Page 17

nog dankzij Ollie Heer-van-Stand B. Bommel, die zijn kleine vriendje in populariteit van lieverlede een beetje heeft overtroffen. Toonder tekende al toen hij nog maar zestien was. Daarvoor natuurlijk ook al, maar in 1928 begon hij te beseffen dat hij met tekenen zijn brood wilde verdienen. In die tijd zat hij vooral net een groot probleem (naast tal‑ loze anderen van kleiner formaat) in de knoop. Hij vroeg zich maar voortdurend af, hoe hij zijn creaties zo kon tekenen dat er beweging in leek te zitten, dat ze het drie-dimensionale suggereerden. De formule hiertoe, die hij behalve voor zijn strips ook nodig had voor de tekenfilms, welke hem in het verre verschiet lonkten, vond hij niet in Europa. In de Oude Wereld bleek men zich algemeen tot het plastische te beperken. Op achttien jarige leeftijd vertrok Toonder naar Zuid-Amerika, om er te worden opgeleid voor de handel. Daar was het dat hij zijn formule vond. Op een werkelijk fortuinlijke dag maakte hij kennis met de Argentijnse tekenaar uit de school van Walt Disney, Dante Quinterno, die in Zuid-Amerika voor eigen rekening was begonnen en geen geheim maakte van de grondbeginselen van de ‘Amerikaanse School.’ Van hem leerde Toonder dat men stripfiguren als het ware in beweging moet kunnen brengen. De beweging is de hoofdzaak, en zoals zich laat denken speciaal in een tekenfilm. Bovendien moeten de figuren eenvoudig zijn. Met de minst mogelijk moeite moet men ze immers een onbeperkt aantal malen kunnen tekenen zonder dat ze iets van hun karakter verliezen. Ergo, de figuren dienen uit een minimum aan lijnen te bestaan. Met -als eerste- dit principe voor ogen had Pat Sullivan reeds verscheidene jaren geleden in de V. S. ‘Felix the Cat’ geschapen, die zijn geestelijk vader heeft overleefd en nog steeds nieuwe avonturen ondergaat. Een der grootste concurrenten van Sullivan was Max Fleischer, die o. a. Betty Boop creëerde en van de tekenaar Segar ‘Popeye the Sailorman’ lanceerde. Evenals deze twee werkte ook Disney -- een leerling van Sullivan -- volgens de beginselen van de Amerikaanse School’, die leerde, dat getekende figuren voornamelijk opgebouwd moeten worden uit cirkels en ellipsen. In 1932 dook Toonder -- die op het ogenblik 38 jaar is -- weer in Holland op. Duidelijk zag hij nu het begin van de u eg. die hij gaan moest. Hij takelde een vaste baan op grafisch gebied en bouwde in zijn vrije uren aan zijn toekomstplannen. In die tijd was er in Den Hang een persbureautje, dat tegen een uiterst sobere vergoeding wel eens wilde werken met een strip van Toonder. Daardoor kon toentertijd in enkele provinciebladen Ibrahim de Arabier zijn intrede doen. 17

Profile for heerbommelenMTVC

Clubblad nr. 49  

Clubblad nr. 49

Clubblad nr. 49  

Clubblad nr. 49

Advertisement

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded

Recommendations could not be loaded