Clubblad nr. 76

Page 1

nr 76 • juni 2010 • jaargang 20 Toondertijd is het driemaandelijks tijdschrift voor leden van de Marten Toonder Verzamelaars Club, afgekort MTVC. Voorzitter: Arnoud Alderlieste Tollenskade 32 2274 LV Voorburg tel. 070 3836360 aws@toondertijd.nl Bijzondere projecten: Henk Arens Wilhelminastraat 16, 2382 HE Zoeterwoude Tel. 071-5891103 dickerdack@toondertijd.nl Secretariaat: Ton Michels Goudenregenzoom 120 2719 HD Zoetermeer Tel. 079 - 3616343 dorknoper@toondertijd.nl Beurzen: Arnoud Alderlieste Tollenskade 32 2274 LV Voorburg tel. 070 3836360 beurskraker@toondertijd.nl Clubblad: redactie Bastiaan Koijck Tel. 059 2302931 opmaak Ed Bakker fanth@toondertijd.nl Website: www.toondertijd.nl beheer Ed Bakker prlwytzkofski@toondertijd.nl Met dank aan iedereen die ons ook dit nummer weer de nodige informatie heeft verstrekt, vragen stelde of op andere wijze medewerking verleende. Verantwoordelijkheid voor onder naam gepubliceerde artikelen berust uitsluitend bij de desbetreffende.

Lidmaatschap Het lidmaatschapsgeld kan worden gestort op Postbankrek. Nr. 626.11.21 t.n.v. de Marten Toonder Verzamelaars Club, Zoetermeer en bedraagt dit lopende kalenderjaar €17,50. Leden buiten Europa betalen €24,- i.v.m. hogere verzendkosten Kopij Kopij voor het september nummer dient uiterlijk woensdag 11 augustus in het bezit te zijn van de redactie. Copyright Niets uit deze uitgave mag zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbende op het auteursrecht worden overgenomen. Copyright op alle illustraties berust bij Stichting Toonder Auteursrecht, tenzij anders vermeld. Voor overige illustraties zoekt de MTVC contacten met rechthebbenden om toestemming voor de publicatie te krijgen. Niet altijd zijn echter de rechthebbenden te traceren. De MTVC is sinds 1991 ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nr. 40.26.02.55


Voorwoord, Voor u ligt het nieuwe Toondertijdnummer. U bent als het goed is nog maar net bekomen van ons jubileumnummer 75 ‘Ursalia’, waarin de heren Jaap Klok en Hugo Klooster zich hebben uitgeleefd. Ed Bakker, onze opmaker, heeft hier ook onvolprezen werk verricht. En nu alweer het tweede nummer van dit jaar. We hopen dat u zo bent opgewarmd door deze twee Toondertijdnummers, dat u persé naar onze Toonderbeurs in Koog aan de Zaan wil komen! Van vele leden hebben we vernomen dat het heerlijk is om in deze tijd, waarin oorlog, geweld, natuurrampen, armoede, crises op gebied van klimaat, voedselvoorziening en geld elke dag bij ons naar binnen worden gepompt, de stabiliteit van het clubblad te mogen ervaren. Het blad dat consequent schrijft over wetenswaardigheden uit het haast oneindige oeuvre van Marten Toonder en zo een prettige ontsnapping uit de rauwe werkelijkheid biedt. Even een paar uur verstrooiing zoeken in de mooie wereld van Bommel en Tom Poes, Panda, Kappie en Koning Hollewijn. Vaak ook het op de hak nemen van onze wereld, veelal de maatschappij van zo’n 30 tot 50 jaar geleden en toch zo verrassend actueel. Zie hier de heruitgave van het tijdloze verhaal de ‘Bovenbazen’, wat het zelfs al tot een Spaanse vertaling heeft gebracht. Vertaler Rob Barnhoorn vertelt hier meer over tijdens de najaars MTVC-beurs in Almere. Heel fijn vinden we het als leden soms ongezouten hun gram spuien of hun kennis over leuke vondsten met anderen willen delen. We zien steeds meer bijdragen van leden bij de redactie binnenkomen. Beste leden, blijf uw bijdragen insturen naar de redactie en zie dit beloond met een mooi artikel van uw eigen hand! Bastiaan Koijck, eindredacteur

MTVC voorjaarsbeurs

vanaf 10:00 uur tot 13:30. Zaterdag 29 mei 2010 (incl. ALV) De Lindenboomzaal Raadhuisstraat 57, Koog a/d Zaan 11:15 Peter te Nuyl 12:45 algemene ledenvergadering

MTVC najaarsbeurs

vanaf 10:00 uur tot 13:30 Zondag 31 oktober 2010 Buurtcentrum Inloop ‘s Hertogenboschplein 8, AlmereSpreker: Rob Barnhoorn

Opbouwen beiden beursen vanaf 9:00 uur, Tafels zijn nog verkrijgbaar. Reserveren bij Arnoud Alderlieste 070 38 36 36 0 of stuur een e-mail naar; beurskraker@toondertijd.nl

2


Aanvulling op de open brief van de Toonder Compagnie Amsterdam, februari 2010 Beste Toonderverzamelaars,

Naar aanleiding van onze open brief in Toondertijd van december, heb ik een goed gesprek gehad met twee serieuze verzamelaars en kenners van het werk van Marten Toonder, te weten Kelvin Buck en Rick van Uden. Zij wezen mij erop dat de zin uit onze brief: ‘een argeloze surfer zou met de beste bedoelingen Toonderwerken kunnen schenken of verkopen in de veronderstelling dat hiermee het werk bij de rechthebbenden terechtkomt ’ suggereert dat Toonder Compagnie het eerste recht zouden hebben op aankoop of schenking. Dit is natuurlijk niet waar, temeer daar wij geen verzamelaarsprijzen (kunnen) betalen. Wij zijn de rechthebbenden voor zover het auteursrechten betreft. Daarnaast hebben deze verzamelaars naar eigen zeggen bij eventuele reacties van surfers altijd eerlijk aangegeven wat de (strip)cultuurhistorische en financiële waarde een te verwerven verzamelstuk heeft, in wat voor collectie dit eventueel terecht zou komen en wat hun toekomstvisie hierin/hiermee is. Beide verzamelaars bleken verbaasd door onze open brief, die openbaar maakte wat in onderling overleg besproken had kunnen worden. De impact die dit heeft gehad hebben wij onderschat. In de gesprekken met Rick van Uden en Kelvin Buck heb ik kunnen zien hoeveel waarde het verzamelen en bestuderen van het werk van Marten Toonder voor hen heeft, en hoeveel toewijding en financiële offers er nodig zijn voor het opbouwen van een mooie verzameling. Ik heb beide gesprekken in een zeer goede verstandhouding afgesloten. Voor alle partijen is inmiddels duidelijk waar de grenzen van het speelveld liggen. Rick en Kelvin hebben allebei de intentie toegezegd hun kennis met ons te willen delen, nauw te willen samenwerken met Toonder Compagnie zoals bijvoorbeeld voor hen toegankelijk materiaal/werken ter beschikking te willen stellen voor exposities en boekuitgaven en andere publicaties. Wij zien daarom een goede en vruchtbare verstandhouding met hen tegemoet, zoals wij hopen deze met alle verzamelaars te kunnen hebben. Namens de Toonder Compagnie, Willem Feltkamp e-mail: willem@toondercompagnie.nl

3


Beiaard der lage landen: Ons Vrije Nederland in Vlaanderen Recent heb ik via marktplaats gekocht: een set van 11 geïllustreerde weekbladen getiteld ‘De Beiaard der lage landen’, startend op 26 januari en eindigend op 6 april 1946. Let wel, het betreft hier niet het bekende zusterblad van Ons Vrije Nederland dat korte tijd later werd opgezet om op creatieve wijze de papiertoewijzing voor OVN te vergroten, maar een zelfstandig geïllustreerd tijdschrift uitgebracht in Vlaanderen. Kennelijk heeft men bij OVN de titel ‘Beiaard der Lage Landen’ hergebruikt heeft toen ze in papiernood kwamen. Beiaard 2 Beiaard 3 Beiaard 4 Beiaard 5 Beiaard 6 Beiaard 7 Beiaard 8 Beiaard 9 Beiaard 10 Beiaard 11

4

(2 februari 1946) (9 februari 1946) (16 februari 1946) (23 februari 1946) (2 maart 1946) (9 maart 1946) (16 maart 1946) (23 maart 1946) (30 maart 1946) (6 april 1946)

Ieder nummer heeft een prachtige kleurencover, en bij de nummers 1 en 6 gaat het hierbij op een cover getekend door Henk Kabos en door Marten Toonder. De tekening van studio medewerker Kabos is een toespeling op de politieke situatie en toont een weerhuisje waarbij de heren Truman, Stalin en Attlee naar buiten draaien terwijl twee nazi’s naar binnen draaien, dit alles te midden van een stemmige buitenscene. De tekening van Toonder toont een enigszins op een Walrus gelijkende door slecht weer gefrustreerde

= OVN 28 + 29 = OVN 31 + 32 = OVN 33 + 34 = OVN 35 + 36 = OVN 37 = OVN 38 = OVN 40 = OVN 41 = OVN 42 = OVN 43

(15 en 22 december 1945) (5 en 12 januari 1946) (19 en 26 januari 1946) (2 en 9 februari 1946) (16 februari 1946) (23 februari 1946) (9 maart 1946) (16 maart 1946) (23 maart 1946) (30 maart 1946)


strandstoelverhuurder. De inhoud van het blad lijkt qua lay-out sterk op dat van Ons Vrije Nederland, compleet met de Bommel balloon strip uit OVN. In nummer 2 begint onder de titel ‘voor de kinderen, de avonturen van Tom Poes en Ollie B. Bommel’ het verhaal Tom Poes en de maanraket, om te eindigen in nummer 6. Dit verhaal was eerder verschenen in OVN, maar dan verspreid over negen nummers. In nummer 7 begint dan ‘Tom Poes en de trillingen’ dat niet is afgemaakt en waarbij

Spuistraat 28. De huidige bewoners van het pand ,Jan en Marianne Stoete, Spuistraat 28 weten wat er zich in dat pand heeft afgespeeld aan het eind van de oorlog. Daarom hebben zij hun ramen versierd met een Bommel uitspraak en de naam van de schrijver daarvan

ook een af levering wordt overgeslagen. De lijst onder aan pag. 4 geeft aan welk nummer welke af levering uit OVN bevat: De covers van nummer 1 en nummer 6 zijn tevens samen op één vel als bijlage bij Ons Vrije Nederland uitgekomen, helaas is niet bekend bij welk nummer. Deze bijlage is moeilijker te vinden dan bijvoorbeeld het schimmenspel. Hans Crezee

ook maar op het raam geplaatst. Voor degenen die wat minder weten over een van de spannendste tijden uit het leven van Marten Toonder, zie hier onderstaand verslag uit de oorlog. Omdat er eind 1943 steeds aanvragen voor het vervalsen van stempels, persoonsbewijzen e.d. kwamen, raakte

5


Marten met zijn studio’s meer en meer bij het verzet betrokken. Steeds meer illegale drukkerijen werden opgerold door de Duitsers. En op een gegeven moment werd Marten door twee verzetslieden gevraagd of hij een uit de klauwen van de Duitsers geredde drukpers in een ruimte vlak bij de studio’s wilde plaatsen met een bordje ‘Toonder Hulpstudio 2’ erop. Het lawaai van de persen zou het illegaal drukken van verzetskrantjes met het zo interessante verloop van de oorlog nu alle radio’s waren gevorderd, direct verraden. Maar als iedereen zou denken dat daar de camera’s klapperden voor de tekenfilm, zou niemand er raar van opkijken. En zo geschiedde, de drukpersruimte was zelfs gelokaliseerd aan de drukke Spuistraat in hartje Amsterdam. Op de Spuistraat 28 om precies te zijn, in een woonhuis met een souterrain, waar de gehele tijd Duitse overvalwagens en vrachtvervoer langs raasden. Zo druk was het ook op een middag in januari 1944, toen een zware pers werd uitgeladen uit een vrachtauto. De pers was zo zwaar dat het niet lukte hem naar binnen te dragen. Dat was in de evenwijdig lopende Oude Nieuwstraat, meer een steeg dan een straat. De gewone persjes waren gemakkelijk via de Spuistraat naar binnen gegaan. Een Duitse legerauto in de Oude Nieuwstraat moest in een inmiddels ontstane file lang wachten, want de wagen met vele manschappen kon er niet door. Toen de

6

doodzenuwachtige illegale drukkers steeds niet verder kwamen, maakte medewerker Jo Pellicaan zich los uit de groep en sprak de Duitse soldaten aan. Hij vertelde dat het voor een tekenfilm was, en dat vond de Duitse aanvoerder mooi; ja, hij wilde wel even helpen. Met al die manschappen was het karwei binnen enkele minuten geklaard. Dit sterke verhaal over de pers aan de Spuistraat 28 vrolijkte de zeer zwak geworden en teruggetrokken vrouw van Marten Toonder, Phiny Dick op. Ze was namelijk vlak voor haar bevalling op 1 januari 1944 flauwgevallen in de armen van Marten die haar ’s avonds in een totaal verduisterde gitzwarte nacht, naar het Prinsengrachtziekenhuis had gebracht. Dat was toen levensgevaarlijk omdat het streng verboden was je in Sperrtijd buitenshuis te begeven. Er werd namelijk geschoten op alles wat bewoog. Ze konden toen geen hand voor de ogen zien en ook dat was levensgevaarlijk omdat er op de Amsterdamse grachten niet alleen stoepen waren die plotseling omhoog liepen, maar ook plotselinge afstapjes naar beneden. Marten was doodsbang dat hij, met zijn kostbare lading, in zo’n gat zou vallen… Voor de argeloze voorbijganger is de raamdecoratie leuk, maar men moest eens weten wat er zich in de oorlog voor spanningen hebben afgespeeld achter deze gevel! Bastiaan Koijck


Genieten tussen oude kranten ‘Genieten tussen oude kranten’, dat is zoals je vele uren van het leven van Wiebe Haagsma (64) wel kunt omschrijven. In contact gekomen met dhr. Haagsma door een advertentie op Marktplaats zonder foto, bleek ik op een verzamelaar van gigantisch formaat op het gebied van oude kranten en o.a. Tom Poes strips te zijn gestuit. Het curieuze was dat deze verzamelaar ook nog ca. 20 kilometer verderop woonde. Ik maakte een afspraak en trof een enthousiaste man, die met de precisie van een exact geschoolde (leraar) zich bezig hield met krantenstrips. Het eerste gesprek ging over het afhalen van enkele door mij gekochte dagstrips uit de oorlog. Al snel bleek dat dhr. Haagsma nog veel meer strips had. Dit hield hij eerst magisch afgeschermd voor mij. Toch bleek al snel dat hij alle Tom Poes dagstrips, zo’n ca. 12.000 in zijn bezit heeft. Sterker nog, hij heeft ze bijna allemaal dubbel. Dit is natuurlijk enorm en zeer bijzonder!

Op het platteland in Drenthe staat in het buitengebied van Nietap bij Roden een huis. De foto laat zien dat hier gewoond wordt zoals je het in Drenthe kunt verwachten! En dat huis zit stampvol met kranten en uitgeknipte strips. Met mathematische precisie wordt hier dagelijks tussen 10.00 en 11.00 uur geknipt en geplakt aan meestal zeer zeldzaam materiaal. De basis van deze uit de hand gelopen hobby, is, zoals vaak, gelegd in de ‘gevoelige’ jaren. Toen Wiebe net kon lezen liet de strip ‘Aram’ van Hans G. Kresse in de Friesche Courier hem niet meer los. Hij begon te direct te knippen. Dat keek hij af van zijn oudere broer die Eric de Noorman verzamelde. We schrijven 1955. De passies van de broers werden soms tot aan ruzies gedeeld. De strijd ging dan over wat de mooiste en beste strip was. Het was ‘Aram’ tegen ‘Eric de Noorman’. Beiden maakten boekjes van de strips. Het verzamelen verwaterde zoals vaak in de puberteit en pas in 1990, als Wiebe in Groningen bij de stripzaak ‘Modern Papier’ aan de Pelsterstraat wat rondsnuffelt en wat Tom Poes oblong boekjes koopt, begint het verzamelen opnieuw. Hij kocht daarna geregeld wat losse knipsels want de magie van het oude vergeelde krantenpapier deed oude vlammen oplaaien. In 1993 kocht hij bij V&D de herdrukken van Eric de Noorman. Toen is het langzaam op gang gekomen. Hij

7


zocht veel op boekenmarkten en bij antiquariaten naar uitgeknipte strips. Op een gegeven moment ging hij advertenties bij de speurders in de NRC zetten, waar hij vroeg om oude knipsels van heer Bommel en Tom Poes. De advertentie in juist de NRC bleek een voltreffer. De telefoon stond roodgloeiend. Er waren veel ‘knippers’ die knipsels uit hun krant wilden afstaan en vaak ook waren het vrouwen van overleden echtgenoten die het eens zo begeerde krantenpapier uiteindelijk aan een verzamelaar wilden overdoen. Wiebe maakte combinatie afspraken in het weekend en reed dan het hele land door om oude knipsels af te halen. De verzameling groeide en groeide. Hij kocht alles wat los en vast zat. Van Tom Poes en Eric de Noorman met name. Maar eigenlijk alle krantenstrips,, zoals bijvoorbeeld Bruintje Beer, Kapitein Rob, Panda, e.d. Ter afwisseling van het lange praten, laat dhr. Haagsma mij een grote kast zien die stapvol zit met keurige oranje plakboekjes en uitgeknipte

8

verhalen in plastic zakjes. Een greep naar een boekje deed mij versteld staan. Perfect uitgeknipte, frisse afleveringen van ‘Heer Bommel en de geheimzinnige sleutel’ keken mij aan. ‘Het zijn de Panda- stripplakboekjes, hé. Die kon je vroeger kopen bij antiquariaat Matla in Den Haag. Ze zijn er van uitgeverij Panda en Het stripschap. Toen Matla ophield met zijn antiquariaat heb ik er zo’n 200 van gekocht. De boekjes hebben allemaal een oranje kaft en heel dun papier zodat er veel in kan, zonder dat het dik wordt.’ De kast is imponerend en als hij er zomaar verhaal 2 ‘Tom Poes en de Tooverpijp uit 1941 uittrekt dat perfect in het boekje zit, ben ik zwaar onder de indruk. Hij klopt op de kast en zegt: ‘Op maat getimmerd, door mijn broer’. Ik vraag Wiebe nu, hoe hij de strips zo netjes uitknipt en opplakt. Het blijkt een heel ritueel te zijn. ‘Ik zit hier altijd aan de zelfde tafel, vlak naast de kast. Op deze tafel zet ik de snijmachine op een krant. Ik snij de strips heel precies zo ruim mogelijk uit. Bij oude kranten laat ik vaak de datum bovenaan de strip zitten. Ik knip een verhaal eerst helemaal uit. Dan plak ik met een plakstift de strip in een Panda-plakboekje. Ik plak alleen de bovenkant van de strip vast. Iedere ingeplakte strip, wrijf ik na met een theedoek, voor de lijmresten.’


De resultaten zijn prachtig. Wiebe vertelt dan dat hij op een gegeven omdat hele kranten archieven opkocht. Er kwam eens een heel groot archief met NRC kranten ‘op de markt’ toen de Tweede Kamer moest verhuizen en er ruimte tekort was. De kranten zitten in reusachtige hardkartonnen boeken, ter grootte van de krant. Per 2 maanden zijn de kranten gebundeld en ingebonden De strips daarin zijn helemaal fris; d.w.z. geen breuklijnen en totaal niet verkleurd. Uiteindelijk laat hij mij dan ook de zolder zien. Ik de ijskoude gang boven sta ik verstelt. Er staat een enorme stapel ‘kranten’ boeken van ongeveer,1,70 meter hoog. Je mag er wel een verhuisbedrijf bij hebben!, merkte ik op. Het bleek slechts een voorproefje. Een snelle blik leert dat het NRC’s uit de

jaren vijftig zijn. ‘Die stapel heb ik naar voren gehaald om daar de strips uit te knippen en zelf nog eens in te plakken’ Nog kouder krijg ik het als opeens de deur naar de zolderruimte van het pand opengaat. Ik zie overal op de grond stapel oorlogs Telegrafen liggen. Allemaal in plastic hoezen. ‘Op jaar, maand, ochtenden avondeditie. De Tom Poes strip stond alleen in de ochtendeditie’, vult dhr. Haagsma nuchter aan. In verten zie ik allemaal enorme stapels van die hele grote krantenarchiefboeken liggen. Een tiental meters verder op liggen stapels ‘Nieuws van den Dag’. Tot de hele kleine formaten op A4 formaat van die krant en de Telegraaf tot april 1945 aan toe. ‘Wegens de papierschaarste, hè!’ Op weg naar die kleine zeldzame kranten van het eind van de oorlog, valt mijn oog op een stapel Thijs Ijs strips van het Nieuwsblad van het Noorden uit 1936. ‘Die zijn zeldzaam!’, gil ik nog! Verderop op de enorme zolder, kom ik bij een hoek waar enorme rekken staan, volgestapeld met jaargangen kranten. ‘Moet ik allemaal nog uitzoeken’. Ook zie ik stapels Tom Poes weekbladen. Voor mij zelf zocht (en zoek) ik nog enkele nummers Tom Poes en de Chinese Waaier. Moeiteloos vist Wiebe zo’n 10 nummers uit zijn dubbele kranten, die ik nog niet had! Ik vraag hem dan ook of hij het laatste nummer van dat verhaal heeft wat in de oorlog in de krant stond, nr. 1079. Die had hij wel maar niet

9


dubbel. Opeens krijg ik een inval. Dat nummer, daarna, wat zou daar over Tom Poes in krant zijn gezet?, vroeg ik mij af. Iets over dat hij ziek werd. Hoe zou dat er uit zien?… Wiebe zoekt even en ja hoor daar is de krant van dinsdag 21 november 1944. Een antwoord op een vraag die ik al tientallen jaren heb, wordt gegeven in de vorm van een blik op die krant waar nr. 1080 had moeten staan. Ik maak ter plekke de foto die u op pag 16 bij het artikel ‘Tom poes werd ziek’ vind.

‘Het vervelende is dat ik haast geen strips van Aram kan vinden, mijn eerste jeugdliefde.’ Behoorlijk stijf geworden van de kou verlaten we een drie kwartier later het enorme archief. De dagen na het bezoek in de afgelopen kerstvakantie, zoek ik mijn ontbrekende nummers bij elkaar die Wiebe bijna allemaal voor mij heeft aangevuld. Wat is internet voor verzamelaars toch een geweldig medium! Bastiaan Koijck

Vloeibladen en posters van Bommel en Tom Poes In Toondertijd 73 stelde Henk Bom de vraag of er meer te vertellen is over vloeibladen of posters, waarbij hij als voorbeeld een vloeiblad toonde met de tekst: ‘Beter een lamp te kopen... dan tegen de lamp te lopen!’ Nu had ik juist op de stripdagen het AO-boekje 1428 van 8-9-1972 gekocht, getiteld ‘Stripgebruik en geschreven door P. Hans Frankfurther’ en had daarin dezelfde afbeelding gezien. Ook op die afbeelding staat de tekst ‘vloeiblad’ links boven en ‘politie Amsterdam’ rechts onder. P. Hans Frankfurther schrijft hierover het volgende: ‘En wat te denken van Kappie en de verkeersheer op de Solex, waarbij kennelijk werd ingehaakt op de helaas wat in de vergetelheid geraakte slagzin: Wees een

10

heer in het verkeer, waarvan vrijwel niemand meer weet dat deze aan Marten Toonders Bommel-jargon is ontleend. In die dagen geschiedde het zelfs dat Toonder als zijn daadwerkelijke bijdrage tot groter veiligheid in de Amsterdamse straten een lief klein affiche ontwierp dat door leerlingen van de grafische school voor de hoofdstedelijke politie werd vermenigvuldigd. Wie er nú nog een exemplaar van bezit is een gelukkig man.’ Dus ook in 1972 waren deze affiches/vloeibladen/posters al zeldzaam. Maar P. Hans wist er meer van. Misschien is er dus nog iets meer te vinden in het SDCN van de UB van Amsterdam, waar immers de collectie van de heer Frankfurther is ondergebracht. D.J. van den Bos


Wil Raymakers als Bommeltekenaar In het vorige nummer van Toondertijd wordt tot twee keer toe beweerd dat Dick Matena de ontwerper is van het omslag van de recent verschenen ‘crisiseditie’ van De bovenbazen. Dit staat onder andere in het verslag van de lezing van Wim Hazeu tijdens de boekpresentatie van ‘Wat jij, jonge vriend’, de briefwisseling tussen Matena en Toonder. Dit is niet het geval; wel heeft Matena inderdaad in 1963, toen hij als tekenaar bij de Toonder Studio’s werkte, het overgrote deel van de potloodschetsen van dit verhaal getekend. De omslagtekening van de ‘crisiseditie’ van De bovenbazen is getekend door Wil Raymakers, bestuurslid van de Stichting Het Toonder Auteursrecht en art director bij de Toonder Compagnie. Wil Raymakers is een veelzijdig striptekenaar, vooral bekend van de strip Boes, en is art director bij Geesink Studio. Zijn contact met Toonder dateert van de eerste helft van de jaren tachtig, toen hij in beeld is geweest als mogelijk medewerker van de Bommel-dagstrip. Na de eeuwwisseling is hij daadwerkelijk als Bommeltekenaar aan de slag gegaan: eerst tekende hij Heer Bommel en de Sterritaire Stormloop (2002), een ondertekst-strip voor Aegon, en

vervolgens de 3 laatste balloonstrips voor Pfizer: Heer Bommel en de Wachtlijsten (2002), Heer Bommel en de Smetvrezers (2003), Heer Bommel en de Goede Gedachte (2004). Hij is hiervoor regelmatig naar het Rosa Spier-huis geweest om te overleggen met Marten Toonder. Ook daarna is Wil de vaste huistekenaar gebleven voor al het Bommeltekenwerk. Hij maakte onder andere de omslagen voor de serie Avonturen van Tom Poes van De Bezige Bij, de fraaie tekening van Terpen Tijn voor het omslag van het blad Fijne Trillingen van de Bommelzolder, de tekeningen rondom het hoorspel Bommel en voor de reclamecampagne van RSM, en tekent de omslagillustraties voor de Alle verhalen-reeks van De Bezige Bij. Over het algemeen verschijnen al deze tekeningen onder de naam van Marten Toonder, zodat het aandeel van Wil Raymakers voor het grote publiek vrij onbekend is. Maar omdat dat al met al heel wat mooi tekenwerk is, leek het ons goed om hier middels dit schrijven toch een keer aandacht voor te vragen! Klaas Driebergen, redacteur bij de Toonder Compagnie

11


Twee Hugo tekenfilms naar Parijs Marten Toonder maakte in 1952 zes tekenfilms van ongeveer vier minuten, in opdracht van het Amerikaanse Marshall Plan. Daarvan zullen op dinsdag 25 mei twee Hugo tekenfilms te zien zijn tijdens een diplomatiek evenement voor genodigden, in het George C. Marshall Center in Parijs. Het George C. Marshall Center bestaat uit tien vertrekken in het historische gebouw Hôtel Talleyrand. Deze vertrekken werden sinds 1999 gerestaureerd. Nu is de restauratie eindelijk voltooid en dat wordt op 25 mei gevierd met een bijeenkomst voor ambassadeurs van alle deelnemende Marshall Plan-landen en ambassadeurs van de OECD (Organization for European Economic Development). Het thema van de avond is ‘A celebration of working together’. Dit thema komt goed tot uiting in de Hugo tekenfilms van Toonder, waarin het circusfiguurtje Hugo symbool staat voor Duitsland. Hij moet leren om samen te werken met de andere circusartiesten, die elk symbool staan voor andere Europese landen. De avond in Hôtel Talleyrand zal beginnen met een programma van toespraken en het vertonen van de tekenfilm Hugo baut auf. Daarna is er een receptie, waarbij de gasten het gerenoveerde gebouw kunnen bezichtigen. Daarbij zullen de tekenfilms

12

Hugo baut auf en Hugo macht musik doorlopend vertoond worden op monitors in verschillende vertrekken. Naast deze twee filmpjes zijn er tot op heden slechts twee andere delen uit de Hugo-serie teruggevonden. Deze zijn eerder dit jaar gerestaureerd door het Nederlands Filmmuseum, in samenwerking met het Duitse Bundesarchiv.

Tweede (en laatste) oproep: Beste Toonderverzamelaars. Hierbij doe ik graag nog een korte, tweede oproep, in verband met het boek over de tekenfilms van Marten Toonder, waar ik momenteel aan werk. Van veel tekenfilms is inmiddels het nodige aan beeldmateriaal en achtergrondinformatie boven water gekomen. Daarom wil ik nu graag enkele specifieke filmtitels aan u voorleggen, waar ik graag nog meer over wil weten en waar ik nog beeldmateriaal van zoek. Het gaat om: • 1954 Het Volgende hoofdstuk • 1955 Ruimtereis-simulatie (gemaakt voor de Nationale Energie Manifestatie E55, in Rotterdam) • 1959 Los de vang (vermoedelijk nooit gerealiseerd) • 1968 Man en paard Daarnaast ben ik nog op zoek naar het exacte productiejaar van het


geregisseerd door Henk Kabos. Ook als u nog ander materiaal bezit, waarvan u vindt dat het niet mag ontbreken in een serieus boek over de tekenfilms van Marten Toonder, dan verzoek ik u om spoedig contact met me op te nemen. filmpje ‘Er was eens…’ dat eind jaren veertig is gemaakt in opdracht van Kwatta chocolade. Dit filmpje werd

Veel dank!

Jan-Willem de Vries jw@janwilemdevries.nl

Tom Poes in rouw en Piet Wijn niet voor joker De prijs voor het beste voorbeeld van hoe je iets niet moet uitgeven, gaat wat mij betreft naar Ron Streppel van uitgeverij Boumaar. Hoe heeft hij de Tom Poes Weekblad uitgave zo kunnen verpesten?! In plaats van groen neemt hij afwisselend blauw en zwart. En dan is het zo vet gedrukt dat bijna alle details dichtlopen...

uit de nieuwe uitgave van ‘Joker’, door Piet Wijn. Piet Wijn maakte deze schitterende sprookjesachtige kleurenstrip van 1985 tot 1987, rond de tijd dat hij ook aan de laatste Bommelverhalen meewerkte. De boekuitgave is gelukkig ook erg mooi geworden, gereproduceerd van de oorspronkelijke tekeningen.

Tegelijkertijd heeft hij ook een setje ansichtkaarten uitgegeven. Het goede nieuws is dat je ze wel allemaal moet houden, want zelfs aan je grootste vijand zou je zoiets niet durven sturen. Er zit een rouwrand om elke kaart, maar dan links een halve millimeter zwart en rechts zo’n 4 millimeter zwart! En het waren zulke prachtige initiatieven...

Blijkbaar heeft Boumaar vooral moeite met het maken van goede scans uit bestaande uitgaven. Ook in het boek ‘Anemoon’ door Piet Wijn zagen de tekeningen er nogal vaag uit, zij het een stuk beter dan bij Tom Poes Weekblad. Misschien kan hij eens in de leer bij uitgeverij Panda of bij DonLo Editions, die er veel beter in slagen van ingescande strips een mooie uitgave te maken... Dick de Boer

Enige tijd later zie ik dat uitgeverij Boumaar toch wel iets kan. Dat blijkt

13


Jan Kruis wint eerste Marten Toonderprijs Op 28 november 2009 werd bekend dat striptekenaar Jan Kruis de eerste Marten Toonderprijs heeft gewonnen. Jan Kruis (Rotterdam, 1933) tekende van 1970 tot 1998 vrijwel wekelijks de strip Jan, Jans en de kinderen voor het damesweekblad Libelle. In 2007 verscheen een stripbewerking door Kruis van Multatuli’s Woutertje Pieterse. Jan Kruis won in 1980 al de Stripschapprijs. De Marten Toonderprijs is ingesteld door het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst (BKVB) om de Nederlandse strip in de schijnwerpers te zetten. De winnaar ‘moet met zijn strips een bijdrage aan het Nederlands beeldverhaal en daarmee aan het Nederlands erfgoed hebben geleverd met zijn oeuvre’, aldus het Fonds BKVB. De winnaar ontvangt 25.000 euro. De prijs is vernoemd naar Marten Toonder, de geestelijke vader van Heer Bommel en Tom Poes. Kruis zag Toonder als zijn leermeester en noemde hem bij zijn overlijden in 2005 ‘de invloedrijkste Nederlandse striptekenaar aller tijden’’. Toonder noemde Kruis in 1995 in het voorwoord van een boek over 25 jaar Jan, Jans en de kinderen een ‘knappe en veelzijdige artist’. Op 28 februari 2010 werd door de voorzitter van de BKVB de prijs in

14

een bomvolle A-kerk in het centrum van Groningen uitgereikt aan Jan Kruis. De prijs zou aanvankelijk worden uitgereikt door minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, Ronald Plasterk, maar die was kort daarvoor demissionair geworden… Het was een gure, donkere winterdag. Het wachten op de start van de presentatie duurde lang. Maar toen Jan plotseling binnen kwam, leek het wel of hij een buitenaards wezen was! Een haag van persmuskieten bleef hem omringen en fotograferen. Burgemeester Peter Rehwinkel van Groningen opende de uitreiking met de opmerking dat hij zelf geen stripliefhebber was maar dat hij heel trots was op het feit dat zo’n belangrijke prijs werd uitgereikt in stripstad Groningen. De voorzitter van de BKVB, Lex ter Braak, noemde in zijn speech zeven punten op, waarin werd aangegeven waarom Jan Kruis in aanmerking kwam voor deze prijs. Een korte


door het Tom Poes weekblad, 1ste jaargang nr. 53 uit 1948 met daarin een vermelding van Jan Kruis zijn eerste tekenprijs! Wellicht later hierover nog meer…

videopresentatie over het leven en werk van Kruis verlevendigde dit gedeelte van de prijsuitreiking. Toen werd de prijs overhandigd in de vorm van een boek. Een boek met het juryrapport en een bijdrage van bijna 80 stripmakers die iets eigens met Jan, Jans en de kinderen hadden gedaan. Iedere bezoeker kreeg daar ook een exemplaar van. Wel echter op het vertoon van een speciale uitnodigingskaart. Jan Kruis sloot het spreekgedeelte af met een grappige slotspeech en het royale uur werd afgerond met een koor, onder leiding van Jan’s vrouw Els, dat het ‘katerlied’ zong. Hierbij stonden alle koorleden hoog op een bordes, achter in de kerk, onder het majestueuze orgel en allemaal hadden ze een ‘ je-weet-wel kater’-muts op. Toen het afgelopen was liepen nog een flink aantal mensen door de regen en kou naar het Nederlands Stripmuseum aan de vlakbij gelegen Westerhaven voor de tentoonstelling ‘Het theater van Jan Kruis’. Natuurlijk werd ik daar erg getroffen

Verder hing er onder andere een portret van Marten Toonder die een Tom Poes boekje leest uit 1995. Het bleek het begin van een hernieuwde vriendschap van twee heren op leeftijd. Maar het houdt voor Jan Kruis nog niet op; er komt ook een Jan Kruis museum! De laatste jaren zijn er trouwens meer iniatieven op dit vlak, zoals: • februari 2006 Dick Bruna huis in Utrecht geopend • juli 2008 stichting Jan Kruis museum opgericht • maart 2009 stichting Toonderhuis opgericht • voorjaar 2010 officiele opening Kresse museum in Gouda • mei 2009 musee Hergé geopend in Louvain-la-Neuve (bij Brussel) Waar blijft het Marten Toonder museum? De Marten Toonder prijs is nu een feit! Bastiaan Koijck

15


Tom Poes werd ziek in 1944 Zoals vele leden weten werd Tom Poes eind 1944 plotseling ziek. Het verhaal ‘Tom Poes en Chinese Waaier’ was nog in volle hevigheid bezig en de volgende dag, dinsdag 22 november 1994, om precies te zijn, stond in plaats van de vertrouwde strip, pardoes een klein berichtje. Op de plek waar normaliter aflevering 1080 had moeten staan, stond nu dat kleine berichtje. Het artikeltje mat slechts 5 bij 5,5 cm en droeg de kernachtige titel: Tom Poes ziek. De krant was gedurende de oorlog steeds kleiner van formaat geworden en de strip was ook al maanden tot een minimummaat verkleind. Dit alles wegens de papierschaarste. De krant bestond op dat moment uit een 1 vel A3 formaat. De tekst van het stukje luidde: ‘Hoe is het mogelijk! zal een ieder zeggen, Tom Poes ziek…. De meest

16

ingewikkelde situaties, de grootste gevaren trotseerde hij als een held en nu is hij doodgewoon ziek! De stakker ligt in het ziekenhuis en ons aller gedachten gaan naar hem uit. Wij zullen hem missen, iederen dag opnieuw. Doch evenals nederig Lyn-Oh-Li, hopen wij van harte, dat onze held binnen zeer korten tijd weer aan zijn Waaier-avontuur kan verder gaan, want wat beginnen wij zonder Tom Poes?’ Velen weten wat er achter deze plotselinge stop van de strip stak: Marten Toonder moest onderduiken om zijn relatie met de Telegraaf (een foute krant, door de Duitsers gecontroleerd) en omdat zijn studio’s door de mand begonnen te vallen als dekmantel voor verzetswerk. Maar de vele fans wisten dat natuurlijk niet en de hele verdere oorlog hoopten zij op een vervolg. Dat vervolg is er nooit gekomen. De Tom Poes dagstrip was zéér populair geworden. Marten Toonder kreeg constant veel positieve brieven vol loftuitingen. In de Telegraaf werd Tom Poes geroemd als ‘Nederlands grootste held’. Aan het einde van 1944 begon Marten wel steeds meer te merken dat de krant De Telegraaf als ‘fout’ werd aangemerkt. Hij kreeg dan


ook het advies om zijn medewerking aan die krant op te zeggen in het verband met ‘na’ de oorlog. Op een onopvallende manier moest Marten zien te verdwijnen. Hij deed dat door het dan lopende verhaal ‘Tom Poes en de Chinese Waaier’ af te breken op de volgende wijze; op een gegeven moment zitten Tom Poes en heer Bommel in een put die langzaam vol water loopt (aflevering 1075). Als de achtervolgers uit het verhaal dan in de put kijken, zijn Tom Poes en heer Bommel onder de oppervlakte van het water verdwenen. Ze zijn dus ‘ondergedoken’, terwijl ze adem halen door rietjes. Zo eindigde het krantenverhaal op 20 november 1944 dus plotseling. En Marten Toonder liet zich, na een korte behandeling in een neurologische kliniek, door een zenuwarts manisch-depressief verklaren. Die verklaring was het einde van de relatie met de Telegraaf. De strip was plotsklaps verdwenen en Marten was voor de krant onbereikbaar geworden. De studio’s waren dus opgeheven. Het dagelijks leven werd ondragelijk... Buiten lopen was gevaarlijk, omdat de Duitsers je, zelfs met een goede Ausweis, zo konden

oppakken voor de arbeidsinzet in Duitsland. Marten werkte met enkele getrouwen thuis door aan het maken van veelal nieuwe strips voor het tijdperk na de oorlog... Pas op 10 maart 1947 stond Tom Poes weer in de krant. Om alle ellende van de oorlog te vergeten, was men weer begonnen bij nr. 1. Voor de uitgave van 10 deeltjes in de zogenaamde goedkope tweede serie (de eerste serie waren de 6 luxe, gekleurde boekjes van uitgeverij De Muinck) had men 4 afleveringen bijgetekend en geschreven. Men ziet ook op de stroken 1080 tot en met 1084 dat Tom Poes en Bommel anders getekend zijn. Ze zien er uit zoals in ze er in 1947 uitzagen, als u begrijpt wat ik bedoel. Nu heb ik zelf pas na vele tientallen jaren zoeken de krant kunnen bemachtigen waarin stond dat Tom Poes ziek werd. Altijd was ik nieuwsgierig hoe dat er wel niet uit had gezien… En daarvan wil ik jullie deelgenoot maken. Daarom bijgaande foto. Bastiaan Koijck

17


Persbericht overdracht Toonder Studio’s Erven Toonder kopen de Toonder Studio’s terug 45 jaar nadat Marten Toonder zich terugtrok als directeur van de Toonder Studio’s, komen deze weer in het beheer van een nazaat van Toonder; voor kleindochter Milou Toonder, directeur van de Toonder Compagnie BV. Voor haar stond vast dat de collectie van de Toonder Studio’s bij de beheerders van de nalatenschap van Marten Toonder terecht moesten komen. Op maandag 22 maart heeft de Toonder Compagnie de Toonder Studio’s daarom gekocht van de heer Poelstra, eigenaar van onder meer het mediabedrijf Hoek & Sonépouse. De heer Poelstra is ook verheugd dat de collectie op deze wijze in goede handen komt. De bekendste productie van de Toonder Studio’s is de Bommelfilm ‘A ls je begrijpt wat ik bedoel’. Het is Nederlands enige avondvullende tekenfilm voor de bioscoop uit 1983. Toonder richtte de Studio’s op in de oorlogsjaren. Met een groeiend aantal getalenteerde medewerkers, waarvan Dick Matena, Jan Kruis en Thé Tjong King ook nu nog bekende namen zijn, werden decennia lang een groot aantal

18

verschillende strips geproduceerd voor de binnen- en buitenlandse markt. De Tom Poes verhalen die in de Donald Duck verschenen zijn hiervan het bekendste voorbeeld. Daarnaast produceerden de Studio’s reclametekenfilms voor onder meer Philips, en een aantal vrije tekenfilms, die verschillende onderscheidingen kregen. In de jaren ’80 werden de Studio’s verkocht aan het mediabedrijf Hoek en Sonépouse. De Toonder Studio’s bleven bedrijfs- en tekenfilms maken. Deze films en de bekende Loekispotjes, waaraan Marten Toonder niet meewerkte, behoren niet tot de overgenomen collectie en blijven dan ook in beheer van Poelstra’s mediabedrijven. De aankoop van de Studio’s is tevens het startsein voor een aantal herpublicaties; binnenkort zullen minder bekende Toonderstrips die in de Studio’s werden geproduceerd, zoals Kappie, Panda en Koning Hollewijn in herdruk verschijnen. Toonder Compagnie BV Telefoon: 020-7370658






 

    

     

    

  

19


Hongaarse en Duitse Tom Puss kaarten In Toondertijd nr. 71 van maart vorig jaar, schreef ik over mijn ‘vangst’ van 14 Hongaarse Tom Puss kaarten in één keer. De 14 kaarten waren in een perfecte, zogenaamde ‘mint’ staat. In de afgelopen 4 jaar heb ik daar nu nog 8 kaarten aan toe kunnen voegen. En wel 4 kaarten in de afgelopen jaren en nog 4 twee weken geleden. Mijn warme contacten in Hongarije, brachten mij laatst 4 kaarten in één keer die ik nog niet had. Heel bijzonder. 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Vaak heb ik naar de absoluut onherkenbare Hongaarse teksten gekeken. Gelukkig schoot Pim Oosterheert mij te hulp. Hij kende iemand die ze heeft vertaald. Hierbij de vertaalde teksten van de 24 Hongaarse Tom Poeskaarten. In acht moet worden aangenomen dat de tekst in het Hongaars op rijm is gezet; daarom is de Nederlandse vertaling enigszins houterig te noemen.

Ondanks het feit dat Tom Poes maar een knulletje is, is hij erg avontuurlijk Hij komt in een wondergrot, kan dat de verblijfplaats van de tovenaar zijn? Hij loopt trillend van de zenuwen heen en weer; wat voor vreemde dingen zijn hier? Zijn tocht brengt hem naar vele schatten. Echter een boze dwerg bewaakt ze. Deze dwerg is de tovenaar zelf, hij kan uit de laarzen geesten tevoorschijn halen. Onmiddellijk schieten reuzen uit de laarzen omhoog. ‘Jullie moeten de schatten van de graaf hierheen brengen. 7. De dwerg merkt Tom Poes op en Tom Poes vlucht snel weg. 8. ‘Aha, hier staat het kasteel van de graaf, waar de maan prachtig overheen straalt.’ 9. In het licht van de maan ziet hij de reuzen naderen. 10. In het kasteel gaat de graaf zijn schatten bekijken en hij ontdekt plotseling de dieven. 11. Tom Poes klimt op de muur en gluurt en ziet de dieven. 12. De dieven hebben op bevel van de dwerg alle schatten meegenomen 13. ‘Wees niet bedroefd, graaf. Ik, Tom Poes, zal alles terugbrengen.’ 14. Tom Poes klimt terug naar de grot. Daar slapen de reuzen. 15. Als ik hun laarzen uittrek, dan verdwijnen de reuzen weer in de mist, denkt Tom Poes. 16. De dwerg zit argeloos tegen een rots. Tom Poes sluipt naderbij om hem vast te binden. 17. Tom Poes slaat – onder luid hoera-geroep – drie lussen om de dwerg heen. 18. Tom Poes vindt in de grot een paar klompen. Hij vraagt zich af of daar ook toverkracht in zit. 19. Dankzij de toverkracht van de klompen kan hij goede reuzen toveren. 20. Hier staan ze te lachen. Er zit niet één slechterik bij. 21. Allereerst binden zij de boze dwerg op een stok. 22. De graaf is ontroerd en blij omdat Tom Poes zijn schatten heeft teruggebracht. 23. Ha, lieve reuzen op klompen! Stamp, stamp, stamp, maak een vreugde dans. 24. Maar de kleine onrustige Tom Poes wordt van de graaf weggelokt omdat het nieuwe avontuur hem trekt.

20


En ik had nr. 18 reeds : Nr.18: Was ? Holzschuh’ hier im Zauberloch? Potz Blitz! Ich spiel’den Zauberkoch!

Nog bijzonderder was, dat toen ik ze thuis had ontvangen, 3 ervan een Duitse tekst hadden. En daarom schrijf ik nu dit artikel. Want in Toondertijd 71 veronderstelde ik nog dat alleen de zeer fraaie afbeeldingen, welke in ieder geval door velen als de mooiste worden gezien, van een Duitse tekst waren voorzien. Ik had bij een verzamelaar namelijk nr. 1, 8 en 18 gezien. Ik schreef: ‘Ik veronderstel dat de artistieke, creatieve en anti-nazi gestemde Degeto-leiding in Berlijn het Tom Puss-gebeuren zo mooi vond dat men ook een aantal kaarten in het Duits heeft laten drukken.’ Verder was er nog niets bekend over hoe dit nu precies zit. Tot twee weken geleden. Ik heb nu binnengekregen:

De onderschriften hebben alle een iets rondere letter dan de Hongaarse onderschriften. Al met al zijn er nu 7 Duitse onderschriften bekend. Toen 2 jaar geleden de eerste Duitse Tom Puss kaarten bekend werden, riep een verbaasde topverzamelaar uit: ‘Het is echt eindeloos, hè! Het oeuvre is zo groot, zo breed. Je blijft steeds maar weer nieuwe dingen ontdekken.’ En zo is het, en daarom blijft het mij ook fascineren. Nu vormen de Hongaarse Tom Puss kaarten ook wel een héél merkwaardig hoofdstuk in de geschiedenis van werk van Marten Toonder…

Indien u ook nummers uit de Duitse Tom Puss serie heeft die nog niet genoemd zijn, mail graag de tekst naar : fanth@toondertijd.nl. Het zou mooi zijn als wij als leden een complete lijst van de nr. 15: Die Stiefel aus! In Rauch und Dunst vergeht des Zwerges Zauberkunst! 24 gevatte en herkenbare Duitse onderschriften in ons blad konden afdrukken. Nr. 16: Tom Puss schleicht leise sich heran. Ob er den Zwerg wohl fesseln kann? Bastiaan Koijck Nr. 24: Tom Puss zieht von des Grafen met dank aan Pim Oosterheert voor de vertaHaus auf neue Abenteuer aus. ling van de Hongaarse kaarten.

21


De MTVC-award 2008-2009 voor Peter te Nuyl Op 29 mei om 11:15 vindt de uitreiking van de MTVC-prijs 20082009 plaats in De Lindenboomzaal in Koog a/d Zaan. De Marten Toonder Verzamelaars Club houdt die dag van 9:00 tot 13:30 uur haar clubdag. De prijs is aan Peter te Nuyl toegekend als bewerker en artistiek leider, eindregisseur en initiator van het monsterproject ‘de Bommelhoorspelen’. Voor alle duidelijkheid: de prijs is dus niet voor de NPS of uitgeverij Ton Paauw. Zij zijn betrokken bij de Bommelhoorspelen, maar zijn niet de artistieke kracht achter dit project.

Hieronder nog een paar andere reacties van stemmers op de Bommelhoorspelen: • Andere nominaties betreft met name heruitgaven. Dit is een groot project, dat het oeuvre van Marten Toonder op een originele wijze benadert. • Mooi gedaan, goed verzorgd, verhalen komen echt tot leven. • Visueel gehandicapten kunnen nu ook genieten. De laatste 3 winnaars van de beste Toonder-(gerelateerde) uitgave waren: • 2005 Pim Oosterheert, voor Het Bommellexicon. Van Aamnaak tot Zwirkvlaai. • 2006 Uitgeverij Panda, voor de heruitgave van de Tom Poesverhalen uit de Donald Duck. • 2007 Jenno Witsen, voor de Bommel Reisgids. Toen de prijs werd ingesteld, heette hij de Wim Versteeg-award, genoemd ter ere van de reeds overleden topverzamelaar Wim Versteeg. Het bestuur

22


De afgebeelde prachtige aquarel is in 1946/1947 (let op de ruiten in Bommel’s jas!!) gemaakt voor het helaas nooit verschenen boekje ‘Tom Poes en de Tooverspiegel’

Het zou waarschijnlijk het mooiste (Nederlandstalige) Tom Poes boek zijn geweest. Dat genot is ons om onbekende en niet meer te traceren redenen onthouden. Heel jammer. Rick van Uden

23


Waarde Bommellezers en –lezeressen, Van: ‘DrogisterijNet’ Datum: 29 december 2009 14:13:50 Aan: ‘Hans Matla’ Onderwerp: Celltone Slakkenslijm, 3 potten voor € 59,95. Beste H.J. Matla, Uw huid wordt zijdezacht en superglad Celltone Slakkenslijm vermindert acne, vervaagt rimpels en littekens en zie er weer jong en stralend uit. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat slakkenslijm unieke genezende eigenschappen heeft. Celltone gel bevat dit herstellende slakkenslijm extract. Breng de Celltone gel twee of drie keer per dag aan. Celltone is voor zowel mannen en vrouwen te gebruiken. Bestel nu Celltone (inhoud 50 ml.) en ontvang 3 potjes voor slechts € 59,95.

Dat Marten Toonder de diepere achtergronden in Tom Poes en het lijm-teem niet uit zijn duim heeft gezogen en ten bewijze dat het geloof in de heilzame werking van slakkenslijm nog steeds bestaat, moge naaststaande aanprijzing getuigen. Bestelt subiet, opdat uw huid wederom zijdezacht en superglad worde. Uw dienaar,

Hans Matla

Derde veiling van Zwiggelaar Auctions met veel Toonder werk Op 1 april vond al weer de derde veiling van boeken, strips, fotografie en affiches van Zwiggelaar Auctions plaats, dit keer op een nieuwe lokatie nabij de Nieuwmarkt in Amsterdam. Met bijna tachtig kavels was ook nu weer het aandeel Toonder gerelateerde kavels aanzienlijk. Hieronder vele zeldzame boeken en curiosa, en ook veel origineel werk. Beginnend met de laatste categorie; een kleine Bommel tekening door

24

Toonder in 1985 naar een liefhebber gestuurd, bracht inclusief opgeld 620 euro op, en een fraaie inkttekening voor Concordia uit 1987 zelfs 2852 euro. Zeldzame Toonder plaatjesalbums en Zweedse Tom Poes boeken deden het goed. Onder de curiosa viel een zeldzame Tom Poes kalender uit 1946 op. Deze bracht ondanks een slecht uitgevoerde restauratie €1165,60 op! Ook


twee losse ingelijste kalenderplaatjes van dezelfe kalenderuitgave werden op 340 euro per stuk afgehamerd; dus €421,60 inclusief opgeld! Een zeldzaam souvenirschaaltje van Rommeldam in Oisterwijk versierd met Bommelstein bracht 496 euro op… Tenslotte werden vijf nieuwjaarskaarten uit de eerste reeks van 1948 ondanks gebreken voor €595,20 verkocht. Kortom, een veiling waar door het goede en gevarieerde aanbod voor veel verzamelaars wat te halen was! En de prijzen van echt zeldzame items en orgineel werk lijken alleen maar te stijgen. Hans Crezee

Pim Oosterheert geridderd! Op 10 april 2010 was het museumweekend. In museum ‘De Bommelzolder’ van Pim Oosterheert stond de Angorijnse Foezel al klaar, want er zouden ook nog gasten komen die een bedrijfsuitje maakten. Eerst een boottochtje door het Groene Hart en dan per platbodem aanmeren bij het museum. Groot waren de ogen van Pim toen hij allemaal bekenden op de boot zag. Zijn beide zoons en vrouw Marian hadden dit allemaal bekokstoofd en genodigden werden

naar de bescheiden ontvangstruimte van dit ‘Doddeltje onderkomen’ geleid. Al gauw dook de burgemeester van Zoeterwoude op en richtte het woord tot de museumheer.

25


Het was al enigszins bekend dat de collectie van de Bommelzolder op termijn naar het Toonderhuis gaat. De stichting Toonderhuis is op 19 maart 2009 opgericht en de heer Oosterheert is hier bestuurslid van. De burgermoeder zei te betreuren dat dit knusse museum uit haar gemeente weg zou gaan en zei hier tegen te stemmen. ‘Wat komt er nú’ hoorde je Pim denken, wetende dat zijn stichting museum ‘De Bommelzolder’ nauwe banden heeft met de gemeente Zoeterwoude. Toen werd echter duidelijk dat Hare Majesteit het behaagd had en fonkelde al snel de Koninklijke Onderscheiding.

Irwin Toonder, voorzitter van de stichting Het Toonder Auteursrecht, richtte vervolgens het woord tot de decorandus. Zijn vader Eiso Toonder heeft ‘De Bommelzolder’ in 1998 officieel geopend. In zijn antwoord benadrukte de heer Oosterheert dat Bommel maar een deel van zijn leven is. Ruim dertig jaar heeft hij als docent Nederlands en Geschiedenis het werk van Toonder onder de aandacht gebracht van zijn leerlingen. Door de literaire stripverhalen toe te laten op de boekenlijst voor de eindexamens bracht hij vele leerlingen ertoe kennis te maken met het werk van Toonder, daarbij vooral aansturend op het verkrijgen van inzicht in de diepere betekenis ervan. Verder heeft de decorandus een viertal boeken over de Bommelsaga geschreven en of samengesteld. De laatstverschenen, ‘Een Bommelding’ is bestemd voor leerlingen in het voortgezet onderwijs en is zonder enig winstoogmerk opgezet. Het laatste woord is aan de decorandus: ‘Lees Toonder om te zien wat voor mooie taal Nederlands is.’ Arnoud Alderlieste

26


Bul Super en Hiep Hieper in de ruimte In de jaren 1970 tot eind 1990 bestond in het Nederlandse taalgebied een werkgroepje astronomen, dat de zwaarste sterren in heelal onderzocht. In die tijd werd ontdekt, dat naast de allerhelderste sterren, de superreuzen (‘super giants’), nog een klein aantal nóg helderder en nóg omvangrijker sterren bestaat. Heel vreemde objecten, aan de grens van bestaanbaarheid. De vraag was hoe die super-super-reuzen dan zouden moeten heten. In de literatuur waren al enkele, maar niet zo mooie, namen voorgesteld. Tot iemand van het groepje, Dr Arnout van Genderen uit Leiden, zei: ‘Je hebt toch Bul Super en Hiep Hieper? Die ‘super giants’ hebben we al. Laten we

Kees Kousemaker overleden 27 april overleed Kees Kousemaker (68), een centrale figuur in de stripwereld. 29 april kwamen tekenaars uit het hele land naar Kousemakers stripwinkel Lambiek om zijn kist te beschilderen. Lambiek is het oudste stripantiquariaat in Europa. Sinds de opening in 1968 is deze unieke stripwinkel wereldwijd een

die super-super giants dan ‘hyper giants’ noemen.’ En zo geschiedde. In het boek ‘The Brightest Stars’ uit 1980, van de hand van Prof. Dr. C. de Jager, werden aldus de ‘hyper giants’ voorgesteld - en onder die benaming gaan deze sterren nog steeds door het leven – overigens zonder dat, behalve in Nederland, de herkomst van deze benaming bekend mag worden verondersteld. Zodat de twee crimineeltjes uit de Marten Toonder-verhalen zich sinds 1980 in ons oneindige heelal bevinden. Als Marten Toonder had geweten dat het illustere duo het letterlijk zover zou brengen! Bess Reijnen-de Graaff

centrum voor stripliefhebbers geworden. Ruim veertig jaar was Kousemaker promotor van het beeldverhaal in de brede zin van het woord. In 2005 stopte Kousemaker met zijn dagelijkse werk voor lambiek, om zich helemaal te storten op de Comiclopedia - een online database. Voor zijn bijdragen aan het Nederlandse striplandschap werd hij in 2006 benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

27



Millions discover their favorite reads on issuu every month.

Give your content the digital home it deserves. Get it to any device in seconds.