Page 1

bulletin

d e c e m b e r

2 0 1 1

dordrechts museum

n o g

n o o i t

z 贸

v e e l ,

z 贸

m o o i

e n

z 贸

s p a n n e n d


colofon redactie:

Henriette Fuhri Snethlage, Marije Neggers fotografie:

Marco de Nood, Richard Boonstra, Huib Kooyker e.a.

4 aanwinst

7 winkel

vormgeving:

Jantijn van den Heuvel, Made druk:

Drukkerij Romein Etten-Leur oplage:

2000

8 w h a t ’ s u p !

10 anachronisme

uitgave:

Dordrechts Museum © 2011 issn:

1384-332x Dordrechts Museum Museumstraat 32 3311 xp Dordrecht bezoekadres:

1 2 g ij s f r i e l i n g

14 de keuze van

16 restaurator

1 8 d e s c h e ff e r

2 0 schenking

22 poppenhuis

Museumstraat 40 internet:

www.dordrechtsmuseum.nl Telefoon (078) 7708 708 Fax (078) 6319 783

omslag [detail]:

Charley Toorop Drie vruchten in herfst , 1939 doek, 20 x 35 cm Dordrechts Museum

Deze uitgave wordt mogelijk gemaakt door een substantiële bijdrage van de Vereniging Dordrechts Museum.

Al meer dan 1100 leden! Vereniging & Dordrechts Museum: historisch verbonden  Lid worden of meer informatie: www.verenigingdordrechtsmuseum.nl

m u s e u m s t r a at 4 0 , d o r d r e c h t ( 0 78 ) 7 7 0 8 7 0 8

dordrechts museum

volg ons ook op Facebook , Flickr , T witter en YouTube


E e n b ij z o n d e r m o m e n t . . . de kinderworkshop over Het Muizenhuis Onlangs verscheen het kinderboek Het Muizenhuis. Een geweldig groot voorlees- en kijkboek, gebaseerd op een kunstproject van Karina Schaapman. Het gaat over twee muizen Sam en Julia die op avontuur gaan in het Muizen­ huis. Schaapman bouwde een levensgroot huis voor haar muizen als decor voor dit kinderboek. Dit muizenhuis is vanaf 17 december 2011 te bewonderen in de bibliotheek van Amsterdam. Het boek is, uitzonderlijk voor een kinderboek, geïllustreerd met veelal paginagrote foto’s.

Speciaal voor Huis Van Gijn en Kinderboeken­winkel De Giraf gaf Karina Schaapman een workshop. De kinderen

maakten net als Karina een droomhuis. Onder begeleiding van Karina werden kamers gemaakt van kartonnen dozen die de kinderen vervolgens rijk versierden. Ze namen zelf mooi papier, stofjes of andere bijzondere spulletjes van thuis mee en bouwden aan een eigen Muizenhuis. De resultaten waren schitterend.

Onder leiding van Karina Schaapman knutselden de kinderen aan hun eigen Muizenhuis

dordrechts museum | bulletin 3 2011

3


E e n s t i l l e v e n va n C h a r l e y T o o r o p Een mooi en belangrijk onderdeel van de schilderijenverzameling van het Dordrechts Museum betreft de stillevensectie, die na de renovatie van het museum in een aparte zaal is ondergebracht: bloemstillevens, vruchtenstillevens en trompe-l’oeils uit de 17de eeuw, waaronder een in 2010 aangeschaft, uiterst zeldzaam ‘boekenbedriegertje’.

1. Charley Toorop Drie vruchten in herfst , 1939 doek, 20 x 35 cm Dordrechts Museum

4

2. Charley Toorop Achterzijde van het schilderij Drie vruchten in herfst

Jup de Groot Jup de Groot is voormalig directeur van het Dordrechts Museum en Huis Van Gijn

Pikante toevoegingen aan aan de presentatie zijn twee werken van 20ste-eeuwse meesters: het stilleven met de eitjes van Dick Ket (1902-1940) (afb. 3) en het kleine vruchten­ stilleven van Pyke Koch (1901-1991) (afb. 4). Deze toevoegingen, confrontaties wil ik ze niet noemen, tonen aan dat ook hedendaagse schilders zich in verfijning en originaliteit kunnen meten met de ‘meesters van weleer’. Aandacht voor stillevens is een reeds lang bestaande traditie in het Dordrechts Museum. Voormalig directeur Laurens Bol (1898-1994) organiseerde – met zeer weinig middelen – een verbluffende tentoonstelling getiteld Nederlandse stillevens uit de zeventiende eeuw (afb. 5) waarin honderd schilderijen figureerden van zowel grote meesters alsook de door Bol naar voren gehaalde kleine meesters. Het bleek dordrechts museum | bulletin 3 2011


De aankoop van Drie vruchten werd mogelijk gemaakt door bemiddeling van Pieter Jorissen, veilinghuis A. Mak te Dordrecht en werd geheel gefinancierd uit het legaat van mevrouw Van Riemsdijk-Borsje. Financiële steun van particulieren is in deze tijd van een terugtrekkende overheid onontbeerlijk. Het Dordrechts Museum is verheugd dat deze prachtige toevoeging aan de collectie mogelijk is geworden dankzij het fonds van mevrouw Van Riemsdijk-Borsje, dat speciaal is bedoeld voor het versterken van de collectie.

3. Dick Ket Stilleven met eieren, 1935 doek, 66 x 61 cm Dordrechts Museum (aangekocht in 1986 met steun van de Vereniging Rembrandt)

4. Py k e K o c h Stilleven met appels en peren, ca. 1948-49? paneel, 20 x 30,2 cm Dordrechts Museum (aangekocht in 1986 met steun van de Vereniging Rembrandt) 6. Charley Toorop Zelfportret, 1932-33 doek, 119 x 89 cm Den Haag, Gemeentemuseum

5. Omslag van de catalogus van de tentoonstelling Nederlandse stillevens uit de zeventiende eeuw, Dordrechts Museum, 21 juli – 2 september 1962

dordrechts museum | bulletin 3 2011

in die tijd, we spreken over het jaar 1962, een revelatie voor vakgenoten en publiek en het had uitstraling tot ver in het buitenland. N i e u w e a a n w i n s t Recent werd de stilleventraditie weer voort­ gezet met de aankoop uit particulier bezit van een klein, zeer aantrekkelijk vruchten­s tilleven van Charley Toorop (Katwijk 1891-Bergen N.H. 1955) (afb. 6). Het betreft een door haar vaker toe­g epaste ordonnantie van een in een vensterbank opgestelde compositie van twee appels, een peer en wat druiven tegen het decor van een herfstig bos. Het zal in haar atelier in Bergen zijn ontstaan. Het klein formaat doek is door haar aan de achterzijde met penseel in zwart gesigneerd: ‘drie vruchten / in herfst 1939 / C.Toorop’ (afb. 1 en 2).

5


persoonlijk realistische stijl, die zij onder meer toepaste in haar talrijke portretten en portretgroepen. In de tijd zelf sprak men wel van neo-realisme of expressief realisme.

7. Charley Toorop Bloemen, 1919 doek, 80 x 80 cm Dordrechts Museum

8. Charley Toorop Vruchten en herfstbladeren, 1952 paneel, 41 x 53 cm Den Haag, Gemeentemuseum

6

De al genoemde schilders Dick Ket, Pyke Koch en ook Charley Toorop zijn alle drie kunstenaars, die in het interbellum hun definitieve stijl vonden en in die periode veelal hun beste werk gemaakt hebben. De twee eerst genoemden worden tot het zogeheten magisch realisme gerekend, terwijl Charley Toorop in de jaren ’30 een daarvan te onderscheiden eigen stijl ontwikkelde, een krachtig, zeer

B i n n e n - b u i t e n s t i l l e v e n Haar in omvang aanzienlijk oeuvre bevat ook veel stillevens. Deze natures mortes zijn bij benadering in drie categorieën onder te brengen. De stillevens met voorwerpen zoals flessen, kannen en ander huisraad, de bloemstillevens en de vruchtenstillevens. In de tweede categorie valt het schilderij Bloemen (1919) (afb. 7), voorstellende twee vazen met bloemen in een interieur in een nog enigszins kubistische vorm, een schilderij dat het Dordrechts Museum in de jaren ‘70 van de vorige eeuw verwierf. In de derde categorie past het pas verworven Drie vruchten. In 1934 kwam voor het eerst een vruchtenstilleven tegen een landschapsachtergrond tot stand, een door weinig kunstenaars toegepaste vorm voor een stilleven. Toorop zou dit type stilleven nog vele malen schilderen voor, in, en na de Tweede Wereldoorlog. Als ander voorbeeld wordt hier het bekende Vruchten en herfstbladeren (1946) uit het Haags Gemeentemuseum afgebeeld (afb. 8). Zoals gezegd behoorde en rekende Charley Toorop zich niet tot de magisch realisten. In een brief aan haar zoon Edgar Fernhout, eveneens schilder, schreef zij eens: ‘Ik ben toch zo blij dat je niet bij de Willink - Koch Schuhmachersfeer komt! Je begint heel andere dingen in je werk te krijgen, gelukkig.’ (Brief aan Eddy 20-12-1938). Niettemin was Toorop bevriend met Pyke Koch. Hij komt meermalen voor op foto’s van Eva Besnyö in De Vlerken, het huis van Charley Toorop in Bergen. Het stilleventype met landschapsachtergrond moet indruk gemaakt hebben op Koch. In de jaren ‘40 heeft hij, in zijn eigen idioom, een aantal van deze stillevens geschilderd. Een ervan, en wel een heel mooi specimen, bevindt zich sedert 1994 in het Dordrechts Museum en wordt nu getoond in de stillevenzaal (afb. 4). Binnenkort zal men de zeer verschillende interpretaties van dit ‘binnen - buitenstilleven’ in het museum kunnen vergelijken.

dordrechts museum | bulletin 3 2011


winkel HUIS VAN GIJN Nieuw elan voor w i n k e l H u i s Va n G ij n M a r ij e N e gg e r s

Al sinds jaren is de museumwinkel van Huis Van Gijn het adres voor leuke cadeaus uit grootmoeders tijd. Bezoekers vinden er nostalgische kinderboekjes, kaarten van Ot en Sien en prachtige reproducties van 19de-eeuws glaswerk. Stuk voor stuk artikelen die niet mogen ontbreken in een museum dat gevuld is met kunstnijverheid uit de afgelopen eeuwen. Toch werd het tijd voor een kleine aanpassing van de winkel. Eén van de glazen vitrines is aangepast en het assortiment werd uitgebreid. Het aanbod aan boeken is enorm gegroeid en er is een omvangrijke collectie schrijfwaren bij gekomen. Er zijn eenvoudige kroontjes­p ennen voor kinderen en luxe schrijfsets met bijpassende inktpot voor de liefhebber. Naast de kaarten zijn er nu ook beeldjes en magneten van Ot en Sien. Mokken met een opdruk herin­ neren aan de oud-Hollandsche schrijfboekjes en kinderen kunnen kiezen uit een collectie houten speelgoed – vaak precies zoals zij

dordrechts museum | bulletin 3 2011

het in het museum hebben gezien. Voor volwas­s enen is de winkel een feest van herkenning, van het leesplankje tot aan de ouderwetse wasknijpers. In 2012 zullen nieuwe, eigen artikelen ontwikkeld worden, net zoals dat in het Dordrechts Museum is gebeurd, en zal de winkel nog verder worden uitgebreid.

7


W h at ’ s U p !

De jongste schilderkunst in Nederland ‘Zo een keer in de zoveel jaar moet het. Dan is het tijd voor de uitzondering in de dagelijkse praktijk van musea voor moderne kunst die in regel bestaat uit solotentoonstellingen. Dan is het tijd voor de groepstentoonstelling waarin een nieuwe tendens, een opvallend verschijnsel, een gezelschap jong talent wordt gepresenteerd. Het museum selecteert niet alleen uit het duizelingwekkend grote aanbod maar het brengt er tevens orde in aan, met de pretentie dat het tentoon­g estelde normatief is voor de hedendaagse kunst en representatief voor de tijdgeest. De stille hoop is dat het nageslacht dat ook zal erkennen: dan is er geschiedenis geschreven.’

Moniek Peters

Bezoekers tijdens de opening van What’s Up

8

Dit schreef Carel Blotkamp op 28 september 2000 in De Volkskrant naar aanleiding van de tentoonstelling Twisted die te zien was in het Van Abbemuseum in Eindhoven. Dit jaar organiseerde het Dordrechts Museum zo’n overzichtstentoonstelling. Op 19 november 2011 werd de tentoonstelling What’s Up! De jongste schilderkunst in Nederland in het Dordrechts Museum geopend, door wie anders dan Carel Blotkamp.

Dat er weer behoefte is aan zo’n moment om de schilderkunst van de afgelopen tien jaar in een overzicht onder ogen te krijgen, is ons tijdens het maken van de tentoonstelling meermalen verzekerd. De bedoeling van deze presentatie van dertig kunstenaars is dan ook een indruk te geven van hoe levend de schilderkunst van de jongste generatie schilders is; wat houdt die schilderkunst in en is er misschien sprake van gemeenschappelijke

dordrechts museum | bulletin 3 2011


tendensen? Een tweede invalshoek in deze tentoonstelling is een apart verhaal: we waren benieuwd welke aandacht er is voor de traditie. Schilderkunst is immers een historisch bepaalde discipline en we vroegen daarom aan alle deelnemers om twee kunstenaars te noemen die hen hebben geïnspireerd. De dertig debuterende kunstenaars zijn gekozen op basis van een inventarisatie van presentaties in musea en andere kunstruimtes, de verschillende tweede fase opleidingen van kunstacademies, prijzen, beurzen en aandacht in de kunstbladen, dagbladen en websites. Daarbij is gekeken naar de periode vanaf 2000 tot nu. De kunstenaars zijn voornamelijk schilders, al is er een aantal dat ook werkt in andere technieken of disciplines. Het getal dertig is tamelijk willekeurig tot stand gekomen. Het is niet de bedoeling de kunstenaars als de top dertig van de kunst in Nederland te beschouwen, maar deze groep is wel representatief, denken we, voor een generatie. De tentoonstelling What’s Up! wil, enigszins gedurfd, een poging doen om een stand van zaken te presenteren en kan, menen we, rekenen op breder gedragen instemming.

tjebbe beekman Pallast, 2005 acryl, lakverf en zand op doek op paneel, 119 x 210 cm Caldic Collectie, Wassenaar

esther tielemans Z.T., 2010 acryl en epoxy op paneel, 200 x 150 x 36 cm collectie kunstenaar

d e 3 0 DEELNEMENDE KUNSTENAARS Marie Aly

Pere Llobera

Tjebbe Beekman

Kim van Norren

Morgan Betz

Jacco Olivier

Pim Blokker

Micha Patiniott

Koen Delaere

Malin Persson

Aaron van Erp

Thomas Raat

Claire Harvey

Sanne Rous

Sara van der Heide

Maaike Schoorel

Arjan van Helmond

Derk Thijs

Lieven Hendriks

Esther Tielemans

Carl Johan Högberg

Sarah Verbeek

Bas van den Hurk

Helen Verhoeven

Iris Kensmil

Evi Vingerling

Aukje Koks

Willem Weismann

Axel Linderholm

I n a v a n Zy l

marie aly Zwei prächtige Brüder, 2008 olieverf op doek, 150 x 120 cm, Courtesy tegenboschvanvreden, Amsterdam

dordrechts museum | bulletin 3 2011

9


Anachronisme

Carel Blotkamp (Zeist, 1945) is kunstenaar en emeritus hoogleraar moderne kunst aan de Vrije Universiteit Amsterdam.

Bij de opening van de tentoonstelling What’s up! De jongste schilderkunst in Nederland, op 19 november 2011 in het Dordrechts Museum, hield Carel Blotkamp een inleiding. Hij las onder meer een al oudere tekst van hemzelf voor. Deze tekst heeft echter nog altijd zoveel actualiteitswaarde, dat wij hem graag nog eens publiceren.

Carel Blotkamp

Carel Blotkamp tijdens de opening van What’s Up!

10

De deskundigen vertellen ons dat de schilderkunst hopeloos verouderd is. Maar laten we eerlijk zijn: de schilderkunst was verouderd vanaf het eerste begin. Toen zo’n 30.000 jaar geleden een domme schilder wat pigmenten op de rotswand in de grot van Lascaux smeerde, was een slimmere holenmens bezig om het vuur onder controle te krijgen. Toen, meer dan 2000 jaar geleden, Zeuxis uiterst illusionistisch druiven schilderde om de vogels voor de gek te houden, waren er Griekse ingenieurs die allerlei interessante experimenten uitvoerden met op eigen kracht bewegende voertuigen. Omstreeks 1665, toen Rembrandt worstelde om wat meer licht in zijn modderige zelfportretten te krijgen, vond Antonie van Leeuwenhoek de microscoop uit. In 1914, toen Picasso in zijn atelier zand door zijn olieverf zat te mengen en stukken behang en krantenpapier knipte voor zijn collages, waren hoog in de lucht vliegtuigen bezig om bommen te werpen op de Franse steden. In 1969, toen Barnett Newman een groot doek eenvoudig bedekte met cadmiumrode verf en het veld in tweeën deelde met een scherpe zip, zette Armstrong voet op de maan. In alle tijden liep de schilderkunst hopeloos achter bij de ontdekkingen, uitvindingen en technologische vernieuwingen die de wereld vooruit hielpen. Schilderkunst is een anachronisme van nature. Vandaag de dag wordt de schilderkunst door velen gezien als reactionair en inadequaat om de realiteit van de moderne wereld te vatten. Spectaculaire vormen van kunst zoals sitespecific projecten, installaties, video en met behulp van de computer gegenereerde beelden lijken veel meer dan de schilderkunst in overeenstemming met de premisse dat vooruitgang en vernieuwing het doel en streven van alle kunst moet zijn. We moeten echter beseffen dat die premisse zelf een modernistisch idee is dat verouderd is.

Ik houd van schilderkunst, waarschijnlijk precies om de redenen die haar in de ogen van andere schrijvers over kunst nu juist in diskrediet hebben gebracht. De materiaal­ technische beperkingen van het schilderen zie ik niet als een beperking, de fysieke begrenzingen van het oppervlak van het schilderij niet als een begrenzing; de ongrijpbaarheid van het geschilderde beeld niet als een bezwaar, noch het onuitroeibaar illusionistische karakter ervan: zelfs in een schilderij van Robert Ryman acteert de verf dat ze alleen maar verf is. De zintuiglijkheid van de schilderkunst, die Marcel Duchamp kritiseerde, is in mijn ogen geen belemmering voor conceptuele rijkdom, getuige bijvoorbeeld het werk van Jasper Johns, Sigmar Polke en René Daniels. Schilderen is een flexibel medium dat zich laat inzetten voor een onbegrensd aantal doeleinden: het witte doek van de ene schilder is eenvoudig niet het witte doek van de ander. Maar wat mij in de schilderkunst in het bijzonder aanspreekt, zijn de factoren risico en verantwoordelijkheid. Ik geloof dat daarin ook vandaag de dag voor schilders de grootste uitdaging is gelegen, juist in vergelijking met andere uitingen van beeldende kunst zoals de verschillende vormen van installaties en sitespecific kunst die in de afgelopen decennia in

dordrechts museum | bulletin 3 2011


overvloed zijn geproduceerd en die de standaard lijken te bepalen voor wat als geavanceerde kunst geldt. Vroege voorbeelden van die installaties en site-specific werken, zoals Michael Heizers gegraven sculpturen in de Mojavewoestijn, Jannis Kounellis’ opstelling van paarden in een galerie, het Museum van Marcel Broodthaers, de Index in kaartenbakken van Art & Language, ontleenden hun kracht mede aan het feit dat zij een kritische component bevatten: zij zetten het publiek aan het denken over de rol van kunstinstituties. Dat is gesleten, en er is niet zo veel voor in de plaats gekomen. Sindsdien zijn we overspoeld met installaties die toegesneden zijn op een bepaalde locatie. We hebben honderden tentoonstellingen kunnen zien in oude fabrieken, op scheepswerven, in statige villa’s en op woest terrein ver buiten de bewoonde wereld. Doorgaans is de schilder­ achtigheid of het theatrale aspect van de locatie geïntegreerd in het werk. Dat moois krijgt de maker van het kunstwerk als het ware cadeau. Maar het is een dubieus cadeau. De goede uitzonderingen daargelaten, is er veel gemaniëreerdheid en effectbejag in deze kunst geslopen, juist vanwege die schilderachtige locatie en dat theatrale element. Ook hebben dergelijke installaties vaak iets vrijblijvends, hetgeen gedeeltelijk voortkomt uit het feit dat ze van tijdelijke aard zijn: het werk leeft slechts voort in de vorm van een uitgekiende fotografische documentatie, gemodelleerd naar het voorbeeld van de sterk esthetiserende architectuurfotografie. Vergelijk daarmee de positie van de schilder­ kunst. Mark Rothko schreef in 1947: ‘Een schilderij leeft in gezelschap (…), in de ogen van de gevoelige toeschouwer. Het kan evenzeer sterven. Het is daarom een riskante en wrede daad om het de wereld in te sturen.’ Rothko maakt het kijken naar schilderkunst hier wel erg tot een ethische aangelegenheid, maar zijn uitspraak is ter zake: de schilder maakt het schilderij en levert het uit aan de wereld. Hij behoudt er de verantwoordelijkheid voor maar heeft geen zeggenschap meer over de materiële en immateriële condities waaronder het schilderij in de toekomst te zien zal zijn. Het schilderij moet het voortaan doen met wat de schilder er in heeft gelegd. Of het licht of donker hangt, ruim of benauwd, tussen dordrechts museum | bulletin 3 2011

gebloemde gordijnen of naast een Rembrandt of een Picasso, of het geïsoleerd hangt of gedwongen wordt tot een dialoog met andere kunstwerken: het moet het zelf zien te rooien, telkens opnieuw, ad infinitum. Schilders hebben wel middelen tot hun beschikking om hun werk meer kracht bij te zetten in het verdere bestaan: het gebruik van grote formaten of ongewone omtreksvormen bijvoorbeeld. Maar wat uiteindelijk telt is de presentie die het schilderij zelf heeft in willekeurig welke omstandigheden dan ook. Een installatie zweeft in de tijd. Na afloop is het slechts een foto of een herinnering. Het kan natuurlijk een heel mooie herinnering zijn. Maar een schilderij is ingedaald in de geschiedenis. De eeuwenoude traditie van de schilderkunst levert een context en een toetssteen. Vroeg of laat komt een schilderij altijd te hangen in de buurt van een ander schilderij; en al zal dat zelden een Rembrandt of een Picasso zijn, een confrontatie, een vergelijking, een evaluatie vindt altijd plaats. Dat besef is wezenlijk voor wie schilderijen maakt. De traditie van de schilderkunst is geen loden last die verlammend werkt op haar beoefenaren, maar een bron van inspiratie en een prikkel tot actie. Alles is nog niet gezegd of gedaan; dat is modieuze prietpraat. ‘Alles is ongetwijfeld al gezegd’, schreef de Franse literaire criticus Jean Paulhan, ‘maar woorden veranderen van betekenissen en betekenissen veranderen van woorden.’ Zo is het ook bij de schilderkunst.

Carl Johan Högberg Health Through Sports, 2010 olieverf op doek, 180 x 230 cm The Ekard Collection

Eerdere versies van deze tekst werden gepubliceerd in 1993 en 2000

11


Nous sommes les deux plus grands

m e g a w e r k va n G ij s F r i e l i n g Aan het einde van de tentoonstelling What’s Up ! hangt als een apotheose het schilderij van Gijs Frieling Nous sommes les deux plus grands. Het meet maar liefst 7,20 bij 3,80 meter. Het enorme doek is in opdracht van het Centrum Beeldende Kunst Dordrecht en het Dordrechts Museum vervaardigd. Moniek Peters

12

De tentoonstelling What’s Up! gaat weliswaar om het hier en nu, maar de tentoonstelling wordt niet alleen gepresenteerd in het vacuüm van het hedendaagse. Aan alle kunstenaars is gevraagd om twee kunstenaars te noemen die tot hun artistieke familie kunnen worden gerekend waarmee de kunstenaars deel uitmaken van de traditie. Het idee om de traditie in te voeren, ligt losjes over het concept van de tentoon­ stelling heen. Daarnaast hebben de samen­ stellers van de tentoonstelling Gijs Frieling gevraagd om speciaal voor deze tentoonstelling een schilderij te vervaardigen waarin een link wordt gelegd tussen de hedendaagse kunst en de traditie van de schilderkunst. Frieling koos ervoor de werken én de inspiratiebronnen van de deelnemende kunstenaars in één schilderij weer te geven.

Voor die traditie – schilderkunst is bij uitstek een historische bepaalde discipline – wordt het begrip ‘familie’ gehanteerd, zoals dat door de kunstenaar Jan Dibbets ooit is geformuleerd. Een kunstenaar, zo redeneert Dibbets, weet zich deel van een artistieke familie, bestaande uit verschillende generaties en verspreid over de hele wereld. Het gaat dan niet per se om bekende meesters, want ‘juist van minder goede schilders kun je veel leren’. De familieverwantschap wordt niet aan de hand van beproefde kunsthistorische criteria vastgesteld, maar bestaat vooral op aanwijzing van de kunstenaars zelf. Wat gebruikt een schilder van zijn vakgenoten, maar evengoed wat verwerpt hij – daar gaat het om. Gijs Frieling (1966) maakt schilderijen, (tijdelijke) muurschilderingen en sinds de

dordrechts museum | bulletin 3 2011


tentoonstelling What’s Up! megaschilderijen. In eerste instantie was het schilderen op muren vooral een manier om groot te kunnen werken en om controversiële onderwerpen te schilderen zonder dat het voor de eeuwigheid hoefde te zijn. De laatste jaren gaat Frieling een directe relatie met de ruimte aan. In zijn schildering voor What’s Up! met de titel Nous sommes les deux plus grands grijpt Frieling zelf ook terug op de traditie. Hij koos Brueghel als inspirator, omdat deze bij uitstek in staat was ‘de hele wereld’ te schilderen. ‘Als je voor een schilderij van Brueghel staat’, zegt Frieling, ‘kun je eindeloos blijven kijken. Je kunt oneindig de wereld zelf beschouwen’. Het veelomvattende en gemakkelijk herken­ bare van de schilderijen van Brueghel, gecombineerd met de voor de 16de eeuw kenmerkende hoge horizon vormde voor hem het kader om de opdracht uit te voeren. Frieling combineerde delen van de composities uit Brueghels Kinderspelen, De Dulle Griet en De Twaalf Spreekwoorden om zijn motief van een kunstbraderie uit te werken waar alle dertig exposerende kunstenaars hun schilderijen laten zien en verkopen. Hiertoe genoodzaakt door de huidige bezuinigingen in de kunst­ budgetten. Hij introduceert de beroemde Dulle Griet van Brueghel, als personificatie van het

gijs Frieling Nous sommes les deux plus grands, 2011 caseïne op doek, 720 x 380 cm collectie kunstenaar

dordrechts museum | bulletin 3 2011

Pieter Brueghel de Oude Kinderspelen, 1560 olieverf op paneel, 118 x 161 cm, Kunsthistorisches Museum, Wenen

Nederlandse kabinet, dat in dit tafereel het Rijksmuseum in brand steekt, waardoor de kunstenaars dakloos worden en de straat op moeten. Daarnaast snijdt Frieling een ander thema aan met de titel van het schilderij: Nous sommes les deux plus grands. Hij citeert hier de schilder Rousseau die tegen Picasso zegt: ‘Wij zijn de twee grootsten. U in de Egyptische en ik in de moderne stijl’ zoals op de banderol in het Frans is geschilderd. Waarmee bedoeld wordt dat Rousseau de wereld schildert zoals hij is (het realisme is de moderne stijl) terwijl Picasso iets nieuws zoekt en een andere taal gebruikt. In dit project komt ook de privé-opvatting van Frieling over het kunstenaarschap aan de orde. Hij koestert namelijk een verlangen naar het gemeenschappelijk kunstwerk. De (muur)schilderingen voert hij altijd uit met assistenten die door hun handschrift een hele eigen en belangrijke rol in het eindresultaat hebben. Er wordt niet met projecties of tekeningen gewerkt, alles wordt door iedereen uit de hand geschilderd. Zijn werk is een poging om de ontwikkeling van de schilderkunst als een eenheid voor te stellen waarbinnen de verschillen tussen decoratieve schilderkunst, volkskunst, religieuze schilderkunst, ‘hoge kunst’ en avant garde slechts contextueel zijn. Het immense schilderij voor What’s Up! is eveneens een product van samenwerking. Frieling beschouwt het idee van de individuele kunstenaar als ‘superster’ en de cultus eromheen als achterhaald en wil dit ter discussie stellen.

Gijs Frieling vertelt het publiek over zijn schilderij

13


DORDRECHTS MUSEUM . . . n a v e z u de ke

Hans den Hartog Jager

Zandvliet durft het gevecht a an te ga an Hans den Hartog Jager is kunstcriticus en schrijver. Hij nam deel aan de werkgroep die de dertig kunstenaars voor de tentoonstelling Whats Up! De jongste schilderkunst in Nederland selecteerde. Voor deze rubriek maakte hij een keuze uit de collectie van het Dordrechts Museum. Het werd Te Noorden bij Nieuwkoop van Robert Zandvliet. Zandvliet schilderde het werk in 2010; hij werd hierbij geïnspireerd door het gelijknamige werk van Jan Hendrik Weissenbruch uit 1901. M a r ij e N e gg e r s

Hans den Hartog Jager samen met Ina van Zyl bij de uitreiking van de Wim Izaksprijs 2010

Hans den Hartog Jager heeft een dubbele reden om voor het werk van Zandvliet te kiezen. Robert Zandvliet is een van zijn favoriete schilders. Daarnaast vindt hij dit specifieke schilderij kenmerkend voor de weg die Zandvliet is ingeslagen. ’Zandvliet heeft een nieuwe wending aan zijn manier van werken gegeven door varianten te gaan maken op schilderijen van zijn voorgangers. Op het eerste gezicht lijkt deze keuze van Zandvliet heel erg makkelijk, je schildert immers gewoon een ander schilderij na. Maar dat is bedrog. Zandvliet maakt juist heel veel keuzes, waardoor zijn schilderij ontzettend spannend wordt. Het zet de kijker tot denken aan. Je gaat anders kijken en ontdekt steeds weer nieuwe lagen in zijn werk. Dat wordt nog eens onderstreept door de opvallende brede toetsen die Zandvliet

heel vaak in zijn schilderijen gebruikt. Die zijn bijna een soort handtekening, een eigen signatuur geworden.’ kun je iets meer vertellen over deze nieuwe weg die Zandvliet is ingeslagen? ’De serie waar hij nu aan werkt verwijst nadrukkelijk naar voorgangers in de kunsthistorie. Hij maakt een eigen versie van vaak zeer bekende schilderijen. Bij galerie Onrust is er al een expositie geweest met het werk van Zandvliet. Ik was erg onder de indruk, want de schilderijen zijn onmiskenbaar zijn eigen kunstwerken geworden en toch herken je er zijn inspiratiebronnen in. Al heeft hij het werk soms ook erg ver naar zijn eigen hand gezet. Je denkt dan te herkennen welk doek ter inspiratie heeft gediend, maar zeker ben je er niet meer van.’ het is leuk dat je zo enthousiast bent over de inspiratiebronnen van zandvliet. ook in de tentoonstelling what’s up! de jongste schilderkunst in nederland vormen inspiratiebronnen natuurlijk een belangrijk thema. ’Dat klopt, maar de kunstenaars in die tentoonstelling gebruiken hun inspiratiebronnen niet op dezelfde manier als Zandvliet dat doet. Ze verwijzen er vaak naar, maar Zandvliet gaat verder. Hij heeft het lef om direct het gevecht aan te gaan met schilderijen van zijn voorgangers. En dat zijn zeker niet de minsten. Hij gaat aan de slag met werken van Picasso tot Mondriaan. Dat moet je wel durven.’ spreekt het oorspronkelijke schilderij van weissenbruch je ook aan? ’Het werk van

14

dordrechts museum | bulletin 3 2011


Robert Zandvliet, Te Noorden bij Nieuwkoop, 2010 tempera op doek, 270 x 333 cm Dordrechts museum, aankoop 2010

Jan Hendrik Weissenbruch is natuurlijk ook prachtig. Het was een enorm goede schilder. Maar de spanning uit het schilderij van Zandvliet zie ik er niet in terug. Wij hebben tegenwoordig de neiging om de schilderkunst uit het verleden te toetsen aan de werkelijkheid. We nemen als vanzelfsprekend aan dat die bootjes ook echt zo achter die brug hebben gevaren. Maar die vanzelfsprekendheid is er bij hedendaagse schilders niet meer. De hedendaagse schilderkunst prikkelt op een andere manier. Ik vind het prettig dat ik min of meer word gedwongen om na te denken over wat de schilder heeft geïnspireerd en wat hij vervolgens met een onderwerp heeft gedaan. Een schilderij verhoudt zich nu op een heel andere wijze tot het werk van de fotograaf. Daarom vind ik deze keuze van Zandvliet ook zo goed. De twee versies van Te Noorden bij Nieuwkoop versterken elkaar. Met een zelfde onderwerp laat je heel expliciet zien dat je op verschillende manieren naar een schilderij kunt kijken – en ook naar de werkelijkheid.’ dordrechts museum | bulletin 3 2011

tenslotte, wat vind je van het dordrechts museum? ’Ik vind het geweldig dat het Dordrechts Museum mede het initiatief heeft genomen voor What’s Up! De basis voor deze tentoonstelling is een prachtig idee, dat eigenlijk zo voor de hand ligt dat je je afvraagt waarom het nog niet eerder gedaan is. Uit dergelijke, ogenschijnlijk eenvoudige, ideeën komen de beste dingen voort. Dat is zeker weer bewezen in Dordrecht.’ Jan Hendrik Weissenbruch Te Noorden bij Nieuwkoop, 1901 doek, 33 x 41 cm bruikleen rce 1951 (verzameling Van Bilderbeek)

15


‘ I n d i t va k z i t j e m e t j e n e u s op de kunst’ Het schilderij Het Overzetveer van Willem Maris (1844-1910) verlaat binnenkort tijdelijk het Dordrechts Museum voor een tentoonstelling in het Gemeentemuseum Den Haag. Voordat het kostbare stuk wordt vervoerd, zorgt restaurator Lidwien Speleers dat het in goede conditie verkeert en kan worden verzonden. Em i n e K a r a

Lidwien Speleers aan het werk

willem maris Het overzetveer paneel, 16,3 x 20,9 cm Dordrechts Museum, bruikleen rce 1951 (verzameling Van Bilderbeek)

‘Het vernis dat er nu opzit, wordt er afgehaald en wordt vervangen door een nieuw laagje, omdat het vergeeld is en de kleuren daar­door niet goed uitkomen’, vertelt Speleers. ‘Het werk krijgt hierdoor meer diepte en de intensiteit van de kleuren wordt sterker. Het paneeltje en de verf zijn in goede staat; dus veel werk heb ik er niet aan.’ behoud van het kunstwerk Volgens Speleers zijn er verscheidene redenen waarom een schilderij moet worden gerestaureerd. Dat kan zijn uit puur esthetisch oogpunt, bijvoorbeeld omdat de vernislaag aanzienlijk vergeeld is – een natuurlijk verouderings­proces – of omdat het werk ontsierd wordt door oude restauraties die zijn verkleurd. Het kan ook zijn dat het werk beschadigd is of schade dreigt op te lopen. Speleers: ‘Onder invloed van (zon)licht, lucht, vocht, vuil en temperatuurswisselingen kan verval optreden.

Wanneer een doek erg vuil is, kan door het vuil vocht worden aangetrokken, en dat samen vormt weer een goede voedingsbodem voor schimmels. Het verwijderen van vuil is dus niet alleen een esthetische ingreep, maar noodzakelijk voor het behoud van het kunstwerk. Een heel andere, maar vaak voorkomende schade is loslatende verf. Deze moet dan weer worden vastgeplakt. Daarvoor kunnen we zowel traditionele, dierlijke lijmen gebruiken als moderne synthetische, die speciaal voor de restauratie zijn ontwikkeld.’ speeksel Speleers is sinds afgelopen oktober werkzaam bij het Dordrechts Museum. Haar eerste klus was de restauratie van het werk Drie Vruchten van Charley Toorop, een nieuwe aanwinst van het museum. Speleers: ‘Er lag een dikke laag stof op het schilderij. Hierdoor zagen de kleuren er wat modderig uit, terwijl ze eigenlijk heel helder zijn. Het schilderij heeft een vernislaag die oorspronkelijk lijkt te zijn. Dit vernis is blijven zitten, maar het vuil is er

16

dordrechts museum | bulletin 3 2011


af gehaald.’ Een klus waarvoor engelengeduld nodig is, want Speleers heeft de voorkant van het schilderijtje met slechts een wattenstaafje en wat speeksel weer schoon gekregen. Dat klinkt wellicht raar, maar volgens Speleers wordt deze methode vaker toegepast door restauratoren. ‘Ik heb hiervoor gekozen, omdat speeksel wat dikker is dan water en daardoor niet zomaar door de ouderdoms­ barsten het schilderij binnendringt. Omdat het werk gevernist is, komen speeksel en verf niet in contact met elkaar.’ Een ander probleem was de manier waarop het werk in de lijst zat. ‘Eigenlijk is de lijst te groot voor het doek. Het gat van de lijst is net zo breed als het schilderij zelf. Het schilderij werd in de lijst geklemd met spijkers, maar daarmee zit een werk nooit echt goed vast. In dit geval kon het schilderij dan ook schuiven in de lijst. Het resultaat was dat het werk bijna door de lijst naar voren viel. Ik heb er nu met houten latjes voor gezorgd dat het schilderijtje aan alle kanten ingeklemd zit. Daarnaast heb ik een vulling gezet in een gaatje en geretoucheerd.’ dordrechts museum | bulletin 3 2011

Het bijzondere aan haar werk, vindt Speleers het bevredigende gevoel dat een restauratie geeft. ‘In mijn vak zit je praktisch met je neus op de kunst. Het mooie is dat ik aan het einde van iedere dag duidelijk het resultaat van mijn werk kan zien. Een blijvend resultaat waar je nog lang van kunt genieten.’

Lidwien Speleers met Drie vruchten van Charley Toorop

Charley Toorop Drie vruchten in herfst , 1939 doek, 20 x 35 cm Dordrechts Museum

17


K i m va n N o r r e n w i n t D e S c h e ff e r 2 0 1 1 De Scheffer is dit jaar gewonnen door Kim van Norren (Soest, 1980). De prijs bestaat uit een stimuleringsaankoop van een kunstwerk en een presentatie in het Dordrechts Museum. De Vereniging Dordrechts Museum kocht het schilderij And there is no space but there’s left and right, dat wordt opgenomen in de collectie hedendaagse kunst van het museum. elsa van Arkel — Machiel Mol

kim van norren, And there is no space but there’s left and right, 2010 acryl op doek, 178 x 130 cm Dordrechts Museum, aankoop 2011, tekst Leonard Cohen

Lidwien Speleers aan het werk

willem maris Het overzetveer paneel, 16,3 x 20,9 cm Dordrecht, Dordrechts Museum bruikleen rce 1951 (verzameling van Bilderbeek)

18

De Scheffer is een tweejaarlijkse aanmoedigingsprijs van Vereniging Dordrechts Museum voor een talentvolle jonge kunstenaar. De naam­ gever van de prijs, de in Dordrecht geboren schilder Ary Scheffer (1795-1858), was in zijn tijd een beroemdheid die vooral in Parijs furore maakte. In 1856 bezocht Scheffer het Dordrechts Museum en zegde een aantal van zijn werken toe. Later werd dankzij legaten

van Scheffer en zijn familie het Scheffer­f onds opgericht. De helft van het legaat mag worden gebruikt voor de aankoop van kunstwerken. De andere helft wordt gebruikt voor De Scheffer. De tentoonstelling van de winnares Kim van Norren werd geopend door Marlene Dumas. Dumas was in de jaren dat Kim op De Ateliers in Amsterdam werkte één van haar tutoren. Ze vertelde de aanwezigen op zeer enthousiaste manier over het werk en de ontwikkeling van Van Norren. De werken van de winnares worden gekenmerkt door het gebruik van teksten uit popmuziek, opera’s of kerkelijke liederen. Het zijn teksten die een herinnering, een verlangen of een stemming oproepen voorafgaand aan een belangrijke gebeurtenis in het leven. Zoals de dood een eindpunt is waar verdriet, eenzaamheid, pijn en angst aan vooraf kunnen gaan. Al zijn de kleuren van haar schilderijen licht en de letters fantasievol gedecoreerd, de toon is altijd ernstig. De jury, bestaande uit twee deskundigen uit de kunstwereld, de conservator moderne kunst van het Dordrechts Museum en twee Dordtse kunstenaars, oordeelde dat Kim van Norren van alle kandidaten het meest over­t uigde. ’Haar werk is bedrieglijk verleidelijk, waardoor haar met bezieling gekozen teksten des te sterker binnenkomen. De Scheffer is opgericht als aanmoedigingsprijs en moet daarom gaan naar een kunstenaar die nog aan het opkomen is, maar zijn/haar talent wel al bewezen heeft, zodat opname in een museale collectie gerechtvaardigd is. In dit licht moet de keuze voor Kim van Norren als winnaar van De Scheffer 2011 mede worden gezien. We zien Van Norren graag haar vleugels verder uitslaan, en zijn ervan overtuigd dat haar expositie in het Dordrechts Museum het publiek onverwacht zal raken.’ dordrechts museum | bulletin 3 2011


Totaal onverwacht gaf van Norren tijdens de opening een cadeau aan Vereniging Dordrechts Museum als aandenken aan De Scheffer 2011: een schilderij met de tekst: gelukkig zij die huilen. Deze tekst is afgeleid van ‘Heureux ceux qui pleurent, ils seront consolés’ (gelukkig zij die huilen, zij zullen getroost worden). Deze tekst staat op het door Cornelia MarjolinScheffer vervaardigde bas-reliëf bij het Scheffer familiegraf op de begraafplaats van Montmartre. Een toepasselijk geschenk.

Tijdens de opening van de tentoonstelling werd bekend gemaakt welk schilderij van Van Norren Vereniging Dordrechts Museum heeft aangekocht: And there is no space but there’s left and right. Het is gebaseerd op een tekst van Leonard Cohen. Over het betreffende nummer, Ballad of the absent Mare, zegt Kim: ‘Het is een bijzondere vertelling, in de tekst worden uiteenlopende uitspraken gedaan over een schemertoestand, constatering van stilstand, voorbij het verdriet, maar nog vóór een nieuwe toestand.’

Rondom De Scheffer 2011 hebben het Dordrechts Museum en Vereniging Dordrechts Museum een uitgebreid activiteitenprogramma opgesteld. Donderdag 16 februari wordt de Scheffer-lezing gegeven door Lex ter Braak, directeur van de Jan van Eijck Academie in Maastricht. Verder verzorgt Kim van Norren workshops voor middelbare scholieren waarbij gekeken wordt naar muziek en songteksten. Ook staan er verschillende zondagmiddag­ activiteiten in het Dordrechts Museum in het teken van De Scheffer 2011. De tentoonstelling van Kim van Norren is tot en met 4 maart te bezichtigen in het Dordrechts Museum.

Voorzitter Geesken Bloemendal-Ter Horst neemt, namens Vereniging Dordrechts Museum, een speciaal voor het museum vervaardigd werk in ontvangst

Kim van Norren schonk een kunstwerk aan het Dordrechts Museum

dordrechts museum | bulletin 3 2011

19


E e n d r o o m va n e e n e t s Het is goed om te zien dat veel particulieren het Dordrechts Museum een warm hart toedragen. Onlangs schonk Robert Frings als blijk van waardering een fraaie, weinig bekende ets van de Engelse kunstenares Mary Anne Sloane aan het museum; een sfeervolle weergave van het Scheffersplein rond 1900. De schenking is een waardevolle toevoeging aan de collectie en kan ook worden opgevat als een aanmoediging om meer werk te verzamelen van buitenlandse kunstenaars die in de 19de eeuw Dordrecht bezochten. Het bevestigt dat de door het museum ingeslagen weg sinds de tentoonstelling Dromen van Dordrecht wordt gewaardeerd.

Sander Paarlberg

S c h e ff e r s p l e i n De ets van Mary Anne Sloane (1868-1961) toont een drukbevolkte marktscène op het Scheffersplein te Dordrecht (afb. 1). Met haar rug naar het standbeeld van Ary Scheffer heeft Sloane de huizen aan de Wijnhaven, in de richting van de Wijnbrug, trefzeker weergegeven. De voorstelling is vanwege het drukprocedé spiegelbeeldig aan het werkelijke uitzicht op het plein. Wel heeft Sloane de teksten op de

reclameborden tegen de gevel in spiegelschrift geëtst, zodat deze in de afdruk voor ons leesbaar zijn. Dikwijls zijn deze borden ook te zien op foto’s en ansichtkaarten uit het begin van de 20ste eeuw (afb. 2). Sloane geeft in haar ets precies het tegenovergelegen standpunt weer als Eugène Boudin in zijn fraaie paneeltje La Place Ary Scheffer, dat in 2005 kon worden aangekocht (afb. 3). De Franse pré-impressionist Boudin, die in

1. Mary A. Sloane Markt op het Scheffersplein, ca. 1900 ets, 155 x 205 mm Dordrechts Museum, schenking R.D. Frings 2011

20

dordrechts museum | bulletin 3 2011


1884 Dordrecht bezocht, stond op de Wijnbrug en keek over het water terug naar het Scheffers­- plein. Met slechts enkele penseelstreken gaf hij het standbeeld van Scheffer tegen een bruine gevel weer. Het virtuoze schilderijtje prijkte als beeldmerk van de tentoonstelling Dromen van Dordrecht op de catalogus en posters. Deze succesvolle expositie gaf in 2005 voor het eerst inzicht in de enorme hoeveelheid kunstenaars uit onder andere Engeland, Frankrijk, Duitsland, Scandinavië en Amerika die op zoek gingen naar de stad van Aelbert Cuyp. Opvallend genoeg is Mary Anne Sloane niet opgenomen in de catalogus. Zo duiken er wel vaker Dordtse stadsgezichten op van kunstenaars waarvan nog niet bekend was dat zij waarschijnlijk ook in de stad hebben gewerkt. dordrechts museum | bulletin 3 2011

S l o a n e e n W h i s t l e r De in Leicester geboren Mary Sloane heeft zich de techniek van het etsen en graveren eigen gemaakt op de school van Hubert von Herkomer in Bushey. Van groot belang voor de ontwikkeling van haar stijl was de kennismaking in Londen met Frank Short (1857-1945). Short was op zijn beurt een leerling van de beroemde Amerikaans-Britse kunstenaar James McNeill Whistler (1834-1903), die prachtige aquarellen en etsen van Dordrecht maakte in 1884, het jaar waarin ook Boudin de stad bezocht (afb. 4). In 1889 vervaardigde Short een ets van het lossen van turf bij pakhuizen aan de Kuipershaven in Dordrecht. Zijn werk is sterk beïnvloed door dat van Whistler. Mogelijk was het Short die Sloane op de pittoreske kwaliteiten van de Merwestad heeft gewezen. Sloane onderscheidt zich van de buitenlandse kunstenaars als Whistler en Short (en nog vele anderen), door haar grote aandacht voor de mensen in de stad. De ets van Sloane vult het kleine groepje werken van buitenlandse kunstenaars in de collectie mooi aan. De prent zal tentoongesteld worden in een lade van een jewelbox. Naast werken van Jongkind en Boudin zijn er nog tal van geschilderde, getekende en in prent gebrachte stadsgezichten of ‘dromen’ van buitenlandse kunstenaars die prachtige aanvullingen zouden zijn. Een absolute wens blijft ook een ets van Whistler. Het Dordrechts Museum heeft in maart dit jaar tevergeefs geprobeerd om een mooie afdruk van Whistlers Dordrecht (een gezicht op Dordrecht vanaf Papendrecht) uit 1884 op een veiling van Sotheby’s in Londen te verwerven. Een tegenbieder had echter een ruimer budget voorhanden en kon de ets aankopen voor een bedrag flink boven de richtprijs. Voorlopig moeten we nog blijven dromen van Whistler.

2. Foto (prentbriefkaart) Scheffersplein, ca. 1902 Dordrecht, Erfgoedcentrum DiEP (inv.nr. 552_403297)

3. Eugène Boudin La Place Ary Scheffer, 1884 paneel, 27 x 21,4 cm Dordrechts Museum

4. James A. McNeill Whistler Boats, Dordrecht, 1884 ets en drogenaald, 66 x 99 mm Londen, British Museum

21


Poppenhuis verhuisd! De grootste trekpleister van de speelgoedzolder van Huis Van Gijn, het grote poppenhuis uit het begin van de 19de eeuw, staat te pronken op de tentoonstelling XXSmall in het Haags Gemeente­ museum. Niet alleen het grote poppenhuis is tijdelijk verhuisd, ook de poppenkamer met keuken uit 1830 is te zien op deze tentoonstelling. Wyke Sybesma

Huiskamer van poppenhuis, ca. 1830 Totaal 105 x 68 x 56,2 cm Huis Van Gijn, schenking aan Vereniging Oud-Dordrecht voor 1905 door mevr. J. Hordijkde Voogd

Keuken van poppenhuis, ca. 1830 Totaal 105 x 68 x 56,2 cm Huis Van Gijn, schenking aan Vereniging Oud-Dordrecht voor 1905 door mevr. J. Hordijkde Voogd

22

D e v e r h u i z i n g Ook al zijn het maar poppenhuizen, de verhuizing ervan naar Den Haag was geen sinecure. Om te onthouden waar alles stond, is eerst elk hoekje gefotografeerd. Alle meubels en bezittingen van de bewoners werden apart in zuurvrij papier ingepakt; elk miniatuurbordje, -kopje en -kleedje. Dit alleen al kostte bijna twee dagen. Om niets kwijt te raken werden nauwkeurig inventarislijsten bijgehouden. De verhuizer die ook alles verpakte, is mee­ gegaan naar Den Haag om de poppenhuizen weer in te richten. Gelukkig waren er foto’s.

H a n d j e s o p d e r u g ! 17de-en 18de-eeuwse poppenhuizen waren niet voor kinderen om mee te spelen, want veel te kwetsbaar en te kostbaar. Het inrichten van de pronkpoppenhuizen was een lief­ hebberij van rijke dames, zoals de heren hun kunst­k abinetten hadden. Een kostbare hobby! Ook het poppenhuis van Agnes Maria Clifford (1739-1828) was zo’n pronk­ poppenhuis. ‘Grootje Backer’, zo werd ze genoemd, begon na 1791 aan de inrichting van het grote poppenhuis. Kort daarvoor had zij haar functie als regentes van het Oude Mannen- en Vrouwenhuis opgegeven. Mogelijk heeft ze haar eigen huis dat aan een van de Amsterdamse grachten stond, in miniatuur willen nabootsen. Het huisraad, het zilver en de poppen zijn erfstukken uit de familie. De tapijten, gordijnen en het borduurwerk heeft ze zelf gemaakt. Pas vanaf het tweede kwart van de 19de eeuw werden er poppenhuizen, poppenkamers en kraampjes speciaal voor kinderen vervaardigd. Maar ook daar mochten ze slechts onder toezicht mee spelen… D e w e r e l d i n ’ t k l e i n Uit historische oogpunt zijn deze pronkpoppen­ huizen zeer interessant, vanwege hun represen­ tatieve weergave van de echte huizen. Deze poppenhuizen worden dan ook veel gebruikt in onderzoeken naar het historische binnenhuis. De meeste huizen uit de 17de en 18de eeuw verkeren niet meer in oorspronkelijke staat. De interieurs zijn vaak opnieuw ingericht door veranderende mode of functie. De kamers in de poppenhuizen daarentegen hebben vaak wel de tijd ongeschonden doorstaan. Hierdoor weten we vrij precies hoe de kamers er vroeger uit zagen. Zo weten we ook welke kleuren de interieurs hadden. De poppenhuizen zijn een weergave van de wereld, maar dan in het klein. dordrechts museum | bulletin 3 2011


Poppenhuis Schaep en Burgh, 1800-1810 kast geschilderd hout, 200 x 109 x 53,5 cm Huis Van Gijn, aangekocht in 1971

De tentoonstelling

XXS m a l l d u u r t tot en met 25 maart 2012

dordrechts museum | bulletin 3 2011

23


Dordrechts Museum

h u i s v a n g ij n

What’s up? De jongste schilderkunst in Nederland

Decemberfeesten

tot 1 5 a pri l 20 1 2

t o t 8 januari 20 12 December is een echte feestmaand. Zo vieren we Sinterklaas, Kerstmis en Oud & Nieuw.

What’s Up! De jongste schilderkunst in Nederland

Deze tentoonstelling toont diverse prenten

is voortgekomen uit de behoefte die bij een

en bijzondere voorwerpen die alles te maken

breed publiek werd opgemerkt om een overzicht

hebben met deze vieringen. Ook voor Drie­

te hebben van de schilderkunst. Wat is heden­

koningen, dat in januari gevierd wordt, is er

daagse schilderkunst? Wat is er gaande en wat

aandacht. Uiteraard is het hele huis deze periode

heeft zich in de breedte van de hedendaagse

feestelijk versierd.

schilderkunst in de afgelopen jaren aangediend?

reusachtig schilderij met daarin verwerkt de

verwacht Wonen in een verzameling Het rariteitenkabinet van Ad Breevaart

voorkeuren en familieverwantschappen van de

21 januari t o t 27 m e i 20 12

Behalve aan de actualiteit schenkt de tentoon­ stelling ook aandacht aan de traditie. Gijs Frieling maakte speciaal voor deze tentoonstelling een

dertig deel­nemende kunstenaars.

Deze tentoonstelling schenkt aandacht aan de 80ste verjaardag van de heer Ad Breevaart,

D e S c h e ff e r KIM VAN N o r r e n

geboren en getogen te Dordrecht. Er is een

tot 1 ma a rt 20 1 2

lingen, bestaande uit (kunst)voorwerpen uit

selectie gemaakt uit zijn verrassende verzame­

Kim van Norren (Soest, 1980) is winnaar van

Zuid-Amerika, Afrika en Zuidoost Azië, prenten

De Scheffer 2011. Deze tweejaarlijkse prijs van

en tekeningen van Dordtse kunstenaars uit de

Vereniging Dordrechts Museum voor een talent-

20ste eeuw -zoals Lou ten Bosch, Philip Kouwen,

volle jonge kunstenaar bestaat uit een aankoop

Toos Neger en Otto Dicke- en hedendaagse

van een kunstwerk ter waarde van circa € 5.000,-

(jonge) kunstenaars. Maar ook rariteiten zijn

en een presentatie in het Dordrechts Museum.

niet ongewoon in zijn verzameling, zoals vogelkooitjes, de ‘huishoudhulp’, Steiff-beesten en

verwacht op zoek naar Niko Pirosmani

ander speelgoed.

6 me i to t 1 7 s e pt e m b e r 2 01 2 De aanleiding voor deze tentoonstelling is de

Qr-code

‘ode’ die Rein Dool (1933) als schilder brengt

Met deze code heeft u op uw mobiele telefoon

aan Niko Pirosmani (1862-1919). In een serie

toegang tot de websites van het Dordrechts

schilderijen volgt de in Dordrecht wonende en

Museum en Huis Van Gijn. Scan de QR-code met

werkende Dool de Georgische Pirosmani op de

behulp van de QR-reader op uw mobiele telefoon.

voet en ziet in werkelijkheid de taferelen die de

Als u internettoegang heeft, wordt u direct

schilder Pirosmani uit zijn herinnering maakte

doorgelinkt naar de website van het museum.

van het dorp waarin hij opgroeide. Pirosmani schilderde het dagelijkse leven. Portretten van dorpsfiguren als de kok, de voedster, de herder, de dokter, de kroeggangers en de muzikant. www.huisvangijn.nl

www.dordrechtsmuseum.nl

agenda

Bulletin December 2011  

Bulletin December 2011

Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you