Page 19

De herkomst van Lut Lierelij In het verhaal ‘De andere wereld’ is de dwerg Kwetal in gezelschap van een eigenaardige muzikant: Lut Lierelij. Diens uiterlijk doet denken aan een middeleeuwse minstreel. Hij bespeelt een soort luit – vandaar ook zijn voornaam, al noemt de verteller het instrument een ‘tweesnarige gitaar’ – en zingt liederen in een merkwaardig taaltje: ‘Tutu, Lent is inte knoppen, Lude sing tutu, Te radiks kruupt te pitten uut, So fatte luut, En lude singt tutu.’ (afl. 0415) ‘Fatte luut, En singet u tutu, En huphop vro en bliede nu, En sing tutu nu, sing tutu. Wel singet u, Tutu, tutu.’ (0416) ‘Twiettwiet, O hoort die nachtigalen/ Int finster Wold/ Se

galen blied hun lied/ Dort finster Wold/ So gaalt se na dat kuise lied/ Twiet twiet, piet en twiet, ja twiet.’ (0474) ‘Joechei, ’t Somert allerwegen/ So kwikt te kwinkeleer/ Bie sonne en bie regen/ al heen en al weer/ Al op en al neer/ Joechei, joechei!’ (0481) Deze woorden wekken onmiskenbaar een middeleeuwse indruk. Het is dan ook niet verbazend dat Hans Werkman in zijn bundel met boekbesprekingen Kees & Co (1994) schrijft dat de zanger Lut Lierelij liederen kweelt “die prachtige persiflages zijn van de middeleeuwse gedichten van Henric van Veldeke met hun beroemde ‘Natureingang’.” Hij geeft een voorbeeld van een gedicht uit de bundel 25 minneliederen van deze

19

Profile for heerbommelenMTVC

Clubblad nr. 81  

Clubblad nr. 81

Clubblad nr. 81  

Clubblad nr. 81

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded