Page 1

STADSVETERANEN STADSVETERANEN

een onderzoek naar verhalen over gelukkig oud worden in de stad


‘Stadsveteranen’ een onderzoek naar verhalen over gelukkig oud worden in de stad

Amsterdam, juli 2016 eerste druk


inhoudsopgave P4

Inleiding

P6

Leeswijzer

P8

Profiel stadsveteraan

P10

Feiten

P18

Veldwerk

P36

Oogst

P38

de stad

P46

essay Jan Latten: Babyboomer geeft zilveren levensfase eigen kleuring

P54

de buurt

P70

essay Dort Spierings: Van hofjes tot aan het getal 8?

P78

het gebouw

P90

essay Yvon Hoogendijk: Wonen vanuit levenservaring en ambitie

P96

de woning

P114

Acht kansen

P120

Hartekreten co-financiers

P126

Colofon

P2


Voor u ligt de nieuwe studie van Heren 5 architecten naar een doelgroep van bewoners waar op dit moment niet voldoende geschikte woningen voor bestaan. Eerder verschenen o.a. ‘Het gezin in de stad’, ‘Nestelen in de stad’ en ‘Thuis voor daklozen’. Het blootleggen van de woonwensen en gedachtengang van de gebruikers loopt als een rode draad door het werk van Heren 5. Maar bij deze studie werd het onderwerp ingegeven door de persoonlijke ervaring van Bas Liesker, partner bij Heren 5 architecten, met het zoeken van een nieuwe woning voor zijn ouders. Vanwege hun hoge leeftijd en geestelijke conditie waren zij niet in staat hierover een besluit te nemen en hebben de kinderen voor hen een woning gezocht. Hij vroeg zich af: “Als zij nog konden kiezen, wat voor huis zou dat zijn en in wat voor omgeving zou dat staan?” Daarnaast bestaan er voor de huidige generatie senioren steeds minder verzorgingshuizen en wil deze generatie zelf uitvinden en bepalen hoe zij oud wil worden. ‘Stadsveteranen’ noemen wij deze anticiperende ouderen. Voor deze studie hebben wij hen daarom gevraagd welke eisen zij stellen aan hun woning en hun buurt om daar gelukkig oud te kunnen worden. De woonwens van de stadsveteraan is een maatschappelijk actueel thema. Deze studie kon daarom niet alleen door Heren 5 worden verricht en gedragen. We zijn op zoek gegaan naar partners die ook nieuwsgierig zijn naar het onderwerp en willen deelnemen aan de studie. Ontwikkelaar AM, zorgverlener Amsta, gemeente Amsterdam, vastgoedbelegger Bouwinvest, bouwbedrijf De Nijs, woningcorporatie Eigen Haard en makelaar Hoekstra & van Eck dragen niet alleen financieel, maar ook inhoudelijk bij door deel te nemen in kennisteams aan de opzet van de studie. Naast deze co-financiers laten we ons ook begeleiden door de kennis van bijzonder hoogleraar sociale demografie Jan Latten, docent-onderzoeker Dort Spierings en adviseur voor ontwikkeling en realisatie van groepswonen voor ouderen Yvon Hoogendijk. Van hun hand treft u ook een essay aan over het onderwerp. We hopen dat deze studie de stadsveteraan inspireert, de architect prikkelt, de kennis van de expert vergroot en marktpartijen inzicht geeft in de woonwensen van de stadsveteraan. Wij wensen u veel kijk- en leesplezier! Heren 5 architecten, juli 2016


inleiding

P4


leeswijzer

P6

De studie stadsveteranen is een onderzoek in de vorm van een gids. De inhoud van deze studie is verkregen uit verhalen die de stadsveteranen ons hebben verteld. Net als iedere gids beginnen we dit boek met de feiten die we na literatuuronderzoek hebben gevonden. Daarna begint het echte veldwerk. In vijf workshops hebben we, verspreid over verschillende wijken van Amsterdam, groepen stadsveteranen gevraagd naar de eisen die zij stellen aan hun buurt, straat, gebouw en woning om daar gelukkig oud te kunnen worden. Negen plekken die daarbij als favoriet naar voren kwamen zijn bezocht en gedocumenteerd. De zoektocht naar de ideale woning en buurt voor de stadsveteraan is beeldend vastgelegd door fotograaf Herman Stukker. De oogst van de workshops is gecomprimeerd tot trends. Deze trends hebben we getekend en levert een bureaublad vol aan tekeningen op. Die hebben we gerubriceerd in de ruimtelijke schaalniveaus van stad, buurt, gebouw en woning. Het is te pretentieus om deze studie met conclusies af te ronden. Wij beperken ons daarom tot acht kansen om gelukkig oud te kunnen worden in de stad. In de klankbord-bijeenkomsten is intensief en constructief samengewerkt met de co-financiers en deskundigen. Hun missies verdienen daarom een plek in deze studie. Die van de deskundigen treft u aan in de vorm van essays verspreid tussen de hoofdstukken van het boek. We eindigen het boek met de hartekreten van onze co-financiers.


Willy, 62 jaar Aniet, 67 jaar en Wiep 68 jaar


stadsveteraan

P8

‘De stadsveteraan’ is een term die we voor deze studie hebben ge ïntroduceerd en staat voor de doelgroep van deze studie. Als we het profiel voor de stadsveteraan willen beschrijven denken we niet aan een bepaalde leeftijd, maar aan een levenshouding. Voor ons is de stadsveteraan een anticiperende senior, woonachtig in de stad, die zich afvraagt: ‘Ik ben nu net met pensioen, hoe ziet mijn nieuwe toekomst eruit?’ ‘Hoe ga ik mijn dag indelen?’ “De kinderen zijn uit huis en de tuin is wel erg groot.’ “Hoe lang kan ik die trap nog op- en afrennen?’ ‘Nu komen er vaak vrienden en kennissen langs, maar blijft dat zo?’’


feiten

P10

“Je kunt nauwelijks meer tachtig worden in het centrum” kopt het Amsterdamse Parool begin februari 20151. Steeds meer ouderen verhuizen noodgedwongen naar wijken buiten de binnenstad, terwijl ze eigenlijk geen intentie hebben hun dynamische woonomgeving te verlaten1. Stadsveteranen hebben de ambitie om zelf te bepalen hoe ze oud willen worden. Maar als de eigen woning niet meer voldoet en het verzorgingshuis ondenkbaar is, blijkt het binnen de huidige woningmarkt lastig om passende woonruimte te vinden die voldoet aan de veranderende woonwensen2. Wat zijn deze woonwensen? Waarin willen de stadsveteranen investeren voor een mooie oude dag? Wat willen ze delen en wat moet de buurt hun brengen? Kortom welke eisen stelt een stadsveteraan aan zijn buurt, zijn straat, zijn gebouw en zijn woning om daar gelukkig oud te kunnen worden?

1

Malika Sevil. Verzorgings- en verpleeghuizen verdwijnen uit de binnenstad. Het Parool 07/02/2015

2

Uitkomst discussieavond ‘Gouden Jaren’ Aorta Utrecht 08/12/2014


De architectuur voor de ouderenhuisvesting, Noor Mens en Cor Wagenaar


ouderen in de steden Aantal stedelingen tussen de 65 - 100 jaar

2015 Amsterdam

95.000

Rotterdam

90.000

Den Haag

65.000

Utrecht

30.000

CBS 2015

2040 160.000

130.000

110.000

65.000

P12


P13

12% 20%

86% 65%

12% van de huidige inwoners

65% van de

86% van de

van Amsterdam is 65+er

Amsterdamse 65+ers

Amsterdamse 65+ers met

in 2040 zal dit naar

heeft een inkomen tot

een inkomen tot modaal

verwachting 20% zijn

modaal

woont ‘scheef’ in een sociale huurwoning

Programma Ouderenhuisvesting 2015-2018 Gemeenste Amsterdam


Amsterdamse ouderen

P14

Feiten over 65+ers in Amsterdam

20% 30-40%

44%

Afname verzorgingshuizen in

Tot 2030 heeft stadsdeel

44% van de

Amsterdam met 30-40%

Centrum de sterkste

Amsterdamse 55+ers is

groei aan ouderen

alleenwonend

Stadsmonitor (tabel 1 + 2), OIS Amsterdam (tabel 3)


P15

waar wonen ze?

De ruimtelijke spreiding van de ouderen in Amsterdam, in percentages per buurt:

Programma Ouderenhuisvesting 2015-2018 Gemeenste Amsterdam


geschikte woningen

P16

Het aantal woningen waarvan de bewoners achten dat hun woning niet geschikt is om in oud te kunnen worden, in percentages per buurt:

Programma Ouderenhuisvesting 2015-2018 Gemeenste Amsterdam


veldwerk

P18

Met workshops en excursies hebben we verspreid over verschillende wijken van Amsterdam, groepen stadsveteranen gevraagd naar de eisen die zij stellen aan hun buurt, straat, gebouw en woning om daar gelukkig oud te kunnen worden.


onderzoeksgroepen

P20

In vijf workshops hebben we verschillende groepen stadsveteranen woonachtig in Amsterdam bevraagd. Van het centrum tot Zuid-Oost, van bewoners van een koopwoning tot vrije sectoren sociale huurwoning, mensen met een Nederlandse en niet-Nederlandse achtergrond, alleenstaanden, samenwonenden, tot aan Jaap (69) met een kind van negen jaar oud. De diversiteit aan ondervraagde mensen geeft een mooie bandbreedte van stadsveteranen aan. Stadsdorp Zuid Stadsdorp de Pijp

Stadsdorp Zuid Stadsdorp de Pijp

wijs met Leegstand

Eigenwijs met Leegstand

oners van Zuidoost

Bewoners van Zuidoost

mer van Slotervaart

Huiskamer van Slotervaart


ken

P22

onderzoeksplekken

P22

Tijdens de workshops zijn er interessante voorbeelden boven water gekomen over plekken in de

en over plekken in de

stad dentificeren. Deze elf waar de stadsveteraan zich door laat inspireren, laat activeren en mee kan identificeren.

Deze elf plekken hebben we bezocht en gedocumenteerd. en gedocumenteerd.

ngen rondom een hof en rondom een hof tencentrum Oud-Zuid ncentrum Oud-Zuid ouwen (vanaf 21 jaar) wen (vanaf 21 jaar) oongroep WG terrein ngroep WG terrein chappelijke buurttuin

Harmoniehof - middenstandswoningen rondom een hof

appelijke buurttuin Dop elier Mia Fiedeldij

Nutstuin Leerdamhof Zuid - gemeenschappelijke buurttuin

ndritueel ‘krantDop lezen’ r Mia Fiedeldij

Woon-werkwoning - atelier Mia Fiedeldij Dop

onge ritueelAmsterdammers ‘krant lezen’ ookclub, buurtinitiatief ge Amsterdammers Stadsdeel Nieuw West club, buurtinitiatief den met familieleden dsdeel Nieuw West

n met familieleden

Brahmshof - woon- en dienstencentrum Oud-Zuid Het Nieuwe Huis - woongebouw voor alleenwonende mannen en vrouwen (vanaf 21 jaar) Stadskruit - woongroep WG terrein

Cafe de Krul - ochtendritueel ‘krant lezen’ Cafe het Wildschut - grijsharige tussen de jonge Amsterdammers Paviljoen binnentuin Therese Schwartzeplein - kookclub, buurtinitiatief Huis van de wijk - stadsdeel Nieuw West Zelfbouwwoning Zuidoost - zelfstandig oud worden met familieleden


huiswerk

P24

Elke stadsveteraan krijgt een huiswerkopdracht mee om zich voor te bereiden op de vraag: ‘hoe wil ik oud worden?’ Zij komen met prachtige collage’s en tekeningen over hoe hun ideale buurt en woonomgeving eruit ziet.

De opdracht: 1. Hoe ziet een dag in je woning eruit? 2. Hoe ziet een week in de buurt en stad eruit, welke plekken bezoek je? 3. Wat zou je willen behouden in je huidige woning/woonomgeving en wat zou je willen veranderen? Verbeeld of beschrijf dit aan de hand van verhaal, tekening of foto


Overzicht huiswerk workshop Stadsdorp de Pijp


workshops

P28

De workshops organiseren we bij de mensen thuis in een kleine setting van maximaal 10 personen, zodat iedereen aan het woord komt met zijn persoonlijk verhaal. Als we een trend signaleren discussiĂŤren we daarover door om over dat onderwerp verschillende meningen naar boven te halen. Soms helpen de maquettes uit onze koffer om een onderwerp te visualiseren. De verhalen die uit de workshops naar boven komen zijn de bron van onze studie.


P29

oud-zuid

Citaat uit de wokshop met Stadsdorp Zuid: “Zuid is krakend tot stilstand gekomen; het is er comfortabel maar saai. De woonomgeving wordt totaal niet benut voor ouderen, terwijl er hier wel veel wonen”. Er zit hier veel ambitie maar geen ruimtelijke mogelijkheden om dit te realiseren”.


zuidoost

P30

Een hartstochtelijke Bijlmerbeliever aan het woord: “De Bijlmer is de allerbeste plek om oud te worden. Het is de juiste combinatie van veel groen, een hoge dichtheid aan voorzieningen en een goed openbaar vervoer. Iedereen verklaart ons voor gek dat wij uit het centrum hier naar toe verhuizen, maar wij wonen hier meer dan prima�.


nieuw-west

P32

Rolina, deelneemster van de huiskamer Tussenmeer over de kracht van voorzieningen in de buurt en de rol van familie: “Hoe ouder ik word, des te minder ik thuis ben. Want ik weet precies in welk buurthuis je wanneer kan dansen. Ik organiseer ook veel reisjes, die bespreken we dan in de buurtkamer. Als ik echt niet meer voor mezelf kan zorgen, dan ga ik bij het gezin van mijn kind wonen. Maar wel apart. Dan helpen ze mij en ik hun met oppassen�.


P33

centrum-oost

De groep ‘Eigenwijs met Leegstand’ verzucht: “Wij weten heel goed wat we willen maar het probleem van burgerinitiatieven is dat de professional ermee aan de haal gaat. Onze concepten hebben een minder sterk rekenmodel en komen daardoor niet aan de bak. Het gaat alleen om geld, terwijl wij ook iets bijdragen aan de buurt”.


de pijp

P34

Wiep van Stadsdorp de Pijp: “Het hoeft allemaal niet zo groot te zijn maar ik wil wel ruimte om me heen hebben. De straten staan te vol met fietsen, mijn oude vertrouwde groenteboer gaat weg en een hippe koffietent voor jong publiek komt ervoor in de plaats�


oogst

P36

De oogst van de workshops is gecomprimeerd tot trends. Deze trends hebben we gevisualiseerd en levert een reeks aan programmatische en ruimtelijke wensen op, gerubriceerd in de schaalniveau’s van stad, buurt, gebouw en woning.


FILMHUIS

RF

KO EN

BIJ

N

O LT

HI

T

R

K

A TE

R

E

A

M

TH


de stad beloopbare stad uitjes in eigen stad actieve stad overal clubjes het treinstation

P38


STAD P39

beloopbare stad

“Ik neem nooit de kortse route naar de Bijenkorf maar ga altijd via het park en loop even om langs het Hilton om te kijken of er nog beroemdheden op het terras zitten�

RF

KO EN BIJ

N

O ILT

H

De drukke stad lijkt te chaotisch geworden om veilig te fietsen. De fiets wordt ingeruild voor de benenwagen. Een wandelroute is niet de kortste weg om van A naar B te gaan, maar een route waar onderweg iets te zien valt. Het onderweg zijn is een tijdverblijf geworden.


uitjes in eigen stad

P40

“Als je ouder wordt heb je weer tijd om de stad te absorberen: naar de film gaan, een bezoekje aan de markt in Amsterdam-Noord, naar een toneelstuk in de Stadschouwburg en nog even langs de nieuwe expositie in het Cobra museum�

FILMHUIS

T

R

K

A TE

R

E

A

M

TH

Diversiteit aan (culturele) activiteiten in de stad zijn voor de stadsveteranen belangrijk. Er is tijd over om leuke dingen te doen, deze tijd wordt graag ingevuld door een cultureel uitje in eigen stad.

STAD


STAD

Hardlopende Olga, 71 jaar onderweg naar het Flevopark


actieve stad

P42

“Ik wil het ouder worden nog even uitstellen en loop drie keer per week hard. Dwars door de stad naar het Flevopark en dan terug met tram 14�

Zo lang mogelijk vitaal en gezond blijven is belangrijk voor de stadsveteraan. Met genoeg lichaamsbeweging houden ze de conditie op peil. Een potje tennis op de tennisbaan, een sportklasje bij de fitnesschool of zelfs hardlopend van Zuid naar Oost. Sportfaciliteiten voor de stadsveteraan zijn belangrijk.

STAD


STAD P43

overal clubjes

“Ik ben de hele dag druk met met mijn clubjes, maandagavond mijn leesclub, woensdag zingen, vrijdagavond is het tijd voor de kookclub en natuurlijk niet te vergeten de hondenclub in het weekend”

De stadsveteranen hebben hun hele week vol met hobby’s, vrijwilligerswerk, oppassen op de kleinkinderen etc. Actviteiten die niet binnenshuis plaatsvinden, maar ergens anders in de stad. Het ouder worden betekent niet dat er meer tijd thuis wordt doorgebracht. Het pensioen brengt nieuwe activiteiten en bezigheden met zich mee waardoor het van belang is dat de stad hier ruimte voor biedt.


het treinstation

P44

“Ik kom vaak op het station, een mogelijkheid om de stad uit te komen�

Amsterdam heeft veel te bieden maar de stadsveteraan komt ook graag buiten de stadsgrenzen. Een goede verbinding vanuit huis naar het treinstation is daarbij van belang. Met de trein het land in op bezoek bij familie en vrienden of een dagje uit.

STAD


essay #1

P46

Babyboomer geeft zilveren levensfase eigen kleuring De voorspelling hoe stedelingen in de toekomst willen wonen door Jan Latten, hoogleraar sociale demografie aan de Universiteit van Amsterdam


Je

woont al jaren in Amsterdam en staat als babyboomer aan het begin van de zilveren

levensfase. De stad groeit hard, verandert van karakter en is ook voor anderen ‘the place to be’ geworden. Dan komt ook bij onderzoekers, beleidsmakers, architecten en bouwers de vraag op hoe zullen stadsveteranen straks willen en kúnnen wonen? Het is naïef te veronderstellen dat deze generatie senioren dezelfde woonwensen zal hebben als de vorige. Eerder is te verwachten dat stadsveteranen aan deze levensfase een eigen kleuring zullen geven. Amsterdamse ouderen zijn immers allesbehalve doorsnee. Ze hebben een abonnement op diversiteit. Dat heeft ook weerslag op variatie in leefstijlen. Hoe reëel is een scenario waarbij een bont gezelschap van humanisten, gelovigen, ongeletterden, academici, bijstandsontvangers en miljonairs elkaar voor de gezelligheid intensief zal ontmoeten op een gemeenschappelijke karaoke avond, om maar iets te noemen. Hoewel, niets is onmogelijk. Meer reëel lijkt echter te zijn dat in woonwensen tegemoet wordt gekomen aan een delicate balans in uitersten van leefstijlen. Het gaat daarbij om essentiële zaken als dilemma’s van individuele vrijheid versus verbondenheid, openheid versus beslotenheid, tolerantie versus afzondering. In die balans speelt een woonomgeving een belangrijke rol. Tijd om ons af te vragen wat de woonkeuzen van deze aanstormende groep stadsveteranen zouden kunnen zijn. Passen huidige woonvormen in voldoende mate bij wat komende jaren nodig is?

‘Weak signals’ Landelijk zijn senioren in opmars. In 2019 vormen 50-plussers de meerderheid van de volwassen bevolking van Nederland. Ook in Amsterdam zullen zij een stevige stempel drukken. Inmiddels hebben drie van elke tien Amsterdammers Sara of Abraham gezien. De komende jaren neemt vooral het aantal 65-plussers toe. De gemeente Amsterdam verwacht tot 2035 een toename van 100 duizend naar 159 duizend. Een kwart van hen zal zelfs tot de 80-110-jarigen behoren. Ook als hoogbejaarde zullen de meesten zelfstandig moeten blijven wonen. Om toekomstige woonwensen van deze senioren te verkennen kun je uiteraard representatieve enquêtes houden. Dan kan het gebeuren dat woonideeën die nog ‘klein’ zijn, nauwelijks worden gezien. Bovendien zijn meningen van huidige senioren niet per sé een handreiking voor woonwensen van toekomstige senioren. Die toekomst wordt straks immers geleefd door vijftigers en zestigers van nu. Als alternatief kan kleinschalig verkennend onderzoek speuren naar ‘weak signals’ van nieuwe voorkeuren zoals bijvoorbeeld die voor collectief wonen of deelwonen. Volgens de


diffusie theorie beginnen nieuwe trends bij een kleine groep vernieuwers. Hun voorbeeld wordt dan vaak gevolgd door ‘early adopters’ en de ‘early majority’. Met de ‘late majority’ en de ‘laggards’ kan iets doorsnee worden. In een vroege fase op het spoor komen van mogelijke ‘weak signals’ helpt inschatten hoe toekomstige stadsveteranen kleuring kunnen geven aan hun woongedrag.

Amsterdammer is niet doorsnee Vergeleken met de bevolking van Nederland is de Amsterdammer beslist niet doorsnee. In Amsterdam wonen bijvoorbeeld anderhalf keer meer alleenstaanden dan gemiddeld in het land. En ook onderling verschillen inwoners behoorlijk. Op korte afstand van elkaar wonen Amsterdammers die het financieel net redden en duizenden miljonairs. Inwoners met topinkomens, goede gezondheid en hoge kwaliteit van leven wonen vooral aan de Amsterdamse grachten of in Zuid. Inwoners met minder zekerheden en lagere inkomens meer buiten de ring. Tot in de jaren tachtig keerde de autochtone middenklasse de stad de rug toe. Daardoor verarmde de stad. Maar met de bouw van woningen op Java-eiland, Borneo-eiland en later IJburg kwamen de middenklasse-gezinnen terug. De nieuwkomers van destijds maken nu deel uit van de groeiende categorie vijftigplus. Zij kiezen voor een binnenstedelijk milieu met veel voorzieningen als ideale habitat. Dat geldt overigens ook voor een toenemende stroom goed opgeleide kenniswerkers uit het buitenland. Die aantrekkingskracht verhoogt de schaarste aan passende woningen. Tegelijkertijd wordt door beleidsmaatregelen de relatief grote omvang van de sociale huursector gereduceerd. Alles samen stuwt de prijzen en maakt wonen in de stad kostbaarder. De bewoners variëren ook daardoor sterk in financiële mogelijkheden en leefstijlen. Het beeld voor de Amsterdammer is vooral: veel contrast. Dat zal doorwerken in de woonwensen.

Zoeken naar balans in chaos Het begrip leefstijl verwijst naar cultuur: opvattingen over wat hoort, naar een manier van leven. Opleiding is daarbij een aantoonbaar onderscheidende factor. Een goede opleiding geeft toegang tot beter betaalde banen en een hogere levensstandaard. Niet iedereen kan in Zuid wonen, simpelweg omdat hetzelfde woonoppervlak dubbel zo duur kan zijn als in Slotervaart.


Inkomen is een belangrijk voorwaarde voor hoe je kunt wonen. Mensen willen graag ergens bij horen. Behalve via woning en woonomgeving kunnen mensen ook met andere signalen aangeven wie ze zijn, zoals met sportvoorkeur, kleding, woordgebruik of humor. Wat voor de een grappig kan zijn is voor de ander een teken van verkeerde opvattingen. Een leefstijl omvat herkenbare codes die vertrouwen, veiligheid, herkenning, sociale geborgenheid of rust geven. Daardoor kan een groepsgevoel - het gevoel ergens bij te horen - opkomen. Een herkenbare leefstijl brengt zo balans in de alledaagse maatschappelijke chaos waarin de stadsbewoner zich bevindt. Waarschijnlijk zoeken daarom zelfs individualisten toch ook naar gelijkgestemden.

Thuis liever geen melting pot? Enige vorm van gelijkheid blijkt belangrijker dan we doorgaans beseffen. Feitelijk is er zowel bij partnerkeuze als bij keuze van woonbuurt een patroon van uitsortering naar gelijkheid zichtbaar. Huwelijkspartners verschillen hooguit gradueel op belangrijke kenmerken. Het komt bijvoorbeeld nauwelijks voor dat een laaggeletterde getrouwd is met een juriste. Een overeenkomstige tendens is ook zichtbaar op het vlak van wonen. Onderzoek (Musterd e.a. 2014) laat zien dat buurtbewoners neigen naar gelijksoortigheid. Bewoners die qua inkomen afwijken van het gemiddelde inkomen in de buurt verhuizen relatief vaker, en wel naar buurten waar ze minder afwijken van het inkomen van de nieuwe buurtgenoten. Daardoor vindt er tussen buurten een uitsortering plaats van huishoudens met overeenkomstig welvaartsniveau. Ook als het gaat om ethnische mix laten cijfers zien dat de enige allochtoon in een witte wijk liever verhuist naar een meer gemengde buurt. De neiging om op overeenkomsten te letten zal daarom ook een rol spelen in woonvoorkeuren van stadsveteranen.

Verlangen naar veiligheid en geborgenheid Veiligheid is een groot thema, ook als het om de buurt en de woning gaat. Mensen voelen zich in een onbekende omgeving onveiliger dan thuis. Toch zegt volgens de Veiligheidsmonitor 2015 van het Centraal Bureau voor de Statistiek negen procent van de volwassenen zich zelfs thuis


leeftijd

man

90+

vrouw

85-89 80-84 75-79 70-74 65-69 60-64 55-59 50-54 45-49 40-44 35-39 30-34 25-29 20-24 15-19 15

10

5

0

5

10

15

20

25

30

percentage

% komt vaak voor dat ik ‘s avonds de deur niet open doe omdat ik het niet veilig vind

VM, 2015


onveilig te voelen. Geen wonder dat gemiddeld acht procent aangeeft ’s avonds de deur niet open te willen doen. Van de oudere dames doet zelfs een kwart de deur niet open, zie grafiek. Voldoende veiligheid in de woonomgeving en een veilig gevoel in het eigen huis zal daarom voor stadsveteranen meer dan gemiddeld gaan wegen in hun woonwensen.

Eenzaamheid Bijna een half miljoen mensen in Nederland voelt zich eenzaam aldus het CBS. Vooral bejaarde mannen zijn eenzaam; een op de acht mannen van 75 jaar en ouder leeft in eenzaamheid. Het zijn vooral alleenwonenden die mensen om zich heen missen. Dertig á veertig procent van de alleenwonende 55-plussers wil best wel wat meer reuring om zich heen. Zelfs één á twee van elke tien ouderen met een partner mist desondanks mensen om zich heen. Blijkbaar zijn er zilveren koppels die minder geïsoleerd willen leven om het ‘gezelliger’ te hebben (CBS, 2015).

Geen nakomelingen Door komst van de anticonceptie pil medio jaren zestig uit de vorige eeuw verdween de vanzelfsprekendheid om kinderen te krijgen. De komende jaren wordt dat merkbaar in het aantal stadsveteranen dat (klein-)kinderloos oud zal worden. Eén kwart van de mannen en circa één op de vijf vrouwen uit de jaren zestig wordt zonder nakomelingen oud. Het grote familienetwerk met kleinkinderen die op bezoek komen bestaat voor hen niet. Voor hen zijn vrienden of leeftijdgenoten belangrijker dan ooit. Combineer dat eens met het gegeven dat nogal wat single 55-plussers aangeven mensen om zich heen te missen en volgens het Sociaal Cultureel Planbureau één op de tien ouderen mantelzorg ontbeert. Door te kiezen voor andere woonvormen dan het traditionele eengezinshuis lukt het wellicht beter naar elkaar om te zien en sociale isolatie te voorkomen.

Individuele vrijheid in verbondenheid Volgens de socioloog Sennet zullen mensen door de flexibilisering van de economie steeds minder


bij machte zijn om zich langdurig te binden. Anno 2016 is het aantal mensen met een flexibele baan opgelopen tot 1,8 miljoen. Parallel loopt de trend naar tijdelijke relaties. Er wonen in ons land inmiddels 1,3 miljoen gescheidenen, vier keer zo veel als in 1980. In Sennet’s visie is dat mede de oogst van de flexibilisering. Hoe dan ook, meer dan ooit gaan mensen alleen door het leven. Met name alleenstaande dames boven de vijftig kiezen er voor om dat zo te houden. Precies dezelfde categorie die meer dan gemiddeld ’s avonds de deur dicht houdt. Gezelligheid zoeken ze vooral bij vrienden of via een LAT-relatie. Het illustreert de zoektocht naar een combinatie van individuele vrijheid in verbondenheid met anderen. Uit CBS onderzoek blijkt dat singles net zo gelukkig kunnen zijn als samenwoners, als de singles maar vrienden hebben. Het kan bijna niet anders of de zilveren singles, en met hen de oudere koppels die mensen om zich heen missen, zullen alternatieven zoeken voor de afwezige vanzelfsprekende verbondenheid die er ooit in de vorm van familie was. Vriendengroepen, woongroepen zoals in TV series als ‘Divorce’ of ‘Golden Girls’, zijn opkomende voorbeelden van nieuwe leef- en woonvormen. Nieuwe vormen van samenleven met verbondenheid op vriendschapsbasis. Ze kunnen bijdragen aan gevoel van veiligheid, aandacht en kwaliteit van leven. Het kan bijna niet anders of woonwensen zullen in deze richting groeien. Meer aandacht voor een juiste balans tussen privé en publiek, voor gedeelde woonruimten, gemeenschappelijke voorzieningen en met aandacht voor verbondenheid zal het resultaat zijn. Door de groep in eigen beheer of met hulp van deskundigen ontwikkeld, Zeker is dat het aantal stadsveteranen komende decennia flink zal toenemen. Zullen zij er in slagen in hun woonomgeving de juiste balans te realiseren?

CBS (2015) Kwaliteit van Leven, Den Haag/Heerlen/Bonaire, september. CBS (2015) Veiligheidsmonitor, Den Haag/Heerlen/Bonaire. Musterd S., W.P.C. van Gent, M. Das, J. Latten (2014) Behaviour in urban space: Residential mobility in response to social distance. Urban Studies, Vol. 53, no.2, p.227-246 Sennet R (1998) the corrosion of character, New York.


HA PS TU IN

BU N BU URT

G

EM EE

N SC

OM SLO TE

TK UR

F OR

BA D

K EN

BIJ

LO GE ERH UIS H

UI

S

N

O LT

HI

IN +B E D

DE B

T+ UUR

DE L AU TO OE

N

EK HE OT AP B AA R

GR

O P EN

GR OE NT EB OE R

FE D CA GRAN

KK BA

ER

IJ

E AM

R


de buurt woonomgeving begaanbare buurt voorzienende buurt grijze economie buurthuiskamer omsloten buurt bevriende buurt gemeenschapstuin

P54


BUURT

Anneke, 70 jaar en Dick, 67 jaar in Grand CafĂŠ Wildschut, waar ze zich wel thuisvoelen en elkaar kunnen verstaan.


woonomgeving

P56

“De woonomgeving wordt totaal niet benut voor ouderen. Zet daarom geen advocatenkantoor

GR O

EN

OP

EN

BA

AR

op de hoek maar een Grand Café. Het ‘geld’ neemt de openbare ruimte in beslag”

CAFE D N A GR

Ouderen voelen zich soms de enige ‘grijze duiven’ tussen de jong volwassen Amsterdammers wanneer ze op vrijdagmiddag een biertje drinken in het cafe om de hoek. De stad is op dit moment erg gericht op deze groep stedelingen, terwijl er veel kansen liggen om de woonomgeving interessanter te maken voor de stadsveteranen.

BUURT


BUURT P57

begaanbare buurt

“Ruime trottoirs waar je niet tussen de bakfietsen door hoeft te zigzaggen en oversteekpunten waar je niet door snelheidsduivels omver wordt gefietst maken het mogelijk om je als oudere veilig door de buurt te verplaatsen�

RF

KO IJEN

B

N

O LT HI

Doordat veel ouderen in de stad hun fiets verruilen voor de benenwagen, is er behoefte aan brede stoepen die niet vol staan met fietsen. Waar ruimte is om elkaar te passeren. Ook overzichtelijke oversteekplaatsen waar zowel de automobilist als de fietser voor je stoppen zijn een verademing.


voorzienende buurt

P58

“Als de buurtwinkels op loopafstand zijn kun je langer thuis oud worden�

EK HE T O AP

GR OE NT EB OE R

E KK A B

RIJ

Voorzieningen op loopafstand zorgen ervoor dat ouderen minder afhankelijk worden in de toekomst. Als de supermarkt, de drogist of de bakker zich binnen 5 minuten lopen bevinden is zelf boodschappen doen mogelijk. Als tegenhanger geloven ook een aantal stadsveteranen in de bezorgservice van de toekomst. Als alles online besteld kan worden hoef je voor de dagelijkse boodschappen niet meer de deur uit.

BUURT


BUURT P59

grijze economie

“Mijn bad heb ik weggedaan in het kader van een drempelloos huis, maar met een badhuis in de buurt kan ik toch nog af en toe in bad”

“Het zelf-geinitieerde project ‘bed in de buurt’ is een soort Airbnb die gaat voorzien in een tijdelijke gelijkvloerse woonplek als het vanwege gezondheidsredenen even niet mogelijk is om in de eigen bovenwoning te komen. Leden van het stadsdorp bezorgen dan een lekkere maaltijd”

“Een ‘electrische Canta’-verhuur als deelauto voor de buurt, waar iedereen af en toe gebruik van kan maken”

“Als groep neem je ruimte in die betekenis heeft. Je kunt met levenservaring, kennis en een opgebouwd netwerk een rol spelen voor de de buurt, zoals bijvoorbeeld scriptie begeleiding aan studenten”


BUURT

Mia, 64 jaar met de kookclub in het paviljoen in de binnentuin van het Theresa Schwartzeplein


BUURT

De eters in het paviljoen in de binnentuin van het Theresa Schwartzeplein


grijze economie BA D

DEEL AU

P62

LO GE ERH UIS H

UI

S

TO

+B E D

I

T+ UUR B E ND

Stadsveteranen hebben grootse ideeÍn over de extra voorzieningen en activiteiten die in hun buurt kunnen komen. Beter nog, ze willen ze graag zelf initieren, organiseren en beheren. Een deeleconomie waar binnen een netwerk diensten en gunsten worden uitgewisseld. Een beschikbare plek in de buurt en het startkapitaal zijn de grote belemmeringen. Het paviljoen in de binnentuin van het Therese Schwartzeplein in de Pijp is bijvoorbeeld zo’n perfecte ruimte waar een kookclub eens per maand kookt voor de buurtbewoners.

BUURT


BUURT P63

buurthuiskamer

“Ik ga alle buurthuiskamers af. Elke dag van de week kan ik wel ergens terecht voor een spelletje en een praatje. De leukste is die in Zuid-Oost, daar dans ik. Heerlijk, ik hou ervan om uit te gaan�

BU

UR

ME A K T

R

De kracht van voorzieningen als buurthuiskamers zit hem niet alleen in het samenkomen met andere leeftijdsgenoten uit de buurt. Het is ook de plek waar nieuwe vrienden worden gemaakt en plannen worden gesmeed. De buurtkamer van Tussenmeer is geen suffe plek, maar een huiskamer met een hip interieur waar de deur open staat en de koffie goed is.


omsloten buurt

P64

“Om iets heen wonen zodat de reuring op afstand blijft�

OM SLO TE

NB

UUR T

Een stadsveteraan beschrijft omslotenheid als een uitloopruimte tussen de veilige woning en de drukke stad. Geen afgesloten hof maar een omsloten openbare ruimte waar wel leven is door gebruik van andere buurtgenoten, en vanuit het raam spelende kinderen te zien zijn. Achter deze omsloten buurt zijn de drukke weg, de tram en de voorzieningen.

BUURT


Atie, 68 jaar in CafĂŠ Krul. Omdat ze hier elke ochtend de krant komt lezen kent het personeel haar, dat is fijn.


bevriende buurt

P66

“Ik wil geen abonnement op de krant, ik lees deze elke ochtend bij het cafe in de buurt met een praatje erbij�

Redenen om het huis uit te gaan; de krant lezen is er zo een. Veel ouderen in Amsterdam zijn alleenwonend. Om in de ochtend toch aanspraak te hebben biedt het koffietentje een stukje verderop de oplossing. Dit zijn plekken die dagelijks bezocht worden, en daarmee vriendschap en sociale controle met zich meebrengen.

BUURT


BUURT

In de nutstuin van Leerdamhof Zuid wordt door de tuinders het seizoen gevierd met een kop koffie en zelfgemaakte cake. Na het gezamelijke grote onderhoud gaan de nieuwe plantjes de grond in.


gemeenschapstuin

P68

“De overheid treed terug, de kracht van het eigen netwerk wordt aangesproken. Onze nutstuin

G

EM EE

N SC HA PS TU IN

is het bindmiddel van dit netwerk. Vanuit hier onstaan er weer nieuwe initiatieven voor de buurt”

Een netwerk in de buurt is van belang voor de ouderen in de stad, met name voor de alleenstaanden. Een gemeenschappelijke plek in de buurt, waar men door een activiteit, elkaar kan ontmoeten, en netwerken ontstaan. De nutstuin is zo’n plek. Samen tuinieren maakt terloops contact mogelijk, geeft een gespreksonderwerp en het levert daarnaast nog wat op ook: een bos bloemen voor op tafel of een schaal lekkere aardbeien.

BUURT


8-House, Kopenhagen foto: www.big.dk/#projects-8


essay #2. Van hofjes tot aan het getal 8? Een antropologische-architectonische blik op schaal en groepsmix voor de stadsveteraan door Dr. Ir. Dort Spierings HAN Built Environment / Civil Society Lab

P70


Waarom worden velen wild enthousiast van hofjes? En bouwen we zoveel anders? Als ik een hofje binnenloop of enkel binnenkijk overvalt me een gevoel van schoonheid en zuiverheid, maar vaak ook weemoed. Zo wil ik wonen, zo zouden we moeten wonen, zo wil ik oud worden. Dat gebeurt me in het Teylershofje in Haarlem, het Wildemanshofje in Alkmaar of in de relatieve stilte van de Begijnhof in Amsterdam. En het gebeurt bij bijna iedereen die met me meekijkt. De schaal, de beslotenheid, de relatieve rust roept die gevoelens op, en daarbij direct het idee: waarom bouwen we niet meer hiervan? Omdat het te benauwd is, te klef? Goede vragen, nu we op zoek zijn naar de wenselijke schaal en mix voor woonvormen voor beschut zelfstandig wonen. Kan dat dan ook voor de stadsveteraan? Kan dat ook gemengd met minder vitaal of met nog jongere bewoners? Doen we dat al meer in dorpen dan in steden? Het hofje kent in algemene zin een binnenplaats of binnentuin met daar omheen een aantal woningen. Door de vorm wordt een zekere beslotenheid en verbondenheid bewerkstelligd. Zou het daarmee ook iets betekenen voor de huidige tijd van zoeken naar sociale cohesie binnen een woonvorm voor de stadveteraan? In Kopenhagen staat het gebouw Digit8, een achtvormige, omhooglopende straat met 475 rijtjeshuizen, lofts en penthouses en daarnaast kantoren, een prachtig restaurant en een enkel winkeltje. Een vorm van het stedelijk hofje 2.0? Te groot om een sociale eenheid te vormen of juist heerlijk anoniem daardoor? In ieder geval veilig, comfortabel, gericht op sociaal contact met de hellende-straat-bbq.

Invloeden van schaalgrootte en groepsmix op ervaren veiligheid en verbondenheid In het onderzoek De wenselijke schaal, fysieke schaalgrootte en sociale kwaliteit van wonen in woonzorgcomplexen (Spierings, 2014) is gekeken naar beweegredenen om te verhuizen naar een meer beschutte woonvorm. Als belangrijkste komen daarbij naar voren: het aanwezige fysieke comfort, de verwachte fysieke en zorggerelateerde veiligheid en de sociale interactie. Daarmee vormt zich een pleidooi om beschut zelfstandig wonen naast zelfstandig thuis oud worden als een bruikbare en waardevolle variant te zien. Zeker als het alternatief betekent in een minder geschikte woning of woonomgeving te wonen of geforceerd te moeten verhuizen naar intensieve institutionele zorg.


“Hier is een dorp in de hoogte… als het zo vervelend weer is… loop je even naar het atrium. Daar is altijd iemand waar je een praatje mee kunt maken.” Waarde van sociale interactie - Bewoner Bergweg, Rotterdam: Zeer grootschalig – Gemengd met zwaardere zorg

Ontmoetingsruimte als motor van sociale cohesie Als motor van de sociale cohesie blijkt een gebouwgebonden ontmoetingsruimte, niet in de buurt, maar in het gebouw zelf, cruciaal. Alleen zo ontstaat een wij-gevoel op gebouwniveau die als basis kan dienen voor het delen van koffie, maaltijden en meer. Een belangrijk verschil met oudere concepten is mogelijk doordat vitale bewoners zelf de regie en uitvoering van het programma ter hand kunnen nemen. Goedkoper en effectiever waar het om eigenaarschap gaat. Creëer daarvoor nieuwe maar transformeer ook bestaande appartementencomplexen voor beschut zelfstandig wonen door toevoeging van een ontmoetingsruimte. Faciliteer bewonersinitiatieven door beschikbaar stellen van een gemeenschappelijke ruimte en middelen.

“Dat moet je weer eerst vragen aan dat bestuur… Wij mogen niks zelf organiseren.” Eigen regie welzijnsactiviteit - Bewoner Domus Bona Ventura, Nederweert: Kleinschalig – Gemengd met zwaardere zorg

Waardering voor kleinschaligheid maar ook voor grootschaligheid Van oudsher is er veel waardering voor kleinschalige oplossingen vanuit vermeende bewonersvoorkeuren en neigen financiële organisatievoordelen tot grootschalige oplossingen. Dit blijkt niet het gehele antwoord. Kleinschaligheid wordt inderdaad door vele bewoners gewaardeerd vanwege de verwachte huiselijkheid en veiligheid en door beslissers vanwege de mogelijkheden tot maatwerk. Echter, grootschaligheid wordt in vergelijkbare mate gewaardeerd door bewoners vanwege de levendigheid, anonimiteit, keuzevrijheid in contacten en een groter aanbod aan activiteiten. Met name in de stad als vertrouwde habitat van de stadsveteraan. Dit is een pleidooi voor een diversiteit in het aanbod, kleiner naast groot, groter naast klein. Voldoende levendigheid, levensvatbaarheid met een ondergrens van 25-40 wooneenheden.


Wenselijke variatie voor de stadsveteraan in schaal

zeer grootschalig > 191 won.

grootschalig 131 - 190 won.

middelgrootschalig 81 - 130 won.

kleinschalig 41 - 80 won.

zeer kleinschalig < 40 won.

aantal wooneenheden

XL

200 L

150 M

100 S wenselijke mix

50 XS schaalgrootte

vitaal minder vitaal


Voldoende herkenbaarheid en identificeerbaarheid met een bovengrens van 300-350 wooneenheden. Overigens lastiger te realiseren in dorpen vanwege gebrek aan voldoende schaalgrootte. Van de vooronderstelling dat een middelgrote schaal ‘the best of both worlds’ zou zijn, blijkt het tegendeel waar: de huiselijkheid van de kleine schaal wordt gemist en de voordelen van de grote schaal komen nog niet tot uiting. Daarmee lijkt de middelschaal vlees noch vis. Het geconstateerde omslagpunt waar sociale controle overgaat in anonimiteit, beide met hun voor- en nadelen, ligt bij 80-120 wooneenheden. De wenselijke schaal betreffende sociale kwaliteit van wonen lijkt wel afhankelijk van de situering, waarbij kleinschaligheid meer gewenst is in dorpen en grootschaligheid in steden. De stadsveteraan zal geneigd zijn te kiezen voor een van de uitersten in schaal. “Dan heb je ook nog verschillende typen mensen. De één, nou, dat is niet zo mijn type, de ander die spreekt je meer aan. Als je een hele kleine groep hebt dan ben je teveel op elkaar aangewezen.” Sociale controle en anonimiteit - Bewoner Menno Simons, Amsterdam: Zeer grootschalig – Gemengd met zwaardere zorg

Sociale cohesie wordt nadrukkelijk beïnvloed door groepsmix, confrontatie en relationele agressie zorgen voor wankel evenwicht Voor het veiligheidsgevoel is de aanwezigheid van een professional belangrijk, ook al wordt daar geen beroep op gedaan. Niet op afstand via een inluisterkanaal, maar daadwerkelijk fysiek zichtbaar aanwezig in het gebouw. Meer dan viervijfde van de onderzochte beschut zelfstandig woonvormen hebben een gemengde samenstelling met mindere vitale ouderen. Eén achtste waren enkel voor vitale ouderen en één enkel complex was gemengd met minder vitaal en met jongeren, starters en gezinnen. Tot een menging met circa een vijfde zwaardere zorg, vormen zich geen nadelen, enkel de voordelen van aanwezigheid van een ontmoetingsruimte en een professional. Daarboven kantelen een aantal cruciale aspecten. De inspanning die de gezonde ervaart om de minder gezonde te helpen, een praatje te maken, stoel aan te schuiven, loopt op. Het verlenen van informele zorg geschiedt in deze woongemeenschappen minder. Dit was nog nadrukkelijker in het complex gemengd met jongeren, starters en gezinnen. Kennelijk ondermijnt een te gespreide of te grote menging het concept beschut wonen en bovenal de vitaliteit van de woonvorm als


geheel, er zal zich ook minder vitale senioren melden. Evenals in verpleeg- en verzorgingshuizen is relationele agressie, zoals roddelen en uitsluiten, aanwezig en van invloed op de sociale kwaliteit van wonen. Een grotere percentage menging leidt tot meer relationele agressie. Het pleidooi wat hieruit is af te leiden is en onverminderd zal gelden voor de stadsveteraan: meng met mate.

“Het is hier beneden een mooie fruitschaal, maar zolang die twee rotte appels er zitten, is de sfeer om te snijden.” Confrontatie en relationele agressie - Bewoner Malburgstaete, Arnhem: Grootschalig – Gemengd met zwaardere zorg en niet-zorg

Wat betekent dit voor de vormen waarin we willen wonen? Als we met de conclusies uit de voorgaande paragraven een gewenste variatie in schaal en mix hebben kunnen vaststellen en deze deels ook in specifieke zin voor de stadsveteraan vasthouden, kunnen we terugkomen op de charme van het oude en het nieuwe hofje. Het oude hofje valt daarbij als kleinschalig en veelal als niet gemengd te karakteriseren. Daarmee beantwoordend aan een overzichtelijke en daarmee veilige woonvorm aan het linkeruiteinde van zowel het schaalgrootte- als het groepsmix spectrum. Men weet met wie men woont, door de hoeveelheid en de eenduidigheid van de bewonersgroep. Het nieuwe ‘hofje’, de Digit8, zit wat betreft schaalgrootte aan het verre rechtse uiterste van meer dan 400 woningen, en daarmee op een welhaast on-Nederlands grootschaligheid. Echter zo blijkt uit het onderzoek, ook dàt concept beantwoordt aan de wens van een flinke groep stadsveteranen, die juist anonimiteit en veel keuze uit bewoners, generaties, doelgroepen, maar ook activiteiten en voorzieningen prefereren. Er is daarmee niet één antwoord, zeker niet op de schaalgrootte te geven. Zowel de kleine als de grote schaal bedienen woonwensen van ouderen. Wel is de gemiddelde stedeling en dus ook de gemiddelde stadsveteraan vaker dan de gemiddelde Nederlander op een grootschalige, want meer anonieme en diverse woonomgeving gesteld. Ten aanzien van de groepsmix is er een zekere bandbreedte van een vijfde minder vitaal ten opzichte van vitaal aan te geven, waarboven informele hulp afneemt en een vitale woongemeenschap


lastig wordt. En daarnaast is het interessant meer studie van het mengen met jongeren, starters en gezinnen te maken. Het zogenaamde meergeneratiewonen zoals dat in Duitsland meer gewoon en succesvol is. De manier van toewijzing van woningen speelt hier een belangrijke rol bij het ‘eigenaarschap’ en draagvlak en daarmee de sociale cohesie. Als we terugkijken naar wat een hofje tot een hofje maakt is dat, naast de groepsgewijze woning, de aanwezigheid van een binnenplaats of binnentuin waardoor een zekere beslotenheid en verbondenheid ontstaat. In het beschut zelfstandig wonen onderzoek zijn ook andere bouwvormen dan een hofje bekeken, die zonder deze beslotenheid wel de verbondenheid kenden. De schaalgrootte en groepsmix van de bewonersgroep bleken daarbij maatgevend. En daarnaast bleek de aanwezigheid van een gezamenlijke ruimte cruciaal, deze stimuleert de sociale cohesie door het informeel ontmoeten. Kortom zorg dat er voor de stadsveteraan het nodige bewust te kiezen valt uit kleinschalige en grootschalige woonvorm, hou de groepsmix binnen zekere grenzen en zorg voor een gemeenschappelijke ruimte als essentiële motor voor de sociale cohesie!


$$$

$$$ $$ $$$

$$$

$$$

$$ $

$$ $$$

$

$$

qt

qt

$$$

$$$ $$$ $$$

$$ $$$

$

$ $

qt

qt

TE HUUR SP A


het gebouw overzichtelijke entree lift als verlosser gemixt wonen levenshouding tuinpaviljoen breigalerij

P78


GEBOUW

De portier in de entree van het Nieuwe Huis. Bewoonster Marijke, 64 jaar maakt altijd een praatje na het uitlaten van haar hond.


overzichtelijke entree

P80

â&#x20AC;&#x153;Maak een ruime entree, zodat je kan zien en gezien kan wordenâ&#x20AC;?

Kleine donkere entrees geven een onveilig gevoel. Een veilige entree is een ruimte die in een oogopslag overzien kan worden. Zo weet iedereen wie het gebouw binnenkomt, leren buren elkaar beter kennen en kunnen ze even op het bankje in de hal met elkaar kletsen. Helemaal luxe is een portier. Gewoon iemand die er altijd is, die je groet en de post voor je naar boven brengt.

GEBOUW


GEBOUW P81

lift als verlosser

â&#x20AC;&#x153;Geef ons een lift, dan kunnen we langer in ons blok blijven wonenâ&#x20AC;?

Heel veel bouwblokken in de stad hebben geen lift, wat als je ouder bent steeds vervelender wordt. Met een lift en galerij in het binnengebied kunnen (een deel van) de woningen gelijkvloers ontsloten worden. De balkondeur wordt de voordeur en als de galerij breed genoeg is, gaat het balkon niet eens verloren.


gemixt wonen

P82

“Het ideale woongebouw is als een dorpje op zichzelf, een mix in leeftijden en programma”

TE HUUR SP A

Ouderen zien mogelijkheden om (leegstaande) panden te transformeren naar het ideale stadsveteranen woongebouw. Jenny, 65 jaar en initiatiefneemster om een oude parkeergarage te transformeren: ‘Op de begane grond woningen met tuintjes voor gezinnen en winkeltjes voor de buurt. Op de eerste verdieping een zorghotel, ruimte voor een arts en een betaalbare wellness. Daarboven kleine drie-kamer appartementen voor ouderen (mix sociale en vrije sector huur) en op het dak een collectieve dakakker.

GEBOUW


GEBOUW P83

eigen corporatie

â&#x20AC;&#x153;Als alleenstaande zonder kinderen wil ik met het geld uit mijn koopwoning meebetalen aan de huisvesting van mijn minder vermogende vrienden, als we maar wel samen kunnen wonenâ&#x20AC;?

$$$

$$$ $$$

$$$ $$$ $$$ $$ $$$

$$$

$$$

$$ $ $

$$

$$ $$$

$$ $$$

$

$ $

Veel stadsveteranen wonen scheef, dat betekent dat ze veel m2 woonruimte hebben voor een relatief lage huur. Ze willen wel verhuizen, maar dat brengt een enorme huurverhoging met zich mee of een vermindering aan woonoppervlakte. Door mogelijkheden te generen voor andere financieringsmodellen kan het voor een groep ouderen gemakkelijker worden om samen een woongroep te starten. Voor ouderen zonder kinderen kan het een interessante, sociale investering zijn samen met een groep vrienden de oude dag (financieel) te verzorgen.


levenshouding

P84

“Als je woont met leeftijdsgenoten wordt je allemaal op hetzelfde moment ziek of ga je tegelijk dood. Gemixt wonen in leeftijd maar met mensen met dezelfde levenshouding maakt een woongroep krachtig”

qt

qt

qt

qt

Het wonen in een woongroep voorziet in het hulp- en vertier netwerk waar de stadsveteraan naar op zoek is. Niet het delen van ruimten, maar het delen van een levenshouding is daarbij van belang. Deze levenshouding heeft te maken met leefstijl, politieke/maatschappelijke gedachten en geloofsovertuiging. Eenzelfde levenshouding zorgt voor betere aansluiting met en begrip voor elkaar. Stadsgezinnen en stadsveteranen kunnen elkaar zo perfect helpen. Overdag houden de ouderen een oogje in het zeil op de kinderen, ‘savonds de ouders op de veteranen.

GEBOUW


GEBOUW P85

tuinpaviljoen

“Een gezamelijk tuinhuis in de binnentuin lokt uit tot tuinieren en samen eten”

Het is belangrijk dat je elkaar terloops kan ontmoeten. Dit kan meer inpact hebben dan een georganiseerde gemeenschappelijke ruimte. Door een klein stuk van de privétuin op te offeren voor een collectieve tuin met een tuinhuisje kan het samenkomen vrijwillig gebeuren. Iedereen kan het tuinhuisje gebruiken en met een paar scharrelkippen zijn er ook nog eens elke dag verse eieren inclusief een onderwerp om een gesprek te starten.


GEBOUW

Het paviljoen in de binnentuin van het Theresa Schwartzeplein wordt collectief gebruikt.


GEBOUW

Voor de woongroep bewoonster Angelique, 71 jaar maken de plantjes, tafeltjes en bankjes een heerlijke buitenruimte van de brede galerij.


breigalerij

P88

â&#x20AC;&#x2DC;Onze brede galerij is echt een verblijfsplek waardoor iedereen elkaar kent. De thuiszorg kan nog even worden uitgesteld, door de helpende hand van de buufâ&#x20AC;&#x2122;.

Door de galerij en het balkon te combineren kan er een buitenruimte ontstaan die voorziet in de gewenste ontmoeting en aanspraak voor de stadsverteraan. Door de brede galerij goed te positioneren op de zon en plekken voor bloemen en planten mee te ontwerpen kan dit een fijne plek zijn om te zitten. Het terloops ontmoeten van je buren zorgt ervoor dat de stap om even hulp te vragen of bieden kleiner wordt.

GEBOUW


Eddy, 90 jaar


essay #3.

P90

Wonen vanuit levenservaring en ambitie Langer thuis wonen hoeft niet te betekenen dat dit in hetzelfde huis hoeft te zijn door Yvon Hoogendijk, eigenaar van GRIJZELENTE, adviesbureau voor ontwikkeling en realisatie van groepswonen voor ouderen


Tijdens een rondreis door Marokko ontmoette mijn man en ik drie jaar geleden een Fransman, genaamd Eddy. Hij verloor twee jaar geleden zijn vrouw op 88-jarige leeftijd en sindsdien reist hij de hele wereld over. Hij mist zijn vrouw nog elke dag en voor een deel heeft hij, na haar overlijden, zijn zin in het leven verloren. “Vooral het wegvallen van mijn dierbaren en bekenden, mensen waarmee ik kan praten over dingen”, vindt Eddy het meest lastige aan het ouder worden. “Ik voel me fit. Echter, mijn tempo is gewijzigd van vlug naar weloverwogen”. Eddy heeft sinds onze kennismaking een reis naar Groenland gemaakt, Thailand en Tahiti bezocht en denkt erover dit jaar de Saharawoestijn te gaan aanschouwen. Hij is een man met ambitie en een enorme levenservaring. Zo richtte hij op 57-jarige leeftijd een nieuw bedrijf op in Amerika. Een goed moment volgens Eddy, “ik was op die leeftijd evenwichtiger en had inmiddels veel ervaring opgedaan.” Sinds het overlijden van zijn vrouw woont hij afwisselend bij zijn zoon en zelfstandig in een appartement in Parijs. Wonen in een zorghotel met 24-uurs service ziet hij niet zitten. Hij verafschuwt zijn kleiner wordende wereld en wuift zijn kwetsbaarheid weg. Wij worden steeds ouder en willen ook goed ouder worden. Dat is niet hetzelfde als ‘zo lang mogelijk leven’. Wij kunnen kwaliteiten en levenservaring inzetten, maar zullen moeten leren onze eigen beperkingen te hanteren. Zo levert een leven leiden als oudere allerlei dilemma’s op. Hoe kan een woning en woonomgeving bijdragen aan het realiseren van jouw dromen? Blijf je überhaupt wonen waar je nu woont of ga je verhuizen naar een woning die beter past? Hoe kwetsbaar ben je en wat betekent veiligheid voor je? Hoe houd je jouw wereld groot en hoe voorkom je dat je eenzaam wordt? Ouderen kunnen niet over een kam worden geschoren. Het verschil in leeftijd binnen deze doelgroep is soms meer dan 30 jaar. Dat is een hele generatie met andere levensstijlen, -ervaringen en gezondheidsongemakken. Als overheden het over wonen voor ouderen hebben, dan bedoelen zij de kleine kwetsbare groep, die over het algemeen een hoge leeftijd heeft bereikt. Er zijn echter verschillende momenten in een volwassen leven, waarop kan worden nagedacht over de eigen woonsituatie en of deze nog past bij de levensfase. Als de kinderen het huis uitgaan wordt ervaren dat de jarenlange bedrijvigheid in het gezinsleven afneemt. De woning blijkt ineens groot en bewerkelijk te onderhouden. De kinderen zullen niet verlangen dat hun ouders blijven wonen in het ouderlijk huis. Zij willen dat hun ouders gelukkig zijn


en zich veilig voelen in een woning die bij hen past. Echter, slechts enkele ouderen besluiten dit moment te gebruiken om te gaan verhuizen. Als ouderen stoppen met werken is het ineens niet meer relevant te wonen op redelijke reisafstand van het werkadres. Oude hobbyâ&#x20AC;&#x2122;s worden opgepakt, zoals reizen, schilderen enz. Een woning in het buitenland behoort ineens tot de mogelijkheden. Het kan ook zijn dat, aan het eind van de werkcarrière, een nieuwe uitdaging wordt aangegaan om datgene te gaan ondernemen waar men voorheen niet aan toe is gekomen. Hiervoor wordt hoofdzakelijk vanuit het huis gewerkt. Of er wordt gezocht naar een woon- en werkgemeenschap met soortgelijke ondernemers om met hen synergie te vinden en samen nieuwe kansen te grijpen. Een sterk veranderende levensstijl, maar de huidige woning en woonomgeving veranderen niet mee. De geboorte van de kleinkinderen is een nieuw moment om na te gaan denken over verhuizen. Als daar prijs op wordt gesteld, dan kan men in de buurt van de vaak overbelaste kinderen gaan wonen. Hierdoor verlichten de ouderen de taken en kunnen zij een rol spelen bij de opvoeding van de kleinkinderen. Deze levensfase is tevens vaak het moment waarop ouders van ouderen meer zorg vragen. Bij hen in de buurt gaan wonen kan een overweging zijn. Slechts een heel klein deel van de ouderen verhuist nog vrijwillig na het vijfenzeventigste levensjaar. Tegen die tijd blijven zij in hun niet passende woning en hebben allerlei aanpassingen aan hun huis laten doen of zelf gedaan. Totdat er iets gebeurt. Dan moet er plotseling naar een andere woning worden gezocht. Dan is er vrijwel geen keus. Het meeste huisraad moet op stel en sprong worden verdeeld, want de nieuwe woning blijkt klein, staat in een wijk of dorp waar de oudere niemand kent en met zorgverlening waar men helemaal niet op zit te wachten. Het is raadzaam niet het moment van verhuizen af te wachten tot het echt moet. Door zelf op tijd het heft in eigen hand te nemen, ben jij degene die bepaalt hoe de nieuwe woning eruit gaat zien: waar en met wie je gaat wonen in de derde woonfase van het leven. Je kunt anticiperen op de ambitie die je hebt. Zoek een huis dat hierbij past, waar (tot op zeer hoge leeftijd) zelfstandig kan worden gewoond, dat eenvoudig is te onderhouden. Doe dat met gelijkgestemden en in een veilige en vertrouwde omgeving. Dat betekent inspraak en maatwerk, waarvan ook draagkracht een belangrijk onderdeel uitmaakt.


Als ouderen wordt gevraagd wat hen doet besluiten te verhuizen dan geven zij een scala aan redenen. Dicht bij voorzieningen, reuring en sociale contacten komen bijna altijd in het rijtje voor. Ook het aspect ‘veiligheid’ komt vaak ter sprake. Bij navraag worden dan een aantal dimensies genoemd. Ouderen komen vaker in kwetsbare situaties terecht. De kans om te vallen met ernstige gevolgen wordt groter en dat geldt ook voor de angst om te worden overvallen. De wereld wordt complexer en het lijkt of wij ons steeds kwetsbaarder en onveiliger gaan voelen. Dit gevoel van onzekerheid maakt dat mensen zich steeds minder geborgen gaan voelen. Dat is een reden waarom wij in onze cultuur grote nadruk leggen op het beheersen, wegnemen of tijdig voorkomen van mogelijke bedreigingen, schrijft Jan Baars1. Angst en onbehagen spelen daarin een grote rol. De overheid geeft vanaf de midden jaren tachtig prioriteit aan de bestrijding van criminaliteit. De slachtoffers worden leidend. Naast bestrijding krijgt het veiligheidsdenken steeds meer aandacht, volgens Hans Boutellier2. Een voorbeeld daarvan is het recente bericht dat postbodes hun wijken in de gaten gaan houden, onregelmatigheden gaan fotograferen en doorgeven aan de gemeente. Zij worden voor hun extra werk betaald door PostNL. Ook het AHwinkelpersoneel in Den Haag heeft er een taak bij gekregen. Het houdt de gezondheid en het welzijn van klanten op leeftijd in de gaten. Denkt men dat er iets niet pluis is, dan gaat het personeel in gesprek en verwijst het de klant door naar in de winkel aanwezige vrijwilligers. De nadruk ligt hier op preventie. Maar wanneer en voor hoe lang is een situatie veilig? Een dergelijke status is namelijk nooit definitief en dus een utopie, zo vervolgt Hans Boutellier zijn betoog. Fysieke veiligheid levert niet per definitie gevoelsveiligheid op. Bestrijding en voorkomen leidt zelfs tot opsluiting en eenzaamheid. De wereld om ons heen wordt kleiner en daardoor wordt men nog angstiger. Beter is het om in een beschermde omgeving in vrijheid te leven en daar ambities te realiseren met behoud van zelfregie. Nabijheid en echt contact, dus aandacht, spelen hierbij een cruciale rol. Vitaliteit is een ander aspect dat meespeelt bij het ervaren van veiligheid op oudere leeftijd. Weerbaarheid, zelfvertrouwen, energie en een positieve levenshouding zijn hierbij van groter belang dan alleen lichamelijke fitheid. Hiermee wordt bedoeld dat alleen het individu kan bepalen of het leven waardevol is en ambities kunnen worden vervuld. Het zou helpen als het begrip ouderen niet telkens gerelateerd wordt aan leeftijd en/of ziekte en zorg. ‘Wonen voor ouderen’ is niet hetzelfde


als ‘verzorgd wonen’. Een bewoner van een groepswoonvorm verwoordde haar gevoel van veiligheid als volgt: “Elke maand heeft een andere bewoner in ons complex ‘dienst’. Hij/zij surveilleert dan een maand lang elke ochtend langs alle appartementen om te kijken of de dagkalender in het raamkozijn op de juiste datum staat. Is dat ’s middags nog niet het geval, dan gaat de dienstdoende bewoner met een buurman/-vrouw naar binnen. Dat is fijn.“Ook over de bouwwijze van het complex is lang nagedacht. De appartementen zijn rondom een binnentuin gebouwd, met één ingang. Eigenlijk is het een modern hofje. Je voelt je beschermd en toch vrij, want we hebben allemaal onze eigen woning met balkon. De bewoners organiseren activiteiten met en voor elkaar en dat is altijd erg gezellig”, eindigt zij enthousiast haar relaas. In het buitenland wordt deze woonvorm ook wel een ‘gated community’ genoemd. In Parijs woont mijn vriend Eddy in zo’n complex. Als ik bij hem op bezoek kom dan word ik bij binnenkomst in de grote hal altijd vriendelijk ontvangen door een conciërge, die voor mij de deur openhoudt en mij de weg wijst. De term heeft ten onrechte een negatieve lading. Bij het ontwikkelen van zo’n woonvorm moet goed worden nagedacht over de mate van beslotenheid en de schaalgrootte. Zorg dat (een gedeelte van) het complex toegankelijk is voor omwonenden. Met openbare ruimten, die door bewoners maar ook door anderen kunnen worden gebruikt. Er zijn goede voorbeelden van complexen waarbij de gemeenschappelijke ruimte verschillende functies heeft. Een brasserie, een diagnostisch centrum voor buurtbewoners of een ruimte waar yogalessen kunnen worden gegeven. Eddy verwezenlijkt zijn ambitie. De wereld ligt aan zijn voeten. Zijn appartement in Parijs fungeert als veilige thuishaven. Hij heeft mij geleerd om levenservaring niet te gebruiken om te bewijzen dat je kennis bezit. Veel beter is het om verworven inzichten o.a. in te zetten bij de zoektocht naar jouw ideale plek, waar je een betekenisvol leven kunt blijven leiden en de derde woonfase kan worden ingeluid. Met een zelfstandige woning in een omgeving die boeit en bindt, die veiligheid biedt en vitaliteit bevordert. Daar kun je zomaar nog dertig jaar van genieten.

1

Jan Baars in De kunst van het ouder worden, de grote filosofen over ouderdom. Amsterdam, Ambo, 2010

2

Hans Boutellier in interview NRC.nl. Ik voel de plicht om optimistisch te zijn. 14 november 2015


de woning ruimte voor je spullen ruimtes afstaan veilig op de eerste extra kamer plek voor de man werkwonen uitzicht samen wonen

P96


WONING

Een wand in de woonkamer van Mia, 64 jaar, vol met verzamelingen, herinneringen en fotoâ&#x20AC;&#x2122;s


ruimte voor je spullen

P98

â&#x20AC;&#x153;Hoe ouder je bent hoe meer je verzamelt. Deze spullen wil je graag om je heen blijven houden, het zijn je herinneringenâ&#x20AC;?

In huis hoort een plek te zijn waar stadsveteranen hun herinneringen kunnen bekijken. Deze spullen worden niet opgeslagen in een bergruimte, ze hangen aan een muur of staan op een dressoir met een stoel ernaast. Zo neem je de tijd om er naar te kijken, er doorheen te bladeren, het af te stoffen of om het toch weer eens te gebruiken.

WONING


WONING P99

ruimtes afstaan

â&#x20AC;&#x153;Als ik de badkamer en de slaapkamer in de tuin zet kan ik blijven wonen en de ruimte op de verdieping verhurenâ&#x20AC;?

Evert, 55 jaar woont op IJburg. Hij ziet kansen om in zijn eengezinswoning gelukkig oud te worden. En verzint er bovendien ook nog een verdienmodel bij door zelf beneden te gaan wonen en zijn boven te verhuren. De wens om de eengezinswoning als kangeroewoning te gebruiken, waarbij de grootouders op de begane grond wonen en het gezin op de verdieping, horen we voor het eerst bij de stadsveteraan met een niet-Nederlandse archtergrond.


veilig op de eerste

P100

â&#x20AC;&#x153;De eerste verdieping is perfect, je voelt je er veilig en hebt toch contact met de straatâ&#x20AC;?

Veiligheid speelt steeds meer een rol naarmate je ouder wordt. Wonen op de begane grond in de stad geeft niet altijd een veilig gevoel. De eerste verdieping is ideaal. Met grote ramen, blijft het contact met de begane grond bestaan maar is er wel een zekere afstand tussen de mensen op straat en de woning. De stadsveteraan neemt die ene trap dan voor lief.

WONING


WONING

De annex-kamer van Angelique, 71 jaar is ĂŠĂŠn keer per week slaapkamer van kleinzoon Kenzo, 4 jaar. De rest van de week doet hij dienst als lees- en werkkamer.


extra kamer

P102

â&#x20AC;&#x153;Vrienden van ver kunnen bij mij altijd blijven slapen, mijn extra kamer wordt dan gewoon omgetoverd tot logeerkamerâ&#x20AC;?

Een extra kamer is enorm handig en vervult verschillende doeleinden. Als logeerkamer, kamer voor de verzorg au-pair, de kleinkinderkamer, de werkkamer of gewoon een kamer voor je spullen. Zodra deze met een schuifdeur is gekoppeld aan de woonruimte is deze extra handig. Je kunt hem dan, als het nodig is, betrekken bij je woonkamer.

WONING


WONING

De werkkamer van Frits, 75 jaar vanwaar hij zich actief inzet voor zijn vereniging


plek voor de man

P104

“mannen hebben een schuurtje nodig”

Terwijl de vrouw onderweg is naar haar clubjes, houdt de man ervan om zich terug te trekken naar zijn eigen plek in huis. Het ‘schuurtje’ waar muziek geluisterd wordt en een computerspelletje wordt gespeeld. Voor de hobby en voor de sigaar die daar nog stiekem gerookt wordt.

WONING


WONING P105

werkwonen

“Een plek om te werken is nodig, als je met pensioen bent betekent dat niet dat je niet meer werkt”

Stadsveteranen die na het pensioen thuis ‘verder’ gaan werken gaan de kamers van hun woning anders gebruiken. Zo is in het huis van Mia, 64 jaar het werken steeds meer ruimte in beslag gaan nemen. Aan een woonkamer in de kleinste ruimte van het huis, heeft ze voldoende.


Mia, 76 jaar aan het werk in de ‘woonkamer’ van het huis


Frits, 75 jaar woonachtig aan het Harmoniehof. Het uitzicht op de openbare tuin geeft ruimte in zijn huis


uitzicht

P108

â&#x20AC;&#x153;Liever groots uitzicht vanuit een kleine woning dan andersomâ&#x20AC;?

Stadsveteranen willen best kleiner gaan wonen, maar dan wel met een mooie ruimte voor het raam om op uit te kijken. Een parkje met bomen, een gracht, een voetbalveldje met spelende kinderen. Een woning met een weidse blik lijkt vanzelf groter.

WONING


WONING

Jessica, 64 jaar samen met haar man en zus in een huis


samen wonen

P110

â&#x20AC;&#x153;Wij wonen in een soort houten boomhut, met bovenin de keuken als uitkijkpunt. Deze keuken is zo mooi dat ik zelden zelf hoef te koken, mijn gasten zetten hier al te graag een pannetje voor mij op het vuurâ&#x20AC;?

Anticiperen op het ouder worden brengt met zich mee dat stadsveteranen nieuwe woonwensen hebben die anders zijn dan hun huidige woning en buurt. Zo verruilt Jessica, 64 jaar, de Jacob van Lennepkade om in Amsterdam Zuidoost samen met haar man en zus op een vrij kavel een huis voor hen te laten bouwen. De keuken bovenin is de favoriete plek in het huis. Omdat ouderen liever aan de keukentafel zitten dan op een bank, volgens Jessica.

WONING


RF

KO EN

GR O

EN

OP

EN

BA

AR

BIJ

N

O LT

HI

FE D CA GRAN

qt

qt

TEHUUR $$$

$$$ $$$

$$$ $$$ $$$ $$ $$$

qt

qt

OM SLO TE

N BU URT

SP A

$$$

$$$

$$ $

$

$ $

$$ $$$

$

$$

$$ $$$


RF

KO EN

LO GE ERH UIS

BIJ

BA D

H

UI

S

N

O LT

HI

+B E D

IN D

URT+ E BU

DE LA U TO B

G

SC EE N EM

UIN PST HA

FILMHUIS

M

A

R

K

TH

EA TE

R

EK HE OT AP

GR OE NT EB OE R

KK BA

ER

IJ

T

R UU

ME TKA

R


8 kansen

P114

om gelukkig oud te kunnen worden in de stad Tijdens een van de workshops deed stadsveteraan Wiep de uitspraak â&#x20AC;&#x153;het hoeft voor mij allemaal niet zo groot te zijn, maar ik wil wel ruimte om me heen hebbenâ&#x20AC;?. Dit inspireert om te filosoferen over de kansen voor de ruimte die een stadsveteraan nodig heeft en leidt tot het nuanceren van de gedachten die op dit moment bestaan over de woonwensen van de stadsveteraan.


P115

over de stad

1. De actieradius van een stadsveteraan We denken vaak dat de actieradius van de stadsveteranen kleiner wordt. Dat ligt volgens ons toch genuanceerder. De stad wordt goed door de stadsveteraan gebruikt. Alleen wordt de fiets daar minder vaak voor gebruikt. Daarvoor is Amsterdam te onveilig. Zij gaan liever lopen. Wat is de agenda van de stad om een goede beloopbare stad te zijn? Zijn dat brede, drempelloze trottoirs, straten die door architectuur betekenis krijgen en het mixen van wonen, groen en voorzieningen als ingredienten voor een wandeling?

2. Er is geen doelgroep actiever dan de stadsveteraan Stadsveteranen maken veel gebruik van cafĂŠs, theaters, musea, bioscopen en buurthuiskamers in de stad. Vooral alleenstaande veteranen vind je er vaak, omdat daar zo makkelijk terloops contact wordt gelegd. Focus daarom niet alleen op festivals en hippe en luidruchtige bars voor jongeren.


over de buurt

P116

3. Veiligheid is een ruimtelijke kans Stadsveteranen willen graag ergens ‘omheen’ wonen. Zij houden van hofjes, die bieden geborgenheid en houden de reuring op afstand. Maar soms is dat té besloten en geeft een doorwaadbare ruimte die openbaar toegankelijk is meer lucht. Denk na over wat het decor is vanuit de woning van de stadsveteraan. Waar kijkt hij op uit? Als het uitzicht groots is, kan de woning kleiner.

4. De kracht van de grijze buurteconomie Stadsveteranen zijn vindingrijk in het runnen van een Grand Café als buurthuis, de zeilvereniging, de speeltuin of een nutstuin. Hiervoor kunnen ze hun levenservaring inzetten en een (nieuw) netwerk opbouwen. Er is draagkracht voor en de wens om het zelf te exploiteren en (mede-) besturen. Een netwerk van buurtwinkels en buurthuizen op loopafstand is belangrijk om gelukkig oud te kunnen worden.


P117

over het gebouw

5. Een gebouw met een aanleiding We horen, met name bij stadsveteranen die in een groep willen wonen, dat het leuker is om bij elkaar op de koffie te gaan dan koffiedrinken in een collectieve ruimte. Vooral bij veteranen die willekeurig bij elkaar in een gebouw zijn geplaatst. Zorg voor een plek die de stadsveteraan een aanleiding geeft elkaar tegen te komen en contact te maken, zoals een tuin, een wasmachineruimte of een brede galerij. In een gebouw hoef je niet met elkaar samen te wonen, maar is het wel fijn als ze er zijn wanneer je ze nodig hebt.

6. Stadsveteranen wonen graag gemixt Stadsveteranen wonen wel graag samen maar dan met mensen die er eenzelfde levenshouding op na houden, waarmee ze een netwerk kunnen opbouwen. Zij pleiten voor een natuurlijke mix van mensen met verschillende leeftijden. Dan kun je ĂŠcht iets voor elkaar betekenen.


over de woning

P118

7. Stadsveteranen wonen liever iets hoger Veiligheid speelt ook een rol bij de positie van de woning ten opzichte van het maaiveld. Bij een woning op de begane grond klopt de reuring soms op de ramen en dat voelt als onveilig. Veilig wonen zit hem niet in het hermetisch afsluiten van de woning, maar in het op enige afstand van de reuring wonen. Met de lift als verlosser.

8. Een seniorenwoning kan klein De woning van de stadsveteraan hoeft inderdaad niet groot te zijn, maar de stadsveteraan wil wel ruimte om zich heen hebben. Om op uit te kunnen kijken. Of, naast een eigen slaapkamer, nĂŠt die extra ruimte om te kunnen werken, de kleinkinderen of beste vriendin te laten logeren of als kamer te gebruiken voor alle spullen en herinneringen.


STADSVETERANEN


hartekreten

P120

Tijdens de klankbord-bijeenkomsten is intensief en constructief samengewerkt met de co-financiers. Hun missies verdienen daarom een plek in deze studie. Wat is hun wens voor het verbeteren van de stad voor de stadsveteranen op de schaal van de stad, de buurt, het gebouw en de woning? aan het woord: de Gemeente de Ontwikkelaar de Zorgverlener de Makelaar het Bouwbedrijf de Vastgoedbelegger de Corporatie


Amsterdam vergrijst: veelzijdig en veelkleurig. Whatâ&#x20AC;&#x2122;s in the name: ouderen, senioren, stadsveteranen: zoveel ouderen, zoveel zinnen. Lous Vinken - Gemeente Amsterdam

Sommigen willen individueel blijven wonen, sommigen zoeken meer het groepswonen op. Wonen in een gebouw of buurt met mensen met eenzelfde leefstijl. Niet altijd van dezelfde leeftijd, maar in een mix, om voor elkaar te kunnen zorgen. Naast verschillen zijn er ook overeenkomsten. Als je ouder wordt zoek je meer veiligheid, bescherming, beschutting. Maar ook reuring, gezelligheid en levendigheid met sociale contacten in de buurt, goed bereikbare winkels en openbaar vervoer. Met het programma Ouderenhuisvesting 2015-2018 reageert de gemeente op de dynamiek als gevolg van de veranderende en toenemende vraag naar goed wonen in een geschikte woonomgeving.

Inspirerende en duurzame leefomgevingen bedenken en ontwikkelen, dat is de passie van AM. Wim Looijen & Eva Hekkenberg - AM

AM levert hiermee een bijdrage aan de ontwikkeling van de steden. Huisvesting in steden is veelal gericht op starters, studenten en gezinnen. Maar er is ook nog een andere grote doelgroep: de senioren. Deze groep wil ook in de stad blijven of juist naar de stad terugkeren. AM wil deze doelgroep optimale huisvesting aanbieden. De studie naar de stadsveteranen inspireert en geeft een verdiepingsslag in de studie naar deze doelgroep: wat spreekt de senior aan en verleidt hen tot verhuizen? Met nieuwe concepten voor senioren zoals het Golden-Friends-Concept wil AM deze doelgroep voor de stad behouden. In het Golden-Friends- Concept delen twee senioren een woning waarbij ze een ruime eigen privĂŠ ruimte hebben en daarnaast elkaars gezelschap kunnen opzoeken.


Het is nog duidelijker geworden in deze studie dat de Amsterdamse stadsveteraan individuele en creatieve woon- en zorgwensen heeft. Een zo goed mogelijke gezondheid staat daarbij voorop. Marjo Haverkate - Amsta

Voor Amsta, de Amsterdamse zorgaanbieder waar vele stadsveteranen heel gelukkig wonen, is het deelnemen aan de studie inspirerend en leerzaam geweest. Het belang van het bieden van extramurale zorg indien nodig is evident. Voor onze vele intramurale locaties, zijn wij bevestigd in onze koers om de gewenste leefstijl van onze bewoners, de kwaliteit van het wonen en de aandacht voor het welzijn als de belangrijkste componenten verder te ontwikkelen. Al onze locaties bieden veiligheid en sociale contacten, twee elementen die als zeer belangrijk in de studie naar voren komen.

Hoekstra en van Eck nieuwbouwmakelaars is veel betrokken bij advisering van woningproducten in stad en dorp. Menno Mรถnch - Hoekstra en van Eck

Wij trachten ons daarbij zo veel mogelijk in te lezen in de doelgroepen en de daarbij behorende woonproducten. In een snel veranderende wereld veranderen ook in een rap tempo de eisen en wensen van doelgroepen. De stadsveteraan is een verdieping van de seniorendoelgroep en geeft ons veel inzicht in hoe en waarom de stadsveteraan in de stad wil blijven wonen. Wij zullen deze studie dan ook zeker in de toekomst gaan gebruiken bij de advisering van diverse producten in diverse steden.


De afgelopen decennia hebben de ouderen vaak een ondergeschikte stem gehad in de gewenste woonomgeving. Niels van Meekeren - de Nijs

Ja, als er wat meer financiële middelen waren dan zat het vaak wel goed. Echter, voor het overgrote deel werd door anderen bepaald hoe de ouderen moesten wonen. Vaak vanuit kostenoogpunt. Het resultaat kennen we; veel ouderen zaten opgesloten in grote bejaardencentra, geen ruimte meer voor kwaliteit, vereenzaming… We kennen de gevallen allemaal wel. Wij van Bouwbedrijf De Nijs zien dat anders. Ons doel is de kwaliteit van de woon- en leefomgeving van de ouderen te verbeteren. Wij laten deze doelgroep meedenken. Dat is de reden geweest om bij te dragen aan dit onderzoek.

‘Gelukkig oud worden in je eigen woning’ wie wilt dat nou niet? Myriam Zuijdervaart & Helma Spuls - Bouwinvest

Bouwinvest- als eigenaar van meer dan 15.000 woningen in Nederland- hecht grote waarde aan tevreden huurders en wil graag dat zij prettig oud kunnen worden in hun woning en woonomgeving. Met circa 20 % huurders boven de 65 jaar zien we oudere huurders als een belangrijke doelgroep, die de komende jaren flink gaat groeien. Belangrijk om met vooruitziende blik woonomgevingen te creëren waar ze comfortabel, verzorgd, veilig en sfeervol kunnen wonen en leven. Deze aandacht voor vergrijzing past ook binnen het doel van onze investeerders, het generen van rendement voor pensioenfondsen en hun deelnemers.

Stadsveteranen maken een wijk vitaal Aad van Meel, Guido de Jong & Ivar Vermazen - Eigen Haard

Met betaalbare en toegankelijke woningen draagt Eigen Haard eraan bij dat stadsveteranen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. Buurten worden gemaakt door de mensen die er wonen en actieve stadsveteranen kunnen hierin een belangrijke rol spelen. Naast het aanbieden van geschikte woningen investeren we in het creëren van prettige buurten met genoeg voorzieningen. In woongebouwen en in de wijk bieden we ruimte voor ontmoeting en activiteiten. We proberen hiermee voorwaarden te scheppen waarin stadsveteranen zo actief mogelijk kunnen deelnemen aan het buurtleven.


colofon

P126

Heren 5 architecten: Bas Liesker, Meintje Delisse Stagiaires Academie van Bouwkunst: Bob Kluivers, Rafael Berny Dank aan Fotografie: Herman Stukker Stadsveteranen: Stadsdorp Oud Zuid: Dick (67), Anneke (70), Jaqueline, Brecht (48) en Olga (71) Stadsdorp de Pijp: Anna (62), Irene (67), Mia (64), Riet (67), Wiep (68), Aniet (67), Willy (62), Magda (68) en Atie (68) Eigenwijs met Leegstand: Carolien (66), Ineke (65), Hans (68), Anne (62), Manu (61), Evert (55), Mia (76), Lex (61) en Vincent (61 jaar) Netwerk Zuidoost: Jenny (65), Jessica (64), Jaap (69) en Michel (68) Huiskamer Slotervaart: Marjolein (65), Ulvia (65), Rolina (76), Hedder (72) en Hafida (48) Overige plekken: Frits (75), Angelique (71) en Ben Co-financiers: Bouwinvest (Helma Spuls & Myriam Zuidervaart), AM (Eva Hekkenberg & Wim Looijen), Bouwbedrijf de Nijs (Winfred de Nijs & Niels van Meekeren), Eigen Haard (Aad van Meel, Guido de Jong & Ivar Vermazen), Hoekstra en van Eck, (Menno Mรถnch), Amsta (Marjo Haverkate & Bianca Istha), Gemeente Amsterdam (Lous Vinken) Experts: Dort Spierings (HAN), Jan Latten (UvA), Yvon Hoogendijk (Grijzelente)


Stadsveteranen is een onderzoek naar verhalen over gelukkig oud worden in de stad. Voor de huidige generatie stadsveteranen zijn steeds minder verzorgingshuizen beschikbaar en bovendien zijn ze daar met geen stok in te krijgen. Want deze generatie wil zelf uitvinden en bepalen hoe zij oud wil worden. In dit onderzoek heeft Heren 5 architecten stadsveteranen gevraagd wat zij daarvoor van hun buurt en woning verwachten aan de hand van een vijftal workshops. De verhalen van de stadsveteranen zijn gecomprimeerd tot trends die als illustraties in dit boek zijn opgenomen. Negen plekken die daarbij als favoriet naar voren kwamen zijn bezocht en gedocumenteerd. De zoektocht naar de ideale woning en buurt voor de stadsveteraan is beeldend vastgelegd door fotograaf Herman Stukker. Dit onderzoek is verricht in samenwerking met zeven co-financiers en de deskundigen Jan Latten, Dort Spierings en Yvon Hoogendijk. Essays van hun hand treft u in dit boek. Het is te pretentieus om Stadsveteranen met conclusies af te ronden. Wij beperken ons daarom tot acht kansen om gelukkig oud te kunnen worden in de stad. We hopen dat deze studie de Stadsveteraan inspireert, de architect prikkelt, de kennis van de expert vergroot en marktpartijen inzicht geeft in de woonwensen van de stadsveteraan.

Stadsveteranen - boek  
Stadsveteranen - boek  

Hoe kun je gelukkig oud worden in de stad? Dat is de hamvraag van het verhalend onderzoek Stadsveteranen. De resultaten van deze studie zijn...

Advertisement