Page 1


Zorg over zorg

Opgedragen aan mijn oma


Marianne Kock


Colofon

© 2018

Copyright Marianne Kock

Titel

Zorg over zorg

Ondertitel Concrete kansen voor verbetering van de zorg ISBN 9789492723109 Druk

Eerste druk, voorjaar 2018

NUR 600 Auteur

Marianne Kock

Vormgeving en omslag

Gerdien Beernink

Tekstcorrectie

Rien Wisse, Het Boekenschap

Boekproductie

Het Boekenschap,

www.hetboekenschap.nl

© 2018. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand, of openbaar gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën, opnamen, of enige andere manier, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteur en uitgever. Ondanks alle aan de samenstelling van dit boek bestede zorg kan noch de uitgever, noch de auteur aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade die het gevolg is van enige fout in deze uitgave.


Inhoudsopgave Persoonlijk woord vooraf

6

Inleiding

8

1

Waarom decentraliseren?

16

2

En toen ging het mis

24

3

In gesprek met ‌

30

4

Het kan echt beter en anders

44

5

Veranderen is eng

50

6

Doorzettingsmacht

56

7

Vertrouwen en lef

64

8

Eigen kracht

70

9

En nu concreet

78

10 Tot slot

98

Dankwoord

100

Literatuurlijst 103


Persoonlijk woord vooraf Ik draag dit boek graag op aan mijn oma. Als enige nog levende van mijn vier grootouders staat zij symbool voor mijn gelukkige jeugd. Ze hebben allemaal een belangrijke rol in mijn leven gespeeld en hun stempel erop gedrukt. Als kleinkind heb ik het geluk dat ze alle vier oud mochten worden en ik ze ook als volwassene heb gekend. Dit zorgde ervoor dat ze mij in aanraking brachten met de zorg. Met de mooie kanten van zorg gelukkig, maar ook met de moeizame en stroperige werkwijze. Mijn enige nog levende oma is de moeder van mijn moeder. Zij is een bijzonder lieve vrouw die erg trots is op haar kinderen en (achter)kleinkinderen. Als oudste kleinkind ben ik ook nog naar haar genoemd, dus dat zorgt voor een speciale band. Oma’s kracht is voor de mensen in haar omgeving zorgen. Ze wil haar familie gelukkig maken. Ze richt zich met name op haar eigen wereld, familie en gezin. Met een lege buik mocht je bij haar niet vertrekken en er waren altijd knuffels genoeg. Ik heb zelf ondervonden hoeveel kracht zo’n warme basis geeft. Ook ik heb de behoefte om een beetje geluk toe te voegen aan de wereld. Aan mijn eigen omgeving met familie en vrienden, maar ook aan de buitenwereld. De wereld verbeteren, een beetje mooier maken. Mensen zien groeien en daar een bijdrage aan leveren, daar word ik gelukkig van.

6


Wat mij betreft is dit ook de kerntaak van een gemeente op het gebied van zorg en werk. Door de juiste omstandigheden te scheppen, laat je mensen groeien. Ze worden zelfstandiger en kunnen zich waar mogelijk ontwikkelen. Of je zorgt ervoor dat een situatie zich stabiliseert. Als een gemeente de taken in het sociale domein goed organiseert, draagt dit bij aan het levens­ geluk van haar inwoners. Hier ligt voor veel gemeenten nog een flinke opgave. Ik hoop met dit boek hier een bescheiden bijdrage aan te leveren door kritisch te kijken naar de huidige situatie en aan te geven waar volgens mij de kansen liggen. Ik wens je veel leesplezier bij mijn schrijversdebuut. Maar ondanks de vele uren en hoofd­ brekens is het vast niet de laatste keer dat ik schrijf.

7


Inleiding Ik zit nu bijna acht jaar in de gemeenteraad van Doetinchem ­(Gelderland) en heb daarmee een van de meest intensieve periodes van de afgelopen decennia meegemaakt. De Rijksoverheid brengt de zorgtaken in rap tempo naar de gemeenten, met het idee dat die taken lokaal beter georganiseerd kunnen worden omdat de gemeenten hun inwoners kennen. Geen anonieme, bureaucratische machine op afstand, maar een loket in de buurt en gemeenteambtenaren die zelfs bij je over de vloer komen. Dit idee heb ik altijd begrepen en omarmd. Toen ik in 2010 in de raad kwam, voerden de gemeenten de taken van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) al uit. Ik zag en ervaarde dat het fijn was om je pappenheimers te kennen. En andersom hoe prettig het was voor inwoners om hun verhaal kwijt te kunnen bij zorgverleners die ze kenden en bij wie ze een gezicht hadden. Ook de gedachte dat die korte lijnen financieel iets opleveren, en gemeenten het dus efficiÍnter en goedkoper kunnen, is goed te volgen. Het is ook gebleken dat dit kan. Waar bij een zorgvraag voorheen ingewikkelde protocollen en handboeken werden gehanteerd, kan de gemeente nu in een persoonlijk gesprek maatwerk leveren. Bij mijn start in de raad was ik dus ook en­ thousiast om dit proces van dichtbij te volgen, bij te sturen en te controleren.

8


Haagse misser Al snel ging het in mijn optiek fout. Dat begon met de bezui­ nigingstaakstelling op voorhand. De discussie verplaatste zich toen snel van innovatie en betere zorg naar geld. Zorg moest geld opleveren en wel nu. De gemeenten kregen geen tijd om te starten met verbetering en verandering, maar moesten direct bezuinigen. De extra taken gingen gepaard met fikse ‘decentrali­ satiekortingen’. De eerste keer dat ik het woord hoorde en vroeg wat het betekende, schoot ik in de lach. Je krijgt extra taken, maar niet het geld ervoor, omdat wij denken dat je het goedkoper kunt. Zoiets als: je krijgt de opdracht omdat we denken dat je het beter en goedkoper kunt. En de winst is voor ons. Ondernemers zouden de opdracht weigeren, denk ik. ‘Waarom accepteren we dit?’, vroeg ik nog. Maar het schijnt een normale gang van zaken te zijn in overheidsland. Dat is me ondertussen duidelijk geworden. Het was wel een cruciaal moment; de discussie kantelde. Ik herinner me de talloze discussies en vergaderingen over hoe we de bezuinigingen konden realiseren, zonder dat dit ten koste zou gaan van de kwaliteit. Mijn onbehaaglijke gevoel werd al snel frustratie. We gingen toch de zorg verbeteren, innoveren? En ja, dat gaat geld opleveren, op termijn zeker. Maar wel in die volgor­ de. Als nieuw raadslid met een frisse blik voelde ik me soms een roepende in de woestijn. Nu was ik als raadslid beland in een grootschalige bezuinigings­ operatie. De mensen moesten daar zo weinig mogelijk van merken; daar deden we ons best voor. Niets verbeteren, maar proberen niet te verslechteren. Dat is zwart-wit gesteld, dat reali­ seer ik me, en ik doe lokale initiatieven en ambitieuze gemeenten

9


die hun eigen pad kozen tekort. Maar de algemene teneur in de Nederlandse gemeenten weerspiegelt dit wel.

Mondige burger Een tweede ontwikkeling die als een rode lijn door mijn raads­ periode loopt en hierop van invloed is, is de steeds mondiger wordende burger. Lang niet altijd ter zake kundig hebben veel burgers felle kritiek en verwachten ze direct resultaat. ‘Mondige burger’ is nog mild gesteld, ‘boze burger’ horen en lezen we vaker. Waarom zijn mensen boos? Daar zijn veel boeken over geschreven; ik waag me er niet aan. Dat de Europese schaal waarop veel wordt besloten ermee te maken heeft, weet ik zeker. En de immigratie speelt een rol, net als de crisis. Een belangrijke factor hebben we volgens mij als samenleving ook over onszelf afgeroepen: we hebben van burgers consumen­ ten gemaakt. Dit brengt een andere houding met zich mee. Een burger springt zuinig met water om, omdat het schaars en van ons allemaal is. Een consument hanteert het motto: ‘Ik betaal er toch voor?’ Zo langzamerhand komen we tot de conclusie dat deze consumentenhouding niet werkt, maar vooralsnog is het wel de dominante cultuur. Voor raadsleden en bestuurders betekent dit dat je moet kiezen. Of je gaat erin met veel lef en een dikke huid en durft keuzes te maken. Ongeacht of je op allerlei fronten de wind van voren krijgt, waarbij social media tegenwoordig een belangrijke rol spelen. Of je blijft aan de veilige kant en beperkt de schade. Vooral niet te veel opvallen. Naar mijn mening is de laatste groep bestuurders en politici helaas in de meerderheid. Gemeenten hebben veel

10


meer ruimte en vrijheid gekregen, maar opereren vaak defensief, reactief en angstig. Voor mensen die me kennen is het misschien overbodig om het te melden, maar door mijn karakter heb ik het hier moeilijk mee. Lef, innoveren, en werken op basis van vertrou­ wen zijn zaken die je nodig hebt om de wereld te verbeteren. En ze passen ook bij mij. Tot mijn verdriet zie ik de decentralisaties mislukken. Sterk gesteld misschien, maar zo ervaar ik het wel. Niet dat de gemeenten hun taken niet uitvoeren, maar er verandert en verbetert veel te weinig. Het is zelfs de vraag of het er niet slechter voor staat dan vóór de decentralisaties, ook in mijn gemeente Doetinchem. En dat gaat me na aan het hart.

Voorbeelden Om het wat concreter te maken, noem ik een paar voorbeelden uit mijn dagelijkse praktijk die mijn gevoel verklaren. Als wij met zijn allen (raad, college, ambtenaren) uitspreken dat het onzin is dat iemand met blijvende hersenschade ieder jaar opnieuw een keukentafelgesprek krijgt, zijn we blijkbaar niet in staat om het systeem aan te passen. Of pas na veel vergaderen en tijd. Als iemand in de bijstand zit en gemotiveerd is aan de slag te gaan, benaderen wij zijn ideeën en vragen met wantrouwen. Een man die vroeg of hij via een webshop dingen mocht verkopen, kreeg niet alleen een onbegrijpelijk nee, maar werd ook maan­ denlang gecontroleerd of hij het toch niet stiekem deed.

11


Deze twee situaties uit de praktijk zijn voorbeelden van slecht beleid of slechte uitvoering. Ik heb het dan nog niet eens over vernieuwing. Ik zie weinig of geen experimenten op het gebied van huishoudelijke hulp of dagbesteding. Of een pilot basis­ inkomen. Dat is dan ook de reden dat ik dit boek schrijf. Door mijn raads­ werk ben ik in de gelegenheid veel te horen, zien en lezen. Het nadeel is tegelijkertijd dat je in de raad maar delen met elkaar bespreekt. Het grote geheel komt niet ter sprake. Als ik door mijn complete verhaal op papier te zetten iets kleins in beweging kan zetten, ben ik al meer dan tevreden.

Voor wie? In eerste instantie schrijf ik dit boek voor de duizenden raads­ leden en wethouders in Nederland, die zichzelf misschien herken­ nen in het idealisme en de bijbehorende machteloosheid als er zoveel dingen anders gaan dan we voor ogen hadden. Want ik ben ervan overtuigd dat het overgrote deel van goede wil is en goede intenties heeft. Gelukkig worden raadsleden en wet­ houders in mijn beleving in 90 procent van de gevallen gedreven door idealisme. Toch lukt het vaak niet om idealen om te zetten naar de dagelijkse praktijk. Je ziet het gebeuren, maar kunt het als eenling niet kenteren. Zeker niet in een arena waar je jezelf moet profileren en onderscheiden van de rest. Deze dynamiek creëert geen sfeer waar je collectief verbinding zoekt en een vuist kunt maken tegen gemeente en college. Misschien kan het wel over gemeentegrenzen heen, meer op de grote lijnen?

12


Daarnaast is dit boek er voor alle mensen die te maken hebben met zorg. Voor hen die in de zorg werken. En voor hen die zorg nodig hebben. Ik hoop dat dit boek begrip kweekt voor hoe het werkt en niet werkt, en een inkijkje geeft in de lokale politiek. Niet iedereen zal overlopen van begrip of interesse, maar ik heb wel gemerkt dat heel veel mensen erg betrokken zijn bij wat er in hun stad of wijk gebeurt. Lang niet iedereen heeft zelf zin in een politieke functie. Toch merk ik altijd veel interesse en betrokken­ heid op verjaardagsfeestjes of op het schoolplein.

Beweging Tot slot, en dat is misschien wel het belangrijkste, hoop ik met dit boek een aantal mensen te bereiken die zich net als ik niet neer willen leggen bij de status quo en de systemen van dit moment. Dit is vooral een boek van hoop en vertrouwen. De huidige cultuur van angst die gepaard gaat met conservatief en behou­ dend denken past niet bij mij. En hier sta ik gelukkig niet alleen in. Ik ben ervan overtuigd dat de oude systemen niet meer werken en dat we aan de vooravond staan van grote veranderingen. Niet alleen op het gebied van zorg en werk, maar in algemene zin. Iedereen kan daar een eigen bijdrage aan leveren. En ik kies deze vorm, omdat die het beste bij mij past. Begrippen als ‘zorg’, ‘werk’ en ‘sociaal domein’ lopen soms door elkaar. Dit heeft gedeeltelijk met de leesbaarheid te maken, maar komt ook doordat bepaalde zaken in elkaar overlopen.

13


Mijn boek gaat vooral over de zorgtaken van de gemeenten. Vaak zijn dingen ook van toepassing op het hele sociale domein. De uitdrukking ‘sociaal domein’ vind ik zelf een verschrikkelijke, nietszeggende term. Vandaar dat ik vanaf nu vooral zal praten over zorg, met af en toe een expliciete verwijzing naar de werkge­ relateerde taken van de gemeente.

14


Waarom decentraliseren? Je kunt de laatste jaren geen boek of krant openslaan of je leest erover. De zorg voor mensen moet dichterbij worden georganiseerd. Door de gemeente, in je wijk. ‘Persoonlijk contact met de zorgverlener’ zijn de toverwoorden. Deze mantra wordt zo vaak herhaald dat het goed is om even terug te gaan in de tijd. Wat was de aanleiding eigenlijk?


Voordat er in 2015 daadwerkelijk werd gedecentraliseerd is er al jarenlang over gepraat en gediscussieerd in de politiek en met de zorgsector. De decentralisaties kwamen niet uit de lucht vallen, maar kondigden zich al decennialang aan. Ze zijn het resultaat van allerlei discussies, overwegingen en programma’s binnen gemeenten en zorgorganisaties. Voorbeelden hiervan zijn Welzijn Nieuwe Stijl en De Kanteling, maar ook de Vogelaarwijken. Wat de Haagse politiek doet is eigenlijk niet meer dan conclusies trekken uit deze experimenten. Het regeerakkoord-Rutte II laat er in 2012 dan ook geen twijfel over bestaan: Deze regering gaat door met de beweging om zorg en ondersteuning dichter bij de burger te brengen. Gemeenten krijgen de volledige verantwoordelijkheid voor extramurale ondersteuning, begeleiding en verzorging. De AWBZ wordt verder beperkt en omgevormd tot een landelijke voorziening voor intramurale ouderen- en gehandicaptenzorg. Het wetsvoorstel Werken naar Vermogen wordt vervangen door een Participatiewet (2014). De decentralisatie van de Jeugdzorg gaat door (2015). De vraag is natuurlijk: waarom deze grootscheepse verhuizing van taken? Wat was de aanleiding hiervoor? In 2012 gaat Movisie hierop in, in de notitie Op weg naar duurzame maatschappelijke ondersteuning. De drie transities (zorg & ondersteuning, jeugd en werk) hebben verschillende doelgroepen (o.a. jongeren, werklozen en arbeids­ gehandicapten) en dus ook verschillende problemen en aanlei­ dingen voor de decentralisaties. Toch is er wel een rode draad in te ontdekken. De drie hoofdpunten zijn:

18


Veel te veel aanbieders Voor ieder domein is er een apart ‘poppetje’; hierdoor is er geen samenhang. Ook betekent dit veel drukte bij de mensen thuis, met verschillende zorgverleners die allemaal hun eigen intake, behandelplan en werkwijze hebben. In Doetinchem vertelde een van de inwoners mij: ‘Ik kan helemaal niet werken, want ik zit volgeboekt met afspraken met alle hulpverleners.’ Te gek voor woorden, maar realiteit. Het is een oerwoud aan regels, admi­ nistratie en financieringsstromen. Mensen voelen zich vaak niet of slecht geholpen en er komt geen duurzame verandering tot stand.

Verzorgingsstaat afslanken Een tweede aanleiding is dat de verzorgingsstaat steeds vaker ter discussie wordt gesteld. Voor de overheid is de verzorgingsstaat te duur geworden. Er is een noodzaak om de kosten te verlagen en te zorgen dat mensen weer meer gaan participeren of langer thuis gaan wonen. De urgentie om hier stappen in te zetten wordt steeds groter.

Participatiesamenleving Maar het gaat natuurlijk niet alleen om geld. Sinds de jaren 70 is er al een roep vanuit de samenleving om meer zelf te kunnen beslissen. De verzorgingsstaat voelt soms als een verstikkende deken. Lekker warm en veilig, maar het is moeilijk om te ademen en frisse energie te krijgen voor nieuwe plannen en ideeën.

19


Profile for Het Boekenschap

Inkijkexemplaar Zorg over zorg - Marianne Kock  

Concrete kansen voor verbetering van de zorg Hoe zorgen we samen voor mensen met wie het minder goed gaat, die ziek zijn of een beperking h...

Inkijkexemplaar Zorg over zorg - Marianne Kock  

Concrete kansen voor verbetering van de zorg Hoe zorgen we samen voor mensen met wie het minder goed gaat, die ziek zijn of een beperking h...

Advertisement