Issuu on Google+

OP doek OP doek OP doek

Toelatingsnummer P 209004 Afgiftekantoor Gent X

magazine voor amateurtheater

Amateurs in de Bourla Kinderen Het mes erin! Blijven oefenen

magazine voor amateurtheater

OPENDOEK vzw, Zirkstraat 36, 2000 Antwerpen

OP&doek EEN INITIATIEF VAN

1


OP&doek februari 2013 - Nr 1

Jouw foto in OP&doek? Het kan!

editoriaal

Een beetje goeie wil Tijd voor een spelletje. Doe me een plezier en lees eerst nog even de vier lijntjes op de cover, of voorpagina. Deze ’teasers’, of lokkertjes, zijn bedoeld om je nieuwsgierigheid te prikkelen naar enkele onderwerpen die in dit magazine aan bod komen. Ze kunnen je echter ook op het verkeerde been zetten, dat been namelijk waarmee je van morgen uit je bed bent gestapt, het verkeerde dus, waardoor je wat verzuurder naar de wereld kijkt. Dan lees je de vier lijntjes als één zin. Dan kan je ‘amateurs in de Bourla’ lezen als: “Wat ze - die professionelen - nu in de Bourla spelen, dat haalt nauwelijks amateurniveau. Die snotneuzen, die kinderen. Weg ermee, het mes erin! Blijven oefenen, mannen, dan haal je mogelijks toch nog niveau!” Zo hebben we het dus niet bedoeld... Misschien lees je het correct en stel je de vraag: “Wat gaan die amateurs in de Bourla doen?” Het antwoord daarop lees je op pagina 10. Maar ook in dat geval kan dat verkeerde been je de vier lijntjes op dezelfde chagrijnige manier laten lezen. Dan klinkt het zelfs als een bijna onverholen kritiek op dat nochtans schitterende initiatief. Dan is het misverstand geboren. Dan wordt ons iets in de schoenen geschoven dat helemaal niet de bedoeling was. Maar probeer dat maar eens te weerleggen. Het staat er toch! Misverstanden hebben de eigenschap dat ze gemakkelijk groeien en moeilijk zijn uit te roeien. Toegegeven, we hebben het er een beetje om gedaan, om ons punt te maken. Een plagerijtje, bijna uitlokking, met een knipoog naar de messen van de profielspot (zie pag. 11) waardoor we een scherp afgelijnde lichtbundel krijgen. Maar niet iedereen houdt van knipoogjes. Daarmee zullen we moeten leren leven. Goedbedoelde kritiek wordt soms als pretentieus ervaren, een compliment klinkt kleinerend, een poging tot inzicht wordt elitair, enzovoort. Interpretatie, commentaar, kritiek vertellen meestal meer over onszelf dan over wat we horen, lezen of zien. Vanuit een gezond verdedigingsmechanisme voelen we ons (te) vlug aangevallen. De nuance is niet altijd even duidelijk, noch voor de boodschapper, noch voor de ontvanger. Als iemand je zegt: ”Die rol was op je lijf geschreven”, bedoelt die dan dat je goed hebt gespeeld of dat je er geen moeite voor moest doen? Als iemand zegt: “Dat genre ligt je wel”, bedoelt hij dan dat je beperkt bent en iets anders niet aan kan? We horen wat er niet wordt gezegd en we spreken om het andere te verzwijgen. Kerstmis en Nieuwjaar liggen al een tijdje achter de rug, maar misschien mogen we toch nog even een boodschap uit de stal in herinnering brengen. Pax hominibus bonae voluntatis. Vrede voor de mensen die van goeie wil zijn. Het klinkt onnoemelijk kinderlijk naïef maar daarom niet minder gemeend: een beetje goeie wil - wat minder mes - en iedereen is een pak gelukkiger. De voorstellingen worden beter. Er wordt beter geacteerd. Regisseurs complimenteren gemeend hun collega’s. Elke toeschouwer geniet meer. Het chagrijn is voor een jaar begraven. We stappen met het juiste been uit ons bed. Het kost ons een klein beetje goeie wil. We blijven oefenen.

Heb je amusante, mooie of interessante foto’s in verband met amateurtheater? Heb je sprekende foto’s gemaakt van een voorstelling of achter de schermen? En wil je dit in OP&doek gepubliceerd zien? Stuur ze door naar redactie@opendoek-vzw.be, vermeld de productie en/of de theatergroep, waar en wanneer de foto genomen werd en de naam van de fotograaf. De foto’s moeten wel kwaliteitsvol zijn: minstens 300dpi. Meer informatie over de kwaliteitsvoorschriften voor de foto vind je op www.OPENDOEK-vzw.be .

”Die rol was op je lijf geschreven.”

Opgelet! Er wordt een selectie gemaakt uit de ingezonden foto’s. Het insturen van foto’s is dus geen garantie voor publicatie.

Coverfoto:

‘Journey through time’ - 'tist! / Plankton (Landjuweelfestival 2012) © Katleen Clé

Jef Mellemans hoofdredacteur

3


4

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

OP

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

doekinhoud magazine voor amateurtheater

1

Kunst inspireert scenografie

magazine voor amateurtheater

OP doekinhoud

JAARGANG 12

FEBRUARI 2013

7

9

Hoe ensceneer je een café? In Le café de nuit (1888) lijkt de ruimte klaar om de acteurs te ontvangen. De biljarttafel imponeert, maar laat toch nog genoeg plaats om op de voorgrond te acteren. De figuranten aan de tafels storen niet en kunnen elk moment tot leven komen. De deur links suggereert een zeer dynamische entree. Let op het felle licht achter het toegangsgordijn en op de schuine lijnen van het parket. Wie daarlangs opkomt, stormt tot recht voor het publiek. Het schilderij hanteert de schuine dynamische lijn. De caféklanten zijn van links achter naar rechts voor gepositioneerd. Vanuit de ronde console/kachel links kan menige discussie uitgroeien tot een climax vooraan. Dit interieur suggereert toch een open ruimte; de deur achteraan, de lijnen tot in het publiek, de muur en de tafels links die laten veronderstellen dat er achter de coulissen nog café is. Let op de kleuren van vloer en wand en de sobere rekwisieten met de dreigende klok centraal achteraan.

10

3

VERHAALTJE VERTELLEN

16

KUNST INSPIREERT SCENOGRAFIE

5

BOEKEN OP DE PLANKEN

17

ZALEN VOOR ONZE VERHALEN

7

VAN TONEEL WORD JE GROOT

18

RESULTAAT POLL

8

KNOKKE-HEIST ZENDT ZIJN ZONEN UIT

20

LIEFHEBBERS ZIEN LIEFHEBBERS

9

PODIUMBEESTJE

21

AMATEURS IN DE BOURLA

10

DE OVERKANT

22

DE VLIJMSCHERPE RAND

11

TEKENING

23

KIES VOOR AVONTUUR

12

NIEUWS

24

TUSSEN DROOM EN DAAD

13

EINDE VERHAAL

26

REPERTOIRE

14

OEFENING BAART KUNST

27

LE CAFÉ DE NUIT (1888)

19

jef Mellemans

Aansluitend op de reeks over ‘scenografie’ in onze vorige jaargang laten we ons nu inspireren door de kunst. Hoe kunnen kunstwerken ons helpen in de opbouw van onze scenografie? Vincent van Gogh (1853-1890) bijt de spits af. Van Gogh tekent ons decor!

EEN BEETJE GOEIE WIL

13

5

Het magazine wordt gedrukt op FSC-papier.

20

● REDACTIE: p/a OPENDOEK, Zirkstraat 36, 2000 Antwerpen, T: 03 222 40 90, F: 03 233 81 33, redactie@opendoek-vzw.be, www.opendoek-vzw.be ● H O O F D R E DAC T E U R: Jef Mellemans ● CO O R D I N AT I E: Nina Van Cauwenberge ● V E R A N T WO O R D E L I J K E U I TG E V E R: Rob Van Genechten p/a OPENDOEK Zirkstraat 36, 2000 Antwerpen ● DIRECTEUR OPENDOEK: Bernard Soenens ● DRUK: Geers Offset, www.geers-offset.be ● VORMGEVING: www.ipscreation.be ● P E R I O D I C I T E I T: Verschijnt 5 maal per jaar ● Volgend nummer: 1 april 2013 ● O P L AG E: 17.000 ex ● ISSN NR 1377/9478

Het gele huis (De Straat) (1888). Een prachtig exterieur met ongelooflijk veel spelmogelijkheden. Het plein nodigt uit, zelfs voor een balletgroep. De naar voor gerichte ruit van de gebouwen zorgt voor de nodige dynamiek. Van links en rechts kunnen groepen elkaar centraal vooraan ontmoeten. Bij het vorige voorbeeld lag het dramaturgisch sterke punt bij die paar slordig opgestelde stoelen links vooraan, hier is het de lantaarnpaal op de hoek van de stoep. De boom links, de luifel, de luiken, de verschillende dakhellingen en de brug rechts achter zijn de noodzakelijke ingrediënten om de strakke lijnen een natuurlijke slordigheid te geven. Wie roept daar uit het open raam, welke ruzie ontspint zich op het terras, wat hebben die twee wijfjes te roddelen? Dit decor vertelt een verhaal. Hallo belichter, wat dacht je van een valavond met straatverlichting, lichtjes achter de ramen en achteraan een miniatuurtreintje dat langs de horizon voorbij tuft? Eerst zichtbaar, achter de huizen onzichtbaar en tenslotte alleen nog de rookpluim uit een eenvoudig rookpatroon.

HET GELE HUIS (DE STRAAT) (1888)


6

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

Misschien hebben we maar een piepkleine scène en moeten we zelfs via het publiek in het decor komen. Dan biedt de Slaapkamer in Arles (1888) een oplossing. De soberheid van dit decortje oogt bijna abstract. Hoe benepen ook, toch blijft er nog bewegingsruimte voor een paar personages. Zelfs het raam op een kier biedt mogelijkheden. Natuurlijk biedt het geheel een eerder depressieve indruk van eenzaamheid. In de eerste plaats de ineengedrongen ruimte, de afwezigheid van personages, ‘buiten’ is een vaal schilderijtje aan de wand, de gesloten deuren, de bonkige stoelen en dito tafeltje dat in een tekenfilm absoluut wil praten, de ‘lege’ spiegel, de attributen en verborgen kledingstukken, de afgebladderde kleuren en trieste vloer, en vooral de schilderijtjes aan de rechter wand die voorover lijken te vallen naar het bed... Pas als je goed kijkt, zie je ook het procedé van de ontdubbeling. Twee deuren, twee luiken, twee stoelen, twee flesjes, schilderijtjes twee aan twee, maar vooral de twee kussens. Prachtig idee dat bij een zwakke scenografie te nadrukkelijk zou zijn. Tip: werk niet met waterpas of schietlood. (Kijk voor de grap ook eens op internet naar wat Ursus Wehrli hiermee doet.)

’Nonnen, obstakels, paters en mirakels’ - Vrank & Vroom © OLIVIER LECLUYSE

walter Samoy

Zalen voor onze verhalen

SLAAPKAMER IN ARLES (1888)

➔ Nog meer gesloten en abstracter is de gang in het Hospitaal in Saint-Rémy (1889). Het loont de moeite om dit schilderij te vergelijken met een foto vanaf dezelfde plaats genomen. In de realiteit komt het licht van rechts via de binnentuin, maar hier is zo goed als alle licht verdwenen, de bogen hebben een lagere hoogte en de gang loopt verder weg in de donkere diepte. De trap rechts vooraan is afgesneden. Hij is er nog, maar nodigt niet uit tot gebruik. In plaats van licht lijkt op de voorgrond van rechts naar links een bloedstroom zich vast te lopen tegen de linker wand. De wig licht die op het tweede plan van links komt, slaat te pletter tegen de dubbele steunpilaar. Er zijn wel gangen gesuggereerd naar links en rechts, maar wie hier speelt, kan het alleen maar hebben over wat ‘binnen’ gebeurt. In zo’n ruimte word je (of ben je) gek. Alle conversatie speelt zich af op de kruising van een liggend kruis met het hoofd naar het publiek gericht. Dit beeld leent zich goed voor wie als decor met een projectie wil werken. Maar het schilderij illustreert beter de sfeer dan de realiteit, dus is aandacht voor wat hierboven staat geboden.

HOSPITAAL IN SAINT-RÉMY (1889)

7

”Desnoods op een plank op wat lege bierbakken, maar spelen zullen we.” Zo mogen we het horen en zo gebeurt het. In parken, woonkamers, schuren, straten, garages, binnenkoertjes, noem maar op, wordt er gespeeld. In Oostende zelfs noodgedwongen in de inkomhal van de luchthaven. Uitzonderingen natuurlijk. Meestal speelt theater zich af in een zaal. Het weer valt nogal eens tegen bij ons, de drukste speelperiode is die van de wintermaanden en er is de zegen van een comfortabele plasplaats voor de dames. Voor ons, heren, valt het leven op dit vlak gemakkelijker te dragen.

vinden er hun thuis maar trekken ook het land rond. De sociale bewegingen - socialisten, katholieken, liberalen, vrijzinnigen - hadden tot voor kort ook hun eigen infrastructuur. Parochiezalen zijn er nog steeds bij de vleet. Hun belang mogen we tot op onze dagen niet onderschatten. En dan zijn er de cafés en scholen met een extra feestruimte met een podium.

De geschiedenis van onze ’speelplaatsen’ vormt een boeiende mozaïek. Luister naar hun muren en je gelooft je oren niet. Zij vertellen van vreugde en verdriet, van de wonderlijkste prestaties tot de meelijwekkendste miskleunen. Ze hebben het over het hele gamma van alle denkbare gevoelens en gebeurtenissen. Een verhaal van zoenen en tranen, van respectabel gewroet. Zalen vormen de ruimte van ons verleden. Hun ontstaan telt vele wortels.

In heel wat middens ontstaat na de eerste oorlog een behoefte aan maatschappelijke en sociale vorming. Door politieke en zeker culturele stroomstoten geraakt ons volk ontvoogd. Misschien glimlachen we vandaag om een term als ’volksverheffing’, maar figuren als Willems, Vermeylen en David zorgden met hun culturele organisaties voor meer dan brood alleen. Ze verdienen respect en dank. Hun belang voor de ontwikkeling van ons volk is fenomenaal. Ook het amateurtheater speelt hierin een voorname rol. Het klinkt nog door in veel namen van toneelgroepen: ’Volksveredeling’, ’Taal en Kunst’, ’Ic Dien’, enz... Vergeten we niet dat de vernederlandsing van de Gentse universiteit dateert van 1930.

Om de stad luister bij te zetten, zorgden burgerlijke overheden in de 19de eeuw voor een schouwburg. Brussel (1883), Antwerpen (1874), Gent (1840), Brugge (1869), Leuven (1847), Kortrijk (1920). De grote beroepsgezelschappen NTG, KVS, KNS,

De eerste Vlaamse minister van cultuur Renaat Van Elslande zet in 1962 het initiatief in gang om Culturele Centra op te richten. Sindsdien tellen we er in Vlaanderen een zestigtal. Veel steden en gemeenten bouwen een gemeenschapshuis

of ontmoetingscentrum. Op andere plaatsen zijn er parochiezalen met een intense activiteit. Die veelheid aan zalen betekent niet dat toneelgroepen vandaag voldoende aan de bak komen. Gelukkig de groepen die een eigen ruimte bezitten, al brengt dat ook zorgen met zich mee wat onderhoud en beheer betreft. Om in cultuurcentra te spelen moet je een gaatje vinden in de strakke planning, soms meer dan een jaar vooraf. Dat bemoeilijkt de werking van een groep die soms niet zo ver in de toekomst kan plannen, al is het maar omdat men niet weet wie dan beschikbaar zal zijn. Een werking gebeurt meestal van seizoen tot seizoen. In een CC doet men ook niet wat men wil. Decoropbouw en repetitiemogelijkheden vormen vaak een probleem door een overvolle kalender. Daarnaast is er het kostenplaatje en mis je ook mogelijke barinkomsten. De lokalen die tot een zuil behoren, verliezen de laatste decennia aan invloed en verdwijnen zienderogen door reorganisaties allerhande. Veel van die gilde- en volkshuizen verliezen hun rendabiliteit. Ze worden met de grond gelijk gemaakt of aangewend voor andere doeleinden. Zo ook vergaat het vaak parochiezalen. Parochiezalen behoren tot een parochie.


8

‘DON'T BE SO DRAMATIC 12 JONGEREN O.L.V. JONAS VAN THIELE’ (SPOTS OP WEST 2012)

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

bjorn Haegeman

Liefhebbers zien liefhebbers

© KATLEEN CLÉ

Dat klinkt aannemelijk. Een bisdom brokt er niets in de pap of papt er niets in de brokken. In de meeste gevallen beheert een comité het reilen en zeilen van de plek. Het gonst er van de activiteit. Gepensioneerden kaarten er, men neemt er bloed af, de koffietafel van ziekenzorg staat klaar, de Femma of Markant doen er aan bloemschikken of andere sociale initiatieven. De situatie verschilt enorm van parochie tot parochie. Zo heeft de Godelieve-parochie in Roeselare drie zalen en de Sint-Bavoparochie van Lauwe geen enkele meer. Appartementen verrijzen op de plaats van de vroegere ’Germana’. De infrastructuur ziet er overal anders uit. Op het ene podium kan je in de coulissen met moeite naast elkaar passeren terwijl je op een ander kan rondfietsen. Hier was je na het spelen de grime af in een emmer en daar tref je zowaar douches aan. Hier ligt een nieuw dak daar lekt het. De situatie hangt af van de werkkracht en de bekwaamheid van de verantwoordelijken. Vaak behalen die schitterende resultaten.

Kurt Velghe

door kaartavonden, tombola’s, kaasen wijnfestijnen enzovoort.

De technische of sanitaire uitrusting laat in veel gevallen te wensen over. Er bestaan nog een hoop primitieve zaaltjes waarin weliswaar een ziel klopt maar die een degelijke voorstelling ferm bemoeilijken. Om veiligheidsredenen moeten locaties sluiten. Daar dienen brandvoorschriften voor. Soms ontbreken de financiële middelen om een zaal te onderhouden of te vernieuwen. Men probeert daaraan te verhelpen

L L O P k e OP&do De vraag is steeds gekoppeld aan een thema dat in het magazine aan bod komt. Dit nummer draait het rond speellocaties. WAT VOOR TYPE ZAAL IS VOOR JOU DE MEEST IDEALE SPEELLOCATIE? 1. Een zaal waar je geen vast podium hebt maar kunt kiezen hoe je speelvlak en publiek plaatst 2. Een zaal waar je een maand op voorhand het decor kunt opstellen 3. Een zaal waar je zelf de bar kunt uitbaten 4. Een zaal met een oplopende zittribune 5. Een zaal waar je vaste speeldata hebt 6. Een zaal waar je stockeerruimte hebt voor decors

Intussen staat de volgende poll op de website van OPENDOEK! Surf er als de bliksem naartoe en geef je mening! Het resultaat lees je in het volgende nummer. Meer info: www.opendoek-vzw.be.

Veel groepen spelen van oudsher in een parochiezaal. Als die - om welke reden ook - verdwijnt, duiken problemen op en moet een andere oplossing worden gevonden. De gemeente neemt soms een centrum over en maakt daar iets moois van. In het beste geval denken ze aan toneelvoorzieningen. Een groep ziet zich al eens genoodzaakt om naar een andere gemeente uit te wijken. Dat betekent niet alleen subsidieverlies maar ook toeschouwers die misschien afhaken. Een andere vereniging huurt een oude fabrieksloods en tovert die om tot een gezellige theaterruimte. Een groep zoekt wisselende locaties naargelang het gekozen toneelstuk. Vindingrijkheid en werklust zijn geen ijdele begrippen. Alleen al een speelruimte vinden en creatief aankleden vraagt bewonderenswaardig engagement. Ja, we spelen. ”Desnoods op een plank op wat lege bierbakken.”

In deze jaargang van OP&doek geven we telkens de resultaten van een poll die je de voorbije maand op de OPENDOEK-website kon vinden.

35% 30%

Antwoord 1 = 20,80 % Antwoord 2 = 30,40 %

25%

Antwoord 3 = 16,00 %

20%

Antwoord 5 =

Antwoord 4 = 17,60 % 4,80 %

Antwoord 6 = 10,00 %

15% 10% 5% 0 aantal respondenten: 150

9

‘The cover-ups of Alabama’ Theater Playerwater (Landjuweelfestival 2012) © KATLEEN CLÉ

nina Van Cauwenberge Omdat we zo dicht mogelijk bij de realiteit willen staan, vraagt OP&doek aan echte toneelliefhebbers verslag te doen van interessante toneelvoorstellingen. Zo ziet Kurt Velghe samen met zijn vrouw gemiddeld 30 à 35 producties per jaar, zowel liefhebbers als professionelen. En daar zitten blijkbaar af en toe pareltjes tussen. (Red.)

T

ijdens de Gentse Feesten, zagen wij ‘Iets om van te huilen’ door V.E.L.D.-theaterproducties, in een regie van Frans Hendrickx. Een liefdesverhaal dat begint aan een bar in New York en eindigt in de flat van de man. Het begint allemaal veelbelovend met knappe dialogen en beheerst spel, maar ontaardt na de pauze in overdrive. Het verhaal neemt wat ongeloofwaardige wendingen en eindigt in mineur. Op de bezinningsscène van de man na, valt er in het tweede deel weinig te beleven. Een stuk met twee gezichten dus. ‘Witte kragen zwarte randen’ door Cultuurkapel De Schaduw, in een regie van Tom Ternest, verveelt geen minuut. De prachtige acteerprestaties, het simpele maar super efficiënte decor en het fantastische verhaal nemen je mee in deze hedendaagse vertelling over pedofilie in de kerk. Een aanrader en nu al één van de hoogtepunten van het seizoen. ‘Robin Hoed’ door Studio ZT, regie Simon Vancraeynest, en ‘Jungle Book’ door Jeugdtheater Scherven, regie Christophe Van Asten, nemen ons mee naar de wereld van de klassiekers. ‘Robin Hoed’ boeit van begin tot eind met knotsgekke personages en allerhande grappige vondsten. In ‘Jungle Book’ wordt goed geacteerd en gezongen, maar het stuk mist af en toe een beetje humor. SPOT laat met ‘Taxi Taxi’, in een regie van Werther Vander Sarren, zien hoe een deurenkomedie moet gespeeld worden. Het strakke tempo en het goeie spel van de acteurs zorgen ervoor dat dit een plezante voorstelling wordt. Alleen jammer van de te ongeloofwaardige wendingen op het eind. ‘Ontkoppeld’ door Toneelgroep Kohané, regie Bas Van Montfoort, komt nooit echt op gang, ondanks het mooie decor. Daarvoor mist het stuk een beetje schwung.

Het oervlaamse stuk, ‘Sporen’ door Toneel Isegrim, regie Patrick Mahieu. Een kitscherig decor, ideaal voor dit stuk dat zich afspeelt in het arbeidersmilieu, met af en toe een modeltrein die rond het speelvlak rijdt, gecombineerd met goeie acteerprestaties, maken dat dit aangrijpend verhaal een genietbaar kijk stuk wordt. Toneelvereniging De Leutemakers uit Hulste brengen ‘Taxi Taxi’ (alweer), doen het naar behoren, hoewel er een schril contrast is tussen voor en na de pauze. Deel één heeft een strak tempo en goeie acteerprestaties. Deel twee gaat mee ten onder met het verhaal, dat verloren loopt in zijn zelf gecreëerde chaos. Ook Nederlanders schrijven voor theater, zoals bijvoorbeeld Haye Van Der Heyden. Hij schreef onder andere 'De flat van Jet', gespeeld door Theatergezelschap Tope, in een regie van Bart Gerard. De auteur creëert een soort metatheater door zijn personages af en toe uit hun rol te laten stappen en commentaar te geven op hetgeen zich afspeelt op scène. De regisseur slaagt er zowaar in om deze deurenkomedie te brengen zonder deuren. Knap gevonden. ‘De gek op de heuvel’ door Het Kuurns Theater, in een regie van Willy Denhaene, behandelt een moeilijke materie. Een nieuw samengesteld gezin komt in de problemen omdat de man moeite heeft met de autistische zoon van de vrouw. Een klassiek verhaal in een klassiek decor met een sobere belichting. Tot slot zagen we ‘Twee meisjes en een schurk’ door Ensemble Leporello. Een vrije bewerking van ‘De mythe van Tereus’ die met de nodige humor en met knappe beeldtaal gebracht wordt. Benieuwd wat ons de volgende maanden nog te wachten staat.

Ook Nederlanders schrijven voor theater.


10

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

Amateurs

Wat is AmateurTONEELhuis? Vier seizoenen lang nodigt Toneelhuis (het stadstheater van Antwerpen) in samenwerking met OPENDOEK amateurgroepen uit om zich te buigen over het repertoire van Toneelhuis en om hun versie in de Bourla te brengen. In seizoen 2012-13 wordt er gewerkt rond Shakespeare, Duras en Kas & De Wolf.

in de Bourla Compagnie Schmaltz, Toneelstudio Gloriant, Teater de Schizo’s, SPI, VONK, Antwerpriza, Tal en Thee, Ktuna, WAT?, Siloewet, De Dijlezonen en ‘tist!. Met z’n twaalven zijn ze, de groepen die de uitdaging zijn aangegaan om hun versie van ‘Zomeravond halfelf’ (Duras), ‘Desperado’ (Kas en De Wolf) of ‘Romeo en Julia’ (Shakespeare) dit seizoen op de planken te brengen. Met als ultieme doel: een selectie in de wacht slepen voor de festivalweek van 2 tot 7 april in de Bourla in Antwerpen. Want laten we eerlijk zijn: dat grote podium spreekt toch tot de verbeelding van elke theaterliefhebber!?

Hannelore Smits

Dit is ook wat de acteurs tijdens de masterclasses ervaren. Beetje bij beetje raken ze ervan overtuigd dat Katelijne gelijk heeft als ze zegt dat je jezelf soms een beetje moet wegcijferen. Daarna worden de acteurs in kleine groepjes opgedeeld zodat meer gefocust kan worden op speltechniek. ‘Romeo en Julia’ geldt als inspiratiebron voor oefeningen waarin concentratie, het luisteren naar elkaar en het onderdrukken en vasthouden van gevoelens worden geoefend. Niet altijd even gemakkelijk zo blijkt: “Ge zijt droevig, bang, maar super gelukkig. Speelt dat maar eens hé!?”, aldus Katelijne. Veel van de deelnemers geven aan dat het niet alleen interessant is om de oefeningen zelf te doen, maar ook om naar de andere acteurs te kijken. Verfrissend aan deze masterclasses is ook de mix die ontstaat tussen de verschillende gezelschappen. Het improviseren met tot dusver onbekende mensen neemt af en toe de vertrouwdheid weg die spelers binnen de eigen groep ervaren. Toch ontstaan vaak nieuwe combinaties tussen spelers uit verschillende groepen die leiden tot verrassend samenspel. Misschien wel kiemen voor toekomstige samenwerkingen?

Alles kan, mits goed gedaan!

Toch is een selectie niet de enige reden om deel te nemen aan het project: de omkadering en begeleiding door het Toneelhuis zijn minstens even doorslaggevend. In september vonden drie repertoireavonden plaats waarin Erwin Jans, hoofddramaturg van Toneelhuis, dieper inging op elk van de drie theaterteksten. Tijdens twee zaterdagen in november verzamelden de acteurs van de deelnemende gezelschappen op de repetitiezolder van Toneelhuis voor een masterclass acteren. Toneelhuisactrice Katelijne Damen leidde de spelers doorheen heel wat improvisatieoefeningen en toonde hen hoe het beste uit zichzelf te halen.

Katelijne Damen geeft aan zelf het meeste geleerd te hebben van improvisatie. Ze verwijst vaak naar uitspraken van en anekdotes over Eric De Volder die bij het maken van een voorstelling steevast vanuit improvisatie vertrok en die door Katelijne beschouwd wordt als haar grote leermeester. Bij het improviseren heeft de speler de grootste vrijheid, aangezien alles kan en mag. Om het met Dora Van der Groen te zeggen: “Alles kan, mits goed gedaan.” Steeds kunnen nieuwe wendingen in het spel opduiken. Dit maakt het improviseren ook moeilijk: als acteur moet je steeds je eigen ideeën kunnen loslaten om je tegenspeler niet voor blok te zetten.

Na heel wat ‘bikkengesmijt’ (een gewoonte die Katelijne zich in het Conservatorium waar ze lesgeeft heeft eigen gemaakt), geroep en getier, maar ook intieme en mooie improvisatiemomenten worden de twee masterclasses afgesloten met het voorlezen van een verhaal dat doorheen de dag gemaakt werd door alle deelnemers. Een fijne afsluiter van een boeiende dag waarbij de meeste spelers met een gemeenschappelijk idee naar huis gingen: je moet niet altijd met woorden spelen om iets te kunnen vertellen! Dit artikel kwam tot stand door het bijwonen van de masterclasses en met behulp van de notities van Sofie Joan Wouters.

’AMATEURTONEELHUIS’ © LYNN VAN OIJSTAERIJEN

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

’Van vlees en boek’ Theater Trac (Spots op West 2012) © KATLEEN CLÉ

Valeer Van den nest

De vlijmscherpe rand Z oomen, focussen, afmessen, diafragma, goboprojectie,... De profielschijnwerper heeft veruit de meeste mogelijkheden van alle conventionele schijnwerpers en is daardoor meteen ook de meest complexe. Die uitgebreide functionaliteit dankt de schijnwerper aan één specifieke kwaliteit: hij kan als enige theaterspot een lichtbundel met een vlijmscherpe rand produceren! Eens je de mogelijkheden kent, zal blijken dat het afregelen niet zo ingewikkeld is dan aanvankelijk gedacht. Ook al bestaan er verschillende types en uitvoeringen, waardoor het instellen van de functies nogal kan verschillen. Algemeen herken je een profielschijnwerper aan zijn typische lange behuizing. Die is nodig om voldoende plaats te verschaffen aan het lenzensysteem. Hoe verder de lenzen uit elkaar worden geschoven, hoe kleiner de diameter van de lichtbundel wordt. De lengte van de behuizing geeft dus meteen een indicatie omtrent de kleinst mogelijke openingshoek van de lichtbundel. De stelschroeven voor de lenzen bevinden zich doorgaans onderaan of aan de zijkant van het voorste gedeelte van de schijnwerper. Met de lenzen kan je zowel de grootte (zoom) als de scherpte (focus) van de lichtbundel bepalen. Wie het in zijn hoofd zou halen om tijdens

ke drie groepen Begin maart weten we wel Bourla staan. de va de twaalf in april in 3, vrijdag 5 ag nsd Voorstellingen op woe 3. 201 il en zondag 7 apr elhuis.be. one w.t Meer info en tickets: ww

euritie van Amat de tweede ed ten ks te Jij ook? Voor staan de (2013-2014) ng’ ri de TONEELhuis on verw ynaerde’, ‘De keha (S ‘Van de Vos Re ’ th acBe ‘Hamlet’ en ‘M te si eb w (Hugo Claus), de Hou t programma. speare) op he n! te EK in de ga van OPENDO

11

of na gebruik het achterste gedeelte van de schijnwerper met de blote hand aan te raken weet meteen waar de lamp brandt. Die lamp is ofwel verticaal geplaatst met daarachter een sferische reflector en een condensor lens ervoor, ofwel zit de lamp horizontaal en is ze min of meer volledig omgeven door een ellipsoïdale reflector. Het eerste type, meestal met een duidelijk herkenbare onder- en bovenkant, mag nooit volledig ondersteboven worden gemonteerd. Het gebruikte type van lamp is daar namelijk ongeschikt voor en zal kort daarna wellicht zijn allerlaatste lichtstraal produceren. Een iris of diafragma is een optioneel attribuut dat bestaat voor zowat elk type van profielschijnwerper. Hiermee kan je de lichtbundel nog verder verkleinen. Maak in de eerste plaats echter gebruik van het lenzensysteem, want daarmee behoud je de hoogst mogelijke lichtopbrengst. Naast het nadeel dat een iris licht tegenhoudt, zorgt deze er ook voor dat de lichtbundel ietwat hoekiger wordt. Vanaf links, rechts, boven en onder kan je lichtafsnijders of ‘messen’ inbrengen. Op die manier kan je de lichtbundel bijvoorbeeld vierkant maken. Een typisch voorbeeld van het gebruik van messen is het leggen van ‘een straatje licht’ door het vormen van een smalle, hoge rechthoekige lichtbundel en belichting vanaf

de zijkanten van het toneel. De scherpe aflijning zorgt voor een fel contrast tussen de heldere strook licht en de rest van het toneel. Voor een optimale lichtopbrengst regel je alweer eerst de grootte van de lichtbundel vooraleer af te messen. Na het inbrengen van een mes kan je daarop scherp stellen en vervolgens de andere messen inbrengen. Het is even wennen aan het feit dat dit in spiegelbeeld gebeurt. De profielschijnwerper leent zich uitstekend voor het projecteren van patronen en logo’s. Die zijn uitgewerkt in ronde metalen of glazen schijven en zijn beter bekend als ‘gobo’s’. De metalen gobo’s zijn beperkt qua mogelijkheden. Die beperkingen bestaan niet bij glazen gobo’s, waarbij je met grijswaarden en desgewenst zelfs met kleuren kan werken. Er bestaat een enorm uitgebreid gamma standaard gobo’s, maar men kan ook gepersonaliseerde gobo’s laten aanmaken. Jammer genoeg hangt de diameter van zo’n gobo af van de gobohouder die bij de schijnwerper hoort, waardoor je een op maat gemaakte gobo niet zomaar in elk type profielschijnwerper kan gebruiken. Net zoals in de meeste andere schijnwerpers kan je een kleurenfilter gebruiken. De plaats van de filterhouder is steeds helemaal vooraan, waardoor de filter geen last ondervindt van de hitte van de lamp.


12

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

Onze redacteur Frans Vanderschueren heeft in de massa toneelstukken die hij leest, een parel ontdekt: Hanneke Paauwe. Hij stelt haar en haar werken aan ons voor in drie afleveringen. (Red.)

13

jef Mellemans

Kies voor avontuur!

Tussen droom en daad

Frans Vanderschueren

Een toneelstuk moet boeiend zijn. De inhoud moet je raken door zijn verhaal, door de personages of door de actie. Die inhoud mag nieuw en fris zijn. De vorm, of de manier waarop die inhoud onder woorden wordt gebracht en hoe het verhaal verloopt, moet verrassend zijn. Het concept, of de manier waarop de emoties zichtbaar gemaakt worden, moet duidelijk zijn. Het woord moet zijn volste recht krijgen. Het taalgebruik moet eerlijk en heerlijk zijn. Dat alles vinden we terug bij Hanneke Paauwe.

HAMLET TONEELKRING SINT-REMBERT (LANDJUWEELFESTIVAL 2011) © KATLEEN CLÉ

ater maar t beroepsthe he in dt or w ig gespeeld rs, opnieuw die regelmat telkens ande , ur w te eu au ni e s ig ? en WIE ar is telk ook scherp, erlandstal isch is maar r stuk van ha we is een Ned ët de au po Ie Pa . en en ke le al nn ne Han al die niet te weinig ke eert ze een ta eurs, niet of sprankelend. nboven hant re die wij, amat aa D ig, verbazend, . ls er t totaalthegi ze rd ve le oo w al t en er it die leidt to ro er te be tt vi le ti en , ea n nd cr re re bo ge t publiek in gskracht en steeds ontroe ze wil dat he e verbeeldin k, m ordringend, ie or do bl , en pu n nd t te ee he lij sp t voor teur over ns. Ze schrijf beschikt de au muziek en da d, Daarenboven el be rticiperen. , rd pa klooster, een t oo an men moe een lift, een snoer van w f, ra jg ri ho aa n w rk l ee ke : aa n er at zoals ee et. eft een verh dere locatie de auteur ni kruipt, ze ge op een bijzon en dat stoort t, af haar stukken as ch zi ep ng en el aa n worden stukken sp eativiteit ka Veel van haar een beetje cr et m at w r . n kennen garage... maa stukken lere s dat we haar du jd ti g oo H n in een com speeld worde ge ed go el nnen he hebben. Ze ku ANCES verrassen. ek karakter DE PERFORM ifi ec sp publiek willen n n ee ee e di en n jn le zi u he be ge eater zijn kleinere het zittend th voor hen die al or Vo e. t ti la pi een doodskis t die dan naar id le Ze . ve en van je le n entificer ”, “wat heb je US’ e zich moet id jn O di zi l -V n za EZ oo r D rs t ee pe EN m n ‘R ens éé fereel eindig ls jij er niet rwelkomt telk eid?” Het ta kh s leidraad: “a lij al ke et . an m n en rg ve Een actrice ve r zijn le van de ve ende binn alt ze de volg met hem/haa en in het licht ha do an D en ill n. w aa l en overloopt allemaa laat opst “wat zou je n uit de kist t en de persoo gemaakt?” en ng zi e dj lie n actrice ee wanneer de n versie voor itatie. Er is ee ed m e ch is of ’ ort filos GEDACHTEN leidt zo een so ‘SMELTENDE t publiek en he n aa en elt 47 vrag Een acteur st eren. en voor kind n ziet volwassene een luikje en een groepje) et m l ks ee he tu of even en) piraat, de ’ (4 monolog ouwer (alleen in boerka, de ch w es ou to vr de de t ‘PEEPSHOW e: ow open een scèn echte peepsh spelen ieder Zoals in een personages er vi e D e. personag en hoort een tisch! Zeer humoris . jn ni der en het ko k lichaam. Ie het menselij n ) va d en is: er og g te ol aa (5 mon ens. De vr den geprojec H THEATER’ en over de m worden beel d ng di on or e af vo ‘ANATOMISC pl ijk ie t rl . Op he een vers st wonde ligt in zetels rtelt de mee darmen. Er is ve de en g, k aa ie m Het publiek bl het pu longen, de l spreekt tot , het hart, de lichaamsdee de hersenen t or ho en M zond? ben je nog ge nderen. en één voor ki n ne denvolwasse over onze he s XIV maar ui ) Lo 1H n D, zes (7 va f an S’ ho sp INNER aan het de Monte G VOOR BEG et Madame ng die speelt m vi ha en esc m rg ‘BESCHAVIN be sa bu t in in les van een s onderwijs spitsvondige onisme. Loui ling in de vorm hr el ac st te an or ee Amusante en vo ig m n ht . Prac reid is om k: het is ee having gaat k heeft dat be et het publie ie m bl ie pu ct n daagse besc ra ee te ke in neer men een zeer ster te spelen wan meisjes. Er is Alleen maar . ng vi . ha en sc de be r met jonger ringcursus in ts makkelijke ie t da kt lu hien spelen. Missc

’TOT NUT VAN ’T ALGEMEEN’ KUNST EN GEEST © JOHAN WYNANTS

A

ls we dat konden verwezenlijken: dat decor, met die kostumering en dat soort licht... Laat het een troost zijn, waarde collega’s, het lukt nooit - of toch bijna nooit - dat je droom uitkomt. In de eerste plaats omdat het een droom is. En dromen durven nog al eens onrealistisch zijn. Hoewel. In een onbewaakt ogenblik liet ik me eens ontvallen dat het wel mooi zou zijn als in Albee’s stuk ‘A delicate balance’ het hele decor met het raam in de achtergrond waardoor je de skyline van een stad zag, met meubeltjes en al, helemaal schuin ging hangen op het moment dat de dronken vader ’s nachts in de woonkamer sukkelt op zoek naar zijn fles. “Maar dat is te gek voor woorden, dus niet doen!” bezwoer ik de decorploeg. Maar op een dag vroeg één van hen of ik op dat bewuste drinkmoment voor een streepje muziek kon zorgen. De schurken hadden een constructie in elkaar geknutseld met materiaal ‘ontleend’ aan de school waar ze les gaven, dat via een hydraulisch systeem het hele boeltje deed kantelen. Het muziekje moest alleen die pssst van de hoge druk camoufleren. Alle hoofden van het publiek helden op dat moment naar dezelfde kant, en door hun empathie kregen ze zelfs sym-

pathie voor de zatte pa die op de scène zijn evenwicht verloor. Maar in veel andere gevallen beschik je niet over zulke zalige gekken. Dan hoor je vooral: “Dat komt allemaal wel in orde, niet te rap hé.” of “Moet dat nu? Je weet niet wat dat kost zeker?” of “We zullen eens zien wat we nog hebben liggen.” Bij zulke reacties kan je op je achterste poten gaan staan, je kan vloeken en eisen, maar dat haalt meestal niet veel uit en de sfeer is verpest. Er rest je dus nog alleen je concept, je droom, bij te sturen tot een nog acceptabel niveau. Maar misschien ligt de fout ook bij jezelf. Ben je wel van in het begin duidelijk geweest in je verlangens? Waren die voor die groep wel uitvoerbaar? Geld, bekwame mensen, tijd… Misschien heb je gegokt op de verkeerde verantwoordelijke(n), wel vriendelijk en gedienstig, maar traag en niet creatief. De ervaring leert dat een mislukking meestal samenhangt met irreële verwachtingen en onduidelijke afspraken. Iedereen weet dat een productieproces start met gezamenlijk overleg. Wie doet wat? En wat moet er tegen wanneer gebeuren? Als dat niet gebeurt, of als er tijdens het productieproces niet regelmatig wordt overlegd in productievergaderingen, dan weet je dat je op een

Gelukkig kent het publiek je droom niet.

mirakel moet hopen in tijden dat het geloof steeds meer terrein verliest, of je stuurt je droom bij zonder dat jezelf of je wel ijverige medewerkers er een punthoofd van krijgen. Gelukkig kent het publiek je droom niet en krijg je zelfs complimenten voor wat bijna een nachtmerrie was. Een oplossing kan zijn dat je je omringt met specialisten ter zake op wie je absoluut kan rekenen; een costumière, een lichtontwerper, een decorontwerper die ook mee het decor bouwt, een geluidsspecialist die een vriend heeft die prachtige filmprojecties maakt, een grimeur, enzovoort. Dat ploegje presenteer je dan aan de groep en je spreekt de voorwaarden af. Aangezien ze niet tot de groep behoren, hangt er meestal een prijskaartje aan vast waarvan de groep toch wel even schrikt. Maar het resultaat zal in orde zijn. Van de verrassing bekomen, gaat de groep misschien zelf op zoek naar bekwame en betrouwbare personen tussen de eigen mensen, stuurt ze op cursus en geeft ze alle middelen om degelijk te werken. Of ze vervalt in haar oude gewoonte, legt de lat wat lager of rekent opnieuw op een mirakel. Je bent je als regisseur van al die problemen bewust, je hebt er al tientallen keren van wakker gelegen, maar in plaats van wat minder of soberder te dromen, trap je telkens opnieuw in die val. ’t Moest maar zo plezant niet zijn, denk je dan, je slikt de kleine teleurstelling door en begint weer te dromen.


Hilarische deurenkomedie van eigen bodem

Een echtpaar woont in een nieuw appartement. Tijdens een kennismakingsgesprek dringen de buren zich haast ongemerkt op aan het echtpaar. Ze nodigen zichzelf uit op een etentje. De gesprekken worden steeds intiemer, steeds dwingender, de sfeer steeds sensueler. Het echtpaar wordt door de buren uiteen gedreven. Hun mislukte liefde en gefnuikte leven wordt blootgelegd, ze worden ongemerkt gedwongen aan hun diepste gedachten en verlangens toe te geven... De bizarre sfeer die vanaf de eerste dialogen aanwezig is, wordt subtiel opgebouwd tot een beklemmende, sensuele spanning. Wat is echt en wat is verbeelding? Ook het einde is bevreemdend.

Twee rijke families. Als inleiding voor een gearrangeerd huwelijk van Sofie Benoit met Jean Jacques De Clercq wordt een diner georganiseerd op het kasteel van de familie Benoit. Sofie wil niks weten van haar lelijk jeugdvriendje en saboteert het diner. Zo moet de butler georkestreerd verongelukken. Ten einde raad wordt de tuinman opgetrommeld om de butler te vervangen. En dus loopt alles wat maar fout kan gaan ook fout. Het jeugdvriendje blijkt echter opgegroeid te zijn tot een knappe jongeman... Een spervuur van visuele en tekstuele grappen en effecten. Ook het Gentse dialect draagt bij tot een avondje lachkrampen.

Een buitenkans voor een publiek van fijnproevers die van het genre houden. (AD)

Een sterke regie en dito acteurs, zijn vereist. Voor gezelschappen die een grote bezetting aankunnen en voor een heel breed publiek. (AD)

Flow my tears

Stokebrand

(1D-1H + orkestje) Annelies Verbeke

(5D - 5H) Rainer Werner Fassbinder

Een muzikaal stuk over het mogen geloven in dromen.

Een stuk als aanklacht tegen het fascisme, vooroordelen en gratuit geweld.

De teksten zijn poëtisch, het gegeven is interessant, maar een groot deel van het stuk is muzikaal, wat de uitvoering niet voor elke groep mogelijk maakt. (FVDS)

In een kleine dorpsgemeenschap komt er een vreemdeling werken, Jorgos, een Griekse gastarbeider. De autochtonen, die in hem een makkelijke vijand zien, sturen allerlei valse geruchten de wereld in. Daardoor wordt de vreemdeling een monster dat de bevolking bedreigt en een lesje moet krijgen. Naarmate het stuk vordert, hitsen de dorpelingen elkaar op. Jorgos wordt ineengeslagen en zijn bezittingen worden vernield. Pas dan beseft hij wat er aan de hand is. Dit stuk lijkt eerder een filmscenario door de onderverdeling in meer dan 40 scènes. Maar angst die overslaat in agressie levert zeker een interessant uitgangspunt op. (FVDS)

Frans Vanderschueren en Alex Desiron

REPERTOIRE

Een duo artiesten ontdekt in de muziek van John Dowland, een 16de eeuwse componist, een verwijzing naar de indianen. Misschien was deze componist ook wel een indiaan? In die optiek brengen ze een show met zijn liederen. Maar het is niet succesvol: het decor valt om, de muzikanten komen in opstand, het paar zit niet meer op dezelfde golflengte. De onderhuidse spanningen blijven niet langer verborgen. Daarom besluiten ze om het stuk te spelen op een hedendaagse manier, zonder die indianengedachte. Maar dat lukt niet: de droom is weg. De essentie van het stuk is: kan en mag men geloven in zijn dromen?

Oogjes dicht... denk aan ’t vaderland

1, 2, 3 Dood

(3D-6H) John Chapman

(2, 3, 4 of meerdere personen) Miriam Boolsen

Vlotte komedie over een boekhouder die het tot miljardair schopt op twee uur tijd

Een grimmig sprookje over loslaten (eenakter)

Een surrealistische psychologische thriller

Al de besproken teksten kan je daar uiteraard ontlenen. Dat doe je het eenvoudigst online, eveneens via www.theaterbib.be.

(8H-6D) Luc Pauwels

Ieder nummer grasduinen we in de collectie van de theaterbibliotheek van OPENDOEK. Toch je gading nog niet gevonden? Neem dan een kijkje in onze catalogus op www.theaterbib.be.

Med of zonder

(3H-2D) Cathérina-Anne Toupin

Alles komt in orde

Holbrook, directeur van een internationale investeringsmaatschappij verwacht bezoek van een Arabier, Marami, die zijn aandelen wil overnemen. Terwijl hij nog even in de slaapkamer ‘verpoost’ met een call girl, wordt hij verrast door zijn saaie, rechtlijnige boekhouder Pullen. Marami arriveert veel vroeger dan verwacht waardoor de situatie moet gered worden. Dan komt mevrouw Holbrook nog meer roet in het eten gooien, mevrouw Pullen brengt de lunch van haar man op het slechts mogelijke moment, de advocaat komt te laat met zijn documenten, enzovoort. De saaie Pullen speelt uiteindelijk meesterlijk in op de situatie en draait de zaak om in zijn voordeel. Van begin tot einde zit dit stuk vol hilarische situaties en dialogen. Het hoge tempo is veeleisend voor de acteurs, maar een garantie voor aanhoudende lachkrampen voor een publiek dat ontspanning zoekt. (AD)

Een kind verdwijnt. Het blijkt dat de dood het heeft meegenomen. De moeder zet de achtervolging in, ervan overtuigd dat ze de dood kan overtuigen haar kind terug te geven. Telkens ze de weg vraagt, moet ze een deel van zichzelf weggeven zoals bijvoorbeeld haar ogen. Wanneer ze eindelijk geconfronteerd wordt met de dood en haar kind terug eist, beseft ze dat de goden hun getal moeten hebben en dat de redding van haar kind, het einde betekent van iemand anders. De moeder berust. Mooi geschreven en zonder rolverdeling. De dialogen staan afzonderlijk maar de regisseur beslist zelf wie wat zegt. Daardoor krijg je een soort afstandelijkheid die eigenaardig genoeg ook sterk verbonden is. (FVDS)

Leda court

Het laatste avondmaal

(2D - 2H) Lot Vekemans

(4H-3D) Christiane Vleugels

Een grappig verhaal over buren in een grootstad

Futuristische tragikomedie over de ultieme zelfopoffering

Vier mensen wonen naast elkaar, maar kennen elkaar niet. Door een stroompanne en een kat die verdwenen is, maken ze willens nillens kennis met elkaar. Daardoor ontdekken we de achtergrond van de personages en hun echte gevoelens. Of het geloof in de gemeenschap daardoor gered is, blijft een licht vraagteken, maar deze mensen hebben elkaar leren kennen en dat is nieuw voor ieder van hen. Een komedie met ernstige ondertoon die ontstaat uit grappig pijnlijke misverstanden en ongemakkelijkheden en die leiden tot een verandering in het leven van de buren.

Het jaar 2020: alle energiebronnen zijn uitgeput, de beveiliging van een opslagplaats voor chemieafval laat het afweten. Een giftige wolk verspreidt zich over de wereld en staat op het punt de bevolking finaal uit te roeien. De laatste shuttle staat klaar om de planeet te verlaten. Willy, een hoogbegaafde professor, heeft vier tickets voor de ultieme ontsnapping. Hij en zijn vrouw organiseren een laatste avondmaal met al wie hun dierbaar is. Door georkestreerde leugens trachten ze tenminste de kinderen een nieuwe toekomst te geven... Een tragikomisch verhaal over zelfopoffering en ouderliefde. Door de soms ietwat naïeve benadering van het gegeven en snuifjes humor wordt het stuk nooit zwartgallig maar blijft de menselijke warmte bovendrijven.

Vekemans hanteert een vlotte taal, prachtige dialogen en milde humor. Een stuk voor iedereen die houdt van menselijke en warme humor. (FVDS)

Iets anders dan anders, voor een breed publiek. (AD)


16

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

17

”Boeken op

tania Vanden bossche

Verhaaltje vertellen?

de planken”

Het achtergat van Vlaanderen. Een dorp. Een kleine straat. Een collectie oervlaamse mensen. Kleine stervelingen. Anoniem, onbenullig alledaags. ‘De Naamlozen’ van meester-verteller Filip Vanluchene werd door De Leiezonen in Drongen gebracht als een vertelling. Een blik achter de schermen van meerstemmig verteltheater.

verteltheater vooral leren statisch staan op scène, wat voor spelers niet makkelijk is. De lezenaars werden niet gebruikt om de brochures op te leggen. We wilden echt vertellen. Elke acteur gebruikte de lezenaar op zijn manier: bij de een lagen de tekstovergangen, bij de ander enkele kernwoorden.”

’DE NAAMLOZEN’ DE LEIEZONEN © DE LEIEZONEN

STRAFFER DAN WE DACHTEN Het publiek wist op voorhand “dat het iets anders zou zijn”. Het zou geen toneelvoorstelling worden met decor, beweging en verschillende personages. Of toch, het verhaal telt meer dan twintig personages, maar er zouden slechts drie acteurs en twee actrices op de scène staan. Meer dan twintig rollen verdelen over vijf acteurs, zou dat lukken? “Het was een gok, maar het werd straffer dan we verwacht hadden. Het was geen berekend risico, maar we verlegden onze grenzen en zijn blij dat we het hebben aangedurfd.” De toeschouwer komt binnen in een parochiezaal, de zaal waar de Leiezonen altijd spelen. De zaalverlichting is sfeervol, er is niet gekozen voor een andere locatie, maar de ruimte oogt intiem. Er staan vijf lezenaars op een rij op de scène en dicht bij het publiek. Het decor bestaat uit drie grote videoschermen: soms verschijnen er zinnen, soms detailfoto’s, het zijn de kapstokken voor de toeschouwer. De acteurs staan naast elkaar in het zwart gekleed en ze vertellen het hele verhaal. Het publiek werd in het programmaboekje ver-

wittigd dat de eerste tien minuten verwarrend konden overkomen: acteurs vertellen de mannenrollen en actrices de vrouwenrollen, maar ze wisselen wel van personage. En toch word je als publiek meegezogen in het verhaal. STATISCH STAAN “We durfden dit project aan door het vertrouwen in de regisseur. Anders begin je daar niet aan. ‘De Naamlozen’ is op het eerste zicht geen toneeltekst, het is een roman in 43 hoofdstukken. Er zijn geen aanduidingen voor de acteurs, geen regieaanwijzingen, het is eerder een doorlopende tekst. De regisseur verdeelde de tekst en deelde hem in. We hadden meer repetities nodig, dus we begonnen ook veel vroeger dan gewoonlijk aan dit project. We hielden audities. Iedereen die wou, mocht deelnemen. De regisseur koos op basis van coherentie een groep van vijf: drie mannen en twee vrouwen. Er waren niet alleen meer repetities, er werd ook lang gewerkt op de tekst en de interpretatie ervan. Als acteur moet je bij

“Met deze voorstelling nemen we bewust een risico.”

WAAR ZET IK MIJN DRINKBEKER? De regisseur Luc De Ruelle vult aan: ”De vertelmomenten zijn statisch en dat is voor acteurs moeilijk. Oorspronkelijk gingen we de verschillende personages in het verhaal louter op stem differentiëren. Later kozen we er toch voor om er kleine herkenbare gebaren bij te doen. Miniem, maar wel herkenbaar voor het publiek. Ik koos in de regie op de eerste plaats voor het sec vertellen. Dat maakte ook de dialogen sterker. De levendigheid bekom je door de houding. Ook via de projecties bieden we het publiek enkele handvaten om het verhaal te kunnen volgen. Ik plaatste drie schermen. Er moesten drie beamers en twee pc’s bediend worden. Er waren 130 lichtstanden. Ja, je hebt wel versterking nodig in de technische ploeg. Voor verteltheater heb je niet noodzakelijk een kleine ruimte nodig. Je kan elke zaal intiem maken. Ik bracht de vertellers dichter bij het publiek door de voorstelling naar voor te trekken. Door de schermen achteraan op scène alleen al, staan de vertellers meer naar voor. Je hebt sowieso een afstand te overbruggen, daarbij helpt de juiste techniek. Met deze voorstelling namen we een risico. Je wil toch iets visueels tonen, sfeer brengen. Dat is ten volle gelukt. De reacties waren positief. Wij wilden nu eens echt iets doen voor onszelf en bij de keuze ervan hebben we geen rekening gehouden met het publiek. Het is straffer geworden dan we zelf dachten. We hadden inderdaad schrik, maar we zijn er voor gegaan. En we zijn trots ook. Onze grootste bekommernis was waar we onze drinkbekers zouden zetten. Zelfs dat losten we op. De houders waarin wielrenners hun drinkbussen zetten op de fiets, zijn goed van pas gekomen!”

Elke maand laten we een bekende of minder bekende theatermens grasduinen door de uitgebreide collectie van de theaterbib van OPENDOEK, op zoek naar de toneelstukken die zijn of haar leven veranderden. Deze maand trapt acteur, auteur, regisseur en theatermaker tout court Peter De Graef af met zijn drie meest imposante theaterervaringen. Hier vertelt hij over hoe hij als kind overweldigd werd door ‘Romeo en Julia’. Op vrij jonge leeftijd, (voor mijn zestiende) dus echt in mijn groeiperiode, hebben toneelstukken echt mijn leven veranderd. Nadien leek het wel of ik niet meer van m'n sokken kon geblazen worden door toneelteksten. De eerste was ‘Romeo en Julia’ van Shakespeare. Ik was twaalf toen ik het voor het eerst zag en ik ben er dagen ziek van geweest omdat het zo slecht afliep tussen die twee. En dat het tegelijkertijd 'maar' een verhaal was. Niet echt gebeurd. Nooit! Dat het dus de bedoeling was van de schrijver. Dat hij het makkelijk ook goed had kunnen laten aflopen. Maar dat je dan niet zo'n mooi verhaal had. Het heeft me heel lang bezig gehouden. Verwondering, verbijstering, enzovoort. Ook de klassieker ‘Wachten op Godot’ en het absurde stuk ‘In volle zee’ van Slawomir Mrozek maakten indruk op de jonge De Graef. Hoe hij deze toneelstukken ervoer en waarom ze zo speciaal voor hem zijn, lees je in ‘Boeken op de planken’ te vinden op onze website. En heb je zin gekregen om deze toneelteksten te lezen? Klik dan door naar de online catalogus van de theaterbib www.theaterbib.be, waar je ze meteen ter ontlening kan opvragen.


18

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

19

© BART HELLINGS

Van toneel word je

groot.

Wat een KANs! Prijs je gelukkig als je met kinderen aan de slag KAN. Ze zijn vaak onbevangen, staan open voor alles, durven nog ongegeneerd uitproberen. Ook zij gaan af en toe op hun bek, maar dat hoort bij het leerproces en ze kunnen er vaak beter mee om dan menig volwassene. Doe het hen maar na… Wat een rijkdom! Kinderen zijn werkelijk heerlijke vaatjes om uit te tappen. Letterlijk alles kan aanleiding zijn om hen aan het toneelspelen te krijgen. Ze meten zich een rolletje aan en gaan ervoor. Hun wereld en hun fantasie lopen heel snel door elkaar. In dat universum ontmoeten ze elkaar en gaat een heel andere dimensie spelen. Toneel is voor hen een aangeboren manier van ‘groot worden’. Die natuurlijke flair om zich spontaan te ‘tonen’ aan anderen is lang niet iedere volwassen acteur meer gegund…

Je warmt hen gericht op. Elke repetitie begint met opdrachten om het lichaam klaar te maken voor het grote werk! Heel leuk zijn de stemoefeningen. Gooi een naam of een personage in de kring (bv. Sinterklaas, een muis, een zieke…) en geef hen één zin. Laat hen maar proberen om deze zin te vertolken in de hoedanigheid van de gegeven personages. Lachen gegarandeerd! En laat dat lachen nu hét middel zijn om je acteurs los te maken… Of je geeft hen een bal en laat die in de kring rondgaan met een bepaalde snelheid. Je start heel traag en laat hen hun eigen naam zeggen en de bal doorgeven. Eens de kring rond herhaal je dit, maar voer je de snelheid op. Dit kan je ook door hen allemaal hetzelfde te laten zeggen, roepen, zachtjes zeggen (niet fluisteren, want dit is nefast voor je stem), stotteren, vrolijk zingen… en dit van traag naar snel of omgekeerd. Zo werk je aan gevoel voor tempo. Een volgend rondje vraag je om associaties te maken. Je start bijvoorbeeld met het begrip zon en iedereen vult aan: warm - zomer - bikini - bruin... Het is interessant om eens jabbertalk uit te proberen. Dit houdt in dat je ze per twee zet, hun kort een situatie schetst en hen hierin meeneemt. Stel dat je een baby bent en je hebt buikpijn. Wat zou je doen? (wenen, schoppen) Je mama komt naar je toe en begint je te sussen. Jij antwoordt in babytaal. / Je bent op reis in het buitenland, loopt op de markt en daar worden heel wat leuke dingen verkocht. Aan één kraam is er een verkoper die je wenkt en tegen jou begint te praten om zijn artikel te verkopen. Wij begrijpen er niets van, want alles gebeurt natuurlijk in het...? (Turks, Italiaans, Chinees) Laat ze gerust enkele minuten uitproberen. Wedden dat ze je komen verrassen met de leukste mini-voorstellingen? Af en toe zal je ze moeten afremmen, want hun fantasie blijft maar doorgaan. Je kan hen bewuster leren omgaan met hun ademhaling, de proporties en houdingen van hun lijf, hun mimiek en de kracht of intensiteit waarmee ze een beweging maken. Dit koppel je aan het gevoel

Je bent een baby en je hebt buikpijn.

Wat een opdracht! Maar hoe krijg je hen op de rails voor wat je - als regisseur - met hen voor een publiek wil brengen?

EREDIVISIEFESTIVAL BRONKS 2012 © FELIX KINDERMANN

In de eerste plaats hebben kinderen een kader nodig, waarbinnen ze gaan spelen. Het moet duidelijk zijn dat ze acteren in een afgebakende speelruimte. Vaak is het al voldoende met krijtlijnen een speelvlak uit te tekenen en met hen af te spreken waar welke handelingen zullen plaatsvinden. Ze zijn ongelooflijk sterk in het zich voorstellen van wat er niet is. Een negenjarige heeft bijvoorbeeld ‘echt’ de kabouters in het bos gezien. Af en toe hebben ze wel moeite met de oriëntatie in de ruimte. Kinderen zoeken herkenningspunten als houvast. Als je altijd oefent in een ruimte met uitzicht op de tuin en de eigenlijke voorstelling gaat door in een zaal met een podium, vraagt dat toch ook enige aanpassing. Flexibel als ze zijn, levert dat meestal geen onoverkomelijke problemen op!

ann Van waeyenberghe

Erover praten helpt om het beter te doen. waarmee ze iets moeten doen. Hier kan muziek ondersteunend werken. Je mag samen met hen bewegen en ze richtlijnen geven. “Ben je verdrietig of boos? Ga je dan roepen of in een hoekje wegkruipen? Hoe laat je dit zien? En vooral… hoe kijkt iemand anders daarnaar? Welke gevoelens roept zo’n handeling bij je op als je er naar kijkt?” Zo leer je hen doelgericht nadenken over wat een acteur bij het publiek overbrengt. Hiervoor kan je de kinderen indelen in een speel- en kijkgroep en hen achteraf kort laten verwoorden hoe ze dit hebben beleefd (was het moeilijk/makkelijk, leuk/niet? waarom/ waarom niet?) of hoe ze het vonden (hoe voelde die zich? waarom vind je dat? zou jij het ook zo hebben gedaan?) Laat die groepen dan wisselen en probeer het nog eens. Erover praten helpt om het volgende keer nog beter te doen! Vervolgens neem je met hen de grote lijnen van het verhaal door. Je leest een stukje, gaat op zoek naar emoties en let op de uitspraak. Het is belangrijk dit van het allereerste moment kritisch te benaderen. Je wil dat de kinderen verstaanbaar zijn, dus moet het luid genoeg, goed gearticuleerd en met de passende intonatie. Maar minstens even belangrijk is dat je hen duidelijk maakt waarom. Waar het ook maar kan, verwoord je het positief waar het al goed lukt en nodig je hen uit met een tip om het eens anders te proberen. Zo snel als mogelijk laat je hen dit ook ‘spelen’. In een allereerste fase kan het interessant zijn om meerdere kinderen dezelfde tekst te laten lezen. Zo wordt het snel duidelijk wie het best in een rolletje past. Je doorgrondt samen de personages, hun handelingen en dialogen. Tijdens het repeteren kan alles groeien en vorm krijgen. Hier neem je de tijd om van alles uit te proberen en kan je met sommige groepen zelfs improviseren. Dat levert soms onverwachte pareltjes op! Tenslotte hebben ze nood aan structuur. Zorg voor een houvast van duidelijke afspraken, voor en achter de schermen, tijdens de repetities en de voorstellingen.

Nog enkele tips: • durf hulp vragen aan ouders van spelers (qua kledij, materialen, vervoer...) • mail je spelers wekelijks met de laatste afspraken en houd je bestuur in cc ook op de hoogte van het reilen en zeilen binnen de groep • repeteer niet te laat; op zaterdagochtend bv. is iedereen fris wakker om erin te vliegen • live muziek geeft soms die extra toets aan de voorstelling • vraag eventueel de ondersteuning van het bestuur (boekje, decor,...) • organiseer een repetitieweekend zo’n twee weken voor de eerste voorstelling (dit biedt de kans om in slechts drie dagen toch wel een vijftal keer het stuk te doorlopen) • tracht je spelers eens origineel te bedanken na de productie (het levert de zo begeerde ‘eeuwige’ dankbaarheid van je ploeg op) • en geniet ervan!


20

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

21

Cursiefje Joris Denoo “Ik heb een lang verleden bij het CC Scharpoord en Appassionata. Ik ontdekte de theatergroep op mijn zestiende. Je kan er terecht tot je achttien dus na amper twee jaar zat het er voor mij op. Maar waar kan je terecht vanaf je achttiende? Samen met een vriend begon ik te schrijven. Ik wou mezelf op het podium krijgen. Ik klopte aan bij Scharpoord en zei dat ik theater wilde maken. Ze lieten me doen en ik werd er kind aan huis. Het eerste wat je nodig hebt, is een repetitieruimte. Die kregen we drie keer per week. Het kost weinig moeite voor een gemeente, maar het is een belangrijke steun voor een vereniging. Daarnaast was er het geloof in ons. De vorige directeur van CC Scharpoord was een warme maar ook kritische man. Hij geloofde in de jeugd. We zaten in de euforie van Appassionata en klopten bij hem aan. Hij zei: “Doe maar!” en gaf ons carte blanche. Achteraf moest hij wel toegeven dat hij dacht dat we het niet gingen halen. Toch moedigde hij ons ten volle aan. Ook de huidige directeur steunt de jongeren. Iedereen begint op zijn manier. De inspiratie en begeestering van een regisseur deden bij mij de passie oplaaien. Bij Appassionata vonden velen hun inspiratie. Ik denk aan Joke De Vinck, Rik Verheye en Lisa Naert. Vanaf mijn achttiende ontdekte ik de liefde voor het schrijven en daarnaast koos ik voor film en ging naar het RITS. Nu nog heeft Knokke-Heist een speciale plek in mijn hart. Nieuwe projecten gaan daar in première. Ik maak het mezelf moeilijk. Film, theater, regie, het is veel. Maar het is ook een zege, het zijn verschillende werelden waarin ik me goed voel. Ik ben op mijn best als ik iets niet ken en op ontdekking ga. Ik kan niet voor een specialisatie kiezen. Dat is mijn vloek, want je kan sneller professioneel doorbreken als je resoluut voor één ding kiest. Met ‘Ongericht Enthousiasme’, een cabarettrio, wonnen we de juryprijs en werden we uitgeroepen tot winnaars van Cameretten 2011. Met het winnen van dit prestigieus Cabaretfestival komen we in het rijtje van Hans Theeuwen & Komilfoo.

Knokke-Heist zendt zijn zonen uit.

’HAMLET’ TONEELKRING SINT-REMBERT (2011) © KATLEEN CLÉ

tania Vanden bossche

Knokke-Heist is niet zomaar toneelgemeente 2012. De draaischijf van een zeer dynamisch cultuurbeleid is het cultuur centrum Scharpoord, maar ook het amateurtheater heeft sterke financiële en logistieke ondersteuning. Naast Het Koninklijk Toneelgezelschap Knokke-Heist is er ook veel aandacht voor jongeren. Zo is er een risicobudget voor jongerenprojecten waarbij fouten maken en opnieuw beginnen is toegestaan. De jongeren met een passie voor theater kunnen terecht van hun twaalfde tot hun achttiende jaar bij Appassionata. De toneelvereniging is ook een kweekvijver voor talent. Philippe Verkinderen is er een van. Hij vertelt ons zijn verhaal.

Ik ken nu het leven van de professional en van de amateurs. Een amateur moet het met minder middelen doen. Maar ik kwam erachter dat ik als toeschouwer een voorstelling tof vindt als er weinig twijfel op zit. Geloof in wat je doet, geloof in je verhaal. Zo ervaar ik mezelf ook, ondanks het feit dat ik niet kan kiezen tussen verschillende disciplines. Ik zie mezelf als verhalen verteller. Of het nu theater is, of film, of je nu schrijft of speelt, je vertelt verhalen. Geloof in wat je vertelt. Je publiek volgt dan wel.”

Knokke-Heist heeft het voorbije jaar de titel ’Toneelgemeente 2012’ mogen dragen. Nu gaat OPENDOEK op zoek naar de Toneelgemeente 2013. Vind jij dat jouw gemeente het goede voorbeeld geeft? Draag ze dan voor! Alle info vind je op www.toneeltgemee.be.

Podiumbeestje Het was een mooie toneelavond. Er woei een zachte herfstwind. Een halvemaan sneed een wolk middendoor. De lampen in de horecabedrijfjes brandden uitnodigend. Tijd dus voor een stuk, gezeten in makkelijke kijkfauteuil. Ik nam de auto, reed twintig kilometer landinwaarts, at een vette hap aan de lokale frietkeet en begaf me dan naar de zaal waar ik in het verleden al eens een stuk bijwoonde. Er stond een grote houten dinosaurus die vrijdagavond op het podium. Nou, eigenlijk niet: het beest werd geleidelijk opgebouwd naarmate het stuk en het verhaal vorderden. Het was een Jurassic Park-ervaring vanuit een pluchen zitje in een cultureel centrum. Dat stuk kostte best wel wat centen. Een sponsor bijvoorbeeld moet die hoe dan ook zelf ophoesten, nietwaar. Ik bedoel: dat podiumbeest kwam niet zomaar gratis op de planken, als een deus ex machina of zo. Het was wel uit planken opgetrokken. In datzelfde stuk figureerde ook zo’n passeerfontein op de achtergrond. Telkens als er een personage de bühne opkwam of afging, begon dat ding te spuiten, aan weerskanten van de passage. Nou, best ook wel niet goedkoop. Wat zich verder tussen deze dure dingen afspeelde, betrof een vrij ‘absurd’ verhaal. Men gebruikt nogal vlug dat woord: ‘absurd’. Het doet me denken aan ‘eigenzinnig’. Waarmee men gewoonlijk bedoelt: ‘onbegrijpelijk’. Maar vaak is het absurde het werkelijke leven zelf. Agatha Christie wist dit al. Daarom schreef ze makkelijke, veilige whodunit-verhalen, achterstevoren. Het leven zelf was te erg. In dat dinostuk die vrijdagavond in de provincie werd er fl ink wat prettig gebullshit. Het had zin en het hield steek, in het raam van het verhaal bekeken. Na de voorstelling met mijn inktzwarte auto weer het herfstduister in duikend, dacht ik na over het lot van de houten dinosaurus. Zou hij na de drie opvoeringen het lot ondergaan van vele reuzen en reuzinnen uit stoeten die al of niet nog rondtrekken? Met droeve ogen jarenlang door een besmuikt raam staren, terend op die goede herinnering aan drie avondvullende optredens tijdens zijn speeltijdperk? Nog even af en toe met zijn houten kop meewarig glimlachen om de zogenaamde absurditeit waar hij deel van uitmaakte? Hopen dat zijn sponsor en maker niet failliet gaat en hem tot brandhout veroordeelt? Ik kreeg er voorwaar medelijden mee. Bijgevolg ging ik mijn verdriet verdrinken in mijn stamkroeg. En ’s anderendaags had ik zelf een houten kop.


22

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

23

‘De overkant’ Hij

Zij Hij Zij Hij Zij Hij

Zij Hij Zij Hij

Zij Hij Zij Hij Zij Hij

Juist op tijd, mevrouwtje. Naar de overkant, zeker? Of vindt u dat een dwaze vraag, zo laat op de avond? Eigenlijk wel, ja. Waarom? U vaart toch altijd naar de overkant. Dat is het hem juist. Ik vaar altijd naar de overkant. Wel dan? Maar als ik aan de overkant ben en ik draai mij om, dan kijk ik weer naar de overkant, de andere overkant. Is dat een probleem? Ja, dat is een probleem. Dat probleem zit in uw hoofd Natuurlijk zit dat in mijn hoofd. Waar zou het anders zitten. Als ik geen hoofd had, dan had ik geen problemen. Na elke winter, als het ijs gesmolten is en het zwarte water opnieuw naar mij begint te gapen, dan breekt het mij uit. Dan draag ik de kou als een natte doek op mijn weer wat meer gebogen rug. En dan is het weer gegroeid. Wat? Het probleem! Die vraag! Waar is de overkant? Stop daar nu mee! De overkant is daar! Van uit uw standpunt, ja. Maar ik... U hebt nu toch ook hetzelfde standpunt! Nu misschien wel, ja. Maar als ik dat twintig keer per dag doe, dag na dag, week na week, jaar na jaar, altijd dat zelfde stukje water op en af, dan wordt het soms heel mistig in mijn hoofd. Dan vraag ik me echt af; waar is nu de overkant?

Hoe zetten we dit tekstje in scène? Hebben we een reële boot en roeispanen nodig? Gebruiken we projectie? Zo ja, welke? En geluid? Is het tijdstip belangrijk? Hoe duiden we dit aan? Waarom ‘honden’ en niet ‘hond’? Waarom twee geldstukken en niet één? Is het antwoord op die vragen nodig voor een goed begrip? Wie zijn deze twee mensen? Kunnen (moeten) we ze een identiteit geven? Probeer eens een woord of woorden weg te laten. Wat winnen we? Wat verliezen we? Hoe spelen we de overkant? Waar ligt die in de speelruimte? Of ligt die enkel in hun hoofd?

Zij Hij Zij Hij Zij

Hij Zij Hij

Zij Hij

Zij Hij

Zij Hij

Maar dat is toch elke keer duidelijk! Is dat zo? Ja! Daar! En waarom niet daar? Omdat ik naar daar moet! Waar je naartoe moet, dat is de overkant! Ik moet naar daar, dus daar is de overkant! Passagiers hebben makkelijk praten. Kijk, ik leg de boot dwars op het water. Waarom doet u dat? En waarom blaffen de honden? Blaffen opeens alle honden? Het water is zwart. Zo spiegelt het beter. Zo ziet u niet hoe diep het is. Ik leg mijn roeispanen in de boot. Zo. Als hij niet meer vaart, voelt u beter het schommelen. Sta stil, alstublieft! Hier, twee geldstukken... Dan wordt hij kleiner. Voelen we beter hoe dun de planken zijn. We balanceren. De zekerheid van evenwicht is zoek. Voelt u het? Stop daarmee! Waarom doet u dat? Doe ik altijd bij de laatste overtocht. Kijk, we dobberen nu te midden van het water. Hier en daar is nu even ver. De punt van de boot weet niet waar naartoe. Zijn kompas slaat tilt. Er is geen overkant. Nergens een overkant. Verdronken. Begrijpt u dat? Nee, en laat me los! U maakt me bang. Sta stil, alstublieft! Het wordt zo donker... U mag altijd roepen. Heel luid roepen. Schreeuwen zelfs. Maar wel naar de overkant. JM

© KOEN AELTERMAN


24

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

OP&dOek februari 2013 - Nr 1

Maak er een eind aan!

oefening baart kunst

Het vervolg...

Colette Deryckere is de winnares van de verhalenwedstrijd. Zij verzon twee passende eindes, één met een goede afloop en één met een minder fortuinlijk vervolg. Proficiat! Een mooie prijs is onderweg.

Het verhaal Een vreemde stad met gezangen op de achtergrond. Een vrouw alleen. Een verlaten terras. Drie volle plastic zakken op de grond ontsieren haar jonge welgevormde bleke kuiten... Vanuit het zuiden naderen twee mannen, zwarte jassen, zwarte laarzen. Ze schoppen haar stoel onderuit, haar geruite jurkje waaiert op en landt in een plas. Haar armen malen. Haar kuiten liggen stil neer. Een gil, de plastic zakken zijn weg ... Einde droom. De huizen slapen. Bastiaan probeert in het duister de droom te herhalen. 4u43 De kleine kamer, een souterrain met welkom-kokosmat, hoekkast, het zetelbed, de houten tafel met koffiezet en combi-oven met ingebouwde klok, stoel, een doos met gekafte boeken en lavabo. Bastiaan neemt zijn geruite kamerjas, vouwt zijn bed tot zetel, neemt zijn dagboek en schrijft. ”NACHT 665: droom eindigt met verdwenen zakken.” Het gekafte boek ligt op zijn knieën, pen gekneld in zijn hand. Bastiaan probeert niets te begrijpen. Koffie zwart. Auberginekleurige short. Bastiaan trekt zich op aan de spijlen. De ochtendzon prikt zachtjes in de plassen. De eerste stappen weerklinken langs de oude gevel. Bastiaan bestudeert zijn eerder gemaakte notities en schetsen. De ochtend-kuiten naderen. Vanuit zijn raam op halfonder heeft Bastiaan een eigen kijk op de stad. Kuiten, kuiten, kuiten en nog eens kuiten. Koppelgewijs passeren ze allen voorbij Bastiaans raam. Ritmisch worden de straten belopen, betrapt, vertrappeld.

Karin bosmans

Bebloede voeten, pijnlijke hielen, kromme tenen, alles staat genoteerd in Bastiaans boek. Tegen het middaguur zijn de kuiten talrijk aanwezig op het centrale plein. De wind raast door de straten, het zand stuift op. Zweet... Laarzen en kuiten worden vuil. Het zand bereikt het centrale plein. Bastiaan heeft alles op papier. Het spiekbriefje van zijn voorganger dat met de wind het raam is uitgevlogen, heeft hij niet meer nodig. Bij zijn eerste boek heeft hij lang nagedacht. Straatleven vanuit kikkerperspectief was hem toen nog vreemd! Samengevat komt het erop neer dat de vorm, de leeftijd, de beharing en de kleur belangrijk is voor een goede beschrijving. Als je de kans hebt om de kuit langer te bekijken, kan je er een landschap op herkennen of zelfs een gezicht! Als er maar weinig beloop is, maakt Bastiaan schetsen van eventuele bovenlichamen en hoofden die bij de kuiten passen. Vandaag niet. Bastiaan staat op het punt om naar boven te komen. Alles staat klaar. Zenuwachtig getrappel. Op het centrale plein spreken vreemde talen. De kuiten worden onrustig. Een zacht gebrom is hoorbaar. de zon straalt ondanks de spanning... De drang om de straat op te rennen is groot

Colette Deryckere is al tien jaar actrice bij de toneelvereniging 'Die Ghesellen' in Deerlijk. Haar opleiding als interieurarchitecte komt goed van pas bij het uitwerken van het decor. Boeken, theater en film boeien haar enorm en geven inspiratie om af en toe een stukje te schrijven. 'Sprakeloos' van Tom Lanoye vond Colette de schitterendste vertelvoorstelling die ze ooit gezien heeft.

25

goede afloop: Het gebrom wordt begeleid door vrolijke klanken, belletjes en zachte trom. De zon laat steeds meer van zich horen en langzaam drogen plassen op. Gespierde kuiten tussen de piketten; gestreept tentzeil bedekt het plein, zachtjes, zoals een fris gewassen laken. Kuiten zetten zich schrap en het zeil komt bij elke kreet boller en boller te staan. Hier en daar een streepje trompet en overmaatse omhoogkrullende rode schoenen zoekend naar een opening in het zeil. Vreemde talen versmelten tot de universele taal: kindergelach! Kleine schoentjes naast kamelenkuiten, de zware pas van een olifantspoot, de prikkelende geur van stro. Gespierde kuiten in pointes trippelend onder een wolkje tutu. Vervaarlijke leeuwenkuiten vragen om ontzag en gehoorzamen de knallende zweep. Gejoel, klaterende kinderstemmen, deuntjes van een draaiorgel. De drang om de straat op te rennen is onomkeerbaar!

slechte afloop: Het gebrom zwelt aan, blauw licht weerkaatst in de plassen. Gelaarsde kuiten met knuppels duwen krachtig tegen dranghekkens. Vreemde talen overstijgen schurende metaalklanken. Schuifelen, trappelen, stampen, kuiten omhuld met jeans en sportschoen banen zich een weg door het traliewerk. Kasseien verdwijnen een voor een en komen meters verder met doffe klank neer. Sirenes tussen de zonnestralen. Brandgeur en scherven zonder geluk. Bebloede kuit en plots een doffe knal. Stilte voor de storm. Vele handen betasten levenloze kuiten, tillen ze op, boven het rumoer, verheffen ze. Rode plassen laten een spoor na. De drang om op straat te rennen is niet meer.

Van spelers mag je verwachten dat ze hun ’vak’ kennen. Daarvoor moeten ze hun instrument leren kennen en het zo goed mogelijk leren bespelen. Daarom op deze pagina telkens een paar oefeningen, of in groep (G), of alleen (I) of met twee (II). Een + teken duidt op een mogelijke variant of extra moeilijkheid. Wat we oefenen, staat cursief.

schoen gooien (G)

De spelers staan in een kring. Iemand neemt een schoen en gooit die naar iemand anders in de kring. (Geen bal, die botst te ver weg bij een fout.) Gooien en opvangen gebeurt zonder commentaar. Intussen worden de dialogen van het stuk gezegd. + De spelers springen geluidloos op en neer. + De spelers springen kris kras door elkaar in de ruimte. + De spelers omzeilen hindernissen, zoals tafel, stoelen. Springen op en af de hindernissen. tekstkennis - lichaamsbeheersing - partnergevoel

telefoneren (I)

A kiest een bekende persoon uit zijn kennissenkring of familie. Die persoon zal nu een fictief telefoongesprek voeren met hem. Dus A neemt de plaats in van de gekozen persoon en voert een gesprek met zichzelf. Hij denkt daarbij: “Als ik die persoon was, hoe zou ik dan met mezelf telefoneren?” + Medespelers kunnen letten op de timing, op de mate van inleving van A weg van zichzelf, de geloofwaardigheid, het innerlijk bewegen... en dit samen bespreken. actie en reactie - het magische ‘als’ - verbeelding - improvisatie - geloofwaardigheid

spiegel (II)

A en B staan tegenover elkaar op een afstand van ongeveer twee meter als spiegel en spiegelbeeld. Elke beweging die A maakt wordt door B gelijktijdig nagedaan. A zorgt ervoor dat B de bewegingen kan volgen. + Beide spelers zeggen intussen zonder haperen hun dialogen. + Zij wisselen van rol (A wordt B en omgekeerd) zonder dat een derde persoon dit merkt. concentratie - partnergevoel - tekstkennis - lichaamsbeheersing

bewegingskanon (G)

De spelers staan op één rij achter elkaar. A staat vooraan. Bij een handklap neemt A een duidelijke lichaamshouding aan. Bij een volgende klap (bijvoorbeeld na vier seconden) neemt B de houding van A over, en neemt A een nieuwe houding aan. Bij de derde klap neemt C de houding van B over, neemt B de nieuwe houding van A over, en neemt A weer een nieuwe houding aan. Zo worden telkens om de vier seconden alle lichaamshoudingen van voor naar achteren doorgegeven. Als de laatste in de rij de houding van de persoon voor hem overneemt, roept hij “Ja” en neemt A de positie achteraan in. De oefening eindigt als A weer vooraan staat of na een vooraf afgesproken tijd. + Je kan samen een lied zingen, maar de bewegingen moeten ernstig en nauwkeurig worden uitgevoerd. kennismaking - observatie - lichaamscoördinatie - reactiesnelheid - taakernst


26

OP&doek februari 2013 - Nr 1

Nieuws Repertoiredag

zondag 21 april 2013

L A

Op zoek naar interessante toneelstukken? Nieuwsgierig naar de do’s en don’ts van het bewerken van theaterteksten? Tom Lanoye, Bart Meuleman en Jo Roets putten uit hun rijke ervaring en geven praktische tips. Interesse in de nieuwste selectie teksten met een creatiepremie eraan verbonden? Kom deze nog niet door amateurs gespeelde teksten ontdekken.

O B

L

Noteer alvast zondagnamiddag 21 april in je agenda! Locatie: Prov. Vormingscentrum Malle, Smekenstraat 61, 2390 Malle Inschrijven kan vanaf 4 februari 2013 via www.theatercursussen.be. Deelnamegeld: volwassenen: €8, jongeren (-26 jaar): €4

Theaterfestival van de Kempen

27

A

LIMBURG

Jongerentheaterfestival ANTWERPEN Onder het motto ‘3 minutes of fame’ daagt het JongerentheaterWEST-VLAANDEREN festival jou ook dit jaar uit. Breng een korte act met je theatervrienden en val in de prijzen! Praktisch: Voor: theaterjongeren van 10 tot 21 jaar (opgedeeld in 4 leeftijdscategorieën) VLAAMS-BRABANT OOST-VLAANDEREN BRUSSEL Waar: Uilenspiegeltheater Diest Wanneer: zaterdag 2 maart 2013 Deelnemen kan in groepjes van twee, drie of vier. Het optreden moet minimum drie en mag maximum tien minuten duren.

De avonden worden verzorgd door de acteurs en actrices van de toneelgroepen uit de hele provincie. Alle inlichtingen, plaats, uur en reservatie bij maurice.van.tiggel@telenet.be of jan@nysmans.be.

Op (Paas)maandag 1 april 2013 organiseren Het Firmament en OPENDOEK een nieuwe editie van het Forum voor figurentheater, hét ontmoetingsmoment voor iedereen met een passie voor figuren-, objecten- en poppentheater. Je wordt een dag lang getrakteerd op boeiende lezingen en interessante workshops en je ontmoet er mensen die jouw passie voor figurentheater delen. Praat bij, leg nieuwe contacten of neem een verfrissend figurentheaterbad!

ANTWERPEN

VLAAMS-BRABANT BRUSSEL

Eric De Volder is een uniek figuur in het Belgische theaterlandschap omwille van zijn verhalen, zijn manier van schrijven en werken en zijn fysieke personages. Met deze cursus krijg je inzicht in de bevreemdende wereld waar De Volder voor stond. Docent Benjamin Van Tourhout, jarenlang actief als speler bij De Volder, zal in verschillende stappen de volderiaanse wereld openen. Door een focus op grime, fysieke activiteit en teksten van De Volder wordt kennis gemaakt met de eigenzinnige werkwijze van zijn gezelschap Ceremonia. Praktisch: GC De Bosuil, Witherendreef 1, 3090 Jezus-Eik 28 mei, 4 - 11 - 18 - 25 juni 2013 - 19.30u tot 23u Docent: Benjamin Van Tourhout Prijs: €52,50 (volwassenen) / €26,25 (jongeren t.e.m 25 jaar)

© Tania Desmet

Meer weten? Surf naar www.wereldverteldag.be!

Het Jongerentheaterfestival is een samenwerking tussen OPENDOEK Vlaams-Brabant, KTg Uilenspiegel en Plankton.

Cursus: spelen met Eric De Volder

OP&doek februari 2013 - Nr 1

De Wereldverteldag heeft dit jaar als thema ‘noodlot & fortuin’. In het verhalencafé wachten vertellers uit de hele wereld op jou.

Forum voor Figurentheater

© Katleen Clé

B

bij de Franciscusgezellen Turnhout bij de Plansjeetrappers Laakdal bij Kapeltheater Schriek bij Kleine Donkse Schouwburg Mol bij De Brug Retie

20 maart 2013

Het volledige reglement, meer info en het inschrijvingsformulier LIMBURG vind je op de website www.uilenspiegel.nu - klik op jongeren - klik op jongerentheaterfestival. Inschrijven tot 16 februari 2013.

Het 21ste Theaterfestival van de Kempen is in volle voorbereiding. Liefhebbers van een gevarieerde avond van allerlei korte stukken (max 15 min.) kunnen terecht op: 1 en 2 maart 8 en 9 maart 22 en 23 maart 29 en 30 maart 13 april

Wereldverteldag

Ontmoetingsfeest West-Vlaanderen

WEST-VLAAN

1 mei 2013 - CC De Dijk, Blankenbergsesteenweg 221, Brugge Plaatselijke organisatie door Werkgroep 66. Van 09.30 tot 20.15 u kan je genieten van een divers programma. Naast een receptie en een lunch word je getrakteerd op een optreden van Blush, een stadswandeling en de voorstelling ‘Vesche Vis en nieuwe liefde’. Aan het einde van de dag worden de prijzen van de Gouden Meeuw uitgereikt.

O

Meer info:

Wie wordt

Toneelgemeente 2013?

Op 9 en 10 februari 2013 vindt in het Zaantheater het 21ste Zaans Eenakterfestival plaats, met als thema ‘De Zaanstreek ontmoet Vlaanderen’. Vier Vlaamse groepen spelen een eenakter van een Nederlandse schrijver, vier Zaanse toneelverenigingen spelen een eenakter van een Vlaamse schrijver. De volgende Vlaamse groepen gaan de uitdaging aan: Kapstok uit Antwerpen, Sas en Co uit Gent, Toneelkring Tardi uit Vremde en de Kunstacademie uit Poperinge.

Meer info: www.zaantheater.nl.

A

Met het project ‘Toneeltgemee’ wil OPENDOEK gemeenten die het amateurtheater op een goede manier ondersteunen in de bloemetjes zetten. Verdient jouw gemeente een pluim? Draag ze voor en wie weet mag jouw gemeente met trots een jaar lang de titel ‘Toneelgemeente 2013’ dragen. Alle info vind je op www.toneeltgemee.be. Met vragen kan je terecht bij Tine De Laet via info@toneeltgemee.be of 03 206 75 83.

B

Meer info: www.hetfirmament.be

21ste Zaans Eenakterfestival

L

surf naar www.opendoek-vzw.be/west-vlaanderen of mail naar westvlaanderen@opendoek-vzw.be.

Workshops op zondag

Wil je als acteur iets bijleren over humor? Het kan op zondag 28 april van 10.00 tot 19.00 u in Theater Malpertuis in Tielt (WVL). Je kan kiezen uit vier workshops acteren: komedie, slapstick, geëngageerd theater en improvisatie. Aan het eind van de namiddag is er een toonmoment voor en met alle deelnemers. De workshopdag kadert in het Today Festival van 26, 27 en 28 april 2013. Inschrijven via www.theatercursussen.be. Meer info: bernard.soenens@opendoek-vzw.be of 03 222 40 91.

KLIK&doek OP&doek is vanaf nu ook digitaal op www.opendoek-vzw.be te bekijken! Aarlenstraat 75-77 - 1040 Brussel - Tel. 02/286.82.11

www.sabam.be - info@sabam.be

We houden van cultuur. Aarlenstraat 75-77 - 1040 Brussel - Tel. 02/286.82.11 www.sabam.be - info@sabam.be

We houden van cultuur.

Cultuur is adembenemend. Schreeuwt het uit. Of maakt je stil. Cultuur brengt leven in de maatschappij en KBC leeft graag mee. Met culturele initiatieven. En met u. Want als grote bankverzekeraar geven we graag iets terug. daarom helpen culturele projecten vooruit: muziek, dans, tentoonstellingen, kunst,... kortom, cultuur waar u van houdt. En waarvoor wij het hebben. Net als voor u.

OOST-VLAAN

LIMBUR

ANTWERP

VLAAMS-BRA BRUSSE


s i u h L E E N O T r u e Amat

woensdag 3, vrijdag 5 en zondag 7 april 2013 om 20.00 u in de Bourlaschouwburg

ROMEO EN JULIA W. SHAKESPEARE

DESPERADO KAS & DE WOLF

ZOMERAVOND HALFELF M. DURAS

12 KANDIDATEN: © Koen Broos

Compagnie Schmaltz, Toneelstudio Gloriant, Teater de Schizo’s, SPI, VONK, Antwerpriza, Tal en Thee, Ktuna, WAT?, Siloewet, De Dijlezonen of ‘tist!

SELECTIE op 1 maart 2013. Zie www.opendoek.vzw.be of www.toneelhuis.be.

Tickets via www.toneelhuis.be! nd tussen Toneelhuis en OPENDOEK. rba sve ing erk enw sam een is s hui EEL AmateurTON


OP&doek