Page 12

De meester-vervalser Eterman (1889-1955) Omstreeks 1935 leerde de familie Toonder kunstschilder en beeldhouwer Johan Diekman kennen. Onder de naam Eterman komt hij voor in alle drie de delen van de autobiografie van Marten Toonder. Toonder spreekt hierin zijn dankbaarheid uit over Eterman die in de Tweede Wereldoorlog als schilderijenvervalser fortuin maakte en met dat geld kunstenaars, onder wie Toonder zelf, hielp. Ook broer Jan Gerhard Toonder verhaalt over Eterman. In zijn autobiografische “De spin in de badkuip” (zie vooral blz. 27) heet hij mijnheer G. Het verhaal van Jan Gerhard is minder kleurrijk en wijkt op essentiële punten af van dat van Marten. Eterman in de Toonder autobiografie Op 26 oktober 1944 reed Marten Toonder op een fiets met houten banden van Amsterdam naar Den Haag. Hij kon de 73 medewerkers van zijn Amsterdamse tekenfilmstudio niet langer uitbetalen en hij had dan ook acuut geld nodig. Zijn moeder, op de hoogte gesteld van zijn financiële problemen, had hem aangeraden om naar Eterman te gaan, een Haagse schilder met wie ze in de jaren dertig bevriend was geraakt.

Voor Marten Toonder was deze Eterman ook geen vreemde: hij had aan Toonder enkele schilderijen verkocht, waaronder een portret van generaal Bramwell Booth van het

12

Leger des Heils. Voor de oorlog, toen Toonder in Leiden woonde, kwam Eterman regelmatig bij hem op bezoek en hij had Toonder en zijn vrouw - de tekenares en kinderboekenschrijfster Phiny Dick - ingewijd in de geheimen van de olieverf, ‘waar men nooit olie in moet mengen, terpentijn droogt sneller’. Toonder was nooit bij Eterman thuis geweest toen hij in 1944 naar hem toe fietste. Hij had Eterman leren kennen als een buitengewoon begaafd, maar niet erg succesvol schilder van impressionistische doeken die opvielen door hun Rembrandtieke kleurstelling. En ook als een man met paranormale talenten: zijn telepathische vermogens waren verbluffend. Hij sprak in een mystiek-astrologisch jargon, termen als ‘etherische straling’, ‘kharmatische trilling’ en ‘astraallichamen’ lagen hem in de mond bestorven. Zo inspireerde Eterman Toonder tot de figuur Terpen Tijn, de fijn-vibrerende schilder die debuteerde in het verhaal “Tom Poes en de meester-schilder” (strook 919 uit mei 1944). Alleen het denken en woordgebruik hebben Terpen Tijn en Eterman gemeen, niet hun uiterlijk. Eterman was een galant heerschap, altijd onberispelijk gekleed, maar rijk was hij zeker niet, eerder wat verarmd en het was Toonder een raadsel hoe hij hem aan geld zou kunnen helpen. Maar hij had de raad van zijn moeder nu eenmaal opgevolgd en dus belde hij bij hem aan, in de Haagse Johan van

Profile for heerbommelenMTVC

Clubblad nr. 77  

Clubblad nr. 77

Clubblad nr. 77  

Clubblad nr. 77

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded