__MAIN_TEXT__

Page 1

Verschijnt 4 keer per jaar in januari – april – juli – oktober

L A N D B O U W M E C H A N I S A T I E

O P

Z ' N

B E S T !

HECTARES OKT 2020

#004

BIETEN ROOIEN

DE JUISTE MACHINE OP DE JUISTE PLAATS

BOEREN MET EEN BEPERKING

12,5 JAAR MARGE MODELS

IN THE PICTURE… LUC WITTEVRONGEL

WANNEER OOGSTEN WE 20 TON TARWE PER HECTARE?


Ook benieuwd naar de nieuwe zelfrijdende aardappelrooier van Dewulf? Afspraak online op 19 november! www


I N H O U D

HECTARES

4 11

17 18

22 25

30 32

36

Wanneer oogsten we 20 ton tarwe per hectare? De opbrengst van tarwe is, net als bij andere teelten, de afgelopen 30 jaar sterk gestegen. Toch is er nog ruimte voor extra groei. Met de...

Bieten rooien, de juiste machine op de juiste plaats De suikerbietteelt kent in ons land een rijke geschiedenis. Van de introductie door Napoleon en het handmatig rooien over onze eigen...

Drainage reinigen, beter te vroeg dan te laat Een drainagesysteem werkt optimaal zo lang het drainwater vlot kan afstromen. Ingroeiende wortels, gronddeeltjes of...

Boeren met een beperking Het beroep van landbouwer is zwaar en niet ongevaarlijk. Een ongeluk loert altijd om de hoek. Maar onze boeren zijn taai en te verliefd...

Gaan we 20 rijen maïs hakselen? De avond voor Agritechnica 2013 de deuren opende viel er bij de Europese landbouwjournalisten een mail in de mailbox...

Gevonden in het veld: Vervaet type 1979 De titel is misschien wat misleidend, want dit verhaal gaat helemaal niet over een machine uit 1979...

Vrouw in de landbouw: Mieke Vander Schueren Als we Mieke Vander Schueren moeten samenvatten, kunnen we stellen dat zij niet het type is dat kan blijven stilzitten...

12,5 jaar Marge Models Gert Valkema maakte van een droom een werkelijkheid. Het idee om zelf landbouw miniaturen te produceren zat al langer in zijn hoofd...

In the picture…Luc Wittevronge Luc Wittevrongel (48) startte wat later met landbouwfotografie dan de fotografen die eerder in ons magazine verschenen...

Colofon: HECTARES MAGAZINE IS EEN UITGAVE VAN AKA MEDIA COMMV - BEERNEMSTEENWEG 77 - 8750 WINGENE - 0471/70.60.70 VERANTWOORDELIJK UITGEVER: Antoon Vanderstraeten - Mollemstraat 18, 1785 Brussegem ADVERTENTIES: sales@hectares.be GRAFISCHE VORMGEVING Samuel Bauwens- sam@boenkerop.be - www.boenkerop.be HOOFDREDACTIE: Antoon Vanderstraeten - antoon@hectares.be EINDREDACTIE : Herman Vanderstraeten REDACTIE Antoon Vanderstraeten - Kim Schoukens HECTARES.be © AKA MEDIA Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en / of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op enige andere wijze, zonder voorafgaand schriftelijk akkoord van de uitgever.

3


Wanneer oogsten we 20 ton tarwe per hectare?

DDe opbrengst van tarwe is, net als bij andere teelten, de afgelopen 30 jaar sterk gestegen. Toch is er nog ruimte voor extra groei. Met de groeiende wereldbevolking en de daaruit stijgende vraag naar voedsel moet gekeken worden hoe deze extra opbrengst kan gerealiseerd worden. Meer grond bewerken wordt moeilijk, de toenemende druk op onze landbouwgronden laat dit namelijk niet toe. Het antwoord zal liggen in een sterke opbrengststijging per hectare. Syngenta lanceerde, samen met partners Lemken, CNH, ICL en Inagro, het ‘20T Winter Tarwe project’. 20 ton tarwe oogsten zal gebeuren, de vraag is alleen wanneer. Antoon Vanderstraeten Antoon Vanderstraeten & Fabrikant

Landbouwgrond wordt een schaars goed. Industrie, natuur, woongebieden, allemaal knibbelen ze aan de beschikbare grond. Het areaal uitbreiden is moeilijk, om niet te zeggen onmogelijk. Dit wil dus zeggen dat we naar andere factoren moeten gaan kijken om meer graan te produceren. Door grond, techniek , plantenvoeding en genetica te optimaliseren kan de opbrengst (sterk) stijgen. Dit is waar Syngenta zich samen met de partners de komende jaren wil op gaan toeleggen. Het uiteindelijke doel? Een hogere opbrengst met minder input, met een duurzame methode. In de jaren ’90 was een gemiddelde opbrengst van 8 ton tarwe per hectare een mooi cijfer, 10 ton was een uitschieter. 30 jaar later is die 10 ton een gemiddelde geworden, met uitschieters naar 12 ton per hectare. De opbrengststijging is vooral te danken aan de evolutie in de mechanisatie, een verbeterde genetica en efficiëntere gewasbescherming. Om verder te stijgen dienen nu alle factoren in rekening gebracht te worden. Het wordt een samenspel van grond, techniek, chemie en genetica. Daarom brengt elke partner zijn specialiteit mee aan tafel. Precisielandbouw

Grond kan op een afstand van enkele

4

meter sterk verschillen, en dit dikwijls zonder dat we het zelf weten. Niet alleen de grondsoort speelt een rol, maar ook verdichting, koolstofinhoud of doorlaatbaarheid van de grond kan sterk fluctueren. Al deze factoren hebben een invloed op de uiteindelijke opbrengst van een perceel. Door deze verschillen in kaart te brengen kan het rendement van de grond en de uiteindelijke opbrengst geoptimaliseerd worden. Syngenta betrok CNHi in het project als specialisten op gebied van precisielandbouw. AgXtend, een dochterfirma van CNHi, heeft verschillende soorten scanners in haar gamma dat het mogelijk maakt om zowel de bodem als gewassen te scannen. Daarnaast zijn de oogstmachines van de fabrikant ook uitgerust met de nodige sensoren om de opbrengst in kaart te brengen. Bij de start van het project werden de verschillende percelen (in Ittre en Ooike) gescand met de AgXtend SoilXplorer, een lichtgewicht gedragen scanner die gebruik maakt van elektromagnetische geleiding. De SoilXplorer scant de bodem op 4 dieptes (10cm, 40cm, 70cm en 100cm). Een scan resulteert in een kaart van de verschillende grondsoorten(zones), eventuele verdichting en de relatieve waterinhoud van het perceel. Tijdens het groeiseizoen werd de tarwe gescand met de AgXtend CropXplorer, die


HECTARES

biomassa en stikstofopname meet. De CropXplorer kan zowel gebruikt worden voor gewone gewasscans als voor het direct aansturen van de kunstmeststrooier of veldspuit om plaatsspecifiek te gaan strooien of spuiten. Vanuit Inagro werd de proefopzet opgevolgd, de bodemstalen geanalyseerd, alle data van de verschillende partners samengelegd en overkoepelend bekeken en geïnterpreteerd. Op die manier konden de nodige conclusies uit de verschillende datastromen getrokken worden, zodat waar nodig kon bijgestuurd worden. De verzamelde gegevens zijn ook geanalyseerd zodat de proefopzet voor het volgende seizoen beter kan afgestemd worden op variaties in het veld. Grondbewerking en zaaitechniek

Bij de uitwerking van het ‘20T winter tarwe project’ werd gekozen voor een praktische aanpak. Dit hield ook in dat de gronden bewerkt werden zoals de boeren in kwestie het zelf ook deden. In Ittre werd gekozen voor niet-kerende grondbewerking. De grond werd met een Lemken Karat 9/400K cultivator losgemaakt tot een diepte van 25 cm. De dag nadien werd gezaaid met een Lemken Saphir 8 op een Zirkon 12 rotoreg van het merk. Door de paralellogram ophanging van de zaaielement, gevolgd door

een aandrukwiel, kon de zaaimachine een constante zaaidiepte van 2 cm aanhouden. De rijafstand bedroeg 12,5 cm.Voor op de trekker was een VarioPack packerwals gemonteerd. In Ittre werden 3 proeven gezaaid, om de invloed van zaaidichtheid te kunnen vergelijken. 3 stukken van 27 meter breed werden ingezaaid, met respectievelijk 20% lagere zaaidichtheid (240 gr/ m²), een standaard zaaidichtheid (300gr/m²) en 20% hogere dichtheid (360gr/m²). In Ooike werd gekozen om te ploegen. Dit gebeurde met een Lemken Juwel 8I ISOBUS gestuurde ploeg. Er werd onland geploegd, zodat er geen verdichting van de ploegvoor was. Voor het zaaien werd dezelfde combinatie gebruikt als in Ittre. Er werd gezaaid met een dichtheid van 300gr/m² in het proefveld, de rest van het perceel werd ingezaaid met een dichtheid van 150gr/m² Bemesting

Ook voor het bemesten nam Lemken de technische kant voor haar rekening. De meststoffen werden geleverd door ICL. In het najaar, een week na het zaaien, werd 100 kg/ha ICL Polysulphate gestrooid. In het seizoen werd in Ittre 250 eenheden stikstof/ha gestrooid, in Ooike waren dit 175 eenheden stikstof/ha, beide verspreid over 2

strooibeurten. ICL maakte de keuze voor Agromaster 30-0-0+16SO3, een meststof rijk aan stikstof die tevens zwavel bevat en daarmee de stikstof efficiëntie verhoogt. Door de coating van de Agromaster meststoffen wordt een deel van de stikstof geleidelijk aan losgelaten, zodat de kans op uitspoeling of vervluchtiging geminimaliseerd worden. Voor het uitstrooien van de meststoffen werd een Lemken Polaris 14/3200 strooier gebruikt. Deze wordt via ISOBUS en GPS aangestuurd en heeft sectiecontrole met 12 secties. De taakkaart werd ingeladen via Agrirouter. Bij de 2de strooibeurt werd de strooier aangestuurd door middel van de data van de CropXplorer gewasscanner. Genetica

Syngenta koos op beide percelen voor het wintertarwe ras Gleam. Dit ras werd zelf door Syngenta geselecteerd. Uit verschillende rassenproeven komt Gleam telkens naar voren als een hoog renderend ras, zowel in graan- als in stro-opbrengst. Daarnaast is het ras ook goed ziekteresistent en kan het zowel vroeg als laat gezaaid worden. Gleam is een gekende variëteit die dikwijls door akkerbouwers over het hele land wordt ingezaaid. Hierdoor is het voor Syngenta een ideale referentie voor verdere proeven binnen

5


Door de coating van de Agromaster meststoffen word een deel van de stikstof geleidelijk aan losgelaten, zodat de kans op uitspoeling of vervluchtiging geminimaliseerd worden.

Ook het gewas werd gescanned. De info die verzameld werd leverde onder andere deze kaarten op.

het project. Als zaaizaadontsmetting werd Vibrance Duo gebruikt. Syngenta, dat enkele jaren geleden al hybride gerst op de markt bracht, hoopt in de toekomst ook hybride tarwe te kunnen gaan gebruiken binnen dit project. Resultaten

Eind juli was de tarwe klaar om geoogst te worden. CNHi zorgde voor een New Holland CX8.90 maaidorser, uitgerust met rupsen en opbrengstmeting, om het proefveld in Ittre te oogsten. In Ooike werd geoogst met een New Holland CX7.90, eveneens op rupsen en met opbrengstmeting. Om de proefvelden precies te kunnen oogsten werd gebruik gemaakt van automatische besturing. In Ittre werd de hoogste gemiddelde opbrengst gehaald op het “20T Winter Tarwe” perceel, bij een zaaidichtheid van 300 zaden/ m², namelijk 12.074 kg/ha. In Ooike lag de opbrengst nog net iets hoger, bij 12.210 kg/ha. In het veld varieerden de opbrengsten tussen 6 ton op de laagst renderende plekken, tot 15 ton op de hoogst renderende zones. Maar niet alleen de opbrengst per hectare was belangrijk, de onderzoekers konden ook enkele andere conclusies trekken uit het eerste jaar van het proefproject. Zo heeft de hogere zaaidichtheid een rechtstreekse invloed op de onkruiddruk. Meer planten per m² zorgen voor een lagere onkruiddruk. Meer planten wil ook zeggen dat er meer aren

6

zijn, maar dit wil niet automatisch zeggen dat de opbrengst hoger ligt. Zo zijn bij de hoogste plantdichtheid een aantal korrels/aar niet kunnen afrijpen. Hier speelden het weer, de daglengte en een tekort aan een aantal nutriënten (Stikstof, Mangaan, Zink) een rol. Bij de vergelijking van de verschillende bodem- en gewasscans doorheen het groeiseizoen met de opbrengstkaarten na de oogst kan geconcludeerd worden dat deze overeenkomen. Plekken die op de bodemkaarten als “verdicht” naar voren kwamen, toonden minder gewasgroei doorheen het groeiseizoen en noteerden ook een lagere opbrengst.

VIDEO

Met 12,2 ton/ha blijft het eerste jaar van dit project nog ver af van de vooropgestelde 20 ton. Binnen het project is ook geen einddatum voorop gesteld om die hoeveelheid te dorsen. De weg naar de 20 ton is interessanter dan het doel op zich. Zo kwam tijdens het eerste jaar het belang van precisielandbouw al naar voren. De komende jaren gaan Syngenta en de partners in het project zich toeleggen op verbetering op gebied van techniek, genetica en voeding, in combinatie met die precisielandbouw. Op die manier kan er gewerkt worden naar een optimaal rendement, met minimale input voor een maximale opbrengst.


HECTARES

Met de AgXtend SoilXplorer werd de bodem op 4 verschillende dieptes gescanned.

Lemken nam het gedeelte grondbewerking en zaaien voor hun rekening.

Proefveld Ittre low Ittre 20T project Ittre high Ittre farmer Ooike 20T project Ooike farmer

zaaidichtheid/m² 240 300 375 320 320 157

Aantal planten/m² 201 272 310 206 288 113

Aantal aren/m² 495 602 760 / 499 383

Opbrengst (kg/Ha) 10.703 12.074 12.000 10.405 12.210 11.248

Activity

Ittre

Ooike

Soil scans - 2019 Variscan SoilCares CNH

25/10/2020 8/10/2020 20/10/2020

14/5/2020 10/10/2020 28/10/2020

Soil preparation + drilling 20T Farmer

NKG - 28-29/10 Lemken, 240 300 375 seeds/m² Amazone , 320 seeds /m²

Geploegd - 31/10 Lemken, 320 seeds/m² Amazone, 157 seeds/m²

Variety + seedtreatment

Gleam / Vibrance Duo

Gleam / Vibrance Duo

Fertilisers:ICL Polysulphate 100Kg/ha

8/11/2020

8/11/2020

Plant counts and weed counts

30/11 + 3/1 (+16/3 = GAI)

30/11 + 10/2

Herbide treatment

12/4 : Capri Duo 225 g 1/5 : Savvy 25 g

19/3 : Axial 1,2 + Primus 0,1

Crop scans, via CropXplorer CNH as basis for T2 fertilizer

16/4/2020

16/4/2020

PGR 16

16/04: Moddus 0,15 +CCC 0,75 (= Bravo 1)

Fungicide treatments T1 T2

1/5 : Osiris 1,5 + Bravo 1 2/6 : Elatus Plus 0,75 + Plexeo 1,125

7/5 : Bravo 1 + Propov 0,75 25/5 : Elatus Plus 0,75 + Plexeo 1,125

Fertilizers T1 T2

Total of 250 U/ha (Agromaster) 18/3/2020 17/4/2020

Total of 175 U/ha (Agromaster) 20/3/2020 29/4/2020

Crop scans, via CropXplorer CNH ear stage

27/5/2020

27/5/2020

Drone scan (multispectrale)

29/5/2020

29/5/2020

Harvest NH : 31/7 NH : 30/7

31/7/2020

31/7/2020

7


“Syngenta investeert samen met haar partners in de toekomst van een duurzamere en productievere wintertarweteelt.” Edward Vander Linden – Syngenta

Edward Vander Linden is de drijvende kracht achter het ‘20T Winter Tarwe Project’. “Een zo hoog mogelijke graanopbrengst is wat iedere graanteler nastreeft. Maar hoe beginnen we eraan?” Door de expertise van verschillende partners te combineren wil Syngenta stappen vooruit zetten, die uiteindelijk de graanteler ten goede moeten komen. “Binnen het project is niet alleen het tonnage van belang, maar ook de duurzaamheid,” zegt Edward. “We kozen er voor om in reële praktijkomstandigheden te werken. Dit brengt extra moeilijkheden met zich mee, maar maakt

het geheel ook tastbaar voor de landbouwers.” Het ’20T Winter Tarwe project’ is een langlopend project, zonder concrete einddatum. De verschillende partners gaan ook dat engagement aan. “Het leerproces staat voor ons centraal,” zegt Edward. “Data verzamelen, de data interpreteren en er de juiste conclusies uit trekken en uiteindelijk met de verschillende partners samen leren, dat is belangrijker voor ons dan het uiteindelijke doel.”

“Hybride rassen gaan een hogere opbrengst garanderen.” Roel Van Avermaet - Syngenta

Roel Van Avermaet zorgde van uit Syngenta voor het zaaizaad en de daaraan gekoppelde ontsmetting. Hij koos voor het ras Gleam, een eigen selectie van Syngenta. “Gleam is een ras dat over heel België gezaaid wordt, het is één van de meest gezaaide variëteiten. Het is een ras met een hoog potentieel en een lage ziektegevoeligheid,” verklaart Roel de keuze. “Het ras kan ook zowel vroeg als laat op het seizoen gezaaid worden, zodat de landbouwers het flexibel kunnen inzetten in hun teeltrotatie. Hierdoor zijn ze minder afhankelijk van de

weersomstandigheden tijdens het seizoen.” Om een opbrengst van 20 ton/ha te halen is niet alleen de techniek en precisielandbouw van tel, ook de juiste genetica is van belang. “Syngenta heeft ondertussen bijna 10 jaar ervaring met hybride gerst. Om bij tarwe opvallend hogere resultaten te boeken willen de in de toekomst ook uitpakken met hybride tarwe rassen. Hybride tarwe zal minder gevoelig zijn voor droogte en ziektes, een sterker gewas vormen en zo een hogere opbrengst garanderen,” zegt Roel.

“De opbrengst van de landbouwer optimaliseren is iets dat we alleen maar kunnen toejuichen.” Stijn Vercauteren – Lemken

Lemken engageert zich als machinebouwer voor lange termijn in het project. “Lemken kijkt al langer naar de agronomische aspecten van de verschillende teelten en de impact van de verschillende machines. En ook smart farming is niets nieuws voor ons”, vertelt Stijn. “Toch kunnen wij als fabrikant nog altijd dingen bijleren, en dan zijn projecten als deze interessant.” In het project wordt er zowel geploegd als niet-kerende grondbewerking toegepast. Van waar die keuze? “Met het project wil Syngenta (en de partners) zo dicht mogelijk bij de boer liggen. De keuze voor de verschillende technieken is dus ingegeven door de filosofie van de boer. Bij het lostrekken van het perceel in Ittre

trekker. Dikwijls wordt een neusgewicht gebruikt om het gewicht van de rotoreg en zaaimachine te compenseren, maar dit zorgt in het veld dan weer voor een slechte gewichtsverdeling wanneer de zaaicombinatie op de grond loopt. Met een packerwals, wat we een slim gewicht mogen noemen, is er de compensatie tijdens het transport, maar wordt de grond ook gelijkmatig aangedrukt voor de trekker, zodat deze minder inspoort in het veld waardoor de zaaimachine ook weer preciezer kan werken.” Een belangrijk item tijdens het zaaien was de correcte zaaidiepte. “Een goede oogst begint bij het zaaien. Correct zaaien zorgt voor een gelijkmatige opkomst wat resulteert in stevige, gezonde planten. De ophanging van de zaaielementen bij onze Saphir 8 zaaimachine

kozen we voor een Karat cultivator met smalle beitels om diep te kunnen werken. In Ooike maakten we dan weer de keuze om onland te ploegen zodat de ploegvoor niet versmeerd zou geraken. Op beide percelen gebruikten we wel dezelfde zaaicombinatie. Bij deze combinatie zat er een VarioPack packerwals voorop de

gebeurt via een parallellogram, waardoor de zaaielementen recht op en neer bewegen in plaats van in een boogje. Daarnaast wordt elk zaaielement direct gevolgd door een aandrukwiel. Zo konden we een constante zaaidiepte van 2 cm over het hele proefperceel aanhouden”, vertelt Stijn nog.

8


HECTARES

“Verschillende technieken inzetten binnen 1 praktisch project is niet alleen nuttig voor ons, maar ook voor de landbouwers en loonwerkers!” Pieterjan Maenhout - CNHi

CNHI is als concern partner binnen het project. Er werden zowel producten uit het AgXtend gamma als van CNH gebruikt. “Voor ons als fabrikant van verschillende precisielandbouwtoepassingen is deelname aan dit project nuttig om verschillende technieken in de praktijk te brengen op 1 locatie,” verklaart Pieterjan de deelname van CNHi. “We hebben zowel bodem- als gewasscanners van AgXtend als verschillende rijhulp- en GPS-systemen en opbrengstmetingsystemen die we hebben ingezet binnen het project.” De data die verzameld werd tijdens het scannen van de bodem en het gewas werd vergeleken met elkaar en ook met andere data afkomstig van Inagro die gebruik maakte van andere

technieken. “Deze vergelijking bevestigde de precisie van onze sensoren. Het is voor ons als fabrikant ook interessant om te zien hoe bijvoorbeeld een proefcentrum als Inagro de verschillende datastromen interpreteert.” Doordat het project over langere termijn loopt kunnen verschillende technieken verfijnd worden, daarnaast zijn het echte praktijkomstandigheden, iets wat voor landbouwers en loonwerkers de drempel verlaagt. “Doordat de verschillende scanners en machines in herkenbare situaties worden ingezet hopen we dat landbouwers en loonwerkers ook de stap zetten naar de toepassing van deze technieken.”

“Om hoge opbrengsten te halen is slim bemesten een vereiste!” Frank Duijzer – ICL

“Minerale meststoffen hebben voor een geweldige opbrengststijging gezorgd, maar hebben ook een zekere impact op het milieu met zich meegebracht. Alsmaar strengere regels zorgen er voor dat we slim moeten omgaan met de bemesting,” zegt Frank Duijzer van ICL. “Bij ICL zetten we dan ook in op duurzame landbouw waarbij efficiëntie, het kostenplaatje en de impact op het leefmilieu centraal staan.” Voor de najaarsbemesting koos Frank voor Polysulphate, een natuurlijke meststof rijk aan zwavel. “Zwavel stimuleert de efficiënte van andere nutriënten zoals stikstof, maar Polysulphate bevat ook kalium, magnesium en calcium, die allen een rol spelen in de plantgezondheid,” legt hij uit.

Voor de voorjaarsbemesting werd gekozen voor Agromaster van ICL. “Agromaster is een gecoate meststof, waardoor nutriënten geleidelijk aan losgelaten worden. Zo loopt het aanbod van de voedingsstoffen in de bodem quasi gelijk met de plantbehoefte en wordt de gewasgroei niet verstoord door nutriëntentekort. Daarnaast wordt uitspoeling of vervluchtiging voorkomen.” Door de inzet op precisielandbouw kan binnenkort nog accurater en plaatsspecifiek gestrooid worden, waardoor de nutriënten net daar terecht komen waar nodig, zodat verliezen nog verder beperkt worden.

“De weg naar het doel is interessanter dan het doel op zich.” Eva Ampe, Inagro

Voor Inagro is een deelname aan een project als het “20T Winter Tarwe Project” interessant omdat het in reële omstandigheden gebeurt. “Als proefcentrum krijgen we de kans om zelf ook bij te leren over de technieken in het veld”, zegt Eva Ampe. “De machines en technieken die gebruikt worden zijn dezelfde als diegene die we terug vinden op het erf en in het veld.” Ook de kennis die tussen de partners onderling wordt uitgewisseld is voor Inagro

werden met elkaar vergeleken, waarna de data geoptimaliseerd werd voor bijvoorbeeld gebruik in taakkaarten. “Een project zoals dit, dat over meerdere jaren loopt, is interessant omdat er praktische kennis wordt opgedaan met dezelfde partners, maar onder veranderende omstandigheden. Er wordt niet gewerkt onder labo-omstandigheden, maar op echte akkers, onder echte weersomstandigheden. Hierdoor zijn de behaalde resultaten

van belang. “Elk van de partners heeft zijn specialiteit en kennis ter zake. Door deze nu samen te leggen wordt de kennisbank plots veel uitgebreider, zo kunnen we opnieuw van elkaar leren!” Inagro legde zich als onafhankelijke partner toe op de analyse van de verschillende datastromen. De bodem- en gewasscan

ook direct te vergelijken door de landbouwers. Het project kent een steile leercurve, maar de samenwerking tussen de partners maakt het de moeite waard,” besluit Eva.

9


DE NIEUWE T5 DYNAMIC COMMAND ™

RENDEMENT, COMFORT EN LUXE

DE T5 DYNAMIC COMMAND™

BELEEF HET GEMAK VAN EEN AUTOMATISCHE TRANSMISSIE MET DE CONTROLE EN BEDIENING VAN EEN POWERSHIFT! DE REVOLUTIONAIRE EN BEWEZEN ZUINIGSTE DYNAMIC COMMAND TRANSMISSION™ TECHNOLOGIE NU OOK BESCHIKBAAR OP DE T5-SERIE VAN 110 TOT 140PK. • Dynamic Command™ 24x24 transmissie met 8 traps-powershift • Nieuw panoramisch dak met groter glasoppervlak voor de beste zichtbaarheid van de markt tijdens frontladerwerkzaamheden • SideWinder™ II armleuning voor een intuïtieve en nauwkeurige bediening • 4,5-liter stage V Nef-motor met een vermogen van 140 pk

DE NIEUWE T5. DE BLAUWE RIJERVARING.

7.500 uur garantie incl. Casco+ Max. 3jaar, zonder slijtageaftrek! Optioneel tot 7 jaar*

10

*Contacteer uw dealer voor de voorwaarden Ontdek al onze acties op www.newholland.com


HECTARES

Bieten rooien, de juiste machine op de juiste plaats De suikerbietteelt kent in ons land een rijke geschiedenis. Van de introductie door Napoleon en het handmatig rooien over onze eigen machinefabrikanten naar de grote zelfrijders, het speelt zich allemaal af in de voorbije 200 jaar. De mechanisatie in de bietenteelt kwam op gang in de jaren ’60 van vorige eeuw. De integraalrooiers, die eind jaren ’70 geïntroduceerd werden, verdrongen het 2- en 3-fasen systeem. Trekkers met rooiers en laders werden vervangen door de grote zelfrijders. Maar is de zelfrijder altijd de beste keuze? Antoon Vanderstraeten Antoon Vanderstraeten, Michiel Saeyens & Fabrikanten Ooit waren er in België 2 namen als een klok wanneer het op bieten rooien neer kwam, Gilles en Dewulf. Beide fabrikanten hadden zowel rooiers als laders in hun gamma, en werkten volgens het 2-fasen systeem, waarbij het rooien en laden gescheiden verliep. Door de opkomst van de integraalrooiers verdwenen de trekker-rooier en ladercombinaties van de velden. In Frankrijk werden gekende merken als Moreau en Matrot opgeslokt in grotere firma’s en verdwenen van de markt. Maar met de alsmaar groter wordende integraalrooiers kwamen ook aandachtspunten als grondverdichting en aslasten naar boven. Stilaan kwam er terug vraag bij de boeren naar lichtere combinaties. Grimme speelde op deze vraag in met de ontwikkeling van de Rootster, in Frankrijk ging Franquet verder met de ontwikkeling van hun rooiers (die enkele jaren eerder was stil gelegd – nvdr) en ook de Belgisch ontwikkelde en gebouwde Gilles rooiers en laders zijn nog altijd verkrijgbaar. Ook bij de fabrikanten van integraalrooiers werd aandacht besteed aan de ontwikkeling van kleinere zelfrijders of aan systemen om bodemverdichting tegen te gaan. In 2020 wil dit zeggen dat je als loonwerker of

(grote) akkerbouwer terug een volledig pallet aan machines hebt om uit te kiezen. Maar welke machine past het beste in jouw bedrijf? Elke machine heeft zijn voor- en nadelen. Deze moeten, zoals bij elke aankoop, goed tegenover elkaar afgewogen worden. Niet alleen de prijs speelt een rol, maar ook gewicht, restwaarde, onderhoudsgemak en dergelijke zijn belangrijk in de afweging. Daarnaast moet er ook rekening gehouden worden met het reeds aanwezige machinepark en de te rooien oppervlaktes. Rooien met de trekker

Waar in het verleden een rooicombinatie altijd bestond uit een trekker met ontbladeraar, kopper en rooier, zijn deze combinaties nog zelden te zien. Toch hebben ze nog altijd hun voordelen. Tegenover een integraalrooier zijn ze opmerkelijk goedkoper en de trekker die tussen de machines staat kan doorheen het jaar verder ingezet worden. De trekker waarmee de bieten gezaaid worden kan ook gebruikt worden bij het rooien. Gilles houdt vast aan het 2-fasen systeem, waarbij een eerste trekker ontbladert, kopt en rooit en een tweede trekker of zelfrijder de bieten

laadt. Bij Grimme kan het rooien en laden in 1 werkgang, door frontaal een ontbladeraar te monteren en dan te rooien met de Rootster. Deze is voorzien van een kleine wachtbunker zodat een 2de trekker nodig blijft om de bieten af te voeren. Franquet ontwikkelde hun X-Beet systeem, waarbij de ontbladeraar, kopper en rooier modules zijn die los van elkaar kunnen gebruikt worden, maar ook samen gemonteerd en gebruikt kunnen worden. Met de X-Beet wordt voor de wielen gerooid zodat de trekker op brede banden kan staan, hierdoor blijft eventuele bodemverdichting tot een minimum beperkt. Achter de trekker kan een RT-lader van het merk meegetrokken worden zodat in 1 fase gerooid en geladen kan worden. Het benodigde vermogen blijft beperkt, voor het ontbladeren en rooien met de Franquet X-Beet volstaat een trekker van rond de 150 pk, ontbladeren, rooien en laden in 1 werkgang vraagt een minimum van 200 pk. Bij Grimme vraagt een ontbladeraar-rooier combinatie een trekker van ongeveer 250 pk. Bij het rooien met de trekker zijn de beperkte investering (tussen €120.000 en €200.000, zonder tractor) en het lichte gewicht belangrijke

11


De Rexor 630 is de topsegment rooier van Grimme. Met zijn 30 tons bunker kan hij zonder problemen de grootste percelen rooien.

voordelen. Een nadeel aan het systeem is het openen van een perceel en het manoeuvreren. Bij een 2-fasen systeem zoals Gilles of Franquet zonder lader achter de trekker moet er opgelet worden dat gerooide bieten niet terug in de grond gereden worden. Bij een 1-fase systeem zoals de Grimme Rootster of een Franquet X-Beet met lader is het manoeuvreren in hoeken of op kopakkers moeilijker en is de kleine bunker een beperkende factor. Zodra het perceel open is, en de kopakkers gerooid, moet het rooien met de trekker niet echt onder doen voor een integraalrooier, op voorwaarde dat de veldlogistiek de rooier kan volgen. Afhankelijk van de grootte van het perceel en de plaats waar de bieten gestockeerd worden moeten dus genoeg karren voor afvoer voorzien worden. De ideale percelen voor dit type rooier zijn groter dan 2 hectare, tot ongeveer 20 hectare, zonder veel hoeken en kanten, op lichte tot middelzware grond, waarbij de bieten afgevoerd worden door kippers of overlaadwagens. Integraalrooiers

Integraalrooiers zijn niet meer weg te denken van onze velden. Het begon allemaal in 1974, toen zowel in Nederland als in Duitsland een aantal loonwerkers en fabrikanten met eenzelfde idee aan de slag gingen. Het idee was simpel, ontbladeren, koppen, rooien en afvoeren, allemaal met 1 persoon. Het natte najaar dat jaar speelde de nieuw ontwikkelde machines in de kaarten. Waar 2- en 3-fasen systemen vast kwamen te

12

zitten of in de schuur bleven konden de integraalrooiers verder werken. Meteen een succes. Doorheen de jaren groeide het aandeel integraalrooiers sterk, voor elke 2- en 3-fasen rooier die vervangen moest worden kwam een zelfrijder in de plaats. De voordelen van de integraalrooiers waren en zijn dan ook niet min, de machines kunnen rooien in slechte omstandigheden, er is slechts 1 persoon nodig, door de brede banden is er beperkte bodemverdichting. De integraalrooiers gingen echter groeien, bunkers van 15 ton werden bunkers van 25 en 30 ton. Bodemverdichting werd een thema. De fabrikanten monteerden speciale lagedrukbanden, die de cyclus van volle en lege bunkers opvingen en er werden opnieuw kleinere, lichtere machines ontwikkeld. Zo introduceerde Vervaet in 2016 de middensegment rooiers Q616 en Q621 en ook Grimme heeft al een tiental jaar de Rexor 620 op de markt. Ondertussen is er een breed gamma, over verschillende fabrikanten, zodat voor elke situatie de juiste machine kan gekozen worden. In tegenstelling tot wat men zou denken halen de integraalrooiers hun groot voordeel op kleine of onregelmatige percelen. Door hun wendbaarheid, die groter is dan bij een trekker met getrokken lader, en het feit dat gerooide bieten direct in de bunker terecht komen kunnen deze rooiers gemakkelijk percelen openen of hoeken en kanten uitrooien zonder dat er moet gelet worden op de reeds gerooide bieten. Ook het doorsteken van percelen kan vlot dankzij de bunker.

Bij de keuze voor een integraalrooier is het prijskaartje niet min, een nieuwe rooier kost al snel â‚Ź500.000 tot â‚Ź600.000. Heb je als loonwerker voldoende bieten te rooien om een dergelijke investering op af te schrijven? Is dat het geval, dan overtreffen de voordelen van de machine de nadelen. Het heikel punt blijft echter het gewicht van een zelfrijder, zeker met een volle bunker. Een juiste bandenkeuze is belangrijk, en misschien is een bandendrukwisselsysteem het overwegen waard. Op vergevende gronden, zoals zand of (lichtere) zandleem speelt eventuele bodemverdichting minder een rol (maar mag niet geminimaliseerd worden), op zwaardere gronden moet met dit thema zeker rekening gehouden worden. Om bodemverdichting tot een minimum te beperken volstaat het niet alleen om de bunkerrooier van gepaste banden te voorzien, ook eventueel meerijdende kippers dienen op voldoende brede lagedrukbanden te staan. Om het gewicht van de rooier zo laag mogelijk te houden kan gewerkt worden volgens het wagenrooier-principe, waarbij de bunker enkel gebruikt wordt als wachtbunker wanneer de kipper naar de losplaats is. Wanneer de bieten op de kopakker gelost worden door de zelfrijder, is het aan te raden elke keer te lossen in plaats van de bunker vol te rijden. Zo wordt het gewicht tijdens het rooien ook beperkt en eventuele onnodige ritten tussen halverwege het veld en de kopakker vermeden.


HECTARES

Om de verschillende systemen nog beter te schetsen vroegen we 3 fabrikanten om wat meer uitleg. De machines die deze fabrikanten aanbieden overlappen elkaar, zodat jij als lezer een totaalbeeld kan maken.

Met de Maxtron begon Grimme in de bieten. Met zijn specifieke reiniging was het een vreemde eend in de bijt.

Grimme Kevin Ulenaers (Grimme Belgium) & Guillaume Becker (Grimme France) Welke machines biedt Grimme aan voor het rooien van bieten? KU: Bij Grimme hebben we een totaalpakket voor bieten. Met de FT, FM en Combi ontbladeraars en Rootster rooier hebben we een lichte combinatie voor het rooien met de trekker, met de Rexor en Maxtron zelfrijders hebben we middensegment en topsegment zelfrijders. En daarnaast kunnen we ook bieten zaaien met de Matrix zaaimachine. Door de overname van Kleine hebben we de zaaitechniek kunnen door ontwikkelen, zodat we op gebied van bieten een full liner zijn kunnen worden. Wat is de geschiedenis van Grimme op gebied van bieten rooien? KU: Grimme heeft een gekende reputatie opgebouwd in de aardappelwereld. Eind jaren ’90, begin 2000 werd gekozen voor een verbreding en werd de Maxtron ontwikkeld. Deze rooier was op zijn rupsen en met zijn specifieke reinigingssyteem een vreemde eend in de bijt, maar scoorde goed. Nadien volgden de Rexor rooiers. De lichte Rootster kwam er na vraag uit de markt naar een lichtere (boeren) rooier. Deze rooier werd een twaalftal jaar geleden geïntroduceerd. Grimme heeft een totaal pakket voor het rooien van bieten. Welke machine plaatsen jullie waar?

GB: De juiste machine op de juiste plaats blijft belangrijk. Dat adviseren wij ook naar klanten toe. De Rootster is de ideale machine voor gemiddelde perceel (2 tot 20 ha) groottes, op eerder lichte gronden en waar de nodige trekkers en afvoercombinaties aanwezig zijn. De Rexor 620(0 Platinum) zien we vooral bij loonwerkers die veel kleinere percelen hebben of percelen met een onregelmatige vorm en op zwaardere gronden. In ideale omstandigheden is de Rexor 620(0 Platinum) vergezeld van een overlaadwagen. De Rexor 630(0 Platinum ), die een grote bunker heeft (30 ton), is de ideale machine voor grote velden die door 1 persoon gerooid worden. De grote bunker laat de machine toe om vlot te kunnen rooien en te lossen op de kopakker, zonder dat er een overlaadwagen nodig is. Hoe verhoudt de capaciteit van de Rootster zich tegenover een Rexor? GB: Op gebied van ontbladeren en rooien gebruikt de Rootster dezelfde componenten als de Rexor, dus technisch zouden ze dezelfde capaciteit moeten halen. Wanneer de rooicondities echter slechter worden, of er moeten kleinere percelen gerooid worden, dan stijgt de capaciteit van de Rexor. In de realiteit zien we dat wanneer een Rootster 1 hectare gerooid heeft, een Rexor 1,5 ha uit heeft gereden.

13


Franquet Benjamin Vauchelet (Franquet) & José Danneels (importeur België) Welke machines biedt Franquet aan voor het rooien van bieten? BV: Franquet heeft enkel machines voor montage aan tractoren in het gamma. De X-Beet is een modulaire machine waarbij de ontbladeraar-kopper en rooier samen of apart kunnen werken. Daarnaast hebben we verschillende lader-reinigers in het gamma. Wat is de geschiedenis van Franquet op gebied van bieten rooien? BV: Franquet kent zijn oorsprong in het bieten rooien. Als fabrikant hebben we bijna 75 jaar ervaring. Door de opkomst van de zelfrijdende rooiers hebben we het zwaar te verduren gekregen en zijn we een tijdje gestopt met de ontwikkeling van bietenoogstmachines. 5 jaar geleden merkten we dat er toch terug vraag kwam naar lichtere machines en hebben we de X-beet ontworpen. Deze is sinds 2 jaar terug commercieel beschikbaar. Wat zijn de voordelen van jullie machines? BV: Franquet maakt lichte, eenvoudige machines,

Het X-Beet systeem van Franquet is modulair. Hier werd de ontbladeraar en rooier samen frontaal op de trekker gemonteerd.

die goed rooien. De investering tegenover een integraalrooier is lager. Op grote percelen kunnen we een vergelijkbaar rendement halen tegenover zelfrijders, maar met minder bodemverdichting. José, waar zie jij plaats in België voor de machines van Franquet? JD: De X-Beet rooiers zijn volgens mij ideaal voor kleinere loonwerkers, die jaarlijks 150 tot 200 hectare bieten te rooien hebben. Ook voor grote akkerbouwers of groepen van boeren zijn ze geschikt. Zo behoudt je als akkerbouwer een zekere onafhankelijkheid, en kan je rooien op het tijdstip dat voor jou ideaal is. Ook in streken met grond die gevoelig is aan verdichting zijn de Franquet rooiers ideaal. Met een lichte trekker-rooier combinatie kan er daar zonder veel gevolgen gerooid worden.

Vervaet Robin Vervaet (Commercieel directeur & mede-eigenaar Vervaet) Welke machines biedt Vervaet aan voor het rooien van bieten? RV: Vervaet heeft enkel zelfrijders in het gamma. We hebben zowel lichtere middensegment rooiers als de grote topsegment 6 en 9 rijige rooiers. Wat is de geschiedenis van Vervaet op gebied van bieten rooien? RV: Het bietenverhaal begint bij Vervaet in 1974. In het algemeen was het een speciaal jaar voor de bietenmechanisatie. Los van elkaar begonnen in Nederland en Duitsland verschillende loonwerkers en mechanisatiebedrijven een éénfasige zelfrijder te construeren. Het was dat jaar ook ongelooflijk nat, waardoor de integraalrooiers meteen hun voordelen konden laten zien. De machines zijn sindsdien natuurlijk ver

Vervaet heeft zowel midden- als topsegment rooiers in hun programma.

14

doorontwikkeld, wat voor ons resulteerde in de gekende Beet Eater lijn, die in 2018 nog een update kreeg naar Beet Eater Evo. In 2016 introduceerden we de middensegment rooiers van de Q-serie. Wat zijn de voordelen van jullie machines? RV: De voordelen van onze machines zijn de gekende voordelen van een zelfrijder. 1 man of vrouw kan alleen rooien, de machines kunnen ook in slechtere omstandigheden blijven rijden, met een zelfrijder kunnen percelen vlot geopend worden en ook op onregelmatige percelen halen we ons voordeel. Met de Q-serie hebben we alle voordelen van een integraalrooier gecombineerd in een lichtere machine zodat bodemverdichting geminimaliseerd wordt. Een rooier is een forse investering, die niet iedereen kan doen. Daar hebben jullie ook een antwoord op? RV: Klopt, de Vervaet Rebuilds. Een tweedehands machine kopen houdt altijd een risico in. Bij Vervaet willen we dat risico zo klein mogelijk maken, daarom gaan we elke machine die via het Rebuild-programma verkocht wordt volledig demonteren, reinigen en terug opbouwen. De machines krijgen ook een update naar de laatste standaarden en verbeteringen zodat ze eigenlijk quasi nieuw zijn. Hierdoor kunnen we ook machines aanbieden aan loonwerkers die net starten of extra capaciteit nodig hebben, maar het budget niet hebben voor een nieuwe.


Logistiek in het veld

Een bietenrooier rendeert het beste, net zoals alle andere oogstmachines, wanneer hij aan het rooien is. Transport dient vermeden te worden. Daarom is goede veldlogistiek nodig. Dikwijls worden de bieten over het veld afgevoerd door kipwagens van de loonwerker zelf, of van de boer. Maar waarom niet investeren in een overlaadwagen? We vroegen het aan Geert Derreveaux, die met Agrimac de Hawe overlaadwagens importeert.

Geert, een overlaadwagen is geen grote investering. Welke voordelen staan er tegenover? GD: De voordelen van een overlaadwagen zijn legio. Ze zijn voorzien van grote, lagedrukbanden zodat ze zo weinig mogelijk bodemverdichting veroorzaken. Ze zijn licht gebouwd, zodat ze zoveel mogelijk nuttige lading kunnen vervoeren. Daarnaast hebben de overlaadwagens dikwijls nog een extra reinigende werking zodat de bieten al redelijk proper op de hoop terecht komen. De overlaadwagen kan ook lossen in wachtende kippers die dan het straattransport doen. Zo blijft de openbare weg proper. En het belangrijkste voordeel, de overlaadwagen zorgt er voor dat de rooier kan blijven rooien. We zien dikwijls kippers naast de rooier rijden, waarom zou die moeten vervangen worden door een overlaadwagen? GD: Kippers zijn transportkarren. Ze dienen om op de weg te rijden van het veld naar opslag, stortplaats… We moeten ook dikwijls vast stellen dat die kippers op te smalle banden op hoge druk staan. Het heeft geen zin om te investeren in een rooier op brede lagedrukbanden als we nadien de grond kapot rijden met dergelijke kippers. Ook aan de hoop creëren we een vervelende situatie. Kippers lossen achterwaarts, waardoor er telkens in hetzelfde spoor naar de hoop gereden wordt. Dat spoor wordt enerzijds tot diep verdicht, anderzijds blijven er bieten in de

sporen van de wielen liggen die door de lader niet kunnen opgeraapt worden. Vanaf wanneer is de investering in een overlaadwagen interessant? GD: Op kleine percelen is een overlaadwagen overbodig. De rooier kan zelf op de kopakker lossen en verliest eigenlijk weinig tijd. Op grotere percelen komt een overlaadwagen tot zijn recht. De overlaadwagen pendelt tussen de rooier en bietenhoop op de kopakker of wachtende kippers, zodat de rooier zijn werk kan blijven doen. Wanneer je als loonwerker voor de mogelijke investering in een 2de rooier staat, is een overlaadwagen dikwijls de betere keuze. Beter 1 rooier optimaal laten renderen dankzij een overlaadwagen dan 2 rooiers in het veld die deels ook transport moeten doen. Het wordt helemaal interessant als de basis van een overlaadwagen een wisselchassis is. Zo kan er een bietenbak op in het najaar en een meststrooier of graanoverlaadbak tijdens de zomer. Welke richtlijnen zijn er bij de keuze van een overlaadwagen? GD: Net zoals bij rooiers, trekkers en andere machines geldt, de juiste machine op de juiste plaats. Een overlaadwagen waarvan de bakinhoud kleiner is dan die van de rooier, daarmee schiet je niets op. De juiste bakinhoud is dus cruciaal. Bij het rooien van bieten volstaat het dat de bunker even groot is als die van de rooier. Bij graanoverlaadwagens ligt dat anders, daar mag dat gerust 2 maal de bakinhoud van de dorser zijn. De groot is ook niet goed. Enerzijds staat de overlaadwagen dan teveel stil, anderzijds stijgt het risico op bodemverdichting weer. Er moet ook rekening gehouden worden met de gemiddelde perceel grootte. Om concreet te zijn, in het gamma van Hawe is de RUW 2500 een ideale machine voor onze Belgische velden. Deze heeft een bakinhoud van 28 m³ en staat standaard op brede lagedrukbanken.


16


HECTARES

Drainage reinigen, beter te vroeg dan te laat

Een drainagesysteem werkt optimaal zo lang het drainwater vlot kan afstromen. Ingroeiende wortels, gronddeeltjes of ijzeroxide kunnen de afstroom sterk verminderen of blokkeren. Daarom is het van belang dat drainbuizen op tijd gereinigd worden. Antoon Vanderstraeten Fabrikant Een drainagesysteem zorgt voor de afvoer van een teveel aan regenwater of grondwater. Wanneer het systeem niet meer naar behoren werkt, ontstaat de kans op structuurschade, met de nodige opbrengstverliezen tot gevolg. De poriën in drainagebuizen kunnen verstoppen door plantenwortels en grotere gronddeeltjes, de buizen zelf kunnen vol lopen met zand, klei of ijzeroxide. Wanneer gronddeeltjes beginnen opstapelen volgt als snel een verstopping. Op tijd reinigen is dus de boodschap. We vroegen Joren Vermeiren, die onlangs ter uitbreiding als productmanager bij Homburg Belgium begon, naar meer info. “Drains reinigen is nodig om gronden in topconditie te houden,” zegt Joren. “Op gedraineerde velden waar het systeem verstopt is geraakt zie je al snel structuurschade optreden. De verzadigde grond verliest zijn draagkracht, er worden diepe sporen gereden en uiteindelijk is er bodemverdichting

en opbrengstverlies. Die gevolgen draag je als landbouwer jaren mee.” Het najaar en de winter is het ideale tijdstip om drains te reinigen. “In deze periode is er een hogere grondwaterstand. De drain voert zelf water af, waardoor het opgestapelde materiaal zacht is en gemakkelijker zal weg vloeien. De afstroom van grondwater nadien zorgt voor een naspoelen van het losgewerkte materiaal.” “Bij het reinigen van drainagebuizen moet er altijd opgelet worden dat de buizen niet beschadigd geraken,” zegt Joren. “Een te hoge druk geeft niet alleen mogelijke beschadiging aan de drainagebuizen maar kan de natuurlijke waterdoorlatende poriën in de bodem rondom de drainagebuis ook beschadigen. Hierdoor komt de natuurlijke drainerende werking in het gedrang. Wij adviseren een pompdruk van 35 bar. Afhankelijk van de slanglengte resulteert dit in een druk tussen 10 tot 15 bar aan de spuitkop en een watervolume tussen de 70 en 90 liter

per minuut. Dit is voldoende om een juiste reiniging te verkrijgen maar niet teveel zodat schade vermeden wordt.” “Bij Homburg hebben we voor iedere situatie een gepaste reiniger. De Junior is een basismachine voor de tuinder of kleinere akkerbouwer, de Delta is een ideale reiniger voor vele hectares, de Hurricane is een machine voor loonwerkers. Alle drie hebben ze standaard 300 meter slang maar uitbreiding is mogelijk. De Junior en Delta hebben 2 aandrijfwielen en 2 drukwielen, die optioneel ook aangedreven kunnen worden, om de slang in de drain te sturen, de Hurricane heeft standaard 2 aandrijfwielen en 2 aangedreven drukwielen. De snelheidsregeling is bij alle modellen traploos, met een maximale werksnelheid van 30m per minuut. Opties zoals bijvoorbeeld draadloze afstandsbediening, verlichting, putten-set of zwenkarm behoren tot de mogelijkheden.”

17


Boeren met een beperking Het beroep van landbouwer is zwaar en niet ongevaarlijk. Een ongeluk loert altijd om de hoek. Maar onze boeren zijn taai en te verliefd op hun beroep om zich zomaar neer te leggen bij tegenslag. Veel onder hun zullen liever op zoek gaan naar een oplossing om verder te kunnen werken in de stiel dan te stoppen. Jean-Paul Dawance uit het Luikse is zo een boer. Kim Schoukens Antoon Vanderstraeten

18


HECTARES

Jean-Paul groeide op op de boerderij van zijn ouders in Ouffet (provincie Luik). Op zijn achtentwintigste was hij net papa geworden en had hij een deel van het familiebedrijf overgenomen. Landbouw was zijn leven. Maar op een noodlottige dag, 30 jaar geleden, veranderde alles. De jonge boer stond op een aanhangwagen op het veld tijdens het maaien, toen die is beginnen wegrollen, de helling af. Toen Jean-Paul zag dat het gevaarte aan hoge snelheid richting een dennenbos donderde, sprong hij eraf. Hoewel die beslissing waarschijnlijk zijn leven redde, had die ook zware gevolgen. “Het was geen hoge kar, maar je moet maar slecht neerkomen. En dat is precies wat er die dag gebeurde” De jonge man werd naar het ziekenhuis gebracht met gebroken

wervels en een zwaar ruggenmergletsel, en kreeg daar het vreselijke nieuws te horen: hij zou nooit meer stappen. Kantelpunt

Na vijf maanden in het ziekenhuis en een lange revalidatie stond JeanPaul voor een moeilijke keuze. “Door mijn passie voor de landbouwsector en omdat ik net een deel van de boerderij had overgenomen op het moment van mijn ongeval besloot ik het een kans te geven en opnieuw te starten. Dat was allesbehalve makkelijk, maar gelukkig was ik goed omringd.” Met de hulp van zijn familie en Jean-Louis, de vindingrijke machinehandelaar uit het dorp, kon Jean-Paul een licht aangepaste tractor proberen waarmee hij zou kunnen werken. En zo zat hij, precies één jaar na zijn ongeval, alweer aan

De Steyr werd aangepast aan de handicap van JeanPaul. Door middel van een liftsysteem geraakt hij in de cabine. De Steyr werd aangepast om aan Jean-Paulls handicap tegemoet te komen. Door middel van een liftsysteem geraakt hij in de cabine.

19


In de cabine zijn de aanpassingen beperkt, dankzij onder andere de CVT transmissie en elektronische bediening.

het stuur van een tractor. Intussen rijdt Jean-Paul met zijn vierde aangepaste trekker. “Dankzij de aangepaste trekkers en met veel hulp van mijn broer, mijn echtgenote en nu ook mijn petekind kan ik blijven werken op de boerderij.” Jean-Paul en zijn familie baten een melkveebedrijf uit met een akkerbouwtak, met 80 hectare tarwe, gerst, koolzaad, voederbieten en maïs en 80 hectare grasland. Daarnaast zijn zij ook actief als loonbedrijf, waar ze zich specialiseren in al wat zaaien, maaien en balen is. Binnen het bedrijf is JeanPaul verantwoordelijk voor alles wat met het maaien te maken heeft. Zo legt hij ongeveer 1500 hectares per jaar af om hooi te keren en op te rapen. “Eens de beslissing om verder te doen genomen was, heb ik goed moeten nadenken over de moeilijkheid om in een tractor te kunnen met een motorische beperking. Met de trekker rijden is een plezier maar terwijl ook stresserend, want in geval van problemen in het veld kan ik er niet alleen af.”  Ingerichte trekkers

De eerste ingerichte trekker van Jean-Paul was een Zetor. De aanpassingen in deze trekker waren vrij klein: een krik op het rempedaal, eentje op het koppelpedaal, een speciale zetel aan de zijkant, een schuifdeur met rail van een hangardeur en een lier. "Dankzij die kleine aanpassingen kon ik proberen of het lukte. Ik wilde aanvankelijk geen grote investeringen maken, omdat ik niet wist of ik zou kunnen werken met mijn beperking. Het machien dat ik had, leek erg op een mestlader.” Na vier jaar koos Jean-Paul, omdat zijn gezondheid hem dat toeliet, voor een modernere trekker en kocht hij een Steyr, die veel beter was afgestemd op zijn handicap. Hiermee zou hij tien jaar werken vooraleer hij hem zou wisselen voor een andere, modernere Steyr met automatische versnellingsbak. Elke nieuwe trekker werd aangepast door Jean-Louis, die altijd nieuwe ideeën en trucs heeft. "De nieuwe trekkers hadden meer comfort en veiligheid! Ik heb 14.000 uur met deze twee gedaan voordat ik de derde voor een nieuwe Steyr wilde ruilen. Mijn nieuwe trekker is eerst naar dealer Marchandise gegaan, die een Om plaats te maken voor de lift werd onder meer de brandstoftank en trap aangepast.

20


HECTARES

Camera’s achteraan zorgen er voor dat Jean-Paul ook ziet wat er zich achter de trekker afspeelt.

De blauwe knop neemt van het ontkoppelingspedaal over.

Jean-Paul kan door middel van een schakelaar de remmen bedienen. Aan de remmen werd een piston bevestigd voor de rembeweging te maken.

deel van de aanpassingen heeft aangebracht, en is vervolgens naar GrafFahrzeugtechnik GmbH in Duitsland vervoerd voor verdere wijzigingen. De brandstoftank moest worden verplaatst om ruimte vrij te maken voor een lift, wat een stevige klus was.” De inrichting van de remmen, met een cilinder en een dispenser op de armsteun, drie camera's achter de trekker om Jean-Paul in staat te stellen alles goed te zien zonder dat hij hoeft te draaien, werd geregeld door Marchandise SA uit Engis, die zich ook met een groot deel van de papieren en het vervoer heeft bezig gehouden. Na zes weken kon Jean-Paul het stuur van zijn nieuwe trekker overnemen. "Dankzij CVT had ik alle functies in handen en dat was handig, want dat bespaarde ons een aanpassing. Vooral het monteren heeft veel en duur werk gekost: het ging om een investering van 30.000 euro. Gelukkig heb ik kunnen rekenen op de steun van het AVIC (Agence pour une Vie de Qualiét, red.). De nieuwe trekker is erg functioneel en dankzij de aangepaste remmen en camera’s voel ik er me veilig in. Ik heb even hulp nodig om mijn

machine te bevestigen, en dan kan ik aan de slag.” Naast zijn Steyr trekker beschikt Jean-Paul ook over een Avant. Deze moest evenmin erg worden aangepast, daar hij al standaard is uitgerust met joysticks: ideaal voor een bestuurder die de machine enkel met de handen moet kunnen bedienen. “Het enige wat eigenlijk moest gebeuren aan de Avant, was veiligheidsstangen monteren als valpreventie.  Ik gebruik de Avant om de dieren te voederen, ongeveer 800 uur per jaar. De nieuwe Steyr heeft al 1300 uur op de teller.” Werken met een handicap

Jean-Paul is gelukkig dat hij een oplossing vond om zijn beroep te blijven uitoefenen, maar is ook eerlijk over hoe moeilijk het is om te werken met een fysieke beperking. "Het is mentaal heel zwaar. Zelfs nu, na 30 jaar, zijn er dagen die ik huilend doorbreng. Ook al is het een plezier voor mij om met de tractor te kunnen rijden, het komt met een heleboel zorgen omwille van mijn gezondheidstoestand. Zo maken doorlig- en andere wonden en incontinentie deel uit van mijn dagelijks leven: het zijn

de zaken waar ik mee moet kunnen omgaan tijdens het werk. Tijdens drukke periodes stap ik vaak om 9u op de trekker en kom ik er maar na 22u weer af. Ik moet dus zorgen dat ik alles wat ik tijdens de dag nodig kan hebben ineens meeneem. Dat zijn lange, eenzame dagen in de cabine waar ik alleen met al mijn problemen moet kunnen omgaan.” "Het is dus heel zwaar, daar ben ik eerlijk in, maar als ik iemand in een soortgelijke situatie een tip mag geven: als je gemotiveerd bent en je kan het je veroorloven kan je doen wat ik doe. Het is echter wel belangrijk om goed omringd te zijn. Ik denk niet dat ik het had gekund zonder de hulp van mijn familie: ook al kan ik zelfstandig werken, ik heb wel hulp nodig en er zijn altijd bepaalde dingen waar ik niet aan kan. Mijn echtgenote is een vrouw van goud, en mijn dochter is er ook altijd geweest voor me. De situatie was ook voor mijn familie allesbehalve makkelijk, zij hebben veel moeten opofferen. En toch ben ik gelukkig dat ik, dankzij hun steun, kon verder doen, want boeren is mijn reden om te leven.” 

21


Kemper Study 2020

Gaan we 20 rijen maïs hakselen?

De avond voor Agritechnica 2013 de deuren opende viel er bij de Europese landbouwjournalisten een mail in de mailbox. Kemper zou iets speciaals tonen op hun stand… Iets speciaals, dat was een maïsvoorzetstek van maar liefst 15 meter breed, goed voor 20 rijen maïs! Het maïsvoorzetstuk kreeg de naam ‘Study 2020’ met daaraan de vraag gekoppeld “Hakselen we 20 rijen maïs in 2020?” 7 jaar later kijken we samen met Gerrit Steege terug op dit project. Antoon Vanderstraeten Fabrikant

22

2013 moet zowat het hoogtepunt geweest zijn van de race naar bredere maïsbekken. Krone introduceerde de EasyCollect 1053, goed voor 14 rijen maïs, eerder dat jaar, Kemper en Claas hadden een bek voor 12 rijen. Vooral in Duitsland was er een vraag naar alsmaar breder, ingegeven door de loonwerkers die veel voor biogasinstallaties hakselden. Als reactie op die vraag stelde Ludger Busshaus, de Duitse vertegenwoordiger van Kemper aan het Kemper-team voor om groots uit te pakken op de beurs. “Onze maïsbekken zijn opgebouwd uit modules,” vertelt Gerrit Steege, Product Information Manager bij Kemper. “Toen onze collega Ludger Busshaus met het idee aan kwam konden we dus eigenlijk betrekkelijk eenvoudig een nog grotere bek maken dan wat we in onze catalogus hadden staan.” Om te voorkomen dat het project zou uitlekken werden zo weinig mogelijk mensen intern

betrokken en werd een eindje verder een loods gehuurd zodat er in het geheim gewerkt kon worden. “Het centrale deel van onze bek oogst 4 rijen maïs, links en rechts bouwden we telkens 2 extra modules van nog eens 4 rijen aan, zodat het totaal aantal rijen op 20 kwam. De techniekers voorzagen ook de nodige verstevigingen, een maïsbek op die breedte durft de uiteinden al eens te laten hangen!” Op Agritechnica werd de bek op het laatste moment opgebouwd, om te voorkomen dat er foto’s zouden uitlekken voor de deuren open gingen. Maar om de begeleidende video te maken moest er wel gehakseld worden… “De bijna 6 ton wegende 20-rijer werd aan een John Deere 7980i hakselaar gehangen. Op een afgelegen veld zorgden we dat de trekkers en aanhangwagens klaar stonden, en vooral, dat we eventueel publiek op afstand konden houden! We hakselden ergens tussen de 5 en


HECTARES

Video

10 hectare met de machine, genoeg om het nodige beeldmateriaal te schieten en intussen te bewijzen dat we dergelijke breedtes aankonden”, herinnert Gerrit zich. “Na het hakselen werd de 20-rijer opgeblonken en klaar gezet voor de beurs in een speciaal gehuurde garagebox. Na de geslaagde Agritechnica namen we hem nog mee naar Agribex. De verschillende modules werden nadien terug samen gebouwd tot de oorspronkelijke voorzetstukken en verkocht als demo-machines. We hebben bij Kemper dus geen tastbare herinneringen aan ‘Study 2020’”

de hakseltrommel geraken, en daar zit de vertraging. 20 rijen maaien kan zonder problemen, die 20 rijen gehakseld krijgen is iets anders, dat vraagt het grote motorvermogen. Moesten we ‘Study 2020’ nu aan een hakselaar hangen zou het resultaat dus niet zoveel anders zijn”, zegt Gerrit. “Als er morgen een hakselaar met 1.500 of 1.800 pk voorhanden is, dan zou het een verschil maken, maar dan is de vraag natuurlijk of de logistiek nog kan volgen. Een hakselaar kost teveel om stil te laten staan in het veld. Daarom is breder niet altijd de beste keuze.”

De John Deere 7980i hakselaar had een motorvermogen van 810 pk. Intussen is dit vermogen bij de hakselaars niet zo heel veel gestegen. Is zo’n 20-rijige bek nu een haalbare zaak? “Tegenover een vergelijkbare hakselaar met een 10-rijer aan moesten we met ‘Study 2020’ aan de helft van de snelheid rijden. Al de gemaaide stengels moeten door

Het opbouwen van ‘Study 2020’ kostte uiteindelijk wel wat manuren en budget. Was dat het waard? “Marketing kost altijd geld, maar als je dan veel respons krijgt, dan is het project geslaagd. En die respons, die was er. Kemper stond in elk vaktijdschrift, we kregen contact met mensen waarmee we anders nooit contact konden krijgen en op de

beurs stonden de mensen rijen dik naar onze film te kijken. Op Youtube wordt de video trouwens nog dagelijks bekeken, en dat 7 jaar na datum. Voor het bestede budget mogen we zeker zeggen dat het een geslaagde stunt was!” Uit de gesprekken met klanten en geïnteresseerden kwam ook nuttige info naar voren. “We leerden onder meer dat een maïsvoorzetstuk altijd aan de hakselaar moet blijven. Een maaibord van een maaidorser wordt al snel afgepikt, maar bij een hakselaar is daar niet over te spreken. Bij het dichtklappen van de 15 meter brede ‘Study 2020’ bleef deze 9 meter breed. Transport zou dus niet mogelijk zijn. Onze 490Plus, het 12-rijige voorzetstuk met grote trommels, is ook een ontwikkeling die voortvloeit uit ‘Study 2020’. Voor het oogsten van hoogrenderende maïs zijn grote trommels beter, omdat die de massa beter kan verwerken”, besluit Gerrit.

23


Find us on

info@delvano.be +32 56 71 55 21

MADE BY PROFESSIONALS FOR PROFESSIONALS

for ISOBUS &

Camera gestuurd schoffelen tússen en ín de rij

www.homburg-belgium.com / info@homburg-belgium.com

24


HECTARES

Gevonden in het veld: Vervaet TYPE 1979 De titel is misschien wat misleidend, want dit verhaal gaat helemaal niet over een machine uit 1979. Eigenlijk gaat het zelfs niet over een “echte� Vervaet rooier, hoewel het uiterlijk en de naam (Vervaet en Heyens, red.) dat doen vermoeden. Hectares Magazine ging achter het verhaal van deze bijzondere machine, die tegenwoordig discreet achteraan de hoeve van landbouwer Vergauwe uit Lendelede gestationeerd staat. Kim Schoukens & DT De Oude Doos

25


Zelfs in de sneeuw bleef de rooier zijn werk doen.

Om de complexe geschiedenis van deze machine te achterhalen moeten we naar het Nederlandse Waterlandkerkje trekken, waar loonwerker op rust Kees de Nood woont. Hij is namelijk het grote brein is achter deze imposante rooier. In de jaren zestig rooide Kees al machinaal bieten, oorspronkelijk met een getrokken Vicon rooier en wat later een getrokken Schmotzer rooier. De eerste echte zelfrijder kwam er in 1968 met de aankoop van een 6-rijige Kuiken-Volvo zwadrooier. Deze zwadrooier had zich al bewezen tijdens natte jaren, maar Kees vond het spijtig dat de mooi gerooide bieten na het rooien opnieuw op de grond terecht kwamen. Zo kwam de gedachte om een zelfrijdende 1-fasige bunkerrooier te ontwerpen. Kees deelde zijn ideeën met collega loonwerkers, de gebroeders Vervaet uit Ijzendijke. Deze deelden zijn mening en, aangezien ze goede vrienden waren, kwam dit idee nog vaak ter sprake wanneer ze elkaar zagen. In 1973 zetten beide bedrijven, van Kees en de gebroeders Vervaet, de woorden om in daden en begonnen ze aan de ontwikkeling van een 1-fasige zelfrijder. Het daaropvolgende jaar kende Zeeuws-Vlaanderen, net als België, een rampzalig najaar dat de

26

geschiedenis in ging als één van de natste ooit. Beide bedrijven waren net op tijd klaar om hun ontwerpen te testen in deze extreme omstandigheden. Het was voor allebei een groot succes: waar alle andere loonwerkers zich vastreden in de modder, kon er met de nieuwe zelfrijders wel verder gewerkt worden. Naast hun loonbedrijf hadden de gebroeders Vervaet ook een eigen mechanisatiebedrijf. Het grote succes van hun zelfrijder zette hen ertoe aan om deze machines in serie te gaan bouwen en te verkopen. Ook de machine van Kees kende een groot succes. Hierdoor werd het al snel veel te druk voor wat één machine aankan. In 1981 startte Kees dus met de bouw van een tweede rooier die in 1982 werd afgewerkt. Aangezien het werk bleef binnenkomen volgde nog eens vijf jaar later een derde zelfrijder. De tweede rooier van Kees, gebouwd in 1981-82, kreeg een 225pk sterke DAF 825 turbomotor onder de motorkap. De vooras met eindaandrijving kwam van ZF, dezelfde dan diegene die destijds ook gebruikt werden bij de populaire 6-cilinder Deutz trekkers. De achteras kwam eveneens van ZF en was afkomstig van een Zettelmeyer wiellader. De loofklapper was een Franse La Forge Mini, een merk dat Vervaet ook verkocht.

Jean-Pierre reed de machine eigenhandig van Biervliet naar het WestVlaamse Lendelede.


Kees De Nood bouwde . eigenhandig deze rooier

HECTARES

Zelfs de modderigste omstandigheden waren geen probleem voor de machine.

In 1994 werd deze tweede rooier van Kees overgelaten aan mechanisatiebedrijf Vervaet, waar hij de allereerste 17-Ton Vervaet rooier (later gebouwd onder de naam BE 617) aankocht. Bij Vervaet werd de machine helemaal opgeknapt. Het werd totale revisie, een echte Vervaet Rebuild. Dat is een concept waar het bedrijf anno 2020 nog steeds op inzet: “nieuw voor de prijs van gebruikt”. Een ideale formule voor akkerbouwers of loonwerkers die op zoek zijn naar een voordelige machine. En zo kwam deze zelfrijder van Kees terecht bij een coöperatieve van 4 landbouwers uit Zaamslag. De machine was bijna niet te onderscheiden van een echte Vervaet: ze werd in het Vervaet-rood gespoten en de vierkante motorkap van Kees was vervangen door een Vervaet & Heyens motorkap. Het enige wat nog kon verraden dat het om het ontwerp van Kees ging, was de pomp achteraan op de machine. Deze diende om de bunker hydraulisch te legen.

die lange tijd ook zelf. Omdat het rooien in een steeds kortere periode moest gebeuren, liet hij dit na verloop van tijd uitvoeren in loondienst. De loonwerker in kwestie rooide met een 2-fasige combinatie, maar Jean-Pierre merkte al snel op dat heel wat knollen gewoon de grond werden ingereden. Dit zinde hem niet, en dus ging hij op zoek naar een oplossing. Die vond hij in de zelfrijders van Vervaet die rooien voor de wielen en zo geen product de grond kunnen inrijden. Een Rebuild machine, de rooier ontworpen door Kees, sprong hem meteen in het oog.

Toen de landbouwcoöperatieve haar activiteiten stopte, kwam de machine opnieuw bij Vervaet terecht. En zo zou ze uiteindelijk bij boer Vergauwe terechtkomen…

In 2007 werd uiteindelijk tot de aankoop van de machine overgegaan. De machine werd door Vervaet omgedoopt tot TYPE 1979 en Jean-Pierre reed ze eigenhandig van Biervliet naar het WestVlaamse Lendelede. Eens de machine thuis was paste hij ze aan om er knolselder mee te kunnen rooien. Na de aanpassingen konden er 5 rijen, die telkens op 60 cm uit elkaar stonden, gerooid worden in 1 werkgang. Het bleek een schot in de roos: hoe slecht de weersomstandigheden ook waren, zelfs als het sneeuwde, de Kees de NoodVervaet rooier bleef zijn werk doen, met een heel zuiver gerooid product als eindresultaat.

Jean-Pierre Vergauwe teelde jarenlang knolselder en oogstte

De rooier mocht dan misschien prachtig werk leveren in moeilijke

omstandigheden, alles heeft zijn grenzen. Toen, vijf jaar geleden, de groentenindustrie besliste om de leverdatum voor knolselder verder achteruit te schuiven naar eind december/begin januari – wanneer de velden er het natst bij liggen – was voor Jean-Pierre en veel collega’s de maat vol. Aangezien knolselder vers moet kunnen geleverd worden werd het door de nieuwe maatregel vrijwel onmogelijk om de groente degelijk te rooien. Jean-Pierre besloot te stoppen met de knolselderteelt, en zo werd de rooier verbannen naar een plekje achteraan op de hoeve. Een imposante machine die, na zoveel jaren trouwe dienst, uiteindelijk onrechtstreeks buiten dienst werd gezet door de harde groentenindustrie.

27


Jean-Pierre Vergauwe bouwde de machine om tot knolselder-rooier.

De bediening va n de machine verliep via aller schakelaars en hande Iets anders dahendels. n de nu alomtegenwoor dige joystick.

Video

28


HECTARES

Find us on

info@delvano.be +32 56 71 55 21

MADE BY PROFESSIONALS FOR PROFESSIONALS

29


Vrouw in de landbouw: Mieke Vander Schueren

“Vrouwen mogen gerust wat trotser zijn!” Als we Mieke Vander Schueren moeten samenvatten, kunnen we stellen dat zij niet het type is dat kan blijven stilzitten. De jonge vrouw uit het Oost-Vlaamse Idegem mag op haar achtentwintigste terugblikken op de titels van eredame van de Schoonste Boerin van Vlaanderen en (gewezen) Belgisch kampioene tractorpulling, maar daarnaast is zij ook nog heel actief in de fokkerij en op de familiale boerderij. Hectares sprak met deze straffe vrouw uit onze sector. Kim Schoukens Michiel Saeyens

Mieke, ben jij afkomstig uit de landbouwsector? Boeren zit bij ons inderdaad in de familie: mijn grootouders hadden een veeteelt- en akkerbouwbedrijf, en eind jaren negentig voegden mijn ouders beide takken samen op een nieuwe locatie. Mijn moeder, die eigenlijk diëtiste is, gaf haar werk op om op de boerderij te werken en stond ook in voor de boekhouding en de administratie van de veeartsenpraktijk van mijn vader. Zij kochten later nog een vierkantshoeve in de buurt bij, die na de dood van mijn vader werd omgezet in 5 vakantiewoningen. Ik ben opgegroeid op het landbouwbedrijf van mijn ouders, en

30

hoewel ik nooit verplicht ben geweest om te helpen en – laten we eerlijk zijn – tot mijn 13 à 14 jaar niet bijzonder geïnteresseerd was in het boerderijleven, heb ik wel altijd interesse gehad in de fokkerij. Mijn vader was veearts en was daarnaast ook vaak aanwezig op keuringen, daar ging ik heel graag mee naartoe. Na onze studies in ASO zijn mijn broer en ik allebei ook studies gaan doen in de landbouw op de hogeschool. Intussen help ik, naast mijn job, mee op de boerderij. Wat doe jij precies? Ik ben na mijn graduaat agro – en biotechnologie begonnen bij het CRV (Coöperatie Rundvee Verbetering,

red.). Dat is een overkoepelende organisatie voor stamboeken van vlees- en melkvee. Bij het CRV ben ik melkvee-inspecteur, wat inhoudt dat ik boerderijen ga bezoeken om te kijken hoe de koeien er daar uitzien. Ik heb ook een belangrijke adviesfunctie en stel na zo’n bezoeken rapporten op voor de boer, die ook op mij kan rekenen voor raad. Een van de dingen die wij ook vastleggen is hoe de dieren in de praktijk presteren. Daarnaast ga ik ook geregeld jureren op keuringen in België en Nederland, en ’s avonds spring ik dan bij op de boerderij van mijn ouders, samen met mijn broer. Dat is ook nodig, want na de dood van papa in 2011 stond mijn moeder er plots helemaal


HECTARES

alleen voor en waren er net zware investeringen gemaakt in de toeristische tak van ons bedrijf – die er kwam om het overlijden van papa op te vangen. Twee jaar geleden werd mama dan ook nog eens ziek. Dat is intussen stabiel, maar zij heeft wel onze hulp nodig op de boerderij. Naast mijn activiteiten op de boerderij, waar ik insta voor de dieren en mijn broer eerder bezig is met de machines, run ik ook nog de verschillende activiteiten: verjaardagen, kinderfeesten, teambuildings,… Dat zijn dan mijn weekends (lacht)! Het is een tak van ons bedrijf waar ik heel graag mee bezig ben, en die ik erg graag verder wil uitbouwen. Mieke, wat is voor jou het tot nu toe moeilijkste moment uit je carrière? Papa verliezen was heel hard, sowieso, maar wat zo mogelijk nog harder was, was dan zeven jaar nadien moeten vernemen dat ons gezin voor de tweede keer getroffen werd door kanker. Dat was mentaal echt een opdoffer voor ons. Kan je vertellen over het meest memorabele moment dat je al mocht meemaken? Dat zal toch wel die keer geweest zijn toen ik kampioen werd met mijn prijskoe Annelies op Agriflanders. Nadien is Annelies nog zevende geworden op het Europees kampioenschap en, in januari van dit jaar, Vlaams kampioen, maar dat ene jaar op Agriflanders was echt een overwinning na een donkere periode: mama was toen ziek en was, net geopereerd, toch naar de beurs willen komen en om dan te kunnen winnen… Dat was een prachtig moment! Merk jij dat er nog een verschil gemaakt wordt tussen mannen en vrouwen in onze sector? Het is echt al zoveel verbeterd, we zijn niet meer de vrouwen aan de haard uit de jaren 56 of 60, maar toch merk ik dat soms nog, ja. Toen papa wegviel, bijvoorbeeld. Mama bleef achter met het bedrijf en moest toen echt regelmatig reacties à la “Oei Regina toch, jij redt het niet alleen” horen. Nochtans kan je, zeker met behulp van alle automatisering die nu beschikbaar is, prima alleen je “vrouwtje” staan op de boerderij tegenwoordig. Boerinnen zijn echt sterk, maar volgens mij zijn veel van hen gewoon niet fier genoeg

op wat ze kunnen! Nog meer erkenning voor de vrouwen in de sector zou zeker goed zijn volgens mij, al denk ik ook dat wij vrouwen eens meer mogen gaan uitkomen voor wat we doen, want dat is de moeite hoor.

Wij vrouwen mogen eens meer gaan uitkomen voor wat we doen!

Wat zijn jouw ambities? Ik wil graag zelf (blijven) boeren, samen met mijn broer en mijn mama, en de boerderij van mijn ouders verder zetten zonder af te moeten hangen van externe arbeid: ik wil de boerderij heel graag in de familie houden. Daarom is mijn ambitie niet om de grootste te zijn, maar wel verder te blijven optimaliseren en professionaliseren. Op dit ogenblik hebben we 65 goede en mooie koeien en daar wil ik op blijven inzetten. Verder onze fokkerij uitbouwen, me verder toeleggen op het ontvangen van groepen, evenementen en individuele bezoeken, eventueel met een eigen zaaltje voor deze activiteiten, om de communicatie tussen burgers en boeren te verbeteren: dàt zijn de dingen waar ik aan denk voor de toekomst. Niet groter, maar breder en beter! Wat wil je tenslotte graag meegeven aan (jonge) vrouwen uit de sector? Vooral dat het niet verkeerd is om fier te zijn op wat je kan, en open te zijn over de dingen die minder goed gaan. Dat tweede is geen zwakte, dat is een sterkte: alleen zo kan je beter worden. Er zijn veel vooroordelen over de landbouw, en ik vind het zo belangrijk om open te vertellen over onze stiel, in dialoog te gaan met externe mensen en ons verhaal te doen zonder bang te zijn om uit te komen voor wat moeilijk gaat.

Mieke (28) runt samen met haar mama Regina, haar broer Pieter het gemengd bedrijf (melkvee, vleesvee en akkerbouw) den Ighemkouter in Idegem (Oost-Vlaanderen) naast haar vast werk bij het CRV. Op den Ighemkouter runt Mieke in de weekends evenementen, feestjes en teambuildings waar zijn sensibiliseert, informeert en onderwijst over het leven op de boerderij.

31


Landbouwminiaturen

12,5 jaar Marge Models 32


HECTARES

Gert Valkema maakte van een droom een werkelijkheid. Het idee om zelf landbouw miniaturen te produceren zat al langer in zijn hoofd, maar 12,5 jaar geleden zette hij samen met zijn vrouw Marianne de stap naar een eigen firma. Marge Models was geboren. Gert moest opboksen tegen de grotere fabrikanten, maar Marge Models groeide uit tot een geliefde naam in het wereldje. Het merk staat garant voor hoogwaardige schaalmodellen met een oog voor detail. Michiel Saeyens Michiel Saeyens

33


Gert Valkema startte, samen met zijn vrouw Marianne, 12,5 jaar geleden Marge Models.

Begonnen met handel in landbouwminiaturen

Gert was zelf gepassioneerd verzamelaar van landbouwminiaturen. “Vroeger verzamelde ik vooral Britains en Universal Hobbies. Zelf heb ik altijd met ideeën rondgelopen om modellen te produceren. De reden was simpel: ik ontbrak enkele modellen in mijn verzameling en die kwamen maar niet op de markt.” Daarom startte Gert in 2008 met Marge Models. Een sprong in het diepe want Gert had geen ervaring met het produceren van modellen. Het eerste model was een Fellaschudder en vergde heel wat onderzoek. Een stevig marktonderzoek voor we produceren

Over elk model is nagedacht tot in het kleinste detail. “Vaak doen we een stevig marktonderzoek om te bepalen welke modellen gewild zijn en dus goed kunnen verkopen.” Gert merkt echter op dat er veel verschillende meningen zijn onder de verzamelaars. “Op de opendeurdag hebben we gevraagd aan de bezoekers om ons ideeën mee te geven voor de toekomst. Maar op 100 kaartjes zien we 100 verschillende modellen staan. Het is vaak een risico als we een model produceren, soms verkopen ze goed, andere blijven hier jaren liggen.” Zo was de stap naar de vrachtwagen en trailer modellen

34

een groot risico voor Marge Models. Gert heeft zelf ook wat contacten binnen de landbouwminiaturen en spreekt regelmatig met verschillende verzamelaars om ideeën op te doen. Ook de huidige trekker markt wordt nauw in de gaten gehouden. “Modellen die in het echt goed verkopen, verkopen meestal in het klein ook goed.” Eenmaal er concrete ideeën op tafel liggen kan Gert naar de fabrikant stappen om een licentie te verkrijgen om het model te produceren. Soms komt die fabrikant zelf naar Marge Models om een bepaald model te produceren. “Dan verloopt de ontwikkeling en het verkrijgen van een licentie een stuk gemakkelijker.” ‘3D tekening is het begin van alles’

Zodra Gert de licentie verkregen heeft, kan hij beginnen met de productie van het model. “Van de ontwikkeling tot wanneer het model effectief in de winkelrekken ligt, doen we gemiddeld zo’n 8 tot 12 maand,” vertelt hij. Alles begint met het ontwikkelen van een 3D model op basis van plannen van de fabrikant of door eigen opmetingen van een bepaald model. “Dan maken we zelf een 3D model op dat uitvoerig gecontroleerd wordt door ons en de fabrikant.” Daarna wordt een soort van prototype gemaakt. Vroeger werd zo’n prototype met de hand

gemaakt. Door de opkomst van 3D printers gebeurt dit nu grotendeels via dit procedé. “Zo’n echt model is toch anders dan de 3D-tekeningen. Soms is het dan ook nodig dat de tekeningen terug worden aangepast.” Als alles goedgekeurd is kunnen de tekeningen naar de malmaker. Via de tekening maken ze bij de malmaker een indeling van de mal. Welk onderdeel komt waar om zo efficiënt mogelijk een model te produceren? Daarna worden in grote metalen blokken de mallen via CNC uitgefreesd. Hierdoor verkrijgt men een mal met ruwe afmetingen. Dan worden nauwkeurigere details elektrostatisch ingebrand. Voor één model van een tractor worden er 10 tot 12 mallen ontwikkeld. Wanneer dat in orde is, worden de onderdelen gegoten door spuitgieten. Eerst gebeuren enkele test-gietingen om te zien of alles klopt, daarna wordt de productie op grote schaal opgestart. Ondertussen wordt ook nog een preproductie model gemaakt als voorbeeld voor de fabriek zelf. Zo lang een model gegeerd is, wordt het geproduceerd

Verzamelen draait allemaal over het verkrijgen van een miniatuur dat uniek of zeldzaam is. De verkoopprijzen van sommige modellen liggen vaak een pak hoger dan de oorspronkelijke verkoopsprijs. Ook


HECTARES

Mallen worden via CNC uitgefreesd uit een massieve blok metaal.

Marge Models produceert sinds een tijdje ook miniaturen van vrachtwagens.

verschillende modellen van Marge zijn gewild op de tweedehands markt. “Zelf denken we weinig aan het reproduceren. Binnen het bedrijf focussen we ons vooral op het produceren en ontwikkelen van nieuwe modellen.” Wanneer de productie van een model stopt, gaan de mallen naar de opslag, waar ze bewaard worden. Soms wordt er echter overeen gekomen met een fabrikant dat de mallen, na de productie van een beperkte serie, vernietigd worden. Het opnieuw produceren van het model in kwestie is dan niet meer mogelijk. Ook clubmodellen, zoals van de LCN, worden niet opnieuw geproduceerd.

Toekomst in bedrijfsspecifieke modellen

Matige opkomst door corona

“Het is nog afwachten, maar hopelijk kan Agritechnica 2021 doorgaan en kunnen we tegen dan de coronacrisis achter ons laten.” Agritechnica is een belangrijk moment voor verschillende miniatuurfabrikanten om nieuwe modellen uit te brengen. Zelf zijn ze bij Marge Models druk bezig met het ontwikkelen van nieuwe modellen om in 2021 uit te leveren. Een tipje van de sluier wil Gert niet lichten. “We willen in de toekomst ook graag John Deere modellen produceren, maar voorlopig verleent John Deere ons nog geen licentie,” geeft hij nog mee.

Zelf krijgen ze bij Marge Models vaak de vraag of het mogelijk is om het pand te bezoeken. “We staan dit niet toe omdat we zelf weinig tijd hebben,” zegt Gert. Met de opendeurdag wou hij het grote publiek kennis laten maken met Marge Models en hun vestiging. “Door de stijgende coronabesmettingen merkten we toch op dat er wat angst heerste onder de verzamelaars.” Het was een rustige, maar vooral gezellige dag voor Gert. “We denken eraan om in de zomer nog eens een opendeurdag te organiseren met wat extra acties indien corona het toelaat.”

Met de opkomst van de vrachtwagen en trailer modellen wil Marge Models zich meer gaan specificeren in het produceren van bedrijfsspecifieke modellen. Ook in het landbouwsegment werd een gelimiteerde versie van een Claas Jaguar hakselaar in de bedrijfskleuren van Stotz Agrartechnik GmbH op de markt gebracht. “Niet enkel de standaard modellen, maar ook varianten daarop slaan goed aan bij verzamelaars. Echter is het moeilijk inschatten welke modellen geliefd zijn. Daarom staan we altijd open voor ideeën.” Hoop nieuwe modellen voor Agritechnica 2021

Alles begint met het ontwikkelen van een 3D model op basis van plannen van de fabrikant of door eigen opmetingen van een bepaald model.

35


In the picture... Luc Wittevrongel


Luc Wittevrongel (48) startte wat later met landbouwfotografie dan de fotografen die eerder in ons magazine verschenen. De passie voor landbouw, die zat er echter al sinds heel jong in. Hectares sprak met de fotograaf uit Evergem (Oost-Vlaanderen). Kim Schoukens


Luc Wittevrongel (48) startte wat later met landbouwfotografie dan de fotografen die eerder in ons magazine verschenen. De passie voor landbouw, die zat er echter al sinds heel jong in. Hectares sprak met de fotograaf uit Evergem (Oost-Vlaanderen). Als kleine jongen die opgroeide op het platteland stond Luc vaak gefascineerd te kijken naar de landbouwer of loonwerker die met de tractor aan het werk was in het veld achter zijn tuin. Zijn geluk kon niet op wanneer hij af en toe eens mee op de tractor mocht. “Wanneer de mais afgereden werd met de Field Queen of met de, toen nog rode, New Holland hakselaars; of de Same of International tractoren met Dewa-karren reden door de straat, dan was het kermis voor mij en durfde ik wel eens de achtervolging inzetten”, herinnert Luc zich. Hoewel er van fotograferen toen nog geen sprake was, groeide de passie van Luc voor de grote machines met de jaren. Als tiener vond je hem vaak bij de lokale boer, waar hij hielp op de boerderij. Zijn geluk kon niet op wanneer hij er zelf met de

38

tractor mocht rijden. Toen die boer halverwege de jaren ’90 echter met pensioen ging, verloor hij het landbouwgebeuren even uit het oog. “Tot ik rond 2002 iets opving over een nieuwe Claas Fieldshuttle hakselaar”, vertelt Luc. “Ik zocht er wat meer informatie over op internet, en stootte op Farmphoto.com, een website met landbouwfoto’s waar ik tot mijn verbazing ook foto’s van loonwerkers bij ons uit de buurt zag passeren.” Vanaf dan volgde Luc deze en andere websites, ook al was het nog niet in hem opgekomen om zelf aan de slag te gaan met een camera. Het digitaal toestel dat hij bezat voor de vakantiefoto’s vond hij niet geschikt om zich te wagen aan het fotograferen van de machines in het veld. Tot hij, exact tien jaar geleden, zijn eerste digitale reflexcamera kocht. “In 2010 kocht ik een Nikon D90 met 18-200 lens voor een reis naar India. Om deze camera te testen, en omdat ik vond dat er wat meer foto’s van bij ons uit de buurt op farmphoto.com mochten verschijnen, besloot ik toch eens wat foto’s te maken van het maisseizoen. Het

was een heel modderige bedoening, maar ik had de smaak te pakken…” Naast de foto’s die Luc op de website postte, maakte hij ineens ook filmpjes die hij op zijn eigen YouTube kanaal plaatste: “ook al waren die, zeker in het begin, heel amateuristisch, ze werden wel gretig bekeken!” Het volgende voorjaar, toen de machines uit hun winterslaap kwamen, begon het bij Luc te kriebelen om opnieuw de velden in te trekken met de camera. Zijn passie voor landbouwfotografie was geboren: onder de nickname “Mick Jaguar”, een knipoog naar de zanger Mick Jagger en de Claas Jaguar hakselaars, postte Luc zijn foto’s op Farmphoto en op de Facebookpagina die hij in 2014 oprichtte. Luc is voornamelijk actief in het Meetjesland en Zeeuws-Vlaanderen, hoewel hij ook af en toe wat verder trekt. Een nieuwe Dewasilagewagen achterna, bijvoorbeeld. Voor deze bekende constructeur uit zijn thuisgemeente maakt Luc regelmatig foto’s en filmpjes, die gebruikt worden op de stand van de fabrikant op Agribex en Agriflanders.


HECTARES

39


“Ik heb niet echt een specialisatie of voorkeur qua merken. Het is waar dat ik graag de Claas hakselaars en Dewa-silagewagens vastleg, maar dat wil zeker niet zeggen dat ik mijn camera zal wegdraaien van andere merken, integendeel: ik breng net graag afwisseling in mijn reportages, ga op zoek naar alle merken en zowel oud als nieuw materiaal. Wat ik wel leuk vind, is om af en toe eens een primeur te scoren door als eerste een nieuwe of unieke machine op de gevoelige plaat te kunnen vastleggen.” “Vorig jaar kon ik bijvoorbeeld als eerste de pas omgebouwde Claas Jaguar Fieldshuttle van Loonwerken de Bruyne fotograferen tijdens het hakselen van olifantengras. Waar ik evengoed van kan genieten is een golden oldie voor de lens krijgen: een oude Same of International tractor, of een oude hakselaar uit de tijd toen ik er als klein manneke naar stond te kijken.”

Een van de dromen van Luc is om uitgebreid langs de maisvelden in de Verenigde Staten te trekken tijdens het oogstseizoen. Daar kon hij vorig jaar al eens van proeven

40

tijdens een 12-daagse rondreis langs de staten Iowa, Wisconsin en Illinois, waar hij enkele tractorenfabrieken bezocht. Tegenwoordig werkt Luc met een Nikon D7200 met 18-300 lens. “Geen goedkope lens, maar je kan er zowel van dichtbij als van ver mee werken zonder steeds te moeten wisselen.” Zijn stijl? Zo natuurlijk mogelijk! “Veel nabewerking doe ik niet, buiten een beetje bijsnijden, eventueel vlekjes verwijderen en de belichting een beetje bijtrekken.” Sinds dit jaar heeft Luc, op vraag van een aantal loonwerkers en chauffeurs, ook een DJI Mavic Mini drone in zijn arsenaal. Een ideaal instapmodel, zegt hij zelf, waar hij afgelopen oogst al veel plezier aan beleefde. Sinds de stop van farmphoto plaatst Luc zijn foto’s enkel nog op zijn Facebookpagina en gebruikt hij zijn YouTube-kanaal verder voor filmpjes. Daar heeft hij ruim 10.000 abonnees en meer dan 12.000.000 views: “niet slecht voor een amateurke, hé!” De ambitie van Luc als fotograaf is heel eenvoudig: er nog zo lang

mogelijk mee kunnen bezig zijn. “Je komt ermee op plaatsen waar je anders nooit zou komen, je bent veel in de buitenlucht, je leert veel mensen kennen. Gewoon op het veld een babbeltje doen met een landbouwer over de boerenstiel of een boompje opzetten over de nieuwste machines met een chauffeur of loonwerker, dat doe ik even graag als foto’s maken. Mijn camera is de toegang en het bindmiddel tot dit alles.”

Wat ik leuk vind, is om af en toe eens een primeur te scoren.


HECTARES

LUC WITTEVRONGEL ALIAS MICK JAGUAR LEEF TIJ D 48 JA AR WOONPL AATS: EVERGEM BEROEP: PROCES OPER ATOR AC TIEF SINDS/IN : K MEETJ ESLAND EN 2010, VOORNAMELIJ EN ZEEUWS -VL AANDER MATERIA AL: 30 0 LENS , NIKON D720 0 ME T 18E DJ I MAVIC MINI DRON WA AR TE VOLG EN : FILMPJES EN FOTO’S GUAR – LANDBOUW FACEBOOK : MICK JA AR YOUTUB E: MICK JAGU

41


42


HECTARES

43


Blijven gaan waar anderen stilstaan. Om toch te kunnen hakselen op gronden met weinig draagkracht of in extreem natte situaties, zette Loonbedrijf Oussoren hun John Deere hakselaar op een rupsonderstel. Door dit rupsonderstel kan gewerkt worden met minimale bodemdruk. Zo kan de hakselaar verder rijden waar andere machines vast komen te zitten. Ook het afvoeren van de gehakselde maĂŻs gebeurt met rupscombinaties. De afgelopen jaren is het oogsten meestal uitzonderlijk vlot verlopen. 2020 was nog eens een nat seizoen. Op vele plaatsen was het vastrijden of wachten op betere omstandigheden. Maar voor het grondwater was de regen zeker welkom!

Profile for AKA Media

Hectares Magazine 2020-04  

Hectares Magazine 2020-04