Page 1

Reve, Wolkers, ’t Hart en Siebelink: Schrijvers en hun geloof

RenĂŠ Poldervaart Henny Dentinger DNL2A


Bijbel en de klassieken

René Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

Inhoud Voorwoord

3

Onderzoeksvragen

4

De schrijvers en hun achtergrond

5

Wolkers

5

’t Hart

5

Reve

6

Siebelink

6

Hoe rekenen de schrijvers af met hun religieuze verleden

7

Wolkers

7

’t Hart

7

Reve

8

Siebelink

9

Overeenkomsten en verschillen

11

De boeken

12 

Wolkers: Terug naar Oegstgeest

12

’t Hart: De vlieger

14

Reve: Nader tot U

16

Siebelink: Knielen op een bed violen

17

Conclusies en overdenkingen

19

Bronnen

20

2


Bijbel en de klassieken

RenĂŠ Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

Voorwoord Vier schrijvers die we allebei kennen en waarvan we ook boeken hebben gelezen. Vier schrijvers die worstelen met geloof en geloven. Wat willen we weten en hoe gaan we het aanpakken? Dat is het uitgangspunt van ons onderzoek. We weten beide wel het een en ander over deze schrijvers; er is tenslotte genoeg over te doen geweest in de media. Uiteindelijk zijn we maar begonnen met zoeken naar bronnen, waar we mogelijk informatie zouden kunnen vinden. Bij toeval kregen we een hele goede tip over een boek, waaruit onze belangrijkste informatie is gekomen. We hebben de bronnen verzameld en van daaruit hebben we onze vragen geformuleerd.

3


Bijbel en de klassieken

René Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

Onderzoeksvragen Wat willen we nu eigenlijk weten over deze schrijvers? We kwamen tot de volgende onderzoeksvragen: 

Wat is de achtergrond van elke schrijver? - uit wat voor gezin met welke geloofsovertuiging - waar komt hij vandaan - wat heeft gezorgd voor de ommezwaai in zijn geloofsovertuiging

Hoe komt het geloof terug in zijn werk? - wordt het agressief benaderd - is er sprake van een zekere nostalgie - is er juist sprake van verheerlijking

Om de eerste vraag te kunnen beantwoorden hebben we allerlei bronnen geraadpleegd. Voor het beantwoorden van de tweede vraag hebben we van iedere auteur een boek gelezen, om een goed beeld te krijgen van hoe elke schrijver met zijn geloofsissues omgaat.

4


Bijbel en de klassieken

René Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

De schrijvers en hun achtergrond Wolkers Jan Wolkers groeide op in Oegstgeest in een gereformeerd middenstandsgezin. Jan was de derde van het gezin met elf kinderen. De mulo heeft hij niet afgemaakt en hij ging daardoor bij zijn vader in de winkel helpen. In zijn jonge jaren heeft hij vele baantjes gehad. Vader probeerde met harde hand het geloof bij de kinderen op te leggen, maar voor Wolkers werkte dit averechts en hij verzette zich tegen het geloof en tegen zijn vader. Jans oudere broer stierf in 1944 aan difterie en dit heeft zijn sporen achtergelaten in het leven en werk van de schrijver. Hij dook zelf in de oorlog onder en was op deze manier al vroeg het huis uit. Al op jonge leeftijd hield hij zich bezig met kunst en met name de beeldende vorm, zoals tekenen, schilderen en beeldhouwen. Na de oorlog volgde hij opleidingen aan kunstacademies in Den Haag en Amsterdam. Wolkers is tot zijn dood in 2007 beeldhouwer gebleven. Hij debuteerde laat als auteur en baarde opzien door zijn onverbloemde taalgebruik in combinatie met thema’s als schuld, dood en verderf. Hij schreef uiteindelijk vele boeken in allerlei vormen -zelfs gedichtenbundels- en maakte ook een aantal documentaires. Zijn schrijven was een noodzaak, volgens eigen zeggen. Hij trouwde drie keer en stierf op zijn geliefde eiland Texel. Over Wolkers is heel veel geschreven. Hij riep telkens de boosheid van veel gereformeerden over zich af. Toch verfoeiden niet álle christenen de boeken van Wolkers. Voor velen was er ook wel een acceptatie van zijn beleving van het geloof.

’t Hart Maarten ’t Hart groeide op in Maassluis. Hij werd geboren in 1944 als oudste zoon in een gereformeerd gezin en groeide op tijdens de wederopbouw. Zijn vader werkte op een tuinderij, maar ging later als grafmaker werken. (‘Geen

doodgraver, want hij groef geen mens dood.’) Hij volgde het lyceum in Vlaardingen en ging biologie studeren in Leiden, waar hij in 1978 promoveerde. Hij schreef een aantal studies over ratten en stekelbaarzen. Hij houdt heel veel van klassieke muziek en ook hierover schreef hij een aantal boeken. Hij recenseerde ook in een muziekblad. Hij schreef ook veel columns en was veelvuldig in de media te vinden. Toen hij in 1999 uit de kast kwam als travestiet, kwam hij ook regelmatig in het openbaar als Maartje. Uiteindelijk is hij hier een paar jaar later weer mee gestopt. Hij is een aantal keer lijstduwer geweest voor de Partij voor de Dieren, maar distantieerde zich van de partij, toen bleek, dat twee partijleden, waaronder Marianne Thieme, belijdend lidmaat waren van de Zevendedagsadventisten. ’t Hart schreef talloze boeken in allerlei vormen, waarin het geloof en de Bijbel vaak centraal staan. Hij publiceert nog steeds.

5


Bijbel en de klassieken

René Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

Reve Gerard Reve (1923) is geboren in Amsterdam. Zijn schrijftalent heeft hij vast van zijn vader, want die was schrijver en journalist. Zijn beide ouders waren overtuigde communisten. Zijn vader bezocht zelfs communistische congressen in Moskou. De latere slavist, Ruslanddeskundige en Leidse hoogleraar Karel van het Reve was Gerards oudere broer. Na een onvoltooide opleiding aan het Vossius Gymnasium in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog, bezocht Reve tot halverwege de oorlog de Grafische School in Amsterdam. In deze periode was hij in therapie bij de psychiater, omdat hij last had van psychische problemen, die zelfs tot een zelfmoordpoging hadden geleid. In die tijd was hij een wereldvreemde, angstige, naar zichzelf zoekende adolescent. Hij ontkende zijn seksuele geaardheid, door drie jaar na de oorlog te trouwen met de dichteres Hanny Michaelis. Tijdens zijn huwelijksjaren verbleef Reve van 1952 tot 1957 in Engeland. Hij woonde in Londen, volgde cursussen toneelschrijven en werkte kort als verpleger. In deze tijd besloot hij alleen nog in het Engels te schrijven. Een van de aanleidingen was de rel die in Nederland was ontstaan over het in 1951 in een tijdschrift gepubliceerde verhaal Melancholia, dat in strijd werd bevonden met 'de openbare orde en goede zeden', omdat in het verhaal gerept werd over masturbatie. Terug in Nederland ging hij in Amsterdam samenwonen met Wim Schuhmacher, die in het werk van de Amsterdamse schrijver figureert als 'Wimie'.

Siebelink Jan Siebelink werd geboren in 1938 in Velp. Zijn vader had een kleine bloemisterij. Hij groeide op in een godsdienstig ‘zwaar’ milieu. Naar eigen zeggen had zijn vader, na een hemels visioen, zich aangesloten bij een streng orthodoxe groepering. (die van DS. Paauwe). Siebelink brak in 2005 pas door met zijn boek ‘Knielen op een bed violen’. Dit boek bracht, net zoals ‘Nader tot U’ van Reve, veel teweeg in christelijke kringen, zij het op een andere manier. Daar komen we later op terug. Het geloof komt niet expliciet vaak voor in zijn overige boeken. Hij schrijft over wielrenners in ‘Eerlijke mannen op een fiets’ en ‘Pijn is Genot’, over schoolperikelen in ‘Laatste Schooldag’ en ‘Suezkanaal’, over liefde in ‘Vera, Engelen van het Duister’ en ‘De herfst zal schitterend zijn’. Wat wel opvalt, is dat Siebelink een sterke band heeft met zijn streng christelijke vader; de vader die zo af en toe de kop komt opsteken in zijn werk. Maar bovenal gaat het in zijn romans en verhalen om gewone mensen. Maar door intens licht op hen te laten vallen, komen ze los van de werkelijkheid en worden tot raadselachtige personages. In het oerverhaal ‘Witte chrysanten’ zitten alle motieven, die hij later in zijn romans ‘De herfst zal schitterend zijn’ (1980), ‘En joeg de vossen door het staande koren’ (1982), ‘De overkant van de rivier’ (1990) zou uitwerken. Geleidelijk aan werd duidelijk wat die motieven waren: de kwekerij die steeds meer het beeld zou worden van het verloren paradijs, het duistere geloof van de vader dat, hoe exact en liefdevol beschreven, nooit begrepen zal worden, het middelbaar onderwijs, de sociale rangorde in een ogenschijnlijk genivelleerde samenleving en bovenal de jeugdjaren in het land van herkomst: Velp en omstreken.

6


Bijbel en de klassieken

René Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

Hoe rekenen de schrijvers af met hun religieuze verleden Wolkers In Wolkers boeken wordt tot in detail beschreven hoe dieren gemarteld worden en ook seksscènes worden met precisie beschreven. Daarnaast worden er heel veel alledaagse zaken gekoppeld aan Bijbelse spreuken of citaten. Vooral de expliciete seksuele handelingen zorgden vaak voor veel ophef. Veel van zijn boeken werden dan ook door christelijke scholen verboden. Wolkers geeft bij kritiek op zijn expliciete seksbeschrijvingen aan, dat dit ook op deze manier in de Bijbel voorkomt en dat dit gewoon bij het leven hoort. Door de rauwe en elementaire beschrijvingen rekent Wolkers af met zijn geloof. De angst voor de dood, die er door de predestinatieleer is ingeramd, wordt verdrongen met seks. Immers, dood en leven zijn elkaars tegenpolen. Maar ze zijn ook onlosmakelijk met elkaar verbonden. Wolkers zei in een interview ooit: ” Elke zaadcel bevat bij de conceptie reeds een doodshoofdje.” Hiermee aangevend, dat leven onherroepelijk tot de dood leidt. Wolkers geeft volgens christelijke recensenten niet af op de Bijbel, maar geeft in zijn boeken weer, hoe het er in een gereformeerd gezin aan toe ging. Ik kan niet zeggen of dat waar is. Ik vind, dat hij zijn vader als een erg wreed man neerzet, die dieren met genoegen slacht, omdat God dit zo beschikt had. Maar wellicht was die man gewoon zo en heeft dat niets met een gereformeerde achtergrond te maken. Als hij in het boek ‘Terug naar Oegstgeest’ aan zijn vader vraagt, of ook hij zijn zoon zou offeren als God hem dat zou vragen en vader antwoordt bevestigend, is Jan zeer geschokt. Later, als hij in een laboratorium dieren verzorgt en op een dag besluit ze te doden, om ze een marteldood te besparen, geeft hij aan, dat hij daar voorgoed zijn geloof heeft verloren. Hij geeft keer op keer aan, dat er te veel zaken gebeuren uit naam van de Heer. Hier ageert hij tegen in zijn boeken. ’t Hart In de boeken van Maarten ’t Hart wordt keer op keer beschreven hoe achterlijk hij het gereformeerde geloof vindt. Hij doet dit middels schrijnende voorbeelden, zoals bijvoorbeeld in ‘Een vlucht regenwulpen’ , waar twee ouderlingen op bezoek komen bij zijn stervende moeder, die geestelijk al ver achteruit gegaan was. Omdat zij aangaf niet meer in Christus te geloven, werd ze bijna geëxcommuniceerd. De ouderlingen waren dus te dom, volgens ’t Hart, om te begrijpen dat dit door de ziekte kwam. Hij beschrijft wel een warm gezinsleven, maar als de kerk zelf er aan te pas komt, dan wordt dit in het belachelijke getrokken. Ook de excommunicatie van buurman Ginus in ‘De vlieger’ wordt op hilarische wijze beschreven. Omdat deze buurman het niet eens is met de uitleg van de kerk, over de boetedoening voor de zonden van Jezus aan het kruis, wordt er een hele poppenkast opgevoerd en komen alle ouderlingen proberen deze man te overtuigen van zijn ongelijk. ’t Hart wil dat anderen het met hem eens zijn en laat geen kans onbenut, om zijn gelijk te bewijzen. Hij gaat zelfs zo ver, dat hij stukken uit de Bijbel onderuit haalt met historische bewijzen. Hij kent als geen ander de Bijbel en weet ook precies waar de hiaten zitten. Hij schrijft er dan ook twee boeken over: ‘Door de bril van God’ en ‘Wie God verlaat’. Beide boeken bestaan uit korte kritieken op de Bijbel. Uiteindelijk resulteerden deze verzamelingen columns in het boek ‘De schrift betwist’. Duidelijk aanvallen op de Bijbel en het geloof.

7


Bijbel en de klassieken

René Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

Reve Gerard Reve groeide dus op in een sterk georiënteerd communistisch gezin. In 1966 treedt hij toe tot de Rooms-Katholieke Kerk. Maar in zijn werk komt geen godsbeeld naar voren die in overeenstemming komt met de leer van de kerk. Goed voorbeeld is Nader tot U (1966). De passage waarin Reve in een visioen God op aarde laat terugkeren als een ‘muisgrijze Ezel’ die hij ‘drie keer achter elkaar langdurig in Zijn Geheime Opening bezit’ bezorgde hem in christelijke hoek de naam van Godslasteraar. Toch zit er veel religie in zijn werk die een stuk serieuzer kan worden opgevat, maar de grens die Reve trekt is er een van ongrijpbaarheid. Bedoelt hij zijn schrijven serieus of drijft hij de spot met het geloof? In het boek Het boek van violet en de dood (1996) schrijft hij openlijk dat het katholieke geloof troost biedt, al kunnen wij in eerder werk toch enig spot ontdekken. Reve vult voor zichzelf in ieder geval de functie van God in. Dat doet hij met vijf terugkerende thema’s waar we later op terugkomen. Hij vult God op zijn eigengereide manier in. Enkele uiteenlopende uitspraken van Reve over het geloof.     

Ik stel mij Hem als biseksueel voor, zij het met een overheersend homoseksuele voorkeur. Hij is de werkelijkheid Ik denk dat God net zo leeft als ik, maar Hij kan bij niemand terecht voor troost, denk je dat eens in. En indien het waar was, dat God liefde was, dan moest dit betekenen dat wij slechts werkelijk bestonden, in zoverre we lief hadden. Jezus en Satan zijn Tweeling.

Vijf pijlers Reve stelt, dat de hele ophef, en ook de rechtszaak rond zijn boek Nader tot U, het gevolg is van een conflict tussen twee godsbeelden: dat van de bovennatuurlijke God en dat van de innerlijke God. "Alle narigheid komt hieruit voort, dat God voor mij niet is dan die van iedereen, de bovennatuurlijk, maar het meest eigene, dat wil zeggen: de immanente. Mijn God is kennelijk niet de God van Nederland." Een andere aanwijzing vinden we in 'Nader tot U': "Alles is uit de Liefde ontstaan. (...) Het is niet zo dat de Liefde een van Gods attributen is, maar de Liefde is God zelf. Uit haar is alles ontstaan, en niets is ontstaan dat niet uit haar ontstaan is. Als niets meer zal zijn, zal nog de Liefde zijn, want de Liefde, en God, dat zijn twee woorden voor een en hetzelfde, onderling vervangbaar en identiek." In het Pleidooi gaat Reve hier verder op in: "Indien God en de Liefde dezelfde zijn en gedurende de veertig minuten per jaar, dat het mij gelukt te geloven, dat God eens zal zegevieren en alle tranen zal afwissen, kan ik het niet anders zien dan moet dit betekenen dat God meer lijdt dan alle schepselen die geleefd hebben, leven en zullen leven bij elkaar, en dat Hij door ons getroost moet worden." Als bewijsplaats voert Reve zelf het volgende gedicht aan: AAN DE MAAGD, VIERDE PERSOON GODS Gij, die niet veel gesproken hebt, maar alles in Uw hart bewaard – U groet en troost ik, lieve Moeder, Gezegende. God is Lijdende Liefde, die getroost dient te worden. Hiermee hangt samen de houding die Reve ten aanzien van zijn God aanneemt. Reve: "Wanneer ik er nu van uitga, dat het de vervulling van 's mensen bestemming is, God lief te hebben, dan rest mij nog slechts de vraag,

8


Bijbel en de klassieken

René Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

welke soort liefde jegens God ik mij dan als ideaal zou moeten stellen." Hij geeft meteen zelf het antwoord: de meest onbaatzuchtige en meest onvoorwaardelijke liefde, maar zoekt dan nog verder naar een pendant. "Is dat de liefde van kinderen jegens hun vader? Die liefde is verre van belangeloos: zij is gemengd met vrees voor straf, en voor verlies van geborgenheid." Het is ook niet de liefde tussen broers, zusters, vrienden. Nee, "het is de liefde die ouders koesteren jegens hun kind. Deze liefde vraagt, indien zij echt is, niets, en geeft alles. Aldus moeten wij God liefhebben als ons Kind." Dan blijft er nog een pijler over: "God is erg eenzaam (...)" ('Op weg naar het einde', blz. 68). En: "Misschien wordt nergens elders in mijn gehele werk met zo weinig woorden mijn Godsbegrip zo bijna volledig verwoord. De gedachte die aan de uitspraak God is erg eenzaam' ten grondslag ligt de idee van een liefdesleed en verlatenheid kennende, en ondanks zijn almacht van de liefde zijner schepselen afhankelijke God duikt telkens weer op in mijn werk (...)." We kennen nu reeds vijf elementen die de God van Gerard Reve kenmerken:     

God is innerlijk, God is Liefde, God lijdt, God is ons Kind, God is erg eenzaam.

Het communistische milieu waaruit hij voortkwam, heeft hem zeker niet met de bijbel in aanraking gebracht. Wel was Reve als kleine jongen vaak in een katholieke kerk te vinden. Hij heeft als jonge jongen die keuze zelf gemaakt. In liefde, God en religie zocht hij troost. De Maagd Maria is voor hem het verlossende, vertroostende symbool; zij is Koningin der Levenden en Moeder van de Dood. In zijn boeken Het lieve leven, Moeder en Zoon en Het boek van violet en de dood komt veel Mariaverering voor. Zijn liefde voor Maria en zijn seksuele lust die hij botviert op God, maken van hem een schrijver die zowel geliefd als gehaat is. Zo ongrijpbaar was zijn werk, zo ongrijpbaar was hij als persoon. Die zoektocht uit zijn jonge jaren schudde Reve niet af. Hij bleef zoeken. De openingszin van Het Boek van Violet en Dood (1996) luidt: „Dit is geschreven door een zoekende en zwervende ziel.” Hij zocht altijd naar enig betekenis van het bestaan en zijn rol in dat onzekere bestaan. Hij meende bij God enig betekenis te vinden, al creëerde hij van diezelfde God zijn eigen werkelijkheid. Vast om met zichzelf in reine te komen en om zijn daden en zijn perverse gedachten te verantwoorden. Siebelink Hoe hij zelf in het geloof staat, liet hij in Trouw optekenen. „Ik heb openbare belijdenis van het geloof afgelegd toen ik achttien jaar was. Ik had mijn vader gevraagd daarbij aanwezig te zijn maar hij zei: ‘Nee jongen, ik denk niet dat ik kom.’ Hij was misschien wel bang dat de kerk zou instorten als hij naar binnen zou gaan. Volgens het Paauweaanse geloof is er geen zichtbare gedaante van de kerk op aarde. Geen afbeeldingen, geen versieringen, niets. Er werd gepredikt in kale, betonnen gebouwtjes en in kleine zaaltjes. Dáár ging hij heen. Dat is de extreme vorm van het volledig geïndividualiseerde geloof van het protestantisme die mij zo aanspreekt: je staat alleen, zonder hulp van kerk of sacramenten, naakt, tegenover die ontzagwekkende God die Zijn oordeel over jou zal uitspreken. Ja, het is ook een heel angstig beeld. De grote, toornige vader. Er werd veel meer de nadruk gelegd op Gods toorn dan op Zijn liefde via Christus. Christus werd een beetje weggemoffeld zelfs. Gelukkig werd het beeld van mijn vader verzacht door het beeld dat mijn moeder had van het geloof: een rustig, gewoon Hervormd geloof waarin wel vertrouwen was, maar daar sprak zij verder niet over. Mijn geloof is, denk ik, een combinatie van die twee gedachten.” Paauwe

9


Bijbel en de klassieken

RenĂŠ Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

Ds. Paauwe, in 1872 geboren als Jan Pieter Paauwe, werd in 1901 Nederlands Hervormd predikant te Yerseke. Zijn prediking kenmerkt zich door grote ernst en betrokkenheid op zijn hoorders. De belangrijke inhoud van zijn prediking is Wet en Evangelie. Zowel de verloren staat en ellende van de mens door zijn val in Adam als de verlossing in Christus wordt door hem indringend voorgesteld. Hij leert dat Christus en de weldaden van het Genadeverbond worden aangeboden aan allen die met het Evangelie in aanraking komen. In kerkelijk opzicht stond hij geheel alleen. Hij waarschuwde voor andere kerkelijke gezindten vanwege belangrijke verschillen in de leer van het geloof en de orde des heils. Zijn hoorders raadde hij aan na zijn dood niet naar een kerk te gaan, maar thuis preek te lezen.

10


Bijbel en de klassieken

René Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

Overeenkomsten en verschillen Er zijn veel overeenkomsten te vinden bij de verschillende auteurs. Ten eerste hebben Siebelink, Wolkers en ’t Hart een gereformeerde achtergrond. Reve komt als enige niet uit een gelovig, maar een communistisch gezin. Wolkers en ’t Hart geloven niet meer, terwijl Reve en Siebelink nog wel een geloof aanhangen, zij het verschillende. Toch geven ze allen, op hun eigen wijze, uitspraken en citaten uit de Bijbel weer. Er zijn ook veel verschillen, met name in hoe de schrijvers hun calvinistische verleden in hun boeken neerzetten. Wolkers doet dit door ongenadig krachtig Bijbelse stukken in het dagelijkse leven te plaatsen, ’t Hart door te laten zien hoe bekrompen het gereformeerde wereldje was. Reve wil eigenlijk alleen maar bij God in een goed blaadje komen en Siebelink laat zien hoe streng zijn vader geloofde en hoe hij zelf wilde geloven. Wat bijzonder is, is hoe de van huis uit gereformeerde schrijvers het geloof en de Bijbel zo verschillend hebben beleefd. In de boeken van Siebelink en Wolkers wordt het geloof vooral neergezet als wreed, terwijl bij ’t Hart heel warm over het gezin wordt geschreven. Reve zoekt zijn troost en liefde bij een voor hem nieuw ontdekte God (hij heeft zich als jonge man reeds tot het katholieke geloof bekeerd). Toch zetten Reve ook enkele vraagtekens bij het geloof. Al twijfelde hij meer over hoe hij God moest zien en hoe God hem moest zien.

11


Bijbel en de klassieken

René Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

De boeken

Wolkers: Terug naar Oegstgeest In ‘Terug naar Oegstgeest’ gaat Jan terug naar zijn geboortedorp en beschrijft hoe het er nu uitziet. Tussendoor staan hoofdstukken die zich afspelen tijdens de jeugd van de auteur, waarin het leven van kind tot tiener wordt beschreven. Hij groeit op met een tirannieke vader en een zachte moeder, als derde kind in een gezin waar nog elk jaar een baby bijkomt. Vader verzint de gekste manieren om voor deze kinderen slaapplaatsen te creëren. Ze hebben van de eerste verdieping tot op de zolder geslapen. Zijn ouders hebben een delicatessenwinkel, maar tijdens de jaren ’30 wordt dit al snel een gewone winkel, voordat vader Wolkers er helemaal een punt achter zet. In de tijd dat het erg slecht gaat, wordt Jan regelmatig naar andere winkels gestuurd om daar de spullen te halen, die ze zelf niet meer in kunnen kopen. Jan heeft van kind af aan een grote fascinatie voor dieren, maar ook voor hoe dieren reageren op brandende lucifers e.d. Veel Bijbelse teksten inspireren hem tot experimenten. In dit boek vooral waar het het martelen van dieren betreft. Toch houdt hij ook van dieren. Hij kan het niet aanzien, als zijn vader weer met duivels genoegen een kip slacht, omdat de Heer dat zo heeft voorbeschikt. Het is dan ook niet verwonderlijk, dat hij in het laboratorium waar hij later werkt, de dieren voor een pijnlijke dood wil behoeden door ze zelf te doden. Hij doet het op school niet goed en wordt uiteindelijk van school gestuurd, zodat hij in de winkel komt te werken. Veel is er echter niet te doen, alleen naar andere winkels rennen voor een product dat vader allang niet meer op voorraad heeft. Hij kijkt enorm op tegen zijn oudere broer, ondanks dat deze hem ook vreselijk pestte, maar die als enige tegen zijn vader in durft te gaan,. Deze broer gaat in de Tweede Wereldoorlog het leger in en sterft uiteindelijk in 1944 aan difterie. Dit is een grote klap voor Jan. In de hoofdstukken die hij als volwassene beschrijft komen er veel herinneringen boven als hij de plaatsen opzoekt, die in zijn leven belangrijk waren. De basisschool tussen de twee gestichten, de oude familiewinkel, waar nu een bank in zit, maar ook zijn ouders. Zijn vader moet niet veel hebben van zijn schrijverschap: ’Kom je weer inspiratie opdoen?’, maar zijn moeder is gemoedelijker, maar vraagt hem wel om niet te schrijven over dingen waar zijn vader zo’n verdriet van heeft. Ook gaat hij langs bij de buurvrouw om de tuin en de schuur achter hun oude huis te kunnen zien. Alles wat hij bezoekt zorgen voor herinneringen aan zijn jeugd en het besef, dat dat voorbij is. Hij bezoekt ook het landgoed, waar hij als tuinjongen werkte en in zijn vrije tijd (of onder werktijd) tekende. Het landgoed ligt er verlaten verwaarloosd bij. In het laatste hoofdstuk gaat hij terug naar zijn ouderlijk huis en bekijkt alle ruimten van wat vroeger zijn thuis was geweest. De slaapkamer waar hij samen met zijn broer in een bed had geslapen roepen tot slot herinneringen op aan de begrafenis van zijn broer. Hij droeg de jas die van zijn broer geweest was en die gemaakt was van parachutestof. Toen hij hem eens wilde gebruiken om een jonge reiger te vangen, heeft het beest het tot repen gescheurd met zijn snavel. Hij heeft de jas toen achtergelaten. Het boek staat wel vol met verwijzingen naar de Bijbel en het geloof. De vader haalt te pas en te onpas Bijbelcitaten aan, om zijn kinderen in het gareel te houden. Het heeft tot gevolg, dat Jan bang is voor zijn vader. Hier volgen enkele citaten uit het boek:

12


Bijbel en de klassieken

  

 

René Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

Mijn vader en moeder vertegenwoordigen elk een deel van de uitspraak van Paulus, ‘Weest oprecht als de duiven en listig als de slangen’. ‘Ja dient den Here, Romeinen 12 vers 11’, zei hij afwezig. Het kwam ook door wat mijn vader uit de Bijbel voorlas, uit Leviticus, waar ik met open mond naar zat te luisteren. Over het offeren van dieren, en over het kruipend gedierte dat op de aarde kruipt en dat een verfoeisel is, of al wat vele voeten heeft onder alle kruipend gedierte en dat ook een verfoeisel is. En dan bad mijn vader in het avondgebed ook voor de Joden, of God ze wilde beschermen tegen het beest uit de afgrond, want dat hij zijn volk toch ook eens onder Mozes droogvoets uit het diensthuis, uit Egypteland uitgeleid had. De dominee pakte de zilveren beker, hief die omhoog, en zei, vermoeid en plechtig, ‘De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is de gemeenschap des bloeds van Christus. En dan doofde ineens alles weer in een vonkenregen als hij een grote kit erin omkeerde, zodat de spreuk uit het martelarenboek: ’De poorten der hel zullen mijn gemeente niet overweldigen’ wel op hem van toepassing leek. Dat dat ook de bedoeling niet was van Gods woord, want dat Christus al voor ons allemaal aan het kruis gestorven was en dat dat genoeg was. Ik moest ineens denken aan het enige grapje dat mijn vader ooit over de Bijbel heeft gemaakt. Toen hij voorgelezen had van de vorstenplaag waarbij alle dieren zelfs in de slaapkamer en bedden van de Egyptenaren kwamen, zei hij, ‘Dat zou geen straf zijn voor Jan’.

Het laatste hoofdstuk draagt de titel: Ezau’s handen. Dit is het verhaal van Isaac die Jacob zegent, een verhaal uit de Bijbel over bedrog. De blik van Rebekka op dit schilderij doet hem denken aan zijn moeder, als hij haar eeltige voeten afkrabt en zijn vader binnenkomt.

13


Bijbel en de klassieken

René Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

’t Hart: De vlieger

‘De vlieger’ is een geweldig geestig geschreven boek over een jongen die opgroeit in een gemoedelijk gereformeerd gezin in Bonersluis. Zijn vader is doodgraver op de protestantse begraafplaats, maar zegt zelf liever grafmaker, want ‘hij graaft geen mens dood’. Op humoristische wijze wordt beschreven, hoe de vader van de hoofdpersoon zijn zoon meeneemt vliegeren in de buurt van de roomse begraafplaats. Dat hij meteen daar de boel in de gaten houdt, of het er niet mooier en beter is dan op zijn ‘graf’, doet hij heel subtiel. Als de jongen uiteindelijk eens alleen gaat vliegeren (zijn vader vindt dat hij veel te veel met zijn neus in de boeken zit), raakt hij zijn vlieger kwijt. Stomtoevallig vindt hij de vlieger terug in een achterafstraatje. Er blijkt in dat huis een prachtig meisje te wonen en hij is meteen verliefd. Door afbraak en aanbouw van nieuw blokken huizen achter de straat waar het gezin woont, komt het meisje met haar vader achter hen te wonen. Dit tot vreugde van de jongen en later ook van de vader, want hij kan goed opschieten met deze Ginus en ze spelen regelmatig een spelletje schaak. Als het hoofd van de begraafplaats hem komt vragen of hij de roomse graven wil verplaatsen, omdat het moet wijken voor nieuwbouw, zegt hij daar niets in te zien in zijn eentje. Als hij hulp zou krijgen, of het met een dragline en een vrachtwagentje kon doen, dan zou hij erover nadenken. Zo komt Ginus bij hem te werken. Vader is hier heel blij mee, want Ginus is een harde werker. Op een dag blijkt Ginus een probleem te hebben met de kerk. Tijdens de dienst wordt er een preek afgestoken, omdat iemand de ‘enige offerande van Christus heeft geloochend’. Normaliter betekende dit dat iemand overspel had gepleegd, maar in dit geval betekende het letterlijk wat het zei. Ginus had iets in de Bijbel ontdekt, dat volgens hem niet klopte. Dat was het feit, dat Jezus is geofferd aan het kruis voor ons. Volgens Ginus staat dat nergens. Hierover zijn de predikers van de kerk natuurlijk zeer verbolgen. Een voor een komen ze bij Ginus langs om hem van zijn ongelijk te overtuigen. In de slaapkamer van Maarten, komt vader samen met hem kijken wie er deze avond weer langs zal komen. Ze volgen het hele schouwspel als een toneelstuk en vader voorziet het ook van commentaar. Ondertussen heeft vader het er natuurlijk ook met Ginus over op het werk. Hij luistert en discussieert er over, maar ook hij kan Ginus niet overtuigen, zou hij dit al willen. Het wordt eigenlijk een soort van spel om citaten uit de Bijbel te vinden die Ginus’ bewering weerleggen. Het lukt vader niet. Ondertussen heeft Maarten een aantal onbevredigende ontmoetingen met de dochter van Ginus, die liever oudere vriendjes heeft en door velen in het dorp wordt uitgemaakt voor hoer. Hij is nog steeds een fervent lezer en is zelfs lid geworden van de katholieke bibliotheek, omdat hij alle boeken uit zijn eigen bieb al heeft gelezen. Bij de katholieke bieb hebben ze boeken, waar hij rode oortjes van krijgt. Uiteindelijk wordt de roomse begraafplaats door de ‘papen’ zelf verplaatst, met een dieplepel en een vrachtwagentje. Machteld, de mooie dochter van Ginus, trouwt met een roomse jongen uit een naburig dorp, dankzij de hulp van de pastoors in ruil voor de toezegging van Ginus om het ‘graf’ te verplaatsen. Ginus en zijn vrouw vertrekken naar Delft, om daar op de begraafplaats te gaan werken, omdat ze met de nek worden aangekeken na het hele verhaal van de excommunicatie over de loochening van het Zoenoffer van Christus. Als Maarten volwassen is, gaat hij terug naar zijn oude woonplaats om daar mee te werken aan een promotiestunt. Hij moet hiervoor geboeid in een kooi zitten. de eigenaresse van de kooi blijkt Machteld te zijn. Zij is meesteres geworden en Maarten zou nog steeds met haar

14


Bijbel en de klassieken

René Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

willen trouwen. Hij is echter al getrouwd, maar ze heeft een onuitwisbare indruk op hem gemaakt. Enige omstanders roepen dingen naar hem, want hij heeft zich in gereformeerde kringen niet heel erg geliefd gemaakt. Hij wordt bijvoorbeeld uit de Bijbel voorgelezen door iemand. Maarten steekt hier de draak mee en gaat in op een passage die de man niet bedoelde. Hij wilde namelijk even benadrukken, dat God vrouwenkleren niet voor mannen heeft bedoeld. Refererend aan het feit dat ’t Hart een tijdje openlijk travestiet was. Eigenlijk willen de dorps/kerkgenoten gewoon dat hij zich weer bekeert tot het geloof. Een paar citaten uit het boek:  Niettemin had ik het nooit aangedurfd om bij die roomse leeszaal naar binnen te stappen, deels omdat ik van kindsbeen af gewaarschuwd was voor de ‘hoer van Babylon’ alias de roomse kerk, […].  Toen ik er de huiskamer mee binnenstapte en mijn verhaal deed, zei mijn vader, terwijl zijn blik goedkeurend over mij heen streek: ’Mattheus 25 vers 21.’  ‘[…] maar….ja, er is één maar, hij heeft een middenscheiding.’ ‘Dan ga ik niet bij ‘m kerken. Daar wil ik niet tegenaan kijken,’ hoorde je al spoedig diverse gemeenteleden zeggen.  En wij zongen: ’Verlos mij van de leeuw die woedt en tiert, verhoor mij, Heer, en red mij van ’t gediert’, dat sterk van hoorn rondom mij henen zwiert.’ ‘Nooit geweten dat leeuwen hoorns hadden,’ fluisterde mijn vader.  ‘Je hebt de enige offerande van Christus geloochend. Daarmee werd, zover ik weet, altijd bedoeld dat de een of andere broeder of zuster naast de pot had gepiest.’  Weet je wat het is met die lui? Die twijfelen aan de almacht van God. Die denken dat God niet mans genoeg is om ons rechtstreeks te vergeven. Die denken dat God daarvoor eerst z’n Zoon aan het kruis moet zien lijden.  ‘En? Bij wie moeten jullie nu rapport uitbrengen? Bij de paus zelf? Dat zal dan wel moeten wachten tot na Pasen, want die moet zich nou warmlopen op z’n balkonnetje omdat hij daar aanstaande zondag moet urbiën en orbiën.’  Toen ik 14 was, wist ik: God en die hele snertzooi, dat is allemaal grote onzin. Klaar. Je laat het achter je. Je denkt er niet meer aan. Weg. Maar jij … je blijft er maar over dooremmeren …  Het mannetje bladerde weer in zijn Bijbel. Hij zocht naar Deuteronomium 22.

15


Bijbel en de klassieken

René Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

Reve: Nader tot U In het boek staan genoeg voorbeelden over hoe Reve over het geloof dacht. De gedachtespinsels zijn veelal positief.           

     

God is mijn Getuige Ze zullen rusten onder Gods vleugels Hier zie ik, God lof, geen mens Meer dan ooit zou ik me nu voor God willen verootmoedigen en boete willen doen Ik pieker enorm, maar ik ben niet ontevreden of opstandig jegens de van God gegeven orde. Wie God met alle geweld zonder hoofdletter schrijft, is een grote stomkop Dat God eeuwig is, geeft mij troost We hebben veel te veel televisietoestellen en bromfietsen, waardoor de stem van het waarachtige zelf wordt verstikt. Want ook als ik niets meer zal schrijven, of indien wat ik geschreven heb waardeloos, bespottelijk en verachtelijk is, dan nog zullen heel mijn nutteloos, ellendig leven en al mijn waardeloos geschrijf geweest zijn tot glorie van Gods onbegrijpelijke Majesteit. Schenk me maar in. God zal je lonen. Ik zou mij voor God kunnen rechtvaardigen, al sik schreef hoe ik de jongen zou eren en ik zijn kloppende, van bloed verzadigde dolk en levensboom zou voelen, die ik ik niet meer zou loslaten voordat hij mij zou zegenen en ik zijn Heilig Vocht in mijn handpalm zou voelen spuiten. God sluit nimmer enig schepsel buiten Zich Liefde en God zijn twee woorden voor één en hetzelfde. Op U wacht ik, Eeuwige, en op U alleen. En, meer dan ooit, een leid van overgave, want nimmer was mijn heimwee naar U zo fel, zo mateloos. O dood, die waarheid zijt: Nader tot U En God Zelf zou bij mij langskomen in de gedaante van een éénjarige, muisgrijze Ezel (-) Ik zou in janken uitbarsten, en Hem beginnen te kussen en naar binnen trekken, en na een geweldige klauterpartij om de trap naar het slaapkamertje op te komen, zou ik Hem drie keer achter elkaar langdurig in Zijn Geheime Opening bezitten.

Hij ziet God als eeuwigheid, als Liefde en als iemand waar hij na de dood gewillig de ontmoeting mee wil aangaan. Zijn drankgebruik en hang naar jonge jongens meent Reve na de dood wel te kunnen verantwoorden tegenover de Almachtige. Hij maakt zijn zonde gemakkelijker voor zichzelf om mee te leven door zichzelf te overtuigen dat God ook biseksueel is. Het zal een voor de schrijven een tweestrijd geweest zijn. Hoeveel boete moet hij doen voor zijn aardse daden? In de regel is hij dus positief over God. God geeft liefde en ontvangt liefde, zij het als gedaante van een Ezel. Over dat laatste is veel ophef geweest, maar hoe je het werk van Reve ook wilt bestempelen, we blijven het lezen. Tot in de eeuwen der eeuwen, amen.

16


Bijbel en de klassieken

René Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

Siebelink: Knielen op een bed violen Het boek zit vol met geloof. Jan Siebelink laat niks aan het toeval over om het Paauweaanse geloof, dat zelfs voor gereformeerden te zwaar is, te etaleren in zijn verhaal. De hoofdpersoon Hans groeit op met een vader die bezeten is door de zeventiende-eeuwse kerkleer, zodat hij in eerste instantie afstand neemt van zijn jeugd. Hij gaat met zijn vrouw Margje naar de Hervormde Kerk, maar naar mate het boek vordert, raakt ook Hans verstrikt in de overtuiging van de Waarheid die al honderden jaren de Waarheid is. Het boek begint met de vader van Hans, die niks van de kerk wilde weten. Die was te soft, verloochende Gods waarheid. Het was een verkeerde leer, hij nam alleen genoegen met de zuivere prediking van het oude geloof uit de zeventiende eeuw. Die overtuiging ging zelfs zo ver dat hij zijn vader gevonden had, die voorover op de ijzeren drempel van de scheurdeur lag. Zijn lippen vol bloed. Hij zei dat God hem geslagen had, bij zijn nekvel had gegrepen en hem ter aarde had doen storten. Hans raakte als kind verstrikt in de ideeën en opvoeding van zijn vader. Als hij als klein kind tijdens het spelen een afdruk van een bok in de grond ziet staan, denkt hij dat het Satan is. Om de Heer gunstig te stemmen, bevrijdde hij trillend een insect uit een spinnenweb. Hij keek niet om, wilde niet in een zoutpilaar veranderen. Hij probeert dat later van zich af te werpen, maar dat lukt niet. Hij gaat steeds meer op z’n vader lijken en Hans bezoekt diensten van oefenaar Steffen. Hij raakt steeds meer overtuigt van dat evangelie. Ook hij, wordt, net als zijn vader, door zijn zoon gevonden, nadat Hans God had gezien. ‘Duisternis was over de aarde gekomen en in die duisternis daalde de vuurzuil neer.’ Zijn zoon was overtuigd van de echtheid van het verhaal. Hans runt een kwekerij en heeft onder invloed van de broeders, zijn glasverzekering opgezegd. Als God straft, heeft het een reden. Tegenspoed is geen tegenspoed, maar goed voor de ziel. Nadat zijn bedrijf half is ingestort na een storm, krijgt hij dus niks terug van de verzekering. De broeders zijn hardvochtig: ‘We kunnen God niet ter verantwoording roepen. Vanuit ons kleine mensenverstand kunnen we slechts opperen dat Hij jou de storm gezonden heeft. Hij maakt stuk en heelt met Zijn handen.’ Dit soort radicale opvattingen worden beschreven en nemen het leven van Hans, zijn vrouw en zijn zoons in bezit. Enkele overtuigingen die in het boek beschreven worden:         

Wat heeft God toch voor met de Nederduits-hervormde Kerk in de lage landen? Een Kerk die leert, dat het aanbod van genade voor allen gelijk is. In dat geval wordt iedereen zalig en dan kunnen we de hel wel opdoeken. Er zijn soms dagen dat ik, zo gezond als ik ben, zou willen sterven om de Heere te aanschouwen. God gebiedt het ons. De zweep over Satan en zijn handlangers. Wij kunnen niet anders dan huiverend denken aan het vreselijke uitzicht op het oordeel en de gretigheid van het vuur, dat de wederspannigen zal teisteren wie hier onzuiver is. De mens, eens het pronkjuweel der schepping, heeft God uit de wereld verbannen. ‘Vergeef mij O Heere der heerscharen dat ik niet aanhoudend Uw Aangezicht zoek. Ik dank U dat U zich om mij bekommert. Ben Ik Uw aandacht wel waard? Overschrijd geen kerkdrempel. Dan nog liever de bioscoop. Niet denken aan het brood voor morgen, heb voldoende aan de voeding van het Woord. Wie zijn kinderen meeneemt naar een kerk waar een verkeerde leer wordt gepreekt, is verantwoordelijk voor hun ondergang.

In het boek gaat het niet over de liefde die het geloof kan brengen, maar altijd maar over de doem die de mens ten deel valt. De mensen die dit geloof aanhangen, hebben een agressieve manier van werven, leven in armoede en zien het kwaad dat ze overkomt als boetedoening. Knielen op een bed violen is naar enige waarheid geschreven. Enkele citaten van Siebelink over het geloof.

17


Bijbel en de klassieken

René Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

Weet je wat mij nog altijd spijt? Dat ik God nooit heb mogen beleven. Niet tijdens mijn belijdenis, maar later ook niet. Nooit. Ik had zo graag de extase van mijn vader gevoeld toen hij op een dag ‘geslagen’ werd door God. „Het is misschien lachwekkend, maar ik pieker er vaak over dat ik, als ik straks voor de rechterstoel moet verschijnen en verantwoording af moet leggen voor mijn daden, te horen zal krijgen: ‘Ja, als ik dat leven van jou zo eens overzie, dan zijn er misschien wel een paar oprechte aandriften geweest, maar uiteindelijk had ik toch liever gehad dat je geleefd had zoals je vader. Zo heb ik het bedoeld. Gelukkig werd het beeld van mijn vader verzacht door het beeld dat mijn moeder had van het geloof: een rustig, gewoon Hervormd geloof waarin wel vertrouwen was, maar daar sprak zij verder niet over. Mijn geloof is, denk ik, een combinatie van die twee gedachten. Ik zoek naar de ervaringen van mijn vader en ik weet, dankzij mijn moeder, wanneer het tijd is om daarmee op te houden.”

18


Bijbel en de klassieken

RenĂŠ Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

Conclusies en overdenkingen Als wij veel Bijbelkennis zouden bezitten, zouden we waarschijnlijk nog veel meer verwijzingen uit de boeken kunnen halen. Nu moeten we ons dus beperken tot de overduidelijke, wat er overigens heel veel waren. Het is overigens wel iets om bij stil te staan, hoeveel invloed een religie op een mensenleven kan hebben, zowel in positieve als negatieve zin. Het was een leuke opdracht om te doen. Het geeft je veel meer inzicht in teksten die op het eerste oog gewoon geschreven zijn, maar auteurs hebben natuurlijk ook allemaal hun persoonlijk referentiekader van waaruit zij hun boeken schrijven. Alle vier de schrijvers kijken kritisch naar het geloof of hoe andere mensen hun geloof ervaren. Alleen Reve is overwegend positief. Hij ziet het geloof als troost. Siebelink zet vraagtekens bij het extreme geloven van zijn vader. Hij is gewoon Nederlands Hervormd en radicaler hoeft niet. Wolkers en ’t Hart maken gehakt van het geloof.

19


Bijbel en de klassieken

RenĂŠ Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

Bronnen Bijlsma, E. (2005, maart 9). artikel/2287/de-man-en-zijn-werk-wolkers. Opgeroepen op februari 14, 2013, van www.8weekly.nl: http://www.8weekly.nl/artikel/2287/de-man-en-zijn-werkwolkers.html Boef, A. d. (2011). De neo-bijbelse wereldbeschouwing van Jan Wolkers. Opgeroepen op januari 3, 2013, van www.dbnl.org: http://www.dbnl.org/tekst/_ons003200201_01/_ons003200201_01_0047.php Boven, E. v., & Kemperink, M. (2006). Literatuur van de moderne tijd. Nederlandse en Vlaamse letterkunde in de 19e en 20e eeuw. Bussum: Coutinho. Breedveld, W. (2007, oktober 27). Heeft Jan Wolkers het christendom ontluisterd of juist een dienst bewezen? Opgeroepen op februari 14, 2013, van www.trouw.nl: http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/archief/article/detail/1668413/2007/10/27/HeeftJan-Wolkers-het-christendom-ontluisterd-of-juist-een-dienstbewezen.dhtml?utm_source=scherm1&utm_medium=button&utm_campaign=Cookiecheck Brems, H. (2009). Altijd weer vogels die nesten beginnen. Amsterdam: Bert Bakker. Dagblad Trouw. (2007, oktober 19). Jan Wolkers bezweerde de dood door hem te bespotten. Opgeroepen op februari 14, 2013, van www.trouw.nl: http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1388782/2007/10/19/Jan-Wolkersbezweerde-de-dood-door-hem-te-bespotten.dhtml Dessing, F. (2012, juni 20). Geloofsafval in de Nederlandse literatuur: van Jan Wolkers tot Franca Treur. Opgeroepen op februari 14, 2013, van maartendessing.blogspot.nl: http://maartendessing.blogspot.nl/2012/06/geloofsafval-in-de-nederlandse.html Gier, D. J. (2010). Provocatie en inspiratie. de plaats van God en de Bijbel in de naoorlogse literatuur. Heerenveen: Groen. Goedegebuure, J. (2011). De bijbel in de eigentijdse Nederlandse literatuur. Opgeroepen op januari 4, 2013, van www.dbnl.org: http://www.dbnl.org/tekst/_ons003199401_01/_ons003199401_01_0177.php?q= Hart, M. '. (1998). De vlieger. Amsterdam: De Arbeiderspers. Letterkundig museum. (sd). biografie Jan Wolkers. Opgeroepen op januari 4, 2013, van www.letterkundigmuseum.nl: http://www.letterkundigmuseum.nl/Default.aspx?tabid=92&BiographyID=127&BiographyNam e=JanWolkers&Mode=BiographyDetails Reve, G. (1966). Nader tot U. Amsterdam: De Bezige Bij. Schutte, X. (2000, augustus 5). Jan Wolkers, een machtige arend in de letteren. Opgeroepen op februari 14, 2010, van www.vn.nl: http://www.vn.nl/Artikel-Literatuur/Jan-Wolkers-eenmachtige-arend-in-de-letteren-1.htm

20


Bijbel en de klassieken

RenĂŠ Poldervaart en Henny Dentinger

12/6/2014

Siebelink, J. (2005). Knielen op een bed violen. Amsterdam: De Bezige Bij. Weenen, B. v. (2001, januari). www.chroom.net. Opgeroepen op 03 31, 2013, van chroom digitaal 2000: http://www.chroom.net/thart/intmth98.htm Wolkers, J. (1965). Terug naar Oegstgeest. Amsterdam: Meulenhoff.

21

Uiteindelijk onderzoeksverslag bijbel en klassieken  
Read more
Read more
Similar to
Popular now
Just for you