niet langer de krankzinnige werkweken maken als het financieel niet meer hoefde. Het resultaat laat zich raden: bijna geen van de pioniers bleef nog veel langer bij ASML werkzaam. Ook Cfo Verdonschot hield het in 1999 voor gezien, 53 jaar pas. Al snel wist men hem te vinden voor allerlei klusjes, waaronder hoofd van de financiële commissie van voetbalclub PSV. Tegenwoordig is hij actief als investeerder in verschillende start-ups. Een van zijn laatste daden bij ASML was tijdens een potje golf

20

INSIDE ASML


Peter Wennink, die toen als registeraccountant van Deloitte werkzaam was bij ASML, over te halen zijn opvolger te worden. Achteraf een gouden greep. Onder Wennink zette de groei onverminderd voort - met af en toe een flink dip vanwege slechte marktomstandigheden - en de tegenwoordige ceo vormt samen met cto Martin van den Brink, een van de weinige overgebleven pioniers, nu al jaren een hecht en sterk duo in de raad van bestuur. Voor Verdonschot was het ASML-verhaal voorbij. ‘Ik was er klaar mee. Volledig uitgeput. Bovendien stond een nieuwe ceo op het punt van beginnen en ik wist meteen dat het binnen een week verkeerd zou gaan tussen ons. Een andere reden was de routine. Ik had alles al meerdere keren gedaan en was bang te lang te blijven, want dan ga je altijd fouten maken.’ Bij Steef Wittekoek huizen twee zielen in één borst. Zijn hele leven stond in het teken van pogingen om in de geheimzinnige nanowereld fotonen zijn wil op te leggen. Geld was nooit een drijfveer geweest. Ook nu, na al die jaren, blijft de twijfel zichtbaar en hoorbaar aanwezig. In zijn ruime Rotterdamse stadsvilla is hij klaar met het bestuderen van zijn schoenen en gaat rechtop zitten. ‘Ik herinner het me nog goed. Ik zat samen met mijn vrouw op de bank en we keken elkaar aan. Wat moesten we met al dat geld? Een huis in Frankrijk bouwen, meer konden we niet bedenken. Wat voor mij ook meetelde in het besluit weg te gaan was dat we allemaal zo hard moesten werken, en je zag collega’s voor hun 65ste opeens onderuit gaan. Maar achteraf bezien had ik een paar jaar door kunnen gaan. Geld heeft niet alleen maar voordelen. We genieten echt wel van het leven: ik golf, bridge en hou erg van sudoku’s oplossen. Toch is mijn advies aan mensen die plotseling rijk worden en veel plezier in hun werk hebben: ga door! Dus om op je eerste vraag antwoord te geven: ja, ik mis ASML wel eens.’

21

HOOFDSTUK 1: DE TOVERLANTAARN


De “huisvalk”. Sinds enkele jaren nestelt een familie slechtvalken op het hoofdkantoorASML

22

INSIDE ASML


HOOFDSTUK 2

‘A bigger bang for the buck’

D

e slechtvalk vliegt onverschrokken vanaf grote hoogte zijn rondjes langs Gebouw 8, het eenvormige grijze hoofdgebouw van ASML, dat werd opgeleverd in 2002. ‘Mooi’ is niet meteen de kwalificatie die me bij de eerste aanblik te binnen schiet. Eerder iconisch, vanwege het enorme verschil in hoogte met de omliggende gebouwen en door het ‘leuke weetje’ van de 70.000 m2 natuursteen en 20.000 m2 keramiek die erin zijn verwerkt. De slechtvalk zal het een zorg zijn. De familie betrok zes jaar geleden op het dak hun ruim bemeten nest, een verdieping hoger dus dan de 20ste waar de raad van bestuur zetelt, en keert tot nu toe ieder jaar tevreden terug. Een webcam legt nauwlettend de dagelijkse bezigheden vast van ’s werelds snelste vogelsoort: een slechtvalk kan met gemak 300 kilometer per uur halen. Af en toe nemen vader of moeder plaats in een van de honderden vensterbanken en kijken dan nieuwsgierig naar binnen. Daar worden de mobieltjes haastig in stelling gebracht en de beelden snel via social media gedeeld (‘Hello buddy!’). De vrijheid waarmee de slechtvalk mag rondvliegen komt niet geheel overeen met de bewegingsvrijheid die ASML het FD biedt. Ieder bezoek, wandelingetje of afspraak gaat vergezeld van een medewerker van de afdeling communicatie. In mijn geval is dat Sander Hofman, een intelligente jonge dertiger met een fabelachtige parate kennis over het bedrijf. En gevoel voor humor zelfs als ik hem plagerig ‘mijn Noord-Koreaanse vriend’ noem. Oprecht verbaasd zegt hij gedurende mijn verblijf een paar keer: ‘We kunnen je hier toch niet zomaar loslaten?’ Achteraf valt de controle reuze mee. Niet in de laatste plaats

23

HOOFDSTUK 2: ‘A BIGGER BANG FOR THE BUCK’


omdat er uiteraard gesprekspartners te vinden zijn waar zelfs de afdeling communicatie geen weet van heeft, maar vooral vanwege het enthousiasme bij alle ASML-ers die ik ontmoet. De tientallen mensen met wie ik spreek zijn door ASML naar voren geschoven of speciaal door mij aangevraagd. Het levert een interessante mix op. Sander begeleidt me onvermoeibaar. Slechts een enkele keer treedt hij corrigerend op. Meestal betreft het een opmerking die mogelijk beursgevoelig is: niks nieuws voor een FD-redacteur. Bijna dagelijks hebben we te maken met bedrijven die in onze ogen soms op het overdrevene af reageren op uitspraken die wellicht het aandeel tijdelijk een lagere slotstand kunnen bezorgen. Daarnaast weten ze bij ASML uit ervaring hoe een fluistering in Veldhoven kan leiden tot hels kabaal in de bestuurskamers van Intel of Samsung. Bij twee gebouwen is de toegang streng verboden, ook voor de meeste ASML-ers: het betreft de afdeling waar de EUV-machines in elkaar worden gesleuteld en het supergeheime researchlab, waar de technieken van overmorgen worden ontwikkeld. In de wandelgangen heet Gebouw 5 al ‘de nieuwe verboden stad’, een duidelijke verwijzing naar de bijnaam van het vroegere Natlab van Philips. Niettemin is het ASML-terrein voor een ieder te betreden. Overdag wijzen de slagbomen bij de ingang slechts één kant op, strak naar boven. Het is een ontvangstbeleid waar veel technologiebedrijven vandaag de dag voor kiezen, in hun streven de drempel te verlagen voor andere bedrijven en onderwijsinstellingen in de omgeving met wie ze samen willen werken. Transparantie, het delen van kennis en gezamenlijk een beter product maken, dat is de gedachte. Bij defensiebedrijf Thales in Hengelo bijvoorbeeld moest de bezoeker tot voor kort twee keer zijn paspoort laten voordat hij een voet over de drempel mocht zetten. Na een grondige herindeling van het terrein en de gebouwen rijdt tegenwoordig iedereen vrijelijk met z’n auto tot vlak voor het hoofdkantoor. Een praktische reden om de gastvrijheid zoveel mogelijk te behouden is dat bij aangescherpt beleid de slagbomen overuren zouden draaien. De godganse dag rijden luxe zwarte en donkerblauwe busjes voor personenvervoer af en aan. In een rij staan ze voor het hoofdkantoor geparkeerd, wachtend op het volgende

24

INSIDE ASML


ritje met buitenlandse gasten, of op medewerkers die in een van de andere gebouwen van ASML elders moeten zijn, of die bij een van de vaste toeleveranciers in de regio worden verwacht. En dan hebben we het nog niet eens over de duizenden auto’s die op het terrein een parkeerplek zoeken. Een grote parkeerkelder, een halfopen parkeergarage van 500 meter lang en een open veld bieden hiervoor niet voldoende plaats. Momenteel wordt een laatste open stuk grond parkeerrijp gemaakt voor nog eens honderden voertuigen. Die overigens aan het eind van de dag ook allemaal weer huiswaarts keren, met stevige files tot gevolg. Rond vijven staat het op het ASML-terrein zelf al behoorlijk vast, en de langzaam voortbewegende auto’s meanderen daarna tot ergernis van veel dorpsbewoners uit naar de toegangswegen van Veldhoven. Het is de vraag hoe lang de openheid in Veldhoven standhoudt in tijden van heftige debatten over veiligheid. Op het allerhoogste niveau kijkt men bij ASML met gefronste wenkbrauwen naar het gemak waarop alles op wielen in en uit rijdt. Tijdens een van mijn laatste afspraken blijken plotseling de cleanrooms door een provisorisch hek te zijn afgeschermd. ‘Let op: toegang gewijzigd’, meldt een geel bordje in de berm. Niet geheel verwonderlijk, want dit is het kloppende hart van ASML. Het hol van de leeuw.

BOERENVERSTAND ASML-ers zullen het niet snel toegeven, maar veelvuldig wordt er gegniffeld als zich weer eens een bezoeker onhandig in een speciaal pak probeert te hijsen voordat hij de cleanroom mag betreden. Doen alsof je erbij hoort heeft geen zin. Gasten krijgen een donkerblauw pak, medewerkers een wit exemplaar: het is niet anders. Een gevoel krijgen wat ASML is gaat niet zonder een bezoek te brengen aan het technische hart van het bedrijf. Eenmaal in het pak gewurmd gaan de speciale schoenen en handschoenen aan (‘Je mag ze houden, ze zijn perfect voor in de tuin’, zegt de dame die de spullen beheert en uitreikt). Dan volgt nog het mondkapje en in de luchtsluis de ‘douche’ om eventuele stofdeeltjes af te spoelen.

25

HOOFDSTUK 2: ‘A BIGGER BANG FOR THE BUCK’


Eenmaal binnen vallen vooral het blauw-wittige licht op en de merkwaardige stilte. Een tikkeltje gechargeerd: het enige wat nog ontbreekt is gewichtloosheid. Verder doet alles futuristisch aan. In een cleanroom wordt de lucht continu via speciale filters ververst. Het is er 10.000 keer schoner dan in de buitenlucht. De temperatuur is constant 21 graden. Dag en nacht. Bij grote schommelingen raakt het proces danig verstoord. In de nieuwste EUV-cleanroom is de 55-cm dikke vloer volkomen trillingvrij gemaakt. Daarvoor was het wel noodzakelijk om 25 kilometer aan stalen pilaren en 15.000 m3 beton in de vloeroppervlakte te verwerken. In aparte ruimtes (‘cabins’) werken de engineers zwijgend aan één machine. Die wordt geassembleerd en op allerlei functies getest. Eenmaal goedgekeurd worden de onderdelen speciaal verpakt in twee luchtdichte lagen, waarbij in de holle ruimtes de lucht vervangen wordt door schoon stikstofgas. Op die manier kunnen de omstandigheden tijdens het vervoer gelijk blijven. Al die vierkante meters gevuld met de meest geavanceerde apparatuur mogen best wat kosten, zou je zeggen. ‘Ja, maar niet te veel,’ riposteert Gé Heijsters onmiddellijk. Hij zwaait de scepter over de dienstverlening in de 50.000 m2 cleanrooms. Hij heeft als taak om te laten zien dat besparingen niet louter zijn te realiseren met oplossingen waarbij het verstand vast dreigt te lopen. ‘Het gezonde boerenverstand terugbrengen maakt mijn werk juist zo leuk’. De carrière van Gé Heijsters lijkt op die van veel andere oudgedienden bij ASML en onderstreept nogmaals de onmetelijk grote betekenis van Philips. Na zijn militaire dienst doorliep Heijsters de MTS Elektrotechniek. Zijn eerste baan was op het Natlab van Philips. ‘Als we vroeger met onze familie naar Eindhoven gingen en voorbij het Natlab kwamen, zei ik altijd al: daar wil ik werken’. Op de afdeling ‘visuele communicatie’ werkte hij mee aan de ontwikkeling van HD-tv en haalde in de avonduren zijn HTS-examen. Bijna 30 jaar geleden trad hij in dienst van ASML, drie jaar na de start van het bedrijf. Met succes doorliep hij vele rangen. Hoe heeft hij het bedrijf in de loop der jaren zien veranderen? ‘Ik kan nog steeds aan iemand die nieuw binnenkomt bij ASML uitleggen wat de basisfuncties zijn van wat een machine moet

26

INSIDE ASML


doen. Maar niet meer dat die lichtbron die we tegenwoordig gebruiken bijna een deeltjesversneller is. Daar moet je ook mee stoppen op een gegeven moment, want als je dat allemaal bij wilt houden, word je te veel geleefd door ASML: dan is alles ASML. Ik heb daar door de jaren heen mijn balans in gezocht.’ Sinds 2013 is Heijsters medeverantwoordelijk voor het beheer van de cleanrooms. Hij plukt het laaghangende fruit waarnaar tot enkele jaren daarvoor nauwelijks werd omgekeken. En voor wie binnen het bedrijf nog mocht twijfelen, het is hem menens. ‘We gaven vroeger het geld met bakken tegelijk uit. We werkten op sommige onderdelen 30 tot 40 procent duurder dan onze naaste concurrenten. Het was “u vraagt, wij draaien” en “de klant is koning”. Zat een stoel niet lekker of zat er iets los, dan bestelde je gewoon een ander. Gevolg is dat we 1100 stoelen hebben staan waarvan niemand precies weet wie de eigenaar is. Het zijn wel speciale stoelen die 1500 euro per stuk kosten. En dit telt dus snel op. Alleen al de handschoenen die in de cleanroom verplicht zijn, leveren een operationele uitgavenpost op van bijna 900.000 euro. We kieperden onnodig kilo’s zeer duur gereedschap weg, omdat we te gemakkelijk nieuw materiaal bestelden. De verklaring voor dergelijk gedrag is dat het eindproduct zo ongelooflijk belangrijk is en dat is het nog steeds. Als je dan ergens 100.000 euro, 50.000 euro of 10.000 euro aan uitgeeft, is men heel snel geneigd te zeggen: wat maakt het uit op die 6 miljard van ASML.’ Elke week maakt Gé Heijsters een rondje door een van de cleanrooms. Als een havik inspecteert hij waar de winst te halen is. Hij weet nu al precies welke volgende stappen hij wil zetten. Hij heeft naar eigen zeggen nog zo’n 7 a 8 jaar te gaan voor zijn pensionering ingaat om zijn voornemen te verwezenlijken, en hij is hoorbaar en zichtbaar niet van plan om tijd te verspillen. Zijn streven is volledige transparantie in de kosten: ook die in Azië en de VS. Naar zijn stellige overtuiging zal dit iedereen veel meer kostenbewust maken. Het zal de leiding van ASML als muziek in de oren klinken. Om de klant daadwerkelijk een ‘bigger bang for the buck’ te geven, telt iedere stoel of gereedschapskist…

27

HOOFDSTUK 2: ‘A BIGGER BANG FOR THE BUCK’


FOTONEN TEMMEN Cleanrooms, deeltjesversnellers, stikstofgas. Soms vraag je je af: wat doen ze nou eigenlijk bij ASML? ‘Als je het niet kunt uitleggen, heb je het ook niet begrepen’, zei Einstein ooit, in Cruijffiaanse stijl. Vandaar een poging. ASML past in het huidige tijdsgewricht, waarin er geen eenzame opsluiting meer dreigt als je beweert dat techniek datgene is wat de samenleving vooruit helpt. Niet de ideeën van filosofen, juristen of sociologen - nee, het zijn toch echt de techneuten die het internet hebben uitgevonden en de geneeskunde hebben verbeterd. Het feit dat het aantal aanmeldingen voor een studie aan een van de technische universiteiten toeneemt, onderstreept de herwonnen waardering voor exactheid. Dit wordt deels verklaard door de spectaculaire kennis die we in de loop der jaren hebben opgedaan over de vraag waaruit het leven om ons heen is opgebouwd. Onze beroemdste hedendaagse natuurkundige, Robbert Dijkgraaf, zei in zijn tv-college over het allerkleinste: ‘Stel, de wereld vergaat en u mag één twitterbericht versturen, wat zou u dan schrijven? Het mijne zou luiden: “alle materie op aarde en in de kosmos bestaat uit deeltjes, een miljard keer kleiner dan alledaagse voorwerpen”.’ We zijn erin geslaagd steeds dieper tot het allerkleinste door te dringen, tot in de elementaire deeltjes waarmee de kosmos zichzelf draaiende houdt. We weten dat er op atoomniveau - en ver daaronder – voor fotonen, neutronen en elektronen afwijkende wetten gelden. In de macroscopische wereld, waarin we dingen kunnen zien en vastpakken, is er grof gezegd sprake van oorzaak en gevolg: een appel valt altijd naar beneden. In de microscopische werkelijkheid daarentegen, onzichtbaar voor het menselijk oog, gedragen deeltjes zich uitermate merkwaardig, en volgens dezelfde Einstein zelfs spookachtig. Anders gezegd: een elementair deeltje reageert totaal anders – en voor de menselijke geest volledig contra-intuïtief - als het door deeltjes in zijn omgeving wordt beïnvloed dan wanneer dat gebeurt bij een biljartbal of een planeet. De kwantummechanica, de leer van het allerkleinste, heeft bijvoorbeeld aangetoond dat deeltjes - ook al staan ze ver van elkaar af - twee dingen tegelijk kunnen zijn, met elkaar ver-

28

INSIDE ASML


strengeld kunnen raken en door barrières heen weten te breken die in de tastbare wereld onmogelijk zijn. Onderzoekers moeten diep door de knieën om de verkeersregels op atoomniveau te doorgronden. En hoe meer ze te weten komen over het tegendraadse gedrag van deeltjes, des te ingewikkelder wordt het om die kennis om te zetten in technieken waar ‘we’ wat aan hebben. Een voorbeeld is de deeltjesversneller CERN in Zwitserland. Om protonen met elkaar te laten botsen, is een tunnelgang van 27 kilometer nodig. En dan nog is het afwachten of de elementaire deeltjes zich tot een confrontatie laten verleiden. Bij ASML speelt ook een dergelijke paradox. Met het verkleinen van de chips worden de machines alleen maar groter en complexer. De eerste systemen van ASML pasten nog moeiteloos in een kleine vrachtwagen. Voor het vervoer van de EUV-gevaartes zijn, zoals al eerder opgemerkt, meerdere Boeings nodig. Het ‘temmen’ van die kleine deeltjes is een van de opdrachten die ASML zichzelf heeft opgelegd en het opereert daarmee op het terrein van de nanotechnologie: materialen op het allerkleinste niveau naar je hand zetten. In ASML-termen: machines ontwikkelen die nanostructuren kunnen aanbrengen op een plak silicium. Ervan uitgaande dat de klant het commerciële nut van zo’n machine blijft inzien, en bereid is om tientallen miljoenen neer te tellen voor de aanschaf. Essentieel materiaal voor de lithografie zijn halfgeleiders. Bij ASML gaat het om silicium, een donkergrijs metalloïde dat uit gesmolten zand wordt gegoten. Er bestaan materialen die stroom geleiden en er bestaan isolatoren. Stop wat listige ‘vervuiling’ in een isolator en je hebt plotseling een halfgeleider. Simpeler gezegd: je hebt een ding dat aan en uit kan. Niet door middel van een knop, maar via elektrische stroompjes. Voilà: een transistor. Een halfgeleider is dus eigenlijk niets anders dan een eindeloos verkleind lichtschakelaartje, dat kan worden aan- of uitgezet: in computertermen is dat een nulletje of een eentje. Niemand twijfelt aan de potentie van halfgeleiders. De toepassingen zijn onnoemlijk groot en het einde lijkt nog lang niet in zicht. Hoe gaat het proces van chips maken in zijn werk? De dunne schijfjes silicium (de wafer) worden één voor een belicht, waar-

29

HOOFDSTUK 2: ‘A BIGGER BANG FOR THE BUCK’


door hele kleine patronen (of lijntjes) op de wafer ontstaan, duizenden keren kleiner dan een menselijke haar. Op elke wafer vormen deze patronen honderden computerchips. De machines kunnen tot 5000 wafers per dag belichten. De chip wordt laagje voor laagje opgebouwd. De precisie waarmee de laagjes op elkaar worden gepositioneerd heet overlay en bedraagt enkele nanometers. Een techniek met een ongekend grote accuratesse, te vergelijken met een autoritje van Noordnaar Zuid-Nederland en weer terug, waarbij je op de terugweg slechts een paar millimeter bent afgeweken van de route op de heenweg. Een andere vaak gemaakte vergelijking is deze: stel je twee Boeings voor die op volle snelheid naast elkaar vliegen met één millimeter ertussen. Om de fantasie nog wat verder op te rekken over de afmetingen waarmee bij ASML wordt gewerkt: een menselijke rode bloedcel is 7000 nanometer in doorsnee, een gemiddeld virus 14 nm. Voor de goede orde: een nanometer meet één miljardste van een meter. De kleinste structuren op de meest geavanceerde chips zijn momenteel 10 nanometer. Met EUV-lithografie kan de constante verkleining verder worden doorgezet. Kortom: verbazingwekkende vergelijkingen te over. Ze zijn bijna allemaal terug te voeren op de meest bepalende graadmeter in de elektronicasector: de zogeheten Wet van Moore, vernoemd naar Gordon Moore, een van de oprichters van Intel. De wet schrijft voor dat het aantal transistors op een chip ieder jaar verdubbelt. Later heeft hij zijn eigen wet voorzichtigheidshalve teruggebracht tot iedere 18 maanden. Tot nu houdt de wet stand. Een chip kan tegenwoordig zo’n twee miljard transistoren bevatten en de kosten zijn teruggelopen van enkele dollars in 1960 tot 0,0001 cent per stuk in 2016. Met steeds nieuwe systemen slaagt ASML er sinds het einde van de jaren tachtig in om de concurrentie de baas te blijven. Eerst waren er de verschillende uitvoeringen van de in het vorige hoofdstuk besproken PAS. Begin van deze eeuw volgde de Twinscan, binnen ASML liefkozend ‘het werkpaard’ genoemd. De machine is honderden malen over de toonbank gegaan, wordt tot op de dag van vandaag continu verbeterd en draait op verschillende plekken in de wereld nog altijd op volle toeren.

30

INSIDE ASML


Het nieuwste wapen in de strijd zijn de machines die werken met EUV: extreem ultraviolet licht met een zeer korte golflengte, waardoor dunnere lijntjes kunnen worden aangebracht. Maar in lucht, en in de materialen waar lenzen van gemaakt worden, wordt dit licht sterk geabsorbeerd. Anders gezegd: ‘opgegeten’. Voor deze nieuwe generatie lithografiemachines betekent dit dat vergeleken met hun voorgangers er in vacuüm moet worden gewerkt en dat er in plaats van lenzen speciale ultravlakke spiegels nodig zijn die per stuk een miljoen euro kosten. EUV is de techniek waar zowel begerig als ongerust naar wordt uitgekeken door iedereen met enige betrokkenheid bij de elektronicamarkt. ASML is het enige bedrijf dat het überhaupt – uiteraard in nauwe samenspraak met klanten – heeft aangedurfd om EUV commercieel aan te bieden. De twee belangrijkste overgebleven concurrenten, Nikon en Canon, haakten al jaren geleden af. Sinds eind jaren negentig is het proces in gang gezet en zijn miljarden geïnvesteerd. Grote klanten als Samsung, Intel en TSMC hebben enkele jaren geleden met het oog op de ontwikkeling van EUV voor respectievelijk 3,5 en 15 procent een deelname in ASML genomen. De inzet is dus hoog en alles rond EUV ligt hypergevoelig. Eén enkele opmerking van een Intel-medewerker, die kon worden opgevat als twijfel over de datum van invoering, leidde deze zomer op één dag nog tot een koersval van bijna 6 procent van het aandeel ASML. Maar binnen het bedrijf zelf klinkt geen spoortje van twijfel. Gevraagd naar de haalbaarheid van EUV is ‘spannend’ nog het meest kritische antwoord. Het zelfvertrouwen is niet gespeeld, zo blijkt uit de feiten: de technische sprongen voorwaarts die ASML zichzelf heeft opgelegd worden ook in 2016 allemaal gehaald. Verder worden vanuit Veldhoven nu al EUV-systemen verscheept naar klanten waar ze ter plekke ‘draaiklaar’ worden gemaakt. En niet onbelangrijk: een speciaal team reist vanuit Veldhoven de wereld rond om bestaande machines bij klanten te ‘upgraden’ met de nieuwste EUV-technologie. Bij de presentatie van de laatste jaarcijfers benadrukte topman Peter Wennink dat de verkoop op gang begint te komen. De eerste machines, van 100 miljoen euro per stuk, zijn verkocht. Voor de rest van het jaar zei hij meer bestellingen te verwachten.

31

HOOFDSTUK 2: ‘A BIGGER BANG FOR THE BUCK’


De grote vraag bij iedereen blijft of EUV voldoende zal blijken te zijn om de snelheid van de afgelopen decennia erin te houden. Hoe lang zijn klanten bereid om de alsmaar stijgende ontwikkelkosten op te brengen? Sommige zouden wel eens noodgedwongen kunnen afhaken, hetgeen minder bestellingen oplevert en dus een lagere omzet betekent. Ook, of misschien wel juist ASML weet dat ooit het moment aanbreekt waarop de chips niet verder kunnen worden verkleind. Wanneer dat zal zijn? Geen mens durft het te zeggen. Voorlopig denken de ASML-engineers over voldoende technische vernieuwingen te beschikken om in het huidige tempo nog decennia lang voort te snellen en afnemers tevreden te houden. In dit kader wordt wel gerept van de tweede, meer economische, wet van Moore. Mocht het niet lukken om de wet voort te zetten in snelheid, dan in ieder geval in een daling van de kosten. In ASML-jargon: hoe geven we de klant ‘a bigger bang for the buck’? Veel winst denkt ASML te behalen met het ‘uitrekken’ van de machines: software en hardware beter met elkaar laten communiceren, simulaties maken van chippatronen, fouten eerder opsporen en corrigeren. Maar bij alle technologische hoogstandjes blijft het net zo belangrijk om niet te vergeten het laaghangende fruit nu eindelijk eens te plukken.

HOLISTISCHE AANPAK Het is een gebeurtenis waar ASML-ers ieder jaar reikhalzend naar uitkijken: de Technology Conference. Zo’n 5000 engineers, klanten, toeleveranciers en ‘special guests’ wisselen een dag lang van gedachten over hun laatste technische ervaringen en inzichten. De ‘tech-happening’ wordt op een steenworp afstand van het hoofdkantoor gehouden in de Koningshof, het voormalige klooster dat na 1860 werd bewoond door de congregatie van de zusters van het Allerheiligste hart van Jezus. Tegenwoordig is het complex in handen van de Spaanse hotelketen NH-hotels, en zijn de heilige sacramenten vervangen door het grote consumeren en daarvan uitrusten in een van de ruime kamers. Een groot deel van de omzet komt hier uit de klandizie van ASML. Bijna iedere week

32

INSIDE ASML


vindt wel een training plaats waaraan honderden ASML-ers uit alle windrichtingen meedoen. En alle deelnemers moeten eten, drinken en overnachten. Tijdens de Technology Conference worden in grote zalen op losse schermen tientallen presentaties getoond van ideeën die door ASML-ers zijn bedacht. De bedoeling is dat aan de hand van deze projecten het onderlinge gesprek op gang komt. Is dit idee levensvatbaar? En zoals altijd en eeuwig bij ASML: wat betekent het voor de klant? Het thema van dit jaar is Pursuing Innovation Excellence. Het symbool op alle uitingen is dit jaar het brein. De gedachte is dat iedereen zijn specialisatie en functie heeft. Samen vormen ze de hersenen van ASML. De speech van cto Martin van den Brink haakt in op het thema van de toenemende bezorgdheid dat knappe koppen oplossingen bedenken die niet meer maakbaar zijn, en dus niet (commercieel) interessant voor de klant. Een opmerkelijk ritueel gedurende de twee conferentiedagen is de benoeming tot ‘fellow’ van een prominente ASML-er. Eenmaal getooid met die eervolle titel word je onder meer geacht je nadrukkelijk te bemoeien met de interne discussies over nieuwe toepassingen. Dertien mensen mogen zich nu fellow noemen, en tijdens de Technology Conference 2016 kwam er eentje bij. Onder luid applaus werd Dr. Peng Liu op het podium geroepen. Hij is senior engineer bij de computational lithografie-tak van Brion, een bedrijf uit Silicon Valley dat bijna tien jaar geleden door ASML werd overgenomen. Peng heeft 13 patenten op zijn naam staan, hetgeen tamelijk bijzonder is voor een software-engineer. Hij is expert op het gebied van wat bij ASML holistic lithography is gaan heten, het onderwerp waar de leiding van het bedrijf zwaar op in heeft gezet. Kort gezegd: alles hangt met alles samen. Verzamel zo veel mogelijk data uit een machine en gebruik die informatie om de miniemste verbetering van het belichtingsproces te bewerkstelligen, de voortgang van het proces te meten, fouten te voorkomen of te corrigeren. Slimme software speelt daarbij een doorslaggevende rol. Voor niet-natuurkundigen, zoals ondergetekende, zijn al deze technische vergezichten bijkans niet meer te volgen. Regelmatig schieten me de woorden van Willem Maris te binnen. Hij was een van de eerste ceo’s van ASML. Toen de Volkskrant hem midden jaren negentig vroeg wat voor soort machines ze toch in hemels-

33

HOOFDSTUK 2: ‘A BIGGER BANG FOR THE BUCK’


naam in Veldhoven maakten antwoordde hij: ‘het zijn dingen, zo complex, dat ze het bijna niet doen’. Was het lithografisch proces al ingewikkeld, de extra (holistische) laag die er bovenop wordt gelegd tilt de werkzaamheden naar een niveau waar slechts weinigen kunnen ademhalen. Wie kan de werking bevatten van een apparaat met de nauwkeurigheid van een kwart nanometer, de dikte van twee siliciumatomen? Sander Hofman bemerkt mijn worsteling. Net op tijd stelt hij mij voor aan Arie den Boef, een grote naam binnen ASML.

YIELDSTAR: HET MEETWONDER Met enige overdrijving is Den Boef – zelf enkele jaren geleden tot fellow geridderd – persoonlijk verantwoordelijk voor een flinke uitbreiding van ASML met 400 medewerkers die buiten het hoofdterrein ligt. Voor zijn afdeling was geen plek meer in Veldhoven. Hij week uit naar het vliegveld Eindhoven. Zijn vinding heet de YieldStar, een meet- en correctiewonder met de omvang van een flinke koelkast, die in bestaande machines wordt ingebouwd en sinds enkele jaren de omzet met tientallen miljoenen opstuwt. De YieldStar is in staat met een precisie tot op een kwart nanometer te meten of er onnauwkeurigheden zijn opgetreden in de verschillende laagjes. Vervolgens worden de best mogelijke – en snelste – correcties toegepast. Voor die tijd moest bij wijze van spreken de klant nog de gehele wafer (de plakken silicium) uit de machine halen en handmatig eventuele slordigheden opsporen. ‘Vanwege die snelheid kunnen we dus meer meten in kortere tijd. Deze discipline heet scatterometrie en maakt deel uit van onze holistische aanpak. Het is volgens mij de weg die we verder moeten inslaan om onze machines te verbeteren. Onze droom is dat YieldStar alle wafers uit een machine kan meten en optimaliseren’, zegt Den Boef. Relaxed wipt hij een beetje op zijn stoel. Al 19 jaar is hij verbonden aan ASML. Daarvoor werkte hij bij Philips en studeerde hij Elektrotechniek aan de HTS. Vervolgens promoveerde hij bij de faculteit natuurkunde van de TU Twente. ‘Dat kon toen nog in speciale gevallen’. Maar hoe bracht Den Boef binnen ASML deze verstrekkende innovatie tot leven?

34

INSIDE ASML


‘Ik had rond 2000 een idee voor een soort superresolutie voor optische meetsystemen, maar vond dit toen zo ver gaan dat ik het niet durfde voor te stellen. Toen kwam ik rond 2001 een oud-collega van Philips tegen, die vertelde dat dit idee al werd gebruikt, maar dan in een andere toepassing. Ik ben vervolgens ‘low profile’ aan dat idee gaan werken en dankzij de support die ik binnen ASML kreeg, leidde dat in 2004 tot een experimentele opstelling. Daarmee zijn we naar Martin van den Brink gestapt.’ Na het gebruikelijke kruisverhoor door Van den Brink kreeg Den Boef twee maanden de tijd om zijn plannen verder uit te werken. In 2005 was een prototype gereed en zag een klant wel brood in het ding. Niet lang daarna viel het besluit om de productie te starten. Een innovatie uit het boekje, zo lijkt het. Gaat het nog steeds zo? ‘Ach, ideeën bij research mislukken wel eens. Als 100 procent zou slagen ziet er iets niet goed. Ik denk dat je een score moet hebben van 20 tot 30 procent succesvol: dan doe je het goed. Volgens mij halen we zo’n percentage wel. Ik weet niet of het me nu nog zou lukken. Ons innovatieproces is lastiger geworden. Men kijkt kritischer naar nieuwe ideeën. Een van de redenen is dat de machines complex zijn geworden en niemand meer zoals vroeger het hele proces technisch doorziet en beheerst. We zijn ook veel groter geworden - niet alles gaat meer even makkelijk en snel. Het is een punt van zorg.’ Na mij nog een korte rondleiding te hebben gegeven door de ‘fab’, neemt Den Boef afscheid en haast zich naar een nieuwe afspraak. Buiten is het warm. In de schaduw staan een paar jonge YieldStar-medewerkers heftig met elkaar te discussiëren. Uiteraard in het Engels. Blijkbaar is bij een van hen de afgelopen dagen iets verkeerd gegaan. Hij gooit zijn teleurstelling eruit. Zijn collega’s spreken hem bemoedigend toe met een typische ASML-tegelwijsheid. ‘That’s life man! You win some, you learn some’. Het werkwoord verliezen krijgen de engineers hier slechts met grote moeite over de lippen…

35

HOOFDSTUK 2: ‘A BIGGER BANG FOR THE BUCK’


ONTWIKKELING MACHINES ASML

Jaren 80

Jaren 90

Jaren 2000 5055

1123

100 Werknemers (aantallen fte)

1985

1995

1% Marktaandeel

(op basis van omzet)

1985

2005

16% 1995

57% 2005

15,1 Gemiddelde prijs per machine (€ mln euro)

1 1985

2,4 1995

177 Aantal machines afgeleverd

2005

196

4 1985

1995

2005

INSIDE ASML


Jaren 2010 14.681

2015

ca. 90% 2015

40,3

2015

169

2015

HOOFDSTUK 2: ‘A BIGGER BANG FOR THE BUCK’


DE CHIPMACHINE VAN RESEARCHLAB NAAR DE FABRIEK VAN DE KLANT ASML’s afdeling Research is de kraamkamer van veel innovaties. Daar wordt theoretisch en experimenteel onderzoek gedaan. Het idee wordt vervolgens door de afdeling Design & Engineering (D&E) omgevormd tot een concreet productontwerp. Vaak met vroege betrokkenheid van ASML’s netwerk van specialistische leveranciers, want zij bouwen het. Onderdelen voor een machine komen samen in ASML’s cleanrooms. In work centers worden grote modules geassembleerd. Vervolgens komen alle modules samen in een cleanroom cabin, waar de machine als geheel wordt opgebouwd. Dat kost vaak slechts enkele dagen. De echte klus is het configureren en testen, wat weken in beslag kan nemen. Alleen zo kan een chipmachine uiteindelijk werken met de precisie van enkele nanometers. Als een klant tevreden is met de testresultaten, wordt de machine op module-niveau uit elkaar gehaald, goed verpakt om vervuiling te voorkomen, en in speciale containers naar de fabriek van de klant vervoerd. Door een team van ASML’s install engineers wordt de machine weer opgebouwd, getest en overgedragen aan de klant. Een team van customer support engineers is 24/7 beschikbaar om eventuele problemen met de machine snel op te kunnen lossen.

EUV-MACHINE

(Extreme Ultra Violet) SCHEMATISCHE WEERGAVE

1

Druppels tin vallen naar beneden en worden geraakt door een laser

Laser

2

-

Er ontstaat een wolk van EUV-licht. Een spiegel in de plasmakamer onderschept een deel van de lichtbron en stuurt dit naar de scanner.

INSIDE ASML


NIEUWE EUV-CHIPMACHINE

IN 2016 ZIJN ER 12 GELEVERD, PRIJS PER MACHINE: circa € 100 MLN

Patroonmasker

Spiegel

SCANNER

3

Laser projecteert een afbeelding van het gewenste patroon via vele speigels op een wafer (silicum schijf). Minder dan 1% van het licht bereikt de wafer.

4

Collector in plasma kamer

30 cm

Spiegel

HOOFDSTUK 2: ‘A BIGGER BANG FOR THE BUCK’

Wafer

De wafer is bedekt met een laagje lichtgevoelig materiaal waarop het gewenste transistorpatroon verschijnt. Uit een wafer kunnen vele honderden chips gemaakt worden.


Kijkje in de cleanrooms: het technisch kloppende hart van ASML

FOTO’S: ASML

INSIDE ASML


HOOFDSTUK 3

Armpje drukken met ASML

O

p de man achter de bar na, is de kantine van voetbalclub Rood-Wit in Veldhoven uitgestorven. Net als de tribune. Terwijl op deze zonnige vrijdagmiddag toch de jaarlijkse confrontatie op het programma staat tussen ASML en het Duitse Carl Zeiss, de exclusieve makers van de lenzen en spiegels voor de machines van ASML. De spelers blijken al op het veld te staan. Aanvoerder van de Nederlanders is Peter van Anrooy, in het dagelijks leven ‘Senior Teamleader Warehouseservices and Projectlead De Install’ bij ASML. De zorgvuldig ingetapede knieën doen vermoeden dat zijn optreden op het veld van beperkte duur zal zijn. Van Anrooy is verantwoordelijk voor alle logistieke taken die ASML niet aan externe partijen wil overlaten, zoals de extreem gevoelige producten van Zeiss. In die hoedanigheid heeft hij dagelijks te maken met de ontwikkelaars uit Oberkochen met wie ASML al ruim 25 jaar nauw samenwerkt. In vloeiend Duits heeft hij de gasten al welkom geheten voor de gezamenlijke lunch. De warming up van de ASML-sterren voor de wedstrijd is het best te omschrijven als een dappere poging tot rekken en strekken. De spelers van Zeiss klonteren samen rond hun verzorger, wiens populariteit vooral lijkt te zijn ingegeven door het feit dat hij de meegebrachte kratten bier beheert. Na het uitwisselen van wat cadeautjes klinkt het beginsignaal: het is al het negende achtereenvolgende jaar dat de twee bedrijven tegen elkaar spelen. Een aanvankelijk Duits overwicht wordt door ASML omgezet in een overtuigende 3-1 overwinning. Volgend jaar weer, maar dan in Duitsland. De sportieve ontmoeting tussen ASML en Zeiss reikt verder

41

HOOFDSTUK 3: ARMPJE DRUKKEN MET ASML


dan alleen een potje voetbal, legt van Anrooy uit. De technologieën van beide bedrijven zijn volledig afhankelijk van elkaar. Er is geen ander bedrijf dan Zeiss waar ASML terecht kan voor haar lenzen en spiegels. En andersom is er niemand anders dan de engineers uit Brabant geïnteresseerd in de peperdure spullen uit Duitsland. Voor één machine van ASML rijden meerdere speciaal geprepareerde vrachtwagens met een complete set lenzen of spiegels richting Veldhoven. De ontwikkeling van de EUV-techniek heeft de verstrengeling tussen beide concerns nog hechter gemaakt. Directeur Andreas Dorsel verwoordde het in 2012 in een interview met het blad Bits&Chips kernachtig : ‘ASML en Zeiss zijn partners. Ik ken geen twee bedrijven die zo nauw samenwerken als wij’. Voor EUV zijn spiegels nodig in plaats van lenzen. De ontwikkeling is een lang en ingewikkeld proces geweest, met veel vallen en opstaan. De spiegels van Zeiss zijn een wonder op zich. Stel je voor dat zo’n spiegel de grootte heeft van heel Duitsland: de hoogste oneffenheid zou dan niet meer dan een millimeter bedragen. Een hele prestatie, maar het vraagt veel van alle betrokkenen, weet Van Anrooy: ‘Veel werknemers van beide bedrijven werken nu eens in Duitsland, dan weer een tijdje in Veldhoven. Ze moeten volledig op elkaar ingespeeld zijn en er moet wederzijds vertrouwen zijn op alle gebieden: van de engineering tot en met de logistiek. De jaarlijkse voetbalwedstrijd helpt om elkaar op een andere manier beter te leren kennen.’ Carl Zeiss staat model voor de manier waarop ASML tegenwoordig omgaat met haar belangrijkste toeleveranciers. Het is een traditie die ver teruggaat, en die de komende jaren nog verder zal worden geïntensiveerd. Uit overtuiging, maar ook uit noodzaak.

FOCUS OP DE HOCUS POCUS In het verleden waren toeleveranciers niet altijd even blij met ASML als opdrachtgever. Zodra er economische tegenwind op-

42

INSIDE ASML


stak, werden de duimschroeven door ASML aangedraaid. ‘De kleine leverancier wordt kapot gemaakt’, verzuchtte een van hen in 2001 in de Volkskrant. Veel van hen smeekten om een andere benadering. Ze wezen erop dat, anders dan bij een schoonmaakbedrijf of cateraar, puur sturen op de kosten een averechts effect had. De eisen die ASML aan zijn producten stelt zijn zo extreem ingewikkeld dat alleen een gezamenlijke aanpak het gewenste resultaat oplevert. Tegelijkertijd waakt ASML ervoor dat toeleveranciers te veel afhankelijk worden van de orders uit Veldhoven. Voor sommige bedrijven pakt die exclusieve dienstbaarheid goed uit. Het is namelijk maar zeer de vraag of Carl Zeiss überhaupt nog had bestaan als ze zich in de jaren tachtig niet volledig hadden gericht op de engineers uit Veldhoven. Een ander opmerkelijk voorbeeld in dat verband is een bedrijf dat basaltblokken gebruikte voor het maken van grafzerken. Basalt is een goede isolator. Het bedrijf heeft zich inmiddels helemaal omgevormd tot een specialist en is nu de enige in de hele wereld die voor ASML een bepaald onderdeel kan leveren. Maar met name in tijden van economische tegenslag, zoals rond 2000, heeft de sterke afhankelijkheidsrelatie een negatief effect gehad op zowel diverse toeleveranciers als op ASML zelf. De opdrachten vanuit ASML liepen terug, of vielen geheel stil, waardoor de toeleverancier zonder werk kwam te zitten en zelfs kopje onder ging. Toen de markt weer aantrok moest ASML dus op zoek naar nieuwe partners. ASML eist nu daarom van de toeleveranciers voldoende investeringen in de eigen R&D en dat het bedrijf naast ASML ook andere opdrachtgevers werft. Bijkomende gedachte is dat de elders opgedane ervaring weer tot nieuwe technologische kruisbestuiving kan leiden - waar ASML uiteraard van profiteert. Een andere belemmering betreft de steeds hogere eisen die ASML – noodgedwongen – aan de apparaten stelt die in hun machines moeten worden ingebouwd. Een ASML-machine is modulair opgebouwd. Hij bestaat uit meer dan 50.000 onderdelen: klepjes, metertjes, schuifjes, hendeltjes. Al die spullen worden steeds ‘slimmer’ door de software waarmee ze onderling zijn verbonden of worden aangestuurd. Van al die onderdelen moet

43

HOOFDSTUK 3: ARMPJE DRUKKEN MET ASML


van tevoren zeer nauwkeurig worden aangegeven wat ze wel en niet behoren te doen, wat de omvang is en van welk materiaal ze geacht worden te zijn gemaakt. Deze zogeheten ‘specs’ worden veelal door ASML opgesteld en vervolgens uitbesteed aan een leverancier die met grote regelmaat rapporteert over de voortgang, waar dan vervolgens bij ASML weer over wordt vergaderd. In deze werkwijze schuilt een gevaar: het is tijdrovend en duur. Een ASML-engineer die verantwoordelijk is voor één technologisch hoogstandje zal al snel de neiging krijgen minder aandacht te hebben voor het functioneren van een willekeurig ander metertje of klepje elders in de machine. Of juist andersom: hij is te veel tijd kwijt aan zaken die niet tot zijn primaire – extreem ingewikkelde - taak behoren. ‘Verlies van de focus op de hocus pocus’, zoals een ASML-er het noemt. Een sprekend voorbeeld is het bedrijf Norma uit Hengelo, een fabrikant en toeleverancier van complete mechatronische systemen, die voor ASML essentiële onderdelen vormen. Mechatronica is een combinatie van werktuigbouwkunde, elektrotechniek, meet- en regeltechniek en besturingstechniek. Norma is als één van de weinigen ter wereld in staat voor de apparaten die ze aanleveren voor de Yieldstar een nauwkeurigheid van minder dan één duizendste millimeter te garanderen. De relatie met ASML liep jarenlang stroef. Te veel tijd ging verloren met discussies over wisselende eisen, lang slepende evaluaties en misverstanden over en weer. Beide partijen werden steeds minder tevreden over de bereikte resultaten. Happend naar adem vroeg Norma regelmatig om meer geduld, en vooral om meer gelijkwaardigheid in de onderlinge verhoudingen. De klachten van Norma en andere bedrijven vonden uiteindelijk een luisterend oor in Veldhoven. Het beleid werd omgegooid en heeft nu plaats gemaakt voor een steeds nauwere betrokkenheid. Ceo Peter Wennink mag het graag beeldend uitleggen als hij ergens op een podium staat. Hij houdt dan zijn handen boven elkaar op een afstand van zo’n dertig centimeter. De bovenste hand is ASML. Als die de hoogte in gaat en de onderste (de toeleverancier) komt niet van zijn plek, wordt het gat te groot en dat is nadelig voor ASML. Het succes van ASML wordt dus mede bepaald door het succes van de toeleverende bedrijven.

44

INSIDE ASML


Om er zeker van te zijn dat ze over het meest geavanceerde klepje of metertje beschikken maakt ASML gebruik van een aantal zogeheten OEM’s (Original Equipment Manufacturers): leveranciers van een specifiek eindproduct voor een machine van ASML die de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling en productie hebben overgenomen. Het is een voortdurende en delicate zoektocht naar dit soort bedrijven. De OEM’s aan wie ASML het vertrouwen geeft, dienen te voldoen aan een set strenge criteria, QLTC genaamd: Quality, Logistics, Technology and Costs. Maandelijks krijgen de aangesloten bedrijven de voortgang en planning te horen, zodat iedereen weet of er een tandje bijgezet moet worden. Een speciaal team, bestaande uit verschillende ASML-disciplines, werkt in nauwe samenwerking met het betreffende bedrijf aan het verwezenlijken van de doelstellingen. In het geval van Norma betekent dit dat beide bedrijven volledige transparantie betrachten bij de productie. Specialisten van beide bedrijven werken voor korte of langere tijd in Hengelo of Veldhoven, vertrouwelijke informatie wordt gedeeld, en de verantwoordelijkheid is een gezamenlijke. Bovendien heeft Norma zich minder afhankelijk van ASML gemaakt door zijn portfolio steeds verder uit te breiden en is het inmiddels actief in de medische wereld, defensie, luchtvaart en optiek. Een volgende stap waar binnen ASML momenteel op hoog niveau over wordt nagedacht, is de vraag hoe de keten van toeleveranciers voor langere termijn kan worden gefinancierd. Want vaak heeft een OEM weer meerdere onderaannemers, die stuk voor stuk belangrijk zijn voor het eindresultaat. Door het succes van ASML is het voor veel Nederlandse bedrijven aangenaam toeven onder de vleugels van de absolute leider in de supply chain. Het overgrote deel van de productie van een machine vindt plaats bij de bijna 800 toeleveranciers: bij elkaar 85 procent. De Nederlandse economie vaart hier wel bij. Vorig jaar spendeerde ASML 3,8 miljard euro aan externe opdrachtgevers. Onze Oosterburen pikken een stevig graantje mee: Duitse bedrijven werden voor 1,4 miljard euro aan het werk gezet. Deze stroom aan inkomsten is ook bondskanselier Merkel niet

45

HOOFDSTUK 3: ARMPJE DRUKKEN MET ASML


ontgaan. In 2014 bracht ze een bliksembezoek aan de Hannover Messe. Tot verrassing van velen bleef ze langdurig hangen bij de stand van ASML. Merkel, een gepromoveerd fysica, vroeg de ASML-ers het hemd van het lijf en viel volgens aanwezigen van de ene in de andere verbazing. ‘Daar wil ik naar toe’, liet ze haar medewerkers onmiddellijk vastleggen. Twee jaar later, in het voorjaar van 2016, liet Merkel zich uitgebreid in Veldhoven rondleiden alvorens aan te schuiven bij het tweede regeringsoverleg tussen Nederland en Duitsland. Voor een niet onbelangrijk deel komen veel van de ASML-miljoenen terecht bij bedrijven in de logistieke sector. Ook hier is alles noodgedwongen gericht op snelheid en efficiency. Het vergt het uiterste van de bedrijven die voor ASML werken. Want hoe lever je bijvoorbeeld overal ter wereld binnen een half uur een reserveonderdeel af? En hoe vervoer je een machine die eigenlijk niet te vervoeren is?

VLIEGWIEL KOMT IN BEWEGING Het meisje achter de balie van DHL is niet van plan ons zomaar binnen te laten in een van de warehouses op het terrein van ASML: we willen spontaan een kijkje nemen, maar hebben ons van tevoren niet aangemeld. Ze is totaal niet onder de indruk van mijn bezoekersbadge, noch van de medewerkersbadge van mijn begeleider Sander. Met een pinnig ‘Ik weet hier niets van’, kijkt ze ons met professioneel wantrouwen indringend aan. ASML heeft het totale warehouse-beheer aan DHL uitbesteed. De expressdienst heeft een eigen vestiging op het ASML-terrein voor de aanname en afgifte van goederen die hun weg naar een van de 70 ASML-vestigingen elders in de wereld moeten vinden. Een logistieke klus waar Boris van de Laak zijn handen vol aan heeft. Zijn functieomschrijving past maar net op een visitekaartje: Global Customer Manager bij DHL Customer Solutions and Innovations. En dan te bedenken dat hij slechts twee klanten heeft, waarvan ASML er eentje is: ‘het is nauwelijks voorstelbaar wat voor een vliegwiel op gang komt als een klant besluit een machine van ASML te kopen’.

46

INSIDE ASML


Een afspraak maken met Van de Laak valt dan ook niet mee, want bijna continu reist hij de wereld rond. Ik spreek hem uiteindelijk via een perfecte Skype-verbinding op een hotelkamer in Japan. Hij is net aangekomen uit Taiwan en reist over twee dagen weer door naar Singapore. ‘We onderschatten in Nederland nogal eens hoe belangrijk het is om je klanten in Azië persoonlijk te spreken’, vertelt hij. Van de Laak geeft meteen maar even aan hoe de verhoudingen liggen: ‘Ik zit bij ASML aan tafel. Het is voor ASML onmogelijk om met alle DHL-afdelingen zaken te doen, dus ik ben hun aanspreekpunt voor de hele wereld.’ DHL vervoert alles voor ASML, behalve de totaal afgebouwde machines zelf: dat doen weer andere vervoerders. De DHL-mensen zorgen er wel voor dat de machines, alvorens ze op transport gaan, worden ingepakt in de speciale containers, waarbij de omstandigheden in de cleanroom zoveel mogelijk behouden blijven. Daarna neemt een vervoerder de taken over. DHL beheert 20 magazijnen die dicht bij de klanten van ASML in de VS en Azië zijn gevestigd. De klant bepaalt waar DHL neerstrijkt. Duizenden materialen - van bouten en moeren tot lenzen - maar ook de stukken gereedschap die de engineers nodig hebben om ter plekke aan een machine te sleutelen, liggen hier opgestapeld. Het zijn geklimatiseerde en vochtgereguleerde ruimtes van vaak duizenden vierkante meters. Op last van ASML maakt DHL gebruik van speciale cleanbenches waarin spullen kunnen worden verpakt voordat ze naar de klant gaan. ‘Het gaat om alles, behalve de onderdelen die al in Veldhoven in de cleanroom zijn ingepakt. Sterker nog: daar moeten we vooral van afblijven’. Om de dienstverlening verder te optimaliseren heeft DHL speciaal voor ASML een callcenter in Singapore ingericht dat 24 uur per dag bereikbaar is voor klanten die niet direct geholpen kunnen worden in het magazijn dicht bij hun fabriek. ‘ASML is met geen andere klant te vergelijken’, vertelt Van de Laak. ‘Kijk, als een jurkje tien minuten te laat aankomt, is dat niet zo’n probleem. Bij ASML wel. Valt bij een klant een machine stil, dan kost dat tot tientallen euro’s per seconde. Dus ASML eist van ons dat we binnen een half uur een vervangend onderdeel hebben afgeleverd. Alles is gericht op snelheid en kwaliteit, ongeacht de

47

HOOFDSTUK 3: ARMPJE DRUKKEN MET ASML


kosten. Het is prachtig om te doen, maar vergt van ons een ongekende grote mate van flexibiliteit.’ Niet iedereen bij DHL komt zomaar in aanmerking om aan de spullen van ASML te mogen zitten. ‘Voor een klant als ASML heb je een ander type medewerkers nodig. Ze krijgen eerst een speciale interne training. Mensen moeten goed weten welke verantwoordelijkheid het met zich meebrengt en precies op de hoogte zijn van de speciale eisen die ASML stelt. Dit werk kun je alleen met je hele ziel en zaligheid doen. DHL-ers worden na verloop van tijd meestal ook halve ASML-ers.’

‘LASTIG? EERDER VEELEISEND’ Martien van den Bos tekent een denkbeeldig vierkant voor zich op tafel. ‘Daar paste ie toen ongeveer op’. Hij doelt op de eerste ASML-machine die hij in 1996 onder ogen kreeg. Van den Bos is Operational Key Account Manager bij Panalpina. De van oorsprong Zwitserse vervoerder telt wereldwijd bijna 14.000 werknemers met 500 kantoren in 140 landen, en is actief op vijf continenten. Vanuit de vestiging pal naast Eindhoven Airport verzorgt de transporteur het vervoer van de ASML-gevaartes: zo’n 50 keer per jaar. De enige concurrent is DB Schenker, die eenzelfde aantal verschepingen voor zijn rekening neemt. Met zijn beoogde opvolger Jaap van den Hurk neemt Van den Bos mij in sneltreinvaart mee in de modus operandi van Panalpina waar het ASML betreft. ‘Wij beginnen waar DHL ophoudt. Gemiddeld vervoeren we één machine per week. Zeker de nieuwe EUV-machines moeten in delen worden opgesplitst en vervoerd voordat ze bij de klant kunnen worden afgeleverd. Het meet zeer nauw. Bij ontvangst moeten ze natuurlijk zo’n hoeveelheid vracht wel kwijt kunnen. Het moet allemaal weer geïnstalleerd worden. Dus wat het eerste afgebroken wordt, moet als laatste weg.’ Panalpina laadt de machines in delen op geprepareerde vliegtuigplaten en rijdt ze daarna naar Schiphol, Brussel of Luxemburg. Het vliegveld Eindhoven kan dergelijk zware hoeveelheden vracht niet aan. Is dat niet zonde? ‘Dat is voor ons niet zo’n punt. We kijken per transport waar we het beste en goedkoopste uit

48

INSIDE ASML


zijn. Als Nederlander vind ik het veel zorgelijker dat KLM geen vracht-Boeings meer heeft die we kunnen inzetten. ’ Bij vertrek en aankomst is altijd iemand van Panalpina ter controle aanwezig. Zo’n honderd man van Panalpina wereldwijd houdt zich uitsluitend met ASML bezig. Voor de kleinere pakketten luchtvracht die Panalpina voor ASML vervoert zijn drie verschillende ‘service levels’ afgesproken. Sommige spullen mogen er zeven dagen over doen om bij de klant te komen, bij het hoogste niveau (emergency) is de reistijd teruggebracht tot 48 uur. De eis van ASML is dat Panalpina een score van 99 procent realiseert. Beginnen al die eisen Van den Bos niet af en toe te irriteren? ‘Hoe zal ik ASML nou eens omschrijven? “Lastig” is het eerste woord dat me te binnen schiet, maar daar doe ik ze mee tekort. Ze zijn high demanding: ze vragen heel veel van je. Meer dan andere klanten: “Hoe kan het beter, hoe kan het goedkoper? We hebben gehoord dat die en die vervoerder het wel goedkoper kan, waarom jullie niet?” Aan ons om dan het tegendeel aan te tonen of ze gelijk te geven. Ik vind dat hartstikke leuk en uitdagend. Niet lastig.’ De verscheping van een doorsnee ASML-machine kost tienduizenden euro’s, bij een EUV-machine lopen de bedragen op tot een paar honderdduizend euro. De komende jaren zullen de bedragen alleen maar toenemen, voorspelt Van den Bos. Nu al wordt geëxperimenteerd met het vervoer van de volgende generatie EUV-machines. Nog groter, nog duurder. Denkt de 60-jarige Van den Bos dit nog mee te gaan maken? ‘Net wel, net niet. Het ligt eraan. Tegenwoordig moet je tot je 67ste werken, hè.’

EEN BAKSKE KOFFIE Lachend zegt Wim van der Leegte jr. dat hij ‘helemaal geen pijn in zijn arm heeft’. Het is een verwijzing naar het veel gehoorde grapje binnen ASML dat ze het rechterledemaat van de ondernemer net zo ver achter zijn rug hebben omgedraaid tot hij ja zei tegen de voorwaarden uit Veldhoven – maar dat blijkt achteraf de Brabantse variant op een broodje aap te zijn. Van der Leegte volgt binnenkort zijn vader op als ceo van de

49

HOOFDSTUK 3: ARMPJE DRUKKEN MET ASML


VDL-groep, waar VDL ETG deel van uitmaakt. Het puur Brabantse familiebedrijf is een bijzondere leverancier waar exclusief voor ASML de zogeheten wafer handlers worden gemaakt. Het zijn de volledig geautomatiseerde armen die de chipschijven tot op de micrometer nauwkeurig op de wafer stage plaatsen. Deze brengt de wafer vervolgens onder de lens, waar ze worden belicht. De samenwerking gaat ver terug, maar sinds 2014 zijn de afspraken aangescherpt. ‘Het is niet meer van: geef de tekening maar, wij maken het wel zoals het erop staat.’ Samen met zijn ceo bij VDL ETG, Guustaaf Savenije, die ook ooit is begonnen bij Philips, legt hij uit dat VDL voortaan de volledige verantwoordelijkheid draagt voor de modules die ze aan ASML leveren, inclusief de (door)ontwikkelkosten. Voor VDL betekent dit meer risico nemen, en voor ASML dat ze de controle voor een deel moeten loslaten en overdragen. Sinds 2014 gaan bijna 100 ASML-ers ‘s morgens dus niet meer naar Veldhoven, maar rijden ze naar de een paar kilometer verderop gelegen fabriek van VDL in Eindhoven. Hoe bevalt dit beide partijen tot nu toe? ‘De manier waarop wij wederzijdse afhankelijkheid van elkaar creëren is uniek’, vertelt Van der Leegte. Er is maar één route en dat is voorwaarts met elkaar. Er zijn geen exitbewegingen meer mogelijk. Het model vergt veel van beiden: het eigenbelang opzij schuiven voor het grotere belang van de samenwerking. De belangen komen niet altijd honderd procent overeen: ASML wil de laagste kostprijs en VDL de hoogste marges. Samen moeten wij zorgen dat een kwalitatief hoogstaand product zo efficiënt en goedkoop gemaakt wordt, waarbij VDL toch nog wat verdient.’ De winst zit ‘m volgens Van der Leegte vooral in het aantoonbare feit dat door de verregaande verwevenheid van de werkprocessen de kosten voor ontwikkeling aanzienlijk dalen. ASML controleert niet meer iedere stap die VDL zet en kan zich concentreren op bijvoorbeeld de verdere perfectionering van de EUV-machines. Dit scheelt VDL ook zeeën van tijd met als resultaat dat een prototype eerder gereed komt en sneller met de productie kan worden begonnen.

50

INSIDE ASML


ASML kent veel OEM’s, in Duitsland nog meer dan in Nederland. Hebben de gezamenlijke wortels in de Brabantse grond nog een rol gespeeld? Van der Leegte glimlacht minzaam. Hij kan deze typisch Randstedelijke vraag langzamerhand dromen. ‘Nee, het gaat niet om Brabantse gezelligheid. ASML doet zaken met ons omdat ze goed kunnen rekenen. Dat wij dan nog aardig zijn is een prettige bijkomstigheid. Het Brabants dialect heeft iets zachts in zich. Het bakske koffie klinkt wel goed hè? Maar hier worden zaken gedaan, hoor. Het verschil is dat als de wedstrijd gespeeld is, wij graag samen een potje bier drinken, in plaats van dat we voor de camera gaan staan en zeggen: I am the greatest.’ Ceo Sabenije vult aan: ‘Wat wel helpt is dat we allemaal onze roots in Philips hebben liggen, veelal op het Natlab of het CFT, het Center for Technology. Ik ben daar ook ooit begonnen. Al die mensen zijn uitgezworven en kennen elkaar nog. Dus je hebt eigenlijk nog steeds een virtueel Natlab. Dat voordeel houdt natuurlijk een keer op. Over tien jaar is het echt weg. Het Natlab en CFT behoorden tot de belangrijke drie entiteiten binnen Philips: Natlab, CFT en Philips Machinefabrieken. VDL heeft Machinefabrieken geabsorbeerd, CFT is bijna ter ziele. ASML, wij, de technische universiteit Eindhoven en andere partijen in de regio doen nu serieus een poging om op verschillende manieren het CFT opnieuw op te bouwen. Hier bij VDL werken inmiddels bijna 200 mensen die zich uitsluitend bezig houden met ontwikkelen. Vroeger gebeurde dat op CFT.’ Volgens Van der Leegte hebben de techbedrijven binnen en buiten Brabant nu de wind in de rug die lange tijd ontbrak. ‘Een andere belangrijke verandering is dat techniek weer een bee tje in raakt. We hebben lange tijd last gehad van wat ik “de drooglegging” noem. Op een gegeven moment konden we nauwelijks meer aan nieuwe studenten in de techniek komen: met name vakmensen. Lassers waren niet te vinden. Dat kwam omdat ze thuis zeiden van: doe maar lekker lang doorstuderen, want dan heb je

51

HOOFDSTUK 3: ARMPJE DRUKKEN MET ASML


later de grootste kans op een goeie baan. Op school adviseerden ze hetzelfde, en de overheid maar zeggen dat we een kenniseconomie moesten worden. Gelukkig zijn we daarvan aan het terugkomen, omdat de crisis wel heeft aangetoond dat de maakindustrie het belangrijkste is voor de groei in het land. ASML en alle bedrijven eromheen lopen ver voorop in het creëren van werkgelegenheid.’ Dus uiteindelijk is de verwevenheid met ASML een logisch besluit geweest, passend bij de ontwikkelingen in de regio? Van der Leegte tovert een brede grijns tevoorschijn. ‘Ach, weet je wat we bij ons in het bedrijf vaak zeggen: hij die snel beslist en af en toe iets mist, brengt meer geld in de kist dan een perfectionist die de aansluiting mist.’ Innig tevreden over deze uitsmijter bedank ik beiden hartelijk voor het gesprek en maak aanstalten te vertrekken. Een verkeerde inschatting. Van der Leegte gaat er nog eens goed voor zitten: ‘Weet je wat jullie bij het FD nou eens zouden moeten uitrekenen? Hoe belangrijk Brabant voor Nederland is en wat wij daarvan terugzien. Hier in Brabant wordt een substantieel deel van de cash gegenereerd, net als het gas in Slochteren Nederland in zijn geheel rijker maakt. Laten we het nou eens puur zakelijk bekijken. In de bancaire sector gaat wel een hele hoop geld om, maar hoeveel creëren ze nou werkelijk in vergelijking met Brabant?’ Voor het antwoord hoef ik niet ver te reizen. De volgende dag al op de High Tech Capital-bijeenkomst in het Philips-stadion wordt het me op een presenteerblaadje aangereikt.

A PLACE FOR CHAMPIONS Nauwelijks bij te houden voor zijn begeleiders beent Rob van Gijzel, burgemeester van Eindhoven, het Philips-stadion binnen. Links en rechts schudt hij een handje, doet hier en daar een toezegging: ‘kom ik snel op terug’.

52

INSIDE ASML


Over een half uur wordt hij geacht de opening te verrichten van de High Tech Capital, een markt met stands waar investeerders kennis kunnen maken met start-ups uit de regio Brabant. De bijeenkomst is een initiatief van onder andere ASML. De PvdA’er heeft deze zomer afscheid afgenomen als eerste burger. Er wordt druk gespeculeerd over zijn toekomst. Kwade tongen beweren dat hij zijn zinnen heeft gezet op een bureaustoel in de bestuurskamer van Schiphol. Zelf zegt hij nog geen idee te hebben wat zijn volgende baan zal zijn. Mocht een nieuwe betrekking te lang op zich laten wachten, dan kan hij moeiteloos een gooi doen naar de functie van directeur marketing bij ASML: ‘Als ze morgen in Veldhoven zouden stoppen is er over een jaar of vier geen Silicon Valley meer. Zonder ASML kan Intel niet functioneren. In Veldhoven wordt bepaald of de Wet van Moore van kracht blijft.’ In zijn nadagen als burgemeester heeft Van Gijzel nog een laatste heldere klaroenstoot afgegeven. Hij schreef een boek over zijn geboortestad. In ‘de stad die de toekomst maakt’, hekelt hij de ongelijkheid tussen de Randstad en Brabant. De toedeling van geld is volkomen uit het lood geslagen. Amsterdam krijgt via het gemeentefonds 195 euro per inwoner voor sport, cultuur en stedelijke voorzieningen. Utrecht en Rotterdam ruim 140 euro per ingezetene. Voor Eindhoven blijft de teller steken op 1,53 euro per inwoner. Van Gijzel windt zich hier al jaren over op. ‘Van alle 21 rijksmusea bevindt zich er niet één onder de grote rivieren. Onbegrijpelijk en beschamend. En dan te bedenken hoeveel geld in Brabant voor Nederland wordt verdiend. ASML levert met een omzet van 6,5 miljard euro en een toegevoegde waarde van 40 procent per machine ons land meer op dan de hele containerhaven van Rotterdam.’ Heeft hij tot slot nog een advies voor ASML? ‘Ze hebben geen advies nodig, ze weten precies wat ze moeten doen. Deze bijeenkomt hier vandaag in het Philipsstadion is

53

HOOFDSTUK 3: ARMPJE DRUKKEN MET ASML


een ode van ASML aan de regio. ASML zit in onze genen, net als PSV trouwens.’ En weg is ie. Aan de rand van het veld pakt hij vastberaden de microfoon: ‘This is a place to be for champions!’, verwijzend naar het recente kampioenschap van de club uit Eindhoven. Staccato somt hij nogmaals de successen van de afgelopen jaren op. In stijl sluit hij af met een voorspelling en een flinke opsteker voor ASML en de regio Brabant: ‘Binnen twintig jaar zal technologie de belangrijkste driver zijn in de samenleving.’

DE REKENSOMMEN KLOPPEN Zo’n 150 kilometer verderop beaamt minister van Economische Zaken Henk Kamp (VVD) de verdienste van ASML en de regio Brabant voor de Nederlandse economie, zij het met enige kanttekeningen. In zijn ruime werkkamer aan de Bezuidenhoutseweg zegt de bewindsman ‘permanent onder de indruk’ te zijn van ASML. ‘Ik geef het je te doen om marktleider te worden in zo’n grote en ingewikkelde markt. De toekomst is zonnig. Een wereld die steeds verder afhankelijk wordt van chips, komt uiteindelijk uit bij ASML’ Sprekend over de Nederlands economie in het buitenland neemt Kamp ASML steevast op in het rijtje van Philips, Akzo, Shell en Unilever - zonder een rangorde te willen bepalen. ‘Ik noem ASML in één adem met Philips. Voor Philips heb ik onverminderd grote waardering. Het is een bijzonder bedrijf van wereldbetekenis. Bij het grote publiek is ASML minder bekend, maar dat is niet erg. Niemand twijfelt over ASML’. Kamp ziet voor de komende jaren grote mogelijkheden voor de verdere ontwikkeling van hoogwaardige maakindustrie. Nederland is in zijn ogen ‘kansrijk’ op het gebied van nieuwe technische disciplines als fotonica, robotica en kunstmatige intelligentie.

54

INSIDE ASML


Fijntjes wijst hij erop dat de overheid hierin zeer ondersteunend is. Net als in het verleden. Zonder overheidssteun had ASML nooit de machines kunnen ontwikkelen waar ze later zoveel geld mee hebben verdiend. ‘Ze hebben alles trouwens keurig met rente terugbetaald.’ Ook nu profiteert ASML nog volop van allerlei subsidies voor onderzoek. In de ogen van Kamp is dat terecht, maar hij heeft te maken met meerdere claims. ‘Ik hoor nooit wat anders als iemand namens zichzelf spreekt. Utrecht, Zwolle, Zeeland… Het is altijd te weinig. Onderschat niet wat er in andere regio’s gebeurt. Maar ik geef toe dat de rekensommen van Rob van Gijzel kloppen, en er zijn zeker argumenten te geven die een verschuiving van de geldstromen rechtvaardigen.’ Met het toenemen van het zelfvertrouwen klinkt de cri de coeur uit de regio Brabant steeds luider. ASML heeft zich nadrukkelijk in dat koor gemengd. Het concern vraagt, in nauwe samenwerking met andere bedrijven en kennisinstellingen, steeds nadrukkelijker aandacht voor de opkomst van het vrij bijzondere en succesvolle technologiecluster Brainport in de regio. In bredere zin ijvert ASML op veel fronten om ‘techniek’ in en buiten Brabant te promoten en doet het er in de battle for talent alles aan om aantrekkelijk te zijn voor nieuwe medewerkers. Het is dan wel prettig als de regio iets te bieden heeft voor die jongeren, om te voorkomen dat ze na verloop van tijd weer naar Amsterdam vertrekken.

55

HOOFDSTUK 3: ARMPJE DRUKKEN MET ASML


UITGAVEN ASML IN DUITSLAND EN NEDERLAND Hoe groter de cirkel, hoe hoger de uitgaven zijn aan leverancier in het desbetreffende postcodegebied in 2015

€5 mln

Amsterdam

Twente

DUITSLAND

€774 mln

Eindhoven

UITGAVEN ASML IN WERELD

Frankfurt

Uitgaven ASML aan leverancier in 2015

€ 1740 mln Nederland

€ 1440 mln Duitsland

€ 440 mln € 180 mln VS

Overig

INSIDE ASML


Berlijn

Dresden Jena

Oberkochen (Carl Zeiss-lenzen) Stuttgart

HOOFDSTUK 1: DE TOVERLANTAARN


De ‘Falcons’, het robotelftal van ASML tijdens een van hun wedstrijden

FOTO’S: HOLLANDSE HOOGTE

58

INSIDE ASML


HOOFDSTUK 4

De tech-tovenaars

M

isschien is het een hardnekkig journalisten-dingetje: in je vrije tijd ga je niet al te veel met elkaar om. Behalve als er iets te vieren valt, al is het maar vanwege een verandering van functie. Dan staat de halve redactie van het FD en BNR beneden bij Café Dauphine aan het bier. ASML-ers hebben over het algemeen een ander idee over de invulling van hun vrije tijd. Niet dat ze nou allemaal op hun zolderkamertje wiskundige formules zitten uit te werken, maar ietwat generaliserend kan toch wel worden gesteld dat de gemiddelde medewerker eerder te porren is voor een intellectuele uitdaging dan voor een slopende kroegentocht. Illustratief hiervoor zijn de populaire lockdowns die af en toe worden gehouden. Verdeeld over meerdere groepen storten zo’n vijftig jonge ASML-ers uit verschillende disciplines zich 24 uur lang op een bestaand vraagstuk. Er wordt dan geen druppel gedronken. Een van de winnende ideeën tijdens de laatste ‘snelkookpansessies’ kan straks een eind maken aan een hardnekkig probleem, aangeduid als dead on arrival: veel machineonderdelen overleven het transport niet. De jongeren ontwikkelden een methode om een bepaalde chip in de verpakking te plaatsen, waardoor tijdens het vervoer gemeten kan worden waar iets fout gaat en hoe het mankement in de toekomst is te voorkomen. Het plan wordt nu verder uitgewerkt. De lockdowns zijn een initiatief van Young ASML, een zeer actieve groep van 1600 leden. Ze komen uit alle windrichtingen. Twee van hen zijn door Sander naar voren geschoven als ‘woordvoerders’ van Young ASML. Zoals alle andere leden behoren ze tot de toptalenten van het bedrijf en zijn ze ambitieus. Een kritisch woord komt nauwelijks over hun lippen. Gevraagd naar hun

59

HOOFDSTUK 4: TECH-TOVENAARS


beweegredenen om zich op te geven voor Young ASML volgt een bijna identiek antwoord: ‘Een bijdrage leveren aan het succes van ASML’ Ik merk dat dit me een beetje irriteert. Maar waarom eigenlijk? Ik moet onmiddellijk denken aan het boek De Cirkel van Dave Eggers, waarin hij een portret schetst van een techbedrijf vol (aanvankelijk) blije medewerkers. Ik verbijt mijn opkomende ergernis. Misschien heeft het gewoon te maken met mijn roestige journalistieke barometer waarvan het metertje altijd achterdocht aanwijst. Een andere verklaring is mogelijkerwijs de cynische inslag van een (laat)vijftiger ten opzichte van het jeugdige optimisme dat tegenover me heeft plaatsgenomen. Is het mijn gebrek aan kennis en inlevingsgevoel voor deze hoog opgeleide jongeren die, vaak ver van huis, bevlogen en vastbesloten zijn om de grenzen van de ASML-machines verder op te rekken? Zeker de laatste jaren zijn we bij FD/BNR sterk gericht op de rebelse jongeren die een bedrijf beginnen en er niet over peinzen hun talenten te grabbel te gooien bij een grote corporate. Bij ASML is sprake van een ander slag jongeren. Ik geef ze een kans en word beloond. Natalie Hultgren Broos (30) komt oorspronkelijk uit Zweden. Een dubbele liefde bracht haar naar Nederland: haar Nederlandse vriend én een studie werktuigbouwkunde aan de TU Delft. Sinds anderhalf jaar is ze in dienst van ASML als Production Engineer. In vrijwel vloeiend Nederlands legt ze uit wat de functie inhoudt: ‘Ik help bij het verbeteren van de logica in het werkproces bij de EUV-machines. Welke handeling doe je eerst en wat doe je daarna? Ik ben vaak in de cleanrooms om te kijken hoe het gat tussen ontwerp en productie kan worden verkleind. Het gaat ons om de tijdwinst die we daarmee boeken.’ Jerom Nieuwenhuizen (28) werkt na zijn studie technische bedrijfskunde aan de TU Eindhoven nu bijna drie jaar bij Decision Support, in wat bij ASML de President’s Office heet.

60

INSIDE ASML


‘Wij bereiden strategische beslissingen voor die de board moet nemen, bijvoorbeeld over investeringen. Ons doel is de kwaliteit van die besluiten te verbeteren.’ Het wordt al snel duidelijk dat de twee weloverwogen hebben gekozen voor ASML: het innovatieve karakter, het mogen werken met mensen die net zo slim zijn als zijzelf, en de kansen die ze geboden krijgen om verder te groeien. Voor Natalie en Jerom voorlopig geen gejobhop of een start-upje. Natalie: ‘Ik werk hier op zo’n ongelooflijk hoog technologisch niveau. Het zal niet meevallen een gelijkwaardig bedrijf te vinden met net zulke uitdagingen.’ Ook het salaris en secundaire arbeidsvoorwaarden zijn dik in orde, zegt Jerom: ‘Ik vergelijk het wel eens met vrienden en dan zit ik echt aan de top. Met ook nog eens 40 vrije dagen. Maar ik vind het belangrijker dat we volop de ruimte krijgen voor ontwikkeling en trainingen.’ Het tweetal heeft alleen al het afgelopen jaar verschillende meerdaagse cursussen gevolgd, variërend van influencing skills, personal coaching, negotiating en leadership development. Allemaal uit vrije wil én ambitie, stelt Natalie: ‘Onze ceo Peter Wennink heeft het ons tijdens de jaarlijkse bijeenkomst met Young ASML nog eens voorgehouden: het merendeel van de toekomstige leiders moet uit de eigen organisatie komen.’ Het lidmaatschap van Young ASML is in principe niet aan leeftijd geboden. ‘Zo lang je je jong voelt’, stelt Natalie droogjes. Daarna zijn er nog tal van andere mogelijkheden. ASML heeft een waaier aan clubjes: van een vrouwengroep tot en met LGBT-activiteiten, vertelt Jerom: ‘We maken wel eens het grapje dat alleen de heteroseksuele man van middelbare leeftijd binnen ASML geen eigen platform heeft.’

61

HOOFDSTUK 4: TECH-TOVENAARS


Steeds meer buitenlandse jongeren kiezen voor ASML. Vanzelfsprekend is het niet altijd even gemakkelijk voor studenten uit verre oorden om zich in Veldhoven of omgeving te settelen. Het werk mag dan uitdagend zijn, ’s avonds is daar toch de kamer in een regio zonder al te veel internationale allure. ASML probeert er alles aan te doen om de nieuwkomers zich thuis te laten voelen en opkomende heimwee de kop in te drukken. Leden van Young ASML zijn aanwezig om ze welkom te heten bij de afsluitende bijeenkomst na de zogeheten Onboarding Day, de eerste werkdag. Jerom: ‘We proberen een rol te pakken om ervoor te zorgen dat mensen niet eenzaam op hun kamer te zitten. We voelen ons verantwoordelijk om ASML een great place to work te maken voor de nieuwkomers.’ Iedere maand is er een borrel met presentaties voor de tientallen jongeren die maandelijks in Veldhoven arriveren. In Eindhoven kunnen ze ook nog eens naar The Hub, een ontmoetingsplaats voor expats van andere bedrijven en de TU Eindhoven. Daarnaast biedt ASML zo’n 12 sportactiviteiten aan en een fitnesstest in samenwerking met de ‘buurman’ in Veldhoven, het Maxima Medisch Centrum. Donderdagochtend is een ruimte gereserveerd voor een cursus mindfulness: de aanmeldingen stromen binnen. Daarnaast bestaat er - niet alleen voor jongeren - een vitaliteitsprogramma gericht op ‘mentale veerkracht, motivatie en energie’ Het programma is opgebouwd uit vier modules: bioritme, voeding, mentale weerbaarheid, sport & activiteiten. Aparte aandacht krijgt het verminderen van slaapproblemen. Veel engineers slapen blijkbaar slecht. ‘Er wordt veel gevraagd van de brainpower van de medewerker’, zei Maaike Thijssen, corporate vitality manager bij ASML (en in 2014 healthmanager van het jaar) vorig jaar op BNR. ‘ASML is een uniek bedrijf met veel hoogbegaafde mensen die lang in het rood kunnen gaan, maar ze trekken vaak te laat aan de bel.’ Door alle aandacht is het ziekteverzuim binnen enkele jaren gedaald van 3,5 procent naar net boven de 2. En voor wie in de avonduren liever doorgaat met technische topsport, zijn er nog de Falcons...

62

INSIDE ASML


DE KEEPER KRIJGT ARMPJES Jelm Franse behoort dan niet meer tot de jonkies, hij is niet minder actief om. In het dagelijks leven geeft hij als Senior Director Mechanical Development leiding aan 200 mensen. Ook Franse – het wordt eentonig – vond na zijn promotie werktuigbouwkunde aan de TU Eindhoven emplooi bij Philips. Sinds 2010 is hij in dienst van ASML. Een van zijn taken is ervoor te zorgen dat er voldoende talentvolle werknemers klaar worden gestoomd tot systeemarchitect, de man of vrouw die het hele proces van een machine begeleidt: van de ontwikkeling tot en met de contacten met de klant als de machine daar eenmaal staat te draaien. Het is binnen ASML een cruciale en fel begeerde functie, en het vergt een forse en langdurige voorbereiding en training voordat iemand die titel mag dragen. Daarnaast is Franse in zijn vrije tijd de drijvende kracht achter de Falcons, het robotelftal van ASML. Eenmaal per week treffen de 35 leden elkaar voor een trainingsavond in een afgedankte fabriekshal, waar provisorisch een voetbalveld is aangelegd. Het team is zeer divers. Naast een aantal pure techneuten doen een jurist mee, een logistiek expert en zelfs iemand van de afdeling HR. De kleedkamer heet hier werkplaats, inclusief een ouderwetse werkbank. Hier en daar slingert wat gereedschap. In de hoek liggen enkele spelers die nog tot leven moeten worden gewekt. In het verleden knutselde Franse een zich mechanisch voortbewegende schildpad in elkaar, maar dat was kinderwerk vergeleken bij zijn ambitie die veel gehoord wordt onder beoefenaars van robotica. In 2050 moet het zover zijn: dan zal voor het eerst een robotelftal een overwinning boeken op een team dat bestaat uit mensen, net zoals enige jaren geleden voor het eerst een schaakcomputer de mens de baas werd. De sfeer bij de Falcons is gemoedelijk. De tegenstanders van VDL druppelen een voor een binnen. Het blijken allemaal goede bekenden van elkaar. Via laptops worden de prestaties in de gaten gehouden en bijgestuurd. ‘Het is open-source: we delen na afloop alle kennis met de robot-community. Daarom stoppen we er geen ASML-spullen in.’

63

HOOFDSTUK 4: TECH-TOVENAARS


Het team bereidt zich voor op de wereldkampioenschappen in Leipzig, waar pas in de halve finale tijdens een Nederlands onderonsje verloren wordt van de TU Eindhoven. Een prima prestatie voor een robotteam dat pas drie jaar bezig is, zou je zeggen. Cto Martin van den Brink, sprekend voor een zaal vol engineers, zag in de nederlaag meteen een wijze les waar bondscoach Danny Blind nog een puntje aan kan zuigen: ’Het zat hem in het feit dat de robots van de TU Eindhoven op een hoger niveau met elkaar communiceren. Dat bedoel ik met systeemengineering: je kunt heel goed zijn in een wieltje of de aandrijving, maar toch de wedstrijd verliezen omdat je totale systeem minder goed is.‘ De Falcons zijn de nederlaag inmiddels te boven. Ze zijn al lang weer bezig met de verbeteringen van hun troetelkinderen op drie wieltjes. Nieuwe software laat de robots beter zien, samenspelen en ballen van de tegenstander afpakken. ‘We bouwen steeds meer kunstmatige intelligentie in de robots, zodat ze zelf leren denken. Mijn eerste ambitie is om ze drie keer sneller te maken dan ze nu zijn. Oh ja, en het zou mooi zijn als we de keeper armpjes weten te geven.’ De activiteiten van Young ASML en die van de ‘spelers’ van de Falcons dienen naast vermaak een hoger doel: medewerkers van verschillende disciplines met elkaar in contact brengen. ‘Complexiteit is een van onze grootste vijanden. Oplossingen moeten simpeler, niet ingewikkelder’, zei cto Martin van den Brink enkele jaren geleden. Om de versimpeling te realiseren is het nodig dat alle disciplines elkaar fysiek ontmoeten. Alleen als de software-engineer in gesprek raakt met de mechatronica-engineer zullen ze erin slagen de steeds complexere onderdelen van de machines met elkaar te laten praten. Maar de opdracht is lastig met een uitdijend aantal werknemers en met veel hoogbegaafde medewerkers die meer aandacht hebben voor hun werk dan voor overleg daarover. Kosten noch moeite worden gespaard om ze toch onderling in gesprek te krijgen. Desnoods tijdens het eten...

64

INSIDE ASML


KROKETJE UIT DE MUUR Bètamensen houden van getallen en lijstjes. Dus wemelt het bij ASML van de statistieken om de voortgang op alle gebieden in cijfers uit te drukken. Hoewel van sommige informatie de importantie niet altijd even duidelijk is. Neem bijvoorbeeld de mededeling op de ASML-twitteraccount dat de nieuwe bedrijfskantine – pardon: de Plaza - op de honderdste dag na de opening reeds 22.000 bezoekers heeft ontvangen die samen 10.000 pizza’s en 4500 salades wisten te verorberen. Ze dronken er 11.000 cappuccino’s en 9000 smoothies bij. Indrukwekkend is het allemaal wel: met 4000 vierkante meter is de Plaza het grootste bedrijfsrestaurant van Noord-Europa. De hoge groene wanden bedekt met planten worden automatisch bewaterd, in de aankleding is veel hoogwaardig hout verwerkt, en overal zijn lounges en ontmoetingsplaatsen gecreëerd. De ASML-er kan kiezen uit zes verschillende keukens. Er is een ouderwetse automatiek nagebouwd waar een kroketje kan worden getrokken, terwijl een paar meter verderop pizza, sushi of boerenkool wordt bereid. Alle 87 nationaliteiten komen aan hun trekken. En dat lijkt te werken. Van ’s morgens vroeg tot ‘s avonds laat wemelt het van de discussiërende groepjes. Los van de geplande of spontane ontmoetingen is de omvang van de Plaza pure noodzaak, in aanmerking genomen dat het aantal nieuwe werknemers blijft toestromen…

GEZOCHT: BOLLEBOZEN MET GUTS Op 1 december 2014 was het een feit. Op die dag kopte het Eindhovens Dagblad: ‘ASML overvleugelt Philips als grootste werkgever in de regio’. De groei houdt nog steeds onverminderd aan. Alleen al in 2015 tekenden 1400 nieuwe medewerkers een arbeidscontract. In 2016 telt ASML wereldwijd meer dan 15.000 werknemers, verdeeld over 97 nationaliteiten en de 70 overige ‘fabs’ en ‘labs’ van ASML in Azië en de VS. Ruim 9000 van hen rijden of fietsen ieder ochtend het terrein in Veldhoven op. En de meesten zien blijkbaar binnen het bedrijf

65

HOOFDSTUK 4: TECH-TOVENAARS


genoeg mogelijkheden om het werk interessant te blijven vinden. Het verloop van personeel is met 3 procent opvallend laag. Maar waar haal je ze vandaan? Alle middelen worden uitgeprobeerd. Van jobclips op YouTube, spotjes op Discovery Channel, wervende advertenties in de metro van Seoul tot aan stagiairs die op de universiteitsterreinen ASML promoten. Al deze pogingen vallen onder de verantwoordelijkheid van Hank Oosterbaan, sinds 2010 Manager Labour Market Communications bij ASML. Hij heeft scherp voor ogen waar ASML behoefte aan heeft: ‘Hier wordt gewerkt op de grens van wat wetenschappelijk mogelijk is. Daar hebben we toptalenten voor nodig die het uitdagend vinden om die grenzen op te zoeken en daar overheen te gaan. Wat ASML daarbij nog eens uniek maakt, is de gedrevenheid om alles te fixen wat we op ons pad tegenkomen. Een engineer moet ook de guts hebben elk probleem dat hij tegenkomt te tackelen.’ ASML staat in de top vijf van meest aantrekkelijke werkgevers, zegt Oosterbaan stellig, maar geeft toe dat hij ‘oudgedienden’ als Philips of Shell nog steeds voor zich moet dulden. En er zijn meer concurrenten. ‘Voor de pure hardware-competenties zoals werktuigbouwkunde of mechatronica staan we nu echt in de top. Maar op het gebied van software moet ik helaas bedrijven als Google nog voor laten gaan. Voor software-engineers is de concurrentie heel heftig en zijn er voor jongeren meer alternatieven. In Silicon Valley bijvoorbeeld, waar we ook een ASML-onderdeel hebben, is het altijd de afweging: ga ik voor iets wat inhoudelijk zeer complex is - want de software die we daar ontwikkelen is qua complexiteit natuurlijk nergens mee te vergelijken - of kies ik voor het ontwikkelen van apps bij een start-up?’ Als kers op de taart organiseert ASML ieder jaar een PhD-masterclass ‘om de pareltjes eruit te pikken’. Het is geen hogere wiskunde, eerder ouderwets werven. Alle bevriende relaties op universiteiten worden aangeschreven of ze kandidaten hebben. Hetzelfde gebeurt intern. Onder de 800 promovendi die al werk-

66

INSIDE ASML


zaam zijn bij ASML wordt gevraagd vanuit hun netwerk geschikte personen te selecteren. Zo’n 60 tot 70 mensen uit verschillende landen krijgen uiteindelijk een uitnodiging: ‘Ze komen overal vandaan: Harvard, MIT, Singapore, Aachen, Moskou. Gemiddeld nemen we zo’n 25 kandidaten aan. Kijk, je hebt hier te maken met een populatie die volgens de Gauss-curve behoorlijk aan de rechterkant van het spectrum zit: ze zijn al beter dan goed. Met deze masterclass bereiken we nog eens de overtreffende trap.’ Een gesprek met een professional die belast is met de werving van technisch talent leidt onvermijdelijk tot de vraag of we in Nederland voldoende jonggeren opleiden. Oosterbaan stelt tevreden vast dat de huidige instroom op universiteiten en hbo-opleidingen op het gebied van techniekstudies toeneemt. Maar het valt in het niet bij de duizenden engineers die jaarlijks afstuderen aan universiteiten in Azië of de VS. Tegen dergelijke hoeveelheden kunnen we natuurlijk nooit opboksen, maar doen we er alles aan om enigszins gelijke tred te houden? ‘Ik tel bij de harde techniek - werktuigbouwkunde elektrotechniek, mechatronica - nog steeds beperkte aantallen. Jaarlijks stromen zo’n 200 elektrotechnici op een wetenschappelijk niveau uit, van wie helaas nog maar 12 meisjes. Ze zijn dan wel vanuit internationaal perspectief zeer goed opgeleid, maar het is onvoldoende als we iets willen betekenen op het gebied van de maakindustrie. Wat dan al helemaal niet helpt is een studentenstop, waar onlangs sprake van was. En bij het nieuwe leenstelsel zien we nu toch dat het mensen afschrikt om bijvoorbeeld een dubbele master te doen, of vanuit het HBO door te gaan op een universiteit.’ Het is voor de regio Brabant van wezenlijk belang de komende jaren voldoende talent te vinden. Niet alleen voor ASML. Als het gemiddelde niveau van de werknemers bij de vele toeleveranciers niet hoog genoeg is, zal dit bij ASML vroeg of laat voelbaar worden. De urgentie wordt breed gedragen in Brabant. Tal van initiatieven vanuit het bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen zien in

67

HOOFDSTUK 4: TECH-TOVENAARS


hoog tempo het daglicht. ASML doet er volop aan mee en put zich daarnaast op allerlei manieren uit om techniek bij ons tussen de oren te krijgen…

TE VEEL HONDENUITLAATSERVICES Wie regelmatig door de gangen van gebouw 8 struint, stuit een keer op Jos Vreeker. Meestal duwt hij een steekwagentje voor zich uit met daarop lesmateriaal, op weg naar een zaaltje om met kinderen - soms in gezelschap van hun ouders - over techniek te praten. Vreeker is een oudgediende. Hij doorliep de Zeevaartschool en werkte als radio-officier op de koopvaardij voordat hij zich ruim dertig jaar geleden door ASML liet strikken. Hij doorliep vele rangen bij ASML en dat mag een klein wonder heten, gezien de karakterisering die hij met enig gevoel voor overdrijving van zichzelf geeft: ‘ik heb altijd nogal veel problemen gehad met autoriteit’. Het heeft hem weinig schade berokkend en nu is hij speciaal vrijgemaakt voor het zendingswerk. Het oogt speels en een tikkeltje vrijblijvend, maar voor ASML is het een bloedserieuze aangelegenheid. Net als voor Vreeker: ‘Van diensten alleen kan een land niet leven. Er is een maximum aan het aantal registeraccountants en we kunnen niet allemaal een hondenuitlaatservice beginnen. We hebben producten nodig die gemaakt worden en die waarde toevoegen. Daar komt nog eens bij dat we sommige dingen hier beter doen. Het spuiten van tuinstoelen kan in Azië worden gedaan, maar machinebouw zoals dat bij ons of VDL gebeurt, daarin zijn we in Nederland beter.’ Het zit Vreeker dwars dat kinderen zo weinig met techniek geconfronteerd worden. Iedereen die nu opgroeit, krijgt immers te maken met techniek. Er is bijna geen beroep meer te bedenken zonder technische aspecten. Maar Vreeker is op zoek naar iets anders: ‘Ik probeer kinderen te helpen hun passie te vinden op het gebied van technologie. Dat gebeurt veel te weinig. Ik hou van gepassio-

68

INSIDE ASML


neerde mensen. Daarom is het hier zo leuk werken: je breekt bijna je nek over de gepassioneerde collega’s. Sommige kinderen zijn nu heel berekenend. Ze kijken waar de banen zitten. Bij IT? Dan ga ik IT doen. Ook al hebben ze er helemaal niks mee. Dan worden ze er ook nooit goed in. Het gaat om de passie. En van mij hoeft echt niet iedereen de techniek in. Ik krijg hier kinderen die een dag hartstikke leuk met alle proefjes meedoen en aan het eind van de dag zeggen ze: ik weet nu dat ik geen techniek ga kiezen. Dan denk ik bij mezelf: yes, we hebben een kind een bewuste keuze laten maken.’ De activiteiten die Vreeker organiseert mogen zich in een groeiende belangstelling verheugen, zowel bij ASML-collega’s als het publiek. Op de Night of the Nerds, deze zomer in Eindhoven, waarin jongeren ondergedompeld worden in de nieuwste technieken, kwamen bijna 4000 ouders en kinderen af. Vreeker ontving zelfs mailtjes van teleurgestelde ouders die geen kaartje meer hadden weten te bemachtigen. Verder kost het hem geen moeite om vrijwilligers in het bedrijf te vinden die een ochtend willen vrijmaken om leerlingen een paar uur te vermaken. Want daar kun je niet vroeg genoeg mee beginnen…

ALLES IS TECHNIEK De kinderen van groep 7 en 8 van de Casimirschool rennen het auditorium binnen. Twee ASML-vrijwilligers wachten op het podium geduldig tot de storm een beetje is gaan liggen. Ze hebben hun ‘optreden’ goed voorbereid met allerlei proefjes waarbij kinderen onder andere een mini-hovercraft leren te maken. ‘Waar zie je techniek? Begin eens met wakker worden.’ En via de wekker, broodrooster, stoplichten en het smartbord in de klas leggen ze samen met de kinderen de weg naar school af. Twee uur later denderen de klassen weer naar buiten. Op deze en andere manieren weet ASML jaarlijks meer dan 10.000 kinderen in Brabant en ver daarbuiten te bereiken. Het nieuwste wapen dat kan worden ingezet is het onlangs geopende hypermoderne Experience Centre, waar zowel een blik in het verleden als in de toekomst

69

HOOFDSTUK 4: TECH-TOVENAARS


van ASML wordt geworpen. ‘Welcome to the world of ASML’, staat boven de ingang te lezen. Met behulp van 3D-brilletjes dringt de bezoeker door tot het hart van de nieuwste machine, in vitrines zijn lenzen te zien of een van de allereerste chipmachines. Jaarlijks zullen duizenden scholieren een bezoek brengen aan het Centre. Er wordt nog hard gewerkt aan wisselende exposities over hardware. Want de echte harde machinebouw blijft ondanks alles uiteindelijk de core business…

TIJD OM IETS TERUG TE DOEN ‘Doing hardware is like eating glass for breakfast, lunch and dinner’, zegt Krishna Sreerambhatla, Senior Manager New Business Development. Hij kijkt erbij alsof hij niet kan wachten tot zijn volgende maaltijd. Sreerambhatla werd geboren in India, studeerde aan de Indian Institute of Technology en ook hij - daar gaan we weer - begon zijn loopbaan in Nederland op het Natlab. Sinds 2008 is Sreerambhatla in dienst van ASML. Met zijn team speurt hij de markt af naar nieuwe technieken die voor het bedrijf interessant zijn. In dat kader zijn ze actief betrokken bij de Startup Alliance, een initiatief van onder andere ASML en Philips. Ook banken, een van de big four accountantsbedrijven, de Brabantse ontwikkelingsmaatschappij, de High Tech Campus en de TU Eindhoven hebben zich voor minstens vijf jaar aan verbonden. Het doel is om binnen die periode twintig startende technologiebedrijven met voldoende inhoud op eigen benen te zetten. In de wandelgangen is het project al ‘Hardware Valley Nederland’ gaan heten. Het pure onderscheid tussen hard- en software begint steeds meer te vervagen. Slimme algoritmes bepalen in toenemende mate de werking en het succes van een product. Waarom dan toch zo de nadruk op hardware? ‘Als het gaat om hardware, dus echte machinebouw, is het uniek in de wereld wat we nu in deze regio in gang zetten. De wereld zit vol met web-achtige vindingen. In het FD gaat het ook heel veel over dat soort start-ups. Natuurlijk werkt hardware tegenwoor-

70

INSIDE ASML


dig alleen met software. Als je hardware zegt, zeg je ook software maar niet andersom! Twee mensen kunnen gewoon op een zolderkamer in feite AirBnB of Uber maken. Hardware is een industrie waar het ingewikkelder en tijdrovender is om een start-up levensvatbaar te maken. Het vraagt om grote investeringen en de pay-off is anders. Ook vergeleken bij pharma, waar het risico wel heel hoog is, maar je zomaar met een blockbuster de jackpot kan winnen. De ontwikkeling van hardware tot een product in de markt duurt langer en moet op een gecontroleerde manier worden beheerst, zodat het geen bakken met geld kost. Daar is nog een wereld te winnen.’ De Startup Alliance gaat beginnende bedrijven of ideeën die uit een van de universiteiten komen met raad en daad bijstaan. Bijvoorbeeld door ze te leren om bij aanvang al na te denken over mogelijke klanten en marktpotentieel, en die kennis onmiddellijk weer terug te laten vloeien in het product. Zoals ASML dit vanaf de start van het bedrijf consequent heeft gedaan. ‘Die werkwijze zit in de genen. ASML heeft bijna nooit een scanner verscheept die het perfect deed. Dat gebeurt pas in het veld, samen met de klant. De start-ups moeten ook leren en de tijd krijgen om in een zo’n vroeg mogelijke fase marktvalidatie aan te gaan, in plaats van in het laboratorium te blijven.’ Om hun idee verder uit te werken krijgen de start-ups toegang tot apparatuur van ASML of een van de andere bedrijven. Ook is er de mogelijkheid advies te krijgen van een ervaren engineer. ‘Dan zeggen wij: joh, wij zien het zitten wat je aan het doen bent, en dan krijgen ze bij ons een dag optical engineering, of een dag high-precision electronics engineering in onze cleanrooms. En ze mogen een beroep doen op experts die voor een start-up veel te duur zijn en hier gewoon rondlopen. Een ervaren ASML-engineer kan waarschijnlijk in een dag tijd, of in twee keer een middag, zo’n bedrijf al een enorme sprong laten maken. Het gaat dus niet om coaching, maar om keiharde technische ondersteuning.’

71

HOOFDSTUK 4: TECH-TOVENAARS


Een andere zeer belangrijke bijdrage is dat start-ups van wie de technologie als veelbelovend is betiteld, van ASML een goedkeurend ‘stempel’ krijgen. Met dat oordeel in de hand, zo is de verwachting, zullen ze gemakkelijker investeerders weten te interesseren. Wel blijft de vraag: is hier sprake van ruimhartig altruïsme, of puur eigenbelang? ‘Wij gaan veel van die start-ups leren. Als wij bij ASML iets moeten ontwikkelen, al is het maar iets complexer dan een koffiebeker, dan zitten er al veertig man op en kost het 5 miljoen. Terwijl die start-ups in staat zijn om met weinig mensen heel gericht zaken op een eenvoudige manier uit te denken.’ Sreerambhatla is net als veel anderen eerlijk over de noodzaak voor ASML om in nauwe samenwerking met anderen de regio Brabant én ASML verder op te stoten. Een moderne variant op het één voor allen, allen voor één. Daarnaast is binnen veel geledingen van ASML een soms bijna religieus aandoende neiging voelbaar om een vorm van modern rentmeesterschap op zich te nemen. Ook bij Sreerambhatla: ‘Wat Philips ooit voor ons heeft gedaan, doen wij nu terug voor de start-ups in de regio. wij helpen de beginnende ondernemers hoe ze het beste glas kunnen eten.’

BEST BEWAARDE GEHEIM VAN NEDERLAND Het is niet overdreven te stellen dat ASML een van de belangrijkste aanjagers van innovatie is in Nederland. Om aangesloten te zijn op de nieuwste wetenschappelijke inzichten zoekt het bedrijf waar mogelijk samenwerking met onderzoekers. Alleen al in Nederland lopen meer dan 50 promotietrajecten tegelijkertijd op verschillende universiteiten die op de een of andere manier verband houden met ASML. Eén belangrijke partner zit dicht bij huis: de TU Eindhoven. De banden werden begin dit jaar nog hechter toen de ceo van ASML, Peter Wennink, toetrad tot de raad van toezicht van de TU.

72

INSIDE ASML


Daar krijgt hij te maken met een man wiens wortels diep in de Brabantse grond steken. Jan Mengelers vervulde verschillende directiefuncties bij Nedcar, was zes jaar voorzitter van de raad van bestuur bij TNO en naast nog een handvol bestuursfuncties, waaronder bestuurslid van de Stichting PSV, is hij sinds 2014 voorzitter van de snelgroeiende universiteit in Eindhoven. Het aantal studenten, in 2010 nog circa 7000, zal naar verwachting in 2020 zijn verdubbeld. Techniek is hot - en daar levert ASML een bijdrage aan. Mengelers heeft niet veel aansporing nodig om de loftrompet tevoorschijn te halen. ‘ASML is het best bewaarde geheim van Nederland. Dat is jammer voor het bedrijf, want het heeft een enorme waarde. ASML ligt niet in de schappen van Albert Heijn, je reist er niet elke dag mee, en toch is het bedrijf de hele dag bij ons aanwezig door alle apparaten die we gebruiken. Wat ASML presteert, grenst aan het onmogelijke. Ze werken met een nauwkeurigheid waarbij je bij wijze van spreken op de Mont Blanc staat en een euromuntstuk op de middenstip in het PSV-stadion weet te treffen.’ En een paar minuten later: ‘Bedrijven zouden ASML moeten kiezen als rolmodel voor hoe je om moet gaan met de uitbesteding van toelevering en kennis, zonder de samenhang voor het eigen bedrijf uit het oog te verliezen.’ In hoog tempo somt Mengelers de cijfers op. Tot voor kort was Philips de grootste afnemer van studenten, inmiddels heeft ASML die koppositie overgenomen met 1500 oud-studenten uit Eindhoven die emplooi hebben gevonden in Veldhoven. Daarnaast werken er bij ASML veel deeltijdhoogleraren en lopen er tientallen gezamenlijke onderzoekstrajecten. Ook is ASML deelnemer aan het zogeheten impulsprogramma, waarbij zo’n dertig bedrijven onderzoekplaatsen financieren. Het heeft tot nu in de regio bijna 300 promovendi opgeleverd. De honderden miljoenen die ASML jaarlijks aan R&D spendeert, blijven voor een groot deel in de regio zelf.

73

HOOFDSTUK 4: TECH-TOVENAARS


‘ASML is een multinational die natuurlijk uitstapjes maakt naar Amerika of Azië, omdat ze daar een paar technologieën nodig hebben. Dus hebben ze ook een paar R&D-partners in het buitenland. Maar de elementaire kernelementen voor R&D wordt in Nederland uitbesteed bij Nederlandse kennispartners.’ Mengelers ziet voorlopig geen concurrenten voor ASML aan de horizon opdoemen: ‘De semiconductorwereld kent slechts enkele spelers die het waar kunnen maken. Het vergt domweg te veel technologische prestatie en kapitaal om een dominante positie te houden. Heb je die eenmaal, dan is het voor indringers heel moeilijk om die positie aan te vechten. Dus ASML wordt krachtiger. Het wordt pas spannend als zich een nieuwe onverwachte technologie zou voordoen die de technologie van ASML obsoleet zou maken. Dat gevaar is nu zeker nog niet aan de orde.’ Dan heeft de bestuursvoorzitter plotseling haast. Hij wordt elders op de campus veracht voor de inhuldiging van het robotelftal, dat voor de derde keer wereldkampioen is geworden. Dat ze in de halve finale van ASML-team hebben gewonnen wisten we al. Mengelers noemt het toch even. Voor de zekerheid…

ATOMAIRE PSYCHOLOGIE Voor Joost Frenken is de toekomst overzichtelijk: ‘Ik zie een mooi helder licht aan het einde van de tunnel. En dat licht heet EUV.’ Professor doctor Frenken is directeur van- en onderzoeker bij ARCNL, het onderzoeksinstituut in Amsterdam dat ASML mede heeft opgericht en voor een belangrijk deel financiert. Simpel gezegd doet hij onderzoek naar oppervlakken en de grenslagen daartussen. Of, zoals hij het zelf omschrijft:

74

INSIDE ASML


‘Ik doe in feite aan atomaire psychologie. We kunnen de atomen één voor één zien, we bekijken wat ze doen en proberen te begrijpen waarom ze zich zo gedragen.’ Om de EUV-machines te perfectioneren bestuderen de bijna 70 ARCNL-onderzoekers het microscopisch gedrag van tindruppeltjes die 50.000 keer per seconde worden beschoten met laserlicht om het extreem kortgolvige EUV-licht te produceren. Verder wordt onder andere onderzoek gedaan naar ‘lensloze microscopen’ en het gladder maken van de spiegels, zodat minder EUV-licht verloren gaat - nu is dat nog vele tientallen procenten. ASML betaalt 35 procent van de kosten en heeft zich voor tien jaar vastgelegd. De rest komt uit publieke bronnen, zoals de universiteiten UvA en VU in Amsterdam en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Volgens Frenken is dit een ‘uniek model’, waarbij fundamenteel onderzoek gekoppeld wordt aan toegepast onderzoek: ‘Het is een raar denkbeeld uit het verleden dat beide soorten onderzoek niet samen kunnen gaan. In de tijd dat ik promovendus werd, was je bezorgd dat een bedrijf zich teveel met je zou bemoeien. Dat zou maar ten koste gaan van de “waardenvrijheid” van de wetenschap of van het wetenschappelijk gehalte. Voor de hedendaagse studenten en promovendi is het juist een meerwaarde. Onze samenwerking met ASML werkt als een magneet op jongeren.’ De band tussen ASML en de onderzoekers in Amsterdam is innig. Over een weer worden ideeën besproken en uitgeprobeerd. ASML-ers werken regelmatig voor een periode in Amsterdam en andersom. De uitkomsten van ARCNL zijn allemaal openbaar en worden gepubliceerd. In sommige gevallen blijven de resultaten even ‘onder de pet’, zodat ASML patent kan aanvragen. Het model heeft volgens Frenken de aandacht getrokken van bedrijven als Shell, Akzo en DSM. ‘Mijn bewondering voor ASML is groot. Als zij denken dat een nieuwe techniek in principe mogelijk is, dan krijgen ze het voor elkaar, ongeacht hoe ingewikkeld het is. Het traject van de we-

75

HOOFDSTUK 4: TECH-TOVENAARS


tenschappelijke kennis naar toepassing is bij ASML dominant. Op een gegeven moment zeggen ze: nu is het engineering, en dan maken ze het uitvoerbaar. Ik heb dit op deze manier niet eerder meegemaakt. We krijgen steeds meer vragen vanuit de overheid en andere instituten hoe de constructie met ASML er precies uitziet. Maar het werkt alleen als je het doet zoals wij het doen: daadwerkelijk fysiek bij elkaar zitten, samen koffie drinken en ideeën uitwisselen.’ Frenken ziet hier ook een risico voor ASML. Hoe dominanter het bedrijf wordt, hoe groter hun afhankelijkheid van toeleveranciers en wetenschappers. Het managen van het groeiend aantal ‘hulptroepen’ is een taak op zichzelf. ‘Ze mobiliseren iedereen die ze maar kunnen mobiliseren. Ze weten dat ze volledig afhankelijk zijn van technologie, en dat zij de drijvende kracht en regisseur achter nieuwe technieken moeten zijn. Daarom investeren ze zonder enig compromis in die ontwikkeling.’

VIND IEDERE BACTERIE OP EEN VOETBALVELD Bij TNO, een van de meest trouwe en langdurige kennispartners van ASML en een reeks van toeleveranciers, kent de bewondering voor ASML een schaduwkantje. Ze zouden wel wat meer willen doen voor de grote klant uit Veldhoven. Van de honderd man die tot voor kort werkten aan ASML opdrachten zijn er nog maar een slordige veertig over. De 10 procent omzet die TNO bij ASML tegenwoordig weet te realiseren, was enkele jaren geleden nog tientallen procenten hoger, hetgeen inmiddels is gecompenseerd met opdrachten uit onder andere de ruimtevaartindustrie. Nieuwe projecten bij ASML zijn een kwestie van tijd, denken Arnold Stokking, themadirecteur industrie, en William van Helden, directeur semiconductormaterialen, hardop. Ik spreek beiden op een snoeihete namiddag op het Haagse hoofdkantoor in New Babylon. TNO heeft op verschillende onderdelen belangrijke bijdragen

76

INSIDE ASML


geleverd aan de ontwikkelingen van onder andere de EUV-machines en dankzij deze samenwerking wist ASML 200 patenten binnen te slepen. Een in het oog springende doorbraak werd gerealiseerd toen ASML vroeg om een betere manier te bedenken om de spiegels, die zich in een volledig vacuüm-omgeving bevinden, schoon te maken. Eén atoomlaag op een spiegel kan al desastreuze gevolgen hebben voor de productie. Anders geformuleerd: Vind elke bacterie op een voetbalveld en haal die weg zonder ook maar een grasspriet te knakken. Van Helden: ‘Bij ASML hoor je wel eens het grapje: als we de hobbels met EUV achter de rug hebben, lossen we de koude kernfusie op. Zonder gekheid: In Veldhoven durven ze dingen die niemand anders durft en laten ze kunststukjes zien die nog nooit vertoond zijn. Ik weet zeker dat er na EUV weer lucht komt voor nieuwe ideeën waar wij bij betrokken zijn.’ De twee TNO-voormannen schetsen hoe hun contacten met ASML verlopen en zien daarin voor een belangrijk deel de verklaring voor het succes. Van Helden: ‘De openheid van ASML betekent dat ik daar rondloop en met de projectleiders praat over de uitdagingen. Een voorwaarde is wel dat ik goed beslagen ten ijs moet komen. ASML heeft het lef de samenwerking open te gooien, zodat ik ook mijn rol kan spelen. Als ik niet verder kom dan de voordeur en de afdeling inkoop, dan weet ik niet goed wat er speelt en kan ik nooit die proactieve houding hebben. Het is natuurlijk niet de bedoeling de kennis aan de grote klok te gaan hangen. Dat spreekt voor zich en dat is bovendien goed geregeld in raamcontracten.’ Stokking vult aan: ‘Het is het enorme geloof in eigen kunnen, ondanks alle tegenslag die ze in het verleden hebben gehad. Zij zijn werkelijk overtuigd dat zij op de wereld zijn om de Wet van Moore te bewaken. Ze denken vanuit optimisme. Dat proef je al als je over de drempel komt van dat gebouw. Die mensen zijn gericht op winnen. Voor

77

HOOFDSTUK 4: TECH-TOVENAARS


TNO is die interactie echt gaaf: onze kennis en hun voortdurende nadruk op de machine. Want voor hen staat de maakbaarheid van de machine altijd voorop. En het is indrukwekkend te zien wat er gebeurt als een techniek productierijp is. Dan kondigen ze aan: nu gaan we het in de machine stampen. De krachten die op zo’n moment in het bedrijf loskomen! De financiering komt iedere keer weer goed, omdat die machine twee keer zoveel chips produceert en dus de Wet van Moore in stand houdt. Bij TNO juichen ze ieder initiatief toe om de technologische maakindustrie in Nederland te stimuleren, al was het alleen maar om de afhankelijkheid van het grote ASML te verminderen, zegt Stokking: ‘We zitten nu weer op een redelijk hoog niveau. Maar vergeet niet dat ASML in 2009 bijna een totale stilstand had. De markt was absoluut dood. We hebben er allemaal, ook ASML, belang bij dat we andere activiteiten bedenken, zodat niet iedereen voor 80% afhankelijk is van ASML. Het is belangrijk om rust in de tent te hebben, en als het even tegenzit vooral geen paniek omdat de hele keten achter jou aan dendert. Als ASML niest, mag niet half Nederland snipverkouden worden.’ TNO ziet veel kansen die aansluiten bij de plannen voor de hardware valley in Nederland: de harde technologie waar extreme natuurkunde wordt gestimuleerd. ASML zou daarbij model moeten staan. We zouden in hun ogen alles op alles moeten zetten het succes te kopiëren. Stokking: ‘ASML laat als geen ander zien dat bèta-activiteiten op hoog niveau goeie handel oplevert, met uitstekende salarissen en een gave carrière voor mensen. Het toont hoe belangrijk het is dat we meer bèta’s op school krijgen. Niks vieze overall of stinken naar olie als je thuis komt! Je hebt gewoon een topbaan en bent werkzaam op een wereldmarkt. In die zin is ASML ontzettend belangrijk als rolmodel. Het is het ultieme succes van de combinatie tussen wetenschap en valorisatie. Onze droom zou moeten zijn om zo snel mogelijk meer van deze bedrijven in Nederland te creëren.’

78

INSIDE ASML


TNO denkt dat ASML zelf een hoofdrol gaat spelen bij het vinden van opvolgers en de komende jaren de innovatie in Nederland op verschillende manieren zal aanjagen. Net zoals Philips lange tijd heeft gedaan. ‘Het wordt tijd dat ASML de rol pakt die Philips nu een beetje laat liggen, denkt Stokking. Van Helden knikt instemmend. Hij kan het weten. Drie keer raden waar zijn carrière begon? In één keer goed: op het Natlab van Philips.

79

HOOFDSTUK 4: TECH-TOVENAARS




FOTO’S: JASPER JUINEN VOOR HET FINANCIEELE DAGBLAD

80

INSIDE ASML


HOOFDSTUK 5 | INTERVIEW PETER WENNINK

‘ASML naar de Randstad? Uitgesloten’

‘T

el gewoon de euro’tjes op die we hier verdienen!’ Peter Wennink, topman van de Veldhovense chipmachinebouwer ASML begint zich halverwege het gesprek plotseling op te winden. Over een flinke koersdaling op één handelsdag als iemand twijfels uit over de nieuwe machines van ASML heeft hij zojuist zijn schouders opgehaald. En een mogelijke verkoop van NXP, Nederlands grootste chipfabrikant, maakt hem niet veel uit. Maar dedain over het belang van de regio Brabant leidt tot hoorbare irritatie bij de hoogste baas van de grootste werkgever van Eindhoven en omgeving. ‘Ik zal geen namen noemen, want dan krijg ik daar weer last mee, maar een vrouwelijk lid van het kabinet zei laatst tegen me: “U heeft daar allemaal Chinezen en Amerikanen wonen die gewend zijn om een stuk te reizen. Dan hebben ze er toch geen problemen mee om ’s avonds anderhalf uur onderweg te zijn naar de schouwburg in Amsterdam?” Dat soort flauwekul. En dan hebben we het over een bewindsvrouw.’

Waarom raakt het u zo? ‘De toegevoegde waarde van ASML is groter dan die van de hele Tweede Maasvlakte, waar volledig geautomatiseerde containers op treinen worden geladen die volledig geautomatiseerd naar Duitsland rijden. Waar zit het toekomstige verdienmodel van Nederland? Hier in Brabant. Bij ASML en alle andere bedrijven daaromheen. We zitten hier nu te praten op de dag waarop ING het schrappen van duizenden banen aankondigt.

81

HOOFDSTUK 5: ‘ASML NAAR DE RANDSTAD? UITGESLOTEN’


Ter vergelijking: alleen al bij ASML werden het afgelopen jaar meer dan 1300 nieuwe mensen aangenomen.’ Wat ontbreekt er in Brabant? ‘Een beetje internationale allure en voorzieningen. Er is geen rijksmuseum onder de grote rivieren. Niet één! Utrecht, Amsterdam, Rotterdam en Den Haag krijgen van het Rijk gemiddeld € 123 per inwoner per jaar voor hun voorzieningen, waaronder sportieve en culturele activiteiten. Eindhoven krijgt € 1,53. Om onze technologische voorsprong te behouden hebben we internationale toptalenten nodig. Als ik niet competitief kan zijn omdat het voorzieningenniveau in deze regio ondermaats is, heb ik een probleem. Want mensen moeten hier niet alleen komen werken. Ik wil dat ze hier twintig jaar blijven. Dat hun kinderen hier geboren worden.’ Deze kabinetsperiode is er toch meer geld voor Brabant uitgetrokken? ‘Een doekje voor het bloeden. Het geld ging voornamelijk naar de internationale school, met een capaciteit van 1000 leerlingen terwijl we er 1500 nodig hebben. Het bedrijfsleven heeft € 5 mln aan de internationale school bijgedragen. In Amsterdam of Rotterdam is zoiets helemaal niet nodig.’ Kan de gemeente Eindhoven niet meer doen? ‘De gemeente heeft structureel een probleem. De pot is gewoon leeg. We hebben een fantastisch internationaal muziekgebouw met een jaarlijks tekort van € 500.000. ASML en andere bedrijven dragen dan heus wel iets bij. Maar het is toch te gek voor woorden dat het openblijven van een muziekgebouw of ijsbaan afhankelijk wordt van de bijdrage van ASML?’ Waarom eigenlijk? Vroeger nam Philips het heft in eigen handen. Het bouwde huizen voor zijn werknemers als er niet voldoende waren.

82

INSIDE ASML


‘Ik voel de connectie met de samenleving zeer sterk. We mogen niet weglopen nu we zo’n belangrijke positie hebben. Voor een deel nemen we de rol van Philips in de regio over, maar op een andere manier dan vroeger. Philips was veel paternalistischer. Het past niet meer in de tijdgeest om alles zelf te doen en voor de massa te willen zorgen.’ Hoe ziet uw wensenlijstje eruit? ‘Het is tijd voor een breed Brainportplan. Brabant moet een plek worden waarvan de internationale technologiebedrijven weten dat er een cultuur is waar innovatie plaatsvindt. We hebben een internationale infrastructuur nodig met hogesnelheidstreinverbindingen. En een internationaal congrescentrum van niveau waar zowel de automotive -, de elektronica- als de medische industrie haar congressen houdt.’ Is het denkbaar dat ASML naar de Randstad vertrekt? ‘Nee. Uitgesloten. Hier hebben we een continue kruisbestuiving met onze toeleveranciers. Ga ik naar Amsterdam, dan moet ik al die bedrijven meenemen.’ Niet toevallig vindt het gesprek plaats in de onlangs geopende Plaza, met 4000 vierkante meter het grootste bedrijfsrestaurant van Noord-Europa. De hoge groene wanden bedekt met planten worden automatisch bewaterd, in de aankleding is veel hoogwaardig hout verwerkt, en overal zijn lounges en ontmoetingsplaatsen gecreëerd. Er kan gekozen worden uit internationale gerechten die in zes verschillende keukens worden bereid. Wennink is er regelmatig te vinden voor een broodje kroket of een bordje pasta. Ook om het goede voorbeeld te geven. Want door de onstuimige groei van ASML is een toenemende zorg dat werknemers elkaar niet meer kennen. Laat staan dat er eendrachtig wordt overlegd en samengewerkt. ‘Onze grootste uitdaging is de groei te managen en de bureaucratie binnen de perken te houden’, zegt Wennink. ‘Ik ken de klacht van name de oude kern van ASML over de stroperigheid

83

HOOFDSTUK 5: ‘ASML NAAR DE RANDSTAD? UITGESLOTEN’


die in het bedrijf is geslopen. Tien jaar geleden hadden we 5000 medewerkers, nu 15.000. Nog maar een paar jaar geleden waren we een soort high-tech-startup met als motto: “Go and do and tell your boss later”.’ Die tijd is definitief voorbij? ‘We proberen het gevoel van vroeger levend te houden. Alleen ligt de nadruk niet langer puur bij het individu maar bij het team. Iedereen heeft zijn functie of specialisatie. Samen vormen we het brein van de organisatie. Maar het is onvermijdelijk dat de werkwijze verandert als het bedrijf groter wordt. Bovendien maakt internationale regelgeving het proces nog ingewikkelder. We liggen onder een vergrootglas en kunnen het ons niet permitteren negatief in het nieuws te komen als we bepaalde regels niet zouden naleven.’ Wat is uw rol daarin? ‘Mijn belangrijkste taak is verbinden. Want laten we eerlijk zijn: veel hoogbegaafde technici hebben af en toe licht autistische trekjes. Soms moet je ze even terugbrengen naar de basis. Met elkaar laten praten. Want ze hebben vaak de neiging wat monomaan te worden. Mijn boodschap is: maak het simpel, niet ingewikkelder. En ik geef duidelijkheid waar we naartoe willen, namelijk EUV (met die ‘extreme ultraviolet lithography​‘-technologie kunnen nog kleinere halfgeleiders worden geproduceerd, red.). Want dat hebben onze klanten nodig,’ Dan is het wel vervelend dat de twijfel over uw EUV-machines steeds maar weer de kop opsteekt. ‘Nou, bij ons niet hoor.’ Wat weten beleggers en analisten niet dat u wel weet? ‘Het is niet meer de vraag of de EUV-technologie werkt, maar wanneer die volwassen is. Ons doel is om de machines meer dan 90% van de beschikbare tijd te laten draaien. Nu is dat rond de 80%.’

84

INSIDE ASML


Toch leidt iedere hardop uitgesproken aarzeling meteen tot een koersval van enkele procenten. ‘Op de financiële markten heerst, om het zachtjes uit te drukken, geen homogene gedachtegang. Tot het moment dat de machines boven de 90% werken zullen we deze reflex houden.’ Heeft ASML EUV onderschat? ‘Achteraf gezien zijn we te optimistisch geweest. Het bleek toch allemaal moeilijker dan we hadden bedacht. Het had te maken met de EUV-lichtbron die werd ontwikkeld door het Amerikaanse bedrijf Cymer, een leverancier van ons. We hebben te lang gesteggeld over het intellectueel eigendom van hun lichtbron die volledig geïntegreerd is in onze machines. Uiteindelijk hebben we het bedrijf overgenomen en vanaf dat moment gestaag voortgang geboekt, maar het was drie jaar te laat.’ Hoe lang heeft ASML nog nodig? ‘Alles wat we konden verzinnen hebben we gedaan om de huidige technologie als een citroen uit te wringen en zo de twee tot drie jaar vertraging te overbruggen. Maar we gaan nu richting het einde. We hebben nog tot aan het einde van dit decennium en tegen die tijd is EUV klaar, dus het moet elkaar net kunnen overlappen. Maar jullie hebben wel gelijk: als het niet lukt hebben we wel een issue, want wat gaat de klant dan doen?’

DE STERKE MAN ‘Een wereldgozer’. Minister van Economische Zaken Henk Kamp hoeft niet lang na te denken als hij Martin van den Brink, de cto van ASML, moet beschrijven. Vorig jaar spelde de VVD-bewindsman Van den Brink nog een lintje op bij zijn benoeming tot Ridder in de Orde van de Nederlandse Leeuw. ‘Hij is bescheiden, maar heeft unieke kwaliteiten’. Van den Brink is zonder twijfel de sterke man van ASML en

85

HOOFDSTUK 5: ‘ASML NAAR DE RANDSTAD? UITGESLOTEN’


vormt met ceo Peter Wennink een hecht duo. Van den Brink, die in z’n eentje al meer dan tien patenten op zijn naam heeft staan, doorliep ‘de lange weg’: lts, mts en hts, met een onderzoek over stadsverwarming, om daarna natuurkunde te studeren. Hij behoort tot de founding fathers van ASML. Het is niet de eerste prijs die Van den Brink ten deel valt. Eerder dit jaar ontving hij de hoogste onderscheiding van de Semiconductor Industry Association (SIA). Daarnaast is hij erelid van het Koninklijk Instituut Van Ingenieurs (KIVI) en is er een tweejaarlijkse prijs voor systeemengineering die zijn naam draagt en die door hemzelf wordt uitgereikt. In 2010 kreeg hij de Bob Graham Award voor Marketing Excellence en een jaar later een eredoctoraat van de Universiteit van Amsterdam vanwege zijn grote verdiensten voor de halfgeleiderindustrie. Het belang van de cto voor de organisatie is nauwelijks te onderschatten. ‘Je moet het zo zien: Bij Martin komt alle shit terecht’, zegt een ingewijde. ‘Doet zich ergens ter wereld een probleem voor dat niet ter plekke – en op tijd – kan worden gefikst, dan komt het bij hem op zijn bureau en lost hij het op.’ Zijn optreden is vaak niet zachtzinnig. Wie slecht voorbereid bij hem binnenkomt, zal dat de volgende keer wel uit zijn hoofd laten, zo weten de meeste engineers. ‘Als je een plan bij hem moet pitchen, schiet hij bij wijze van spreken zijn pistool op je leeg. Sta je daarna nog overeind, dan heb je kans het plan verder te mogen uitwerken.’ Hoewel minder bekend, wordt Van den Brink vaak in hetzelfde rijtje genoemd als Coen Stork, Gerard Philips, Anthony Fokker en Hub van Doorne van DAF. Een reden voor de relatieve onbekendheid van Van den Brink is zijn afkeer van interviews. Beter gezegd: hij houdt niet erg van journalisten. Hij ziet ze als tijdverspilling, want op een enkele uitzondering na weten ze meestal niet waar ze het over hebben. Het aantal mediaoptredens in dertig jaar is op een paar vingers te tellen. Ook het FD krijgt ondanks meerdere smeekbedes geen toegang tot hem - zelfs voor dit boek niet. Het is blijkbaar in het verleden een aantal malen flink fout gegaan. Een naaste collega van de cto zegt met enige ironie: ‘Het is een beetje voor je eigen bestwil. We zijn erg terughoudend om journalisten met Martin te confronteren.’

86

INSIDE ASML


Epiloog

N

a een paar weken regelmatig op bezoek te zijn geweest lever ik half september voor de laatste keer mijn badge in bij de balie van ASML. ‘Hartelijk dank voor uw komst en een prettige terugreis’. Over het eindoordeel kan ik kort zijn. ASML is zonder twijfel een succesverhaal, zeker op Hollandse schaal, en er zijn nauwelijks deskundigen te vinden - van analisten tot aan tech-nerds - die aansprekende kritische observaties weten te plaatsen. Er zijn waarschijnlijk weinig bedrijven die zo consequent de organisatie aanpassen aan de behoefte van de klant. Zijn er dan helemaal geen zorgen en wordt nergens binnen de muren van ASML gemopperd? Zeker wel. Wie zijn oor te luisteren legt bij de oudere garde ASML-ers, krijgt veelal hetzelfde refrein te horen over het verlies aan flexibiliteit vergeleken bij de eerste spannende jaren. Ontluikend ondernemerschap wordt in hun ogen nu vaak in de kiem gesmoord omdat eerst een reeks handtekeningen van bovenaf is vereist. In het verleden ging je gewoon met een idee van start en werd bekeken of het iets opleverde. Bovendien missen ze bij jongeren de mentaliteit die zij zich kunnen herinneren van de jaren tachtig en negentig, toen ze met kunst en vliegwerk het ASML-scheepje drijvende wisten te houden. Lange werkweken, desnoods het hele weekend doorbuffelen. Voor een deel is hier de valse romantiek hoorbaar die na verloop van tijd de kop opsteekt binnen iedere organisatie die snel is gegroeid: vroeger was alles beter. ASML heeft ontegenzeggelijk ingeboet op vrijheid en een zekere vorm van eigengereidheid. Geestig is bijvoorbeeld te zien hoe ook in Veldhoven de tirannie van de gewoonte heerst. Vergaderingen duren - uitzonderingen daargelaten - doorgaans een uur, en worden ingepland via Outlook. Daarom hebben sommi-

87

EPILOOG


ge gangen op het hoofdkantoor om de hele uren veel weg van een middelbare school waar de bel net heeft geklonken voor de volgende les in een ander lokaal. Jongens en meisjes zoeken gewapend met laptops hun nieuwe ‘meeting’. Lopend worden de social media-verplichtingen nog snel even afgehandeld. Het zijn logische ontwikkelingen. De cowboys van Veldhoven hebben plaats gemaakt voor professionals en nieuwkomers zonder last en ruggenspraak. Een bedrijf met een omzet van meer dan 6 miljard, dat continu in de gaten wordt gehouden door beleggers en de internationale financiële pers kan niet zonder procedures en regels. De overheersende indruk is er vooral een van een monopolist die ervoor waakt een zelfgenoegzame multinational te worden. Alle inspanningen blijven erop gericht de slagvaardigheid te behouden die het bedrijf zo groot heeft gemaakt. Dat wil niet zeggen dat er geen gevaren op de loer liggen. De bijna monomane keuze om de EUV-techniek tot een succes te maken is risicovol en laat weinig ruimte over voor andere activiteiten. En beleggers zullen niet rustig slapen totdat de verkoop van de EUV-machines daadwerkelijk op gang komt. Daarnaast is de grootte van het bedrijf – gek genoeg – een risico op zich. De toenemende complexiteit van een chipmachine doet een steeds groter beroep op de onderlinge coördinatie tussen engineers. Ieder minuscuul misverstand kan het productieproces in gevaar brengen. Bovendien is ASML steeds verder afhankelijk van zijn toeleveranciers en wetenschappelijke partners. Ceo Peter Wennink is zich daar terdege van bewust en probeert op verschillende manieren zijn mensen ervan te doordringen dat ASML alleen in harmonie met anderen de voorsprong kan behouden. Onlangs introduceerde hij de uil als symbool voor een typische Europese aanpak. Anders dan de Aziatische tijger of de Amerikaanse adelaar, zoekt de uil in al zijn wijsheid de samenwerking met de overheid, de universiteiten én met klanten. Daarmee legt hij waarschijnlijk de grootste bedreiging van ASML bloot. De engineers komen terecht op een steeds hoger abstractieniveau om de machines verder ‘uit te rekken’. De cruciale vraag is of de toeleveranciers in staat blijven om de steeds hogere eisen van ASML te volgen. En valt er van die wetenschappelijke

88

INSIDE ASML


vergezichten nog een betaalbare machine te maken? Niemand bij ASML zal beweren dat het bedrijf eeuwigheidswaarde heeft. Wie weet lacht de mens zich over 100 jaar tijd suf om de grotesk grote apparaten die in Veldhoven werden gemaakt en de hele wereld over werden gesleept. Hoe konden ze het bedenken! Nieuwe technieken duikelen over elkaar heen: zwevende transitoren, 3D-geprinte chips, materiaal met een amorfe atomaire structuur dat uit zichzelf de juiste patronen maakt, het vervangen van silicium als halfgeleider door een andere stof. Het is duizelingwekkend en ongetwijfeld zit er een kansrijk idee bij. Maar de meeste hebben het laboratorium nog niet verlaten, laat staan dat ze chips weten te produceren in de hoeveelheden zoals dat op de machines van ASML gebeurt. Voorlopig moet de progressie in de elektronica komen van de vindingrijkheid van de ASML-engineers, de absolute wereldleiders in een markt waar triljoenen euro’s in omgaan. De tech-tovenaars uit Veldhoven zijn ervan overtuigd zeker nog enkele decennia het peloton achtervolgers voor te kunnen blijven. Voor die inspanning verdient het concern alle steun en waardering in Nederland. De bewieroking van Apple of Google is begrijpelijk, maar in Nederland hebben we een eigen techreus, en die staat in Veldhoven, provincie Brabant, en heet Advanced Semiconductor Materials Lithography, beter bekend als ASML.

89

EPILOOG


Rob de Lange (1957) begon zijn carrière bij de Vara (Achter Het Nieuws). Later was hij eindredacteur en onderzoeksjournalist bij NOVA. Vanaf 1998 werkte hij als redacteur bij Vrij Nederland en was daarna enkele seizoenen hoofdredacteur van het debatprogramma Buitenhof. Tegenwoordig is hij algemeen verslaggever bij Het Financieele Dagblad. Hij is auteur van de boeken Ik ben integer, jij bent integer, adviezen en sterke verhalen uit de boardroom en Sleutelen aan de mens, een zoektocht naar perfectie.

fd.nl/asml

Inside ASML  

Binnen de muren van ’s werelds grootste chipmachinebouwer. FD-redacteur Rob de Lange kreeg de unieke kans om als eerste journalist enkele we...

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you