Issuu on Google+


Voorwoord Dit boekje met herinneringen aan 25 jaar Rijnlands Lyceum Oegstgeest is gebouwd op 3 peilers; het laat zich dan ookop3 manieren lezen. Ten eerste kunt U om te lezen hoe mensen terugkijken op hun schooltijd: 2 1 oud-Rijnlandersslepen een nieuw e punt aan hun potlood en gaven antwoord opde vraag: 'Hoe kijk je terug op je Rijnlandse jaren?' Voor iedere oud-Rijnlanderwas bovendien een vraag toegevoegd, die speciaal op hem of haar was toegesneden: uit destukjes laat zich dievraag gemakkelijkdestilleren. Voorafgaand enkele herinneringen van een aantal 'kopstukken'van het Rijnlands Lyceum. Ten tweede kunt U lezen hoe docenten van vroeger en docenten van n u met elkaar van gedachten wisselen

over het onderwijs in het algemeen en over het onderw i j s op het Rijnlands Lyceum Oegstgeest in het bijzonder. Ten derde kunt U aan de hand van de foto's en de onderschriften daarbij de geschiedenis van het Rijnlands i n woord en beeld volgen. En bij dat laatstezoudt U het bijgevoegde grammofoonplaatje kunnen opzetten, gevuld met schoolgeluiden en akoestische hoogtepunten uit de afgelopen 2 5 jaar. Kortom: zoals te verwachten was: een multi-funktioneel lustrumboekje, waarmee U, naar w i j hopen, een paar genoeglijke momenten zult beleven. J a n Gerbranda Harry van Mierlo Hans Luyendijk


De pioniersjaren

Eind 1955 werd door Bestuur en Curatorium van de Stichting 'Het Rijnlands Lyceum'te Wassenaar besloten een tweede school te stichten in Oegstgeest. Het aantal leerlingen in Wassenaar hadde 600 overschreden en dit aantal werd onverantwoord hoog geacht. B. en W. van Oegstgeest waren dadelijk ingenomen met dit plan. Het Ministerie van Onderwijswas minder enthousiast maar

gaf toch toestemming voor een HBS. In de loop van 1956 werd daarom het Bestuur van de Stichting uitgebreid met enkele Oegstgeester ingezetenen. Het feit dat mijn oudstezoon als leerling voor de nieuwe school was opgegeven is zeker een van de redenen dat ik daartoe behoorde. Hoewel pas eind maart de beslissing daartoe viel verrees binnen ongelooflijk korte tijd een zesklassige noodschool op een tijdelijk ter beschikking gesteld terrein en


konden de lessen aldaar eindseptember 1956 beginnen. Er waren 84 leerlingen, verdeeld over twee eerste klassen en een tweede klas. Hoewel de opzet was dat de school een eigen rectorzou hebben,fungeerde in het eerste jaar de rector van Wassenaar dr. P.J. CouvĂŠe als zodania en wasdr. Chr.C.Vlam conrector. Een iaar later werd de eerste gymnasiumklas gevormd, formeel een klasvan het Lyceum te Wassenaar. De uiteindelijke vergunning voor het gymnasiumgedeelte zou pas in januari 1962, kort voor het eerste eindexamen, afkomen. Inmiddels was te Oegstgeest een jonge, en op allerlei terrein zeer actieve, rector benoemd t.w. dhr. Naeff. Mii werd gevraagd methet oog op de nieuwbouwplannen het voorzitter scha^ van de bestuurscommissie Oeastgeest op me te nemen, terwijl de administrateur d&. Oosthoek daarbij naar later zou blijken onmisbare assistentie zou verlenen. In loqp der jaren moest de noodschool meermalen wocden uitgebreid; zelfs in 1965 werden nog lokalen bijgebouwd zodat er uiteindelijkeen heel gebouwencomplexstond. Onnodig te zeggen dat zo'n snel uitbreidende school zich voor vele problemen geplaatst ziet. Veel wisseling van leraren, veel deeltijdbanen, en het Oegstgeester Curatorium, waarvan ik het genoegen had ook deel uit te maken, vergaderde dan ook regelmatig met de rector. Daarnaast was het grote werk natuurlijkdevoorbereiding voor de bouw van de nieuwe school. Weinig konden w e bevroeden dat dat zo'n moeilijk karwei zou worden. De plannen waren echter wel erg ambitieus, het stond voor ons allen vast dat het geen gewone doorsneeschool moest worden, en hoewel de wensen voor een instructiebad al vrij snel als te kostbaar moesten vervallen stonden de wensen voor aula, sporthal en bibliotheek vast nadat Naeff en Oosthoekvele scholen in den lande en daarbuiten hadden bezocht.Architectwerd in 1960 ir. R.D. Bleeker, die ervaring had met scholenbouwen met veel enthousiasme aan hetwerk toog. Niet veel van de tegenwoordige bewoners van de school zullen beseffen wat een martelgang - hetwoord is niet van mij, maar van de nabeschouwende pers - de voorbereiding van de bouw is geweest. Duidelijkwas dat het Rijkalleende kosten van deeigenlijkeschool metgymnastieklokalen kon en wilde dragen, de rest moest bij elkaar worden 'gebedeld'. Voor de bibliotheek kwam een bijdrage van de betreffende stichting, voor de zeer kostbare aula werd een beroep gedaan op de gemeente, die ons reedseen gedeelte van hetterrein 'om niet' had toegezegd, en voor de sporthal op de Gemeente en de Nederlandcesport Federatie. Zonder in dit kort bestek in

details te kunnen treden w i l ikgaarnevermelden dat van de zijde van de Gemeente gedurende de gehele periode zeer veel steun isondervonden. Toen de subsidie rond leek konden de plan-nenworden ingediend. Wat waren dan de problemen? Het eerste plan van Bleeker werd in 1964door het ministerie afgekeurd omdat het veel te kostbaar werd o.m. door te veel verkeersruimte. Een nieuw compacter plan werd gemaakt. Inmiddels waren de bouwkosten zodanig gestegen dat de toegezegde subsidies geheel onvoldoende waren. Weer overal bedelen. Nieuw plan ingediend eind 1965. In december kregen w e bericht dat het onbehandeld door het ministeriezou worden teruggestuurd omdat hetveel te kostbaar werd. Begin 1966 bleek het ministerie na lang praten bereidons een normbedrag voor een - inmiddels6 klassen grotere - school toe te kennen. daarbii alleverantwoordeliikheidvoor de uiteindelijke plannen en de financiering daarvan aan het bestuur overlatend. We namen dat risico. Na aanbesteding kwam de eerste meevaller, de aanneemsom was 12% lager dan de raming van de architect. Desondanks waser nog een fors tekort, ook nadat de Gemeente andermaal bereid was nog iets extra te doen. Op 13 april 1966 werd na langdurig vergaderen het besluit genomen het risicovan een voordiedagen forse schuldvan r u i m f 600.000.- te nemen en Aannemersbedrijf Van der Wiel op te dragen met de bouw te beginnen. De bouwcommissie o.l.v. bouwcurator ir.A.J. Prins kreeg de strikte opdracht geen enkele tussentijdsewijziging te accepteren die extra kosten met zich meebrachten. De schuld met rente moest immers uit toekomstige schoolgelden worden bekostigd! Uiteindelijk heeft de inflatie van latere jaren de school daarbij wel geholpen. Ik vergeet dan nog maar dat ook het lenen van genoemde som de nodige moeilijkheden heeftopgeleverd omdat w e onvoldoende zekerheid konden stellen. Rest nog te vermelden dat Aannemersbedrijf Van der Wiel met grote zorg en voortreffelijk binnen schema heeft gebouwd. Op 15 juli 1966 werd de eerste paal geslagen door burgemeester H.L. du Boeuff, op 4 december werd de eerste steen en vele volgende door leerlingen gelegd, op 13 december 1968 werd het gebouw opgeleverd en op 2 0 december vond de opening plaats. Voor mij wasdat aanleiding begin 1969 mijn functies aan anderen over te dragen. Hetwaren spannende jaren, maar ikdenkdat degenen die in het kleine team nauwsamenwerkten daarop met voldoening terugzien. De pioniersarbeid wasverricht. Ir. A. van Driel


Detweestuurmannen, J.P. Naeff en H.van Mierlo

Je bent druk doende leraar te worden en opeens valt het over je heen: rector worden van een school-in-oprichting met drie klassen, een handvol leraren en wat noodlokalen. Dertien jaar later, als je weggaat, staat er een echt gebouw met 750 leerlingen en bijna evenveel leraren als er eerst leerlingen waren. En ruim tien jaar later vieren ze lustrum in het kwadraat en vragen: beschrijf eens, wat heeft het voor jou betekend? Heel wat. Het was spannend, uitdagend en veeleisend. Meer een avontuur dan een baan, niet ietsom je hele leven te doen. Meer om op een passend ogenblikaan een jongere over te dragen en dan welgemoed erop terug te kijken.

Maar als je terugkijkt, wat zie jedan? Dat gebouw, al die leerlingen en leraren, die hele scholengemeenschap, dat alleswaser altijdwel gekomen. Als rector kan je duwtjesgeven en accenten leggen, remmen en aanjagen, maar niet toveren. En het zou aanmatigend zijn al die duwtjes en accenten achteraf onder de noemerte brengen van ĂŠĂŠn grootseonderwijskundige visie.20 ging het toen nieten nu,denk ik, ook niet(alza1er bijde benoeming van de nieuwe rector heel wat denk- en tikwerk aan doelstellingen worden besteed). 'Hoeschoon was mijn school'isdetitelvan een boekvol weemoedige herinneringen van deVlaamse auteur en schoolmeester Johan Daisne. Ikdenkvaker: 'Hoe schoolswas mijn school?' Doelmatig, streng, veeleisend, bedreigend?Of toch wel soepel, warm, bemoedigend, inspirerend? En wat is eigenlijk belangrijker: het klimaat of de oogst? Het is mode meer aandacht te schenken aan balen en falen dan aan succes en kwaliteit. Allicht levert zo'n Rijnlandsforensengebied heel watveelbelovendezonen en dochteren opdie het inmiddels royaal aan het maken zijn. Die komen natuurlijkvertederd lustrum vieren. Maar wees eerlijk: op een andere school was het ze ook gelukt. Hoestaat het met de afzwaaiers en gezakten die verbitterd wegblijven? Een school moet kiezen. M.i. heeft het Rijnlands Lyceum, met zijn rectoren voorop,vol overtuiging voor het klimaat gekozen. Maar voor mij neemt dat de vraag niet weg hoe het met de kwaliteit is gesteld. Kansen geven, begeleiden en koesteren, bezig zijn met meer dan examenstof, zeker, akkoord, graag, van harte. Maar met welkdoel? Dat de leerlingen kritisch leren denken? Dat wordt vaak: afzien van handelen of domweg tegen zijn. Dat zeopenstaan voor andermans gedachten? Dat wordt vaak: gezapig zaniken. Dat ze zich verdiepen in kunst, cultuur en politiek? Datwordtvaakde navels bewonderen van Jan Klaassen en Katrijn. Ikvind dat dat allemaal tot de koeltjesen zoeltjesvan het klimaat behoort, maar niet devruchten beschrijft. Dat zijn: schrijvenzonder mist, logisch denken en doen, om je heen kijken, maar tegelijkdoorzetten en verder gaan, en weten waarheen en waarom. En vooral: je verstand gebruiken en ontwikkelen. Een mild klimaat bevordert dat alles. Maar de oogst mislukt zonder wieden, snoeien, spuiten en schoonvegen. Of, om het beeld van flora naar fauna te transporteren: 'Vrij, maar niet stuurloos'. J.P. Naeff rector 1957-1970


e n bereidheid bij mijn gesprekspartnersaIswij als ouders hadden ervaren. Vijf en twintig jaar! Lang en toch ook kort. Hettempovan maatschappelijkeveranderingen isakelig hoog. Ikwens leiding, staf, leerlingen en ouders toe,dat zij er gezamenlijk i n mogen slagen om - in degeest van de tijd - de hoge humanitaire waarden die in ieder scholingsproces liggen opgesloten te blijven wáár maken. Dr. J.A.C. de Kock van Leeuwen curator 1970-1975

Het Oegstgeester Rijnlands vijf en twintig jaar. Waar blijft de tijd. In mijn herinnering zie ik nog de barakken verrijzen en junior daar zijn eerste schreden zetten. De dyslexiedie hem al opde lagere school parten had gespeeld kwam i n zijn volle gewicht als handicap tot zijn recht. De talen waren een handicap met een ontmoetingswaarde van bijna niette schatten grootte. Daar moest dan het docentencorps zijn houding tegenover bepalen. Als er 66n herinnering is, die bij mij alle andere overschaduwt, dan is het de niet aflatende bereidheid van de leraren om te steunen, te bemoedigen en iedere keer weer klaar te staan om de scherven op te rapen en weer verderte gaan. De uitreiking van de schoolprijs - het ROS-paard - is een gebeurtenisgeweestwaarvan, naar mijn inschatting, alleen de betrokkenen kunnen weergeven wat dát als symboolwaarde betekent. Ik heb begrepen, dat dat gebruik historie is geworden en zou ervoor willen pleiten om di6 historie te laten herleven. Ook bij Henriëtte - heel andersvan aard - dezelfde bereidheid en inzet. De vraag om curator te worden, heb ik beleefd als een kans om voor de leraren iets terug te geven voor alles wat zij dag in dag uit voor de kinderen deden. Mijn invalshoek, het sociaal psychologische en groepsdynamische aspect van de school als 'people processing', heeft met zich meegebracht dat de schoolleiding mij makkelijk kon aanspreken als praatpaal en het daardoor en daarmee makkelijk heeft gemaakt om een tegenprestatie te leveren. Ook i n dat aspect van het Rijnlands dezelfde toewijding

Het Paard en de Duizendpoot Dezeterugblik beperkt zich totde laatste tien jaren. Het is een blikopde Rijnlands Oegstgeester Schoolgemeenschapdoor de bril van een ouder, die al twee kinderen alle klassen heeft zien doorlopen en voor de derde hetzelfde hoopt. Een ouder bovendien.die het voorrecht had om gedurende een groot gedeeltevandie tien jaren - totopdedag vanvandaaa - het R o s ~ a a r als d bestuurslid en als curator van heelnabij te mogen gadeslaan in zijn volle vaart. Voorzover hij dat kon bijbenen tenminste! Wat levert die terugblik i n 400 woorden op? Deveelomvattende conclusie, dat het Rijnlands Lyceum Oegstgeest een geweldige school is! Wat een inzet van mensen, wat een creativiteiten durf, wat een gebouw e n outillage; kortom: wat een mogelijkheden voor de leerlingen! Als liefhebbendevader ben je natuurlijk niet jaloers op je eigen kinderen, maartoch ...... Metoverigensde beste herinneringen aan mijn eigen middelbare schooltijd denk i k w e l eens met spijt dat ik te vroeg geboren ben.


'aladaos uaa iaui ' s ~ a y ~ a m a p aua u i uaiua3op 0 0 L ua ua6u!lJaalOOZL w ! n Ji a w nu 'looq3s uaa u! 'uaBu!l~aa iaui 13eiuo3 pao6 uaa u ! 'ua6u!uuedsay!!(asuawiaiu! 'snisn6ne u ! sed ijaoy lep ~ e yye 'uall e ~ u a 6 aisaq i 60u lez a 6 ! p l a ~ a 6 4 06u!uiJoA!!i~k?d aiq3a Japuoz 'Jaajc uado laaq uay3!yjeiaq ua'peqa6 yíhl~aay~ e e [ =L iaq j qaq y ! 'uioiioy uaa u ! 'uaylamai uieai uaa u! peya6 qay l a o ~ a ô i a qp!!ile sJayJamapaui uas,eôal103 'uaBu!~Jaaliaui uai3eiuo3 y ! iepuio ' u ! ! j.Joi3aJ sle ' p ! l - . s .sle ~ 'iuac~op sle 'isaamaf3 ua uayyaJdsa6 alaA alaA ap '6ue6 ap u ! 6ood!uy a!p lag u!!z u a ~ e ! a u ! ! j i u e ~ . u a u u ! ôaisJapue aq sla! Jaam y00 Jeeyy .ôepi!m-ua-pool ap 'ua6u!y!a~i!n-euiold!p ap s p u e l u ! ! u~ a ~ e ! a u ! laag ! j 6 L eu uio uaalle Jeeui 'sJaiunisuauiexa do puaiq3em looq3s ap u! uaalleiy3eu noz pueJqa6do j0 plaisa6~nalaly! lepuio 'ieelJan ia!u aisJaa ap 'yuay3S ap do uasieey3s iaq 'smoys ap 'iq3eJp spueluf!u iaq y! iep'yoo uep y! pJoomiue u a 6 e alie ~ ~do - ~ a ~ o s i e e ~ oap i 3 'looy3s a~ amnalu ap Jeeu 6 u ! z ! n q ~ a ~ ' ( z z ! q ~ o q s a y ! ! ~ ~Jeeui a i ! n iep suo ueAiem laaq uapuoA ap'uauiui3 Jeeu yaamyJamaisJaa uaa'laq3ey apdo JaiaA uaa'a!zvJeeu aíi~emyuaa ~ o o ~ ' 6 u e ua q ~IeAJaA a~ iaq 'ueew ua uoz ueA ueeq ap JaAo uassal ap :iyuap SOU ap ueAp!l sle !!ui y! uey ~eeraisieelJap~!eln3epad -6n~aisuaa 60u arsie uaAoq uauioy u a B u ! ~ a u u ! ~alaA aq uaaJeeyy ' i ~ e ~ u a u i e s s p u e l u iaq ! ! ~ueA yaJiiaA u!!ui yoo .,ijueepaB ueejlaz Ja a!qaq i e M , :isaaj !ces uaa ~ e e ! w n ~ i sin! pl ueAapu!a iaq iaui iep ' l e ~ a oJnnd i s! iaH J~AO ap6eely a! ~ a a u u e msem a ! i a e a ap ~ p!!ile s!nq i suo ! ! q i e ~ d o l e e 6 s p u e ~ iaq u í ! JOOA ~ yoo Jeeyy ' u a ~ e ! - s o ~ u!!z uee puayuap6n~ai'ijaaq, ~ a o ~ a ô - !auiJem, !m iep 6u!1 -Jaalpno alapa! ia!u 6uel iep'paoô laay a u Jaasieai y1 'uauioy ai JapiaA Jeeyla iaui uio isaam -a6s!sequaas! iaH ...q3oiJeew 'ôu!uuedsu!ay!!luaui +za6 ueA leeilnsaJ laap uaa JOOA : d a o ~ 6 ~ a p ,aplaads no ispao6 alle ol.ia!yy u e ~ a u u o ~ ~ u uasuam a h ~ e !!M ~ -a6u! looq3s do, uaa '1elueeua6u!1Jaalpuauiauaoi uaa 'lamiep 'uass!w w a q 'ualapp!w ala!3ueu!j'uapaqyf!la6ouiazollei iaui a!iep lez 1ooy3sap Jeeyy 'ôu!ssedaoi u e ~~a i a q!!ui i y ! ! ,~6 e e ~ -0uio33e a6!lq3e~d uaa:aaui salie am uaqqay y í h ~ ~ n n i e ~ u a a l u n d l ~ e l ssleiayy, ' u a i a ô ~ IaMJeep a~ az uauuny les .uapuoAa6 s p u e l u ! ! ~ isieeldpueis uaa ua oyy suo JOOA y!!luazam laaq pí!ile y! qa4 Jeeyla JOOA uayew .!!q spaais aiui!nJ i e a .iyeeuia6s! aiw!nJ sa!leJaua6 alay ueA uep Ja ieeis , 6 e e ~u a a sieeldpueis sle iayy, '~nal3adsu! ua!aoi6-100~6iaq JOOA ( p ~ a a n ( o ~ a a 6 a sa pwu e l u í ! iaq ~ ioi 6u!waouaq ul!z iaui aiJeq ueA uiaq !!Mu a ~ a i ! a l a j s! u!Jeepyoo ua)i q 3 e ~ p ~ a ~ o s ! u iseeu u a y leem 'ueeisa6 y!!l~nnieu uai!nlsaq u!!zuaJai3adsa~!!MjlleAua? lamJa ijaaq IeeJiua3 spaais ( ~ a y ~ a m a p ajou iua3op i ap uep s! yaJiiaA u!!zueh Gu!lapapaui s,oyy Jeeui 'wna3Al spuel Jaaw lam 6u!lJaal ap ua)suaui apieem l o o q ~ sua3 .uap -u[!uiaq uee u a B u ! ~ a u u ! ~aB!Ja!zalduo aq 6!u!amqaqy1 -Joma6c! pua6!a~paq i a w u i ! u a ! p a ! i e c ! u e 6 ~aiua!3!4ja 0 . u a ~ eua!i ! uadolaôje ap apua~npaôpeq uapueq u ! pieedsou iaq u e ~ s l a ô n a i a pa!p 'ioodpuaz!npaa .pua!JA ua ieewold!p 'sn3!i!lod'Jap!allooq3sa a 'olJa!yy ueA A J J ~'oyy H ' ~ o i ap ~ ueA a ~yaJiJaAiay ~ o o p~aayieuia6 p IPJOM apol~ada 6 ! ~ e ! - azap g ~ ueA apu!a iaH .uapJom noz ~ a i a 6 J a eu!!q A ~ e e í w n a l ! q n ! i !ppu o ~uapaqy!hlaisaajap [ e !!q iep'iund uaa !!qi y 3 a ~ ayíhl~nnieu i y! woy aauiJeea .uaiy3em -JaA uaôoui noz ueA Jaaui 60u Jeep ariem uaiam ia!u noz y! '1jaJiaqjJnp a ! p ua i!ai!A!ieaJ3alp 'iazu! alp iem u3 .ua66!1 uauuny 6 a ~ ~a ~ s u isaq a a nozdoi a p u a 6 1 0a~a .ua~eíaisiaA ap u e dol ~ ap suap!!i pueis i o i UeMy 6 u ! l q 3 ! ~ uap ! ua mnoqa6 1aH .ueA Jayaz oz ia!u 60u Jeep uaq y( jua66azapjlaziaq aie el spue1uíh.j laq ueA ua6 -u!lJaala6!p!nq ap u a ~ l n ~ ~ s ! ! ~ iiaq a p uaalle u o la!u yoo ijaJiaqiaq ua uapla6 sJapno sa!ie~aua6 alaA JOOA (eziaH .aiqc~epa6ayí!l~apuozi!n u,ozia!uy [ ! l u f ! y ~ s ~ e e m i esa!


(D

g

-.m 3QGO

2. c M. -J V)

7

(D

V)=:.

r,:

m -rm

(D

I s m "

(D

3

m

C ?

02 '%g? <

co. 3 5 3 m * m

G

2

s c. 5'"' ~ ~ n>-.CL'mm 23T(o.Z

r

m

$ $" * y: gsag 3;2

5 ' s(D

,V)<D3oc(D

(D

< 3 3;g 2 g,% , - < m C C r = u

-.=g

$~3s,.~, E ' c m2 a c -3

N

;E73$$z 3 ZE'= (~ 2 ( ~ z3 n g g

3

m

-. 3

m

N

= "( = D( D

O>,=Gr; PS'

m,-,pD2

3,32225'=0

g s s 0 3 < = ' 3 ooc m n m~n > ~Z(3 D ( D

(w-

W---'+T%>*


het Rijnlands Lyceum te Oegstgeest was gereed om twee klassen te ontvangen. Klasse 1 en 2 konden aan cursus 1956-57 beginnen. Financiële middelen voor een full-time rectorwaren er nog niet. De heer Couvée, rector van het Rijnlands in Wassenaar, deed Oegstgeest erbij 'en temps perdu'. Op 13 december 1956 tekende hij zelf nog het eerste Kerst rapport; dit werd voor de rest van het jaar aan de heer Vlam overgelaten. Als conrector verving de heervlam de rector, naast leraar natuurkunde was hij zijn eigen amanuensis, hij speeldeverdienstelijkviool en schaak en had een onverwoestbaar geloof in sommige van zijn leerlingen. In een uitzonderlijk geval was hij bereid een leerling een cijfer 6 voor een proefwerk natuurkunde tegeven, waarin ook maar niets goed was, onder het motto 'ik weet dat je 't in je hebt, en we moeten een weg vinden om het eruit te halen'. In het licht van al deze talenten kon het hem niet kwalijk genomen worden dat zijn tafeltennis stijl, vooral de back-hand, wel wat te wensen overliet. schoolorkest o.l.v. Dr. Chr.C. Vlam,* 1963

.

Maar uit eenvoud komen goede zaken voort.. Behalvevoor de exactevakken en talen, waser ruimte in de eerste rapporten overgelaten voor de waardering van lichamelijke oefening en handenarbeid.Aan een beoordeling van 'algemene indruk'zijn de Heren Vlam c.s. nooittoegekomen; voor gymnastiek, sport en handenarbeid was daar echter niet aan te ontkomen. In Oegstgeestwasdit aanvankelijk niet mogelijk, dus twee tot drie keer per week werden de fietsen gepakt en reden we in colonne langsde motorweg naar het Rijnlands in Wassenaar. Tijdensdezefietstochten werd er nogal het een en ander verhandeld. Een schooIcIub moest er komen; Maarten Samson en ondergetekende vonden beiden wel dat ze het meest geschikt waren om president te kunnen worden. Maarten won omdat hij zwaarder en sterker was en daarbij sneller fietste, maar gaf als concessie de toezegging voor het voorzitterschap van de toneel vereniging. Een toneel avond werd voorbereid in een cafézaal aan een Leidse gracht, een detective stuk


stoel en een budget. Het werd een echte school, en een echteschool vereniging met talloze activiteiten, actief gesteund door het leraren corps in de achtergrond. Maar het bleef een intiem huisje in de weide, Dat de expansie naar de Apollolaan verbeidde. Ofschoon de ROS tegen de verhuizing opzag, De vloedgolf uit de46-er jaren gaf de 'doorslag'. Genève, 5 januari 1981

Govert C. Deketh (oud ROS voorzitter)

Fietsenberging 1966

Fietsenberging 1972

Groesbeek, 9 december 1980 uitgezocht en de voorzitter van de toneel vereniging vond het maar een uitgemaaktezaakdat hijde hoofdrolzou spelen met het mooiste meisje van school, Simone. Mevrouw Querido(H6lène Pimentel)die zich als professioneel actrice bereid had verklaard de regie te voeren, zag dit allemaal niet zo zitten en redistribueerde de rollen. Paul Warns kreeg de begeerde, amoureuze heldenrol en raadt wie de rol van de knullige detective inspecteur kreeg? En de ontwikkeling zette zich voort ... Het Oegstgeester Rijnlands kreeg een rector in 1957-58, de heer Naeff, zowel als een concierne/amanuensis. De ~ c h o o l v e r e n i ~kreeg i n ~ een naam (ROS),een wapenbeeld met een briesend paard, statuten, een voorzitters-

Wat ikaan mijn schooltijd t e danken heb

........

Zonder nadere toelichting zou ieder diedit opschrift leest, wetend dat dit stukje de schoolherinneringen van een oudleerling behelst, de titel vrij opportuun vinden. De waarheid is, dat ik bij het doorsnuffelen van mijn oudeschoolagenda'sdie in die tijd ook als dagboek fungeerden, stuitte op een opstel van mijn hand, gemaakt in het laatste schooljaar, becijferd met een 7, met bovenstaande titel. Ik had, zo bleek uit de inhoud, dit onderwerp duidelijk uitgekozen met de bedoeling om kritiek te leveren op het schoolbestaan van de afgelopen jaren. De democratische meningsuiting van leerlingen was in die tijd nog in eenzeer pril stadium, maar via zo'n opstel kon je je hart nog eens legaal luchten.Trouwens,


degene diede onderwerpen verzonnen had, had daar in wezen ookzelf om gevraagd. Eén van de punten die er in aan de orde kwamen, was het grote lerarenverloop waar de school i n haar beginperiode mee kampte. In de vierde klas eigenlijk al, begon zich dit aan de leerlingen - zeker waar het serieuzere vakken als bijvoorbeeld wiskunde betrof - alseen handicap te openbaren. Maar waar het ging om de 'vakken achter de streep' hebben we dezewisseling over het algemeen toch als iets heel amusants ervaren. Vooral de tekenleraren wisten er raad mee, of liever gezegd: wij wisten raad met hen, en erwaren jaren bij dat we er meer dan één versleten. De beginperiode van de school kenmerkte zich door instabiliteit, en niet alleen waar het de leraren betrof. We waren op alle punten zoekend. Ookde leerlingen moesten hun weg nog vinden en één van de eerste dingen dievan de grond kwamen was de schoolvereniging, met alleswat erop en eraan hoorde. Het schoollied dat nu zo vanzelfsprekend gezongen wordt, moest zelfs nog worden uitgevonden. Erwaren in die tijd zo'n honderdvijftig tottweehonderd leerlingen. Iedereen kende elkaar, iedereen was opzijn eigen manier actief, en de school, door de omgeving oneerbiedig 'het kippenhok'genoemd, bood nauwelijks gelegenheid voor privacy. Een zeer gehorig gebouwtje, 's zomers broeierig en 's winters niet altijd goed warm te stoken. Vooral bij één aardrijkskundeleraar wilden we nog wel eens koudevoeten halen. Deze had namelijkde het eerste eindexamen, iuli 1960

gewoonte om bij extreme kou de oliekachel in de hoek van het lokaal zó laag te draaien, dat hij er zelf juist lekker warm op kon zitten. Dat wasvoor ons dus kleumen geblazen. Ondanks het voor hem optimale werkklimaat heeft hij het gelukkig niet lang bij ons uitgehouden. Maar juist misschien wel omdat alleszo primitief was, omdat alles nog van de grond moest komen en omdat er steeds weer tegenslagjes en -slagen waren waar we met z'n allen doorheen moesten, isdie begintijd waarschijnlijkéén van de leukste perioden in de geschiedenisvan de school geweest. Voor ons begon het leuke er eigenlijkal een beetjeaf te gaan toen er een nieuwe noodvleugel aan het oude gebouwgeplaatst werd met chique natuur- en scheikundelokalen, om nog maar te zwijgenvan het gymnastieklokaal. Wij, dieons zoveilig ingekapseld wisten in de loods met zes lokalen voelden onsverloren in die nieuwe zeevan ruimte, waar het nu opeens ook bleekte krioelen van eerste-klassertjes. Het werd tijd dat we opstapten. Sommigevan de - naar ik hoopvele - reunisten,zuIlen misschien het huidige gebouwvan binnen nog nooit gezien hebben. Ze zullen zeker onder de indrukzijn maar bij hen allen zal toch het kippenhokalsenig onvervalst Rijnlands Lyceum voortleven. En een stukjewarm jeugdsentiment istoch wel één van de beste dingen die je aan je schooltijd tedanken kunt hebben dacht ik. Stanneke Balt


Een Bijzondere School - en d a t was het!

Rijnlands Lyceum in die jaren: Hout van buiten, goud van binnen. Het was een belevenis om voor het eerst EngeIs(mej. Nieboer samen met de heer Bootsman)te krijgen: 'Bobby Proud likestogo fishing. He sitsona stumpof a beachtree...'.Wiskunde wasookeen ervaring: zaterdagsochtends (ja, ja kinderen, toen nog weI)was het verteluur van hr Sevenster: 'Alsde rector binnenkomt, dandoen w e net of w e deze som behandelen op het bord; dan ben jij aan de beurten zeg je dat en dat,en ikantwoord daarop. Daarna zien w e welverder'. Aardrijkskundedoor desolide en degelijke hr. De Boer, en later door de hr. Frik, werd er systematisch ingestampt, met kleurschriften. Na een aantal jaren kwam e r e e n kleine aardrijkskundige wervelwindde school binnen: e n e v a n Mierlo,dieaantoonde dat je ook plezier in het vak kon hebben. Zeer populair waren de uren Lichamelijke Oefening, niet in het minst door hun docenten: Wessel, robuust en stoer: 'We gaan er lekker tegenaan', en Gerbranda: hart van goud, mensenkenner en een kleine stijfkop: 'Hij eruit of ikeruit'(raadeens wiedat altijd was!).

Ach, wat was het toch imposant voor een aankomertje i n 1958: een echte middelbare school - weliswaar van hout, met in elk klaslokaal een kachel - maar dan toch maar met 3 0 0 leerlingen enzelfs 3 eerste klassen! J e voelde je erg groot:verschiIlende Ieraren.voor elkvak één. Maar jewas toch ookverlegen en klein: je had een heilig ontzag voor aldie 'oude ballen' uit de derde klasen je begreep niet dat sommige van je klasgenootjes die ouderejaars al kenden. Het beeld van de school in die eerste jaren werd voornamelijk bepaalddoor een aantal markantezaken: als je hijgend van jef iets stapte om nog net vóór de bel de hoofdingang binnen te rennen, stond daar 'sochtends de Heer Naeff - lang, keurig, met een karakteristieke beweging van neken hoofd als hij praatte - vriendelijk doch beslist te controleren wie er birinenkwam. Zijn vervanger op die plaats was de onnavolgbare heer Wolthaus, die streng envriendelijk kon zijn, doortastend en soepel, maar bovenal warm, stijlvol en eenvoudig erudiet. Hij was de man voor het uitdelen van karweien meestal het fietsenhok schoonmaken - als je t e laat was gekomen of de klaswas uitgestuurd. Via de Heer Naeff kwam je bij hem. Daarnaast liep altijd drukdoor degang de Heer-schoolorkest-Vlam, in de zorgen vanwege het feit dat het schoolrooster wéér niet klopte (wat tot ieders verbazing door hem altijd weer werd opgelost). Deze drie figuren bepaalden - naast natuurlijkde leerkrachten het gezicht, destijl, de kwaliteit en de sfeer van het

En dan was er ons dierbare contingent dappere kleine vrouwen: mevrouwVrolijk/Van Dorp - (kunst)geschiedenis, en mevrouw Veltman - Frans - die beiden hun (0rde)mannetje stonden. Samen met h u n tegenhangers de heer -grote haarlok - Frieling e n d e heer - knipperende ogen - De Kler hebben zij onszeer veel en goed bijgebracht. De onnavolgbare hr. Slegtenhorst op biologiezat vaak letterlijk met z'n handen in z'n - welige haar, terwijl hij uiterst boeiend de natuur kon weergeven. Het was relaxen bij de heer Kok: even door de open lucht naar detekenzaal boven de kleedkamersvan onze'sporthal'en dan tekenen, schilderen of drukken - indien het huiswerk tenminste af was. Hr. Kok had daar begrip voor. Zo vlogen de jaren voorbij. Tegen de derde en vierde klas werd je pas ec ht volwassen: de dagelijkse korte broek werd ingeruild voor een lange, met echt colbertje en een stropdas. Het was de tijd dat meisjes met nagellak persoonlijk door de heer Naeff van school werden gestuurd - e n iedereen vond dat zeer gewoon. Zo langzamerhand werden devakken moeilijker - zowel voor de leraren als voor ons. In de klassieke afdeling zagen weveel leraren komen en gaan. Naast de Heren Van Oost en Van Eerden mevrouw Reterink hadden w i j het voorrecht om les te krijgen van de nestrixvan het Rijnlands: mej. - 'ik b'oel', ofwel 'ik bedoel' - Bruining. Alszij drukwas, waren w i j het ook(of was het juist


andersom?).In ieder geval heeft zij op ons haar liefde voor het vakzeer goed overgebracht. Ook mej. Cortel deed dit: rustig en zelfverzekerd werd elk probleem opgelost,desnoods met behulpvan het even karakteristiekvertrekken van de linker mondhoek. Endan waren er natuurlijkde zeer instructieve en boeiende scheikunde collegesvande Heer - 'master of the low key understatement' - Hoekman. Het enige lastige wasdat je alles altijdzelf op moest schrijven. Gelukkig mocht dat in het Nederlands, want de Spaanse les kwam pas na schooltijd. Duitswasechterduidelijk een vak voor i n schooltijd: Daar zwaaidede Heer Flippode scepter: Grundlich, maar op stille, soepele en Hollandse wijze. h i j w a s d e man die een voorstander was van spiekbriefjes. Hij raadde ons altijd aan om ze te maken: eerst groot, met alles erop; maar om de pakkanste verminderen daarna wat kleiner, met minder erop; en zo door totdat je de stof zogoed kendedat het briefje kon vervallen. Hoe goed kennen &e overigens de stereolessen van de h e e r v a n d e n Haak - die het hele klaslokaal~ebruikte om aan domme leerlingen nog eens u i t t e leggen wat een ruimtelijkediagonaal was. Ook Hr. - rust en kuifje, later baard - Bosscher en Hr. - vriendelijke bril - Van Dormolen stonden algebra誰sch hun mannetje. O m de Nederlandse communicatie te vervolmaken en onsenigszins literatuur-bewust te maken wasonze leidsman, de Hr. - kleine krulletjes - Boon steeds in touw. Ach ja, wie herinnert zich niet de grote sportwedstrijden met het Rijnlands i n Wassenaar, waar w e door ons minderwaardigheidscomplex ( w e zijn veel kleiner en jonger)aItijd van moesten winnen, en dat dan ook deden! De hero誰sche softbaltournooien met het Rembrandt Lyceum waar w e na iedere vangbal juichend opveerden, en waar je veel meer vertrouwen had i n een sportief verloopaIsGerbranda scheidsrechter was: de man diezo karakteristiek 'ui ....it'kon schreeuwen. Dat alles k w a m dan later - met de bekende tekeningetjesvan Joost - uitgebreid i n de Roskam, het Rijnlands lijfblad, dat in die tijd een grote bloei doormaakte. En weet U nog alle schoolavonden met de eigen geschreven musicaIsvan Hr. Naeff - opgevoerd i n d e nieuwe - houten gymzaal met echt toneel en gordijnen (blauw). I n het voorprogramma traddan alsvanoudsde h e e r v l a m op met het schoolorkest, waarbij deamanuensis een vertrouwde eerste concertmeester was en de hobo誰st altijd last had met z'n rietje. Na afloop bal met dixieland muziek. Heerlijk - in mooie jurken net pak - en veel verliefdheid. En tenslotte het eindexamen: eerst het schriftelijk:

streng en in degymzaal. W a t later soepeler, maar met meer zenuwen (wat iser uitgeloot) het mondeling. Iedereen in het zweetkamertje op de hoek aan het einde van degang.Zichtbaar voor oudersen voorbijgangers. Dan de bevrijding of teleurstelling: 'To be or not to be, that was the question'. Voor de gelukkigen was er dan de persoonlijke toespraak vande heer Naeff.Zoals i n m i j n jaar: 'Ikzal jou maar gewoon in het Nederlands toespreken opdeze heugelijke dag, want van de andere talen begrijp je nog niet zoveel, als ik je cijferszie'. Na afloop blijheid en de start van de nostalgie: nooit meer diesfeer, vrienden, verliefdheden, schoolfeesten, leraren (toch w e l aardig)en ervaringen. Dan maar snel op de fiets naar het eerste eindexamenfeest. Begrijpt U dat w e toen besloten d a t 4 0 0 leerlingen het absolutemaximum wasvoor het behouden van de stijl en de sfeer? Dat Rijnlands: toch een bijzondere school, en dat blijft het! Karel Noordzij

Nooit heb ik zo bewust moeten nadenkenover mijn schooltijd alsdeze laatste weken, na het telefoontje van de heer Gerbranda, of ik maar een ge谷mancipeerde visie over mijn roerige schooltijd wilde inzenden. In eerste instantie zeg je ja. Het is tenslotte 'niet niks'om na zo'n lange tijd nog herinnerd te worden. Maar achteraf vind ik het een behoorlijke klus, om een niet te soft verhaaltjete schrijven. Alle naredingen waren zo diep


weggezakt en de leuke voorvallen waren i n d e loopvan de gesprekken aangedikt e n nog geestiger gemaakt. Een ding is na lang nadenken duidelijkvast komen te staan: emancipatie was in mijn tijd, en n u spreek ikover de periode 1 957-1 964, een woord dat je nog moest opzoeken i n v a n Dale. Hetwasook niet nodig om gelijkheid teeisen. Waarin in godsnaam? Elke leerling, jongen of meisje, werd gelijkelijk behandeld. Was je vervelend, ergvervelend,dan kon jeverdwijnen e n kreeg je al dan niet straf. In de eerste jaren was het er uitsturen soms alstraf genoeg. Meestal mocht je op de gang blijven staan voor een afkoelingsperiode. Later, met het groeien van de school en een daarmee gepaard gaande strakkere organisatie moest je naar de rector of conrector. Dat hield meestal w e l enige consequenties in; hopelijkzou daardoor het gedrag in de klas veranderen. De vergrijpen om voor uitsturen i n aanmerking t e komen moesten ernstigervan aard zijn. Alhoewel ikvoor mij persoonlijk hier een uitzondering op moet maken. (Ik laat n u ook het begrip emancipatie even los en verhaal m i j n schooltijd). I k w a s reedsvroeg een zwart schaap, dat bij het minste of geringstede gang naar Canossa mocht maken. Nu gebiedt deeerlijkheid m i j hierbij tevermelden, dat, had ik niet zo'n rector gehad, ikdeze school nooit had kunnen aflopen. Het geduld, soms ongetwijfeld tot het uiterste getergd, waarmeede heer Naeff elke keerweerde meest stupide vergrijpen of met de mantel der liefde bedekteof glad streek bijdediverse wanhopigedocenten, grenst aan het ongelofelijke en doet mij tot op de dag van vandaag beseffen wat een geiuk ik gehad heb om op deze school in die tijd gezeten te hebben. Het feit ookdat de school nog niet zo'n fabriekwasals tegenwoordig heeft niet in mijn nadeel gewerkt. Je mocht nog zijnwie jedachtdatjewas. Misschienwasdat al een vorm van emancipatieen naar m i j n idee een betere. Je kreeg een kanstijdenseen periode in jeontwikkeling die sommigen van ons ook hard nodig hadden. Ik geloof dat dat tegenwoordig gemist wordt. Het moeten presteren, al in de eerste klas, komt de persoonIijkheidsvorming niet ten goede. Daarom ben ikzeer tevreden dat ik m i j n ode aan mijn Rijnlandse schooltijd hier mag brengen. Nu zeg ik: 'Hetwaseen mooie tijd. Een tijdwaarin je samen met een jonge school 'groter groeide'en waarin ik uren de allergekste anekdotes zou kunnen vertellen, zoals: gymnastiek in het koetshuis, bijbelsop het gazon, spookverhalen vertellende aardrijkskundeleraar enz. enz.'. 14

Maar doordat het verwijderen uit de les, met zijn gevolgen, alseen rodedraaddoor mijnschooltijd loopt, heb ik bij mijn terugblik hieraan vooral veel aandacht besteed. Thea Poortenaar

Wanneer je na zo'n 15 kontaktloze jaren Gerbranda weereens, zij het telefonisch, spreekt, dan gaan de gedachten vanzelf weer terug naar de schooljaren (1958-1 965)en komen de meest markante koppen en uitspraken weer boven. Gerbranda was zo'n kop en had zulke uitsprakeddaden. Ikzal hem m i j altijd blijven herinneren. en wel om twee zaken: - hij stuurde op de jaarlijkse sportdag in Wassenaar tijdens de softbalwedstrijd tot grote woede en verontwaardiging een Wassenaarse Rijnlander achteloos het veld uit vanwegeeen te grote mond. W i j wonnen vervolgens. - middels nogal duidelijke bewoordingen trachtte hij op de Kaag zijn familieleden bij te brengen, hoe ze met een Pampus (geloof ik) o m moesten gaan. Maar je leerde w e l w a t van hem. De sportieve benadering door het Rijnlandse Lyceum was in m i j n beginjaren daar nogal gebrekkig, t e w i j t e n vooral aan de uiterste gebrekkige akkomodatie. Door de week moesten w i j zo'n 5 A 1 0 minuten f ietsen alvorens in een of andere ruimte op de Rhijngeesterstraatweg t e komen. Hoe het heette, weet ikniet meer, maar veel meer dan een looppas, een koprol of trefbal kon je er niet doen.


Zomers naar de andere kant van Oegstgeest, naar LMHC, waar kasti, softbal, hockey e.d. verricht werden. Zo n u en dan een duurloopje, de tijd was veelal erg kort. Toen de gymzaal er dan ook tenslotte w a s e n met een imposante diaserie geopend werd, was dat een aanzienlijke verbetering. Sport w a s w e l belangrijk op het toen toch w e l elitaire er mijzelf vrij te pleiten, Rijnlands ~ ~ c e u m . d o n ddaarvan was het percentage hockeyers, tennissers, zeilers en later ook nog golvers hoog. Alsvoetballer had ik, en met m i j wellicht ook andere ASC'ers als Harteloh, Pel, Hess e.d., w e l eens het gevoel van: je hoort ertoch niet helemaal bij. Medescholieren als Goedkoop, Kerckhoff speelden w e l eens i n Leiden I e n waren dan helden. En als jedan ook nog in Groningen gaat studeren, waar Leiden voor velen eigenlijk vanzelfsprekend is, dan laat je jevriendenkring achter. Daar krijg je later natuurlijk w e l wat voorterug, maar een groot deel van de vorming heb jeop school gekregen, en met jou je medescholieren. Hoezou het met hen zijn (er waren markante bij), melde Sierksma's, de Kerckhoff's, de Kostelijks, devan Hams, Kruyt, Ufkes, Mullers, noem ze maarop. Dat alleen is al een reden voor 'Terug naar Oegstgeest'. Ik mocht ook kritiek hebben, want daar konderi ze n u ze zo groot waren, w e l tegen! Zoiets noem ik een understatement. Ach, kritiek, dat was toen nog niet zo'n modewoord als het n u is, anderzijds had je w e l weinig begrip voor of beter kennis van het totale schoolgebeuren. Wat ik, met name achteraf, weldegelijkgemist heb isgoede studievoorlichting voor verdere opleiding. Een avondje algemene informatie i n Den Haag was het enige. Had ikvan het bestaan van opleidingen als ALO, CIOS geweten en daar wat meer over hebben kunnen praten, dandenk i k t o c h w e l die kanttezijn opgegaan. Zeer goede herinneringen bewaar ikaan Van Eerd. Hij maakte van oude talen meer dan alleen maar vertalen. De filosofische avonden b i j ons thuis waren een belevenis,de verhalenvan Vergilius, Ovidiusgingen leven, kregen achtergronden. De link naar Kant e.d. werd gelegd e n begrepen.Daarbij ben ik blij oude talen (Latijn en Grieks)gehad te hebben. Ondanksvele huidige ideeĂŤn erover heeft het mijns inziens waarde voor je persoonlijke vorming, het was w e l degelijk de basis voor vele hedendaagse begrippen, kultuur. Je kunt lang zo doorschrijven: - de toneelstukken van Naeff, de Hans Brinkershow, - het baardentijdperk (v. Mierlo, Boon, Bosscher) - de belevenisenige jongen temidden van 6 meisjeste zijn (Gym a ) - het desastreuze eindexamen voor onze klas

- de nooit gevonden relatie oude talen - ongetrouwde leraressen. W e zullenerweer over praten. O p 7 februari, daarvoor, daarna. Het is een goede tijd geweest, achteraf.

G.A. Soeteman

Het is in 1981 misschien nauwelijks nog voorstelbaar. maar in 1966 was het mogelijkdat je door de rector van school werd gestuurd met de mededeling dat je niet meer werd toegelaten voor je een bezoekaan de kapper had gebracht. En dat betekende in die tijd uitsluitend: kortknippen, want herenkappers waren toen nog niet geinteresseerd in andere kapselsdan de bloempotcoupe; de langharigen van hun kant waren trouwens niet geinteresseerd in welke coupe dan ook - lang was lang en stond voor alleswat zich keerde tegen gezapigheid en burgerlijkheid. Uiteindelijk waren de naar-dekapper-stuurders e n kleding-verbieders (capes, wijde broekspijpen) meer bevreesd voor de mentaliteit die achter deze uiterlijkheden schuilging. Wat wasdatvoor mentaliteit, e n verschildedie erg van wat er op het moment (weer)aandwarsliggerij bestaat? O m maar uit te gaan van wat er in mijn eindexamenjaar (1966)omging in de'kringen'waarin ikverkeerde, geloof i k t e kunnen stellen dat die mentaliteit redelijk onschuldigwas, inelkgeval toen nog. Waarschijnlijkgingen voor veel Rijnlandersdeogenopen toen in 1965 voor het eerst een zgn. BEATGROEP optrad, de Haagse Entertainers, met een, voor onze begrippen van toen, giganti-


eerste steen-legging, 3 december 1966

I l

l Ă&#x152;

l

l

I I

!

I

sche appararuur. Ons eigeyi enkele maanden oude bandje, STORX, bediende zich nog van oude radio's als versterkers en microfoonsvan plastic, van bandrecorders, en hele goedkope gitaren die w e zelf van elementen voorzagen. W i j beatgevoelige scholieren waren overdonderd door het optreden van de Entertainers; er bleek een wereld te bestaan die slechts vermoed kon worden, met een vrijheid die voor onsonbereikbaar scheen. De identificatie met deze groep dreef ons er toe nog fanatieker te oefenen met ons eigen bandje, leningen werden gesloten bij goedwillende ouders om te kunnen investeren in echte apparatuur. Ikgeloof datwij (WillemGert Aldershoff, Michielden Hond, Jouke Dijkstra, Hans Luyendijk en ondergetekende) het nog redelijkvergeschopt hebben na onze startvanaf het absolute nulpunt; w e hebben tot in 1969 nog frequent optredens gehad (in 1974zelfs een reĂźnie op het Rijnlands), en later zijn Willem-Gert en ik nog enkele jaren alszangduo-meteen-gitaar doorgegaan, en hebben zelfs nog 2 singles gemaakt. Het isvoor mijookoverduidelijkdat het spelen

in die band mij een zeer belangrijke impuls heeft gegeven om naar het conservatorium te gaan en van de muziek mijn beroep te maken. Na het midden van de jaren zestig is er geleidelijkveel veranderd op de middelbare scholen; ikdenkdat de rector n u langer haar heeft dan w i j toen. Het hele 'subcultuurtje' heeft natuurlijkwel een ander karakter gekregen. In onze brave tijd was er denk ik niemand op onze school die ooit hasjiesj of marihuana had gerookt, laat staan zwaardere middelen gebruikte. Ook opdrankgebruikwerd streng toegezien, al tierinner ik me wel wat dranksmokkelarijen op schoolfeestjes. Tenslottedenk ikdat datgene wat je 'jongerencultuur' zou kunnen noemen, oneindig veel verder geintegreerd is in het middelbareschoolleven danvijftien jaargeleden; en hoewel ikzelden nog binnen schoolmuren verkeer, heb ik wel het idee dat dat een grote verbetering is. Bob Zimrnerman


Het milieu waarde meeste leerlingen uit afkomstig zijn, is zeker niet dat van de arbeiders. De meeste ouders hebben een academische opleiding en of een goed betaalde baan. Een particuliere school is niet voor iedereen weggelegd. Het Rijnlands Lyceum is een school met privileges voor gepriviligeerde kinderen.

CT.

1967 Het Rijnlands Lyceum 1961-1967 Achter de duinen bevinden zich de geestgronden. Een mengsel van zand en klei. Oegstgeest; gelegen onder de rook van Leiden, in het hartje van de randstad aan de monding van de Oude Rijn. Het decor voor het Rijnlands Lyceum. Een relatief kleine school. 2e lustrum. aoril1966

Zonder twijfel heb ik voordeel gehad van het onderwijs opstand! In de lagere klassen heb ikop mijn tenen gelopenom het bij te benen.Te middenvan gemengde klassen heb ikdrieschooljaren in een jongensklas doorgebracht. (Quelie horreur). Aangeland in de hogere klassen kan van enig wortelschieten sprakezijn. Zeer actief binnen en buiten de schooluren om mee te doen met wat de school zoal te bieden heeft. Wat onderwijs betreft een scala van vakken: de wiskundeleraar begint een experiment; we leren voor het eerst over verzamelingen, e-logaritme, nieuwe symbolen. In de biologieles doen we een fruitvliegenprakticum. We maken een herbarium. Bij scheikunde en natuurkunde doen we proeven, waarvan sommige me nog steeds levendig voor de geest staan. De talen: behalve ontelbarewoordjes die we leren, lezen we klassikaal boeken en toneelstukken in het Nederlands, Frans, Engels en Duits. Bovendien gaan we zo mogelijk met de klas naar de schouwburg om destukken te aanschouwen. Bij aardrijkskunde kan ik me eindeloze discussies herinneren


over welk onderwerp w e in de les willen bepraten. De actieve inbreng in de les is onderontwikkeld: w e Kunnen dat niet, want w e hebben alleen geleerd passief te luisteren. Geschiedenis is voor mij dan ookeen boeiend verhaal verteld door een bedaard e n toch kritisch denkend mens. Lichamelijke opvoeding in rode broek. De kompetitie i n de klas; lessen waar w e cijfers krijgen voor oefeningen opde brug, het paard e n de ringen. Bij tekenen krijgen w e tien speciale onderwerpen waaruit wemogen kiezen om een tekening te maken. In de vierde klas maak ik twee werkweken mee: 'Sikkens' in Sassenheim e n 'Zeeland'tevlissingen. Beideweken kunnen aanleiding zijn tot het ophalen van f lorisante herinneringen. Dankzij de scheikundeleraar die tevens dekaan is, breng ik i n het kader van contakt bedrijf-onderwijseen bezoek aan de KoninklijkeZout te Hengelo. Het eerste teken van persoonlijke interesse in verband met de toekomst. Wat w i l ik studeren? Ja, studeren, w a n t dat is vanzelfsprekend. Maar eerst het eindexamen. De leraren organiseren een werkweek om ons voor te bereiden. De aanwezigheid van gemotiveerde leerkrachten die aanmoedigen e n stimuleren, daar heb ikvan meegeprofiteerd. Het onderwijs voor het eindexamen betekent; zoveel mogelijkgeven van zohoog mogelijke kwaliteit. Hopelijk blijft er iets van hangen. Dit is de algemene vorming; het brede platform waarop de verdere opleiding als vanzelf voortbouwt. Op school zelf is geen keuze. Binnen één type eindexamen ondergaat iedereen hetzelfde. De individuele keus is de verdere opleiding. Het Rijnlands Lyceum wordt voor mij wat het onderwijs betreft medegetypeerd door de houding van de docenten. Bij het verder studeren zal me telkens blijken dat de juistestimulatie belangrijk is voor het slagen. De vorm van die stimulatie kan velerlei zijn; voor de één zijn dat de ouders, voor de ander een vriend, een studiegenoot, iemand die het beroep al uitoefent. Het feit dat op een middelbareschool zoals het RijnlandsLyceumdeze stimulerende krachten vanzelf aanwezig zijn, is volgens m i j een ongekende luxe. Tot slot: Tijdens m i j n schooltijd ben ikmet zomervakantie in Oost-Pakistan geweest. De schrille tegenstelling i n dat land hebben veel indrukop me gemaakt. Het Rijnlands Lyceum in de vorm zoals het n u niet meer bestaat, isvoor m i j van groot belang geweest om deze tegenstellingen te verwerken en verder te ontwikkelen. november 1980, Karel Zwarenstein

D e tijden veranderen e n zo v o o r t ..... T e r n ~ o r amutantur n o s e ?niutarnur in iIIis

Dat mensen veranderen in de periode tussen geboorte e n volwassenheid is een gegeven van alle tijden. W i e n u terugblikt op z'n schooljaren zal daarin niet verschillen van vroegeregeneraties: je denkt terug aan hoe je nog i n je korte broekde eerste weken op de middelbare school hebt doorgebracht e n na zes jaar in je driedelige pak het lyceum weer verliet met het einddiploma opzak. Voor Rijnlanders van de jaren zestig komt daar alsextra verandering bij het nieuwe schoolgebouw, dat in 1968 i n gebruikwerd genomen. Het is wel erg simpel om te zeggen dat daarmee de ongemakken e n de goede sfeer van de noodschool aan de Tromplaan plaats maakten voor comfort e n zakelijkheid i n het hypermoderne schoolcomplex aan de Apollolaan. In elk geval werden veranderingen in het schoolleven in de nieuwe omgeving sterker merkbaar. Ikzieons nog i n d e nieuweaula staan bij de ROSbestuurswisseling in het voorjaar van 1969. W e hadden die georganiseerd zoals alle voorgaande keren in de oude school, compleet met bestuurslinten en schoollied. Een bijna studentikoos karakter had vele jaren de aktiviteiten van de schoolvereniging gekenmerkt. Die morgen bleek dat er een tijdperk was afgesloten: de zaal kon voor de plechtigheid nauwelijks interesse opbrengen e n het schoollied steeg niet eens tot halverwege het plafond op. Iemand die toen eersteklasserwas, zei later fijntjes: 'Ach, jij begreep toen nog niet dat dat helemaal niet meer kon'.


Rijn-land, bij m'n theologische studie in Leiden en Straatsburg, veel profijt gehad. Ik moet daar trouwens aan toevoegen dat er eenverschil is tussen het autentiek-eigene en het traditioneeleigene. Er is tijd en moed voor nodig om afscheid te nemen van die elementen in ie o~voedina.dieniet werkelijk aan kritische eiseniunnen void贸en. in verband daarmee kan ik met een glimlach of schaamte terugdenken aan gesproken of geschreven uitingen uit m'n schooltijd en somsook met spijt, aan zakenwaarvoor ik meten onrechte niet hebopengesteld. Godsdienst w i l nog wel eens functioneren als middel om rust te hebben en verandering tegen te houden. Gelukkig wordt in vele kerken weer meer ontdekt dat echte aerustheid Das kan ontstaan. waar de noodzaak van iernieuwin'gvan mensen wereld is ingezien. Dat inzicht hangt voor het christelijkgeloof samen met de droom van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waarop alles anderszal worden, zonder dat de eigenheidvan mensen en dingen verlorengaat. Op een vergelijkbare manier zie ik uit naarde re眉nie, in de hoopdat ikmensenzal ontmoeten, die niet alleen oude bekenden, maar ook anders geworden zijn. Robert Jan Bakker eindexamenjaar '69 Bij het bereiken van het hoogste punt, 5 december 1967

Naast de veranderingen die elke generatie opnieuw op dezelfde manier ondergaat, is er dus de verandering van de tijd, hoe moeilijk die ook te meten is. In elkgeval is ze ook in getallen weerte geven. In 'onze'tijd moesten w i j vanuit Sassenheim nog zeven kilometer fietsen om leerling van het Rijnlands Lyceum te kunnen zijn opeen school van 400 leerlingen. Nu staat er al enkele jaren een zelfde lyceum in mijn geboortedorp dat dit aantal ver overtreft. Dat betekende destijds voor mij ook de overgang van dorp naar stadsgebied, en daarbij de veranderingvan christelijke naar neutraleschool. Mijnzondagsschoolmeester kon het met de keuzevan mijn oudersen mij in diedagen niet eenszijn. Hij nam me apart en waarschuwde mevoor de niet-christelijke invloeden die er op me af zouden komen. Nu ik na zoveel jaren dominee ben geworden, denk ikaanzijn uitspraak nog wel eens terug. Blijkbaar heeft deze school wel degelijk de geestelijke ruimte geboden om datgenedat aan mijn leven eigen was, te bewaren dooralle veranderingen heen. Het woord 'degelijk' is daarbij geheel op zijn plaats: van de gedegen vorming heb ikookelders in het

Denkendaan het Rijnlands Lyceum komenveleonsamenhangende gedachten op. De onderwijs-technische zaken laat ikbuiten beschouwingen lijken meook


betrekkelijkonbelangrijk in dit bestek, hoewel iker nooit geleerd heb een behoorlijkopstel te schrijven (daarvan bent u nu de dupe) en bezorgd/t het woord 'struikelblokken' me nog nachtmerries. Voor eenvolledig beeldvan deschool heb ikveel meer dan 500 woorden nodig, dus laat ik het bij enkele anecdotesals sfeertekening. De eerste confrontatie met de school wasde boekenbeurs, een soort markt waar je door je ouders met veel geld en goede raad naartoe gestuurd werd. Angstig, maar ook trots, stapte je door het hek het schoolplein op. Eenmaal binnen werd je besprongen door grote mannen en vrouwen, die je wel even aan de benodigde boeken zouden helpen. Na 10 minuten reedswas je geld op en kon je je eigenaar noemen van een stapel uit elkaar liggende bevlekte, door diverse generaties van comrnentaar voorziene, incomplete, verouderde drukken die je voor bijna nieuwprijs bleek te hebben betrokken. De gehelezomervakantie kon je daarna kaftend en plakkend doorbrengen. De echte eerste dag was een feest. Je werd welkom geheten door de liefste moeder die je je wensen kon (mevrouwvan Dorp), die alle vreesvoor het onbekende weg nam. Bovendien kreeg jeals klas een meneer en mevrouw toegewezen (Peter en Meter genaamd)om voor je verdere opvoeding zorg te dragen. Deze bleekeigenlijk alleen te bestaan uit het uit je hoofd leren van een strijdlied en het maandenlang voorbereiden van een toneelstuk, handelend om de begrippen monnik, struisvogel, oog, lepel en nog 2 die me ontschoten zijn. Uitsluitend opschoolpolitiekegronden werd in 1963 klas 1bgeheel ten onrechte buiten de prijzen gehouden. De meeste leraren bleken wel mee tevallen en de week was best om door te komen. Op 66n uur na: donderdag het 3e uur, Nederlands ontleden door dr. J.P. Naeff. Sidderend en timidezat je in de bank, één vorsende blik van de Almachtige was voldoende om je voor een week de lust tot spreken, ja zelfs bewegen te ontnemen. Tijdens de les slechts één gedachte: overleven. Het naamwoordelijkgezegde isvoor mij dan ookeen mysterie gebleven. OpvallerÏd was het gebrekaan socialevariatie onder de leerlingen. Een echte leerling van het Rijnlands Lyceum kwam uit een academisch milieu (of zijn vaderwas hoog bij de marine), speelde hockey bij Leiden, tenminste, zeilde en ging op wintersport. Het eerste genoemde punt was een must, dit werd na I 1 maand na aanvang van het schooljaar door de rector zelf,

aan de hand van een lijst met titelsen adressen van ouders, voorgelezen in de klas, gecontroleerd. De twee leerlingen wiensvader geen titel bezat werden meewarig aangekeken (nouveau riche?). Ook bij de parallel verkiezingen in 1966 kwam dit mooi tot uiting: Van de i 250 uitgebrachte stemmen waren er 120W D , 90 D'66 en slechts 19 PvdA. Bijzonder gezellig was het oude noodgebouw.Als je nodig iemand tussen de uren moest spreken, hoefde je maar in de hal te gaan staan, en de gezochte kwam altijd langs. Midden in de hal, als een trotse, vriendelijke vader stond dan de heer Wolthaus, met voor iedereen een goed woord of milde vermaning. Zelfsde prikstok(aIs straf na gepleegd misdrijf)werd je bemoedigend lachend door hem uitgereikt. Een feest waren de te nauwe gangen, waar in het gedrang Darwin's theorie over 'the survival of the fittest' in de praktijktetoetsen was.Alleen bij lokaal 16was het oppassen geblazen. Als je pech had stond daar een zich God wanende Romeinsecenturion (Van Eerd), lijfstraffen uit te delen aan volstrekt onschuldigen. Het Rijnlandswaseen school met vele mogelijkheden, die naast anderwiis veel te bieden had en belangrijk heeft bijgedrageniot mijn sociale en culturelevÖrming, zij het soms wat eenzijdig. Evert van Rijssel 1 4 december 1980

'De roerige jaren '60'begonnen zo ongeveer toen ik in 1964 het Rijnlands betrad - al heeft heteen waarschijnlijkweinig met het anderte maken.Tussen 1964 en 21


1970 vallen provo en de kabouters, het Amsterdamse bouwvakkersoproer en de Nacht van Schmelzer, de opkomst van boer Koekoek en D'66, 'les évenements' in Parijsen de Maagdenhuisbezetting. En vooralVietnam. Een plan van de Werkgroep Politieke Discussie om een avond over Vietnam te organiseren lieten w i j varen toen president Johnson beloofde de bombardementen te stoppen, maar jaren later liep een aantal van ons nog eens met een zwarte rouwband op school wegenseen Vietnam-moratorium. Wij hebben met de klasgedemonstreerd opVliegveldVaIkenburg tegen de aankomst van een Griekse generaal. Machteloos woedend discussieerden w i j onder Plato bij Van Eerd over de Russische inval in Tsjechoslovakije e n de zelfverbranding van Jan Palach. Natuurlijk, iedereen verandert tussen zijn twaalfde en zijn achttiende, maartussen 1964 en 1970 leekdewereld teveranderen e n w i j - als ikal voor mijn 'jaargenoten' mag spreken - voelden ons daar enorm bij betrokken. Toen dan ook rond 1968 de inspraakgolf vanuit Berkeley en Nanterre over het Westen spoelde heeft ook het Rijnlandsdat kunnen merken. In 1964 droegen de leerlingen groene loden jassen e n bij voorkeur LMHC-dassen. De ROS was een voorgeborchte van de studentencorpora met een 'praeses'met een dubbele naam en een rood-geel lint om zijn nek met een pe.npi,ng. Conrector Vlam dirigeerde een compleet sc'hbolorkest en de plaatselijke pers schreef lovende recensies over de toneelstukken die rector Naeff regisseerde en soms zelf schreef. De 'poëzie' in de Roskam zou menig af levering van Candlelight hebben kunnen vullen. In het oude schooIgebouw ploften de olie-kachels en rook je de Scheikunde-proeven in alle lokalen. Voelt u de nostalgie? Maar's morgens als je te laat kwam stond de rector je op tewachten bij de schooldeur als Petrus aan de hemelpoort. Op het plein surveilleerden rokende leraren, want de leerlingen mochten niet roken. Rond het plein stond een hek en je mocht er in de pauzes alleen uit na het bereiken van de derde klas. Dat was een mijlpaal want binnen was alleen chocomel te krijgen e n buiten opde Tromplaan wachtte een ondernemende middenstander met een rijdende koek-en-zopie. Klassevertegenwoordigers sjouwden met een klasseboek waarin alle absenties nauwgezetwerden genoteerd. Om te bewijzendat ikgoed genoegwasom Gymnasium te doen moest ik mijn ruime voldoende voor Nederlands in een nog hoger cijfer omzetten. A l diege- en verboden werkten soms knap benauwend. Misschien ookdaardoor en verder omdat het 'in'was

gingen leerlingen inspraak eisen. Eind 1968, begin 1969 bereiktedie beweging opde middelbarescholen haar hoogtepunt. Zoals een echte beweging betaamt was ook dezedirect al verdeeld in de 'linkse'en door studenten gesteunde Scholieren Belangen Organisatie(SB0)en de 'neutrale'calanders, naar de Calandscholengemeenschap in Rotterdam waar een landelijke 'hear-in'was georganiseerd met leerlingenvan ruim 150scholen. Van het Rijnlandszijnwij ooknaar het Caland geweest, waar moties werden aangenomen over het facultatief bijwonen van lessen, meer ruimtevoor expressie-vakken, persvrijheid voor de schoolkrant, de 'kritische school', e n niet te vergeten, de schoolraad. In het naar de Apollolaan verhuisde Rijnlands hadden w i j uiteraard ook een schoolraad. Ik had de twijfelachtige eer daar de eerste voorzitter van te zijn. maar het is mij n u - en het was m i j denk ik ook toen,onduidelijkwatde schoolraad moest doen. Ja natuurlijk: de inspraakgestalte geven en concrete bevoegdheden eisen, maar inspraak waarin en bevoegdheden waarover! Opeen van de eerstevergaderingen van de schoolraad hadden w i j eenvoudigweg de democratisering van de school geagendeerd en w i j werden prompt opde thee genodigd bij de rector, die liever zag d a t w i j ietsdeden aande ROSkelder of over a I-da n-niet prik in de frisdrankautomaten. De relatie tussende schoolvereniging en de schoolraad was niet ergduidelijk,de publieke tribune bleef meestal leeg en het begin van het einde was toen ik werd opgevolgd door een leraar. Ik kijk met gemengde gevoelens terug naar onze verworven inspraak. Natuurlijk was er veel veranderd sinds 1964. M e t de LMHCdassen was het w e l eens irriterende elitaire sfeertje grootdeels verdwenen. Het teveel aan paternalistische regelingen was aanmerkelijk geslonken. Dat was alles echter geen verdienste van inspraak of schoolraad, want laten w i j w e l wezen, daarin was onder de leerlingen ook slechts een handjevol geïnteresseerd. Nee, deveranderingen waren veel meer een logisch uitvloeisel van de schaalvergroting. Het leerlingenaental wasvan zo'n 5 0 0 in 1964 tenminste verdubbeld e n in degrote scholengemeenschap aan de Apollolaan moest degoedbedoelde bevoogding w e l plaatsmaken voor en meer afstandelijke en anonieme benadering. Dat gaf enerzijds opluchting. maar ook heimwee naar wat sociologen de Gemeinschaft aan deTromplaan zouden noemen, waar jeop schoolavonden bijna iedereen kende. Het isook nooit goed.

Rudy B. Andeweg


wilde horen, er niet bij kon horen; je hÓ6rde er echter voor jouw gevoel bij te willen horen!

Fanatiek eenzaam zijn Voor mij was het een aardig toeval, dat er een verzoek om een terugblik op m'n schooltiid kwam. Dit omdat ikde laatste tijd toch al r.egelmatig terugdacht aan die tijd van 15 tot 9 .iaar aeleden. Niet rechtstreeksaandatgene wat in 'mijn speciale opdracht'genoemd staat, het belang van ontspanning, sport. De sport heeft er wel wat mee te maken. Ik kan nu terugdenken aan fanatiek bezig zijn met sport, met fanatiek leren - dit laatste vooral in de eerste twee klassen, in de latere klassen het eerste. Beide vormen van bezig zijn waren, denk ik, een soort kompensatie voor een gevoel van eenzaamheid. Ironisch genoeg waren beide ookweer mede oorzaakvan een stukje eenzaamheid. Hoe zo, kompensat ie? Eerst moet gezegd, dat terugdenken geschiedt vanuit de huidige situatie. [jat is er voor mij een met veel veranderingen, maar ookvaak, zelivertrouwen, zekerheid, met rust in 't lijf.Tegendezeachtergrond kan ik mevan m'n schooltijd herinneren: gebrek aan zelfvertrouwen, onzekerheid, eenzaamheid.Toen zag ik dat trouwens niet zo precies, 't was meer een algemeen gevoel van onrust. Nu kan ikdat dus benoemen. Daarom, denk ik nu,vanwegedat alleen zijn, jealleen voelen, wilde je ergens bij horen; wat in jezelf niet te vinden is, zoek je bij anderen (ten onrechte). Bijeen groep, bijvoorbeeld. Maar daar hoorde je ook niet bij. Achteraf denk ik, dat je diep in je hart er helemáál niet bij

Enfin, voor al die onzekerheid zocht je kompensatie in wat jezeker wist wel goed te kunnen: eerst vreselijk hoge cijfers halen, later alle mogelijke en onmogelijke toernooien organiseren, mensen optrommelen voor toernooien, wedstrijden elders. Een en anderwas helaasookweer oorzaakvan een stukje eenzaamheid. Hoge cijferszorgden namelijkvoor schaamte, een gevoel van buitengesloten zijn; je hoorde juist te zeggen dat 'je er niet veel aan gedaan had'en dolblijte zijn metzessen. En met sport intensief bezig zijn, wasookveel tefanatiek. Jevoeldejeookdaarin eeneenling. Nu kan ik denken: o, o, wat hóórde er toen toch een boel (niet).(Nog steeds hoort er trouwens een boel, maar voor mij hoeft dat niet meer zo nodig. Ik bepaal meestalzelf wel wat ik al of niet hoor te doen en laten.) Had je maar, toen al, een gevoel gehad vandat het prima is om te doen wat je goed kan, wees daar maar happy mee. Ik hoop niet dat uit bovenstaande het beeldvan een verschrikkelijke schooI(tijd)ontstaat. Ik denk vaak met plezier aan school terug. Een belangrijke plaats in deze herinneringen hebbenbijvoorbeelddege-zellige kletsuurties in de laatste twee klassen bii vooral mevrouw ~ortél. De hiervoor genoemde herinner ingen slaan geloof ik met nameopde tijdwaarin je niet inde klaszat, niet binnen die - opdat moment, indie situatie - veilige groepverkeerde. Pauzes, tussenuren, schoolavonden. Dat zijn de momenten waarop je zo graag (krampachtig) ergens bij wilde horen.


Nooit meer naar school, nooit meer naar school .....bij iedere maalbeweging van mijn benen herhaalde deze gedachtezich in mijn hoofd. De laatste fietstocht van Oegstgeest naar Noordwijkwas eindelijkeen feit geworden, geslaagd, geslaagd en ..... nooit meer naar school. Nu, nog geen tien jaar later vraagt men mij om nog eens terug te keren naar school, niet als leerling maar als re端nist. Pas dan besef je hoezeer schoolherinneringen deel uit zijn gaan maken van je diepere gevoelsleven. Het verlangen naar dat geregelde en vooral georganiseerde volgens vaste routes en stramienen uitgestippelde bestaan. Leraren die, in mijn toen o zo gesloten ogen, je leven op systematisch opgezette wijzewisten te vergallen. Dezelfde leraren waar je nu nog af en toeweemoedig aan terug denkt als je je eigen werkschema moet opzetten en erger, ook nog op tijd moet uitvoeren. Chef, bedrijf of klant zijn geen leraren die met je opgescheept zitten. Neen, het aanbod van plaatsvervangers is soms wel schrikbarend grootte noemen. Geen geregelde overhoringen meer die er zorg voor dragen dat jewerkop de juiste tijd en plaats zijn vrucht zal gaan afwerpen. Neen dat alles is nu nog slechtseen zeer prettige herinnering om aan terug te denken. Naeff,Van Mierlo, Timmermans, Doove, Neijenhuijs Steketee, Pellinkhof, allen namen die herinneringen oproepen. Het sterkst in het geheugen gegrift staan echter devakgroepen lichamelijke opvoeding en handtekenen. WesseI alleen, doch zeer krachtig het eerste jaar.

Gerbranda evenwel had duidelijk een veel grotere invloed, al die iaren adviseerde hij mij al een bepaalde takvan sport te gaan beoefenen, eenadvies dat even zoveel malen door mii resoluutvan de hand werd gewezen. Niet lang na hetdefinitief verlaten van school ben iktot vandaag aan toe met veel succes en enthousiasme de door hem bedoelde sport gaan beoefenen. Schuts, die al dat poppetjes tekenen maar niets vond en meer gaf om echte 'kunstzinnige'expressies en KareI Kok tenslotte die ik nooit als leraar heb gehad. Hij zorgde, toen al, voor een aanvullend diensten pakket, fotografie, etsen, linoleumsnijden en natuurlijkdrukken, na schooltijd, op die mooieoude handpers. Zou die er nog zijn? Wessel, Gerbranda, Schuts en Kok zij de niet te vergeten namen uit een vijfjarige HBS B-tijd. En nu na al die jaren zijn het nog steedsdezelfde twee vakkengroepen die mij het sterkst bezig houden.veel sport alsontspanning voor de inspanning die verricht wordt aan tekenwerk als illustrator, cartoonist en reklameman. Schoolzou dusalles behalve uitgebannen zijn in het nu voor mij geldende levenspatroon en de uitspraak heden en verleden iseven actueel te noemen alsde uitspraak heden en verlangen. Heden en ver ...... dus.


lijk aan voorbij. Iser een toneelgroepop school (let wel: een professionele), dan komen misschien 20 mensen kijken. Zo zou ik nog wel even door kunnen gaan. Waar ligt dat aan? Ik neem voor het gemakeen toneelvoorstelling als voorbeeld. Waarom trekt diezoweinig belangstelling? Omdat er geen bekenden (dat wil zeggen: familieleden, vrienden, kennissen)aan meedoen. Omdat men geen zin heeft of geen tijdom te gaan kijken. Omdat men wel wat beters te doen heeft. Ikvind dat een teken dat men niet erg geĂŻnteresseerd is in toneel. Maar dat vind iknog geen reden om maar geen toneelgroepen meer uit te nodigen, omdat er toch geen kip komt kijken, en het alleen maar geld kost. Van sommige dingen, ook van toneel, moet je leren houden. Er moet interessegewektworden. Niet alleen

door middel van een aff iche dat ergens op een auladeur hangt, met dedatum en aanvangstijd, nee, er moet aandacht aan worden besteed in de lessen. Een toneelstuk moet worden voorbespoken, geanalyseerd, uitgelegd. Juist hier zou deschool haar taakals leerinstituut kunnen waarmaken. Er moet naar mijn mening een duidelijke keus gemaakt worden door de school in zake het cultuurbeleid. De vraag is natuurlijkof de school datwil. Het veelgebruikte argument dat de school al zo bijzonder veeldoet, vind ik nog geen reden om het bij het oude te laten. Vooruitgang is essentiĂŤel, zeker in het onderwijs. Mijn adviesvoor devolgende25 jaar zou zijn: cultuur op school, binnen de lesuren An daarbuiten. Jacqueline Blom


Een praatje bij het plaatje Bij nostalgische woorden en foto's horen nostalgische klanken. Opdit grammofoonplaatje iseen aantal momenten, diede geschiedenisvan het Rijnlands kenmerken, vastgelegd. Aan de geluidskwaliteit moet U maar niet te hoge eisen stellen: somszult U moeite hebben om het allemaal goed te volgen. Het ligt niet aan Uw oren, niet aan U w geluidsapparatuur en zeker niet aan het bedrijf SONOPRESSE, Rotterdam, dat het plaatje voor ons maakte. Hopelijk kunt U via dezegeluiden en klanken een aantal akoustische momenten (her-)beleven: Kant l 1. Het schoollied: Wie hier zijn schooljaren slijt 2. Eerste steenlegging, 3 december 1966 3. Het bereiken van het hoogste punt, 5 december 5 december 1967

4. Muziek op het thema 'reclame',openingshow 19 december 1968 5. Symphonie in N.A.E.F.F.,door het orkestonder leiding van Dr. Chr.C.Vlam, tergelegenheid van het afscheidvan de heer Naeff op24 juni 1970 6. Imitatie van de heer Naeff door de heervan Duykeren, afscheidsshow voor de heer Naeff, 24 juni 1970 Kant 2 1. Deschoolbel 2. Agendashow op 19 december 1973:het afkortingenlied door docenten 3. Rampennummer 4. Droomshow20december 1977:openingslied 5. Lesdromen 6. Dromen zijn bedrog 7. Omroep 8. Dankwoord van de heer Van Mierlo na de lustrumshow 1980:'Meneer, mag het raam open?', 18 december 1980 9. Slotlied lustrumshow 10. Mededelingen

Colophon Dit Lustrumboekje werd gedrukt op Cromolux, 250 grs. en gezet uit de univers mager. Redaktie

Jan'Gerbranda Harryvan Mierlo Bart Bosman, secretaris Hans Luyendijk, eindredaktie Foto's M . Koning en leerlingen vande school Illustraties Fay Luyendijk GeluidsarchiefDorus Polman Her man Onderwater Grammofoonplaatje werd vervaardigd door Sonopresse, Rotterdam. Technische afwerking Samsom-Sijthoff, Alphen aan den Rijn Het Lustrumlogo werd ontworpen door Lex Peeters, Amsterdam.


Lustrumboekje 1981