Woutera Bouw: evacuatie en overlijden, 10-14 mei 1940

Page 1

Woutera Bouw Evacuatie en overlijden 10-14 mei 1940 Een reconstructie Hans Boersma



Voor mijn moeder



Wat ik nog wilde zeggen is, dat ik denk dat veel mensen met onzichtbare draden met elkaar verbonden zijn. En die draden reiken over de dood heen. Berthe Boersma-Nijhof, brief d.d. 6 februari 1992


Versie 1.0 (juni 2015) Versie 1.1 (januari 2016): herzien en uitgebreid Versie 2.0 (juli 2016): herzien en aangepast voor publicatie op internet Versie 2.1 (oktober 2017): herzien en uitgebreid Versie 2.2 (juni 2018): herzien © Hans Boersma 2018 Dit boekje kan hier als pdf worden verkregen. Stel voor het bekijken uw pdflezer in op boekweergave of dubbele pagina of twee pagina’s, al naar gelang het programma dat u gebruikt. Deze optie is doorgaans te vinden boven in de werkbalk onder beeld. Het is daarbij de bedoeling dat deze pagina links wordt weergegeven, met rechts hiernaast de pagina met de inhoudsopgave. Stel de weergave bij voorkeur in op 100%, of zodanig dat beide pagina’s geheel in beeld passen. De weergave kan meestal eenvoudig worden gedraaid door op het toetsenbord Shift, Ctrl en de + of – toetsen tegelijkertijd in te drukken; anders is deze optie te vinden onder beeld in de werkbalk. Contact: he.boersma@orbat85.nl


Inhoud Een onzichtbare draad 1. Een dochter, alles wel 2. Houdt u gereed 3. Afvoerfase 1 4. Geen schot gelost 5. Doodsbriefje Nasleep

9 15 23 29 39 49 59

Bijlage A: documenten Bijlage B: kaarten en objecten Bijlage C: foto’s

66 84 94

Geraadpleegde bronnen Illustratieverantwoording Dankbetuiging

133 135 135



Een onzichtbare draad Hoe weinig ik van mijn grootmoeder weet besefte ik misschien voor het eerst toen ik na de dood van mijn moeder een afschrift kreeg van de overlijdensakte: Op acht december negentienhonderd drieënnegentig, te 13 uur, 15 minuten, is in de gemeente Gouda overleden: Nijhof, Bertha Hermina, geboren te Amersfoort op 25 januari 1935, wonende te Gouda, echtgenote van: Boersma, Siebe Thomas. De overledene is een dochter van: Nijhof, Hendrik Willem en: Bouw, Woutera.

Het was alsof zij in dat droge, ambtelijke document voor het eerst haar rechtmatige plaats in onze familie kreeg toegewezen: Woutera Bouw. Wie was zij eigenlijk geweest? De naam Bouw viel bij ons thuis weinig of nooit, en haar voornaam las ik toen misschien voor het eerst. Een naam die bijna iets exotisch had; er waren ook toen niet veel ouders die hun dochter Woutera noemden.1 Die enkele zin, opgemaakt door een ambtenaar van de Burgerlijke Stand, toonde onweerlegbaar dat ik iets met deze Woutera Bouw te maken had. Ik had zelfs veel met haar te maken: zij was de moeder van mijn moeder. Toch wisten wij zo goed als niets van haar, en van de familie Bouw had ik nooit iemand zelfs maar de hand geschud.  Dat de wat mollige, grijze dame die ik kende als ‘Oma’ niet de moeder van mijn moeder was, en dus feitelijk ook niet mijn oma, was iets dat in mijn jeugd slechts geleidelijk tot me doordrong — dat mijn moeder was grootgebracht door haar stiefmoeder, de tweede vrouw van haar vader, en dat het die stiefmoeder was die wij Oma noemden. 2 Hoe zat het dan met haar echte moeder? Die had ze nooit gekend, vertelde ze: overleden toen zij zelf nog maar vijf jaar oud was, in mei 1940, aan de gevolgen van suikerziekte.

[9]


Mei 1940: de Duitse Wehrmacht en Luftwaffe vielen ons land binnen en versloegen in vijf dagen tijds ons leger; het begin van de Tweede Wereldoorlog in Nederland. De geschiedenis van die korte strijd boeide me indertijd hevig, dus ik vroeg naar bijzonderheden. Had haar dood iets te maken met die eerste oorlogsdagen? Heel veel kon ze me niet vertellen. Haar moeder en zijzelf waren tijdens de Duitse inval geëvacueerd naar Alkmaar, omdat Amersfoort, waar ze met haar vader en moeder woonde, in de Grebbelinie lag. Daar, in Alkmaar, was ze toen volkomen onverwachts overleden. De Grebbelinie was, zo wist ik, een belangrijk onderdeel van de Nederlandse militaire verdediging in 1940. Had haar vader daar misschien als soldaat tegen de Duitsers gevochten? Dat niet; wel was hij als dienstplichtig militair gemobiliseerd geweest, dicht bij huis, maar hij had gedurende de vijfdaagse oorlog “geen schot gelost”, want er was bij Amersfoort niet gevochten. Hoe het kon gebeuren dat haar moeder overleed aan suikerziekte, een aandoening die ook toen niet direct als dodelijk bekend stond, is voor mijn moeder altijd een vraag gebleven. Later, toen ze in de omstandigheden van dat overlijden (waar ze mogelijk bij is geweest) een verklaring zocht voor haar eigen jarenlange ziekte, heeft ze nog een poging ondernomen om via de familie Bouw meer bijzonderheden te achterhalen. 3 Helaas zonder resultaat; ook die wisten nauwelijks meer dan zijzelf. Wel resulteerde het contact in het aanhalen van de banden met twee zussen van haar moeder.4  Heel veel meer blijkt er inmiddels ook niet meer te achterhalen. Voor zover ik heb kunnen nagaan is er niemand meer in leven die haar heeft gekend, en de informatie die in de archieven wordt bewaard is beperkt; cruciale persoonlijke gegevens bleken bovendien niet openbaar. Tijdens dit onderzoek, waarvan hierna verslag wordt gedaan, trof het me hoe weinig tastbaars er van mijn grootmoeder is achtergebleven: niet meer dan een handvol

[10]


foto’s, nauwelijks genoeg om een klein album mee te vullen. Geen brieven, geen sieraden, geen boeken of andere persoonlijke voorwerpen. Wat laat een mens achter? Wat ik heb gevonden zijn voornamelijk aanvullingen op het hierboven geschetste verhaal. Samengevoegd met beeldmateriaal en algemene historische en medische gegevens heb ik dat verhaal toch verder in kunnen kleuren: dat Woutera ‘zomaar’ aan suikerziekte kon overlijden blijkt bijvoorbeeld minder vreemd dan het ook mij altijd voorkwam. Ook is het me duidelijker geworden wat de dood van Woutera voor mijn grootvader moet hebben betekend, en hoe tragisch deze kleine geschiedenis eigenlijk is: er breekt oorlog uit, een man vertrekt naar het front om tegen de vijand te vechten terwijl zijn vrouw in veiligheid wordt gebracht — maar zij sterft en hem overkomt niets. Een vleugje van de absurditeit van oorlog. Mijn moeder had alleen “heel vage” herinneringen aan haar. Wat zouden wij zelf nog weten van onze vader of moeder, wanneer die overleden zou zijn in onze vroegste kindertijd? Uit overlevering weten we niet meer dan dat ze een “verschrikkelijk lieve vrouw” was, een “zachtmoedig” mens, “net als” mijn moeder.5 Wat haar interesses waren, waar ze van hield en waar ze niet van hield, we zullen het waarschijnlijk nooit meer weten. Niet ouder dan dertig jaar werd ze.  Volgens een oud Joods gezegde leeft iemand voort zolang diens naam nog wordt genoemd. Laat dit boekje dan een klein gedenkteken zijn voor Woutera Nijhof-Bouw, moeder van Berthe Boersma-Nijhof, grootmoeder van Peter, Wibo†, Arnoud Boersma en mijzelf, en overgrootmoeder van Sharon en Julian Boersma.

Rotterdam, april-juni, december 2015

[11]


Voetnoten 1. In 2014 werden in Nederland drie meisjes Woutera genoemd. Website Sociale Verzekeringsbank. 2. Mijn moeder sprak zelf niet van haar stiefmoeder maar van haar “tweede moeder”. 3. Ze dacht hierbij aan de mogelijkheid van een onverwerkt trauma. 4. Wijmpje en Evertje Bouw (zie pagina 15). Mijn moeder schrijft in haar dagboek over “de tantes”: “Tante Wijm, tante Eef en tante Ger. Tantes waar ik meer dan dertig jaar geen kontakt meer mee had en dat dankzij tante Ger weer tot stand is gekomen.” Dagboek Berthe Boersma-Nijhof, 3 november 1992. Tante Ger: Gerritje Hop, de vrouw van Woutera’s broer Jan Bouw. Met dank aan Richard van den Heuvel. Familieverwantschappen van de in de voetnoten als bron opgevoerde personen zijn aangeduid in de dankbetuiging aan het einde van dit boekje. 5. Overlevering via Siebe Boersma, april 2015, en Hendrik Nijhof, november 2015.

 Afbeelding op pagina 8: Mijn grootmoeder Woutera Bouw, misschien

achttien jaar oud (± 1928). Op de achterkant staat met potlood “Mej. [mejuffrouw] Bouw” geschreven (zie voorzijde omslag).  Afbeelding op pagina 13: deze foto is op de achterzijde gedateerd “5 December 1929”, zeer waarschijnlijk door mijn grootvader, Hendrik Willem Nijhof. Woutera is hier dus negentien jaar oud [Riet Hament-Nijhof].

[12]




1. Een dochter, alles wel Woutera Bouw werd geboren op zaterdag 16 april 1910 in Amersfoort, als dochter van Johannes Bouw (*1880-†1958) en Evertje van Leuveren (*1886-†1967). Woutera was hun derde kind: eerder waren geboren Jacoba (*1907-†1992) en Aaltje (*1908-†1939). Na Woutera volgden nog vijf kinderen: Jannetje (*1911-†1991), Wouter (*1913-†2000), Jan (*1916-†1992), Wijmpje (*1918-†2009) en Evertje (*1920-†2015).1 De familie Bouw woonde aan het Hoevelakense Voetpad 20 in Amersfoort. Dit was een boerderij, Johannes Bouw was van beroep “landbouwer”. Het adres bestaat niet meer: in de jaren vijftig viel dit gebied ten prooi aan grondige ‘saneringen’, waarbij Johannes Bouw werd uitgekocht en zijn boerderij werd gesloopt.2 Het Hoevelakense Voetpad liep ongeveer waar tegenwoordig het Zeevaarderspad en de Beringstraat lopen. De boerderij lag in de zuidelijke hoek van de kruising Zeevaarderspad-Magelhaenstraat.3 Uit overlevering is bekend dat de familie Bouw een “sociaal en warm gezin” was — “harde werkers en vriendelijke mensen”. Woutera’s ouders hadden een “lief en zacht karakter”.4  Woutera, roepnaam Tera, trouwde op dinsdag 20 september 1932 in Amersfoort met Hendrik Willem Nijhof, roepnaam Wim, geboren op woensdag 4 oktober 1911 in Apeldoorn als zoon van Reinder Nijhof (*1887-1968) en Bartha Harmina de Vries (*1887-1968). Hendrik Willem was, net als zijn vader, automonteur; de dag voor het huwelijk was hij in dienst getreden bij Pon’s Automobielhandel aan de Arnhemseweg 2 te Amersfoort.5 Hij woonde aan de Kapelweg 62 in Amersfoort, vermoedelijk op kamers. Op de huwelijksdag was hij nog net minderjarig — twintig jaar; indertijd werd men pas meerderjarig in het eenentwintigste levensjaar. Woutera was wel meer[15]


derjarig: tweeëntwintig jaar oud. Sinds haar huwelijk was ze zoals dat heette “zonder beroep” (huisvrouw), maar daarvoor heeft ze enige tijd als dienstbode/huishoudster gewerkt. Haar kerkelijke gezindte was Nederlands Hervormd.6 Het burgerlijk huwelijk werd ‘s ochtends voltrokken in het toenmalige stadhuis aan de Westsingel 43, de kerkelijke inzegening vond na het middaguur plaats in de Sint-Joriskerk.7 Het jonge echtpaar bleef in Amersfoort wonen. Na hun huwelijk verhuisden ze naar de Hogeweg 76. Ook dit huis bestaat waarschijnlijk niet meer; enkele oude kranteberichten lijken te suggereren dat het een pension was. 8 Tussen begin 1934 en januari 1935 verhuisden Hendrik Willem en Woutera naar de Van Assenraadstraat 31, waarschijnlijk met het oog op de geboorte van hun eerste kind.9 Dit huis bestaat nog wel: een kleine maar nette gezinswoning uit 1914 met een piepklein voortuintje en een grotere achterplaats, gelegen in wat oogt als een prettige, vrij ruim opgezette wijk. De straat lag aan wat toen nog de uiterste noordwestrand van Amersfoort was. Over het huwelijk weten we weinig, maar wat we weten lijkt veelzeggend: Hendrik Willem was “stapelgek” op Woutera — “helemaal idolaat” van haar.10  Op vrijdag 25 januari 1935 werd het eerste en enige kind van Hendrik Willem en Woutera geboren. Een dochter: Bertha Hermina Nijhof, vernoemd dus naar de moeder van Hendrik Willem. Haar roepnaam was Bep; in haar latere leven zou Bep als roepnaam Berthe aannemen, welke naam wij hier verder aanhouden. Nog dezelfde dag, om 14.42 uur, verstuurde Hendrik Willem via Holland Radio (Rijkstelegraaf) een telegram naar zijn vader in Deventer:11 Een dochter alles wel Wim en Tera

[16]


Voetnoten 1. Behalve de genoemde kinderen bracht Evertje Bouw-van Leuveren op 2 juni 1928 nog een “levenloos kind” ter wereld. Archief Eemland, overlijdensakte N.N. Bouw (N.N.: nomen nescio; naam onbekend). Met dank aan Richard van den Heuvel, die mij hierop wees. Johannes Bouw en Evertje Bouw-van Leuveren verloren dus maar liefst drie kinderen: net als Woutera overleed Aaltje al op dertigjarige leeftijd. Evertje Wolfswinkel-Bouw overleed op 5 april 2015 in Amersfoort, als laatste van Woutera’s broers en zussen, tijdens de voorbereidingen voor dit boekje. Website Gelderse Post, familieberichten. Ik heb geen contact meer met haar gehad. 2. Het Dagblad voor Amersfoort van 28 januari 1953 vermeldt als “hamerstuk” in de gemeenteraad een “voorstel tot aankoop van het perceel Hoevelakense Voetpad 20 van J. Bouw”. Zie Bijlage C1. 3. Locatie van de boerderij van Johannes Bouw: verklaring Bep van Beekvan den Heuvel en Bertus van Beek, februari 2016. 4. Overlevering via Richard van den Heuvel, december 2015. 5. Getuigschrift Pon’s Automobielhandel d.d. 29 juni 1946. Hendrik Willem kwam in dienst als monteur; op 12 december 1938 werd hij bevorderd tot chef-monteur. Idem. Met dank aan Hendrik Nijhof, die mij een kopie van het getuigschrift toezond. 6. Utrechts Archief, huwelijksakte Hendrik Willem Nijhof en Woutera Bouw (zie ook Bijlage A2). Blijkens de huwelijksakte waren bij de voltrekking, behalve de vier ouders, als getuigen aanwezig: voor Hendrik Willem “Willem Kraaikamp, oud vierentwintig jaar, melkslijter” en voor Woutera “Jacobus Vos, oud eenentwintig jaar, suikerwerker”, beiden uit Amersfoort. Idem. Jacobus Vos trouwde een jaar later met Woutera’s oudere zus Aaltje. Centraal Bureau voor Genealogie, persoonskaart Johannes Bouw, en mondelinge verklaring Bertus van Beek en Bep van Beek-van den Heuvel, augustus 2015. De personalia en adressen in deze alinea zijn ontleend aan: Centraal Bureau voor Genealogie, persoonskaarten Woutera Bouw, Hendrik Willem Nijhof, Reinder Nijhof en Bartha Harmina de Vries; en Gemeente Alkmaar, Burgerlijke Stand, kopie-persoonskaart Woutera Bouw. Gewerkt als dienstbode/huishoudster: overlevering via Riet Hament-Nijhof, juli 2015, en Annelies Nijhof, september 2016. Zie ook voetnoot 14 op pagina 63. 7. Zie de Bijlagen A1, C16 en C17. 8. Na de oorlog heeft er op de Hogeweg een vernummering plaatsgevonden; het huidige nummer 76 is een naoorlogs pand. Met dank aan Saskia Stouten-Schrijer, publiekarchivaris van Archief Eemland. Kranteberichten: in De Eembode van 9 juli 1935 en 6 december 1935 wordt onder de opmerkelijke rubriek “katholieken die verhuisden” op de “Hoogeweg 76” als nieuwe bewoner een “W. Snijders, fabrieksarbeider” vermeld, die vijf maanden later weer vertrekt als “W. Snijders, dienstbode”.

[17]


9. De persoonskaart van Berthe (*25 januari 1935) vermeldt de Van Assenraadstraat 31 als haar eerste woonadres. Centraal Bureau voor Genealogie, persoonskaart Bertha Hermina Nijhof. In het ‘Adresboek voor Amersfoort’ van 1934 staan Hendrik Willem en Woutera nog ingeschreven op het oude adres. Met dank aan Saskia Stouten-Schrijer, publieksarchivaris van Archief Eemland. 10. Overlevering via Siebe Boersma, april 2015, en Hendrik Nijhof, november 2015. Hendrik Willem vertelde later dat ze in de acht jaar van hun huwelijk “nooit één keer ruzie hebben gehad”. Annelies Nijhof, september 2016. 11. Zie Bijlage A4.

 Afbeelding op pagina 14: Woutera met haar man Hendrik Willem Nijhof voor de boerderij van de familie Bouw aan het Hoevelakense Voetpad 20, woensdag 27 september 1933. Zie ook Bijlage C14 en C15.

[18]






2. Houdt u gereed In de tweede helft van de jaren dertig verslechterde de politieke situatie in Europa in snel tempo. Sinds Adolf Hitler in Duitsland alle macht naar zich had toegetrokken, in 1933, gedroeg het land zich in toenemende mate agressief tegen zijn buurlanden. Na de annexatie van Oostenrijk (1938) en de bezetting van Tsjecho-Slowakije (1938-1939) was Polen aan de beurt. Bestond de agressie tegen beide eerdergenoemde landen voornamelijk uit dreigementen en intimidatie, vanaf nu zou het anders gaan. Toen op 1 september 1939 Duitse troepen de Poolse grens over trokken vocht het Poolse leger om het voortbestaan van het land. Frankrijk en Groot-Brittannië eisten in een ultimatum dat de Duitsers hun aanval onmiddellijk zouden staken. Hitler reageerde er niet op, en beide landen verklaarden Duitsland op 3 september de oorlog. De Tweede Wereldoorlog (1939-1945) was begonnen. Nederland bleef bij dit alles neutraal, net als in de Eerste Wereldoorlog (1914-1918); het wilde onder geen beding in het conflict betrokken raken. Dit betekende niet dat de oplopende internationale spanningen aan Nederland voorbijgingen. De regering zag de bui hangen en had al op 28 augustus 1939 de algemene mobilisatie van leger en vloot afgekondigd — de Nederlandse neutraliteit zou, als het moest, gewapenderhand worden verdedigd. Meer dan 150.000 dienstplichtige mannen werden onder de wapenen geroepen. De totale sterkte van de krijgsmacht kwam daarmee op ongeveer 280.000 man. 1 Eén van die gemobiliseerden was Hendrik Willem. Hij was van de lichting 1931: in oktober van dat jaar was hij als ‘gewoon dienstplichtige’ opgekomen voor, zoals het heette, de eerste oefening. Hij was ingedeeld bij het 16e Regiment Infanterie, en tijdens zijn diensttijd gelegerd in de Juliana van Stolbergkazerne (Infanteriekazerne) aan de Leusderweg in Amersfoort. De diensttijd duurde toen slechts vijf en een halve maand.2 Nadien werd hij nog twee maal teruggeroepen voor een herha[23]


lingsoefening van elk ongeveer twee weken: in augustus 1935 en september 1937.3  Toen Hendrik Willem in augustus 1939 werd gemobiliseerd was hij zevenentwintig jaar oud. Woutera, nu negenentwintig, bleef met haar vierjarige dochtertje Berthe achter in de Van Assenraadstraat. Het was een geluk dat Hendrik Willem tenminste dichtbij was gelegerd: zijn eenheid was waarschijnlijk ingekwartierd ten zuidwesten van Amersfoort, in de omgeving van Leusden — bij verlof was hij dus snel thuis. Maar de oorlogsdreiging had nog een andere, ingrijpender consequentie voor het jonge gezin. Amersfoort lag in de Grebbelinie, en deze was in 1939 aangewezen als de hoofdverdedigingslinie van de Nederlandse defensie. Bij een Duitse aanval zou de vijand hier definitief tot staan moeten worden gebracht. Langs de noordoostrand van de stad, op loopafstand van hun huis, werden loopgraven en andere versterkingen aangelegd. Sommige laaggelegen delen voor de linie werden al in 1939 geïnundeerd.4 Waar inundaties niet mogelijk waren werden voorposten ingericht. Daarachter kwam de frontlijn te liggen, waar het beslissende gevecht moest worden geleverd. Deze liep langs het Valleikanaal, zo’n vijfhonderd meter ten noorden en oosten van hun huis. Nog dichterbij, slechts enkele tientallen meters naar het zuiden, liep langs de overkant van het riviertje de Eem de zogenaamde stoplijn, waarin een eventuele vijandelijke doorbraak moest worden opgevangen.5 Hendrik Willem, Woutera en Berthe woonden dus opeens in potentieel frontgebied, en de kans dat hun huis verwoest zou worden, zou het daadwerkelijk tot een oorlog komen, was allesbehalve klein. Bij een Duitse aanval zouden Woutera en Berthe onmiddellijk moeten worden geëvacueerd — en niet als enigen: de hele stad Amersfoort zou worden ontruimd. En dan was er natuurlijk dit: Hendrik Willem zou kunnen sneuvelen in de Grebbelinie. [24]


Voetnoten 1. Nederland had, ook relatief, een klein leger: het Belgische leger bijvoorbeeld telde ± 620.000 man; meer dan tweemaal zoveel dus. Website Zuidfront Holland 1940. 2. Ter vergelijking: in 1985 was de diensttijd veertien tot zestien maanden. 3. Ministerie van Defensie, dienstplichtkaart Hendrik Willem Nijhof (zie Bijlage A3-a). Het 16e Regiment Infanterie ging na de oorlog over in het Regiment Infanterie Oranje Gelderland (RIOG), dat vandaag de dag voortbestaat in 45 Pantserinfanteriebataljon RIOG, gelegerd te Ermelo. 4. Inundatie: het onder water zetten van stukken land ten behoeve van de militaire verdediging. 5. Beschrijving van de Grebbelinie bij Amersfoort: Bloemhof, Amersfoort ‘40-‘45 (2005), 21. Ruissen, Artillerie mei 1940, Deel 2, Bijlage 1.1 Kaarten, Kaart C16. Zie in dit boekje ook de Bijlagen B1-B3.

 Afbeelding op pagina 20-21: het jonge gezin achter hun huis aan de Van Assenraadstraat 31, 1937 of 1938. Voor zover bekend is dit de enige foto waarop Woutera, Berthe en Hendrik Willem samen staan afgebeeld. De technische begaafdheid van Hendrik Willem moge blijken uit het vliegtuigachtige gevaarte links: een door hemzelf gebouwde fietsaanhanger waarmee hij Berthe kon rondrijden. Let op haar naam (“Bep”) op de neus. Enige tijd na het maken van deze foto werd hij bij Pon’s Automobielhandel in Amersfoort be vorderd tot chef-monteur; na de oorlog zou hij garagechef worden bij Bronswerk Apparatenbouw, eveneens in Amersfoort. Centraal Bureau voor Genealogie, persoonskaart Hendrik Willem Nijhof. Getuigschrift Pon’s Automobielhandel d.d. 29 juni 1946. De foto is mogelijk genomen door de vader van Hendrik Willem, Reinder Nijhof, tijdens een familiebezoek.  Afbeelding op pagina 22: Woutera en Berthe, 1937.

[25]





3. Afvoerfase 1 In de vroege morgen van vrijdag 10 mei 1940 overschreden twee Duitse legers onze oostgrenzen en rukten in hoog tempo op in westelijke richting. Bruggen gingen met doffe klappen de lucht in, opgeblazen door Nederlandse troepen, of vielen in Duitse handen. Militaire vliegvelden werden gebombardeerd en gemitrailleerd door de Luftwaffe. Bij Den Haag en Rotterdam landden grote aantallen Duitse parachutisten en luchtlandingstroepen. Nederland was in oorlog. Net als zovele Nederlanders werden de inwoners van Amersfoort in alle vroegte gewekt door het geronk van overkomende Duitse vliegtuigen en het dreunen van luchtafweergeschut. Al om 07.15 uur werd op het Amersfoortse stadhuis een telegram ontvangen van de commandant van het IVe Legerkorps, verantwoordelijk voor het noordelijke deel van de Grebbelinie: om 21.00 uur zou de afvoer van de burgerbevolking moeten beginnen.1 Het bevel tot deze grootscheepse evacuatie kwam niet als een verrassing. Gedurende het voorgaande jaar was de operatie in het geheim voorbereid, en de draaiboeken lagen klaar: in enkele dagen zou de gehele Amersfoortse bevolking, naar schatting 43.400 mensen, met treinen worden afgevoerd naar gemeenten in Noord-Holland, waar zij zouden worden ingekwartierd onder de burgerbevolking. In november waren de Amersfoorters officieel geïnformeerd middels huis aan huis verspreide biljetten met ‘Algemeene Aanwijzingen’. Voor de uitvoering van de evacuatie was de stad opgedeeld in vierenveertig wijken, die elk weer waren verdeeld in twintig groepen van elk ongeveer twintig personen. Elke wijk werd geleid door een ‘hoofdgeleider’, elke groep door een ‘groepsgeleider’. Allereerst zouden de direct bedreigde gebieden ten noorden en oosten van de stad worden ontruimd, meteen gevolgd door het noordoostelijk deel van de stad zelf. Dit was ‘Afvoerphase 1’; het ging hierbij om ongeveer 20.000 perso[29]


nen. Van deze 20.000 zouden er 2.050 in twee treinen naar Alkmaar worden afgevoerd. Onder deze 2.050 mensen bevonden zich ook Woutera en haar dochtertje Berthe, nu vijf jaar oud. In de loop van de ochtend werd de Amersfoortse bevolking gewaarschuwd dat de evacuatie ophanden was. Dit gebeurde met aanplakbiljetten en met het huis aan huis verspreide ‘Waarschuwingsbevel’ (zie pagina 28).  Thuis in de Van Assenraadstraat zal Woutera een deel van de dag hebben doorgebracht met het bijeenpakken van spullen: het inpakken van koffers, het vullen van kussenslopen met kleding of beddegoed, het oprollen van dekens; en met het op de een of andere manier reisklaar maken van dit alles. Als volwassen evacué mocht ze dertig kilo handbagage meenemen, inclusief voedsel voor twee dagen. Ook meegenomen moesten worden alle officiële bescheiden zoals huwelijks- en geboorteakten, spaarbankboekjes en distributiestamkaarten, evenals medicijnen — in haar geval zeker de insuline voor haar suikerziekte (diabetes type 1). De ‘Algemeene Aanwijzingen’ raadden aan om voor de bagage gebruik te maken van “kleine wagentjes, sportkarretjes, kinderwagens en rijwielen”. De rest van de dag zal zijn vergleden in gespannen afwachting op het signaal voor vertrek.2 Af en toe trokken er groepen militairen door de straat, op weg naar hun stellingen. Nog geen honderd meter achter het huis, in de Methorststraat, werd een bataljonscommandopost in gereedheid gebracht.3 Woutera zal Berthe binnen hebben gehouden en geprobeerd haar af te leiden. Ze zal ondertussen geluisterd hebben naar de nieuwsberichten over de radio: Nederlandsche grenstroepen bieden verbitterd weerstand aan IJssel en Maas. […] Bij luchtaanvallen op onze vliegvelden en bij landingspogingen in het binnenland, zijn

[30]


tenminste zeventig Duitsche vliegtuigen neergeschoten. […] Van verscheidene plaatsen wordt gemeld, dat Nederlandsche krijgsgevangenen door Duitschers als dekking worden gebruikt.4

Bij dit alles zullen haar gedachten zijn uitgegaan naar haar man. Die zou nu wel in zijn loopgraaf staan, zo’n vier of vijf kilometer naar het zuidoosten. Van oorlogsgeweld was hier gelukkig nog niets te merken — maar voor hoelang? In de schemering begonnen patrouillerende soldaten de bevolking te sommeren hun ramen te verduisteren; de straatlantaarns bleven uit. Alleen de oostrand van de stad lichtte hier en daar op door brandende huizen, aangestoken door militairen om een vrij schootsveld te creëren voor hun stellingen. Af en toe dreunde er een explosie.  De duisternis was gevallen toen, in de late avond of vroege nacht, de ontruiming van de Van Assenraadstraat werd afgekondigd door de groepsgeleider. Woutera zal Berthe hebben moeten wekken voor vertrek. Na het doven van de lichten en het afsluiten van gas en elektra moesten de bewoners de gordijnen weer opendoen alvorens hun woningen af te sluiten. De huissleutels werden ingenomen door politieagenten. Woutera en Berthe begaven zich met hun buurtgenoten naar het verzamelpunt voor hun wijk. Vandaar vertrok men groepsgewijs, te voet, bepakt en bezakt en met handkarren en beladen fietsen aan de hand naar het station, ongeveer twee kilometer lopen. Om hen heen lag de stad donker en stil. Bij het station dienden de fietsen, handkarren en dergelijken te worden achtergelaten. De groep werd achterom, via het Smallepad, naar het perron geleid. Waarschijnlijk moest men daar nog enige tijd wachten voordat de evacuatietrein langzaam en indrukwekkend het station binnenrolde: een locomotief met vijfentwintig rijtuigen en een totale lengte van zo’n 550 meter. Op het perron stonden de ongeveer duizend mensen verzameld [31]


die, met hun 30.000 kilo aan bagage, naar de veiligheid van Alkmaar moesten worden gebracht. Volgens instructie van de Etappen- en Verkeersdienst, de afdeling van de Koninklijke Landmacht die de leiding had over de evacuatietransporten, diende het inladen van de evacuatietreinen minstens twee uur voor vertrek te beginnen; het is dus waarschijnlijk dat Woutera en Berthe nog lange tijd in een verduisterde, stilstaande trein hebben moeten wachten. Ergens in de nacht is de trein gaan rijden, waarschijnlijk rond 01.15 uur, wanneer we aannemen dat Woutera en Berthe met de eerste van de twee treinen naar Alkmaar zijn vertrokken. Dit lijkt, gezien de locatie van hun huis vlak achter de frontlijn, aannemelijk.5 Als begeleiders reisden een klein aantal militairen van de Koloniale Reserve mee; het geheel stond onder leiding van een ‘vervoercommandant’.6 De trein hield een gemiddelde snelheid van vijftig kilometer per uur aan en rolde nog voor zonsopkomst, tegen 03.30 uur, het station van Alkmaar binnen.7 Een ooggetuige beschreef naderhand de nachtelijke aankomst van een andere evacuatietrein: Het was voor allen, die de ontvangst medemaakten, een beklemmend ogenblik toen de trein met afgeschermde lantaarns het station binnenreed en bij het schijnsel van een flauwe verlichting de gezichten der vluchtelingen zichtbaar werden.8

De Alkmaarse evacuatiecommissie had gedurende de vorige dag alles in gereedheid gebracht om de grote stroom evacués uit de Grebbelinie te kunnen ontvangen. 9 De zojuist aangekomen Amersfoorters werden met behulp van vele begeleiders naar een grote militaire kantine aan de Paardenmarkt gebracht, iets meer dan een halve kilometer lopen. Deze kantine stond op het terrein van het voormalige Stadsziekenhuis, daar waar tegenwoordig het Theater De Vest staat. In de zaal van de kantine, waar ruimte was voor duizend mensen, werd meteen begonnen met het indelen en registreren van de evacués. Ondertussen werden bonnen uitgereikt voor koffie, thee, koek en andere versnaperingen, die bij de buffetten waren af te halen. [32]


Zoals eerder vermeld werden de evacués ingekwartierd onder de burgerbevolking. Bij ieder Alkmaars gezin dat hiervoor in aanmerking kwam werden gemiddeld drie tot vier mensen ondergebracht. Aanvankelijk werd hierbij nog rekening gehouden met godsdienstige overtuiging en sociale klasse, maar door de aanzwellende stroom evacués moest dit principe grotendeels worden losgelaten. Wel werd geprobeerd de mensen van een evacuatiegroep zoveel mogelijk in elkaars nabijheid onder te brengen. Voor de evacués, die uiteraard geen bedden bij zich hadden, werden met stro gevulde bedde- en kussenzakken beschikbaar gesteld. Het proces van inkwartiering werd nauwkeurig bijgehouden middels een systeem van registratiekaarten, huisvestingskaarten en inkwartieringsbiljetten. Hiervan is niets bewaard gebleven; we weten dus niet waar en bij wie Woutera en Berthe werden ingekwartierd.10 Over de gang van zaken tijdens de evacuatietransporten naar Noord-Holland verklaarde een van de Amersfoortse vervoercommandanten later: Op de uitlaadstations was klaarblijkelijk alles zeer behoorlijk voorbereid. De ontvangst was zonder uitzondering hartelijk en vol medeleven, verversingen stonden overal gereed voor de landgenoten, die zulk een emotievolle reis achter de rug hadden en ook de afvoer naar de plaatsen, waar een nieuw onderdak zou worden gevonden, was over het algemeen goed verzorgd. Speciaal Alkmaar zelf verdiende in dit opzicht een eervolle vermelding, in welke stad onder meer schooljeugd en padvinders alles in het werk stelden om een ieder, zoveel als in het vermogen lag, te helpen. De ter beschikking staande manschappen van de Koloniale Reserve hebben over het algemeen op voorbeeldige wijze hun plicht gedaan, verleenden hulp waar ze konden en muntten uit door een rustig en correct gedrag. […] Wat ten slotte de houding der geëvacueerden zelf betreft, kan ik niet anders verklaren, dan dat ik persoonlijk met bewondering de gelaten, maar rustige houding heb gadegeslagen van hen, die bijna alles,

[33]


wat ze bezaten, moesten achterlaten en een volkomen onbekende toekomst tegemoet moesten gaan. De onderlinge hulpvaardigheid van deze, zo plotseling van huis en haard verdrevenen uitte zich soms op bepaald treffende wijze.11

Uiteraard verliep niet alles probleemloos. De Alkmaarsche Courant meldde bijvoorbeeld: Er is hier een overstelpende hoeveelheid vluchtelingen gekomen en in tal van gezinnen zijn er veel meer ondergebracht dan waarop oorspronkelijk was gerekend. Hier en daar verzette men zich tegen het binnentreden van deze ongelukkigen, maar de politie of de militairen maakten aan dat verzet spoedig een einde.12

Vooral voor ouderen en zwakken was de evacuatie een beproeving. Tragisch was het geval van een jonge vrouw die uit de trein stapte met een dood kindje in de armen. Het had aan open tuberculose geleden en was tijdens het transport overleden.  Het was inmiddels zaterdag 11 mei. Woutera zal die nacht niet of nauwelijks hebben geslapen. De spanning, het lange wachten, de zorg om haar man, de nachtelijke treinreis en de voettochten met bagage en kind — het zal haar hebben vermoeid en afgemat. Toen ze uiteindelijk met haar dochtertje op het inkwartieringsadres aankwam was de ochtendschemering al overgegaan in daglicht.

[34]


Voetnoten 1. De gegevens in dit hoofdstuk zijn ontleend aan Bloemhof, Amersfoort ‘40-‘45 (edities 1990 en 2005), Keemink, Evacuatie 1940, en Koolhaas Revers, Evacuaties, tenzij anders vermeld. De geïnteresseerde lezer wordt verder verwezen naar Hans Bouwer en Jan Hageman, ‘Amersfoortse Evacués in Bergen’, Bergense Kroniek nr. 1, 2010. 2. Vlak om de hoek, op de Scheltusstraat 31, woonde Woutera’s jongere zus Jannetje met haar man en hun driejarige dochtertje (zie Bijlage B3). Zij stonden voor eenzelfde opgave, en het ligt voor de hand dat ze elkaar die dag hebben opgezocht. Jannetje en haar gezin belandden niet in Alkmaar maar in Schoorl; ze waren bij een andere wijk of groep ingedeeld, of er is ergens een vergissing gemaakt — dergelijke problemen kwamen tijdens de evacuaties meer voor. Jannetje was getrouwd met Rik van den Heuvel (niet dienstplichtig, *1911-†1984). Hun dochtertje Egbertha (*1937) werd, net als Berthe, Bep genoemd; later zouden zij jeugdvriendinnetjes worden en ter onderscheid als Kleine en Grote Bep worden aangeduid. Persoonsgegevens: Centraal Bureau voor Genealogie, persoonskaart Jannetje Bouw. Archief Eemland, bevolkingsregisters Amersfoort 1915-1938, Rik van den Heuvel. Geëvacueerden op verkeerde bestemmingen: Koolhaas Revers, Evacuaties, 368, 372. Beland in Schoorl: verklaring Bep van Beek-van den Heuvel, augustus 2017. De Scheltusstraat heet sinds 1980 Scheltussingel. Centraal Bureau voor Genealogie, idem. Het valt buiten het bestek van dit boekje, maar Woutera’s ouders en hun nog thuiswonende kinderen (Jacoba, Wouter, Jan en Evertje) moeten op 10 of 11 mei eveneens zijn geëvacueerd: ook de boerderij aan het Hoevelakense Voetpad lag vlak achter de frontlijn van de Grebbelinie. We weten verder nog dat Johannes Bouw in ieder geval in de naoorlogse jaren vee had; vee werd over de weg en met binnenvaartschepen afgevoerd naar Noord-Holland. Verklaring Bertus van Beek, juli 2015. Koolhaas Revers, Evacuaties, 492 e.v. 3. In een woonhuis aan de Methorststraat, nummer 7 of daaromtrent , ± 70 meter achter de Van Assenraadstraat 31, bevond zich in mei 1940 de commandopost van het IIIe Bataljon van het 5e Regiment Infanterie. Ruissen, Artillerie mei 1940, Deel 2, Bijlage 1.1 Kaarten, Kaart C16. Zie in dit boekje Bijlage B3. 4. Nieuwe Rotterdamsche Courant, vrijdag 10 mei 1940, legerbericht van het opperbevel no. 2. Deze berichten werden ook voorgelezen voor de radio. De Jong, Het Koninkrijk, Deel 3, 120. 5. De tweede trein naar Alkmaar vertrok of een kwartier, of drie uur later. Koolhaas Revers, Evacuaties, 151. Vlak achter de frontlijn: in de Pullstraat, om de hoek van de Van Assenraadstraat, werden de bovenverdiepingen van de huizen door Nederlandse militairen opgeblazen om een vrij schootsveld te creëren, waarschijnlijk kort na de evacuatie van de wijk. Het eveneens vlakbij gelegen hoekpand Kruiskamp-Liendertseweg

[35]


onderging eenzelfde lot. In totaal gingen in Amersfoort op deze wijze zo’n 125 panden verloren. Bloemhof, Amersfoort ‘40-‘45 (1990), 50-51. 6. De Koloniale Reserve was het opleidingscentrum van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) te Nijmegen. Vervoercommandanten waren veelal oud-officieren van het KNIL die zich vrijwillig voor deze taak hadden aangemeld; zij droegen burgerkleding en een armband met het opschrift “vervoercommandant” en werden daarom ook wel ‘armbandofficieren’ genoemd. 7. Op 11 mei 1940 kwam de zon op om 04.10 uur. Website Weerstatistieken De Bildt. In mei 1940 liep de Nederlandse tijd (Gorinchemse Tijd) maar liefst een uur en veertig minuten achter op onze huidige, Midden-Europese tijd. Sinds 15 mei 1940 loopt onze klok gelijk met de Duitse, later Midden-Europese klok. Website Zuidfront Holland 1940, ‘Internationale tijdzones 1940’. 8. Ambtelijk rapport over de ontvangst van geëvacueerden uit Soest in Hoogkarspel in de nacht van 10 op 11 mei 1940, opgenomen in Gedenkboek Hoogkarspel 1940-1945, hoofdstuk 6. 9. In totaal ving Alkmaar in mei 1940 ± 20.500 geëvacueerden op. 10. Mijn dank gaat uit naar Jan van Baar van het Regionaal Archief Alkmaar, die alle relevante inventarisnummers van het secretariearchief (19221944) heeft doorzocht op mogelijke aanknopingspunten. 11. Koolhaas Revers, Evacuaties, 358. 12. Alkmaarsche Courant, 14 mei 1940, 2.

 Afbeelding op pagina 26-27: “Schematisch overzicht van de hoofdrichtingen van den Duitschen aanval” in mei 1940 [Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht]. De Duitse aanval was erop gericht om zo snel mogelijk, bij voorkeur op de eerste oorlogsdag, het regeringscentrum en de militaire hoofdkwartieren in Den Haag in te nemen door een massale inzet van parachutisten en luchtlandingstroepen. Deze ‘strategische overval’ mislukte, en de strijd in Nederland zou uiteindelijk vijf dagen duren.  Afbeelding op pagina 28: het ‘waarschuwingsbevel’ zoals het in de ochtend van 10 mei 1940 onder de Amersfoortse bevolking werd verspreid [Bloemhof, Amersfoort ‘40-‘45 (2005)].

[36]




4. Geen schot gelost Wij keren terug naar Amersfoort en de Grebbelinie. 1 Bij nadere beschouwing van de gebeurtenissen zal duidelijk worden dat het niet zo is dat er hier niet werd gevochten. In zekere zin is het tegendeel het geval: de Duitse aanvallen werden ver in het voorterrein, nog voor de frontlijn, vertraagd en afgeslagen. Deze succesvolle verdediging betekende niet alleen dat Hendrik Willem “geen schot” hoefde te lossen, maar ook dat de stad Amersfoort voor verwoestingen gespaard bleef. Zoals eerder vermeld was Hendrik Willem als ‘gewoon dienstplichtige’ ingedeeld bij het 16e Regiment Infanterie. Dit regiment, met een sterkte van 2.825 man, bestond uit drie infanteriebataljons van elk 831 man en een viertal kleinere eenheden voor bevelvoering en gevechtsondersteuning.2 Het regiment was onderdeel van de VIIIe Divisie, die weer deel uitmaakte van het IVe Legerkorps. Dit legerkorps ten slotte, met een totale sterkte van zo’n 25.000 man, behoorde tot het Veldleger van de Koninklijke Landmacht. Het 16e Regiment Infanterie bezette een ongeveer vijf kilometer breed vak van de Grebbelinie ten zuidoosten van Amersfoort, daar waar zich tegenwoordig de woonwijken van Leusden uitstrekken. Het noordelijke deel van dit vak werd verdedigd door het IIe Bataljon, het zuidelijke deel door het Ie Bataljon. Achter in het regimentsvak lag het IIIe Bataljon als divisiereserve. De twee voorbataljons lagen in stelling vlak achter het Valleikanaal, dat ook hier de frontlijn van de Grebbelinie vormde. Twee droog gebleven toegangen tot de frontlijn werden ter hoogte van de hoeve Groot Stoutenburg en de Asschatterkade beveiligd door voorposten met een gezamenlijke sterkte van ongeveer 300 man. 3 De regimentscommandant, Luitenant-kolonel J. Visser, schreef later in zijn verslag: Ongeveer een week voor het uitbreken der vijandelijkheden was het stellinggedeelte van 16 R.I., zoowel frontlijn, tusschenverdediging, als stoplijn, volgens den oorspron-

[39]


kelijken opzet geheel gereed. De troep had groot vertrouwen in de stelling. Elke man, die acht maanden in zijn vak gewerkt had, was volkomen vertrouwd met de omgeving van de plaats, waar hij te vechten had.4

Het is niet bekend bij welk onderdeel van het regiment Hendrik Willem was ingedeeld, en dus ook niet waar in het regimentsvak hij zich precies bevond. Zijn ‘militair zakboekje’, dat hierover duidelijkheid had kunnen geven, is niet bewaard gebleven. We mogen aannemen dat hij niet bij het IIIe Bataljon was ingedeeld: dit werd al op de eerste oorlogsdag naar Den Haag gedetacheerd, en we weten uit overlevering dat Hendrik Willem in de oorlogsdagen “bij Amersfoort” gelegerd was. 5 Op foto’s uit zijn diensttijd, achter in dit boekje opgenomen als Bijlage C12 en C13, valt het op dat hij niet met het gebruikelijke geweer is bewapend, maar met een karabijn. Dit zou kunnen betekenen dat hij geen directe gevechtsfunctie had, maar bijvoorbeeld bij een stafeenheid was ingedeeld.6 Verder weten we dat hij in dienst bugel speelde; het zou dus kunnen dat hij hoornblazer was. Hoornblazers, te velde belast met het doorgeven van signalen, waren bewapend met een karabijn. 7 We mogen, ten slotte, aannemen dat hij zich niet bij de voorposten bevond — die raakten namelijk op de derde oorlogsdag in gevecht met de voorhoede van de Duitse opmars.  In de nacht van zaterdag 11 op zondag 12 mei 1940 trok de Duitse 227. Infanterie-Division (± 17.900 man), versterkt met de Leibstandarte SS Adolf Hitler (± 6.000 man), bij Zutphen over de IJssel. Deze troepenmacht had de opdracht om, via Barneveld, bij Amersfoort de Grebbelinie te doorbreken en nog dezelfde dag door te stoten in de richting van Bilthoven. In de loop van zondagochtend kwam hun voorhoede, een versterkt bataljon (± 1200 man), al enkele kilometers voor de Grebbelinie in gevechtscontact met Nederlandse troepen. Het betrof hier een rijwieleskadron (165 man) van het 1e Regiment Huzaren dat met de opdracht “krachtdadige verken[40]


Het vak van het 16e Regiment Infanterie (II en I-16 R.I.) in de Grebbelinie, mei 1940. Het Valleikanaal is hier aangeduid als Grebbekanaal. Inundaties zijn niet ingetekend; de blauwe stip linksboven geeft de Van Assenraadstraat 31 aan [Militaire Spectator no. 10, 1940].

[41]


ningen” uit te voeren in de richting van Barneveld was opgerukt.8 Bij Achterveld, een kleine vier kilometer ten oosten van de voorposten, stootten deze huzaren op de Duitse voorhoede en gingen tot de aanval over. De felle gevechten die daarop ontstonden verstoorden de Duitse opmars en brachten deze tijdelijk tot stilstand. Het eskadron, ver in de minderheid, raakte deels omsingeld en werd deels uiteengeslagen; de restanten trokken zich in de vroege middag terug op de frontlijn. De Duitsers zetten hun aanval behoedzaam voort, om vervolgens bij Stoutenburg en Asschat op de voorposten van het 16e Regiment te stuiten. Deze sloegen de Duitsers op overtuigende wijze af, daarbij in de late middag en vroege avond gesteund door een afdeling van het 5e Regiment Artillerie, vurend vanuit het vak van het 16e. Ook bij Nijkerk en Voorthuizen werd de Duitse opmars naar Amersfoort verstoord door aanvallende verkenningen van Nederlandse huzaren. Bovendien begon in de nacht van zondag 12 op maandag 13 mei de artillerie van het IVe Legerkorps vanuit posities langs de westrand van Amersfoort ‘verontrustende vuren’ te leggen op Duitse troepenconcentraties in Nijkerk, Voorthuizen, Barneveld en Achterveld. Deze tegenstand, en de toenemende inundaties, overtuigden de Duitse divisiecommandant ervan dat Amersfoort zeer moeilijk in te nemen zou zijn. Hij besloot zijn aanval te verleggen naar het tien kilometer zuidelijker gelegen Scherpenzeel, waar hij zijn kansen gunstiger inschatte. De volgende dag echter werd de Duitse aanval, hoewel groots opgezet, ook daar afgeslagen.  Hendrik Willem zal die dag weinig of niets van de acties van de huzaren hebben gemerkt, maar het vuren van de eigen artillerie kan hem niet zijn ontgaan. Laat in de avond begonnen vanuit posities in het Soesterkwartier, Bergkwartier, Leusderkwartier en in Hamersveld twee batterijen van elk vier stukken ‘10 Veld’ met het beschieten van Barneveld, waarbij elk stuk telkens een serie van dertig schoten afvuurde. Dit ging met tus[42]


senpozen door tot vlak voor zonsopkomst. De granaten gierden over de stellingen van het 16e Regiment heen.9 Van het treinstation vertrokken de hele nacht door nog evacuatietreinen. Het doffe gedreun van de kanonnen moet tot in de rijtuigen hoorbaar zijn geweest.10  Ook de volgende dag, maandag 13 mei, behielden de voorposten van het 16e Regiment hun posities. Patrouilles werden uitgezonden en de vijand werd onder vuur gehouden. Rond 18.00 uur kreeg de regimentscommandant echter volkomen onverwacht het bevel om de stellingen te laten ontruimen — sterker nog, de hele Grebbelinie zou worden ontruimd: alle troepen dienden zich nog diezelfde nacht terug te trekken op de Nieuwe Hollandse Waterlinie, verder naar het westen. Want terwijl men hier de vijand met succes op een afstand had weten te houden was in het zuiden, bij de Grebbeberg, de vijand na drie dagen strijd definitief doorgebroken. Daarmee was het lot van de linie bezegeld: zou men niet terugtrekken dan dreigde het gros van het Veldleger omsingeld te raken. Voor de soldaten van het 16e Regiment zal de beslissing als een donderslag bij heldere hemel zijn gekomen. En niet alleen voor hen: verreweg de meeste troepen in dit gedeelte van de Grebbelinie hadden, net als Hendrik Willem, nog geen Duitser gezien en nog geen schot gelost.11 Bij het vallen van de duisternis werd over de gehele linie de terugtocht ingezet. In alle stilte: een leger op de terugtocht is zeer kwetsbaar en de vijand moest dus zo lang mogelijk in het ongewisse worden gelaten. Met dit doel werden kleine dekkingsdetachementen achtergelaten, en een deel van de Nederlandse artillerie beschoot die nacht opnieuw intensief de Duitse posities. De opzet slaagde, want de Duitsers ontdekten pas de volgende morgen dat de Grebbelinie was ontruimd. De terugtrekkende troepen hadden bij dit alles niet te klagen over geluk: die ochtend hing er een dichte grondmist die waarneming vanuit de lucht onmogelijk maakte. Was het hel[43]


der weer geweest dan had de Duitse Luftwaffe, inmiddels heer en meester in het Nederlandse luchtruim, een ware slachting kunnen aanrichten op de overvolle wegen — wegen waarover ook nog eens duizenden geëvacueerde burgers westwaarts trokken.12  De vijfde oorlogsdag brak aan: dinsdag, 14 mei 1940. Na een mars van ongeveer vijfentwintig kilometer arriveerde Hendrik Willem omstreeks 06.00 uur zeer vermoeid met zijn regiment bij fort Blauwkapel, iets ten noorden van Utrecht. Het aanschouwen van de verouderde en onvoltooide verdedigingswerken moet voor de troepen weinig minder dan een klap in het gezicht zijn geweest. Was dit nu de befaamde Waterlinie, bekend uit de schoolboekjes?13 De regimentscommandant noteerde droogweg: In den voormiddag begaf ik mij langs stelling en forten en hoewel in dezen korten tijd slechts een globaal overzicht verkregen kon worden, bleek, dat op vele plaatsen de stelling in veel mindere mate tot weerstand bieden gereed was, dan de Grebbestelling. Telefonische verbinding tusschen commandoposten van bataljons- en compagniescommandanten was niet overal aanwezig; er was geen inundatie merkbaar. Het schootsveld was op vele plaatsen miniem. Van de beton-opstellingen voor zware mitrailleurs waren vele nog op slot en naar de sleutels moest aanvankelijk worden gezocht.14

Een tweede slag voor het moreel was het nieuws dat die dag bekend werd: de koningin en het kabinet waren de vorige dag uitgeweken naar Engeland. De klap kwam hard aan. Niettemin, men vermande zich en probeerde er het beste van te maken. Het Ie Bataljon ontplooide zich in en rond het fort Blauwkapel, terwijl het IIe Bataljon naar het fort Rhijnauwen werd gedirigeerd, even ten oosten van de stad. Er werd koortsachtig gewerkt, en in de loop van de middag begon het warempel alweer ergens op te lijken. Het water van de inundaties steeg, al [44]


was het tergend langzaam. De troepen hadden hun posities ingenomen en de schootsvelden voor de stellingen werden vrijgemaakt door de genie. Omstreeks 14.30 uur werden in het voorterrein de eerste Duitse verkenningspatrouilles waargenomen, die zich na een kort vuurgevecht weer in oostelijke richting terugtrokken. Tegen die tijd stond ook de artillerie achter de linie gereed. Maar het zou allemaal niet meer nodig zijn. Tegen 17.00 uur ontving de regimentscommandant schriftelijk bevel van de Commandant Groep Utrecht dat de vijandelijkheden onmiddellijk moesten worden gestaakt. Even later kwam vanuit het oosten, onder een witte vlag, een auto aangereden met daarin een Duitse officier en zijn gevolg. Het Nederlandse leger had gecapituleerd: de wapens werden neergelegd. ď‚Ť Rotterdam, dat sinds de eerste oorlogsdag in de frontlinie had gelegen, was die middag zwaar gebombardeerd door de Luftwaffe; het hele stadscentrum stond in brand. De garnizoenscommandant had zich na het bombardement overgegeven, en Duitse troepen trokken als overwinnaars door de brandende straten.15 Toen hij hiervan op de hoogte werd gebracht had de Nederlandse opperbevelhebber, Generaal Winkelman, nog niet aan een algehele overgave willen denken. Er zou worden doorgevochten: ten zuiden van Delft werd een nieuwe verdedigingslinie gevormd. Maar al snel bereikte hem het bericht dat de Duitsers dreigden ook Utrecht te bombarderen als die stad zich niet onmiddellijk overgaf: Duitse vliegtuigen hadden boven de stad pamfletten uitgeworpen die aan duidelijkheid niets te wensen over lieten. 16 Ook Utrecht zou worden vernietigd, en daarna zou ongetwijfeld Delft of Den Haag aan de beurt komen, en daarna Amsterdam. Winkelman kon er niets tegenover stellen. En waarheen kon hij de burgerbevolking nog evacueren? Om zinloos bloedvergieten te voorkomen besloot hij rond 15.45 uur tot de algehele capitulatie. [45]


Voetnoten 1. De gegevens in dit hoofdstuk zijn ontleend aan Brongers, Grebbelinie 1940; Bloemhof, Amersfoort ’40-’45 (2005); Visser, Het 16de Regiment en Vijf dagen oorlog, 20 t/m 31; tenzij anders vermeld. 2. Op 10 mei 1940 bestond het 16e Regiment Infanterie uit een staf met verbindingsafdeling, artsen en geestelijke verzorgers (131 man); een batterij infanteriegeschut met vier stukken ‘6 Veld’ van 5,7 cm (37 man); een compagnie pantserafweergeschut met zes antitankkanonnen van 4,7 cm (73 man); een mortiercompagnie met zes mortieren van 8 cm (91 man); en drie infanteriebataljons. Deze bestonden elk uit een staf (32 man); een mitrailleurcompagnie met twaalf zware mitrailleurs (197 man); en drie infanteriecompagnieën (elk 184 man) met elk twaalf lichte mitrailleurs. De drie infanteriecompagnieën bestonden elk uit een staf en vier secties, die elk weer bestonden uit drie groepen van elf man. Brongers, Grebbelinie 1940, 261. Website Royal Dutch Army Order of Battle May 10th 1940, ‘8e Divisie’. 3. Het voorpostendetachement bij Groot Stoutenburg bestond uit een halve infanteriecompagnie, een sectie zware mitrailleurs (drie stukken) en een batterij 6-Veld infanteriegeschut (vier stukken). Het voorpostendetachement bij Asschat bestond uit een infanteriecompagnie, een sectie zware mitrailleurs en een sectie pantserafweergeschut (twee stukken). De infanterie en de zware mitrailleurs waren onttrokken aan het IIIe Bataljon. 4. Visser, Het 16de Regiment, 406. 5. Het IIIe Bataljon, minus de voorpostendetachementen, werd in de vroege middag van 10 mei naar Leiden en vervolgens naar Den Haag gezonden om jacht te maken op Duitse parachutisten. Het bataljon bleef daar tot de capitulatie op 14 mei. Visser, Het 16de Regiment, 413-414. Ik heb noch mijn moeder noch iemand anders in dit verband ooit over Leiden of Den Haag horen spreken; het feit dat Hendrik Willem in de oorlogsdagen “geen schot” heeft gelost wordt in de overlevering ook verklaard uit het idee dat er bij Amersfoort niet gevochten zou zijn. 6. Een karabijn is een geweer met een ingekorte loop: minder accuraat maar handzamer dan een geweer, en daardoor geschikter voor, onder andere, militairen die primair een andere taak hebben dan aan het gevecht deel te nemen. 7. Hendrik Willem in dienst bugel spelend: overlevering via Hendrik Nijhof, november 2015. Een militaire bugel is een koperen of messing signaalhoorn zonder ventielen. Zie bijvoorbeeld: Website Nederlands Militair Museum, objectnummer 067382. Mogelijk hoornblazer: met dank aan Rob Meeuwisz van grebbeberg.nl. 8. Dit was het 4e Eskadron van het 1e Regiment Huzaren. Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht, 86. Een rijwieleskadron verplaatste zich op de fiets, in het gevecht trad het op als een infanteriecompagnie (te voet). 9. Ruissen, Artillerie mei 1940, Deel 2, 9, 20-21, 27. Het ging hier om twee

[46]


batterijen van de Ie Afdeling van het 9e Regiment Artillerie. Behalve Barneveld werden ook Terschuur, Nijkerk en Voorthuizen onder vuur genomen. Idem. Hierbij werden in totaal ± 650 brisantgranaten afgevuurd. Aan de beschietingen werd ook deelgenomen door andere artillerieafdelingen van het IVe Legerkorps. Website grebbeberg.nl, ‘Stuk van 10-veld’. Ruissen, idem, 26. 10. Een treffende observatie van J.L. Bloemhof in Amersfoort ’40-’45 (2005), 22. Hij merkt verder op: “Weinigen van hen zullen toen gedacht hebben dat zij hun stad enkele dagen later ongeschonden zouden terugzien.” Idem. 11. Hieruit blijkt dat het grootste probleem van het Nederlandse leger in 1940 niet zozeer de (gedeeltelijk) verouderde bewapening was, zoals de mythe wil, maar de verouderde tactische opvattingen. Het stond hierin overigens niet alleen: het Franse leger, groter en minstens even goed uitgerust als het Duitse, werd even kansloos verslagen als het Nederlandse. Website Zuidfront Holland 1940, ‘Algemene sterkteverhoudingen’. 12. De Nederlandse luchtmacht (Luchtvaartafdeeling der Koninklijke Landmacht, LVA) was na de eerste oorlogsdag als factor van betekenis uitgeschakeld. Evacuaties: wat voor de Grebbelinie gold, gold ook voor de Nieuwe Hollandse Waterlinie: burgers uit de door oorlogsgeweld bedreigde gebieden werden geëvacueerd. 13. In 1672 voorkwam de oude, westelijker gelegen Waterlinie een Franse bezetting van Holland. De Nieuwe Hollandse Waterlinie liep grofweg van Naarden via Utrecht en Culemborg naar Gorinchem. Toen in 1939 de Grebbelinie werd aangewezen als hoofdverdedigingslinie werden de werkzaamheden aan de Nieuwe Hollandse Waterlinie stilgelegd: de aanleg van twee linies werd te duur gevonden. 14. Visser, Het 16de Regiment, 412. 15. Voor de strijd in Rotterdam en het daaropvolgende bombardement leze men: Mallan, K., Als de dag van gisteren... De Duitse overrompeling en vernietiging van Nederlands eerste havenstad (Weesp: De Gooise Uitgeverij, 1985). 16. Het pamflet riep “de commandant te Utrecht” op om de stad en haar inwoners “het lot van Warschau” te besparen. Website utrechtaltijd.nl, ‘pamflet met waarschuwing aan de stad Utrecht’. De Poolse hoofdstad Warschau werd in september 1939 door de Duitsers herhaaldelijk en langdurig gebombardeerd, zowel vanuit de lucht als door artillerie. Deze bombardementen, alsmede de zware gevechten tussen Duitse en Poolse troepen, kostte vele duizenden inwoners het leven. Grote delen van de stad werden zwaar beschadigd of geheel vernietigd. Website Electronic Encyclopedia of Civil Defense, ‘Bombing of Warsaw’.  Afbeelding op pagina 38: Nederlandse militairen in stelling tijdens de mobilisatie, ergens in Nederland. Op de achtergrond een kleine betonnen kazemat, ook wel ‘stekelvarken’ genoemd. Hierin stond meestal een lichte of zware mitrailleur opgesteld [website leger.interaqt.nl].

[47]



5. Doodsbriefje Op het moment dat de Duitse bommenwerpers boven Rotterdam hun eerste bommen afwierpen, op dinsdag 14 mei rond 13.30 uur, overleed Woutera op haar inkwartieradres in Alkmaar.1 Haar dochter Berthe is mogelijk bij haar geweest toen ze stierf: ze vertelde later nog een “heel vage herinnering” te hebben dat ze bij haar moeder in bed lag en daar door vreemde mensen werd weggehaald, en dat ze toen “helemaal overstuur” was. Woutera stierf niet door een bombardement of ander oorlogsgeweld, maar aan de gevolgen van haar suikerziekte, diabetes type 1.  Mijn pogingen om een officiële, bij voorkeur medische verklaring van Woutera’s doodsoorzaak te achterhalen hebben niets opgeleverd. De arts die in 1940 het overlijden officieel constateerde heeft een schriftelijke ‘Verklaring van Overlijden’ opgemaakt: het zogenaamde doodsbriefje. Deze verklaring bestond uit een A en een B gedeelte. Het A-briefje gaf een beknopte omschrijving van de doodsoorzaak, het B-briefje bevatte een uitgebreidere verklaring.2 Het A-briefje werd door de arts naar de Burgerlijke Stand van de Gemeente Alkmaar gestuurd, die vervolgens een uittreksel hiervan naar de Burgerlijke Stand van de Gemeente Amersfoort zond; daar werd de beknopte doodsoorzaak op Woutera’s persoonskaart bijgeschreven.3 Het B-briefje ging naar het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), waar het werd verwerkt in het (anonieme) doodsoorzakenregister. Geen van beide doodsbriefjes is bewaard gebleven.4 De enige overgebleven officiële vermelding van de doodsoorzaak is de beknopte aantekening op Woutera’s persoonskaart. Deze berust tegenwoordig bij het Centraal Bureau voor Genealogie in Den Haag. Op aanvraag wordt hiervan een kopie verstrekt, waarbij de doodsoorzaak echter wordt afgeschermd op grond van de Wet Bescherming Persoonsgegevens. Ook voor familie is deze informatie niet openbaar; alleen voor me[49]


disch-genetisch onderzoek wordt inzage gegeven. Het is overigens maar de vraag of we van die beknopte omschrijving iets wijzer zouden worden; er staat waarschijnlijk niet meer dan ‘complicaties bij diabetes’ of woorden van gelijke strekking. Zoals in de inleiding vermeld heeft Berthe later in haar leven geprobeerd om via de familie Bouw meer te weten te komen over het overlijden van haar moeder. Dat leverde geen andere informatie op dan dat Woutera voor de mensen bij wie ze was ingekwartierd zou hebben verzwegen dat ze aan diabetes leed; ook voor hen kwam haar dood als een volslagen verrassing. 5 Heel vreemd zou dat ‘verzwijgen’ niet zijn: over lichamelijke aandoeningen is men over het algemeen niet openhartig, zeker niet tegenover onbekenden, en in die tijd gold dat misschien nog sterker. Anderzijds moet het verbergen van haar ziekte, als daarvan inderdaad sprake is geweest, wel enige moeite hebben gekost. Berthe veronderstelde de mogelijkheid dat haar moeder bij de evacuatie is vergeten haar insuline mee te nemen, en dat ze dus door insulinegebrek overleed. Dat lijkt, ondanks de hectiek van de eerste oorlogsdag, onwaarschijnlijk: zoals we zullen zien werd haar dagelijkse leven waarschijnlijk in hoge mate bepaald door haar diabetes. Wat ook nog zou kunnen is dat de insuline tijdens het evacuatietransport is zoekgeraakt. In beide gevallen geldt echter dat er in Alkmaar zeker tijdig voor insuline kon worden gezorgd; er is mij althans niets gebleken van een tekort aan insuline in mei 1940.6  Er is ten slotte wel een aannemelijke verklaring te vinden voor Woutera’s onverwachte overlijden, namelijk wanneer wij ons wat meer verdiepen in haar ziekte. 7 Het zal ons daarbij niet alleen duidelijk worden dat diabetes type 1 een ernstige en in essentie levensbedreigende ziekte is, maar ook dat het eventueel niet hebben van insuline bij haar dood waarschijnlijk geen enkele rol heeft gespeeld. [50]


Diabetes type 1 openbaart zich meestal op jonge leeftijd. Het is een chronische aandoening waarbij het eigen afweersysteem per ongeluk de cellen in de alvleesklier vernietigt die insuline aanmaken. Insuline is een hormoon dat ervoor zorgt dat de hoeveelheid suiker in het bloed (bloedglucose) niet te hoog wordt. Een voortdurend te hoge bloedsuikerspiegel, hyperglycemie, kan op lange termijn leiden tot orgaanschade zoals oogaandoeningen, zenuwschade, nierziekte en hart- en vaatziekten. Een langdurig of veelvuldig te lage bloedsuikerspiegel, hypoglycemie, is echter even ongewenst: het kan uiteindelijk resulteren in bewustzijnsverlies, coma en dood. Omdat het lichaam van de type 1 diabeet geen insuline meer aanmaakt moet de patiënt zijn bloedsuikerspiegel zelf reguleren: enerzijds door zichzelf insuline toe te dienen, anderzijds door tijdig al dan niet suikerrijke voeding in te nemen. Hij balanceert in feite voortdurend tussen een te hoge en een te lage bloedsuikerspiegel. De insulinedoses moeten dan ook nauwkeurig worden aangepast aan zijn leef- en eetgewoonten. Het leefpatroon van de patiënt biedt hierdoor weinig ruimte voor afwijking van de vaste regelmaat: behalve eetgewoonten en lichamelijke activiteit kunnen ook stress of een onschuldig griepje het evenwicht al sterk verstoren. Voor de oorlog was het zelf meten van bloedsuikerwaarden niet mogelijk, en ook insulinepompjes bestonden nog niet. Leven met diabetes type 1 betekende een strikt dieet volgen, voeding afwegen en gemiddeld tweemaal daags insuline injecteren met dikke naalden en grote glazen spuiten die na elk gebruik moesten worden uitgekookt. Het is waarschijnlijk een langdurig of plotseling te lage bloedsuikerspiegel geweest die Woutera fataal is geworden. Ik denk hierbij in het bijzonder aan een complicatie die in 1940 nog onbekend was: hypoglycemia unawareness. Hypoglycemie gaat gepaard met symptomen als zweten, trillen, duizeligheid, hongerigheid, moeheid en hoofdpijn: tekenen dat het lichaam probeert de bloedsuikerspiegel te verhogen. Voor de patiënt zijn dit waarschuwingssignalen dat hij iets moet eten, bij voor[51]


keur iets suikerrijks. Door nog onbekende oorzaak verminderen deze waarschuwingssignalen echter na elke hypoglycemie, hetgeen er uiteindelijk toe kan leiden dat de patiënt een hypo niet of niet tijdig meer opmerkt. Hij kan dan onverwacht het bewustzijn verliezen, wat levensgevaarlijk is wanneer er niemand in de buurt is om hulp in te roepen — bijvoorbeeld wanneer het zich voordoet tijdens de slaap. De bewusteloosheid kan dan, zoals gezegd, overgaan in coma en, zonder onmiddellijke medische hulp, de dood.8 Naarmate iemand langer suikerpatiënt is neemt de kans op hypoglycemia unawareness toe. Er zijn ook andere factoren die het optreden van deze complicatie in de hand werken, waaronder opnieuw stress, en verder depressie en situaties waarin zelfzorg een lage prioriteit heeft — bij zelfzorg denken we dan vooral aan het in stand houden van de juiste balans tussen voeding en insulinedosering. Of Woutera aan depressies leed weten wij niet, maar dat ze in de dagen voor haar dood stress heeft ervaren daaraan hoeven we niet te twijfelen. Het uitbreken van de oorlog, het urenlange wachten, de nachtelijke evacuatie met haar vijfjarige dochtertje, het ingekwartierd worden bij wildvreemde mensen; het zijn allemaal factoren die haar in een staat van voortdurende spanning zullen hebben gehouden.9 Bovenal zal ze zich zorgen hebben gemaakt over het lot van haar man: in de avond van 13 mei was het algemeen bekend geworden dat er in de Grebbelinie werd gevochten.10 Dit alles kan, ten slotte, een goede zelfzorg niet hebben bevorderd — mogelijk (met nadruk: mogelijk) geldt dit ook voor de omstandigheden op het inkwartieradres. Over dat laatste valt nog wel iets aan te tekenen, waarbij het op voorhand gezegd zij dat we ons hiermee op het terrein van de pure speculatie begeven. Bewustzijnsverlies bij een ernstige hypoglycemie kan worden voorafgegaan door vreemd of bizar gedrag als gevolg van het bloedsuikertekort in de hersenen: verwardheid, woede, lachen, weglopen, grote nervositeit en volhouden dat men zich prima voelt terwijl men zich zeer ongewoon gedraagt — verschijnselen die door een buitenstaander [52]


voor dronkenschap kunnen worden aangezien en die daar ook sterk op kunnen lijken. Herinneren wij ons de enige bekende verklaring van de mensen bij wie Woutera ingekwartierd was, namelijk “we wisten niet dat ze suikerziekte had”, dan kunnen we ons het volgende voorstellen: ook Woutera heeft vlak voor haar overlijden een dergelijke episode gehad, en de mensen om haar heen, die haar niet kenden en die niets afwisten van haar ziekte, hebben gedacht dat ze zich bedronken had, of door zorgen overspannen was geworden, en hebben haar in bed gelegd — Berthe’s “vage herinnering” zou erop kunnen wijzen dat Woutera in bed is overleden. Als het is zo is gegaan dan lijkt persoonlijke gêne of gereserveerdheid een rol te hebben gespeeld bij haar dood. We moeten echter bedenken dat een enkele mededeling “ik heb suikerziekte” niet voldoende zou zijn geweest om de fatale afloop te voorkomen: de mensen om haar heen zouden ook in staat moeten zijn geweest om de symptomen van een ernstige hypoglycemie te herkennen. Daarbij blijft het de vraag of iemand tijdig voor de juiste hulp had kunnen zorgen. In dit scenario had men haar, desnoods onder dwang, suikerrijke voeding moeten toedienen; maar iemand met een ernstige hypoglycemie is vaak niet meer tot eten of drinken in staat. Na bewustzijnsverlies zou alleen een injectie met glucoseoplossing mogelijk nog redding hebben kunnen bieden.  Dit is dan, bij ontstentenis van werkelijk harde gegevens, het doodsbriefje van Woutera Nijhof-Bouw. Dat het inderdaad hypoglycemia unawareness is geweest wat haar fataal is geworden is niet zeker; het is een hypothese gebaseerd op de uiterst summiere informatie die we hebben (“overleden aan suikerziekte”) en op wat in het licht van de omstandigheden en haar ziekte plausibel is.11 Rest ons nog de wat academische vraag of we Woutera als een indirect oorlogsslachtoffer moeten zien. Wanneer we alles nog eens in ogenschouw nemen dan zijn we geneigd deze vraag met [53]


ja te beantwoorden: de oorlogsomstandigheden, uitsluitend en alleen het gevolg van de agressie van Nazi-Duitsland, waren immers ĂŠĂŠn en al afwijking van de vaste regelmaat waarvan haar gezondheid afhankelijk was. Uiteindelijk kunnen we echter niet uitsluiten dat haar thuis, in vredestijd, niet hetzelfde had kunnen overkomen.

[54]


Voetnoten 1. Regioarchief Alkmaar, overlijdensakte. Omgerekend naar de huidige tijd: 15.10 uur (zie hoofdstuk 3, voetnoot 7). De eerste bommen op Rotterdam vielen om 13.27 uur Nederlandse tijd. Pauw, J.L. Van der, Rotterdam in de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam: Boom, 2006), 111. 2. Weblog Streekarchief Bommelerwaard, ‘Doodsbriefjes’. 3. De Burgerlijke Stand van de Gemeente Alkmaar maakte bij het overlijden van Woutera een kopie-persoonskaart aan; deze berust daar nog steeds. De doodsoorzaak is hierop niet aangetekend. Met dank aan Marlies van Heusden van de Gemeente Alkmaar, die mij een fotokopie van de kopiepersoonskaart toestuurde (zie Bijlage A8). 4. Het CBS bewaart de doodsbriefjes B vanaf 1950; deze zijn niet openbaar. Weblog Eric Hennekam, ‘Registratie van doodsoorzaken’. Navraag bij het CBS leerde dat ook het doodsoorzakenregister niet openbaar is. De doodsbriefjes A van de Gemeente Alkmaar zijn evenmin bewaard gebleven. Mondelinge verklaring Marlies van Heusden, Burgerlijke Stand Gemeente Alkmaar. Ook het uittreksel van het doodsbriefje A dat werd doorgezonden naar Amersfoort is niet bewaard gebleven. Met dank aan Katinka Regtien, publieksarchivaris van Archief Eemland, die het betreffende archief hierop heeft doorzocht. 5. Overlevering via Siebe Boersma, april 2015. 6. Dergelijke tekorten kwamen later in de oorlog wel voor; zie bijvoorbeeld website Stichting Groenegraf, ‘Een bijna vergeten herinnering’ (naschrift). 7. De gegevens over diabetes type 1 zijn ontleend aan de volgende websites: Diabetesnet, ‘Hypoglycemia Unawareness’. Diabetes.nl, ‘Wat is type 1 diabetus mellitus?’; ‘Hypoglycemie bij insulinebehandeling’. EHBOVereniging St. Jan Hoorn, ‘Informatie over diabetes’ (Diabetesfonds). Diapedia, ‘History of glucagon’. Erasmus MC, ‘Informatie over diabetes’. Insulintruth’s Weblog, ‘A Brief History of Hypoglycemia Unawareness’. Kennislink, ‘Gevaarlijk suikertekort’. Nationaal Archief, Het Verhalenarchief, ‘Hoe de oorlog mijn leven beïnvloed heeft’. Wikipedia (Nederlands), ‘Hypoglykemie’. Wikipedia (Engels), ‘Hypoglycemia: Complications of diabetes mellitus’; ‘Diabetic coma’. 8. Onmiddellijke medische hulp: een intraveneuze injectie met glucoseoplossing of het toedienen van glucagon. De laatste behandeling bestond in 1940 nog niet. Hypoglycemie gedurende de slaap: zie bijvoorbeeld website diabetes-suikerziekte.nl, ‘Nachtelijke hypo komt vaak voor bij diabetes type 1’. 9. Over oorlog, evacuatie en stress schrijft L. de Jong: “Het verstorend effect dat, naast de spanningen van de eerste oorlogsdag, van al die massale evacuaties uitging, willen wij niet onderschatten. Voor wie huis en hof verlaten moest, een op dat moment volstrekt onzekere toekomst tegemoet gaand, was de oorlog als het ware tastbare werkelijkheid. Het dage-

[55]


lijks bestaan lag aan duigen en dat bleef niet zonder psychisch effect. Maar de oorlog zelf, het feit van de Duitse invasie, had een nog veel alge mener psychische uitwerking, ook op honderdduizenden, ja op miljoenen die geen Duitser zagen en geen schot hoorden vallen.” De Jong, Het Koninkrijk, Deel 3, 111. 10. Op 13 mei meldde het ‘legerbericht van het opperbevel no. 2’ enigszins cryptisch: “In een kleine sector van de Grebbelinie heeft de vijand terrein gewonnen, dat door ons gedeeltelijk werd heroverd, doch na hernieuwde Duitsche aanvallen niet behouden is.” Legerberichten als deze werden op de radio voorgelezen en opgenomen in kranten, zie bijvoorbeeld de Alkmaarsche Courant van dinsdag 14 mei 1940. Dezelfde dag plaatste De Courant Het Nieuws van den Dag (ochtend- of middageditie) boven dit bericht de kop “STRIJD IN DE GREBBE-LINIE”. Het Veldleger was toen overigens al teruggetrokken op de Nieuwe Hollandse Waterlinie. 11. Er zijn twee andere acute, potentieel levensbedreigende complicaties bij diabetes type 1: diabetische ketoacidose en het hieraan verwante hyperosmolair non-ketotisch syndroom. Beide zijn het gevolg van een extreem hoge bloedsuikerspiegel en hangen samen met een acuut tekort aan insuline. Deze complicaties gaan gepaard met duidelijke lichamelijke waarschuwingssignalen. De omstandigheden rond haar overlijden zullen eerder een te lage dan een te hoge bloedsuikerspiegel in de hand hebben gewerkt en bovendien is het, zoals hierboven betoogd, zeer onwaarschijnlijk dat Woutera te maken heeft gehad met insulinetekort — tenzij we het voor mogelijk willen houden dat ze in Alkmaar geen enkele poging zou hebben ondernomen om eventueel vergeten of zoekgeraakte insuline te vervangen.

 Afbeelding op pagina 48: Rotterdam brandt. Duitse luchtopname van kort na het bombardement, dinsdagmiddag 14 mei 1940, ± 13.45 uur Nederlandse tijd [Bundesarchiv].

[56]




Nasleep Wanneer Hendrik Willem te horen kreeg dat zijn vrouw was overleden weten we niet precies, maar dit moet ten minste elf dagen later zijn geweest. Bij de capitulatie in de late middag van 14 mei bevond hij zich, zoals wij zagen, met zijn regiment in de Waterlinie bij Utrecht. De troepen zullen gedemoraliseerd zijn geweest, al zullen velen ook opluchting hebben gevoeld nu de strijd voorbij was. Het militaire verband waarvan men deel uitmaakte was zinloos geworden, maar het regiment moest niettemin voorlopig ter plaatse blijven. Ondertussen zal eenieder hebben geprobeerd om op de een of andere manier met familie in contact te komen.1 Dit was niet eenvoudig: sinds de eerste oorlogsdag waren vrijwel alle particuliere telefoonverbindingen verbroken. Voor Hendrik Willem kwam daarbij dat de stad Amersfoort inmiddels geheel was verlaten, en waar zijn vrouw en kind heen waren gebracht zal hij niet hebben geweten.2 We kunnen ons voorstellen dat hij een levensbericht naar huis heeft gezonden, bijvoorbeeld een briefkaart of een telegram.3 Na een week werd bepaald dat alle eenheden zoveel mogelijk moesten terugkeren naar de gebieden waar zij op 9 mei waren gelegerd; voor het 16e Regiment betekende dit dus de terugkeer naar Amersfoort en omgeving.4 Wanneer en hoe die terugkeer precies plaatsvond weten we niet, maar we weten wel dat Hendrik Willem in het kader van de algehele demobilisatie van het Nederlandse leger op vrijdag 24 mei met ‘groot verlof’ naar huis werd gestuurd.5 Het moet ergens in de dagen daarna zijn geweest dat hij door de stad liep, naar wij ons voorstellen nog in uniform, op weg naar huis vanuit een kazerne of barakkenkamp, en werd aangeschoten door een bekende. In plaats van een praatje te maken condoleerde deze hem met zijn verlies. 6 Hij zal het eerst niet hebben begrepen, en vervolgens niet hebben willen geloven.

[59]


De ongewilde aanzegger van Woutera’s dood was misschien teruggekeerd uit Alkmaar, en zodoende op de hoogte; het gros van de geëvacueerde Amersfoorters was in de voorgaande dagen met treinen teruggebracht uit Noord-Holland. 7 Onder hen bevond zich waarschijnlijk ook Berthe, meegenomen door buurtgenoten. Maar de ongewilde aanzegger kan het ook gewoon in de krant hebben gelezen: op 22 mei was Woutera’s overlijden al gemeld in het Amersfoortsch Dagblad.8 Haar lichaam was ondertussen vanuit Alkmaar overgebracht naar de algemene begraafplaats Rusthof in Oud-Leusden, even ten zuiden van Amersfoort; mogelijk is het met een van bovengenoemde treintransporten meegekomen. Daar, op de Rusthof, had inmiddels ook de begrafenis plaatsgevonden, op zaterdag 25 mei 1940.9 Hendrik Willem zal zich meteen naar de Familie Bouw hebben gespoed, en vervolgens naar de begraafplaats, gelegen aan de Dodeweg.10 Hoe geschokt hij was moge blijken uit het feit dat hij, daar aangekomen, opdracht gaf de lijkkist op te graven en open te maken, ondanks dat hem dat dringend werd afgeraden. Misschien om nog eenmaal haar gezicht te zien, maar vooral om zichzelf ervan te overtuigen dat zijn vrouw werkelijk dood was. Het was elf dagen of langer na het overlijden, en de aanblik kan niet aangenaam zijn geweest.11  Uit overlevering weten we dat Hendrik Willem “kapot” was van de dood van zijn vrouw, en het is niet overdreven om te stellen dat hij nooit werkelijk over dit verlies is heen gekomen. 12 Thuis in de Van Assenraadstraat wachtten hem de scherven van zijn toekomst — de kamers met overal de stille getuigen van wat plotseling en onherroepelijk voorbij was, het bed dat opeens te breed was geworden. Uit deze tijd dateert de bijgaande foto die hij van zijn dochter maakte, als om vast te leggen wat hij nog had.13 Zij was nog te jong om te beseffen wat haar was overkomen, maar toch waren de gevolgen voor haar misschien nog het ingrijpendst. Haar vader moest weer aan het werk, en om [60]


zijn huishouden draaiende te houden nam hij een huishoudster in dienst — een vriendin van zijn overleden vrouw: Annetta Willemsen, met wie hij op 22 juli 1941 opnieuw in het huwelijk zou treden.14

[61]


Voetnoten 1. De Jong, Het Koninkrijk, Deel 4 Eerste helft, 259. 2. Verbroken telefoonverbindingen: De Jong, Het Koninkrijk, Deel 3, 430. Het duurde tot juni 1940 voor de meeste telefoonverbindingen weer in werking waren. De Jong, Het Koninkrijk, Deel 4 Eerste helft, 393. Hendrik Willem wist zeer waarschijnlijk niet dat zijn vrouw en dochter naar Alkmaar waren geëvacueerd. Hij kan in ieder geval niet hebben geweten op welk adres zij waren ondergebracht; zoals wij eerder zagen was dit op 11 mei ter plaatse bepaald door de Alkmaarse evacuatiecommissie. 3. Iets dergelijks is niet bewaard gebleven. Het verzenden van telegrammen en briefkaarten bleef gedurende de oorlogsdagen (beperkt) mogelijk. De Jong, Het Koninkrijk, Deel 3, 119-120. 4. De Jong, Het Koninkrijk, Deel 4 Eerste helft, 260. Hiertoe werd op 21 mei besloten. Een dag later bepaalde Generaal Winkelman dat de helft van het reserve- en dienstplichtig personeel, in zoverre zij in hun levensonderhoud konden voorzien, naar huis kon worden gestuurd; twee weken later volgde de andere helft. Idem. Zij werden dus niet door de Duitsers in krijgsgevangenschap afgevoerd, en om het Nederlandse volk gunstig te stemmen bepaalde Hitler in juni 1940 dat ook de Nederlandse militairen die gedurende de gevechten krijgsgevangen waren gemaakt naar huis konden terugkeren. De Jong, Het Koninkrijk, Deel 4 Eerste helft, 48; zie ook 262-264. 5. Ministerie van defensie, persoonsarchief, dienstplichtkaart Hendrik Willem Nijhof (zie Bijlage A3-a). 6. Overlevering via Lex Hament, juni 2015. Wie deze bekende was is niet overgeleverd. 7. In de voorgaande dagen: tussen 17 en 21 mei. Koolhaas Revers, Evacuaties, 378. 8. Amersfoortsch Dagblad/De Eemlander, 22 mei 1940, 2e blad pagina 1. 9. Woutera werd begraven op de algemene begraafplaats Rusthof aan de Dodeweg 31 in Oud Leusden, Afdeling VI, grafnummer 63. Hendrik Willem deed op 9 oktober 1985 afstand van de grafrechten, waarna het graf ergens in de daaropvolgende tien jaar is geruimd; het werd in 1995 opnieuw uitgegeven. De stoffelijke resten zijn daarbij zoals gebruikelijk overgebracht naar een verzamelgraf. De locatie hiervan is in de administratie van de begraafplaats niet opgetekend (“onbekende afdeling”). Met dank aan het personeel van Crematorium en Begraafplaatsen Amersfoort (CBA) voor het achterhalen van deze informatie. Eveneens dank aan Hendrik Nijhof, die mij een kopie toezond van de brief waarmee zijn vader afstand deed van het graf. Diens beslissing hiertoe werd sterk bepaald door de emoties na het overlijden van zijn tweede vrouw (1983) en zijn oudste zoon (1984); een paar dagen later had hij er spijt van. Verklaring Hendrik Nijhof, november 2015. Het graf was ongemarkeerd, zonder zerk of grafsteen. Idem.

[62]


10. Door deze omgeving, mogelijk over dezelfde weg, was hij elf dagen eerder Amersfoort uit gemarcheerd. Bloemhof, Amersfoort ’40-’45 (2005), 22: “In dichte rijen trokken de soldaten vermoeid en zwijgend tegen de Laan 1914 omhoog.” Deze laan is het verlengde van de Dodeweg. 11. Overlevering via Siebe Boersma, april 2015, Lex Hament en Riet Hament-Nijhof, juni 2015 en oktober 2017, en Hendrik Nijhof, november 2015. In eerdere versies van dit boekje is alleen sprake van het laten openen van de kist: op grond van de beschikbare data (21 mei bevel tot te rugkeer naar Amersfoort, 24 mei met groot verlof, 25 mei begrafenis) concludeerde ik dat Hendrik Willem bij de begrafenis moest zijn geweest en dat het “laten opgraven” waar in de familieoverlevering sprake van is een misverstand moest zijn. Hiermee stapte ik al te gemakkelijk over de getuigenverklaringen heen, al waren die dan ook uit tweede hand. Na voltooiing van de vorige versie van dit boekje had ik de opmerkelijke ervaring van een terugkerende herinnering, namelijk dat mijn moeder mij vertelde dat haar vader zijn overleden vrouw liet opgraven omdat hij “te laat kwam voor de begrafenis”. Ik zag daarbij ook weer het beeld voor me dat ik me indertijd, op ongeveer tienjarige leeftijd, hiervan vormde: een verbleekte zwart-witfoto van mijn grootvader, op de rug gezien, naast een kuil en een berg zand. Al met al moet tussen Hendrik Willem’s groot verlof en zijn terugkeer in Amersfoort dus nog ten minste één dag hebben gezeten. Hendrik Nijhof verklaarde in maart 2018 dat het openen van de kist zeer traumatisch is geweest voor zijn vader en dat hij er altijd spijt van heeft gehouden. 12. Overlevering via Siebe Boersma, april 2015, Lex Hament en Riet Hament-Nijhof, juni 2015, en Hendrik Nijhof, november 2015. 13. Zie pagina 58. Datering door Berthe: “1940”. 14. Annetta Elisabeth Clasina Willemsen (*1909-†1983), zie Bijlage C8. Als huishoudster in dienst gekomen: overlevering via Siebe Boersma, april 2015; Riet Hament-Nijhof, juli 2015; en Annelies Nijhof, september 2016. Vriendin van Woutera: overlevering via Riet Hament-Nijhof, juli 2015 en september 2016; en Annelies Nijhof, september 2016. Annetta en Woutera hebben in ± 1929-30 enige tijd samen als huishoudster gewerkt bij een welgestelde familie, waarschijnlijk in Amersfoort. Idem. Uit het tweede huwelijk zouden, vanaf 1942, nog vijf kinderen voortkomen.

 Afbeelding op pagina 58: Berthe, 1940.

[63]



Bijlagen


Bijlage A Documenten Bijlage A1 | Kennisgeving van het voorgenomen huwelijk van Hendrik Willem Nijhof en Woutera Bouw d.d. 8 september 1932.

[66]



Bijlage A2 | Detail van de huwelijksakte d.d. 20 september 1932, met de handtekeningen van achtereenvolgens de bruidegom, de bruid, de ouders van de bruidegom en de ouders van de bruid. Dit is, vanwege de handtekening, het meest persoonlijke voorwerp dat ik van Woutera heb gevonden [Archief Eemland].

[68]



Bijlage A3-a | Dienstplichtkaart van Hendrik Willem Nijhof, 1931-1940, voorzijde [Ministerie van Defensie].

[70]



Bijlage A3-b | Dienstplichtkaart van Hendrik Willem Nijhof, 1931-1940, achterzijde [Ministerie van Defensie].

[72]



Bijlage A4 | Telegram waarmee Hendrik Willem op vrijdag 25 januari 1935 de geboorte van zijn dochter Berthe meldde aan zijn vader. De datering met blauwe balpen is later door Berthe aangebracht.

[74]



Bijlage A5 | Detail van de kaart van Hendrik Willem en zijn gezin uit het bevolkingsregister van Amersfoort, 1932-1938 [Archief Eemland].

[76]



Bijlage A6 | Ansichtkaart (voor- en achterzijde), door Hendrik Willem ergens tussen 1935 (geboorte Berthe) en 1939 (algemene mobilisatie) naar huis verzonden. Hij was indertijd werkzaam bij Pon’s Automobielhandel te Amersfoort, en verbleef vermoedelijk voor zijn werk in dit hotel in Musselkanaal, Groningen [Riet Hament-Nijhof]. Voorzijde: Hier logeeren wij! [pijl]. Achterzijde: afz. Wim / Hartelijk voor Mamma en Beppie [Berthe] / Daag / Tot Zaterdag ¹ 3 uur Opmerkelijk is dat hij de kaart adresseerde aan zichzelf; waarschijnlijk eenvoudig omdat thuis zijn naam op het naambordje stond.

[78]



Bijlage A7 | Overlijdensakte van Woutera Nijhof-Bouw, opgemaakt in Alkmaar op 17 mei 1940 [Regioarchief Alkmaar]: Heden zeventien Mei negentien honderd veertig is voor mij ondergeteekende, Ambtenaar van den Burgerlijken Stand der gemeente Alkmaar, verschenen: van Heerden, Hendrik Adrianus, uitvoerder van begrafenissen, oud tweeĂŤnvijftig jaar, wonende te Alkmaar, die heeft verklaard, daarvan uit wetenschap kennis dragende, dat te Alkmaar op veertien Mei negentien honderd veertig, des voormiddags te half twee uur, is overleden Bouw, Woutera, zonder beroep, oud dertig jaar, geboren te Amersfoort en wonende te Amersfoort, gehuwd met, Nijhof, Hendrik Willem, dochter van, Bouw, Johannes, landbouwer en van, van Leuveren, Evertje, zonder beroep, beiden wonende te Amersfoort. Waarvan akte, welke overeenkomstig de wet is voorgelezen.

[80]



Bijlage A8 | Kopie-persoonskaart van Woutera d.d. 21 mei 1940, aangemaakt door de Burgerlijke Stand van de Gemeente Alkmaar. De doodsoorzaak is niet aangetekend, de achterzijde is onbeschreven [Burgerlijke Stand, Gemeente Alkmaar].

[82]



Bijlage B Kaarten en objecten Bijlage B1 | Overzichtskaart van de Grebbelinie in mei 1940. Gebruikte afkortingen: Brig – Div. – L.K. – R.H. – R.I. –

Brigade Divisie Legerkorps Regiment Huzaren Regiment Infanterie

De inundaties voor de linie zijn aangegeven met horizontale arceringen [Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht].

[84]



Bijlage B2 | Amersfoort in de Grebbelinie, mei 1940. Kaart gemaakt in 1941 door de Auswertung fremder Landesbefestigung in opdracht het Oberkommando des Heeres. In het witte cirkeltje boven het zwarte vlaggetje ‘5’ (commandopost van het 5e Regiment Infanterie) ligt de Van Assenraadstraat. Rechts daaronder het vak van het 16e Regiment Infanterie, de eenheid waarin Hendrik Willem diende. De dikke zwarte lijn markeert de frontlijn, direct achter het Valleikanaal in blauw; de blauwe arceringen geven een indruk van de omvang van de inundaties. Links zijn met pijlsymbolen de posities van de divisie- en legerkorpsartillerie ingetekend [grebbeberg.nl].

[86]



Bijlage B3 | Luchtfoto van de Van Assenraadstraat uit 1932, met op nummer 31 het huis waar, in ieder geval vanaf januari 1935, Hendrik Willem, Woutera en Berthe woonden. Linksboven zijn nog akkers te zien; voor de oorlog was dit de noordoostrand van de stad. In mei 1940 behoorde dit gebied tot de ‘tussenverdediging’ van de Grebbelinie, gelegen achter de frontlijn die het Valleikanaal volgde (naar boven en rechts buiten beeld). Langs de zuidoever van de Eem, onder in beeld, lag de ‘stoplijn’, de achterkant van de linie. In een van de huizen aan de noordkant van het pleintje midden links (Methorststraat) bevond zich gedurende de meidagen de commandopost van een infanteriebataljon; rechtsboven de hoek KruiskampLiendertseweg en de Pullstraat waar diverse panden werden vernield om een vrij schootsveld voor de stellingen te maken. Beneden links, vlak om de hoek van de Van Assenraadstraat 31, woonde op de Scheltusstraat 31 Woutera’s zus Jannetje met haar man en dochtertje. Zie de voetnoten 2, 3 en 5 op pagina 35-36 [amersfoortopdekaart.nl].

[88]



Bijlage B4 | Armband en kartonnen bord, beide met het wapen van Amersfoort, gebruikt door groepsgeleiders tijdens de evacuatie in mei 1940 [utrechtaltijd.nl].

[90]



Bijlage B5 | “Toen wij dakloos waren, hebt gij ons gehuisvest”. Gedenkraam in de hal van het Alkmaarse stadhuis, in juli 1941 door Amersfoort aangeboden uit dankbaarheid voor de opvang van ± 20.500 van haar burgers in mei 1940 [Koolhaas Revers, Evacuaties].

[92]



Bijlage C Foto’s Van de in deze bijlage opgenomen foto’s konden C9 en C12 t/m C19 precies of vrij precies worden gedateerd. Het dateren van de overige foto’s bleek in sommige gevallen moeilijk. De met het teken ± aangeduide jaartallen berusten op mijn eigen inschatting. Bijlage C1 | Schilderij van de boerderij van Johannes Bouw aan het Hoevelakense Voetpad 20, maker onbekend. Met dank aan Rob Pol, de jongste zoon van Woutera’s zus Wijmpje, die mij deze foto toezond. Hij verklaarde dat volgens Woutera’s broers Wouter en Jan het schilderij “niet helemaal klopte” maar toch “aardig in de buurt van de werkelijkheid” was [Rob Pol].

[94]



Bijlage C2 | Woutera Bouw, misschien vijftien of zestien jaar oud (± 1925-1926).

[96]



Bijlage C3 | Woutera, zittend rechts vooraan, met drie zussen en een broer, zeer waarschijnlijk bij het ouderlijk huis aan het Hoevelakense Voetpad, Âą 1925-1926. Ze draagt hier dezelfde blouse als op de vorige foto. Links naast haar zit Aaltje; staande van links naar rechts zien we Jannetje, Wouter en Jacoba. Met dank aan Bep van Beek-van den Heuvel en Bertus van Beek.

[98]



Bijlage C4 | Woutera tussen haar jongere zussen Evertje (links) en Wijmpje (rechts), zeer waarschijnlijk bij het ouderlijk huis, Âą 1928-1929. Met dank aan Bep van Beek-van den Heuvel en Bertus van Beek.

[100]



Bijlage C5 | Woutera, rechts, poserend met een onbekende in Fotoatelier Muns, Langestraat 20 in Amersfoort, ± 1928-1929. Het valt op dat Woutera op deze en sommige andere foto’s modieuze (niet-klassieke, niet-traditionele) kleding draagt. Het onbekende meisje links doet vooral qua haardracht denken aan Woutera’s jongere zus Evertje, maar een vergelijking met Bijlagen C14 en C15 lijkt haar uit te sluiten. Als het Evertje is dan is deze foto gemaakt in ± 1936-1937 wat, als we naar Woutera kijken, weer moeilijk te rijmen is met de foto’s op pagina 20-22 (1937-1938).

[102]



Bijlage C6 | Woutera met haar moeder Evertje Bouw-van Leuveren op de Langestraat in Amersfoort, ter hoogte van Sigarenmagazijn De Moor op nummer 8, Âą 1928-1929 [Richard van den Heuvel].

[104]


1.


Bijlage C7 | Woutera, vermoedelijk ergens in de binnenstad van Amersfoort, Âą 1930.

[106]



Bijlage C8 | Woutera met Annetta Elisabeth Clasina Willemsen (*1909-†1983), de latere tweede vrouw van Hendrik Willem, op de Langestraat in Amersfoort, ± 1930-1931. Behalve de jas draagt Woutera hier dezelfde kleding als op de vorige foto. De twee foto’s zijn mogelijk genomen door een straatfotograaf. Met dank aan Hendrik Nijhof en Anneke Huitink [Riet Hament-Nijhof].

[108]



Bijlage C9 | Hendrik Willem Nijhof en Woutera, april 1930. Zoals blijkt uit artikelen in het Amersfoortsch Dagblad van maandag 28 en woensdag 30 april 1930 vonden in deze dagen in Apeldoorn, Amersfoort en Utrecht reclametochten van “Willys Overland automobielen” plaats. Het artikel meldt als bijzonderheid dat “hedenochtend eveneens een Willys Knight meereed, die dertien jaar oud is en reeds 157.000 K.M. achter den boeg heeft”. We zien hier Henrik Willem aan het stuur van een Willys Knight waarop een soortgelijke aanprijzing is aangebracht. Woutera zit naast hem; wie de twee kinderen op de achterbank zijn is niet bekend. Hendrik Willem was in die tijd als monteur werkzaam bij de vertegenwoordiger van Willys Overland in Amersfoort: Garage Motorhuis van W. van Beek aan de Langestraat 112. Met dank aan Hendrik Nijhof, die mij een kopie van het getuigschrift van zijn vaders dienstbetrekking bij het Motorhuis toezond [Riet Hament-Nijhof].

[110]



Bijlage C10 | Woutera en Hendrik Willem, vermoedelijk bij het ouderlijk huis van Woutera aan het Hoevelakense Voetpad, Âą 1930-1931. Aan haar linkerhand is een ring zichtbaar, die dus haar verlovingsring moet zijn. Ze draagt hier dezelfde jas als in de Bijlagen C7 en C9 en, naar het lijkt, dezelfde hoed als in de Bijlagen C7 t/m 9.

[112]



Bijlage C11 | Woutera, plaats en jaartal onbekend. Op de achterzijde staat “Mamma�, mogelijk in het handschrift van Hendrik Willem (zie ook Bijlage A6) [Richard van den Heuvel].

[114]



Bijlage C12 | Hendrik Willem in militaire dienst. Deze foto is genomen op de Juliana van Stolbergkazerne (Infanteriekazerne) aan de Leusderweg in Amersfoort, zeer waarschijnlijk tijdens zijn ‘eerste oefening’ (oktober 1931 - maart 1932): zijn uniform oogt nog nieuw, met een vouw in de broek en een wit boordje tegen het schuren van de nog stijve uniformkraag. Op zijn rug draagt hij een karabijn M95. Verder zien we hier ook bij hem een verlovingsring. Met dank aan Rob Meeuwisz van grebbeberg.nl [Riet Hament-Nijhof].

[116]



Bijlage C13 | Als de vorige foto. Hendrik Willem, knielend rechts, als lid van een wachtploeg (‘wachthebbende’). Het valt op dat hij als enige bewapend is met een karabijn M95, met opgestoken bajonet; de andere vier soldaten hebben een geweer M95, eveneens met bajonet [Riet Hament-Nijhof].

[118]



Bijlage C14 | Hendrik Willem met een gedeelte van de familie Bouw bij de boerderij aan het Hoevelakense Voetpad. De foto is genomen op woensdag 27 september 1933, de trouwdag van Woutera’s oudere zus Aaltje en Jacobus Vos. De laatste was een jaar eerder als getuige opgetreden bij het huwelijk van Hendrik Willem en Woutera. Van links naar rechts: Jan, Hendrik Willem met een onbekend kind op de arm, Evertje, Woutera, Jannetje, Wijmpje, Jacoba; op de voorgrond nog twee onbekende kinderen. Met dank aan Richard van den Heuvel.

[120]



Bijlage C15 | Als de vorige foto, maar hier zien we alle kinderen van Johannes Bouw en Evertje Bouw-van Leuveren. Van links naar rechts: Aaltje, Wouter, Evertje, Woutera, Jannetje, Jacoba, Jan, Wijmpje. Met dank aan Richard van den Heuvel [Richard van den Heuvel].

[122]



Bijlage C16 | Dinsdag 20 september 1932, laat in de ochtend: Hendrik Willem en Woutera verlaten het toenmalige stadhuis van Amersfoort aan de Westsingel 43, na de voltrekking van hun huwelijk.

[124]



Bijlage C17 | Dinsdag 20 september 1932: Hendrik Willem Nijhof en Woutera Nijhof-Bouw.

[126]



Bijlage C18 | Woutera met haar dochter Berthe achter het huis aan de Van Assenraadstraat, 1935.

[128]



Bijlage C19 | Berthe, 1935 [Riet Hament-Nijhof].

[130]




Geraadpleegde bronnen Privébezit Siebe Boersma • Dagboeken Berthe Boersma-Nijhof • Geboortetelegram Bertha Hermina Nijhof • Kennisgeving voorgenomen huwelijk Hendrik Willem Nijhof en Woutera Bouw

Privébezit Hendrik Nijhof • Getuigschriften werkgevers Hendrik Willem Nijhof

Archieven en collecties ARCHIEF EEMLAND

• Huwelijksakte Hendrik Willem Nijhof en Woutera Bouw • Bevolkingsregisters Gemeente Amersfoort 1915-1938 • Overlijdensakte Woutera Bouw (Gemeente Amersfoort) • Historische kranten (digitaal krantenarchief) • Website Amersfoort op de kaart CENTRAAL BUREAU VOOR GENEALOGIE

• Persoonskaarten Johannes Bouw, Woutera Bouw, Jannetje Bouw, Bertha Hermina Nijhof, Hendrik Willem Nijhof, Reinder Nijhof, Bartha Harmina de Vries GEMEENTE ALKMAAR, BURGERLIJKE STAND

• Kopie-persoonskaart Woutera Bouw

MINISTERIE VAN DEFENSIE, PERSOONSARCHIEF

• Dienstplichtkaart Hendrik Willem Nijhof REGIOARCHIEF ALKMAAR

• Overlijdensakte Woutera Bouw (Gemeente Alkmaar) • Historische kranten (digitaal krantenarchief)

Literatuur • Bloemhof, J.L., Amersfoort ’40-’45. Deel I (Amersfoort: Uitgeverij Bekking, 1990) • Bloemhof, J.L., Amersfoort ’40-’45. Tweede herziene druk (Amersfoort: Uitgeverij Bekking, 2005) • Brongers, E.H., Grebbelinie 1940 (Soesterberg: Uitgeverij Aspekt, 2002) • Elands, M., P. Groen, J. van Hoof en M. de Jong, Het Regiment Infanterie Oranje Gelderland (Amsterdam: Boom, 2006)

[133]


• Jong, L. de, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, Deel 3 (Den Haag: Martinus Nijhof, 1970) • Jong, L. de, Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog, Deel 4 Eerste helft (Den Haag: Martinus Nijhof, 1972) • Keemink, L., Evacuatie 1940 (Amersfoort: Studio Jan Wilmink, 1940) • Koolhaas Revers, J., Evacuaties in Nederland 1939-1940 (Den Haag: Staatsdrukkerij- en uitgeverijbedrijf, 1950) • Ruissen, C.J., Artillerie mei 1940. De krijgsverrichtingen en achtergronden, Deel 2 Grebbelinie N (Amersfoort: Ruissen, 2005) • Sectie Krijgsgeschiedenis van den Generalen Staf, Beknopt overzicht van de krijgsverrichtingen der Koninklijke Landmacht 10-19 mei 1940 (Leiden: Sijthoff, 1947) • Visser, J., ‘Het 16de Regiment Infanterie in de Grebbestelling en in de Vesting Holland’, Militaire Spectator no. 10, 1940 • Visser, J., Vijf dagen oorlog in Nederland. 10-14 Mei 1940 (Den Haag: Gebroeders van Cleef, 1946)

Internet: diabetes • www.diabetesnet.com • diabetes.nl • www.diapedia.org • www.erasmusmc.nl • insulintruth.wordpress.com • www.nemokennislink.nl

Internet: genealogie • www.pondes.nl • www.genealogievansmilde.nl • www.online-begraafplaatsen.nl • www.groenegraf.nl • www.wiewaswie.nl

Internet: mei 1940 • nubo.home.xs4all.nl/Rogier/index.htm • www.grebbeberg.nl • www.zuidfront-holland1940.nl

[134]


Illustratieverantwoording Alle persoonlijke foto’s en afgebeelde documenten zijn afkomstig uit het privébezit van Siebe Boersma, tenzij anders vermeld. Deze komen alle uit de nalatenschappen van Berthe Boersma-Nijhof (†1993) en haar vader Hendrik Willem Nijhof (†1986). De herkomst van de overige afbeeldingen is in de bijschriften vermeld [tussen vierkante haken]. De door Riet Hament-Nijhof beschikbaar gestelde foto’s zijn eveneens afkomstig uit de nalatenschap van Hendrik Willem Nijhof. Voorzijde omslag: zie fotobijschrift op pagina 12. Achterzijde omslag: Caspar David Friedrich (1774-1840), Wanderer am Meilenstein [Staatliche Graphische Sammlung, München].

Dankbetuiging Voor het raadplegen van hun geheugen, het delen van hun kennis en het ter beschikking stellen van foto’s en documenten gaat mijn dank uit naar mijn vader Siebe Boersma; mijn tante Riet Hament-Nijhof (dochter uit het tweede huwelijk van mijn grootvader Hendrik Willem Nijhof) en haar man Lex Hament; Richard van den Heuvel (kleinzoon van Woutera’s zus Jannetje Bouw); mijn oom Hendrik Nijhof (zoon uit het tweede huwelijk van Hendrik Willem); mijn tante Annelies Nijhof (dochter uit het tweede huwelijk van Hendrik Willem); Bep van Beek-van den Heuvel (dochter van Jannetje Bouw) en haar man Bertus van Beek; en Rob Pol (zoon van Wijmpje Bouw).

Oproep Eenieder die aanvullende informatie heeft omtrent Woutera Bouw, hoe summier ook, of over andere zaken die in dit boekje aan bod zijn gekomen, of meent onjuistheden te hebben opgemerkt, verzoek ik vriendelijk contact met mij op te nemen via he.boersma@orbat85.nl.

[135]