a product message image
{' '} {' '}
Limited time offer
SAVE % on your upgrade

Page 1


1

Voorwoord Het zijn de doorzetters en de idealisten, de mijmeraars en de noeste werkers. Het zijn de visionair bevlogenen en de strategisch denkers, de gangmakers en de proceduretijgers. Het zijn ook de eenlingen en de samenwerkers, de hoopvollen en de sceptici. Niet in de laatste plaats zijn het de beginners, dromend van een in het nabije verschiet liggende kunstenaarscarrière en de gerijpte kunstenaars die hun sporen verdiend hebben. Allemaal hebben ze hun eigen Paleis-verhaal. Bijna allemaal werken of wonen zij vanaf 2009 op dezelfde, bijzondere plek, een plek die in een tiental jaren werd omgetoverd van een vervallen scheikundelaboratorium dat lijdzaam stond te wachten op de sloophamer, tot een glanzend, hagelnieuw gebouw met een monumentenstatus. Een plek die een symbolische, maar ook ietwat pretentieuze naam meekreeg: Het Paleis Groningen. Velen zullen zich hebben afgevraagd wie er werken en wie er wonen. Of de paleiswereld een wereld van gelijkgestemden is of een verzameling min of meer creatief geïnspireerde individuen. Hoe moeten wij die grote diversiteit aan functies zien, vroegen zij zich af. Hoe rijmen wij een artistieke aanpak met een commerciële, en hoe verhouden die zich op hun beurt tot de creatieve industrie? Kunstenaars en ondernemers, al dan niet betrokken bij de creatieve industrie, bewoners, bestuurders en ambtenaren komen in dit boekje aan het woord. We hopen en vertrouwen dat de hier opgenomen verhalen een ruime en herkenbare spiegel voor allen zullen vormen. We lijken de pioniersfase ontgroeid te zijn. Het is nu zaak verworvenheden te bestendigen en vernieuwingen te stimuleren tot een dynamisch evenwicht. We zijn pas net begonnen.

Zomer 2015 Namens het bestuur van de Stichting Culturele Ontwikkeling Bloemsingel 10 (COB10) Jane Leusink (bestuurslid)


3

Inhoudsopgave

2

Voorwoord

3

Inhoudsopgave Keihard onderuitgaan Doe mee, koop een atelier! Het vrije werken Gewoon doen! De zelfgecreĂŤerde baan Flow creĂŤren De chemicus die terugkwam Nieuw in oud Broodnodige zakelijkheid De horecaman De creatieve industrie Verantwoording

5 12 17 23 30 36 39 40 44 49 52 55


Werk van

Frieda de Witte Beeldend kunstenaar


5

Gesprek met Frieda de Witte, Kim Wildhagen, Jantien de Boer

Keihard onderuitgaan Frieda de Witte (27) Beeldend kunstenaar Kim Wildhagen (30) Interieurarchitect Jantien de Boer (29) Beeldend kunstenaar We zijn in het atelier waar Frieda de Witte haar tekeningen maakt. We spraken haar al eerder, maar toen over vroegere bijbaantjes en het bestaan als zzp’er. Nu zijn we hier voor het groepsinterview met Frieda, haar ateliergenoot Jantien de Boer en oud-paleizenaar Kim Wildhagen. Als Kim is aangeschoven komt Jantien, met baby in buggy, door de deur gelopen. Vijf jonge starters zitten bij elkaar, de opnamerecorder ligt op tafel en we kunnen van start! Kun je kort iets over jezelf en je werk vertellen? Jantien: “Anderhalf jaar geleden ben ik afgestudeerd aan de Klassieke Academie. Ik maak figuratieve schilderijen en word vertegenwoordig door toonaangevende galeries in Nederland en België. Het gaat dus hartstikke goed!” Kim: “Ik ben in 2010 afgestudeerd aan Academie Minerva, richting interieurarchitectuur. Daarna ben ik meteen voor mezelf begonnen. Eerst met een oud-klasgenoot en na twee jaar ben ik mijn eigen weg gegaan. Ik heb drie jaar in het startersatelier gezeten en nu heb ik een kantoor aan huis.” Frieda: “In de zomer van 2013 ben ik met tekeningen afgestudeerd aan Minerva aan de richting autonome beeldende kunst. Tekenen doe ik nog steeds. Sinds een jaar heb ik hier mijn atelier. Ik heb al een aantal leuke exposities gehad, maar ben van plan om Kunstgeschiedenis te gaan studeren. Binnenkort mag ik als gastcurator een expositie samenstellen in Galerie Noord. Allerlei nieuwe plannen dus, maar ik blijf wel kunst maken.” Heb je altijd kunstenaar willen worden? Jantien: “Ik heb altijd kunstenaar willen worden en van Groep in gesprek in het atelier van Frieda


6

Gesprek met Frieda de Witte, Kim Wildhagen, Jantien de Boer

Jantien en Kim

jongs af aan getekend en geschilderd. Na welgeteld drie maanden op Minerva, ben ik kunstgeschiedenis gaan studeren. Hoe mooi het ook was om andere kunstenaars te bestuderen, ik wilde zelf aan de slag met schilderen. Ik wilde me de techniek van het klassiek schilderen eigen maken. Mijn interesse ligt in de anatomie van het lichaam en ik schilder dus ook vooral mensen. Toen de Klassieke Academie werd opgericht, wist ik dat het bij me zou passen. Het is een particuliere school, verscholen aan de Vismarkt in Groningen. Er worden jaarlijks 20 studenten toegelaten en er wordt lesgegeven door de grote meesters van het noordelijk realisme, zoals Henk Helmantel en Jan van Loon. Ik heb daar geleerd wat ik wilde leren.”

“Ik vond het kunstenaarschap romantisch en wilde vroeger ook altijd tekenen en schilderen, maar het stond ver van me af.”

Atelier Anne Ruurd en Jantien

Frieda: “Ik vond het kunstenaarschap romantisch en wilde vroeger ook altijd tekenen en schilderen, maar het stond ver van me af. Ik kom uit een omgeving waarin het niet gebruikelijk is om zoiets te ambiëren. Mede daarom heb ik eerst grafische vormgeving gestudeerd. Het begon toch weer te kriebelen en toen ik uiteindelijk werd toegelaten bij Academie Minerva was ik erg gelukkig. Het was zwaar en pittig, maar ik wist wat ik wilde en vooral de laatste twee jaren waren fantastisch. Ik geniet enorm van het kunstenaarschap.” Kim: “Achteraf gezien heb ik wel altijd vormgever willen worden. Ik had tekenen in mijn vakkenpakket op de mavo en toen vroeg een leraar: ‘Is dat geen opleiding voor jou?’ Ik wist niet eens dat het een opleiding was! Een andere leraar vormgeving heeft ooit gezegd: ‘Als je ouders gek werden, omdat je altijd je kamer wilde veranderen, dan zit je hier goed!’ Ik was altijd aan het schuiven met meubels en kreeg een keer een oude kindertekening terug van mijn tante, waarop ik hun huis in perspectief had getekend. Het mbo was niet zo spannend, dat ging vooral om het stylen van vakantiewoningen en het geven van kleuradvies. Toen heb ik heel brutaal mijn eigen stage geregeld bij een projectbureau. Dit in tegenstelling tot de andere leerlingen, die gewoon


Werk van

Kim Wildhagen Interieurarchitect


8

Gesprek met Frieda de Witte, Kim Wildhagen, Jantien de Boer

naar een Decorette of de IKEA gingen. Dit bureau had een ontwerpafdeling voor restaurants en hotels en een eigen interieurbouwbedrijf. Een man die daar werkte, adviseerde me om naar de kunstacademie te gaan.” Hoe gaat het nu met je bedrijf? Kim: “Terugkijkend, had ik me wel een half jaartje willen focussen op het maken van een bedrijfsplan, voordat ik begon als zelfstandige. Op de Academie hebben ze weinig aandacht besteed aan zaken zoals financiën en netwerken. Hier in Het Paleis zitten gevestigde kunstenaars die van hun kunst kunnen leven, ik vond het wel een inspirerende omgeving. Als zelfstandige vind ik vooral het contact met de klant en de vrijheid prettig. Daarnaast vind ik het erg belangrijk om achter mijn opdrachten te staan.” Kim Wildhagen

“Het is raar dat er amper aandacht wordt besteed aan bedrijfsvoering bij studies waar vooral zzp’ers worden opgeleid.” Jantien: “Het is raar dat er amper aandacht wordt besteed aan bedrijfsvoering bij studies waar vooral zzp’ers worden opgeleid. Je bent dan toch te ‘kunsterig’ opgevoed voor de commerciële wereld.” Frieda: “Ook ik heb tijdens mijn studie weinig geleerd over de commerciële kant, maar ik moest wel een website hebben om te kunnen afstuderen. Ik heb een mooi jaar gehad en veel exposities, maar verdien amper geld. Mijn werk is te emotioneel en confronterend, dat kopen mensen niet. Toch wil ik me niet aanpassen, dan ontbreekt de autonomie. Ik leer zo langzamerhand om een prijs te geven aan mijn werk. Onlangs deed ik mee aan een kunstmarkt. Later kwamen mensen langs om mijn werk te bekijken en toen was ik vergeten de prijsstickertjes er af te halen. Zij hebben toen twee collages uitgezocht voor 40 euro per stuk en toen dacht ik: shit! Had ik die stickers er maar afgehaald! Die mensen waren echt blij, vonden het een koopje. Dat voelt niet fijn. Het is dus erg belangrijk om je grenzen te bewaken.” Jantien: “Zo bekeken is mijn werk hartstikke duur. Ik zit onder andere bij Galerie van Campen & Rochtus in Antwerpen, een van de beste galeries in dat segment.


Gesprek met Frieda de Witte, Kim Wildhagen, Jantien de Boer

Mijn werk is best hoog geprijsd voor een startend kunstenaar. Ik kan er van leven, wat dat betreft ben ik blij dat ik wat toegankelijker werk maak. Eigenlijk is kunst nooit nodig. Mensen kopen het als luxe- of verzamelobject.”

“Mij is weleens gevraagd: ‘Goh, wat kun jij dat mooi, wil je mijn paard schilderen?’ Nee! Kijk naar mijn werk; ik heb nog nooit een beest geschilderd!” Frieda: “Dat vind ik het mooist; als mensen een werk kopen uit liefde en ze er de waarde van zien. Mijn werk komt uit mijn hart, het is een verlengstuk van mezelf.” Jantien: “Het is erg belangrijk om je eigen kwaliteiten te bewaren. Je hebt ook goede opdrachtgevers nodig. Mij is weleens gevraagd: ‘Goh, wat kun jij dat mooi, wil je mijn paard schilderen?’ Nee! Kijk naar mijn werk; ik heb nog nooit een beest geschilderd! Het is belangrijk om daar duidelijk in te zijn. Te zijn wie je bent. Mensen vragen jou om een reden en dat moet je niet veranderen voor geld. Mensen zien vaak alleen het eindresultaat en niet de ontwikkeling, de inzet en dat ze ook betalen om wie jij bent. Dat is het probleem van de cultuursector. Er is zo’n bekende anekdote van Picasso. De beroemde schilder was eens ingehuurd om een vogel te tekenen en werd daar een jaar lang voor betaald. Na een jaar kwam de opdrachtgever en vroeg: ‘Waar is die tekening van de vogel?’ Picasso pakte een A4tje en floep, in tien seconden stond er een vogel. ‘Asjeblieft!’ De opdrachtgever zei: ‘Ik heb je hier een jaar lang voor betaald, je zou hier een jaar mee bezig zijn en jij doet het in tien seconden!’ ‘Ja’, zei Picasso. ‘Ik heb daar jarenlang voor gestudeerd, ik heb een jaar lang geoefend door elke dag een vogel te tekenen en dit is het eindresultaat!” Kim: “Sommige mensen die een café of restaurant beginnen, zien er geen meerwaarde in mij in te huren. Die willen dan alles zelf doen, terwijl het zichzelf vaak terugverdient om onderscheidend te zijn. Ik kan ze helpen iets bijzonders te realiseren en bovendien met oplossingen komen waar ze zelf niet aan gedacht hebben.” Jantien: “Tijdens je opleiding word je innerlijk opgeleid voor het kunstenaarschap, maar eigenlijk moet je ook

Frieda de Witte en Karlijn de Boer, tekstschrijfster van dit boekje

9


10

Gesprek met Frieda de Witte, Kim Wildhagen, Jantien de Boer

worden voorbereid op de boze buitenwereld, want je bent gewoon zzp’er. Kunstenaar zijn klinkt romantisch, maar je bent ook ondernemer.” Hoe is het om een atelier in Het Paleis te hebben? Jantien: “Het is hartstikke leuk! We hebben leuke ateliergenoten en het is fijn dat alle voorzieningen er zijn, zoals warmte, licht en een koffiezetapparaat. De Culturele Zondagen vind ik een ontzettend mooi initiatief. Dat maakt Het Paleis toegankelijk.” Frieda: “Ik ben hier mede ook gekomen vanwege de Culturele Zondagen. In mijn vorige atelier in een antikraakpand waren er vaak problemen met de verwarming en toiletten. Het is hier gezellig en met elkaar praten over elkaars werk is voedend.” Kim: “Voor mij was het anders; ik was net afgestudeerd en werkte vanuit mijn piepkleine studentenkamer. Ik was op zoek naar een plek waar ik kon werken en mensen kon ontvangen. In het begin werd er gezegd dat de gevestigde kunstenaars de starters zouden helpen als een soort mentor. Daar is helaas niet veel van terecht gekomen. Ik heb er wel plezierige en leerzame jaren gehad.”

“Het is hartstikke leuk! We hebben leuke ateliergenoten en het is fijn dat alle voorzieningen er zijn.” Heb je zelf een boodschap die je wil uitdragen met je werk? Jantien: “Ik ben een beetje allergisch voor het hebben van een boodschap, ben ook niet zo’n idealist. Ik wil iets kwijt vanuit mezelf, maar feitelijk zit niemand daar op te wachten. Het is erg mooi als mijn werk mensen raakt. Ik verwerk wel graag een beetje mysterie in mijn schilderijen, zodat het vragen oproept.” Kim: “Ik werk in opdracht, dan werk je met de wensen van een opdrachtgever. Als vormgever heb ik wel een visie: ik denk dat iedereen zijn unieke identiteit in een interieur kan leggen. Ik werk met de persoonlijkheid van de opdrachtgever. Als diegene iets met de natuur en het landschap van Groningen heeft, dan werk ik daarmee.” Frieda: “Ik heb niet zozeer een boodschap, maar ga in dialoog met zaken die mij fascineren: de mens, de geschiedenis, wat we onszelf allemaal aandoen. In de kunst is er ruimte om dingen aan te kaarten die jou bewegen en om daar vervolgens een andere draai aan te geven. Ik breng het dichtbij, maak iets menselijk en kwetsbaar. Ik heb wel meegemaakt dat iemand ging huilen of boos werd. Ik werk met grote onderwerpen, zoals oorlog. Ik begrijp deze wereld niet, met al zijn oorlogen en ellende. Gelukkig staat veel van die ellende nog ver van mij af. Daarnaast is er nog iets heel belangrijks; simpelweg de liefde voor het tekenen en schilderen.” Heb je nog tips voor andere starters? Jantien: “Organiseer activiteiten met andere starters. Het is van belang om dicht bij jezelf te blijven. Je moet het niet gaan zoeken, dan wordt het geforceerd. Je moet in jezelf geloven, zodat iemand anders dat ook kan. En krijg geen kind als je net bent begonnen (lacht).” Kim: “Zorg dat je met elkaar een groep vormt en haal eruit wat jij nodig hebt. Ga gewoon proberen en blijf jezelf ontwikkelen. Je mag in het begin ook best een beetje bluffen.” Frieda: “Durf keihard op je smoel te gaan. Ga naar openingen en ontmoet mensen. Blijf ambitieus en durf!”


Werk van

Jantien de Boer Beeldend kunstenaar


12

Gesprek met At Smit Duyzentkunst, Joke van Delden, Ellen van Acht

Doe mee, koop een atelier! At Smit Duyzentkunst Hoofd Vastgoedontwikkeling Nijestee Joke van Delden Projectontwikkelaar Nijestee Ellen van Acht Directeur/bestuurder stichting KUUB Wie ben je en wat doe je? Joke: “Ik ben al meer dan tien jaar projectontwikkelaar bij Nijestee, waar ik als trainee begon met het project voor Het Paleis. Dat was een leuke start. Naarmate de tijd vorderde kreeg ik meer en meer verantwoordelijkheden. At: “Ik ben hoofd vastgoedontwikkeling bij Nijestee. Vastgoedontwikkeling behelst de ontwikkeling van nieuwe (huur)woningen, gebiedsontwikkeling en de verandering van de voorraad. Bij zo’n verandering komen zaken kijken als kwaliteitsverbetering, renovatie, herbestemmen en slopen. Nijestee biedt al jaren ook de mogelijkheid aan derden om hun droom waar te maken. Dat is waar ik goed in ben; de verbinding leggen tussen droom en daad.” Ellen: “KUUB is een stichting, opgericht in 2002, om particuliere woningeigenaren de mogelijkheid te geven hun droom te bouwen. Wij maken hen wegwijs in de complexe vastgoedwereld. In de stad bestonden al een aantal projecten van mensen die hun eigen woning wilden bouwen. KUUB is ontstaan toen de gemeente Groningen samen met Nijestee en wijkvereniging Oosterpoort besloten dat begeleiding van dit proces gecontinueerd moest worden. Zo blijft de kennis en informatie van deze manier van particulier ontwikkelen geborgd. Bewoners die zo’n ontwikkel- en bouwtraject hebben doorlopen, willen daarna graag wonen en niet de volgende ontwikkelgroep helpen. KUUB zorgt ervoor dat collectief bouwen altijd mogelijk is. Inmiddels is het een hype, mede door de crises: bottum-up en burgerinitiatieven zijn in de mode. In Groningen doen Stadjers het al vele jaren!”

Groep in gesprek in de Brasserie


13

Hoe ben je betrokken geweest bij Het Paleis? Ellen: “Het is begonnen bij de kunstenaars. Gangmakers waren Petra Koonstra en Bert-Jan Bodewes. Het culturele klimaat in Groningen was voor kunststudenten niet zo goed dat ze na hun afstuderen bleven; velen vertrokken naar het Westen. Er waren geen goede ateliers en ze hadden bovendien weinig mogelijkheden om zich creatief te ontwikkelen. Petra wilde met een groep kunstenaars van het leegstaande, voormalige scheikundelab van de universiteit een soort broedplaats voor kunstenaars maken. Ze organiseerden onder de titel ‘Doe mee, koop een atelier’, een bijeenkomst in café de Beurs. Ze vroegen mij of dit idee uitgevoerd kon worden. Er was nog niks. Er was een zaal met mensen en er stond ergens een pand leeg. Samen met collega’s van KUUB en een aantal studenten heb ik me drie weken lang opgesloten.

“Iedereen wilde af van het beeld ‘kunstenaars kosten geld’. De mix van functies en de balans tussen commercieel en niet-commercieel zijn de kracht van Het Paleis.” Studenten hebben het pand uitgetekend, er zijn ontzettend veel schetsen en vastgoedberekeningen gemaakt en we hebben continu overlegd. Kon dit wel? Onder welke condities en met welke functies? We hebben alle ideeën bij elkaar geraapt en zijn begonnen met geld; hoe zou dit plan worden betaald? We hebben er een architect bij betrokken en het plan begon steeds meer te leven. Om het plan ook haalbaar te maken, moest 50% van de ruimtes tegen marktconforme prijzen verhuurd of verkocht worden. Het ging dus om woningen en verhuurbare en verkoopbare bedrijfsruimten. Dat was best een punt; de kunstenaars wilden zoveel mogelijk betaalbare ateliers. Daar zijn we goed uitgekomen met elkaar. Iedereen wilde af van het beeld ‘kunstenaars kosten geld’. De mix van functies en de balans tussen commercieel en niet-commercieel zijn de kracht van Het Paleis. Toen het plan af was, moest het nog gekocht worden. De gemeente nam het aanvankelijk niet serieus en was in gesprek met Hanzevast.”

Ellen van Acht

At Smit Duyzentkunst


14

Gesprek met At Smit Duyzentkunst, Joke van Delden, Ellen van Acht

Joke: “Dat kwam ook door die kunstenaars die geen risico konden nemen.” Ellen: “Dat spel hebben Bert Jan en Petra goed gespeeld. Iedereen werd uit hun comfortzone gehaald en gevraagd: ‘Hoe gaan jullie dat dan doen met al die kunstenaars?’ Wethouder Karin Dekker had namelijk gezegd dat dit een geschikt pand voor kunstenaars was. Het effect was dat iedereen vragen ging stellen. Dat gaf ons tijd. De ontwikkelgroep heeft toen vlak voor de zomervakantie de plannen verspreid bij beslissers en ambtenaren en na de bouwvak een presentatie gehouden. Dat heeft gewerkt!” At: “In het verleden hadden we al eens naar het pand gekeken. Toen liepen we er tegenaan dat er veel onbruikbare ruimtes waren. Dat kon financieel niet uit. We constateerden ook dat het pand, als je het volledig wilde benutten, niet één type functie kon krijgen. Bovendien, zonder kostendekkend verhaal heb je geen business case. In de plannen van Petra en Bert-Jan was niet alleen gedacht aan het onderbrengen van diverse functies, ze hadden zelfs een verkoopplan uitgewerkt.” Joke: “Op dat moment werd er ook gekeken naar subsidiemogelijkheden.” At: “Die mix van functies triggerde mij weer, waardoor er uiteindelijk een financieel sluitende opzet gemaakt kon worden.” Joke van Delden

Situatie voor de verbouwing

Ellen: “Dat was nog moeilijk. In het begin wilde men dat het gehele pand een kunst- en cultuurbestemming zou krijgen. Die commerciële mix vond men in het begin ingewikkeld, maar werd al snel de kracht van het concept.” Joke: “Maar voor niets gaat alleen de zon op. Je moet gewoon betalen voor je huisvesting, of dat nu een atelier is of een woning.” At: “Nijestee besloot in 2004 de haalbaarheid te onderzoeken. De manier waarop Ellen naar exploitatie kijkt is anders dan die van ons en ons eigen verhaal moest ook kloppen. De gemeente vond het positief dat wij serieus achter de plannen stonden. Uiteindelijk hebben we toch een flink bedrag van ze gekregen. En niet alleen van hen, ook van de provincie Groningen.” Joke: “Jarenlang is veel geld voor cultuur hierheen gegaan.” Ellen: “Uiteindelijk is er aan de oorspronkelijke schet


Gesprek met At Smit Duyzentkunst, Joke van Delden, Ellen van Acht

sen en functies weinig veranderd. De Brasserie was ooit bedacht bij de hoofdentree, maar is door de architect verplaatst naar de hoek.” At: “Voor het maken van het ontwerp hebben we gezamenlijk DAAD architecten gekozen.” Ellen: “De kunstenaars hebben ook een grote stem gehad in het kiezen van de architect. Zij bepaalden welke architect wat betreft werk en persoon bij hen paste.” Wat is je visie op Het Paleis? Joke: “Ik vind het heel geslaagd, voornamelijk wat betreft die combinatie van functies. Dit levert een dynamisch woon-, werk- en leefklimaat op, wat goed past in de stad Groningen. Bloemsingel 10 was eerst nog een wit vlakje op de plankaart van CiBoGa en werd vervolgens als aanjager en promotie gebruikt! Dat was erg leuk om te zien.” Ellen: “Het is een succesvol project. De omgeving heeft meer profiel gekregen en is van underdog gepromoveerd naar broedplaats. Zo zie je maar dat oningevulde plekken aanpakken effect heeft. Stadjers die zich ergens voor inzetten, bepalen uiteindelijk mee dat de stad tot ontwikkeling komt. Ondanks dat is Nijestee onmisbaar geweest in de ontwikkeling van Het Paleis. Zonder hen was dit gebied lang niet zo ver geweest als nu!” At: “Dit is een lastig gebouw, dat zie je er niet aan af als je geen professional bent. Alle problemen waren weggetimmerd. Als er niemand bovenop had gezeten, was het alsnog misgegaan. De financiële steun vanuit de gemeente en de provincie was erg belangrijk. Het project werd toen ook gedragen door de gemeenschap en zo was de morele meerwaarde van die subsidie niet alleen het geld.” Wat doe je momenteel voor de bewoners en de kunstenaars? Joke: “Nijestee heeft een groot deel in eigendom en beheer.” Ellen: “Het is aan de huurders en eigenaren van woningen en bedrijfsruimten om er iets van te maken, bijvoorbeeld door activiteiten te organiseren op een Culturele Zondag. Het zou leuk zijn als er meer zou worden samengewerkt en de kwaliteiten van de mensen zichtbaarder zouden worden.” Plattegrond situatie voor de verbouwing

15


Werk van

Mette Bus Beeldhouwer


17

Gesprek met Flip Drukker, Mette Bus en Hans Hage

Het vrije werken Flip Drukker Beeldend kunstenaar en grafisch ontwerper, dichter met beeld in plaats van woorden Mette Bus Beeldhouwer, voornamelijk bronzen vrouwenfiguren Hans Hage Tekenaar en schilder, figuratief Een kunstatelier bekijken lijkt een beetje op het openen van een verrassingspakket. Als we het atelier van Flip Drukker binnenlopen, zien we een enorme verzameling assemblages, gemaakt van gevonden materialen. Op de tafels staan meerdere werken in wording, waaronder een abstracte compositie van gekleurde doppen. Mette Bus en Hans Hage schuiven aan bij de tafel, waarop koffie en kastanjekoekjes staan, terwijl Flip nog even doorgaat met het rijgen van de glazen onderdelen van een kroonluchter. Wat het gaat worden, weet hij nog niet. Wellicht een muziekinstallatie met klingelende ornamenten.

Flip Drukker

Hoe is het om een atelier hebben in Het Paleis en hoe is het onderlinge contact tussen de kunstenaars? Mette: “Ik wilde eigenlijk een woning boven een atelier, wat niet is gelukt. Ik ben erg blij met de prachtige ruimte, hoewel het wel onhandig is met grote beelden. Ik rij hier in Het Paleis namelijk niet gauw even een auto binnen.” Flip: “Ik verzamel veel, dus soms is de ruimte te klein, maar ik kan mijn zooi in de hoogte kwijt dankzij het hoge plafond. Ik ben tevreden.” Hans: “Ik werkte thuis, maar wilde meer onder de mensen komen. Toch moest ik er in het begin wel aan wennen dat anderen hier ook bezig zijn. Net als schrijven, is het maken van kunst iets dat je alleen doet. Toch is het bij tijd en wijle wel handig om collega’s in de buurt te hebben. Ik ben blij met het constant binnenvallende licht in mijn atelier, dat is nodig bij het schilderen.”

Mette Bus


18

Gesprek met Flip Drukker, Mette Bus en Hans Hage

Groep in gesprek in het atelier van Flip Drukker

Mette: “Ik ga regelmatig een wijntje drinken bij de Brasserie met een vriendin en dan schuiven mensen aan. Het is fijn om samen de tuin te onderhouden.” Flip: “Er zitten hier meer oudere kunstenaars die graag individueel hun ding doen, terwijl jongeren er meer een broedplaats van zouden maken.”

“Ik ga regelmatig een wijntje drinken bij de Brasserie met een vriendin en dan schuiven mensen aan.” Atelier Flip Drukker

Wat is het belang van kunst? Mette: “Kunst maken is gewoon leuk, een behoefte. Ik weet niet of er een belang is. Het is spiritueel, een manier van kijken naar zaken, vrouwen in mijn geval. Ik ben benieuwd wat er gebeurt als je een jaar lang alle kunst zou weghalen of stoppen.” Flip: “Kunstenaars leveren een belangrijke bijdrage aan de wereld. Elke tafel, lamp of vernieuwing is het gevolg van activiteiten van kunstenaars.” Hans: “Kunst is het aanstippen van mysterie. Door de ontkerkelijking van de maatschappij hebben de mensen kunstenaars nodig om ze van bovenaf naar de dingen te laten kijken.”

“Kunst is het aanstippen van mysterie” Is er een boodschap die je wil uitdragen met je werk? Hans: “Ik heb geen boodschap, maar reageer op wat er gebeurt.” Hans Hage in zijn atelier


Werk van

Hans Hage Tekenaar, schilder, figuratief


20

Gesprek met Flip Drukker, Mette Bus en Hans Hage

Flip: “Dat is niet zo, die heb jij wel. Als je moslims verwerkt in een schilderij is dat een boodschap.” Hans: “Misschien heb je wel gelijk.” Flip: “Als ik een duidelijke boodschap stop in mijn werk, wordt het waardeloos, de boodschap zit er toch wel in. Kunstenaars moeten gewoon het werk maken dat ze willen maken. Ik heb een hekel aan de manier waarop de wereld wordt vermarketingd. Zelfs bij het verkopen van tandpasta proberen ze een tandenpoetsbeleving te verkopen. Als reactie daarop werk ik met troep.” Mette: “Op de academie ben ik erg bezig geweest met het verwerken van een boodschap in mijn werk, nadat een leraar zei: ‘Jouw werk is kitscherig en oppervlakkig’. Het was verschrikkelijk. Ik wil gewoon de beelden maken die ik wil maken.” Flip Drukker

Flip Drukker

“Als ik een duidelijke boodschap stop in mijn werk, wordt het waardeloos” Heb je een favoriet van het werk van de anderen? Mette: “Ik vind de pianotoetsjes van Flip heel leuk en Hans kan fantastisch tekenen en schilderen.” Hans: “Mooi hoe Mette en Flip allebei met 3D bezig zijn, maar heel verschillend. Mette met haar vrouwen en Flip die je constant op het verkeerde been zet.” Flip: “Hans steekt er met zijn onderwerpen bovenuit, naast goede techniek. Het zijn spannende en mystieke werken. Iedere boerenlul kan een kers schilderen, het is de kunst er iets van jezelf in te stoppen. Mettes beelden zijn allemaal juweeltjes, hoewel ik helemaal niet van de dikke dames ben.”

“Ze zijn niet dik! Ze hebben brede heupen.”

De zelfgemaakte keuken van Cees

Hans Hage

Mette: “Ze zijn niet dik! Ze hebben brede heupen.” Hans: “Ik aai altijd even over het achterwerk. Zo komen die glimmende delen op bronzen beelden, mensen zitten er graag even aan. Het zijn vaak vooral de billen of geslachtsdelen die glimmen.”


Gesprek met Flip Drukker, Mette Bus en Hans Hage

Welke herinnering aan Het Paleis wil je met ons delen? Mette: “Met z’n allen aan het ontbijt na de opening in 2009. Toen was het af.” Flip: “Er stond eens een man in de deuropening die me bekend voorkwam, bleek het een oud vriendje van me te zijn!” Hans: “Ik had flink opgeruimd voor de open dag en toen vonden de mensen het te netjes. Het paste blijkbaar niet in het plaatje; de verf hoort tegen het plafond te zitten.”

Atelier Mette Bus

Hans Hage

Flip Drukker

21


Werk van

Flip Drukker Beeldend kunstenaar


23

Gesprek met Petra Koonstra en Angelique Schreuder

Gewoon doen! Petra Koonstra Organisator en initiatiefnemer in de creatieve industrie en beeldend kunstenaar Angelique Schreuder Oud-bestuurslid, voormalig docent en afdelingsdirecteur Vormgeving Academie Minerva en management consultant Het grote atelier van Petra Koonstra, initiatiefnemer van Het Paleis, is een waar kleurenparadijs. De ruimte is gevuld met gigantische, gebreide kunstwerken en vrolijk gekleurde meubelen. We zitten nog niet op de fleurige bank of het gesprek is al in volle gang. Ook Angelique Schreuder, oud-bestuurslid, schuift aan. Ze is speciaal voor dit interview vanuit Den Haag, haar huidige woonplaats, gekomen. Tijd om te beginnen! Kun je iets over jezelf vertellen? Angelique: “Ik heb jarenlang als docent, coördinator en directielid aan Academie Minerva gewerkt. Nu ben ik pensionado en heb ik tijd om te schilderen en beeldhouwen. Ik leid een Socratisch café voor Socratische gespreksvoering in Den Haag en daarnaast heb ik een eigen bureau in consultancy. Met dat bureau heb ik bijvoorbeeld een bestuurscursus opgezet voor de eerstelijns zorg. Net als kunstenaars zijn huisartsen professionals. Ze zijn bezig met hun vak, maar hebben ook andere vaardigheden en kennis nodig om iets gedaan te krijgen. Die toegevoegde waarde heb je nodig bij projecten, zoals Het Paleis. Ik doe ook vrijwilligerswerk in het Gemeentemuseum in Den Haag, het mooiste museum van Nederland.” Petra: “Ik ben organisator en initiator van Het Paleis en ben daarnaast kunstenaar. Voor de kunst maak ik beelden, tekeningen, schilderijen en foto’s. Ik vind het belangrijk om goede ideeën daadwerkelijk uit te voeren en probeer mensen hier zoveel mogelijk bij te betrekken. Ik heb jarenlang de atelierroute hier in de stad georganiseerd. Daarna heb ik als hoofdredacteur en uitgever ‘Twist’ uitgebracht, een tweedelig boek over de creatieve industrie. Momenteel ben ik bezig

Groep in gesprek in atelier Petra Koonstra


24

Gesprek met Petra Koonstra en Angelique Schreuder

met interieurinrichting voor bedrijven, instellingen of particulieren samen met mijn partner in ons bedrijf ‘Opmaat’.” Angelique: “Wat wij gemeen hebben is ons enthousiasme voor iets nieuws en dat we zorgen dat een idee ook daadwerkelijk gerealiseerd wordt. Je hebt een visie en een idee, maar dat moet je ook goed naar buiten brengen, zodat het daar kan landen. Je moet een plan hebben waar je steeds weer op terug kunt vallen en daarin consequent en betrouwbaar zijn.”

Petra Koonstra

Petra en Karlijn

Kun je iets vertellen over je betrokkenheid bij Het Paleis? Angelique:“Petra en ik kennen elkaar uit de kunstwereld en het kunstonderwijs. Zij was al begonnen met het idee en had de aftrap ‘Doe mee, koop een atelier’ georganiseerd. Toen we elkaar weer tegenkwamen, was mijn termijn als bestuurslid van de vooropleiding Theater ‘De Noorderlingen’ net verlopen. Ik had wel zin en tijd om weer iets te op te pakken en vroeg Petra of ze iets wist. Dat heb ik geweten hoor, het was een zwaar proces! Petra was eerst bestuurslid en daarna bouwcoördinator, zij kent elke steen. Na de ontwikkelingsfase en start was ik meer bezig met het proces van de organisatie, de werving en selectie van deelnemers en de toedeling van ateliers. We wilden een gevarieerde samenstelling van kunstenaars uit verschillende disciplines, niet alleen schilders en grafisch ontwerpers. Alle kunstenaars hier in de stad kennen Petra door de atelierroute. Ze is een ondernemend, dynamisch en energiek persoon. Dat heb je bij zoiets wel nodig; iemand die zich helemaal aan zo’n project verbindt.” Petra: “Dit jaar is de aftrap elf jaar geleden. We hadden een heleboel ideeën. Ik had een atelier hier in de stad, maar er was een groot tekort aan ateliers voor kunstenaars en geen atelierbeleid. Toen dacht ik: hoe krijgen we meer ateliers? Ons oog viel op dit pand, hoewel het toen een puinzooi was. Het zat vol asbest en bestond uit honderden hokjes. De gemeente wilde er niet aan beginnen, maar toen bedachten we het verkoopplan met ateliers en hebben we een samenwerkingsverband opgericht met Nijestee en Kuub.” Angelique: “Petra heeft het initiatief op gang gebracht met een aantal kunstenaars. Ze zat dicht bij het vuur met connecties in de politiek en ambtenaren..


Gesprek met Petra Koonstra en Angelique Schreuder

We hebben gezamenlijk een plan ontwikkeld en er was geld beschikbaar. Dat zou in de huidige situatie niet meer kunnen gebeuren. Niet in deze tijd en op deze manier. Samen met Nijestee hebben we het plan gerealiseerd. Wij hebben het concept geconcretiseerd en zij hebben het project financieel mogelijk gemaakt.” Petra: “Iedereen wilde meedoen. Het kunnen kopen van een atelier was bijzonder. Ook nu nog komen ontzettend veel mensen uit binnen- en buitenland langs om inspiratie op te doen. Ik vertel dan wat over de creatieve industrie en Het Paleis en geef rondleidingen. Het idee voor Het Paleis is uit behoefte aan een plek voor de creatieve industrie geboren, zoals ook het Ebbingekwartier dat is. Bij zo’n groot project moet je allerlei kanten bekijken: hoe zit het politiek in elkaar? Is er draagvlak? Ik krijg regelmatig verzoeken om een initiatiefnemer te helpen met een nieuw project. Initiatiefnemers moet je koesteren. Dat waren ze in de stad nog niet zo gewend en het begin was moeizaam, maar later zijn we doodgeknuffeld.” Angelique: “De kracht van Petra is dat zij een goed fingerspitzengefühl heeft voor wat nodig is. Haar rol is duidelijk gezien, daarom is haar ook een lintje toegekend.” Petra: “Ik heb ook nog een fiets gekregen. Die stond opeens voor de deur met een label eraan: ‘Jij bent groots in Groningen. Met het pand aan de Bloemsingel zet jij creatief Groningen op de kaart.’ Ik ben er nooit achter gekomen van wie die eigenlijk kwam.” Waarom is Het Paleis belangrijk voor de stad? Angelique: “Het is een mooie markering van de creatieve industrie. In mijn optiek moeten kunst en cultuur visueel aanwezig zijn. Op de afdeling vormgeving aan de academie viel het me op dat kunstenaars na het afstuderen naar het Westen vertrokken. Mede daarom is Het Paleis belangrijk; het is een pleisterplaats, een verzamelgebouw. Ik ben een voorstander van interdisciplinaire uitwisseling, waarbij alles bij elkaar komt.” Petra: “Binnen de creatieve industrie zijn kunstenaars in de minderheid. Als ze niet oppassen vallen ze dan ook buiten de boot. Ze moeten kansen wel oppakken en zelf actief zijn. Aan het eind van die rondleidingen geef ik ze altijd een boek over de creatieve industrie, met het idee: ‘Jongens, word wakker!’” Angelique Schreuder

25


26

Gesprek met Petra Koonstra en Angelique Schreuder

Atelier van Petra

Angelique: “Het begint al bij het leren uitvinden en creëren, dat verdwijnt uit het onderwijs. Om maar iets te noemen: kinderen kunnen geen knoopjes meer leggen of hun veters strikken. Maar daar begint alles wel mee. Het is zo belangrijk om zelf dingen op te kunnen lossen, met je handen kunnen werken en ergens trots op kunnen zijn. Het breicafé bijvoorbeeld brengt zoiets opnieuw teweeg. Mensen gaan weer samen dingen maken en dan is het belangrijk dat daarbij goede professionele begeleiding wordt gegeven.” Petra: “Het ironische van al die problemen van kunstenaars is dat ze met z’n allen tegen hetzelfde aanlopen. Door een groot netwerk kun je meer gaan delen en samen oplossingen vinden. Toch was het ook hier in Het Paleis soms lastig om mensen mee te krijgen om bijvoorbeeld met activiteiten mee te doen.” Angelique: “Niets gaat vanzelf. Elk proces begint met: wie, wat, waar en wanneer. Je moet organiseren, verantwoordelijkheden delegeren en mensen daarop aanspreken.”

“De gemiddelde kunstenaar rijpt tussen vijf en tien jaar, daarom zijn starttersateliers van belang. Hoe actiever je bent, hoe meer je daar straks aan hebt.” Hebben jullie tips voor startende creatieve ondernemers? Angelique: “Wees je bewust van je kwaliteiten en doe niet teveel tegelijk. Ga voor wat je echt belangrijk vindt en zorg voor de juiste mensen om je heen.” Petra: “Zoek je eigen kracht en doe het ook gewoon! Ik merk dat veel mensen niet meer zelf nadenken, die googelen alles. Ik begeleidde eens een groep vierdejaars bij een onderzoek naar het Ebbingekwartier.Toen ik hen vroeg naar hun ervaringen in het gebied, bleek dat ze er niet eens hadden rondgelopen! Het is belangrijk om stil te staan bij jouw beeld van de wereld. Dan kun je namelijk ook een beeld vormen van jezelf. De gemiddelde kunstenaar rijpt tussen vijf en tien jaar, daarom zijn starterateliers van belang. Hoe actiever je bent, hoe meer je daar straks aan hebt. Als je wilt, kun je in Petra krijgt lintje uitgereikt


Gesprek met Petra Koonstra en Angelique Schreuder

no-time mensen leren kennen, maar dan moet je wel je nek uitsteken.Vergroot je netwerk en vraag mensen om je heen om je te helpen.” Angelique: “Iedereen wil z’n verhaal vertellen als je de goede vragen stelt. Dat merk ik bij Socratische gespreksvoering.” Welke herinnering aan Het Paleis wil je met ons delen? Angelique: “In een van de bijeenkomsten in de oude collegezaal werd door de wethouder een fles Spa meegenomen, als symbool voor het heldere, bruisende plan en toekomst van dat toen nog ‘Bloemsingel 10’ heette.” Petra: “Gedurende de gehele bouw heeft Ben op ons pand gepast. Hij werkte en sliep er en waakte dag en nacht over het pand. Bijna elke nacht probeerde wel iemand het pand in te komen om iets te stelen of er te slapen. Zwervers wilden zich dan ook opwarmen en maakten vuurtjes, erg gevaarlijk! Tijdens die drie jaar bouwen is er niets gestolen, is er geen brand geweest en verliep de bouw soepel.”

“Ik hoop dat het fundament dat met Het Paleis is gecreëerd duurzaam zal blijken en dat het voor kunstenaars, vormgevers en kunstminnend publiek een inspirerende plek blijft.” Heb je nog een speciale wens voor Het Paleis? Angelique: “Ik hoop dat het fundament dat met Het Paleis is gecreëerd duurzaam zal blijken en dat het voor kunstenaars, vormgevers en kunstminnend publiek een inspirerende plek blijft.” Petra: “Ik hoop dat we steeds actieve en enthousiaste mensen weten aan te trekken. Uiteindelijk moeten die steeds het stokje overnemen en reuring geven aan het pand.”

Angelique Schreuder

27


30

Gesprek met Maria Heikens, Gerjan Kelder, Jeanet Metselaar

De zelfgecreëerde baan Maria Heikens Grafisch vormgever Gerjan Kelder Muzikant en eigenaar opnamestudio Jeanet Metselaar Sieraadontwerper In de Langestraat achter Het Paleis bellen we aan bij Maria Heikens. We hebben afgesproken met drie zeer verschillende kunstenaars die hun brood verdienen met toegepaste kunst, ook wel functionele kunst genoemd. Via massieve stenen trappen bereiken we het atelier van Maria en we kijken rond om een indruk te krijgen van de hoge ruimte. Jeanet Metselaar en Gerjan Kelder zijn er al klaar voor en zitten aan de grote werktafel, terwijl Maria thee zet. Kun je iets over jezelf vertellen en het werk dat je doet? Jeanet: “Ik ben sieraadontwerper en ik zit beneden aan het plein. Die locatie is een bewuste keuze vanwege de aanloop. Naast het ontwerpen van sieraden geef ik workshops aan groepen en individuen, in leeftijd variërend van zes jaar oud tot je niet meer kunt. De sieraden die ik ontwerp lopen uiteen van galerie- tot commercieel werk. Ik ben al vanaf mijn vijftiende bezig met sieraden en heb altijd een fascinatie gehad voor mooie versieringen. Voor het afstuderen heb ik mijn eerste collectie gemaakt. Mijn werk is vrij groot en herkenbaar. Als ik iets maak, dan moet je het kunnen zien.” Maria: “Ik ben grafisch ontwerper en maak daarnaast vrij werk (zeefdruk en sjabloondruk). Ten tijde van mijn opleiding was grafisch ontwerpen nog letterlijk ‘knippen en plakken’, nu zit het allemaal in de computer. Dat plakken en knippen, daar komt het bijna niet meer van en dat vind ik jammer, want vooral dat geknutsel vind ik heerlijk. Toch heb ik erg leuk werk en ik kan er nog van leven ook! Ik werk o.a. voor het Herinneringscentrum Kamp Westerbork en ben op die manier veel met de Tweede Wereldoorlog bezig.”

Atelier Maria Heikens


Werk van

Jeanet Metselaar Sieraden


32

Gesprek met Maria Heikens, Gerjan Kelder, Jeanet Metselaar

Gerjan: “Ik zit met mijn muziekstudio ‘Clay Records’ beneden in de hoek. Vanwege het geluid is de ruimte goed geïsoleerd. In mijn studio neem ik muziek op van o.a. bandjes en singer-songwriters en daarnaast speel ik zelf muziek. Het opnemen van een eigen plaat is er helaas nog niet van gekomen. Ik ben vooral bezig met mijn klussen: muziek opnemen en maken en soms een videoclip erbij. Ik werk veel met lokale muzikanten en heb de afgelopen twee jaar onder andere twee verzamel-cd’s uitgebracht die bij mij zijn opgenomen. Daar hebben goede muzikanten aan meegewerkt, zoals de band Orange Skyline en de singer-songwriter Jürgen Visser. Hij won in 2013 de publieksprijs van de Grote prijs van Nederland. Mijn drijfveer voor het hebben van een studio is dat ik vind dat alle mooie muziek opgenomen moet worden. Ik zie het als een soort morele plicht, ook voor het nageslacht.”

Maria Heikens

“Ik heb als een gek gesolliciteerd, maar besefte niet meteen dat je ook je eigen baan kon creëren.” Heb je dit werk altijd al willen doen? Maria: “Ik heb in eerste instantie een docentenopleiding gedaan aan Academie Minerva.Via mijn horecabaantje in de Stadsschouwburg kwam ik op de afdeling Publiciteit van de Stadsschouwburg en De Oosterpoort terecht. Daar kwam ik tot de conclusie dat ik het grafische werk eigenlijk veel leuker vond dan lesgeven. Ik ben toen alsnog de avondopleiding Grafische Vormgeving aan de kunstacademie gaan doen.” Jeanet: “Ik heb als een gek gesolliciteerd, maar besefte niet meteen dat je ook je eigen baan kon creëren.” Gerjan: “Ik wilde etholoog (onderzoeker van dierengedrag) worden, maar heb ook altijd gedacht: ik moet iets met muziek doen. Ik was altijd met muziek bezig. Ik speelde vroeger al trompet en speel gitaar vanaf mijn vijftiende. Toen mijn leraar maatschappijleer eens aan mijn klas vroeg wat we écht wilden worden, heeft dat me aan het denken gezet. Zes jaar na de Havo ben ik het dan gaan doen!”


Werk van

Gerkan Kelder Clay Records


34

Gesprek met Maria Heikens, Gerjan Kelder, Jeanet Metselaar

Gerjan Kelder

Wat zijn de voor- en nadelen van het hebben van een atelier in Het Paleis? Maria: “Het is een fantastische plek, maar het hele bouwproces heeft ongelooflijk veel energie gekost. Ik werd echt suf van alle vergaderingen, bijeenkomsten en werkgroepjes.” Jeanet: “Een van de voordelen van werken in Het Paleis is dat je collega’s van verschillende disciplines in de buurt hebt. We inspireren, helpen en adviseren elkaar. Wat een tegenvaller is, is dat de ateliers aan de voorkant van Het Paleis niet als een soort winkel open zijn. Niemand doet het, terwijl het wel was afgesproken.” Gerjan: “Een teleurstelling is dat het niet echt een broedplaats is geworden. Ik had meer samenwerking verwacht. Ik heb daar wel veel energie in gestoken. Momenteel doe ik de livemuziekprogrammering in de Brasserie van het Paleis.”

“Het is een fantastische plek, maar het hele bouwproces heeft ongelooflijk veel energie gekost.”

Jeanet Metselaar

Welke herinnering aan Het Paleis wil je met ons delen? Jeanet en Maria: “De officiële opening in september 2009. Er waren zoveel mensen en het was zo feestelijk. Het was boven verwachting spectaculair en het weer was fantastisch.” Gerjan: “Ik vind het leuk als ik bezoekers krijg. Ik heb een paar keer mensen van nationale en regionale televisie ontvangen. Toen was ik echt trots! Vroeger was het hier een aftandse zooi, nu is het hartstikke mooi.”


Werk van

Maria Heikens Grafisch vormgever


36

Gesprek met Hein Braaksma en Jeanette Straatemeier

Flow creëren Hein Braaksma Oud-bestuurslid, cultureel historicus en zelfstandig adviseur Jeannette Straatemeier Oud-bestuurslid, werkzaam geweest in de Openbare Bibliotheek en veel bestuurservaring.

Kun je iets over jezelf vertellen? Jeannette: “Ik ben in het bestuur terechtgekomen in 2009. Er was behoefte aan mensen met bestuurservaring in culturele organisaties. Bovendien ken ik Groningen goed, ik heb jarenlang gewerkt in de bibliotheek, onder meer in de communicatie.” Hein: “Ik ben van huis uit cultuurhistoricus. Voordat ik hier in 2007 in het bestuur kwam, werkte ik bij het ministerie van economische zaken. Later ben ik voor mezelf begonnen als zelfstandig adviseur. Ik heb Petra Koonstra, de motor achter het ontstaan van Het Paleis, leren kennen doordat zij haar atelier naast mijn huis had. Bart Kempinga, haar partner, sprak ik weleens bij politieke bijeenkomsten over cultuur. The rest is history!”

Groep in de Brasserie

Wat wilde je bereiken met Het Paleis? Jeannette: “Het Paleis was een spannende ontwikkeling. Het moest een culturele broedplaats worden. Het Paleis is geïnitieerd door kunstenaars die werkruimte zochten. Om het mogelijk te maken zijn er koopappartementen bij gekomen. We waren erg gedreven: er moest veel reuring ontstaan met Culturele Zondagen voor mensen in de stad. Het Paleis is tijdens de opening goed op de kaart gezet. Met de gebiedsontwikkeling, het gebouw en de ateliers voor kunstenaars wilden we de creatieve industrie een inspirerende impuls geven. En zo als het ware flow creëren.” Hein: “Het gebouw was verwaarloosd. Het binnenplein was begroeid en dichtgebouwd. Er was wel geld voor de bouw, maar niet voor de inrichting. Wij vonden: dit mag niet mislukken. We hadden een reputatie hoog te houden. Maar het heeft veel van ons gevraagd. We moesten geld vinden, de opening organiseren en er Hein Braaksma en Karlijn de Boer


37

waren veel mensen met zeer verschillende ideeën. Er werd veel gevraagd van collega-bestuursleden. We hadden opeens een horecabedrijf. We hebben het al doende moeten leren!” Jeannette: “Aanvankelijk organiseerden we een te groot aantal Culturele Zondagen. Uiteindelijk haakte een deel van de kunstenaars daarbij af. Ze vroegen zich af: ‘Wat heb ik eraan, wat levert het op?’ Dus dat aantal werd verminderd.” Hein: “De een verkocht van alles en de ander zat als een dood vogeltje in zijn of haar atelier.”

“De een verkocht van alles en de ander zat als een dood vogeltje in zijn of haar atelier.” Welke persoonlijke sterke punten hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van Het Paleis? Hein: “Voor ons allebei geldt: wij geven niet op. We waren er bijna altijd. Mensen dachten dat we hier werkten.” Jeannette: “Onze sterke punten zijn: doorzettingsvermogen, kennis, deskundigheid en idealisme. “ Hein: “Vanuit dat idealisme heb ik veel tijd gestoken in de Culturele Zondagen en het motiveren van mensen. Wel hadden we met enige regelmaat de nodige financiële uitdagingen, maar we hebben het naar mijn mening best heel netjes achtergelaten.” Wat betekent kunst en cultuur voor jou? Jeannette: “Het betekent veel voor me. Het hoort bij mijn leven, vooral in het theater heb ik veel inspiratie gevonden.” Hein: “Bij kunst en cultuur gaat het om twee dingen. In de eerste plaats om de vraag wie we zijn en wie de ander is en wat we met elkaar delen. En in de tweede plaats ook over kleur en vorm geven aan het leven. De ene kunstenaar houdt zich veel bezig met identiteit en de ander weer meer met kleur en vormgeving. Dat past bij de tijdsgeest. De economie van nu gaat over identiteit en authenticiteit. Mensen kunnen zich met kunst en Jeannette Straatemeier


38

Gesprek met Hein Braaksma en Jeanette Straatemeier

cultuur verrijken en ik ben er heel erg trots op dat we met de Culturele Zondagen niet alleen het standaard culturele publiek bereiken.” Welke herinnering aan je bestuurstijd wil je met ons delen? Hein: “Ik vond het bijzonder hoe Petra altijd doorging. Je kunt geen probleem verzinnen of Petra bedenkt een oplossing. Ik ben enorm trots dat we het hebben gered, we hebben een groot deel van de dromen waar kunnen maken met leuke mensen. We hebben veel lol met elkaar gehad, maar ook veel vergaderd.” Jeannette: “We hebben op onmogelijke tijden vergaderd, zoals weleens op zondagavond. De opening was een geweldige happening. Vijfduizend mensen en warm weer. We hebben veel positieve reacties gehad op de Culturele Zondagen en op de Korenmiddagen. “ Wat doe je momenteel? Jeannette: “Wij zijn momenteel actief in het bestuur van de stichting ‘Liberty of Groningen 2015’ om de bevrijding van Groningen te vieren in april, wanneer de stad 70 jaar bevrijd is.” Hein: “Ja, de bevrijding van Groningen doen we weer samen. Verder ben ik nog bezig om meer steun voor de noordelijke cultuur te krijgen en ben ik voorzitter van Bureau 05. Ja, wat doe ik allemaal nog meer… het is een hele lijst.” Jeannette: “Ik ben ook actief in de werkgroep Cultuur van de PDVA en zit in het bestuur van theatergroep ‘SpeelGoud’. Zij spelen vanaf oktober 2015 elke maand een theaterfeuilleton, een voorstelling over tegenstellingen. Dat doet onder anderen Jack Nieborg, een Groningse regisseur, samen met een aantal schrijvers, een vormgever en acteurs. De eerste aflevering gaat over een gezin in de Hoogte en een gezin uit Haren. Het gaat erom dat je de verschillen ziet, maar vooral ook de overeenkomsten. Daarnaast ben ik bezig met een informatief boek over theatermakers uit de 20e eeuw in Groningen.”


39

Gesprek met bewoner Kees Visser (72)

De chemicus die terugkwam Als we na een trip via een wirwar van gangen en trappen in Het Paleis bovenlangs het horeca-binnenplein lopen, komt Kees Visser ons tegemoet met zijn hond Dûna. Kees’ huis bestaat uit veel trappen, vides en handgemaakte meubelen. “Ik kom uit een familie van meubelmakers. Mijn opa heeft half Franeker gebouwd!” Handwerk is volgens Kees altijd leuk in contrast met het beschouwende. Zijn carrière in de chemie bestond namelijk uit veel denkwerk en proefjes, de eerste testen deed hij recht onder zijn huidige woning.

“Ik heb daar mijn vrouw leren kennen” “In ’67 begon Kees met studeren en werken in het toenmalige scheikundig laboratorium. Na een omweg via de filosofie, kwam hij bij de chemie terecht en ging hij alsnog ‘het ontstaan van leven’ bestuderen. Tijdens de colleges lette Kees echter op andere zaken. “Ik heb daar mijn vrouw leren kennen, ze was laborante en als ik vanuit de collegezaal links omhoog keek, dan kon ik haar zien werken”, zegt hij lachend. Ondanks de afleiding, studeerde Kees af en is hij zelfs gepromoveerd. Zijn theorie over biotine (vitamine H) is algemeen aanvaard in de biochemie. “Toen was ik wel klaar en ben ik bij de Open Universiteit gaan werken.”

Kees en Dûna

“Mijn woonkamer nu, stond indertijd volgestopt met - toen moderne - onderzoeksapparaten.”

Uitzicht vanaf het dakterras

“Toen Kees pakweg zeven jaar geleden hoorde over de renovatieplannen voor het voormalige laboratorium (dat aanvankelijk gesloopt zou worden) ging hij zich ermee bemoeien. Uiteindelijk kocht hij een van de appartementen. Kees is tevreden hier: er is leuk contact met bewoners en hij gaat geregeld naar Culturele Zondagen en tentoonstellingen. Op de zolderverdieping van de woning met uitzicht over de binnenstad, speurde Kees vroeger naar bruikbare instrumenten. “Mijn woonkamer nu, stond indertijd volgestopt met – toen moderne onderzoeksapparaten.” De zelfgemaakte keuken van Kees


40

Gesprek met Eelke en Marianne Ronner

Nieuw in oud Eelke en Marianne Ronner Kinderen: Ties (4) en Meike (0) Hoe zijn jullie hier terechtgekomen? Marianne: “Toen we hier gingen kijken, vielen we meteen voor dit pand. Het is oud en charmant, maar volledig gerenoveerd. Het huis heeft dus de voordelen van een nieuwe woning, maar ook veel karakteristieke kenmerken. De ideale combinatie voor ons. Tijdens een familieweekend kwam een van Eelke’s broers met allerlei informatie over dit appartement op de proppen. Eelke heeft twee broers die in Het Paleis een grafisch ontwerpbureau hebben.Via hen hadden we in het begin wel iets gehoord over het plan, maar we zijn eigenlijk pas in de laatste dagen van het project ingestapt.” Kun je iets vertellen over het huis? Marianne: “Het was aanvankelijk de bedoeling dat het huis casco zou worden opgeleverd, maar wij stapten helaas te laat in om nog veel te kunnen veranderen. We wilden bijvoorbeeld andere radiatoren, maar dat kon niet meer, ze waren al besteld. Er was al veel gebeurd en er waren extra kosten gemoeid met wijzigingen.” Eelke: “De muren stonden al, we konden dus niet zoveel meer aanpassen. Toentertijd was dat wel de opzet: oplevering zonder tussenmuren. We hebben nog wel een entresol gebouwd.” Marianne: “Geen woning is hier gelijk, alleen dat van de buurman is vrijwel hetzelfde. Boven was één grote slaapkamer, de indeling was dus niet erg praktisch.Vooral met een kinderwens is zo’n balzaal niet handig. De kinderen delen nu een kamer, maar mogelijk worden daar in de toekomst twee kamers van gemaakt. We wonen hier nu vijf jaar, waarvan we een jaar met z’n tweetjes hebben gewoond.” Eelke: “Ik dacht eerst dat Ties de eerste Paleisbaby was, maar dat bleek niet zo te zijn. Een stukje verderop op deze galerij was al een baby. Wat ik grappig vind, is dat Kees Visser hier zijn werkruimte had, toen hij hier nog studeerde en aan zijn promotieonderzoek werkte. Kees was chemicus en werkte in het voormalige scheikundig laboratorium.”

De groep in gesprek in de huiskamer

Tussenruimte, werkkamer boven de keuken


41

Wat voor werk doe je? Marianne: “Wij zitten niet bepaald in de creatieve sector.” Eelke: “Horeca is heel creatief! Ik heb een horecabedrijf in Veenhuizen. Dat is gekoppeld aan bierbrouwerij ‘Maallust’. Mijn broertjes hebben daar de vormgeving voor gedaan. Het is een bijzonder gebouw in een prachtige omgeving en we gebruiken mooie streekproducten. We leiden mensen rond, vertellen over de brouwerij en de geschiedenis van Veenhuizen en organiseren proeverijen. We zijn dagelijks open voor passanten, die in de omgeving wandelen en fietsen en ’s avonds worden er feesten en partijen gegeven.” Marianne: “Ik ben logopediste bij jeugdhulpverleningsorganisatie Yorneo in Drenthe. Ik werk daar op de dagbehandeling met kinderen van ongeveer zes jaar oud, waarvan de ontwikkeling anders dan normaal verloopt.” Eelke: “Je bent eigenlijk taal- en spraakpatholoog, maar je noemt dat vrijwel nooit zo.” Marianne: “Inderdaad, ik noemde dat meestal niet zo, maar momenteel is het zwaar weer in de jeugdhulpverlening. Dus is het in allerlei situaties belangrijk geworden te vermelden wat voor achtergrond je hebt. In mijn werk begeleid ik kinderen met communicatieve problemen. Uitspraak is onderdeel van mijn vak. Het gaat om kinderen die weinig gericht zijn op anderen, waarmee het moeilijk communiceren is. Ik voer onder andere basisgesprekjes met de kinderen en stel vragen.” Hoe bevalt het wonen hier? Eelke: “Toen we hier kwamen, verwachtten we vooral bewoners van vijftig jaar en ouder. Er bleken echter ook mensen van onze leeftijd te wonen. Een deel kreeg kinderen, waardoor er nu verschillende gezinnen wonen. Het is erg leuk om daar contact mee te hebben.” Marianne: “De kinderen spelen met elkaar en zoeken elkaar op. We lopen de deur niet bij elkaar plat, maar hebben vaak leuke gesprekjes op de galerij of geven elkaars planten water. Ik vind het hier heel prettig, je weet beter wie er om je heen woont. Het contact dat met de andere kinderen ontstond was een positieve verrassing. Ties geniet daar erg van. Zelf vind ik de mengeling van bewoners bijzonder.” Ties: “Ik vind het leuk hier!” Luik naar dakterras


42

Gesprek met Eelke en Marianne Ronner

Uitzicht vanaf dakterras

Beleven jullie plezier of juist last van de kunstenaars die hier werken? Eelke: “We hebben er sowieso nooit last van. Ik vind het wel wat hebben om te wonen in een pand waar veel bedrijvigheid is en waar je omgeven wordt door kunstenaars.” Marianne: “We bezoeken weleens een Culturele Zondag en ik vind het interessant om af en toe naar binnen te gluren bij ateliers. Dan loop ik langs met Ties en vraagt hij: ‘Wat is hij nu aan het maken?’ Oscar Venema, een schilder, deed het spuitwerk ook weleens buiten, dus zo kom je er automatisch mee in aanraking.” Wat doen jullie graag in de vrije tijd? Marianne: “Wij lezen graag young adult boeken, zoals ‘De Hongerspelen’. Die film is nu heel bekend, maar de boeken hadden wij allang verslonden. Ook houden we ervan om op zondag door de stad te slenteren. Dan gaan we ergens koffie drinken en lopen via het park terug. Je hoort hier niet veel stadsgeluiden, maar als je de hoek omgaat, vind je de levendigheid van de stad. Voor ons is dit een ideale locatie om te wonen.”

Uitzicht vanaf dakterras

Boekenverzameling

Welke herinnering aan Het Paleis wil je met ons delen? Marianne: “Toen we hier net zaten, waren de uitwisselingen met de buren erg leuk. ‘Hoe heb jij de steunbalken en borstel jij ze?’ Er is ook een keer een walking dinner georganiseerd. We zagen voor het eerst alle woningen, ook hoe verschillend de resultaten waren. Het was verrassend om bevestigd te krijgen dat het zo uniek wonen is.” Eelke: “Wij hebben als een van de eersten onze woning opengesteld tijdens een open dag.” Marianne: “Soms deden bezoekers weleens onverwachts de deur open, terwijl het geen open dag was. Af en toe gaven we dan spontaan een rondleiding.” Eelke: “Op het dak hebben we een terras in een kuip, daar hebben we weleens oud en nieuw gevierd met vrienden. Het is fantastisch om vanaf daar het vuurwerk in de hele stad te zien.” Marianne: “Toen ons dochtertje net was geboren liep Eelke met de Maxi-Cosi over de galerij. Zo net na de bevalling liep ik daar strompelend achteraan. Toen hoorden we de buurman: ‘Oh, daar is ze! Even kijken.’ Dat was een bijzonder moment.”


44

Gesprek met Folkert Bangma, Anneke Jelsma, Jacques Muller

Broodnodige zakelijkheid Folkert Bangma Directeur voortgezet onderwijs Anneke Jelsma Zzp’er management, coaching en mediation Jacques Muller Eigenaar Hotel Prinsenhof Groningen Wie ben je en wat doe je? Anneke: “Ik ben ruim zeventien jaar zzp’er en deed tot voor kort vooral veel interim-management. Het liefst werk ik in projecten die te maken hebben met verandering. Op het moment ben ik als projectleider betrokken bij het verbeteren van de aanpak van kindermishandeling. In dat project werken hulpverlening, justitie en politie samen. Mijn aanpak is meestal behoorlijk praktisch. Dat was bij Het Paleis ook zo. In Het Paleis bestond een mooie droom. Maar die droom moet dan ook wat worden. Dus dan is de vraag hoe je zo’n droom voor elkaar krijgt en het liefst ook nog een beetje uitvoerbaar.” Folkert: “Ik ben directeur van drie scholen in het voortgezet onderwijs, twee in Leeuwarden en een in Roden. De afgelopen dertig jaar heb ik veel verschillende dingen gedaan op het gebied van management, verandertrajecten en interim-management. Op dit moment heb ik veel te maken met zorgkinderen.” Jacques: “Ik ben geboren in Rotterdam en ooit in Groningen gekomen om Engels te studeren. Gesjeesd, omdat ik ook in de horeca verzeild was geraakt en ik geen zin had om leraar Engels te worden. Ik was inmiddels met mijn vriend Frank een restaurant begonnen: Restaurant De Pauw. Daarna heb ik nog Restaurant Muller gehad, het Groninger Museumcafé en Hotel de Ville. Ik heb steeds nieuwe dingen opgezet, een tijdje gedraaid en dan weer verkocht. Een jaar of zes geleden kwam Hotel Prinsenhof op ons pad.”

Bestuur voor de entree van het Paleis

In gesprek in de Brasserie

Wat was je betrokkenheid bij de ontwikkeling van Het Paleis? Jacques: “Er is met veel idealisme begonnen, maar op Jacques Muller en Anneke Jelsma


45

enig moment was er behoefte aan meer sturing, structuur en toetsing. Natuurlijk hebben we een zekere mate van idealisme behouden, maar we moesten vooral het realisme niet uit de weg gaan.”

“Er is met veel idealisme begonnen, maar op enig moment was er behoefte aan meer sturing.” Anneke: “Ik ben erin gestapt, omdat ik het een leuk en sympathiek idee vond. Ik wist wel: een idee moet zichzelf op een gegeven moment kunnen bewijzen, hoewel subsidie wel handig is bij de start.” Folkert: “Wij hebben veel zakelijkheid ingebracht, er waren in het begin vooral mooie dromen. Toen wij begonnen was het financieel wat onoverzichtelijk.” Jacques: “En dan zeggen we het aardig (lacht).” Folkert: “Ik ben gevraagd om penningmeester te worden en toen heb ik een bevriende accountant naar de cijfers laten kijken. Financieel was het niet in control. Men wist niet wat er uit ging of in kwam en welke rekeningen te verwachten waren. Het was elke maand spannend of we de rekeningen konden betalen. De eerste ochtend hebben we om tafel gezeten met de vraag: hoe zit het hier financieel?”

“Als er geen extern geld zou komen, zou het faliekant misgaan. We waren net op tijd.” Anneke: “Kom maar op met die schoenendozen!” Folkert: “Ja, letterlijk! En toen bleek dus dat de tent eigenlijk failliet was. Als er geen extern geld zou komen, zou het faliekant misgaan. We waren net op tijd.” Anneke: “We hebben onze connecties ingezet om extern geld aan te trekken.” Folkert: “Zo bracht iedereen zijn eigen expertise en kennis in. Jacques heeft geld van Friesland Bank geregeld.” Jacques: (lachend): “En je weet hoe het met Friesland bank is afgelopen!”


46

Gesprek met Folkert Bangma, Anneke Jelsma, Jacques Muller

Folkert: “Op een woensdag hoorden we van Jacques dat het krediet akkoord was en de dag erna hadden we een afspraak met iemand van de Belastingdienst. Kijk, je kunt een hoop mensen niet betalen, maar bij de Belastingdienst kom je er niet mee weg. Er kwam zo’n stereotype, maar vriendelijke meneer met een lange jas en een koffertje. Hij vertelde dat ze de stekker eruit gingen trekken! Wij zeiden: ‘Nou, dat moet u niet doen, want wij gaan morgen of overmorgen geld overmaken.’ De meneer van de Belastingdienst was verbijsterd. Niemand kreeg krediet op dat moment.” Folkert Bangma

Jacques Muller

“Alles is hier begonnen in dienst van kunst en cultuur, bedoeld voor mensen uit dat wereldje.” Anneke: “Ik ben nog bijna een jaar een dag in de week (onbezoldigd) directeur geweest, toen moest ik bijvoorbeeld ook de roosters voor de Brasserie goedkeuren. Dan zaten er twee mensen koffie te drinken, maar stond er wel drie man personeel achter de bar. Dat moest dus anders. Alles is hier begonnen in dienst van kunst en cultuur, bedoeld voor mensen uit dat wereldje. De meeste kunstenaars drinken een kop koffie, maar gaan niet uitgebreid lunchen of dineren in de Brasserie. Dat we ons meer op de buitenwereld gingen richten is ons grote omslagpunt geweest.” Jacques: “Er was duidelijk een businessplan nodig.” Folkert: “Zakelijkheid was voor een tijdje een vies woord.” Jacques: “Een bruiloftsfeest bijvoorbeeld, dat was vloeken in de kerk. Het trouwen an sich vonden de mensen van Het Paleis nog wel prima, maar zo’n feest daarna, dat was te ordinair.” Anneke: “Dan drijf je wel af als culturele broedplaats.” Jacques: “Iedereen moest enorm aan ons wennen, maar zakelijkheid was broodnodig. Dat het bestuur horecaatje ging spelen was echt niet houdbaar.” Folkert: “Anneke was gek genoeg om het te doen, maar we hadden in feite een bij de doelstelling passende ondernemer nodig. We vonden Tom Vuyk via iemand die daarvoor geïnteresseerd was in de Brasserie.” Jacques: “Nota bene iemand uit mijn netwerk! Tom snapt horeca in culturele context. Voor hem is De


Gesprek met Folkert Bangma, Anneke Jelsma, Jacques Muller

Brasserie eigenlijk het Museumcafé in het klein. Toen hij de Brasserie overnam, konden we weer bouwen. Dat haalde een hoop ballast van onze schouders.” Wat is je visie op Het Paleis? Folkert: “Het pand heeft historische waarde en als je die kunt behouden, is dat goed voor de stad en de wijk. Ook is het van belang dat er ontmoetingsplaatsen zijn waar kruisbestuiving plaatsvindt tussen diverse disciplines.” Anneke: “Ik was een keer in zo’n oud fabriekspand, een sigarettenfabriek geloof ik, in Rotterdam of Amsterdam. Daar trof ik toch een andere dynamiek. Ze deden er alles zelf; die share-economy zie je daar echt tot stand komen. Dat zie je hier niet. Misschien wel omdat het hier wat te goed geregeld is.” Jullie hebben mooie carrières, zijn er nog tips voor startende ondernemers in de culturele en creatieve sector? Jacques: “Los van het inhoudelijke moet je niet veronachtzamen hoe je er zakelijk in staat. Tenminste, als je uiteindelijk wilt kunnen leven van je kunst.” Anneke: “Ik was laatst bij een bijeenkomst voor startende bedrijfjes. Starters konden vragen stellen over juridische zaken, boekhouding en marketing, zoals ‘Hoe benader ik de bank?’ en ‘Hoeveel geld moet ik uitgeven aan marketing?’. Er zijn veel mensen zoals wij die gratis advies willen geven. Zo’n carrousel is hartstikke leuk! Aan het eind van de dag had men een ondernemingsplan en een groter netwerk.” Folkert: “Wat meer kennisoverdracht zou praktisch zijn. Beginnend kunstenaars hebben vaak een wat vertekend beeld van financiën en marketing: dat zal wel ingewikkeld en duur zijn.”

Anneke Jelsma

47


49

Gesprek met Tom Vuyk

De horecaman Tom Vuyk Eigenaar van De Brasserie, het hotel en de zalen in Het Paleis

We bevinden ons in De Brasserie; het culinaire centrum van Het Paleis. Vandaag interviewen we Tom Vuyk, horecaman in hart en nieren en sinds kort officieel eigenaar van zowel De Brasserie, als het hotel en de zalen. Ruim twee jaar geleden werd hij gevraagd door het stichtingsbestuur dat tot de conclusie was gekomen dat de horeca in Het Paleis een echte ondernemer nodig had. Jacques Muller, bestuurslid en zelf ervaren horecaondernemer, kende Vuyk nog van het Groninger Museum. Daar heeft hij jarenlang het Museumcafé geleid, eerst als bedrijfsleider en later als ondernemer in loondienst. Tevens heeft hij als zelfstandig ondernemer Café Lent opgestart in het woonforum aan de Peizerweg.

“De Brasserie, oorspronkelijk bedoeld voor de kunstenaars, is nu tevens een ontmoetingsplaats voor zakelijk publiek en buurtbewoners.”

Karlijn de Boer en Tom Vuyk in de Brasserie

“Het idee sprak me direct aan, voornamelijk door de combinatie van cultuur en horeca.” Op 7 oktober 2014 nam Tom officieel De Brasserie, de zalen en het hotel over, maar officieus was hij hier al veel langer bezig. “De horeca is hier nog enorm in opbouw. Ik kon goed merken dat er geen echte ondernemer aan het roer had gestaan. De Brasserie zit in een gekke hoek en niet midden in het centrum waar alles als vanzelf komt aanwaaien. Ik heb vanaf het begin de focus gelegd op meer herkenbaarheid, duidelijkheid en bekendheid.” De Brasserie, oorspronkelijk bedoeld voor de kunstenaars, is nu tevens een ontmoetingsplaats voor zakelijk publiek en buurtbewoners.

“Wat hier gebeurt is eigenlijk het Groninger Museumcafé light.” Doorkijk naar keuken van de Brasserie


50

Gesprek met Tom Vuyk

Hotelkamer

In De Brasserie zijn regelmatig avonden met live muziek, in samenwerking met Clay Records, dat in Het Paleis een opnamestudio heeft, en op zondag worden workshops gegeven. “We hebben de kwaliteit hier flink opgeschroefd de afgelopen jaren. De chef-kok is afkomstig uit het Groninger Museumcafé en we hebben een van de beste menukaarten van de stad qua prijs-kwaliteitverhouding. Doordat we zoveel mogelijk werken met biologische en duurzame producten en ook door de culturele setting hier, zijn we geliefd bij een hoger opgeleid publiek.” Op dit moment is De Brasserie tevens een van de grootste cateraars van De Watertoren. “We zitten nu in een goede ontwikkeling. Als we dit kunnen vasthouden, voorzie ik zonnige tijden voor dit onderdeel van Het Paleis.”

“De hotelkamers zijn op unieke wijze ingericht door verschillende Groningse kunstenaars.” Erlenmeyerzaak

Het hotel heeft een hoge bezettingsgraad en wordt veel gebruikt door mensen die voor langere tijd hier in de stad verblijven. De hotelkamers zijn op unieke wijze ingericht door verschillende Groningse kunstenaars. Doordat er een huiskamer, keukentje en gemeenschappelijke koelkast is, kunnen gasten hier als het ware een tweede huis creëren. De zalen zijn steeds vaker gevuld, mede door het grote netwerk van Tom. In de verschillende zalen wordt vergaderd, er worden yogalessen gegeven en in de grote zaal worden onder andere bruiloftsfeesten en symposia gehouden. “Laatst is er zelfs een kraamfeest gegeven voor 150 man!” Tom is opgetogen over de omgeving van Het Paleis. “Deze hoek van de stad is zo mooi geworden. Stadsplanning werpt echt z’n vruchten af. Het festivalterrein, de containerwoningen en het Infoversum; het klopt gewoon. Het unieke van deze hoek is dat je alles bij de hand hebt. Er zijn hier winkels, supermarkten en horeca. Het centrum is op vijf minuten loopafstand en bovendien zijn het plantsoen en het jaarlijkse Noorderzonfestival om de hoek. Het voelt hier alsof je in een klein dorp zit.”

De Mortier, vergaderruimte


52

Gesprek met Petra Koonstra

De creatieve industrie We zijn nogmaals op bezoek bij Petra Koonstra, initiatiefnemer van Het Paleis en rasverteller. Deze keer wil ze ons een beeld schetsen van de creatieve industrie, een onderwerp waar ze zich jarenlang in heeft verdiept en ook meermalen over heeft gepubliceerd. Speciaal voor 5 jaar Paleis kregen wij het beknopte verhaal over het ontstaan van de creatieve industrie. Petra: “Deze onderbelichte industrie is een economische factor van belang en zal alleen maar verder groeien. Veel mensen hebben dit nog niet echt in de gaten. In het begin heb ik flinke discussies gehad met politici die zeiden: ‘Ach, die creatieve industrie is een hype.’ Maar een hype impliceert dat het overgaat en dit is blijvend. Deze industrie zit in een flinke groei en wij moeten daarin meegaan. Ik deel graag mijn kennis en inzichten met anderen, opdat zij hier ook een rol in kunnen gaan spelen.” “Voor 1800 woonden de meeste mensen hier op het platteland. De stad was toen nog veel kleiner. Daarbuiten waren alleen vlaktes en dorpjes. Iedereen leefde in die tijd van het vee, de verbouwde gewassen en de ruilhandel. Vanaf het moment dat de industriële revolutie overwaaide vanuit Engeland, kwam de grote trek naar de stad. Fabrieken werden uit de grond gestampt en steden breidden zich uit. In veel steden zie je dan ook nog veel fabrieken midden in de stad, zoals in Amsterdam en Eindhoven. De grote gasfabriek van Groningen stond achter de plek waar Het Paleis nu staat en is in 1962 grotendeels afgebroken. Er staan nu nog enkele gebouwtjes en een pijp. Toen de productie van veel fabrieken werd verplaatst naar lagelonenlanden, begon een nieuwe beweging: een tweede hippietijd. Na de flowerpowertijd in de jaren zestig en zeventig hadden we het computertijdperk en waren mensen meer gericht op geld verdienen en materiele zaken. Wat dat betreft spelen kunstenaars en creatievelingen een belangrijke rol in de wereld. Zij kijken zij toch heel anders tegen het leven aan; werk is secundair en creëren staat voorop. In die nieuwe hippietijd streken kunstenaars neer in de prachtige stenen gebouwen die opeens leeg stonden. Daar creëerden ze eigen communities met alternatieve cafés, ateliers en theaters. Die locaties werden goed bezocht en werden zo populair dat dat hele stuk stad een boost kreeg. Ineens kwamen ook de commerciële bedrijven op die plekken af, waardoor de huurprijzen werden verhoogd en de kunstenaars weer konden opkrassen. Dertien jaar geleden zijn we, samen met enkele ondernemers uit de Ebbingestraat, begonnen met het aanpakken van het Ebbingekwartier. Inmiddels is het gebied een hotspot van Groningen. Er is meer horeca bijgekomen, er staan containerwoningen, er is een festivalterrein en binnenkort wordt er


53

The Student Hotel gebouwd. Sinds kort staat het prachtige Infoversum schuin achter Het Paleis. Het ufo-vormige 3D-theater is een zogenoemde landmark, net als de Pijp. Het is echt onze Pijp; we hebben hem laten restaureren en ledlichten geplaatst. Als je een gebied wilt ontwikkelen moet je zorgen voor landmarks, ook wel oriëntatiepunten genoemd, zoals de Eiffeltoren in Parijs. Het gebied is een groot succes. Laatst kregen we twee volle bussen uit Amsterdam op bezoek. Toen dacht ik: ‘Zo, uit Amsterdam?’ Daar vinden ze over het algemeen dat zij ‘het’ zijn. Langzaamaan zijn steeds meer particuliere initiatieven zichtbaar. De burger is aan zet. Voor al het werk dat wij hebben verzet, komt nu ook meer erkenning. Er is tegenwerking geweest, maar ook waardering van onder andere OCSW (Onderwijs, Cultuur, Sport en Welzijn), die er mede voor heeft gezorgd dat ik een ridderorde kreeg. De grootste fout die mensen maken is dat ze de creatieve industrie alleen koppelen aan kunstenaars. Maar zaken op een creatieve manier aanpakken hoort daar ook bij, zoals het in elkaar zetten van een verzekering, het ontwikkelen van een pand of het vormgeven van een gebied. Kunstenaars zijn vaak erg op zichzelf gericht, een kenmerk van autonoom kunstenaarschap. Toch moeten juist die kunstenaars zorgen dat ze meekomen in deze nieuwe manier van denken. Een grote valkuil voor vrije kunstenaars is dat ze niet samenwerken en de termen voor de nieuwe economie zijn juist ‘samenwerken’ en ‘duurzaamheid’. Wat duurzaamheid betreft zijn kunstenaars belangrijk, omdat ze daar op een andere manier over nadenken en daardoor veel kunnen betekenen. Dat geldt bijvoorbeeld op het gebied van afvalverwerking en de bio-industrie. Duurzaamheid is een nieuwe en innovatieve factor. Je kunt niet meer zomaar van alles ontwikkelen zonder je af te vragen waar je mee bezig bent. Langzamerhand verdwijnt de productie uit Nederland, terwijl de handel juist ons grote talent is. Het ontwikkelen van nieuwe ideeën en innovatieve producten wordt dan noodzakelijk, of dat nu een medicijn is of een andere manier van impregneren. Het bedrijfsleven, creatieve professionals en kennisinstellingen, zoals universiteiten, zouden elkaar moeten opzoeken. Uit die samenwerkingen kunnen bijzondere innovaties voortkomen, waarbij iedere sector zijn eigen kennis en kunde inbrengt en de ander inspireert. Een mooi voorbeeld van zo’n samenwerking komt van Koninklijke Tichelaar Makkum, een aardewerkfabriek uit 1572. Als een van de weinige fabrieken in de wereld is deze blijven investeren in de ambachtelijke productie van tegels. Toch moest ook Tichelaar vernieuwen om het hoofd boven water te houden toen de concurrentie uit de lagelonenlanden begon. Een zoon nam de boel over en vroeg kunstenaars voor de vormgeving van een eigentijdse servieslijn. Toen ook architecten de fabriek op keramisch gebied ontdekten, kon het bedrijf een nieuwe weg in slaan. Dankzij deze innovatieve houding en het behoud van de ambachtelijke vervaardiging loopt de onderneming nu weer als een trein.

Bedrijfsleven

Innovatie

Kennis instellingen

Creatieven


55

Verantwoording Van de actie Doe mee, koop een atelier in 2003 naar een cultuurverzamelgebouw in 2009 is een niet-geringe stap.Van Scheikundelaboratorium van de Rijksuniversiteit Groningen naar Het Paleis Groningen kan met recht een sprong genoemd worden. Het Paleis Groningen is een door de architect Jan A. Vrijman in 1912 ontworpen monumentaal gebouw in de stijl van het Hollands Classicisme. Tegenwoordig kunnen kunstenaars en bewoners er een atelier of appartement kopen; startende kunstenaars en andere cultureel ondernemers kunnen er een werkplek of kantoor huren. De renovatie van het gebouw werd mogelijk gemaakt door de gemeentelijke en provinciale overheid en door een idealistisch gestemde woningcorporatie met een maatschappelijke missie: Nijestee. Nijestee deed dat in samenspraak met KUUB, adviesbureau voor particuliere bouw, onder de vlag van de stichting COB10: de Stichting Culturele Ontwikkeling Bloemsingel 10. De stichting koos DAADarchitecten uit Beilen uit om de transformatie van het gebouw vorm te geven. In het stichtingsbestuur hadden, naast eigenaar Nijestee en adviseur KUUB, ook Groningse kunstenaars zitting. Aanjager van het gehele project, Petra Koonstra, ontving er na afloop een lintje voor, uitgereikt bij de opening van het Paleis. Het Paleis moest een plek worden van inspiratie en innovatie ĂŠn het moest uitstraling hebben. Als we nu de balans opmaken kunnen we concluderen dat veel van de ambities verwezenlijkt zijn. Toegegeven, het project artist in residence/gastenverblijven is op een laag pitje gezet. Maar verder zijn de meeste functies overeind gebleven, hoewel hier en daar wel bijgesteld en naar de huidige eisen van de markt omgebogen. De gastenkamers worden nu ook commercieel verhuurd, in de grote, voormalige collegezaal wordt wel eens getrouwd en voor het restaurant werd een ervaren, maar cultuurgeĂŻnspireerde horecaondernemer aangetrokken. Met een gedicht kun je geen ruit ingooien, sprak de dichter Gerrit Kouwenaar al. In een economische crisis moet je de tering naar de nering zetten: nogal wat cultureel ondernemers verlieten het pand. Hiertegenover staat dat er nog steeds nieuwe ondernemers worden aangetrokken, dat er weinig verloop is onder kunstenaars en bewoners en dat de diverse functies elkaar in de praktijk maar zelden bijten. Integendeel zelfs: de opdracht van COB10 voor het maken van dit boekje ging naar twee startende kunstenaars met een werkplek in het Paleis. Het Paleis Groningen is zijn verworvenheden aan het bestendigen en innoveert, ook middenin een crisis. Namens het bestuur van de stichting COB10. Jane Leusink (bestuurslid)

Literatuur: Van Droom naar Werkelijkheid. Subsidieaanvraag Woningcorporatie Nijestee. Groningen 2004 Bestemming bereikt. Uitgave Platform GRAS/Gemeente Groningen 2011 Wonen doe je zelf. Uitgave Platform GRAS/Nijestee 2013 Ateliers in Groningen. Brochure HaViK, Groningen 2014


Colofon Jubileumboekje Het Paleis 5 jaar Eerste druk Jaar van uitgave: 2015 CopyrightŠ 2015 Het Paleis, stichting C0B10 In opdracht van stichting COB10 Interviews: Karlijn de Boer/Schrijfstudio de Boer Voorwoord: Zomer 2015, Het bestuur van de Stichting Culturele Ontwikkeling Bloemsingel 10 (COB10) Verantwoording: Het bestuur van de stichting COB10 Eindredactie: Jane Leusink Drukwerk: Chris Russell Omslagontwerp: Heleen ten Kate, He!leen, visuele communicatie en vormgeving Vormgeving binnenwerk: Heleen ten Kate, He!leen, visuele communicatie en vormgeving Fotografie: Heleen ten Kate en Petra Koonstra Oplage: 1000 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd, door middel van druk, fotokopieÍn, geautomatiseerde gegevensbestanden of op welke andere wijze ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever.


Profile for Landschapsbeheer Groningen

Het Paleis 5 jaar  

Het boekje over de geschiedenis van de eerste 5 jaar (2009-2014) Paleis. Ontwerp: He!leen, www.hehallohoi.com Teksten: Karlijn de Boer, ww...

Het Paleis 5 jaar  

Het boekje over de geschiedenis van de eerste 5 jaar (2009-2014) Paleis. Ontwerp: He!leen, www.hehallohoi.com Teksten: Karlijn de Boer, ww...

Profile for hehallo
Advertisement