Page 1

nr 79 • maart 2011 • jaargang 21 Toondertijd is het driemaandelijks tijdschrift voor leden van de Marten Toonder Verzamelaars Club, afgekort MTVC. Voorzitter: Arnoud Alderlieste Tollenskade 32 2274 LV Voorburg tel. 070 3836360 aws@toondertijd.nl Bijzondere projecten: Henk Arens Wilhelminastraat 16, 2382 HE Zoeterwoude Tel. 071-5891103 dickerdack@toondertijd.nl

Lidmaatschap Het lidmaatschapsgeld kan worden gestort op Postbankrek. Nr. 626.11.21 t.n.v. de Marten Toonder Verzamelaars Club, Zoetermeer en bedraagt dit lopende kalenderjaar €17,50. Leden buiten Europa betalen €24,- i.v.m. hogere verzendkosten Kopij Kopij voor het juni nummer dient uiterlijk woensdag 27 april 2011 in het bezit te zijn van de redactie. de redactie houd zich het recht voor een ingezonden stuk in te korten of te wijzigen.

Beurzen: Arnoud Alderlieste Tollenskade 32 2274 LV Voorburg tel. 070 3836360 beurskraker@toondertijd.nl

Copyright Niets uit deze uitgave mag zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het auteursrecht worden overgenomen. Copyright op alle illustraties berust bij Stichting Toonder Auteursrecht, tenzij anders vermeld. Voor overige illustraties zoekt de MTVC contacten met rechthebbenden om toestemming voor de publicatie te krijgen. Niet altijd zijn echter de rechthebbenden te traceren.

Clubblad: redactie Bastiaan Koijck Tel. 059 2302931 opmaak Ed Bakker fanth@toondertijd.nl

De MTVC is sinds 1991 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nr. 40.26.02.55

Secretariaat: Ton Michels Goudenregenzoom 120 2719 HD Zoetermeer Tel. 079 - 3616343 dorknoper@toondertijd.nl

Website: www.toondertijd.nl beheer Ed Bakker prlwytzkofski@toondertijd.nl Met dank aan iedereen die ons ook dit nummer weer de nodige informatie heeft verstrekt, vragen stelde of op andere wijze medewerking verleende. Verantwoordelijkheid voor onder naam gepubliceerde artikelen berust uitsluitend bij de desbetreffende.


Voorwoord Op 1 december 2010 vond in het Letterkundig Museum de officiële overdracht plaats van het Toonderarchief aan de Nederlandse staat. In deze Toondertijd kunt u de integrale tekst nalezen van de speech die Toonder-biograaf Wim Hazeu hield. Hij sprak ook over de soms literaire schoonheid van de brieven van Toonder. “Zelden is een brief alleen maar zakelijk, vaak is een brief ironisch of humoristisch, nooit is een brief saai, en meestal is een brief boeiend vanwege het woord- en beeldgebruik en de constructie.” Hij roept bezitters van brieven van Toonder op deze af te staan aan het Letterkundig Museum, zodat zij aan het Toonderarchief kunnen worden toegevoegd. De integrale tekst van de lezing van Eiso Toonder (bij de overdracht van het archief) is te lezen in Fijne trillingen nr. 18, het donateursblad van stichting Museum De Bommelzolder, dat februari 2011 verscheen. Eiso Toonder kreeg op 12 maart 2011 officieel waardering voor zijn eigen creatieve werk, maar ook voor zijn grote bijdrage aan dat van zijn grootvader Marten, zijn vader Marten, zijn moeder Phiny Dick en zijn oom Jan Gerhard. Hij kreeg daar de Bulletje en Boonestaak Schaal. Deze prijs wordt sinds 2003 toegekend door

Het Stripschap en de Bulletje en Boonestaak Club aan stripmakers die aan de wieg hebben gestaan van het Nederlands beeldverhaal. Wij zijn Eiso Toonder ook zeer erkentelijk voor het voorwoord van Bram Ibrahim, deel 3 in de serie Marten Toonder classics van de MTVC. Deze strip was Martens eerste inkomstenbron. En nu kunnen alle MTVC-leden de meest complete versie van het Bram Ibrahim-verhaal lezen. De afbeeldingen en teksten zijn afgedrukt op het oorspronkelijke formaat als gebruikt in de K.R.O.-Gids en in de oorspronkelijke kleur: zwart. Het is een mooi hardcover boek geworden van meer dan 100 pagina’s. Het is niet alleen een verlaat kerstcadeau, maar hiermee vieren wij ook 20 jaar MTVC! En op 20 januari 2011 was het alweer 25 jaar geleden dat de laatste Bommelstrip verscheen. Gerrit de Jager maakte toen zijn gelegenheidsstrip Tom Push, waarin Tom Poes auditie moet doen, nu hij voortaan zonder Bommel door het leven moet. Gerrit gaf ons toestemming zijn strip in deze Toondertijd te plaatsen. Zaterdag 21 mei 2011 hopen wij u weer in grote getalen te zien tijdens de MTVC-beurs in Koog aan de Zaan.

Arnoud Alderlieste 2


Een onwaarschijnlijke combinatie, maar niet ondenkbaar! Olivier B. Bommel en leiderschap? “Wat is dat voor ener wááánzin?” Het is een vreemde of zelfs schurende combinatie! Leiderschap is immers ‘is one of the most magnetic words in the English language. Mention it, and a perceptible aura of excitement, almost mystical in nature, appears. Macbeth, Marie Antoinette, Hannibal, Caesar, such names are electric!.” En Bommel? Bommel is een toch lichtelijk chaotisch, onhandig, teerhartig en egocentrisch typetje dat constant door anderen gered moet worden uit benarde situaties. Niet direct het schoolvoorbeeld van een echte leider. Veel meer een lijder. Niets is echter wat het lijkt te zijn. Wij beoordelen Bommel echt verkeerd en veelal te lichtzinnig: “... Men denkt weleens, dat ik een oppervlakkig leven leid. Ikzelf ook trouwens. Maar men vergist zich; dat zal ik ze laten inzien.” (De Grijze Kunsten (1976). In mijn boekje ’t Wordt tijd dat ik de leiding neem’, toon ik aan de hand van het verhaal Het Bommel Verschiet onomstotelijk aan dat onze beer wel degelijk een leider is. Weliswaar met een wat onorthodoxe leiderschapsstijl, maar dat is niet het criterium. Het criterium van leiderschap is of iemand erin slaagt om 1. voorgenomen

doelstellingen 2. weet te realiseren 3. met en via zijn volgelingen. In mijn analyse van het verhaal laat ik zien dat Bommel aan al deze subcriteria voldoet. Hij zet de koers uit en formuleert een duidelijke doelstelling. Al zijn avonturen lopen goed af en hij weet zijn voornemens te realiseren. En, wat betreft het allerbelangrijkste subcriterium, dit lukt hem alleen dankzij zijn team (in dit verhaal dus Tom Poes en Joost). Dit vastgesteld hebbende is het verdraaide interessant om eens te kijken wat het geheim is van Bommel’s leiderschap. In het bestek van dit artikel wil ik me beperken tot slechts drie kenmerken die de basis vormen van zijn leiderschapsDNA (zie schema). Laten we beginnen met ‘chronische stempeldrang’. Allereerst constateer ik dat Bommel de chronische (misschien zelfs wel pathologische) neiging heeft om op elke situatie zijn stempel te willen drukken. Hij wil voortdurend 3


de dingen en situbarrières, problemen atie naar zijn hand en crisissen tijdens zetten. Dat dit zijn avonturen op te zelden lukt is de lossen. Bommel is charme van het bepaald niet het type verhaal, maar dat van de competente laat onverlet die leider: bij het minste sterke drijfveer van en geringste is hij hem om de leiding te willen nemen. zogezegd handelingsonbekwaam. En Chronische stempeldrang noem ik daarmee onthuld hij een belangrijk dit fenomeen. En wat het interesgeheim rondom Leiderschap. Want sante van deze constatering is, is dat waar draait het om in Leiderschap?: dit een vaak over het hoofd gezien medewerking creëren bij je medekenmerk is wat leiders onderscheid werkers en volgelingen! En dat van niet-leiders. Bommel laat lukt onze Bommel wonderbaarlijk zien dat leiderschap in essentie goed. Zijn gebrek aan vertrouwen geen kwestie is van capaciteiten, in zijn eigen probleemoplossend competenties en allerlei modern vermogen weet hij namelijk op hero-achtige eigenschappen. Nee, ongeëvenaarde wijze te combineren die vreemde neiging om de dingen met een volstrekt vertrouwen in zijn en mensen naar je hand te zetten ‘hulptroepen’. Door het erkennen is ‘the difference which makes the van zijn incompetentie wil zijn team difference’ tussen tussen leiders hem voortvarend bijstaan. Zij gaan en niet-leiders. Ook al heb je alle als een speer! Bommel laat zien dat capaciteiten, zonder chronische er niets zo aantrekkelijk is als het stempeldrang wordt je nooit leider volgen van een leider die het ook niet meer weet en/of absoluut onhandig Laten we verder is in het uitoefenen gaan met het tweede van zijn functie! Dat onderdeel van roept automatisch Bommel’s leiderde ‘Moeder van alle schapsDNA. Onze Reflexen’ op bij ons continue stempeallen, namelijk willen lende beer weet dit helpen enzo. Onze op ongeëvenaarde bazen en chefs zouden wijze te combineren op dit terrein nog heel met zijn volstrekte wat van kunnen leren onmacht en onvervan onze incompemogen om de onvertentie beer! mijdelijk optredende 4


Maar het allerbelangrijkste wat ze misschien kunnen leren van onze heer is de aard van de doelstellingen waar hij (soms) voor gaat! Ondanks al zijn egocentrisme en kleinzieligheid is Bommel bepaald niet platvloers. Integendeel: hij is een Geroepene en een Gedrevene! Gedreven door wat? In zijn stempeldrang laat Ollie zich niet leiden door allerlei grofstoffelijke en grondstoffelijke doelstellingen, maar door verheven idealen, humanitaire overwegingen en absolute opvattingen over Goed en Kwaad. A Man with a Mission. OBB beschouwt zichzelf overduide-

lijk als een heer die zich naar zijn statuur, afkomst, positie en stand verplicht voelt om Op te Voeden, Recht te Zetten en de Koers Uit te Zetten. Noblesse oblige! Adel verplicht. Vermogen verplicht. Stand verplicht. Positie verplicht.

Talent verplicht. Verplicht tot grootse daden. Die Bommeliaanse drang tot Grote Daden, die verder gaat dan de alledaagse, platvloerse en eigen gewin najagende belangen, is toch iets wat een Leider onderscheid van een leider? Bommel blijkt dus onorthodoxe wijze een verrassend voorbeeld te zijn voor (boven-)bazen. Hij onthult geheimen rondom de kunst van het leidinggeven die snel over het hoofd worden gezien, maar ons wel aan het denken zetten. Het is o.a. die bijzondere chemie tussen ingrediĂŤnten als noblesse oblige, chronische stempeldrang en het erkennen van de eigen incompetentie die van Bommel een bijzonder leider maken. En het mooie is dat leidinggevers zich Bommels leiderschapsDNA eigen kunnen maken. Doe de Bommel Test (op www.stempeldrang. nl) om te zien waar je op deze punten nu staat en waarin je stappen kunt maken richting Bommeliaans Leiderschap! ISBN 9789023247340 www.stempeldrang.nl

Rolf Mulder 5


Toonder in de mobilisatie Een jaar of 4 geleden werd ik geconfronteerd met een zeer interessante maar naar later bleek, behoorlijk frustrerende tip over vermeend werk van Marten Toonder in het kader van de mobilisatie van het Nederlandse leger in 1939-1940. Volgens de tipgever, een verzamelaar van alles met betrekking tot deze mobilisatieperiode, zou Marten Toonder een serie van 12 ansichtkaarten getekend hebben met als onderwerp deze mobilisatie. Deze tip nam ik uiteraard ter harte en ik ging op zoek....en op zoek‌ en op zoek. Maar helaas, de kaarten bleken onvindbaar en de twijfel van het daadwerkelijke bestaan ervan sloeg toe. Ongeveer 2 jaar na die tip werd ik uit mijn lijden verlost, en wel door dezelfde tipgever. Hij had een serie van deze ansichtkaarten voor mij te koop, namelijk uit zijn eigen collectie. Volgens hem heeft hij er 30 jaar over gedaan om het compleet te krijgen en naar zijn weten was hij op dat moment de enige verzamelaar die de serie

compleet had. Uiteraard heb ik toen een enorm bod gedaan dat hij vervolgens niet kon afslaan, zodat mijn frustraties werden omgezet in een blij gevoel. De serie van 12 kaarten werd in 1939 uitgegeven door J. Philip Kruseman te Den Haag en naast tekeningen van Marten Toonder, heeft het ook versjes van Wouter Loeb. Eiso Toonder wist mij te melden dat zijn vader deze tekeningen heeft gemaakt op verzoek van de bekende tekenaar Jo Spier, die toen bij de Voorlichtingsdienst van het Nederlandse Leger betrokken was. Het mooie aan deze vondst is dat dit ook meteen de oudst bekende serie ansichtkaarten is dat Marten Toonder heeft getekend. Ouder dan de mooie witte- en bruine berenkaarten en ook ouder dan de prachtige kabouterkaarten die Marten toonder tijdens de bezetting tekende. In het volgende nummer van Toondertijd zal ik een andere recentere vondst melden van tot dan toe onbekend Marten Toonder werk. Kelvin Buck

6


7


Tom Push Wederom een strip van anderen over onze helden. Deze is gemaakt door

8

Gerrit de Jager en verscheen op 25 januari 1986 in het Parool. Henk Bom


Verdwenen woorden Aanminnelijk, bardezaan, gasteling, en voelde me direct thuis in deze heulbol, klompenvolk, lichtmisvergeten woorden, een aanwinst voor serij, onbandig, en nog 743 andere de Nederlandse taal, al zijn het juist woorden, waarvan er vele zo uit het deze woorden die zijn afgeschreven, Bommeliaans zouden kunnen komen. MT zou er blij mee zijn geweest, hij heeft er een aantal van kunnen Ik vond deze woorden in een net gebruiken: een aanrader voor uw uitgegeven boekje door Van Dale: boekenkast. ‘het Modern Verdwijnwoordenboek’ Henk Dragt

Autobiography Toonder in English? Being a 21-year old Norwegian, I was introduced to Marten Toonder’s brilliant ‘Tom Puss’ through some Swedish translations of the series, and was quickly made an addict to his charming drawing style, ability to portray complex characters within seemingly traditional anthropomorphic characters, as well as the intriguing stories which so smoothly combine fantasy, humor, mystery and social commentary. Now, as I am unable to understand his native language, a few biographical articles in English on the web seems to be the only way for me to

study his work further. I do know he wrote an autobiography; is there any possibility that this book may be translated into English or a Scandinavian language? It would mean so much to me to be able to read some of Toonder’s own thoughts about his work, his writing methods and inspirations, as I am struggling to become a professional cartoonist myself and consider Toonder to be a major influence. How did he come up with all these great stories? Natural Thanks in advance. Best regards, Snorre Buster Smari Mathiesen

p.s.: als leden een en ander over het leven van Marten Toonder in het Engels hebben liggen, mail het graag naar de redactie. fanth@toondertijd.nl Dan kunnen we ons buitenlandse lid hiermee blij maken en zijn ontwikkeling bevorderen… Redactie

9


Overdracht Toondercollectie aan Letterkundig Museum De Erven Marten Toonder hebben op 1 december 2010 het belangwekkende archief overgedragen aan het Rijk, dat het heeft uitgeroepen tot nationaal erfgoed. Namens de staat geeft Instituut Collectie Nederland (ICN) het vervolgens in beheer aan het Letterkundig Museum. Het ICN maakt onderdeel uit van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap. De belangrijkste stukken uit het omvangrijke archief van de schrijver en tekenaar zijn de circa tienduizend bewaard gebleven originele Tom Poes-stripstroken. Maar ook opzetjes, schetsen en originelen van zijn andere series, zoals Kappie, Panda en Koning Hollewijn, zijn in het archief te vinden. Verder bestaat de collectie uit een groot aantal vroege illustraties, illustraties uit de oorlogstijd, vrijwel alle originele covertekeningen van de reeks Bommel-pockets en vrij tekenwerk, evenals versies van zijn autobiografie, correspondentie, onderscheidingen en merchandise. Daarnaast bevat de collectie veel persoonlijk materiaal, zoals familiefoto’s, alle zakagenda’s (behalve 1943), fanmail en huisraad. Ook behoren delen van de nalatenschap van Marten Toonder sr, schrijver Jan Gerhard Toonder en Toonders vrouw, tevens schrijfster/illustratrice, Phiny Dick tot de aanwinst. De voorraad tekeningen van de Toonder Studio’s die Toonder 10

Compagnie op 22 maart 2010 kocht, valt niet onder deze overdracht. Het Letterkundig museum wijdt een kleine tentoonstelling aan de collectie. Te zien zijn: enkele originele Tom Poes-stripstroken, Tom Poesmanuscripten die inzage bieden in de werkwijze van Toonder middels de grote hoeveelheid handgeschreven correcties, ,een brief van Phiny Dick, documenten betreffende JG Toonder en Toonder senior,. Deze en andere hoogtepunten uit het archief zijn vanaf 1 december 2010 te bewonderen. De successieregeling biedt erfgenamen de mogelijkheid om de aanslag successierecht te voldoen door de overdracht aan het rijk van belangrijke kunstwerken. Particulieren (verzamelaars en kunstenaars) kiezen er bewust voor hun kunstwerken na te laten aan het rijk en niet aan één bepaald museum te schenken. Als deze voorwerpen niet direct in beheer worden gegeven aan een van de voormalige rijksmusea, komen deze voorwerpen in beheer bij het ICN. Daar komen ze in de ICN-collectie, waar ze administratief bij elkaar blijven maar fysiek geplaatst kunnen worden waar ze het best functioneren. Voor wat betreft de werken van Marten Toonder is dat het Letterkundig Museum. Milou Toonder reageert in het NRC van 30 november 2010: “Een deel


van de collectie wordt inderdaad overgedragen aan het Rijk om de successiebelasting te voldoen, maar het grootste deel schenken wij gewoon aan het Letterkundig Museum.” De auteursrechten blijven beheerd worden door Stichting Het Toonder Auteursrecht en geëxploiteerd door de Toonder Compagnie BV.

overdracht bij in het Letterkundig Museum. Aad Meinderts, directeur Letterkundig Museum, heette iedereen welkom. Wim Hazeu, de biograaf die al 2,5 jaar met de Toonder-biografie bezig is, hield een speech, die u hierna integraal kunt lezen. Vervolgens sprak Eiso Toonder. Hij deelde ons mede dat de papieren nalatenschap van zijn vader zo’n honderdeenennegentig en drie Martens zoon Eiso Toonder, kleinzoon kwart kubieke meter beslaat, ruw geschat. Irwin Toonder en kleindochter Milou “Zullen wij erfgenamen dit zo maar Toonder zijn bestuursleden van de schenken aan de staat der Nederlanden?” Stichting Het Toonder Auteursrecht. Deze retorische vraag kwam 4x in zijn toespraak terug en bracht een angstige De directie van de Toonder Compagnie stilte bij het gehoor teweeg, die pas na BV wordt gevormd door Milou Toonder de toezegging dat dit inderdaad zou en Wil Raymakers, succesvol (strip) gebeuren doorbroken werd. tekenaar van Boes, characterdesigner van de Efteling, en al tien jaar tekenaar Eiso vervolgde: “Het was Phiny die orde bracht in de collectie. Dagelijks van Ollie B. Bommel. bracht de post nieuwe kranten met Op woensdagmiddag 1 december bewijsnummers van publicatie, fanmail 2010 woonden zestig genodigden (incl. en alles werd bewaard. Eiso heeft na TV-camera’s van Nieuwsuur) de feestelijke het overlijden van zijn moeder (Phiny

11


Dick) in 1990 het familiearchief verder bijgehouden, geïnventariseerd en op datum gebracht. En nu komt daar na 20 jaar een einde aan. “Dat is een grote stap” verklaarde hij aan Nieuwsuur. “Het is nu van het Nederlands publiek. Het is van individueel erfgoed veranderd in een publiek erfgoed.” De erfgenamen hebben hiertoe unaniem besloten. Tot slot had Eiso Toonder een kleine toegift: hij overhandigde Aad Meinderts een lijst met de eerste twee proefstroken van Tom Poes uit juli 1939 (beter bekend als ëde geboorte van Tom Poes’. Sjoerd van Faassen (hoofd collecties Letterkundig Museum) bracht het gauw in veiligheid.

professionele conservering door het Letterkundig Museum. De ontdekking die Hans Matla in januari 1990 deed was bijvoorbeeld een horrorstory: in het dak van Eyrefield Lodge, het woonhuis van Toonder in Ierland, was een lekkage geweest. Gevolg: meer dan 1.500 stripstroken waren nat geworden en inmiddels aangetast door schimmels. Hele pakken tekeningen waren daarbij aan elkaar geklonterd.

Na het heffen van het champagneglas verklaarde Milou in de Nieuwsuurcamera: “Het gaat goed bewaard worden, het gaat geconserveerd worden. Het zijn allemaal dingen die wij zelf nooit zouden kunnen doen. Als wij het zouden bewaren, dan zou het langzaam vergaan en staat het ergens opgeslagen en nu gaat het opengesteld worden.” Iedereen zal blij zijn met deze

Het was voor de erfgenamen een heel proces om te komen tot de overdracht van het archief aan de Nederlandse staat. Maar de erfgenamen en alle liefhebbers van het werk van Toonder kunnen terecht trots zijn dat de Toondercollectie nu tot ons nationaal erfgoed hoort. Een collectie die beheerd wordt door het Letterkundig Museum!

’s Avonds interviewde Clairy Polak Wim Hazeu en Milou Toonder in de radio 1 studio (Met het oog op morgen). Milou vertelde hier over de verhuizing van Marten Toonder van Ierland naar het Rosa Spier huis in Laren in Hierna stond niets meer de onderte2001. Overhaast is toen een deel van de kening van de notariële akte in de weg. inboedel in bananendozen en scheepsDe volgende erfgenamen zetten hun kisten naar het Letterkundig Museum handtekening: Eiso Toonder, Milou gebracht. Hazeu: “Toonder was echter Toonder, Tania Boler, Paul Hellmann wel ordelijk. Hij had bijvoorbeeld zelfs en een gemachtigde voor de afwezige een map met etiket “GETOB”. Niets familieleden (Aino Toonder, Irwin interessanter voor een biograaf dan te Toonder, Rowan, Mark en Jasmine Boler). weten waar zijn onderwerp over tobt!

Arnoud Alderlieste (met dank aan Willem Feltkamp) 12


De waarde van het Marten Toonder archief Toespraak van Wim Hazeu bij de overdracht van de nalatenschap van Marten Toonder aan het Letterkundig Museum. Den Haag. 1 december 2010. Ik feliciteer Aad Meinderts en zijn bekwame medewerkers, ik feliciteer de Toonder Compagnie en de Erven Toonder met de genomen beslissing.

Alles aan en van Toonder heeft minstens twee gezichten of kanten. De zakenman en de kunstenaar, de Rotterdammer en de Groninger, de Nederlander en de Ier, de kluizeIk lees u voor uit het evangelie van heer naar en de acteur, de realist en de Olivier B. Bommel, en wel uit het boek magiër, de schrijver en de tekenaar. Tom Poes en het Lemland, vers 4169. Hij is archaïsch en modern, behoudend en vernieuwend, behoedzaam De winter viel vroeg in, dat jaar. Een en avontuurlijk. Dat ‘dubbele’ geldt gure noordooster bulderde over het ook voor zijn visie op zijn archief. land en joeg donkere wolken voor Op 25 april 1981 stuurde hij een zich uit, die al gauw alles onder brief aan L.M.A. Marcus, de man een laag sneeuw bedekten. Op Slot die op zoek was naar de eerste Bommelstein klapperden de luiken en Tom Poespublicaties in Tsjechode wind huilde klagend om de torens, Slowakije. Toonder wilde wel iets maar binnen was het warm en gezellig. ‘uit die oertijd’ terugzien, ondanks het feit dat zijn jeugdwerk hem ‘In dit jaargetijde krijgt men mooie altijd verdrietig stemde. gedachten’, zei heer Ollie tot zichzelf. Hij zat tevreden aan de haard en ‘Het is niet zo, dat ik erg aan mijn luisterde glimlachend naar het rumoer archief hang. Die tijd is geweest, van de elementen buiten. maar wat ik had is zo geplunderd en in het ongerede geraakt, dat ik ‘Waneer de dagen donker worden, de aardigheid er in verloren heb.’ krijgt men vanzelf de behoefte om Maar een jaar later zei hij tegen weer eens een zonnetje te verspreiden’, Aad Schouten van het Leidsch zo prevelde hij. ‘Als men tenminste Dagblad dat een kunstenaar niets begrijpt wat ik bedoel. Eenvoudige moest weggooien, ‘want je verklaart lieden hebben het nu o zo moeilijk, heb je leven [dan] tot een mislukking. ik wel eens gelezen.’ Bovendien kun je niet altijd zelf goed beoordelen of iets goed of Volgt nu de preek over hoe het minder goed is.’ Hoe belangrijk verhaal en het beeldverhaal Toonder zijn archief vond bleek samenkwamen. in 2001, toen hij na een verblijf 13


in een Iers ziekenhuis met zijn kleindochter Milou zijn werkkamer bezocht. Hij zag dat hij zijn nalatenschap niet meer kon overzien. En voor de veiligheid kon hij niet meer instaan. Na zijn verhuizing naar het Rosa Spierhuis in Laren moest er zo snel mogelijk een beslissing genomen worden over de in Ierland achtergebleven documenten, tekeningen, schilderijen, brieven. Een deel werd verhuisd naar Laren, onder andere om zijn nieuwe leefomgeving aan te kleden, het andere deel werd op verzoek van Marten Toonder ondergebracht in de kelders van het Letterkundig Museum. Die afspraak werd met de toenmalige directeur Anton Korteweg gemaakt. Hij was naar Ierland gegaan om de omvang van de nalatenschap te kunnen schatten. Daar moest hij Toonder plechtig beloven dat alles veilig was. Dat het tweede deel van de

nalatenschap nu gevoegd is bij het eerste in dit Letterkundig Museum is geheel volgens de wens van Marten Toonder. Toonder zelf is in 2004 nog in het Letterkundig Museum geweest om de portrettengalerij te zien. Hij was, en is opnieuw opgenomen in het pantheon van honderd schrijvers en deelt zijn ruimte met onder andere Slauerhoff en Vestdijk. Voor de commissie van deskundigen was het nooit een vraag of Toonder wel of niet in dit pantheon zou passen. Met andere woorden: de vraag hoe belangrijk is het dat de nalatenschap van Marten Toonder naar het Letterkundig Museum is gegaan, is voor Marten Toonder, en ik neem aan ook voor de Erven Toonder positief beantwoord. Zijn nalatenschap zal vakkundig en veilig worden bewaard, gearchiveerd, en uiteindelijk gedigitaliseerd.

Maar er is een ander belang. In Europees perspectief bezien wordt René Goscinny, de bedenker van de avonturen van Astérix, beschouwd als de sleutelfiguur bij de opkomst van de strip als ‘negende kunst’. Hij wilde met het stripverhaal een volwassen publiek bereiken en maakte volgens zijn biograaf Pascal Orly deel uit van een kleine voorhoede die erin slaagde, om naast artistieke 14

activiteiten, een studio op het gebied van strips en animatiefilms te leiden. De kunstenaar was tevens de baas. Goscinny zorgde in Frankrijk, in Europa en wereldwijd voor de emancipatie van de stripkunst. Naast de Bibliotheque Nationale in het 13e Arrondissement van Parijs is een straat naar hem vernoemd. Op het naambord lezen wij: Rue René


Goscinny, 1926-1977 écrivain, scénariste de bandes dessinées. 1 De Belg Hergé, schepper van Kuifje, is ook een sleutelfiguur in de Europeesche strip-emancipatie. Hij is wereldwijd erkend. In Nederland is Marten Toonder de stripkunstenaar en tekenfilmer en directeur van een tekenfilmstudio geweest. Hij droeg in ons land bij aan de acceptatie van de strip als ‘negende kunst’. Collega’s Alfred Mazure (Dick Bos, 1941), Pieter J. Kuhn (Kapitein Rob, 1945) en Jean Dulieu (Paulus de boskabouter, 1945) waren minder veelzijdig. Hans G. Kresse (Eric de Noorman, 1945) evenaarde de kunstenaar Toonder. Toonder, die niet scheutig was met het geven van complimenten, was aan het eind van zijn leven vol lof over hem. ‘Hij was een van de knapste tekenaars. Een tekeningetje, gewoon een tekeningetje, dat was schilderwerk, een kunstwerkje. Kijk die tekeningen maar eens, die zijn schitterend. Hoe hij een boom maakte voor een achtergrond… De actie van figuren die hij tekende…. Hoe hij een paard liet lopen, hoe hij mannen zwaarden liet zwaaien.’ Volgens sommigen overtrof de tekenaar Kresse de tekenaar Toonder. Maar Kresse was als schrijver de mindere van Toonder en Kresse was geen 1  Parijs kent sinds 1 maart 2001 deze straat, Almere kent sinds 19 mei 2004 de Marten Toonderlaan.

directeur van een teken(film) studio. Een directeur, die tal van striptalenten de kans gaf om zich te ontwikkelen, onder wie Kresse. Welnu, het is van belang dat de veelzijdige Toonder nu door middel van originele tekeningen, strips en door middel van correspondentie met andere striptekenaars, in het Letterkundig Museum is ondergebracht. Dat past in een ontwikkeling bij de overheid, die de laatste jaren meer belangstelling voor het Nederlandse striperfgoed heeft gekregen. Ons land heeft toonaangevende striptekenaars voortgebracht, het huidige talent is van hoog niveau, de strips zijn een belangrijk onderdeel van het Nederlandse cultuurpalet geworden. Met de instelling van de ‘Marten Toonder Stripprijs’ heeft de regering getoond alle erkenning aan deze kunstvorm te willen geven. In dit verband moet ik wijzen op het NIBBI, Nederlands Instituut voor het Beeldverhaal en de Beeldillustratie. Dat Instituut pleit voor het samenbrengen en veilig stellen van het striperfgoed. Te beginnen met de grootste Nederlandstalige stripcollectie van Hans Matla, zegge en schrijve zeshonderd strekkende meter. Maar vervolgens ook het onderbrengen in een Nationaal Stripcentrum van een Toonderhuis, een Kresse-, een Kuhn-, een Mazure-, een Matena-, een Fred Julsing-, een Piet Wijn en een Jan Kruiscollectie, 15


een Bommelzolder (ik noem maar wat voorbeelden). Dat Nationaal Stripcentrum kan samenwerken met het Letterkundig Museum of zelfs onder het patronaat van het Letterkundig Museum functioneren, bij voorkeur in Den Haag nabij

de Koninklijke Bibliotheek, het Nationale Archief en alle andere archieven. Met de overdracht van het Marten Toonderarchief aan het Letterkundig Museum is een belangrijke eerste stap gezet in dit proces.

En er is nóg een belang. om een andere reden sluiten de Toonder heeft bijgedragen aan de professoren aan bij de naoorlogse verbreding van het Nederlandse opvatting dat het lezen van strips literaire erfgoed. Al in 1973 de leesluiheid bevordert. voorspelde de literatuurcriticus Kees Fens dat Toonder, die Op deze visie reageerde Toonder in ‘opgeklommen was van kranten1948 met Tom Poes en Horror de hoekje naar echte schrijver de Ademloze. De drie zusjes Doezelaer, P.C. Hooftprijs nog wel eens zou schrijfsters van de kinderboeken krijgen1 . Foute voorspelling. In 1989 weigerde Jan Wolkers de P.C. Haasje Zonnebrand, Hoe het Hooftprijs en verklaarde dat de Haasje Zonnebrand verderging en prijs Marten Toonder toekwam. Verhalen uit het Land van Haasje Tevergeefs verzoek. Maar wat wil je: Zonnebrand, begrijpen niet dat in hedendaagse literatuurgeschieheer Bommel het stripverhaal met denissen, zoals van Ton Anbeek: avonturen van Dick Dubbelslag (een Geschiedenis van de Nederlandse verwijzing naar Dick Bos van Alfred literatuur 1885-1985 (1990) en van Mazure) met enthousiasme leest: ‘U Hugo Brems: altijd weer vogels die moest zich schamen! Wat een vergif nesten beginnen. Geschiedenis van voor het tere kinderzieltje.’ Even de Nederlandse literatuur 1945later komt heer Bommel tot inkeer: 2005 (2006) ontbreekt Marten ‘Ik ga een Comité ter Bestrijding Toonder. Onbedoeld en mogelijk van Prentverhaaltjes oprichten.’ 1  ‘Kees Fens: ‘Boek van stand’ (Standaard der letteren, 13 juli 1973). Andere pleiters voor de P.C. Hooftprijs waren de leraar en stripkenner Domien ten Berge in het Nijmeegs dagblad, 12 februari 1983 en de journalist Koos van Weringh in in de Journalist, 1 februari 1984.

16

Erik Können gaf op 26 januari 1986 in een brief aan Toonder een grappig voorbeeld van de opvoedkundige betutteling. Zijn vader was onderwijzer. Hij trad corrigerend op tegen leerlingen die betrapt werden op het lezen van


stripverhalen. Hij confisqueerde vervolgens het corpus delicti voor de tijd die hij nodig had om het zelf uit te lezen. Op een dag kwam hij thuis met Tom Poes en de Superfilm-onderneming. De rechtmatige eigenaar heeft het nimmer teruggezien, want zoontje Erik raakte aan het boekje verslingerd en hield het achter. Toonder antwoordde de briefschrijver en bekende dat hij zich over de periode van de verboden lezing van stripverhalen nogal druk had gemaakt, ‘en het is heel jammer, dat ik toen nog niet wist wat er met de geconfisqueerde boekjes gebeurde. Dat zou mijn leven lichter hebben gemaakt.’ Met het laatste citaat kom ik tot slot bij nog een waarde van de nalatenschap. Ik ga voorbij aan de waarde voor de biograaf die kan putten uit fotoalbums, zakelijke verslagen, agenda’s. zelfbespiegelingen, artikelen, verhalen, kladblokjes, zelfbespiegelingen, droomverklaringen en noem maar op. Ik heb het ook niet over de vanzelfsprekende literaire kracht van zijn gepubliceerde teksten. Nee, ik heb het over zijn brieven. Die brieven zijn soms van een literaire schoonheid. Zelden is een brief alleen maar zakelijk, vaak is een brief ironisch of humoristisch, nooit is een brief saai, en meestal is een brief boeiend vanwege het woord- en beeldgebruik en de constructie. Maar hoe ziet de

nalatenschap er op brievengebied uit? Toonder maakte zelden doorslagen van zijn brieven. In de nalatenschap vinden we duizenden brieven van anderen, maar slechts honderden van Toonder zelf. Dat is een beklemmende situatie, omdat Toonder zoveel zorg aan zijn brieven besteedde. ‘Want schrijven heeft iets magisch waarin het heel erg verschilt met praten. Op het moment dat het een vorm op papier gekregen heeft, staat daar iets waar men aan toe kan voegen, dat men kan verbuigen en uitwerken langs logische lijnen, en men kan het zelfs als conclusie op zijn kop zetten. Paradoxen! Het leven is daar vol mee, maar ze komen het best aan het licht wanneer ze geschreven staan. Gesproken woorden zijn alleen maar lucht.’2 Collegabiograaf Igor Cornelissen haalde in verband met de betrouwbaarheid van getuigenissen een Chinees spreekwoord aan: ‘De bleekste inkt [van een document] is sterker dan het sterkste geheugen.’ Over bleke inkt gesproken: een korte periode bestond het correspondentieverkeer tussen Toonder en Dick Matena uit faxverkeer. Sommige faxen zijn door het gebruik van een bepaald soort papier geheel verbleekt, en dus onleesbaar. Leve de techniek.. 2  Marten Toonder aan de fluitiste en componiste en vriendin van Tera de Marez Oyens: Caroline Ansink. 10 februari 1998.

17


Ik voel mij als biograaf, die het vertrouwen van de Toondercompagnie heeft gekregen, en dan noem ik vooral de kleinkinderen Milou en Irwin, verplicht om op zoek te gaan naar brieven van Toonder en om de bezitters van die brieven te vragen deze af te staan aan het Letterkundig Museum, zodat zij aan het Toonderarchief kunnen worden toegevoegd. Over die zoektocht kan ik een ander, soms schrikbarend verhaal vertellen’. Dat gaat van: ‘Van mij mag u niet uit de correspondentie citeren’ tot: ‘Nee hoor, ik laat de brieven niet zien. Dat verhaal bewaar ik voor een andere keer of, om sommige mensen niet voor altijd te brandmerken, in mijn geheime autobiografie. Maar het was gelukkig en meestal een succesvol verhaal, zoals uit het volgende voorbeeld zal blijken. Ik mag namens mijn

uitgever De Bezige Bij aankondigen dat de correspondentie tussen De Bezige Bij en Marten Toonder aan het Letterkundig Museum zal worden geschonken, waarmee het formidabele Toonderarchief kan worden verrijkt. Ik sluit af met vers 4677 uit het boek Tom Poes en het huilen van Urgje: Ík ben voldaan’, zei heer Ollie, die zich met Tom Poes huiswaarts spoedde. ‘Hm’, zei Tom Poes. Heer Bommel betrok een weinig. Hij ergerde zich over het gebrek aan geestdrift van zijn jonge vriend, doch al spoedig zette hij zich eroverheen. ‘Zo is de jeugd van tegenwoordig’, sprak hij tot zichzelf. ‘Altijd zuur en gemelijk. Maar het zal wel overgaan bij het ouder worden, dat is een troost.’ Wim Hazeu

Ben van Voorns werk voor Marten Toonder. Op een mooie zomermiddag in juni 2010. kom ik aan bij de prachtige boerderij in Yde waar Hennie van Voorn woont. Eindelijk is het moment gekomen dat ik een intervieuw mag afnemen met Saskia van Voorn. De oudste dochter van Ben en Hennie van Voorn. Op het grote terrein, dat tegen de dorpsbrink van Yde ligt, is tevens een groot vrijstaand stenen atelier gebouwd. Het perceel 18

staat vol met vele grote bomen. Allemaal geplant in 1958 toen de Van Voorns gingen pionieren in Drenthe en een kaal stuk grond met een oude boederij tegen de oeroude brink vol eikenbomen van het kleine dorpje Yde (tussen Assen en Groningen) hadden gekocht. Het curieuze feit deed zich voor dat ik eind 2004 contact met hem


zocht, omdat een vriend van mij, die cardioloog was, Ben als patiënt in het ziekenhuis had gehad en Ben mijn vriend daar toestemming gaf om zijn adres uit zijn dossier over te nemen om dit aan mij te doen toekomen. Mijn vriend gaf me dat briefje zo’n twee weken later en zei erbij: ‘dit is het adres van iemand die zei veel voor Marten Toonder getekend te hebben en vele tekeningen in zijn huis te hebben, die je allemaal mag hebben. Want ik vertelde de man natuurlijk gelijk over jou, Bastiaan. Niemand is zo’n enthousiast fan van Bommel als jij!’. Verbaasd nam ik het gele post-it briefje aan en las naam en adres. Ik toog dus maar gelijk naar Yde. Ik trof daar een zwaar bebosd perceel aan met een rietgedekt vrijstaand huis. De voordeur stond open en ik moest even wachten in de hal tot er uit het duister iemand aankwam. Een

kleine vrouw kwam de hal binnen en ik vroeg: ‘Hallo mevrouw, is Ben van Voorn ook thuis?’ Een paar opnemende blikken, geschraap van de keel: ‘Wie bent u, als ik vragen mag?’ Ik vertelde dat ik een Bommelfan was, die was verzocht contact met Ben van Voorn op te nemen. We stonden nog steeds in de onverwarmde hal en het was winters koud… ‘Nou, Ben is er wel en eigenlijk ook niet’. Dat antwoord begreep ik niet. Ik had de indruk dat de kleine, oude vrouw mij wilde ontwijken. Maar ze had een vriendelijk gezicht en na nog even praten, zei ze dat ik verder mocht komen en toen zei ze in de donkere koude gang: ‘Ben is namelijk overleden.’ Ik viel bijna om van verbijstering…. Gedachten aan de hartkatheterisatie flitsten door mijn hoofd. Na een kop thee aan de keukentafel bij een oude houtkachel te hebben gehad,

Saskia van Voorn in het nooit veranderde atelier van Ben van Voorn, met vele door Ben getekende Toonder boekomslagen.

19


met een paar andere gasten overigens, raakte ze overtuigd van mijn goede bedoelingen en ze zei; ‘Ben ligt opgebaard in zijn atelier. Je mag wel even gaan kijken.’Dat heb ik gedaan. Ik liep een stukje over een smal bospad, mij verbazend over de grote dennen en andere bomen die een toverachtige sfeer aan het geheel gaven. Het atelier was een groot, degelijk gemetseld nostalgisch pand. Ik opende een zware deur met geoxideerd beslag en zag in de koude donkere hal, een grote deur op een kier staan. Opeens stond in een groot, ijskoud atelier. Er stond een kist in het midden van de ruimte. Ik was alleen met Ben. Het was schemerig en het licht viel grijzig in vanuit het noorden. Er lag een oude, magere man met een volmaakt rustige uitdrukking in de kist. Ik wist dat hij een groot kunstenaar was geweest. Overal om hem heen stonden en hingen zijn prachtige schilderijen. Ik verliet na enkele minuten het atelier en zei de mensen in de keuken kort gedag. Zo’n twintig minuten later kwam ik na een rit via de snelweg die vlak bij Yde lag thuis en mijn

20

vrouw vroeg, bijna lacherig: ‘Nou, heb je hem gesproken en tekeningen gekregen? ’ Ik antwoordde; ‘Ik heb hem wel gezien, maar hij was overleden. Over tekeningen heb ik het uiteraard niet gehad.’ Mijn vrouw ging verder met strijken. Even later draaide ze zich om: ‘Hè, wat is dit voor verhaal!’ Het is inderdaad een heel bijzonder verhaal. Ik kom nu al jaren bij Hennie van Voorn, de artistieke sfeer trekt me er aan, omdat ik zelf ook schilder, schrijf en musiceer. Bij latere bezoeken, ben ik natuurlijk wel over de tekeningen begonnen. Maar jarenlang houdt Hennie alles in het vage. Het contact moet lopen via Saskia van Voorn, de oudste dochter. Die weet het meeste van Bens werk en artistieke leven. Maar een complicatie: Saskia woont in Nieuw Zeeland. Drie jaar lang bel ik op voor een afspraak, mede in de hoop prachtige aquarellen te zien van de covers voor Panda, Kappie, Tom Poes en de vliegende kalief, Nursery Rhymeland e.d. In het vierde jaar zet ik door: Saskia belde ik op de tweede dag van haar driewekelijks


verblijf in Yde. Ze is vooral druk met werk voor een boek over het leven van Ben van Voorn, wat binnenkort moet verschijnen. Toen ik op de afgesproken tijd arriveerde op die zomermiddag in juni 2010, gingen mijn gedachten snel terug naar de bovenbeschreven eerste ontmoeting. Er was nu een heel andere sfeer. De zon scheen heerlijk en klanken van zang en gitaar waaiden naar mij toe. Een oude man speelde vrolijke liedjes met een Spaanse gitaar en mondharmonica. Hennie van Voorn zong en klapte enthousiaste mee. Twee oudere dames zaten stilletjes aan dezelfde tafel en leken weinig mee te krijgen van het gezang en snarenspel. Toen Hennie mij zag was er alleen een hartelijke begroeting. Ze was de afspraak totaal vergeten. Gelukkig was Saskia er wel en die kwam kort even aan, want ze had een andere

afspraak over het boek. Ik kreeg na een tijdje een paar ordners in handen gedrukt die vol bleken te zitten met een uitgebreide correspondentie tussen Marten en Ben, Marten en Hennie en Phiny en Henny. Ter voorbereiding van volgende week. Ik keek mijn ogen uit, in de warme zon daar buiten. Na twintig minuten lezen nam ik afscheid en een week later zat ik keurig op tijd in het atelier met Saskia van Voorn, die goed voorbereid leek op dit interview over Ben van Voorns werk voor de Toonder Studio’s. Er lagen vele bekende hardcovers uit de jaren ’40 en ’50 van Tom Poes op tafel en ook een aantal plakboeken met mooi gedrukte strookjes van de strips uit de 5000 en 6000 series, uit ca. 1967. Alleen keurig gedrukte zwart-wit stroken, zonder tekst, waren in 4 dikke mappen geplakt. Volgens Saskia waren dit de dagstrips die hij heeft getekend en die kreeg hij later in deze vorm weer terug. Hij tekende elke avond en nacht aan de strips en door deze gedrukte stroken kon hij zien hoe ze geworden waren, om zo goed de lijn in de gaten te houden voor de volgende verhalen. Ik pak een boek en zie de stroken uit het verhaal ‘Heer Bommel en de Sloven’ uit 1967. Ben was in 1949 bij de Studio’s begonnen en heeft er toen twee jaar gewerkt. Daarna heeft hij een lange pauze genomen om andere opdrachten te doen en hij is eind jaren vijftig weer begonnen bij Marten en is doorgegaan tot 1969 21


voor de Toonder Studio’s. Toen heeft hij er definitief een punt achter gezet. In oktober 1969 is hij met een paar vrienden naar Afrika gegaan. In een oude eend zijn ze, met zijn drieën, dwars door de Sahara en de tropische regenwouden getrokken. Ze zijn wel op de eindebestemming Zuid-Afrika gekomen hoewel de auto het in Kenia begaf. Ben heeft op deze reis nieuwe inspiratie opgedaan, tekende en aquarelleerde veel gedurende die reis. In Zuid-Afrika heeft Hennie haar man per vliegtuig opgezocht. Ze zijn toen bijna een jaar weggeweest! Incidenteel heeft Ben na zijn terugkomst in 1979 nog wel eens wat tekenwerk voor Toonder gemaakt. Alleen als het heel dringend was en Marten met veel klem een beroep op hem deed. Later, in 1981, werd Ben door Marten persoonlijk gevraagd

om de achtergronden te aquarelleren voor de tekenfilm ‘Als je begrijpt wat ik bedoel’. Als artdirector heeft Ben veel prachtige achtergronden voor deze film gemaakt. De sfeer van de film is voor een groot deel toe te schrijven aan deze achtergronden. Hij maakte veel achtergronden in zijn vrijstaande aterlier op het terrein in Yde, maar ook ging hij geregeld enkele dagen naar kasteel Nederhorst in Nederhorst den Berg. Volgens een uitgave van de Bommelzolder, waarin staat wie wat voor de Bommelstrip heeft gedaan, staat dat Ben van Voorn begon met potloodschetsen op 6 januari 1949 en wel met de eerste aflevering voor Tom Poes en het Vibreerputje, nr. 560. Hij werkte met Ben van het Klooster tot juli 1960 aan ‘Heer Bommel en de Hachelbouten’. Tot Saskia’s elfde jaar

v.l.n.r. Ben van Voorn, Phiny Dick, Marten Toonder in de tuin in Yde, 1995

22


werkte hij iedere dag aan de dagstrip in Yde. Dat was dus tot 1969. Saskia herinnert zich dat hij in die tijd overdag met de bouw van het huis en atelier bezig was en elke avond en nacht zat hij aan de tekentafel. Altijd aan het werk met potlood en gum. Maar later was hij ook bezig met een inktpen. Dat inkten deed hij later ook. Dat weet ze heel zeker, als reactie op mijn verbaasde uitroepen, want hij had dan van dat gladde papier, dat witachtige speciale illustratiekarton. Daar tekende hij inktlijntjes over de potloodtekeningen, met een speciaal pennetje. ‘Dat weet ik nog goed, want eerst trok de inkt niet in het papier. De inkt stond dan eerst bol boven op het witte karton..’ We komen opeens zomaar een heleboel strips van Donky Schot (door B. J. v. Voorn) tegen. Ook van die mooie zwarte strookjes in een map geplakt. Daar weet Saskia helemaal niets meer van. De Bommelstroken zitten in grote formaat ringbandplakboeken. Een groot geel plakboek met de geschilderde letters ‘Tom Poes deel 1’ er op en de aanduiding ‘5309-5581’, is het oudste boek. De serie stroken

beginnen dus midden in ’Heer Bommel en de Killers’, uit augustus 1964. En daarna komt er een geel plakboek deel 2 met de stroken 55826595. Drie glanzende strookjes per pagina. Dan zijn er nog twee groene plakboeken en een hele stapel losse bladen. Op een gegeven moment zijn er 4 stroken op een pagina geplakt. ‘’ Wij vonden dit altijd erg oninteressant, want wij wilden de verhalen erbij lezen’’, licht Saskia toe. Er ontbreken wel wat stroken hier en daar. Van ‘De grote Barribal’ gaat het boek direct over strook 3 van het Nieuwe Denken. Ook vindt Saskia nog een boek vol knipsels van Tom Tippel voor de Libelle. In het laatste groene plakboek loopt het door tot nrs. 7066. Er zit ook een gat tussen ongeveer de nrs. 5600 en 6000. Ondertussen is er weer een lijvige ordner gevonden, die vol zit met correspondentie tussen Ben en Marten Toonder. Een brief van 7 juli 1961 geeft aan dat Ben toen heel veel goed tekenwerk had gemaakt en daar een bedankje voor krijgt. De bouw- en verbouwplannen in Yde, die Marten

23


via Cees van de Weert door kreeg, gooien roet in het eten voor wat betreft de maak van een extra verhaal. Met zo’n extra verhaal zouden ze dan op de studio iets achter de hand hebben als er weer stress was om de strips op tijd bij de krant te krijgen en dat verhaal zou in een eigen tempo gemaakt kunnen worden. Ben wordt in het eind van de brief gevraagd, bijna gesmeekt, om hieraan mee te werken (‘ je medewerking is buitengewoon dierbaar en ik zou die niet graag willen verspelen door dit voortdurende haastwerk van de laatste tijd’). Even later: ‘Beste Ben, hierbij stuur ik je dan de eerste twee nummers van het nieuwe Tom Poes verhaal. Omdat het een nieuw verhaal is hoef je nergens aan te sluiten en kan je gewoon je onvolprezen stijl gebruiken

die je gebruikte voor het inkten van Hollewijn. Ik ben heel blij met je bereidheid om dit op je te nemen en ik ben er zeker van dat het Tom Poes ten goede zal komen. Met een zekere verheugenis zie ik dan ook deze nieuwe start tegemoet.’ Ook kom ik vele lange brieven en kaartjes vanuit Greystones voor Henny tegen uit de jaren tachtig en negentig. Maar als rode draad loopt door de correspondentie het aanhoudende getrek aan Ben om voor Marten te werken. Eindeloos zijn de kleine briefjes met de verzoeken om snel nog wat laatste nummers af te maken. Diepe dankbaarheid en grote druk worden briljant door Marten in de brieven vervlochten. Eigenlijk is er een constante correspondentie tussen 1959 en 1969. Nog een treffend citaat:

Ben en Marten in de tuin in Yde

24


‘13 september 1967. Vanmorgen ontving ik de nummers 6170 t/m 6173 . De tussenliggende nrs 6166 t/m 6169 heb ik echter nog niet ontvangen. Hopelijk komen ze nog, dat gebeurt wel eens vaker. Ik schrijf dit alleen om te vragen of jij ze uit Ierland ontvangen hebt. Hartelijke groeten, ook aan Henny. M. Toonder .’ Tenslotte laat Saskia mij de plek in het atelier zien waar vroeger de tekentafel stond. “Vroeger hing er een Tl-buis boven. De schoorsteen mantel en het raam zijn nog zoals vroeger. Hij heeft die ook zelf gemetseld. Hij had er een grote kolomkachel voor ‘Op 14 juli 1970 kwam hij terug en staan. Waar altijd een pot koffie hij is dat jaar toch nog weer voor op stond te pruttelen. Het was zo’n Toonder gaan werken. Maar niet grote perculatorpot van 1 of 2 liter lang, een paar maanden of zo. Toen en dat ging de hele nacht door, Hij is hij definitief gestopt met seriewerk was een enorme koffiedrinker, en het voor Toonder. Dus van 1949 tot was ook om hem ’s nachts een beetje 1970, heeft hij ongelooflijk veel aan de gang te houden. Er was eerst tekenwerk, inktwerk en aquarel- en gewoon een betonnen vloer. Overdag gouachewerk voor Tom Poes en werkte hij aan het huis, maar later Heer Bommel, Panda, Kappie en deed hij overdag ook illustratiewerk Koning Hollewijn gedaan. Veel van voor schoolboekjes, reclamewerk zijn covers heeft hij in boekvorm enz, enz. ‘s Ochtends was hij meestal nog hier thuis liggen (zie foto) . De niet zo aanspreekbaar, dan wilde originele tekeningen zijn allemaal hij met rust gelaten worden. Henny bij de Studio’s achtergebleven. We deed het huishouden en de kinderen hebben niets aan origineel werk hier voornamelijk. Met name toen er vijf thuis gehad. Hij las ons voor uit de kinderen waren. Zaterdagochtend Bommelboeken toen we klein waren. had hij een handenarbeidgroepje met Hij vond het ook best wel zuur soms, mijn zus en mij. En met de buurkindat als hij een schitterende cover had deren. Dan gingen we vaak etsen. Je geschilderd, dat Marten er dan zijn moest altijd op de deur kloppen, als je handtekening onderzette. Maar dat hier binnenkwam. was de afspraak. Hij was in dienst van. Dat is ook de reden dat hij na 25


1970 niet meer zo wilde werken. Hij wilde alleen nog maar eigen werk maken, als zelfstandig kunstenaar. En het is hem daarna ook heel goed gelukt om daarvan te bestaan. Nog één keer hebben ze hem kunnen overhalen. Dat was in 1983 voor de Bommelfilm. Eerst zou hij wat aan de achtergronden doen, later heeft hij zich weer helemaal laten ingraven in het werk…’

26

De conclusie van dit artikel is dat Ben van Voorn heel erg veel heeft betekend voor de Bommelstrip en veel meer tekenwerk daarvoor heeft gedaan dan bijna iedereen tot dusver had aangenomen. Marten Toonder heeft veel beroep gedaan op Ben met zijn betrouwbare werk wat constant van hoge kwaliteit was. Bewijs hiervoor zijn de talloze ‘smeekbedes’ in de correspondentie tussen Marten Toonder en Ben van Voorn. Bastiaan Koijck


‘Een heer vertelt’. Radiointervieuw van Gijsbert van der Wal met schrijver Robin Lutz voor het VPRO programma ‘de Avonden’ op 24 februari 2011. Over zijn gesprekken met Marten Toonder, die hij heeft verwerkt in zijn nieuwe boek ‘een heer vertelt’. (uitgeverij Synthese, januari 2011, 124 pagina’s)

het vorige interview voorgelezen. Hier schrok Toonder dan vaak enorm van. Maar hij kon die interviews niet wijzigen. Alleen verbeteren in een daaropvolgend interview. Het komt allemaal zo stellig en helder over, omdat je leest hoe goed Toonder sprak. Door het spontane, open gesprek komt er een andere Marten naar voren. De Op de cover zien we Marten Toonder in altijd controlerende Toonder , zoals in zijn de woonkamer van zijn herenhuis op het schrift, kon nu achteraf de zaken niet meer landgoed in Greystones. Hij zit in een perfectioneren. De interviews beginnen in Bommeliaanse stoel met hoge rugleuning 1993 over de Bommelfilm. In die periode is met kwastjes. Naast hem is er een knapook door Lutz zelf de coverfoto genomen. pend haardvuur, er ligt een dik tapijt. Een En 9 jaar later gaan de interviews verder vrouwelijke hulp in de huishouding zorgde in het Rosa Spierhuis in Laren. In het destijds ervoor dat het Toonder aan niets Rosa Spierhuis liet ‘ het geraamte hem in ontbrak. Huishoudster Nora woonde daar- de steek’, daarom zien we geen foto’s uit voor zelfs permanent in een dependance die periode. In Ierland pleegde Marten in op het terrein. In deze setting leren we 2001, helemaal alleen in dat grote landhuis, een sprekende Toonder kennen. Van der een mislukte zelfmoord. Hij kwam in een Wal stelt dat weinigen onder de veertig soort waan/gekte van de euthanasie pillen Toonders leven en werk goed kennen. van de dokter. Hij vertelt meeslepend Dus wat nu de sprekende en schrijvende over alles wat hij daarbij meemaakte. Hij Toonder onderscheidt is voor velen totaal zweefde door een vitrage en werd wakker onbekend. Het boek is gemaakt door bij de kustlijn van de zee. Hij kwam bij in het vertalen van zo’n 30 lange interviews. een bed in een ziekenhuis in Nederland. Er is heel veel gezegd wat nergens staat En de kinderen en kleinkinderen besloten geschreven. Dus het voegt heel veel toe voor dat de hulpbehoevende oude man beter degene die alles wil weten over de denkwe- verder kon gaan in een tweekamerflatje in reld van Toonder. Door de onverwachte het Gooi. Vanwaar hij ook was vertrokken. vragen, ging hij praten over dingen waar hij Hij was zwaarmoedig daar in Laren. Na nooit over zou hebben geschreven. Omdat de dood van zijn tweede vrouw, had hij ook hij de regie niet in handen had, kwamen graag willen overlijden. De eenzaamheid er zaken aan bod , waarover hij daarvoor daar in Greystones vloog hem aan. Hij nooit zou hebben nagedacht. Omdat had er geen werk meer, hij had bijna alle Toonder altijd bezig was te communiceren vrienden en familie overleefd en hij had nog via schrijven en tekenen, bleek dit heel één zoon over waarmee hij gebrouilleerd verrassend. Bij het volgende gesprek werd was. Hij heeft tot overmaat van ramp de

27


Suske en Wiske en Kuifje zijn altijd bijvoorbeeld hetzelfde gebleven, maar heer Bommel wordt echter steeds ouder en berustender. Toonder maakt ook halve verwijten aan zijn kleinkinderen, die hem zo plotseling uit het huis in Greystones hebben gehaald en hem hebben geparkeerd in het Rosa Spierhuis. Over de publicatie van het boek was Marten duidelijk: het is mijn en Robin Lutzs boek en hij wilde geen overleg met de familie. Hij praat ook openhartig over zijn ruzie met Eiso. Toch heeft Lutz zich later niet aan de afspraak met Toonder gehouden en heeft toch met familie gesproken over het boek. Eerst had hij een heel prettig gesprek met Eiso en later niet. Familie kijkt altijd anders naar dingen dan het grote publiek. Eiso vond het boek niets, maar wilde er wel een nawoord over schrijven. Het leek Lutz aanvankelijk toch goed als Eiso meewerkte aan het boek voor de feitelijke juistheden. Het nawoord begon humoristisch, maar later werd het erg persoonlijk en ging over het vergeven van het gedrag van zijn vader en dat hij het Marten en Lutz vergaf dat dit boek werd uitgeven. Dit ging Lutz te ver en het nawoord staat nu er niet in . De familie is er niet blij mee, maar daar blijft het bij. We leren hier puur en ongecensureerd de man achter zijn kunst kennen. Sterker nog; hij vertelt er zelf over. Juist de vaak, kleine problemen die erin elke familie zijn, zijn voor de lezer absoluut herkenbaar. Want die komen in iedere familie voor.

zelfmoordpoging ook nog overleefd en moet dan verder leven in een bejaardentehuis, ver weg van zijn ‘heerlijkheid’ in Ierland. Toonder neigt naar het spirituele, gelooft in astrologie van broer Jan – Gerhard, maar hij kan ook heel nuchter over die dingen zijn. Het is een man met de voeten op de grond en tegelijk heeft hij en open-mind naar alles in het leven. In Jung herkent hij dat zijn personages in zijn strips allemaal sub-persoonlijkheden in zichzelf zijn. Maar Toonder was wel degelijk ook materieel ingesteld. Neem bijvoorbeeld zijn Chinese kamer met oude kostbaarheden en vazen en zijn hele landgoed in Greystones. Toonder vertelt verder dat hij zich steeds ontwikkeld heeft in de Bommelverhalen. samenvatting interview Gijsbert van der Wal met Robin Lutz)

28


• advertentie •

Te koop: prent ‘Schuimpje en Zigzag’ Nu te koop bij de Toonder Compagnie: een zeer exclusieve reproductie van het omslag van het nooit gepubliceerde boek ‘Schuimpje en Zigzag’ van Phiny Dick. We durven te stellen dat dit één van de mooiste kleurenafbeeldingen uit het Toonderarchief is. Deze schildering (een gouache) werd begin jaren veertig gemaakt door Phiny Dick, de vrouw van Marten

Toonder. In zijn autobiografie vertelt Marten Toonder dat Phiny tijdens de winter van 1940-’41 werkt aan een nieuw kinderboek, ‘Schuimpje en Zigzag’. Haar uitgever Van Goor wil er echter niet aan, omdat die het zeemeerminnetje Schuimpje te bloot vindt. (Uiteindelijk zal zij in 1950 een verhaal ‘Olle Kapoen en Schuimpje het Zeemeerminnetje’ maken, waarin Schuimpje alsnog figureert.) De omslag voor dit boek is dus nooit gepubliceerd, maar het origineel is bewaard gebleven in het Toonderarchief. Wij zijn zo onder de indruk van de prachtige kleuren van de schildering, dat we de echte liefhebbers in de gelegenheid willen stellen om er ook van te genieten. Er is door een gespecialiseerd bedrijf een reproductie gemaakt door middel van de piezografietechniek: een methode waarbij gebruik wordt gemaakt van de laatste ontwikkelingen in de digitale scan- en afdruktechnieken. Hierdoor komen de

29


fraaie, heldere kleuren van het origineel goed tot hun recht, en ontstaat een reproductie die vrijwel niet van het origineel is te onderscheiden. Deze exclusieve reproductie is vervaardigd in een eenmalige oplage van 50 exemplaren, die met de hand genummerd zijn. De afmetingen van de prent zijn 22 x 30 cm (dat is ware grootte); de totale afmetingen inclusief witruimte rondom (nodig voor het inlijsten) bedragen circa 25 x 35 centimeter. De reproductie wordt zonder passe-partout of

lijst geleverd in een golfkartonnen envelop voorzien van extra bescherming. De prent wordt geleverd met een begeleidend schrijven met extra informatie over deze schildering. De prijs bedraagt € 100,- (inclusief BTW, exclusief verzendkosten). U kunt hem bestellen door een e-mail te sturen naar mail@toondercompagnie.nl, onder vermelding van het gewenste aantal exemplaren en uw adresgegevens. U krijgt dan zo spoedig mogelijk een e-mail over de wijze van betaling.

Lust u nog zuurtjes? Soms kom je iets tegen waarbij je je afvraagt wie dit in vredesnaam bewaard heeft, en waarom. Neem nu dit onaangebroken zakje ‘Bommeltjes’, hele oude zuurtjes van Luteijn uit Breskens. De inhoud is kennelijk ooit te warm bewaard en heeft een bruine massa gevormd waarbij de contouren van de afzonderlijke 30

snoepjes nog net te herkennen zijn. Ieder normaal mens had ze om die reden terstond weggegooid. We moeten dus blij zijn dat deze charmante verpakking dat lot is bespaard. Op de voorzijde zien wij heer Bommel en Tom Poes die naar de televisie kijken, feitelijk naar een venster waarachter hun snoepjes zichtbaar zijn. Op de achterzijde wordt reclame gemaakt voor het bekende


plaatjesalbum waarin de wikkeltjes geplakt konden worden. De datering is verder niet zo’n probleem: Ik vond in een vakblad uit 1963 advertenties voor de ‘Bommeltjes’ van Luteijn, met een kleine advertentie in de maanden april tot en met juli. In augustus wordt dan een nieuwe actie aangekondigd die inspeelt op de speldjesrage die dan Nederland overspoelt. Voortaan krijg je bij ieder zakje Bommel­tjes een prachtig

speldje, waarbij de drie bekende en prachtige speldjes van Tom Poes, heer Bommel en Wammes Waggel worden afgebeeld. Blijkbaar loopt de actie erg goed, in de advertentie van oktober wordt gemeld dat met moeite aan de extra vraag wordt voldaan en dat de speldjes bijna op zijn maar dat er aan een nieuwe serie wordt gewerkt. In het novembernummer van 1963 wordt deze trots getoond. Dit blijken de bekende witte, kleine ovalen speldjes te zijn. Slim, want dat zijn meer verschillende afbeeldingen en zetten dus aan tot sparen. Hans Crezee

Tom Poes weekblad en Klaas Volvet digitaal. De heer Peter Nugter beheert de site www.jeugdtijdschrift.com. Op deze site kan men gedigitaliseerde versies lezen van Nederlandstalige jeugdtijdschriften vanaf ca. 1755 tot heden. Uiteraard kunnen niet alle tijdschriften worden weergegeven vanwege capaciteits- en/of copyrightproblemen. Niettemin zijn nu - na 4 jaar - ca 20.000

pagina’s beschikbaar. Het laatste jaar worden in mindere mate ook wel (oude) albums, zoals lilliputs (Akim, Fulgor etc.) en krantenstrips geplaatst. Ook “hangt” er een uitgebreide database aan de site, zodat er op nummers, schrijvers en tekenaars gezocht kan worden. Hij ontvangt geen subsidie en plaatst geen reclame. Vanwege de hoge 31


kosten (server-onderhoud, software, reiskosten etc.) vraagt hij sinds kort wel een kleine vergoeding (ca. 1,5 tot 2 cent per pagina) voor de site. In toenemende mate krijgt Peter Nugter medewerking van bekende copyrighthouders en uitgeverijen. Zo mag hij sinds enige tijd van de Toonder Compagnie het Weekblad Tom Poes in gedigitaliseerde vorm uitgeven. Een 20-tal nummers zijn al geplaatst. Hij doet dat in samenwerking met Ron Streppel van uitgeverij Boumaar, die de ‘papieren’ versie van dit oude weekblad uitgeeft. Ook heeft hij toestemming gekregen van de Toonder Compagnie gekregen het reclamestripje ‘Klaas

Volvet’ (van de Toonder Studio’s) te plaatsen en inmiddels staat dit op www.jeugdtijdschrift.com. Voor de website is een registratie noodzakelijk.Tevens vraagt hij de lezers meer materiaal naar hem te sturen dat nog gedigitaliseerd kan worden. Hij heeft met name belangstelling voor het tweede deeltje van Klaas Volvet:’ De NIEUWE avonturen...’ Het eerste deeltje kunt u na inloggen vinden op; www. jeugdtijdschrift.com, en klik op ‘Jeugdtijdschriften lezen’, kies dan voor ‘Eerste methode’ en selecteer bij Tijdschriften ‘ALBUMS’. Redactie

Zaterdag 21 mei 2011 MTVC-beurs (incl. ALV) De Lindenboomzaal (in het schoolgebouw) Raadhuisstraat 57, Koog a/d Zaan Gratis parkeergelegenheid in de straat tussen de school en Albert Heyn. 10:00 tot 13:15 beurs 13:15 algemene ledenvergadering (ALV)

Tafels voor leden de eerste meter gratis, vervolgens 5 EUR per meter. Vanaf 9:25 uur. kunt u opbouwen. Reserveren bij Arnoud Alderlieste 070 38 36 36 0 of mail naar beurskraker@toondertijd.nl

Clubblad nr. 79  

Clubblad nr. 79

Clubblad nr. 79  

Clubblad nr. 79

Advertisement