Page 1


medewerkers dax nr. 29

dax is een onafhankelijk vakblad

dat wordt uitgegeven door CCK Media in Den Haag. In de vijfde jaargang

verschijnt dax zes keer. Abonnees van dax ontvangen ook de maandelijkse, digitale dax_nwslttr.

actualiteiten

CCK

jan klomp, liesbeth boeter en marjolein de haan vormen de altijd lachende, hardwerkende, professionele en ambitieuze redactie van deze editie van dax. Tijdens de vorige winterpitch brachten ze met hun stoere thema ‘f*ck ambacht!’ even iedereen aan het schrikken. En aan het lachen. Zo ging het ook met de totstandkoming van deze dax. Een gewaagd omslag? Even schrikken, dan hard werken, maar daarna iedereen blij met het resultaat. Jan bewaakte zorgvuldig de inhoud van het blad en controleerde op innovatiekracht van de onderwerpen. Marjolein gooide overal een hippe Amsterdamse saus overheen en was tegelijkertijd de aanjager van beeld, agenda en processen. Liesbeth wist als geen ander de sfeer van het bureau te karakteriseren en bracht de link met het koken. Voor het vaste team van dax was deze editie een feest om te maken: we hopen dat dat ook voor de lezers van de pagina’s knalt! • de website van Heren 5 is geheel vernieuwd: www.heren5.nl

cck media

koninginnegracht 47 2514 ae den haag e i

cck@cckmedia.nl

sander meisner is een Amsterdamse fotograaf, gespecialiseerd in middenformaat film en fotografie, waarbij hij gebruik maakt van lange sluitertijden en beschikbaar kunstlicht. Voor deze dax maakte hij de foto voor het omslag en de prachtige aankeilers (hier rechts en op pagina’s 25, 67 en 85) van het lichtkunstwerk van CAN fase 1. Sander is een nachtwandelaar. Door de stad lopend ontdekt hij kleurrijke schoonheid in de eenzame lege hoeken en het beton van de onopgemerkte, onzichtbare delen van de stad. Sander maakt van deze vaak onopgemerkte ruimtes prachtige objecten waarbij licht en schaduw een evengroot onderdeel van de geometrische verhoudingen in de compositie bepalen als de vorm van het onderwerp • www.sandermeisner.nl

www.cckmedia.nl

advertentiewerving dax

erik de jong en yuk chi kan advercom, haarlem e t

erik@dax-magazine.nl +31 (0)6 24 68 52 25

website & dax_nwslttr bliss-webdesign

jochen van wylick i

kees hummel is fotograaf en werkt al geruime tijd samen met Heren 5 architecten. Veel projecten van het bureau zijn voorzien van een fotografische handtekening van Kees, waaronder het project CAN fase 1, het hoofdproject van deze dax. Met een grote diversiteit in de fotografische onderwerpen, kenmerkt het werk van Kees zich door kracht en eenvoud. Sterke vlakverdelingen en kleurcomposities resulteren in een uitgesproken beeld. Door de persoonlijke benadering is de sfeer van iedere foto voelbaar • www.keeshummel.nl

www.bliss-webdesign.nl

drukwerk

zwaan printmedia industrieweg 58

1521 ne wormerveer t i

+31 (0)75 6478787 www.zwaan.nl

 8

medewerkers dax nr. 29

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

WATT sustainable dance club, Rotterdam • image Kossmann.dejong, www.kossmanndejong.nl CAN fase 1, Amsterdam-Noord • ontwerp Heren 5 architecten • foto Sander Meisner


interview ‘het vak is aan het veranderen en architecten moeten mee’

Jan Klomp, Bas Liesker, Ed. Bijman

Heren 5 architecten bestaat sinds 1991 en is gegroeid van een studentenatelier naar een middelgroot architectenbureau dat innovatie en vakmanschap hoog in het vaandel heeft. Van de heren zijn er nu nog drie die de scepter zwaaien: Jan Klomp, Bas Liesker en Ed. Bijman. Zij vertellen over de fasen waar het bureau doorheen is gegaan en hoe ze nu strategieën bedenken om een voor de branche moeilijke tijd goed door te komen. ‘De economische crisis, het milieuvraagstuk: het zijn ontwikkelingen die ook wel weer energie genereren.’ Op bijzondere wijze wordt die energie - altijd in teamverband - omgezet in nieuwe processen, innovatieve oplossingen en inspirerende bijeenkomsten. Architectuur is een heerlijke uitdaging, bij Heren 5. van vijf studenten naar ‘Jan, Bas en Ed. en de rest’ ‘Heren 5 is volwassen geworden’, zo stellen Jan Klomp, Bas Liesker en Ed. Bijman halverwege het gesprek dat we met elkaar voeren, zo vlak voor het

begin van een nieuw decennium. Ze kennen elkaar al vanaf hun studietijd. Het is niet per se de meest logische stap om samen een bureau op te zetten, zo zeggen ze nu. ‘We konden de kracht van de samenwerking niet benoemen, het bleef allemaal onwennig, weinig opbouwend’, zegt jan Klomp. Na drie jaar haalden ze er een expert bij: Marcus de Koning, ooit de rechterhand van Maaskant. ‘Hij kwam binnen..’, zo herinnert Ed. zich, ‘..hield zijn jas aan en vroeg ‘gaan we met drie kapiteins op een schip varen of in convooi?’ Dat convooi zijn we toen gaan uitdiepen: wat is de kracht van de ander, hoe kan je elkaar het best aanvullen?’. De basis voor een rendabele onderneming werd gebouwd: ‘Marcus was een strenge leermeester, een generaal en keiharde werker. ‘Je kunt het toch niet maken om op het salaris van je vrouw te leven?’, riep hij dan. We moesten spek op de botten kweken, keuzes maken. We hadden het altijd over de grote A van architectuur, maar er zijn zoveel dingen

sneeuwballengevecht aan de kade in Amsterdam-Noord: Heren 5 architecten anno 2010

Vijf studenten pendelden heen en weer tussen Amsterdam en Delft, hadden discussies over de studie die ze daar volgden: een TU-opleiding Bouwkunde, nadat ze de HTS hadden afgerond. Verhuizen naar Delft leek niet interessant; het studentenleven aldaar ging goeddeels aan ze voorbij. Nee, in Amsterdam kon je ook een goede boom opzetten over architectuur, bijvoorbeeld op de zolder van Bas. Kratjes naar boven sjouwen, af en toe eens iemand uitnodigen om een verhaal te houden: het zolderatelier werd al gauw een architectencafé. De zolder hield het niet helemaal, dus werd gezocht naar een andere locatie: een echt café. De plannen die op de zolder werden uitgewerkt, kregen ook een concreter karakter. Eigenlijk

26

interview heren 5

is Heren 5 daar op die Amsterdamse zolder geboren, begin jaren negentig. In 1991 werd het architectenbureau officieel genoteerd, in 1994 consolideerde de huidige organisatie met Jan, Ed. en Bas aan het roer. De naam ‘Heren 5’ bleef, ook toen het bureau groeide, verhuisde via de Nieuwe Achtergracht naar een prachtige locatie in Amsterdam-Noord, aan het IJ. Het bureau telt op dit moment twintig medewerkers (heren én dames!) en werkt aan zeer uiteenlopende projecten. Bijzonder is wel dat het karakter van die eerste jaren nog regelmatig is te proeven: de gesprekken aan de keukentafel, de Architectencafé’s (soms met tachtig bezoekers!) en de wens om vernieuwend met je vak bezig te zijn.

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

Gerenstein Gallery, Amsterdam Zuidoost • oplevering 2007

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

interview heren 5

27


renovatieflat Leeuw van Vlaanderen, langs de A10 in Amsterdam • oplevering 2006

daaromheen die de A mogelijk moeten maken’, stelt Jan. Na ruim tien jaar werd de samenwerking met De Koning beëindigd. ‘We vonden toen dat we een professioneel bureau waren geworden’, lacht Bas. ‘Jan, Bas en Ed. en de rest.’ 3 fases, 2 coaches, 1 team De heren onderscheiden drie fases die het bureau heeft doorgemaakt. In 2006 eindigde de startfase, waarbij ze werden gecoacht door De Koning en het ‘klappen van de zweep hebben geleerd’. Na een mooi afscheid in Kopenhagen (‘genietend van de A van architectuur - de werken van Utzon’) werd toch weer een adviseur gezocht, een extern klankbord. ‘Het bleef een beetje kabbelen’, zegt Ed. Het klankbord werd gevonden in Jan Pieter van Lieshout, van oorsprong dansmeester en als geen ander in staat om alle aspecten van de organisatie van het bureau met elkaar in verband te brengen. De samenwerking duurde drie jaar, waarin niet alleen het bureau werd gecoacht maar ook op individueel vlak veel gesprekken werden gehouden. ‘Je moet ook je eigen kracht leren kennen’, stelt Jan. Sinds 2009 hebben de drie directieleden hun draai gevonden, staat de organisatie op zichzelf. ‘Het bureau is nu meer dan drie personen’, vertelt Bas. ‘We zijn met het hele bureau toegegroeid naar een nieuwe fase waarin we met elkaar de richting bepalen en kunnen anticiperen op wat er in de branche gebeurt. Niet afwachtend, maar initiërend.’

28

interview heren 5

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

de visie van Heren 5 ‘We worden wel eens gevraagd “heeft Heren 5 wel een visie?” Misschien omdat er niet een eenduidige stijl of relatie is, als je onze gebouwen bekijkt. Onze visie heeft niet zozeer betrekking op het eindresultaat van ons werk, maar meer op de aanpak.’ ‘Wij geloven niet in architectuur als godgezonden cultuurvorm. Die statusgevoeligheid hebben we helemaal niet. Architectuur komt tot stand door samenwerking en discussie.’ ‘Architectuur moet werken: het moet functioneren én er goed uitzien. Bij bijna elk project zijn we met uitvindingen bezig, nieuwe dingen aan het bedenken vanuit de kennis van traditie en materialen. Voor ons is dat de nieuwe ambachtelijkheid, heel inspirerend.’

linkerpagina, van linksboven met de klok mee: De Bras, Ypenburg,

oplevering 2009 • La Grande Cour,

Westerdokseiland, Amsterdam, oplevering 2008 • Tuinderspad, Alkmaar, oplevering 2008 • kantoorvilla

Kanaalpad, Apeldoorn, oplevering 2009 • De Boomgaarden, Wage-

ningen, oplevering 2007 • interieur

kantoorvilla Kanaalpad, Apeldoorn, oplevering 2009

Aanloop van Abe ‘We vinden het belangrijk om kennis te delen. Binnen het bureau, in een projectteam, maar ook met vakgenoten. Het onderwerp duurzaamheid is bijvoorbeeld zó breed: het raakt heel veel aspecten van het vak. Het is niet zinvol om ieder voor zich daar oplossingen voor te bedenken.’ ‘Met opdrachtgevers, projectontwikkelaars, adviseurs en architectenbureau FARO zijn we nu onder de naam ‘Aanloop van Abe’ een netwerk aan het opbouwen om specifiek op dit onderwerp kennis te vergaren. De kiem zit erin, de discussie is begonnen. Dat is mooi, dat geeft weer nieuwe energie.’

interview heren 5

29


andere tijden ‘Deze economisch moeilijke tijd vraagt om een andere aanpak. Budgetten en honoraria staan onder druk; je wordt gedwongen tot een andere manier van werken. Referenties zijn niet meer geldig: je moet - met elkaar - een nieuw verwachtingskader ontwikkelen. En dan moet je vindingrijk zijn. We willen de kwaliteit kunnen bewaken, maar hebben nieuwe randvoorwaarden. De wil om naar een oplossing te zoeken is groot. Je ziet dat de crisis daarmee ook tot nieuwe - positieve - initiatieven leidt.’ ‘We hebben hier sessies gehouden met het onderwerp “hoe kunnen we meer voor minder?”. Het basisidee waar we nu mee werken is het model hogedrukpan: VO en DO in fases met versneld tempo genereren, deze fases neerleggen bij de opdrachtgever en - in de tijd tussen indienen en de reactie - andere projecten aanpakken op dezelfde manier. Zulke aanpassingen van het proces moet je afstemmen met je opdrachtgever en adviseurs: als architect ben je maar één speler in het geheel. Alle partijen moeten er een goed gevoel over hebben. Voor ons gaat het werken. Het voelt beter dan de kaasschaaf over het hele project halen.’ wishful thinking ‘We merken wel een cultuuromslag. Iedereen staat onder druk, ook de adviseurs. Het collectieve geheugen lijkt wel minder waarde te hebben gekregen. Dat levert spanningen op, je moet een nieuwe posi-

Dillenburgh, Leidschendam • oplevering 2011

30

interview heren 5

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

tie als vakman veroveren of zelfs creëren.’ ‘We zitten in een transitiefase: de oude situatie komt nooit meer terug. Aan de ene kant is dat goed. Aan de andere kant ook onzeker, want de reden voor transitie heeft vooral met geld te maken. Toch denken wij dat we als bureau, maar ook als beroepsgroep hier goed uit kunnen komen. Misschien is het wishful thinking, de tijd zal het leren.’ spirit in Amsterdam-Noord ‘We zijn heel blij met het team dat we nu hebben. Er zit een goede spirit in de organisatie en die moeten we zien te behouden. Er is een bureaubreed bewustzijn daarvan, we zijn alert: zowel als groep als individueel. Bij ontwerpsessies mag iedereen zijn ideeën inbrengen, of het nu een stagiair is of de projectleider. We kunnen elkaar open aanspreken op zaken.’ ‘Bepaalde goede dingen uit de begintijd zijn na verloop van tijd weer teruggekomen. Het Architectencafé is daar een voorbeeld van. We nodigen mensen uit om een verhaal te komen vertellen. En dan begint het te gonzen in Noord... “Er gebeurt iets bij Heren 5!” Bij het laatste Architectencafé stond er een rij wachtenden: het zaaltje was helemaal vol, tachtig mensen. De vraag “hebben jullie visie of zijn jullie gewoon bouwers?” draaien we om: we bouwen voortdurend aan een visie. Met alleen maar drijven en de motor uit kom je geen steek verder.’ Caroline Kruit

interview heren 5

deze pagina, van linksboven met

de klok mee: kantoorgebouw Poeldijkstraat, Amsterdam, oplevering 2010 • IJclub, Amsterdam Noord,

voorlopig ontwerp • renovatieflat ‘Oldenzaals Kant’, oplevering 2011

• Schatkamer van der Ploeg, Apeldoorn, oplevering 2011

beeld in dit artikel

foto’s Jeroen Musch (De Boomgaarden), John Lewis Marshall

(La Grande Cour), Roos Aldershoff

(Gerenstein), Karel Tomei (De Bras), overige foto’s Kees Hummel.

Visualisaties Comedia 3D (Poel-

dijkstraat), Team 3D (Dillenburgh), Heren 5 (IJclub, Marjolein de Haan •Schatkamer Van der Ploeg, Sjuul Cluitmans • Oldenzaals Kant, Rodger van Leeuwen).

31


project CAN fase 1 Amsterdam-Noord Heren 5 architecten, Amsterdam

Amsterdam-Noord krijgt een flinke zet voorwaarts. Het winkelgebied Boven ’t Y wordt getransformeerd tot Centrumgebied Amsterdam Noord (CAN). In de eerste fase van de ontwikkeling kreeg Heren 5 architecten opdracht om een blok te ontwerpen ter grootte van een voetbalveld en 25 m hoog. Daarin moesten parkeren, wonen en winkelen bijeenkomen. Met de ontwikkeling van de gevel hebben de architecten het gebied op verrassende wijze op de kaart gezet. In de wijk, in de jaren zestig ontworpen door de twintigste-eeuwse architect Frans van Gool, staan veel schijfvormige gebouwen. Het programma voor de nieuwbouw van CAN fase 1 was eigenlijk te groot voor de locatie. Daarom is de hoofdvorm in vier schijven opgedeeld, die op de begane grond met elkaar zijn verbonden. In de schijf aan de straatzijde bevinden zich woningen. In de andere schijven is een efficiënte parkeergarage opgenomen, die volledig losstaat van de woningen. De drie ruimtes tussen de schijven laten licht en lucht toe tot diep in het gebouw, ontsluiten de woningen en geven oriëntatie in de garage. Ook zorgen ze voor afvoer van uitlaatgassen. commerciële passage De hele begane grondvloer en een deel van de eerste verdieping is gereserveerd voor winkels. Aan de noordkant zijn ze ontsloten richting het bestaande winkelcentrum. Een kronkelende passage verbindt

programma

parkeren

het winkelgebied met de verkeersader aan de zuidkant. Waar de ruimtes tussen de bouwschijven de begane grond kruisen valt het daglicht tot in de openbare doorgang. Dit draagt bij aan de open ambiance die van de gang een stedelijke passage moet maken. dubbele spiraal Boven de winkels zijn ruim achthonderd parkeerplaatsen. Er is een aantal slimme vondsten gebruikt om de garage efficiënt, veilig en rendabel te maken. De parkeergarage is opgebouwd als een dubbele spiraal die is opgeknipt in drie schijven in de lengterichting van het gebouw. Daarmee zijn er drie rijbanen met een opgaande en een neergaande spiraal die samenvallen in een horizontale baan. Zo wordt kruisend verkeer vermeden. De lange vides zorgen voor daglicht en creëren ruimte. hellingbaan parkeren De parkeervakken zijn gerangschikt in een hoek van zeventig graden met de rijbaan. Zo is alle verkeer éénrichting geworden en is het in- en uitrijden makkelijk. Mede door deze indeling kon de overspanning van het parkeerveld worden beperkt tot 14,4 m. Door het parkeerveld in één keer te overspannen staan de kolommen aan de rand van de vides in één lijn met de betonbalk die ook de betonnen hekwerken vormt. De garage is voor voetgangers bereikbaar vanaf twee liften die in de winkelpassage uitkomen. Het

70o parkeren + éénrichtingsverkeer

hellingbaanparkeren zonder kruisende rijbanen overzicht project met de doorgaande straat waaraan de woningen

zich bevinden. Aan de achterzijde opdelen en uitknikken

32

can fase 1, amsterdam

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

passage en expeditie

bevindt zich het winkelcentrum

stadshuizen voorlangs

Boven ’t Y .

can fase 1, amsterdam

33


Met een passage ontsluit het

gebouw de toegang naar het

bestaande winkelgebied Boven

’t Y. Ook hier leveren de lichthoven

tussen de volumeschijven een aanzienlijke hoeveelheid daglicht.

parkeerlaag: via de gevel en de

lichthoven tussen de vloeren komt voldoende daglicht binnen.

B plattegrond vierde verdieping schaal 1 : 1000

A

A

10

1. winkel 2. passage 3. inrit/uitrit 4. expeditie 5. driekamerwoning 6. galerij 7. vide 8. parkeerbaan “op en neer” 9. parkeerbaan “neer” 10. parkeerbaan “op”

7 8 7 9 6 5 galerij tussen de parkeergarage B

plattegrond begane grond schaal 1 : 1000

A

11

1

11

(links) en de woningen

B 2

A

1

4

1 12

3

1

1

1

1

1

2

1

11

1

B langsdoorsnede A-A schaal 1 : 1000

gevelbeeld met de galerijwoningen 183,3

aan de doorgaande weg in het plan,

*240

*240

183,3

183,3 *240

183,3 *240

*240 183,3

Buikslotermeerplein

*240 183,3

183,3 *240

34

can fase 1, amsterdam

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

can fase 1, amsterdam

35


doorsnede B-B schaal 1 : 500

verticale doorsnede

1

verticale doorsnede

2

schaal 1 : 20

3

1. betonkolom 2. HEA140 doorrijbeveiliging 3. verlichtingsarmatuur 4. HEA100 5. open baksteen, verticaal 6. beugel voor ophanging Leebrick paneel 7. kanaalplaatvloer 8. kokerprofiel 40x70 mm koudgewalst staal 9. prefab betonbalk 10. baksteen, vooruitstekend i.v.m. patroon

bevestiging gevelelement

4

gevel met prefab elementen schaal 1 : 50

5

6 7

8 9 verticaal detail bevestiging schaal 1 : 10

horizontaal detail schaal 1 : 20

10

aan de binnenzijde is de overgang

8

tussen de elementen zichtbaar, aan

6

de buitenzijde loopt het patroon naadloos door

36

can fase 1, amsterdam

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

can fase 1, amsterdam

37


project

CAN fase 1,

winkelcentrum Boven ‘t Y locatie

Amsterdam-Noord opdrachtgevers

ING Real Estate Development en Ymere (woningen) lichtkunst

Willem Hoebink, Jan-Hein Daniëls www.willemhoebink.nl foto’s

Kees Hummel, www.keeshummel.nl; Sander Meisner, www. sandermeisner.nl

middelste volume is geknikt, waardoor het verkeer wordt afgeremd, meer licht wordt toegelaten in de passage en de oriëntatie in de garage duidelijk wordt. woningen In de schijf aan de zuidkant zijn sociale huurwoningen opgesteld in elf ‘stadshuizen’. De veertig huurappartementen zijn ruim opgezet en worden steeds om een buitenruimte heengevouwen. Hierdoor is er binnen een groter gevoel van ruimte en vangen de woningen veel licht. De ontsluiting is een brede half-open gang van hout en stalen roosters waar vides doorheen zijn geprikt. Langs stalen draden aan de garagegevel, naast de ruime overloop, is plek voor klimplanten. Door het open, ruime karakter nodigt de galerij ook uit tot interactie tussen bewoners van de verschillende bouwlagen. De galerij is gedetailleerd als buitenruimte, zodat er aan minder stringente (brandveiligheids-)eisen hoefde te worden voldaan. prefab gevel met baksteen De gevel van het hele gebouw is opgetrokken in baksteen. Er zijn verschillende kleuren en technieken gebruikt. De plint en de woningen zijn in een halfsteens blokverband gemetseld. De gevel van de parkeergarage erboven is halfopen en opgebouwd uit meer dan gevelhoge elementen. Deze elementen zijn gemaakt van koudgevormde staalprofielen en ‘gevuld’ met bakstenen. Hierbij zijn er verschillende warme kleuren van één baksteenfamilie gebruikt. Door steeds twee kleuren per schijf in een patroon te zetten, krijgen de lange volumes verband met elkaar en wordt de gebouwlengte van 100 m van een begrijpelijke maatvoering voorzien. Het patroon is een “Y”-vorm die zich dwars over alle verdiepingen herhaalt. De stenen zijn opgenomen in stalen frames van 2,5 m x 3 m met een speciaal voor dit project ontwikkelde ophanging en montage. De maatvoering van de stenen is afgestemd op met die van de panelen en daardoor is de overgang tussen de afzonderlijke panelen onzichtbaar. In het frame zijn bakstenen verticaal om-en-om geplaatst met een steenbreedte tussenruimte: dit zorgt ervoor dat de gevel ruim 40% open is. Dat bleek voldoende om aan de eis van rookafvoer te voldoen.

lichtkunstwerk ‘mediumCAN’ Als het buiten donker wordt, openbaart zich een verrassing. Verlichtingsarmaturen in de gevel laten de textuur van de gevel oplichten. Twee lichtkunstenaars, Willem Hoebink en Jan-Hein Daniëls, hebben een lichtontwerp gemaakt voor de gevel. Zij maakten van het gebouw een medium voor kunst. In de vangrails, achter de open panelen, zijn dimbare tl-buizen geplaatst. Deze worden individueel aangestuurd vanuit een centrale computer. De vijfhonderd gevelpanelen zijn als pixels van een beeldmedium. De programmering biedt een eindeloze variatie aan magische en poëtische bewegingspatronen. Door lichtmeting en dimbare tl-lampen, kan het lichtniveau worden aangepast aan het beschikbare daglicht. ‘s Avonds wordt de hierdoor uitgespaarde energie ingezet voor het lichtkunstwerk. De lampen verlichten de diepte van de steen. Door het keramiek heen ontstaat een warme gloed, die het gebouw in zijn omgeving een extra dimensie geeft. details Heren 5 heeft samen met financiers, ontwikkelaars en producenten lang aan allerlei details gesleuteld: van het programma van eisen tot en met de uitvoering. Dat heeft geleid tot een compleet gebouw dat bijdraagt aan de (her)ontwikkeling van het gebied ten noorden van het IJ. Zo hoort ambachtelijke architectuur te zijn: mooi, vernuftig, vernieuwend, maar zeker ook degelijk. En daar slaagt Heren 5 helemaal in. Dit project is ongewoon goed. Philip Allin

architect Heren 5 architecten www.heren5.nl

aannemer Heijmans Bouw, Almere www.heijmans.nl

installaties Huygen Installatie Adviseurs, www.huygen.net

projectteam Jeroen Atteveld, Egbert Duijn, Charitas van der Heide, Jan Klomp, Klaas-Hein Veenhof

constructeur Corsmit Raadgevende Ingenieurs, www.corsmit-sec.nl

baksteen gevelpanelen Leebo dak- en geveltechniek, www.leebo.nl

bouwfysica Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs, www.chri.nl

leverancier bakstenen Wienerberger, www.wienerberger.nl

oplevering 1 september 2009

38

maatpak Als een maatgevoerde jas met ruitpatroon is de geprefabriceerde gevel rondom het gebouw getrokken. Het gebouw verandert door de dag heen van karakter vanwege de steeds veranderende lichtinval of lichtuitstraling en het wisselend gebruik van de ruimten. Bijkomend effect van deze uniforme gevel is dat het gebouw, gelegen aan een doorgaande weg, geen ‘achterkant’ heeft. Hierdoor blijft het pand aan elke kant herkenbaar en vriendelijk, ondanks de grootte. Alleen de laad- en losdeuren doen vermoeden dat het pand meerdere functies herbergt.

can fase 1, amsterdam

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

can fase 1, amsterdam

39


aan de keukentafel. over ingrediënten, recepten en de kok

Wat bepaalt de kwaliteit van een goed gerecht? Zijn het de ingrediënten, is het het recept of toch de kok? Aan de keukentafel bij Heren 5 kan uren gesproken worden over koken en architectuur. De keukentafel heeft dan ook een prominente plaats in het bureau. Hier wordt gegeten, overlegd en ontworpen. Het verband tussen koken en architectuur is een fascinerend gespreksonderwerp. Het blijkt dat er zich onder architecten een behoorlijk aantal hobbykoks schuil houdt. Architecten houden óf van koken, óf van muziek, roepen we wel eens op de dax_redactie. Voor dit artikel beperken we ons tot de eerste groep, de kokende architecten. Waar komt deze fascinatie voor het bereiden van voedsel vandaan? In hoeverre komt de werkwijze van het bereiden van een maaltijd overeen met het ontwerpen van een gebouw? De mensen van Heren 5 laten zich graag inspireren door de kunst van het koken. Zoals een kok kookt met verse ingrediënten, zo ontwerpt Heren 5 ambachtelijk met een twist, als het kan met producten uit de streek. De kookkunst van de architectuur ‘What Architects Cook Up’, is een uniek boek geheel gewijd aan de architect als keukenprins. Vijfentwintig architecten geven daarin hun keukengeheimen prijs en bereiden samen met professionele chefs hun lievelingsgerecht. Het resultaat is vastgelegd op foto’s en omschreven in recept. De redactie van het boek trekt een parallel tussen de gepresenteerde gerechten en de architectuur (opvatting) van hun bereider. Met bijzonder opvallende gelijkenissen tot gevolg! mooi én lekker Wat serveert een architect zijn gasten? De kans is groot dat het geen macaroni met ham en kaas zal zijn. Veel waarschijnlijker is het dat er een bijzondere maaltijd wordt opgediend. Bereid met veel creativiteit, aandacht voor de planning, de esthetische kwaliteit en de ingrediënten in de hoofdrol. Natuurlijk wordt al die moeite gedaan met als doel dat het eindresultaat overheerlijk is! We draaien het eens om. Schuilt er ook een architect in de gemiddelde chefkok? Als je de kookprogramma’s van nu bekijkt, zou je het bijna denken. Daar staat een chefkok, zoals Herman den Blijker, niet slechts achter het roer in de keuken, maar bemoeit

56

architectuur en koken

hij zich met het totaalconcept. Hij bepaalt de indeling van het restaurant, het comfort, de sfeer en kleur van het meubilair en maakt zelfs het belichtingsplan. Hoe representatief deze programma’s zijn voor het reilen en zeilen in een gemiddeld restaurant is de vraag, maar duidelijk is wel dat je er als topkok met verse ingrediënten alleen niet bent.

overleg aan de keukentafel met Wienerberger (Cees Groot).

kookboeken voor koks In Nederland worden veel koks op jonge leeftijd achter het fornuis geboren, met een koekenpan en beslag in de aanslag. Even later wordt met trots de eerste zelf gebakken pannenkoek gedemonstreerd. Om te leren koken moeten de basisvaardigheden eigen gemaakt worden en spelen regionale tradities onmiskenbaar een rol. We gebruiken de kennis van de mensen om ons heen, of de naslagwerken die ons worden aangereikt. Het meest uitgebreide basiskookboek van Nederland is het ‘Kookboek van de Amsterdamse Huishoudschool’. Hierin zijn recepten en de bereidingswijze van traditionele Hollandse gerechten omschreven. Het boek is, op verzoek van velen, in 1910 geschreven door mevrouw Wannée die toen les gaf aan de huishoudschool. Nu, honderd jaar later, is het boek ºal achtentwintig keer herdrukt en zijn er zeker een miljoen exemplaren over de toonbank gegaan. Verrassend genoeg blijken de honderd jaar oude recepten, ondanks alle technologische ontwikkelingen en het komen en gaan van trends, in hoofdlijnen nog steeds actueel.

proefopstelling gevel CAN fase 1 bij Leebo (links) • proefopstelling dak Vissershop, Zaandam.

recepten voor architectuur Een parallel in de bouwkunst is zeker te vinden. Een van de eerste handboeken voor architecten is geschreven door Vitruvius: de architectura ‘over bouwkunst’. Daarin zet hij spelregels voor het vak uiteen. Volgens dit boek vloeien vaste verhoudingen in de architectuur voort uit de harmonie in de kosmos. De vaste verhoudingen van het menselijke lichaam dienen daarbij als voorbeeld. De lengte van kruin tot teen, aldus Vitruvius, is gelijk aan de afstand tussen de uitgespreide armen. Het geheel past in een cirkel waarvan het middelpunt de navel is. De lengte van een voet is gelijk aan een zesde deel van de lengte van het lichaam. Hiermee betoogde Vitruvius hij dat vaste verhoudingen belangrijk waren; de natuur zelf gaf immers het voorbeeld.

inspiratie-avond en redactie-overleg met dax aan de keukentafel

(links) • proefopstelling Polderweg, Amsterdam.

lees verder op pagina 60

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

architectuur en koken

57


Johannes van Dam • ‘Dedikkevandam. Van aardappel

tot zwezerik’ • Amsterdam 2005 • ISBN 90 388 1435 6 • De titel verwijst naar de omvang van het boek, met

Piet Bot •‘Vademecum historische bouwmaterialen, in-

stallaties en infrastructuur’ • heruitgave 2009 • ISBN-90 873 00 212 • Minstens even dik als Dedikkevandam. Een

uitputtende beschrijving van historische bouwmaterialen vol interessante weetjes. Het boek is ontstaan uit puur

enthousiasme en vrijwillige inzet van de auteur. Na een historisch overzicht wordt bij elk onderdeel uitgebreid

ingegaan op de materiaaltoepassingen. Niet alleen traditionele bakstenen en pannen komen aan bod, maar ook

verguisde bouwmaterialen zoals asbest. En hoe maakte je

een knipoog naar het postuur van de schrijver. Iedereen die het Parool leest kent hem natuurlijk al van restau-

rantbesprekingen en recepten, waaruit hij voor dit boek

uitgebreid putte. Het is een omvangrijk naslagwerk over

Dave Wendt, Piet Tauber • ‘Ambachtsman en architect.

recepten, gelardeerd met mooie gravures. Johannes van

Tauber’• Uitgeverij 010, 2009 • ISBN 978 90 6450 6963

E.J. Haslinghuis, H. Janse • ‘Bouwkundige termen’ • vijfde

de ambachtelijke metselopleiding van de Alkmaarse

heeft hem al van vader op zoon/dochter gekregen. Inmid-

eten en koken. Prachtige beschrijving van producten en Dam pleit in zijn boek voor een goede smaakbalans in

gerechten waarbij de vergelijking met een gebouw mak-

kelijk gemaakt is: daar gaat het immers ook om mengen in de juiste verhouding.

Liesbeth Boeter

Tekeningen uit de metselopleiding van Hendricus

• Een selectie van tientallen prachtige tekeningen uit

metselaar, bouwopzichter en bouwtekenaar Hendricus Tauber (1896-1949). De tekeningen bieden een blik op

het ambachtsonderwijs uit die tijd en een representatief

vroeger rode kleurstof? Juist: van de Mexicaanse schildluis.

praktijkvoorbeeld van de opleiding tot architect. Het boek

Liesbeth Boeter

past in de actuele herwaardering van ambachtelijkheid: architecten gebruiken weer traditionele technieken en

materialen. De kennis daarover legt volgens ons weer de ‘What Architects Cook Up’ • Edition DETAIL, 2008 (in

herdruk) • ISBN 978 39 200 341 95 • Moeilijk boekje om

basis voor vernieuwing in toepassing van die traditionele materialen.

Liesbeth Boeter

druk 2009 • ISBN 90 599 70 330 • Menigeen op kantoor

dels een compleet vernieuwde uitgave. De circa 6000 trefwoorden in dit boek behandelen materialen, technieken,

onderdelen van gebouwen, gereedschappen en beroepen

en zijn voorzien van mooie tekeningen. Ook aan regionale bijzonderheden in terminologie en bouwhistorie is veel

aandacht besteed. Het boek is een mooi naslagwerk voor iedere kunst-, bouw- en architectuurhistoricus en architect.

Liesbeth Boeter

te bemachtigen, maar zeker de moeite waard voor wat zoekwerk. Kengo Kuma, Dominique Perrault en andere

architecten vertellen over hun werk en hun gerechten. Met schetsen, recepten, foto’s en tekeningen van architectuur

Rose Gray, Ruth Rogers • ‘The River Cafe. Klassiek Itali-

ga er maar aan staan en verras je gasten!

en Rogers hebben al meer dan twintig jaar het restau-

en gerechten. Hoogbouw van saté, of een lasagna-reliëf:

aans kookboek’ • 2009 • ISBN 978 90 215 4673 5 • Gray

Caroline Kruit

rant River Cafe in London (in hetzelfde gebouw als het

architectenbureau van meneer Rogers). Het boek is een

liefdesbetuiging aan de Italiaanse keuken maar ook aan

Italië en haar inwoners. Simpel en regionaal koken, dat is

Material Index ’09 • Materia • 2009 • ISBN 978 90

de Italiaanse keukenethos. Prachtige foto’s van gerechten,

813926 1 7 • De moderne versie van Piet Bot. De eerste

maar ook van landschappen en steden. Elk recept vertelt

papieren Engelse editie van een selectie van materiaal- en

een verhaal over de ingrediënten, de regio en de koks. Het

projecttoepassingen, zoals ook op de fraaie site van Mate-

enthousiasme spat eraf.

ria (www.materia.nl) is te vinden. Een handig naslagwerk

Liesbeth Boeter

onderverdeeld naar uiteenlopende materialen zoals hout, keramiek en staal. Daarnaast is er een index naar materi-

aaleigenschappen zoals reflectie, structuur en akoestische eigenschappen.

58

Jan Klomp

architectuur en koken

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

architectuur en koken

59


Zo gebruikt Vitruvius het menselijk lichaam als maat, als recept, voor het ontwerpen van een gebouw. Een Nederlandse variant op het receptenboek voor architecten is geschreven door de architect professor ingenieur J. G. Wattjes (1879-1944). In de jaren twintig schreef hij een driedelige serie ‘Constructie van gebouwen’. Deel één bespreekt “muren, schoorsteenen, kelders, fundeeringen en rioleeringen”. Deel twee gaat over ramen, deuren en betimmeringen en deel drie geeft inzicht in het bouwen van vloeren, plafonds, gewelven en trappen. In de jaren dertig werd deze serie gevolgd door een uitgebreidere tiendelige versie. Het zijn echte architectenboeken met veel plaatjes. Aan de hand van gedetailleerde voorbeelden met tekeningen uit de woningbouw wordt de kunst van het bouwen uiteen gezet. Voor zijn tijd was Wattjes vooruitstrevend, omdat hij de toen nieuwe bouwmogelijkheden met het oude ambacht probeerde te integreren. internationaal in de smaak De jaren dertig woningen uit de tijd van Wattjes zijn nog steeds erg gewild. Dat deze Nederlandse bouwstijl uit de jaren dertig ook tot ver buiten onze landsgrenzen bekend is, hebben wij voornamelijk te danken aan de heer Wattjes. De boeken van Wattjes hebben een bijzondere plaats in de boekenkast van architect Joris Molenaar (van Molenaar & van Winden architecten). In zijn studententijd was “de Wattjes” een begrip zoals later de Jellema voor veel studenten een onmisbaar standaardwerk is geworden. Tot op de dag van vandaag gebruikt hij de boeken van Wattjes als naslagwerk, vooral voor renovatie-

projecten. Zo is het portaal met dragend siermetselwerk van het voormalig kantoor van Molenaar & Van Winden geïnspireerd op de Wattjes. Zoals ook voor het kookboek van mevrouw Wannee geldt, hebben ook bepaalde bouwkundige boeken een blijvende waarde. Met de juiste naslagwerken kan de vakman van vandaag nog steeds leren van het verleden.

rooijakkers + tomesen architecten uit

ingrediënten voor de kok De ingrediënten van een maaltijd zijn minstens zo belangrijk als het recept. Culinair journalist Johannes Van Dam schreef hier over in ‘Dedikkevandam’. Het boek behandelt producten en recepten op alfabetische volgorde, van aardapppel tot zwezerik. Hij gaat in op het belang van verse producten en de eigenschappen van die producten. Van Dam is de tegenpool van hippe koks zoals Jamie Oliver, hij is eerder een precieze, diepgravende leermeester.

Architectuurcentrum in Haarlem een

Amsterdam bestaat sinds 2001. Paddy

Tomesen en Theo Rooijakkers besloten vanaf dat moment hun krachten

en inzichten te bundelen. Ze delen

eenzelfde passie voor ambachtelijkheid

en puurheid, maar zijn ook verschillend en vullen elkaar aan. In 2008 maakten ze voor een tentoonstelling in het ABC expositie over het vergelijk tussen koken en architectuur (zie kader).

Voor het getoonde project was er ook een letterlijk verband: een dakterras

met alle faciliteiten voor het genieten van een onvergetelijke maaltijd. Het

project ‘DJ’s Garden’ is gebouwd op een voormalige waterzuiveringstrommel in Amsterdam aan de Sloterplas. Het

volledige dak (144 m2) is een multifunc-

ingrediënten voor architectuur De bouwkundige tegenhanger van dit boek is het ‘Vademecum historische bouwmaterialen, installaties en infrastructuur’, geschreven door Piet Bot. Het achthonderd pagina’s tellende resultaat van negen jaar noeste arbeid wordt ook wel ‘De Dikke Bot’ genoemd. Hierin wordt een minutieuze beschrijving gegeven van alle denkbare bouwmaterialen en worden ze in hun historische context geplaatst. Het gebruik van de betonnen heipaal is in Nederland is bijvoorbeeld in een stroomversnelling terechtgekomen toen er in de Eerste Wereldoorlog geen toevoer van hout meer was van buitenaf. In de boeken van Johannes van Dam en Piet Bot komt een gedeelde passie tot uiting. De passie voor

tionele verblijfsruimte geworden

www.rooijakkers-tomesen.com

Rooijakkers + Tomesen vergelijken zich graag met hartstochtelijke koks die van slow food houden en erop uit zijn met volle aandacht een perfecte

maaltijd te creëren. Die vergelijking gaat wat hen betreft ook op voor alle fasen van ontwerpen en bouwen:

de voorpret • hierbij gaat het om de belangrijkste keuzen. Wat wordt

het, juist voor deze gasten? En welke ingrediënten zijn geschikt opdat de maaltijd als geheel een uitmuntende combinatie vormt, voor juist deze gelegenheid?

het bereiden • elk deel van de maaltijd wordt zo klaargemaakt dat het

een eigen, specifiek karakter heeft dat past in het totaal. De ingrediënten blijven herkenbaar en aan verdoezelen wordt niet gedaan.

Het proeven • koken kan niet zonder proeven, zoals ontwerpen echt niet

zonder uitproberen, schaven, verbeteren en onderzoeken gaat. Een echte kok geniet daarvan, en is pas echt tevreden als het totaal perfect is.

Het opdienen • eenmaal klaar, moet je het gemaakte overdragen. Daar staat het dan, het resultaat. En net als een kok willen wij weten hoe de vrucht van alle arbeid smaakt

60

architectuur en koken

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

architectuur en koken

61


de materialen waarmee ze werken en de ambachtelijke manier van bereiden. Beide geven niet op tot ze het naadje van de kous weten. terug naar de keukentafel in Amsterdam De liefde voor materialen en het respect voor ambachtelijke werkwijzen is ook terug te vinden in de gebouwen van Heren 5 architecten. Waar mogelijk worden materialen of referenties uit de streek gebruikt. Zowel de traditionele verwerking van het materiaal als innovatieve technieken worden overwogen en soms gecombineerd, om te komen tot de beste bereidingswijze. Maar voor het realiseren van een gebouw - het bepalen van het juiste recept - zijn meer ingrediënten van belang. De omgeving van het gebouw en de wensen van de gebruiker zijn bepalend voor het ontwerp. Elk gebouw heeft een uniek recept met een eigen smaak. Hier komt de door Heren 5 genoemde ‘ambachtelijkheid met een twist’ om de hoek kijken. Traditie is kennis, maar nooit heilig. Als het project daarom vraagt, wordt de receptuur aangepast. En soms ontstaat uit die nieuwe ontwikkeling ook weer een ambachtelijk recept. wie is de kok? De kok is de spil van de keuken en draagt zorg voor de bereidingswijze, de presentatie, de hoeveelheid, de prijs, maar boven alles voor de kwaliteit van het eten. Zo is de kwaliteit van een gebouw van oudsher de verantwoordelijkheid van een architect. De discussie die op dit moment binnen het vakgebied wordt gevoerd over de rol van de architect, is direct naar dit aspect te herleiden. De kwaliteit van het gebouw valt of staat met de samenwerking van het projectteam en de communicatie tussen de verschillende partijen. Zelfs starchitects en sterrenkoks zijn nergens zonder goed functionerend team. Een geslaagde samenwerking levert vaak een geslaagd gebouw op. Hetzelfde geldt voor het samenspel tussen ingrediënten en recept: als alles klopt heb je een onvergetelijke, zintuiglijke ervaring.

herrie in de keuken

Vanaf het begin van hun samenwerking (dus nog voor het ontstaan van het bureau) hebben de heren van Heren 5 bijeenkomsten georganiseerd met collega’s om - vaak thematisch - over het vak een dis-

62

architectuur en koken

cussie op te bouwen. Tot op de dag vandaag worden deze Architectencafé’s gehouden. Niet meer op zolder, maar in Restaurant-café de IJ-kantine, onderin het pand waar het bureau kantoor houdt. Tachtig personen op zo’n avond is geen uitzondering. Bij de laatste editie stond er een rij, was de zaal vol. De ontspannen wijze waarop deze thema-avonden zijn georganiseerd, spreekt niet alleen de medewerkers van het bureau aan, maar een steeds breder publiek. Je zou het kunnen zien als netwerken of teambuilden en uiteindelijk heeft het ook wel dat resultaat. De inhoud van deze avonden - dat wat op het menu staat - is zorgvuldig samengesteld. De kost is nooit te zwaar, maar levert genoeg stof tot nadenken en discussie. Een prima menu om in goed gezelschap nog uren over na te tafelen!

Op dinsdagen komt Wendy op het bureau. Zij kookt traditioneel met pure

samen koken De keukentafel van Heren 5 is de plek waar het allemaal begint. Daar wordt gekookt en gegeten. Er wordt gesproken over architectuur en ambacht en gebrainstormd met opdrachtgevers over de plannen. Fabrikanten leggen er hun bakstenen neer. Er wordt gediscussieerd over net dat sprongetje in het materiaal of die ene toeslag die zorgt dat het materiaal tactieler wordt. Dat dit allemaal aan de keukentafel plaatsvindt zegt iets over de ontspannen manier van werken en het enthousiasme. Er staat een bevlogen team aan het fornuis. Liesbeth Boeter, Barbara Heijl, Caroline Kruit

appels door het deegmengsel, voeg dan voldoende melk toe om een zacht

ingrediënten uit het seizoen en de streek. Inspiratie haalt ze vooral uit Italië, daarom smaakt haar eten toch weer anders dan gewoon traditioneel,

ambachtelijk maar toch net weer anders en met heel veel liefde gemaakt. Appel scones Voor minimaal 12 dikke scones: 450 gr zelfrijzend bakmeel

50 gr suiker

110 gr boter

melk

1 theelepel zout

450 gr appels

Verwarm de oven voor op 200°C. Vet een bakplaat in met boter en bestuif het met bloem of leg een vel bakpapier op de bakplaat.

Zeef de bloem met het zout in een kom. Snij de boter in kleine stukjes en wrijf ze met de vingers door de bloem totdat het mengsel lijkt op grof

broodkruim. Meng de suiker door de bloem. Schil de appels, verwijder het

klokhuis, rasp de helft van de appels en hak de andere helft grof. Meng de

deeg te maken. Doe het deeg op een bebloemde deegplank, kneed het kort en spreid het uit tot een dikke plak van circa 2,5 cm dik. Snij er rondjes uit

met een uitsteker, leg de rondjes op de bakplaat, bestrijk ze met een beetje melk en bestrooi ze met een beetje suiker. Bak ze ongeveer 30 minuten in

de oven of tot dat ze mooi goudbruin zijn. Serveer warm met boter en jam.

bron (zie ook pagina’s 58 en 59)

C. Wannee & Anne Scheepmaker • ‘Het Kookboek van de

Amsterdamse Huishoudschool’ • H.J.W. Becht’s UitgeversMaatschappij, 2005 • ISBN 978 90 2301 178 1

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

architectuur en koken

63


in discussie. over innovaties in de bouw

Zet een groep bouwprofessionals om de tafel, breng een innovatief project in de discussie en het levert een mooi beeld over de verstandhouding tussen de verschillende partijen in de bouw. Op uitnodiging van Heren 5 architecten werd een avond lang gesproken over de voorwaarden voor innovatie in de bouw. Met opdrachtgevers, aannemers, toeleveranciers en architecten. De keukentafel werd uitgerekt om twaalf mensen te accomoderen, de oven ging aan. Vanuit het netwerk van Heren 5 schoven zes genodigden aan om te discussiëren over ‘voorwaarden voor innovatie in de (woning-)bouw’. Met de architecten van Heren 5, gespreksleider en redacteur dax was de tafel gevuld. De opzet was om in een collegiale discussiesessie de kansen en valkuilen voor innovatie te verkennen. Meteen was er een gemeenschappelijke factor, die het gesprek op gang bracht. Het gezelschap bestond uit vakmensen, die tijd en energie willen steken in de kwaliteit van hun werk en het gezamenlijk resultaat. Ook bleken de aanwezigen - niet geheel toevallig, natuurlijk - een sterke ambitie te hebben om te innoveren, om processen en producten constant op hun kwaliteit te toetsen en waar nodig te verbeteren. Maar duidelijk is dat iedereen vanuit zijn eigen vakgebied innovatie definieert en aan voorwaarden verbindt. Deze voorwaarden zijn enerzijds opgelegd vanuit regelgeving en kostentechnische overwegingen, anderzijds vanuit een bedrijfsfilosofie. Waar een architect zoekt naar nieuwe composities om een gebouw binnen programma en context te laten passen, daar is een gevelproducent bezig om zijn producten en bedrijfsprocessen te optimaliseren. Inzicht in elkaars motieven om te innoveren maakt de drempel om nieuwe toepassingen te ontwikkelen, een stuk lager. Kan innovatie betekenen dat de productie zich verplaatst naar de fabriek en er op deze manier de kwaliteit van de bouw op alle fronten wordt verbeterd? Is dat ook nieuwe ambachtelijkheid?

‘Innovatie is nodig om in te spelen op maatschappelijke vraagstukken’ Irene Ponec

68

discussie: innovaties in de bouw

de rol van innovatie binnen de organisatie - de opdrachtgever ‘Innovatie maakt het mogelijk om gebouwen en hun omgeving te ontwikkelen tot plekken waar mensen graag verblijven: nu en in de toekomst’, zo vertelt Edward Verkleij van ING Real Estate Development. ‘Binnen onze organisatie speelt innovatie op verschillende schaalniveaus een belangrijke rol. Ten eerste op gebiedsniveau: wat is het “DNA” van juist die plek? Welke stedenbouwkundige uitgangspunten faciliteren dat het best? Het tweede schaalniveau is het gebouw. Aspecten die daarbij bekeken worden zijn bijvoorbeeld de inpassing in de omgeving, de functies, de beleving en de duurzaamheid van het gebouw.’

‘De beste ideeën komen voort uit een groep van experts die elkaar uitdagen’

Edward Verkleij

Verkleij vervolgt: ‘Het derde schaalniveau is het detail. Redenen voor ons om als opdrachtgever hiervoor open te staan is het streven naar een doeltreffende uitwerking, zowel technisch als esthetisch. We zoeken naar een kwalitatief beter detail dat in verhouding is met de kosten. Op detailniveau is het voor een opdrachtgever een must, dat de uitvoering bedrijfszeker is. Het is onacceptabel dat de uiteindelijke gebruiker wordt geconfronteerd met overlast omdat een innovatief detail faalt.’ De grootste uitdaging is de samenstelling van het ontwerpteam, zo stelt Verkleij: ‘Voor de opdrachtgever is het de kunst om de juiste mensen aan te trekken voor een bepaalde opgave. De beste ideeën komen voort uit een goede groepsamenstelling van experts die elkaar uitdagen.’ Irene Ponec van Ymere, de woningcorporatie die ook deels opdrachtgever was in het project CAN fase 1, beaamt het verhaal van Verkleij, maar heeft toch een extra criterium: ‘Voor ons is het heel belangrijk om te innoveren om onze doelgroepen optimaal te kunnen bedienen. Daarvoor heb je niet alleen kennis van je doelgroep nodig, maar is het ook noodzakelijk om buiten je traditionele wereld te kijken.’ Ponec geeft daarvan een voorbeeld: ‘Om in een tijd

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

discussie: innovaties in de bouw

69


als deze goede gebouwen en gebieden te realiseren is co-creatie met eindgebruikers essentieel. De ontwikkeling van de Timorschool in Amsterdam is een succes door de energie en betrokkenheid van Stay Okay, Studio/K en stichting IRE. Ontwerpprocessen lopen anders omdat de betrokkenen uit een andere wereld komen. Daar leren wij ook weer van.’ Innovatie komt ook voort uit maatschappelijke ambities, zo stelt Ponec. ‘Er is nu al een gebrek aan vakmensen in de bouw. We krijgen te maken met een gebrek aan grondstoffen. Heel veel scholen voldoen bijvoorbeeld niet meer aan de hedendaagse eisen. Als ontwikkelaar spelen we voortdurend in op behoeften in de maatschappij.’ de rol van innovatie binnen de organisatie - de producent Om de technische en economische haalbaarheid van ideeën te toetsen, zoeken architecten dikwijls al in een vroeg stadium van het ontwerpproces contact met toeleverende bedrijven of producenten. Zo ging het ook bij het project CAN fase 1. Egbert Duijn van Heren 5 vertelt: ‘In het programma stond een enorm volume aan parkeergarage en tegelijkertijd hadden we geconcludeerd dat we het liefst baksteen zouden gebruiken in het project. Dat dreigde een onoplosbaar probleem te worden, omdat er niet kon worden voldaan aan de ventilatie-eis.’ Edward Verkleij haakt daarop in: ‘We hebben verschillende afwegingen gemaakt: maken we een “dichte” parkeerdoos met mechanische ventilatie of onderzoeken we hoe er meer beleving, veiligheid en daglichttoetreding in de parkeergarage is te krijgen. Het weglaten van mechanische ventilatie betekende dat de gevel voor 43% open moest zijn om te voldoen aan de eisen voor het ventilerend vermogen. Het gezamenlijk doel was een gevel te realiseren die zowel binnen als buiten meerwaarde levert aan het gebouw.’ De zoektocht naar een systeem dat zowel baksteen als open structuren kon brengen, leidde naar gevelproducent Leebo. Die hadden met het ROC in Almelo een sys-teem laten zien waarbij bakstenen mechanisch zijn bevestigd op verdiepinghoge panelen van koudgevormd staal (staalframebouw). Jan Couwenberg van Leebo vertelt hoe die systematiek is ontstaan. ‘De spoeling van de vaklui op de bouw is dunner geworden en wij zijn ingehaakt op de wens van prefabricage. In de fabriek kan onder

70

discussie: innovaties in de bouw

constante omstandigheden de kwaliteit van het werk goed onder controle worden gehouden. Wij steken heel veel tijd in de engineering van projecten en maken zelden twee keer dezelfde gevel. De systemen zijn zo eenvoudig, dat ze zonder rolmaat en duimstok door vrijwel ongeschoold personeel kunnen worden gemaakt.’ De systemen worden constant verder ontwikkeld, om enerzijds de expressieve mogelijkheden te vergroten en anderzijds de werkprocessen nog meer te vereenvoudigen. Couwenberg: ‘Het continu kritisch zijn op je eigen werk is een noodzakelijk kwaad.

Wij hebben met deze methodiek een voorsprong in de markt en willen die graag houden. Het heeft ons tot nu toe geen windeieren gelegd.’

‘Het is onvoorstelbaar wat een gleufje in een baksteen teweeg kan brengen’

Jan Couwenberg

Leebo componeert gevels en is - bijvoorbeeld in het geval van de gevelcomponenten met baksteen - afhankelijk van de meewerkzaamheid van producenten van halffabrikaten. En dan komt er nog wel eens wat tegenstribbeling. ‘Het is onvoorstelbaar wat een gleufje in een baksteen teweeg kan brengen’, vertelt Couwenberg over de zoektocht naar een meewerkende baksteenleverancier. ‘Dan merk je dat andere industrieën nog erg veel waarde hechten aan traditionele processen en producten.’ Terwijl met dat ene gleufje in de baksteen inmiddels verschillende gevelsystemen zijn ontwikkeld. Ter inspiratie voor de eigen werkprocessen, wordt bij Leebo dan ook niet binnen de bouw gekeken. ‘De auto-industrie is voor ons veel interessanter’, beaamt Couwenberg. Bij Brakel Atmos, leverancier van daglicht- en ventilatiesystemen, staat kwaliteit van de geleverde producten als belangrijkste argument voor innovatie. ‘Elk project is uniek en toch is er de wens om te prefabriceren’, vertelt Ton Willems. ‘Vaak dwingt een ontwerp je af te wijken van standaard producten. Dan is het belangrijk om de kennis in huis te hebben om oplossingen te ontwerpen die aan de gewenste kwaliteit voldoen.’

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

jan klomp is architect en directielid bij Heren 5 en

jan couwenberg is projectbegeleider bij gevelpro-

Als initiatiefnemer en redactielid van deze dax

maatwerk per project (zoals CAN fase 1) en ge-

als zodanig betrokken bij het project CAN fase 1. vond hij het belangrijk om ook andere partijen

uit de bouw aan het woord te laten. Vanuit het netwerk van Heren 5 werden opdrachtgevers, aannemers en toeleveranciers uitgenodigd.

ducent Leebo. De meeste systemen bij Leebo zijn

maakt op basis van koudgevormde staalprofielen. Het werk in de fabriek wordt goeddeels gedaan

door ongeschoold personeel: dat vereist vooral in het ontwerptraject een grote zorgvuldigheid.

egbert duijn is architect bij Heren 5. Als project-

frank smits is bedrijfsleider bij Smit’s Bouwbedrijf

keling van de gevel voor dit project mede

voornamelijk in de woningbouw actief is. Frank

architect voor CAN fase 1 heeft hij de ontwikgeïnitieerd.

in Beverwijk, een ontwikkelend bouwbedrijf dat is een groot voorstander van het testen van in-

novatieve systemen in de voorbereidingsfase: dat helpt bij de discussie over kosten- en garantievoorwaarden en voorkomt faalkosten.

merijn de jong is projectarchitect en werkzaam

martien scholten is hoofd uitvoering bij Bot

samen met Smits, Brakel Atmos, Leebo en Bot

sprong een aannemingsbedrijf, maar al geruime

bij Heren 5. Merijn werkt in diverse projecten

Bouw. Samen met Egbert organiseerde Merijn deze avond.

Bouw in Heerhugowaard. Bot Bouw is van oortijd ook actief als projectontwikkelaar. Binnen

het bedrijf wordt gehamerd op het vergaren en overdragen van kennis; daarvoor zijn speciale systemen ontwikkeld.

rodger van leeuwen is bouwkundig ontwerper.

ton willems is sales manager bij Brakel Atmos in

Brakel Atmos en Leebo en werkte mee aan de

lichtsystemen en gevel. Zo was het bedrijf ook be-

Rodger werkt in diverse projecten samen met

organisatie van deze avond en het opstellen van vragen voor de discussie.

Uden. Brakel Atmos ontwikkelt en bouwt dag-

trokken bij het project Kraanspoor in Amsterdam. Volgens Ton is onderscheidt het bedrijf zich door het innovatieve karakter en wint het daarmee marktaandeel. Specialisme loont!

edward verkleij is senior projectmanager bij ING

philip allin is architect en redacteur van dax. Hij

gever betrokken bij het project CAN fase 1. Voor

bepaalde ontwikkelingen in het vakgebied te

Real Estate Development. Hij was als opdrachtEdward heeft innovatie betrekking op verschillende schaalniveaus: van het niveau van het

gebied, van het gebouw tot en met het detail.

vindt het interessant om vanuit deze ‘dubbelrol’ volgen. Innovatie op projectniveau is zo’n ontwikkeling, die daarmee regelmatig terugkomt in de redactionele pagina’s.

irene ponec is projectontwikkelaar voor

caroline kruit is bouwkundig ingenieur met een

opdrachtgever betrokken bij het project CAN

werkend’ uitgever van dax. Met het magazine

woningcorporatie Ymere. Ook Ymere was als

fase 1. Irene ziet innovatie ook als een gezamenlijke verantwoordelijkheid: inspelen op veran-

derende omstandigheden, zoals bijvoorbeeld de eindige grondstoffenvoorraad.

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

journalistieke opleiding en ‘redactioneel mee-

hoopt zij een positieve bijdrage te leveren aan

de discussie over het vakgebied en de kwaliteit

van gebouwd (en nog te bouwen) Nederland. Dit gesprek is een kolfje naar haar hand!

discussie: innovaties in de bouw

71


En die lat ligt bij Brakel Atmos hoog, zo stelt Willems. Daarom is er ook een eigen R&D-afdeling en zijn er constructeurs glas en staal in huis. ‘We hebben ons gespecialiseerd, kunnen ons nu echt glasspecialisten noemen. En we zijn gecerticificeerd. Zo houd je grip op de kwaliteit. Daarbij lukt het ons ook de faalkosten terug te dringen. Faalkosten ontstaan tijdens productie of montage. Wij hebben invloed op die productie en daar wordt dus veel geïnnoveerd om ook de risico’s tijdens montage te beperken.’ de rol van innovatie binnen de organisatie • de aannemer Frank Smits werkt bij Smit’s Bouwbedrijf, een ontwikkelende bouwer. ‘Maar vanavond zal ik op de stoel van de aannemer gaan zitten’, lacht hij. ‘Voor een aannemer gaat het om de meest economische wijze van bouwen, zowel procematig als in kwaliteit. Ieder project vraagt om een unieke aanpak, niet alleen in uitvoering, maar ook in voorbereiding. Iedere partij heeft zijn specifieke rol in het bouw- en voorbereidingsproces. De wijze van aanbesteding heeft ook een invloed op de rol die de verschillende partijen moeten spelen. Dat speelt door op het gebied van innovatie: iedereen moet weten wat zijn taak hierin is.’ Aannemers staan bekend als behoudend, als het gaat om innovatie. Smits wil daar niet helemaal in mee: ‘Als aannemer zit je vast aan je garantievoorwaarden. Dat geldt overigens ook voor de toeleveranciers. Het is in ieders belang dat aan die garantievoorwaarden wordt voldaan. Daarom zou je naar mijn mening bij innovatieve systemen en producten altijd een mock-up moeten voorschrijven en deze uitgebreid in de voorbereidingsfase moeten testen om faalkosten te voorkomen.’ Martien Scholten van Bot Bouw, ook een ontwikkelende bouwer, gaat daarin mee. ‘En als bedrijf moet je de kennis die je daarbij ontwikkelt ook meenemen naar nieuwe projecten’, zo stelt Scholten. ‘Voor gedurfde ontwerpen is veel kennis nodig. Wij hebben intern een kennisbank, die een heel actieve rol speelt bij alle projecten. Evaluatie is daarbij ook belangrijk.’ Scholten vertelt dat ze daarbij hun eigen procedures hebben opgesteld: ‘Onze algemeen directeur neemt bij alle opdrachtgevers na oplevering een interview af, moet zijn rapportcijfer ophalen!’ Scholten wil toch een kanttekening plaatsen bij

72

discussie: innovaties in de bouw

de opmerking dat er geen vakmensen meer op de bouwplaats zouden zijn. ‘Wij maken mensen die hun ambacht verstaan tot onze partners. Zo gaan we met collega-aannemers in een v.o.f.-combinatie samenwerken. Met deze partners werken we volgens een bepaald stramien en delen ook in onze kennis.’ projectgebonden innoveren • de aanbesteding De architect bedenkt iets nieuws, gaat in overleg met een producent of toeleverancier om de haalbaarheid te toetsen, ze steken er beiden veel tijd en energie in. Het resultaat gaat in bestek, de aanbesteding volgt. En een andere partij dan de betrokken toeleverancier/producent wordt het project gegund. De architect blijft in het project met gemengde gevoelens. ‘Je wilt toch graag zo’n project realiseren met de partij die in het ontwerpproces zo goed heeft meegedacht’, beaamt Jan Klomp. ‘En niet alleen vanwege loyaliteit, maar ook omdat je met elkaar een bepaald vertrouwen hebt opgebouwd. Je hebt een gezamenlijk geloof in het te behalen kwaliteitsniveau.’ In het geval van CAN fase 1 werd al vroeg in het project besloten om Leebo een ‘engineering fee’ te geven voor het uitdenken van het concept. ‘Maar dat was ook omdat die gevel cruciaal was voor het project en Leebo als enige kon laten zien dat deze gevel haalbaar was binnen het beschikbare budget’, stelt Klomp. Uiteindelijk kreeg Leebo de opdracht, omdat ze met hun systematiek en de grote omvang van het project (kortom: veel ongeschoold werk in de fabriek) een goede prijs konden geven. De aanbesteding blijkt vaak een struikelblok bij innovatie. Ontwikkelen in bouwteam is ook geen garantie voor succesvolle innovatietrajecten. ‘Soms is er in een bouwteam een meer gelaten houding, juist omdat er geen concurrentie is’, stelt Ton Willems van Brakel Atmos. Hij constateert wel een trend, die wat hem betreft hoopvol is: ‘Wij worden steeds vaker

‘Aannemers zouden vaker toeleveranciers moeten betrekken in de aanbieding van een project’ Ton Willems

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

‘Het maken van een mock-up zou een voorschrift moeten zijn’ Frank Smits door aannemers betrokken in de aanbieding van projecten. Dat vind ik een heel goede ontwikkeling.’ projectgebonden innoveren • de drempels Wie iets nieuws bedenkt, komt in een woud van regelgeving en garantievoorwaarden terecht, zo beamen alle partijen aan tafel. Irene Ponec van Ymere geeft toe dat dat voor een opdrachtgever nog wel eens een hoge drempel kan zijn: ‘Innoveren is voor ons geen doel op zich. Het moet wel een plek in het project hebben.’ Projectgebonden innovatie slaagt alleen als het gehele team erachter staat, zo is de mening van allen. ‘De moeilijkheidsgraad is wel bepalend. De kennis is zo versplinterd, dat moet je allemaal zo snel mogelijk bij elkaar krijgen’, stelt Frank Smits. ‘Zo vroeg mogelijk moet je met een zo groot mogelijk team de schouders eronder zetten.’ ‘Alle kennis moet letterlijk op tafel’, aldus Ton Willems. ‘Dat is niet altijd voor iedereen even gemakkelijk.’

Jan Klomp ziet een constructieve samenwerking als belangrijkste ingrediënt voor het succesvol innoveren: ‘Je bouwt toch een kring van partners op, waarvan je weet dat ze op een bepaald niveau met je mee kunnen denken. Innoverende mensen zijn mensen die de juiste combinaties weten te maken, op organisatieniveau, procesniveau én op detailni-

jaargang 5 • 2010 • nr. 29

veau. Voor mij heeft dat alles te maken met vakmanschap, weten wat je vak kan betekenen voor een ontwikkelingstraject, ontwerpproces en bouwproces.’ projectgebonden innoveren • een conclusie? Ja, het is mogelijk om met ‘Nederlandse’ budgetten architectuur te realiseren die - op verschillende of een heel specifiek schaalniveau - innoverend is. De belangrijkste factor voor het slagen van innovatieve ingrepen is ‘vertrouwen’: het gezamenlijk vertrouwen van álle betrokkenen dat innovatie bijdraagt aan de kwaliteit van het resultaat.

‘Innoverende mensen verstaan hun vak en weten de juiste combinaties te maken’

Jan Klomp

Makkelijk is het nooit, om in het huidige klimaat nieuwe oplossingen voor te stellen of te realiseren. Maar de voldoening van een geslaagde innovatie is vaak genoeg aanleiding voor een volgend traject. Zo ontstaan er - zij het zeer gefragmenteerd - kleine netwerken van partijen die elkaar opzoeken om het kwaliteitsniveau van de bouw naar een hoger plan te brengen. De bijkomende voordelen - waaronder minder faalkosten, duurzame en energievriendelijke gebouwen - zullen een steeds grotere rol gaan spelen. Toch zal het nog even duren voordat alle partijen in de bouw het vizier verder openzetten dan gebruikelijk. Maar dat het gaat gebeuren, lijkt - ingegeven door de huidige economische crisis en de milieucrisis - vrijwel onontkoombaar. Aan tafel bij Heren 5 troffen we mensen die open staan voor verandering, maar vooral voortkomend uit liefde voor hun vak. Zoals Irene Ponec het treffend omschrijft: ‘De bouw is een bedrijfskolom met een heel eigen cultuur: met vakidioten, die mooie dingen maken tegen hele kleine marges.’ En dat is iets, dat voorlopig niet zal veranderen. Caroline Kruit

www.heren5.nl www.leebo.nl www.botbouw.nl www.ymere.nl www.ingrealestate.com www.brakelatmos.com www.smitsbouwbedrijf.nl Met dank aan Wendy voor het ma-

ken van de heerlijke avondmaaltijd! foto’s

Vincent Basler, Delft

• www.vincentbasler.nl

discussie: innovaties in de bouw

73

Dax29 F*CK AMBACHT  
Dax29 F*CK AMBACHT  

Inleiding DAX Waarom werken architecten nog steeds met traditionele materialen terwijl de keuze onbeperkt is. En waarom gebruiken ze tradit...

Advertisement